Procedure : 2018/2080(INL)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0050/2019

Ingediende teksten :

A8-0050/2019

Debatten :

PV 11/02/2019 - 17
CRE 11/02/2019 - 17

Stemmingen :

PV 12/02/2019 - 9.19
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0080

VERSLAG     
PDF 272kWORD 83k
29.1.2019
PE 631.819v03-00 A8-0050/2019

over de ontwerpverordening van het Europees Parlement inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (statuut van de Europese Ombudsman) en tot intrekking van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom

(2018/2080(INL) – 2019/0900(APP))

Commissie constitutionele zaken

Rapporteur: Paulo Rangel

(Initiatief – Artikel 45 van het Reglement)

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE BIJ DE ONTWERPRESOLUTIE
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie verzoekschriften
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de ontwerpverordening van het Europees Parlement inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (statuut van de Europese Ombudsman) en tot intrekking van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom

(2018/2080(INL)2019/0900(APP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 228, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien de artikelen 41 en 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 45 en 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en het advies van de Commissie verzoekschriften (A8-0050/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de bijgevoegde ontwerpverordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter de bijgevoegde ontwerpverordening te doen toekomen aan de Raad en de Commissie in het kader van de procedure van artikel 228, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter, nadat de Raad de bijgevoegde ontwerpverordening na advies van de Commissie heeft goedgekeurd, te zorgen voor publicatie van de verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie.


BIJLAGE BIJ DE ONTWERPRESOLUTIE

Ontwerpverordening van het Europees Parlement inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (statuut van de Europese Ombudsman) en tot intrekking van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom

HET EUROPEES PARLEMENT,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 228, lid 4,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis, lid 1,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien de goedkeuring van de Raad,

Gezien het advies van de Commissie,

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt moeten worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 20, lid 2, onder d), en artikel 228, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(2)  Meer bepaald wordt in artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie het recht op behoorlijk bestuur als een grondrecht van de Europese burgers erkend. In artikel 43 van het Handvest is het recht van burgers van de Unie neergelegd om zich in verband met gevallen van wanbeheer in het optreden van de instellingen, organen en instanties tot de Europese ombudsman te wenden. Met het oog op de doeltreffendheid van deze rechten en teneinde de ombudsman beter in staat te stellen om grondig en onpartijdig onderzoek te verrichten, moet de ombudsman kunnen beschikken over alle instrumenten die nodig zijn om de in de Verdragen en onderhavige verordening bedoelde taken met succes te kunnen uitvoeren.

(3)  Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement(1) is laatstelijk gewijzigd in 2008. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 werd voorzien in een nieuw rechtskader voor de Unie. Meer bepaald is het Europees Parlement overeenkomstig artikel 228, lid 4, VWEU, bevoegd om, na advies van de Commissie en met goedkeuring van de Raad, bij verordeningen het statuut van de ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt vast te stellen. Het is dan ook wenselijk om Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom in te trekken en te vervangen door een verordening overeenkomstig de nu geldende rechtsgrondslag.

(4)  Bij de vaststelling van de voorwaarden waaronder een klacht bij de ombudsman kan worden ingediend, moet het beginsel van volledige, vrije en gemakkelijke toegang in acht worden genomen, onverminderd specifieke beperkingen met betrekking tot de samenloop van nieuwe of lopende gerechtelijke of administratieve procedures.

(5)  Het is noodzakelijk de procedures vast te stellen die moeten worden gevolgd wanneer uit onderzoek van de ombudsman blijkt dat er sprake is van wanbeheer. Ook moet worden bepaald dat de ombudsman aan het einde van iedere jaarlijkse zitting bij het Europees Parlement een omvattend verslag moet indienen.

(6)  Ter versterking van de rol van de ombudsman is het wenselijk de ombudsman in staat te stellen om, naast diens primaire taak om klachten te behandelen, op eigen initiatief onderzoeken in te stellen om herhaalde gevallen van wanbeheer op te sporen en goede administratieve praktijken binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie te bevorderen.

(7)   Om de doeltreffendheid van het optreden van de ombudsman te vergroten, moet de ombudsman het recht hebben om uit eigen beweging of naar aanleiding van een klacht onderzoek te verrichten in vervolg op eerder onderzoek om vast te stellen of en zo ja in hoeverre de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan gevolg heeft gegeven aan de gedane aanbevelingen. De ombudsman moet voorts het recht hebben om in zijn jaarverslag aan het Europees Parlement een beoordeling op te nemen van het nalevingspercentage van de aanbevelingen van de ombudsman, alsook een beoordeling van de toereikendheid van de middelen waarover de ombudsman kan beschikken om de krachtens de Verdragen en onderhavige verordening op hem rustende taken te vervullen.

(8)  De ombudsman moet toegang hebben tot alle elementen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn ambt. Daartoe moeten de instellingen, organen en instanties van de Unie verplicht worden de ombudsman alle inlichtingen te verstrekken waarom deze verzoekt, onverminderd de verplichtingen die krachtens Verordening (EU) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad(2) op de ombudsman rusten. Toegang tot gerubriceerde gegevens en documenten moet uitsluitend worden verleend indien de regels inzake de verwerking van vertrouwelijke informatie van de betrokken instellingen, organen of instanties van de Unie worden nageleefd. De instellingen, organen of instanties die gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken, moeten de ombudsman van de rubricering daarvan op de hoogte stellen. Voor de tenuitvoerlegging van de regels inzake de verwerking van vertrouwelijke informatie door de betrokken instellingen, organen of instanties van de Unie, moet de ombudsman vooraf met de betrokken instellingen, organen of instanties overeenstemming bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens of documenten en andere informatie die onder de verplichting inzake beroepsgeheim valt. Indien de ombudsman van oordeel is dat de gevraagde bijstand niet wordt verleend, moet hij hiervan melding maken aan het Europees Parlement, dat passende stappen dient te ondernemen.

(9)  De ombudsman en het personeel van de ombudsman moeten verplicht worden de informatie waarvan zij in het kader van de uitoefening van hun taken kennis hebben genomen, geheim te houden. Indien de ombudsman evenwel in het kader van een onderzoek kennis heeft genomen van feiten die zijns inziens onder het strafrecht vallen, dient hij de bevoegde autoriteiten hiervan op de hoogte brengen. De ombudsman moet ook de betrokken instellingen, organen of instanties van de Unie op de hoogte kunnen brengen van feiten die ongeoorloofd gedrag van een van hun personeelsleden aan het licht brengen.

(10)  Er moet rekening worden gehouden met de recente wijzigingen met betrekking tot de bescherming van de financiële belangen van de Unie tegen strafbare feiten, met name de instelling van het Europees Openbaar Ministerie bij Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(3), zodat de ombudsman het Europees Openbaar Ministerie in kennis kan stellen van alle informatie die onder de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie valt. Met het oog op de volledige eerbiediging van het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging zoals neergelegd in artikel 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, is het voorts wenselijk dat de ombudsman, wanneer hij het Europees Openbaar Ministerie in kennis stelt van informatie die onder de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie valt, aan de betrokken persoon en aan de klager melding doet van deze kennisgeving.

(11)   De ombudsman moet kunnen samenwerken met soortgelijke instanties in de lidstaten, met eerbiediging van de toepasselijke nationale wetgeving. Het is voorts wenselijk om stappen te nemen om de ombudsman in staat te stellen samen te werken met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, aangezien een dergelijke samenwerking kan leiden tot een doeltreffender uitvoering door de ombudsman van zijn taken.

(12) Het is de taak van het Europees Parlement om de ombudsman aan het begin en voor de duur van elke zittingsperiode te benoemen. De ombudsman moet worden gekozen uit een lijst van personen die burgers zijn van de Unie en alle vereiste waarborgen van onafhankelijkheid en bekwaamheid bieden. Ook dient te worden vastgesteld onder welke voorwaarden de ambtsvervulling van de ombudsman eindigt en dienen de voorwaarden voor vervanging van de ombudsman te worden vastgesteld.

(13)  De ombudsman dient zijn ambt volkomen onafhankelijk uit te oefenen. Hiertoe moet hij zich bij zijn ambtsaanvaarding ten overstaan van het Hof van Justitie plechtig verbinden. De onverenigbaarheden, de bezoldiging en de voorrechten en immuniteiten van de ombudsman moeten worden vastgesteld.

(14)  Er moeten bepalingen worden vastgesteld inzake de zetel van de ombudsman, waarbij de zetel van de ombudsman gelijk moet zijn aan die van het Europees Parlement. Voorts moeten er niet alleen bepalingen worden vastgesteld inzake de ambtenaren en personeelsleden van het secretariaat dat de ombudsman zal bijstaan, maar ook inzake de begroting daarvoor.

(15)  Het is aan de ombudsman om de uitvoeringsbepalingen voor deze verordening vast te stellen. Teneinde de rechtszekerheid en de hoogste normen voor de uitoefening van het ambt van de ombudsman te waarborgen, moet in deze verordening worden vastgesteld welke voorschriften minimaal in de uitvoeringsbepalingen opgenomen moeten worden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Bij deze verordening worden het statuut van de ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt ("statuut van de Europese ombudsman") vastgesteld.

2.   De ombudsman handelt onafhankelijk van de instellingen, organen en instanties van de Unie, overeenkomstig de krachtens de Verdragen aan de ombudsman toegekende bevoegdheden, en houdt naar behoren rekening met de artikelen 20, lid 2, onder d) en 228 VWEU, alsook met artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie betreffende het recht op behoorlijk bestuur.

