Procedure : 2018/0349(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0027/2019

Ingediende teksten :

A8-0027/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/02/2019 - 9.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0065

AANBEVELING     ***
PDF 192kWORD 63k
25.1.2019
PE 629.380v02-00 A8-0027/2019

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, het bijbehorende uitvoeringsprotocol en de briefwisseling bij die overeenkomst

(14367/2018 – C8‑0033/2019 – 2018/0349(NLE))

Commissie visserij

Rapporteur: Alain Cadec

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, het bijbehorende uitvoeringsprotocol en de briefwisseling bij die overeenkomst

(COM(2018)0678 – C8‑0000/2018 – 2018/0349(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (14367/2018),

–  gezien het ontwerp voor een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, het bijbehorende uitvoeringsprotocol en de briefwisseling bij die overeenkomst (12983/2018),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 43 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), punt v), en lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8‑0033/2019),

–  gezien artikel 99, leden 1 en 4, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie visserij en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0027/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en het Koninkrijk Marokko.


TOELICHTING

Algemene overwegingen

De Europese Unie en het Koninkrijk Marokko hebben onderhandelingen gevoerd over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij, bedoeld om de bilaterale betrekkingen te versterken en een dialoog over de governance van de visserij op gang te brengen. Deze overeenkomst maakt deel uit van het bredere kader van de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, die in 2000 in werking is getreden. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) heeft een uitspraak gedaan in zaak C-104/16 P en zaak C-266/16, respectievelijk over het niet opnemen van het grondgebied van de Westelijke Sahara in het toepassingsgebied van de overeenkomst over liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer van landbouwproducten en visserijproducten, en in het toepassingsgebied van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij.

De eerste visserijovereenkomst die de EU met Marokko heeft gesloten, dateert van 1995. Beide partijen zijn het in 1999 echter niet eens kunnen worden over de vernieuwing van het protocol. Tot in februari 2007 het huidige partnerschap inzake visserij in werking trad, was er dus geen overeenkomst.

Het eerste protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij is op 27 februari 2011 verstreken. Deze overeenkomst voorzag in een financiële bijdrage van 36,1 miljoen EUR, waarvan 13,5 miljoen EUR werd toegewezen aan de ondersteuning van het visserijbeleid van Marokko. In het kader van de overeenkomst en het protocol werd door Marokko aan de vaartuigen van elf EU-lidstaten vismachtigingen verleend.

Een tweede protocol, dat in februari 2011 werd gesloten en voorlopig werd toegepast tot en met december 2011, werd nooit goedgekeurd door het Europees Parlement. Een derde protocol werd in juli 2014 gesloten en verstreek op 14 juli 2018. De overeenkomst die is gesloten met Marokko is een gemengde overeenkomst waarmee de toegang tot verschillende vissoorten wordt gewaarborgd. In ruil geeft de EU een financiële bijdrage, in de vorm van rechten op toegang van EU-vaartuigen tot de territoriale wateren van de partner en financiering voor sectorale steun.

Arrest van het Hof van Justitie

In zijn arrest van 27 februari 2018 bekrachtigde het HvJ-EU de visserijovereenkomst met het bijbehorende protocol dat van 15 juli 2014 tot en met 14 juli 2018 van toepassing was. Het Hof stelde echter het volgende:

"[...] het begrip "grondgebied van Marokko" in artikel 11 van de Partnerschapsovereenkomst dient op dezelfde manier te worden begrepen als het begrip "grondgebied van [het Koninkrijk] Marokko" in artikel 94 van de Associatieovereenkomst. Het Hof heeft reeds opgemerkt dat laatstgenoemd begrip moet worden opgevat als een verwijzing naar het geografische gebied waarop het Koninkrijk Marokko de bevoegdheden waarover soevereine entiteiten krachtens het volkenrecht beschikken, in volle omvang uitoefent, met uitsluiting van elk ander gebied, zoals dat van de Westelijke Sahara (arrest van 21 december 2016, Raad/Front Polisario, C‑104/16 P, EU:C:2016:973, punten 95 en 132). Het grondgebied van de Westelijke Sahara valt dan ook niet onder het begrip "grondgebied van Marokko" in de zin van artikel 11 van de Partnerschapsovereenkomst."

