Procedure : 2018/0211(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0064/2019

Ingediende teksten :

A8-0064/2019

Debatten :

PV 11/02/2019 - 13
CRE 11/02/2019 - 13

Stemmingen :

PV 12/02/2019 - 9.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0068

<Date>{04/02/2019}4.2.2019</Date>
<NoDocSe>A8-0064/2019</NoDocSe>
PDF 238kWORD 96k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>     <RefProcLect>***I</RefProcLect>

<Titre>over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het fraudebestrijdingsprogramma van de EU</Titre>

<DocRef>(COM(2018)0386 – C8-0236/2018 – 2018/0211(COD))</DocRef>


<Commission>{CONT}Commissie begrotingscontrole</Commission>

Rapporteur: <Depute>José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra</Depute>

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het fraudebestrijdingsprogramma van de EU

(COM(2018)0386 – C8-0236/2018 – 2018/0211(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0386),

 gezien artikel 325 en artikel 33 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0236/2018),

 gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien het advies van de Rekenkamer van 15 november 2018[1],

 gezien artikel 59 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0064/2019),

1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2. wijst erop dat de in het wetgevingsvoorstel genoemde financiële middelen slechts een indicatie voor de wetgevingsautoriteit vormen en dat deze niet kunnen worden vastgesteld zolang er geen overeenstemming is bereikt over het voorstel voor een verordening tot vaststelling van het meerjarig financieel kader voor de periode 2021‑2027;

3. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


<RepeatBlock-Amend><Amend>Amendement  <NumAm>1</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 3 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Er is een oplossing nodig voor de verscheidenheid aan rechts- en bestuurssystemen in de lidstaten om een einde te maken aan onregelmatigheden en fraude te bestrijden. Schommelingen in het aantal onregelmatigheden kunnen worden gekoppeld aan de voortschrijding van de cycli voor meerjarenprogramma's en aan laattijdige rapportage. Dit alles vereist de invoering van een uniform systeem voor het verzamelen van gegevens over onregelmatigheden en fraudegevallen in de lidstaten, teneinde het meldingsproces te standaardiseren en de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de verstrekte gegevens te waarborgen.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Resolutie van het Europees Parlement van 3 mei 2018 over het jaarverslag 2016 over de bescherming van de financiële belangen van de EU – Fraudebestrijding. Beschikbaar op: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=TA&reference=P8-TA-2018-0196&language=NL&ring=A8-2018-0135

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>2</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 3 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter) De preventiemaatregelen van de Commissie en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zijn van ontegenzeggelijk belang, evenals de bevordering van de tenuitvoerlegging van het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting (EDES), het antifraude-informatiesysteem (AFIS) en de afronding van de nationale fraudebestrijdingsstrategieën. In het kader van deze activiteiten moet een door alle lidstaten toe te passen kader voor de digitalisering van alle tenuitvoerleggingsprocessen met betrekking tot beleid van de Unie (inclusief oproepen tot het indienen van voorstellen, toepassing, beoordeling, tenuitvoerlegging en betalingen) worden ontworpen.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Resolutie van het Europees Parlement van 3 mei 2018 over het jaarverslag 2016 over de bescherming van de financiële belangen van de EU – Fraudebestrijding. Beschikbaar op: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=TA&reference=P8-TA-2018-0196&language=NL&ring=A8-2018-0135

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>3</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 6</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) De steun van de Unie voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie, voor de rapportage over onregelmatigheden en voor de wederzijdse administratieve bijstand en de samenwerking op het gebied van douane en landbouw moeten worden gestroomlijnd in één enkel programma – het fraudebestrijdingsprogramma van de EU (hierna "het programma") – om de synergetische effecten en de begrotingsflexibiliteit te vergroten en het beheer te vereenvoudigen.

