Procedure : 2018/0304(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0017/2019

Ingediende teksten :

A8-0017/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/04/2019 - 16.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0417

VERSLAG     ***I
PDF 269kWORD 99k
16.1.2019
PE 627.630v02-00 A8-0017/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van instandhoudings- en controlemaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2115/2005 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad

(COM(2018) 577 final – C8-0391/2018 – 2018/0304(COD))

Commissie visserij

Rapporteur: Ricardo Serrão Santos

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van instandhoudings- en controlemaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2115/2005 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad

(COM(2018) 577 final – C8-0391/2018 – 2018/0304(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018) 577 final),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0391/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van …(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij (A8-0017/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Overwegende dat bepaalde bepalingen van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de NAFO frequenter door de verdragsluitende partijen bij de NAFO worden gewijzigd en het waarschijnlijk wordt geacht dat ze in de toekomst nog zullen worden gewijzigd, moet, met het oog op een snelle opneming van toekomstige wijzigingen van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de NAFO in het recht van de Unie, de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden toegekend met betrekking tot de volgende aspecten: rapportagetermijnen, termijnen voor de indiening van verslagen; definities; de lijst van verboden activiteiten van onderzoeksvaartuigen; bepaalde vangst- en inspanningsbeperkingen; verplichtingen in verband met visserijsluitingen; situaties waarin de in de vangstmogelijkheden opgenomen soorten als bijvangst moeten worden aangemerkt, gespecificeerde maxima voor het aan boord houden van als bijvangst aangemerkte soorten; bepaalde verplichtingen indien bijvangstbeperkingen in een trek worden overschreden; maatregelen met betrekking tot de visserij op rog; maatregelen met betrekking tot de visserij op Noordse garnaal; wijziging van visserijdiepten en verwijzingen naar voor de visserij beperkte of gesloten gebieden; procedures betreffende gemachtigde vaartuigen met een totale vangst van in totaal meer dan vijftig ton in levend gewicht aan boord genomen buiten het gereglementeerde gebied die het gebied binnenvaren om op Groenlandse heilbot/zwarte heilbot te vissen, voorwaarden om de visserij op Groenlandse heilbot/zwarte heilbot aan te vangen; geografische en temporele sluitingen voor Noordse garnaal; instandhoudingsmaatregelen voor haaien, met inbegrip van rapportage, het verbod op het afsnijden van haaienvinnen aan boord, aan boord houden, overlading en aanlanding; technische kenmerken van maaswijdten; verwijzingen naar de voetafdrukkaart; verwijzingen naar gebiedsbeperkingen voor bodemvisserijactiviteiten; bepalingen betreffende de definitie van contact met indicatorsoorten voor kwetsbare mariene ecosystemen (KME's) en verplichtingen van een ingezette waarnemer; inhoud van de elektronische doorzending, lijst van geldige documenten die aan boord van het vaartuig moeten worden gehouden, de inhoud van de capaciteitsplannen; documentatie inzake charterovereenkomsten die aan boord van vaartuigen moet worden gehouden; verplichtingen betreffende het gebruik van visserijlogboeken, productielogboeken, opslagschema's, met inbegrip van rapportage- en doorzendingsverplichtingen; de gegevens van het satellietvolgsysteem voor vaartuigen; bepalingen inzake de elektronische rapportage van de inhoud van kennisgevingen; verplichtingen van de kapitein van het vissersvaartuig tijdens de inspectie; taken van de inspecteurs en van de inspecterende lidstaten; lijst van overtredingen die een ernstige inbreuk vormen; taken van de vlaggenlidstaat en van de havenlidstaat; verplichtingen van de kapitein van het vissersvaartuig; vereisten voor het binnenvaren van een haven en inspecties van niet-verdragsluitende partijen; lijst van maatregelen die door de lidstaat moeten worden genomen tegen op de IOO-lijst geplaatste vaartuigen; en jaarlijkse rapportageverplichtingen.

(7)  De omzetting in het Unierecht van eventuele toekomstige aanbevelingen tot wijziging van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de NAFO geschiedt overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure.

Motivering

De Commissie stelt voor om toekomstige wijzigingen van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de NAFO om te zetten via gedelegeerde handelingen. Dit zou in de praktijk betekenen dat het Europees Parlement helemaal geen stem heeft in de NAFO en, in de toekomst, in andere internationale fora. De omzetting van aanbevelingen van ROVB's moet een gezamenlijke bevoegdheid van het Europees Parlement en de Raad blijven, overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure (medebeslissing).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  In de huidige verordening worden elasmobranchii zoals haaien en roggen aangemerkt als "bedreigd", en volgens de bevindingen van de Internationale Unie voor behoud van de natuur en de natuurlijke rijkdommen worden de haaienpopulaties, en dus ook de mariene ecosystemen, ernstig bedreigd.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  "voetafdruk", ook bekend als "bestaande bodemvisserijgebieden": het deel van het gereglementeerde gebied waar historisch bodemvisserij heeft plaatsgevonden, en dat wordt omschreven door de coördinaten in tabel 4 en wordt geïllustreerd in figuur 2 van de CEM;

(17)  "voetafdruk", ook bekend als "bestaande bodemvisserijgebieden": het deel van het gereglementeerde gebied waar historisch bodemvisserij heeft plaatsgevonden, en dat wordt omschreven door de coördinaten in tabel 4 en wordt geïllustreerd in figuur 2 van de CEM, als vastgesteld in de punten 1 en 2 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  "KME-indicatorsoorten": de soorten die wijzen op de aanwezigheid van kwetsbare mariene ecosystemen, zoals gespecificeerd in deel VI van bijlage I.E bij de CEM;

(21)  "KME-indicatorsoorten": de soorten die wijzen op de aanwezigheid van kwetsbare mariene ecosystemen, zoals gespecificeerd in deel VI van bijlage I.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 3 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  "KME-indicatorelementen": topografische, hydrofysische of geologische kenmerken die op de mogelijke aanwezigheid van KME's wijzen, zoals gespecificeerd in bijlage I.E., deel VII, bij de CEM.

(29)  "KME-indicatorelementen": topografische, hydrofysische of geologische kenmerken die op de mogelijke aanwezigheid van KME's wijzen, zoals gespecificeerd in bijlage I.E., deel VII, bij de CEM, als vastgesteld in punt 4 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  verricht geen visserijactiviteiten die niet verenigbaar zijn met zijn onderzoeksplan; en

a)  verricht geen visserijactiviteiten die niet verenigbaar zijn met zijn onderzoeksplan, ook niet buiten het gereglementeerde gebied; en

Motivering

Onderzoeksvaartuigen moeten in hun onderzoeksplannen alle visserijactiviteiten opnemen die zullen worden verricht, ook die buiten het gereglementeerde gebied. Er mogen geen andere onderzoeksactiviteiten worden toegestaan dan die welke in de onderzoeksplannen zijn opgenomen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  overschrijdt met zijn vangst van Noordse garnaal in 3L de toewijzing van de lidstaat niet.

b)  overschrijdt met zijn vangst van Noordse garnaal in 3L de toewijzing van de vlaggenlidstaat van het vaartuig niet.

Motivering

Verduidelijkt moet worden dat de maximale hoeveelheid Noordse garnaal die in sector 3L mag worden gevangen, vastgesteld wordt voor de vlaggenlidstaat van het onderzoeksvaartuig.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  stelt de vlaggenlidstaat, via elektronische doorzending in het formaat voorgeschreven in bijlage II.C bij de CEM, de Commissie in kennis van alle tot het voeren van zijn vlag gerechtigde onderzoeksvaartuigen die hij heeft gemachtigd om in het gereglementeerde gebied onderzoeksactiviteiten te verrichten; en

a)  stelt de vlaggenlidstaat, via elektronische doorzending in het formaat voorgeschreven in bijlage II.C bij de CEM, als vastgesteld in punt 5 van de bijlage bij deze verordening, de Commissie in kennis van alle tot het voeren van zijn vlag gerechtigde onderzoeksvaartuigen die hij heeft gemachtigd om in het gereglementeerde gebied onderzoeksactiviteiten te verrichten; en

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat waarborgt dat alle vangst- en inspanningsbeperkingen van toepassing zijn op de in de van kracht zijnde vangstmogelijkheden genoemde bestanden en, tenzij anders is bepaald, dat alle quota in ton levend gewicht worden uitgedrukt.

1.  Elke lidstaat waarborgt dat alle vangst- en/of inspanningsbeperkingen van toepassing zijn op de in de van kracht zijnde vangstmogelijkheden genoemde bestanden en, tenzij anders is bepaald, dat alle quota in ton levend gewicht worden uitgedrukt.

