Procedure : 2017/0230(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0013/2019

Ingediende teksten :

A8-0013/2019

Debatten :

PV 15/04/2019 - 19
CRE 15/04/2019 - 19

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.16
CRE 16/04/2019 - 8.16

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0374

VERSLAG     ***I
PDF 995kWORD 399k
14.1.2019
PE 625.358v02-00 A8-0013/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit); Verordening (EU) nr. 1094/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen); Verordening (EU) nr. 1095/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten); Verordening (EU) nr. 345/2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen; Verordening (EU) nr. 346/2013 betreffende Europese sociaalondernemerschapsfondsen; Verordening (EU) nr. 600/2014 betreffende markten in financiële instrumenten; Verordening (EU) 2015/760 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen; Verordening (EU) 2016/1011 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten; Verordening (EU) 2017/1129 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten; en Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering

(COM(2018)0646 – C8 0409/2018 – 2017/0230(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteurs: Othmar Karas, Pervenche Berès

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit); Verordening (EU) nr. 1094/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen); Verordening (EU) nr. 1095/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten); Verordening (EU) nr. 345/2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen; Verordening (EU) nr. 346/2013 betreffende Europese sociaalondernemerschapsfondsen; Verordening (EU) nr. 600/2014 betreffende markten in financiële instrumenten; Verordening (EU) 2015/760 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen; Verordening (EU) 2016/1011 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten; Verordening (EU) 2017/1129 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten; en Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering

(COM(2018)0646 – C8-0409/2018 – 2017/0230(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0646),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0409/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 15 februari 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0013/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(2)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Gewijzigd voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit); Verordening (EU) nr. 1094/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen); Verordening (EU) nr. 1095/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten); Verordening (EU) nr. 345/2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen; Verordening (EU) nr. 346/2013 betreffende Europese sociaalondernemerschapsfondsen; Verordening (EU) nr. 600/2014 betreffende markten in financiële instrumenten; Verordening (EU) 2015/760 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen; Verordening (EU) 2016/1011 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten; Verordening (EU) 2017/1129 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, en Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(3),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(4),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(5),

Overwegende hetgeen volgt:

(8)  Het is bijgevolg van cruciaal belang dat het financiële systeem ten volle bijdraagt aan het aangaan van cruciale duurzaamheidsuitdagingen. Dit zal een ▌ actieve bijdrage van de ETA's vereisen om het juiste regelgevings- en toezichtkader te creëren ▌.

(11 bis)  Het wordt steeds belangrijker om een coherente, stelselmatige en doeltreffende monitoring en beoordeling van risico's met betrekking tot witwassen en terrorismefinanciering in het financiële bestel van de Unie te bevorderen. Het bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering is een verantwoordelijkheid die de lidstaten en de Europese instellingen en instanties binnen hun respectieve mandaten delen. Zij dienen mechanismen in te richten voor nauwere samenwerking, betere coördinatie en wederzijdse bijstand, en daarbij ten volle gebruik te maken van alle instrumenten en maatregelen die uit hoofde van het bestaande regelgevend en institutioneel kader beschikbaar zijn. Alle betrokken entiteiten dienen voorts effectieve controle van en goed toezicht op al hun acties mogelijk te maken.

(11 bis bis)  Gezien de gevolgen die misbruik van de financiële sector voor doeleinden van witwassen of terrorismefinanciering kan hebben voor de financiële stabiliteit omdat precies in de banksector de kans het grootst is dat de risico's inzake witwassen en terrorismefinanciering een systemische impact hebben, en voortbouwend op de ervaring die de EBA al heeft opgedaan bij het beschermen van de banksector tegen dit soort gebruiken als autoriteit die alle lidstaten controleert, moet de EBA op Unieniveau een leidende, coördinerende en controlerende rol opnemen om het financiële systeem doeltreffend te beschermen tegen risico's van witwassen en terrorismefinanciering. Daarom is het nodig om de EBA, naast haar bestaande bevoegdheden, te belasten met de bevoegdheid om te handelen binnen de opdracht van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010, voor zover die bevoegdheid verband houdt met het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering, waar het gaat om partijen uit de financiële sector en de daarop toezicht houdende bevoegde autoriteiten, die onder die verordeningen vallen. Voorts zou, door deze opdracht voor de hele financiële sector te concentreren binnen de EBA, de inzet van haar deskundigheid en middelen worden geoptimaliseerd, zonder dat dit de materiële verplichtingen van Richtlijn (EU) 2015/849 in het gedrang brengt.

(11 ter)  Wil de EBA haar mandaat doeltreffend kunnen uitoefenen, dan moet zij van al haar bevoegdheden en instrumenten in het kader van de verordening ten volle kunnen gebruikmaken, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. De door de EBA vastgestelde maatregelen ter bevordering van de integriteit, transparantie en veiligheid in het financiële stelsel, en ter voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, gaan niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken of de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, en zijn evenredig met de aard, omvang en complexiteit van de risico's, bedrijfspraktijken, bedrijfsmodellen en de grootte van financiëlemarktdeelnemers en markten. In lijn met haar nieuwe rol is het van belang dat de EBA alle relevante informatie verzamelt met betrekking tot activiteiten van witwassen en terrorismefinanciering die de betrokken autoriteiten van de Unie en de lidstaten hebben geïdentificeerd, onverminderd de op grond van Richtlijn (EU) 2015/849 aan autoriteiten opgedragen taken, en zonder onnodige overlappingen te creëren. De EBA moet die informatie met volledige inachtneming van de voorschriften inzake gegevensbescherming opslaan in een gecentraliseerde databank en samenwerking tussen autoriteiten stimuleren door te zorgen voor een passende verspreiding van relevante informatie. In voorkomend geval kan de EBA informatie waarover zij beschikt die mogelijk aanleiding geeft tot strafrechtelijke procedures ook doen toekomen aan de rechterlijke instanties van de betreffende lidstaat en, in voorkomend geval, aan de Europees openbaar aanklager.

(11 ter bis)  Op verzoek van de bevoegde autoriteiten in het kader van de uitvoering van hun taken ten aanzien van het prudentieel toezicht, dient de EBA bijstand te verlenen. De EBA moet ook nauw samenwerken en, in voorkomend geval, informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de Europese Centrale Bank in haar hoedanigheid van toezichthouder, en de autoriteiten aan welke van overheidswege het toezicht op entiteiten als bedoeld in Richtlijn (EU) 2015/849, artikel 2, lid 1, punten 1) en 2) is opgedragen, evenals met de financiële-inlichtingeneenheden, naar behoren rekening houdend met de bestaande kanalen voor de uitwisseling van informatie, met inbegrip van het EU-FIU-platform en FIU.NET, teneinde de doeltreffendheid te waarborgen en overlappingen of tegenstrijdige acties te vermijden bij het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering.

(11 ter ter)  Daarnaast moet de EBA evaluaties van bevoegde autoriteiten uitvoeren, alsmede risicobeoordelingsexercities met betrekking tot witwassen en terrorismefinanciering. De EBA dient een rol te spelen bij het identificeren van toezichthoudende en prudentiële praktijken en processen in de lidstaten die schadelijk zijn voor de consistentie en slagkracht van het EU-kader ter voorkoming van witwassen van geld en terrorismefinanciering. De EBA dient procedures in te leiden om deze tekortkomingen te verhelpen en zo nodig nieuwe technische reguleringsnormen voor te stellen.

(11 ter quater)  Voorts moet de EBA een leidende rol vervullen bij het vergemakkelijken van de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten in de Unie en de relevante autoriteiten in derde landen om zo optreden op Unieniveau beter te coördineren in belangrijke gevallen van witwassen en terrorismefinanciering die een grensoverschrijdende dimensie en derdelanddimensie hebben.

(11 quater)  Om de doeltreffendheid te versterken van de controle vanuit het toezicht op de compliance wat betreft witwassen en terrorismefinanciering en om voor meer coördinatie te zorgen bij de handhaving door nationale bevoegde autoriteiten bij inbreuken op rechtstreeks toepasselijk Unierecht of nationale omzettingsmaatregelen daarvan, moet de EBA de bevoegdheid hebben om de verzamelde gegevens te analyseren en zo nodig onderzoek in te stellen naar beweerde belangrijke inbreuken op of niet-toepassing van het Unierecht, en, wanneer er bewijs is of siginificante aanwijzingen zijn van belangrijke inbreuken bevoegde autoriteiten te verzoeken mogelijke inbreuken van de betrokken regels te onderzoeken, om te overwegen besluiten te nemen gericht tot en sancties op te leggen aan financiële instellingen om deze te dwingen hun wettelijke verplichtingen na te komen. Deze bevoegdheid zou alleen moeten worden gebruikt wanneer de EBA over aanwijzingen van belangrijke inbreuken beschikt. Wanneer de EBA over aanwijzingen van belangrijke inbreuken beschikt, moeten de bovengenoemde maatregelen onverwijld worden genomen. De in dit lid bedoelde verzoeken mogen de huidige toezichtmaatregelen van de bevoegde autoriteit waaraan het verzoek is gericht, niet in gevaar brengen.

(15 bis)  Aangezien het belangrijk is ervoor te zorgen dat Unietoezichtraamwerk voor de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering daadwerkelijk wordt toegepast, zijn onafhankelijke evaluaties die een objectief en transparant beeld moeten geven van toezichtpraktijken, van kapitaal belang. Middels deze evaluaties moet de EBA de strategieën, de capaciteiten en de middelen van de bevoegde autoriteiten beoordelen voor het aanpakken van de risico's met betrekking tot witwassen en terrorismefinanciering. Wanneer dergelijke evaluaties ernstige punten van zorg aan het licht brengen, die de bevoegde autoriteit niet op passende wijze verhelpt zoals zij geacht is te doen, dient de EBA een follow-upverslag uit te brengen over de naleving van de follow-upmaatregelen waarom is verzocht en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen.

(15 ter) Om haar taken te kunnen uitvoeren en haar bevoegdheden te kunnen uitoefenen, moet de EBA, nadat zij een tot de bevoegde autoriteit gericht besluit heeft genomen, tot partijen uit de financiële sector gerichte individuele besluiten kunnen nemen in het kader van de procedure voor inbreuken op Unierecht en van de procedure voor bindende bemiddeling, zelfs wanneer de materiële regels niet rechtstreeks op partijen uit de financiële sector van toepassing zijn. Wanneer de materiële regels in richtlijnen zijn vastgesteld, moet de EBA de nationale wetgeving tot omzetting van die richtlijnen toepassen, tenzij de EBA na overleg met de Commissie van mening is dat de nationale wetgeving tot omzetting van die richtlijnen niet voldoet. Wanneer het betrokken Unierecht uit verordeningen bestaat en wanneer, op de datum van de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, door die verordeningen uitdrukkelijk opties aan de lidstaten worden gelaten, moet de EBA de nationale wetgeving toepassen waarmee die opties worden uitgeoefend.

(15 ter bis)    Teneinde de rol van de EBA te versterken om de doeltreffendheid te waarborgen van het toezicht op de compliance wat betreft witwassen en terrorismefinanciering en het aanpakken van inbreuken op of niet-toepassing van het Unierecht of de nationale omzettingsmaatregelen daarvan, moet de EBA voorzien in kanalen voor het melden van inbreuken op of niet-toepassing van het Unierecht. De EBA moet ervoor zorgen dat informatie geanonimiseerd en veilig kan worden gemeld. Indien de EBA van oordeel is dat de gemelde informatie bewijs of significante aanwijzingen bevat van belangrijke inbreuken geeft zij feedback aan de persoon die de melding doet.

(24 bis)  Teneinde te garanderen dat besluiten met betrekking tot maatregelen voor de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering op het passende niveau van deskundigheid berusten, is het noodzakelijk dat een permanent intern comité, bestaande uit de hoofden van autoriteiten en instanties die belast zijn met de inachtneming van wetgeving inzake de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering, en waarvan de deskundigheid en kennis op het gebied van verschillende bedrijfsmodellen en de specifieke kenmerken van de sectoren terdege in aanmerking moeten worden genomen, wordt opgericht dat door de EBA te nemen besluiten zal onderzoeken en voorbereiden. Dit comité onderzoekt de door de EBA te nemen besluiten en bereidt deze voor. Om overlapping te voorkomen, zal dit nieuwe comité het bestaande Anti-Money Laundering-subcomité vervangen dat binnen het Gemengd Comité van de ETA's is opgericht.

(24 bis bis)  Wat betreft de taken van de EBA met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering dient het Gemengd Comité als forum te fungeren waarop de EBA nauw en regelmatig samenwerkt met de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten over kwesties die verband houden met de interactie tussen de in artikel 8, lid 1, punt l), genoemde specifieke taken van de EBA en de taken die aan de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten zijn opgedragen, teneinde te verzekeren dat de verschillende bedrijfsmodellen en specifieke kenmerken van de verschillende sectoren volledig in aanmerking worden genomen.

(24 bis ter)  De EBA moet over voldoende (personele) middelen beschikken om, binnen het kader van haar respectieve bevoegdheden uit hoofde van deze verordening, een doeltreffende bijdrage te kunnen leveren tot de consistente, efficiënte en effectieve voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering. Indien aan de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten bijkomende bevoegdheden en taken worden opgedragen, moeten dienovereenkomstig voldoende aanvullende personele en financiële middelen ter beschikking worden gesteld.

(24 bis quater)  Overeenkomstig de doelstelling gericht op de totstandbrenging van een coherenter en levensvatbaarder toezichtsysteem in de Unie ter voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, moet de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een diepgaande beoordeling uitvoeren met betrekking tot de uitvoering, werking en doeltreffendheid van de in artikel 8, lid 1, punt 1), van deze verordening genoemde specifieke taken die de EBA zijn opgedragen. Als onderdeel van haar beoordeling moet de Commissie de interactie evalueren tussen deze taken en de taken die aan de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten zijn opgedragen. Aangezien een groot deel van de activiteiten van witwassen en terrorismefinanciering buiten de financiële sector plaatsvindt, moet de Commissie aan de hand van een uitgebreide kosten-batenanalyse en overeenkomstig de doelstelling gericht op de waarborging van consistentie, efficiëntie en effectiviteit, tevens grondig onderzoeken of het mogelijk is specifieke taken ter voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering over te dragen aan een speciaal hiervoor bestemd bestaand of nieuw EU-breed agentschap. De Commissie moet deze beoordeling, in voorkomend geval vergezeld van wetgevingsvoorstellen, uiterlijk op 11 januari 2022 bij het Europees Parlement en de Raad indienen als onderdeel van haar verslag uit hoofde van Richtlijn (EU) 2018/843, artikel 65.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1093/2010

Verordening (EU) 1093/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1)  Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit handelt overeenkomstig de haar bij deze verordening toegekende bevoegdheden en binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/87/EG, Richtlijn 2009/110/EG, Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad*, Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad**, Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad***, Verordening (EU) 2015/847**** van het Europees Parlement en de Raad*****, Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad******, Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad********* en, voor zover die handelingen van toepassing zijn op kredietinstellingen en financiële instellingen en de daarop toezicht houdende bevoegde autoriteiten, van de desbetreffende onderdelen van Richtlijn 2002/65/EG, met inbegrip van alle op die handelingen gebaseerde richtlijnen, verordeningen en besluiten en alle andere juridisch bindende Uniehandelingen waarmee taken aan de Autoriteit worden opgedragen. De Autoriteit handelt tevens in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad********.

De Autoriteit handelt ook overeenkomstig de haar bij deze verordening toegekende bevoegdheden en binnen het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad(*****) voor zover die richtlijn van toepassing is op partijen uit de financiële sector en de bevoegde autoriteiten die op hen toezicht houden. Uitsluitend met het oog daarop voert EBA de taken uit die door juridisch bindende Uniehandelingen zijn opgedragen aan de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010, en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten, opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010. Bij de uitvoering van die taken raadpleegt de Autoriteit die autoriteiten en houdt ze deze op de hoogte van haar werkzaamheden met betrekking tot entiteiten die een "financiële instelling" in de zin van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 of een "financiëlemarktdeelnemer" in de zin van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 zijn.

* Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66).

** Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 149).

*** Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 214).

**** Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1781/2006 (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 1).

**** Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).

***** Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).

********* Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19)";

a bis)    lid 3 wordt vervangen door:

“3. De Autoriteit handelt op het werkterrein van kredietinstellingen, financiële conglomeraten, beleggingsondernemingen, betalingsinstellingen en instellingen voor elektronisch geld, eveneens met betrekking tot zaken die niet rechtstreeks onder de in lid 2 bedoelde handelingen vallen, onder meer op het vlak van ondernemingsbestuur, accountantscontrole en financiëleverslaglegging, rekening houdend met duurzame bedrijfsmodellen en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren, om de effectieve en consistente toepassing van deze handelingen te waarborgen."

a ter)    lid 5 wordt vervangen door:

“5. De doelstelling van de Autoriteit is de collectieve belangen te beschermen door bij te dragen tot de stabiliteit en doeltreffendheid van het financiële stelsel op de korte, middellange en lange termijn, in het belang van de economie, de burgers en het bedrijfsleven van de Unie. De Autoriteit draagt, met inachtneming van haar respectieve bevoegdheden, bij tot:

a) de verbetering van de werking van de interne markt, daaronder met name begrepen een solide, effectief en consistent niveau van regulering en toezicht,

b) het verzekeren van de integriteit, transparantie, efficiëntie en ordelijke werking van de financiële markten,

c) de versterking van de internationale coördinatie van het toezicht,

d) het voorkomen van reguleringsarbitrage en het bevorderen van gelijke concurrentievoorwaarden,

e) het waarborgen van behoorlijke regulering en toezicht met betrekking tot het aangaan van kredietrisico's en andere risico's; ▐

f) het verbeteren van de bescherming van klanten en consumenten;

f bis) het tot stand brengen van meer convergentie op het gebied van toezicht op de interne markt, met inbegrip van het bevorderen van een op risico's stoelende benadering van dat toezicht.

f ter) het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

Te dien einde draagt de Autoriteit bij tot het verzekeren van de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in lid 2 genoemde handelingen, bevordert zij de convergentie op het gebied van het toezicht en verstrekt zij adviezen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in overeenstemming met artikel 16 bis ▌.

Bij de uitoefening van de taken die haar bij deze verordening worden toevertrouwd besteedt de Autoriteit bijzondere aandacht aan systeemrisico’s die veroorzaakt worden door instellingen waarvan de insolventie de werking van het financiële stelsel of de reële economie kan aantasten.

Bij de uitvoering van haar taken handelt de Autoriteit onafhankelijk, objectief en op niet-discriminerende en transparante wijze in het belang van de Unie als geheel, en eerbiedigt zij het evenredigheidsbeginsel. De Autoriteit past de beginselen van verantwoordingsplicht en integriteit toe, en moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden in dit opzicht billijk worden behandeld.

De inhoud en vorm van de acties en maatregelen van de Autoriteit gaan niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van deze verordening of de in lid 2 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken en zijn evenredig met de aard, omvang en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de werkzaamheden van een instelling of de markten die door het optreden van de Autoriteit wordt, respectievelijk worden beïnvloed."

b)  aan artikel 1, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De Autoriteit handelt ook overeenkomstig de haar bij deze verordening toegekende bevoegdheden en binnen het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad(*) voor zover die richtlijn van toepassing is op partijen uit de financiële sector en de bevoegde autoriteiten die op hen toezicht houden. Uitsluitend met het oog daarop voert EBA de taken uit die door juridisch bindende Uniehandelingen zijn opgedragen aan de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010, en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten, opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010. Bij de uitvoering van die taken raadpleegt de Autoriteit die Autoriteiten en houdt ze deze op de hoogte van haar werkzaamheden met betrekking tot entiteiten die een "financiële instelling" in de zin van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 of een "financiëlemarktdeelnemer" in de zin van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 zijn.

(*) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).".

2)  ▌ artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

“1. De Autoriteit maakt deel uit van een Europees Systeem voor financieel toezicht (European System of Financial Supervision - ESFS). Het hoofddoel van het ESFS is erop toe te zien dat de regels die van toepassing zijn op de financiële sector naar behoren worden uitgevoerd teneinde de financiële stabiliteit te bewaren en te zorgen voor vertrouwen in het financiële stelsel als geheel, met doeltreffende en voldoende bescherming voor gebruikers van financiële diensten."

b)  lid 4 wordt vervangen door:

“4. Krachtens het beginsel van loyale samenwerking overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie werken de partijen bij het ESFS met vertrouwen en met het volste wederzijdse respect samen, met name om te zorgen voor een passende en betrouwbare informatiestroom onderling en tussen hen en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.".

c)  in lid 5 wordt de volgende alinea ingevoegd:

Wanneer in deze verordening sprake is van toezicht, omvat dit ook alle relevante activiteiten, zonder daarbij afbreuk te doen aan de nationale bevoegdheden, van alle bevoegde autoriteiten die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen moeten worden uitgevoerd.

2 bis)  Artikel 3 wordt vervangen door:

“Artikel 3

Verantwoordingsplicht van het Europees Systeem voor financieel toezicht

1. De autoriteiten als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a) tot en met e), leggen verantwoording af aan het Europees Parlement en aan de Raad. De Europese Centrale Bank legt aan het Europees Parlement en de Raad verantwoording af wat betreft de uitoefening van de toezichttaken die aan haar zijn opgedragen krachtens Verordening (EU) 1024/2013.

2. Tijdens eventuele onderzoeken die door het Europees Parlement uit hoofde van artikel 226 VWEU worden uitgevoerd, verleent de Autoriteit haar volledige medewerking aan het Europees Parlement.

3. De raad van toezichthouders stelt een jaarverslag over de werkzaamheden van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, vast en doet dit verslag uiterlijk op 15 juni van ieder jaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.

In het in de eerste alinea bedoelde jaarverslag neemt de Autoriteit informatie op over de administratieve regelingen die zijn overeengekomen met toezichthoudende autoriteiten, over internationale organisaties of overheidsdiensten in derde landen, over de bijstand die de Autoriteit aan de Commissie heeft verleend bij de voorbereiding van equivalentiebesluiten en over de monitoringactiviteiten door de Autoriteit zijn uitgevoerd in overeenstemming met artikel 33.

4. Op verzoek van het Europees Parlement neemt de voorzitter deel aan een hoorzitting voor het Europees Parlement over de prestaties van de Autoriteit. Een hoorzitting wordt ten minste jaarlijks gehouden. De voorzitter legt een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoordt desgevraagd alle vragen van de leden van het Europees Parlement.

5. Indien daarom wordt verzocht en ten minste 15 dagen voordat hij de in lid 1 quater bedoelde verklaring aflegt, brengt de voorzitter schriftelijk verslag uit aan het Europees Parlement over de werkzaamheden van de Autoriteit.

6. Afgezien van de informatie als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 18 en in de artikelen 20 en 33, bevat het verslag tevens alle door het Europees Parlement ad hoc opgevraagde relevante informatie.

7. De Autoriteit antwoordt mondeling of schriftelijk op de door het Europees Parlement of de Raad tot haar gerichte vragen, en dat binnen vijf weken na ontvangst van een vraag.

8. Desgevraagd voert de voorzitter achter gesloten deuren met de voorzitter, de vicevoorzitters en de coördinatoren van de bevoegde commissie van het Europees Parlement vertrouwelijke mondelinge besprekingen, als die besprekingen nodig zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van het Europees Parlement uit hoofde van artikel 226 VWEU. Alle deelnemers nemen het beroepsgeheim in acht.

9. De Autoriteit houdt een lijst bij van documenten en hun vertrouwelijkheidsstatus.

10. De Autoriteit voorziet het Europees Parlement van een relevante samenvatting van het verloop van eventuele vergaderingen van het Bazels Comité voor bankentoezicht, de Raad voor Financiële stabiliteit en het International Accounting Standards Board en andere relevante internationale organen of instellingen die betrekking hebben op of gevolgen hebben voor het bankentoezicht.".

3)  Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt 1 wordt vervangen door:

"1. "financiële instellingen": onderneming onderworpen aan regulering en toezicht overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen; ";

a bis)  het volgende punt 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. "partijen uit de financiële sector": een entiteit die onder Richtlijn (EU) 2015/849, artikel 2, valt en die tevens ofwel een "financiële instelling" in de zin van artikel 4, lid 1, van deze verordening en van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 is, dan wel een "financiëlemarktdeelnemer" in de zin van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1095/2010;";

b)  in punt 2 wordt punt i) vervangen door:

"i) bevoegde autoriteiten als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 40, van Verordening (EU) nr. 575/2013, met inbegrip van de Europese Centrale Bank voor kwesties die betrekking hebben op de taken die haar krachtens Verordening (EU) nr. 1024/2013 zijn opgedragen;";

c)  in punt 2 wordt punt ii) vervangen door:

"ii) wat Richtlijn 2002/65/EG betreft, de autoriteiten en organen bevoegd voor het doen naleven van de vereisten van die richtlijn door financiële instellingen;

ii bis) wat Richtlijn (EU) 2015/849 betreft, de autoriteiten en organen die toezicht uitoefenen op financiële instellingen en bevoegd zijn voor het doen naleven door die instellingen van de vereisten van die richtlijn als bedoeld in artikel 48 van die richtlijn";

d)  in punt 2 wordt punt iii) vervangen door:

"iii) wat depositogarantiestelsels betreft, organen die depositogarantiestelsels beheren ingevolge Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad of, ingeval de activiteiten van het depositogarantiestelsel door een particuliere onderneming worden beheerd, de overheidsinstantie die ingevolge die richtlijn toezicht houdt op die stelsels, en de betrokken administratieve autoriteiten als bedoeld in die richtlijn, en";

e)  in punt 2 worden de volgende punten v) en vi) toegevoegd:

"v) bevoegde autoriteiten als bedoeld in Richtlijn 2014/17/EU, in Verordening (EU) 2015/751, in Richtlijn (EU) 2015/2366, in Richtlijn 2009/110/EG, in Verordening (EG) nr. 924/2009 en in Verordening (EU) nr. 260/2012;

vi) organen en autoriteiten als bedoeld in artikel 20 van Richtlijn 2008/48/EG.".

4)  Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt 2 komt als volgt te luiden:

"2. een directie, die de in artikel 47 vastgestelde taken uitoefent;";

b)  punt 4 wordt geschrapt;

4 bis)  Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

“Artikel 7Zetel

De Autoriteit heeft haar zetel in Parijs, Frankrijk.

De locatie van de zetel van de Autoriteit is niet van invloed op de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de Autoriteit, de opzet van haar beheersstructuur, de werking van haar centrale organisatie of de belangrijkste financiering van haar activiteiten, en maakt het, in voorkomend geval, mogelijk dat administratieve ondersteunende diensten en bedrijfsondersteuningsdiensten die geen verband houden met de kerntaken van de Autoriteit, met andere agentschappen van de Unie worden gedeeld. Uiterlijk op ... [datum van toepassing van deze verordening] en vervolgens elke twaalf maanden brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de naleving van deze vereiste door de Europese toezichthoudende autoriteiten."

5)  Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

-i)  punt a) wordt als volgt gewijzigd:

“a) op basis van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen bijdragen tot de invoering van kwalitatief hoogstaande gemeenschappelijke regulerings- en toezichtnormen en -praktijken, met name door het ontwikkelen van ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en andere maatregelen, waaronder adviezen overeenkomstig artikel 16 bis;";

i)  het punt a bis) wordt vervangen door:

"a bis) opstellen en actueel houden van een Uniehandboek voor het toezicht op financiële instellingen in de Unie dat beste toezichtpraktijken en hoogkwalitatieve methoden en werkwijzen beschrijft en rekening houdt met onder meer veranderende bedrijfspraktijken en bedrijfsmodellen, alsook met de grootte van financiële instellingen en markten;"

ii)  het volgende punt a ter) wordt ingevoegd:

"a bis) opstellen en actueel houden van een Uniehandboek voor de afwikkeling van financiële instellingen in de Unie, dat beste toezichtpraktijken en hoogkwalitatieve methodieken en werkwijzen voor de afwikkeling beschrijft, en rekening houdt met onder meer veranderende bedrijfspraktijken en bedrijfsmodellen, alsook met de grootte van financiële instellingen en markten;"

ii bis)  punt b) wordt vervangen door:

"b) bijdragen tot de consistente toepassing van de juridisch bindende handelingen van de Unie, met name door tot een gemeenschappelijke toezichtpraktijk bij te dragen, de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen te verzekeren, reguleringsarbitrage te voorkomen, onafhankelijkheid van toezichthouders te bevorderen en monitoren, bij meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten te bemiddelen en een schikking te treffen, een doeltreffend en consistent toezicht op financiële instellingen en een coherente werking van de colleges van toezichthouders te waarborgen en maatregelen te nemen in onder meer noodsituaties;";

iii)  de punten e) en f) worden vervangen door:

"e) organiseren en verrichten van toetsingen van bevoegde autoriteiten, met ondersteuning door de nationale bevoegde autoriteiten, en in dat verband ▐ aanbevelingen gericht aan die bevoegde autoriteiten bekendmaken en beste praktijken vaststellen en in dat verband richtsnoeren geven met de bedoeling de consistentie in de toezichtresultaten te verhogen;

f) monitoren en beoordelen van marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied, onder meer, waar relevant, van ontwikkelingen met betrekking tot tendensen in kredietverstrekking, met name aan huishoudens en het mkb, en in innovatieve financiële diensten en ontwikkelingen in verband met ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren;

f bis) samen met de bevoegde autoriteiten de leiding nemen bij het uitvoeren van benchmarkingexercities van de resultaten van interne modellen met het oog op de analyse van het scala aan variabiliteit van risicoparameters en hun voorspellend vermogen, en in dat verband technische reguleringsnormen, richtsnoeren en verslagen uit te vaardigen;";

iii bis)  punt g) wordt vervangen door:

"g) verrichten van marktanalyses om aan te tonen dat de Autoriteit zich van haar taken heeft gekweten;";

iv)  punt h) wordt vervangen door:

"h) bevorderen, in voorkomend geval, van de bescherming van depositohouders, consumenten en beleggers, in het bijzonder met betrekking tot tekortkomingen in een grensoverschrijdende context en rekening houdend met de daaraan gerelateerde risico's;";

iv bis)  het volgende punt i bis) wordt ingevoegd:

"i bis) bijdragen tot de ontwikkeling van een gemeenschappelijke strategie van de Unie met betrekking tot financiële gegevens;"

iv ter)  het volgende punt k bis) wordt ingevoegd:

"k bis) publiceren op haar website en regelmatig bijwerken van alle technische reguleringsnormen, technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren en de rondvraag voor elke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2, met inbegrip van overzichten van de stand van zaken ten aanzien van de werkzaamheden en de tijdsplanning van de goedkeuring van ontwerpen van technische reguleringsnormen, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en de rondvraag. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld in alle werktalen van de Europese Unie.";

v)  het volgende punt l) wordt toegevoegd:

"l) bijdragen tot de consistente, efficiënte en effectieve voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.";

b)  ▌lid 1 bis wordt als volgt gewijzigd:

i)  punt b) wordt vervangen door:

"b) met inachtneming van de doelstelling om te zorgen voor de veiligheid en soliditeit van financiële instellingen, houdt de Autoriteit naar behoren rekening met de diverse soorten financiële instellingen, hun bedrijfsmodellen en met hun verschillende grootten.";

ii)  het volgende punt c wordt ingevoegd:

"c) houdt de Autoriteit rekening met technologische innovatie, innovatieve en houdbare bedrijfsmodellen, en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren.";

c)  lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt c bis wordt ingevoegd:

"c bis) aanbevelingen te doen als bepaald in de artikelen 29 bis en 31 bis;";

i bis) punt d bis wordt ingevoegd:

"d bis) waarschuwingen te geven overeenkomstig artikel 9, lid 3;";

i ter) de punten g bis), g ter) en g quater) worden ingevoegd:

"g bis) adviezen te verstrekken aan het Europees Parlement, de Raad of de Commissie als bepaald in artikel 16 bis;

g ter) vragen op antwoorden te verstrekken, zoals bepaald in artikel 16 ter;

g quater) in tijd beperkte niet-actiebrieven af te geven, als bedoeld in artikel 9 quater;"

    ii) punt h) wordt vervangen door:

"h) overeenkomstig de artikelen 35 en 35 ter de nodige informatie over financiële instellingen te verzamelen;".

c bis)  lid 2 bis wordt vervangen door:

“2 bis. Bij de uitvoering van de taken als bedoeld in dit artikel eerbiedigt de Autoriteit strikt wetten van niveau 1 en maatregelen van niveau 2 en past ze de beginselen van evenredigheid en betere regelgeving toe, met inbegrip van effectbeoordelingen, kosten-batenanalyses en openbare raadplegingen.

De openbare raadplegingen als bedoeld in de artikelen 10, 15, 16 en 16 bis worden op een zo breed mogelijk schaal gehouden om een inclusieve benadering ten opzichte van alle belanghebbenden te waarborgen en biedt belanghebbenden een redelijke termijn om te reageren. De Autoriteit levert en publiceert feedback over de manier waarop de tijdens de raadpleging verzamelde informatie en standpunten zijn gebruikt in ontwerpen van technische reguleringsnormen, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en adviezen.

De Autoriteit vat de van belanghebbenden ontvangen input op zodanige wijze samen dat een vergelijking van de resultaten van openbare raadplegingen over vergelijkbare kwesties mogelijk is."

6)  artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  lid 1, onder a), wordt vervangen door:

"a) het verzamelen en analyseren van en het verslag uitbrengen over consumententrends, zoals de ontwikkeling van de kosten en lasten van financiële diensten en producten voor consumenten in de lidstaten;"

-a bis)  in lid 1 worden de punten d bis), d ter) en d quater) geschrapt;

“d bis)  het bijdragen tot een gelijk speelveld op de interne markt, waar consumenten en andere gebruikers van financiële diensten gelijke toegang hebben tot vergelijkbare financiële diensten, producten en compensatie;

d ter)  bevorderen van verdere ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht die een diepgaandere harmonisatie en integratie op EU-niveau kunnen vergemakkelijken; daartoe houdt de Autoriteit op haar expertisegebied toezicht op de belemmeringen voor of de invloed op grensoverschrijdende consolidatie, en brengt zij advies uit of doet zij aanbevelingen om na te gaan op welke wijze deze belemmeringen kunnen worden weggenomen;

d quater)  het coördineren van "mystery shopping"-activiteiten van bevoegde autoriteiten."

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit monitort nieuwe en bestaande financiële activiteiten en kan overeenkomstig artikel 16 richtsnoeren vaststellen en aanbevelingen doen om de veiligheid en de soliditeit van markten en de convergentie en doeltreffendheid van regulerings- en toezichtpraktijken te bevorderen.

2 bis. De Autoriteit ontwikkelt op haar bevoegdhedengebied normen voor bedrijfstoezicht voor de nationale bevoegde autoriteiten, waaronder ten aanzien van minimumbevoegdheden en taken.";

b)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Autoriteit stelt, als een integrerend onderdeel ervan, een Comité voor evenredigheid op om ervoor te zorgen dat de verschillen in aard, risico's en complexiteit van risico's, veranderende bedrijfsmodellen en praktijken, alsook de grootte van financiële instellingen en markten tot uiting komen in de werkzaamheden van de Autoriteit, en een commissie consumentenbescherming en financiële innovatie, waarin alle betrokken bevoegde toezichthoudende autoriteiten en autoriteiten voor consumentenbescherming zitting hebben met oog op het verbeteren van de consumentenbescherming en een gecoördineerde benadering ten aanzien van de regulering voor en het toezicht op nieuwe of innoverende financiële activiteiten, en die adviezen aanlevert welke de Autoriteit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie verstrekt. De Autoriteit werkt nauw samen met het Europees Comité voor gegevensbescherming om dubbel werk, inconsistenties en rechtsonzekerheid op het gebied van gegevensbescherming te voorkomen. De Autoriteit kan ook nationale autoriteiten voor gegevensbescherming opnemen in die commissie.";

b bis)  lid 5 wordt vervangen door:

“5. De Autoriteit kan het in de handel brengen, de distributie of de verkoop van bepaalde financiële producten, instrumenten of activiteiten tijdelijk verbieden of beperken als zij de gebruikers ervan aanzienlijke financiële schade dreigen te berokkenen of een bedreiging vormen voor het ordelijk functioneren en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële systeem van de Unie of een deel ervan in de gevallen die gespecificeerd zijn en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de wetgevingshandelingen als bedoeld in artikel 1, lid 2 of, indien dit in een noodsituatie vereist is, overeenkomstig artikel 18 en de daarin bepaalde voorwaarden.

De Autoriteit evalueert het in de eerste alinea bedoelde besluit met passende tussenpozen, zo snel mogelijk en ten minste om de zes maanden. De Autoriteit kan het verbod of de beperking tweemaal verlengen, waarna het definitief wordt, tenzij de Autoriteit anders beslist.

Een lidstaat kan de Autoriteit verzoeken haar besluit te heroverwegen. In dat geval beslist de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, tweede alinea, of zij haar besluit handhaaft.

De Autoriteit kan tevens beoordelen of het nodig is bepaalde soorten financiële activiteiten of praktijken te verbieden of te beperken en, wanneer die noodzaak bestaat, de Commissie en de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis stellen om de vaststelling van dergelijke verboden of beperkingen te bevorderen.".

6 bis)  De volgende artikelen 9 bis en 9 ter worden ingevoegd:

"Artikel 9 bisBijzondere taken met betrekking tot de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering

1.  De Autoriteit neemt met inachtneming van haar respectieve bevoegdheden een leidende, coördinerende en toezichthoudende rol op bij het bevorderen van de integriteit, transparantie en veiligheid in het financiële stelsel, door maatregelen vast te stellen ter voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaan deze maatregelen niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken of de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, en houden terdege rekening met de aard, omvang en complexiteit van de risico's, bedrijfspraktijken, bedrijfsmodellen en de grootte van financiëlemarktdeelnemers en markten. Deze maatregelen ter voorkoming en bestrijding van witwaspraktijken en terrorismefinanciering omvatten:

a)  bij bevoegde autoriteiten en andere bronnen relevante informatie te verzamelen en te analyseren met betrekking tot zwakke punten die zijn geconstateerd in de processen en procedures, de governanceregelingen, deskundigheids- en betrouwbaarheidsbeoordelingen, bedrijfsmodellen en activiteiten van partijen uit de financiële sector, om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen en te bestrijden, alsmede maatregelen genomen door bevoegde autoriteiten, onverminderd de aan de autoriteiten uit hoofde van Richtlijn (EU) 2015/849 toegewezen taken. Bevoegde autoriteiten verschaffen al deze informatie aan de Autoriteit, naast alle verplichtingen uit hoofde van artikel 35. De Autoriteit coördineert nauw met financiële-inlichtingeneenheden (FIU's), zonder onnodige overlappingen te creëren;

a bis)  nauw samenwerken en, in voorkomend geval, informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de Europese Centrale Bank in haar hoedanigheid van toezichthouder, en de autoriteiten aan welke van overheidswege het toezicht op entiteiten als bedoeld in Richtlijn (EU) 2015/849, artikel 2, lid 1, punten 1) en 2) is opgedragen, evenals met de financiële-inlichtingeneenheden, daarbij naar behoren rekening houdend met de bestaande kanalen voor de uitwisseling van informatie, met inbegrip van het EU-FIU-platform en FIU.NET, teneinde de doeltreffendheid te waarborgen en overlappingen of tegenstrijdige acties te vermijden bij het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering;

b)  gemeenschappelijke richtsnoeren en normen uit te werken voor de preventie en de bestrijding van witwassen en terrorismebestrijding in de financiële sector en bij te dragen tot de consistente implementatie daarvan, in het bijzonder door het ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en andere maatregelen, met inbegrip van adviezen, overeenkomstig artikel 16 bis, welk artikel gebaseerd is op de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen;

b bis)  ondersteuning aan bevoegde autoriteiten te bieden, overeenkomstig hun specifieke verzoeken;

c)  marktontwikkelingen te monitoren en een beoordeling te maken van kwetsbare punten en risico's voor witwassen, terrorismefinanciering en, in voorkomend geval, fiscaal good governance in de financiële sector.

1 bis.  Voor de toepassing van punt a) in lid 1, ontwikkelt de Autoriteit ontwerpen van technische reguleringsnormen ter nadere bepaling van de praktische regelingen ten aanzien van het verzamelen van relevante informatie, met inbegrip van het soort informatie dat de bevoegde autoriteiten moeten indienen met betrekking tot zwakke punten die zijn geconstateerd in de processen en procedures, de governanceregelingen, deskundigheids- en betrouwbaarheidsbeoordelingen, bedrijfsmodellen en activiteiten van partijen uit de financiële sector, om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen en te bestrijden, alsmede maatregelen genomen door bevoegde autoriteiten, en zonder onnodige overlappingen te creëren.

De Autoriteit dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk [zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening] bij de Commissie in.

De Commissie wordt gemachtigd om de in lid 1 bis bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU.

2.  De Autoriteit zet met inachtneming van de voorschriften inzake gegevensbescherming een centrale databank op voor de in overeenstemming met lid 1, punt a), verzamelde informatie en houdt deze actueel. De Autoriteit zorgt ervoor dat informatie wordt geanalyseerd en aan bevoegde autoriteiten beschikbaar wordt gesteld op need-to-know-basis en op vertrouwelijke basis. Indien de EBA over informatie beschikt die mogelijk aanleiding geeft tot strafrechtelijke procedures kan zij deze ook doen toekomen aan de nationale rechterlijke instanties en de nationale bevoegde instanties van de betreffende lidstaat en, in voorkomend geval, aan de Europees openbaar aanklager.

3.  De Autoriteit bevordert de convergentie van de in Richtlijn (EU) 2015/849 bedoelde toezichtprocessen en beoordeelt de strategieën, capaciteiten en middelen van de bevoegde autoriteiten om risico's voor witwassen en terrorismefinanciering aan te pakken, onder meer door, in overeenstemming met artikel 30, ▐ evaluaties uit te voeren.

Wanneer dit soort evaluatie ernstige tekortkomingen aan het licht brengt bij het identificeren, beoordelen of aanpakken van risico's van witwassen en terrorismefinanciering en de bevoegde autoriteit geen actie onderneemt om maatregelen te nemen in reactie op de in het in artikel 30, lid 3, genoemde verslag uiteengezette follow-upmaatregelen die nodig en wenselijk worden geacht, stelt de Autoriteit een follow-upverslag op over de naleving van de gevraagde follow-upmaatregelen en stelt zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan in kennis.

4.  De Autoriteit voert, met de steun van het permanent intern comité inzake bestrijding van witwassen en het tegengaan van terrorismefinanciering (AML/CTF), risicobeoordelingen uit voor bevoegde autoriteiten, waarbij de klemtoon vooral ligt op de in artikel 4, lid 2, punt ii bis), genoemde bevoegde autoriteiten, met het oog op het testen van hun strategieën en middelen voor het aanpakken en monitoren van de belangrijkste risico's die zich voordoen met betrekking tot witwassen en terrorismefinanciering, wanneer dit passend wordt geacht. De Autoriteit stelt de Commissie in kennis van de uitkomsten van deze beoordelingen van de risico's voor witwassen en terrorismefinanciering voor de financiële sector van de Unie, onder meer door de analyse van de uitkomsten te verwerken in het advies dat zij overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Richtlijn (EU) 2015/849 moet uitbrengen.

5.  In belangrijke gevallen van witwassen en terrorismefinanciering die van invloed zijn op grensoverschrijdende kwesties met derde landen, heeft de Autoriteit een leidende rol bij het faciliteren van samenwerking tussen bevoegde autoriteiten in de Unie en de betrokken autoriteiten in derde landen.

6.  De Autoriteit richt een permanent intern comité inzake bestrijding van witwassen en het tegengaan van terrorismefinanciering (AML/CTF) op met het oog op de coördinatie van maatregelen om witwassen en terrorismefinanciering te bestrijden en om door de Autoriteit in overeenstemming met artikel 44 te nemen ontwerp-besluiten voor te bereiden.

7.  Het comité wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad van toezichthouders en bestaat uit de hoofden van de autoriteiten en organen bevoegd voor het doen naleven van de vereisten van Richtlijn (EU) 2015/849 door financiële instellingen. Daarnaast kunnen de Commissie, het ESRB, de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten elk een vertegenwoordiger op hoog niveau aanstellen om als waarnemers aan de bijeenkomsten van het comité deel te nemen, wiens deskundigheid ten aanzien van de verschillende bedrijfsmodellen en specifieke kenmerken van sectoren ten volle in aanmerking wordt genomen. Het comité kan een deel van haar werkzaamheden delegeren aan een interne werkgroep die de besluiten van het comité voorbereidt.

Artikel 9 terVerzoek tot het voeren van onderzoek met betrekking tot de voorkoming van het witwassen van geld en terrorismefinanciering

1.  In kwesties met betrekking tot het in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2015/849 voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor doeleinden van witwassen en terrorismefinanciering, kan de raad van toezicht of de directie, wanneer zij over bewijs of significante aanwijzingen van belangrijke inbreuken beschikt, een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, punt ii bis), verzoeken om een onderzoek te voeren naar door een partij uit de financiële sector mogelijk gemaakte inbreuken op Unierecht en, wanneer dat Unierecht uit richtlijnen bestaat of lidstaten uitdrukkelijk opties laat, inbreuken op nationale wetgeving tot omzetting van richtlijnen of tot uitoefening van door Unierecht aan lidstaten gelaten opties, en om te overwegen aan die partij sancties op te leggen ten aanzien van die inbreuken. Zo nodig kan zij een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, punt ii bis), ook verzoeken om te overwegen een tot die partij uit de financiële sector gericht individueel besluit vast te stellen waarin deze wordt gelast alle nodige maatregelen te treffen om te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van het rechtstreeks toepasselijke Unierecht of uit hoofde van nationale wetgeving tot omzetting van richtlijnen of tot uitoefening van door Unierecht aan lidstaten gelaten opties, met inbegrip van het stopzetten van gedragingen. Wanneer de Autoriteit over aanwijzingen van belangrijke inbreuken beschikt, moeten de bovengenoemde maatregelen onverwijld worden genomen. De in dit lid bedoelde verzoeken mogen de reeds genomen toezichtmaatregelen van de bevoegde autoriteit waaraan het verzoek is gericht, niet in gevaar brengen.

2.  De bevoegde autoriteit voldoet aan verzoeken die in overeenstemming met lid 1 tot haar zijn gericht, en stelt de Autoriteit zo spoedig mogelijk en binnen uiterlijk tien werkdagen in kennis van de stappen die zij heeft gezet of voornemens is te zetten om aan dat verzoek te voldoen.

3.  Onverminderd de bevoegdheden en verplichtingen van de Commissie uit hoofde van artikel 258 VWEU, is, wanneer een bevoegde autoriteit niet aan lid 2 van dit artikel voldoet, artikel 17 van toepassing.

6 bis bis)  Het volgende artikel 9 quater wordt ingevoegd:

Artikel 9 quater

In tijd beperkte geen-actiebrieven

1.  In uitzonderlijke omstandigheden en indien aan de in dit lid genoemde voorwaarden is voldaan, kan de Autoriteit in coördinatie met de relevante bevoegde autoriteiten in tijd beperkte geen-actiebrieven afgeven met betrekking tot specifieke bepalingen van het Unierecht die berusten op de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen. Deze geen-actiebrieven zijn een tijdelijke verbintenis van de Autoriteit en alle bevoegde autoriteiten om de niet-naleving van specifieke bepalingen van het Unierecht door financiële instellingen niet af te dwingen wanneer de financiële instellingen om ten minste een van de volgende redenen niet aan dergelijke bepalingen van het Unierecht kan voldoen:

a)   door naleving zouden de financiële instellingen inbreuk plegen op andere wettelijke en regelgevingsvereisten van het Unierecht;

b)  naleving zonder verdere maatregelen van niveau 2 of richtsnoeren van niveau 3 wordt door de Autoriteit niet mogelijk geacht;

c)  naleving zou van grote invloed zijn op of een significante bedreiging vormen voor: het marktvertrouwen, de bescherming van consumenten of beleggers, de goede werking en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten, of de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie.

De Autoriteit geeft geen niet-actiebrieven af indien zij van oordeel is dat deze een onevenredig groot nadelig effect, wanneer afgezet tegen de voordelen ervan, zouden hebben op de werking van de financiële markten of op de bescherming van consumenten of beleggers.

2.  De Autoriteit geeft in haar niet-actiebrieven aan welke bepalingen van het recht van de Unie niet worden afgedwongen, waarom zij van oordeel is dat aan de voorwaarden als bedoeld in lid 1 wordt voldaan en op welke datum de niet-afdwinging verstrijkt. De duur van een dergelijke schorsing mag niet meer dan zes maanden bedragen.

3.  Indien de Autoriteit besluit een niet-actiebrief af te geven, stelt ze de Commissie, het Europees Parlement en de Raad daarvan onverwijld in kennis. Uiterlijk twee weken na ontvangst van deze informatie kunnen de Commissie, het Europees Parlement of de Raad de Autoriteit verzoeken haar besluit te heroverwegen. Op initiatief van de Commissie, het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee weken verlengd. In het geval de Commissie, het Europees Parlement of de Raad de Autoriteit verzoekt haar besluit te heroverwegen, beslist de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, tweede alinea, of zij haar besluit handhaaft.

4.  Indien de Autoriteit overeenkomstig het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 een niet-actiebrief afgeeft, maakt ze deze onverwijld op haar website openbaar. De Autoriteit onderwerpt haar besluit om een niet-actiebrief af te geven met geëigende tussenpozen en verlenging kan slechts één keer voor een periode van zes maanden. Indien een besluit om een geen-actiebrief af te geven na een periode van zes maanden of één jaar niet wordt verlengd, verstrijkt het automatisch.

6 bis ter)  Artikel 10 wordt vervangen door:

“Artikel 10Technische reguleringsnormen

1. Wanneer het Europees Parlement en de Raad door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU bevoegdheden delegeren aan de Commissie voor de vaststelling van technische reguleringsnormen teneinde consistente harmonisatie te waarborgen op de gebieden die specifiek in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen zijn vastgesteld, kan de Autoriteit ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen. De Autoriteit legt haar ontwerpen van reguleringsnormen ter bevestiging aan de Commissie voor. De Autoriteit doet deze technische normen tegelijkertijd ter informatie toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.

De technische reguleringsnormen zijn van technische aard, houden geen strategische beslissingen of beleidskeuzen in, en zijn inhoudelijk beperkt door de wetgevingshandelingen waarop zij gebaseerd zijn. De Autoriteit stelt het Europees Parlement en de Raad zo snel als haalbaar en volledig op de hoogte van de vooruitgang die is geboekt bij de ontwikkeling van de ontwerpen van technische reguleringsnormen.

Alvorens ontwerpen van technische reguleringsnormen aan de Commissie voor te leggen, houdt de Autoriteit openbare raadplegingen daarover en analyseert zij de mogelijke kosten en baten daarvan overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. Ook wint de Autoriteit het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep bankwezen.

Binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische reguleringsnorm besluit de Commissie of zij het ontwerp bevestigt. De Commissie kan besluiten de ontwerpen van technische reguleringsnormen slechts gedeeltelijk of gewijzigd te bevestigen indien het belang van de Unie dit vereist.

In het geval dat de Commissie niet binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische reguleringsnorm tot een besluit komt over de goedkeuring van de bedoelde norm, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk, en in ieder geval voor het einde van de periode van drie maanden, op de hoogte, met opgave van de redenen dat zij niet in de positie verkeert om een besluit te nemen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. Een eventuele vertraagde goedkeuring van een ontwerp van technische reguleringsnorm weerhoudt het Europees Parlement en de Raad er niet van hun controlebevoegdheden uit te oefenen overeenkomstig artikel 13.

Indien de Commissie voornemens is een ontwerp van technische reguleringsnorm niet, slechts gedeeltelijk of in gewijzigde vorm te bevestigen, zendt zij het ontwerp van technische reguleringsnorm terug naar de Autoriteit en motiveert zij waarom zij het niet heeft goedgekeurd of motiveert zij haar wijzigingen, naargelang het geval en doet zij een kopie van dit schrijven toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, en deze in de vorm van een formeel advies opnieuw aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van die termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, of een ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend dat niet is gewijzigd op een manier die strookt met de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, mag de Commissie de technische reguleringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht, dan wel de norm verwerpen.

De Commissie mag de inhoud van het door de Autoriteit opgestelde ontwerp van technische reguleringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

2. Indien de Autoriteit binnen de termijn die is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, geen ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk op de hoogte, met opgave van de redenen dat zij niet in de positie verkeert om dit ontwerp in te dienen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. De Commissie mag een dergelijk ontwerp binnen een nieuwe termijn verlangen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de nieuwe termijn. Het Europees Parlement kan de voorzitter van de Autoriteit uitnodigen om uit te leggen waarom zij niet in een positie verkeert om het ontwerp van technische reguleringsnorm in te dienen.

3. Enkel wanneer de Autoriteit geen ontwerp van technische reguleringsnorm bij de Commissie indient binnen de in lid 2 bedoelde termijnen, mag de Commissie middels een gedelegeerde handeling een technische reguleringsnorm aannemen zonder een ontwerp van de Autoriteit.

De Commissie houdt openbare raadplegingen over ontwerpen van technische reguleringsnormen en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses niet in een evenredige verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van het ontwerp van technische reguleringsnorm in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Commissie het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep bankwezen.

De Commissie doet het ontwerp van technische reguleringsnorm onmiddellijk aan het Europees Parlement, de Raad en de Autoriteit toekomen.

▌Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen en dit in de vorm van een formeel advies aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vierde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie de technische reguleringsnorm aannemen.

Indien de Autoriteit binnen de periode van zes weken een gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen op basis van de door de Autoriteit voorgestelde wijzigingen, dan wel de technische reguleringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht. De Commissie mag de inhoud van het door de Autoriteit opgestelde ontwerp van technische reguleringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

4. De technische reguleringsnormen worden vastgesteld door middel van verordeningen of besluiten. De woorden "technische reguleringsnorm" komen voor in de titel van deze verordeningen of besluiten. Zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden op de daarin vermelde datum in werking.".

6 ter)  De tweede alinea van artikel 13, lid 1, wordt geschrapt.

6 quater)  Artikel 15 wordt vervangen door:

“Artikel 15Technische uitvoeringsnormen

1. Wanneer het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 291 VWEU uitvoeringsbevoegdheden delegeren aan de Commissie voor de vaststelling van technische uitvoeringsnormen middels gedelegeerde handelingen teneinde uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen, kan de Autoriteit ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen. De technische uitvoeringsnormen zijn van technische aard, houden geen strategische beslissingen of beleidskeuzen in en bepalen inhoudelijk de voorwaarden voor de toepassing van die handelingen. De Autoriteit legt haar ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter bevestiging aan de Commissie voor. De Autoriteit doet deze technische normen tegelijkertijd ter informatie toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.

Alvorens ontwerpen van technische uitvoeringsnormen aan de Commissie voor te leggen, houdt de Autoriteit openbare raadplegingen daarover en analyseert zij de mogelijke kosten en baten daarvan overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. Ook wint de Autoriteit het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep bankwezen.

Binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische uitvoeringsnorm besluit de Commissie of zij dit ontwerp bevestigt. De Commissie kan besluiten het ontwerp van technische uitvoeringsnorm slechts gedeeltelijk of gewijzigd te bevestigen indien het belang van de Unie dit vereist. Indien de Commissie zich binnen de beoordelingsperiode niet geheel of gedeeltelijk tegen de voorgestelde technische norm verzet, wordt deze geacht bekrachtigd te zijn.

In het geval dat de Commissie niet binnen drie maanden na ontvangst van de technische uitvoeringsnorm tot een besluit komt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk, en in ieder geval voor het einde van de periode van drie maanden, op de hoogte, met opgave van de redenen dat zij niet in de positie verkeert om een besluit te nemen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2.

Indien de Commissie voornemens is het ontwerp van technische uitvoeringsnorm niet, slechts gedeeltelijk of in gewijzigde vorm te bevestigen, zendt zij het terug naar de Autoriteit en motiveert waarom zij het niet heeft goedgekeurd of motiveert zij haar wijzigingen, naar gelang het geval en doet zij een kopie van dit schrijven toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen wijzigen op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, en deze in de vorm van een formeel advies opnieuw aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vijfde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnormen heeft ingediend, of een ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend dat niet is gewijzigd op een manier die strookt met de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, kan de Commissie de technische uitvoeringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht, dan wel de norm verwerpen.

De Commissie mag de inhoud van een door de Autoriteit opgesteld ontwerp van technische uitvoeringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

2. Indien de Autoriteit binnen de termijn die is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, geen ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk op de hoogte, met opgave van de redenen dat zij niet in de positie verkeert om dit ontwerp in te dienen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. De Commissie mag een dergelijk ontwerp binnen een nieuwe termijn verlangen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de nieuwe termijn. Het Europees Parlement kan de voorzitter van de Autoriteit uitnodigen om uit te leggen waarom zij niet in een positie verkeert om het ontwerp van technische uitvoeringsnorm in te dienen.

3. Enkel wanneer de Autoriteit geen ontwerp van technische uitvoeringsnorm bij de Commissie indient binnen de termijn overeenkomstig lid 2, kan de Commissie middels een uitvoeringshandeling een technische uitvoeringsnorm aannemen zonder een ontwerp van de Autoriteit.

De Commissie houdt openbare raadplegingen over ontwerpen van technische uitvoeringsnormen en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses niet in een evenredige verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Commissie het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep bankwezen.

De Commissie doet het ontwerp van technische uitvoeringsnorm onmiddellijk aan het Europees Parlement, de Raad en de Autoriteit toekomen.

▌Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische uitvoeringsnorm wijzigen en dit in de vorm van een formeel advies aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vierde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, kan de Commissie de technische uitvoeringsnorm aannemen.

Indien de Autoriteit binnen die termijn van zes weken een gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie het ontwerp van technische uitvoeringsnorm wijzigen op basis van de door de Autoriteit voorgestelde wijzigingen, dan wel de technische uitvoeringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht.

De Commissie mag de inhoud van de door de Autoriteit opgestelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

4. De technische uitvoeringsnormen worden vastgesteld door middel van verordeningen of besluiten. De woorden "technische uitvoeringsnorm" komen voor in de titel van deze verordeningen of besluiten. Zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden op de daarin vermelde datum in werking.".

7)  Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 1 wordt vervangen door:

"1. Met het oog op het invoeren van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS en het verzekeren van de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht richt de Autoriteit richtsnoeren of aanbevelingen tot bevoegde autoriteiten of financiële instellingen.

De Autoriteit kan ook richtsnoeren vaststellen en aanbevelingen doen aan de autoriteiten van de lidstaten die op grond van deze verordening niet als bevoegde autoriteiten zijn omschreven, maar die gemachtigd zijn om de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen te doen toepassen.

De richtsnoeren en aanbevelingen zijn conform het mandaat van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en houden rekening met het evenredigheidsbeginsel. De Autoriteit geeft geen richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot kwesties die onder niveau 2-bevoegdheden voor technische regulerings- of uitvoeringsnormen vallen.

1 bis. De Autoriteit kan, op basis van de opvolg- of uitlegprocedure als bedoeld in lid 3 van dit artikel, met het oog op de invoering van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS, richtsnoeren geven gericht aan alle bevoegde autoriteiten of financiële instellingen voor de toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen. Deze richtsnoeren worden geschikt geacht voor de naleving van de vereisten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen. Overeenkomstig het voorgaande kunnen bevoegde autoriteiten en financiële instellingen andere praktijken invoeren ten aanzien van de methode voor de opvolging van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen."

b)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit houdt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, open raadplegingen over de richtsnoeren en aanbevelingen en, in voorkomend geval, rondvraag die zij uitbrengt, en analyseert de potentiële kosten en baten van het uitbrengen van deze richtsnoeren en aanbevelingen. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de richtsnoeren of aanbevelingen. Ook wint de Autoriteit, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, het ▌ advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep bankwezen. Wanneer de Autoriteit geen openbare raadpleging uitvoert of advies inwint van de Stakeholdergroep bankwezen maakt zij de redenen hiervoor kenbaar.";

b bis)  de volgende leden 2 bis, 2 ter, 2 quater en 2 quinquies worden ingevoegd:

“2 bis. Voor de toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen mag de Autoriteit aanbevelingen geven aan een of meer bevoegde autoriteiten of een of meer financiële instellingen.

2 ter. De Autoriteit geeft in haar richtsnoeren of aanbevelingen aan hoe zij bijdraagt tot de vaststelling van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFT, hoe zij de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht waarborgt en hoe het bepaalde in de leden 1, 1 bis en 2 bis in acht wordt genomen.

2 quater. Richtsnoeren en aanbevelingen vormen niet slechts een verwijzing naar of kopie van elementen van wetgevingshandelingen. Voordat zij een nieuw richtsnoer of een nieuwe aanbeveling geeft, herziet de Autoriteit eerst bestaande richtsnoeren en aanbevelingen om overlapping te voorkomen.

2 quinquies. Drie maanden voordat zij eventuele richtsnoeren en aanbevelingen als bedoeld in de leden 1 bis en 2 bis geeft, informeert de Autoriteit het Europees Parlement en de Raad over de beoogde inhoud van dergelijke richtsnoeren en aanbevelingen.";

c)  ▌lid 4 wordt ▌vervangen door:

"4. In het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag stelt de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in kennis van de gegeven richtsnoeren en aanbevelingen, licht zij toe hoe de Autoriteit het geven van richtsnoeren overeenkomstig lid1 bis en aanbevelingen overeenkomstig lid 2 bis heeft gerechtvaardigd en vat zij de feedback van openbare raadplegingen over die richtsnoeren samen overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. In het verslag wordt ook vermeld welke bevoegde nationale autoriteiten de richtsnoeren en aanbevelingen niet hebben opgevolgd, en uiteengezet hoe de Autoriteit ervoor denkt te zorgen dat ieder van deze bevoegde autoriteiten in de toekomst haar richtsnoeren en aanbevelingen zal opvolgen.";

d)  de volgende leden 5, 5 bis en 5 ter worden toegevoegd:

"5. Wanneer twee derde van de leden van de Stakeholdergroep bankwezen van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheden heeft overschreden door overeenkomstig lid 1 bis een richtsnoer uit te vaardigen, kunnen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een desbetreffend met redenen omkleed advies zenden.

5 bis. Wanneer ten minste de helft van de leden van de Stakeholdergroep bankwezen van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheden heeft overschreden door overeenkomstig lid 2 bis een aanbeveling uit te vaardigen, kunnen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een desbetreffend met redenen omkleed advies zenden.

5 ter. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie kunnen de Autoriteit om een toelichting verzoeken waarin de uitvaardiging van de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen wordt onderbouwd. De Commissie beoordeelt, nadat zij de toelichting van de Autoriteit heeft ontvangen, het toepassingsgebied van de richtsnoeren of aanbevelingen in het licht van de bevoegdheden van de Autoriteit en doet deze beoordeling toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Wanneer het Europees Parlement, de Raad of de Commissie van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheid heeft overschreden, en na de Autoriteit in de gelegenheid te hebben gesteld haar standpunt kenbaar te maken, kan de Commissie een besluit vaststellen waarin de Autoriteit wordt gelast de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen in te trekken of te wijzigen. Voordat een dergelijk besluit word genomen, en wanneer hierom wordt verzocht door het Europees Parlement, legt de Commissie een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoordt zij eventuele door de leden van het Europees Parlement gestelde vragen. Het Europees Parlement kan de Commissie verzoeken een besluit te nemen waarin de Autoriteit wordt gelast de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen in te trekken of te wijzigen. Het besluit van de Commissie wordt bekendgemaakt.".

7 bis)  De artikelen 16 bis en 16 ter worden ingevoegd:

"Artikel 16 bisAdviezen

1. De Autoriteit verstrekt over alle kwesties die verband houden met haar bevoegdheidsgebied en op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, of op eigen initiatief, adviezen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Deze adviezen worden niet bekendgemaakt, tenzij dit in het verzoek is vermeld.

2. Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een openbare raadpleging of een technische analyse omvatten.

3. Met betrekking tot beoordelingen op grond van artikel 22 van Richtlijn 2013/36/EG en waarvoor op grond van die richtlijn overleg tussen bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten vereist is, kan de Autoriteit, op verzoek van een van de betrokken bevoegde autoriteiten, een advies uitbrengen en bekendmaken over dat soort beoordeling. Het advies wordt terstond uitgebracht en hoe dan ook vóór het eind van de in die richtlijn bedoelde beoordelingsperiode.

4. De Autoriteit kan op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in het kader van de gewone wetgevingsprocedure van technisch advies voorzien, alsook voor gedelegeerde handelingen met betrekking tot elk wetgevingsvoorstel van de Commissie op de gebieden als bedoeld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen.

Artikel 16 terRondvraag

1. Met het oog op de uitleg, praktische toepassing of uitvoering van de bepalingen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen of hiermee verband houdende gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, richtsnoeren en aanbevelingen die op grond van die wetgevingshandelingen zijn aangenomen, kunnen natuurlijke en rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten en instellingen van de Unie, een vraag indienen bij de Autoriteit, in een van de officiële talen van de Unie.

Alvorens een vraag in te dienen bij de Autoriteit beoordelen financiële instellingen of zij de vraag eerst aan hun bevoegde autoriteit moeten voorleggen.

De Autoriteit maakt op haar website alle ontvankelijke vragen bekend op grond van lid 1, voor elk wetgevingsbesluit, na verzameling en vóór beantwoording ervan.

Deze procedure weerhoudt natuurlijke en rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten en instellingen van de Unie, er niet van vertrouwelijk technisch advies of verduidelijkingen bij de Autoriteit in te winnen.

2. De Autoriteit maakt overeenkomstig lid 1 op haar website niet-bindende antwoorden bekend op alle ontvankelijke vragen voor elke wetgevingshandeling, tenzij de bekendmaking hiervan in strijd is met de rechtmatige belangen van de natuurlijke of rechtspersoon die de vraag heeft ingediend of zou leiden tot risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel.

3. Alvorens antwoorden op ontvankelijke vragen te publiceren, kan de Autoriteit overeenkomstig artikel 16, lid 2, belanghebbenden raadplegen.

4. De antwoorden van de Autoriteit worden geschikt geacht voor de naleving van de vereisten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en van de hiermee verband houdende gedelegeerde of uitvoeringshandelingen en richtsnoeren en aanbevelingen die overeenkomstig die wetgevingshandelingen zijn aangenomen. Bevoegde autoriteiten en financiële instellingen mogen andere praktijken vaststellen voor de naleving van alle toepasselijke wettelijke vereisten.

5. De Autoriteit herziet antwoorden op vragen zodra dit nodig en passend wordt geacht, of uiterlijk 24 maanden na hun publicatie om deze, in voorkomend geval, te herzien, te actualiseren of in te trekken.

6. In voorkomend geval houdt de Autoriteit bij de opstelling of bijwerking van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16 rekening met gepubliceerde antwoorden."

8)  Artikel 17 wordt vervangen door:

"1. Ingeval een bevoegde autoriteit de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, waaronder begrepen de overeenkomstig artikel 10 tot en met 15 vastgestelde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, niet heeft toegepast of heeft toegepast op een wijze die in strijd is met het Unierecht, met name door niet te verzekeren dat een financiële instelling de in die handelingen vastgestelde eisen vervult, handelt de Autoriteit overeenkomstig de in de leden 2, 3 en 6 van dit artikel genoemde bevoegdheden.

2. Op verzoek van een of meer bevoegde autoriteiten, het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Stakeholdergroep bankwezen, of op basis van feitelijke en naar behoren gestaafde informatie van relevante organisaties of instellingen, of op eigen initiatief, en na de betrokken bevoegde autoriteit op de hoogte te hebben gebracht, reageert de Autoriteit op het verzoek en onderzoekt zij, indien nodig, de aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht.

Onverminderd de in artikel 35 vastgestelde bevoegdheden verstrekt de bevoegde autoriteit aan de Autoriteit onverwijld alle informatie die de Autoriteit nodig acht voor haar onderzoek, waaronder wat betreft de wijze waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen worden toegepast in overeenstemming met het Unierecht.

Onverminderd de in artikel 35 vastgestelde bevoegdheden kan de Autoriteit een goed onderbouwd en met redenen omkleed informatieverzoek richten aan andere bevoegde autoriteiten of betrokken financiële instellingen, wanneer het verzoek om informatie aan de betrokken bevoegde autoriteit heeft aangetoond of onvoldoende wordt geacht om de informatie te verkrijgen die nodig is voor het onderzoek van een aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht. Wanneer het met redenen omklede verzoek tot financiële instellingen is gericht, wordt daarin uitgelegd waarom de informatie noodzakelijk is voor het onderzoek van een aangevoerde inbreuk of niet-toepassing van het Unierecht.

De adressaat van dit soort verzoek verschaft de Autoriteit onverwijld duidelijke, correcte en volledige informatie.

Wanneer een informatieverzoek tot een financiële instelling is gericht, stelt de Autoriteit de betrokken bevoegde autoriteiten van dat verzoek in kennis. De bevoegde autoriteiten verlenen de Autoriteit, wanneer deze daarom verzoekt, bijstand bij het verzamelen van de informatie.

3. De Autoriteit kan een arbitrageprocedure met de betrokken bevoegde autoriteit inleiden om de maatregelen te bespreken die nodig zijn om het recht van de Unie na te leven. De betrokken bevoegde autoriteit werkt loyaal mee aan een dergelijke arbitrage.

De Autoriteit kan, zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen vier maanden na de aanvang van haar onderzoek, tot de betrokken bevoegde autoriteit een aanbeveling richten waarin wordt uiteengezet welke maatregelen nodig zijn om aan het Unierecht te voldoen.

De bevoegde autoriteit brengt de Autoriteit binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanbeveling op de hoogte van de stappen die zij heeft gedaan of voornemens is te doen om de inachtneming van het Unierecht te verzekeren.

4. Ingeval de bevoegde autoriteit binnen één maand na ontvangst van de aanbeveling van de Autoriteit niet aan het Unierecht heeft voldaan, kan de Commissie, na door de Autoriteit op de hoogte te zijn gebracht of op eigen initiatief, een formeel advies uitbrengen op grond waarvan de bevoegde autoriteit de maatregelen dient te nemen die nodig zijn om het Unierecht na te leven. De Commissie houdt in haar formeel advies rekening met de aanbeveling van de Autoriteit.

De Commissie brengt een dergelijk formeel advies uit uiterlijk drie maanden na het geven van de aanbeveling. De Commissie kan die termijn met één maand verlengen.

De Autoriteit en de bevoegde autoriteiten verstrekken de Commissie alle nodige informatie.

5. Binnen tien werkdagen na ontvangst van het in lid 4 bedoelde formeel advies informeert de bevoegde autoriteit de Commissie en de Autoriteit over de stappen die zij heeft gedaan of zal doen om dat formeel advies na te leven.

“6.  Onverminderd de bevoegdheden en verplichtingen van de Commissie overeenkomstig artikel 258 VWEU kan, wanneer een bevoegde autoriteit het in lid 4 bedoelde formeel advies niet binnen de daarin bepaalde termijn naleeft en wanneer het nodig is deze niet-naleving tijdig te verhelpen om neutrale concurrentievoorwaarden op de markt te behouden of te herstellen, dan wel de ordelijke werking en de integriteit van het financiële stelsel te verzekeren, de Autoriteit, indien de toepasselijke eisen van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen op de financiële instellingen rechtstreeks toepasselijk zijn op financiële instellingen of, in het kader van kwesties met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering, op partijen uit de financiële sector, een tot een financiële instelling of een partij uit de financiële sector gericht individueel besluit nemen waarin deze wordt gelast alle nodige maatregelen te nemen om te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van gedragingen.

In kwesties met betrekking tot het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor doeleinden van witwassen en terrorismefinanciering kan, wanneer de betrokken vereisten van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen niet rechtstreeks toepasselijk zijn op partijen uit de financiële sector, de Autoriteit een besluit vaststellen waarin de bevoegde autoriteit wordt gelast het in lid 4 bedoelde formeel advies na te leven binnen de daarin vermelde termijn. Indien die autoriteit dat besluit niet naleeft, kan de Autoriteit ook in overeenstemming met de eerste alinea een besluit vaststellen. Daartoe past de Autoriteit alle relevante Unierecht toe en, wanneer dat Unierecht uit richtlijnen bestaat, de nationale wetgeving tot omzetting van die richtlijnen. Wanneer het betrokken Unierecht uit verordeningen bestaat en wanneer door die verordeningen momenteel uitdrukkelijk opties aan de lidstaten worden gelaten, past de Autoriteit ook de nationale wetgeving toe waarmee die opties worden uitgeoefend.

Het besluit van de Autoriteit is in overeenstemming met het door de Commissie ingevolge lid 4 van dit artikel uitgebrachte formeel advies.

7.  In overeenstemming met lid 6 vastgestelde besluiten hebben voorrang op eerdere besluiten die door de bevoegde autoriteiten over dezelfde aangelegenheid zijn vastgesteld.

