Procedure : 2018/0196(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0043/2019

Ingediende teksten :

A8-0043/2019

Debatten :

PV 13/02/2019 - 6
CRE 13/02/2019 - 6

Stemmingen :

PV 13/02/2019 - 8.14
CRE 13/02/2019 - 8.14
Stemverklaringen
PV 27/03/2019 - 18.11

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0096
P8_TA(2019)0310

VERSLAG     ***I
PDF 1091kWORD 520k
29.1.2019
PE 626.671v02-00 A8-0043/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa

(COM(2018) 375 final – C8-0230/2018 – 2018/0196(COD))

Commissie regionale ontwikkeling

Rapporteur: Andrey Novakov, Constanze Krehl

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE
 ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa

(COM(2018) 375 final – C8-0230/2018 – 2018/0196(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018) 375 final),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 177, artikel 322, lid 1, onder a), en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0230/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van ... (1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van ... (2),

–  gezien het advies van de Rekenkamer van 25 oktober 2018(3),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling, het advies van de Begrotingscommissie, het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie begrotingscontrole, de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8-0043/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa

houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  In artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is bepaald dat de Unie zich met het oog op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang ten doel stelt de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's of eilanden te verkleinen, met bijzondere aandacht voor plattelandsgebieden, regio's die een industriële overgang doormaken en regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen. Ingevolge artikel 175 VWEU moet de Unie de verwezenlijking van deze doelstellingen ondersteunen door haar optreden via het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, afdeling Oriëntatie, het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, de Europese Investeringsbank en andere instrumenten. Artikel 322 VWEU voorziet in de grondslag voor de vaststelling van financiële regels betreffende de wijze waarop de begroting wordt opgesteld en uitgevoerd en waarop de rekeningen worden ingediend en nagezien alsook van regels betreffende de controle van de verantwoordelijkheid van de financiële actoren.

(1)  In artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is bepaald dat de Unie zich met het oog op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang ten doel stelt de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's of eilanden te verkleinen, met bijzondere aandacht voor plattelandsgebieden, regio's die een industriële overgang doormaken en regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen. Deze regio's profiteren in het bijzonder van het cohesiebeleid. Ingevolge artikel 175 VWEU moet de Unie de verwezenlijking van deze doelstellingen ondersteunen door haar optreden via het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, afdeling Oriëntatie, het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, de Europese Investeringsbank en andere instrumenten. Artikel 322 VWEU voorziet in de grondslag voor de vaststelling van financiële regels betreffende de wijze waarop de begroting wordt opgesteld en uitgevoerd en waarop de rekeningen worden ingediend en nagezien alsook van regels betreffende de controle van de verantwoordelijkheid van de financiële actoren.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Voor de toekomst van de Europese Unie en haar burgers is het belangrijk dat het cohesiebeleid het belangrijkste investeringsbeleid van de Unie blijft, waarbij de financiering in de periode 2021-2027 ten minste op het niveau van de programmeringsperiode 2014-2020 wordt gehouden. Nieuwe financiering voor andere activiteitsgebieden of programma's van de Unie mag niet ten koste gaan van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus of het Cohesiefonds.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Met het oog op een verdere ontwikkeling van de coördinatie en harmonisatie van de uitvoering van de EU-Fondsen onder gedeeld beheer, namelijk het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, maatregelen gefinancierd onder gedeeld beheer in het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMZV"), het Fonds voor asiel en migratie ("AMIF"), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het Instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") moeten financiële regels op basis van artikel 322 VWEU worden vastgesteld voor al deze Fondsen ("de Fondsen"), waarbij het toepassingsgebied van de verschillende bepalingen duidelijk wordt gespecificeerd. Voorts moeten gemeenschappelijke bepalingen op basis van artikel 177 VWEU worden vastgesteld met het oog op beleidsspecifieke regels voor het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV.

(2)  Met het oog op een verdere ontwikkeling van de coördinatie en harmonisatie van de uitvoering van de EU-Fondsen onder gedeeld beheer, namelijk het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling ("Elfpo"), maatregelen gefinancierd onder gedeeld beheer in het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMZV"), het Fonds voor asiel en migratie ("AMIF"), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het Instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") moeten financiële regels op basis van artikel 322 VWEU worden vastgesteld voor al deze Fondsen ("de Fondsen"), waarbij het toepassingsgebied van de verschillende bepalingen duidelijk wordt gespecificeerd. Voorts moeten gemeenschappelijke bepalingen op basis van artikel 177 VWEU worden vastgesteld met het oog op beleidsspecifieke regels voor het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds, het Elfpo en het EFMZV.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De ultraperifere gebieden en de noordelijke dunbevolkte regio's moeten in aanmerking komen voor specifieke maatregelen en extra financiering overeenkomstig artikel 349 van het VWEU en artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994.

(4)  De ultraperifere gebieden en de noordelijke dunbevolkte regio's moeten in aanmerking komen voor specifieke maatregelen en extra financiering overeenkomstig artikel 349 van het VWEU en artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994 om de specifieke nadelen als gevolg van hun geografische ligging te helpen compenseren.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Horizontale beginselen als bedoeld in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen subsidiariteit en evenredigheid als bedoeld in artikel 5 van het VEU moeten worden nageleefd bij de uitvoering van de Fondsen, rekening houdend met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. Lidstaten en de Commissie moeten ernaar streven ongelijkheden op te heffen, de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en het genderperspectief te integreren, alsmede discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische oorsprong, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de Fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt te beschermen moeten concrete acties waarbij ondernemingen gebaat zijn, in overeenstemming zijn met de staatssteunregels van de Unie zoals bedoeld in de artikelen 107 en 108 van het VWEU.

(5)  Horizontale beginselen als bedoeld in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen subsidiariteit en evenredigheid als bedoeld in artikel 5 van het VEU moeten worden nageleefd bij de uitvoering van de Fondsen, rekening houdend met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van het Verdrag inzake de rechten van het kind en van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. In dat verband moeten de Fondsen worden uitgevoerd op een manier die de-institutionalisering en door de gemeenschap gedragen zorg bevordert. Lidstaten en de Commissie moeten ernaar streven ongelijkheden op te heffen, de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en het genderperspectief te integreren, alsmede discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische oorsprong, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen tot enige vorm van segregatie of uitsluiting en mogen geen infrastructuur ondersteunen die ontoegankelijk is voor personen met een handicap. De doelstellingen van de Fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast en rekening wordt gehouden met de afgesproken verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs. Om de integriteit van de interne markt te beschermen, moeten concrete acties waarbij ondernemingen gebaat zijn, in overeenstemming zijn met de staatssteunregels van de Unie zoals bedoeld in de artikelen 107 en 108 van het VWEU. Armoede is een van de grootste uitdagingen van de EU. Daarom moet met de Fondsen een bijdrage worden geleverd aan de uitbanning van armoede. Ook moeten zij bijdragen aan het streven van de Unie en haar lidstaten om de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties te verwezenlijken.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zullen de Fondsen fonds bijdragen aan de integratie van klimaatactie en aan de verwezenlijking van een algemene doelstelling van 25 % van de EU-begroting in het kader van de klimaatdoelstellingen.

(9)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zullen de Fondsen bijdragen aan de integratie van klimaatactie en aan de verwezenlijking van een algemene doelstelling van 30 % van de EU-begroting in het kader van de klimaatdoelstellingen. Mechanismen voor de opbouw van klimaatbestendigheid moeten integraal deel uitmaken van de programmering en uitvoering.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Gezien het effect van de migratiestromen uit derde landen moet het cohesiebeleid bijdragen aan integratieprocessen, met name door infrastructuurondersteuning te bieden aan dorpen en steden en lokale en regionale autoriteiten die de eerste linie vormen in en meer betrokken zijn bij de uitvoering van het integratiebeleid.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Een deel van de begroting van de Unie die aan de Fondsen is toegewezen, moet door de Commissie worden uitgevoerd in gedeeld beheer met de lidstaten in de zin van Verordening (EU, Euratom) [nummer van het nieuwe Financieel Reglement] van het Europees Parlement en de Raad12 ("het Financieel Reglement"). Bij de uitvoering van de Fondsen onder gedeeld beheer moeten de Commissie en de lidstaten derhalve de in het Financieel Reglement opgenomen beginselen in acht nemen, zoals goed financieel beheer, transparantie en non-discriminatie.

(10)  Een deel van de begroting van de Unie die aan de Fondsen is toegewezen, moet door de Commissie worden uitgevoerd in gedeeld beheer met de lidstaten in de zin van Verordening (EU, Euratom) [nummer van het nieuwe Financieel Reglement] van het Europees Parlement en de Raad12 ("het Financieel Reglement"). Bij de uitvoering van de Fondsen onder gedeeld beheer moeten de Commissie en de lidstaten derhalve de in het Financieel Reglement opgenomen beginselen in acht nemen, zoals goed financieel beheer, transparantie en non-discriminatie. De lidstaten moeten worden belast met de voorbereiding en de uitvoering van de programma's. Op het passende territoriale niveau overeenkomstig hun institutionele, juridische en financiële kader moeten de instanties die zij daartoe hebben aangewezen, daarmee worden belast. De lidstaten mogen geen bijkomende regels vaststellen die het gebruik van de middelen voor de begunstigden gecompliceerd maken.

__________________

__________________

12 PB L […] van […], blz. […].

12 PB L […] van […], blz. […].

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Het principe van partnerschap is een essentieel kenmerk bij de uitvoering van de Fondsen, waarbij wordt voortgebouwd op de aanpak van meerlagig bestuur en wordt gezorgd voor de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en de sociale partners. Met het oog op continuïteit bij de organisatie van het partnerschap moet Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie13 van toepassing blijven.

(11)  Het principe van partnerschap is een essentieel kenmerk bij de uitvoering van de Fondsen, waarbij wordt voortgebouwd op de aanpak van meerlagig bestuur en wordt gezorgd voor de betrokkenheid van regionale, lokale en andere overheden, het maatschappelijk middenveld en de sociale partners. Met het oog op continuïteit bij de organisatie van het partnerschap moet de Commissie worden gemachtigd Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie13 te wijzigen en aan te passen.

__________________

__________________

13 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie van 7 januari 2014 betreffende de Europese gedragscode inzake partnerschap in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (PB L 74 van 14.3.2014, blz. 1).

13 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie van 7 januari 2014 betreffende de Europese gedragscode inzake partnerschap in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (PB L 74 van 14.3.2014, blz. 1).

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Op het niveau van de Unie is het Europees Semester Europees voor coördinatie van het economisch beleid het kader om nationale hervormingsprioriteiten vast te stellen en toezicht te houden op de uitvoering ervan. De lidstaten ontwikkelen hun eigen nationale meerjarige investeringsstrategieën ter ondersteuning van deze hervormingsprioriteiten. Deze strategieën moeten samen met de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma's worden voorgesteld om een overzicht te bieden van en te zorgen voor de coördinatie van de prioritaire investeringsprojecten die met nationale middelen en EU-middelen moeten worden ondersteund. Voorts kan met deze strategieën de EU-financiering op een samenhangende wijze worden gebruikt en kan de toegevoegde waarde van de met name van de Fondsen, de Stabilisatiefunctie voor Europese investeringen en InvestEU te ontvangen financiële steun worden gemaximaliseerd.

Schrappen

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De lidstaten moeten bepalen op welke wijze bij het opstellen van de programmeringsdocumenten rekening wordt gehouden met de relevante landspecifieke aanbevelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 121, lid 2, VWEU en de relevante aanbevelingen van de Raad die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 148, lid 4, VWEU (hierna "de landspecifieke aanbevelingen" genoemd). Tijdens de programmeringsperiode 2021-2027 (hierna "programmeringsperiode" genoemd) moeten de lidstaten op gezette tijden het toezichtcomité en de Commissie in kennis stellen van de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de programma's ter ondersteuning van de landspecifieke aanbevelingen. Tijdens een tussentijdse evaluatie moeten de lidstaten onder meer nagaan of programmawijzigingen noodzakelijk zijn om rekening te houden met de relevante landspecifieke aanbevelingen die sinds de start van de programmeringsperiode zijn vastgesteld of gewijzigd.

(13)  De lidstaten moeten bij het opstellen van de programmeringsdocumenten rekening houden met de relevante landspecifieke aanbevelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 121, lid 2, VWEU en de relevante aanbevelingen van de Raad die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 148, lid 4, VWEU (hierna "de landspecifieke aanbevelingen" genoemd), voor zover zij in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het programma. Tijdens de programmeringsperiode 2021-2027 (hierna "programmeringsperiode" genoemd) moeten de lidstaten op gezette tijden het toezichtcomité en de Commissie in kennis stellen van de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de programma's ter ondersteuning van de landspecifieke aanbevelingen en van de Europese pijler van sociale rechten. Tijdens een tussentijdse evaluatie moeten de lidstaten onder meer nagaan of programmawijzigingen noodzakelijk zijn om rekening te houden met de relevante landspecifieke aanbevelingen die sinds de start van de programmeringsperiode zijn vastgesteld of gewijzigd.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Lidstaten moeten rekening houden met de inhoud van de ontwerpen van hun nationale energie- en klimaatplannen die moeten worden ontwikkeld in het kader van de Verordening betreffende de governance van de energie-unie14 en met de resultaten van het proces dat moet leiden tot de aanbevelingen van de Unie met betrekking tot deze plannen, zowel voor hun programma's als voor de financiële behoeften die worden toegewezen aan koolstofarme investeringen.

(14)  Lidstaten moeten rekening houden met de inhoud van de ontwerpen van hun nationale energie- en klimaatplannen die moeten worden ontwikkeld in het kader van de Verordening betreffende de governance van de energie-unie14 en met de resultaten van het proces dat moet leiden tot de aanbevelingen van de Unie met betrekking tot deze plannen, zowel voor hun programma's, ook in het kader van de tussentijdse evaluatie, als voor de financiële behoeften die worden toegewezen aan koolstofarme investeringen.

__________________

__________________

14 [Verordening inzake de governance van de energie-unie, tot wijziging van Richtlijn 94/22/EG, Richtlijn 98/70/EG, Richtlijn 2009/31/EG, Verordening (EG) nr. 663/2009, Verordening (EG) nr. 715/2009, Richtlijn 2009/73/EG, Richtlijn 2009/119/EG van de Raad, Richtlijn 2010/31/EU, Richtlijn 2012/27/EU, Richtlijn 2013/30/EU en Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 (COM/2016/0759 final/2 - 2016/0375 (COD)].

14 [Verordening inzake de governance van de energie-unie, tot wijziging van Richtlijn 94/22/EG, Richtlijn 98/70/EG, Richtlijn 2009/31/EG, Verordening (EG) nr. 663/2009, Verordening (EG) nr. 715/2009, Richtlijn 2009/73/EG, Richtlijn 2009/119/EG van de Raad, Richtlijn 2010/31/EU, Richtlijn 2012/27/EU, Richtlijn 2013/30/EU en Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 (COM/2016/759 final/2 - 2016/0375 (COD)].

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De door elke lidstaat opgestelde partnerschapovereenkomst moet een strategisch document zijn dat dient als richtsnoer bij de onderhandelingen tussen de Commissie en de desbetreffende lidstaat over het ontwerp van programma's. Om de administratieve last te verminderen, zou het niet nodig moeten zijn om de partnerschapsovereenkomsten tijdens de programmeringsperiode te wijzigen. Om de programmering te vergemakkelijken en overlappende inhoud in programmeringsdocumenten te voorkomen, kunnen de partnerschapsprogramma's worden opgenomen als onderdeel van een programma.

(15)  De door elke lidstaat opgestelde partnerschapovereenkomst moet een strategisch document zijn dat dient als richtsnoer bij de onderhandelingen tussen de Commissie en de desbetreffende lidstaat over het ontwerp van programma's. Om de administratieve last te verminderen, zou het niet nodig moeten zijn om de partnerschapsovereenkomsten tijdens de programmeringsperiode te wijzigen. Om de programmering te vergemakkelijken en overlappende inhoud in programmeringsdocumenten te voorkomen, moet het mogelijk zijn partnerschapsovereenkomsten op te nemen als onderdeel van een programma.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Elke lidstaat moet over de flexibiliteit beschikken om bij te dragen tot InvestEU voor de voorziening van budgettaire garanties voor investeringen in deze lidstaat.

(16)  Elke lidstaat kan over de flexibiliteit beschikken om bij te dragen tot InvestEU voor de voorziening van budgettaire garanties voor investeringen in deze lidstaat, onder bepaalde voorwaarden die zijn gespecificeerd in artikel 10 van deze verordening.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Om te zorgen voor de noodzakelijke precondities voor een doeltreffend en efficiënt gebruik van de door de Fondsen verleende steun van de Unie, moet een beperkte lijst van randvoorwaarden alsook een beknopte en exhaustieve reeks van objectieve criteria voor de beoordeling ervan worden opgesteld. Elke randvoorwaarde moet aan een specifieke doelstelling worden gekoppeld en moet automatisch kunnen worden toegepast wanneer de specifieke doelstelling voor steun wordt geselecteerd. Wanneer niet aan deze voorwaarden is voldaan, kunnen uitgaven die verband houden met concrete acties onder de desbetreffende specifieke doelstellingen niet worden opgenomen in de betaalaanvragen. Om een gunstig investeringskader te handhaven, moet op gezette tijden worden nagegaan of nog steeds is voldaan aan de randvoorwaarden. Het is ook belangrijk dat de voor steun geselecteerde acties worden uitgevoerd in overeenstemming met de bestaande strategieën en planningdocumenten die aan de basis liggen van de randvoorwaarden waaraan is voldaan. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat alle medegefinancierde concrete acties in overeenstemming zijn met het beleidskader van de Unie.

(17)  Om te zorgen voor de noodzakelijke precondities voor een inclusief, niet-discriminerend, doeltreffend en efficiënt gebruik van de door de Fondsen verleende steun van de Unie, moet een beperkte lijst van randvoorwaarden alsook een beknopte en exhaustieve reeks van objectieve criteria voor de beoordeling ervan worden opgesteld. Elke randvoorwaarde moet aan een specifieke doelstelling worden gekoppeld en moet automatisch kunnen worden toegepast wanneer de specifieke doelstelling voor steun wordt geselecteerd. Wanneer niet aan deze voorwaarden is voldaan, kunnen uitgaven die verband houden met concrete acties onder de desbetreffende specifieke doelstellingen niet worden opgenomen in de betaalaanvragen. Om een gunstig investeringskader te handhaven, moet op gezette tijden worden nagegaan of nog steeds is voldaan aan de randvoorwaarden. Het is ook belangrijk dat de voor steun geselecteerde acties worden uitgevoerd in overeenstemming met de bestaande strategieën en planningdocumenten die aan de basis liggen van de randvoorwaarden waaraan is voldaan. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat alle medegefinancierde concrete acties in overeenstemming zijn met het beleidskader van de Unie.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De lidstaten moeten een prestatiekader vaststellen voor elk programma dat betrekking heeft op alle indicatoren, mijlpalen en doelstellingen met het oog op de monitoring, rapportage en evaluatie van de programmaprestaties.

(18)  De lidstaten moeten een prestatiekader vaststellen voor elk programma dat betrekking heeft op alle indicatoren, mijlpalen en doelstellingen met het oog op de monitoring, rapportage en evaluatie van de programmaprestaties. Dit moet een resultaatgerichte selectie en evaluatie van projecten mogelijk maken.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De lidstaat moet een tussentijdse evaluatie uitvoeren van elk programma dat door het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds wordt ondersteund. In deze evaluatie moet een volwaardige aanpassing van de programma's zijn opgenomen die gebaseerd is op de programmaprestaties, waarbij ook wordt voorzien in de mogelijkheid om rekening te houden met nieuwe uitdagingen en de in 2024 gedane landspecifieke aanbevelingen. Daarnaast moet de Commissie in 2024 samen met de technische aanpassing voor het jaar 2025 een herziening uitvoeren van de totale toewijzingen die elke lidstaat in het kader van de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" van het cohesiebeleid voor de jaren 2025, 2026 en 2027 heeft verricht, met toepassing van de toewijzingsmethode in de desbetreffende basishandeling. Deze herziening moet samen met de resultaten van de tussentijdse evaluatie resulteren in aanpassingen van het programma, waarbij de financiële toewijzingen voor de jaren 2025, 2026 en 2027 worden gewijzigd.

(19)  De lidstaat moet een tussentijdse evaluatie uitvoeren van elk programma dat door het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds wordt ondersteund. In deze evaluatie moet een volwaardige aanpassing van de programma's zijn opgenomen die gebaseerd is op de programmaprestaties, waarbij ook wordt voorzien in de mogelijkheid om rekening te houden met nieuwe uitdagingen en de in 2024 gedane landspecifieke aanbevelingen, evenals met vooruitgang met de nationale energie- en klimaatplannen en de Europese pijler van sociale rechten. Er moet ook rekening worden gehouden met demografische uitdagingen. Daarnaast moet de Commissie in 2024 samen met de technische aanpassing voor het jaar 2025 een herziening uitvoeren van de totale toewijzingen die elke lidstaat in het kader van de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" van het cohesiebeleid voor de jaren 2025, 2026 en 2027 heeft verricht, met toepassing van de toewijzingsmethode in de desbetreffende basishandeling. Deze herziening moet samen met de resultaten van de tussentijdse evaluatie resulteren in aanpassingen van het programma, waarbij de financiële toewijzingen voor de jaren 2025, 2026 en 2027 worden gewijzigd.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Mechanismen die het financieringsbeleid van de Unie moeten koppelen aan het economisch bestuur van de Unie moeten verder worden verfijnd, waarbij de Commissie aan de Raad een voorstel kan doen om alle of een deel van de vastleggingen voor een of meer programma's van de desbetreffende lidstaten te schorsen wanneer deze lidstaat geen doeltreffende actie in het kader van het economisch bestuur onderneemt. Om te zorgen voor een uniforme uitvoering en met het oog op het belang van de financiële gevolgen van de voorgestelde maatregelen, dienen uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad te worden verleend, die moet handelen op basis van een voorstel van de Commissie. Om de vaststelling van besluiten te vergemakkelijken die nodig zijn om een doeltreffend optreden in het kader van het economisch bestuur te garanderen, moet gebruik worden gemaakt van stemming bij omgekeerde gekwalificeerde meerderheid.

(20)  Mechanismen die het financieringsbeleid van de Unie moeten koppelen aan het economisch bestuur van de Unie moeten verder worden verfijnd, waarbij de Commissie aan de Raad een voorstel kan doen om alle of een deel van de vastleggingen voor een of meer programma's van de desbetreffende lidstaten te schorsen wanneer deze lidstaat geen doeltreffende actie in het kader van het economisch bestuur onderneemt. Om te zorgen voor een uniforme uitvoering en met het oog op het belang van de financiële gevolgen van de voorgestelde maatregelen, dienen uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad te worden verleend, die moet handelen op basis van een voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement. Om de vaststelling van besluiten te vergemakkelijken die nodig zijn om een doeltreffend optreden in het kader van het economisch bestuur te garanderen, moet gebruik worden gemaakt van stemming bij omgekeerde gekwalificeerde meerderheid.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  Binnen het huidige kader van het stabiliteits- en groeipact mogen de lidstaten in naar behoren gemotiveerde gevallen om flexibiliteit verzoeken voor de structurele overheidsuitgaven of daarmee gelijk te stellen structurele uitgaven die door de overheid worden ondersteund bij wijze van medefinanciering van investeringen die in het kader van financiering uit de Europese structuur- en investeringsfondsen ("ESI-fondsen") zijn gestart. De Commissie moet het desbetreffende verzoek zorgvuldig beoordelen bij de vaststelling van de begrotingsaanpassing onder het preventieve of onder het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Een aanzienlijk deel van de uitgaven van de Unie gaat naar grote projecten die vaak van strategisch belang zijn voor het welslagen van de strategie van de Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Het is dan ook gerechtvaardigd dat concrete acties boven bepaalde drempels in het kader van deze verordening nog steeds onder specifieke goedkeuringsprocedures vallen. De drempel moet worden vastgesteld in verhouding tot de totale subsidiabele kosten, rekening houdend met verwachte netto-inkomsten. Met het oog op duidelijkheid moet in verband hiermee worden gedefinieerd wat een aanvraag voor een groot project inhoudt. De aanvraag moet de nodige informatie bevatten om er zekerheid over te verkrijgen dat de financiële bijdrage uit de Fondsen niet leidt tot aanzienlijk banenverlies op bestaande locaties in de Unie. De lidstaat moet alle vereiste informatie verstrekken en de Commissie moet het grote project beoordelen om te bepalen of de gevraagde financiële bijdrage gerechtvaardigd is.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Om de geïntegreerde aanpak voor territoriale ontwikkeling te versterken, moeten investeringen in de vorm van territoriale instrumenten zoals geïntegreerde territoriale investeringen ("ITI"), vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ("CLLD") of elk ander territoriaal instrument onder de beleidsdoelstelling "Een Europa dat dichter bij de burger staat" ter ondersteuning van door de lidstaten ontworpen initiatieven voor investeringen die voor het EFRO zijn gebaseerd op territoriale en lokale ontwikkelingsstrategieën. Voor de doelstellingen van de ITI's en door de lidstaten ontworpen territoriale instrumenten moeten minimumvereisten worden vastgesteld voor de inhoud van de territoriale strategieën. Deze territoriale strategieën moeten worden ontwikkeld en goedgekeurd onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende autoriteiten of instanties. Met het oog op de betrokkenheid van de desbetreffende autoriteiten of instanties bij de uitvoering van de territoriale strategieën, moeten deze autoriteiten of organen verantwoordelijk zijn voor selectie van de te ondersteunen concrete acties of betrokken zijn bij deze selectie.

(23)  Om de geïntegreerde aanpak voor territoriale ontwikkeling te versterken, moeten investeringen in de vorm van territoriale instrumenten zoals geïntegreerde territoriale investeringen ("ITI"), vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ("CLLD", bekend onder de naam "Leader" in het kader van het Elfpo) of elk ander territoriaal instrument onder de beleidsdoelstelling "Een Europa dat dichter bij de burger staat" ter ondersteuning van door de lidstaten ontworpen initiatieven voor investeringen die voor het EFRO zijn gebaseerd op territoriale en lokale ontwikkelingsstrategieën. Hetzelfde moet gelden voor verwante initiatieven zoals "slimme dorpen". Voor de doelstellingen van de ITI's en door de lidstaten ontworpen territoriale instrumenten moeten minimumvereisten worden vastgesteld voor de inhoud van de territoriale strategieën. Deze territoriale strategieën moeten worden ontwikkeld en goedgekeurd onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende autoriteiten of instanties. Met het oog op de betrokkenheid van de desbetreffende autoriteiten of instanties bij de uitvoering van de territoriale strategieën, moeten deze autoriteiten of organen verantwoordelijk zijn voor selectie van de te ondersteunen concrete acties of betrokken zijn bij deze selectie.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Om het potentieel op lokaal niveau beter te mobiliseren, is het noodzakelijk de CLLD te versterken en te bevorderen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de lokale behoeften en mogelijkheden, alsook met de relevante sociaal-culturele kenmerken, en moet voorzien worden in structurele veranderingen, waarbij de lokale capaciteiten worden opgebouwd en innovatie wordt bevorderd. De nauwe samenwerking en het geïntegreerd gebruik van de Fondsen om lokale ontwikkelingsstrategieën tot stand te brengen, moeten worden versterkt. Het is van wezenlijk belang dat lokale actiegroepen die de belangen van de gemeenschap vertegenwoordigen verantwoordelijk zijn voor het ontwerp en de uitvoering van CLLD-strategieën. Om de gecoördineerde steun van verschillende Fondsen aan de CLLD-strategieën te bevorderen en hun uitvoering te vergemakkelijken, moet het gebruik van een aanpak via een "hoofdfonds" worden bevorderd.

(24)  Om het potentieel op lokaal niveau beter te mobiliseren, is het noodzakelijk de CLLD te versterken en te bevorderen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de lokale behoeften en mogelijkheden, alsook met de relevante sociaal-culturele kenmerken, en moet voorzien worden in structurele veranderingen, waarbij de lokale en bestuurlijke capaciteiten worden opgebouwd en innovatie wordt bevorderd. De nauwe samenwerking en het geïntegreerd gebruik van de Fondsen om lokale ontwikkelingsstrategieën tot stand te brengen, moeten worden versterkt. Het is van wezenlijk belang dat lokale actiegroepen die de belangen van de gemeenschap vertegenwoordigen verantwoordelijk zijn voor het ontwerp en de uitvoering van CLLD-strategieën. Om de gecoördineerde steun van verschillende Fondsen aan de CLLD-strategieën te bevorderen en hun uitvoering te vergemakkelijken, moet het gebruik van een aanpak via een "hoofdfonds" worden bevorderd.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Om de administratieve last te beperken, moet technische bijstand op initiatief van de lidstaat tot stand komen door middel van een vast percentage op basis van de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van het programma. De technische bijstand kan worden aangevuld met gerichte maatregelen voor de opbouw van bestuurlijke capaciteit waarbij terugbetalingsmethoden worden gebruikt die niet gekoppeld zijn aan kosten. Over acties en resultaten alsook de overeenkomstige betalingen van de Unie kan overeenstemming worden bereikt in een stappenplan, hetgeen kan resulteren in betalingen voor het behalen van concrete resultaten.

(25)  Om de administratieve last te beperken, moet technische bijstand op initiatief van de lidstaat tot stand komen door middel van een vast percentage op basis van de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van het programma. De technische bijstand kan worden aangevuld met gerichte maatregelen voor de opbouw van bestuurlijke capaciteit, zoals de evaluatie van de waaier aan vaardigheden van de werknemers, waarbij terugbetalingsmethoden worden gebruikt die niet gekoppeld zijn aan kosten. Over acties en resultaten alsook de overeenkomstige betalingen van de Unie kan overeenstemming worden bereikt in een stappenplan, hetgeen kan resulteren in betalingen voor het behalen van concrete resultaten.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Om de prestaties van de programma's te onderzoeken, moet de lidstaat toezichtcomités oprichten. Voor het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds moeten de jaarlijkse uitvoeringsverslagen worden vervangen door een jaarlijkse gestructureerde beleidsdialoog op basis van meest recente informatie en gegevens over de uitvoering van het programma die door de lidstaat beschikbaar zijn gesteld.

(27)  Om de prestaties van de programma's te onderzoeken, moet de lidstaat toezichtcomités oprichten, waarin ook vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de sociale partners zetelen. Voor het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds moeten de jaarlijkse uitvoeringsverslagen worden vervangen door een jaarlijkse gestructureerde beleidsdialoog op basis van meest recente informatie en gegevens over de uitvoering van het programma die door de lidstaat beschikbaar zijn gesteld.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201616 moeten de Fondsen worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van de fondsen in de praktijk worden verzameld.

(28)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201616 moeten de Fondsen worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van de Fondsen in de praktijk worden verzameld. De indicatoren moeten zo mogelijk op genderbewuste wijze worden ontwikkeld.

_________________

_________________

16 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 13.

16 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 13.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Om de beschikbaarheid te waarborgen van uitvoerige en bijgewerkte informatie over de uitvoering van het programma, is meer frequente digitale rapportering over de kwantitatieve data vereist.

(29)  Om de beschikbaarheid te waarborgen van uitvoerige en bijgewerkte informatie over de uitvoering van het programma, is doeltreffende en tijdige digitale rapportering over de kwantitatieve data vereist.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om de voorbereiding van gerelateerde programma's en activiteiten van de volgende programmeringsperiode te ondersteunen, moet de Commissie een tussentijdse evaluatie van de Fondsen uitvoeren. Op het einde van de programmeringsperiode moet de Commissie evaluaties achteraf uitvoeren van de Fondsen, die moeten toegespitst zijn op de effecten van de Fondsen.

(30)  Om de voorbereiding van gerelateerde programma's en activiteiten van de volgende programmeringsperiode te ondersteunen, moet de Commissie een tussentijdse evaluatie van de Fondsen uitvoeren. Op het einde van de programmeringsperiode moet de Commissie evaluaties achteraf uitvoeren van de Fondsen, die moeten toegespitst zijn op de effecten van de Fondsen. De resultaten van deze evaluaties moeten openbaar worden gemaakt.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Wat betreft de aan begunstigden verleende subsidies, moeten lidstaten steeds vaker gebruik maken van vereenvoudigde kostenopties. De drempel voor het verplichte gebruik van vereenvoudigde kostenopties moet worden gekoppeld aan de totale kosten van de concrete actie om ervoor te zorgen dat alle concrete acties onder de drempelwaarde op dezelfde wijze worden behandeld, ongeacht of het gaat om publieke of particuliere steun.

