Procedure : 2018/2115(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0031/2019

Ingediende teksten :

A8-0031/2019

Debatten :

PV 12/03/2019 - 20
CRE 12/03/2019 - 20

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 11.23
CRE 13/03/2019 - 11.23
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0187

VERSLAG     
PDF 197kWORD 62k
28.1.2019
PE 623.704v02-00 A8-0031/2019

over een aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid bij het opmaken van de balans ten aanzien van de door de EDEO gegeven follow-up twee jaar na het EP-verslag over strategische communicatie van de EU in reactie op negatieve EU-propaganda door derden

(2018/2115(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Anna Elżbieta Fotyga

AMENDEMENTEN
ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid bij het opmaken van de balans ten aanzien van de door de EDEO gegeven follow-up twee jaar na het EP-verslag over strategische communicatie van de EU in reactie op negatieve EU-propaganda door derden

(2018/2115(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 28 juni en 18 oktober 2018,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 april 2018, getiteld "Bestrijding van online-desinformatie: een Europese benadering" (COM(2018)0236),

–  gezien de EU-gedragscode op het gebied van desinformatie, die op 26 september 2018 werd gepubliceerd,

–  gezien zijn resolutie van 23 november 2016 over de strategische communicatie van de EU in reactie op negatieve EU-propaganda door derden(1),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie van 6 april 2016, getiteld "Gezamenlijk kader voor de bestrijding van hybride bedreigingen: een reactie van de Europese Unie" (JOIN(2016)0018),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 april 2016, getiteld "Uitvoering van de Europese veiligheidsagenda ter bestrijding van terrorisme en ter voorbereiding van een echte en doeltreffende veiligheidsunie" (COM(2016)0230),

–  gezien de haalbaarheidsstudie van het Europees Fonds voor Democratie over Russischtalige media-initiatieven in het Oostelijk Partnerschap en verder, getiteld "Bringing Plurality and Balance to the Russian Language Media Space",

–  gezien het verslag van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), getiteld "De Europese Unie in een veranderende mondiale omgeving: een meer geconnecteerde, gecontesteerde en complexe wereld" van 18 mei 2015 en de lopende werkzaamheden voor een nieuwe wereldwijde veiligheidsstrategie van de EU,

–  gezien de aanbeveling van het Europees Parlement van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de EDEO over het Oostelijk Partnerschap, in aanloop naar de top in november 2017(2),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2017, getiteld "Weerbaarheid, afschrikking en defensie: bouwen aan sterke cyberbeveiliging voor de EU" (JOIN(2017)0450),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 7 juni 2017, getiteld "Een strategische aanpak van weerbaarheid in het externe optreden van de EU" (JOIN(2017)0021),

–  gezien artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), waarin bepaald is dat iedereen het recht heeft om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven,

–  gezien de gezamenlijke verklaring over de samenwerking tussen de EU en de NAVO van 10 juli 2018,

–  gezien de gezamenlijke verklaring over vrijheid van meningsuiting en "nepnieuws", desinformatie en propaganda, die op 3 maart 2017 werd afgelegd door de speciale VN-rapporteur inzake de bevordering en bescherming van het recht op vrijheid van mening en meningsuiting, de vertegenwoordiger van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) voor mediavrijheid, de speciale rapporteur van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) inzake vrijheid van meningsuiting en de speciale rapporteur van de Afrikaanse Commissie voor de rechten van de mens en volken (ACHPR) inzake vrijheid van meningsuiting en toegang tot informatie,

–  gezien het verslag van de speciale rapporteur van de VN van 6 april 2018 over de bevordering en bescherming van het recht op vrijheid van mening en meningsuiting,

–  gezien zijn aanbeveling van 29 november 2018 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de verdediging van de academische vrijheid bij het externe optreden van de EU(3),

–  gezien het recentste verslag van Europol over de stand van zaken en de tendensen in verband met het terrorisme in de Europese Unie van 2018, waarin de aandacht wordt gevestigd op de toename van activiteiten van terroristische groeperingen in cyberspace en hun mogelijke banden met andere criminele groepen,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 5 december 2018, getiteld "Actieplan tegen desinformatie" (JOIN(2018)0036) en het verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de Mededeling "Bestrijding van online-desinformatie: een Europese benadering" (COM(2018)0794) van 5 december 2018,

–  gezien de werkzaamheden van de trans-Atlantische commissie voor de bewaking van verkiezingen (Transatlantic Commission on Election Integrity),

