Procedure : 2018/0330A(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0076/2019

Ingediende teksten :

A8-0076/2019

Debatten :

PV 17/04/2019 - 13
CRE 17/04/2019 - 13

Stemmingen :

PV 17/04/2019 - 16.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0415

VERSLAG     ***I
PDF 743kWORD 328k
12.2.2019
PE 630.451 A8-0076/2019

over het voorstel voor een verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 98/700/JBZ van de Raad, Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2018)0631 – C8-0406/2018 – 2018/0330(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Roberta Metsola

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 98/700/JBZ van de Raad, Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2018)0631 – C8-0406/2018 – 2018/0330(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0631),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 77, lid 2, onder b) en d), en artikel 79, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0406/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van ...(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van ...(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0076/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 98/700/JBZ van de Raad, Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad Een bijdrage van de Europese Commissie aan de bijeenkomst van leiders in Salzburg op 19–20 september 2018

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 98/700/JBZ van de Raad, Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad17. Nadat het op 1 mei 2005 met zijn werkzaamheden is begonnen, heeft het de lidstaten met succes bijgestaan bij de uitvoering van de operationele aspecten van het beheer van de buitengrenzen door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, risicoanalyses, het uitwisselen van informatie, het onderhouden van de betrekkingen met derde landen en de terugkeer van terugkeerders.

(2)  Het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad17. Nadat het op 1 mei 2005 met zijn werkzaamheden is begonnen, heeft het de lidstaten met succes bijgestaan bij de uitvoering van de operationele aspecten van het beheer van de buitengrenzen door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, risicoanalyses, het uitwisselen van informatie, het onderhouden van de betrekkingen met derde landen en de coördinatie van de terugkeer van onderdanen van derde landen voor wie een door een lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit geldt.

__________________

__________________

17 Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1).

17 Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1).

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Wat voorheen het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie was, heet nu het Europees Grens- en kustwachtagentschap (hierna "het Agentschap" genoemd) en heeft nu een uitgebreider takenpakket, waarbij alle activiteiten en procedures volledig worden voortgezet. Als belangrijkste taken moet het Agentschap een technische en operationele strategie vaststellen als onderdeel van de cyclus voor meerjarig strategisch beleid inzake de uitvoering van Europees geïntegreerd grensbeheer, toezien op de effectieve werking van het grenstoezicht aan de buitengrenzen, risicoanalyses en kwetsbaarheidsbeoordelingen uitvoeren, intensievere technische en operationele bijstand verlenen aan lidstaten en derde landen door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, toezien op de praktische uitvoering van maatregelen in een situatie aan de buitengrenzen die dringend optreden vereist, technische en operationele bijstand verlenen ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties voor personen in nood op zee, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies organiseren, coördineren en uitvoeren, en technische en operationele bijstand verlenen aan terugkeeractiviteiten van derde landen.

(3)  Wat voorheen het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie was, heet nu het Europees Grens- en kustwachtagentschap (hierna "het Agentschap" genoemd) en heeft nu een uitgebreider takenpakket, waarbij alle activiteiten en procedures volledig worden voortgezet. Als belangrijkste taken moet het Agentschap een technische en operationele strategie vaststellen, die wordt ontwikkeld in het kader van de cyclus voor meerjarig strategisch beleid inzake de uitvoering van Europees geïntegreerd grensbeheer, toezien op de effectieve werking van het grenstoezicht aan de buitengrenzen, risicoanalyses en kwetsbaarheidsbeoordelingen uitvoeren, intensievere technische en operationele bijstand verlenen aan lidstaten en derde landen door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, toezien op de praktische uitvoering van maatregelen in een situatie aan de buitengrenzen die dringend optreden vereist, technische en operationele bijstand verlenen ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties voor personen in nood op zee, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies organiseren, coördineren en uitvoeren.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Sinds het begin van de migratiecrisis in 2015 heeft de Commissie belangrijke initiatieven genomen om de grenzen van de Unie beter te beschermen. In december 2015 werd een voorstel ingediend om het mandaat van het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen aanzienlijk te versterken en in 2016 is hierover in een recordtijd onderhandeld. De verordening over het Europees Grens- en kustwachtagentschap is op 6 oktober 2016 in werking getreden.

(4)  Sinds het begin van de migratiecrisis in 2015 heeft de Commissie belangrijke initiatieven genomen en een reeks maatregelen voorgesteld om de grenzen van de Unie beter te beschermen en de normale werking van het Schengengebied te herstellen. In december 2015 werd een voorstel ingediend om het mandaat van het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen aanzienlijk te versterken en in 2016 is hierover snel onderhandeld. De verordening over het Europees Grens- en kustwachtagentschap is op 6 oktober 2016 in werking getreden.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Wat het toezicht aan de buitengrenzen, terugkeer en asiel betreft, moet het kader van de Unie echter nog verder worden verbeterd. Daarom, en om de huidige en toekomstige operationele inspanningen verder te onderbouwen, dringt een hervorming van de Europese grens- en kustwacht zich op in de vorm van een krachtiger mandaat voor het Europees Grens- en kustwachtagentschap, en met name in de vorm van een permanent korps van de Europese grens- en kustwacht met 10 000 operationele personeelsleden met uitvoerende bevoegdheden dat het Europees Grens- en kustwachtagentschap de nodige capaciteit geeft om de lidstaten ter plaatse doeltreffend te ondersteunen bij hun inspanningen om de buitengrenzen te beschermen, secundaire bewegingen te bestrijden en de effectieve terugkeer van irreguliere migranten aanzienlijk op te voeren.

(5)  Wat het toezicht aan de buitengrenzen, terugkeer en de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit betreft, moet het kader van de Unie echter nog verder worden verbeterd. Daarom, en om de huidige en toekomstige operationele inspanningen verder te onderbouwen, dringt een hervorming van de Europese grens- en kustwacht zich op in de vorm van een krachtiger mandaat voor het Europees Grens- en kustwachtagentschap, en met name in de vorm van een permanent korps van de Europese grens- en kustwacht dat het Europees Grens- en kustwachtagentschap de nodige capaciteit geeft om de lidstaten ter plaatse doeltreffend te ondersteunen bij hun inspanningen om de buitengrenzen te beschermen, grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden en de effectieve en duurzame terugkeer van irreguliere migranten aanzienlijk op te voeren.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Het is noodzakelijk om efficiënt toezicht te houden op de overschrijding van de buitengrenzen, de uitdagingen en mogelijke toekomstige dreigingen op het gebied van migratie aan de buitengrenzen aan te pakken, een hoog niveau van interne veiligheid binnen de Unie te verzekeren, de werking van het Schengengebied te vrijwaren en het overkoepelende beginsel van solidariteit te eerbiedigen. Dit moet gepaard gaan met proactief migratiebeheer, inclusief de nodige maatregelen in derde landen. In het licht van het voorgaande is het noodzakelijk de Europese grens- en kustwacht te consolideren en het mandaat van het Europees Grens- en kustwachtagentschap verder uit te breiden. Het Agentschap moet in hoofdzaak bestaan uit een permanent korps van de Europese grens- en kustwacht met 10 000 operationele personeelsleden.

(7)  Het is noodzakelijk om efficiënt toezicht te houden op de overschrijding van de buitengrenzen, de uitdagingen en mogelijke toekomstige dreigingen op het gebied van migratie aan de buitengrenzen aan te pakken, een hoog niveau van interne veiligheid binnen de Unie te verzekeren, de werking van het Schengengebied te vrijwaren en het overkoepelende beginsel van solidariteit te eerbiedigen. In het licht van het voorgaande is het noodzakelijk de Europese grens- en kustwacht te consolideren en het mandaat van het Europees Grens- en kustwachtagentschap verder uit te breiden. Het Agentschap moet in hoofdzaak bestaan uit een permanent korps van de Europese grens- en kustwacht dat tevens een snel inzetbare pool van grenswachters omvat.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Om te weerspiegelen dat het mandaat van het vroegere Frontex kwalitatief verder wordt uitgediept, met name door het Agentschap een eigen operationele tak te geven met een uit 10 000 operationele personeelsleden bestaand permanent korps van de Europese grens- en kustwacht, moet het Agentschap voortaan uitsluitend met de naam "Europees Grens- en kustwachtagentschap" worden aangeduid en onder deze naam opereren. Deze verandering moet zichtbaar zijn in alle relevante gevallen, met inbegrip van de visuele identiteit in het externe communicatiemateriaal.

(8)  Om te weerspiegelen dat het mandaat van het vroegere Frontex kwalitatief verder wordt uitgediept, met name door het Agentschap een eigen operationele tak te geven met een permanent korps van de Europese grens- en kustwacht dat ook de snel inzetbare pool omvat, moet het Agentschap voortaan uitsluitend met de naam "Europees Grens- en kustwachtagentschap" worden aangeduid en onder deze naam opereren. Deze verandering moet zichtbaar zijn in alle relevante gevallen, met inbegrip van de visuele identiteit in het externe communicatiemateriaal.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Bij de tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer moet de samenhang met andere beleidsdoelstellingen, waaronder de goede werking van het grensoverschrijdend vervoer, worden gewaarborgd.

(9)  Bij de tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer moet de samenhang met andere beleidsdoelstellingen, waaronder het vrije verkeer van personen, het recht op asiel en de goede werking van het grensoverschrijdend vervoer, worden gewaarborgd.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Het Europees geïntegreerd grensbeheer moet worden uitgevoerd als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze operaties ter bewaking van de zeegrenzen en andere taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, en de nationale autoriteiten die belast zijn met terugkeer. Hoewel de lidstaten de eerste verantwoordelijkheid behouden voor het beheer van hun buitengrenzen in hun belang en in het belang van alle lidstaten, en ze verantwoordelijk zijn voor de uitvaardiging van terugkeerbesluiten, dient het Agentschap de toepassing van Uniemaatregelen met betrekking tot het beheer van de buitengrenzen en terugkeer te ondersteunen door het optreden van de lidstaten die deze maatregelen uitvoeren, te versterken, te beoordelen en te coördineren.

(10)  Het Europees geïntegreerd grensbeheer moet worden uitgevoerd als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze operaties ter bewaking van de zeegrenzen, opsporings- en reddingsoperaties en andere taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, en de nationale autoriteiten die belast zijn met terugkeer. Hoewel de lidstaten de eerste verantwoordelijkheid behouden voor het beheer van hun buitengrenzen in hun belang en in het belang van alle lidstaten, en ze verantwoordelijk zijn voor de uitvaardiging van terugkeerbesluiten, dient het Agentschap de toepassing van Uniemaatregelen met betrekking tot het beheer van de buitengrenzen en terugkeer te ondersteunen door het optreden van de lidstaten die deze maatregelen uitvoeren, te versterken en te coördineren. Er mag zich geen onnodige operationele overlapping voordoen tussen het Agentschap en de lidstaten.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Om het Europees geïntegreerd grensbeheer en het gemeenschappelijk terugkeerbeleid doeltreffender te maken, moet een Europese grens- en kustwacht worden opgericht. Hieraan moeten de noodzakelijke financiële, personele en materiële middelen worden toegewezen. De Europese grens- en kustwacht moet worden gevormd door het Europees Grens- en kustwachtagentschap, de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, en de autoriteiten die belast zijn met terugkeer. Als zodanig berust het op het gemeenschappelijke gebruik van informatie, capaciteiten en systemen op nationaal niveau en de respons van het Agentschap op Unieniveau.

(11)  Met het oog op de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer, moet een Europese grens- en kustwacht worden opgericht. Hieraan moeten de noodzakelijke financiële, personele en materiële middelen worden toegewezen. De Europese grens- en kustwacht moet worden gevormd door het Europees Grens- en kustwachtagentschap, de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, en de autoriteiten die belast zijn met terugkeer. Als zodanig berust het op het gemeenschappelijke gebruik van informatie, capaciteiten en systemen op nationaal niveau en de respons van het Agentschap op Unieniveau.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Een cyclus voor meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer moet ervoor zorgen dat de Europese grens- en kustwacht het Europees geïntegreerd grensbeheer doeltreffend uitvoert. De meerjarige cyclus moet een geïntegreerd, uniform en continu proces omvatten, dat voorziet in strategische richtsnoeren voor alle relevante actoren die actief zijn op het gebied van grensbeheer en terugkeer op Unieniveau en in de lidstaten, zodat deze actoren het Europees geïntegreerd grensbeheer op coherente wijze kunnen uitvoeren. In de meerjarige cyclus moet ook aandacht worden besteed aan alle relevante interacties van de Europese grens- en kustwacht met de Commissie, andere instellingen en organen, en aan samenwerking met andere relevante partners, zoals derde landen en derden, in voorkomend geval.

(14)  Een cyclus voor meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer moet ervoor zorgen dat de Europese grens- en kustwacht het Europees geïntegreerd grensbeheer doeltreffend uitvoert. De meerjarige cyclus moet een geïntegreerd, uniform en continu proces omvatten, dat voorziet in strategische richtsnoeren voor alle relevante actoren die actief zijn op het gebied van grensbeheer en terugkeer op Unieniveau en in de lidstaten, zodat deze actoren het Europees geïntegreerd grensbeheer op coherente wijze en met volledige eerbiediging van de grondrechten kunnen uitvoeren. De meerjarige beleidscyclus moet het Agentschap in het bijzonder in staat stellen zijn technische en operationele strategie vast te stellen. In de meerjarige cyclus moet ook aandacht worden besteed aan alle relevante interacties van de Europese grens- en kustwacht met de Commissie, andere instellingen en organen, en aan samenwerking met andere relevante partners, zoals derde landen en derden, in voorkomend geval.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Voor het Europees geïntegreerd grensbeheer hebben de lidstaten en het Agentschap een geïntegreerde planning nodig voor grens- en terugkeeroperaties, voor de voorbereiding van noodplannen om te reageren op hogere druk aan de buitengrenzen en om de ontwikkeling van het vermogen op lange termijn te coördineren, zowel wat aanwerving als wat opleiding betreft, maar ook voor de aanschaf en ontwikkeling van uitrusting.

(15)  Voor het Europees geïntegreerd grensbeheer hebben de lidstaten en het Agentschap een geïntegreerde planning nodig voor grens- en terugkeeroperaties, om te reageren op uitdagingen aan de buitengrenzen, voor noodplannen en om de ontwikkeling van het vermogen op lange termijn te coördineren, zowel wat aanwerving als wat opleiding betreft, maar ook voor de aanschaf en ontwikkeling van uitrusting.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De uitvoering van deze verordening doet geen afbreuk aan de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten noch aan de verplichtingen van de lidstaten die voortvloeien uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee, het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en het daarbij behorende protocol tot bestrijding van migrantensmokkel over land, over zee en door de lucht, het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en andere toepasselijke internationale instrumenten.

(16)  De uitvoering van deze verordening doet geen afbreuk aan de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten noch aan de verplichtingen van de lidstaten die voortvloeien uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee, het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en het daarbij behorende protocol tot bestrijding van migrantensmokkel over land, over zee en door de lucht, het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de status van statelozen en andere toepasselijke internationale instrumenten.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Het gebied waarop het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Europees Bureau voor visserijcontrole actief zijn, is uitgebreid, en hun samenwerking met het Agentschap is geïntensiveerd. Daarom moet de Europese Commissie een voorstel indienen om deze agentschappen, evenals eventuele andere relevante actoren zoals de lidstaten, op te nemen in het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 656/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Het Agentschap moet zijn taken uitoefenen onverminderd de verantwoordelijkheden van de lidstaten met betrekking tot de handhaving van de openbare orde en de vrijwaring van de binnenlandse veiligheid.

(18)  Het Agentschap moet zijn taken uitoefenen met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de lidstaten met betrekking tot de handhaving van de openbare orde en de vrijwaring van de binnenlandse veiligheid.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Het Agentschap moet zijn taken uitvoeren onverminderd de bevoegdheid van de lidstaten ten aanzien van defensie.

(19)  Het Agentschap moet zijn taken uitvoeren met volledige inachtneming van de verantwoordelijkheden en de bevoegdheid van de lidstaten ten aanzien van defensie.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  De uitgebreide taken en bevoegdheden van het Agentschap moeten hand in hand gaan met versterkte garanties inzake de grondrechten en een sterkere verantwoordingsplicht.

(20)  De uitgebreide taken en bevoegdheden van het Agentschap moeten hand in hand gaan met versterkte waarborgen inzake de grondrechten, een sterkere verantwoordingsplicht en aansprakelijkheid, met name met betrekking tot de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden door het statutair personeel.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  De lidstaten moeten ook, in hun eigen belang en in dat van de andere lidstaten, relevante gegevens aanleveren die nodig zijn voor de activiteiten van het Agentschap, onder meer ten behoeve van situationeel bewustzijn, risicoanalyse, kwetsbaarheidsbeoordelingen en geïntegreerde planning. Tevens moeten zij ervoor zorgen dat deze gegevens nauwkeurig en actueel zijn en op rechtmatige wijze zijn verkregen en ingevoerd.

(22)  De lidstaten moeten ook, in hun eigen belang en in dat van de andere lidstaten, relevante gegevens aanleveren die nodig zijn voor de activiteiten van het Agentschap, onder meer ten behoeve van situationeel bewustzijn, risicoanalyse, kwetsbaarheidsbeoordelingen en geïntegreerde planning. Tevens moeten zij ervoor zorgen dat deze gegevens nauwkeurig en actueel zijn en op rechtmatige wijze zijn verkregen en ingevoerd. Indien deze gegevens persoonsgegevens bevatten, moet de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming volledig worden toegepast.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Het communicatienetwerk waarin in deze verordening is voorzien, werd reeds ontwikkeld in het kader van Verordening (EU) nr. 1502/2013 van het Europees Parlement en de Raad1 bis, en is in staat gerubriceerde EU-informatie uit te wisselen tussen de lidstaten en het Agentschap mogelijk te maken. Dit reeds bestaande communicatienetwerk moet gebruikt worden voor alle informatie-uitwisseling tussen de verschillende componenten van de Europese grens- en kustwacht, en het rubriceringsniveau ervan moet verhoogd worden om de informatiebeveiliging te verbeteren.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 11).

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) is nodig voor de goede werking van de Europese grens- en kustwacht, met het oog op de uitwisseling van informatie en de operationele samenwerking tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten onderling en met het Agentschap. Eurosur voorziet die autoriteiten en het Agentschap van de infrastructuur en de instrumenten die nodig zijn voor de verbetering van hun situationeel bewustzijn en reactievermogen aan de buitengrenzen teneinde illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit op te sporen, te voorkomen en te bestrijden en bij te dragen tot het borgen van een betere bescherming en het redden van de levens van migranten.

(23)  Het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) is nodig voor de goede werking van de Europese grens- en kustwacht, met het oog op de uitwisseling van informatie en de operationele samenwerking tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten onderling en met het Agentschap. Eurosur voorziet die autoriteiten en het Agentschap van de infrastructuur en de instrumenten die nodig zijn voor de verbetering van hun situationeel bewustzijn en de versterking van hun reactievermogen aan de buitengrenzen teneinde irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit op te sporen, te voorkomen en te bestrijden en bij te dragen tot het borgen van een betere bescherming en het redden van de levens van migranten.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Deze verordening mag de lidstaten niet verhinderen om hun nationale coördinatiecentra ook te belasten met de coördinatie van de informatie-uitwisseling en met de samenwerking met betrekking tot andere onderdelen van geïntegreerd grensbeheer, zoals terugkeer.

(25)  Deze verordening mag de lidstaten niet verhinderen om hun nationale coördinatiecentra ook te belasten met de coördinatie van de informatie-uitwisseling en met de samenwerking met betrekking tot andere onderdelen van geïntegreerd grensbeheer.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Een voorwaarde voor de goede werking van het geïntegreerd grensbeheer is dat de informatie die tussen de lidstaten en het Agentschap wordt uitgewisseld, van goede kwaliteit is. Deze kwaliteit moet, voortbouwend op het succes van Eurosur, worden gewaarborgd door middel van standaardisering, automatisering van de informatie-uitwisseling via netwerken en systemen, informatieborging en kwaliteitscontrole van de verstrekte gegevens en informatie.

(26)  Voorwaarden voor de goede werking van het geïntegreerd grensbeheer zijn dat de informatie die tussen de lidstaten en het Agentschap wordt uitgewisseld, van goede kwaliteit is en dat de betreffende informatie tijdig wordt uitgewisseld. Deze kwaliteit moet, voortbouwend op het succes van Eurosur, worden gewaarborgd door middel van standaardisering, automatisering van de informatie-uitwisseling via netwerken en systemen, informatieborging en kwaliteitscontrole van de verstrekte gegevens en informatie.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Het Agentschap dient de nodige steun te verlenen voor de ontwikkeling en het beheer van Eurosur, met inbegrip van de interoperabiliteit van systemen, met name door de instelling, instandhouding en coördinatie van het Eurosur-kader.

(27)  Het Agentschap dient de nodige steun te verlenen voor de ontwikkeling en het beheer van Eurosur, met inbegrip van de interoperabiliteit van systemen binnen een gemeenschappelijke structuur voor informatie-uitwisseling, met name door de instelling, instandhouding en coördinatie van het Eurosur-kader.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Eurosur moet een volledig situatiebeeld van de buitengrenzen geven, maar ook van het Schengengebied en het gebied vóór de grens. Het systeem moet betrekking hebben op de bewaking van de land-, zee- en luchtgrenzen, maar ook op controles aan grensdoorlaatposten.

(28)  Eurosur moet een volledig situatiebeeld van de buitengrenzen geven, maar ook van het Schengengebied en het gebied vóór de grens. Het systeem moet betrekking hebben op de bewaking van de land-, zee- en luchtgrenzen, maar ook op controles aan grensdoorlaatposten. Situationeel bewustzijn mag het Agentschap in geen geval een vrijgeleide geven om op te treden aan de binnengrenzen van de lidstaten.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Het gebruik van kleine en niet-zeewaardige vaartuigen heeft geleid tot een sterke stijging van het aantal migranten dat aan de zuidelijke maritieme buitengrenzen verdrinkt. Eurosur dient het operationele en technische vermogen van het Agentschap en de lidstaten tot opsporing van dergelijke kleine vaartuigen alsmede het reactievermogen van de lidstaten te verbeteren, met het doel aldus het verlies aan mensenlevens onder migranten en vluchtelingen te helpen verminderen.

(31)  Het gebruik van kleine en niet-zeewaardige vaartuigen heeft geleid tot een sterke stijging van het aantal migranten dat aan de zuidelijke maritieme buitengrenzen verdrinkt. Eurosur dient het operationele en technische vermogen van het agentschap en de lidstaten tot opsporing van dergelijke kleine vaartuigen alsmede het reactievermogen van de lidstaten om opsporings- en reddingsoperaties uit te voeren te verbeteren, met het doel aldus het verlies aan mensenlevens onder migranten en vluchtelingen te helpen beperken.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Het Agentschap dient op basis van een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel algemene en op maat gemaakte risicoanalyses te verrichten, die door het Agentschap zelf en door de lidstaten moeten worden toegepast. Het Agentschap dient, mede op basis van door de lidstaten verstrekte informatie, passende informatie te verstrekken over alle aspecten die voor het Europese geïntegreerde grensbeheer relevant zijn, in het bijzonder grenstoezicht, terugkeer, irreguliere secundaire verplaatsingen van onderdanen van derde landen binnen de Unie, preventie van grensoverschrijdende criminaliteit inclusief het faciliteren van onrechtmatige grensoverschrijdingen, mensenhandel, terrorisme en dreigingen van hybride aard, alsmede de situatie in betrokken derde landen, zodat passende maatregelen kunnen worden getroffen en geconstateerde dreigingen en risico's kunnen worden aangepakt, met als doel de verbetering van het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen.

(33)  Het Agentschap dient op basis van een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel algemene en op maat gemaakte risicoanalyses te verrichten, die door het Agentschap zelf en door de lidstaten moeten worden toegepast. Het Agentschap dient, mede op basis van door de lidstaten verstrekte informatie, passende informatie te verstrekken over alle aspecten die voor het Europese geïntegreerde grensbeheer relevant zijn, in het bijzonder grenstoezicht, terugkeer, het fenomeen van irreguliere secundaire verplaatsingen van onderdanen van derde landen binnen de Unie in termen van tendensen, routes en volume (indien de lidstaten die informatie hebben verstrekt), preventie van grensoverschrijdende criminaliteit inclusief het faciliteren van onrechtmatige grensoverschrijdingen, mensenhandel, georganiseerde misdaad, terrorisme en dreigingen van hybride aard, alsmede de situatie in betrokken derde landen, zodat passende maatregelen kunnen worden getroffen en geconstateerde dreigingen en risico's kunnen worden aangepakt, met als doel de verbetering van het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Gezien zijn activiteiten aan de buitengrenzen moet het Agentschap, waar dat passend is en indien het dankzij zijn activiteiten relevante informatie heeft verkregen, bijdragen aan het voorkomen en opsporen van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, zoals het smokkelen van migranten, mensenhandel en terrorisme. Het Agentschap moet zijn activiteiten coördineren met Europol als agentschap dat verantwoordelijk is voor het ondersteunen en versterken van de acties en de samenwerking van de lidstaten bij de preventie en bestrijding van zware criminaliteit waar twee of meer lidstaten door worden getroffen. Grensoverschrijdende criminaliteit heeft per definitie een grensoverschrijdende dimensie. Een dergelijke grensoverschrijdende dimensie is kenmerkend voor misdrijven die rechtstreeks verband houden met het zonder toestemming overschrijden van buitengrenzen, waaronder mensenhandel en het smokkelen van migranten. Dat gezegd zijnde, laat artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2002/90/EG19 van de Raad de lidstaten toe geen sancties op te leggen wanneer dit gedrag tot doel heeft humanitaire bijstand te verlenen aan migranten.

(34)  Gezien zijn activiteiten aan de buitengrenzen moet het Agentschap, waar dat passend is en indien het dankzij zijn activiteiten relevante informatie heeft verkregen, bijdragen aan het voorkomen en opsporen van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, zoals het smokkelen van migranten, mensenhandel, georganiseerde misdaad en terrorisme. Het Agentschap moet zijn activiteiten coördineren met Europol als agentschap dat verantwoordelijk is voor het ondersteunen en versterken van de acties en de samenwerking van de lidstaten bij de preventie en bestrijding van zware criminaliteit waar twee of meer lidstaten door worden getroffen. Grensoverschrijdende criminaliteit heeft per definitie een grensoverschrijdende dimensie. Een dergelijke grensoverschrijdende dimensie is kenmerkend voor misdrijven die rechtstreeks verband houden met het zonder toestemming overschrijden van buitengrenzen, waaronder mensenhandel en het smokkelen van migranten. Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2002/90/EG19, waarin is bepaald dat iedere lidstaat kan besluiten geen sancties op te leggen wanneer dit gedrag tot doel heeft humanitaire bijstand te verlenen aan de betrokken personen, moet het Agentschap de lidstaten herinneren aan de mogelijke gevolgen voor de grondrechten wanneer zij overwegen dergelijke sancties op te leggen.

__________________

__________________

19 Richtlijn 2002/90/EG van de Raad van 28 november 2002 tot omschrijving van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf (PB L 328 van 5.12.2002, blz. 17).

19 Richtlijn 2002/90/EG van de Raad van 28 november 2002 tot omschrijving van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf (PB L 328 van 5.12.2002, blz. 17).

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  In een geest van gedeelde verantwoordelijkheid moet het de rol van het Agentschap zijn het beheer van de buitengrenzen regelmatig te monitoren. Het Agentschap dient te zorgen voor correcte en doeltreffende monitoring, niet alleen door middel van situationeel bewustzijn en risicoanalyse, maar ook door de aanwezigheid van eigen deskundigen in de lidstaten. Het Agentschap moet derhalve in lidstaten voor bepaalde tijd verbindingsfunctionarissen kunnen inzetten, die aan de uitvoerend directeur verslag uitbrengen. Het verslag van de verbindingsfunctionarissen moet deel uitmaken van de kwetsbaarheidsbeoordeling.

(35)  In een geest van gedeelde verantwoordelijkheid en een verbetering van de normen inzake het Europees geïntegreerd grensbeheer, moet het de rol van het Agentschap zijn het beheer van de buitengrenzen regelmatig te monitoren, met inbegrip van de eerbiediging van de grondrechten in het kader van de grensbeheers- en terugkeeractiviteiten. Het Agentschap dient te zorgen voor correcte en doeltreffende monitoring, niet alleen door middel van situationeel bewustzijn en risicoanalyse, maar ook door de aanwezigheid van eigen deskundigen in de lidstaten. Het Agentschap moet derhalve in lidstaten voor bepaalde tijd verbindingsfunctionarissen kunnen inzetten, die aan de uitvoerend directeur en de grondrechtenfunctionaris verslag uitbrengen. Het verslag van de verbindingsfunctionarissen moet deel uitmaken van de kwetsbaarheidsbeoordeling.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Het Agentschap dient een kwetsbaarheidsbeoordeling te verrichten op basis van objectieve criteria, in het kader waarvan het Agentschap het vermogen en de paraatheid van de lidstaten beoordeelt om het hoofd te bieden aan uitdagingen aan hun buitengrenzen en een bijdrage te leveren aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en de pool van technische uitrusting. Deze kwetsbaarheidsbeoordeling moet een beoordeling bevatten van hun uitrusting, infrastructuur, personeel, begroting en financiële middelen en hun noodplannen om eventuele crises aan de buitengrenzen aan te pakken. De lidstaten dienen maatregelen te nemen om door die beoordeling aan het licht gebrachte tekortkomingen te corrigeren. De uitvoerend directeur dient te bepalen welke maatregelen moeten worden genomen en dient deze aan de betrokken lidstaat aan te bevelen. De uitvoerend directeur moet ook bepalen binnen welke termijn die maatregelen moeten worden genomen en nauwlettend toezicht houden op de tijdige uitvoering ervan. Worden de nodige maatregelen niet binnen de gestelde termijn getroffen, dan dient de zaak te worden voorgelegd aan de raad van bestuur, die er nader over moet beslissen.

(36)  Het Agentschap dient een kwetsbaarheidsbeoordeling te verrichten op basis van objectieve criteria, in het kader waarvan het Agentschap het vermogen en de paraatheid van de lidstaten beoordeelt om het hoofd te bieden aan uitdagingen aan hun buitengrenzen en een bijdrage te leveren aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en de pool van technische uitrusting. Deze kwetsbaarheidsbeoordeling moet een beoordeling bevatten van hun uitrusting, infrastructuur, personeel, begroting en financiële middelen en hun noodplannen om eventuele crises aan de buitengrenzen aan te pakken met volledige inachtneming van de grondrechten. De lidstaten dienen maatregelen te nemen om door die beoordeling aan het licht gebrachte tekortkomingen te corrigeren. De uitvoerend directeur dient te bepalen welke maatregelen moeten worden genomen en dient deze aan de betrokken lidstaat aan te bevelen. De uitvoerend directeur moet ook bepalen binnen welke termijn die maatregelen moeten worden genomen en nauwlettend toezicht houden op de tijdige uitvoering ervan. Worden de nodige maatregelen niet binnen de gestelde termijn getroffen, dan dient de zaak te worden voorgelegd aan de raad van bestuur, die er nader over moet beslissen.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  De kwetsbaarheidsbeoordeling en het bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad20 ingestelde Schengenevaluatiemechanisme zijn twee complementaire mechanismen om de Europese kwaliteitscontrole van de goede werking van het Schengengebied te garanderen en om te zorgen voor permanente paraatheid op het niveau van de Unie en van de lidstaten om in te spelen op uitdagingen aan de buitengrenzen. Er moet worden gezorgd voor een maximale synergie tussen deze twee mechanismen zodat een verbeterd situatiebeeld van de werking van het Schengengebied kan worden opgesteld, er zoveel mogelijk wordt vermeden dat de lidstaten dubbel werk verrichten, en er wordt gezorgd voor een beter gecoördineerd gebruik van de relevante financieringsinstrumenten van de Unie ter ondersteuning van het beheer van de buitengrenzen. Daartoe dient geregeld informatie te worden uitgewisseld tussen het Agentschap en de Commissie over de resultaten van beide mechanismen.

(38)  De kwetsbaarheidsbeoordeling en het bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad20 ingestelde Schengenevaluatiemechanisme zijn twee complementaire mechanismen om de Europese kwaliteitscontrole van de goede werking van het Schengengebied te garanderen en om te zorgen voor permanente paraatheid op het niveau van de Unie en van de lidstaten om in te spelen op uitdagingen aan de buitengrenzen. Hoewel het Schengenevaluatiemechanisme de primaire methode is om de tenuitvoerlegging en de handhaving van Uniewetgeving in de lidstaten te beoordelen, moet er worden gezorgd voor een maximale synergie tussen deze twee mechanismen zodat een verbeterd situatiebeeld van de werking van het Schengengebied kan worden opgesteld, er zoveel mogelijk wordt vermeden dat de lidstaten dubbel werk verrichten, en er wordt gezorgd voor een beter gecoördineerd gebruik van de relevante financieringsinstrumenten van de Unie ter ondersteuning van het beheer van de buitengrenzen. Daartoe dient geregeld informatie te worden uitgewisseld tussen het Agentschap en de Commissie over de resultaten van beide mechanismen.

__________________

__________________

20 Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het Besluit van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27).

20 Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het Besluit van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27).

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Aangezien de lidstaten grenssegmenten vaststellen waaraan het Agentschap impactniveaus toekent, en aangezien het reactievermogen van de lidstaten en het Agentschap aan die impactniveaus moet worden gekoppeld, moet een vierde impactniveau worden vastgesteld dat overeenkomt met een situatie waarin het Schengengebied in gevaar is en het Agentschap moet ingrijpen.

Schrappen

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Het Agentschap dient passende technische en operationele bijstand aan de lidstaten te organiseren ter versterking van hun vermogen om te voldoen aan hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen en om het hoofd te bieden aan problemen aan de buitengrenzen die het gevolg zijn van illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit. Dergelijke bijstand moet de bevoegdheid van de betrokken nationale autoriteiten om strafrechtelijke onderzoeken te initiëren, onverlet laten. In dat verband moet het Agentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, gezamenlijke operaties voor een of meer lidstaten organiseren en coördineren, en teams van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht inzetten en in de noodzakelijke technische uitrusting te voorzien.

(40)  Het Agentschap dient passende technische en operationele bijstand aan de lidstaten te organiseren ter versterking van hun vermogen om te voldoen aan hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen en om het hoofd te bieden aan problemen aan de buitengrenzen die het gevolg zijn van irreguliere migratie of grensoverschrijdende criminaliteit. Dergelijke bijstand moet de bevoegdheid van de betrokken nationale autoriteiten om strafrechtelijke onderzoeken te initiëren, onverlet laten. In dat verband moet het Agentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief met het akkoord van de betrokken lidstaat, gezamenlijke operaties voor een of meer lidstaten organiseren en coördineren, en teams van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht inzetten en in de noodzakelijke technische uitrusting te voorzien.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Wanneer er aan de buitengrenzen sprake is van specifieke en onevenredig grote uitdagingen, moet het Agentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, snelle grensinterventies organiseren en coördineren, en teams van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht inzetten met de noodzakelijke technische uitrusting, onder meer uit de pool van uitrusting voor snelle reactie. De snelle grensinterventies moeten voor een beperkte duur voor versterking zorgen bij situaties waarin een onmiddellijke respons vereist is en zo'n interventie doeltreffend is. Om een dergelijke interventie doeltreffend te laten verlopen, moeten de lidstaten voor de vorming van relevante teams operationeel personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht ter beschikking stellen, alsook de nodige technische uitrusting. Het Agentschap en de betrokken lidstaat moeten overeenstemming bereiken over een operationeel plan.

(41)  Wanneer er aan de buitengrenzen sprake is van specifieke en onevenredig grote uitdagingen, moet het Agentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief met het akkoord van de betrokken lidstaat, snelle grensinterventies organiseren en coördineren, en teams van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht inzetten met de noodzakelijke technische uitrusting, onder meer uit de pool van uitrusting voor snelle reactie. De snelle grensinterventies moeten voor een beperkte duur voor versterking zorgen bij situaties waarin een onmiddellijke respons vereist is en zo'n interventie doeltreffend is. Om een dergelijke interventie doeltreffend te laten verlopen, moeten de lidstaten voor de vorming van relevante teams operationeel personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht ter beschikking stellen, alsook de nodige technische uitrusting. Wanneer personeelsleden die worden ingezet om technische uitrusting van een lidstaat te bedienen, afkomstig zijn van dezelfde lidstaat, moeten zij worden meegeteld als deel van de bijdrage van die lidstaat aan het permanente korps. Het Agentschap en de betrokken lidstaat moeten overeenstemming bereiken over een operationeel plan.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42)  Wanneer een lidstaat in welbepaalde zones aan zijn buitengrenzen wordt geconfronteerd met specifieke en onevenredig grote uitdagingen op het gebied van migratie als gevolg van een sterke, gemengde instroom van migranten, moeten de lidstaten in de hotspotgebieden kunnen rekenen op extra technische en operationele versterking. Deze versterking moet door ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden worden verstrekt. Deze teams moeten bestaan uit operationeel personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en deskundigen van de lidstaten die worden ingezet door EASO, Europol of andere betrokken agentschappen van de Unie. Het Agentschap moet de Commissie steunen bij de coördinatie tussen de verschillende agentschappen op het terrein.

(42)  Wanneer een lidstaat in welbepaalde zones aan zijn buitengrenzen wordt geconfronteerd met specifieke en onevenredig grote uitdagingen op het gebied van migratie als gevolg van een sterke, gemengde instroom van migranten, moeten de lidstaten in de hotspotgebieden kunnen rekenen op extra technische en operationele versterking. Deze versterking moet door ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden worden verstrekt. Deze teams moeten bestaan uit operationeel personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en deskundigen van de lidstaten die worden ingezet door [het Asielagentschap van de Europese Unie], Europol of andere betrokken agentschappen van de Unie. Het Agentschap moet de Commissie steunen bij de coördinatie tussen de verschillende agentschappen op het terrein. De Commissie stelt, in samenwerking met de lidstaat van ontvangst en de relevante agentschappen van de Unie, de voorwaarden vast voor de samenwerking bij het inzetten van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer alsook de inzet van technische uitrusting, en zij is verantwoordelijk voor de coördinatie van de activiteiten van deze teams.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat autoriteiten die wellicht verzoeken om internationale bescherming zullen ontvangen, zoals politie, grenswachters, immigratiediensten en personeel van inrichtingen voor bewaring, over de juiste informatie beschikken. Zij moeten er ook voor zorgen dat het personeel van dergelijke autoriteiten de voor hun taken en verantwoordelijkheden passende opleiding krijgen alsook instructies om verzoekers te informeren over waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend.

(43)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat autoriteiten die wellicht verzoeken om internationale bescherming zullen ontvangen, zoals politie, grenswachters, immigratiediensten en personeel van inrichtingen voor bewaring, over de juiste informatie beschikken. Zij moeten ook ervoor zorgen dat het personeel van dergelijke autoriteiten de voor hun taken en verantwoordelijkheden passende opleiding ontvangen, instructies om verzoekers te informeren over waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend en instructies met betrekking tot hoe mensen in een kwetsbare situatie en alleenreizende kinderen kunnen worden doorverwezen naar de juiste verwijzingsmechanismen. Er moeten bewakingsmechanismen worden ingevoerd, evenals een onafhankelijke evaluatie om de tenuitvoerlegging in de praktijk te garanderen.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 43 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(43 bis)  Het Agentschap moet gespecialiseerde opleidingen over Europees geïntegreerd grensbeheer kunnen aanbieden en verzekeren ten behoeve van zijn personeelsleden en de autoriteiten van de lidstaten. Opleidingen voor het permanente korps moeten verzorgd worden in nauwe samenwerking met de lidstaten, waarbij gewaarborgd moet zijn dat de opleidingsprogramma’s geharmoniseerd zijn, en wederzijds begrip en een gemeenschappelijke Europese cultuur op basis van de in de Verdragen verankerde waarden stimuleren. De ontwikkeling van de opleidingsstrategie van het Agentschap kan, met de goedkeuring van de raad van bestuur, leiden tot de opzet van een opleidingscentrum van het Agentschap dat de opname van een gemeenschappelijke Europese cultuur in de aangeboden opleiding verder zal faciliteren.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  In juni 2018 heeft de Europese Raad herhaald dat het belangrijk is om een totaalaanpak van migratie te hanteren en dat migratie niet alleen een uitdaging is voor individuele lidstaten maar voor Europa als geheel. In dit verband heeft de Raad benadrukt dat het belangrijk is dat de Unie volledige ondersteuning biedt voor een ordelijk beheer van migratiestromen. Die ondersteuning kan worden geboden met de oprichting van gecontroleerde centra waar onderdanen van derde landen die in de Unie ontscheept zijn, snel kunnen worden behandeld om ervoor te zorgen dat mensen in nood beter worden beschermd en mensen die dat niet zijn, snel kunnen terugkeren. Aangezien de gecontroleerde centra op vrijwillige basis worden opgericht, moet de Unie de betrokken lidstaten volledige financiële en operationele steun kunnen verlenen via de betrokken agentschappen van de Unie, waaronder het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

(44)  In juni 2018 heeft de Europese Raad herhaald dat het belangrijk is om een totaalaanpak van migratie te hanteren en dat migratie niet alleen een uitdaging is voor individuele lidstaten maar voor Europa als geheel. In dit verband heeft de Raad benadrukt dat het belangrijk is dat de Unie volledige ondersteuning biedt voor een ordelijk beheer van migratiestromen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 45

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(45)  Het Europees Grens- en kustwachtagentschap en [het Asielagentschap van de Europese Unie] moeten nauw samenwerken om de migratieproblemen doeltreffend aan te pakken, met name aan buitengrenzen met een sterke, gemengde instroom van migranten. Beide agentschappen moeten met name hun activiteiten coördineren en de lidstaten ondersteunen bij het vergemakkelijken van de procedure voor internationale bescherming en de terugkeerprocedure voor onderdanen van derde landen wier verzoek om internationale bescherming is afgewezen. Het Agentschap en [het Asielagentschap van de Europese Unie] moeten ook samenwerken bij andere gemeenschappelijke operationele activiteiten, zoals gezamenlijke risicoanalyses, het verzamelen van statistische gegevens, opleidingen en ondersteuning van lidstaten met betrekking tot noodplannen.

(45)  Het Europees Grens- en kustwachtagentschap en [het Asielagentschap van de Europese Unie] moeten nauw samenwerken om de migratieproblemen doeltreffend aan te pakken, met name aan buitengrenzen met een sterke, gemengde instroom van migranten. Beide agentschappen moeten met name hun activiteiten coördineren en de lidstaten ondersteunen bij het vergemakkelijken van de procedure voor internationale bescherming. Het Agentschap en [het Asielagentschap van de Europese Unie] moeten ook samenwerken bij andere gemeenschappelijke operationele activiteiten, zoals gezamenlijke risicoanalyses, het verzamelen van statistische gegevens, opleidingen en ondersteuning van lidstaten met betrekking tot noodplannen.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 45 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(45 bis)  Het Europees Grens- en kustwachtagentschap moet nauw samenwerken met het Bureau voor de Grondrechten om te garanderen dat bij de tenuitvoerlegging op alle terreinen die onder de verordening vallen, de grondrechten worden geëerbiedigd.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(46)  De lidstaten moeten op een grotere operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer kunnen rekenen, met name in hotspotgebieden of gecontroleerde centra. De ondersteuningsteams voor migratiebeheer moeten bestaan uit deskundige personeelsleden van het Agentschap en deskundigen die door de lidstaten worden gedetacheerd, en deskundige personeelsleden en/of deskundigen van de lidstaten die door [het Asielagentschap van de Europese Unie], Europol of andere betrokken agentschappen van de Unie worden ingezet. Aangezien er verschillende agentschappen van de Unie betrokken zijn, moet de Commissie voor de nodige coördinatie zorgen bij de beoordeling van de behoeften en de operaties op het terrein.