(6) De steun van de Unie voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie, voor de rapportage over onregelmatigheden en voor de wederzijdse administratieve bijstand en de samenwerking op het gebied van douane en landbouw moeten worden gestroomlijnd in één enkel programma – het fraudebestrijdingsprogramma van de EU (hierna "het programma") – om de synergetische effecten en de begrotingsflexibiliteit te vergroten en het beheer te vereenvoudigen zonder afbreuk te doen aan een effectieve controle van de tenuitvoerlegging van het programma door de medewetgevers.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>4</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 7 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) De bescherming van de financiële belangen van de Unie moet betrekking hebben op alle aspecten van de begroting van de Unie, zowel aan de ontvangstenzijde als aan de uitgavenzijde. In verband hiermee moet naar behoren rekening worden gehouden met het feit dat het programma het enige is waarmee specifiek de uitgavenzijde van de begroting van de Europese Unie wordt ondersteund.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>5</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 10</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) De horizontale financiële regels die zijn aangenomen door het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn van toepassing op deze verordening. Deze regels zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en hebben in het bijzonder betrekking op de procedure voor de opstelling van de begroting, de uitvoering ervan via subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, controle en rekening en verantwoording van de financiële actoren. De op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aangenomen regels hebben eveneens betrekking op de bescherming van de begroting van Unie bij algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor goed financieel beheer en een doeltreffende EU-financiering.

(10) De horizontale financiële regels die zijn aangenomen door het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn van toepassing op deze verordening. Deze regels zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en hebben in het bijzonder betrekking op de procedure voor de opstelling van de begroting, de uitvoering ervan via subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, controle en rekening en verantwoording van de financiële actoren. Overeenkomsten in het kader van het programma die geheel of gedeeltelijk uit de begroting van de Unie worden gefinancierd, moeten derhalve onder meer voldoen aan de beginselen van transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling en non-discriminatie, terwijl subsidies voorts moeten voldoen aan de beginselen van cofinanciering, niet-cumuleerbaarheid, het verbod op dubbele financiering, het verbod op terugwerkende kracht en het winstverbod. De op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aangenomen regels hebben eveneens betrekking op de bescherming van de begroting van Unie bij algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor goed financieel beheer en een doeltreffende EU-financiering.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Zie artikel 160, lid 1, van het Financieel Reglement (beginselen van toepassing op aanbestedingen en concessies) en artikel 125 ervan (beginselen van toepassing op subsidies).

</Amend>

 

<Amend>Amendement  <NumAm>6</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 11 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) De maximumpercentages voor de medefinanciering van subsidies in het kader van het programma mogen niet meer bedragen dan 80 % van de subsidiabele kosten. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen die in het werkprogramma zijn vastgesteld, bijvoorbeeld in verband met lidstaten die zijn blootgesteld aan een hoog risico met betrekking tot de financiële belangen van de Unie, moet het maximale medefinancieringspercentage worden vastgesteld op 90 % van de subsidiabele kosten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>7</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 12 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) De Commissie moet de werkprogramma's vaststellen overeenkomstig artikel 110 van het Financieel Reglement. De werkprogramma's moeten een beschrijving bevatten van de te financieren acties, alsmede een indicatie van het aan elke actie toegewezen bedrag, een indicatief tijdschema voor de uitvoering en het maximale medefinancieringspercentage voor subsidies. Bij de opstelling van het werkprogramma moet de Commissie rekening houden met de prioriteiten van het Europees Parlement zoals die tot uitdrukking zijn gebracht in het kader van de jaarlijkse evaluatie van de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Het werkprogramma moet worden gepubliceerd op de website van de Commissie en worden toegezonden aan het Parlement.

</Amend>

 

