Procedure : 2018/0138(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0015/2019

Ingediende teksten :

A8-0015/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/02/2019 - 16.7

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0109

VERSLAG     ***I
PDF 286kWORD 122k
14.1.2019
PE 627.834v02-00 A8-0015/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het stroomlijnen van maatregelen met het oog op een snellere voltooiing van het trans-Europees vervoersnetwerk

(COM (2018) 0277 – C8-0192/2018 – 2018/0138 (COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Dominique Riquet

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het stroomlijnen van maatregelen met het oog op een snellere voltooiing van het trans-Europees vervoersnetwerk

(COM(2018)0277 – C8-0192/2018 – 2018/0138(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0277),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0192/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Tsjechische senaat, de Duitse Bundestag, het Ierse parlement en het Zweedse parlement, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0015/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad22 voorziet in een gemeenschappelijk kader voor de verwezenlijking van moderne, interoperabele netwerken met het oog op de ontwikkeling van de interne markt. De trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-T) hebben een structuur met twee lagen: een uitgebreid netwerk dat alle regio's in de Unie ontsluit en een kernnetwerk dat de verbindingen omvat die voor de Unie van het grootste strategisch belang zijn. In Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn bindende termijnen vastgesteld voor de verwezenlijking van het TEN-T: 2030 voor het kernnetwerk en 2050 voor het uitgebreide netwerk.

(1)  Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad22 voorziet in een gemeenschappelijk kader voor de verwezenlijking in de Unie van interoperabele netwerken met een tweelagige structuur ten behoeve van de burgers, met het oog op de ontwikkeling van de interne markt en de sociale, economische en territoriale cohesie van de Unie. De trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-T) hebben een structuur met twee lagen: een kernnetwerk dat de verbindingen omvat die voor de Unie van het grootste strategisch belang zijn en een uitgebreid netwerk dat alle regio's in de Unie ontsluit. Het kernnetwerk moet fungeren als een grensoverschrijdende en multimodale katalysator voor de totstandbrenging van een eengemaakte Europese vervoers- en mobiliteitsruimte. In Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn bindende termijnen vastgesteld voor de verwezenlijking van het TEN-T: 2030 voor het kernnetwerk en 2050 voor het uitgebreide netwerk. Voorts is er in Verordening (EU) nr. 1315/2013 ook aandacht voor grensoverschrijdende verbindingen die de interoperabiliteit tussen de verschillende vervoerswijzen zullen verbeteren en zullen bijdragen aan de multimodale integratie van het vervoer van de Unie, en die daarnaast rekening moeten houden met de ontwikkelingsdynamiek van de vervoersector en de nieuwe technologieën van de toekomst.

__________________

__________________

22 Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).

22 Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Niettegenstaande de uitvoeringsverplichting en bindende termijnen voor TEN-T-projecten, is in de praktijk gebleken dat investeringen voor de voltooiing van het TEN-T vaak met de complexiteit van vergunningsprocedures, grensoverschrijdende aanbestedingen en andere procedures worden geconfronteerd. Dit brengt de tijdige uitvoering van projecten in het gedrang en leidt in veel gevallen tot aanzienlijke vertragingen en hogere kosten. Er is actie op EU-niveau nodig om die problemen aan te pakken en een gesynchroniseerde realisatie van het TEN-T mogelijk te maken.

(2)  Niettegenstaande de uitvoeringsverplichting en bindende termijnen voor TEN-T-projecten, is in de praktijk gebleken dat investeringen voor de voltooiing van het TEN-T vaak met een veelheid aan trage, onduidelijke en complexe vergunningsprocedures, grensoverschrijdende aanbestedingen en andere procedures worden geconfronteerd. Dit brengt de tijdige uitvoering van projecten in het gedrang en leidt in veel gevallen tot aanzienlijke vertragingen en hogere kosten, geeft aanleiding tot onzekerheid voor initiatiefnemers en potentiële particuliere investeerders, en kan zelfs tot gevolg hebben dat projecten halverwege de uitvoering worden opgegeven. Gezien deze omstandigheden is er actie op EU-niveau nodig om een gesynchroniseerde realisatie van het TEN-T mogelijk te maken binnen de termijn waarin is voorzien in Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad. Bovendien moeten de lidstaten hun besluiten over nationale infrastructuurplannen laten overeenstemmen met de doelstellingen van het TEN-T.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Deze verordening is enkel van toepassing op projecten van de Unie die krachtens Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn erkend als projecten van gemeenschappelijk belang met betrekking tot het kernnetwerk van het trans-Europees vervoersnetwerk. Een lidstaat kan besluiten ook het uitgebreide netwerk op te nemen in het toepassingsgebied.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  In de regelgeving van talrijke lidstaten wordt prioriteit gegeven aan bepaalde categorieën van projecten die van strategisch belang zijn voor de economie. Een prioritaire behandeling vertaalt zich in kortere termijnen, gelijktijdige procedures of beperkte beroepsprocedures, waarbij wordt gewaarborgd dat de doelstellingen van andere horizontale beleidsterreinen worden verwezenlijkt. Wanneer het nationale regelgevingskader in een dergelijk kader voorziet, moet dit automatisch gelden voor EU-projecten die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn aangewezen als projecten van gemeenschappelijk belang.

(3)  In de rechtsstelsels van talrijke lidstaten wordt prioriteit gegeven aan bepaalde categorieën van projecten die van strategisch belang zijn voor de Unie. Een prioritaire behandeling vertaalt zich in kortere termijnen, gelijktijdige en/of vereenvoudigde procedures of beperkte termijnen voor de afronding van vergunningsprocedures of beroepsprocedures, waarbij wordt gewaarborgd dat de doelstellingen van andere horizontale beleidsterreinen worden verwezenlijkt. Wanneer dergelijke regels inzake prioritaire behandeling voorhanden zijn in het nationale regelgevingskader, moeten deze automatisch gelden voor EU-projecten die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn aangewezen als projecten van gemeenschappelijk belang. De lidstaten die niet over dergelijke regels inzake prioritaire behandeling beschikken, moeten deze vaststellen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Om de effectiviteit van milieueffectbeoordelingen te verhogen en het besluitvormingsproces te stroomlijnen en indien de verplichting om kernnetwerkprojecten aan een milieubeoordeling te onderwerpen niet alleen voortvloeit uit Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU, maar ook uit andere EU-regelgeving, zoals Richtlijn 92/43/EEG, Richtlijn 2009/147/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2010/75/EU, Richtlijn 2012/18/EU en Richtlijn 2011/42/EG, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat een gemeenschappelijke procedure wordt ingevoerd die aan de eisen van al die richtlijnen voldoet.

(4)  Om de effectiviteit van milieueffectbeoordelingen te verhogen en het besluitvormingsproces te stroomlijnen en indien de verplichting om kernnetwerkprojecten aan een milieubeoordeling te onderwerpen niet alleen voortvloeit uit Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU, maar ook uit andere EU-regelgeving, zoals Richtlijn 92/43/EEG, Richtlijn 2009/147/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2010/75/EU, Richtlijn 2012/18/EU en Richtlijn 2011/42/EG, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat een gemeenschappelijke procedure wordt ingevoerd die aan de eisen van al die richtlijnen voldoet. Bovendien kunnen een vroegtijdige afbakening van de milieueffecten en een vroegtijdige discussie met de bevoegde autoriteit over de inhoud van de milieubeoordelingen de vertragingen tijdens de vergunningsfase doen afnemen en in het algemeen de kwaliteit van de beoordelingen verbeteren.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Gezien het grote aantal milieubeoordelingen dat moet worden verricht in het kader van diverse Europese richtlijnen of nationale regels en dat noodzakelijk is voor de afgifte van vergunningen voor projecten van gemeenschappelijk belang van het TEN-T-kernnetwerk, zou het wenselijk zijn dat de Unie een gemeenschappelijke, vereenvoudigde en gecentraliseerde procedure invoert die strookt met de voorschriften van die richtlijnen, en zo bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening om maatregelen beter te stroomlijnen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Kernnetwerkprojecten moeten worden gefaciliteerd door geïntegreerde vergunningsprocedures om een duidelijk beheer van de volledige procedure mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat investeerders zich tot één aanspreekpunt kunnen wenden. De lidstaten moeten een bevoegde instantie aanwijzen overeenkomstig hun nationale wetgeving en bestuurlijke organisatie.

(5)  De lidstaten moeten een enige bevoegde instantie aanwijzen overeenkomstig hun nationale wetgeving en bestuurlijke organisatie, zodat kernnetwerkprojecten hun voordeel kunnen doen met de integratie van vergunningsprocedures en de aanwezigheid van één enkel aanspreekpunt voor investeerders, hetgeen een duidelijk en doeltreffend beheer van de volledige procedure mogelijk maakt. Indien nodig kan deze enige bevoegde instantie haar verantwoordelijkheden, verplichtingen en taken delegeren aan een andere instantie op het passende regionale of lokale niveau of een ander passend administratief niveau.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De instelling van één bevoegde nationale instantie die alle vergunningsprocedures afhandelt (één loket), moet de complexiteit verminderen, de efficiëntie bevorderen en voor meer transparantie zorgen. Dit moet desgevallend ook de samenwerking tussen de lidstaten versterken. De procedures moeten aanzetten tot een echte samenwerking tussen investeerders en de bevoegde nationale instantie en toelaten tijdens de voorbereidende fase afspraken te maken over de draagwijdte van de vergunningsprocedure. Een dergelijke afbakening moet worden geïntegreerd in het gedetailleerde vergunningsschema en voldoen aan de procedure van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU.

