Procedure : 2018/0093M(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0048/2019

Ingediende teksten :

A8-0048/2019

Debatten :

PV 12/02/2019 - 20
CRE 12/02/2019 - 20

Stemmingen :

PV 13/02/2019 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0089

VERSLAG     
PDF 164kWORD 58k
29.1.2019
PE 627.753v02-00 A8-0048/2019

met een niet-wetgevingsontwerpresolutie over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

(07971/2018 – C8-0446/218 – 2018/0093(NLE))

Commissie internationale handel

Rapporteur: David Martin

NIET-WETGEVINGSONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

NIET-WETGEVINGSONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

(07971/2018 – C8-0446/218 – 2018/0093(NLE))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (07971/2018),

–  gezien de voorgestelde tekst voor een vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore (Singapore), die grotendeels de op 20 september 2013 geparafeerde overeenkomst weerspiegelt,

–  gezien het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds (COM(2018)0194),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 207, lid 4, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), punt v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0446/2018),

–  gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Singapore, die op 19 oktober 2018 zal worden ondertekend,

–  gezien advies 2/15 van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 mei 2017, uit hoofde van artikel 218, lid 11, VWEU, waarom de Europese Commissie op 10 juli 2015 had verzocht,

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over een nieuw op te stellen toekomstgerichte en innovatieve strategie voor handel en investeringen(1),

  gezien zijn resolutie van 3 februari 2016 houdende aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie voor de onderhandelingen over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA)(2),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen – Naar een meer verantwoordelijk handels- en investeringsbeleid",

–  gezien het besluit van de Raad van 22 december 2009 om bilaterale onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten te voeren met afzonderlijke lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN), te beginnen met Singapore,

–  gezien de onderhandelingsrichtsnoeren van 23 april 2007 voor een interregionale vrijhandelsovereenkomst met de landen van de ASEAN,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name Titel V daarvan over het extern optreden van de Unie,

–  gezien het VWEU en met name de artikelen 91, 100, 168 en 207, juncto artikel 218, lid 6, onder a), punt v),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van ...(3) over het ontwerp van besluit van de Raad,

–  gezien artikel 99, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A8-0048/2019),

A.  overwegende dat de EU en Singapore belangrijke waarden delen, waaronder democratie, de rechtsstaat, de eerbiediging van de mensenrechten, culturele en taalkundige verscheidenheid en een sterke betrokkenheid bij een open en op regels gebaseerde handel en het multilaterale handelsstelsel;

B.  overwegende dat deze overeenkomst de eerste bilaterale handelsovereenkomst is die wordt gesloten tussen de EU en een lidstaat van de ASEAN en een belangrijke opstap vormt naar de uiteindelijke doelstelling van een interregionale vrijhandelsovereenkomst; overwegende dat de overeenkomst ook als benchmark zal dienen voor de overeenkomsten waarover de EU op dit moment onderhandelt met de andere grote economieën van de ASEAN;

C.  overwegende dat Singapore binnen de ASEAN-regio veruit de belangrijkste handelspartner van de EU is en goed is voor iets minder dan een derde van de handel in goederen en diensten tussen de EU en de ASEAN, en ongeveer twee derde van de investeringen tussen de twee regio's;

D.  overwegende dat de waarde van de handel tussen de EU en Singapore jaarlijks meer dan 50 miljard EUR bedraagt;

E.  overwegende dat wordt voorspeld dat 90 % van de toekomstige economische groei buiten Europa en met name in Azië zal worden gegenereerd;

F.  overwegende dat Singapore partij is bij het alomvattende en vooruitstrevende trans-Pacifische partnerschap (Comprehensive and Progressive Trans-Pacific Partnership, CPTPP), en bij de lopende onderhandelingen over het regionaal alomvattend economisch partnerschap (Regional Comprehensive Economic Partnership, RCEP);

G.  overwegende dat Singapore sinds 2017 een hoge-inkomenseconomie is, met een bruto nationaal inkomen van 52 600 USD per hoofd van de bevolking; overwegende dat zijn economische groei tot de hoogste van de wereld behoort, met een jaarlijks gemiddelde van 7,7 % sinds de onafhankelijkheid;