(34)  Wat betreft de aan begunstigden verleende subsidies, moeten lidstaten steeds vaker gebruikmaken van vereenvoudigde kostenopties. De drempel voor het verplichte gebruik van vereenvoudigde kostenopties moet worden gekoppeld aan de totale kosten van de concrete actie om ervoor te zorgen dat alle concrete acties onder de drempelwaarde op dezelfde wijze worden behandeld, ongeacht of het gaat om publieke of particuliere steun. Wanneer een lidstaat voornemens is het gebruik van vereenvoudigde kostenopties voor te stellen, kan hij het toezichtcomité raadplegen.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Om de benutting van medegefinancierde milieu-investeringen te optimaliseren, moet worden gezorgd voor synergieën met het LIFE-programma voor het milieu en klimaatactie, in het bijzonder door strategische, geïntegreerde projecten van LIFE en strategische natuurprojecten.

(36)  Om de benutting van medegefinancierde milieu-investeringen te optimaliseren, moet worden gezorgd voor synergieën met het LIFE-programma voor het milieu en klimaatactie, in het bijzonder door strategische, geïntegreerde projecten van LIFE en strategische natuurprojecten, evenals projecten die gefinancierd worden in het kader van Horizon Europa en andere programma's van de Unie.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  Om ervoor te zorgen dat de Fondsen een doeltreffend, billijk en duurzaam effect sorteren, zijn bepalingen nodig die het duurzame karakter van investeringen in infrastructuur of productieve investeringen garanderen, en voorkomen dat de Fondsen worden gebruikt om een onrechtmatig voordeel te behalen. De beheersautoriteiten moeten in het bijzonder erop letten om geen verplaatsing te ondersteunen bij de selectie van concrete acties en om bedragen die ten onrechte zijn betaald aan concrete acties zonder te voldoen aan de duurzaamheidsvereiste als onregelmatigheden te behandelen.

(38)  Om ervoor te zorgen dat de Fondsen een inclusief, doeltreffend, billijk en duurzaam effect sorteren, zijn bepalingen nodig die het niet-discriminerende en duurzame karakter van investeringen in infrastructuur of productieve investeringen garanderen, en voorkomen dat de Fondsen worden gebruikt om een onrechtmatig voordeel te behalen. De beheersautoriteiten moeten in het bijzonder erop letten om geen verplaatsing te ondersteunen bij de selectie van concrete acties en om bedragen die ten onrechte zijn betaald aan concrete acties zonder te voldoen aan de duurzaamheidsvereiste als onregelmatigheden te behandelen.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Teneinde de toegevoegde waarde van gedeeltelijk of geheel via de begroting van de Unie gefinancierde investeringen te optimaliseren, moet worden gezorgd naar synergieën, in het bijzonder tussen de Fondsen en direct beheerde instrumenten, met inbegrip van het hervormingsinstrument. Deze synergieën moeten tot stand komen door middel van belangrijke mechanismen, met name de erkenning van vaste tarieven voor subsidiabele kosten van Horizon Europa voor een soortgelijke concrete actie en de mogelijkheid financiering uit verschillende Unie-instrumenten in dezelfde concrete actie te combineren en daarbij dubbele financiering te vermijden. In deze verordening moeten derhalve regels worden opgenomen voor de aanvullende financiering van de Fondsen.

(40)  Teneinde de toegevoegde waarde van gedeeltelijk of geheel via de begroting van de Unie gefinancierde investeringen te optimaliseren, moet worden gezorgd naar synergieën, in het bijzonder tussen de Fondsen en direct beheerde instrumenten, met inbegrip van het hervormingsinstrument. Deze beleidscoördinatie moet gebruiksvriendelijke mechanismen en meerlagig bestuur bevorderen. Deze synergieën moeten tot stand komen door middel van belangrijke mechanismen, met name de erkenning van vaste tarieven voor subsidiabele kosten van Horizon Europa voor een soortgelijke concrete actie en de mogelijkheid financiering uit verschillende Unie-instrumenten in dezelfde concrete actie te combineren en daarbij dubbele financiering te vermijden. In deze verordening moeten derhalve regels worden opgenomen voor de aanvullende financiering van de Fondsen.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 42 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(42 bis)  De beheersautoriteiten moeten de mogelijkheid hebben om financieringsinstrumenten uit te voeren via onderhandse gunning van een opdracht aan de EIB-groep, aan nationale stimuleringsbanken en aan internationale financiële instellingen (IFI's).

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  Met volledige inachtneming van de toepasselijke regels inzake staatssteun en openbare aanbestedingen, die reeds verduidelijkt werden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, moeten de beheersautoriteiten kunnen beslissen over de meeste geschikte uitvoeringsopties voor financiële instrumenten om de specifieke behoeften van de doelregio's aan te pakken.

(44)  Met volledige inachtneming van de toepasselijke regels inzake staatssteun en openbare aanbestedingen, die reeds verduidelijkt werden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, moeten de beheersautoriteiten kunnen beslissen over de meeste geschikte uitvoeringsopties voor financieringsinstrumenten om de specifieke behoeften van de doelregio's aan te pakken. In dit kader moet de Commissie, in samenwerking met de Europese Rekenkamer, richtsnoeren geven aan de controleurs, beheersautoriteiten en begunstigden voor de beoordeling van de naleving van de regels inzake staatssteun en voor de ontwikkeling van regelingen voor staatssteun.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 45 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(45 bis)  Om de verantwoording en transparantie te vergroten, moet de Commissie voorzien in een systeem voor klachtenbehandeling dat in alle voorbereidings- en uitvoeringsfasen van de programma's, met inbegrip van het toezicht en de evaluatie, toegankelijk is voor alle burgers en belanghebbenden.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(46)  Om de aanvang van de uitvoering van het programma te versnellen, moet de doorrol van de uitvoeringsregelingen van de vorige programmeringsperiode worden bevorderd. Het gebruik van het reeds voor de vorige programmeringsperiode ontwikkelde computersysteem moet - waar nodig, aangepast - gehandhaafd blijven, tenzij een nieuwe technologie noodzakelijk is.

(46)  Om de aanvang van de uitvoering van het programma te versnellen, moet de doorrol van de uitvoeringsregelingen, met inbegrip van bestuurlijke en IT-systemen, van de vorige programmeringsperiode indien mogelijk worden bevorderd. Het gebruik van het reeds voor de vorige programmeringsperiode ontwikkelde computersysteem moet - waar nodig, aangepast - gehandhaafd blijven, tenzij een nieuwe technologie noodzakelijk is.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 48 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(48 bis)  Om het doeltreffende gebruik van de Fondsen te ondersteunen, moet elke lidstaat op verzoek kunnen beschikken over de EIB-steun. Deze kan betrekking hebben op capaciteitsopbouw, op steun bij de identificatie, voorbereiding en uitvoering van projecten en op advies over financieringsinstrumenten en investeringsplatformen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50)  Om te zorgen voor een passend evenwicht tussen de doeltreffende en doelmatige uitvoering van de Fondsen en de hieraan gerelateerde administratieve kosten en lasten, moeten de frequentie, reikwijdte en dekking van beheersverificaties gebaseerd zijn op een risicobeoordeling die rekening houdt met factoren zoals het soort uitgevoerde concrete acties, de begunstigden en het door vorige beheersverificaties en audits vastgestelde risiconiveau.

(50)  Om te zorgen voor een passend evenwicht tussen de doeltreffende en doelmatige uitvoering van de Fondsen en de hieraan gerelateerde administratieve kosten en lasten, moeten de frequentie, reikwijdte en dekking van beheersverificaties gebaseerd zijn op een risicobeoordeling die rekening houdt met factoren zoals het soort uitgevoerde concrete acties, het aantal concrete acties en de complexiteit ervan, de begunstigden en het door vorige beheersverificaties en audits vastgestelde risiconiveau. De beheers- en controlemaatregelen voor de Fondsen moeten in verhouding staan tot het niveau van het risico voor de begroting van de Unie.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 58

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(58)  Ook moeten de lidstaten het nodige doen om onregelmatigheden met inbegrip van fraude door begunstigden te voorkomen, op te sporen en doeltreffend aan te pakken. Voorts kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/201318 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/9519 en nr. 2185/9620 administratieve onderzoeken uitvoeren, met inbegrip van controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/193921 kan het Europees Openbaar Ministerie fraude en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, onderzoeken en vervolgens zoals bepaald in Richtlijn (EU) 2017/137122 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt. Lidstaten moeten de noodzakelijke maatregelen nemen opdat elke persoon of entiteit die middelen van de Unie ontvangt, ten volle meewerkt aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verleent aan de Commissie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en de Europese Rekenkamer en ervoor zorgt dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. Lidstaten moet bij de Commissie verslag uitbrengen over de geconstateerde onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, alsook over de follow-up die zij hieraan hebben gegeven en over de follow-up van de OLAF-onderzoeken.

(58)  Ook moeten de lidstaten het nodige doen om onregelmatigheden met inbegrip van fraude door begunstigden te voorkomen, op te sporen en doeltreffend aan te pakken. Voorts kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/201318 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2988/9519 en nr. 2185/9620 administratieve onderzoeken uitvoeren, met inbegrip van controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/193921 kan het Europees Openbaar Ministerie fraude en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, onderzoeken en vervolgen zoals bepaald in Richtlijn (EU) 2017/137122 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt. Lidstaten moeten de noodzakelijke maatregelen nemen opdat elke persoon of entiteit die middelen van de Unie ontvangt, ten volle meewerkt aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verleent aan de Commissie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en de Europese Rekenkamer en ervoor zorgt dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. Lidstaten moeten bij de Commissie een gedetailleerd verslag indienen over de geconstateerde onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, alsook over de follow-up die zij hieraan hebben gegeven en over de follow-up van de OLAF-onderzoeken. Lidstaten die niet deelnemen aan de nauwere samenwerking in het kader van het EOM, moeten bij de Commissie verslag uitbrengen over de besluiten van de nationale strafvervolgingsautoriteiten in verband met onregelmatigheden die gevolgen hebben voor de begroting van de Unie.

__________________

__________________

18 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

18 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

19 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

19 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

20 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

20 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

21 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM"), PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.

21 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM"), PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.

22 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

22 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 61

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(61)  Er moeten objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden voor steun uit de Fondsen in aanmerking komen. Daartoe moet de identificatie van de regio's en gebieden op Unieniveau worden gebaseerd op het gemeenschappelijke classificatiesysteem voor de regio's in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad23, gewijzigd door Verordening (EGnr. 868/2014 van de Commissie24.

(61)  Er moeten objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden voor steun uit de Fondsen in aanmerking komen. Daartoe moet de identificatie van de regio's en gebieden op Unieniveau worden gebaseerd op het gemeenschappelijke classificatiesysteem voor de regio's in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad23, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU2016/2066 van de Commissie24.

__________________

__________________

23 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

23 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

24 Verordening (EU) nr. 868/2014 van de Commissie van 8 augustus 2014 tot wijziging van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 241 van 13.8.2014, blz. 1).

24 Verordening (EU) 2016/2066 van de Commissie van 21 november 2016 tot wijziging van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 322 van 29.11.2016, blz. 1).

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 62

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(62)  Met het oog op de vaststelling van een passend financieel kader voor het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds moet de Commissie de jaarlijkse verdeling van de beschikbare toewijzingen per lidstaat in het kader van de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" vaststellen samen de lijst van de subsidiabele regio's en de toewijzingen voor de doelstelling Europese territoriale samenwerking (Interreg). Rekening houdende met het feit dat de nationale toewijzingen van lidstaten moeten worden vastgesteld op basis in 2018 beschikbare statistische gegevens en prognoses en gezien de onzekerheden rond de prognoses moet de Commissie de totale toewijzingen van alle lidstaten in 2024 herzien op basis van meest recente statistieken die op dat moment beschikbaar zijn en als het gecumuleerde verschil meer bedraagt dan +/-5 %, moeten de toewijzingen voor de jaren 2025 tot 2027 worden aangepast om ervoor te zorgen dat de resultaten van de tussentijdse evaluatie en de technische aanpassing worden weerspiegeld in de programmawijzigingen die dan tot stand komen.

(62)  Met het oog op de vaststelling van een passend financieel kader voor het EFRO, het ESF+, het Elfpo, het EFMZV en het Cohesiefonds moet de Commissie de jaarlijkse verdeling van de beschikbare toewijzingen per lidstaat in het kader van de doelstelling "investeren in groei en werkgelegenheid" vaststellen samen de lijst van de subsidiabele regio's en de toewijzingen voor de doelstelling Europese territoriale samenwerking (Interreg). Rekening houdend met het feit dat de nationale toewijzingen van lidstaten moeten worden vastgesteld op basis van de in 2018 beschikbare statistische gegevens en prognoses en gezien de onzekerheden rond de prognoses moet de Commissie de totale toewijzingen van alle lidstaten in 2024 herzien op basis van de meest recente statistieken die op dat moment beschikbaar zijn en als het gecumuleerde verschil meer bedraagt dan +/- 5 %, moeten de toewijzingen voor de jaren 2025 tot 2027 worden aangepast om ervoor te zorgen dat de resultaten van de tussentijdse evaluatie en de technische aanpassing worden weerspiegeld in de programmawijzigingen die dan tot stand komen.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Overweging 63

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(63)  Projecten met betrekking tot de trans-Europese vervoersnetwerken zullen overeenkomstig Verordening (EU) [nieuwe CEF-verordening]25 ook in het vervolg uit het Cohesiefonds worden gefinancierd, zowel via gedeeld beheer als via de modaliteit voor directe uitvoering in het kader van de Connecting Europe Facility ("CEF"). Voortbouwend op de succesvolle benadering van de programmeringsperiode 2014-2020 moet met het oog hierop een bedrag van 10 000 000 000 EUR van het Cohesiefonds worden overgedragen naar het CEF.

(63)  Projecten met betrekking tot de trans-Europese vervoersnetwerken zullen overeenkomstig Verordening (EU) [nieuwe CEF-verordening]25 ook in het vervolg uit het Cohesiefonds worden gefinancierd, zowel via gedeeld beheer als via de modaliteit voor directe uitvoering in het kader van de Connecting Europe Facility ("CEF"). Voortbouwend op de succesvolle benadering van de programmeringsperiode 2014-2020 moet met het oog hierop een bedrag van 4 000 000 000 EUR van het Cohesiefonds worden overgedragen naar het CEF.

__________________

__________________

25 Verordening (EU) [...] van het Europees Parlement en de Raad van [...] met betrekking tot [CEF ] (PB L [...] van [...], blz. [...]).

25 Verordening (EU) [...] van het Europees Parlement en de Raad van [...] met betrekking tot [CEF ] (PB L [...] van [...], blz. [...]).

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Overweging 64

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(64)  Een zekere hoeveelheid middelen uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds moet aan het Stedelijk Europa"-initiatief worden toegewezen, dat door de Commissie via direct of indirect beheer moet worden uitgevoerd.

(64)  Een zekere hoeveelheid middelen uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds moet aan het "Stedelijk Europa"-initiatief worden toegewezen, dat door de Commissie via direct of indirect beheer moet worden uitgevoerd. In de toekomst moet verder worden nagedacht over de specifieke steun die wordt verleend aan achtergestelde regio's en gemeenschappen.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Overweging 65 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(65 bis)  Om de in het zevende cohesieverslag1 bis beschreven uitdagingen voor regio's met een gemiddeld inkomen aan te pakken (lage groei in vergelijking met meer ontwikkelde regio's, maar ook in vergelijking met minder ontwikkelde regio's, met name een probleem in regio's met een bbp per hoofd van 90 % à 100 % van het gemiddelde bbp van de EU-27), moeten "overgangsregio's" toereikende steun ontvangen en omschreven worden als regio's waarvan het bbp per hoofd 75 % à 100 % van het gemiddelde bbp van de EU-27 bedraagt.

 

___________________

 

1 bis Het zevende verslag van de Commissie inzake economische, sociale en territoriale cohesie, getiteld "Mijn regio, mijn Europa, onze toekomst: Het zevende verslag inzake economische, sociale en territoriale cohesie" (COM(2017) 583 final van 9 oktober 2017).

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Overweging 66 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(66 bis)  Vanwege hun geografische ligging en de aard en/of intensiteit van hun handelsbetrekkingen zullen verschillende regio's en lidstaten meer dan de andere te maken krijgen met de gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie. Daarom is het belangrijk om ook in het kader van het cohesiebeleid praktische oplossingen te vinden voor steun om de uitdagingen voor de betrokken regio's en lidstaten aan te pakken zodra de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk heeft plaatsgevonden. Bovendien zal een permanente samenwerking tot stand moeten komen, waarbij de lokale en regionale autoriteiten en lidstaten die het hardst getroffen worden informatie en goede praktijken uitwisselen.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Overweging 67

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(67)  De maximale medefinancieringspercentages op het vlak van het cohesiebeleid moeten per regiocategorie worden vastgesteld teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van medefinanciering door middel van een passend niveau van publieke of private nationale steunverlening in acht wordt genomen. Deze percentages moet een weerspiegeling zijn van het niveau van economische ontwikkeling van regio's op het vlak van bbp per hoofd van de bevolking ten opzichte van het gemiddelde van de EU-27.

(67)  De maximale medefinancieringspercentages op het vlak van het cohesiebeleid moeten per regiocategorie worden vastgesteld teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van medefinanciering door middel van een passend niveau van publieke of private nationale steunverlening in acht wordt genomen. Deze percentages moeten een weerspiegeling zijn van het niveau van economische ontwikkeling van regio's op het vlak van bbp per hoofd van de bevolking ten opzichte van het gemiddelde van de EU-27, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat verschuivingen van categorie niet tot een minder gunstige behandeling leiden.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Overweging 69

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(69)  Voorst moet de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen aan de Commissie worden overgedragen met betrekking tot de vaststelling van de criteria voor het bepalen van de onregelmatigheden die moeten worden gemeld, de vaststelling van eenheidskosten, vaste bedragen, vaste percentages en financiering die geen verband houd met kosten die van toepassing zijn op alle lidstaten alsook de vaststelling van gestandaardiseerde vlot inzetbare steekproefmethoden.

(69)  Voorts moet de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen aan de Commissie worden overgedragen met betrekking tot de wijziging van de Europese gedragscode inzake partnerschap teneinde de code aan te passen aan deze verordening, en met betrekking tot de vaststelling van de criteria voor het bepalen van de onregelmatigheden die moeten worden gemeld, de vaststelling van eenheidskosten, vaste bedragen, vaste percentages en financiering die geen verband houdt met kosten die van toepassing zijn op alle lidstaten alsook de vaststelling van gestandaardiseerde vlot inzetbare steekproefmethoden.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Overweging 70

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(70)  Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden de nodige raadplegingen houdt, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen geschieden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(70)  Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden met alle belanghebbenden de nodige transparante raadplegingen houdt, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen geschieden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Overweging 73

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(73)  De doelstellingen van deze verordening, namelijk het versterken van de economische, sociale en territoriale samenhang en het vaststellen van gemeenschappelijke financiële regels voor het deel van de begroting van de Unie dat in het kader van gedeeld beheer wordt uitgevoerd, kan vanwege enerzijds de mate van ongelijkheid tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's, de achterstand van de minst begunstigde regio's en de beperktheid van de financiële middelen van de lidstaten en de regio's, en anderzijds wegens de noodzaak voor een samenhangend uitvoeringskader dat betrekking heeft op verscheidene fondsen van de Unie onder gedeeld beheer, niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. Aangezien deze doelstellingen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 VEU maatregelen nemen. In overeenstemming met het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(73)  De doelstellingen van deze verordening, namelijk het versterken van de economische, sociale en territoriale samenhang en het vaststellen van gemeenschappelijke financiële regels voor het deel van de begroting van de Unie dat in het kader van gedeeld beheer wordt uitgevoerd, kan vanwege enerzijds de mate van ongelijkheid tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's, de specifieke uitdagingen voor de minst begunstigde regio's en de beperktheid van de financiële middelen van de lidstaten en de regio's, en anderzijds wegens de noodzaak voor een samenhangend uitvoeringskader dat betrekking heeft op verscheidene fondsen van de Unie onder gedeeld beheer, niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. Aangezien deze doelstellingen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 VEU maatregelen nemen. In overeenstemming met het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de financiële regels voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMZV"), het Fonds voor asiel en migratie ("AMIF"), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het Instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") (hierna "de Fondsen" genoemd)

(a)  de financiële regels voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling ("Elfpo"), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMZV"), het Fonds voor asiel en migratie ("AMIF"), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het Instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") (hierna "de Fondsen" genoemd);

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  gemeenschappelijke bepalingen die van toepassing zijn op het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV.

(b)  gemeenschappelijke bepalingen die van toepassing zijn op het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds, het Elfpo en het EFMZV.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De volgende bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op het Elfpo:

 

a)   artikel 14 van titel II;

 

b)  de hoofdstukken I en III van titel III;

 

c)   de artikelen 37 en 38 van titel IV;

 

d)   afdeling I van hoofdstuk II en hoofdstuk III van titel V;

 

e)   de titels VI, VII en VIII.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 6 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  Verordening (EU) […] ("Verordening inzake strategische GLB-plannen") en Verordening (EU) […] ("Horizontale GLB‑verordening");

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "relevante landspecifieke aanbevelingen": aanbevelingen van de Raad die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 121, lid 2 en artikel 148, lid 4, VWEU in verband met de structurele uitdagingen die behoren te worden aangepakt via meerjarige investeringen die onder het toepassingsgebied vallen van de Fondsen zoals beschreven in de fondsspecifieke verordeningen, en de desbetreffende aanbevelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel [XX] van Verordening (EU) nr. [nummer van de nieuwe verordening inzake governance van de energie-unie] van het Europees Parlement en de Raad;

(1)  "relevante landspecifieke aanbevelingen": aanbevelingen van de Raad die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 121, leden 2 en 4, en artikel 148, lid 4, VWEU in verband met de structurele uitdagingen die behoren te worden aangepakt via meerjarige investeringen die onder het toepassingsgebied vallen van de Fondsen zoals beschreven in de fondsspecifieke verordeningen, en de desbetreffende aanbevelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel [XX] van Verordening (EU) nr. [nummer van de nieuwe verordening inzake governance van de energie-unie] van het Europees Parlement en de Raad;

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  "randvoorwaarde": een concrete en nauwkeurig omschreven voorwaarde die daadwerkelijk verband houdt met een rechtstreeks effect op de doeltreffende en efficiënte verwezenlijking van een specifieke doelstelling van het programma;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  "programma": in de context van het Elfpo, de strategische GLB-plannen als bedoeld in Verordening (EU) [...] (de "Verordening inzake strategische GLB‑plannen");

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 8 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  in de context van staatssteunregelingen, de instantie die de steun ontvangt;

(c)  in de context van staatssteunregelingen, de instantie die de steun ontvangt, behalve wanneer de steun per instantie minder dan 200 000 EUR bedraagt; in dat geval kan de betrokken lidstaat besluiten dat de steunverlenende instantie de begunstigde is, onverminderd de Verordeningen (EU) nr. 1407/20131 bis, (EU) nr. 1408/20131 ter en (EU) nr. 717/2014 van de Commissie1 quater;

 

__________________

 

1 bis PB L 352 van 24.12.2013, blz. 1.

 

1 ter PB L 352 van 24.12.2013, blz. 9.

 

1 quater PB L 190 van 28.6.2014, blz. 45.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  "fonds voor kleinschalige projecten": een concrete actie in een Interreg-programma die gericht is op de selectie en uitvoering van projecten van beperkte financiële omvang;

(9)  "fonds voor kleinschalige projecten": een concrete actie in een Interreg-programma die gericht is op de selectie en uitvoering van projecten, met inbegrip van people-to-people-projecten, van beperkte financiële omvang;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  "specifiek fonds": een fonds dat door een beheersautoriteit of een holdingfonds is opgericht om financiële producten te verstrekken voor de eindontvangers;

(21)  "specifiek fonds": een fonds dat door een beheersautoriteit of een holdingfonds is opgericht, waarmee zij financiële producten verstrekken voor de eindontvangers;

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 36 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 bis)  "beginsel energie-efficiëntie eerst": dat bij het nemen van alle besluiten over energieplanning, ‑beleid en ‑investeringen prioriteit wordt gegeven aan maatregelen om de vraag naar energie en de energievoorziening efficiënter te maken;

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  "klimaatbestendig maken": een proces dat ervoor moet zorgen dat infrastructuur bestendig is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering overeenkomstig nationale regelgeving en richtsnoeren en in voorkomend geval internationaal erkende normen.

(37)  "klimaatbestendig maken": een proces dat ervoor moet zorgen dat infrastructuur bestendig is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering overeenkomstig internationaal erkende normen of nationale regelgeving en richtsnoeren, in voorkomend geval, dat het beginsel energie-efficiëntie eerst in acht wordt genomen en dat scenario's voor specifieke emissiereductie en decarbonisatie worden gekozen;

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 bis)  "EIB": de Europese Investeringsbank, het Europees Investeringsfonds of een eventuele dochterinstelling van de Europese Investeringsbank.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie;

(a)  een competitiever en slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie en door de versterking van kleine en middelgrote ondernemingen;

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer;

(b)  een Europa dat groen en veerkrachtig is en koolstofarm en dat de overgang maakt naar een koolstofneutrale economie, door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer;

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit;

(c)  een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit, met inbegrip van slimme en duurzame mobiliteit, en regionale ICT-connectiviteit;

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  een socialer Europa door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten;

(d)  een socialer en inclusiever Europa door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten;

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  een Europa dat dichter bij de burger staat door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, alsook lokale initiatieven te bevorderen.

(e)  een Europa dat dichter bij de burger staat door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van alle regio's, gebieden en lokale initiatieven te bevorderen.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten verstrekken informatie over de steun voor de doelstellingen op het gebied van milieu en klimaatverandering volgens een methode op basis van de interventiecategorieën voor elke type Fonds. Deze methode bestaat uit het toekennen van een specifiek gewicht aan de verstrekte steun op een passend niveau om te weerspiegelen in welke mate de steun een bijdrage levert aan de verwezenlijking van de doelstellingen op het gebied van milieu en klimaat. In het geval van het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds worden de gewichten gekoppeld aan de dimensies en codes voor de interventiecategorieën van bijlage I.

3.  De lidstaten zorgen ervoor relevante concrete acties tijdens het gehele plannings- en uitvoeringsproces klimaatbestendig te maken en verstrekken informatie over de steun voor de doelstellingen op het gebied van milieu en klimaatverandering volgens een methode op basis van de interventiecategorieën voor elke type Fonds. Deze methode bestaat uit het toekennen van een specifiek gewicht aan de verstrekte steun op een passend niveau om te weerspiegelen in welke mate de steun een bijdrage levert aan de verwezenlijking van de doelstellingen op het gebied van milieu en klimaat. In het geval van het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds worden de gewichten gekoppeld aan de dimensies en codes voor de interventiecategorieën van bijlage I.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten en de Commissie zorgen voor de coördinatie, complementariteit en samenhang tussen de Fondsen en andere instrumenten van de Unie zoals het steunprogramma voor hervormingen, met inbegrip van het hervormingsinstrument en het instrument voor technische ondersteuning. Zij zullen de coördinatiemechanismen tussen degenen die verantwoordelijk zijn, optimaliseren om dubbel werk tussen de planning en uitvoering te voorkomen.

4.  Overeenkomstig hun respectieve verantwoordelijkheden en in overeenstemming met de beginselen van subsidiariteit en meerlagig bestuur, zorgen de lidstaten en de Commissie voor de coördinatie, complementariteit en samenhang tussen de Fondsen en andere instrumenten van de Unie zoals het steunprogramma voor hervormingen, met inbegrip van het hervormingsinstrument en het instrument voor technische ondersteuning. Zij optimaliseren de coördinatiemechanismen tussen degenen die verantwoordelijk zijn, om dubbel werk tussen de planning en uitvoering te voorkomen.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten en de Commissie zien erop toe dat de relevante staatssteunregels in acht worden genomen.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten en de Commissie voeren de begroting van de Unie die is toegewezen aan de Fondsen in gedeeld beheer uit overeenkomstig artikel [63] van Verordening (EU, Euratom) [nummer van het nieuwe financieel reglement] (hierna "het financieel reglement" genoemd).

1.  De lidstaten, in overeenstemming met hun institutionele en juridische kader, en de Commissie voeren de begroting van de Unie die is toegewezen aan de Fondsen in gedeeld beheer uit overeenkomstig artikel [63] van Verordening (EU, Euratom) [nummer van het nieuwe financieel reglement] (hierna "het financieel reglement" genoemd).

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie zorgt evenwel voor de uitvoering van het steunbedrag dat van het Cohesiefonds naar de Connecting Europe Facility (CEF), het Europees Urban-initiatief, interregionale innovatieve investeringen wordt overgedragen, het steunbedrag dat wordt overgedragen van het ESF+ naar transnationale samenwerking, de bedragen die worden bijgedragen aan InvestEU37 en technische bijstand op initiatief van de Commissie in direct of indirect beheer overeenkomstig [artikel 62, lid 1, onder a) en c)] van het financieel reglement.

2.  Onverminderd artikel 1, lid 2, zorgt de Commissie voor de uitvoering van het steunbedrag dat van het Cohesiefonds naar de Connecting Europe Facility (CEF), het Europees Urban-initiatief, interregionale innovatieve investeringen wordt overgedragen, het steunbedrag dat wordt overgedragen van het ESF+ naar transnationale samenwerking, de bedragen die worden bijgedragen aan InvestEU37 en technische bijstand op initiatief van de Commissie in direct of indirect beheer overeenkomstig [artikel 62, lid 1, onder a) en c)] van het financieel reglement.

_________________

_________________

37 [Verordening (EU) nr. [...] van [...] (PB L […] van […], blz. […])].

37 [Verordening (EU) nr. [...] van [...] (PB L […] van […], blz. […])].

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie kan de samenwerking met ultraperifere gebieden in het kader van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (Interreg) uitvoeren onder direct beheer.

3.  De Commissie kan, met instemming van de lidstaat en de betrokken regio, de samenwerking met ultraperifere gebieden in het kader van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (Interreg) uitvoeren onder indirect beheer.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat organiseert een partnerschap met de bevoegde regionale en lokale autoriteiten. Bij dit partnerschap zijn ten minste de volgende partners betrokken:

1.  Elke lidstaat organiseert voor de partnerschapsovereenkomst en voor elk programma, in overeenstemming met zijn institutionele en juridische kader, een volwaardig en doeltreffend partnerschap. Bij dit partnerschap zijn ten minste de volgende partners betrokken:

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  stedelijke en andere overheden;

(a)  regionale, lokale, stedelijke en andere overheden;

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de desbetreffende instanties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, milieupartners en de instanties die tot taak hebben sociale insluiting, grondrechten, rechten van personen met een handicap, gendergelijkheid en non-discriminatie te bevorderen.

(c)  de desbetreffende instanties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, zoals milieupartners, niet-gouvernementele organisaties en de instanties die tot taak hebben sociale insluiting, grondrechten, rechten van personen met een handicap, gendergelijkheid en non-discriminatie te bevorderen.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  onderzoeksinstellingen en universiteiten, in voorkomend geval.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten betrekken deze partners volgens het beginsel van meerlagig bestuur bij de voorbereiding van de partnerschapsovereenkomsten alsook gedurende de voorbereiding en de uitvoering van programma's, onder meer door middel van deelname aan de toezichtcomités overeenkomstig artikel 34.

2.  De lidstaten betrekken deze partners volgens het beginsel van meerlagig bestuur en volgens een bottom-upbenadering bij de voorbereiding van de partnerschapsovereenkomsten alsook gedurende de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van programma's, onder meer door middel van deelname aan de toezichtcomités overeenkomstig artikel 34. In dit verband wijzen de lidstaten een passend percentage van de middelen uit de Fondsen toe voor de opbouw van bestuurlijke capaciteit van de sociale partners en maatschappelijke organisaties.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De organisatie en uitvoering van het partnerschap worden uitgevoerd overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie38.

3.  De organisatie en uitvoering van het partnerschap worden uitgevoerd overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie38. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 107 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 om die gedelegeerde verordening aan te passen aan deze verordening.

_________________

_________________

38 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie van 7 januari 2014 betreffende de Europese gedragscode inzake partnerschap in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (PB L 74 van 14.3.2014, blz. 1).

38 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie van 7 januari 2014 betreffende de Europese gedragscode inzake partnerschap in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (PB L 74 van 14.3.2014, blz. 1).

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Ten minste een keer per jaar raadpleegt de Commissie de organisaties die de partners op het niveau van de Unie vertegenwoordigen, over de uitvoering van programma's.