–  gezien de beginselen van Santa Clara inzake transparantie en verantwoordingsplicht met betrekking tot praktijken op het gebied van inhoudsmoderatie,

–  gezien het EU-actieplan inzake strategische communicatie van 22 juni 2015,

–  gezien artikel 113 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8‑0031/2019),

1.  beveelt de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan:

Stand van zaken 2018 – Bestrijding van hybride oorlogvoering

a)  te benadrukken dat vrijheid van meningsuiting en mediapluralisme de kern vormen van weerbare democratische samenlevingen, en te voorzien in de beste waarborgen tegen desinformatiecampagnes en vijandige propaganda; kennis te nemen van zijn bezorgdheid over de achteruitgang op het gebied van mediavrijheid en de gerichte aanvallen op journalisten; samen met alle belanghebbenden verdere stappen te ondernemen om de transparantie van media-eigendom en het pluralisme van de media te waarborgen zonder een censuurregeling af te dwingen, en om een gunstig klimaat te scheppen ten bate van een grote verscheidenheid aan informatie, ideeën, diverse media en een gezond maatschappelijk middenveld, alsook om te trachten desinformatie en propaganda in kaart te brengen en onder de aandacht te brengen; alle belanghebbenden, waaronder de voornaamste pers-, journalisten- en mediaverenigingen, bij deze processen te betrekken; ervoor te zorgen dat het publiekeomroepstelsel naar behoren werkt en als voorbeeld kan dienen voor onpartijdige en objectieve informatievoorziening, overeenkomstig de beste praktijken en de journalistieke ethiek;

b)  na te denken over de ontwikkeling van een juridisch kader op zowel EU- als internationaal niveau voor de bestrijding van hybride dreigingen, waaronder cyber- en informatieoorlogvoering, dat de Unie in staat stelt doortastend te reageren, met inbegrip van gerichte sancties tegen degenen die dergelijke campagnes op touw zetten en uitvoeren, waarvan de noodzaak met name is aangetoond door de vijandige acties van statelijke en niet-statelijke actoren op deze gebieden;

c)  in overweging te nemen dat de tactiek van Da'esh de afgelopen tijd is veranderd en dat de groepering momenteel meer gebruikmaakt van versleutelde berichtendiensten, die populair zijn onder islamistische groeperingen, dan van websites;

d)  niet alleen het toenemende aantal overheidsinstellingen, denktanks en ngo's die actief zijn op het gebied van propaganda en desinformatie, maar ook de activiteiten van basisorganisaties op cybergebied te steunen; ervoor te zorgen dat de VV/HV en de Commissie hier nauwer bij worden betrokken door een grondige beoordeling van de nieuwe verordeningen uit te voeren, waaronder van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de toekomstige e-privacyverordening, als bescherming tegen kwaadwillig gebruik van sociale platforms; ervoor te zorgen dat de strategische communicatie van de EU bovenaan de Europese agenda komt te staan en dat de instellingen en lidstaten van de EU nauw samenwerken om dergelijke verschijnselen te bestrijden, zonder uit het oog te verliezen dat desinformatie en propaganda gedijen in een gepolariseerde omgeving waarin het vertrouwen in de media achteruitgaat;

e)  er bij de lidstaten die nog altijd ontkennen dat er sprake is van desinformatie en vijandige propaganda op aan te dringen dat zij het bestaan van deze verschijnselen alsook de voornaamste bronnen van desinformatie in Europa en de invloed van desinformatie en propaganda op de publieke opinie erkennen, en deze lidstaten aan te sporen proactieve maatregelen te nemen om dergelijke propaganda, met inbegrip van bewezen gevallen van spionage door derde landen, tegen te gaan en te ontkrachten; alle lidstaten te verzoeken de situatie op hun grondgebied te evalueren, waar nodig te investeren in hun eigen vermogen om strategische communicatie door vijandige derden tegen te gaan, en het vermogen van hun burgers om desinformatie te herkennen, te verbeteren; de lidstaten bovendien aan te sporen om op doeltreffende wijze informatie uit te wisselen over deze kwestie; de Europese leiders die nog altijd onvoldoende aandacht schenken aan deze dreiging te verzoeken in te zien dat er dringend moet worden opgetreden om de vijandige informatieoorlog tegen te gaan;

f)  de lidstaten met klem te verzoeken proactief te investeren in voorlichting over de totstandkoming en verspreiding van desinformatie, om de burgers er beter tegen te wapenen;

g)  de lidstaten aan te sporen voor een doeltreffende uitwisseling van informatie tussen de betrokken instanties te zorgen om propaganda, manipulatie en desinformatie, met inbegrip van cyber- en informatieoorlogvoering, het hoofd te bieden;

h)  de Russische desinformatiecampagnes sterker onder de aandacht te brengen, aangezien deze in Europa de voornaamste bron van desinformatie vormen;

