Procedure : 2018/0189(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0036/2019

Ingediende teksten :

A8-0036/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0361

VERSLAG     ***I
PDF 266kWORD 103k
28.1.2019
PE 631.792v02-00 A8-0036/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de actie van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

(COM(2018)0365 – C8-0383/2018 – 2018/0189(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Virginie Rozière

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES VAN DE COMMISSIE LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de actie van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

(COM(2018)0365 – C8-0383/2018 – 2018/0189(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2018)0365),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0383/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8‑0036/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Om ervoor te zorgen dat de Unie haar exclusieve bevoegdheid op het gebied van gemeenschappelijk handelsbeleid ten volle kan uitoefenen, wordt zij krachtens Besluit (EU) .../... van de Raad2 overeenkomstsluitende partij bij de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen3 (hierna de "Akte van Genève" genoemd). De overeenkomstsluitende partijen bij de Akte van Genève zijn lid van een bijzondere unie die is opgericht bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen4 (hierna de "bijzondere unie" genoemd). Overeenkomstig artikel 3 van Besluit (EU) .../... moet de Unie in de bijzondere unie worden vertegenwoordigd door de Commissie.

(1)  Om ervoor te zorgen dat de Unie haar exclusieve bevoegdheid op het gebied van gemeenschappelijk handelsbeleid ten volle kan uitoefenen en volledig kan voldoen aan haar verplichtingen die zij is aangegaan in het kader van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS) van de Wereldhandelsorganisatie, wordt zij krachtens Besluit (EU) .../... van de Raad overeenkomstsluitende partij bij de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen3 (hierna de "Akte van Genève" genoemd). De overeenkomstsluitende partijen bij de Akte van Genève zijn lid van een bijzondere unie die is opgericht bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (hierna de "bijzondere unie" genoemd). Overeenkomstig artikel 3 van Besluit (EU) .../... moet de Unie in de bijzondere unie worden vertegenwoordigd door de Commissie.

__________________

__________________

2 http://www.wipo.int/edocs/lexdocs/treaties/en/lisbon/trt_lisbon_009en.pdf.

 

3 PB L […] van […], blz. […].

3 PB L […] van […], blz. […].

4 http://www.wipo.int/export/sites/www/lisbon/en/legal_texts/lisbon_agreement.pdf.

 

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Op 6 oktober 2015 heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen over de mogelijke uitbreiding van de bescherming door de Europese Unie van geografische aanduidingen tot niet‑landbouwproducten, waarin het zijn standpunten hieromtrent uiteenzet.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève moet de Commissie eerst bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna het "internationaal bureau" genoemd) een aanvraag indienen tot inschrijving in zijn register (hierna het "internationaal register" genoemd) van een lijst van geografische aanduidingen die afkomstig zijn uit en beschermd zijn op het grondgebied van de Unie. De criteria voor het opstellen van die lijst moeten, net zoals bij bepaalde bilaterale en regionale overeenkomsten van de Unie betreffende de bescherming van geografische aanduidingen, met name rekening houden met de productiewaarde en de exportwaarde, met bescherming in het kader van andere overeenkomsten en met bestaand of mogelijk misbruik in de betrokken derde landen.

(4)  Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève moet de Commissie eerst bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna het "internationaal bureau" genoemd) een aanvraag indienen tot inschrijving in zijn register (hierna het "internationaal register" genoemd) van een lijst van geografische aanduidingen die afkomstig zijn uit en beschermd zijn op het grondgebied van de Unie, in het kader van een nauwe samenwerking met de lidstaten, de brancheorganisaties en de betrokken producenten. Om de Commissie in staat te stellen een dergelijke lijst op te stellen, moet een lidstaat, een belanghebbende producentengroepering of een enkele producent die gebruikmaakt van een geografische aanduiding die in de Unie is beschermd en ingeschreven, de Commissie daarom in kennis stellen van de namen van de geografische aanduidingen die hij in die lijst wil opnemen. De Commissie dient die geografische aanduidingen op te nemen in deze lijst. De Commissie moet echter bezwaar kunnen maken tegen de toevoeging van een specifieke geografische aanduiding in de lijst van geografische aanduidingen die afkomstig zijn uit en beschermd zijn op het grondgebied van de Unie op basis van criteria die vaak worden gebruikt voor bepaalde bilaterale en regionale overeenkomsten van de Unie betreffende de bescherming van geografische aanduidingen, met name de productiewaarde en de exportwaarde, bescherming in het kader van andere overeenkomsten en bestaand of mogelijk misbruik in de betrokken derde landen, en moet haar besluit in dit verband motiveren. Voorts dient de lijst alle geografische aanduidingen te omvatten die momenteel krachtens Unierecht zijn beschermd en in het internationaal register zijn ingeschreven door de lidstaten die al lid waren van de bijzondere unie vóór de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om ervoor te zorgen dat extra geografische aanduidingen die in de Unie beschermd en ingeschreven zijn, in het internationaal register worden ingeschreven, moet het de Commissie worden toegestaan in een latere fase aanvragen tot internationale inschrijving van die extra geografische aanduidingen in te dienen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende producentengroepering of, in uitzonderlijke gevallen, van een enkele producent.

(5)  Om ervoor te zorgen dat extra geografische aanduidingen die in de Unie beschermd en ingeschreven zijn, in het internationaal register worden ingeschreven, ook na de eventuele uitbreiding van de bescherming tot geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten, moet het de Commissie worden toegestaan in een latere fase aanvragen tot internationale inschrijving van die extra geografische aanduidingen in te dienen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een lidstaat, het Europees Parlement, relevante brancheorganisaties of een belanghebbende producentengroepering of, in uitzonderlijke gevallen, van een enkele producent. De Commissie moet daarom regelmatig overleggen met alle relevante belanghebbenden. De toetreding van de Unie tot de Akte van Genève mag bovendien geen afbreuk doen aan de huidige en toekomstige bescherming van geografische aanduidingen in bilaterale vrijhandelsovereenkomsten.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  De toevoeging van geografische aanduidingen aan het internationaal register moet het leveren van kwaliteitsproducten, eerlijke concurrentie en consumentenbescherming ten goede komen. De toevoeging van geografische aanduidingen heeft weliswaar een belangrijke culturele en economische waarde, maar moet worden beoordeeld in termen van toegevoegde waarde voor lokale gemeenschappen, teneinde de plattelandsontwikkeling te ondersteunen en nieuwe werkgelegenheid in de productie, verwerking en andere aanverwante diensten te bevorderen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)  De Commissie moet voorzien in een mechanisme voor regelmatig overleg met de lidstaten, de brancheorganisaties en de producenten in de Unie, om een permanente dialoog met de relevante belanghebbenden tot stand te brengen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Er moet worden voorzien in een procedure voor de intrekking van een weigering van bescherming, met name in het geval van verdere ontwikkelingen in het Unierecht die de bescherming van geografische aanduidingen voor niet‑landbouwproducten mogelijk maken.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Het is mogelijk dat de zeven lidstaten die lid waren van de bijzondere unie ook willen deelnemen aan de Akte van Genève om de geografische aanduidingen te beschermen die op het niveau van de Unie geen horizontale bescherming genieten. Om hen hiertoe in staat te stellen, moet worden overwogen hun de mogelijkheid te geven gedeeltelijk aan de Akte van Genève deel te nemen, onverminderd de bevoegdheden van de Unie, voor zover van toepassing.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Om mogelijke tekorten in de operationele begroting van de bijzondere unie op te vangen, moet de Unie kunnen voorzien in een bijzondere bijdrage binnen het budget dat daarvoor beschikbaar is in de jaarlijkse begroting van de Unie.