<Amend>Amendement  <NumAm>8</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 12 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter) De acties zijn subsidiabel op grond van hun vermogen om de in artikel 2 bedoelde specifieke doelstellingen van het programma te verwezenlijken. Hiertoe behoren onder meer het verlenen van bijzondere technische bijstand aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, zoals het verstrekken van specifieke kennis, gespecialiseerde en technisch geavanceerde apparatuur en doeltreffende instrumenten op het gebied van informatietechnologie (IT); het waarborgen van de nodige ondersteuning en het vergemakkelijken van onderzoek, en met name het instellen van gezamenlijke onderzoeksteams en grensoverschrijdende operaties; of verbetering van de uitwisseling van personeel voor specifieke projecten. Bovendien kunnen subsidiabele acties ook de organisatie omvatten van gerichte gespecialiseerde opleidingen, workshops inzake risicoanalyse en, indien nodig, conferenties en studies.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>9</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 13</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De aanschaf van apparatuur via het instrument van de Unie voor financiële steun voor controleapparatuur voor de douane26 kan een positief effect hebben op de bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad. Er moet worden op toegezien dat de steunverlening via het instrument van de Unie voor financiële steun voor controleapparatuur voor de douane en die via het programma elkaar niet overlappen. De steunverlening via het programma moet vooral gericht zijn op de aanschaf van uitrusting die niet onder het toepassingsgebied van het instrument van de Unie voor financiële steun voor controleapparatuur voor de douane valt, alsmede uitrusting waarvan de begunstigden andere autoriteiten zijn die waarvoor het instrument van de Unie voor financiële steun voor controleapparatuur voor de douane bedoeld is. Er dient met name voor het vermijden van overlappingen worden gezorgd bij de opstelling van de jaarlijkse werkprogramma's.

(13) De aanschaf van apparatuur via het instrument van de Unie voor financiële steun voor controleapparatuur voor de douane26 kan een positief effect hebben op de bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad. Er moet worden op toegezien dat de steunverlening via het instrument van de Unie voor financiële steun voor controleapparatuur voor de douane en die via het programma elkaar niet overlappen. De steunverlening via het programma moet vooral gericht zijn op de aanschaf van uitrusting die niet onder het toepassingsgebied van het instrument van de Unie voor financiële steun voor controleapparatuur voor de douane valt, alsmede uitrusting waarvan de begunstigden andere autoriteiten zijn die waarvoor het instrument van de Unie voor financiële steun voor controleapparatuur voor de douane bedoeld is. Bovendien moet er een duidelijk verband bestaan tussen het effect van de gefinancierde uitrusting en de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Er dient met name voor het vermijden van overlappingen en het tot stand brengen van synergieën tussen het programma en andere relevante programma's op gebieden zoals justitie, douane en binnenlandse zaken te worden gezorgd bij de opstelling van de werkprogramma's.

_________________

_________________

26 [ref]

26 [ref]

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Overeenkomstig de opmerkingen van de Rekenkamer in haar speciaal verslag 19/2017 "Invoerprocedures: tekortkomingen in het rechtskader en een ondoeltreffende uitvoering zijn van invloed op de financiële belangen van de EU".

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>10</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 13 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Met het programma wordt samenwerking ondersteund tussen de administratieve en rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en tussen deze autoriteiten en de Commissie, met inbegrip van OLAF, alsmede andere relevante organen en agentschappen van de Unie, zoals het Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) en het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), met het oog op een doeltreffender bescherming van de financiële belangen van de Unie. In verband hiermee zal met het programma ook samenwerking worden ondersteund met het Europees Openbaar Ministerie (EOM), zodra dit zijn functie opneemt.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>11</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 14</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Aan het programma moet kunnen worden deelgenomen door de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER). Er moet ook aan kunnen worden deelgenomen door toetredende landen, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, alsook door partnerlanden in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid, in overeenstemming met de algemene beginselen en voorwaarden voor de deelname van deze landen aan programma's van de Unie die werden vastgesteld in de desbetreffende raamovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of soortgelijke regelingen. Het programma moet ook openstaan voor andere derde landen, op voorwaarde dat zij een specifieke overeenkomst sluiten die hun deelname aan programma's van de Unie omvat.

(14) Aan het programma moet kunnen worden deelgenomen door de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER). Er moet ook aan kunnen worden deelgenomen door toetredende landen, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, alsook door partnerlanden in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid, in overeenstemming met de algemene beginselen en voorwaarden voor de deelname van deze landen aan programma's van de Unie die werden vastgesteld in de desbetreffende raamovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of soortgelijke regelingen. Het programma moet ook openstaan voor andere derde landen, op voorwaarde dat zij een associatieovereenkomst hebben of een specifieke overeenkomst sluiten die hun deelname aan programma's van de Unie omvat.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Specifieke vermelding van derde landen die een associatieovereenkomst met de EU hebben.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>12</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 15 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) Met name moet de deelname worden aangemoedigd van entiteiten die gevestigd zijn in landen die een associatieovereenkomst met de Unie hebben, om de financiële belangen van de Unie beter te beschermen door middel van samenwerking op het gebied van douane en door de uitwisseling van beste praktijken, met name wat methoden betreft voor de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die de financiële belangen van de Unie schaden, en wat de uitdagingen betreft in verband met nieuwe technologische ontwikkelingen.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>13</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 22</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 201635 moet dit programma worden geëvalueerd op basis van informatie die is verzameld aan de hand van specifieke monitoringvoorschriften, waarbij overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan de effecten van het programma op het terrein worden beoordeeld.