(46)  De lidstaten moeten op een grotere operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer kunnen rekenen in hotspotgebieden. De ondersteuningsteams voor migratiebeheer moeten bestaan uit deskundige personeelsleden van het Agentschap en deskundigen die door de lidstaten worden gedetacheerd, en deskundige personeelsleden en/of deskundigen van de lidstaten die door [het Asielagentschap van de Europese Unie], Europol, Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten of andere betrokken agentschappen van de Unie worden ingezet. Aangezien er verschillende agentschappen van de Unie betrokken zijn, moet de Commissie voor de nodige coördinatie van de betrokken agentschappen zorgen en de voorwaarden voor samenwerking voor de operaties op het terrein bepalen.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  In hotspotgebieden moeten de lidstaten samenwerken met de betrokken agentschappen van de Unie, die binnen hun respectieve mandaten en bevoegdheden en onder de coördinatie van de Commissie moeten handelen. De Commissie moet er, in samenwerking met de betrokken agentschappen van de Unie, voor zorgen dat de activiteiten in hotspotgebieden in overeenstemming zijn met het toepasselijke Unierecht.

(47)  In hotspotgebieden moeten de lidstaten samenwerken met de betrokken agentschappen van de Unie, die binnen hun respectieve mandaten en bevoegdheden en onder de coördinatie van de Commissie moeten handelen. De Commissie moet er, in samenwerking met de betrokken agentschappen van de Unie, voor zorgen dat de activiteiten in hotspotgebieden in overeenstemming zijn met het toepasselijke Unierecht en de grondrechten.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  In gecontroleerde centra moeten de agentschappen van de Unie, op verzoek van de lidstaat waar deze centra zijn ondergebracht en onder de coördinatie van de Commissie, de ontvangende lidstaat ondersteunen om snelle procedures voor internationale bescherming en/of terugkeer toe te passen. In dergelijke centra moet het mogelijk zijn om snel onderscheid te maken tussen onderdanen van derde landen die internationale bescherming nodig hebben en onderdanen van derde landen die een dergelijke bescherming niet nodig hebben, veiligheidscontroles uit te voeren en de procedure voor internationale bescherming en/of terugkeer geheel of gedeeltelijk uit te voeren.

Schrappen

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49)  Indien de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling of de risicoanalyse dit rechtvaardigen, of indien voor één of meer grenssegmenten een kritiek impactniveau is vastgesteld, moet de uitvoerend directeur van het Agentschap aan de betrokken lidstaat een aanbeveling doen om gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies te starten en uit te voeren.

(49)  Indien de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling of de risicoanalyse dit rechtvaardigen, kan de uitvoerend directeur van het Agentschap aan de betrokken lidstaat een aanbeveling doen om gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies te starten en uit te voeren.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50)  Wanneer het toezicht op de buitengrenzen zodanig onwerkzaam wordt dat het functioneren van het Schengengebied in het gedrang dreigt te komen, ofwel omdat een lidstaat nalaat de nodige maatregelen te treffen overeenkomstig een kwetsbaarheidsbeoordeling ofwel omdat een lidstaat die met specifieke en onevenredig grote uitdagingen aan de buitengrenzen wordt geconfronteerd, het Agentschap niet om voldoende steun heeft verzocht of niet voldoende gebruik maakt van deze steun, dient op Unieniveau een uniforme, snelle en doeltreffende respons te worden gegeven. Om deze risico's terug te dringen en betere coördinatie op Unieniveau te bewerkstelligen, dient de Commissie de maatregelen in kaart brengen die het Agentschap moet treffen, en de betrokken lidstaat verplichten om bij de uitvoering van die maatregelen zijn medewerking te verlenen aan het Agentschap. Het Agentschap dient dan te bepalen welke actie moet worden ondernomen voor de praktische tenuitvoerlegging van de maatregelen in het besluit van de Commissie. Het Agentschap moet samen met de betrokken lidstaat een operationeel plan opstellen. De betrokken lidstaat moet de uitvoering van het besluit van de Commissie en van het operationele plan bevorderen door onder meer de in de artikelen 44, 83 en 84 bedoelde verplichtingen ten uitvoer te leggen. Wanneer een lidstaat binnen 30 dagen niet in overeenstemming is met dit besluit van de Commissie en niet met het Agentschap samenwerkt om de in dit besluit vervatte maatregelen uit te voeren, moet de Commissie de specifieke procedure voorzien in artikel 29 van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad21 kunnen inleiden om het hoofd te bieden aan uitzonderlijke omstandigheden waarbij de algemene werking van de ruimte zonder binnengrenstoezicht in gevaar komt.

(50)  Wanneer het toezicht op de buitengrenzen zodanig onwerkzaam wordt dat het functioneren van het Schengengebied in het gedrang dreigt te komen, ofwel omdat een lidstaat nalaat de nodige maatregelen te treffen overeenkomstig een kwetsbaarheidsbeoordeling ofwel omdat een lidstaat die met specifieke en onevenredig grote uitdagingen aan de buitengrenzen wordt geconfronteerd, het Agentschap niet om voldoende steun heeft verzocht of niet voldoende gebruik maakt van deze steun, dient op Unieniveau een uniforme, snelle en doeltreffende respons te worden gegeven. Om deze risico's terug te dringen en met het oog op betere coördinatie op Unieniveau dient de Commissie aan de Raad een besluit voor te stellen met de maatregelen die het Agentschap moet treffen, dat tegelijkertijd de verplichting omvat voor de betrokken lidstaat om bij de uitvoering van die maatregelen zijn medewerking te verlenen aan het Agentschap. Het betreft hier politiek gevoelige maatregelen, waarbij wellicht aan nationale uitvoerings- en handhavingsbevoegdheden wordt geraakt. Daarom moet de uitvoeringsbevoegdheid om een dergelijk besluit vast te stellen worden toegekend aan de Raad. Het Agentschap dient dan te bepalen welke actie moet worden ondernomen voor de praktische tenuitvoerlegging van de maatregelen in het besluit van de Raad. Het Agentschap moet samen met de betrokken lidstaat een operationeel plan opstellen. De betrokken lidstaat moet de uitvoering van het besluit van de Raad en van het operationele plan bevorderen door onder meer de in de artikelen 44, 83 en 84 bedoelde verplichtingen ten uitvoer te leggen. Wanneer een lidstaat binnen 30 dagen niet in overeenstemming is met dit besluit van de Raad en niet met het Agentschap samenwerkt om de in dit besluit vervatte maatregelen uit te voeren, moet de Commissie de specifieke procedure voorzien in artikel 29 van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad21kunnen inleiden om het hoofd te bieden aan uitzonderlijke omstandigheden waarbij de algemene werking van de ruimte zonder binnengrenstoezicht in gevaar komt.

__________________

__________________

21 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).

21 Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Overweging 51

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(51)  Het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht moet een permanent korps van 10 000 operationele personeelsleden zijn, bestaande uit grenswachters, begeleiders voor terugkeer, deskundigen inzake terugkeer en andere relevante personeelsleden. Het permanente korps moet bestaan uit drie categorieën van operationeel personeel, namelijk statutair personeel in dienst van het Europees Grens- en kustwachtagentschap, personeel dat door de lidstaten voor lange tijd bij het Agentschap is gedetacheerd, en personeelsleden die door de lidstaten voor korte tijd zijn gedetacheerd. Het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht moet worden ingezet in het kader van grensbeheerteams, ondersteuningsteams voor migratiebeheer of terugkeerteams.

(51)  Het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht moet een permanent korps van grenswachters, begeleiders voor terugkeer, deskundigen inzake terugkeer, toezichthouders voor terugkeer, toezichthouders voor de grondrechten en andere relevante personeelsleden. Het permanente korps moet bestaan uit vier categorieën van operationeel personeel, namelijk statutair personeel in dienst van het Europees Grens- en kustwachtagentschap, personeel dat door de lidstaten voor lange tijd bij het Agentschap is gedetacheerd, personeelsleden die door de lidstaten voor korte tijd zijn gedetacheerd, een personeelsleden die deel uitmaken voor de snel inzetbare pool voor snelle grensinterventies. Het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht moet worden ingezet in het kader van grensbeheerteams, ondersteuningsteams voor migratiebeheer of terugkeerteams.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)  De als teamleden ingezette operationele personeelsleden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht moeten over alle nodige bevoegdheden beschikken voor de uitvoering van taken op het gebied van grenstoezicht en terugkeer, inclusief taken waarvoor uitvoerende bevoegdheden vereist zijn en die in de relevante nationale wetgeving, of, voor het personeel van het Agentschap, in bijlage V zijn vastgesteld.

(52)  De als teamleden ingezette operationele personeelsleden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht moeten over alle nodige bevoegdheden beschikken, met de goedkeuring van de ontvangende lidstaat of een derde land, voor de uitvoering van taken op het gebied van grenstoezicht, toezicht op de grondrechten en terugkeer, inclusief taken waarvoor uitvoerende bevoegdheden vereist zijn en die in de relevante nationale wetgeving, of, voor het personeel van het Agentschap, in bijlage V zijn vastgesteld. Wanneer statutair personeel van het Agentschap uitvoerende bevoegdheden uitoefent, is het Agentschap aansprakelijk voor eventuele door hen veroorzaakte schade.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Overweging 54

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(54)  De Commissie moet een tussentijdse evaluatie van de werking en samenstelling van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht uitvoeren.

(54)  De Commissie moet, in samenwerking met de lidstaten, een evaluatie van de werking en samenstelling van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht uitvoeren.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Overweging 55

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(55)  De langetermijnontwikkeling van de personele middelen om de bijdragen van de lidstaten aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht veilig te stellen, moet worden ondersteund door een systeem voor financiële ondersteuning. Daarom moet het Agentschap worden gemachtigd om de lidstaten subsidies toe te kennen zonder een oproep tot het indienen van voorstellen in de vorm van "financiering die niet gekoppeld is aan kosten" in de zin van artikel 125, lid 1, onder a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046. De financiële steun moet de lidstaten in staat stellen extra personeel in dienst te nemen en op te leiden zodat ze over de nodige flexibiliteit beschikken om hun verplichte bijdrage aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht te kunnen leveren. In het specifieke financieringssysteem moet een goed evenwicht worden gevonden tussen de risico’s van onregelmatigheden en fraude enerzijds en de kosten van controle anderzijds. De verordening bevat de essentiële voorwaarden voor de verlening van financiële steun, namelijk de werving en opleiding van het passende aantal grenswachters en andere specialisten dat overeenkomt met het aantal ambtenaren dat voor lange termijn bij het Agentschap wordt gedetacheerd of met het aantal ambtenaren dat gedurende minstens vier maanden daadwerkelijk wordt ingezet bij de operationele activiteiten van het Agentschap. Gezien het gebrek aan relevante en vergelijkbare gegevens over de werkelijke kosten in de lidstaten, zou de ontwikkeling van een op kosten gebaseerde financieringsregeling al te complex zijn, terwijl er behoefte is aan een eenvoudige, snelle, efficiënte en doeltreffende financieringsregeling. Daarom moet het Agentschap worden gemachtigd om de lidstaten subsidies toe te kennen zonder een oproep tot het indienen van voorstellen in de vorm van "financiering die niet gekoppeld is aan kosten" in de zin van artikel 125, lid 1, onder a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046. Om het bedrag van deze financiering aan verschillende lidstaten vast te stellen, is het aangewezen om uit te gaan van het jaarsalaris van een arbeidscontractant in functiegroep III, rang 8, stap 1, van de Europese instellingen, waarop per lidstaat een correctiecoëfficiënt wordt toegepast in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer en in de geest van gelijke behandeling. Bij de uitvoering van deze financiële steun zorgen het Agentschap en de lidstaten ervoor dat het beginsel van medefinanciering in acht wordt genomen en dubbele financiering wordt voorkomen.

(55)  De langetermijnontwikkeling van de personele middelen om de bijdragen van de lidstaten aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht veilig te stellen, moet worden ondersteund door een systeem voor financiële ondersteuning. Daarom moet het Agentschap worden gemachtigd om de lidstaten subsidies toe te kennen zonder een oproep tot het indienen van voorstellen in de vorm van "financiering die niet gekoppeld is aan kosten" in de zin van artikel 125, lid 1, onder a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046. De financiële steun moet de lidstaten in staat stellen extra personeel in dienst te nemen en op te leiden zodat ze over de nodige flexibiliteit beschikken om hun verplichte bijdrage aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht te kunnen leveren. De financiële steun moet kunnen worden verleend in de vorm van een voorschot op de jaarlijkse betaling. In het specifieke financieringssysteem moet een goed evenwicht worden gevonden tussen de risico’s van onregelmatigheden en fraude enerzijds en de kosten van controle anderzijds. De verordening bevat de essentiële voorwaarden voor de verlening van financiële steun, namelijk de werving en opleiding van het passende aantal grenswachters en andere specialisten dat overeenkomt met het aantal ambtenaren dat voor lange termijn bij het Agentschap wordt gedetacheerd of met het aantal ambtenaren dat gedurende een al dan niet aaneengesloten periode van minstens vier maanden daadwerkelijk wordt ingezet bij de operationele activiteiten van het Agentschap, of naar rata wordt toegekend op basis van het aantal ambtenaren dat gedurende een al dan niet aaneengesloten periode van minder dan vier maanden bij die activiteiten wordt ingezet. Gezien het gebrek aan relevante en vergelijkbare gegevens over de werkelijke kosten in de lidstaten, zou de ontwikkeling van een op kosten gebaseerde financieringsregeling al te complex zijn, terwijl er behoefte is aan een eenvoudige, snelle, efficiënte en doeltreffende financieringsregeling. Daarom moet het Agentschap worden gemachtigd om de lidstaten subsidies toe te kennen zonder een oproep tot het indienen van voorstellen in de vorm van "financiering die niet gekoppeld is aan kosten" in de zin van artikel 125, lid 1, onder a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046. Om het bedrag van deze financiering aan verschillende lidstaten vast te stellen, is het aangewezen om uit te gaan van het jaarsalaris van een arbeidscontractant in functiegroep III, rang 8, stap 1, van de Europese instellingen, waarop per lidstaat een correctiecoëfficiënt wordt toegepast in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer en in de geest van gelijke behandeling. Bij de uitvoering van deze financiële steun zorgen het Agentschap en de lidstaten ervoor dat het beginsel van medefinanciering in acht wordt genomen en dubbele financiering wordt voorkomen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Overweging 56

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(56)  Met het oog op de inzet van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht op het grondgebied van derde landen, moet het Agentschap de capaciteiten voor zijn eigen commando- en controlestructuren ontwikkelen.

(56)  Met het oog op de inzet van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht op het grondgebied van derde landen, moet het Agentschap de capaciteiten voor zijn eigen commando- en controlestructuren ontwikkelen, alsook passende procedures om de civiele en strafrechtelijke aansprakelijkheid van het permanente korps te garanderen.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Overweging 57

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(57)  Om ervoor te zorgen dat het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht doeltreffend kan worden ingezet per 1 januari 2020, moeten zo spoedig mogelijk bepaalde besluiten en uitvoerende maatregelen worden genomen. Zo moet, in afwijking van de in de verordening vastgestelde normale termijn, het besluit van de raad van bestuur als bedoeld in artikel 55, lid 4, over de profielen voor het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht worden goedgekeurd binnen zes weken na de inwerkingtreding van de verordening. Dit besluit moet binnen twaalf weken na de inwerkingtreding van de verordening gevolgd worden door de in artikel 56, lid 4, en in artikel 57, lid 1, bedoelde benoemingen van de lidstaten.

(57)  Om ervoor te zorgen dat het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht doeltreffend kan worden ingezet binnen de in bijlage I vastgestelde termijnen, moeten zo spoedig mogelijk bepaalde besluiten en uitvoerende maatregelen worden genomen. Zo moet, in afwijking van de in de verordening vastgestelde normale termijn, het besluit van de raad van bestuur als bedoeld in artikel 55, lid 4, over de profielen voor het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht worden goedgekeurd binnen zes weken na de inwerkingtreding van de verordening. Dit besluit moet binnen twaalf weken na de inwerkingtreding van de verordening gevolgd worden door de in artikel 56, lid 4, en in artikel 57, lid 1, bedoelde benoemingen van de lidstaten.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Overweging 58

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(58)  Ook moet, in afwijking van de in de verordening vastgestelde normale termijn, het besluit van de raad van bestuur over de minimumhoeveelheid technische apparatuur die vereist is om te voldoen aan de behoeften van het Agentschap in 2020 als bedoeld in artikel 64, lid 4, worden goedgekeurd binnen zes weken na de inwerkingtreding van de verordening.

(58)  Ook moet, in afwijking van de in de verordening vastgestelde normale termijn, het besluit van de raad van bestuur over de minimumhoeveelheid technische apparatuur die vereist is om binnen de in bijlage I vastgestelde termijnen te voldoen aan de in artikel 64, lid 4, bedoelde behoeften van het Agentschap met betrekking tot de samenstelling van het permanente korps worden goedgekeurd binnen zes weken na de inwerkingtreding van de verordening.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Overweging 59

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(59)  Met het oog op de continuïteit van de door het Agentschap georganiseerde operationele activiteiten, moet tegelijkertijd alle inzet, ook vanuit de snel inzetbare pool, tot 31 december 2019 worden gepland en uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 20, 30 en 31 van Verordening (EU) 2016/1624 en de jaarlijkse bilaterale onderhandelingen die in 2018 zijn gevoerd. Deze bepalingen mogen daarom pas met ingang van 1 januari 2020 worden ingetrokken.

(59)  Met het oog op de continuïteit van de door het Agentschap georganiseerde operationele activiteiten, moet tegelijkertijd alle inzet, ook vanuit de snel inzetbare pool, tot 31 december 2019 worden gepland en uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 20, 30 en 31 van Verordening (EU) 2016/1624 en de jaarlijkse bilaterale onderhandelingen die in 2018 zijn gevoerd. Deze bepalingen mogen daarom pas worden ingetrokken nadat het permanente korps volledig is opgebouwd, ten vroegste twee jaar na de inwerkingtreding.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Overweging 60

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(60)  Het personeel van het Agentschap zal bestaan uit personeel dat de aan het Agentschap toevertrouwde taken uitvoert, hetzij op het hoofdkantoor, hetzij als onderdeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht. Het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht kan bestaan uit zowel statutair personeel als personeel dat voor lange tijd wordt gedetacheerd of voor korte tijd wordt ingezet door de nationale autoriteiten. De statutaire personeelsleden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht zullen in de eerste plaats worden ingezet als teamleden; slechts een beperkt en duidelijk afgebakend deel van dit personeel kan worden aangeworven om ondersteunende taken uit te voeren voor de oprichting van het permanente korps, met name op het hoofdkwartier.

(60)  Het personeel van het Agentschap zal bestaan uit personeel dat de aan het Agentschap toevertrouwde taken uitvoert, hetzij op het hoofdkantoor, hetzij als onderdeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht. Het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht kan bestaan uit zowel statutair personeel als personeel dat voor lange tijd wordt gedetacheerd of voor korte tijd wordt ingezet door de nationale autoriteiten, en uit de snel inzetbare pool. De statutaire personeelsleden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht zullen in de eerste plaats worden ingezet als teamleden; slechts een beperkt en duidelijk afgebakend deel van dit personeel kan worden aangeworven om ondersteunende taken uit te voeren voor de oprichting van het permanente korps, met name op het hoofdkwartier.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Overweging 61

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(61)  Om de aanhoudende tekorten in de vrijwillig bijeengebrachte technische uitrusting van de lidstaten te verhelpen, met name wat betreft groot materieel, moet het Agentschap over de nodige eigen uitrusting beschikken, die zal worden ingezet voor gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies of andere operationele activiteiten. Hoewel het voor het Agentschap sinds 2011 wettelijk mogelijk is om eigen technische uitrusting aan te schaffen of te leasen, was deze mogelijkheid aanzienlijk beperkt wegens het gebrek aan budgettaire middelen.

(61)  Om de aanhoudende tekorten in de vrijwillig bijeengebrachte technische uitrusting van de lidstaten te verhelpen, met name wat betreft groot materieel, moet het Agentschap over de nodige eigen uitrusting beschikken, die zal worden ingezet voor gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies of andere operationele activiteiten. Dat materiaal moet goedgekeurd worden door de lidstaten als zijnde in overheidsdienst. Hoewel het voor het Agentschap sinds 2011 wettelijk mogelijk is om eigen technische uitrusting aan te schaffen of te leasen, was deze mogelijkheid aanzienlijk beperkt wegens het gebrek aan budgettaire middelen.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Overweging 62

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(62)  Om de ambities waar te maken die aan de Europese grens- en kustwacht ten grondslag liggen, heeft de Commissie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027 een aanzienlijk bedrag uitgetrokken dat het Agentschap in staat moet stellen om met het oog op de operationele behoeften het nodige lucht-, zee- en landmaterieel te verwerven, te onderhouden en in te zetten. Hoewel de verwerving van het nodige materieel, en met name het grote materieel, een werk van lange adem kan zijn, zou uiteindelijk bij operaties in de eerste plaats de eigen uitrusting van het Agentschap moeten worden ingezet, aangevuld met bijdragen van de lidstaten waarop in uitzonderlijke omstandigheden beroep zou worden gedaan. De uitrusting van het Agentschap moet hoofdzakelijk worden bediend door de technici van het Agentschap die deel uitmaken van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht. Om ervoor te zorgen dat de voorgestelde financiële middelen doeltreffend worden gebruikt, moet het proces plaatsvinden op basis van een meerjarenstrategie die zo snel mogelijk door de raad van bestuur wordt vastgesteld.

(62)  Om de ambities waar te maken die aan de Europese grens- en kustwacht ten grondslag liggen, heeft de Commissie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027 een aanzienlijk bedrag uitgetrokken dat het Agentschap in staat moet stellen om met het oog op de operationele behoeften het nodige lucht-, zee- en landmaterieel te verwerven, te onderhouden en in te zetten. Hoewel de verwerving van het nodige materieel, en met name het grote materieel, een werk van lange adem kan zijn, zou uiteindelijk bij operaties in de eerste plaats de eigen uitrusting van het Agentschap moeten worden ingezet, aangevuld met bijdragen van de lidstaten waarop in uitzonderlijke omstandigheden beroep zou worden gedaan. Personeelsleden die worden ingezet om technische uitrusting van een lidstaat te bedienen, dienen ook in uitzonderlijke omstandigheden te worden meegeteld als deel van de bijdrage van die lidstaat aan het permanente korps. De uitrusting van het Agentschap moet hoofdzakelijk worden bediend door de technici van het Agentschap die deel uitmaken van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht. Om ervoor te zorgen dat de voorgestelde financiële middelen doeltreffend worden gebruikt, moet het proces plaatsvinden op basis van een meerjarenstrategie die zo snel mogelijk door de raad van bestuur wordt vastgesteld. Het is noodzakelijk de duurzaamheid van het agentschap te waarborgen in toekomstige meerjarige financiële kaders en het alomvattend Europees geïntegreerd grensbeheer te handhaven.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Overweging 64

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(64)  De ontwikkeling op lange termijn van nieuwe capaciteiten binnen de Europese grens- en kustwacht moet worden gecoördineerd tussen de lidstaten en het Agentschap, in overeenstemming met de cyclus voor meerjarig strategisch beleid en rekening houdend met het feit dat bepaalde processen veel tijd kosten. Het gaat dan onder meer over de aanwerving en opleiding van nieuwe grenswachters (die tijdens hun loopbaan zowel in de lidstaten als in het permanente korps werkzaam kunnen zijn), de aankoop, het onderhoud en de verwijdering van uitrusting (waarbij naar mogelijke interoperabiliteit en schaalvoordelen moet worden gekeken), maar ook de ontwikkeling van nieuwe uitrusting en aanverwante technologieën, onder meer door onderzoek.

(64)  De ontwikkeling op lange termijn van nieuwe capaciteiten binnen de Europese grens- en kustwacht moet worden gecoördineerd tussen de lidstaten en het Agentschap, in overeenstemming met de cyclus voor meerjarig strategisch beleid en rekening houdend met het feit dat bepaalde processen veel tijd kosten. Het gaat dan onder meer over de aanwerving en opleiding van nieuwe grenswachters (die tijdens hun loopbaan zowel in de lidstaten als in het permanente korps werkzaam kunnen zijn), onder meer op het gebied van grondrechten en de tenuitvoerlegging van het klachtenmechanisme en de grondrechtenstrategie, de aankoop, het onderhoud en de verwijdering van uitrusting (waarbij naar mogelijke interoperabiliteit en schaalvoordelen moet worden gekeken), maar ook de ontwikkeling van nieuwe uitrusting en aanverwante technologieën, onder meer door onderzoek.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Overweging 67

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(67)  De terugkeer van onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de voorwaarden voor toegang, verblijf of vestiging in de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad22, is een essentieel onderdeel van de alomvattende inspanningen ter bestrijding van illegale immigratie en een belangrijke kwestie van zwaarwegend algemeen belang.

(67)  De terugkeer van onderdanen van derde landen die niet of niet langer voldoen aan de voorwaarden voor toegang, verblijf of vestiging in de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad22, is een essentieel onderdeel van de alomvattende inspanningen ter bestrijding van irreguliere migratie en een belangrijke kwestie van zwaarwegend algemeen belang.

__________________

__________________

22 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).

22 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Overweging 68

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(68)  Het Agentschap moet de bijstand aan lidstaten inzake de terugkeer van onderdanen van derde landen intensiveren, met inachtneming van het terugkeerbeleid van de Unie en overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG. Met name moet het de terugkeeroperaties van een of meer lidstaten organiseren en coördineren en terugkeerinterventies organiseren en uitvoeren ter versterking van de terugkeerstelsels van lidstaten die aanvullende technische en operationele bijstand nodig hebben om te voldoen aan hun verplichting uit hoofde van die richtlijn om onderdanen van derde landen terug te zenden.

(68)  Het Agentschap moet de bijstand aan lidstaten inzake de terugkeer van onderdanen van derde landen intensiveren, met inachtneming van het terugkeerbeleid van de Unie en overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG. Met name moet het de terugkeeroperaties van een of meer lidstaten organiseren en coördineren en, wanneer een lidstaat hierom verzoekt, terugkeerinterventies organiseren en uitvoeren ter versterking van de terugkeerstelsels van lidstaten die aanvullende technische en operationele bijstand nodig hebben om te voldoen aan hun verplichting uit hoofde van die richtlijn om onderdanen van derde landen terug te zenden.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Overweging 69

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(69)  Het Agentschap moet, met volledige eerbiediging van de grondrechten en onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor het uitvaardigen van terugkeerbesluiten, de lidstaten technische en operationele bijstand verlenen in het terugkeerproces, onder meer bij de voorbereiding van terugkeerbesluiten, de identificatie van onderdanen van derde landen en andere activiteiten van de lidstaten voorafgaand aan of in verband met terugkeer. Voorts dient het Agentschap de lidstaten bij te staan bij het verkrijgen van reisdocumenten voor terugkeerders, in samenwerking met de autoriteiten van de desbetreffende derde landen.

(69)  Het Agentschap moet, met volledige eerbiediging van de grondrechten en onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor het uitvaardigen van terugkeerbesluiten, de lidstaten technische en operationele bijstand verlenen in het terugkeerproces, onder meer bij de identificatie van onderdanen van derde landen en andere activiteiten van de lidstaten voorafgaand aan of in verband met terugkeer. Voorts dient het Agentschap, indien dit het beginsel van non-refoulement niet schendt, de lidstaten bij te staan bij het verkrijgen van reisdocumenten voor terugkeerders, in samenwerking met de autoriteiten van de desbetreffende derde landen.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Overweging 70

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(70)  De bijstand aan lidstaten bij het uitvoeren van terugkeerprocedures omvat de verstrekking van praktische informatie over derde landen van terugkeer die relevant is voor de uitvoering van deze verordening, zoals het verstrekken van contactgegevens of andere logistieke inlichtingen die nodig zijn voor een goed verloop van terugkeeroperaties. De bijstand moet ook het opzetten, exploiteren en onderhouden van een centraal systeem omvatten voor de verwerking van alle informatie en gegevens die automatisch door de nationale terugkeerbeheersystemen van de lidstaten zijn doorgegeven en die het Agentschap nodig heeft om overeenkomstig de verordening technische en operationele bijstand te verlenen.

(70)  De bijstand aan lidstaten bij het uitvoeren van terugkeerprocedures omvat de verstrekking van praktische informatie over derde landen van terugkeer die relevant is voor de uitvoering van deze verordening, zoals het verstrekken van contactgegevens of andere logistieke inlichtingen die nodig zijn voor een goed en waardig verloop van terugkeeroperaties. De bijstand moet ook het exploiteren en onderhouden van de applicatie voor geïntegreerd grensbeheer (IRMA) omvatten, die door het Agentschap al wordt beheerd als een platform voor de verwerking van alle informatie en gegevens die automatisch door de nationale terugkeerbeheersystemen van de lidstaten zijn doorgegeven en die het Agentschap nodig heeft om overeenkomstig de verordening technische en operationele bijstand te verlenen.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Overweging 71

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(71)  Het Agentschap moet ook technische en operationele bijstand verlenen voor terugkeeractiviteiten van derde landen, met name wanneer die bijstand wordt gerechtvaardigd door de prioriteiten van het beleid van de Unie op het gebied van irreguliere migratie.

Schrappen

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Overweging 72

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(72)  Het eventuele bestaan van een regeling tussen een lidstaat en een derde land kan het Agentschap of de lidstaten niet ontslaan van hun verplichtingen uit hoofde van het Unie- of internationaal recht, met name wat betreft de naleving van het beginsel van non-refoulement.

(72)  Het eventuele bestaan van een regeling tussen een lidstaat en een derde land kan het Agentschap of de lidstaten niet ontslaan van hun verplichtingen of aansprakelijkheid uit hoofde van het Unie- of internationaal recht, met name wat betreft de naleving van het beginsel van non-refoulement, het verbod op foltering en onmenselijke of onterende behandeling, en de grondrechten die zijn verankerd in het internationale en Europese recht.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Overweging 73

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(73)  De lidstaten moeten op operationeel niveau met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen kunnen samenwerken, ook bij militaire operaties met het oog op rechtshandhaving, voor zover die samenwerking verenigbaar is met het optreden van het Agentschap.

(73)  De lidstaten moeten op operationeel niveau met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen kunnen samenwerken, ook bij militaire operaties met het oog op rechtshandhaving, voor zover die samenwerking verenigbaar is met de grondrechtenbeoordeling die moet worden uitgevoerd voorafgaand aan elke samenwerking met een derde land en met het optreden van het Agentschap.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Overweging 74

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(74)  Het Agentschap moet zorgen voor een betere informatie-uitwisseling en samenwerking met de andere organen en instanties van de Unie, zoals Europol, EASO, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Satellietcentrum van de Europese Unie, het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart of de netwerkbeheerder voor Europees luchtverkeersbeheer, teneinde optimaal gebruik te maken van de bestaande informatie, capaciteiten en systemen, zoals Copernicus (het Europees programma voor monitoring van de aarde), die reeds beschikbaar zijn op Europees niveau.

(74)  Het Agentschap moet zorgen voor een betere informatie-uitwisseling en samenwerking met de andere organen en instanties van de Unie, zoals Europol, [het Asielagentschap van de Europese Unie], het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Satellietcentrum van de Europese Unie, het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart of de netwerkbeheerder voor Europees luchtverkeersbeheer, teneinde optimaal gebruik te maken van de bestaande informatie, capaciteiten en systemen, zoals Copernicus (het Europees programma voor monitoring van de aarde), die reeds beschikbaar zijn op Europees niveau.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Overweging 75

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(75)  De samenwerking met derde landen is een onderdeel van Europees geïntegreerd grensbeheer. De samenwerking moet worden aangegrepen om de Europese normen voor grensbeheer en terugkeer te promoten, informatie en risicoanalyses uit te wisselen, de uitvoering van terugkeeractiviteiten te vergemakkelijken zodat deze efficiënter worden, en derde landen te ondersteunen op het gebied van grensbeheer en migratie, waarbij onder meer ook het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht kan worden ingezet wanneer dergelijke steun nodig is om de buitengrenzen te beschermen en het migratiebeleid van de Unie doeltreffend te beheren.

(75)  De samenwerking met derde landen, na ondertekening van een statusovereenkomst tussen de Unie en het derde land in kwestie, is een belangrijk onderdeel van Europees geïntegreerd grensbeheer. De samenwerking moet worden aangegrepen om de Europese normen voor grensbeheer en terugkeer te promoten, informatie en risicoanalyses uit te wisselen, de uitvoering van terugkeeractiviteiten te vergemakkelijken zodat deze efficiënter worden, en derde landen te ondersteunen op het gebied van grensbeheer en migratie, waarbij onder meer ook het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht kan worden ingezet wanneer dergelijke steun nodig is om de buitengrenzen te beschermen en het migratiebeleid van de Unie doeltreffend te beheren.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Overweging 76

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(76)  De samenwerking met derde landen moet plaatsvinden in het kader van het externe optreden van de Unie en overeenkomstig de beginselen en doelstellingen van artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De Commissie zal zorgen voor samenhang tussen het Europees geïntegreerd grensbeheer en andere beleidsterreinen van de Unie op het gebied van het externe optreden van de Unie, en met name het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. De Commissie moet worden bijgestaan door de hoge vertegenwoordiger van de Unie en zijn of haar diensten. Deze samenwerking moet met name van toepassing zijn op de activiteiten van het Agentschap op het grondgebied van derde landen of waarbij ambtenaren van derde landen betrokken zijn op gebieden zoals risicoanalyse, planning en uitvoering van operaties, opleiding, uitwisseling van informatie en samenwerking.

(76)  De samenwerking met derde landen moet plaatsvinden in het kader van het externe optreden van de Unie, overeenkomstig de beginselen en doelstellingen van artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en op basis van een grondrechtenbeoordeling die moet worden uitgevoerd voorafgaand aan deze samenwerking. De Commissie zal zorgen voor samenhang tussen het Europees geïntegreerd grensbeheer en andere beleidsterreinen van de Unie op het gebied van het externe optreden van de Unie, en met name het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. De Commissie moet worden bijgestaan door de hoge vertegenwoordiger van de Unie en zijn of haar diensten. Deze samenwerking moet met name van toepassing zijn op de activiteiten van het Agentschap op het grondgebied van derde landen of waarbij ambtenaren van derde landen betrokken zijn op gebieden zoals risicoanalyse, planning en uitvoering van operaties, opleiding, uitwisseling van informatie en samenwerking.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Overweging 83

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(83)  Tijdens de overgangsperiode moet ervoor worden gezorgd dat het FADO-systeem volledig operationeel blijft totdat de overdracht daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en de bestaande gegevens naar het nieuwe systeem zijn overgebracht. De eigendom van de bestaande gegevens moet dan worden overgedragen aan het Agentschap.

(83)  Tijdens de overgangsperiode moet ervoor worden gezorgd dat het FADO-systeem volledig operationeel blijft totdat de overdracht daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en de bestaande gegevens naar het nieuwe systeem zijn overgebracht. De controle over de bestaande gegevens moet dan worden overgedragen aan het Agentschap.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Overweging 86

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(86)  Om zijn taken op het gebied van terugkeer naar behoren uit te kunnen voeren, onder meer door de lidstaten bij te staan bij de correcte tenuitvoerlegging van terugkeerprocedures en een succesvolle handhaving van terugkeerbesluiten, alsook om terugkeeroperaties te vergemakkelijken, kan het nodig zijn dat het Agentschap persoonsgegevens van terugkeerders aan derde landen doorgeeft. Derde landen van terugkeer zijn niet vaak onderworpen aan adequaatheidsbesluiten die door de Commissie zijn vastgesteld op grond van artikel 45 van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 36 van Richtlijn (EU) 2016/680, en hebben vaak geen overnameovereenkomst met de Unie gesloten of zijn niet voornemens dat te doen of anderszins te voorzien in passende waarborgen in de zin van artikel 49 van [Verordening (EU) 45/2001] of in de zin van de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 37 van Richtlijn (EU) 2016/680. Ondanks de grote inspanningen van de Unie om samen te werken met de belangrijkste landen van herkomst van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen voor wie een terugkeerverplichting geldt, is het echter niet altijd mogelijk om ervoor te zorgen dat die derde landen systematisch voldoen aan de internationaalrechtelijke verplichting om eigen onderdanen over te nemen. Door de Unie of de lidstaten gesloten of in onderhandeling zijnde overnameovereenkomsten die passende waarborgen bieden met betrekking tot persoonsgegevens, hebben slechts betrekking op een beperkt aantal van deze derde landen. Bij gebrek aan dergelijke overeenkomsten moeten de persoonsgegevens, wanneer aan de voorwaarden van artikel 49, lid 1, onder d), van [Verordening (EU) 45/2001] is voldaan, door het Agentschap worden doorgegeven om de terugkeeroperaties van de Unie te vergemakkelijken.

(86)  Om zijn taken op het gebied van terugkeer naar behoren uit te kunnen voeren, onder meer door de lidstaten bij te staan bij de correcte tenuitvoerlegging van terugkeerprocedures en een succesvolle handhaving van terugkeerbesluiten, alsook om terugkeeroperaties te vergemakkelijken, kan het nodig zijn dat het Agentschap persoonsgegevens van terugkeerders aan derde landen doorgeeft. Derde landen van terugkeer zijn niet vaak onderworpen aan adequaatheidsbesluiten die door de Commissie zijn vastgesteld op grond van artikel 45 van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 36 van Richtlijn (EU) 2016/680, en hebben vaak geen overnameovereenkomst met de Unie gesloten of zijn niet voornemens dat te doen of anderszins te voorzien in passende waarborgen in de zin van artikel 69 van [Verordening (EU) 2018/1725] of in de zin van de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 37 van Richtlijn (EU) 2016/680. Ondanks de grote inspanningen van de Unie om samen te werken met de belangrijkste landen van herkomst van irregulier verblijvende onderdanen van derde landen voor wie een terugkeerverplichting geldt, is het echter niet altijd mogelijk om ervoor te zorgen dat die derde landen systematisch voldoen aan de internationaalrechtelijke verplichting om eigen onderdanen over te nemen. Door de Unie of de lidstaten gesloten of in onderhandeling zijnde overnameovereenkomsten die passende waarborgen bieden met betrekking tot persoonsgegevens, hebben slechts betrekking op een beperkt aantal van deze derde landen. Bij gebrek aan dergelijke overeenkomsten moeten de persoonsgegevens door het Agentschap worden doorgegeven om de terugkeeroperaties van de Unie te vergemakkelijken.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Overweging 88

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(88)  Bij deze verordening moet een klachtenregeling voor het Agentschap worden ingesteld, in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris, teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het Agentschap te vrijwaren. Deze regeling dient te bestaan uit een bestuurlijk mechanisme waarbij de grondrechtenfunctionaris wordt belast met de behandeling van door het Agentschap ontvangen klachten, overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur. De grondrechtenfunctionaris dient de ontvankelijkheid van een klacht te onderzoeken, ontvankelijke klachten te registreren, alle geregistreerde klachten door te zenden aan de uitvoerend directeur, klachten betreffende teamleden door te zenden aan de lidstaat van herkomst en het gevolg dat het Agentschap of die lidstaat aan de klacht geeft, te registreren. Dit mechanisme moet doeltreffend zijn en een degelijke follow-up van klachten waarborgen. Het klachtenmechanisme moet de mogelijkheid om administratief beroep of beroep in rechte in te stellen onverlet laten, en vormt geen verplichte tussenstap om een dergelijke vorm van beroep te kunnen instellen. Strafrechtelijke onderzoeken dienen te worden uitgevoerd door de lidstaten. Om de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, neemt het Agentschap in zijn jaarverslag informatie op over het klachtenmechanisme. Met name bevat het het aantal ontvangen klachten, de soorten schendingen van de grondrechten, de betrokken operaties en, waar mogelijk, de follow-upmaatregelen die het Agentschap en de lidstaten hebben genomen. De grondrechtenfunctionaris heeft toegang tot alle informatie inzake de eerbiediging van de grondrechten in verband met alle activiteiten van het Agentschap.

(88)  Bij deze verordening moet een klachtenregeling voor het Agentschap worden ingesteld, in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris, teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het Agentschap te vrijwaren. Deze regeling dient te bestaan uit een bestuurlijk mechanisme waarbij de grondrechtenfunctionaris wordt belast met de behandeling van door het Agentschap ontvangen klachten, overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur. De grondrechtenfunctionaris dient de ontvankelijkheid van een klacht te onderzoeken, ontvankelijke klachten te registreren, alle geregistreerde klachten door te zenden aan de uitvoerend directeur, klachten betreffende teamleden door te zenden aan de lidstaat van herkomst en het gevolg dat het Agentschap of die lidstaat aan de klacht geeft, te registreren. Dit mechanisme moet doeltreffend zijn en een degelijke follow-up van klachten waarborgen. Het klachtenmechanisme moet de mogelijkheid om administratief beroep of beroep in rechte in te stellen onverlet laten, en vormt geen verplichte tussenstap om een dergelijke vorm van beroep te kunnen instellen. Strafrechtelijke onderzoeken dienen te worden uitgevoerd door de lidstaten. Om de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, neemt het Agentschap in zijn jaarverslag informatie op over het klachtenmechanisme. Met name bevat het het aantal ontvangen klachten, de soorten schendingen van de grondrechten, de betrokken operaties en, waar mogelijk, de follow-upmaatregelen die het Agentschap en de lidstaten hebben genomen. De grondrechtenfunctionaris heeft toegang tot alle informatie inzake de eerbiediging van de grondrechten in verband met alle activiteiten van het Agentschap. De grondrechtenfunctionaris ontvangt de middelen en het personeel zodat hij of zij alle taken op grond van deze verordening doeltreffend kan uitvoeren. Dit personeel moet beschikken over de vaardigheden en anciënniteit die nodig zijn voor de uitbreiding van de activiteiten en bevoegdheden van het Agentschap. Elke regelmatige of buitengewone toename van het aan het Agentschap toegewezen personeel moet gericht zijn op de ondersteuning van de grondrechtenfunctionaris.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Overweging 90

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(90)  De Commissie en de lidstaten moeten in een raad van bestuur worden vertegenwoordigd met het oog op de uitoefening van toezicht op het Agentschap. Voor zover mogelijk moet de raad van bestuur bestaan uit de operationele hoofden van de nationale diensten die belast zijn met het grensbewakingsbeheer, of hun vertegenwoordigers. Alle in de raad van bestuur vertegenwoordigde partijen moeten proberen het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken om de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te verzekeren. De raad van bestuur moet de nodige bevoegdheden krijgen om de begroting van het Agentschap vast te stellen, de uitvoering ervan te verifiëren, passende financiële regels op te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het Agentschap tot stand te brengen en de uitvoerend directeur aan te stellen, alsook drie plaatsvervangende uitvoerend directeurs die elk verantwoordelijk kunnen zijn voor een bepaald deel van de bevoegdheden van het Agentschap, zoals het beheer van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, het toezicht op de taken van het Agentschap met betrekking tot terugkeeroperaties of het beheer van de betrokkenheid bij grootschalige IT-systemen. Bij het bestuur en de werking van het Agentschap moet rekening worden gehouden met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak voor de gedecentraliseerde agentschappen van de Europese Unie, die op 19 juli 2012 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is goedgekeurd.

