Procedure : 2018/2108(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0046/2019

Ingediende teksten :

A8-0046/2019

Debatten :

PV 12/02/2019 - 6
CRE 12/02/2019 - 6

Stemmingen :

PV 12/02/2019 - 9.22
CRE 12/02/2019 - 9.22
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0083

VERSLAG     
PDF 237kWORD 75k
29.1.2019
PE 628.580v02-00 A8-0046/2019

over de tenuitvoerlegging van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg

(2018/2108(INI))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Ivo Belet

TOELICHTING – SAMENVATTING VAN DE FEITEN EN BEVINDINGEN
 ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN OF PERSONENWAARVAN / VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

TOELICHTING – SAMENVATTING VAN DE FEITEN EN BEVINDINGEN

Procedure en bronnen

Op 16 april 2018 werd de rapporteur belast met de opstelling van een verslag over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg.

Doel van dit verslag is de huidige tekortkomingen bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn te onderzoeken en aanbevelingen te doen om de richtlijn te verbeteren. Daartoe heeft de rapporteur bijeenkomsten met belanghebbenden georganiseerd (zie bijlage).

De rapporteur heeft de belanghebbenden ook uitgenodigd voor een openbare hoorzitting in het Europees Parlement op 17 oktober 2018.

Oorsprong, structuur en doel van de richtlijn

Volgens artikel 168, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moet bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid worden verzekerd. De EU-lidstaten blijven echter verantwoordelijk voor de organisatie, het beheer, de financiering en de verstrekking van gezondheidszorg.

In de loop van de jaren is in de jurisprudentie erkend dat patiënten onder bepaalde voorwaarden recht hebben op toegang tot gezondheidszorg in andere lidstaten dan hun eigen lidstaat.

De richtlijn heeft hoofdzakelijk tot doel een EU-kader en een reeks rechten vast te stellen om EU-burgers toegang te bieden tot zorg in het buitenland, met het oogmerk nauwere samenwerking te vergemakkelijken op een aantal gebieden van geneeskunde en gezondheidszorg, zoals e-gezondheid en de behandeling van zeldzame ziekten.

De rechten die uit hoofde van de richtlijn worden verleend, bestaan naast soortgelijke prestaties uit hoofde van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. De richtlijn laat de verordening onverlet. In de praktijk kan de verstrekking van geplande en ongeplande zorg in het kader van de verordening vaak gunstiger uitvallen. Bijgevolg zullen patiënten er eerder voor kiezen om zorg in een andere lidstaat te ontvangen uit hoofde van de verordening dan uit hoofde van de richtlijn, omdat het dan niet nodig is ongeplande zorg eerst zelf te betalen en achteraf om terugbetaling te verzoeken.

Volgens de logica van de richtlijn moet grensoverschrijdende behandeling kostenneutraal zijn voor de nationale gezondheidsstelsels; daarom worden alleen de kosten tot het bedrag van de behandeling in de lidstaat van oorsprong gedekt. De verordening daarentegen dekt de kosten voor de patiënt volledig.

Toch zijn bepaalde aspecten van gezondheidszorg in het buitenland aanzienlijk verbeterd dankzij de richtlijn. De verordening betreft namelijk alleen gezondheidszorg die door openbare of gecontracteerde zorgaanbieders wordt verstrekt, terwijl de richtlijn van toepassing is op alle zorgaanbieders in de EU. Bovendien zou de richtlijn geplande zorg in het buitenland gemakkelijker moeten maken, omdat in vergelijking met grensoverschrijdende gezondheidszorg in het kader van de verordening voorafgaande toestemming eerder een uitzondering dan een verplichting is voor geplande zorg.

Tenuitvoerlegging

Zoals bepaald in de richtlijn was de omzettingstermijn 25 oktober 2013. Tegen 26 lidstaten zijn inbreukprocedures ingeleid wegens laattijdige of onvolledige tenuitvoerlegging. Nu hebben alle lidstaten hun volledige omzettingsmaatregelen meegedeeld.

De tweede fase van de nalevingsbeoordeling door de Europese Commissie is momenteel nog aan de gang. Daarbij wil de Commissie vooral beoordelen of alle nationale wetteksten en andere maatregelen in overeenstemming zijn met de richtlijn. In totaal zijn meer dan vijfhonderd nationale maatregelen aan de Commissie meegedeeld. De Commissie heeft ook op eigen initiatief informatie verzameld om te onderzoeken of de richtlijn naar behoren wordt nageleefd. Naar aanleiding daarvan loopt momenteel nog één inbreukprocedure.

Financiering

De financiering voor grensoverschrijdende gezondheidszorg komt voornamelijk uit het tweede (2008-2013) en het derde (2014-2020) gezondheidsprogramma, die samen goed zijn voor een totaal van ongeveer 64 miljoen EUR per jaar voor kwesties in verband met gezondheid. De Commissie stelt voor om de financiering voort te zetten in het kader van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), dat onder meer tot doel heeft de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg te ondersteunen.

Daarnaast worden ook in het kader van het vorige (KP7 en CIP) en het huidige (Horizon 2020) kaderprogramma voor onderzoek, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds en het InvestEU-fonds middelen uitgetrokken voor grensoverschrijdende gezondheidszorg en e-gezondheidsprojecten.

Mobiliteit van patiënten

Grensoverschrijdende mobiliteit van patiënten is een belangrijke beleidskwestie. Hoewel de mobiliteit van patiënten momenteel nog steeds relatief laag is, is grensoverschrijdende gezondheidszorg voor bepaalde groepen patiënten, wegens zeldzame ziekten of wegens de geografische nabijheid van gezondheidsdiensten, de meest geschikte en toegankelijke zorg. Aan grensoverschrijdende mobiliteit van patiënten zijn bepaalde kwesties verbonden, zoals de continuïteit van de zorg en de uitwisseling van informatie tussen gezondheidswerkers aan weerskanten van de grens. Daarnaast zijn er ook logistieke en administratieve obstakels die onbedoeld negatieve gevolgen kunnen hebben voor grensoverschrijdende zorg voor patiënten.

De stroom van patiënten die met voorafgaande toestemming voor gezondheidszorg naar het buitenland gaan, is het grootst van Frankrijk naar Spanje. Waar geen toestemming nodig is, gaat de grootste stroom van Frankrijk naar Duitsland. Als we naar de richting van de patiëntenstroom kijken, is duidelijk een belangrijke trend te zien, namelijk dat de mobiliteit meestal over een gemeenschappelijke grens heen plaatsvindt. Er is echter één grote uitzondering, namelijk het aantal patiënten dat van Noorwegen naar Spanje reist.

De Commissie heeft vier gebieden in kaart gebracht die als ze niet worden aangepakt, het meest waarschijnlijk een obstakel kunnen vormen voor patiënten: de terugbetalingssystemen, het gebruik van voorafgaande toestemming, de administratieve vereisten en het in rekening brengen van kosten voor inkomende patiënten.

Krachtens artikel 7 van de richtlijn moeten de lidstaten alle beslissingen waarbij de terugbetaling wordt beperkt, aan de Commissie meedelen, en sommige lidstaten hebben de richtlijn omgezet op een manier die als beperkend kan worden beschouwd. Toch heeft de Commissie geen specifieke mededelingen van de lidstaten ontvangen.

Informatieverstrekking aan patiënten: nationale contactpunten

De richtlijn biedt veel mogelijkheden om de toegang van patiënten tot grensoverschrijdende gezondheidszorg te verbeteren en te vergemakkelijken, en vooral om de beste zorgkwaliteit voor alle patiënten te garanderen. Niettemin is het voor het welslagen van de richtlijn van groot belang dat patiënten, gezondheidswerkers en andere belanghebbenden goed geïnformeerd zijn over de richtlijn in al haar aspecten. Helaas is dat momenteel niet het geval.

Uit de Eurobarometer-enquête van mei 2015 blijkt dat minder dan 20 % van de burgers zich goed geïnformeerd voelen over hun rechten op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg.

Zoals bepaald in artikel 6 van de richtlijn heeft elke lidstaat ten minste één nationaal contactpunt (NCP) om patiënten en gezondheidswerkers informatie te verstrekken over hun rechten met betrekking tot grensoverschrijdende gezondheidsdiensten of -producten.

