Procedure : 2018/0161(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0039/2019

Ingediende teksten :

A8-0039/2019

Debatten :

PV 16/04/2019 - 24
CRE 16/04/2019 - 25

Stemmingen :

PV 17/04/2019 - 8.9
CRE 17/04/2019 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0401

VERSLAG     ***I
PDF 362kWORD 161k
28.1.2019
PE 629.542v02-00 A8-0039/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

(COM(2018) 317 final – C8-0217/2018 – 2018/0161(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Luis de Grandes Pascual

ERRATA/ADDENDA
AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

(COM(2018) 317 final – C8-0217/2018 – 2018/0161(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018) 317 final),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0217/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 september 2018(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0039/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Door te voorzien in een termijn van aanvullende bescherming tot maximaal vijf jaar beoogt Verordening (EG) nr. 469/2009 binnen de Unie het onderzoek en de innovatie die voor de ontwikkeling van geneesmiddelen noodzakelijk zijn te bevorderen en bij te dragen aan het voorkomen van verplaatsing van onderzoek op farmaceutisch gebied naar landen buiten de Unie die een betere bescherming bieden.

(2)  Door te voorzien in een termijn van aanvullende bescherming tot maximaal vijf jaar beoogt Verordening (EG) nr. 469/2009 op Unieniveau een oplossing te bieden om te voorkomen dat in het nationale recht nieuwe verschillen worden gecreëerd die het vrije verkeer van geneesmiddelen binnen de interne markt zouden belemmeren, en daarbij het onderzoek en de innovatie binnen de Unie te bevorderen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie geneesmiddelen die de behandeling van nieuwe ziekten ondersteunen of aanzienlijkere therapeutische effecten bieden, en bij te dragen aan het voorkomen van verplaatsing van onderzoek op farmaceutisch gebied naar landen buiten de Unie die een betere bescherming bieden, en tegelijkertijd de toegang tot geneesmiddelen in de Unie te waarborgen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  De tijdige toegang van generieke en biosimilaire geneesmiddelen tot de markt van de Unie is belangrijk om de concurrentie aan te zwengelen, de prijzen te verlagen en de duurzaamheid van de gezondheidszorgstelsels te waarborgen. De wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 om de productie van generieke en biosimilaire geneesmiddelen voor uitvoer en opslag toe te staan, mag niet strijdig zijn met intellectuele-eigendomsrechten, die een van de hoekstenen van innovatie, concurrentievermogen en groei in de lidstaten blijven. Deze verordening moet de duur van de marktexclusiviteitsrechten tijdens de duur van een octrooi onverlet laten, hetgeen wordt onderstreept doordat invoer onmiddellijk na de vervaldatum wordt toegestaan, maar een concurrentienadeel oplevert voor de Europese bedrijfstak voor generieke geneesmiddelen. In deze verordening moet rekening worden gehouden met de bezorgdheid van het Europees Parlement en de Raad over het toenemende aantal gevallen van marktfalen in sommige lidstaten, waar de toegang van patiënten tot effectieve en betaalbare essentiële geneesmiddelen in het gedrang komt doordat de prijsniveaus onhoudbaar hoog zijn.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Sinds de vaststelling in 1992 van de voorganger van Verordening (EG) nr. 469/2009 hebben de markten een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt en heeft er een enorme groei in de productie van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen plaatsgevonden, met name in derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is.

(3)  Sinds de vaststelling in 1992 van de voorganger van Verordening (EG) nr. 469/2009 hebben de markten een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt en heeft er een enorme groei in de productie van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen en werkzame bestanddelen plaatsgevonden, met name in landen buiten de Unie ("derde landen") waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Geneesmiddelen vormen een van de pijlers van de gezondheidszorg en zijn niet louter handelswaar. Ontoereikende toegang tot essentiële geneesmiddelen en hoge prijzen voor innovatieve geneesmiddelen vormen een ernstige bedreiging voor patiënten en voor de duurzaamheid van de nationale gezondheidszorgstelsels.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)  De Raad heeft in zijn conclusies van 17 juni 2016 over het versterken van het evenwicht in de farmaceutische systemen in de EU en haar lidstaten onderstreept dat het belangrijk is tijdig te kunnen beschikken over generieke geneesmiddelen en biosimilaire geneesmiddelen om de toegang van patiënten tot farmaceutische behandelingen en de houdbaarheid van de nationale gezondheidszorgstelsels te verbeteren.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het feit dat Verordening (EG) nr. 469/2009 niet voorziet in enige uitzondering op de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming heeft onbedoeld tot gevolg gehad dat de productie van in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen wordt gehinderd, zelfs wanneer deze uitsluitend is bedoeld voor uitvoer naar markten van derde landen waarin dergelijke bescherming niet bestaat of vervallen is. Een ander onbedoeld gevolg is dat de door het certificaat verleende bescherming het voor die producenten moeilijker maakt onmiddellijk na het vervallen van het certificaat tot de markt van de Unie toe te treden, aangezien zij niet in een positie zijn om productiecapaciteit op te bouwen zolang de door het certificaat geboden bescherming niet is vervallen, in tegenstelling tot producenten die zich in derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is bevinden.

(4)  Dat Verordening (EG) nr. 469/2009 niet voorziet in enige uitzondering op de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming heeft onbedoeld tot gevolg gehad dat het in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen wordt belet in de Unie te produceren om onmiddellijk na het vervallen van het certificaat tot de markt van de Unie toe te treden (dag-1-toetreding tot de markt van de Unie) en/of om uit te voeren naar derde landen waarin een dergelijke bescherming niet bestaat of is verlopen, aangezien zij niet in een positie zijn om productiecapaciteit op te bouwen zolang de door het certificaat geboden bescherming niet is vervallen, in tegenstelling tot producenten die zich bevinden in derde landen waar geen bescherming bestaat of waar deze vervallen is.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Dit plaatst in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in een aanzienlijke slechtere concurrentiepositie dan de producenten in derde landen die minder of geen bescherming bieden.

(5)  Dit plaatst in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in een aanzienlijk slechtere concurrentiepositie dan de producenten in derde landen die minder of geen bescherming bieden of waar de bescherming vervallen is. Het is daarom absoluut noodzakelijk dat de Europese Unie een evenwicht vindt tussen enerzijds het waarborgen van een gelijk speelveld voor productieactiviteiten op haar grondgebied en in derde landen, en anderzijds het waarborgen van de exclusieve rechten van certificaathouders wat de Uniemarkt betreft.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Indien niet wordt ingegrepen kan de levensvatbaarheid van de productie van generieke en biosimilaire geneesmiddelen worden bedreigd, met gevolgen voor de gehele industriële basis van de farmaceutische bedrijfstak in de Unie.

(6)  Indien niet wordt ingegrepen kan de levensvatbaarheid van generieke en biosimilaire producten in de Unie worden bedreigd, met gevolgen voor de gehele industriële basis van de farmaceutische bedrijfstak in de Unie, wat de werking van de interne markt in gevaar zou kunnen brengen door het verlies van potentiële nieuwe zakelijke kansen, tot afnemende investeringen op het niveau van de Unie zou kunnen leiden en mogelijkerwijs het scheppen van nieuwe banen zou kunnen belemmeren.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Deze verordening heeft tot doel te waarborgen dat in de Unie gevestigde producten effectief kunnen concurreren in die markten van derde landen waar geen aanvullende bescherming bestaat of deze vervallen is. De verordening is bedoeld als aanvulling op de inspanningen in het kader van het handelsbeleid van de Unie om open markten voor in de Unie gevestigde geneesmiddelenproducenten te waarborgen. Indirect is de verordening ook bedoeld om de positie van die producenten te verbeteren zodat zij onmiddellijk na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat tot de markt van de Unie kunnen toetreden. De verordening zal tevens bijdragen aan het doel de toegang tot geneesmiddelen in de Unie te verbeteren door een snellere toegang tot de markt van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te waarborgen nadat het betrokken certificaat is vervallen.

(7)  Deze verordening heeft tot doel het concurrentievermogen van de producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in de Unie te bevorderen, groei en het scheppen van banen op de interne markt te stimuleren en bij te dragen tot een breder aanbod van producten volgens eenvormige voorwaarden. Dit zal de producenten helpen om effectief te kunnen concurreren op de markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of waar deze vervallen is, en bijdragen tot het waarborgen van de toetreding tot de markt van de Unie voor generieke en biosimilaire geneesmiddelen vanaf dag 1 na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat. De verordening moet ook een aanvulling vormen op de inspanningen in het kader van het handelsbeleid van de Unie om open markten voor in de Unie gevestigde producenten van geneesmiddelen en van werkzame bestanddelen te waarborgen. Hierdoor zou de positie van die producenten verbeteren zodat zij onmiddellijk na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat tot de markt van de Unie kunnen toetreden, te weten in het kader van dag-1-toetreding tot de markt van de Unie. De verordening zou ook bijdragen tot het bevorderen van de toegang tot geneesmiddelen in de Unie door een snellere toegang tot de markt van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te waarborgen nadat het betrokken certificaat is vervallen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In die specifieke en beperkte omstandigheden, en teneinde een gelijk speelveld voor in de Unie gevestigde producenten en producenten uit derde landen te bewerkstelligen, dient de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming beperkt te worden zodat de mogelijkheid uitsluitend wordt geboden voor de uitvoer naar derde landen en voor handelingen die strikt noodzakelijk zijn voor de productie of voor de feitelijke uitvoer zelf.

(8)  In deze specifieke en beperkte omstandigheden, en teneinde een gelijk speelveld voor in de Unie gevestigde producenten en producenten uit derde landen te bewerkstelligen, is het passend de onbedoelde effecten van een aanvullend beschermingscertificaat weg te nemen, maar niet ten koste van andere in een lidstaat bestaande octrooien of intellectuele-eigendomsrechten, zodat de mogelijkheid wordt geboden om generieke producten, biosimilaire geneesmiddelen en werkzame bestanddelen te vervaardigen met het oogmerk van uitvoer naar derde landen of toetreding tot de markt van de Unie onmiddellijk na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De desbetreffende uitzondering zou van toepassing moeten zijn op de vervaardiging van het product, met inbegrip van het product dat overeenkomt met het geneesmiddel dat op het grondgebied van een lidstaat door een aanvullend beschermingscertificaat wordt beschermd, met het uitsluitende oogmerk van uitvoer naar derde landen, alsmede op alle hoger of lager in de keten uitgevoerde handelingen van de producent of van derden waarmee de producent een contractuele relatie is aangegaan, indien voor dergelijke handelingen anders de toestemming van de certificaathouder vereist zou zijn, en die handelingen strikt noodzakelijk zijn voor het doel van productie voor uitvoer of voor de feitelijke uitvoer zelf. Die handelingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de levering en invoer van werkzame bestanddelen voor de productie van het geneesmiddel waarmee het door het certificaat beschermde product overeenkomt, op de tijdelijke opslag van het product of op reclameactiviteiten die uitsluitend gericht zijn op uitvoer naar bestemmingen in derde landen.

(9)  De desbetreffende uitzondering zou van toepassing moeten zijn op de vervaardiging van het product en op het bij de vervaardiging verkregen product, die beide op het grondgebied van een lidstaat door een aanvullend beschermingscertificaat worden beschermd, wanneer wordt beoogd het product uit te voeren naar derde landen of het in de Unie in de handel te brengen na het vervallen van het certificaat.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  De uitzondering is niet van toepassing op het in de handel brengen, hetzij rechtstreeks of met een omweg nadat het is uitgevoerd, van het uitsluitend voor de uitvoer gemaakte product op de markt in de lidstaat waar een aanvullend beschermingscertificaat van kracht is; evenmin kan de herinvoer van het product naar de markt van een lidstaat waarin een certificaat van kracht is, hieronder vallen. Daarnaast bestrijkt de uitzondering geen enkele handeling of activiteit die tot oogmerk heeft geneesmiddelen, of onderdelen van geneesmiddelen, in de Unie in te voeren louter met het doel dit opnieuw te verpakken en opnieuw uit te voeren.

(10)  De uitzondering mag niet van toepassing zijn op geneesmiddelen die vervaardigd worden om te worden uitgevoerd naar derde landen of om in de Unie in de handel te worden gebracht vanaf de eerste dag na het vervallen van het certificaat in de lidstaat waar een aanvullend beschermingscertificaat van kracht is; evenmin mag de herinvoer van het geneesmiddel naar de markt van een lidstaat waarin een certificaat van kracht is, hieronder vallen. Daarnaast mag de uitzondering geen enkele handeling of activiteit bestrijken die tot oogmerk heeft producten of geneesmiddelen in de Unie in te voeren louter met het doel deze opnieuw te verpakken en opnieuw uit te voeren.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Door de werkingssfeer van de uitzondering te beperken tot uitsluitend op uitvoer buiten de Unie gerichte productie en handelingen die voor die productie of voor de feitelijke uitvoer zelf noodzakelijk zijn, zal de bij deze verordening ingevoerde uitzondering niet in onredelijke mate conflicteren met de gewone exploitatie van het product in de lidstaat waar het certificaat van kracht is, noch de legitieme belangen van de certificaathouder schaden, terwijl met de legitieme belangen van derden rekening wordt gehouden.

(11)  Door de werkingssfeer van de uitzondering te beperken tot uitsluitend productie voor uitvoer naar derde landen en voor het in de Unie in de handel brengen vanaf de eerste dag na het vervallen van het certificaat, mag de bij deze verordening ingevoerde uitzondering niet in onredelijke mate conflicteren met de gewone exploitatie van het product in de lidstaat waar het certificaat van kracht is, noch de legitieme belangen van de certificaathouder schaden, terwijl ook rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van derden.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De uitzondering gaat vergezeld van vrijwaringsmaatregelen om transparantie te vergroten, de houder van een aanvullend beschermingscertificaat te ondersteunen bij handhaving van de bescherming ervan in de Unie en het gevaar van onrechtmatige verlegging van handelsstromen naar de markt van de Unie tijdens de duur van het certificaat te beperken.

(12)  De uitzondering moet vergezeld gaan van effectieve en evenredige vrijwaringsmaatregelen, om de houder van een aanvullend beschermingscertificaat te ondersteunen bij het controleren van de naleving van de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. Die vrijwaringsmaatregelen mogen geen negatieve gevolgen hebben voor de concurrentie tussen bedrijven en moeten ervoor zorgen dat de uitzondering op doeltreffende wijze werkt, zonder de verwezenlijking van de belangrijkste doelstellingen van de uitzondering in de weg te staan.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Voor dit doel wordt in de verordening een eenmalige plicht opgelegd aan degene die het uitsluitend voor de uitvoer bestemde product maakt, op grond waarvan die persoon in de lidstaat waar de productie zal plaatsvinden, bepaalde informatie moet verstrekken aan de autoriteit die het aanvullend beschermingscertificaat heeft verleend. De informatie moet voorafgaand aan de eerste productieplanning in die lidstaat worden verstrekt. De productie en aanverwante handelingen, met inbegrip van de in andere lidstaten dan de lidstaat van productie uitgevoerde handelingen wanneer het product ook door een certificaat in die andere lidstaten is beschermd, valt uitsluitend onder de werkingssfeer van de uitzondering als de producent zijn melding naar de bevoegde autoriteit op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten (of een andere hiervoor aangewezen autoriteit) van de lidstaat waar de productie plaatsvindt, heeft verzonden. De eenmalige verplichting tot het verstrekken van informatie aan de autoriteit geldt voor elke lidstaat waar productie zal plaatsvinden, zowel voor de productie in die lidstaat als voor de aanverwante handelingen, ongeacht of deze in dezelfde of in een andere bij de productie betrokken lidstaat worden uitgevoerd. De autoriteit is verplicht deze informatie te publiceren, in het belang van transparantie en met het doel de certificaathouder over het voornemen van de producent te informeren.

