Procedure : 2018/0168(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0035/2019

Ingediende teksten :

A8-0035/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/02/2019 - 16.8
CRE 13/02/2019 - 16.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0110

VERSLAG     ***I
PDF 342kWORD 142k
28.1.2019
PE 629.546v02-00 A8-0035/2019

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid

(COM(2018)0336 – C8-0211/2018 – 2018/0168(COD))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Dita Charanzová

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid

(COM(2018)0336 – C8-0211/2018 – 2018/0168(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0336),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0211/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 september 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie juridische zaken (A8-0035/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (motorrijtuigenverzekering) is van bijzonder groot belang voor de Europese burgers, of zij nu verzekeringnemers zijn of potentiële slachtoffers van een ongeval. De motorrijtuigenverzekering is tevens van groot belang voor verzekeringsondernemingen: zij vormt een aanzienlijk segment van het schadeverzekeringsbedrijf in de Unie. Daarnaast heeft de motorrijtuigenverzekering gevolgen voor het vrije verkeer van personen, goederen en voertuigen. Een van de hoofddoelstellingen van het optreden van de Unie op het gebied van financiële diensten moet derhalve een versterking en consolidering van de interne markt voor motorrijtuigenverzekering zijn.

(1)  De verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (motorrijtuigenverzekering) is van bijzonder groot belang voor de Europese burgers, of zij nu verzekeringnemers zijn of potentiële benadeelden bij een ongeval. De motorrijtuigenverzekering is tevens van groot belang voor verzekeringsondernemingen: zij vormt een aanzienlijk segment van het schadeverzekeringsbedrijf in de Unie. Daarnaast heeft de motorrijtuigenverzekering aanzienlijke gevolgen voor het vrije verkeer van personen, goederen en voertuigen, en dus voor de interne markt en het Schengengebied. Een van de hoofddoelstellingen van het optreden van de Unie op het gebied van financiële diensten moet derhalve een versterking en consolidering van de interne markt voor motorrijtuigenverzekering zijn.

 

(Als dit amendement wordt goedgekeurd, moeten verdere overeenkomstige wijzigingen worden aangebracht in de overwegingen van dit wijzigingsbesluit.)

Motivering

Middels dit amendement wordt een onzorgvuldigheid gecorrigeerd die erin is geslopen toen alle richtlijnen inzake motorrijtuigenverzekeringen in 2009 werden samengevoegd. In sommige artikelen wordt de term "slachtoffer" gebezigd, die alleen betrekking heeft op de directe slachtoffers van een ongeval, terwijl in andere artikelen de term "benadeelde" wordt gebruikt, die zowel directe als indirecte slachtoffers omvat (bijvoorbeeld familieleden na een dodelijk ongeval). Om ervoor te zorgen dat alle eventuele schadeclaims worden gedekt, moet in de hele tekst de term "benadeelde(n)" worden gebruikt. Opgemerkt moet worden dat de term "benadeelde" in artikel 1 is gedefinieerd, terwijl de richtlijn niet voorziet in een definitie van de term "slachtoffer".

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De Commissie heeft een evaluatie verricht van de werking van Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad15, met name van haar efficiëntie en doeltreffendheid en haar coherentie met andere beleidsmaatregelen van de Unie. De conclusie van de evaluatie was dat Richtlijn 2009/103/EG in het algemeen goed werkt en op de meeste punten geen wijziging behoeft. Er werden echter vier gebieden onderkend waarop gerichte wijzigingen passend zouden zijn: vergoeding van slachtoffers van ongevallen in geval van insolventie van een verzekeringsonderneming, verplichte minimumbedragen van verzekeringsdekking, verzekeringscontroles van voertuigen door de lidstaten en het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringnemers door een nieuwe verzekeringsonderneming.

(2)  De Commissie heeft een evaluatie verricht van de werking van Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad15, met name van haar efficiëntie en doeltreffendheid en haar coherentie met andere beleidsmaatregelen van de Unie. De conclusie van de evaluatie was dat Richtlijn 2009/103/EG in het algemeen goed werkt en op de meeste punten geen wijziging behoeft. Er werden echter vier gebieden onderkend waarop gerichte wijzigingen passend zouden zijn: vergoeding van benadeelden bij ongevallen in geval van insolventie van een verzekeringsonderneming, verplichte minimumbedragen van verzekeringsdekking, verzekeringscontroles van voertuigen door de lidstaten en het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringnemers door een nieuwe verzekeringsonderneming. Om benadeelden beter te beschermen moeten, naast deze vier gebieden, nieuwe regels worden ingevoerd inzake de aansprakelijkheid bij ongevallen met een aanhangwagen die wordt getrokken door een gemotoriseerd voertuig.

__________________

__________________

15 Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 263 van 7.10.2009, blz. 11).

15 Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 263 van 7.10.2009, blz. 11).

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Sommige motorvoertuigen, zoals elektrische fietsen en segways, zijn echter kleiner en zullen dus waarschijnlijk minder aanzienlijke schade aan personen of goederen veroorzaken dan andere voertuigen. Het zou onevenredig en niet toekomstgericht zijn om dergelijke voertuigen op te nemen in het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/103/EG, aangezien de desbetreffende voertuigen daardoor onder een dure en buitensporige dekking zouden vallen. Een dergelijke situatie zou ook veelvuldiger gebruik van deze voertuigen in de weg staan en innovatie ontmoedigen, hoewel er onvoldoende bewijs is dat ze op dezelfde schaal ongevallen met benadeelden zouden kunnen veroorzaken als andere voertuigen zoals auto's of vrachtwagens. Overeenkomstig de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid moeten de vereisten op Unieniveau betrekking hebben op voertuigen die aanzienlijke schade kunnen veroorzaken in een grensoverschrijdende situatie. Derhalve moet het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/103/EG worden beperkt tot voertuigen waarvoor de Unie van oordeel is dat er veiligheidsvoorschriften nodig zijn voordat ze in de handel worden gebracht, d.w.z. de voertuigen waarvoor een EU-typegoedkeuring geldt.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)  Niettemin is het belangrijk dat de lidstaten op nationaal niveau zelf het passende niveau van bescherming mogen bepalen van potentiële benadeelden bij ongevallen waarbij andere voertuigen betrokken zijn dan die waarvoor een EU-typegoedkeuring geldt. Daarom is het van belang dat de lidstaten in staat worden gesteld nieuwe bindende bepalingen betreffende de bescherming van gebruikers van deze andere soorten voertuigen te handhaven of in te voeren, teneinde potentiële benadeelden bij een verkeersongeval te beschermen. Wanneer een lidstaat een dergelijke verzekeringsdekking verplicht stelt in de vorm van een verplichte verzekering, moet hij zowel rekening houden met de waarschijnlijkheid dat een voertuig in een grensoverschrijdende situatie kan worden gebruikt als met de behoefte aan bescherming van potentiële benadeelden in een andere lidstaat.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 quater)  Het is ook aangewezen voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor motorsport uit te sluiten van het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/103/EG, aangezien deze voertuigen, wanneer zij uitsluitend voor wedstrijden worden gebruikt, doorgaans door andere vormen van aansprakelijkheidsverzekering worden gedekt en niet onder de verplichte motorrijtuigenverzekering vallen. Aangezien deze voertuigen enkel in een gecontroleerde baan of ruimte worden gebruikt, is de kans op een ongeval met niet-gerelateerde voertuigen of personen eveneens beperkt. Niettemin is het van belang dat de lidstaten nieuwe bindende bepalingen handhaven of invoeren betreffende de dekking van voertuigen die deelnemen aan een motorsportevenement.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 quinquies)  Deze richtlijn zorgt voor een passend evenwicht tussen het algemeen belang en de potentiële kosten voor overheidsinstanties, verzekeraars en verzekeringnemers, teneinde ervoor te zorgen dat de voorgestelde maatregelen kosteneffectief zijn.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 sexies)  Het gebruik van een voertuig in het verkeer moet het gebruik van een voertuig op openbare en particuliere wegen omvatten. Dit kan alle rijpaden, parkeerruimten en alle andere gelijkaardige zones op particulier terrein omvatten die voor het grote publiek toegankelijk zijn. Het gebruik van een voertuig in een gesloten zone waartoe het grote publiek geen toegang kan krijgen, mag niet worden beschouwd als het gebruik van een voertuig in het verkeer. Wanneer een voertuig op enig ogenblik in het verkeer wordt gebruikt en dus aan een verplichte verzekering is onderworpen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het voertuig gedurende de overeengekomen periode wordt gedekt door een verzekeringspolis die potentiële benadeelden omvat, ongeacht of het voertuig op het ogenblik van het ongeval al dan niet in het verkeer wordt gebruikt, maar met uitzondering van gevallen waarin het voertuig in een motorsportevenement wordt gebruikt. De lidstaten moeten een niet-verkeersgebonden verzekeringsdekking kunnen beperken indien er geen redelijke dekking kan worden verwacht, zoals wanneer een tractor betrokken is bij een ongeval en zijn voornaamste functie op het ogenblik van dat ongeval er niet in bestaat als vervoermiddel te dienen, maar wel als machine om arbeid te verrichten en de aandrijfkracht te genereren die nodig is om te functioneren.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 septies)  Het gebruik van voertuigen in niet-verkeersgebonden situaties moet worden uitgesloten van het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/103/EG. De lidstaten mogen geen verzekering vereisen voor voertuigen waarvan de registratie tijdelijk of permanent is stopgezet vanwege het feit dat ze niet als vervoermiddel kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld omdat ze zich in een museum bevinden, worden hersteld of om een andere reden, zoals seizoensgebonden gebruik, gedurende een langere periode niet worden gebruikt.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De lidstaten moeten er zich momenteel van onthouden verzekeringscontroles te verrichten van voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gestald en van voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een derde land zijn gestald wanneer deze hun grondgebied binnenkomen vanuit het grondgebied van een andere lidstaat. Nieuwe technologische ontwikkelingen maken het mogelijk verzekeringscontroles van voertuigen te verrichten zonder dat deze halt hoeven te houden, en dus zonder het vrije verkeer van voertuigen en personen te belemmeren. Het is dus passend verzekeringscontroles van voertuigen toe te staan, maar alleen als die controles niet-discriminerend, noodzakelijk en evenredig zijn, deel uitmaken van een algemeen systeem van controles op het nationale grondgebied en niet vereisen dat het voertuig halthoudt.

(4)  De lidstaten onthouden er zich momenteel van verzekeringscontroles te verrichten van voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gestald en van voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een derde land zijn gestald wanneer deze hun grondgebied binnenkomen vanuit het grondgebied van een andere lidstaat. Nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals nummerplaatherkenningstechnologie, maken het mogelijk onopvallende verzekeringscontroles van voertuigen te verrichten zonder dat deze halt hoeven te houden, en dus zonder het vrije verkeer van voertuigen en personen te belemmeren. Het is dus passend verzekeringscontroles van voertuigen toe te staan, maar alleen als die controles niet-discriminerend, noodzakelijk en evenredig zijn, deel uitmaken van een algemeen systeem van controles op het nationale grondgebied die ook worden uitgevoerd op voertuigen die op het grondgebied van de controlerende lidstaat zijn gestald en niet vereisen dat het voertuig halt houdt, en worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de rechten, vrijheden en rechtmatige belangen van de betrokkene.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Opdat een dergelijk systeem kan functioneren, moet er tussen de lidstaten onderling informatie worden uitgewisseld om controles op de dekking van de motorrijtuigenverzekering mogelijk te maken, zelfs als een voertuig in een andere lidstaat staat ingeschreven. Deze uitwisseling van informatie, op basis van het bestaande Eucaris-systeem ("het Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem"), moet op niet-discriminerende wijze plaatsvinden, aangezien alle voertuigen aan dezelfde verificatie moeten worden onderworpen. De bij deze richtlijn ingevoerde wijzigingen zullen slechts beperkte gevolgen hebben voor de overheidsdiensten, aangezien dit systeem al bestaat en wordt gebruikt om verkeersovertredingen aan te pakken.

Motivering

Het huidige Eucaris-systeem voor de uitwisseling van informatie moet worden gebruikt om de verzekeringsdekking te verifiëren.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)  Onverzekerd rijden, oftewel het gebruik van een motorrijtuig zonder de verplichte verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid, wordt in de Unie een steeds groter probleem. De kosten die voortvloeien uit onverzekerd rijden, zijn in 2011 geraamd op 870 miljoen EUR aan schadevorderingen voor de Unie als geheel. Er zij op gewezen dat onverzekerd rijden negatieve gevolgen heeft voor een breed scala van belanghebbenden: slachtoffers van ongevallen, verzekeraars, garantiefondsen en motorrijtuigenverzekeringnemers.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Overeenkomstig deze beginselen mogen de lidstaten gegevens niet langer bewaren dan nodig is om na te gaan of een voertuig geldig verzekerd is. Wanneer blijkt dat een voertuig gedekt is, moeten alle gegevens met betrekking tot deze controle worden gewist. Wanneer met behulp van het verificatiesysteem niet kan worden aangetoond of een voertuig al dan niet verzekerd is, mogen deze gegevens slechts voor maximaal 30 dagen worden bewaard of totdat kan worden vastgesteld – als dit eerder gebeurt – dat het voertuig een geldige verzekeringsdekking heeft. Voor voertuigen waarvan is vastgesteld dat zij niet gedekt zijn door een geldige verzekering, is het redelijk te eisen dat deze gegevens worden bewaard totdat de administratieve of gerechtelijke procedures zijn voltooid en het voertuig door een geldige verzekering is gedekt.