In 2017 zijn bij de 29 NCP's in de EU, Noorwegen en andere EER-landen die gegevens verstrekken, in totaal 74 589 verzoeken om informatie ingediend, maar de meeste lidstaten ontvingen minder dan 1 000 verzoeken. Het aantal verzoeken om informatie loopt sterk uiteen tussen de verschillende NCP's. Over het algemeen zijn patiënten niet op de hoogte van het bestaan van hun nationale NCP. Een brede en langdurige voorlichtingscampagne over de NCP's en de rechten van patiënten met betrekking tot grensoverschrijdende zorg is van groot belang.

Op de websites van de NCP's blijkt het in het algemeen te ontbreken aan grondige informatie over patiëntenrechten. Informatie over wat te doen in geval van buitensporige vertraging, over klachtenprocedures en geschillenbeslechting en over de duur van de afhandeling van verzoeken om terugbetaling of voorafgaande toestemming is eerder schaars.

Europese referentienetwerken

Overeenkomstig artikel 12 van de richtlijn steunt de Europese Commissie de lidstaten bij het opzetten van Europese referentienetwerken (ERN's) tussen zorgaanbieders en expertisecentra in de lidstaten.

Op 1 maart 2017 hebben de eerste 24 Europese referentienetwerken officieel hun werkzaamheden aangevat op basis van het door de Europese Commissie geboden kader, aangestuurd door de betrokken zorgaanbieders en de nationale gezondheidsautoriteiten. Doel is complexe of zeldzame ziekten aan te pakken die gespecialiseerde behandeling en kennis vereisen. In totaal verenigen de ERN's meer dan 900 zeer gespecialiseerde gezondheidszorgafdelingen in ruim 300 ziekenhuizen in de EU, Noorwegen en de EER-landen.

Aangezien er in de EU 5 800 erkende zeldzame ziekten zijn, waaraan ongeveer 6 à 8 % van alle Europese burgers lijdt, treft elke zeldzame ziekte slechts klein aantal patiënten. Omdat ook de betreffende kennis en deskundigheid schaars zijn, kan EU-brede samenwerking een grote meerwaarde bieden.

E-gezondheid

Het doel van e-gezondheid is te werken aan duurzame economische en sociale voordelen van Europese e-gezondheidsstelsels en -diensten en interoperabele toepassingen, een hoog niveau van vertrouwen en veiligheid te bewerkstelligen, de continuïteit van de zorg te verbeteren en de toegang tot veilige en hoogwaardige gezondheidszorg te waarborgen.

Door het potentieel van e-gezondheid in de EU te maximaliseren, kunnen gezondheidswerkers patiëntendossiers en patiëntgegevens over de grenzen heen uitwisselen. De overdraagbaarheid van gegevens zal obstakels uit te weg ruimen en grensoverschrijdende gezondheidszorg vergemakkelijken, maar is ook van groot belang voor verder onderzoek, met name op het gebied van zeldzame ziekten.

Grensoverschrijdende regionale samenwerking

Grensoverschrijdende regio's vertegenwoordigen 40 % van het grondgebied van de EU en ruim 1 op de 3 Europeanen woont in een grensregio. In totaal zijn er in Europa 37 grensoverschrijdende stedelijke gebieden.

Grensoverschrijdende gezondheidszorginitiatieven in grensregio's hebben in de loop van de jaren hun waarde bewezen. De mate waarin factoren zoals de geografische context, gewoonten, cultuur, taal en de politieke en administratieve constellatie gelijkenis vertonen, heeft een grote invloed op de duurzaamheid van de samenwerking.

Brexit

Jaarlijks krijgen naar schatting 1 000 Britse burgers een behandeling terugbetaald overeenkomstig de richtlijn. Frankrijk, Polen en Letland behoren tot de populairste bestemmingen voor behandeling. Naast het bovengenoemde aantal worden naar schatting 1 500 patiënten uit de EU in het kader van de richtlijn behandeld in het Verenigd Koninkrijk. Omdat niet alle lidstaten relevante gegevens over patiëntenmobiliteit aan de Commissie kunnen verstrekken, is de mobiliteit naar het Verenigd Koninkrijk in de praktijk iets groter dan geraamd. Daarnaast maken ongeveer 40 ziekenhuizen van de Britse National Health Service deel uit van de ERN's die in het kader van de richtlijn zijn opgezet.


ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de tenuitvoerlegging van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg

(2018/2108(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg(1),

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 114 en 168,

–  gezien Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels(2),

-  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming)(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 6 juni 2011 met als titel "Naar moderne, responsieve en houdbare gezondheidszorgstelsels"(4),

–  gezien de meerjarige gezondheidsprogramma's voor de perioden 2003-2008(5), 2008-2013(6) en 2014-2020(7),

–  gezien de verslagen van de Commissie van 4 september 2015 en 21 september 2018 over de werking van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg (COM(2015)0421, resp. COM(2018)0651),

-  gezien de mededeling van de Commissie van 25 april 2018 over het mogelijk maken van de digitale transformatie van gezondheid en zorg in de digitale eengemaakte markt; de burger "empoweren" en bouwen aan een gezondere maatschappij (COM(2018)0233),

–  gezien het verslag van de Commissie van 18 juli 2018 over de gegevens van de lidstaten over grensoverschrijdende gezondheidszorg voor patiënten in het jaar 2016(8),

–  gezien Uitvoeringsbesluit 2011/890/EU van de Commissie van 22 december 2011 tot vaststelling van de voorschriften voor de oprichting, het beheer en de werking van het netwerk van nationale verantwoordelijke autoriteiten inzake e‑gezondheid(9),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192),

–  gezien het Actieplan e‑gezondheidszorg 2012-2020, en met name de uitdrukkelijke grensoverschrijdende dimensie (COM(2012)0736),

–  gezien de tussentijdse evaluatie van het Actieplan e‑gezondheidszorg 2012-2020 door de Commissie (COM(2017)0586),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 november 2008 over zeldzame ziekten (COM(2008)0679) en de aanbeveling van de Raad van 8 juni 2009 betreffende een optreden op het gebied van zeldzame ziekten(10),

–  gezien het voortgangsverslag van de Commissie van 5 september 2014 met betrekking tot haar mededeling over zeldzame ziekten (COM(2014)0548),

–  gezien de aanbevelingen betreffende de Europese referentienetwerken voor zeldzame aandoeningen van het EU-Comité van deskundigen voor zeldzame aandoeningen (EUCERD) van 31 januari 2013 en het addendum van 10 juni 2015,

–  gezien het achtergronddocument van de Europese Rekenkamer van mei 2018 over grensoverschrijdende gezondheidszorg in de EU(11),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2017 getiteld "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU" (COM(2017)0534),

–  gezien de interinstitutionele proclamatie betreffende de Europese pijler van sociale rechten(12),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement en artikel 1, lid 1, onder e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0046/2019),

A.  overwegende dat voor iedereen betaalbare gezondheidsstelsels in de EU en de lidstaten van cruciaal belang zijn om een hoog niveau van volksgezondheid, sociale bescherming, sociale cohesie en sociale rechtvaardigheid te waarborgen door een universele toegang te handhaven en te garanderen, en overwegende dat de levenskwaliteit van de patiënten wordt erkend als een belangrijk onderdeel van de beoordeling van de kostenefficiëntie van de gezondheidszorg;

B.  overwegende dat Richtlijn 2011/24/EU (hierna "de richtlijn"), in overeenstemming met artikel 168, lid 7, VWEU, de vrijheid van elke lidstaat eerbiedigt om de nodige beslissingen op het gebied van gezondheidszorg te nemen en de fundamentele ethische keuzes van de bevoegde instanties in de lidstaten niet in de weg staat of ondermijnt; overwegende dat er verschillen zijn in de respectieve diensten die de lidstaten verlenen en in de wijze waarop ze worden gefinancierd; overwegende dat de richtlijn de Europese burgers naast de in hun eigen land beschikbare gezondheidszorg nog andere mogelijkheden biedt;