3.   Bij de uitvoering van de in de Verdragen en in deze verordening genoemde taken mag de ombudsman niet interveniëren in een procedure voor een rechterlijke instantie en evenmin de gegrondheid van een rechterlijke beslissing of de bevoegdheid van een rechterlijke instantie om een uitspraak te doen, in twijfel trekken.

Artikel 2

1.  De ombudsman helpt bij het aan het licht brengen van wanbeheer bij de activiteiten van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van diens gerechtelijke taken, en doet waar passend aanbevelingen om het wanbeheer te beëindigen. Over het optreden van andere autoriteiten of personen kan bij de ombudsman geen klacht worden ingediend.

2.  Elke burger van de Unie of elke natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat van de Unie heeft het recht zich rechtstreeks of via een lid van het Europees Parlement tot de ombudsman te wenden met een klacht over een geval van wanbeheer bij het optreden van de instellingen, organen of instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak. Zodra de ombudsman een klacht heeft ontvangen, stelt hij de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan hiervan onmiddellijk in kennis.

3.  In de klacht moeten het onderwerp van de klacht en de identiteit van de klager duidelijk worden vermeld. De klager kan verzoeken om vertrouwelijke behandeling van de klacht of delen daarvan.

4.  De klacht moet zijn ingediend binnen drie jaar na de datum waarop de klager in kennis is gesteld van de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen. Voorafgaand aan de klacht moeten de passende administratieve stappen bij de betrokken instellingen, organen en instanties zijn ondernomen.

5.  De ombudsman bepaalt of een klacht binnen zijn mandaat valt en, zo ja, of de klacht ontvankelijk is. Wanneer een klacht buiten zijn mandaat valt of niet ontvankelijk is, kan de ombudsman, alvorens het dossier te sluiten, de klager adviseren zich tot een andere instantie te wenden.

6.  Bij de ombudsman ingediende klachten schorsen de voor een beroep op de rechter of een administratief beroep vastgestelde termijnen niet.

7.  Wanneer de ombudsman vanwege een lopende of afgeronde gerechtelijke procedure over de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen een klacht niet-ontvankelijk moet verklaren of moet stoppen met de behandeling ervan, worden de resultaten van het onderzoek dat hij eventueel reeds heeft verricht ter zijde gelaten.

8.  Bij de ombudsman kunnen slechts klachten worden ingediend over de arbeidsverhoudingen tussen de instellingen, organen en instanties van de Unie en hun ambtenaren en andere personeelsleden, indien alle mogelijkheden tot het indienen van interne administratieve verzoeken en klachten, met name de procedures bedoeld in artikel 90 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, vervat in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad(4) ("het Statuut"), door de betrokkene zijn uitgeput en nadat de termijnen voor beantwoording door de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan zijn verstreken.

9.  De ombudsman stelt de klager zo spoedig mogelijk in kennis van het gevolg dat aan zijn klacht is gegeven.

Artikel 3

1.  De ombudsman verricht op eigen initiatief of naar aanleiding van een klacht alle onderzoeken, met inbegrip van onderzoeken naar aanleiding van eerdere onderzoeken, die hij nodig acht voor het ophelderen van vermoede gevallen van wanbeheer bij het optreden van de instellingen, organen en instanties van de Unie. De ombudsman treedt op zonder dat daarvoor voorafgaande toestemming nodig is en informeert de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan tijdig over zijn optreden. De betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan kan de ombudsman nuttige opmerkingen of bewijsstukken doen toekomen. De ombudsman kan de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan ook verzoeken om indiening van dergelijke opmerkingen of bewijsstukken.

2.  Onverminderd de primaire taak van de ombudsman, namelijk het afhandelen van klachten, kan de ombudsman op eigen initiatief onderzoeken instellen met een strategischer karakter, om herhaalde of zeer ernstige gevallen van wanbeheer vast te stellen, goede administratieve praktijken binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie te bevorderen of proactief structurele aangelegenheden van openbaar belang die onder de bevoegdheid van de ombudsman vallen aan te pakken.

3.  De instellingen, organen en instanties van de Unie verstrekken de ombudsman alle informatie waarom hij heeft verzocht en verlenen hem toegang tot de betrokken dossiers. Bij het verlenen van toegang tot gerubriceerde gegevens of documenten worden de regels inzake de verwerking van vertrouwelijke informatie van de betrokken instellingen, organen of instanties nageleefd.

De instellingen, organen of instanties die gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken overeenkomstig de eerste alinea, stellen de ombudsman vooraf van deze rubricering in kennis.

Voor de tenuitvoerlegging van de in de eerste alinea bedoelde regels moet de ombudsman vooraf met de betrokken instellingen, organen of instanties overeenstemming bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens of documenten.

De betrokken instellingen, organen of instanties verlenen slechts toegang tot documenten van een lidstaat die op grond van een wettelijke bepaling als geheim geclassificeerd zijn, nadat de diensten van de ombudsman passende maatregelen hebben genomen en waarborgen hebben vastgesteld inzake de behandeling van documenten die een gelijkwaardig niveau van vertrouwelijkheid garanderen, in overeenstemming met artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 en de veiligheidsregels van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie.

Ambtenaren en andere personeelsleden van de instellingen, organen en instanties van de Unie leggen op verzoek van de ombudsman een getuigenis af over feiten die verband houden met een lopend onderzoek van de ombudsman. Zij spreken namens hun instelling, orgaan of instantie. Zij blijven gebonden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de regels waaraan zij onderworpen zijn.

4.  Voor zover hun nationale recht dit toestaat, verstrekken de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de ombudsman, op diens verzoek of op eigen initiatief, binnen een zo kort mogelijke tijdspanne alle informatie of documenten die licht kunnen werpen op gevallen van wanbeheer door de instellingen, organen of instanties van de Unie. Indien dergelijke informatie of een dergelijk document valt onder het nationale recht inzake de verwerking van vertrouwelijke informatie of onder bepalingen op grond waarvan de informatie niet mag worden gedeeld, kan de betrokken lidstaat de ombudsman toegang bieden tot deze informatie of tot dit document, mits de ombudsman zich ertoe verbindt deze informatie of dit document te verwerken met instemming van de bevoegde informatieverstrekkende autoriteit. Er wordt in ieder geval een gedetailleerde beschrijving van het document verstrekt.

5.  Wanneer de door de ombudsman gevraagde bijstand niet wordt verleend, meldt de ombudsman dit aan het Europees Parlement, dat passende stappen dient te ondernemen.

6.  Wanneer na onderzoek wordt geconstateerd dat er sprake is van wanbeheer, stelt de ombudsman de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan hiervan in kennis en doet hij, waar passend, aanbevelingen. De betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan doet de ombudsman binnen een termijn van drie maanden een gedetailleerd standpunt toekomen. De ombudsman kan deze termijn op verzoek van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan met maximaal twee maanden verlengen. Wanneer de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan nalaat om de ombudsman binnen drie maanden of binnen de verlengde termijn een standpunt te doen toekomen, kan de ombudsman zijn onderzoek zonder dat standpunt afsluiten.

7.  De ombudsman zendt vervolgens een verslag aan de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan en, met name wanneer de aard of de omvang van het wanbeheer dat is geconstateerd zulks vereist, aan het Europees Parlement. De ombudsman kan in het verslag aanbevelingen doen. De klager wordt door de ombudsman in kennis gesteld van het resultaat van het onderzoek, van het standpunt van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan, alsmede van de eventuele aanbevelingen in het verslag van de ombudsman.

8.  Indien passend kan de ombudsman in verband met een onderzoek naar de activiteiten van een instelling, orgaan of instantie van de Unie op eigen initiatief of op verzoek van het Europees Parlement op het meest passende niveau verschijnen voor het Europees Parlement.

9.  De ombudsman tracht zoveel mogelijk met de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan tot een oplossing te komen om een einde te maken aan het wanbeheer en met betrekking tot de ingediende klacht genoegdoening te verschaffen. De ombudsman stelt de indiener in kennis van de voorgestelde oplossing en van de eventuele opmerkingen van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan. De klager heeft het recht om, indien hij dit wenst, opmerkingen bij de ombudsman in te dienen.

10.  Aan het einde van elke jaarlijkse zitting legt de ombudsman het Europees Parlement een verslag voor met het resultaat van zijn onderzoeken. Dit verslag bevat onder meer een beoordeling van de naleving van de aanbevelingen van de ombudsman, alsook een beoordeling van de toereikendheid van de middelen waarover de ombudsman kan beschikken om zijn taken te vervullen. Over deze beoordelingen kunnen ook afzonderlijke verslagen worden opgesteld.

Artikel 4

1.  De ombudsman en het personeel van de ombudsman, op wie artikel 339 VWEU en artikel 194 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, mogen de gegevens en documenten waarvan zij in het kader van hun onderzoek kennis hebben genomen niet verspreiden. Zij zijn er met name toe gehouden aan de ombudsman verstrekte gerubriceerde gegevens of documenten die vallen onder de wetgeving van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens, evenals gegevens die de klager of andere betrokken personen schade zouden kunnen berokkenen, niet openbaar te maken, zulks onverminderd lid 2.