4.  Ten minste een keer per jaar raadpleegt de Commissie de organisaties die de partners op het niveau van de Unie vertegenwoordigen over de uitvoering van programma's en brengt zij verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over het resultaat daarvan.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Horizontale beginselen

 

1. De lidstaten en de Commissie zorgen bij de uitvoering van de Fondsen voor de eerbiediging van de grondrechten en de naleving van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

 

2. De lidstaten en de Commissie zien erop toe dat de gelijkheid van vrouwen en mannen, gendermainstreaming en de integratie van het genderperspectief worden meegewogen en bevorderd tijdens de voorbereiding en uitvoering van programma's, onder meer op het vlak van toezicht, rapportage en evaluatie.

 

3. De lidstaten en de Commissie nemen passende maatregelen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid bij de voorbereiding en de uitvoering van, het toezicht op, de rapportage over en de evaluatie van programma's te voorkomen. Tijdens de voorbereiding en uitvoering van programma's wordt met name rekening gehouden met de toegankelijkheid voor personen met een handicap.

 

4. De doelstellingen van de Fondsen worden nagestreefd in overeenstemming met het beginsel van duurzame ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, en in overeenstemming met de bevordering door de Unie van de doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu en bestrijding van klimaatverandering, rekening houdend met het beginsel dat de vervuiler betaalt, als vastgesteld in artikel 191, leden 1 en 2, VWEU.

 

De lidstaten en de Commissie zien erop toe dat bij de voorbereiding en uitvoering van programma's wordt bijgedragen tot milieubescherming, efficiënt gebruik van hulpbronnen, het beginsel energie-efficiëntie eerst, een sociaal rechtvaardige energietransitie, matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering, biodiversiteit, herstelvermogen voor rampen, risicopreventie en risicobeheer. Zij trachten investeringen te voorkomen die verband houden met de productie, verwerking, distributie, opslag of verbranding van fossiele brandstoffen.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat bereidt een partnerschapsovereenkomst voor waarin de regels zijn opgenomen om de Fondsen op doeltreffende en doelmatige wijze te gebruiken voor de periode van 1 januari 2021 tot 31 december 2027.

1.  Elke lidstaat bereidt een partnerschapsovereenkomst voor waarin de regels zijn opgenomen om de Fondsen op doeltreffende en doelmatige wijze te gebruiken voor de periode van 1 januari 2021 tot 31 december 2027. Een dergelijke partnerschapsovereenkomst wordt voorbereid in overeenstemming met de gedragscode die is vastgesteld bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaat dient de partnerschapsovereenkomst in bij de Commissie vóór of tegelijkertijd met de indiening van het eerste programma.

2.  De lidstaat dient de partnerschapsovereenkomst in bij de Commissie vóór of tegelijkertijd met de indiening van het eerste programma, en uiterlijk op 30 april 2021.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De partnerschapsovereenkomst kan samen met het desbetreffende jaarlijkse nationale hervormingsprogramma worden ingediend.

3.  De partnerschapsovereenkomst kan samen met het desbetreffende jaarlijkse nationale hervormingsprogramma en het nationale energie- en klimaatplan worden ingediend.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de geselecteerde beleidsdoelstellingen waarbij wordt aangegeven met welke Fondsen en programma's zij zullen worden nagestreefd en een motivering daarvan, en in voorkomend geval, een motivering voor het gebruik van het uitvoeringsmodel van InvestEU, waarbij rekening wordt gehouden met de relevante landspecifieke aanbevelingen;

(a)  de geselecteerde beleidsdoelstellingen waarbij wordt aangegeven met welke Fondsen en programma's zij zullen worden nagestreefd en een motivering daarvan, waarbij rekening wordt gehouden met en een opsomming wordt gegeven van de relevante landspecifieke aanbevelingen evenals de regionale uitdagingen;

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter b – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  een samenvatting van de beleidskeuzes en de belangrijkste resultaten die voor elk van de Fondsen wordt verwacht, onder meer, in voorkomend geval, door het gebruik van InvestEU;

(i)  een samenvatting van de beleidskeuzes en de belangrijkste resultaten die voor elk van de Fondsen wordt verwacht;

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter b – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii)  coördinatie, afbakening en complementariteit tussen de Fondsen en in voorkomend geval, coördinatie tussen nationale en regionale programma's;

(ii)  coördinatie, afbakening en complementariteit tussen de Fondsen en in voorkomend geval, coördinatie tussen nationale en regionale programma's, met name met betrekking tot de strategische GLB-plannen als bedoeld in Verordening (EU) [...] (de "Verordening inzake strategische GLB-plannen");

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter b – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(iii)  complementariteit tussen de Fondsen en andere instrumenten de Unie, waaronder strategische, geïntegreerde projecten van LIFE en strategische natuurprojecten;

(iii)  complementariteit en synergie tussen de Fondsen en andere instrumenten van de Unie, waaronder strategische, geïntegreerde projecten van LIFE en strategische natuurprojecten, en, in voorkomend geval, projecten die gefinancierd worden in het kader van Horizon Europa;

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter b – punt iii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(iii bis)  verwezenlijking van doelstellingen, beleid en maatregelen in het kader van de nationale energie- en klimaatplannen;

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de voorlopige financiële toewijzing voor elk van de Fondsen per beleidsdoelstelling op nationaal niveau, waarbij wordt rekening gehouden met fondsspecifieke doelstellingen inzake thematische concentratie;

(c)  de voorlopige financiële toewijzing voor elk van de Fondsen per beleidsdoelstelling op nationaal en in voorkomend geval op regionaal niveau, waarbij rekening wordt gehouden met fondsspecifieke doelstellingen inzake thematische concentratie;

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  in voorkomend geval, de opsplitsing van financiële middelen per categorie van regio's opgesteld overeenkomstig artikel 102, lid 2 en de bedragen van de voorgestelde toewijzingen die moeten worden overgedragen tussen categorieën van regio's overeenkomstig artikel 105;

(d)  de opsplitsing van financiële middelen per regiocategorie, opgesteld overeenkomstig artikel 102, lid 2, en de bedragen van de voorgestelde toewijzingen die moeten worden overgedragen tussen regiocategorieën overeenkomstig artikel 105;

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de bedragen per Fonds en per categorie van regio die moeten worden bijgedragen tot InvestEU;

Schrappen

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  een samenvatting van de acties die de desbetreffende lidstaat zal ondernemen om de administratieve capaciteit van de uitvoering van de Fondsen te versterken.

(g)  een samenvatting van de acties die de desbetreffende lidstaat zal ondernemen om de bestuurlijke capaciteit van de uitvoering van de Fondsen en zijn beheers- en controlesysteem te versterken.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  in voorkomend geval een geïntegreerde benadering om de demografische uitdagingen van regio's en gebieden het hoofd te bieden en/of te voorzien in hun specifieke behoeften;

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter g ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g ter)  een communicatie- en zichtbaarheidsstrategie.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De EIB kan op verzoek van de lidstaten deelnemen aan de voorbereiding van de partnerschapsovereenkomst, alsook aan activiteiten in verband met de voorbereiding van concrete acties, financieringsinstrumenten en PPP's.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met betrekking tot de doelstelling Europese territoriale samenwerking (Interreg) bevat de partnerschapsovereenkomst alleen de lijst van geplande programma's.

Met betrekking tot de doelstelling Europese territoriale samenwerking (Interreg) bevat de partnerschapsovereenkomst alleen de lijst van geplande programma's en de grensoverschrijdende investeringsbehoeften in de betrokken lidstaat.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie beoordeelt de partnerovereenkomst en haar overeenstemming met de onderhavige verordening en de fondsspecifieke voorschriften. Bij haar beoordeling houdt de Commissie met name rekening met de relevante landspecifieke aanbevelingen.

1.  De Commissie beoordeelt de partnerovereenkomst en haar overeenstemming met de onderhavige verordening en de fondsspecifieke voorschriften. Bij haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de bepalingen van de artikelen 4 en 6, de relevante landspecifieke aanbevelingen, evenals de maatregelen in verband met de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen en de manier waarop deze worden aangepakt.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie kan binnen drie maanden na de datum waarop de partnerschapovereenkomst door de lidstaat is ingediend haar opmerkingen doen toekomen.

2.  De Commissie kan binnen twee maanden na de datum waarop de partnerschapovereenkomst door de lidstaat is ingediend haar opmerkingen doen toekomen.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaat evalueert de partnerschapsovereenkomst en houdt rekening met de opmerkingen van de Commissie.

3.  De lidstaat evalueert de partnerschapsovereenkomst en houdt rekening met de binnen een maand na de datum van indiening ervan door de Commissie gemaakte opmerkingen.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Uiterlijk vier maanden na indiening van de partnerschapsovereenkomst door de desbetreffende lidstaat stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een besluit vast tot goedkeuring van de partnerschapovereenkomst. De partnerschapovereenkomst wordt niet gewijzigd.

4.  Uiterlijk vier maanden na de eerste indiening van de partnerschapsovereenkomst door de desbetreffende lidstaat stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een besluit vast tot goedkeuring van de partnerschapovereenkomst. De partnerschapovereenkomst wordt niet gewijzigd.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Lidstaten kunnen in de partnerschapsovereenkomst of in het verzoek tot wijziging van een programma het bedrag van EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV toewijzen dat aan InvestEU moet worden bijgedragen en door middel van begrotingsgaranties moet worden verstrekt. Het aan InvestEU bij te dragen bedrag mag niet meer bedragen dat 5 % van de totale toewijzing van elk Fonds, behoudens in naar behoren gemotiveerde gevallen. Dergelijke bijdragen zijn geen overdrachten van middelen overeenkomstig artikel 21.

1.  Vanaf 1 januari 2023 kunnen lidstaten, met instemming van de betrokken beheersautoriteiten, in het verzoek tot wijziging van een programma een bedrag van maximaal 1 % van het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV toewijzen dat aan InvestEU moet worden bijgedragen en door middel van begrotingsgaranties moet worden verstrekt. Verder kan maximaal 2,5 % van de totale toewijzing van elk Fonds aan InvestEU worden toegewezen in het kader van de tussentijdse evaluatie. Dergelijke bijdragen zijn beschikbaar voor investeringen die stroken met de doelstellingen van het cohesiebeleid en die bestemd zijn voor dezelfde regiocategorie als de middelen uit de oorspronkelijke Fondsen. Indien een bedrag van het EFRO, het ESF+ of het Cohesiefonds wordt bijgedragen aan InvestEU, zijn de in artikel 11 en in de bijlagen III en IV bij deze verordening beschreven randvoorwaarden van toepassing. Toewijzingen zijn alleen mogelijk voor middelen van toekomstige kalenderjaren.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor de partnerschapsovereenkomst kunnen middelen van het huidige en toekomstige kalenderjaar worden toegewezen. Voor een verzoek tot wijziging van een programma kunnen alleen middelen van toekomstige kalenderjaren worden toegewezen.

Schrappen

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het in lid 1 bedoelde bedrag wordt gebruikt voor de voorziening van het deel van de EU-garantie in het compartiment van de lidstaat.

3.  Het in lid 1 bedoelde bedrag wordt gebruikt voor de voorziening van het deel van de EU-garantie in het compartiment van de respectieve lidstaat.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien vóór 31 december 2021 geen bijdrageovereenkomst, als vermeld in artikel [9] van de [InvestEU-Verordening] is gesloten voor een in lid 1 bedoeld bedrag dat is toegewezen in de partnerschapsovereenkomst, dient de lidstaat een verzoek tot wijziging van een programma of programma's in, teneinde gebruik te maken van het desbetreffende bedrag.

Indien uiterlijk op 31 december 2023 geen bijdrageovereenkomst, als vermeld in artikel [9] van de [InvestEU-Verordening] is gesloten voor een in lid 1 bedoeld bedrag, dient de lidstaat een verzoek tot wijziging van een programma of programma's in, teneinde gebruik te maken van het desbetreffende bedrag.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bijdrageovereenkomst voor een in lid 1 bedoeld bedrag dat is toegewezen in het verzoek tot wijziging van een programma, wordt gelijktijdig met de goedkeuring van het besluit tot wijziging van het programma gesloten.

De bijdrageovereenkomst voor een in lid 1 bedoeld bedrag dat is toegewezen in het verzoek tot wijziging van een programma, wordt gelijktijdig met de goedkeuring van het besluit tot wijziging van het programma gesloten of, naargelang van het geval, gewijzigd.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Indien binnen negen maanden na de goedkeuring van de bijdrageovereenkomst geen garantieovereenkomst, als omschreven in artikel [9] van de [InvestEU-Verordening], is gesloten, worden de respectievelijke bedragen die naar het gemeenschappelijk voorzieningsfonds zijn overgemaakt als voorziening, terug overgedragen naar een programma of programma's en dient de lidstaat een overeenkomstig verzoek tot programmawijziging in.

5.  Indien binnen negen maanden na de goedkeuring van de bijdrageovereenkomst geen garantieovereenkomst, als omschreven in artikel [9] van de [InvestEU-Verordening], is gesloten, worden de respectievelijke bedragen die naar het gemeenschappelijk voorzieningsfonds zijn overgemaakt als voorziening, terug overgedragen naar het oorspronkelijke programma of de oorspronkelijke programma's en dient de lidstaat een overeenkomstig verzoek tot programmawijziging in. In dit specifieke geval kunnen de middelen van afgelopen kalenderjaren worden gewijzigd, zolang de vastleggingen nog niet zijn uitgevoerd.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De middelen die worden gegenereerd door of toe te schrijven zijn aan de bedragen die worden bijgedragen aan InvestEU en verstrekt door middel van begrotingsgaranties, worden ter beschikking gesteld aan de lidstaat en gebruikt voor steun in het kader van dezelfde doelstelling of doelstellingen in de vorm van financiële instrumenten.

7.  De middelen die worden gegenereerd door of toe te schrijven zijn aan de bedragen die worden bijgedragen aan InvestEU en verstrekt door middel van begrotingsgaranties, worden ter beschikking gesteld aan de lidstaat en de bij de bijdrage betrokken lokale of regionale autoriteit en gebruikt voor steun in het kader van dezelfde doelstelling of doelstellingen in de vorm van financieringsinstrumenten.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor elke specifieke doelstelling worden in deze verordening voorafgaande voorwaarden ("randvoorwaarden") vastgesteld voor de daadwerkelijke en doeltreffende tenuitvoerlegging ervan.

Voor elke specifieke doelstelling worden in deze verordening voorafgaande voorwaarden ("randvoorwaarden") vastgesteld voor de daadwerkelijke en doeltreffende tenuitvoerlegging ervan. De randvoorwaarden zijn van toepassing voor zover zij bijdragen aan de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van het programma.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij de voorbereiding van een programma of de invoering van een nieuwe specifieke doelstelling als onderdeel van een programmawijziging, beoordeelt de lidstaat of de randvoorwaarden die samenhangen met de geselecteerde specifieke doelstelling, zijn vervuld. Een randvoorwaarde is vervuld wanneer is voldaan aan alle gerelateerde criteria. De lidstaat identificeert in elk programma of in de programmawijziging de vervulde en niet-vervulde randvoorwaarden en wanneer de lidstaat van oordeel is dat een randvoorwaarde is vervuld, wordt dit door de lidstaat gemotiveerd.

2.  Bij de voorbereiding van een programma of de invoering van een nieuwe specifieke doelstelling als onderdeel van een programmawijziging, beoordeelt de lidstaat of de randvoorwaarden die samenhangen met de geselecteerde specifieke doelstelling, zijn vervuld. Een randvoorwaarde is vervuld wanneer is voldaan aan alle gerelateerde criteria. De lidstaat identificeert in elk programma of in de programmawijziging de vervulde en niet-vervulde randvoorwaarden en wanneer de lidstaat van oordeel is dat een randvoorwaarde is vervuld, wordt dit door de lidstaat gemotiveerd. Op verzoek van een lidstaat kan de EIB bijdragen aan de beoordelingen van de acties die nodig zijn om aan de relevante randvoorwaarden te voldoen.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Binnen drie maanden na de ontvangst van de in lid 3 bedoelde informatie voert de Commissie een evaluatie uit en stelt zij de lidstaat ervan in kennis of zij akkoord gaat met de naleving.

Binnen twee maanden na de ontvangst van de in lid 3 bedoelde informatie voert de Commissie een evaluatie uit en stelt zij de lidstaat ervan in kennis of zij akkoord gaat met de naleving.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de Commissie het oneens is met de beoordeling van de lidstaat, stelt zij de lidstaat hiervan in kennis en stelt zij de lidstaat in de gelegenheid zijn opmerkingen binnen een termijn van één maand kenbaar te maken.

Wanneer de Commissie het oneens is met de beoordeling van de lidstaat, stelt zij de lidstaat hiervan in kennis en stelt zij de lidstaat in de gelegenheid zijn opmerkingen binnen een termijn van maximaal twee maanden kenbaar te maken.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uitgaven die verband houden met concrete acties die gekoppeld zijn aan de specifieke doelstelling, kunnen niet worden opgenomen in de betalingsaanvragen totdat de Commissie de lidstaat ervan in kennis heeft gesteld dat de randvoorwaarde is vervuld overeenkomstig lid 4.

Uitgaven die verband houden met concrete acties die gekoppeld zijn aan de specifieke doelstelling, of, voor het Elfpo, die verband houden met de interventie in kwestie, kunnen worden opgenomen in de betalingsaanvragen vóór de Commissie de lidstaat ervan in kennis heeft gesteld dat de randvoorwaarde is vervuld overeenkomstig lid 4, onverminderd de schorsing van de vergoeding zelf totdat de voorwaarde is vervuld.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 6 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de Commissie vaststelt dat een randvoorwaarde niet langer is vervuld, stelt zij de lidstaat hiervan in kennis en stelt zij de lidstaat in de gelegenheid zijn opmerkingen binnen een termijn van één maand kenbaar te maken. Wanneer de Commissie concludeert dat de niet-naleving van de randvoorwaarden blijft voortduren, kunnen uitgaven die gekoppeld zijn aan de desbetreffende specifieke doelstelling niet worden opgenomen in betalingsaanvragen met ingang van de datum dat de Commissie de lidstaat hieromtrent in kennis stelt.

Wanneer de Commissie vaststelt dat een randvoorwaarde niet langer is vervuld, stelt zij de lidstaat hiervan in kennis en stelt zij de lidstaat in de gelegenheid zijn opmerkingen binnen een termijn van één maand kenbaar te maken. Wanneer de Commissie concludeert dat de niet-naleving van de randvoorwaarden blijft voortduren, kunnen uitgaven die gekoppeld zijn aan de desbetreffende specifieke doelstelling, of, voor het Elfpo, die verband houden met de interventie in kwestie, niet worden opgenomen in betalingsaanvragen met ingang van de datum dat de Commissie de lidstaat hieromtrent in kennis stelt.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat stelt een prestatiekader op dat de mogelijkheid biedt tot toezicht op, rapportage over en evaluatie van de prestaties van het programma tijdens de uitvoering ervan en dat bijdraagt tot het meten van algemene prestaties van de Fondsen.

De lidstaat stelt, in voorkomend geval in samenwerking met de lokale en regionale autoriteiten, een prestatiekader op dat de mogelijkheid biedt tot toezicht op, rapportage over en evaluatie van de prestaties van het programma tijdens de uitvoering ervan en dat bijdraagt tot het meten van algemene prestaties van de Fondsen.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Mijlpalen en doelstellingen worden vastgesteld met betrekking tot elke specifieke doelstelling binnen een programma, met uitzondering van technische bijstand en van de in artikel [4(c)(vii)] van de ESF+ Verordening bedoelde specifieke doelstelling voor de aanpak van materiële deprivatie.

2.  Mijlpalen en doelstellingen worden vastgesteld met betrekking tot elke specifieke doelstelling binnen een programma, met uitzondering van technische bijstand en van de in artikel [4, lid 1, onder xi),] van de ESF+ Verordening bedoelde specifieke doelstelling voor de aanpak van materiële deprivatie.

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de programma's ondersteund door het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds, verricht de lidstaat een evaluatie van elk programma, rekening houdende met de volgende punten:

1.  Voor de programma's ondersteund door het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds, verrichten de lidstaat en de bevoegde beheersautoriteiten een evaluatie van elk programma, rekening houdend met de volgende punten:

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de in de desbetreffende in 2024 aangenomen landspecifieke aanbevelingen vastgestelde problemen;

(a)  nieuwe, in de desbetreffende in 2024 aangenomen landspecifieke aanbevelingen vastgestelde problemen, en de doelstellingen die zijn vastgesteld bij de uitvoering van de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen, indien relevant;

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de sociaal-economische situatie van de betrokken lidstaat of regio;

(b)  de sociaal-economische situatie van de betrokken lidstaat of regio, met inbegrip van de stand van zaken bij de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en territoriale behoeften met het oog op de vermindering van verschillen, evenals economische en sociale ongelijkheden;

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  alle belangrijke negatieve financiële, economische of sociale ontwikkelingen die een aanpassing van het programma noodzakelijk maken, bijvoorbeeld naar aanleiding van symmetrische of asymmetrische schokken in de lidstaten en hun regio's.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat dient uiterlijk op 31 maart 2025 bij de Commissie een verzoek tot wijziging van elk programma in overeenkomstig artikel 19, lid 1. De lidstaat rechtvaardigt de wijziging op basis van de in lid 1 bedoelde punten.

Afhankelijk van het resultaat van de herziening dient de lidstaat uiterlijk op 31 maart 2025 bij de Commissie een verzoek in tot wijziging van elk programma overeenkomstig artikel 19, lid 1, of stelt de lidstaat dat er geen wijzigingen nodig zijn. De lidstaat rechtvaardigt de wijziging op basis van de in lid 1 bedoelde punten, of motiveert in voorkomend geval waarom hij niet om wijziging van een programma verzoekt.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de toewijzingen van de financiële middelen per prioriteit met inbegrip van de bedragen voor de jaren 2026 en 2027;

(a)  de herziene initiële toewijzingen van de financiële middelen per prioriteit met inbegrip van de bedragen voor de jaren 2026 en 2027;

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – alinea 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  de bedragen per Fonds en per categorie van regio die moeten worden bijgedragen tot InvestEU, in voorkomend geval;

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De Commissie stelt uiterlijk op 31 maart 2026 een verslag vast met een samenvatting van de resultaten van de in de leden 1 en 2 bedoelde evaluatie. De Commissie legt het verslag voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een verzoek van de Commissie aan een lidstaat overeenkomstig lid 1 wordt gemotiveerd, onder verwijzing naar de noodzaak de uitvoering te ondersteunen van de desbetreffende aanbevelingen en in dit verzoek wordt vermeld om welke programma's of prioriteiten het volgens de Commissie gaat, alsmede de aard van de verwachte wijzigingen.

2.  Een verzoek van de Commissie aan een lidstaat overeenkomstig lid 1 wordt gemotiveerd op basis van een evaluatie, onder verwijzing naar de noodzaak de uitvoering te ondersteunen van de desbetreffende aanbevelingen en in dit verzoek wordt vermeld om welke programma's of prioriteiten het volgens de Commissie gaat, alsmede de aard van de verwachte wijzigingen.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer de lidstaat als reactie op een overeenkomstig lid 1 geformuleerd verzoek niet effectief optreedt binnen de in de leden 3 en 4 bepaalde termijnen, kan de Commissie overeenkomstig artikel 91 alle of een deel van de betalingen voor de betrokken programma's of prioriteiten schorsen.

Schrappen

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 7 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie doet een voorstel aan de Raad om alle of een deel van de vastleggingen of betalingen voor een of meerdere programma's van een lidstaat te schorsen, in de volgende gevallen:

Na inachtneming van de economische en sociale omstandigheden van de betrokken lidstaat en de impact van de geplande schorsing op de economie, doet de Commissie een voorstel aan de Raad om alle of een deel van de vastleggingen voor een of meerdere programma's van een lidstaat geleidelijk te schorsen, in de volgende gevallen:

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er wordt prioriteit gegeven aan het schorsen van vastleggingen; betalingen worden alleen geschorst, wanneer het de bedoeling is onmiddellijk op te treden en in het geval van significante niet-naleving. De schorsing van betalingen is van toepassing op betalingsaanvragen die voor de programma's in kwestie zijn ingediend na de datum van het schorsingsbesluit.

Schrappen

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 8 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een voorstel van de Commissie met betrekking tot de schorsing van vastleggingen wordt beschouwd als aangenomen door de Raad, tenzij deze door middel van een uitvoeringshandeling besluit het voorstel met gekwalificeerde meerderheid te verwerpen binnen een maand na de indiening van het Commissievoorstel.

Een voorstel van de Commissie met betrekking tot de schorsing van vastleggingen wordt beschouwd als aangenomen door de Raad, tenzij deze door middel van een uitvoeringshandeling besluit het voorstel met gekwalificeerde meerderheid te verwerpen binnen drie maanden na de indiening van het Commissievoorstel.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 8 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Raad stelt op basis van een voorstel van de Commissie als bedoeld in lid 7, door middel van een uitvoeringshandeling een besluit over de schorsing van betalingen vast.

Schrappen

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De omvang en het niveau van de schorsing van vastleggingen die wordt opgelegd, is evenredig, respecteert de gelijke behandeling van de lidstaten en houdt rekening met de sociaaleconomische omstandigheden van de betrokken lidstaat, in het bijzonder het werkloosheidspeil, het armoedepeil of het niveau van sociale uitsluiting van de lidstaat in kwestie ten opzichte van het gemiddelde van de Unie en het effect van de schorsing op de economie van de betrokken lidstaat. De impact van schorsingen op programma's die van essentieel belang zijn voor de aanpak van negatieve economische of sociale omstandigheden, zijn een specifieke factor waarmee rekening moet worden gehouden.

9.  De omvang en het niveau van de schorsing van vastleggingen die wordt opgelegd, is evenredig, respecteert de gelijke behandeling van de lidstaten en houdt rekening met de sociaal-economische omstandigheden van de betrokken lidstaat, in het bijzonder het werkloosheidspeil, het armoedepeil of het niveau van sociale uitsluiting van de lidstaat in kwestie ten opzichte van het gemiddelde van de Unie en het effect van de schorsing op de economie van de betrokken lidstaat. De impact van schorsingen op programma's die van essentieel belang zijn voor de aanpak van negatieve economische, sociale of structurele omstandigheden, zijn een specifieke factor waarmee voorafgaand aan het besluit tot schorsing van vastleggingen rekening moet worden gehouden, en wordt aan de Raad en het Europees Parlement meegedeeld.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 10 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de schorsing van vastleggingen geldt in de volgende gevallen dat maximum van 25 % van de vastleggingen voor het volgende kalenderjaar voor de Fondsen, of, als dat minder is, van 0,25 % van het nominale bbp, kan worden geschorst:

Voor de schorsing van vastleggingen geldt in de volgende gevallen dat maximum 20 % van de vastleggingen voor het volgende kalenderjaar voor de Fondsen, of, als dat minder is, 0,20 % van het nominale bbp, kan worden geschorst:

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 10 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het geval van voortdurende niet-naleving kan het percentage van geschorste vastleggingen hoger liggen dan de maximumpercentages als bedoeld in de eerste alinea.

In het geval van voortdurende niet-naleving kan het percentage van geschorste vastleggingen niet hoger liggen dan twee keer de maximumpercentages als bedoeld in de eerste alinea.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 11 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een besluit over de opheffing van de schorsing van betalingen wordt genomen door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie, als aan de in de eerste alinea bepaalde toepasselijke voorwaarden is voldaan.

Schrappen

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 bis.  De in de leden 7 tot en met 11 vastgestelde procedure is alleen van toepassing wanneer:

 

(a) de instrumenten voor economisch bestuur al zijn ingezet;

 

(b) deze instrumenten ontoereikend zijn gebleken om de macro-economische stabiliteit en de begrotingsstabiliteit te verbeteren; en

 

(c) de uitgaven in het kader van het cohesiebeleid in die lidstaat als gevolg van een van de in lid 7, onder a) tot en met e), bedoelde gevallen in het gedrang komen.

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 12 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie houdt het Europees Parlement op de hoogte van de tenuitvoerlegging van dit artikel. Met name informeert zij het Europees Parlement onverwijld wanneer voor een lidstaat aan een van de voorwaarden in lid 7 is voldaan en verstrekt zij gedetailleerde gegevens over de ESI-fondsen en de programma's waarvoor tot een schorsing van vastleggingen kan worden besloten.

De Commissie houdt het Europees Parlement op de hoogte van de tenuitvoerlegging van dit artikel. Met name informeert zij het Europees Parlement onverwijld wanneer voor een lidstaat aan een van de voorwaarden in lid 7 is voldaan, geeft zij de redenen voor haar voorstel en verstrekt zij gedetailleerde gegevens over de Fondsen en de programma's waarvoor tot een schorsing van vastleggingen kan worden besloten, alsmede over de verwachte impact van een dergelijke schorsing op de economie van de lidstaat, zodat er een gestructureerde dialoog en een zinvol debat kunnen plaatsvinden en de transparantie van het handhavingsproces wordt bevorderd. De Commissie brengt het Europees Parlement op de hoogte alvorens zij een voorstel doet voor de schorsing van vastleggingen.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 12 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Europees Parlement kan de Commissie uitnodigen voor een gestructureerde dialoog over de toepassing van dit artikel, met betrekking tot de toezending van de in de eerste alinea bedoelde informatie.

Schrappen

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 12 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie zendt het voorstel voor de schorsing van vastleggingen, respectievelijk het voorstel om deze schorsing op te heffen, toe aan het Europees Parlement en de Raad.

De Commissie zendt het voorstel voor de schorsing van vastleggingen, respectievelijk het voorstel om deze schorsing op te heffen, onmiddellijk na de aanneming ervan toe aan het Europees Parlement en de Raad en licht de redenen voor het voorstel toe.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13.  De leden 1 tot en met 12 zijn niet van toepassing op de in artikel [4(c)(v)(ii)] van de ESF+-verordening bedoelde prioriteiten of programma's.

13.  De leden 1 tot en met 12 zijn niet van toepassing op de in artikel 4, lid 1, onder xi),] van de ESF+-verordening bedoelde prioriteiten of programma's.

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten bereiden programma's voor voor de tenuitvoerlegging van de Fondsen tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.

1.  De lidstaten bereiden programma's voor in samenwerking met de in artikel 6 bedoelde partners voor de tenuitvoerlegging van de Fondsen tijdens de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een programma bestaat uit prioriteiten. Elke prioriteit stemt overeen met één beleidsdoelstelling of met technische bijstand. Een prioriteit die overeenstemt met een beleidsdoelstelling, bestaat uit een of meerdere specifieke doelstellingen. Met eenzelfde beleidsdoelstelling kunnen meerdere prioriteiten overeenstemmen.

Een programma bestaat uit prioriteiten. Elke prioriteit stemt overeen met een of meerdere beleidsdoelstellingen of met technische bijstand. Een prioriteit die overeenstemt met een beleidsdoelstelling, bestaat uit een of meerdere specifieke doelstellingen. Met eenzelfde beleidsdoelstelling kunnen meerdere prioriteiten overeenstemmen.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  economische, sociale en territoriale verschillen, behalve voor door het EFMZV ondersteunde programma's;

i)  economische, sociale en territoriale verschillen en ongelijkheden, behalve voor door het EFMZV ondersteunde programma's;

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  tekortkoming van de markt, investeringsbehoeften en een aanvulling op andere vormen van steun;

ii)  tekortkoming van de markt, investeringsbehoeften en een aanvulling op en synergieën met andere vormen van steun;

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  uitdagingen die zijn vastgesteld in relevante landspecifieke aanbevelingen en andere relevante aanbevelingen van de Unie aan de lidstaat;

iii)  uitdagingen die zijn vastgesteld in de relevante landspecifieke aanbevelingen;

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  uitdagingen op het vlak van administratieve capaciteit en bestuur;

iv)  uitdagingen op het vlak van administratieve capaciteit en bestuur en vereenvoudigingsmaatregelen;

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv bis)  een geïntegreerde benadering voor de aanpak van demografische uitdagingen, in voorkomend geval;

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a – punt vi bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vi bis)  uitdagingen en daarmee verband houdende doelstellingen die in de nationale energie- en klimaatplannen en in de Europese pijler van sociale rechten zijn vastgesteld;

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a – punt vii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vii)  voor door het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma's de vooruitgang met de uitvoering van het relevante EU-acquis en actieplannen;

vii)  voor door het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma's de vooruitgang met de uitvoering van het relevante EU-acquis en actieplannen, evenals de geconstateerde tekortkomingen;

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter d – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  de gerelateerde soorten acties, met inbegrip van een lijst met geplande concrete acties die van strategisch belang zijn, en hun bijdrage aan die specifieke doelstellingen en aan macroregionale strategieën en zeebekkenstrategieën, indien van toepassing

i)  de gerelateerde soorten acties, met inbegrip van een indicatieve lijst en een tijdschema voor de geplande concrete acties die van strategisch belang zijn, en de verwachte bijdrage daarvan aan die specifieke doelstellingen en aan macroregionale strategieën en zeebekkenstrategieën, indien van toepassing;

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter d – punt iii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iii bis)  acties ter waarborging van gelijkheid, inclusie en non-discriminatie;

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter d – punt v

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

v)  de interregionale en transnationale acties waarvan de begunstigden in ten minste één andere lidstaat gevestigd zijn;

v)  de interregionale, grensoverschrijdende en transnationale acties waarvan de begunstigden in ten minste één andere lidstaat gevestigd zijn;

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter d – punt v bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

v bis)  de duurzaamheid van investeringen;

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter d – punt vii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vii bis)  een beschrijving van de wijze waarop complementariteit en synergieën met andere Fondsen en instrumenten moeten worden nagestreefd;

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  de voorziene aanpak van de communicatie en zichtbaarheid van het programma door het vaststellen van de doelstellingen, het doelpubliek, de communicatiekanalen, de communicatieactiviteiten op sociale media, de geplande begroting en de relevante indicatoren voor toezicht en evaluatie;

(i)  de voorziene aanpak van de communicatie en zichtbaarheid van het programma door het vaststellen van de doelstellingen, het doelpubliek, de communicatiekanalen, in voorkomend geval de communicatieactiviteiten op sociale media, evenals de geplande begroting en de relevante indicatoren voor toezicht en evaluatie;

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j)  de beheersautoriteit, de auditautoriteit en de instantie die de betalingen van de Commissie ontvangt.