(22) Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201635 moet dit programma worden geëvalueerd op basis van informatie die is verzameld door middel van voorschriften met betrekking tot rapportering, met name over de prestaties, monitoring en evaluatie, waarbij overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan de effecten van het programma op het terrein worden beoordeeld. De evaluatie moet worden uitgevoerd door een onafhankelijke beoordelaar.

__________________

__________________

35 Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).

35 Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Uitvoering van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>14</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 23</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) De bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dient te worden gedelegeerd aan de Commissie met het oog op de vaststelling van bepalingen voor een kader voor toezicht op en evaluatie van het programma. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(23) Teneinde deze verordening aan te vullen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de vaststelling van de werkprogramma's. Bovendien moet om deze verordening te wijzigen aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de indicatoren in bijlage II bij deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Aanpassing aan de standaardoverweging inzake gedelegeerde handelingen die is overeengekomen in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>15</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 20212027 bedragen 181,207 EUR in lopende prijzen.

1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 20212027 bedragen 321 314 000 EUR in prijzen van 2018 (362 414 000 EUR in lopende prijzen).

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Overeenkomstig het besluit van de Conferentie van voorzitters van 13 september 2018 weerspiegelt dit amendement de cijfers in het tussentijds verslag over het meerjarig financieel kader voor de periode 2021‑2027 dat op 14 november 2018 door de plenaire vergadering is aangenomen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>16</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter a</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) 114,207 miljoen EUR voor de doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a);

a) 202 512 000 EUR in prijzen van 2018 (228 414 000 EUR in lopende prijzen) voor de doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a);

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>17</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter b</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) 7 miljoen EUR voor de doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b);

b) 12 412 000 EUR in prijzen van 2018 (14 miljoen EUR in lopende prijzen) voor de doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b);

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>18</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter c</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) 60 miljoen EUR voor de doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder c).

c) 106 390 000 EUR in prijzen van 2018 (120 miljoen EUR in lopende prijzen) voor de doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder c).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>19</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De Commissie is bevoegd om middelen te herverdelen tussen de in artikel 2, lid 2, genoemde doelstellingen. Indien een herverdeling de wijziging inhoudt van één van de in lid 2 van dit artikel genoemde bedragen met 10 % of meer, vindt de nieuwe toewijzing plaats door middel van een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>20</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Het in lid 1 bedoelde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor het uitvoeren van het programma, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen.

3. Het in lid 1 bedoelde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor het uitvoeren van het programma, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen. Bovendien wordt bij de indicatieve verdeling van lid 2, onder a), naar behoren rekening gehouden met het feit dat het programma het enige in zijn soort is dat betrekking heeft op de uitgavenzijde van de bescherming van de financiële belangen van de Unie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>21</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – alinea 1 – letter d – letter a</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) een billijk evenwicht waarborgt tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan programma's van de Unie deelneemt;

Schrappen

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Deze inhoud is gedekt in de resterende punten van de alinea.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>22</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het programma kan financiering verstrekken in een van de vormen waarin het Financieel Reglement voorziet, met name subsidies en overheidsopdrachten, alsook vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 238 van het Financieel Reglement.

2. Het programma kan financiering verstrekken in een van de vormen waarin het Financieel Reglement voorziet, met name subsidies overeenkomstig titel VIII en overheidsopdrachten overeenkomstig titel VII, alsook vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 238 van het Financieel Reglement.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Opname van verwijzingen naar het Financieel Reglement.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>23</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Hoofdstuk II – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

SUBSIDIES

Schrappen

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>24</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – alinea 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Subsidies in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel VIII van het Financieel Reglement.