C.  overwegende dat gezondheid kan worden beschouwd als een grondrecht krachtens artikel 2 (betreffende het recht op leven) en artikel 35 (betreffende gezondheidszorg) van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

D.  overwegende dat de gezondheidszorgstelsels in de EU met uitdagingen worden geconfronteerd als gevolg van de vergrijzing, budgettaire beperkingen, de stijging van het aantal gevallen van chronische aandoeningen, moeilijkheden om basisgezondheidszorg te verstrekken in plattelandsgebieden, en de hoge prijs van geneesmiddelen; overwegende dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen, bijhouden en grensoverschrijdend uitwisselen van informatie over een geactualiseerde lijst van geneesmiddelentekorten om de beschikbaarheid van essentiële geneesmiddelen te waarborgen;

E.  overwegende dat de gezondheidszorg die burgers nodig hebben, soms het best in een andere lidstaat kan worden verleend wegens de nabijheid, de gespecialiseerde aard van de zorg of een gebrek aan capaciteit, zoals een tekort aan essentiële geneesmiddelen, in hun eigen lidstaat;

F.  overwegende dat uit de resultaten van het verslag over de werking van de richtlijn blijkt dat niet alle lidstaten de richtlijn in 2015 volledig of correct ten uitvoer hebben gelegd;

G.  overwegende dat de gezondheidssector een essentieel onderdeel van de economie van de EU vormt en 10 % van het bbp van de EU vertegenwoordigt – een cijfer dat tegen 2060 als gevolg van sociaal-economische factoren tot 12,6 % zou kunnen stijgen;

H.  overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 20 van de richtlijn om de drie jaar een uitvoeringsverslag over de werking van de richtlijn moet indienen; overwegende dat de Commissie de patiëntenstromen, de administratieve, sociale en financiële aspecten van patiëntenmobiliteit en de werking van de Europese referentienetwerken (ERN's) en de nationale contactpunten voortdurend moet evalueren en hierover regelmatig gegevens moet presenteren;

I.   overwegende dat het volgens het verslag van de Commissie van 21 september 2018 over de werking van de richtlijn voor burgers moeilijk blijft om te achterhalen hoe zij hun rechten op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg kunnen uitoefenen; overwegende dat er meer duidelijkheid en transparantie nodig zijn over de voorwaarden waaronder zorgaanbieders werkzaam zijn, teneinde veilige patiëntenmobiliteit te waarborgen;

J.   overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 25 april 2018 over e‑gezondheidszorg opmerkt dat de gezondheids- en zorgstelsels hervormingen en innovatieve oplossingen nodig hebben om veerkrachtiger, toegankelijker en doeltreffender te worden; overwegende dat het gebruik van nieuwe technologieën en digitale instrumenten moet worden versterkt om de kwaliteit en duurzaamheid van de gezondheidszorgdiensten te verbeteren;

K.  overwegende dat de richtlijn een duidelijke rechtsgrond biedt voor Europese samenwerking op het gebied van de evaluatie van gezondheidstechnologie (HTA), e‑gezondheid, zeldzame ziekten en de veiligheids- en kwaliteitsnormen voor gezondheidsdiensten en ‑producten;

L.  overwegende dat EU-burgers het recht hebben om gespecialiseerde zorg te ontvangen in hun eigen lidstaat; overwegende dat het aantal patiënten dat gebruikmaakt van het recht op grensoverschrijdende zorg uit hoofde van de richtlijn, waaronder preventieve medische tests, scans en gezondheidscontroles, echter slechts zeer langzaam toeneemt;

M.  overwegende dat vaccinatieprogramma's niet onder de richtlijn vallen, hoewel ze tot de meest doeltreffende beleidsmaatregelen van de EU behoren, en dat terwijl mensen er in sommige lidstaten moeilijk toegang toe krijgen;

N.  overwegende dat niet alle lidstaten in staat waren gegevens of informatie te verstrekken over patiënten die naar het buitenland reizen, en overwegende dat de gegevensverzameling niet altijd vergelijkbaar is tussen de lidstaten;

O.  overwegende dat 83 % van de deelnemers aan een recente raadpleging van de Commissie voorstander was van het openbaar maken van medische gegevens ten behoeve van onderzoek en het verbeteren van de gezondheidstoestand van patiënten(13); overwegende dat bij de eventuele toekomstige integratie van gezondheidsstelsels vanuit digitaal oogpunt moet worden gegarandeerd dat de gezondheidsstelsels en de patiënten de uiteindelijke bewaarders en beheerders van de informatie in kwestie zijn, zodat billijkheid, duurzaamheid en veiligheid voor de patiënten wordt gewaarborgd;

P.  overwegende dat de patiëntenmobiliteit in de EU die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn valt, relatief laag blijft en geen significante budgettaire gevolgen heeft gehad voor de houdbaarheid van de nationale gezondheidsstelsels;

Q.  overwegende dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het verlenen van toegang tot de gezondheidszorg die mensen nodig hebben en voor de terugbetaling van alle betreffende kosten; overwegende dat de nationale gezondheidszorgdiensten van de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het vaststellen van de criteria op grond waarvan burgers gezondheidszorg in een andere lidstaat kunnen ontvangen; overwegende dat patiënten in een aanzienlijk aantal lidstaten nog steeds met grote hindernissen worden geconfronteerd wat gezondheidsstelsels betreft; overwegende dat administratieve rompslomp vertraging bij de terugbetaling kan veroorzaken; overwegende dat de versnippering van de toegang tot diensten daardoor alleen maar erger wordt en dat die toegang daarom moet worden verbeterd door coördinatie tussen de lidstaten;

R.  overwegende dat de Europese ziekteverzekeringskaart (EHIC) wordt geregeld door de verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en dat de toepassing ervan sterk verschilt van lidstaat tot lidstaat; overwegende dat een uniforme toepassing van de EHIC en een betere coördinatie tussen de lidstaten van essentieel belang zijn om de bestaande administratieve rompslomp te verminderen en een snelle, niet-discriminerende terugbetaling voor de patiënten te waarborgen, waarbij het vrije verkeer van EU-burgers wordt gewaarborgd;

S.  overwegende dat patiënten nog steeds met praktische en juridische moeilijkheden worden geconfronteerd wanneer ze medische recepten gebruiken in een andere lidstaat;

T.  overwegende dat de nationale contactpunten (NCP's) tot taak hebben ervoor te zorgen dat patiënten de juiste informatie krijgen om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen;

U.  overwegende dat NCP's nog niet voldoende bekend zijn bij de burgers en dat de doeltreffendheid van de NCP's hiervan afhankelijk is; overwegende dat de doeltreffendheid en het bereik van de NCP's afhangen van de steun die zij van zowel de EU als de lidstaten ontvangen, alsook van de communicatiekanalen, de uitwisseling van good practices en informatie, waaronder contactgegevens, en de richtsnoeren voor het doorverwijzen van patiënten;

V.  overwegende dat er tussen de verschillende NCP's grote verschillen bestaan wat betreft het functioneren, de toegankelijkheid, de zichtbaarheid en de toewijzing van middelen, zowel uit kwalitatief als uit kwantitatief oogpunt;

W.  overwegende dat patiënten volgens een Eurobarometer-enquête van mei 2015(14) onvoldoende geïnformeerd zijn over hun rechten op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg en dat minder dan 20 % van de burgers zich goed geïnformeerd vindt;

X.  overwegende dat grensoverschrijdende gezondheidszorg slechts doeltreffend zal zijn als patiënten, zorgverleners, gezondheidswerkers en andere belanghebbenden er goed over geïnformeerd zijn en als de betreffende regels vlot beschikbaar en algemeen toegankelijk zijn;

Y.  overwegende dat patiënten, zorgverleners en gezondheidswerkers nog steeds te maken hebben met een groot gebrek aan informatie over patiëntenrechten in het algemeen en met name de rechten waarin de richtlijn voorziet;

Z.  overwegende dat gezondheidswerkers in aanraking komen met zeer gevoelige patiëntenkwesties die duidelijke en bevattelijke communicatie vereisen; overwegende dat taalbarrières de overdracht van informatie tussen gezondheidswerkers en hun patiënten kunnen belemmeren;