(j)  de beheersautoriteit, de auditautoriteit, de instantie die verantwoordelijk is voor de boekhoudfunctie overeenkomstig artikel 70, en de instantie die de betalingen van de Commissie ontvangt.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De punten c) en d) van dit lid zijn niet van toepassing op in artikel 4, onder c), punt vii), van de ESF+-verordening bedoelde specifieke doelstelling.

Het bepaalde onder c) en d) van dit lid is niet van toepassing op de in artikel [4, lid 1, onder xi),], van de ESF+-verordening bedoelde specifieke doelstelling.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Een milieurapport met relevante informatie over de effecten op het milieu overeenkomstig Richtlijn 2001/42/EG wordt als bijlage bij het programma gevoegd, rekening houdend met de behoeften ten aanzien van matiging van de klimaatverandering.

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Voor overeenkomstig artikel 16 ingediende EFRO-, ESF+- en Cohesiefondsprogramma's bevat de in lid 3, onder f), ii), bedoelde tabel uitsluitend de bedragen voor de jaren 2021 tot en met 2025.

6.  Voor overeenkomstig artikel 16 ingediende EFRO-, ESF+- en Cohesiefondsprogramma's bevat de in lid 3, onder f), ii), bedoelde tabel de bedragen voor de jaren 2021 tot en met 2027.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 17 bis

 

Deze algemene bepalingen zijn van toepassing op acties voor vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling in het kader van Leader, als bedoeld in artikel 71 van ontwerpverordening XX inzake strategische plannen (nummer van de nieuwe verordening inzake "strategische GLB-plannen"), aangezien dit initiatief bijdraagt tot harmonieuze economische en sociale ontwikkeling van plattelandsgebieden. Deze actie wordt uitsluitend uitgevoerd in het kader van hoofdstuk II van de verordening (territoriale ontwikkeling). De betrokken interventie vindt plaats met inachtneming van en draagt bij tot de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (New York, 2015) en de verplichtingen die voortvloeien uit de klimaatovereenkomst (COP21) en de Europese pijler van sociale rechten.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie beoordeelt het programma en de mate waarin het deze verordening en de fondsspecifieke verordeningen nakomt, net als de verenigbaarheid ervan met de partnerschapsovereenkomst. Bij haar beoordeling houdt de Commissie met name rekening met de relevante landspecifieke aanbevelingen.

1.  De Commissie beoordeelt het programma en de mate waarin het deze verordening en de fondsspecifieke verordeningen nakomt, net als de verenigbaarheid ervan met de partnerschapsovereenkomst. Bij haar beoordeling houdt de Commissie met name rekening met de relevante landspecifieke aanbevelingen, evenals met de relevante uitdagingen die zijn vastgesteld bij de uitvoering van de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen en in de Europese pijler van sociale rechten, en met de manier waarop deze worden aangepakt.

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie kan binnen drie maanden na de datum waarop het programma door de lidstaat is ingediend, opmerkingen formuleren.

2.  De Commissie kan binnen twee maanden na de datum waarop het programma door de lidstaat is ingediend, opmerkingen formuleren.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaat evalueert het programma en houdt rekening met de opmerkingen van de Commissie.

3.  De lidstaat evalueert het programma en houdt rekening met de binnen twee maanden na de indiening ervan door de Commissie gemaakte opmerkingen.

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie stelt uiterlijk zes maanden na indiening van het programma door de lidstaat door middel van een uitvoeringshandeling een besluit tot goedkeuring van het programma vast.

4.  De Commissie stelt uiterlijk vijf maanden na de eerste indiening van het programma door de lidstaat door middel van een uitvoeringshandeling een besluit tot goedkeuring van het programma vast.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie beoordeelt de wijziging en de mate waarin het deze verordening en de fondsspecifieke verordeningen nakomt, met inbegrip van verplichtingen op nationaal niveau, en kan binnen drie maanden na de datum waarop het gewijzigde programma door de lidstaat is ingediend, opmerkingen formuleren.

2.  De Commissie beoordeelt de wijziging en de mate waarin die deze verordening en de fondsspecifieke verordeningen nakomt, met inbegrip van verplichtingen op nationaal niveau, en kan binnen twee maanden na de datum waarop het gewijzigde programma door de lidstaat is ingediend, opmerkingen formuleren.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaat evalueert het gewijzigde programma en houdt rekening met de opmerkingen van de Commissie.

3.  De lidstaat evalueert het gewijzigde programma en houdt rekening met de binnen twee maanden na de indiening ervan door de Commissie gemaakte opmerkingen.

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie keurt uiterlijk zes maanden na de indiening ervan door de lidstaat, de wijziging van een programma goed.

4.  De Commissie keurt uiterlijk drie maanden na de indiening ervan door de lidstaat, de wijziging van een programma goed.

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat kan tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 5 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en niet meer dan 3 % van de programmabegroting overdragen naar een ander fonds van hetzelfde programma. Voor de door het EFRO en het ESF+ ondersteunde programma's heeft de overdracht enkel betrekking op toewijzingen uit dezelfde regiocategorie.

De lidstaat kan tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 7 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en niet meer dan 5 % van de programmabegroting overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde Fonds van hetzelfde programma. Daarbij neemt de lidstaat de gedragscode in acht die is vastgesteld bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie. Voor de door het EFRO en het ESF+ ondersteunde programma's heeft de overdracht enkel betrekking op toewijzingen uit dezelfde regiocategorie.

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Voor het corrigeren van tikfouten of louter redactionele wijzigingen die de uitvoering van het programma niet beïnvloeden, wordt geen goedkeuring van de Commissie vereist. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke correcties.

6.  Voor het corrigeren van tikfouten of louter technische of redactionele wijzigingen die de uitvoering van het programma niet beïnvloeden, wordt geen goedkeuring van de Commissie vereist. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke correcties.

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het EFRO en het ESF+ kunnen op complementaire wijze en met inachtneming van een maximum van 10 % aan steun van deze fondsen voor elke prioriteit van een programma, financiering verlenen voor een gehele of een deel van een concrete actie waarvan de kosten volgens de desbetreffende subsidiabiliteitsregels in aanmerking komen voor steun uit een ander fonds, op voorwaarde dat deze kosten noodzakelijk zijn om de concrete actie uit te voeren.

2.  Het EFRO en het ESF+ kunnen op complementaire wijze en met inachtneming van een maximum van 15 % aan steun van deze Fondsen voor elke prioriteit van een programma, financiering verlenen voor een gehele of een deel van een concrete actie waarvan de kosten volgens de desbetreffende subsidiabiliteitsregels in aanmerking komen voor steun uit een ander Fonds, op voorwaarde dat deze kosten noodzakelijk zijn om de concrete actie uit te voeren.

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen verzoeken om de overdracht van maximaal 5 % van de financiële toewijzingen van een programma uit een van de fondsen naar een ander fonds in gedeeld beheer of naar een instrument in direct of indirect beheer.

1.  Met het oog op de flexibiliteit kunnen de lidstaten, indien het toezichtcomité van het programma daarmee instemt, verzoeken om de overdracht van maximaal 5 % van de financiële toewijzingen van een programma uit een van de Fondsen naar het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds of het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij.

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Overgedragen middelen worden uitgevoerd overeenkomstig de regels van het fonds of instrument waarnaar de middelen worden overgedragen en, in het geval van overdrachten naar instrumenten in direct of indirect beheer, ten voordele van de lidstaat in kwestie.

2.  Overgedragen middelen worden uitgevoerd overeenkomstig de regels van het Fonds of instrument waarnaar de middelen worden overgedragen.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In verzoeken op grond van artikel 1 wordt vastgesteld welk totaalbedrag jaarlijks wordt overgedragen per fonds en per regiocategorie; dergelijke verzoeken worden naar behoren gemotiveerd en gaan vergezeld van het herziene programma of de herziene programma's van waaruit overeenkomstig artikel 19 de middelen worden overgedragen, met vermelding van naar welk fonds of instrument zij worden overgedragen.

3.  In verzoeken op grond van artikel 1 wordt vastgesteld welk totaalbedrag jaarlijks wordt overgedragen per Fonds en per regiocategorie, in voorkomend geval; dergelijke verzoeken worden naar behoren gemotiveerd met het oog op de te verwezenlijken complementariteit en impact, en gaan vergezeld van het herziene programma of de herziene programma's vanwaaruit overeenkomstig artikel 19 de middelen worden overgedragen, met vermelding van naar welk Fonds of instrument zij worden overgedragen.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Titel 3 – hoofdstuk I bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

HOOFDSTUK I bis - Grote projecten

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 21 bis

 

Inhoud

 

In het kader van een of meer programma's kunnen het EFRO en het Cohesiefonds steun verlenen aan een concrete actie die een reeks werkzaamheden, activiteiten of diensten omvat en die bedoeld is om op zichzelf een ondeelbare taak van nauwkeurig omschreven economische of technische aard, met duidelijk omschreven doelen, te vervullen en waarvoor de totale subsidiabele kosten hoger zijn dan 100 miljoen EUR ("groot project"). Financieringsinstrumenten worden niet als grote projecten beschouwd.

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 21 ter

 

Voor de goedkeuring van een groot project noodzakelijke informatie

 

Vooraleer een groot project wordt goedgekeurd, legt de beheersautoriteit de Commissie de volgende informatie voor:

 

a) nadere gegevens betreffende de instantie die verantwoordelijk wordt voor de uitvoering van het grote project en de capaciteit ervan;

 

b) een beschrijving van de investering en de plaats van uitvoering;

 

c) totale kosten en totale subsidiabele kosten;

 

d) de uitgevoerde haalbaarheidsstudies, met inbegrip van de analyse van de opties en de resultaten;

 

e) een kosten-batenanalyse, met inbegrip van een economische en financiële analyse, en een risicobeoordeling;

 

f) een analyse van het milieueffect, waarin rekening wordt gehouden met de behoeften ten aanzien van aanpassing aan en matiging van de klimaatverandering en herstelvermogen voor rampen;

 

g) uitleg over de wijze waarop het grote project consistent is met de desbetreffende prioriteiten van het betrokken programma of de betrokken programma's, de verwachte bijdrage ervan aan de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van die prioriteiten en de verwachte bijdrage aan de sociaal-economische ontwikkeling;

 

h) het financieringsplan, waarin het geplande totaalbedrag aan financiële middelen en de geplande steun uit de Fondsen, van de EIB en uit alle andere financieringsbronnen zijn aangegeven, met materiële en financiële indicatoren voor het toezicht op de vorderingen, rekening houdend met de vastgestelde risico's;

 

i) het tijdschema voor de uitvoering van het grote project en, wanneer wordt verwacht dat de uitvoeringsperiode langer zal zijn dan de programmeringsperiode, de fasen waarvoor steun uit de Fondsen wordt gevraagd tijdens de programmeringsperiode.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 21 quater

 

Besluit over een groot project

 

1. De Commissie beoordeelt het grote project aan de hand van de in artikel 21 ter bedoelde informatie, om te bepalen of de gevraagde financiële bijdrage voor het door de beheersautoriteit geselecteerde grote project gerechtvaardigd is. De Commissie stelt uiterlijk drie maanden na indiening van de in artikel 21 ter bedoelde informatie bij uitvoeringshandeling een besluit tot goedkeuring van de financiële bijdrage aan het geselecteerde grote project vast.

 

2. De goedkeuring door de Commissie op grond van lid 1 is afhankelijk van de voorwaarde dat het eerste contract voor werken moet zijn gesloten, of, in het geval van in het kader van PPP-structuren uitgevoerde concrete acties, van de ondertekening van de PPP-overeenkomst tussen de overheidsinstantie en de private instantie binnen drie jaar na de datum van goedkeuring.

 

3. Als de Commissie de financiële bijdrage aan het geselecteerde grote project niet goedkeurt, geeft zij de redenen daarvoor weer in haar besluit.

 

4. Grote projecten die krachtens lid 1 ter goedkeuring worden ingediend, worden in de lijst van grote projecten van een programma opgenomen.

 

5. Uitgaven voor grote projecten kunnen worden opgenomen in een betalingsaanvraag na de in lid 1 bedoelde indiening ter goedkeuring. Indien de Commissie het door de beheersautoriteit geselecteerde grote project niet goedkeurt, wordt de uitgavendeclaratie na de intrekking van de aanvraag door de lidstaat of de vaststelling van het besluit van de Commissie dienovereenkomstig gerectificeerd.

 

(Dit amendement vereist hieruit voortvloeiende aanpassingen in bijlage V.)

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  een ander territoriaal instrument ter ondersteuning van door de lidstaten ontworpen initiatieven voor investeringen die voor het EFRO zijn geprogrammeerd in het kader van de in artikel 4, lid 1, onder e), bedoelde beleidsdoelstelling.

(c)  een ander territoriaal instrument ter ondersteuning van door de lidstaten ontworpen initiatieven voor investeringen die zijn geprogrammeerd in het kader van de in artikel 4, lid 1, onder e), bedoelde beleidsdoelstelling.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

 

 

De lidstaat zorgt voor samenhang en coördinatie wanneer strategieën voor lokale ontwikkeling door meer dan één Fonds worden gefinancierd.

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het geografische toepassingsgebied van de strategie;

(a)  het geografische toepassingsgebied van de strategie met inbegrip van de onderlinge economische, sociale en ecologische verbanden;

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  een beschrijving van de betrokkenheid van partners overeenkomstig artikel 6 bij de voorbereiding en de uitvoering van de strategie.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Territoriale strategieën worden opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende stedelijke, lokale of andere territoriale autoriteiten of instanties.

2.  Territoriale strategieën worden voorbereid en goedgekeurd onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende regionale, lokale en andere overheden. Reeds bestaande strategische documenten betreffende de bestreken gebieden kunnen worden bijgewerkt en gebruikt voor territoriale strategieën.

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als de lijst met te ondersteunen acties niet in de territoriale strategie is opgenomen, selecteren de desbetreffende stedelijke, lokale of andere territoriale autoriteiten of instanties de acties of worden zij bij de selectie betrokken.

Als de lijst met te ondersteunen acties niet in de territoriale strategie is opgenomen, selecteren de desbetreffende regionale, lokale of andere territoriale autoriteiten of instanties de acties of worden zij bij de selectie betrokken.

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Bij de voorbereiding van de territoriale strategieën werken de in lid 2 bedoelde autoriteiten samen met de bevoegde beheersautoriteiten om de reikwijdte te bepalen van de in het kader van het desbetreffende programma te ondersteunen acties.

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer een stedelijke, lokale of andere territoriale autoriteit of instantie taken uitvoert die onder de verantwoordelijkheid van de beheersautoriteit vallen, andere dan de selectie van acties, wordt de autoriteit overeenkomstig de fondsspecifieke regels door de beheersautoriteit aangewezen als intermediaire instantie.

4.  Wanneer een regionale, lokale of andere overheid of andere instantie taken uitvoert die onder de verantwoordelijkheid van de beheersautoriteit vallen, andere dan de selectie van acties, wordt deze overheid of instantie door de beheersautoriteit aangewezen als intermediaire instantie.

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De geselecteerde acties kunnen in het kader van meer dan een prioriteit van hetzelfde programma worden ondersteund.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een in overeenstemming met artikel 23 uitgevoerde strategie investeringen inhoudt waarvoor steun wordt geboden uit een of meerdere fondsen, uit een of meerdere programma's of uit een of meerdere prioriteiten in eenzelfde programma, kunnen acties ter zake als geïntegreerde territoriale investering worden uitgevoerd.

1.  Wanneer een in overeenstemming met artikel 23 uitgevoerde strategie investeringen inhoudt waarvoor steun wordt geboden uit een of meerdere Fondsen, uit een of meerdere programma's of uit een of meerdere prioriteiten in eenzelfde programma, kunnen acties ter zake als geïntegreerde territoriale investering worden uitgevoerd. In voorkomend geval kan elke geïntegreerde territoriale investering worden aangevuld met financiële steun uit het Elfpo.

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Als de lijst met te ondersteunen acties niet in de territoriale strategie is opgenomen, worden de desbetreffende regionale, lokale of andere overheden of instanties bij de selectie van de acties betrokken.

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling kan steun krijgen uit het EFRO, het ESF+ en het EFMZV.

1.  Het EFRO, het ESF+, het EFMZV en het Elfpo bieden steun aan vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling. In het kader van het Elfpo wordt dergelijke ontwikkeling "plaatselijke ontwikkeling in het kader van Leader" genoemd.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  wordt geleid door plaatselijke actiegroepen bestaande uit vertegenwoordigers van de publieke en private lokale sociaaleconomische belangen, waarbij niet één belangengroep alleen de controle heeft over de besluitvorming;

(b)  wordt geleid door plaatselijke actiegroepen bestaande uit vertegenwoordigers van de publieke en private lokale sociaal-economische belangen, waarbij niet één belangengroep alleen de controle heeft over de besluitvorming, ook de overheidssector niet;

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  ondersteuning biedt voor netwerkvorming, aspecten die in de lokale context innovatief zijn en in voorkomend geval samenwerking.

(d)  ondersteuning biedt voor netwerkvorming, bottom-upbenaderingen, toegankelijkheid, aspecten die in de lokale context innovatief zijn en in voorkomend geval samenwerking.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer de uitvoering van een dergelijke strategie steun uit meer dan een fonds betreft, kan de bevoegde beheersautoriteit een van de fondsen als hoofdfonds aanwijzen.

4.  Wanneer de uitvoering van een dergelijke strategie steun uit meer dan een fonds betreft, kan de bevoegde beheersautoriteit een van de fondsen als hoofdfonds aanwijzen. Ook kan per fonds in kwestie worden gespecificeerd welke soorten maatregelen en concrete acties zullen worden gefinancierd.

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de doelstellingen van de strategie, met meetbare streefdoelen voor resultaten, en bijhorende geplande acties;

(d)  de doelstellingen van de strategie, met meetbare streefdoelen voor resultaten, en bijhorende geplande acties om in te spelen op lokale behoeften die door de lokale gemeenschap zijn vastgesteld;

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  een financieel plan, met daarin begrepen de geplande toewijzing uit elk betrokken fonds en programma.

(f)  een financieel plan, met daarin begrepen de geplande toewijzing uit elk betrokken fonds, waaronder het Elfpo indien van toepassing, en elk betrokken programma.

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In het besluit tot goedkeuring van een strategie wordt beschreven hoeveel elk fonds en elk programma krijgt toegewezen en wat de verantwoordelijkheden beschreven voor de beheers- en controletaken in het kader van het programma of de programma's zijn.

4.  In het besluit tot goedkeuring van een strategie wordt beschreven hoeveel elk fonds en elk programma krijgt toegewezen en wat de verantwoordelijkheden beschreven voor de beheers- en controletaken in het kader van het programma of de programma's zijn. Overeenkomstige nationale overheidsbijdragen worden vooraf voor de hele periode gewaarborgd.

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De beheersautoriteiten zorgen ervoor dat de plaatselijke actiegroepen hetzij één partner van de groep kiezen die in administratieve en financiële aangelegenheden als hoofdpartner optreedt, hetzij zich verenigen in een gemeenschappelijke rechtsstructuur.

2.  De beheersautoriteiten zorgen ervoor dat de plaatselijke actiegroepen inclusief zijn en dat deze hetzij één partner van de groep kiezen die in administratieve en financiële aangelegenheden als hoofdpartner optreedt, hetzij zich verenigen in een gemeenschappelijke rechtsstructuur, met het oog op het uitvoeren van taken in verband met de strategie voor vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling.

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de opbouw van capaciteit van lokale actoren om concrete acties te ontwikkelen en uit te voeren;

(a)  de opbouw van de bestuurlijke capaciteit van lokale actoren om concrete acties te ontwikkelen en uit te voeren;

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De plaatselijke actiegroep kan een begunstigde zijn en acties uitvoeren conform de strategie.

5.  De plaatselijke actiegroep kan een begunstigde zijn en acties uitvoeren conform de strategie, waarbij een scheiding van functies binnen de plaatselijke actiegroep wordt aangemoedigd.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaat zorgt dat de steun uit de Fondsen voor vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling betrekking heeft op:

1.  Om complementariteit en synergieën te waarborgen, zorgt de lidstaat ervoor dat de steun uit de Fondsen voor vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling betrekking heeft op:

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  capaciteitsopbouw en voorbereidende acties ter ondersteuning van het ontwerp en de toekomstige uitvoering van de strategieën;

(a)  de opbouw van de bestuurlijke capaciteit en voorbereidende acties ter ondersteuning van het ontwerp en de toekomstige uitvoering van de strategieën;

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  dynamisering van de strategie voor vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling om uitwisseling tussen belanghebbenden te faciliteren, informatie te verstrekken aan belanghebbenden en potentiële begunstigden te ondersteunen bij de voorbereiding van aanvragen;

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De in de eerste alinea bedoelde maatregelen kunnen met name betrekking hebben op:

 

(a) ondersteuning voor de voorbereiding en beoordeling van projecten;

 

(b) steun voor institutionele versterking en vergroting van de bestuurlijke capaciteit voor een doeltreffend beheer van de Fondsen;

 

(c) studies in verband met de rapportage van de Commissie over de Fondsen en het cohesieverslag;

 

(d) maatregelen in verband met analyse, beheer, toezicht, uitwisseling van informatie en uitvoering van de Fondsen, alsook maatregelen in verband met de uitvoering van controlesystemen en technische en administratieve ondersteuning;

 

(e) evaluaties, deskundigenverslagen, statistieken en studies, ook van algemene aard, over de huidige en toekomstige werking van de Fondsen;

 

(f) acties om informatie te verspreiden, netwerkvorming te ondersteunen, communicatieactiviteiten uit te voeren met bijzondere nadruk op de resultaten en meerwaarde van de steun uit de Fondsen, te zorgen voor bewustmaking en aan te zetten tot samenwerking en uitwisseling van ervaringen, ook met derde landen;

 

(g) het opzetten, doen functioneren en onderling koppelen van computersystemen voor beheer, toezicht, audit, controle en evaluatie;

 

(h) acties om de evaluatiemethoden te verbeteren en informatie over de evaluatiepraktijk uit te wisselen;

 

(i) acties in verband met auditing;

 

(j) de versterking van de nationale en regionale capaciteit voor investeringsplanning, financieringsbehoeften, voorbereiding, ontwerp en uitvoering van financieringsinstrumenten, gezamenlijke actieplannen en grote projecten;

 

(k) de verspreiding van goede praktijken teneinde de lidstaten te helpen bij de versterking van de capaciteit van de in artikel 6, lid 1, bedoelde betrokken partners en hun overkoepelende organisaties.

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De Commissie zet ten minste 15 % van de middelen voor technische bijstand op initiatief van de Commissie in om de communicatie met het publiek efficiënter te maken en de synergie tussen de op initiatief van de Commissie verrichte communicatieactiviteiten te versterken, door de kennisbasis over de resultaten uit te breiden, met name via een effectievere gegevensvergaring en -verspreiding, evaluaties en rapportage, en vooral door te benadrukken dat de Fondsen er mee voor hebben gezorgd dat de levensomstandigheden van de burgers verbeterd zijn en de zichtbaarheid van de steun uit de Fondsen te vergroten, alsook door het publiek beter bekend te maken met de resultaten en de meerwaarde van die steun. De informatie-, communicatie- en zichtbaarheidsmaatregelen met betrekking tot de resultaten en de meerwaarde van de steun uit de Fondsen, met bijzondere nadruk op concrete acties, worden in voorkomend geval voortgezet na beëindiging van de programma's. Deze maatregelen dragen ook bij tot de institutionele communicatie betreffende de politieke prioriteiten van de Unie voor zover zij verband houden met de algemene doelstellingen van deze verordening.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Dergelijke acties kunnen betrekking hebben op toekomstige en eerdere programmeringsperiodes.

2.  Dergelijke acties kunnen betrekking hebben op eerdere en toekomstige programmeringsperiodes.

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Teneinde situaties te voorkomen waarin betalingen worden geschorst, zorgt de Commissie ervoor dat de lidstaten en de regio's die worden geconfronteerd met nalevingsproblemen ten gevolge van een gebrek aan bestuurlijke capaciteit, passende technische bijstand ontvangen om die bestuurlijke capaciteit te verbeteren.

Amendement    205

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op initiatief van een lidstaat kunnen de Fondsen acties ondersteunen die betrekking kunnen hebben op eerdere en volgende programmeringsperiodes en die nodig zijn voor het doeltreffend bestuur en gebruik van deze fondsen.

1.  Op initiatief van een lidstaat kunnen de Fondsen acties ondersteunen die betrekking kunnen hebben op eerdere en volgende programmeringsperiodes en die nodig zijn voor het doeltreffend bestuur en gebruik van deze fondsen, voor de capaciteitsopbouw van de in artikel 6 bedoelde partners, alsook voor het waarborgen van bepaalde functies zoals voorbereiding, opleiding, beheer, monitoring, evaluatie, zichtbaarheid en communicatie.

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Binnen elk programma krijgt de technische bijstand de vorm van een prioriteit die verband houdt met één enkel fonds.

3.  Binnen elk programma krijgt de technische bijstand de vorm van een prioriteit die verband houdt met hetzij één enkel fonds, hetzij meerdere fondsen.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het percentage dat uit de Fondsen wordt vergoed voor technische bijstand is:

2.  Op basis van een overeenkomst tussen de Commissie en de lidstaten en met inachtneming van het financiële plan van het programma, kan het percentage dat uit de Fondsen wordt vergoed voor technische bijstand worden vastgesteld op maximaal:

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  voor de EFRO-steun in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en voor de Cohesiefonds-steun: 2,5 %;

(a)  voor de EFRO-steun in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en voor de Cohesiefonds-steun: 3 %;

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  voor de ESF+-steun: 4 % en voor programma's in het kader van artikel 4, lid 1, onder c), vii), van de ESF+-verordening: 5 %;

(b)  voor de ESF+-steun: 5 % en voor programma's in het kader van artikel 4, lid 1, onder xi), van de ESF+-verordening: 6 %;

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  voor de AMIF-, ISF- en BMVI-steun: 6 %.

(d)  voor de AMIF-, ISF- en BMVI-steun: 7 %.

Amendement    211

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor de ultraperifere gebieden is het percentage voor de punten a), b) en c), maximaal 1 % hoger.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bovenop artikel 31 kan de lidstaat aanvullende acties op het gebied van technische bijstand voorstellen om de capaciteit te versterken van de autoriteiten, begunstigden en relevante partners van de lidstaat die nodig zijn voor het doeltreffend bestuur en gebruik van deze Fondsen.

Bovenop artikel 31 kan de lidstaat aanvullende acties op het gebied van technische bijstand voorstellen om de institutionele capaciteit en efficiëntie te versterken van overheden en openbare diensten, begunstigden en relevante partners van de lidstaat die nodig zijn voor het doeltreffend bestuur en gebruik van deze Fondsen.

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Steun voor dergelijke acties wordt uitgevoerd via financiering die geen verband houdt met kosten overeenkomstig artikel 89.

Steun voor dergelijke acties wordt uitgevoerd via financiering die geen verband houdt met kosten overeenkomstig artikel 89. Technische bijstand in de vorm van een optioneel specifiek programma kan worden uitgevoerd door middel van financiering die geen verband houdt met kosten voor technische bijstand, of door middel van een terugbetaling van de directe kosten.

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Binnen drie maanden na de datum waarop aan de lidstaat kennis wordt gegeven van het besluit tot goedkeuring van het programma, richt de lidstaat een comité op dat toezicht houdt op de uitvoering van het programma ("toezichtcomité").

Binnen drie maanden na de datum waarop aan de lidstaat kennis wordt gegeven van het besluit tot goedkeuring van het programma, richt de lidstaat, na raadpleging van de beheersautoriteit, een comité op dat toezicht houdt op de uitvoering van het programma ("toezichtcomité").

Amendement    215

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Ieder toezichtcomité stelt zijn reglement van orde vast.

2.  Ieder toezichtcomité stelt zijn reglement van orde vast, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van volledige transparantie.

Amendement    216

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De leden 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op in artikel [4, onder c), vi)], van de ESF+-verordening bedoelde programma's en daarmee samenhangende technische bijstand.

5.  De leden 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op in artikel [4, lid 1, onder xi)], van de ESF+-verordening bedoelde programma's en daarmee samenhangende technische bijstand.

Amendement    217

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat bepaalt de samenstelling van het toezichtcomité en zorgt voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de bevoegde lidstaatautoriteiten, intermediaire instanties en de in artikel 6 bedoelde partners.

De lidstaat bepaalt de samenstelling van het toezichtcomité en zorgt aan de hand van een transparant proces voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de bevoegde lidstaatautoriteiten, intermediaire instanties en de in artikel 6 bedoelde partners.

Amendement    218

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Vertegenwoordigers van de Commissie nemen met raadgevende stem aan de werkzaamheden van het toezichtcomité deel.

2.  Vertegenwoordigers van de Commissie nemen als toezichthouder en met raadgevende stem aan de werkzaamheden van het toezichtcomité deel. Vertegenwoordigers van de EIB kunnen in voorkomend geval worden uitgenodigd om met raadgevende stem deel te nemen aan de werkzaamheden van het toezichtcomité.

Amendement    219

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Voor het AMIF, het ISF en het BMVI nemen de relevante gedecentraliseerde agentschappen met raadgevende stem deel aan de werkzaamheden van het toezichtcomité.

Amendement    220

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  voorstellen voor mogelijke vereenvoudigingsmaatregelen voor begunstigden;

Amendement    221

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  vraagstukken die van invloed zijn op de prestaties van het programma en de genomen maatregelen;

(b)  vraagstukken die van invloed zijn op de prestaties van het programma en de genomen maatregelen, in voorkomend geval met inbegrip van eventuele onregelmatigheden;

Amendement    222

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  de vorderingen met de capaciteitsopbouw voor overheidsinstanties en begunstigden, indien van toepassing.

(i)  de vorderingen met de opbouw van bestuurlijke capaciteit voor overheidsinstanties, partners en begunstigden, indien van toepassing.

Amendement    223

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het toezichtcomité onderzoekt:

2.  Het toezichtcomité hecht zijn goedkeuring aan of, voor door het Elfpo ondersteunde programma's, verstrekt advies over:

Amendement    224

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de jaarlijkse prestatieverslagen van de door het EFMZV, het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma's, en het eindverslag over de prestaties voor door het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds ondersteunde programma's;

(b)  de jaarlijkse prestatieverslagen van de door het Elfpo, het EFMZV, het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma's, en het eindverslag over de prestaties voor door het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds ondersteunde programma's;

Amendement    225

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  wijzigingen in de lijst van geplande concrete acties van strategisch belang als bedoeld in artikel 17, lid 3, onder d);

Amendement    226

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Het toezichtcomité kan de beheersautoriteit nieuwe interventiegebieden voorstellen.

Amendement    227

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Tussen de Commissie en elke lidstaat wordt een jaarlijkse evaluatievergadering gehouden om de prestaties van elk programma te onderzoeken.

Tussen de Commissie en elke lidstaat wordt een jaarlijkse evaluatievergadering gehouden om de prestaties van elk programma te onderzoeken. Beheersautoriteiten worden naar behoren betrokken bij dit proces.

Amendement    228

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Voor door het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma's dient de lidstaat een jaarlijks prestatieverslag in in overeenstemming met de fondsspecifieke verordeningen.