Motivering

De verificatie van voertuigen zal regeringen in staat stellen het verkeer van personen in het oog te houden. Dit zou kunnen neerkomen op een schending van de persoonlijke levenssfeer. Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer mag enkel worden ontzegd wanneer daar legitieme redenen voor zijn. Het ontbreken van een vereiste motorrijtuigenverzekering zou zo'n reden kunnen zijn. In het geval van voertuigen waarvan is aangetoond dat ze onder de dekking van een motorrijtuigenverzekering vallen (zogeheten "no hit"-voertuigen), mag deze registratie niet voor enig ander doel worden gebruikt en moet de gegevens binnen afzienbare tijd worden gewist. De retentieduur moet beperkt zijn, in de wetgeving worden vastgelegd en in overeenstemming zijn met andere Europese wetgeving zoals de e-Callrichtlijn.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Doeltreffende en efficiënte bescherming van slachtoffers van verkeersongevallen vereist dat die slachtoffers altijd worden vergoed voor hun lichamelijk letsel of voor hun materiële schade, ongeacht of de verzekeringsonderneming van de aansprakelijke voor het ongeval al dan niet solvent is. De lidstaten moeten derhalve een orgaan oprichten of aanwijzen dat benadeelden die gewoonlijk op hun grondgebied wonen, initieel vergoedt en het recht heeft om die schadevergoeding te verhalen op het orgaan dat voor hetzelfde doel is opgericht of aangewezen in de lidstaat van vestiging van de verzekeringsonderneming die de polis van het voertuig van de aansprakelijke voor het ongeval heeft afgegeven. Om te voorkomen dat parallel vorderingen worden ingediend, mag slachtoffers van verkeersongevallen echter niet worden toegestaan dat zij een verzoek tot schadevergoeding bij dat orgaan indienen als zij hun verzoek tot schadevergoeding al bij de betrokken verzekeringsonderneming hebben ingediend of daartegen al een vordering hebben ingesteld, en dat verzoek nog in behandeling is of die vordering nog aanhangig is.

(7)  Doeltreffende en efficiënte bescherming van benadeelden bij verkeersongevallen vereist dat die benadeelden altijd de verschuldigde bedragen worden vergoed voor hun lichamelijk letsel of voor hun materiële schade, ongeacht of de verzekeringsonderneming van de aansprakelijke voor het ongeval al dan niet solvent is. De lidstaten moeten derhalve onverwijld een orgaan oprichten of aanwijzen dat benadeelden die gewoonlijk op hun grondgebied wonen, initieel vergoedt, ten minste binnen de grenzen van de in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2009/103/EG bedoelde verplichte verzekering of de door de lidstaat vastgestelde garantiegrenzen indien deze hoger zijn, en het recht heeft om die schadevergoeding te verhalen op het orgaan dat voor hetzelfde doel is opgericht of aangewezen in de lidstaat van vestiging van de verzekeringsonderneming die de polis van het voertuig van de aansprakelijke voor het ongeval heeft afgegeven. Om te voorkomen dat parallel vorderingen worden ingediend, mag slachtoffers van verkeersongevallen echter niet worden toegestaan dat zij een verzoek tot schadevergoeding bij dat orgaan indienen als zij hun verzoek tot schadevergoeding al bij de betrokken verzekeringsonderneming hebben ingediend en dat verzoek nog in behandeling is.

Motivering

Hoewel het personen moet worden belet om meerdere schadeclaims in te dienen bij verschillende schadevergoedingsorganen, zijn er, indien er een eis wordt ingesteld bij de insolvente onderneming, geen redenen om de indiening ervan te verhinderen. Naast het minimale dekkingsniveau van motorrijtuigenverzekeringen kunnen er tal van andere redenen zijn om een rechtszaak aan te spannen tegen een insolvente onderneming. Tegelijkertijd kan het bij insolventiezaken jaren duren voordat er een definitief besluit wordt genomen. Van benadeelden bij ongevallen kan niet worden gevraagd dat ze op vergoeding moeten wachten. Vanzelfsprekend kunnen de lidstaten de verschuldigde schadevergoeding proberen te verhalen op grond van een gerechtelijke uitspraak.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Eerdere verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringnemers die een nieuw verzekeringscontract met een verzekeringsonderneming willen sluiten, moeten gemakkelijk authenticeerbaar zijn, zodat dergelijke verklaringen gemakkelijker kunnen worden erkend bij de sluiting van een nieuwe verzekeringspolis. Om de verificatie en de authenticatie van verklaringen betreffende het schadeverleden te vereenvoudigen, is het belangrijk dat de vorm en inhoud van die verklaringen in alle lidstaten dezelfde zijn. Bovendien mogen verzekeringsondernemingen die bij de bepaling van de premies voor de motorrijtuigenverzekering met het schadeverleden rekening houden, niet discrimineren op basis van nationaliteit of louter op basis van de vorige lidstaat van woonplaats van de verzekeringnemer. Om de lidstaten in staat te stellen te verifiëren hoe verzekeringsondernemingen de verklaringen betreffende het schadeverleden behandelen, moeten verzekeringsondernemingen hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken.

(8)  Eerdere verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringnemers die een nieuw verzekeringscontract met een verzekeringsonderneming willen sluiten, moeten gemakkelijk authenticeerbaar zijn, zodat dergelijke verklaringen gemakkelijker kunnen worden erkend bij de sluiting van een nieuwe verzekeringspolis. Om de verificatie en de authenticatie van verklaringen betreffende het schadeverleden te vereenvoudigen, is het belangrijk dat de vorm en inhoud van die verklaringen in alle lidstaten dezelfde zijn. Bovendien mogen verzekeringsondernemingen die bij de bepaling van de premies voor de motorrijtuigenverzekering met het schadeverleden rekening houden, niet discrimineren op basis van nationaliteit of louter op basis van de vorige lidstaat van woonplaats van de verzekeringnemer. Bovendien moeten verzekeringsondernemingen een verklaring van een andere lidstaat als een binnenlandse verklaring behandelen en alle kortingen toepassen die voor een anderszins identieke potentiële cliënt beschikbaar zijn, alsook de kortingen die op grond van de nationale wetgeving van een lidstaat vereist zijn. De lidstaten moeten de vrijheid behouden om nationale wetgeving inzake het "bonus-malussysteem" vast te stellen, aangezien dergelijke systemen nationaal van aard zijn, zonder een grensoverschrijdend element, en daarom moet de besluitvorming met betrekking tot deze systemen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel bij de lidstaten blijven berusten. Om de lidstaten in staat te stellen te verifiëren hoe verzekeringsondernemingen de verklaringen betreffende het schadeverleden behandelen, moeten verzekeringsondernemingen hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken.

Motivering

Verzekeringsondernemingen mogen niet discrimineren of buitenlanders of teruggekeerde onderdanen meer aanrekenen; bovendien moeten zij een verklaring van een andere lidstaat als een binnenlandse verklaring behandelen en alle kortingen toepassen die voor een anderszins identieke potentiële cliënt beschikbaar zijn, alsook de kortingen die op grond van de nationale wetgeving van een lidstaat vereist zijn. De vaststelling van nationale wetgeving betreffende het "bonus-malussysteem" blijft een nationale bevoegdheid van de lidstaten. Dergelijke systemen zijn nationaal van aard en bevatten geen grensoverschrijdend element, maar moeten wel voor iedereen op hetzelfde grondgebied op dezelfde wijze worden toegepast.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te garanderen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de vorm en inhoud van de verklaring betreffende het schadeverleden. Die uitvoeringsbevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad20.

Schrappen

__________________

 

20 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

 

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Teneinde het effect van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de berekening van premies te maximaliseren, moeten de lidstaten de verzekeringsondernemingen aanmoedigen om deel te nemen aan transparante prijsvergelijkingstools.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Om te garanderen dat de minimumdekkingsbedragen in lijn blijven met de evoluerende economische werkelijkheid (en niet mettertijd worden uitgehold), moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen betreffende de aanpassing van die minimumdekkingsbedragen van de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid om rekening te houden met de evoluerende economische werkelijkheid, en om de procedurele taken en verplichtingen van de organen die overeenkomstig artikel 10 bis zijn opgericht om vergoeding te verlenen of met die taak zijn belast, met betrekking tot de terugbetaling te omschrijven. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 1 bis. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(10)  De bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dient, met het oog op de vaststelling van de inhoud en de vorm van verklaringen betreffende het schadeverleden, te worden gedelegeerd aan de Commissie. Om te garanderen dat de minimumdekkingsbedragen van de motorrijtuigenverzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid in lijn blijven met de evoluerende economische werkelijkheid (en niet mettertijd worden uitgehold), moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen betreffende de aanpassing van die minimumdekkingsbedragen en de omschrijving van de procedurele taken en verplichtingen van de organen die overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2009/103/EG inzake de terugbetaling zijn opgericht om vergoeding te verlenen of met die taak zijn belast. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 1 bis. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

 

__________________

 

1 bis PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In het kader van de evaluatie van de werking van de richtlijn moet de Europese Commissie de toepassing van de richtlijn monitoren, rekening houdend met het aantal slachtoffers, het bedrag aan uitstaande verzoeken ten gevolge van vertragingen bij de uitkering naar aanleiding van gevallen van grensoverschrijdende insolventie, het niveau van de minimumdekkingsbedragen in de lidstaten, het bedrag aan verzoeken ten gevolge van onverzekerd rijden met betrekking tot grensoverschrijdend verkeer en het aantal klachten over verklaringen betreffende het schadeverleden.

(11)  In het kader van de evaluatie van de werking van Richtlijn 2009/103/EG moet de Europese Commissie de toepassing van die richtlijn monitoren, rekening houdend met het aantal benadeelden, het bedrag aan uitstaande verzoeken ten gevolge van vertragingen bij de uitkering naar aanleiding van gevallen van grensoverschrijdende insolventie, het niveau van de minimumdekkingsbedragen in de lidstaten, het bedrag aan verzoeken ten gevolge van onverzekerd rijden met betrekking tot grensoverschrijdend verkeer en het aantal klachten over verklaringen betreffende het schadeverleden. Ook moet de Commissie Richtlijn 2009/103/EG herzien en evalueren in het licht van de technologische ontwikkelingen, met inbegrip van het toegenomen gebruik van autonome en semiautonome voertuigen, om ervoor te zorgen dat zij haar doel blijft dienen, namelijk de bescherming van potentiële benadeelden bij ongevallen waarbij motorvoertuigen zijn betrokken. Verder moet zij het aansprakelijkheidsstelsel van snelle lichtgewichtvoertuigen bestuderen en nagaan of er eventueel een Uniebrede oplossing mogelijk is voor het bonus-malussysteem.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, met name de slachtoffers van verkeersongevallen in de hele Unie een gelijke minimumbescherming garanderen en de bescherming van slachtoffers in geval van insolventie van verzekeringsondernemingen garanderen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege hun gevolgen beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(12)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, met name benadeelden bij verkeersongevallen in de hele Unie verzekeren van een gelijke minimumbescherming en van bescherming bij insolventie van verzekeringsondernemingen, en potentiële verzekeringnemers die binnengrenzen van de Unie overschrijden, een gelijke behandeling garanderen bij de authenticatie van verklaringen betreffende het schadeverleden door verzekeraars, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege hun gevolgen beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Om een consistente aanpak te bevorderen voor benadeelden bij ongevallen waarbij een motorrijtuig wordt gebruikt als wapen om een gewelddadige misdaad of een terroristische daad te plegen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat hun schadevergoedingsorgaan, dat overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 2009/103/EG is opgericht of erkend, alle vorderingen behandelt die uit een dergelijke daad of misdaad voortvloeien.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  De term "slachtoffer(s)" wordt in de hele richtlijn vervangen door "benadeelde(n)".

 

(De exacte schrijfwijze van de term "benadeelde" moet per geval worden vastgesteld op basis van de grammaticale context. De goedkeuring van deze wijziging houdt in dat er verdere overeenkomstige wijzigingen moeten worden aangebracht aan de gewijzigde richtlijn.)

Motivering

Door middel van dit amendement wordt een onzorgvuldigheid gecorrigeerd die erin is geslopen toen alle richtlijnen inzake motorrijtuigenverzekeringen in 2009 werden samengevoegd. In sommige artikelen wordt de term "slachtoffer" gebezigd, die alleen betrekking heeft op de directe slachtoffers van een ongeval, terwijl in andere artikelen de term "benadeelde" wordt gebruikt, die zowel directe als indirecte slachtoffers omvat (bijvoorbeeld familieleden na een dodelijk ongeval). Om ervoor te zorgen dat alle eventuele schadeclaims worden gedekt, moet in de hele tekst de term "benadeelde(n)" worden gebruikt. Opgemerkt moet worden dat de term "benadeelde" in artikel 1 is gedefinieerd, terwijl de richtlijn niet voorziet in een definitie van de term "slachtoffer".

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis.  "deelneming aan het verkeer van een voertuig": het gebruik van een voertuig, normaal gezien bestemd als vervoermiddel, dat overeenstemt met de gebruikelijke functie van dat voertuig, ongeacht de kenmerken van het voertuig en ongeacht het terrein waarop het motorrijtuig wordt gebruikt en of het stilstaat of in beweging is.