(6)  De instelling van één bevoegde nationale instantie die alle vergunningsprocedures afhandelt (één loket), moet de complexiteit verminderen, de efficiëntie en coördinatie verbeteren, voor meer transparantie zorgen en de procedures en de besluitvorming versnellen. Dit moet desgevallend ook de samenwerking tussen de lidstaten versterken. De procedures moeten aanzetten tot een echte samenwerking tussen investeerders en de bevoegde nationale instantie en toelaten tijdens de voorbereidende fase afspraken te maken over de draagwijdte van de vergunningsprocedure. Een dergelijke afbakening moet worden geïntegreerd in het gedetailleerde vergunningsschema en voldoen aan de procedure van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Indien projecten van gemeenschappelijk belang als prioritaire projecten van de Unie worden beschouwd, kunnen de bevoegde instanties van twee of meer lidstaten of van lidstaten en derde landen besluiten een gezamenlijke bevoegde instantie op te richten om de uit deze verordening voortvloeiende taken te vervullen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Gezien de urgentie van de voltooiing van het TEN-T-kernnetwerk, moet de vereenvoudiging van de vergunningprocedures worden gekoppeld aan een termijn waarbinnen de bevoegde instanties een raambesluit over de bouw van een project dienen te nemen. Die maximumtermijn moet aansporen tot een efficiëntere afhandeling van procedures en mag in geen geval afbreuk doen aan de strenge EU-normen inzake milieubescherming en publieke inspraak.

(8)  Gezien de urgentie van de voltooiing van het TEN-T-kernnetwerk tegen 2030, moet de vereenvoudiging van de vergunningprocedures worden gekoppeld aan een termijn waarbinnen de bevoegde instanties een raambesluit over de bouw van een project dienen te nemen. Die maximumtermijn moet zorgen voor een efficiëntere afhandeling van procedures en mag in geen geval afbreuk doen aan de strenge EU-normen inzake milieubescherming, transparantie en publieke inspraak. Projecten moeten worden geëvalueerd volgens de maturiteitscriteria voor de selectie van projecten als vastgesteld in het kader van de Connecting Europe Facility. Bij de uitvoering van deze evaluaties moet rekening worden gehouden met naleving van de in deze verordening vastgestelde uiterste termijnen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Bij grensoverschrijdende TEN-T-infrastructuurprojecten vormt de coördinatie van de vergunningsprocedures een bijzondere uitdaging. De Europese coördinatoren moeten worden gemachtigd op die procedures toe te zien en de synchronisatie en afronding daarvan te faciliteren.

(10)  Bij grensoverschrijdende TEN-T-infrastructuurprojecten vormt de coördinatie van de vergunningsprocedures een bijzondere uitdaging. De in artikel 45 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 bedoelde Europese coördinatoren moeten worden gemachtigd op die procedures toe te zien en de synchronisatie en afronding daarvan te faciliteren, teneinde naleving van de in deze verordening vastgestelde termijnen te waarborgen.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De Commissie is niet stelselmatig betrokken bij de vergunning van individuele projecten. In sommige gevallen moeten bepaalde aspecten van de projectvoorbereiding echter door de Unie worden goedgekeurd. Indien de Commissie bij de procedures is betrokken, geeft zij prioriteit aan EU-projecten van gemeenschappelijk belang en biedt zij initiatiefnemers zekerheid. In sommige gevallen is de goedkeuring van staatssteun vereist. Overeenkomstig de gedragscode voor een goed verloop van de staatssteunprocedures, kunnen de lidstaten de Commissie verzoeken om projecten van gemeenschappelijk belang op het TEN-T-kernnetwerk die zij prioritair achten, te behandelen als onderdeel van een portefeuillebenadering of een onderling overeengekomen planning, wat meer zekerheid biedt over de termijnen.

(12)  De Commissie is niet stelselmatig betrokken bij de vergunning van individuele projecten. In sommige gevallen moeten bepaalde aspecten van de projectvoorbereiding echter door de Unie worden goedgekeurd. Indien de Commissie bij de procedures is betrokken, geeft zij prioriteit aan EU-projecten van gemeenschappelijk belang en biedt zij initiatiefnemers zekerheid. In sommige gevallen is de goedkeuring van staatssteun vereist. Onverminderd de in deze verordening vastgestelde termijnen en overeenkomstig de gedragscode voor een goed verloop van de staatssteunprocedures, moet de lidstaten de mogelijkheid worden geboden de Commissie te verzoeken om projecten van gemeenschappelijk belang op het TEN-T-kernnetwerk die zij prioritair achten, te behandelen als onderdeel van een portefeuillebenadering of een onderling overeengekomen planning, wat meer zekerheid biedt over de termijnen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De uitvoering van infrastructuurprojecten op het TEN-T-kernnetwerk moet ook worden ondersteund door richtsnoeren van de Commissie die meer duidelijkheid verschaffen over de uitvoering van bepaalde projecten met inachtneming van het acquis van de Unie. Het Actieplan voor de natuur, de mensen en de economie23 bevat bijvoorbeeld richtsnoeren om te verduidelijken hoe de vogel- en habitatrichtlijnen kunnen worden nageleefd. Voor projecten van algemeen belang moet rechtstreekse ondersteuning op het gebied van overheidsopdrachten worden aangeboden om de best mogelijke kosten-batenverhouding voor de overheidsfinanciën24 te bereiken. Bovendien moet passende technische bijstand worden verleend via de mechanismen die zijn ontwikkeld voor het meerjarig financieel kader 2021-2027, met het oog op de financiële ondersteuning van TEN-T-projecten van gemeenschappelijk belang.

(13)  De uitvoering van infrastructuurprojecten op het TEN-T-kernnetwerk moet ook worden ondersteund door richtsnoeren van de Commissie die meer duidelijkheid verschaffen over de uitvoering van bepaalde projecten met inachtneming van het acquis van de Unie. Het Actieplan voor de natuur, de mensen en de economie23 bevat bijvoorbeeld richtsnoeren om te verduidelijken hoe de vogel- en habitatrichtlijnen kunnen worden nageleefd. Voor projecten van algemeen belang moet rechtstreekse ondersteuning op het gebied van overheidsopdrachten worden aangeboden om de externe kosten zo laag mogelijk te houden en de best mogelijke kosten-batenverhouding voor de overheidsfinanciën te bereiken24. Bovendien moet passende technische bijstand worden verleend via de mechanismen die zijn ontwikkeld voor het meerjarig financieel kader 2021-2027, met het oog op de financiële ondersteuning van TEN-T-projecten van gemeenschappelijk belang.

__________________

__________________

23 COM(2017) 198 final.

23 COM(2017) 198 final.

24 COM(2017) 573 final.

24 COM(2017) 573 final.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Teneinde de rechtszekerheid te waarborgen dient deze verordening niet van toepassing te zijn op de administratieve procedures die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gestart,

(15)  Teneinde de rechtszekerheid te waarborgen dient deze verordening niet van toepassing te zijn op de administratieve procedures die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gestart, behalve wanneer in onderlinge overeenstemming tussen de betrokken partijen anders wordt besloten,

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening worden de eisen vastgesteld die van toepassing zijn op de administratieve procedures die door de bevoegde instanties van de lidstaten worden gevolgd voor de vergunning en uitvoering van alle projecten van gemeenschappelijk belang op het kernnetwerk van het trans-Europees netwerk.

Bij deze verordening worden de eisen vastgesteld die van toepassing zijn op de administratieve procedures die door de bevoegde instanties van de lidstaten worden gevolgd voor de vergunning en uitvoering van alle projecten van gemeenschappelijk belang op het kernnetwerk van het trans-Europees netwerk die verband houden met Verordening (EU) nr. 1315/2013, met inbegrip van de vooraf geselecteerde projecten als vermeld in deel III van de bijlage bij de verordening tot vaststelling van de Connecting Europe Facility voor de periode 2021-2027.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten kunnen besluiten de toepassing van alle bepalingen van deze verordening, als blok, uit te breiden naar projecten van gemeenschappelijk belang op het uitgebreide netwerk van het trans-Europees vervoersnetwerk.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  "raambesluit": een door de instantie of instanties van een lidstaat — met uitsluiting van rechterlijke instanties — genomen besluit of verzameling van besluiten die bepalen of een initiatiefnemer een vergunning krijgt voor de bouw van de voor de voltooiing van een project vereiste vervoersinfrastructuur, onverminderd alle besluiten die worden genomen in de context van procedures van administratief beroep;

a)  "raambesluit": een door de enige bevoegde instantie van een lidstaat en in voorkomend geval de gezamenlijke bevoegde instantie — met uitsluiting van rechterlijke instanties — genomen besluit of verzameling van besluiten die bepalen of een initiatiefnemer een vergunning krijgt voor de bouw van de voor de voltooiing van een project vereiste vervoersinfrastructuur, onverminderd alle besluiten die worden genomen in de context van procedures van administratief beroep;

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  "vergunningsprocedures": elke procedure die moet worden gevolgd of elke stap die moet worden genomen met het oog op de afgifte van een vergunning door een lidstaat op grond van het Unierecht of het nationale recht en alvorens de initiatiefnemer van een project het project mag uitvoeren;

b)  "vergunningsprocedures": elke procedure die moet worden gevolgd of elke stap die moet worden genomen met het oog op de afgifte van een vergunning door de bevoegde instanties van een lidstaat op grond van het Unierecht of het nationale recht en alvorens de initiatiefnemer van een project het project mag uitvoeren, en die start op de datum waarop de aanvaarding van de kennisgeving van het dossier door de enige bevoegde instantie van de lidstaat wordt ondertekend;

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  "initiatiefnemer": de aanvrager van een vergunning voor een particulier project of de overheidsinstantie die het initiatief neemt voor een project;

c)  "initiatiefnemer": elke natuurlijke persoon of publieke of private rechtspersoon die een aanvraag indient voor een vergunning om het initiatief te nemen voor een project;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  "enige bevoegde instantie": de instantie die door de lidstaat wordt aangewezen om de uit deze verordening voortvloeiende taken uit te voeren;

d)  "enige bevoegde instantie": de instantie die door de lidstaat overeenkomstig het nationale recht van die lidstaat wordt aangewezen om de uit deze verordening voortvloeiende taken uit te voeren;

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  "gezamenlijke bevoegde instantie": een instantie die is opgericht op basis van een wederzijds akkoord tussen de enige bevoegde instanties van twee of meer lidstaten, of die van een of meer lidstaten en een of meer derde landen, en die belast is met het faciliteren van de vergunningsprocedures met betrekking tot grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elk project van gemeenschappelijk belang op het TEN-T-kernnetwerk wordt onderworpen aan een geïntegreerde vergunningsprocedure die wordt beheerd door de enige bevoegde instantie die door elke lidstaat is aangewezen overeenkomstig de artikelen 5 en 6.