(13)  Voor dit doel moet in de verordening een plicht worden opgelegd aan de producent, te weten de in de Unie gevestigde rechtspersoon namens wie een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, wordt vervaardigd om te worden uitgevoerd naar derde landen of om in de Unie in de handel te worden gebracht na het vervallen van het certificaat, ongeacht of de rechtspersoon zelf rechtstreeks de productie uitvoert, waarbij die persoon in de lidstaat waar de productie zal plaatsvinden, bepaalde informatie moet verstrekken aan de autoriteit die het aanvullend beschermingscertificaat heeft verleend. De in de Unie gevestigde producent is verantwoordelijk om na te gaan of in een land van uitvoer geen bescherming bestaat of de bescherming vervallen is, dan wel of bescherming in dat land aan beperkingen of vrijstellingen onderworpen is. Een gemeenschappelijk meldingsformulier moet beschikbaar worden gesteld voor de melding aan de autoriteit. De informatie moet voorafgaand aan de eerste productieplanning in die lidstaat worden verstrekt. De productie mag uitsluitend onder de werkingssfeer van de uitzondering vallen als de producent zijn melding naar de bevoegde autoriteit op het gebied van industriële eigendom (of een andere hiervoor aangewezen autoriteit) van de lidstaat waar de productie plaatsvindt, heeft verzonden en hij de houder van het verleende aanvullend beschermingscertificaat in kennis heeft gesteld van de naam en het adres van de producent en het nummer van het certificaat in die lidstaat. De productie moet worden gemeld. Indien productie plaatsvindt in meer dan een lidstaat, moet een melding vereist zijn in elk van die lidstaten. De autoriteit moet in elk van die lidstaten verplicht zijn het nummer van het certificaat voor het desbetreffende product of geneesmiddel te publiceren, in het belang van transparantie. Bepaalde aan de autoriteit gemelde vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie mag niet worden gepubliceerd, maar kan op verzoek van een gerechtelijke instantie of een andere bevoegde autoriteit en alleen in die omstandigheden worden verstrekt.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Onverminderd de bescherming van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie, moet de producent ook de certificaathouder schriftelijk informeren over zijn voornemen om op grond van de uitzondering een product te vervaardigen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Voorts worden in deze verordening bepaalde zorgvuldigheidsvereisten aan de producent opgelegd waaraan moet worden voldaan wil de uitzondering werking kunnen hebben. De producent moet worden verplicht met gepaste middelen, met name contractuele middelen, de deelnemers in zijn toeleveringsketen in kennis te stellen van het feit dat het product onder de bij deze verordening ingevoerde uitzondering valt en uitsluitend voor de uitvoer bedoeld is. Een producent die niet aan deze zorgvuldigheidsvereisten heeft voldaan kan zich niet op de uitzondering beroepen, noch kan een derde partij die een aanverwante handeling in dezelfde of een andere lidstaat waar een aan het product bescherming biedend certificaat van kracht is dit doen; in beide gevallen heeft de houder van het betrokken certificaat het recht zijn uit hoofde van het certificaat verleende rechten te handhaven.

(14)  Voorts moeten in deze verordening bepaalde zorgvuldigheidsvereisten aan de producent worden opgelegd waaraan moet worden voldaan wil de uitzondering werking kunnen hebben. De producent moet met gepaste en gedocumenteerde middelen, met name contractuele middelen, worden verplicht de deelnemers in zijn toeleveringsketen er in kennis van te stellen dat het product onder de bij deze verordening ingevoerde uitzondering valt en voor uitvoer en/of voor dag-1-toetreding tot de markt van de Unie bedoeld is. Een producent die niet aan deze zorgvuldigheidsvereisten heeft voldaan, kan zich niet op de uitzondering beroepen; in dat geval heeft de houder van het betrokken certificaat het recht zijn uit hoofde van het aanvullend beschermingscertificaat verleende rechten te handhaven.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Uniemaatregelen die tot doel hebben inbreuken te voorkomen en de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te vergemakkelijken, waaronder Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad41 en Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad42.

(17)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Uniemaatregelen die tot doel hebben inbreuken te voorkomen en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te vergemakkelijken, waaronder Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad41 en Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad42. Bovendien zou een geneesmiddel waarop een actief uniek identificatiekenmerk in de zin van artikel 3, lid 2, onder d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie42 bis is aangebracht, erop wijzen dat het product niet uitsluitend voor uitvoer naar derde landen bestemd is. Daarom moet bij deze verordening worden verboden dat een actief uniek identificatiekenmerk wordt aangebracht op producten die uitsluitend bedoeld zijn voor uitvoer naar derde landen. Dat verbod mag niet gelden voor producten die bedoeld zijn voor opslag met het oog op dag-1-toetreding tot de markt van de Unie.

__________________

__________________

41 Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten (PB L 157 van 30 april 2004, blz. 45).

41 Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).

42 Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane (PB L 181 van 29 juni 2013, blz. 15).

42 Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).

 

42 bis Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie van 2 oktober 2015 tot aanvulling van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van gedetailleerde regels voor de veiligheidskenmerken op de verpakking van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 32 van 9.2.2016, blz. 1).

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Teneinde te waarborgen dat houders van al van kracht zijnde aanvullende beschermingscertificaten niet verstoken blijven van hun verkregen rechten, moet de in deze verordening bepaalde uitzondering slechts van toepassing zijn op certificaten die op of na een vastgestelde datum na de inwerkingtreding ervan zijn verleend, ongeacht het tijdstip waarop de aanvraag voor het certificaat voor het eerst werd ingediend. De vastgestelde datum biedt aanvragers en andere relevante marktspelers genoeg tijd om zich aan het veranderde wettelijke kader aan te passen en tijdig gepaste besluiten ten aanzien van investering en productielocatie te nemen. De datum biedt tevens genoeg tijd aan overheidsinstellingen om gepaste regelingen voor de ontvangst en bekendmaking van meldingen van het voornemen tot productie in te stellen, en houdt op gepaste wijze rekening met de aanvragen voor certificaten die in behandeling zijn.

(19)  De uitzondering waarin deze verordening voorziet, mag uitsluitend gelden voor certificaten waarvoor het basisoctrooi op of na 1 januari 2021 verloopt. Bij deze datum is rekening gehouden met de noodzaak om in een voldoende lange overgangsperiode te voorzien teneinde te waarborgen dat houders van een aanvullend beschermingscertificaat niet verstoken blijven van hun verkregen rechten, en deze datum moet aanvragers en andere relevante marktspelers genoeg tijd bieden om zich aan het veranderde wettelijke kader aan te passen en tijdig gepaste besluiten ten aanzien van investering en productielocatie te nemen. Deze datum moet tevens genoeg tijd bieden aan overheidsinstellingen om gepaste regelingen voor de ontvangst en bekendmaking van meldingen van het voornemen tot productie in te stellen, en daarbij moet op gepaste wijze rekening worden gehouden met de aanvragen voor certificaten die in behandeling zijn.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis)  Deze verordening mag geen terugwerkende kracht hebben.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  De Commissie voert een evaluatie van de verordening uit. Krachtens punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over beter wetgeven van 13 april 201643 wordt die evaluatie uitgevoerd op basis van de vijf criteria doelmatigheid, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en meerwaarde en worden effectbeoordelingen van opties voor verdere acties op basis van die evaluatie uitgevoerd. De evaluatie houdt rekening met de uitvoer naar bestemmingen buiten de Unie en met de vraag in hoeverre generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen in staat zijn zo snel mogelijk na het vervallen van een certificaat toegang tot de markten van de Unie te krijgen. Deze evaluatie toetst met name de doelmatigheid van de uitzondering in het licht van de doelstelling een gelijk speelveld voor generieke en biosimilaire bedrijven in de Unie te herstellen en een spoedigere toegang van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen tot de markt nadat het certificaat is vervallen. Ook wordt daarin het effect van de uitzondering op onderzoek naar en productie van innovatieve geneesmiddelen door certificaathouders in de Unie onderzocht en wordt er gekeken naar het evenwicht tussen de verschillende belangen die er spelen, waaronder die van de volksgezondheid.

(20)  De Commissie moet regelmatig een evaluatie van de verordening uitvoeren. Gezien het grote belang van de toegang tot en de betaalbaarheid van geneesmiddelen voor de volksgezondheid en de overheidsuitgaven is een regelmatige evaluatiecyclus van deze verordening gerechtvaardigd. Krachtens punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over beter wetgeven van 13 april 201643 moet die evaluatie worden uitgevoerd op basis van de vijf criteria doelmatigheid, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en meerwaarde en moeten effectbeoordelingen van opties voor verdere acties op basis van die evaluatie worden uitgevoerd. Bij de evaluatie moet rekening worden gehouden met de gevolgen van het stelsel voor aanvullende beschermingscertificaten op de toegang tot betaalbare geneesmiddelen evenals de ontheffing, met inbegrip van de uitvoer naar bestemmingen buiten de Unie en met de vraag in hoeverre generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen in staat zijn zo snel mogelijk na het vervallen van een certificaat toegang tot de markten van de Unie te krijgen. Een dergelijke regelmatige evaluatie moet ook betrekking hebben op de effecten van deze verordening op de productie in de Unie door in de Unie gevestigde producenten voor het aanleggen van een voorraad om op de eerste dag na het vervallen van een certificaat tot de markt van de Unie te kunnen toetreden. In dit verband is het van belang om na te gaan of productie die voorheen buiten de Unie plaatsvond, naar het grondgebied van de Unie wordt verplaatst. Deze evaluatie moet met name de doelmatigheid van de uitzondering toetsen in het licht van de doelstelling wereldwijd een gelijk speelveld voor generieke en biosimilaire bedrijven in de Unie te herstellen en een spoedigere toegang van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen tot de markt nadat het certificaat is vervallen, en in dit verband moet ook worden nagegaan of er iets voor te zeggen valt om deze ontheffing in de vorm van een uitzondering eventueel uit te breiden qua werkingssfeer, zodat in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen mogen produceren om een voorraad aan te leggen. Ook moet daarin het effect van de uitzondering en van de eventuele uitbreiding daarvan op onderzoek naar en productie van innovatieve geneesmiddelen door certificaathouders in de Unie worden onderzocht en worden gekeken naar het evenwicht tussen de verschillende belangen die er spelen, waaronder de toegang tot geneesmiddelen in de Unie en de belangen van de volksgezondheid.

_________________

_________________

43 PB L 123 van 12 mei 2016, blz. 1.

43 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Om de basisdoelstelling te bereiken is het nodig en gepast een gelijk speelveld te bieden aan producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en hun concurrenten op de markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is, regels vast te stellen die het exclusieve recht van een houder van een aanvullend beschermingscertificaat om het desbetreffende product tijdens de duur van het certificaat te vervaardigen, beperken en aan fabrikanten die van die regels gebruik willen maken, bepaalde informatie- en etiketteringsverplichtingen op te leggen. Deze verordening voldoet aan het evenredigheidsbeginsel, en gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om de beoogde doelstellingen te bereiken, in overeenstemming met artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

(21)  Om de basisdoelstelling te bereiken is het nodig en gepast een gelijk speelveld te bieden aan producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en hun concurrenten op de markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is en regels vast te stellen om de vervaardiging van het desbetreffende product tijdens de duur van het certificaat mogelijk te maken. Deze verordening voldoet aan het evenredigheidsbeginsel, en gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om de beoogde doelstellingen te bereiken, in overeenstemming met artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom in artikel 17 van het Handvest door de kernrechten van het aanvullend beschermingscertificaat in stand te houden, door de uitzondering te beperken tot certificaten die op of na een vastgestelde datum na de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend en door aan de toepassing van de uitzondering bepaalde voorwaarden te verbinden,

(22)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom van artikel 17 van het Handvest door de kernrechten van het aanvullend beschermingscertificaat in stand te houden, door de uitzondering te beperken tot certificaten waarvoor het basisoctrooi op of na 1 januari 2021 verloopt, en door aan de toepassing van de uitzondering bepaalde voorwaarden te verbinden; tevens beoogt de verordening de eerbiediging van het in artikel 35 van het Handvest vastgelegde recht op gezondheidszorg te waarborgen door geneesmiddelen toegankelijker te maken voor patiënten in de Unie, alsook van het in artikel 52 van het Handvest vastgelegde evenredigheidsbeginsel en van het in artikel 6, onder a), VWEU, vastgelegde recht op bescherming van de gezondheid voor Europese burgers.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 1 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1) Aan artikel 1 wordt het volgende punt toegevoegd:

 

"e bis) "producent": een in de Unie gevestigde rechtspersoon namens wie een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, wordt vervaardigd met het oog op uitvoer naar derde landen of opslag tijdens de laatste twee jaar van de geldigheidsduur van het certificaat."

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)  Artikel 4 wordt vervangen door:

Schrappen

"Artikel 4

 

Voorwerp van de bescherming en uitzonderingen op verleende rechten

 

1.  Binnen de grenzen van de door het basisoctrooi verleende bescherming strekt de door het certificaat verleende bescherming zich alleen uit tot het product dat valt onder de vergunning voor het in de handel brengen van het overeenkomstige geneesmiddel, voor ieder gebruik van het product als geneesmiddel, waarvoor vergunning is gegeven vóór de vervaldatum van het certificaat.

 

2.  Het in alinea 1 bedoelde certificaat zal geen bescherming verlenen tegen een bepaalde handeling waartegen het basisoctrooi bescherming verleende indien met betrekking tot die bepaalde handeling aan de volgende voorwaarden is voldaan:

 

a)  de handeling omvat:

 

i)  vervaardiging met het uitsluitende doel van uitvoer naar derde landen, of

 

ii)  iedere aanverwante handeling die voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer zelf strikt noodzakelijk is;

 

b)  de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit van de lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) wordt door de persoon die vervaardigt (hierna "de fabrikant" genoemd), uiterlijk 28 dagen vóór de geplande aanvangsdatum van de vervaardiging in die lidstaat in kennis gesteld van de in lid 3 genoemde informatie;

 

c)  de fabrikant zorgt ervoor dat er een logo, in de in bijlage I vastgestelde vorm, op de buitenverpakking van het product of, indien er geen buitenverpakking is, op de directe verpakking wordt aangebracht;

 

d)  de fabrikant voldoet aan de vereisten van lid 4.