(90)  Het Europees Parlement, de Commissie en de lidstaten moeten in een raad van bestuur worden vertegenwoordigd met het oog op de uitoefening van toezicht op het Agentschap. Voor zover mogelijk moet de raad van bestuur bestaan uit de operationele hoofden van de nationale diensten die belast zijn met het grensbewakingsbeheer, of hun vertegenwoordigers. Alle in de raad van bestuur vertegenwoordigde partijen moeten proberen het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken om de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te verzekeren. De door de lidstaten aangeduide vertegenwoordigers moeten kennis hebben van de politieke standpunten over het Europese geïntegreerde grensbeheer in hun respectieve landen. De raad van bestuur moet de nodige bevoegdheden krijgen om de begroting van het Agentschap vast te stellen, de uitvoering ervan te verifiëren, passende financiële regels op te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het Agentschap tot stand te brengen en de uitvoerend directeur aan te stellen, alsook drie plaatsvervangende uitvoerend directeurs die elk verantwoordelijk kunnen zijn voor een bepaald deel van de bevoegdheden van het Agentschap, zoals het beheer van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, het toezicht op de taken van het Agentschap met betrekking tot terugkeeroperaties of het beheer van de betrokkenheid bij grootschalige IT-systemen. Bij het bestuur en de werking van het Agentschap moet rekening worden gehouden met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak voor de gedecentraliseerde agentschappen van de Europese Unie, die op 19 juli 2012 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is goedgekeurd.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Overweging 91

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(91)  Om de autonomie van het Agentschap te waarborgen, moet aan het Agentschap een aparte begroting worden toegekend die hoofdzakelijk wordt bekostigd met een bijdrage van de Unie. Op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie, moet de begrotingsprocedure van de Unie van toepassing zijn. De controle van de rekeningen moet worden verricht door de Rekenkamer.

(91)  Om de autonomie van het Agentschap te waarborgen, moet aan het Agentschap een aparte begroting worden toegekend die hoofdzakelijk wordt bekostigd met een bijdrage van de Unie. Bij het opstellen van de begroting van het Agentschap moet het beginsel van resultaatgericht begroten in acht worden genomen, met oog voor de doelstellingen en de verwachte resultaten van het werk van het Agentschap. Op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie, moet de begrotingsprocedure van de Unie van toepassing zijn. De controle van de rekeningen moet worden verricht door de Rekenkamer. In uitzonderlijke situaties, wanneer de ontvangen begroting ontoereikend wordt geacht en de begrotingsprocedure niet volstaat om een passend antwoord te bieden op snel ontwikkelende situaties, moet het Agentschap de mogelijkheid hebben om subsidies uit Uniefondsen te ontvangen om zijn taken te vervullen.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Overweging 92 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(92 bis)  Wanneer wordt uitgegaan van gedeelde verantwoordelijkheid moet het Agentschap aan zijn personeelsleden, met name die van het permanente korps, met inbegrip van statutair personeel dat bij operationele activiteiten wordt ingezet, de eis stellen dat zij over hetzelfde opleidingsniveau en dezelfde specifieke deskundigheid en vakbekwaamheid beschikken als personeelsleden die door de lidstaten gedetacheerd zijn of bij de lidstaten in dienst zijn. Bijgevolg moet het Agentschap er door middel van controles en evaluaties op toezien dat zijn statutaire personeel zich bij de uitvoering van operationele activiteiten op het gebied van grenstoezicht en terugkeer naar behoren van zijn taken kwijt.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Overweging 93

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(93)  Enerzijds gezien het mandaat van het Agentschap en de aanzienlijke mobiliteit van zijn personeelsleden, en anderzijds om verschillen in de behandeling van de personeelsleden van het Agentschap te voorkomen, die in beginsel Warschau als standplaats hebben, moet de raad van bestuur van het Agentschap gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening de mogelijkheid krijgen om een aanvullende maandelijkse toelage toe te kennen aan de personeelsleden van het Agentschap, terdege rekening houdend met de totale bezoldiging van de individuele personeelsleden, met inbegrip van vergoedingen voor dienstreizen. De voorwaarden voor de toekenning van een dergelijke toelage moeten vooraf worden goedgekeurd door de Commissie, die ervoor moet zorgen dat de toelagen in verhouding blijven tot het belang van de nagestreefde doelstellingen en geen aanleiding geven tot een ongelijke behandeling van het personeel van de instellingen, agentschappen en andere organen van de EU. Deze voorwaarden moeten uiterlijk in 2024 opnieuw in overweging worden genomen om de bijdrage van de toelage aan de nagestreefde doelstellingen te beoordelen.

(93)  Enerzijds gezien het mandaat van het Agentschap en de aanzienlijke mobiliteit van zijn personeelsleden, en anderzijds om verschillen in de behandeling van de personeelsleden van het Agentschap te voorkomen, die in beginsel Warschau als standplaats hebben, moet de raad van bestuur van het Agentschap gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening de mogelijkheid krijgen om een aanvullende maandelijkse toelage toe te kennen aan de personeelsleden van het Agentschap, wanneer er moeilijkheden blijken te zijn om de in deze verordening bepaalde missie en taken van het Agentschap te verwezenlijken. De voorwaarden voor de toekenning van een dergelijke toelage moeten vooraf worden goedgekeurd door de Commissie, die ervoor moet zorgen dat de toelagen in verhouding blijven tot het belang van de nagestreefde doelstellingen en geen aanleiding geven tot een ongelijke behandeling van het personeel van de instellingen, agentschappen en andere organen van de EU. Deze voorwaarden moeten uiterlijk in 2024 opnieuw in overweging worden genomen om de bijdrage van de toelage aan de nagestreefde doelstellingen te beoordelen.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Overweging 98

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(98)  Elke verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap in het kader van deze verordening moet voldoen aan Verordening (EG) nr. 45/2001.

(98)  Elke verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap in het kader van deze verordening moet voldoen aan Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad1 bis.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Overweging 113 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(113 bis)    Wat Bulgarije en Roemenië betreft, vormt deze verordening een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005 en dient zij te worden gelezen in samenhang met Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad1 bis.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1).

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Overweging 113 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(113 ter)    Wat Kroatië betreft, vormt deze verordening een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2011 en dient zij te worden gelezen in samenhang met Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad1 bis.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1 en PB L 153M van 7.6.2006, blz. 136)

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening wordt een Europese grens- en kustwacht opgericht, teneinde te zorgen voor een Europees geïntegreerd beheer van de buitengrenzen, met het oog op een doeltreffend beheer van het overschrijden van de buitengrenzen en op een doeltreffender gemeenschappelijk terugkeerbeleid als een cruciaal onderdeel van duurzaam migratiebeheer.

Bij deze verordening wordt een Europese grens- en kustwacht opgericht, teneinde te zorgen voor een Europees geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de Unie, met het oog op het ondersteunen van de lidstaten bij het doeltreffend beheer van de buitengrenzen, het verzekeren dat de levens van personen in nood gered worden, het waarborgen van de eerbiediging van de grondrechten en een doeltreffender gemeenschappelijk terugkeerbeleid.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verordening heeft ten doel de migratieproblematiek, met inbegrip van terugkeer, en mogelijke toekomstige dreigingen aan die grenzen aan te pakken, waarbij op die manier wordt bijgedragen aan de bestrijding van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, teneinde een hoog niveau van interne veiligheid in de Unie te waarborgen met volledige eerbiediging van de grondrechten en waarborging van het vrije verkeer van personen in de Unie.

Deze verordening heeft ten doel de migratie- en veiligheidsproblematiek en mogelijke toekomstige uitdagingen en dreigingen aan de buitengrenzen en het gebied vóór de grenzen aan te pakken, waarbij op die manier wordt bijgedragen aan de bestrijding van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, teneinde een hoog niveau van interne veiligheid in de Unie te waarborgen met volledige eerbiediging van de grondrechten en waarborging van het vrije verkeer van personen in de Unie.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "buitengrenzen": buitengrenzen in de zin van artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2016/399, waarop titel II van die verordening van toepassing is;

(1)  "buitengrenzen": de buitengrenzen van de Unie in de zin van artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2016/399, waarop titel II van die verordening van toepassing is;

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  "situatiebeeld": een samenvoeging van gegeorefereerde bijna-realtime gegevens en informatie die zijn ontvangen van verschillende autoriteiten, sensoren, platforms en andere bronnen, die via beveiligde communicatie- en informatiekanalen worden doorgegeven en die kunnen worden verwerkt en selectief kunnen worden getoond aan en gedeeld met andere bevoegde autoriteiten om situationeel bewustzijn te creëren en het reactievermogen te ondersteunen aan, langs of nabij de buitengrenzen en in het gebied vóór de grens;

(10)  "situatiebeeld": een samenvoeging van gegeorefereerde bijna-realtime gegevens en informatie die zijn ontvangen van verschillende autoriteiten, sensoren, platforms en andere bronnen, die via beveiligde communicatie- en informatiekanalen worden doorgegeven en die kunnen worden verwerkt en selectief kunnen worden getoond aan en gedeeld met andere bevoegde autoriteiten in de Unie om situationeel bewustzijn te creëren en het reactievermogen te ondersteunen aan, langs of nabij de buitengrenzen en in het gebied vóór de grens;

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  "gebied vóór de grens": het geografische gebied voorbij de buitengrenzen;

(13)  "gebied vóór de grens": het geografische gebied voorbij de buitengrenzen, dat relevant is voor risicoanalyse, grensbewaking en controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen;

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  "buurland": land dat een gemeenschappelijke landgrens met een of meer lidstaten deelt, waarbij zowel het buurland als de betreffende lidstaat het Europees Verdrag voor de rechten van de mens heeft geratificeerd en volledig toepast, alsook het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen uit 1951 en het bijbehorende protocol uit 1967;

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  "incident": een situatie in verband met illegale immigratie, grensoverschrijdende criminaliteit of een risico voor het leven van migranten aan, langs of nabij de buitengrenzen;

(14)  "incident": een situatie in verband met irreguliere migratie, grensoverschrijdende criminaliteit, zoals de smokkel van drugs of wapens, of een risico voor het leven van migranten aan, langs of nabij de buitengrenzen;

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  "operationeel personeel": de grenswachters, terugkeerbegeleiders, terugkeerspecialisten en andere relevante personeelsleden die het "permanente korps van de Europese grens- en kustwacht" uitmaken. Overeenkomstig de drie onder artikel 55, lid 1, omschreven categorieën is operationeel personeel in dienst van het Europees Grens- en kustwachtagentschap als statutair personeel (categorie 1), door de lidstaten gedetacheerd bij het Agentschap (categorie 2) of door de lidstaten ter beschikking gesteld om voor een korte tijd te worden ingezet (categorie 3). Operationeel personeel wordt ingedeeld bij grensbeheerteams, ondersteuningsteams voor migratiebeheer of terugkeerteams met uitvoerende bevoegdheden. Tot het operationeel personeel behoort ook het statutair personeel dat verantwoordelijk is voor de werking van de centrale Etias-eenheid;

(16)  "operationeel personeel": de grenswachters, terugkeerbegeleiders, terugkeerspecialisten, toezichthouders voor terugkeer, statutair personeel dat verantwoordelijk is voor de werking van de centrale Etias-eenheid, en andere relevante personeelsleden die het "permanente korps van de Europese grens- en kustwacht" uitmaken, overeenkomstig de vier onder artikel 55, lid 1, bepaalde categorieën; operationeel personeel is in dienst van het Europees Grens- en kustwachtagentschap als statutair personeel (categorie 1), door de lidstaten gedetacheerd bij het Agentschap (categorie 2), door de lidstaten ter beschikking gesteld om voor een korte tijd te worden ingezet (categorie 3) of deel van de snel inzetbare pool voor snelle grensinterventies (categorie 4);

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  "ondersteuningsteam voor migratiebeheer": een team van deskundigen dat de lidstaten technische en operationele versterking biedt, ook in hotspotgebieden en in gecontroleerde centra, bestaande uit operationeel personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en deskundigen die worden ingezet door het [Asielagentschap van de Europese Unie], door Europol of andere relevante agentschappen van de Unie en door de lidstaten;

(19)  "ondersteuningsteam voor migratiebeheer": een team van deskundigen dat de lidstaten technische en operationele versterking biedt, ook in hotspotgebieden, bestaande uit operationeel personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en deskundigen die worden ingezet door het [Asielagentschap van de Europese Unie], door Europol, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten of andere relevante agentschappen van de Unie en door de lidstaten;

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  "hotspotgebied": een gebied waar de ontvangende lidstaat, de Commissie, de bevoegde agentschappen van de Unie en de deelnemende lidstaten samenwerken teneinde een bestaande of potentiële onevenredig grote uitdaging op het gebied van migratie te beheren die wordt gekenmerkt door een aanzienlijke toename van het aantal binnenkomende migranten aan de buitengrenzen;

(23)  "hotspotgebied": een gebied dat is vastgesteld op verzoek van de ontvangende lidstaat, waar de ontvangende lidstaat, de Commissie, de bevoegde agentschappen van de Unie en de deelnemende lidstaten samenwerken teneinde een bestaande of potentiële onevenredig grote uitdaging op het gebied van migratie te beheren die wordt gekenmerkt door een aanzienlijke toename van het aantal binnenkomende migranten aan de buitengrenzen;

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  "gecontroleerd centrum": een op verzoek van een lidstaat opgezet centrum waar de bevoegde agentschappen van de Unie ter ondersteuning van de ontvangende lidstaat samen met deelnemende lidstaten een onderscheid maken tussen onderdanen van derde landen die internationale bescherming behoeven en zij die geen behoefte hebben aan een dergelijke bescherming, en veiligheidscontroles uitvoeren, en waar zij snelle procedures voor internationale bescherming en/of terugkeer toepassen;

Schrappen

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  "terugkeerbesluit": terugkeerbesluit in de zin van artikel 3, punt 4, van Richtlijn 2008/115/EG;

(26)  "terugkeerbesluit": een administratieve of rechterlijke beslissing of handeling waarbij wordt vastgesteld of verklaard dat het verblijf van een onderdaan van een derde land irregulier is en een terugkeerverplichting wordt opgelegd, met inachtneming van de bepalingen van Richtlijn 2008/115/EG, in de zin van artikel 3, punt 4, van deze richtlijn;

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  "terugkeerder": een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land ten aanzien van wie een terugkeerbesluit of het equivalent daarvan in een derde land is uitgevaardigd;

(27)  "terugkeerder": een irregulier verblijvende onderdaan van een derde land ten aanzien van wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd waar geen bezwaar tegen is aangetekend;

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  "terugkeeroperatie": een operatie die door het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt georganiseerd of gecoördineerd en aan een of meer lidstaten of een derde land verstrekte technische en operationele steun behelst, waarbij terugkeerders vanuit een of meer lidstaten of vanuit een derde land gedwongen of vrijwillig terugkeren, ongeacht het gebruikte vervoermiddel;

(28)  "terugkeeroperatie": een operatie die door het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt georganiseerd of gecoördineerd en aan een of meer lidstaten verstrekte technische en operationele steun behelst, waarbij terugkeerders vanuit een of meer lidstaten gedwongen of vrijwillig terugkeren, ongeacht het gebruikte vervoermiddel;

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  "terugkeerinterventie": een actie van het Europees Grens- en kustwachtagentschap waarbij de lidstaten of derde landen versterkte technische en operationele bijstand wordt verstrekt, bestaande uit de inzet van terugkeerteams en de organisatie van terugkeeroperaties;

(29)  "terugkeerinterventie": een actie van het Europees Grens- en kustwachtagentschap waarbij de lidstaten versterkte technische en operationele bijstand wordt verstrekt, bestaande uit de inzet van terugkeerteams en de organisatie van terugkeeroperaties;

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  "terugkeerteams": teams die zijn gevormd uit leden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht om te worden ingezet tijdens terugkeeroperaties, terugkeerinterventies in de lidstaten en in derde landen, of andere operationele activiteiten in het kader van de uitvoering van met terugkeer verband houdende taken;

(30)  "terugkeerteams": teams die zijn gevormd uit leden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht om te worden ingezet tijdens terugkeeroperaties, terugkeerinterventies in de lidstaten, of andere operationele activiteiten in het kader van de uitvoering van met terugkeer verband houdende taken;

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Europees geïntegreerd grensbeheer omvat de volgende onderdelen:

Het Europees geïntegreerd grensbeheer omvat sectorale en horizontale onderdelen: De sectorale onderdelen zijn de volgende:

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  grenstoezicht, met inbegrip van maatregelen om legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken en, waar passend, maatregelen op het gebied van het voorkomen en opsporen van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals het smokkelen van migranten, mensenhandel en terrorisme, en maatregelen in verband met de doorverwijzing van mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen;

(a)  grenstoezicht, met inbegrip van maatregelen om legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken en, waar passend, maatregelen op het gebied van het voorkomen en opsporen van grensoverschrijdende criminaliteit, en maatregelen in verband met de doorverwijzing van mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen, met volledige inachtneming van de menselijke waardigheid;

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  de inrichting en het onderhoud van duidelijke mechanismen en procedures, in samenwerking met de relevante autoriteiten, ten behoeve van de identificatie en doorverwijzing van, alsook de verstrekking van informatie aan, mensen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen, of voor de doorverwijzing van kwetsbare personen en niet-begeleide minderjarigen naar de desbetreffende doorverwijzingsmechanismen en -autoriteiten;

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  opsporings- en reddingsoperaties voor personen in nood op zee, opgezet en uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationaal recht, die plaatsvinden in situaties die zich kunnen voordoen tijdens grensbewakingsoperaties op zee;

(b)  opsporings- en reddingsoperaties voor personen in nood op zee, uitgevoerd overeenkomstig het internationaal recht, met inbegrip van operaties die worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014;

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  samenwerking tussen de nationale autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met het grenstoezicht of andere grenstaken, en tussen de autoriteiten die in de lidstaten verantwoordelijk zijn voor terugkeer, met inbegrip van regelmatige uitwisseling van informatie met behulp van de daarvoor bestaande instrumenten;

(e)  samenwerking tussen de nationale autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met het grenstoezicht of andere grenstaken, met inbegrip van de nationale en internationale instanties die verantwoordelijk zijn voor het beschermen van de grondrechten, en tussen de autoriteiten die in de lidstaten verantwoordelijk zijn voor terugkeer, met inbegrip van regelmatige uitwisseling van informatie met behulp van de daarvoor bestaande instrumenten;

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  samenwerking tussen de relevante instellingen, organen en instanties van de Unie op de gebieden die onder deze verordening vallen, onder meer via regelmatige uitwisseling van informatie;

(f)  samenwerking tussen de relevante instellingen, organen en instanties van de Unie op de gebieden die onder deze verordening vallen, zoals grensoverschrijdende criminaliteit, onder meer via regelmatige uitwisseling van informatie;

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  samenwerking met derde landen op gebieden die onder deze verordening vallen;

(g)  samenwerking met derde landen op gebieden die onder deze verordening vallen, met bijzondere aandacht voor buurlanden en derde landen die volgens de risicoanalyse land van herkomst en/of doorreis zijn voor illegale immigratie, evenals voor terugkeeroperaties en bezoeken ter plaatse;

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  technische en operationele maatregelen binnen het Schengengebied die samenhangen met grenstoezicht en bedoeld zijn om illegale immigratie beter aan te pakken en grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden;

(h)  technische en operationele maatregelen binnen de Unie die samenhangen met grenstoezicht en bedoeld zijn om irreguliere migratie beter aan te pakken en grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden;

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(k bis)  beoordeling van vermogen en paraatheid op basis van de kwetsbaarheidsbeoordeling, teneinde het vermogen van de lidstaten te beoordelen om huidige en toekomstige uitdagingen aan de buitengrenzen het hoofd te bieden, met inbegrip van onevenredige migratiedruk;

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De grondrechten, opleiding en training, en onderzoek en innovatie zijn horizontale onderdelen die deel moeten uitmaken van de uitvoering van elk van de in de eerste alinea genoemde sectorale onderdelen.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het Agentschap omvat het uit 10 000 operationele personeelsleden bestaande permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, als bedoeld in artikel 55.

(2)  Het Agentschap omvat het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, als bedoeld in artikel 55.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het Agentschap draagt bij aan de continue en uniforme toepassing van het Unierecht, waaronder het acquis van de Unie inzake grondrechten, aan alle buitengrenzen. Deze bijdrage gebeurt onder meer via de uitwisseling van goede praktijken.

(4)  Het Agentschap draagt bij aan de continue en uniforme toepassing van het Unierecht, waaronder het acquis van de Unie inzake grondrechten, en waarborgt in al zijn activiteiten de toepassing van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ("het Handvest") aan alle buitengrenzen. Deze bijdrage gebeurt onder meer via de uitwisseling van goede praktijken.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het Agentschap verleent technische en operationele bijstand bij de implementatie van maatregelen die verband houden met de uitvoering van terugkeerbesluiten. De lidstaten blijven verantwoordelijk voor de uitvaardiging van terugkeerbesluiten en de maatregelen met betrekking tot de bewaring van terugkeerders overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG.

(2)  Het Agentschap verleent in overleg met de betrokken lidstaten technische en operationele bijstand bij de implementatie van maatregelen die verband houden met de uitvoering van terugkeerbesluiten. De lidstaten blijven verantwoordelijk voor de uitvaardiging van terugkeerbesluiten en de maatregelen met betrekking tot de bewaring van terugkeerders overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  De lidstaten dragen, in hun eigen belang en in het gemeenschappelijk belang van alle lidstaten, zorg voor het beheer van hun buitengrenzen en de uitvoering van terugkeerbesluiten met volledige inachtneming van het Unierecht, in overeenstemming met de in artikel 8 bedoelde cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer en in nauwe samenwerking met het Agentschap.

(3)  De lidstaten dragen, in hun eigen belang en in het gemeenschappelijk belang van alle lidstaten, zorg voor het beheer van hun buitengrenzen en de uitvoering van terugkeerbesluiten met volledige inachtneming van het Unierecht, met inbegrip van de eerbiediging van de grondrechten, en in overeenstemming met de in artikel 8 bedoelde cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer en de in artikel 8, lid 5, bedoelde technische en operationele strategie, in nauwe samenwerking met het Agentschap.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het Agentschap ondersteunt de toepassing van Uniemaatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen en de uitvoering van terugkeerbesluiten door de acties van de lidstaten te versterken, te beoordelen en te coördineren en door rechtstreekse technische en operationele bijstand te verlenen bij de uitvoering van die maatregelen en bij terugkeeraangelegenheden.

(4)  Het Agentschap ondersteunt de toepassing van Uniemaatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen en de uitvoering van terugkeerbesluiten door de acties van de lidstaten te versterken, te beoordelen en te coördineren en door rechtstreekse technische en operationele bijstand te verlenen bij de uitvoering van die maatregelen en bij terugkeeraangelegenheden. Het Agentschap ondersteunt geen maatregelen en is niet betrokken bij activiteiten in verband met controles aan de binnengrenzen. Het Agentschap is volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor al zijn activiteiten, en voor alle besluiten die het krachtens deze verordening neemt.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De lidstaten kunnen de samenwerking op operationeel niveau met andere lidstaten en/of derde landen voortzetten, indien die samenwerking verenigbaar is met de taken van het Agentschap. De lidstaten onthouden zich van elke activiteit die de werking van het Agentschap of het bereiken van zijn doelen in gevaar kan brengen. De lidstaten brengen over die operationele samenwerking met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer verslag uit aan het Agentschap. De uitvoerend directeur informeert de raad van bestuur regelmatig over die aangelegenheden en ten minste eenmaal per jaar.

(5)  De lidstaten kunnen de samenwerking op operationeel niveau met andere lidstaten en/of derde landen voortzetten, indien die samenwerking verenigbaar is met een voorafgaand aan enige vorm van samenwerking met een derde land uitgevoerde beoordeling inzake de grondrechten, alsook met de taken van het Agentschap. De lidstaten onthouden zich van elke activiteit die de werking van het Agentschap of het bereiken van zijn doelen in gevaar kan brengen. De lidstaten brengen over die operationele samenwerking met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer verslag uit aan het Agentschap en het Europees Parlement. De uitvoerend directeur informeert de raad van bestuur en de grondrechtenfunctionaris regelmatig over die aangelegenheden en ten minste eenmaal per jaar.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De Commissie en de Europese grens- en kustwacht waarborgen de doeltreffendheid van het Europees geïntegreerd grensbeheer met behulp van een cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer.

(1)  De doeltreffendheid van het Europees geïntegreerd grensbeheer moet worden verzekerd door middel van een cyclus voor het meerjarig strategisch beleid die overeenkomstig de in lid 4 vastgelegde procedure wordt aangenomen. De effectieve tenuitvoerlegging van die meerjarige strategische beleidscyclus is de verantwoordelijkheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap, overeenkomstig lid 5, en de lidstaten, overeenkomstig lid 6.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  In het meerjarige strategische beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer wordt omschreven hoe de uitdagingen op het gebied van grensbeheer en terugkeer op een coherente, geïntegreerde en systematische manier moeten worden aangepakt.

(2)  In het meerjarige strategische beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer wordt omschreven hoe de uitdagingen in verband met het Europese geïntegreerde grensbeheer op een coherente, geïntegreerde en systematische manier moeten worden aangepakt, in lijn met het Unierecht en met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee, het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en het daarbij behorende protocol tot bestrijding van migrantensmokkel over land, over zee en door de lucht, het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de status van statelozen en andere toepasselijke internationale instrumenten. Daarin worden de beleidsprioriteiten en de strategische richtsnoeren met betrekking tot de in artikel 3 vermelde sectorale en horizontale onderdelen vastgesteld voor een periode van vier jaar.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De Commissie is bevoegd om, op basis van de in artikel 30, lid 2, bedoelde strategische risicoanalyse voor Europees geïntegreerd grensbeheer, overeenkomstig artikel 118 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot ontwikkeling van een meerjarig strategisch beleid voor het Europees geïntegreerd grensbeheer. In die gedelegeerde handelingen worden de beleidsprioriteiten en de strategische richtsnoeren met betrekking tot de in artikel 3 vermelde onderdelen vastgesteld voor de volgende vier jaar.

(4)  Uiterlijk op [twee maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een ontwerp voor van het strategisch beleid voor de eerste cyclus voor het meerjarig strategisch beleid, met inachtneming van de in artikel 30, lid 2, bedoelde strategische risicoanalyse voor Europees geïntegreerd grensbeheer, de resultaten van de in artikel 33 bedoelde kwetsbaarheidsbeoordelingen en, waar passend, een risicoanalyse op verzoek van agentschappen zoals bedoeld in artikel 69, lid 1. Binnen twee maanden nadat dit ontwerp is voorgelegd door de Commissie worden het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in vergadering bijeengeroepen om het ontwerp van het meerjarig strategisch beleid te bespreken. Na die bespreking is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 118 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen waarin het meerjarig strategisch beleid voor het Europees geïntegreerd grensbeheer wordt vastgesteld.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Met het oog op de uitvoering van de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handelingen zorgen de lidstaten ervoor dat bij de opstelling van hun nationale strategie voor geïntegreerd grensbeheer nauw wordt samengewerkt tussen alle nationale autoriteiten die belast zijn met grensbeheer en terugkeer. Die nationale strategie is in overeenstemming met artikel 3, de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handelingen en de in lid 5 bedoelde technische en operationele strategie.

(6)  Met het oog op de uitvoering van de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handelingen zorgen de lidstaten ervoor dat bij de opstelling van hun nationale strategie voor geïntegreerd grensbeheer nauw wordt samengewerkt tussen alle nationale autoriteiten die belast zijn met grensbeheer en terugkeer. Die nationale strategie is in overeenstemming met artikel 3, de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handelingen en de in lid 5 bedoelde technische en operationele strategie. De lidstaten maken hun nationale strategieën openbaar en delen deze mee aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Agentschap.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  42 maanden na de vaststelling van de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handeling verricht de Commissie, met de steun van het Agentschap, een grondige evaluatie van de uitvoering van de handelingen. Bij de voorbereiding van de volgende cyclus wordt rekening gehouden met de resultaten van die evaluatie.

(7)  42 maanden na de vaststelling van de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handeling verricht de Commissie een grondige evaluatie van de uitvoering van de handelingen. Bij de voorbereiding van de volgende cyclus wordt rekening gehouden met de resultaten van die evaluatie. De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad. De lidstaten en het Agentschap voorzien de Commissie bijtijds van de informatie die zij nodig heeft om de algemene evaluatie op te stellen.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Wanneer de situatie aan de buitengrenzen of op het gebied van terugkeer een wijziging van de beleidsprioriteiten vergt, wijzigt de Commissie het meerjarig strategisch beleid voor Europees geïntegreerd grensbeheer overeenkomstig de in lid 4 uiteengezette procedure. Ook de in de leden 5 en 6 bedoelde strategieën worden waar nodig aangepast.

(8)  Wanneer de uitdagingen aan de buitengrenzen of op het gebied van terugkeer gedurende de looptijd van het in lid 4 bedoelde meerjarig strategisch beleid in die mate evolueren dat een wijziging van dat beleid noodzakelijk is, is de Commissie gemachtigd overeenkomstig artikel 118een gedelegeerde handeling vast te stellen om dat meerjarig strategisch beleid te wijzigen. De technische en operationele strategieën van het Agentschap en de nationale strategieën van de lidstaten kunnen vervolgens zo nodig worden aangepast.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De Europese grens- en kustwacht stelt op basis van de in artikel 8 bedoelde cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer een geïntegreerde planning voor grensbeheer en terugkeer op.

(1)  De Europese grens- en kustwacht stelt op basis van de in artikel 8 bedoelde cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer een geïntegreerde planning voor Europees geïntegreerd grensbeheer op.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Elk plan dat deel uitmaakt van de geïntegreerde planning, vermeldt het scenario waarvoor het is opgesteld. De scenario's worden uitgewerkt op basis van een risicoanalyse en geven de mogelijke evolutie weer van de situatie aan de buitengrenzen en op het gebied van illegale migratie, alsook de uitdagingen die zijn geïdentificeerd in de cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer.

(3)  Elk plan dat deel uitmaakt van de geïntegreerde planning, vermeldt het scenario waarvoor het is opgesteld. De scenario's worden uitgewerkt op basis van een risicoanalyse en geven de mogelijke evolutie weer van de situatie aan de buitengrenzen, de ontwikkelingen met betrekking tot alle in artikel 3 vastgelegde componenten inzake Europees geïntegreerd grensbeheer, alsook de uitdagingen die zijn geïdentificeerd in de cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer.

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Taken van het Europees Grens- en kustwachtagentschap

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Als bijdrage aan een doelmatig, hoog en uniform niveau van grenstoezicht en terugkeer van migranten verricht het Agentschap de volgende taken:

(1)  Het Agentschap vermijdt onnodige verdubbeling van de operationele werkzaamheden van de lidstaten, ondersteunt de tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer, en verricht de volgende taken als bijdrage aan een doelmatig, hoog en uniform niveau van grenstoezicht, om het verkeer van bonafide reizigers te faciliteren, en grensoverschrijdende misdaad in verband met interne veiligheid, migratiebeheer en terugkeer op te sporen en te voorkomen:

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  het monitort in samenwerking met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten de naleving van de grondrechten aan de buitengrenzen en in het kader van terugkeeroperaties, door de inzet van de grondrechtenfunctionaris en de onafhankelijke toezichthouders voor terugkeer;

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  het verleent, met inachtneming van het Unierecht en het internationaal recht, bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door snelle grensinterventies op te zetten aan de buitengrenzen van lidstaten die geconfronteerd worden met specifieke en onevenredig grote uitdagingen, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

7.  het verleent, met inachtneming van het Unierecht en het internationaal recht, op verzoek bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door snelle grensinterventies op te zetten aan de buitengrenzen van lidstaten die geconfronteerd worden met specifieke en onevenredig grote uitdagingen, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  het verleent, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationaal recht, technische en operationele bijstand aan lidstaten en derde landen ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties voor personen die op zee in nood verkeren, welke soms moeten worden ondernomen tijdens grensbewakingsoperaties op zee;

8.  het verleent technische en operationele bijstand aan lidstaten en derde landen ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties voor personen die op zee in nood verkeren, overeenkomstig het internationaal recht, ook voor operaties die uit hoofde van Verordening (EU) nr. 656/2014 worden uitgevoerd;

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  het zet het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in via grensbeheerteams, ondersteuningsteams voor migratiebeheer en terugkeerteams tijdens gezamenlijke operaties en bij snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

9.  het zet het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht op en zorgt daarbij voor een versterking van de snel inzetbare pool, en zet het permanente korps in via grensbeheerteams, ondersteuningsteams voor migratiebeheer en terugkeerteams tijdens gezamenlijke operaties en bij snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

11 bis.  het ontwikkelt een intern mechanisme voor kwaliteitscontrole om toe te zien op het opleidingsniveau, de specifieke deskundigheid en de vakbekwaamheid van het personeel van het Agentschap, met name het bij grenstoezicht en terugkeeractiviteiten betrokken statutaire personeel;

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

12.  in het kader van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden of gecontroleerde centra;

12.  in het kader van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden zet het operationeel personeel en technische uitrusting in voor de verlening van bijstand bij de screening, debriefing, identificatie en het nemen van vingerafdrukken;

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13.  het zet operationeel personeel en technische uitrusting in voor de verlening van bijstand bij de screening, debriefing, identificatie en het nemen van vingerafdrukken;

Schrappen

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

14.  het stelt in samenwerking met het [Asielagentschap van de Europese Unie] en de bevoegde nationale autoriteiten een procedure vast voor het doorverwijzen van, en het verstrekken van initiële informatie aan, personen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen;

14.  het stelt in samenwerking met het [Asielagentschap van de Europese Unie] en de bevoegde nationale autoriteiten een procedure vast voor het doorverwijzen van, en het verstrekken van initiële informatie aan, personen die internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen, met inbegrip van een procedure voor het identificeren van kwetsbare groepen;

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

15.  het verleent bijstand in alle stadia van de terugkeerprocedure en bij de coördinatie en organisatie van terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

15.  het verleent bijstand en monitort de naleving van de grondrechten in alle stadia van de terugkeerprocedure, zonder de terugkeerbesluiten, die de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten zijn, inhoudelijk te beoordelen, en levert bijstand bij de coördinatie en organisatie van terugkeeroperaties en technische en operationele steun voor de uitvoering van de verplichting om terugkeerders te doen terugkeren, alsook voor terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

16.  het verleent bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vergen voor de uitvoering van de verplichting om irreguliere migranten te doen terugkeren, onder meer door de coördinatie en organisatie van terugkeeroperaties;

Schrappen

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

17.  het zet een pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer op;

17.  het zet een pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer op in samenwerking met het Bureau van de Europese voor de grondrechten, en pools van begeleiders voor gedwongen terugkeer en terugkeerspecialisten;

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

19.  het werkt binnen de respectieve mandaten van de betrokken agentschappen samen met Europol en Eurojust, en verleent steun aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen in de strijd tegen georganiseerde grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme;

19.  het werkt binnen de respectieve mandaten van de betrokken agentschappen samen met Europol en Eurojust, en verleent steun aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit;

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

20.  het werkt samen met het Asielagentschap van de Europese Unie, met name ter vergemakkelijking van maatregelen wanneer onderdanen van derde landen tot terugkeer worden verplicht nadat hun verzoek om internationale bescherming bij een definitieve beslissing is afgewezen;

20.  het werkt samen met het [Asielagentschap van de Europese Unie];

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

20 bis.  het werkt samen met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten teneinde in al zijn activiteiten de continue en uniforme toepassing van het acquis van de Unie inzake grondrechten te waarborgen;

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

21.  het werkt samen met het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, binnen hun respectieve mandaat, ter ondersteuning van de nationale autoriteiten die kustwachttaken als beschreven in artikel 70 uitvoeren, door diensten te verlenen, informatie te verstrekken, uitrusting te leveren en opleiding te verzorgen en operaties met meerdere doelen te coördineren;

21.  het werkt samen met het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, binnen hun respectieve mandaat, ter ondersteuning van de nationale autoriteiten die kustwachttaken als beschreven in artikel 70 uitvoeren, onder meer het redden van de levens van migranten en vluchtelingen, door diensten te verlenen, informatie te verstrekken, uitrusting te leveren en opleiding te verzorgen en operaties met meerdere doelen te coördineren;

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

22.  het werkt, op de onder deze verordening vallende gebieden, samen met derde landen, onder meer via de eventuele operationele inzet van grensbeheerteams en terugkeerteams in derde landen;

22.  het werkt, op de onder deze verordening vallende gebieden, samen met derde landen, onder meer via de eventuele operationele inzet van grensbeheerteams in derde landen;

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

23.  het ondersteunt derde landen bij de coördinatie en organisatie van terugkeeractiviteiten naar andere derde landen, onder meer door het delen van persoonsgegevens met het oog op terugkeer;

Schrappen

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

25.  het verleent bijstand aan de lidstaten en aan derde landen bij het opleiden van nationale grenswachters, ander relevant personeel en terugkeerdeskundigen, met inbegrip van de vaststelling van gemeenschappelijke opleidingsnormen;

25.  het verleent bijstand aan de lidstaten en aan derde landen bij het opleiden van nationale grenswachters, ander relevant personeel en terugkeerdeskundigen, onder meer door gemeenschappelijke opleidingsnormen en -programma's en die de grondrechten omvatten vast te stellen;

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

26.  het neemt deel aan de ontwikkeling en het beheer van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die voor het toezicht op en de bewaking van de buitengrenzen relevant zijn, onder meer met betrekking tot het gebruik van geavanceerde grensbewakingstechnologie, en de ontwikkeling van proefprojecten op terreinen die onder deze verordening vallen;

26.  het neemt deel aan de ontwikkeling en het beheer van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die voor het beheer van de buitengrenzen relevant zijn, onder meer met betrekking tot het gebruik van geavanceerde grensbewakingstechnologie, en de ontwikkeling van proefprojecten waar nodig voor de tenuitvoerlegging van activiteiten waar in deze verordening in is voorzien;

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

27.  het ondersteunt de ontwikkeling van technische normen voor uitrusting op het gebied van grenstoezicht en terugkeer, onder meer met het oog op de onderlinge koppeling van systemen en netwerken;

27.  het ondersteunt de ontwikkeling van technische normen voor uitrusting op het gebied van grensbeheer en terugkeer, onder meer met het oog op de onderlinge koppeling van systemen en netwerken;

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

29.  het ontwikkelt en beheert, in overeenstemming met [Verordening (EG) nr. 45/2001], informatiesystemen waarmee informatie over nieuwe risico's bij het beheer van de buitengrenzen, over illegale immigratie en over terugkeer snel en betrouwbaar kan worden uitgewisseld, zulks in nauwe samenwerking met de Commissie, organen en instanties van de Unie en het bij Beschikking 2008/381/EG opgezette Europees migratienetwerk;

29.  het ontwikkelt en beheert, in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725, informatiesystemen waarmee informatie over nieuwe risico's bij het beheer van de buitengrenzen, over irreguliere migratie en over terugkeer snel en betrouwbaar kan worden uitgewisseld, zulks in nauwe samenwerking met de Commissie, organen en instanties van de Unie en het bij Beschikking 2008/381/EG opgezette Europees migratienetwerk;

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

30.  het verleent, waar van toepassing, de nodige bijstand voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke structuur voor informatie-uitwisseling, onder meer met betrekking tot de interoperabiliteit van systemen;

30.  het verleent, in het kader van geïntegreerde maritieme bewaking, de nodige bijstand voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke structuur voor informatie-uitwisseling, onder meer met betrekking tot de interoperabiliteit van systemen;

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

30 bis.  het neemt de hoogste normen voor grensbeheerpraktijken aan, waarbij transparantie en toezicht mogelijk worden gemaakt en de eerbiediging, bescherming en bevordering van de grondrechten en rechtsstaat worden gegarandeerd, en bevordert deze;

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

32.  het vervult de in de [Verordening tot vaststelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias)] bedoelde taken en verplichtingen waarmee het Agentschap is belast en zorgt ervoor dat de centrale Etias-eenheid wordt opgezet en beheerd overeenkomstig artikel 7 van de [Verordening tot vaststelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias)].

32.  het vervult de in de Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad1 bis bedoelde taken en verplichtingen waarmee het Agentschap is belast en zorgt ervoor dat de centrale Etias-eenheid wordt opgezet en beheerd overeenkomstig artikel 7 van die verordening;

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

32 bis.  het verleent bijstand aan de lidstaten bij het voorkomen en opsporen van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals migrantensmokkel, mensenhandel en terrorisme, aan de buitengrenzen en in het gebied vóór de grens;

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 1 – punt 32 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

32 ter.  het verleent bijstand aan de lidstaten bij het faciliteren van het overschrijden van de buitengrenzen door bonafide (legitieme) reizigers.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – punt 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap communiceert op eigen initiatief over aangelegenheden die binnen zijn mandaat vallen. Het biedt het publiek accurate en uitgebreide informatie over zijn activiteiten.

Het Agentschap communiceert over aangelegenheden die binnen zijn mandaat vallen. Het biedt het publiek tijdig accurate, gedetailleerde en uitgebreide informatie en analyses over zijn activiteiten.

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de hen bij deze verordening opgedragen taken te vervullen, met name voor het Agentschap het monitoren van de migratiestromen naar en binnen de Unie, het verrichten van risicoanalyses en het uitvoeren van de kwetsbaarheidsbeoordeling, alsmede het verlenen van technische en operationele bijstand op het gebied van terugkeer, delen het Agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer en het terugkeerbeleid zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, tijdig en accuraat alle noodzakelijke informatie mee overeenkomstig deze verordening en het andere toepasselijke recht van de Unie en nationale recht betreffende de uitwisseling van informatie.

1.  Om de hen bij deze verordening opgedragen taken te vervullen, risicoanalyses te verrichten en de kwetsbaarheidsbeoordeling uit te voeren, alsmede technische en operationele bijstand te verlenen op het gebied van terugkeer, delen het Agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer en het terugkeerbeleid zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, tijdig en accuraat alle noodzakelijke informatie mee overeenkomstig deze verordening en het andere toepasselijke recht van de Unie en nationale recht betreffende de uitwisseling van informatie.

