Procedure : 2017/0231(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0012/2019

Ingediende teksten :

A8-0012/2019

Debatten :

PV 15/04/2019 - 19
CRE 15/04/2019 - 19

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0376

VERSLAG     ***I
PDF 206kWORD 88k
14.1.2019
PE 625.359v02-00 A8-0012/2019

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten en van Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)

(COM(2017)0537 – C8-0318/2017 – 2017/0231(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Burkhard Balz, Pervenche Berès

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten en van Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)

(COM(2017)0537 – C8-0318/2017 – 2017/0231(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0537),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 53, lid 1, en artikel 62 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0318/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 11 mei 2018(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 15 februari 2018(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0012/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten en van Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1, en artikel 62,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(4),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Richtlijn 2014/65/EU biedt een regelgevend kader voor aanbieders van datarapporteringsdiensten en bepaalt dat diensten voor posttransactionele datarapportering een vergunning moeten verkrijgen als goedgekeurde publicatievoorzieningen (approved publication arrangements – APA's). Daarnaast moeten verstrekkers van consolidated tape in overeenstemming met Richtlijn 2014/65/EU geconsolideerde handelsgegevens aanbieden over alle handelstransacties in aandelen- en niet-aandeleninstrumenten in de hele Unie. Richtlijn 2014/65/EU formaliseert ook de kanalen voor datarapportering aan de bevoegde autoriteiten door namens ondernemingen rapporterende derden ertoe te verplichten een vergunning te verkrijgen als goedgekeurd meldingsmechanisme (approved reporting mechanism – ARM).

(2)  De kwaliteit van de handelsgegevens en van de verwerking en levering van deze gegevens, ook wanneer deze verwerking en levering grensoverschrijdend verlopen, is van cruciaal belang om de hoofddoelstelling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad te bereiken, namelijk een grotere transparantie van de financiële markten. Wanneer nauwkeurige gegevens worden verstrekt, kunnen gebruikers zich een beeld vormen van de handelsactiviteit op de financiële markten in de gehele Unie, en verkrijgen de bevoegde autoriteiten accurate en uitvoerige informatie over relevante transacties. Gelet op het grensoverschrijdende karakter van gegevensverwerking, de voordelen die verbonden zijn aan het bundelen van bevoegdheden met betrekking tot gegevens – waaronder potentiële schaalvoordelen – en de negatieve weerslag van mogelijke verschillen in toezichtpraktijken op de kwaliteit van de handelsgegevens en op de taken van aanbieders van datarapporteringsdiensten, is het derhalve aangewezen de vergunning van en het toezicht op aanbieders van datarapporteringsdiensten, alsmede de bevoegdheden om informatie te verzamelen, over te hevelen van de bevoegde autoriteiten naar ESMA.

(3)  Om deze bevoegdheden op consistente wijze over te hevelen, dienen de respectieve bepalingen die betrekking hebben op de operationele vereisten voor aanbieders van datarapporteringsdiensten en de taken van bevoegde autoriteiten met betrekking tot aanbieders van datarapporteringsdiensten te worden geschrapt in Richtlijn 2014/65/EU, en dienen de respectieve bepalingen te worden ingevoegd in Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad(6).

(4)  De overdracht, aan ESMA, van de vergunning van en het toezicht op aanbieders van datarapporteringsdiensten is in overeenstemming met de taken van ESMA. Meer in het bijzonder is de toekenning aan ESMA van taken van bevoegde autoriteiten inzake gegevensverzameling, vergunningverlening en toezicht noodzakelijk voor de andere taken die ESMA vervult krachtens Verordening (EU) nr. 600/2014, zoals het markttoezicht, de tijdelijke interventiebevoegdheden en de positiebeheerbevoegdheden van ESMA alsmede de consistente nakoming van de vereisten inzake pre- en posttransactionele transparantie. Richtlijn 2014/65/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)  Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad(7) (Solvabiliteit II) bepaalt dat het in overeenstemming met de risicogeoriënteerde benadering van het solvabiliteitskapitaalvereiste in specifieke omstandigheden voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en -groepen mogelijk is voor de berekening van dit vereiste gebruik te maken van interne modellen in plaats van de standaardformule.