1.  Elk project van gemeenschappelijk belang op het TEN-T-kernnetwerk, met inbegrip van de vooraf geselecteerde segmenten als vermeld in deel III van de bijlage bij de verordening tot vaststelling van de Connecting Europe Facility, wordt onderworpen aan een geïntegreerde vergunningsprocedure die wordt beheerd door de enige bevoegde instantie die door elke lidstaat is aangewezen overeenkomstig de artikelen 5 en 6.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Om een efficiënt verloop van de administratieve procedures voor projecten van gemeenschappelijk belang te waarborgen, zorgen de initiatiefnemers en alle betrokken instanties ervoor dat die projecten zo snel als wettelijk mogelijk worden afgehandeld en dat daarvoor de nodige middelen worden uitgetrokken.

3.  Om een efficiënt en doeltreffend verloop van de administratieve procedures voor projecten van gemeenschappelijk belang te waarborgen, zorgen de initiatiefnemers en alle betrokken instanties ervoor dat die projecten zo snel als wettelijk mogelijk worden afgehandeld, met inbegrip van de evaluatie van de maturiteitscriteria voor de selectie van projecten, en dat daarvoor de nodige middelen worden uitgetrokken.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Teneinde de in artikel 6 vastgestelde termijnen na te leven en de administratieve lasten voor de voltooiing van projecten van gemeenschappelijk belang te reduceren, worden alle administratieve procedures uit hoofde van zowel het toepasselijke EU-recht als de nationale wetgeving geïntegreerd en afgesloten met één raambesluit.

1.  Teneinde de in artikel 6 vastgestelde termijnen na te leven en de administratieve lasten voor de voltooiing van projecten van gemeenschappelijk belang te reduceren, worden alle vergunningsprocedures uit hoofde van het toepasselijke recht, met inbegrip van de desbetreffende milieubeoordelingen op nationaal en EU-niveau, geïntegreerd en afgesloten met één raambesluit, onverminderd de voorschriften inzake transparantie, inspraak van het publiek, milieu en veiligheid uit hoofde van het Unierecht.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien projecten van gemeenschappelijk belang aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen uit hoofde van zowel Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad als andere EU-wetgeving, voorzien de lidstaten in enkelvoudige procedures als bedoeld in artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2011/92/EU.

2.  Onverminderd de in artikel 6 van deze verordening vastgestelde termijnen, voorzien de lidstaten, indien projecten van gemeenschappelijk belang aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen uit hoofde van zowel Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad als andere EU-wetgeving, in enkelvoudige procedures als bedoeld in artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2011/92/EU.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk ... (PB: gelieve de datum in te voegen — één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening) wijst elke lidstaat één bevoegde instantie aan die tot taak heeft de vergunningsprocedure te faciliteren, met inbegrip van de vaststelling van het raambesluit.

1.  Uiterlijk ... [één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en in elk geval niet later dan 31 december 2020, wijst elke lidstaat één bevoegde instantie aan die tot taak heeft de vergunningsprocedures te faciliteren die nodig zijn voor de vaststelling van het raambesluit, in overeenstemming met lid 3 van dit artikel.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verantwoordelijkheid van de in lid 1 bedoelde instantie en/of de haar toebedeelde taken kunnen per project van gemeenschappelijk belang of per specifieke categorie van projecten van gemeenschappelijk belang worden gedelegeerd aan of uitgevoerd door een andere instantie op het passende administratieve niveau, op voorwaarde dat:

Op initiatief van de enige bevoegde instantie kunnen haar verantwoordelijkheden, verplichtingen en/of de haar toebedeelde taken, als bedoeld in lid 1, per project van gemeenschappelijk belang of per specifieke categorie van projecten van gemeenschappelijk belang en met uitzondering van de vaststelling van het raambesluit als bedoeld in lid 3 van dit artikel, in overleg met de lidstaat worden gedelegeerd aan en uitgevoerd door een andere instantie op het passende regionale of lokale niveau of een ander passend administratief niveau, op voorwaarde dat:

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  slechts één instantie verantwoordelijk is voor elk project van gemeenschappelijk belang;

a)  slechts één bevoegde instantie verantwoordelijk is voor elk project van gemeenschappelijk belang;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  die instantie tijdens de procedure met het oog op een raambesluit voor een bepaald project van gemeenschappelijk belang het enige aanspreekpunt is voor de initiatiefnemer, en

b)  die bevoegde instantie tijdens de procedure met het oog op een raambesluit voor een bepaald project van gemeenschappelijk belang het enige aanspreekpunt is voor de initiatiefnemer; en

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  die instantie de indiening van alle relevante documenten en informatie coördineert.

c)  die bevoegde instantie de indiening van alle relevante documenten en informatie coördineert.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het raambesluit wordt door de enige bevoegde instantie vastgesteld en is het enige juridisch bindende besluit dat voortvloeit uit de wettelijk voorgeschreven vergunningsprocedure. Wanneer ook andere instanties bij het project zijn betrokken, kunnen zij in het kader van die procedure overeenkomstig de nationale wetgeving advies uitbrengen. De enige bevoegde instantie houdt rekening met die adviezen.

Het raambesluit wordt door de enige bevoegde instantie vastgesteld en is het enige juridisch bindende besluit dat voortvloeit uit de vergunningsprocedure. Onverminderd de in artikel 6 van deze verordening vastgestelde termijnen kunnen, wanneer ook andere instanties bij het project zijn betrokken, deze instanties in het kader van die procedure overeenkomstig de nationale wetgeving advies uitbrengen. De enige bevoegde instantie is verplicht rekening te houden met deze adviezen, met name als ze betrekking hebben op de voorschriften van Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij de vaststelling van een raambesluit zorgt de enige bevoegde instantie ervoor dat de relevante eisen overeenkomstig het internationaal recht en het Unierecht in acht worden genomen en motiveert zij haar besluit.

4.  Bij de vaststelling van een raambesluit zorgt de enige bevoegde instantie ervoor dat de relevante eisen overeenkomstig het internationaal recht en het Unierecht in acht worden genomen en motiveert zij haar besluit op basis van de toepasselijke wettelijke bepalingen.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Wanneer er voor een project van gemeenschappelijk belang in twee of meer lidstaten besluiten moeten worden genomen, nemen de respectieve enige bevoegde instanties alle nodige maatregelen om voor een efficiënte en effectieve onderlinge samenwerking en coördinatie te zorgen. Onverminderd de verplichtingen uit hoofde van het toepasselijke EU- en internationaal recht, streven de lidstaten naar gemeenschappelijke procedures, met name voor de beoordeling van de milieueffecten.

5.  Wanneer er voor een project van gemeenschappelijk belang in twee of meer lidstaten, of in één of meer lidstaten en één of meer derde landen, besluiten moeten worden genomen, nemen de respectieve enige bevoegde instanties alle nodige maatregelen om voor een efficiënte en effectieve onderlinge samenwerking en coördinatie te zorgen, of kunnen zij, onverminderd de in artikel 6 vastgestelde termijnen, een gezamenlijke bevoegde instantie oprichten die wordt belast met het faciliteren van de vergunningsprocedure. Onverminderd de verplichtingen uit hoofde van het toepasselijke internationale en Unierecht, streven de lidstaten naar gemeenschappelijke procedures, met name voor de beoordeling van de milieueffecten.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Om een doeltreffende uitvoering van deze verordening, en met name van artikel 6 bis, te waarborgen, stelt de enige bevoegde instantie de Commissie in kennis van de startdatum van de vergunningsprocedure en het raambesluit als bedoeld in artikel 6.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De voorbereidende fase, die de periode bestrijkt vanaf het begin van de vergunningsprocedure tot de indiening van het volledige aanvraagdossier bij de enige bevoegde instantie, mag in beginsel niet meer dan twee jaar duren.

2.  De voorbereidende fase, die de periode bestrijkt vanaf het begin van de vergunningsprocedure tot de indiening van het volledige aanvraagdossier bij de enige bevoegde instantie, mag in beginsel niet meer dan achttien maanden duren.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Om de vergunningsprocedure te starten stelt de initiatiefnemer de enige bevoegde instanties van de lidstaten die bij het project zijn betrokken schriftelijk in kennis van het project, met een uitvoerige beschrijving van dat project. Uiterlijk twee maanden na ontvangst van die kennisgeving, bevestigt de enige bevoegde instantie de ontvangst van het dossier en neemt zij dit in behandeling of, indien zij van oordeel is dat het project nog niet rijp is om de vergunningsprocedure te starten, verwerpt zij die kennisgeving schriftelijk. Indien de enige bevoegde instantie besluit de kennisgeving te verwerpen, motiveert zij haar besluit. De datum van ondertekening van de aanvaarding van de kennisgeving door de bevoegde instantie geldt als de startdatum van de vergunningsprocedure. Wanneer twee of meer lidstaten betrokken zijn, geldt de datum van aanvaarding van de laatste kennisgeving van de bevoegde instantie als startdatum van de vergunningsprocedure.