6.  Voor door het Elfpo, het EFMZV, het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma's dient de lidstaat een jaarlijks prestatieverslag in in overeenstemming met de fondsspecifieke verordeningen.

Amendement    229

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De gegevens worden uiterlijk op 31 januari 2022 voor het eerst ingediend en uiterlijk op 31 januari 2030 voor het laatst.

De gegevens worden uiterlijk op 28 februari 2022 voor het eerst ingediend en uiterlijk op 28 februari 2030 voor het laatst.

Amendement    230

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor programma's in het kader van artikel 4, lid 1, onder c), vii), van de ESF+-verordening worden de gegevens jaarlijks uiterlijk op 30 november ingediend.

Voor programma's in het kader van artikel 4, lid 1, onder xi), van de ESF+-verordening worden de gegevens jaarlijks uiterlijk op 30 november ingediend.

Amendement    231

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het aantal geselecteerde concrete acties, hun totale subsidiabele kost, de bijdrage van de Fondsen en het totaal van de door de begunstigden aan de beheersautoriteit gedeclareerde subsidiabele uitgaven, steeds opgesplitst per interventietype;

(a)  in de overdracht van gegevens op uiterlijk 31 januari, 31 maart, 31 mei, 31 juli, 30 september en 30 november van elk jaar, het aantal geselecteerde concrete acties, hun totale subsidiabele kost, de bijdrage van de Fondsen en het totaal van de door de begunstigden aan de beheersautoriteit gedeclareerde subsidiabele uitgaven, steeds opgesplitst per interventietype;

Amendement    232

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de waarden van de output- en resultaatindicatoren voor de geselecteerde concrete acties en de door de concrete acties bereikte waarden.

(b)  uitsluitend in de overdracht van gegevens op uiterlijk 31 mei en 30 november van elk jaar, de waarden van de output- en resultaatindicatoren voor de geselecteerde concrete acties en de door de concrete acties bereikte waarden.

Amendement    233

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De beheersautoriteit voert evaluatie van het programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van de programma's.

1.  De beheersautoriteit voert evaluaties van het programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de inclusiviteit, niet-discriminerende aard, doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang, zichtbaarheid en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van de programma's.

Amendement    234

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De in lid 2 bedoelde evaluatie omvat een evaluatie van de sociaal-economische gevolgen en de financieringsbehoeften met betrekking tot de beleidsdoelstellingen als bedoeld in artikel 4, lid 1, in het kader van en tussen de programma's, met een bijzondere nadruk op een concurrerender en slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie en een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit, waaronder slimme en duurzame mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit. De Commissie publiceert de resultaten van de evaluatie op haar website en deelt die resultaten mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Amendement    235

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – alinea 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  andere relevante partners en instanties.

(b)  andere relevante partners en instanties, met inbegrip van regionale, lokale en andere overheden, en economische en sociale partners.

Amendement    236

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De beheersautoriteit zorgt binnen zes maanden na de goedkeuring van het programma voor een website met informatie over de programma's waarvoor zij verantwoordelijk is, met inbegrip van informatie over de doelstellingen, activiteiten, beschikbare financieringsmogelijkheden en verwezenlijkingen van het programma.

1.  De beheersautoriteit zorgt binnen zes maanden na de goedkeuring van het programma voor een website met informatie over de programma's waarvoor zij verantwoordelijk is, met inbegrip van informatie over de doelstellingen, de activiteiten, het indicatieve tijdschema voor de oproep tot het indienen van voorstellen, de beschikbare financieringsmogelijkheden en de verwezenlijkingen van het programma.

Amendement    237

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  in het geval van rechtspersonen, de naam van de begunstigde;

(a)  in het geval van rechtspersonen, de naam van de begunstigde en van de contractant;

Amendement    238

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  totale kosten van de concrete actie;

(h)  totale kosten van de concrete actie of, voor concrete acties in het kader van het Elfpo, het bedrag van de betalingen voor elk type interventie;

Amendement    239

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor concrete acties in het kader van het Elfpo worden de onder b) van de eerste alinea bedoelde gegevens niet gepubliceerd indien het bedrag van de betalingen die door de begunstigde in het desbetreffende begrotingsjaar zijn ontvangen, kleiner of gelijk zijn aan 1 250 EUR. De begunstigde wordt geïdentificeerd met een code, in een door de lidstaat te bepalen vorm.

Amendement    240

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  op de professionele website van de begunstigde of op de sociale media, indien die bestaan, een korte beschrijving – in verhouding tot de ontvangen steun – van de concrete actie op te nemen, met inbegrip van het doel en de resultaten ervan, en daarbij de nadruk te leggen op de financiële steun door de Unie;

(a)  op de professionele website van de begunstigde en op de sociale media, indien die bestaan, een korte beschrijving – in verhouding tot de ontvangen steun – van de concrete actie op te nemen, met inbegrip van het doel en de resultaten ervan, en daarbij de nadruk te leggen op de financiële steun door de Unie;

Amendement    241

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter c – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  een plaat of bord te plaatsen zodra de materiële uitvoering van de concrete actie die gepaard gaat met fysieke investeringen of de aankoop van materiaal van start gaat, over:

(c)  een permanente plaat of permanent bord op een voor het publiek duidelijk zichtbare plek te plaatsen zodra de materiële uitvoering van de concrete actie die gepaard gaat met fysieke investeringen of de aankoop van materiaal van start gaat, over:

Amendement    242

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter c – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  concrete acties met steun uit het EFRO en het Cohesiefonds waarvoor de totale kosten meer bedragen dan 500 000 EUR;

i)  concrete acties met steun uit het EFRO, het Cohesiefonds en het Elfpo waarvoor de totale kosten meer bedragen dan 500 000 EUR;

Amendement    243

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  voor concrete acties die niet onder punt c) vallen, ten minste één affiche of elektronisch beeldscherm (minimaal in A3-formaat) met informatie over de concrete actie met vermelding van de steun uit de Fondsen, op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen;

(d)  voor concrete acties die niet onder punt c) vallen, ten minste één affiche of elektronisch beeldscherm (minimaal in A3-formaat) met informatie over de concrete actie met vermelding van de steun uit de Fondsen, op een voor het publiek duidelijk zichtbare plek te plaatsen;

Amendement    244

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  vanaf het moment dat de materiële uitvoering van start gaat het embleem van de Unie permanent op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen in overeenstemming met de in bijlage VIII vastgestelde technische kenmerken;

Amendement    245

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze vereiste is niet van toepassing voor concrete acties die worden ondersteund in het kader van de specifieke doelstelling bepaald in artikel 4, lid 1, onder c), punt vii) van de ESF+-verordening.

Deze vereiste is niet van toepassing voor concrete acties die worden ondersteund in het kader van de specifieke doelstelling bepaald in artikel 4, lid 1, onder xi), van de ESF+-verordening.

Amendement    246

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Lidstaten gebruiken de bijdrage uit de Fondsen om begunstigden steun te verlenen in de vorm van subsidies, financieringsinstrumenten of prijzen of een combinatie daarvan.

Lidstaten gebruiken de bijdrage uit de Fondsen om begunstigden steun te verlenen in de vorm van subsidies, beperkt gebruik van financieringsinstrumenten of prijzen of een combinatie daarvan.

Amendement    247

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  een vast percentage van maximaal 25 % van de subsidiabele directe kosten, als dat percentage overeenkomstig artikel 48, lid 2, onder a), wordt berekend.

(c)  een vast percentage van maximaal 25 % van de subsidiabele directe kosten, als dat percentage overeenkomstig artikel 48, lid 2, onder a), of artikel 48, lid 2, onder c), wordt berekend.

Amendement    248

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  door de meest recente met documenten gestaafde jaarlijkse bruto arbeidskosten te delen door 1720 uren voor voltijdse werknemers, of door een overeenkomstig pro rata van 1720 uren voor deeltijdse werknemers;

(a)  door de meest recente met documenten gestaafde jaarlijkse bruto arbeidskosten, met verwachte extra kosten voor factoren zoals een stijging van tarieven of bevordering van personeel, te delen door 1720 uren voor voltijdse werknemers, of door een overeenkomstig pro rata van 1720 uren voor deeltijdse werknemers;

Amendement    249

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  door de meest recente met documenten gestaafde maandelijkse bruto arbeidskosten te delen door de maandelijkse werktijd van de betrokken persoon overeenkomstig de in het arbeidscontract vermelde nationale wetgeving.

(b)  door de meest recente met documenten gestaafde maandelijkse bruto arbeidskosten, met verwachte extra kosten voor factoren zoals een stijging van tarieven of bevordering van personeel, te delen door de maandelijkse werktijd van de betrokken persoon overeenkomstig de in het arbeidscontract vermelde nationale wetgeving.

Amendement    250

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Met financieringsinstrumenten wordt aan eindontvangers uitsluitend steun verstrekt voor nieuwe investeringen die naar verwachting financieel levensvatbaar zijn, bijvoorbeeld door inkomsten of besparingen te genereren, en waarvoor op de markt niet voldoende financiering te vinden is.

2.  Met financieringsinstrumenten wordt aan eindontvangers uitsluitend steun verstrekt voor nieuwe investeringen die naar verwachting financieel levensvatbaar zijn, bijvoorbeeld door inkomsten of besparingen te genereren, en waarvoor op de markt niet voldoende financiering te vinden is. Deze steun kan investeringen in materiële en immateriële activa omvatten, alsmede bedrijfskapitaal, met inachtneming van de toepasselijke staatssteunregels van de Unie.

Amendement    251

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 3 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het voorgestelde bedrag aan programmabijdragen aan een financieringsinstrument en het verwachte hefboomeffect;

(a)  het voorgestelde bedrag aan programmabijdragen aan een financieringsinstrument en het verwachte hefboomeffect, vergezeld van de desbetreffende beoordelingen;

Amendement    252

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Financieringsinstrumenten kunnen worden gecombineerd met aanvullende programmaondersteuning in de vorm van subsidies als concrete actie in één enkel financieringsinstrument, met één financieringsovereenkomst, waarbij beide verschillende vormen van steun worden verstrekt door de instantie die het financieringsinstrument uitvoert. In dat geval gelden de op de financieringsinstrumenten toepasselijke regels voor die concrete actie in één enkel financieringsinstrument.

5.  Financieringsinstrumenten kunnen worden gecombineerd met aanvullende programmaondersteuning in de vorm van subsidies als concrete actie in één enkel financieringsinstrument, met één financieringsovereenkomst, waarbij beide verschillende vormen van steun worden verstrekt door de instantie die het financieringsinstrument uitvoert. Indien het bedrag van de programmaondersteuning in de vorm van subsidie minder is dan het bedrag van de programmaondersteuning in de vorm van een financieringsinstrument, gelden de op de financieringsinstrumenten toepasselijke regels.

Amendement    253

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De beheersautoriteit selecteert de instantie die een financieringsinstrument uitvoert.

De beheersautoriteit selecteert de instantie die een financieringsinstrument uitvoert via een rechtstreekse of onrechtstreekse gunning van een opdracht.

Amendement    254

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De beheersautoriteit kan via de rechtstreekse gunning van een opdracht uitvoeringstaken toevertrouwen aan:

 

(a)  de EIB;

 

(b)   een internationale financiële instelling waarvan een lidstaat aandeelhouder is;

 

(c)   een bank of instelling in handen van de overheid, opgericht als juridische entiteit die op professionele basis financiële activiteiten uitvoert.

Amendement    255

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De beheersautoriteit die het financieringsinstrument beheert overeenkomstig lid 2, of de instantie die het financieringsinstrument uitvoert bij het beheer van het financieringsinstrument overeenkomstig lid 3, houdt afzonderlijke rekeningen bij of gebruikt een boekhoudkundige code per prioriteit en per regiocategorie voor elke programmabijdrage en apart voor respectievelijk in artikel 54 en artikel 56 bedoelde middelen.

7.  De beheersautoriteit die het financieringsinstrument beheert overeenkomstig lid 2, of de instantie die het financieringsinstrument uitvoert bij het beheer van het financieringsinstrument overeenkomstig lid 3, houdt afzonderlijke rekeningen bij of gebruikt een boekhoudkundige code per prioriteit en per regiocategorie of, voor het Elfpo, per type interventie, voor elke programmabijdrage en apart voor respectievelijk in artikel 54 en artikel 56 bedoelde middelen.

Amendement    256

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  De rapportagevereisten betreffende het gebruik van het financieringsinstrument voor de beoogde doeleinden gelden alleen voor de beheersautoriteiten en financiële intermediairs.

Amendement    257

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Rente en andere voordelen die kunnen worden toegeschreven aan steun uit de Fondsen die aan financieringsinstrumenten is betaald, moeten worden gebruikt voor dezelfde doeleinden als de oorspronkelijke steun uit de Fondsen, hetzij binnen hetzelfde financieringsinstrument hetzij, na de vereffening van dat financieringsinstrument, in andere financieringsinstrumenten of andere vormen van steun, tot aan het einde van de subsidiabiliteitsperiode.

2.  Rente en andere voordelen die kunnen worden toegeschreven aan steun uit de Fondsen die aan financieringsinstrumenten is betaald, moeten worden gebruikt voor dezelfde doeleinden als de oorspronkelijke steun uit de Fondsen, hetzij binnen hetzelfde financieringsinstrument hetzij, na de vereffening van dat financieringsinstrument, in andere financieringsinstrumenten of andere vormen van steun voor verdere investeringen in eindontvangers, of, in voorkomend geval, ter dekking van de verliezen in het nominale bedrag van de bijdrage uit de Fondsen aan het financieringsinstrument ten gevolge van negatieve rente, indien dergelijke verliezen zich voordoen ondanks een actief beheer van de kasmiddelen door de instanties die de financieringsinstrumenten uitvoeren, tot aan het einde van de subsidiabiliteitsperiode.

Amendement    258

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Steun uit de Fondsen voor financieringsinstrumenten die in eindontvangers wordt geïnvesteerd, en andere door die investeringen gegenereerde inkomsten, die toe te schrijven zijn aan de steun uit de Fondsen, kunnen worden gebruikt voor een gedifferentieerde behandeling van investeerders die volgens het beginsel van de markteconomie werken door een passende deling van de risico's en de winsten.

1.  Steun uit de Fondsen voor financieringsinstrumenten die in eindontvangers wordt geïnvesteerd, en andere door die investeringen gegenereerde inkomsten, die toe te schrijven zijn aan de steun uit de Fondsen, kunnen worden gebruikt voor een gedifferentieerde behandeling van investeerders die volgens het beginsel van de markteconomie werken of voor andere vormen van Uniesteun, door een passende deling van de risico's en de winsten, met inachtneming van het beginsel van goed financieel beheer.

Amendement    259

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het niveau van een dergelijke gedifferentieerde behandeling ligt niet hoger dan wat nodig is om stimulansen te creëren voor het aantrekken van private middelen, vastgesteld door een concurrentieprocedure of een onafhankelijke beoordeling.

2.  Het niveau van een dergelijke gedifferentieerde behandeling ligt niet hoger dan wat nodig is om stimulansen te creëren voor het aantrekken van private middelen, vastgesteld door een concurrentieprocedure of een overeenkomstig artikel 52 van deze verordening uitgevoerde ex-antebeoordeling.

Amendement    260

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Middelen die voor het einde van de subsidiabiliteitsperiode aan financieringsinstrumenten worden terugbetaald uit uitvesteringen in eindontvangers of doordat middelen vrijkomen die voor garantiecontracten zijn vastgelegd, met inbegrip van terugbetaald kapitaal en andere gegenereerde inkomsten die zijn toe te schrijven aan de steun uit de Fondsen, worden hergebruikt voor dezelfde of andere financieringsinstrumenten voor verdere investeringen in eindontvangers, onder dezelfde specifieke doelstelling of doelstellingen en voor beheerskosten en -vergoedingen die met dergelijke investeringen samenhangen.

1.  Middelen die voor het einde van de subsidiabiliteitsperiode aan financieringsinstrumenten worden terugbetaald uit investeringen in eindontvangers of doordat middelen vrijkomen die voor garantiecontracten zijn vastgelegd, met inbegrip van terugbetaald kapitaal en andere gegenereerde inkomsten die zijn toe te schrijven aan de steun uit de Fondsen, worden hergebruikt voor dezelfde of andere financieringsinstrumenten voor verdere investeringen in eindontvangers, onder dezelfde specifieke doelstelling of doelstellingen en voor beheerskosten en -vergoedingen die met dergelijke investeringen samenhangen, met inachtneming van het beginsel van goed financieel beheer.

Amendement    261

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Besparingen dankzij efficiëntere concrete acties worden niet beschouwd als gegenereerde inkomsten voor de toepassing van de eerste alinea. Met name kostenbesparingen als gevolg van energie-efficiëntiemaatregelen leiden niet tot een overeenkomstige verlaging van de exploitatiesubsidies.

Amendement    262

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uitgaven komen voor een bijdrage uit de Fondsen in aanmerking als zij zijn gedaan door een begunstigde of de particuliere partner van een concrete PPP-actie en zijn betaald tussen de datum van indiening van het programma bij de Commissie of, als dat eerder is, 1 januari 2021, en 31 december 2029.

Uitgaven komen voor een bijdrage uit de Fondsen in aanmerking als zij zijn gedaan door een begunstigde of de particuliere partner van een concrete PPP-actie en zijn betaald tussen de datum van indiening van het programma bij de Commissie of, als dat eerder is, 1 januari 2021, en 31 december 2030.

Amendement    263

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Een concrete actie of een deel van een concrete actie kan buiten een lidstaat worden uitgevoerd, ook indien dit buiten het grondgebied van de Unie is, mits de concrete actie bijdraagt tot de doelstellingen van het programma.

4.  Een concrete actie of een deel van een concrete actie in het kader van het EFRO, het ESF+ of het Cohesiefonds kan buiten een lidstaat worden uitgevoerd, ook indien dit buiten het grondgebied van de Unie is, mits de concrete actie onder een van de vijf componenten van de doelstelling Europese territoriale samenwerking (Interreg) valt als gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) [...] (de ETS-verordening), en bijdraagt tot de doelstellingen van het programma.

Amendement    264

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Concrete acties die fysiek voltooid zijn of volledig ten uitvoer zijn gelegd voordat de financieringsaanvraag in het kader van het programma bij de beheersautoriteit is ingediend, worden niet voor steun uit de Fondsen geselecteerd, ongeacht of alle betrokken betalingen zijn verricht.

6.  Concrete acties die fysiek voltooid zijn of volledig ten uitvoer zijn gelegd voordat de financieringsaanvraag in het kader van het programma bij de beheersautoriteit is ingediend, worden niet voor steun uit de Fondsen geselecteerd, ongeacht of alle betrokken betalingen zijn verricht. Dit lid is niet van toepassing op EFMZV-compensaties voor extra kosten in de ultraperifere gebieden, noch op uitgaven die zijn gefinancierd via specifieke aanvullende EFRO- en ESF+-toewijzingen ten behoeve van de ultraperifere gebieden.

Amendement    265

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  debetrente, behalve met betrekking tot subsidies verleend in de vorm van een rentesubsidie of een subsidie voor garantievergoedingen;

(a)  debetrente, behalve met betrekking tot subsidies verleend in de vorm van een rentesubsidie of een subsidie voor garantievergoedingen, of met betrekking tot een bijdrage aan financieringsinstrumenten die voortkomt uit een negatieve rente;

Amendement    266

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  belasting over de toegevoegde waarde (btw), behalve voor concrete acties waarvan de totale kostprijs lager is dan 5 000 000 EUR.

Schrappen

Amendement    267

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De subsidiabiliteit met betrekking tot belasting over de toegevoegde waarde (btw) wordt per geval bepaald, behalve voor concrete acties waarvan de totale kostprijs lager is dan 5 000 000 EUR en voor investeringen en uitgaven van eindbegunstigden.

Amendement    268

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat kan de in de eerste alinea vastgestelde termijn verkorten tot drie jaar bij behoud van investeringen of door kleine en middelgrote ondernemingen gecreëerde banen.

De lidstaat kan in de onder a), b) en c), bedoelde naar behoren gemotiveerde gevallen de in de eerste alinea vastgestelde termijn verkorten tot drie jaar bij behoud van door kleine en middelgrote ondernemingen gecreëerde banen.

Amendement    269

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op concrete acties waarvan een productieactiviteit wordt beëindigd wegens een niet-frauduleus faillissement.

3.  De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op programmabijdragen aan of afkomstig uit financieringsinstrumenten, noch op concrete acties waarvan een productieactiviteit wordt beëindigd wegens een niet-frauduleus faillissement.

Amendement    270

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van lid 1, onder d), zijn de beheersvergoedingen gebaseerd op prestaties. Indien een instantie die een holdingfonds en/of specifieke fondsen uitvoert, overeenkomstig artikel 53, lid 3, wordt geselecteerd door middel van een rechtstreekse gunning van een opdracht, is het bedrag van de aan deze instanties betaalde beheerskosten en -vergoedingen dat kan worden gedeclareerd als subsidiabele uitgave onderworpen aan een drempel van maximaal 5 % van het totaalbedrag van programmabijdragen die zijn uitbetaald aan eindontvangers in de vorm van leningen, investeringen in eigen vermogen of investeringen in quasi-eigenvermogen, of bedragen die als overeengekomen in garantiecontracten zijn gereserveerd.

Voor de toepassing van lid 1, onder d), zijn de beheersvergoedingen gebaseerd op prestaties. Voor de eerste twaalf maanden van de uitvoering van het financieringsinstrument is een basisvergoeding voor beheerskosten en -vergoedingen subsidiabel. Indien een instantie die een holdingfonds en/of specifieke fondsen uitvoert, overeenkomstig artikel 53, lid 2, wordt geselecteerd door middel van een rechtstreekse gunning van een opdracht, is het bedrag van de aan deze instanties betaalde beheerskosten en -vergoedingen dat kan worden gedeclareerd als subsidiabele uitgave onderworpen aan een drempel van maximaal 5 % van het totaalbedrag van programmabijdragen die zijn uitbetaald aan eindontvangers in de vorm van leningen, investeringen in eigen vermogen of investeringen in quasi-eigenvermogen, of bedragen die als overeengekomen in garantiecontracten zijn gereserveerd.

Amendement    271

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Die drempel is niet van toepassing wanneer de instanties die de financieringsinstrumenten uitvoeren door middel van een openbare aanbesteding zijn geselecteerd in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving, en de openbare aanbesteding de noodzaak van hogere beheerskosten en -vergoedingen aantoont.

Wanneer de instanties die de financieringsinstrumenten uitvoeren door middel van een openbare aanbesteding zijn geselecteerd in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving, en de openbare aanbesteding de noodzaak van hogere beheerskosten en -vergoedingen, die gebaseerd zijn op prestaties, aantoont.

Amendement    272

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen voor de wettigheid en regelmatigheid van in de rekeningen opgenomen uitgaven die bij de Commissie zijn ingediend, en treffen alle nodige maatregelen om onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, te voorkomen, op te sporen, te verbeteren en te rapporteren.

2.  De lidstaten zorgen voor de wettigheid en regelmatigheid van in de rekeningen opgenomen uitgaven die bij de Commissie zijn ingediend, en treffen alle nodige maatregelen om onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, te voorkomen, op te sporen, te verbeteren en te rapporteren. De lidstaten verlenen hun volledige samenwerking aan OLAF.

Amendement    273

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten waarborgen de kwaliteit en de betrouwbaarheid van het monitoringsysteem en van de gegevens over indicatoren.

4.  De lidstaten waarborgen de kwaliteit, de onafhankelijkheid en de betrouwbaarheid van het monitoringsysteem en van de gegevens over indicatoren.

Amendement    274

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten beschikken over regelingen die ervoor zorgen dat klachten over de Fondsen daadwerkelijk worden onderzocht. Op verzoek van de Commissie onderzoeken zij de bij de Commissie ingediende klachten die in het toepassingsgebied van hun programma's vallen en zij informeren de Commissie over de resultaten van de onderzoeken.

De lidstaten beschikken over regelingen die ervoor zorgen dat klachten over de Fondsen daadwerkelijk worden onderzocht. De lidstaten zijn overeenkomstig hun institutioneel en juridisch kader verantwoordelijk voor het toepassingsgebied, de regels en de procedures betreffende deze regelingen. Op verzoek van de Commissie overeenkomstig artikel 64, lid 4 bis, onderzoeken zij de bij de Commissie ingediende klachten die in het toepassingsgebied van hun programma's vallen en zij informeren de Commissie over de resultaten van de onderzoeken.

Amendement    275

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 7 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat de uitwisseling van alle informatie tussen de begunstigden en de programma-autoriteiten door middel van elektronische systemen voor gegevensuitwisseling overeenkomstig bijlage XII kan plaatsvinden.

De lidstaten zorgen ervoor dat de uitwisseling van alle informatie tussen de begunstigden en de programma-autoriteiten door middel van gebruiksvriendelijke elektronische systemen voor gegevensuitwisseling overeenkomstig bijlage XII kan plaatsvinden.

Amendement    276

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor door het EFMZV, het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma's is de eerste alinea van toepassing vanaf 1 januari 2023.

Voor door het EFMZV, het AMIF, het ISF en het BMVI ondersteunde programma's is de eerste alinea van toepassing vanaf 1 januari 2022.

Amendement    277

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 7 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het eerste lid is niet van toepassing op in artikel [4, lid 1, onder c), vii)], van de ESF+-verordening bedoelde programma's.

Het eerste lid is niet van toepassing op in artikel [4, lid 1, onder xi)], van de ESF+-verordening bedoelde programma's.

Amendement    278

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11.  De Commissie keurt een uitvoeringshandeling goed om het model op te stellen dat moet worden gebruikt voor de rapportering van onregelmatigheden in overeenstemming met de in artikel 109, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure om eenvormige voorwaarden te garanderen voor de uitvoering van dit artikel.

11.  De Commissie keurt een uitvoeringshandeling goed om het model op te stellen dat moet worden gebruikt voor de rapportering van onregelmatigheden in overeenstemming met de in artikel 109, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure om eenvormige voorwaarden en regels te garanderen voor de uitvoering van dit artikel.

Amendement    279

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie vergewist zich ervan dat de lidstaten beheers- en controlesystemen hebben opgezet die aan deze verordening voldoen en dat die systemen tijdens de uitvoering van de programma's doeltreffend functioneren. De Commissie stelt een auditstrategie en een auditplan op op basis van een risicobeoordeling.

De Commissie vergewist zich ervan dat de lidstaten beheers- en controlesystemen hebben opgezet die aan deze verordening voldoen en dat die systemen tijdens de uitvoering van de programma's doeltreffend en efficiënt functioneren. De Commissie stelt voor de lidstaten een auditstrategie en een auditplan op op basis van een risicobeoordeling.

Amendement    280

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De audits van de Commissie worden uitgevoerd tot drie jaar na de goedkeuring van de rekeningen waar de betreffende uitgave in was begrepen. Deze termijn is niet van toepassing op concrete acties waarvoor een vermoeden van fraude bestaat.

2.  De audits van de Commissie worden uitgevoerd tot twee jaar na de goedkeuring van de rekeningen waar de betreffende uitgave in was begrepen. Deze termijn is niet van toepassing op concrete acties waarvoor een vermoeden van fraude bestaat.

Amendement    281

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 4 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  behalve in dringende gevallen stelt de Commissie de bevoegde programma-autoriteit ten minste twaalf werkdagen van tevoren in kennis van de controle. Aan deze audits mogen ambtenaren of gemachtigde vertegenwoordigers van de lidstaat deelnemen;

(a)  behalve in dringende gevallen stelt de Commissie de bevoegde programma-autoriteit ten minste vijftien werkdagen van tevoren in kennis van de controle. Aan deze audits mogen ambtenaren of gemachtigde vertegenwoordigers van de lidstaat deelnemen;

Amendement    282

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 4 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de Commissie zendt de voorlopige auditbevindingen in ten minste één officiële taal van de Unie uiterlijk drie maanden na de laatste dag van de audit aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat;

(c)  de Commissie zendt de voorlopige auditbevindingen in ten minste één officiële taal van de Unie uiterlijk twee maanden na de laatste dag van de audit aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat;

Amendement    283

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 4 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de Commissie zendt het auditverslag in ten minste één officiële taal van de Unie uiterlijk drie maanden na de laatste dag van ontvangst van een volledig antwoord van de bevoegde autoriteit van de lidstaat op de voorlopige auditbevindingen.

(d)  de Commissie zendt het auditverslag in ten minste één officiële taal van de Unie uiterlijk twee maanden na de laatste dag van ontvangst van een volledig antwoord van de bevoegde autoriteit van de lidstaat op de voorlopige auditbevindingen. Het antwoord van de lidstaat wordt als volledig beschouwd als de Commissie binnen twee maanden niet heeft laten weten dat er nog over te leggen documenten zijn.

Amendement    284

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan de onder c) en d) bedoelde termijnen met drie maanden verlengen.

De Commissie kan de onder c) en d) bedoelde termijnen in naar behoren gemotiveerde gevallen met twee maanden verlengen.

Amendement    285

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Onverminderd artikel 63, lid 6, voorziet de Commissie in een klachtenbehandelingssysteem dat toegankelijk is voor burgers en belanghebbenden.

Amendement    286

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De auditautoriteit is een openbare autoriteit die volledig onafhankelijk is van de geauditeerde.

2.  De auditautoriteit is een openbare of particuliere autoriteit die volledig onafhankelijk is van de beheersautoriteit en de organen of entiteiten aan wie taken zijn toevertrouwd of gedelegeerd.

Amendement    287

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  in een elektronisch systeem de gegevens van elke concrete actie registreren en opslaan voor toezicht, evaluatie, financieel beheer, controles en audits, en de beveiliging, integriteit en vertrouwelijkheid van de gegevens en de authenticatie van gebruikers waarborgen.

(e)  in elektronische systemen de gegevens van elke concrete actie registreren en opslaan voor toezicht, evaluatie, financieel beheer, controles en audits, en de beveiliging, integriteit en vertrouwelijkheid van de gegevens en de authenticatie van gebruikers waarborgen.

Amendement    288

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de selectie van concrete acties moet de beheersautoriteit criteria en procedures vaststellen en toepassen die niet-discriminerend en transparant zijn, gendergelijkheid waarborgen en rekening houden met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het beginsel van duurzame ontwikkeling en van het beleid van de Unie op milieugebied overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU.

Voor de selectie van concrete acties moet de beheersautoriteit criteria en procedures vaststellen en toepassen die niet-discriminerend en transparant zijn, toegankelijk zijn voor personen met een handicap, gendergelijkheid waarborgen en rekening houden met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het beginsel van duurzame ontwikkeling en van het beleid van de Unie op milieugebied overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU.

Amendement    289

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  waarborgen dat de geselecteerde concrete acties in overeenstemming zijn met het programma en op effectieve wijze bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen ervan;

(a)  waarborgen dat de geselecteerde concrete acties duurzaam zijn, in overeenstemming zijn met het programma en met territoriale strategieën, en op effectieve wijze bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen ervan;

Amendement    290

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – alinea 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  waarborgen dat de geselecteerde concrete acties de beste verhouding tussen het steunbedrag, de uitgevoerde activiteiten en de verkregen resultaten vertegenwoordigen;

(c)  waarborgen dat de geselecteerde concrete acties een juiste verhouding tussen het steunbedrag, de uitgevoerde activiteiten en de verkregen resultaten vertegenwoordigen;

Amendement    291

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  waarborgen dat de geselecteerde concrete acties die onder het toepassingsgebied vallen van Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad48 worden onderworpen aan een milieueffectbeoordeling of een screeningprocedure overeenkomstig de voorschriften van die richtlijn zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad49;

(e)  waarborgen dat de geselecteerde concrete acties die onder het toepassingsgebied vallen van Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad48 worden onderworpen aan een milieueffectbeoordeling of een screeningprocedure en dat naar behoren rekening is gehouden met de beoordeling van alternatieve oplossingen en een uitgebreide openbare raadpleging, overeenkomstig de voorschriften van die richtlijn zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad49;

_________________

_________________

48 Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1).

48 Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1).

49 Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 124 van 25.4.2014, blz. 1).

49 Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 124 van 25.4.2014, blz. 1).

Amendement    292

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  verifiëren dat er voldaan is aan het toepasselijke recht indien de concrete acties zijn begonnen vóór de indiening van een financieringsaanvraag bij de beheersautoriteit;

(f)  waarborgen dat er voldaan is aan het toepasselijke recht indien de concrete acties zijn begonnen vóór de indiening van een financieringsaanvraag bij de beheersautoriteit;

Amendement    293

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3– letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j)  de klimaatbestendigheid waarborgen van investeringen in infrastructuur met een verwachte levensduur van ten minste vijf jaar.

(j)  voordat er investeringsbesluiten worden genomen, de klimaatbestendigheid waarborgen van investeringen in infrastructuur met een verwachte levensduur van ten minste vijf jaar, alsook de toepassing waarborgen van het beginsel "energie-efficiëntie eerst".

Amendement    294

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.   In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de beheersautoriteit eveneens beslissen om tot 5 % van de financiële middelen voor een programma in het kader van het EFRO en het ESF+ toe te wijzen aan specifieke projecten binnen de lidstaat die in aanmerking komen voor Horizon Europa, met inbegrip van de projecten die in de tweede fase worden geselecteerd, op voorwaarde dat die specifieke projecten bijdragen aan de doelstellingen van het programma in die lidstaat.

Amendement    295

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer de beheersautoriteit een concrete actie van strategisch belang selecteert, stelt zij de Commissie daar onmiddellijk van in kennis en verstrekt zij de Commissie alle informatie over die actie.

6.  Wanneer de beheersautoriteit een concrete actie van strategisch belang selecteert, stelt zij de Commissie daar binnen één maand van in kennis en verstrekt zij de Commissie alle informatie over die actie, met inbegrip van een kosten-batenanalyse.

Amendement    296

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  waarborgt dat, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van de financiering, de begunstigde uiterlijk negentig dagen na de datum waarop hij de betalingsaanvraag heeft ingediend, het verschuldigde totale bedrag ontvangt;

(b)  waarborgt in het geval van voorfinanciering en tussentijdse betalingen dat de begunstigde uiterlijk zestig dagen na de datum waarop hij de betalingsaanvraag heeft ingediend het verschuldigde totale bedrag voor geverifieerde uitgaven ontvangt;

Amendement    297

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  betalingsaanvragen opstellen en indien bij de Commissie overeenkomstig de artikelen 85 en 86;

(a)  betalingsaanvragen opstellen en indienen bij de Commissie overeenkomstig de artikelen 85 en 86, en rekening houden met de audits die worden verricht door of onder de verantwoordelijkheid van de auditautoriteit;

Amendement    298

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  rekeningen opstellen overeenkomstig artikel 92 en bescheiden bijhouden van alle elementen van de rekeningen in een elektronisch systeem;

(b)  rekeningen opstellen en presenteren, de volledigheid, nauwkeurigheid en juistheid bevestigen overeenkomstig artikel 92, en bescheiden bijhouden van alle elementen van de rekeningen in een elektronisch systeem;

Amendement    299

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  De audit wordt uitgevoerd met verwijzing naar de toepasselijke norm op het moment dat de gecontroleerde actie wordt afgesproken, behalve wanneer nieuwe normen gunstiger zijn voor de begunstigde.

Amendement    300

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 ter.  De vaststelling van een onregelmatigheid, in het kader van de audit van een actie met een financiële boete als gevolg, mag niet resulteren in het uitbreiden van het toepassingsgebied van de controle of in financiële correcties naast de uitgaven met betrekking tot het boekjaar van de gecontroleerde uitgaven.

Amendement    301

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De auditautoriteit stelt een auditstrategie op op basis van een risicobeoordeling, rekening houdend met het beheers- en controlesysteem als beschreven in artikel 63, lid 9, betreffende systeemaudits en audits van concrete acties. De auditstrategie omvat systeemaudits van nieuw geïdentificeerde beheersautoriteiten en autoriteiten belast met de boekhoudfunctie binnen een termijn van negen maanden na hun eerste werkjaar. De auditstrategie wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage XVIII opgenomen model en wordt jaarlijks bijgewerkt nadat het eerste jaarlijkse controleverslag en auditoordeel bij de Commissie is ingediend. Zij kan betrekking hebben op een of meerdere programma's.

1.  De auditautoriteit stelt, na raadpleging van de beheersautoriteit, een auditstrategie op op basis van een risicobeoordeling, rekening houdend met het beheers- en controlesysteem als beschreven in artikel 63, lid 9, betreffende systeemaudits en audits van concrete acties. De auditstrategie omvat systeemaudits van nieuw geïdentificeerde beheersautoriteiten en autoriteiten belast met de boekhoudfunctie. De audit wordt binnen een termijn van negen maanden na hun eerste werkjaar uitgevoerd. De auditstrategie wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage XVIII opgenomen model en wordt jaarlijks bijgewerkt nadat het eerste jaarlijkse controleverslag en auditoordeel bij de Commissie is ingediend. Zij kan betrekking hebben op een of meerdere programma's. De auditautoriteit kan in de auditstrategie een grens vaststellen voor audits van één enkele rekening.

Amendement    302

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien de Commissie en een lidstaat het niet eens zijn over de bevindingen van een audit, wordt er een schikkingsprocedure ingesteld.

Amendement    303

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie en de auditautoriteiten gebruiken eerst alle in het in artikel 66, lid 1, onder e), bedoelde elektronische systeem beschikbare gegevens, met inbegrip van beheersverificaties, en vragen en verkrijgen alleen aanvullende documenten en auditbewijs van de begunstigden als zij dit, op basis van hun professionele oordeel, nodig achten ter staving van betrouwbare auditconclusies.

De Commissie en de auditautoriteiten gebruiken eerst alle in de in artikel 66, lid 1, onder e), bedoelde elektronische systemen beschikbare gegevens, met inbegrip van beheersverificaties, en vragen en verkrijgen alleen aanvullende documenten en auditbewijs van de begunstigden als zij dit, op basis van hun professionele oordeel, nodig achten ter staving van betrouwbare auditconclusies.

Amendement    304

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De beheersautoriteit verricht overeenkomstig artikel 68, lid 1, beheersverificaties ter plaatse, uitsluitend op het niveau van de instanties die het financieringsinstrument uitvoeren en, in het kader van garantiefondsen, op het niveau van de instanties die de onderliggende nieuwe leningen verstrekken.

1.  De beheersautoriteit verricht overeenkomstig artikel 68, lid 1, beheersverificaties ter plaatse, uitsluitend op het niveau van de instanties die het financieringsinstrument uitvoeren en, in het kader van garantiefondsen, op het niveau van de instanties die de onderliggende nieuwe leningen verstrekken. Onverminderd het bepaalde in artikel 127 van het Financieel Reglement kan de beheersautoriteit, indien het financieringsinstrument voorziet in controleverslagen ter ondersteuning van de betalingsaanvraag, besluiten geen beheersverificaties ter plaatse te verrichten.

Amendement    305

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De EIB of andere internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is, bezorgen de beheersautoriteit evenwel bij elke betalingsaanvraag een controleverslag.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    306

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De auditautoriteit verricht overeenkomstig de artikelen 71, 73 en 77 systeemaudits en audits van concrete acties op het niveau van de instanties die het financieringsinstrument uitvoeren en, in het kader van garantiefondsen, op het niveau van de instanties die de onderliggende nieuwe leningen verstrekken.

3.  De auditautoriteit verricht overeenkomstig de artikelen 71, 73 en 77 systeemaudits en audits van concrete acties op het niveau van de instanties die het financieringsinstrument uitvoeren en, in het kader van garantiefondsen, op het niveau van de instanties die de onderliggende nieuwe leningen verstrekken. Onverminderd het bepaalde in artikel 127 van het Financieel Reglement kan de auditautoriteit, indien het financieringsinstrument de auditautoriteit een jaarlijks auditverslag bezorgt dat aan het eind van elk kalenderjaar door hun externe auditors is opgesteld en betrekking heeft op de in bijlage XVII opgenomen elementen, besluiten geen verdere audits uit te voeren.

Amendement    307

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  In het kader van garantiefondsen kunnen voor de audit van programma's verantwoordelijke instanties alleen verificaties of audits verrichten van de instanties die onderliggende nieuwe leningen verstrekken in een of meer van de volgende situaties:

 

a) er zijn geen bewijsstukken ter staving van de steun uit het financieringsinstrument aan eindontvangers beschikbaar op het niveau van de beheersautoriteit of op het niveau van de instanties die financieringsinstrumenten uitvoeren;

 

b) er is bewijs dat de documenten die beschikbaar zijn op het niveau van de beheersautoriteit of op het niveau van de instanties die financieringsinstrumenten uitvoeren, geen waarheidsgetrouwe en nauwkeurige weergave van de verleende steun zijn.

Amendement    308

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd de regels over staatssteun zorgt de beheersautoriteit ervoor dat alle bewijsstukken met betrekking tot een door de fondsen ondersteunde concrete actie op het gepaste niveau worden bewaard gedurende vijf jaar te rekenen vanaf 31 december vanaf het jaar waarin de laatste betaling van de beheersautoriteit aan de begunstigde wordt verricht.

1.  Onverminderd de regels over staatssteun zorgt de beheersautoriteit ervoor dat alle bewijsstukken met betrekking tot een door de fondsen ondersteunde concrete actie op het gepaste niveau worden bewaard gedurende drie jaar te rekenen vanaf 31 december vanaf het jaar waarin de laatste betaling van de beheersautoriteit aan de begunstigde wordt verricht.

Amendement    309

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De bewaartermijn van de documenten kan op besluit van de beheersautoriteit worden teruggebracht, in verhouding met het risicoprofiel en de omvang van de begunstigden.

Amendement    310

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De voorfinanciering voor elk fonds wordt vóór 1 juli van elk jaar betaald in jaarlijkse tranches, afhankelijk van de beschikbare middelen, als volgt:

De voorfinanciering voor elk fonds wordt vóór 1 juli van elk jaar betaald in jaarlijkse tranches, als volgt:

Amendement    311

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  2022: 0,5 %;

(b)  2022: 0,7 %;

Amendement    312

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  2023: 0,5 %;

(c)  2023: 1 %;

Amendement    313

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  2024: 0,5 %;

(d)  2024: 1,5 %;

Amendement    314

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  2025: 0,5 %;

(e)  2025: 2 %;

Amendement    315

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  2026: 0,5 %.

(f)  2026: 2 %.

Amendement    316

Voorstel voor een verordening

Artikel 85 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het bedrag voor technische bijstand dat is berekend overeenkomstig artikel 31, lid 2;

(b)  het bedrag voor technische bijstand dat is berekend overeenkomstig artikel 31;

Amendement    317

Voorstel voor een verordening

Artikel 85 – lid 4 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  in geval van staatssteun kan de betalingsaanvraag voorschotten omvatten die door de steunverlenende instantie aan de begunstigde zijn betaald, onder de volgende cumulatieve voorwaarden: ze zijn gedekt door een bankgarantie of een gelijkwaardige garantie, ze bedragen niet meer dan 40 % van het totale bedrag van de steun die aan een begunstigde wordt verleend voor een bepaalde concrete actie en worden binnen drie jaar gebruikt voor de uitgaven van de begunstigden en gestaafd door vereffende facturen.

Amendement    318

Voorstel voor een verordening

Artikel 86 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij de uitvoering van financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 53, lid 2, bevatten de overeenkomstig bijlage XIX ingediende betalingsaanvragen de totaalbedragen die de beheersautoriteit heeft uitgekeerd aan of, in het geval van garanties, de in garantiecontracten overeengekomen bedragen die de beheersautoriteit heeft gereserveerd voor eindbegunstigden, als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder a), b) en c).

1.  Bij de uitvoering van financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 53, lid 1, bevatten de overeenkomstig bijlage XIX ingediende betalingsaanvragen de totaalbedragen die de beheersautoriteit heeft uitgekeerd aan of, in het geval van garanties, de in garantiecontracten overeengekomen bedragen die de beheersautoriteit heeft gereserveerd voor eindbegunstigden, als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder a), b) en c).

Amendement    319

Voorstel voor een verordening

Artikel 86 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij de uitvoering van financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 53, lid 3, worden betalingsaanvragen die uitgaven voor financieringsinstrumenten bevatten, ingediend overeenkomstig de volgende voorwaarden:

2.  Bij de uitvoering van financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 53, lid 2, worden betalingsaanvragen die uitgaven voor financieringsinstrumenten bevatten, ingediend overeenkomstig de volgende voorwaarden:

Amendement    320

Voorstel voor een verordening

Artikel 87 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onder voorbehoud van de beschikbare begrotingsmiddelen voert de Commissie tussentijdse betalingen uit binnen 60 dagen na de datum waarop de Commissie de betalingsaanvraag heeft ontvangen.

1.  De Commissie voert tussentijdse betalingen uit binnen 60 dagen na de datum waarop de Commissie de betalingsaanvraag heeft ontvangen.

Amendement    321

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  er zijn aanwijzingen van een ernstige tekortkoming waarvoor geen corrigerende maatregelen zijn genomen;

(a)  er zijn sterke bewijzen van een ernstige tekortkoming waarvoor geen corrigerende maatregelen zijn genomen;

Amendement    322

Voorstel voor een verordening

Artikel 91 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de lidstaat heeft nagelaten de nodige maatregelen te nemen overeenkomstig artikel 15, lid 6.

Schrappen

Amendement    323

Voorstel voor een verordening

Artikel 99 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het bedrag van een programma dat op 26 december van het tweede kalenderjaar na het jaar van de vastleggingen in de begroting voor de jaren 2021 tot en met 2026 niet is gebruikt voor voorfinanciering overeenkomstig artikel 84 of waarvoor geen betalingsaanvraag is ingediend overeenkomstig de artikelen 85 en 86, wordt vrijgemaakt door de Commissie.

1.  Het bedrag van een programma dat op 31 december van het derde kalenderjaar na het jaar van de vastleggingen in de begroting voor de jaren 2021 tot en met 2026 niet is gebruikt voor voorfinanciering overeenkomstig artikel 84 of waarvoor geen betalingsaanvraag is ingediend overeenkomstig de artikelen 85 en 86, wordt vrijgemaakt door de Commissie.

Amendement    324

Voorstel voor een verordening

Artikel 99 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het bedrag dat binnen de in lid 1 vastgestelde termijn met betrekking tot de vastlegging in de begroting van 2021 moet worden gedekt door een voorfinanciering of betalingsaanvraag, bedraagt 60 % van die vastlegging. 10 % van de vastlegging in de begroting van 2021 wordt toegevoegd aan elke vastlegging in de begroting voor de jaren 2022 tot en met 2025 om de te dekken bedragen te berekenen.

Schrappen

Amendement    325

Voorstel voor een verordening

Artikel 99 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het deel van de vastleggingen dat op 31 december 2029 nog openstaat, wordt vrijgemaakt indien het zekerheidspakket en het eindverslag over de prestaties voor programma's die steun ontvangen uit het ESF+, het EFRO en het Cohesiefonds niet binnen de in artikel 38, lid 1, vastgestelde termijn zijn ingediend bij de Commissie.

3.  Het deel van de vastleggingen dat op 31 december 2030 nog openstaat, wordt vrijgemaakt indien het zekerheidspakket en het eindverslag over de prestaties voor programma's die steun ontvangen uit het ESF+, het EFRO en het Cohesiefonds niet binnen de in artikel 38, lid 1, vastgestelde termijn zijn ingediend bij de Commissie.

Amendement    326

Voorstel voor een verordening

Artikel 100 – lid 1 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  niet op tijd een betalingsaanvraag kon worden ingediend als gevolg van vertragingen op het niveau van de Unie bij de oprichting van het juridisch en administratief kader voor de Fondsen voor de periode 2021-2027.

Amendement    327

Voorstel voor een verordening

Artikel 101 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaat heeft één maand de tijd om in te stemmen met het vrij te maken bedrag of zijn opmerkingen te doen toekomen.

2.  De lidstaat heeft twee maanden de tijd om in te stemmen met het vrij te maken bedrag of zijn opmerkingen te doen toekomen.

Amendement    328

Voorstel voor een verordening

Artikel 102 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds ondersteunen de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" in alle regio's die behoren tot niveau 2 van de gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek ("regio's van NUTS-niveau 2") zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 868/2014 van de Commissie.

1.  Het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds ondersteunen de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" in alle regio's die behoren tot niveau 2 van de gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek ("regio's van NUTS-niveau 2") zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003, gewijzigd bij Verordening (EU2016/2066 van de Commissie.

Amendement    329

Voorstel voor een verordening

Artikel 103 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De middelen voor economische, sociale en territoriale samenhang die voor de periode 2021-2027 voor vastlegging in de begroting beschikbaar zijn, bedragen 330 624 388 630 EUR in prijzen van 2018.

De middelen voor economische, sociale en territoriale samenhang die voor de periode 2021-2027 voor vastlegging in de begroting beschikbaar zijn, bedragen 378 097 000 000 EUR in prijzen van 2018.

 

(Dit amendement heeft de herinvoering tot doel van een bedrag dat gelijkwaardig is aan het bedrag dat beschikbaar is voor de periode 2014-2020, met de noodzakelijke verhogingen, in overeenstemming met het standpunt van het EP inzake het MFK-voorstel voor 2021-2027. Het amendement vereist overeenkomstige aanpassingen in de berekeningen in bijlage XXII.)

Amendement    330

Voorstel voor een verordening

Artikel 103 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt bij uitvoeringshandeling een besluit vast tot vastlegging van de jaarlijkse verdeling van de totale middelen per lidstaat in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" per regiocategorie, samen met de lijst van in aanmerking komende regio's overeenkomstig de in bijlage XXII vastgestelde methode.

De Commissie stelt bij uitvoeringshandeling een besluit vast tot vastlegging van de jaarlijkse verdeling van de totale middelen per lidstaat in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" per regiocategorie, samen met de lijst van in aanmerking komende regio's overeenkomstig de in bijlage XXII vastgestelde methode. De minimale totale toewijzing uit de Fondsen, op nationaal niveau, moet gelijk zijn aan 76 % van de aan elke lidstaat of regio voor de periode 2014-2020 toegewezen begroting.

Amendement    331

Voorstel voor een verordening

Artikel 103 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gezien het bijzondere belang van de cohesiesteun voor grensoverschrijdende en transnationale samenwerking en voor de ultraperifere gebieden, mogen de subsidiabiliteitscriteria voor deze steun niet minder gunstig zijn dan in de periode 2014-2020 en moeten ze maximale continuïteit met bestaande programma's waarborgen.

 

(Dit amendement vereist overeenkomstige aanpassingen in de berekeningen in bijlage XXII.)

Amendement    332

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De middelen voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" bedragen 97,5 % van de totale middelen (d.w.z. in totaal 322 194 388 630 EUR) en worden als volgt verdeeld:

1.  De middelen voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" bedragen 97 % van de totale middelen, d.w.z. in totaal 366 754 000 000 EUR (in prijzen van 2018). Van dit bedrag wordt 5 900 000 000 EUR toegewezen aan de kindergarantie uit de middelen van het ESF+. Het resterende bedrag van 360 854 000 000 EUR (in prijzen van 2018) wordt als volgt verdeeld:

Amendement    333

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  61,6 % (d.w.z. in totaal 198 621 593 157 EUR) voor de minder ontwikkelde regio's;

(a)  61,6 % (d.w.z. in totaal 222 453 894 000 EUR) voor de minder ontwikkelde regio's;

Amendement    334

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  14,3 % (d.w.z. in totaal 45 934 516 595 EUR) voor de overgangsregio's;

(b)  14,3 % (d.w.z. in totaal 51 446 129 000 EUR) voor de overgangsregio's;

Amendement    335

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  10,8 % (d.w.z. in totaal 34 842 689 000 EUR) voor de meer ontwikkelde regio's;

(c)  10,8 % (d.w.z. in totaal 39 023 410 000 EUR) voor de meer ontwikkelde regio's;

Amendement    336

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  12,8 % (d.w.z. in totaal 41 348 556 877 EUR) voor de door het Cohesiefonds ondersteunde lidstaten;

(d)  12,8 % (d.w.z. in totaal 46 309 907 000 EUR) voor de door het Cohesiefonds ondersteunde lidstaten;

Amendement    337

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  0,4 % (d.w.z. in totaal 1 447 034 001 EUR) als aanvullende financiering voor de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de regio's van NUTS-niveau 2 die aan de criteria in artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994 voldoen.

(e)   als aanvullende financiering voor de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de regio's van NUTS-niveau 2 die aan de criteria in artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994 voldoen.

Amendement    338

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De middelen die beschikbaar zijn voor het ESF+ in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" bedragen 88 646 194 590 EUR.

De middelen die beschikbaar zijn voor het ESF+ bedragen 28,8 % van de middelen in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" (d.w.z. 105 686 000 000 EUR in prijzen van 2018). De financiële middelen voor het onderdeel werkgelegenheid en sociale innovatie en het onderdeel gezondheid zijn niet in dit bedrag inbegrepen.

Amendement    339

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het bedrag van de in lid 1, onder e), bedoelde aanvullende financiering voor de ultraperifere gebieden dat wordt toegewezen aan het ESF+ bedraagt 376 928 934 EUR.

Het bedrag van de in lid 1, onder e), bedoelde aanvullende financiering voor de ultraperifere gebieden dat wordt toegewezen aan het ESF+ komt overeen met 0,4 % van de in de eerste alinea genoemde middelen (d.w.z. 424 296 054 EUR in prijzen van 2018).

Amendement    340

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De steun uit het Cohesiefonds die moet worden overgedragen naar de CEF bedraagt 10 000 000 000 EUR. Zij wordt besteed aan vervoersinfrastructuurprojecten door specifieke oproepen te doen overeenkomstig Verordening (EU) [nummer van de nieuwe CEF-verordening], uitsluitend in de lidstaten die voor steun uit het Cohesiefonds in aanmerking komen.

De steun uit het Cohesiefonds die moet worden overgedragen naar de CEF bedraagt 4 000 000 000 EUR in prijzen van 2018. Zij wordt besteed aan vervoersinfrastructuurprojecten, rekening houdend met de investeringsbehoeften van de lidstaten en regio's op het gebied van infrastructuur, door specifieke oproepen te doen overeenkomstig Verordening (EU) [nummer van de nieuwe CEF-verordening], uitsluitend in de lidstaten die voor steun uit het Cohesiefonds in aanmerking komen.

Amendement    341

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 4 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

30 % van de naar de CEF overgedragen middelen worden onmiddellijk na de overdracht beschikbaar gemaakt voor alle lidstaten die voor steun uit het Cohesiefonds in aanmerking komen, voor de financiering van vervoersinfrastructuurprojecten overeenkomstig Verordening (EU) [de nieuwe CEF-verordening].

Schrappen

Amendement    342

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 4 – alinea 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op de in de eerste alinea bedoelde specifieke oproepen zijn de regels van toepassing die in het kader van Verordening (EU) [de nieuwe CEF-verordening] gelden voor de vervoerssector. Tot en met 31 december 2023 worden bij de selectie van financierbare projecten de nationale toewijzingen in het kader van het Cohesiefonds geëerbiedigd voor 70 % van de naar de CEF overgedragen middelen.

Op de in de eerste alinea bedoelde specifieke oproepen zijn de regels van toepassing die in het kader van Verordening (EU) [de nieuwe CEF-verordening] gelden voor de vervoerssector. Tot en met 31 december 2023 worden bij de selectie van financierbare projecten de nationale toewijzingen in het kader van het Cohesiefonds geëerbiedigd.

Amendement    343

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  500 000 000 EUR van de middelen voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" wordt toegewezen aan het Europees Urban-initiatief in het kader van direct of indirect beheer door de Commissie.

5.  560 000 000 EUR in prijzen van 2018 van de middelen voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" wordt toegewezen aan het Europees Urban-initiatief in het kader van direct of indirect beheer door de Commissie.

Amendement    344

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  175 000 000 EUR van de middelen uit het ESF+ voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" wordt toegewezen aan transnationale samenwerking waarmee steun wordt geboden aan innovatieve oplossingen in het kader van direct of indirect beheer.

6.  196 000 000 EUR in prijzen van 2018 van de middelen uit het ESF+ voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" wordt toegewezen aan transnationale samenwerking waarmee steun wordt geboden aan innovatieve oplossingen in het kader van direct of indirect beheer.

Amendement    345

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) bedragen 2,5 % van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen in de begroting uit de fondsen voor de periode 2021-2027 (d.w.z. in totaal 8 430 000 000 EUR).

7.  De middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) bedragen 3 % van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen in de begroting uit de fondsen voor de periode 2021-2027 (d.w.z. in totaal 11 343 000 000 EUR in prijzen van 2018).

Amendement    346

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  van niet meer dan 15 % van de totale toewijzingen voor minder ontwikkelde regio's naar overgangsregio's of meer ontwikkelde regio's en van overgangsregio's naar meer ontwikkelde regio's;

(a)  van niet meer dan 5 % van de totale toewijzingen voor minder ontwikkelde regio's naar overgangsregio's of meer ontwikkelde regio's en van overgangsregio's naar meer ontwikkelde regio's;

Amendement    347

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  70 % voor de minder ontwikkelde regio's;

(a)  85 % voor de minder ontwikkelde regio's;

Amendement    348

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  55 % voor de overgangsregio's;

(b)  65 % voor de overgangsregio's;

Amendement    349

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 3 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  40 % voor de meer ontwikkelde regio's.

(c)  50 % voor de meer ontwikkelde regio's.

Amendement    350

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De onder a) vastgestelde medefinancieringspercentages zijn ook van toepassing op de ultraperifere gebieden.

De onder a) vastgestelde medefinancieringspercentages zijn ook van toepassing op de ultraperifere gebieden en op de extra toewijzing voor de ultraperifere gebieden.

Amendement    351

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 3 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het medefinancieringspercentage voor het Cohesiefonds op het niveau van elke prioriteit ligt niet hoger dan 70 %.

Het medefinancieringspercentage voor het Cohesiefonds op het niveau van elke prioriteit ligt niet hoger dan 85 %.

Amendement    352

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 3 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In de ESF+-verordening kunnen hogere medefinancieringspercentages worden vastgesteld voor prioriteiten ter ondersteuning van innovatieve acties overeenkomstig artikel [14] van die verordening.

In de ESF+-verordening kunnen in naar behoren gemotiveerde gevallen hogere medefinancieringspercentages van maximaal 90 % worden vastgesteld voor prioriteiten ter ondersteuning van innovatieve acties overeenkomstig artikel [13] en artikel [4, lid 1, onder x)] en[xi)] van die verordening, alsook voor programma's waarmee wordt ingespeeld op materiële deprivatie overeenkomstig artikel [9], jeugdwerkloosheid overeenkomstig artikel [10], de ondersteuning van de Europese kindergarantie overeenkomstig artikel [10 bis] en transnationale samenwerking overeenkomstig artikel [11 ter].

Amendement    353

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het medefinancieringspercentage voor Interreg-programma's ligt niet hoger dan 70 %.

Het medefinancieringspercentage voor Interreg-programma's ligt niet hoger dan 85 %.

Amendement    354

Voorstel voor een verordening

Artikel 107 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 108 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening om in te spelen op veranderingen die zich voordoen tijdens de programmeringsperiode voor niet-essentiële onderdelen van deze verordening, met uitzondering van de bijlagen III, IV, X en XXII.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 108 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening om in te spelen op veranderingen die zich voordoen tijdens de programmeringsperiode voor niet-essentiële onderdelen van deze verordening, met uitzondering van de bijlagen III, IV, X en XXII. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 108 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in artikel 6, lid 3, bedoelde Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 204/2014 om die aan te passen aan deze verordening.

Amendement    355

Voorstel voor een verordening

Artikel 108 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 63, lid 10, artikel 73, lid 4, artikel 88, lid 4, artikel 89, lid 4, en artikel 107 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

2.  De in artikel 6, lid 3, artikel 63, lid 10, artikel 73, lid 4, artikel 88, lid 4, artikel 89, lid 4, en artikel 107 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening tot en met 31 december 2027.

Amendement    356

Voorstel voor een verordening

Artikel 108 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 63, lid 10, artikel 73, lid 4, artikel 88, lid 4, en artikel 89, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 3, artikel 63, lid 10, artikel 73, lid 4, artikel 88, lid 4, artikel 89, lid 4, en artikel 107 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement    357

Voorstel voor een verordening

Artikel 108 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een overeenkomstig artikel 63, lid 10, artikel 73, lid 4, artikel 88, lid 4, artikel 89, lid 4, en artikel 107 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

6.  Een overeenkomstig artikel 6, lid 3, artikel 63, lid 10, artikel 73, lid 4, artikel 88, lid 4, artikel 89, lid 4, en artikel 107 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    358

Voorstel voor een verordening

Artikel 110 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verordening (EG) nr. 1303/2013 of elke andere handeling die van toepassing is op de programmeringsperiode 2014-2020 blijft van toepassing op de programma's en concrete acties die steun ontvangen uit het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV in die periode.

Verordening (EG) nr. 1303/2013 of elke andere handeling die van toepassing is op de programmeringsperiode 2014-2020 blijft van toepassing op de programma's en concrete acties die steun ontvangen uit het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds, het Elfpo en het EFMZV in die periode.

Amendement    359

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – rij 001 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

001  Investeringen in vaste activa in micro-ondernemingen die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie

001  Investeringen in vaste activa in micro-ondernemingen die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie of verband houden met concurrentievermogen

Amendement    360

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – rij 002 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

002  Investeringen in vaste activa in kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van particuliere onderzoekscentra) die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie

002  Investeringen in vaste activa in kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van particuliere onderzoekscentra) die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie of verband houden met concurrentievermogen

Amendement    361

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – rij 004 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

004  Investeringen in immateriële activa in micro-ondernemingen die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie

004  Investeringen in immateriële activa in micro-ondernemingen die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie of verband houden met concurrentievermogen

Amendement    362

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – rij 005 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

005  Investeringen in immateriële activa in kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van particuliere onderzoekscentra) die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie

005  Investeringen in immateriële activa in kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van particuliere onderzoekscentra) die rechtstreeks verband houden met onderzoek en innovatie of verband houden met concurrentievermogen

Amendement    363

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – rij 035 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

035  Maatregelen voor aanpassing aan de klimaatverandering en preventie en beheer van aan het klimaat gerelateerde risico's: overstromingen (met inbegrip van bewustmaking, civiele bescherming en rampenbestrijdingssystemen en -infrastructuren)

035  Maatregelen voor aanpassing aan de klimaatverandering en preventie en beheer van aan het klimaat gerelateerde risico's: overstromingen en aardverschuivingen (met inbegrip van bewustmaking, civiele bescherming en rampenbestrijdingssystemen en -infrastructuren)

Amendement    364

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – rij 043 – kolom 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

043

Beheer van huishoudelijk afval: biomechanische behandeling, thermische behandeling

0 %

100 %

Amendement

 

Schrappen

 

 

Amendement    365

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – rij 056 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

056  Nieuw aangelegde snelwegen en wegen – TEN-T-kernnetwerk

056  Nieuw aangelegde snelwegen, bruggen en wegen – TEN-T-kernnetwerk

Amendement    366

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – rij 057 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

057  Nieuw aangelegde snelwegen en wegen – uitgebreid TEN-T-netwerk

057  Nieuw aangelegde snelwegen, bruggen en wegen – uitgebreid TEN-T-netwerk

Amendement    367

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – rij 060 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

060  Heraangelegde of verbeterde snelwegen en wegen – TEN-T-kernnetwerk

060  Heraangelegde of verbeterde snelwegen, bruggen en wegen – TEN-T-kernnetwerk

Amendement    368

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – rij 061 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

061  Heraangelegde of verbeterde snelwegen en wegen – uitgebreid TEN-T-netwerk

061  Heraangelegde of verbeterde snelwegen, bruggen en wegen – uitgebreid TEN-T-netwerk

Amendement    369

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 5 – rij 128 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

128  Bescherming, ontwikkeling en bevordering van openbare toeristische activa en daarmee verband houdende toeristische diensten

128  Bescherming, ontwikkeling en bevordering van openbare toeristische activa en toeristische diensten

Amendement    370

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 5 – rij 130 – kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

130  Bescherming, ontwikkeling en bevordering van natuurlijk erfgoed en ecotoerisme

130  Bescherming, ontwikkeling en bevordering van natuurlijk erfgoed en ecotoerisme behalve Natura 2000-gebieden

Amendement    371

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 3 – rij 12 – kolom "Geïntegreerde territoriale investering (ITI)"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Steden, dorpen en voorsteden

Steden, dorpen, voorsteden en daarmee verbonden plattelandsgebieden

Amendement    372

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 3 – rij 16 – kolom "Geïntegreerde territoriale investering (ITI)"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dunbevolkte gebieden

Landelijke en dunbevolkte gebieden

Amendement    373

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 3 – rij 22 – kolom "Vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD)"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Steden, dorpen en voorsteden

Steden, dorpen, voorsteden en daarmee verbonden plattelandsgebieden

Amendement    374

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 3 – rij 26 – kolom "Vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD)"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dunbevolkte gebieden

Landelijke en dunbevolkte gebieden

Amendement    375

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 3 – rij 32 – kolom "Ander type territoriaal instrument in het kader van beleidsdoelstelling 5"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Steden, dorpen en voorsteden

Steden, dorpen, voorsteden en daarmee verbonden plattelandsgebieden

Amendement    376

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 3 – rij 36 – kolom "Ander type territoriaal instrument in het kader van beleidsdoelstelling 5"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dunbevolkte gebieden

Landelijke en dunbevolkte gebieden

Amendement    377

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 4 – rij 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

17  Verschaffen van accommodatie en maaltijden

17  Verschaffen van toeristische activiteiten, accommodatie en maaltijden

Amendement    378

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – Tabel Horizontale randvoorwaarden – rij 6 – kolom 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er is voorzien in een nationaal kader voor de uitvoering van het UNCRPD, met onder meer:

Er is voorzien in een nationaal kader voor de uitvoering van het UNCRPD, met onder meer:

1.  Meetbare doelstellingen, gegevensverzameling en toezichtmechanismen.

1.  Meetbare doelstellingen, gegevensverzameling en toezichtmechanismen, toepasbaar op alle beleidsdoelstellingen.

2.  Regelingen om ervoor te zorgen dat het beleid, de wetgeving en de normen inzake toegankelijkheid naar behoren tot uiting komen in de voorbereiding en de uitvoering van de programma's.