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap neemt passende maatregelen om de uitwisseling van voor zijn taken relevante informatie met de Commissie en de lidstaten en, indien van toepassing, de relevante agentschappen van de Unie, te vergemakkelijken.

2.  Het Agentschap neemt passende maatregelen om de uitwisseling van voor zijn taken relevante informatie met de Commissie en de lidstaten en, indien van toepassing, de voor de uitvoering van zijn taken relevante informatie met de relevante agentschappen van de Unie, te vergemakkelijken, in overeenstemming met de Europese wetgeving op het gebied van gegevensbescherming.

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap en het [Asielagentschap van de Europese Unie] wisselen informatie uit met het oog op risicoanalyse, het verzamelen van statistische gegevens, de beoordeling van de situatie in derde landen, opleiding en ondersteuning van de lidstaten bij de noodplanning. Voor dergelijke uitwisselingen tussen de agentschappen worden de nodige instrumenten en structuren opgezet.

3.  Met het oog op de uitwisseling van informatie tussen de agentschappen als bedoeld in lid 1 en lid 2 worden de nodige instrumenten en structuren opgezet.

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten wijzen een nationaal contactpunt aan dat is belast met de communicatie met het Agentschap over alle aangelegenheden die de activiteiten van het Agentschap betreffen. Het nationale contactpunt is te allen tijde bereikbaar en zorgt voor de tijdige verspreiding van alle informatie van het Agentschap aan alle relevante autoriteiten in de betrokken lidstaat, met name de leden van de raad van bestuur en het nationaal coördinatiecentrum.

De lidstaten wijzen een nationaal contactpunt aan dat is belast met de communicatie met het Agentschap over alle aangelegenheden die de activiteiten van het Agentschap betreffen. Het nationale contactpunt wordt voor administratieve doeleinden aangewezen om routinematige communicatie tussen het Agentschap en de lidstaten te vergemakkelijken. De nationale coördinatiecentra fungeren als contactpunten om de verspreiding van dringende en operationele informatie te waarborgen.

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap stelt een communicatienetwerk op en houdt dit in stand om te voorzien in communicatie- en analyse-instrumenten en om de uitwisseling van gevoelige niet-gerubriceerde en gerubriceerde informatie op een beveiligde manier en in bijna realtime met en tussen de nationale coördinatiecentra mogelijk te maken. Het netwerk is 24 uur per dag en zeven dagen per week operationeel en biedt de volgende mogelijkheden:

1.  Het Agentschap stelt een communicatienetwerk op en houdt dit in stand om te voorzien in communicatie- en analyse-instrumenten en om de uitwisseling van gevoelige niet-gerubriceerde en gerubriceerde informatie op een beveiligde manier en in bijna realtime met en tussen de nationale coördinatiecentra mogelijk te maken. Het netwerk voldoet gedurende zijn hele levenscyclus aan de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming. Het is 24 uur per dag en zeven dagen per week operationeel en biedt de volgende mogelijkheden:

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap kan alle nodige maatregelen nemen om de uitwisseling van voor zijn taken relevante informatie met de Commissie en de lidstaten en, indien van toepassing, de in de artikelen 69 en 71 bedoelde derden en derde landen, te vergemakkelijken.

1.  Het Agentschap kan alle nodige maatregelen nemen om de uitwisseling van voor zijn taken relevante informatie met het Europees Parlement, de Commissie en de lidstaten en, indien van toepassing, de in artikel 69 bedoelde internationale organisaties, de EU-instellingen, organen, bureaus en agentschappen en de in artikel 72 bedoelde derde landen, te vergemakkelijken.

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap ontwikkelt, installeert en beheert een informatiesysteem waarmee met die actoren gerubriceerde en gevoelige niet-gerubriceerde informatie kan worden uitgewisseld, alsook de in artikel 80 en de artikelen 87 tot en met 91 bedoelde persoonsgegevens overeenkomstig Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie39, Besluit 2015/443 van de Commissie40en [Verordening (EG) nr. 45/2001].

2.  Het Agentschap ontwikkelt, installeert en beheert een informatiesysteem waarmee met die actoren gerubriceerde en gevoelige niet-gerubriceerde informatie kan worden uitgewisseld, alsook de in artikel 80 en de artikelen 87 tot en met 91 bedoelde persoonsgegevens overeenkomstig Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie39, Besluit 2015/443 van de Commissie40 en Verordening (EU) 2018/1725.

__________________

__________________

39 Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

39 Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

40 Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

40 Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Met betrekking tot terugkeer ontwikkelt en beheert het Agentschap een centraal terugkeerbeheersysteem voor de verwerking van alle automatisch door de nationale systemen van de lidstaten doorgegeven informatie die het nodig heeft om overeenkomstig artikel 49 operationele bijstand te verlenen, met inbegrip van operationele gegevens over terugkeer.

4.  Met betrekking tot terugkeer beheert en onderhoudt het Agentschap de applicatie voor geïntegreerd grensbeheer (IRMA) als platform voor de verwerking van alle automatisch door de nationale systemen van de lidstaten doorgegeven informatie die het nodig heeft om overeenkomstig artikel 49 operationele bijstand te verlenen, met inbegrip van operationele gegevens over terugkeer.

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een goede toegang hebben tot de relevante systemen en netwerken;

(a)  een goede en ononderbroken toegang hebben tot de relevante systemen en netwerken;

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening wordt Eurosur ingesteld als een geïntegreerd kader voor informatie-uitwisseling en samenwerking binnen de Europese grens- en kustwacht om het situationeel bewustzijn te verbeteren en het reactievermogen ten aanzien van het grensbeheer van de Unie te vergroten, waarmee wordt beoogd illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit op te sporen, te voorkomen en te bestrijden en bij te dragen tot het beschermen en het redden van de levens van migranten.

Bij deze verordening wordt Eurosur ingesteld als een geïntegreerd kader voor informatie-uitwisseling en samenwerking binnen de Europese grens- en kustwacht om het situationeel bewustzijn te verbeteren en het reactievermogen ten behoeve van het grensbeheer, met inbegrip van het opsporen, voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie en grensoverschrijdende criminaliteit en het bijdragen tot het beschermen en het redden van de levens van migranten, te vergroten.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Eurosur is van toepassing op de grenscontroles aan aangewezen grensdoorlaatposten en op de bewaking van de zee-, land- en luchtbuitengrenzen, met inbegrip van het monitoren, opsporen, identificeren, volgen, voorkomen en onderscheppen van niet-toegestane grensoverschrijdingen, waarmee wordt beoogd illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit op te sporen, te voorkomen en te bestrijden en bij te dragen tot het beschermen en het redden van de levens van migranten.

(1)  Eurosur is van toepassing op de grenscontroles aan aangewezen grensdoorlaatposten en op de bewaking van de zee-, land- en luchtbuitengrenzen, met inbegrip van het monitoren, opsporen, identificeren, volgen, voorkomen en onderscheppen van niet-toegestane grensoverschrijdingen, waarmee wordt beoogd irreguliere migratie en grensoverschrijdende criminaliteit op te sporen, te voorkomen en te bestrijden en bij te dragen tot het beschermen en het redden van de levens van migranten. De lidstaten kunnen Eurosur informatie verstrekken over het verschijnsel van secundaire migratiestromen binnen de Unie in termen van migratietrends, -omvang en -routes, teneinde het situationeel bewustzijn te verbeteren.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De nationale coördinatiecentra verstrekken het Agentschap, via het communicatienetwerk en relevante systemen, de informatie uit hun nationale situatiebeelden en, waar van toepassing, specifieke situatiebeelden, die nodig is om het Europees situatiebeeld op te stellen en up-to-date te houden.

(2)  De nationale coördinatiecentra verstrekken het Agentschap, via het communicatienetwerk, de informatie uit hun nationale situatiebeelden en, waar van toepassing, specifieke situatiebeelden, die nodig is om het Europees situatiebeeld op te stellen en up-to-date te houden.

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het Agentschap monitort voortdurend de kwaliteit van de dienstverlening door het communicatienetwerk en de kwaliteit van de gegevens die in het situatiebeeld van Eurosur worden gedeeld.

(2)  Het Agentschap monitort voortdurend en ononderbroken de kwaliteit van de dienstverlening door het communicatienetwerk en de kwaliteit van de gegevens die in het situatiebeeld van Eurosur worden gedeeld.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – punt 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De nationale situatiebeelden, het Europees situatiebeeld en de specifieke situatiebeelden worden verkregen door middel van verzameling, evaluatie, onderlinge vergelijking, analyse, interpretatie, productie, visualisatie en verspreiding van informatie.

De nationale situatiebeelden, het Europees situatiebeeld en de specifieke situatiebeelden worden verkregen door middel van verzameling, evaluatie, onderlinge vergelijking, analyse, interpretatie, productie, visualisatie en verspreiding van informatie, waar de lidstaten over deze informatie kunnen beschikken.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – punt 1 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een gebeurtenissenlaag, die alle gebeurtenissen bevat die verband houden met onrechtmatige grensoverschrijdingen, grensoverschrijdende criminaliteit en de opsporing van niet-toegestane secundaire bewegingen;

(a)  een gebeurtenissenlaag, die alle gebeurtenissen en incidenten bevat die verband houden met onrechtmatige grensoverschrijdingen en grensoverschrijdende criminaliteit. Lidstaten kunnen ook informatie verstrekken over niet-toegestane secundaire bewegingen in termen van trends, volumes en routes;

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het nationale coördinatiecentrum kent in de gebeurtenissenlaag van het nationale situatiebeeld voor elk incident één indicatief impactniveau toe op een schaal gaande van "laag" naar "gemiddeld" tot "hoog" en "kritiek". Alle incidenten worden aan het Agentschap gemeld.

(3)  Het nationale coördinatiecentrum kent in de gebeurtenissenlaag van het nationale situatiebeeld voor elk incident één indicatief impactniveau toe op een schaal gaande van "laag" naar "gemiddeld" tot "hoog". Alle incidenten worden aan het Agentschap gemeld.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – punt 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  delegaties van de Unie en missies en operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid;

(c)  delegaties van de Unie en missies;

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – punt 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  incidenten in het operationele gebied van een gezamenlijke operatie of bij een door het Agentschap gecoördineerde snelle interventie, of in een hotspot of gecontroleerd centrum.

(c)  incidenten in het operationele gebied van een gezamenlijke operatie of bij een door het Agentschap gecoördineerde snelle interventie, of in een hotspot.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De operationele laag van het Europees situatiebeeld bevat informatie over de gezamenlijke operaties en de door het Agentschap gecoördineerde snelle interventies en over de hotspots en de gecontroleerde centra, waaronder de taakomschrijving, de locatie, de status en de duur en informatie over de lidstaten en andere betrokken actoren, alsmede dagelijkse en wekelijkse situatieverslagen, statistische gegevens en informatiepakketten voor de media.

(4)  De operationele laag van het Europees situatiebeeld bevat informatie over de gezamenlijke operaties en de door het Agentschap gecoördineerde snelle interventies en over de hotspots, waaronder de taakomschrijving, de locatie, de status en de duur en informatie over de lidstaten en andere betrokken actoren, alsmede dagelijkse en wekelijkse situatieverslagen, statistische gegevens en informatiepakketten voor de media.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Het Agentschap en de lidstaten kunnen specifieke situatiebeelden opstellen en in stand houden teneinde specifieke operationele activiteiten aan de buitengrenzen te ondersteunen of informatie te delen met derden als bedoeld in artikel 69 of met derde landen overeenkomstig artikel 76 of beide.

(1)  Het Agentschap en de lidstaten kunnen specifieke situatiebeelden opstellen en in stand houden teneinde specifieke operationele activiteiten aan de buitengrenzen te ondersteunen of informatie te delen met de internationale organisaties, instellingen, organen en instanties van de Unie als bedoeld in artikel 69 of met derde landen overeenkomstig artikel 76.

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de selectieve monitoring van aangewezen havens en kusten van derde landen die op basis van risicoanalyse en -informatie zijn geïdentificeerd als inschepings- of doorvoerpunten voor vaartuigen of andere vervoermiddelen die worden gebruikt voor illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit;

(a)  de selectieve monitoring van aangewezen havens en kusten van derde landen die op basis van risicoanalyse en -informatie zijn geïdentificeerd als inschepings- of doorvoerpunten voor vaartuigen of andere vervoermiddelen die worden gebruikt voor irreguliere migratie of grensoverschrijdende criminaliteit;

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het op volle zee volgen van een vaartuig of een ander vervoermiddel dat vermoedelijk of daadwerkelijk wordt gebruikt voor illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit;

(b)  het op volle zee volgen van een vaartuig of een ander vervoermiddel dat vermoedelijk of daadwerkelijk wordt gebruikt voor irreguliere migratie, voor het vervoer van personen in nood op zee dat het opzetten van een opsporings- en reddingsoperatie vergt, of voor grensoverschrijdende criminaliteit;

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de monitoring van aangewezen gebieden in het maritieme domein om vaartuigen en andere vervoermiddelen die daadwerkelijk of vermoedelijk worden gebruikt voor illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit, op te sporen, te identificeren en te volgen;

(c)  de monitoring van aangewezen gebieden in het maritieme domein om vaartuigen en andere vervoermiddelen die daadwerkelijk of vermoedelijk worden gebruikt voor irreguliere migratie, voor het vervoer van personen in nood op zee dat het opzetten van een opsporings- en reddingsoperatie vergt, of voor grensoverschrijdende criminaliteit, op te sporen, te identificeren en te volgen;

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  de monitoring van aangewezen gebieden aan de luchtgrenzen om luchtvaartuigen en andere hulpmiddelen die daadwerkelijk of vermoedelijk worden gebruikt voor irreguliere migratie of grensoverschrijdende criminaliteit, op te sporen, te identificeren en te volgen;

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  een omgevingsanalyse van aangewezen gebieden in het maritieme domein en aan de land- en luchtbuitengrenzen om controle- en patrouilleactiviteiten te optimaliseren;

(d)  een omgevingsanalyse van aangewezen gebieden in het maritieme domein en aan de land- en luchtbuitengrenzen om opsporings-, reddings-, controle- en patrouilleactiviteiten te optimaliseren;

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de selectieve monitoring van aangewezen gebieden vóór de buitengrenzen die aan de hand van risicoanalyse en -informatie zijn aangemerkt als potentiële vertrek- of doorvoergebieden voor illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit;

(e)  de selectieve monitoring van aangewezen gebieden vóór de buitengrenzen die aan de hand van risicoanalyse en -informatie zijn aangemerkt als potentiële vertrek- of doorvoergebieden voor irreguliere migratie of grensoverschrijdende criminaliteit;

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de monitoring van migratiestromen naar en binnen de Unie;

(f)  de monitoring van trends, volume en routes van migratiestromen naar en binnen de Unie;

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  mediamonitoring, openbroninformatie en analyse van internetactiviteiten in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad42 ter voorkoming van illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit;

(g)  mediamonitoring, openbroninformatie en analyse van internetactiviteiten in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2016/68042 of met Verordening (EU) 2016/679 als van toepassing voor het voorkomen van irreguliere migratie of grensoverschrijdende criminaliteit;

__________________

__________________

42 Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

42 Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – punt 2 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  analyse van grootschalige informatiesystemen voor de opsporing van wijzigingen van routes en methoden die worden gebruikt voor illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit.

(h)  analyse van grootschalige informatiesystemen voor de opsporing van wijzigingen van routes en methoden die worden gebruikt voor irreguliere migratie en grensoverschrijdende criminaliteit.

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap monitort migratiestromen naar en binnen de Unie, trends en andere mogelijke uitdagingen aan de buitengrenzen van de Unie en in verband met terugkeer. Het Agentschap stelt daartoe bij besluit van de raad van bestuur op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel vast, dat door het Agentschap en de lidstaten wordt toegepast. Het gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel wordt bijgewerkt op basis van de resultaten van de evaluatie van de in artikel 8, lid 7, bedoelde cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer. Het Agentschap verricht ook de kwetsbaarheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 33.

1.  Het Agentschap monitort migratiestromen naar de Unie en, indien de lidstaten dergelijke informatie leveren, trends, volume en routes van migratie binnen de Unie, alsmede trends en andere mogelijke uitdagingen aan de buitengrenzen van de Unie en in verband met terugkeer. Het Agentschap stelt daartoe bij besluit van de raad van bestuur op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel vast, dat door het Agentschap en de lidstaten wordt toegepast. Het gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel wordt vastgesteld en bijgewerkt op basis van de resultaten van de evaluatie van de in artikel 8, lid 7, bedoelde cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer. Het Agentschap verricht ook de kwetsbaarheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 33.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in lid 2 bedoelde, door het Agentschap op te stellen risicoanalyses bestrijken alle voor Europees geïntegreerd grensbeheer relevante aspecten, met als doel het ontwikkelen van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing.

3.  De in lid 2 bedoelde, door het Agentschap op te stellen risicoanalyses bestrijken alle componenten van het Europees geïntegreerd grensbeheer, met als doel het ontwikkelen van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing.

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het agentschap ontwikkelt en publiceert zijn methoden en criteria voor de risicoanalyse.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten verstrekken het Agentschap alle nodige informatie over de situatie, over trends en mogelijke dreigingen aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer. De lidstaten verstrekken het Agentschap regelmatig, of op zijn verzoek, alle relevante informatie, zoals statistische en operationele gegevens die tijdens de uitvoering van het Schengenacquis zijn verzameld, alsmede informatie afgeleid uit de analyselaag van het in artikel 26 bedoelde nationale situatiebeeld.

4.  De lidstaten verstrekken het Agentschap alle nodige informatie over de situatie, over trends en mogelijke risico's aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer. De lidstaten verstrekken het Agentschap regelmatig, of op zijn verzoek, alle relevante informatie, zoals statistische en operationele gegevens die tijdens de uitvoering van het Schengenacquis zijn verzameld, alsmede informatie afgeleid uit de analyselaag van het in artikel 26 bedoelde nationale situatiebeeld.

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  In de uitkomsten van de risicoanalyses worden de gegevens geanonimiseerd.

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap zorgt ervoor dat het beheer door alle lidstaten van de buitengrenzen en van terugkeer regelmatig door verbindingsfunctionarissen van het Agentschap wordt gemonitord.

Het Agentschap zorgt ervoor dat de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer door alle lidstaten regelmatig door verbindingsfunctionarissen van het Agentschap wordt gemonitord.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  steun te verlenen aan het verzamelen van de informatie die het Agentschap nodig heeft voor monitoring van illegale migratie en risicoanalyse als bedoeld in artikel 30;

(b)  steun te verlenen aan het verzamelen van de informatie die het Agentschap nodig heeft voor monitoring van irreguliere migratie en risicoanalyse als bedoeld in artikel 30;

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert bij grenssegmenten waarvoor overeenkomstig artikel 35 een hoog of kritiek impactniveau is vastgesteld;

(d)  de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert bij grenssegmenten waarvoor overeenkomstig artikel 35 een hoog impactniveau is vastgesteld;

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  aan de uitvoerend directeur en de grondrechtenfunctionaris verslag uit te brengen over eventuele kwesties of over schendingen van de grondrechten in verband met het beheer van de buitengrenzen en de terugkeer en over de follow-up van eventuele klachten waarbij een of meer lidstaten betrokken zijn;

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3 – letter e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e ter)  waar nodig samen te werken met de grondrechtenfunctionaris teneinde bij te dragen tot de bevordering van de eerbiediging van de grondrechten bij de werkzaamheden van het Agentschap, in overeenstemming met punt e);

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j)  de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert op het gebied van terugkeer, en steun te verlenen aan het verzamelen van de informatie die het Agentschap nodig heeft om de in artikel 49 bedoelde activiteiten te verrichten.

(j)  de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert en de communicatie te bevorderen tussen de lidstaat en het Agentschap op het gebied van terugkeer, en steun te verlenen aan het verzamelen van de informatie die het Agentschap nodig heeft om de in artikel 49 bedoelde activiteiten te verrichten.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Indien het in lid 3, onder f), bedoelde verslag van de verbindingsfunctionaris aanleiding geeft tot bezorgdheid in verband met de naleving van de grondrechten door de betrokken lidstaat, stelt de grondrechtenfunctionaris de Europese Ombudsman en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten hiervan onverwijld op de hoogte.

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het verslag van de verbindingsfunctionaris maakt deel uit van de in artikel 33 bedoelde kwetsbaarheidsbeoordeling. Het verslag wordt toegezonden aan de betrokken lidstaat.

6.  Het verslag van de verbindingsfunctionaris maakt deel uit van de in artikel 33 bedoelde kwetsbaarheidsbeoordeling.

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap controleert en beoordeelt de beschikbaarheid van de technische uitrusting, de systemen, de vermogens, de middelen, de infrastructuur en adequaat geschoold en opgeleid personeel van de lidstaten die nodig zijn voor het grenstoezicht, als omschreven in artikel 3, eerste alinea, onder a). In dit verband beoordeelt het Agentschap de in artikel 67, lid 4, bedoelde capaciteitenontwikkelingsplannen wat betreft de haalbaarheid en uitvoering ervan. Voor de toekomstige planning doet het dat als voorzorgsmaatregel op basis van de overeenkomstig artikel 30, lid 2, opgestelde risicoanalyse. Het Agentschap doet deze controle en beoordeling ten minste eenmaal per jaar tenzij de uitvoerend directeur, op basis van risicoanalyses of een voorgaande kwetsbaarheidsbeoordeling, anders besluit.

2.  Het Agentschap controleert en beoordeelt de beschikbaarheid van de technische uitrusting, de systemen, de vermogens, de middelen, de infrastructuur en adequaat geschoold en opgeleid personeel van de lidstaten die nodig zijn voor het grenstoezicht, als omschreven in artikel 3, lid 1, onder a), met volledige eerbiediging van de grondrechten. In dit verband beoordeelt het Agentschap de in artikel 67, lid 4, bedoelde capaciteitenontwikkelingsplannen wat betreft de haalbaarheid en uitvoering ervan. Voor de toekomstige planning doet het dat als voorzorgsmaatregel op basis van de overeenkomstig artikel 30, lid 2, opgestelde risicoanalyse. Het Agentschap doet deze controle en beoordeling ten minste eenmaal per jaar tenzij de uitvoerend directeur, op basis van risicoanalyses of een voorgaande kwetsbaarheidsbeoordeling, anders besluit. Elke lidstaat wordt ten minste om de drie jaar gecontroleerd en beoordeeld.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De kwetsbaarheidsbeoordeling is op objectieve indicatoren gebaseerd. De raad van bestuur stelt de indicatoren vast.

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  De in lid 2 bis bedoelde objectieve indicatoren omvatten onder meer een beoordeling van de eerbiediging van de grondrechten. De methodologie voor dat aspect van de kwetsbaarheidsbeoordeling wordt opgesteld in overleg met de grondrechtenfunctionaris en het adviesforum alsmede andere relevante agentschappen van de Unie zoals het [Asielagentschap van de Europese Unie] en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd de artikelen 9 en 67 verstrekken de lidstaten op verzoek van het Agentschap informatie over hun technische uitrusting en de personele en, voor zover mogelijk, financiële middelen die op nationaal niveau voor de uitvoering van het grenstoezicht beschikbaar zijn. De lidstaten verstrekken op verzoek van het Agentschap ook informatie over hun noodplannen inzake grensbeheer.

3.  Onverminderd de artikelen 9 en 67 verstrekken de lidstaten op verzoek van het Agentschap niet-nationaal gerubriceerde, niet-gevoelige informatie die nodig is voor de kwetsbaarheidsbeoordeling, met name wat betreft de situatie omtrent de werking van alle procedures aan de grens overeenkomstig hoofdstuk II van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad, over hun technische uitrusting en de personele en, voor zover mogelijk, financiële middelen die op nationaal niveau voor de uitvoering van het grenstoezicht beschikbaar zijn. De lidstaten verstrekken op verzoek van het Agentschap ook niet-nationaal gerubriceerde, niet-gevoelige informatie over hun noodplannen inzake grensbeheer.

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De kwetsbaarheidsbeoordeling houdt in dat het Agentschap een beoordeling verricht van het vermogen en de paraatheid van de lidstaten om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden, waaronder de huidige en toekomstige dreigingen en uitdagingen aan de buitengrenzen; dat het Agentschap, met name voor lidstaten die specifieke en onevenredig grote uitdagingen ondervinden, mogelijke onmiddellijke gevolgen aan de buitengrenzen en latere gevolgen voor de werking van het Schengengebied in kaart brengt; en dat het een beoordeling verricht van het vermogen van de lidstaten om bij te dragen tot het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en de pool van technische uitrusting, met inbegrip van de pool van uitrusting voor snelle reactie. Die beoordeling laat het Schengenevaluatiemechanisme onverlet.

4.  De kwetsbaarheidsbeoordeling houdt in dat het Agentschap een beoordeling verricht van het vermogen en de paraatheid van de lidstaten om situationele risico's het hoofd te bieden, waaronder de huidige en toekomstige dreigingen en uitdagingen aan de buitengrenzen; dat het Agentschap, met name voor lidstaten die specifieke en onevenredig grote uitdagingen ondervinden, mogelijke onmiddellijke gevolgen aan de buitengrenzen en latere gevolgen voor de werking van het Schengengebied in kaart brengt; en dat het een beoordeling verricht van het vermogen van de lidstaten om bij te dragen tot het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en de pool van technische uitrusting, met inbegrip van de pool van uitrusting voor snelle reactie. Die beoordeling laat het Schengenevaluatiemechanisme onverlet.

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Bij de kwetsbaarheidsbeoordeling houdt het Agentschap rekening met de capaciteit van de lidstaten om alle grensbeheertaken uit te voeren, met inbegrip van hun vermogen om in te spelen op de komst van een groot aantal personen op hun grondgebied.

5.  Bij de kwetsbaarheidsbeoordeling beoordeelt het Agentschap de kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit van de lidstaten om alle grensbeheertaken uit te voeren, met inbegrip van hun vermogen om in te spelen op de komst van een groot aantal personen op hun grondgebied. Daartoe raadpleegt het Agentschap in voorkomend geval de relevante agentschappen van de Unie, met name [het Asielagentschap van de Europese Unie].

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling worden voorgelegd aan de betrokken lidstaten. De betrokken lidstaten kunnen opmerkingen formuleren over die beoordeling.

6.  De voorlopige resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling worden voorgelegd aan de betrokken lidstaten. De betrokken lidstaten kunnen opmerkingen formuleren over die beoordeling.

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 8 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De uitvoerend directeur beveelt aan de betrokken lidstaten maatregelen aan die zijn gebaseerd op de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling, waarbij rekening wordt gehouden met de risicoanalyse van het Agentschap, de opmerkingen van de betrokken lidstaat en de resultaten van het Schengenevaluatiemechanisme.

De uitvoerend directeur beveelt aan de betrokken lidstaten maatregelen aan die zijn gebaseerd op de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling, waarbij rekening wordt gehouden met de risicoanalyse van het Agentschap, de opmerkingen van de betrokken lidstaat en de resultaten van het Schengenevaluatiemechanisme. Deze aanbevelingen worden ter beschikking gesteld aan het Europees Parlement.

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 8 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De maatregelen moeten gericht zijn op het wegwerken van de in de beoordeling vastgestelde kwetsbaarheden opdat de lidstaten hun paraatheid ten aanzien van aankomende problemen zouden verhogen door het versterken of verbeteren van hun vermogens, technische uitrusting, systemen, middelen en noodplannen.

De maatregelen moeten gericht zijn op het wegwerken van de in de beoordeling vastgestelde kwetsbaarheden opdat de lidstaten hun paraatheid ten aanzien van situationele risico's zouden verhogen door het versterken of verbeteren van hun vermogens, technische uitrusting, systemen, middelen en noodplannen.

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.  Indien een lidstaat nalaat binnen de in lid 7 van dit artikel gestelde termijn de nodige maatregelen van de aanbeveling uit te voeren, legt de uitvoerend directeur de zaak voor aan de raad van bestuur en stelt hij de Commissie daarvan in kennis. Op voorstel van de uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur een besluit vast inzake de nodige maatregelen die de betrokken lidstaat moet nemen en de termijn waarbinnen die maatregelen moeten worden uitgevoerd. Het besluit van de raad van bestuur is voor de betrokken lidstaat bindend. Indien de lidstaat nalaat binnen de in dat besluit gestelde termijn de maatregelen uit te voeren, stelt de raad van bestuur de Raad en de Commissie daarvan in kennis en kunnen overeenkomstig artikel 43 verdere maatregelen worden genomen.

10.  Indien een lidstaat nalaat binnen de in lid 7 van dit artikel gestelde termijn de nodige maatregelen van de aanbeveling uit te voeren, legt de uitvoerend directeur de zaak voor aan de raad van bestuur en stelt hij de Commissie daarvan in kennis. Op voorstel van de uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur een besluit vast inzake de nodige maatregelen die de betrokken lidstaat moet nemen en de termijn waarbinnen die maatregelen moeten worden uitgevoerd. Het besluit van de raad van bestuur is voor de betrokken lidstaat bindend. Indien de lidstaat nalaat binnen de in dat besluit gestelde termijn de maatregelen uit te voeren, stelt de raad van bestuur het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan in kennis en kunnen overeenkomstig de artikelen 43 en 47 verdere maatregelen worden genomen.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11.  De resultaten van kwetsbaarheidsbeoordelingen worden overeenkomstig artikel 91 regelmatig en ten minste eenmaal per jaar doorgegeven aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Commissie.

11.  De resultaten van kwetsbaarheidsbeoordelingen, met inbegrip van een uitvoerige beschrijving van de uitkomst van de kwetsbaarheidsbeoordeling, door de lidstaten genomen maatregelen en de stand van de uitvoering van eventuele eerdere aanbevelingen, worden overeenkomstig artikel 91 regelmatig en ten minste eenmaal per jaar doorgegeven aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Commissie. Als de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling die is uitgevoerd met betrekking tot een bepaalde lidstaat een ernstige tekortkoming aan het licht brengen die geacht wordt een ernstige bedreiging te vormen voor de werking van de Schengenzone, het overheidsbeleid inzake het beheer van de buitengrenzen of de interne veiligheid in de ruimte zonder binnengrenstoezicht, brengt de Commissie het Europees Parlement en de Raad daar onverwijld van op de hoogte.

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor het in lid 1 bedoelde doel treffen de Commissie en het Agentschap de nodige regelingen om regelmatig en tijdig alle informatie in verband met de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordelingen en het Schengenevaluatiemechanisme op het gebied van grensbeheer op een beveiligde wijze met elkaar te delen. Het uitwisselingsmechanisme heeft betrekking op de verslagen inzake kwetsbaarheidsbeoordelingen en Schengenevaluatiebezoeken en op de daaropvolgende aanbevelingen, de actieplannen en alle door de lidstaten verstrekte updates over de tenuitvoerlegging van de actieplannen.

2.  Voor het in lid 1 bedoelde doel treft de Commissie samen met het Europees Parlement, de Raad en het Agentschap de nodige regelingen om regelmatig en tijdig alle informatie in verband met de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordelingen en het Schengenevaluatiemechanisme op het gebied van grensbeheer op een beveiligde wijze met elkaar te delen. Het uitwisselingsmechanisme heeft betrekking op de verslagen inzake kwetsbaarheidsbeoordelingen en Schengenevaluatiebezoeken en op de daaropvolgende aanbevelingen, de actieplannen en alle door de lidstaten verstrekte updates over de tenuitvoerlegging van de actieplannen.

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het impactniveau "laag" wanneer incidenten met betrekking tot illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit die zich voordoen in het grenssegment in kwestie, geen significante gevolgen voor de grensbeveiliging hebben;

(a)  het impactniveau "laag" wanneer incidenten verwaarloosbare gevolgen voor de grensbeveiliging hebben;

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het impactniveau "gemiddeld" wanneer incidenten met betrekking tot illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit die zich voordoen in het grenssegment in kwestie, middelmatige gevolgen voor de grensbeveiliging hebben;

(b)  het impactniveau "gemiddeld" wanneer incidenten middelmatige gevolgen voor de grensbeveiliging hebben;

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het impactniveau "hoog" wanneer incidenten met betrekking tot illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit die zich voordoen in het grenssegment in kwestie, significante gevolgen voor de grensbeveiliging hebben;

(c)  het impactniveau "hoog" wanneer incidenten significante gevolgen voor de grensbeveiliging hebben;

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  het impactniveau "kritiek" wanneer incidenten met betrekking tot illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit die zich voordoen in het grenssegment in kwestie, dermate ingrijpende gevolgen voor de grensbeveiliging hebben dat de werking van het Schengengebied erdoor in gevaar dreigt te komen.

Schrappen

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  wanneer voor een buitengrenssegment het impactniveau "kritiek" is vastgesteld, stelt het Agentschap de Commissie daarvan in kennis. De betrokken lidstaat en het Agentschap nemen de onder c) genoemde maatregelen en voeren tevens de aanbeveling uit die overeenkomstig artikel 42 door de uitvoerend directeur van het Agentschap is gedaan.

Schrappen

Amendement    205

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het nationale coördinatiecentrum informeert het Agentschap regelmatig over de krachtens lid 1, onder b), c) en d), op nationaal niveau genomen maatregelen.

2.  Het nationale coördinatiecentrum informeert het Agentschap regelmatig over de krachtens lid 1, onder b) en c), op nationaal niveau genomen maatregelen.

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer het impactniveau "gemiddeld", "hoog" of "kritiek" wordt vastgesteld voor een buitengrenssegment dat grenst aan een grenssegment van een andere lidstaat of van een derde land waarmee overeenkomsten zijn gesloten of regionale netwerken zijn opgezet, als bedoeld in de artikelen 73 en 74, treedt het nationale coördinatiecentrum in contact met het nationale coördinatiecentrum van de aangrenzende lidstaat of de bevoegde autoriteit van het aangrenzende derde land en streeft het ernaar samen met het Agentschap de nodige grensoverschrijdende maatregelen te coördineren.

3.  Wanneer het impactniveau "gemiddeld" of "hoog" wordt vastgesteld voor een buitengrenssegment dat grenst aan een grenssegment van een andere lidstaat of van een derde land waarmee overeenkomsten zijn gesloten of regionale netwerken zijn opgezet, als bedoeld in de artikelen 73 en 74, treedt het nationale coördinatiecentrum in contact met het nationale coördinatiecentrum van de aangrenzende lidstaat of de bevoegde autoriteit van het aangrenzende derde land en streeft het ernaar samen met het Agentschap de nodige grensoverschrijdende maatregelen te coördineren.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een lidstaat kan het Agentschap om bijstand vragen bij de uitvoering van zijn verplichtingen inzake het toezicht op de buitengrenzen. Het Agentschap voert tevens maatregelen uit overeenkomstig de artikelen 42 en 43.

1.  Een lidstaat kan het Agentschap om bijstand vragen bij de uitvoering van zijn verplichtingen inzake het toezicht op de buitengrenzen en inzake het beschermen en redden van het leven van migranten en vluchtelingen. Het Agentschap voert tevens maatregelen uit overeenkomstig de artikelen 42 en 43.

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  inzet van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, onder meer in hotspotgebieden of in gecontroleerde centra, zo nodig ook om technische en operationele bijstand te bieden bij terugkeeractiviteiten;

(d)  inzet van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, onder meer in hotspotgebieden, zo nodig ook om technische en operationele bijstand te bieden bij terugkeeractiviteiten;

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  in het kader van de in dit lid, onder a), b) en c), vermelde operaties en overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationale recht, verlening van technische en operationele bijstand aan lidstaten en derde landen ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties voor personen die op zee in nood verkeren, welke soms moeten worden ondernomen tijdens grensbewakingsoperaties op zee;

(e)  in het kader van de in dit lid, onder a), b) en c), vermelde operaties en overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationale recht, verlening van technische en operationele bijstand aan lidstaten en naburige derde landen ter ondersteuning van opsporings- en reddingsoperaties voor personen die op zee in nood verkeren;

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een lidstaat kan het Agentschap verzoeken gezamenlijke operaties op te zetten om toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, waaronder illegale immigratie, huidige of toekomstige dreigingen aan zijn buitengrenzen of grensoverschrijdende criminaliteit, of uitgebreidere technische of om operationele bijstand te verlenen met het oog op de uitvoering van zijn verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen.

1.  Een lidstaat kan het Agentschap verzoeken gezamenlijke operaties op te zetten om toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, waaronder irreguliere migratie, huidige of toekomstige dreigingen aan zijn buitengrenzen of grensoverschrijdende criminaliteit, of uitgebreidere technische of om operationele bijstand te verlenen met het oog op de uitvoering van zijn verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen.

Amendement    211

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De doelstellingen van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie kunnen worden verwezenlijkt in het kader van een operatie met meerdere doelen. Die operaties kunnen zich uitstrekken tot kustwachttaken en het voorkomen van grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder het bestrijden van migrantensmokkel of mensenhandel, en migratiebeheer, zoals identificatie, registratie, debriefing en terugkeer.

4.  De doelstellingen van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie kunnen worden verwezenlijkt in het kader van een operatie met meerdere doelen. Die operaties kunnen zich uitstrekken tot kustwachttaken en het voorkomen van grensoverschrijdende criminaliteit, en migratiebeheer.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De uitvoerend directeur stelt een operationeel plan op voor gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen. De uitvoerend directeur en de ontvangende lidstaat stellen in overleg met de deelnemende lidstaten het operationeel plan vast waarin de organisatorische en procedurele aspecten van de gezamenlijke operatie worden opgenomen.

2.  De uitvoerend directeur stelt een operationeel plan op voor gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen. De uitvoerend directeur en de ontvangende lidstaat stellen in overleg met de deelnemende lidstaten het operationeel plan vast waarin de organisatorische en procedurele aspecten van de gezamenlijke operatie worden opgenomen. De deelnemende lidstaten kunnen opmerkingen maken of bedenkingen uiten in een aan het operationele plan gehechte bijlage.

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het operationeel plan is bindend voor het Agentschap, de ontvangende lidstaat en de deelnemende lidstaten. Het bestrijkt alle aspecten die voor de uitvoering van de gezamenlijke operatie nodig worden geacht, met inbegrip van:

3.  Het operationeel plan is bindend voor het Agentschap, de ontvangende lidstaat en de deelnemende lidstaten. Het bestrijkt alle aspecten die voor de uitvoering van de gezamenlijke operatie nodig worden geacht, ook als er sprake is van samenwerking met derde landen, met inbegrip van:

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  een beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden, ook in verband met de eerbiediging van de grondrechten, en speciale instructies voor de teams, onder meer over de vraag welke databanken in de ontvangende lidstaat mogen worden geraadpleegd en welke dienstwapens, munitie en uitrusting in de ontvangende lidstaat mogen worden gebruikt;

(d)  een beschrijving van de taken, bevoegdheden, inclusief daaraan gestelde grenzen, en verantwoordelijkheden, ook in verband met de eerbiediging van de grondrechten, en speciale instructies voor de teams en de functionarissen die bij de activiteiten van het Agentschap betrokken zijn, onder meer over de vraag welke databanken in de ontvangende lidstaat mogen worden geraadpleegd en welke dienstwapens, munitie en uitrusting in de ontvangende lidstaat mogen worden gebruikt;

Amendement    215

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – letter m

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(m)  procedures ter bepaling van een mechanisme voor de ontvangst en doorzending naar het Agentschap van klachten tegen alle personen die deelnemen aan een gezamenlijke operatie of een snelle grensinterventie, waaronder grenswachters of andere relevante personeelsleden van de ontvangende lidstaat en teamleden, over vermeende inbreuken op de grondrechten in het kader van hun deelname aan een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie;

(m)  procedures ter bepaling van een mechanisme voor de ontvangst en doorzending naar het Agentschap van klachten tegen alle personen die deelnemen aan een gezamenlijke operatie, met inbegrip van operaties met derde landen, aan een snelle grensinterventie, teams voor ondersteuning van migratiebeheer in hotspotgebieden, een terugkeeroperatie of terugkeerinterventie, waaronder grenswachters of andere relevante personeelsleden van de ontvangende lidstaat en teamleden, over vermeende inbreuken op de grondrechten in het kader van hun deelname aan een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie;

Amendement    216

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – letter n bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(n bis)  gedetailleerde bepalingen over waarborgen op het gebied van de grondrechten;

Amendement    217

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – letter n ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(n ter)  bepalingen over het risico van schendingen van de grondrechten en de maatregelen die genomen moeten worden om dergelijke schendingen te voorkomen, te garanderen dat daarover verantwoording wordt afgelegd en te waarborgen dat dergelijke schendingen zich niet opnieuw voordoen, onder meer met betrekking tot de bevoegdheden om een operatie overeenkomstig artikel 47 op te schorten of te beëindigen.

Amendement    218

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De uitvoerend directeur stelt samen met de ontvangende lidstaat onmiddellijk of in ieder geval uiterlijk drie werkdagen na de datum van de beslissing een operationeel plan op als bedoeld in artikel 39, lid 3.

6.  De uitvoerend directeur stelt samen met de ontvangende lidstaat onmiddellijk of in ieder geval uiterlijk drie werkdagen na de datum van de beslissing een operationeel plan op als bedoeld in artikel 39, lid 3, en keuren dit goed.

Amendement    219

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Indien zich een situatie voordoet waarin de in de leden 5 en 8 bedoelde maatregelen ontoereikend zijn, deelt de uitvoerend directeur elke lidstaat mee hoeveel extra personeelsleden met welke profielen er aanvullend moeten worden ingezet uit de snel inzetbare pool als bedoeld in artikel 58. Die informatie wordt schriftelijk verstrekt aan de nationale contactpunten onder vermelding van de voor het inzetten van de teams geplande datum. Er wordt hun tevens een kopie van het operationele plan verstrekt.

Amendement    220

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De lidstaten zien erop toe dat de aantallen en de profielen van het operationele personeel onmiddellijk ter beschikking van het Agentschap worden gesteld, om volledige inzetbaarheid te waarborgen overeenkomstig artikel 58, leden 5 en 7.

9.  De lidstaten zien erop toe dat de aantallen en de profielen van het operationele personeel onmiddellijk ter beschikking van het Agentschap worden gesteld, om volledige inzetbaarheid te waarborgen overeenkomstig artikel 58, leden 5, 7 en 8.

Amendement    221

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op verzoek van een lidstaat of op initiatief van het Agentschap en met instemming van de betrokken lidstaat kunnen ondersteuningsteams voor migratiebeheer worden ingezet om die lidstaat technische en operationele ondersteuning te bieden, met name in hotspotgebieden en gecontroleerde centra.

Indien een lidstaat zich in bepaalde hotspotgebieden aan zijn buitengrenzen geconfronteerd ziet met onevenredig grote uitdagingen op het gebied van migratie als gevolg van een sterke, gemengde instroom van migranten, kan die lidstaat verzoeken om technische en operationele ondersteuning door ondersteuningsteams voor migratiebeheer. Die lidstaat dient een verzoek om versterking en een raming van zijn behoeften in bij het Agentschap en andere bevoegde agentschappen van de Unie, in het bijzonder [het Asielagentschap van de Europese Unie] en Europol.