2.  Indien de ombudsman van oordeel is dat feiten die tijdens een onderzoek aan het licht gekomen zijn mogelijk betrekking hebben op het strafrecht, stelt hij de bevoegde nationale autoriteiten en, voor zover het onderwerp binnen hun bevoegdheden valt, het Europees Bureau voor fraudebestrijding en het Europees Openbaar Ministerie hiervan in kennis. In voorkomend geval stelt de ombudsman ook de instelling, het orgaan of de instantie van de Unie waartoe de betrokken ambtenaar of het betrokken personeelslid behoort hiervan in kennis, die in een dergelijk geval toepassing kan geven aan artikel 17, tweede alinea, van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.

De ombudsman kan voorts de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie in kennis stellen van de feiten op basis waarvan het gedrag van een van hun personeelsleden in twijfel wordt getrokken en van aanhoudende activiteiten die ten gevolg hebben dat het lopende onderzoek wordt belemmerd.

De ombudsman stelt de klager en andere betrokken personen van wie de identiteit bekend is, hiervan in kennis.

Artikel 5

De ombudsman en zijn personeel behandelen verzoeken om toegang van het publiek tot documenten - andere dan die bedoeld in artikel 4, lid 1 - overeenkomstig de voorwaarden en beperkingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

Artikel 6

1.  De ombudsman kan samenwerken met soortgelijke instanties in de lidstaten mits hij daarbij de toepasselijke nationale wetgeving naleeft.

2.  In het kader van zijn ambt werkt de ombudsman samen met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en met andere instellingen en organen, waarbij overlapping met hun activiteiten wordt vermeden.

Artikel 7

1.  De ombudsman wordt gekozen en is herbenoembaar overeenkomstig artikel 228, lid 2, VWEU.

2.  De ombudsman wordt gekozen uit vooraanstaande personen die burgers zijn van de Unie, politieke en burgerrechten bezitten, alle waarborgen van onafhankelijkheid bieden, in de voorgaande drie jaar noch deel uit hebben gemaakt van een nationale regering, noch lid zijn geweest van een van de instellingen van de Unie, voldoen aan vereisten inzake onafhankelijkheid die gelijkwaardig zijn aan die welke in hun land worden gesteld voor de uitoefening van een rechterlijke functie en beschikken over erkende bekwaamheid en ervaring voor de uitoefening van het ambt van ombudsman.

Artikel 8

1.  De ambtsvervulling van de ombudsman als bedoeld in de Verdragen en onderhavige verordening eindigt bij het verstrijken van zijn ambtsperiode of bij vrijwillig ontslag of ontheffing van de ombudsman uit zijn ambt.

2.  Behalve in het geval van ontheffing van de ombudsman uit zijn ambt, blijft de ombudsman in functie totdat er een nieuwe ombudsman is gekozen.

3.  Wanneer de ambtsvervulling voortijdig eindigt, wordt binnen drie maanden na het vacant komen van de post een nieuwe ombudsman benoemd voor de resterende duur van de zittingsperiode van het Europees Parlement. Totdat een nieuwe ombudsman is gekozen, is het in artikel 12, lid 2, bedoelde hoofd van het secretariaat verantwoordelijk voor dringende aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de ombudsman vallen.

Artikel 9

Wanneer het Europees Parlement voornemens is om overeenkomstig artikel 228, lid 2, VWEU te verzoeken om ontheffing van de ombudsman uit zijn ambt, hoort het de ombudsman alvorens een dergelijk verzoek te doen.

Artikel 10

1.  Bij de uitoefening van de in de Verdragen en in deze verordening genoemde taken handelt de ombudsman in overeenstemming met artikel 228, lid 3, VWEU. De ombudsman onthoudt zich van elke handeling die onverenigbaar is met aard van deze taken.

2.  Bij zijn ambtsaanvaarding verbindt de ombudsman zich er ten overstaan van het Hof van Justitie in voltallige zitting plechtig toe de in de Verdragen en in deze verordening bedoelde taken geheel onafhankelijk en onpartijdig te zullen uitoefenen en tijdens de hele ambtstermijn en na beëindiging ervan de uit zijn functie voortvloeiende verplichtingen ten volle te zullen naleven. Deze plechtige belofte omvat met name de verplichting om integer en discreet te handelen bij het aanvaarden van bepaalde benoemingen of voordelen na afloop van de ambtstermijn.

Artikel 11

1.  Gedurende zijn ambtsperiode mag de ombudsman geen andere politieke, administratieve of beroepswerkzaamheden, al dan niet tegen beloning, verrichten.

2.  De ombudsman wordt wat zijn bezoldiging, vergoedingen en pensioen betreft, gelijkgesteld aan een rechter bij het Hof van Justitie.

3.  De artikelen 11 tot en met 14 en artikel 17 van Protocol nr. 7 zijn van toepassing op de ombudsman en de ambtenaren en andere personeelsleden van het secretariaat van de ombudsman.

Artikel 12

1.  De ombudsman krijgt de beschikking over een passende begroting die toereikend is om zijn onafhankelijkheid te waarborgen en de in de Verdragen en in deze verordening bedoelde taken te kunnen uitvoeren.

2.  De ombudsman wordt bijgestaan gestaan door een secretariaat. De ombudsman benoemt het hoofd van dit secretariaat.

3.  De ambtenaren en personeelsleden van het secretariaat van de ombudsman zijn onderworpen aan de voorschriften en regels die van toepassing zijn op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Unie. Hun aantal wordt jaarlijks vastgesteld in het kader van de begrotingsprocedure en is toereikend voor een passende uitvoering van de taken van de ombudsman en met het oog op zijn werklast.

4.  De bij het secretariaat van de ombudsman aangestelde ambtenaren van de Europese Unie en van de lidstaten worden gedetacheerd in het belang van de dienst met de garantie dat zij bij terugkeer in hun instelling, orgaan of instantie van oorsprong volledige rechten kunnen doen gelden.

5.  Voor vraagstukken betreffende zijn personeel wordt de ombudsman gelijkgesteld aan de instellingen in de zin van artikel 1 bis van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Artikel 13

De ombudsman heeft zijn zetel in dezelfde plaats als het Europees Parlement.

Artikel 14

Elke mededeling aan de nationale autoriteiten van de lidstaten ter fine van de toepassing van deze verordening, verloopt via hun permanente vertegenwoordigingen bij de Unie.

Artikel 15

De ombudsman stelt de uitvoeringsbepalingen van deze verordening vast. Deze moeten in overeenstemming zijn met deze verordening en ten minste bepalingen bevatten inzake:

(a)   procedurele rechten van de klager en de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan en inzake het waarborgen van de bescherming van personen die inbreuken op het recht van de Unie melden (klokkenluiders) binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie, in overeenstemming met artikel 22 bis van het Statuut van de ambtenaren.

(b)  de ontvangst, behandeling en afsluiting van de behandeling van klachten;

(c)  onderzoeken op eigen initiatief;

(d)  vervolgonderzoeken;

(e)  het verzamelen van informatie.

Artikel 16

Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom wordt ingetrokken.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te …

    Voor het Europees Parlement

De voorzitter

(1)

  Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15).

(2)

Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement en de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(3)

Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM"), PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.

(4)

PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.


TOELICHTING

I. Ratio essendi

De eerste Europese Ombudsman trad in 1995 in functie, nadat dit orgaan in 1992 bij het Verdrag van Maastricht was opgericht. Na meer dan 20 jaar van activiteit heeft de Ombudsman een reputatie en werkmethoden opgebouwd die hebben bijgedragen aan het groeiende prestige en aan de morele en sociale erkenning van de rol van dit orgaan.

Het statuut is de afgelopen tien jaar niet geactualiseerd. In feite dateert het nu ingetrokken besluit van vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Het is dus uiterst belangrijk om de bepalingen ervan aan te passen aan de toepasselijke Verdragen en tegelijk te waarborgen dat dit orgaan een specifieke en beslissende rol blijft spelen in het constitutionele kader van de Europese Unie.

II. Onafhankelijkheid en zachte macht: de twee pijlers van de constitutionele status van de Europese Ombudsman

De negentiende-eeuwse Scandinavische instelling van de ombudsman is bekrachtigd door de nationale en regionale rechtsorden van bijna alle lidstaten. In dit opzicht vormt het recht van de Unie de dag van vandaag geen uitzondering. De ombudsautoriteiten, van de Berlijnse Petitionsausschuss tot de Spaanse Defensor del Pueblo, hebben ondanks alle onderlinge verschillen steevast enkele kenmerken gemeen, die betrekking hebben op de constitutionele taken van de ombudsman.

De ombudsman is een médiateur, een defensor, een provedor. Dit orgaan mag bij de uitoefening van zijn taken niet afhankelijk zijn van andere instellingen, organen of instanties, noch vanuit politiek noch vanuit fiscaal oogpunt. Met het nieuwe statuut wordt dan ook beoogd de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van deze autoriteit te versterken.

In feite ligt de institutionele kracht van de Ombudsman - die geen echte handhavingsbevoegdheid heeft - in de uitoefening van zachte bevoegdheden. Deze zachte bevoegdheden zijn van cruciaal belang voor de uitoefening van de taken van de Ombudsman, niet alleen doordat de verzoeken van dit orgaan zo beter worden nageleefd en er meer bereidheid is vanwege de EU-administratie om fouten recht te zetten, maar ook en vooral omdat deze zachte bevoegdheden deze autoriteit tegelijk binnen én boven het systeem stellen, binnen én buiten de klachten, door te corrigeren zonder te veroordelen en door te verbeteren zonder iets op te leggen.

Daarom moet bij de verdere ontwikkeling van de rol van de Ombudsman in de constitutionele architectuur van de Unie vooral worden gefocust op de onafhankelijkheid van dit orgaan en op de uitoefening van zachte bevoegdheden.

III. Wijzigingen en aanpassingen waarin het nieuwe statuut voorziet

a) Rechtsgrondslag

Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt is laatstelijk gewijzigd in 2008. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is een volledig nieuw rechtskader voor de Europese Unie vastgesteld. Met name artikel 228, lid 4, VWEU stelt het Europees Parlement in staat om, na raadpleging van de Commissie en met instemming van de Raad, verordeningen vast te stellen tot vaststelling van het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt.

Het is dan ook wenselijk Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom in te trekken en te vervangen door een verordening overeenkomstig de nu geldende rechtsgrondslag. Het intrekkingsbesluit en het nieuwe statuut zijn afhankelijk van het wetgevingsinitiatiefrecht van het Europees Parlement, dat rechtstreeks verband houdt met de democratische legitimiteit van deze instelling en dus van de Ombudsman. Dit is dus vanuit institutioneel perspectief een speciale procedure, waarbij het Parlement centraal staat.

Er zij ook op gewezen dat in artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie het recht op behoorlijk bestuur als een grondrecht van de Europese burgers wordt erkend. In artikel 43 van het Handvest wordt dan weer het recht erkend zich tot de Europese Ombudsman te wenden in verband met gevallen van wanbeheer in het optreden van de instellingen, organen en instanties van de Unie. Met het oog op de doeltreffendheid van deze rechten en teneinde de Ombudsman beter in staat te stellen om grondig en onpartijdig onderzoek te verrichten, moet deze kunnen beschikken over alle instrumenten die nodig zijn om de in de Verdragen vastgelegde taken met succes te kunnen uitvoeren.

b) Toegang tot informatie en vertrouwelijkheid

De Ombudsman moet toegang hebben tot alle elementen die nodig zijn voor de uitoefening van de taken van dit orgaan. Daartoe moeten de instellingen, organen en instanties van de Unie de Ombudsman alle gevraagde inlichtingen verstrekken, onverminderd de plicht die op de Ombudsman rust om die gegevens niet te verspreiden. De toegang tot gerubriceerde gegevens en documenten moet afhankelijk worden gesteld van de naleving van de regels inzake beveiliging van de desbetreffende instellingen, organen of instanties van de Unie. De instellingen, organen of instanties die gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken, moeten de Ombudsman van de rubricering daarvan op de hoogte stellen. De Ombudsman moet met de desbetreffende instellingen, organen of instanties vooraf overeenstemming bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens of documenten. Indien de Ombudsman van oordeel is dat de gevraagde bijstand niet wordt verleend, moet de Ombudsman hiervan melding maken aan het Europees Parlement, dat passende stappen kan ondernemen. De Ombudsman en het personeel van de Ombudsman zijn verplicht de informatie waarvan zij bij de uitoefening van hun taak kennis hebben genomen, geheim te houden.

c) Onderzoeken op eigen initiatief en vervolgonderzoeken

Om de rol van dit orgaan te versterken, is het wenselijk de Ombudsman in staat te stellen om, onverminderd de primaire plicht om klachten te behandelen, op eigen initiatief onderzoeken in te stellen om herhaalde of bijzonder ernstige gevallen van wanbeheer op te sporen en goede administratieve praktijken binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie te bevorderen. Het is ook wenselijk om de Ombudsman het recht te verlenen om, al dan niet na een klacht, een onderzoek in te stellen naar aanleiding van een eerder onderzoek, teneinde na te gaan of en in hoeverre de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie gevolg heeft gegeven aan de aanbevelingen van de Ombudsman.

d) Getuigenissen van personeelsleden van de Unie

De werkzaamheden van de Europese Ombudsman worden meestal informeel verricht en met instemming van alle betrokken partijen, met name de ambtenaren en andere personeelsleden van de instellingen, organen en instanties van de Unie. Deze laatsten moeten op verzoek van de Ombudsman getuigen van feiten die verband houden met een lopend onderzoek van de Ombudsman. De betrokken ambtenaren of andere functionarissen moeten spreken namens hun instelling, orgaan of instantie volgens daartoe ontvangen richtlijnen. Zij moeten gebonden blijven aan de uit hun rechtspositie voortvloeiende regels. Wanneer de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie haar ambtenaren of andere personeelsleden de toestemming onthoudt om over specifieke kwesties te getuigen, moet zij de Ombudsman de redenen daarvoor meedelen en, indien mogelijk, alternatieve modaliteiten voor het delen van informatie voorstellen.

e) De Europese Ombudsman en feiten die als strafbare feiten kunnen worden aangemerkt

Er moet rekening worden gehouden met de recente wijzigingen met betrekking tot de bescherming van de financiële belangen van de Unie tegen strafbare feiten, met name de instelling van het Europees openbaar ministerie, zodat de Ombudsman dit openbaar ministerie in kennis kan stellen van alle informatie die onder zijn/haar bevoegdheid valt. Ook is het, om het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging zoals neergelegd in artikel 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie volledig te eerbiedigen, wenselijk dat de Ombudsman, wanneer hij/zij het Europees openbaar ministerie in kennis stelt van informatie die onder zijn/haar bevoegdheid valt, deze kennisgeving aan de betrokken persoon meedeelt. De indiener van de klacht moet ook op de hoogte worden gebracht.

f) Verschijning voor het Europees Parlement en jaarverslagen

Wanneer zulks passend is in verband met een onderzoek naar de activiteiten van een instelling, orgaan of instantie van de Unie, kan de Ombudsman verzoeken om voor het Europees Parlement te verschijnen op het meest geschikte niveau.

Aan het einde van elke jaarlijkse zitting moet de Ombudsman het Europees Parlement een verslag voorleggen met het resultaat van de onderzoeken die in de referentieperiode zijn verricht. In dit verslag moet een beoordeling van het nalevingspercentage van de voorstellen van de Ombudsman zijn opgenomen, alsook een beoordeling van de toereikendheid van de middelen waarover de Ombudsman kan beschikken om zijn/haar taken te vervullen. Over deze beoordelingen kunnen ook afzonderlijke verslagen worden opgesteld.

g) Samenwerking met andere instanties

Het is wenselijk stappen te ondernemen om de Ombudsman in staat te stellen samen te werken met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en met andere instellingen en organen van de lidstaten die bevoegd zijn voor het bevorderen en beschermen van de grondrechten. Een dergelijke samenwerking kan de uitvoering van de taken van de Ombudsman doeltreffender maken. De Ombudsman moet ook kunnen samenwerken met soortgelijke instanties in de lidstaten, met eerbiediging van de toepasselijke nationale wetgeving.

h) Minimuminhoud van de uitvoeringsbepalingen

Het is aan de Ombudsman om de uitvoeringsbepalingen voor deze verordening vast te stellen. Teneinde de rechtszekerheid en de hoogste efficiëntienormen voor de uitoefening van het ambt van de Ombudsman te waarborgen, moet de minimuminhoud van de uitvoeringsbepalingen verduidelijkt worden. Deze minimuminhoud moet ten minste bepalingen bevatten met betrekking tot: i) de procedurele rechten van de indiener van de klacht en de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie; ii) de ontvangst, de behandeling en de sluiting van een klacht; iii) onderzoeken op eigen initiatief; iv) vervolgonderzoeken; en v) acties voor het verzamelen van informatie.


ADVIES van de Commissie verzoekschriften (27.11.2018)

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake het voorstel tot wijziging van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt

(2018/2080(INL))

Rapporteur voor advies: Margrete Auken

BEKNOPTE MOTIVERING

Het Europees Parlement heeft reeds meerdere malen aangedrongen op herziening van het statuut van de Europese Ombudsman vóór het einde van deze zittingsperiode. Een dergelijke herziening is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de Ombudsman reeds direct na zijn benoeming na de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2019 belast kan worden met nieuwe of gewijzigde taken.

De laatste herziening van het statuut is alweer tien jaar geleden (2008) en in de tussentijd is het Verdrag van Lissabon in werking getreden. De rol van de Ombudsman is in deze tien jaar versterkt en uitgebreid, met name dankzij de inspanningen van de personen die deze functie hebben bekleed. De omstandigheden zijn veranderd, we hebben te maken met nieuwe uitdagingen, en ook de verwachtingen van de burgers zijn veranderd. Dit alles maakt dat er op een aantal belangrijke gebieden verbeteringen noodzakelijk zijn.

Het Parlement heeft met betrekking tot de eerbiediging van het fundamentele recht op toegang tot documenten vastgesteld dat burgers weliswaar het recht hebben om tegen (gedeeltelijke) weigering van de toegang tot documenten in beroep te gaan bij het Europees Hof van Justitie, maar dat een dergelijke procedure met veel kosten gepaard gaat en zeer lang duurt, waarbij burgers zich in rechte moeten laten vertegenwoordigen. Om die reden heeft het Europees Parlement er in diverse resoluties voor gepleit de Ombudsman de bevoegdheid te geven bindende besluiten inzake de toegang tot documenten te nemen, om het recht van het publiek op toegang tot documenten van de Europese Unie maximaal zijn beslag te geven.

Voorts moet verduidelijkt worden dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van toepassing is op de uitoefening van het ambt van ombudsman. In verband daarmee kunnen aanvullende geheimhoudingsverplichtingen met betrekking tot bepaalde categorieën gegevens geschrapt worden.

Voorts worden wijzigingen voorgesteld om ervoor te zorgen dat documenten die aangemerkt moeten worden als gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 met de Ombudsman gedeeld worden in overeenstemming met de toepasselijke veiligheidsregels. Ter bevordering van de doeltreffendheid van onderzoeken van de Ombudsman, moet bepaald worden dat personeelsleden van de EU getuigenverklaringen moeten kunnen afleggen zonder dat daarbij de regels inzake geheimhoudingsplicht gelden.

Er worden verduidelijkingen voorgesteld om te waarborgen dat niet-naleving of onredelijke vertraging bij de naleving van uitspraken van het Europees Hof van Justitie door instellingen van de Unie ook aangemerkt kan worden als wanbeheer(1). De verdeling van bevoegdheden tussen de Ombudsman en de rechterlijke macht en de verenigbaarheid van hun procedures worden eveneens verduidelijkt en het statuut wordt aldus gewijzigd dat de Ombudsman de mogelijkheid krijgt om, net zoals de andere EU-instellingen dat kunnen, te interveniëren in zaken voor het Europees Hof van Justitie.

Daarnaast worden er wijzigingen voorgesteld om te waarborgen dat de Ombudsman, waar passend, het recht heeft om voor het Europees Parlement te verschijnen, onder meer samen met andere instellingen die onderworpen zijn aan een specifiek of strategisch onderzoek.

Ten slotte wordt voorgesteld om op bepaalde gevoelige gebieden, zoals de bescherming van klokkenluiders of intimidatie op het werk, waar een juiste aanpak door de EU-instellingen, organen en instanties essentieel is om wanbeheer te voorkomen, de Ombudsman een adviserende rol te geven en daar ook de benodigde middelen voor beschikbaar te stellen.

Met betrekking tot intimidatie op het werk worden wijzigingen voorgesteld om ervoor te zorgen dat de Ombudsman onderzoek kan instellen om te beoordelen hoe beleidsmaatregelen ter voorkoming van intimidatie op het werk in de praktijk worden toegepast, en om ervoor te zorgen dat hij zo nodig aanbevelingen kan doen. Daarnaast moet ook advies gegeven kunnen worden aan personeelsleden van de EU die vinden dat zij geïntimideerd worden. Verder wordt voorgesteld te voorzien in een versnelde procedure voor gevallen van seksuele intimidatie, een procedure die eveneens slechts mogelijk is als daarvoor passende middelen beschikbaar worden gesteld.

Wat betreft de bescherming van klokkenluiders heeft de Ombudsman reeds onderzoek ingesteld naar het beleid ter bescherming van klokkenluiders van negen belangrijke EU-instellingen en -organen. Het is belangrijk dat de Ombudsman dit kan blijven doen, maar daarnaast moet hij potentiële klokkenluiders kunnen adviseren over de wijze waarop en de mate waarin zij bescherming genieten als zij informatie openbaar maken in het algemeen belang. Mocht er een EU-verordening inzake klokkenluiders in werking treden, dan moet de Ombudsman de Europese burgers ook kunnen adviseren over de vraag of die verordening al dan niet op hen van toepassing is.

Ten slotte wordt een bepaling voorgesteld op grond waarvan de Ombudsman de bevoegdheid krijgt om proactief toezicht uit te oefenen op belangenconflicten. Het waarborgen van onpartijdigheid is een taak die ook tot de bevoegdheden van de Ombudsman behoort.

AMENDEMENTEN

De Commissie verzoekschriften verzoekt de bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Statuut van de Europese Ombudsman

Titel

Bestaande tekst

Amendement

Besluit van het Europees Parlement inzake het Statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt(1).

Verordening van het Europees Parlement inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt(1).

Motivering

Het gaat hier om een bindende wetgevingshandeling in de vorm van een verordening, als bedoeld in de bepalingen van het Verdrag van Lissabon.

Amendement    2

Statuut van de Europese Ombudsman

Visum 1

Bestaande tekst

Amendement

gelet op de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, inzonderheid artikel 195, lid 4, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en artikel 107 D, lid 4, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

gelet op de Verdragen tot oprichting van de Europese Unie, inzonderheid artikel 228, lid 4, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie, en artikel 106 bis, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

Motivering

Om de tekst aan te passen aan de nomenclatuur van de huidige Verdragen moet in de hele tekst "Gemeenschappen/Economische Gemeenschap" gewijzigd worden in "Unie".

Amendement    3

Statuut van de Europese Ombudsman

Overweging 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Overwegende dat de oprichtingsverdragen voorzien in de instelling van het ambt van Ombudsman en dat ervoor gezorgd moet worden dat binnen de instellingen genderneutrale taal wordt gehanteerd en dat om die reden Ombudspersoon een passender benaming is voor deze instelling;

Motivering

The European Institute for Gender Equality defined gender-neutral language as language that is not gender-specific and which considers people in general, with no reference to women and men. Gender-neutral language is a generic term covering the use of non-sexist language, inclusive language or gender-fair language. The purpose of gender-neutral language is to avoid word choices which may be interpreted as biased, discriminatory or demeaning by implying that one sex or social gender is the norm. Using gender-fair and inclusive language also helps reduce gender stereotyping, promotes social change and contributes to achieving gender equality. Having the first woman serve at the post, bear the title Ombudsman is derogative.

Amendement    4

Statuut van de Europese Ombudsman

Overweging 3

Bestaande tekst

Amendement

overwegende dat de Ombudsman, die ook op eigen initiatief kan optreden, moet kunnen beschikken over alle elementen die voor de uitoefening van zijn ambt nodig zijn; dat de communautaire instellingen en organen de Ombudsman daartoe desgewenst de door hem verlangde inlichtingen dienen te verstrekken, onverminderd de plicht die op de Ombudsman rust om die gegevens niet te verspreiden; dat de toegang tot gerubriceerde gegevens en documenten, met name gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001(2) , onderworpen moet zijn aan naleving van de veiligheidsregels van de desbetreffende communautaire instellingen of organen; dat de instellingen of organen die de hiervoor bedoelde gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken zoals vermeld in de eerste alinea van artikel 3, lid 2, de Ombudsman van de rubricering daarvan op de hoogte dienen te stellen; dat de Ombudsman voor de tenuitvoerlegging van regels bedoeld in eerste alinea van artikel 3, lid 2, met de desbetreffende instellingen of organen overeenstemming dient te bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens en documenten en andere informatie die valt onder de verplichting inzake beroepsgeheim; dat wanneer de Ombudsman de gevraagde bijstand niet wordt verleend, hij hiervan melding maakt aan het Europees Parlement, dat passende stappen dient te ondernemen;

overwegende dat de Ombudsman, die ook op eigen initiatief kan optreden, moet kunnen beschikken over alle elementen die voor de uitoefening van zijn of haar ambt nodig zijn; dat de instellingen en organen van de Unie de ombudsman daartoe desgewenst de door hem of haar verlangde inlichtingen dienen te verstrekken, onverminderd de plicht die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001 op de Ombudsman rust; dat de toegang tot gerubriceerde gegevens en documenten, met name gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001(2), onderworpen moet zijn aan naleving van de veiligheidsregels van de desbetreffende instellingen of organen van de Unie; dat de instellingen of organen die de hiervoor bedoelde gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken zoals vermeld in de eerste alinea van artikel 3, lid 2, de Ombudsman van de rubricering daarvan op de hoogte dienen te stellen; dat de Ombudsman voor de tenuitvoerlegging van regels bedoeld in eerste alinea van artikel 3, lid 2, met de desbetreffende instellingen of organen overeenstemming dient te bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens en documenten; dat wanneer de Ombudsman de gevraagde bijstand niet wordt verleend, hij hiervan melding maakt aan het Europees Parlement, dat passende stappen dient te ondernemen;

Motivering

Deze taalkundige wijzigingen worden voorgesteld om de tekst genderneutraler te maken en moeten in de hele tekst worden doorgevoerd. Daarnaast moet verduidelijkt worden dat de Ombudsman onderworpen is aan Verordening (EG) nr. 1049/2001 en dus moet informatie die onder het beroepsgeheim valt, niet beschouwd worden als een specifieke categorie informatie die niet vrijgegeven wordt.

Amendement    5

Statuut van de Europese Ombudsman

Overweging 7

Bestaande tekst

Amendement

overwegende dat de Ombudsman door het Europees Parlement aan het begin en voor de duur van elke zittingsperiode moet worden benoemd; dat hij moet worden gekozen uit vooraanstaande persoonlijkheden die burgers zijn van de Unie en alle vereiste waarborgen van onafhankelijkheid en bekwaamheid bieden;

overwegende dat de Ombudsman door het Europees Parlement aan het begin en voor de duur van elke zittingsperiode moet worden benoemd; dat hij moet worden gekozen uit vooraanstaande persoonlijkheden die burgers zijn van de Unie en alle vereiste waarborgen van onafhankelijkheid en bekwaamheid bieden en dat hij geen politieke functie mag hebben bekleed op nationaal ministerieel niveau of binnen de Europese instellingen;

Amendement    6

Statuut van de Europese Ombudsman

Overweging 10

Bestaande tekst

Amendement

overwegende dat er regelingen moeten worden vastgesteld voor de ambtenaren en personeelsleden van het secretariaat dat de Ombudsman terzijde zal staan, en voor de begroting daarvoor; dat de Ombudsman zijn zetel heeft in dezelfde plaats als het Europees Parlement;

overwegende dat er regelingen moeten worden vastgesteld voor de ambtenaren en personeelsleden van het secretariaat dat de Ombudsman terzijde zal staan, en voor de begroting daarvoor; dat de Ombudsman zijn zetel heeft in dezelfde plaats als waar het Europees Parlement zijn zetel heeft;

Motivering

De huidige zetel heeft de Europese Ombudsman in staat gesteld zijn werkzaamheden doeltreffend en op onafhankelijke wijze uit te voeren.

Amendement    7

Statuut van de Europese Ombudsman

Overweging 11

Bestaande tekst

Amendement

overwegende dat de Ombudsman de uitvoeringsbepalingen van dit besluit dient vast te stellen; dat er voorts een aantal overgangsbepalingen moet worden vastgesteld voor de eerste Ombudsman die na de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt benoemd,

overwegende dat de Ombudsman de uitvoeringsbepalingen van dit besluit dient vast te stellen;

Motivering

Omdat het Verdrag van Lissabon reeds van kracht is, is deze overgangsbepaling niet meer nodig.

Amendement    8

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 1 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Ombudsman vervult zijn taak met inachtneming van de bij de verdragen aan de communautaire instellingen en organen verleende bevoegdheden.

2.  De Ombudsman vervult zijn of haar taak met inachtneming van de bij de verdragen aan de instellingen en organen van de Unie verleende bevoegdheden, met name artikel 20, lid 2, onder d), en de artikelen 24 en 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de artikelen 41 en 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Bij de uitoefening van zijn of haar werkzaamheden streeft de Ombudsman naar volledige eerbiediging van het recht op behoorlijk bestuur en transparantie en democratie in het kader van de besluitvormingsprocessen binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie.

Amendement    9

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 1 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  De Ombudsman mag niet interveniëren in een procedure voor de rechter en evenmin de gegrondheid van een rechterlijke beslissing in twijfel trekken.

3.  De Ombudsman kan zich niet mengen in procedures voor nationale rechtbanken en kan de gegrondheid van rechterlijke beslissingen niet in twijfel trekken. De Ombudsman kan zich overeenkomstig artikel 40 van het statuut van het Hof van Justitie voegen in een voor het Hof van Justitie aanhangig rechtsgeding.

Amendement    10

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 2 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Elke burger van de Unie of elke natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat van de Unie, heeft het recht zich rechtstreeks of via een lid van het Europees Parlement tot de Ombudsman te wenden met een klacht over een geval van wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellingen of organen, met uitzondering van het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg bij de uitoefening van hun gerechtelijke taak. De Ombudsman stelt de betrokken instelling of het betrokken orgaan onmiddellijk na ontvangst van een klacht op de hoogte.

2.  Elke burger van de Unie of elke natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat van de Unie, heeft het recht zich rechtstreeks of via een lid van het Europees Parlement tot de Ombudsman te wenden met een klacht over een geval van wanbeheer bij het optreden van de instellingen of organen van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg bij de uitoefening van hun gerechtelijke taak. De Ombudsman stelt de betrokken instelling of het betrokken orgaan onmiddellijk na ontvangst van een klacht daarvan in kennis, met inachtneming van de EU-normen inzake gegevensbescherming.

Amendement    11

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 2 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  De klacht moet zijn ingediend binnen twee jaar na de datum waarop degene die de klacht indient, in kennis is gesteld van de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen. Voorafgaand aan de klacht moeten de passende administratieve stappen bij de betrokken instellingen of organen zijn ondernomen.

4.  De klacht moet zijn ingediend binnen drie jaar na de datum waarop degene die de klacht indient, in kennis is gesteld van de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen. Voorafgaand aan de klacht moeten de passende administratieve stappen bij de betrokken instellingen of organen zijn ondernomen.

Motivering

Wijziging die bedoeld is om personen die een klacht willen indienen meer tijd te geven om dat te doen, gelet op de totale tijd die gemoeid is met de contacten met de betrokken instellingen.

Amendement  12

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 2 – lid 7

Bestaande tekst

Amendement

7.  Wanneer de Ombudsman vanwege een lopende of afgeronde gerechtelijke procedure over de vermeende feiten, een klacht niet ontvankelijk moet verklaren of een eind moet maken aan de behandeling ervan, worden de resultaten van het onderzoek dat hij eventueel reeds heeft verricht ter zijde gelaten.

7.  De Ombudsman schorst de behandeling van een klacht als de vermeende feiten het voorwerp van een gerechtelijke procedure uitmaken. De Ombudsman kan aanbevelingen doen als bevindingen erop wijzen dat het niet op correcte wijze ten uitvoer leggen van een uitspraak van het Hof van Justitie door een instelling, orgaan of instantie van de Unie wanbeheer kan opleveren.

Amendement  13

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 2 – lid 8

Bestaande tekst

Amendement

8.  Bij de Ombudsman kunnen slechts klachten worden ingediend over de arbeidsbetrekkingen tussen de communautaire instellingen of organen en hun ambtenaren of andere personeelsleden indien de betrokkene de o.a. in artikel 90, leden 1 en 2, van het Statuut van de ambtenaren vastgelegde mogelijkheden tot het indienen van een verzoek of een klacht heeft uitgeput, en nadat de termijnen voor het antwoord van de autoriteit tot welke hij zich heeft gericht, zijn verstreken.

8.  Bij de Ombudsman kunnen slechts klachten worden ingediend over de arbeidsbetrekkingen tussen de instellingen of organen van de Unie en hun ambtenaren of andere personeelsleden indien de betrokkene alle, en met name, indien van toepassing, de in artikel 90, leden 1 en 2, van het Statuut van de ambtenaren vastgelegde mogelijkheden tot het indienen van een verzoek of een klacht heeft uitgeput, of nadat de termijnen voor het antwoord van de autoriteit tot welke hij zich heeft gericht, zijn verstreken of indien de betrokkene een andere voor de Unie werkzame persoon is die vanwege zijn of haar status deze procedures niet kan benutten. Voor gevallen die betrekking hebben op intimidatie, met name seksuele intimidatie, kan hierop eveneens een uitzondering worden gemaakt.

Amendement    14

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 2 – lid 9

Bestaande tekst

Amendement

9.  De Ombudsman stelt de indiener van de klacht zo spoedig mogelijk in kennis van het gevolg dat aan de klacht is gegeven.

9.  De Ombudsman stelt de indiener van de klacht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk na twee maanden, in kennis van het gevolg dat aan de klacht is gegeven.

Amendement    15

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 2 – lid 9 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

9 bis.  Tegen de Ombudsman kan overeenkomstig artikel 265 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een beroep wegens nalaten worden ingesteld.

Amendement    16

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.   De Ombudsman gaat op eigen initiatief of ingevolge een klacht over tot alle onderzoeken die hij nodig acht om een vermoed geval van wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellingen en organen, op te lossen. Hij brengt de betrokken instelling of het betrokken orgaan hiervan op de hoogte. Deze kunnen hem alle dienstige opmerkingen doen toekomen.

1.   De Ombudsman is bevoegd om op eigen initiatief of naar aanleiding van een klacht en zonder dat daarvoor voorafgaande toestemming nodig is alle onderzoeken te verrichten die hij of zij nodig acht om een vermoed geval van wanbeheer bij het optreden van de instellingen en organen van de Unie op te lossen. De Ombudsman kan de betrokken instellingen of organen daarover te gelegener tijd informeren en kan hen verzoeken nuttige opmerkingen of bewijsmateriaal in te dienen.

Amendement  17

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

1 bis. De Ombudsman kan, naast zijn of haar normale taken in verband met de afhandeling van klachten, op eigen initiatief onderzoeken uitvoeren met een strategischer of structureler karakter, om stelselmatig wanbeheer te bestrijden en goede administratieve praktijken binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie te bevorderen en om proactief structurele kwesties van openbaar belang aan te pakken die van invloed kunnen zijn op een goed bestuur, de transparantie en het democratisch besluitvormingsproces.

 

De Ombudsman kan, alvorens aanbevelingen te doen of in enig stadium daarna, een gestructureerde en regelmatige dialoog met de instellingen aangaan en openbare raadplegingen organiseren en input en bewijs verzamelen, en tevens de vooruitgang van de betrokken instelling systematisch analyseren en beoordelen.

Amendement  18

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De communautaire instellingen en organen zijn gehouden de gevraagde inlichtingen aan de Ombudsman te verstrekken en hem inzage te verlenen van de desbetreffende stukken. Toegang tot gerubriceerde gegevens en documenten, met name gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001, is onderworpen aan naleving van de veiligheidsregels van de desbetreffende communautaire instellingen of organen.

2.  De instellingen en organen van de Unie zijn gehouden de gevraagde inlichtingen aan de Ombudsman te verstrekken en hem of haar toegang te verlenen tot de desbetreffende stukken. Toegang tot gerubriceerde gegevens en documenten, met name gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001, is onderworpen aan naleving van de veiligheidsregels van de desbetreffende instellingen of organen van de Unie.

De instellingen of organen die de in de eerste alinea bedoelde gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken, stellen de Ombudsman van de rubricering daarvan op de hoogte.

De instellingen of organen die de in de eerste alinea bedoelde gerubriceerde gegevens of documenten verstrekken, stellen de Ombudsman vooraf van de rubricering daarvan op de hoogte.

Voor de tenuitvoerlegging van de in de eerste alinea bedoelde regels, dient de Ombudsman met de desbetreffende instellingen of organen overeenstemming te bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens of documenten en andere informatie die valt onder de verplichting inzake beroepsgeheim.

Voor de tenuitvoerlegging van de in de eerste alinea bedoelde regels, dient de Ombudsman met de desbetreffende instellingen of organen overeenstemming te bereiken over de voorwaarden voor de behandeling van gerubriceerde gegevens of documenten.

De instellingen of organen geven alleen na voorafgaande toestemming van de betrokken lidstaat inzage van documenten van een lidstaat die op grond van een wettelijke bepaling of enig ander voorschrift geheim zijn.

De instellingen of organen verlenen alleen toegang tot documenten van een lidstaat die op grond van een wettelijke bepaling of enig ander voorschrift geheim zijn, nadat de diensten van de Ombudsman passende maatregelen hebben genomen en waarborgen hebben vastgesteld inzake de behandeling van documenten die een gelijkwaardig niveau van vertrouwelijkheid garanderen, in overeenstemming met artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 en de veiligheidsregels van de betrokken instelling of het betrokken orgaan van de Unie.

Zij geven geen inzage van andere documenten van een lidstaat dan nadat zij de betrokken lidstaat daarvan in kennis hebben gesteld.

Zij geven geen inzage van andere documenten van een lidstaat dan nadat zij de betrokken lidstaat daarvan in kennis hebben gesteld.

In geen van beide gevallen mag de Ombudsman, overeenkomstig artikel 4, de inhoud van deze documenten bekendmaken.

In beide gevallen eerbiedigt de Ombudsman, overeenkomstig artikel 4, de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

De ambtenaren en andere personeelsleden van de communautaire instellingen en organen dienen te getuigen als de Ombudsman hun daarom verzoekt; zij blijven gebonden door de toepasselijke bepalingen van het Statuut van de ambtenaren, met name door hun verplichting inzake beroepsgeheim.

De ambtenaren en andere personeelsleden van de instellingen en organen van de Unie dienen te getuigen als de Ombudsman hun daarom verzoekt.

Amendement  19

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  De autoriteiten van de lidstaten zijn gehouden op verzoek van de Ombudsman via de Permanente Vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de Europese Gemeenschappen alle informatie te verstrekken die licht kan werpen op gevallen van wanbeheer door de communautaire instellingen of organen, tenzij die informatie onder wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen op het gebied van de geheimhouding valt of onder andere voorschriften waardoor zij niet doorgegeven mag worden. In het laatste geval kan de betrokken lidstaat de Ombudsman echter toestaan van die informatie kennis te nemen op voorwaarde dat hij zich ertoe verbindt de inhoud niet te verspreiden.

3.  De autoriteiten van de lidstaten zijn gehouden op verzoek van de Ombudsman via de Permanente Vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de Europese Unie alle informatie te verstrekken die licht kan werpen op gevallen van wanbeheer door de instellingen of organen van de Unie. De betrokken lidstaat kan de Ombudsman toestaan kennis te nemen van informatie die onder wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen inzake geheimhouding valt, als de betrokken lidstaat en de Ombudsman zijn overeengekomen op welke wijze de gevoelige informatie wordt behandeld. In ieder geval wordt er een gedetailleerde beschrijving van het document verstrekt.

Amendement    20

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  Wanneer de gevraagde bijstand niet wordt verleend, wordt het Europees Parlement hiervan door de Ombudsman op de hoogte gebracht en moet het de nodige stappen ondernemen.

4.  Wanneer de gevraagde bijstand niet wordt verleend, wordt het Europees Parlement hiervan door de Ombudsman op de hoogte gebracht en moet het de nodige stappen ondernemen, onder meer door te waarborgen dat de Ombudsman aanwezig kan zijn bij vergaderingen van commissies en andere vergaderingen of hoorzittingen.

Motivering

Wijziging bedoeld om de aanwezigheid van de Ombudsman in het Parlement te faciliteren, in lijn met het bepaalde in artikel 220 van het Reglement van het Europees Parlement(2).

Amendement  21

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 4 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

4 bis.   Indien passend kan de Ombudsman vragen of worden gevraagd om in verband met de taken van de Ombudsman voor de bevoegde commissie van het Parlement te verschijnen. Wanneer dit gebeurt in het kader van een lopend onderzoek, kan de betrokken instelling vragen of worden gevraagd om samen met de Ombudsman te verschijnen.

Amendement    22

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 6

Bestaande tekst

Amendement

6.   Indien de Ombudsman een geval van wanbeheer ontdekt, wendt hij zich tot de betrokken instelling of het betrokken orgaan en doet eventueel ontwerpaanbevelingen. De instelling of het orgaan in kwestie stuurt de Ombudsman binnen een termijn van drie maanden een omstandig advies.

6.   Indien de Ombudsman een geval van wanbeheer ontdekt, wendt hij of zij zich tot de betrokken instelling of het betrokken orgaan en doet ontwerpaanbevelingen. De instelling of het orgaan in kwestie stuurt de Ombudsman binnen een termijn van drie maanden een omstandig advies.

Amendement    23

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 7

Bestaande tekst

Amendement

7.  De Ombudsman dient vervolgens bij het Europees Parlement en de betrokken instelling of het betrokken orgaan een verslag in. Hij kan daarin aanbevelingen doen. De indiener van de klacht wordt door de Ombudsman op de hoogte gebracht van het resultaat van het onderzoek, van het advies van de betrokken instelling of het betrokken orgaan en van de eventuele aanbevelingen van de Ombudsman.

7.  De Ombudsman kan vervolgens bij het Europees Parlement en de betrokken instelling of het betrokken orgaan een verslag indienen. De Ombudsman kan daarin aanbevelingen doen. De indiener van de klacht wordt door de Ombudsman op de hoogte gebracht van het resultaat van het onderzoek, van het advies van de betrokken instelling of het betrokken orgaan en van de eventuele aanbevelingen van de Ombudsman. Indien passend kan de Ombudsman vragen of worden gevraagd om voor de voltallige vergadering van het Parlement te verschijnen.

Amendement    24

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 8

Bestaande tekst

Amendement

8.  Aan het einde van elke jaarlijkse zitting legt de Ombudsman het Europees Parlement een verslag voor met het resultaat van zijn onderzoeken.

8.  Aan het einde van elke jaarlijkse zitting legt de ombudsman het Europees Parlement een verslag voor met het resultaat van zijn onderzoeken, inclusief een beoordeling van de toereikendheid van de middelen waarover de Ombudsman kan beschikken om zijn of haar taken te vervullen.

Motivering

Een poging om ervoor te zorgen dat er voldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor de ambtenaren en personeelsleden die de Ombudsman terzijde staan (procedure waarnaar wordt verwezen in artikel 11, lid 2, van het huidige statuut).

Amendement    25

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 3 – lid 8 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

8 bis.  De Ombudsman moet ondersteunend bewijsmateriaal betreffende onjuist gebruik van EU-middelen voor nader onderzoek kunnen doorgeven aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie, en daarmee strategische samenwerkingsverbanden kunnen aangaan.

Amendement    26

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 4 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De Ombudsman en zijn personeel - op wie artikel 287 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en artikel 194 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn - mogen de gegevens en documenten waarvan zij bij hun onderzoek kennis hebben genomen niet verspreiden. Zij zijn met name gehouden gerubriceerde gegevens of aan de Ombudsman verstrekte documenten, met name gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 en documenten die vallen onder de communautaire wetgeving ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens, evenals gegevens die de indiener van de klacht of andere betrokken personen schade zouden kunnen berokkenen, niet te verspreiden, zulks onverminderd lid 2.

Schrappen

Motivering

De Ombudsman is, net als alle andere instellingen, onderworpen aan Verordening (EG) nr. 1049/2001. Daarom moet het statuut dienovereenkomstig gewijzigd worden en is het dus niet nodig om een speciale uitzondering op te nemen voor de onderzoeken van de Ombudsman.

Amendement    27

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 4 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

1.  De Ombudsman en zijn of haar personeelsleden behandelen verzoeken om toegang van het publiek tot documenten overeenkomstig de voorwaarden en beperkingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001. Met betrekking tot klachten over het recht op toegang van het publiek tot officiële documenten doet de Ombudsman na een gedegen analyse en alle noodzakelijke afwegingen een aanbeveling inzake de vrijgave van de betreffende documenten, waarop de betrokken instellingen, organen of instanties binnen de in Verordening (EG) nr. 1049/2001 vastgestelde termijnen moeten reageren.

 

2.  Indien de betrokken instelling geen gevolg geeft aan een aanbeveling om documenten vrij te geven, dient deze weigering naar behoren te worden gemotiveerd. De Ombudsman kan een dergelijke weigering voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en tevens verzoeken om toepassing van de versnelde procedure, zoals vastgelegd in het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie.

Amendement    28

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 5 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.    Indien zulks de doeltreffendheid van zijn onderzoek kan vergroten en de rechten en belangen van degenen die klachten bij hem indienen beter kan beschermen, kan de Ombudsman, met eerbiediging van de nationale wetgeving die van toepassing is, samenwerken met soortgelijke functionarissen die in bepaalde lidstaten fungeren. De Ombudsman kan langs die weg geen documenten opeisen die op grond van artikel 3 niet voor hem toegankelijk zijn.