Motivering

Verduidelijkt moet worden dat er vangstbeperkingen en inspanningsbeperkingen zijn, die onafhankelijk van elkaar van toepassing zijn op de bestanden.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  hij waarborgt dat er geen roodbaars uit 3M meer aan boord van zijn vaartuigen wordt gehouden na de geraamde datum waarop de TAC voor roodbaars in 3M voor honderd procent is gebruikt;

c)  hij waarborgt dat er geen roodbaars uit 3M meer aan boord van zijn vaartuigen wordt gehouden na de geraamde datum waarop de TAC voor roodbaars in 3M voor honderd procent is gebruikt, tenzij dit overeenkomstig de CEM is toegestaan;

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de toepassing van dit artikel omvat sector 3M het deel van sector 3L dat wordt ingesloten door de lijnen die de in tabel 1 beschreven en in figuur 1(1) van de CEM afgebeelde punten met elkaar verbinden.

1.  Voor de toepassing van dit artikel omvat sector 3M het deel van sector 3L dat wordt ingesloten door de lijnen die de punten met elkaar verbinden die zijn beschreven in tabel 1 en zijn afgebeeld in figuur 1(1) van de CEM, als vastgesteld in punt 6 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Tussen 00:01 gecoördineerde universele tijd (UTC) op 1 juni en 24:00 UTC op 31 december vist geen enkel vaartuig op Noordse garnaal in sector 3M in het gebied zoals beschreven in tabel 2 en afgebeeld in figuur 1(2) van de CEM.

4.  Tussen 00:01 gecoördineerde universele tijd (UTC) op 1 juni en 24:00 UTC op 31 december vist geen enkel vaartuig op Noordse garnaal in sector 3M in het gebied zoals beschreven in tabel 2 en afgebeeld in figuur 1(2) van de CEM, als vastgesteld in punt 7 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Alle visserij op Noordse garnaal in sector 3L vindt plaats op diepten van meer dan tweehonderd meter. Visserij in het gereglementeerde gebied is beperkt tot een gebied ten oosten van een lijn die de punten met de coördinaten met elkaar verbindt zoals beschreven in tabel 3 en afgebeeld in figuur 1(3) van de CEM.

5.  Alle visserij op Noordse garnaal in sector 3L vindt plaats op diepten van meer dan tweehonderd meter. Visserij in het gereglementeerde gebied is beperkt tot een gebied ten oosten van een lijn die de punten met de coördinaten met elkaar verbindt zoals beschreven in tabel 3 en afgebeeld in figuur 1(3) van de CEM, als vastgesteld in punt 8 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een gemachtigd vaartuig landt zijn vangsten van Groenlandse heilbot/zwarte heilbot enkel aan in een aangewezen haven. Hiertoe wijst elke lidstaat een of meer havens op zijn grondgebied aan waar gemachtigde vaartuigen Groenlandse heilbot/zwarte heilbot mogen aanlanden;

b)  een gemachtigd vaartuig landt zijn vangsten van Groenlandse heilbot/zwarte heilbot enkel aan in een aangewezen haven. Hiertoe wijst elke lidstaat een of meer havens aan waar gemachtigde vaartuigen Groenlandse heilbot/zwarte heilbot mogen aanlanden;

Motivering

Artikel 10, lid 1, onder b), zou de indruk kunnen wekken dat de aanlanding van Groenlandse heilbot/zwarte heilbot enkel in een aangewezen haven op het grondgebied van de lidstaat is toegestaan. Dit is tot op heden niet gebruikelijk en het is ook niet nodig.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  ten minste 48 uur vóór zijn geraamde tijdstip van aankomst in de haven, stelt een gemachtigd vaartuig of zijn vertegenwoordiger de bevoegde havenautoriteit in kennis van zijn geraamde tijdstip van aankomst, de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden Groenlandse heilbot/zwarte heilbot, en informatie over de sector of sectoren waar de vangsten zijn gedaan;

d)  ten minste 48 uur vóór zijn geraamde tijdstip van aankomst in de haven, stelt een gemachtigd vaartuig of zijn vertegenwoordiger de voor visserijcontrole bevoegde havenautoriteit in kennis van zijn geraamde tijdstip van aankomst, de geraamde totale hoeveelheid aan boord gehouden Groenlandse heilbot/zwarte heilbot, en informatie over de geraamde hoeveelheden per sector waar de vangsten zijn gedaan;

Motivering

Deze wijziging beoogt de tekst in overeenstemming te brengen met het Spaanse bevoegdheidsstelsel.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  elke lidstaat inspecteert elke aanlanding van Groenlandse heilbot/zwarte heilbot in zijn havens en stelt een inspectieverslag op in het in bijlage IV.C bij de CEM voorgeschreven formaat, en zendt het toe aan de Commissie met het EBVC in kopie, binnen tien werkdagen vanaf de datum waarop de inspectie is voltooid. Het PSC-3-rapport maakt melding van en bevat details over elke tijdens de haveninspectie geconstateerde inbreuk op de verordening. Het verslag bevat alle relevante beschikbare informatie met betrekking tot tijdens de lopende reis van het geïnspecteerde vissersvaartuig op zee vastgestelde inbreuken. De Commissie post de informatie op de MCS-website van de NAFO.

e)  elke lidstaat inspecteert elke aanlanding van Groenlandse heilbot/zwarte heilbot in zijn havens en stelt een inspectieverslag op in het formaat dat is voorgeschreven in bijlage IV.C bij de CEM, als vastgesteld in punt 9 van de bijlage bij deze verordening, en zendt het toe aan de Commissie met het EBVC in kopie, binnen 14 werkdagen vanaf de datum waarop de inspectie is voltooid. Het PSC-3-rapport maakt melding van en bevat details over elke tijdens de haveninspectie geconstateerde inbreuk op de verordening. Het verslag bevat alle relevante beschikbare informatie met betrekking tot tijdens de lopende reis van het geïnspecteerde vissersvaartuig op zee vastgestelde inbreuken. De Commissie post de informatie op de MCS-website van de NAFO.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 5 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Indien mogelijk doen de lidstaten het volgende:

5.  De lidstaten doen het volgende:

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  zij verrichten onderzoek om manieren vast te stellen om vistuig selectiever te maken ter bescherming van haaien;

a)  zij verrichten onderzoek om manieren vast te stellen om vistuig selectiever te maken ter bescherming van haaien en elasmobranchii;

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  zij verrichten onderzoek naar essentiële biologische en ecologische parameters, levenscyclus, gedragskenmerken en migratiepatronen, alsook naar de identificatie en kartering van mogelijke kraam- en kinderkamergebieden van de belangrijkste haaiensoorten.

b)  zij verrichten onderzoek naar essentiële biologische en ecologische parameters, levenscyclus, gedragskenmerken en migratiepatronen, alsook naar de identificatie en kartering van mogelijke kraam- en kinderkamergebieden van de belangrijkste haaiensoorten en elasmobranchii.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de toepassing van dit artikel wordt de maaswijdte gemeten overeenkomstig bijlage III.A bij de CEM.

1.  Voor de toepassing van dit artikel wordt de maaswijdte gemeten overeenkomstig bijlage III.A bij de CEM, als vastgesteld in punt 10 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  130 mm voor alle andere bodemvissen, zoals gedefinieerd in bijlage I.C bij de CEM;

d)  130 mm voor alle andere bodemvissen, zoals gedefinieerd in bijlage I.C bij de CEM, als vastgesteld in punt 11 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Geen enkel vaartuig gebruikt een middel of instrument dat de mazen verspert of de omvang ervan verkleint. Vaartuigen mogen aan de bovenzijde van de kuil evenwel de in bijlage III.B ("Authorized Topside Chafers/Shrimp Toggle Chains") bij de CEM beschreven voorzieningen aanbrengen op een wijze die de mazen van de kuil niet verspert, inclusief eventuele tunnel(s). Zeildoek, netten of ander materiaal wordt enkel aan de onderzijde van de kuil van een net aangebracht voor zover nodig om schade aan de kuil te voorkomen of tot een minimum te beperken.

2.  Geen enkel vaartuig gebruikt een middel of instrument dat de mazen verspert of de omvang ervan verkleint. Vaartuigen mogen aan de bovenzijde van de kuil evenwel de voorzieningen aanbrengen die zijn beschreven in bijlage III.B ("Authorized Topside Chafers/Shrimp Toggle Chains") bij de CEM, als vastgesteld in punt 12 van de bijlage bij deze verordening, op een wijze die de mazen van de kuil niet verspert, inclusief eventuele tunnel(s). Zeildoek, netten of ander materiaal wordt enkel aan de onderzijde van de kuil van een net aangebracht voor zover nodig om schade aan de kuil te voorkomen of tot een minimum te beperken.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Vaartuigen die vissen op Noordse garnaal in sector 3L of 3M gebruiken sorteerroosters met een afstand van ten hoogste 22 mm tussen de staven. Vaartuigen die op Noordse garnaal vissen in 3L gebruiken bovendien voor het bevestigen van de klossenpees kettingen van minimaal 72 cm, zoals beschreven in bijlage III.B bij de CEM.