Het Hof merkte vervolgens op dat de visserijovereenkomst van toepassing is op "wateren waarover het Koninkrijk Marokko de soevereiniteit of de jurisdictie bezit". De wateren waarover de kuststaat soevereiniteit of rechtsmacht mag uitoefenen, strekken zich echter enkel uit tot de wateren die aan zijn grondgebied grenzen en die behoren tot zijn territoriale zee of tot zijn exclusieve economische zone, overeenkomstig het VN-Verdrag inzake het recht van de zee. Het Hof is dan ook van oordeel dat, gelet op het feit dat het grondgebied van de Westelijke Sahara geen deel uitmaakt van het grondgebied van het Koninkrijk Marokko, de wateren die grenzen aan het grondgebied van de Westelijke Sahara bijgevolg niet tot de in de Partnerschapovereenkomst bedoelde Marokkaanse visserijzone behoren.

In zijn arrest in zaak C-104/16 P heeft het Hof twee voorwaarden uiteengezet waaraan moet worden voldaan: de Westelijke Sahara moet expliciet worden vermeld en de instemming van de bevolking moet worden verkregen. De Raad van de Europese Unie heeft daar nog een derde voorwaarde aan toegevoegd, meer bepaald dat de overeenkomst de plaatselijke bevolking ten goede moet komen.

Onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst en een nieuw protocol met het Koninkrijk Marokko

De Raad heeft de Commissie toestemming verleend om onderhandelingen op te starten tot wijziging van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij met Marokko. Het doel van de onderhandelingen is de wijziging van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko en de sluiting van een protocol bij die overeenkomst in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1380/2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid en met de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over de mededeling van de Commissie van 13 juli 2011 inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid (21 maart 2018, COM(2018) 151 final).

De overeenkomst heeft tot doel een duurzame en verantwoorde visserij te bevorderen en bij te dragen aan de strikte naleving van het internationaal recht, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat zowel de EU als Marokko voordeel hebben bij deze nieuwe overeenkomst. Met het nieuwe protocol krijgen de vaartuigen van de EU-vloot toegang tot de wateren die onder de huidige overeenkomst en het huidige protocol vallen, alsook tot de wateren die grenzen aan het niet-zelfbesturende gebied van de Westelijke Sahara, en wordt ervoor gezorgd dat de vaartuigen van de EU-vloot de nodige machtigingen krijgen om in die wateren te vissen.

Aan de hand van het mandaat van de Raad heeft de Commissie onderhandelingen aangeknoopt met de Marokkaanse autoriteiten om een nieuwe visserijovereenkomst tot stand te brengen. In de maand juli hebben de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij geparafeerd.

In deze nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij geeft de Commissie in artikel 1, onder h), een uitdrukkelijke omschrijving van de visserijzones als "de wateren van het centraal-oostelijke deel van de Atlantische Oceaan die zich bevinden tussen 35°47'18'' NB en 20°46'13'' NB, met inbegrip van de wateren die grenzen aan de Westelijke Sahara, waarbij alle beheersgebieden worden bestreken."

Bij de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst is de Commissie ervan uitgegaan dat de geografische dimensie kon worden uitgebreid naar het grondgebied van de Westelijke Sahara zonder in strijd te zijn met de conclusies van het arrest van het HvJ-EU indien aan drie voorwaarden wordt voldaan. Eerst en vooral moet in de overeenkomst met zoveel woorden worden bepaald dat de tekst ook van toepassing is op het grondgebied van de Westelijke Sahara. Vervolgens moet de instemming van de betrokken bevolking worden verkregen. Tot slot moet de overeenkomst de plaatselijke bevolking ten goede komen. In het geval van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij is deze laatste voorwaarde van essentieel belang, aangezien meer dan 90 % van de vangsten van de EU-vloot plaatsvinden in de wateren die grenzen aan de Westelijke Sahara.(1)

Raadpleging van de betrokken bevolking

Met dit doel voor ogen hebben de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Commissie een raadpleging gehouden onder de plaatselijke bevolkingsgroepen van de Westelijke Sahara en de belanghebbende partijen. Een meerderheid van de gesprekspartners bleek hierbij voorstander te zijn van een nieuwe visserijovereenkomst en van een vernieuwing van het protocol. Hiermee werd duidelijk te kennen gegeven dat het partnerschap een positief effect heeft gehad op de ontwikkeling van de lokale economische activiteiten in de visserijsector.

Andere gesprekspartners, met name het Front Polisario, dat door de Verenigde Naties wordt beschouwd als de vertegenwoordiger van de volkeren van de Westelijke Sahara en dat een rol speelt in het vredesproces, hebben niet willen deelnemen aan de raadpleging. Uit de technische besprekingen die met het Front Polisario zijn gevoerd, is gebleken dat het Front Polisario principiële bezwaren heeft tegen de overeenkomst.