1 bis.  "deelneming aan het verkeer van een voertuig": het gebruik van een voertuig in het verkeer, dat op het ogenblik van het ongeval overeenstemt met de functie van het voertuig als vervoermiddel, ongeacht de kenmerken van het voertuig en ongeacht het terrein waarop het motorrijtuig wordt gebruikt en of het stilstaat of in beweging is;

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 2 – alinea’s 1 bis en 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  aan artikel 2 worden de volgende alinea's toegevoegd:

 

"Deze richtlijn is enkel van toepassing op voertuigen die onder Verordening (EU) nr. 2018/858*, Verordening (EU) nr. 167/2013** of Verordening (EU) nr. 168/2013*** vallen.

 

Deze richtlijn is niet van toepassing op voertuigen die uitsluitend bestemd zijn om binnen een gesloten zone te worden gebruikt in het kader van deelname aan sportwedstrijden of verwante sportactiviteiten.

 

__________________

 

*Verordening (EU) nr. 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).

 

**Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 1).

 

***Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52)."

Motivering

Als voertuigen waarvoor geen typegoedkeuring geldt onder het toepassingsgebied van de richtlijn zouden vallen, zou dit niet alleen tot een stijging van de verzekeringspremie kunnen leiden, maar zal ook het gebruik van alternatieve voertuigen die beter zijn voor het milieu, zoals elektrische fietsen, worden ontmoedigd. Bovendien zijn de meeste voertuigen waarvoor geen typegoedkeuring geldt kleiner dan andere voertuigen, waardoor er slechts een beperkte kans is op aanzienlijke schade aan personen of goederen. Deze voertuigen waarvoor geen typegoedkeuring geldt, moeten onder andere vormen van verzekeringen tegen de wettelijke aansprakelijkheid vallen. Motorsport valt doorgaans onder een ander soort verzekering. Aanvullende vereisten uit hoofde van de motorrijtuigenverzekeringsrichtlijn zouden enkele extra kosten met zich meebrengen. Ook zouden verzekeringsmaatschappijen de risico's van sportevenementen kunnen onderbrengen in de premies van gebruikers van normale voertuigen. Dit zou zijn weerslag hebben op de consument en potentiële benadeelden zouden er slechts in beperkte mate de vruchten van kunnen plukken. De uitsluiting ervan mag de individualiteit die een gelijkwaardige verzekeringsdekking op lidstaatniveau vereist, niet in de weg staan.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 3 – alinea 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  in artikel 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Wanneer een voertuig verplicht een verzekering moet hebben overeenkomstig de eerste alinea, zorgen de lidstaten ervoor dat deze verzekering ook geldig is en betrekking heeft op benadeelden bij ongevallen:

 

(a) in gevallen waarin een voertuig deelneemt aan het verkeer en niet wordt gebruikt in overeenstemming met zijn primaire functie; en

 

(b) in andere gevallen dan wanneer een voertuig in het verkeer wordt gebruikt.

 

De lidstaten mogen beperkingen opleggen voor deze dekking met betrekking tot gebruik van een voertuig buiten het verkeer als bedoeld in alinea 5, onder b). Deze bepaling moet, alleen wanneer dit noodzakelijk is, bij wijze van uitzondering worden toegepast indien de lidstaten van oordeel zijn dat een dergelijke dekking verder gaat dan redelijkerwijs van een motorrijtuigenverzekering kan worden verwacht. Deze bepaling mag op generlei wijze worden ingezet om de beginselen en voorschriften van deze richtlijn te omzeilen.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zij kunnen echter dergelijke verzekeringscontroles verrichten mits die controles niet-discriminerend zijn en noodzakelijk en evenredig om het nagestreefde doel te bereiken, en:

Zij kunnen echter dergelijke verzekeringscontroles verrichten mits die controles niet-discriminerend zijn, noodzakelijk en evenredig zijn om het nagestreefde doel te bereiken, de rechten, vrijheden en rechtmatige belangen van de betrokkene waarborgen, en:

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  deel uitmaken van een algemeen systeem van controles op het nationale grondgebied en niet vereisen dat het voertuig halthoudt.

b)  deel uitmaken van een algemeen systeem van controles op het nationale grondgebied die ook worden uitgevoerd op voertuigen welke gewoonlijk gestald zijn op het grondgebied van de controlerende lidstaat, en die niet vereisen dat het voertuig halt houdt.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Met het oog op de controle van de verzekering als bedoeld in lid 1 verleent een lidstaat de andere lidstaten toegang tot de volgende nationale voertuigregistratiegegevens, evenals toestemming om geautomatiseerde zoekopdrachten uit te voeren met betrekking tot die gegevens:

 

(a)  antwoord op de vraag of een voertuig al dan niet gedekt is door een verplichte verzekering;

 

(b)  gegevens over de eigenaars of houders van het voertuig in verband met hun verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 3.

 

De toegang tot deze gegevens wordt verleend via de nationale contactpunten van de lidstaten, als aangewezen overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/413*.

 

__________________

 

*Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (PB L 68 van 13.3.2015, blz. 9).

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 1 – lid 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  Bij een bevraging in de vorm van een uitgaand verzoek maakt het nationale contactpunt van de lidstaat die een controle van de verzekering verricht, gebruik van een volledig registratienummer. Deze bevragingen worden uitgevoerd overeenkomstig de procedures van hoofdstuk 3 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ*. De lidstaat die een verzekeringscontrole uitvoert, gebruikt de verkregen gegevens om vast te stellen of een voertuig gedekt is door een geldige verplichte verzekering als bedoeld in artikel 3 van deze richtlijn.

 

__________________

 

*Besluit 2008/616/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 12).

Motivering

De uitwisseling van gegevens over verzekeringen is noodzakelijk om de belangrijkste doelstelling van deze richtlijn te verwezenlijken, onder meer het vrije verkeer van voertuigen tussen de lidstaten vergemakkelijken en belemmeringen voor de goede werking van een geïntegreerde markt voor motorrijtuigenverzekering wegnemen. Bovendien moet worden gebruikgemaakt van het bestaande Eucaris-systeem, dat is opgenomen in Besluit 2008/616/JBZ van de Raad, om ervoor te zorgen dat deze uitwisseling van informatie ook daadwerkelijk kan plaatsvinden.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 4 – lid 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.  De lidstaten zorgen voor de beveiliging en bescherming van de verzonden gegevens, voor zover mogelijk door middel van bestaande softwaretoepassingen, zoals die welke in artikel 15 van Besluit 2008/616/JBZ is vermeld, en gewijzigde versies van die softwaretoepassingen, overeenkomstig hoofdstuk 3 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ. De gewijzigde versies van de softwaretoepassingen voorzien in zowel een online-modus voor real-time-uitwisselingen als een modus voor batch-uitwisselingen, waarbij deze laatste het mogelijk maakt meerdere zoekopdrachten of antwoorden uit te wisselen in één bericht.

Motivering

De uitwisseling van gegevens over verzekeringen is noodzakelijk om de belangrijkste doelstelling van deze richtlijn te verwezenlijken, onder meer het vrije verkeer van voertuigen tussen de lidstaten vergemakkelijken en belemmeringen voor de goede werking van een geïntegreerde markt voor motorrijtuigenverzekering wegnemen. Bovendien moet gebruik worden gemaakt van het bestaande Eucaris-systeem, dat is opgenomen in Besluit 2008/616/JBZ van de Raad, om ervoor te zorgen dat deze uitwisseling van informatie ook daadwerkelijk kan plaatsvinden.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 4 – lid 2 – alinea’s 1 bis, 1 ter en 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten specificeren met name de precieze doeleinden, verwijzen naar de desbetreffende rechtsgrond, voldoen aan de desbetreffende beveiligingsvereisten en eerbiedigen de beginselen van noodzaak, evenredigheid en doelbinding, en stellen een evenredige termijn voor gegevensbewaring vast.

 

De persoonsgegevens die op grond van dit artikel worden verwerkt, worden niet langer bewaard dan nodig is om een verzekeringscontrole te behandelen. Deze gegevens worden volledig gewist zodra zij voor dit doel niet langer nodig zijn. Wanneer uit een verzekeringscontrole blijkt dat een voertuig gedekt is door een verplichte verzekering overeenkomstig artikel 3, worden deze gegevens onmiddellijk door de verwerkingsverantwoordelijke gewist. Wanneer door middel van een controle niet kan worden aangetoond of een voertuig al dan niet gedekt is door een verplichte verzekering overeenkomstig artikel 3, worden de gegevens bewaard gedurende een evenredige periode van ten hoogste 30 dagen of totdat kan worden vastgesteld – als dit eerder gebeurt – dat het voertuig een geldige verzekeringsdekking heeft.

 

Wanneer een lidstaat vaststelt dat een voertuig onderweg is zonder verplichte verzekering als bedoeld in artikel 3, kan hij de overeenkomstig artikel 27 vastgestelde sancties opleggen.

Motivering

De verificatie van voertuigen zal regeringen in staat stellen het verkeer van personen in het oog te houden. Dit zou kunnen neerkomen op een schending van de persoonlijke levenssfeer. Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer mag enkel worden ontzegd wanneer daar legitieme redenen voor zijn. Het ontbreken van een vereiste motorrijtuigenverzekering zou zo'n reden kunnen zijn. In het geval van voertuigen waarvan is aangetoond dat ze onder de dekking van een motorrijtuigenverzekering vallen (zogeheten "no hit"-voertuigen), mag deze registratie niet voor enig ander doel worden gebruikt en moeten de gegevens binnen afzienbare tijd worden gewist. De retentieduur moet beperkt zijn, in de wetgeving worden vastgelegd en in overeenstemming zijn met andere Europese wetgeving zoals de e-Callrichtlijn.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 9 – lid 1 – alinea 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  voor lichamelijk letsel: 6 070 000 EUR per ongeval, ongeacht het aantal slachtoffers, of 1 220 000 EUR per slachtoffer;

(a)  voor lichamelijk letsel: 6 070 000 EUR per ongeval, ongeacht het aantal benadeelden, of 1 220 000 EUR per benadeelde;

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 9 – lid 1 – alinea 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  voor materiële schade: 1 220 000 EUR per verzoek, ongeacht het aantal slachtoffers.

(b)  voor materiële schade: 1 220 000 EUR per ongeval, ongeacht het aantal benadeelden.

Motivering

Om een onjuiste omzetting te voorkomen, moet de term "per verzoek", die wanneer hij wordt vertaald verschillende betekenissen kan hebben, worden vervangen door "per ongeval", wat tot een betere interpretatie zal leiden.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 10 – lid 1 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 bis)  Artikel 10, lid 1, eerste alinea, wordt vervangen door:

Elke lidstaat stelt een orgaan in of erkent een orgaan dat tot taak heeft materiële schade en lichamelijk letsel die zijn veroorzaakt door een niet-geïdentificeerd voertuig of een voertuig waarvoor niet aan de in artikel 3 bedoelde verzekeringsplicht is voldaan, ten minste binnen de grenzen van de verplichte verzekering te vergoeden.

"Elke lidstaat stelt een orgaan in of erkent een orgaan dat tot taak heeft materiële schade en lichamelijk letsel te vergoeden die zijn veroorzaakt door een niet-geïdentificeerd voertuig of een voertuig waarvoor niet aan de in artikel 3 bedoelde verzekeringsplicht is voldaan, met inbegrip van ongevallen waarbij een motorrijtuig wordt gebruikt als wapen om een gewelddadige misdaad of een terroristische daad te plegen, ten minste binnen de grenzen van de in artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2009/103/EG bedoelde verplichte verzekering of de door de lidstaat vastgestelde garantiegrenzen indien deze hoger zijn."

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk omdat het is onlosmakelijk verbonden is met de bepalingen van artikel 10 bis inzake de bescherming van benadeelden in het geval van insolventie van of gebrek aan samenwerking door een verzekeringsonderneming.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4

Richtlijn 2009/103/EG

“Artikel 10 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 10 bis

Artikel 10 bis

Bescherming van benadeelden in geval van insolventie van of gebrek aan samenwerking door een verzekeringsonderneming

Bescherming van benadeelden in geval van insolventie van een verzekeringsonderneming

 

-1.  De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat benadeelden, ten minste binnen de grenzen van de in artikel 9, lid 1, bedoelde verplichte verzekering oof de door de lidstaat vastgestelde garantiegrenzen indien deze hoger zijn, het recht hebben om vergoeding te eisen voor lichamelijk letsel of materiële schade veroorzaakt door een voertuig dat verzekerd is door een verzekeringsonderneming die zich in een van de volgende situaties bevindt:

 

(a)  de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een faillissementsprocedure; of

 

(b)  de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een afwikkelingsprocedure in de zin van artikel 268, onder d), van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad*.

1.  De lidstaten stellen een orgaan in of erkennen een orgaan dat benadeelden die gewoonlijk op hun grondgebied wonen, ten minste binnen de grenzen van de in artikel 9, lid 1, bedoelde verplichte verzekering vergoedt voor lichamelijk letsel of materiële schade veroorzaakt door een voertuig dat verzekerd is door een verzekeringsonderneming die zich in een van de volgende situaties bevindt:

1.  Elke lidstaat stelt een orgaan in of erkent een orgaan dat benadeelden die gewoonlijk op hun grondgebied wonen, in de in lid -1 bedoelde situaties vergoedt.

(a)  de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een faillissementsprocedure;

 

(b)  de verzekeringsonderneming is onderworpen aan een afwikkelingsprocedure in de zin van artikel 268, onder d), van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad***;

 

(c)  de verzekeringsonderneming of haar schaderegelaar heeft geen met redenen omkleed antwoord op de punten in een verzoek tot vergoeding verstrekt binnen drie maanden na de datum waarop de benadeelde zijn verzoek tot schadevergoeding bij die verzekeringsonderneming heeft ingediend.