(7)  Om te komen tot een hoog niveau van convergentie op het gebied van toezicht en goedkeuring van interne modellen, moet EIOPA in staat zijn advies uit te brengen over kwesties die verband houden met deze interne modellen.

(8)  Om convergentie van het toezicht te bevorderen, moet EIOPA in staat zijn om op verzoek van toezichthoudende autoriteiten ▌bijstand te verlenen voor het sluiten van een overeenkomst. In specifieke omstandigheden, wanneer de toezichthoudende autoriteiten geen overeenkomst bereiken over de goedkeuring van een intern model voor een groep en voordat de groepstoezichthouder een definitief besluit neemt, moet een onderneming EIOPA kunnen verzoeken te bemiddelen en de toezichthoudende autoriteiten bij te staan bij het vinden van een overeenkomst.

(9)  Om rekening te houden met de recente oprichting van panels krachtens Verordening (EU) nr. 1094/2010, moeten de desbetreffende bepalingen in Solvabiliteit II met betrekking tot panels worden gewijzigd zodat deze worden gelijkgeschakeld met de nieuwe procedure voor bindende bemiddeling krachtens deze verordening.

(10)  Rekening houdend met de vervanging van het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen (CETVB) door EIOPA, moeten verwijzingen naar het CETVB in Solvabiliteit II worden geschrapt.

(11)  Richtlijn 2009/138/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2014/65/EU

Richtlijn 2014/65/EU wordt als volgt gewijzigd:

(1)  Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

(a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1.  Deze richtlijn is van toepassing op beleggingsondernemingen, marktexploitanten en ondernemingen uit derde landen die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten via de vestiging van een bijkantoor in de Unie.";

(b)  in lid 2 wordt punt d) geschrapt.

(2)  In artikel 4 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

(a)  de punten 36 en 37 worden vervangen door:

"36.  "leidinggevend orgaan": het (de) overeenkomstig het nationale recht aangewezen orgaan (organen) van een beleggingsonderneming of marktexploitant dat (die) gemachtigd is (zijn) de strategie, doelstellingen en algemene leiding van de entiteit vast te stellen en fungeert (fungeren) als toezichthouder op en bewaker van de besluitvorming van het management. Het leidinggevend orgaan omvat personen die daadwerkelijk het beleid van de entiteit bepalen.

Wanneer in deze richtlijn verwezen wordt naar het leidinggevend orgaan en de leidinggevende functie en de toezichthoudende functie van het leidinggevend orgaan krachtens nationaal recht worden toegewezen aan verschillende organen of aan verschillende leden binnen één orgaan, wijst de lidstaat de verantwoordelijke organen of de verantwoordelijke leden van het leidinggevend orgaan aan in overeenstemming met diens nationale recht, tenzij in deze richtlijn anders is bepaald;

37.  "directie": natuurlijke personen die uitvoerende functies in een beleggingsonderneming of marktexploitant uitoefenen en die verantwoordelijk zijn, en verantwoording moeten afleggen aan het leidinggevend orgaan van de entiteit, voor het dagelijkse management van de entiteit, met inbegrip van de toepassing van de gedragslijnen voor de distributie door de onderneming en haar personeel van diensten en producten aan cliënten;";

(c)  de punten 52, 53 en 54 en punt c) van punt 55 worden geschrapt.

(3)  Titel V wordt geschrapt.

(4)  Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

(a)  in punt a) van lid 3 worden de subpunten xxxvii) tot en met xxxx) geschrapt;

(b)  in lid 4 wordt punt a) vervangen door:

"artikel 5 of artikel 6, lid 2, of de artikelen 34, 35, 39 of 44 van deze richtlijn; of";

(c)  in lid 6 wordt punt c) vervangen door:

"c) in het geval van een beleggingsonderneming, een marktexploitant die een vergunning tot exploitatie van een MTF of OTF heeft, of een gereglementeerde markt, de intrekking of schorsing van de vergunning van de instelling in overeenstemming met de artikelen 8 en 43;".

(5)  In artikel 71 wordt lid 6 vervangen door:

"6.  Wanneer een openbaar gemaakte strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sanctie betrekking heeft op een beleggingsonderneming, marktexploitant, kredietinstelling op het vlak van beleggingsdiensten en -activiteiten of nevendiensten, of een bijkantoor van ondernemingen in derde landen waaraan overeenkomstig deze richtlijn een vergunning is verleend, neemt ESMA een verwijzing naar de openbaar gemaakte sanctie op in het desbetreffende register.".