3.  Om de vergunningsprocedure te starten stelt de initiatiefnemer de enige bevoegde instanties van de lidstaten die bij het project zijn betrokken, of in voorkomend geval de gezamenlijke bevoegde instantie, schriftelijk in kennis van het project, met een uitvoerige beschrijving van dat project. Uiterlijk één maand na ontvangst van die kennisgeving, bevestigt de enige bevoegde instantie de ontvangst van het dossier en aanvaardt zij dit of, indien zij van oordeel is dat het project nog niet rijp is om de vergunningsprocedure te starten, verwerpt zij die kennisgeving schriftelijk. Indien de enige bevoegde instantie besluit de kennisgeving te verwerpen, motiveert zij haar besluit. De datum van ondertekening van de aanvaarding van de kennisgeving door de bevoegde instantie geldt als de startdatum van de vergunningsprocedure. Wanneer twee of meer lidstaten betrokken zijn, geldt de datum van aanvaarding van de laatste kennisgeving van de bevoegde instantie als startdatum van de vergunningsprocedure.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Binnen drie maanden na het begin van de vergunningsprocedure en in nauwe samenwerking met de initiatiefnemer en de andere betrokken instanties en rekening houdend met de door de initiatiefnemer verstrekte informatie op basis van de in lid 3 bedoelde kennisgeving, stelt de enige bevoegde instantie een gedetailleerd aanvraagschema op en stelt zij de initiatiefnemer daarvan in kennis; dit schema vermeldt:

4.  Binnen twee maanden na het begin van de vergunningsprocedure en in nauwe samenwerking met de initiatiefnemer en de andere betrokken instanties en rekening houdend met de door de initiatiefnemer verstrekte informatie op basis van de in lid 3 bedoelde kennisgeving, stelt de enige bevoegde instantie, of in voorkomend geval de gezamenlijke bevoegde instantie, een gedetailleerd aanvraagschema op en stelt zij de initiatiefnemer daarvan in kennis; dit schema vermeldt:

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)  de verantwoordelijke bevoegde instantie, op het passende administratieve niveau, in het geval van een delegatie van bevoegdheden door de enige bevoegde instantie in overeenstemming met artikel 5, lid 2;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 – letter b – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  de vast te stellen besluiten en in te winnen adviezen;

i)  de vast te stellen besluiten, af te geven vergunningen, in te winnen adviezen en te verrichten beoordelingen;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 – letter b – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  de autoriteiten, belanghebbenden en bevolking die wellicht bij het dossier moeten worden betrokken;

ii)  de autoriteiten, belanghebbenden en bevolking die wellicht bij het dossier moeten worden betrokken en/of moeten worden geraadpleegd;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 – letter b – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  de belangrijkste mijlpalen en de desbetreffende termijnen met het oog op het vast te stellen raambesluit;

iv)  de belangrijkste mijlpalen en de desbetreffende termijnen met het oog op het vast te stellen raambesluit, alsmede het totale geplande tijdschema;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De initiatiefnemer dient het aanvraagdossier op basis van het gedetailleerde vergunningsschema in binnen een termijn van 21 maanden na de ontvangst van het gedetailleerd vergunningsschema. Na het verstrijken van die termijn, is dat vergunningsschema niet langer van toepassing, tenzij de enige bevoegde instantie beslist die termijn te verlengen op basis van een gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer van het project.

6.  De initiatiefnemer dient het aanvraagdossier op basis van het gedetailleerde vergunningsschema in binnen een termijn van 15 maanden na de ontvangst van het gedetailleerd vergunningsschema. Na het verstrijken van die termijn, is dat vergunningsschema niet langer van toepassing, tenzij de enige bevoegde instantie op eigen initiatief beslist die termijn te verlengen met maximaal zes maanden op basis van een gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer van het project.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De enige bevoegde instantie beoordeelt de aanvraag en stelt binnen één jaar na de indiening van het volledige aanvraagdossier overeenkomstig lid 7 een raambesluit vast. De lidstaten kunnen desgevallend een kortere termijn vaststellen.

8.  De enige bevoegde instantie beoordeelt de aanvraag en stelt binnen zes maanden na de indiening van het volledige aanvraagdossier overeenkomstig lid 7 een bindend raambesluit vast, tenzij de enige bevoegde instantie op eigen initiatief besluit deze termijn te verlengen met maximaal drie maanden en dit besluit motiveert. De lidstaten kunnen desgevallend een kortere termijn vaststellen.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Vergunningsprocedure en financiële bijstand van de Unie

 

1.  In overeenstemming met de in artikel 6 van deze verordening vastgestelde procedure wordt de voortgang van het project in aanmerking genomen bij de evaluatie van projecten volgens de maturiteitscriteria voor het selecteren van projecten als vastgesteld in artikel 13 van Verordening (EU) .../... [tot vaststelling van de Connecting Europe Facility].

 

2.  Vertragingen in verband met de in artikel 6 vastgestelde fasen en termijnen vormen een rechtvaardiging om een onderzoek te openen naar de voortgang van het project en de financiële bijstand van de Unie uit hoofde van de Connecting Europe Facility te herzien, zoals bepaald in artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) .../... [CEF], en kunnen een verlaging of intrekking van de financiële bijstand tot gevolg hebben.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor projecten waarbij twee of meer lidstaten zijn betrokken, stemmen de bevoegde instanties hun termijnen op elkaar af en stellen zij een gemeenschappelijke planning vast.

1.  Voor projecten waarbij twee of meer lidstaten, of één of meer lidstaten en één of meer derde landen, zijn betrokken, stemmen de bevoegde instanties hun termijnen op elkaar af en stellen zij een gemeenschappelijke planning vast.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In deze gevallen kunnen de enige bevoegde instanties van twee of meer lidstaten, of die van een of meer lidstaten en een of meer derde landen, op basis van een wederzijds akkoord een gezamenlijke bevoegde instantie oprichten om de vergunningsprocedure te faciliteren, zoals bepaald in artikel 5, lid 5.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese coördinator als bedoeld in artikel 45 van Verordening (EU)² nr. 1315/2013 krijgt de bevoegdheid om nauwlettend toe te zien op de vergunningsprocedure voor grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang en om de contacten tussen de betrokken bevoegde instanties te faciliteren.

2.  De Europese coördinator als bedoeld in artikel 45 van Verordening (EU)² nr. 1315/2013 krijgt de bevoegdheid om toe te zien op de vergunningsprocedure voor grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang en om de contacten en samenwerking tussen de betrokken bevoegde instanties, of in voorkomend geval met de gezamenlijke bevoegde instantie, te faciliteren.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd de verplichting de termijnen in het kader van deze verordening na te leven, stelt de bevoegde instantie bij een overschrijding van de termijn voor de vaststelling van een raambesluit de betrokken Europese coördinator onmiddellijk in kennis van de maatregelen die zijn genomen of moeten worden genomen om de vergunningsprocedure met zo weinig mogelijk vertraging af te ronden. De Europese coördinator kan de bevoegde instantie verzoeken regelmatig verslag uit te brengen over de voortgang van de procedure.

3.  Onverminderd de verplichting de termijnen in het kader van deze verordening na te leven, stelt de enige bevoegde instantie bij een overschrijding van de termijn voor de vaststelling van een raambesluit de Commissie en, in voorkomend geval, de betrokken Europese coördinator onmiddellijk in kennis van de maatregelen die zijn genomen of moeten worden genomen om de vergunningsprocedure met zo weinig mogelijk vertraging af te ronden. De Commissie en, in voorkomend geval, de Europese coördinator kunnen de enige bevoegde instantie verzoeken regelmatig verslag uit te brengen over de voortgang van de procedure.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien voor die procedures een beroep wordt gedaan op een door de deelnemende lidstaten opgerichte gemeenschappelijke entiteit, past die entiteit de nationale regelgeving van één van die lidstaten toe en, in afwijking van die richtlijnen, is dit de regelgeving als bepaald overeenkomstig artikel 57, lid 5, onder a), van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad of artikel 39, lid 5, onder a), van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad, naargelang van toepassing, tenzij in een overeenkomst tussen de deelnemende lidstaten anders is bepaald. Een dergelijke overeenkomst voorziet in elk geval in de toepassing van één enkele nationale wetgeving wanneer voor de aanbestedingsprocedures een beroep wordt gedaan op een gemeenschappelijke entiteit.

2.  Indien voor die procedures een beroep wordt gedaan op een door de deelnemende lidstaten opgerichte gemeenschappelijke entiteit, past die entiteit, in voorkomend geval samen met haar dochtermaatschappijen, de nationale regelgeving van één van die lidstaten toe en, in afwijking van die richtlijnen, is dit de regelgeving als bepaald overeenkomstig artikel 57, lid 5, onder a), van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad of artikel 39, lid 5, onder a), van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad, naargelang van toepassing, tenzij in een overeenkomst tussen de deelnemende lidstaten anders is bepaald. Een dergelijke overeenkomst voorziet in elk geval in de toepassing van één enkele nationale wetgeving voor de aanbestedingsprocedures waarbij een beroep wordt gedaan op een gemeenschappelijke entiteit, en in voorkomend geval de dochtermaatschappijen van die entiteit, met betrekking tot het volledige project.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op verzoek van een initiatiefnemer of een lidstaat, overeenkomstig de desbetreffende financieringsprogramma's van de Unie en onverminderd het meerjarig financieel kader, voorziet de Unie in technische bijstand voor de tenuitvoerlegging van deze verordening en om de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang te faciliteren.

Op verzoek van een initiatiefnemer of een lidstaat, overeenkomstig de desbetreffende financieringsprogramma's van de Unie en onverminderd het meerjarig financieel kader, voorziet de Unie in technische, adviserende en financiële bijstand voor de tenuitvoerlegging van deze verordening en om de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang te faciliteren in elke fase van het proces.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

De artikelen 4, 5, 6 en 7 zijn echter in een gegeven lidstaat van toepassing vanaf de datum waarop de enige bevoegde instantie door die lidstaat overeenkomstig artikel 5, lid 1, is aangewezen.

 

De Commissie publiceert een mededeling in het Publicatieblad op het moment dat deze bepalingen van toepassing worden in een lidstaat.


TOELICHTING

De Unie heeft een netwerk van moderne en efficiënte infrastructuren nodig, verspreid over heel Europa, om de Europese burgers en ondernemingen met elkaar te verbinden en de interne markt te ondersteunen. Met het oog hierop hebben de EU-instellingen het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T) vastgesteld, dat bestaat uit een uitgebreid netwerk, maar vooral uit een kernnetwerk, dat als het ware de wervelkolom van de Unie vormt. Binnen dit netwerk vormen projecten van gemeenschappelijk belang een aparte categorie. Het zijn deze projecten die het voorwerp uitmaken van deze verordening. Zij zorgen voor een grote Europese toegevoegde waarde.

De voltooiing van het TEN-T-netwerk is van cruciaal belang voor gestage en duurzame economische groei in de Unie en zorgt er bovendien voor dat de Unie concurrerend blijft ten aanzien van een steeds grotere wereldwijde concurrentie. De Unie en haar lidstaten hebben tot 2030 de tijd om het kernnetwerk te voltooien. De voltooiing van dit ene netwerk zou naar verwachting een extra groei van 4 500 miljard EUR of 1,8 % van het bbp van de Unie genereren en tegen 2030 een arbeidsvolume van 13 miljoen manjaar met zich meebrengen.