H.  overwegende dat Singapore een van de makkelijkste landen ter wereld is om zaken mee te doen, een van 's werelds meest concurrerende economieën is en een van de minst corrupte landen ter wereld is;

I.  overwegende dat de industrie, in het bijzonder de elektronica en precisiemechanica, samen met de dienstensector de twee pijlers van Singapore's economie met een hoge toegevoegde waarde blijven;

J.  overwegende dat Singapore een mondiale speler is in financiële en verzekeringsdiensten;

K.  overwegende dat meer dan 10 000 Europese bedrijven hun regionale kantoren in Singapore hebben en in een klimaat van rechtszekerheid en zekerheid functioneren; overwegende dat ongeveer 50 000 Europese bedrijven naar Singapore exporteren, waarvan 83 % kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) zijn;

L.  overwegende dat de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore waarschijnlijk een zeer positief effect zal hebben op de handels- en investeringsstromen tussen de EU en Singapore; overwegende dat in een studie van 2018, opgesteld voor het Europees Parlement, wordt geschat dat gedurende de eerste vijf jaar het handelsvolume tussen de EU en Singapore met 10 % zal toenemen;

M.  overwegende dat andere grote economieën, zoals Japan, de VS en China, al over vrijhandelsovereenkomsten met Singapore beschikken, waardoor de Europese Unie een concurrentienadeel ondervindt;

N.  overwegende dat uit de handelsgerelateerde duurzaamheidseffectbeoordeling van de vrijhandelsovereenkomst EU-ASEAN van 2009 is gebleken dat deze bilaterale vrijhandelsovereenkomst voor beide partijen voordelig zal zijn wat betreft het nationaal inkomen, het bbp en de werkgelegenheid; overwegende dat voor de handelsbetrekkingen tussen de EU en Singapore en voor de recente periode geen specifieke handels- en duurzaamheidseffectbeoordeling is uitgevoerd;

O.  overwegende dat uit de analyse van de economische gevolgen van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore, die de Europese Commissie in 2013 heeft uitgevoerd, bleek dat het bbp van Singapore met 0,94 % (of 2,7 miljard EUR) en het bbp van de EU met 550 miljoen EUR zou kunnen groeien;

1.  is verheugd over de ondertekening van de vrijhandelsovereenkomst op 19 oktober 2018 in Brussel;

2.  onderstreept dat de onderhandelingen oorspronkelijk in 2012 waren afgerond en waren gebaseerd op de in april 2007 aangenomen onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad voor een vrijhandelsovereenkomst EU-ASEAN; betreurt de lange vertraging waarmee de overeenkomst ter ratificatie werd voorgelegd en die onder andere te wijten was aan het verzoek van de Commissie om een advies van het Europese Hof van Justitie teneinde duidelijkheid te verschaffen over de vraag of onder de overeenkomst vallende aangelegenheden tot de exclusieve bevoegdheid van de EU behoren of dat zij onder een gedeelde bevoegdheid vallen; is verheugd over de juridische duidelijkheid die het advies van het Europees Hof van Justitie heeft opgeleverd en is van mening dat dit de democratische en legitieme rol van het Europees Parlement heeft versterkt en duidelijkheid over de bevoegdheden van de EU op het gebied van het handelsbeleid heeft verschaft; is ingenomen met de ononderbroken inzet van Singapore ondanks deze vertraging, en dringt aan op een snelle inwerkingtreding van de overeenkomst, zodra die door het Parlement is geratificeerd;

3.  acht het van essentieel belang dat de EU een voortrekkersrol blijft vervullen bij een open en op regels gebaseerd handelsstelsel en is ingenomen met het feit dat 10 jaar na de start van de onderhandelingen de vrijhandelsovereenkomst EU-Singapore nu een belangrijk onderdeel daarvan is; doet derhalve een beroep op de Commissie en de lidstaten om actief contact met andere partners in de wereld te zoeken bij het voortdurend streven naar een ambitieuze mondiale, billijke en open handelsagenda waarbij lering wordt getrokken uit en wordt voortgebouwd op de vrijhandelsovereenkomst met Singapore;

4.  benadrukt het economische en strategische belang van deze overeenkomst, aangezien Singapore een knooppunt is voor de hele ASEAN-regio; is van mening dat deze overeenkomst een belangrijke stap is naar en de precedent zal scheppen voor handels- en investeringsovereenkomsten met andere ASEAN-lidstaten en dat zij een opstap is voor een toekomstige interregionale handelsovereenkomst; benadrukt tevens dat deze overeenkomst zal voorkomen dat de exporteurs van de EU concurrentienadeel ondervinden ten opzichte van de andere CPTPP- en RCEP-landen; is verheugd over het feit dat de sluiting van deze overeenkomst, als onderdeel van een wereldwijde billijke en open handelsagenda van de EU, niet alleen consumenten grote voordelen zal opleveren, maar ook de werknemers;

5.  wijst erop dat Singapore de meeste van zijn tarieven op EU-producten al had afgeschaft en dat door deze overeenkomst de weinige resterende tarieven volledig zullen worden geschrapt zodra de overeenkomst in werking treedt;

6.  is verheugd over het feit dat Singapore bepaalde maatregelen zal schrappen die handelsbelemmeringen kunnen vormen, zoals dubbele veiligheidstests voor auto's en auto-onderdelen en elektronica, hetgeen de export van goederen door EU-bedrijven naar Singapore zal vereenvoudigen;

7.  onderstreept dat EU-bedrijven dankzij de overeenkomst een betere toegang hebben tot de dienstenmarkt van Singapore, bijvoorbeeld op het gebied van financiële, telecommunicatie- en postdiensten, engineering en architectonische diensten en zeevervoer, en dat deze liberalisering een aanpak met een "positieve lijst" volgt;

8.  herinnert eraan dat met betrekking tot de liberalisering van financiële diensten de overeenkomst een prudentiële uitzonderingsbepaling bevat, die partijen toestaat maatregelen om prudentiële redenen te nemen of te handhaven en met name om spaarders en beleggers te beschermen en om de integriteit en stabiliteit van de financiële systemen van partijen te waarborgen;

9.  is verheugd over het feit dat Singapore op 21 juni 2017 de Multilaterale overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten (Multilateral Competent Authority Agreement, MCAA) voor het toepassen van de mondiale standaard voor de automatische uitwisseling van gegevens voor belastingdoeleinden heeft ondertekend, en op 30 juni 2017 de OESO op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen om de automatische uitwisseling in het kader van die overeenkomst op te starten met alle lidstaten van de EU waarmee geen bilaterale overeenkomst met ditzelfde doel bestond; stelt vast dat Singapore noch op de "zwarte lijst" noch op de "watchlist" van niet-coöperatieve rechtsgebieden van de Groep gedragscode van de EU staat, hoewel het land kritiek van sommige ngo's te verduren kreeg vanwege het toekennen van belastingfaciliteiten aan ondernemingen;

10.  benadrukt dat de toegang tot de markt voor overheidsopdrachten van Singapore in het kader van deze overeenkomst is verbeterd in vergelijking met de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten; onderstreept dat bij de gunning van openbare aanbestedingen eveneens rekening moet worden gehouden met sociale en milieucriteria; benadrukt dat bij openbare aanbestedingen zowel in de EU als in Singapore het belang van de burger voorop moet blijven staan;

11.  is ingenomen met het feit dat Singapore ermee heeft ingestemd een registratiesysteem voor geografische aanduidingen op te zetten waarmee rond 190 geografische aanduidingen van de EU zullen worden beschermd, met de mogelijkheid om in een later stadium aanduidingen toe te voegen; herinnert eraan dat de EU in 2016 voor 2,2 miljard EUR aan agrovoedingsproducten naar Singapore heeft geëxporteerd en merkt op dat Singapore de op vier na grootste markt in Azië is voor de EU-uitvoer van voedsel en drank, hetgeen grote kansen biedt voor EU-landbouwers en producenten van agrovoeding; is derhalve ingenomen met de toezegging van Singapore om in deze overeenkomst nulrechten op agrovoeding te handhaven en een systeem in te voeren voor de certificering van EU-vleesproducerende bedrijven die naar Singapore willen exporteren; betreurt echter het feit dat de overeenkomst geen automatische bescherming biedt voor de 196 geografische aanduidingen van de EU, die in de bijlage bij het hoofdstuk over intellectuele-eigendomsrechten zijn opgenomen, aangezien alle geografische aanduidingen van de EU, ongeacht hun oorsprong, moeten worden onderzocht en de publicatieprocedure (en eventueel de oppositieprocedure) moeten doorlopen, volgens de registratieprocedure in Singapore, om te worden beschermd; onderstreept dat de uitvoeringswetgeving inzake geografische aanduidingen waarmee het Singaporese register voor geografische aanduidingen en de Singaporese registratieprocedure voor geografische aanduidingen worden ingevoerd, in werking treedt zodra de overeenkomst door het Parlement is geratificeerd; verzoekt de Singaporese autoriteiten onmiddellijk werk te maken van de registratieprocedure en onverwijld het register op te zetten en in werking te stellen na ratificatie van de overeenkomst door het Parlement; moedigt de Commissie ertoe aan intensief met de Singaporese autoriteiten te blijven samenwerken om ervoor te zorgen dat het hoogste aantal geografische aanduidingen van de EU wordt beschermd overeenkomstig de in de vrijhandelsovereenkomst vastgelegde bescherming, zonder enige uitzondering of beperking (met inbegrip van bijlagen of voetnoten);

12.  benadrukt dat de overeenkomst het recht erkent van de lidstaten om op alle niveaus openbare diensten te bepalen en te verlenen, en dat de overeenkomst regeringen niet belet om geprivatiseerde diensten opnieuw tot openbare diensten te maken;

13.  onderstreept dat de overeenkomst het recht van de EU vrijwaart om haar eigen normen te handhaven en toe te passen op alle in de EU verkochte goederen en diensten en dat derhalve alle invoer uit Singapore aan de EU-normen moet voldoen; onderstreept dat de EU-normen nooit als handelsbelemmeringen mogen worden beschouwd, en onderstreept het belang van het bevorderen van deze normen op wereldniveau; wijst erop dat niets in de overeenkomst de toepassing van het voorzorgsbeginsel, zoals vervat in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, belet;

14.  benadrukt het belang van een op waarden gebaseerd en verantwoord handelsbeleid en de noodzaak om de duurzame ontwikkeling te bevorderen; is derhalve verheugd over het feit dat beide partijen in het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling hebben toegezegd hoge niveaus van milieu- en arbeidsbescherming te zullen waarborgen, en dat deze overeenkomst bijgevolg kan worden beschouwd als een progressieve handelsovereenkomst; merkt op dat de overeenkomst ook een hoofdstuk over niet-tarifaire belemmeringen bij de opwekking van duurzame energie bevat; wijst erop dat de overeenkomst tussen de EU en Singapore een instrument zou kunnen zijn om de klimaatverandering te bestrijden en de maatregelen en investeringen die voor een duurzame, koolstofarme toekomst nodig zijn te versnellen; verzoekt de EU en Singapore alle nodige acties te ondernemen om de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling ten uitvoer te leggen;

15.  herinnert eraan dat de partijen hebben toegezegd aanhoudende inspanningen te zullen verrichten om de fundamentele IAO-verdragen te ratificeren en daadwerkelijk ten uitvoer te leggen; neemt nota van de tot dusver door de regering van Singapore verstrekte informatie met betrekking tot de naleving door Singapore van de drie resterende fundamentele IAO-verdragen, namelijk die betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, betreffende discriminatie en betreffende gedwongen arbeid, en roept Singapore op verder met de IAO samen te werken teneinde vorderingen te maken op weg naar de volledige overeenstemming met de inhoud van de verdragen, en ze uiteindelijk binnen een redelijke termijn te ratificeren;

16.  is verheugd over de toezegging om de multilaterale milieuovereenkomsten zoals de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, en over het streven naar het duurzaam beheer van bossen en visserij;

17.  benadrukt dat de samenwerking op regelgevingsgebied vrijwillig is en op geen enkele manier het recht om te reguleren mag beperken;

18.  spoort de partijen ertoe aan om volledig gebruik te maken van de regels inzake dierenwelzijn en om zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de vrijhandelsovereenkomst een gezamenlijke werkgroep op te richten om overeenstemming te bereiken over een actieplan voor relevante sectoren zoals het welzijn van vissen in de aquacultuur;

19.  benadrukt dat de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en de sociale partners bij het toezicht op de uitvoering van de overeenkomst van cruciaal belang is, en pleit ervoor snel na de inwerkingtreding van de overeenkomst interne adviesgroepen op te richten en bepleit een evenwichtige vertegenwoordiging van het maatschappelijk middenveld in deze adviesgroepen; roept de Commissie ertoe op voldoende financiële middelen toe te wijzen om hen in staat te stellen doeltreffend te werken, alsmede ondersteuning te bieden om een constructieve deelname van het maatschappelijk middenveld te garanderen;

20.  merkt opdat de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Singapore de mogelijkheid voor de EU omvat om de vrijhandelsovereenkomst op te schorten indien Singapore de fundamentele mensenrechten schendt;

21.  verzoekt de Commissie goed gebruik te maken van de algemene evaluatieclausule van de overeenkomst zo spoedig mogelijk ten uitvoer te leggen teneinde de afdwingbaarheid van de arbeids- en milieuregels te verbeteren mede, onder de verschillende handhavingsmethodes, het overwegen van een op sancties gebaseerd mechanisme als laatste redmiddel;

22.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de EDEO, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van de Republiek Singapore.

(1)

PB C 101 van 16.3.2018, blz. 30.

(2)

PB C 35 van 31.1.2018, blz. 21.

(3)

Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(0000)0000.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Besluit van de Raad betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore

Document- en procedurenummers

2018/0093M(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

6.9.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

INTA

13.9.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

David Martin

16.5.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

10.7.2018

5.11.2018

3.12.2018

 

Datum goedkeuring

24.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

10

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Arena, David Campbell Bannerman, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Eleonora Forenza, Karoline Graswander-Hainz, Christophe Hansen, Heidi Hautala, Yannick Jadot, France Jamet, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Kārlis Šadurskis, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, William (The Earl of) Dartmouth, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Syed Kamall, Frédérique Ries, Fernando Ruas, Paul Rübig, Pedro Silva Pereira, Ramon Tremosa i Balcells, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

José Blanco López, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Jozo Radoš, Jasenko Selimovic, Mihai Ţurcanu, Anna Záborská

Datum indiening

29.1.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

25

+

ALDE

Jozo Radoš, Frédérique Ries, Jasenko Selimovic, Ramon Tremosa i Balcells

ECR

David Campbell Bannerman, Syed Kamall, Joachim Starbatty, Jan Zahradil

EFDD

William (The Earl of) Dartmouth

PPE

Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Christophe Hansen, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Sorin Moisă, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Fernando Ruas, Paul Rübig, Kārlis Šadurskis, Adam Szejnfeld, Mihai Ţurcanu, Jarosław Wałęsa, Anna Záborská

S&D

Bernd Lange, David Martin, Pedro Silva Pereira

10

-

ENF

France Jamet

GUE/NGL

Eleonora Forenza, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Helmut Scholz

S&D

Maria Arena, José Blanco López, Karoline Graswander-Hainz, Joachim Schuster

VERTS/ALE

Yannick Jadot

2

0

S&D

Jude Kirton-Darling

VERTS/ALE

Heidi Hautala

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 5 februari 2019Juridische mededeling