(6)  In artikel 77, lid 1, eerste alinea, wordt de eerste zin vervangen door:

"De lidstaten schrijven ten minste voor dat iedere persoon die is toegelaten in de zin van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad*, en die bij een beleggingsonderneming of een gereglementeerde markt de taak verricht als bedoeld in artikel 34 van Richtlijn 2013/34/EU of artikel 73 van Richtlijn 2009/65/EG, dan wel enige andere wettelijke taak, de verplichting heeft aan de bevoegde autoriteiten snel melding te doen van elk feit of besluit met betrekking tot deze onderneming, waarvan hij bij de uitvoering van die taken kennis heeft gekregen en dat van dien aard is:

* Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).".

(7)  Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

(a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De in artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 1, punt 2, tweede alinea, artikel 4, lid 2, artikel 13, lid 1, artikel 16, lid 12, artikel 23, lid 4, artikel 24, lid 13, artikel 25, lid 8, artikel 27, lid 9, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 5, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 4, artikel 33, lid 8, artikel 52, lid 4, artikel 54, lid 4, artikel 58, lid 6, en artikel 79, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 2 juli 2014.";

(b)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 1, punt 2, tweede alinea, artikel 4, lid 2, artikel 13, lid 1, artikel 16, lid 12, artikel 23, lid 4, artikel 24, lid 13, artikel 25, lid 8, artikel 27, lid 9, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 5, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 4, artikel 33, lid 8, artikel 52, lid 4, artikel 54, lid 4, artikel 58, lid 6, en artikel 79, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.";

(c)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Een overeenkomstig artikel 2, lid 3, artikel 4, lid 1, punt 2, tweede alinea, artikel 4, lid 2, artikel 13, lid 1, artikel 16, lid 12, artikel 23, lid 4, artikel 24, lid 13, artikel 25, lid 8, artikel 27, lid 9, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 5, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 4, artikel 33, lid 8, artikel 52, lid 4, artikel 54, lid 4, artikel 58, lid 6, en artikel 79, lid 8, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.".

(8)  In artikel 90 worden de leden 2 en 3 geschrapt.

(9)  In artikel 93, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:

De lidstaten passen die maatregelen toe met ingang van [x].;

(10)  In bijlage I wordt deel D geschrapt.

Artikel 2

Wijzigingen van Richtlijn 2009/138/EG

Richtlijn 2009/138/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1)  Aan artikel 112, lid 4, worden de volgende alinea's toegevoegd:

"Wanneer de aanvraag door de toezichthoudende autoriteiten als volledig wordt aangemerkt, brengen zij EIOPA daarvan op de hoogte.

Op verzoek van EIOPA verstrekken de toezichthoudende autoriteiten EIOPA alle documenten die de onderneming in haar aanvraag heeft ingediend.

In overeenstemming met artikel 21 bis, lid 1, onder a), en artikel 29, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1094/2010 kan EIOPA de betrokken toezichthoudende autoriteiten advies verlenen binnen vier maanden na ontvangst van de volledige aanvraag door de toezichthoudende autoriteit.

Wanneer dit advies wordt verleend, neemt de toezichthoudende autoriteit het in de eerste alinea bedoelde besluit overeenkomstig het advies of deelt zij EIOPA en de aanvrager schriftelijk mee om welke redenen het besluit niet is genomen overeenkomstig het advies.".

(1 bis)  In artikel 36, lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:

"4.  De toezichthoudende autoriteiten beoordelen de adequaatheid van de methoden en praktijken van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen om mogelijke gebeurtenissen of toekomstige veranderingen in de economische omstandigheden in kaart te brengen die de algehele financiële positie van de betrokken onderneming zouden kunnen aantasten, rekening houdend met duurzame bedrijfsmodellen en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren.

(1 ter)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 152 bisKennisgevings- en samenwerkingsplatforms

1.  De toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt zowel de Autoriteit als de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van ontvangst in kennis wanneer zij voornemens is een vergunning toe te kennen met betrekking tot een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 genoemde handelingen onder haar toezicht staat en waarvan het bedrijfsplan inhoudt dat een deel van haar activiteiten zal worden verricht op basis van het vrij verrichten van diensten of de vrijheid van vestiging.

De toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de Autoriteit en de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten van ontvangst ook onverwijld in kennis wanneer zij verslechterende financieringsvoorwaarden of andere opkomende risico's vaststelt die aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden zijn in het kader van haar lopende bedrijfsactiviteiten, met name wanneer een aanzienlijk deel van de activiteiten wordt verricht op basis van het vrij verrichten van diensten of de vrijheid van vestiging, en die een aanzienlijk grensoverschrijdend effect kunnen hebben.

Deze kennisgevingen aan de Autoriteit en de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten van ontvangst zijn voldoende gedetailleerd om een correcte beoordeling mogelijk te maken.

2.  In de in lid 1, eerste en tweede alinea, van dit artikel genoemde gevallen kan de Autoriteit, op verzoek van een of meer van de betrokken bevoegde autoriteiten of op eigen initiatief, een samenwerkingsplatform als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. 1094/2010 opzetten en coördineren om de uitwisseling van informatie te bevorderen en de samenwerking tussen de betrokken bevoegde autoriteiten te versterken en, in voorkomend geval, tot een gemeenschappelijk standpunt te komen over de in lid 1, tweede alinea, bedoelde gevallen.

Indien de Autoriteit op basis van de in artikel 31, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 1094/2010 bedoelde informatie vaststelt dat een financiële instelling haar activiteiten hoofdzakelijk of volledig in een andere lidstaat verricht, stelt de Autoriteit de betrokken autoriteiten hiervan in kennis en kan zij, op eigen initiatief en in coördinatie met de betrokken bevoegde autoriteiten, een samenwerkingsplatform opzetten om de uitwisseling van informatie tussen die autoriteiten te vergemakkelijken.

Onverminderd artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 verstrekken de betrokken bevoegde autoriteiten op verzoek van de Autoriteit alle nodige informatie om een goede werking van het samenwerkingsplatform mogelijk te maken.

3.  Indien de betrokken bevoegde autoriteiten via het samenwerkingsplatform niet tot een gemeenschappelijk standpunt kunnen komen, kan de Autoriteit een aanbeveling doen aan de betrokken bevoegde autoriteit, met inbegrip van een termijn waarbinnen de bevoegde autoriteit de aanbevolen wijzigingen moet uitvoeren. Indien de bevoegde autoriteit de aanbeveling van de Autoriteit niet opvolgt, vermeldt zij de redenen daarvoor. Indien de Autoriteit deze redenen niet passend acht, maakt zij haar aanbeveling openbaar, tezamen met voornoemde redenen.".

(2)  Artikel 231 wordt als volgt gewijzigd:

(a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

(i)  de eerste alinea wordt vervangen door:

"1. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar verbonden ondernemingen, of de verbonden ondernemingen van een verzekeringsholding gezamenlijk een aanvraag indienen om zowel het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de groep op basis van een intern model te mogen berekenen, bepalen de betrokken toezichthoudende autoriteiten in onderling overleg en in samenwerking met EIOPA of zij deze aanvraag al dan niet inwilligen en onder welke voorwaarden deze aanvraag wordt ingewilligd.";

(ii)  de derde alinea wordt vervangen door:

"De groepstoezichthouder stelt de andere leden van het college van toezichthouders in kennis van de ontvangst van de aanvraag en zendt de volledige aanvraag, met inbegrip van de door de onderneming ingediende documenten, onverwijld door aan de leden van het college, waaronder EIOPA.";

(b)  het volgende nieuwe lid 2 ter wordt toegevoegd:

"2 ter. Wanneer EIOPA van oordeel is dat een aanvraag als bedoeld in lid 1 bijzondere vragen oproept met betrekking tot de consistentie in de goedkeuring van de toepassing van interne modellen in de hele Unie, kan zij de betrokken toezichthoudende autoriteiten in overeenstemming met artikel 21 bis, lid 1, onder a), en artikel 29, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1094/2010 advies verlenen binnen vier maanden na de ontvangst van de volledige aanvraag door de groepstoezichthouder.