 

2.  Benadeelden mogen geen verzoek bij het in lid 1 bedoelde orgaan indienen, als zij direct een verzoek hebben ingediend bij of direct een vordering hebben ingesteld tegen de verzekeringsonderneming en dat verzoek nog in behandeling of die vordering nog aanhangig is.

 

3.  Het in lid 1 bedoelde orgaan doet een voorstel voor het verzoek binnen twee maanden na de datum waarop de benadeelde zijn verzoek tot vergoeding heeft ingediend.

3.  De benadeelde kan bij het in lid 1 bedoelde orgaan rechtstreeks een verzoek tot schadevergoeding indienen. Dit orgaan verstrekt de benadeelde op grond van de informatie die het op zijn verzoek van de benadeelde heeft gekregen, binnen drie maanden na het verzoek om vergoeding door de benadeelde een met redenen omkleed antwoord met betrekking tot de betaling van vergoeding.

 

Indien de benadeelde voor vergoeding in aanmerking komt, betaalt het in lid 1 bedoelde orgaan binnen drie maanden na mededeling van zijn antwoord de volledige vergoeding van de geleden schade aan de benadeelde, of start het orgaan, in het geval van uitbetaling in termijnen, met de periodieke betalingen.

 

Indien de benadeelde een schadeclaim heeft ingediend bij een verzekeringsmaatschappij of zijn schaderegelaar en laatstgenoemden tijdens of voorafgaand aan de indiening ervan in een van de in lid -1 bedoelde situaties zijn terechtgekomen, en de benadeelde nog geen met redenen omkleed antwoord heeft ontvangen van de desbetreffende verzekeringsmaatschappij of schaderegelaar, kan de benadeelde zijn claim opnieuw indienen bij het in lid 1 bedoelde orgaan.

4.  Indien de benadeelde in een andere lidstaat woont dan de lidstaat waar de in lid 1 bedoelde verzekeringsonderneming gevestigd is, kan het in lid 1 bedoelde orgaan dat de benadeelde in zijn lidstaat van woonplaats heeft vergoed, de betaalde schadevergoeding verhalen op het in lid 1 bedoelde orgaan in de lidstaat waar de verzekeringsonderneming die de polis van de aansprakelijke voor het ongeval heeft afgegeven, gevestigd is.

4.  Indien de verzekeringsonderneming de vergunning overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn 2009/138/EG in een andere lidstaat heeft gekregen dan de lidstaat waarvoor het in lid 1 bedoelde orgaan bevoegd is, kan dit orgaan de betaalde schadevergoeding verhalen op het in lid 1 bedoelde orgaan in de lidstaat waar de verzekeringsonderneming de vergunning heeft gekregen.

5.  De leden 1 tot en met 4 doen geen afbreuk aan:

5.  De leden -1 tot en met 4 doen geen afbreuk aan:

(a)  het recht van de lidstaten om aan de door het in lid 1 bedoelde orgaan betaalde vergoeding al dan niet een subsidiair karakter te geven;

(a)  het recht van de lidstaten om aan de door het in lid 1 bedoelde orgaan betaalde vergoeding al dan niet een subsidiair karakter te geven;

(b)  het recht van de lidstaten om te voorzien in de afhandeling van de verzoeken ter zake van hetzelfde ongeval tussen:

(b)  het recht van de lidstaten om te voorzien in de afhandeling van de verzoeken ter zake van hetzelfde ongeval tussen:

(i)  het in lid 1 bedoelde orgaan;

(i)  het in lid 1 bedoelde orgaan;

(ii)  de aansprakelijke of aansprakelijken voor het ongeval;

(ii)  de aansprakelijke of aansprakelijken voor het ongeval;

(iii)  andere verzekeringsondernemingen of socialezekerheidsorganen die gehouden zijn de benadeelde te vergoeden.

(iii)  andere verzekeringsondernemingen of socialezekerheidsorganen die gehouden zijn de benadeelde te vergoeden.

6.  De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan niet toestaan de uitkering van de vergoeding afhankelijk te stellen van andere dan de in deze richtlijn vastgestelde vereisten en met name niet van de vereiste dat de benadeelde aantoont dat de aansprakelijke voor het ongeval niet kan of niet wil betalen.

6.  De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan niet toestaan de uitkering van de vergoeding afhankelijk te stellen van kortingen of andere dan de in deze richtlijn vastgestelde vereisten. De lidstaten mogen het in lid 1 bedoelde orgaan met name niet toestaan de uitkering van de vergoeding afhankelijk te stellen van de vereiste dat de benadeelde aantoont dat de aansprakelijke voor het ongeval of de verzekeringsonderneming niet kan of niet wil betalen.

7.  De Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om volgens de in artikel 28 bis bedoelde procedure gedelegeerde handelingen vast te stellen om de procedurele taken en verplichtingen van de overeenkomstig artikel 10 bis opgerichte of erkende organen met betrekking tot de terugbetaling te omschrijven.

7.  Dit artikel treedt in werking:

 

(a)  nadat er een overeenkomst is gesloten tussen alle in lid 1 bedoelde organen die door de lidstaten zijn opgericht of erkend betreffende hun taken en verplichtingen en de wijze van terugbetaling;

 

(b)  vanaf de datum die door de Commissie wordt vastgesteld nadat zij zich in nauwe samenwerking met de lidstaten ervan heeft vergewist dat de onder a) bedoelde overeenkomst is gesloten."

 

7 bis.  De in artikel 20, lid 1, bedoelde benadeelden kunnen in de in lid -1 bedoelde gevallen een vergoeding aanvragen bij het in artikel 24 bedoelde schadevergoedingsorgaan in de lidstaat waar zij wonen.

 

7 ter.  De benadeelde kan zich rechtstreeks tot het schadevergoedingsorgaan wenden, dat aan de hand van de inlichtingen die het op zijn verzoek van de benadeelde heeft gekregen, binnen drie maanden na het verzoek om vergoeding door de benadeelde een met redenen omkleed antwoord zal geven.

 

Bij ontvangst van de vordering stelt het schadevergoedingsorgaan de volgende personen of organen in kennis van het feit dat het van de benadeelde een vordering heeft ontvangen:

 

(a)  de verzekeringsonderneming die onderworpen is aan een faillissementsprocedure of een afwikkelingsprocedure;

 

(b)  de voor die verzekeringsonderneming aangewezen curator, als omschreven in artikel 268, onder f), van Richtlijn 2009/138/EG;

 

(c)  het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan; en

 

(d)  het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat waar de verzekeringsonderneming de vergunning overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn 2009/138/EG heeft gekregen, indien dit een andere lidstaat is dan de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan.

 

7 quater.  Na ontvangst van de in lid 7 ter bedoelde informatie stelt het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde ervan in kennis of de vergoeding door het in lid 1 bedoelde orgaan als subsidiair dan wel als niet-subsidiair moet worden beschouwd. Het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde houdt bij het uitkeren van een vergoeding rekening met deze informatie.

 

7 quinquies.  Het schadevergoedingsorgaan dat de benadeelde in de lidstaat van zijn of haar woonplaats heeft vergoed, kan de uitbetaalde vergoeding verhalen op het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat waar de verzekeringsonderneming de vergunning overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn 2009/138/EG heeft gekregen.

 

7 sexies.  Dit laatste orgaan treedt in de rechten van de benadeelde tegen het in lid 1 bedoelde orgaan dat gevestigd is in de lidstaat waar de verzekeringsonderneming de vergunning overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn 2009/138/EG heeft gekregen, voor zover het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van de woonplaats van de benadeelde een vergoeding voor zijn persoonlijk letsel of materiële schade heeft betaald.

 

Elke lidstaat is verplicht deze subrogatie zoals die door een andere lidstaat is geregeld, te erkennen.

 

7 septies.  De overeenkomst tussen schadevergoedingsorganen als bedoeld in artikel 24, lid 3, bevat bepalingen met betrekking tot de uit dit artikel voortvloeiende taken, verplichtingen en terugbetalingsprocedures van de schadevergoedingsorganen.

 

7 octies.  Bij gebrek aan de in lid 7, onder a), bedoelde overeenkomst, of bij gebrek aan een wijziging van de in lid 7 septies bedoelde overeenkomst [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn], wordt de Commissie de bevoegdheid toegekend om volgens de in artikel 28 bis bedoelde procedure gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin de procedurele taken en verplichtingen van de overeenkomstig dit artikel opgerichte of erkende organen met betrekking tot de terugbetaling worden vastgelegd, en/of de overeenkomst tussen schadevergoedingsorganen als bedoeld in artikel 24, lid 3, te wijzigen.

 

__________________

 

*Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

*** Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

 

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 15

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(4 bis)  artikel 15 wordt vervangen door:

Artikel 15

"Artikel 15

Voertuigen die worden verzonden vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat

Voertuigen die worden verzonden vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat

1.  In afwijking van artikel 2, onder d), tweede streepje, van Richtlijn 88/357/EEG wordt, wanneer een voertuig vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat wordt verzonden, de lidstaat van bestemming, vanaf de aanvaarding van de levering door de koper, gedurende een periode van dertig dagen beschouwd als de lidstaat waar het risico is gelegen, zelfs indien het voertuig in de lidstaat van bestemming niet officieel is geregistreerd.

1.  In afwijking van artikel 13, punt 13, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad*, wordt, wanneer een voertuig vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat wordt verzonden, hetzij de lidstaat van registratie hetzij vanaf de aanvaarding van de levering door de koper de lidstaat van bestemming gedurende een periode van dertig dagen beschouwd als de lidstaat waar het risico is gelegen, zelfs indien het voertuig in de lidstaat van bestemming niet officieel is geregistreerd.

2.  Wanneer het voertuig gedurende de in lid 1 van dit artikel genoemde periode bij een ongeval betrokken raakt zonder dat het verzekerd is, is het in 10, lid 1, bedoelde orgaan in de lidstaat van bestemming gehouden tot de in artikel 9 bepaalde schadevergoeding.

2.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat verzekeringsondernemingen het informatiecentrum van de lidstaat waar het voertuig is geregistreerd ervan in kennis stellen dat zij een verzekeringspolis hebben afgesloten voor het gebruik van het betrokken voertuig.

 

__________________

 

*Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

Motivering

Artikel 15 inzake voertuigen die worden verzonden vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat is opgesteld om het voor de consument eenvoudiger te maken om een voertuig aan te schaffen in een andere lidstaat, zonder dat daarbij verplicht wordt gesteld dat een verzekeraar moet worden gezocht in de desbetreffende lidstaat. In de praktijk werkt dit op het moment niet. Desondanks zou schrapping ervan enkel eerdere pogingen om het probleem oplossen tenietdoen, zonder een nieuwe oplossing te bieden. In dit amendement wordt naar een oplossing gezocht door de consument meer opties te bieden en hem de keuze te geven het voertuig te verzekeren in de lidstaat waar hij woont dan wel in de lidstaat waar het voertuig is gekocht. Er zal een passende oplossing kunnen worden gevonden voor de beperkte tijd die het kost om het voertuig van de ene lidstaat naar de lidstaat van bestemming te vervoeren.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 ter (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 15 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)  het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 15 bis

 

Aansprakelijkheid bij een ongeval met een aanhangwagen die wordt getrokken door een gemotoriseerd voertuig

 

Bij een ongeval dat wordt veroorzaakt door een voertuigcombinatie bestaande uit een aanhangwagen die wordt getrokken door een gemotoriseerd voertuig, moet de benadeelde worden vergoed door de onderneming die de aanhangwagen heeft verzekerd, indien:

 

- de aansprakelijkheid van afzonderlijke derden is geëlimineerd; en

 

- de aanhangwagen kan worden geïdentificeerd, maar het gemotoriseerd voertuig dat deze trok niet kan worden geïdentificeerd.

 

De onderneming die in dit geval de benadeelde vergoedt, moet, indien dit volgens het nationale recht is voorgeschreven, verhaal halen bij de onderneming die het gemotoriseerde voertuig heeft verzekerd."

Motivering

De herkenning van kentekenplaten kan een probleem zijn bij ongevallen met een vrachtwagen of een voertuigcombinatie bestaande uit een aanhangwagen die wordt getrokken door een gemotoriseerd voertuig, waarbij de kentekenplaat van het trekkende voertuig van achter niet duidelijk zichtbaar is. Hierdoor kan het gebeuren dat de bestuurder niet kan worden geïdentificeerd. Bij commercieel vervoer komt het vaak voor dat het gemotoriseerde voertuig een andere eigenaar heeft – en soms zelf uit een ander land afkomstig is dan de aanhangwagen – en onder een individuele en niet-gerelateerde verzekeringspolis valt. Bijgevolg moet, bij ongevallen met een voertuigcombinatie waarbij de aanhangwagen en het trekkende voertuig een andere verzekeraar hebben en het trekkende voertuig niet kan worden geïdentificeerd, de verzekeraar van de aanhangwagen de schade van de benadeelden vergoeden. Wel kan de verzekeraar van de aanhangwagen op zijn beurt een vordering instellen tegen de verzekeraar van het trekkende voertuig. Deze wijziging zou tot betere bescherming van benadeelden moeten leiden.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen of organen als bedoeld in de tweede alinea, wanneer zij rekening houden met verklaringen betreffende het schadeverleden die door andere verzekeringsondernemingen of andere organen als bedoeld in de tweede alinea zijn verstrekt, verzekeringnemers niet op een discriminerende manier behandelen of geen hogere premies in rekening brengen vanwege hun nationaliteit of louter op basis van hun vorige lidstaat van woonplaats.

