Procedure : 2018/0267(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0030/2019

Ingediende teksten :

A8-0030/2019

Debatten :

PV 11/02/2019 - 15
CRE 11/02/2019 - 15

Stemmingen :

PV 12/02/2019 - 9.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0063

AANBEVELING     ***
PDF 197kWORD 66k
28.1.2019
PE 629.693v02-00 A8-0030/2019

over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024)

(10858/2018 – C8-0387/2018 – 2018/0267(NLE))

Commissie visserij

Rapporteur: João Ferreira

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BEKNOPTE MOTIVERING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024)

(10858/2018 – C8-0387/2018 – 2018/0267(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (10858/2018),

–  gezien het protocol tot tenuitvoerlegging van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024) (10856/2018)

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 43, artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), punt v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0387/2018),

–  gezien zijn niet-wetgevingsresolutie van ... over het ontwerp van besluit(1),

–  gezien artikel 99, leden 1 en 4, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie visserij en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Begrotingscommissie (A8-0030/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het protocol;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de Republiek Ivoorkust.

(1)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(0000)0000.


BEKNOPTE MOTIVERING

Ivoorkust is een land met meer dan 20 miljoen inwoners en meer dan 60 etnische groepen. Recentelijk vond er in het land een hevige burgeroorlog plaats, die de stuitende sociale ongelijkheid nog heeft verergerd. De ontwikkelingsindex en andere maatschappelijke indicatoren tonen een alarmerend beeld – het land heeft een van de hoogste kindersterftecijfers ter wereld (85 doden op duizend geboortes), meer dan 50% van zijn bevolking is analfabeet en bijna 90% van de werkgelegenheid is informeel;

Hoewel de visserijsector weinig bijdraagt aan de economie en minder dan 1% van het bni uitmaakt, is vis een belangrijke voedingsbron en daardoor van belang voor de gehele maatschappij; Ivoorkust is afhankelijk van invoer van visserijproducten om zijn bevolking te voeden; Zelfs als de lokale vloot meer vis vangt, zal het land nooit kunnen voorzien in de behoefte aan vis.

Ambachtelijke, kust- en continentale visserij maken tweederde van de vangsten uit. De plaatselijke vloot bestaat overwegend uit kano’s van 6 tot 20 meter lengte. In 2014 waren er 13.000 schepen geregistreerd. De visserij-industrie van het land, met name kleinschalige visserij-ondernemingen, heeft derhalve structurele ondersteuning nodig om hen in staat te stellen op effectievere wijze bij te dragen aan de nationale ontwikkeling en de voedselbehoefte.

De eerste visserijovereenkomst tussen de Republiek Ivoorkust en de Europese Gemeenschap dateert van 1990. De huidige partnerschapsovereenkomst inzake visserij werd in 2007 gesloten voor een periode van 6 jaar en is steeds stilzwijgend verlengd met periodes van 6 jaar. Het is een tonijnovereenkomst die EU-visserijvaartuigen in staat stelt in de Ivoriaanse wateren te vissen en maakt deel uit van het netwerk van visserijovereenkomsten in West-Afrika.

In de voorgaande periode van 5 jaar die op 30 juni 2018 verstreek bood het protocol vangstmogelijkheden aan EU-visserijvaartuigen in de wateren van Ivoorkust voor 28 vaartuigen voor de tonijnvisserij (16 voor Spanje en 12 voor Frankrijk) en 10 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug (7 voor Spanje en 3 voor Portugal). De jaarlijkse bijdrage bedroeg 680 000 €/jaar, inclusief 257 500 €/jaar (37,8% van het totaal) voor de ondersteuning van de visserijsector van Ivoorkust.

Tijdens de tweede onderhandelingsronde van 13-16 maart 2018, hebben de EU en Ivoorkust de onderhandelingen afgesloten voor een nieuw protocol van 6 jaar (2018-2024) vanaf de datum van de voorlopige toepassing, d.w.z. vanaf de datum van de ondertekening.