(10)  Om mogelijke tekorten in de operationele begroting van de bijzondere unie op te vangen, moet de Unie kunnen voorzien in een bijzondere bijdrage binnen het budget dat daarvoor beschikbaar is in de jaarlijkse begroting van de Unie, gezien de economische en culturele waarde van de bescherming van geografische aanduidingen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Om eenvormige voorwaarden voor de implementatie van het Unielidmaatschap van de bijzondere unie te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor de opstelling van een lijst van geografische aanduidingen voor de indiening van een aanvraag tot internationale inschrijving bij het internationaal bureau na de toetreding tot de Akte van Genève, voor de latere indiening van een aanvraag tot internationale inschrijving van een geografische aanduiding bij het internationaal bureau, voor de afwijzing van een oppositie, voor een besluit over het al dan niet verlenen van bescherming aan een in het internationaal register ingeschreven geografische aanduiding en voor de opheffing van de bescherming in de Unie van een in het internationaal register ingeschreven geografische aanduiding. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad7,

(11)  Om eenvormige voorwaarden voor de implementatie van het Unielidmaatschap van de bijzondere unie te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor de opstelling van een lijst van geografische aanduidingen voor de indiening van een aanvraag tot internationale inschrijving bij het internationaal bureau na de toetreding tot de Akte van Genève, voor de latere indiening van een aanvraag tot internationale inschrijving van een geografische aanduiding bij het internationaal bureau, voor de afwijzing van een oppositie, voor een besluit over het al dan niet verlenen van bescherming aan een in het internationaal register ingeschreven geografische aanduiding, voor de opheffing van de bescherming in de Unie van een in het internationaal register ingeschreven geografische aanduiding en voor de intrekking van de weigering van de gevolgen van een internationale inschrijving. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad7. De lijst van de comités in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 moet worden bijgewerkt indien verdere ontwikkelingen in het Unierecht de bescherming van niet‑landbouwproducten mogelijk maken.

__________________

__________________

7 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

7 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  Met het oog op de volledige deelname van de Unie aan de Akte van Genève moet een systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten worden opgezet middels horizontale wetgeving op het niveau van de Unie. Daartoe zou het passend zijn dat de Commissie zo snel mogelijk een wetgevingsvoorstel indient om de krachtens Unierecht verleende bescherming van geografische aanduidingen uit te breiden tot niet-landbouwproducten. Deze verordening mag geen gevolgen hebben voor in de lidstaten beschermde geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten totdat een dergelijk systeem is ingevoerd.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 ter)  Gezien de nog altijd beperkte deelname van derde overeenkomstsluitende partijen aan de Akte van Genève, is het van belang ervoor te zorgen dat de Commissie de deelname van de Unie aan deze akte door de jaren heen volgt en evalueert. Bij een dergelijke evaluatie moet de Commissie onder meer rekening houden met het aantal krachtens Unierecht beschermde geografische aanduidingen waarvan kennis is gegeven, de aanduidingen die door derden zijn afgewezen, de ontwikkeling van het aantal derde landen dat deelneemt aan de Akte van Genève, de door de Commissie getroffen maatregelen ter verhoging van dit aantal en het aantal geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten van derde overeenkomstsluitende partijen die door de Commissie zijn afgewezen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In deze verordening worden oorsprongsbenamingen, waaronder die welke worden bedoeld in Verordening (EU) nr. 1151/2012 en Verordening (EU) nr. 1308/2013, en geografische aanduidingen tezamen aangeduid als "geografische aanduidingen".

In deze verordening worden oorsprongsbenamingen, waaronder die welke worden bedoeld in Verordening (EU) nr. 1151/2012 en Verordening (EU) nr. 1308/2013, en geografische aanduidingen tezamen aangeduid als "geografische aanduidingen", zowel voor landbouw- als voor niet‑landbouwproducten.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 2

Artikel 2

Internationale inschrijving van geografische aanduidingen bij toetreding

Internationale inschrijving van geografische aanduidingen bij toetreding

Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève dient de Commissie bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna het "internationaal bureau" genoemd) krachtens artikel 5, leden 1 en 2, van de Akte van Genève een aanvraag in tot internationale inschrijving van geografische aanduidingen die krachtens Unierecht beschermd en ingeschreven zijn en die betrekking hebben op producten uit de Unie.

1. Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève dient de Commissie bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna het "internationaal bureau" genoemd) krachtens artikel 5, leden 1 en 2, van de Akte van Genève een aanvraag in tot internationale inschrijving van geografische aanduidingen die krachtens Unierecht beschermd en ingeschreven zijn en die betrekking hebben op producten uit de Unie.

Bij de beoordeling of een aanvraag tot internationale inschrijving al dan niet wordt ingediend, houdt de Commissie rekening met de in artikel 2, derde alinea, genoemde criteria. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

De Commissie stelt een uitvoeringshandeling met een lijst van in de eerste alinea bedoelde geografische aanduidingen vast overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2. De Commissie stelt een uitvoeringshandeling met een lijst van in lid 1 van dit artikel bedoelde geografische aanduidingen vast overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Die lijst bevat alle Europese geografische aanduidingen die al in het internationaal register zijn ingeschreven door de lidstaten die overeenkomstsluitende partij waren bij de bijzondere unie vóór de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève.

 

3. Uiterlijk ... [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt een autoriteit van een lidstaat, of een belanghebbende producentengroepering of een enkele producent die gebruikmaakt van een geografische aanduiding die in de Unie beschermd en ingeschreven is, de Commissie in kennis van de namen van de geografische aanduidingen die zij willen opnemen in de in lid 2 bedoelde lijst van geografische aanduidingen.

Bij de opstelling van de in de tweede alinea bedoelde lijst houdt de Commissie met name rekening met:

Bij de opstelling van de in lid 2 bedoelde lijst neemt de Commissie alle geografische aanduidingen op waarvan het in kennis werd gesteld overeenkomstig de eerste alinea van dit lid.