 

3.  De in lid 2, onder b), bedoelde informatie is als volgt:

 

a)  de naam en het adres van de fabrikant;

 

b)  het adres of de adressen van de bedrijfsruimten waar de vervaardiging in de betrokken lidstaat zal plaatsvinden;

 

c)  het nummer van het in de betrokken lidstaat verleende certificaat en de identificatie van het product onder verwijzing naar de door de houder van het certificaat gebruikte geregistreerde naam;

 

d)  het nummer van de in overeenstemming met artikel 40, lid 1, van Richtlijn 2001/83/EG of artikel 44, lid 1, van Richtlijn 2001/82/EG verleende vergunning voor de vervaardiging van het overeenkomstige geneesmiddel of, bij gebrek aan zo'n vergunning, een geldig certificaat van goede productiepraktijken zoals bedoeld in artikel 111, lid 5, van Richtlijn 2001/83/EG of artikel 80, lid 5, van Richtlijn 2001/82/EG dat de bedrijfsruimten waar de vervaardiging zal plaatsvinden omvat;

 

e)  de geplande aanvangsdatum van de vervaardiging in de betrokken lidstaat;

 

f)  een indicatieve lijst van het derde land of de derde landen waarnaar men voornemens is het product uit te voeren.

 

4.  De fabrikant waarborgt, met gepaste middelen, dat de personen met wie de fabrikant een contractuele relatie heeft en die onder lid 2, onder a), punt ii), vallende handelingen uitvoeren, volledig in kennis gesteld zijn van en zich bewust zijn van het volgende:

 

a)  dat de betrokken handelingen onderworpen zijn aan de bepalingen van lid 2;

 

b)  dat het in de handel brengen, invoeren of herinvoeren van het product inbreuk op het in dat lid bedoelde certificaat kan maken indien en zo lang als dat certificaat van toepassing is.

 

5.  Lid 2 is uitsluitend van toepassing op certificaten die op of na [OP: Voeg hier de datum in van de eerste dag van de derde maand volgend op de maand waarin deze verordening tot wijziging in het Publicatieblad is bekendgemaakt] zijn verleend.".

 

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

1 bis)  Artikel 5 wordt vervangen door:

Artikel 5

"Artikel 5

Gevolgen van het certificaat

Gevolgen van het certificaat

Onder voorbehoud van artikel 4 verleent het certificaat dezelfde rechten als die welke door het basisoctrooi worden verleend en is het onderworpen aan dezelfde beperkingen en verplichtingen.

1.  Onder voorbehoud van artikel 4 verleent het certificaat dezelfde rechten als die welke door het basisoctrooi worden verleend en is het onderworpen aan dezelfde beperkingen en verplichtingen.

 

2.  In afwijking van lid 1 verleent het certificaat geen bescherming tegen bepaalde handelingen waarvoor anders de toestemming van de in artikel 11 bedoelde houder van het certificaat (hierna "de certificaathouder" genoemd) vereist zou zijn, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

 

a)  de handeling omvat:

 

i)  de vervaardiging van een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, met het oog op uitvoer naar derde landen; of

 

ii)  de vervaardiging van een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, met het oog op opslag in de lidstaat waar de productie plaatsvindt, tijdens de laatste twee jaar van de geldigheidsduur van het in lid 1 bedoelde certificaat, om dat product in lidstaten in de handel te brengen vanaf de eerste dag nadat het certificaat in die lidstaten is vervallen;

 

iii)  iedere aanverwante handeling die voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer zelf strikt noodzakelijk is;

 

iv)  de handeling sluit elke activiteit of handeling uit die tot oogmerk heeft geneesmiddelen of onderdelen van geneesmiddelen in de Unie in te voeren louter met het doel deze opnieuw te verpakken en opnieuw uit te voeren;

 

b)  de producent meldt aan de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit van de lidstaat waar de productie zal plaatsvinden (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) uiterlijk twee maanden vóór de aanvangsdatum van de productie in die lidstaat de in lid 3, onder a), b), c), e) en f), bedoelde informatie;

 

c)  uiterlijk twee maanden vóór de aanvangsdatum van de productie in die lidstaat informeert de producent de certificaathouder schriftelijk over de in lid 3, onder a) en c), bedoelde informatie;

 

d)  de melding aan de certificaathouder bevat geen vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie;

 

e)  de door de producent aan de certificaathouder verstrekte informatie wordt door de certificaathouder als strikt vertrouwelijk behandeld en wordt niet gepubliceerd; bovendien wordt de aan de certificaathouder verstrekte informatie uitsluitend gebruikt om na te gaan of aan de vereisten van deze verordening is voldaan en om, in voorkomend geval, gerechtelijke procedures in te leiden in geval van niet-naleving;

 

f)  in het geval van uitvoer naar derde landen van daartoe vervaardigde producten zorgt de producent ervoor dat er een logo in de in bijlage -I bis vastgestelde vorm wordt aangebracht op de buitenverpakking van het in lid 2, onder a), i), bedoelde product of, indien het product deel uitmaakt van een geneesmiddel, op de buitenverpakking van het geneesmiddel;

 

g)  de producent waarborgt dat op overeenkomstig lid 2, onder a), i), vervaardigde geneesmiddelen geen actief uniek identificatiekenmerk in de zin van artikel 3, lid 2, onder d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie wordt aangebracht. Indien noodzakelijk heeft de bevoegde autoriteit toegang tot de gegevens in de in Richtlijn 2011/62/EU en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 voorziene gegevensbanken om de naleving te controleren;

 

h)  de producent voldoet aan het bepaalde in lid 4.

 

3.  De informatie voor de toepassing van lid 2, onder b), wordt door alle partijen strikt vertrouwelijk behandeld en bevat het volgende:

 

a)  de naam en het adres van de fabrikant;

 

b)  de lidstaat waar de vervaardiging en, indien van toepassing, de opslag zal plaatsvinden;

 

c)  het nummer van het certificaat dat is verleend in de lidstaat waar de productie plaatsvindt;

 

d)  de geplande aanvangsdatum van de productie in de betrokken lidstaat;

 

e)  een indicatieve lijst van het derde land of de derde landen waarnaar men voornemens is het product uit te voeren.

 

4.  Voor meldingen als bedoeld in lid 2, onder b), maakt de producent gebruik van het standaardformulier in bijlage -I bij deze verordening.

 

5.  De in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteiten van de lidstaten maken in geen geval aan de certificaathouder of aan het publiek gevoelige bedrijfsinformatie bekend die door de producent is verstrekt.

 

6.  De producent waarborgt, met gepaste en gedocumenteerde middelen, dat de personen met wie de producent een contractuele relatie heeft en die onder lid 2, onder a), vallende handelingen uitvoeren, volledig in kennis gesteld zijn van en zich bewust zijn van het volgende:

 

a)  dat de betrokken handelingen onderworpen zijn aan het bepaalde in lid 2;

 

b)  dat het in de handel brengen, invoeren of herinvoeren van het in lid 2, onder a), i), bedoelde product inbreuk kan maken op het in lid 1 bedoelde certificaat indien en zolang dat certificaat van toepassing is.

 

7.  Lid 2 is van toepassing op certificaten die op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden aangevraagd. Het is ook van toepassing op certificaten waarvoor het basisoctrooi op of na 1 januari 2021 verloopt.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 11 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De aan een autoriteit verzonden melding zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), wordt door die instantie binnen 15 dagen na ontvangst van de melding bekendgemaakt.

4.  De in artikel 9, lid 1, bedoelde bevoegde dienst voor de industriële eigendom maakt onverwijld de in artikel 5, lid 3, onder c), bedoelde informatie bekend. De overige informatie als bedoeld in artikel 5, lid 3, waarvan melding wordt gemaakt, wordt door de autoriteit niet gepubliceerd noch ter beschikking gesteld van het publiek. De dienst verstrekt deze informatie echter wel, op verzoek, aan een gerechtelijke instantie of een andere bevoegde autoriteit voor eventuele gerechtelijke procedures waarin artikel 5, lid 2, in aanmerking wordt genomen. De nationale autoriteit neemt passende maatregelen om het vertrouwelijke karakter van die informatie te vrijwaren.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 21 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 21 bis

Artikel 21 bis

Evaluatie

Evaluatie

Uiterlijk vijf jaar na de in artikel 4, lid 5, bedoelde datum, en iedere vijf jaar daaropvolgend, voert de Commissie een evaluatie uit van artikel 4, leden 2 tot en met 4, en artikel 11, en legt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag met de belangrijkste bevindingen voor.

Om de drie jaar voert de Commissie een evaluatie uit van de ontheffing van de ABC-verplichting op grond van artikel 4, leden 2 tot en met 4, en artikel 11, en van het stelsel van aanvullende beschermingscertificaten met betrekking tot de mogelijkheden voor generieke geneesmiddelen om toegang tot de markt van de Unie te krijgen, de toegang tot geneesmiddelen en de volksgezondheid, en legt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag met de belangrijkste bevindingen voor. Er wordt in het bijzonder rekening gehouden met de gevolgen inzake het aanleggen van een voorraad om op de eerste dag na het vervallen van een certificaat tot de markt van de Unie te kunnen toetreden.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Bijlage

Verordening (EG) nr. 469/2009

Bijlage -I

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijlage

Bijlage -I

Logo

Standaardformulier dat producenten moeten gebruiken voor meldingen als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b)

 

 

 

a.  De naam en het adres van de producent.

 

b.  Het adres of de adressen van de bedrijfsruimten waar de productie in de betrokken lidstaat zal plaatsvinden.

 

c.  Het nummer van het in de betrokken lidstaat verleende certificaat en de identificatie van het product onder verwijzing naar de internationale generieke benaming ervan, indien beschikbaar.

 

d.  De vroegste geplande aanvangsdatum van de productie in de betrokken lidstaat.

 

e.  Een indicatieve lijst van het derde land of de derde landen waarnaar het product zal worden uitgevoerd.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Bijlage

Verordening (EG) nr. 469/2009

Bijlage -I bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bijlage -I bis

 

Logo

 

 

(1)

PB C 440 van 6.12.2018, blz. 100.


TOELICHTING

Achtergrond

De EU-regeling betreffende het aanvullende beschermingscertificaat ("ABC") voor geneesmiddelen is in 1992 ingevoerd en biedt aanvullende, met een octrooi vergelijkbare bescherming voor farmaceutische producten waarvoor een marktvergunning is vereist, voor een periode van maximaal vijf jaar nadat het octrooi is vervallen. De regeling is bedoeld om te compenseren voor het verlies van octrooibescherming dat wordt veroorzaakt door de tijd die nodig is om een vergunning voor het in de handel brengen van het desbetreffende product te verkrijgen, zodat wordt gewaarborgd dat de farmaceutische industrie een periode van effectieve bescherming geniet die lang genoeg is om de investeringen in onderzoek terug te verdienen en zodat een prikkel voor innovatie in de EU ontstaat.

In de strategie voor de eengemaakte markt van de Commissie werd de evaluatie van een mogelijke uitzondering op de ABC-bescherming in de EU aangekondigd, die ten doel heeft een impuls te geven aan het concurrentievermogen van in de EU gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en de concurrentienadelen aan te pakken die zij mogelijk ondervinden ten opzichte van producenten die buiten de EU gevestigd zijn wat betreft de toegang tot uitvoermarkten waar geen ABC-bescherming bestaat en wat betreft tijdige toegang tot de markt van de EU na het vervallen van het ABC.

In zijn resolutie van 26 mei 2016 over de strategie voor de interne markt onderschreef het Europees Parlement de noodzaak tot maatregelen met betrekking tot de regeling voor aanvullende beschermingscertificaten in de EU en spoorde het Parlement "de Commissie aan om vóór 2019 een ontheffing van de [ABC]-verplichting te introduceren om het mondiale concurrentievermogen van de Europese sector van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te vergroten, alsook om in de EU voor nieuwe banen en groei te zorgen, zonder evenwel ondermijning van de marktexclusiviteit die in het kader van de [ABC]-regeling in beschermde markten wordt toegekend".

Met het oog hierop stelt de Commissie nu voor om Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen te wijzigen, teneinde een zogenoemde 'ontheffing van de ABC voor productie voor uitvoerdoeleinden' in te voeren, waardoor in de EU gevestigde bedrijven in de toekomst het recht zullen hebben om gedurende de geldigheidsduur van het certificaat een generieke of biosimilaire versie van een door een ABC beschermd geneesmiddel te produceren, indien dit uitsluitend wordt gedaan voor de uitvoer naar een niet-EU-markt waar de bescherming is vervallen of nooit heeft bestaan.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is het eens met de doelstelling van het wetgevingsvoorstel van de Commissie, dat naar zijn mening een zorgvuldige, afgemeten en evenwichtige afweging van de betreffende belangen vormt. Het is weliswaar zo dat dit voorstel in het laatste jaar van de zittingsperiode is ingediend en dat dit bijkomende moeilijkheden zou kunnen opleveren. Het is echter ook zo dat het voorstel geenszins het product is van improvisatie, maar is gebaseerd op meerdere diepgaande studies, een openbare raadpleging en een effectbeoordeling om de optie te selecteren die het best bijdraagt tot het vergroten van het concurrentievermogen van de farmaceutische industrie van de EU als geheel.

In dit opzicht is de rapporteur, niettegenstaande zijn diepe eerbied voor de verschillende standpunten, van oordeel dat het verkeerd zou zijn om dit voorstel te zien als slechts een botsing van belangen tussen generieke en innovatieve bedrijven of als valse tweedeling tussen de meest kwetsbaren en de belangen van de grootste bedrijven.

De producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en de enorme waarde daarvan staan hier niet op het spel, er kan immers niet worden ontkend dat de opkomst van deze bedrijven binnen de wereldgezondheid een werkelijk positieve revolutie heeft veroorzaakt wat betreft de toegang tot essentiële geneesmiddelen. Daarom schaart de rapporteur zich volledig achter de voorgestelde invoering van een uitzondering op de ABC-bescherming als manier om een onbedoelde wettelijke belemmering weg te nemen die in de EU gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen ervan weerhield om mee te dingen op de uitvoermarkten waar de concurrentiestrijd hevig is, en om een gelijk speelveld te herstellen voor de in de EU gevestigde producenten en producenten in niet-EU-landen.

Desalniettemin zou het niet eerlijk zijn wanneer we vergeten dat vooruitgang in de wetenschap en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen essentieel zijn voor de behandeling van ziekten en het verlengen van het menselijk leven en dat een sterk kader voor intellectuele-eigendomsrechten essentieel is om investeringen in O&O door de farmaceutische industrie in de EU te stimuleren. In dit verband is het belangrijk dat geneesmiddelen die door een ABC worden beschermd hun volledige marktexclusiviteit in de EU behouden en dat passende maatregelen worden genomen om de transparantie te waarborgen, de ABC-houder te helpen om de bescherming in de EU af te dwingen en het risico te vermijden dat de handelsstromen van generieke en biosimilaire geneesmiddelen waarvan het originele product wordt beschermd door een ABC op illegale wijze naar de EU-markt worden verlegd.