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen en organen als bedoeld in de tweede alinea, wanneer zij rekening houden met verklaringen betreffende het schadeverleden die door andere verzekeringsondernemingen of andere organen als bedoeld in de tweede alinea zijn verstrekt, verzekeringnemers niet op een discriminerende manier behandelen of geen hogere premies in rekening brengen vanwege hun nationaliteit of louter op basis van hun vorige lidstaat van woonplaats.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 – alinea 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een verzekeringsonderneming bij de vaststelling van de premies rekening houdt met verklaringen betreffende het schadeverleden, zij ook rekening houdt met verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringsondernemingen die zijn uitgegeven door in andere lidstaten gevestigde verzekeringsondernemingen en dat ze deze op gelijke wijze behandelt als die welke door een verzekeringsonderneming in dezelfde lidstaat zijn afgegeven, en dat zij overeenkomstig het nationale recht alle wettelijke vereisten inzake de behandeling van premies toepast.

Motivering

Verzekeringsondernemingen mogen niet discrimineren of buitenlanders of teruggekeerde onderdanen meer aanrekenen; bovendien moeten zij een verklaring van een andere lidstaat als een binnenlandse verklaring behandelen en alle kortingen toepassen die voor een anderszins identieke potentiële cliënt beschikbaar zijn evenals de kortingen die op grond van de nationale wetgeving van een lidstaat vereist zijn. De vaststelling van nationale wetgeving betreffende het "bonus-malussysteem" blijft een nationale bevoegdheid van de lidstaten. Dergelijke systemen zijn nationaal van aard en bevatten geen grensoverschrijdend element, maar moeten wel voor iedereen op hetzelfde grondgebied op dezelfde wijze worden toegepast.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 – alinea 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken.

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen, onverminderd hun prijsbeleid, hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 – alinea 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om volgens de in artikel 28 bis, lid 2, bedoelde procedure gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de vorm en inhoud van de in de tweede alinea bedoelde verklaring betreffende het schadeverleden. Die verklaring bevat informatie over alle volgende punten:

De Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om volgens de in artikel 28 ter vastgestelde procedure gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de vorm en inhoud van de in de tweede alinea bedoelde verklaring betreffende het schadeverleden. Die verklaring bevat ten minste informatie over alle volgende punten:

(a)  de identiteit van de verzekeringsonderneming die de verklaring betreffende het schadeverleden verstrekt;

(a)  de identiteit van de verzekeringsonderneming die de verklaring betreffende het schadeverleden verstrekt;

(b)  de identiteit van de verzekeringnemer;

(b)  de identiteit, de geboortedatum, het contactadres en, indien van toepassing, het nummer en de afgiftedatum van het rijbewijs van de verzekeringnemer;

(c)  het verzekerde voertuig;

(c)  het verzekerde voertuig en het voertuigidentificatienummer ervan;

(d)  de periode van dekking van het verzekerde voertuig;

(d)  de begin- en einddatum van de verzekering van het voertuig;

(e)  het aantal en de waarde van de door derden ingediende schadevorderingen tijdens de periode waarop de verklaring betreffende het schadeverleden ziet.

(e)  het aantal door derden ingediende schadevorderingen tijdens de periode waarop de verklaring betreffende het schadeverleden waarbij de verzekeringnemer in de fout was, betrekking heeft, met inbegrip van de datum en de aard van elke vordering, in de zin van materiële schade en/of persoonlijk letsel, en antwoord op de vraag of het een nog openstaande of inmiddels gesloten vordering betreft.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 – alinea 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Alvorens deze gedelegeerde handelingen vast te stellen, raadpleegt de Commissie alle relevante belanghebbenden en streeft zij naar wederzijdse overeenstemming tussen de belanghebbenden over de inhoud en de vorm van de verklaring betreffende het schadeverleden.

Motivering

Verklaringen zijn alleen nuttig als ze geschikt zijn voor het beoogde doel en informatie bevatten die relevant is om het risico van een potentiële verzekeringnemer te bepalen. Om te begrijpen wat relevant is, moet de Commissie de belanghebbenden raadplegen alvorens een uitvoeringshandeling vast te stellen.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 16 bis

 

Prijsvergelijkingstool

 

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat consumenten gratis toegang hebben tot ten minste één onafhankelijke vergelijkingstool waarmee zij algemene prijzen en tarieven tussen aanbieders van de verplichte verzekering overeenkomstig artikel 3 kunnen vergelijken en evalueren, op basis van door de consumenten verstrekte informatie.

 

2.  De aanbieders van de verplichte verzekering verstrekken de bevoegde autoriteiten alle informatie die voor een dergelijke tool vereist is en zorgen ervoor dat deze informatie, met het oog op het waarborgen van nauwkeurigheid, zo accuraat en actueel mogelijk is. Een dergelijke tool kan ook aanvullende opties voor de dekking van de motorrijtuigenverzekering omvatten die verder gaan dan de verplichte verzekering als bedoeld in artikel 3.

 

3.  Deze vergelijkingstool:

 

(a)  is operationeel onafhankelijk van dienstaanbieders, en waarborgt dat dienstaanbieders in de zoekresultaten gelijk worden behandeld;

 

(b)  vermeldt duidelijk wie de eigenaar van de vergelijkingstool is en wie deze tool beheert;

 

(c)  vermeldt duidelijke, objectieve criteria waarop de vergelijking wordt gebaseerd;

 

(d)  maakt gebruik van gewone en ondubbelzinnige taal;

 

(e) geeft nauwkeurige en geactualiseerde informatie, met vermelding van het tijdstip van de meest recente actualisering;

 

(f)  staat open voor elke aanbieder van de verplichte verzekering die de relevante informatie beschikbaar stelt, en omvat een zo volledig mogelijke reeks aanbiedingen die een significant deel van de markt bestrijkt, en vermeldt in voorkomend geval duidelijk, en voordat de zoekresultaten worden getoond, dat de gepresenteerde informatie geen volledig overzicht van de markt biedt;

 

(g)  voorziet in een effectieve procedure om incorrecte informatie te melden;

 

(h)  bevat een verklaring dat de prijzen gebaseerd zijn op de verstrekte informatie en niet bindend zijn voor de verzekeraars.

 

4.  De vergelijkingstools die aan de eisen van lid 3, punten a) tot en met h), voldoen, worden op verzoek van de aanbieder van de tool gecertificeerd door de bevoegde instanties.

 

5.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig de in artikel 28 ter bedoelde procedure een gedelegeerde handeling vast te stellen tot aanvulling van deze richtlijn, door het vaststellen van de vorm en de functies van een dergelijke vergelijkingstool en de soorten informatie die door de verzekeraars moeten worden verstrekt in het licht van het geïndividualiseerde karakter van verzekeringspolissen.

 

6.  Onverminderd andere wetgeving van de Unie en overeenkomstig artikel 27 kunnen de lidstaten voorzien in sancties, met inbegrip van boetes, voor exploitanten van vergelijkingstools die consumenten misleiden of niet duidelijk vermelden wie de eigenaar van de tool is en of zij een vergoeding ontvangen van een verzekeraar."

Motivering

Net zoals het geval is bij de meeste andere financiële sectoren, zoeken consumenten steeds meer online naar een motorrijtuigenverzekering. Dit heeft geleid tot talrijke vergelijkingswebsites, die al dan niet evenwichtig zijn of misleidend voor de consument. Zoals andere Europese wetgeving vereist, moet elke lidstaat streven naar ten minste één website waarmee aanbiedingen kunnen worden vergeleken. De lidstaten moeten ook sancties kunnen opleggen aan websites die niet duidelijk zijn wat hun eigendom en een eventuele vergoeding van verzekeringsmaatschappijen betreft.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 ter (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 18 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)  het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 18 bis

 

Toegang tot ongevallenverslagen

 

De lidstaten waarborgen het recht van de benadeelde om tijdig een kopie van het ongevallenverslag van de bevoegde autoriteiten te verkrijgen. Wanneer een lidstaat het volledige ongevallenverslag overeenkomstig het nationale recht niet onmiddellijk kan vrijgeven, verstrekt hij de benadeelde een bewerkte versie in afwachting dat de volledige versie beschikbaar is. Elke wijziging van de tekst moet beperkt blijven tot die welke strikt noodzakelijk en vereist zijn om te voldoen aan het recht van de Unie of van de lidstaten."

Motivering

Na een ongeval is het belangrijk dat een benadeelde toegang heeft tot het ongevallenverslag van de politie. Dit is momenteel niet altijd het geval. Bovendien lost het huidige artikel 26 dit probleem niet op. Het moge dus duidelijk zijn dat zo spoedig mogelijk een ongevallenverslag, eventueel een bewerkte versie, beschikbaar moet worden gesteld zodat een benadeelde aanspraak kan maken op schadevergoeding.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 quater (nieuw) – letter a (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 23 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quater)  artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

 

(a)  het volgende lid wordt ingevoegd:

 

"1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen verplicht zijn alle noodzakelijke gegevens te verstrekken die zijn voorgeschreven in het in lid 1, onder a), bedoelde register, met inbegrip van alle registratienummers waarvoor een verzekeringsonderneming een verzekeringspolis heeft afgegeven. De lidstaten schrijven tevens voor dat verzekeringsondernemingen het informatiecentrum op de hoogte moeten brengen wanneer een polis vóór de vervaldatum afloopt of op een andere wijze niet langer een geregistreerd voertuig dekt."

Motivering

Krachtens artikel 23 bestaat er een verplichting dat de lidstaten een register bijhouden van de registratienummers en de polissen van de motorvoertuigen op hun grondgebied. Verzekeringsondernemingen zijn echter niet verplicht deze informatie door te geven aan de informatiecentra. Hoewel deze informatie via andere overheidsinstanties (zoals afdelingen voor de registratie van motorrijtuigen) beschikbaar kan worden gesteld, hoeft dit niet het geval te zijn. Nog belangrijker is dat er geen verplichting bestaat om aan te geven wanneer een polis voor een geregistreerd voertuig niet langer geldig is. Er zijn geen aanwijzingen dat eigenaars van voertuigen de autoriteiten consequent ervan in kennis stellen dat hun polis is verlopen. Derhalve moeten verzekeringsondernemingen deze informatie rechtstreeks doorgeven aan de lidstaten en het nationale informatiecentrum.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 quater (nieuw) – letter b (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 23 – alinea 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b)  het volgende lid wordt ingevoegd:

 

"5 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 1, onder a), bedoelde register wordt bijgehouden en geactualiseerd, en volledig wordt geïntegreerd in de databanken voor de registratie van voertuigen, en dat het register toegankelijk is voor de nationale contactpunten als bedoeld in Richtlijn (EU) 2015/413."

Motivering

Verzekeringscontrole is alleen mogelijk als de voertuigregistratie en de verzekeringsinformatie beschikbaar zijn voor de autoriteiten die de voertuigen controleren. Artikel 21 voorziet reeds in deze databank, maar er is geen verplichting om deze databank bij te houden of om toegang te verlenen aan controleurs van voertuigregistratiegegevens. Middels dit amendement wordt dit probleem opgelost.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 quater (nieuw) – letter c (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 23 – alinea 6

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c)  alinea 6 wordt vervangen door:

6.  Bij de verwerking van persoonsgegevens die op grond van de leden 1 tot en met 5 zijn verkregen, moeten de krachtens Richtlijn 95/46/EG genomen nationale maatregelen in acht worden genomen.

"6.   De verwerking van persoonsgegevens krachtens de leden 1 tot en met 5 bis gebeurt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679."

Motivering

Nadat in 2009 de herziene motorrijtuigenverzekeringsrichtlijn is aangenomen, is de richtlijn gegevensbescherming vervangen door de algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Daarom moet de verwijzing worden aangepast.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 quinquies (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 26 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quinquies)  het volgende artikel 26 bis wordt ingevoegd:

 

"Artikel 26 bis

 

Schadevergoedingsorganen

 

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in de artikelen 10, 10 bis en 24 bedoelde schadevergoedingsorganen als één enkele administratieve eenheid worden beheerd, die alle functies van de verschillende door deze richtlijn bestreken schadevergoedingsorganen omvat.

 

2.  Wanneer een lidstaat deze organen niet als één administratieve eenheid beheert, stelt hij de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis, onder vermelding van de redenen voor zijn besluit."

Motivering

Om het voor instanties, verzekeraars en benadeelden zo eenvoudig mogelijk te maken om verhaal te zoeken, moeten de lidstaten worden aangemoedigd één orgaan op te richten dat alle functies van de verschillende in deze richtlijn opgenomen schadevergoedingsorganen kan vervullen. Het moet de lidstaten vrij staan een andere keuze te maken. Wel moeten zij in dit geval de voornaamste redenen waarom zij menen dat dit noodzakelijk is, meedelen aan de Commissie.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 sexies (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 26 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 sexies)  het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 26 ter

 

Verjaringstermijn

 

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat een verjaringstermijn van ten minste vier jaar van toepassing is bij maatregelen in verband met schadevergoeding voor letsel en schade aan eigendom als gevolg van een verkeersongeval met een grensoverschrijdend karakter zoals bepaald in artikel 19 en artikel 20, lid 2. De verjaringstermijn gaat in op de dag waarop de eiser zich bewust wordt, of aannemelijke redenen had om zich bewust te worden, van de omvang van het letsel, het verlies of de schade, de oorzaak daarvan en de identiteit van de aansprakelijke persoon en de verzekeringsmaatschappij die deze persoon verzekert tegen wettelijke aansprakelijkheid of de schaderegelaar of schadevergoedingsinstantie die verantwoordelijk is voor het toekennen van schadevergoeding en jegens wie de vordering moet worden ingesteld.

