Procedure : 2018/0390(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0047/2019

Ingediende teksten :

A8-0047/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/04/2019 - 6.4
CRE 04/04/2019 - 6.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0336

VERSLAG     ***I
PDF 183kWORD 56k
29.1.2019
PE 632.052v02-00 A8-0047/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, met betrekking tot de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie

(COM(2018)0745 – C8-0483/2018 – 2018/0390(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Claude Moraes

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, met betrekking tot de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie

(COM(2018)0745 – C8-0483/2018 – 2018/0390(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0745),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 77, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0483/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0047/2019),

1.  stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De regering van het Verenigd Koninkrijk heeft verklaard van plan te zijn burgers van de EU-27 niet aan de visumplicht te onderwerpen voor reizen naar het Verenigd Koninkrijk voor kort verblijf voor zakelijke of toeristische doeleinden vanaf de datum waarop het recht van de Unie niet langer van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk. Als het Verenigd Koninkrijk in de toekomst beslist om de visumplicht op te leggen aan onderdanen van ten minste één lidstaat, moet het wederkerigheidsmechanisme van [artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 539/2001]26 worden toegepast. Het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de lidstaten moeten in dat geval onverwijld handelen om het mechanisme in werking te doen treden.

(6)  De regering van het Verenigd Koninkrijk heeft verklaard van plan te zijn burgers van de EU-27 niet aan de visumplicht te onderwerpen voor reizen naar het Verenigd Koninkrijk voor kort verblijf voor zakelijke of toeristische doeleinden vanaf de datum waarop het recht van de Unie niet langer van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk.

_________________

 

26 Zie voetnoot 23.

 

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Dit besluit is gebaseerd op de verwachting dat het Verenigd Koninkrijk, in het belang van de instandhouding van nauwe betrekkingen, volledige visumwederkerigheid zal verlenen aan de onderdanen van alle lidstaten. Als het Verenigd Koninkrijk in de toekomst beslist om de visumplicht op te leggen aan onderdanen van ten minste één lidstaat, moet het wederkerigheidsmechanisme van [artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 539/2001]1 bis worden toegepast. Het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de lidstaten moeten in dat geval onverwijld handelen om het mechanisme in werking te doen treden. De Commissie dient voortdurend toe te zien op de naleving van het wederkerigheidsbeginsel en het Europees Parlement en de Raad onmiddellijk op de hoogte te stellen van alle ontwikkelingen die de naleving van dit beginsel in gevaar kunnen brengen.

 

_________________

 

1bis Zie voetnoot 23.


TOELICHTING

Achtergrond

Dit voorstel van de Commissie maakt deel uit van de wetgevingsmaatregelen die nodig zijn om het recht van de Unie aan te passen aan de brexit. Het heeft tot doel duidelijkheid te scheppen in de situatie van de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk wanneer het recht van de Unie niet langer op hen van toepassing is wat betreft het visumbeleid.

Momenteel hebben burgers van het Verenigd Koninkrijk als burgers van de Unie het recht alle andere lidstaten binnen te komen zonder inreisvisum of soortgelijke formaliteit. Maar met de terugtrekking uit de Unie worden zij onderdanen van derde landen in de zin van het EU-recht. Er moet dus worden vastgesteld of zij aan de visumplicht zullen worden onderworpen om de buitengrenzen van de lidstaten te overschrijden, dan wel van die plicht zullen worden vrijgesteld.

Wat het visa-acquis in de EU betreft bevat Verordening (EG) nr. 539/2001(1) in bijlage I de lijst van de landen waarvan de onderdanen aan de visumplicht zijn onderworpen, en in bijlage II de lijst van de landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld. De verordening stelt ook criteria vast om te beslissen of een land in bijlage I dan wel in bijlage II wordt opgenomen. Dit besluit moet door de medewetgevers worden genomen door middel van een wijziging van de verordening.