Voordelen voor de visserijsector in de Westelijke Sahara

De visserijsector is geconcentreerd in Laâyoune, Boujdour en Dakhla. Volgens Marokkaanse gegevens bestaat de sector uit 141 ondernemingen voor de verwerking van visserijproducten in de steden. Dit biedt rechtstreekse of onrechtstreekse werkgelegenheid aan ongeveer 90 000 personen. Activiteiten in verband met de verwerking van visserijproducten zijn naar schatting goed voor zo'n 4,9 miljard dirham (ongeveer 450 miljoen EUR), waarvan 2,6 miljard dirham (ongeveer 240 miljoen EUR) is bestemd voor de uitvoer (waarvan zo'n 60 % naar de Europese Unie).

De sector van de visserij en de verwerking van visserijproducten is de grootste werkgever in het gebied en tevens de grootste exporteur. Toch blijven de visserijactiviteiten voornamelijk geconcentreerd aan de toeleveringszijde wegens een gebrek aan geschikte verwerkingsinstallaties om de waarde van producten te verhogen. De sector behoort nochtans tot de sectoren met een groot groei- en banenpotentieel in de Westelijke Sahara.

De Europese Unie heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van activiteiten op het gebied van de verwerking van visserijproducten in de Westelijke Sahara. Om uitvoering te geven aan de bepalingen over sectorale steun van het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Unie en Marokko, heeft de Unie ook een groot aantal maatregelen gefinancierd, onder meer voor de aanleg van infrastructuur en voorzieningen waarmee het concurrentievermogen en de werkgelegenheid in de sector voor de verwerking van visserijproducten kunnen worden verbeterd.

Voornaamste kenmerken van de overeenkomst en het protocol

De partijen komen overeen dat de vaartuigen van de Unie slechts gerechtigd zijn tot de vangst van het in artikel 62, leden 2 en 3, van het Verdrag inzake het recht van de zee bedoelde overschot van de toegestane vangst, dat op een duidelijke en transparante manier is geïdentificeerd op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen. De partijen werken samen om de evolutie van de situatie van de visbestanden in de visserijzone te volgen. Daartoe is overeengekomen een gezamenlijke wetenschappelijke vergadering in te stellen, die eenmaal per jaar beurtelings in de Unie en Marokko bijeenkomt.

Op basis van de conclusies van de wetenschappelijke vergadering en in het licht van de beste beschikbare wetenschappelijke adviezen en van een gemeenschappelijke overeenkomst, treffen de partijen maatregelen voor een duurzaam beheer van de visbestanden.

Duur

De huidige overeenkomst is van toepassing voor onbepaalde duur, terwijl het protocol van toepassing is voor een periode van vier jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding ervan of, in voorkomend geval, met ingang van de datum van voorlopige toepassing.

Vangstmogelijkheden

(a)  voor de categorie "ambachtelijke pelagische visserij noord met de zegen": 22 vaartuigen, hierna "categorie 1" genoemd;

(b)  voor de categorie "ambachtelijke visserij noord met de grondbeug": 35 vaartuigen, hierna "categorie 2" genoemd;

(c)  voor de categorie "ambachtelijke lijn- en hengelvisserij zuid": 10 vaartuigen, hierna "categorie 3" genoemd;

(d)  voor de categorie "demersale visserij zuid met de bodemtrawl en de grondbeug": 16 vaartuigen, hierna "categorie 4" genoemd;

(e)  voor de categorie "ambachtelijke hengelvisserij op tonijn": 27 vaartuigen, hierna "categorie 5" genoemd;

(f)  voor de categorie "industriële pelagische visserij met pelagische of semipelagische trawls en met de ringzegen": een jaarlijks quotum van:

i) 85 000 ton in het eerste jaar van toepassing, 18 vaartuigen,

ii) 90 000 ton in het tweede jaar van toepassing, 18 vaartuigen,

iii) 100 000 ton in het derde en het vierde jaar van toepassing, 18 vaartuigen,

hierna "categorie 6" genoemd.