AA.  overwegende dat er in een aantal lidstaten nog veel ruimte is voor verbetering en vereenvoudiging van de terugbetalingsprocedures, met name op het gebied van recepten, weesgeneesmiddelen, geneesmiddelen die volgens magistrale receptuur zijn gemaakt, en vervolgtherapie en ‑procedures;

AB.  overwegende dat zes lidstaten en Noorwegen momenteel helemaal geen systeem van voorafgaande toestemming hebben, zodat patiënten keuzevrijheid hebben en de administratieve rompslomp wordt beperkt;

AC.  overwegende dat er een aantal bilaterale overeenkomsten tussen naburige lidstaten en regio's bestaan die als basis zouden kunnen dienen voor excellente best practices voor de verdere ontwikkeling van grensoverschrijdende gezondheidszorg in de hele EU;

Tenuitvoerlegging

1.  is ingenomen met de maatregelen die de Commissie heeft genomen om te beoordelen of de lidstaten de richtlijn correct hebben omgezet;

2.  wijst op de voordelen van de richtlijn voor het verduidelijken van de regels inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg, voor het garanderen van de toegang tot veilige en hoogwaardige grensoverschrijdende gezondheidszorg in de Unie en voor het tot stand brengen van patiëntenmobiliteit in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie; is teleurgesteld over het feit dat een groot aantal lidstaten de voorschriften inzake het waarborgen van patiëntenrechten niet effectief heeft uitgevoerd; vraagt de lidstaten dan ook met klem erop toe te zien dat de richtlijn naar behoren wordt uitgevoerd, en hierbij zowel het beginsel van vrij verkeer van personen binnen de interne markt te eerbiedigen als te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid dat de gezondheid van de burgers helpt te verbeteren;

3.  verzoekt de Commissie voort te werken aan haar driejaarlijkse evaluatieverslagen over de werking van de richtlijn en deze bij het Parlement en de Raad in te dienen; benadrukt hoe belangrijk het is informatie voor statistische doeleinden te verzamelen over patiënten die voor behandeling naar het buitenland gaan en de redenen voor patiëntenstromen tussen landen te analyseren; verzoekt de Commissie tevens om – voor zover dat haalbaar is – jaarlijks een uitsplitsing te publiceren van de diensten die elke lidstaat heeft verstrekt en de totale bedragen die elke lidstaat heeft terugbetaald in het kader van grensoverschrijdende gezondheidszorg;

4.  verzoekt de Commissie bij haar evaluatie van de kostenefficiëntie van de tenuitvoerlegging van de richtlijn rekening te houden met de levenskwaliteit van de patiënten en de zorguitkomsten;

5.  herinnert de lidstaten eraan dat zij zich ertoe verbonden hebben de Commissie bij de uitvoering van haar evaluatie en de opstelling van bovengenoemde verslagen te helpen en haar daartoe alle nodige informatie te verstrekken waarover zij beschikken;

6.  verzoekt de Commissie richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging op te stellen, in het bijzonder op gebieden waar de richtlijn en de verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels in wisselwerking staan, en voor een betere coördinatie tussen alle stakeholders in de instellingen te zorgen;

7.  benadrukt dat de lidstaten de richtlijn correct moeten omzetten om patiënten hoogwaardige en toegankelijke grensoverschrijdende gezondheidszorg te bieden, met volledige inachtneming van de in de wetgeving vastgestelde tenuitvoerleggingstermijnen; erkent dat specifieke verbeteringen kunnen worden aangebracht met betrekking tot de toegang tot voorgeschreven geneesmiddelen en de continuïteit van de behandeling; verzoekt de Commissie te onderzoeken of het toepassingsgebied van de richtlijn kan worden uitgebreid tot vaccinatieprogramma's;

8.  neemt met voldoening kennis van het positieve effect van initiatieven zoals de EHIC, die gratis wordt verstrekt en iedereen die door een wettelijk socialezekerheidsstelsel verzekerd of gedekt is, in staat stelt in een andere lidstaat gratis of tegen een lagere prijs medische verzorging te ontvangen; benadrukt het belang van geslaagde samenwerking tussen instellingen om misbruik van de EHIC te voorkomen;

9.  benadrukt dat er moet worden gezorgd voor duidelijkheid en transparantie met betrekking tot de voorwaarden waaronder zorgaanbieders werken; onderstreept hoe belangrijk het is dat zorgaanbieders en gezondheidswerkers een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben, zoals voorgeschreven door de richtlijn alsook Richtlijn 2005/36/EG, om de kwaliteit van gezondheidsdiensten te verbeteren en de patiënten beter te beschermen;

Financiering

10.  herinnert eraan dat de financiering van grensoverschrijdende gezondheidszorg de verantwoordelijkheid is van de lidstaten, die de kosten terugbetalen volgens de regelgeving ter zake; herinnert er tevens aan dat de Commissie via gezondheidsprogramma's de samenwerking ondersteunt als bedoeld in hoofdstuk IV van de richtlijn;

11.  maakt zich in dit verband ernstig zorgen over de voorgestelde verlaging van de financiering voor het gezondheidsprogramma; vraagt opnieuw dat van dit programma in het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 weer een robuust en op zichzelf staand programma wordt gemaakt met een ruimere begroting, zodat de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de VN inzake volksgezondheid, gezondheidsstelsels en milieugerelateerde gezondheidsproblemen kunnen worden verwezenlijkt en zodat er een ambitieus gezondheidsbeleid kan worden gevoerd met aandacht voor grensoverschrijdende uitdagingen, met name door een aanzienlijke verhoging van de gezamenlijke inspanningen van de EU op het gebied van kankerbestrijding, preventie, vroegtijdige opsporing en behandeling van chronische en zeldzame ziekten, met inbegrip van genetische en pandemische ziekten en zeldzame kankers, bestrijding van antimicrobiële resistentie en vlottere toegang tot grensoverschrijdende gezondheidszorg;

12.  benadrukt het belang van het Europees Sociaal Fonds, het Europees Structuur- en Investeringsfonds voor gezondheid en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, waaronder het Interreg-programma, voor het verbeteren van gezondheidszorgdiensten en het wegwerken van ongelijkheden op het vlak van gezondheidszorg tussen de regio's en sociale groepen in de verschillende lidstaten; vraagt dat de structuurfondsen en het Cohesiefonds ook in het volgend MFK worden gebruikt om grensoverschrijdende gezondheidszorg te verbeteren en faciliteren;

Mobiliteit van patiënten

13.  stelt vast dat de oorzaken van de geringe mobiliteit van patiënten vierledig zijn: i) sommige lidstaten hebben de richtlijn erg laat ten uitvoer gelegd, ii) de burgers zijn zich zeer weinig bewust van hun algemene rechten op terugbetaling, iii) sommige lidstaten hebben een aantal obstakels voor grensoverschrijdende gezondheidzorg opgeworpen, zoals administratieve rompslomp, en iv) informatie over patiënten die op grond van de richtlijn gezondheidszorg in een andere lidstaat willen ontvangen, ontbreekt of is onvolledig;

14.  merkt op dat bepaalde regelingen voor voorafgaande goedkeuring al te omslachtig en/of restrictief zijn gezien het aantal aanvragen per jaar; verzoekt de Commissie de gestructureerde dialoog met de lidstaten voort te zetten en meer duidelijkheid te verschaffen over de vereisten inzake voorafgaande toestemming en de daaraan verbonden terugbetalingsvoorwaarden;

15.  verzoekt de Commissie richtsnoeren voor de lidstaten op te stellen opdat mensen, indien voorafgaande toestemming vereist is, de behandeling in het buitenland kunnen vergelijken met de behandeling die in hun eigen lidstaat beschikbaar is, met de kosteneffectiviteit voor de patiënt als leidend beginsel;