 

De Commissie kan echter, in nauwe samenwerking met de lidstaten, de brancheorganisaties en de betrokken producenten, weigeren een specifieke geografische aanduiding in die lijst op te nemen en dient haar besluit te motiveren, waarbij zij met name rekening houdt met:

(a)  de productiewaarde van de geografische aanduiding;

 

(b)  de exportwaarde van de geografische aanduiding;

(b)  de exportwaarde van de geografische aanduiding of het exportpotentieel ervan, of beide;

 

(b bis)  het bijzondere economische en regionale belang van de geografische aanduiding;

(c)  de bescherming van de geografische aanduiding in het kader van andere internationale overeenkomsten;

 

(d)  bestaand of mogelijk misbruik van de geografische aanduiding in andere leden van de bijzondere unie;

 

(e)  het totale aantal in het register van het internationaal bureau (hierna het "internationaal register" genoemd) ingeschreven geografische aanduidingen van de andere leden van de bijzondere unie.

 

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 3

Artikel 3

Latere internationale inschrijving van geografische aanduidingen van de Unie

Latere internationale inschrijving van geografische aanduidingen van de Unie

Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève kan de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende producentengroepering of één enkele producent die gebruikmaakt van een geografische aanduiding die in de Unie beschermd en ingeschreven is, uitvoeringshandelingen vaststellen voor de indiening bij het internationaal bureau van een aanvraag tot internationale inschrijving van een geografische aanduiding die krachtens Unierecht beschermd en ingeschreven is en die betrekking heeft op een product uit de Unie.

Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève kan de Commissie op eigen initiatief of moet de Commissie op verzoek van een lidstaat, het Europees Parlement, een belanghebbende producentengroepering of één enkele producent die gebruikmaakt van een geografische aanduiding die in de Unie beschermd en ingeschreven is, uitvoeringshandelingen vaststellen voor de indiening bij het internationaal bureau van een aanvraag tot internationale inschrijving van een geografische aanduiding die krachtens Unierecht beschermd en ingeschreven is en die betrekking heeft op een product uit de Unie. Hiertoe overlegt de Commissie regelmatig met de lidstaten, de brancheorganisaties en de producenten in de Unie.

Bij de beoordeling of een aanvraag tot internationale inschrijving al dan niet wordt ingediend, houdt de Commissie rekening met de in artikel 2, derde alinea, genoemde criteria. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Beoordeling van in het internationaal register ingeschreven geografische aanduidingen van derde landen

Beoordeling van in het internationaal register ingeschreven geografische aanduidingen van derde landen

(1)  De Commissie beoordeelt de door het internationale bureau krachtens artikel 6, lid 4, van de Akte van Genève gemelde publicatie van in het internationaal register ingeschreven geografische aanduidingen ingeval de overeenkomstsluitende partij van oorsprong, als bedoeld in artikel 1, punt xv, van de Akte van Genève, geen lidstaat is, om uit te maken of deze publicatie de verplichte elementen bevat die zijn genoemd in regel 5, punt 2, van de gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon anderzijds (hierna "gemeenschappelijke regels" genoemd)8, evenals de bijzonderheden over de kwaliteit, de reputatie of de kenmerken zoals vastgelegd in regel 5, punt 3, van de gemeenschappelijke regels, en om uit te maken of de publicatie geen betrekking heeft op een product dat momenteel al bescherming geniet in de Unie. De termijn voor deze beoordeling mag niet langer zijn dan vier maanden en mag geen toetsing aan andere specifieke Uniebepalingen over het op de markt brengen van producten, en met name over sanitaire en fytosanitaire normen, handelsnormen en de etikettering van levensmiddelen omvatten.

1.  De Commissie beoordeelt de door het internationale bureau krachtens artikel 6, lid 4, van de Akte van Genève gemelde publicatie van in het internationaal register ingeschreven geografische aanduidingen ingeval de overeenkomstsluitende partij van oorsprong, als bedoeld in artikel 1, punt xv, van de Akte van Genève, geen lidstaat is, om uit te maken of deze publicatie de verplichte elementen bevat die zijn genoemd in regel 5, punt 2, van de gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon anderzijds (hierna "gemeenschappelijke regels" genoemd)8, evenals de bijzonderheden over de kwaliteit, de reputatie of de kenmerken zoals vastgelegd in regel 5, punt 3, van de gemeenschappelijke regels, en om uit te maken of de publicatie geen betrekking heeft op een product dat al bescherming geniet in de Unie. De termijn voor deze beoordeling mag niet langer zijn dan vier maanden en mag geen toetsing aan andere specifieke Uniebepalingen over het op de markt brengen van producten, en met name over sanitaire en fytosanitaire normen, handelsnormen en de etikettering van levensmiddelen omvatten.

(2)  Wanneer de Commissie op basis van de krachtens lid 1 verrichte beoordeling meent dat op het eerste gezicht is voldaan aan de in die alinea vastgestelde voorwaarden, maakt zij de geografische aanduiding die ter bescherming in de Unie is voorgesteld, samen met de soort product en het land van oorsprong bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-serie).

2.  Wanneer de Commissie op basis van de krachtens lid 1 verrichte beoordeling meent dat op het eerste gezicht is voldaan aan de in die alinea vastgestelde voorwaarden, maakt zij de geografische aanduiding die ter bescherming in de Unie is voorgesteld, samen met de soort product en het land van oorsprong bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie (C‑serie).

(3)  Wanneer de Commissie op basis van de krachtens lid 1 verrichte beoordeling meent dat niet is voldaan aan de in die alinea vastgestelde voorwaarden, neemt zij een besluit tot weigering van bescherming van de geografische aanduiding door middel van een uitvoeringshandeling die wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Voor geografische aanduidingen van producten die niet onder de bevoegdheid van de comités als bedoeld in artikel 13, lid 1 vallen, neemt de Commissie het besluit zonder toepassing van de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3.  Wanneer de Commissie op basis van de krachtens lid 1 verrichte beoordeling meent dat niet is voldaan aan de in die alinea vastgestelde voorwaarden, neemt zij een gemotiveerd besluit tot weigering van bescherming van de geografische aanduiding door middel van een uitvoeringshandeling die wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Overeenkomstig artikel 15, lid 1, van de Akte van Genève stelt de Commissie het internationaal bureau binnen een jaar na ontvangst van de kennisgeving van de internationale inschrijving krachtens artikel 6, lid 4, van de Akte van Genève in kennis van de weigering van de gevolgen van de betrokken internationale inschrijving op het grondgebied van de Unie.

Overeenkomstig artikel 15, lid 1, van de Akte van Genève stelt de Commissie het internationaal bureau binnen een jaar na ontvangst van de kennisgeving van de internationale inschrijving krachtens artikel 6, lid 4, van de Akte van Genève in kennis van de weigering van de gevolgen van de betrokken internationale inschrijving op het grondgebied van de Unie.

 

3 bis.  Indien na de kennisgeving van de weigering van de gevolgen van de betrokken internationale inschrijving op het grondgebied van de Unie vanwege het ontbreken van bescherming voor een productcategorie in het kader van de geografische aanduidingen van de Unie, verdere ontwikkelingen in het Unierecht de bescherming van de betreffende productcategorie mogelijk maken, beoordeelt de Commissie opnieuw of de eerder geweigerde geografische aanduiding nu op het grondgebied van de Unie kan worden beschermd.