Financiële tegenprestatie

1. De totale jaarlijkse waarde van het protocol wordt geraamd op:

1.1. 48 100 000 EUR in het eerste jaar van toepassing. Dit bedrag is als volgt onderverdeeld:

(a)  37 000 000 EUR voor de in artikel 12 van de visserijovereenkomst bedoelde financiële tegenprestatie, die als volgt is onderverdeeld:

i)  19 100 000 EUR als financiële compensatie voor de toegang van vaartuigen van de Unie tot de visserijzone als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder a), van de visserijovereenkomst;

ii)  17 900 000 EUR als sectorale steun zoals bedoeld in artikel 12, lid 2, onder c), van de visserijovereenkomst;

b)  11 100 000 EUR, wat overeenkomt met het geraamde bedrag van de door de reders verschuldigde rechten als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder b), van de visserijovereenkomst.

1.2. 50 400 000 EUR in het tweede jaar van toepassing. Dit bedrag is als volgt onderverdeeld:

(a)  38 800 000 EUR voor de in artikel 12 van de visserijovereenkomst bedoelde financiële tegenprestatie, die als volgt is onderverdeeld:

i)  20 000 000 EUR als financiële compensatie voor de toegang van vaartuigen van de Unie tot de visserijzone als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder a), van de visserijovereenkomst;

ii)  18 800 000 EUR als sectorale steun zoals bedoeld in artikel 12, lid 2, onder c), van de visserijovereenkomst;

(b)  11 600 000 EUR, wat overeenkomt met het geraamde bedrag van de door de reders verschuldigde rechten als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder b), van de visserijovereenkomst.

1.3. 55 100 000 EUR in het derde en het vierde jaar van toepassing. Dit bedrag is als volgt onderverdeeld:

(a)  42 400 000 EUR voor de in artikel 12 van de visserijovereenkomst bedoelde financiële tegenprestatie, die als volgt is onderverdeeld:

i)  21 900 000 EUR als financiële compensatie voor de toegang van vaartuigen van de Unie tot de visserijzone als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder a), van de visserijovereenkomst;

ii)  20 500 000 EUR als sectorale steun zoals bedoeld in artikel 12, lid 2, onder c), van de visserijovereenkomst;

(b)    12 700 000 EUR, wat overeenkomt met het geraamde bedrag van de door de reders verschuldigde rechten als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder b), van de overeenkomst.

(1)

Zie de studie in opdracht van de commissie PECH over de visserij aan de Atlantische kust van Andalusië.


ADVIES van de Begrotingscommissie (11.12.2018)

aan de Commissie visserij

inzake het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, het bijbehorende uitvoeringsprotocol en de briefwisseling bij die overeenkomst

(COM(2018)0678 – C8 – 2018/0349(NLE))

Rapporteur voor advies: José Manuel Fernandes

BEKNOPTE MOTIVERING

De Raad heeft de Commissie op 16 april 2018 gemachtigd onderhandelingen te starten met Marokko teneinde de partnerschapsovereenkomst (die op 14 juli 2018 is afgelopen) te wijzigen en een nieuw uitvoeringsprotocol overeen te komen. De op 28 februari 2007 in werking getreden Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko wordt door de nieuwe visserijovereenkomst ingetrokken. In de eerste plaats maakt de huidige partnerschapsovereenkomst deel uit van de betrekkingen tussen de Unie en Marokko in het kader van de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, die in 2000 in werking is getreden.

Bij deze onderhandelingen en in de eruit voortvloeiende teksten is ten volle rekening gehouden met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 februari 2018 in zaak C-266/165, waarin is geoordeeld dat de visserijovereenkomst en het bijbehorende protocol niet van toepassing zijn op de wateren die grenzen aan de Westelijke Sahara. In het licht van de overwegingen in het arrest van het Hof van Justitie en overeenkomstig de wensen van beide partijen, was het tijdens de onderhandelingen evenwel mogelijk om deze gebieden en de aangrenzende wateren in het partnerschap inzake visserij op te nemen.

Uit economisch oogpunt is het belangrijk dat de vloot van de Unie haar visserijactiviteiten, ook in die wateren, verricht in een solide juridisch kader. De voortzetting van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij is bovendien essentieel opdat deze gebieden voordeel kunnen blijven halen uit de sectorale steun die in het kader van de overeenkomst wordt geboden volgens het internationaal recht en het Gemeenschapsrecht en ten bate van de lokale bevolking.

De adviesraad voor de volle zee, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) hebben de betrokken bevolking van de Westelijke Sahara geraadpleegd teneinde te waarborgen dat die zich over de uitbreiding van het partnerschap tot de aan de Westelijke Sahara grenzende wateren kan uitspreken en op sociaal-economisch gebied voordeel uit de visserijovereenkomst kan halen, evenredig met de visserijactiviteiten.

De Unie loopt niet vooruit op de afloop van het door de Verenigde Naties geleide politieke proces inzake de uiteindelijke status van de Westelijke Sahara en blijft zich uitspreken voor een oplossing voor het geschil in de Westelijke Sahara.

Het protocol bestrijkt een periode van vier jaar vanaf de datum van toepassing ervan. De nieuwe overeenkomst is erop gericht uiting te geven aan de beginselen van de hervorming van 2009: degelijke governance op het vlak van visserij en houdbaarheid, eerbiediging van de mensenrechten, transparantie en non-discriminatie. De wijziging van de overeenkomst is eveneens nodig om gehoor te geven aan het arrest van het Hof van Justitie van 27 februari 2018 en om een rechtsgrondslag te vormen voor de toepassing van de overeenkomst op de aan de Westelijke Sahara grenzende wateren.

De jaarlijkse financiële tegenprestatie bedraagt 37 000 000 EUR en wordt elk jaar verhoogd, tot een bedrag van 42 400 000 EUR voor het laatste jaar, op basis van:

a) een financiële compensatie voor de toegang van vaartuigen van de Unie ten belope van 19 100 000 EUR voor het eerste jaar van toepassing van het protocol, voor het tweede jaar verhoogd tot 20 000 000 EUR en voor het derde en vierde jaar tot 21 900 000 EUR;

b) steun voor de ontwikkeling van het sectorale visserijbeleid van het Koninkrijk Marokko ten belope van 17 900 000 EUR per jaar voor het eerste jaar van toepassing van het protocol, voor het tweede jaar verhoogd tot 18 800 000 EUR en voor het derde en vierde jaar tot 20 500 000 EUR. Deze steun beantwoordt aan de doelstellingen van het nationale beleid op het gebied van het duurzame beheer van de continentale en maritieme visbestanden van het Koninkrijk Marokko.

******

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie visserij het Parlement aan te bevelen zijn goedkeuring te hechten aan het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, het bijbehorende uitvoeringsprotocol en de briefwisseling bij die overeenkomst.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, het bijbehorende uitvoeringsprotocol en de briefwisseling bij die overeenkomst

Document- en procedurenummers

COM(2018)06782018/0349(NLE)

Bevoegde commissie

 

PECH

 

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

José Manuel Fernandes

13.11.2018

Behandeling in de commissie

21.11.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

10.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, Manuel dos Santos, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, John Howarth, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Pina Picierno, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Karine Gloanec Maurin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, Claudia Schmidt

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

23

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Liadh Ní Riada

PPE

Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Patricija Šulin, Inese Vaidere

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Karine Gloanec Maurin, John Howarth, Manuel dos Santos, Daniele Viotti

3

-

ENF

André Elissen

VERTS/ALE

Jordi Solé, Monika Vana

2

0

ENF

Marco Zanni

S&D

Pina Picierno

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, het bijbehorende uitvoeringsprotocol en de briefwisseling bij die overeenkomst

Document- en procedurenummers

14367/2018 – C8-0033/2019 – COM(2018)06782018/0349(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

14.1.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

PECH

17.1.2019

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

DEVE

17.1.2019

BUDG

17.1.2019

 

 

Geen advies

       Datum besluit

DEVE

20.11.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Alain Cadec

29.8.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

21.11.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

23.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

7

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, David Coburn, Richard Corbett, Diane Dodds, Linnéa Engström, Sylvie Goddyn, Ian Hudghton, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Annie Schreijer-Pierik, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Norbert Erdős, Verónica Lope Fontagné, Nosheena Mobarik, Maria Lidia Senra Rodríguez

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Tim Aker, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Jo Leinen

Datum indiening

25.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

17

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

ECR

Peter van Dalen, Nosheena Mobarik, Ruža Tomašić

EFDD

Sylvie Goddyn

PPE

Alain Cadec, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Norbert Erdős, Werner Kuhn, Verónica Lope Fontagné, Annie Schreijer-Pierik, Jarosław Wałęsa

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Richard Corbett, Jo Leinen, Ricardo Serrão Santos

7

-

GUE/NGL

Liadh Ní Riada, Maria Lidia Senra Rodríguez

S&D

Renata Briano, Isabelle Thomas

VERTS/ALE

Marco Affronte, Linnéa Engström, Ian Hudghton

2

0

EFDD

Tim Aker, David Coburn

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 30 januari 2019Juridische mededeling