BEWEEGREDENEN EN DOEL VAN DE VERORDENING

Indien we in hetzelfde tempo verder werken, zal de doelstelling van 2030 niet worden gehaald. De aanleg van de infrastructuur van het TEN-T-kernnetwerk gaat gepaard met ernstige problemen die van tweeërlei aard zijn:

–  Het eerste probleem is van financiële aard. De lidstaten kampen met een gebrek aan begrotingsmiddelen en ook de Europese begroting is erg beperkt. In die context zijn de investeringsbehoeften dan ook enorm. Naar schatting is er tussen 2021 en 2030 zo'n 500 miljard EUR aan investeringen nodig om het TEN-T-kernnetwerk te voltooien. Als we het uitgebreide TEN-T-netwerk meerekenen, is er tegen 2050 nog zo'n 1 500 miljard EUR nodig.

–  Het tweede probleem is van regelgevende en operationele aard. Met deze verordening wordt geprobeerd de belemmeringen op het vlak van regelgeving te weg te nemen. Deze belemmeringen stellen de initiatiefnemers van een project voor grote problemen en staan de verwezenlijking van het TEN-T-netwerk in de weg. De rapporteur benadrukt met name dat de in de loop der jaren toegenomen complexiteit van en de overvloed aan verplichte studies, beoordelingen en raadplegingen ervoor gezorgd hebben dat projecten steeds moeilijker uitgevoerd kunnen worden. Zo bedraagt de termijn tussen de ontwikkelingsfase en de afronding van het uitvoeringsdossier voor grote infrastructuurprojecten gemiddeld acht jaar. Deze steeds langere termijnen brengen voor marktdeelnemers erg veel onzekerheid met zich mee, naast een forse stijging van de kosten van studies en de uiteindelijke kosten van de werken, en een steeds groter aantal beroepsmogelijkheden. Door deze factoren haken niet alleen de initiatiefnemers van een project af, maar ook hun partners, met name op financieel gebied. Zij zien op tegen de lange en onzekere procedures en de uitkomst hiervan. De situatie is zodanig gespannen dat ze voor initiatiefnemers van een project een onoverkomelijke hindernis kan worden, waardoor sommige projecten nooit van de grond komen, omdat ze te veel onzekerheid met zich mee zouden brengen wegens de complexiteit van de procedures.

VOORSTELLEN IN HET VERSLAG

Tegen deze achtergrond toont de rapporteur zich verheugd over het huidige voorstel voor een verordening van de Commissie, waarmee wordt beoogd de administratieve procedures in verband met de vergunningen en de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang op het kernnetwerk van het trans-Europees netwerk (TEN-T) beter te organiseren en te verkorten. Deze rationalisering heeft geen invloed op de aard en de inhoud van de administratieve en regelgevingsformaliteiten, die de bevoegdheid van de lidstaten blijven overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel. De organisatie, de termijnen, de vereenvoudiging en de oprichting van één enkel loket daarentegen komen aan bod in de bepalingen van de verordening en zijn bedoeld om de onzekerheid en de kosten aanzienlijk te beperken.

  Termijnen

De rapporteur toont zich een voorstander van duidelijke en nauwkeurige termijnen voor elke fase van de vergunningsprocedure en steunt de invoering hiervan. Daarnaast heeft de rapporteur een maximale duur voor de gehele vergunningsprocedure voorgesteld, beperkt tot drie jaar, hetgeen een aanzienlijke verbetering is ten opzichte van de huidige situatie.

  Enige bevoegde instantie

In het kader van rationalisering wordt vervolgens in elke lidstaat één enkel loket voor initiatiefnemers van een project opgericht, door middel van de aanwijzing van één enkele bevoegde instantie die zich zal bezighouden met alle vergunningsprocedures en die als enige bevoegd is om het kaderbesluit vast te stellen. De rapporteur stelt niettemin de mogelijkheid voor om de lidstaten deze bevoegdheid te laten delegeren aan een andere instantie indien het besluit beter op een ander, passender niveau kan worden genomen, op voorwaarde dat niet wordt afgeweken van het beginsel van één enkele bevoegde instantie en één aanspreekpunt voor de initiatiefnemers van een project.

  Grensoverschrijdende projecten

Bovendien steunt de rapporteur het voorstel van de Commissie in verband met aanbestedingsprocedures voor grensoverschrijdende projecten die worden geleid door een entiteit die meer dan een lidstaat vertegenwoordigt, waarbij voor deze gemeenschappelijke entiteit, met inbegrip van eventuele dochterondernemingen, één enkel recht van toepassing is voor het volledige project.

  Prioritaire behandeling

De rapporteur benadrukt tevens het cruciale belang van projecten van gemeenschappelijk belang (de enige projecten die onder deze verordening vallen) en hun toegevoegde Europese waarde voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie. Daarom onderstreept de rapporteur dat in het regelgevingskader van de lidstaten moet worden voorzien in een prioritaire behandeling voor deze projecten.

  Coherentie met de CEF

Anderzijds is er volgens de rapporteur ook een nieuwe bepaling nodig in de verordening, om rekening te houden met de eerbiediging van de in deze verordening vastgestelde termijnen als een van de criteria voor het selecteren van projecten in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF).

De rapporteur is ervan overtuigd dat deze verordening een belangrijk hulpmiddel kan zijn om de TEN-T-netwerken in de hele Unie daadwerkelijk te voltooien, door het risico op vertragingen te beperken, door initiatiefnemers van projecten en investeerders meer zekerheid te bieden over de duur van de geldende procedures en door uiteindelijk ook meer particuliere investeerders te betrekken bij de projecten. Om projecten van gemeenschappelijk belang die vanaf 2020 gefinancierd worden in het kader van het nieuwe programma CEF II de vruchten te laten plukken van deze verordening, moet worden gezorgd voor een spoedige vaststelling ervan.


ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (19.11.2018)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het stroomlijnen van maatregelen met het oog op een snellere voltooiing van het trans-Europees vervoersnetwerk

(COM(2018)0277 – C8-0192/2018 – 2018/0138(COD))

Rapporteur voor advies: Demetris Papadakis

BEKNOPTE MOTIVERING

De EU streeft ernaar wereldleider te worden op het gebied van innovatie, digitalisering en de overgang naar een koolstofvrije economie. In dat kader heeft de Europese Commissie drie wetgevende "mobiliteitspakketten" goedgekeurd die als voornaamste doel hebben het vervoer veiliger, toegankelijker en schoner te maken en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de Europese industrie en de werkgelegenheid te waarborgen. De voorgestelde verordening inzake het stroomlijnen van maatregelen met het oog op een snellere voltooiing van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T) maakt deel uit van het derde mobiliteitspakket "Europa in beweging".

Efficiënt, slim en duurzaam vervoer is essentieel voor een doeltreffende werking van de interne markt van de EU en is belangrijk om het concurrentievermogen te waarborgen, nieuwe bedrijven en werkgelegenheid te creëren, het milieu te beschermen en de klimaatverandering te beperken door mobiliteit met een lage uitstoot te bevorderen. Daarom is het belangrijk om investeringen in vervoersinfrastructuur met een aanzienlijke toegevoegde waarde voor de EU te stimuleren, met name door de ontwikkeling van het TEN-T.

Het TEN-T bestaat uit twee lagen waarop de planning plaatsvindt: het uitgebreide netwerk (dat alle Europese regio's bestrijkt en tegen 2050 moet zijn gerealiseerd) en het kernnetwerk (de belangrijkste verbindingen die tegen 2030 moeten zijn gerealiseerd).

De tenuitvoerlegging van het TEN-T-netwerk, met bijzondere nadruk op grensoverschrijdende verbindingen en binnen de vastgestelde termijnen, zal knelpunten verminderen, ontbrekende schakels, met name op grensoverschrijdende trajecten, overbruggen en de interoperabiliteit tussen de verschillende vervoerswijzen verbeteren.

Er bestaat echter bezorgdheid over het feit dat de gestelde termijn van 2030 voor de voltooiing van het TEN-T-kernnetwerk als gevolg van geconstateerde problemen met betrekking tot vertragingen en rechtsonzekerheid niet zal worden gehaald.

De algemene doelstelling van het voorstel van de Commissie is het aanpakken van de vertragingen en de grote onzekerheid die van invloed zijn op de effectieve uitvoering van de TEN-T-projecten. De vastgestelde probleemgebieden zijn:

i)  vergunningsprocedures met meerdere fasen en een groot aantal betrokken autoriteiten;

ii)  geen of niet afgedwongen termijnen;

iii)  verschillende aanbestedingsprocedures voor grensoverschrijdende TEN-T-projecten;

iv)  coördinatieproblemen bij de uitvoering van grensoverschrijdende projecten;

iv)  de heersende onzekerheid met betrekking tot de procedures inzake staatssteuntoezicht.

Daarom is het voorstel van de Commissie gericht op:

-  Verbeterde coördinatie van de aanbestedingsprocedures voor grensoverschrijdende TEN-T-projecten,

-  Vereenvoudiging van en de vaststelling van termijnen voor de regels voor de afgifte van vergunningen,

-  Vereenvoudiging van documenten en administratieve procedures voor alle vervoerswijzen,

-  Beperking van de vertragingen bij infrastructuurprojecten,

-  Grotere betrokkenheid van particuliere investeerders,

-  Verduidelijking van de regels voor openbare raadplegingen.

Het TEN-T netwerk is van essentieel belang voor de duurzame ontwikkeling van de Europese regio’s. De rapporteur benadrukt de noodzaak om ervoor te zorgen dat bij het TEN-T rekening wordt gehouden met perifere en insulaire regio's, ultraperifere regio's en aangrenzende grensoverschrijdende regio's. De Connecting Europe Facility (CEF) is in dit kader een belangrijk instrument.

De rapporteur wijst op de toegevoegde waarde van de CEF met betrekking tot het TEN-T, aangezien er sprake is van een hefboomeffect voor duurzame groei en werkgelegenheid en voor sociale, economische en territoriale samenhang. Om het effect van de EU-financiering te maximaliseren, steunt de rapporteur het optimale gebruik van de particuliere en publieke financieringsregelingen, ook in het licht van het combineren ("blending") van de CEF en Horizon 2020 met het Europees Fonds voor strategische investeringen en andere financiële instrumenten.