Soorten tegen de EU en haar buurlanden gerichte misleidende informatie, desinformatie en propaganda

i)  het werk te erkennen dat op verschillende niveaus is verzet om de soorten invloeden en instrumenten die tegen de EU en haar buurlanden worden ingezet, in kaart te brengen; de burgers bewuster te maken van lopende desinformatiecampagnes en de aandacht te verleggen naar de grondige analyse van en diepgaand onderzoek naar het effect en de doeltreffendheid van de genoemde invloeden en instrumenten, teneinde maatregelen te ontwikkelen waarmee ze snel en proactief kunnen worden bestreden; de lidstaten aan te sporen permanente structuren op te zetten om desinformatie te herkennen, te voorkomen en tegen te gaan; in gedachten te houden dat desinformatiecampagnes onderdeel uitmaken van een bredere strategie en doorgaans vergezeld gaan van andere vijandige activiteiten, en dat met name informatieoorlogvoering tijdens militaire offensieven serieus moet worden genomen en vastberaden, eendrachtig en krachtdadig moet worden tegengegaan;

j)  te waarschuwen voor de gevolgen van kunstmatige intelligentie (KI) en de snelle ontwikkeling die de verspreiding van nepnieuws daardoor doormaakt; kennis te nemen van zijn vrees dat KI binnenkort in staat zal zijn om zelfstandig verdere KI-capaciteiten te ontwikkelen; om deze reden veel financiële middelen uit te trekken voor onderzoek en ontwikkeling op het snijpunt van KI en informatieoorlogvoering, met het oog op de snelgroeiende mogelijkheden van KI op het gebied van de verspreiding van propaganda en desinformatie, onder meer via zogenaamde "deepfakes";

k)  zich te concentreren op het aanhoudende gebruik van desinformatie door autoritaire actoren als Iran, dat nepnieuws verspreidt om verdeeldheid te zaaien en spanningen aan te wakkeren in instabiele conflictgebieden en tegelijkertijd Europa op de korrel neemt om de aandacht af te leiden van zijn kwaadwillige bedoelingen; de lidstaten met klem te verzoeken dergelijke activiteiten tegen te gaan door nauwer samen te werken en lering te trekken uit de ervaringen van gelijkgestemde landen en ngo's;

l)  zich te concentreren op het feit dat desinformatie op steeds subtielere manieren tot stand komt en wordt verspreid, waaronder aan de hand van meerdere websites, apps voor het verzenden en ontvangen van privéberichten, optimalisatie van zoekmachines, gemanipuleerd geluid- en beeldmateriaal, kunstmatige intelligentie, online nieuwsportalen en tv-zenders, die worden ingezet om de belangrijkste verhalen de wereld in te helpen, in het bijzonder door opiniemakers en door de overheid beheerde of gefinancierde instanties belangrijke boodschappen te laten brengen of verhalen te laten vertellen die aantrekkelijk zijn voor autoritaire actoren; ervoor te zorgen dat de respons van de EU en de lidstaten hierop is afgestemd; kennis te nemen van zijn krachtige veroordeling van het steeds agressiever wordende gedrag van Rusland, China, Iran, Noord-Korea en andere actoren in dit verband, dat erop gericht is de grondslagen en beginselen van de Europese democratieën en de soevereiniteit van de landen van het Oostelijk Partnerschap aan het wankelen te brengen of zelfs op te schorten, alsook verkiezingen te beïnvloeden en extremistische bewegingen te steunen, met het oog op het feit dat er steeds vaker en ernstigere cyberaanvallen plaatsvinden;

m)  bijzondere aandacht te schenken aan berichten en inhoud waarin openlijk wordt aangespoord tot geweld, racisme, zelfmoordaanslagen en misdrijven dan wel "buitenlandse strijders" worden geworven, of waarin openlijk tot een of meer van deze activiteiten wordt opgeroepen;