Zoals uiteengezet in de toelichting bij het voorstel heeft de Commissie de situatie van het Verenigd Koninkrijk beoordeeld in het licht van de in de verordening vastgestelde criteria (Deze criteria houden onder meer verband "met illegale immigratie, openbare orde en veiligheid, economische voordelen, in het bijzonder op het gebied van toerisme en buitenlandse handel, en de externe betrekkingen van de Unie met de betrokken derde landen, waarbij in het bijzonder wordt gekeken naar mensenrechten en fundamentele vrijheden alsmede naar de implicaties voor de regionale samenhang en de wederkerigheid."). De Commissie is tot de conclusie gekomen dat onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die Brits burger zijn, van de visumplicht moeten worden vrijgesteld voor reizen naar de Unie met het oog op kort verblijf.

De Commissie stelt dan ook voor dat het Verenigd Koninkrijk, wat Britse burgers betreft, wordt opgenomen in bijlage II, d.w.z. de lijst van van de visumplicht vrijgestelde derde landen. Zij stelt ook twee andere technische wijzigingen voor die nodig zijn om de nieuwe juridische situatie correct in de tekst van de verordening weer te geven.

In artikel 2 bis van het voorstel wordt er ook aan herinnerd dat het wederkerigheidsmechanisme van Verordening (EG) nr. 539/2001 van toepassing is indien het Verenigd Koninkrijk een visumplicht invoert voor de onderdanen van ten minste één lidstaat.

Ten slotte is in artikel 3 bepaald dat deze verordening in werking treedt op 30 maart 2019 en van toepassing is met ingang van de dag volgende op die waarop het recht van de Unie niet langer van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is van mening dat de Commissie een correcte beoordeling heeft gemaakt van de criteria die als richtsnoer moeten dienen voor de besluitvorming op dit gebied. De vrijstelling van de visumplicht voor Britse onderdanen is in de huidige situatie de enige verstandige beslissing.

(1)

Verordening (EG) nr. 539/2001 is onlangs gecodificeerd en vervangen door Verordening (EU) 2018/1806 van 14 november 2018, die op 18 december 2018 in werking treedt. De verwijzingen in de wetgevingsteksten zullen worden aangepast.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, met betrekking tot de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie

Document- en procedurenummers

COM(2018)0745 – C8-0483/2018 – 2018/0390(COD)

Datum indiening bij EP

14.11.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

28.11.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Claude Moraes

26.11.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

3.12.2018

10.1.2019

29.1.2019

 

Datum goedkeuring

29.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

53

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ademov, Martina Anderson, Heinz K. Becker, Monika Beňová, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Cornelia Ernst, Romeo Franz, Kinga Gál, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, József Nagy, Ivari Padar, Soraya Post, Judith Sargentini, Giancarlo Scottà, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Sergei Stanishev, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Pál Csáky, Maria Grapini, Anna Hedh, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Andrejs Mamikins, Angelika Mlinar, John Procter, Emil Radev, Kārlis Šadurskis, Barbara Spinelli

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jonathan Bullock, Jill Seymour

Datum indiening

29.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

53

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Filiz Hyusmenova, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Cecilia Wikström

ECR

Daniel Dalton, Monica Macovei, John Procter, Helga Stevens, Kristina Winberg

EFDD

Jonathan Bullock, Jill Seymour

ENF

Giancarlo Scottà

GUE/NGL

Martina Anderson, Malin Björk, Cornelia Ernst, Barbara Spinelli

PPE

Asim Ademov, Heinz K. Becker, Michał Boni, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Pál Csáky, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Barbara Kudrycka, Roberta Metsola, József Nagy, Emil Radev, Kārlis Šadurskis, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský

S&D

Monika Beňová, Caterina Chinnici, Maria Grapini, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Dietmar Köster, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Ivari Padar, Soraya Post, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Romeo Franz, Eva Joly, Judith Sargentini, Bodil Valero

0

-

 

 

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 11 februari 2019Juridische mededeling