 

Indien de Commissie op basis van de krachtens dit lid verrichte beoordeling meent dat niet is voldaan aan de in lid 1 vastgestelde voorwaarden, neemt zij een besluit tot intrekking van de weigering door middel van een uitvoeringshandeling die wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Overeenkomstig artikel 16 van de Akte van Genève stelt de Commissie het internationaal bureau in kennis van de intrekking van de weigering van de gevolgen van de betrokken internationale inschrijving op het grondgebied van de Unie.

_________________

_________________

8 Gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon anderzijds, als aangenomen door de vergadering van de Unie van Lissabon op 11 oktober 2017, http://www.wipo.int/meetings/en/doc_details.jsp?doc_id=376416, Doc. WIPO A/57/11 van 11 oktober 2017.

8 Gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon anderzijds, als aangenomen door de vergadering van de Unie van Lissabon op 11 oktober 2017, Doc. WIPO A/57/11 van 11 oktober 2017.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Binnen twee maanden na de bekendmaking van de naam van de geografische aanduiding in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 4, lid 2, kunnen de autoriteiten van een lidstaat of een derde land dat geen overeenkomstsluitende partij van oorsprong is, of een natuurlijk of rechtspersoon met een rechtmatig belang die gevestigd is in de Unie of in een derde land dat geen overeenkomstsluitende partij van oorsprong is, bij de Commissie een oppositie indienen in een van de officiële talen van de Unie.

(1)  Binnen zes maanden na de bekendmaking van de naam van de geografische aanduiding in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 4, lid 2, kunnen de autoriteiten van een lidstaat of een derde land dat geen overeenkomstsluitende partij van oorsprong is, of een natuurlijk of rechtspersoon met een rechtmatig belang die gevestigd is in de Unie of in een derde land dat geen overeenkomstsluitende partij van oorsprong is, bij de Commissie een oppositie indienen in een van de officiële talen van de Unie.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de in het internationaal register ingeschreven geografische aanduiding heeft betrekking op een product dat momenteel geen bescherming geniet in de Unie;

Schrappen

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 13 bis

 

Toezicht en evaluatie

 

1.   Uiterlijk ... [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] beoordeelt de Commissie de deelname van de Unie aan de Akte van Genève en legt zij een verslag over de belangrijkste bevindingen voor aan het Europees Parlement en de Raad.

 

De beoordeling berust onder meer op de volgende aspecten:

 

a)   het aantal krachtens Unierecht beschermde geografische aanduidingen waarvan een kennisgeving is ontvangen, met een motivering voor de keuze van die aanduidingen waarvan kennis is gegeven, en de krachtens Unierecht beschermde geografische aanduidingen die door derden zijn afgewezen;

 

b)   de ontwikkeling van het aantal derde landen dat deelneemt aan de Akte van Genève en de door de Commissie getroffen maatregelen om het aantal te verhogen; en

 

c)   het aantal geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten uit derde landen die door de Commissie zijn afgewezen.

 

2.   Uiterlijk ... [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie in voorkomend geval een wetgevingsvoorstel in om de krachtens Unierecht verleende bescherming van geografische aanduidingen uit te breiden tot niet‑landbouwproducten, in afwachting van de volledige deelname van de Unie aan de Akte van Genève.

(1)

  Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

De Overeenkomst van Lissabon betreffende de bescherming van oorsprongsbenamingen en hun internationale inschrijving is een verdrag uit 1958 op grond waarvan het mogelijk is bescherming te verkrijgen voor oorsprongsbenamingen op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Momenteel zijn achtentwintig landen partij bij de Overeenkomst, waaronder zeven lidstaten van de Europese Unie. De Unie zelf is echter geen overeenkomstsluitende partij, omdat in de Overeenkomst van Lissabon is bepaald dat alleen landen lid mogen worden.

De Overeenkomst van Lissabon is herzien door middel van de Akte van Genève, die de internationale organisaties in staat stelt overeenkomstsluitende partij te worden. Het Parlement zal daarom worden verzocht zijn goedkeuring te hechten aan de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève, zodat de Unie haar exclusieve bevoegdheid op het gebied van het gemeenschappelijke handelsbeleid ten volle kan uitoefenen. Dit voorstel voor een verordening zal vervolgens de effectieve deelname van de Unie aan de Unie van Lissabon mogelijk maken.

Over het algemeen is de rapporteur ingenomen met het voorstel, dat de positie van de geografische aanduidingen van de Unie op het internationale toneel alsook het leiderschap van de Unie op het gebied van de bescherming van haar lokale cultuur en producenten zal consolideren en de handel in bepaalde Europese producten zal helpen bevorderen buiten de bilaterale overeenkomsten die de Unie met haar partners heeft gesloten.

De rapporteur is echter van mening dat de tekst enkele tekortkomingen vertoont die moeten worden aangepakt om het voorstel zo gunstig mogelijk te maken voor de geografische aanduidingen van de Unie.

1.  De rapporteur stelt voor dat de Commissie een eerste lijst van geografische aanduidingen indient op basis van de bijdragen van de lidstaten en relevante belanghebbenden. Zij zijn immers het beste in staat om de geografische aanduidingen aan te wijzen die in het internationaal register zouden moeten worden opgenomen. De rapporteur is bovendien van oordeel dat de Commissie in haar lijst alle geografische aanduidingen moet opnemen die momenteel krachtens Unierecht zijn beschermd en in het internationaal register zijn ingeschreven door de lidstaten die al lid waren van de bijzondere unie vóór de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève. Deze lijst moet in een later stadium worden herzien en zoveel mogelijk geografische aanduidingen van de Unie omvatten. Voorts moet het Parlement geografische aanduidingen kunnen voorstellen voor inschrijving in de Unie van Lissabon.

2.  Hoewel de Overeenkomst van Lissabon betrekking heeft op geografische aanduidingen voor zowel landbouw- als niet-landbouwproducten, voorziet de Unie niet in bescherming van niet-landbouwproducten. Dit is een ernstige tekortkoming die de Unie op dit moment belet volledig deel te nemen aan de Akte van Genève. Gezien de exclusieve bevoegdheid van de Unie, zullen de lidstaten die geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten beschermen deze aanduidingen bovendien niet meer kunnen beschermen op grond van de Akte van Genève. De rapporteur betreurt deze situatie, temeer omdat deze vóór de aanneming van deze akte had kunnen worden opgelost, aangezien het Parlement de afgelopen jaren herhaaldelijk heeft verzocht om verdere ontwikkeling van de bescherming van deze productcategorie. De rapporteur stelt daarom voor dat de Commissie snel een instrument invoert om geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten te beschermen middels horizontale wetgeving. Op basis van dat voorstel heeft de rapporteur wijzigingen in de verordening aangebracht om ervoor te zorgen dat deze geschikt blijft in het geval van verdere ontwikkelingen van het Unierecht met betrekking tot niet-landbouwproducten.