Bij het nemen van maatregelen met betrekking tot aangelegenheden die onderworpen zijn aan een formeel advies ingevolge lid 4 van dit artikel of aan een besluit ingevolge lid 6, conformeren de bevoegde autoriteiten zich aan het formeel advies of het besluit, al naar het geval.

8. De Autoriteit vermeldt in het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag welke bevoegde autoriteiten en financiële instellingen de in lid 4 van dit artikel bedoelde formele adviezen of de in lid 6 van dit artikel bedoelde besluiten niet hebben nageleefd.”;

8 bis)  Het volgende artikel 17 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 17 bis

De Autoriteit beschikt over speciaal hiervoor bestemde meldingskanalen voor de ontvangst en behandeling van informatie die wordt verstrekt door een persoon die verslag doet van inbreuken op of de niet-toepassing van Unierecht. De Autoriteit zorgt ervoor dat informatie geanonimiseerd en veilig kan worden gemeld. Indien de Autoriteit van oordeel is dat de gemelde informatie bewijs of significante aanwijzingen bevat van belangrijke inbreuken geeft zij feedback aan de persoon die de melding doet."

8 ter)  Artikel 18, lid 3, wordt vervangen door:

“3. Ingeval de Raad een besluit heeft vastgesteld ingevolge lid 2, alsook in uitzonderlijke gevallen waarin gecoördineerde actie van de nationale autoriteiten nodig is om het hoofd te bieden aan ongunstige ontwikkelingen die de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het geheel of een deel van het financiële stelsel in de Unie of de bescherming van klanten en consumenten ernstig in gevaar kunnen brengen, kan de Autoriteit individuele besluiten nemen op grond waarvan bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgeving de nodige maatregelen dienen te nemen om deze ontwikkelingen aan te pakken door te verzekeren dat financiële instellingen en bevoegde autoriteiten aan de in die wetgeving vastgestelde eisen voldoen."

9)  Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. In de gevallen vermeld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen alsook in alle gevallen waarin twee of meer nationale bevoegde autoriteiten het vergaand niet eens zijn over de toepassing van die handelingen en onverminderd de in artikel 17 vastgestelde bevoegdheden, kan de Autoriteit de bevoegde autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming volgens de procedure van de artikelen 2, 3 en 4 in één van de volgende omstandigheden:

a)  op verzoek van één of meer betrokken bevoegde autoriteiten wanneer een bevoegde autoriteit het oneens is met de procedure of de inhoud van een optreden, voorgenomen optreden of het niet-optreden van een andere bevoegde autoriteit;

b)  ambtshalve, wanneer op basis van objectieve redenen, waaronder op basis van informatie van marktdeelnemers of consumentenorganisaties, een verschil van mening tussen bevoegde autoriteiten kan worden geconstateerd.

In de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen een gezamenlijk besluit moeten nemen, wordt een verschil van mening geacht te bestaan wanneer die autoriteiten binnen de in die handelingen bepaalde termijnen geen gezamenlijk besluit nemen.";

b)  de volgende leden 1 bis en 1 ter worden ingevoegd:

"1 bis. De betrokken bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit in de volgende gevallen onverwijld in kennis van het feit dat geen overeenstemming is bereikt:

a)  wanneer een termijn voor het bereiken van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen, en een van de volgende gebeurtenissen het eerste plaatsvindt:

i) de termijn is verstreken;

ii) één of meer betrokken bevoegde autoriteiten concluderen, op basis van objectieve redenen, dat er een verschil van mening bestaat;

b)  wanneer geen termijn voor het bereiken van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen, en een van de volgende gebeurtenissen het eerste plaatsvindt:

i)  één of meer betrokken bevoegde autoriteiten concluderen, op basis van objectieve redenen, dat er een verschil van mening bestaat; of

ii)  twee maanden zijn verstreken sinds de datum van ontvangst door een bevoegde autoriteit van een verzoek van een andere bevoegde autoriteit om een bepaalde actie te ondernemen om aan die Uniehandelingen te voldoen, en de aangezochte autoriteit heeft nog geen besluit genomen om aan dat verzoek te voldoen.

1 ter. De voorzitter beoordeelt of de Autoriteit dient te handelen in overeenstemming met lid 1. Wanneer de Autoriteit ambtshalve ingrijpt, stelt de Autoriteit de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van haar besluit betreffende het ingrijpen.

In afwachting van het besluit van de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 47, lid 3 bis, stellen alle bevoegde autoriteiten in de gevallen waarin op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen een gezamenlijk besluit moet worden genomen, hun individuele besluiten uit. Wanneer de Autoriteit besluit te handelen, stellen alle bij het gezamenlijke besluit betrokken bevoegde autoriteiten hun besluiten uit totdat de in de leden 2 en 3 beschreven procedure is afgerond.";

c)  lid 3 wordt vervangen door:

"Wanneer de betrokken bevoegde autoriteiten er niet in geslaagd zijn tijdens de in lid 2 bedoelde verzoeningsfase tot overeenstemming te komen, kan de Autoriteit een besluit nemen waarin wordt verlangd dat die bevoegde autoriteiten specifieke maatregelen nemen of van het nemen van bepaalde maatregelen afzien om de zaak te schikken, teneinde de naleving van het Unierecht te garanderen. Het besluit van de Autoriteit is bindend voor de betrokken bevoegde autoriteiten. . In het besluit van de Autoriteit kan van bevoegde autoriteiten worden verlangd dat zij een door hen vastgesteld besluit herroepen of wijzigen of dat zij gebruikmaken van de bevoegdheden waarover zij op grond van het desbetreffende Unierecht beschikken.";

d)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis. De Autoriteit stelt de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van het feit dat de procedures volgens de leden 2 en 3 zijn afgerond, samen met, in voorkomend geval, het op grond van lid 3 genomen besluit.";

e)  lid 4 wordt vervangen door:

“4.  Onverminderd de bevoegdheden en verplichtingen van de Commissie op grond van artikel 258 VWEU, kan de Autoriteit, wanneer een bevoegde autoriteit het besluit van de Autoriteit niet naleeft en daardoor niet verzekert dat een financiële instelling of, in het kader van kwesties met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering, een partij uit de financiële sector voldoet aan de eisen die krachtens de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen rechtstreeks op die instelling of die partij van toepassing zijn, een tot die financiële instelling of die partij uit de financiële sector gericht individueel besluit nemen waarin wordt verlangd dat die financiële instelling of die partij uit de financiële sector de nodige maatregelen neemt om te voldoen aan haar verplichtingen op grond van het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van haar activiteiten.

In kwesties met betrekking tot het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor doeleinden van witwassen en terrorismefinanciering kan, wanneer de betrokken vereisten van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen niet rechtstreeks toepasselijk zijn op partijen uit de financiële sector, de Autoriteit ook een besluit vaststellen in overeenstemming met de eerste alinea. Daartoe past de Autoriteit alle relevante Unierecht toe en, wanneer dit Unierecht uit richtlijnen bestaat, de nationale wetgeving tot omzetting van die richtlijnen. Wanneer het betrokken Unierecht uit verordeningen bestaat en wanneer door die verordeningen momenteel uitdrukkelijk opties aan de lidstaten worden gelaten, past de Autoriteit ook de nationale wetgeving toe waarmee die opties worden uitgeoefend.".

9 bis)  Artikel 21 wordt vervangen door:

“Artikel 21Colleges van toezichthouders

1. De Autoriteit bevordert en monitort, binnen haar bevoegdheden, de efficiënte, effectieve en consistente werking van de colleges van toezichthouders die in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen zijn opgericht en bevordert de consistentie toepassing van het Unierecht door alle colleges van toezichthouders. Teneinde te komen tot convergentie wat betreft beste praktijken inzake toezicht, bevordert de Autoriteit gemeenschappelijke toezichtsplannen en gezamenlijke onderzoeken, en heeft het personeel van de Autoriteit volledige participatierechten in de colleges van toezichthouders en kan als zodanig deelnemen aan en, in voorkomend geval, leiding geven aan de activiteiten van de colleges van toezichthouders, inclusief inspecties ter plaatse, die door twee of meer bevoegde autoriteiten gezamenlijk worden uitgevoerd.

2. De Autoriteit neemt het voortouw bij het realiseren van een consistente werking van de colleges van toezichthouders voor grensoverschrijdende instellingen in de gehele Unie, rekening houdend met het systeemrisico dat de in artikel 23 bedoelde financiële instellingen opleveren, en belegt zo nodig een vergadering van een college.

Voor de toepassing van dit lid en van lid 1 van dit artikel wordt de Autoriteit beschouwd als een „bevoegde autoriteit” in de zin van de toepasselijke wetgeving.

De Autoriteit kan:

a) alle relevante informatie verzamelen en delen in samenwerking met de bevoegde autoriteiten om het werk van het college te vergemakkelijken en een centraal systeem op te zetten en te beheren om deze informatie beschikbaar te stellen aan de bevoegde autoriteiten in het college;

b) Uniebrede stresstests overeenkomstig artikel 32 initiëren en coördineren om de veerkracht van financiële instellingen, met name het systeemrisico dat de in artikel 23 bedoelde financiële instellingen opleveren, bij ongunstige marktontwikkelingen te beoordelen, en een beoordeling te verrichten van de mogelijkheid dat het systeemrisico toeneemt in stresssituaties, waarbij ervoor wordt gezorgd dat op nationaal niveau bij het houden van dergelijke tests een zo consistent mogelijke methode wordt gevolgd, en indien nodig, aan de bevoegde autoriteit een aanbeveling wordt gegeven om problemen aan te pakken die bij de stresstest aan het licht zijn gekomen, onder meer om specifieke evaluaties uit te voeren. Ze kan de bevoegde autoriteiten verzoeken inspecties ter plaatse uit te voeren en kan deelnemen aan dergelijke inspecties ter plaatse om de vergelijkbaarheid en betrouwbaarheid van de methoden, praktijken en resultaten van Uniebrede beoordelingen te waarborgen;

c) effectieve en efficiënte toezichtpraktijken bevorderen, inclusief het evalueren van de risico’s waaraan financiële instellingen blootgesteld zijn of zouden kunnen zijn als geconstateerd bij het toezichtproces of in stresssituaties;

d) toezicht houden, overeenkomstig de taken en bevoegdheden die in deze verordening zijn vermeld, op de taken die door de bevoegde autoriteiten worden uitgeoefend; en

e) verzoeken om verdere beraadslagingen in een college wanneer zij van oordeel is dat een besluit zou resulteren in een incorrecte toepassing van het Unierecht of niet zou bijdragen tot de doelstelling van convergentie inzake toezichtpraktijken. Zij kan de consoliderende toezichthouder tevens verzoeken een vergadering van het college te organiseren of een punt toe te voegen aan de agenda van een vergadering.

3. De Autoriteit kan ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, zoals omschreven in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 15 vastgelegde procedure, opstellen om te zorgen voor uniforme toepassingsvoorwaarden voor de bepalingen betreffende het functioneren van colleges van toezichthouders, alsmede overeenkomstig artikel 16 vastgestelde richtsnoeren en aanbevelingen uitvaardigen ter bevordering van de convergentie bij de werking van het toezicht en de door de colleges van toezichthouders aangenomen beste praktijken.

4. De Autoriteit kan met wettelijk bindende kracht bemiddelend optreden om geschillen tussen bevoegde autoriteiten te beslechten overeenkomstig de in artikel 19 omschreven procedure. De Autoriteit kan overeenkomstig artikel 19 toezichtbesluiten nemen die rechtstreeks toepasselijk zijn op de betrokken instelling.”

10)  Artikel 22 wordt vervangen door:

Artikel 22

Algemene bepalingen inzake systeemrisico's

1. De Autoriteit beraadt zich terdege op het systeemrisico als gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1092/2010. Zij pakt risico’s op verstoring van de financiële dienstverlening aan wanneer deze verstoring:

a) veroorzaakt wordt door een verzwakking van het gehele financiële systeem of van delen daarvan; en

b) mogelijk ernstige negatieve gevolgen kan hebben voor de interne markt en de reële economie.

De Autoriteit beraadt zich, waar passend, op de door het ESRB en haarzelf ingestelde monitoring en beoordeling van systeemrisico’s en reageert op de waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB, overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1092/2010.

2. De Autoriteit ontwikkelt in samenwerking met het ESRB en overeenkomstig artikel 23 een gemeenschappelijke reeks kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren ("risicodashboard") voor het vaststellen en meten van systeemrisico's.

De Autoriteit ontwikkelt tevens een adequate regeling voor stresstests die moeten helpen vaststellen welke instellingen een systeemrisico kunnen opleveren. De betrokken instellingen worden onderworpen aan een scherper toezicht en, voor zover nodig, de herstel- en afwikkelingsprocedures bedoeld in artikel 25.

3. Onverminderd de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen stelt de Autoriteit zo nodig aanvullende richtsnoeren en aanbevelingen voor financiële instellingen op, teneinde rekening te houden met het systeemrisico dat zij opleveren.

De Autoriteit zorgt ervoor dat het systeemrisico dat financiële instellingen kunnen opleveren, in aanmerking wordt genomen bij de ontwikkeling van ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen op de gebieden die zijn vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen.

4. De Autoriteit kan op verzoek van een of meer bevoegde autoriteiten, het Europees Parlement, de Raad, de lidstaten of de Commissie, of op eigen initiatief, een onderzoek verrichten naar een bijzondere soort financiële instelling, product of gedraging teneinde mogelijke bedreigingen van de stabiliteit van het financiële stelsel of de bescherming van klanten of consumenten te beoordelen en de betrokken bevoegde autoriteiten passende aanbevelingen voor maatregelen te doen.

Daartoe kan de Autoriteit gebruikmaken van de bevoegdheden die haar krachtens deze verordening, met inbegrip van de artikelen 35 en 35 ter, zijn verleend.

5. Het Gemengd Comité zorgt voor de algemene en sectoroverschrijdende coördinatie van de activiteiten die op grond van dit artikel worden verricht.";

10 bis)  In artikel 23 wordt lid 1 vervangen door:

“1. De Autoriteit stelt in overleg met het ESRB criteria vast voor de vaststelling en meting van systeemrisico, alsook een adequate regeling voor stresstests die een beoordeling omvat van de mogelijkheid dat het systeemrisico dat financiële instellingen opleveren, of dat voor financiële instellingen ontstaat, waaronder het potentiële milieugerelateerde systeemrisico, in stresssituaties toeneemt. De financiële instellingen die een systeemrisico kunnen opleveren, worden onderworpen aan een scherper toezicht en, voor zover nodig, de herstel- en afwikkelingsprocedures bedoeld in artikel 25."

10 ter)  Artikel 27, lid 2, derde alinea, wordt geschrapt.

11)  Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:

"a bis) bekendmaken van het strategisch toezichtplan van de Unie overeenkomstig artikel 29 bis;";

ii)  punt b) wordt vervangen door:

"b) bevorderen van een effectieve bilaterale en multilaterale uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten, met betrekking tot alle relevante thema's, met inbegrip van ▌cyberveiligheid en cyberaanvallen, met volledige inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake geheimhouding en gegevensbescherming waarin door de desbetreffende Uniewetgeving wordt voorzien;";

iii) punt e) wordt vervangen door:

"e) opzetten van sectorale en sectoroverschrijdende opleidingsprogramma's, onder meer over technologische innovatie, vergemakkelijken van de uitwisseling van personeelsleden en de bevoegde autoriteiten aanmoedigen om intensiever gebruik te maken van detacheringsregelingen en andere instrumenten.";

iii bis)  het volgende punt e bis) wordt ingevoegd:

"e bis) invoeren van een monitoringsysteem voor de beoordeling van ecologische, sociale en governancegerelateerde risico's, rekening houden met de op de COP 21 gesloten Overeenkomst van Parijs;";

b)  ▌lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit kan in voorkomend geval nieuwe praktische instrumenten en convergentiehulpmiddelen ontwikkelen ter bevordering van gemeenschappelijke toezichtbenaderingen en -praktijken.

Om een gemeenschappelijke toezichtcultuur tot stand te brengen, ontwikkelt en actualiseert de Autoriteit, naar behoren rekening houdende met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's, bedrijfspraktijken, bedrijfsmodellen en de grootte van financiële instellingen en markten, een Uniehandboek voor het toezicht op financiële instellingen in de Unie. De Autoriteit ontwikkelt en actualiseert ook een Uniehandboek over de afwikkeling van financiële instellingen in de Unie, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de aard, omvang en complexiteit van de risico's, bedrijfspraktijken, bedrijfsmodellen en de grootte van financiële instellingen en markten. In zowel het Unietoezichthandboek als het Unieafwikkelingshandboek worden beste praktijken beschreven en worden hoogkwalitatieve methodieken en werkwijzen nader uitgewerkt.

De Autoriteit houdt naar behoren rekening met het toezichthandboek bij de uitvoering van haar taken, met inbegrip van de beoordeling van mogelijke inbreuken op het Unierecht overeenkomstig artikel 17, de regeling van geschillen overeenkomstig artikel 19, legt voor de gehele Unie geldende strategische toezichtsdoelstellingen vast en beoordeelt deze overeenkomstig artikel 29 bis en voert toetsingen uit bij de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 30.

De Autoriteit houdt in voorkomend geval openbare raadplegingen over de in lid 1, onder a), genoemde adviezen en de in lid 2 genoemde hulpmiddelen en instrumenten, en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de adviezen of hulpmiddelen en instrumenten. Ook wint de Autoriteit in voorkomend geval het advies in van de Stakeholdergroep bankwezen, en/of vraagt ze deze om haar mening.";

12)  Het volgende artikel 29 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 29 bisStrategisch toezichtplan

van de Unie

1. Na een debat in de raad van toezichthouders en rekening houdend met de bijdragen van de bevoegde autoriteiten, bestaande werkzaamheden van de EU-instellingen en de analyse, waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB, doet de Autoriteit ten minste om de drie jaar en tegen 31 maart een tot de bevoegde autoriteiten gerichte aanbeveling, waarin voor de gehele Unie geldende strategische doeleinden en prioriteiten voor het toezicht ("strategisch toezichtplan van de Unie") worden vastgelegd. Hierbij wordt niet getornd aan de specifieke nationale doelstellingen en prioriteiten van bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteiten noemen in hun bijdragen de toezichtactiviteiten waaraan de Autoriteit naar hun mening voorrang moet geven. De Autoriteit zendt het strategisch plan van de Unie ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en maakt het op haar website bekend.

In het strategisch toezichtplan van de Unie worden specifieke prioriteiten voor toezichtactiviteiten vastgelegd, om consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken en een consistente, efficiënte en effectieve toepassing van Unierecht te bevorderen en om in te spelen op overeenkomstig artikel 32 in kaart gebrachte microprudentiële trends, potentiële risico's en zwakke plekken en te anticiperen op ontwikkelingen zoals nieuwe bedrijfsmodellen. Het strategisch toezichtplan van de Unie belet de nationale bevoegde autoriteiten niet om nationale beste praktijken toe te passen, in te spelen op bijkomende nationale prioriteiten en ontwikkelingen, en de nodige aandacht aan nationale bijzonderheden te schenken.

2. Elke bevoegde autoriteit geeft ▌specifiek aan hoe haar jaarlijkse werkprogramma aansluit bij het strategisch toezichtplan van de Unie.

4. Elke bevoegde autoriteit wijdt als onderdeel van haar jaarlijkse rapportage een hoofdstuk aan de tenuitvoerlegging van het jaarlijkse werkprogramma.

Dit hoofdstuk moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

a)  een beschrijving van de toezichtactiviteiten en onderzoeken van financiële instellingen, marktpraktijken en -gedragingen, en financiële markten, en de bestuurlijke maatregelen en sancties die zijn opgelegd aan financiële instellingen die verantwoordelijk zijn voor inbreuken op Unierecht en nationaal recht;

b)  een beschrijving van activiteiten die zijn uitgevoerd en die niet gepland stonden in het jaarlijkse werkprogramma;

c)  een verklaring over de in het jaarlijkse werkprogramma geplande activiteiten die niet zijn uitgevoerd en de doelstellingen uit dat programma die niet werden behaald, alsmede de redenen waarom die activiteiten niet zijn uitgevoerd en die doelstellingen niet zijn behaald.

5. De Autoriteit maakt een beoordeling van de informatie in het specifieke hoofdstuk als bedoeld in lid 4. Wanneer er substantiële risico's bestaan dat de prioriteiten uit het strategisch toezichtplan van de Unie niet worden verwezenlijkt, doet de Autoriteit een aanbeveling aan elke betrokken bevoegde autoriteit over de manier waarop de desbetreffende tekortkomingen in haar activiteiten kunnen worden verholpen.

Op basis van de verslagen en haar eigen risicobeoordeling bepaalt de Autoriteit welke activiteiten van de bevoegde autoriteit van kritiek belang zijn om het strategisch toezichtplan van de Unie te kunnen uitvoeren en, waar nodig, toetst zij die activiteiten op grond van artikel 30.

6. De Autoriteit maakt bij de beoordeling van de jaarlijkse werkprogramma's geconstateerde beste praktijken publiek beschikbaar.".

13)  Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de titel van het artikel wordt vervangen door:

"Toetsingen van bevoegde autoriteiten";

b)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De Autoriteit toetst ambtshalve of op verzoek van het Europees Parlement of de Raad periodiek sommige of alle activiteiten van bevoegde autoriteiten om de consistentie en doeltreffendheid in de toezichtresultaten verder te versterken. Hiertoe ontwikkelt de Autoriteit methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking tussen de aan toetsing onderworpen bevoegde autoriteiten mogelijk te maken. Bij het bepalen welke bevoegde autoriteiten moeten worden getoetst en bij de toetsingen wordt rekening gehouden met beschikbare informatie en reeds uitgevoerde evaluaties betreffende de betrokken bevoegde autoriteit, met inbegrip van relevante overeenkomstig artikel 35 aan de Autoriteit verschafte informatie, en met alle relevante informatie van stakeholders, en met name met tekortkomingen en tekortschieten van een bevoegde autoriteit.";

c)  het volgende lid wordt toegevoegd:

“1 bis. Voor de toepassing van dit artikel richt de Autoriteit een toetsingscommissie ad hoc op, die wordt voorgezeten door de Autoriteit en die uit personeelsleden van de Autoriteit bestaat, welke worden vergezeld en ondersteund, op basis van vrijwilligheid en een rouleersysteem, door maximaal vijf vertegenwoordigers van verschillende bevoegde autoriteiten, met uitzondering van de bevoegde autoriteit die wordt getoetst ▌ .";

d)  lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) de inleidende zin wordt vervangen door:

"De toetsing omvat een beoordeling van onder meer, maar is niet beperkt tot:";

ii)  punt a) wordt vervangen door:

"a) de adequaatheid van de middelen, de mate van onafhankelijkheid en de governanceregelingen van de bevoegde autoriteit, vooral met het oog op de effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen en de capaciteit om op marktontwikkelingen te reageren;";

ii bis)  punt b) wordt vervangen door:

"b) de doeltreffendheid en de mate van convergentie die in de toepassing van het Unierecht en in de toezichtpraktijk, daaronder begrepen de op grond van de artikelen 10 tot en met 16 vastgestelde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren en aanbevelingen, is bereikt, en de mate waarin de toezichtpraktijk de in het Unierecht vastgestelde doelstellingen bereikt, met inbegrip van de gemeenschappelijke toezichtpraktijk uit hoofde van artikel 29 en het strategisch toezichtplan van de Unie, artikel 29 bis;";

ii ter)  punt c) wordt vervangen door:

de toepassing van door sommige bevoegde autoriteiten ontwikkelde beste praktijken;"

e)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. De Autoriteit stelt een verslag op met de uitkomsten van de toetsing. Dat verslag geeft toelichting en vermeldt welke follow-upmaatregelen als gevolg van de toetsing passend en noodzakelijk worden geacht. Die follow-upmaatregelen kunnen worden genomen in de vorm van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16 en adviezen overeenkomstig artikel 29, lid 1, onder a), gericht aan de relevante bevoegde autoriteiten.

▌De Autoriteit brengt een follow-upverslag uit over de naleving van de follow-upmaatregelen waarom is verzocht.

Bij het opstellen van ontwerpen van technische regulerings- of technische uitvoeringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 of van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16, houdt de Autoriteit rekening met het resultaat van de toetsing, alsmede met alle andere informatie die de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, om te zorgen voor convergentie in de richting van de toezichtpraktijken van de hoogste kwaliteit.";

f)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis. De Autoriteit legt de Commissie een advies voor wanneer zij, gelet op de uitkomst van de toetsing of andere informatie die de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, van oordeel is dat verdere harmonisering van de Unieregels voor financiële instellingen of bevoegde autoriteiten vanuit het oogpunt van de Unie noodzakelijk is of wanneer zij van oordeel is dat een bevoegde autoriteit de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen niet heeft toegepast of heeft toegepast op een wijze die in strijd met het Unierecht lijkt te zijn.";

g)  lid 4 wordt vervangen door:

“4. De Autoriteit maakt het in lid 3 bedoelde verslag bekend, samen met follow-upverslagen, tenzij bekendmaking risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel inhoudt. De bevoegde autoriteit die het voorwerp uitmaakt van de toetsing, wordt uitgenodigd opmerkingen te maken voordat verslagen worden bekendgemaakt. Voorafgaande aan de bekendmaking houdt de Autoriteit, indien passend, rekening met die opmerkingen. De Autoriteit kan die opmerkingen publiek beschikbaar maken als bijlage bij het verslag, tenzij bekendmaking risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel inhoudt of de bevoegde autoriteit bezwaar maakt tegen de bekendmaking. Het door de Autoriteit opgestelde verslag als bedoeld in lid 3 en de door de Autoriteit aangenomen richtsnoeren, aanbevelingen en adviezen als bedoeld in lid 3 bis worden gelijktijdig bekendgemaakt.";

14)  ▌ artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in de eerste alinea van lid 1 wordt punt e) vervangen door:

“e) passende maatregelen te treffen in geval van ontwikkelingen die de werking van de financiële markten in gevaar kunnen brengen met het oog op de coördinatie van acties van de relevante bevoegde autoriteiten;".

b)  in de eerste alinea van lid 1 wordt punt e bis) ingevoegd:

"e bis) passende maatregelen te treffen om het gebruik van technologische innovaties te vergemakkelijken met het oog op de coördinatie van acties van de betrokken bevoegde autoriteiten;"

c)  het volgende lid 1 bis wordt toegevoegd:

“1 bis. De Autoriteit neemt passende maatregelen om de markttoetreding te faciliteren van marktdeelnemers of producten die gebruikmaken van technologische innovatie. Teneinde een gemeenschappelijke Europese benadering ten aanzien van technologische innovatie tot stand te brengen, bevordert de Autoriteit toezichtconvergentie, in voorkomend geval met de steun van de Commissie financiële innovatie en met name via de uitwisseling van informatie en beste praktijken. Waar nodig kan de Autoriteit richtsnoeren of aanbevelingen in overeenstemming met artikel 16 vaststellen.".

15)  Het volgende artikel 31 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 31 bisCoördinatie met betrekking tot het delegeren en uitbesteden van activiteiten, alsmede van risico-overdrachten

1.  De Autoriteit coördineert op doorlopende basis toezichtactiviteiten van bevoegde autoriteiten om toezichtconvergentie te bevorderen op het gebied van het delegeren en uitbesteden van activiteiten van financiële instellingen, alsmede met betrekking tot door hen uitgevoerde risico-overdrachten naar derde landen om de voordelen van het EU-paspoort te kunnen genieten, terwijl in wezen substantiële activiteiten of functies buiten de Unie plaatsvinden, in overeenstemming met de leden 2 en 3 ▌. De bevoegde autoriteiten dragen op hun bevoegdheidsgebieden de eindverantwoordelijkheid voor vergunningverlening, toezicht en handhavingsbesluiten met betrekking tot het delegeren en uitbesteden van activiteiten en van risico-overdrachten.

2. De bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit in kennis wanneer zij voornemens zijn een vergunning of registratie toe te kennen aan een financiële instelling die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen onder toezicht van de betrokken bevoegde autoriteit zou staan en wanneer het bedrijfsplan van de financiële instelling het delegeren of uitbesteden van een wezenlijk deel van haar activiteiten of een van de sleutelfuncties of de risico-overdracht van een wezenlijk deel van haar activiteiten naar derde landen inhoudt, om de voordelen van het EU-paspoort te kunnen genieten, terwijl in wezen substantiële activiteiten of functies buiten de Unie plaatsvinden. De kennisgeving van bevoegde autoriteiten aan de Autoriteit moet voldoende gedetailleerd zijn ▌.

3. Indien de Uniewetgeving, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van toepassing is en niet voorziet in specifieke bepalingen met betrekking tot de kennisgeving inzake het delegeren en uitbesteden van activiteiten of de risico-overdrachten, stelt een financiële instelling de bevoegde autoriteit in kennis van het uitbesteden of delegeren van een wezenlijk deel van haar activiteiten of een van haar sleutelfuncties en de risico-overdacht van een wezenlijk deel van haar activiteiten aan een andere entiteit of aan haar in een derde land gevestigde eigen bijkantoor. De betrokken bevoegde autoriteit stelt de Autoriteit op halfjaarlijkse basis in kennis van die kennisgevingen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 35 verschaft de bevoegde autoriteit, op verzoek van de Autoriteit, informatie met betrekking tot de regelingen van financiële instellingen voor het uitbesteden of delegeren van activiteiten of het overdragen van risico's.

De Autoriteit monitort of de betrokken bevoegde autoriteiten zich ervan vergewissen dat de in de eerste alinea bedoelde regelingen voor het uitbesteden of het delegeren van activiteiten of het overdragen van risico's worden aangegaan in overeenstemming met het Unierecht, voldoen aan de richtsnoeren, aanbevelingen of adviezen van de Autoriteit en geen belemmering vormen voor effectief toezicht door de bevoegde autoriteiten en handhaving in een derde land.

3 bis. Wanneer de verificatieregelingen van een bevoegde autoriteit een belemmering vormen voor effectief toezicht of handhaving en een risico van regelgevingsarbitrage tussen de lidstaten meebrengen, kan de Autoriteit aan de betrokken bevoegde autoriteit aanbevelingen doen over de manier waarop haar verificatieregelingen kunnen worden verbeterd, met inbegrip van een termijn waarbinnen de bevoegde autoriteit de aanbevolen wijzigingen ten uitvoer zou moeten leggen. Wanneer de betrokken bevoegde autoriteit de aanbevelingen van de Autoriteit niet opvolgt, geeft zij daarvoor de redenen en maakt de Autoriteit haar aanbevelingen openbaar, samen met die redenen.

3 ter. De Commissie stelt binnen [één jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] een verslag op met een overzicht van de verschillende benaderingen in de sectorale wetgeving met betrekking tot het beoordelen van de relevantie van de uit te besteden of te delegeren activiteit en waarin wordt nagegaan of er mogelijkheden zijn voor een meer geharmoniseerde benadering in dit opzicht door middel van nadere bepaling van gemeenschappelijke criteria en methodes. De Commissie zendt dit verslag toe aan het Europees Parlement en de Raad.

Daarbij houdt de Commissie rekening met:

a) de continuïteit van de activiteit;

b) de effectieve beheerscapaciteit;

c) de effectieve capaciteit om gedelegeerde en uitbestede activiteiten en risico-overdrachten te controleren."

15 bis)  Het volgende artikel 31 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 31 ter

Uitwisseling van informatie over de resultaatgerichtheid en geschiktheid

Samen met Eiopa en ESMA zet de Autoriteit een systeem op voor de uitwisseling van informatie die relevant is voor de beoordeling van de resultaatgerichtheid en geschiktheid van houders van gekwalificeerde deelnemingen, bestuurders en sleutelfunctionarissen van financiële instellingen door de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen."

16)  Artikel 32 wordt vervangen door:

“Artikel 32Beoordeling van marktontwikkelingen

, met inbegrip van stresstests

1.  De Autoriteit volgt en beoordeelt de marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied en brengt waar nodig de overige twee ETA's, het ECSR en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op de hoogte van trends, potentiële risico’s en zwakke plekken. De Autoriteit neemt in haar beoordeling een ▌analyse op van de markten waarop financiële instellingen opereren, en een beoordeling van de gevolgen van mogelijke marktontwikkelingen voor die instellingen.

2.  De Autoriteit neemt ▌het initiatief tot, en coördineert, het Uniebreed beoordelen van de weerbaarheid van financiële instellingen bij ongunstige marktontwikkelingen op realistische wijze. Hiertoe ontwikkelt zij:

a)  gemeenschappelijke methodieken voor het beoordelen van het effect van economische scenario's op de financiële positie van een instelling;

a bis)  gemeenschappelijke methodieken voor het vaststellen welke financiële instellingen moeten worden opgenomen in de Uniebrede beoordelingen;

b)  gemeenschappelijke benaderingen voor communicatie over de resultaten van deze beoordelingen van de veerkracht van financiële instellingen;

c)  gemeenschappelijke methodieken ter beoordeling van het effect van bepaalde producten en distributieprocessen op een instelling; ▐

d)  gemeenschappelijke methodieken voor de waardebepaling van de activa, indien dit voor de stresstests nodig wordt geacht, en

d bis)  gemeenschappelijke methodieken ter beoordeling van het effect van milieurisico's op de financiële stabiliteit van instellingen.

Voor de toepassing van dit lid werkt de Autoriteit samen met het ECSR, dat eventuele belangenconflicten ten aanzien van de uitvoering van het monetair beleid voorkomt.

2 bis.  De Autoriteit gaat ten minste jaarlijks, in samenwerking met het GTM, na of het uitvoeren van in artikel 2 bedoelde Uniebrede beoordelingen van de weerbaarheid van financiële instellingen dienstig is en brengt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op de hoogte van haar bevindingen. Wanneer dergelijke Uniebrede beoordelingen worden uitgevoerd, maakt de Autoriteit voor elke deelnemende financiële instelling de uitkomsten bekend, tenzij zij een dergelijke bekendmaking niet passend acht met het oog op de financiële stabiliteit in de Unie of in een of meer van haar lidstaten, de marktintegriteit of de beleggersbescherming of de werking van de interne markt.

Verplichtingen inzake beroepsgeheim van bevoegde autoriteiten staan er niet aan in de weg dat bevoegde autoriteiten de uitkomsten van in lid 2 bedoelde Uniebrede beoordelingen bekendmaken of dat zij de uitkomst van die beoordelingen aan de Autoriteit zenden met het oog op de bekendmaking door de Autoriteit van de uitkomsten van Uniebrede beoordelingen van de weerbaarheid van financiële instellingen.

3.  Onverminderd de in Verordening (EU) nr. 1092 /2010 vastgestelde taken van het ESRB verstrekt de Autoriteit op haar bevoegdheidsgebied eenmaal per jaar en indien nodig vaker aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het ESRB beoordelingen van trends, potentiële risico's en zwakke plekken, in combinatie met het risicodashboard als bedoeld in artikel 22, lid 2.

De Autoriteit neemt in deze beoordelingen een indeling van de voornaamste risico’s en zwakke plekken op en beveelt in voorkomend geval preventieve of remediërende maatregelen aan.

3 bis.  Voor de uitvoering van de Uniebrede beoordeling van de weerbaarheid van financiële instellingen uit hoofde van dit artikel, kan de Autoriteit in overeenstemming met artikel 35 en behoudens de daarin vervatte voorwaarden rechtstreeks informatie bij de financiële instellingen opvragen. Zij kan voorts verlangen dat de bevoegde autoriteiten specifieke controles uitvoeren. Zij kan bevoegde autoriteiten verzoeken om inspecties ter plaatse uit te voeren, en kan deelnemen aan dergelijke inspecties ter plaatse overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21 en behoudens de daarin vervatte voorwaarden, teneinde toe te zien op de vergelijkbaarheid en de betrouwbaarheid van methoden, praktijken en resultaten.

3 ter.  De Autoriteit kan de bevoegde autoriteiten verzoeken dat zij financiële instellingen verplichten om de informatie die zij op grond van lid 3 bis moeten verstrekken, aan een onafhankelijke audit te onderwerpen.

4.  De Autoriteit brengt over sectoroverschrijdende ontwikkelingen, risico’s en zwakke plekken adequaat verslag uit door via het Gemengd Comité nauw samen te werken met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit).";

17)  Artikel 33 wordt vervangen door:

"Artikel 33

Internationale betrekkingen, waaronder equivalentie

1. Onverminderd de respectieve bevoegdheden van de instellingen van de lidstaten en de Unie kan de Autoriteit contacten ontwikkelen met regelgevende, toezichthoudende en, in voorkomend geval, afwikkelingsautoriteiten, internationale organisaties en overheidsinstanties van derde landen, en met hen administratieve regelingen sluiten. Deze regelingen scheppen geen wettelijke verplichtingen voor de Unie en haar lidstaten, en zij beletten lidstaten en hun bevoegde autoriteiten niet om bilaterale en multilaterale regelingen te sluiten met deze derde landen.

Wanneer een derde land, overeenkomstig een van kracht zijnde gedelegeerde handeling die de Commissie heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement de Raad, is opgenomen in de lijst van rechtsgebieden die in hun nationale wet- en regelgeving ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering strategische gebreken vertonen die een significante bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Unie, gaat de Autoriteit geen samenwerkingsregelingen aan met de regelgevende, toezichthoudende en, in voorkomend geval, afwikkelingsautoriteiten van dat derde land.

2. De Autoriteit verleent de Commissie bijstand bij het opstellen van equivalentiebesluiten met betrekking tot regulerings- en toezichtregimes in derde landen na een specifiek verzoek om advies van de Commissie, op haar eigen initiatief of wanneer zij op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen daartoe verplicht is.

2 bis. De Autoriteit monitort op doorlopende basis ontwikkelingen op het gebied van regulering, toezicht en afwikkeling en handhavingspraktijken en relevante marktontwikkelingen in derde landen waarvoor equivalentiebesluiten door de Commissie zijn vastgesteld op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, om na te gaan of de criteria op basis waarvan die besluiten zijn genomen en de daarin bepaalde voorwaarden nog steeds vervuld zijn. De Autoriteit dient elke drie jaar of vaker indien passend of op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de andere twee ETA's een vertrouwelijk verslag in over haar bevindingen. Het verslag is met name gericht op gevolgen voor de financiële stabiliteit, marktintegriteit, beleggersbescherming of de werking van de interne markt.

Onverminderd de specifieke voorwaarden bepaald in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en volgens de voorwaarden van de tweede zin van lid 1, werkt de Autoriteit samen met de betrokken bevoegde autoriteiten en, in voorkomend geval, ook de afwikkelingsautoriteiten van derde landen waarvan het regulerings- en toezichtkader als equivalent zijn erkend. Die samenwerking verloopt op basis van administratieve regelingen die met de desbetreffende autoriteiten van die derde landen zijn aangegaan. Bij de onderhandelingen over die administratieve regelingen neemt de Autoriteit bepalingen over de volgende punten op:

a)  de mechanismen waarmee de Autoriteit relevante informatie kan krijgen, onder meer informatie over het reguleringsregime, de toezichtbenadering, relevante marktontwikkelingen en veranderingen die van invloed kunnen zijn op het equivalentiebesluit;

b)  voor zover vereist voor de follow-up van die equivalentiebesluiten, de procedures voor het coördineren van toezichtactiviteiten, met inbegrip van inspecties ter plaatse die onder verantwoordelijkheid van de Autoriteit zijn uitgevoerd, indien passend vergezeld en ondersteund door maximaal vijf vertegenwoordigers van verschillende bevoegde autoriteiten, op vrijwillige en roulerende basis, en door de bevoegde autoriteit van het derde land.

De Autoriteit stelt het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de andere ETA's in kennis wanneer een bevoegde autoriteit van een derde land weigert dit soort administratieve regelingen aan te gaan of wanneer deze weigert om daadwerkelijk mee te werken. De Commissie laat deze informatie meewegen wanneer zij de desbetreffende equivalentiebesluiten herziet.

2 ter. Wanneer de Autoriteit in de in lid 2 bis bedoelde derde landen ontwikkelingen constateert op het gebied van regulering, toezicht of, indien van toepassing, afwikkeling of de handhavingspraktijken die van invloed kunnen zijn op de financiële stabiliteit van de Unie of van een of meer van haar lidstaten, op de integriteit van de markt of de bescherming van beleggers of de werking van de interne markt stelt zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan vertrouwelijk en onverwijld in kennis.

2 quater. De bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit vooraf in kennis van hun voornemens om administratieve regelingen aan te gaan met toezichthoudende autoriteiten uit derde landen op een van de gebieden die onder de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen vallen, onder meer met betrekking tot bijkantoren van entiteiten uit derde landen. Zij verschaffen de Autoriteit zo spoedig mogelijk een ontwerp van die voorgenomen regelingen.

De Autoriteit kan samenwerken met de bevoegde autoriteiten om modellen voor administratieve regelingen uit te werken, met het oog op de totstandbrenging van coherente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen de Unie en de versterking van de coördinatie van het internationale toezicht. ▌De bevoegde autoriteiten volgen die modelregelingen zo veel mogelijk.

Wanneer de Autoriteit in samenwerking met de bevoegde autoriteiten een dergelijk model voor een administratieve regeling uitwerkt, sluiten de bevoegde autoriteiten geen administratieve regelingen met autoriteiten van derde landen tot het model voor de regeling voltooid is.

In het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag neemt de Autoriteit informatie op over de administratieve regelingen die zijn overeengekomen met toezichthoudende autoriteiten, internationale organisaties of overheidsdiensten in derde landen, over de bijstand die de Autoriteit aan de Commissie heeft verleend bij de voorbereiding van equivalentiebesluiten en over de monitoringactiviteiten door de Autoriteit uitgevoerd in overeenstemming met lid 2 bis.

3 bis. De Autoriteit verzoekt om het volledige lidmaatschap van het Bazels Comité voor bankentoezicht en van de Raad voor financiële stabiliteit en verzoekt om de status van waarnemer van het International Accounting Standards Monitoring Board.

Alle standpunten die door de Autoriteit op internationale fora worden ingenomen, worden eerst besproken en goedgekeurd door de raad van toezichthouders.

3 ter. De Autoriteit monitort waar passend ontwikkelingen op het gebied van regulering, toezicht en, indien van toepassing, afwikkeling en handhavingspraktijken en relevante marktontwikkelingen in derde landen waarvoor internationale overeenkomsten zijn gesloten.

Onverminderd de specifieke voorwaarden van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en volgens de voorwaarden van de tweede zin van lid 1 van dit artikel, werkt de Autoriteit samen met de betrokken bevoegde autoriteiten en, indien van toepassing, ook met de afwikkelingsautoriteiten van de derde landen als bedoeld in de eerste alinea van dit lid.".

18)  Artikel 34 wordt geschrapt.

19)  Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de leden 1, 2 en 3 worden vervangen door:

"1. Op verzoek van de Autoriteit verstrekken de bevoegde autoriteiten de Autoriteit alle nodige informatie om de haar bij deze verordening opgedragen taken uit te voeren, op voorwaarde dat zij rechtens inzage kunnen krijgen in de desbetreffende informatie.

De verschafte informatie is accuraat en volledig en wordt binnen de door de Autoriteit gestelde termijn ingediend.

2. De Autoriteit kan ook verzoeken dat informatie op gezette tijden en volgens gespecificeerde formats of middels vergelijkbare, door de Autoriteit goedgekeurde templates wordt verstrekt. Voor deze verzoeken wordt, waar mogelijk, altijd gebruikgemaakt van bestaande gemeenschappelijke rapportageformats en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd, waarin is voorzien in het nationale en Unierecht, met inbegrip van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen;

3. Op verzoek van een bevoegde autoriteit kan de Autoriteit alle informatie verstrekken waarover zij beschikt die nodig is om die bevoegde autoriteit in staat te stellen haar taken uit te voeren ▌ .";

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Wanneer de overeenkomstig lid 1 verlangde informatie niet beschikbaar is of niet door de bevoegde autoriteiten beschikbaar wordt gesteld binnen de door Autoriteit bepaalde termijn, richt de Autoriteit een goed onderbouwd en met redenen omkleed verzoek aan de volgende instanties:

a) andere autoriteiten met toezichttaken;

b) het ministerie dat in de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor financiën voor zover dat over toezichtinformatie beschikt;

c) de nationale centrale bank van de betrokken lidstaat;

d) het bureau voor de statistiek van de betrokken lidstaat.

Op verzoek van de Autoriteit verlenen de bevoegde autoriteiten de Autoriteit bijstand bij het verzamelen van de informatie.";

c)  lid 6 en lid 7 bis worden geschrapt.

20)  De volgende artikelen 35 bis tot en met 35 quinquies worden ingevoegd:

"Artikel 35 bisUitoefening van de in artikel 35 ter bedoelde bevoegdheden

De bevoegdheden die overeenkomstig artikel 35 aan de Autoriteit, haar functionarissen of een andere door de Autoriteit gemachtigde persoon zijn toegekend, worden niet gebruikt om de openbaarmaking te verlangen van aan het verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.

De artikelen 35 bis en 35 ter zijn van toepassing onverminderd het nationale recht.

Artikel 35 terInformatieverzoek aan financiële instellingen, holdings of bijkantoren van betrokken financiële instellingen en niet-gereguleerde operationele entiteiten binnen een financiële groep of conglomeraat

1. Wanneer op grond van artikel 35, lid 1 of 5, verlangde informatie niet beschikbaar is of niet binnen de door de Autoriteit bepaalde termijn beschikbaar wordt gesteld, kan de Autoriteit, zonder overlappingen te creëren, verlangen dat de betrokken financiële instellingen de nodige informatie verschaffen om haar in staat te stellen haar taken uit hoofde van deze verordening te vervullen:

a) de betrokken financiële instellingen;

b) holdings of filialen van een betrokken financiële instelling;

c) niet-gereguleerde operationele entiteiten binnen een financiële groep of conglomeraat die van belang zijn voor de financiële activiteiten van de betrokken financiële instellingen.

4. De in lid 1 bedoelde betrokken instellingen en entiteiten, of hun wettelijke vertegenwoordigers ▌ verstrekken de verlangde informatie binnen een redelijke, door de Autoriteit vastgestelde termijn.

5. De Autoriteit zendt onverwijld een afschrift van het ▌verzoek ▌ aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de in lid 1 genoemde betrokken entiteit waarop het informatieverzoek ziet, gedomicilieerd of gevestigd is.

6. De Autoriteit kan in overeenstemming met dit artikel ontvangen vertrouwelijke informatie alleen gebruiken voor het uitvoeren van de haar bij deze verordening opgedragen taken.

Artikel 35 quaterProcedureregels voor het opleggen van geldboeten

1. Wanneer de Autoriteit bij het verrichten van haar taken uit hoofde van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van feiten die een inbreuk als bedoeld in artikel 35 quinquies, lid 1, kunnen vormen, verzoekt de Autoriteit de Commissie om de aangelegenheid te onderzoeken. ▌

Artikel 35 quinquiesGeldboeten

en dwangsommen

-1. Voordat de Commissie een besluit neemt om een geldboete of een dwangsom op te leggen, stelt zij de instelling of entiteit waarop het informatieverzoek betrekking heeft, in de gelegenheid te worden gehoord.

De Commissie baseert haar besluit om een geldboete of dwangsom op te leggen op de bevindingen ten aanzien waarvan de betrokken instellingen of entiteiten in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken.

1. Wanneer de Commissie constateert dat een in artikel 35 ter, lid 1, genoemde instelling of entiteit opzettelijk of uit onachtzaamheid niet de vereiste informatie heeft verstrekt, dan wel onvolledige, onjuiste of misleidende informatie overeenkomstig artikel 35 ter, lid 1, stelt zij een besluit vast tot het opleggen van een geldboete.

2. ▌De in lid 1 bedoelde basisboete bedraagt ten minste [X; minder dan 50 000 EUR] en niet meer dan [Y; minder dan 200 000 EUR] en is afschrikkend, doeltreffend en evenredig aan de omvang van de instelling of entiteit en de aard en ernst van de inbreuk.

De Autoriteit ontwikkelt samen met de ESMA en de Eiopa ontwerpen van technische reguleringsnormen ter nadere bepaling van de methodiek voor de vaststelling van geldboetes overeenkomstig dit lid.

▌5. ▌ De totale geldboete bedraagt [X %; minder dan 20 %] van de jaaromzet van de betrokken entiteit over het voorafgaande boekjaar, tenzij de entiteit direct of indirect financieel voordeel heeft gehad bij de inbreuk. In dat geval is de totale geldboete ten minste gelijk aan dat financiële voordeel.

5 bis. De Commissie mag een dwangsom opleggen totdat de inbreuk is gecorrigeerd. De dwangsom is evenredig aan de grootte van de instelling of entiteit en de aard en ernst van de inbreuk.

5 ter. De rechten van verdediging van de instelling of entiteit worden tijdens de procedure volledig in acht genomen. De instelling of entiteit is gerechtigd toegang tot de documenten van de Autoriteit en van de Commissie te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie of interne voorbereidende documenten van de Autoriteit of de Commissie.

5 quater. De tenuitvoerlegging van de geldboete of dwangsom kan alleen worden opgeschort door een besluit van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De instellingen of entiteiten waaraan een geldboete of dwangsom is opgelegd, mogen een beroep instellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie tegen een besluit van de Commissie om een geldboete of dwangsom op te leggen. Het Hof kan de door de Commissie opgelegde geldboete of dwangsom onder andere intrekken, verlagen of verhogen.

5 quinquies. De Commissie maakt alle opgelegde geldboeten en dwangsommen openbaar, tenzij die openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen.

5 sexies. De bedragen van de geldboeten en dwangsommen worden toegewezen aan de algemene begroting van de Unie.

▌21)  Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 3 wordt geschrapt.

b)  lid 4 wordt vervangen door:

“4. Bij ontvangst van een tot de Autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB bespreekt de Autoriteit die waarschuwing of aanbeveling tijdens de volgende vergadering van de raad van toezichthouders of, indien passend, daarvoor, teneinde de implicaties van een dergelijke waarschuwing of aanbeveling voor de vervulling van haar taken te beoordelen en een eventuele follow-up uit te voeren.

Zij neemt, volgens de toepasselijke besluitvormingsprocedure, een besluit over de vraag of maatregelen moeten worden genomen overeenkomstig de bij deze verordening aan haar verleende bevoegdheden voor de behandeling van de in de waarschuwingen en aanbevelingen aangewezen kwesties en over de inhoud van die maatregel.

Indien de Autoriteit aan een waarschuwing of aanbeveling geen gevolg geeft, motiveert zij dit voor het ESRB. Het ESRB stelt het Europees Parlement in kennis overeenkomstig artikel 19, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1092/2010. Het ESRB stelt ook de Raad en de Commissie hiervan op de hoogte."

c)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Bij ontvangst van een tot een bevoegde autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB kan de Autoriteit in voorkomend geval van de bij deze verordening aan haar verleende bevoegdheden gebruikmaken om een tijdige follow-up te verzekeren.

Een adressaat die voornemens is de aanbevelingen van het ESRB niet op te volgen, omkleedt zijn voornemen met redenen die hij voorlegt aan en bespreekt met de raad van toezichthouders."

d)  lid 6 wordt geschrapt.

22)  Artikel 37 wordt vervangen door:

"Artikel 37

Stakeholdergroep bankwezen

1. Ter bevordering van het overleg met stakeholders op gebieden die relevant zijn voor de taken van de Autoriteit, wordt een Stakeholdergroep bankwezen opgericht. De Stakeholdergroep bankwezen wordt geraadpleegd over maatregelen die getroffen worden overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 inzake de technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen en, indien nodig en voor zover zij geen betrekking hebben op individuele financiële instellingen, overeenkomstig artikel 16 inzake richtsnoeren en aanbevelingen, artikel 16 bis inzake adviezen en artikel 16 ter inzake rondvraag. Indien er dringend moet worden opgetreden en overleg onmogelijk blijkt, wordt de Stakeholdergroep bankwezen daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

De Stakeholdergroep bankwezen komt op eigen initiatief telkens wanneer dit nodig wordt geacht, en in elk geval ten minste viermaal per jaar bijeen.

2. In de Stakeholdergroep bankwezen, die uit 30 leden is samengesteld, vertegenwoordigen 13 leden de krediet- en beleggingsinstellingen die in de Unie opereren, van wie drie coöperatieve en spaarbanken vertegenwoordigen, zijn 13 leden de vertegenwoordigers van hun werknemers, consumenten, gebruikers van bankdiensten en vertegenwoordigers van kmo's, op evenwichtige wijze en zijn vier van haar leden onafhankelijke vooraanstaande academici.

3. De leden van de Stakeholdergroep bankwezen worden na een open en transparante selectieprocedure door de raad van toezichthouders aangesteld. Bij het nemen van zijn besluit verzekert de raad van toezichthouders, rekening houdend met de mogelijkheden, een passende weerspiegeling van de diversiteit van de bankensector, geografische en genderbalans en vertegenwoordiging van stakeholders uit de gehele Unie. De leden van de Stakeholdergroep bankwezen worden geselecteerd op basis van hun kwalificaties, vaardigheden, relevante kennis en bewezen deskundigheid.";

3 bis. De leden van de Stakeholdergroep bankwezen kiezen de voorzitter van die groep uit de leden. Het voorzitterschap wordt bekleed voor een periode van twee jaar.

Het Europees Parlement mag de voorzitter van de Stakeholdergroep bankwezen uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en desgevraagd door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden.

4. De Autoriteit verstrekt overeenkomstig artikel 70 en met inachtneming van het beroepsgeheim alle nodige informatie, en zorgt voor adequate secretariële ondersteuning van de Stakeholdergroep bankwezen. Voor leden van de Stakeholdergroep bankwezen die een organisatie zonder winstoogmerk vertegenwoordigen, met uitsluiting van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, wordt een toereikende vergoeding vastgesteld. Voor deze vergoeding worden de voorbereidende en follow-upwerkzaamheden van de leden in aanmerking genomen en ze komt op zijn minst overeen met de vergoedingstarieven voor ambtenaren overeenkomstig Titel V, hoofdstuk 1, afdeling 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie zoals vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (Statuut van de ambtenaren). De Stakeholdergroep bankwezen kan werkgroepen voor technische aangelegenheden instellen. De ambtstermijn van de leden van de Stakeholdergroep bankwezen bedraagt vier jaar, waarna een nieuwe selectieprocedure plaatsvindt."

De leden van de Stakeholdergroep bankwezen kunnen twee opeenvolgende ambtstermijnen vervullen.

5. De Stakeholdergroep bankwezen verstrekt aan de Autoriteit advies over alle kwesties die verband houden met de taken van de Autoriteit, met name wat betreft de in de artikelen 10 tot en met 16 ter en de artikelen 29, 30, 32 en 35 vermelde taken.

Wanneer de leden van de Stakeholdergroep bankwezen geen overeenstemming kunnen bereiken over een advies, mogen een derde van de leden van die groep, of de leden die een groep stakeholders vertegenwoordigen, een afzonderlijk advies uitbrengen.

De Stakeholdergroep bankwezen, de Stakeholdergroep effecten en markten, de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen kunnen gezamenlijke adviezen uitbrengen over kwesties die verband houden met de werkzaamheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) op grond van artikel 56 van deze verordening (over gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen).

6. De Stakeholdergroep bankwezen stelt haar reglement van orde op basis van overeenstemming onder een tweederdemeerderheid van de leden vast.

7. De Autoriteit maakt het advies van de Stakeholdergroep bankwezen, de afzonderlijke adviezen van haar leden en de resultaten van haar raadplegingen openbaar, evenals de wijze waarop deze in aanmerking zijn genomen. ";

b)    in lid 5 worden de volgende alinea's toegevoegd:

"Wanneer de leden van de Stakeholdergroep bankwezen niet tot een gezamenlijk standpunt of advies kunnen komen, mogen de leden die een groep stakeholders vertegenwoordigen, een afzonderlijk standpunt of advies uitbrengen.

De Stakeholdergroep bankwezen, de Stakeholdergroep effecten en markten, de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen kunnen gezamenlijke standpunten en adviezen uitbrengen over kwesties die verband houden met de werkzaamheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) op grond van artikel 56 van deze verordening (over gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen).".

22 bis)  In artikel 38 wordt lid 1 vervangen door:

“1. De Autoriteit verzekert dat een op grond van artikel 18, 19 of 20 vastgesteld besluit in geen enkel opzicht afbreuk doet aan de budgettaire verantwoordelijkheden van de lidstaten.".

23)  Artikel 39 wordt vervangen door:

"Artikel 39Besluitvormingsprocedures

1. De Autoriteit handelt in overeenstemming met de leden 2 tot en met 6 wanneer zij besluiten vaststelt waarin overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 wordt voorzien.

2. De Autoriteit stelt adressaten van een besluit in de officiële taal van de adressaten op de hoogte van haar voornemen om het besluit vast te stellen en bepaalt een termijn waarbinnen de adressaat, terdege rekening houdende met de urgentie, complexiteit en mogelijke consequenties van de zaak, zijn standpunten over het voorwerp van het besluit kenbaar kan maken. Adressaten kunnen hun standpunten in hun officiële taal kenbaar maken. De bepaling uit de eerste zin is van overeenkomstige toepassing op aanbevelingen als bedoeld in artikel 17, lid 3.

3. De besluiten van de Autoriteit worden met redenen omkleed.

4. De adressaten van de besluiten van de Autoriteit worden op de hoogte gebracht van de op grond van deze verordening beschikbare rechtsmiddelen.

5. Wanneer de Autoriteit een besluit overeenkomstig artikel 18, lid 3, of artikel 18, lid 4, heeft genomen, evalueert zij dat besluit op gezette tijden.

6. Het feit dat de Autoriteit een besluit neemt ingevolge de artikelen ▌18 of 19, wordt bekendgemaakt. Het feit dat de Autoriteit een besluit neemt ingevolge artikel 17 kan bekend worden gemaakt. De bekendmaking vermeldt de identiteit van de bevoegde autoriteit of financiële instelling in kwestie en de belangrijkste punten van het besluit, tenzij deze bekendmaking in strijd is met het rechtmatige belang van die financiële instellingen of met de bescherming van hun bedrijfsgeheimen, dan wel de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële stelsel van de Unie of een deel daarvan ernstig in gevaar brengt.".

24)  Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  de volgende punten a bis) en a ter)worden ingevoegd:

"a bis) de voltijdse leden van de in artikel 45, lid 1, genoemde directie, zonder stemrecht;

a ter) het hoofd van de nationale overheidsinstantie die belast is met het onderhandelen over en het vaststellen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde besluiten met het oog op de toepassing van de artikelen 10 tot en met 15;";

i bis)  punt b) wordt vervangen door:

"b) de hoofden van de nationale overheidsinstanties die bevoegd zijn voor het toezicht op kredietinstellingen in elke lidstaat met het oog op het optreden in het kader van enigerlei bevoegdheid, met uitzondering van die bedoeld in artikelen 10 tot en met 15; deze hoofden ontmoeten elkaar ten minste tweemaal per jaar persoonlijk;";

i ter)  punt e) wordt vervangen door:

"e) één vertegenwoordiger, zonder stemrecht, van het ESRB, die ervan afziet standpunten in te nemen die worden ingegeven door de uitvoering van monetair beleid;"

i ter)  het volgende punt f bis) wordt ingevoegd:

"f bis) één vertegenwoordiger, zonder stemrecht, van de GAR;"

a bis)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. Elke ▌autoriteit is verantwoordelijk voor de voordracht uit haar midden van een plaatsvervanger op hoog niveau die het in lid 1, onder a ter), en lid 1, onder b), bedoelde lid van de raad van toezichthouders kan vervangen wanneer die persoon niet aanwezig kan zijn.";

a ter)  lid 4 bis wordt geschrapt;

a quater)  lid 6 wordt vervangen door:

“6. Het in lid 1, onder b), bedoelde lid van de raad van toezichthouders kan, indien hij binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 94/19/EG moet handelen, zich in voorkomend geval laten vergezellen door een, niet stemgerechtigde, vertegenwoordiger van de relevante organen die in elke lidstaat de depositogarantieregelingen beheren.

Wanneer de in lid 1, onder b), bedoelde nationale autoriteit niet met de afwikkeling is belast, kan het lid van de raad van toezichthouders besluiten een niet-stemgerechtigde vertegenwoordiger van de afwikkelingsautoriteit uit te nodigen."

a quinquies)  het volgende lid wordt toegevoegd:

“6 bis. Met het oog op de maatregelen die moeten worden genomen binnen het toepassingsgebied van de artikelen 10 tot en met 15 is één vertegenwoordiger van de Commissie niet-stemgerechtigd lid van de raad van toezichthouders, is één vertegenwoordiger van het Europees Parlement waarnemer en kan één vertegenwoordiger van de overheid van elke lidstaat waarnemer zijn in de raad van toezichthouders.”

b)  lid 7 wordt vervangen door:

“7. De raad van toezichthouders kan waarnemers uitnodigen."

c)  het volgende lid 8 wordt toegevoegd:

"8. Wanneer de in lid 1, onder b), bedoelde nationale autoriteit niet met de handhaving van de regels inzake consumentenbescherming is belast, kan het in dat punt bedoelde lid van de raad van toezichthouders besluiten een vertegenwoordiger van de autoriteit voor consumentenbescherming van de lidstaat uit te nodigen, die niet stemgerechtigd is. Ingeval de verantwoordelijkheid inzake consumentenbescherming wordt gedeeld door verschillende autoriteiten in een lidstaat, worden die autoriteiten het eens over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger.".

25)  Artikel 41 wordt vervangen door:

"Artikel 41Interne comités

De raad van toezichthouders kan voor bepaalde hem toegekende taken interne comités oprichten. De raad van toezichthouders kan voorzien in de delegatie van bepaalde welomschreven taken en besluiten aan interne comités, aan de directie of aan de voorzitter.".

26)  ▌Artikel 42 wordt ▌vervangen door:

"Artikel 42Onafhankelijkheid

van de raad van toezichthouders

Bij de uitvoering van de bij deze verordening aan hen opgedragen taken handelen de voorzitter en de ▌leden van de raad van toezichthouders onafhankelijk en objectief uitsluitend in het belang van de Unie in haar geheel en vragen noch aanvaarden zij instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen ▌of van een ander publiek of privaat orgaan.

De lidstaten, de instellingen en organen van de Unie en andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden van de raad van toezichthouders bij het vervullen van hun taken.

Wanneer de in artikel 30, lid 2, onder a), bedoelde mate van onafhankelijkheid in het kader van een beoordeling onvoldoende wordt bevonden overeenkomstig dat artikel, kan de raad van toezichthouders besluiten om het stemrecht van het afzonderlijke lid tijdelijk op te schorten of om zijn lidmaatschap van de Autoriteit tijdelijk op te schorten totdat de tekortkoming is verholpen.".

27)  Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De raad van toezichthouders stuurt de werkzaamheden van de Autoriteit aan en is het belangrijkste besluitvormingsorgaan voor strategische besluiten en belangrijke beleidsbesluiten.

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, stelt de raad van toezichthouders de aanbevelingen, richtsnoeren, adviezen en besluiten van de Autoriteit vast, en brengt hij het in hoofdstuk II bedoelde advies uit ▌.";

b)  de leden 2 en 3 worden geschrapt.

c)  ▌lid 4 wordt vervangen door:

"De raad van toezichthouders stelt vóór 30 september van elk jaar, op basis van een voorstel van de directie, het werkprogramma van de Autoriteit voor het komende jaar vast en zendt het ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.";

De Autoriteit legt haar prioriteiten ten aanzien van toetsingen vast en stelt hierin, indien passend, de bevoegde autoriteiten en activiteiten vast die worden getoetst overeenkomstig artikel 30. Wanneer zij dit naar behoren motiveert, kan de Autoriteit extra bevoegde autoriteiten aanwijzen die moeten worden getoetst.

Het werkprogramma wordt vastgesteld onverminderd de jaarlijkse begrotingsprocedure en wordt bekendgemaakt.";

d)    lid 5 wordt vervangen door:

"5. De raad van toezichthouders stelt, op basis van een voorstel van de directie, het jaarverslag over de werkzaamheden van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, vast op grond van het in artikel 47, lid 9, onder f), bedoelde ontwerpverslag en doet dit verslag uiterlijk op 15 juni van ieder jaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.";

e)  lid 8 wordt geschrapt;

27 bis)  het volgende artikel 43 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 43 bis

Transparantie van door de raad van toezichthouders genomen besluiten

Onverminderd artikel 70 voorziet de Autoriteit uiterlijk zes weken na de datum van een vergadering van de raad van toezichthouders het Europees Parlement ten minste van een uitgebreid en relevant verslag van het verloop van die vergadering van de raad van toezichthouders waarmee een volledig begrip van de besprekingen mogelijk wordt, met inbegrip van een geannoteerde lijst van besluiten. "

28)  Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 1 wordt ▌vervangen door:

"1. De raad van toezichthouders besluit met gewone meerderheid van zijn leden. Elk lid heeft één stem. Bij staking van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Met betrekking tot de in de artikelen 10 tot en met 16 genoemde besluiten over de ontwikkeling en vaststelling van handelingen, ontwerpen en instrumenten en de ingevolge artikel 9, lid 5, derde alinea, artikel 9 bis en hoofdstuk VI en in afwijking van de eerste alinea van dit lid vastgestelde maatregelen en besluiten, besluit de raad van toezichthouders met gekwalificeerde meerderheid van zijn leden, als bepaald in artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie; die meerderheid omvat ten minste een gewone meerderheid van zijn bij de stemming aanwezige leden van bevoegde autoriteiten uit lidstaten die deelnemende lidstaten zijn in de zin van artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 ("deelnemende lidstaten"), en een gewone meerderheid van zijn bij de stemming aanwezige leden van bevoegde autoriteiten uit lidstaten die geen deelnemende lidstaten zijn in de zin van artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 ("niet-deelnemende lidstaten"). De voltijdse leden van de directie en de voorzitter stemmen niet over die besluiten.

Met betrekking tot de op grond van artikel 18, leden 3 en 4, vastgestelde besluiten en in afwijking van de eerste alinea van dit lid neemt de raad van toezichthouders besluiten bij gewone meerderheid van zijn stemgerechtigde leden, welke bestaat uit een gewone meerderheid van zijn leden van bevoegde autoriteiten uit deelnemende lidstaten, en bij gewone meerderheid van zijn leden van bevoegde autoriteiten uit niet-deelnemende lidstaten.

a)   het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

1 bis. In afwijking van lid 1 is de raad van toezichthouders bevoegd om de besluiten goed te keuren die zijn voorbereid door de directie voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32, en artikel 35 ter tot en met quinquies, uit hoofde van artikel 47, lid 3, met een gewone meerderheid van zijn leden.

Indien de raad van toezichthouders de besluiten die zijn voorbereid door de directie voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32 en artikel ter tot en met nonies niet goedkeurt, mag zij deze besluiten wijzigen. De raad van toezichthouders is bevoegd deze gewijzigde besluiten goed te keuren met een meerderheid van drie kwart van zijn leden.

Indien de raad van toezichthouders de in de tweede alinea genoemde gewijzigde besluiten niet zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vier maanden goedkeurt, neemt de directie het besluit.";

b)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. De raad van toezichthouders stelt zijn reglement van orde vast en maakt dit bekend. Het reglement van orde omvat de nadere regelingen voor de stemming.”;

c)    lid 4 wordt vervangen door:

"4. De niet-stemgerechtigde leden en de waarnemers wonen geen besprekingen binnen de raad van toezichthouders bij die betrekking hebben op individuele financiële instellingen, behoudens andersluidende bepaling in artikel 75, lid 3, of in de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen.

De eerste alinea is niet van toepassing op de voorzitter, de leden die ook lid zijn van de directie en de vertegenwoordiger van de Europese Centrale Bank die door de raad van toezicht van de bank is benoemd.".

29)  In hoofdstuk III wordt de titel van afdeling 2 vervangen door:

"Afdeling 2

Directie".

30)  Artikel 45 wordt vervangen door:

"Artikel 45Samenstelling

1. De directie is samengesteld uit de voorzitter en drie voltijdse leden, die onderdanen zijn van een lidstaat. De voorzitter wijst helder omschreven beleids- en bestuurstaken toe aan elk van de voltijdse leden, met name verantwoordelijkheden voor begrotingsaangelegenheden, voor aangelegenheden met betrekking tot het werkprogramma van de Autoriteit, en voor aan convergentie gerelateerde aangelegenheden. Een van de voltijdse leden treedt op als vicevoorzitter en vervult de functies van de voorzitter wanneer deze afwezig of verhinderd is, in overeenstemming met deze verordening.

2. De voltijdse leden worden geselecteerd op basis van verdienste, bekwaamheid, kennis van en praktische ervaring met financiële instellingen met betrekking tot hun respectieve bedrijfsmodellen, en financiële markten, met name bankenmarkten, waaronder consumentenbelangen en relevante ervaring met betrekking tot financieel toezicht en financiële regulering. De voltijdse leden hebben uitgebreide managementervaring. Ten minste één van de voltijdse leden mag in het jaar voorafgaand aan zijn aanstelling niet in dienst zijn geweest van een nationale bevoegde autoriteit. De selectie vindt plaats op basis van een open sollicitatieoproep die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, waarna de Commissie een shortlist van geschikte kandidaten opstelt, na overleg met de raad van toezichthouders.

De Commissie legt deze shortlist ter goedkeuring aan het Europees Parlement voor. Na goedkeuring van die shortlist stelt de Raad een besluit vast tot aanstelling van de voltijdse leden van de directie ▌. De samenstelling van de directie is evenwichtig en evenredig en vormt een afspiegeling van de gehele Unie.

3. Wanneer een voltijds lid van de directie niet langer voldoet aan de in artikel 46 uiteengezette voorwaarden of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kunnen het Europees Parlement en de Raad, op eigen initiatief of op basis van een voorstel van de Commissie dat door het Europees Parlement is goedgekeurd, een besluit vaststellen waarbij dit lid uit zijn ambt wordt ontzet.

4. Het mandaat van de voltijdse leden bedraagt vijf jaar en kan eenmaal worden verlengd. In de loop van de negen maanden die voorafgaan aan het einde van het vijfjarige mandaat van het voltijdse lid, evalueert de raad van toezichthouders:

a) de in de eerste ambtstermijn behaalde resultaten en de wijze waarop die zijn bereikt;

b) de taken en de behoeften van de Autoriteit in de komende jaren.

Rekening houdende met die evaluatie dient de Commissie bij de Raad de lijst in van de voltijdse leden van wie het mandaat moet worden verlengd. Op basis van die lijst en rekening houdende met de evaluatie kan de Raad het mandaat van de voltijdse leden verlengen.".

31)  Het volgende artikel 45 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 45 bisBesluitvorming

1. De directie besluit met gewone meerderheid van haar leden. Elk lid heeft één stem. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Op verzoek van de voorzitter of ten minste drie leden van de directie worden de besluiten verwezen naar de raad van toezichthouders.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie neemt deel aan de bijeenkomsten van de directie, maar heeft geen stemrecht, behalve voor de in artikel 63 bedoelde aangelegenheden.

3. De directie stelt haar reglement van orde vast en maakt het bekend.

4. De vergaderingen van de directie worden door de voorzitter op zijn initiatief of op verzoek van ten minste een van de leden bijeengeroepen en worden voorgezeten door de voorzitter.

De directie komt voorafgaand aan iedere vergadering van de raad van toezichthouders bijeen en zo vaak als de directie dit noodzakelijk acht. Zij brengt regelmatig verslag uit aan de raad van toezichthouders en komt ten minste elfmaal per jaar bijeen.

5. ▌De niet-stemgerechtigde deelnemers wonen geen besprekingen binnen de directie bij die betrekking hebben op individuele financiële instellingen.

5 bis. De raad van toezichthouders heeft het recht specifieke verzoeken om informatie aan de directie te richten. ";

32)  Het volgende artikel 45 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 55 terInterne comités

De directie kan voor bepaalde haar toegekende taken interne comités oprichten.".

33)  Artikel 46 wordt vervangen door:

"Artikel 46Onafhankelijkheid

van de directie

De leden van de directie handelen onafhankelijk en objectief uitsluitend in het belang van de Unie als geheel en vragen noch aanvaarden instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen ▌of van enig ander publiek of privaat orgaan.

De leden van de directie bekleden geen functie op nationaal, Europees of internationaal niveau.

Lidstaten, instellingen of organen van de Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden van de directie bij het vervullen van hun taken.".

34)  Artikel 47 wordt vervangen door:

"Artikel 47Taken

1. De directie ziet erop toe dat de Autoriteit haar opdracht vervult en de haar opgedragen taken verricht in overeenstemming met deze verordening. Zij neemt alle nodige maatregelen, met name de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van notities, om ervoor te zorgen dat de Autoriteit overeenkomstig deze verordening functioneert.

2. De directie legt een jaarlijks en een meerjarig werkprogramma ter goedkeuring voor aan de raad van toezichthouders.

3. De directie oefent haar begrotingsbevoegdheden uit overeenkomstig de artikelen 63 en 64.

Voor de toepassing van de artikelen 17, 19, 22, lid 4, en 30 ▌ is de directie bevoegd te handelen en besluiten te nemen. Voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32, en artikel 35 ter tot en met quinquies is de directie bevoegd om besluiten voor te bereiden die vervolgens worden onderworpen aan de besluitvormingsprocedure als vastgelegd in artikel 44, lid 1 bis. De directie houdt de raad van toezichthouders op de hoogte van alle besluiten die zij voorbereidt en neemt.