Wanneer dit advies wordt verleend, nemen de toezichthoudende autoriteiten het in lid 2 bedoelde gezamenlijk besluit in overeenstemming met het advies of delen zij EIOPA en de aanvrager schriftelijk mee om welke redenen het gezamenlijk besluit niet is genomen in overeenstemming met het advies.";

(c)  lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

(i)  de eerste alinea wordt vervangen door:

"Indien één van de betrokken toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 de zaak binnen de in lid 2 bedoelde termijn van zes maanden naar EIOPA heeft doorverwezen of EIOPA overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder b), van die verordening de toezichthoudende autoriteiten op eigen initiatief bijstaat, schort de groepstoezichthouder zijn besluit op totdat EIOPA in overeenstemming met artikel 19, lid 3, van die verordening een besluit neemt, en neemt hij zijn besluit in overeenstemming met het besluit van EIOPA. Het besluit van de groepstoezichthouder wordt als beslissend erkend en wordt door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.";

(ii)  de eerste zin van de derde alinea wordt vervangen door:

"Wanneer EIOPA geen besluit als bedoeld in de tweede alinea aanneemt overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1094/2010, neemt de groepstoezichthouder een definitief besluit.";

(d)  in lid 6 wordt de tweede alinea vervangen door:

"Bij het nemen van zijn besluit houdt de groepstoezichthouder naar behoren rekening met de tijdens de termijn van zes maanden door de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en door EIOPA geuite standpunten en voorbehouden.";

(e)  in lid 6 wordt de derde alinea vervangen door:

"De groepstoezichthouder doet aan de aanvrager, de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en EIOPA een document met zijn uitvoerig met redenen omkleed besluit toekomen.";

(f)  een nieuw lid 6 bis wordt toegevoegd:

"6 bis. Na de in lid 2 bedoelde termijn van zes maanden en voordat de groepstoezichthouder een besluit als bedoeld in lid 6 neemt, kan de onderneming die de aanvraag overeenkomstig lid 1 heeft ingediend, EIOPA verzoeken de toezichthoudende autoriteiten bijstand te verlenen om overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 overeenstemming te bereiken.

De groepstoezichthouder schort zijn besluit op totdat EIOPA in overeenstemming met artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 een besluit neemt, en neemt zijn besluit in overeenstemming met het besluit van EIOPA. Het besluit van de groepstoezichthouder wordt als beslissend erkend en wordt door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.

EIOPA neemt haar besluit binnen één maand te rekenen vanaf het einde van de verzoeningstermijn bedoeld in artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

Wanneer EIOPA geen besluit als bedoeld in de derde alinea neemt overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1094/2010, neemt de groepstoezichthouder een definitief besluit. Het besluit van de groepstoezichthouder wordt als beslissend erkend en wordt door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.".

(3)  De volgende nieuwe artikelen 231 bis en 231 ter worden toegevoegd:

"Artikel 231 bis.Goedkeuring van toezichthouder met betrekking tot interne modellen

1. Onverminderd artikel 112 van deze richtlijn en op verzoek van een of meer toezichthoudende autoriteiten of ▌verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verleent EIOPA overeenkomstig artikel 21 bis, lid 1, onder a), ▌van Verordening (EU) nr. 1094/2010 advies aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten. ▌

Wanneer EIOPA het in de eerste alinea bedoelde advies verleent, nemen de betrokken toezichthoudende autoriteiten hun besluit of ▌gezamenlijk besluit ▌of delen zij EIOPA en de aanvrager schriftelijk mee om welke redenen het besluit of het gezamenlijke besluit niet in overeenstemming is met het advies.

2. Wanneer de toezichthoudende autoriteiten bij ondernemingen of groepen die overeenkomstig de artikelen 112 tot en met 127, 230, 231 of 233 een geheel of gedeeltelijk intern model toepassen, inspecties ter plaatse verrichten, waaraan personeelsleden van EIOPA overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 deelnemen, brengen de personeelsleden van EIOPA een specifiek verslag uit over het interne model. Dit verslag wordt voorgelegd aan de uitvoerende raad van EIOPA.

Artikel 231 terEvaluatie

1. EIOPA brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over algemene onderworpen die door de toezichthoudende autoriteiten zijn behandeld in het proces van goedkeuring van interne modellen of wijzigingen daarvan overeenkomstig de artikelen 112 tot en met 127, 230, 231 en 233.