3.  Vaartuigen die vissen op Noordse garnaal in sector 3L of 3M gebruiken sorteerroosters met een afstand van ten hoogste 22 mm tussen de staven. Vaartuigen die op Noordse garnaal vissen in 3L gebruiken bovendien voor het bevestigen van de klossenpees kettingen van minimaal 72 cm, zoals beschreven in bijlage III.B bij de CEM, als vastgesteld in punt 12 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Vis die kleiner is dan de overeenkomstig bijlage I.D bij de CEM vastgestelde minimummaten wordt door geen enkel vaartuig aan boord gehouden en onmiddellijk terug in zee gezet.

1.  Vis die kleiner is dan de minimummaten die zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage I.D bij de CEM, als vastgesteld in punt 13 van de bijlage bij deze verordening, wordt door geen enkel vaartuig aan boord gehouden en wordt onmiddellijk terug in zee gezet.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Verwerkte vis die kleiner is dan een lengte-equivalent dat is voorgeschreven voor die soort in bijlage I.D bij de CEM wordt geacht voort te komen uit vis die kleiner is dan de voor die soort voorgeschreven minimummaten voor vis.

2.  Verwerkte vis die kleiner is dan een lengte-equivalent dat is voorgeschreven voor die soort in bijlage I.D bij de CEM, als vastgesteld in punt 13 van de bijlage bij deze verordening, wordt geacht voort te komen uit vis die kleiner is dan de voor die soort voorgeschreven minimummaten voor vis.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in figuur 2 van de CEM afgebeelde kaart van de bestaande bodemvisserijgebieden in het gereglementeerde gebied wordt in het westen afgebakend door de grens van de Canadese exclusieve economische zone en in het oosten door de coördinaten in tabel 4 van de CEM.

De kaart van de bestaande bodemvisserijgebieden in het gereglementeerde gebied die is afgebeeld in figuur 2 van de CEM, als vastgesteld in punt 2 van de bijlage bij deze verordening, wordt in het westen afgebakend door de grens van de Canadese exclusieve economische zone en in het oosten door de coördinaten in tabel 4 van de CEM, als vastgesteld in punt 14 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Tot en met 31 december 2020 verricht geen enkel vaartuig bodemvisserijactiviteiten in een van de gebieden die zijn geïllustreerd in figuur 3 van de CEM en die worden afgebakend door de in tabel 5 van de CEM gespecificeerde coördinaten met elkaar te verbinden in volgorde van nummering en terug tot coördinaat 1.

1.  Tot en met 31 december 2020 verricht geen enkel vaartuig bodemvisserijactiviteiten in een van de gebieden die zijn geïllustreerd in figuur 3 van de CEM, als vastgesteld in punt 1 van de bijlage bij deze verordening, en die worden afgebakend door in volgorde van nummering en terug tot coördinaat 1 de coördinaten met elkaar te verbinden die zijn gespecificeerd in tabel 5 van de CEM, als vastgesteld in punt 16 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Tot en met 31 december 2020 verricht geen enkel vaartuig bodemvisserijactiviteiten in het gebied van sector 3O dat is geïllustreerd in figuur 4 van de CEM en dat wordt afgebakend door de in tabel 6 van de CEM gespecificeerde coördinaten met elkaar te verbinden in volgorde van nummering en terug tot coördinaat 1.

2.  Tot en met 31 december 2020 verricht geen enkel vaartuig bodemvisserijactiviteiten in het gebied van sector 3O dat is geïllustreerd in figuur 4 van de CEM, als vastgesteld in punt 17 van de bijlage bij deze verordening, en dat wordt afgebakend door in volgorde van nummering en terug tot coördinaat 1 de coördinaten met elkaar te verbinden die zijn gespecificeerd in tabel 6 van de CEM, als vastgesteld in punt 18 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Tot en met 31 december 2020 verricht geen enkel vaartuig bodemvisserijactiviteiten in de gebieden 1-13 die zijn geïllustreerd in figuur 5 van de CEM en die worden afgebakend door de in tabel 7 van de CEM gespecificeerde coördinaten met elkaar te verbinden in volgorde van nummering en terug tot coördinaat 1.

3.  Tot en met 31 december 2020 verricht geen enkel vaartuig bodemvisserijactiviteiten in de gebieden 1-13 die zijn geïllustreerd in figuur 5 van de CEM, als vastgesteld in punt 19 van de bijlage bij deze verordening, en die worden afgebakend door in volgorde van nummering en terug tot coördinaat 1 de coördinaten met elkaar te verbinden die zijn gespecificeerd in tabel 7 van de CEM, als vastgesteld in punt 20 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Tot en met 31 december 2018 verricht geen enkel vaartuig bodemvisserijactiviteiten in gebied 14 dat is geïllustreerd in figuur 5 van de CEM en dat wordt afgebakend door de in tabel 7 van de CEM gespecificeerde coördinaten met elkaar te verbinden in volgorde van nummering en terug tot coördinaat 1.

4.  Tot en met 31 december 2018 verricht geen enkel vaartuig bodemvisserijactiviteiten in gebied 14 dat is geïllustreerd in figuur 5 van de CEM, als vastgesteld in punt 19 van de bijlage bij deze verordening, en dat wordt afgebakend door in volgorde van nummering en terug tot coördinaat 1 de coördinaten met elkaar te verbinden die zijn gespecificeerd in tabel 7 van de CEM, als vastgesteld in punt 20 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Experimentele bodemvisserijactiviteiten worden onderworpen aan een voorafgaande verkenning overeenkomstig het experimentele protocol dat is opgenomen in bijlage I.E bij de CEM.

1.  Experimentele bodemvisserijactiviteiten worden onderworpen aan een voorafgaande verkenning overeenkomstig het experimentele protocol dat is opgenomen in bijlage I.E bij de CEM, als vervat in punt 21 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  zij verzenden aan de Commissie het bericht van voornemen om experimentele bodemvisserij te verrichten (Notice of Intent to Undertake Exploratory Bottom Fishing) overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, samen met de krachtens artikel 20, lid 1, vereiste beoordeling;

a)  zij verzenden aan de Commissie het bericht van voornemen om experimentele bodemvisserij te verrichten (Notice of Intent to Undertake Exploratory Bottom Fishing) overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 22 van de bijlage bij deze verordening, samen met de krachtens artikel 20, lid 1, vereiste beoordeling;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  zij verstrekken aan de Commissie een verslag van de experimentele-bodemvisserijreis ("Exploratory Bottom Fishing Trip Report") overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM binnen twee maanden na de voltooiing van de experimentele bodemvisserijactiviteiten.

d)  zij verstrekken aan de Commissie een verslag van de experimentele-bodemvisserijreis ("Exploratory Bottom Fishing Trip Report") overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 23 van de bijlage bij deze verordening, binnen twee maanden na de voltooiing van de experimentele bodemvisserijactiviteiten.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  bestrijkt de in bijlage I.E bij de CEM bedoelde elementen.

b)  bestrijkt de elementen voor de beoordeling van voorgestelde experimentele bodemvisserijactiviteiten overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 24 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke lidstaat schrijft voor dat de kapiteins van tot het voeren van zijn vlag gerechtigde vaartuigen die bodemvisserijactiviteiten in het gereglementeerde gebied verrichten, de vangst van KME-indicatorsoorten kwantificeren, wanneer bewijs voor de aanwezigheid van KME-indicatorsoorten, overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, wordt aangetroffen tijdens de visserijactiviteiten.

2.  Elke lidstaat schrijft voor dat de kapiteins van tot het voeren van zijn vlag gerechtigde vaartuigen die bodemvisserijactiviteiten in het gereglementeerde gebied verrichten, de vangst van KME-indicatorsoorten kwantificeren, wanneer tijdens de visserijactiviteiten bewijs wordt aangetroffen voor de aanwezigheid van KME-indicatorsoorten, overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 25 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de koralen, sponzen en andere organismen tot op het laagst mogelijke taxonomische niveau identificeert, aan de hand van het formulier voor de verzameling van experimentele-visserijgegevens ("Exploratory Fishery Data Collection Form") overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM; en

a)  de koralen, sponzen en andere organismen tot op het laagst mogelijke taxonomische niveau identificeert, aan de hand van het formulier voor de verzameling van experimentele-visserijgegevens ("Exploratory Fishery Data Collection Form") overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 26 van de bijlage bij deze verordening; en

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  een lijst van de tot het voeren van zijn vlag gerechtigde vaartuigen die het kan machtigen om visserijactiviteiten te verrichten in het gereglementeerde gebied, hierna een "aangemeld vaartuig" genoemd, in het in bijlage II.C1 bij de CEM voorgeschreven formaat;

a)  een lijst van de tot het voeren van zijn vlag gerechtigde vaartuigen die het kan machtigen om visserijactiviteiten te verrichten in het gereglementeerde gebied, hierna een "aangemeld vaartuig" genoemd, in het formaat dat is voorgeschreven in bijlage II.C1 bij de CEM, als vastgesteld in punt 27 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  van tijd tot tijd, elke schrapping uit de lijst van aangemelde vaartuigen, onverwijld, in het in bijlage II.C2 bij de CEM voorgeschreven formaat.