Het medefinancieringspercentage voor in het kader van het programma toegekende subsidies bedraagt niet meer dan 80 % van de subsidiabele kosten. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, die in de in artikel 10 bedoelde werkprogramma's worden vastgelegd, bedraagt het cofinancieringspercentage niet meer dan 90 % van de subsidiabele kosten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>25</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Alleen acties voor de verwezenlijking van de doelstellingen als bedoeld in artikel 2 komen in aanmerking voor financiering.

De volgende acties voor de verwezenlijking van de doelstellingen als bedoeld in artikel 2 komen in aanmerking voor financiering:

 

a) het aanbieden van technische kennis, gespecialiseerde en technisch geavanceerde apparatuur en doeltreffende IT-instrumenten die de grensoverschrijdende en multidisciplinaire samenwerking en de samenwerking met de Commissie vergemakkelijken;

 

b) het bevorderen van personeelsuitwisselingen voor specifieke projecten, het waarborgen van de nodige ondersteuning en het vergemakkelijken van onderzoek, en met name het instellen van gezamenlijke onderzoeksteams en grensoverschrijdende operaties;

 

c) het verlenen van technische en operationele ondersteuning aan nationale onderzoeken, met name aan douane- en rechtshandhavingsautoriteiten, met het oog op de versterking van de strijd tegen fraude en andere onwettige activiteiten;

 

d) het opbouwen van IT-capaciteit in alle lidstaten en derde landen, het verbeteren van de gegevensuitwisseling en het ontwikkelen en leveren van IT‑instrumenten voor onderzoek en monitoring van inlichtingenwerk;

 

e) het organiseren van gespecialiseerde opleidingen, workshops met risicoanalyse, conferenties en studies ter verbetering van de samenwerking en coördinatie tussen de diensten die betrokken zijn bij de bescherming van de financiële belangen van de Unie;

 

f) het financieren van een reeks IT-toepassingen voor douanedoeleinden die worden gebruikt in het kader van een gemeenschappelijk informatiesysteem dat wordt beheerd door de Commissie en dat is opgezet om taken uit te voeren die de Commissie zijn toevertrouwd bij Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad1 bis;

 

g) het financieren van een beveiligd elektronisch communicatiemiddel om de lidstaten te helpen hun verplichting om ontdekte onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, te melden, na te komen en dat het beheer en de analyse van onregelmatigheden ondersteunt;

 

h) elke andere actie waarin in de in artikel 10 bedoelde werkprogramma's is voorzien die nodig is om de algemene en specifieke doelstellingen van artikel 2 te verwezenlijken.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1).

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Een meer gedetailleerde beschrijving van de subsidiabele acties moet in het artikel worden opgenomen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>26</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – alinea 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer de ondersteunde actie de aanschaf van apparatuur omvat, zorgt de Commissie ervoor dat de gefinancierde apparatuur bijdraagt tot de bescherming van de financiële belangen van de Unie.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Overeenkomstig de opmerkingen van de Rekenkamer in haar speciaal verslag 19/2017 "Invoerprocedures: tekortkomingen in het rechtskader en een ondoeltreffende uitvoering zijn van invloed op de financiële belangen van de EU".

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>27</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – lid 2 – letter c</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) elke juridische entiteit die is opgericht krachtens het recht van de Unie of elke internationale organisatie.

c) elke juridische entiteit die is opgericht krachtens het recht van de Unie of elke internationale organisatie, overeenkomstig de definitie in artikel 156 van het Financieel Reglement.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Opname van verwijzing naar het Financieel Reglement.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>28</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De werkprogramma's worden door de Commissie vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 14.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>29</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie onderzoekt synergieën tussen het programma en andere relevante programma's op gebieden zoals justitie, douane en binnenlandse zaken en zorgt ervoor dat overlappingen in het kader van de opstelling van de werkprogramma's worden vermeden.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>30</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 10 – alinea 1 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De werkprogramma's worden gepubliceerd op de website van de Commissie en toegezonden aan het Europees Parlement, dat de inhoud en de resultaten ervan beoordeelt in het kader van de jaarlijkse evaluatie van de bescherming van de financiële belangen van de Unie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>31</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Met het oog op een effectieve evaluatie van de voortgang van het programma in de richting van de verwezenlijking van de doelstellingen kan de Commissie overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vaststellen om bijlage II te wijzigen teneinde de indicatoren waar nodig te herzien of aan te vullen en deze verordening aan te vullen met bepalingen inzake de vaststelling van een kader voor toezicht en evaluatie.