3 bis. De directie onderzoekt en brengt een advies uit ▌over alle kwesties waarover de raad van toezichthouders moet beslissen.

4. De directie stelt het personeelsbeleidsplan van de Autoriteit vast en treft, overeenkomstig artikel 68, lid 2, de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen (hierna "het Statuut" genoemd).

5. De directie stelt de bijzondere bepalingen vast inzake het recht op toegang tot de documenten van de Autoriteit, overeenkomstig artikel 72.

6. De directie legt een jaarverslag over de activiteiten van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, op basis van het in lid 9, onder f), bedoelde ontwerpverslag, ter goedkeuring voor aan de raad van toezichthouders.

7. De directie benoemt en ontslaat de leden van de bezwaarcommissie overeenkomstig artikel 58, leden 3 en 5, waarbij zij terdege rekening houdt met een voorstel van de raad van toezichthouders.

8. De leden van de directie maken alle georganiseerde bijeenkomsten en de genoten gastvrijheid openbaar. Onkostenvergoedingen worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het Statuut.

9. Het dienstdoende lid heeft de volgende taken:

a) de tenuitvoerlegging van het jaarlijkse werkprogramma van de Autoriteit, volgens de aanwijzingen van de raad van toezichthouders en onder toezicht van de directie;

b) het nemen van alle nodige maatregelen, met name de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van notities, om ervoor te zorgen dat de Autoriteit overeenkomstig deze verordening functioneert;

c) het opstellen van een meerjarig werkprogramma, als bedoeld in artikel 47, lid 2;

d) het opstellen tegen uiterlijk 30 juni van elk jaar van een werkprogramma voor het volgende jaar, als bedoeld in artikel 47, lid 2;

e) het opstellen van een voorlopige ontwerpbegroting van de Autoriteit overeenkomstig artikel 63 en het uitvoeren van de begroting van de Autoriteit overeenkomstig artikel 64;

f) het opstellen van een ontwerpjaarverslag met een hoofdstuk over de regulerings- en toezichtwerkzaamheden van de Autoriteit en een hoofdstuk over financiële en administratieve aangelegenheden;

g) het uitoefenen van de in artikel 68 bepaalde bevoegdheden met betrekking tot het personeel van de Autoriteit en het beheer van personeelskwesties.".

35)  Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1, tweede alinea, komt als volgt te luiden:

De voorzitter is een onderdaan van een lidstaat en is verantwoordelijk voor het voorbereiden van de werkzaamheden en het voorzitten van de vergaderingen van de raad van toezichthouders en de directie.";

b)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. Met het oog op de aanwijzing van de voorzitter richt de Commissie een selectiecomité op dat bestaat uit zes onafhankelijke hooggeplaatste individuen. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie benoemen elk twee leden in het selectiecomité. Het selectiecomité kiest zijn voorzitter uit zijn midden. Het selectiecomité besluit met een gewone meerderheid van stemmen over de bekendmaking van de vacature, de selectiecriteria en het specifieke functieprofiel, de samenstelling van de lijst van kandidaten en de methode voor het screenen van de kandidatenlijst om een genderevenwichtige shortlist op te stellen van ten minste twee kandidaten. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van het selectiecomité doorslaggevend.

De voorzitter wordt, na een open sollicitatieoproep die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, geselecteerd op basis van verdienste, bekwaamheid, kennis van financiële instellingen en financiële markten, met name bankenmarkten. De voorzitter beschikt over een aanzienlijk aantal jaren erkende ervaring die relevant is voor financieel toezicht en financiële regulering, evenals over ervaring in een leidinggevende functie, heeft aantoonbare leidinggevende vaardigheden, geeft blijk van een grote mate van efficiëntie, bekwaamheid en integriteit en beschikt over een bewezen kennis van ten minste twee officiële talen van de Unie.

Het selectiecomité legt de shortlist van kandidaten voor de functie van voorzitter aan het Europees Parlement en de Raad voor. Het Europees Parlement kan de geselecteerde kandidaten uitnodigen voor zittingen met gesloten deuren of openbare zittingen, schriftelijke vragen aan de kandidaten indienen, bezwaar maken tegen de benoeming van een kandidaat en zijn voorkeurskandidaat aanbevelen. Het Europees Parlement en de Raad stellen een gezamenlijk besluit vast tot aanstelling van de voorzitter, die wordt gekozen van de shortlist van kandidaten.

2 bis. Wanneer de voorzitter niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de uitoefening van zijn taken, met inbegrip van die bedoeld in artikel 49, of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kunnen het Europees Parlement en de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie of op eigen initiatief, een gezamenlijk besluit vaststellen waarbij de voorzitter uit zijn ambt wordt ontzet. Bij het opstellen van haar voorstel overlegt de Europese Commissie met de bevoegde nationale autoriteiten.”;

b bis)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. Het mandaat van de voorzitter bedraagt acht jaar en kan niet worden verlengd.";

c)  ▌lid 4 wordt vervangen door:

""4. In de loop van de negen maanden die voorafgaan aan het einde van het achtjarige mandaat van de voorzitter, beoordeelt de raad van toezichthouders:

a) de in de eerste ambtstermijn behaalde resultaten en de wijze waarop die zijn bereikt;

b) de taken en de behoeften van de Autoriteit in de komende jaren.

Voor de in de eerste alinea bedoelde evaluatie benoemt de raad van toezichthouders onder zijn leden een tijdelijke plaatsvervangende voorzitter.";

d)  lid 5 wordt geschrapt;

35 bis)  Artikel 49 wordt vervangen door:

"Artikel 49Onafhankelijkheid

van de voorzitter

Onverminderd de rol van de raad van toezichthouders met betrekking tot de taken van de voorzitter, vraagt noch aanvaardt de voorzitter instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen▐ of van enig ander publiek of privaat orgaan.

De lidstaten, de instellingen en organen van de Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de voorzitter bij het vervullen van zijn taken.

Overeenkomstig het Statuut, bedoeld in artikel 68, blijft de voorzitter na vertrek uit de dienst verplicht zich met betrekking tot de aanvaarding van bepaalde benoemingen of gunsten integer en discreet op te stellen.

36)  Artikel 49 bis wordt vervangen door:

"Artikel 49 bisUitgaven

De voorzitter maakt alle georganiseerde bijeenkomsten met externe belanghebbenden en de genoten gastvrijheid binnen twee weken na de bijeenkomst openbaar. Onkostenvergoedingen worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het Statuut.".

37)  De artikelen 50, 51, 52, 52 bis en 53 worden geschrapt.

38)  Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 2 wordt vervangen door:

"2. Het Gemengd Comité dient als forum waarmee de Autoriteit regelmatig en nauw samenwerkt om, met volledige inachtneming van specifieke sectorale kenmerken, te zorgen voor de intersectorale samenhang met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), in het bijzonder, waar vereist uit hoofde van het Unierecht, met betrekking tot:

– financiële conglomeraten en grensoverschrijdende consolidatie;

financiële verslaglegging en controle;

– microprudentiële analyses van sectoroverstijgende ontwikkelingen, risico’s en kwetsbaarheden voor de financiële stabiliteit;

– retailbeleggingsproducten;

cyberbeveiliging;

uitwisseling van informatie en goede praktijken met het ESRB en ▌de ETA’s;

financiële retaildiensten en aangelegenheden met betrekking tot de bescherming van consumenten en beleggers;

de toepassing van het evenredigheidsbeginsel.”;

c)  het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis. Wat betreft de taken van de Autoriteit met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering fungeert het Gemengd Comité als forum waarop de Autoriteit regelmatig en nauw zal samenwerken met de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten over kwesties die verband houden met de interactie tussen de in artikel 8, lid 1, punt l), genoemde specifieke taken van de Autoriteit en de taken die aan de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten zijn opgedragen.

Het Gemengd Comité kan de Commissie bijstaan bij het evalueren van de voorwaarden en de technische kenmerken en procedures die nodig zijn voor een veilige en doeltreffende koppeling van de gecentraliseerde automatische mechanismen overeenkomstig het verslag als bedoeld in artikel 32 bis, lid 5, van Richtlijn (EU) nr. 2018/843, alsook de effectieve koppeling van de nationale registers uit hoofde van Richtlijn (EU) nr. 2018/843.";

39)  ▌Artikel 55 ▌wordt vervangen door:

"Artikel 55

Samenstelling

1. Het Gemengd Comité bestaat uit de voorzitters van de ETA's▐.

2. Een lid van de directie, een vertegenwoordiger van de Commissie en de tweede voorzitter van het ESRB en, indien relevant, de voorzitter van een van de subcomités van het Gemengd Comité, worden uitgenodigd om als waarnemer de vergaderingen van het Gemengd Comité en, indien relevant, van de in artikel 57 bedoelde subcomités bij te wonen.

3. Het voorzitterschap van het Gemengd Comité wordt via een jaarlijks rotatiesysteem toegekend aan één der voorzitters van de ETA's. De voorzitter van het Gemengd Comité is de tweede ondervoorzitter van het ESRB.

4. Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde vast. Het Gemengd Comité mag waarnemers uitnodigen. Het Gemengd Comité stelt zijn gemeenschappelijke standpunten bij consensus vast.

Het Gemengd Comité vergadert ten minste om de drie maanden.

4 bis. De voorzitter van de Autoriteit raadpleegt en informeert de raad van toezichthouders regelmatig over standpunten die zij inneemt tijdens de vergaderingen van het Gemengd Comité en zijn subcomités.".

39 bis)  Artikel 56 wordt vervangen door:

“Artikel 56Gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen

Binnen de draagwijdte van haar in hoofdstuk II bepaalde taken en, in voorkomend geval, met name met betrekking tot de uitvoering van Richtlijn 2002/87/EG, streeft de Autoriteit ernaar gemeenschappelijke standpunten met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) te bepalen.

Indien dit vereist is uit hoofde van het Unierecht, worden handelingen die krachtens de artikelen 10 tot en met 19 van deze verordening met betrekking tot de toepassing van Richtlijn 2002/87/EG en van andere in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen van de Unie worden vastgesteld en die ook binnen de bevoegdheid van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) of de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) vallen, parallel vastgesteld door de Autoriteit, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten).

Wanneer het besluit van de Autoriteit afwijkt van het in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke standpunt of wanneer er geen besluit kon worden genomen, stelt de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie onverwijld in kennis van haar redenen.".

39 bis)  Artikel 57 wordt vervangen door:

“Artikel 57

Subcomités

1. Het Gemengd Comité mag subcomités oprichten met het oog op het opstellen van ontwerpen van gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen van het Gemengd Comité.

2. De subcomités zijn samengesteld uit de voorzitters van de ETA's en één vertegenwoordiger op hoog niveau van het huidige personeel van de relevante bevoegde autoriteit van elke lidstaat.

3. De subcomités kiezen uit de vertegenwoordigers van de betrokken bevoegde autoriteiten een voorzitter, die ook waarnemer is in het Gemengd Comité.

3 bis. Voor de toepassing van artikel 56 wordt bij het Gemengd Comité een Subcomité financiële conglomeraten ingesteld.

4. Het Gemengd Comité maakt op zijn website alle ingestelde subcomités bekend, samen met de mandaten ervan en een lijst van de leden met vermelding van hun functie in het desbetreffende subcomité."

40)  Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  lid 1 wordt vervangen door:

“1. Hierbij wordt de bezwaarcommissie van de Europese toezichthoudende autoriteiten opgericht."

-a bis)  in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

2. De bezwaarcommissie bestaat uit zes leden en zes vervangers, allen personen van hoog aanzien die bewezen hebben op een voldoende hoog niveau over relevante kennis van het Unierecht en internationale beroepservaring te beschikken in de sectoren banken, verzekeringen, bedrijfspensioenen, effectenmarkten of op het gebied van andere financiële diensten, en die geen deel uitmaken van het huidige personeel van de bevoegde autoriteiten of van andere nationale instellingen of instellingen van de Unie die bij de activiteiten van de Autoriteit betrokken zijn of leden zijn van de Stakeholdergroep bankwezen. De leden zijn onderdanen van een lidstaat en beschikken over een grondige kennis van ten minste twee officiële talen van de Unie. De bezwaarcommissie beschikt over voldoende juridische expertise om deskundig juridisch advies te geven over de rechtmatigheid en evenredigheid van de wijze waarop de Autoriteit haar bevoegdheden uitoefent.";

a)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. Twee leden van de bezwaarcommissie en twee vervangers worden na een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte oproep tot het indienen van blijken van belangstelling en na raadpleging van de raad van toezichthouders uit een door de Commissie voorgestelde lijst benoemd door de directie van de Autoriteit.";

Na ontvangst van de shortlist kan het Europees Parlement kandidaten voor het lidmaatschap en vervangers uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en eventuele door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden voordat zij worden benoemd.

Het Europees Parlement mag de leden van de bezwaarcommissie uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en desgevraagd door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden.”;

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Een lid van de bezwaarcommissie dat door de directie van de Autoriteit is benoemd, kan tijdens zijn mandaat niet worden ontslagen, tenzij hij op ernstige wijze is tekortgeschoten en de directie daartoe, na raadpleging van de raad van toezichthouders, een besluit neemt.".

b bis)  lid 8 wordt vervangen door:

“8. De ETA's zorgen via het Gemengd Comité voor adequate operationele en permanente secretariële ondersteuning van de bezwaarcommissie."

41)  In artikel 59 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. De leden van de bezwaarcommissie zijn onafhankelijk bij het nemen van hun besluiten. Zij zijn niet gebonden aan enige instructie. Zij mogen geen enkele andere taak verrichten met betrekking tot de Autoriteit zelf, de directie of de raad van toezichthouders van de Autoriteit.".

2. De leden van de bezwaarcommissie en het personeel van de Autoriteit dat operationele en secretariële ondersteuning biedt, mogen niet deelnemen aan de behandeling van een bezwaarprocedure als zij daarbij een persoonlijk belang hebben, als zij eerder als vertegenwoordiger van een van de partijen bij de behandeling betrokken zijn geweest of als zij een rol hebben gespeeld bij het besluit waartegen bezwaar is aangetekend.";

42)  In artikel 60 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. Natuurlijke personen of rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten, kunnen bezwaar maken tegen een in de artikelen 16, 16 bis, 17, 18, 19 en 35 bedoeld besluit van de Autoriteit, met inbegrip van de evenredigheid hiervan, en tegen andere door de Autoriteit overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen genomen besluiten die gericht zijn tot die persoon, of tegen een besluit dat van rechtstreeks en individueel belang is voor die persoon, ook indien het tot een andere persoon is gericht.

2. Het bezwaar wordt tezamen met een uiteenzetting van de gronden voor het bezwaar binnen drie maanden na de kennisgeving van het besluit aan de betrokken persoon, dan wel bij gebreke van kennisgeving, binnen drie maanden na de dag van publicatie van het besluit door de Autoriteit, schriftelijk bij de Autoriteit aangetekend.

De bezwaarcommissie neemt binnen drie maanden na instelling van het bezwaar een besluit ter zake."

43)  Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De inkomsten van de Autoriteit bestaan, afgezien van andere soorten inkomsten, uit één of meer van de volgende elementen:

a) een aanvullende bijdrage van de Unie, die in de algemene begroting van de Unie (afdeling Commissie) wordt opgenomen, en ten minste 35 % bedraagt van de geraamde inkomsten van de Autoriteit;

a bis) verplichte bijdragen van maximaal 65 % van de geschatte inkomsten van de Autoriteit van de voor toezicht op de financiële instellingen bevoegde nationale overheidsinstanties;

b) afhankelijk van de ontwikkeling van het toepassingsgebied van het instellingspecifieke toezicht, jaarlijkse bijdragen van financiële instellingen, op basis van de jaarlijkse geraamde uitgaven in verband met de door deze verordening en de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen vereiste activiteiten voor elke categorie deelnemers die binnen de opdracht van de Autoriteit valt;

c) vergoedingen die de Autoriteit worden betaald in de in de desbetreffende instrumenten van Unierecht genoemde gevallen;

d) ▌bijdragen van lidstaten of waarnemers;

e) vergoedingen voor publicaties, opleidingen en andere door de bevoegde autoriteiten gevraagde diensten.

1 bis. De inkomsten van de Autoriteit mogen haar onafhankelijkheid en objectiviteit niet in het gedrang brengen.";

a bis)  in lid 4 wordt de volgende alinea ingevoegd:

“De ramingen stoelen op de doelstellingen en de verwachte resultaten van het jaarlijkse werkprogramma als bedoeld in artikel 47, lid 2, en houden rekening met de financiële middelen die nodig zijn voor het verwezenlijken van die doelstellingen en verwachte resultaten."

b)  het volgende lid wordt toegevoegd:

5. Vrijwillige bijdragen van lidstaten en waarnemers als bedoeld in lid 1, onder d), worden niet aanvaard indien de aanvaarding daarvan twijfel doet ontstaan over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de Autoriteit.".

45)  Artikel 63 wordt vervangen door:

"Artikel 63Vaststelling van de begroting

1.  Jaarlijks stelt het dienstdoende lid, op basis van de jaarprogrammering en de meerjarenprogrammering van de Autoriteit, een voorlopig ontwerp op voor een enig programmeringsdocument van de Autoriteit voor de komende drie boekjaren, met daarin de geraamde inkomsten en uitgaven, alsmede informatie over het personeel, en zendt dit aan de directie en de raad van toezichthouders, samen met de personeelsformatie.

1 bis.  De voorzitter presenteert het ontwerp van enig programmeringsdocument aan het Europees Parlement en de Raad, waarna de raad van toezichthouders, op basis van het door de directie goedgekeurde ontwerp, het ontwerp van enig programmeringsdocument voor de komende drie boekjaren vaststelt.

1 ter.  Het ▌enig programmeringsdocument wordt door de directie tegen 31 januari aan de Commissie, het Europees Parlement, de Raad en de Europese Rekenkamer gezonden. Het Europees Parlement keurt het enig programmeringsdocument goed, zonder afbreuk te doen aan de vaststelling van de jaarlijkse begroting.

2.  Rekening houdend met dit ▌enig programmeringsdocument neemt de Commissie in de ontwerpbegroting van de Unie de ramingen op die zij noodzakelijk acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de aanvullende bijdrage ten laste van de algemene begroting van de Unie overeenkomstig de artikelen 313 en 314 van het Verdrag.

3.  De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie voor de Autoriteit vast. De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de aanvullende bijdrage aan de Autoriteit goed en keurt de limiet goed voor de totale uitgaven van de Autoriteit.

4.  De begroting van de Autoriteit wordt vastgesteld door de raad van toezichthouders. Deze wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

5.  De directie stelt de begrotingsautoriteit onverwijld op de hoogte van de projecten die zij voornemens is uit te voeren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van haar begroting kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen.

5 bis.  De begrotingsautoriteit keurt projecten goed die aanzienlijke financiële of langetermijngevolgen voor de financiering van de begroting van de Autoriteit kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen, met inbegrip van ontsnappingsclausules.";

46)  Artikel 64 wordt vervangen door:

"Artikel 64Uitvoering van en toezicht op de begroting

"1. Het dienstdoende lid treedt op als ordonnateur en voert de jaarlijkse begroting van de Autoriteit uit.

2. Uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar deelt de onafhankelijke rekenplichtige van de Autoriteit de voorlopige rekeningen mee aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer. Artikel 70 belet de Autoriteit niet de Europese Rekenkamer informatie te verstrekken waarom deze verzoekt, voor zover deze informatie binnen de bevoegdheden van de Rekenkamer valt.

3. Uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit de voor consolidatiedoeleinden vereiste boekhoudinformatie aan de rekenplichtige van de Commissie, op de wijze en in het formaat die door die laatste zijn vastgesteld.

4. Uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit het verslag over het begrotingsbeheer en financieel beheer ook aan de leden van de raad van toezichthouders, het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

5. Na rekening te hebben gehouden met de door de Rekenkamer geformuleerde opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de Autoriteit overeenkomstig artikel 148 van het Financieel Reglement stelt de rekenplichtige van de Autoriteit op eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van de Autoriteit op. Het dienstdoende lid zendt deze aan de raad van toezichthouders, die een advies over deze rekeningen uitbrengt.

6. Uiterlijk op 1 juli van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit de definitieve rekeningen, vergezeld van het advies van de raad van toezichthouders, aan de rekenplichtige van de Commissie, het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Uiterlijk op 1 juli zendt de rekenplichtige van de Autoriteit ook een verslagleggingspakket aan de rekenplichtige van de Commissie, in een gestandaardiseerd formaat zoals door de rekenplichtige van de Commissie voor consolidatiedoeleinden vastgesteld.

7. Uiterlijk op 15 november van het volgende jaar worden de definitieve rekeningen bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

8. Uiterlijk op 30 september zendt het dienstdoende lid de Rekenkamer een antwoord op haar opmerkingen. Hij zendt ook een afschrift van dit antwoord aan de directie en de Commissie.

9. Overeenkomstig artikel 165, lid 3, van het Financieel Reglement verstrekt het dienstdoende lid het Europees Parlement op verzoek alle informatie die nodig is voor een goed verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken boekjaar.

10. Het Europees Parlement verleent op aanbeveling van de Raad, die bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, vóór 15 mei van het jaar N + 2, kwijting aan de Autoriteit voor de uitvoering van de begroting van het boekjaar N.

10 bis. De Autoriteit verstrekt een met redenen omkleed advies over het standpunt van het Europees Parlement en eventuele andere opmerkingen van het Europees Parlement in het kader van de kwijtingsprocedure.";

46 bis)  Het volgende artikel 64 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 64 bisInterne audit van de Autoriteit

De Autoriteit richt een intern auditcomité op dat aan het Europees Parlement en de Raad een advies uitbrengt over de kwijting van het deel van de begroting dat niet wordt gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie."

47)  Artikel 65 wordt vervangen door:

"Artikel 65Financiële regels

De financiële regeling die van toepassing is op de Autoriteit wordt vastgesteld door de directie, na raadpleging van de Commissie. Die regeling mag niet afwijken van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013* voor de organen bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 tenzij de specifieke eisen voor het functioneren van de Autoriteit zulks vereisen en alleen na de voorafgaande toestemming van de Commissie.

*  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).";

48)  In artikel 66 wordt lid 1 vervangen door:

"1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen is Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad** onverkort van toepassing op de Autoriteit.

**Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).";

49)  Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:

a)    de leden 1 en 2 worden vervangen door:

"1. Het Statuut, de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en de regels die gezamenlijk door de instellingen van de Unie zijn vastgesteld ter uitvoering van genoemd Statuut en van genoemde Regeling zijn van toepassing op het personeel van de Autoriteit, met inbegrip van de voltijdse leden van de directie en haar voorzitter.

2. De directie stelt, in samenspraak met de Commissie, de nodige uitvoeringsmaatregelen vast volgens de regelingen van artikel 110 van het Statuut.";

b)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De directie stelt bepalingen vast waardoor nationale deskundigen van de lidstaten kunnen worden gedetacheerd bij de Autoriteit.";

50)  Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De leden van de raad van toezichthouders en alle personeelsleden van de Autoriteit, met inbegrip van door de lidstaten tijdelijk gedetacheerde ambtenaren en alle overige personen die op contractuele basis taken uitvoeren voor de Autoriteit, zijn onderworpen aan de vereisten van het beroepsgeheim overeenkomstig artikel 339 VWEU en de desbetreffende bepalingen in de Uniewetgeving, zelfs na beëindiging van hun functie.

Artikel 16 van het Statuut is van toepassing op alle personeelsleden van de Autoriteit, met inbegrip van door de lidstaten tijdelijk gedetacheerde ambtenaren en alle overige personen die op contractuele basis taken uitvoeren voor de Autoriteit.";

b)  in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De verplichting uit hoofde van lid 1 en van de eerste alinea van dit lid staat er niet aan in de weg dat de Autoriteit en de bevoegde autoriteiten de informatie gebruiken voor de handhaving van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, en met name voor juridische procedures voor de vaststelling van besluiten.";

c)  het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis. De directie en de raad van toezichthouders zien erop toe dat personen die, direct of indirect, op permanente basis of incidenteel, diensten verrichten met betrekking tot de taken van de Autoriteit, met inbegrip van functionarissen en andere personen die door de directie en de raad van toezichthouders zijn gemachtigd of daartoe door de bevoegde autoriteiten zijn aangesteld, zijn onderworpen aan eisen inzake beroepsgeheim die gelijkwaardig zijn aan die in de voorgaande leden.

Dezelfde eisen inzake beroepsgeheim gelden ook voor waarnemers die de bijeenkomsten bijwonen van de directie en de raad van toezichthouders die deelnemen aan de activiteiten van de Autoriteit.";

d)  ▌de leden 3 en 4 worden vervangen door:

"3. De leden 1 en 2 staan er niet aan in de weg dat de Autoriteit informatie uitwisselt met bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening en andere Uniewetgeving ▌.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op personen die verslag doen van informatie of informatie bekendmaken over een bedreiging van of toegebrachte schade aan het openbaar belang in het kader van hun werkrelatie.

De in lid 2 bedoelde gegevens vallen onder het in de leden 1 en 2 bedoelde beroepsgeheim. De Autoriteit legt in haar huishoudelijk reglement de praktische regelingen voor de uitvoering van de in de leden 1 en 2 vermelde geheimhoudingsregels vast.

4. De Autoriteit past Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie toe.

4 bis. De Autoriteit beschikt over speciaal hiervoor bestemde meldingskanalen voor de ontvangst en behandeling van informatie die wordt verstrekt door een persoon die verslag doet van feitelijke of mogelijke inbreuken op Uniehandelingen, vormen van misbruik van het recht of gevallen van wanbeheer.";

51)  Artikel 71 wordt vervangen door:

"Deze verordening laat de verplichtingen van de lidstaten onverlet met betrekking tot hun verwerking van persoonsgegevens in het kader van Verordening (EU) 2016/679 of de verplichtingen van de Autoriteit met betrekking tot haar verwerking van persoonsgegevens in het kader van Verordening (EU) 2018/XXX (Verordening gegevensbescherming voor EU-instellingen en -organen) bij het uitoefenen van haar taken.";

52)  In artikel 72 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De directie stelt de praktische maatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.".

53)  In artikel 73 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De directie besluit over de interne talenregeling van de Autoriteit.".

54)  In artikel 74 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De noodzakelijke regelingen betreffende de huisvesting van de Autoriteit in de lidstaat waar haar zetel is gevestigd en de door die lidstaat ter beschikking te stellen voorzieningen, alsmede de specifieke voorschriften welke in die lidstaat gelden voor het personeel van de Autoriteit en hun gezinsleden, worden vastgelegd in een vestigingsovereenkomst tussen de Autoriteit en die lidstaat, die wordt gesloten nadat de directie daarmee heeft ingestemd.";

54 bis)  In artikel 75 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

“2. De Autoriteit werkt samen met de in lid 1 bedoelde landen die wetgeving toepassen welke binnen de in artikel 1, lid 2, genoemde bevoegdheidsgebieden van de Autoriteit als gelijkwaardig is erkend, als bepaald in overeenkomstig artikel 218 VWEU door de Unie gesloten internationale overeenkomsten.

3. Op basis van de desbetreffende bepalingen van de in de leden 1 en 2 bedoelde overeenkomsten worden afspraken gemaakt over met name de aard, omvang en procedurele aspecten van de betrokkenheid van de in lid 1 bedoelde landen, in het bijzonder in verband met de landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, bij de werkzaamheden van de Autoriteit, waaronder afspraken over de financiële en personele bijdrage. Zij kunnen zorgen voor een vertegenwoordiger, als waarnemer, in het bestuur van de Autoriteit, maar zorgen ervoor dat deze landen niet deelnemen aan besprekingen met betrekking tot individuele financiële instellingen, behalve in gevallen waarbij zij rechtstreeks belang hebben.".

55)  Het volgende artikel 75 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 75 bisUitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

3. De in artikel 35 quinquies, lid 2, tweede alinea, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 35 quinquies, lid 2, tweede alinea, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.";

56)  Artikel 76 wordt vervangen door:

"Artikel 76Verhouding met het CEBS

De Autoriteit wordt als de rechtsopvolger van het CEBS beschouwd. Uiterlijk op de datum van oprichting van de Autoriteit worden alle activa en passiva en alle lopende verrichtingen van het CEBS automatisch aan de Autoriteit overgedragen. Het CEBS stelt een verklaring op waaruit de afsluiting van zijn activa en passiva op het tijdstip van de overdracht blijkt. Die verklaring wordt aan een audit onderworpen en goedgekeurd door het CEBS en door de Commissie."

57)  Een nieuw artikel 77 bis wordt ingevoegd:

Artikel 77 bisOvergangsbepalingen

De taken en de functie van de uitvoerend directeur die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/2366, is aangesteld en in functie is op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.

De taken en de functie van de voorzitter die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/2366, is aangesteld en in functie is op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.

De taken en de functie van de leden van de raad van bestuur die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/2366, zijn aangesteld en in functie zijn op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.".

57 bis)  Artikel 79 wordt geschrapt.

57 ter)  Artikel 80 wordt geschrapt.

57 quater)  Artikel 81 wordt vervangen door:

“Artikel 81

Evaluatie

1. Uiterlijk op … [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de drie jaar publiceert de Commissie een algemeen verslag over de opgedane ervaring met de werkzaamheden van de Autoriteit en met de in deze verordening vastgestelde procedures. In dat verslag worden onder meer de volgende zaken beoordeeld:

a) de mate van doeltreffendheid en convergentie in toezichtpraktijken die de bevoegde autoriteiten hebben bereikt;

i) de mate van▐ onafhankelijkheid van de bevoegde autoriteiten en de mate van convergentie in normen die gelijkwaardig zijn aan corporate governance;

ii) de onpartijdigheid, objectiviteit en onafhankelijkheid van de Autoriteit;

b) de werking van de colleges van toezichthouders;

c) de geboekte vooruitgang met betrekking tot convergentie op gebieden als crisispreventie, -management en -afwikkeling, daaronder begrepen financieringsmechanismen van de Unie;

d) de rol van de Autoriteit wat systeemrisico’s betreft;

e) de toepassing van de bij artikel 38 ingestelde vrijwaringsclausule;

f) de toepassing van het bij artikel 19 ingestelde bindende bemiddelende optreden;

f bis) de werking van de besluitvorming van het Gemengd Comité;

f ter) de belemmeringen voor grensoverschrijdende consolidatie overeenkomstig artikel 8 van deze verordening.

2. In het in lid 1 bedoelde verslag wordt ook onderzocht:

a) of het toezicht op bankwezen, verzekeringen en bedrijfspensioenen, effecten en financiële markten gescheiden moet blijven;

b) of het prudentieel toezicht en het toezicht op de gedragsregels moeten worden gecombineerd dan wel gescheiden;

c) of de architectuur van het ESFS moet worden vereenvoudigd en versterkt om de samenhang tussen het macro- en het microniveau en tussen de ESA's te vergroten;

d) of de ontwikkeling van het ESFS gelijke tred houdt met de wereldwijde ontwikkeling;

e) of er binnen het ESFS voldoende diversiteit en topkwaliteit beschikbaar is;

f) of verantwoordingsplicht en transparantie met betrekking tot de publicatievoorschriften adequaat zijn;

g) of de middelen waarover de Autoriteit beschikt, berekend zijn op de uitvoering van haar taken;

h) of de vestigingsplaats van de Autoriteit behouden moet worden, of het passend is de ESA's met het oog op een betere onderlinge coördinatie naar één vestigingsplaats over te brengen.

2 bis. Als onderdeel van het in lid 1 bedoelde algemeen verslag voert de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van de uitvoering, werking en doeltreffendheid van de verstrekking van geen-actiebrieven overeenkomstig artikel 9 quater van deze verordening.

2 ter. Uiterlijk op ... [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] legt de Commissie de in lid 2 bis bedoelde beoordeling, indien nodig samen met wetgevingsvoorstellen, voor aan het Europees Parlement en de Raad.

3. Met betrekking tot het rechtstreeks toezicht op instellingen of infrastructuren met een Europese reikwijdte stelt de Commissie, in het licht van de marktontwikkelingen, de stabiliteit van de interne markt en de cohesie van de Unie, jaarlijks een verslag op over de vraag of de autoriteit meer toezichttaken op dit gebied moet krijgen.

4. Het verslag en, in voorkomend geval, eventuele begeleidende voorstellen, worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend."

57 quater)  Het volgende artikel 81 bis wordt toegevoegd:

"Artikel 81 bisBeoordeling van de aan de Autoriteit opgedragen specifieke taken met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering

1. De Commissie voert, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van de uitvoering, werking en doeltreffendheid van de specifieke taken die overeenkomstig artikel 8, lid 1, punt 1, van deze verordening aan de Autoriteit zijn opgedragen. Als onderdeel van haar beoordeling analyseert de Commissie de interactie tussen deze taken en de taken die zijn opgedragen aan de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten. Bovendien voert de Commissie, op basis van een alomvattende kosten-batenanalyse en met inachtneming van de doelstelling om consistentie, efficiëntie en effectiviteit te waarborgen, grondig onderzoek uit naar de mogelijkheid om specifieke taken met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering op te dragen aan een bestaand of nieuw, specifiek voor de gehele EU bestemd agentschap.

2. De Commissie legt de in lid 1 bedoelde beoordeling als onderdeel van haar verslag uit hoofde van artikel 65 van Richtlijn (EU) 2018/843, indien nodig samen met wetgevingsvoorstellen, uiterlijk op 11 januari 2022 aan het Europees Parlement en de Raad voor."

Artikel 2Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1094/2010

Verordening (EU) nr. 1094/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1)  Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a bis)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit handelt overeenkomstig de haar bij deze verordening toegekende bevoegdheden, en binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/138/EG, met uitzondering van titel IV daarvan, van de Richtlijnen 2002/92/EG, 2003/41/EG, 2002/87/EG, Richtlijn 2009/103/EG*, Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad** en, voor zover die handelingen van toepassing zijn op verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en verzekeringstussenpersonen, binnen de toepasselijke onderdelen van Richtlijn 2002/65/EG, met inbegrip van alle op die handelingen gebaseerde richtlijnen, verordeningen en besluiten en alle andere juridisch bindende Uniehandelingen waarmee taken aan de Autoriteit worden toegewezen.

*   Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 263 van 7.10.2009, blz. 11).

**  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19)";

a ter)    lid 3 wordt vervangen door:

“3. De Autoriteit handelt op het werkterrein van verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, financiële conglomeraten, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en verzekeringstussenpersonen eveneens met betrekking tot zaken die niet rechtstreeks onder de in lid 2 bedoelde handelingen vallen, onder meer op het vlak van ondernemingsbestuur, accountantscontrole en financiële verslaglegging, rekening houdend met duurzame bedrijfsmodellen en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren, om de effectieve en consistente toepassing van deze handelingen te waarborgen."

a quater)    lid 6 wordt vervangen door:

“6. De doelstelling van de Autoriteit is de collectieve belangen te beschermen door bij te dragen tot de stabiliteit en doeltreffendheid van het financiële stelsel op de korte, middellange en lange termijn, in het belang van de economie, de burgers en het bedrijfsleven van de Unie. De Autoriteit draagt, met inachtneming van haar respectieve bevoegdheden, bij tot:

a) de verbetering van de werking van de interne markt, daaronder met name begrepen een solide, effectief en consistent niveau van regulering en toezicht,

b) het verzekeren van de integriteit, transparantie, efficiëntie en ordelijke werking van de financiële markten,

c) de versterking van de internationale coördinatie van het toezicht,

d) het voorkomen van reguleringsarbitrage en het bevorderen van gelijke concurrentievoorwaarden,

e) het waarborgen van behoorlijke regulering en toezicht met betrekking tot het aangaan van risico’s inzake verzekerings-, herverzekerings- en bedrijfspensioenactiviteiten;▐

f) het verbeteren van de bescherming van klanten en consumenten;

f bis) het tot stand brengen van meer convergentie op het gebied van toezicht op de interne markt, met inbegrip van het bevorderen van een op risico's stoelende benadering van dat toezicht.

Te dien einde draagt de Autoriteit bij tot het verzekeren van de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in lid 2 genoemde handelingen, bevordert zij de convergentie op het gebied van het toezicht en verstrekt zij adviezen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in overeenstemming met artikel 16 bis ▌.

Bij de uitoefening van de taken die haar bij deze verordening worden toevertrouwd besteedt de Autoriteit bijzondere aandacht aan systeemrisico’s die veroorzaakt worden door instellingen waarvan de insolventie de werking van het financiële stelsel of de reële economie kan aantasten.

Bij de uitvoering van haar taken handelt de Autoriteit onafhankelijk, objectief en op niet-discriminerende en transparante wijze in het belang van de Unie als geheel, en eerbiedigt zij het evenredigheidsbeginsel. De Autoriteit past de beginselen van verantwoordingsplicht en integriteit toe, en moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden in dit opzicht billijk worden behandeld.

De inhoud en vorm van de acties en maatregelen van de Autoriteit gaan niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van deze verordening of de in lid 2 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken en zijn evenredig met de aard, omvang en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de werkzaamheden van een instelling of de markten die door het optreden van de Autoriteit wordt, respectievelijk worden beïnvloed."

2)  ▌artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

“1. De Autoriteit maakt deel uit van een Europees Systeem voor financieel toezicht (European System of Financial Supervision - ESFS). Het hoofddoel van het ESFS is erop toe te zien dat de regels die van toepassing zijn op de financiële sector naar behoren worden uitgevoerd teneinde de financiële stabiliteit te bewaren en te zorgen voor vertrouwen in het financiële stelsel als geheel, met doeltreffende en voldoende bescherming voor gebruikers van financiële diensten.";

b)  lid 4 wordt vervangen door:

“4. Krachtens het beginsel van loyale samenwerking overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie werken de partijen bij het ESFS met vertrouwen en met het volste wederzijdse respect samen, met name om te zorgen voor een passende en betrouwbare informatiestroom onderling en tussen hen en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.";

c)  in lid 5 wordt de volgende alinea ingevoegd:

"Wanneer in deze verordening sprake is van toezicht, omvat dit ook alle relevante activiteiten, zonder daarbij afbreuk te doen aan de nationale bevoegdheden, van alle bevoegde autoriteiten die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen moeten worden uitgevoerd.";

2 bis)  Artikel 3 wordt vervangen door:

"Artikel 3Verantwoordingsplicht van het

Europees Systeem voor financieel toezicht

1. De in artikel 2, lid 2, onder a) tot en met e), bedoelde autoriteiten leggen verantwoording af aan het Europees Parlement en aan de Raad.

2. Tijdens eventuele onderzoeken die door het Europees Parlement uit hoofde van artikel 226 VWEU worden uitgevoerd, verleent de Autoriteit haar volledige medewerking aan het Europees Parlement.

3. De raad van toezichthouders stelt een jaarverslag over de werkzaamheden van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, vast en doet dit verslag uiterlijk op 15 juni van ieder jaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Het verslag wordt openbaar gemaakt.

In het in de eerste alinea bedoelde jaarverslag neemt de Autoriteit informatie op over de administratieve regelingen die zijn overeengekomen met toezichthoudende autoriteiten, over internationale organisaties of overheidsdiensten in derde landen, over de bijstand die de Autoriteit aan de Commissie heeft verleend bij de voorbereiding van equivalentiebesluiten en over de monitoringactiviteiten door de Autoriteit zijn uitgevoerd in overeenstemming met artikel 33.

4. Op verzoek van het Europees Parlement neemt de voorzitter deel aan een hoorzitting voor het Europees Parlement over de prestaties van de Autoriteit. Een hoorzitting wordt ten minste eenmaal per jaar gehouden. De voorzitter legt een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoordt desgevraagd alle vragen van de leden van het Europees Parlement.

5. Indien daarom wordt verzocht en ten minste 15 dagen voordat hij de in lid 1 quater bedoelde verklaring aflegt, brengt de voorzitter schriftelijk verslag uit aan het Europees Parlement over de werkzaamheden van de Autoriteit.

6. Afgezien van de informatie als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 18 en in de artikelen 20 en 33, bevat het verslag tevens alle door het Europees Parlement ad hoc opgevraagde relevante informatie.

7. De Autoriteit antwoordt mondeling of schriftelijk op de door het Europees Parlement of de Raad tot haar gerichte vragen, en dat binnen vijf weken na ontvangst van een vraag.

8. Desgevraagd voert de voorzitter achter gesloten deuren met de voorzitter, de vicevoorzitters en de coördinatoren van de bevoegde commissie van het Europees Parlement vertrouwelijke mondelinge besprekingen, als die besprekingen nodig zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van het Europees Parlement uit hoofde van artikel 226 VWEU. Alle deelnemers nemen het beroepsgeheim in acht.

9. De Autoriteit houdt een lijst bij van documenten en hun vertrouwelijkheidsstatus.

10. De Autoriteit voorziet het Europees Parlement van een relevante samenvatting van het verloop van eventuele vergaderingen van de International Association of Insurance Supervisors, de International Organisation of Pension Supervisors, de Raad voor Financiële stabiliteit, de International Accounting Standards Board en andere relevante internationale organen of instellingen die betrekking hebben op of gevolgen hebben voor het toezicht op verzekeringen, herverzekeringen of pensioenen.".

3)  In artikel 4, punt 2, wordt punt ii) vervangen door:

"ii) wat de Richtlijnen 2002/65/EG en (EU) 2015/849 betreft, de autoriteiten bevoegd voor het doen naleven van de vereisten van die richtlijnen door financiële instellingen ▌;".

4)  Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)    punt 2 wordt vervangen door:

"2) een directie, die de in artikel 47 vastgestelde taken uitoefent;";

b)    punt 4 wordt geschrapt.

4 bis)  In artikel 7 bis wordt een nieuw lid toegevoegd:

"De locatie van de zetel van de Autoriteit is niet van invloed op de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de Autoriteit, de opzet van haar beheersstructuur, de werking van haar centrale organisatie of de belangrijkste financiering van haar activiteiten, en maakt het, in voorkomend geval, mogelijk dat administratieve ondersteunende diensten en bedrijfsondersteuningsdiensten die geen verband houden met de kerntaken van de Autoriteit, met andere agentschappen van de Unie worden gedeeld. Uiterlijk op … [datum van toepassing van deze wijzigingsverordening] en vervolgens elke twaalf maanden brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de naleving van deze vereiste door de Europese toezichthoudende autoriteiten.".

5)  Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)    lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

-i)  punt a) wordt als volgt gewijzigd:

"op basis van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen bijdragen tot de invoering van kwalitatief hoogstaande gemeenschappelijke regulerings- en toezichtnormen en -praktijken, met name door ▌het ontwikkelen van ▌ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en andere maatregelen, waaronder adviezen overeenkomstig artikel 16 bis;"

i)  het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:

"a bis) opstellen en actueel houden van een Uniehandboek voor het toezicht op financiële instellingen in de Unie dat beste toezichtpraktijken en hoogkwalitatieve methoden en werkwijzen beschrijft en rekening houdt met onder meer veranderende bedrijfspraktijken en bedrijfsmodellen, alsook met de grootte van financiële instellingen en markten;";

ii bis)  punt b) wordt vervangen door:

"b) bijdragen tot de consistente toepassing van de juridisch bindende handelingen van de Unie, met name door tot een gemeenschappelijke toezichtpraktijk bij te dragen, de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen te verzekeren, reguleringsarbitrage te voorkomen, onafhankelijkheid van toezichthouders te bevorderen en monitoren, bij meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten te bemiddelen en een schikking te treffen, een doeltreffend en consistent toezicht op financiële instellingen en een coherente werking van de colleges van toezichthouders te waarborgen en maatregelen te nemen in onder meer noodsituaties;"

ii)  de punten e) en f) worden vervangen door:

"e) organiseren en verrichten van toetsingen, met ondersteuning door de nationale bevoegde autoriteiten, van bevoegde autoriteiten, en in dat verband▐ aanbevelingen gericht aan die bevoegde autoriteiten bekendmaken en beste praktijken vaststellen en in dat verband richtsnoeren geven, met de bedoeling de consistentie in de toezichtresultaten te verhogen;

f) monitoren en beoordelen van marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied, onder meer, waar relevant, van ontwikkelingen met betrekking tot trends in ▌innovatieve financiële diensten en ontwikkelingen in verband met ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren;";

ii bis)  punt g) wordt vervangen door:

“g) verrichten van marktanalyses om aan te tonen dat de Autoriteit zich van haar taken heeft gekweten;"

iii)  punt h) wordt vervangen door:

"h) bevorderen, in voorkomend geval, van de bescherming van verzekeringnemers, deelnemers aan pensioenregelingen en begunstigden, consumenten en beleggers, in het bijzonder met betrekking tot tekortkomingen in een grensoverschrijdende context en rekening houdend met de daaraan gerelateerde risico's;";

iii bis)  de volgende punten i bis) en i ter) worden ingevoegd:

"i bis) coördineren van de handhavingsactiviteiten van de bevoegde autoriteiten;";

"i ter) bijdragen tot de ontwikkeling van een gemeenschappelijke strategie van de Unie met betrekking tot financiële gegevens;"

iii ter)  het volgende punt k bis) wordt ingevoegd:

"k bis) publiceren op haar website en regelmatig bijwerken van alle technische reguleringsnormen, technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en vragen en antwoorden voor elke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2, met inbegrip van overzichten van de stand van zaken ten aanzien van de werkzaamheden en de tijdsplanning van de goedkeuring van ontwerpen van technische reguleringsnormen, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en vragen en antwoorden. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld in alle werktalen van de Europese Unie;";

iv)  punt l) wordt geschrapt;

v)  het volgende punt m) wordt ingevoegd:

uitbrengen van advies over de toepassing van interne modellen, het ondersteunen van besluitvorming en het verlenen van bijstand zoals bepaald in artikel 21 bis;";

b)  een nieuw lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. Bij het uitvoeren van haar taken in overeenstemming met deze verordening:

a) maakt de Autoriteit volledig gebruik van de haar ter beschikking staande bevoegdheden;

b) houdt de Autoriteit, met inachtneming van de doelstelling om te zorgen voor de veiligheid en soliditeit van financiële instellingen, naar behoren rekening met de diverse soorten financiële instellingen, hun bedrijfsmodellen en met hun verschillende grootten;

c) houdt de Autoriteit rekening met technologische innovatie, innovatieve en houdbare bedrijfsmodellen, zoals coöperaties en onderlinge maatschappijen, en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren.";

c)  lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt c bis wordt ingevoegd:

"c bis) aanbevelingen te doen als bedoeld in de artikelen 29 bis en 31 bis;";

i bis) punt d bis wordt ingevoegd:

"d bis) waarschuwingen te geven overeenkomstig artikel 9, lid 3;";

i ter) de punten g bis), g ter) en g quater) worden ingevoegd:

"g bis) adviezen te verstrekken aan het Europees Parlement, de Raad of de Commissie als bepaald in artikel 16 bis;

g ter) vragen op antwoorden te verstrekken, zoals bepaald in artikel 16 ter;

g quater) in tijd beperkte geen-actiebrieven af te geven, als bedoeld in artikel 9 bis;"

ii) punt h) wordt vervangen door:

"h) overeenkomstig de artikelen 35 en 35 ter de nodige informatie over financiële instellingen te verzamelen;";

d)  het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

"3. Bij de uitvoering van de taken als bedoeld in dit artikel eerbiedigt de Autoriteit strikt wetten van niveau 1 en maatregelen van niveau 2 en past ze de beginselen van evenredigheid en betere regelgeving toe, met inbegrip van effectbeoordelingen, kosten-batenanalyses en openbare raadplegingen.

De openbare raadplegingen als bedoeld in de artikelen 10, 15, 16 en 16 bis worden op een zo breed mogelijk schaal gehouden om een inclusieve benadering ten opzichte van alle belanghebbenden te waarborgen en biedt belanghebbenden een redelijke termijn om te reageren. De Autoriteit levert en publiceert feedback over de manier waarop de tijdens de raadpleging verzamelde informatie en standpunten zijn gebruikt in ontwerpen van technische reguleringsnormen, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en adviezen.

De Autoriteit vat de van belanghebbenden ontvangen input op zodanige wijze samen dat een vergelijking van de resultaten van openbare raadplegingen over vergelijkbare kwesties mogelijk is.";

6)  Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

-a bis)  lid 1, onder a), wordt vervangen door:

"a) het verzamelen en analyseren van en het verslag uitbrengen over consumententrends, zoals de ontwikkeling van de kosten en lasten van financiële diensten en producten voor consumenten in de lidstaten;"

a)  in lid 1 wordt het volgende punt a ter) ingevoegd:

a ter) het ontwikkelen van retailrisico-indicatoren om mogelijke oorzaken van schade voor consumenten en beleggers tijdig te identificeren;";

b bis)  in lid 1 worden de punten d bis) en d ter) toegevoegd:

"d bis) het bijdragen tot een gelijk speelveld op de interne markt, waar consumenten en verzekeringnemers gelijke toegang hebben tot vergelijkbare financiële diensten, producten en compensatie;

d ter) het coördineren van "mystery shopping"-activiteiten van bevoegde autoriteiten."

c)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit oefent toezicht uit op nieuwe en bestaande financiële activiteiten en kan overeenkomstig artikel 16 richtsnoeren vaststellen en aanbevelingen doen om de veiligheid en de soliditeit van markten en de convergentie en doeltreffendheid van regulerings- en toezichtpraktijken te bevorderen.

2 bis. De Autoriteit ontwikkelt op haar bevoegdhedengebied normen voor bedrijfstoezicht voor de nationale bevoegde autoriteiten, waaronder ten aanzien van minimumbevoegdheden en taken. ";

d)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Autoriteit richt, als een integrerend onderdeel van de Autoriteit, een Comité voor evenredigheid op om ervoor te zorgen dat de verschillen in aard, omvang en complexiteit van risico's, veranderende bedrijfsmodellen en praktijken, alsook de grootte van financiële instellingen en markten tot uiting komen in de werkzaamheden van de Autoriteit, en een commissie consumentenbescherming en financiële innovatie, waarin alle betrokken bevoegde toezichthoudende autoriteiten en autoriteiten voor consumentenbescherming zitting hebben met oog op verbetering van de consumentenbescherming en een gecoördineerde benadering ten aanzien van de regulering voor en het toezicht op nieuwe of innoverende financiële activiteiten, en die adviezen aanlevert welke de Autoriteit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie verstrekt. De Autoriteit werkt nauw samen met het Europees Comité voor gegevensbescherming om dubbel werk, inconsistenties en rechtsonzekerheid op het gebied van gegevensbescherming te voorkomen. De Autoriteit kan ook nationale autoriteiten voor gegevensbescherming opnemen in die commissie.";

b bis)  lid 5 wordt vervangen door:

“5. De Autoriteit kan het in de handel brengen, de distributie of de verkoop van bepaalde financiële producten, instrumenten of activiteiten tijdelijk verbieden of beperken als zij de gebruikers ervan aanzienlijke financiële schade dreigen te berokkenen of een bedreiging vormen voor het ordelijk functioneren en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële systeem van de Unie of een deel ervan in de gevallen die gespecificeerd zijn en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de wetgevingshandelingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, of, indien dit in een noodsituatie vereist is, overeenkomstig artikel 18 en de daarin bepaalde voorwaarden.

De Autoriteit evalueert het in de eerste alinea bedoelde besluit met passende tussenpozen, zo snel mogelijk en ten minste om de zes maanden. De Autoriteit kan het verbod of de beperking tweemaal verlengen, waarna deze definitief worden, tenzij de Autoriteit anders beslist.

Een lidstaat kan de Autoriteit verzoeken haar besluit te heroverwegen. In dat geval beslist de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, tweede alinea, of zij haar besluit handhaaft.

De Autoriteit kan tevens beoordelen of het nodig is bepaalde soorten financiële activiteiten of praktijken te verbieden of te beperken en, wanneer die noodzaak bestaat, de Commissie en de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis stellen om de vaststelling van dergelijke verboden of beperkingen te bevorderen.".

6 bis)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

Artikel 9 bisIn tijd beperkte geen-actiebrieven

1.  In uitzonderlijke omstandigheden en indien aan de in dit lid genoemde voorwaarden is voldaan, kan de Autoriteit in coördinatie met de relevante bevoegde autoriteiten in tijd beperkte geen-actiebrieven afgeven met betrekking tot specifieke bepalingen van het Unierecht die berusten op de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen. Deze geen-actiebrieven zijn een tijdelijke verbintenis van de Autoriteit en alle bevoegde autoriteiten om de niet-naleving van specifieke bepalingen van het Unierecht door financiële instellingen niet af te dwingen wanneer de financiële instellingen om ten minste een van de volgende redenen niet aan dergelijke bepalingen van het Unierecht kunnen voldoen:

a)   door naleving zouden de financiële instellingen inbreuk plegen op andere wettelijke en regelgevingsvereisten van het Unierecht;

b)  naleving zonder verdere maatregelen van niveau 2 of richtsnoeren van niveau 3 wordt door de Autoriteit niet mogelijk geacht;

c)  naleving zou van grote invloed zijn op of een significante bedreiging vormen voor: het marktvertrouwen, de bescherming van klanten of beleggers, de goede werking en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten, of de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan.

De Autoriteit geeft geen geen-actiebrieven af indien zij van oordeel is dat deze een nadelig effect zouden hebben op de efficiëntie van de financiële markten of op de bescherming van afnemers of beleggers dat niet in verhouding staat tot de voordelen ervan.

2.  De Autoriteit geeft in haar geen-actiebrieven aan welke bepalingen van het recht van de Unie niet worden afgedwongen, waarom zij van oordeel is dat aan de voorwaarden als bedoeld in lid 1 wordt voldaan en op welke datum de niet-afdwinging verstrijkt. De duur van een dergelijke schorsing mag niet meer dan zes maanden bedragen.

3.  Indien de Autoriteit besluit een geen-actiebrief af te geven, stelt ze de Commissie, het Europees Parlement en de Raad daarvan onverwijld in kennis. Uiterlijk twee weken na ontvangst van deze informatie kunnen de Commissie, het Europees Parlement of de Raad de Autoriteit verzoeken haar besluit te heroverwegen. Op initiatief van de Commissie, het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee weken verlengd. In het geval de Commissie, het Europees Parlement of de Raad de Autoriteit verzoekt haar besluit te heroverwegen, beslist de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, tweede alinea, of zij haar besluit handhaaft.

4.  Indien de Autoriteit overeenkomstig het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 een geen-actiebrief afgeeft, maakt ze deze onverwijld op haar website openbaar. De Autoriteit evalueert haar besluit om een geen-actiebrief af te geven met passende tussenpozen en kan dit besluit slechts eenmaal met zes maanden verlengen. Indien een besluit om een geen-actiebrief af te geven na een periode van zes maanden niet wordt verlengd, verstrijkt het automatisch.

6 bis)  Artikel 10 wordt vervangen door:

"Artikel 10Technische reguleringsnormen

1. Wanneer het Europees Parlement en de Raad door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU bevoegdheden delegeren aan de Commissie voor de vaststelling van technische reguleringsnormen teneinde consistente harmonisatie te waarborgen op de gebieden die specifiek in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen zijn vastgesteld, kan de Autoriteit ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen. De Autoriteit legt haar ontwerpen van reguleringsnormen ter bevestiging aan de Commissie voor. De Autoriteit doet deze technische normen tegelijkertijd ter informatie toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.

De technische reguleringsnormen zijn van technische aard, houden geen strategische beslissingen of beleidskeuzen in, en zijn inhoudelijk beperkt door de wetgevingshandelingen waarop zij gebaseerd zijn. De Autoriteit stelt het Europees Parlement en de Raad zo snel als haalbaar en volledig op de hoogte van de vooruitgang die is geboekt bij de ontwikkeling van de ontwerpen van technische reguleringsnormen.

Alvorens ontwerpen van technische reguleringsnormen aan de Commissie voor te leggen, houdt de Autoriteit openbare raadplegingen daarover en analyseert zij de mogelijke kosten en baten daarvan overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. Ook wint de Autoriteit het advies in van de in artikel 37 bedoelde desbetreffende Stakeholdergroep.

Binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische reguleringsnorm besluit de Commissie of zij het ontwerp bevestigt. De Commissie kan besluiten de ontwerpen van technische reguleringsnormen slechts gedeeltelijk of gewijzigd te bevestigen indien het belang van de Unie dit vereist.

In het geval dat de Commissie niet binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische reguleringsnorm tot een besluit komt over de goedkeuring daarvan, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk, en in ieder geval voor het einde van de periode van drie maanden, op de hoogte, met opgave van de redenen dat zij niet in de positie verkeert om een besluit te nemen en de tijdsplanning voor de bevestiging in acht te nemen, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. Een eventuele vertraagde goedkeuring van een ontwerp van technische reguleringsnorm weerhoudt het Europees Parlement en de Raad er niet van hun controlebevoegdheden uit te oefenen overeenkomstig artikel 13.

Indien de Commissie voornemens is een ontwerp van technische reguleringsnorm niet, slechts gedeeltelijk of in gewijzigde vorm te bevestigen, zendt zij het ontwerp van technische reguleringsnorm terug naar de Autoriteit en motiveert zij waarom zij het niet heeft goedgekeurd of motiveert zij haar wijzigingen, naargelang het geval en doet zij een kopie van dit schrijven toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, en deze in de vorm van een formeel advies opnieuw aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van die termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, of een ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend dat niet is gewijzigd op een manier die strookt met de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, mag de Commissie de technische reguleringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht, dan wel de norm verwerpen.

De Commissie mag de inhoud van het door de Autoriteit opgestelde ontwerp van technische reguleringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

2. Indien de Autoriteit binnen de termijn die is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, geen ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk op de hoogte, met opgave van de redenen dat zij niet in de positie verkeert om dit ontwerp in te dienen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. De Commissie mag een dergelijk ontwerp binnen een nieuwe termijn verlangen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de nieuwe termijn. Het Europees Parlement kan de voorzitter van de Autoriteit uitnodigen om de vertraging bij de indiening van het ontwerp van technische reguleringsnorm uit te leggen.

3. Enkel wanneer de Autoriteit geen ontwerp van technische reguleringsnorm bij de Commissie indient binnen de in lid 2 bedoelde termijnen, mag de Commissie middels een gedelegeerde handeling een technische reguleringsnorm aannemen zonder een ontwerp van de Autoriteit.

De Commissie houdt openbare raadplegingen over ontwerpen van technische reguleringsnormen en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses niet in een evenredige verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van het ontwerp van technische reguleringsnorm in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Commissie het advies in van de in artikel 37 bedoelde desbetreffende Stakeholdergroep.

De Commissie doet het ontwerp van technische reguleringsnorm onmiddellijk aan het Europees Parlement, de Raad en de Autoriteit toekomen.

▌Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen en dit in de vorm van een formeel advies aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vierde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie de technische reguleringsnorm aannemen.

Indien de Autoriteit binnen de periode van zes weken een gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen op basis van de door de Autoriteit voorgestelde wijzigingen, dan wel de technische reguleringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht. De Commissie mag de inhoud van het door de Autoriteit opgestelde ontwerp van technische reguleringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

4. De technische reguleringsnormen worden vastgesteld door middel van verordeningen of besluiten. De woorden "technische reguleringsnorm" komen voor in de titel van deze verordeningen of besluiten. Zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden op de daarin vermelde datum in werking."

6 ter)  De tweede alinea van artikel 13, lid 1, wordt geschrapt.

6 quater)  Artikel 15 wordt vervangen door:

"Artikel 15Technische uitvoeringsnormen

1. Wanneer het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 291 VWEU uitvoeringsbevoegdheden delegeren aan de Commissie voor de vaststelling van technische uitvoeringsnormen middels gedelegeerde handelingen teneinde uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen, kan de Autoriteit ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen. De technische uitvoeringsnormen zijn van technische aard, houden geen strategische beslissingen of beleidskeuzen in en bepalen inhoudelijk de voorwaarden voor de toepassing van die handelingen. De Autoriteit legt haar ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter bevestiging aan de Commissie voor. De Autoriteit doet deze technische normen tegelijkertijd ter informatie toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.

Alvorens ontwerpen van technische uitvoeringsnormen aan de Commissie voor te leggen, houdt de Autoriteit openbare raadplegingen daarover en analyseert zij de mogelijke kosten en baten daarvan overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. Ook wint de Autoriteit het advies in van de in artikel 37 bedoelde desbetreffende Stakeholdergroep.

Binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische uitvoeringsnorm besluit de Commissie of zij dit ontwerp bevestigt. De Commissie kan besluiten het ontwerp van technische uitvoeringsnorm slechts gedeeltelijk of gewijzigd te bevestigen indien het belang van de Unie dit vereist. Indien de Commissie zich binnen de beoordelingsperiode niet geheel of gedeeltelijk tegen de voorgestelde technische norm verzet, wordt deze geacht bekrachtigd te zijn.

In het geval dat de Commissie niet binnen drie maanden na ontvangst van de technische uitvoeringsnorm tot een besluit komt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk, en in ieder geval voor het einde van de periode van drie maanden, op de hoogte, met opgave van de redenen dat zij niet in de positie verkeert om een besluit te nemen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2.

Indien de Commissie voornemens is het ontwerp van technische uitvoeringsnorm niet, slechts gedeeltelijk of in gewijzigde vorm te bevestigen, zendt zij het terug naar de Autoriteit en motiveert waarom zij het niet heeft goedgekeurd of motiveert zij haar wijzigingen, naar gelang het geval en doet zij een kopie van dit schrijven toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen wijzigen op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, en deze in de vorm van een formeel advies opnieuw aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vijfde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnormen heeft ingediend, of een ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend dat niet is gewijzigd op een manier die strookt met de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, kan de Commissie de technische uitvoeringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht, dan wel de norm verwerpen.

De Commissie mag de inhoud van een door de Autoriteit opgesteld ontwerp van technische uitvoeringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

2. Indien de Autoriteit binnen de termijn die is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, geen ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk op de hoogte, met opgave van de redenen dat zij niet in de positie verkeert om dit ontwerp in te dienen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. De Commissie mag een dergelijk ontwerp binnen een nieuwe termijn verlangen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de nieuwe termijn. Het Europees Parlement kan de voorzitter van de Autoriteit uitnodigen om de vertraging bij de indiening van het ontwerp van technische uitvoeringsnorm uit te leggen.

3. Enkel wanneer de Autoriteit geen ontwerp van technische uitvoeringsnorm bij de Commissie indient binnen de termijn overeenkomstig lid 2, kan de Commissie middels een uitvoeringshandeling een technische uitvoeringsnorm aannemen zonder een ontwerp van de Autoriteit.

De Commissie houdt openbare raadplegingen over ontwerpen van technische uitvoeringsnormen en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses niet in een evenredige verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Commissie het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep bankwezen.

De Commissie doet het ontwerp van technische uitvoeringsnorm onmiddellijk aan het Europees Parlement, de Raad en de Autoriteit toekomen.

▌Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische uitvoeringsnorm wijzigen en dit in de vorm van een formeel advies aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vierde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, kan de Commissie de technische uitvoeringsnorm aannemen.

Indien de Autoriteit binnen die termijn van zes weken een gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie het ontwerp van technische uitvoeringsnorm wijzigen op basis van de door de Autoriteit voorgestelde wijzigingen, dan wel de technische uitvoeringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht.

De Commissie mag de inhoud van de door de Autoriteit opgestelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

4. De technische uitvoeringsnormen worden vastgesteld door middel van verordeningen of besluiten. De woorden "technische uitvoeringsnorm" komen voor in de titel van deze verordeningen of besluiten. Zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden op de daarin vermelde datum in werking."

7)  Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 1 ▌wordt vervangen door:

"1. Met het oog op het invoeren van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS en het verzekeren van de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht richt de Autoriteit richtsnoeren of aanbevelingen tot bevoegde autoriteiten of financiële instellingen.

De Autoriteit kan ook richtsnoeren vaststellen en aanbevelingen doen aan de autoriteiten van de lidstaten die op grond van deze verordening niet als bevoegde autoriteiten zijn omschreven, maar die gemachtigd zijn om de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen te doen toepassen.

De richtsnoeren en aanbevelingen zijn conform het mandaat van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en houden rekening met het evenredigheidsbeginsel. De Autoriteit geeft geen richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot kwesties die onder niveau 2-bevoegdheden voor technische regulerings- of uitvoeringsnormen vallen.

1 bis. De Autoriteit kan, op basis van de opvolg- of uitlegprocedure als bedoeld in lid 3 van dit artikel, met het oog op de invoering van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS, richtsnoeren geven gericht aan alle bevoegde autoriteiten of financiële instellingen voor de toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen. Deze richtsnoeren worden geschikt geacht voor de naleving van de vereisten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen. Overeenkomstig het voorgaande kunnen bevoegde autoriteiten en financiële instellingen andere praktijken invoeren ten aanzien van de methode voor de opvolging van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen.";

b)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit houdt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, open raadplegingen over de richtsnoeren en aanbevelingen en, in voorkomend geval, vragen en antwoorden die zij uitbrengt, en analyseert de potentiële kosten en baten van het uitbrengen van deze richtsnoeren en aanbevelingen. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de richtsnoeren of aanbevelingen. Ook wint de Autoriteit, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen. Wanneer de Autoriteit geen openbare raadpleging uitvoert of advies inwint van de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen, maakt zij de redenen hiervoor kenbaar."

b bis)  de volgende leden 2 bis, 2 ter, 2 quater en 2 quinquies worden ingevoegd:

"2 bis. Voor de toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen mag de Autoriteit aanbevelingen geven aan een of meer bevoegde autoriteiten of een of meer financiële instellingen.

2 ter. De Autoriteit geeft in haar richtsnoeren of aanbevelingen aan hoe zij bijdraagt tot de vaststelling van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS, hoe zij de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht waarborgt en hoe het bepaalde in de leden 1, 1 bis en 2 bis in acht wordt genomen.

2 quater. Richtsnoeren en aanbevelingen vormen niet slechts een verwijzing naar of kopie van elementen van wetgevingshandelingen. Voordat zij een nieuw richtsnoer of een nieuwe aanbeveling geeft, herziet de Autoriteit eerst bestaande richtsnoeren en aanbevelingen om overlapping te voorkomen.

2 quinquies. Drie maanden voordat zij eventuele richtsnoeren en aanbevelingen als bedoeld in de leden 1 bis en 2 bis geeft, informeert de Autoriteit het Europees Parlement en de Raad over de beoogde inhoud van dergelijke richtsnoeren en aanbevelingen.";

c)  ▌lid 4 wordt ▌vervangen door:

""4. In het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag stelt de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in kennis van de gegeven richtsnoeren en aanbevelingen, licht zij toe hoe de Autoriteit het geven van richtsnoeren overeenkomstig lid 1 bis en aanbevelingen overeenkomstig lid 2 bis heeft gerechtvaardigd en vat zij de feedback van openbare raadplegingen over die richtsnoeren samen overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. In het verslag wordt ook vermeld welke bevoegde nationale autoriteiten de richtsnoeren en aanbevelingen niet hebben opgevolgd, en uiteengezet hoe de Autoriteit ervoor denkt te zorgen dat ieder van deze bevoegde autoriteiten in de toekomst haar richtsnoeren en aanbevelingen zal opvolgen.";

d)  de volgende leden 5, 5 bis en 5 ter worden toegevoegd:

"5. Wanneer twee derde van de leden van de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen of de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheden heeft overschreden door overeenkomstig lid 1 bis een richtsnoer uit te vaardigen, kunnen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een desbetreffend met redenen omkleed advies zenden.

5 bis. Wanneer ten minste twee derde van het aantal leden van de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen of de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheden heeft overschreden door overeenkomstig lid 2 bis een aanbeveling te geven, kunnen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een desbetreffend met redenen omkleed advies zenden.

5 ter. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie kunnen de Autoriteit om een toelichting verzoeken waarin de uitvaardiging van de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen wordt onderbouwd. De Commissie beoordeelt, nadat zij de toelichting van de Autoriteit heeft ontvangen, het toepassingsgebied van de richtsnoeren of aanbevelingen in het licht van de bevoegdheden van de Autoriteit en doet deze beoordeling toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Wanneer het Europees Parlement, de Raad of de Commissie van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheid heeft overschreden, en na de Autoriteit in de gelegenheid te hebben gesteld haar standpunt kenbaar te maken, kan de Commissie een besluit vaststellen waarin de Autoriteit wordt gelast de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen in te trekken of te wijzigen. Voordat een dergelijk besluit word genomen, en wanneer hierom wordt verzocht door het Europees Parlement, legt de Commissie een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoordt zij eventuele door de leden van het Europees Parlement gestelde vragen. Het Europees Parlement kan de Commissie verzoeken een besluit te nemen waarin de Autoriteit wordt gelast de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen in te trekken of te wijzigen. Het besluit van de Commissie wordt bekendgemaakt.".

7 bis)  De artikelen 16 bis en 16 ter worden ingevoegd:

"Artikel 16 bisAdviezen

1. De Autoriteit verstrekt over alle kwesties die verband houden met haar bevoegdheidsgebied en op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, of op eigen initiatief, adviezen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Deze adviezen worden niet bekendgemaakt, tenzij dit in het verzoek is vermeld.

2. Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een openbare raadpleging of een technische analyse omvatten.

3. Met betrekking tot de prudentiële beoordeling van fusies en overnames die onder de werkingssfeer van Richtlijn 2009/138/EG vallen en waarvoor, op grond van die richtlijn, overleg tussen bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten vereist is, kan de Autoriteit, op verzoek van een van de betrokken bevoegde autoriteiten, een advies uitbrengen en bekendmaken over een prudentiële beoordeling, behalve wat betreft de criteria genoemd in artikel 59, lid 1, onder e), van Richtlijn 2009/138/EG. Het advies wordt snel uitgebracht en in elk geval voor het einde van de beoordelingsperiode als bedoeld in Richtlijn 2009/138/EG. De artikelen 35 en 35 ter zijn van toepassing op de gebieden waarvoor de Autoriteit een advies kan uitbrengen.

4. De Autoriteit kan op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in het kader van de gewone wetgevingsprocedure van technisch advies voorzien, alsook voor gedelegeerde handelingen met betrekking tot elk wetgevingsvoorstel van de Commissie op de gebieden als bedoeld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen.

Artikel 16 terVragen en antwoorden

1. Met het oog op de uitleg, praktische toepassing of uitvoering van de bepalingen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen of hiermee verband houdende gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, richtsnoeren en aanbevelingen die op grond van die wetgevingshandelingen zijn aangenomen, kunnen natuurlijke en rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten en instellingen van de Unie, een vraag indienen bij de Autoriteit, in een van de officiële talen van de Unie.

Alvorens een vraag in te dienen bij de Autoriteit beoordelen financiële instellingen of zij de vraag eerst aan hun bevoegde autoriteit moeten voorleggen.

De Autoriteit maakt op haar website alle ontvankelijke vragen bekend op grond van lid 1, voor elk wetgevingsbesluit, na verzameling en vóór beantwoording ervan.

Deze procedure weerhoudt natuurlijke en rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten en instellingen van de Unie, er niet van vertrouwelijk technisch advies of verduidelijkingen bij de Autoriteit in te winnen.

2. De Autoriteit maakt overeenkomstig lid 1 op haar website niet-bindende antwoorden bekend op alle ontvankelijke vragen voor elke wetgevingshandeling, tenzij de bekendmaking hiervan in strijd is met de rechtmatige belangen van de natuurlijke of rechtspersoon die de vraag heeft ingediend of zou leiden tot risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel.

3. Alvorens antwoorden op ontvankelijke vragen te publiceren, kan de Autoriteit overeenkomstig artikel 16, lid 2, belanghebbenden raadplegen.

4. De antwoorden van de Autoriteit worden geschikt geacht voor de naleving van de vereisten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en van de hiermee verband houdende gedelegeerde of uitvoeringshandelingen en richtsnoeren en aanbevelingen die overeenkomstig die wetgevingshandelingen zijn aangenomen. Bevoegde autoriteiten en financiële instellingen mogen andere praktijken vaststellen voor de naleving van alle toepasselijke wettelijke vereisten.

5. De Autoriteit herziet antwoorden op vragen zodra dit nodig en passend wordt geacht, of uiterlijk 24 maanden na hun bekendmaking om deze, in voorkomend geval, te herzien, te actualiseren of in te trekken.

6. In voorkomend geval houdt de Autoriteit bij de opstelling of bijwerking van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16 rekening met gepubliceerde antwoorden."

8)  Artikel 17 wordt vervangen door:

"1. Ingeval een bevoegde autoriteit de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, waaronder begrepen de overeenkomstig artikel 10 tot en met 15 vastgestelde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, niet heeft toegepast of heeft toegepast op een wijze die in strijd is met het Unierecht, met name door niet te verzekeren dat een financiële instelling de in die handelingen vastgestelde eisen vervult, handelt de Autoriteit overeenkomstig de in de leden 2, 3 en 6 van dit artikel genoemde bevoegdheden.