1.   Indien zulks de doeltreffendheid van zijn onderzoek kan vergroten en de rechten en belangen van degenen die klachten bij hem indienen beter kan beschermen, kan de Ombudsman, met eerbiediging van de nationale wetgeving die van toepassing is, samenwerken met soortgelijke functionarissen die in bepaalde lidstaten fungeren. De Ombudsman kan bij wijze van uitzondering documenten opeisen die anders op grond van artikel 3 niet voor hem toegankelijk zijn.

Amendement    29

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 5 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

1.  De Ombudsman voert overeenkomstig artikel 22 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie regelmatig evaluaties uit van het beleid en de bestaande procedures in de betrokken instellingen, organen en agentschappen van de EU en formuleert, waar nodig, concrete aanbevelingen voor verbetering met het oog op een adequate bescherming van klokkenluiders.

 

2.  Er kan contact worden opgenomen met de Ombudsman om potentiële klokkenluiders op vertrouwelijke wijze informatie, onpartijdig advies en deskundige begeleiding te verstrekken over het toepassingsgebied van de desbetreffende bepalingen in de wetgeving van de Unie. De Ombudsman kan ook een onderzoek instellen op basis van de verstrekte informatie, indien de beschreven praktijken zouden kunnen leiden tot wanbeheer in de Unie. Om dit mogelijk te maken, kan vrijstelling worden verleend van de toepasselijke bepalingen in het personeelsstatuut inzake geheimhouding.

Amendement    30

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 5 ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 5 ter

 

1.  De Ombudsman onderzoekt op gezette tijden de procedures in verband met het administratieve optreden van de instellingen, organen en instanties van de Unie en beoordeelt of deze de mogelijkheid bieden om belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, onpartijdigheid te waarborgen en de volledige eerbiediging van het recht op behoorlijk bestuur te waarborgen.

 

2.  De Ombudsman kan mogelijke belangenconflicten op alle niveaus die tot wanbeheer zouden kunnen leiden, opsporen en beoordelen, in welk geval specifieke conclusies worden getrokken en het Parlement op de hoogte wordt gesteld van de bevindingen ter zake.

Amendement    31

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 6 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Ombudsman wordt gekozen uit vooraanstaande persoonlijkheden die burgers zijn van de Unie, politieke en burgerrechten bezitten, alle waarborgen van onafhankelijkheid bieden en in hun land voldoen aan alle voorwaarden voor de uitoefening van de hoogste rechterlijke functies of wier ervaring en bekwaamheid voor de uitoefening van de functies van de Ombudsman algemeen bekend zijn.

2.  De Ombudsman wordt gekozen uit vooraanstaande persoonlijkheden die burgers zijn van de Unie, politieke en burgerrechten bezitten, alle waarborgen van onafhankelijkheid bieden, in de voorgaande drie jaar noch deel uit hebben gemaakt van een nationale regering, noch lid zijn geweest van een van de instellingen van de Unie, en in hun land voldoen aan de onafhankelijkheidsvereisten voor de uitoefening van hoge rechterlijke functies of wier ervaring en bekwaamheid voor de uitoefening van de functies van de Ombudsman algemeen bekend zijn.

Amendement    32

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 8

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 8

Artikel 8

Een Ombudsman die niet langer voldoet aan de eisen voor de uitoefening van zijn ambt of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kan op verzoek van het Europees Parlement door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van zijn ambt worden ontheven.

Een ombudsman die niet langer voldoet aan de eisen voor de uitoefening van zijn of haar ambt of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kan op verzoek van het Europees Parlement door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van zijn of haar ambt worden ontheven, na door de bevoegde commissies te zijn gehoord.

Motivering

Er wordt een extra stap aan de procedure toegevoegd. Gelet op de aard van de instelling en de belangrijke rol die de Ombudsman vervult ten opzichte van de burgers van de EU is het belangrijk dat er een openbaar debat wordt gevoerd. Een dergelijk debat moet plaatsvinden binnen de instelling die primair verantwoordelijk is voor de benoeming van de Ombudsman, te weten het Parlement.

Amendement    33

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 11 – lid 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

1 bis.  De Ombudsman moet bij de samenstelling van het secretariaat en onder zijn of haar personeelsleden streven naar genderpariteit.

Motivering

Dit is eigenlijk al geldend beleid maar wordt nu gecodificeerd, om genderneutraliteit binnen het secretariaat van de Ombudsman te garanderen.

Amendement    34

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 12 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

1.  De Ombudsman onderzoekt binnen redelijke termijnen of de instellingen, organen en instanties van de Unie gevallen van intimidatie, in welke vorm dan ook, adequaat behandelen door de procedures voor het behandelen van klachten correct toe te passen. De ombudsman stelt hierover passende conclusies op.

 

2.  De Ombudsman benoemt binnen het secretariaat een persoon of structuur met deskundigheid op het gebied van intimidatie, die in staat is om waar nodig advies te verstrekken aan EU-personeel en andere werknemers. De Ombudsman beoordeelt de bestaande procedures ter voorkoming van elke vorm van intimidatie binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie, alsmede de mechanismen om de verantwoordelijken te bestraffen, en stelt passende conclusies op over de vraag of deze procedures stroken met de beginselen van evenredigheid, adequaatheid en doortastend optreden, en of zij de slachtoffers effectieve bescherming en ondersteuning bieden.

Amendement    35

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 13

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 13

Artikel 13

De Ombudsman heeft zijn zetel in dezelfde plaats als het Europees Parlement.

De Ombudsman heeft zijn zetel in dezelfde plaats als waar het Europees Parlement zijn zetel heeft.

Motivering

De huidige zetel heeft de Europese Ombudsman in staat gesteld zijn werkzaamheden doeltreffend en op onafhankelijke wijze uit te voeren.

Amendement    36

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 15

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 15

Schrappen

De eerste na de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de Europese Unie gekozen Ombudsman wordt benoemd voor de resterende termijn van de zittingsduur van het Europees Parlement.

 

Motivering

Achterhaalde bepaling.

Amendement    37

Statuut van de Europese Ombudsman

Artikel 17

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 17

Artikel 17

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en treedt in werking op de datum van bekendmaking.

Deze verordening wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt in werking op de datum van bekendmaking.

Motivering

Zie de amendementen 1 en 2. Dit is een nieuwe bindende wetgevingshandeling in de vorm van een verordening, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van Lissabon, waarbij de nomenclatuur "Gemeenschap/Gemeenschappen" werd vervangen door "Unie".

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

0

8

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Beatriz Becerra Basterrechea, Andrea Cozzolino, Pál Csáky, Miriam Dalli, Eleonora Evi, Peter Jahr, Rikke-Louise Karlsson, Svetoslav Hristov Malinov, Lukas Mandl, Notis Marias, Ana Miranda, Miroslavs Mitrofanovs, Marlene Mizzi, Gabriele Preuß, Eleni Theocharous, Cecilia Wikström

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Urszula Krupa, Kostadinka Kuneva, Julia Pitera, Ángela Vallina

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Asim Ademov, Adam Szejnfeld, Mihai Ţurcanu

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

16

+

ALDE

ECR

EFDD

GUE/NGL

NI

S&D

Verts/ALE

Beatriz Becerra Basterrechea, Cecilia Wikström,

Urszula Krupa, Notis Marias, Eleni Theocharous

Eleonora Evi

Kostadinka Kuneva, Ángela Vallina

Rikke-Louise Karlsson

Andrea Cozzolino, Miriam Dalli, Marlene Mizzi, Gabriele Preuß

Margrete Auken, Ana Miranda, Miroslavs Mitrofanovs

0

-

8

0

PPE

Asim Ademov, Pál Csáky, Peter Jahr, Svetoslav Hristov Malinov, Lukas Mandl, Julia Pitera, Adam Szejnfeld, Mihai Ţurcanu

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

Definitie van wanbeheer, zoals geformuleerd door Jacob Söderman, de eerste Europese Ombudsman: "Er is sprake van wanbeheer wanneer een overheidsinstantie niet handelt in overeenstemming met een regel of een beginsel waaraan zij gehouden is".

(2)

Artikel 220: Werkzaamheden van de Ombudsman

2.   De Ombudsman kan eveneens de bevoegde commissie op haar verzoek informatie verstrekken dan wel op eigen verzoek door die commissie worden gehoord.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Pascal Durand, Esteban González Pons, Danuta Maria Hübner, Jo Leinen, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Markus Pieper, Paulo Rangel, György Schöpflin, Pedro Silva Pereira, Barbara Spinelli, Kazimierz Michał Ujazdowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Max Andersson, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jasenko Selimovic, Gabriele Zimmer

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

José Blanco López, Michael Gahler, Stefan Gehrold, Theresa Griffin, Fernando Ruas


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jasenko Selimovic

GUE/NGL

Barbara Spinelli, Gabriele Zimmer

NI

Kazimierz Michał Ujazdowski

PPE

Michael Gahler, Stefan Gehrold, Esteban González Pons, Danuta Maria Hübner, Markus Pieper, Paulo Rangel, Fernando Ruas, György Schöpflin

S&D

José Blanco López, Theresa Griffin, Sylvia Yvonne Kaufmann, Jo Leinen, Pedro Silva Pereira

VERTS/ALE

Max Andersson, Pascal Durand

1

-

ENF

Gerolf Annemans

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 6 februari 2019Juridische mededeling