In het nieuwe protocol wordt rekening gehouden met de resultaten van ex post- en ex ante-evaluaties van het vorige protocol (2013-2018). In de evaluatie is geconcludeerd dat de sector van de tonijnvisserij in de Unie veel belangstelling heeft voor de visserij in Ivoorkust en dat een vernieuwing van het protocol zou bijdragen aan een betere monitoring, controle en bewaking en aan een betere governance van de visserij in de regio. Het belang van Abidjan als een van de belangrijkste aanlandingshavens en plaatsen van verwerking in West-Afrika draagt bij aan de relevantie van het beoogde nieuwe protocol, zowel voor de sectoren van de tonijnvisserij in de Unie als voor het partnerland.

Evenals de vorige protocollen, is het nieuwe protocol er in de eerste plaats op gericht om de vaartuigen van de Unie vangstmogelijkheden in de wateren van Ivoorkust te bieden op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies en met inachtneming van de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT – International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas). Voorts zal het nieuwe protocol het voor de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust mogelijk maken om nauwer samen te werken met het oog op de bevordering van een duurzaam visserijbeleid en een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de Ivoriaanse wateren, en zal het de inspanningen van Ivoorkust voor de ontwikkeling van zijn blauwe economie ondersteunen, dit alles in het belang van beide partijen.

Het nieuwe protocol biedt vangstmogelijkheden voor EU-visserijvaartuigen in de wateren van Ivoorkust voor 28 vriesvaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen en voor 8 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug.

De jaarlijkse financiële tegenprestatie bedraagt 682 000 EUR, berekend op basis van:

a)  een referentietonnage van 5 500 ton waarvoor een jaarlijks bedrag voor de toegang tot de visserijzone wordt betaald van 330 000 EUR voor de eerste twee jaren van toepassing van het protocol en 275 000 EUR voor de volgende jaren (het derde tot en met zesde jaar);

b)  steun voor de ontwikkeling van het sectorale visserijbeleid van de Republiek Ivoorkust ten belope van 352 000 EUR per jaar voor de eerste twee jaren van toepassing van het protocol en 407 000 EUR voor de volgende jaren (het derde tot en met het zesde jaar). Deze steun beantwoordt aan de doelstellingen van het nationale visserijbeleid op het gebied van het duurzame beheer van de continentale en maritieme visbestanden van Ivoorkust.

Vergelijking tussen de protocollen 2013-2018 en 2018-2024 tussen de Europese Unie en Ivoorkust

 

Protocol 2013-2018

Protocol 2018-2024

 

Financiële compensatie

680 000 EUR per jaar

682 000 EUR per jaar

 

Referentietonnage

6 500 ton per jaar

5 500 ton per jaar

 

Soorten vaartuigen

28 vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen

10 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug

28 vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen

8 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug

 

De rapporteur wil benadrukken dat de bijdragen die bedoeld zijn om de ontwikkeling van het sectorale visserijbeleid van Ivoorkust te ondersteunen variëren tussen de 51,6% en 59,7% van het totale over te maken bedrag, wat procentueel neerkomt op een aanzienlijke en stijgende bijdrage vergeleken met het vorige protocol. De steun voor de ontwikkeling van de sector vormt de werkelijke bijdrage aan de duurzaamheid van een partnerland omdat hiermee de technische zelfstandigheid van het land wordt bevorderd, de ontwikkelingsstrategie van het land wordt ondersteund en de soevereiniteit van het land wordt gewaarborgd. Deze aanpak staat in schril contrast met een neokoloniale houding van "betalen om zich te bedienen", waarbij hulpbronnen en gemeenschappen tot op de bodem geëxploiteerd worden en die vaak het daadwerkelijke partnerschap in de met derde landen afgesloten overeenkomsten bepaalt.

Bij de beoordeling van het protocol moet de Commissie altijd bedenken dat de Republiek Ivoorkust een duidelijk vastgestelde beleidsstrategie volgt om zijn capaciteit voor monitoring, controle en surveillance van de visbestanden en de visserij-activiteiten in de wateren van Ivoorkust te vergroten, met bijzondere nadruk op de maatregelen ter bestrijding van IOO-visserij, door de beschikbare wetenschappelijke kennis over lokale mariene ecosystemen en visbestanden in hun wateren te verbeteren, en door plaatselijke gevestigde niet-industriële visserij te ontwikkelen en de gemeenschappen die ervan afhankelijk zijn om zo hun bijdrage tot de lokale economie te verhogen, te helpen de veiligheid aan boord en het inkomen van de vissers te verhogen, en de ontwikkeling van plaatselijke faciliteiten voor de verwerking en het op de markt brengen van vis te steunen, voor de binnenlandse markt of voor de export.

De rapporteur beveelt aan dat het Parlement zijn goedkeuring hecht aan de sluiting van dit protocol, omdat hij het van groot belang acht, zowel voor Ivoorkust als voor de EU-vloten die in de wateren van dat land actief zijn.

Hij vindt wel dat deze overeenkomst, de achtergrond en de toekomstperspectieven ervan aan een diepgaandere beoordeling en studie moeten worden onderworpen. Gezien de rol en de bevoegdheden van het Europees Parlement op dit gebied acht de rapporteur het opportuun en noodzakelijk een niet-wetgevende resolutie over deze overeenkomst aan te nemen met overwegingen en aanbevelingen waarmee de Commissie hopelijk rekening zal houden tijdens de looptijd van dit protocol en eventuele nieuwe onderhandelingen erover.

De rapporteur wijst op enkele aspecten die bijzondere aandacht verdienen.

Hoewel de eerste visserijovereenkomst tussen de EU en de Republiek Ivoorkust 28 jaar geleden werd ondertekend, zijn er tot dusver bitter weinig resultaten geboekt inzake sectorale samenwerking. Dit moet veranderen. De overeenkomst moet een daadwerkelijke duurzame ontwikkeling van de visserij en aanverwante bedrijfstakken en activiteiten in Ivoorkust bevorderen en ervoor zorgen dat de exploitatie van zijn natuurlijke rijkdommen het land meer toegevoegde waarde oplevert.

Er is een betere koppeling nodig tussen de sectorale steun die in het kader van de visserijovereenkomst wordt verleend, en de instrumenten die in het kader van ontwikkelingssamenwerking beschikbaar zijn, met name het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), hetzij via de relevante nationale programmering, hetzij via de regionale programmering voor West-Afrika.

Volgens de rapporteur moet de Commissie de nodige maatregelen treffen – met inbegrip van de mogelijke herziening en verhoging van het onderdeel sectorale steun van de overeenkomst en het creëren van nieuwe en betere voorwaarden om het opnemingsvermogen te vergroten – om te garanderen dat daadwerkelijk een andere weg wordt ingeslagen dan de afgelopen decennia.

Net als in andere landen in de regio wordt het noodzakelijk geacht meer en betrouwbaarder te rapporteren over vangsten in het bijzonder en over de situatie op het vlak van de instandhouding van de visbestanden in het algemeen, en de ontwikkeling van het eigen potentieel voor het verzamelen van die informatie door Ivoorkust te ondersteunen.

Tot slot benadrukt de rapporteur dat het Parlement onmiddellijk en volledig geïnformeerd dient te worden over alle fasen van de procedures betreffende het protocol en de verlenging ervan. Jaarlijks moet er bij het Parlement en de Raad een verslag worden ingediend over de resultaten van het in artikel 4 van het protocol beschreven meerjarige sectorale programma en over de wijze waarop is voldaan aan de vangstrapportagevereisten;


ADVIES van de Begrotingscommissie (11.12.2018)

aan de Commissie visserij

inzake het besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024)

(10858/2018 – C8-0387/2018 – 2018/0267(NLE))

Rapporteur voor advies: Heidi Hautala

BEKNOPTE MOTIVERING

Op basis van de desbetreffende onderhandelingsrichtsnoeren heeft de Commissie met de regering van Ivoorkust onderhandelingen gevoerd met het oog op het sluiten van een nieuw protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust. Na afloop van deze onderhandelingen is op 16 maart 2018 een nieuw protocol geparafeerd. Het protocol bestrijkt een periode van zes jaar vanaf de datum van voorlopige toepassing, d.w.z. vanaf de datum van de ondertekening ervan, zoals bepaald in artikel 13 van het protocol.

Het laatste protocol bij de overeenkomst is op 1 juli 2013 in werking getreden en is op 30 juni 2018 verstreken.