Amendement    222

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in het eerste lid bedoelde lidstaat dient bij de Commissie een verzoek om versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer in, alsmede een raming van zijn behoeften. Op basis van de raming van de behoeften van die lidstaat verstuurt de Commissie het verzoek aan het Agentschap, [het Asielagentschap van de Europese Unie], Europol of andere bevoegde agentschappen van de Unie, waar van toepassing.

Schrappen

Amendement    223

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bevoegde agentschappen van de Unie beoordelen het verzoek om versterking van een lidstaat en de raming van zijn behoeften teneinde, onder coördinatie van de Commissie, de noodzakelijke maatregelen te bepalen, met inbegrip van de inzet van technische uitrusting, waarover met de betrokken lidstaat overeenstemming moet worden bereikt.

2.  De uitvoerend directeur beoordeelt in coördinatie met andere bevoegde agentschappen van de Unie het verzoek om versterking van een lidstaat en de raming van zijn behoeften, met het oog op de vaststelling van een breed versterkingspakket bestaande uit diverse door de bevoegde agentschappen van de Unie gecoördineerde activiteiten waarover met de betrokken lidstaat overeenstemming moet worden bereikt.

Amendement    224

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie bepaalt, in samenwerking met de ontvangende lidstaat en de bevoegde agentschappen van de Unie, de nadere voorwaarden voor samenwerking ten aanzien van de inzet van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer en is verantwoordelijk voor de coördinatie van de activiteiten van die teams.

3.  De Commissie bepaalt, in samenwerking met de ontvangende lidstaat en de bevoegde agentschappen, de nadere voorwaarden voor samenwerking in het hotspotgebied en is verantwoordelijk voor de coördinatie van de activiteiten van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer.

Amendement    225

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De technische en operationele versterking die, onder volledige eerbiediging van de grondrechten, wordt geboden door ondersteuningsteams voor migratiebeheer, kan het volgende omvatten:

4.  De technische en operationele versterking die in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer wordt geboden door de Europese grens- en kustwachtteams, de Europese terugkeerinterventieteams en de deskundigen uit het personeel van het Agentschap, kan omvatten:

Amendement    226

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  ondersteuning bij het screenen van onderdanen van derde landen die aan de buitengrenzen aankomen, wat mede inhoudt de identificatie, registratie en debriefing van die onderdanen van derde landen en, indien de lidstaat daarom verzoekt, het nemen van hun vingerafdrukken, veiligheidscontroles en het verstrekken van informatie over het doel van deze procedures;

(a)  het bieden van ondersteuning, met volledige inachtneming van de grondrechten, bij het screenen van onderdanen van derde landen die aan de buitengrenzen aankomen, wat mede inhoudt de identificatie, registratie en debriefing van die onderdanen van derde landen en, indien de lidstaat daarom verzoekt, het nemen van hun vingerafdrukken, en het verstrekken van informatie over het doel van deze procedures;

Amendement    227

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  verstrekking van initiële informatie aan personen die internationale bescherming wensen aan te vragen, en hun doorverwijzing naar de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat of naar de deskundigen van [het Asielagentschap van de Europese Unie];

(b)  verstrekking van initiële informatie aan personen die internationale bescherming wensen aan te vragen, en hun doorverwijzing naar de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat of naar het Asielagentschap van de Europese Unie;

Amendement    228

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  technische en operationele bijstand bij de terugkeerprocedure, onder meer met betrekking tot de voorbereiding van terugkeerbesluiten, de verkrijging van reisdocumenten en de voorbereiding en organisatie van terugkeeroperaties, ook als die betrekking hebben op vrijwillige terugkeer;

(c)  technische en operationele bijstand op het gebied van terugkeer, met inbegrip van de voorbereiding en organisatie van terugkeeroperaties.

Amendement    229

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 4 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de nodige technische uitrusting.

Schrappen

Amendement    230

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het Agentschap werkt samen met het [Asielagentschap van de Europese Unie] om maatregelen te faciliteren voor het doorverwijzen naar de procedure voor internationale bescherming en, voor onderdanen van derde landen van wie het verzoek om internationale bescherming bij een definitieve beslissing is afgewezen, naar de terugkeerprocedure.

Schrappen

Amendement    231

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Ondersteuningsteams voor migratiebeheer bestaan, indien nodig, onder meer uit medewerkers met expertise op het gebied van kinderbescherming, mensenhandel en bescherming van grondrechten en tegen vervolging op grond van geslacht.

6.  Ondersteuningsteams voor migratiebeheer bestaan, indien nodig, onder meer uit medewerkers met expertise op het gebied van kinderbescherming, mensenhandel, bescherming tegen vervolging op grond van geslacht, en/of grondrechten.

Amendement    232

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De uitvoerend directeur doet, op basis van de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling of wanneer het impactniveau "kritiek" is vastgesteld voor een of meer buitengrenssegmenten, en rekening houdend met de relevante elementen van de noodplannen van de lidstaat, de risicoanalyse door het Agentschap en de analyselaag van het Europees situatiebeeld, een aanbeveling aan de betrokken lidstaat om gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies of andere relevante maatregelen als omschreven in artikel 37 te starten of uit te voeren.

1.  De uitvoerend directeur kan, op basis van de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling, en rekening houdend met de relevante elementen van de noodplannen van de lidstaat, de risicoanalyse door het Agentschap en de analyselaag van het Europees situatiebeeld, een aanbeveling doen aan de betrokken lidstaat om gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies of andere relevante maatregelen als omschreven in artikel 37 te starten of uit te voeren.

Amendement    233

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De betrokken lidstaat reageert binnen vijf werkdagen op de aanbeveling van de uitvoerend directeur. Een lidstaat die afwijzend reageert op de voorgestelde maatregelen, motiveert zijn reactie. De uitvoerend directeur deelt de Commissie onverwijld de voorgestelde maatregelen en de motivering van de afwijzende reactie mee, zodat kan worden beoordeeld of overeenkomstig artikel 43 dringend optreden vereist is.

2.  De betrokken lidstaat reageert binnen vijf werkdagen op de aanbeveling van de uitvoerend directeur. Een lidstaat die afwijzend reageert op de voorgestelde maatregelen, motiveert zijn reactie. De uitvoerend directeur deelt de Commissie onverwijld de voorgestelde maatregelen en de motivering van de afwijzende reactie mee, zodat kan worden beoordeeld of verder optreden vereist is.

Amendement    234

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

kan de Commissie, na raadpleging van het Agentschap, onverwijld door middel van een uitvoeringshandeling overeenkomstig de in artikel 117, lid 3, bedoelde procedure een besluit nemen tot vaststelling van de door het Agentschap uit te voeren maatregelen die deze risico's moeten beperken, waarbij de betrokken lidstaat wordt verplicht medewerking te verlenen aan het Agentschap bij de uitvoering van die maatregelen.

kan de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie, onverwijld door middel van een uitvoeringshandeling een besluit nemen tot vaststelling van de door het Agentschap uit te voeren maatregelen die deze risico's moeten beperken, waarbij de betrokken lidstaat wordt verplicht medewerking te verlenen aan het Agentschap bij de uitvoering van die maatregelen. De Commissie raadpleegt het Agentschap voordat zij een voorstel indient.

Amendement    235

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de werking van het Schengengebied, stelt de Commissie volgens de in artikel 117, lid 4, bedoelde procedure uitvoeringshandelingen vast die onmiddellijk toepasselijk zijn.

Schrappen

Amendement    236

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer zich een situatie voordoet die dringend optreden vereist, worden het Europees Parlement en de Raad daarvan onverwijld in kennis gesteld, alsmede van alle verdere maatregelen en besluiten die in antwoord daarop worden genomen.

2.  Wanneer zich een situatie voordoet die dringend optreden vereist, wordt het Europees Parlement daarvan onverwijld in kennis gesteld, alsmede van alle verdere maatregelen en besluiten die in antwoord daarop worden genomen.

Amendement    237

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Om het risico dat het functioneren van het Schengengebied in het gedrang komt, te beperken, bepaalt het in lid 1 bedoelde besluit van de Commissie dat het Agentschap een of meer van de volgende maatregelen neemt:

3.  Om het risico dat het functioneren van het Schengengebied in het gedrang komt, te beperken, bepaalt het in lid 1 bedoelde besluit van de Raad dat het Agentschap een of meer van de volgende maatregelen neemt:

Amendement    238

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  organisatie en coördinatie van snelle grensinterventies en inzet van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht;

(a)  organisatie en coördinatie van snelle grensinterventies en inzet van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, met inbegrip van teams van de snel inzetbare pool voor snelle grensinterventies;

Amendement    239

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  inzet van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, met name in hotspotgebieden;

(b)  inzet van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden;

Amendement    240

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Binnen twee werkdagen na de datum waarop het in lid 1 bedoelde besluit van de Commissie is vastgesteld:

4.  Binnen twee werkdagen na de datum waarop het in lid 1 bedoelde besluit van de Raad is vastgesteld:

Amendement    241

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  dient de uitvoerend directeur bij de betrokken lidstaten een ontwerp van het operationele plan in.

(b)  stelt de uitvoerend directeur een ontwerp van het operationele plan op en dient dat bij de betrokken lidstaten in.

Amendement    242

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De uitvoerend directeur en de betrokken lidstaat stellen het operationele plan vast binnen twee werkdagen na de datum waarop het ontwerp is ingediend.

5.  De uitvoerend directeur en de betrokken lidstaat keuren het operationele plan goed binnen twee werkdagen na de datum waarop het is ingediend.

Amendement    243

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Voor de praktische uitvoering van de maatregelen vervat in het in lid 1 van dit artikel bedoelde besluit van de Commissie zet het Agentschap onverwijld, doch uiterlijk binnen vijf dagen na de vaststelling van het operationele plan, het noodzakelijke operationele personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, zoals bedoeld in artikel 55, in. Extra teams worden indien nodig ingezet in een tweede fase, uiterlijk zeven werkdagen na de inzet van de eerste teams in het operationele gebied.

6.  Voor de praktische uitvoering van de maatregelen vervat in het in lid 1 van dit artikel bedoelde besluit van de Raad zet het Agentschap onverwijld, doch uiterlijk binnen vijf dagen na de vaststelling van het operationele plan, het noodzakelijke operationele personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, zoals bedoeld in artikel 55, in. Extra teams worden indien nodig ingezet in een tweede fase, uiterlijk zeven werkdagen na de inzet van de eerste teams in het operationele gebied.

Amendement    244

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 7 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap zet onverwijld, en in elk geval binnen tien werkdagen na de vaststelling van het operationele plan, de nodige technische uitrusting in voor de praktische uitvoering van de maatregelen vervat in het in lid 1 bedoelde besluit van de Commissie.

Het Agentschap zet onverwijld, en in elk geval binnen tien werkdagen na de vaststelling van het operationele plan, de nodige technische uitrusting in voor de praktische uitvoering van de maatregelen vervat in het in lid 1 bedoelde besluit van de Raad.

Amendement    245

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De betrokken lidstaat leeft het in lid 1 bedoelde besluit van de Commissie na. Met het oog daarop verleent die lidstaat onmiddellijk zijn medewerking aan het Agentschap en onderneemt hij de nodige actie voor het faciliteren van de uitvoering van het besluit en de praktische uitvoering van de maatregelen die zijn vervat in het besluit en het operationele plan, met name door de in de artikelen 44, 83 en 84 bedoelde verplichtingen uit te voeren.

8.  De betrokken lidstaat leeft het in lid 1 bedoelde besluit van de Raad na. Met het oog daarop verleent die lidstaat onmiddellijk zijn medewerking aan het Agentschap en onderneemt hij de nodige actie voor het faciliteren van de uitvoering van het besluit en de praktische uitvoering van de maatregelen die zijn vervat in het besluit en het operationele plan dat met de uitvoerend directeur is overeengekomen, met name door de in de artikelen 44, 83 en 84 bedoelde verplichtingen uit te voeren.

Amendement    246

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 9 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de betrokken lidstaat het in lid 1 bedoelde besluit van de Commissie niet binnen 30 dagen naleeft en de medewerking met het Agentschap overeenkomstig lid 8 van dit artikel niet verleent, kan de Commissie de procedure van artikel 29 van Verordening (EU) 2016/399 inleiden.

De Commissie ziet toe op de uitvoering van de maatregelen die zijn vastgesteld in het in lid 1 bedoelde besluit van de Raad en de daartoe getroffen maatregelen van het Agentschap. Indien de betrokken lidstaat het in lid 1 bedoelde besluit van de Raad niet binnen 30 dagen naleeft en de medewerking met het Agentschap overeenkomstig lid 8 van dit artikel niet verleent, kan de Commissie de procedure van artikel 29 van Verordening (EU) 2016/399 inleiden.

Amendement    247

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Gedurende de inzet van grensbeheerteams, terugkeerteams en ondersteuningsteams voor migratiebeheer voorziet de ontvangende lidstaat in instructies voor de teams overeenkomstig het operationele plan.

1.  Gedurende de inzet van grensbeheerteams, terugkeerteams en ondersteuningsteams voor migratiebeheer, voorziet de ontvangende lidstaat of, indien er sprake is van samenwerking een derde landen overeenkomstig de statusovereenkomst, het betreffende derde land, in instructies voor de teams overeenkomstig het operationele plan.

Amendement    248

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap kan via zijn coördinerend functionaris zijn standpunten met betrekking tot aan de teams gegeven instructies kenbaar maken aan de ontvangende lidstaat. De ontvangende lidstaat houdt rekening met deze mening en geeft er voor zover mogelijk gevolg aan.

2.  Het Agentschap kan via zijn coördinerend functionaris zijn standpunten met betrekking tot aan de teams gegeven instructies, ook wanneer die de bescherming, eerbiediging en bevordering van de grondrechten betreffen, kenbaar maken aan de ontvangende lidstaat. De ontvangende lidstaat houdt rekening met deze mening en geeft er voor zover mogelijk gevolg aan.

Amendement    249

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De teamleden eerbiedigen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden ten volle de grondrechten, waaronder de toegang tot asielprocedures, en de menselijke waardigheid. De maatregelen die zij nemen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden, staan in verhouding tot het doel van die maatregelen. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden discrimineren zij niet op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

4.  De teamleden eerbiedigen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden ten volle de grondrechten, waaronder de toegang tot asielprocedures, en de menselijke waardigheid, en zij besteden bijzondere aandacht aan kwetsbare personen. De maatregelen die zij nemen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden, staan in verhouding tot het doel van die maatregelen. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden discrimineren zij op geen enkele grond, zoals geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, in overeenstemming met artikel 21 van het Handvest.

Amendement    250

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De teamleden die niet tot het statutaire personeel van het Agentschap behoren, blijven onderworpen aan de disciplinaire maatregelen van hun lidstaat van herkomst. De lidstaat van herkomst voorziet in de nodige disciplinaire of andere maatregelen overeenkomstig zijn nationale recht inzake tijdens een gezamenlijke operatie of een snelle grensinterventie gedane schendingen van grondrechten of verplichtingen op het gebied van internationale bescherming.

5.  De teamleden die niet tot het statutaire personeel van het Agentschap behoren, blijven onderworpen aan de disciplinaire maatregelen van hun lidstaat van herkomst. De lidstaat van herkomst voorziet in de nodige disciplinaire of andere maatregelen overeenkomstig zijn nationale recht inzake tijdens alle operaties of interventies gedane schendingen van grondrechten of verplichtingen op het gebied van internationale bescherming.

Amendement    251

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  kosten in verband met de technische uitrusting van het Agentschap.

(f)  kosten in verband met de technische uitrusting van het Agentschap, met inbegrip van opsporings- en reddingsuitrusting.

Amendement    252

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Na voorafgaande goedkeuring door de Commissie stelt de raad van bestuur gedetailleerde regels vast met betrekking tot de betaling van de kosten van het personeel dat overeenkomstig artikel 58 voor een korte tijd wordt ingezet, en werkt die regels indien nodig bij. Die gedetailleerde regels worden zoveel mogelijk gebaseerd op vereenvoudigde kostenopties. Voor zover relevant streeft de raad van bestuur naar samenhang met de regels die gelden voor de vergoeding van dienstreizen van statutair personeel.

2.  Na voorafgaande goedkeuring door de Commissie stelt de raad van bestuur gedetailleerde regels vast met betrekking tot de betaling van de kosten van het personeel dat overeenkomstig artikel 58 voor een korte tijd wordt ingezet, en werkt die regels indien nodig bij. Overeenkomstig artikel 61 kan een voorschot op de jaarlijkse betaling worden toegekend. Die gedetailleerde regels worden zoveel mogelijk gebaseerd op vereenvoudigde kostenopties. De raad van bestuur streeft naar samenhang met de regels die gelden voor de vergoeding van dienstreizen van statutair personeel.

Amendement    253

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De uitvoerend directeur beëindigt activiteiten van het Agentschap wanneer niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het uitvoeren van die activiteiten. Voorafgaand aan die beëindiging stelt de uitvoerend directeur de betrokken lidstaat op de hoogte.

1.  De uitvoerend directeur beëindigt activiteiten van het Agentschap, ook wanneer er sprake is van samenwerking met derde landen, wanneer niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het uitvoeren van die activiteiten. Voorafgaand aan die beëindiging stelt de uitvoerend directeur de betrokken lidstaat op de hoogte.

Amendement    254

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten die deelnemen aan een gezamenlijke operatie, een snelle grensinterventie of de inzet van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer, kunnen de uitvoerend directeur verzoeken die gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie of de inzet van dat ondersteuningsteam voor migratiebeheer te beëindigen.

2.  De lidstaten die deelnemen aan een operationele activiteit van het Agentschap, kunnen de uitvoerend directeur verzoeken die operationele activiteit te beëindigen.

Amendement    255

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De uitvoerend directeur trekt, na raadpleging van de grondrechtenfunctionaris en na de betrokken lidstaat op de hoogte te hebben gesteld, de financiering van een gezamenlijke operatie, snelle grensinterventie, proefproject, inzet van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer, terugkeeroperatie, terugkeerinterventie of werkafspraak in, of neemt een beslissing tot gehele of gedeeltelijke opschorting of beëindiging van dergelijke activiteiten, wanneer hij van oordeel is dat er sprake is van schendingen van de grondrechten of de internationale verplichtingen op het gebied van bescherming die ernstig zijn of waarschijnlijk zullen voortduren. De uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur in kennis van een dergelijke beslissing.

4.  De uitvoerend directeur trekt, na raadpleging van de grondrechtenfunctionaris en na de betrokken lidstaat op de hoogte te hebben gesteld, de financiering van een gezamenlijke operatie, snelle grensinterventie, proefproject, inzet van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer, terugkeeroperatie, terugkeerinterventie of werkafspraak in, of schort die geheel of gedeeltelijk op of beëindigt die geheel of gedeeltelijk wanneer hij van oordeel is dat er sprake is van schendingen van de grondrechten of de internationale verplichtingen op het gebied van bescherming die ernstig zijn of waarschijnlijk zullen voortduren. Een dergelijke beslissing wordt genomen op grond van objectieve criteria. De uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur in kennis van een dergelijke beslissing. Wanneer een dergelijke beslissing wordt genomen, houdt de uitvoerend directeur onder meer rekening met relevante informatie, zoals het aantal geregistreerde klachten en de inhoud ervan, verslagen over ernstige incidenten en verslagen van de verbindingsfunctionarissen en coördinerende functionarissen die in de ontvangende lidstaat gedetacheerd zijn, en van andere relevante internationale organisaties, instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie in de regio die onder deze verordening vallen.

Amendement    256

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Indien de uitvoerend directeur beslist tot opschorting of beëindiging van de inzet, door het Agentschap, van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer, deelt hij die beslissing mee aan de andere bevoegde agentschappen die actief zijn in dat hotspotgebied of gecontroleerd centrum.

5.  Indien de uitvoerend directeur beslist tot opschorting of beëindiging van de inzet, door het Agentschap, van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer, deelt hij die beslissing mee aan de andere bevoegde agentschappen die actief zijn in dat hotspotgebied.

Amendement    257

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De uitvoerend directeur evalueert de resultaten van de gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, proefprojecten, de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer, en operationele samenwerking met derde landen. Hij geeft de gedetailleerde evaluatieverslagen binnen 60 dagen na het einde van deze activiteiten door aan de raad van bestuur, vergezeld van de opmerkingen van de grondrechtenfunctionaris. De uitvoerend directeur maakt een volledige vergelijkende analyse van deze resultaten met het oog op de verbetering van de kwaliteit, samenhang en doeltreffendheid van toekomstige activiteiten, en neemt deze analyse op in het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap.

De uitvoerend directeur evalueert de resultaten van alle operationele activiteiten en proefprojecten van het Agentschap. Hij doet de gedetailleerde evaluatieverslagen binnen 60 dagen na het einde van deze activiteiten toekomen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en aan de raad van bestuur, vergezeld van de opmerkingen van de grondrechtenfunctionaris. De uitvoerend directeur maakt een volledige vergelijkende analyse van deze resultaten met het oog op de verbetering van de kwaliteit, samenhang en doeltreffendheid van toekomstige activiteiten, en neemt deze analyse op in het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap.

Amendement    258

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wat de terugkeer betreft heeft het Agentschap, met inachtneming van de grondrechten en de algemene beginselen van het recht van de Unie en het internationaal recht, waaronder de verplichtingen inzake de bescherming van vluchtelingen en kinderrechten, met name de volgende taken:

1.  Zonder in te gaan op de gegrondheid van terugkeerbesluiten die uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven vallen heeft het Agentschap wat de terugkeer betreft, met inachtneming van de grondrechten, de algemene beginselen van het recht van de Unie en het internationaal recht, waaronder de verplichtingen inzake de bescherming van vluchtelingen, het beginsel van non-refoulement en kinderrechten de volgende taken:

Amendement    259

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de lidstaten technische en operationele bijstand verlenen bij de terugkeer van onderdanen van derde landen, met inbegrip van het voorbereiden van terugkeerbesluiten, de identificatie van onderdanen van derde landen en andere activiteiten van de lidstaten voorafgaand aan terugkeer of in verband met terugkeer, ook in het kader van vrijwillig vertrek, om tot een geïntegreerd systeem voor het beheer van terugkeer te komen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in samenwerking met relevante autoriteiten van derde landen en andere relevante belanghebbenden;

(a)  technische en operationele bijstand verlenen aan lidstaten die daar expliciet om verzoeken bij de terugkeer van terugkeerders, met inbegrip van het verlenen van bijstand bij het verzamelen van informatie ten behoeve van terugkeerbesluiten, de identificatie van terugkeerders en het verkrijgen van reisdocumenten, onder meer door middel van consulaire samenwerking, zonder informatie vrij te geven in verband met het feit dat een verzoek om internationale bescherming is ingediend of andere informatie die niet strikt relevant is voor de uitvoering van de terugkeer van de betrokken terugkeerders, en andere activiteiten van de lidstaten voorafgaand aan terugkeer of in verband met terugkeer; terugkeeroperaties organiseren en coördineren en bijstand verlenen bij vrijwillig vertrek in samenwerking met de lidstaten, om tot een geïntegreerd systeem voor het beheer van terugkeer te komen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in samenwerking met relevante autoriteiten van derde landen en andere relevante belanghebbenden;

Amendement    260

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  op technisch en operationeel niveau de begeleide vrijwillige terugkeer vanuit de lidstaten coördineren, door bijstand te verlenen in de fasen voorafgaand aan het vertrek, de reis zelf en de fase na aankomst en daarbij rekening te houden met de behoeften van kwetsbare migranten, in samenwerking met de Internationale Organisatie voor Migratie;

Amendement    261

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  technische en operationele bijstand verlenen aan lidstaten die geconfronteerd worden met problemen op het gebied van terugkeer of met migratiedruk, onder meer door teams voor migratiebeheer in te zetten;

(b)  technische en operationele bijstand te verlenen aan lidstaten waarvan de terugkeersystemen voor uitdagingen staan;

Amendement    262

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  een referentiemodel ontwikkelen voor een casemanagementsysteem voor terugkeer dat voorschrijft hoe de nationale terugkeerbeheersystemen moeten worden gestructureerd, alsmede de lidstaten technische en operationele bijstand verlenen bij de ontwikkeling van nationale terugkeerbeheersystemen die in overeenstemming zijn met het model;

[(c)  in overleg met de grondrechtenfunctionaris en het adviesforum een referentiemodel ontwikkelen voor een casemanagementsysteem voor terugkeer dat voorschrijft hoe de nationale terugkeerbeheersystemen moeten worden gestructureerd, alsmede de lidstaten technische en operationele bijstand verlenen bij de ontwikkeling van nationale terugkeerbeheersystemen die in overeenstemming zijn met het model;]

Amendement    263

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  een centraal systeem en een infrastructuur voor communicatie tussen de nationale terugkeerbeheersystemen van de lidstaten en het centrale systeem ontwikkelen en beheren en de lidstaten technische en operationele bijstand verlenen bij de aansluiting op de communicatiestructuur;

(d)  het beheren en onderhouden van IRMA, als platform en infrastructuur voor communicatie tussen de nationale terugkeerbeheersystemen van de lidstaten en het platform, en de lidstaten technische en operationele bijstand verlenen bij de aansluiting op de communicatiestructuur;

Amendement    264

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de lidstaten technische en operationele bijstand verlenen in het kader van de identificatie van onderdanen van derde landen en de verkrijging van reisdocumenten, onder meer via consulaire samenwerking, zonder informatie bekend te maken over het feit dat een verzoek om internationale bescherming is gedaan; terugkeeroperaties organiseren en coördineren en ondersteuning bieden voor vrijwillig vertrek in samenwerking met de lidstaten;

Schrappen

Amendement    265

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1, onder b), bedoelde technische en operationele bijstand omvat activiteiten om de lidstaten te helpen via de bevoegde nationale autoriteiten terugkeerprocedures uit te voeren, met name:

2.  De in lid 1, onder b), bedoelde technische en operationele bijstand omvat activiteiten om de lidstaten te helpen via de bevoegde nationale autoriteiten terugkeerprocedures uit te voeren, met name door:

Amendement    266

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  tolkdiensten;

(a)  het verstrekken van tolkdiensten;

Amendement    267

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  praktische informatie, analyse en aanbevelingen met betrekking tot derde landen van terugkeer die relevant zijn voor de uitvoering van deze verordening, zo nodig in samenwerking met andere organen en instanties van de Unie, met inbegrip van het EASO;

(b)  het verstrekken van praktische informatie en aanbevelingen met betrekking tot derde landen van terugkeer die relevant zijn voor de uitvoering van deze verordening, zo nodig in samenwerking met andere organen en instanties van de Unie, met inbegrip van het [Asielagentschap van de Europese Unie] en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten;

Amendement    268

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  advies over en technische en operationele bijstand bij de toepassing en het beheer van terugkeerprocedures overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG, onder meer met betrekking tot de voorbereiding van terugkeerbesluiten, identificatie en de verkrijging van reisdocumenten;

Schrappen

Amendement    269

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  advies over en bijstand bij maatregelen die nodig zijn om te garanderen dat terugkeerders beschikbaar zijn voor terugkeer en om te vermijden dat terugkeerders onderduiken, overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG en het internationaal recht;

(d)  het verstrekken van advies over en bijstand bij door lidstaten genomen maatregelen die rechtmatig, evenredig en nodig zijn om te garanderen dat terugkeerders beschikbaar zijn voor terugkeer en om te vermijden dat terugkeerders onderduiken, en over alternatieven voor bewaring, overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG en het internationaal recht;

Amendement    270

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  uitrusting, capaciteit en deskundigheid met het oog op de uitvoering van terugkeerbesluiten en de identificatie van onderdanen van derde landen.

(e)  het voorzien in uitrusting, capaciteit en deskundigheid met het oog op de uitvoering van terugkeerbesluiten en de identificatie van onderdanen van derde landen.

Amendement    271

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Agentschap kan bij wijze van uitzondering subsidies uit Uniefondsen ontvangen voor terugkeeractiviteiten, in overeenstemming met de voor het Agentschap geldende financiële regeling. Het Agentschap zorgt ervoor dat bij subsidieovereenkomsten met de lidstaten de onverkorte inachtneming van het Handvest als voorwaarde geldt voor financiële steun.

Schrappen

Amendement    272

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap ontwikkelt, installeert en beheert informatiesystemen en softwareapplicaties die het mogelijk maken om gerubriceerde en gevoelige niet-gerubriceerde informatie uit te wisselen binnen de Europese grens- en kustwacht met het oog op terugkeer en om de in de artikelen 87, 88 en 89 bedoelde persoonsgegevens uit te wisselen in overeenstemming met Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie, Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie en [Verordening (EG) nr. 45/2001].

Het Agentschap ontwikkelt, installeert en beheert informatiesystemen en softwareapplicaties die het mogelijk maken om gerubriceerde en gevoelige niet-gerubriceerde informatie uit te wisselen binnen de Europese grens- en kustwacht met het oog op terugkeer en om de in de artikelen 87, 88 en 89 bedoelde persoonsgegevens uit te wisselen in overeenstemming met Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie, Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie en Verordening (EU) 2018/1725.

Amendement    273

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap zorgt met name voor het opzetten, beheren en onderhouden van een centraal systeem voor het verwerken van alle automatisch door de nationale terugkeerbeheersystemen van de lidstaten doorgegeven informatie en gegevens die het Agentschap nodig heeft om overeenkomstig artikel 49 technische en operationele bijstand te verlenen.

Met name beheert en onderhoudt het Agentschap IRMA, als platform voor het verwerken van alle door de nationale terugkeerbeheersystemen van de lidstaten doorgegeven informatie en gegevens die het Agentschap nodig heeft om overeenkomstig de artikelen 49, 51 en 54 technische en operationele bijstand te verlenen.

Amendement    274

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Zonder terugkeerbesluiten inhoudelijk te beoordelen verleent het Agentschap technische en operationele bijstand en zorgt het voor de coördinatie of de organisatie van terugkeeroperaties, onder meer door voor dergelijke operaties vliegtuigen te charteren of terugkeer met een lijnvlucht te organiseren. Het Agentschap mag op eigen initiatief terugkeeroperaties coördineren of organiseren.

1.  Zonder inhoudelijke beoordeling van terugkeerbesluiten, die uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven vallen, verleent het Agentschap technische en operationele bijstand en zorgt het voor coördinatie of organisatie om terugkeeroperaties uit te kunnen voeren. Het Agentschap mag op eigen initiatief met instemming van de betreffende lidstaat terugkeeroperaties coördineren of organiseren in overeenstemming met artikel 7, lid 2.

 

Wanneer het Agentschap technische en operationele bijstand verleent aan de lidstaten bij het organiseren van de terugkeer van terugkeerders, controleert het Agentschap, via zijn coördinerend functionaris, of alle onderdanen van derde landen die een vlucht nemen die wordt georganiseerd of gecoördineerd door het Agentschap, een definitief terugkeerbesluit hebben ontvangen. De lidstaten bezorgen het Agentschap een kopie van het terugkeerbesluit met betrekking tot elke terugkeerder die met de technische en operationele bijstand van het Agentschap moet worden teruggekeerd.

 

Het Agentschap zal geen terugkeeroperaties coördineren, organiseren of voorstellen naar derde landen waar is gebleken dat er risico's bestaan dat de grondrechten worden geschonden of waar er ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld in de desbetreffende civiel- en strafrechtelijke rechtsstelsels en procedures. Dit wordt onder meer bepaald aan de hand van geverifieerde verslagen van de grondrechtenfunctionaris.

Amendement    275

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten verstrekken maandelijks operationele gegevens inzake terugkeer die het Agentschap nodig heeft voor de beoordeling van de behoeften op het gebied van terugkeer en stellen het Agentschap elke maand op de hoogte van hun indicatieve planning van het aantal terugkeerders en van de derde landen van terugkeer, zowel ten aanzien van relevante nationale terugkeeroperaties, als ten aanzien van de bijstand of coördinatie die zij nodig hebben van het Agentschap. Het Agentschap stelt een voortschrijdend operationeel plan op om de lidstaten die daarom verzoeken de nodige operationele bijstand en versterking te bieden, waaronder door technische uitrusting, en het houdt dat plan bij. Het Agentschap kan op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat in het voortschrijdend operationeel plan de data en bestemmingen opnemen van terugkeeroperaties die het op basis van een behoefteanalyse nodig acht. De raad van bestuur beslist op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur over de modus operandi van het voortschrijdend operationeel plan.

2.  De lidstaten verstrekken met gebruikmaking van het in artikel 50, lid 1, bedoelde systeem operationele gegevens inzake terugkeer die het Agentschap nodig heeft voor de beoordeling van de behoeften op het gebied van terugkeer en stellen het Agentschap elke maand op de hoogte van hun indicatieve planning van het aantal terugkeerders en van de derde landen van terugkeer, zowel ten aanzien van relevante nationale terugkeeroperaties, als ten aanzien van de bijstand of coördinatie die zij nodig hebben van het Agentschap. Het Agentschap stelt een voortschrijdend operationeel plan op om de lidstaten die daarom verzoeken de nodige operationele bijstand en versterking te bieden, waaronder door technische uitrusting, en het houdt dat plan bij. Het Agentschap kan, op eigen initiatief met instemming van de betrokken lidstaat, in overeenstemming met artikel 7, lid 2, of op verzoek van een lidstaat in het voortschrijdend operationeel plan de data en bestemmingen opnemen van terugkeeroperaties die het op basis van een behoefteanalyse nodig acht. De raad van bestuur beslist op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur over de modus operandi van het voortschrijdend operationeel plan. Het Agentschap controleert, via zijn coördinerend functionaris, of alle terugkeerders die een terugvlucht nemen die wordt georganiseerd of gecoördineerd door het Agentschap, een terugkeerbesluit hebben ontvangen in overeenstemming met Richtlijn 2008/115/EG.

 

Operationele plannen voor alle door het Agentschap ondersteunde en gecoördineerde terugkeeroperaties en -interventies worden overeengekomen tussen, en zullen bindend zijn voor, het Agentschap en de lidstaten en derde landen die deelnemen aan alle terugkeeroperaties en -interventies, op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur. De operationele plannen bestrijken alle nodige aspecten voor het uitvoeren van de terugkeeroperatie, waaronder procedures voor toezicht-, rapportage- en klachtenmechanismen, en uitvoerige bepalingen betreffende de toepassing van de grondrechten en waarborgen voor de rechtsstaat, met verwijzing naar de desbetreffende normen en gedragscodes.

Amendement    276

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap kan de nodige technische en operationele bijstand verlenen en kan ofwel op verzoek van de deelnemende lidstaten of op eigen initiatief zorgen voor de coördinatie of de organisatie van terugkeeroperaties waarvoor de vervoermiddelen en de begeleiders voor gedwongen terugkeer ter beschikking worden gesteld door een derde land van terugkeer ("terugkeeroperaties waarbij personen worden opgehaald"). De deelnemende lidstaten en het Agentschap zorgen ervoor dat de eerbiediging van de grondrechten, het beginsel van non-refoulement en het evenredige gebruik van dwangmaatregelen gedurende de volledige terugkeeroperatie zijn gegarandeerd. Ten minste één vertegenwoordiger van een lidstaat en één toezichthouder voor gedwongen terugkeer van de bij artikel 52 ingestelde pool of van het nationale toezichtsysteem van de deelnemende lidstaat zijn aanwezig gedurende de volledige terugkeeroperatie tot aankomst in het derde land van terugkeer.

3.  Het Agentschap kan de nodige technische en operationele bijstand verlenen en kan, ofwel op verzoek van de deelnemende lidstaten of op eigen initiatief met instemming van de betrokken lidstaat en in overeenstemming met artikel 7, lid 2, ook zorgen voor de coördinatie of de organisatie van terugkeeroperaties waarvoor de vervoermiddelen en de begeleiders voor gedwongen terugkeer ter beschikking worden gesteld door een derde land van terugkeer ("terugkeeroperaties waarbij personen worden opgehaald"). De deelnemende lidstaten en het Agentschap zorgen ervoor dat de eerbiediging van de grondrechten, het beginsel van non-refoulement en het evenredige gebruik van dwangmaatregelen en de waardigheid van de terugkeerder gedurende de volledige terugkeeroperatie zijn gegarandeerd. Ten minste één vertegenwoordiger van een lidstaat en één toezichthouder voor gedwongen terugkeer van de bij artikel 52 ingestelde pool of van het nationale toezichtsysteem van de deelnemende lidstaat zijn aanwezig gedurende de volledige terugkeeroperatie tot aankomst in het derde land van terugkeer.

Amendement    277

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op elke terugkeeroperatie wordt toezicht uitgeoefend overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG. Het toezicht op gedwongen terugkeeroperaties wordt verricht door de toezichthouder voor gedwongen terugkeer op basis van objectieve en transparante criteria en bestrijkt de hele terugkeeroperatie, van de fase voorafgaand aan het vertrek tot en met de overdracht van de terugkeerders in het derde land van terugkeer. De toezichthouder voor gedwongen terugkeer legt een verslag over elke gedwongen terugkeeroperatie over aan de uitvoerend directeur, de grondrechtenfunctionaris en de bevoegde nationale autoriteiten van alle lidstaten die bij de desbetreffende operatie zijn betrokken. Indien noodzakelijk wordt passende follow-up verricht door de uitvoerend directeur respectievelijk de bevoegde nationale autoriteiten.

Op elke terugkeeroperatie wordt toezicht uitgeoefend overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG. Het toezicht op gedwongen terugkeeroperaties wordt verricht door de toezichthouder voor gedwongen terugkeer op basis van objectieve en transparante criteria en bestrijkt de hele terugkeeroperatie, van de fase voorafgaand aan het vertrek tot en met de overdracht van de terugkeerders in het derde land van terugkeer. De toezichthouder voor gedwongen terugkeer legt een verslag over elke gedwongen terugkeeroperatie over aan de uitvoerend directeur, de grondrechtenfunctionaris, de bevoegde nationale autoriteiten van alle lidstaten die bij de desbetreffende operatie zijn betrokken, en, in voorkomend geval, aan de Europese Ombudsman. Indien noodzakelijk wordt passende follow-up verricht door de uitvoerend directeur respectievelijk de bevoegde nationale autoriteiten.

Amendement    278

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 5 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het Agentschap zich zorgen maakt over de eerbiediging van de grondrechten tijdens een terugkeeroperatie, deelt het deze bezorgdheid mee aan de deelnemende lidstaten en de Commissie.

Indien het Agentschap zich zorgen maakt over de eerbiediging van de grondrechten in het kader van een terugkeeroperatie, deelt het deze bezorgdheid mee aan de deelnemende lidstaten, de Commissie, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en, in voorkomend geval, de Europese Ombudsman.

Amendement    279

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De uitvoerend directeur evalueert de resultaten van de terugkeeroperaties en verstrekt de raad van bestuur om de zes maanden een gedetailleerd evaluatieverslag over alle terugkeeroperaties die tijdens het voorgaande semester zijn uitgevoerd, vergezeld van de opmerkingen van de grondrechtenfunctionaris. De uitvoerend directeur maakt een volledige vergelijkende analyse van deze resultaten met het oog op de verbetering van de kwaliteit, samenhang en doeltreffendheid van toekomstige terugkeeroperaties. De uitvoerend directeur neemt die analyse op in het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap.

6.  De uitvoerend directeur evalueert de resultaten van de terugkeeroperaties en doet het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de raad van bestuur om de zes maanden een gedetailleerd evaluatieverslag toekomen over alle terugkeeroperaties die tijdens het voorgaande semester zijn uitgevoerd, vergezeld van de opmerkingen van de grondrechtenfunctionaris. De uitvoerend directeur maakt een volledige vergelijkende analyse van deze resultaten met het oog op de verbetering van de kwaliteit, samenhang en doeltreffendheid van toekomstige terugkeeroperaties. De uitvoerend directeur neemt die analyse op in het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap.

Amendement    280

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Het Agentschap financiert of medefinanciert terugkeeroperaties uit zijn begroting, volgens de voor het Agentschap geldende financiële regeling, en geeft daarbij prioriteit aan terugkeeroperaties die door meer dan een lidstaat of vanuit hotspotgebieden of gecontroleerde centra worden uitgevoerd.

7.  Het Agentschap financiert terugkeeroperaties uit zijn begroting, volgens de voor het Agentschap geldende financiële regeling, en geeft daarbij prioriteit aan terugkeeroperaties die door meer dan een lidstaat of vanuit hotspotgebieden worden uitgevoerd.

Amendement    281

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap stelt, na raadpleging van de grondrechtenfunctionaris, uit de bevoegde organen een pool samen van toezichthouders voor gedwongen terugkeer die overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG toezicht op de gedwongen terugkeer uitoefenen en overeenkomstig artikel 62 van deze verordening zijn opgeleid.

1.  Het Agentschap stelt, terdege rekening houdend met de aanbevelingen van de grondrechtenfunctionaris, als onderdeel van het in artikel 55 bedoelde permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en uit de bevoegde organen een pool samen van toezichthouders voor gedwongen terugkeer die overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG toezicht op de gedwongen terugkeer uitoefenen en overeenkomstig artikel 62 van deze verordening zijn opgeleid. De toezichthouders voor gedwongen terugkeer rapporteren aan het Agentschap, met inbegrip van de grondrechtenfunctionaris.

Amendement    282

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De raad van bestuur bepaalt op voorstel van de uitvoerend directeur het profiel van en het aantal toezichthouders voor gedwongen terugkeer die aan deze pool ter beschikking moeten worden gesteld. Dezelfde procedure geldt voor eventuele latere wijzigingen in hun profiel en totale aantallen. De lidstaten zijn ervoor verantwoordelijk tot deze pool bij te dragen door toezichthouders voor gedwongen terugkeer aan te stellen die aan het vastgestelde profiel beantwoorden. In de pool worden toezichthouders voor gedwongen terugkeer met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming opgenomen.

2.  De raad van bestuur bepaalt op voorstel van de uitvoerend directeur en in samenwerking met het Bureau voor de grondrechten het profiel van en het aantal toezichthouders voor gedwongen terugkeer die aan deze pool ter beschikking moeten worden gesteld, rekening houdend met het aantal terugkeerspecialisten en begeleiders voor gedwongen terugkeer dat aan het Agentschap ter beschikking wordt gesteld om bijstand te verlenen bij terugkeeroperaties en -interventies. Dezelfde procedure geldt voor eventuele latere wijzigingen in hun profiel en totale aantallen. De lidstaten zijn ervoor verantwoordelijk tot deze pool bij te dragen door toezichthouders voor gedwongen terugkeer aan te stellen die aan het vastgestelde profiel beantwoorden. In de pool worden toezichthouders voor gedwongen terugkeer met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming opgenomen.

Amendement    283

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De toezichthouders voor gedwongen terugkeer blijven gedurende een terugkeeroperatie of een terugkeerinterventie onderworpen aan de disciplinaire maatregelen van hun lidstaat van herkomst.

5.  De toezichthouders voor gedwongen terugkeer blijven gedurende een terugkeeroperatie of een terugkeerinterventie onderworpen aan de disciplinaire maatregelen van hun lidstaat van herkomst.