16.  herinnert de lidstaten eraan dat eventuele beperkingen van de toepassing van de richtlijn, zoals vereisten inzake voorafgaande toestemming of beperkingen op terugbetaling, noodzakelijk en evenredig moeten zijn, niet mogen leiden tot willekeurige of sociale discriminatie, geen ongerechtvaardigde obstakels voor het vrije verkeer van patiënten en diensten mogen opwerpen en de nationale gezondheidsstelsels niet overmatig mogen belasten; verzoekt de lidstaten rekening te houden met de problemen van patiënten met een laag inkomen die een grensoverschrijdende behandeling vooraf moeten betalen; merkt op dat voorafgaande toestemming is bedoeld om planning door de lidstaten mogelijk te maken en om patiënten te behoeden voor behandelingen die ernstige en specifieke problemen op het vlak van de kwaliteit of veiligheid van de zorg zouden veroorzaken;

17.  stelt met bezorgdheid vast dat verzekeringsmaatschappijen in bepaalde lidstaten willekeurige discriminatie of ongerechtvaardigde belemmeringen voor het vrije verkeer van patiënten en diensten hebben toegepast met nadelige financiële gevolgen voor de patiënten;

18.  dringt er bij de lidstaten op aan de Commissie in kennis te stellen van elk besluit tot invoering van beperkingen op de terugbetaling van kosten overeenkomstig artikel 7, lid 9, van de richtlijn en hun beweegredenen hiervoor mee te delen;

19.  betreurt dat sommige lidstaten soms minder terugbetalen voor grensoverschrijdende gezondheidszorg die door particuliere of niet-gecontracteerde zorgaanbieders op hun eigen grondgebied wordt verleend dan voor grensoverschrijdende gezondheidszorg die door openbare of gecontracteerde zorgaanbieders wordt verleend; is van mening dat particuliere zorgverlening op hetzelfde niveau moet worden terugbetaald als openbare zorgverlening, op voorwaarde dat de kwaliteit en veiligheid van de zorg kunnen worden gewaarborgd;

20.  verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken om de terugbetalingsprocedures voor patiënten die grensoverschrijdende zorg ontvangen, te beoordelen, op elkaar af te stemmen en te vereenvoudigen, onder meer door de terugbetaling van vervolgzorg en ‑procedures te verduidelijken, en coördinerende éénloketsystemen op te zetten bij de betrokken zorgverzekeraars;

21.  betreurt dat de toepassing van de richtlijn op telegeneeskunde (op afstand verstrekte gezondheidsdiensten) tot enige onduidelijkheid heeft geleid wat de terugbetalingsregelingen betreft, aangezien sommige lidstaten consulten met huisartsen of specialisten op afstand wel vergoeden of aanbieden en andere lidstaten niet; verzoekt de Commissie de toepassing van de terugbetalingsregels overeenkomstig artikel 7, lid 1, en artikel 4, lid 1, te ondersteunen zodat ze in voorkomend geval ook van toepassing zijn op telegeneeskunde; moedigt de lidstaten aan om hun aanpak van de terugbetaling van telegeneeskunde op één lijn te brengen;

Grensregio's

22.  moedigt de lidstaten en grensregio's aan om de samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg op efficiënte en financieel houdbare wijze te intensiveren, onder meer door toegankelijke, voldoende en begrijpelijke informatie te verstrekken, teneinde de best mogelijke zorg voor de patiënten te waarborgen; verzoekt de Commissie een structurele uitwisseling van best practices tussen grensregio's te ondersteunen en te stimuleren; moedigt de lidstaten aan om deze best practices te gebruiken om de gezondheidszorg ook in andere regio's te verbeteren;

23.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de cohesie tussen grensregio's te versterken door een aantal van de juridische en administratieve obstakels waarmee zij worden geconfronteerd, uit de weg te ruimen door de invoering van een grensoverschrijdend EU-mechanisme;

Informatie voor patiënten

24.  herinnert eraan dat de NCP's een essentiële rol spelen door patiënten informatie te verstrekken en hen te helpen om met kennis van zaken te besluiten of ze voor gezondheidszorg naar een ander EU-land gaan; verzoekt de Commissie en de lidstaten verder te investeren in de ontwikkeling en bevordering van toegankelijke en duidelijk zichtbare NCP's en e‑gezondheidsplatformen voor patiënten, die patiënten en gezondheidswerkers gebruiksvriendelijke, digitaal toegankelijke en onbelemmerde informatie in verscheidene talen moeten verstrekken;

25.  beveelt de Commissie aan om in samenwerking met patiëntenorganisaties richtsnoeren voor de werking van de NCP's te ontwikkelen om de systematische uitwisseling van informatie en werkwijzen verder te faciliteren en aanzienlijk te verbeteren, teneinde geharmoniseerde, vereenvoudigde en patiëntvriendelijke procedures, formulieren of handleidingen op te stellen en de NCP's toegang te geven tot de informatie- en kennisbronnen die in de lidstaten aanwezig zijn;

26.  vraagt de lidstaten voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen zodat hun NCP's uitgebreide informatie kunnen ontwikkelen, en vraagt de Commissie de samenwerking tussen de NCP's in de hele Unie te intensiveren;

27.  benadrukt het potentieel van e-gezondheid om patiënten een betere toegang te bieden tot informatie over de mogelijkheden van grensoverschrijdende gezondheidszorg en over hun rechten uit hoofde van de richtlijn;

28.  vraagt de lidstaten gezondheidswerkers en ziekenhuizen aan te sporen om patiënten op voorhand een accurate en actuele kostenraming van de buitenlandse behandeling te geven, met inbegrip van geneesmiddelen, honoraria, overnachtingen en toeslagen;

29.  verzoekt de Commissie om, ten behoeve van nationale deskundigen en door middel van voorlichtingscampagnes, meer duidelijkheid te brengen in de complexiteit van de huidige juridische situatie als gevolg van de wisselwerking tussen de richtlijn en de verordening betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels;

30.  verzoekt de Commissie om samen met de bevoegde nationale autoriteiten, de NCP's, patiëntenorganisaties, ERN's en netwerken van gezondheidswerkers uitgebreide voorlichtingscampagnes voor het publiek te organiseren, ook met behulp van nieuwe digitale mogelijkheden, om structurele bewustmaking over de patiëntenrechten uit hoofde van de richtlijn te bevorderen;

31.  vraagt de Commissie de lidstaten aan te moedigen om ervoor te zorgen dat patiënten makkelijk informatie kunnen vinden over de procedures om klacht in te dienen als hun rechten uit hoofde van de richtlijn niet zijn geëerbiedigd of zelfs zijn geschonden;

32.  beveelt aan dat de Commissie richtsnoeren opstelt over het soort informatie dat de NCP's moeten verstrekken, in het bijzonder de lijst van behandelingen waarvoor al dan niet voorafgaande toestemming moet worden gegeven, de gehanteerde criteria, de toepasselijke procedures enz.;

33.  verzoekt de Commissie en de lidstaten na te gaan of de redenen om toegang te geven tot grensoverschrijdende gezondheidszorg zodanig moeten worden omschreven dat het vrije verkeer wordt gewaarborgd, maar gezondheidszorg geen doel op zich is zolang de organisatie van gezondheidszorgstelsels een nationale bevoegdheid is;

34.  moedigt de Commissie aan om meer samenwerking tussen de instanties van de lidstaten in het algemeen, niet alleen via de NCP's, te bevorderen en de voordelen van bestaande samenwerkingsinitiatieven, in het bijzonder in grensgebieden, verder te evalueren om te garanderen dat de burger toegang heeft tot veilige, hoogwaardige en efficiënte gezondheidszorg;

Zeldzame ziekten, zeldzame kankers en Europese referentienetwerken (ERN's)

35.  benadrukt het belang van samenwerking in de hele EU om te zorgen voor een efficiënte bundeling van kennis, informatie en middelen teneinde zeldzame ziekten, waaronder zeldzame kankers, in de hele EU doeltreffend aan te pakken; moedigt de Commissie in dat verband aan om haar steun te verlenen aan de oprichting van gespecialiseerde centra voor zeldzame ziekten in de EU, die volledig in de ERN's moeten worden geïntegreerd;