Het bedrijfsleven en de sociale media

n)  kennis te nemen van de inspanningen die sinds kort door socialemediabedrijven worden geleverd om desinformatie aan te pakken, en tegelijkertijd bijzondere aandacht te schenken aan de doeltreffende tenuitvoerlegging van de EU-praktijkcode betreffende desinformatie en buur- en partnerlanden van de EU te verzoeken de praktijkcode ook te ondertekenen, alsook bijzondere aandacht te schenken aan de nieuwe tactiek die eruit bestaat versleutelde berichtendiensten en sociale media te gebruiken, aangezien deze ondanks de vele inspanningen die worden geleverd om de verspreiding van desinformatie en vijandige propaganda via deze kanalen te voorkomen, nog altijd als de meest gebruikte instrumenten voor de verspreiding van dergelijke informatie worden beschouwd;

o)  samen met de lidstaten de acties van socialemediabedrijven en aanbieders van berichtendiensten en zoekmachines te reguleren en te zorgen voor volledige transparantie, en met name voor verantwoordingsplicht, door een Uniebrede aanpak te hanteren en het mogelijk te maken om niet alleen de identiteit en locatie van de auteur van bepaalde verspreide politieke inhoud te achterhalen, maar ook de identiteit en locatie van de sponsor ervan, en de betrokken bedrijven ter verantwoording te roepen voor de maatschappelijke gevolgen van geautomatiseerde aanbevelingssystemen, die desinformatie in de hand werken; daarbij in gedachten te houden dat het de verantwoordelijkheid is van de socialemediabedrijven om systemisch nepnieuws snel te verwijderen; de lidstaten, de kandidaat-lidstaten en de geassocieerde landen met klem te verzoeken doeltreffende en heldere wetgeving vast te stellen ter waarborging van de transparantie van media-eigendom; bijzondere aandacht te schenken aan de financiering, transparantie en doelstellingen van ngo's die in de EU en haar partnerlanden actief zijn en banden hebben met autoritaire staten;

p)  erop toe te zien dat de bedrijfstak en de onlineplatforms hun toezeggingen in het kader van de praktijkcode betreffende desinformatie nakomen en het desinformatieprobleem doeltreffend aanpakken door: (i) de transparantie van politieke reclame te waarborgen aan de hand van doeltreffende en zorgvuldige controle van de identiteit van de sponsoren, (ii) doortastend op te treden tegen nepaccounts die van hun diensten gebruikmaken, (iii) misbruik van geautomatiseerde bots op te sporen, en (iv) op doeltreffende wijze samen te werken met onafhankelijke factcheckers;

q)  socialemediabedrijven en aanbieders van berichtendiensten met klem te verzoeken ervoor te zorgen dat de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming en andere regelgeving volledig wordt nageleefd, alsook onmiddellijk te reageren en nauw met de bevoegde instanties samen te werken in het kader van ieder onderzoek naar vermeend gebruik van hun platforms voor vijandige doeleinden, en bovendien transparante audits uit te voeren bij instanties waarvan wordt vermoed dat zij desinformatie verspreiden; ervoor te zorgen dat technologiebedrijven meer investeren in instrumenten voor het herkennen van propaganda, alsook in de versterking van de onlineverantwoordingsplicht, de waarborging van betere controles van de identiteit van gebruikers alvorens hun toegang tot de desbetreffende platforms wordt verleend (om de totstandkoming van botnets te voorkomen) en de vermindering van de financiële stimulansen voor degenen die profijt trekken uit desinformatie; socialemediabedrijven met klem te verzoeken onmiddellijk te reageren wanneer verdachte inhoud van politieke aard wordt verspreid, met name als daarin wordt aangezet tot haat of misdrijven;

r)  in gedachten te houden dat het verbieden van verdachte accounts en het verwijderen van ongepaste inhoud kan worden beschouwd als censuur, en er met het oog daarop voor te zorgen dat dergelijke maatregelen op grond van de wet zijn toegestaan en op transparante wijze en in samenwerking met de bevoegde instanties en maatschappelijke organisaties in de lidstaten en partnerlanden worden genomen, met volledig inzicht in de redenen daarvoor, onder meer door socialemediabedrijven met klem te verzoeken hun gebruikers duidelijk te informeren over verboden soorten inhoud en bij incidenten betrokken gebruikers duidelijk te informeren over de reden die aan de verwijdering van de inhoud of de opschorting van hun account ten grondslag ligt; ervoor te zorgen dat de interne regels die de socialemediabedrijven voor hun gebruikers hanteren, zijn afgestemd op de rechtsorde van het land waarin zij actief zijn;