 

Nadat het Agentschap de pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer heeft samengesteld op basis van het vastgestelde profiel van en het aantal toezichthouders voor gedwongen terugkeer, geeft het Agentschap de Raad van Europa en zijn toezichthouders voor gedwongen terugkeer in zijn Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (CPT) de opdracht om ter plekke steekproeven uit te voeren op maximaal 20 procent van de terugkeeroperaties die door het Agentschap worden uitgevoerd of ondersteund. De toezichthouders voor gedwongen terugkeer van de Raad van Europa stellen na elke steekproef ter plekke een verslag op. De Raad van Europa stelt op basis van die informatie een jaarlijks evaluatieverslag op en legt dit verslag over aan de uitvoerend directeur, de raad van bestuur van het Agentschap, de grondrechtenfunctionaris alsook aan het adviesforum, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. De Raad van Europa ontvangt op jaarbasis een passende financiering van het Agentschap om de pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer van het Agentschap te evalueren. De resultaten van het jaarlijkse evaluatieverslag worden overeenkomstig artikel 116 bij de evaluatie van deze verordening in aanmerking genomen.

 

Er worden geen gedwongen terugkeeroperaties uitgevoerd of ondersteund door het Agentschap totdat zijn pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer volledig is samengesteld en gebruiksklaar is.

Amendement    284

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap kan, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, terugkeerteams inzetten tijdens terugkeerinterventies, in het kader van teams voor migratiebeheer of voor zover dat nodig is om aanvullende technische en operationele bijstand op het gebied van terugkeer te verlenen, ook als die dient om te reageren op uitdagingen die verband houden met een sterke, gemengde instroom van migranten of het opnemen van onderdanen van derde landen die op zee zijn gered.

1.  Het Agentschap kan, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief met instemming van de betrokken lidstaat, terugkeerteams die ook functionarissen met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming omvatten, inzetten tijdens terugkeerinterventies, in het kader van teams voor migratiebeheer of voor zover dat nodig is om aanvullende technische en operationele bijstand op het gebied van terugkeer te verlenen. Alleen grenswachters, deskundigen en personeelsleden die zijn opgeleid overeenkomstig artikel 62 mogen door het Agentschap voor een activiteit worden ingezet.

Amendement    285

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een lidstaat met druk wordt geconfronteerd bij de uitvoering van de verplichting om onderdanen van derde landen voor wie een door een lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit geldt te doen terugkeren, levert het Agentschap, op eigen initiatief of op verzoek van die lidstaat, passende technische en operationele bijstand in de vorm van een terugkeerinterventie. Deze interventie kan bestaan uit de inzet van terugkeerteams in de ontvangende lidstaat om bijstand te verlenen bij de uitvoering van terugkeerprocedures en uit de organisatie van terugkeeroperaties uit de ontvangende lidstaat.

1.  Wanneer een lidstaat met druk wordt geconfronteerd bij de uitvoering van de verplichting om terugkeerders te doen terugkeren, levert het Agentschap, op eigen initiatief met instemming van de betrokken lidstaat of op verzoek van die lidstaat, passende technische en operationele bijstand in de vorm van een terugkeerinterventie. Deze interventie kan bestaan uit de inzet van terugkeerteams in de ontvangende lidstaat om bijstand te verlenen bij de uitvoering van terugkeerprocedures en uit de organisatie van terugkeeroperaties uit de ontvangende lidstaat. Ten minste een vertegenwoordiger van een lidstaat en een toezichthouder voor gedwongen terugkeer van de bij artikel 51 ingestelde pool zijn aanwezig gedurende de volledige terugkeerinterventie, tot aankomst in het derde land van terugkeer.

Amendement    286

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap kan ook, op basis van aanwijzingen in de cyclus voor het meerjarig strategisch beleid, terugkeerinterventies initiëren in derde landen die behoefte hebben aan aanvullende technische en operationele bijstand bij hun terugkeeractiviteiten. Deze interventie kan bestaan uit de inzet van terugkeerteams om technische en operationele bijstand te verlenen bij de terugkeeractiviteiten van het derde land.

Schrappen

Amendement    287

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer een lidstaat met specifieke en onevenredig grote uitdagingen wordt geconfronteerd bij de uitvoering van zijn verplichting om onderdanen van derde landen voor wie een terugkeerbesluit geldt, te doen terugkeren, levert het Agentschap, op eigen initiatief of op verzoek van die lidstaat, passende technische en operationele bijstand in de vorm van een snelle terugkeerinterventie. Een snelle terugkeerinterventie kan bestaan uit de snelle inzet van terugkeerteams in de ontvangende lidstaat om bijstand te verlenen bij de uitvoering van terugkeerprocedures en uit de organisatie van terugkeeroperaties uit de ontvangende lidstaat.

3.  Wanneer een lidstaat met specifieke en onevenredig grote uitdagingen wordt geconfronteerd bij de uitvoering van zijn verplichting om terugkeerders voor wie een terugkeerbesluit geldt, te doen terugkeren, levert het Agentschap, op eigen initiatief, met instemming van de betreffende lidstaat of op verzoek van die lidstaat, en na een beoordeling van de situatie op het gebied van de grondrechten en de rechtsstaat in de betreffende lidstaat, passende technische en operationele bijstand in de vorm van een snelle terugkeerinterventie. Een snelle terugkeerinterventie kan bestaan uit de snelle inzet van terugkeerteams in de ontvangende lidstaat om bijstand te verlenen bij de uitvoering van terugkeerprocedures en uit de organisatie van terugkeeroperaties uit de ontvangende lidstaat. Ten minste een vertegenwoordiger van een lidstaat en een toezichthouder voor gedwongen terugkeer van de bij artikel 51 ingestelde pool zijn aanwezig gedurende de volledige terugkeerinterventie, tot aankomst in het derde land van terugkeer.

Amendement    288

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het Agentschap financiert of medefinanciert terugkeerinterventies uit zijn begroting overeenkomstig de voor het Agentschap geldende financiële regeling.

6.  Het Agentschap financiert terugkeerinterventies uit zijn begroting overeenkomstig de voor het Agentschap geldende financiële regeling.

Amendement    289

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Tot het Agentschap behoort een permanent korps van de Europese grens- en kustwacht met 10 000 operationele personeelsleden. Dat permanente korps is samengesteld uit de volgende drie categorieën personeel, in overeenstemming met het in bijlage I opgenomen schema van per jaar ter beschikking te stellen aantallen:

1.  Tot het Agentschap behoort een permanent korps van de Europese grens- en kustwacht. Dat permanente korps is samengesteld uit de volgende vier categorieën personeel, in overeenstemming met het in bijlage I opgenomen schema van per jaar ter beschikking te stellen aantallen:

Amendement    290

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  categorie 4: een snel inzetbare pool bestaand uit operationele personeelsleden van de lidstaten die wordt ingezet voor snelle grensinterventies als bedoeld in artikel 58 bis.

Amendement    291

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap zet leden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in als leden van de grensbeheerteams, de ondersteuningsteams voor migratiebeheer en de terugkeerteams in het kader van gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies of terugkeerinterventies of enige andere relevante operationele activiteit in de lidstaten of in derde landen.

2.  Het Agentschap zet leden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in als leden van de grensbeheerteams, de ondersteuningsteams voor migratiebeheer en de terugkeerteams in het kader van gezamenlijke operaties, met inbegrip van toezichthouders voor gedwongen terugkeer, snelle grensinterventies of terugkeerinterventies of enige andere relevante operationele activiteit in de lidstaten of in derde landen. Het Agentschap en de betrokken lidstaat zien erop toe dat zich geen operationele overlappingen voordoen.

Amendement    292

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Teamleden van het Agentschap die zijn ingezet in het kader van een operatie kunnen samenwerken met teams van Europol die in hetzelfde geografische gebied zijn ingezet met het oog op de aanpak van grensoverschrijdende misdaad.

Amendement    293

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Overeenkomstig artikel 83 worden alle leden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in staat gesteld om grenstoezicht of terugkeertaken te verrichten, met inbegrip van de taken waarvoor uitvoerende bevoegdheden vereist zijn, zoals omschreven in de desbetreffende nationale wetgeving of, voor het personeel van het Agentschap, overeenkomstig bijlage II.

3.  Overeenkomstig artikel 83 worden alle leden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, op voorwaarde dat de ontvangende lidstaat daarmee instemt, in staat gesteld om grenstoezicht of terugkeertaken te verrichten, met inbegrip van de taken waarvoor uitvoerende bevoegdheden vereist zijn, zoals omschreven in de desbetreffende nationale wetgeving of, voor het personeel van het Agentschap, overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. Het permanente korps, met inbegrip van zijn statutaire personeel, voldoet aan de vereisten inzake specifieke opleiding en vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2016/399.

Amendement    294

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het aantal operationele personeelsleden per specifiek profiel, in elk van de drie categorieën, binnen het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht dat in het volgende jaar zal worden ingedeeld in een team;

(a)  het aantal operationele personeelsleden per specifiek profiel, in de categorieën 1 tot en met 3, binnen het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, en categorie 4 in het geval van grensinterventies, dat in het volgende jaar zal worden ingedeeld in een team;

Amendement    295

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het Agentschap mag tot 4 % van het totale personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht aannemen als ondersteunend personeel voor de oprichting van het permanente korps, de planning en het beheer van de operaties van het korps en de aankoop van de eigen uitrusting van het Agentschap.

6.  Het Agentschap mag tot 10 % van het totale personeel uit het personeelsbestand van categorie 1 van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht of gedetacheerde nationale deskundigen aannemen als ondersteunend personeel voor de oprichting van het permanente korps, de planning en het beheer van de operaties van het korps en de aankoop van de eigen uitrusting van het Agentschap.

Amendement    296

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  [Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] wordt het in bijlage I vastgestelde aantal personeelsleden jaarlijks herzien, mits het permanente korps is opgericht en volledig operationeel is. Indien nodig kunnen de personeelsaantallen in de categorieën 1, 2, 3 en 4 met maximaal 30 % worden verhoogd of verlaagd, voor zover deze aantallen daarmee niet onder de ondergrens van 5000 operationele personeelsleden daalt en niet boven de bovengrens van 7000 operationele personeelsleden stijgt. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 118 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening voor wat betreft de aanpassing van het in bijlage I vastgestelde aantal personeelsleden.

Amendement    297

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap draagt bij aan de permanente statutaire personeelsleden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht (categorie 1) die worden ingezet in operationele gebieden als leden van de teams met alle taken en bevoegdheden, waaronder de taak om de eigen uitrusting van het Agentschap te exploiteren.

1.  Het Agentschap draagt bij aan de permanente statutaire personeelsleden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht (categorie 1) die worden ingezet in operationele gebieden als leden van de teams met alle taken en bevoegdheden, waaronder de taak om toezicht te houden op de eerbiediging van de grondrechten en de eigen uitrusting van het Agentschap te exploiteren.

Amendement    298

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het Agentschap draagt aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht minimaal 100 statutaire personeelsleden bij (categorie 1), die worden ingezet in operationele gebieden en voor terugkeeroperaties en -activiteiten, die rechtstreeks rapporteren aan de grondrechtenfunctionaris en zijn belast met het toezicht op de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten en operaties van het Agentschap, de ontvangende lidstaat of het derde land. De toezichthouders op de naleving van de grondrechten als statutaire personeelsleden zijn onafhankelijk in de uitoefening van hun taken. Zij rapporteren rechtstreeks aan de grondrechtenfunctionaris en het adviesforum. Zij beschikken over de nodige kwalificaties en ervaring op het gebied van grondrechten en toezicht op terugkeer.

Amendement    299

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Overeenkomstig artikel 62, lid 2, volgen de nieuwe personeelsleden na hun aanwerving een volledige opleiding inzake grensbewaking of terugkeer, al naargelang het geval, in het kader van specifieke opleidingsprogramma's die door het Agentschap zijn opgezet en die, op basis van overeenkomsten met geselecteerde lidstaten, worden uitgevoerd in hun gespecialiseerde onderwijsinstellingen. De kosten van de opleiding worden volledig gedragen door het Agentschap.

2.  Overeenkomstig artikel 62, lid 2, volgen de nieuwe personeelsleden na hun aanwerving een volledige opleiding, onder meer inzake grondrechten, al naargelang hun profiel. Er wordt een opleiding inzake grensbewaking, terugkeer of een training inzake uitgebreide grondrechten georganiseerd, al naargelang het geval, in het kader van specifieke opleidingsprogramma's die door het Agentschap zijn opgezet en die, op basis van overeenkomsten met geselecteerde lidstaten, worden uitgevoerd in hun gespecialiseerde onderwijsinstellingen. De kosten van de opleiding worden volledig gedragen door het Agentschap.

Amendement    300

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap draagt er zorg voor dat zijn statutaire personeelsleden gedurende hun hele dienstverband bij hun taken als teamlid hoge normen hanteren. Voor alle personeelsleden wordt een adequaat opleidingstraject opgesteld teneinde te garanderen dat zij voortdurend beschikken over de beroepskwalificaties om grensbewakingstaken of taken in verband met terugkeer te verrichten.

3.  Het Agentschap draagt er zorg voor dat zijn statutaire personeelsleden gedurende hun hele dienstverband hun taken als teamlid met inachtneming van de hoogste normen en met volledige eerbiediging van de grondrechten uitvoeren. Voor alle personeelsleden wordt een adequaat opleidingstraject opgesteld teneinde te garanderen dat zij voortdurend beschikken over de beroepskwalificaties om grensbewakingstaken of taken in verband met het toezicht op de grondrechten of terugkeer te verrichten.

Amendement    301

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Andere personeelsleden die bij het Agentschap in dienst zijn en die niet over de nodige kwalificaties beschikken om grenstoezicht of taken in verband met terugkeer uit te voeren, worden tijdens gezamenlijke operaties slechts ingezet voor coördinatietaken en aanverwante taken. Zij maken geen deel uit van de teams.

4.  Andere personeelsleden die bij het Agentschap in dienst zijn en die niet over de nodige kwalificaties beschikken om grenstoezicht of taken in verband met het toezicht op de grondrechten of terugkeer uit te voeren, worden tijdens gezamenlijke operaties slechts ingezet voor coördinatietaken en aanverwante taken. Zij maken geen deel uit van de teams.

Amendement    302

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten dragen bij tot het operationele personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht dat bij het Agentschap wordt gedetacheerd als teamlid (categorie 2). De duur van individuele detacheringen wordt bepaald overeenkomstig artikel 93, lid 7. Om de uitvoering van het in artikel 61 bedoelde systeem voor financiële steun te vergemakkelijken, gaat de detachering in de regel van start aan het begin van een kalenderjaar.

1.  De lidstaten dragen bij tot het operationele personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht dat bij het Agentschap wordt gedetacheerd als teamlid (categorie 2). De duur van individuele detacheringen wordt bepaald overeenkomstig artikel 94, lid 7. Om de uitvoering van het in artikel 61 bedoelde systeem voor financiële steun te vergemakkelijken, gaat de detachering in de regel van start aan het begin van een kalenderjaar.

Amendement    303

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elke lidstaat wijst uiterlijk op 30 juni van elk jaar operationeel personeel aan voor detachering, in overeenstemming met de specifieke aantallen en profielen die door de raad van bestuur voor het volgende jaar zijn vastgelegd overeenkomstig artikel 55, lid 4. Het Agentschap kan nagaan of de door de lidstaten voorgestelde operationele personeelsleden beantwoorden aan de vastgestelde profielen en beschikken over de nodige taalvaardigheid. Uiterlijk op 15 september aanvaardt het Agentschap de voorgestelde kandidaten of verzoekt het de lidstaat een andere kandidaat voor detachering voor te dragen wanneer niet is voldaan aan de vereiste profielen of wanneer er sprake is van een ontoereikende taalvaardigheid, wangedrag of een inbreuk op de toepasselijke voorschriften tijdens een eerdere inzet.

4.  Elke lidstaat wijst uiterlijk op 30 juni van elk jaar operationeel personeel aan voor detachering, in overeenstemming met de specifieke aantallen en profielen die door de raad van bestuur voor het volgende jaar zijn vastgelegd overeenkomstig artikel 55, lid 4. Het Agentschap gaat na of de door de lidstaten voorgestelde operationele personeelsleden beantwoorden aan de vastgestelde profielen en beschikken over de nodige taalvaardigheid. Uiterlijk op 15 september aanvaardt het Agentschap de voorgestelde kandidaten of weigert hen wanneer niet is voldaan aan de vereiste profielen of wanneer er sprake is van een ontoereikende taalvaardigheid, wangedrag of een inbreuk op de toepasselijke voorschriften tijdens een eerdere inzet, en verzoekt het Agentschap een lidstaat om een andere kandidaat voor detachering voor te dragen.

Amendement    304

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Onverminderd artikel 75, lid 3, is alle inzet van personeel van categorie 2 verplicht. Wanneer artikel 75, lid 3, wordt ingeroepen, wordt het betreffende personeel van categorie 2 vervangen door statutair personeel.

Amendement    305

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke lidstaat ziet erop toe dat de aangewezen operationele personeelsleden op verzoek van het Agentschap beschikbaar zijn, in overeenstemming met de in dit artikel beschreven regelingen. Elk operationeel personeelslid is gedurende ten hoogste vier maanden in een kalenderjaar beschikbaar.

2.  Elke lidstaat ziet erop toe dat de aangewezen operationele personeelsleden op verzoek van het Agentschap beschikbaar zijn, in overeenstemming met de in dit artikel beschreven regelingen. Elk operationeel personeelslid is gedurende ten minste 2 maanden en ten hoogste vier maanden in een kalenderjaar beschikbaar.

Amendement    306

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap kan nagaan of operationele personeelsleden die door de lidstaten zijn aangewezen om voor een korte tijd te worden ingezet, beantwoorden aan de vastgestelde profielen en beschikken over de nodige taalvaardigheid. Het Agentschap kan een lidstaat vragen een operationeel personeelslid van de nationale lijst te schrappen als niet is voldaan aan het vereiste profiel of als er sprake is van een ontoereikende taalvaardigheid, wangedrag of een inbreuk op de toepasselijke voorschriften tijdens een eerdere inzet.

3.  Het Agentschap gaat na of operationele personeelsleden die door de lidstaten zijn aangewezen om voor een korte tijd te worden ingezet, beantwoorden aan de vastgestelde profielen en beschikken over de nodige taalvaardigheid. Het Agentschap weigert een voorgedragen operationeel personeelslid als niet is voldaan aan het vereiste profiel of als er sprake is van een ontoereikende taalvaardigheid, wangedrag of een inbreuk op de toepasselijke voorschriften tijdens een eerdere inzet, en verzoekt een lidstaat om een andere kandidaat voor detachering voor te dragen.

Amendement    307

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Onverminderd artikel 75, lid 3, is alle inzet van personeel van categorie 3 verplicht. Wanneer artikel 75, lid 3, wordt ingeroepen, wordt het betreffende personeel van categorie 3 vervangen door statutair personeel.

Amendement    308

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 58 bis

 

Deelname van de lidstaten aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht via de snel inzetbare pool

 

1.  De lidstaten stellen het operationele personeel dat deel uitmaakt van de snel inzetbare pool direct ter beschikking van het Agentschap (categorie 4). Binnen vijf werkdagen vanaf de datum waarop de uitvoerend directeur en de lidstaat van herkomst het operationele plan overeenkomen, kan operationeel personeel uit de lidstaten als deel van de snel inzetbare pool en uitsluitend voor snelle grensinterventies worden ingezet, mits het voor de operatie in kwestie vereiste personeel van de categorieën 1 tot en met 3 reeds volledig is ingezet. Te dien einde stelt iedere lidstaat jaarlijks aan het Agentschap een aantal grenswachters en andere relevante personeelsleden ter beschikking. Hun profielen zijn vastgelegd in het besluit van de raad van bestuur. Het totaal aantal personeelsleden dat beschikbaar wordt gesteld door de lidstaten bedraagt 3 000 grenswachters en andere relevante personeelsleden. Het Agentschap gaat na of de door de lidstaten voorgestelde grenswachters beantwoorden aan de vastgestelde profielen. Het Agentschap aanvaardt de voorgestelde kandidaten of weigert hen wanneer niet is voldaan aan de vereiste profielen of wanneer er sprake is van een ontoereikende taalvaardigheid, wangedrag of een inbreuk op de toepasselijke voorschriften tijdens een eerdere inzet, en verzoekt het Agentschap een lidstaat om een andere kandidaat voor detachering voor te dragen.

 

2.  Elke lidstaat is verantwoordelijk voor de bijdrage die hij overeenkomstig bijlage V bis moet leveren aan het in lid 1 bedoelde aantal grenswachters en andere relevante personeelsleden.

Amendement    309

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Tussentijdse evaluatie van de werking van het permanente korps van de EUROPESE GRENS- EN KUSTWACHT

Evaluatie van de werking van het permanente korps van de EUROPESE GRENS- EN KUSTWACHT

Amendement    310

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk op 31 juni 2024 voert de Commissie, met name op basis van de in artikel 65 bedoelde verslagen, een tussentijdse evaluatie uit van de werking van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, waarbij de totale grootte en de samenstelling ervan worden beoordeeld. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de evolutie van het statutaire personeel voor de bijdrage van het Agentschap en met belangrijke capaciteitswijzigingen bij de lidstaten die een invloed hebben op hun vermogen om bij te dragen aan het permanente korps.

1.  Uiterlijk [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] voert de Commissie, met name op basis van de in artikel 62, lid 8 bis, en artikel 65 bedoelde verslagen, samen met de lidstaten een evaluatie uit van de werking van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, met inbegrip van de snel inzetbare pool, waarbij de algehele opleiding, specifieke deskundigheid, vakbekwaamheid, grootte en samenstelling ervan worden beoordeeld. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de evolutie van het statutaire personeel voor de bijdrage van het Agentschap en met belangrijke capaciteitswijzigingen bij de lidstaten die een invloed hebben op hun vermogen om bij te dragen aan het permanente korps.

Amendement    311

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Waar mogelijk gaat deze tussentijdse evaluatie vergezeld van passende voorstellen tot wijziging van de bijlagen I, III en IV.

2.  Waar nodig gaat deze tussentijdse evaluatie vergezeld van passende voorstellen tot wijziging van de bijlagen I, III, IV en V bis.

Amendement    312

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Uiterlijk op ... [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] en daarna om de vier jaar voert de Commissie in samenwerking met de lidstaten en bijgestaan door het Agentschap een onafhankelijke evaluatie uit van het opleidingsniveau, de specifieke deskundigheid en de vakbekwaamheid van het personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht. De Commissie deelt de resultaten van de evaluatie mee aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

Amendement    313

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien de ontvangende lidstaat daarmee instemt, kan het Agentschap op het grondgebied van die lidstaat steunpunten opzetten met het oog op een vlottere en betere coördinatie van de operationele activiteiten, onder meer op het gebied van terugkeer, die het Agentschap in die lidstaat of in de aangrenzende regio organiseert, en met het oog op een doeltreffend beheer van de personele en technische middelen van het Agentschap. De steunpunten zijn tijdelijke inrichtingen die worden opgezet voor de periode die het Agentschap nodig heeft om in die lidstaat of in de betrokken aangrenzende regio belangrijke operationele activiteiten te verrichten. Die periode kan indien nodig worden verlengd.

1.  Indien de ontvangende lidstaat daarmee instemt of indien deze mogelijkheid expliciet is opgenomen in de statusovereenkomst gesloten met het ontvangende derde land, kan het Agentschap op het grondgebied van die lidstaat of dat derde land steunpunten opzetten met het oog op een vlottere en betere coördinatie van de operationele activiteiten, onder meer op het gebied van terugkeer, die het Agentschap in die lidstaat of in een derde land organiseert, en met het oog op een doeltreffend beheer van de personele en technische middelen van het Agentschap. De steunpunten worden opgezet voor de periode die het Agentschap nodig heeft om in die lidstaat of in het betrokken derde land belangrijke operationele activiteiten te verrichten. Die periode kan indien nodig worden verlengd.

Amendement    314

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap en de ontvangende lidstaat waar het steunpunt is opgezet, spannen zich in om de nodige regelingen te treffen teneinde de best mogelijke voorwaarden tot stand te brengen voor het verrichten van de taken die aan het steunpunt zijn toegewezen.

2.  Het Agentschap en de ontvangende lidstaat dan wel het derde land waar het steunpunt is opgezet, treffen de nodige regelingen teneinde de best mogelijke voorwaarden tot stand te brengen voor het verrichten van de taken die aan het steunpunt zijn toegewezen. De standplaats van het bij de steunpunten werkzame personeel wordt bepaald in overeenstemming met artikel 94, lid 2.

Amendement    315

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de lidstaat operationele steun verlenen in de betrokken operationele gebieden;

(b)  de lidstaat of het derde land operationele steun verlenen in de betrokken operationele gebieden;

Amendement    316

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  toezicht houden op de eerbiediging van de grondrechten bij alle operaties en activiteiten op het gebied van grensbeheer en terugkeer en rechtstreeks rapporteren aan de grondrechtenfunctionaris;

Amendement    317

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  met de ontvangende lidstaat of lidstaten samenwerken bij alle kwesties die verband houden met de praktische uitvoering van de door het Agentschap in die lidstaat of lidstaten georganiseerde operationele activiteiten, met inbegrip van eventuele extra kwesties die zich tijdens deze activiteiten hebben voorgedaan;

(d)  met de ontvangende lidstaat of het ontvangende derde land samenwerken bij alle kwesties die verband houden met de praktische uitvoering van de door het Agentschap in die lidstaat of het ontvangende derde land georganiseerde operationele activiteiten, met inbegrip van eventuele extra kwesties die zich tijdens deze activiteiten hebben voorgedaan;

Amendement    318

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de coördinerende functionaris ondersteunen bij het faciliteren, indien nodig, van de coördinatie en communicatie tussen de teams van het Agentschap en de relevante autoriteiten van de ontvangende lidstaat;

(f)  de coördinerende functionaris ondersteunen bij het faciliteren, indien nodig, van de coördinatie en communicatie tussen de teams van het Agentschap en de relevante autoriteiten van de ontvangende lidstaat of het ontvangende derde land;

Amendement    319

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  de verbindingsfunctionaris van het Agentschap steunen bij de identificatie van bestaande of toekomstige problemen voor het grensbeheer van het gebied waarvoor zij verantwoordelijk zijn of voor de uitvoering van het acquis inzake terugkeer, en regelmatig verslag uitbrengen aan het hoofdkwartier;

(i)  de verbindingsfunctionaris van het Agentschap steunen bij de identificatie van bestaande of toekomstige problemen voor het grensbeheer van het gebied waarvoor zij verantwoordelijk zijn of voor de uitvoering van het acquis inzake terugkeer, met inbegrip van kwesties op het gebied van grondrechten, en regelmatig verslag uitbrengen aan het hoofdkwartier;

Amendement    320

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De ontvangende lidstaat waar het steunpunt wordt opgezet, verleent het Agentschap de nodige bijstand om de operationele capaciteit te waarborgen.

Amendement    321

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De uitvoerend directeur brengt op kwartaalbasis verslag uit aan de raad van bestuur over de activiteiten van de steunpunten. De activiteiten van de steunpunten worden beschreven in een afzonderlijk deel van het in artikel 98, lid 2, punt 10, bedoelde jaarlijkse activiteitenverslag.

6.  De uitvoerend directeur en de grondrechtenfunctionaris brengen op kwartaalbasis verslag uit aan de raad van bestuur over de activiteiten van de steunpunten en over het toezicht op de eerbiediging van de grondrechten door de steunpunten. De activiteiten van de steunpunten worden beschreven in een afzonderlijk deel van het in artikel 98, lid 2, punt j, bedoelde jaarlijkse activiteitenverslag.

Amendement    322

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Wanneer de Commissie vaststelt dat er algemene tekortkomingen zijn op het gebied van de rechtsstaat in een lidstaat waarin het Agentschap een steunpunt heeft, meldt de Commissie deze vaststelling onverwijld aan de uitvoerend directeur. De raad van bestuur beslist binnen een maand na op de hoogte te zijn gebracht van die vaststelling en indien het steunpunt intussen nog niet werd gesloten, op voorstel van de uitvoerend directeur en met volledige inachtneming van het advies van de Commissie, of het steunpunt moet worden gesloten.

Amendement    323

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten hebben recht op jaarlijkse, niet aan kosten gekoppelde financiering om de uitbouw van het personeelsbestand te ondersteunen en zo hun bijdrage te verzekeren aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht overeenkomstig de bijlagen III en IV; deze financiering is in overeenstemming met artikel 125, lid 1, onder a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 en wordt betaald na het einde van het desbetreffende jaar en mits de voorwaarden van de leden 3 en 4 zijn vervuld. De financiering is gebaseerd op het in lid 2 bepaalde referentiebedrag en bedraagt:

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    324

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De jaarlijkse betaling van het in lid 1, onder a), bedoelde bedrag is verschuldigd op voorwaarde dat de lidstaten gedurende de periode in kwestie hun respectieve personeelsbestand aan nationale grenswachters verhogen via de indienstname van nieuwe grenswachters en andere functionarissen. De voor rapportering relevante informatie wordt aan het Agentschap verstrekt tijdens de jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en wordt geverifieerd in het kader van de kwetsbaarheidsbeoordeling in het daaropvolgende jaar. Het in lid 1, onder b), bedoelde bedrag dat jaarlijks wordt betaald, staat in verhouding tot het aantal grenswachters en andere functionarissen dat daadwerkelijk wordt ingezet gedurende minstens vier maanden, overeenkomstig artikel 58, binnen de in bijlage IV vastgestelde grens.

3.  De jaarlijkse betaling van het in lid 1, onder a), bedoelde bedrag is verschuldigd op voorwaarde dat de lidstaten gedurende de periode in kwestie hun respectieve personeelsbestand aan nationale grenswachters verhogen via de indienstname van nieuwe grenswachters en andere functionarissen. De voor rapportering relevante informatie wordt aan het Agentschap verstrekt tijdens de jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en wordt geverifieerd in het kader van de kwetsbaarheidsbeoordeling in het daaropvolgende jaar. Het in lid 1, onder b), bedoelde jaarlijks te betalen bedrag wordt volledig toegekend op basis van het aantal grenswachters en andere functionarissen dat daadwerkelijk wordt ingezet gedurende een al dan niet aaneengesloten periode van minstens vier maanden of wordt naar rata toegekend op basis van het aantal grenswachten en functionarissen dat gedurende een al dan niet aaneengesloten periode van minder dan vier maanden wordt ingezet, overeenkomstig artikel 58, binnen de in bijlage IV vastgestelde grens. Na indiening van een specifiek en met redenen omkleed verzoek door de bijdragende lidstaat wordt een voorschot op de jaarlijkse betaling van de in lid 1, onder a) en b), bedoelde bedragen toegekend.

Amendement    325

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Bij de uitvoering van de financiële steun overeenkomstig dit artikel zorgen het Agentschap en de lidstaten ervoor dat het beginsel van medefinanciering in acht wordt genomen en dubbele financiering wordt voorkomen.

Amendement    326

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap ontwikkelt specifieke opleidingsinstrumenten, met inbegrip van specifieke opleidingen voor de bescherming van kinderen en andere personen in kwetsbare situaties, in voorkomend geval rekening houdend met de in artikel 9, lid 4, bedoelde capaciteitenroutekaart en in samenwerking met de passende opleidingsentiteiten van de lidstaten en, in voorkomend geval, het EASO en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten. Het verstrekt geavanceerde opleidingen aan grenswachters, specialisten inzake terugkeer en andere relevante personeelsleden die lid zijn van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, aangepast aan hun taken en bevoegdheden. Deskundigen van het Agentschap houden regelmatig oefeningen met die grenswachters en andere teamleden, overeenkomstig het in het jaarlijks werkprogramma van het Agentschap opgenomen schema voor geavanceerde opleidingen en oefeningen.

1.  Het Agentschap ontwikkelt specifieke opleidingsinstrumenten, met inbegrip van specifieke opleidingen voor de bescherming van kinderen en andere personen in kwetsbare situaties, in voorkomend geval rekening houdend met de in artikel 9, lid 4, bedoelde capaciteitenroutekaart en in samenwerking met de passende opleidingsentiteiten van de lidstaten en het [Asielagentschap van de Europese Unie] en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten. Het verstrekt geavanceerde opleidingen aan grenswachters, specialisten inzake terugkeer, begeleiders voor terugkeer, toezichthouders voor gedwongen terugkeer en andere relevante personeelsleden die lid zijn van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, aangepast aan hun taken en bevoegdheden. Deskundigen van het Agentschap houden regelmatig oefeningen met die grenswachters en andere teamleden, overeenkomstig het in het jaarlijks werkprogramma van het Agentschap opgenomen schema voor geavanceerde opleidingen en oefeningen.

Amendement    327

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap ziet erop toe dat alle personeelsleden die in dienst worden genomen als operationeel personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht een passende opleiding hebben gekregen in relevante Unie- en internationale wetgeving, onder meer met betrekking tot grondrechten, toegang tot internationale bescherming en, in voorkomend geval, opsporing en redding, alvorens zij voor het eerst worden ingezet voor operationele activiteiten die door het Agentschap worden georganiseerd. Daartoe zal biedt Agentschap, op basis van overeenkomsten met geselecteerde lidstaten, de nodige opleidingsprogramma's aan in de nationale onderwijsinstellingen van die lidstaten. De kosten van de opleiding worden volledig gedragen door het Agentschap.

2.  Het Agentschap ziet erop toe dat alle personeelsleden die in dienst worden genomen als operationeel personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht een passende opleiding hebben gekregen in relevante Unie- en internationale wetgeving, onder meer met betrekking tot grondrechten, toegang tot internationale bescherming, richtsnoeren voor het identificeren van personen die bescherming vragen en voor het doorverwijzen van deze personen naar de juiste procedures, richtsnoeren voor het tegemoet komen aan de bijzondere behoeften van kinderen, met inbegrip van niet-begeleide minderjarigen, slachtoffers van mensenhandel, personen die dringende medische hulp nodig hebben en andere bijzonder kwetsbare personen en, indien het de bedoeling is dat zij deelnemen aan maritieme operaties, opsporing en redding, alvorens zij voor het eerst worden ingezet voor operationele activiteiten die door het Agentschap worden georganiseerd. Als voor de operationele activiteiten het gebruik van vuurwapens nodig zou kunnen zijn, ontvangen de personeelsleden een alomvattende praktische, juridische en ethische opleiding, rekening houdend met eerdere opleidingen of ervaringen van het personeelslid.

Amendement    328

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Daartoe biedt Agentschap, op basis van overeenkomsten met geselecteerde lidstaten, de nodige opleidingsprogramma's aan in de nationale onderwijsinstellingen van die lidstaten. Het Agentschap ziet erop toe dat de opleiding het gemeenschappelijke kerncurriculum volgt, geharmoniseerd is en het wederzijds begrip en een gemeenschappelijke cultuur bevordert op basis van de in de Verdragen verankerde waarden. De kosten van de opleiding worden volledig gedragen door het Agentschap.

Amendement    329

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Het Agentschap kan, na goedkeuring door de raad van bestuur, een opleidingscentrum van het Agentschap opzetten dat de opname van een gemeenschappelijke Europese cultuur in de aangeboden opleiding verder zal faciliteren.

Amendement    330

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap neemt de nodige initiatieven om te garanderen dat alle operationele personeelsleden van de lidstaten die deelnemen aan de teams van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht een opleiding hebben gekregen in relevante Unie- en internationale wetgeving, onder meer met betrekking tot grondrechten, toegang tot internationale bescherming en, in voorkomend geval, opsporing en redding, alvorens zij deelnemen aan operationele activiteiten die door het Agentschap worden georganiseerd.

Schrappen

Amendement    331

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Agentschap neemt de nodige initiatieven om ervoor te zorgen dat personeel dat aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en de in artikel 52 vermelde pool is toegewezen en dat betrokken is bij taken die verband houden met terugkeer, een opleiding krijgt. Het Agentschap ziet erop toe dat zijn personeel en alle personeelsleden die deelnemen aan terugkeeroperaties en terugkeerinterventies een opleiding heeft gekregen in relevante Unie- en internationale wetgeving, onder meer met betrekking tot grondrechten en toegang tot internationale bescherming, alvorens zij deelnemen aan operationele activiteiten die door het Agentschap worden georganiseerd.

4.  Het Agentschap neemt de nodige initiatieven om ervoor te zorgen dat personeel dat aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en de in artikel 52 vermelde pool is toegewezen en dat betrokken is bij taken die verband houden met terugkeer, een opleiding krijgt. Het Agentschap ziet erop toe dat zijn personeel en alle personeelsleden die deelnemen aan terugkeeroperaties en terugkeerinterventies een opleiding heeft gekregen in relevante Unie- en internationale wetgeving, onder meer met betrekking tot grondrechten, en toegang tot internationale bescherming en tot verwijzingsmechanismen voor kwetsbare personen, alvorens zij deelnemen aan operationele activiteiten die door het Agentschap worden georganiseerd.

Amendement    332

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Het Agentschap zet uitwisselingsprogramma's op die aan zijn teams deelnemende grenswachters en aan de Europese terugkeerinterventieteams deelnemende personeelsleden de mogelijkheid bieden om samen te werken met grenswachters en personeelsleden die betrokken zijn bij taken die verband houden met terugkeer in een andere lidstaat, en aldus specifieke kennis of knowhow op te doen uit ervaringen en goede praktijken in het buitenland.

8.  Het Agentschap zet uitwisselingsprogramma's op die aan zijn teams deelnemende grenswachters en aan de Europese terugkeerinterventieteams deelnemende personeelsleden de mogelijkheid bieden om samen te werken met grenswachters en personeelsleden die betrokken zijn bij taken die verband houden met terugkeer in een andere lidstaat, en aldus specifieke kennis of knowhow op te doen uit ervaringen, eerbiediging van grondrechten en goede praktijken in het buitenland.

Amendement    333

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Het Agentschap zet een mechanisme voor interne kwaliteitscontrole op en ontwikkelt dit verder om erop toe te zien dat al zijn personeel alsook het operationele personeel van de lidstaten dat deelneemt aan de operationele activiteiten van het Agentschap over een hoog opleidingsniveau, specifieke deskundigheid en vakbekwaamheid beschikt. Het Agentschap stelt op basis van de toepassing van het mechanisme voor kwaliteitscontrole een jaarlijkse evaluatieverslag op. Het Agentschap doet dit jaarlijkse evaluatieverslag toekomen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

Amendement    334

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur, en na ontvangst van een positief advies van de Commissie, stelt de raad van bestuur een uitgebreide meerjarige strategie op met betrekking tot de wijze waarop de interne technische capaciteiten van het Agentschap moeten worden ontwikkeld, rekening houdende met de cyclus voor het meerjarig strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer, met inbegrip van de in artikel 9, lid 4, bedoelde capaciteitenroutekaart, voor zover beschikbaar, en de begrotingsmiddelen die hiervoor zijn vrijgemaakt in het meerjarig financieel kader.

Op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur, na ontvangst van een positief advies van de Commissie, en op basis van de meerjarige cyclus voor het strategisch beleid inzake Europees geïntegreerd grensbeheer, met inbegrip van de in artikel 9, lid 4, bedoelde capaciteitenroutekaart, voor zover beschikbaar, alsmede op basis van de begrotingsmiddelen die hiervoor zijn vrijgemaakt in het meerjarig financieel kader, stelt de raad van bestuur een uitgebreide meerjarige strategie op met betrekking tot de wijze waarop de interne technische capaciteiten van het Agentschap moeten worden ontwikkeld.

Amendement    335

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Op basis van een door het Agentschap opgestelde en door de raad van bestuur goedgekeurde modelovereenkomst bereiken de lidstaat van registratie en het Agentschap overeenstemming over de voorwaarden voor de operabiliteit van de uitrusting. In het geval van activa waarvan het Agentschap mede-eigenaar is, hebben de voorwaarden ook betrekking op de perioden waarin de activa volledig ter beschikking van het Agentschap staan; in de voorwaarden is bepaald hoe de uitrusting moet worden gebruikt, met inbegrip van specifieke bepalingen inzake snelle inzetbaarheid tijdens snelle grensinterventies.

5.  Op basis van een door het Agentschap opgestelde en door de raad van bestuur goedgekeurde modelovereenkomst bereiken de lidstaat van registratie en het Agentschap overeenstemming over de voorwaarden voor de operabiliteit van de uitrusting. In dit verband geeft de lidstaat van registratie toestemming voor het gebruik van deze uitrusting in het kader van een overheidsdienst. In het geval van activa waarvan het Agentschap mede-eigenaar is, hebben de voorwaarden ook betrekking op de perioden waarin de activa volledig ter beschikking van het Agentschap staan; in de voorwaarden is bepaald hoe de uitrusting moet worden gebruikt, met inbegrip van specifieke bepalingen inzake snelle inzetbaarheid tijdens snelle grensinterventies.

Amendement    336

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Als het Agentschap niet over het vereiste gekwalificeerde statutaire personeel beschikt, stelt de lidstaat van registratie of de leverancier van de technische uitrusting de nodige deskundigen en technici ter beschikking om de technische uitrusting op wettelijke en veilige wijze te bedienen. In dat geval wordt technische uitrusting die volledige eigendom is van het Agentschap op verzoek ter beschikking gesteld van het Agentschap en kan de lidstaat van registratie zich niet beroepen op de in artikel 64, lid 8, vermelde buitengewone omstandigheid.

6.  Als het Agentschap niet over het vereiste gekwalificeerde statutaire personeel beschikt, stelt de lidstaat van registratie of de leverancier van de technische uitrusting de nodige deskundigen en technici ter beschikking om de technische uitrusting op wettelijke en veilige wijze te bedienen. Wanneer de lidstaat van registratie de nodige deskundigen en technici aanbiedt, worden deze meegeteld als deel van de bijdrage van die lidstaat aan het permanente korps. In dat geval wordt technische uitrusting die volledige eigendom is van het Agentschap op verzoek ter beschikking gesteld van het Agentschap en kan de lidstaat van registratie zich niet beroepen op de in artikel 64, lid 8, vermelde buitengewone omstandigheid. Wanneer een lidstaat wordt verzocht technische uitrusting en operationeel personeel ter beschikking te stellen, houdt het Agentschap rekening met de bijzondere operationele uitdagingen waarvoor die lidstaat zich op het tijdstip van het verzoek geplaatst ziet.

Amendement    337

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het aantal operationele personeelsleden dat elke lidstaat heeft toegewezen aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht en de pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer;

(a)  het aantal operationele personeelsleden dat elke lidstaat heeft toegewezen aan het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, met inbegrip van de pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer;

Amendement    338

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de hoeveelheid technische uitrustingsartikelen uit de pool van technische uitrusting die elke lidstaat en het Agentschap in het afgelopen jaar heeft ingezet, met speciale verwijzing naar:

(e)  de hoeveelheid technische uitrustingsartikelen uit de pool van technische uitrusting die elke lidstaat en het Agentschap in het afgelopen jaar heeft ingezet;

Amendement    339

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap houdt proactief toezicht op en levert een bijdrage tot onderzoeks- en innovatieactiviteiten die relevant zijn voor het Europees geïntegreerd grensbeheer, met inbegrip van het gebruik van geavanceerde surveillancetechnologie, rekening houdende met de in artikel 9, lid 4, vermelde capaciteitenroutekaart. Het Agentschap verstrekt de resultaten van dat onderzoek aan het Europees Parlement, de lidstaten en de Commissie, overeenkomstig artikel 50. Het mag die resultaten gebruiken in gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies.