3.  Zeven lidstaten zijn lid van de Unie van Lissabon en hebben als zodanig de bescherming van geografische aanduidingen van derde landen aanvaard. De rapporteur is ingenomen met de invoering van een overgangsperiode om deze lidstaten in staat te stellen te voldoen aan hun internationale verplichtingen die zij vóór de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève zijn aangegaan. De rapporteur benadrukt tevens dat het noodzakelijk is om opties te onderzoeken die deze landen in staat stellen hun geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten volledig te blijven beschermen, zoals een gedeeltelijke deelname van deze landen aan de Akte van Genève.

4.  Hoewel de Akte van Genève internationale organisaties toestaat lid te zijn van de bijzondere unie, verleent zij hun niet automatisch stemrecht. Elke internationale organisatie beschikt namelijk over een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van haar lidstaten dat partij is bij de Akte. Gezien de exclusieve bevoegdheid van de Unie zou dit de Unie een stemrecht ontnemen. De rapporteur uit haar bezorgdheid over deze situatie en verzoekt de Commissie na te denken over een mogelijke oplossing voor dit probleem, bijvoorbeeld door de lidstaten te verzoeken het instrument te ratificeren in het belang van de Unie.


ADVIES van de Commissie internationale handel (3.12.2018)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de actie van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

(COM(2018)0365 – C8-0383/2018 – 2018/0189(COD))

Rapporteur voor advies: Christophe Hansen

BEKNOPTE MOTIVERING

Doel van dit voorstel is te zorgen voor een rechtskader voor een effectieve participatie van de EU in de Unie van Lissabon van de WIPO als zij eenmaal een overeenkomstsluitende partij is geworden bij de Akte van Genève. De rapporteur is ingenomen met het huidige voorstel dat is ingediend binnen een moeilijke geopolitieke context waarin door blokkades binnen de multilaterale fora helaas minder vooruitzicht is op substantiële vorderingen bij de bescherming van geografische aanduidingen. In het voorstel wordt de nadruk gelegd op diverse aspecten, waaronder de volgende onderwerpen:

1.  EU-lidmaatschap van de Akte van Genève biedt een aantal grote voordelen. De rapporteur is ermee ingenomen dat de bescherming die de Akte van Genève Europese geografische aanduidingen zou bieden, een potentieel grotere reikwijdte heeft. Voorts kan de Unie na toetreding tot de Akte van Genève door middel van bilaterale overeenkomsten met handelspartners die (nog) geen partij zijn bij de Akte van Genève blijven verzoeken om bescherming van geografische aanduidingen.

2.  De rapporteur wil, in het licht van eventuele koppeling in de toekomst, tevens onderstrepen dat het huidige voorstel verenigbaar is met de TRIPS-overeenkomst van de WTO.

3.  De EU moet een lijst indienen van geografische aanduidingen die is samengesteld op basis van de lijsten van gevestigde geografische aanduidingen van de EU. De lijst moet in nauwe samenspraak met de lidstaten en de relevante belanghebbenden worden opgesteld en kan later worden aangepast om nieuwe markteisen tot uitdrukking te brengen.

4.  De geografische aanduidingen van de EU krijgen dan in beginsel snelle onbeperkte bescherming op hoog niveau in alle huidige en toekomstige partijen bij de Akte van Genève, waarbij het multilaterale register en de ruime geografische reikwijdte van de bescherming krachtens de Akte van Genève de reputatie van deze geografische aanduidingen ten goede komt.

5.  Zeven lidstaten zijn lid van de Unie van Lissabon en hebben als zodanig de bescherming van geografische aanduidingen van derde landen aanvaard. Er is een overgangsperiode nodig om te voldoen aan de internationale verplichtingen die vóór de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève zijn aangegaan.

De rapporteur kan zich grotendeels vinden in deze wijzigingen, met uitzondering van de volgende amendementen.

AMENDEMENTEN

De Commissie internationale handel verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Om ervoor te zorgen dat de Unie haar exclusieve bevoegdheid op het gebied van gemeenschappelijk handelsbeleid ten volle kan uitoefenen, wordt zij krachtens Besluit (EU) .../... van de Raad2 overeenkomstsluitende partij bij de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen3 (hierna de "Akte van Genève" genoemd). De overeenkomstsluitende partijen bij de Akte van Genève zijn lid van een bijzondere unie die is opgericht bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen4 (hierna de "bijzondere unie" genoemd). Overeenkomstig artikel 3 van Besluit (EU) .../... moet de Unie in de bijzondere unie worden vertegenwoordigd door de Commissie.

(1)  Om ervoor te zorgen dat de Unie haar exclusieve bevoegdheid op het gebied van gemeenschappelijk handelsbeleid ten volle kan uitoefenen, waarbij zij handelt in volledige overeenstemming met de verplichtingen die zij is aangegaan in het kader van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS) van de Wereldhandelsorganisatie, wordt zij krachtens Besluit (EU) .../... van de Raad2 overeenkomstsluitende partij bij de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (hierna de "Akte van Genève" genoemd)3. De overeenkomstsluitende partijen bij de Akte van Genève zijn lid van een bijzondere unie die is opgericht bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen4 (hierna de "bijzondere unie" genoemd). Overeenkomstig artikel 3 van Besluit (EU) .../... moet de Unie in de bijzondere unie worden vertegenwoordigd door de Commissie.

__________________

__________________

2 http://www.wipo.int/edocs/lexdocs/treaties/en/lisbon/trt_lisbon_009en.pdf

2 http://www.wipo.int/edocs/lexdocs/treaties/en/lisbon/trt_lisbon_009en.pdf

3 PB L […] van […], blz. […].

3 PB L […] van […], blz. […].

4 http://www.wipo.int/export/sites/www/lisbon/en/legal_texts/lisbon_agreement.pdf

4 http://www.wipo.int/export/sites/www/lisbon/en/legal_texts/lisbon_agreement.pdf

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève moet de Commissie eerst bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna het "internationaal bureau" genoemd) een aanvraag indienen tot inschrijving in zijn register (hierna het "internationaal register" genoemd) van een lijst van geografische aanduidingen die afkomstig zijn uit en beschermd zijn op het grondgebied van de Unie. De criteria voor het opstellen van die lijst moeten, net zoals bij bepaalde bilaterale en regionale overeenkomsten van de Unie betreffende de bescherming van geografische aanduidingen, met name rekening houden met de productiewaarde en de exportwaarde, met bescherming in het kader van andere overeenkomsten en met bestaand of mogelijk misbruik in de betrokken derde landen.