2. Op verzoek van een of meer bevoegde autoriteiten, het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de desbetreffende stakeholdergroep, of op basis van feitelijke en naar behoren gestaafde informatie van relevante organisaties of instellingen, of op eigen initiatief, en na de betrokken bevoegde autoriteit op de hoogte te hebben gebracht, reageert de Autoriteit op het verzoek en onderzoekt zij, indien nodig, de aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht.

Onverminderd de in artikel 35 vastgestelde bevoegdheden verstrekt de bevoegde autoriteit aan de Autoriteit onverwijld alle informatie die de Autoriteit nodig acht voor haar onderzoek, waaronder wat betreft de wijze waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen worden toegepast in overeenstemming met het Unierecht.

Onverminderd de in de artikelen 35 vastgestelde bevoegdheden kan de Autoriteit een goed onderbouwd en met redenen omkleed informatieverzoek richten aan andere bevoegde autoriteiten of betrokken financiële instellingen, wanneer het verzoek om informatie aan de betrokken bevoegde autoriteit ontoereikend is gebleken of ontoereikend wordt geacht om de informatie te verkrijgen die nodig is voor het onderzoek van een aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht. Wanneer het met redenen omklede verzoek tot financiële instellingen is gericht, wordt daarin uitgelegd waarom de informatie noodzakelijk is voor het onderzoek van een aangevoerde inbreuk of niet-toepassing van het Unierecht.

De adressaat van dit soort verzoek verschaft de Autoriteit onverwijld duidelijke, correcte en volledige informatie.

Wanneer een informatieverzoek tot een financiële instelling is gericht, stelt de Autoriteit de betrokken bevoegde autoriteiten van dat verzoek in kennis. De bevoegde autoriteiten verlenen de Autoriteit, wanneer deze daarom verzoekt, bijstand bij het verzamelen van de informatie.

3. De Autoriteit kan een arbitrageprocedure met de betrokken bevoegde autoriteit inleiden om de maatregelen te bespreken die nodig zijn om het recht van de Unie na te leven. De betrokken bevoegde autoriteit werkt loyaal mee aan een dergelijke arbitrage.

De Autoriteit kan, zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen vier maanden na de aanvang van haar onderzoek, tot de betrokken bevoegde autoriteit een aanbeveling richten waarin wordt uiteengezet welke maatregelen nodig zijn om aan het Unierecht te voldoen.

De bevoegde autoriteit brengt de Autoriteit binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanbeveling op de hoogte van de stappen die zij heeft gedaan of voornemens is te doen om de inachtneming van het Unierecht te verzekeren.

4. Ingeval de bevoegde autoriteit binnen één maand na ontvangst van de aanbeveling van de Autoriteit niet aan het Unierecht heeft voldaan, kan de Commissie, na door de Autoriteit op de hoogte te zijn gebracht of op eigen initiatief, een formeel advies uitbrengen op grond waarvan de bevoegde autoriteit de maatregelen dient te nemen die nodig zijn om het Unierecht na te leven. De Commissie houdt in haar formeel advies rekening met de aanbeveling van de Autoriteit.

De Commissie brengt een dergelijk formeel advies uit uiterlijk drie maanden na het geven van de aanbeveling. De Commissie kan die termijn met één maand verlengen.

De Autoriteit en de bevoegde autoriteiten verstrekken de Commissie alle nodige informatie.

5. Binnen tien werkdagen na ontvangst van het in lid 4 bedoelde formeel advies informeert de bevoegde autoriteit de Commissie en de Autoriteit over de stappen die zij heeft gedaan of zal doen om dat formeel advies na te leven.

6. Onverminderd de bevoegdheden en verplichtingen van de Commissie volgens artikel 258 VWEU kan, ingeval een bevoegde autoriteit het in lid 4 bedoelde formeel advies niet binnen de daarin bepaalde termijn naleeft en het nodig is deze niet-naleving tijdig te verhelpen om neutrale concurrentievoorwaarden op de markt te behouden of te herstellen of de ordelijke werking en de integriteit van het financiële stelsel te verzekeren, de Autoriteit, indien de toepasselijke eisen van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen op de financiële instellingen rechtstreeks toepasselijk zijn, een tot een financiële instelling gericht individueel besluit nemen op grond waarvan de financiële instelling de nodige maatregelen dient te nemen om te voldoen aan haar verplichtingen volgens het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van haar activiteiten.

Het besluit van de Autoriteit is in overeenstemming met het door de Commissie ingevolge lid 4 uitgebrachte formeel advies.

7. Op grond van lid 6 vastgestelde besluiten hebben voorrang op eerdere besluiten die door de bevoegde autoriteiten over dezelfde aangelegenheid zijn vastgesteld.

Bij het nemen van maatregelen met betrekking tot aangelegenheden die onderworpen worden aan een formeel advies ingevolge lid 4 of aan een besluit ingevolge lid 6 conformeren de bevoegde autoriteiten zich aan het formeel advies of het besluit, al naar het geval.

8. De Autoriteit vermeldt in het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag welke bevoegde autoriteiten en financiële instellingen de in lid 4 van dit artikel bedoelde formele adviezen of de in lid 6 van dit artikel bedoelde besluiten niet hebben nageleefd.";

8 bis)  Artikel 18, lid 3, wordt vervangen door:

“3. Ingeval de Raad een besluit heeft vastgesteld ingevolge lid 2, alsook in uitzonderlijke gevallen waarin gecoördineerde actie van de nationale autoriteiten nodig is om het hoofd te bieden aan ongunstige ontwikkelingen die de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het geheel of een deel van het financiële stelsel in de Unie of de bescherming van klanten en consumenten ernstig in gevaar kunnen brengen, kan de Autoriteit individuele besluiten nemen op grond waarvan bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgeving de nodige maatregelen dienen te nemen om deze ontwikkelingen aan te pakken door te verzekeren dat financiële instellingen en bevoegde autoriteiten aan de in die wetgeving vastgestelde eisen voldoen."

9)  Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. In de gevallen vermeld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen alsook in alle gevallen waarin twee of meer nationale bevoegde autoriteiten het niet eens zijn over de toepassing van die handelingen en onverminderd de in artikel 17 vastgestelde bevoegdheden, kan de Autoriteit de bevoegde autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming volgens de procedure van de artikelen 2, 3 en 4 in één van de volgende omstandigheden:

a)  op verzoek van één of meer betrokken bevoegde autoriteiten wanneer een bevoegde autoriteit het oneens is met de procedure of de inhoud van een optreden, voorgenomen optreden of het niet-optreden van een andere bevoegde autoriteit;

b)  ambtshalve, wanneer op basis van objectieve redenen, waaronder op basis van informatie van marktdeelnemers of consumentenorganisaties, een verschil van mening tussen bevoegde autoriteiten kan worden geconstateerd.

In de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen een gezamenlijk besluit moeten nemen, wordt een verschil van mening geacht te bestaan wanneer die autoriteiten binnen de in die handelingen bepaalde termijnen geen gezamenlijk besluit nemen.";

b)  de volgende leden 1 bis en 1 ter worden ingevoegd:

"1 bis. De betrokken bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit in de volgende gevallen onverwijld in kennis van het feit dat geen overeenstemming is bereikt:

a)  wanneer een termijn voor het bereiken van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen, en een van de volgende gebeurtenissen het eerste plaatsvindt:

i) de termijn is verstreken;

ii) één of meer betrokken bevoegde autoriteiten concluderen, op basis van objectieve redenen, dat er een verschil van mening bestaat;

b)  wanneer geen termijn voor het bereiken van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen, en een van de volgende gebeurtenissen het eerste plaatsvindt:

i.  één of meer betrokken bevoegde autoriteiten concludeert, op basis van objectieve redenen, dat er een verschil van mening bestaat; of

ii.  twee maanden zijn verstreken sinds de datum van ontvangst door een bevoegde autoriteit van een verzoek van een andere bevoegde autoriteit om een bepaalde actie te ondernemen om aan het Unierecht te voldoen, en de aangezochte autoriteit heeft nog geen besluit genomen om aan dat verzoek te voldoen.";

1 ter. De voorzitter beoordeelt of de Autoriteit dient te handelen in overeenstemming met lid 1. Wanneer de Autoriteit ambtshalve ingrijpt, stelt de Autoriteit de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van haar besluit betreffende het ingrijpen.

In afwachting van het besluit van de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 47, lid 3 bis, stellen alle bevoegde autoriteiten in de gevallen waarin op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen een gezamenlijk besluit moet worden genomen, hun individuele besluiten uit. Wanneer de Autoriteit besluit te handelen, stellen alle bij het gezamenlijke besluit betrokken bevoegde autoriteiten hun besluiten uit totdat de in de leden 2 en 3 beschreven procedure is afgerond.";

d)  lid 3 wordt vervangen door:

"Wanneer de betrokken bevoegde autoriteiten er niet in geslaagd zijn tijdens de in lid 2 bedoelde verzoeningsfase tot overeenstemming te komen, kan de Autoriteit een besluit nemen waarin wordt verlangd dat die bevoegde autoriteiten specifieke maatregelen nemen of van het nemen van bepaalde maatregelen afzien om de zaak te schikken, teneinde de naleving van het Unierecht te garanderen. Het besluit van de Autoriteit is bindend voor de betrokken bevoegde autoriteiten. In het besluit van de Autoriteit kan van bevoegde autoriteiten worden verlangd dat zij een door hen vastgesteld besluit herroepen of wijzigen of dat zij gebruikmaken van de bevoegdheden waarover zij op grond van het desbetreffende Unierecht beschikken.";

e)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis. De Autoriteit stelt de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van het feit dat de procedures volgens de leden 2 en 3 zijn afgerond, samen met, in voorkomend geval, het op grond van lid 3 genomen besluit.";

f)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie op grond van artikel 258 van het VWEU, kan de Autoriteit, wanneer een bevoegde autoriteit het besluit van de Autoriteit niet naleeft en daardoor niet verzekert dat een financiële instelling voldoet aan de eisen die krachtens de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen rechtstreeks op die instelling van toepassing zijn, een tot die financiële instelling gericht individueel besluit nemen waarin wordt verlangd dat die financiële instelling de nodige maatregelen neemt om te voldoen aan haar verplichtingen op grond van het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van haar activiteiten.";

10)  Artikel 21 wordt vervangen door:

"Artikel 21Colleges van toezichthouders

1. De Autoriteit bevordert en monitort, binnen haar bevoegdheden, de efficiënte, effectieve en consistente werking van de colleges van toezichthouders die bij de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen zijn opgericht en bevordert de consistente en coherente toepassing van het Unierecht door alle colleges van toezichthouders. Teneinde te komen tot convergentie wat betreft beste praktijken inzake toezicht, bevordert de Autoriteit gemeenschappelijke toezichtsplannen en gezamenlijke onderzoeken, en heeft het personeel van de Autoriteit volledige participatierechten in de colleges van toezichthouders en kan als zodanig deelnemen aan en, in voorkomend geval, leiding geven aan de activiteiten van de colleges van toezichthouders, inclusief inspecties ter plaatse, die door twee of meer bevoegde autoriteiten gezamenlijk worden uitgevoerd.

2. De Autoriteit geeft leiding bij het waarborgen van de consistente en coherente werking van de colleges van toezichthouders voor grensoverschrijdende instellingen in de gehele Unie, rekening houdend met het systeemrisico dat financiële instellingen, als bedoeld in artikel 23, opleveren, en belegt zo nodig een vergadering van een college.

Voor de toepassing van dit lid en van lid 1 van dit artikel wordt de Autoriteit beschouwd als een "bevoegde autoriteit" of een "toezichthoudende autoriteit" in de zin van de toepasselijke wetgeving.

De Autoriteit kan:

a) alle relevante informatie verzamelen en delen in samenwerking met de bevoegde autoriteiten om het werk van het college te vergemakkelijken en een centraal systeem op te zetten en te beheren om deze informatie beschikbaar te stellen aan de bevoegde autoriteiten in het college;

b) Uniebrede stresstests overeenkomstig artikel 32 initiëren en coördineren om de veerkracht van financiële instellingen, met name het systeemrisico dat de in artikel 23 bedoelde financiële instellingen opleveren, bij ongunstige marktontwikkelingen te beoordelen, en een beoordeling te verrichten van de mogelijkheid dat het systeemrisico toeneemt in stresssituaties, waarbij ervoor wordt gezorgd dat op nationaal niveau bij het houden van dergelijke tests een zo consistent mogelijke methode wordt gevolgd, en indien nodig, aan de bevoegde autoriteit een aanbeveling wordt gegeven om problemen aan te pakken die bij de stresstest aan het licht zijn gekomen, onder meer om specifieke evaluaties uit te voeren. Ze kan de bevoegde autoriteiten verzoeken inspecties ter plaatse uit te voeren en kan deelnemen aan dergelijke inspecties ter plaatse om de vergelijkbaarheid en betrouwbaarheid van de methoden, praktijken en resultaten van Uniebrede beoordelingen te waarborgen;

c) effectieve en efficiënte toezichtpraktijken bevorderen, inclusief het evalueren van de risico’s waaraan financiële instellingen blootgesteld zijn of zouden kunnen zijn als geconstateerd bij het toezichtproces of in stresssituaties;

d) toezicht houden, overeenkomstig de taken en bevoegdheden die in deze verordening zijn vermeld, op de taken die door de bevoegde autoriteiten worden uitgeoefend; en

e) verzoeken om verdere beraadslagingen in een college wanneer zij van oordeel is dat een besluit zou resulteren in een incorrecte toepassing van het Unierecht of niet zou bijdragen tot de doelstelling van convergentie inzake toezichtpraktijken. Zij kan de groepstoezichthouder tevens verzoeken een vergadering van het college te organiseren of een punt toe te voegen aan de agenda van een vergadering.

3. De Autoriteit kan ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, zoals omschreven in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 15 vastgelegde procedure, opstellen om te zorgen voor uniforme toepassingsvoorwaarden voor de bepalingen betreffende het functioneren van colleges van toezichthouders, alsmede overeenkomstig artikel 16 vastgestelde richtsnoeren en aanbevelingen uitvaardigen ter bevordering van de convergentie bij de werking van het toezicht en de door de colleges van toezichthouders aangenomen beste praktijken.

4. De Autoriteit kan met wettelijk bindende kracht bemiddelend optreden om geschillen tussen bevoegde autoriteiten te beslechten overeenkomstig de in artikel 19 omschreven procedure. De Autoriteit kan overeenkomstig artikel 19 toezichtbesluiten nemen die rechtstreeks toepasselijk zijn op de betrokken instelling."

11)  Het volgende artikel 21 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 21 bisInterne modellen

1. Onverminderd artikel 112 van Richtlijn 2009/138/EG handelt de Autoriteit ▌op verzoek van één of meer toezichthoudende autoriteiten als volgt:

a) zij geeft advies aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten over het verzoek om een intern model te gebruiken of aan te passen. Met het oog daarop kan de Autoriteit van de betrokken toezichthoudende autoriteiten alle nodige informatie verlangen, en

b) in het geval van onenigheid met betrekking tot de goedkeuring van interne modellen verleent zij de betrokken toezichthoudende autoriteiten bijstand bij het bereiken van een akkoord volgens de procedure van artikel 19.

2. In de in artikel 231, lid 6 bis, van Richtlijn 2009/138/EG uiteengezette omstandigheden kunnen ondernemingen de Autoriteit verzoeken de bevoegde autoriteiten bijstand te verlenen bij het bereiken van een akkoord volgens de procedure van artikel 19.".

12)  Artikel 22 wordt vervangen door:

"Artikel 22

Algemene bepalingen inzake systeemrisico's

1. De Autoriteit beraadt zich terdege op het systeemrisico als gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1092/2010. Zij pakt risico’s op verstoring van de financiële dienstverlening aan wanneer deze verstoring:

a) veroorzaakt wordt door een verzwakking van het gehele financiële systeem of van delen daarvan; en

b) mogelijk ernstige negatieve gevolgen kan hebben voor de interne markt en de reële economie.

De Autoriteit beraadt zich, waar passend, op de door het ESRB en haarzelf ingestelde monitoring en beoordeling van systeemrisico’s en reageert op de waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB, overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1092/2010.

2. De Autoriteit ontwikkelt, in samenwerking met het ESRB en in overeenstemming met artikel 23, een gemeenschappelijke aanpak voor de vaststelling en de meting van de systeemrelevantie, inclusief kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren, waar nodig.

Die indicatoren vormen een cruciaal element bij het vaststellen van de passende toezichtmaatregelen. De Autoriteit gaat na in hoeverre de vastgestelde maatregelen convergent zijn, met het oog op de bevordering van een gemeenschappelijke aanpak.

3. Onverminderd de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen stelt de Autoriteit zo nodig aanvullende richtsnoeren en aanbevelingen voor financiële instellingen op, teneinde rekening te houden met het systeemrisico dat zij opleveren.

De Autoriteit zorgt ervoor dat het systeemrisico dat financiële instellingen kunnen opleveren, in aanmerking wordt genomen bij de ontwikkeling van ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen op de gebieden die zijn vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen.

4. De Autoriteit kan op verzoek van een of meer bevoegde autoriteiten, het Europees Parlement, de Raad, de lidstaten of de Commissie, of op eigen initiatief, een onderzoek verrichten naar een bijzondere soort financiële instelling, product of gedraging teneinde mogelijke bedreigingen van de stabiliteit van het financiële stelsel of de bescherming van verzekeringnemers, deelnemers aan pensioenregelingen en begunstigden te beoordelen en de betrokken bevoegde autoriteiten passende aanbevelingen voor maatregelen te doen.

Daartoe kan de Autoriteit gebruikmaken van de bevoegdheden die haar krachtens deze verordening, met inbegrip van de artikelen 35 en 35 ter, zijn verleend.

5. Het Gemengd Comité zorgt voor de algemene en sectoroverschrijdende coördinatie van de activiteiten die op grond van dit artikel worden verricht."

12 bis)  In artikel 23 wordt lid 1 vervangen door:

“1. De Autoriteit stelt in overleg met het ESRB criteria vast voor de vaststelling en meting van systeemrisico, alsook een adequate regeling voor stresstests die een beoordeling omvat van de mogelijkheid dat het systeemrisico dat door of voor financiële instellingen ontstaat, in stresssituaties toeneemt, met inbegrip van milieugerelateerde systeemrisico's. De financiële instellingen die een systeemrisico kunnen opleveren, worden onderworpen aan een scherper toezicht en, voor zover nodig, de herstel- en afwikkelingsprocedures bedoeld in artikel 25.

De Autoriteit ontwikkelt een adequate regeling voor stresstests die moeten helpen vaststellen welke financiële instellingen een systeemrisico kunnen opleveren. De betrokken instellingen worden onderworpen aan een scherper toezicht en, voor zover nodig, de herstel- en afwikkelingsprocedures bedoeld in artikel 25."

12 ter)  Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1, punt g), wordt geschrapt.

b)  lid 1, derde alinea, wordt geschrapt.

13)  Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:

"a bis) bekendmaken van het strategisch toezichtplan van de Unie overeenkomstig artikel 29 bis;";

ii)  punt b) wordt vervangen door:

"b) bevorderen van een effectieve bilaterale en multilaterale uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten, met betrekking tot alle relevante thema's, met inbegrip van ▌cyberveiligheid en cyberaanvallen, met volledige inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake geheimhouding en gegevensbescherming waarin door de desbetreffende Uniewetgeving wordt voorzien;";

iii) punt e) wordt vervangen door:

"e) opzetten van sectorale en sectoroverschrijdende opleidingsprogramma's, onder meer over technologische innovatie, verschillende vormen van coöperaties en onderlinge maatschappijen, vergemakkelijken van de uitwisseling van personeelsleden en de bevoegde autoriteiten aanmoedigen om intensiever gebruik te maken van detacheringsregelingen en andere instrumenten;"

iii bis) het volgende punt e bis) wordt ingevoegd:

"e bis) invoeren van een monitoringsysteem voor de beoordeling van ecologische, sociale en governancegerelateerde risico's, rekening houdend met de op de COP 21 gesloten Overeenkomst van Parijs;";

b)  ▌lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit kan in voorkomend geval nieuwe praktische instrumenten en convergentiehulpmiddelen ontwikkelen ter bevordering van gemeenschappelijke toezichtbenaderingen en -praktijken.

Om een gemeenschappelijke toezichtcultuur tot stand te brengen, ontwikkelt en actualiseert de Autoriteit, naar behoren rekening houdende met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's, ▌bedrijfspraktijken, ▌bedrijfsmodellen en de grootte van financiële instellingen, een Uniehandboek voor het toezicht op financiële instellingen in de Unie. In het Unietoezichthandboek worden beste praktijken ▌beschreven en worden hoogkwalitatieve methodieken en werkwijzen nader uitgewerkt.

De Autoriteit houdt naar behoren rekening met het toezichthandboek bij de uitvoering van haar taken, met inbegrip van de beoordeling van mogelijke inbreuken op het Unierecht overeenkomstig artikel 17, de regeling van geschillen overeenkomstig artikel 19, de vaststelling en beoordeling van voor de gehele Unie geldende strategische toezichtsdoelstellingen overeenkomstig artikel 29 bis, en de uitvoering van toetsingen bij de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 30.

De Autoriteit houdt in voorkomend geval openbare raadplegingen over de in lid 1, onder a), genoemde adviezen en de in lid 2 genoemde hulpmiddelen en instrumenten, en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de adviezen of hulpmiddelen en instrumenten. Ook wint de Autoriteit in voorkomend geval het advies in van de desbetreffende Stakeholdergroep.";

14)  Het volgende artikel 29 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 29 bisStrategisch toezichtplan

van de Unie

1. Na een debat in de raad van toezichthouders en rekening houdend met de bijdragen van de bevoegde autoriteiten, bestaande werkzaamheden van de EU-instellingen en de analyse, waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB, doet de Autoriteit ten minste om de drie jaar en tegen 31 maart een tot de bevoegde autoriteiten gerichte aanbeveling, waarin voor de gehele Unie geldende strategische doeleinden en prioriteiten voor het toezicht ("strategisch toezichtplan van de Unie") worden vastgelegd, onverminderd de specifieke nationale doelstellingen en prioriteiten van bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteiten noemen in hun bijdragen de toezichtactiviteiten waaraan de Autoriteit naar hun mening voorrang moet geven. De Autoriteit zendt het strategisch plan van de Unie ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en maakt het op haar website bekend.

In het strategisch toezichtplan van de Unie worden specifieke prioriteiten voor toezichtactiviteiten vastgelegd, om consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken en een consistente, efficiënte en effectieve toepassing van Unierecht te bevorderen en om in te spelen op overeenkomstig artikel 32 in kaart gebrachte microprudentiële trends, potentiële risico's en zwakke plekken en te anticiperen op ontwikkelingen zoals nieuwe bedrijfsmodellen. Het strategisch toezichtplan van de Unie belet de nationale bevoegde autoriteiten niet om nationale beste praktijken toe te passen, in te spelen op bijkomende nationale prioriteiten en ontwikkelingen, en de nodige aandacht aan nationale bijzonderheden te schenken.

2. Elke bevoegde autoriteit geeft ▌specifiek aan hoe haar jaarlijkse werkprogramma aansluit bij de prioriteiten uit hoofde van het strategisch toezichtplan van de Unie.

4. Elke bevoegde autoriteit wijdt als onderdeel van haar jaarlijkse rapportage een hoofdstuk aan de tenuitvoerlegging van het jaarlijkse werkprogramma.

Dit hoofdstuk moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

a)  een beschrijving van de toezichtactiviteiten en onderzoeken van financiële instellingen, marktpraktijken en -gedragingen, en financiële markten, en de bestuurlijke maatregelen en sancties die zijn opgelegd aan financiële instellingen die verantwoordelijk zijn voor inbreuken op Unierecht en nationaal recht;

b)  een beschrijving van activiteiten die zijn uitgevoerd en die niet gepland stonden in het jaarlijkse werkprogramma;

c)  een verklaring over de in het jaarlijkse werkprogramma geplande activiteiten die niet zijn uitgevoerd en de doelstellingen uit dat programma die niet werden behaald, alsmede de redenen waarom die activiteiten niet zijn uitgevoerd en die doelstellingen niet zijn behaald.

5. De Autoriteit maakt een beoordeling van de informatie in het specifieke hoofdstuk als bedoeld in lid 4. Wanneer er substantiële risico's bestaan dat de prioriteiten uit het strategisch toezichtplan van de Unie niet worden verwezenlijkt, doet de Autoriteit een aanbeveling aan elke betrokken bevoegde autoriteit over de manier waarop de desbetreffende tekortkomingen in haar activiteiten kunnen worden verholpen.

Op basis van de verslagen en haar eigen risicobeoordeling bepaalt de Autoriteit welke activiteiten van de bevoegde autoriteit van kritiek belang zijn om het strategisch toezichtplan te kunnen uitvoeren en, waar nodig, toetst zij die activiteiten op grond van artikel 30.

6. De Autoriteit maakt bij de beoordeling van de jaarlijkse werkprogramma's geconstateerde beste praktijken publiek beschikbaar.";

15)  Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de titel van het artikel wordt vervangen door:

"Toetsingen van bevoegde autoriteiten";

b)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De Autoriteit toetst ambtshalve of op verzoek van het Europees Parlement of de Raad periodiek sommige of alle activiteiten van bevoegde autoriteiten om de consistentie en doeltreffendheid in de toezichtresultaten verder te versterken. Hiertoe ontwikkelt de Autoriteit methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking tussen de aan toetsing onderworpen bevoegde autoriteiten mogelijk te maken. Bij het bepalen welke bevoegde autoriteiten moeten worden getoetst en bij de toetsingen wordt rekening gehouden met beschikbare informatie en reeds uitgevoerde evaluaties betreffende de betrokken bevoegde autoriteit, met inbegrip van relevante overeenkomstig artikel 35 aan de Autoriteit verschafte informatie, en met alle relevante informatie van stakeholders, en met name met tekortkomingen en tekortschieten van een bevoegde autoriteit.";

c)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. Voor de toepassing van dit artikel richt de Autoriteit een toetsingscommissie ad hoc op, die wordt voorgezeten door de Autoriteit en die uit personeelsleden van de Autoriteit bestaat, welke worden vergezeld en ondersteund, op basis van vrijwilligheid en een rouleersysteem, door maximaal vijf vertegenwoordigers van verschillende bevoegde autoriteiten, met uitzondering van de bevoegde autoriteit die wordt getoetst.";

d)  lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)  de inleidende zin wordt vervangen door:

"De toetsing omvat een beoordeling van onder meer, maar is niet beperkt tot:";

ii)  punt a) wordt vervangen door:

"a)  de adequaatheid van de middelen, de mate van onafhankelijkheid en de governanceregelingen van de bevoegde autoriteit, vooral met het oog op de effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen en de capaciteit om op marktontwikkelingen te reageren;";

ii bis)  punt b) wordt vervangen door:

"b)  de doeltreffendheid en de mate van convergentie die in de toepassing van het Unierecht en in de toezichtpraktijk, daaronder begrepen de op grond van de artikelen 10 tot en met 16 vastgestelde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren en aanbevelingen, is bereikt, en de mate waarin de toezichtpraktijk de in het Unierecht vastgestelde doelstellingen bereikt, met inbegrip van de gemeenschappelijke toezichtpraktijk uit hoofde van artikel 29 en het strategisch toezichtplan van de Unie uit hoofde van artikel 29 bis;";

ii ter)  punt c) wordt vervangen door:

“c)  de toepassing van door sommige bevoegde autoriteiten ontwikkelde beste praktijken;"

e)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. De Autoriteit stelt een verslag op met de uitkomsten van de toetsing. Dat verslag geeft toelichting en vermeldt welke follow-upmaatregelen als gevolg van de toetsing passend en noodzakelijk worden geacht. Die follow-upmaatregelen kunnen worden genomen in de vorm van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16 en adviezen overeenkomstig artikel 29, lid 1, onder a), gericht aan de relevante bevoegde autoriteiten.

▌De Autoriteit brengt een follow-upverslag uit over de naleving van de follow-upmaatregelen waarom is verzocht.

Bij het opstellen van ontwerpen van technische regulerings- of technische uitvoeringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 of van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16, houdt de Autoriteit rekening met het resultaat van de toetsing, alsmede met alle andere bij de uitvoering van haar taken verkregen informatie, om te zorgen voor convergentie in de richting van de toezichtpraktijken van de hoogste kwaliteit.";

f)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis. De Autoriteit legt de Commissie een advies voor wanneer zij, gelet op de uitkomst van de toetsing of andere informatie die de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, van oordeel is dat verdere harmonisering van de Unieregels voor financiële instellingen of bevoegde autoriteiten vanuit het oogpunt van de Unie noodzakelijk is of wanneer zij van oordeel is dat een bevoegde autoriteit de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen niet heeft toegepast of heeft toegepast op een wijze die in strijd met het Unierecht lijkt te zijn.";

g)  lid 4 wordt vervangen door:

“4. De Autoriteit maakt het in lid 3 bedoelde verslag bekend, samen met follow-upverslagen, tenzij bekendmaking risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel inhoudt. De bevoegde autoriteit die het voorwerp uitmaakt van de toetsing, wordt uitgenodigd opmerkingen te maken voordat verslagen worden bekendgemaakt. Voorafgaand aan de bekendmaking houdt de Autoriteit, waar passend, rekening met die opmerkingen. De Autoriteit kan die opmerkingen publiek beschikbaar maken als bijlage bij het verslag, tenzij bekendmaking risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel inhoudt of de bevoegde autoriteit bezwaar maakt tegen de bekendmaking. Het door de Autoriteit opgestelde verslag als bedoeld in lid 3 en de door de Autoriteit aangenomen richtsnoeren, aanbevelingen en adviezen als bedoeld in lid 3 bis worden gelijktijdig bekendgemaakt.";

16)  Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

1. De Autoriteit vervult een algemene coördinerende rol tussen bevoegde autoriteiten, met name in omstandigheden waar ongunstige ontwikkelingen de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten, de stabiliteit van het financiële stelsel of, in het geval van een significante mate van grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten, de bescherming van verzekeringnemers, deelnemers aan pensioenregelingen en begunstigden in de Unie in gevaar kunnen brengen.".

b)  lid 2, onder e), wordt vervangen door:

"e) alle passende maatregelen te treffen, met inbegrip van het inrichten en aansturen van samenwerkingsplatforms als bedoeld in lid 3, ingeval van ontwikkelingen die de werking van de financiële markten in gevaar kunnen brengen of, in het geval van een significante mate van grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten, afbreuk kunnen doen aan de bescherming van verzekeringnemers, teneinde de acties van de relevante bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken en te coördineren;"

c)  in lid 2 wordt punt e bis) ingevoegd:

"e bis) passende maatregelen te treffen om het gebruik van technologische innovaties te vergemakkelijken met het oog op de coördinatie van acties van de betrokken bevoegde autoriteiten;"

c)  de nieuwe leden 3, 3 bis, 3 ter en 3 quater worden ingevoegd:

"3. De Autoriteit neemt passende maatregelen om de markttoetreding te faciliteren van marktdeelnemers of producten die gebruikmaken van technologische innovatie. Teneinde een gemeenschappelijke Europese benadering ten aanzien van technologische innovatie tot stand te brengen bevordert de Autoriteit toezichtconvergentie, in voorkomend geval met de steun van de Commissie financiële innovatie en met name via de uitwisseling van informatie en beste praktijken. Waar nodig kan de Autoriteit richtsnoeren of aanbevelingen in overeenstemming met artikel 16 vaststellen.

3 bis. De toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt zowel de Autoriteit als de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van ontvangst in kennis wanneer zij voornemens is een vergunning toe te kennen met betrekking tot een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen onder haar toezicht staat en waarvan het bedrijfsplan inhoudt dat een deel van haar activiteiten zal worden verricht op basis van het vrij verrichten van diensten of de vrijheid van vestiging.

De toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de Autoriteit en de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten van ontvangst ook onverwijld in kennis wanneer zij verslechterende financieringsvoorwaarden of andere opkomende risico's vaststelt die aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden zijn in het kader van haar lopende bedrijfsactiviteiten, met name wanneer een aanzienlijk deel van de activiteiten wordt verricht op basis van het vrij verrichten van diensten of de vrijheid van vestiging, en die een aanzienlijk grensoverschrijdend effect kunnen hebben.

Deze kennisgevingen aan de Autoriteit en de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten van ontvangst zijn voldoende gedetailleerd om een correcte beoordeling mogelijk te maken.

3 ter. In de in lid 3 bis, eerste en tweede alinea, genoemde gevallen kan de Autoriteit op verzoek van een of meer relevante bevoegde autoriteiten of op eigen initiatief een samenwerkingsplatform inrichten en coördineren als bedoeld in lid 1, punt e), teneinde de uitwisseling van informatie en de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten te bevorderen en, in voorkomend geval, tot een gemeenschappelijk standpunt te komen met betrekking tot de in lid 3 bis, tweede alinea, bedoelde gevallen.

Indien de Autoriteit op basis van de lid 1, onder punt f), bedoelde informatie vaststelt dat een financiële instelling haar werkzaamheden grotendeels of volledig in een andere lidstaat verricht, stelt de Autoriteit de betrokken autoriteiten hiervan in kennis en kan zij op eigen initiatief en in coördinatie met de relevante bevoegde autoriteiten een samenwerkingsplatform inrichten teneinde de uitwisseling van informatie tussen die autoriteiten te vergemakkelijken.

Onverminderd het bepaalde in artikel 35 verstrekken de relevante bevoegde autoriteiten op verzoek van de Autoriteit alle informatie die noodzakelijk is voor de goede werking van het samenwerkingsplatform.

3 quater. In het geval de betrokken bevoegde autoriteiten binnen het samenwerkingsplatform niet tot een gemeenschappelijk standpunt kunnen komen, kan de Autoriteit een aanbeveling doen aan de betrokken bevoegde autoriteit, met inbegrip van een termijn waarbinnen de bevoegde autoriteit de aanbevolen wijzigingen ten uitvoer zou moeten leggen. In het geval de bevoegde autoriteit de aanbeveling van de Autoriteit niet opvolgt, dient zij de redenen daarvoor te vermelden. In het geval de Autoriteit deze redenen niet passend acht, maakt zij haar aanbeveling openbaar, tezamen met voornoemde redenen.".

17)  Een nieuw artikel 31 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 31 bisCoördinatie met betrekking tot het delegeren en uitbesteden van activiteiten, alsmede van risico-overdracht

1. De Autoriteit coördineert op doorlopende basis toezichtactiviteiten van bevoegde autoriteiten om toezichtconvergentie te bevorderen op het gebied van het delegeren en uitbesteden van activiteiten van financiële instellingen, alsmede met betrekking tot door hen uitgevoerde risico-overdrachten naar derde landen, om de voordelen van het EU-paspoort te kunnen genieten, terwijl in wezen substantiële activiteiten of functies buiten de Unie plaatsvinden, in overeenstemming met de leden 2 en 3 ▌. De bevoegde autoriteiten dragen op hun bevoegdheidsgebieden de eindverantwoordelijkheid voor vergunningverlening, toezicht en handhavingsbesluiten met betrekking tot het delegeren en uitbesteden van activiteiten en van risico-overdrachten.

2. De bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit in kennis wanneer zij voornemens zijn een vergunning of registratie toe te kennen aan een financiële instelling die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen onder toezicht van de betrokken bevoegde autoriteit zou staan en wanneer het bedrijfsplan van de financiële instelling het delegeren of uitbesteden van een wezenlijk deel van haar activiteiten of een van de sleutelfuncties of de risico-overdracht van een wezenlijk deel van haar activiteiten naar derde landen inhoudt, om de voordelen van het EU-paspoort te kunnen genieten, terwijl in wezen substantiële activiteiten of functies buiten de Unie plaatsvinden. De kennisgeving aan de Autoriteit moet voldoende gedetailleerd zijn ▌.

3. Indien de Uniewetgeving, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van toepassing is en niet voorziet in specifieke bepalingen met betrekking tot de kennisgeving inzake het delegeren en uitbesteden van activiteiten of de risico-overdrachten, stelt een financiële instelling de bevoegde autoriteit in kennis van het uitbesteden of delegeren van een wezenlijk deel van haar activiteiten of een van haar sleutelfuncties en de risico-overdacht van een wezenlijk deel van haar activiteiten aan een andere entiteit of aan haar in een derde land gevestigde eigen bijkantoor. De betrokken bevoegde autoriteit stelt de Autoriteit op halfjaarlijkse basis in kennis van die kennisgevingen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 35 verschaft de bevoegde autoriteit, op verzoek van de Autoriteit, informatie met betrekking tot de regelingen van financiële instellingen voor het uitbesteden of delegeren van activiteiten of het overdragen van risico's.

De Autoriteit monitort of de betrokken bevoegde autoriteiten zich ervan vergewissen dat de in de eerste alinea bedoelde regelingen voor het uitbesteden of delegeren van activiteiten of het overdragen van risico's worden aangegaan in overeenstemming met het Unierecht, voldoen aan de richtsnoeren, aanbevelingen of adviezen van de Autoriteit en geen belemmering vormen voor effectief toezicht door de bevoegde autoriteiten [en handhaving] in een derde land.

3 bis. Wanneer de verificatieregelingen van een bevoegde autoriteit een belemmering vormen voor effectief toezicht of handhaving en een risico van regelgevingsarbitrage tussen de lidstaten meebrengen, kan de Autoriteit aan de betrokken bevoegde autoriteit aanbevelingen doen over de manier waarop haar verificatieregelingen kunnen worden verbeterd, met inbegrip van een termijn waarbinnen de bevoegde autoriteit de aanbevolen wijzigingen ten uitvoer zou moeten leggen. Wanneer de betrokken bevoegde autoriteit de aanbevelingen van de Autoriteit niet opvolgt, geeft zij daarvoor de redenen en maakt de Autoriteit haar aanbevelingen openbaar, samen met die redenen.

3 ter. De Commissie stelt binnen [één jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] een verslag op met een overzicht van de verschillende benaderingen in de sectorale wetgeving met betrekking tot het beoordelen van de relevantie van de uit te besteden of te delegeren activiteit, waarin wordt nagegaan of er mogelijkheden zijn voor een meer geharmoniseerde benadering in dit opzicht door middel van nadere bepaling van gemeenschappelijke criteria en methodes. De Commissie zendt dit verslag toe aan het Europees Parlement en de Raad.

Daarbij houdt de Commissie rekening met:

a) de continuïteit van de activiteit;

b) de effectieve beheerscapaciteit;

c) de effectieve capaciteit om gedelegeerde en uitbestede activiteiten en risico-overdrachten te controleren."

18)  Artikel 32 wordt vervangen door:

"Artikel 32Beoordeling van marktontwikkelingen

, met inbegrip van stresstests

1.  De Autoriteit volgt en beoordeelt de marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied en brengt waar nodig de overige twee ESA's, het ESRB en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op de hoogte van trends, potentiële risico’s en zwakke plekken. De Autoriteit neemt in haar beoordeling een ▌analyse op van de markten waarop financiële instellingen opereren, en een beoordeling van de gevolgen van mogelijke marktontwikkelingen voor die instellingen.

2.  De Autoriteit neemt ▌het initiatief tot, en coördineert, het Uniebreed beoordelen van de weerbaarheid van financiële instellingen bij ongunstige marktontwikkelingen op realistische wijze. Hiertoe ontwikkelt zij voor toepassing door de bevoegde autoriteiten:

a)  gemeenschappelijke methodieken voor het beoordelen van het effect van economische scenario's op de financiële positie van een instelling;

a bis)  gemeenschappelijke methodieken voor het vaststellen welke financiële instellingen moeten worden opgenomen in de Uniebrede beoordelingen;

b)  gemeenschappelijke benaderingen voor communicatie over de resultaten van deze beoordelingen van de veerkracht van financiële instellingen;

c)  gemeenschappelijke methoden ter beoordeling van het effect van bepaalde producten en distributieprocessen op de financiële positie van een instelling en op de informatie aan verzekeringnemers, deelnemers aan pensioenregelingen, begunstigden en cliënten; en

c bis)  gemeenschappelijke methodieken ter beoordeling van het effect van milieurisico's op de financiële stabiliteit van instellingen.

Voor de toepassing van dit lid werkt de Autoriteit samen met het ESRB, dat eventuele belangenconflicten ten aanzien van de uitvoering van het monetair beleid voorkomt.

2 bis.  De Autoriteit gaat ten minste jaarlijks na of het uitvoeren van in artikel 2 bedoelde Uniebrede beoordelingen van de weerbaarheid van financiële instellingen dienstig is en brengt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op de hoogte van haar bevindingen. Wanneer dergelijke Uniebrede beoordelingen worden uitgevoerd, maakt ▌de Autoriteit voor elke deelnemende financiële instelling de uitkomsten bekend, tenzij zij een dergelijke bekendmaking niet passend acht met het oog op de financiële stabiliteit in de Unie of in een of meer van haar lidstaten, de marktintegriteit of de werking van de interne markt.

Verplichtingen inzake beroepsgeheim van bevoegde autoriteiten staan er niet aan in de weg dat bevoegde autoriteiten de uitkomsten van in lid 2 bedoelde Uniebrede beoordelingen bekendmaken of dat zij de uitkomst van die beoordelingen aan de Autoriteit zenden met het oog op de bekendmaking door de Autoriteit van de uitkomsten van Uniebrede beoordelingen van de weerbaarheid van financiële instellingen.

3.  Onverminderd de in Verordening (EU) nr. 1092 /2010 vastgestelde taken van het ESRB verstrekt de Autoriteit op haar bevoegdheidsgebied eenmaal per jaar en indien nodig vaker aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het ESRB beoordelingen van trends, potentiële risico's en zwakke plekken, in combinatie met de indicatoren als bedoeld in artikel 22, lid 2.

De Autoriteit neemt in deze beoordelingen een indeling van de voornaamste risico’s en zwakke plekken op en beveelt in voorkomend geval preventieve of remediërende maatregelen aan.

4.  De Autoriteit brengt over sectoroverschrijdende ontwikkelingen, risico’s en zwakke plekken adequaat verslag uit door via het Gemengd Comité nauw samen te werken met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten).";

20)  Artikel 33 wordt vervangen door:

"Artikel 33

Internationale betrekkingen, waaronder equivalentie

1. Onverminderd de respectieve bevoegdheden van de instellingen van de lidstaten en de Unie kan de Autoriteit contacten ontwikkelen met regelgevende en toezichthoudende autoriteiten, internationale organisaties en overheidsinstanties van derde landen, en met hen administratieve regelingen sluiten. Deze regelingen scheppen geen wettelijke verplichtingen voor de Unie en haar lidstaten, en zij beletten lidstaten en hun bevoegde autoriteiten niet om bilaterale en multilaterale regelingen te sluiten met deze derde landen.

Wanneer een derde land, overeenkomstig een van kracht zijnde gedelegeerde handeling die de Commissie heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad, is opgenomen in de lijst van rechtsgebieden die in hun nationale wet- en regelgeving ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering strategische gebreken vertonen die een significante bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Unie, gaat de Autoriteit geen samenwerkingsregelingen aan met de regelgevende en toezichthoudende autoriteiten van dat derde land.

2. De Autoriteit verleent de Commissie bijstand bij het opstellen van equivalentiebesluiten met betrekking tot regulerings- en toezichtregimes in derde landen na een specifiek verzoek om advies van de Commissie, op haar eigen initiatief of wanneer zij op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen daartoe verplicht is.

2 bis. De Autoriteit monitort op doorlopende basis ontwikkelingen op het gebied van regulering en toezicht en handhavingspraktijken en relevante marktontwikkelingen in derde landen waarvoor equivalentiebesluiten door de Commissie zijn vastgesteld op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, om na te gaan of de criteria op basis waarvan die besluiten zijn genomen en de daarin bepaalde voorwaarden nog steeds vervuld zijn. De Autoriteit dient elke drie jaar of vaker indien passend of op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de andere twee ESA's een vertrouwelijk verslag in over haar bevindingen. Het verslag is met name gericht op gevolgen voor de financiële stabiliteit, marktintegriteit, beleggersbescherming of de werking van de interne markt.

Onverminderd de specifieke voorwaarden bepaald in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en volgens de voorwaarden van de tweede zin van lid 1, werkt de Autoriteit samen met de betrokken bevoegde autoriteiten ▌van derde landen waarvan het regulerings- en toezichtkader als equivalent zijn erkend. Die samenwerking verloopt op basis van administratieve regelingen die met de desbetreffende autoriteiten van die derde landen zijn aangegaan. Bij de onderhandelingen over die administratieve regelingen neemt de Autoriteit bepalingen over de volgende punten op:

a)  de mechanismen waarmee de Autoriteit relevante informatie kan krijgen, onder meer informatie over het reguleringsregime, de toezichtbenadering, relevante marktontwikkelingen en veranderingen die van invloed kunnen zijn op het equivalentiebesluit;

b)  voor zover vereist voor de follow-up van die equivalentiebesluiten, de procedures voor het coördineren van toezichtactiviteiten, met inbegrip van inspecties ter plaatse die onder verantwoordelijkheid van de Autoriteit zijn uitgevoerd, indien passend vergezeld en ondersteund door maximaal vijf vertegenwoordigers van verschillende bevoegde autoriteiten, op vrijwillige en roulerende basis, en door de bevoegde autoriteit van het derde land.

De Autoriteit stelt het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de andere ESA's in kennis wanneer een bevoegde autoriteit van een derde land weigert dit soort administratieve regelingen aan te gaan of wanneer deze weigert om daadwerkelijk mee te werken. De Commissie laat deze informatie meewegen wanneer zij de desbetreffende equivalentiebesluiten herziet.

2 ter. Wanneer de Autoriteit in de in lid 2 bis bedoelde derde landen ontwikkelingen constateert op het gebied van regulering, toezicht of de handhavingspraktijken die van invloed kunnen zijn op de financiële stabiliteit van de Unie of van één of meer van haar lidstaten, op de integriteit van de markt of de bescherming van beleggers of het functioneren van de interne markt stelt zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan vertrouwelijk en onverwijld in kennis.

2 quater. De bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit vooraf in kennis van hun voornemens om administratieve regelingen aan te gaan met toezichthoudende autoriteiten uit derde landen op een van de gebieden die onder de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen vallen, onder meer met betrekking tot bijkantoren van entiteiten uit derde landen. Zij verschaffen de Autoriteit zo spoedig mogelijk een ontwerp van die voorgenomen regelingen.

De Autoriteit kan samenwerken met de bevoegde autoriteiten om modellen voor administratieve regelingen uit te werken, met het oog op de totstandbrenging van coherente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen de Unie en de versterking van de coördinatie van het internationale toezicht. De bevoegde autoriteiten volgen die modelregelingen zo veel mogelijk.

Wanneer de Autoriteit in samenwerking met de bevoegde autoriteiten een dergelijk model voor een administratieve regeling uitwerkt, sluiten de bevoegde autoriteiten geen administratieve regelingen met autoriteiten van derde landen tot het model voor de regeling voltooid is.

In het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag neemt de Autoriteit informatie op over de administratieve regelingen die zijn overeengekomen met toezichthoudende autoriteiten, internationale organisaties of overheidsdiensten in derde landen, over de bijstand die de Autoriteit aan de Commissie heeft verleend bij de voorbereiding van equivalentiebesluiten en over de monitoringactiviteiten door de Autoriteit uitgevoerd in overeenstemming met lid 2 bis.

3 bis. De Autoriteit verzoekt om het volledige lidmaatschap van de International Association of Insurance Supervisors, de International Organisation of Pensions Supervisors en de Raad voor Financiële stabiliteit en verzoekt om de status van waarnemer van het International Accounting Standards Monitoring Board.

Alle standpunten die door de Autoriteit op internationale fora worden ingenomen, worden eerst besproken en goedgekeurd door de raad van toezichthouders.

3 ter. De Autoriteit monitort waar passend ontwikkelingen op het gebied van regulering, toezicht en, indien van toepassing, afwikkeling en handhavingspraktijken en relevante marktontwikkelingen in derde landen waarvoor internationale overeenkomsten zijn gesloten.

Onverminderd de specifieke voorwaarden van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en volgens de voorwaarden van de tweede zin van lid 1 van dit artikel, werkt de Autoriteit samen met de betrokken bevoegde autoriteiten en, indien van toepassing, ook met de afwikkelingsautoriteiten van de derde landen als bedoeld in de eerste alinea van dit lid.

21)  Artikel 34 wordt geschrapt.

22)  Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de leden 1, 2 en 3 worden vervangen door:

"1. Op verzoek van de Autoriteit verstrekken de bevoegde autoriteiten de Autoriteit alle nodige informatie om de haar bij deze verordening opgedragen taken uit te voeren, op voorwaarde dat zij rechtens inzage kunnen krijgen in de desbetreffende informatie.

De verschafte informatie is accuraat en volledig en wordt binnen de door de Autoriteit gestelde termijn ingediend.

2. De Autoriteit kan ook verzoeken dat informatie op gezette tijden en volgens gespecificeerde formats of middels vergelijkbare, door de Autoriteit goedgekeurde templates wordt verstrekt. Voor deze verzoeken wordt, waar mogelijk, altijd gebruikgemaakt van bestaande gemeenschappelijke rapportageformats en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd, waarin is voorzien in het nationale en Unierecht, met inbegrip van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen;

3. Op verzoek van een bevoegde autoriteit kan de Autoriteit alle informatie verstrekken waarover zij beschikt die nodig is om die bevoegde autoriteit in staat te stellen haar taken uit te voeren ▌ .";

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Wanneer de overeenkomstig lid 1 verlangde informatie niet beschikbaar is of niet door de bevoegde autoriteiten beschikbaar wordt gesteld binnen de door Autoriteit bepaalde termijn, richt de Autoriteit een goed onderbouwd en met redenen omkleed verzoek aan de volgende instanties:

a) andere autoriteiten met toezichttaken;

b) het ministerie dat in de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor financiën voor zover dat over toezichtinformatie beschikt;

c) de nationale centrale bank van de betrokken lidstaat;

d) het bureau voor de statistiek van de betrokken lidstaat.

Op verzoek van de Autoriteit verlenen de bevoegde autoriteiten de Autoriteit bijstand bij het verzamelen van de informatie.";

c)   de leden 6 en 7 worden geschrapt.

23)  De volgende artikelen 35 bis tot en met 35 quinquies worden ingevoegd:

"Artikel 35 bisUitoefening van de in artikel 35 ter bedoelde bevoegdheden

De bevoegdheden die overeenkomstig artikel 35 aan de Autoriteit, haar functionarissen of een andere door de Autoriteit gemachtigde persoon zijn toegekend, worden niet gebruikt om de openbaarmaking te verlangen van aan het verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.

De artikelen 35 bis en 35 ter zijn van toepassing onverminderd het nationale recht.

Artikel 35 terInformatieverzoek aan financiële instellingen

1. Wanneer op grond van artikel 35, lid 1 of 5, verlangde informatie niet beschikbaar is of niet binnen de door de Autoriteit bepaalde termijn beschikbaar wordt gesteld, kan de Autoriteit, zonder overlappingen te creëren, verlangen dat de betrokken financiële instellingen de nodige informatie verschaffen om haar in staat te stellen haar taken uit hoofde van deze verordening te vervullen:

4. De financiële instellingen of hun wettelijke vertegenwoordigers ▌ verstrekken de verlangde informatie binnen een redelijke, door de Autoriteit vastgestelde termijn. ▌

5. De Autoriteit zendt onverwijld een afschrift van het ▌verzoek ▌ aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de in lid 1 genoemde betrokken entiteit waarop het informatieverzoek ziet, gedomicilieerd of gevestigd is.

6. De Autoriteit kan in overeenstemming met dit artikel ontvangen vertrouwelijke informatie alleen gebruiken voor het uitvoeren van de haar bij deze verordening opgedragen taken.";

Artikel 35 quaterProcedureregels voor het opleggen van geldboeten

1. Wanneer de Autoriteit bij het verrichten van haar taken uit hoofde van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van feiten die een inbreuk als bedoeld in artikel 35 quinquies, lid 1, kunnen vormen, verzoekt de Autoriteit de Commissie om de aangelegenheid te onderzoeken. ▌

Artikel 35 quinquiesGeldboeten

en dwangsommen

-1. Voordat de Commissie een besluit neemt om een geldboete of een dwangsom op te leggen, stelt zij de instelling of entiteit waarop het informatieverzoek ziet, in de gelegenheid te worden gehoord.

De Commissie doet haar besluit om een geldboete of dwangsom op te leggen uitsluitend steunen op de bevindingen ten aanzien waarvan de betrokken instellingen of entiteiten in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken.

1. Wanneer de Commissie constateert dat een in artikel 35 ter, lid 1, genoemde instelling of entiteit opzettelijk of uit onachtzaamheid niet de vereiste informatie heeft verstrekt, dan wel onvolledige, onjuiste of misleidende informatie ▌overeenkomstig artikel 35 ter, lid 1, stelt zij een besluit vast tot het opleggen van een geldboete.

2. ▌De in lid 1 bedoelde geldboete bedraagt ten minste [X; minder dan 50 000 EUR] en niet meer dan [Y; minder dan 200 000 EUR] en is afschrikkend, doeltreffend en evenredig aan de omvang van de instelling of entiteit en de aard en ernst van de inbreuk.

De Autoriteit ontwikkelt samen met EBA en ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ter nadere bepaling van de methodiek voor de vaststelling van geldboetes overeenkomstig dit lid.

5. ▌ De totale geldboete bedraagt [X %; minder dan 20 %] van de jaaromzet van de betrokken entiteit over het voorafgaande boekjaar, tenzij de entiteit direct of indirect financieel voordeel heeft gehad bij de inbreuk. In dat geval is de totale geldboete ten minste gelijk aan dat financiële voordeel.

5 bis. De Commissie mag een dwangsom opleggen totdat de inbreuk is gecorrigeerd. De dwangsom is evenredig aan de omvang van de instelling of entiteit en de aard en ernst van de inbreuk.

5 ter. De rechten van verdediging van de instelling of entiteit worden tijdens de procedure volledig in acht genomen. De instelling of entiteit is gerechtigd toegang tot de documenten van de Autoriteit en van de Commissie te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie of interne voorbereidende documenten van de Autoriteit of de Commissie.

5 quater. De tenuitvoerlegging van de geldboete of dwangsom kan alleen worden opgeschort door een besluit van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De instellingen of entiteiten waaraan een geldboete of dwangsom is opgelegd, kunnen een beroep instellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie tegen een besluit van de Commissie om een geldboete of dwangsom op te leggen. Het Hof kan de door de Commissie opgelegde geldboete of dwangsom onder andere intrekken, verlagen of verhogen.

5 quinquies. De Commissie maakt alle opgelegde geldboeten en dwangsommen openbaar, tenzij die openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen.

5 sexies. De bedragen van de geldboeten en dwangsommen worden toegewezen aan de algemene begroting van de Unie.

▌24)  Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 3 wordt geschrapt.

b)  lid 4 wordt vervangen door:

“4. Bij ontvangst van een tot de Autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB bespreekt de Autoriteit die waarschuwing of aanbeveling tijdens de volgende vergadering van de raad van toezichthouders of, indien passend, daarvoor, teneinde de implicaties van een dergelijke waarschuwing of aanbeveling voor de vervulling van haar taken te beoordelen en een eventuele follow-up uit te voeren.

Zij neemt, volgens de toepasselijke besluitvormingsprocedure, een besluit over de vraag of maatregelen moeten worden genomen overeenkomstig de bij deze verordening aan haar verleende bevoegdheden voor de behandeling van de in de waarschuwingen en aanbevelingen aangewezen kwesties en over de inhoud van die maatregelen.

Indien de Autoriteit aan een waarschuwing of aanbeveling geen gevolg geeft, motiveert zij dit voor het ESRB. Het ESRB stelt het Europees Parlement in kennis overeenkomstig artikel 19, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1092/2010. Het ESRB stelt ook de Raad en de Commissie hiervan op de hoogte."

c)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Bij ontvangst van een tot een bevoegde autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB kan de Autoriteit in voorkomend geval van de bij deze verordening aan haar verleende bevoegdheden gebruikmaken om een tijdige follow-up te verzekeren.

Een adressaat die voornemens is de aanbevelingen van het ESRB niet op te volgen, omkleedt zijn voornemen met redenen die hij voorlegt aan en bespreekt met de raad van toezichthouders."

d)  lid 6 wordt geschrapt.

25)  Artikel 37 wordt ▌vervangen door:

"Artikel 37Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en Stakeholdergroep bedrijfspensioenen

1. Ter bevordering van het overleg met stakeholders op gebieden die relevant zijn voor de taken van de Autoriteit wordt er een Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en een Stakeholdergroep bedrijfspensioenen opgericht (hierna gezamenlijk "de Stakeholdergroepen" genoemd). De Stakeholdergroepen worden geraadpleegd over maatregelen die getroffen worden overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 inzake de technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen en, voor zover zij geen betrekking hebben op individuele financiële instellingen, overeenkomstig artikel 16 inzake richtsnoeren en aanbevelingen, artikel 16 bis inzake adviezen en artikel 16 ter inzake vragen en antwoorden. Indien er dringend moet worden opgetreden en overleg onmogelijk blijkt, worden de Stakeholdergroepen daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

De Stakeholdergroepen komen ten minste viermaal per jaar bijeen. Zij kunnen gemeenschappelijk gebieden van wederzijds belang bespreken en informeren elkaar over de overige onderwerpen die aan de orde zijn.

De leden van één Stakeholdergroep kunnen ook lid zijn van de andere stakeholdergroep.

2. In de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen, die uit 30 leden is samengesteld, vertegenwoordigen 13 leden de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen in de Unie, waarvan er drie onderlinge verzekeraars of herverzekeraars vertegenwoordigen, vertegenwoordigen 13 leden hun werknemersvertegenwoordigers alsmede consumenten, gebruikers van verzekerings- en herverzekeringsdiensten, vertegenwoordigers van het mkb/kmo's en vertegenwoordigers van relevante beroepsverenigingen, op evenwichtige wijze, en zijn vier van haar leden zijn onafhankelijke vooraanstaande academici. ▐

3. In de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen, die uit 30 leden is samengesteld, vertegenwoordigen 13 leden de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in de Unie, vertegenwoordigen 13 leden werknemersvertegenwoordigers, vertegenwoordigers van de begunstigden, vertegenwoordigers van het mkb/kmo's en vertegenwoordigers van relevante beroepsverenigingen, op evenwichtige wijze, en zijn vier van haar leden zijn onafhankelijke vooraanstaande academici. ▐

4. De leden van de Stakeholdergroepen worden na een open en transparante selectieprocedure door de raad van toezichthouders aangesteld. Bij het nemen van zijn besluit verzekert de raad van toezichthouders, rekening houdend met de mogelijkheden, een passende weerspiegeling van de diversiteit van de verzekerings- en herverzekeringssector en de sector bedrijfspensioenen, geografische en genderbalans en vertegenwoordiging van stakeholders in de Unie. De leden van de Stakeholdergroepen worden geselecteerd op basis van hun kwalificaties, vaardigheden, relevante kennis en bewezen deskundigheid.

4 bis. De leden van de desbetreffende Stakeholdergroep kiezen de voorzitter van die groep uit hun midden. Het voorzitterschap wordt bekleed voor een periode van twee jaar.

Het Europees Parlement kan de voorzitter van een Stakeholdergroep uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en desgevraagd door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden.

5. De Autoriteit verstrekt overeenkomstig artikel 70 en met inachtneming van het beroepsgeheim alle nodige informatie, en zorgt voor adequate secretariële ondersteuning van de Stakeholdergroepen. Voor leden van de Stakeholdergroepen die een organisatie zonder winstoogmerk vertegenwoordigen, met uitsluiting van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, wordt een toereikende reiskostenvergoeding vastgesteld. Voor deze vergoeding worden de voorbereidende en follow-upwerkzaamheden van de leden in aanmerking genomen en ze komt op zijn minst overeen met de vergoedingstarieven voor ambtenaren overeenkomstig Titel V, hoofdstuk 1, afdeling 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie zoals vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (Statuut van de ambtenaren). De Stakeholdergroepen kunnen werkgroepen voor technische aangelegenheden instellen. De ambtstermijn van de leden van de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen bedraagt vier jaar, waarna een nieuwe selectieprocedure plaatsvindt.

De leden van de Stakeholdergroepen kunnen twee opeenvolgende ambtstermijnen vervullen.

6. De Stakeholdergroepen verstrekken aan de Autoriteit opinies en advies over alle kwesties die verband houden met de taken van de Autoriteit, met name wat betreft de in de artikelen 10 tot en met 16 ter en de artikelen 29, 30, 32 en 35 vermelde taken.

Wanneer de leden van de Stakeholdergroepen geen overeenstemming kunnen bereiken over een advies, mag een derde van de leden van die groep, of van de leden die een groep stakeholders vertegenwoordigen, een afzonderlijk advies uitbrengen.

De Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen, de Stakeholdergroep bankwezen en de Stakeholdergroep effecten en markten, kunnen gezamenlijke standpunten en adviezen uitbrengen over kwesties die verband houden met de werkzaamheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 56 van deze verordening over gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen.

7. De Stakeholdergroepen stellen hun reglement van orde op basis van overeenstemming onder een tweederdemeerderheid van hun respectieve leden vast.

8. De Autoriteit maakt het advies van de Stakeholdergroepen, de afzonderlijke adviezen van haar leden en de resultaten van haar raadplegingen openbaar, evenals de wijze waarop deze in aanmerking zijn genomen.";

25 bis)  In artikel 38 wordt lid 1 vervangen door:

“1. De Autoriteit verzekert dat een op grond van artikel 18, 19 of 20 vastgesteld besluit in geen enkel opzicht afbreuk doet aan de budgettaire verantwoordelijkheden van de lidstaten."

26)  Artikel 39 wordt vervangen door:

"Artikel 39Besluitvormingsprocedures

1. De Autoriteit handelt in overeenstemming met de leden 2 tot en met 6 wanneer zij besluiten vaststelt waarin overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 wordt voorzien.

2. De Autoriteit stelt adressaten van een besluit in de officiële taal van de adressaten op de hoogte van haar voornemen om het besluit vast te stellen en bepaalt een termijn waarbinnen de adressaat, terdege rekening houdende met de urgentie, complexiteit en mogelijke consequenties van de zaak, zijn standpunten over het voorwerp van het besluit kenbaar kan maken. Adressaten kunnen hun standpunten in hun officiële taal kenbaar maken. De bepaling uit de eerste zin is van overeenkomstige toepassing op aanbevelingen als bedoeld in artikel 17, lid 3.

3. De besluiten van de Autoriteit worden met redenen omkleed.

4. De adressaten van de besluiten van de Autoriteit worden op de hoogte gebracht van de op grond van deze verordening beschikbare rechtsmiddelen.

5. Wanneer de Autoriteit een besluit overeenkomstig artikel 18, lid 3, of artikel 18, lid 4, heeft genomen, evalueert zij dat besluit op gezette tijden.

6. Het feit dat de Autoriteit een besluit neemt ingevolge de artikelen ▌18 of 19, wordt bekendgemaakt. Het feit dat de Autoriteit een besluit neemt ingevolge artikel 17 kan bekend worden gemaakt. De bekendmaking vermeldt de identiteit van de bevoegde autoriteit of financiële instelling in kwestie en de belangrijkste punten van het besluit, tenzij deze bekendmaking in strijd is met het rechtmatige belang van die financiële instellingen of met de bescherming van hun bedrijfsgeheimen, dan wel de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële stelsel van de Unie of een deel daarvan ernstig in gevaar brengt.";

27)  Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  de volgende punten a bis) en a ter)worden ingevoegd:

"a bis) de voltijdse leden van de in artikel 45, lid 1, genoemde directie, zonder stemrecht;";

a ter) het hoofd van de nationale overheidsinstantie die belast is met het onderhandelen over en het vaststellen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde besluiten met het oog op de toepassing van de artikelen 10 tot en met 15;";

i bis)  punt b) wordt vervangen door:

"b) de hoofden van de nationale overheidsinstanties die bevoegd zijn voor het toezicht op financiële instellingen in elke lidstaat met het oog op het optreden in het kader van enigerlei bevoegdheid, met uitzondering van die bedoeld in artikelen 10 tot en met 15; deze hoofden ontmoeten elkaar ten minste tweemaal per jaar persoonlijk;"

i ter)  punt d) wordt vervangen door:

"d) één vertegenwoordiger, zonder stemrecht, van het ESRB, die zich onthoudt van standpunten welke worden ingegeven door de uitvoering van monetair beleid;

a bis)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. Elke ▌autoriteit is verantwoordelijk voor de voordracht uit haar midden van een plaatsvervanger op hoog niveau die het in lid 1, onder a ter), en lid 1, onder b), bedoelde lid van de raad van toezichthouders kan vervangen wanneer die persoon niet aanwezig kan zijn."

a ter)  het volgende lid wordt ingevoegd:

"4 bis. Met het oog op de maatregelen die moeten worden genomen binnen het toepassingsgebied van de artikelen 10 tot en met 15 is één vertegenwoordiger van de Commissie niet-stemgerechtigd lid van de raad van toezichthouders, is één vertegenwoordiger van het Europees Parlement waarnemer en kan één vertegenwoordiger van de overheid van elke lidstaat waarnemer zijn in de raad van toezichthouders."

a quater)  lid 5 wordt vervangen door:

“5. De raad van toezichthouders kan waarnemers uitnodigen."

▌c)  het volgende lid 5 bis wordt toegevoegd:

"5 bis. Wanneer de in lid 1, onder b), bedoelde nationale autoriteit niet met de handhaving van de regels inzake consumentenbescherming is belast, kan het in dat punt bedoelde lid van de raad van toezichthouders besluiten een vertegenwoordiger van de autoriteit voor consumentenbescherming van de lidstaat uit te nodigen, die niet stemgerechtigd is. Ingeval de verantwoordelijkheid inzake consumentenbescherming wordt gedeeld door verschillende autoriteiten in een lidstaat, worden die autoriteiten het eens over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger.";

28)  Artikel 41 wordt vervangen door:

"Artikel 41Interne comités

"De raad van toezichthouders kan voor bepaalde hem toegekende taken interne comités oprichten. De raad van toezichthouders kan voorzien in de delegatie van bepaalde welomschreven taken en besluiten aan interne comités, aan de directie of aan de voorzitter.";

29)  ▌Artikel 42 wordt ▌vervangen door:

"Artikel 42Onafhankelijkheid

van de raad van toezichthouders

Bij de uitvoering van de bij deze verordening aan hen opgedragen taken handelen de voorzitter en de ▌leden van de raad van toezichthouders onafhankelijk en objectief uitsluitend in het belang van de Unie in haar geheel en vragen noch aanvaarden zij instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen ▌of van een ander publiek of privaat orgaan.

De lidstaten, de instellingen en organen van de Unie en andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden van de raad van toezichthouders bij het vervullen van hun taken.

Wanneer de in artikel 30, lid 2, onder a), bedoelde mate van onafhankelijkheid in het kader van een beoordeling onvoldoende wordt bevonden overeenkomstig dat artikel, kan de raad van toezichthouders besluiten om het stemrecht van het afzonderlijke lid tijdelijk op te schorten of om zijn lidmaatschap van de Autoriteit tijdelijk op te schorten totdat de tekortkoming is verholpen.";

30)  Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De raad van toezichthouders stuurt de werkzaamheden van de Autoriteit aan en is het belangrijkste besluitvormingsorgaan voor strategische besluiten en belangrijke beleidsbesluiten.

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, stelt de raad van toezichthouders de aanbevelingen, richtsnoeren, adviezen en besluiten van de Autoriteit vast, en brengt hij het in hoofdstuk II bedoelde advies uit ▌.";

b)  de leden 2 en 3 worden geschrapt;

c)  ▌lid 4 wordt ▌vervangen door:

"De raad van toezichthouders stelt vóór 30 september van elk jaar, op basis van een voorstel van de directie, het werkprogramma van de Autoriteit voor het komende jaar vast en zendt het ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

De Autoriteit legt haar prioriteiten ten aanzien van toetsingen vast en stelt hierin, waar passend, de bevoegde autoriteiten en activiteiten vast die worden getoetst overeenkomstig artikel 30. Wanneer zij dit naar behoren motiveert, kan de Autoriteit bijkomende bevoegde autoriteiten aanwijzen die moeten worden getoetst.

Het werkprogramma wordt vastgesteld onverminderd de jaarlijkse begrotingsprocedure en wordt bekendgemaakt.";

d)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. De raad van toezichthouders stelt, op basis van een voorstel van de directie, het jaarverslag over de werkzaamheden van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, vast op grond van het in artikel 47, lid 9, onder f), bedoelde ontwerpverslag en doet dit verslag uiterlijk op 15 juni van ieder jaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.";

e)  lid 8 wordt geschrapt;

30 bis)  het volgende artikel 43 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 43 bis

Transparantie van door de raad van toezichthouders genomen besluiten

Onverminderd artikel 70 voorziet de Autoriteit uiterlijk zes weken na de datum van een vergadering van de raad van toezichthouders het Europees Parlement ten minste van een uitgebreid en relevant verslag van het verloop van die vergadering van de raad van toezichthouders waarmee een volledig begrip van de besprekingen mogelijk wordt, met inbegrip van een geannoteerde lijst van besluiten. "

31)  Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 1 wordt ▌vervangen door:

"1. De raad van toezichthouders besluit met gewone meerderheid van zijn leden. Elk lid heeft één stem. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Met betrekking tot de in de artikelen 10 tot en met 16 genoemde besluiten over de ontwikkeling en vaststelling van handelingen, ontwerpen en instrumenten en de ingevolge artikel 9, lid 5, derde alinea, artikel 9 bis en hoofdstuk VI en in afwijking van de eerste alinea van dit lid aangenomen maatregelen en besluiten, besluit de raad van toezichthouders met een gekwalificeerde meerderheid van zijn leden, als bepaald in artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in artikel 3 van Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen. De voltijdse leden van de directie en de voorzitter stemmen niet over die besluiten.

1 bis. In afwijking van lid 1 is de raad van toezichthouders bevoegd om de besluiten goed te keuren die zijn voorbereid door de directie voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32 en artikel 35 ter tot en met nonies, uit hoofde van artikel 47, lid 3, met een gewone meerderheid van zijn leden.

Indien de raad van toezichthouders de besluiten die zijn voorbereid door de directie voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32 en artikel 35 ter tot en met nonies niet goedkeurt, mag zij deze besluiten wijzigen. De raad van toezichthouders is bevoegd deze gewijzigde besluiten goed te keuren met een meerderheid van drie kwart van zijn leden.

Indien de raad van toezichthouders de in de tweede alinea genoemde gewijzigde besluiten niet zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vier maanden goedkeurt, neemt de directie het besluit.";

a bis)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

1 bis. In afwijking van lid 1 is de raad van toezichthouders bevoegd om de besluiten goed te keuren die zijn voorbereid door de directie voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32 en artikel 35 ter tot en met nonies, uit hoofde van artikel 47, lid 3, met een gewone meerderheid van zijn leden.

Indien de raad van toezichthouders de besluiten die zijn voorbereid door de directie voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32 en artikel 35 ter tot en met nonies niet goedkeurt, mag zij deze besluiten wijzigen. De raad van toezichthouders is bevoegd deze gewijzigde besluiten goed te keuren met een meerderheid van drie kwart van zijn leden.

Indien de raad van toezichthouders de in de tweede alinea genoemde gewijzigde besluiten niet zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vier maanden goedkeurt, neemt de directie het besluit.";

b)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. De raad van toezichthouders stelt zijn reglement van orde vast en maakt dit bekend. Het reglement van orde omvat de nadere regelingen voor de stemming."

c)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De niet-stemgerechtigde leden en de waarnemers wonen geen besprekingen binnen de raad van toezichthouders bij die betrekking hebben op individuele financiële instellingen, behoudens andersluidende bepaling in artikel 75, lid 3, of in de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen.";

De eerste alinea is niet van toepassing op de voorzitter en de leden die ook lid zijn van de directie ▌. ▌";

32)  In hoofdstuk III wordt de titel van afdeling 2 vervangen door:

"Afdeling 2

Directie";

33)  Artikel 45 wordt vervangen door:

"Artikel 45Samenstelling

"1. De directie is samengesteld uit de voorzitter en drie voltijdse leden, die onderdanen zijn van een lidstaat. De voorzitter wijst helder omschreven beleids- en bestuurstaken toe aan elk van de voltijdse leden, met name verantwoordelijkheden voor begrotingsaangelegenheden, voor aangelegenheden met betrekking tot het werkprogramma van de Autoriteit, en voor aan convergentie gerelateerde aangelegenheden. Een van de voltijdse leden treedt op als vicevoorzitter en vervult de functies van de voorzitter wanneer deze afwezig of verhinderd is, in overeenstemming met deze verordening.

2. De voltijdse leden worden geselecteerd op basis van verdienste, bekwaamheid, kennis van en ervaring met financiële instellingen met betrekking tot hun respectieve bedrijfsmodellen, en markten, met name verzekeringsmarkten en markten voor bedrijfspensioenen, met inbegrip van consumentenbelangen en relevante ervaring met betrekking tot financieel toezicht en financiële regulering. De voltijdse leden hebben uitgebreide managementervaring. Ten minste één van de voltijdse leden mag in het jaar voorafgaand aan zijn aanstelling niet in dienst zijn geweest van een nationale bevoegde autoriteit. De selectie vindt plaats op basis van een open sollicitatieoproep die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, waarna de Commissie in overleg met de raad van toezichthouders een shortlist van geschikte kandidaten opstelt.