 

2.  De lidstaten waarborgen dat wanneer de nationale, voor de vordering geldende wet in een langere verjaringstermijn dan vier jaar voorziet, die verjaringstermijn van toepassing is.

 

3.  De lidstaten voorzien de Commissie van actuele informatie over hun nationale regels inzake verjaring bij door verkeersongevallen veroorzaakte schade. De Commissie maakt een samenvatting van de door de lidstaten meegedeelde algemene informatie openbaar en toegankelijk in alle officiële talen van de Unie."

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 septies (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 26 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 septies)  het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 26 quater

 

Opschorting van de verjaringstermijn

 

1.  De lidstaten waarborgen dat de in artikel 26 ter genoemde verjaringstermijn gedurende de periode tussen het instellen van de vordering door de eiser wordt opgeschort bij:

 

(a)  de verzekeringsmaatschappij van de persoon die het ongeval heeft veroorzaakt, of zijn schaderegelaar zoals bedoeld in de artikelen 21 en 22; of

 

(b)  de schadevergoedingsinstantie zoals bedoeld in de artikelen 24 en 25 van deze richtlijn; en de afwijzing van de vordering door de verweerder.

 

2.  Indien de resterende duur van de verjaringstermijn na afloop van de opschorting minder dan zes maanden bedraagt, zorgen de lidstaten ervoor dat de eiser een minimumtermijn van nog eens zes maanden wordt toegekend om een procedure aanhangig te maken.

 

3.  De lidstaten waarborgen dat indien een termijn op een zaterdag, zondag of een van hun feestdagen eindigt, deze wordt verlengd tot het einde van de eerste daaropvolgende werkdag."

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 octies (nieuw)

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 26 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 octies)  het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 26 quinquies

 

Berekening van termijnen

 

De lidstaten waarborgen dat alle termijnen die bij deze richtlijn worden voorgeschreven, als volgt worden berekend:

 

(a)  de berekening gaat in op de dag volgende op die waarop de betrokken gebeurtenis zich heeft voorgedaan;

 

(b)  indien een termijn in jaren wordt uitgedrukt eindigt deze in het desbetreffende daaropvolgende jaar in de maand met dezelfde naam en op de dag met dezelfde datum als de maand waarin en de dag waarop genoemde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Indien de desbetreffende daaropvolgende maand geen dag heeft met dezelfde datum, eindigt de termijn op de laatste dag van die maand;

 

(c)  de termijnen worden niet geschorst door de gerechtelijke vakanties."

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6

Richtlijn 2009/103/EG

"Artikel 28 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Artikel 28 bis

Schrappen

Comitéprocedure

 

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Europees Comité voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, ingesteld bij Besluit 2004/9/EG van de Commissie****.Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad*****.

 

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

 

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 28 ter – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 9, lid 2, en artikel 10 bis, lid 7, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt met ingang van de in artikel 30 bedoelde datum voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend.

2.  De in artikel 9, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn]. De in artikel 10 bis, lid 7 octies, artikel 16, vijfde alinea en artikel 16 bis, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn].

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 28 ter – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Een overeenkomstig artikel 9, lid 2, en artikel 10 bis, lid 7, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

5.  Een overeenkomstig artikel 9, lid 2, artikel 10 bis, lid 7 octies, artikel 16, vijfde alinea en artikel 16 bis, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 28 quater

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 28 quater

Artikel 28 quater

Evaluatie

Evaluatie en herziening

Uiterlijk zeven jaar na de datum van omzetting van deze richtlijn wordt een evaluatie van deze richtlijn verricht. De Commissie deelt de conclusies van de evaluatie samen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

Uiterlijk vijf jaar na de datum van omzetting van deze richtlijn dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité, waarin zij de tenuitvoerlegging van deze richtlijn evalueert, met name wat betreft:

 

(a)  de toepassing ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen, met name op het gebied van autonome en semiautonome voertuigen;

 

(b)  de geschiktheid ervan in het licht van het risico op ongevallen dat verschillende motorrijtuigen met zich meebrengen, met name snelle kleine voertuigen die in de voertuigcategorieën vallen die zijn uiteengezet in artikel 2, lid 2, onder h), i), j) en k), van Verordening (EU) nr. 168/2013, zoals elektrische fietsen, segways en elektrische scooters, en de mate waarin het aansprakelijkheidsstelsel waarin de richtlijn voorziet naar verwachting aan de toekomstige behoeften zal voldoen;

 

(c)  de aan verzekeringsmaatschappijen gerichte aansporing om in verzekeringsovereenkomsten een verplicht bonus-malussysteem op te nemen dat "no-claimkortingen" omvat, waarbij premies worden beïnvloed door de verklaringen betreffende het schadeverleden van de verzekeringnemers.

 

Dat verslag gaat vergezeld van de opmerkingen van de Commissie en, indien van toepassing, een wetgevingsvoorstel.

(1)

PB ...


TOELICHTING

Het voorstel van de Commissie beoogt de richtlijn motorrijtuigenverzekering (2009/103/EG) te wijzigen op vijf specifieke gebieden: (i) insolventie van de verzekeraar; (ii) schadeverleden; (iii) risico's ten gevolge van onverzekerd rijden; (iv) minimumdekkingsbedragen; en (v) toepassingsgebied van de richtlijn. De rapporteur is het ermee eens dat de richtlijn motorrijtuigenverzekering in het algemeen geschikt blijft voor het beoogde doel, maar dat er op bepaalde gebieden wel ruimte voor verbetering is.

Wat het toepassingsgebied van de richtlijn betreft, dat wellicht het meest omstreden deel van het voorstel is, merkt de rapporteur op dat er naar aanleiding van de jurisprudentie van het Hof van Justitie (zaken Vnuk C-162/13, Rodrigues de Andrade C-514/16 en Torreiro C-334/16) bij de lidstaten enige verwarring is ontstaan over de vraag welke voertuigen onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen. Dit betreft met name voertuigen zoals elektrische fietsen, segways of elektrische scooters, maar ook voertuigen die bijvoorbeeld worden gebruikt in de motorsport. De rapporteur is van mening dat de richtlijn in beginsel niet van toepassing mag zijn op dergelijke voertuigen, aangezien de verplichte motorrijtuigenverzekering het gebruik van bijvoorbeeld elektrische fietsen zou kunnen belemmeren of de verzekeringspremies voor alle voertuigen onnodig zou kunnen doen stijgen.

Daarom stelt de rapporteur voor dat alleen voertuigen waarvoor typegoedkeuringsvoorschriften gelden, onder het toepassingsgebied van de richtlijn moeten vallen. De lidstaten moeten echter de mogelijkheid hebben om ook voor andere voertuigen een verplichte verzekering te eisen indien zij dit nodig achten. Wat de definitie van het begrip "gebruik van een voertuig" betreft, is de rapporteur van mening dat duidelijk moet worden gesteld dat het hier gaat om een voertuig dat in het verkeer wordt gebruikt, zowel op openbare als op particuliere wegen, maar niet in gevallen waar het voertuig uitsluitend wordt gebruikt in een afgesloten zone waartoe het grote publiek geen toegang heeft. Indien een dergelijk voertuig – dat zowel in afgesloten zones als in het verkeer wordt gebruikt en bijgevolg een verplichte autoverzekering moet hebben – betrokken is bij een ongeval in een afgesloten zone, moet de verzekeraar van het voertuig toch aansprakelijk blijven tegenover benadeelden.

Ten tweede is de rapporteur van mening dat de bepalingen inzake verzekeringscontroles (artikel 4) te vaag blijven over de wijze waarop de autoriteit van een lidstaat kan nagaan of een voertuig dat in een andere lidstaat is geregistreerd, verzekerd is. De rapporteur wijst erop dat er al een softwareapplicatie Eucaris (Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem) bestaat, die voorziet in een snelle, veilige en vertrouwelijke uitwisseling van specifieke voertuigregistratiegegevens tussen de lidstaten. Deze applicatie wordt onder meer gebruikt voor de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen in het kader van Richtlijn (EU) 2015/413. Daarom is het aangewezen dat Eucaris ook kan worden gebruikt om na te gaan of een voertuig dat in een andere lidstaat is geregistreerd, de verplichte motorrijtuigenverzekering heeft. Uiteraard moeten er waarborgen voor gegevensbescherming worden ingebouwd, met name wat betreft het bewaren van gegevens, in overeenstemming met de algemene verordening gegevensbescherming.

Wat de insolventie van de verzekeraar betreft (nieuw artikel 10 bis), maakt de rapporteur zich zorgen over de bepaling (lid 2) dat benadeelden geen verzoek bij een schadevergoedingsorgaan mogen indienen als zij een vordering hebben ingesteld tegen de insolvente verzekeringsonderneming en die vordering nog aanhangig is. Volgens de rapporteur is deze beperking te schadelijk voor de benadeelde en niet gerechtvaardigd, met name gezien het feit dat een gerechtelijke procedure tegen een verzekeraar lang kan aanslepen.

Verder bevat de richtlijn artikel 15 betreffende verzonden voertuigen, dat volgens beroepsbeoefenaars niet op de realiteit is afgestemd. De rapporteur is van mening dat dit artikel bijgevolg moet worden gewijzigd om de consument de keuze te geven het voertuig te verzekeren in de lidstaat waar hij of zij woont (lidstaat van bestemming) of in de lidstaat waar het voertuig is gekocht. Dit zou een oplossing bieden voor de beperkte tijdspanne die nodig is om het voertuig tussen lidstaten te verzenden en te registreren in de lidstaat waar de eigenaar gevestigd is.

De rapporteur stelt ook voor de specifieke situatie te behandelen van de aansprakelijkheid bij een ongeval met een aanhangwagen die wordt getrokken door een gemotoriseerd voertuig (nieuw artikel 15 bis). Bij dergelijke (staart)ongevallen is het vaak niet mogelijk de nummerplaat van het trekkend voertuig te zien. Bovendien kunnen aanhangwagens en trekkende voertuigen niet van dezelfde eigenaar zijn, kunnen zij verschillende verzekeringen hebben en kunnen zij zelfs in verschillende lidstaten geregistreerd zijn. In dergelijke gevallen waarin het trekkende voertuig niet kan worden geïdentificeerd, moet de benadeelde vergoed worden door de verzekeraar van de aanhangwagen, die op zijn beurt een vordering kan instellen tegen de verzekeraar van het trekkende voertuig.

Met betrekking tot het schadeverleden wil de rapporteur verduidelijken dat verzekeraars in beginsel verklaringen betreffende het schadeverleden die in een andere lidstaat zijn afgegeven op gelijke wijze moeten behandelen als in de eigen lidstaat afgegeven verklaringen om de premies te berekenen en kortingen toe te passen die gelden voor een anderszins identieke cliënt of waarin de wetgeving van een lidstaat voorziet. Er zijn ook enkele nieuwe bepalingen opgenomen met betrekking tot de informatie die de verklaring betreffende het schadeverleden moet bevatten. Verder voorziet de tekst nu ook in een onafhankelijke prijsvergelijkingstool waarmee consumenten de tarieven van de aanbieders van de verplichte verzekering kunnen vergelijken.

Om ervoor te zorgen dat benadeelden een schadevergoeding kunnen eisen, verplicht de richtlijn de lidstaten om informatiecentra op te richten (artikel 23), die onder meer een register bijhouden van de registratienummers van motorvoertuigen op hun grondgebied en van de polissen die het gebruik van die voertuigen dekken. De rapporteur stelt echter met bezorgdheid vast dat verzekeraars momenteel niet verplicht zijn om die informatiecentra op de hoogte te brengen wanneer een polis voor een geregistreerd voertuig niet langer geldig is, wat ertoe kan leiden dat het register onjuiste gegevens bevat. Daarom moet het register voortdurend worden bijgewerkt en volledig worden geïntegreerd in de databanken voor de registratie van voertuigen om de erin vervatte informatie zo nauwkeurig mogelijk te maken.

De richtlijn motorrijtuigenverzekering bevat ook een lijst van verschillende schadevergoedingsorganen, met verschillende bevoegdheden, afhankelijk van het feit of het ongeval een grensoverschrijdend element bevat (artikelen 20 t/m 26) of niet (artikel 10 en nieuw artikel 10 bis). De rapporteur is van mening dat dit systeem moet worden vereenvoudigd in het belang van overheidsinstanties, verzekeraars en benadeelden die verhaal willen halen, en dat deze organen moeten worden beheerd als één enkele administratieve eenheid die alle functies van de verschillende schadevergoedingsorganen bestrijkt. Indien een lidstaat er de voorkeur aan geeft deze organen gescheiden te houden, moet hij de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis stellen en zijn besluit motiveren.

Voorts merkt de rapporteur op dat de richtlijn motorrijtuigenverzekering sinds 2009, toen vijf eerdere richtlijnen werden geconsolideerd, zowel de term "slachtoffer" als "benadeelde" bevat, waarbij enkel de laatste term in de richtlijn is gedefinieerd. De term "benadeelde" slaat zowel op directe als indirecte slachtoffers (bijvoorbeeld familieleden na een dodelijk ongeval). Bijgevolg is het aangewezen de formulering hierop af te stemmen en in alle bepalingen van de tekst de term "benadeelde" te gebruiken.