De rapporteur benadrukt dat de Commissie, de Europese coördinatoren en de andere belanghebbende partijen evenveel aandacht moeten besteden aan kleinschalige als aan grotere TEN-T-projecten, en tevens aan de voordelen op de korte, middellange en lange termijn die dergelijke projecten kunnen opleveren.

De Europese Commissie schat dat de investeringen die nodig zijn om het TEN-T-kernnetwerk tot stand te brengen tussen 2021 en 2030 ongeveer 500 miljard EUR zullen bedragen, wat zal bijdragen tot het scheppen van 13 miljoen banen per jaar tot 2030 en extra inkomsten van 1,8 % van het bbp van de EU.

Bovendien erkent de rapporteur het belang van het waarborgen van de milieuaspecten die verband houden met de planning en uitvoering van het TEN-T door de bevordering van emissiearm vervoer en de verwezenlijking van de doelstellingen van lage broeikasgasemissies. Bovendien moeten alle aspecten met betrekking tot gezondheid en sociaal welzijn in verband met vervoer in gelijke mate aan bod komen.

Voor een doeltreffende uitvoering van TEN-T-projecten is het ook belangrijk dat de belanghebbenden op efficiënte wijze en tijdig reeds bij de allereerste planningsfase van de vervoersinfrastructuur en bij de organisatie van overleg met het publiek, maatschappelijke organisaties en relevante lokale overheden betrokken worden. De sociale dialoog en de dialoog met de burgers op nationaal, regionaal en lokaal niveau kan een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van de publieke acceptatie van vervoersinfrastructuurprojecten, het vergroten van de geloofwaardigheid en het verminderen van problemen in de latere fasen van het project.

De rapporteur is van mening dat het project effectief kan bijdragen aan de regionale en lokale ontwikkeling, wat de perceptie van het project automatisch zal verbeteren en het gevoel van een gemeenschappelijk doel en de eigen inbreng op lokaal niveau zal vergroten.

De rapporteur benadrukt de algemene voordelen voor het dagelijks leven van de EU-burgers die voortvloeien uit de voltooiing van het TEN-T. In dit verband is het belangrijk dat de lidstaten besluiten nemen over hun nationale infrastructuurplannen in overeenstemming met de TEN-T-doelstellingen, teneinde een geïntegreerd perspectief te bieden dat een grotere en groeiende mobiliteit voor alle EU-burgers mogelijk maakt - een cruciale factor voor sociale integratie en milieubescherming.

AMENDEMENTEN

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Visum 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 171, lid 2, en artikel 172,

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad22 voorziet in een gemeenschappelijk kader voor de verwezenlijking van moderne, interoperabele netwerken met het oog op de ontwikkeling van de interne markt. De trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-T) hebben een structuur met twee lagen: een uitgebreid netwerk dat alle regio’s in de Unie ontsluit en een kernnetwerk dat de verbindingen omvat die voor de Unie van het grootste strategisch belang zijn. In Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn bindende termijnen vastgesteld voor de verwezenlijking van het TEN-T: 2030 voor het kernnetwerk en 2050 voor het uitgebreide netwerk.

(1)  Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad22 voorziet in een gemeenschappelijk kader voor de verwezenlijking van moderne, interoperabele netwerken met het oog op de ontwikkeling van de interne markt, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsdynamiek van de vervoerssector en van nieuwe technologieën in de toekomst. De planning, ontwikkeling en exploitatie van de trans-Europese netwerken zijn gericht op de ontwikkeling van een slimme, veilige en duurzame mobiliteit van personen en goederen, het waarborgen van de toegankelijkheid en connectiviteit voor alle regio's van de Unie, met inbegrip van de afgelegen, insulaire en ultraperifere regio's, en het leveren van een bijdrage aan verdere economische groei en concurrentievermogen, alsmede het nastreven van doelstellingen op het gebied van milieu, sociale en duurzame ontwikkeling. De TEN-T hebben een structuur met twee lagen: een uitgebreid netwerk dat alle regio’s in de Unie ontsluit en een kernnetwerk dat de verbindingen omvat die voor de Unie van het grootste strategisch belang zijn. In Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn bindende termijnen vastgesteld voor de verwezenlijking van het TEN-T: 2030 voor het kernnetwerk en 2050 voor het uitgebreide netwerk, met als doel slimme, zekere en duurzame mobiliteit tot stand te brengen die de ontwikkeling en connectiviteit tussen stedelijke, grootstedelijke en plattelandsgebieden ondersteunt en de economische ontwikkeling en cohesie bevordert.

__________________

__________________

22 Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).

22 Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Niettegenstaande de uitvoeringsverplichting en bindende termijnen voor TEN-T-projecten, is in de praktijk gebleken dat investeringen voor de voltooiing van het TEN-T vaak met de complexiteit van vergunningsprocedures, grensoverschrijdende aanbestedingen en andere procedures worden geconfronteerd. Dit brengt de tijdige uitvoering van projecten in het gedrang en leidt in veel gevallen tot aanzienlijke vertragingen en hogere kosten. Er is actie op EU-niveau nodig om die problemen aan te pakken en een gesynchroniseerde realisatie van het TEN-T mogelijk te maken.

(2)  Niettegenstaande de uitvoeringsverplichting en bindende termijnen voor TEN-T-projecten, is in de praktijk gebleken dat investeringen voor de voltooiing van het TEN-T vaak met trage en omslachtige vergunningsprocedures, grensoverschrijdende aanbestedingen en andere complexe procedures worden geconfronteerd. Dit brengt de tijdige uitvoering van projecten in het gedrang en leidt in veel gevallen tot aanzienlijke vertragingen, hogere kosten en onzekerheid voor initiatiefnemers van projecten en potentiële particuliere investeerders. Er is actie op EU-niveau nodig om die problemen aan te pakken en een gesynchroniseerde realisatie van het TEN-T mogelijk te maken. In dit verband moeten de lidstaten hun besluiten over nationale infrastructuurplannen laten overeenstemmen met de doelstellingen van het TEN-T-netwerk.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  In de regelgeving van talrijke lidstaten wordt prioriteit gegeven aan bepaalde categorieën van projecten die van strategisch belang zijn voor de economie. Een prioritaire behandeling vertaalt zich in kortere termijnen, gelijktijdige procedures of beperkte beroepsprocedures, waarbij wordt gewaarborgd dat de doelstellingen van andere horizontale beleidsterreinen worden verwezenlijkt. Wanneer het nationale regelgevingskader in een dergelijk kader voorziet, moet dit automatisch gelden voor EU-projecten die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn aangewezen als projecten van gemeenschappelijk belang.

(3)  In de regelgeving van talrijke lidstaten wordt prioriteit gegeven aan bepaalde categorieën van projecten waarop versnelde procedures van toepassing zijn op basis van hun Europese meerwaarde en hun strategisch belang voor de economie. Een prioritaire behandeling wordt gekenmerkt door een lager aantal vergunningen dat verkregen moet worden, kortere termijnen, gelijktijdige, vereenvoudigde procedures of kortere termijnen voor de afronding van de procedure voor het verkrijgen van vergunningen of voor beroepsprocedures, waarbij wordt gewaarborgd dat de doelstellingen van andere horizontale beleidsterreinen worden verwezenlijkt. Wanneer het nationale regelgevingskader in een dergelijk kader voorziet, moet dit automatisch gelden voor EU-projecten die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1315/2013 zijn aangewezen als projecten van gemeenschappelijk belang, zodat het mogelijk wordt de kerndoelstellingen van dergelijke projecten op pan-Europees niveau te verwezenlijken.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Om de effectiviteit van milieueffectbeoordelingen te verhogen en het besluitvormingsproces te stroomlijnen en indien de verplichting om kernnetwerkprojecten aan een milieubeoordeling te onderwerpen niet alleen voortvloeit uit Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU, maar ook uit andere EU-regelgeving, zoals Richtlijn 92/43/EEG, Richtlijn 2009/147/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2010/75/EU, Richtlijn 2012/18/EU en Richtlijn 2011/42/EG, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat een gemeenschappelijke procedure wordt ingevoerd die aan de eisen van al die richtlijnen voldoet.

(4)  Om de effectiviteit van milieueffectbeoordelingen te verhogen en het besluitvormingsproces te stroomlijnen en indien de verplichting om kernnetwerkprojecten aan een milieubeoordeling te onderwerpen en ze in overeenstemming te brengen met de doelstellingen voor 2030 inzake schone lucht, niet alleen voortvloeit uit Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU, maar ook uit andere EU-regelgeving, zoals Richtlijn 92/43/EEG, Richtlijn 2009/147/EG, Richtlijn 2000/60/EG, Richtlijn 2008/98/EG, Richtlijn 2010/75/EU, Richtlijn 2012/18/EU en Richtlijn 2011/42/EG, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat een gemeenschappelijke procedure wordt ingevoerd die aan de eisen van al die richtlijnen voldoet. Bovendien kunnen een vroegtijdige afbakening van de milieueffecten en een vroegtijdige discussie met de bevoegde autoriteit over de inhoud van de milieueffectbeoordelingen de vertragingen tijdens de vergunningsfase verminderen en in het algemeen de kwaliteit van de beoordelingen verbeteren. Naast milieueffectbeoordelingen is ook een grondige beoordeling van de sociale effecten vereist in termen van werkgelegenheid, cohesie in de EU, gezondheid (daling van het aantal ongevallen), levenskwaliteit, lokale voordelen en sociale integratie.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Kernnetwerkprojecten moeten worden gefaciliteerd door geïntegreerde vergunningsprocedures om een duidelijk beheer van de volledige procedure mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat investeerders zich tot één aanspreekpunt kunnen wenden. De lidstaten moeten een bevoegde instantie aanwijzen overeenkomstig hun nationale wetgeving en bestuurlijke organisatie.