(4)  Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève moet de Commissie eerst bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna het "internationaal bureau" genoemd) een aanvraag indienen tot inschrijving in zijn register (hierna het "internationaal register" genoemd) van een lijst van geografische aanduidingen die afkomstig zijn uit en beschermd zijn op het grondgebied van de Unie, in nauwe samenwerking met de lidstaten, de brancheorganisaties en de betrokken producenten. Deze lijst moet zoveel mogelijk de geografische aanduidingen bevatten die door de lidstaten die deel uitmaken van de bijzondere unie reeds waren geregistreerd vóór de Europese Unie tot de Akte van Genève toetrad. Bovendien moeten de criteria voor het opstellen van die lijst, net zoals bij bepaalde bilaterale en regionale overeenkomsten van de Unie betreffende de bescherming van geografische aanduidingen, met name rekening houden met de productiewaarde en de exportwaarde, met bescherming in het kader van andere overeenkomsten en met bestaand of mogelijk misbruik in de betrokken derde landen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om ervoor te zorgen dat extra geografische aanduidingen die in de Unie beschermd en ingeschreven zijn, in het internationaal register worden ingeschreven, moet het de Commissie worden toegestaan in een latere fase aanvragen tot internationale inschrijving van die extra geografische aanduidingen in te dienen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende producentengroepering of, in uitzonderlijke gevallen, van een enkele producent.

(5)  Om ervoor te zorgen dat extra of toekomstige geografische aanduidingen die in de Unie beschermd en ingeschreven zijn, in het internationaal register worden ingeschreven, met inbegrip van de mogelijke uitbreiding van de bescherming tot geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten, moet het de Commissie worden toegestaan in een latere fase aanvragen tot internationale inschrijving van die extra geografische aanduidingen in te dienen, hetzij op eigen initiatief, hetzij – in geval van geografische aanduidingen voor niet‑landbouwproducten – op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende producentengroepering of, in uitzonderlijke gevallen, van een enkele producent. De toetreding van de Unie tot de Akte van Genève doet geen afbreuk aan de huidige en toekomstige bescherming van geografische aanduidingen in bilaterale vrijhandelsovereenkomsten. Daartoe moet de Commissie voorzien in een mechanisme voor regelmatig overleg met de lidstaten, de brancheorganisaties en de Europese producenten, om een soepele dialoog met de belanghebbenden tot stand te brengen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Het lijkt billijk dat de krachtens de Akte van Genève en de gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève anderzijds te betalen vergoedingen voor de indiening bij het internationaal bureau van een aanvraag voor internationale inschrijving van een geografische aanduiding, evenals de vergoedingen voor andere vermeldingen in het internationaal register en voor de verstrekking van uittreksels, attesten of andere informatie over de inhoud van deze internationaal inschrijving ten laste moeten komen van de lidstaat van de geografische aanduiding. Dit mag geen afbreuk doen aan eventuele besluiten van een lidstaat om die vergoedingen door te berekenen aan de producentengroepering of één enkele producent die gebruikmaakt van de geografische aanduiding waarvoor internationale inschrijving wordt aangevraagd.

(9)  Het lijkt billijk dat de krachtens de Akte van Genève en de gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève anderzijds te betalen vergoedingen voor de indiening bij het internationaal bureau van een aanvraag voor internationale inschrijving van een geografische aanduiding, evenals de vergoedingen voor andere vermeldingen in het internationaal register en voor de verstrekking van uittreksels, attesten of andere informatie over de inhoud van deze internationaal inschrijving ten laste moeten komen van de lidstaat van de geografische aanduiding.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In deze verordening worden oorsprongsbenamingen, waaronder die welke worden bedoeld in Verordening (EU) nr. 1151/2012 en Verordening (EU) nr. 1308/2013, en geografische aanduidingen tezamen aangeduid als "geografische aanduidingen".

In deze verordening worden oorsprongsbenamingen, waaronder die welke worden bedoeld in Verordening (EU) nr. 1151/2012 en Verordening (EU) nr. 1308/2013, en geografische aanduidingen tezamen aangeduid als "geografische aanduidingen", zowel voor landbouw- als voor niet‑landbouwproducten.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève dient de Commissie bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna het "internationaal bureau" genoemd) krachtens artikel 5, leden 1 en 2, van de Akte van Genève een aanvraag in tot internationale inschrijving van geografische aanduidingen die krachtens Unierecht beschermd en ingeschreven zijn en die betrekking hebben op producten uit de Unie.

Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève dient de Commissie bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna het "internationaal bureau" genoemd) krachtens artikel 5, leden 1 en 2, van de Akte van Genève een aanvraag in tot internationale inschrijving van geografische aanduidingen die krachtens Unierecht beschermd en ingeschreven zijn en die betrekking hebben op producten uit de Unie, of op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende producentengroepering, in geval van geografische aanduidingen voor niet‑landbouwproducten.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt een uitvoeringshandeling met een lijst van in de eerste alinea bedoelde geografische aanduidingen vast overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

De Commissie stelt een uitvoeringshandeling met een lijst van in de eerste alinea bedoelde geografische aanduidingen vast overeenkomstig de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Deze lijst bevat zoveel mogelijk de Europese geografische aanduidingen die door de lidstaten die deel uitmaken van de bijzondere unie reeds in het internationaal register waren geregistreerd vóór de Europese Unie tot de Akte van Genève toetrad.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de opstelling van de in de tweede alinea bedoelde lijst houdt de Commissie met name rekening met:

Bij de opstelling van de in de tweede alinea bedoelde lijst houdt de Commissie onder meer rekening met:

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève kan de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende producentengroepering of één enkele producent die gebruikmaakt van een geografische aanduiding die in de Unie beschermd en ingeschreven is, uitvoeringshandelingen vaststellen voor de indiening bij het internationaal bureau van een aanvraag tot internationale inschrijving van een geografische aanduiding die krachtens Unierecht beschermd en ingeschreven is en die betrekking heeft op een product uit de Unie.

Na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève stelt de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat of een belanghebbende producentengroepering of één enkele producent die gebruikmaakt van een geografische aanduiding – voor landbouw- of niet-landbouwproducten – die in de Unie beschermd en ingeschreven is, uitvoeringshandelingen vast voor de indiening bij het internationaal bureau van een aanvraag tot internationale inschrijving van een geografische aanduiding die krachtens Unierecht beschermd en ingeschreven is en die betrekking heeft op een product uit de Unie.

 

Daartoe voorziet de Commissie in een mechanisme voor regelmatig overleg met de lidstaten, de brancheorganisaties en de Europese producenten.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de beoordeling of een aanvraag tot internationale inschrijving al dan niet wordt ingediend, houdt de Commissie rekening met de in artikel 2, derde alinea, genoemde criteria. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Overeenkomstig het bepaalde in de eerste alinea van dit artikel worden deze uitvoeringshandelingen volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De Commissie beoordeelt de door het internationale bureau krachtens artikel 6, lid 4, van de Akte van Genève gemelde publicatie van in het internationaal register ingeschreven geografische aanduidingen ingeval de overeenkomstsluitende partij van oorsprong, als bedoeld in artikel 1, punt xv, van de Akte van Genève, geen lidstaat is, om uit te maken of deze publicatie de verplichte elementen bevat die zijn genoemd in regel 5, punt 2, van de gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon anderzijds (hierna "gemeenschappelijke regels" genoemd)8, evenals de bijzonderheden over de kwaliteit, de reputatie of de kenmerken zoals vastgelegd in regel 5, punt 3, van de gemeenschappelijke regels, en om uit te maken of de publicatie geen betrekking heeft op een product dat momenteel al bescherming geniet in de Unie. De termijn voor deze beoordeling mag niet langer zijn dan vier maanden en mag geen toetsing aan andere specifieke Uniebepalingen over het op de markt brengen van producten, en met name over sanitaire en fytosanitaire normen, handelsnormen en de etikettering van levensmiddelen omvatten.