Rekening houdend met al het bovenstaande tracht de rapporteur een compromis te vinden tussen aan de ene kant de verplichting om de aantrekkelijkheid van de EU als knooppunt voor investeringen in innovatief farmaceutisch onderzoek te behouden en, aan de andere kant, de noodzaak om het concurrentievermogen van in de EU gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te waarborgen en voor hen de voorwaarden te scheppen om op gelijke voet te concurreren op de snelgroeiende mondiale markten. De rapporteur is van mening dat hiertoe nadere verduidelijkingen en aanpassingen moeten worden aangebracht in het voorstel en stelt in dit ontwerpverslag daarom een reeks wijzigingen voor. Deze amendementen vallen niet buiten het kader van het voorstel van de Commissie, maar hebben ten doel de tenuitvoerlegging ervan gestroomlijnder en transparanter te maken, terwijl het voorstel gericht, evenredig en evenwichtig blijft, en rekening wordt gehouden met de belangen van de verscheidene belanghebbenden.

In deze geest zijn er amendementen aangebracht om te verduidelijken dat alleen de uitvoer naar derde landen buiten de EU onder de uitzondering valt (overweging 3) en om explicieter de doelstellingen van dit voorstel vast te stellen (overweging 7).

Er zijn ook wijzigingen aangebracht om de tekst in overeenstemming te brengen met de definities van "product" en "geneesmiddel" als bedoeld in artikel 1, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 469/2009, en om het voorwerp van de uitzondering te verduidelijken (artikel 4, lid 2, onder a), punt i) en overwegingen 7, 8 en 9).

Om voor een daadkrachtigere en transparantere uitvoering van de in het voorstel van de Commissie opgenomen waarborgen te zorgen, is er in de tekst een aanvullende vereiste opgenomen om de ABC-houders rechtstreeks op de hoogte te stellen van het voornemen om een product te vervaardigen dat onder de uitzondering valt. Deze verplichting doet geen afbreuk aan de bescherming van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie (zie in dit verband ook de voorgestelde schrapping van artikel 4, lid 3, letter d) en heeft tot doel ervoor te zorgen dat ABC-houders toegang hebben tot de noodzakelijke informatie om te beoordelen of is voldaan de voorwaarden om gebruik te maken van de uitzondering en er geen inbreuk op hun intellectuele-eigendomsrechten wordt gepleegd (overweging 13 bis en artikel 4, lid 2, onder b bis nieuw).

In dezelfde geest, en zodat de partijen genoeg tijd kan worden gegund om na te gaan of aan de voorwaarden voor het toepassen van de uitzondering is voldaan, stelt de rapporteur ook voor om de termijn voor de melding aan de bevoegde autoriteit op het gebied van industriële eigendom en het informeren van de ABC-houder tot drie maanden te verlengen (overweging 13, artikel 4, lid 2, onder b), en b bis) (nieuw)).

In dezelfde geest is een verduidelijking toegevoegd aan de relevante delen van de tekst om ervoor te zorgen dat zowel de bevoegde autoriteit als de ABC-houders in kennis worden gesteld van eventuele wijzigingen of updates van de informatie die aan hen is verstrekt (artikel 4, lid 2, onder b quater) (nieuw)).

Er is ook een nieuw standaardformulier voor het in kennis stellen van de autoriteit toegevoegd als bijlage I, bij het voorstel (artikel 4, lid 3 bis).

Wat betreft de publicatie van de door de fabrikant verstrekte informatie, is de verplichting beperkt tot bepaalde elementen, met het oog op de invoering van een verplichting van de fabrikant om de ABC-houder rechtstreeks te informeren en in overeenstemming met de doelstelling van de bescherming van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie (artikel 11, lid 4).

Wat betreft de maatregelen op het gebied van het tegengaan van de verlegging van handelsstromen wordt overweging 17 aangevuld om te verduidelijken dat deze verordening geen invloed heeft op de regels voor het uniek identificatienummer zoals bedoeld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie.

Ten slotte stelt de rapporteur wat betreft de temporele toepassing van deze verordening voor dat de uitzondering van toepassing is in het geval van de certificaten waarvan het basisoctrooi op of na 2023 is verstreken. Bij deze oplossing is rekening gehouden met het volgende: het belang van het zo spoedig mogelijk aanpakken van de vastgestelde problemen, evenals het waarborgen van de rechtszekerheid door te voorzien in een uniforme toepassingsdatum van de ontheffing, maar ook de noodzaak om een overgangsperiode voor te stellen die lang genoeg is om de bescherming van verkregen rechten en eerdere investeringsbeslissingen te waarborgen en om de marktspelers en de autoriteiten voldoende tijd te gunnen om zich aan het veranderde wettelijke kader aan te passen.


ADVIES van de Commissie internationale handel (3.12.2018)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

(COM(2018)0317 – C8-0217/2018 – 2018/0161(COD))

Rapporteur voor advies: Lola Sánchez Caldentey

AMENDEMENTEN

De Commissie internationale handel verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  De tijdige toegang van generieke en biosimilaire geneesmiddelen tot de markt van de Unie is een belangrijk middel om de concurrentie aan te zwengelen, de prijzen te verlagen en de duurzaamheid van gezondheidszorgstelsels te waarborgen; voorts is de wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 om de productie van generieke en biosimilaire geneesmiddelen voor uitvoer en opslag toe te staan niet strijdig met intellectuele-eigendomsrechten, die een van de hoekstenen van innovatie, concurrentievermogen en groei in de lidstaten blijven. Het voorstel doet geen afbreuk aan de duur van de exclusieve rechten voor het in de handel brengen zolang er nog sprake is van een geldig octrooi, hetgeen wordt onderstreept door het feit dat invoer onmiddellijk na de vervaldatum wordt toegestaan, maar een concurrentienadeel oplevert voor de Europese industrie voor generieke geneesmiddelen. Ook houdt het voorstel rekening met de bezorgdheid van het Europees Parlement en de Raad over het toenemende aantal gevallen van marktfalen in sommige lidstaten, waar de toegang van patiënten tot effectieve en betaalbare essentiële geneesmiddelen in het gedrang komt doordat de prijsniveaus onhoudbaar hoog zijn.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Sinds de vaststelling in 1992 van de voorganger van Verordening (EG) nr. 469/2009 hebben de markten een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt en heeft er een enorme groei in de productie van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen plaatsgevonden, met name in derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is.

(3)  Sinds de vaststelling in 1992 van de voorganger van Verordening (EG) nr. 469/2009 hebben de markten een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt en heeft er een enorme groei in de productie van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen plaatsgevonden, met name in landen buiten de EU ("derde landen") waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is.

Motivering

Verduidelijking van de landen waarvoor de verordening geldt.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Geneesmiddelen vormen een van de belangrijkste pijlers van de gezondheidszorg en zijn niet louter handelswaar. Ontoereikende toegang tot essentiële geneesmiddelen en hoge prijzen voor innoverende geneesmiddelen vormen een ernstige bedreiging van de duurzaamheid van nationale gezondheidszorgstelsels, en een ernstige bedreiging voor patiënten.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)  De Raad heeft in zijn conclusies over het versterken van het evenwicht in de farmaceutische systemen van de Unie en de lidstaten gewezen op het belang van tijdige beschikbaarheid van generieke en biosimilaire geneesmiddelen om de toegang van patiënten tot geneesmiddelentherapie te vergemakkelijken en de duurzaamheid van nationale gezondheidszorgstelsels te verbeteren.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het feit dat Verordening (EG) nr. 469/2009 niet voorziet in enige uitzondering op de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming heeft onbedoeld tot gevolg gehad dat de productie van in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen wordt gehinderd, zelfs wanneer deze uitsluitend is bedoeld voor uitvoer naar markten van derde landen waarin dergelijke bescherming niet bestaat of vervallen is. Een ander onbedoeld gevolg is dat de door het certificaat verleende bescherming het voor die producenten moeilijker maakt onmiddellijk na het vervallen van het certificaat tot de markt van de Unie toe te treden, aangezien zij niet in een positie zijn om productiecapaciteit op te bouwen zolang de door het certificaat geboden bescherming niet is vervallen, in tegenstelling tot producenten die zich in derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is bevinden.

(4)  Het feit dat Verordening (EG) nr. 469/2009 niet voorziet in enige uitzondering op de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming heeft onbedoeld tot gevolg gehad dat het in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen wordt belet te produceren om onmiddellijk na het vervallen van het certificaat tot de markt van de Unie toe te treden en/of uit te voeren naar landen buiten de Unie ("derde landen") waarin een dergelijke bescherming niet bestaat of is verlopen, aangezien zij niet in een positie zijn om productiecapaciteit op te bouwen zolang de door het certificaat geboden bescherming niet is vervallen, in tegenstelling tot producenten die zich in derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is bevinden.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Deze verordening heeft tot doel te waarborgen dat in de Unie gevestigde producten effectief kunnen concurreren in die markten van derde landen waar geen aanvullende bescherming bestaat of deze vervallen is. De verordening is bedoeld als aanvulling op de inspanningen in het kader van het handelsbeleid van de Unie om open markten voor in de Unie gevestigde geneesmiddelenproducenten te waarborgen. Indirect is de verordening ook bedoeld om de positie van die producenten te verbeteren zodat zij onmiddellijk na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat tot de markt van de Unie kunnen toetreden. De verordening zal tevens bijdragen aan het doel de toegang tot geneesmiddelen in de Unie te verbeteren door een snellere toegang tot de markt van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te waarborgen nadat het betrokken certificaat is vervallen.

(7)  Deze verordening heeft tot doel te waarborgen dat in de Unie gevestigde producten effectief kunnen concurreren in die markten van derde landen waar geen aanvullende bescherming bestaat of deze vervallen is. De verordening is bedoeld als aanvulling op de inspanningen in het kader van het handelsbeleid van de Unie om open markten voor in de Unie gevestigde geneesmiddelenproducenten te waarborgen. De verordening is ook bedoeld om de positie van die producenten te verbeteren zodat zij onmiddellijk na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat tot de markt van de Unie kunnen toetreden, dat wil zeggen vanaf dag 1. De verordening zal tevens bijdragen aan het doel de toegang tot geneesmiddelen in de Unie te verbeteren door een snellere toegang tot de markt van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te waarborgen nadat het betrokken certificaat is vervallen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In die specifieke en beperkte omstandigheden, en teneinde een gelijk speelveld voor in de Unie gevestigde producenten en producenten uit derde landen te bewerkstelligen, dient de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming beperkt te worden zodat de mogelijkheid uitsluitend wordt geboden voor de uitvoer naar derde landen en voor handelingen die strikt noodzakelijk zijn voor de productie of voor de feitelijke uitvoer zelf.

(8)  In die specifieke en beperkte omstandigheden, en teneinde een gelijk speelveld voor in de Unie gevestigde producenten en producenten uit derde landen te bewerkstelligen en de burgers van de Unie betere toegang te bieden tot generieke en biosimilaire geneesmiddelen, dient bovengenoemd onbedoeld gevolg van een aanvullend beschermingscertificaat te worden uitgesloten, zodat de mogelijkheid wordt geboden voor i) productie exclusief voor de uitvoer naar derde landen en ii) toetreding tot de markt van de Unie onmiddellijk na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat, evenals voor handelingen die strikt noodzakelijk zijn voor die productie of voor de feitelijke uitvoer of toetreding tot de markt van de Unie zelf.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De desbetreffende uitzondering zou van toepassing moeten zijn op de vervaardiging van het product, met inbegrip van het product dat overeenkomt met het geneesmiddel dat op het grondgebied van een lidstaat door een aanvullend beschermingscertificaat wordt beschermd, met het uitsluitende oogmerk van uitvoer naar derde landen, alsmede op alle hoger of lager in de keten uitgevoerde handelingen van de producent of van derden waarmee de producent een contractuele relatie is aangegaan, indien voor dergelijke handelingen anders de toestemming van de certificaathouder vereist zou zijn, en die handelingen strikt noodzakelijk zijn voor het doel van productie voor uitvoer of voor de feitelijke uitvoer zelf. Die handelingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de levering en invoer van werkzame bestanddelen voor de productie van het geneesmiddel waarmee het door het certificaat beschermde product overeenkomt, op de tijdelijke opslag van het product of op reclameactiviteiten die uitsluitend gericht zijn op uitvoer naar bestemmingen in derde landen.

(9)  De desbetreffende uitzondering zou van toepassing moeten zijn op de vervaardiging van het product, met inbegrip van het product dat overeenkomt met het geneesmiddel dat op het grondgebied van een lidstaat door een aanvullend beschermingscertificaat wordt beschermd, met het uitsluitende oogmerk van uitvoer naar landen buiten de Unie ("derde landen") en voorbereiding op de toegang tot de markt van de Unie vanaf dag 1, alsmede op alle hoger of lager in de keten uitgevoerde handelingen van de producent of van derden waarmee de producent een contractuele relatie is aangegaan, indien voor dergelijke handelingen anders de toestemming van de certificaathouder vereist zou zijn, en die handelingen strikt noodzakelijk zijn voor het doel van productie voor uitvoer, voor de feitelijke uitvoer zelf en voor dag-1-toetreding. Die handelingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de levering en invoer van werkzame bestanddelen voor de productie van het geneesmiddel waarmee het door het certificaat beschermde product overeenkomt, op de tijdelijke opslag van het product of op reclameactiviteiten die uitsluitend gericht zijn op uitvoer naar markten in landen buiten de Unie ("derde landen") of dag-1-toetreding tot de markt van de Unie.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Door de werkingssfeer van de uitzondering te beperken tot uitsluitend op uitvoer buiten de Unie gerichte productie en handelingen die voor die productie of voor de feitelijke uitvoer zelf noodzakelijk zijn, zal de bij deze verordening ingevoerde uitzondering niet in onredelijke mate conflicteren met de gewone exploitatie van het product in de lidstaat waar het certificaat van kracht is, noch de legitieme belangen van de certificaathouder schaden, terwijl met de legitieme belangen van derden rekening wordt gehouden.

(11)  Door de werkingssfeer van de uitzondering te beperken tot uitsluitend op dag-1-toetreding en uitvoer buiten de Unie gerichte productie en handelingen die voor die productie of voor de feitelijke uitvoer zelf noodzakelijk zijn, zal de bij deze verordening ingevoerde uitzondering niet conflicteren met de gewone exploitatie van het product in de lidstaat waar het certificaat van kracht is, noch de legitieme belangen van de certificaathouder schaden, terwijl met de legitieme belangen van derden rekening wordt gehouden. In dit opzicht wordt in de studie van de Commissie1 bis gesteld dat noch de productie ten behoeve van uitvoer, noch de productie ten behoeve van het aanleggen van een voorraad in strijd is met de wettelijke doelstellingen van het SPC-systeem, en dat het enige effect van een verbod op het aanleggen van een voorraad wellicht zou zijn dat de marktkansen van landen buiten de EU zouden toenemen, ten koste van de producenten van generieke geneesmiddelen die in de Unie zijn gevestigd.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De uitzondering gaat vergezeld van vrijwaringsmaatregelen om transparantie te vergroten, de houder van een aanvullend beschermingscertificaat te ondersteunen bij handhaving van de bescherming ervan in de Unie en het gevaar van onrechtmatige verlegging van handelsstromen naar de markt van de Unie tijdens de duur van het certificaat te beperken.

(12)  De uitzondering gaat vergezeld van redelijke, evenredige en passende vrijwaringsmaatregelen die exclusief zijn bedoeld om de houder van een aanvullend beschermingscertificaat te helpen controleren of wordt voldaan aan de in dit kader uiteengezette voorwaarden, zonder de eerlijke concurrentie tussen bedrijven te beïnvloeden. De vrijwaringsmaatregelen garanderen de nodige vertrouwelijkheid en bescherming van commercieel gevoelige informatie van de aanvrager, in overeenstemming met de bestaande wetgeving en aanbevelingen van de Unie, zoals Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 over bedrijfsgeheimen en de richtsnoeren van EMA/HMA over het identificeren van commercieel vertrouwelijke informatie en persoonsgegevens.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Voor dit doel wordt in de verordening een eenmalige plicht opgelegd aan degene die het uitsluitend voor de uitvoer bestemde product maakt, op grond waarvan die persoon in de lidstaat waar de productie zal plaatsvinden, bepaalde informatie moet verstrekken aan de autoriteit die het aanvullend beschermingscertificaat heeft verleend. De informatie moet voorafgaand aan de eerste productieplanning in die lidstaat worden verstrekt. De productie en aanverwante handelingen, met inbegrip van de in andere lidstaten dan de lidstaat van productie uitgevoerde handelingen wanneer het product ook door een certificaat in die andere lidstaten is beschermd, valt uitsluitend onder de werkingssfeer van de uitzondering als de producent zijn melding naar de bevoegde autoriteit op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten (of een andere hiervoor aangewezen autoriteit) van de lidstaat waar de productie plaatsvindt, heeft verzonden. De eenmalige verplichting tot het verstrekken van informatie aan de autoriteit geldt voor elke lidstaat waar productie zal plaatsvinden, zowel voor de productie in die lidstaat als voor de aanverwante handelingen, ongeacht of deze in dezelfde of in een andere bij de productie betrokken lidstaat worden uitgevoerd. De autoriteit is verplicht deze informatie te publiceren, in het belang van transparantie en met het doel de certificaathouder over het voornemen van de producent te informeren.

(13)  Voor dit doel moet de persoon die verantwoordelijk is voor de productie ("de producent") of een persoon die namens de producent handelt, voor zover de producent gebruik wil maken van de uitzondering en ten behoeve van de transparantie, een waarschuwingsbrief aan de geregistreerde certificaathouder(s) doen toekomen op het/de door hem/hen geregistreerde adres(sen). Deze brief mag geen commercieel gevoelige informatie of vertrouwelijke details bevatten van het bedrijfsplan van een bedrijf, teneinde eventuele concurrentieverstorende gevolgen te beperken. Met het oog hierop moet de in de waarschuwingsbrief vervatte informatie met name aansluiten bij de bestaande wetgeving en aanbevelingen van de EU, zoals Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 over bedrijfsgeheimen en de richtsnoeren van EMA/HMA over het identificeren van commercieel vertrouwelijke informatie en persoonsgegevens. Om diezelfde reden moeten de waarschuwingsbrief en de informatie die daarin is opgenomen strikt vertrouwelijk worden behandeld door de certificaathouder en mag hij deze niet voor andere doeleinden gebruiken dan om te garanderen dat de fabrikant heeft voldaan aan het toepassingsgebied en de voorwaarden van de uitzondering. Daarnaast wordt in de verordening een eenmalige plicht opgelegd aan degene die het product maakt, op grond waarvan die persoon in de lidstaat waar de productie zal plaatsvinden, bepaalde informatie moet verstrekken aan de autoriteit die het aanvullend beschermingscertificaat heeft verleend. De informatie moet voorafgaand aan de eerste productieplanning in die lidstaat worden verstrekt. De productie en aanverwante handelingen, met inbegrip van de in andere lidstaten dan de lidstaat van productie uitgevoerde handelingen wanneer het product ook door een certificaat in die andere lidstaten is beschermd, valt uitsluitend onder de werkingssfeer van de uitzondering als de producent zijn melding naar de bevoegde autoriteit op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten (of een andere hiervoor aangewezen autoriteit) van de lidstaat waar de productie plaatsvindt, heeft verzonden. De eenmalige verplichting tot het verstrekken van informatie aan de autoriteit geldt voor elke lidstaat waar productie zal plaatsvinden, zowel voor de productie in die lidstaat als voor de aanverwante handelingen, ongeacht of deze in dezelfde of in een andere bij de productie betrokken lidstaat worden uitgevoerd. De autoriteit moet de melding en de informatie die daarin is opgenomen vertrouwelijk behandelen en er moeten specifieke maatregelen worden genomen om deze vertrouwelijkheid te beschermen. De autoriteit kan de informatie alleen vrijgeven aan de certificaathouder als een rechter hiertoe een bevel heeft gegeven i) op verzoek van de certificaathouder (of van andere personen die op grond van het nationale recht een inbreukprocedure mogen inleiden op basis van het certificaat), ii) nadat de producent de kans heeft gekregen het proces bij te wonen en te worden gehoord, iii) als de certificaathouder op gerechtvaardigde en evenredige wijze bewijsmateriaal heeft overgelegd waaruit blijkt dat de producent zeer waarschijnlijk niet heeft voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de uitzondering en iv) als de certificaathouder en de rechter passende maatregelen hebben getroffen om de melding en de informatie die daarin is opgenomen vertrouwelijk te behandelen en de vrijgave ervan aan derde partijen te voorkomen. De producent wordt verplicht zowel de bevoegde autoriteit als de certificaathouder in kennis te stellen van eventuele wijzigingen in de informatie die in de meldingen is verstrekt.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Voorts worden in deze verordening bepaalde zorgvuldigheidsvereisten aan de producent opgelegd waaraan moet worden voldaan wil de uitzondering werking kunnen hebben. De producent moet worden verplicht met gepaste middelen, met name contractuele middelen, de deelnemers in zijn toeleveringsketen in kennis te stellen van het feit dat het product onder de bij deze verordening ingevoerde uitzondering valt en uitsluitend voor de uitvoer bedoeld is. Een producent die niet aan deze zorgvuldigheidsvereisten heeft voldaan kan zich niet op de uitzondering beroepen, noch kan een derde partij die een aanverwante handeling in dezelfde of een andere lidstaat waar een aan het product bescherming biedend certificaat van kracht is dit doen; in beide gevallen heeft de houder van het betrokken certificaat het recht zijn uit hoofde van het certificaat verleende rechten te handhaven.

(14)  Voorts worden in deze verordening bepaalde zorgvuldigheidsvereisten aan de producent opgelegd waaraan moet worden voldaan wil de uitzondering werking kunnen hebben. De producent moet worden verplicht met gepaste middelen, met name contractuele of gedocumenteerde middelen, de bedrijven in zijn toeleveringsketen in kennis te stellen van het feit dat het product onder de bij deze verordening ingevoerde uitzondering valt en uitsluitend voor de uitvoer bedoeld is, of voor dag-1-toetreding. Een producent die niet aan deze zorgvuldigheidsvereisten heeft voldaan kan zich niet op de uitzondering beroepen, noch kan een derde partij die een aanverwante handeling in dezelfde of een andere lidstaat waar een aan het product bescherming biedend certificaat van kracht is dit doen; in beide gevallen heeft de houder van het betrokken certificaat het recht zijn uit hoofde van het certificaat verleende rechten te handhaven.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Uniemaatregelen die tot doel hebben inbreuken te voorkomen en de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te vergemakkelijken, waaronder Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad5 en Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad6.

(17)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Uniemaatregelen die tot doel hebben inbreuken te voorkomen en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te vergemakkelijken, waaronder Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad41, Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad42 en het unieke identificatiekenmerk dat is vastgesteld bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie.

__________________

__________________

41 Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).

41 Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).

42 Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).

42 Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Teneinde te waarborgen dat houders van al van kracht zijnde aanvullende beschermingscertificaten niet verstoken blijven van hun verkregen rechten, moet de in deze verordening bepaalde uitzondering slechts van toepassing zijn op certificaten die op of na een vastgestelde datum na de inwerkingtreding ervan zijn verleend, ongeacht het tijdstip waarop de aanvraag voor het certificaat voor het eerst werd ingediend. De vastgestelde datum biedt aanvragers en andere relevante marktspelers genoeg tijd om zich aan het veranderde wettelijke kader aan te passen en tijdig gepaste besluiten ten aanzien van investering en productielocatie te nemen. De datum biedt tevens genoeg tijd aan overheidsinstellingen om gepaste regelingen voor de ontvangst en bekendmaking van meldingen van het voornemen tot productie in te stellen, en houdt op gepaste wijze rekening met de aanvragen voor certificaten die in behandeling zijn.

(19)  Teneinde de potentiële voordelen voor patiënten en voor de in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te vergroten, moet de inwerkingtreding van de in deze verordening bepaalde uitzondering binnen een redelijke termijn plaatsvinden, zodat houders van aanvullende beschermingscertificaten zich aan de uitzondering kunnen aanpassen, en moet de voorziene uitzondering van toepassing zijn op certificaten waarvoor het basisoctrooi vervalt na de inwerkingtreding van deze verordening, zodat aanvragers en andere relevante marktspelers genoeg tijd om zich aan het veranderde wettelijke kader aan te passen en tijdig gepaste besluiten ten aanzien van investering en productielocatie te nemen.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Om de basisdoelstelling te bereiken is het nodig en gepast een gelijk speelveld te bieden aan producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en hun concurrenten op de markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is, regels vast te stellen die het exclusieve recht van een houder van een aanvullend beschermingscertificaat om het desbetreffende product tijdens de duur van het certificaat te vervaardigen, beperken en aan fabrikanten die van die regels gebruik willen maken, bepaalde informatie- en etiketteringsverplichtingen op te leggen. Deze verordening voldoet aan het evenredigheidsbeginsel, en gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om de beoogde doelstellingen te bereiken, in overeenstemming met artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

(21)  Om de basisdoelstelling te bereiken is het nodig en gepast een gelijk speelveld te bieden aan producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en hun concurrenten op de markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is, en teneinde de toegang tot betaalbare geneesmiddelen voor de burgers van de Unie te verbeteren, regels vast te stellen die het vervaardigen van het desbetreffende product tijdens de duur van het certificaat mogelijk maken, en aan fabrikanten die van die regels gebruik willen maken, bepaalde informatieverplichtingen op te leggen. Deze verordening voldoet aan het evenredigheidsbeginsel, en gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om de beoogde doelstellingen te bereiken, in overeenstemming met artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom in artikel 17 van het Handvest door de kernrechten van het aanvullend beschermingscertificaat in stand te houden, door de uitzondering te beperken tot certificaten die op of na een vastgestelde datum na de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend en door aan de toepassing van de uitzondering bepaalde voorwaarden te verbinden,

(22)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom in artikel 17 van het Handvest door de kernrechten van het aanvullend beschermingscertificaat in stand te houden, het recht op gezondheidszorg in artikel 35 van het Handvest door geneesmiddelen toegankelijker te maken voor patiënten in de EU, het evenredigheidsbeginsel in artikel 52 van het Handvest, artikel 6, onder a), VWEU betreffende het recht op bescherming van de gezondheid voor Europese burgers, terwijl tegelijkertijd een redelijke voorspelbaarheid wordt behouden voor aanvragers en andere relevante marktdeelnemers, door de uitzondering te beperken tot certificaten waarvoor het basisoctrooi vervalt na de inwerkingtreding van deze verordening en door aan de toepassing van de uitzondering bepaalde voorwaarden te verbinden.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Het in alinea 1 bedoelde certificaat zal geen bescherming verlenen tegen een bepaalde handeling waartegen het basisoctrooi bescherming verleende indien met betrekking tot die bepaalde handeling aan de volgende voorwaarden is voldaan:

2.   Het in alinea 1 bedoelde certificaat zal geen bescherming verlenen tegen een bepaalde handeling waartegen het basisoctrooi bescherming verleende indien met betrekking tot die bepaalde handeling aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)  de handeling omvat:

a)  de handeling omvat:

i)  vervaardiging met het uitsluitende doel van uitvoer naar derde landen, of

i)  vervaardiging met:

 

a.   het uitsluitende doel van uitvoer naar landen buiten de Europese Unie ("derde landen") waar geen bescherming bestaat voor het geneesmiddel of deze bescherming is vervallen; of

 

b.   het uitsluitende doel het product onmiddellijk na het vervallen van het certificaat op de markt van de Unie te verkopen of voor verkoop aan te bieden,

ii)  iedere aanverwante handeling die voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer zelf strikt noodzakelijk is;

ii)  iedere aanverwante handeling die voor die vervaardiging, de opslag of voor de feitelijke uitvoer zelf strikt noodzakelijk is;

 

(ii bis)   invoer met het doel als bedoeld onder i);

b)  de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit van de lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) wordt door de persoon die vervaardigt (hierna "de fabrikant" genoemd), uiterlijk 28 dagen vóór de geplande aanvangsdatum van de vervaardiging in die lidstaat in kennis gesteld van de in lid 3 genoemde informatie;

b)  de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit van de lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) wordt door de persoon die vervaardigt (hierna "de fabrikant" genoemd), uiterlijk 60 dagen vóór de geplande aanvangsdatum van de vervaardiging in die lidstaat in kennis gesteld van de in lid 3 genoemde informatie;

c)  de fabrikant zorgt ervoor dat er een logo, in de in bijlage I vastgestelde vorm, op de buitenverpakking van het product of, indien er geen buitenverpakking is, op de directe verpakking wordt aangebracht;

c)  De certificaathouder wordt schriftelijk door de fabrikant in kennis gesteld dat er een melding is verzonden op grond van lid 2, onder b), en ontvangt niet later dan 60 dagen voor de aanvangsdatum van de vervaardiging in die lidstaat en vóór enige verwante handeling voorafgaand aan die vervaardiging, die normaal gesproken verboden zou zijn op grond van de bescherming uit hoofde van een certificaat, de in lid 3, onder c), van dit artikel vermelde informatie; de houder van het aanvullend beschermingscertificaat behandelt de waarschuwingsbrief en de informatie die daarin is opgenomen strikt vertrouwelijk en mag deze niet gebruiken voor andere doeleinden dan om te garanderen dat de producent heeft voldaan aan het toepassingsgebied van de uitzondering;

d)  de fabrikant voldoet aan de vereisten van lid 4.

d)  de fabrikant voldoet aan de vereisten van lid 4.

 

Als de in de eerste alinea, onder b), bedoelde informatie verandert, stelt de fabrikant de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit in kennis voordat deze wijzigingen ingaan. De melding en de hierin opgenomen informatie moeten vertrouwelijk worden behandeld. De autoriteit mag de informatie alleen aan de houder van het aanvullend beschermingscertificaat vrijgeven als een rechter hiertoe een bevel geeft.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De in lid 2, onder b), bedoelde informatie is als volgt:

3.   De in lid 2, onder b), bedoelde informatie wordt strikt vertrouwelijk behandeld en is als volgt:

a)  de naam en het adres van de fabrikant;

a)   de naam en het adres van de fabrikant;

b)  het adres of de adressen van de bedrijfsruimten waar de vervaardiging in de betrokken lidstaat zal plaatsvinden;

b)   de betrokken lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden;

c)  het nummer van het in de betrokken lidstaat verleende certificaat en de identificatie van het product onder verwijzing naar de door de houder van het certificaat gebruikte geregistreerde naam;

c)   het nummer van het in de betrokken lidstaat verleende certificaat en de identificatie van het product onder verwijzing naar de door de houder van het certificaat gebruikte geregistreerde naam;

d)   het nummer van de in overeenstemming met artikel 40, lid 1, van Richtlijn 2001/83/EG of artikel 44, lid 1, van Richtlijn 2001/82/EG verleende vergunning voor de vervaardiging van het overeenkomstige geneesmiddel of, bij gebrek aan zo'n vergunning, een geldig certificaat van goede productiepraktijken zoals bedoeld in artikel 111, lid 5, van Richtlijn 2001/83/EG of artikel 80, lid 5, van Richtlijn 2001/82/EG dat de bedrijfsruimten waar de vervaardiging zal plaatsvinden omvat;

 

e)   de geplande aanvangsdatum van de vervaardiging in de betrokken lidstaat;

e)   de aanvangsdatum van de vervaardiging in de betrokken lidstaat;

f)   een indicatieve lijst van het derde land of de derde landen waarnaar men voornemens is het product uit te voeren.

 

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Lid 2 is uitsluitend van toepassing op certificaten die op of na [OP: Voeg hier de datum in van de eerste dag van de derde maand volgend op de maand waarin deze verordening tot wijziging in het Publicatieblad is bekendgemaakt] zijn verleend.".

5.   De in lid 2 genoemde uitzondering is uitsluitend van toepassing op certificaten waarvoor het basisoctrooi na [OP: Voeg hier de datum in van de eerste dag van de derde maand volgend op de maand waarin deze verordening tot wijziging in het Publicatieblad is bekendgemaakt] vervalt;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 11 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De aan een autoriteit verzonden melding zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), wordt door die instantie binnen 15 dagen na ontvangst van de melding bekendgemaakt.

4.   De in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit behandelt de melding zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), en de in lid 3 genoemde informatie vertrouwelijk en neemt passende maatregelen om dergelijke vertrouwelijkheid te waarborgen.

 

De autoriteit geeft de melding en de hierin opgenomen informatie alleen vrij als dit wordt bevolen door een rechter die op grond van het nationale recht bevoegd is om een inbreukzaak op basis van het certificaat te horen. Een rechter beveelt een dergelijke vrijgave alleen indien ten minste wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

 

a) de persoon die om vrijgave verzoekt is de houder van het certificaat (of een persoon die op grond van het nationale recht een inbreukprocedure mag inleiden op basis van het certificaat);

 

b) de fabrikant krijgt de kans het proces bij te wonen en te worden gehoord voor de rechter;

 

c) de certificaathouder heeft op gerechtvaardigde en evenredige wijze bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de fabrikant zeer waarschijnlijk niet heeft voldaan aan de voorwaarden van lid 2;

 

d) de certificaathouder en de rechter hebben passende maatregelen getroffen om de melding en de informatie die daarin is opgenomen vertrouwelijk te behandelen en de vrijgave ervan aan derde partijen te voorkomen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EG) nr. 469/2009

Artikel 21 bis – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In de evaluatie wordt een specifiek hoofdstuk gewijd aan de gevolgen van de inwerkingtreding van de gewijzigde verordening voor de ontwikkeling van de lokale industrie voor generieke en biosimilaire geneesmiddelen in derde landen, met name ontwikkelingslanden.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Bijlage

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

Document- en procedurenummers

COM(2018)0317 – C8-0217/2018 – 2018/0161(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

2.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

INTA

2.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Lola Sánchez Caldentey

20.6.2018

Behandeling in de commissie

5.11.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

3.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

11

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

David Borrelli, David Campbell Bannerman, Santiago Fisas Ayxelà, Eleonora Forenza, Karoline Graswander-Hainz, Christophe Hansen, Heidi Hautala, Nadja Hirsch, France Jamet, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Joachim Schuster, Adam Szejnfeld, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Reimer Böge, Klaus Buchner, Sajjad Karim, Gabriel Mato, Ralph Packet, Frédérique Ries, Pedro Silva Pereira, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Birgit Collin-Langen, Jonás Fernández, Alojz Peterle, Kosma Złotowski

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

20

+

ECR

Kosma Złotowski

ENF

France Jamet

GUE/NGL

Eleonora Forenza, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur

NI

David Borrelli

PPE

Alojz Peterle, Adam Szejnfeld, Jarosław Wałęsa, Iuliu Winkler

S&D

Jonás Fernández, Karoline Graswander-Hainz, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Joachim Schuster, Pedro Silva Pereira

VERTS/ALE

Klaus Buchner, Heidi Hautala

11

-

ALDE

Nadja Hirsch, Frédérique Ries

ECR

David Campbell Bannerman, Sajjad Karim, Ralph Packet

PPE

Reimer Böge, Birgit Collin-Langen, Santiago Fisas Ayxelà, Christophe Hansen, Gabriel Mato, Godelieve Quisthoudt-Rowohl

1

0

PPE

Tokia Saïfi

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (27.11.2018)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

(COM(2018)0317 – C8-0217/2018 – 2018/0161(COD))

Rapporteur voor advies: Tiemo Wölken

BEKNOPTE MOTIVERING

Overeenkomstig het standpunt van het Europees Parlement over EU-opties voor een betere toegang tot geneesmiddelen (2016/2057(INI)) is de rapporteur ingenomen met het voorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen.

Momenteel ondervinden in de Unie gevestigde producenten van generieke en/of biosimilaire geneesmiddelen problemen op de eengemaakte markt van de EU die hen in een nadelige positie plaatsen ten opzichte van buiten de Unie gevestigde producenten.

De rapporteur wil daarom een gelijk speelveld herstellen voor in de EU gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en buiten de EU gevestigde producenten, waarmee het concurrentievermogen van in de EU gevestigde generieke en biosimilaire producenten gestimuleerd wordt, met name wat betreft de uitvoer naar landen waar geen aanvullend beschermingscertificaat bestaat, en waarmee de toegang tot de Unie vanaf dag 1 vergemakkelijkt wordt. Daartoe ondersteunt de rapporteur niet alleen een ontheffing voor productie die voor uitvoer is bestemd, maar ook het invoeren van een ontheffing voor het aanleggen van voorraden, waardoor producenten van generieke en/of biosimilaire geneesmiddelen meer stimulansen krijgen om binnen de Unie te produceren en niet in derde landen.

De afgelopen decennia zijn de prijzen van nieuwe geneesmiddelen dermate gestegen dat zij soms onbetaalbaar zijn geworden voor veel Europese burgers, hetgeen leidt tot inperking van hun in het Handvest van de grondrechten van de EU verankerde "recht op toegang tot medische verzorging". Toegang tot de EU-markt van generieke en biosimilaire geneesmiddelen is belangrijk om de prijzen te kunnen verlagen en duurzame gezondheidsstelsels te kunnen waarborgen, en heeft tevens een positieve uitwerking op de nationale begrotingen voor gezondheidszorg. Wanneer geneesmiddelen sneller op de EU-markt worden gebracht, hebben Europese burgers sneller toegang tot betaalbare geneesmiddelen. Dankzij de invoering van de ontheffing van de ABC-verplichting kunnen belemmeringen bij de toegang tot geneesmiddelen, waaronder tekorten aan essentiële en andere geneesmiddelen, worden weggenomen. Productie binnen de EU kan leiden tot meer voorzieningszekerheid en een hogere kwaliteit van het aanbod, minder namaakproducten en minder onzekerheid door afhankelijkheid van invoer.

Invoering van de ontheffing voor productie en voor het aanleggen van voorraden in Europa zal de sector voor generieke en biosimilaire geneesmiddelen versterken en de positie van de EU als centrum voor farmaceutische innovatie en productie, met name op het gebied van biosimilaire geneesmiddelen, een impuls geven, wat leidt tot het scheppen van banen en ervoor zorgt dat deskundigheid binnen de Unie blijft.

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Door te voorzien in een termijn van aanvullende bescherming tot maximaal vijf jaar beoogt Verordening (EG) nr. 469/2009 binnen de Unie het onderzoek en de innovatie die voor de ontwikkeling van geneesmiddelen noodzakelijk zijn te bevorderen en bij te dragen aan het voorkomen van verplaatsing van onderzoek op farmaceutisch gebied naar landen buiten de Unie die een betere bescherming bieden.

(2)  Door te voorzien in een termijn van aanvullende bescherming tot maximaal vijf jaar beoogt Verordening (EG) nr. 469/2009 op Unieniveau een oplossing te bieden om te voorkomen dat nationale wetgeving nieuwe verschillen creëert die het vrije verkeer van geneesmiddelen binnen de interne markt zouden belemmeren, en daarbij het onderzoek en de innovatie binnen de Unie te bevorderen die voor de ontwikkeling van een nieuwere generatie geneesmiddelen noodzakelijk zijn, die de behandeling van nieuwe ziekten ondersteunen of betere therapeutische effecten bieden, en bij te dragen aan het voorkomen van verplaatsing van onderzoek op farmaceutisch gebied naar landen buiten de Unie die een betere bescherming bieden.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Het voorstel om de verordening zodanig te wijzigen dat de productie van generieke en biosimilaire geneesmiddelen voor uitvoer en opslag wordt toegestaan zodat zij op de Uniemarkt kunnen worden gebracht wanneer het octrooi verloopt, is niet strijdig met intellectuele-eigendomsrechten, aangezien deze de geldigheidsduur van de exclusiviteitsrechten gedurende de looptijd van het octrooi onverlet laten, hetgeen wordt onderstreept door het feit dat invoer onmiddellijk na de vervaldatum wordt toegestaan, maar levert een concurrentienadeel op voor de producenten van generieke geneesmiddelen in de Unie.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De tijdige toegang van generieke en biosimilaire geneesmiddelen tot de markt van de Unie is een belangrijk middel om de concurrentie aan te zwengelen, de prijzen te verlagen en de duurzaamheid van gezondheidszorgstelsels te waarborgen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het feit dat Verordening (EG) nr. 469/2009 niet voorziet in enige uitzondering op de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming heeft onbedoeld tot gevolg gehad dat de productie van in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen wordt gehinderd, zelfs wanneer deze uitsluitend is bedoeld voor uitvoer naar markten van derde landen waarin dergelijke bescherming niet bestaat of vervallen is. Een ander onbedoeld gevolg is dat de door het certificaat verleende bescherming het voor die producenten moeilijker maakt onmiddellijk na het vervallen van het certificaat tot de markt van de Unie toe te treden, aangezien zij niet in een positie zijn om productiecapaciteit op te bouwen zolang de door het certificaat geboden bescherming niet is vervallen, in tegenstelling tot producenten die zich in derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is bevinden.

(4)  Het feit dat Verordening (EG) nr. 469/2009 niet voorziet in enige uitzondering op de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming heeft onbedoeld tot gevolg gehad dat het in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen wordt belet om deze producten met het oog op toetreding tot de markt van de Unie onmiddellijk na verval van het certificaat en/of met het oog op uitvoer naar markten van derde landen waarin dergelijke bescherming niet bestaat of vervallen is, te produceren. Een ander onbedoeld gevolg is dat de door het certificaat verleende bescherming het voor die producenten moeilijker maakt onmiddellijk na het vervallen van het certificaat tot de markt van de Unie toe te treden, aangezien zij niet in een positie zijn om productiecapaciteit op te bouwen zolang de door het certificaat geboden bescherming niet is vervallen, in tegenstelling tot producenten die zich in derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is bevinden.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Dit plaatst in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in een aanzienlijke slechtere concurrentiepositie dan de producenten in derde landen die minder of geen bescherming bieden.

(5)  Dit plaatst in de Unie gevestigde producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in een aanzienlijk slechtere concurrentiepositie dan de producenten in derde landen die minder of geen bescherming bieden, wat tevens hogere prijzen voor geneesmiddelen tot gevolg heeft.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Deze verordening heeft tot doel te waarborgen dat in de Unie gevestigde producten effectief kunnen concurreren in die markten van derde landen waar geen aanvullende bescherming bestaat of deze vervallen is. De verordening is bedoeld als aanvulling op de inspanningen in het kader van het handelsbeleid van de Unie om open markten voor in de Unie gevestigde geneesmiddelenproducenten te waarborgen. Indirect is de verordening ook bedoeld om de positie van die producenten te verbeteren zodat zij onmiddellijk na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat tot de markt van de Unie kunnen toetreden. De verordening zal tevens bijdragen aan het doel de toegang tot geneesmiddelen in de Unie te verbeteren door een snellere toegang tot de markt van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te waarborgen nadat het betrokken certificaat is vervallen.

(7)  Deze verordening heeft tot doel te waarborgen dat in de Unie gevestigde producenten effectief kunnen concurreren in die markten van derde landen waar geen aanvullende bescherming bestaat of deze vervallen is, en te waarborgen dat generieke en biosimilaire geneesmiddelen toetreden tot de Uniemarkt vanaf dag 1 na het vervallen van het betreffende aanvullend beschermingscertificaat, zodat de toegang tot geneesmiddelen wordt bevorderd. De verordening is bedoeld als aanvulling op de inspanningen in het kader van het handelsbeleid van de Unie om open markten voor in de Unie gevestigde geneesmiddelenproducenten te waarborgen. De verordening is ook bedoeld om de positie van die producenten te verbeteren zodat zij onmiddellijk na het vervallen van het betrokken aanvullend beschermingscertificaat tot de markt van de Unie kunnen toetreden, te weten vanaf dag 1. De verordening zal tevens bijdragen aan het doel de toegang tot geneesmiddelen in de Unie te verbeteren en zal zo helpen om de recente tekorten aan bepaalde geneesmiddelen te beperken, door een snellere toegang tot de markt van generieke en biosimilaire geneesmiddelen te waarborgen nadat het betrokken certificaat is vervallen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In die specifieke en beperkte omstandigheden, en teneinde een gelijk speelveld voor in de Unie gevestigde producenten en producenten uit derde landen te bewerkstelligen, dient de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming beperkt te worden zodat de mogelijkheid uitsluitend wordt geboden voor de uitvoer naar derde landen en voor handelingen die strikt noodzakelijk zijn voor de productie of voor de feitelijke uitvoer zelf.