(5)  Kernnetwerkprojecten, zowel grootschalige als kleinere TEN-T-projecten, moeten worden gefaciliteerd door geïntegreerde vergunningsprocedures om een duidelijk, transparant en samenhangend beheer van de volledige procedure mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat investeerders zich tot één aanspreekpunt kunnen wenden. De lidstaten moeten een bevoegde instantie aanwijzen overeenkomstig hun nationale wetgeving en bestuurlijke organisatie.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De instelling van één bevoegde nationale instantie die alle vergunningsprocedures afhandelt (één loket), moet de complexiteit verminderen, de efficiëntie bevorderen en voor meer transparantie zorgen. Dit moet desgevallend ook de samenwerking tussen de lidstaten versterken. De procedures moeten aanzetten tot een echte samenwerking tussen investeerders en de bevoegde nationale instantie en toelaten tijdens de voorbereidende fase afspraken te maken over de draagwijdte van de vergunningsprocedure. Een dergelijke afbakening moet worden geïntegreerd in het gedetailleerde vergunningsschema en voldoen aan de procedure van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU.

(6)  De instelling van één bevoegde nationale instantie die alle vergunningsprocedures afhandelt (één loket), moet de complexiteit verminderen, de kosten verlagen, de efficiëntie en coördinatie bevorderen en voor meer transparantie en een snellere goedkeuring van de procedures zorgen, zodat de projecten op efficiënte wijze kunnen worden uitgevoerd en de gekozen doelstellingen worden bereikt. Dit moet ook de samenwerking tussen de lidstaten versterken en voor synergie zorgen tussen de verschillende instrumenten die voor dit doel dienen, aangezien het stimuleren van TEN-T zal bijdragen tot een groter concurrentievermogen van bedrijven op de interne markt en de handel binnen de Unie zal aanmoedigen. De procedures moeten aanzetten tot een echte samenwerking tussen investeerders en de bevoegde nationale instantie en toelaten tijdens de voorbereidende fase afspraken te maken over de draagwijdte van de vergunningsprocedure. Een dergelijke afbakening moet worden geïntegreerd in het gedetailleerde vergunningsschema en voldoen aan de procedure van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2011/92/EU, als gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De bij deze verordening vastgestelde procedure mag geen afbreuk doen aan de naleving van de eisen die zijn vastgelegd in de internationale wetgeving en het EU-recht, inclusief de bepalingen ter bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid.

(7)  De bij deze verordening vastgestelde procedure mag geen afbreuk doen aan de naleving van de eisen die zijn vastgelegd in de internationale wetgeving en het EU-recht, inclusief de bepalingen ter bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid door de bevordering van duurzaam, emissiearm vervoer en door het verwezenlijken van de doelstelling van vermindering van broeikasgasemissies tot lage niveaus.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Gezien de urgentie van de voltooiing van het TEN-T-kernnetwerk, moet de vereenvoudiging van de vergunningprocedures worden gekoppeld aan een termijn waarbinnen de bevoegde instanties een raambesluit over de bouw van een project dienen te nemen. Die maximumtermijn moet aansporen tot een efficiëntere afhandeling van procedures en mag in geen geval afbreuk doen aan de strenge EU-normen inzake milieubescherming en publieke inspraak.

(8)  Gezien de urgentie van de voltooiing van het TEN-T-kernnetwerk, moet de vereenvoudiging van de vergunningprocedures worden gekoppeld aan een termijn waarbinnen de bevoegde instanties een raambesluit over de bouw van een project dienen te nemen. Die maximumtermijn moet een efficiëntere afhandeling van procedures garanderen en mag in geen geval afbreuk doen aan de strenge EU-normen inzake milieubescherming en publieke inspraak.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Door vanaf de eerste fasen van de voorlopige planning doeltreffende en brede overlegprocedures met het publiek, maatschappelijke organisaties en relevante regionale en lokale autoriteiten op te zetten, kunnen de vertragingen bij de vergunningsprocedures en de uitvoeringsfase voor projecten worden aangepakt en kan de waarde van de projecten ter plekke worden gegarandeerd.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Bij grensoverschrijdende TEN-T-infrastructuurprojecten vormt de coördinatie van de vergunningsprocedures een bijzondere uitdaging. De Europese coördinatoren moeten worden gemachtigd op die procedures toe te zien en de synchronisatie en afronding daarvan te faciliteren.

(10)  Bij grensoverschrijdende TEN-T-infrastructuurprojecten vormt de coördinatie van de vergunningsprocedures een bijzondere uitdaging. Om vertragingen bij de grensoverschrijdende uitvoering van deze projecten te voorkomen zijn de Europese coördinatoren gemachtigd op die procedures toe te zien en de synchronisatie en afronding daarvan te faciliteren, door middel van nauwere samenwerking bij de uitvoering en op basis van Interreg-projecten betreffende duurzame mobiliteit in grensgebieden.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Overheidsopdrachten voor grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang moeten worden uitgevoerd overeenkomstig het Verdrag en de Richtlijnen 2014/25/EU en/of 2014/24/EU. Om een efficiënte uitvoering van de grensoverschrijdende kernnetwerkprojecten van gemeenschappelijk belang te waarborgen, moeten overheidsopdrachten die door één gezamenlijke entiteit worden geplaatst onder één nationaal regelgevingskader vallen. In afwijking van de EU-regelgeving inzake overheidsopdrachten, moet in beginsel de nationale regeling van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit zijn statutaire zetel heeft worden toegepast. Het moet ook mogelijk blijven in een intergouvernementele overeenkomst vast te leggen welke regelgeving van toepassing is.

(11)  Overheidsopdrachten voor grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang moeten worden uitgevoerd overeenkomstig het Verdrag en de Richtlijnen 2014/25/EU en/of 2014/24/EU. Om een efficiënte uitvoering van de grensoverschrijdende kernnetwerkprojecten van gemeenschappelijk belang te waarborgen, moeten overheidsopdrachten die door één gezamenlijke entiteit worden geplaatst onder één nationaal regelgevingskader vallen. In afwijking van de EU-regelgeving inzake overheidsopdrachten, moet in beginsel de nationale regeling van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit zijn statutaire zetel heeft worden toegepast, of moet in een intergouvernementele overeenkomst worden vastgelegd welke regelgeving van toepassing is.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De Commissie is niet stelselmatig betrokken bij de vergunning van individuele projecten. In sommige gevallen moeten bepaalde aspecten van de projectvoorbereiding echter door de Unie worden goedgekeurd. Indien de Commissie bij de procedures is betrokken, geeft zij prioriteit aan EU-projecten van gemeenschappelijk belang en biedt zij initiatiefnemers zekerheid. In sommige gevallen is de goedkeuring van staatssteun vereist. Overeenkomstig de gedragscode voor een goed verloop van de staatssteunprocedures, kunnen de lidstaten de Commissie verzoeken om projecten van gemeenschappelijk belang op het TEN-T-kernnetwerk die zij prioritair achten, te behandelen als onderdeel van een portefeuillebenadering of een onderling overeengekomen planning, wat meer zekerheid biedt over de termijnen.

(12)  De Commissie is niet stelselmatig betrokken bij de vergunning van individuele projecten. In sommige gevallen moeten bepaalde aspecten van de projectvoorbereiding echter door de Unie worden goedgekeurd. Indien de Commissie bij de procedures is betrokken, geeft zij prioriteit aan EU-projecten van gemeenschappelijk belang en biedt zij initiatiefnemers zekerheid. In sommige gevallen is de goedkeuring van staatssteun vereist, terwijl een snelle beoordelingsprocedure zal worden gevolgd in gevallen waarin een project in overeenstemming is met de staatssteunregels, hetgeen de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid van de investering ten goede komt. Overeenkomstig de gedragscode voor een goed verloop van de staatssteunprocedures, kunnen de lidstaten de Commissie verzoeken om projecten van gemeenschappelijk belang op het TEN-T-kernnetwerk die zij prioritair achten, te behandelen als onderdeel van een portefeuillebenadering of een onderling overeengekomen planning, wat meer zekerheid biedt over de termijnen. Ook dient de Commissie te zorgen voor bevordering van de uitwisseling van beste praktijken teneinde te waarborgen dat het trans-Europese vervoersnetwerk een succes wordt.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De uitvoering van infrastructuurprojecten op het TEN-T-kernnetwerk moet ook worden ondersteund door richtsnoeren van de Commissie die meer duidelijkheid verschaffen over de uitvoering van bepaalde projecten met inachtneming van het acquis van de Unie. Het Actieplan voor de natuur, de mensen en de economie23 bevat bijvoorbeeld richtsnoeren om te verduidelijken hoe de vogel- en habitatrichtlijnen kunnen worden nageleefd. Voor projecten van algemeen belang moet rechtstreekse ondersteuning op het gebied van overheidsopdrachten worden aangeboden om de best mogelijke kosten-batenverhouding voor de overheidsfinanciën te bereiken24. Bovendien moet passende technische bijstand worden verleend via de mechanismen die zijn ontwikkeld voor het meerjarig financieel kader 2021-2027, met het oog op de financiële ondersteuning van TEN-T-projecten van gemeenschappelijk belang.

(13)  De uitvoering van infrastructuurprojecten op het TEN-T-kernnetwerk moet ook worden ondersteund door richtsnoeren van de Commissie die meer duidelijkheid verschaffen over de uitvoering van bepaalde projecten met inachtneming van het acquis van de Unie, de ontwikkelingsbehoeften en de EU-doelstellingen ten aanzien van klimaatverandering. Het Actieplan voor de natuur, de mensen en de economie23 bevat bijvoorbeeld richtsnoeren om te verduidelijken hoe de vogel- en habitatrichtlijnen kunnen worden nageleefd. Het vastgestelde mechanisme voor de vrijwillige voorafgaande beoordeling van de aspecten inzake overheidsopdrachten bij grote infrastructuurprojecten moet beschikbaar zijn voor alle TEN-T-projecten. Door een combinatie van instrumenten (helpdesk, kennisgevingsmechanisme en informatie-uitwisseling) zullen nationale, regionale en lokale autoriteiten en initiatiefnemers van projecten in aanzienlijke mate profiteren van de bestaande expertise en de best mogelijke kosten-batenverhouding voor de overheidsfinanciën bereiken24. Bovendien moet passende technische bijstand worden verleend via de mechanismen die zijn ontwikkeld voor het meerjarig financieel kader 2021-2027, met het oog op de financiële ondersteuning van TEN-T-projecten van gemeenschappelijk belang, zodat wordt bijgedragen aan de doelstellingen van de Commissie op het gebied van multimodaliteit.