Tot slot acht de rapporteur het belangrijk een herzieningsclausule in te voeren om uiterlijk vijf jaar na de omzettingsdatum te beoordelen of de richtlijn geschikt blijft voor het beoogde doel, met name in het licht van de technologische ontwikkelingen op het gebied van autonome en semi-autonome voertuigen. Indien nodig moet deze beoordeling ook een wetgevingsvoorstel bevatten.

Concluderend is de rapporteur van mening dat de bovengenoemde elementen betrekking hebben op de meest relevante punten waarop het Commissievoorstel en de richtlijn motorrijtuigenverzekering moeten worden verbeterd om een hoog niveau van bescherming van slachtoffers van ongevallen met motorvoertuigen te waarborgen en het vrij verkeer van motorvoertuigen tussen de lidstaten te vergemakkelijken.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (20.12.2018)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid

(COM(2018)0336 – C8-0211/2018 – 2018/0168(COD))

Rapporteur voor advies: Joëlle Bergeron

BEKNOPTE MOTIVERING

De eerste EU-richtlijn inzake motorrijtuigenverzekering dateert van 1972. Sindsdien is deze richtlijn geleidelijk aangescherpt en aangevuld door vijf andere richtlijnen en gecodificeerd bij Richtlijn 2009/103/EG.

In haar werkprogramma voor 2016 kondigde de Commissie een evaluatie van deze laatste aan. Uit deze evaluatie bleek dat enkele wijzigingen en aanpassingen nodig waren om het hoofddoel van deze richtlijn te verwezenlijken, namelijk de bescherming van slachtoffers van verkeersongevallen in een grensoverschrijdende situatie. Er zijn vijf nieuwe punten te onderscheiden: insolventie van de verzekeraar, de erkenning van verklaringen betreffende het schadeverleden, controles op onverzekerd rijden, de harmonisatie van de minimale dekkingsbedragen en ten slotte het toepassingsgebied van de richtlijn.

De rapporteur is van mening dat dit voorstel voor een richtlijn voldoet aan de nieuwe vereisten inzake de bescherming van slachtoffers van een verkeersongeval in een andere EU-lidstaat dan die waar ze wonen of een ongeval dat is veroorzaakt door een bestuurder uit een andere lidstaat.

De mogelijkheid om te voorzien in een mechanisme voor de snelle en adequate betaling van een schadevergoeding aan slachtoffers is voor de rapporteur een stap in de goede richting, omdat insolventie van verzekeraars, met name in een grensoverschrijdende context, steeds vaker voorkomt en omdat de schadevergoedingsprocedures in sommige EU-landen soms lang en ingewikkeld zijn. Het voorstel voorziet er namelijk in dat in elke lidstaat een door de nationale verzekeraars gefinancierd schadevergoedingsfonds wordt opgericht, dat zich in de plaats stelt van de insolvente verzekeraar. In grensoverschrijdende situaties zal het slachtoffer rechtstreeks worden vergoed door het nationale fonds van de staat waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Dat fonds wordt vervolgens vergoed door het schadevergoedingsfonds van de staat van de insolvente verzekeraar. In veel lidstaten bestaat dat garantiefondssysteem al. Dat nu wordt overwogen om het in de vorm van vrijwillige overeenkomsten uit te breiden naar alle EU-lidstaten, is voor de rapporteur een echte stap vooruit.

Het ontwerp van de Commissie voorziet er ook in dat verzekeraars alle in de EU afgegeven verklaringen betreffende het schadeverleden op dezelfde wijze moeten behandelen. De rapporteur is het eens met de aanpak van de Commissie om de verklaringen betreffende het schadeverleden te harmoniseren en tegelijk te eisen dat ze op dezelfde manier worden behandeld, ongeacht de lidstaat van herkomst van de verzekeringnemer. Deze maatregel draagt bij tot een grotere gelijkheid tussen verzekeringnemers door ervoor te zorgen dat verzekeraars alle in Europa afgegeven verklaringen betreffende het schadeverleden op dezelfde manier behandelen. Het beoogde doel is minder verzekeringsfraude en meer transparantie door het authentiseren van verklaringen betreffende het schadeverleden.

Wat verzekeringscontroles betreft, acht de rapporteur het van essentieel belang dat het huidige verbod wordt beperkt en dat de lidstaten de mogelijkheid wordt geboden om op vrijwillige basis onopvallende controles uit te voeren. Controles zouden als onopvallend worden beschouwd als de gebruikte technieken niet vereisen dat de voertuigen halthouden, niet discriminerend zijn, en noodzakelijk en evenredig zijn. De rapporteur is van mening dat het een goed initiatief is om de lidstaten toe te staan gebruik te maken van digitale instrumenten voor kentekenplaatherkenning. Alle nieuwe maatregelen om onverzekerd rijden tegen te gaan, moeten worden aangemoedigd.

Het voorstel voor een richtlijn voorziet ook in gegarandeerde minimumdekkingsbedragen bij materiële schade of lichamelijk letsel, ongeacht de categorie van het betrokken voertuig. De rapporteur staat volledig achter deze nieuwe bepaling omdat de lidstaten verder kunnen gaan dan dit minimum en omdat het niet gaat om een harmonisatie van de verzekeringsprijzen. Dat laatste zou momenteel niet haalbaar zijn gezien de bestaande economische verschillen tussen de EU-landen.

Wat het toepassingsgebied van de richtlijn betreft, steunt de rapporteur het voornemen van de Commissie om de jurisprudentie van het Hof van Justitie te codificeren door middel van een definitie van het begrip "deelneming aan het verkeer van een voertuig". Zij is evenwel van mening dat de vastgestelde definitie nog steeds te restrictief is en een aantal voertuigen kan uitsluiten die niet als "normaal gezien bestemd als vervoermiddel" kunnen worden beschouwd, maar niettemin ongevallen met lichamelijk letsel of materiële schade zouden kunnen veroorzaken. De rapporteur is van mening dat het gebruik van het voertuig voor vervoer in de strikte zin niet doorslaggevend mag zijn voor de toepasselijkheid van deze richtlijn. Zo kunnen bijvoorbeeld ook voertuigen die in de bouwsector worden gebruikt, over de grenzen heen ongevallen veroorzaken. De rapporteur is van mening dat de definitie van "deelneming aan het verkeer van een voertuig" zo ruim mogelijk moet zijn om een maximale bescherming van slachtoffers van ongevallen te waarborgen. Op dit punt zal een amendement worden ingediend.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaand amendement in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (motorrijtuigenverzekering) is van bijzonder groot belang voor de Europese burgers, of zij nu verzekeringnemers zijn of potentiële slachtoffers van een ongeval. De motorrijtuigenverzekering is tevens van groot belang voor verzekeringsondernemingen: zij vormt een aanzienlijk segment van het schadeverzekeringsbedrijf in de Unie. Daarnaast heeft de motorrijtuigenverzekering gevolgen voor het vrije verkeer van personen, goederen en voertuigen. Een van de hoofddoelstellingen van het optreden van de Unie op het gebied van financiële diensten moet derhalve een versterking en consolidering van de interne markt voor motorrijtuigenverzekering zijn.

(1)  De verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven (motorrijtuigenverzekering) is van bijzonder groot belang voor de Europese burgers, of zij nu verzekeringnemers zijn of potentiële slachtoffers van een ongeval. De motorrijtuigenverzekering is tevens van groot belang voor verzekeringsondernemingen: zij vormt een aanzienlijk segment van het schadeverzekeringsbedrijf in de Unie. Daarnaast heeft de motorrijtuigenverzekering aanzienlijke gevolgen voor het vrije verkeer van personen, goederen en voertuigen, en dus voor de interne markt en het Schengengebied. Een van de hoofddoelstellingen van het optreden van de Unie op het gebied van financiële diensten moet derhalve een versterking en consolidering van de interne markt voor motorrijtuigenverzekering zijn.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De Commissie heeft een evaluatie verricht van de werking van Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad15, met name van haar efficiëntie en doeltreffendheid en haar coherentie met andere beleidsmaatregelen van de Unie. De conclusie van de evaluatie was dat Richtlijn 2009/103/EG in het algemeen goed werkt en op de meeste punten geen wijziging behoeft. Er werden echter vier gebieden onderkend waarop gerichte wijzigingen passend zouden zijn: vergoeding van slachtoffers van ongevallen in geval van insolventie van een verzekeringsonderneming, verplichte minimumbedragen van verzekeringsdekking, verzekeringscontroles van voertuigen door de lidstaten en het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringnemers door een nieuwe verzekeringsonderneming.

(2)  De Commissie heeft een evaluatie verricht van de werking van Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad15, met name van haar efficiëntie en doeltreffendheid en haar coherentie met andere beleidsmaatregelen van de Unie. De conclusie van de evaluatie was dat Richtlijn 2009/103/EG in het algemeen goed werkt en op de meeste punten geen wijziging behoeft. Er werden echter vier gebieden onderkend waarop gerichte wijzigingen passend zouden zijn: vergoeding van slachtoffers van ongevallen in geval van insolventie van een verzekeringsonderneming, verplichte minimumbedragen van verzekeringsdekking, verzekeringscontroles van voertuigen door de lidstaten en het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringnemers door een nieuwe verzekeringsonderneming. Er moet ook een verplicht bonus-malussysteem worden ingevoerd dat bij de berekening van de verzekeringspremies moet worden gebruikt op basis van verklaringen van verzekeringsondernemingen betreffende het schadeverleden. Een dergelijk systeem zou een stimulans zijn om veilig te rijden en zou zo het wegverkeer veiliger maken. Het zou ook leiden tot billijkere verzekeringspremies voor de consumenten.

_________________

_________________

15 Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 263 van 7.10.2009, blz. 11).

15 Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB L 263 van 7.10.2009, blz. 11).

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie vallen alle bestaande en nieuwe motorvoertuigen in principe onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/103/EG. Vooral bij nieuwe soorten voertuigen, zoals elektrische fietsen, elektrische scooters en Segways, lijkt dit echter niet absoluut noodzakelijk. Ze zijn veel kleiner en hebben een lagere maximumsnelheid, waardoor hun schade- en letselpotentieel niet zo groot is. De ongedifferentieerde toepassing van de verplichte verzekering lijkt onevenredig, met name gezien de noodzaak om de ontwikkeling te bevorderen van nieuwe alternatieve vervoerswijzen, die minder ruimte innemen op de openbare weg en milieuvriendelijker zijn. Deze richtlijn dient daarom alleen van toepassing te zijn op voertuigen die krachtens het recht van de Unie aan veiligheidseisen moeten voldoen als voorwaarde voor goedkeuring. Uiteraard kunnen zich ook ongevallen voordoen wanneer dergelijke voertuigen worden gebruikt, zodat het de lidstaten vrij moet staan om op nationaal niveau regels vast te stellen of te handhaven die ook voorzien in een wettelijke-aansprakelijkheidsverzekering voor voertuigen waarvoor geen typegoedkeuring hoeft te worden verleend. Door de algemene doelstellingen na te streven om een hoog niveau van bescherming van slachtoffers van verkeersongevallen te waarborgen en het vrije verkeer van personen en voertuigen in de hele Unie te vergemakkelijken, zal deze richtlijn het vertrouwen in de interne markt voor motorrijtuigenverzekeringen helpen verbeteren door de rechtszekerheid over de grensoverschrijdende verkoop van motorrijtuigenverzekeringen op basis van het vrij verrichten van diensten te vergroten en tegelijkertijd de risico's te beperken die zich bij de schadeloosstelling van slachtoffers kunnen voordoen.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)  Deze richtlijn zorgt voor een passend evenwicht tussen het algemeen belang en de potentiële kosten voor overheidsinstanties, verzekeraars en verzekeringnemers, teneinde ervoor te zorgen dat de voorgestelde maatregelen kosteneffectief zijn.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De lidstaten moeten er zich momenteel van onthouden verzekeringscontroles te verrichten van voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gestald en van voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een derde land zijn gestald wanneer deze hun grondgebied binnenkomen vanuit het grondgebied van een andere lidstaat. Nieuwe technologische ontwikkelingen maken het mogelijk verzekeringscontroles van voertuigen te verrichten zonder dat deze halt hoeven te houden, en dus zonder het vrije verkeer van voertuigen en personen te belemmeren. Het is dus passend verzekeringscontroles van voertuigen toe te staan, maar alleen als die controles niet-discriminerend, noodzakelijk en evenredig zijn, deel uitmaken van een algemeen systeem van controles op het nationale grondgebied en niet vereisen dat het voertuig halthoudt.