b)  van tijd tot tijd, elke schrapping uit de lijst van aangemelde vaartuigen, onverwijld, in het formaat dat is voorgeschreven in bijlage II.C2 bij de CEM, als vastgesteld in punt 28 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  uiterlijk twintig dagen vóór de aanvang van de visserijactiviteiten voor het kalenderjaar, de individuele machtiging voor elk vaartuig van de lijst van aangemelde vaartuigen dat hij heeft gemachtigd om visserijactiviteiten in het gereglementeerde gebied te verrichten, hierna een "gemachtigd vaartuig" genoemd, in het in bijlage II.C3 bij de CEM gespecificeerde formaat;

a)  uiterlijk twintig dagen vóór de aanvang van de visserijactiviteiten voor het kalenderjaar, de individuele machtiging voor elk vaartuig van de lijst van aangemelde vaartuigen dat hij heeft gemachtigd om visserijactiviteiten in het gereglementeerde gebied te verrichten, hierna een "gemachtigd vaartuig" genoemd, in het formaat dat is gespecificeerd in bijlage II.C3 bij de CEM, als vastgesteld in punt 29 van de bijlage bij deze verordening;

elke machtiging vermeldt met name de begin- en einddatum van de geldigheidsperiode en de soorten waarvoor gerichte visserij toegestaan is, tenzij is voorzien in een vrijstelling in bijlage II.C3 bij de CEM. Indien het vaartuig voornemens is te vissen op in de vangstmogelijkheden bedoelde gereguleerde soorten, wordt daarbij melding gemaakt van het bestand waarvan de gereguleerde soort is geassocieerd met het betrokken gebied;

elke machtiging vermeldt met name de begin- en einddatum van de geldigheidsperiode en de soorten waarvoor gerichte visserij toegestaan is, tenzij is voorzien in een vrijstelling in bijlage II.C3 bij de CEM, als vastgesteld in punt 29 van de bijlage bij deze verordening. Indien het vaartuig voornemens is te vissen op in de vangstmogelijkheden bedoelde gereguleerde soorten, wordt daarbij melding gemaakt van het bestand waarvan de gereguleerde soort is geassocieerd met het betrokken gebied;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  onverwijld de schorsing van de machtiging, in het in bijlage II.C4 bij de CEM voorgeschreven formaat, in geval van opheffing van de betrokken machtiging of een wijziging van de inhoud ervan, wanneer de opheffing of wijziging plaatsvindt tijdens de geldigheidperiode;

b)  onverwijld de schorsing van de machtiging, in het formaat dat is voorgeschreven in bijlage II.C4 bij de CEM, als vastgesteld in punt 30 van de bijlage bij deze verordening, in geval van opheffing van de betrokken machtiging of een wijziging van de inhoud ervan, wanneer de opheffing of wijziging plaatsvindt tijdens de geldigheidperiode;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de in bijlage I.C bij de CEM opgenomen drielettercode voor elke soort;

b)  voor elke soort de drielettercode die is opgenomen in bijlage I.C bij de CEM, als vastgesteld in punt 31 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  de in bijlage II.K bij de CEM opgenomen code voor de aanbiedingsvorm van de producten.

e)  voor elke soort de code voor de aanbiedingsvorm van de producten die is opgenomen in bijlage II.K bij de CEM, als vastgesteld in punt 32 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elk vissersvaartuig houdt een visserijlogboek bij, dat ten minste twaalf maanden aan boord wordt gehouden, en waarin overeenkomstig bijlage II.A bij de CEM:

2.  Elk vissersvaartuig houdt een visserijlogboek bij, dat ten minste twaalf maanden aan boord wordt gehouden, en waarin overeenkomstig bijlage II.A bij de CEM, als vastgesteld in punt 33 van de bijlage bij deze verordening:

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 5 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  dat aan boord wordt gehouden tot het vaartuig volledig is gelost.

d)  dat aan boord wordt gehouden tot alle vangsten volledig van het vaartuig zijn gelost.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 6 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Elk vissersvaartuig zendt zijn VCC-berichten met betrekking tot de volgende elementen elektronisch door overeenkomstig het formaat en de inhoud die voor elk type verslag zijn voorgeschreven in bijlage II.D en bijlage II.F bij de CEM:

6.  Elk vissersvaartuig zendt zijn VCC-berichten met betrekking tot de volgende elementen elektronisch door overeenkomstig het formaat en de inhoud die voor elk type verslag zijn voorgeschreven in bijlage II.D en bijlage II.F bij de CEM, als vastgesteld in de punten 34 en 35 van de bijlage bij deze verordening:

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 6 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  vangsten van soorten in de lijst van soorten van bijlage I.C bij de CEM waarvan het totale levend gewicht aan boord minder dan honderd kilogram bedraagt, mogen worden gerapporteerd aan de hand van de drielettercode MZZ (mariene soort niet gespecificeerd), behalve in het geval van haaien. Alle haaien worden voor zover mogelijk gerapporteerd op soortniveau onder hun corresponderende drielettercode. Wanneer soortspecifieke rapportage niet mogelijk is, worden haaiensoorten gerapporteerd als hetzij grote haaien (SHX) of doornhaaien (DGX), overeenkomstig de drielettercodes in bijlage I.C bij de CEM.

g)  vangsten van soorten in de lijst van soorten van bijlage I.C bij de CEM, als vastgesteld in punt 31 van de bijlage bij deze verordening, waarvan het totale levend gewicht aan boord minder dan honderd kilogram bedraagt, mogen worden gerapporteerd aan de hand van de drielettercode MZZ (mariene soort niet gespecificeerd), behalve in het geval van haaien. Alle haaien worden voor zover mogelijk gerapporteerd op soortniveau onder hun corresponderende drielettercode. Wanneer soortspecifieke rapportage niet mogelijk is, worden haaiensoorten gerapporteerd als hetzij grote haaien (SHX) of doornhaaien (DGX), overeenkomstig de drielettercodes in bijlage I.C bij de CEM, als vastgesteld in punt 31 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 7 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in lid 6 bedoelde rapporten kunnen worden geannuleerd met gebruikmaking van het in bijlage II.F, punt 8, bij de CEM gespecificeerde formaat. Indien een van deze berichten moet worden verbeterd, wordt onverwijld en binnen de in dit artikel vastgestelde termijnen een nieuw bericht verstuurd na het annuleringsbericht.

De in lid 6 bedoelde rapporten kunnen worden geannuleerd met gebruikmaking van het formaat dat is gespecificeerd in bijlage II.F, punt 8, bij de CEM, als vastgesteld in punt 35 van de bijlage bij deze verordening. Indien een van deze berichten moet worden verbeterd, wordt onverwijld en binnen de in dit artikel vastgestelde termijnen een nieuw bericht verstuurd na het annuleringsbericht.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Elke lidstaat waarborgt dat zijn VCC de in lid 6 bedoelde berichten onmiddellijk na de ontvangst ervan langs elektronische weg doorzendt aan de uitvoerend secretaris van de NAFO in het in bijlage II.D bij de CEM voorgeschreven formaat, met de Commissie en het EBVC in kopie.

8.  Elke lidstaat waarborgt dat zijn VCC de in lid 6 bedoelde berichten onmiddellijk na de ontvangst ervan langs elektronische weg doorzendt aan de uitvoerend secretaris van de NAFO in het formaat dat is voorgeschreven in bijlage II.D bij de CEM, als vastgesteld in punt 34 van de bijlage bij deze verordening, met de Commissie en het EBVC in kopie.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 9 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  hij waarborgt dat de logboekinformatie uiterlijk zestig dagen na de afloop van elke visreis bij de Commissie wordt ingediend in Extensible Markup Language (XML) of in Microsoft Excelbestandsformaat, met ten minste de in bijlage II.N bij de CEM vastgestelde informatie.

b)  hij waarborgt dat de logboekinformatie uiterlijk zestig dagen na de afloop van elke visreis bij de Commissie wordt ingediend in Extensible Markup Language (XML) of in Microsoft Excelbestandsformaat, met ten minste de informatie die is vastgesteld in bijlage II.N bij de CEM, als vastgesteld in punt 36 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 9 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de aan de uitvoerend secretaris van de NAFO doorgezonden VMS-positiegegevens in overeenstemming zijn met het gegevensuitwisselingsformaat dat is vastgesteld in bijlage II.E bij de CEM en nader is omschreven in bijlage II.D bij de CEM.

