Procedure : 2018/0095(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0054/2019

Ingediende teksten :

A8-0054/2019

Debatten :

PV 12/02/2019 - 20
CRE 12/02/2019 - 20

Stemmingen :

PV 13/02/2019 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0090

<Date>{30/01/2019}30.1.2019</Date>
<NoDocSe>A8-0054/2019</NoDocSe>
PDF 171kWORD 59k

<TitreType>AANBEVELING</TitreType>     <RefProcLect>***</RefProcLect>

<Titre>over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds.</Titre>

<DocRef>(07979/2018 – C8‑0447/2018 – 2018/0095(NLE))</DocRef>


<Commission>{INTA}Commissie internationale handel</Commission>

Rapporteur: <Depute>David Martin</Depute>

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds.

(07979/2018 – C8‑0447/2018 – 2018/0095(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

 gezien het ontwerp van besluit van de Raad (07979/2018),

 gezien de voorgestelde investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds (07980/2018),

 gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 207, lid 4, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), punt v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8‑0447/2018),

 gezien het advies van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 mei 2017[1],

 gezien zijn niet-wetgevingsresolutie van ...[2] over het ontwerp van besluit,

 gezien artikel 99, leden 1 en 4, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

 gezien de aanbeveling van de Commissie internationale handel (A8-0054/2019),

1. hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de Republiek Singapore.

TOELICHTING

In 2014 zijn de EU en Singapore, in het licht van de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van directe buitenlandse investeringen, met inbegrip van investeringsbescherming, die zij met het Verdrag van Lissabon had verworven, bepalingen inzake investeringsbescherming overeengekomen, die zij in 2014 in de bilaterale vrijhandelsovereenkomst hebben opgenomen welke in het voorafgaande jaar was geparafeerd. In 2015 besloot de Commissie het Hof van Justitie van de EU om advies te verzoeken over de vraag of de EU bevoegd was om zelf de vrijhandelsovereenkomst te ondertekenen en te sluiten, of dat de deelname van de lidstaten noodzakelijk was. Op basis van het op 16 mei 2017 uitgebrachte advies en na discussies tussen de instellingen van de EU over de nieuwe architectuur van de toekomstige vrijhandelsovereenkomsten werd de overeenkomst opgesplitst in een uitsluitend de EU betreffende vrijhandelsovereenkomst en een gemengde investeringsbeschermingsovereenkomst.

Bovendien stemde Singapore, nadat de EU haar nieuwe benadering inzake investeringsbescherming en het handhavingsmechanisme (stelsel van investeringsgerechten, ICS) had vastgesteld, zoals opgenomen in de handelsovereenkomst tussen de EU en Canada (CETA), ermee in de in 2014 overeengekomen bepalingen inzake investeringsbescherming te herzien en bijgevolg een gesloten overeenkomst te heropenen. 

 

De voornaamste onderdelen van deze investeringsbeschermingsovereenkomst omvatten:

 normen inzake eerlijke en billijke behandeling en bepalingen tegen discriminatie; 

 regels inzake rechtstreekse en onrechtstreekse onteigening;

 een permanent investeringsgerecht van eerste aanleg en een gerecht van beroep, bestaande uit door de partijen aangewezen leden;

 de leden van het gerecht moeten hebben aangetoond dat zij over expertise inzake het internationaal publiekrecht beschikken, voldoen aan de gestelde eisen om in hun onderscheiden landen rechterlijke ambten te bekleden of bekend staan als kundige rechtsgeleerden.  Zij zijn tevens onderworpen aan strikte regels inzake onafhankelijkheid, integriteit en ethisch gedrag middels een bindende gedragscode die deel uitmaakt van de overeenkomst;

 de transparantie van de procedures wordt gewaarborgd middels de openbaarmaking van documenten, en zittingen die voor het publiek toegankelijk zijn;

 een artikel inzake het recht om regelgeving vast te stellen waarmee het  recht van de partijen wordt gewaarborgd maatregelen te nemen om de legitieme doelstellingen van overheidsbeleid te verwezenlijken, zoals de bescherming van de volksgezondheid en het milieu;  hierdoor zou de vrees om regels uit te vaardigen moeten worden beperkt;