36.  beveelt aan om voort te bouwen op de maatregelen die reeds zijn genomen om het publiek beter bewust te maken van en meer inzicht te geven in zeldzame ziekten en zeldzame kankers, en om de financiering voor onderzoek en ontwikkeling te verhogen; vraagt de Commissie de toegang tot informatie, geneesmiddelen en medische behandeling voor patiënten met zeldzame ziekten in de hele EU verder te waarborgen en te streven naar een betere toegang tot vroegtijdige en correcte diagnose; dringt er bij de Commissie op aan iets te doen aan het lage registratiepercentage van zeldzame ziekten, en gemeenschappelijke normen voor het delen en uitwisselen van gegevens in registers van zeldzame ziekten verder te ontwikkelen en te bevorderen;

37.  wijst op het cruciale belang van betere therapietrouwmodellen, die gebaseerd moeten zijn op de meest betrouwbare resultaten van meta-analyses en grootschalige empirische studies, de realiteit van de medische praktijk moeten weerspiegelen en aanbevelingen moeten bevatten opdat patiënten zich beter houden aan hun behandeling, met name bij chronische ziekten – een belangrijke maatstaf om de efficiëntie en effectiviteit van gezondheidszorgstelsels te meten;

38.  onderstreept het belang en de toegevoegde waarde van EU-brede mobiliteit van gezondheidswerkers, zowel tijdens hun opleiding als tijdens hun loopbaan, en van hun bijzonder rol bij het verbeteren van de kennis en expertise op het gebied van zeldzame ziekten;

39.  stelt voor dat de Commissie een nieuwe oproep voor de ontwikkeling van nieuwe ERN's doet en de ontwikkeling en opschaling van het ERN-model blijft ondersteunen om geografische verschillen en kennishiaten aan te pakken; benadrukt echter dat een uitbreiding van de ERN's de werking van de bestaande ERN's in de eerste fase niet in het gedrang mag brengen;

40.  betreurt de onzekerheid rond de operationele beginselen van de ERN's en hun interactie met de nationale gezondheidszorgstelsels en andere EU-programma's; verzoekt de Commissie daarom de lidstaten en de ERN's te ondersteunen bij het vaststellen van duidelijke en transparante regels voor het doorverwijzen van patiënten en overeenstemming te bereiken over de vorm van de steun die de lidstaten aan de ERN's moeten verlenen;

41.  dringt er bij de Commissie op aan om via het Europees gemeenschappelijk programma voor zeldzame ziekten een actieplan ten uitvoer te leggen voor de verdere duurzame ontwikkeling en financiering van de ERN's en de patiëntennetwerken die ze ondersteunen; moedigt de lidstaten aan om de zorgaanbieders binnen de ERN's te ondersteunen en de ERN's in hun zorgstelsels te integreren door hun wet- en regelgevingskaders aan te passen en in hun nationale plannen voor zeldzame ziekten en kanker naar de ERN's te verwijzen;

Wederzijdse erkenning van (e-)recepten

42.  betreurt dat patiënten, met name in grensgebieden, moeilijkheden ondervinden met de toegang tot en de terugbetaling van geneesmiddelen in andere lidstaten als gevolg van de uiteenlopende beschikbaarheid en administratieve regels in de EU; vraagt de lidstaten en hun respectieve zorginstanties zich te buigen over de wettelijke en praktische belemmeringen voor de wederzijdse erkenning van medische recepten in de EU, en dringt er bij de Commissie op aan passende ondersteunende maatregelen te treffen;

43.  betreurt patiënten, met name in grensgebieden, moeilijkheden ondervinden met de toegang tot en de terugbetaling van geneesmiddelen in andere lidstaten als gevolg van de uiteenlopende beschikbaarheid en regels in de EU;

44.  verzoekt de Commissie een actieplan op te stellen om de te hoge geneesmiddelenprijzen en de grote verschillen tussen de geneesmiddelenprijzen in de verschillende lidstaten stelselmatig aan te pakken;

45.  verzoekt de Commissie maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat recepten die zijn verstrekt door expertisecentra die aan ERN's verbonden zijn, in alle lidstaten voor terugbetaling in aanmerking komen;

46.  verwelkomt de steun van de Connecting Europe Facility (CEF) als onderdeel van de inspanningen om ervoor te zorgen dat de huidige proefprojecten voor de uitwisseling van e‑recepten en patiëntendossiers met succes worden ontwikkeld en de weg effenen zodat tegen 2020 ook andere lidstaten kunnen volgen; dringt erop aan dat deze steun in het volgende MFK wordt voortgezet;

E-gezondheid

47.  erkent dat e-gezondheid er door bepaalde kostenverminderingen voor kan helpen zorgen dat de gezondheidsstelsels houdbaar zijn, en een belangrijk onderdeel kan vormen van het antwoord van de EU op de huidige uitdagingen in de gezondheidszorg; onderstreept dat de interoperabiliteit van e-gezondheid een prioriteit moet zijn om de patiëntendossiers en de continuïteit van de zorg te verbeteren en tegelijk de privacy van de patiënten te garanderen; meent dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan vlotte toegang tot zorg voor alle patiënten, in het bijzonder ouderen en mensen met een handicap; stelt in dit verband voor dat de lidstaten maatregelen nemen om te investeren in de digitale geletterdheid van de burgers en nieuwe oplossingen voor de vergrijzing op grotere schaal toe te passen, en daarbij alle beschikbare middelen gebruiken om uitsluiting door digitalisering te voorkomen;

48.  is verheugd over de oprichting van de EU-brede digitale diensteninfrastructuur voor e‑gezondheid (eHDSI), die de grensoverschrijdende uitwisseling van gezondheidsgegevens, met name e‑recepten en patiëntendossiers, zal bevorderen;

49.  verzoekt de lidstaten snel actie te ondernemen om hun gezondheidsstelsels via een specifiek NCP voor e‑gezondheid aan te sluiten op de eHDSI in overeenstemming met hun eigen risicobeoordelingen, en verzoekt de Commissie dit proces te vergemakkelijken;

50.  verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan de digitale gezondheidsbehoeften in de lidstaten; is verheugd dat de Commissie zich inzet voor duurzame financiële middelen met het oog op sterke nationale strategieën voor digitale gezondheid en het creëren van een geschikt kader voor gemeenschappelijke acties op EU-niveau om te voorkomen dat er dubbel werk wordt verricht en te zorgen voor de uitwisseling van best practices opdat het gebruik van digitale technologie ingeburgerd raakt in de lidstaten;

51.  vraagt de lidstaten de Europese samenwerking tussen hun gezondheidsinstanties verder te intensiveren teneinde e‑gezondheidsgegevens en persoonlijke dossiers te koppelen aan e‑instrumenten om recepten te schrijven, zodat gezondheidswerkers hun patiënten gepersonaliseerde en weloverwogen zorg kunnen verstrekken met volledige inachtneming van de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming; vraagt de Commissie hiertoe ondersteunende maatregelen te treffen;

52.  vraagt de lidstaten de algemene verordening gegevensbescherming (GDPR) spoedig ten uitvoer te leggen teneinde de in e‑gezondheidstoepassingen gebruikte patiëntengegevens te beschermen, en onderstreept het belang – met name met betrekking tot gezondheid – van toezicht op de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt(15); onderstreept dat burgers, in overeenstemming met de beginselen van de GDPR, toegang moeten kunnen krijgen tot hun eigen gezondheidsgegevens en die moeten kunnen gebruiken;

Brexit

53.  vraagt de Commissie te onderhandelen over een solide overeenkomst over gezondheid met het Verenigd Koninkrijk na de brexit, met bijzondere aandacht voor grensoverschrijdende patiëntenrechten en het functioneren van de ERN's;

º

º  º

54.  is ingenomen met het voornemen van de Europese Rekenkamer om een controle van de doeltreffendheid van de tenuitvoerlegging van de richtlijn uit te voeren en zich in het bijzonder te buigen over het toezicht op die tenuitvoerlegging door de Commissie, de tot dusver geboekte resultaten op het vlak van de toegankelijkheid van grensoverschrijdende gezondheidszorg, en de doeltreffendheid van het financieringskader van de EU met betrekking tot de gefinancierde actie;

55.  vraagt de lidstaten alle bepalingen van de richtlijn naar behoren en in nauwe samenwerking met de Commissie ten uitvoer te leggen;

56.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45.