De Commissie legt deze shortlist ter goedkeuring aan het Europees Parlement voor. Na goedkeuring van die shortlist stelt de Raad een besluit vast tot aanstelling van de voltijdse leden van de directie ▌. De samenstelling van de directie is evenwichtig en evenredig en vormt een afspiegeling van de Unie als geheel.

3. Wanneer een voltijds lid van de directie niet langer voldoet aan de in artikel 46 uiteengezette voorwaarden of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kunnen het Europees Parlement en de Raad, op eigen initiatief of op basis van een voorstel van de Commissie dat door het Europees Parlement is goedgekeurd, een besluit vaststellen waarbij dit lid uit zijn ambt wordt ontzet.

4. Het mandaat van de voltijdse leden bedraagt vijf jaar en kan eenmaal worden verlengd. In de loop van de negen maanden die voorafgaan aan het einde van het vijfjarige mandaat van het voltijdse lid, evalueert de raad van toezichthouders:

a) de in de eerste ambtstermijn behaalde resultaten en de wijze waarop die zijn bereikt;

b) de taken en de behoeften van de Autoriteit in de komende jaren.

Rekening houdende met die evaluatie dient de Commissie bij de Raad de lijst in van de voltijdse leden van wie het mandaat moet worden verlengd. Op basis van die lijst en rekening houdende met de evaluatie kan de Raad het mandaat van de voltijdse leden verlengen.";

34)  Het volgende artikel 45 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 45 bisBesluitvorming

1. De directie besluit met gewone meerderheid van haar leden. Elk lid heeft één stem. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Op verzoek van de voorzitter of ten minste drie leden van de directie worden de besluiten verwezen naar de raad van toezichthouders.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie neemt deel aan de bijeenkomsten van de directie, maar heeft geen stemrecht, behalve voor de in artikel 63 bedoelde aangelegenheden.

3. De directie stelt haar reglement van orde vast en maakt het bekend.

4. De vergaderingen van de directie worden door de voorzitter op zijn initiatief of op verzoek van ten minste een van de leden bijeengeroepen en worden voorgezeten door de voorzitter.

De directie komt voorafgaand aan iedere vergadering van de raad van toezichthouders bijeen en zo vaak als de directie dit noodzakelijk acht. Zij brengt regelmatig verslag uit aan de raad van toezichthouders en komt ten minste elfmaal per jaar bijeen.

5. ▌De niet-stemgerechtigde deelnemers wonen geen besprekingen binnen de directie bij die betrekking hebben op individuele financiële instellingen.

5 bis. De raad van toezichthouders heeft het recht specifieke verzoeken om informatie aan de raad van bestuur te richten.";

35)  Het volgende artikel 45 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 45 terInterne comités

De directie kan voor bepaalde haar toegekende taken interne comités oprichten.";

36)  Artikel 46 wordt vervangen door:

"Artikel 46Onafhankelijkheid

van de directie

De leden van de directie handelen onafhankelijk en objectief uitsluitend in het belang van de Unie als geheel en vragen noch aanvaarden instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen ▌of van enig ander publiek of privaat orgaan.

De leden van de directie bekleden geen functie op nationaal, Europees of internationaal niveau.

Lidstaten, instellingen of organen van de Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden van de directie bij het vervullen van hun taken.";

37)  Artikel 47 wordt vervangen door:

"Artikel 47Taken

1. De directie ziet erop toe dat de Autoriteit haar opdracht vervult en de haar opgedragen taken verricht in overeenstemming met deze verordening. Zij neemt alle nodige maatregelen, met name de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van notities, om ervoor te zorgen dat de Autoriteit overeenkomstig deze verordening functioneert.

2. De directie legt een jaarlijks en een meerjarig werkprogramma ter goedkeuring voor aan de raad van toezichthouders.

3. De directie oefent haar begrotingsbevoegdheden uit overeenkomstig de artikelen 63 en 64.

Voor de toepassing van de artikelen 17, 19, 22, lid 4, en 30 ▌ is de directie bevoegd te handelen en besluiten te nemen. Voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32, en artikel 35 ter tot en met quinquies is de directie bevoegd om besluiten voor te bereiden die vervolgens worden onderworpen aan de besluitvormingsprocedure als vastgelegd in artikel 44, lid 1 bis. De directie houdt de raad van toezichthouders op de hoogte van alle besluiten die zij voorbereidt en neemt.

3 bis. De directie onderzoekt en brengt een advies uit ▌over alle kwesties waarover de raad van toezichthouders moet beslissen.

4. De directie stelt het personeelsbeleidsplan van de Autoriteit vast en treft, overeenkomstig artikel 68, lid 2, de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen (hierna "het Statuut" genoemd).

5. De directie stelt de bijzondere bepalingen vast inzake het recht op toegang tot de documenten van de Autoriteit, overeenkomstig artikel 72.

6. De directie legt een jaarverslag over de activiteiten van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, op basis van het in lid 9, onder f), bedoelde ontwerpverslag, ter goedkeuring voor aan de raad van toezichthouders.

7. De directie benoemt en ontslaat de leden van de bezwaarcommissie overeenkomstig artikel 58, leden 3 en 5, waarbij zij terdege rekening houdt met een voorstel van de raad van toezichthouders.

8. De leden van de directie maken alle georganiseerde bijeenkomsten en de genoten gastvrijheid openbaar. Onkostenvergoedingen worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het Statuut.

9. Het dienstdoende lid heeft de volgende taken:

a) de tenuitvoerlegging van het jaarlijkse werkprogramma van de Autoriteit, volgens de aanwijzingen van de raad van toezichthouders en onder toezicht van de directie;

b) het nemen van alle nodige maatregelen, met name de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van notities, om ervoor te zorgen dat de Autoriteit overeenkomstig deze verordening functioneert;

c) het opstellen van een meerjarig werkprogramma, als bedoeld in artikel 47, lid 2;

d) het opstellen tegen uiterlijk 30 juni van elk jaar van een werkprogramma voor het volgende jaar, als bedoeld in artikel 47, lid 2;

e) het opstellen van een voorlopige ontwerpbegroting van de Autoriteit overeenkomstig artikel 63 en het uitvoeren van de begroting van de Autoriteit overeenkomstig artikel 64;

f) het opstellen van een ontwerpjaarverslag met een hoofdstuk over de regulerings- en toezichtwerkzaamheden van de Autoriteit en een hoofdstuk over financiële en administratieve aangelegenheden;

g) het uitoefenen van de in artikel 68 bepaalde bevoegdheden met betrekking tot het personeel van de Autoriteit en het beheer van personeelskwesties.";

38)  Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

a)    lid 1, tweede alinea, komt als volgt te luiden:

"De voorzitter is een onderdaan van een lidstaat en is verantwoordelijk voor het voorbereiden van de werkzaamheden en het voorzitten van de vergaderingen van de raad van toezichthouders en de directie.";

b)    lid 2 wordt vervangen door:

"2. Met het oog op de aanwijzing van de voorzitter richt de Commissie een selectiecomité op dat bestaat uit zes onafhankelijke hooggeplaatste personen. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie benoemen elk twee leden in het selectiecomité. Het selectiecomité kiest zijn voorzitter uit zijn midden. Het selectiecomité besluit met gewone meerderheid van stemmen over de bekendmaking van de vacature, de selectiecriteria en het specifieke functieprofiel, de samenstelling van de lijst van kandidaten en de methode voor het screenen van de kandidatenlijst om een genderevenwichtige shortlist op te stellen van ten minste twee kandidaten. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van het selectiecomité doorslaggevend.

De voorzitter wordt, na een open sollicitatieoproep die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, geselecteerd op basis van verdienste, bekwaamheid en kennis van financiële instellingen en markten, met name verzekeringsmarkten en markten voor bedrijfspensioenen. De voorzitter beschikt over een aanzienlijk aantal jaren erkende ervaring die relevant is voor financieel toezicht en financiële regulering, evenals over ervaring in een leidinggevende functie, heeft aantoonbare leidinggevende vaardigheden, geeft blijk van een grote mate van efficiëntie, bekwaamheid en integriteit en beschikt over een bewezen kennis van ten minste twee officiële talen van de Unie.

Het selectiecomité legt de shortlist van kandidaten voor de functie van voorzitter aan het Europees Parlement en de Raad voor. Het Europees Parlement kan de geselecteerde kandidaten uitnodigen voor zittingen met gesloten deuren of openbare hoorzittingen, schriftelijke vragen aan de kandidaten indienen, bezwaar maken tegen de benoeming van een kandidaat en zijn voorkeurskandidaat aanbevelen. Het Europees Parlement en de Raad stellen een gezamenlijk besluit vast tot aanstelling van de voorzitter, die wordt gekozen van de shortlist van kandidaten.

2 bis. Wanneer de voorzitter niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de uitoefening van zijn taken, met inbegrip van die bedoeld in artikel 49, of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kunnen het Europees Parlement en de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie of op eigen initiatief, een gezamenlijk besluit vaststellen waarbij de voorzitter uit zijn ambt wordt ontzet. Bij het opstellen van haar voorstel overlegt de Europese Commissie met de bevoegde nationale autoriteiten.";

b bis)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. Het mandaat van de voorzitter bedraagt acht jaar en kan niet worden verlengd.";

c)    ▌lid 4 wordt ▌vervangen door:

"4. In de loop van de negen maanden die voorafgaan aan het einde van het achtjarige mandaat van de voorzitter, beoordeelt de raad van toezichthouders:

a) de in de eerste ambtstermijn behaalde resultaten en de wijze waarop die zijn bereikt;

b) de taken en de behoeften van de Autoriteit in de komende jaren.

Voor de in de eerste alinea bedoelde evaluatie benoemt de raad van toezichthouders onder zijn leden een tijdelijke plaatsvervangende voorzitter.";

d)    lid 5 wordt geschrapt;

38 bis)  Artikel 49 wordt vervangen door:

"Artikel 49Onafhankelijkheid

van de voorzitter

Onverminderd de rol van de raad van toezichthouders met betrekking tot de taken van de voorzitter, vraagt noch aanvaardt de voorzitter instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen▐ of van enig ander publiek of privaat orgaan.

De lidstaten, de instellingen en organen van de Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de voorzitter bij het vervullen van zijn taken.

Overeenkomstig het Statuut, bedoeld in artikel 68, blijft de voorzitter na vertrek uit de dienst verplicht zich met betrekking tot de aanvaarding van bepaalde benoemingen of gunsten integer en discreet op te stellen."

39)  Het volgende artikel 49 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 49 bisUitgaven

De voorzitter maakt alle georganiseerde bijeenkomsten met externe belanghebbenden en de genoten gastvrijheid binnen twee weken na de bijeenkomst openbaar. Onkostenvergoedingen worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het Statuut.";

40)  De artikelen 50, 51, 52 en 53 worden geschrapt.

41)  Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 2 wordt vervangen door:

"2. Het Gemengd Comité dient als forum waarmee de Autoriteit regelmatig en nauw samenwerkt om, met volledige inachtneming van specifieke sectorale kenmerken, te zorgen voor de intersectorale samenhang met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), in het bijzonder, waar vereist uit hoofde van het Unierecht, met betrekking tot:

– financiële conglomeraten en grensoverschrijdende consolidatie,

financiële verslaglegging en controle;

– microprudentiële analyses van sectoroverstijgende ontwikkelingen, risico’s en kwetsbaarheden voor de financiële stabiliteit;

– retailbeleggingsproducten;

cyberbeveiliging;

– uitwisseling van informatie en optimale werkmethoden met het ESRB en ▌de ESA's;

financiële retaildiensten en aangelegenheden met betrekking tot de bescherming van consumenten en beleggers;

de toepassing van het evenredigheidsbeginsel."

c)  het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis.   Het Gemengd Comité fungeert als forum waarop de Autoriteit regelmatig en nauw zal samenwerken met de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten over kwesties die verband houden met de interactie tussen de taken van de Autoriteit en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten en de in artikel 8, lid 1, punt l), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 genoemde specifieke taken die de Europese Bankautoriteit zijn opgedragen.";

42)  ▌Artikel 55 ▌wordt vervangen door:

"Artikel 55

Samenstelling

1. Het Gemengd Comité bestaat uit de voorzitters van de ESA's ▌.

2. Een lid van de directie, een vertegenwoordiger van de Commissie en de tweede voorzitter van het ESRB en, indien relevant, de voorzitter van een van de subcomités van het Gemengd Comité, worden uitgenodigd om als waarnemer de vergaderingen van het Gemengd Comité en, indien relevant, van de in artikel 57 bedoelde subcomités bij te wonen.

3. Het voorzitterschap van het Gemengd Comité wordt via een jaarlijks rotatiesysteem toegekend aan één der voorzitters van de ESA's. De voorzitter van het Gemengd Comité is de tweede ondervoorzitter van het ESRB.

4. Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde vast. Het Gemengd Comité mag waarnemers uitnodigen. Het Gemengd Comité stelt zijn gemeenschappelijke standpunten bij consensus vast. Het reglement kan voorzien in bijkomende deelnemers aan de vergaderingen van het Gemengd Comité.

Het Gemengd Comité vergadert ten minste om de drie maanden.

4 bis. De voorzitter van de Autoriteit raadpleegt en informeert de raad van toezichthouders regelmatig over standpunten die zij inneemt tijdens de vergaderingen van het Gemengd Comité en zijn subcomités.";

42 bis)  Artikel 56 wordt vervangen door:

"Artikel 56Gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen

Binnen de draagwijdte van haar in hoofdstuk II bepaalde taken, en, in voorkomend geval, met name met betrekking tot de uitvoering van Richtlijn 2002/87/EG, streeft de Autoriteit ernaar gemeenschappelijke standpunten met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) te bepalen.

Indien vereist uit hoofde van het Unierecht worden handelingen die krachtens de artikelen 10 tot en met▐ 19 van deze verordening met betrekking tot de toepassing van Richtlijn 2002/87/EG en van andere in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen van de Unie worden vastgesteld en die ook binnen de bevoegdheid van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) of de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) vallen, in voorkomend geval parallel vastgesteld door de Autoriteit, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten).

Wanneer het besluit van de Autoriteit afwijkt van het in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke standpunt of wanneer er geen besluit kon worden genomen, stelt de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie onverwijld in kennis van haar redenen."

42 ter)  Artikel 57 wordt vervangen door:

"Artikel 57

Subcomités

1. Het Gemengd Comité mag subcomités oprichten met het oog op het opstellen van ontwerpen van gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen van het Gemengd Comité.

2. Het subcomité is samengesteld uit de voorzitters van de ESA's en één vertegenwoordiger op hoog niveau van het huidige personeel van de relevante bevoegde autoriteit van elke lidstaat.

3. Het subcomité kiest uit de vertegenwoordigers van de betrokken bevoegde autoriteiten een voorzitter, die ook waarnemer is in het Gemengd Comité.

3 bis. Voor de toepassing van artikel 56 wordt bij het Gemengd Comité een Subcomité financiële conglomeraten ingesteld.

4. Het Gemengd Comité maakt op zijn website alle ingestelde subcomités bekend, samen met de mandaten ervan en een lijst van de leden met vermelding van hun functie in het desbetreffende subcomité."

43)  Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  lid 1 wordt vervangen door:

“1. Hierbij wordt de bezwaarcommissie van de Europese toezichthoudende autoriteiten opgericht."

-a bis)  in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

2. De bezwaarcommissie bestaat uit zes leden en zes vervangers, allen personen van hoog aanzien die bewezen hebben op een voldoende hoog niveau over relevante kennis van het Unierecht en internationale beroepservaring te beschikken in de sectoren banken, verzekeringen, bedrijfspensioenen, effectenmarkten of op het gebied van andere financiële diensten, en die geen deel uitmaken van het huidige personeel van de bevoegde autoriteiten of van andere nationale instellingen of instellingen van de Unie die bij de activiteiten van de Autoriteit betrokken zijn of leden zijn van de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen of de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen. De leden zijn onderdanen van een lidstaat en beschikken over een grondige kennis van ten minste twee officiële talen van de Unie. De bezwaarcommissie beschikt over voldoende juridische expertise om deskundig juridisch advies te geven over de rechtmatigheid en evenredigheid van de wijze waarop de Autoriteit haar bevoegdheden uitoefent."

a)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. Twee leden van de bezwaarcommissie en twee vervangers worden na een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte oproep tot het indienen van blijken van belangstelling en na raadpleging van de raad van toezichthouders uit een door de Commissie voorgestelde lijst benoemd door de directie van de Autoriteit.

Na ontvangst van de shortlist kan het Europees Parlement kandidaten voor het lidmaatschap en vervangers uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en eventuele door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden voordat zij worden benoemd.

Het Europees Parlement mag de leden van de bezwaarcommissie uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en eventuele door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden.";

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Een lid van de bezwaarcommissie dat door de directie van de Autoriteit is benoemd, kan tijdens zijn mandaat niet worden ontslagen, tenzij hij op ernstige wijze is tekortgeschoten en de directie daartoe, na raadpleging van de raad van toezichthouders, een besluit neemt.";

b bis)  lid 8 wordt vervangen door:

“8. De ESA's zorgen via het Gemengd Comité voor adequate operationele en permanente secretariële ondersteuning van de bezwaarcommissie."

44)  In artikel 59 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. De leden van de bezwaarcommissie zijn onafhankelijk bij het nemen van hun besluiten. Zij zijn niet gebonden aan enige instructie. Zij mogen geen enkele andere taak verrichten met betrekking tot de Autoriteit zelf, de directie of de raad van toezichthouders van de Autoriteit.

2. De leden van de bezwaarcommissie en het personeel van de Autoriteit dat operationele en secretariële ondersteuning biedt, mogen niet deelnemen aan de behandeling van een bezwaarprocedure als zij daarbij een persoonlijk belang hebben, als zij eerder als vertegenwoordiger van een van de partijen bij de behandeling betrokken zijn geweest of als zij een rol hebben gespeeld bij het besluit waartegen bezwaar is aangetekend.";

45)  In artikel 60 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. Natuurlijke personen of rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten, kunnen bezwaar maken tegen een in de artikelen 16, 16 bis, 17, 18, 19 en 35 bedoeld besluit van de Autoriteit, met inbegrip van de evenredigheid hiervan, en tegen andere door de Autoriteit overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen genomen besluiten die gericht zijn tot die persoon, of tegen een besluit dat van rechtstreeks en individueel belang is voor die persoon, ook indien het tot een andere persoon is gericht.

2. Het bezwaar wordt tezamen met een uiteenzetting van de gronden voor het bezwaar binnen drie maanden na de kennisgeving van het besluit aan de betrokken persoon, dan wel bij gebreke van kennisgeving, binnen drie maanden na de dag van publicatie van het besluit door de Autoriteit, schriftelijk bij de Autoriteit aangetekend.

De bezwaarcommissie neemt binnen drie maanden na instelling van het bezwaar een besluit ter zake."

46)  Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De inkomsten van de Autoriteit bestaan, afgezien van andere soorten inkomsten, uit één of meer van de volgende elementen:

a) een aanvullende bijdrage van de Unie, die in de algemene begroting van de Unie (afdeling Commissie) wordt opgenomen, en ten minste 35 % bedraagt van de geraamde inkomsten van de Autoriteit;

a bis) verplichte bijdragen van maximaal 65 % van de geschatte inkomsten van de Autoriteit van de voor toezicht op de financiële instellingen bevoegde nationale openbare autoriteiten;

b) afhankelijk van de ontwikkeling van het toepassingsgebied van het instellingsspecifieke toezicht, jaarlijkse bijdragen van financiële instellingen, op basis van de jaarlijkse geraamde uitgaven in verband met de door deze verordening en de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen vereiste activiteiten voor elke categorie deelnemers die binnen de opdracht van de Autoriteit valt;

c) vergoedingen die de Autoriteit worden betaald in de in de desbetreffende instrumenten van Unierecht genoemde gevallen;

d) ▌bijdragen van lidstaten of waarnemers;

e) vergoedingen voor publicaties, opleidingen en andere door de bevoegde autoriteiten gevraagde diensten.

1 bis. De inkomsten van de Autoriteit mogen haar onafhankelijkheid en objectiviteit niet in het gedrang brengen.";

a bis)  in lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De ramingen stoelen op de doelstellingen en de verwachte resultaten van het jaarlijkse werkprogramma als bedoeld in artikel 47, lid 2, en houden rekening met de financiële middelen die nodig zijn voor het verwezenlijken van die doelstellingen en verwachte resultaten."

b)  het volgende lid wordt toegevoegd:

5. Vrijwillige bijdragen van lidstaten en waarnemers als bedoeld in lid 1, onder d), worden niet aanvaard indien de aanvaarding daarvan twijfel kan doen ontstaan over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de Autoriteit.";

48)  Artikel 63 wordt vervangen door:

"Artikel 63Vaststelling van de begroting

1. Jaarlijks stelt het dienstdoende lid, op basis van de jaarprogrammering en de meerjarenprogrammering van de Autoriteit, een voorlopig ontwerp op voor een enig programmeringsdocument van de Autoriteit voor de komende drie boekjaren, met daarin de geraamde inkomsten en uitgaven, alsmede informatie over het personeel, en zendt dit aan de directie en de raad van toezichthouders, samen met de personeelsformatie.

1 bis. De voorzitter presenteert het ontwerp van enig programmeringsdocument aan het Europees Parlement en de Raad, waarna de raad van toezichthouders, op basis van het door de directie goedgekeurde ontwerp, het ontwerp van enig programmeringsdocument voor de komende drie boekjaren vaststelt.

1 ter. Het ▌enig programmeringsdocument wordt door de directie tegen 31 januari aan de Commissie, het Europees Parlement, de Raad en de Europese Rekenkamer gezonden. Het Europees Parlement keurt het enig programmeringsdocument goed, zonder afbreuk te doen aan de aanneming van de jaarlijkse begroting.

2. Rekening houdend met dit ▌enig programmeringsdocument neemt de Commissie in de ontwerpbegroting van de Unie de ramingen op die zij noodzakelijk acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de aanvullende bijdrage ten laste van de algemene begroting van de Unie overeenkomstig de artikelen 313 en 314 van het Verdrag.

3. De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie voor de Autoriteit vast. De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de aanvullende bijdrage aan de Autoriteit goed en keurt de limiet voor de totale uitgaven van de Autoriteit goed.

4. De begroting van de Autoriteit wordt vastgesteld door de raad van toezichthouders. Deze wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

5. De directie stelt de begrotingsautoriteit onverwijld op de hoogte van de projecten die zij voornemens is uit te voeren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van haar begroting kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen.

5 bis.  De begrotingsautoriteit keurt projecten goed die aanzienlijke financiële of langetermijngevolgen voor de financiering van de begroting van de Autoriteit kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen, met inbegrip van ontsnappingsclausules.";

49)  Artikel 64 wordt vervangen door:

Artikel 64Uitvoering van en toezicht op de begroting

"1. Het dienstdoende lid treedt op als ordonnateur en voert de jaarlijkse begroting van de Autoriteit uit.

2. Uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar deelt de onafhankelijke rekenplichtige van de Autoriteit de voorlopige rekeningen mee aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer. Artikel 70 belet de Autoriteit niet de Europese Rekenkamer informatie te verstrekken waarom deze verzoekt, voor zover deze informatie binnen de bevoegdheden van de Rekenkamer valt.

3. Uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit de voor consolidatiedoeleinden vereiste boekhoudinformatie aan de rekenplichtige van de Commissie, op de wijze en in het formaat die door die laatste zijn vastgesteld.

4. Uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit het verslag over het begrotingsbeheer en financieel beheer aan de leden van de raad van toezichthouders, het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

5. Na rekening te hebben gehouden met de door de Rekenkamer geformuleerde opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de Autoriteit overeenkomstig artikel 148 van het Financieel Reglement stelt de rekenplichtige van de Autoriteit op eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van de Autoriteit op. Het dienstdoende lid zendt deze aan de raad van toezichthouders, die een advies over deze rekeningen uitbrengt.

6. Uiterlijk op 1 juli van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit de definitieve rekeningen, vergezeld van het advies van de raad van toezichthouders, aan de rekenplichtige van de Commissie, het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Uiterlijk op 1 juli zendt de rekenplichtige van de Autoriteit ook een verslagleggingspakket aan de rekenplichtige van de Commissie, in een gestandaardiseerd formaat zoals door de rekenplichtige van de Commissie voor consolidatiedoeleinden vastgesteld.

7. Uiterlijk op 15 november van het volgende jaar worden de definitieve rekeningen bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

8. Uiterlijk op 30 september zendt het dienstdoende lid de Rekenkamer een antwoord op haar opmerkingen. Hij zendt ook een afschrift van dit antwoord aan de directie en de Commissie.

9. Overeenkomstig artikel 165, lid 3, van het Financieel Reglement verstrekt het dienstdoende lid het Europees Parlement op verzoek alle informatie die nodig is voor een goed verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken boekjaar.

10. Het Europees Parlement verleent op aanbeveling van de Raad, die bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, vóór 15 mei van het jaar N + 2, kwijting aan de Autoriteit voor de uitvoering van de begroting van het boekjaar N.

10 bis. De Autoriteit verstrekt een met redenen omkleed advies over het standpunt van het Europees Parlement en eventuele andere opmerkingen van het Europees Parlement in het kader van de kwijtingsprocedure.";

49 bis)  Het volgende artikel 64 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 64 bisInterne audit van de Autoriteit

"De Autoriteit richt een intern auditcomité op dat aan het Europees Parlement en de Raad een advies uitbrengt over de kwijting van het deel van de begroting dat niet wordt gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie."

50)  Artikel 65 wordt vervangen door:

"Artikel 65Financiële regels

De financiële regeling die van toepassing is op de Autoriteit wordt vastgesteld door de directie, na raadpleging van de Commissie. Die regeling mag niet afwijken van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013* voor de organen bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 tenzij de specifieke eisen voor het functioneren van de Autoriteit zulks vereisen en alleen na de voorafgaande toestemming van de Commissie.

*Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).";

51)  In artikel 66 wordt lid 1 vervangen door:

"1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen is Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad* onverkort van toepassing op de Autoriteit.

*Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).";

52)  Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de leden 1 en 2 worden vervangen door:

"1. Het Statuut, de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en de regels die gezamenlijk door de instellingen van de Unie zijn vastgesteld ter uitvoering van genoemd Statuut en van genoemde Regeling zijn van toepassing op het personeel van de Autoriteit, met inbegrip van de voltijdse leden van de directie en haar voorzitter.  

2. De directie stelt, in samenspraak met de Commissie, de nodige uitvoeringsmaatregelen vast volgens de regelingen van artikel 110 van het Statuut.";

b)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De directie stelt bepalingen vast waardoor nationale deskundigen van de lidstaten kunnen worden gedetacheerd bij de Autoriteit.";

53)  Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 1 wordt ▌vervangen door:

"1. De leden van de raad van toezichthouders en alle personeelsleden van de Autoriteit, met inbegrip van door de lidstaten tijdelijk gedetacheerde ambtenaren en alle overige personen die op contractuele basis taken uitvoeren voor de Autoriteit, zijn onderworpen aan de vereisten van het beroepsgeheim overeenkomstig artikel 339 VWEU en de desbetreffende bepalingen in de Uniewetgeving, zelfs na beëindiging van hun functie.

Artikel 16 van het Statuut is van toepassing op alle personeelsleden van de Autoriteit, met inbegrip van door de lidstaten tijdelijk gedetacheerde ambtenaren en alle overige personen die op contractuele basis taken uitvoeren voor de Autoriteit.";

b)  in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De verplichting uit hoofde van lid 1 en van de eerste alinea van dit lid staat er niet aan in de weg dat de Autoriteit en de bevoegde autoriteiten de informatie gebruiken voor de handhaving van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, en met name voor juridische procedures voor de vaststelling van besluiten.";

c)  het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis. De directie en de raad van toezichthouders zien erop toe dat personen die, direct of indirect, op permanente basis of incidenteel, diensten verrichten met betrekking tot de taken van de Autoriteit, met inbegrip van functionarissen en andere personen die door de directie en de raad van toezichthouders zijn gemachtigd of daartoe door de bevoegde autoriteiten zijn aangesteld, zijn onderworpen aan eisen inzake beroepsgeheim die gelijkwaardig zijn aan die in de voorgaande leden.

Dezelfde eisen inzake beroepsgeheim gelden ook voor waarnemers die de bijeenkomsten bijwonen van de directie en de raad van toezichthouders die deelnemen aan de activiteiten van de Autoriteit.";

d)  ▌de leden 3 en 4 worden vervangen door:

"3. De leden 1 en 2 staan er niet aan in de weg dat de Autoriteit informatie uitwisselt met bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening en andere Uniewetgeving ▌.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op personen die verslag doen van informatie of informatie bekendmaken over een bedreiging van of toegebrachte schade aan het openbaar belang in het kader van hun werkrelatie.

De in lid 2 bedoelde gegevens vallen onder het in de leden 1 en 2 bedoelde beroepsgeheim. De Autoriteit legt in haar huishoudelijk reglement de praktische regelingen voor de uitvoering van de in de leden 1 en 2 vermelde geheimhoudingsregels vast.

4. De Autoriteit past Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie toe.

4 bis. De Autoriteit beschikt over speciaal hiervoor bestemde meldingskanalen voor de ontvangst en behandeling van informatie die wordt verstrekt door een persoon die verslag doet van feitelijke of mogelijke inbreuken op Uniehandelingen, vormen van misbruik van het recht of gevallen van wanbeheer.";

54)  ▌Artikel 71 wordt vervangen door:

"Deze verordening laat de verplichtingen van de lidstaten onverlet met betrekking tot hun verwerking van persoonsgegevens in het kader van Verordening (EU) 2016/679 of de verplichtingen van de Autoriteit met betrekking tot haar verwerking van persoonsgegevens in het kader van Verordening (EU) 2018/XXX (Verordening gegevensbescherming voor EU-instellingen en -organen) bij het uitoefenen van haar taken.";

55)  In artikel 72 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De directie stelt de praktische maatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.";

56)  In artikel 73 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De directie besluit over de interne talenregeling van de Autoriteit.".

57)  In artikel 74 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De noodzakelijke regelingen betreffende de huisvesting van de Autoriteit in de lidstaat waar haar zetel is gevestigd en de door die lidstaat ter beschikking te stellen voorzieningen, alsmede de specifieke voorschriften welke in die lidstaat gelden voor het personeel van de Autoriteit en hun gezinsleden, worden vastgelegd in een vestigingsovereenkomst tussen de Autoriteit en die lidstaat, die wordt gesloten nadat de directie daarmee heeft ingestemd.".

57 bis)  In artikel 75 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

“2. De Autoriteit werkt samen met de in lid 1 bedoelde landen die wetgeving toepassen welke binnen de in artikel 1, lid 2, genoemde bevoegdheidsgebieden van de Autoriteit als gelijkwaardig is erkend, als bepaald in overeenkomstig artikel 218 VWEU door de Unie gesloten internationale overeenkomsten.

3. Op basis van de desbetreffende bepalingen van de in de leden 1 en 2 bedoelde overeenkomsten worden afspraken gemaakt over met name de aard, omvang en procedurele aspecten van de betrokkenheid van de in lid 1 bedoelde landen, in het bijzonder in verband met de landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, bij de werkzaamheden van de Autoriteit, waaronder afspraken over de financiële en personele bijdrage. Zij kunnen zorgen voor een vertegenwoordiger, als waarnemer, in het bestuur van de Autoriteit, maar zorgen ervoor dat deze landen niet deelnemen aan besprekingen met betrekking tot individuele financiële instellingen, behalve in gevallen waarbij zij rechtstreeks belang hebben.".

58)  Het volgende artikel 75 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 75 bisUitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 35 quinquies, lid 2, tweede alinea, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 35 quinquies, lid 2, tweede alinea, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.";

59)  Artikel 76 wordt vervangen door:

"Artikel 76Verhouding met het CEIOPS

De Autoriteit wordt als de rechtsopvolger van het CEIOPS beschouwd. Uiterlijk op de datum van oprichting van de Autoriteit worden alle activa en passiva en alle lopende verrichtingen van het CEIOPS automatisch aan de Autoriteit overgedragen. Het CEIOPS stelt een verklaring op waaruit de afsluiting van zijn activa en passiva op het tijdstip van de overdracht blijkt. Die verklaring wordt aan een audit onderworpen en goedgekeurd door het CEIOPS en door de Commissie."

60)  Een nieuw artikel 77 bis wordt ingevoegd:

Artikel 77 bisOvergangsbepalingen

De taken en de functie van de uitvoerend directeur die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/51/EU, is aangesteld en in functie is op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.

De taken en de functie van de voorzitter die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/51/EU, is aangesteld en in functie is op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.

De taken en de functie van de leden van de raad van bestuur die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/51/EU, zijn aangesteld en in functie zijn op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.".

60 bis)  Artikel 79 wordt geschrapt.

60 ter)  Artikel 80 wordt geschrapt.

60 quater)  Artikel 81 wordt vervangen door:

“Artikel 81

Evaluatie

1. Uiterlijk op … [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de drie jaar publiceert de Commissie een algemeen verslag over de opgedane ervaring met de werkzaamheden van de Autoriteit en met de in deze verordening vastgestelde procedures. In dat verslag worden onder meer de volgende zaken beoordeeld:

a) de mate van doeltreffendheid en convergentie in toezichtpraktijken die de bevoegde autoriteiten hebben bereikt;

i) de mate van▐ onafhankelijkheid van de bevoegde autoriteiten en de mate van convergentie in normen die gelijkwaardig zijn aan corporate governance;

ii) de onpartijdigheid, objectiviteit en onafhankelijkheid van de Autoriteit;

b) de werking van de colleges van toezichthouders;

c) de geboekte vooruitgang met betrekking tot convergentie op gebieden als crisispreventie, -management en -afwikkeling, daaronder begrepen financieringsmechanismen van de Unie;

d) de rol van de Autoriteit wat systeemrisico’s betreft;

e) de toepassing van de bij artikel 38 ingestelde vrijwaringsclausule;

f) de toepassing van het bij artikel 19 ingestelde bindende bemiddelende optreden;

f bis) de werking van de besluitvorming van het Gemengd Comité.

2. In het in lid 1 bedoelde verslag wordt ook onderzocht:

a) of het toezicht op bankwezen, verzekeringen en bedrijfspensioenen, effecten en financiële markten gescheiden moet blijven;

b) of het prudentieel toezicht en het toezicht op de gedragsregels moeten worden gecombineerd dan wel gescheiden;

c) of de architectuur van het ESFS moet worden vereenvoudigd en versterkt om de samenhang tussen het macro- en het microniveau en tussen de ESA’s te vergroten;

d) of de ontwikkeling van het ESFS gelijke tred houdt met de wereldwijde ontwikkeling;

e) of er binnen het ESFS voldoende diversiteit en topkwaliteit beschikbaar is;

f) of verantwoordingsplicht en transparantie met betrekking tot de publicatievoorschriften adequaat zijn;

g) of de middelen waarover de Autoriteit beschikt, berekend zijn op de uitvoering van haar taken;

h) of de vestigingsplaats van de Autoriteit behouden moet worden, of het passend is de ESA’s met het oog op een betere onderlinge coördinatie naar één vestigingsplaats over te brengen.

2 bis. Als onderdeel van het in lid 1 bedoelde algemeen verslag voert de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van de uitvoering, werking en doeltreffendheid van de verstrekking van geen-actiebrieven overeenkomstig artikel 9 bis van deze verordening.

2 ter. Uiterlijk op ... [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] legt de Commissie de in lid 2 bis bedoelde beoordeling, in voorkomend geval samen met wetgevingsvoorstellen, voor aan het Europees Parlement en de Raad.

3. Met betrekking tot het rechtstreekse toezicht op instellingen of infrastructuren met een Europese reikwijdte stelt de Commissie, in het licht van de marktontwikkelingen, de stabiliteit van de interne markt en de cohesie van de Unie, jaarlijks een verslag op over de vraag of de autoriteit meer toezichttaken op dit gebied moet krijgen.

4. Het verslag en, in voorkomend geval, eventuele begeleidende voorstellen, worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend.".

Artikel 3

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1095/2010

Verordening (EU) nr. 1095/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1)  Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)    lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit handelt overeenkomstig de haar bij deze verordening toegekende bevoegdheden en binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 97/9/EG, Richtlijn 98/26/EG, Richtlijn 2001/34/EG, Richtlijn 2002/47/EG, Richtlijn 2003/71/EG, Richtlijn 2004/39/EG, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2009/65/EG, Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad*, Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad**, Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad*** en Verordening (EG) nr. 1060/2009, Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad****, Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad*****, Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad****** en Verordening (EU) nr. 648/2012, en voor zover deze handelingen van toepassing zijn voor ondernemingen die beleggingsdiensten verrichten of voor instellingen voor collectieve beleggingen die hun rechten van deelneming of aandelen aanbieden en de bevoegde autoriteiten die toezicht op hen uitoefenen, de desbetreffende onderdelen van Richtlijn 2002/87/EG, Richtlijn 2002/65/EG, met inbegrip van alle op die handelingen gebaseerde richtlijnen, verordeningen en besluiten en alle andere juridisch bindende Uniehandelingen waarmee taken aan de Autoriteit worden opgedragen.

* Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).

**Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1).

***Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

****Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1-72).

*****Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84-148).

******Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014 blz. 349-496).";

a bis)    lid 3 wordt vervangen door:

“3. De Autoriteit treedt ook op met betrekking tot activiteiten van marktdeelnemers wat betreft onderwerpen die niet rechtstreeks onder de in lid 2 bedoelde handelingen vallen, onder meer op het vlak van ondernemingsbestuur, auditing en financiële verslaglegging, rekening houdend met duurzame bedrijfsmodellen en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren, voor zover haar optreden noodzakelijk is om de effectieve en consistente toepassing van deze handelingen te waarborgen. De Autoriteit neemt ook de gepaste maatregelen op het vlak van overnamebiedingen, clearing en afwikkeling en derivaten.";

b)    het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis. Deze verordening is van toepassing onverminderd andere Uniehandelingen waarmee de taken van vergunningverlening of toezicht en de daarbij behorende bevoegdheden aan de Autoriteit worden toevertrouwd.";

b bis)    lid 5 wordt vervangen door:

“5. De doelstelling van de Autoriteit is de collectieve belangen te beschermen door bij te dragen tot de stabiliteit en doeltreffendheid van het financiële stelsel op de korte, middellange en lange termijn, in het belang van de economie, de burgers en het bedrijfsleven van de Unie. De Autoriteit draagt, met inachtneming van haar respectieve bevoegdheden, bij tot:

a) de verbetering van de werking van de interne markt, daaronder begrepen met name een solide, effectief en consistent niveau van regulering en toezicht,

b) het verzekeren van de integriteit, transparantie, efficiëntie en ordelijke werking van de financiële markten,

c) de versterking van de internationale coördinatie van het toezicht,

d) het voorkomen van reguleringsarbitrage en het bevorderen van gelijke concurrentievoorwaarden,

e) het waarborgen van behoorlijke regulering en toezicht met betrekking tot het aangaan van beleggingsrisico's en andere risico's, ▐

f) het verbeteren van de bescherming van klanten en beleggers,

f bis) het tot stand brengen van meer convergentie op het gebied van toezicht op de interne markt, met inbegrip van het bevorderen van een op risico's stoelende benadering van dat toezicht.

Te dien einde draagt de Autoriteit bij tot het verzekeren van de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in lid 2 genoemde handelingen, bevordert zij de convergentie op het gebied van het toezicht en verstrekt zij adviezen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in overeenstemming met artikel 16 bis ▌.

Bij de uitoefening van de taken die haar bij deze verordening worden toevertrouwd besteedt de Autoriteit bijzondere aandacht aan systeemrisico’s die veroorzaakt worden door financiëlemarktdeelnemers waarvan de insolventie de werking van het financiële stelsel of de reële economie kan aantasten.

Bij de uitvoering van haar taken handelt de Autoriteit onafhankelijk, objectief en op niet-discriminerende en transparante wijze in het belang van de Unie als geheel, en eerbiedigt zij het evenredigheidsbeginsel. De Autoriteit past de beginselen van verantwoordingsplicht en integriteit toe, en moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden in dit opzicht billijk worden behandeld.

De inhoud en vorm van de acties en maatregelen van de Autoriteit gaan niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van deze verordening of de in lid 2 bedoelde handelingen te verwezenlijken en zijn evenredig met de aard, omvang en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de werkzaamheden van een instelling of markt die door het optreden van de Autoriteit wordt beïnvloed.".

2)  ▌artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

“1. De Autoriteit maakt deel uit van een Europees Systeem voor financieel toezicht (European System of Financial Supervision - ESFS). Het hoofddoel van het ESFS is erop toe te zien dat de regels die van toepassing zijn op de financiële sector naar behoren worden uitgevoerd teneinde de financiële stabiliteit te bewaren en te zorgen voor vertrouwen in het financiële stelsel als geheel, met doeltreffende en voldoende bescherming voor gebruikers van financiële diensten.",

b)  lid 4 wordt vervangen door:

“4. Krachtens het beginsel van loyale samenwerking overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie werken de partijen bij het ESFS met vertrouwen en met het volste wederzijdse respect samen, met name om te zorgen voor een passende en betrouwbare informatiestroom, onderling en tussen hen en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.";

c)  in lid 5 wordt de volgende alinea ingevoegd:

“Wanneer in deze verordening sprake is van toezicht, omvat dit ook alle relevante activiteiten, zonder daarbij afbreuk te doen aan de nationale bevoegdheden, van alle bevoegde autoriteiten die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen moeten worden uitgevoerd.”.

2 bis)  Artikel 3 wordt vervangen door:

“Artikel 3Verantwoordingsplicht van

het Europees Systeem voor financieel toezicht

1. De in artikel 2, lid 2, onder a) tot en met e), bedoelde autoriteiten leggen verantwoording af aan het Europees Parlement en aan de Raad.

2. Tijdens eventuele onderzoeken die door het Europees Parlement uit hoofde van artikel 226 VWEU worden uitgevoerd, verleent de Autoriteit haar volledige medewerking aan het Europees Parlement.

3. De raad van toezichthouders stelt een jaarverslag over de werkzaamheden van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, vast en doet dit verslag uiterlijk op 15 juni van ieder jaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.

In het in de eerste alinea bedoelde jaarverslag neemt de Autoriteit informatie op over de administratieve regelingen die zijn overeengekomen met de toezichthoudende autoriteiten, over internationale organisaties of overheidsdiensten in derde landen, over de bijstand die de Autoriteit aan de Commissie heeft verleend bij de voorbereiding van equivalentiebesluiten en over de monitoringactiviteiten die door de Autoriteit zijn uitgevoerd in overeenstemming met artikel 33.

4. Op verzoek van het Europees Parlement neemt de voorzitter deel aan een hoorzitting voor het Europees Parlement over de prestaties van de Autoriteit. Een hoorzitting wordt ten minste jaarlijks gehouden. De voorzitter legt een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoordt eventuele vragen van de leden van het Europees Parlement.

5. Indien daarom wordt verzocht en ten minste 15 dagen voordat hij de in lid 1 quater bedoelde verklaring aflegt, brengt de voorzitter schriftelijk verslag uit aan het Europees Parlement over de werkzaamheden van de Autoriteit.

6. Afgezien van de informatie als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 18 en in de artikelen 20 en 33, bevat het verslag tevens alle door het Europees Parlement ad hoc opgevraagde relevante informatie.

7. De Autoriteit antwoordt mondeling of schriftelijk op de door het Europees Parlement of de Raad tot haar gerichte vragen, en dat binnen vijf weken na ontvangst van een vraag.

8. Desgevraagd voert de voorzitter achter gesloten deuren met de voorzitter, de vicevoorzitters en de coördinatoren van de bevoegde commissie van het Europees Parlement vertrouwelijke mondelinge besprekingen, als die besprekingen nodig zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van het Europees Parlement uit hoofde van artikel 226 VWEU. Alle deelnemers nemen het beroepsgeheim in acht.

9. De Autoriteit houdt een lijst bij van documenten en hun vertrouwelijkheidsstatus.

10. De Autoriteit voorziet het Europees Parlement van een relevante samenvatting van het verloop van eventuele vergaderingen van de Internationale organisatie van effectentoezichthouders, de Raad voor Financiële stabiliteit en het International Accounting Standards Board en andere relevante internationale organen of instellingen die betrekking hebben op of gevolgen hebben voor het toezicht op de financiële markten.".

3)  In artikel 4, punt 3, wordt punt ii) vervangen door:

"(ii) wat de Richtlijnen 2002/65/EG en (EU) 2015/849 betreft, de autoriteiten die bevoegd zijn voor het doen naleven van de voorschriften van die richtlijnen door de ondernemingen die beleggingsdiensten verrichten en door de instellingen voor collectieve beleggingen die hun rechten van deelneming of aandelen aanbieden;".

4)  Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)    punt 2 wordt vervangen door:

"(2) een directie, die de in artikel 47 vastgestelde taken uitoefent;";

b)    punt 4 wordt geschrapt.

4 bis)  artikel 7 wordt vervangen door:

“Artikel 7Zetel

De Autoriteit heeft haar zetel in Parijs, Frankrijk.

De locatie van de zetel van de Autoriteit is niet van invloed op de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de Autoriteit, de opzet van haar beheersstructuur, de werking van haar centrale organisatie of de belangrijkste financiering van haar activiteiten, en maakt het, in voorkomend geval, mogelijk dat administratieve ondersteunende diensten en bedrijfsondersteuningsdiensten die geen verband houden met de kerntaken van de Autoriteit, met andere agentschappen van de Unie worden gedeeld. Uiterlijk op ... [datum van toepassing van deze wijzigingsverordening] en vervolgens elke twaalf maanden brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de naleving van deze vereiste door de Europese toezichthoudende autoriteiten.".

5)  Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)    lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

-i)  punt a) wordt als volgt gewijzigd:

“a)op basis van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen bijdragen tot de invoering van kwalitatief hoogstaande gemeenschappelijke regulerings- en toezichtnormen en -praktijken, met name ▌door het ontwikkelen van ▌ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en andere maatregelen, waaronder adviezen overeenkomstig artikel 16 bis;";

i)  het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:

"(aa) "a bis) opstellen en actueel houden van een Uniehandboek voor het toezicht op financiëlemarktdeelnemers in de Unie waarin beste toezichtpraktijken en hoogstaande methoden en werkwijzen worden beschreven en rekening wordt gehouden met onder meer veranderende bedrijfspraktijken en bedrijfsmodellen, alsook met de grootte van financiële marktdeelnemers en markten;";

ii bis)  punt b) wordt vervangen door:

"b) bijdragen tot de consistente toepassing van de juridisch bindende handelingen van de Unie, met name door tot een gemeenschappelijke toezichtpraktijk bij te dragen, de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen te verzekeren, reguleringsarbitrage te voorkomen, onafhankelijkheid van toezichthouders te bevorderen en te monitoren, bij meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten te bemiddelen en een schikking te treffen, een doeltreffend en consistent toezicht op financiëlemarktdeelnemers en een coherente werking van de colleges van toezichthouders te waarborgen en maatregelen te nemen in onder meer noodsituaties;";

ii)  de punten e) en f) worden vervangen door:

"e) organiseren en verrichten van toetsingen van bevoegde autoriteiten, met ondersteuning door de nationale bevoegde autoriteiten, en in dat verband▐ aan die bevoegde autoriteiten gerichte aanbevelingen bekendmaken en beste praktijken vaststellen en in dat verband richtsnoeren uitbrengen met de bedoeling de consistentie in de toezichtresultaten te verhogen;

f) monitoren en beoordelen van marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebieden, onder meer, waar relevant, van ontwikkelingen met betrekking tot trends in innovatieve financiële diensten en ontwikkelingen in verband met ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren;”;

ii bis)  punt g) wordt vervangen door:

“g) verrichten van▐ marktanalyses om aan te tonen dat de Autoriteit zich van haar taken heeft gekweten;";

iii)  punt h) wordt vervangen door:

"h) in voorkomend geval bevorderen van de bescherming van consumenten en beleggers, in het bijzonder met betrekking tot tekortkomingen in een grensoverschrijdende context en rekening houdend met de daaraan gerelateerde risico's;";

iii bis)  de volgende punten i bis) en i ter) worden ingevoegd:

“i bis) coördineren van de handhavingsactiviteiten van de bevoegde autoriteiten;

i ter) bijdragen tot de ontwikkeling van een gemeenschappelijke strategie van de Unie met betrekking tot financiële gegevens;";

iii ter)  het volgende punt k bis) wordt ingevoegd:

“k bis) publiceren op haar website en regelmatig bijwerken van alle technische reguleringsnormen, technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren en vragen en antwoorden voor elke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2, met inbegrip van overzichten van de stand van zaken ten aanzien van de werkzaamheden en de tijdsplanning van de goedkeuring van ontwerpen van technische reguleringsnormen, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en vragen en antwoorden. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld in alle werktalen van de Europese Unie.";

iv)  punt l) wordt geschrapt;

b)  een nieuw lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. Bij het uitvoeren van haar taken in overeenstemming met deze verordening:

a) maakt de Autoriteit volledig gebruik van de haar ter beschikking staande bevoegdheden; en

b) houdt de Autoriteit met inachtneming van de doelstelling om de veiligheid en soliditeit van financiëlemarktdeelnemers te waarborgen, naar behoren rekening met de diverse soorten financiëlemarktdeelnemers, hun bedrijfsmodellen en hun omvang;

c) houdt de Autoriteit rekening met technologische innovatie, innovatieve en houdbare bedrijfsmodellen, en de integratie van ecologische, sociale en governancegerelateerde factoren.”;

c)  lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)  punt c bis wordt ingevoegd:

"c bis) aanbevelingen te doen als bedoeld in de artikelen 29 bis en 31 bis;";

i bis) punt d bis wordt ingevoegd:

“d bis) waarschuwingen af te geven overeenkomstig artikel 9, lid 3;";

i ter) de punten g bis), g ter) en g quater) worden ingevoegd:

“g bis) adviezen te verstrekken aan het Europees Parlement, de Raad of de Commissie als bepaald in artikel 16 bis;

g ter) vragen en antwoorden te verstrekken als bepaald in artikel 16 bis;

g quater) in tijd beperkte geen-actiebrieven af te geven als bepaald in artikel 9 bis;";

ii)  punt h) wordt vervangen door:

"h) overeenkomstig de artikelen 35 en 35 ter de nodige informatie over financiële instellingen te verzamelen;";

d)  het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

"3. Bij de uitvoering van de in dit artikel bedoelde taken eerbiedigt de Autoriteit strikt wetten van niveau 1 en maatregelen van niveau 2 en past ze de beginselen van evenredigheid en betere regelgeving toe, met inbegrip van effectbeoordelingen, kosten-batenanalyses en openbare raadplegingen.

De openbare raadplegingen als bedoeld in de artikelen 10, 15, 16 en 16 bis worden op een zo breed mogelijk schaal gehouden om een inclusieve benadering ten opzichte van alle belanghebbenden te waarborgen en biedt belanghebbenden een redelijke termijn om te reageren. De Autoriteit levert en publiceert feedback over de manier waarop de tijdens de raadpleging verzamelde informatie en standpunten zijn gebruikt in ontwerpen van technische reguleringsnormen, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren, aanbevelingen en adviezen.

De Autoriteit vat de van belanghebbenden ontvangen input op zodanige wijze samen dat een vergelijking van de resultaten van openbare raadplegingen over soortgelijke kwesties mogelijk is.";

6)  Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  lid 1, punt a), wordt vervangen door:

“a) het verzamelen en analyseren van en het verslag uitbrengen over consumententrends, zoals de ontwikkeling van de kosten en lasten van financiële diensten en producten voor consumenten in de lidstaten;”;

-a bis)  in lid 1 worden de volgende punten d bis) en d ter) toegevoegd:

“d bis)  het bijdragen tot een gelijk speelveld op de interne markt, waar consumenten en andere gebruikers van financiële diensten gelijke toegang hebben tot vergelijkbare financiële diensten, producten en compensatie;

d ter)  het coördineren van "mystery shopping"-activiteiten van bevoegde autoriteiten.";

b)    lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit monitort nieuwe en bestaande financiële activiteiten en kan overeenkomstig artikel 16 richtsnoeren vaststellen en aanbevelingen doen om de veiligheid en de soliditeit van markten en de convergentie en doeltreffendheid van regulerings- en toezichtpraktijken te bevorderen.

2 bis. De Autoriteit ontwikkelt op haar bevoegdheidsgebieden normen voor bedrijfstoezicht voor de nationale bevoegde autoriteiten, waaronder ten aanzien van minimale bevoegdheden en taken. ";

c)    lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Autoriteit stelt, als een integrerend onderdeel ervan, een commissie evenredigheid in om ervoor te zorgen dat de verschillen in aard, schaal en complexiteit van risico's, veranderende bedrijfsmodellen en praktijken, alsook de grootte van financiële instellingen en markten tot uiting komen in de werkzaamheden van de Autoriteit, en stelt daarnaast een commissie consumentenbescherming en financiële innovatie in, waarin alle betrokken bevoegde toezichthoudende autoriteiten en autoriteiten voor consumentenbescherming zitting hebben met het oog op de verbetering van de consumentenbescherming, een gecoördineerde benadering ten aanzien van de regulering voor en het toezicht op nieuwe of innoverende financiële activiteiten, en die adviezen aanlevert welke de Autoriteit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie verstrekt. De Autoriteit werkt nauw samen met het Europees Comité voor gegevensbescherming om dubbel werk, inconsistenties en rechtsonzekerheid op het gebied van gegevensbescherming te voorkomen. De Autoriteit kan ook nationale autoriteiten voor gegevensbescherming opnemen in die commissie.";

b bis)  lid 5 wordt vervangen door:

“5. De Autoriteit kan het in de handel brengen, de distributie of de verkoop van bepaalde financiële producten, instrumenten of activiteiten tijdelijk verbieden of beperken als zij de gebruikers ervan aanzienlijke financiële schade dreigen te berokkenen of een bedreiging vormen voor het ordelijk functioneren en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële systeem van de Unie of een deel ervan in de gevallen die gespecificeerd zijn en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de wetgevingshandelingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, of, indien dit in een noodsituatie vereist is, overeenkomstig artikel 18 en de daarin bepaalde voorwaarden.

De Autoriteit evalueert het in de eerste alinea bedoelde besluit met passende tussenpozen, zo snel mogelijk en ten minste om de zes maanden. De Autoriteit kan het verbod of de beperking tweemaal verlengen, waarna het definitief wordt, tenzij de Autoriteit anders beslist.

Een lidstaat kan de Autoriteit verzoeken haar besluit te heroverwegen. In dat geval beslist de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, tweede alinea, of zij haar besluit handhaaft.

De Autoriteit kan ook beoordelen of het nodig is bepaalde soorten financiële activiteiten of praktijken te verbieden of te beperken en, wanneer die noodzaak bestaat, de Commissie en de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis stellen om de vaststelling van een dergelijk verbod of een dergelijke beperking te vergemakkelijken.".

6 bis)  Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 9 bisIn tijd beperkte geen-actiebrieven

1.  In uitzonderlijke omstandigheden en indien aan de in dit lid genoemde voorwaarden is voldaan, kan de Autoriteit in coördinatie met de relevante bevoegde autoriteiten in tijd beperkte geen-actiebrieven afgeven met betrekking tot specifieke bepalingen van het Unierecht die berusten op de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen. Deze geen-actiebrieven zijn een tijdelijke verbintenis van de Autoriteit en alle bevoegde autoriteiten om de niet-naleving van specifieke bepalingen van het Unierecht door financiëlemarktdeelnemers niet af te dwingen wanneer de financiëlemarktdeelnemers om ten minste een van de volgende redenen niet aan dergelijke bepalingen van het Unierecht kunnen voldoen:

a)   door naleving zouden de financiëlemarktdeelnemers handelen in strijd met andere wettelijke en reglementaire voorschriften van het Unierecht;

b)  naleving zonder verdere maatregelen van niveau 2 of richtsnoeren van niveau 3 wordt door de Autoriteit niet mogelijk geacht;

c)  naleving zou van grote invloed zijn op of een significante bedreiging vormen voor: het marktvertrouwen, de bescherming van consumenten of beleggers, de ordelijke werking en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten, of de stabiliteit van het gehele of een deel van het financiële stelsel in de Unie.

De Autoriteit geeft geen niet-actiebrieven af indien zij van oordeel is dat deze een onevenredig groot nadelig effect, wanneer afgezet tegen de voordelen ervan, zouden hebben op de werking van de financiële markten of op de bescherming van consumenten of beleggers.

2.  De Autoriteit geeft in haar geen-actiebrieven aan welke bepalingen van het Unierecht niet worden afgedwongen, waarom zij van oordeel is dat aan de voorwaarden als bedoeld in lid 1 wordt voldaan en op welke datum de niet-afdwinging verstrijkt. De duur van een dergelijke schorsing mag niet meer dan zes maanden bedragen.

3.  Indien de Autoriteit besluit een geen-actiebrief af te geven, stelt ze de Commissie, het Europees Parlement en de Raad daarvan onverwijld in kennis. Uiterlijk twee weken na ontvangst van deze informatie kunnen de Commissie, het Europees Parlement of de Raad de Autoriteit verzoeken haar besluit te heroverwegen. Op initiatief van de Commissie, het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee weken verlengd. In het geval de Commissie, het Europees Parlement of de Raad de Autoriteit verzoekt haar besluit te heroverwegen, beslist de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, tweede alinea, of zij haar besluit handhaaft.

4.  Indien de Autoriteit overeenkomstig het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 een geen-actiebrief afgeeft, maakt ze deze onverwijld op haar website openbaar. De Autoriteit evalueert haar besluit om een geen-actiebrief af te geven met passende tussenpozen en kan dit besluit slechts eenmaal met zes maanden verlengen. Indien een besluit om een geen-actiebrief af te geven na een periode van zes maanden of één jaar niet wordt verlengd, verstrijkt het automatisch.".

6 bis)  Artikel 10 wordt vervangen door:

“Artikel 10Technische reguleringsnormen

1. Wanneer het Europees Parlement en de Raad door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU bevoegdheden delegeren aan de Commissie voor de vaststelling van technische reguleringsnormen ten einde consistente harmonisatie te waarborgen op de gebieden die specifiek in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen zijn vastgesteld, kan de Autoriteit ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen. De Autoriteit legt haar ontwerpen van reguleringsnormen ter bevestiging aan de Commissie voor. De Autoriteit doet deze technische normen tegelijkertijd ter informatie toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.

De technische reguleringsnormen zijn van technische aard, houden geen strategische beslissingen of beleidskeuzen in, en zijn inhoudelijk beperkt door de wetgevingshandelingen waarop zij gebaseerd zijn. De Autoriteit stelt het Europees Parlement en de Raad zo snel als haalbaar volledig op de hoogte van de vooruitgang die is geboekt bij de ontwikkeling van de ontwerpen van technische reguleringsnormen.

Alvorens ontwerpen van technische reguleringsnormen aan de Commissie voor te leggen, houdt de Autoriteit openbare raadplegingen daarover en analyseert zij de mogelijke kosten en baten daarvan overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. Ook wint de Autoriteit het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.

Binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische reguleringsnorm besluit de Commissie of zij het ontwerp bevestigt. De Commissie kan besluiten de ontwerpen van technische reguleringsnormen slechts gedeeltelijk of gewijzigd te bevestigen indien het belang van de Unie dit vereist.

In het geval dat de Commissie niet binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische reguleringsnorm tot een besluit komt over de goedkeuring van de bedoelde norm, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk, en in ieder geval voor het einde van de periode van drie maanden, op de hoogte, met opgave van de redenen waarom zij niet in de positie verkeert om een besluit te nemen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. Een eventuele vertraagde goedkeuring van een ontwerp van technische reguleringsnorm weerhoudt het Europees Parlement en de Raad er niet van hun controlebevoegdheden uit te oefenen overeenkomstig artikel 13.

Indien de Commissie voornemens is een ontwerp van technische reguleringsnorm niet, slechts gedeeltelijk of in gewijzigde vorm te bevestigen, zendt zij het ontwerp van technische reguleringsnorm terug naar de Autoriteit en motiveert zij waarom zij het niet heeft goedgekeurd of motiveert zij haar wijzigingen, naargelang het geval en doet zij een kopie van dit schrijven toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, en deze in de vorm van een formeel advies opnieuw aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet het Europees Parlement en de Raad een kopie van haar formele advies toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van die termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, of een ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend dat niet is gewijzigd op een manier die strookt met de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, mag de Commissie de technische reguleringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht, dan wel de norm verwerpen.

De Commissie mag de inhoud van het door de Autoriteit opgestelde ontwerp van technische reguleringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

2. Indien de Autoriteit binnen de termijn die is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, geen ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk op de hoogte, met opgave van de redenen waarom zij niet in de positie verkeert om dit ontwerp in te dienen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. De Commissie mag een dergelijk ontwerp binnen een nieuwe termijn verlangen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de nieuwe termijn. Het Europees Parlement kan de voorzitter van de Autoriteit uitnodigen om uit te leggen waarom zij niet in een positie verkeert om het ontwerp van technische reguleringsnorm in te dienen.

3. Enkel wanneer de Autoriteit geen ontwerp van technische reguleringsnorm bij de Commissie indient binnen de in lid 2 bedoelde termijnen, mag de Commissie middels een gedelegeerde handeling een technische reguleringsnorm aannemen zonder een ontwerp van de Autoriteit.

De Commissie houdt openbare raadplegingen over ontwerpen van technische reguleringsnormen en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses niet in een evenredige verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van het ontwerp van technische reguleringsnorm in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Commissie het ▌advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.

De Commissie doet het ontwerp van technische reguleringsnorm onmiddellijk aan het Europees Parlement, de Raad en de Autoriteit toekomen.

▌Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen en dit in de vorm van een formeel advies aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vierde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie de technische reguleringsnorm aannemen.

Indien de Autoriteit binnen de periode van zes weken een gewijzigd ontwerp van technische reguleringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie het ontwerp van technische reguleringsnorm wijzigen op basis van de door de Autoriteit voorgestelde wijzigingen, dan wel de technische reguleringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht. De Commissie mag de inhoud van het door de Autoriteit opgestelde ontwerp van technische reguleringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

4. De technische reguleringsnormen worden vastgesteld door middel van verordeningen of besluiten. De woorden "technische reguleringsnorm" komen voor in de titel van deze verordeningen of besluiten. Zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden op de daarin vermelde datum in werking.".

6 ter)  De tweede alinea van artikel 13, lid 1, wordt geschrapt.

6 quater)  Artikel 15 wordt vervangen door:

“Artikel 15Technische uitvoeringsnormen

1. Wanneer het Europees Parlement en de Raad uitvoeringsbevoegdheden toekennen aan de Commissie voor de vaststelling van technische uitvoeringsnormen door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 291 VWEU teneinde uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen, kan de Autoriteit ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen. De technische uitvoeringsnormen zijn van technische aard, houden geen strategische beslissingen of beleidskeuzen in en bepalen inhoudelijk de voorwaarden voor de toepassing van die handelingen. De Autoriteit legt haar ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter bevestiging aan de Commissie voor. De Autoriteit doet deze technische normen tegelijkertijd ter informatie toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.

Alvorens ontwerpen van technische uitvoeringsnormen aan de Commissie voor te leggen, houdt de Autoriteit openbare raadplegingen daarover en analyseert zij de mogelijke kosten en baten daarvan overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. Ook wint de Autoriteit het advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.

Binnen drie maanden na ontvangst van een ontwerp van technische uitvoeringsnorm besluit de Commissie of zij dit ontwerp bevestigt. De Commissie kan besluiten het ontwerp van technische uitvoeringsnorm slechts gedeeltelijk of gewijzigd te bevestigen indien het belang van de Unie dit vereist. Indien de Commissie zich binnen de beoordelingsperiode niet geheel of gedeeltelijk tegen de voorgestelde technische norm verzet, wordt deze geacht bevestigd te zijn.

In het geval dat de Commissie niet binnen drie maanden na ontvangst van de technische uitvoeringsnorm tot een besluit komt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk, maar in ieder geval voor het einde van de periode van drie maanden, op de hoogte, met opgave van de redenen waarom zij niet in de positie verkeert om een besluit te nemen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2.

Indien de Commissie voornemens is het ontwerp van technische uitvoeringsnorm niet, slechts gedeeltelijk of in gewijzigde vorm te bevestigen, zendt zij het terug naar de Autoriteit en motiveert waarom zij het niet heeft goedgekeurd of motiveert zij haar wijzigingen, naar gelang het geval en doet zij een kopie van dit schrijven toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische uitvoeringsnormen wijzigen op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, en deze in de vorm van een formeel advies opnieuw aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet het Europees Parlement en de Raad een kopie van haar formele advies toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vijfde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnormen heeft ingediend, of een ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend dat niet is gewijzigd op een manier die strookt met de wijzigingsvoorstellen van de Commissie, kan de Commissie de technische uitvoeringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht, dan wel de norm verwerpen.

De Commissie mag de inhoud van een door de Autoriteit opgesteld ontwerp van technische uitvoeringsnorm niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

2. Indien de Autoriteit binnen de termijn die is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen, geen ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, stelt zij het Europees Parlement en de Raad hiervan onmiddellijk op de hoogte, met opgave van de redenen waarom zij niet in de positie verkeert om dit ontwerp in te dienen en de tijdsplanning voor de bevestiging, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de uitvoerings- en toepassingsdatum van de toepasselijke wetgevingshandeling als bedoeld in artikel 1, lid 2. De Commissie mag een dergelijk ontwerp binnen een nieuwe termijn verlangen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de nieuwe termijn. Het Europees Parlement kan de voorzitter van de Autoriteit uitnodigen om uit te leggen waarom zij niet in een positie verkeert om het ontwerp van technische uitvoeringsnorm in te dienen.

3. Enkel wanneer de Autoriteit geen ontwerp van technische uitvoeringsnorm bij de Commissie indient binnen de termijn overeenkomstig lid 2, kan de Commissie middels een uitvoeringshandeling een technische uitvoeringsnorm aannemen zonder een ontwerp van de Autoriteit.

De Commissie houdt openbare raadplegingen over ontwerpen van technische uitvoeringsnormen en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan, tenzij dergelijke raadplegingen en analyses niet in een evenredige verhouding staan tot het toepassingsgebied en het effect van de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen in kwestie of tot de specifieke urgentie van de zaak. Ook wint de Commissie het ▌advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.

De Commissie doet het ontwerp van technische uitvoeringsnorm onmiddellijk aan het Europees Parlement, de Raad en de Autoriteit toekomen.

▌Binnen een termijn van zes weken kan de Autoriteit het ontwerp van technische uitvoeringsnorm wijzigen en dit in de vorm van een formeel advies aan de Commissie voorleggen. De Autoriteit doet een kopie van haar formele advies aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Indien de Autoriteit na het verstrijken van de in de vierde alinea bedoelde termijn van zes weken geen gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, kan de Commissie de technische uitvoeringsnorm aannemen.

Indien de Autoriteit binnen die termijn van zes weken een gewijzigd ontwerp van technische uitvoeringsnorm heeft ingediend, mag de Commissie het ontwerp van technische uitvoeringsnorm wijzigen op basis van de door de Autoriteit voorgestelde wijzigingen, dan wel de technische uitvoeringsnorm aannemen met de wijzigingen die zij relevant acht.

De Commissie mag de inhoud van de door de Autoriteit opgestelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen niet wijzigen zonder voorafgaande coördinatie met de Autoriteit, als bepaald in dit artikel.

4. De technische uitvoeringsnormen worden vastgesteld door middel van verordeningen of besluiten. De woorden "technische uitvoeringsnorm" komen voor in de titel van deze verordeningen of besluiten. Zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treden op de daarin vermelde datum in werking.".

7)  Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 1 wordt vervangen door:

"1. Met het oog op het invoeren van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS en het verzekeren van de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht richt de Autoriteit richtsnoeren of aanbevelingen tot bevoegde autoriteiten of financiëlemarktdeelnemers.

De Autoriteit kan ook richtsnoeren vaststellen en aanbevelingen doen aan de autoriteiten van de lidstaten die op grond van deze verordening niet als bevoegde autoriteiten zijn omschreven, maar die gemachtigd zijn om de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen te doen toepassen.

De richtsnoeren en aanbevelingen zijn conform het mandaat van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en houden rekening met het evenredigheidsbeginsel. De Autoriteit brengt geen richtsnoeren en aanbevelingen uit met betrekking tot kwesties die onder niveau 1-bevoegdheden voor technische regulerings- of uitvoeringsnormen vallen.

1 bis. De Autoriteit kan, op basis van de opvolg- of uitlegprocedure als bedoeld in lid 3 van dit artikel, met het oog op de invoering van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS, richtsnoeren uitbrengen die gericht zijn aan alle bevoegde autoriteiten of financiëlemarktdeelnemers voor de toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen. Deze richtsnoeren worden geschikt geacht voor de naleving van de vereisten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen. Overeenkomstig het voorgaande kunnen bevoegde autoriteiten en financiëlemarktdeelnemers andere praktijken invoeren ten aanzien van de methode voor de opvolging van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen.";

b)    lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit houdt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, open raadplegingen over de richtsnoeren en aanbevelingen en, in voorkomend geval, vragen en antwoorden die zij uitbrengt, en analyseert de potentiële kosten en baten van het uitbrengen van deze richtsnoeren en aanbevelingen. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de richtsnoeren of aanbevelingen. Ook wint de Autoriteit, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, het ▌advies in van de in artikel 37 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten. Wanneer de Autoriteit geen openbare raadpleging uitvoert of advies inwint van de Stakeholdergroep effecten en markten maakt zij de redenen hiervoor kenbaar.”;

b bis)  de volgende leden 2 bis, 2 ter, 2 quater en 2 quinquies worden ingevoegd:

“2 bis. Voor de toepassing van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen mag de Autoriteit aanbevelingen doen aan een of meer bevoegde autoriteiten of een of meer financiëlemarktdeelnemers.

2 ter. De Autoriteit geeft in haar richtsnoeren of aanbevelingen aan hoe zij bijdraagt tot de vaststelling van consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen het ESFS, hoe zij de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het Unierecht waarborgt en hoe het bepaalde in de leden 1, 1 bis en 2 bis in acht wordt genomen.

2 quater. Richtsnoeren en aanbevelingen vormen niet slechts een verwijzing naar of een kopie van elementen van wetgevingshandelingen. Voordat zij een nieuw richtsnoer of een nieuwe aanbeveling uitbrengt, herziet de Autoriteit eerst bestaande richtsnoeren en aanbevelingen om overlapping te voorkomen.

2 quinquies. Drie maanden voordat zij eventuele richtsnoeren en aanbevelingen als bedoeld in de leden 1 bis en 2 bis uitbrengt, informeert de Autoriteit het Europees Parlement en de Raad over de beoogde inhoud van dergelijke richtsnoeren en aanbevelingen.";

c)  ▌lid 4 wordt vervangen door:

"4. In het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag stelt de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in kennis van de gegeven richtsnoeren en aanbevelingen, licht zij toe hoe de Autoriteit het uitbrengen van richtsnoeren overeenkomstig lid 1 bis en aanbevelingen overeenkomstig lid 2 bis heeft gerechtvaardigd en vat zij de feedback van openbare raadplegingen over die richtsnoeren samen overeenkomstig artikel 8, lid 2 bis. In het verslag wordt ook vermeld welke bevoegde nationale autoriteiten de richtsnoeren en aanbevelingen niet hebben opgevolgd, en wordt uiteengezet hoe de Autoriteit ervoor denkt te zorgen dat ieder van deze bevoegde autoriteiten in de toekomst haar richtsnoeren en aanbevelingen zal opvolgen.";

d)  de volgende leden 5, 5 bis en 5 ter worden toegevoegd:

"5. Wanneer twee derde van de leden van de Stakeholdergroep effecten en markten van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheden heeft overschreden door overeenkomstig lid 1 bis een richtsnoer uit te vaardigen, kunnen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarover een met redenen omkleed advies zenden.

5 bis. Wanneer ten minste de helft van de leden van de Stakeholdergroep effecten en markten van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheden heeft overschreden door overeenkomstig lid 2 bis een aanbeveling uit te vaardigen, kunnen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarover een met redenen omkleed advies zenden.

5 ter. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie kunnen de Autoriteit om een toelichting verzoeken waarin de uitvaardiging van de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen wordt onderbouwd. De Commissie beoordeelt, nadat zij de toelichting van de Autoriteit heeft ontvangen, het toepassingsgebied van de richtsnoeren of aanbevelingen in het licht van de bevoegdheden van de Autoriteit en doet deze beoordeling toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Wanneer het Europees Parlement, de Raad of de Commissie van mening is dat de Autoriteit haar bevoegdheid heeft overschreden, en na de Autoriteit in de gelegenheid te hebben gesteld haar standpunt kenbaar te maken, kan de Commissie een besluit vaststellen waarin de Autoriteit wordt gelast de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen in te trekken of te wijzigen. Voordat een dergelijk besluit wordt genomen, en wanneer hierom wordt verzocht door het Europees Parlement, legt de Commissie een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoordt zij eventuele door de leden van het Europees Parlement gestelde vragen. Het Europees Parlement kan de Commissie verzoeken een besluit te nemen waarin de Autoriteit wordt gelast de betrokken richtsnoeren of aanbevelingen in te trekken of te wijzigen. Het besluit van de Commissie wordt bekendgemaakt.".