(8)  In deze specifieke en beperkte omstandigheden dient de door een aanvullend beschermingscertificaat, maar niet door een ander intellectuele-eigendomsrecht verleende bescherming beperkt te worden, zodat de bovengenoemde onbedoelde neveneffecten van het aanvullende beschermingscertificaat tenietgedaan worden, teneinde een gelijk speelveld voor in de Unie gevestigde producenten en producenten in derde landen te bewerkstelligen. Dit maakt productie mogelijk uitsluitend voor (i) de uitvoer naar derde landen, en voor andere handelingen die strikt noodzakelijk zijn voor deze productie, en (ii) toegang tot de markt van de Unie zodra het aanvullende beschermingscertificaat vervalt.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De desbetreffende uitzondering zou van toepassing moeten zijn op de vervaardiging van het product, met inbegrip van het product dat overeenkomt met het geneesmiddel dat op het grondgebied van een lidstaat door een aanvullend beschermingscertificaat wordt beschermd, met het uitsluitende oogmerk van uitvoer naar derde landen, alsmede op alle hoger of lager in de keten uitgevoerde handelingen van de producent of van derden waarmee de producent een contractuele relatie is aangegaan, indien voor dergelijke handelingen anders de toestemming van de certificaathouder vereist zou zijn, en die handelingen strikt noodzakelijk zijn voor het doel van productie voor uitvoer of voor de feitelijke uitvoer zelf. Die handelingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de levering en invoer van werkzame bestanddelen voor de productie van het geneesmiddel waarmee het door het certificaat beschermde product overeenkomt, op de tijdelijke opslag van het product of op reclameactiviteiten die uitsluitend gericht zijn op uitvoer naar bestemmingen in derde landen.

(9)  De desbetreffende uitzondering zou van toepassing moeten zijn op de vervaardiging van het product, met inbegrip van het product dat overeenkomt met het geneesmiddel dat op het grondgebied van een lidstaat door een aanvullend beschermingscertificaat wordt beschermd, met het uitsluitende oogmerk van uitvoer naar derde landen en voorbereiding op de toegang tot de markt van de Unie vanaf dag 1, alsmede op alle hoger of lager in de keten uitgevoerde handelingen van de producent of van derden waarmee de producent een contractuele relatie is aangegaan, indien voor dergelijke handelingen anders de toestemming van de certificaathouder vereist zou zijn, en die strikt noodzakelijk zijn voor het doel van productie voor uitvoer, voor de feitelijke uitvoer zelf, en voor dag-1-toetreding. Die handelingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de levering en invoer van werkzame bestanddelen voor de productie van het geneesmiddel waarmee het door het certificaat beschermde product overeenkomt, op de tijdelijke opslag van het product of op reclameactiviteiten die uitsluitend gericht zijn op uitvoer naar bestemmingen in derde landen of op dag-1-toetreding.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  De uitzondering is niet van toepassing op het in de handel brengen, hetzij rechtstreeks of met een omweg nadat het is uitgevoerd, van het uitsluitend voor de uitvoer gemaakte product op de markt in de lidstaat waar een aanvullend beschermingscertificaat van kracht is; evenmin kan de herinvoer van het product naar de markt van een lidstaat waarin een certificaat van kracht is, hieronder vallen. Daarnaast bestrijkt de uitzondering geen enkele handeling of activiteit die tot oogmerk heeft geneesmiddelen, of onderdelen van geneesmiddelen, in de Unie in te voeren louter met het doel dit opnieuw te verpakken en opnieuw uit te voeren.

(10)  De uitzondering is niet van toepassing op het in de handel brengen, hetzij rechtstreeks of met een omweg nadat het is uitgevoerd, van een uitsluitend voor de uitvoer of dag-1-toetreding gemaakt geneesmiddel op de markt in de lidstaat waar een aanvullend beschermingscertificaat van kracht is; evenmin kan de herinvoer van het geneesmiddel naar de markt van een lidstaat waarin een certificaat van kracht is, hieronder vallen. Daarnaast bestrijkt de uitzondering geen enkele handeling of activiteit die tot oogmerk heeft geneesmiddelen, of onderdelen van geneesmiddelen, in de Unie in te voeren louter met het doel dit opnieuw te verpakken en opnieuw uit te voeren, oftewel de wederuitvoer vanuit derde landen naar de Unie.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Door de werkingssfeer van de uitzondering te beperken tot uitsluitend op uitvoer buiten de Unie gerichte productie en handelingen die voor die productie of voor de feitelijke uitvoer zelf noodzakelijk zijn, zal de bij deze verordening ingevoerde uitzondering niet in onredelijke mate conflicteren met de gewone exploitatie van het product in de lidstaat waar het certificaat van kracht is, noch de legitieme belangen van de certificaathouder schaden, terwijl met de legitieme belangen van derden rekening wordt gehouden.

(11)  De werkingssfeer van de uitzondering is beperkt tot uitsluitend op dag-1-toetreding en op uitvoer buiten de Unie gerichte productie en tot handelingen die voor die productie of voor de feitelijke uitvoer zelf noodzakelijk zijn. Derhalve zal de bij deze verordening ingevoerde uitzondering niet conflicteren met de gewone exploitatie van het product of geneesmiddel in de lidstaat waar het certificaat van kracht is, noch de legitieme belangen van de certificaathouder schaden, terwijl met de legitieme belangen van derden rekening wordt gehouden.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De uitzondering gaat vergezeld van vrijwaringsmaatregelen om transparantie te vergroten, de houder van een aanvullend beschermingscertificaat te ondersteunen bij handhaving van de bescherming ervan in de Unie en het gevaar van onrechtmatige verlegging van handelsstromen naar de markt van de Unie tijdens de duur van het certificaat te beperken.

(12)  De uitzondering gaat vergezeld van redelijke en evenredige vrijwaringsmaatregelen, uitsluitend om de houder van een aanvullend beschermingscertificaat te ondersteunen bij het controleren van de naleving van de op grond van deze verordening vastgestelde voorwaarden. De vrijwaringsmaatregelen mogen geen negatieve gevolgen hebben voor de concurrentie tussen bedrijven en moeten ervoor zorgen dat de uitzondering op doeltreffende wijze werkt, zonder verstoring van de belangrijkste doelstellingen van de uitzondering. Tegelijkertijd moeten de vrijwaringsmaatregelen ook de benodigde vertrouwelijkheid en bescherming van commercieel gevoelige informatie van de aanvrager waarborgen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Voor dit doel wordt in de verordening een eenmalige plicht opgelegd aan degene die het uitsluitend voor de uitvoer bestemde product maakt, op grond waarvan die persoon in de lidstaat waar de productie zal plaatsvinden, bepaalde informatie moet verstrekken aan de autoriteit die het aanvullend beschermingscertificaat heeft verleend. De informatie moet voorafgaand aan de eerste productieplanning in die lidstaat worden verstrekt. De productie en aanverwante handelingen, met inbegrip van de in andere lidstaten dan de lidstaat van productie uitgevoerde handelingen wanneer het product ook door een certificaat in die andere lidstaten is beschermd, valt uitsluitend onder de werkingssfeer van de uitzondering als de producent zijn melding naar de bevoegde autoriteit op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten (of een andere hiervoor aangewezen autoriteit) van de lidstaat waar de productie plaatsvindt, heeft verzonden. De eenmalige verplichting tot het verstrekken van informatie aan de autoriteit geldt voor elke lidstaat waar productie zal plaatsvinden, zowel voor de productie in die lidstaat als voor de aanverwante handelingen, ongeacht of deze in dezelfde of in een andere bij de productie betrokken lidstaat worden uitgevoerd. De autoriteit is verplicht deze informatie te publiceren, in het belang van transparantie en met het doel de certificaathouder over het voornemen van de producent te informeren.

(13)  Voor dit doel en in het belang van de transparantie moet degene die verantwoordelijk is voor de productie ("de producent") of degene die namens de producent handelt, op vertrouwelijke basis aan de geregistreerde certificaathouder(s) een melding doen toekomen op het/de door hem/hen geregistreerde adres(sen), wanneer deze persoon voornemens is gebruik te maken van de uitzondering. De producent moet tevens aan de autoriteit die het aanvullend beschermingscertificaat in de lidstaat heeft verleend, een melding verstrekken met bepaalde informatie voorafgaand aan de eerste productieplanning. De productie en aanverwante handelingen, met inbegrip van de in andere lidstaten dan de lidstaat van productie uitgevoerde handelingen wanneer het product ook door een certificaat in die andere lidstaten is beschermd, valt uitsluitend onder de werkingssfeer van de uitzondering als de producent zijn melding naar de bevoegde autoriteit op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten (of een andere hiervoor aangewezen autoriteit) van de lidstaat waar de productie plaatsvindt, heeft verzonden. De eenmalige verplichting tot het verstrekken van informatie aan de autoriteit geldt voor elke lidstaat waar productie zal plaatsvinden, zowel voor de productie in die lidstaat als voor de aanverwante handelingen, ongeacht of deze in dezelfde of in een andere bij de productie betrokken lidstaat worden uitgevoerd.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Voorts worden in deze verordening bepaalde zorgvuldigheidsvereisten aan de producent opgelegd waaraan moet worden voldaan wil de uitzondering werking kunnen hebben. De producent moet worden verplicht met gepaste middelen, met name contractuele middelen, de deelnemers in zijn toeleveringsketen in kennis te stellen van het feit dat het product onder de bij deze verordening ingevoerde uitzondering valt en uitsluitend voor de uitvoer bedoeld is. Een producent die niet aan deze zorgvuldigheidsvereisten heeft voldaan kan zich niet op de uitzondering beroepen, noch kan een derde partij die een aanverwante handeling in dezelfde of een andere lidstaat waar een aan het product bescherming biedend certificaat van kracht is dit doen; in beide gevallen heeft de houder van het betrokken certificaat het recht zijn uit hoofde van het certificaat verleende rechten te handhaven.

(14)  Voorts worden in deze verordening bepaalde zorgvuldigheidsvereisten aan de producent opgelegd waaraan moet worden voldaan wil de uitzondering werking kunnen hebben. De producent moet worden verplicht met gepaste en gedocumenteerde middelen, met name contractuele middelen, de deelnemers in zijn toeleveringsketen in kennis te stellen van het feit dat het product onder de bij deze verordening ingevoerde uitzondering valt en uitsluitend voor de uitvoer en/of voor dag-1-toetreding bedoeld is. Een producent die niet aan deze zorgvuldigheidsvereisten heeft voldaan kan zich niet op de uitzondering beroepen, noch kan een derde partij die een aanverwante handeling in dezelfde of een andere lidstaat waar een aan het product bescherming biedend certificaat van kracht is dit doen; in beide gevallen heeft de houder van het betrokken certificaat het recht zijn uit hoofde van het certificaat verleende rechten te handhaven.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  De melding aan de houder van het aanvullend beschermingscertificaat mag geen commercieel gevoelige informatie en vertrouwelijke details bevatten van het bedrijfsplan van een bedrijf, teneinde eventuele concurrentieverstorende gevolgen te beperken. Met het oog hierop moet de in de kennisgeving vervatte informatie met name aansluiten bij het bestaande Unierecht en bij de aanbevelingen van de Unie, zoals Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad1 bis en de richtsnoeren van EMA/HMA over het bepalen wat commercieel vertrouwelijke informatie en persoonsgegevens zijn. Om dezelfde redenen moeten de melding en de daarin opgenomen informatie als strikt vertrouwelijk worden behandeld door de certificaathouder en mogen deze niet worden gebruikt door de certificaathouder voor een ander doeleinde dan het waarborgen dat de producent heeft voldaan aan de werkingssfeer en de voorwaarden van de uitzondering.

 

______________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Voorts worden in deze verordening etiketteringsvoorschriften aan de maker opgelegd zodat gemakkelijker kan worden vastgesteld, door middel van een logo, dat het product uitsluitend bedoeld is voor uitvoer naar derde landen. De productie en aanverwante handelingen vallen alleen niet onder de door een aanvullend beschermingscertificaat verleende bescherming als het product op deze wijze geëtiketteerd is. Dit etiketteringsvoorschrift laat etiketteringsvoorschriften van derde landen onverlet.

Schrappen

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  De melding aan de autoriteit die het aanvullend beschermingscertificaat heeft verleend en de daarin opgenomen informatie moeten vertrouwelijk worden behandeld. Er moeten specifieke maatregelen worden genomen ter bescherming van de vertrouwelijkheid. De autoriteit mag de informatie alleen openbaar maken als de openbaarmaking onder specifieke omstandigheden wordt gelast door een rechter.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Teneinde te waarborgen dat houders van al van kracht zijnde aanvullende beschermingscertificaten niet verstoken blijven van hun verkregen rechten, moet de in deze verordening bepaalde uitzondering slechts van toepassing zijn op certificaten die op of na een vastgestelde datum na de inwerkingtreding ervan zijn verleend, ongeacht het tijdstip waarop de aanvraag voor het certificaat voor het eerst werd ingediend. De vastgestelde datum biedt aanvragers en andere relevante marktspelers genoeg tijd om zich aan het veranderde wettelijke kader aan te passen en tijdig gepaste besluiten ten aanzien van investering en productielocatie te nemen. De datum biedt tevens genoeg tijd aan overheidsinstellingen om gepaste regelingen voor de ontvangst en bekendmaking van meldingen van het voornemen tot productie in te stellen, en houdt op gepaste wijze rekening met de aanvragen voor certificaten die in behandeling zijn.

(19)  Teneinde te waarborgen dat houders van al van kracht zijnde aanvullende beschermingscertificaten niet verstoken blijven van hun verkregen rechten, moet de in deze verordening bepaalde uitzondering slechts van toepassing zijn op certificaten die na de datum van inwerkingtreding ervan zijn verleend, ongeacht het tijdstip waarop de aanvraag voor het certificaat voor het eerst werd ingediend. De vastgestelde datum biedt aanvragers en andere relevante marktspelers genoeg tijd om zich aan het veranderde wettelijke kader aan te passen en tijdig gepaste besluiten ten aanzien van investering en productielocatie te nemen.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  De Commissie voert een evaluatie van de verordening uit. Krachtens punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over beter wetgeven van 13 april 20167 wordt die evaluatie uitgevoerd op basis van de vijf criteria doelmatigheid, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en meerwaarde en worden effectbeoordelingen van opties voor verdere acties op basis van die evaluatie uitgevoerd. De evaluatie houdt rekening met de uitvoer naar bestemmingen buiten de Unie en met de vraag in hoeverre generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen in staat zijn zo snel mogelijk na het vervallen van een certificaat toegang tot de markten van de Unie te krijgen. Deze evaluatie toetst met name de doelmatigheid van de uitzondering in het licht van de doelstelling een gelijk speelveld voor generieke en biosimilaire bedrijven in de Unie te herstellen en een spoedigere toegang van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen tot de markt nadat het certificaat is vervallen. Ook wordt daarin het effect van de uitzondering op onderzoek naar en productie van innovatieve geneesmiddelen door certificaathouders in de Unie onderzocht en wordt er gekeken naar het evenwicht tussen de verschillende belangen die er spelen, waaronder die van de volksgezondheid.

(20)  De Commissie voert een evaluatie van de verordening uit. Krachtens punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over beter wetgeven van 13 april 20167 wordt die evaluatie uitgevoerd op basis van de vijf criteria doelmatigheid, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en meerwaarde en worden effectbeoordelingen van opties voor verdere acties op basis van die evaluatie uitgevoerd. De evaluatie houdt rekening met de uitvoer naar bestemmingen buiten de Unie en met de vraag in hoeverre generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen in staat zijn op dag 1 na het vervallen van een certificaat toegang tot de markten van de Unie te krijgen. Deze evaluatie toetst met name de doelmatigheid van de uitzondering in het licht van de doelstelling een gelijk speelveld voor generieke en biosimilaire bedrijven in de Unie te herstellen en een spoedigere toegang van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen tot de markt nadat het certificaat is vervallen. Ook wordt daarin het effect van de uitzondering op onderzoek naar en productie van innovatieve geneesmiddelen door certificaathouders in de Unie onderzocht en wordt er gekeken naar het evenwicht tussen de verschillende belangen die er spelen, waaronder toegang tot geneesmiddelen en met name die van de volksgezondheid.

_________________

_________________

43 PBJ L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

43 PBJ L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Om de basisdoelstelling te bereiken is het nodig en gepast een gelijk speelveld te bieden aan producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en hun concurrenten op de markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is, regels vast te stellen die het exclusieve recht van een houder van een aanvullend beschermingscertificaat om het desbetreffende product tijdens de duur van het certificaat te vervaardigen, beperken en aan fabrikanten die van die regels gebruik willen maken, bepaalde informatie- en etiketteringsverplichtingen op te leggen. Deze verordening voldoet aan het evenredigheidsbeginsel, en gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om de beoogde doelstellingen te bereiken, in overeenstemming met artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

(21)  Om de basisdoelstelling te bereiken is het nodig en gepast een gelijk speelveld te bieden aan producenten van generieke en biosimilaire geneesmiddelen en hun concurrenten op de markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is en regels vast te stellen om de vervaardiging van het desbetreffende product tijdens de duur van het certificaat mogelijk te maken. Deze verordening voldoet aan het evenredigheidsbeginsel, en gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om de beoogde doelstellingen te bereiken, in overeenstemming met artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom in artikel 17 van het Handvest door de kernrechten van het aanvullend beschermingscertificaat in stand te houden, door de uitzondering te beperken tot certificaten die op of na een vastgestelde datum na de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend en door aan de toepassing van de uitzondering bepaalde voorwaarden te verbinden,

(22)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) erkende beginselen in acht. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom zoals vastgelegd in artikel 17 van het Handvest door de kernrechten van het aanvullend beschermingscertificaat in stand te houden en door de uitzondering te beperken tot certificaten die na de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend. Tevens beoogt de verordening volledige eerbiediging van het in artikel 35 van het Handvest vastgelegde recht op gezondheidszorg te waarborgen door geneesmiddelen toegankelijker te maken voor patiënten in de EU, alsook van het in artikel 52 van het Handvest vastgelegde evenredigheidsbeginsel en van het in artikel 6, onder a), VWEU, vastgelegde recht op bescherming van de gezondheid voor Europese burgers.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het in alinea 1 bedoelde certificaat zal geen bescherming verlenen tegen een bepaalde handeling waartegen het basisoctrooi bescherming verleende indien met betrekking tot die bepaalde handeling aan de volgende voorwaarden is voldaan:

2.  Het in alinea 1 bedoelde certificaat zal geen bescherming verlenen tegen bepaalde handelingen waartegen het basisoctrooi bescherming verleende indien met betrekking tot die bepaalde handelingen aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter a – punt i

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  vervaardiging met het uitsluitende doel van uitvoer naar derde landen, of

i)  vervaardiging met het uitsluitende doel van uitvoer naar derde landen of naar landen waar geen aanvullend beschermingscertificaat bestaat, of

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter a – punt i bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  vervaardiging met het oogmerk van toegang tot de markt van de Unie vanaf dag 1 na het vervallen van het aanvullende beschermingscertificaat; of

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter a – punt ii

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  iedere aanverwante handeling die voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer zelf strikt noodzakelijk is;

ii)  iedere aanverwante handeling die voor die vervaardiging, de opslag of voor de feitelijke uitvoer zelf strikt noodzakelijk is;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  de handeling sluit elke activiteit of handeling uit die tot oogmerk heeft geneesmiddelen of onderdelen van geneesmiddelen in de Unie in te voeren louter met het doel deze opnieuw te verpakken en opnieuw uit te voeren.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit van de lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) wordt door de persoon die vervaardigt (hierna "de fabrikant" genoemd), uiterlijk 28 dagen vóór de geplande aanvangsdatum van de vervaardiging in die lidstaat in kennis gesteld van de in lid 3 genoemde informatie;

b)   de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit van de lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) wordt door de persoon die vervaardigt (hierna "de fabrikant" genoemd), uiterlijk 60 dagen vóór de geplande aanvangsdatum van de vervaardiging in die lidstaat in kennis gesteld van de in lid 3 genoemde informatie;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de certificaathouder wordt tevens schriftelijk geïnformeerd door de fabrikant dat er een melding is verzonden overeenkomstig lid 2, onder b), met de in lid 3 onder a), c) en f) vermelde informatie, uiterlijk 60 dagen vóór de aanvangsdatum van de vervaardiging in die lidstaat en vóór eventuele aanverwante handelingen voorafgaand aan die vervaardiging die anders verboden zouden zijn op grond van de door een certificaat verleende bescherming;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter b ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)   de melding aan de certificaathouder bevat geen vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de fabrikant zorgt ervoor dat er een logo, in de in bijlage I vastgestelde vorm, op de buitenverpakking van het product of, indien er geen buitenverpakking is, op de directe verpakking wordt aangebracht;

Schrappen

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  de fabrikant waarborgt dat op grond van lid 2, onder a), vervaardigde geneesmiddelen geen uniek identificatiekenmerk bevatten in de zin van artikel 3, onder d), en artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie1 bis. Indien noodzakelijk hebben de bevoegde autoriteiten toegang tot de gegevens in de in Richtlijn 2011/62/EU en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2016/161 voorziene gegevensbanken om te waarborgen dat de fabrikant zijn verplichtingen nakomt;

 

_______________

 

1 bis Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2016/161 van de Commissie van 2 oktober 2015 tot aanvulling van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van gedetailleerde regels voor de veiligheidskenmerken op de verpakking van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 32 van 9.2.2016, blz. 1).

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 4 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in lid 2, onder b), bedoelde informatie is als volgt:

3.  De in lid 2, onder b), bedoelde informatie moet door alle partijen strikt vertrouwelijk worden behandeld en bevat:

a) de naam en het adres van de fabrikant;

a) de naam en het adres van de fabrikant;

b) het adres of de adressen van de bedrijfsruimten waar de vervaardiging in de betrokken lidstaat zal plaatsvinden;

b) de betrokken lidstaat waar de vervaardiging plaatsvindt;

c) het nummer van het in de betrokken lidstaat verleende certificaat en de identificatie van het product onder verwijzing naar de door de houder van het certificaat gebruikte geregistreerde naam;

c) het nummer van het desbetreffende in de betrokken lidstaat verleende certificaat en de identificatie van het product onder verwijzing naar de door de houder van het certificaat gebruikte geregistreerde naam;

d) het nummer van de in overeenstemming met artikel 40, lid 1, van Richtlijn 2001/83/EG of artikel 44, lid 1, van Richtlijn 2001/82/EG verleende vergunning voor de vervaardiging van het overeenkomstige geneesmiddel of, bij gebrek aan zo’n vergunning, een geldig certificaat van goede productiepraktijken zoals bedoeld in artikel 111, lid 5, van Richtlijn 2001/83/EG of artikel 80, lid 5, van Richtlijn 2001/82/EG dat de bedrijfsruimten waar de vervaardiging zal plaatsvinden omvat;

 

e) de geplande aanvangsdatum van de vervaardiging in de betrokken lidstaat;

 

f) een indicatieve lijst van het derde land of de derde landen waarnaar men voornemens is het product uit te voeren.

f) een indicatieve lijst van het derde land of de derde landen waarnaar men voornemens is het product uit te voeren.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EU) nr. 469/2009

Artikel 11 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   "De aan een autoriteit verzonden melding zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), wordt door die instantie binnen 15 dagen na ontvangst van de melding bekendgemaakt.".

4.   De aan de houder van het aanvullend beschermingscertificaat verzonden melding zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), wordt door de certificaathouder strikt vertrouwelijk behandeld en mag door de certificaathouder niet worden gebruikt voor een ander oogmerk dan waarborging dat de fabrikant heeft voldaan aan de werkingssfeer en de voorwaarden van de uitzondering;

 

De in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit behandelt de melding zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), en de in lid 3 vermelde informatie vertrouwelijk en neemt passende maatregelen ter waarborging van deze vertrouwelijkheid.

 

De autoriteit maakt de melding en de informatie die deze bevat uitsluitend bekend wanneer openbaarmaking gelast wordt door een rechtbank die uit hoofde van nationale wetgeving bevoegd is voor inbreukprocedures op basis van het certificaat. Een rechtbank gelast deze openbaarmaking uitsluitend wanneer aan ten minste de volgende voorwaarden wordt voldaan:

 

a) de persoon die om openbaarmaking verzoekt, is de houder van het certificaat (of een persoon die op grond van de nationale wetgeving het recht heeft om een inbreukprocedure te starten op basis van het certificaat);

 

b) de fabrikant krijgt de gelegenheid om de procedure bij te wonen en te worden gehoord door de rechtbank;

 

c) de certificaathouder heeft bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de fabrikant zeer waarschijnlijk niet heeft voldaan aan de in artikel 4, lid 2 vastgelegde voorwaarden;

 

d) de certificaathouder en de rechtbank hebben passende maatregelen genomen om de melding en de daarin vervatte informatie vertrouwelijk te houden en de openbaarmaking ervan aan derden te voorkomen.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EU) nr. 469/2009

Bijlage -I

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4)  De bijlage bij deze verordening wordt ingevoegd als bijlage I.

Schrappen

Motivering

Wanneer de etiketteringsvoorschriften komen te vervallen omdat ze overbodig zijn, is het niet nodig om de voorgestelde bijlage bij het voorstel van de Commissie te behouden. De richtlijn vervalste geneesmiddelen voorziet reeds in voldoende beschermingsmaatregelen ten aanzien van de toegang tot geneesmiddelen op de markt van de EU.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Bijlage

Verordening (EU) nr. 469/2009

Bijlage

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

Motivering

Wanneer de etiketteringsvoorschriften komen te vervallen omdat ze overbodig zijn, is het niet nodig om de voorgestelde bijlage bij het voorstel van de Commissie te behouden. De richtlijn vervalste geneesmiddelen voorziet reeds in voldoende beschermingsmaatregelen ten aanzien van de toegang tot geneesmiddelen op de markt van de EU.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

Document- en procedurenummers

COM(2018)0317 – C8-0217/2018 – 2018/0161(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

2.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

2.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Tiemo Wölken

26.6.2018

Behandeling in de commissie

11.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

27.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

57

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Ivo Belet, Paul Brannen, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Seb Dance, Mark Demesmaeker, Stefan Eck, Bas Eickhout, Karl-Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Jytte Guteland, György Hölvényi, Anneli Jäätteenmäki, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Lukas Mandl, Jiří Maštálka, Valentinas Mazuronis, Joëlle Mélin, Susanne Melior, Rory Palmer, Massimo Paolucci, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, John Procter, Julia Reid, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Nikos Androulakis, Christophe Hansen, Martin Häusling, Anja Hazekamp, Jan Huitema, Ulrike Müller, Alojz Peterle, Keith Taylor, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Martina Anderson, Edward Czesak, Jens Geier, Vladimír Maňka, Virginie Rozière

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

57

+

ALDE

Gerben Jan Gerbrandy, Jan Huitema, Anneli Jäätteenmäki, Valentinas Mazuronis, Ulrike Müller, Frédérique Ries

ECR

Edward Czesak, Mark Demesmaeker, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, John Procter, Jadwiga Wiśniewska

EFDD

Piernicola Pedicini

ENF

Joëlle Mélin

GUE/NGL

Martina Anderson, Stefan Eck, Anja Hazekamp, Kateřina Konečná, Jiří Maštálka

NI

Zoltán Balczó

PPE

Pilar Ayuso, Ivo Belet, Birgit Collin-Langen, Karl Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Christophe Hansen, György Hölvényi, Giovanni La Via, Peter Liese, Lukas Mandl, Alojz Peterle, Annie Schreijer Pierik, Renate Sommer, Adina Ioana Vălean

S&D

Nikos Androulakis, Paul Brannen, Nessa Childers, Seb Dance, Jens Geier, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Jo Leinen, Vladimír Maňka, Susanne Melior, Rory Palmer, Massimo Paolucci, Virginie Rozière, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Margrete Auken, Bas Eickhout, Martin Häusling, Michèle Rivasi, Davor Škrlec, Keith Taylor

1

-

EFDD

Julia Reid

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

Document- en procedurenummers

COM(2018) 317 final – C8-0217/2018 – 2018/0161(COD)

Datum indiening bij EP

28.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

JURI

2.7.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

INTA

2.7.2018

ENVI

2.7.2018

ITRE

2.7.2018

 

Geen advies

       Datum besluit

ITRE

19.6.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Luis de Grandes Pascual

24.9.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

10.10.2018

20.11.2018

10.12.2018

 

Datum goedkeuring

23.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Luis de Grandes Pascual, Pascal Durand, Angelika Niebler, Virginie Rozière, Tiemo Wölken, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Andrey Kovatchev, Lola Sánchez Caldentey

Datum indiening

29.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

21

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, António Marinho e Pinto

ECR

Kosma Złotowski

ENF

Marie-Christine Boutonnet, Gilles Lebreton

GUE/NGL

Lola Sánchez Caldentey

PPE

Rosa Estaràs Ferragut, Luis de Grandes Pascual, Pavel Svoboda, József Szájer, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

S&D

Mady Delvaux, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Evelyn Regner, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Max Andersson, Pascal Durand, Julia Reda

2

-

ECR

Sajjad Karim

PPE

Axel Voss

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 11 februari 2019Juridische mededeling