(2)

PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.

(3)

PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

(4)

PB C 202 van 8.7.2011, blz. 10.

(5)

Besluit nr. 1786/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot vaststelling van een communautair actieprogramma op het gebied van de volksgezondheid (2003-2008), PB L 271 van 9.10.2002, blz. 1).

(6)

Besluit nr. 1350/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 tot vaststelling van een tweede communautair actieprogramma op het gebied van gezondheid (2008-2013), PB L 301 van 20.11.2007, blz. 3.

(7)

Verordening (EU) nr. 282/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een derde actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1350/2007/EG (PB L 86 van 21.3.2014, blz. 1).

(8)

https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/cross_border_care/docs/2016_msdata_en.pdf

(9)

PB L 344 van 28.12.2011, blz. 48.

(10)

PB C 151 van 3.7.2009, blz. 7.

(11)

https://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/BP_CBH/BP_Cross-border_healthcare_EN.pdf

(12)

PB C 428 van 13.12.2017, blz. 10.

(13)

Samenvattend verslag van de Commissie over haar raadpleging met als titel "Transformatie van gezondheid en zorg in de digitale eengemaakte markt", 2018, https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/ehealth/docs/2018_consultation_dsm_en.pdf

(14)

Speciale Eurobarometer 425 over patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg in de Europese Unie.

(15)

PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73.


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN OF PERSONENWAARVAN / VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. De rapporteur heeft bij het voorbereiden van dit verslag input ontvangen van de volgende entiteiten of personen, tot aan de goedkeuring ervan in de commissie:

Entiteit en/of persoon

BEUC:

Jelena Malinina

Francesca Cattarin

 

European Patients Forum:

Kaisa Immonen

Kostas Aligiannis

 

Christelijke Mutualiteit:

Michael Callens

Bernard Debbaut

Agnès Chapelle

 

International Association of Mutual Benefit Societies:

Corinna Hartrampf

 

Afdeling e-health van het Nederlandse Ministerie van Volksgezondheid:

Marcel Floor

 

European Hospital and Healthcare Federation:

Pascal Garel

 

Europese Rekenkamer:

Janusz Wojciechowski

Kinga Wisniewska-Danek

Nicholas Edwards

Colm Friel

Joanna Kokot

 

Europese Commissie, DG SANTE:

Thea Emmerling

Balasz Lengyel

Brian Kilgallen

Antti Maunu

Corina Vasilescu

Andrzej Jan Rys

Marie-Sophie Wenzel

Lim Roger


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (23.11.2018)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

over de tenuitvoerlegging van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg

(2018/2108(INI))

Rapporteur voor advies: Maria Grapini

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

–  gezien de artikelen 114 en 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg(1),

–  gezien het verslag van de Commissie van 21 september 2018 over de werking van Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg (COM(2018)0651),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 april 2018 over het mogelijk maken van de digitale transformatie van gezondheid en zorg in de digitale eengemaakte markt - de burger "empoweren" en bouwen aan een gezondere maatschappij (COM(2018)0233),

A.  overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2011/24/EU om de drie jaar een uitvoeringsverslag over de werking van die richtlijn moet indienen; overwegende dat de Commissie de patiëntenstromen, de administratieve, sociale en financiële aspecten van patiëntenmobiliteit en de werking van de Europese referentienetwerken en nationale contactpunten voortdurend moet evalueren en hierover regelmatig gegevens moet presenteren;

B.   overwegende dat de Commissie op 21 september 2018 een verslag heeft gepresenteerd over de werking van Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, waaruit blijft dat een groot aantal lidstaten de richtlijn niet naar behoren heeft uitgevoerd; overwegende dat gezondheidszorgstelsels aanzienlijke belemmeringen opwerpen voor patiënten en dat deze belemmeringen de versnippering van de toegang tot gezondheidszorgdiensten nog verergert;

C.   overwegende dat volgens een Eurobarometer-enquête uit 2015 minder dan 20 % van de burgers op de hoogte was van hun rechten op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg; overwegende dat dit bewustzijnsniveau sinds 2015 maar weinig is geëvolueerd, zoals blijkt uit de langzame stijging van het aantal burgers dat zich verplaatst om gezondheidszorg te ontvangen;

D.   overwegende dat het volgens het verslag van de Commissie van 21 september 2018 over de werking van Richtlijn 2011/24/EU moeilijk blijft voor burgers om te achterhalen hoe zij hun rechten op het gebied van grensoverschrijdende gezondheidszorg kunnen uitoefenen; overwegende dat er meer duidelijkheid en transparantie nodig is over de voorwaarden waaronder zorgaanbieders werkzaam zijn, teneinde veilige patiëntenmobiliteit te waarborgen;

E.   overwegende dat de Commissie in haar mededeling over e-gezondheidszorg van 25 april 2018 opmerkt dat gezondheids- en zorgstelsels hervormingen en innovatieve oplossingen nodig hebben om veerkrachtiger, toegankelijker en doeltreffender te worden; overwegende dat het gebruik van nieuwe technologieën en digitale instrumenten moet worden versterkt om de kwaliteit en duurzaamheid van gezondheidszorgdiensten te verbeteren;

1.  wijst op de voordelen van Richtlijn 2011/24/EU voor het verduidelijken van de voorschriften inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg, voor het garanderen van de toegang tot veilige en kwaliteitsvolle grensoverschrijdende gezondheidszorg in de Unie en voor het tot stand brengen van patiëntenmobiliteit in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie; toont zich teleurgesteld over het feit dat een groot aantal lidstaten de voorschriften inzake het waarborgen van patiëntenrechten niet daadwerkelijk hebben uitgevoerd; vraagt de lidstaten dan ook met klem om erop toe te zien dat de richtlijn naar behoren wordt uitgevoerd, en hierbij zowel het beginsel van het vrije verkeer van personen binnen de eengemaakte markt te eerbiedigen als te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid, hetgeen de gezondheid van de bevolking helpt te verbeteren;

2.  benadrukt dat er moet worden gezorgd voor duidelijkheid en transparantie met betrekking tot de voorwaarden waaronder zorgaanbieders werken; onderstreept het belang van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor zorgaanbieders en beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, zoals bepaald in de Richtlijnen 2005/36/EG en 2011/24/EU, om de kwaliteit van gezondheidsdiensten te verbeteren en de bescherming van patiënten te verbeteren;

3.  roept de Commissie en de lidstaten ertoe op een gepast mechanisme in te voeren dat patiënten die in het buitenland een behandeling willen ondergaan, in staat stelt klacht in te dienen indien hun rechten niet geëerbiedigd worden, of, als een dergelijk mechanisme al bestaat, dit te verbeteren;

4.  roept de lidstaten ertoe op de terugbetaling voor grensoverschrijdende gezondheidszorg drastisch te vereenvoudigen en onnodige vertraging alsook onnodige en buitensporige beperkingen te verhinderen; spoort de nationale instanties ertoe aan geen lastige eisen te stellen, zoals de verstrekking van onnodige aanvullende documenten die daarenboven door een beëdigd vertaler moeten zijn vertaald;

5.  acht het essentieel voor de goede werking van de eengemaakte markt dat toekomstige uitdagingen worden aangepakt, en onderstreept dat de digitalisering meerwaarde kan verlenen aan de tenuitvoerlegging van de richtlijn; roept de Commissie en de lidstaten ertoe op zich vooral te richten op ontwikkelingen op het vlak van digitale gezondheidszorg en zich te buigen over nieuwe initiatieven - zoals elektronische rekeningen, elektronische voorschriften en interoperabele en goed functionerende e-gezondheidsoplossingen - die de mobiliteit van patiënten zouden kunnen verbeteren, en hierbij aan de hand van gepaste voorschriften inzake beveiliging en privacy en te zorgen voor de doeltreffende bescherming van persoonsgegevens; vraagt de Commissie en de lidstaten met klem de resterende problemen in verband met de wederzijdse erkenning van medische voorschriften tussen de lidstaten aan te pakken, en iets te doen aan de onduidelijkheid rond de terugbetaling van telegeneeskunde, waarbij medische consulten vanop afstand worden verstrekt;