(4)  De lidstaten onthouden er zich momenteel van verzekeringscontroles te verrichten van voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gestald en van voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een derde land zijn gestald wanneer deze hun grondgebied binnenkomen vanuit het grondgebied van een andere lidstaat. Nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals nummerplaatherkenningstechnologie, maken het mogelijk onopvallende verzekeringscontroles van voertuigen te verrichten zonder dat deze halt hoeven te houden, en dus zonder het vrije verkeer van voertuigen en personen te belemmeren. Het is dus passend verzekeringscontroles van voertuigen toe te staan, maar alleen als die controles niet-discriminerend, noodzakelijk en evenredig zijn, deel uitmaken van een algemeen systeem van controles op het nationale grondgebied en niet vereisen dat het voertuig halthoudt, en als de rechten, vrijheden en rechtmatige belangen van de betrokkene worden gewaarborgd.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Onverzekerd rijden, dat wil zeggen het rijden met een motorrijtuig zonder de verplichte aansprakelijkheidsverzekering, wordt in de Unie een steeds groter probleem. De kosten zijn geraamd op 870 miljoen EUR aan schadevorderingen in 2011 voor de Unie als geheel. Er zij op gewezen dat onverzekerd rijden negatieve gevolgen heeft voor een breed scala van belanghebbenden: slachtoffers van ongevallen, verzekeraars, garantiefondsen en motorrijtuigenverzekeringnemers.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Doeltreffende en efficiënte bescherming van slachtoffers van verkeersongevallen vereist dat die slachtoffers altijd worden vergoed voor hun lichamelijk letsel of voor hun materiële schade, ongeacht of de verzekeringsonderneming van de aansprakelijke voor het ongeval al dan niet solvent is. De lidstaten moeten derhalve een orgaan oprichten of aanwijzen dat benadeelden die gewoonlijk op hun grondgebied wonen, initieel vergoedt en het recht heeft om die schadevergoeding te verhalen op het orgaan dat voor hetzelfde doel is opgericht of aangewezen in de lidstaat van vestiging van de verzekeringsonderneming die de polis van het voertuig van de aansprakelijke voor het ongeval heeft afgegeven. Om te voorkomen dat parallel vorderingen worden ingediend, mag slachtoffers van verkeersongevallen echter niet worden toegestaan dat zij een verzoek tot schadevergoeding bij dat orgaan indienen als zij hun verzoek tot schadevergoeding al bij de betrokken verzekeringsonderneming hebben ingediend of daartegen al een vordering hebben ingesteld, en dat verzoek nog in behandeling is of die vordering nog aanhangig is.

(7)  Doeltreffende en efficiënte bescherming van slachtoffers van verkeersongevallen vereist dat die slachtoffers altijd worden vergoed voor hun lichamelijk letsel of voor hun materiële schade, ongeacht of de verzekeringsonderneming van de aansprakelijke voor het ongeval al dan niet solvent is. De lidstaten moeten derhalve een orgaan oprichten of aanwijzen dat benadeelden die gewoonlijk op hun grondgebied wonen, onverwijld initieel vergoedt en het recht heeft om die schadevergoeding te verhalen op het orgaan dat voor hetzelfde doel is opgericht of aangewezen in de lidstaat van vestiging van de verzekeringsonderneming die de polis van het voertuig van de aansprakelijke voor het ongeval heeft afgegeven. Om te voorkomen dat parallel vorderingen worden ingediend, mag slachtoffers van verkeersongevallen echter niet worden toegestaan dat zij een verzoek tot schadevergoeding bij dat orgaan indienen als zij hun verzoek tot schadevergoeding al bij de betrokken verzekeringsonderneming hebben ingediend of daartegen al een vordering hebben ingesteld, en dat verzoek nog in behandeling is of die vordering nog aanhangig is.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Eerdere verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringnemers die een nieuw verzekeringscontract met een verzekeringsonderneming willen sluiten, moeten gemakkelijk authenticeerbaar zijn, zodat dergelijke verklaringen gemakkelijker kunnen worden erkend bij de sluiting van een nieuwe verzekeringspolis. Om de verificatie en de authenticatie van verklaringen betreffende het schadeverleden te vereenvoudigen, is het belangrijk dat de vorm en inhoud van die verklaringen in alle lidstaten dezelfde zijn. Bovendien mogen verzekeringsondernemingen die bij de bepaling van de premies voor de motorrijtuigenverzekering met het schadeverleden rekening houden, niet discrimineren op basis van nationaliteit of louter op basis van de vorige lidstaat van woonplaats van de verzekeringnemer. Om de lidstaten in staat te stellen te verifiëren hoe verzekeringsondernemingen de verklaringen betreffende het schadeverleden behandelen, moeten verzekeringsondernemingen hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken.

(8)  Eerdere verklaringen betreffende het schadeverleden van verzekeringnemers die een nieuw verzekeringscontract met een verzekeringsonderneming willen sluiten, moeten gemakkelijk authenticeerbaar zijn, zodat dergelijke verklaringen gemakkelijker kunnen worden erkend bij de sluiting van een nieuwe verzekeringspolis. Om de verificatie en de authenticatie van verklaringen betreffende het schadeverleden te vereenvoudigen, is het belangrijk dat de vorm en inhoud van die verklaringen in alle lidstaten dezelfde zijn. Bovendien moeten verzekeringsondernemingen voor de bepaling van de premies voor de motorrijtuigenverzekering een verplicht bonus-malussysteem gebruiken. Er moet rekening worden gehouden met verklaringen betreffende het schadeverleden. Er mag niet worden gediscrimineerd op basis van nationaliteit of louter op basis van de vorige lidstaat van woonplaats van de verzekeringnemer. Om de lidstaten in staat te stellen te verifiëren hoe verzekeringsondernemingen de verklaringen betreffende het schadeverleden behandelen, moeten verzekeringsondernemingen hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In het kader van de evaluatie van de werking van de richtlijn moet de Europese Commissie de toepassing van de richtlijn monitoren, rekening houdend met het aantal slachtoffers, het bedrag aan uitstaande verzoeken ten gevolge van vertragingen bij de uitkering naar aanleiding van gevallen van grensoverschrijdende insolventie, het niveau van de minimumdekkingsbedragen in de lidstaten, het bedrag aan verzoeken ten gevolge van onverzekerd rijden met betrekking tot grensoverschrijdend verkeer en het aantal klachten over verklaringen betreffende het schadeverleden.

(11)  In het kader van de evaluatie van de werking van de richtlijn moet de Europese Commissie de toepassing van de richtlijn monitoren, rekening houdend met het aantal slachtoffers, het bedrag aan uitstaande verzoeken ten gevolge van vertragingen bij de uitkering naar aanleiding van gevallen van grensoverschrijdende insolventie, het niveau van de minimumdekkingsbedragen in de lidstaten, het bedrag aan verzoeken ten gevolge van onverzekerd rijden met betrekking tot grensoverschrijdend verkeer en het aantal klachten over verklaringen betreffende het schadeverleden.In het kader van de evaluatie van de werking van Richtlijn 2009/103/EG moet de Commissie ook onderzoeken en beoordelen of deze in het licht van de technologische vooruitgang, met inbegrip van het toenemende gebruik van autonome en semi-autonome voertuigen, nog steeds haar doel dient, namelijk de slachtoffers van verkeersongevallen beschermen tegen de insolventie van verzekeraars bij ongevallen veroorzaakt door voertuigen. Tegelijk moet dit toezicht toekomstbestendig zijn en ervoor trachten te zorgen dat aan de doelstellingen van de richtlijn wordt voldaan wat betreft nieuwe technologische ontwikkelingen op gebieden zoals elektrische voertuigen en autonome en semi-autonome voertuigen.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, met name de slachtoffers van verkeersongevallen in de hele Unie een gelijke minimumbescherming garanderen en de bescherming van slachtoffers in geval van insolventie van verzekeringsondernemingen garanderen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege hun gevolgen beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(12)  Daar de doelstellingen van deze richtlijn, met name de slachtoffers van verkeersongevallen in de hele Unie een gelijke minimumbescherming garanderen, de bescherming van slachtoffers in geval van insolventie van verzekeringsondernemingen garanderen en potentiële verzekeringnemers die binnengrenzen van de Unie overschrijden, een gelijke behandeling garanderen bij de authenticatie van verklaringen betreffende het schadeverleden door verzekeraars, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege hun gevolgen beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Aan artikel 2 wordt een nieuw lid toegevoegd:

 

"Deze richtlijn is enkel van toepassing op motorvoertuigen die vallen onder Verordening (EU) 2018/858*, Verordening (EU) nr. 167/2013** of Verordening (EU) nr. 168/2013***.

 

* Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).

 

** Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 1).

 

*** Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52)."

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zij kunnen echter dergelijke verzekeringscontroles verrichten mits die controles niet-discriminerend zijn en noodzakelijk en evenredig om het nagestreefde doel te bereiken, en:

Zij kunnen echter dergelijke verzekeringscontroles verrichten mits die controles niet-discriminerend zijn en noodzakelijk en evenredig om het nagestreefde doel te bereiken, de rechten, vrijheden en rechtmatige belangen van de betrokkene waarborgen, en:

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 – alinea2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen of organen als bedoeld in de tweede alinea, wanneer zij rekening houden met verklaringen betreffende het schadeverleden die door andere verzekeringsondernemingen of andere organen als bedoeld in de tweede alinea zijn verstrekt, verzekeringnemers niet op een discriminerende manier behandelen of geen hogere premies in rekening brengen vanwege hun nationaliteit of louter op basis van hun vorige lidstaat van woonplaats.

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen en organen als bedoeld in de tweede alinea, wanneer zij rekening houden met verklaringen betreffende het schadeverleden die door andere verzekeringsondernemingen of andere organen als bedoeld in de tweede alinea zijn verstrekt, verzekeringnemers niet op een discriminerende manier behandelen of geen hogere premies in rekening brengen vanwege hun nationaliteit of louter op basis van hun vorige lidstaat van woonplaats.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 – alinea 2 bis bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen en organen als bedoeld in de tweede alinea in hun wettelijke-aansprakelijkheidsverzekeringscontracten voor motorrijtuigen een verplicht bonus-malussysteem opnemen, waarbij het bedrag van de verzekeringspremies van elke verzekeringnemer wordt berekend overeenkomstig de verklaringen betreffende het schadeverleden.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 16 – alinea 2 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken.

De lidstaten zorgen ervoor dat verzekeringsondernemingen hun beleid op het gebied van het gebruik van verklaringen betreffende het schadeverleden bij de premieberekening bekendmaken, met name ook wat betreft het bonus-malussysteem dat zij gebruiken.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6

Richtlijn 2009/103/EG

Artikel 28 quater

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk zeven jaar na de datum van omzetting van deze richtlijn wordt een evaluatie van deze richtlijn verricht. De Commissie deelt de conclusies van de evaluatie samen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

Uiterlijk vijf jaar na de datum van omzetting van deze richtlijn wordt een evaluatie van deze richtlijn verricht. In het bijzonder wordt beoordeeld of deze richtlijn doelmatig is met betrekking tot technologische ontwikkelingen op het gebied van autonome en semi-autonome voertuigen, en wordt onderzocht of de aansprakelijkheidsregeling van deze richtlijn rekening houdt met de nieuwe technologische omstandigheden, dan wel of er, om het gebruik van nieuwe technologieën niet in de weg te staan, een nieuw, niet-opzettelijk gepleegd strafbaar feit moet worden geïntroduceerd dat louter op autonome voertuigen als bron van gevaar is gebaseerd en tegelijk geen ongecontroleerde aansprakelijkheidsrisico's inhoudt. De Commissie deelt de conclusies van de evaluatie samen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

(Technische fout: de richtlijn in kwestie is voorstel voor een richtlijn 2018/0168(COD) tot wijziging van Richtlijn 2009/103/EG.)

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid

Document- en procedurenummers

COM(2018)0336 – C8-0211/2018 – 2018/0168(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

IMCO

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

11.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Joëlle Bergeron

9.7.2018

Behandeling in de commissie

11.10.2018

20.11.2018

 

 

Datum goedkeuring

10.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Joëlle Bergeron, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Mady Delvaux, Mary Honeyball, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, António Marinho e Pinto, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Sergio Gaetano Cofferati, Luis de Grandes Pascual, Tiemo Wölken, Kosma Złotowski

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

18

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, António Marinho e Pinto

ECR

Kosma Złotowski

EFDD

Joëlle Bergeron

GUE/NGL

Kostas Chrysogonos

PPE

Daniel Buda, Luis de Grandes Pascual, Pavel Svoboda, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

S&D

Sergio Gaetano Cofferati, Mady Delvaux, Mary Honeyball, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Evelyn Regner, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Julia Reda

0

-

 

 

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid

Document- en procedurenummers

COM(2018)0336 – C8-0211/2018 – 2018/0168(COD)

Datum indiening bij EP

24.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

IMCO

11.6.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

11.6.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Dita Charanzová

19.6.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

10.10.2018

21.11.2018

21.1.2019

 

Datum goedkeuring

22.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Pascal Arimont, Dita Charanzová, Carlos Coelho, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Philippe Juvin, Morten Løkkegaard, Eva Maydell, Marlene Mizzi, Nosheena Mobarik, Jiří Pospíšil, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Mihai Ţurcanu, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Biljana Borzan, Edward Czesak, Martin Schirdewan, Adam Szejnfeld, Josef Weidenholzer

Datum indiening

28.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

34

+

ALDE

ECR

EFDD

ENF

GUE/NGL

PPE

 

 

S&D

 

Verts/ALE

Dita Charanzová, Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

Edward Czesak, Daniel Dalton, Nosheena Mobarik, Anneleen Van Bossuyt

Marco Zullo

Mylène Troszczynski

Dennis de Jong, Martin Schirdewan

Pascal Arimont, Carlos Coelho, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Philippe Juvin, Eva Maydell, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Adam Szejnfeld, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mihai Ţurcanu

Biljana Borzan, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Josef Weidenholzer

Pascal Durand, Igor Šoltes

1

-

ENF

John Stuart Agnew

2

0

EFDD

S&D

Robert Jarosław Iwaszkiewicz

Marlene Mizzi

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 4 februari 2019Juridische mededeling