b)  de aan de uitvoerend secretaris van de NAFO doorgezonden VMS-positiegegevens in overeenstemming zijn met het gegevensuitwisselingsformaat dat is vastgesteld in bijlage II.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 37 van de bijlage bij deze verordening, en nader is omschreven in bijlage II.D bij de CEM, als vastgesteld in punt 34 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  wanneer wordt gevist op afgesloten onderzeese bergen als bedoeld in artikel 18, lid 1, in de rubriek "opmerkingen" van het waarnemersverslag als bedoeld in bijlage II.M bij de CEM, voor elke trek, alle hoeveelheden van alle KME-indicatorsoorten als bedoeld in bijlage I.E bij de CEM rapporteren;

d)  wanneer wordt gevist op afgesloten onderzeese bergen als bedoeld in artikel 18, lid 1, in de rubriek "opmerkingen" van het waarnemersverslag als bedoeld in bijlage II.M bij de CEM, als vastgesteld in punt 38 van de bijlage bij deze verordening, voor elke trek, alle hoeveelheden rapporteren van alle KME-indicatorsoorten als bedoeld in bijlage I.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 25 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  zo spoedig mogelijk na het verlaten van het gereglementeerde gebied, en uiterlijk bij aankomst van het vaartuig in de haven, het in bijlage II.M bij de CEM bedoelde verslag indienen, in elektronisch formaat, bij de vlaggenlidstaat en, indien een inspectie in de haven plaatsvindt, bij de plaatselijke haveninspectieautoriteit. De vlaggenlidstaat zendt het verslag door aan de Commissie, in Microsoft Excelbestandsformaat, binnen 25 dagen na de aankomst van het vaartuig in de haven. De Commissie zendt dit verslag toe aan de uitvoerend secretaris van de NAFO.

h)  zo spoedig mogelijk na het verlaten van het gereglementeerde gebied, en uiterlijk bij aankomst van het vaartuig in de haven, het verslag dat is bedoeld in bijlage II.M bij de CEM, als vastgesteld in punt 38 van de bijlage bij deze verordening, indienen, in elektronisch formaat, bij de vlaggenlidstaat en, indien een inspectie in de haven plaatsvindt, bij de plaatselijke haveninspectieautoriteit. De vlaggenlidstaat zendt het verslag door aan de Commissie, in Microsoft Excelbestandsformaat, binnen 25 dagen na de aankomst van het vaartuig in de haven. De Commissie zendt dit verslag toe aan de uitvoerend secretaris van de NAFO.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 9 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  komt zijn in artikel 27, lid 3, beschreven verplichtingen na en zendt daarnaast dagelijks overeenkomstig bijlage II.G bij de CEM een waarnemersverslag (OBR) toe aan het VCC van de vlaggenstaat, dat op zijn beurt uiterlijk om 12:00 UTC van de dag na de ontvangst ervan, het doorzendt aan de Commissie, die het aan de uitvoerend secretaris van de NAFO toezendt; en

a)  komt zijn in artikel 27, lid 3, beschreven verplichtingen na en zendt daarnaast dagelijks een waarnemersverslag (OBR) toe overeenkomstig bijlage II.G bij de CEM, als vastgesteld in punt 39 van de bijlage bij deze verordening, aan het VCC van de vlaggenstaat, dat het op zijn beurt uiterlijk om 12:00 UTC van de dag na de ontvangst ervan doorzendt aan de Commissie, die het aan de uitvoerend secretaris van de NAFO toezendt; en

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 10 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  zendt, overeenkomstig bijlage II.F(3) bij de CEM dagelijks het CAT-verslag door aan het VCC van de vlaggenlidstaat en waarborgt dat de aldus gerapporteerde vangst overeenkomt met de logboekgegevens. Het VCC zendt op zijn beurt, uiterlijk om 12:00 UTC van de dag na de ontvangst ervan, het rapport door aan de Commissie, die het toezendt aan de uitvoerend secretaris van de NAFO; en

a)  zendt dagelijks het CAT-verslag door overeenkomstig bijlage II.F(3) bij de CEM, als vastgesteld in punt 40 van de bijlage bij deze verordening, aan het VCC van de vlaggenlidstaat en waarborgt dat de aldus gerapporteerde vangst overeenkomt met de logboekgegevens. Het VCC zendt op zijn beurt, uiterlijk om 12:00 UTC van de dag na de ontvangst ervan, het verslag door aan de Commissie, die het toezendt aan de uitvoerend secretaris van de NAFO; en

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.  Alle in dit hoofdstuk VIII bedoelde inspectie-, surveillance- en onderzoeksrapporten en de bijbehorende afbeeldingen of bewijsstukken worden als vertrouwelijk behandeld, overeenkomstig bijlage II.B bij de CEM.

10.  Alle in dit hoofdstuk VII bedoelde inspectie-, surveillance- en onderzoeksrapporten en de bijbehorende afbeeldingen of bewijsstukken worden als vertrouwelijk behandeld, overeenkomstig bijlage II.B bij de CEM, als vastgesteld in punt 41 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  hij vult het in bijlage IV.A bij de CEM vastgestelde surveillancerapportformulier in. Indien de inspecteur een volumetrische of vangstsamenstellingevaluatie van de inhoud van een trek heeft gemaakt, bevat het surveillancerapport alle relevante informatie over de samenstelling van de trek, en maakt het melding van de voor de volumetrische evaluatie gebuikte methode;

a)  hij vult het surveillancerapportformulier in overeenkomstig bijlage IV.A bij de CEM, als vastgesteld in punt 42 van de bijlage bij deze verordening. Indien de inspecteur een volumetrische of vangstsamenstellingevaluatie van de inhoud van een trek heeft gemaakt, bevat het surveillancerapport alle relevante informatie over de samenstelling van de trek, en maakt het melding van de voor de volumetrische evaluatie gebuikte methode;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  op het inspectievaartuig en het boardingvaartuig, de in bijlage IV.E bij de CEM afgebeelde wimpel voeren;

b)  op het inspectievaartuig en het boardingvaartuig, de wimpel voeren die is afgebeeld in bijlage IV.E bij de CEM, als vastgesteld in punt 43 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een loodsladder te verstrekken overeenkomstig bijlage IV.G bij de CEM;

c)  een loodsladder te verstrekken overeenkomstig bijlage IV.G bij de CEM, als vastgesteld in punt 44 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  zich niet te mengen in contacten tussen de inspecteurs en de waarnemer;

h)  zich niet te mengen in contacten tussen de inspecteurs en de waarnemer en daartoe een hiervoor bestemde ruimte of zone ter beschikking te stellen;

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat waarborgt dat zijn inspecteurs voor elke inspectie een inspectierapport in het in bijlage IV.B bij de CEM vastgestelde formaat invullen.

1.  Elke lidstaat waarborgt dat zijn inspecteurs voor elke inspectie een inspectierapport invullen in het formaat dat is voorgeschreven in bijlage IV.B bij de CEM, als vastgesteld in punt 45 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  zetten de inspecteurs, bij het vergelijken van vermeldingen in het productielogboek met vermeldingen in het visserijlogboek, productiegewicht om in levend gewicht aan de hand van de door de kapitein gebruikte conversiefactoren;

b)  zetten de inspecteurs, bij het vergelijken van vermeldingen in het productielogboek met vermeldingen in het visserijlogboek, productiegewicht om in levend gewicht aan de hand van de conversiefactoren, als vastgesteld in de bijlagen XIII, XIV en XV bij Verordening (EU) nr. 404/2011; voor soorten en aanbiedingsvormen die niet onder deze bijlagen vallen, worden de door de kapitein gebruikte conversiefactoren toegepast;

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het in bijlage IV.F bij de CEM afgebeelde inspectiezegel stevig aanbrengen en de ondernomen actie en het serienummer van elk zegel noteren in het inspectierapport;

d)  het NAFO-inspectiezegel dat is afgebeeld in bijlage IV.F bij de CEM, als vastgesteld in punt 46 van de bijlage bij deze verordening, stevig aanbrengen en de ondernomen actie en het serienummer van elk zegel noteren in het inspectierapport;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  zendt binnen 24 uur na de vaststelling van de inbreuk aan de Commissie en het EBVC een schriftelijke kennisgeving van de door zijn inspecteurs gerapporteerde inbreuk door, die ze op haar beurt doorzendt aan de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende vlaggenstaat of de vlaggenlidstaat indien verschillend van de inspecterende lidstaat, en aan de uitvoerend secretaris van de NAFO. De schriftelijke kennisgeving omvat de in punt 15 van het inspectierapport van bijlage IV.B bij de CEM ingevulde informatie, vermeldt de relevante maatregelen en beschrijft in detail de grond voor het afgeven van de kennisgeving van de inbreuk, en het bewijs ter ondersteuning van de kennisgeving; en gaat waar mogelijk vergezeld van beelden van het vistuig, de vangst of ander bewijsmateriaal met betrekking tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde inbreuk;

a)  zendt binnen 24 uur na de vaststelling van de inbreuk een schriftelijke kennisgeving van de door zijn inspecteurs gerapporteerde inbreuk door aan de Commissie en het EBVC, waardoor deze op haar beurt wordt doorgezonden aan de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende vlaggenstaat of de vlaggenlidstaat indien verschillend van de inspecterende lidstaat, en aan de uitvoerend secretaris van de NAFO. De schriftelijke kennisgeving omvat de informatie die is ingevuld in punt 15 van het inspectierapport van bijlage IV.B bij de CEM, als vastgesteld in punt 45 van de bijlage bij deze verordening; vermeldt de relevante maatregelen en beschrijft in detail de grond voor het afgeven van de kennisgeving van de inbreuk, en het bewijs ter ondersteuning van de kennisgeving; en gaat waar mogelijk vergezeld van beelden van het vistuig, de vangst of ander bewijsmateriaal met betrekking tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde inbreuk;