7 bis)  De artikelen 16 bis en 16 ter worden ingevoegd:

“Artikel 16 bisAdviezen

1. De Autoriteit verstrekt over alle kwesties die verband houden met haar bevoegdheidsgebied en op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, of op eigen initiatief, adviezen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Deze adviezen worden niet bekendgemaakt, tenzij dit in het verzoek is vermeld.

2. Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een openbare raadpleging of een technische analyse omvatten.

3. Met betrekking tot de prudentiële beoordeling van fusies en overnames die onder de werkingssfeer van Richtlijn 2009/138/EG vallen en waarvoor, op grond van die richtlijn, overleg tussen bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten vereist is, kan de Autoriteit, op verzoek van een van de betrokken bevoegde autoriteiten, een advies uitbrengen en bekendmaken over een prudentiële beoordeling, behalve wat betreft de criteria genoemd in artikel 59, lid 1, onder e), van Richtlijn 2009/138/EG. Het advies wordt terstond uitgebracht, maar hoe dan ook vóór het eind van de in Richtlijn 2009/138/EG bedoelde beoordelingsperiode. De artikelen 35 en 35 ter zijn van toepassing op de gebieden waarvoor de Autoriteit een advies kan uitbrengen.

4. De Autoriteit kan op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in het kader van de gewone wetgevingsprocedure van technisch advies voorzien, alsook voor gedelegeerde handelingen met betrekking tot elk wetgevingsvoorstel van de Commissie op de gebieden als vastgelegd in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen.

Artikel 16 terVragen en antwoorden

1. Met het oog op de uitleg, praktische toepassing of uitvoering van de bepalingen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen of hiermee verband houdende gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, richtsnoeren en aanbevelingen die op grond van die wetgevingshandelingen zijn aangenomen, kunnen natuurlijke en rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten en instellingen van de Unie, een vraag indienen bij de Autoriteit, in een van de officiële talen van de Unie.

Alvorens een vraag in te dienen bij de Autoriteit beoordelen financiëlemarktdeelnemers of zij de vraag eerst aan hun bevoegde autoriteit moeten voorleggen.

De Autoriteit maakt op haar website alle ontvankelijke vragen bekend op grond van lid 1, voor elk wetgevingsbesluit, na verzameling en vóór beantwoording ervan.

Deze procedure weerhoudt natuurlijke en rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten en instellingen van de Unie, er niet van vertrouwelijk technisch advies of verduidelijkingen bij de Autoriteit in te winnen.

2. De Autoriteit maakt overeenkomstig lid 1 op haar website niet-bindende antwoorden bekend op alle ontvankelijke vragen voor elke wetgevingshandeling, tenzij de bekendmaking hiervan in strijd is met de rechtmatige belangen van de natuurlijke of rechtspersoon die de vraag heeft ingediend of zou leiden tot risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel.

3. Alvorens antwoorden op ontvankelijke vragen te publiceren, kan de Autoriteit overeenkomstig artikel 16, lid 2, belanghebbenden raadplegen.

4. De antwoorden van de Autoriteit worden geschikt geacht voor de naleving van de vereisten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en van de hiermee verband houdende gedelegeerde of uitvoeringshandelingen en richtsnoeren en aanbevelingen die overeenkomstig die wetgevingshandelingen zijn aangenomen. Bevoegde autoriteiten en financiëlemarktdeelnemers mogen andere praktijken vaststellen voor de naleving van alle toepasselijke wettelijke vereisten.

5. De Autoriteit evalueert antwoorden op vragen zodra dit nodig en passend wordt geacht, of uiterlijk 24 maanden na hun bekendmaking om deze, in voorkomend geval, te herzien, te actualiseren of in te trekken.

6. In voorkomend geval houdt de Autoriteit bij de opstelling of bijwerking van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16 rekening met gepubliceerde antwoorden.".

8)  ▌Artikel 17 wordt vervangen door:

"1. Ingeval een bevoegde autoriteit de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, waaronder begrepen de overeenkomstig artikelen 10 tot en met 15 vastgestelde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, niet heeft toegepast of heeft toegepast op een wijze die in strijd is met het Unierecht, met name door niet te verzekeren dat een financiëlemarktdeelnemer de in die handelingen vastgestelde eisen vervult, handelt de Autoriteit overeenkomstig de in de leden 2, 3 en 6 van dit artikel genoemde bevoegdheden.

2. Op verzoek van een of meer bevoegde autoriteiten, het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, of de Stakeholdergroep effecten en markten, op basis van feitelijke en naar behoren gestaafde informatie van relevante organisaties of instellingen, of op eigen initiatief, en na de betrokken bevoegde autoriteit op de hoogte te hebben gebracht, reageert de Autoriteit op het verzoek en onderzoekt zij, indien nodig, de aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht.

Onverminderd de in artikel 35 vastgestelde bevoegdheden verstrekt de bevoegde autoriteit aan de Autoriteit onverwijld alle informatie die de Autoriteit nodig acht voor haar onderzoek, waaronder wat betreft de wijze waarop de in artikel 1, lid 2, bedoelde handelingen worden toegepast in overeenstemming met het Unierecht.

Onverminderd de in de artikelen 35 vastgestelde bevoegdheden kan de Autoriteit een goed onderbouwd en met redenen omkleed informatieverzoek richten aan andere bevoegde autoriteiten of betrokken financiëlemarktdeelnemers, wanneer het verzoek om informatie aan de betrokken bevoegde autoriteit heeft aangetoond of onvoldoende wordt geacht om de informatie te verkrijgen die nodig is voor het onderzoek van een aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht. Wanneer het met redenen omklede verzoek tot financiëlemarktdeelnemers is gericht, wordt daarin uitgelegd waarom de informatie noodzakelijk is voor het onderzoek van een aangevoerde inbreuk of niet-toepassing van het Unierecht.

De adressaat van dit soort verzoek verschaft de Autoriteit onverwijld duidelijke, correcte en volledige informatie.

Wanneer een informatieverzoek tot een financiëlemarktdeelnemer is gericht, stelt de Autoriteit de betrokken bevoegde autoriteiten van dat verzoek in kennis. De bevoegde autoriteiten verlenen de Autoriteit, wanneer deze daarom verzoekt, bijstand bij het verzamelen van de informatie.

3. De Autoriteit kan een arbitrageprocedure met de betrokken bevoegde autoriteit inleiden om de maatregelen te bespreken die nodig zijn om het Unierecht na te leven. De betrokken bevoegde autoriteit werkt loyaal mee aan een dergelijke arbitrage.

De Autoriteit kan, zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen vier maanden na de aanvang van haar onderzoek, tot de betrokken bevoegde autoriteit een aanbeveling richten waarin wordt uiteengezet welke maatregelen nodig zijn om aan het Unierecht te voldoen.

De bevoegde autoriteit brengt de Autoriteit binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanbeveling op de hoogte van de stappen die zij heeft gedaan of voornemens is te doen om de inachtneming van het Unierecht te verzekeren.

4. Ingeval de bevoegde autoriteit binnen één maand na ontvangst van de aanbeveling van de Autoriteit niet aan het Unierecht heeft voldaan, kan de Commissie, na door de Autoriteit op de hoogte te zijn gebracht of op eigen initiatief, een formeel advies uitbrengen op grond waarvan de bevoegde autoriteit de maatregelen dient te nemen die nodig zijn om het Unierecht na te leven. De Commissie houdt in haar formeel advies rekening met de aanbeveling van de Autoriteit.

De Commissie brengt een dergelijk formeel advies uit uiterlijk drie maanden na het geven van de aanbeveling. De Commissie kan die termijn met één maand verlengen.

De Autoriteit en de bevoegde autoriteiten verstrekken de Commissie alle nodige informatie.

5. Binnen tien werkdagen na ontvangst van het in lid 4 bedoelde formeel advies informeert de bevoegde autoriteit de Commissie en de Autoriteit over de stappen die zij heeft gedaan of zal doen om dat formele advies na te leven.

6. Onverminderd de bevoegdheden en verplichtingen van de Commissie volgens artikel 258 VWEU kan, ingeval een bevoegde autoriteit het in lid 4 bedoelde formeel advies niet binnen de daarin bepaalde termijn naleeft en het nodig is deze niet-naleving tijdig te verhelpen om neutrale concurrentievoorwaarden op de markt te behouden of te herstellen of de ordelijke werking en de integriteit van het financiële stelsel te verzekeren, de Autoriteit, indien de toepasselijke eisen van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen op de financiëlemarktdeelnemers rechtstreeks toepasselijk zijn, een tot een financiëlemarktdeelnemer gericht individueel besluit nemen op grond waarvan de financiëlemarktdeelnemer de nodige maatregelen dient te nemen om te voldoen aan zijn verplichtingen volgens het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van zijn activiteiten.

Het besluit van de Autoriteit is in overeenstemming met het door de Commissie ingevolge lid 4 uitgebrachte formeel advies.

7. Op grond van lid 6 vastgestelde besluiten hebben voorrang op eerdere besluiten die door de bevoegde autoriteiten over dezelfde aangelegenheid zijn vastgesteld.

Bij het nemen van maatregelen met betrekking tot aangelegenheden die onderworpen worden aan een formeel advies ingevolge lid 4 of aan een besluit ingevolge lid 6 conformeren de bevoegde autoriteiten zich aan het formeel advies of het besluit, al naar het geval.

8. De Autoriteit vermeldt in het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag welke bevoegde autoriteiten en financiëlemarktdeelnemers de in lid 4 van dit artikel bedoelde formele adviezen of de in lid 6 van dit artikel bedoelde besluiten niet hebben nageleefd.”.

8 bis)  Artikel 18, lid 3, wordt vervangen door:

“3. Ingeval de Raad een besluit heeft vastgesteld ingevolge lid 2, alsook in uitzonderlijke gevallen waarin gecoördineerde actie van de bevoegde nationale autoriteiten nodig is om het hoofd te bieden aan ongunstige ontwikkelingen die de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het geheel of een deel van het financiële stelsel in de Unie of de bescherming van klanten en consumenten ernstig in gevaar kunnen brengen, kan de Autoriteit individuele besluiten nemen op grond waarvan bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgeving de nodige maatregelen dienen te nemen om deze ontwikkelingen aan te pakken door te verzekeren dat financiëlemarktdeelnemers en bevoegde autoriteiten aan de in die wetgeving vastgestelde eisen voldoen.".

9)  Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. In de gevallen vermeld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen alsook in gevallen waarin twee of meer nationale bevoegde autoriteiten het pertinent oneens zijn over de toepassing van die handelingen en onverminderd de in artikel 17 vastgestelde bevoegdheden, kan de Autoriteit de bevoegde autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming volgens de procedure van de artikelen 2, 3 en 4 in een van de volgende omstandigheden:

a)  op verzoek van één of meer betrokken bevoegde autoriteiten wanneer een bevoegde autoriteit het oneens is met de procedure of de inhoud van een optreden, voorgenomen optreden of het niet-optreden van een andere bevoegde autoriteit;

b)  ambtshalve, wanneer op basis van objectieve redenen, waaronder op basis van informatie van marktdeelnemers of consumentenorganisaties, een verschil van mening tussen bevoegde autoriteiten kan worden geconstateerd.

In de gevallen waarin de bevoegde autoriteiten op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen een gezamenlijk besluit moeten nemen, wordt een verschil van mening geacht te bestaan wanneer die autoriteiten binnen de in die handelingen bepaalde termijnen geen gezamenlijk besluit nemen.";

b)  de volgende leden 1 bis en 1 ter worden ingevoegd:

"1 bis. De betrokken bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit in de volgende gevallen onverwijld in kennis van het feit dat geen overeenstemming is bereikt:

a)  wanneer een termijn voor het bereiken van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen, en een van de volgende gebeurtenissen het eerste plaatsvindt:

i) de termijn is verstreken;

ii) één of meer van de bevoegde autoriteiten concluderen, op basis van objectieve redenen, dat er een verschil van mening bestaat;

b)  wanneer geen termijn voor het bereiken van overeenstemming tussen bevoegde autoriteiten is vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen, en een van de volgende gebeurtenissen het eerste plaatsvindt:

i)  één of meer betrokken bevoegde autoriteiten concludeert, op basis van objectieve redenen, dat er een verschil van mening bestaat; of

ii)  twee maanden zijn verstreken sinds de datum van ontvangst door een bevoegde autoriteit van een verzoek van een andere bevoegde autoriteit om een bepaalde actie te ondernemen om aan het Unierecht te voldoen, en de aangezochte autoriteit heeft nog geen besluit genomen om aan dat verzoek te voldoen.

1 ter. De voorzitter beoordeelt of de Autoriteit dient te handelen in overeenstemming met lid 1. Wanneer de Autoriteit ambtshalve ingrijpt, stelt de Autoriteit de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van haar besluit betreffende het ingrijpen.

In afwachting van het besluit van de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 47, lid 3 bis, stellen alle bevoegde autoriteiten in de gevallen waarin op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen een gezamenlijk besluit moet worden genomen, hun individuele besluiten uit. Wanneer de Autoriteit besluit te handelen, stellen alle bij het gezamenlijke besluit betrokken bevoegde autoriteiten hun besluiten uit totdat de in de leden 2 en 3 beschreven procedure is afgerond.";

c)  lid 3 wordt vervangen door:

"Wanneer de betrokken bevoegde autoriteiten er niet in geslaagd zijn tijdens de in lid 2 bedoelde verzoeningsfase tot overeenstemming te komen, kan de Autoriteit een besluit nemen waarin wordt verlangd dat die bevoegde autoriteiten specifieke maatregelen nemen of van het nemen van bepaalde maatregelen afzien om de zaak te schikken, teneinde de naleving van het Unierecht te garanderen. Het besluit van de Autoriteit is bindend voor de betrokken bevoegde autoriteiten. In het besluit van de Autoriteit kan van bevoegde autoriteiten worden verlangd dat zij een door hen vastgesteld besluit herroepen of wijzigen of dat zij gebruikmaken van de bevoegdheden waarover zij op grond van het desbetreffende Unierecht beschikken.";

d)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis. De Autoriteit stelt de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van het feit dat de procedures volgens de leden 2 en 3 zijn afgerond, samen met, in voorkomend geval, het op grond van lid 3 genomen besluit.";

e)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie op grond van artikel 258 VWEU kan de Autoriteit, wanneer een bevoegde autoriteit het besluit van de Autoriteit niet naleeft en daardoor niet verzekert dat een financiëlemarktdeelnemer voldoet aan de eisen die krachtens de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen rechtstreeks op die marktdeelnemer van toepassing zijn, een tot die financiëlemarktdeelnemer gericht individueel besluit nemen waarin wordt verlangd dat die financiëlemarktdeelnemer de nodige maatregelen neemt om te voldoen aan zijn verplichtingen op grond van het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van zijn activiteiten.”.

9 bis)  Artikel 21 wordt vervangen door:

“Artikel 21Colleges van toezichthouders

1. De Autoriteit bevordert en monitort, binnen haar bevoegdheden, de efficiënte, effectieve en consistente werking van de colleges van toezichthouders indien die bij de in artikel 1, lid 2, vermelde wetgevingshandelingen zijn vastgesteld en bevordert de coherente en consistentie toepassing van het Unierecht door alle colleges van toezichthouders. Teneinde te komen tot convergentie wat betreft beste praktijken inzake toezicht, bevordert de Autoriteit gemeenschappelijke toezichtplannen en gezamenlijke onderzoeken, en heeft het personeel van de Autoriteit volledige participatierechten in de colleges van toezichthouders en kan het als zodanig deelnemen aan en, in voorkomend geval, leiding geven aan de activiteiten van de colleges van toezichthouders, inclusief inspecties ter plaatse, die gezamenlijk door twee of meer bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd.

2. De Autoriteit geeft leiding bij het waarborgen van de consistente en coherente werking van de colleges van toezichthouders voor grensoverschrijdende instellingen in de gehele Unie, rekening houdend met het systeemrisico dat financiëlemarktdeelnemers, als bedoeld in artikel 23, opleveren, en belegt zo nodig een vergadering van een college.

Voor de toepassing van dit lid en van lid 1 van dit artikel wordt de Autoriteit beschouwd als een „bevoegde autoriteit” in de zin van de toepasselijke wetgeving.

De Autoriteit kan:

a) alle relevante informatie verzamelen en delen in samenwerking met de bevoegde autoriteiten om het werk van het college te vergemakkelijken en een centraal systeem op te zetten en te beheren om deze informatie beschikbaar te stellen aan de bevoegde autoriteiten in het college;

b) Uniebrede stresstests overeenkomstig artikel 32 initiëren en coördineren om de veerkracht van belangrijke financiëlemarktdeelnemers, met name het systeemrisico dat belangrijke financiëlemarktdeelnemers als bedoeld in artikel 23 opleveren, bij ongunstige marktontwikkelingen te beoordelen, en een beoordeling te verrichten van de mogelijkheid dat het systeemrisico dat belangrijke financiëlemarktdeelnemers kunnen opleveren, toeneemt in stresssituaties, waarbij ervoor wordt gezorgd dat op nationaal niveau bij het houden van dergelijke tests een zo consistent mogelijke methode wordt gevolgd, en indien nodig, aan de bevoegde autoriteit een aanbeveling wordt gegeven om problemen aan te pakken die bij de stresstest aan het licht zijn gekomen, onder meer om specifieke evaluaties uit te voeren. Ze kan de bevoegde autoriteiten verzoeken inspecties ter plaatse uit te voeren en kan deelnemen aan dergelijke inspecties ter plaatse om de vergelijkbaarheid en betrouwbaarheid van de methoden, praktijken en resultaten van Uniebrede beoordelingen te waarborgen;

c) effectieve en efficiënte toezichtpraktijken bevorderen, inclusief het evalueren van de risico’s waaraan financiëlemarktdeelnemers in stresssituaties blootgesteld zijn of zouden kunnen zijn;

d) toezicht houden, overeenkomstig de taken en bevoegdheden die in deze verordening zijn vermeld, op de taken die door de bevoegde autoriteiten worden uitgeoefend; en

e) verzoeken om verdere beraadslagingen in een college wanneer zij van oordeel is dat een besluit zou resulteren in een incorrecte toepassing van het Unierecht of niet zou bijdragen tot de doelstelling van convergentie inzake toezichtpraktijken. Zij kan tevens verzoeken een vergadering van het college te organiseren of een punt toe te voegen aan de agenda van een vergadering.

3. De Autoriteit kan ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, zoals omschreven in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen en overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 15 vastgelegde procedure, opstellen om te zorgen voor uniforme toepassingsvoorwaarden voor de bepalingen betreffende het functioneren van colleges van toezichthouders, alsmede overeenkomstig artikel 16 vastgestelde richtsnoeren en aanbevelingen uitvaardigen ter bevordering van de convergentie bij de werking van het toezicht en de door de colleges van toezichthouders aangenomen beste praktijken.

4. De Autoriteit kan met wettelijk bindende kracht bemiddelend optreden om geschillen tussen bevoegde autoriteiten te beslechten overeenkomstig de in artikel 19 omschreven procedure. De Autoriteit kan overeenkomstig artikel 19 toezichtbesluiten nemen die rechtstreeks toepasselijk zijn op de betrokken financiëlemarktdeelnemer.”.

10)  ▌Artikel 22 wordt ▌vervangen door:

"Artikel 22

Algemene bepalingen inzake systeemrisico's

1. De Autoriteit beraadt zich terdege op het systeemrisico als gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1092/2010. Zij pakt risico’s op verstoring van de financiële dienstverlening aan wanneer deze verstoring:

a) veroorzaakt wordt door een verzwakking van het gehele financiële systeem of van delen daarvan; en

b) mogelijk ernstige negatieve gevolgen heeft voor de interne markt en de reële economie.

De Autoriteit beraadt zich, waar passend, op de door het ESRB en haarzelf ingestelde monitoring en beoordeling van systeemrisico’s en reageert op de waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1092/2010.

2. De Autoriteit ontwikkelt, in samenwerking met het ESRB overeenkomstig artikel 23 een gemeenschappelijke aanpak voor het vaststellen en meten van het systeemrisico dat belangrijke financiëlemarktdeelnemers opleveren, waar nodig inclusief kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren.

Die indicatoren vormen een cruciaal element voor het vaststellen van de passende toezichtmaatregelen. De Autoriteit gaat na in hoeverre de vastgestelde maatregelen convergent zijn, met het oog op de bevordering van een gemeenschappelijke aanpak.

3. Onverminderd de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen stelt de Autoriteit zo nodig aanvullende richtsnoeren en aanbevelingen voor belangrijke financiëlemarktdeelnemers op, teneinde rekening te houden met het systeemrisico dat zij opleveren.

De Autoriteit zorgt ervoor dat het systeemrisico dat belangrijke financiëlemarktdeelnemers kunnen opleveren, in aanmerking wordt genomen bij de ontwikkeling van ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen op de gebieden die zijn vastgesteld in de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen.

4. De Autoriteit kan op verzoek van een of meer bevoegde autoriteiten, het Europees Parlement, de lidstaten, de Raad of de Commissie, of op eigen initiatief, een onderzoek verrichten naar een bijzondere soort financiële activiteit, product of gedraging teneinde mogelijke bedreigingen van de integriteit van de financiële markten, van de stabiliteit van het financiële stelsel of van de bescherming van klanten of consumenten te beoordelen en de betrokken bevoegde autoriteiten passende aanbevelingen voor maatregelen te doen.

Daartoe kan de Autoriteit gebruikmaken van de bevoegdheden die haar krachtens deze verordening, met inbegrip van de artikelen 35 en 35 ter, zijn verleend.

5. Het Gemengd Comité zorgt voor de algemene en sectoroverschrijdende coördinatie van de activiteiten die op grond van dit artikel worden verricht.”.

10 bis)  In artikel 23 wordt lid 1 vervangen door:

“1. De Autoriteit stelt in overleg met het ESRB criteria vast voor de vaststelling en meting van systeemrisico, alsook een adequate regeling voor stresstests die een beoordeling omvat van de mogelijkheid dat het systeemrisico dat financiëlemarktdeelnemers opleveren, of voor hen ontstaat, waaronder een potentieel milieugerelateerd systeemrisico, in stresssituaties toeneemt. De financiëlemarktdeelnemers die een systeemrisico kunnen opleveren, worden onderworpen aan een scherper toezicht en, voor zover nodig, de herstel- en afwikkelingsprocedures bedoeld in artikel 25.”.

10 ter)  In artikel 26 wordt lid 4 geschrapt.

10 quater)  In artikel 27, lid 2, worden de tweede en de derde alinea geschrapt.

11)  Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:

"a bis) bekendmaken van het strategisch toezichtplan van de Unie overeenkomstig artikel 29 bis;";

ii)  punt b) wordt vervangen door:

"b) bevorderen van een effectieve bilaterale en multilaterale uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten, met betrekking tot alle relevante thema's, met inbegrip van ▌cyberveiligheid en cyberaanvallen, met volledige inachtneming van de toepasselijke bepalingen inzake geheimhouding en gegevensbescherming waarin door de desbetreffende Uniewetgeving wordt voorzien;";

iii)  punt e) wordt vervangen door:

"e) opzetten van sectorale en sectoroverschrijdende opleidingsprogramma's, onder meer over technologische innovatie, vergemakkelijken van de uitwisseling van personeelsleden en de bevoegde autoriteiten aanmoedigen om intensiever gebruik te maken van detacheringsregelingen en andere instrumenten.";

iii bis)  het volgende punt e bis) wordt ingevoegd:

"e bis) invoeren van een monitoringsysteem voor de beoordeling van wezenlijke ecologische, sociale en governancegerelateerde risico's, rekening houdend met de op de COP 21 gesloten Overeenkomst van Parijs;";

b)  ▌lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Autoriteit kan in voorkomend geval nieuwe praktische instrumenten en convergentiehulpmiddelen ontwikkelen ter bevordering van gemeenschappelijke toezichtbenaderingen en -praktijken.

Om een gemeenschappelijke toezichtcultuur tot stand te brengen, ontwikkelt en actualiseert de Autoriteit, terdege rekening houdende met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's, bedrijfspraktijken, bedrijfsmodellen en de omvang van financiëlemarktdeelnemers en markten, met inbegrip van veranderingen door technologische innovatie, een Uniehandboek voor het toezicht op financiëlemarktdeelnemers in de Unie. In het Unietoezichthandboek worden beste praktijken voor het toezicht en hoogkwalitatieve methodieken en werkwijzen beschreven.

De Autoriteit houdt naar behoren rekening met het toezichthandboek bij de uitvoering van haar taken, met inbegrip van het beoordelen van mogelijke inbreuken op het Unierecht overeenkomstig artikel 17, het beslechten van geschillen overeenkomstig artikel 19, het vastleggen en beoordelen van voor de gehele Unie geldende strategische toezichtdoelstellingen overeenkomstig artikel 29 bis en het uitvoeren van toetsingen bij de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 30.

De Autoriteit houdt in voorkomend geval openbare raadplegingen over de in lid 1, onder a), genoemde adviezen en de in lid 2 genoemde hulpmiddelen en instrumenten, en analyseert de mogelijke kosten en baten daarvan. Die raadplegingen en analyses staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de adviezen of hulpmiddelen en instrumenten. Ook wint de Autoriteit in voorkomend geval het standpunt of advies in van de Stakeholdergroep effecten en markten.".

12)  Het volgende artikel 29 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 29 bis▌Toezichtplan

van de Unie

1. Na een debat in de raad van toezichthouders en rekening houdend met de bijdragen van de bevoegde autoriteiten, bestaande werkzaamheden van de EU-instellingen en door het ESRB openbaar gemaakte analyses, waarschuwingen en aanbevelingen, brengt de Autoriteit ten minste om de drie jaar en tegen 31 maart een tot de bevoegde autoriteiten gerichte aanbeveling uit, waarin voor de gehele Unie geldende strategische doeleinden en prioriteiten voor het toezicht ("strategisch toezichtplan van de Unie") worden vastgelegd, onverminderd de specifieke nationale doelstellingen en prioriteiten van bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteiten noemen in hun bijdragen de toezichtactiviteiten waaraan de Autoriteit naar hun mening voorrang moet geven. De Autoriteit zendt het strategisch plan van de Unie ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en maakt het op haar website bekend.

In het strategisch toezichtplan van de Unie worden specifieke prioriteiten voor toezichtactiviteiten vastgelegd, om consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken en een consistente, efficiënte en effectieve toepassing van Unierecht te bevorderen en om in te spelen op overeenkomstig artikel 32 in kaart gebrachte microprudentiële trends, potentiële risico's en zwakke plekken en te anticiperen op ontwikkelingen zoals nieuwe bedrijfsmodellen. Het strategisch toezichtplan van de Unie belet de nationale bevoegde autoriteiten niet om nationale beste praktijken toe te passen, in te spelen op bijkomende nationale prioriteiten en ontwikkelingen, en de nodige aandacht aan nationale bijzonderheden te schenken.

2. ▌Elke bevoegde autoriteit ▌geeft ▌specifiek aan hoe haar jaarlijkse werkprogramma aansluit bij het strategisch toezichtplan van de Unie.

4. ▌Elke bevoegde autoriteit wijdt als onderdeel van haar jaarverslag een hoofdstuk aan de tenuitvoerlegging van het jaarlijkse werkprogramma.

Dit hoofdstuk moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

a)  een beschrijving van de toezichtactiviteiten en onderzoeken van financiëlemarktdeelnemers, marktpraktijken en gedragingen van financiëlemarktdeelnemers, en de bestuurlijke maatregelen en sancties die zijn opgelegd aan financiële instellingen die verantwoordelijk zijn voor inbreuken op Unierecht en nationaal recht;

b)  een beschrijving van activiteiten die zijn uitgevoerd en die niet gepland stonden in het jaarlijkse werkprogramma;

c)  een verklaring over de in het jaarlijkse werkprogramma geplande activiteiten die niet zijn uitgevoerd en de doelstellingen uit dat programma die niet werden behaald, alsmede de redenen waarom die activiteiten niet zijn uitgevoerd en die doelstellingen niet zijn behaald.

5. De Autoriteit maakt een beoordeling van de informatie in het specifieke hoofdstuk als bedoeld in lid 4. Wanneer er substantiële risico's bestaan dat de prioriteiten uit het strategisch toezichtplan van de Unie niet worden verwezenlijkt, doet de Autoriteit een aanbeveling aan elke betrokken bevoegde autoriteit over de manier waarop de desbetreffende tekortkomingen in haar activiteiten kunnen worden verholpen.

Op basis van de verslagen en haar eigen risicobeoordeling bepaalt de Autoriteit welke activiteiten van de bevoegde autoriteit van kritiek belang zijn om het strategisch toezichtplan van de Unie te kunnen uitvoeren en, waar nodig, toetst zij die activiteiten op grond van artikel 30.

6. De Autoriteit maakt bij de beoordeling van de jaarlijkse werkprogramma's geconstateerde beste praktijken publiek beschikbaar.".

13)  Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de titel van het artikel wordt vervangen door:

"Toetsingen van bevoegde autoriteiten";

b)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De Autoriteit toetst op eigen initiatief of op verzoek van het Europees Parlement of de Raad periodiek sommige of alle activiteiten van bevoegde autoriteiten om de consistentie en doeltreffendheid in de toezichtresultaten verder te versterken. Hiertoe ontwikkelt de Autoriteit methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking tussen de aan toetsing onderworpen bevoegde autoriteiten mogelijk te maken. Bij het bepalen welke bevoegde autoriteiten moeten worden getoetst en bij de toetsingen wordt rekening gehouden met beschikbare informatie en reeds uitgevoerde evaluaties betreffende de betrokken bevoegde autoriteit, met inbegrip van relevante overeenkomstig artikel 35 aan de Autoriteit verschafte informatie, en met alle relevante informatie van stakeholders, en met name met mogelijke tekortkomingen en eventueel tekortschieten van een bevoegde autoriteit.";

c)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. Voor de toepassing van dit artikel richt de Autoriteit een toetsingscommissie ad hoc op, die wordt voorgezeten door de Autoriteit en die ▌uit personeelsleden van de Autoriteit bestaat, welke worden vergezeld en ondersteund, op basis van vrijwilligheid en een rotatiesysteem, door maximaal vijf vertegenwoordigers van verschillende bevoegde autoriteiten, met uitzondering van de bevoegde autoriteit die wordt getoetst ▌.";

d)  lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)  de inleidende zin wordt vervangen door:

"De toetsing omvat een beoordeling van onder meer, maar is niet beperkt tot:";

ii)  punt a) wordt vervangen door:

"a) de adequaatheid van de middelen, de mate van onafhankelijkheid en de governanceregelingen van de bevoegde autoriteit, vooral met het oog op de effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen en de capaciteit om op marktontwikkelingen te reageren;";

ii bis)  punt b) wordt vervangen door:

“b) de doeltreffendheid en de mate van convergentie die in de toepassing van het Unierecht en in de toezichtpraktijk, daaronder begrepen de op grond van de artikelen 10 tot en met 16 vastgestelde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren en aanbevelingen, is bereikt, en de mate waarin de toezichtpraktijk de in het Unierecht vastgestelde doelstellingen bereikt, met inbegrip van de gemeenschappelijke toezichtpraktijk uit hoofde van artikel 29 en het strategisch toezichtplan van de Unie uit hoofde van artikel 29 bis;";

ii ter)  punt c) wordt vervangen door:

“c) de toepassing van door sommige bevoegde autoriteiten ontwikkelde beste praktijken ▌;";

e)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. De Autoriteit stelt een verslag op met de uitkomsten van de toetsing. Dat verslag geeft toelichting en vermeldt welke follow-upmaatregelen als gevolg van de toetsing passend en noodzakelijk worden geacht. Die follow-upmaatregelen kunnen worden genomen in de vorm van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16 en adviezen overeenkomstig artikel 29, lid 1, onder a), gericht aan de relevante bevoegde autoriteiten.

▌De Autoriteit brengt een follow-upverslag uit over de naleving van de follow-upmaatregelen waarom is verzocht.

Bij het opstellen van ontwerpen van technische regulerings- of ontwerpen van uitvoeringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 of van richtsnoeren en aanbevelingen overeenkomstig artikel 16, houdt de Autoriteit rekening met het resultaat van overeenkomstig dit artikel uitgevoerde toetsingen, alsmede met alle andere informatie die de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, om te zorgen voor convergentie in de richting van de toezichtpraktijken van de hoogste kwaliteit.";

f)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis. De Autoriteit legt de Commissie een advies voor wanneer zij, gelet op de uitkomst van de toetsing of andere informatie die de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken heeft verkregen, van oordeel is dat verdere harmonisering van de Unieregels voor financiëlemarktdeelnemers of bevoegde autoriteiten vanuit het oogpunt van de Unie noodzakelijk is of wanneer zij van oordeel is dat een bevoegde autoriteit de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen niet heeft toegepast of heeft toegepast op een wijze die in strijd met het Unierecht lijkt te zijn.";

g)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Autoriteit maakt het in lid 3 bedoelde verslag bekend, samen met follow-upverslagen, tenzij bekendmaking risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel inhoudt. De bevoegde autoriteit die het voorwerp uitmaakt van de toetsing, wordt uitgenodigd opmerkingen te maken voordat verslagen worden bekendgemaakt. Voorafgaande aan de bekendmaking houdt de Autoriteit, indien passend, rekening met die opmerkingen. De Autoriteit kan die opmerkingen publiek beschikbaar maken als bijlage bij het verslag, tenzij bekendmaking risico's voor de stabiliteit van het financiële stelsel inhoudt of de bevoegde autoriteit bezwaar maakt tegen de bekendmaking. Het door de Autoriteit opgestelde verslag als bedoeld in lid 3 en de door de Autoriteit aangenomen richtsnoeren, aanbevelingen en adviezen als bedoeld in lid 3 bis worden gelijktijdig bekendgemaakt.”.

14)  ▌Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in de eerste alinea van lid 1 wordt punt e) vervangen door:

“e) ▌passende maatregelen te treffen in geval van ontwikkelingen die de werking van de financiële markten in gevaar kunnen brengen met om de coördinatie van acties van de relevante bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken;";

b)  in de eerste alinea van lid 1 wordt punt e bis) ingevoegd:

e bis) passende maatregelen te treffen om het gebruik van technologische innovaties te vergemakkelijken met het oog op de coördinatie van acties van de relevante bevoegde autoriteiten;";

c)  het volgende lid 1 bis wordt toegevoegd:

1 bis. De Autoriteit neemt passende maatregelen om de markttoetreding te faciliteren van marktdeelnemers of producten die gebruikmaken van technologische ▌innovatie. Teneinde bij te dragen aan de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese benadering ten aanzien van technologische innovatie bevordert de Autoriteit toezichtconvergentie, in voorkomend geval met de steun van de commissie financiële innovatie en met name via de uitwisseling van informatie en beste praktijken. Waar nodig kan de Autoriteit richtsnoeren of aanbevelingen in overeenstemming met artikel 16 vaststellen.".

15)  Een nieuw artikel 31 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 31 bisCoördinatie met betrekking tot het delegeren en uitbesteden van activiteiten, alsmede van risico-overdrachten

"1. De Autoriteit coördineert op doorlopende basis toezichtactiviteiten van bevoegde autoriteiten om toezichtconvergentie te bevorderen op het gebied van het delegeren en uitbesteden van activiteiten van financiëlemarktdeelnemers, alsmede met betrekking tot door hen uitgevoerde risico-overdrachten naar derde landen om de voordelen van het EU-paspoort te kunnen genieten, terwijl in wezen substantiële activiteiten of functies buiten de Unie plaatsvinden, in overeenstemming met de leden 2 en 3 ▌. De bevoegde autoriteiten dragen op hun bevoegdheidsgebieden de eindverantwoordelijkheid voor vergunningverlening, toezicht en handhavingsbesluiten met betrekking tot het delegeren en uitbesteden van activiteiten en van risico-overdrachten.

2. De bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit in kennis wanneer zij voornemens zijn een vergunning of registratie toe te kennen aan een financiëlemarktdeelnemer die overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen onder toezicht van de betrokken bevoegde autoriteit zou staan en wanneer het bedrijfsplan van de financiëlemarktdeelnemer het delegeren of uitbesteden van een wezenlijk deel van zijn activiteiten of een van de sleutelfuncties of de risico-overdracht van een wezenlijk deel van zijn activiteiten naar derde landen inhoudt, om de voordelen van het EU-paspoort te kunnen genieten, terwijl in wezen substantiële activiteiten of functies buiten de Unie plaatsvinden. De kennisgevingen door bevoegde autoriteiten aan de Autoriteit zijn gedetailleerd genoeg ▌.

3. Indien de Uniewetgeving, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van toepassing is en geen specifieke verplichtingen oplegt met betrekking tot de kennisgeving inzake het uitbesteden of delegeren van activiteiten of risico-overdrachten, stelt een financiëlemarktdeelnemer de bevoegde autoriteit in kennis van het uitbesteden of delegeren van een wezenlijk deel van zijn activiteiten of een van zijn sleutelfuncties en de risico-overdacht van een wezenlijk deel van zijn activiteiten aan een andere entiteit of aan zijn in een derde land gevestigde eigen bijkantoor. De betrokken bevoegde autoriteit stelt de Autoriteit op halfjaarlijkse basis in kennis van die kennisgevingen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 35 verschaft de bevoegde autoriteit, op verzoek van de Autoriteit, informatie met betrekking tot de regelingen van financiëlemarktdeelnemers voor het uitbesteden of het delegeren van activiteiten of het overdragen van risico's.

De Autoriteit monitort of de betrokken bevoegde autoriteiten zich ervan vergewissen dat de in de eerste alinea bedoelde regelingen voor het uitbesteden of het delegeren van activiteiten of het overdragen van risico's worden aangegaan in overeenstemming met het Unierecht, voldoen aan de richtsnoeren, aanbevelingen of adviezen van de Autoriteit en geen belemmering vormen voor effectief toezicht door de bevoegde autoriteiten en handhaving in een derde land.

3 bis. Wanneer de verificatieregelingen van een bevoegde autoriteit een belemmering vormen voor effectief toezicht of handhaving en een risico van regelgevingsarbitrage tussen de lidstaten met zich meebrengen, kan de Autoriteit aan de betrokken bevoegde autoriteit aanbevelingen doen over de manier waarop haar verificatieregelingen kunnen worden verbeterd, met inbegrip van een termijn waarbinnen de bevoegde autoriteit de aanbevolen wijzigingen ten uitvoer zou moeten leggen. Wanneer de betrokken bevoegde autoriteit de aanbevelingen van de Autoriteit niet opvolgt, geeft zij daarvoor de redenen en maakt de Autoriteit haar aanbevelingen openbaar, samen met die redenen.

3 ter. De Commissie stelt binnen [één jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening] een verslag op met een overzicht van de verschillende benaderingen in de sectorale wetgeving met betrekking tot het beoordelen van de relevantie van de uit te besteden of te delegeren activiteit en waarin wordt nagegaan of er mogelijkheden zijn voor een meer geharmoniseerde benadering in dit opzicht door middel van een nadere bepaling van gemeenschappelijke criteria en methodes. De Commissie zendt dit verslag toe aan het Europees Parlement en de Raad.

Daarbij houdt de Commissie rekening met:

a) de continuïteit van de activiteit;

b) de effectieve beheerscapaciteit;

c) de effectieve capaciteit om gedelegeerde en uitbestede activiteiten en risico-overdrachten te controleren.”.

16)  Een nieuw artikel 31 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 31 terCoördinerende functie met betrekking tot orders, transacties en activiteiten met aanzienlijke grensoverschrijdende effecten

1. Wanneer de Autoriteit bewijzen of duidelijke aanwijzingen uit verschillende bronnen heeft om te vermoeden dat orders, transacties of andere activiteiten met aanzienlijke grensoverschrijdende effecten de ordelijke werking en de integriteit van financiële markten of de financiële stabiliteit in de Unie in het gedrang brengen, doet zij de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten de aanbeveling om een onderzoek in te stellen en verschaft zij die bevoegde autoriteiten de desbetreffende informatie.

2. Wanneer een bevoegde autoriteit bewijzen of duidelijke aanwijzingen uit verschillende bronnen heeft om te vermoeden dat orders, transacties of andere activiteiten met aanzienlijke grensoverschrijdende effecten de ordelijke werking en de integriteit van financiële markten of de financiële stabiliteit in de Unie in het gedrang brengen, stelt zij de Autoriteit daarvan onverwijld in kennis en verschaft zij de desbetreffende informatie. De Autoriteit kan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de verdachte activiteit heeft plaatsgevonden, de aanbeveling doen om actie te ondernemen nadat zij de desbetreffende informatie naar die bevoegde autoriteiten heeft doorgeleid.

3. De Autoriteit bevordert de elektronische uitwisseling van informatie tussen de Autoriteit en de bevoegde autoriteiten en zet een daartoe ontworpen faciliteit voor gegevensopslag op en onderhoudt die om de efficiëntie te waarborgen en elke vorm van overlapping in gegevensstromen, verslagleggingsverplichtingen en kennisgevingen te voorkomen, maar houdt daarbij wel rekening met de bestaande bepalingen zoals in artikel 26 van de verordening markten in financiële instrumenten (MiFIR) en in artikel 4 van de verordening machtsmisbruik (MAR).".

17)  ▌Artikel 32 wordt vervangen door:

"Artikel 32Beoordeling van marktontwikkelingen

, met inbegrip van stresstests

1.  De Autoriteit volgt en beoordeelt de marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied en brengt waar nodig de overige twee ESA's, het ESRB en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op de hoogte van microprudentiële trends, potentiële risico’s en zwakke plekken. De Autoriteit neemt in haar beoordeling een ▌analyse op van de markten waarop financiëlemarktdeelnemers opereren, en een beoordeling van de gevolgen van mogelijke marktontwikkelingen voor die financiëlemarktdeelnemers.

2.  De Autoriteit neemt ▌het initiatief tot en coördineert het op Unieschaal beoordelen van de veerkracht van financiëlemarktdeelnemers bij ongunstige marktontwikkelingen op realistische wijze. Hiertoe ontwikkelt zij voor toepassing door de bevoegde autoriteiten:

a)  gemeenschappelijke methoden voor het beoordelen van het effect van economische scenario’s op de financiële positie van een financiëlemarktdeelnemer;

a bis)  gemeenschappelijke methoden om vast te stellen welke financiële instellingen moeten worden opgenomen in de op Unieschaal uitgevoerde beoordelingen;

b)  gemeenschappelijke benaderingen voor communicatie over de resultaten van deze beoordelingen van de veerkracht van financiëlemarktdeelnemers;

c)  gemeenschappelijke methoden ter beoordeling van het effect van bepaalde producten en distributieprocessen op de financiële positie van een financiëlemarktdeelnemer en op de informatie aan beleggers en cliënten; en

c bis)  gemeenschappelijke methoden ter beoordeling van het effect van milieurisico's op de financiële stabiliteit van instellingen.

Voor de toepassing van dit lid werkt de Autoriteit samen met het ESRB, dat eventuele belangenconflicten ten aanzien van de uitvoering van het monetair beleid voorkomt.

2 bis.  De Autoriteit gaat ten minste jaarlijks na of het uitvoeren van in artikel 2 bedoelde Uniebrede beoordelingen van de weerbaarheid van financiëlemarktdeelnemers dienstig is en brengt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op de hoogte van haar bevindingen. Wanneer dergelijke Uniebrede beoordelingen worden uitgevoerd, maakt de Autoriteit voor elke deelnemende financiëlemarktdeelnemer de uitkomsten bekend, tenzij zij een dergelijke bekendmaking niet passend acht met het oog op de financiële stabiliteit in de Unie of in een of meer van haar lidstaten, de marktintegriteit of de werking van de interne markt.

Verplichtingen inzake beroepsgeheim van bevoegde autoriteiten staan er niet aan in de weg dat bevoegde autoriteiten de uitkomsten van in lid 2 bedoelde Uniebrede beoordelingen bekendmaken of dat zij de uitkomst van die beoordelingen aan de Autoriteit zenden met het oog op de bekendmaking door de Autoriteit van de uitkomsten van Uniebrede beoordelingen van de weerbaarheid van financiëlemarktdeelnemers.

3.  Onverminderd de in Verordening (EU) nr. 1092 /2010 vastgestelde taken van het ESRB verstrekt de Autoriteit op haar bevoegdheidsgebied eenmaal per jaar en indien nodig vaker aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het ESRB beoordelingen van trends, potentiële risico's en zwakke plekken, in combinatie met het risicodashboard als bedoeld in artikel 22, lid 2.

De Autoriteit neemt in deze beoordelingen een indeling van de voornaamste risico’s en zwakke plekken op en beveelt in voorkomend geval preventieve of remediërende maatregelen aan.

4.  De Autoriteit brengt over sectoroverschrijdende ontwikkelingen, risico’s en zwakke plekken adequaat verslag uit door via het Gemengd Comité nauw samen te werken met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen).”.

18)  Artikel 33 wordt vervangen door:

"Artikel 33

Internationale betrekkingen, waaronder equivalentie

1. Onverminderd de respectieve bevoegdheden van de instellingen van de lidstaten en de Unie kan de Autoriteit contacten ontwikkelen met regelgevende en toezichthoudende autoriteiten, internationale organisaties en overheidsinstanties van derde landen, en met hen administratieve regelingen sluiten. Deze regelingen scheppen geen wettelijke verplichtingen voor de Unie en haar lidstaten, en zij beletten lidstaten en hun bevoegde autoriteiten niet om bilaterale en multilaterale regelingen te sluiten met deze derde landen.

Wanneer een derde land, overeenkomstig een van kracht zijnde gedelegeerde handeling die de Commissie heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement de Raad, is opgenomen in de lijst van rechtsgebieden die in hun nationale wet- en regelgeving ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering strategische gebreken vertonen die een significante bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Unie, gaat de Autoriteit geen samenwerkingsregelingen aan met de regelgevende en toezichthoudende autoriteiten van dat derde land.

2. De Autoriteit verleent de Commissie bijstand bij het opstellen van equivalentiebesluiten met betrekking tot regulerings- en toezichtregimes in derde landen na een specifiek verzoek om advies van de Commissie, op haar eigen initiatief of wanneer zij op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen daartoe verplicht is.

2 bis. De Autoriteit monitort op doorlopende basis ontwikkelingen op het gebied van regulering en toezicht en handhavingspraktijken en relevante marktontwikkelingen in derde landen waarvoor equivalentiebesluiten door de Commissie zijn vastgesteld op grond van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, om na te gaan of de criteria op basis waarvan die besluiten zijn genomen en de daarin bepaalde voorwaarden nog steeds vervuld zijn. De Autoriteit dient elke drie jaar of vaker, indien passend of op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de andere twee ESA's een vertrouwelijk verslag in over haar bevindingen. Het verslag is met name gericht op de gevolgen voor de financiële stabiliteit, marktintegriteit, beleggersbescherming of de werking van de interne markt.

Onverminderd de specifieke voorwaarden bepaald in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en volgens de voorwaarden van de tweede zin van lid 1, werkt de Autoriteit samen met de betrokken bevoegde autoriteiten en, indien van toepassing, ook de afwikkelingsautoriteiten van derde landen waarvan het regulerings- en toezichtkader als equivalent zijn erkend. Die samenwerking verloopt op basis van administratieve regelingen die met de desbetreffende autoriteiten van die derde landen zijn aangegaan. Bij de onderhandelingen over die administratieve regelingen neemt de Autoriteit bepalingen over de volgende punten op:

a)  de mechanismen waarmee de Autoriteit relevante informatie kan krijgen, onder meer informatie over het reguleringsregime, alsmede de toezichtbenadering, relevante marktontwikkelingen en veranderingen die van invloed kunnen zijn op het equivalentiebesluit;

b)  voor zover vereist voor de follow-up van die equivalentiebesluiten, de procedures voor het coördineren van toezichtactiviteiten, met inbegrip van inspecties ter plaatse die onder verantwoordelijkheid van de Autoriteit zijn uitgevoerd, indien passend vergezeld en ondersteund door maximaal vijf vertegenwoordigers van verschillende bevoegde autoriteiten, op vrijwillige en roulerende basis, en door de bevoegde autoriteit van het derde land.

De Autoriteit stelt het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de andere ESA's in kennis wanneer een bevoegde autoriteit van een derde land weigert dit soort administratieve regelingen aan te gaan of wanneer deze weigert om daadwerkelijk mee te werken. De Commissie laat deze informatie meewegen wanneer zij de desbetreffende equivalentiebesluiten herziet.

2 ter. Wanneer de Autoriteit in de in lid 2 bis bedoelde derde landen ontwikkelingen constateert op het gebied van regulering, toezicht of, indien van toepassing, afwikkeling of de handhavingspraktijken die van invloed kunnen zijn op de financiële stabiliteit van de Unie of van één of meer van haar lidstaten, op de integriteit van de markt of de bescherming van beleggers of het functioneren van de interne markt stelt zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan vertrouwelijk en onverwijld in kennis.

2 quater. De bevoegde autoriteiten stellen de Autoriteit vooraf in kennis van hun voornemens om administratieve regelingen aan te gaan met toezichthoudende autoriteiten uit derde landen op een van de gebieden die onder de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen vallen, onder meer met betrekking tot bijkantoren van entiteiten uit derde landen. Zij verschaffen de Autoriteit zo spoedig mogelijk een ontwerp van die voorgenomen regelingen.

De Autoriteit kan samenwerken met de bevoegde autoriteiten om modellen voor administratieve regelingen uit te werken, met het oog op de totstandbrenging van coherente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen de Unie en de versterking van de coördinatie van het internationale toezicht. ▌De bevoegde autoriteiten volgen die modelregelingen zo veel mogelijk.

Wanneer de Autoriteit in samenwerking met de bevoegde autoriteiten een dergelijk model voor een administratieve regeling uitwerkt, sluiten de bevoegde autoriteiten geen administratieve regelingen met autoriteiten van derde landen tot het model voor de regeling voltooid is.

In het in artikel 43, lid 5, bedoelde verslag neemt de Autoriteit informatie op over de administratieve regelingen die zijn overeengekomen met toezichthoudende autoriteiten, internationale organisaties of overheidsdiensten in derde landen, over de bijstand die de Autoriteit aan de Commissie heeft verleend bij de voorbereiding van equivalentiebesluiten en over de monitoringactiviteiten door de Autoriteit uitgevoerd in overeenstemming met lid 2 bis.

3 bis. De Autoriteit verzoekt om het volledige lidmaatschap van de Internationale organisatie van effectentoezichthouders en van de Raad voor financiële stabiliteit en verzoekt om de status van waarnemer van het International Accounting Standards Board.

Alle standpunten die door de Autoriteit op internationale fora worden ingenomen, worden eerst besproken en goedgekeurd door de raad van toezichthouders.

3 ter. De Autoriteit monitort waar passend ontwikkelingen op het gebied van regulering, toezicht en, indien van toepassing, afwikkeling en handhavingspraktijken en relevante marktontwikkelingen in derde landen waarvoor internationale overeenkomsten zijn gesloten.

Onverminderd de specifieke voorwaarden van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen en volgens de voorwaarden van de tweede zin van lid 1 van dit artikel, werkt de Autoriteit samen met de betrokken bevoegde autoriteiten en, indien van toepassing, ook met de afwikkelingsautoriteiten van de derde landen als bedoeld in de eerste alinea van dit lid.".

19)  ▌Artikel 34 wordt geschrapt.

20)  Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de leden 1, 2 en 3 worden vervangen door:

"1. Op verzoek van de Autoriteit verstrekken de bevoegde autoriteiten de Autoriteit alle nodige informatie om de haar bij deze verordening opgedragen taken uit te voeren, op voorwaarde dat zij rechtens inzage kunnen krijgen in de desbetreffende informatie.

De verschafte informatie is accuraat en volledig en wordt binnen de door de Autoriteit gestelde termijn ingediend.

2. De Autoriteit kan ook verzoeken dat informatie op gezette tijden en in het gespecificeerde format of middels vergelijkbare, door de Autoriteit goedgekeurde templates wordt verstrekt. Voor deze verzoeken wordt, waar mogelijk, altijd gebruikgemaakt van bestaande gemeenschappelijke rapportageformats en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd, waarin is voorzien in het nationale en het Unierecht, met inbegrip van de in artikel 1, lid 2, bedoelde wetgevingshandelingen.

3. Op ▌verzoek van een bevoegde autoriteit kan de Autoriteit alle informatie verstrekken waarover zij beschikt die nodig is om die bevoegde autoriteit in staat te stellen haar taken uit te voeren, overeenkomstig de in de sectorale wetgeving en in artikel 70 vastgestelde verplichtingen inzake beroepsgeheim.";

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Wanneer de overeenkomstig lid 1 verlangde informatie niet beschikbaar is of niet door de bevoegde autoriteiten beschikbaar wordt gesteld binnen de door Autoriteit bepaalde termijn, richt de Autoriteit een goed onderbouwd en met redenen omkleed verzoek aan de volgende instanties:

a)  andere toezichthoudende autoriteiten met toezichttaken;

b)  het ministerie dat in de betrokken lidstaat verantwoordelijk is voor financiën voor zover dat over toezichtinformatie beschikt;

c)  de nationale centrale bank of het bureau voor de statistiek van de betrokken lidstaat;

d)  het bureau voor de statistiek van de betrokken lidstaat.

Op verzoek van de Autoriteit verlenen de bevoegde autoriteiten de Autoriteit bijstand bij het verzamelen van de informatie.";

c)  de leden 6 en 7 worden geschrapt.

21)  De volgende artikelen 35 bis tot en met 35 quinquies bis worden ingevoegd:

"Artikel 35 bisUitoefening van de in artikel 35 ter bedoelde bevoegdheden

De bevoegdheden die overeenkomstig artikel 35 aan de Autoriteit, haar functionarissen of een andere door de Autoriteit gemachtigde persoon zijn toegekend, worden niet gebruikt om de openbaarmaking te verlangen van aan het verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.

De artikelen 35 bis en 35 ter zijn van toepassing onverminderd het nationale recht.

Artikel 35 terInformatieverzoek aan financiëlemarktdeelnemers

1. Wanneer op grond van artikel 35, lid 1 of 5, verlangde informatie niet beschikbaar is of niet binnen de door de Autoriteit bepaalde termijn beschikbaar wordt gesteld, kan de Autoriteit, zonder overlappingen van gegevens te creëren, verlangen dat de betrokken financiëlemarktdeelnemers alle nodige informatie verschaffen om haar in staat te stellen haar taken uit hoofde van deze verordening te vervullen:

▌4. De betrokken financiëlemarktdeelnemers of hun wettelijke vertegenwoordigers ▌verstrekken de verlangde informatie binnen een redelijke, door de Autoriteit vastgestelde termijn. ▌

5. De Autoriteit zendt onverwijld een afschrift van het ▌verzoek ▌aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de betrokken financiëlemarktdeelnemer waarop het informatieverzoek ziet, gedomicilieerd of gevestigd is.

6. De Autoriteit kan in overeenstemming met dit artikel ontvangen vertrouwelijke informatie alleen gebruiken voor het uitvoeren van de haar bij deze verordening opgedragen taken.

Artikel 35 quaterProcedureregels voor het opleggen van geldboeten

1. Wanneer de Autoriteit bij het verrichten van haar taken uit hoofde van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van feiten die een inbreuk als bedoeld in artikel 35 quinquies, lid 1, kunnen vormen, verzoekt de Autoriteit de Commissie om de aangelegenheid te onderzoeken. ▌

Artikel 35 quinquiesGeldboeten

en dwangsommen

-1. Voordat de Commissie een besluit neemt om een geldboete of een dwangsom op te leggen, stelt zij de instelling of entiteit waarop het informatieverzoek betrekking heeft, in de gelegenheid te worden gehoord.

De Commissie baseert haar besluit om een geldboete of dwangsom op te leggen op de bevindingen ten aanzien waarvan de betrokken instellingen of entiteiten in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken.

1. Wanneer de Commissie constateert dat een financiëlemarktdeelnemer ▌opzettelijk of uit onachtzaamheid niet de vereiste informatie heeft verstrekt, dan wel onvolledige, onjuiste of misleidende informatie in antwoord op een eenvoudig informatieverzoek ▌overeenkomstig artikel 35 ter, lid 1, stelt zij een besluit vast tot het opleggen van een geldboete.

2. Het basisbedrag van de in lid 1 bedoelde geldboete bedraagt ten minste 50 000 EUR en ten hoogste 200 000 EUR.

2. ▌De in lid 1 bedoelde basisboete bedraagt ten minste [X; minder dan 50 000 EUR] EUR en niet meer dan [Y; minder dan 200 000 EUR] EUR en is afschrikkend, doeltreffend en evenredig aan de omvang van de instelling of entiteit en de aard en de ernst van de inbreuk.

De Autoriteit ontwikkelt samen met de EBA en de Eiopa ontwerpen van technische reguleringsnormen ter nadere bepaling van de methode voor de vaststelling van geldboetes overeenkomstig dit lid.

5. ▌De totale geldboete bedraagt [X %; minder dan 20 %] van de jaaromzet van de betrokken financiëlemarktdeelnemer over het voorafgaande boekjaar, tenzij de financiëlemarktdeelnemer direct of indirect financieel voordeel heeft gehad bij de inbreuk. In dat geval is de totale geldboete ten minste gelijk aan dat financiële voordeel.

5 bis. De Commissie mag een dwangsom opleggen totdat de inbreuk is gecorrigeerd. De dwangsom is evenredig aan de omvang van de instelling of entiteit en de aard en de ernst van de inbreuk.

5 ter. De rechten van verdediging van de instelling of entiteit worden tijdens de procedure volledig in acht genomen. De instelling of entiteit is gerechtigd toegang tot de documenten van de Autoriteit en van de Commissie te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie of interne voorbereidende documenten van de Autoriteit of de Commissie.

5 quater. De tenuitvoerlegging van de geldboete of dwangsom kan alleen worden opgeschort door een besluit van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De instellingen of entiteiten waaraan een geldboete of dwangsom is opgelegd, kunnen een beroep instellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie tegen een besluit van de Commissie om een geldboete of dwangsom op te leggen. Het Hof kan de door de Commissie opgelegde geldboete of dwangsom onder andere intrekken, verlagen of verhogen.

5 quinquies. De Commissie maakt alle opgelegde geldboeten en dwangsommen openbaar, tenzij die openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen.

5 sexies. De bedragen van de geldboeten en dwangsommen worden toegewezen aan de algemene begroting van de Unie.

Artikel 35 quinquies bisSpecifiek op de CTP's toepasselijke geldboeten

Onverminderd de in artikel 35 quinquies bedoelde geldboeten, kunnen CTP's geldboeten opgelegd krijgen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012, meer in het bijzonder uit hoofde van artikel 25 septies tot en met undecies, en bijlagen III en IV.”.

▌22)  Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 3 wordt geschrapt.

b)  lid 4 wordt vervangen door:

“4. Bij ontvangst van een tot de Autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB bespreekt de Autoriteit die waarschuwing of aanbeveling tijdens de volgende vergadering van de raad van toezichthouders of, indien passend, eerder, teneinde de implicaties van een dergelijke waarschuwing of aanbeveling voor de vervulling van haar taken te beoordelen en een eventuele follow-up uit te voeren.

Zij neemt, volgens de toepasselijke besluitvormingsprocedure, een besluit over de vraag of er maatregelen moeten worden genomen overeenkomstig de bij deze verordening aan haar verleende bevoegdheden voor de behandeling van de in de waarschuwingen en aanbevelingen aangewezen kwesties en over de inhoud van die maatregel.

Indien de Autoriteit aan een waarschuwing of aanbeveling geen gevolg geeft, motiveert zij dit voor het ESRB ▌.Het ESRB stelt het Europees Parlement in kennis overeenkomstig artikel 19, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1092/2010. Het ESRB stelt ook de Raad en de Commissie hiervan op de hoogte.";

c)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Bij ontvangst van een tot een bevoegde autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB kan de Autoriteit in voorkomend geval van de bij deze verordening aan haar verleende bevoegdheden gebruikmaken om een tijdige follow-up te verzekeren.

Een adressaat die voornemens is de aanbevelingen van het ESRB niet op te volgen, omkleedt zijn voornemen met redenen die hij voorlegt aan en bespreekt met de raad van toezichthouders.”;

d)  lid 6 wordt geschrapt.

23)  Artikel 37 wordt vervangen door:

"Artikel 37Stakeholdergroep effecten en markten

1. Ter bevordering van het overleg met stakeholders op gebieden die relevant zijn voor de taken van de Autoriteit, wordt een Stakeholdergroep effecten en markten opgericht. De Stakeholdergroep effecten en markten wordt geraadpleegd over maatregelen die getroffen worden overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 inzake de technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen en, indien nodig en voor zover zij geen betrekking hebben op individuele financiëlemarktdeelnemers, overeenkomstig artikel 16 inzake richtsnoeren en aanbevelingen, artikel 16 bis inzake adviezen en artikel 16 ter inzake vragen en antwoorden. Indien er dringend moet worden opgetreden en overleg onmogelijk blijkt, wordt de Stakeholdergroep effecten en markten daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

De Stakeholdergroep effecten en markten komt ten minste viermaal per jaar bijeen.

2. In de Stakeholdergroep effecten en markten, die uit 30 leden is samengesteld, vertegenwoordigen 13 leden de financiëlemarktdeelnemers die in de Unie opereren, zijn 13 leden de vertegenwoordigers van hun werknemers alsmede consumenten, gebruikers van financiële diensten en vertegenwoordigers van het mkb/kmo's, op evenwichtige wijze en zijn vier van haar leden onafhankelijke vooraanstaande academici. ▐

3. De leden van de Stakeholdergroep effecten en markten worden na een open en transparante selectieprocedure door de raad van toezichthouders aangesteld. Bij het nemen van zijn besluit verzekert de raad van toezichthouders, rekening houdend met de mogelijkheden, een passende weerspiegeling van de diversiteit van de sector effecten en markten, geografische en genderbalans en vertegenwoordiging van stakeholders uit de gehele Unie. De leden van de Stakeholdergroep effecten en markten worden geselecteerd op basis van hun kwalificaties, vaardigheden, relevante kennis en bewezen deskundigheid.

3 bis. De leden van de Stakeholdergroep effecten en markten kiezen de voorzitter van die groep uit de leden. Het voorzitterschap wordt bekleed voor een periode van twee jaar.

Het Europees Parlement mag de voorzitter van de Stakeholdergroep effecten en markten uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en desgevraagd door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden.

4. De Autoriteit verstrekt overeenkomstig artikel 70 en met inachtneming van het beroepsgeheim alle nodige informatie, en zorgt voor adequate secretariële ondersteuning van de Stakeholdergroep effecten en markten. Voor leden van de Stakeholdergroep effecten en markten die een organisatie zonder winstoogmerk vertegenwoordigen, met uitsluiting van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, wordt een toereikende vergoeding vastgesteld. Voor deze vergoeding worden de voorbereidende en follow-upwerkzaamheden van de leden in aanmerking genomen en deze vergoeding komt op zijn minst overeen met de vergoedingstarieven voor ambtenaren overeenkomstig Titel V, hoofdstuk 1, afdeling 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie zoals vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad ( 13 ) (Statuut van de ambtenaren).De Stakeholdergroep effecten en markten mag werkgroepen voor technische aangelegenheden instellen. De ambtstermijn van de leden van de Stakeholdergroep effecten en markten bedraagt vier jaar, waarna een nieuwe selectieprocedure plaatsvindt.

De leden van de Stakeholdergroep effecten en markten kunnen twee opeenvolgende ambtstermijnen vervullen.

5. De Stakeholdergroep effecten en markten verstrekt aan de Autoriteit opinies en advies over alle kwesties die verband houden met de taken van de Autoriteit, met name wat betreft de in de artikelen 10 tot en met 16 ter en de artikelen 29, 30, 32 en 35 vermelde taken.

Wanneer de leden van de Stakeholdergroep effecten en markten geen overeenstemming kunnen bereiken over een advies, mag een derde van de leden van die groep, of mogen de leden die een groep stakeholders vertegenwoordigen, een afzonderlijk advies uitbrengen.

De Stakeholdergroep effecten en markten, de Stakeholdergroep bankwezen, de Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen en de Stakeholdergroep bedrijfspensioenen kunnen gezamenlijke standpunten en adviezen uitbrengen over kwesties die verband houden met de werkzaamheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ESA's) op grond van artikel 56 van deze verordening (over gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen).

6. De Stakeholdergroep effecten en markten stelt haar reglement van orde op basis van overeenstemming onder een tweederdemeerderheid van de leden vast.

7. De Autoriteit maakt de standpunten en adviezen van de Stakeholdergroep effecten en markten, de afzonderlijke adviezen van haar leden en de resultaten van haar raadplegingen openbaar, evenals de wijze waarop deze in aanmerking zijn genomen.”.

23 bis)  In artikel 38 wordt lid 1 vervangen door:

“1. De Autoriteit verzekert dat een op grond van artikel 18, 19 of 20 vastgesteld besluit in geen enkel opzicht afbreuk doet aan de budgettaire verantwoordelijkheden van de lidstaten.".

24)  Artikel 39 wordt vervangen door:

"Artikel 39Besluitvormingsprocedure

1. De Autoriteit handelt in overeenstemming met de leden 2 tot en met 6 wanneer zij besluiten vaststelt waarin overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 wordt voorzien.

2. De Autoriteit stelt adressaten van een besluit in de officiële taal van de adressaten op de hoogte van haar voornemen om het besluit vast te stellen en bepaalt een termijn waarbinnen de adressaat, terdege rekening houdende met de urgentie, complexiteit en mogelijke consequenties van de zaak, zijn standpunten over het voorwerp van het besluit kenbaar kan maken. Adressaten kunnen hun standpunten in hun officiële taal kenbaar maken. De bepaling uit de eerste zin is van overeenkomstige toepassing op aanbevelingen als bedoeld in artikel 17, lid 3.

3. De besluiten van de Autoriteit worden met redenen omkleed.

4. De adressaten van de besluiten van de Autoriteit worden op de hoogte gebracht van de op grond van deze verordening beschikbare rechtsmiddelen.

5. Wanneer de Autoriteit een besluit overeenkomstig artikel 18, lid 3, of artikel 18, lid 4, heeft genomen, evalueert zij dat besluit op gezette tijden.

6. Het feit dat de Autoriteit een besluit neemt ingevolge de artikelen ▌18 of 19, wordt bekendgemaakt. Het feit dat de Autoriteit een besluit neemt ingevolge artikel 17 kan bekend worden gemaakt. De bekendmaking vermeldt de identiteit van de bevoegde autoriteit of financiëlemarktdeelnemer in kwestie en de belangrijkste punten van het besluit, tenzij deze bekendmaking in strijd is met het rechtmatige belang van financiëlemarktdeelnemers of met de bescherming van hun bedrijfsgeheimen, dan wel de ordelijke werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële stelsel van de Unie of een deel daarvan ernstig in gevaar brengt.".

25)  Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  de volgende punten a bis) en a ter) worden ingevoegd:

“a bis) de voltijdse leden van de in artikel 45, lid 1, genoemde directie, zonder stemrecht;";

a ter) het hoofd van de nationale overheidsinstantie die belast is met het onderhandelen over en het vaststellen van de in artikel 1, lid 2, bedoelde besluiten met het oog op de toepassing van de artikelen 10 tot en met 15;";

i bis)  punt b) wordt vervangen door:

“b) de hoofden van de nationale overheidsinstanties die in de lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op financiëlemarktdeelnemers met het oog op het optreden in het kader van enigerlei bevoegdheid, met uitzondering van die bedoeld in de artikelen 10 tot en met 15; deze hoofden ontmoeten elkaar ten minste tweemaal per jaar persoonlijk;";

i ter)  punt d) wordt vervangen door:

“d) één vertegenwoordiger, zonder stemrecht, van het ESRB, die ervan afziet standpunten in te nemen die worden ingegeven door de uitvoering van monetair beleid;

a bis)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. Elke ▌autoriteit is verantwoordelijk voor de voordracht uit haar midden van een plaatsvervanger op hoog niveau die het in lid 1, onder a ter), en in lid 1, onder b), bedoelde lid van de raad van toezichthouders kan vervangen wanneer die persoon niet aanwezig kan zijn.";

a ter)  het volgende lid wordt toegevoegd:

“4 bis. Met het oog op de maatregelen die moeten worden genomen binnen het toepassingsgebied van de artikelen 10 tot en met 15 is één vertegenwoordiger van de Commissie niet-stemgerechtigd lid van de raad van toezichthouders, is één vertegenwoordiger van het Europees Parlement waarnemer en kan één vertegenwoordiger van de overheid van elke lidstaat waarnemer zijn in de raad van toezichthouders.”;

b)  ▌lid 6 wordt vervangen door:

“6. De raad van toezichthouders kan waarnemers uitnodigen.";

c)  het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

"7. Wanneer de in lid 1, onder b), bedoelde nationale autoriteit niet met de handhaving van de regels inzake consumentenbescherming is belast, kan het in dat punt bedoelde lid van de raad van toezichthouders besluiten een vertegenwoordiger van de autoriteit voor consumentenbescherming van de lidstaat uit te nodigen, die niet stemgerechtigd is. Ingeval de verantwoordelijkheid inzake consumentenbescherming wordt gedeeld door verschillende autoriteiten in een lidstaat, worden die autoriteiten het eens over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger.".

26)  Artikel 41 wordt vervangen door:

"Artikel 41Interne comités

27)  “De raad van toezichthouders kan voor bepaalde hem toegekende taken interne comités oprichten. De raad van toezichthouders kan voorzien in de delegatie van bepaalde welomschreven taken en besluiten aan interne comités, aan de directie of aan de voorzitter.".

28)  ▌Artikel 42 wordt ▌vervangen door:

"Artikel 42Onafhankelijkheid

van de raad van toezichthouders

Bij de uitvoering van de bij deze verordening aan hen opgedragen taken handelen de voorzitter en de ▌leden van de raad van toezichthouders, alsmede de stemgerechtigde CTP-specifieke en vaste leden van het comité voor toezicht op CTP's, onafhankelijk en objectief uitsluitend in het belang van de Unie in haar geheel en vragen noch aanvaarden zij instructies van instellingen of organen van de Unie, van de regering van een lidstaat of van een ander publiek of privaat orgaan.

De lidstaten, de instellingen en organen van de Unie en andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden van de raad van toezichthouders bij het vervullen van hun taken.

Wanneer de in artikel 30, lid 2, onder a), bedoelde mate van onafhankelijkheid in het kader van een beoordeling onvoldoende wordt bevonden overeenkomstig dat artikel, kan de raad van toezichthouders besluiten om het stemrecht van het afzonderlijke lid tijdelijk op te schorten of om zijn lidmaatschap van de Autoriteit tijdelijk op te schorten totdat de tekortkoming is verholpen.".

29)  Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

“De raad van toezichthouders stuurt de werkzaamheden van de Autoriteit aan en is het belangrijkste besluitvormingsorgaan voor strategische besluiten en belangrijke beleidsbesluiten.

Hij stelt de ▌aanbevelingen, richtsnoeren, adviezen en besluiten van de Autoriteit vast, en brengt het in hoofdstuk II bedoelde advies uit, behalve voor de taken en bevoegdheden waarvoor het comité voor toezicht op CTP's op grond van artikel 44 bis verantwoordelijk is ▌.”;

b)  de leden 2 en 3 worden geschrapt.

c)  ▌lid 4 wordt ▌vervangen door:

"De raad van toezichthouders stelt vóór 30 september van elk jaar, op basis van een voorstel van de directie, het werkprogramma van de Autoriteit voor het komende jaar vast en zendt het ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

De Autoriteit legt haar prioriteiten ten aanzien van toetsingen vast en stelt hierin, indien passend, de bevoegde autoriteiten en activiteiten vast die worden getoetst overeenkomstig artikel 30. Wanneer zij dit naar behoren motiveert, kan de Autoriteit extra bevoegde autoriteiten aanwijzen die moeten worden getoetst.

Het werkprogramma wordt vastgesteld onverminderd de jaarlijkse begrotingsprocedure en wordt bekendgemaakt.”;

d)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. De raad van toezichthouders stelt, op basis van een voorstel van de directie, het jaarverslag over de werkzaamheden van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, vast op grond van het in artikel 47, lid 9, onder f), bedoelde ontwerpverslag en doet dit verslag uiterlijk op 15 juni van ieder jaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.";

e)  lid 8 wordt geschrapt.