2. Met het oog op een effectieve evaluatie van de voortgang van het programma in de richting van de verwezenlijking van de doelstellingen kan de Commissie overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vaststellen om bijlage II te wijzigen teneinde de indicatoren waar nodig te herzien of aan te vullen.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Het bedoelde kader bestaat vooralsnog niet.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>32</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De Commissie dient jaarlijks een verslag in over de resultaten van het programma bij het Europees Parlement en de Raad.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>33</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

1. Evaluaties worden tijdig uitgevoerd, door een onafhankelijke beoordelaar, zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>34</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – lid 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Aan het einde van de uitvoering van het programma, doch uiterlijk vier jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit.

3. Aan het einde van de uitvoering van het programma, doch uiterlijk drie jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Evaluatie van het programma na drie jaar.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>35</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – lid 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Rekenkamer.

4. De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Rekenkamer en publiceert ze op de haar website.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>36</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 5 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. Een overeenkomstig de artikelen 10 en 13 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Standaardclausule die in het voorstel ontbreekt.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>37</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 15 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren. De oorsprong van financiering van de Unie behoeft niet te worden erkend en er behoeft geen zichtbaarheid aan te worden gegeven indien zulks afbreuk zou kunnen doen aan de doeltreffendheid van fraudebestrijdings- of douaneoperaties.

1. De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven maximale zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren. De oorsprong van financiering van de Unie behoeft niet te worden erkend en er behoeft geen zichtbaarheid aan te worden gegeven indien zulks afbreuk zou kunnen doen aan de doeltreffendheid van fraudebestrijdings- of douaneoperaties.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>38</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 15 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het programma alsmede de acties en de resultaten ervan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

2. De Commissie voert geregeld informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het programma, de acties en de resultaten ervan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>39</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – doelstelling 1 – alinea 2 – punt 1.1 – letter a (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a) aantal en type activiteiten die in het kader van het programma worden georganiseerd en (mee)gefinancierd;

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Opname van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>40</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – doelstelling 1 – alinea 2 – punt 1.2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.2 : percentage van de lidstaten dat steun ontvangt voor elk jaar van het programma.

1.2 : Lijst van de lidstaten die steun ontvangen voor elk jaar van het programma en respectief aandeel in de financiering.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>41</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – doelstelling 1 – alinea 4 – letter a (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a) aantal meldingen van onregelmatigheden;

<TitreJust>Motivering</TitreJust>

Opname van kwantitatieve indicatoren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>42</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – doelstelling 1 – alinea 4 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Tevredenheid van gebruikers met het gebruik van het antifraude-informatiesysteem.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>43</NumAm><DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – doelstelling 1 – alinea 6 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Aantal en soort activiteiten met betrekking tot wederzijdse bijstand;

</Amend></RepeatBlock-Amend>


AD invoegen

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Fraudebestrijdingsprogramma van de EU

Document- en procedurenummers

COM(2018)0386 – C8-0236/2018 – 2018/0211(COD)

Datum indiening bij EP

30.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

CONT

14.6.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

 Datum bekendmaking

BUDG

14.6.2018

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra

12.7.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

13.12.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

29.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Jonathan Bullock, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Bogusław Liberadzki, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach, Andrey Novakov, Miroslav Poche, Patricija Šulin

Datum indiening

5.2.2019

 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

17

+

ALDE

Nedzhmi Ali

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan

PPE

Ingeborg Gräßle, Andrey Novakov, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Claudia Schmidt, Patricija Šulin, Tomáš Zdechovský

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Karin Kadenbach, Bogusław Liberadzki, Georgi Pirinski, Miroslav Poche, Derek Vaughan

VERTS/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

 

0

-

 

 

 

2

0

EFDD

Jonathan Bullock

ENF

Jean-François Jalkh

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

[1] Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

Laatst bijgewerkt op: 8 februari 2019Juridische mededeling