 

 verbod op parallelle of meervoudige procedures;

 bepalingen tegen misbruik van het systeem, zoals regels ter voorkoming van frauduleuze of manipulatieve verzoeken;

 een toezegging van de partijen om te streven naar de oprichting van een multilateraal investeringsgerecht (MIC);

 

De overeenkomst gaat verder dan de bepalingen inzake investeringsbescherming van de CETA, aangezien zij een volledige functionerend gerecht van beroep omvat, alsmede een gedragscode voor de leden van de gerechten die reeds in de tekst is opgenomen en bepalingen over de verplichtingen voor voormalige rechters.

In de nieuwe onderdelen komt verklaring 36 van de Commissie en de Raad over de bescherming van investeringen en het ICS tot uiting, die zij hebben afgelegd in het kader van het besluit van de Raad om in te stemmen met de ondertekening van de CETA en die bij die gelegenheid in de Raadsnotulen is opgenomen (PB L 11, 60e jaargang van 14 januari 2017).

Hier zij onderstreept dat deze overeenkomst de bestaande bilaterale investeringsverdragen tussen 13 EU-lidstaten en Singapore zal vervangen. Deze verdragen zijn gebaseerd op achterhaalde bepalingen inzake investeringsbescherming en omvatten de controversiële beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS).

De overeenkomst ontbeert helaas nog bepalingen over de verplichtingen van investeerders. Uw rapporteur is van oordeel dat, indien enerzijds het bieden van bescherming aan onze investeerders in derde landen legitiem is, de EU anderzijds ook ervoor moet zorgen dat investeringsbeschermingsovereenkomsten bindende normen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemerschap omvatten, alsmede meer in het algemeen verplichtingen ten aanzien van de mensenrechten.

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds

Document- en procedurenummers

07979/2018 – C8-0447/2018 – COM(2018)01942018/0095(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

19.10.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

INTA

22.10.2018

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

David Martin

16.5.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

4.12.2017

10.7.2018

5.11.2018

3.12.2018

Datum goedkeuring

24.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

11

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Arena, David Campbell Bannerman, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Eleonora Forenza, Karoline Graswander-Hainz, Christophe Hansen, Heidi Hautala, Yannick Jadot, France Jamet, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, William (The Earl of) Dartmouth, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Syed Kamall, Frédérique Ries, Fernando Ruas, Paul Rübig, Pedro Silva Pereira, Ramon Tremosa i Balcells, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

José Blanco López, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Jozo Radoš, Kārlis Šadurskis, Jasenko Selimovic, Mihai Ţurcanu, Anna Záborská

Datum indiening

30.1.2019

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

26

+

ALDE

Jozo Radoš, Frédérique Ries, Jasenko Selimovic, Ramon Tremosa i Balcells

ECR

David Campbell Bannerman, Syed Kamall, Joachim Starbatty, Jan Zahradil

EFDD

William (The Earl of) Dartmouth

PPE

Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Christophe Hansen, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Sorin Moisă, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Fernando Ruas, Paul Rübig, Kārlis Šadurskis, Adam Szejnfeld, Mihai Ţurcanu, Jarosław Wałęsa, Anna Záborská

S&D

José Blanco López, Bernd Lange, David Martin, Pedro Silva Pereira

 

11

-

ENF

France Jamet

GUE/NGL

Eleonora Forenza, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Helmut Scholz

S&D

Maria Arena, Karoline Graswander-Hainz, Jude Kirton-Darling, Joachim Schuster

VERTS/ALE

Heidi Hautala, Yannick Jadot

 

0

0

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

[1] Advies van het Hof van Justitie van 16 mei 2017, 2/15, ECLI:EU:C: 2017:376.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(0000)0000.

Laatst bijgewerkt op: 31 januari 2019Juridische mededeling