__________________

__________________

23 COM (2017) 198 final.

23 COM (2017) 198 final.

24 COM(2017) 573 final

24 COM(2017) 573 final

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  De Commissie dient een kader voor te stellen voor het vinden van extra middelen voor projecten met toegevoegde waarde voor de Unie, zonder de begrotingskredieten voor de instrumenten voor het cohesiebeleid te verlagen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  "enige bevoegde instantie": de instantie die door de lidstaat wordt aangewezen om de uit deze verordening voortvloeiende taken uit te voeren;

(d)  "enige bevoegde instantie": een bestaande of nieuw opgerichte instantie, door een lidstaat op het passende bestuurlijke niveau als zodanig aangemerkt, die optreedt als contactpunt voor projectontwikkelaars, nauw samenwerkt met de respectieve Europese coördinatoren en de toepassing van deze verordening vergemakkelijkt;

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Om een efficiënt verloop van de administratieve procedures voor projecten van gemeenschappelijk belang te waarborgen, zorgen de initiatiefnemers en alle betrokken instanties ervoor dat die projecten zo snel als wettelijk mogelijk worden afgehandeld en dat daarvoor de nodige middelen worden uitgetrokken.

3.  Om een snel en efficiënt verloop van de administratieve procedures voor projecten van gemeenschappelijk belang te waarborgen, zorgen de initiatiefnemers en alle betrokken instanties ervoor dat die projecten zo snel, doelmatig en efficiënt als wettelijk mogelijk worden afgehandeld en dat daarvoor de nodige middelen worden uitgetrokken.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Teneinde de in artikel 6 vastgestelde termijnen na te leven en de administratieve lasten voor de voltooiing van projecten van gemeenschappelijk belang te reduceren, worden alle administratieve procedures uit hoofde van zowel het toepasselijke EU-recht als de nationale wetgeving geïntegreerd en afgesloten met één raambesluit.

1.  Teneinde de in artikel 6 vastgestelde termijnen na te leven, synergie tot stand te brengen tussen de beschikbare instrumenten en de administratieve lasten voor de voltooiing van projecten van gemeenschappelijk belang te reduceren, worden alle administratieve procedures uit hoofde van zowel het toepasselijke EU-recht als de nationale wetgeving geïntegreerd en afgesloten met één raambesluit.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien projecten van gemeenschappelijk belang aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen uit hoofde van zowel Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad als andere EU-wetgeving, voorzien de lidstaten in enkelvoudige procedures als bedoeld in artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2011/92/EU.

2.  Indien projecten van gemeenschappelijk belang aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen uit hoofde van zowel Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad als andere EU-wetgeving, voorzien de lidstaten in enkelvoudige procedures als bedoeld in artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2011/92/EU. De lidstaten besteden ook aandacht aan de complexiteit met betrekking tot de mogelijke milieueffecten in grensoverschrijdende projecten, waaronder in voorkomend geval de gevolgen voor de waterreserves of de beschermde NATURA 2000-gebieden. Gespecialiseerde steun is nodig voor projecten in de sector vervoer over water - waaronder zeehavens, binnenhavens en binnenwateren - vanwege de afhankelijkheid van deze sector van watervoorraden. Dergelijke projecten moeten worden beoordeeld in het licht van de eisen van de kaderrichtlijn water.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  de bevoegde instantie zorgt voor coördinatie met de lidstaten wat grensoverschrijdende projecten betreft

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 – letter b – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  de belangrijkste mijlpalen en de desbetreffende termijnen met het oog op het vast te stellen raambesluit;

iv)  de belangrijkste mijlpalen en de desbetreffende termijnen met het oog op het vast te stellen raambesluit, alsmede het totale tijdschema;

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De enige bevoegde instantie beoordeelt de aanvraag en stelt binnen één jaar na de indiening van het volledige aanvraagdossier overeenkomstig lid 7 een raambesluit vast. De lidstaten kunnen desgevallend een kortere termijn vaststellen.

8.  De enige bevoegde instantie beoordeelt de aanvraag en stelt binnen één jaar na de indiening van het volledige aanvraagdossier overeenkomstig lid 7 een raambesluit vast. De lidstaten kunnen desgevallend een kortere termijn vaststellen, en tevens sancties toepassen in het geval van niet gehaalde termijnen.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese coördinator als bedoeld in artikel 45 van Verordening (EU)² nr. 1315/2013 krijgt de bevoegdheid om nauwlettend toe te zien op de vergunningsprocedure voor grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang en om de contacten tussen de betrokken bevoegde instanties te faciliteren.

2.  De Europese coördinator als bedoeld in artikel 45 van Verordening (EU)² nr. 1315/2013 en vertegenwoordigers van de lokale en regionale overheidsinstanties, krijgen de bevoegdheid om nauwlettend toe te zien op de vergunningsprocedure voor grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang en om de contacten tussen de betrokken bevoegde instanties te faciliteren.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op verzoek van een initiatiefnemer of een lidstaat, overeenkomstig de desbetreffende financieringsprogramma’s van de Unie en onverminderd het meerjarig financieel kader, voorziet de Unie in technische bijstand voor de tenuitvoerlegging van deze verordening en om de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang te faciliteren.

Op verzoek van een initiatiefnemer of een lidstaat, overeenkomstig de desbetreffende financieringsprogramma’s van de Unie en onverminderd het meerjarig financieel kader, voorziet de Unie in gerichte technische bijstand voor de tenuitvoerlegging van deze verordening en om de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang te faciliteren.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Er is ook bijzondere ondersteuning nodig voor het onderhoud van het netwerk om de duurzaamheid en de prestaties van de TEN-T-infrastructuur te waarborgen. In dit verband moeten de Commissie en de lidstaten samen met de EIB nieuwe financieringsregelingen bestuderen om investeringen in het onderhoud van het netwerk te vergemakkelijken.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Stroomlijnen van maatregelen met het oog op een snellere voltooiing van het trans-Europees vervoersnetwerk

Document- en procedurenummers

COM(2018)0277 – C8-0192/2018 – 2018/0138(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

TRAN

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Demetris Papadakis

20.6.2018

Behandeling in de commissie

9.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

15.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

5

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Victor Boştinaru, Mercedes Bresso, Steeve Briois, Andrea Cozzolino, Rosa D’Amato, Raymond Finch, Iratxe García Pérez, Krzysztof Hetman, Ivan Jakovčić, Sławomir Kłosowski, Constanze Krehl, Martina Michels, Iskra Mihaylova, Andrey Novakov, Younous Omarjee, Konstantinos Papadakis, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Liliana Rodrigues, Fernando Ruas, Monika Smolková, Ruža Tomašić, Ramón Luis Valcárcel Siso, Monika Vana, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Kerstin Westphal

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Martina Anderson, Daniel Buda, Ivana Maletić, Tonino Picula, Bronis Ropė, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Mircea Diaconu, David Martin

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

30

+

ALDE

Mircea Diaconu, Ivan Jakovčić, Iskra Mihaylova, Matthijs van Miltenburg

ECR

Ruža Tomašić

EFDD

Rosa D'Amato

GUE/NGL

Martina Michels, Younous Omarjee

PPE

Pascal Arimont, Daniel Buda, Krzysztof Hetman, Ivana Maletić, Lambert van Nistelrooij, Andrey Novakov, Stanislav Polčák, Fernando Ruas, Ramón Luis Valcárcel Siso, Milan Zver

S&D

Victor Boştinaru, Mercedes Bresso, Andrea Cozzolino, Iratxe García Pérez, Constanze Krehl, David Martin, Tonino Picula, Liliana Rodrigues, Monika Smolková, Kerstin Westphal

VERTS/ALE

Bronis Ropė, Monika Vana

5

-

ECR

Sławomir Kłosowski, Mirosław Piotrowski

EFDD

Raymond Finch

ENF

Steeve Briois

NI

Konstantinos Papadakis

1

0

GUE/NGL

Martina Anderson

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Stroomlijnen van maatregelen met het oog op een snellere voltooiing van het trans-Europees vervoersnetwerk

Document- en procedurenummers

COM(2018)0277 – C8-0192/2018 – 2018/0138(COD)

Datum indiening bij EP

17.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

TRAN

11.6.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ENVI

11.6.2018

IMCO

11.6.2018

REGI

11.6.2018

 

Geen advies

       Datum besluit

ENVI

21.6.2018

IMCO

19.6.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Dominique Riquet

6.7.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

9.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

10.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

6

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Tania González Peñas, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Innocenzo Leontini, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Cláudia Monteiro de Aguiar, Renaud Muselier, Markus Pieper, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, Marita Ulvskog, Wim van de Camp, Marie-Pierre Vieu, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Rosa D’Amato, Michael Gahler, Maria Grapini, Karoline Graswander-Hainz, Peter Kouroumbashev, Evžen Tošenovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Pascal Durand, Andrey Novakov, Csaba Sógor, Sergei Stanishev, Mylène Troszczynski

Datum indiening

15.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

37

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Gesine Meissner, Dominique Riquet, Pavel Telička

ECR

Roberts Zīle

ENF

Georg Mayer

PPE

Georges Bach, Wim van de Camp, Deirdre Clune, Andor Deli, Michael Gahler, Luis de Grandes Pascual, Dieter-Lebrecht Koch, Innocenzo Leontini, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Renaud Muselier, Andrey Novakov, Markus Pieper, Massimiliano Salini, Csaba Sógor

S&D

Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Maria Grapini, Karoline Graswander-Hainz, Peter Kouroumbashev, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, David-Maria Sassoli, Sergei Stanishev, Claudia Țapardel, Marita Ulvskog

VERTS/ALE

Michael Cramer, Pascal Durand, Keith Taylor

6

-

ECR

Jacqueline Foster, Peter Lundgren, Tomasz Piotr Poręba

EFDD

Daniela Aiuto, Rosa D'Amato

ENF

Mylène Troszczynski

4

0

ECR

Evžen Tošenovský

GUE/NGL

Tania González Peñas, Merja Kyllönen, Marie-Pierre Vieu

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 29 januari 2019Juridische mededeling