Procedure : 2018/0813(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0065/2019

Ingediende teksten :

A8-0065/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0119

VERSLAG     *
PDF 170kWORD 55k
6.2.2019
PE 632.944v03-00 A8-0065/2019

over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende samenwerking tussen Eurojust en Georgië

(13483/2018 – C8-0484/2018 – 2018/0813(CNS))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Sylvia-Yvonne Kaufmann

(Vereenvoudigde procedure – artikel 50, lid 1, van het Reglement)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende samenwerking tussen Eurojust en Georgië

(13483/2018 – C8-0484/2018 – 2018/0813(CNS))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van de Raad (13483/2018),

–  gezien artikel 39, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Amsterdam, en artikel 9 van Protocol (Nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0484/2018),

–  gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(1), en met name artikel 26 bis, lid 2,

–  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie juridische zaken (A8-0065/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad;

2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.


TOELICHTING

De samenwerkingsovereenkomst tussen Eurojust en Georgië volgt het model van soortgelijke overeenkomsten die in het verleden door Eurojust zijn gesloten (bijv. Eurojust-Fyrom, Eurojust-VS, Eurojust-Noorwegen, Eurojust-Zwitserland en, het meest recent, Eurojust-Albanië). Het doel van dergelijke overeenkomsten is het bevorderen van samenwerking bij de bestrijding van zware criminaliteit, met name georganiseerde criminaliteit en terrorisme. Ze voorzien onder meer in verbindingsfunctionarissen, contactpunten en informatie-uitwisseling. Dergelijke samenwerkingsovereenkomsten zijn gebaseerd op artikel 26 bis, lid 2, van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken.

Georganiseerde criminele groeperingen uit Georgië zijn actief in de EU-lidstaten (zoals bijvoorbeeld bleek tijdens een gezamenlijke Georgische/Griekse/Franse operatie in 2018). Georgië bevindt zich in een postconflictsituatie en het land beschikt nog altijd over een grote voorraad wapens waarin gehandeld kan worden (zie bijvoorbeeld US Department of State, Georgia 2018 Crime & Safety Report). De Europese Unie stelde in haar verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de visumvrijstelling (COM(2017)815) dat "onderdanen van Georgië tot de niet-EU-nationaliteiten behoren die volgens de statistieken het meest betrokken zijn bij zware en georganiseerde criminaliteit in de EU. Georgische misdaadorganisaties zijn zeer mobiel, houden zich voornamelijk bezig met georganiseerde vermogenscriminaliteit (met name georganiseerde inbraken en diefstal) en zijn vooral actief in Frankrijk, Griekenland, Duitsland, Italië en Spanje. Deze misdaadorganisaties vormen een bijzondere bedreiging voor de EU omdat hun activiteiten vaak worden afgedaan als criminaliteit met een lage intensiteit, hun controle over criminele markten geleidelijk toeneemt en zij samenwerken met andere misdaadorganisaties uit niet-EU-landen. Georgië blijft een doorvoerland voor diverse illegale goederen die naar de EU worden gesmokkeld, met name drugs. Georgië is in toenemende mate gebruikt om illegaal gegenereerde opbrengsten van diverse misdaadorganisaties in en buiten de EU wit te wassen en is uitgegroeid tot doorvoerland voor witgewassen opbrengsten uit criminele activiteiten". Een dergelijke overeenkomst kan dus intensievere samenwerking bewerkstelligen bij de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en is in het belang van zowel Georgië als de EU-lidstaten, aangezien georganiseerde criminaliteit een transnationaal probleem is. Ook op het gebied van justitiële samenwerking is een dergelijke overeenkomst welkom, mede gezien de reeds bestaande overeenkomst tussen Europol en Georgië uit 2017 inzake politiële samenwerking.

Een dergelijke samenwerking zal de Georgische autoriteiten eveneens helpen om hun verplichtingen te blijven vervullen en zich serieus te blijven inzetten om georganiseerde criminaliteit te voorkomen en te bestrijden (bijvoorbeeld door middel van de nieuwe Nationale Strategie 2017-2020 voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, de hervorming van de politie die sinds 2015 loopt, inspanningen om de rechtelijke macht te versterken op basis van verslagen van de Raad van Europa, de overeenkomst met Europol uit 2017, enz.). De Commissie stelde zelfs dat Georgië zich, wat betreft de benchmarks voor visumliberalisering, moet richten op: "operationele uitvoering van de met Europol gesloten samenwerkingsovereenkomst als een prioritaire kwestie en sluiting van de samenwerkingsovereenkomst met Eurojust".