2.  Regelingen om ervoor te zorgen dat het beleid, de wetgeving en de normen inzake toegankelijkheid naar behoren tot uiting komen in de voorbereiding en de uitvoering van de programma's, in overeenstemming met de bepalingen van het UNCRPD en vervat in de criteria en verplichtingen betreffende het selecteren van projecten.

 

2 bis.  Regelingen voor rapportage aan het toezichtcomité over de conformiteit van de ondersteunde concrete acties.

 

 

 

Amendement    379

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – Tabel Horizontale randvoorwaarden – rij 6 bis (nieuw)

 

 

Amendement

Uitvoering van de beginselen en rechten van de Europese pijler van sociale rechten die bijdragen tot daadwerkelijke convergentie en cohesie in de Europese Unie.

Regelingen op nationaal niveau ter waarborging van de behoorlijke uitvoering van de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten die bijdragen tot opwaartse sociale convergentie en cohesie in de EU, met name de beginselen ter voorkoming van oneerlijke concurrentie op de interne markt.

Amendement    380

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – Tabel Horizontale randvoorwaarden – rij 6 ter (nieuw)

 

 

Amendement

Doeltreffende toepassing van het partnerschapsbeginsel

Er is voorzien in een kader waarbinnen alle partners een volwaardige rol kunnen vervullen bij de voorbereiding, uitvoering, monitoring en evaluatie van programma's, waaronder:

 

1.  Regelingen die transparante procedures voor de betrokkenheid van partners waarborgen.

 

2.  Regelingen voor de verspreiding en bekendmaking van informatie waarover partners moeten beschikken voor de voorbereiding en follow-up van vergaderingen.

 

3.  Steun om de positie van partners te versterken en capaciteit op te bouwen.

Amendement    381

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 2 – rij 2 – kolom 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er zijn nationale energie- en klimaatplannen vastgesteld en deze omvatten:

Er zijn nationale energie- en klimaatplannen vastgesteld die voldoen aan de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C, en deze omvatten:

1.  alle elementen van het model in bijlage I van de verordening betreffende de governance van de energie-unie;

1.  alle elementen van het model in bijlage I van de verordening betreffende de governance van de energie-unie;

2.  een indicatief overzicht van de geplande financiële middelen en mechanismen voor maatregelen ter bevordering van koolstofarme energie.

2.  een overzicht van de geplande financiële middelen en mechanismen voor maatregelen ter bevordering van koolstofarme energie.

Amendement    382

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 2 – rij 4 – kolom 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

EFRO en Cohesiefonds:

EFRO en Cohesiefonds:

2.4   Bevordering van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en herstelvermogen voor rampen

2.4   Bevordering van de aanpassing aan de klimaatverandering en structurele veranderingen, risicopreventie en herstelvermogen voor rampen

Amendement    383

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 2 – rij 7 – kolom 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er is voorzien in een prioritair actiekader in de zin van artikel 8 van Richtlijn 92/43/EEG en dit kader omvat:

Er is voorzien in een prioritair actiekader in de zin van artikel 8 van Richtlijn 92/43/EEG en dit kader omvat:

1.  Alle elementen die vereist zijn in het model voor het prioritaire actiekader voor de periode 2021-2027 zoals overeengekomen door de Commissie en de lidstaten

1.  Alle elementen die vereist zijn in het model voor het prioritaire actiekader voor de periode 2021-2027 zoals overeengekomen door de Commissie en de lidstaten, waaronder de prioritaire maatregelen en een raming van de financiële behoeften

2.  De vaststelling van de prioritaire maatregelen en een raming van de financiële behoeften

 

Amendement    384

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 3 – punt 3.2 – kolom 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.2 Ontwikkeling van een duurzame, klimaatbestendige, intelligente, veilige en intermodale TEN-T

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    385

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 3 – punt 3.2 – kolom 4 – punt -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 bis.  vereist dat sociale, economische en territoriale cohesie wordt gewaarborgd en, in hogere mate, dat aandacht wordt besteed aan de ontbrekende schakels en knelpunten in het TEN-T-netwerk, hetgeen ook investeringen in harde infrastructuur inhoudt

Amendement    386

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 3 – punt 3.2 – kolom 4 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  de economische motivering van de geplande investeringen omvat, op grond van een degelijke analyse van de vraag en verkeersmodellering, waarbij rekening moet worden gehouden met het verwachte effect van de liberalisering van de spoorwegen;

1.  de economische motivering van de geplande investeringen omvat, op grond van een degelijke analyse van de vraag en verkeersmodellering, waarbij rekening moet worden gehouden met het verwachte effect van de openstelling van de markt voor spoorwegdiensten;

Amendement    387

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 3 – rij 2 – kolom 4 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  de luchtkwaliteitsplannen weerspiegelt, met name rekening houdend met de nationale decarbonisatieplannen;

2.  de luchtkwaliteitsplannen weerspiegelt, met name rekening houdend met de nationale strategieën ter beperking van de emissies van de vervoersector;

Amendement    388

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 3 – rij 2 – kolom 4 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  investeringen omvat in de corridors van het TEN-T-kernnetwerk, zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 1316/2013, in overeenstemming met de respectieve TEN-T-werkprogramma's;

3.  investeringen omvat in de corridors van het TEN-T-kernnetwerk, zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 1316/2013, in overeenstemming met de respectieve TEN-T-werkprogramma's en de geselecteerde segmenten van het uitgebreide netwerk;

Amendement    389

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 3 – rij 2 – kolom 4 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  ervoor zorgt dat investeringen buiten het TEN-T-kernnetwerk complementair zijn door de regio's en lokale gemeenschappen voldoende connectiviteit met het TEN-T-kernnetwerk en -knooppunten te bieden

4.  ervoor zorgt dat investeringen buiten het TEN-T-kernnetwerk complementair zijn door de stedelijke netwerken, regio's en lokale gemeenschappen voldoende connectiviteit met het TEN-T-kernnetwerk en de TEN-T-knooppunten te bieden

Amendement    390

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 3 – rij 2 – kolom 4 – punt 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis.  duurzame regionale en grensoverschrijdende toeristische initiatieven bevordert die leiden tot win-winsituaties voor zowel de toeristen als de inwoners, zoals het verbinden van het EuroVelo-netwerk met het trans-Europese spoorwegnet

Amendement    391

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 1 – kolom 2 – punt ESF

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ESF:

ESF:

4.1.1  Verbetering van de toegang tot de arbeidsmarkt voor alle werkzoekenden, dus ook voor jongeren, en niet-inactieven en bevordering van arbeid als zelfstandige en van de sociale economie;

4.1.1  Verbetering van de toegang tot de arbeidsmarkt voor alle werkzoekenden, met name voor jongeren, langdurig werklozen en niet-inactieven, en bevordering van arbeid als zelfstandige en van de sociale economie;

4.1.2  Modernisering van de arbeidsmarktinstellingen en -diensten om te zorgen voor tijdige en op maat gesneden hulp en ondersteuning voor aansluiting op de arbeidsmarkt, loopbaanveranderingen en mobiliteit;

4.1.2  Modernisering van de arbeidsmarktinstellingen en -diensten om de behoeften aan vaardigheden te beoordelen en erop te anticiperen, en te zorgen voor tijdige en op maat gesneden hulp en ondersteuning voor aansluiting op de arbeidsmarkt, loopbaanveranderingen en mobiliteit;

Amendement    392

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 2 – kolom 2 – punt ESF

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ESF:

ESF:

4.1.3  Bevordering van een beter evenwicht tussen werk en privéleven, waaronder de toegang tot kinderopvang, een gezonde en goed aangepaste werkomgeving waarin gezondheidsrisico's worden aangepakt, de aanpassing van werknemers aan veranderingen, en gezond en actief ouder worden;

4.1.3  Bevordering van de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen en een beter evenwicht tussen werk en privéleven, waaronder de toegang tot kinderopvang, een gezonde en goed aangepaste werkomgeving waarin gezondheidsrisico's worden aangepakt, de aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan veranderingen, en gezond en actief ouder worden;

 

 

Amendement    393

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 2 – kolom 4 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Maatregelen om de genderkloof op het gebied van werkgelegenheid, verloning en pensioenen aan te pakken en een evenwicht tussen werk en privéleven te bevorderen, onder meer door betere toegang tot opvang en onderwijs voor jonge kinderen, met streefdoelen

2.  Maatregelen om de genderkloof op het gebied van werkgelegenheid, verloning, sociale zekerheid, belastingen en pensioenen aan te pakken en een evenwicht tussen werk en privéleven te bevorderen, onder meer door betere toegang tot opvang en onderwijs voor jonge kinderen, met streefdoelen

 

 

Amendement    394

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 3 – kolom 2 – punt ESF

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ESF:

ESF:

4.2.1  Verbetering van de onderwijs- en opleidingsstelsels op het gebied van kwaliteit, doeltreffendheid en relevantie voor de arbeidsmarkt;

4.2.1  Verbetering van de onderwijs- en opleidingsstelsels op het gebied van kwaliteit, inclusiviteit, doeltreffendheid en relevantie voor de arbeidsmarkt om de verwerving van sleutelcompetenties – onder meer digitale vaardigheden – te bevorderen en de overgang van onderwijs naar werk te vergemakkelijken;

4.2.2  Bevordering van ieders mogelijkheden tot flexibele bijscholing en omscholing, onder meer door loopbaanverandering te vergemakkelijken en beroepsmobiliteit te bevorderen

4.2.2  Bevordering van ieders mogelijkheden tot een leven lang leren, met name flexibele bijscholing en omscholing, alsook informeel en niet-formeel leren, onder meer door loopbaanverandering te vergemakkelijken en beroepsmobiliteit te bevorderen

4.2.3  Bevordering van gelijke toegang, met name voor achtergestelde groepen, tot hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs en opleiding, van opvang en onderwijs voor jonge kinderen, over algemeen onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding, tot het tertiaire niveau;

4.2.3  Bevordering van gelijke toegang tot en afronding van hoogwaardige en inclusieve onderwijs- en opleidingstrajecten, met name voor achtergestelde groepen, van opvang en onderwijs voor jonge kinderen, over algemeen onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding, tot het tertiaire niveau, evenals volwasseneneducatie en -opleiding, onder meer door de leermobiliteit voor iedereen te vergemakkelijken;

 

 

Amendement    395

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – rij 4.2 – kolom 4: Criteria voor de vervulling van de randvoorwaarde - punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Empirisch onderbouwde systemen om op het vlak van vaardigheden te anticiperen en prognoses te maken, alsook mechanismen voor het volgen van afgestudeerden en diensten voor kwaliteitsvolle en doeltreffende begeleiding voor lerenden van alle leeftijden

1.  Empirisch onderbouwde systemen om op het vlak van vaardigheden te anticiperen en prognoses te maken, alsook follow-upmechanismen voor het volgen van afgestudeerden en diensten voor kwaliteitsvolle en doeltreffende begeleiding voor lerenden van alle leeftijden, met inbegrip van op de lerende gerichte benaderingen

Amendement    396

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – rij 4.2 – kolom 4: Criteria voor de vervulling van de randvoorwaarde - punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Maatregelen om te zorgen voor gelijke toegang tot, participatie in en voltooiing van kwaliteitsvolle, relevante en inclusieve onderwijs- en opleidingstrajecten en de verwerving van sleutelcompetenties op alle niveaus, met inbegrip van het hoger onderwijs

2.  Maatregelen om te zorgen voor gelijke toegang tot, participatie in en voltooiing van kwaliteitsvolle, betaalbare, relevante, niet-gesegregeerde en inclusieve onderwijs- en opleidingstrajecten en de verwerving van sleutelcompetenties op alle niveaus, met inbegrip van het tertiaire onderwijs

Amendement    397

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – rij 4.2 – kolom 4: Criteria voor de vervulling van de randvoorwaarde - punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Mechanisme voor coördinatie op alle onderwijs- en opleidingsniveaus, met inbegrip van het tertiaire onderwijs, en een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden aan de betrokken nationale en/of regionale instanties

3.  Mechanisme voor coördinatie op alle onderwijs- en opleidingsniveaus, met inbegrip van het tertiaire onderwijs en verstrekkers van niet-formeel en informeel onderwijs, en een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden aan de betrokken nationale en/of regionale instanties

Amendement    398

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 4 – kolom 2 – punt 4.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

EFRO:

EFRO:

4.3  Bespoediging van de sociaaleconomische integratie van gemarginaliseerde gemeenschappen, migranten en achtergestelde groepen, door middel van geïntegreerde maatregelen, onder meer op het vlak van huisvesting en sociale diensten

4.3  Bespoediging van de sociaal-economische integratie van gemarginaliseerde gemeenschappen, vluchtelingen en migranten die internationale bescherming genieten en achtergestelde groepen, door middel van geïntegreerde maatregelen, onder meer op het vlak van huisvesting en sociale diensten

Amendement    399

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 4 – kolom 2 – punt 4.3.1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ESF:

ESF:

4.3.1  Bevordering van actieve inclusie, mede met het oog op de bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en verbetering van de inzetbaarheid.

4.3.1  Aanmoediging van actieve inclusie, mede met het oog op de bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en verbetering van de inzetbaarheid.

Amendement    400

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 4 – kolom 2 – punt 4.3.1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4.3.1 bis.  Bevordering van de sociale integratie van mensen die in een situatie van armoede of sociale uitsluiting dreigen terecht te komen, waaronder de meest hulpbehoevenden en kinderen

Amendement    401

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 4 – kolom 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er is voorzien in een nationaal strategisch beleidskader voor sociale inclusie en armoedebestrijding. Dit omvat:

Er is voorzien in een nationaal strategisch beleidskader en een actieplan voor sociale inclusie en armoedebestrijding. Deze omvatten:

1.  Een empirisch onderbouwde diagnose van armoede en sociale uitsluiting, met inbegrip van kinderarmoede, dakloosheid, ruimtelijke segregatie, segregatie in het onderwijs, beperkte toegang tot essentiële diensten en infrastructuur, en de specifieke behoeften van kwetsbare personen

1.  Een empirisch onderbouwde diagnose van armoede en sociale uitsluiting, met inbegrip van kinderarmoede, dakloosheid, ruimtelijke segregatie, segregatie in het onderwijs, beperkte toegang tot essentiële diensten en infrastructuur, en de specifieke behoeften van kwetsbare personen

2.  Maatregelen ter voorkoming en bestrijding van segregatie op alle gebieden, onder meer door te voorzien in passende inkomenssteun, inclusieve arbeidsmarkten en toegang tot hoogwaardige diensten voor kwetsbare personen, onder wie migranten

2.  Maatregelen ter voorkoming en bestrijding van segregatie op alle gebieden, onder meer door te voorzien in passende inkomenssteun, sociale bescherming, inclusieve arbeidsmarkten en toegang tot hoogwaardige diensten voor kwetsbare personen, onder wie migranten en vluchtelingen

3.  Maatregelen voor de overgang van institutionele naar door de gemeenschap gedragen zorg

3.  Maatregelen voor de overgang van institutionele naar door de familie en de gemeenschap gedragen zorg op basis van een nationale de-institutionaliseringsstrategie en een actieplan

4.  Regelingen om te waarborgen dat het ontwerp, de uitvoering, het toezicht en de evaluatie gebeuren in nauwe samenwerking met sociale partners en betrokken maatschappelijke organisaties

4.  Regelingen om te waarborgen dat het ontwerp, de uitvoering, het toezicht en de evaluatie gebeuren in nauwe samenwerking met sociale partners en betrokken maatschappelijke organisaties

Amendement    402

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 5 – kolom 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ESF:

ESF:

4.3.2  Bevordering van de sociaaleconomische integratie van gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma

4.3.2  Bevordering van de sociaal-economische integratie van onderdanen van derde landen en gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma

Amendement    403

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 6 – kolom 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ESF:

ESF:

4.3.4  Verbetering van gelijke en tijdige toegang tot kwaliteitsvolle, duurzame en betaalbare diensten; verbetering van de toegankelijkheid, de doeltreffendheid en de veerkracht van de gezondheidsstelsels; verbetering van de toegang tot diensten voor langdurige zorg

4.3.4  Verbetering van gelijke en tijdige toegang tot kwaliteitsvolle, duurzame en betaalbare diensten; modernisering van de socialebeschermingsstelsels, onder meer door de toegang tot sociale bescherming te bevorderen; verbetering van de toegankelijkheid, de doeltreffendheid en de veerkracht van de gezondheidsstelsels; verbetering van de toegang tot diensten voor langdurige zorg

Amendement    404

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – Beleidsdoelstelling 4 – rij 6 – kolom 4 – punten 2, 3 en 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er is voorzien in een nationaal of regionaal strategisch beleidskader inzake gezondheid dat het volgende omvat:

Er is voorzien in een nationaal of regionaal strategisch beleidskader inzake gezondheid dat het volgende omvat:

1.  Inventarisatie van de behoeften inzake gezondheidszorg en langdurige zorg, met inbegrip van medisch personeel, met het oog op duurzame en gecoördineerde maatregelen

1.  Inventarisatie van de behoeften inzake gezondheidszorg en langdurige zorg, met inbegrip van medisch personeel, met het oog op duurzame en gecoördineerde maatregelen

2.  Maatregelen om ervoor te zorgen dat gezondheidszorg en langdurige zorg efficiënt, duurzaam, toegankelijk en betaalbaar zijn, met inbegrip van een bijzondere nadruk op personen die buiten de stelsels voor gezondheidszorg en langdurige zorg vallen

2.  Maatregelen om ervoor te zorgen dat gezondheidszorg en langdurige zorg efficiënt, duurzaam, toegankelijk en betaalbaar zijn, met inbegrip van een bijzondere nadruk op personen die buiten de stelsels voor gezondheidszorg en langdurige zorg vallen en de personen die het moeilijkst te bereiken zijn

3.  Maatregelen ter bevordering van gemeenschapsdiensten, met inbegrip van preventie, eerstelijnszorg en thuiszorg

3.  Maatregelen ter bevordering van gemeenschapsdiensten, met inbegrip van preventie, eerstelijnszorg en thuiszorg, en de overgang van institutionele naar door de familie en de gemeenschap gedragen zorg

 

3 bis.  Maatregelen ter waarborging van de doeltreffendheid, duurzaamheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid van socialebeschermingsstelsels

Amendement    405

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 2 – Tabel 1 T – Programmastructuur*

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

ID

Titel [300]

TA

Grondslag voor de berekening

Fonds

Categorie ondersteunde regio

Geselecteerde specifieke doelstelling

1

Prioriteit 1

Nee

 

EFRO

Meer

SD 1

Overgang

Minder ontwikkeld

SD 2

Ultraperifeer en dunbevolkt

Meer

SD 3

2

Prioriteit 2

Nee

 

ESF+

Meer

SD 4

Overgang

Minder ontwikkeld

SD 5

Ultraperifeer

3

Prioriteit 3

Nee

 

CF

n.v.t.

 

3

Prioriteit technische bijstand

Ja

 

 

 

n.v.t.

..

Specifieke prioriteit jeugdwerkgelegenheid

Nee

 

ESF+

 

 

..

Specifieke prioriteit landspecifieke aanbevelingen

Nee

 

ESF+

 

 

..

Specifieke prioriteit innovatieve acties

Nee

 

ESF+

 

SD 8

 

Specifieke prioriteit materiële deprivatie

Nee

 

ESF+

 

SD 9

 

Amendement

ID

Titel [300]

TA

Grondslag voor de berekening

Fonds

Categorie ondersteunde regio

Geselecteerde specifieke doelstelling

1

Prioriteit 1

Nee

 

EFRO

Meer

SD 1

Overgang

Minder ontwikkeld

SD 2

Ultraperifeer en dunbevolkt

Meer

SD 3

2

Prioriteit 2

Nee

 

ESF+

Meer

SD 4

Overgang

Minder ontwikkeld

SD 5

Ultraperifeer

3

Prioriteit 3

Nee

 

CF

n.v.t.

 

3

Prioriteit technische bijstand

Ja

 

 

 

n.v.t.

..

Specifieke prioriteit jeugdwerkgelegenheid

Nee

 

ESF+

 

 

 

Specifieke prioriteit kindergarantie

Nee

 

ESF+

 

 

..

Specifieke prioriteit landspecifieke aanbevelingen

Nee

 

ESF+

 

 

..

Specifieke prioriteit innovatieve acties

Nee

 

ESF+

 

SD 8

 

Specifieke prioriteit materiële deprivatie

Nee

 

ESF+

 

SD 9

Amendement    406

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 2.1 – tabel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Deze is een prioriteit voor een relevante landspecifieke aanbeveling

Dit is een prioriteit voor jeugdwerkgelegenheid

Dit is een prioriteit voor innovatieve acties

Dit is een prioriteit voor de aanpak van materiële deprivatie

 

Amendement

Dit is een prioriteit voor een relevante landspecifieke aanbeveling

Dit is een prioriteit voor jeugdwerkgelegenheid

Dit is een prioriteit voor de kindergarantie

Dit is een prioriteit voor innovatieve acties

Dit is een prioriteit voor de aanpak van materiële deprivatie

Amendement    407

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 2 – alinea 3 – punt 2.1 – punt 2.1.1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.1.1.  Specifieke doelstelling54 (werkgelegenheid en groei) of ondersteuningsgebied (EFMZV) – herhaald voor elke geselecteerde specifieke doelstelling of elk geselecteerd ondersteuningsgebied, voor andere prioriteiten dan technische bijstand

2.1.1.  Specifieke doelstelling54 (werkgelegenheid en groei) of ondersteuningsgebied (EFMZV) – herhaald voor elke geselecteerde specifieke doelstelling of elk geselecteerd ondersteuningsgebied, voor andere prioriteiten dan technische bijstand

__________________

__________________

54 Met uitzondering van een specifieke doelstelling bepaald in artikel 4, lid 1, onder c), punt vii), van de ESF+-verordening.

54 Met uitzondering van een specifieke doelstelling bepaald in artikel 4, lid 1, onder xi), van de ESF+-verordening.

Amendement    408

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 2 – alinea 3 – punt 2.1 – punt 2.1.1 – punt 2.1.1.2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.1.1.2  Indicatoren55

2.1.1.2  Indicatoren

_________________

 

55 Vóór de tussentijdse herziening in 2025 voor het EFRO, het ESF+ en het CF, uitsplitsing voor de jaren 2021 tot en met 2025 alleen.

 

Amendement    409

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 2 – alinea 3 – punt 2.1 – punt 2.1.1 – punt 2.1.1.3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.1.1.3  Indicatieve uitsplitsing van de programmamiddelen (EU) per type steunverlening56 (niet van toepassing op het EFMZV)

2.1.1.3  Indicatieve uitsplitsing van de programmamiddelen (EU) per type steunverlening (niet van toepassing op het EFMZV)

 

_________________

 

56 Vóór de tussentijdse herziening in 2025 voor het EFRO, het ESF+ en het CF, uitsplitsing voor de jaren 2021 tot en met 2025 alleen.

 

Amendement    410

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 2 – alinea 3 – punt 2.1 – punt 2.1.2 – alinea 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Criteria voor de selectie van concrete acties57

Criteria voor de selectie van concrete acties57

__________________

__________________

57 Uitsluitend voor programma's die beperkt blijven tot de specifieke doelstelling bepaald in artikel 4, lid 1, onder c), punt vii), van de ESF+-verordening

57 Uitsluitend voor programma's die beperkt blijven tot de specifieke doelstelling bepaald in artikel 4, lid 1, onder xi), van de ESF+-verordening

Amendement    411

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 3 – tabel 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

Amendement    412

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 3 – punt 3.2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.2  Totale financiële toewijzingen per fonds en nationale medefinanciering59

3.2  Totale financiële toewijzingen per fonds en nationale medefinanciering

_________________

 

59 Vóór de tussentijdse herziening in 2025 voor het EFRO, het ESF+ en het CF, financiële toewijzingen voor de jaren 2021 tot en met 2025 alleen.

 

(1)

PB C ... / Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

PB C ... / Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(3)

PB C 17 van 14.1.2019, blz. 1.


TOELICHTING

Op 29 mei 2018 diende de Commissie haar voorstel in voor de verordening gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening) voor de periode 2021-2027. De voorgestelde verordening omvat gemeenschappelijke voorschriften voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds (CF), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), het Fonds voor asiel en migratie (AMIF), het Instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) en het Fonds voor interne veiligheid (ISF). De Commissie besloot om in het voorstel geen voorschriften op te nemen met betrekking tot het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), in tegenstelling tot de periode 2014‑2020.

A. Behandeling van het voorstel in het Parlement

Dit voorstel is van uiterst groot belang, zowel op politiek vlak als in de praktijk. Het legt namelijk de voornaamste regels vast voor het cohesiebeleid van de Unie voor de komende zeven jaar.

Daarom heeft het Parlement de Commissie regionale ontwikkeling (REGI) de toestemming gegeven twee corapporteurs te benoemen, namelijk Andrey Novakov (PPE) en Constanze Krehl (S&D).

Op de vergadering van de commissie REGI van 20 juni 2018 werd het voorstel voor het eerst door de Commissie toegelicht en vond er een gedachtewisseling plaats. Vervolgens dienden de corapporteurs, na een zomer van hard werk, in september 2018 het ontwerpverslag in.

Om eventuele vertragingen bij de uitvoering van het nieuwe cohesiebeleid te vermijden en indien mogelijk interinstitutionele onderhandelingen te laten plaatsvinden voor de Parlementsverkiezingen in 2019, hebben de corapporteurs besloten het voorstel zo snel mogelijk te behandelen. De uiterste termijn voor de indiening van amendementen binnen de commissie werd vastgelegd op 22 oktober 2018. De negen commissies voor advies hebben voor het einde van 2018 hun standpunt vastgesteld, zodat het verslag op 22 januari 2019 kon worden aangenomen. Op die manier zou er tot midden maart 2019 tijd zijn voor interinstitutionele onderhandelingen en zou het Europees Parlement in april 2019 een standpunt in eerste lezing kunnen vaststellen.

B. Belangrijkste wijzigingen in het voorstel van de corapporteurs

Het ontwerpverslag bouwt voort op het Commissievoorstel en bevat een aantal wijzigingen waarvan de corapporteurs zouden willen dat ze worden opgenomen in de uiteindelijke verordening. We sommen ze hier op en lichten ze toe.

1. Wederopname van het Elfpo

De Commissie stelt terecht dat een gemeenschappelijk pakket voorschriften voor de verschillende fondsen in gedeeld beheer bijdraagt aan administratieve vereenvoudiging en coherentie, en synergieën tussen de verschillende fondsen mogelijk maakt. Daarom verbaast het de corapporteurs dat het Elfpo niet in de GB-verordening is opgenomen: dit kan strategische leemten en coördinatieproblemen voor plaatselijke investeringen tot gevolg hebben. Een deel van de voorgestelde wijzigingen is er dan ook op gericht het Elfpo opnieuw in de GB-verordening op te nemen.

2. Middelen voor economische, sociale en territoriale cohesie

Het bedrag dat in het voorstel van de Commissie wordt uitgetrokken voor het cohesiebeleid (330,6 miljard EUR) ligt lager dan de begroting van de voorgaande periode van zeven jaar. In zijn resolutie van 30 mei 2018 over het meerjarig financieel kader 2021‑2027 en eigen middelen kwam het Parlement tot de slotsom dat aan het cohesiebeleid evenveel middelen (in reële termen) moeten worden toegekend als voor de periode 2014‑2020. De corapporteurs stellen daarom een wijziging voor waarmee het totaalbedrag met ongeveer 47,5 miljard EUR wordt verhoogd tot 378,1 miljard EUR (prijzen van 2018), zodat het op hetzelfde niveau komt als tijdens de periode 2014-2020. Deze verhoging wordt vervolgens doorberekend in de cijfers voor het EFRO, het CF en het ESF+. De in bijlage XXII opgenomen verdeelsleutel voor de toewijzing van middelen aan de lidstaten blijft evenwel onveranderd. De toewijzingen zullen alleen moeten worden herberekend op basis van het nieuwe totaalbedrag.

De corapporteurs stellen voor om 222,4 miljard EUR in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" toe te wijzen aan steun voor de minder ontwikkelde regio's en 46,3 miljard EUR toe te wijzen aan de door het Cohesiefonds ondersteunde lidstaten.

3. Aanpassing van het evenwicht tussen de doelstellingen "investeren in werkgelegenheid en groei" en "Europese territoriale samenwerking" (Interreg)

De Commissie stelt voor om 97,5 % van het totaalbedrag te besteden aan de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en slechts 2,5 % aan de Interreg-doelstelling. Aangezien het Interreg-programma van belang is voor grensoverschrijdende samenwerking en gezien de erkende Europese meerwaarde ervan, stellen de corapporteurs voor om deze percentages te veranderen in 97 % en 3 %. Dit stemt respectievelijk overeen met een bedrag van 366,7 miljard EUR en van 11,3 miljard EUR. Als gevolg hiervan moeten ook de toewijzingen aan de verschillende categorieën regio's worden aangepast, zonder evenwel de verhoudingen te veranderen.

4. Europees Urban-initiatief en transnationale samenwerking ter ondersteuning van innovatieve oplossingen

Zoals hoger vermeld, wensen de corapporteurs de totaalbedragen te verhogen om tot een financieringsniveau te komen dat overeenstemt met dat van de vorige periode. In het licht hiervan stellen zij voor om de vaste toegewezen middelen voor het Europees Urban-initiatief en voor transnationale samenwerking ter ondersteuning van innovatieve oplossingen met hetzelfde percentage te verhogen, respectievelijk tot 560 miljoen EUR en 196 miljoen EUR.

5. Overdrachten vanuit de middelen voor het cohesiebeleid naar InvestEU en de Connecting Europe Facility

Volgens het voorstel van de Commissie kunnen de lidstaten tot 5 % van de hun toegewezen middelen voor het cohesiebeleid overdragen naar de hun toegewezen bedragen in het kader van InvestEU. De corapporteurs steunen weliswaar de doelstellingen van InvestEU, maar zijn van mening dat ook het cohesiebeleid heel belangrijk is voor de ontwikkeling van Europa. Daarom willen de corapporteurs de overdracht van middelen uit het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV beperken tot 1 % in de periode voor de tussentijdse evaluatie, en tot maximaal 2,5 % in het kader van de tussentijdse evaluatie voor investeringen die stroken met de doelstellingen van het cohesiebeleid en die bestemd zijn voor dezelfde categorie van regio's als waarvoor de middelen uit het oorspronkelijke fonds bedoeld waren.

Voorts kan er volgens het voorstel van de Commissie 10 miljard EUR uit het Cohesiefonds worden gehaald voor uitgaven in het kader van de Connecting Europe Facility. De corapporteurs stellen voor de overdracht te beperken tot 4 miljard EUR. Ook als is de Connecting Europe Facility een waardevol project, toch is het ongepast om de middelen voor het Cohesiefonds verder te verlagen. De corapporteurs stellen niet alleen een beperking voor, maar vragen ook dat tot en met 31 december 2023 bij de selectie van projecten de nationale toewijzingen in het kader van het Cohesiefonds in acht worden genomen.

6. Overdrachten tussen fondsen en tussen categorieën van regio's

Volgens het Commissievoorstel kunnen de lidstaten tot 5 % van de middelen die hun in het kader van een specifiek fonds zijn toegewezen naar een ander fonds overdragen. De corapporteurs begrijpen dat er in sommige gevallen flexibiliteit nodig is, maar zijn van mening dat het toelaten van overdrachten tussen alle fondsen de verwezenlijking van de kerndoelstellingen van het cohesiebeleid in gevaar zou kunnen brengen. Ze stellen daarom voor om toelating te geven voor overdrachten tot maximaal 5 % vanuit om het even welk fonds, maar dan alleen naar het EFRO, het CF en het ESF+. Dit zorgt ervoor dat het cohesiebeleid niet wordt uitgehold.