Beste praktijken

s)  door te gaan met het bevorderen van de weerbaarheid op basis van benaderingen waarbij de overheid en de samenleving als geheel betrokken zijn, alsook met het ontwikkelen van het vermogen om onmiddellijk op dreigingen te reageren, proactief maatregelen vast te stellen en een stap vooruit te denken in plaats van simpelweg te reageren op aanvallen die al in het cyber- en informatiedomein hebben plaatsgevonden en deze te analyseren; de aandacht te vestigen op de technische vooruitgang op dit gebied en voorbeelden van beste praktijken uit te wisselen in de vorm van maatregelen die reeds door de afzonderlijke lidstaten zijn genomen, alsook een evaluatie van de werking van de door de lidstaten ingevoerde nationale benaderingen uit te voeren, en tegelijkertijd manieren te ontwikkelen om ervoor te zorgen dat ook na de brexit nauw met het Verenigd Koninkrijk kan worden samengewerkt en daarnaast samen te werken met inlichtingendiensten en bondgenoten zoals de Verenigde Staten, Canada, de NAVO en het Inlichtingen- en situatiecentrum van de EU (EU-Intcen);

t)  bijzondere aandacht te besteden aan de intensivering van het onderzoek naar de huidige uitbesteding van propaganda-activiteiten en het gebruik door vijandige derde partijen van middelen om de invloed ervan te versterken, alsook aan de noodzaak om dergelijke activiteiten niet alleen te ontkrachten en bloot te leggen, maar er bovendien voor te zorgen dat deze duidelijk aan de verantwoordelijke partij worden toegeschreven, onder meer door publiekelijk bekend te maken wie de daders zijn, door wie zij worden gesponsord en welk doel zij nastreven, alsook door na te gaan wat voor effect de activiteiten op de doelgroep hebben; alle gevallen waarin vijandige propaganda is ontkracht bekend te maken en uitgebreid toe te lichten om het publiek zodanig te waarschuwen dat ook de doelgroep van de vijandige propaganda wordt bereikt;

u)  maatschappelijke organisaties, deskundigen, particuliere instellingen, de academische wereld, cyberactivisten aan de basis, de voornaamste pers-, journalisten- en mediaverenigingen en het toenemend aantal actoren die het doelwit zijn en de gevolgen ondervinden van dergelijke activiteiten te ondersteunen en te betrekken bij de verdere bevordering van maatregelen voor het controleren van feiten en het blootleggen van desinformatie, alsook bij de verwezenlijking van grondiger onderzoek, met inbegrip van diepgaande studies en sociologisch onderzoek, en van een betere analyse van de manipulatie van informatie; de professionele journalistiek, de onderzoeksjournalistiek en projecten te ondersteunen die erop gericht zijn desinformatie aan het licht te brengen, alsook jonge hightechbedrijven die digitale hulpmiddelen ontwikkelen waarmee het publiek zich tegen desinformatieaanvallen kan wapenen; de aandacht te vestigen op het belang van en de behoefte aan financiering en onderwijs, met inbegrip van seminars en opleidingen in samenwerking met de lidstaten en het maatschappelijk middenveld, bijvoorbeeld in de vorm van een onlinebibliotheek en -leercentrum voor mediageletterdheid, om desinformatie onder de aandacht te brengen en te bestrijden, en de mediageletterdheid te bevorderen;

v)  zich verheugd te tonen over de reeks door de NAVO ingevoerde maatregelen voor het tegengaan van nieuwe soorten hybride dreigingen, alsook over de gezamenlijke verklaring over de samenwerking tussen de EU en de NAVO op dit gebied; de EU te verzoeken ervoor te zorgen dat deze aanbevelingen, ook op het niveau van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) snel en op doeltreffende wijze ten uitvoer worden gelegd;