(1)  De Commissie beoordeelt de door het internationale bureau krachtens artikel 6, lid 4, van de Akte van Genève gemelde publicatie van in het internationaal register ingeschreven geografische aanduidingen ingeval de overeenkomstsluitende partij van oorsprong, als bedoeld in artikel 1, punt xv, van de Akte van Genève, geen lidstaat is, om uit te maken of deze publicatie de verplichte elementen bevat die zijn genoemd in regel 5, punt 2, van de gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon anderzijds (hierna "gemeenschappelijke regels" genoemd)8, evenals de bijzonderheden over de kwaliteit, de reputatie of de kenmerken zoals vastgelegd in regel 5, punt 3, van de gemeenschappelijke regels, en om uit te maken of de publicatie geen betrekking heeft op een product dat bescherming geniet in de Unie. De termijn voor deze beoordeling mag niet langer zijn dan vier maanden en mag geen toetsing aan andere specifieke Uniebepalingen over het op de markt brengen van producten, en met name over sanitaire en fytosanitaire normen, handelsnormen en de etikettering van levensmiddelen omvatten.

_________________

_________________

8 Gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon anderzijds, als aangenomen door de vergadering van de Unie van Lissabon op 11 oktober 2017, http://www.wipo.int/meetings/en/doc_details.jsp?doc_id=376416, Doc. WIPO A/57/11 van 11 oktober 2017.

8 Gemeenschappelijke regels van de Overeenkomst van Lissabon enerzijds en de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon anderzijds, als aangenomen door de vergadering van de Unie van Lissabon op 11 oktober 2017, http://www.wipo.int/meetings/en/doc_details.jsp?doc_id=376416, Doc. WIPO A/57/11 van 11 oktober 2017.

Motivering

In de verordening moet rekening worden gehouden met eventuele toekomstige wijzigingen van de Europese wetgeving, onder meer wat betreft de bescherming van geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de in het internationaal register ingeschreven geografische aanduiding heeft betrekking op een product dat momenteel geen bescherming geniet in de Unie;

(e)  de in het internationaal register ingeschreven geografische aanduiding heeft betrekking op een product dat op het ogenblik van de indiening van de oppositie geen bescherming geniet in de Unie;

Motivering

In de verordening moet rekening worden gehouden met eventuele toekomstige wijzigingen van de Europese wetgeving, onder meer wat betreft de bescherming van geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dit doet geen afbreuk aan eventuele besluiten van een lidstaat om de in de eerste alinea bedoelde bedragen door te berekenen aan de producentengroepering of één enkele producent die gebruikmaakt van de geografische aanduiding waarvoor internationale inschrijving wordt aangevraagd.

Schrappen

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Actie van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

Document- en procedurenummers

COM(2018)0365 – C8-0383/2018 – 2018/0189(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

10.9.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

INTA

10.9.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Christophe Hansen

29.8.2018

Behandeling in de commissie

20.11.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

10.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Arena, Tiziana Beghin, David Borrelli, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Karoline Graswander-Hainz, Christophe Hansen, Yannick Jadot, France Jamet, Elsi Katainen, Jude Kirton-Darling, Danilo Oscar Lancini, Bernd Lange, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Franck Proust, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Klaus Buchner, Dita Charanzová, Sajjad Karim, Seán Kelly, Gabriel Mato, Georg Mayer, Ralph Packet, Johannes Cornelis van Baalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Paloma López Bermejo, Francisco José Millán Mon, Anders Sellström, Miguel Urbán Crespo, Marco Zullo

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

39

+

ALDE

Johannes Cornelis van Baalen, Dita Charanzová, Elsi Katainen, Marietje Schaake

ECR

Sajjad Karim, Ralph Packet, Joachim Starbatty

EFDD

Tiziana Beghin, Marco Zullo

ENF

France Jamet, Danilo Oscar Lancini, Georg Mayer

GUE/NGL

Paloma López Bermejo, Anne-Marie Mineur, Helmut Scholz, Miguel Urbán Crespo

NI

David Borrelli

PPE

Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Christophe Hansen, Seán Kelly, Gabriel Mato, Francisco José Millán Mon, Sorin Moisă, Franck Proust, Tokia Saïfi, Anders Sellström, Adam Szejnfeld, Jarosław Wałęsa, Iuliu Winkler

S&D

Maria Arena, Karoline Graswander-Hainz, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, Alessia Maria Mosca, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Joachim Schuster

Verts/ALE

Klaus Buchner, Yannick Jadot

0

-

 

 

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (30.11.2018)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de actie van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

(COM(2018)0365 – C8-0383/2018 – 2018/0189(COD))

Rapporteur voor advies: Adina-Ioana Vălean

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken voor te stellen dat het Europees Parlement zijn standpunt in eerste lezing vaststelt en het voorstel van de Commissie overneemt.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Actie van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

Document‑ en procedurenummers

COM(2018)0365 – C8-0383/2018 – 2018/0189(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

10.9.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

10.9.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Adina-Ioana Vălean

30.8.2018

Datum goedkeuring

27.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

49

8

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Ivo Belet, Paul Brannen, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Miriam Dalli, Seb Dance, Mark Demesmaeker, Stefan Eck, Bas Eickhout, Karl-Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Jytte Guteland, György Hölvényi, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Jiří Maštálka, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Rory Palmer, Massimo Paolucci, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, John Procter, Julia Reid, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Elena Gentile, Christophe Hansen, Martin Häusling, Anja Hazekamp, Jan Huitema, Ulrike Müller, Alojz Peterle, Keith Taylor, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Martina Anderson, Edward Czesak, Jens Geier, Jude Kirton-Darling, Vladimír Maňka, Anna Záborská

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

49

+

ALDE

Gerben-Jan Gerbrandy, Jan Huitema, Valentinas Mazuronis, Ulrike Müller, Frédérique Ries

ECR

Edward Czesak, Mark Demesmaeker, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, Jadwiga Wiśniewska

EFDD

Piernicola Pedicini

GUE/NGL

Martina Anderson, Stefan Eck, Anja Hazekamp, Kateřina Konečná, Jiří Maštálka

NI

Zoltán Balczó

PPE

Pilar Ayuso, Ivo Belet, Birgit Collin-Langen, Karl-Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling , Françoise Grossetête, Christophe Hansen, György Hölvényi, Giovanni La Via, Peter Liese, Alojz Peterle, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Adina-Ioana Vălean, Anna Záborská

S&D

Paul Brannen, Nessa Childers, Miriam Dalli, Seb Dance, Jens Geier, Elena Gentile, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Jude Kirton Darling, Jo Leinen, Vladimír Maňka, Susanne Melior, Rory Palmer, Massimo Paolucci, Tiemo Wölken

8

-

ECR

John Procter

EFDD

Julia Reid

Verts/ALE

Margrete Auken, Bas Eickhout, Martin Häusling, Michèle Rivasi, Davor Škrlec, Keith Taylor

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES VAN DE COMMISSIE LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING

Brief d.d. 1 oktober 2018 van Czesław Adam Siekierski, voorzitter van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, aan Pavel Svoboda, voorzitter van de Commissie juridische zaken

Vertaling

Geachte voorzitter,

Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de actie van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (COM(2018)365final – 2018/0189(COD)), waarvoor de Commissie juridische zaken de bevoegde commissie is, werd naar AGRI verwezen voor advies.