6.  onderstreept dat burgers, in het bijzonder patiënten, en beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg die in het buitenland diensten verlenen, moeite hebben met het vinden en begrijpen van informatie over de toepasselijke regels en procedures in andere lidstaten of niet op de hoogte zijn van hun rechten; benadrukt dat het belangrijk is dat patiënten uitvoerige, vlot toegankelijke en gebruiksvriendelijke informatie ter beschikking hebben over hun rechten en over de procedures, kosten en terugbetalingspercentages voor grensoverschrijdende gezondheidszorg in het kader van Richtlijn 2011/24/EU;

7.  roept de Commissie en de lidstaten ertoe op maatregelen te nemen om patiënten beter bekend te maken met hun rechten en patiënten met name gemakkelijk te begrijpen informatie te bieden, in samenwerking met patiëntenorganisaties, over de complexe praktische en juridische aspecten van medische informatie, onder meer door informatierichtsnoeren op te stellen met stapsgewijze procedures voor het gebruik van grensoverschrijdende gezondheidszorg en door gestandaardiseerde modellen aan te bieden voor alle formulieren die bij grensoverschrijdende gezondheidszorg vereist zijn;

8.  wijst in dit verband op de sleutelrol van de nationale contactpunten (NCP's) bij het verstrekken van informatie aan patiënten en beroepsbeoefenaars over hun rechten en over procedures, kosten en vergoedingen, zodat zij goed geïnformeerde besluiten kunnen nemen over het al dan niet ondergaan van een behandeling of het al dan niet aanbieden van een dienst in het binnen- of buitenland, en op die manier tijd en kosten kunnen sparen; erkent het belang van de verstrekking van gedetailleerde informatie over klachtenprocedures en de schikking van geschillen langs elektronische weg, via de NCP's; roept daarom op tot de toewijzing van passende middelen aan de NCP's, zodat zij naar behoren kunnen functioneren, en pleit voor een regelmatige uitwisseling van informatie tussen de NCP's;

9.  spoort de Commissie ertoe aan zich in te zetten voor meer samenwerking tussen de instanties van de lidstaten in het algemeen, niet alleen de NCP's, en om de voordelen van bestaande samenwerkingsinitiatieven verder te evalueren, in het bijzonder in grensgebieden, met als doel te garanderen dat de burger toegang heeft tot veilige, kwalitatief hoogstaande en efficiënte gezondheidszorg;

10.  neemt met voldoening kennis van de positieve impact van initiatieven zoals de Europese ziekteverzekeringskaart (EHIC), die gratis wordt verstrekt en al wie verzekerd is of gedekt wordt door een wettelijk socialezekerheidsstelsel in staat stelt om in een andere lidstaat gratis of tegen een lagere prijs medische verzorging te ontvangen; benadrukt het belang van succesvolle samenwerking tussen instellingen om misbruik van de EHIC te verhinderen;

11.  betreurt dat patiënten zich nog altijd maar weinig verplaatsen naar andere lidstaten voor geplande gezondheidszorg en in het bijzonder gespecialiseerde gezondheidszorg, en merkt op dat komt doordat patiënten in bepaalde lidstaten geen duidelijkheid hebben over behandelingen waarvoor voorafgaande toestemming nodig is, behandelingen die een "overnachting" vereisen en "zeer gespecialiseerde zorg"; vraagt de lidstaten met klem om de regels voor voorafgaande toestemming te verduidelijken en te vereenvoudigen, en herhaalt dat elk systeem van voorafgaande toestemming niet-discriminatoir en gerechtvaardigd moet zijn en in verhouding moet staan tot het beoogde doel, en geen ongerechtvaardigde belemmering mag vormen voor het vrije verkeer van patiënten, aangezien dit ertoe leidt dat patiënten het slachtoffer worden van ongelijkheden op gezondheidsgebied tussen de lidstaten en geen toegang krijgen tot broodnodige gespecialiseerde behandelingen in andere lidstaten;

12.  benadrukt dat er voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van de richtlijn moet worden uitgegaan van gegevens die met elkaar kunnen worden vergeleken; wijst erop dat de verzameling van gegevens sterk verschilt per lidstaat; verzoekt de Commissie om benchmarks en kernindicatoren inzake de kwaliteit van de gezondheidszorg en de mobiliteit van patiënten vast te stellen en openbaar toegankelijk te maken, zodat de lidstaten beter met elkaar kunnen worden vergeleken;

13.  is ingenomen met het voornemen van de Europese Rekenkamer om een controle uit te voeren van de doeltreffendheid van de tenuitvoerlegging van de richtlijn, en om zich in het bijzonder te buigen over het toezicht van de Commissie op deze tenuitvoerlegging, de tot dusver geboekte resultaten op het vlak van de toegankelijkheid van grensoverschrijdende gezondheidszorg, en de doeltreffendheid van het financieringskader van de EU met betrekking tot de gefinancierde actie;

14.  wijst erop dat de Commissie overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2011/24/EU om de drie jaar een verslag over de werking van die richtlijn moet opstellen; vraagt de Commissie niettemin met klem om de prestaties en de doeltreffendheid van de gezondheidszorgstelsels voortdurend te monitoren en onder meer de situatie inzake patiëntenrechten in de hele EU in kaart te brengen, met als doel de uitvoering en handhaving van deze rechten te ondersteunen, en hierover geregeld verslag uit te brengen aan het Parlement.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Morten Løkkegaard, Eva Maydell, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Julia Reda, Adam Szejnfeld, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Salvatore Cicu, Mady Delvaux, Czesław Hoc, Jean Lambert, Juan Fernando López Aguilar, Anne-Marie Mineur

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

27

+

ALDE

ECR

EFDD

PPE

S&D

 

Verts/ALE

 

Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

Daniel Dalton, Czesław Hoc, Anneleen Van Bossuyt

Marco Zullo

Salvatore Cicu, Carlos Coelho, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Ivan Štefanec, Adam Szejnfeld, Sabine Verheyen

Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Mady Delvaux, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Liisa Jaakonsaari, Juan Fernando López Aguilar, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler

Jean Lambert, Julia Reda

2

-

GUE/NGL

Anne-Marie Mineur, Dennis de Jong

1

0

EFDD

Robert Jarosław Iwaszkiewicz

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

55

0

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Pilar Ayuso, Catherine Bearder, Ivo Belet, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Mark Demesmaeker, Stefan Eck, Bas Eickhout, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Arne Gericke, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Jytte Guteland, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Peter Liese, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Rory Palmer, Gilles Pargneaux, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, John Procter, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Ivica Tolić, Nils Torvalds, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Nikos Androulakis, Cristian-Silviu Buşoi, Christophe Hansen, Martin Häusling, Anja Hazekamp, Jan Huitema, Tilly Metz, Bart Staes, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Olle Ludvigsson


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

55

+

ALDE :

Catherine Bearder, Jan Huitema, Anneli Jäätteenmäki, Valentinas Mazuronis, Frédérique Ries, Nils Torvalds

ECR:

Mark Demesmaeker, Arne Gericke, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, Jadwiga Wiśniewska

GUE/NGL :

Stefan Eck, Anja Hazekamp, Kateřina Konečná

PPE:

Pilar Ayuso, Ivo Belet, Cristian Silviu Buşoi, Birgit Collin Langen, Angélique Delahaye, José Inácio Faria, Karl Heinz Florenz, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Christophe Hansen, Peter Liese, Miroslav Mikolášik, Annie Schreijer Pierik, Ivica Tolić, Adina Ioana Vălean

S&D:

Nikos Androulakis, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Miriam Dalli, Seb Dance, Jytte Guteland, Olle Ludvigsson, Susanne Melior, Rory Palmer, Gilles Pargneaux, Pavel Poc, Daciana Octavia Sârbu, Tiemo Wölken, Damiano Zoffoli

VERTS/ALE:

Margrete Auken, Bas Eickhout, Martin Häusling, Benedek Jávor, Tilly Metz, Bart Staes

0

-

3

0

ECR:

John Procter

EFDD :

Sylvie Goddyn

ENF :

Jean-François Jalkh

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 7 februari 2019Juridische mededeling