29 bis)  het volgende artikel 43 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 43 bis

Transparantie van door de raad van toezichthouders genomen besluiten

Onverminderd artikel 70 voorziet de Autoriteit uiterlijk zes weken na de datum van een vergadering van de raad van toezichthouders het Europees Parlement ten minste van een uitgebreid en relevant verslag van het verloop van die vergadering van de raad van toezichthouders waarmee een volledig begrip van de besprekingen mogelijk wordt, met inbegrip van een geannoteerde lijst van besluiten. "30)  Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 1 ▌wordt vervangen door:

"1. De raad van toezichthouders besluit met gewone meerderheid van zijn leden. Elk lid heeft één stem. Bij staking van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Met betrekking tot de in de artikelen 10 tot en met 16 genoemde besluiten over de ontwikkeling en de vaststelling van handelingen, ontwerpen en instrumenten en de ingevolge artikel 9, lid 5, derde alinea, en hoofdstuk VI en in afwijking van de eerste alinea van dit lid aangenomen maatregelen en besluiten, besluit de raad van toezichthouders met een gekwalificeerde meerderheid van zijn leden, als bepaald in artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in artikel 3 van Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen. De voltijdse leden van de directie en de voorzitter stemmen niet over die besluiten.

a bis)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

1 bis. In afwijking van lid 1 is de raad van toezichthouders bevoegd om de besluiten goed te keuren die zijn voorbereid door de directie voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32 en artikel 35 ter tot en met nonies, uit hoofde van artikel 47, lid 3, met een gewone meerderheid van zijn leden.

Indien de raad van toezichthouders de besluiten die zijn voorbereid door de directie voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32 en artikel 35 ter tot en met nonies niet goedkeurt, mag hij deze besluiten wijzigen. De raad van toezichthouders is bevoegd deze gewijzigde besluiten goed te keuren met een meerderheid van drie kwart van zijn leden.

Indien de raad van toezichthouders de in de tweede alinea genoemde gewijzigde besluiten niet zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vier maanden goedkeurt, neemt de directie het besluit.";

b)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. De raad van toezichthouders stelt zijn reglement van orde vast en maakt dit bekend. Het reglement van orde omvat de nadere regelingen voor de stemming.”;

c)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De niet-stemgerechtigde leden en de waarnemers wonen geen besprekingen binnen de raad van toezichthouders bij die betrekking hebben op individuele financiële instellingen, behoudens andersluidende bepaling in artikel 75, lid 3, of in de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen.

De eerste alinea is niet van toepassing op de voorzitter en de leden die ook lid zijn van de directie ▌.".

30 bis)  Het volgende artikel 44 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 44 bis

Comité voor toezicht op CTP's van de ESMA

De ESMA stelt een permanent intern comité samen overeenkomstig artikel 41 voor de voorbereiding van besluiten en de uitvoering van de taken in verband met het toezicht op de CTP's van EU- en derde landen (comité voor toezicht op CTP's).".

31)  In hoofdstuk III wordt de titel van afdeling 2 vervangen door:

"Directie".

32)  Artikel 45 wordt vervangen door:

"Artikel 45Samenstelling

1. De directie is samengesteld uit de voorzitter en vier voltijdse leden, die onderdanen zijn van een lidstaat. De voorzitter wijst helder omschreven beleids- en bestuurstaken toe aan elk van de voltijdse leden, met name verantwoordelijkheden voor begrotingsaangelegenheden, voor aangelegenheden met betrekking tot het werkprogramma van de Autoriteit, en voor aan convergentie gerelateerde aangelegenheden. Een van de voltijdse leden treedt op als vicevoorzitter en vervult de functies van de voorzitter wanneer deze afwezig of verhinderd is, in overeenstemming met deze verordening. ▐

2. De voltijdse leden worden geselecteerd op basis van verdienste, bekwaamheid, kennis en praktijkervaring van financiëlemarktdeelnemers en financiële markten, met name op het vlak van effecten en markten, waaronder consumentenbelangen, en relevante ervaring met betrekking tot financieel toezicht en financiële regulering. De voltijdse leden hebben uitgebreide managementervaring. Ten minste één van de voltijdse leden mag in het jaar voorafgaand aan zijn aanstelling niet in dienst zijn geweest van een nationale bevoegde autoriteit. De selectie vindt plaats op basis van een open sollicitatieoproep die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, waarna de Commissie een shortlist van geschikte kandidaten opstelt, na overleg met de raad van toezichthouders.

De Commissie legt deze shortlist ter goedkeuring aan het Europees Parlement voor. Na goedkeuring van die shortlist stelt de Raad een besluit vast tot aanstelling van de voltijdse leden van de directie ▌. De samenstelling van de directie is evenwichtig en evenredig en vormt een afspiegeling van de gehele Unie.

3. Wanneer een voltijds lid van de directie niet langer voldoet aan de in artikel 46 uiteengezette voorwaarden of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kunnen het Europees Parlement en de Raad, op eigen initiatief of op basis van een voorstel van de Commissie dat door het Europees Parlement is goedgekeurd, een besluit vaststellen waarbij dit lid uit zijn ambt wordt ontzet.

4. Het mandaat van de voltijdse leden bedraagt vijf jaar en kan eenmaal worden verlengd. In de loop van de negen maanden die voorafgaan aan het einde van het vijfjarige mandaat van het voltijdse lid, evalueert de raad van toezichthouders:

a)  de in de eerste ambtstermijn behaalde resultaten en de wijze waarop die zijn bereikt;

b)  de taken en de behoeften van de Autoriteit in de komende jaren.

Rekening houdende met die evaluatie dient de Commissie bij de Raad de lijst in van de voltijdse leden van wie het mandaat moet worden verlengd. Op basis van die lijst en rekening houdende met de evaluatie kan de Raad het mandaat van de voltijdse leden verlengen.".

33)  Het volgende artikel 45 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 45 bisBesluitvorming

1. De directie besluit met gewone meerderheid van haar leden. Elk lid heeft één stem. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Op verzoek van de voorzitter of ten minste drie leden van de directie, worden de besluiten verwezen naar de raad van toezichthouders.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie neemt deel aan de bijeenkomsten van de directie, maar heeft geen stemrecht, behalve voor de in artikel 63 bedoelde aangelegenheden.

3.De directie stelt haar reglement van orde vast en maakt het bekend.

4. De vergaderingen van de directie worden door de voorzitter op zijn initiatief of op verzoek van ten minste een van de leden bijeengeroepen en worden voorgezeten door de voorzitter.

De directie komt voorafgaand aan iedere vergadering van de raad van toezichthouders bijeen en zo vaak als de directie dit noodzakelijk acht. Zij brengt regelmatig verslag uit aan de raad van toezichthouders en komt ten minste elfmaal per jaar bijeen.

5. ▌De niet-stemgerechtigde deelnemers wonen geen besprekingen binnen de directie bij die betrekking hebben op individuele financiëlemarktdeelnemers.

5 bis. De raad van toezichthouders heeft het recht specifieke verzoeken om informatie aan de raad van bestuur te richten.”.

34)  Het volgende artikel 45 ter wordt ingevoegd:

"Artikel 45 terInterne comités

De directie kan voor bepaalde haar toegekende taken interne comités oprichten.".

35)  Artikel 46 wordt vervangen door:

"Artikel 46Onafhankelijkheid

van de directie

De leden van de directie handelen onafhankelijk en objectief uitsluitend in het belang van de Unie als geheel en vragen noch aanvaarden instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen ▌of van enig ander publiek of privaat orgaan.

De leden van de directie bekleden geen functie op nationaal, Europees of internationaal niveau.

Lidstaten, instellingen of organen van de Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden van de directie bij het vervullen van hun taken.".

36)  Artikel 47 wordt vervangen door:

"Artikel 47Taken

1. De directie ziet erop toe dat de Autoriteit haar opdracht vervult en de haar opgedragen taken verricht in overeenstemming met deze verordening. Zij neemt alle nodige maatregelen, met name de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van notities, om ervoor te zorgen dat de Autoriteit overeenkomstig deze verordening functioneert.

2. De directie legt de raad van toezichthouders een jaarlijks en een meerjarig werkprogramma ter goedkeuring voor, dat een onderdeel over CTP-kwesties bevat.

3. De directie oefent haar begrotingsbevoegdheden uit overeenkomstig de artikelen 63 en 64.

Voor de toepassing van de artikelen 17 en 19, artikel 22, lid 4, en artikel 30 is de directie bevoegd te handelen en besluiten te nemen, behalve voor CTP-kwesties, waarvoor het comité voor toezicht op CTP's bevoegd is. Voor de toepassing van artikel 22, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 29 bis, artikel 31 bis, artikel 32, en artikel 35 ter tot en met quinquies bis, is de directie bevoegd om besluiten voor te bereiden die vervolgens worden onderworpen aan de besluitvormingsprocedure als vastgelegd in artikel 44, lid 1 bis. De directie houdt de raad van toezichthouders op de hoogte van alle besluiten die zij voorbereidt en neemt.

3 bis. De directie onderzoekt en brengt een advies uit ▌over alle kwesties waarover de raad van toezichthouders moet beslissen.

4. De directie onderzoekt en bereidt besluiten voor ter goedkeuring door de raad van toezichthouders met betrekking tot alle kwesties waarvoor door de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen de taken van vergunningverlening of toezicht en de daarbij behorende bevoegdheden aan de Autoriteit zijn toegekend.De directie stelt het personeelsbeleidsplan van de Autoriteit vast en treft, overeenkomstig artikel 68, lid 2, de noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen (hierna "het Statuut" genoemd).

5. De directie stelt de bijzondere bepalingen vast inzake het recht op toegang tot de documenten van de Autoriteit, overeenkomstig artikel 72.

6. De directie legt een jaarverslag over de activiteiten van de Autoriteit, met inbegrip van de uitvoering van de taken van de voorzitter, op basis van het in lid 9, onder f), bedoelde ontwerpverslag, ter goedkeuring voor aan de raad van toezichthouders.

7. De directie benoemt en ontslaat de leden van de bezwaarcommissie overeenkomstig artikel 58, leden 3 en 5, waarbij zij terdege rekening houdt met een voorstel van de raad van toezichthouders.

8. De leden van de directie maken alle georganiseerde bijeenkomsten en de genoten gastvrijheid openbaar. Onkostenvergoedingen worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het Statuut. .

9. Het dienstdoende lid heeft de volgende taken:

a)  de tenuitvoerlegging van het jaarlijkse werkprogramma van de Autoriteit, volgens de aanwijzingen van de raad van toezichthouders en van het comité voor toezicht op CTP's, en onder toezicht van de directie;

b)  het nemen van alle nodige maatregelen, met name de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van notities, om ervoor te zorgen dat de Autoriteit overeenkomstig deze verordening functioneert;

c)  het opstellen van een meerjarig werkprogramma, als bedoeld in lid 2;

d)  het opstellen tegen uiterlijk 30 juni van elk jaar van een werkprogramma voor het volgende jaar, als bedoeld in artikel 47, lid 2;

e)  het opstellen van een voorlopige ontwerpbegroting van de Autoriteit overeenkomstig artikel 63 en het uitvoeren van de begroting van de Autoriteit overeenkomstig artikel 64;

f)  het opstellen van een ontwerpjaarverslag met een hoofdstuk over de regulerings- en toezichtwerkzaamheden van de Autoriteit en een hoofdstuk over financiële en administratieve aangelegenheden;

g)  het uitoefenen van de in artikel 68 bepaalde bevoegdheden met betrekking tot het personeel van de Autoriteit en het beheer van personeelskwesties.

Wat betreft evenwel het deel over CTP-kwesties, als bedoeld in lid 2, voert het comité voor toezicht op CTP's de in punten c) en d) van de eerste alinea bedoelde taken uit.

Wat betreft het in punt f) van de eerste alinea bedoelde jaarverslag voert het comité voor toezicht op CTP's de daarin bedoelde taken uit met betrekking tot CTP-kwesties.”.

37)  De titel van afdeling 3 van hoofdstuk III wordt vervangen door:

“Voorzitter▐ ”;

38)  Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

De voorzitter is een onderdaan van een lidstaat en is verantwoordelijk voor het voorbereiden van de werkzaamheden en het voorzitten van de vergaderingen van de raad van toezichthouders en de directie.

b)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. Met het oog op de aanwijzing van de voorzitter richt de Commissie een selectiecomité op dat bestaat uit zes onafhankelijke hooggeplaatste individuen. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie benoemen elk twee leden in het selectiecomité. Het selectiecomité kiest zijn voorzitter uit zijn midden. Het selectiecomité besluit met een gewone meerderheid van stemmen over de bekendmaking van de vacature, de selectiecriteria en het specifieke functieprofiel, de samenstelling van de lijst van kandidaten en de methode voor het screenen van de kandidatenlijst om een genderevenwichtige shortlist op te stellen van ten minste twee kandidaten. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van het selectiecomité doorslaggevend.

De voorzitter wordt, na een open sollicitatieoproep die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, geselecteerd op basis van verdienste, bekwaamheid, kennis van financiëlemarktdeelnemers en financiële markten, met name op het gebied van effecten en markten. De voorzitter beschikt over een aanzienlijk aantal jaren erkende ervaring die relevant is voor financieel toezicht en financiële regulering, evenals over ervaring in een leidinggevende functie, heeft aantoonbare leidinggevende vaardigheden, geeft blijk van een grote mate van efficiëntie, bekwaamheid en integriteit en beschikt over een bewezen kennis van ten minste twee officiële talen van de Unie.

Het selectiecomité legt de shortlist van kandidaten voor de functie van voorzitter aan het Europees Parlement en de Raad voor. Het Europees Parlement kan de geselecteerde kandidaten uitnodigen voor zittingen met gesloten deuren of openbare hoorzittingen, schriftelijke vragen aan de kandidaten indienen, bezwaar maken tegen de benoeming van een kandidaat en zijn voorkeurskandidaat aanbevelen. Het Europees Parlement en de Raad stellen een gezamenlijk besluit vast tot aanstelling van de voorzitter, die wordt gekozen van de shortlist van kandidaten.

2 bis. Wanneer de voorzitter niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de uitoefening van zijn taken, met inbegrip van die bedoeld in artikel 49, of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kunnen het Europees Parlement en de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie of op eigen initiatief, een gezamenlijk besluit vaststellen waarbij de voorzitter uit zijn ambt wordt ontzet. Bij het opstellen van haar voorstel overlegt de Europese Commissie met de bevoegde nationale autoriteiten.”;

b bis)  lid 3 wordt vervangen door:

“3. Het mandaat van de voorzitter bedraagt acht jaar en kan niet worden verlengd.";

c)  ▌lid 4 wordt ▌vervangen door:

"4. In de loop van de negen maanden die voorafgaan aan het einde van het achtjarige mandaat van de voorzitter, beoordeelt de raad van toezichthouders:

a) de in de eerste ambtstermijn behaalde resultaten en de wijze waarop die zijn bereikt;

b) de taken en de behoeften van de Autoriteit in de komende jaren.

Voor de in de eerste alinea bedoelde evaluatie benoemt de raad van toezichthouders onder zijn leden een tijdelijke plaatsvervangende voorzitter.”;

d)  lid 5 wordt geschrapt;

38 bis)  Artikel 49 wordt vervangen door:

“Artikel 49Onafhankelijkheid

van de voorzitter

Onverminderd de rol van de raad van toezichthouders met betrekking tot de taken van de voorzitter, vraagt noch aanvaardt de voorzitter instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen▐ of van enig ander publiek of privaat orgaan.

De lidstaten, de instellingen en organen van de Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de voorzitter bij het vervullen van zijn taken.

Overeenkomstig het Statuut, bedoeld in artikel 68, blijft de voorzitter na vertrek uit de dienst verplicht zich met betrekking tot de aanvaarding van bepaalde benoemingen of gunsten integer en discreet op te stellen.”.

39)  Het volgende artikel 49 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 49 bisOnkosten

De voorzitter maakt alle georganiseerde bijeenkomsten met externe belanghebbenden en de genoten gastvrijheid binnen twee weken na de bijeenkomst openbaar. Onkostenvergoedingen worden bijgehouden in een openbaar register overeenkomstig het Statuut.".

40)  De artikelen 50, 51, 52 en 53 worden geschrapt.

41)  ▌Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:

a)  ▌lid 2 wordt vervangen door:

"2. Het Gemengd Comité dient als forum waarmee de Autoriteit regelmatig en nauw samenwerkt om, met volledige inachtneming van specifieke sectorale kenmerken, te zorgen voor de intersectorale samenhang met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), in het bijzonder, waar vereist uit hoofde van het Unierecht, met betrekking tot:

– financiële conglomeraten en grensoverschrijdende consolidatie;

financiële verslaglegging en controle;

– microprudentiële analyses van sectoroverstijgende ontwikkelingen, risico’s en kwetsbaarheden voor de financiële stabiliteit;

– retailbeleggingsproducten;

cyberbeveiliging;

– uitwisseling van informatie en optimale werkmethoden met het ESRB en ▌de ESA’s.

financiële retaildiensten en aangelegenheden met betrekking tot de bescherming van consumenten en beleggers;

de toepassing van het evenredigheidsbeginsel.”; ;

c)  het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis.  Het Gemengd Comité fungeert als forum waarop de Autoriteit regelmatig en nauw zal samenwerken met de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen over kwesties die verband houden met de interactie tussen de taken van de Autoriteit en van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de in artikel 8, lid 1, punt l), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 genoemde specifieke taken die de Europese Bankautoriteit zijn opgedragen.”.

42)  ▌Artikel 55 ▌wordt vervangen door:

"Artikel 55 Samenstelling

1. Het Gemengd Comité bestaat uit de voorzitters van de ESA's ▌.

2. Een lid van de directie, een vertegenwoordiger van de Commissie en de tweede voorzitter van het ESRB en, indien relevant, de voorzitter van een van de subcomités van het Gemengd Comité, worden uitgenodigd om als waarnemer de vergaderingen van het Gemengd Comité en, indien relevant, van de in artikel 57 bedoelde subcomités bij te wonen.

3. Het voorzitterschap van het Gemengd Comité wordt via een jaarlijks rotatiesysteem toegekend aan een van de voorzitters van de ESA's. De voorzitter van het Gemengd Comité is de tweede ondervoorzitter van het ESRB.

4. Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde vast. Het Gemengd Comité mag waarnemers uitnodigen. Het Gemengd Comité stelt zijn gemeenschappelijke standpunten bij consensus vast. Het reglement kan voorzien in bijkomende deelnemers aan de vergaderingen van het Gemengd Comité.

Het Gemengd Comité vergadert ten minste om de drie maanden.

4 bis. De voorzitter van de Autoriteit raadpleegt en informeert de raad van toezichthouders regelmatig over standpunten die zij inneemt tijdens de vergaderingen van het Gemengd Comité en zijn subcomités.".

42 bis)  Artikel 56 wordt vervangen door:

"Artikel 56Gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen

Binnen de draagwijdte van haar in hoofdstuk II bepaalde taken en, in voorkomend geval, met name met betrekking tot de uitvoering van Richtlijn 2002/87/EG, streeft de Autoriteit ernaar gemeenschappelijke standpunten te bepalen met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en met de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit).

Indien vereist uit hoofde van het Unierecht worden handelingen die krachtens de artikelen 10 tot en met▐ 19 van deze verordening met betrekking tot de toepassing van Richtlijn 2002/87/EG en van andere in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen van de Unie worden vastgesteld en die ook binnen de bevoegdheid van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) of de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) vallen, in voorkomend geval parallel vastgesteld door de Autoriteit, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen).

Wanneer het besluit van de Autoriteit afwijkt van het in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke standpunt of wanneer er geen besluit kon worden genomen, stelt de Autoriteit het Europees Parlement, de Raad en de Commissie onverwijld in kennis van haar redenen.".

42 ter)  Artikel 57 wordt vervangen door:

“Artikel 57

Subcomités

1. Het Gemengd Comité mag subcomités oprichten met het oog op het opstellen van ontwerpen van gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke handelingen van het Gemengd Comité.

2. Dit subcomité is samengesteld uit de voorzitters van de ESA's en één vertegenwoordiger op hoog niveau van het huidige personeel van de relevante bevoegde autoriteit van elke lidstaat.

3. Het subcomité kiest uit de vertegenwoordigers van de betrokken bevoegde autoriteiten een voorzitter, die ook waarnemer is in het Gemengd Comité.

3 bis. Voor de toepassing van artikel 56 wordt bij het Gemengd Comité een Subcomité financiële conglomeraten ingesteld.

4. Het Gemengd Comité maakt op zijn website alle ingestelde subcomités bekend, samen met de mandaten ervan en een lijst van de leden met vermelding van hun functie in het desbetreffende subcomité.".

43)  Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  lid 1 wordt vervangen door:

“1. Hierbij wordt de bezwaarcommissie van de Europese toezichthoudende autoriteiten opgericht.";

-a bis)  in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

2. De bezwaarcommissie bestaat uit zes leden en zes vervangers, allen personen van hoog aanzien die bewezen hebben op een voldoende hoog niveau over relevante kennis van het Unierecht en internationale beroepservaring te beschikken in de sectoren banken, verzekeringen, bedrijfspensioenen, effectenmarkten of op het gebied van andere financiële diensten, en die geen deel uitmaken van het huidige personeel van de bevoegde autoriteiten of van andere nationale instellingen of instellingen van de Unie die bij de activiteiten van de Autoriteit betrokken zijn of leden zijn van de Stakeholdergroep effecten en markten. De leden zijn onderdanen van een lidstaat en beschikken over een grondige kennis van ten minste twee officiële talen van de Unie. De bezwaarcommissie beschikt over voldoende juridische expertise om deskundig juridisch advies te geven over de rechtmatigheid en evenredigheid van de wijze waarop de Autoriteit haar bevoegdheden uitoefent.";

a)  lid 3 wordt vervangen door:

"3. Twee leden van de bezwaarcommissie en twee vervangers worden na een in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte oproep tot het indienen van blijken van belangstelling en na raadpleging van de raad van toezichthouders uit een door de Commissie voorgestelde lijst benoemd door de directie van de Autoriteit.

Na ontvangst van de shortlist kan het Europees Parlement kandidaten voor het lidmaatschap en vervangers uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en eventuele door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden voordat zij worden benoemd.

Het Europees Parlement mag de leden van de bezwaarcommissie uitnodigen om voor het Parlement een verklaring af te leggen en desgevraagd door zijn leden gestelde vragen te beantwoorden.”;

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5. Een lid van de bezwaarcommissie dat door de directie van de Autoriteit is benoemd, kan tijdens zijn mandaat niet worden ontslagen, tenzij hij op ernstige wijze is tekortgeschoten en de directie daartoe, na raadpleging van de raad van toezichthouders, een besluit neemt.".

b bis)  lid 8 wordt vervangen door:

“8. De ESA's zorgen via het Gemengd Comité voor adequate operationele en permanente secretariële ondersteuning van de bezwaarcommissie.".

44)  In artikel 59 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. De leden van de bezwaarcommissie zijn onafhankelijk bij het nemen van hun besluiten. Zij zijn niet gebonden aan enige instructie. Zij mogen geen enkele andere taak verrichten met betrekking tot de Autoriteit zelf, de directie of de raad van toezichthouders van de Autoriteit.

2. De leden van de bezwaarcommissie en het personeel van de Autoriteit dat operationele en secretariële ondersteuning biedt, mogen niet deelnemen aan de behandeling van een bezwaarprocedure als zij daarbij een persoonlijk belang hebben, als zij eerder als vertegenwoordiger van een van de partijen bij de behandeling betrokken zijn geweest of als zij een rol hebben gespeeld bij het besluit waartegen bezwaar is aangetekend.".

45)  In artikel 60 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. Natuurlijke personen of rechtspersonen, met inbegrip van bevoegde autoriteiten, kunnen bezwaar maken tegen een in de artikelen 16, 16 bis, 17, 18, 19 en 35 bedoeld besluit van de Autoriteit, zo ook met betrekking tot de evenredigheid hiervan, en tegen andere door de Autoriteit overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen genomen besluiten die gericht zijn tot die persoon, of tegen een besluit dat van rechtstreeks en individueel belang is voor die persoon, ook indien het tot een andere persoon is gericht.

2. Het bezwaar wordt tezamen met een uiteenzetting van de gronden voor het bezwaar binnen drie maanden na de kennisgeving van het besluit aan de betrokken persoon, dan wel bij gebreke van kennisgeving, binnen drie maanden na de dag van publicatie van het besluit door de Autoriteit, schriftelijk bij de Autoriteit aangetekend.

De bezwaarcommissie neemt binnen drie maanden na instelling van het bezwaar een besluit ter zake.".

46)  Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De inkomsten van de Autoriteit bestaan, afgezien van andere soorten inkomsten, uit één of meer van de volgende elementen:

a)  een aanvullende bijdrage van de Unie, die in de algemene begroting van de Unie (afdeling Commissie) wordt opgenomen, en ten minste 35 % bedraagt van de geraamde inkomsten van de Autoriteit;

a bis)  verplichte bijdragen van maximaal 65 % van de geschatte inkomsten van de Autoriteit van de voor toezicht op de financiële instellingen bevoegde nationale autoriteiten;

b)  afhankelijk van de ontwikkeling van het toepassingsgebied van het instellingspecifieke toezicht, jaarlijkse bijdragen van financiële instellingen, op basis van de jaarlijkse geraamde uitgaven in verband met de door deze verordening en de in artikel 1, lid 2, genoemde Uniehandelingen vereiste activiteiten voor elke categorie deelnemers die binnen de opdracht van de Autoriteit valt;

c)  vergoedingen die de Autoriteit worden betaald in de in de desbetreffende instrumenten van Unierecht genoemde gevallen;

d)  ▌bijdragen van lidstaten of waarnemers;

e)  vergoedingen voor publicaties, opleidingen en andere door de bevoegde autoriteiten gevraagde diensten.";

1 bis. De inkomsten van de Autoriteit mogen haar onafhankelijkheid en objectiviteit niet in het gedrang brengen.

a bis)  in lid 4 wordt de volgende alinea ingevoegd:

“De ramingen stoelen op de doelstellingen en de verwachte resultaten van het jaarlijkse werkprogramma als bedoeld in artikel 47, lid 2, en houden rekening met de financiële middelen die nodig zijn voor het verwezenlijken van die doelstellingen en verwachte resultaten.";

b)  het volgende lid wordt toegevoegd:

5. Vrijwillige bijdragen van lidstaten en waarnemers als bedoeld in lid 1, onder d), worden niet aanvaard indien de aanvaarding daarvan twijfel doet ontstaan over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de Autoriteit.".

47 bis)  Het volgende artikel 62 ter wordt ingevoegd:

“Artikel 62 terToezichtvergoedingen voor CTP's

1. De Autoriteit brengt in overeenstemming met deze verordening en met de overeenkomstig lid 3 vastgestelde gedelegeerde handelingen de volgende vergoedingen in rekening:

a) vergoedingen voor in artikel 17 bedoelde vergunningsaanvragen of voor in artikel 25 bedoelde erkenningsaanvragen, en

b) jaarlijkse vergoedingen voor de taken van de Autoriteit in overeenstemming met deze verordening.

2. De in lid 1 bedoelde vergoedingen staan in verhouding tot de omzet van de betrokken CTP en dekken de noodzakelijke uitgaven van de Autoriteit met betrekking tot de vergunningverlening of erkenning van de CTP, naargelang van het geval, volledig, en tot de uitvoering van haar taken in overeenstemming met deze verordening.

3. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 82 een gedelegeerde handeling vast om nadere invulling te geven aan het volgende:

a) de soorten vergoedingen;

b) de aangelegenheden waarvoor vergoedingen verschuldigd zijn;

c) het bedrag van de vergoedingen;

d) de wijze waarop de vergoedingen door de volgende entiteiten moeten worden betaald:

i) in de Unie gevestigde CTP's die over een vergunning beschikken of een vergunningsaanvraag hebben ingediend;

ii) in een derde land gevestigde CTP’s die overeenkomstig artikel 25, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012 erkend zijn.”.

48)  Artikel 63 wordt vervangen door:

"Artikel 63Vaststelling van de begroting

1. Jaarlijks stelt het dienstdoende lid, op basis van de jaarprogrammering en de meerjarenprogrammering van de Autoriteit, een voorlopig ontwerp op voor een enig programmeringsdocument van de Autoriteit voor de komende drie boekjaren, met daarin de geraamde inkomsten en uitgaven, alsmede informatie over het personeel, en zendt dit aan de directie en de raad van toezichthouders, samen met de personeelsformatie.

De uitgaven en vergoedingen van de Autoriteit met betrekking tot de in artikel 44 ter, lid 1, bedoelde taken en bevoegdheden moeten afzonderlijk worden opgevoerd in de in de eerste alinea genoemde ramingen. Voordat die ramingen worden goedgekeurd, wordt het door het dienstdoende lid met betrekking tot die uitgaven en vergoedingen opgestelde ontwerp door het comité voor toezicht op CTP's goedgekeurd.

In de in overeenstemming met artikel 64, lid 6, opgestelde en bekendgemaakte jaarrekeningen van ESMA zijn de inkomsten en uitgaven met betrekking tot de in artikel 44 ter, lid 1, bedoelde taken opgenomen.

1 bis. De voorzitter presenteert het ontwerp van enig programmeringsdocument aan het Europees Parlement en de Raad, waarna de raad van toezichthouders, op basis van het door de directie en het comité voor toezicht op CTP's goedgekeurde ontwerp voor uitgaven en vergoedingen met betrekking tot in artikel 44 ter, lid 1, bedoelde taken en bevoegdheden, het ontwerp van enig programmeringsdocument voor de komende drie boekjaren vaststelt.

1 ter. Het ▌enig programmeringsdocument wordt door de directie tegen 31 januari aan de Commissie, het Europees Parlement, de Raad en de Europese Rekenkamer gezonden. Het Europees Parlement keurt het enig programmeringsdocument goed, zonder afbreuk te doen aan de vaststelling van de jaarlijkse begroting.

2. Rekening houdend met dit ▌enig programmeringsdocument neemt de Commissie in de ontwerpbegroting van de Unie de ramingen op die zij noodzakelijk acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de aanvullende bijdrage ten laste van de algemene begroting van de Unie overeenkomstig de artikelen 313 en 314 van het Verdrag.

3. De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie voor de Autoriteit vast. De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de aanvullende bijdrage aan de Autoriteit goed en keurt de drempel voor de totale uitgaven van de Autoriteit goed.

4. De begroting van de Autoriteit wordt vastgesteld door de raad van toezichthouders. Deze wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

5. De directie stelt de begrotingsautoriteit onverwijld op de hoogte van de projecten die zij voornemens is uit te voeren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van haar begroting kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen.

5 bis.  De begrotingsautoriteit keurt projecten goed die aanzienlijke financiële of langetermijngevolgen voor de financiering van de begroting van de Autoriteit kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen, met inbegrip van ontsnappingsclausules.";

49)  Artikel 64 wordt vervangen door:

"Artikel 64Uitvoering van en toezicht op de begroting

"1. Het dienstdoende lid treedt op als ordonnateur en voert de jaarlijkse begroting van de Autoriteit uit.

2. Uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar deelt de onafhankelijke rekenplichtige van de Autoriteit de voorlopige rekeningen mee aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer. Artikel 70 belet de Autoriteit niet de Europese Rekenkamer informatie te verstrekken waarom deze verzoekt, voor zover deze binnen de bevoegdheden van de Rekenkamer valt.

3. Uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit de voor consolidatiedoeleinden vereiste boekhoudinformatie aan de rekenplichtige van de Commissie, op de wijze en in het formaat die door die laatste zijn vastgesteld.

4. Uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit het verslag over het begrotingsbeheer en financieel beheer aan de leden van de raad van toezichthouders, het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

5. Na rekening te hebben gehouden met de door de Rekenkamer geformuleerde opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de Autoriteit overeenkomstig artikel 148 van het Financieel Reglement stelt de rekenplichtige van de Autoriteit op eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van de Autoriteit op. Het dienstdoende lid zendt deze aan de raad van toezichthouders, die een advies over deze rekeningen uitbrengt.

6. Uiterlijk op 1 juli van het volgende jaar zendt de rekenplichtige van de Autoriteit de definitieve rekeningen, vergezeld van het advies van de raad van toezichthouders, aan de rekenplichtige van de Commissie, het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Uiterlijk op 1 juli zendt de rekenplichtige van de Autoriteit ook een verslagleggingspakket aan de rekenplichtige van de Commissie, in een gestandaardiseerd formaat zoals door de rekenplichtige van de Commissie voor consolidatiedoeleinden vastgesteld.

7. Uiterlijk op 15 november van het volgende jaar worden de definitieve rekeningen bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

8. Uiterlijk op 30 september zendt het dienstdoende lid de Rekenkamer een antwoord op haar opmerkingen. Hij zendt ook een afschrift van dit antwoord aan de directie en de Commissie.

9. Overeenkomstig artikel 165, lid 3, van het Financieel Reglement verstrekt het dienstdoende lid het Europees Parlement op verzoek alle informatie die nodig is voor een goed verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken boekjaar.

10. Het Europees Parlement verleent op aanbeveling van de Raad, die bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, vóór 15 mei van het jaar N + 2, kwijting aan de Autoriteit voor de uitvoering van de begroting van het boekjaar N.

10 bis. De Autoriteit verstrekt een met redenen omkleed advies over het standpunt van het Europees Parlement en eventuele andere opmerkingen van het Europees Parlement in het kader van de kwijtingsprocedure.";

49 bis)  Het volgende artikel 64 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 64 bisInterne audit van de Autoriteit

De Autoriteit richt een intern auditcomité op dat aan het Europees Parlement en de Raad een advies uitbrengt over de kwijting van het deel van de begroting dat niet wordt gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie."

50)  Artikel 65 wordt vervangen door:

"Artikel 65Financiële regeling

De financiële regeling die van toepassing is op de Autoriteit wordt vastgesteld door de directie, na raadpleging van de Commissie. Die regeling mag niet afwijken van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013* voor de organen bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 tenzij de specifieke eisen voor het functioneren van de Autoriteit zulks vereisen en alleen na de voorafgaande toestemming van de Commissie.

*Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).”.

51)  In artikel 66 wordt lid 1 vervangen door:

"1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen is Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad* onverkort van toepassing op de Autoriteit.

*Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

52)  Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:

a)  de leden 1 en 2 worden vervangen door:

"1. Het Statuut, de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en de regels die gezamenlijk door de instellingen van de Unie zijn vastgesteld ter uitvoering van genoemd Statuut en van genoemde Regeling zijn van toepassing op het personeel van de Autoriteit, met inbegrip van de voltijdse leden van de directie, de voorzitter, het hoofd van het comité voor toezicht op CTP's en de directeuren als bedoeld in artikel 44 bis, lid 1, onder a), punt i).

2. De directie stelt, in samenspraak met de Commissie, de nodige uitvoeringsmaatregelen vast volgens de regelingen van artikel 110 van het Statuut.";

b)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De directie stelt bepalingen vast waardoor nationale deskundigen van de lidstaten kunnen worden gedetacheerd bij de Autoriteit.".

53)  Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1. De leden van de raad van toezichthouders en alle personeelsleden van de Autoriteit, met inbegrip van door de lidstaten tijdelijk gedetacheerde ambtenaren en alle overige personen die op contractuele basis taken uitvoeren voor de Autoriteit, zijn onderworpen aan de vereisten van het beroepsgeheim overeenkomstig artikel 339 VWEU en de desbetreffende bepalingen in de Uniewetgeving, zelfs na beëindiging van hun functie.

Artikel 16 van het Statuut is van toepassing op alle personeelsleden van de Autoriteit, met inbegrip van door de lidstaten tijdelijk gedetacheerde ambtenaren en alle overige personen die op contractuele basis taken uitvoeren voor de Autoriteit.";

b)  in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De verplichting uit hoofde van lid 1 en van de eerste alinea van dit lid staat er niet aan in de weg dat de Autoriteit en de bevoegde autoriteiten de informatie gebruiken voor de handhaving van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, en met name voor juridische procedures voor de vaststelling van besluiten.";

c)  het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis. De directie, het comité voor toezicht op CTP's en de raad van toezichthouders zien erop toe dat personen die, direct of indirect, op permanente basis of incidenteel, diensten verrichten met betrekking tot de taken van de Autoriteit, met inbegrip van functionarissen en andere personen die door de directie en de raad van toezichthouders zijn gemachtigd of daartoe door de bevoegde autoriteiten zijn aangesteld, zijn onderworpen aan eisen inzake beroepsgeheim die gelijkwaardig zijn aan die in de voorgaande leden.

Dezelfde eisen inzake beroepsgeheim gelden ook voor waarnemers die de bijeenkomsten bijwonen van de directie, het comité voor toezicht op CTP's en de raad van toezichthouders die deelnemen aan de activiteiten van de Autoriteit.";

d)  ▌de leden 3 en 4 worden vervangen door:

"3. De leden 1 en 2 staan er niet aan in de weg dat de Autoriteit informatie uitwisselt met bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening en andere Uniewetgeving die op financiële instellingen van toepassing is.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op personen die verslag doen van informatie of informatie bekendmaken over een bedreiging van of toegebrachte schade aan het openbaar belang in het kader van hun werkrelatie.

De in lid 2 bedoelde gegevens vallen onder het in de leden 1 en 2 bedoelde beroepsgeheim. De Autoriteit legt in haar huishoudelijk reglement de praktische regelingen voor de uitvoering van de in de leden 1 en 2 vermelde geheimhoudingsregels vast.

4. De Autoriteit past Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie toe.

4 bis. De Autoriteit beschikt over speciaal hiervoor bestemde meldingskanalen voor de ontvangst en behandeling van informatie die wordt verstrekt door een persoon die verslag doet van feitelijke of mogelijke inbreuken op Uniehandelingen, vormen van misbruik van het recht of gevallen van wanbeheer.";

54)  Artikel 71 wordt vervangen door:

"Deze verordening laat de verplichtingen van de lidstaten onverlet met betrekking tot hun verwerking van persoonsgegevens in het kader van Verordening (EU) 2016/679 of de verplichtingen van de Autoriteit met betrekking tot haar verwerking van persoonsgegevens in het kader van Verordening (EU) 2018/XXX (Verordening gegevensbescherming voor EU-instellingen en -organen) bij het uitoefenen van haar taken.".

55)  In artikel 72 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De directie stelt de praktische maatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.".

56)  In artikel 73 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De directie besluit over de interne talenregeling van de Autoriteit.".

57)  In artikel 74 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De noodzakelijke regelingen betreffende de huisvesting van de Autoriteit in de lidstaat waar haar zetel is gevestigd en de door die lidstaat ter beschikking te stellen voorzieningen, alsmede de specifieke voorschriften welke in die lidstaat gelden voor het personeel van de Autoriteit en hun gezinsleden, worden vastgelegd in een vestigingsovereenkomst tussen de Autoriteit en die lidstaat, die wordt gesloten nadat de directie daarmee heeft ingestemd.".

57 bis)  In artikel 75 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

“2. De Autoriteit werkt samen met de in lid 1 bedoelde landen die wetgeving toepassen welke binnen de in artikel 1, lid 2, genoemde bevoegdheidsgebieden van de Autoriteit als gelijkwaardig is erkend, als bepaald in overeenkomstig artikel 218 VWEU door de Unie gesloten internationale overeenkomsten.

3. Op basis van de desbetreffende bepalingen van de in de leden 1 en 2 bedoelde overeenkomsten worden afspraken gemaakt over met name de aard, omvang en procedurele aspecten van de betrokkenheid van de in lid 1 bedoelde landen, in het bijzonder in verband met de landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, bij de werkzaamheden van de Autoriteit, waaronder afspraken over de financiële en personele bijdrage. Zij kunnen zorgen voor een vertegenwoordiger, als waarnemer, in het bestuur van de Autoriteit, maar zorgen ervoor dat deze landen niet deelnemen aan besprekingen met betrekking tot individuele financiëlemarktdeelnemers, behalve in gevallen waarbij zij rechtstreeks belang hebben."

58)  Het volgende artikel 75 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 75 bisUitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 35 quinquies, lid 2, tweede alinea, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Voordat de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, raadpleegt zij de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

6. Een overeenkomstig artikel 35 quinquies, lid 2, tweede alinea, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.".

59)  Artikel 76 wordt vervangen door:

"Artikel 76Verhouding met het CESR

De Autoriteit wordt als de rechtsopvolger van het CESR beschouwd. Uiterlijk op de datum van oprichting van de Autoriteit worden alle activa en passiva en alle lopende verrichtingen van het CESR automatisch aan de Autoriteit overgedragen. Het CESR stelt een verklaring op waaruit de afsluiting van zijn activa en passiva op het tijdstip van de overdracht blijkt. Die verklaring wordt aan een audit onderworpen en goedgekeurd door het CESR en door de Commissie.".

60)  Een nieuw artikel 77 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 77 bisOvergangsbepalingen

De taken en de functie van de uitvoerend directeur die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/51/EU, is aangesteld en in functie is op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.

De taken en de functie van de voorzitter die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/51/EU, is aangesteld en in functie is op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.

De taken en de functie van de leden van de raad van bestuur die overeenkomstig deze verordening, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/51/EU, zijn aangesteld en in functie zijn op [PB: datum invoegen 3 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], lopen af op die datum.".

60 bis)  Artikel 79 wordt geschrapt.

60 ter)  Artikel 80 wordt geschrapt.

60 quater)  Artikel 81 wordt vervangen door:

“Artikel 81

Evaluatie

1. Uiterlijk op … [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de drie jaar publiceert de Commissie een algemeen verslag over de opgedane ervaring met de werkzaamheden van de Autoriteit en met de in deze verordening vastgestelde procedures. In dat verslag worden onder meer de volgende zaken beoordeeld:

a) de mate van doeltreffendheid en convergentie in toezichtpraktijken die de bevoegde autoriteiten hebben bereikt;

i) de mate van▐ onafhankelijkheid van de bevoegde autoriteiten en de mate van convergentie in normen die gelijkwaardig zijn aan corporate governance;

ii) de onpartijdigheid, objectiviteit en onafhankelijkheid van de Autoriteit;

b) de werking van de colleges van toezichthouders;

c) de geboekte vooruitgang met betrekking tot convergentie op gebieden als crisispreventie, -management en -afwikkeling, daaronder begrepen financieringsmechanismen van de Unie;

d) de rol van de Autoriteit wat systeemrisico’s betreft;

e) de toepassing van de bij artikel 38 ingestelde vrijwaringsclausule;

f) de toepassing van het bij artikel 19 ingestelde bindende bemiddelende optreden;

f bis) de werking van de besluitvorming van het Gemengd Comité.

2. In het in lid 1 bedoelde verslag wordt ook onderzocht:

a) of het toezicht op bankwezen, verzekeringen en bedrijfspensioenen, effecten en financiële markten gescheiden moet blijven;

b) of het prudentieel toezicht en het toezicht op de gedragsregels moeten worden gecombineerd dan wel gescheiden;

c) of de architectuur van het ESFS moet worden vereenvoudigd en versterkt om de samenhang tussen het macro- en het microniveau en tussen de ESA’s te vergroten;

d) of de ontwikkeling van het ESFS gelijke tred houdt met de wereldwijde ontwikkeling;

e) of er binnen het ESFS voldoende diversiteit en topkwaliteit beschikbaar is;

f) of verantwoordingsplicht en transparantie met betrekking tot de publicatievoorschriften adequaat zijn;

g) of de middelen waarover de Autoriteit beschikt, berekend zijn op de uitvoering van haar taken;

h) of de vestigingsplaats van de Autoriteit behouden moet worden, of het passend is de ESA’s met het oog op een betere onderlinge coördinatie naar één vestigingsplaats over te brengen.

2 bis. Als onderdeel van het in lid 1 bedoelde algemeen verslag voert de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van de uitvoering, werking en doeltreffendheid van de verstrekking van geen-actiebrieven overeenkomstig artikel 9 bis van deze verordening.

2 ter. Als onderdeel van het in lid 1 bedoelde algemeen verslag voert de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van het mogelijke toezicht door de ESMA op handelsplatformen van derde landen, waarbij zij aspecten onderzoekt als: erkenning op basis van systeemrelevantie, organisatorische vereisten, voortdurende naleving, boetes en dwangsommen en personeel en middelen. In haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de effecten op de liquiditeit, waaronder de beschikbaarheid van de beste prijs voor beleggers, de optimale uitvoering voor EU-klanten, obstakels voor toegang en economische voordelen voor tegenpartijen uit de EU om wereldwijd handel te drijven evenals de ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie.

2 quater. Als onderdeel van het in lid 1 bedoelde algemeen verslag voert de Commissie, na raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, een alomvattende beoordeling uit van het mogelijke toezicht door de ESMA op centrale effectenbewaarinstellingen (CSD's) van derde landen, waarbij zij aspecten onderzoekt als: erkenning op basis van systeemrelevantie, organisatorische vereisten, voortdurende naleving, boetes en dwangsommen en personeel en middelen.

2 quinquies. Uiterlijk op ... [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] legt de Commissie de in de leden 2 bis, 2 ter en 2 quater bedoelde beoordeling, indien nodig samen met wetgevingsvoorstellen, voor aan het Europees Parlement en de Raad.

3. Met betrekking tot het rechtstreeks toezicht op instellingen of infrastructuren met een Europese reikwijdte stelt de Commissie, in het licht van de marktontwikkelingen, de stabiliteit van de interne markt en de cohesie van de Unie, jaarlijks een verslag op over de vraag of de autoriteit meer toezichttaken op dit gebied moet krijgen.

4. Het verslag en, in voorkomend geval, eventuele begeleidende voorstellen, worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend.".

Artikel 6Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 600/2014 betreffende markten in financiële instrumenten

Verordening (EU) nr. 600/2014 wordt als volgt gewijzigd:

25)  Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt het volgende punt g) toegevoegd:

"g) de vergunningverlening aan en het toezicht op aanbieders van datarapporteringsdiensten.";

b)  in artikel 1 wordt het volgende lid 5 bis ingevoegd:

‘‘5 bis. De artikelen 40 en 42 zijn ook van toepassing op beheersmaatschappijen van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) en icbe-beleggingsmaatschappijen die krachtens Richtlijn 2009/65/EG daartoe een vergunning hebben gekregen, en op beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi's) die krachtens Richtlijn 2011/61/EU daartoe een vergunning hebben gekregen.".

26)  Artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)  de punten 34, 35 en 36 worden vervangen door:

"34)  "goedgekeurde publicatieregeling" of "APA" (approved publication arrangement): een persoon die uit hoofde van deze verordening een vergunning heeft voor dienstverlening op het gebied van de publicatie van transactiemeldingen namens beleggingsondernemingen krachtens de artikelen 20 en 21;

35) "verstrekker van een consolidated tape": een persoon aan wie uit hoofde van deze verordening een vergunning is verleend voor dienstverlening op het gebied van het verzamelen van handelsverslagen van gereglementeerde markten, MTF's, OTF's en APA's voor financiële instrumenten die zijn vermeld in de artikelen 6, 7, 10, 12, 13, 20 en 21, en het consolideren daarvan in een doorlopende elektronische live datastroom die per financieel instrument gegevens met betrekking tot prijs en volume geeft;

36) "goedgekeurd rapporteringsmechanisme" of "ARM" (approved reporting mechanism): een persoon aan wie uit hoofde van deze richtlijn een vergunning is verleend voor dienstverlening op het gebied van het rapporteren van bijzonderheden van transacties aan bevoegde autoriteiten of ESMA namens beleggingsondernemingen;";

b)  het volgende punt 36 bis wordt ingevoegd:

"36 bis) "aanbieders van datarapporteringsdiensten": de in de punten 34, 35 en 36 bedoelde personen en de in artikel 38 bis, 27 bis, lid 2, bedoelde personen];".

27)  Artikel 22 wordt vervangen door:

"Artikel 22Informatieverstrekking met het oog op transparantie en andere berekeningen

1. Teneinde berekeningen te maken met het oog op de vaststelling van de eisen inzake transparantie vóór en na de handel en de handelsverplichtingsregelingen als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 11, de artikelen 14 tot en met 21 en artikel 32, die van toepassing zijn op financiële instrumenten, alsmede om te bepalen of een beleggingsonderneming een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling is, kunnen ESMA en bevoegde autoriteiten informatie verlangen van:

a)  handelsplatformen;

b)  APA's; en

c)  verstrekkers van een consolidated tape.

2. Handelsplatformen, APA's en verstrekkers van een consolidated tape slaan de noodzakelijke gegevens voor een voldoende lange periode op.

3. ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de inhoud en frequentie van verzoeken om gegevens, het format en het tijdsbestek waarbinnen handelsplatformen, APA's en verstrekkers van een consolidated tape aan in lid 1 bedoelde verzoeken om gegevens moeten beantwoorden, het soort gegevens dat moet worden opgeslagen, en de minimale periode tijdens welke handelsplatformen, APA's en verstrekkers van een consolidated tape overeenkomstig lid 2 gegevens moeten opslaan om verzoeken om gegevens te kunnen beantwoorden.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.".

28)  Artikel 26 wordt vervangen door:

'Artikel 26Meldplicht voor transacties

1.  Beleggingsondernemingen die transacties in financiële instrumenten verrichten, melden zo spoedig mogelijk en uiterlijk aan het einde van de volgende werkdag de volledige en nauwkeurige details van deze transacties aan de bevoegde autoriteit.

De bevoegde autoriteiten treffen overeenkomstig artikel 85 van Richtlijn 2014/65/EU de nodige regelingen om ervoor te zorgen dat ook de bevoegde autoriteit van de markt die op het vlak van liquiditeit voor deze financiële instrumenten het meest relevant is die informatie ontvangt.

De bevoegde autoriteiten stellen onverwijld de overeenkomstig dit artikel gemelde informatie beschikbaar aan de ESMA.

2.  De in lid 1 vastgelegde verplichting geldt voor:

a) financiële instrumenten die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld op een handelsplatform of waarvoor een verzoek om toelating tot de handel is gedaan;

b) financiële instrumenten waarvan het onderliggende een financieel instrument is dat op een handelsplatform wordt verhandeld; en

c) financiële instrumenten waarvan het onderliggende een index of mand is die is samengesteld uit financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld.

Voor transacties in de in de punten a), b) en c) bedoelde financiële instrumenten is de verplichting van toepassing, ongeacht of deze op het handelsplatform worden uitgevoerd.

3.  De meldingen behelzen met name nadere gegevens over de naam en het aantal van de gekochte of verkochte financiële instrumenten, de hoeveelheid, de datum en het tijdstip van de transactie, de prijs van de transactie, een kenmerk ter identificatie van de cliënten namens wie de beleggingsonderneming de transactie heeft uitgevoerd, een kenmerk ter identificatie van de personen en de computeralgoritmen die binnen de beleggingsonderneming verantwoordelijk zijn voor het beleggingsbesluit en de uitvoering van de transactie, informatie ter identificatie van de toepasselijke ontheffing met gebruikmaking waarvan de transactie heeft plaatsgevonden, een kenmerk ter identificatie van de betrokken beleggingsondernemingen en informatie ter identificatie van een shorttransactie in de zin van artikel 2, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 236/2012 met betrekking tot aandelen en overheidsschuld binnen het toepassingsgebied van de artikelen 12, 13 en 17 van die verordening. Voor transacties die niet op een handelsplatform worden uitgevoerd, bevatten de meldingen tevens een kenmerk ter identificatie van de soorten transacties overeenkomstig de op grond van artikel 20, lid 3, onder a), en artikel 21, lid 5, onder a), vast te stellen maatregelen. Voor grondstoffenderivaten wordt in de melding aangegeven of de transactie overeenkomstig artikel 57 van Richtlijn 2014/65/EU risico's op objectief meetbare wijze vermindert.

4.  Beleggingsondernemingen die orders doorgeven, nemen hierbij alle bijzonderheden op als nader aangegeven in de leden 1 en 3. Een beleggingsonderneming kan er ook voor kiezen om bij het doorgeven van orders de genoemde bijzonderheden niet in het doorgegeven order op te nemen, maar het order, indien dat wordt uitgevoerd, te melden als een transactie in overeenstemming met de vereisten van lid 1. In dat geval wordt in de transactiemelding van de beleggingsonderneming vermeld dat de transactie tot een doorgegeven order behoort.

5.  De exploitant van een handelsplatform meldt de bijzonderheden van transacties in financiële instrumenten die door een onderneming waarop deze verordening niet van toepassing is, zijn verhandeld via zijn platform en die zijn uitgevoerd via zijn systemen in overeenstemming met de leden 1 en 3.

6.  Bij het melden van het kenmerk ter identificatie van cliënten als vereist krachtens de leden 3 en 4 gebruiken beleggingsondernemingen voor cliënten die een rechtspersoon zijn, een identificator voor juridische entiteiten (legal entity identifier - LEI).

Uiterlijk op [PB: datum invoegen 24 maanden na de inwerkingtreding] stelt ESMA overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren op om ervoor te zorgen dat het gebruik van identificatoren voor juridische entiteiten (LEI) in de Unie voldoet aan de internationale normen, met name die van de Raad voor financiële stabiliteit (FSB).

7.  De meldingen worden aan de bevoegde autoriteit gedaan door de beleggingsonderneming zelf, een namens haar optredend ARM of het handelsplatform waarvan het systeem werd gebruikt om de transactie uit te voeren, overeenkomstig de leden 1, 3 en 9.

De beleggingsondernemingen zijn verantwoordelijk voor de volledigheid, de nauwkeurigheid en de tijdige indiening van de meldingen bij de bevoegde autoriteit.

In afwijking van die verplichting is een beleggingsonderneming die bijzonderheden van transacties meldt via een namens haar optredend ARM of een handelsplatform, niet verantwoordelijk voor tekortkomingen in de volledigheid, de nauwkeurigheid en de tijdige indiening van de meldingen die zijn toe te schrijven aan het ARM of het handelsplatform. In die gevallen is, behoudens artikel 66, lid 4, van Richtlijn 2014/65/EU, het ARM of het handelsplatform verantwoordelijk voor die tekortkomingen.

De beleggingsondernemingen moeten niettemin redelijke stappen ondernemen om na te gaan of de namens hen ingediende transactiemeldingen volledig, nauwkeurig en tijdig zijn ingediend.

De lidstaat van herkomst eist dat het handelsplatform, bij het doen van meldingen namens de beleggingsonderneming, over deugdelijke beveiligingsmechanismen beschikt teneinde de beveiliging en de authenticatie van de middelen voor de informatieoverdracht te garanderen, het risico op gegevensverminking en onbevoegde toegang tot een minimum te beperken en te voorkomen dat informatie uitlekt, waarbij de geheimhouding van de gegevens te allen tijde wordt gegarandeerd. De lidstaat van herkomst eist dat het handelsplatform voldoende middelen aanhoudt en over back-upvoorzieningen beschikt om zijn diensten te allen tijde te kunnen aanbieden en in stand te kunnen houden.

Systemen voor matching of melding van transacties, waaronder transactieregisters die zijn geregistreerd of erkend overeenkomstig titel VI van Verordening (EU) nr. 648/2012, kunnen door de bevoegde autoriteit worden goedgekeurd als ARM voor het toezenden van transactiemeldingen aan de bevoegde autoriteit overeenkomstig de leden 1, 3 en 9.

Wanneer transacties aan een als ARM goedgekeurd transactieregister zijn gemeld overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 648/2012 en die meldingen de krachtens de leden 1, 3 en 9 vereiste details bevatten en door het transactieregister binnen de in lid 1 gestelde termijn aan de bevoegde autoriteit worden toegezonden, wordt de beleggingsonderneming geacht te hebben voldaan aan de verplichting op grond van lid 1.

Indien een transactiemelding fouten of omissies bevat, corrigeren de ARM's, de beleggingsondernemingen of de handelsplatforms die de transactie melden, de informatie en dienen zij bij de bevoegde autoriteit een gecorrigeerde melding in.

8.  Wanneer de in dit artikel bedoelde meldingen overeenkomstig artikel 35, lid 8, van Richtlijn 2014/65/EU aan de bevoegde autoriteit worden gezonden, geleidt deze informatie door naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beleggingsonderneming, tenzij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst besluiten dat zij die informatie niet wensen te ontvangen.

9.  ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de volgende punten nader in te vullen:

a)  de gegevensstandaarden en -formaten voor de overeenkomstig de leden 1 en 3 te melden informatie, waaronder de methoden en regelingen voor het melden van financiële transacties en de vorm en inhoud van dergelijke meldingen;

b)  de criteria voor het afbakenen van een relevante markt overeenkomstig lid 1;

c)  de referenties van de gekochte of verkochte financiële instrumenten, het aantal, de datum en het tijdstip van de transactie, de prijs van de transactie, gedetailleerde gegevens over de identiteit van de cliënt, een kenmerk ter identificatie van cliënten namens wie de beleggingsonderneming de transactie heeft uitgevoerd, een kenmerk ter identificatie van de personen en de computeralgoritmen die binnen de beleggingsonderneming verantwoordelijk zijn voor het beleggingsbesluit en de uitvoering van de transactie, informatie ter identificatie van de toepasselijke ontheffing met gebruikmaking waarvan de transactie heeft plaatsgevonden, de middelen ter identificatie van de betreffende beleggingsondernemingen, de wijze waarop de transactie is uitgevoerd, de gegevensvelden die nodig zijn voor het verwerken en analyseren van de transactiemeldingen overeenkomstig lid 3; en

d)  het kenmerk ter identificatie van shorttransacties in aandelen en overheidsschuld als bedoeld in lid 3;

e)  de relevante categorieën financiële instrumenten die overeenkomstig lid 2 moeten worden gemeld;

f)  de voorwaarden waarop de lidstaten overeenkomstig lid 6 identificatoren voor juridische entiteiten moeten ontwikkelen, toekennen en handhaven, en de voorwaarden voor het gebruik van deze identificatoren door beleggingsondernemingen om overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 te voorzien in een kenmerk ter identificatie van de cliënten in de transactiemeldingen die zij krachtens lid 1 moeten verrichten;

g)  de toepassing van verplichtingen inzake het melden van transacties op bijkantoren van beleggingsondernemingen;

h)  de vraag wat voor de toepassing van dit artikel onder een transactie en de uitvoering van een transactie dient te worden verstaan;

i)  de vraag wanneer een beleggingsonderneming voor de toepassing van lid 4 geacht wordt een order te hebben doorgegeven.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

10.  Uiterlijk [PB: datum invoegen 24 maanden na de inwerkingtreding] brengt ESMA aan de Commissie verslag uit over de toepassing van dit artikel, waarin onder meer de interactie met de overeenkomstige rapportageverplichtingen op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt bezien en wordt beoordeeld of de inhoud en het format van de transactiemeldingen die zijn ontvangen en uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten, uitgebreide monitoring van de activiteiten van beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 24 van deze verordening mogelijk maken. De Commissie kan stappen ondernemen om in dit verband aanpassingen voor te stellen, onder meer om ervoor te zorgen dat transacties alleen worden doorgegeven aan één systeem. De Commissie zendt het verslag van ESMA aan het Europees Parlement en de Raad.".

29)  Artikel 27 wordt vervangen door:

"Artikel 27Verplichting tot verstrekking van referentiegegevens voor financiële instrumenten

1.  Ten aanzien van financiële instrumenten die tot de handel op gereglementeerde markten zijn toegelaten of worden verhandeld via MTF's of OTF's, verstrekken deze handelsplatformen ESMA referentiegegevens ten behoeve van de melding van transacties op grond van artikel 26.

Ten aanzien van andere onder artikel 26, lid 2, vallende financiële instrumenten die via haar systeem worden verhandeld, verstrekt elke beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling ESMA referentiegegevens betreffende die financiële instrumenten.

De referentiegegevens ter identificatie worden in een elektronisch en gestandaardiseerd format gereed gemaakt voor toezending aan ESMA vóór de aanvang van de handel in het financiële instrument waarop zij betrekking hebben. De referentiegegevens betreffende het financiële instrument worden geactualiseerd telkens als er zich veranderingen in de gegevens betreffende een financieel instrument voordoen. ESMA maakt deze referentiegegevens onmiddellijk op haar website bekend. ESMA geeft bevoegde autoriteiten onverwijld toegang tot die referentiegegevens.

2.  Om bevoegde autoriteiten in staat te stellen overeenkomstig artikel 26 de werkzaamheden van beleggingsondernemingen te monitoren teneinde ervoor te zorgen dat zij eerlijk, billijk en professioneel optreden en op een manier die bevorderlijk is voor de integriteit van de markt, treft ESMA, na overleg met de bevoegde autoriteiten, de nodige regelingen om ervoor te zorgen dat:

a)  ESMA de in lid 1 bedoelde referentiegegevens voor financiële instrumenten daadwerkelijk ontvangt;

b)  de kwaliteit van de ontvangen gegevens adequaat is voor de melding van transacties overeenkomstig artikel 26;

c)  de overeenkomstig lid 1 ontvangen referentiegegevens voor financiële instrumenten op efficiënte wijze worden uitgewisseld tussen de betrokken bevoegde autoriteiten;

d)  er effectieve mechanismen voorhanden zijn tussen ESMA en de bevoegde autoriteiten om problemen inzake levering of kwaliteit van gegevens op te lossen.

3.  ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de volgende punten nader in te vullen:

a)  de gegevensstandaarden en -formaten voor de in lid 1 bedoelde referentiegegevens voor financiële instrumenten, met inbegrip van de methoden en regelingen voor de levering van die gegevens, en eventuele actualiseringen, aan ESMA en de doorgifte ervan aan bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 1, alsmede de vorm en inhoud van die gegevens;

b)  de technische maatregelen die nodig zijn met het oog op de voorzieningen die ESMA en de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 2 moeten treffen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

3 bis.  ESMA kan de in lid 1, gespecificeerde rapportageverplichtingen voor bepaalde of alle financiële instrumenten opschorten indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)  De opschorting is nodig om de integriteit en kwaliteit van de referentiegegevens te bewaren, behoudens de in artikel 27, lid 1, gespecificeerde rapportageverplichting van MiFIR, welke in gevaar kunnen komen in verband met het volgende:

i) ernstige onvolledigheid, onnauwkeurigheid of corruptie van de ingediende gegevens; of

ii) niet-tijdige beschikbaarheid, of onderbreking of schade aan de werking van systemen die gebruikt zijn voor de indiening, verzameling, verwerking of opslag van de respectieve referentiegegevens door ESMA, nationale bevoegde instanties, marktinfrastructuren, clearing- en vereffeningssystemen en belangrijke marktdeelnemers.

b)  De bestaande EU-vereisten overeenkomstig het Unierecht die van toepassing zijn, hebben geen betrekking op de bedreiging.

c)  De opschorting heeft geen enkel nadelig effect op de efficiëntie van de financiële markten of op de beleggers, dat niet in verhouding staat tot de voordelen van de maatregel.

d)  De opschorting leidt niet tot regelgevingsarbitrage.

Bij het nemen van de in de eerste alinea genoemde maatregel houdt ESMA rekening met de mate waarin de maatregel de nauwkeurigheid en volledigheid van de gerapporteerde gegevens waarborgt voor de in lid 2 gespecificeerde doeleinden.

Voordat besloten wordt dat wordt overgegaan tot het nemen van de in de eerste alinea genoemde maatregel, stelt ESMA eerst alle relevante bevoegde instanties in kennis.

De Commissie heeft het recht om overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen om criteria en factoren te specificeren waarmee ESMA rekening moet houden wanneer zij bepaalt in welke gevallen de in de eerste alinea genoemde maatregel kan worden vastgesteld en ophoudt van toepassing te zijn."

30)  De volgende titel IV bis wordt ingevoegd:

"TITEL IV bis

DATARAPPORTERINGSDIENSTEN

HOOFDSTUK 1

Vergunningverlening aan aanbieders van datarapporteringsdiensten

Artikel 27 bis Vergunningvereisten

1. De exploitatie van een APA, een verstrekker van een consolidated tape of een ARM als gewoon beroep of bedrijf wordt afhankelijk gesteld van een voorafgaande toestemming door ESMA in overeenstemming met deze titel.

2. Een beleggingsonderneming of een marktexploitant die een handelsplatform exploiteert, kan ook diensten van een APA, een verstrekker van een consolidated tape of een ARM aanbieden, mits ESMA eerst heeft vastgesteld dat door de beleggingsonderneming of de marktexploitant deze titel in acht wordt genomen. Het aanbieden van die diensten wordt in hun vergunning opgenomen.

3. ESMA legt een register aan van alle aanbieders van datarapporteringsdiensten in de Unie. Het register is publiek beschikbaar en bevat informatie over de diensten die de aanbieder van datarapporteringsdiensten op grond van zijn vergunning mag verlenen, en wordt regelmatig bijgewerkt.

Wanneer ESMA een vergunning heeft ingetrokken overeenkomstig artikel 27 quinquies, wordt die intrekking in het register bekendgemaakt voor een periode van vijf jaar.

4. Aanbieders van datarapporteringsdiensten bieden hun diensten aan onder toezicht van ESMA. ESMA monitort op gezette tijdstippen de naleving door de aanbieders van datarapporteringsdiensten van deze titel. ESMA monitort dat aanbieders van datarapporteringsdiensten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening die in deze titel zijn vastgesteld.

Artikel 27 terVergunningverlening aan aanbieders van datarapporteringsdiensten

1. Aanbieders van datarapporteringsdiensten krijgen voor de toepassing van titel IV bis van ESMA vergunning verleend wanneer:

a)  de aanbieder van datarapporteringsdiensten een in de Unie gevestigde rechtspersoon is; en

b)  de aanbieder van datarapporteringsdiensten voldoet aan de in titel IV bis bepaalde voorwaarden.

2. In de in lid 1 bedoelde vergunning wordt de datarapporteringsdienst vermeld die de aanbieder van datarapporteringsdiensten op grond van de vergunning mag aanbieden. Wanneer een vergunninghoudende aanbieder van datarapporteringsdiensten zijn werkzaamheden tot andere datarapporteringsdiensten wil uitbreiden, dient hij bij ESMA een verzoek in tot uitbreiding van zijn vergunning.

3. Een vergunninghoudende aanbieder van datarapporteringsdiensten voldoet te allen tijde aan de voorwaarden voor vergunningverlening als bedoeld in titel IV bis. Een vergunninghoudende aanbieder van datarapporteringsdiensten stelt ESMA onverwijld in kennis van materiële wijzigingen in de voorwaarden voor vergunningverlening.

4. De in lid 1 bedoelde vergunning is effectief en geldig voor het volledige grondgebied van Unie en de aanbieder van datarapporteringsdiensten kan daarmee overal in de Unie de diensten aanbieden waarvoor hem vergunning is verleend.

Artikel 27 quaterProcedures voor de toekenning en weigering van vergunningaanvragen

1. De aanvragende aanbieder van datarapporteringsdiensten dient een aanvraag in welke alle informatie bevat die ESMA nodig heeft om te kunnen bevestigen dat de aanbieder van datarapporteringsdiensten ten tijde van de initiële vergunningverlening alle noodzakelijke regelingen heeft getroffen om te voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze titel, met inbegrip van een programma van werkzaamheden waarin onder meer het soort beoogde diensten en de organisatiestructuur zijn vermeld.

2. Uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van de vergunningaanvraag beoordeelt ESMA of de aanvraag volledig is.

Wanneer de aanvraag onvolledig is, stelt ESMA een termijn vast waarbinnen de aanbieder van datarapporteringsdiensten aanvullende informatie moet verstrekken.

Wanneer ESMA een aanvraag volledig acht, stelt zij de aanbieder van datarapporteringsdiensten daarvan in kennis.

3. ESMA beoordeelt, binnen zes maanden na de ontvangst van een volledige aanvraag, of de aanbieder van datarapporteringsdiensten aan deze titel voldoet en stelt een volledig met redenen omkleed besluit vast waarin de vergunning wordt toegekend of geweigerd, en stelt de aanvragende aanbieder van datarapporteringsdiensten binnen vijf werkdagen daarvan in kennis.

4. ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter bepaling van:

a)  de informatie die haar overeenkomstig lid 6 moet worden verstrekt, met inbegrip van het programma van werkzaamheden;

b)  de informatie die in de kennisgevingen uit hoofde van artikel 27 ter, lid 3, moet worden verstrekt.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

8. ESMA stelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op met het oog op de vaststelling van de standaardformulieren, templates en procedures voor de in lid 2 van dit artikel en in artikel 27 sexies, lid 3, bedoelde kennisgeving of informatieverstrekking.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 27 quinquiesIntrekking van een vergunning

1. ESMA mag de vergunning van een aanbieder van datarapporteringsdiensten intrekken indien deze:

a)  binnen twaalf maanden geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning, uitdrukkelijk te kennen geeft geen gebruik van de vergunning te zullen maken of de voorafgaande zes maanden geen diensten heeft aangeboden;

b)  de vergunning door het afleggen van valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze heeft verkregen;

c)  niet meer voldoet aan de voorwaarden waarop hij zijn vergunning heeft gekregen;

d)  de bepalingen van deze verordening ernstig en stelselmatig heeft geschonden.

2. ESMA stelt de bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de aanbieder van datarapporteringsdiensten is gevestigd, onverwijld in kennis van een besluit tot intrekking van de vergunning van een aanbieder van datarapporteringsdiensten.

Artikel 27 sexiesVereisten voor het leidinggevend orgaan van een aanbieder van datarapporteringsdiensten

1. Het leidinggevend orgaan van een aanbieder van datarapporteringsdiensten staat steeds als voldoende betrouwbaar bekend, beschikt over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring en besteedt voldoende tijd aan de vervulling van zijn taken.

Het leidinggevend orgaan als geheel beschikt over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om inzicht te hebben in de activiteiten van de aanbieder van datarapporteringsdiensten. Elk lid van het leidinggevend orgaan handelt eerlijk, integer en met onafhankelijkheid van geest om, als dat nodig is, de besluiten van de directie op doeltreffende wijze aan te vechten en, als dat nodig is, op doeltreffende wijze toe te zien en controle uit te oefenen op de besluitvorming van de directie.

Wanneer een marktexploitant overeenkomstig artikel 27 quater een vergunning tot exploitatie van een APA, een verstrekker van een consolidated tape of een ARM aanvraagt en de leden van het leidinggevend orgaan van de APA, de verstrekker van een consolidated tape of het ARM dezelfden zijn als de leden van het leidinggevend orgaan van de gereglementeerde markt, worden die personen geacht te voldoen aan de vereisten van de eerste alinea.

2. Een aanbieder van datarapporteringsdiensten stelt ESMA in kennis stelt van alle leden van zijn leidinggevend orgaan en van wijzigingen in het lidmaatschap ervan, en verschaft tegelijkertijd alle informatie die nodig is om te beoordelen of de entiteit aan lid 1 voldoet.

3. Het leidinggevend orgaan van een aanbieder van datarapporteringsdiensten stelt governanceregelingen op en ziet toe op de tenuitvoerlegging ervan; deze regelingen garanderen een doeltreffende en prudente bedrijfsvoering van een organisatie en voorzien onder meer in een scheiding van taken binnen de organisatie en in de voorkoming van belangenconflicten, en dit op een wijze die de integriteit van de markt en de belangen van zijn cliënten bevordert.

4. ESMA weigert een vergunning indien zij zich er niet van heeft kunnen vergewissen dat de persoon of de personen die het bedrijf van de aanbieder van datarapporteringsdiensten feitelijk gaan leiden, als voldoende betrouwbaar bekendstaan, dan wel indien er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te nemen dat voorgenomen wijzigingen in het bestuur van de aanbieder een bedreiging kunnen vormen voor de gezonde en prudente bedrijfsvoering ervan en voor een passende inachtneming van de belangen van zijn cliënten en de integriteit van de markt.

5. ESMA stelt uiterlijk op [PB: datum invoegen 24 maanden na de inwerkingtreding] ontwerpen van technische reguleringsnormen op voor de beoordeling van de geschiktheid van de leden van het leidinggevend orgaan als beschreven in lid 1, rekening houdende met de verschillende rollen en functies die zij vervullen en met het feit dat belangenconflicten tussen de leden van het leidinggevend orgaan en de gebruikers van APA's, verstrekkers van een consolidated tape of ARM's dienen te worden voorkomen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Hoofdstuk 2

VOORWAARDEN VOOR APA'S, VERSTREKKERS VAN EEN CONSOLIDATED TAPE OF ARM'S

Artikel 27 septiesOrganisatorische eisen voor APA's

1. Een APA beschikt over een adequaat beleid en afdoende regelingen om de krachtens de artikelen 20 en 21 te verstrekken informatie tegen redelijke commerciële voorwaarden openbaar te maken binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert als technisch haalbaar is. De informatie wordt 15 minuten na de bekendmaking ervan door de APA kosteloos beschikbaar gesteld. De APA verspreidt deze informatie op efficiënte en consistente wijze, zodat deze snel en op niet-discriminerende basis toegankelijk is in een formaat dat de consolidatie van de informatie met vergelijkbare gegevens uit andere bronnen vergemakkelijkt.

2. De informatie die overeenkomstig lid 1 door een APA openbaar wordt gemaakt, omvat ten minste de volgende elementen:

a)  de identificatiecode van het financiële instrument;

b)  de prijs waartegen de transactie is gesloten;

c)  de omvang van de transactie;

d)  het tijdstip waarop de transactie heeft plaatsgevonden;

e)  het tijdstip waarop de transactie is gemeld;

f)  de eenheid van de prijs van de transactie;

g)  de code voor het handelsplatform waarop de transactie is uitgevoerd of, wanneer de transactie was uitgevoerd via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, de code 'SI' of anders de code 'OTC';

h)  in voorkomend geval, een indicator dat de transactie aan specifieke voorwaarden was onderworpen.