Op hun vergadering van 29 augustus 2018 besloten de AGRI-coördinatoren gezien het voornamelijk technische karakter van het voorstel geen formeel advies over dit voorstel op te stellen, maar de bevoegde commissie algemene opmerkingen over het ontwerp te laten toekomen in de vorm van deze brief.

De belangrijkste boodschap die we aan de rapporteurs, schaduwrapporteurs en andere JURI‑leden die zich met dit voorstel bezighouden, willen meegeven is dat de nadruk moet worden gelegd op het fundamentele belang van een adequate bescherming van oorsprongsbenamingen (OB's) en geografische aanduidingen (GA's) voor de landbouw- en agrifoodsector in de EU, gezien het feit dat de grote meerderheid van deze benamingen en aanduidingen betrekking heeft op voedingsproducten. Zoals in de toelichting bij het voorstel uiteengezet wordt is dit type bescherming uitermate nuttig voor de bevordering van kwaliteit, het waarborgen van consumentenvertrouwen, het behoud van tradities, het leveren van een bijdrage aan de leefbaarheid in plattelandsgebieden, en vooral voor het bewerkstelligen van significant hogere prijzen voor producenten.

De AGRI-commissie heeft een doorslaggevende rol gespeeld in de ontwikkeling van interne EU-wetgeving op dit terrein (met name via de goedkeuring van Verordeningen (EU) nrs. 1151/2012 en 1308/2013). Internationaal gezien heeft de commissie altijd steun verleend aan het algemene EU-beleid ter bevordering en verbetering van de bescherming van OB's en GA's via bilaterale, regionale en multilaterale overeenkomsten, ondanks de openlijke onwil van sommige van onze handelspartners. In dit opzicht vormen de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon en het desbetreffende wetgevingsvoorstel ten behoeve van doeltreffende deelname aan dit multilaterale instrument duidelijk een positieve ontwikkeling.

Wat de inhoud van het voorstel betreft wil de AGRI-commissie de drie volgende opmerkingen maken:

Het spreekt vanzelf dat de Commissie er bij de uitoefening van haar bevoegdheden in het kader van de voorgestelde verordening allereerst naar zou moeten streven om zoveel mogelijk EU‑namen onder de bescherming van het internationale WIPO-register te laten vallen. Bij onderhandelingen over bilaterale akkoorden (zoals CETA of de lopende onderhandelingen met MercoSur) moet de EU vaak genoegen nemen met een zeer beperkte lijst van namen, hetgeen tot grote frustratie leidt onder de producenten wier OB's of GA's niet in de lijst zijn opgenomen. In een multilaterale context zoals die van het systeem van Lissabon, waar alle deelnemende landen het nut en de voordelen van een adequate bescherming van OB's en GA's erkennen, zou de Commissie daarentegen niet moeten aarzelen om op een krachtige en ambitieuze manier te proberen om alle EU-namen (of tenminste die met echte internationale handelswaarde) in het register te laten opnemen.

De waarde van het systeem van Lissabon als instrument voor de internationale bescherming van onze BO's en GA's wordt ten dele uitgehold door het zeer beperkte aantal deelnemers aan dit systeem. Bij de laatste telling waren slechts 23 landen buiten de EU partij bij de Overeenkomst van Lissabon, waarvan er slechts één tot onze tien grootste handelspartners behoort (Turkije). Om deze reden moet de EU alles in het werk stellen om zowel andere landen aan te sporen om tot het systeem van Lissabon toe te treden als om via bilaterale onderhandelingen met niet deelnemende landen naar bescherming van haar OB's en GA's te blijven streven indien dit niet via dit multilaterale instrument mogelijk is.

Vanuit institutioneel oogpunt zou de AGRI-commissie er tot slot op willen wijzen dat volgens het huidige wetgevingsvoorstel alle belangrijke beslissingen van de EU met betrekking tot bijvoorbeeld de lijst van GA's die wordt opgenomen in de eerste aanvraag om bescherming en registratie, de indiening van daaropvolgende EU-aanvragen, de toekenning of weigering van bescherming voor GA's uit derde landen, of de daaropvolgende intrekking van deze bescherming, goedgekeurd zouden worden via uitvoeringshandelingen – waardoor dergelijke beslissingen vrijwel volledig buiten de controle door het Parlement komen te vallen. De vraag is dan ook of bij de toepassing van deze verordening niet zou moeten worden voorzien in een vorm van parlementaire invloed, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid voor het Parlement om zijn goedkeuring te hechten aan de eerste lijst van GA's die door de Commissie krachtens artikel 2 wordt opgesteld, of om zo nodig zelf verzoeken om indiening van latere aanvragen krachtens artikel 3 in te dienen.

Uiteraard sta ik volledig tot uw beschikking indien uw rapporteur dan wel uzelf verder van gedachten willen wisselen over dit onderwerp, en ik hoop dat bovenstaande ideeën zullen worden opgenomen in het wetgevingsverslag dat door JURI wordt voorbereid.

Met de meeste hoogachting,

Czesław Adam SIEKIERSKI

CC:  De heer Bernd Lange, voorzitter van de Commissie internationale handel


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Actie van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen

Document- en procedurenummers

COM(2018)0365 – C8-0383/2018 – 2018/0189(COD)

Datum indiening bij EP

27.7.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

10.9.2018

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

INTA

10.9.2018

ENVI

10.9.2018

AGRI

10.9.2018

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Virginie Rozière

24.9.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

6.12.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

23.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Luis de Grandes Pascual, Pascal Durand, Angelika Niebler, Virginie Rozière, Tiemo Wölken, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Lola Sánchez Caldentey

Datum indiening

28.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

21

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, António Marinho e Pinto

ENF

Marie-Christine Boutonnet, Gilles Lebreton

GUE/NGL

Lola Sánchez Caldentey

PPE

Rosa Estaràs Ferragut, Luis de Grandes Pascual, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

S&D

Mady Delvaux, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Evelyn Regner, Virginie Rozière, Tiemo Wölken

Verts/ALE

Max Andersson, Pascal Durand, Julia Reda

2

-

ECR

Sajjad Karim, Kosma Złotowski

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 12 februari 2019Juridische mededeling