Europese benadering

w)  zich ingenomen te tonen met de oprichting van de nieuwe taskforces voor strategische communicatie binnen de EDEO, die bestaan uit deskundigen met de juiste taalvaardigheden en kennis, namelijk de taskforce voor de Westelijke Balkan en de taskforce voor de landen in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Golfregio, die belast zijn met de waarborging van gecoördineerde en consistente EU-communicatie in de desbetreffende regio's en de bestrijding van desinformatie en propaganda tegen de EU;

x)  kennis te nemen van de tastbare resultaten die door de East StratCom Task Force van de EU zijn behaald, waaronder het opzetten van de website euvsdisinfo.eu en de twitteraccount @EUmythbuster; kennis te nemen van het feit dat er sinds de oprichting van de taskforce meer dan 4 000 desinformatiecampagnes over uiteenlopende onderwerpen zijn ontkracht; de gezamenlijke inspanningen van de Commissie, de EDEO en de East StratCom Task Force van de EU verder te steunen, nadat een analyse is uitgevoerd van de sterke en zwakke punten ervan en de nodige verbeteringen, waaronder de verbetering van de mogelijkheden voor het opsporen, analyseren en blootleggen van desinformatie door de taskforces van de EDEO en de EU-delegaties in de regio te voorzien van nieuw personeel en nieuwe instrumenten en vaardigheden, onder meer door nieuwe instrumenten voor gegevensanalyse beschikbaar te stellen, meer datawetenschappers en deskundigen op het gebied van desinformatie aan te nemen en een breder scala van bronnen en talen te bestrijken bij het onderzoek naar het bereik en de gevolgen van desinformatie;

y)  de East StratCom Task Force met spoed om te zetten in een volwaardige eenheid of in een nog grotere structuur binnen de EDEO en alle drie de taskforces van de EDEO te ondersteunen door bij de aankomende toewijzing van financiering door het Europees Parlement te zorgen voor de nodige financiële en personele middelen ter verbetering van het potentieel en de doeltreffendheid van de taskforce, alsook van de kwaliteit en professionaliteit van het door de taskforce geleverde werk en de institutionele continuïteit; de taskforce bovendien te beschermen tegen politieke inmenging door ambtenaren en landen die zich achter de Russische desinformatie scharen;

z)  de huidige tekortkomingen van de taskforce, waaronder het gebrek aan regionale expertise, het sterke personeelsverloop en het gebrek aan institutionele continuïteit, aan te pakken en te zorgen voor voldoende financiële middelen en een passende organisatiestructuur, aangezien dit de enige manier is om te waarborgen dat de taskforce professioneel en doeltreffend te werk gaat en dat degelijke resultaten worden geboekt;

aa)  de lidstaten die nog geen gedetacheerde nationale deskundigen hebben aangewezen in het kader van de drie taskforces, te vragen dit te doen, om te waarborgen dat de deskundigen die onder de vlag van de EU desinformatie tegengaan, objectief zijn en niet actief deelnemen aan interne politieke geschillen in het betrokken land; ook landen waarmee de EU een hecht partnerschap heeft, te verzoeken de taskforces te adviseren over de tactieken van gemeenschappelijke vijandig gezinde statelijke en niet-statelijke actoren, en te beseffen dat een betere coördinatie binnen de EU van cruciaal belang is;

ab)  de samenwerking tussen de East StratCom Task Force en alle EU-instellingen, lidstaten en gelijkgestemde partners te intensiveren; de vertegenwoordigingen van de EU binnen de Unie en de EU-delegaties buiten de Unie aan te sporen de werkzaamheden van de East StratCom Task Force, de taskforce voor de Westelijke Balkan en de taskforce voor de landen in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Golfregio te ondersteunen door onder meer internationale ervaringen en beste praktijken uit te wisselen en te voorzien in vertalingen van de publicaties van de taskforces in lokale talen; ervoor te zorgen dat er meer personele middelen worden toegewezen voor strategische communicatie, met name aan de EU-delegaties in de landen van het Oostelijk en Zuidelijk Nabuurschap en in de Westelijke Balkan;

ac)  zich te richten op de toetredingslanden en partners in de buurlanden van de Unie door deze te helpen vijandige propaganda en desinformatieactiviteiten te bestrijden, alsook op deskundigen uit derde landen in het nabuurschap die aan dezelfde dreigingen worden blootgesteld, en bovendien prioriteit toe te kennen aan de ontwikkeling van een strategische langetermijnbenadering en bewustmakingsactiviteiten in de landen van het Oostelijk Partnerschap in het bijzonder; het vermogen van de EU-delegaties in het buitenland, de vertegenwoordigingen van de Commissie en de liaisonbureaus van het Europees Parlement in de lidstaten te versterken om een lokaal vermogen voor het opsporen en blootleggen van desinformatie tot stand te brengen, op doeltreffende wijze de waarden en het beleid van de EU kenbaar te maken, bijvoorbeeld via campagnes, en positieve verhalen over de EU beter tussen alle Europese instellingen en lidstaten te coördineren en kracht bij te zetten; rekening te houden met de huidige verspreiding en toekomstige dreiging van desinformatie die een gevaar vormt voor de onafhankelijkheid en soevereiniteit van de landen van het Oostelijk Partnerschap en de territoriale integriteit binnen hun internationaal erkende grenzen; met name prioriteit toe te kennen aan de ontwikkeling van een strategische langetermijnbenadering en bewustmakingsactiviteiten in de landen van het Oostelijk Partnerschap, en daarbij bijzondere aandacht te besteden aan persoonlijk contact en samenwerking met bestaande maatschappelijke netwerken die reeds een bron van weerbaarheid vormen op gemeenschapsniveau;

ad)  prioriteit toe te kennen aan strategische communicatie en het EU-beleid op dit gebied regelmatig te herzien; de werkzaamheden van het Europees Fonds voor Democratie (EFD) te blijven steunen, zodat er praktische oplossingen kunnen worden bedacht ter ondersteuning en versterking van democratische, onafhankelijke en gevarieerde Russischtalige media in de landen van het Oostelijk Partnerschap en daarbuiten; de Commissie en alle lidstaten en gelijkgestemde landen te vragen zich voor dit project in te zetten en het te steunen; uit te kijken naar internationale actoren die zich momenteel met vergelijkbare activiteiten bezighouden;

ae)  aan de volgende Europese Raad alsook aan de opvolger van de VV/HV voor te stellen om prioriteit toe te kennen aan de bestrijding van desinformatie en vijandige propaganda en in dit verband voldoende middelen en instrumenten in te zetten, ter waarborging van objectieve verslaggeving en de verspreiding van informatie;

af)  bestaande nationale en lokale gespecialiseerde centra, nieuwsmedia denktanks, ngo's en andere actoren en instanties die actief zijn op het gebied van hybride oorlogvoering, in het bijzonder de NAVO, samen te brengen om een EU-breed netwerk in het leven te roepen, zodat de desbetreffende actoren en instanties hun acties kunnen coördineren en hun bevindingen kunnen verzamelen; voldoende middelen voor dit netwerk uit te trekken; in gedachten te houden dat dit netwerk open moet staan voor gelijkgestemde partners van de EU, zodat zij de ervaring kunnen delen die zij als doelwit van desinformatie en vijandige propaganda en bij de bestrijding daarvan hebben opgedaan; ervoor te zorgen dat de aanbevelingen van de EU en de NAVO inzake de bestrijding van nieuwe vormen van hybride dreigingen, ook op het niveau van het GVDB snel en op doeltreffende wijze ten uitvoer worden gelegd en dat in het leerplan van de Europese Veiligheids- en defensieacademie en het bijbehorende netwerk aandacht wordt besteed aan strategische propaganda;

Bescherming van verkiezingen tegen vijandige propaganda

ag)  iedere vorm van inmenging door derden in verkiezingen en referenda, waaronder door particuliere ondernemingen, alsook het kwaadaardig gebruik van bots, algoritmes, kunstmatige intelligentie, trollen, deepfakes en nepaccounts in politieke campagnes krachtig te veroordelen en de getroffen lidstaten met klem te verzoeken zo nodig met de steun van Eurojust een grondig onderzoek naar deze vijandige campagnes in te stellen; kennis te nemen van zijn bezorgdheid over recente ontwikkelingen op het gebied van de algoritmes van grote sociale netwerken en de mogelijk schadelijke invloed daarvan op het onder de aandacht brengen van inhoud die onjuiste informatie of haatzaaiende uitlatingen omvat; te benadrukken dat onafhankelijke democratische samenlevingen de wettelijke macht hebben om hun eigen soevereine politieke keuzes te maken;

ah)  de lidstaten en gelijkgestemde landen te verzoeken gegevens over buiten- of binnenlandse inmenging in verkiezingsprocessen alsook beste praktijken uit te wisselen om dergelijke inmenging tegen te gaan en zo de weerbaarheid ertegen te vergroten;

ai)  de lidstaten te verzoeken ervoor te zorgen dat in de kieswetten rekening wordt gehouden met mogelijke bedreigingen als gevolg van desinformatiecampagnes, cyberaanvallen, cybercriminaliteit en schendingen van de vrijheid om te stemmen; in gedachten te houden dat deze wetten naar behoren moeten worden gewijzigd, zodat de lidstaten dergelijke bedreigingen proactief en op doeltreffende wijze kunnen bestrijden; in dit verband initiatieven als het Zweedse agentschap voor civiele noodsituaties ter harte te nemen; de met de EU geassocieerde landen en de Westelijke Balkan met beste praktijken alsmede met personele en technologische middelen te ondersteunen om te zorgen voor een krachtige verdediging van hun verkiezingsprocessen tegen kwaadwillige cyber-, desinformatie- en propaganda-activiteiten die van Rusland en andere vijandige actoren uitgaan;

aj)  de lidstaten te verzoeken hun verkiezingsregels voor onlinecampagnes aan te passen en de op onlineplatforms geboden transparantie met betrekking tot politieke reclame te controleren en te evalueren;

ak)  wetgeving voor te stellen inzake het gebruik van gegevens bij verkiezingscampagnes, met het oog op de recente onthullingen over het gegevensmisbruik door Cambridge Analytica tijdens de campagne in verband met het referendum in het Verenigd Koninkrijk van 2016, om verkiezingscampagnes in de toekomst beter tegen ongepaste beïnvloeding te beschermen;

al)  initiatieven als de door beide partijen gesteunde trans-Atlantische commissie voor de bewaking van verkiezingen, waaraan vertegenwoordigers uit de politiek, de media, de technologische wereld en het bedrijfsleven deelnemen, te bestuderen om verkiezingsprocessen voor buitenlandse inmenging te behoeden;

°

°  °

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, alsmede ter informatie aan de EDEO en de NAVO, en aan de president, de regering en het parlement van Rusland.

(1)

PB C 224 van 27.6.2018, blz. 58.

(2)

PB C 356 van 4.10.2018, blz. 130.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0483.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

49

7

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Michèle Alliot-Marie, Francisco Assis, Petras Auštrevičius, Amjad Bashir, Goffredo Maria Bettini, Mario Borghezio, Klaus Buchner, James Carver, Aymeric Chauprade, Javier Couso Permuy, Arnaud Danjean, Georgios Epitideios, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Michael Gahler, Sandra Kalniete, Manolis Kefalogiannis, Wajid Khan, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Ilhan Kyuchyuk, Ryszard Antoni Legutko, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, David McAllister, Clare Moody, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Alyn Smith, Jordi Solé, Dobromir Sośnierz, Dubravka Šuica, Charles Tannock, László Tőkés, Ivo Vajgl, Geoffrey Van Orden, Anders Primdahl Vistisen

Bij de eindstemming aanwezig vaste plaatsvervangers

Asim Ademov, Doru-Claudian Frunzulică, Elisabetta Gardini, Rebecca Harms, Patricia Lalonde, Juan Fernando López Aguilar, Antonio López-Istúriz White, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Janusz Zemke, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Norbert Erdős, Axel Voss, Martina Werner


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

49

+

ALDE

Petras Auštrevičius, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Jozo Radoš, Ivo Vajgl

ECR

Amjad Bashir, Ryszard Antoni Legutko, Charles Tannock, Geoffrey Van Orden, Anders Primdahl Vistisen

PPE

Asim Ademov, Michèle Alliot-Marie, Arnaud Danjean, Norbert Erdős, Michael Gahler, Elisabetta Gardini, Sandra Kalniete, Manolis Kefalogiannis, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Antonio López-Istúriz White, David McAllister, Ramona Nicole Mănescu, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Dubravka Šuica, László Tőkés, Axel Voss, Željana Zovko

S&D

Francisco Assis, Goffredo Maria Bettini, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Doru-Claudian Frunzulică, Wajid Khan, Juan Fernando López Aguilar, Clare Moody, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Martina Werner, Janusz Zemke

VERTS/ALE

Klaus Buchner, Rebecca Harms, Barbara Lochbihler, Alyn Smith, Jordi Solé, Bodil Valero

7

-

EFDD

James Carver, Aymeric Chauprade

ENF

Mario Borghezio

GUE/NGL

Javier Couso Permuy, Sabine Lösing, Marie-Christine Vergiat

NI

Georgios Epitideios

2

0

NI

Dobromir Sośnierz

S&D

Andrejs Mamikins

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 8 februari 2019Juridische mededeling