De toezichthoudende autoriteiten verstrekken EIOPA de informatie die zij relevant acht voor de verslaglegging.

2. EIOPA legt de Commissie uiterlijk op 1 januari 2020 en na een openbare raadpleging een advies voor over de toepassing door de toezichthoudende autoriteiten van de artikelen 112 tot en met 127, 230, 231 en 233, met inbegrip van de gedelegeerde handelingen en technische uitvoeringsnormen die op grond daarvan zijn vastgesteld. In dit advies worden eveneens de verschillen tussen interne modellen in de Unie beoordeeld.

3. Op basis van het advies dat EIOPA krachtens lid 2 heeft voorgelegd, dient de Commissie tegen 1 januari 2021 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing door de toezichthoudende autoriteiten van de artikelen 112 tot en met 127, 230, 231 en 233, met inbegrip van de gedelegeerde handelingen en technische uitvoeringsnormen die op grond daarvan zijn vastgesteld.".

(4)  In artikel 237, lid 3, derde alinea, wordt de eerste zin vervangen door:

"Indien EIOPA geen besluit als bedoeld in de tweede alinea van artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 neemt, neemt de groepstoezichthouder een definitief besluit.".

(5)  In artikel 248, lid 4, wordt de derde alinea geschrapt.

Artikel 3

Omzetting

1.  De lidstaten dienen uiterlijk op [12/18 maanden na de inwerkingtreding] de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

2.  De lidstaten passen de maatregelen met betrekking tot artikel 1 toe vanaf [36 maanden na de inwerkingtreding] en met betrekking tot artikel 2 vanaf [de datum van toepassing van de wijziging van de EIOPA-verordening].

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

(1)

  PB C 251 van 18.7.2018, blz. 2.

(2)

  [PB C 0 van 0.0.0000, blz. 0 (Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad)].

(3)

* Amendementen: nieuwe of gewijzigde tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

  PB C […] van […], blz. […].

(5)

  PB C […] van […], blz. […].

(6)

  Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).

(7)

  Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Markten voor financiële instrumenten en de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)

Document- en procedurenummers

COM(2017)0537 – C8-0318/2017 – 2017/0231(COD)

Datum indiening bij EP

20.9.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

16.11.2017

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

DEVE

16.11.2017

ITRE

16.11.2017

JURI

16.11.2017

 

Geen advies

       Datum besluit

DEVE

21.11.2017

ITRE

11.10.2017

JURI

2.10.2017

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Pervenche Berès

5.10.2017

Othmar Karas

5.10.2017

 

 

Vervangen rapporteurs

Burkhard Balz

Pervenche Berès

 

 

Behandeling in de commissie

24.1.2018

11.7.2018

1.10.2018

 

Datum goedkeuring

10.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Esther de Lange, Markus Ferber, Stefan Gehrold, Sven Giegold, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Othmar Karas, Wolf Klinz, Philippe Lamberts, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Alex Mayer, Bernard Monot, Caroline Nagtegaal, Stanisław Ożóg, Ralph Packet, Dariusz Rosati, Anne Sander, Alfred Sant, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Nessa Childers, Ramón Jáuregui Atondo, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Ana Miranda, Luigi Morgano, Andreas Schwab, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Elena Gentile, Julie Ward

Datum indiening

14.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

39

+

ALDE

Wolf Klinz, Caroline Nagtegaal, Ramon Tremosa i Balcells, Lieve Wierinck

ECR

Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Ralph Packet

PPE

Markus Ferber, Stefan Gehrold, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Othmar Karas, Esther de Lange, Werner Langen, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Dariusz Rosati, Anne Sander, Andreas Schwab, Theodor Dumitru Stolojan, Tom Vandenkendelaere

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Nessa Childers, Elena Gentile, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Ramón Jáuregui Atondo, Olle Ludvigsson, Alex Mayer, Luigi Morgano, Alfred Sant, Pedro Silva Pereira, Paul Tang, Julie Ward

VERTS/ALE

Sven Giegold, Philippe Lamberts, Ana Miranda, Molly Scott Cato

1

-

EFDD

Bernard Monot

2

0

ECR

Kay Swinburne

EFDD

Marco Valli

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 28 januari 2019Juridische mededeling