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

l)  inspecteurs of waarnemers hinderen, intimideren, beïnvloeden of anderszins verhinderen hun taken uit te voeren;

l)  inspecteurs of waarnemers hinderen, intimideren, beïnvloeden of anderszins verhinderen hun taken uit te voeren, of indirecte vormen van druk uitoefenen, bijvoorbeeld door te beletten dat zij naar behoren kunnen rusten of door hun privacy te schenden;

Motivering

Waarnemers brengen lange tijd door aan boord van vissersvaartuigen en pogingen om hun rust te verstoren of hun privacy te schenden zonder hun werk duidelijk te hinderen, zijn een indirecte manier om ervoor te zorgen dat zij hun taken niet kunnen uitvoeren.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op aanlanding, overladingen, of het gebruik van havens van lidstaten door tot het voeren van de vlag van een andere verdragsluitende partij bij de NAFO gerechtigde vissersvaartuigen die in het gereglementeerde gebied visserijactiviteiten verrichten. De bepalingen zijn van toepassing op in het gereglementeerde gebied gevangen vis, of op van zulke vis afkomstige visserijproducten, die niet eerder in een haven zijn aangeland of overgeladen.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op aanlanding, overladingen, of het gebruik van havens van lidstaten door tot het voeren van de vlag van een andere verdragsluitende partij bij de NAFO gerechtigde vissersvaartuigen die in het gereglementeerde gebied visserijactiviteiten verrichten. Deze bepalingen zijn van toepassing op vangsten in het gereglementeerde gebied, of op van zulke vangsten afkomstige visserijproducten, die niet eerder in een haven zijn aangeland of overgeladen.

Motivering

De bepalingen zijn van toepassing op alle visbestanden en niet alleen op vis.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De havenlidstaat stelt een minimumtermijn voor voorafgaande verzoeken vast. De termijn voor voorafgaande verzoeken is drie werkdagen vóór het geraamde tijdstip van aankomst. In overleg met de Commissie kan de havenlidstaat echter voorzieningen treffen voor een andere termijn voor voorafgaande verzoeken, rekening houdend met, onder meer, het producttype van de vangst en de afstand tussen de visgronden en zijn havens. De havenlidstaat verstrekt de informatie over de termijn voor voorafgaande verzoeken aan de Commissie, die deze in pdf-formaat op de MCS-website van de NAFO post.

2.  De havenlidstaat stelt een minimumtermijn voor voorafgaande verzoeken vast van drie werkdagen vóór aankomst. In overleg met de Commissie kan de havenlidstaat echter voorzieningen treffen voor een andere termijn voor voorafgaande verzoeken, rekening houdend met, onder meer, het producttype van de vangst en de afstand tussen de visgronden en zijn havens. De havenlidstaat verstrekt de informatie over de termijn voor voorafgaande verzoeken aan de Commissie, die deze in pdf-formaat op de MCS-website van de NAFO post.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 7 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  wanneer 14 dagen na de aanlanding nog geen bevestiging is ontvangen, mag de havenlidstaat de vis in beslag nemen en verwijderen overeenkomstig de geldende nationale bepalingen.

c)  wanneer 14 dagen na de afloop van de aanlandingsverrichtingen nog geen bevestiging is ontvangen, mag de havenlidstaat de vis in beslag nemen en verwijderen overeenkomstig de geldende nationale bepalingen.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De havenlidstaat stelt de kapitein van het vissersvaartuig onverwijld in kennis van zijn besluit om het binnenvaren van de haven toe te staan dan wel te weigeren, of indien het vaartuig zich in de haven bevindt, van zijn besluit om de aanlanding, overlading of ander gebruik van de haven toe te staan dan wel te weigeren. Indien het vaartuig de haven mag binnenvaren, stuurt de havenlidstaat aan de kapitein van het vaartuig een kopie van het formulier "Port State Control Prior Request Form" van bijlage II.L bij de CEM terug met deel C naar behoren ingevuld. Deze kopie wordt ook toegezonden aan de Commissie, die deze onverwijld op de MCS-website van de NAFO post. In geval van een weigering stelt de havenlidstaat de verdragsluitende partij bij de NAFO waarvan het vaartuig de vlag voert, daarvan in kennis.

8.  De havenlidstaat stelt de kapitein van het vissersvaartuig onverwijld in kennis van zijn besluit om het binnenvaren van de haven toe te staan dan wel te weigeren, of indien het vaartuig zich in de haven bevindt, van zijn besluit om de aanlanding, overlading of ander gebruik van de haven toe te staan dan wel te weigeren. Indien het vaartuig de haven mag binnenvaren, stuurt de havenlidstaat aan de kapitein van het vaartuig een kopie terug van het formulier "Port State Control Prior Request Form" van bijlage II.L bij de CEM, als vastgesteld in punt 47 van de bijlage bij deze verordening, met deel C naar behoren ingevuld. Deze kopie wordt ook toegezonden aan de Commissie, die deze onverwijld op de MCS-website van de NAFO post. In geval van een weigering stelt de havenlidstaat de verdragsluitende partij bij de NAFO waarvan het vaartuig de vlag voert, daarvan in kennis.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11.  Inspecties worden in overeenstemming met bijlage IV.H bij de CEM verricht door gemachtigde inspecteurs van de havenlidstaat, die vóór de inspectie identiteitsdocumenten aan de kapitein van het vaartuig overleggen.

11.  Inspecties zijn in overeenstemming met bijlage IV.H bij de CEM, als vastgesteld in punt 48 van de bijlage bij deze verordening, en worden verricht door gemachtigde inspecteurs van de havenlidstaat, die vóór de inspectie identiteitsdocumenten aan de kapitein van het vaartuig overleggen.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 13 – letter a – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  alle informatie over vangsten die in de voorafgaande kennisgeving "Port State Control Prior Request Forms" van bijlage II.L bij de CEM is verstrekt;

iii)  alle informatie over vangsten die is verstrekt in de voorafgaande kennisgeving "Port State Control Prior Request Forms" van bijlage II.L bij de CEM, als vastgesteld in punt 47 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 16 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

16.  Elke inspectie wordt gedocumenteerd door het formulier PSC 3 (Port State Control Inspection Form) zoals vastgesteld in bijlage IV.C bij de CEM in te vullen. De procedure voor het invullen en omgaan met het ingevulde "Report on Port State Control Inspection" omvat het volgende:

16.  Elke inspectie wordt gedocumenteerd door het formulier PSC 3 (Port State Control Inspection Form) van bijlage IV.C bij de CEM, als vastgesteld in punt 49 van de bijlage bij deze verordening, in te vullen. De procedure voor het invullen en omgaan met het ingevulde "Report on Port State Control Inspection" omvat het volgende:

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaat van een vissersvaartuig dat voornemens is aan te landen of over te laden of waarvan het vaartuig betrokken was bij overladingsactiviteiten buiten een haven, bevestigt, door een kopie terug te sturen van het formulier "Port State Control Prior Request Form", bijlage II.L bij de CEM, doorgezonden overeenkomstig artikel 40, lid 5, met deel B naar behoren ingevuld, dat:

2.  De lidstaat van een vissersvaartuig dat voornemens is aan te landen of over te laden of waarvan het vaartuig betrokken was bij overladingsactiviteiten buiten een haven, bevestigt, door een kopie van het formulier "Port State Control Prior Request Form", bijlage II.L bij de CEM, als vastgesteld in punt 47 van de bijlage bij deze verordening, terug te sturen, doorgezonden overeenkomstig artikel 40, lid 5, met deel B naar behoren ingevuld, dat:

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De kapitein of de gemachtigde van een vissersvaartuig dat voornemens is de haven binnen te varen, zendt het verzoek om toegang binnen de in artikel 40, lid 2, bedoelde verzoekstermijn door aan de bevoegde autoriteiten van de havenlidstaat. Een dergelijk verzoek gaat als volgt vergezeld van het in het "Port State Control Prior Request Form", bijlage II.L, deel A, bij de CEM, verstrekte formulier, dat naar behoren is ingevuld:

1.  De kapitein of de gemachtigde van een vissersvaartuig dat voornemens is de haven binnen te varen, zendt het verzoek om toegang binnen de in artikel 40, lid 2, bedoelde verzoekstermijn door aan de bevoegde autoriteiten van de havenlidstaat. Een dergelijk verzoek gaat als volgt vergezeld van het naar behoren ingevulde "Port State Control Prior Request Form", bijlage II.L, deel A, bij de CEM, als vastgesteld in punt 47 van de bijlage bij deze verordening:

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een kapitein of gemachtigde kan een voorafgaand verzoek annuleren door de bevoegde autoriteit van de haven die hij voornemens was te gebruiken, op de hoogte te brengen. Het verzoek gaat vergezeld van een kopie van het originele "Port State Control Prior Request Form", bijlage II.L bij de CEM, met het woord "geannuleerd" eroverheen geschreven.

2.  Een kapitein of gemachtigde kan een voorafgaand verzoek annuleren door de bevoegde autoriteit van de haven die hij voornemens was te gebruiken, op de hoogte te brengen. Het verzoek gaat vergezeld van een kopie van het originele "Port State Control Prior Request Form", bijlage II.L bij de CEM, als vastgesteld in punt 47 van de bijlage bij deze verordening, met het woord "geannuleerd" eroverheen geschreven.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Alle in dit hoofdstuk bedoelde inspectie- en onderzoeksrapporten en bijbehorende beelden of bewijsstukken, en formulieren worden door de lidstaten, de bevoegde autoriteiten, de exploitanten, de kapiteins en de bemanning als vertrouwelijk behandeld, overeenkomstig bijlage II.B bij de CEM.

Alle in dit hoofdstuk bedoelde inspectie- en onderzoeksrapporten en bijbehorende beelden of bewijsstukken, en formulieren worden door de lidstaten, de bevoegde autoriteiten, de exploitanten, de kapiteins en de bemanning als vertrouwelijk behandeld, overeenkomstig bijlage II.B bij de CEM, als vastgesteld in punt 41 van de bijlage bij deze verordening.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  zendt onverwijld de informatie aan de Commissie door met gebruikmaking van het in bijlage IV.A bij de CEM vastgestelde formaat van het surveillancerapport;

a)  zendt onverwijld de informatie aan de Commissie door met gebruikmaking van het formaat van het surveillancerapport dat is vastgesteld in bijlage IV.A bij de CEM, als vastgesteld in punt 42 van de bijlage bij deze verordening;

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1 – letter d – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  zendt hij de bevindingen van de inspecteur onverwijld door aan de Commissie aan de hand van het in bijlage IV.B bij de CEM vastgestelde inspectierapportformulier; en

i)  zendt hij de bevindingen van de inspecteur onverwijld door aan de Commissie aan de hand van het inspectierapportformulier dat is vastgesteld in bijlage IV.B bij de CEM, als vastgesteld in punt 45 van de bijlage bij deze verordening; en

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 53 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 53 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening om ze af te stemmen op door de NAFO vastgestelde maatregelen met betrekking tot:

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter d bis

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  de bijlage;

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 54

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 54

Schrappen

Uitvoering van bepaalde delen van en bijlagen bij de CEM

 

1.  De in de volgende bepalingen van deze verordening bedoelde delen van en bijlagen bij de CEM worden rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten en kunnen worden tegengeworpen aan natuurlijke en rechtspersonen, op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan als bedoeld in lid 2:

 

a) artikel 3, leden 17, 21 en 29;

 

b) artikel 4, lid 3, onder a);

 

c) artikel 9, leden 1, 4 en 5;

 

d) artikel 10, lid 1, onder e);

 

e) artikel 13, lid 1, en lid 2, onder d);

 

f) artikel 14, leden 2 en 3;

 

g) artikel 16, leden 1 en 2;

 

h) artikel 17;

 

i) artikel 18, leden 1 tot en met 4;

 

j) artikel 19, lid 1, en lid 2, onder a) en d);

 

k) artikel 20, lid 2, onder b);

 

l) artikel 21, lid 2, en lid 4, onder a);

 

m) artikel 22, lid 1, onder a) en b), en lid 5, onder a);

 

n) artikel 22, lid 5, onder a) en b);

 

o) artikel 24, lid 1, onder b) en e);

 

p) artikel 25, leden 2 en 6, lid 6, onder g), de leden 7 en 8, en lid 9, onder b);

 

q) artikel 26, lid 9, onder b);

 

r) artikel 27, lid 3, onder d) en h);

 

s) artikel 28, lid 9, onder a), en lid 10, onder a);

 

t) artikel 29, lid 10;

 

u) artikel 31, lid 1, onder a);

 

v) artikel 32, onder b);

 

w) artikel 33, onder c);

 

x) artikel 34, lid 1;

 

y) artikel 35, lid 1, onder d), en lid 2, onder a);

 

z) artikel 40, leden 8 en 11, lid 13, onder a), iii), en lid 16;

 

a bis) artikel 41, lid 2;

 

b ter) artikel 42, lid 1, lid 1, onder a) en b), en lid 2;

 

c quater) artikel 43;

 

d quinquies) artikel 44; en

 

e sexies) artikel 46, lid 1, onder a) en d).

 

2.  De Commissie maakt de in lid 1 bedoelde delen van en bijlagen bij de CEM bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening.

 

De Commissie maakt latere wijzigingen van de reeds overeenkomstig de eerste alinea bekendgemaakte delen van en bijlagen bij de CEM, binnen een maand nadat die wijzigingen bindend worden voor de Unie en de lidstaten bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Bijlage (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bijlage

 

[elk punt moet worden aangevuld met de inhoud van de bedoelde maatregel]

 

(1) Tabel 4 van de CEM, als bedoeld in artikel 3, punt 17

 

(2) Figuur 2 van de CEM, als bedoeld in artikel 3, punt 17

 

(3) Deel VI van bijlage I.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 3, punt 21

 

(4) Deel VII van bijlage I.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 3, punt 29

 

(5) In bijlage II.C bij de CEM voorgeschreven formaat, als bedoeld in artikel 4, lid 3, onder a)

 

(6) Tabel 1 en figuur 1(1) van de CEM, als bedoeld in artikel 9, lid 1

 

(7) Tabel 2 en figuur 1(2) van de CEM, als bedoeld in artikel 9, lid 4

 

(8) Tabel 3 en figuur 1(3) van de CEM, als bedoeld in artikel 9, lid 5

 

(9) In bijlage IV.C bij de CEM voorgeschreven formaat, als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder e)

 

(10) Bijlage III.A bij de CEM, als bedoeld in artikel 13, lid 1

 

(11) Bijlage I.C bij de CEM, als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder d)

 

(12) Bijlage III.B bij de CEM, als bedoeld in artikel 14, leden 2 en 3

 

(13) Bijlage I.D bij de CEM, als bedoeld in artikel 16, leden 1 en 2

 

(14) Tabel 4 van de CEM, als bedoeld in artikel 17

 

(15) Figuur 3 van de CEM, als bedoeld in artikel 18, lid 1

 

(16) Tabel 5 van de CEM, als bedoeld in artikel 18, lid 1

 

(17) Figuur 4 van de CEM, als bedoeld in artikel 18, lid 2

 

(18) Tabel 6 van de CEM, als bedoeld in artikel 18, lid 2

 

(19) Figuur 5 van de CEM, als bedoeld in artikel 18, leden 3 en 4

 

(20) Tabel 7 van de CEM, als bedoeld in artikel 18, leden 3 en 4

 

(21) Experimenteel protocol overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 19, lid 1

 

(22) Bericht van voornemen om experimentele bodemvisserij te verrichten (Notice of Intent to Undertake Exploratory Bottom Fishing) overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 19, lid 2, onder a)

 

(23) Verslag van de experimentele-bodemvisserijreis ("Exploratory Bottom Fishing Trip Report") overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 19, lid 2, onder d)

 

(24) Elementen voor de beoordeling van voorgestelde experimentele bodemvisserijactiviteiten overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 20, lid 2, onder b)

 

(25) Lijst van KME-indicatorsoorten overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 21, lid 2, en artikel 27, lid 3, onder d)

 

(26) Formulier voor de verzameling van experimentele-visserijgegevens ("Exploratory Fishery Data Collection Form") overeenkomstig bijlage I.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 21, lid 4, onder a)

 

(27) Voorgeschreven formaat voor de lijst van vaartuigen overeenkomstig bijlage II.C1 bij de CEM, als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder a)

 

(28) Voorgeschreven formaat voor schrapping uit de lijst van vaartuigen overeenkomstig bijlage II.C2 bij de CEM, als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder b)

 

(29) Voorgeschreven formaat voor individuele machtiging voor alle vaartuigen overeenkomstig bijlage II.C3 bij de CEM, als bedoeld in artikel 22, lid 5, onder a)

 

(30) Voorgeschreven formaat voor schorsing van de machtiging overeenkomstig bijlage II.C4 bij de CEM, als bedoeld in artikel 22, lid 5, onder b)

 

(31) Lijst van soorten overeenkomstig bijlage I.C bij de CEM, als bedoeld in artikel 24, lid 1, onder b), en artikel 25, lid 6, onder g)

 

(32) Lijst van codes voor de aanbiedingsvorm van de producten overeenkomstig bijlage II.K bij de CEM, als bedoeld in artikel 24, lid 1, onder e)

 

(33) Model van visserijlogboek overeenkomstig bijlage II.A bij de CEM, als bedoeld in artikel 25, lid 2

 

(34) Formaat voor vangstaangifte overeenkomstig bijlage II.D bij de CEM, als bedoeld in artikel 25, leden 6 en 8

 

(35) Formaat voor annulering van vangstaangifte overeenkomstig bijlage II.F bij de CEM, als bedoeld in artikel 25, leden 6 en 7

 

(36) Bijlage II.N bij de CEM, als bedoeld in artikel 25, lid 9, onder b)

 

(37) Gegevensuitwisselingsformaat overeenkomstig bijlage II.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 26, lid 9, onder b)

 

(38) Waarnemersverslag overeenkomstig bijlage II.M bij de CEM, als bedoeld in artikel 27, lid 3, onder d) en h)

 

(39) Dagelijks door de waarnemer toegezonden verslag overeenkomstig bijlage II.G bij de CEM, als bedoeld in artikel 28, lid 9, onder a)

 

(40) Dagelijks door de kapitein van het vaartuig doorgezonden CAT-verslag overeenkomstig bijlage II.F(3) bij de CEM, als bedoeld in artikel 28, lid 10, onder a)

 

(41) Vertrouwelijkheidsregels overeenkomstig bijlage II.B bij de CEM, als bedoeld in artikel 29, lid 10, en artikel 44

 

(42) Surveillancerapportformulier overeenkomstig bijlage IV.A bij de CEM, als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder a), en artikel 46, lid 1, onder a)

 

(43) Afbeelding van wimpel overeenkomstig bijlage IV.E bij de CEM, als bedoeld in artikel 32, onder b)

 

(44) Regels inzake verstrekking van loodsladder overeenkomstig bijlage IV.G bij de CEM, als bedoeld in artikel 33, onder c)

 

(45) Inspectierapport overeenkomstig bijlage IV.B bij de CEM, als bedoeld in artikel 34, lid 1, artikel 35, lid 2, onder a), en artikel 46, lid 1, onder d)

 

(46) NAFO-inspectiezegel overeenkomstig bijlage IV.F bij de CEM, als bedoeld in artikel 35, lid 1, onder d)

 

(47) Formulier "Port State Control Prior Request Form" overeenkomstig bijlage II.L bij de CEM, als bedoeld in artikel 40, lid 8 en lid 13, onder a), iii), artikel 41, lid 2, en artikel 42, leden 1 en 2

 

(48) Bijlage IV.H bij de CEM over inspecties, als bedoeld in artikel 40, lid 11

 

(49) "Port State Control Inspection Form" overeenkomstig bijlage IV.C bij de CEM, als bedoeld in artikel 40, lid 16

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

1) Strekking van het voorstel

Op 7 augustus 2018 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening ingediend met het oog op de omzetting in EU-recht van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen (conservation and enforcement measures – CEM) die zijn vastgesteld door de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (NAFO), waarbij de Europese Unie (EU) sinds 1979 een verdragsluitende partij is. De NAFO is een regionale organisatie voor visserijbeheer (ROVB) die verantwoordelijk is voor het beheer van de visbestanden in het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan. De instandhoudings- en beheersmaatregelen van de NAFO zijn uitsluitend van toepassing in het gereglementeerde gebied, de volle zee. De Unie heeft momenteel 35 vissersvaartuigen die gemachtigd zijn om in het gereglementeerde gebied van de NAFO te opereren, waarvan de aanlandingsverrichtingen beperkt zijn tot de havens van Aveiro, in Portugal, en Vigo, in Spanje.

Alle verdragsluitende partijen bij de NAFO zijn lid van de NAFO-commissie, die, overeenkomstig van het NAFO-verdrag, de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van vaststelt bij consensus, of bij wijze van uitzondering met een tweederdemeerderheid. De Unie wordt in de vergaderingen van de NAFO-commissie vertegenwoordigd door de Europese Commissie, die een mandaat heeft van vijf jaar en de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad volgt. De jaarvergaderingen van de EU-delegatie bij de NAFO brengen de Commissie, de Raad en vertegenwoordigers van belanghebbenden samen.

In het NAFO-verdrag is bepaald dat de door de NAFO-commissie aangenomen instandhoudingsmaatregelen bindend zijn en dat de verdragsluitende partijen verplicht zijn ze uit te voeren. Op haar jaarvergaderingen stelt de NAFO-commissie nieuwe maatregelen vast die door de uitvoerend secretaris van de NAFO na de vergadering aan de verdragsluitende partijen worden gemeld, als besluiten van de NAFO-commissie. Na ontvangst van een kennisgeving brengt de Commissie de Raad op de hoogte van de aanneming van nieuwe maatregelen, samen met de geplande datum voor de inwerkingtreding ervan.

In artikel 3, lid 5, van het Verdrag betreffende de Europese Unie is bepaald dat de Unie het internationaal recht strikt moet naleven, en dus ook de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in acht moet nemen.

Dit voorstel houdt verband met de maatregelen die de NAFO sinds 2008 heeft vastgesteld en met de inwerkingtreding van het gewijzigde NAFO-verdrag op 18 mei 2017.

2) Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is ingenomen met dit voorstel voor een verordening met het oog op de omzetting in Unierecht van de meest recente instandhoudings- en handhavingsmatregelen van de NAFO.

Hij herinnert eraan dat hoewel de omvang van de Unievloot die gemachtigd is om in het gereglementeerde gebied van de NAFO te vissen vrij beperkt is, met in het totaal 35 vaartuigen, de gevangen hoeveelheden in verhouding tot de omvang van de vloot toch aanzienlijk zijn. Volgens de gegevens op de website van de NAFO registreerden de vaartuigen van de Unie (die tot zes verschillende landen behoren) in 2017 een totale vangst van 50 936 ton. Portugal en Spanje zijn samen goed voor bijna 80 % van het totale gewicht van de vangsten van de Unie (respectievelijk 38,18 % of 19 448 ton en 41,63 % of 21 207 ton).

De rapporteur benadrukt dat het van essentieel belang is erop toe te zien dat er optimale instandhoudingsmaatregelen worden toegepast en gevolgd voor de visserij in deze wateren, aangezien bepaalde doelsoorten bijzonder gevoelig zijn voor het beheer, in het bijzonder de soorten met een lange levenscyclus. Bovendien is wordt het vaakst gebruikgemaakt van trawls, die de zeebodem beschadigen en daarmee ook schade toebrengen aan habitats.

Het gemeenschappelijk visserijbeleid moet van toepassing zijn op de gehele vissersvloot van de Unie, ongeacht het gebied waarin die actief is. Daarom wordt de Commissie gevraagd om, in het kader van de NAFO-vergaderingen en meer in het bijzonder wanneer NAFO instandhoudingsmaatregelen vaststelt, maatregelen in voeren om de terugworp te beperken of zelfs volledig te verbieden. Het is belangrijk dat overal dezelfde regels worden toegepast, ongeacht het geografische gebied waarin de vaartuigen van de Unie opereren, om ongelijkheden te voorkomen en de regels af te stemmen op de verplichte procedures die van toepassing zijn op de visserijactiviteiten van de vaartuigen van de Unie in de andere geografische gebieden.

Tot slot wijst de rapporteur erop dat wijzigingen van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen onverwijld moeten worden omgezet in het recht van de Unie en dat er bijgevolg geen amendementen worden ingediend op de volledige lijst van 30 gedelegeerde handelingen zoals voorgesteld in artikel 52. Hoewel hij erkent dat dit de snelle omzetting in het Unierecht van de meest recente instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de NAFO zal bevorderen, is hij van mening dat er een manier moet worden gevonden om het aantal gedelegeerde handelingen te beperken. Hij deelt de Commissie in dat verband mee dat de Commissie visserij erop zal toezien dat de ingediende gedelegeerde handelingen strikt beperkt zijn tot de vaststelling van wijzigingen van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het recht van de Unie, zoals bepaald in artikel 52, lid 2, van het voorstel.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Voorstel voor een verordening tot vaststelling van instandhoudings- en controlemaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan

Document- en procedurenummers

COM(2018) 577 final – C8-0391/2018 – 2018/0304(COD)

Datum indiening bij EP

7.8.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

PECH

10.9.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Ricardo Serrão Santos

4.9.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

8.10.2018

27.11.2018

 

 

Datum goedkeuring

10.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, David Coburn, Diane Dodds, Linnéa Engström, Sylvie Goddyn, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Annie Schreijer-Pierik, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

José Blanco López, Ole Christensen, Norbert Erdős, Jens Gieseke, Czesław Hoc, Nosheena Mobarik

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Tilly Metz

Datum indiening

16.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

23

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

ECR

Peter van Dalen, Czesław Hoc, Nosheena Mobarik

EFDD

Sylvie Goddyn

NI

Diane Dodds

PPE

Norbert Erdős, Jens Gieseke, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, Gabriel Mato, Annie Schreijer-Pierik, Jarosław Wałęsa

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, José Blanco López, Renata Briano, Ole Christensen, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas

VERTS/ALE

Marco Affronte, Linnéa Engström, Tilly Metz

1

-

EFDD

David Coburn

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 30 januari 2019Juridische mededeling