Voorts wil de Commissie het mogelijk maken dat tot maximaal 15 % van de toewijzingen voor minder ontwikkelde regio's (die het grootste deel van de middelen voor het cohesiebeleid ontvangen) wordt overgedragen naar andere categorieën van regio's. De corapporteurs vinden ook hier dat enige mate van flexibiliteit noodzakelijk is, maar de minder ontwikkelde regio's ontvangen het grootste deel van de financiering in het kader van het cohesiebeleid precies omdat zij deze middelen het hardst nodig hebben. Daarom wordt in dit ontwerpverslag voorgesteld om dergelijke overdrachten te beperken tot ten hoogste 5 %.

7. Medefinancieringspercentages

In het Commissievoorstel zijn maximale medefinancieringspercentages opgenomen die verschillen naargelang het fonds en de regiocategorie (70 % voor de minder ontwikkelde regio's, 55 % voor de overgangsregio's en 40 % voor de meer ontwikkelde regio's). De corapporteurs zijn van mening dat er meer speelruimte nodig is om waar nodig hogere medefinancieringspercentages mogelijk te maken. Zij pleiten daarom voor een medefinancieringspercentage van 85 % voor minder ontwikkelde regio's, 65 % voor overgangsregio's en 50 % voor meer ontwikkelde regio's. In het geval van financiering die afkomstig is uit het Cohesiefonds, bestemd is voor de ultraperifere gebieden of wordt ingezet in het kader van Interreg-programma's, moet het maximale medefinancieringspercentage volgens hen 85 % bedragen, net als voor de periode 2014‑2020.

8. Voorfinancieringspercentages

Volgens het voorstel van de Commissie moet er jaarlijks een forfaitaire voorfinanciering worden uitbetaald ter hoogte van 0,5 % per jaar. Volgens de corapporteurs is het een goed idee om het voorfinancieringspercentage in de loop van het meerjarig kader geleidelijk te verhogen, met als doel rekening te houden met het toenemende uitvoeringsniveau tijdens die periode. Ze pleiten daarom voor een jaarlijkse stapsgewijze verhoging van het voorfinancieringspercentage, om uiteindelijk in de laatste twee jaar van de programmeringsperiode tot 2 % te komen.

9. Aansluiting op het Europees Semester

De Commissie stelt voor om het cohesiebeleid en het Europees Semester nauwer met elkaar te verbinden. Over dit idee is gedurende enige tijd verhit gediscussieerd. De corapporteurs vinden dat het niet gepast is om plaatselijke gemeenschappen te straffen voor vermeende tekortkomingen van het economisch beleid van de lidstaten. Zij stellen daarom voor dat ernstige gevallen van niet-naleving van de aanbevelingen die verband houden met het Europees Semester alleen zouden leiden tot de opschorting van vastleggingskredieten, en niet van betalingskredieten. Bovendien mogen dergelijke opschortingen zelfs in ernstige gevallen niet boven een bepaald aandeel van de in een lidstaat te besteden middelen uitkomen.

10. Tussentijdse evaluatie en programmering

Volgens het Commissievoorstel moeten de lidstaten een tussentijdse evaluatie uitvoeren van de programma's die door het EFRO, het ESF+ en het CF worden ondersteund. In de ogen van de corapporteurs is dit een uiterst belangrijk punt in het kader voor het cohesiebeleid, aangezien de omstandigheden in de loop van een zeven jaar durend programma onvermijdelijk veranderen. Op basis van de ervaringen in Europa van de afgelopen jaren vinden de corapporteurs het evenwel nuttig erop te wijzen dat economische crises een van de hoofdredenen vormen voor een eventuele heroriëntering van de cohesiebeleidsprogramma's. Het resultaat van de tussentijdse evaluatie mag echter niet leiden tot een verplichte wijziging van elk programma. Bijgevolg stellen de corapporteurs voor dat de lidstaten kunnen verklaren dat er geen wijzigingen nodig zijn.

De Commissie stelt voor om de lidstaten in hun programma's alleen te laten vermelden welke bedragen ze respectievelijk hebben toegewezen voor de jaren 2021 tot en met 2025. De corapporteurs pleiten voor een indicatieve financiële planning voor de volledige periode 2021-2027, hetgeen gunstiger is voor beheersautoriteiten, begunstigden en projecten.

11. Vrijmakingsvoorschriften

In haar voorstel wil de Commissie het deel van de vastleggingen dat op 31 december 2029 nog openstaat, vrijmaken. De corapporteurs hebben besloten de termijn in de vrijmakingsvoorschriften te verlengen tot 31 december 2030 (n+3) om meer tijd te hebben voor de uitvoering van het cohesiebeleid en de bijbehorende programma's.

12. Grote projecten

Voor de periode 2014-2020 zijn in de GB-verordening bepalingen opgenomen voor de invoering van speciale controles voor grote projecten. Deze bepalingen zijn niet opgenomen in het nieuwe Commissievoorstel. De corapporteurs zijn van mening dat grote projecten toch een of andere vorm van speciale behandeling vereisen. Zij suggereren dan ook om in het nieuwe voorstel een gestroomlijnde versie op te nemen van de huidige regels voor grote projecten, zij het met een hogere drempel.


ADVIES van de Begrotingscommissie (11.12.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa

(COM(2018)0375 – C8-0230/2018 – 2018/0196(COD))

Rapporteur voor advies: Siegfried Mureşan

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa

houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa.

 

(Deze wijziging geldt voor de gehele wetstekst; bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de hele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  In zijn resoluties van 14 maart en 30 mei 2018 over het meerjarig financieel kader voor de periode 2021‑2027 (MFK 2021‑2027) benadrukte het Europees Parlement het belang van de horizontale beginselen die ten grondslag moeten liggen aan het MFK 2021‑2027 en alle daarmee verband houdende beleidsmaatregelen van de Unie. In die context herhaalde het Europees Parlement zijn standpunt dat de Unie haar engagement moet nakomen om een voortrekkersrol te vervullen bij de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de VN en betreurde het dat het in deze voorstellen ontbreekt aan een duidelijk en zichtbaar engagement. Daarom drong het Europees Parlement aan op de integratie van de SDG's in alle Uniebeleidsmaatregelen en ‑initiatieven van het MFK 2021‑2027. Voorts benadrukte het dat de uitbanning van discriminatie van essentieel belang is, wil de Unie haar toezeggingen met het oog op een inclusief Europa nakomen, en vroeg het dan ook om opname van toezeggingen inzake gendermainstreaming en gendergelijkheid in alle beleidsmaatregelen en initiatieven van de Unie in het MFK 2021‑2027. In zijn resolutie benadrukte het Parlement dat de horizontale klimaatgerelateerde uitgaven ingevolge de Overeenkomst van Parijs aanzienlijk moeten worden verhoogd ten opzichte van het huidige MFK en zo spoedig mogelijk, en uiterlijk in 2027, tot 30 % moeten worden verhoogd.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Het cohesiebeleid blijft ook na 2020 het belangrijkste investeringsbeleid van de Unie, dat zich tot alle regio's in de Unie uitstrekt en tot doel heeft complexe sociaaleconomische vraagstukken aan te pakken, waarbij het merendeel van de middelen op de meest kwetsbare regio's, met inbegrip van perifere en eilandgebieden, wordt toegespitst. Het is van belang dat het cohesiebeleid specifiek gericht blijft op het verkleinen van de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus en het bevorderen van de convergentie, zoals neergelegd in het Verdrag.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Horizontale beginselen als bedoeld in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen subsidiariteit en evenredigheid als bedoeld in artikel 5 van het VEU moeten worden nageleefd bij de uitvoering van de Fondsen, rekening houdend met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. Lidstaten en de Commissie moeten ernaar streven ongelijkheden op te heffen, de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en het genderperspectief te integreren, alsmede discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische oorsprong, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de Fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt te beschermen moeten concrete acties waarbij ondernemingen gebaat zijn, in overeenstemming zijn met de staatssteunregels van de Unie zoals bedoeld in de artikelen 107 en 108 van het VWEU.

(5)  Horizontale beginselen als bedoeld in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen subsidiariteit en evenredigheid als bedoeld in artikel 5 van het VEU moeten worden nageleefd bij de uitvoering van de Fondsen, rekening houdend met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten streven naar het opheffen van ongelijkheden en het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van gendermainstreaming en gendergelijkheid, alsmede naar de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de Fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt te beschermen moeten concrete acties waarbij ondernemingen gebaat zijn, in overeenstemming zijn met de staatssteunregels van de Unie zoals bedoeld in de artikelen 107 en 108 van het VWEU.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Handhaving van de middelen van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds na 2020 voor de EU‑27 op ten minste het niveau van de begroting 2014‑2020 tegen constante prijzen is een essentiële voorwaarde om ervoor te zorgen dat dit beleid aan zijn doel beantwoordt en de doelstellingen ervan weet te verwezenlijken. Het is tevens van essentieel belang dat de middelen voor het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief worden verdubbeld en dat er extra middelen voor een kindergarantie worden vrijgemaakt. Een eventuele verlaging van middelen zou afbreuk doen aan de aard en de doelstellingen van dat beleid.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Om de geïntegreerde aanpak voor territoriale ontwikkeling te versterken, moeten investeringen in de vorm van territoriale instrumenten zoals geïntegreerde territoriale investeringen ("ITI"), vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ("CLLD") of elk ander territoriaal instrument onder de beleidsdoelstelling "Een Europa dat dichter bij de burger staat" ter ondersteuning van door de lidstaten ontworpen initiatieven voor investeringen die voor het EFRO zijn gebaseerd op territoriale en lokale ontwikkelingsstrategieën. Voor de doelstellingen van de ITI's en door de lidstaten ontworpen territoriale instrumenten moeten minimumvereisten worden vastgesteld voor de inhoud van de territoriale strategieën. Deze territoriale strategieën moeten worden ontwikkeld en goedgekeurd onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende autoriteiten of instanties. Met het oog op de betrokkenheid van de desbetreffende autoriteiten of instanties bij de uitvoering van de territoriale strategieën, moeten deze autoriteiten of organen verantwoordelijk zijn voor selectie van de te ondersteunen concrete acties of betrokken zijn bij deze selectie.

(23)  Om de geïntegreerde aanpak voor territoriale ontwikkeling te versterken, moeten investeringen in de vorm van territoriale instrumenten zoals geïntegreerde territoriale investeringen ("ITI"), vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ("CLLD") (aangeduid als "LEADER" binnen het ELFPO) elk ander territoriaal instrument onder de beleidsdoelstelling "Een Europa dat dichter bij de burger staat" ter ondersteuning van door de lidstaten ontworpen initiatieven voor investeringen die voor het EFRO zijn gebaseerd op territoriale en lokale ontwikkelingsstrategieën. Voor de doelstellingen van de ITI's en door de lidstaten ontworpen territoriale instrumenten moeten minimumvereisten worden vastgesteld voor de inhoud van de territoriale strategieën. Deze territoriale strategieën moeten worden ontwikkeld en goedgekeurd onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende autoriteiten of instanties. Met het oog op de betrokkenheid van de desbetreffende autoriteiten of instanties bij de uitvoering van de territoriale strategieën, moeten deze autoriteiten of organen verantwoordelijk zijn voor selectie van de te ondersteunen concrete acties of betrokken zijn bij deze selectie.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de financiële regels voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMZV"), het Fonds voor asiel en migratie ("AMIF"), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het Instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") (hierna "de Fondsen" genoemd)

(a)  de financiële regels voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling ("ELFPO"), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMZV"), het Fonds voor asiel en migratie ("AMIF"), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het Instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") (hierna "de Fondsen" genoemd);

 

Met betrekking tot het ELFPO gelden de volgende bepalingen:

 

-   Titel I;

 

-   in Titel II, hoofdstuk I, de artikelen 11 en 12 van hoofdstuk II en hoofdstuk III;

 

-   in Titel III, hoofdstuk II;

 

-   in Titel IV, artikelen 33 t/m 36 van hoofdstuk I, hoofdstuk II en hoofdstuk III;

 

-   in Titel V, hoofdstuk I en afdeling II van hoofdstuk I; alsmede

 

-   Titel IX.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 6 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  Verordening (EU) nr. [...] ("Verordening inzake strategische GLB‑plannen")

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 6 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  Verordening (EU) nr. [...] ("Horizontale GLB-verordening")

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit;

(c)  een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit te land en ter zee en van regionale ICT‑connectiviteit;

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  een Europa dat dichter bij de burger staat door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, alsook lokale initiatieven te bevorderen.

(e)  een Europa dat dichter bij de burger staat door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands-, kust- en insulaire gebieden, alsook lokale initiatieven te bevorderen;

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter b – sub iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(iii)  complementariteit tussen de Fondsen en andere instrumenten de Unie, waaronder strategische, geïntegreerde projecten van LIFE en strategische natuurprojecten;

(iii)  complementariteit tussen de Fondsen en andere instrumenten van de Unie, waaronder strategische, geïntegreerde projecten van LIFE en strategische natuurprojecten, en eventueel projecten die gefinancierd worden in het kader van Horizon Europa;

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  h) een beschrijving van de door de lidstaat te hanteren territoriale aanpak, met inbegrip van territoriale uitdagingen en daarmee verband houdende nationale of regionale strategieën, territoriale aanpak met betrekking tot de vijf PO's, verbanden met ELFPO-investeringen in plattelandsgebieden, territoriale instrumenten.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De eerste alinea is niet van toepassing op de concrete acties die bijdragen tot de naleving van de overeenkomstige randvoorwaarden.

De eerste alinea is niet van toepassing op de concrete acties die bijdragen tot de naleving van de overeenkomstige randvoorwaarden, of de naleving is al ver gevorderd en de redenen voor niet‑naleving zijn niet van invloed op de subsidiabiliteit van de projecten.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan een lidstaat verzoeken de betrokken programma's te evalueren en wijzigingen daarop voor te stellen, wanneer dit nodig is om de uitvoering van de desbetreffende aanbevelingen van de Raad te ondersteunen.

De Commissie kan een lidstaat verzoeken de betrokken programma's te evalueren en wijzigingen daarop voor te stellen, wanneer dit nodig is om de uitvoering van de desbetreffende aanbevelingen van de Raad te ondersteunen, maar zonder afbreuk te doen aan de goede tenuitvoerlegging van de beleidsdoelstellingen van elk fonds.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer de lidstaat als reactie op een overeenkomstig lid 1 geformuleerd verzoek niet effectief optreedt binnen de in de leden 3 en 4 bepaalde termijnen, kan de Commissie overeenkomstig artikel 91 alle of een deel van de betalingen voor de betrokken programma’s of prioriteiten schorsen.

Schrappen

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De Commissie doet een voorstel aan de Raad om alle of een deel van de vastleggingen of betalingen voor een of meerdere programma's van een lidstaat te schorsen, in de volgende gevallen:

Schrappen

(a) de Raad besluit overeenkomstig artikel 126, lid 8 of 11, VWEU dat een lidstaat geen effectieve maatregelen heeft genomen om zijn buitensporige tekort te corrigeren;

 

(b) de Raad keurt twee opeenvolgende aanbevelingen goed in dezelfde procedure bij onevenwichtigheden, overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad40, op grond dat de lidstaat een ontoereikend plan met corrigerende maatregelen heeft ingediend;

 

(c) de Raad keurt twee opeenvolgende besluiten goed in dezelfde procedure bij onevenwichtigheden, overeenkomstig artikel 10, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1176/2011, met de vaststelling dat een lidstaat zijn verplichtingen niet is nagekomen, doordat hij de aanbevolen corrigerende maatregelen niet heeft genomen;

 

(d) de Commissie stelt vast dat een lidstaat geen maatregelen heeft genomen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 332/200241 en besluit bijgevolg de uitbetaling van de aan die lidstaat toegekende financiële bijstand niet goed te keuren;

 

(e) de Raad besluit dat een lidstaat het macro-economisch aanpassingsprogramma overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en de Raad42 niet naleeft of de maatregelen waarom is verzocht in een overeenkomstig artikel 136, lid 1, VWEU vastgesteld Raadsbesluit, niet neemt.

 

Er wordt prioriteit gegeven aan het schorsen van vastleggingen; betalingen worden alleen geschorst, wanneer het de bedoeling is onmiddellijk op te treden en in het geval van significante niet-naleving. De schorsing van betalingen is van toepassing op betalingsaanvragen die voor de programma's in kwestie zijn ingediend na de datum van het schorsingsbesluit.

 

De Commissie kan om reden van uitzonderlijke economische omstandigheden of naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek dat de betrokken lidstaat aan de Commissie heeft gestuurd binnen tien dagen na de vaststelling van het in de vorige alinea bedoelde besluit of aanbeveling aanbevelen dat de Raad de in dezelfde alinea bedoelde schorsing annuleert.

 

_________________

 

40 Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).

 

41 Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 53 van 23.2.2002).

 

42 Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1).

 

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Een voorstel van de Commissie met betrekking tot de schorsing van vastleggingen wordt beschouwd als aangenomen door de Raad, tenzij deze door middel van een uitvoeringshandeling besluit het voorstel met gekwalificeerde meerderheid te verwerpen binnen een maand na de indiening van het Commissievoorstel.

Schrappen

De schorsing van vastleggingen is van toepassing op de vastleggingen van de Fondsen voor de lidstaat in kwestie vanaf 1 januari van het jaar na het schorsingsbesluit.

 

De Raad stelt op basis van een voorstel van de Commissie als bedoeld in lid 7, door middel van een uitvoeringshandeling een besluit over de schorsing van betalingen vast.

 

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De omvang en het niveau van de schorsing van vastleggingen die wordt opgelegd, is evenredig, respecteert de gelijke behandeling van de lidstaten en houdt rekening met de sociaaleconomische omstandigheden van de betrokken lidstaat, in het bijzonder het werkloosheidspeil, het armoedepeil of het niveau van sociale uitsluiting van de lidstaat in kwestie ten opzichte van het gemiddelde van de Unie en het effect van de schorsing op de economie van de betrokken lidstaat. De impact van schorsingen op programma’s die van essentieel belang zijn voor de aanpak van negatieve economische of sociale omstandigheden, zijn een specifieke factor waarmee rekening moet worden gehouden.

Schrappen

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.  Voor de schorsing van vastleggingen geldt in de volgende gevallen dat maximum van 25 % van de vastleggingen voor het volgende kalenderjaar voor de Fondsen, of, als dat minder is, van 0,25 % van het nominale bbp, kan worden geschorst:

Schrappen

(a) bij de eerste niet-naleving van een procedure bij buitensporige tekorten als bedoeld in lid 7, onder a);

 

(b) bij de eerste niet-naleving in verband met een plan met corrigerende maatregelen in het kader van een procedure bij buitensporige tekorten als bedoeld in lid 7, onder b);

 

(c) bij niet-naleving van de aanbevolen corrigerende maatregel in het kader van een procedure bij buitensporige onevenwichtigheden als bedoeld in lid 7, onder c);

 

(d) bij de eerste niet-naleving als bedoeld in lid 7, onder d) en e).

 

In het geval van voortdurende niet-naleving kan het percentage van geschorste vastleggingen hoger liggen dan de maximumpercentages als bedoeld in de eerste alinea.

 

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11.  Op voorstel van de Commissie heft de Raad de schorsing van vastleggingen op overeenkomstig de in lid 8 bedoelde procedure in de volgende gevallen:

Schrappen

(a) de procedure bij buitensporige tekorten overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1467/9743 van de Raad is opgeschort of de Raad heeft overeenkomstig artikel 126, lid 12, VWEU besloten het besluit betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in te trekken;

 

(b) de Raad heeft het door de betrokken lidstaat ingediende plan met corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1176/2011 onderschreven of de procedure bij buitensporige onevenwichtigheden overeenkomstig artikel 10, lid 5, van die verordening is opgeschort, of de Raad heeft de procedure bij buitensporige onevenwichtigheden overeenkomstig artikel 11 van die verordening afgesloten;

 

(c) de Commissie heeft geconcludeerd dat een lidstaat de in Verordening (EG) nr. 332/2002 bedoelde passende maatregelen heeft genomen;

 

(d) de Commissie heeft besloten dat de betrokken lidstaat passende maatregelen heeft genomen om het aanpassingsprogramma overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) nr. 472/2013 uit te voeren of de maatregelen waarom is verzocht in een overeenkomstig artikel 136, lid 1, VWEU vastgesteld Raadsbesluit, te nemen.

 

Nadat de Raad de schorsing van vastleggingen heeft opgeheven, plaatst de Commissie de geschorste vastleggingen overeenkomstig artikel [8] van Verordening (EU, Euratom) [ […] van de Raad (MFK-verordening )] opnieuw op de begroting.

 

Geschorste vastleggingen mogen na het jaar 2027 niet opnieuw op de begroting worden geplaatst.

 

De termijn voor de vrijmaking van het overeenkomstig artikel 99 opnieuw op de begroting geplaatste bedrag vangt aan met ingang van het jaar waarin de geschorste vastlegging opnieuw op de begroting is geplaatst.

 

Een besluit over de opheffing van de schorsing van betalingen wordt genomen door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie, als aan de in de eerste alinea bepaalde toepasselijke voorwaarden is voldaan.

 

_________________

 

43 Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6).

 

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a – sub iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  uitdagingen die zijn vastgesteld in relevante landspecifieke aanbevelingen en andere relevante aanbevelingen van de Unie aan de lidstaat;

iii)  uitdagingen die zijn vastgesteld in relevante landspecifieke aanbevelingen aan de lidstaat;

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter d – sub iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  beoogde specifieke grondgebieden, met inbegrip van het geplande gebruik van geïntegreerde territoriale ontwikkeling, vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling of een ander territoriaal instrument;

iv)  beoogde specifieke grondgebieden, met inbegrip van regelingen om belangrijke uitdagingen waar insulaire en perifere regio's mee te maken hebben aan te pakken, en het geplande gebruik van geïntegreerde territoriale ontwikkeling, vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling of een ander territoriaal instrument;

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie beoordeelt het programma en de mate waarin het deze verordening en de fondsspecifieke verordeningen nakomt, net als de verenigbaarheid ervan met de partnerschapsovereenkomst. Bij haar beoordeling houdt de Commissie met name rekening met de relevante landspecifieke aanbevelingen.

1.  De Commissie beoordeelt het programma en de mate waarin het deze verordening en de fondsspecifieke verordeningen nakomt, net als, waar van toepassing, de verenigbaarheid ervan met de partnerschapsovereenkomst. Bij haar beoordeling houdt de Commissie met name rekening met de relevante landspecifieke aanbevelingen, de uitdagingen uiteengezet in nationale en regionale ontwikkelingsstrategieën en, waar van toepassing, bevindingen en aanbevelingen van ex-ante evaluaties.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen verzoeken om de overdracht van maximaal 5 % van de financiële toewijzingen van een programma uit een van de fondsen naar een ander fonds in gedeeld beheer of naar een instrument in direct of indirect beheer.

1.  Een lidstaat kan vrijwillig verzoeken om de overdracht van maximaal 5 % van de financiële toewijzingen van instrumenten van EFRO, CF of ESF+ naar een van de instrumenten van EFRO, CF of ESF+.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Voor de voorbereiding en het ontwerp van territoriale strategieën kan steun worden geboden.

5.  Voor de voorbereiding en het ontwerp van territoriale strategieën kan steun worden geboden, met name wat betreft technische bijstand aan geografische gebieden die te kampen hebben met permanente natuurlijke of demografische belemmeringen als bedoeld in artikel 174 VWEU;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling kan steun krijgen uit het EFRO, het ESF+ en het EFMZV.

1.  Vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling kan steun krijgen uit het EFRO, het ESF+, het ELFPO als bedoeld in Verordening XX/XXXX en het EFMZV.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het ELFPO ondersteunt vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling. In dat geval wordt het aangeduid als "LEADER".

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De beheersautoriteit die het financieringsinstrument beheert overeenkomstig lid 2, of de instantie die het financieringsinstrument uitvoert bij het beheer van het financieringsinstrument overeenkomstig lid 3, houdt afzonderlijke rekeningen bij of gebruikt een boekhoudkundige code per prioriteit en per regiocategorie voor elke programmabijdrage en apart voor respectievelijk in artikel 54 en artikel 56 bedoelde middelen.

7.  De beheersautoriteit die het financieringsinstrument beheert overeenkomstig lid 2, of de instantie die het financieringsinstrument uitvoert bij het beheer van het financieringsinstrument overeenkomstig lid 3, houdt afzonderlijke rekeningen bij of gebruikt een boekhoudkundige code per prioriteit en per regiocategorie of, voor het ELFPO, per type interventie voor elke programmabijdrage en apart voor respectievelijk in artikel 54 en artikel 56 bedoelde middelen.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  certificeren dat de rekeningen volledig, nauwkeurig en waarachtig zijn en dat de in de rekeningen opgenomen uitgaven in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht en zijn gedaan voor concrete acties die zijn geselecteerd aan de hand van de voor het operationele programma geldende criteria voor financiering, die in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  er, met het oog op de opstelling en indiening van betalingsaanvragen, op toezien dat zij van de managementautoriteit toereikende informatie krijgt over de procedures die zijn gevolgd en de verificaties die zijn verricht in verband met de uitgaven;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quater)  bij de opstelling en indiening van betalingsaanvragen rekening houden met de resultaten van alle audits die door of onder verantwoordelijkheid van de auditautoriteit zijn verricht;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1 – letter c quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quinquies)  boekhoudkundige gegevens in gecomputeriseerde vorm bijhouden over de bij de Commissie gedeclareerde uitgaven en de overheidsbijdrage die hiervoor aan de begunstigden is betaald;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer programma's voor de audit van concrete acties worden gegroepeerde overeenkomstig artikel 73, lid 2, kan de in lid 3, onder b), gevraagde informatie in één verslag worden opgenomen.

Wanneer programma's voor de audit van concrete acties worden gegroepeerd overeenkomstig artikel 73, lid 2, wordt de in lid 3, onder b), gevraagde informatie in één verslag opgenomen.

Motivering

Groepering van programma's en rapporten maakt processen aanzienlijk eenvoudiger.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  2022: 0,5 %;

(b)  2022: 0,7 %;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  2023: 0,5 %;

(c)  2023: 1 %;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  2024: 0,5 %;

(d)  2024: 1,5 %;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  2025: 0,5 %;

(e)  2025: 2 %;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 84 – lid 2 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  2026: 0,5 %

(f)  2026: 2 %

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 91 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de lidstaat heeft nagelaten de nodige maatregelen te nemen overeenkomstig artikel 15, lid 6.

Schrappen

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 99 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Alle bedragen die eenduidig zijn vrijgemaakt volgens de in artikel 101 genoemde procedure komen opnieuw beschikbaar in de Uniebegroting via de overkoepelende marge voor vastleggingen (reserve van de Unie) overeenkomstig artikel 12, lid 1, letter b), van Verordening (EU, Euratom) nr. xxxx/20xx van [datum] tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027. Zij worden vervolgens door het Europees Parlement en de Raad beschikbaar gesteld in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 100 – lid 1 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  In uitzonderlijke en naar behoren onderbouwde gevallen heeft de Commissie geconcludeerd dat het niet mogelijk is geweest een betalingsaanvraag te doen als gevolg van vertraging in de procedures in verband met de late goedkeuring en uitvoering van programmadocumenten en desbetreffende wetgeving op Unieniveau.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 103 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De middelen voor economische, sociale en territoriale samenhang die voor de periode 2021-2027 voor vastlegging in de begroting beschikbaar zijn, bedragen 330 624 388 630 EUR in prijzen van 2018.

De middelen voor economische, sociale en territoriale samenhang die voor de periode 2021‑2027 voor vastlegging in de begroting beschikbaar zijn, bedragen 378 097 000 000 EUR in prijzen van 2018 (426 534 000 000 EUR in huidige prijzen).

Motivering

Overeenkomstig het besluit van de Conferentie van voorzitters van 13 september 2018 weerspiegelt het compromisamendement de laatste uitsplitsing van het MFK per programma zoals de MFK-rapporteurs voor aanneming hebben voorgesteld met het oog op de stemming over het tussentijds verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de periode 2021‑2027 – het standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De middelen voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" bedragen 97,5 % van de totale middelen (d.w.z. in totaal 322 194 388 630 EUR) en worden als volgt verdeeld:

1.  De middelen voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" bedragen 97 % van de totale middelen en worden als volgt verdeeld:

Motivering

Overeenkomstig de verhoging tot 3 % voor de Europese territoriale samenhang van artikel 104, lid 7.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  61,6 % (d.w.z. in totaal 198 621 593 157 EUR) voor de minder ontwikkelde regio's;

(a)  61,6 % voor de minder ontwikkelde regio's;

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  14,3 % (d.w.z. in totaal 45 934 516 595 EUR) voor de overgangsregio's;

(b)  14,3 % voor de overgangsregio's;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  10,8 % (d.w.z. in totaal 34 842 689 000 EUR) voor de meer ontwikkelde regio's;

(c)  10,8 % voor de meer ontwikkelde regio's;

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  12,8 % (d.w.z. in totaal 41 348 556 877 EUR) voor de door het Cohesiefonds ondersteunde lidstaten;

(d)  12,8 % voor de door het Cohesiefonds ondersteunde lidstaten;

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  0,4 % (d.w.z. in totaal 1 447 034 001 EUR) als aanvullende financiering voor de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de regio's van NUTS-niveau 2 die aan de criteria in artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994 voldoen.

(e)  0,4 % als aanvullende financiering voor de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de regio's van NUTS-niveau 2 die aan de criteria in artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994 voldoen.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De middelen die beschikbaar zijn voor het ESF+ in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" bedragen 88 646 194 590 EUR.

De middelen die beschikbaar zijn voor het ESF+ in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" bedragen 105 686 000 000 EUR tegen prijzen van 2018 (119 222 000 000 EUR tegen huidige prijzen).

Motivering

Overeenkomstig het besluit van de Conferentie van voorzitters van 13 september 2018 weerspiegelt het compromisamendement de laatste uitsplitsing van het MFK per programma zoals de MFK-rapporteurs voor aanneming hebben voorgesteld met het oog op de stemming over het tussentijds verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027 – het standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het bedrag van de in lid 1, onder e), bedoelde aanvullende financiering voor de ultraperifere gebieden dat wordt toegewezen aan het ESF+ bedraagt 376 928 934 EUR.

Het bedrag van de in lid 1, onder e), bedoelde aanvullende financiering voor de ultraperifere gebieden dat wordt toegewezen aan het ESF+ bedraagt 424 296 054 EUR tegen prijzen van 2018.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 4 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

30 % van de naar de CEF overgedragen middelen worden onmiddellijk na de overdracht beschikbaar gemaakt voor alle lidstaten die voor steun uit het Cohesiefonds in aanmerking komen, voor de financiering van vervoersinfrastructuurprojecten overeenkomstig Verordening (EU) [de nieuwe CEF-verordening].

Schrappen

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 4 – alinea 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op de in de eerste alinea bedoelde specifieke oproepen zijn de regels van toepassing die in het kader van Verordening (EU) [de nieuwe CEF‑verordening] gelden voor de vervoerssector. Tot en met 31 december 2023 worden bij de selectie van financierbare projecten de nationale toewijzingen in het kader van het Cohesiefonds geëerbiedigd voor 70 % van de naar de CEF overgedragen middelen.

Schrappen

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 4 – alinea 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vanaf 1 januari 2024 worden de naar de CEF overgedragen middelen die niet voor een vervoersinfrastructuurproject zijn vastgelegd, beschikbaar gemaakt voor alle lidstaten die voor steun uit het Cohesiefonds in aanmerking komen, voor de financiering van vervoersinfrastructuurprojecten overeenkomstig Verordening (EU) [de nieuwe CEF-verordening].

Schrappen

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  500 000 000 EUR van de middelen voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" wordt toegewezen aan het Europees Urban-initiatief in het kader van direct of indirect beheer door de Commissie.

5.  560 000 000 EUR tegen prijzen van 2018 van de middelen voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" wordt toegewezen aan het Europees Urban-initiatief in het kader van direct of indirect beheer door de Commissie.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  175 000 000 EUR van de middelen uit het ESF+ voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" wordt toegewezen aan transnationale samenwerking waarmee steun wordt geboden aan innovatieve oplossingen in het kader van direct of indirect beheer.

6.  196 000 000 EUR tegen prijzen van 2018 van de middelen uit het ESF+ voor de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" wordt toegewezen aan transnationale samenwerking waarmee steun wordt geboden aan innovatieve oplossingen in het kader van direct of indirect beheer.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) bedragen 2,5 % van d