Overeenkomstig het huidige Eurojust-besluit mogen dergelijke samenwerkingsovereenkomsten tussen Eurojust en derde landen die bepalingen bevatten over de uitwisseling van persoonsgegevens, alleen worden gesloten als de betrokken entiteit onder het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 valt of nadat er een evaluatie is uitgevoerd waaruit blijkt dat die entiteit een afdoende niveau van gegevensbescherming waarborgt. In dat verband moet erop worden gewezen dat Georgië dit verdrag en het bijbehorende aanvullende protocol van 2014 in 2005 heeft geratificeerd. Op 19 april 2018 heeft het gemeenschappelijk controleorgaan van Eurojust omtrent de bepalingen inzake gegevensbescherming een positief advies over de overeenkomst uitgebracht. Het stelde evenwel dat "artikel 17 (gegevensbeveiliging) van de ontwerpovereenkomst niet voorziet in de kennisgeving van inbreuken in verband met persoonsgegevens tussen de partijen. Het gemeenschappelijk controleorgaan beveelt Eurojust daarom aan dit element te bespreken in het kader van de geregelde overlegbijeenkomsten met de Georgische partners, zoals voorzien in artikel 20 van de ontwerpovereenkomst, waarbij met name rekening moet worden gehouden met de desbetreffende bepalingen van de politierichtlijn. Bovendien verzoekt het gemeenschappelijk controleorgaan Eurojust een dergelijke bepaling op te nemen in toekomstige samenwerkingsovereenkomsten met derde partijen en landen". De rapporteur steunt deze verklaring. De nieuwe Verordening (EU) 2018/1727 betreffende Eurojust tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad voorziet bovendien in de mogelijkheid van overeenkomsten met derde landen, waarbij deze overeenkomsten een mogelijke basis vormen voor de doorgifte van persoonsgegevens, onder de voorwaarde dat de algemene beginselen inzake de doorgifte van operationele persoonsgegevens aan derde landen worden geëerbiedigd (zie in dit verband artikel 56 van de verordening).

Consequently, based on all of the above considerations, the Rapporteur endorses the draft Council implementing decision as regards the draft Agreement on Cooperation between Eurojust and Georgia.


ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN

De heer Claude Moraes

Voorzitter

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

BRUSSEL

Betreft:  Advies in de vorm van een brief met betrekking tot het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende samenwerking tussen Eurojust en Georgië (2018/0813(CNS))

Geachte heer [...],

De Commissie juridische zaken, waarvan ik de eer heb voorzitter te zijn, is verzocht een advies uit te brengen aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken met betrekking tot het besluit betreffende het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst tussen Eurojust en Georgië (2018/0813(CNS)). Mevrouw Joëlle Bergeron is benoemd tot rapporteur voor advies. Om redenen die verband houden met de termijnen voor de goedkeuring van het verslag in uw commissie, heeft de Commissie juridische zaken besloten haar advies in de vorm van een brief te sturen.

Dit besluit behelst de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst tussen Eurojust en Georgië (de "overeenkomst") met het oog op versterking van de justitiële samenwerking bij de bestrijding van zware georganiseerde criminaliteit en corruptie. De overeenkomst bevat bepalingen over de uitwisseling van persoonsgegevens. Het college van Eurojust gaf zijn goedkeuring op 20 september 2018.

Ingevolge artikel 26 bis, lid 2, van het besluit van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van de Raad 2009/426/JBZ van 16 december 2008, is het de verantwoordelijkheid van de Raad zijn goedkeuring te hechten aan overeenkomsten die Eurojust met derde landen of internationale organisaties sluit. Aan de voorwaarden van artikel 26 bis moet worden voldaan. Het Parlement moet over deze goedkeuring worden geraadpleegd.

De Commissie juridische zaken is van mening dat de operationele samenwerking tussen Eurojust en Georgië noodzakelijk is om grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden en de justitiële samenwerking in Europa te versterken. De Commissie juridische zaken steunt de overeenkomst en stelt daarom, na uitwisseling tussen de coördinatoren via de schriftelijke procedure en de goedkeuring van het advies tijdens de vergadering van 23 januari 2019(1), voor het uitvoeringsbesluit van de Raad zonder wijziging goed te keuren. De commissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken de goedkeuring voor te stellen van het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende samenwerking tussen Eurojust en Georgië.

Ik vertrouw erop dat wij met dit advies een nuttige bijdrage leveren aan het verslag van uw commissie.

Hoogachtend,

Pavel Svoboda

(1)

Bij de eindstemming waren aanwezig: Pavel Svoboda (voorzitter), Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (ondervoorzitter), Jean-Marie Cavada (ondervoorzitter), Mady Delvaux (ondervoorzitter), Max Andersson, Marie-Christine Boutonnet, Pascal Durand, Rosa Estaràs Ferragut, Enrico Gasbarra, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Angelika Niebler, Julia Reda, Evelyn Regner, Virginie Rozière, József Szájer, Axel Voss, Tiemo Wölken, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka, Kosma Złotowski, Luis de Grandes Pascual, Lola Sánchez Caldentey (verving Kostas Chrysogonos overeenkomstig artikel 200, lid 2, van het Reglement).


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Ontwerp van samenwerkingsovereenkomst tussen Eurojust en Georgië

Document- en procedurenummers

13483/2018 – C8-0484/2018 – 2018/0813(CNS)

Datum raadpleging EP

15.11.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

28.11.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

28.11.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Sylvia-Yvonne Kaufmann

7.1.2019

 

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

10.12.2018

Behandeling in de commissie

24.1.2019

4.2.2019

 

 

Datum goedkeuring

4.2.2019

 

 

 

Datum indiening

6.2.2019

Laatst bijgewerkt op: 7 februari 2019Juridische mededeling