1.  Het Agentschap houdt proactief toezicht op en levert een bijdrage tot onderzoeks- en innovatieactiviteiten die relevant zijn voor het Europees geïntegreerd grensbeheer, rekening houdende met de in artikel 9, lid 4, vermelde capaciteitenroutekaart. Het Agentschap verstrekt de resultaten van dat onderzoek aan het Europees Parlement, de lidstaten en de Commissie, overeenkomstig artikel 50. Het mag die resultaten gebruiken in gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies.

Amendement    340

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Agentschap mag proefprojecten met betrekking tot onder deze verordening vallende thema's plannen en uitvoeren.

4.  Het Agentschap mag proefprojecten plannen en uitvoeren, waar nodig voor de tenuitvoerlegging van activiteiten waar in deze verordening in is voorzien.

Amendement    341

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Het Agentschap maakt al zijn onderzoeksprojecten, met inbegrip van demonstratieprojecten, de betrokken samenwerkingspartners en de projectbegroting bekend.

Amendement    342

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten en het Agentschap stellen operationele plannen op voor grensbeheer en terugkeer. De operationele plannen van lidstaten met betrekking tot grenssegmenten met een hoog en kritiek impactniveau worden opgesteld in samenwerking met naburige lidstaten en het Agentschap. Voor de activiteiten van het Agentschap wordt de operationele planning voor het volgende jaar gedefinieerd in de bijlage bij het in artikel 100 vermelde unieke programmeringsdocument en voor elke specifieke operationele activiteit via het in artikel 39 en artikel 75, lid 3, vermelde operationele plan.

2.  De lidstaten en het Agentschap stellen operationele plannen op voor grensbeheer en terugkeer. De operationele plannen van lidstaten met betrekking tot grenssegmenten met een hoog impactniveau worden opgesteld in samenwerking met naburige lidstaten en het Agentschap. Voor de activiteiten van het Agentschap wordt de operationele planning voor het volgende jaar gedefinieerd in de bijlage bij het in artikel 100 vermelde unieke programmeringsdocument en voor elke specifieke operationele activiteit via het in artikel 39 en artikel 75, lid 3, vermelde operationele plan.

Amendement    343

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het nationale capaciteitenontwikkelingsplan gaat met name in op het indienstname- en opleidingsbeleid van de grenswachters en terugkeerspecialisten, de aanschaf en het onderhoud van uitrusting en de nodige onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en de bijbehorende financiële aspecten.

Het nationale capaciteitenontwikkelingsplan gaat met name in op het indienstname- en opleidingsbeleid van de grenswachters, terugkeerspecialisten, begeleiders voor terugkeer en toezichthouders voor gedwongen terugkeer, de aanschaf en het onderhoud van uitrusting en de nodige onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en de bijbehorende financiële aspecten.

Amendement    344

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap zorgt voor de oprichting en werking van een centrale eenheid van Etias, zoals bepaald in artikel 7 van [de Verordening tot vaststelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias)].

2.  Het Agentschap zorgt voor de oprichting en werking van een centrale eenheid van Etias, zoals bepaald in artikel 7 van Verordening (EU) 2018/1240.

Amendement    345

Voorstel voor een verordening

Afdeling 11 – sectie 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Samenwerking binnen de EU

Schrappen

Amendement    346

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap werkt samen met de instellingen, organen en instanties van de Unie en met internationale organisaties, binnen hun respectieve rechtskaders, en maakt gebruik van bestaande informatie, capaciteiten en systemen die beschikbaar zijn in het kader van Eurosur.

Het Agentschap werkt samen met de instellingen, organen en instanties van de Unie binnen hun respectieve rechtskaders, en maakt gebruik van bestaande informatie, capaciteiten en systemen die beschikbaar zijn in het kader van Eurosur.

Amendement    347

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig lid 1 werkt het Agentschap met name samen met:

Overeenkomstig lid 1 werkt het Agentschap samen met:

Amendement    348

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1 – alinea 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het Europese Asielagentschap;

(c)  het [Asielagentschap van de Europese Unie];

Amendement    349

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1 – alinea 2 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k)  missies en operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Schrappen

Amendement    350

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het Agentschap kan ook samenwerken met de volgende internationale organisaties die relevant zijn voor zijn taken, binnen hun respectieve rechtskaders:

 

(a)  de Verenigde Naties via hun bevoegde bureaus, agentschappen, organisaties en andere entiteiten, met name het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen, het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten, de Internationale Organisatie voor Migratie, het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding en de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie;

 

(b)  de International Criminal Politice Organization (Interpol);

 

(c)  de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa);

 

(d)  de Werelddouaneorganisatie;

 

Het Agentschap werkt samen met de Raad van Europa en de Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa om toezicht te houden op de pool van toezichthouders voor gedwongen terugkeer.

Amendement    351

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde samenwerking geschiedt in het kader van werkafspraken met de in lid 1 vermelde entiteiten. Deze werkafspraken worden vooraf door de Commissie goedgekeurd. Het Agentschap brengt het Europees Parlement in elk geval op de hoogte van deze afspraken.

2.  De in lid 1 bedoelde samenwerking geschiedt in het kader van werkafspraken met de in lid 1 vermelde entiteiten. Deze werkafspraken worden vooraf door goedgekeurd door de Commissie en door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, indien de werkafspraken betrekking hebben op de uitwisseling van persoonsgegevens. Het Agentschap brengt het Europees Parlement in elk geval op de hoogte van deze afspraken en stelt deze openbaar beschikbaar. Deze werkafspraken moeten een duidelijke beschrijving bevatten van het toepassingsgebied, de omvang en de mate van indringendheid van de voorgestelde maatregel, zodat de noodzakelijkheid en de evenredigheid van de betreffende maatregel kan worden beoordeeld.

Amendement    352

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De in lid 1 bedoelde instellingen, organen en instanties van de Unie en internationale organisaties maken alleen binnen de grenzen van hun bevoegdheden gebruik van de van het Agentschap ontvangen informatie, en op voorwaarde dat zij de grondrechten, met inbegrip van de eisen inzake gegevensbescherming, respecteren. Voor verdere verzending of andere vormen van mededeling van door het Agentschap verwerkte persoonsgegevens aan andere instellingen, organen en instanties van de Unie zijn specifieke werkafspraken inzake de uitwisseling van persoonsgegevens nodig, waarvoor de voorafgaande goedkeuring van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming vereist is. Elke overdracht van persoonsgegevens door het Agentschap voldoet aan de gegevensbeschermingsbepalingen van de artikelen 87 tot en met 90. Wat de behandeling van gerubriceerde informatie betreft, wordt in die afspraken bepaald dat de betrokken instellingen, organen, bureaus of agentschappen van de Unie of de betrokken internationale organisaties moeten voldoen aan beveiligingsregels en -normen die gelijkwaardig zijn aan die welke door het Agentschap worden toegepast.

5.  De in lid 1 bedoelde instellingen, organen en instanties van de Unie maken alleen binnen de grenzen van hun bevoegdheden gebruik van de van het Agentschap ontvangen informatie, en op voorwaarde dat zij de grondrechten, met inbegrip van de eisen inzake gegevensbescherming, respecteren. Verdere verzending of andere vormen van mededeling van door het Agentschap verwerkte persoonsgegevens aan andere instellingen, organen en instanties van de Unie mogen slechts plaatsvinden als er een rechtsgrondslag in het Unierecht bestaat, en leiden niet tot de verwerking van persoonsgegevens voor doeleinden die niet in overeenstemming zijn met artikel 6 van Verordening (EU) 2018/1725, en vereisen specifieke werkafspraken inzake de uitwisseling van persoonsgegevens, waarvoor de voorafgaande goedkeuring van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming vereist is. Het Europees Grens- en kustwachtagentschap registreert de verdere overdrachten en de rechtvaardiging van die verdere overdrachten. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kan controleren of de verdere overdrachten wettelijk zijn en met name of ze in overeenstemming zijn met de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid. Elke overdracht van persoonsgegevens door het Agentschap voldoet aan de gegevensbeschermingsbepalingen van de artikelen 87 tot en met 90 en aan Verordening (EU) 2018/1725. Wat de behandeling van gerubriceerde informatie betreft, wordt in die afspraken bepaald dat de betrokken instellingen, organen, bureaus of agentschappen van de Unie of de betrokken internationale organisaties moeten voldoen aan beveiligingsregels en -normen die gelijkwaardig zijn aan die welke door het Agentschap worden toegepast.

Amendement    353

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Het Agentschap zorgt ervoor dat persoonsgegevens die worden overgedragen of bekendgemaakt aan internationale organisaties alleen worden verwerkt voor de doeleinden van de overdracht of bekendmaking ervan. Het Agentschap zorgt ervoor dat bij de werkafspraken met internationale organisaties het recht van de Unie op het gebied van gegevensbescherming, en met name hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/679 volledig wordt geëerbiedigd.

Amendement    354

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  capaciteit te delen door operaties met meerdere doelen te plannen en uit te voeren en door activa en andere capaciteiten te delen, voor zover deze activiteiten door die agentschappen worden gecoördineerd en zijn goedgekeurd door de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten.

(e)  capaciteit te delen door operaties met meerdere doelen, met inbegrip van opsporing en redding, te plannen en uit te voeren en door activa en andere capaciteiten te delen, voor zover deze activiteiten door die agentschappen worden gecoördineerd en zijn goedgekeurd door de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten.

Amendement    355

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De precieze vormen van samenwerking inzake kustwachttaken tussen het Agentschap, het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid worden vastgelegd in werkafspraken, overeenkomstig hun respectieve opdrachten en de voor die agentschappen geldende financiële regeling. Een dergelijke regeling wordt goedgekeurd door de raad van bestuur van het Agentschap, de raad van bestuur van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en de raad van bestuur van het Europees Bureau voor visserijcontrole.

2.  De precieze vormen van samenwerking inzake kustwachttaken tussen het Agentschap, het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid worden vastgelegd in werkafspraken, overeenkomstig hun respectieve opdrachten en de voor die agentschappen geldende financiële regeling. Een dergelijke regeling wordt goedgekeurd door de raad van bestuur van het Agentschap, de raad van bestuur van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en de raad van bestuur van het Europees Bureau voor visserijcontrole. De instanties gebruiken in het kader van hun samenwerking ontvangen informatie uitsluitend binnen de grenzen van hun rechtskader en met inachtneming van de grondrechten, met inbegrip van de voorschriften inzake gegevensbescherming.

Amendement    356

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het is verboden in het kader van dit artikel uitgewisselde informatie verder door te zenden of anderszins mee te delen aan andere derde landen of derden.

5.  Het is verboden in het kader van dit artikel uitgewisselde informatie verder door te zenden of anderszins mee te delen aan andere derde landen of andere derden.

Motivering

Dit amendement is ingediend ter wille van de samenhang.

Amendement    357

Voorstel voor een verordening

Afdeling 11 – sectie 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Samenwerking met derde landen

Schrappen

Amendement    358

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Overeenkomstig artikel 3, onder g), werken de lidstaten en het Agentschap samen met derde landen met het oog op de integratie van het grensbeheer en migratiebeleid, met inbegrip van terugkeer.

1.  Overeenkomstig artikel 3, onder g), werken de lidstaten en het Agentschap samen met derde landen met het oog op de integratie van het grensbeheer en migratiebeleid.

Amendement    359

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie maakt samen met de Europese Dienst voor extern optreden een beoordeling van de situatie in een derde land, met inbegrip van de naleving door dat land van de grondrechten en het niveau van gegevensbescherming, voordat het Agentschap enige activiteit in of met dat derde land ontplooit en alvorens onderhandelingen met dat land te openen over een overeenkomst of afspraken bedoeld in deze verordening.

Amendement    360

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap en de lidstaten nemen het recht van de Unie in acht, met inbegrip van normen en maatstaven die tot het acquis van de Unie behoren, ook wanneer de samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvindt.

3.  Het Agentschap en de lidstaten nemen het recht van de Unie in acht, met inbegrip van normen en maatstaven die tot het acquis van de Unie behoren, ook wanneer de samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvindt. Het aangaan van samenwerking met derde landen strekt tot bevordering van de normen inzake het Europees geïntegreerd grensbeheer.

Amendement    361

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat persoonsgegevens die worden overgedragen of bekendgemaakt aan derde landen of internationale organisaties, alleen worden verwerkt voor de doeleinden van de overdracht of bekendmaking ervan, en dat betrokkenen hun rechten ook in die derde landen of met betrekking tot die internationale organisaties kunnen uitoefenen. Daartoe nemen de lidstaten in de bilaterale of multilaterale overeenkomsten met derde landen of in de werkafspraken met internationale organisaties op grond van artikel 46, lid 2, onder a), of lid 3, onder b), van Verordening (EU) 2018/679 juridisch bindende en afdwingbare waarborgen op. Wanneer dergelijke overeenkomsten of afspraken niet bestaan op grond van lid 1, mogen de lidstaten geen persoonsgegevens aan derde landen of internationale organisaties overdragen of bekendmaken.

Amendement    362

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer het dit doet, treedt het Agentschap op in het kader van het beleid voor het externe optreden van de Unie, onder meer op het gebied van de bescherming van de grondrechten en het beginsel van non-refoulement, met de steun van en in samenwerking met delegaties van de Unie en, voor zover relevant, GVDB-missies en -operaties.

2.  Wanneer het dit doet, treedt het Agentschap op in het kader van het beleid voor het externe optreden van de Unie, onder meer op het gebied van de bescherming van de grondrechten en het beginsel van non-refoulement, het verbod op willekeurige opsluiting en het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, met de steun van en in samenwerking met delegaties van de Unie.

Amendement    363

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als de omstandigheden vereisen dat grensbeheer- en terugkeerteams van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht worden ingezet in een derde land waar de teamleden uitvoeringsbevoegdheden zullen uitoefenen, wordt een statusovereenkomst gesloten tussen de Unie en het desbetreffende derde land. De statusovereenkomst bestrijkt alle aspecten die noodzakelijk zijn om de acties uit te voeren. In die overeenkomst worden met name de reikwijdte van de operatie, de civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid en de taken en bevoegdheden van de teamleden omschreven. De statusovereenkomst zorgt ervoor dat tijdens deze operaties de grondrechten volledig worden geëerbiedigd.

3.  Als de omstandigheden vereisen dat grensbeheer- en terugkeerteams en teams voor toezicht op de grondrechten van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht worden ingezet in een derde land waar de teamleden uitvoeringsbevoegdheden zullen uitoefenen, wordt tussen de Unie en het desbetreffende derde land een statusovereenkomst gesloten, die is opgesteld op basis van de in artikel 77, lid 1 bis, bedoelde modelstatusovereenkomst, op grond van artikel 218 VWEU. De statusovereenkomst bestrijkt alle aspecten die noodzakelijk zijn om de acties uit te voeren. In die overeenkomst worden met name de reikwijdte van de operatie, de civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid en de taken en bevoegdheden van de teamleden omschreven, alsook de maatregelen met betrekking tot het opzetten van een steunpunt en de maatregelen om de waarborgen voor de grondrechten operationeel te maken, met inbegrip van de inzet van de toezichthouders voor de grondrechten, de grondrechtenstrategie overeenkomstig artikel 81 en de gedragscode overeenkomstig artikel 82. De statusovereenkomst zorgt ervoor dat tijdens deze operaties de grondrechten volledig worden geëerbiedigd en voorziet in een klachtenmechanisme. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming wordt geraadpleegd over de bepalingen van de statusovereenkomst die betrekking hebben op de overdracht van gegevens. Operaties worden uitgevoerd op basis van een operationeel plan waarmee ook de deelnemende lidstaten hebben ingestemd. De deelname van lidstaten aan gezamenlijke operaties op het grondgebied van derde landen is vrijwillig.

Amendement    364

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Agentschap treedt, waar van toepassing, ook op in het kader van met deze autoriteiten gemaakte werkafspraken overeenkomstig het recht en beleid van de Unie, in overeenstemming met artikel 77, lid 6. In die werkafspraken wordt het toepassingsgebied, de aard en het doel van de samenwerking gespecificeerd; de werkafspraken houden verband met het beheer van operationele samenwerking en kunnen bepalingen bevatten met betrekking tot de uitwisseling van gevoelige niet-gerubriceerde informatie en samenwerking in het kader van Eurosur, overeenkomstig artikel 75, lid 3. Alle werkafspraken met betrekking tot de uitwisseling van gerubriceerde informatie worden gesloten overeenkomstig artikel 77, lid 6. Het Agentschap neemt het Unierecht in acht, met inbegrip van de normen en maatstaven die tot het acquis van de Unie behoren.

4.  Het Agentschap treedt, waar van toepassing, ook op in het kader van met deze autoriteiten gemaakte werkafspraken overeenkomstig het recht en beleid van de Unie, in overeenstemming met artikel 77, lid 6. In die werkafspraken wordt het toepassingsgebied, de aard en het doel van de samenwerking gespecificeerd; de werkafspraken houden verband met het beheer van operationele samenwerking en kunnen bepalingen bevatten met betrekking tot de uitwisseling van gevoelige niet-gerubriceerde informatie en samenwerking in het kader van Eurosur, overeenkomstig artikel 75, lid 3. Alle werkafspraken met betrekking tot de uitwisseling van gerubriceerde informatie worden gesloten overeenkomstig artikel 77, lid 6. Het Agentschap neemt het Unierecht in acht, met inbegrip van de normen en maatstaven die tot het acquis van de Unie behoren. Het Agentschap vraagt voorafgaande goedkeuring van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming indien de werkafspraken voorzien in de overdracht van persoonsgegevens.

Amendement    365

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het Agentschap draagt bij tot de uitvoering van internationale overeenkomsten en juridisch niet-bindende afspraken inzake terugkeer die de Unie met derde landen heeft gesloten, in het kader van het beleid voor het externe optreden van de Unie, en met betrekking tot terreinen die onder deze verordening vallen.

5.  Het Agentschap draagt bij tot de uitvoering van internationale overeenkomsten en overnameovereenkomsten die de Unie met derde landen heeft gesloten, in het kader van het beleid voor het externe optreden van de Unie, en met betrekking tot terreinen die onder deze verordening vallen.

Amendement    366

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het Agentschap kan financiering van de Unie ontvangen overeenkomstig de bepalingen van de relevante instrumenten voor steun aan en met betrekking tot derde landen. Het kan het initiatief nemen voor en financiële bijstand verlenen aan projecten voor technische bijstand in derde landen met betrekking tot aangelegenheden die onder deze verordening vallen, overeenkomstig de voor het Agentschap geldende financiële regeling.

6.  Het Agentschap kan financiering van de Unie ontvangen overeenkomstig de bepalingen van de relevante instrumenten voor steun aan en met betrekking tot derde landen. Het kan, na goedkeuring door het Europees Parlement en na een grondige beoordeling van de effecten op de grondrechten, het initiatief nemen voor en financiële bijstand verlenen aan projecten voor technische bijstand in derde landen met betrekking tot aangelegenheden die onder deze verordening vallen, overeenkomstig de voor het Agentschap geldende financiële regeling.

Amendement    367

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Het Agentschap stelt het Europees Parlement in kennis van de uit hoofde van dit artikel verrichte activiteiten.

7.  Het Agentschap stelt het Europees Parlement driemaandelijks in kennis van de uit hoofde van dit artikel verrichte activiteiten en meer bepaald van de activiteiten in verband met de technische en operationele bijstand die op het gebied van grensbeheer en terugkeer is verleend in derde landen, de uitwisseling van gevoelige niet-gerubriceerde informatie met derde landen en de inzet van verbindingsfunctionarissen, met inbegrip van gedetailleerde informatie over de inachtneming van de grondrechten en internationale bescherming. Het Agentschap maakt alle overeenkomsten, werkafspraken, proefprojecten en technische bijstandsprojecten met derde landen openbaar.

Amendement    368

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Het Agentschap zorgt ervoor dat informatie die wordt overgedragen of bekendgemaakt aan derde landen of internationale organisaties, alleen wordt verwerkt voor de doeleinden van de overdracht of bekendmaking ervan, en dat betrokkenen hun rechten ook in die derde landen of met betrekking tot die internationale organisaties kunnen uitoefenen.

Amendement    369

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Agentschap kan bijstand verlenen voor terugkeeractiviteiten van derde landen en zorgen voor de coördinatie of organisatie van operaties waarbij een aantal terugkeerders van dit derde land worden teruggebracht naar een ander derde land. Dergelijke terugkeeroperaties kunnen worden georganiseerd met de deelname van een of meer lidstaten ("gemengde terugkeeroperaties") of als nationale terugkeeroperaties, met name als dit gerechtvaardigd is door de prioriteiten van het Uniebeleid inzake irreguliere migratie. De deelnemende lidstaten en het Agentschap zorgen ervoor dat de eerbiediging van de grondrechten en het evenredige gebruik van dwangmaatregelen gedurende de volledige verwijderingsoperatie zijn gegarandeerd, met name door de aanwezigheid van toezichthouders voor gedwongen terugkeer en gedwongenterugkeerbegeleiders van derde landen.

Schrappen

Amendement    370

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het Agentschap zorgt ervoor dat informatie die wordt overgedragen of bekendgemaakt aan derde landen, alleen wordt verwerkt voor de doeleinden van de overdracht of bekendmaking ervan, en dat betrokkenen hun rechten ook in die derde landen kunnen uitoefenen. Hiertoe is elke informatie-uitwisseling overeenkomstig artikel 73, lid 1, die een derde land voorziet van informatie die zou kunnen worden gebruikt voor het identificeren van personen of groepen van personen van wie het verzoek om internationale bescherming in behandeling is of die een ernstig risico lopen om aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten te worden onderworpen, verboden.

Amendement    371

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  De Commissie rondt geen onderhandelingen af over overeenkomsten inzake samenwerking tussen de Unie en een derde land in het kader van deze verordening voordat een beoordeling van de grondrechtensituatie in dat derde land is uitgevoerd in overeenstemming met artikel 72, lid 2 bis. Deze beoordeling zal worden opgenomen in de goedkeuringsprocedure.

Amendement    372

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie onderhandelt over de in artikel 74, lid 3, bedoelde statusovereenkomst, overeenkomstig artikel 218, lid 3, VWEU.

Schrappen

Amendement    373

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Voor acties op het grondgebied van derde landen stelt de Commissie na raadpleging van de lidstaten en het Agentschap een modelstatusovereenkomst op waarin het kader voor de in artikel 54, lid 2, onder a), bedoelde evaluatie inzake de grondrechten is vervat.

Amendement    374

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na raadpleging van de lidstaten en het Agentschap stelt de Commissie modelbepalingen op voor de in artikel 71, lid 2, en artikel 73 bedoelde bilaterale en multilaterale overeenkomsten voor de uitwisseling van informatie in het kader van Eurosur, zoals bepaald in artikel 76, lid 2.

Na raadpleging van de lidstaten en het Agentschap stelt de Commissie ook modelbepalingen op voor de in artikel 71, lid 2, en artikel 73 bedoelde bilaterale en multilaterale overeenkomsten voor de uitwisseling van informatie in het kader van Eurosur, zoals bepaald in artikel 76, lid 2. De modelbepalingen omvatten gedetailleerde maatregelen om de grondrechten en de uitvoering van de grondrechtenstrategie te garanderen overeenkomstig artikel 81 en de gedragscode overeenkomstig artikel 82.

Amendement    375

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na raadpleging van het Agentschap stelt de Commissie een model op voor de in artikel 74 bedoelde werkafspraken.

Na raadpleging van het Agentschap stelt de Commissie een model op voor de in artikel 74 bedoelde werkafspraken. Dit model omvat gedetailleerde maatregelen om de grondrechten en de uitvoering van de grondrechtenstrategie te garanderen overeenkomstig artikel 81 en de gedragscode overeenkomstig artikel 82.

Amendement    376

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De betrokken lidstaten melden de in artikel 73, lid 1, bedoelde bestaande bilaterale en multilaterale overeenkomsten aan bij de Commissie, die nagaat of de bepalingen daarvan voldoen aan deze verordening.

3.  De betrokken lidstaten melden de in artikel 73, lid 1, bedoelde bestaande bilaterale en multilaterale overeenkomsten aan bij de Commissie, die het Europees Parlement, de Raad en het Agentschap ervan op de hoogte brengt en nagaat of de bepalingen daarvan voldoen aan deze verordening.

Amendement    377

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Alvorens een nieuwe in artikel 73, lid 1, bedoelde bilaterale of multilaterale overeenkomst wordt gesloten, meldt (melden) de betrokken lidstaat (lidstaten) deze aan bij de Commissie, die nagaat of de bepalingen daarvan voldoen aan deze verordening en die de lidstaat dienovereenkomstig in kennis stelt.

4.  Alvorens een nieuwe in artikel 73, lid 1, bedoelde bilaterale of multilaterale overeenkomst wordt gesloten, meldt (melden) de betrokken lidstaat (lidstaten) deze aan bij de Commissie, die het Europees Parlement, de Raad en het Agentschap ervan op de hoogte brengt en nagaat of de bepalingen daarvan voldoen aan deze verordening en die de lidstaat dienovereenkomstig in kennis stelt.

Amendement    378

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Alvorens werkafspraken met derden of derde landen worden gesloten, meldt het Agentschap deze aan bij de Commissie, die voorafgaand goedkeuring moet geven. Zodra werkafspraken zijn gesloten, brengt het Agentschap deze ter kennis van de Commissie, die het Europees Parlement en de Raad daarover informeert.

6.  Alvorens werkafspraken met derden of derde landen worden gesloten, meldt het Agentschap deze aan bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Voorafgaand aan de sluiting van dergelijke overeenkomsten moet de Commissie daaraan haar goedkeuring geven. Zodra werkafspraken zijn gesloten, brengt het Agentschap deze ter kennis van de Commissie, die het Europees Parlement en de Raad daarover informeert.

Amendement    379

Voorstel voor een verordening

Artikel 78 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap kan deskundigen van zijn statutair personeelsbestand als verbindingsfunctionarissen in derde landen inzetten, die bij de uitvoering van hun taken optimale bescherming moeten genieten. Zij maken deel uit van de plaatselijke of regionale samenwerkingsnetwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen en veiligheidsdeskundigen van de Unie en van de lidstaten, waaronder het netwerk dat op grond van Verordening (EG) nr. 377/2004 is ingesteld. Bij besluit van de raad van bestuur kan het Agentschap specifieke profielen van verbindingsfunctionarissen opstellen, zoals verbindingsfunctionarissen voor terugkeer, al naargelang de operationele behoeften in het betrokken derde land.

1.  Het Agentschap kan deskundigen van zijn statutair personeelsbestand als verbindingsfunctionarissen in derde landen inzetten, die bij de uitvoering van hun taken optimale bescherming moeten genieten. Zij maken deel uit van de plaatselijke of regionale samenwerkingsnetwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen en veiligheidsdeskundigen van de Unie en van de lidstaten, waaronder het netwerk dat op grond van Verordening (EG) nr. 377/2004 is ingesteld. Bij besluit van de raad van bestuur kan het Agentschap specifieke profielen van verbindingsfunctionarissen opstellen, al naargelang de operationele behoeften in het betrokken derde land.

Amendement    380

Voorstel voor een verordening

Artikel 78 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In het kader van het beleid inzake het externe optreden van de Unie wordt bij de inzet van verbindingsfunctionarissen prioriteit gegeven aan de derde landen die volgens een risicoanalyse een land van herkomst of doorreis voor illegale migratie zijn. Op basis van wederkerigheid kan het Agentschap verbindingsfunctionarissen ontvangen die door deze derde landen ter beschikking zijn gesteld. De raad van bestuur stelt jaarlijks op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur de lijst met prioriteiten vast. De inzet van verbindingsfunctionarissen wordt door de raad van bestuur goedgekeurd, na advies van de Commissie.

2.  In het kader van het beleid inzake het externe optreden van de Unie wordt bij de inzet van verbindingsfunctionarissen prioriteit gegeven aan de derde landen die volgens een risicoanalyse een land van herkomst of doorreis voor irreguliere migratie zijn. Op basis van wederkerigheid kan het Agentschap verbindingsfunctionarissen ontvangen die door deze derde landen ter beschikking zijn gesteld. De raad van bestuur stelt jaarlijks op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur de lijst met prioriteiten vast. De inzet van verbindingsfunctionarissen wordt door de raad van bestuur goedgekeurd, na advies van de Commissie.

Amendement    381

Voorstel voor een verordening

Artikel 78 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De taken van de verbindingsfunctionarissen van het Agentschap omvatten, met inachtneming van het recht van de Unie en de grondrechten, het leggen en onderhouden van contacten met de bevoegde autoriteiten van het derde land waar zij gedetacheerd zijn, teneinde bij te dragen tot het voorkomen en bestrijden van illegale immigratie en tot de terugkeer van terugkeerders, onder meer door technische bijstand te verlenen voor het identificeren van onderdanen van derde landen en het verkrijgen van reisdocumenten. De activiteiten van die verbindingsfunctionarissen worden nauwgezet gecoördineerd met die van de delegaties van de Unie en, voor zover relevant, die van GVDB-missies en -operaties.

3.  De taken van de verbindingsfunctionarissen van het Agentschap omvatten, met inachtneming van het recht van de Unie en de grondrechten, het leggen en onderhouden van contacten met de bevoegde autoriteiten van het derde land waar zij gedetacheerd zijn, teneinde bij te dragen tot het voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie en tot de terugkeer van terugkeerders, onder meer door technische bijstand te verlenen voor het identificeren van onderdanen van derde landen en het verkrijgen van reisdocumenten. De activiteiten van die verbindingsfunctionarissen worden nauwgezet gecoördineerd met die van de delegaties van de Unie. Zij hebben waar mogelijk hun kantoor in hetzelfde gebouw. De verbindingsfunctionarissen van het Agentschap dragen bij aan het beoordelen van de effecten voor de grondrechten van de activiteiten van het Agentschap en de samenwerking met derde landen, en brengen verslag uit aan de uitvoerend directeur en de grondrechtenfunctionaris over hun beoordeling.

Amendement    382

Voorstel voor een verordening

Artikel 79 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Met instemming van de betrokken lidstaten kan het Agentschap ook waarnemers van instellingen, organen en instanties van de Unie of van internationale organisaties en GVDB-missies en -operaties uitnodigen om deel te nemen aan zijn activiteiten, met name gezamenlijke operaties en proefprojecten, risicoanalyses en opleidingen, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid en beveiliging van die activiteiten. De deelname van deze waarnemers aan risicoanalyses en opleidingen is afhankelijk van de instemming van de betrokken lidstaten. Wat gezamenlijke operaties en proefprojecten betreft, is de deelname van waarnemers afhankelijk van de instemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, worden zij op passende wijze opgeleid door het Agentschap.

1.  Met instemming van de betrokken lidstaten kan het Agentschap ook waarnemers van instellingen, organen en instanties van de Unie of van internationale organisaties uitnodigen om deel te nemen aan zijn activiteiten, met name gezamenlijke operaties en proefprojecten, risicoanalyses en opleidingen, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, geen invloed heeft op de algemene veiligheid en beveiliging van die activiteiten en de grondrechten niet in gevaar brengt. De deelname van deze waarnemers aan risicoanalyses en opleidingen is afhankelijk van de instemming van de betrokken lidstaten. Wat gezamenlijke operaties en proefprojecten betreft, is de deelname van waarnemers afhankelijk van de instemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, worden zij op passende wijze opgeleid door het Agentschap.

Amendement    383

Voorstel voor een verordening

Artikel 79 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Met instemming van de betrokken lidstaten kan het Agentschap waarnemers van derde landen uitnodigen om deel te nemen aan zijn in artikel 37 bedoelde activiteiten aan de buitengrenzen, in artikel 51 bedoelde terugkeeroperaties, in artikel 54 bedoelde terugkeerinterventies en in artikel 62 bedoelde opleidingen, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot een betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid van de activiteiten. De deelname van deze waarnemers kan alleen plaatsvinden met de instemming van de lidstaten die betrokken zijn bij de in de artikelen 37, 43, 51 en 62 bedoelde activiteiten en, wat de in de artikelen 37 en 54 bedoelde activiteiten betreft, alleen met de instemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, worden zij op passende wijze opgeleid door het Agentschap. Zij worden ook verplicht om tijdens hun deelname aan de activiteiten de gedragscode van het Agentschap na te leven.

2.  Met instemming van de betrokken lidstaten kan het Agentschap waarnemers van derde landen uitnodigen om deel te nemen aan zijn in artikel 37 bedoelde activiteiten aan de buitengrenzen, in artikel 51 bedoelde terugkeeroperaties, in artikel 54 bedoelde terugkeerinterventies en in artikel 62 bedoelde opleidingen, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot een betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid van de activiteiten of op de veiligheid van onderdanen van derde landen en het asielrecht. De deelname van deze waarnemers kan alleen plaatsvinden met de instemming van de lidstaten die betrokken zijn. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, worden zij op passende wijze opgeleid door het Agentschap. Zij worden ook verplicht om tijdens hun deelname aan de activiteiten de gedragscode van het Agentschap na te leven.

Amendement    384

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap neemt Valse en authentieke documenten online (FADO) over en beheert deze gegevensbank met informatie over echte en vervalste reis- en verblijfsdocumenten die zijn afgegeven door de lidstaten, derde landen, territoriale entiteiten, internationale organisaties en andere onder het internationale recht vallende entiteiten. Het FADO-systeem bevat geen persoonsgegevens.

Het Agentschap neemt de gegevensbank Valse en authentieke documenten online (FADO), zoals opgericht bij Gemeenschappelijk Optreden 98/700/JBZ, over en beheert deze gegevensbank met informatie over echte en vervalste reis- en verblijfsdocumenten die zijn afgegeven door de lidstaten, derde landen, territoriale entiteiten, internationale organisaties en andere onder het internationale recht vallende entiteiten. Het FADO-systeem bevat geen persoonsgegevens.

Amendement    385

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk III bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gezamenlijke parlementaire controle

 

Artikel 80 bis

 

Gezamenlijke parlementaire controle

 

1.  Om parlementair toezicht op het Agentschap te verzekeren en rekening te houden met het in artikel 7 vermelde doel van gedeelde verantwoordelijkheid op het niveau van de Unie en de lidstaten, worden de bij deze verordening aan het Europees Parlement toegekende controletaken aangevuld met toezicht door een Gezamenlijke Parlementaire Controlegroep (GPC), die door de nationale parlementen en de bevoegde commissie van het Europees Parlement gezamenlijk wordt opgericht.

 

2.  De organisatie en het reglement van orde van de GPC worden door het Europees Parlement en de nationale parlementen gezamenlijk bepaald in overeenstemming met artikel 9 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het VEU en het VWEU. Het reglement van orde bevat bepalingen betreffende de behandeling van en toegang tot gerubriceerde informatie en gevoelige niet-gerubriceerde informatie in overeenstemming met artikel 91 van deze verordening. Het reglement van orde bevat onder meer ook bepalingen betreffende de frequentie en plaats van vergaderingen, de procedure voor de opstelling van de agenda, duidelijke bepalingen inzake besluitvorming, de samenstelling van de GPC en informatie over de medevoorzitters van de GPC, die worden toegekend aan de bevoegde commissie van het Europees Parlement en de lidstaat die het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie bekleedt, in overeenkomstig met lid 3, onder b), van dit artikel. De leden van de GPC worden door hun respectieve parlementen gekozen op basis van hun deskundigheid op het gebied van grensbeheer en het Agentschap, met waar mogelijk een vastgesteld mandaat tot het einde van hun mandaat in hun respectieve parlement. Het Europees Parlement verzorgt het secretariaat voor de GPC.

 

3.  De GPC houdt politiek toezicht op de uitvoering van de taken van het Agentschap en de uitoefening van de verantwoordelijkheden van de lidstaten uit hoofde van deze verordening. Voor de toepassing van de eerste alinea:

 

(a)  verschijnen de voorzitter van de raad van bestuur en de uitvoerend directeur desgevraagd voor de GPC om vraagstukken te bespreken in verband met de in de eerste alinea bedoelde activiteiten;

 

(b)  verschijnt de lidstaat die ten tijde van de vergadering van de GPC het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie bekleedt, desgevraagd voor de GPC om vraagstukken te bespreken in verband met de in de eerste alinea bedoelde activiteiten; indien die lidstaat niet deelneemt aan de Europese grens- en kustwacht wordt die taak vervuld door de eerste lidstaat die het voorzitterschap daarna zal bekleden en deelneemt aan de Europese grens- en kustwacht;

 

(c)  kan de GPC beslissen andere relevante personen, zoals een vertegenwoordiger van het adviesforum of de grondrechtenfunctionaris, op haar vergaderingen uit te nodigen om vraagstukken te bespreken in verband met de bescherming van de grondrechten.

 

4.  Het Agentschap doet de GPC alle documenten toekomen die het doorzendt aan het Europees Parlement. De lidstaten brengen jaarlijks verslag uit aan de GPC jaarlijks over de uitoefening van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening.

 

Behoudens Verordening (EG) nr. 1049/2001 verstrekt het Agentschap de GPC op verzoek elk ander document, mits dit document noodzakelijk is voor de vervulling van haar taken in verband met het politieke toezicht op de activiteiten van het Agentschap. De lidstaten verstrekken de GPC alle overige informatie waarom deze verzoekt, met inachtneming van hun zwijg- of geheimhoudingsplicht.

 

5.  De GPC mag samenvattende conclusies opstellen over het politieke toezicht op de activiteiten van de Europese grens- en kustwacht en deze conclusies voorleggen aan het Europees Parlement en de nationale parlementen. Het Europees Parlement zendt deze conclusies ter informatie aan de Raad, de Commissie en het Agentschap.

Amendement    386

Voorstel voor een verordening

Artikel 81 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig het relevante recht van de Unie waarborgt de Europese grens- en kustwacht bij het uitoefenen van zijn taken op grond van deze verordening de bescherming van de grondrechten, met name het Handvest, het relevante internationale recht, waaronder het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951, het protocol van 1967 bij dit Verdrag, en de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement.

Overeenkomstig het relevante recht van de Unie waarborgt de Europese grens- en kustwacht bij het uitoefenen van zijn taken op grond van deze verordening de bescherming van de grondrechten, met name het Handvest en het relevante internationale recht, waaronder het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951, het protocol van 1967 bij dit Verdrag, het Verdrag inzake de rechten van het kind en de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement.

Amendement    387

Voorstel voor een verordening

Artikel 81 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Daartoe stelt het Agentschap een grondrechtenstrategie op, die het nader uitwerkt en toepast, waaronder een doeltreffend mechanisme om erop toe te zien dat bij alle activiteiten van het Agentschap de grondrechten worden geëerbiedigd.

Daartoe stelt het Agentschap, behoudens goedkeuring door de grondrechtenfunctionaris, een grondrechtenstrategie en grondrechtenactieplan op, die het nader uitwerkt en toepast, waaronder een doeltreffend mechanisme om erop toe te zien dat bij alle activiteiten van het Agentschap de grondrechten worden geëerbiedigd. De grondrechtenfunctionaris brengt overeenkomstig artikel 107, lid 2, verslag uit over de tenuitvoerlegging van de strategie en het actieplan.

Amendement    388

Voorstel voor een verordening

Artikel 81 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken dat personen niet ontscheept worden in, gedwongen worden binnen te reizen in, worden geleid naar of op een andere wijze worden overgedragen aan of teruggeleid naar de autoriteiten van een land in strijd met het beginsel van non-refoulement of waar zij het risico lopen op uitzetting of terugkeer naar een ander land in strijd met genoemd beginsel.

2.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken dat personen niet ontscheept worden in, gedwongen worden binnen te reizen in, worden geleid naar of op een andere wijze worden overgedragen aan of teruggeleid naar de autoriteiten van een land indien er onder andere een ernstig risico bestaat dat zij de doodstraf krijgen, worden gefolterd of vervolgd of andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen ondergaan, of wanneer hun leven of vrijheid wordt bedreigd wegens hun ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele gerichtheid, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of hun politieke overtuiging in strijd met het beginsel van non-refoulement of waar zij het risico lopen op uitzetting, verwijdering, uitlevering of terugkeer naar een ander land in strijd met genoemd beginsel.

Amendement    389

Voorstel voor een verordening

Artikel 81 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Europese grens- en kustwacht houdt bij het uitoefenen van zijn taken rekening met de bijzondere behoeften van kinderen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, slachtoffers van mensenhandel, personen die medische bijstand behoeven, personen die internationale bescherming behoeven, personen die op zee in nood verkeren en andere personen in een bijzonder kwetsbare situatie.

De Europese grens- en kustwacht houdt bij het uitoefenen van zijn taken rekening met en voorziet in de bijzondere behoeften van kinderen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, slachtoffers van mensenhandel, personen die medische bijstand behoeven, personen die internationale bescherming behoeven, personen die op zee in nood verkeren en andere personen in een bijzonder kwetsbare situatie.

Amendement    390

Voorstel voor een verordening

Artikel 81 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Agentschap houdt in het kader van de uitoefening van zijn taken in zijn betrekkingen met lidstaten en zijn samenwerking met derde landen rekening met de verslagen van het in artikel 70 bedoelde adviesforum en de grondrechtenfunctionaris.

4.  Het Agentschap houdt in het kader van de uitoefening van al zijn taken, ook bij de verdere uitwerking en toepassing van een doeltreffend mechanisme om toezicht te houden op de eerbiediging van de grondrechten, in zijn betrekkingen met lidstaten en zijn samenwerking met derde landen rekening met de verslagen van het in artikel 70 bedoelde adviesforum en de grondrechtenfunctionaris.

Amendement    391

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De ingezette teamleden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht zijn in staat alle taken te verrichten en alle bevoegdheden uit te oefenen die nodig zijn voor grenstoezicht en terugkeer en voor het verwezenlijken van de doelstellingen van Verordening (EU) 2016/399 en Richtlijn 2008/115/EG.

1.  De ingezette teamleden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht zijn in staat alle taken te verrichten en alle bevoegdheden uit te oefenen die nodig zijn voor grenstoezicht en terugkeer en voor het verwezenlijken van de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 656/2014, Verordening (EU) 2016/399 en Richtlijn 2008/115/EG.

Amendement    392

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden nemen de teamleden het recht van de Unie en het internationale recht in acht en leven zij de grondrechten na, alsook het nationale recht van de ontvangende lidstaat.

2.  Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden voldoen de teamleden aan het recht van de Unie en het internationale recht, waarborgen ze te allen tijde de eerbiediging van de grondrechten en nemen ze het nationale recht van de ontvangende lidstaat in acht.

Amendement    393

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Bij de vaststelling van een operationeel plan kan de ontvangende lidstaat op grond van het nationale recht of de werkprocedures voor de duur van de operaties beperkingen stellen aan de uitvoerende bevoegdheden van de teamleden. De specifieke uitvoerende bevoegdheden die door de teamleden kunnen worden uitgeoefend, worden beschreven in een operationeel plan als bedoeld in artikel 39.