3. Een APA treft doeltreffende bestuurlijke regelingen en handhaaft deze om belangenconflicten met zijn cliënten te voorkomen. Met name geldt dat een APA die ook een marktexploitant of een beleggingsonderneming is, alle verzamelde informatie op niet-discriminerende wijze behandelt en passende regelingen treft en handhaaft met het oog op de scheiding van verschillende bedrijfsfuncties.

4. Een APA beschikt over deugdelijke beveiligingsmechanismen om de beveiliging van de middelen voor de informatieoverdracht te garanderen, het risico op gegevensverminking en ongeoorloofde toegang tot een minimum te beperken, en te voorkomen dat informatie uitlekt vóór de bekendmaking ervan. De APA houdt voldoende middelen aan en beschikt over back-upvoorzieningen om haar diensten te allen tijde te kunnen aanbieden en in stand te kunnen houden.

5. De APA beschikt over systemen die transactiemeldingen doeltreffend op volledigheid kunnen controleren, omissies en aperte fouten kunnen opsporen, en om de hernieuwde transmissie van eventuele foutmeldingen kunnen verzoeken.

6. ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter bepaling van gemeenschappelijke formaten, gegevensstandaarden en technische voorzieningen ter vergemakkelijking van de in lid 1 bedoelde consolidatie van informatie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

7. De Commissie wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin nader wordt ingevuld wat onder de in lid 1 van dit artikel bedoelde redelijke commerciële voorwaarden voor de openbaarmaking van informatie dient te worden verstaan.

8. ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van:

a)  de middelen waarmee een APA aan de informatieverplichting van lid 1 kan voldoen;

b)  de inhoud van de overeenkomstig lid 1 openbaar te maken informatie, waaronder ten minste de in lid 2 bedoelde informatie, op een wijze die publicatie van de uit hoofde van dit artikel vereiste informatie mogelijk maakt;

c)  de concrete organisatorische eisen die zijn vastgelegd in de leden 3, 4 en 5.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 27 octies Organisatorische eisen voor verstrekkers van een consolidated tape

1. Een verstrekker van een consolidated tape beschikt over adequaat beleid en afdoende regelingen om overeenkomstig de artikelen 6 en 20 openbaar gemaakte informatie te verzamelen, in een continue elektronische datastroom te consolideren en tegen redelijke commerciële voorwaarden voor het publiek beschikbaar te stellen binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert als technisch haalbaar is.

Die informatie omvat ten minste de volgende bijzonderheden:

a)  de identificatiecode van het financiële instrument;

b)  de prijs waartegen de transactie is gesloten;

c)  de omvang van de transactie;

d)  het tijdstip waarop de transactie heeft plaatsgevonden;

e)  het tijdstip waarop de transactie is gemeld;

f)  de eenheid van de prijs van de transactie;

g)  de code voor het handelsplatform waarop de transactie is uitgevoerd of, wanneer de transactie was uitgevoerd via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, de code 'SI' of anders de code 'OTC';

h)  in voorkomend geval, het feit dat een computeralgoritme binnen de beleggingsonderneming verantwoordelijk was voor het beleggingsbesluit en de uitvoering van de transactie;

i)  in voorkomend geval, een indicator dat de transactie aan specifieke voorwaarden was onderworpen;.

j)  indien overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a) of b), ontheffing was verleend van de verplichting om de in artikel 3, lid 1, genoemde informatie openbaar te maken, een markering om aan te geven welke van die ontheffingen voor die transactie gold.

De informatie wordt 15 minuten na de bekendmaking ervan door de verstrekker van een consolidated tape kosteloos beschikbaar gesteld. De verstrekker van een consolidated tape is in staat deze informatie op efficiënte en consistente wijze te verspreiden, zodat deze snel en op niet-discriminerende basis toegankelijk is in formaten die gemakkelijk toegankelijk en bruikbaar zijn voor marktdeelnemers.

2. Een verstrekker van een consolidated tape beschikt over adequaat beleid en afdoende regelingen om overeenkomstig de artikelen 10 en 21 openbaar gemaakte informatie te verzamelen, deze in een continue elektronische datastroom te consolideren en de volgende informatie tegen redelijke commerciële voorwaarden voor het publiek beschikbaar te stellen binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert als technisch haalbaar is, en met ten minste de volgende bijzonderheden:

a)  de identificatiecode of identificatiekenmerken van het financiële instrument;

b)  de prijs waartegen de transactie is gesloten;

c)  de omvang van de transactie;

d)  het tijdstip waarop de transactie heeft plaatsgevonden;

e)  het tijdstip waarop de transactie is gemeld;

f)  de eenheid van de prijs van de transactie;

g)  de code voor het handelsplatform waarop de transactie is uitgevoerd of, wanneer de transactie was uitgevoerd via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, de code 'SI' of anders de code 'OTC';

h)  in voorkomend geval, een indicator dat de transactie aan specifieke voorwaarden was onderworpen.

De informatie wordt 15 minuten na de bekendmaking ervan door de verstrekker van een consolidated tape kosteloos beschikbaar gesteld. De verstrekker van een consolidated tape is in staat deze informatie op efficiënte en consistente wijze te verspreiden, zodat deze snel en op niet-discriminerende basis toegankelijk is in formaten die interoperabel en gemakkelijk toegankelijk en bruikbaar zijn voor marktdeelnemers.

3. De verstrekker van een consolidated tape zorgt ervoor zorgt dat de verstrekte gegevens geconsolideerde gegevens zijn van alle gereglementeerde markten, MTF's, OTF's en APA's en tevens betrekking hebben op de financiële instrumenten die overeenkomstig lid 8, onder c), via technische reguleringsnormen zijn gespecificeerd.

4. De verstrekker van een consolidated tape treft doeltreffende bestuurlijke regelingen en handhaaft deze om belangenconflicten met zijn cliënten te voorkomen. Met name geldt dat een marktexploitant of een APA die ook een geconsolideerde transactiemeldingsregeling exploiteert, alle verzamelde informatie op niet-discriminerende wijze behandelt en passende regelingen treft en handhaaft met het oog op de scheiding van verschillende bedrijfsfuncties.

5. De verstrekker van een consolidated tape beschikt over deugdelijke beveiligingsmechanismen om de beveiliging van de middelen voor de informatieoverdracht te garanderen en om het risico op gegevensverminking en ongeoorloofde toegang tot een minimum te beperken. De verstrekker van een consolidated tape houdt voldoende middelen aan en beschikt over back-upvoorzieningen om zijn diensten te allen tijde te kunnen aanbieden en in stand te kunnen houden.

ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter bepaling van gegevensstandaarden en -formaten voor de overeenkomstig de artikelen 6, 10, 20 en 21 openbaar te maken informatie die de identificatiecode van het financiële instrument, de prijs, de omvang, het tijdstip, de eenheid van de prijs, de identificatiecode van het handelsplatform en indicatoren voor de specifieke voorwaarden waaraan de transactie onderworpen was omvat, alsmede technische regelingen ter bevordering van een efficiënte en consistente verspreiding van informatie zodat deze gemakkelijk toegankelijk en bruikbaar is voor marktdeelnemers als bedoeld in de leden 1 en 2 en waarin aanvullende diensten worden vermeld die de verstrekker van een consolidated tape kan verlenen om de efficiëntie van de markt te verhogen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

6. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast ter verduidelijking van de vraag wat onder de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde redelijke commerciële voorwaarden voor de verlening van toegang tot datastromen dient te worden verstaan.

7. ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van:

a)  de middelen waarmee een verstrekker van een consolidated tape aan de informatieverplichting van de leden 1 en 2 kan voldoen;

b)  de inhoud van de overeenkomstig de leden 1 en 2 openbaar te maken informatie;

c)  de financiële instrumenten waarover in de datastroom gegevens moeten worden verstrekt en voor andere dan eigendomsinstrumenten de handelsplatformen en APA's die moeten worden opgenomen;

d)  andere middelen om te garanderen dat de gegevens die door verschillende verstrekkers van een consolidated tape worden bekendgemaakt, consistent zijn, kunnen worden afgezet tegen en vergeleken met vergelijkbare gegevens uit andere bronnen en kunnen worden samengevoegd op het niveau van de Unie;

e)  de concrete organisatorische eisen die zijn vastgelegd in de leden 4 en 5.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 27 noniesOrganisatorische eisen voor ARM's

1. Een ARM beschikt over adequaat beleid en afdoende regelingen om de krachtens artikel 26 te verstrekken informatie zo spoedig mogelijk en uiterlijk aan het eind van de werkdag volgende op die waarop de transactie heeft plaatsgevonden, te rapporteren.

2. Het ARM treft doeltreffende bestuurlijke regelingen en handhaaft deze om belangenconflicten met zijn cliënten te voorkomen. Met name geldt dat een ARM dat ook een marktexploitant of een beleggingsonderneming is, alle verzamelde informatie op niet-discriminerende wijze behandelt en passende regelingen treft en handhaaft met het oog op de scheiding van verschillende bedrijfsfuncties.

3. Het ARM beschikt over deugdelijke beveiligingsmechanismen om de beveiliging en authenticatie van de middelen voor de informatieoverdracht te garanderen, het risico op gegevensverminking en ongeoorloofde toegang tot een minimum te beperken, en de vertrouwelijkheid van de gegevens te allen tijde in stand te houden. Het ARM houdt voldoende middelen aan en beschikt over back-upvoorzieningen om zijn diensten te allen tijde te kunnen aanbieden en in stand te kunnen houden.

4. Het ARM beschikt over systemen die transactiemeldingen doeltreffend op volledigheid kunnen controleren, door de beleggingsonderneming veroorzaakte omissies en aperte fouten kunnen opsporen en, wanneer zich een fout of een omissie voordoet, nadere bijzonderheden over de fout of de omissie aan de beleggingsonderneming kunnen meedelen en om de hernieuwde transmissie van eventuele foutmeldingen kunnen verzoeken.

Het ARM beschikt over systemen waarmee het door het ARM zelf veroorzaakte fouten of omissies kan opsporen, transactiemeldingen kan corrigeren en juiste en volledige transactiemeldingen aan de bevoegde autoriteit kan toezenden, of opnieuw toezenden, naargelang het geval.

5. ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van:

a)  de middelen waarmee het ARM aan de informatieverplichting van lid 1 kan voldoen; en

b)  de concrete organisatorische eisen die zijn vastgelegd in de leden 2, 3 en 4.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

31)  De volgende titel VI bis wordt ingevoegd:

"TITEL VI BIS

Bevoegdheden van ESMA

HOOFDSTUK 1

BEVOEGDHEDEN EN PROCEDURES

Artikel 38 bis Bevoegdheidsoefening door ESMA

De op grond van de artikelen 38 ter tot en met 38 sexies aan ESMA, een functionaris van ESMA of een andere door ESMA gemachtigde persoon verleende bevoegdheden worden niet aangewend om de openbaarmaking te verlangen van aan het juridische verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.

Artikel 38 terInformatieverzoek

1. ESMA kan bij eenvoudig verzoek of bij besluit verlangen dat de volgende personen alle nodige informatie verschaffen om ESMA in staat te stellen haar taken uit hoofde van deze verordening te vervullen:

a) een APA, een verstrekker van een consolidated tape, een ARM of een marktexploitant die een handelsplatform exploiteert om de datarapporteringsdiensten van een APA, een verstrekker van een consolidated tape of een ARM te exploiteren, en de personen onder wier zeggenschap zij staan of over wie zij zeggenschap uitoefenen;

  b) de bestuurders van de in punt a) genoemde personen;

c) de accountants en adviseurs van de in punt a) genoemde personen.

2. In een eenvoudig informatieverzoek als bedoeld in lid 1 neemt de Autoriteit het volgende in acht:

a) zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

b) zij vermeldt het doel van dat verzoek;

c) zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

d) zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

e) zij geeft aan dat de persoon die om de informatie wordt gevraagd, niet verplicht is die informatie te verstrekken, maar dat, als er vrijwillig op het verzoek wordt ingegaan, de verstrekte informatie niet onjuist of misleidend mag zijn;

f) zij vermeldt het bedrag van de geldboete die overeenkomstig artikel 38 sexies wordt opgelegd wanneer de verschafte informatie onjuist of misleidend is.

3. Wanneer ESMA krachtens lid 1 bij besluit gelast informatie te verstrekken, neemt zij het volgende in acht:

a) zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

b) zij vermeldt het doel van dat verzoek;

c) zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

d) zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

e) zij vermeldt de dwangsommen die overeenkomstig artikel 38 octies zullen worden opgelegd wanneer de verlangde informatie onvolledig is;

f) zij vermeldt de geldboete die overeenkomstig artikel 38 septies zal worden opgelegd wanneer de antwoorden op de vragen onjuist of misleidend zijn;

g) zij vermeldt dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt bij de bezwaarcommissie van ESMA en dat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna "Hof van Justitie" genoemd) tegen het besluit beroep kan worden ingesteld overeenkomstig de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

4. De in lid 1 genoemde personen of hun vertegenwoordigers en, in het geval van rechtspersonen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, de krachtens de wet of hun statuten tot vertegenwoordiging bevoegde personen verstrekken de verlangde informatie. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen namens hun cliënten de verlangde informatie verstrekken. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen namens hun cliënten de verlangde informatie verstrekken.

5. ESMA zendt onverwijld een afschrift van het eenvoudig verzoek of van haar besluit aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de in lid 1 genoemde personen op wie het verzoek om informatie ziet, woonachtig of gevestigd zijn.

Artikel 38 quater Algemene onderzoeken

1. Om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, kan ESMA de nodige onderzoeken naar de in artikel 38 ter, lid 1, genoemde personen uitvoeren. In dat verband zijn de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen bevoegd:

a) alle vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken dat relevant is voor de uitvoering van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;

b) voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal;

c) alle in artikel 38 ter, lid 1, genoemde personen of hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken om mondelinge of schriftelijke toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het onderwerp en het doel van de inspectie, en de antwoorden op te tekenen;

d) alle andere natuurlijke personen of rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;

e) overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.

2. De functionarissen van ESMA en andere door ESMA ten behoeve van de in lid 1 bedoelde onderzoeken gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld. In die machtiging worden ook de dwangsommen vermeld die overeenkomstig artikel 38 decies worden opgelegd indien de vereiste vastleggingen, gegevens, procedures of ander materiaal, of de antwoorden op vragen, gesteld aan de in artikel 38 ter, lid 1, genoemde personen, niet of onvolledig worden verstrekt, alsmede de in artikel 38 nonies vastgestelde geldboeten die worden opgelegd wanneer de antwoorden op vragen, gesteld aan de in artikel 38 ter, lid 1, genoemde personen, onjuist of misleidend zijn.

3. De in artikel 38 ter, lid 1, genoemde personen zijn verplicht zich aan op grond van een besluit van ESMA ingestelde onderzoeken te onderwerpen. Dat besluit vermeldt het voorwerp en het doel van het onderzoek, de dwangsommen die in artikel 38 decies zijn vastgesteld, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.

4. Tijdig vóór een in lid 1 bedoeld onderzoek stelt ESMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het onderzoek dient plaats te vinden, in kennis van het onderzoek en van de identiteit van de gemachtigde personen. Die gemachtigde personen worden op verzoek van ESMA door functionarissen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat bijgestaan bij de uitvoering van hun taken. Functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit mogen op verzoek eveneens bij de onderzoeken aanwezig zijn.

5. Indien volgens het toepasselijke nationale recht voor een verzoek om de in lid 1, onder e), bedoelde overzichten van telefoon- of dataverkeer de toestemming van een rechterlijke instantie is vereist, wordt die toestemming gevraagd. Die toestemming kan ook bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

6. Wanneer een nationale rechterlijke instantie een aanvraag om toestemming voor een in lid 1, onder e), bedoeld verzoek om overzichten van telefoon- of dataverkeer ontvangt, vergewist die instantie zich ervan dat:

a) het in lid 3 bedoelde door ESMA vastgestelde besluit authentiek is;

b) de te nemen maatregelen evenredig en niet willekeurig of buitensporig zijn.

Voor de toepassing van punt b) mag de nationale rechterlijke instantie ESMA om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, en tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van het onderzoek heroverwegen, noch vragen dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van ESMA. Het besluit van ESMA kan slechts door het Hof van Justitie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de procedure beschreven in Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 38 quinquiesInspecties ter plaatse

1. Om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, kan ESMA alle nodige inspecties ter plaatse uitvoeren in de bedrijfsruimten van de in artikel 38 ter, lid 1, genoemde personen.

2. De functionarissen van ESMA en andere door ESMA tot het uitvoeren van een inspectie ter plaatse gemachtigde personen mogen bedrijfsruimten van de personen die onder het door ESMA vastgestelde onderzoeksbesluit vallen, betreden en hebben alle in artikel 38 ter, lid 1, vastgestelde bevoegdheden. Zij zijn tevens bevoegd tot het verzegelen van alle ruimten en boeken of vastleggingen van het bedrijf voor de duur van en voor zover vereist voor de inspectie.

3. ESMA stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden uitgevoerd, voldoende tijd vóór de inspectie hiervan in kennis. Wanneer dit voor het behoorlijk en efficiënt uitvoeren van de inspecties vereist is, kan ESMA, nadat zij de betrokken bevoegde autoriteit daarvan in kennis heeft gesteld, de inspectie ter plaatse onaangekondigd uitvoeren. Inspecties in overeenstemming met dit artikel worden uitgevoerd op voorwaarde dat de betrokken autoriteit heeft bevestigd dat zij geen bezwaar maakt tegen die inspecties.

4. De functionarissen van ESMA en andere door ESMA tot het uitvoeren van een inspectie ter plaatse gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit onder overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van de inspectie en de dwangsommen die overeenkomstig artikel 38 octies worden opgelegd wanneer de betrokken personen zich niet aan het onderzoek onderwerpen, nader zijn aangegeven.

5. De in artikel 38 ter, lid 1, genoemde personen onderwerpen zich aan bij ESMA-besluit gelaste inspecties ter plaatse. Dat besluit vermeldt het voorwerp en het doel van de inspectie, de datum waarop de inspectie zal aanvangen, de dwangsommen die overeenkomstig artikel 38 decies worden opgelegd, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.

6. De functionarissen van en de personen die zijn gemachtigd of aangesteld door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden uitgevoerd, verlenen op verzoek van ESMA actief bijstand aan de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen. Functionarissen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat mogen eveneens bij de inspecties ter plaatse aanwezig zijn.

7. ESMA mag bevoegde autoriteiten ook verzoeken om, namens haar, specifieke onderzoekstaken en inspecties ter plaatse uit te voeren als bepaald in dit artikel en in artikel 38 ter, lid 1.

8. Wanneer de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde begeleidende personen constateren dat een persoon zich tegen een uit hoofde van dit artikel gelaste inspectie verzet, verleent de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat hun de nodige bijstand om hen in staat te stellen hun inspectie ter plaatse uit te voeren, zo nodig door een beroep te doen op de politie of een gelijkwaardige rechtshandhavingsautoriteit.

9. Indien het nationale recht voorschrijft dat voor de in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bedoelde bijstand de toestemming van een rechterlijke instantie is vereist, wordt die toestemming gevraagd. Die toestemming kan ook bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

10. Wanneer een nationale rechterlijke instantie een aanvraag om de toestemming voor een in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bedoelde bijstand ontvangt, vergewist die instantie zich ervan dat:

a)  het in lid 4 bedoelde door ESMA vastgestelde besluit authentiek is;

b)  de te nemen maatregelen evenredig en niet willekeurig of buitensporig zijn.

Voor de toepassing van punt b) mag de nationale rechterlijke instantie ESMA om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, en tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van het onderzoek heroverwegen, noch vragen dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van ESMA. Het besluit van ESMA kan slechts door het Hof van Justitie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de procedure beschreven in Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 38 sexies Uitwisseling van informatie

ESMA en de bevoegde autoriteiten verschaffen elkaar onverwijld de informatie die nodig is voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening.

Artikel 38 septies Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2014/65/EU geldt voor ESMA en alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest voor ESMA, of alle andere personen aan wie ESMA taken heeft gedelegeerd, met inbegrip van door ESMA aangestelde accountants en deskundigen.

Artikel 38 octiesToezichtmaatregelen van ESMA

1. Wanneer ESMA tot de bevinding komt dat een in artikel 38 bis, lid 1, onder a), genoemde persoon een van de in titel IV bis vermelde inbreuken heeft gemaakt, neemt zij één of meer van de volgende maatregelen:

a) vaststelling van een besluit waarbij de persoon wordt gelast de inbreuk te beëindigen;

b) vaststelling van een besluit waarbij geldboeten worden opgelegd overeenkomstig de artikelen 38 nonies en 38 decies;

c) het doen van openbare kennisgevingen.

2. Bij het nemen van de in lid 1 bedoelde maatregelen houdt ESMA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk, op basis van de volgende criteria:

a) de duur en de frequentie van de inbreuk;

b) de vraag of financiële criminaliteit veroorzaakt of gefaciliteerd is door, dan wel op enige andere wijze valt toe te schrijven aan de inbreuk;

c) de vraag of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gemaakt;

d) de mate van verantwoordelijkheid van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;

e) de financiële draagkracht van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon, zoals deze met name blijkt uit de totale omzet van de verantwoordelijke rechtspersoon of het jaarinkomen en het nettovermogen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon;

f) de impact van de inbreuk op de belangen van niet-professionele beleggers;

g) de omvang van de door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon behaalde winsten of vermeden verliezen, dan wel de verliezen voor derden ten gevolge van de inbreuk, voor zover die zijn vast te stellen;

h) de mate waarin de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon aan ESMA medewerking heeft verleend, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door die persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

i) eerdere inbreuken door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;

j) maatregelen die de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon na de inbreuk heeft genomen, om herhaling van de inbreuk te voorkomen.

3. ESMA stelt de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon onverwijld in kennis van op grond van lid 1 genomen maatregelen en zij deelt die besluiten mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en aan de Commissie. Zij maakt dit soort besluiten publiekelijk bekend op haar website binnen tien werkdagen vanaf de datum waarop die maatregelen zijn genomen.

De in de eerste alinea bedoelde openbaarmaking omvat het volgende:

a)   een verklaring dat de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon het recht heeft bezwaar te maken tegen het besluit;

b)   in voorkomend geval een verklaring dat bezwaar is gemaakt, met de vermelding dat dit bezwaar geen schorsende werking heeft;

c)   een verklaring dat de bezwaarcommissie van ESMA overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 de toepassing van het bestreden besluit kan opschorten.

HOOFDSTUK 2

BESTUURSRECHTELIJKE SANCTIES EN ANDERE MAATREGELEN

Artikel 38 noniesGeldboeten

1. Wanneer ESMA, overeenkomstig artikel 38 duodecies, lid 5, tot de bevinding komt dat een persoon, opzettelijk of uit onachtzaamheid, één of meer van de in titel IV bis genoemde inbreuken heeft gemaakt, stelt zij een besluit vast waarbij overeenkomstig lid 2 van dit artikel een geldboete wordt opgelegd.

Een inbreuk wordt geacht opzettelijk te zijn gemaakt indien ESMA objectieve elementen vindt waaruit blijkt dat een persoon doelbewust handelde om de inbreuk te maken.

2. De in lid 1 bedoelde geldboete bedraagt maximaal 200 000 EUR of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, het overeenkomstige bedrag in de nationale valuta.

3. Bij het vaststellen van de hoogte van een geldboete overeenkomstig lid 1 houdt ESMA rekening met de in artikel 38 octies, lid 2, uiteengezette criteria.

Artikel 38 deciesDwangsommen

1. ESMA legt, bij besluit, dwangsommen op teneinde:

a) een persoon ertoe te dwingen een einde te maken aan een inbreuk, overeenkomstig een uit hoofde van artikel 38 ter, lid 1, onder a), genomen besluit;

b) een in artikel 38 ter, lid 1, genoemde persoon ertoe te dwingen:

– volledige informatie te verschaffen waarom is verzocht bij een besluit uit hoofde van artikel 38 ter;

– zich aan een onderzoek te onderwerpen en met name volledige vastleggingen, gegevens, procedures of enig ander verlangd materiaal over te leggen en andere informatie aan te vullen en te verbeteren die in het kader van een bij een besluit uit hoofde van artikel 38 quater ingesteld onderzoek zijn verstrekt;

– zich aan een bij een besluit uit hoofde van artikel 38 quinquies gelaste inspectie ter plaatse te onderwerpen.

2. Een dwangsom is effectief en evenredig. De dwangsom wordt opgelegd per dag vertraging.

3. Onverminderd het bepaalde in lid 2 bedraagt de dwangsom 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorafgaande boekjaar of, in het geval van natuurlijke personen, 2 % van de gemiddelde daginkomsten in het voorafgaande kalenderjaar. Zij wordt berekend vanaf de in het besluit tot oplegging van de dwangsom bepaalde datum.

4. Een dwangsom wordt opgelegd voor een periode van maximaal zes maanden vanaf de kennisgeving van het besluit van ESMA. Na het verstrijken van die periode beziet ESMA de maatregel opnieuw.

Artikel 38 undecies Openbaarmaking, aard, tenuitvoerlegging en toewijzing van geldboeten en dwangsommen

1. ESMA maakt alle overeenkomstig de artikelen 38 nonies en 38 decies opgelegde geldboeten en dwangsommen openbaar, tenzij die openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou berokkenen aan de betrokken partijen. Die openbaarmaking bevat geen persoonsgegevens in de zin van Verordening (EG) nr. 45/2001.

2. Overeenkomstig de artikelen 38 nonies en 38 decies opgelegde geldboeten en dwangsommen zijn bestuurlijk van aard.

3. Wanneer ESMA besluit geen geldboeten of dwangsommen op te leggen, stelt zij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat hiervan in kennis en geeft zij de redenen voor haar besluit.

4. De overeenkomstig de artikelen 38 nonies en 38 decies opgelegde geldboeten en dwangsommen zijn afdwingbaar.

5. De tenuitvoerlegging verloopt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de staat op het grondgebied waarvan zij plaatsvindt.

6. De bedragen van de geldboeten en dwangsommen worden toegewezen aan de algemene begroting van de Europese Unie.

Artikel 38 duodeciesProcedureregels voor het nemen van toezichtmaatregelen en het opleggen van geldboeten

1. Wanneer ESMA bij het uitvoeren van haar taken uit hoofde van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van feiten die één of meer van de in titel IV bis genoemde inbreuken vormen, stelt ESMA intern een onafhankelijke onderzoeksfunctionaris aan om de zaak te onderzoeken. De aangestelde functionaris is niet betrokken bij of al dan niet middellijk betrokken geweest bij het toezicht op of de vergunningprocedure voor de betrokken aanbieder van datarapporteringsdiensten en vervult zijn taken onafhankelijk van ESMA.

2. De in lid 1 genoemde onderzoeksfunctionaris onderzoekt de eventuele inbreuken en neemt daarbij opmerkingen in aanmerking van de personen die voorwerp zijn van onderzoek, om daarna een volledig dossier met zijn bevindingen bij ESMA in te dienen.

3. Voor het verrichten van zijn taken kan de onderzoeksfunctionaris gebruikmaken van de bevoegdheid tot het verzoeken om informatie overeenkomstig artikel 38 ter en tot het uitvoeren van onderzoeken en inspecties ter plaatse overeenkomstig de artikelen 38 quater en 38 quinquies.

4. Bij het verrichten van zijn taken heeft de onderzoeksfunctionaris toegang tot alle documenten en informatie die ESMA bij haar toezichtwerkzaamheden heeft vergaard.

5. De onderzoeksfunctionaris stelt, nadat hij zijn onderzoek heeft afgerond en voordat hij het dossier met zijn bevindingen bij ESMA indient, de personen die voorwerp zijn van onderzoek, in de gelegenheid over de onderzochte punten te worden gehoord. De onderzoeksfunctionaris baseert zijn bevindingen alleen op feiten ten aanzien waarvan de betrokken personen de gelegenheid hebben gehad opmerkingen te maken.

6. De rechten van verdediging van de betrokken personen worden volledig in acht genomen tijdens het op grond van dit artikel gevoerde onderzoek.

7. Wanneer de onderzoeksfunctionaris het dossier met zijn bevindingen aan ESMA voorlegt, stelt hij de personen die voorwerp zijn van onderzoek, van dat feit in kennis. De personen die voorwerp zijn van onderzoek, zijn gerechtigd toegang tot het dossier te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie die derden raakt.

8. ESMA neemt, op basis van het dossier met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris en na de personen die voorwerp zijn van onderzoek, op hun verzoek overeenkomstig artikel 38 terdecies te hebben gehoord, een besluit over de vraag of de personen die voorwerp zijn van onderzoek, al dan niet één of meer van de in titel IV bis vermelde inbreuken hebben gemaakt en, in voorkomend geval, neemt zij een toezichtmaatregel overeenkomstig artikel 38 quaterdecies.

9. De onderzoeksfunctionaris neemt niet deel aan de beraadslagingen van ESMA of mengt zich in het geheel niet in het besluitvormingsproces van ESMA.

10. De Commissie stelt tegen [PB: datum invoegen 24 maanden na de inwerkingtreding] overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast tot nadere invulling van de procedureregels voor de uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van geldboeten of dwangsommen, met inbegrip van bepalingen inzake de rechten van verdediging, bepalingen inzake termijnen en de inning van geldboeten of dwangsommen, en verjaringstermijnen voor het opleggen en de tenuitvoerlegging van geldboeten en dwangsommen.

11. Wanneer ESMA bij het uitvoeren van haar taken uit hoofde van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van strafbare feiten, verwijst zij de zaak voor strafrechtelijke vervolging naar de bevoegde nationale autoriteiten. Voorts ziet ESMA af van het opleggen van geldboeten of dwangsommen wanneer een eerdere vrijspraak of veroordeling in een krachtens het nationale recht gevoerde strafprocedure wegens dezelfde feiten of in wezen gelijkaardige feiten reeds in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 38 terdeciesHoren van de betrokken personen

1. Voordat ESMA een besluit neemt overeenkomstig de artikelen 38 octies, 38 nonies en 38 decies, stelt zij de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid te worden gehoord met betrekking tot haar bevindingen. ESMA doet haar besluiten slechts steunen op bevindingen ten aanzien waarvan de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken.

De eerste alinea is niet van toepassing indien dringende maatregelen vereist zijn om aanzienlijke en dreigende schade aan het financiële stelsel te voorkomen. In dat geval kan ESMA een voorlopig besluit nemen en worden de betrokken personen zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.

2. De rechten van verdediging van de personen die voorwerp zijn van onderzoek, worden volledig in acht genomen tijdens de procedure. Zij zijn gerechtigd toegang tot het dossier van ESMA te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie of voor interne voorbereidende documenten van ESMA.".

Artikel 38 quaterdeciesBeroep bij het Hof van Justitie

Het Hof van Justitie heeft volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen besluiten van ESMA waarbij een geldboete of een dwangsom wordt opgelegd. Het kan de opgelegde boete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.

Artikel 38 quindeciesVergunning- en toezichtvergoedingen

1. ESMA berekent de aanbieders van datarapporteringsdiensten vergoedingen overeenkomstig deze verordening en overeenkomstig de ingevolge lid 3 vastgestelde gedelegeerde handelingen. De uitgaven van ESMA die nodig zijn voor de vergunningverlening aan en het toezicht op aanbieders van datarapporteringsdiensten en voor de terugbetaling van alle kosten die de bevoegde autoriteiten bij het uitvoeren van hun werkzaamheden uit hoofde van deze verordening kunnen maken, met name ingevolge overeenkomstig artikel 38 sexdecies gedelegeerde taken, worden volledig door die vergoedingen gedekt.

2. Het bedrag van een individuele vergoeding die een bepaalde aanbieder van datarapporteringsdiensten wordt berekend, dekt alle administratieve kosten die ESMA maakt voor haar activiteiten met betrekking tot het prospectus, met inbegrip van de aanvullingen daarvan, opgesteld door die uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating tot de handel op een gereglementeerde markt. Het is evenredig aan de omzet van de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating tot de handel op een gereglementeerde markt.

3. De Commissie stelt tegen [PB: datum invoegen 24 maanden na de inwerkingtreding] overeenkomstig artikel 50 een gedelegeerde handeling vast tot nadere bepaling van de soorten vergoedingen, de aangelegenheden waarvoor een vergoeding verschuldigd is, de hoogte van de vergoedingen en de wijze waarop deze dienen te worden voldaan.

Artikel 38 sexdeciesDelegatie van taken door ESMA aan bevoegde autoriteiten

1. ESMA kan, wanneer zulks voor de goede uitoefening van een toezichttaak is vereist, overeenkomstig de uit hoofde van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 door ESMA gepubliceerde richtsnoeren specifieke toezichttaken aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat delegeren. Bij die gedelegeerde toezichttaken kan het met name gaan om de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 38 ter om informatie te verzoeken en om overeenkomstig de artikelen 38 quater en 38 quinquies onderzoeken en inspecties ter plaatse uit te voeren.

2. Voordat een taak wordt gedelegeerd, pleegt ESMA met de betrokken bevoegde autoriteit overleg over:

a) de reikwijdte van de te delegeren taak;

b) het tijdschema voor het vervullen van de taak; en

c) het overdragen van de noodzakelijke informatie door en aan ESMA.

3. ESMA vergoedt een bevoegde autoriteit de kosten die zijn gemaakt als gevolg van het uitvoeren van gedelegeerde taken, in overeenstemming met de door de Commissie uit hoofde van artikel 38 quindecies, lid 3, vastgestelde verordening inzake vergoedingen.

4. ESMA evalueert het in lid 1 bedoelde besluit op gezette tijden. Een delegatie van taken kan te allen tijde worden ingetrokken.

32)  5. Het delegeren van taken laat de verantwoordelijkheid van ESMA onverlet en beperkt ESMA niet in haar mogelijkheden om ten aanzien van de gedelegeerde activiteit leiding te geven en toezicht uit te oefenen.". Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:

a)    lid 2 wordt vervangen door:

"2. De bevoegdheid om de in artikel 1, lid 9, artikel 2, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 15, lid 5, artikel 17, lid 3, artikel 19, leden 2 en 3, artikel 27, lid 3 bis, artikel 27 quater, artikel 31, lid 4, artikel 40, lid 8, artikel 41, lid 8, artikel 42, lid 7, artikel 45, lid 10, en artikel 52, leden 10 en 12, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt met ingang van 2 juli 2014 voor onbepaalde tijd toegekend.";

b)    in lid 3 wordt de eerste zin vervangen door:

"Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 1, lid 9, artikel 2, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 15, lid 5, artikel 17, lid 3, artikel 19, leden 2 en 3, artikel 27, lid 3 bis, artikel 27 quater, artikel 31, lid 4, artikel 40, lid 8, artikel 41, lid 8, artikel 42, lid 7, artikel 45, lid 10, en artikel 52, leden 10 en 12, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken.";

c)  in lid 5 wordt de eerste zin vervangen door:

"Een gedelegeerde handeling die ingevolge artikel 1, lid 9, artikel 2, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 15, lid 5, artikel 17, lid 3, artikel 19, leden 2 en 3, artikel 27, lid 3 bis, artikel 27 quater, artikel 31, lid 4, artikel 40, lid 8, artikel 41, lid 8, artikel 42, lid 7, artikel 45, lid 10, en artikel 52, leden 10 of 12, is vastgesteld, treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken.".

32 bis)  in artikel 39 wordt een nieuw lid 2 bis ingevoegd:

"2 bis. In overeenstemming met artikel 9, punt d quater), van Verordening (EU) nr. 1093/2010 en artikel 9, punt d ter), van Verordening (EU) nr. 1095/2010, kunnen de EBA en de ESMA "mystery shopping"-activiteiten van bevoegde autoriteiten coördineren, met betrekking tot het verrichten van een onderzoek naar een specifiek type financiële instelling, type product of type gedrag, met inbegrip van het benaderen van financiële instellingen in de rol van potentiële consument. De tijdens dergelijke onderzoeken verkregen informatie mag worden gebruikt ter ondersteuning van taken in verband met consumentenbescherming, financiële activiteiten en financiële innovatie."

32 ter)  in artikel 40 wordt lid 6 vervangen door:

"6. ESMA heroverweegt een verbod of beperking op grond van lid 1 na passende termijnen, zo spoedig mogelijk en ten minste elke 6 maanden. De Autoriteit kan het verbod of de beperking tweemaal verlengen, waarna het definitief wordt, tenzij de Autoriteit anders beslist.

32 quater)  In artikel 41 wordt lid 6 als volgt gewijzigd:

"6. De EBA heroverweegt een verbod of beperking op grond van lid 1 na passende termijnen, zo spoedig mogelijk en ten minste elke 6 maanden. De Autoriteit kan het verbod of de beperking tweemaal verlengen, waarna het definitief wordt, tenzij de Autoriteit anders beslist.

33)  In artikel 52 worden de volgende leden 13 en 14 toegevoegd:

"13.   De Commissie dient, na overleg met ESMA, bij het Europees Parlement en de Raad verslagen in over het functioneren van de overeenkomstig titel IV bis ingestelde consolidated tape. Het verslag met betrekking tot artikel 27 quinquies, lid 1, wordt uiterlijk op 3 september 2019 ingediend. Het verslag met betrekking tot artikel 27 quinquies, lid 2, wordt uiterlijk op 3 september 2021 ingediend.

In de in de eerste alinea genoemde verslagen wordt het functioneren van de consolidated tape beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a)   de beschikbaarheid en tijdigheid van geconsolideerde posttransactionele informatie die alle transacties omvat, ongeacht of zij op dan wel buiten een handelsplatform zijn uitgevoerd;

b)   de beschikbaarheid en tijdigheid van volledige en gedeeltelijke posttransactionele informatie van hoge kwaliteit, in formaten die goed toegankelijk en bruikbaar zijn voor marktdeelnemers en die tegen redelijke commerciële voorwaarden ter beschikking worden gesteld.

Wanneer de Commissie concludeert dat de verstrekkers van een consolidated tape er niet in geslaagd zijn informatie te verstrekken op een wijze die aan de criteria van de tweede alinea voldoet, hecht zij aan haar verslag een verzoek aan ESMA om een procedure van gunning door onderhandelingen in te leiden voor het aanwijzen, via een door ESMA beheerde aanbestedingsprocedure, van een commerciële entiteit die een consolidated tape exploiteert. ESMA leidt de procedure in na ontvangst van het verzoek van de Commissie, op de in het verzoek van de Commissie nader aangegeven voorwaarden en in overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(**).

14.   De Commissie stelt, wanneer de in lid 13 beschreven procedure wordt ingeleid, overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast door maatregelen te specificeren om:

a)   de duur van de overeenkomst van de commerciële entiteit die een consolidated tape exploiteert, alsmede de procedure en de voorwaarden voor de verlenging van de overeenkomst en de plaatsing van een nieuwe opdracht te bepalen;

b)   te bepalen dat de commerciële entiteit die een consolidated tape exploiteert, dat op exclusieve basis doet en dat geen andere entiteit een vergunning als verstrekker van een consolidated tape krijgt overeenkomstig artikel 27 bis;

c)   ESMA te machtigen om te waarborgen dat de via een aanbesteding aangewezen commerciële entiteit die een consolidated tape exploiteert, de aanbestedingsvoorwaarden naleeft;

d)   ervoor te zorgen dat de commerciële entiteit die een consolidated tape exploiteert, posttransactionele informatie verstrekt die van hoge kwaliteit is, in formaten die goed toegankelijk en bruikbaar zijn voor marktdeelnemers en in een geconsolideerd formaat dat de gehele markt omvat;

e)   ervoor te zorgen dat de posttransactionele informatie tegen redelijke commerciële voorwaarden wordt verstrekt, zowel op geconsolideerde als op niet-geconsolideerde basis, en aan de behoeften van de gebruikers van deze informatie in de gehele Unie voldoet;

f)   ervoor te zorgen dat handelsplatformen en APA's hun transactiegegevens tegen een redelijke kostprijs ter beschikking stellen van de via een door ESMA beheerde aanbestedingsprocedure aangewezen commerciële entiteit die een consolidated tape exploiteert;

g)   regelingen te specificeren die van toepassing zijn wanneer de via een aanbestedingsprocedure aangewezen commerciële entiteit die een consolidated tape exploiteert, niet aan de aanbestedingsvoorwaarden voldoet;

h)   regelingen te specificeren waarbij verstrekkers van een consolidated tape die uit hoofde van artikel 27 bis een vergunning hebben gekregen, wanneer geen gebruik wordt gemaakt van de in punt b) van dit lid vastgestelde machtiging of wanneer er via de aanbestedingsprocedure geen entiteit wordt aangewezen, een consolidated tape kunnen blijven exploiteren totdat een nieuwe aanbestedingsprocedure is afgerond en een commerciële entiteit is aangewezen om een consolidated tape te exploiteren.

*  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

**  Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).".

34)  De volgende artikelen 54 bis en 54 ter worden ingevoegd:

"Artikel 54 bisOvergangsmaatregelen met betrekking tot ESMA

1. Alle bevoegdheden en taken met betrekking tot de toezicht- en handhavingsactiviteiten op het gebied van aanbieders van datarapporteringsdiensten die op grond van artikel 67 van Richtlijn 2014/65/EU aan bevoegde autoriteiten zijn verleend, lopen af op [PB: datum invoegen 36 maanden na de inwerkingtreding]. Die bevoegdheden en taken worden op diezelfde datum door ESMA opgenomen.

2. Alle dossiers en werkdocumenten met betrekking tot de toezicht- en handhavingsactiviteiten op het gebied van aanbieders van datarapporteringsdiensten, met inbegrip van alle lopende onderzoeken en handhavingsmaatregelen, of gewaarmerkte kopieën daarvan, worden door ESMA overgenomen op de in lid 1 genoemde datum.

Een registratieaanvraag die uiterlijk op [PB: datum invoegen 30 maanden na de inwerkingtreding] door de bevoegde autoriteiten is ontvangen, wordt evenwel niet aan ESMA overgedragen en het besluit tot aanvaarding of weigering van de registratie wordt door de desbetreffende autoriteit genomen.

3. De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat alle bestaande bescheiden en werkdocumenten, of gewaarmerkte kopieën daarvan, zo spoedig mogelijk en uiterlijk [...] door de aanbieders van datarapporteringsdiensten aan ESMA worden overgedragen. Die bevoegde autoriteiten verlenen ook alle noodzakelijke bijstand en advies aan ESMA om het effectief en efficiënt overdragen en aanvangen van de toezicht- en handhavingsactiviteiten op het gebied van aanbieders van datarapporteringsdiensten te vergemakkelijken.

4. ESMA fungeert als de rechtsopvolger van de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten in alle bestuurlijke of gerechtelijke procedures die voortvloeien uit toezicht- en handhavingsactiviteiten die met betrekking tot onder deze verordening vallende aangelegenheden door die bevoegde autoriteiten zijn verricht.

5. Vergunningen van een aanbieder van datarapporteringsdiensten die door een bevoegde autoriteit als bedoeld in lid 1 zijn afgegeven, blijven ook na de bevoegdheidsoverdracht aan ESMA geldig.

Artikel 54 terBetrekkingen met accountants

1.   Iedere persoon die is toegelaten in de zin van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (*) en bij een aanbieder van datarapporteringsdiensten de taak verricht als beschreven in artikel 34 van Richtlijn 2013/34/EU of artikel 73 van Richtlijn 2009/65/EG, dan wel een andere wettelijke taak, heeft de plicht aan ESMA snel melding te doen van elk feit of besluit met betrekking tot die onderneming waarvan die persoon bij de uitvoering van die taken kennis heeft gekregen en dat van dien aard is:

a)   dat het een substantiële inbreuk inhoudt op de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen tot vaststelling van de voorwaarden voor vergunning of van specifieke voorschriften betreffende de uitoefening van de werkzaamheden van de aanbieder van datarapporteringsdiensten;

b)   dat het de bedrijfscontinuïteit van de aanbieder van datarapporteringsdiensten aantast;

c)   dat het leidt tot weigering van de goedkeuring van de jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud.

Die persoon heeft ook de plicht melding te doen van feiten en besluiten waarvan deze kennis heeft gekregen bij de uitvoering van een van de in de eerste alinea beschreven taken bij een onderneming die nauwe banden heeft met de aanbieder van datarapporteringsdiensten waar deze persoon die taak uitvoert.

2.    Melding te goeder trouw aan de bevoegde autoriteiten door de personen die zijn toegelaten in de zin van Richtlijn 2006/43/EG van de in lid 1 bedoelde feiten of besluiten, vormt geen inbreuk op een op grond van een contract of een wettelijke bepaling opgelegde beperking inzake de openbaarmaking van informatie, en leidt voor de betrokken persoon tot geen enkele vorm van aansprakelijkheid.

*   Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).".

Artikel 8Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/1011 betreffende indices gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten

Verordening (EU) 2016/1011 wordt als volgt gewijzigd:

-1)  in artikel 3, lid 1, punt 24, onder a), wordt de inleidende formule als volgt gewijzigd:

  "a) inputgegevens die volledig worden aangeleverd ▌van:".

-1 bis)  in artikel 3, lid 1, punt 24, onder a), wordt punt vii) als volgt gewijzigd:

  "een dienstverlener aan wie de benchmarkbeheerder het verzamelen van gegevens heeft uitbesteed overeenkomstig artikel 10, met uitzondering van artikel 10, lid 3, onder f), mits de dienstverlener de gegevens volledig ontvangt van een entiteit als bedoeld in punten i) tot en met vi);".

1)  aan artikel 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"9.  De Commissie stelt in overeenstemming met artikel 49 gedelegeerde handelingen vast tot nadere invulling van de vereisten die moeten garanderen dat de in lid 1 bedoelde governanceregelingen voldoende solide zijn.".

2)  aan artikel 12 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“4.  De Commissie stelt in overeenstemming met artikel 49 gedelegeerde handelingen vast tot nadere invulling van de voorwaarden die moeten garanderen dat de in lid 1 bedoelde methodologie voldoet aan de punten a) tot en met e) van dat lid.".

3)  in artikel 14 wordt de volgende alinea ingevoegd:

"4.  De Commissie stelt in overeenstemming met artikel 49 gedelegeerde handelingen vast tot nadere invulling van de kenmerken van de in lid 1 bedoelde systemen en controles.".

4)  Artikel 20 wordt vervangen door:

"Artikel 20Cruciale benchmarks

1.  De Commissie merkt als cruciale benchmark aan iedere benchmark die direct of indirect door een in de Unie gevestigde beheerder wordt gebruikt binnen een combinatie van benchmarks als referentie voor financiële instrumenten of financiële overeenkomsten of voor de meting van de prestatie van beleggingsfondsen met een totale waarde van ten minste 500 miljard EUR op basis van alle looptijden van de benchmark, indien van toepassing.

Wanneer een bevoegde autoriteit van een lidstaat of ESMA van mening is dat een benchmark overeenkomstig de eerste alinea als cruciale benchmark dient te worden aangemerkt, stelt die bevoegde autoriteit of ESMA, waar passend, de Commissie daarvan in kennis en onderbouwt zij haar standpunt schriftelijk.

De Commissie evalueert haar beoordeling van het cruciale karakter van de benchmarks ten minste om de twee jaar.

2.  ESMA merkt als cruciaal benchmarks aan die als referentie worden gebruikt voor financiële overeenkomsten of voor de meting van de prestatie van beleggingsfondsen met een totale waarde van minder dan 500 miljard EUR zoals beschreven in lid 1 die voldoen aan criterium a) en ofwel criterium b) of c) hieronder:

a)  voor de benchmark zijn geen of zeer weinig passende marktgestuurde vervangers;

b)  er zouden aanzienlijke en negatieve gevolgen zijn voor de marktintegriteit, de financiële stabiliteit, de consumenten, de reële economie of de financiering van huishoudens en ondernemingen in meer dan één lidstaat ingeval de benchmark niet meer wordt aangeboden of wordt aangeboden op basis van inputgegevens die niet meer volledig representatief zijn voor de onderliggende markt of economische realiteit, of op basis van onbetrouwbare inputgegevens;

c) i)  de benchmark is gebaseerd op indieningen door contribuanten die voor het merendeel in die lidstaat zijn gevestigd zijn, en

c) ii)  er zouden aanzienlijke en negatieve gevolgen zijn voor de marktintegriteit, de financiële stabiliteit, de consumenten, de reële economie of de financiering van huishoudens en ondernemingen in één lidstaat ingeval de benchmark niet meer wordt aangeboden of wordt aangeboden op basis van inputgegevens die niet meer volledig representatief zijn voor de onderliggende markt of economische realiteit, of op basis van onbetrouwbare inputgegevens.

3.  Bij het beoordelen van de vraag of de in de punten a) en b) vastgestelde criteria zijn vervuld, houdt ESMA met alle volgende elementen rekening:

i)  de waarde van financiële instrumenten en financiële overeenkomsten die naar de benchmark verwijzen, en de waarde van beleggingsfondsen die naar de benchmark verwijzen om hun prestatie en relevantie te meten in termen van de totale waarde van de financiële instrumenten en van de lopende financiële overeenkomsten en de totale waarde van beleggingsfondsen, in de betrokken lidstaten;

ii)  de waarde van financiële instrumenten en financiële overeenkomsten die naar de benchmark verwijzen, en de waarde van beleggingsfondsen die naar de benchmark verwijzen om hun prestatie binnen de betrokken lidstaten te meten, en de relevantie daarvan in termen van het bruto nationaal product van die lidstaten;

iii)  andere cijfers om op objectieve gronden het mogelijke effect te beoordelen van het niet langer aanbieden of de onbetrouwbaarheid van de benchmark op de marktintegriteit, de financiële stabiliteit, de consumenten, de reële economie of de financiering van huishoudens en bedrijven in de betrokken lidstaten.

4.  Voordat ESMA een benchmark als cruciale benchmark aanmerkt, overlegt zij met de bevoegde autoriteit van de beheerder van die benchmark en houdt zij rekening met de door die bevoegde autoriteit gemaakte beoordeling.

ESMA evalueert haar beoordeling van het cruciale karakter van de benchmark ten minste om de twee jaar.

ESMA stelt de Commissie onverwijld in kennis van het feit dat een benchmark als cruciale benchmark is aangemerkt, en van besluiten tot herziening van de status van een benchmark als cruciale benchmark ingeval de in de vierde alinea van dit lid bedoelde herziening tot de conclusie leidt dat een benchmark die door ESMA als cruciaal was beoordeeld, niet langer als cruciaal wordt beoordeeld.

Wanneer een bevoegde autoriteit van een lidstaat van mening is dat een benchmark overeenkomstig dit lid als cruciale benchmark dient te worden aangemerkt, stelt die bevoegde autoriteit ESMA daarvan in kennis en onderbouwt zij haar standpunt schriftelijk. ESMA verschaft die bevoegde autoriteit een met redenen omkleed standpunt indien zij besluit om die benchmark niet als cruciale benchmark aan te merken.

3.  De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 50, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vast met het oog op de vaststelling van een lijst met benchmarks die overeenkomstig de leden 1 en 2 als cruciale benchmarks zijn aangemerkt. De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 50, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vast om die lijst in de volgende situaties onverwijld bij te werken:

a)  de Commissie merkt een benchmark als een cruciale benchmark aan of herziet die status in overeenstemming met lid 1;

b)  de Commissie ontvangt kennisgevingen van ESMA als bedoeld in de vijfde alinea van lid 2.

4.  De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen, teneinde:

a)  te specificeren hoe de nominale waarde van financiële instrumenten niet zijnde derivaten, de notionele waarde van derivaten en de intrinsieke waarde van beleggingsfondsen dienen te worden beoordeeld, ook ingeval van een indirecte verwijzing naar een benchmark binnen een combinatie van benchmarks, om deze te kunnen vergelijken met de drempels als bedoeld in lid 1 van dit artikel en in artikel 24, lid 1, onder a);

b)  een evaluatie te verrichten van de berekeningsmethode die wordt gebruikt voor de bepaling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde drempels in het licht van de ontwikkelingen inzake markt, prijs en regelgeving, alsmede de geschiktheid van de classificering van benchmarks met een totale waarde van financiële instrumenten, financiële overeenkomsten of beleggingsfondsen voor de verwijzing ernaar die dicht bij de drempels ligt. Die evaluatie wordt ten minste om de twee jaar vanaf [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] verricht;

c)  te specificeren hoe de criteria in de punten i), ii), en iii), van de tweede alinea van lid 2 van dit artikel dienen te worden toegepast, rekening houdende met gegevens die ertoe bijdragen om op objectieve gronden het mogelijke effect te beoordelen van het niet langer aanbieden of de onbetrouwbaarheid van de benchmark op de marktintegriteit, de financiële stabiliteit, de consumenten, de reële economie of de financiering van huishoudens en ondernemingen in één of meer lidstaten.

De Commissie houdt rekening met relevante marktontwikkelingen of technologische ontwikkelingen.".

(5)  Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2.  Na ontvangst van de in lid 1 bedoelde beoordeling door de beheerder onderneemt de bevoegde autoriteit de volgende acties:

a)  zij stelt ESMA daarvan in kennis;

b)  binnen vier weken na ontvangst van die beoordeling, maakt zij haar eigen beoordeling van de vraag hoe de overgang van de benchmark naar een nieuwe beheerder dient plaats te vinden of hoe de aanbieding ervan dient te worden stopgezet, met inachtneming van de procedure als vastgelegd in artikel 28, lid 1.

Tijdens de in de punt b) van de eerste alinea bedoelde periode zet de beheerder het aanbieden van de benchmark niet stop zonder de schriftelijke toestemming van ESMA.";

b)  een nieuw lid 5 wordt toegevoegd:

“5.  De Commissie wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere invulling van de criteria waarop de in lid 2, onder b), bedoelde beoordeling dient te worden gebaseerd.".

6)  In artikel 23 worden de leden 3 en 4 vervangen door:

“3.  Indien een onder toezicht staande contribuant van een cruciale benchmark voornemens is de aanlevering van inputgegevens stop te zetten, brengt hij dit onverwijld schriftelijk ter kennis van de beheerder. Daarop stelt de beheerder ESMA daarvan onverwijld in kennis.

ESMA stelt de bevoegde autoriteit van die onder toezicht staande contribuant daarvan onverwijld in kennis. De beheerder dient zo snel als mogelijk en uiterlijk 14 dagen na de kennisgeving door de onder toezicht staande contribuant bij ESMA een beoordeling in van de gevolgen voor het vermogen van de cruciale benchmark om de onderliggende markt of economische realiteit te meten.

4.  Na ontvangst van de in de leden 2 en 3 bedoelde beoordeling maakt ESMA, op basis van die beoordeling, haar eigen beoordeling van het vermogen van de benchmark om de onderliggende markt of economische realiteit te meten, met inachtneming van de procedure van de beheerder voor de stopzetting van de benchmark die is vastgesteld overeenkomstig artikel 28, lid 1.".

7)  In artikel 26 wordt het volgende lid 9 toegevoegd:

“6.  De Commissie wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere invulling van de criteria op grond waarvan bevoegde autoriteiten aanpassingen mogen verlangen van de in lid 4 bedoelde nalevingsverklaring.".

8)  Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

“2.  De Commissie kan een uitvoeringsbesluit vaststellen waarin wordt verklaard dat het rechtskader en de toezichtpraktijk van een derde land het volgende waarborgen:

a)  beheerders die over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn in dat derde land, voldoen aan bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten op grond van deze verordening. Bij het beoordelen van de gelijkwaardigheid kan de Commissie rekening houden met de vraag of het rechtskader en de toezichtpraktijk van dat derde land de naleving waarborgen van de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of van de IOSCO-beginselen voor PRA's;

b)  die bindende vereisten zijn voortdurend onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land.

De Commissie kan de toepassing van het in de eerste alinea bedoelde uitvoeringsbesluit afhankelijk stellen van de eisen dat dat derde land op doorlopende basis daadwerkelijk voldoet aan in dat uitvoeringsbesluit uiteengezette voorwaarden en dat ESMA effectief de in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde monitoringtaken kan uitoefenen.

Dat uitvoeringsbesluit wordt vastgesteld volgens de in artikel 50, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure.";

b)  het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis. De Commissie kan in overeenstemming met artikel 49 een gedelegeerde handeling vaststellen tot nadere invulling van de in de punten a) en b) van de eerste alinea van lid 2 bedoelde voorwaarden.";

c)  lid 3 wordt vervangen door:

“3.  Wanneer geen uitvoeringsbesluit is vastgesteld overeenkomstig lid 2, kan de Commissie een uitvoeringsbesluit vaststellen waarin wordt verklaard:

a)  dat bindende vereisten in een derde land met betrekking tot specifieke beheerders of specifieke benchmarks of benchmarkgroepen gelijkwaardig zijn aan de vereisten op grond deze verordening, met name rekening houdende met de vraag of het rechtskader en de toezichtpraktijk van dat derde land de naleving waarborgen van de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of van de IOSCO-beginselen voor PRA's, en

b)  dat die specifieke beheerders, benchmarks of benchmarkgroepen voortdurend zijn onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land.

De Commissie kan de toepassing van het in de eerste alinea bedoelde uitvoeringsbesluit afhankelijk stellen van de eisen dat dat derde land op doorlopende basis daadwerkelijk voldoet aan in dat uitvoeringsbesluit uiteengezette voorwaarden en dat ESMA effectief de in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde monitoringtaken kan uitoefenen.

Dat uitvoeringsbesluit wordt vastgesteld volgens de in artikel 50, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure.";

d)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis.  De Commissie kan in overeenstemming met artikel 49 een gedelegeerde handeling vaststellen tot nadere invulling van de in de punten a) en b) van lid 3 bedoelde voorwaarden.";

e)  in lid 4 wordt de inleidende alinea vervangen door:

"4. ESMA gaat samenwerkingsregelingen aan met de bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het rechtskader en de toezichtpraktijk in overeenstemming met lid 2 of lid 3 als gelijkwaardig zijn erkend, tenzij dat derde land, overeenkomstig een van kracht zijnde gedelegeerde handeling die de Commissie heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement de Raad, is opgenomen in de lijst van rechtsgebieden die in hun nationale wet- en regelgeving ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering strategische gebreken vertonen die een significante bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Unie. In die regelingen wordt ten minste het volgende gespecificeerd:";

f)  in lid 4 wordt het volgende punt d) toegevoegd:

"d)  de procedures voor de uitwisseling van informatie op regelmatige basis, en ten minste per kwartaal, over in dat derde lande aangeboden benchmarks die voldoen aan de voorwaarden als bepaald in artikel 20, lid 1, onder a) of c).";

g)  lid 5, tweede alinea, wordt vervangen door:

"ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [PB: datum invoegen 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] in bij de Commissie.".

9)  Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

“1.  Tot het tijdstip dat een gelijkwaardigheidsbesluit overeenkomstig artikel 30, lid 2 of lid 3, is vastgesteld, kan een benchmark die wordt aangeboden door een in een derde land gevestigde aanbieder, worden gebruikt door onder toezicht staande entiteiten in de Unie, op voorwaarde dat die beheerder voorafgaande erkenning door ESMA overeenkomstig dit artikel heeft verkregen.";

b)  lid 2, tweede alinea, wordt vervangen door:

"Om te bepalen of is voldaan aan de in de eerste alinea bedoelde voorwaarde en om de overeenstemming met, naargelang het geval, de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of de IOSCO-beginselen voor PRA's te beoordelen, kan ESMA rekening houden met een beoordeling door een onafhankelijke externe controleur of met de certificering die is verstrekt door de bevoegde autoriteit van de beheerder in het derde land waar de beheerder is gevestigd.";

c)  lid 3 wordt vervangen door:

“3.  Een in een derde land gevestigde beheerder die voornemens is voorafgaande erkenning te verkrijgen als bedoeld in lid 1, heeft een wettelijke vertegenwoordiger. De wettelijke vertegenwoordiger is een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die uitdrukkelijk door de beheerder is aangewezen om te handelen namens die beheerder ten aanzien van de verplichtingen van de beheerder uit hoofde van deze verordening. De wettelijke vertegenwoordiger vervult, samen met de beheerder, de toezichtfunctie met betrekking tot het aanbieden van benchmarks door de beheerder uit hoofde van deze verordening en is in dat verband verantwoording verschuldigd aan ESMA.";

d)  lid 4 wordt geschrapt;

e)  lid 5 wordt vervangen door:

“5.  Een in een derde land gevestigde beheerder die voornemens is voorafgaande erkenning te verkrijgen als bedoeld in lid 1, dient een aanvraag tot erkenning in bij ESMA. De aanvragende beheerder verstrekt alle informatie die ESMA nodig heeft om zich ervan te vergewissen dat hij op het tijdstip van erkenning alle vereiste regelingen heeft getroffen om te voldoen aan de in lid 2 genoemde vereisten en verstrekt een overzicht van zijn feitelijke of geplande benchmarks die in de Unie zullen worden gebruikt, en vermeldt, in voorkomend geval, de naam van de bevoegde autoriteit in het derde land die voor het toezicht hierop verantwoordelijk is.

Binnen negentig werkdagen na ontvangst van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde aanvraag controleert ESMA of aan de in de leden 2 en 3 gestelde voorwaarden is voldaan.

Wanneer ESMA van mening is dat niet is voldaan aan de in de leden 2 en 3 gestelde voorwaarden, wijst zij de erkenningsaanvraag af en geeft zij de redenen voor die afwijzing. Bovendien wordt geen erkenning verleend tenzij aan de volgende bijkomende voorwaarden is voldaan:

a)  wanneer een in een derde land gevestigde beheerder aan toezicht is onderworpen, bestaat er een passende samenwerkingsregeling tussen ESMA en de bevoegde autoriteit van het derde land waar de beheerder is gevestigd, die voldoet aan de op grond van artikel 30, lid 5, vastgestelde de technische reguleringsnormen, om een efficiënte informatie-uitwisseling te waarborgen zodat de bevoegde autoriteit van dat derde land haar taken overeenkomstig deze verordening kan uitoefenen;

b)  de daadwerkelijke uitoefening door ESMA van haar toezichtfuncties uit hoofde van deze verordening wordt niet verhinderd door de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het derde land waar de beheerder is gevestigd, noch, in voorkomend geval, door beperkingen van de toezicht- en onderzoeksbevoegdheden van de bevoegde autoriteit van dat derde land.";

f)  de leden 6 en 7 worden geschrapt.

g)  lid 8 wordt vervangen door:

"8.   ESMA schort de overeenkomstig lid 5 verleende erkenning op of trekt deze in voorkomend geval in wanneer zij gegronde redenen heeft om, op basis van gedocumenteerd bewijs, aan te nemen dat de beheerder:

a)  handelt op een wijze die duidelijk afbreuk doet aan de belangen van de gebruikers van zijn benchmarks of de ordelijke werking van markten;

b)  ernstig inbreuk heeft gemaakt op de desbetreffende voorschriften van deze verordening;

c)  valse verklaringen heeft afgelegd of andere onregelmatige middelen heeft gebruikt om de erkenning te verkrijgen.".

11)  In artikel 34 wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:

"1 bis. Wanneer één of meer van de door de in lid 1 genoemde persoon aangeboden indices als cruciale benchmark zou kwalificeren, wordt de aanvraag tot ESMA gericht.".

12)  Artikel 40 wordt vervangen door:

"1.  Voor de toepassing van deze verordening ▐:

a)  is ESMA de bevoegde autoriteit voor beheerders van cruciale benchmarks als bedoeld in artikel 20, leden 1 en 2;

b)  is ESMA de bevoegde autoriteit voor beheerders van cruciale benchmarks als bedoeld in artikel 20, leden 30 en 32;

c)  herziet ESMA een besluit van een nationale bevoegde autoriteit door een EU-beheerder toe te staan een in een derde land aangeboden benchmark te bekrachtigen. Nadat de bekrachtigde benchmarks zijn opgenomen in het in artikel 36 quater bedoelde openbare register is alleen ESMA verantwoordelijk voor het toezicht op de bekrachtigde benchmarks en voor de naleving van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen, op een manier die waarborgt dat er geen sprake is van dubbele rapportage- of toezichtsverplichtingen voor de beheerders van de bekrachtigde benchmarks;

d)  is ESMA de bevoegde autoriteit voor onder toezicht staande contribuanten van cruciale benchmarks als bedoeld in artikel 20, lid 1;

e)  is ESMA de bevoegde autoriteit voor in de artikelen 30, 32 en 33 bedoelde onder toezicht staande beheerders van benchmarks;

2.  Elke lidstaat wijst de relevante bevoegde autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de taken uit hoofde van deze verordening ten aanzien van beheerders en onder toezicht staande entiteiten, en brengt de Commissie en ESMA daarvan op de hoogte.

3.   Een lidstaat die overeenkomstig lid 2 meer dan één bevoegde autoriteit aanwijst, bepaalt duidelijk de respectieve taken van die bevoegde autoriteiten en wijst één autoriteit aan als zijnde verantwoordelijk voor de coördinatie van de samenwerking en de uitwisseling van informatie met de Commissie, ESMA en de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten.

4.   ESMA publiceert op haar website een lijst van de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 aangewezen bevoegde autoriteiten.".

13)  Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt het inleidende deel vervangen door:

“1.  Ter vervulling van hun taken uit hoofde van deze verordening beschikken in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten, overeenkomstig het nationale recht, ten minste over de volgende toezicht- en onderzoeksbevoegdheden:";

b)  in lid 2 wordt het inleidende deel vervangen door:

"1.  De in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten oefenen de in lid 1 bedoelde taken en bevoegdheden, en de in artikel 42 bedoelde bevoegdheden om sancties op te leggen, in overeenstemming met hun nationale rechtskader op een van de volgende manieren uit:".

14)  In artikel 43, lid 1, wordt het inleidende deel vervangen door:

"1.  De lidstaten zorgen er bij het bepalen van het soort en het niveau van de bestuursrechtelijke sancties en andere bestuursrechtelijke maatregelen voor dat bevoegde autoriteiten die zij overeenkomstig artikel 40, lid 2, hebben aangewezen, rekening houden met alle relevante omstandigheden, waaronder, indien passend:".

15)  Artikel 44 wordt vervangen door:

"Artikel 44Verplichting tot medewerking

1.  Lidstaten die ervoor hebben gekozen om, overeenkomstig artikel 42, strafrechtelijke sancties vast te stellen voor inbreuken op de in dat artikel genoemde bepalingen, zorgen ervoor dat passende maatregelen voorhanden zijn zodat de overeenkomstig artikel 40, lid 2, aangewezen bevoegde autoriteiten over alle noodzakelijke bevoegdheden beschikken om met de rechterlijke instanties in hun ambtsgebied contacten te onderhouden om specifieke informatie te ontvangen met betrekking tot strafrechtelijke onderzoeken naar of procedures ingeleid wegens mogelijke inbreuken op deze verordening. Die bevoegde autoriteiten verschaffen die informatie aan andere bevoegde autoriteiten en ESMA.

2.  Bevoegde autoriteiten staan andere bevoegde autoriteiten en ESMA bij. Met name wisselen zij informatie uit en verlenen zij medewerking bij onderzoeken of toezichtwerkzaamheden. Bevoegde autoriteiten kunnen ook meewerken met andere bevoegde autoriteiten om de invordering van geldelijke sancties te faciliteren.".

16)  In artikel 45, lid 5, wordt de eerste alinea vervangen door:

“5.  De lidstaten verstrekken ESMA op jaarbasis geaggregeerde informatie over alle bestuursrechtelijke sancties en andere bestuursrechtelijke maatregelen die overeenkomstig artikel 42 zijn opgelegd. Die verplichting geldt niet voor onderzoeksmaatregelen. ESMA maakt die informatie bekend in een jaarlijks verslag, samen met geaggregeerde informatie over alle bestuursrechtelijke sancties en andere bestuursrechtelijke maatregelen die zijzelf heeft opgelegd overeenkomstig artikel 48 septies.".

17)  Artikel 46 wordt geschrapt.

18)  In artikel 47 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

“1.  De in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten verlenen ten behoeve van deze verordening hun medewerking aan ESMA, in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.  De in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten verstrekken ESMA onverwijld alle informatie die deze nodig heeft om haar taken, in overeenstemming met artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, te kunnen uitvoeren. [Te vergelijken met de wijzigingen van de ESMA-verordening].".

19)  In titel VI wordt het volgende hoofdstuk 4 ingevoegd:

HOOFDSTUK 4

Bevoegdheden van ESMA

Afdeling 1

Bevoegdheden en procedures

Artikel 48 bisBevoegdheidsuitoefening door ESMA

De op grond van de artikelen 48 ter, 48 quater en 48 quinquies aan ESMA, een functionaris van ESMA of een andere door ESMA gemachtigde persoon verleende bevoegdheden worden niet aangewend om de openbaarmaking te verlangen van aan het juridische verschoningsrecht onderworpen gegevens of documenten.

Artikel 48 terInformatieverzoek

1.  ESMA kan bij eenvoudig verzoek of bij besluit verlangen dat de volgende personen alle nodige informatie verschaffen om ESMA in staat te stellen haar taken uit hoofde van deze verordening te vervullen:

a)  in artikel 40 bedoelde personen betrokken bij het aanbieden van, of bij het aanleveren van inputdata voor, de benchmarks;

b)  entiteiten die gebruikmaken van de in punt a) bedoelde benchmarks, en verbonden derden;

c)  derden waaraan de in punt a) bedoelde personen functies of activiteiten hebben uitbesteed;

d)  personen die op een andere wijze nauw en wezenlijk te maken hebben met of verbonden zijn met de in punt a) bedoelde personen.

2.  In een eenvoudig informatieverzoek als bedoeld in lid 1 neemt zij het volgende in acht:

a)  zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

b)  zij vermeldt het doel van dat verzoek;

c)  zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

d)  zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

e)  zij geeft aan dat de persoon die om de informatie wordt gevraagd, niet verplicht is die informatie te verstrekken, maar dat, als er vrijwillig op het verzoek wordt ingegaan, de verstrekte informatie niet onjuist of misleidend mag zijn;

f)  zij vermeldt het bedrag van de geldboete die overeenkomstig artikel [48 septies] wordt opgelegd wanneer de verschafte informatie onjuist of misleidend is.

3.  Wanneer ESMA krachtens lid 1 bij besluit gelast informatie te verstrekken, neemt zij het volgende in acht:

a)  zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

b)  zij vermeldt het doel van dat verzoek;

c)  zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

d)  zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

e)  zij vermeldt de dwangsommen die overeenkomstig artikel [48 octies] zullen worden opgelegd wanneer de verlangde informatie onvolledig is;

f)  zij vermeldt de geldboete die overeenkomstig artikel [48 septies] zal worden opgelegd wanneer de antwoorden op de vragen onjuist of misleidend zijn;

g)  zij vermeldt dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt bij de bezwaarcommissie van ESMA en dat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna "Hof van Justitie" genoemd) tegen het besluit beroep kan worden ingesteld overeenkomstig de artikelen [ex 60 Bezwaar] en [ex 61 Beroep] van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

4.  De in lid 1 genoemde personen of hun vertegenwoordigers en, in het geval van rechtspersonen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, de krachtens de wet of hun statuten tot vertegenwoordiging bevoegde personen verstrekken de verlangde informatie. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen namens hun cliënten de verlangde informatie verstrekken. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen namens hun cliënten de verlangde informatie verstrekken.

5.  ESMA zendt onverwijld een afschrift van het eenvoudig verzoek of van haar besluit aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de in lid 1 bedoelde beheerder of onder toezicht staande contribuant op wie het informatieverzoek ziet, woonachtig of gevestigd is.

Artikel 48 quaterAlgemene onderzoeken

1.  Om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, kan ESMA de nodige onderzoeken naar de in artikel 48 ter, lid 1, genoemde personen uitvoeren. In dat verband zijn de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen bevoegd:

a)  alle vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken dat relevant is voor de uitvoering van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;

b)  voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal;

c)  al die personen, hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken om mondelinge of schriftelijke toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het onderwerp en het doel van de inspectie, en de antwoorden op te tekenen;

d)  alle andere natuurlijke personen of rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;

e)  overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.

2.  De functionarissen van ESMA en andere door ESMA ten behoeve van de in lid 1 bedoelde onderzoeken gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld. In die machtiging worden de dwangsommen vermeld die overeenkomstig artikel [48 octies] worden opgelegd indien de vereiste vastleggingen, gegevens, procedures of ander materiaal, of de antwoorden op vragen, gesteld aan de in artikel 48 ter, lid 1, genoemde personen, niet of onvolledig worden verstrekt, alsmede de in artikel [48 septies] vastgestelde geldboeten die worden opgelegd wanneer de antwoorden op vragen, gesteld aan die personen, onjuist of misleidend zijn.

3.  De in artikel 48 ter, lid 1, genoemde personen zijn verplicht zich aan op grond van een besluit van ESMA ingestelde onderzoeken te onderwerpen. Dat besluit vermeldt het voorwerp en het doel van het onderzoek, de dwangsommen die in artikel [48 octies] zijn vastgesteld, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.