Het nieuwe protocol is er in de eerste plaats op gericht om de vaartuigen van de Unie vangstmogelijkheden in de wateren van Ivoorkust te bieden op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies en met inachtneming van de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT – International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas). Dit nieuwe protocol houdt rekening met de resultaten van een evaluatie van het vorige protocol (2013-2018) en met een verkennende evaluatie waarin is nagegaan of een nieuw protocol diende te worden gesloten. Beide werden uitgevoerd door externe deskundigen. Voorts zal het protocol het voor de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust mogelijk maken om nauwer samen te werken met het oog op de bevordering van een duurzaam visserijbeleid en een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de Ivoriaanse wateren, en zal het de inspanningen van Ivoorkust voor de ontwikkeling van zijn blauwe economie ondersteunen, dit alles in het belang van beide partijen.

Het nieuwe protocol voorziet in een jaarlijkse financiële tegenprestatie ten belope van 682 000 EUR, berekend op basis van:

•  een referentietonnage van 5 500 ton waarvoor een jaarlijks bedrag voor de toegang tot de visserijzone wordt betaald van 330 000 EUR voor de eerste twee jaren van toepassing van het protocol en 275 000 EUR voor de volgende jaren (het derde tot en met zesde jaar);

•  steun voor de ontwikkeling van het sectorale visserijbeleid van de Republiek Ivoorkust ten belope van 352 000 EUR per jaar voor de eerste twee jaren van toepassing van het protocol en 407 000 EUR voor de volgende jaren (het derde tot en met het zesde jaar). Deze steun beantwoordt aan de doelstellingen van het nationale visserijbeleid op het gebied van het duurzame beheer van de continentale en maritieme visbestanden van Ivoorkust.

******

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij het Parlement aan te bevelen zijn goedkeuring te hechten aan het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024).

Voorts wordt van de Europese Commissie verlangd dat zij in de dialoog met de lokale autoriteiten centraal blijft stellen dat met name lokale vrouwelijke visverwerkers van de overeenkomst moeten profiteren, zodat zij in hun onderhoud kunnen voorzien en ten volle kunnen bijdragen aan de plaatselijke voedselveiligheid en ontwikkeling.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Republiek Ivoorkust en de Europese Gemeenschap (2018-2024)

Document- en procedurenummers

10858/2018 – C8-0387/2018 – COM(2018)05032018/0267(NLE)

Bevoegde commissie

 

PECH

 

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

10.9.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Heidi Hautala

9.7.2018

Behandeling in de commissie

5.11.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

10.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, Manuel dos Santos, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, John Howarth, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Urmas Paet, Pina Picierno, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Karine Gloanec Maurin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, Claudia Schmidt

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

26

+

ALDE

Jean Arthuis

ENF

André Elissen

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Liadh Ní Riada

PPE

Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Patricija Šulin, Inese Vaidere

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Karine Gloanec Maurin, John Howarth, Pina Picierno, Manuel dos Santos, Daniele Viotti

VERTS/ALE

Jordi Solé, Monika Vana

1

-

ALDE

Nedzhmi Ali

1

0

ENF

Marco Zanni

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (18.12.2018)

aan de Commissie visserij

inzake het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024)

(10858/2018 – C8‑0387/2018 – 2018/0267(NLE))

Rapporteur voor advies: Eleni Theocharous

BEKNOPTE MOTIVERING

Onderhavig protocol tussen de EU en de Republiek Ivoorkust moet in overeenstemming zijn met de nieuwe verordening betreffende het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), waarin met name de nadruk wordt gelegd op duurzame visserij en goed bestuur en waarin het belang van beleidssamenhang tussen het GVB en de doelstellingen van de EU op het gebied van ontwikkelingssamenwerking wordt erkend.

Het protocol heeft een looptijd van zes jaar en biedt daardoor een zekere stabiliteit.

De vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de EU zijn, volgens de Commissie, in overeenstemming met het beste wetenschappelijke advies en met de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan, alsmede met het beginsel van het "beschikbare overschot".

In het nieuwe protocol is een referentietonnage van 5 500 ton per jaar vastgesteld, hetgeen lager is dan het referentietonnage op grond van het vorige protocol (6 500 ton per jaar). Het vangstniveau wordt dus gecontroleerd, maar toch sluiten de visserijzones voor de Europese vloot goed op elkaar aan dankzij de visserijakkoorden tussen de EU en verschillende andere West-Afrikaanse landen, zodat het protocol in een regionaal netwerk van actieve partnerschapsovereenkomsten inzake visserij kan worden ingepast.

De financiële bijdrage waarin onderhavig protocol voorziet bedraagt 682 000 EUR per jaar, hetgeen een lichte toename ten opzichte van het vorige protocol inhoudt. Voor de eerste twee jaar zal dit totaalbedrag worden onderverdeeld in jaarbedragen van 330 000 EUR voor de toegang tot de Ivoriaanse visserijzone en 352 000 EUR om specifiek de uitvoering van het visserijbeleid in Ivoorkust te ondersteunen. In de resterende periode zal het totaalbedrag als volgt worden opgesplitst: respectievelijk 275 000 EUR en 407 000 EUR. Dit komt neer op een aanzienlijke en welkome verhoging van de middelen voor de sector, om verantwoorde visserij en duurzame exploitatie van de visbestanden te bevorderen en om met name het toezicht, de controle en de bewaking te verbeteren, kleinschalige visserij te ondersteunen, de wetenschappelijke kennis van visserijbestanden te verbeteren, de blauwe economie te ondersteunen en de aquacultuur te ontwikkelen.

De rapporteur is van mening dat het protocol de verantwoorde en duurzame exploitatie van de visbestanden in Ivoorkust zal bevorderen in het belang van beide partijen en dat het dan ook in overeenstemming met de doelstellingen van overeenkomsten voor duurzame visserij en van ontwikkelingssamenwerking is. Om deze redenen stelt de rapporteur voor het protocol goed te keuren.

******

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij het Parlement aan te bevelen zijn goedkeuring te hechten aan het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Ivoorkust (2018-2024).

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Republiek Ivoorkust en de Europese Gemeenschap (2018-2024)

Document- en procedurenummers

10858/2018 – C8-0387/2018 – COM(2018)05032018/0267(NLE)

Bevoegde commissie

 

PECH

 

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

DEVE

10.9.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Eleni Theocharous

19.9.2018

Behandeling in de commissie

20.11.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

13.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Ignazio Corrao, Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Maria Heubuch, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Linda McAvan, Norbert Neuser, Maurice Ponga, Jean-Luc Schaffhauser, Elly Schlein, Bogusław Sonik, Eleni Theocharous, Mirja Vehkaperä, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Frank Engel

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Miguel Urbán Crespo

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

14

+

ALDE

Mirja Vehkaperä

ECR

Eleni Theocharous

EFDD

Ignazio Corrao

ENF

Jean-Luc Schaffhauser

PPE

Frank Engel, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Maurice Ponga, Bogusław Sonik

S&D

Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Linda McAvan, Norbert Neuser, Elly Schlein

VERTS/ALE

Maria Heubuch

1

-

PPE

Joachim Zeller

1

0

GUE/NGL

Miguel Urbán Crespo

Verklaring van de gebuikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthoudingen


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Republiek Ivoorkust en de Europese Gemeenschap (2018-2024)

Document- en procedurenummers

10858/2018 – C8-0387/2018 – COM(2018)05032018/0267(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

2.8.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

PECH

10.9.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

DEVE

10.9.2018

BUDG

10.9.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

João Ferreira

16.7.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

8.10.2018

27.11.2018

 

 

Datum goedkeuring

23.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, David Coburn, Richard Corbett, Linnéa Engström, Sylvie Goddyn, Ian Hudghton, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Annie Schreijer-Pierik, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Norbert Erdős, Verónica Lope Fontagné, Nosheena Mobarik, Maria Lidia Senra Rodríguez

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Tim Aker, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Jo Leinen

Datum indiening

28.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

23

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

ECR

Peter van Dalen, Nosheena Mobarik, Ruža Tomašić

EFDD

Sylvie Goddyn

GUE/NGL

Liadh Ní Riada

PPE

Alain Cadec, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Norbert Erdős, Werner Kuhn, Verónica Lope Fontagné, Annie Schreijer-Pierik, Jarosław Wałęsa

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Richard Corbett, Jo Leinen, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas

VERTS/ALE

Marco Affronte, Linnéa Engström, Ian Hudghton

3

-

EFDD

Tim Aker, David Coburn

GUE/NGL

Maria Lidia Senra Rodríguez

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 30 januari 2019Juridische mededeling