Amendement    394

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer teamleden uit het statutair operationeel personeel van het Agentschap of teamleden die voor lange tijd door de lidstaten bij het Agentschap zijn gedetacheerd, worden ingezet, dragen zij, voor zover passend, het uniform van het permanent korps van de Europese grens- en kustwacht tijdens de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden. Teamleden die voor korte tijd door de lidstaten zijn gedetacheerd dragen, voor zover passend, hun eigen uniform bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden.

Wanneer teamleden uit het statutair operationeel personeel van het Agentschap of teamleden die voor lange tijd door de lidstaten bij het Agentschap zijn gedetacheerd, worden ingezet, dragen zij het uniform van het permanent korps van de Europese grens- en kustwacht tijdens de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden. Teamleden die voor korte tijd door de lidstaten zijn gedetacheerd dragen hun eigen uniform bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden.

Amendement    395

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Bij het uitvoeren van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen de teamleden gebruik maken van geweld, waaronder dienstwapens, munitie en uitrusting, indien de lidstaat van herkomst en de ontvangende lidstaat of, in het geval van personeel van het Agentschap, het Agentschap daarmee instemmen, in aanwezigheid van grenswachters van de ontvangende lidstaat en met inachtneming van het nationale recht van de ontvangende lidstaat. De ontvangende lidstaat kan, indien de lidstaat van herkomst of, voor zover van toepassing, het Agentschap daarmee instemt, teamleden de toestemming geven om in afwezigheid van de grenswachters van de ontvangende lidstaat geweld te gebruiken.

6.  Bij het uitvoeren van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen de teamleden gebruik maken van geweld, waaronder dienstwapens, munitie en uitrusting, indien de lidstaat van herkomst en de ontvangende lidstaat of, in het geval van personeel van het Agentschap, het Agentschap en de ontvangende lidstaat daarmee instemmen, in aanwezigheid van grenswachters van de ontvangende lidstaat en met inachtneming van het nationale recht van de ontvangende lidstaat. De ontvangende lidstaat kan, indien de lidstaat van herkomst of, voor zover van toepassing, het Agentschap daarmee instemt, teamleden de toestemming geven om in afwezigheid van de grenswachters van de ontvangende lidstaat geweld te gebruiken.

Amendement    396

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Dienstwapens, munitie en uitrusting mogen worden gebruikt in geval van wettige zelfverdediging en wettige verdediging van teamleden of andere personen, met inachtneming van het nationale recht van de ontvangende lidstaat.

7.  Dienstwapens, munitie en uitrusting mogen worden gebruikt in geval van wettige zelfverdediging en wettige verdediging van teamleden of andere personen, met inachtneming van het nationale recht van de ontvangende lidstaat, evenals het internationaal recht inzake de mensenrechten en het Handvest van de grondrechten.

Amendement    397

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 8 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het kader van deze verordening staat de ontvangende lidstaat teamleden toe Europese gegevensbanken te raadplegen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen, als vastgesteld in het operationele plan inzake grenscontroles, grensbewaking en terugkeer. De ontvangende lidstaat kan hen toestaan zijn nationale gegevensbanken te raadplegen als dat nodig is voor hetzelfde doel. De lidstaten zorgen ervoor dat zij op doeltreffende en doelmatige wijze toegang verstrekken tot deze gegevensbanken. De teamleden raadplegen uitsluitend de gegevens die zij nodig hebben voor het uitvoeren van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden. Alvorens de teamleden worden ingezet, deelt de ontvangende lidstaat het Agentschap mee welke nationale en Europese databanken mogen worden geraadpleegd. Het Agentschap stelt deze informatie ter beschikking van alle lidstaten die aan de inzet deelnemen.

In het kader van deze verordening staat de ontvangende lidstaat teamleden toe Europese gegevensbanken te raadplegen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen, als vastgesteld in het operationele plan inzake grenscontroles, grensbewaking en terugkeer in overeenstemming met de wetgevingsinstrumenten waarbij dergelijke gegevensbanken worden ingesteld. De ontvangende lidstaat kan hen toestaan zijn nationale gegevensbanken te raadplegen als dat nodig is voor hetzelfde doel. De lidstaten zorgen ervoor dat zij op doeltreffende en doelmatige wijze toegang verstrekken tot deze gegevensbanken. De teamleden raadplegen uitsluitend de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden. Alvorens de teamleden worden ingezet, deelt de ontvangende lidstaat het Agentschap mee welke nationale en Europese databanken mogen worden geraadpleegd. Het Agentschap stelt deze informatie ter beschikking van alle lidstaten die aan de inzet deelnemen.

Amendement    398

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 8 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De autoriteiten van de ontvangende lidstaat treden op als verwerkingsverantwoordelijken voor de persoonsgegevens die de teamleden verzamelen of verwerken tijdens de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden.

Amendement    399

Voorstel voor een verordening

Artikel 85 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer leden van de teams actief zijn in een ontvangende lidstaat, is die lidstaat, onverminderd artikel 94, overeenkomstig zijn nationale wetgeving aansprakelijk voor alle schade die tijdens de operaties door de teamleden wordt veroorzaakt.

1.  Wanneer leden van de teams actief zijn in een ontvangende lidstaat, is die lidstaat, onverminderd artikel 94 en artikel 96, leden -1 en -1 bis, overeenkomstig zijn nationale wetgeving aansprakelijk voor alle schade die tijdens de operaties door de teamleden wordt veroorzaakt.

Amendement    400

Voorstel voor een verordening

Artikel 86 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd artikel 94 worden teamleden op dezelfde wijze behandeld als functionarissen van de ontvangende lidstaat tijdens een gezamenlijke operatie, proefproject, de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer, een snelle grensinterventie, terugkeeroperatie of terugkeerinterventie, voor wat betreft alle eventuele strafbare feiten die tegen hen of door hen worden gepleegd.

Teamleden, met inbegrip van het statutaire personeel van het Agentschap, worden op dezelfde wijze behandeld als functionarissen van de ontvangende lidstaat tijdens een gezamenlijke operatie, proefproject, de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer, een snelle grensinterventie, terugkeeroperatie of terugkeerinterventie, voor wat betreft alle eventuele strafbare feiten die tegen hen of door hen worden gepleegd.

Amendement    401

Voorstel voor een verordening

Artikel 87 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap past bij de verwerking van persoonsgegevens [Verordening (EG) nr. 45/2001] toe.

1.  Het Agentschap past bij de verwerking van persoonsgegevens Verordening (EU) 2018/1725 toe.

Amendement    402

Voorstel voor een verordening

Artikel 87 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De raad van bestuur neemt de nodige administratieve maatregelen voor de toepassing van [Verordening (EG) nr. 45/2001] door het Agentschap, onder meer die welke betrekking hebben op de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap.

2.  De raad van bestuur neemt de nodige uitvoeringsmaatregelen voor de toepassing van Verordening (EU) 2018/1725 door het Agentschap, alsook uitvoeringsmaatregelen die betrekking hebben op de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap, met name om hem of haar in staat te stellen zijn of haar taken en verplichtingen te vervullen en zijn of haar bevoegdheden uit te oefenen.

Amendement    403

Voorstel voor een verordening

Artikel 87 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap mag persoonsgegevens overdragen aan een autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie overeenkomstig de bepalingen van [Verordening (EG) nr. 45/2001], voor zover die overdracht nodig is voor de uitvoering van de taken van het Agentschap op het vlak van terugkeer.Wanneer de persoonsgegevens van terugkeerders in het kader van de organisatie van terugkeeroperaties niet door een lidstaat aan de vervoerder worden overgedragen, kan ook het Agentschap deze gegevens doorsturen onder dezelfde voorwaarden. Voor de toepassing van [artikel 25, lid 1, onder c)] van [Verordening (EG) nr. 45/2001] is [artikel 19] van die verordening niet van toepassing op de verwerking van gegevens met het oog op terugkeer door het Agentschap, zolang de onderdaan van het derde land niet is teruggekeerd. Het Agentschap kan interne regels vaststellen om de rechten uit hoofde van [de artikelen 17 en 18] van [Verordening (EG) nr. 45/2001] geval per geval te beperken als de uitoefening van die rechten de terugkeerprocedure in gevaar zou kunnen brengen.

3.  Het Agentschap mag persoonsgegevens overdragen aan een autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie overeenkomstig de bepalingen van [Verordening (EG) nr. 45/2001], voor zover die overdracht nodig is voor de uitvoering van de taken van het Agentschap op het vlak van terugkeer. Wanneer de persoonsgegevens van terugkeerders in het kader van de organisatie van terugkeeroperaties niet door een lidstaat aan de vervoerder worden overgedragen, kan ook het Agentschap deze gegevens doorsturen onder dezelfde voorwaarden. In overeenstemming met artikel 25, lid 1, onder c), van Verordening (EU) 2018/1725 kan het Agentschap interne regels vaststellen om de rechten uit hoofde van de artikelen 17 en 18 van die verordening geval per geval te beperken als de uitoefening van die rechten de terugkeerprocedure in gevaar zou kunnen brengen. Dergelijke beperkingen eerbiedigen de geest van het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven en zijn noodzakelijk voor en evenredig aan het nagestreefde doel, rekening houdend met de risico's voor die rechten van de betrokken persoon.

Amendement    404

Voorstel voor een verordening

Artikel 87 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Elke informatie-uitwisseling die een derde land voorziet van informatie die zou kunnen worden gebruikt voor het identificeren van personen of groepen van personen van wie het verzoek om internationale bescherming in behandeling is of was of die een ernstig risico lopen om aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten te worden onderworpen, is verboden. Het Agentschap maakt het feit dat een persoon een aanvraag voor internationale bescherming heeft ingediend niet bekend aan een derde land.

Amendement    405

Voorstel voor een verordening

Artikel 87 – lid 3 ter (new)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Het is verboden in het kader van deze verordening uitgewisselde informatie verder door te zenden of anderszins mee te delen aan andere derde landen of aan derden.

Amendement    406

Voorstel voor een verordening

Artikel 87 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 87 bis

 

Bronnen van persoonsgegevens en eigendom van gegevens

 

1.  Het Agentschap mag persoonsgegevens verwerken die relevant zijn voor zijn taken overeenkomstig deze verordening, die afkomstig zijn van:

 

(a)  een lidstaat;

 

(b)  personeel van het Agentschap;

 

(c)  het permanent korps van de Europese grens- en kustwacht;

 

(d)  andere organen en instanties van de Unie, met name degene die zijn opgesomd in artikel 69, lid 1;

 

(e)  derde landen en internationale organisaties;

 

(f)  open bronnen.

 

2.  De partij die de persoonsgegevens verstrekt, behoudt het eigendom van die gegevens, evenals de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de gegevens. Wanneer persoonsgegevens worden verstrekt door de in lid 1), onder b), e) of f), genoemde bronnen, ligt de verantwoordelijkheid bij het Agentschap.

 

3.  De informatie uit open bronnen wordt door het Agentschap beoordeeld in overeenstemming met de volgende beginselen:

 

(a)  de betrouwbaarheid van de informatiebron wordt beoordeeld aan de hand van de volgende evaluatiecodes voor de bronnen:

 

(A):  er bestaat geen twijfel omtrent de authenticiteit, de betrouwbaarheid of de bevoegdheid van de informatiebron, of de bron is in het verleden in alle gevallen betrouwbaar gebleken;

 

(B):  de informatiebron is in het verleden in de meeste gevallen betrouwbaar gebleken;

 

(C):  de informatiebron is in het verleden in de meeste gevallen onbetrouwbaar gebleken;

 

(X):  de betrouwbaarheid van de bron kan niet worden beoordeeld;

 

(b)  de nauwkeurigheid van de informatie wordt beoordeeld aan de hand van de volgende evaluatiecodes voor de informatie:

 

(1):  informatie die zonder enige twijfel nauwkeurig is;

 

(2):  informatie die de bron uit de eerste hand heeft, maar de ambtenaar die de informatie doorgeeft, niet;

 

(3):  informatie die de bron niet uit de eerste hand heeft, maar die gestaafd wordt door andere reeds opgeslagen informatie;

 

(4):  informatie die de bron niet uit de eerste hand heeft en die niet kan worden gestaafd.

Amendement    407

Voorstel voor een verordening

Artikel 88 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap mag persoonsgegevens uitsluitend verwerken voor de volgende doelen:

1.  Het Agentschap mag persoonsgegevens uitsluitend verwerken voor zover strikt noodzakelijk en voor de volgende doelen:

Amendement    408

Voorstel voor een verordening

Artikel 88 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het uitvoeren van zijn taken die erin bestaan gezamenlijke operaties, proefprojecten en snelle grensinterventies te organiseren en te coördineren en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, overeenkomstig;

(a)  het uitvoeren van zijn taken met betrekking tot gezamenlijke operaties, proefprojecten en snelle grensinterventies en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, zoals bepaald in deze verordening;

Amendement    409

Voorstel voor een verordening

Artikel 88 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het faciliteren van de informatie-uitwisseling met lidstaten, EASO, Europol en Eurojust, overeenkomstig artikel 89;

(c)  het faciliteren van de informatie-uitwisseling met lidstaten, [het Asielagentschap van de Europese Unie], Europol en Eurojust, overeenkomstig artikel 89;

Amendement    410

Voorstel voor een verordening

Artikel 88 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een lidstaat die of een ander agentschap van de Unie dat persoonsgegevens verstrekt aan het Agentschap, legt het doel of de doelen vast waarvoor deze gegevens worden verwerkt, zoals bedoeld in lid 1. Het Agentschap kan dergelijke persoonsgegevens alleen met toestemming van degene die de gegevens heeft verstrekt, verwerken voor een ander doel dat eveneens onder lid 1 valt.

2.  Een lidstaat die of een ander agentschap van de Unie dat persoonsgegevens verstrekt aan het Agentschap, legt het doel of de doelen vast waarvoor deze gegevens worden verwerkt, zoals bedoeld in lid 1. Het Agentschap kan dergelijke persoonsgegevens alleen met toestemming van degene die de gegevens heeft verstrekt, verwerken voor een ander doel dat eveneens onder lid 1 valt en uitsluitend na te hebben vastgesteld dat het gewijzigde doel voor een dergelijke verwerking in overeenstemming is met de gegevensbeschermingsbeginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid. Het Agentschap houdt schriftelijk gegevens bij van de verenigbaarheidsbeoordelingen per geval die voor de verwerking van persoonsgegevens op grond van dit lid worden uitgevoerd.

Amendement    411

Voorstel voor een verordening

Artikel 88 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het Agentschap kan, in naar behoren gemotiveerde gevallen, via uitvoeringsmaatregelen die het overeenkomstig artikel 87, lid 2, vaststelt, gebruiksbeperkingen opleggen aan de lidstaten, organen van de Unie, derde landen en internationale organisaties voor informatie en persoonsgegevens die afkomstig zijn van open bronnen.

Amendement    412

Voorstel voor een verordening

Artikel 89 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap verwerkt enkel de volgende persoonsgegevens die door de lidstaten, het eigen personeel van het Agentschap, EASO, Europol of Eurojust in de context van gezamenlijke operaties, proefprojecten en snelle grensinterventies en door de ondersteuningsteams voor migratiebeheer zijn verzameld en aan het Agentschap zijn doorgestuurd:

1.  Het Agentschap verwerkt enkel de volgende persoonsgegevens die door de lidstaten, het eigen personeel van het Agentschap, de leden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, [het Asielagentschap van de Europese Unie], Europol of Eurojust in de context van gezamenlijke operaties, proefprojecten en snelle grensinterventies en door de ondersteuningsteams voor migratiebeheer zijn verzameld en aan het Agentschap zijn doorgestuurd:

Amendement    413

Voorstel voor een verordening

Artikel 89 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  persoonsgegevens van personen die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en door EASO, Europol of Eurojust op redelijke gronden worden verdacht van betrokkenheid bij grensoverschrijdende criminaliteit, zoals smokkel van migranten, mensenhandel of terrorisme;

(a)  persoonsgegevens van personen die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en door [het Asielagentschap van de Europese Unie], Europol of Eurojust op redelijke gronden worden verdacht van betrokkenheid bij grensoverschrijdende criminaliteit;

Amendement    414

Voorstel voor een verordening

Artikel 89 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  wanneer de uitwisseling van informatie met het EASO, Europol of Eurojust nodig is voor gebruik overeenkomstig hun respectieve opdrachten en overeenkomstig artikel 69;

(a)  wanneer de uitwisseling van informatie met [het Asielagentschap van de Europese Unie], Europol of Eurojust nodig is voor gebruik overeenkomstig hun respectieve opdrachten en overeenkomstig artikel 69;

Amendement    415

Voorstel voor een verordening

Artikel 89 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  in specifieke gevallen, wanneer het Agentschap zich ervan bewust wordt dat persoonsgegevens die bij de uitvoering van zijn taken zijn verwerkt, strikt noodzakelijk zijn voor ordehandhavingsautoriteiten met het oog op preventie, opsporing, onderzoek of vervolging van ernstige misdaden.

(e)  in specifieke gevallen, wanneer het Agentschap zich ervan bewust wordt dat de doorgifte van persoonsgegevens die bij de uitvoering van zijn taken zijn verwerkt, strikt noodzakelijk is voor ordehandhavingsautoriteiten met het oog op preventie, opsporing, onderzoek of vervolging van ernstige misdaden.

Amendement    416

Voorstel voor een verordening

Artikel 89 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De persoonsgegevens worden gewist zodra zij zijn doorgezonden naar EASO, Europol of Eurojust of naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of wanneer zij gebruikt zijn voor de voorbereiding van risicoanalyses. Ze mogen in geen geval langer dan 90 dagen na de datum waarop de gegevens zijn verzameld, worden opgeslagen. In de uitkomsten van de risicoanalyses worden de gegevens geanonimiseerd. De bepalingen van deze alinea zijn niet van toepassing op gegevens die verwerkt zijn met het oog op de uitvoering van taken die verband houden met terugkeer.

3.  De persoonsgegevens worden gewist zodra zij zijn doorgezonden naar het [Asielagentschap van de Europese Unie], Europol of Eurojust of naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of wanneer zij gebruikt zijn voor de voorbereiding van risicoanalyses. Ze mogen in geen geval langer dan 90 dagen na de datum waarop de gegevens zijn verzameld, worden opgeslagen. In de uitkomsten van de risicoanalyses worden de gegevens geanonimiseerd. De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing op gegevens die verwerkt zijn met het oog op de uitvoering van taken die verband houden met terugkeer.

Amendement    417

Voorstel voor een verordening

Artikel 89 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Elke informatie-uitwisseling die een derde land voorziet van informatie die zou kunnen worden gebruikt voor het identificeren van personen of groepen van personen van wie het verzoek om internationale bescherming in behandeling is of die een ernstig risico lopen om aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten te worden onderworpen, is verboden.

Amendement    418

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien het nationale situatiebeeld vereist dat persoonsgegevens worden verwerkt, gebeurt dat overeenkomstig de relevante bepalingen van de Unie en de relevante nationale bepalingen betreffende gegevensbescherming. Elke lidstaat wijst de autoriteit aan die moet worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke overeenkomstig artikel 4, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 en die de centrale verantwoordelijkheid heeft voor de verwerking van gegevens door die lidstaat. Elke lidstaat deelt de gegevens van die autoriteit mee aan de Commissie.

1.  Indien het nationale situatiebeeld vereist dat persoonsgegevens worden verwerkt, gebeurt dat overeenkomstig de relevante bepalingen van de Unie en de relevante nationale bepalingen betreffende gegevensbescherming. Elke lidstaat wijst de autoriteit aan die moet worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke overeenkomstig artikel 4, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 en die de centrale verantwoordelijkheid heeft voor de verwerking van persoonsgegevens door die lidstaat. Elke lidstaat deelt de gegevens van die autoriteit mee aan de Commissie.

Amendement    419

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Identificatienummers van schepen en luchtvaartuigen zijn de enige persoonsgegevens die kunnen worden verwerkt in de Europese situatiebeelden en specifieke situatiebeelden.

2.  Identificatienummers van schepen en luchtvaartuigen zijn de enige persoonsgegevens die mogen worden verwerkt in de Europese situatiebeelden en specifieke situatiebeelden.

Amendement    420

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Elke uitwisseling van persoonsgegevens met derde landen in het kader van Eurosur wordt strikt beperkt tot hetgeen voor de toepassing van deze verordening noodzakelijk is. Zij geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en de toepasselijke nationale bepalingen betreffende gegevensbescherming.

3.  Elke uitwisseling van persoonsgegevens met derde landen in het kader van Eurosur wordt strikt beperkt tot hetgeen voor de toepassing van deze verordening noodzakelijk is. Zij geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 of Richtlijn (EU) 2016/680, naargelang het geval, en de toepasselijke nationale bepalingen betreffende gegevensbescherming.

Amendement    421

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elke informatie-uitwisseling overeenkomstig artikel 73, lid 2, artikel 74, lid 3, en artikel 75, lid 3, waarbij een derde land informatie ontvangt die zou kunnen worden gebruikt voor het identificeren van personen of groepen van personen wier verzoek om internationale bescherming in behandeling is of die een ernstig risico lopen om aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten te worden onderworpen, is verboden.

4.  Elke informatie-uitwisseling waarbij een derde land informatie ontvangt die zou kunnen worden gebruikt voor het identificeren van personen of groepen van personen wier verzoek om internationale bescherming in behandeling is of die een ernstig risico lopen om aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen of andere schendingen van grondrechten te worden onderworpen, is verboden.

Amendement    422

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten registreren elke uitwisseling van informatie en persoonsgegevens, om toezicht te houden op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en de naleving van deze verordening te waarborgen. In de registers worden met name de datum waarop en de naam van het derde land waarmee informatie is uitgewisseld en het soort informatie vermeld.

Amendement    423

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het is verboden in het kader van artikel 73, lid 2, artikel 74, lid 3, en artikel 75, lid 3, uitgewisselde informatie verder door te zenden of anderszins mee te delen aan andere derde landen of aan derden.

5.  De lidstaten en het Agentschap zorgen ervoor dat de informatie die aan derde landen wordt overgedragen of bekendgemaakt op grond van artikel 73, lid 2, artikel 74, lid 3, en artikel 75, lid 3, niet verder wordt doorgezonden aan andere derde landen of andere derden. In elke overeenkomst of regeling die wordt aangegaan met een derde land die voorziet in de uitwisseling van informatie, worden bepalingen in dit verband opgenomen.

Amendement    424

Voorstel voor een verordening

Artikel 91 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De raad van bestuur stelt de beveiligingsregels vast na goedkeuring door de Commissie.

2.  De raad van bestuur stelt de beveiligingsregels vast.

Amendement    425

Voorstel voor een verordening

Artikel 91 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De rubricering belet niet dat informatie beschikbaar wordt gesteld aan het Europees Parlement. De overdracht en behandeling van de informatie en documenten die overeenkomstig deze verordening aan het Europees Parlement worden toegestuurd, worden door de Commissie goedgekeurd.

3.  De rubricering belet niet dat informatie beschikbaar wordt gesteld aan het Europees Parlement. De overdracht en behandeling van de informatie en documenten die overeenkomstig deze verordening aan het Europees Parlement worden toegestuurd, moeten voldoen aan de voorschriften betreffende het doorzenden en behandelen van gerubriceerde informatie die van toepassing zijn tussen het Europees Parlement en de Commissie.

Amendement    426

Voorstel voor een verordening

Artikel 94 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur kan een maandelijkse aanvullende toelage toekennen aan statutaire personeelsleden van het Agentschap. Deze aanvullende toelage wordt berekend als een percentage van het salaris van elk betrokken personeelslid. Dit percentage mag niet hoger zijn dan het verschil tussen 100 % en de aanpassingscoëfficiënt op de standplaats, en wordt regelmatig herzien. Alvorens deze toelage wordt toegekend, wordt rekening gehouden met het totale salaris van individuele personeelsleden, met inbegrip van vergoedingen voor dienstreizen.

De raad van bestuur kan een maandelijkse aanvullende toelage toekennen aan statutaire personeelsleden van het Agentschap wanneer deze moeilijkheden ondervinden bij de uitvoering van hun missie en van de in deze verordening vastgestelde taken. Deze aanvullende toelage wordt berekend als een percentage van het salaris van elk betrokken personeelslid. Dit percentage mag niet hoger zijn dan het verschil tussen 100 % en de aanpassingscoëfficiënt op de standplaats, en wordt regelmatig herzien.

Amendement    427

Voorstel voor een verordening

Artikel 96 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Het Agentschap is aansprakelijk voor alle activiteiten die het overeenkomstig deze verordening verricht.

Amendement    428

Voorstel voor een verordening

Artikel 96 – lid -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 bis.  Wanneer statutair personeel van het Agentschap de in bijlage II genoemde taken uitvoert, is het Agentschap aansprakelijk voor eventuele door hen veroorzaakte schade.

Amendement    429

Voorstel voor een verordening

Artikel 96 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 96 bis

 

Beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie

 

1.  Er kan, krachtens artikel 263 VWEU, bij het Hof van Justitie van de Europese Unie beroep worden ingesteld om de wettigheid van de handelingen van het Agentschap aan te vechten.

 

2.  Overeenkomstig artikel 263 VWEU kunnen de lidstaten en de instellingen van de Europese Unie, alsmede iedere natuurlijke of rechtspersoon, rechtstreeks beroep instellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie tegen handelingen van het Agentschap.

 

3.  Ingeval het Agentschap verplicht is een handeling te stellen en dat nalaat, kan overeenkomstig artikel 265 VWEU bij het Hof van Justitie van de Europese Unie beroep wegens nalaten worden ingesteld.

 

4.  Het agentschap treft de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Amendement    430

Voorstel voor een verordening

Artikel 97 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  een adviesforum;

Schrappen

Amendement    431

Voorstel voor een verordening

Artikel 97 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  een grondrechtenfunctionaris.

Schrappen

Amendement    432

Voorstel voor een verordening

Artikel 97 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De volgende actoren functioneren onafhankelijk buiten de administratieve en managementstructuur van het Agentschap:

 

(a)  een adviesforum;

 

(b)  een grondrechtenfunctionaris.

Amendement    433

Voorstel voor een verordening

Artikel 98 – lid 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  benoemt de uitvoerend directeur op basis van een voorstel van de Commissie, overeenkomstig artikel 105;

Schrappen

Amendement    434

Voorstel voor een verordening

Artikel 98 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  benoemt de plaatsvervangende uitvoerend directeurs op basis van een voorstel van de Commissie, overeenkomstig artikel 105;

(b)  benoemt de plaatsvervangende uitvoerend directeurs op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur, overeenkomstig artikel 105;

Amendement    435

Voorstel voor een verordening

Artikel 98 – lid 2 – alinea 1 – letter bb

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(bb)  stelt, na voorafgaande goedkeuring van de Commissie, de beveiligingsregels van het Agentschap vast voor wat de bescherming van gerubriceerde informatie en gevoelige niet-gerubriceerde EU-informatie betreft, zoals vermeld in artikel 91;

(bb)  stelt de beveiligingsregels van het Agentschap vast voor wat de bescherming van gerubriceerde informatie en gevoelige niet-gerubriceerde EU-informatie betreft, zoals vermeld in artikel 91;

Amendement    436

Voorstel voor een verordening

Artikel 98 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De raad van bestuur kan de uitvoerend directeur adviseren over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling van het operationele beheer van de buitengrenzen en terugkeer, waaronder onderzoeksactiviteiten.

4.  De raad van bestuur kan de uitvoerend directeur adviseren over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling van het operationele beheer van de buitengrenzen, terugkeer en opleiding, waaronder onderzoeksactiviteiten.

Amendement    437

Voorstel voor een verordening

Artikel 99 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd lid 3 bestaat de raad van bestuur uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat en twee vertegenwoordigers van de Commissie, die allen stemgerechtigd zijn. Daartoe benoemt iedere lidstaat een lid van de raad van bestuur alsmede een plaatsvervanger die het lid tijdens zijn afwezigheid vertegenwoordigt. De Commissie benoemt twee leden en hun plaatsvervangers. De duur van de ambtstermijn bedraagt vier jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.

1.  Onverminderd lid 3 bestaat de raad van bestuur uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie en een vertegenwoordiger van het Europees Parlement, die allen stemgerechtigd zijn. Daartoe benoemt iedere lidstaat een lid van de raad van bestuur alsmede een plaatsvervanger die het lid tijdens zijn afwezigheid vertegenwoordigt. De Commissie benoemt twee leden en hun plaatsvervangers. Het Europees Parlement benoemt een lid van het Europees Parlement uit de bevoegde commissie en een ander lid van het Europees Parlement als zijn of haar plaatsvervanger. De duur van de ambtstermijn bedraagt vier jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.

Amendement    438

Voorstel voor een verordening

Artikel 100 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk op 30 november van elk jaar stelt de raad van bestuur een definitief programmeringsdocument vast dat onder meer de meerjarenprogrammering van het Agentschap en het jaarlijkse werkprogramma voor het komende jaar bevat, op basis van een ontwerptekst van de uitvoerend directeur; dit document wordt bekrachtigd door de raad van bestuur. Het definitieve programmeringsdocument wordt vastgesteld na positief advies van de Commissie en, wat betreft de meerjarige programmering, na raadpleging van het Europees Parlement. Als het Agentschap besluit geen rekening te houden met elementen van het advies van de Commissie, motiveert het dit grondig. De raad van bestuur doet het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het document toekomen.

1.  Uiterlijk op 30 november van elk jaar en met inachtneming van de aanbevelingen van de interinstitutionele werkgroep over de middelen van de gedecentraliseerde agentschappen stelt de raad van bestuur een definitief programmeringsdocument vast dat onder meer de meerjarenprogrammering van het Agentschap en het jaarlijkse werkprogramma voor het komende jaar bevat, op basis van een ontwerptekst van de uitvoerend directeur; dit document wordt bekrachtigd door de raad van bestuur. Het definitieve programmeringsdocument wordt vastgesteld na positief advies van de Commissie en, wat betreft de meerjarige programmering, na raadpleging van het Europees Parlement. Als het Agentschap besluit geen rekening te houden met elementen van het advies van de Commissie of het Europees Parlement, motiveert het dit grondig. De raad van bestuur doet het Europees Parlement, de Raad en de Commissie onverwijld het document toekomen.

Amendement    439

Voorstel voor een verordening

Artikel 100 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De meerjarenprogrammering omvat een beschrijving van de algemene strategische programmering op de middellange en lange termijn, met inbegrip van doelstellingen, beoogde resultaten, prestatie-indicatoren en planning van middelen, inclusief de meerjarenbegroting, de personele middelen en de ontwikkeling van de eigen capaciteiten van het Agentschap. In de meerjarenprogrammering worden de strategische interventiegebieden vastgesteld en wordt uitgelegd welke stappen moeten worden genomen om de doelstellingen te bereiken. De meerjarenprogrammering omvat een strategie voor de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties, evenals de acties in verband met deze strategie.

3.  De meerjarenprogrammering omvat een beschrijving van de algemene strategische programmering op de middellange en lange termijn, met inbegrip van doelstellingen, beoogde resultaten, prestatie-indicatoren en planning van middelen, inclusief de meerjarenbegroting, de personele middelen en de ontwikkeling van de eigen capaciteiten van het Agentschap. In de meerjarenprogrammering worden de strategische interventiegebieden vastgesteld en wordt uitgelegd welke stappen moeten worden genomen om de doelstellingen te bereiken. De meerjarenprogrammering omvat een strategie voor het toezicht op en de eerbiediging van de grondrechten en voor de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties, evenals de acties in verband met deze strategieën.

Amendement    440

Voorstel voor een verordening

Artikel 102 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Vertegenwoordigers van het Asielagentschap van de Europese Unie en Europol worden uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur. De raad van bestuur kan ook een vertegenwoordiger van relevante instellingen, organen en instanties van de Unie uitnodigen.

6.  Vertegenwoordigers van het Asielagentschap van de Europese Unie, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en Europol worden uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur. De raad van bestuur kan ook een vertegenwoordiger van andere relevante instellingen, organen en instanties van de Unie uitnodigen.

Amendement    441

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken om verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn taken uitvoert. Dit omvat verslaglegging over de uitvoering van en het toezicht op de grondrechtenstrategie, het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap over het voorgaande jaar, het werkprogramma voor het komende jaar en het meerjarenplan van het Agentschap of over andere onderwerpen die verband houden met de activiteiten van het Agentschap. De uitvoerend directeur legt desgevraagd een verklaring af voor het Europees Parlement en brengt het Europees Parlement op gezette tijden verslag uit.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken om verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn taken uitvoert. Dit omvat verslaglegging over de activiteiten van het Agentschap, over de uitvoering van en het toezicht op de grondrechtenstrategie, het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap over het voorgaande jaar, het werkprogramma voor het komende jaar en het meerjarenplan van het Agentschap of over andere onderwerpen die verband houden met de activiteiten van het Agentschap. De uitvoerend directeur legt desgevraagd een verklaring af voor het Europees Parlement en beantwoordt alle vragen van leden van het Europees Parlement schriftelijk binnen een termijn van 15 kalenderdagen. De uitvoerend directeur brengt op gezette tijden verslag uit aan de passende instanties en commissies van het Europees Parlement. Behalve wanneer in deze verordening al specifieke termijnen zijn bepaald, zorgt de uitvoerend directeur ervoor dat de verslagen binnen zes maanden na het einde van de verslagperiode worden toegezonden aan het Europees Parlement, tenzij een vertraging naar behoren schriftelijk is gemotiveerd aan de passende organen en commissies van het Europees Parlement.

Amendement    442

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie stelt op basis van een lijst minstens drie kandidaten voor de post van uitvoerend directeur en voor de post van iedere plaatsvervangende uitvoerend directeur voor, na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via het internet.

1.  Het Europees Parlement en de Raad benoemen bij gezamenlijk besluit de uitvoerend directeur op basis van een lijst die is opgesteld door de Commissie, na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via internet.

Amendement    443

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De uitvoerend directeur wordt, op basis van het in lid 1 bedoelde voorstel van de Commissie, benoemd door de raad van bestuur op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde sterke bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, met inbegrip van zijn ruime relevante ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer. Vóór de benoeming worden de door de Commissie voorgestelde kandidaten verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en de vragen van de commissieleden te beantwoorden.

De uitvoerend directeur wordt, op basis van het in lid 1 bedoelde voorstel van de Commissie, gekozen op grond van zijn verdiensten, onafhankelijkheid en zijn met bewijsstukken gestaafde sterke bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, met inbegrip van zijn ruime relevante ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer, en na te hebben aangetoond dat hij of zij over grondige kennis van de rol en activiteiten van het Agentschap beschikt. Vóór de benoeming worden de door de Commissie voorgestelde kandidaten verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en de vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Amendement    444

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na deze verklaring neemt het Europees Parlement een advies aan waarin het zijn mening en voorkeur voor een kandidaat geeft.

Schrappen

Amendement    445

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur benoemt de uitvoerend directeur, waarbij rekening wordt gehouden met deze mening. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden.

Schrappen

Amendement    446

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 2 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als de raad van bestuur besluit een andere kandidaat te benoemen dan de kandidaat voor wie het Europees Parlement zijn voorkeur had uitgesproken, laat de raad van bestuur het Europees Parlement en de Raad schriftelijk weten hoe met het advies van het Europees Parlement rekening werd gehouden.

Schrappen

Amendement    447

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 2 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur is bevoegd om de uitvoerend directeur te ontslaan, op basis van een voorstel van de Commissie.

Het Europees Parlement en de Raad zijn bevoegd om de uitvoerend directeur en de plaatsvervangende uitvoerend directeurs te ontslaan, op basis van een voorstel van de Commissie. Het Europees Parlement of de Raad kan de Commissie verzoeken een dergelijk voorstel in te dienen.

Amendement    448

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 2 – alinea 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De scheidende uitvoerend directeur of de plaatsvervangende uitvoerend directeurs blijven in functie totdat het Europees Parlement en de Raad zijn of haar opvolger aanwijzen. In het geval van ontslag of indien hij of zij niet meer aan de voorwaarden voor de uitoefening van zijn of haar taken voldoet, wordt de beëindiging van zijn of haar functie onmiddellijk van kracht. De raad van bestuur benoemt een tijdelijke uitvoerend directeur of plaatsvervangende uitvoerend directeur tot een nieuwe uitvoerend directeur of plaatsvervangende uitvoerend directeur is benoemd overeenkomstig lid 1 of lid 4.

Amendement    449

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De plaatsvervangende uitvoerend directeurs worden, op basis van het in lid 1 bedoelde voorstel van de Commissie, na raadpleging van de uitvoerend directeur, door de raad van bestuur benoemd op grond van hun verdiensten en passende bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, en rekening houdend met hun relevante beroepservaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden.

De plaatsvervangende uitvoerend directeurs worden, op voorstel van de uitvoerend directeur, door de raad van bestuur benoemd. De plaatsvervangende uitvoerend directeurs worden benoemd op grond van hun verdiensten en passende bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, en rekening houdend met hun relevante beroepservaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer, en na te hebben aangetoond dat zij over grondige kennis van de rol en de activiteiten van het Agentschap beschikken. De uitvoerend directeur stelt minstens drie kandidaten voor elke de post van plaatsvervangend uitvoerend directeur voor. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden. De scheidende plaatsvervangende uitvoerend directeurs blijven in functie totdat de raad van bestuur voor hen een opvolger aanwijst overeenkomstig dit lid.

Amendement    450

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur heeft de bevoegdheid om de plaatsvervangende uitvoerend directeurs te ontslaan, overeenkomstig de in de eerste alinea omschreven procedure.

Het Europees Parlement en de Raad hebben de bevoegdheid om de plaatsvervangende uitvoerend directeurs te ontslaan, overeenkomstig de in lid 2 omschreven procedure.

Amendement    451

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn voert de Commissie een evaluatie uit waarbij rekening wordt gehouden met de door de uitvoerend directeur bereikte resultaten en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap.

5.  De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn voert de Commissie een evaluatie uit waarbij rekening wordt gehouden met de door de uitvoerend directeur bereikte resultaten en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap. Het Europees Parlement en de Raad kunnen de ambtstermijn van de uitvoerend directeur bij gezamenlijk besluit eenmaal verlengen met een periode van ten hoogste vijf jaar.

Amendement    452

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Op grond van een voorstel van de Commissie dat rekening houdt met de in lid 5 bedoelde evaluatie, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen, met ten hoogste vijf jaar.

Schrappen

Amendement    453

Voorstel voor een verordening

Artikel 105 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De ambtstermijn van de plaatsvervangende uitvoerend directeurs bedraagt vijf jaar. De raad van bestuur kan deze ambtstermijn eenmaal verlengen met een periode van ten hoogste vijf jaar.

7.  De ambtstermijn van de plaatsvervangende uitvoerend directeurs bedraagt vijf jaar. De raad van bestuur kan deze ambtstermijn op voorstel van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met een periode van ten hoogste vijf jaar.

Amendement    454

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap richt een adviesforum op dat de uitvoerend directeur en de raad van bestuur bijstaat met onafhankelijk advies op het gebied van grondrechten.

1.  Het Agentschap richt een adviesforum op dat het Agentschap bijstaat met onafhankelijk advies op het gebied van grondrechten.

Amendement    455

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap nodigt het EASO, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen en andere relevante organisaties uit om deel te nemen aan het adviesforum. Op voorstel van de uitvoerend directeur besluit de raad van bestuur over de samenstelling en over de nadere voorwaarden betreffende het toezenden van informatie aan het adviesforum. Het adviesforum stelt, na raadpleging van de raad van bestuur en de uitvoerend directeur, zijn werkmethoden vast en stelt zijn werkprogramma op.

2.  Het Agentschap nodigt [het Asielagentschap van de Europese Unie], het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen en andere relevante organisaties uit om deel te nemen aan het adviesforum. Op voorstel van de grondrechtenfunctionaris besluit de raad van bestuur over de samenstelling en over de nadere voorwaarden betreffende het toezenden van informatie aan het adviesforum. Het adviesforum stelt, na raadpleging van de raad van bestuur en de uitvoerend directeur, zijn werkmethoden vast en stelt zijn werkprogramma op.

Amendement    456

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het adviesforum wordt geraadpleegd over de verdere ontwikkelingen en uitvoering van de grondrechtenstrategie, de opzet van het klachtenmechanisme, de gedragscodes en de gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleidingen.

3.  Het adviesforum wordt geraadpleegd over de verdere ontwikkelingen en uitvoering van de grondrechtenstrategie, het klachtenmechanisme, de gedragscodes, werkafspraken of andere projecten in samenwerking met derde landen, over operationele plannen en de gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleidingen, alsook voor het vaststellen van de criteria waarvan sprake is in de artikelen 12 en 24. Het Agentschap meldt het adviesforum of en hoe het de verslagen en aanbevelingen van het adviesforum heeft toegepast.

Amendement    457

Voorstel voor een verordening

Artikel 106 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Onverminderd de bevoegdheden van de grondrechtenfunctionaris heeft het adviesforum effectieve toegang tot alle informatie met betrekking tot de eerbiediging van de grondrechten, hetgeen onder meer inhoudt dat het een bezoek ter plaatse kan brengen aan gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies, op voorwaarde dat de ontvangende lidstaat daarmee instemt, en aan hotspotgebieden of gecontroleerde centra, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies.

5.  Onverminderd de bevoegdheden van de grondrechtenfunctionaris heeft het adviesforum op tijdige en doeltreffende wijze effectieve toegang tot alle informatie met betrekking tot de eerbiediging van de grondrechten, hetgeen onder meer inhoudt dat het een bezoek ter plaatse kan brengen aan gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies, op voorwaarde dat de ontvangende lidstaat daarmee instemt, aan hotspotgebieden en aan terugkeeroperaties en terugkeerinterventies, ook in derde landen. Indien de ontvangende lidstaat bij wijze van uitzondering niet instemt met een bezoek ter plaatse door het adviesforum aan een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie die op zijn grondgebied wordt uitgevoerd, stuurt de ontvangende lidstaat een brief met naar behoren gemotiveerde redenen naar de uitvoerend directeur en de raad van bestuur.

 

Het adviesforum wordt ondersteund door een secretariaat dat over voldoende financiële en personele middelen beschikt om het forum bij zijn taken bij te staan.

Amendement    458

Voorstel voor een verordening

Artikel 107 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De raad van bestuur benoemt een grondrechtenfunctionaris. Hij of zij heeft de taak bij te dragen tot de grondrechtenstrategie, toe te zien op de naleving van de grondrechten binnen het Agentschap en de eerbiediging ervan te bevorderen. De grondrechtenfunctionaris beschikt over de nodige kwalificaties en ervaring op het gebied van grondrechten.

1.  De raad van bestuur benoemt een grondrechtenfunctionaris op basis van een lijst van drie door het adviesforum aanbevolen kandidaten. Hij of zij heeft de taak bij te dragen tot de grondrechtenstrategie, toe te zien op de naleving van de grondrechten binnen het Agentschap en de eerbiediging ervan te bevorderen. De grondrechtenfunctionaris beschikt over de nodige kwalificaties, deskundige kennis en professionele ervaring op het gebied van grondrechten.

Amendement    459

Voorstel voor een verordening

Artikel 107 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement