Procedure : 2018/0197(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0094/2019

Ingediende teksten :

A8-0094/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 3
CRE 26/03/2019 - 3

Stemmingen :

PV 27/03/2019 - 18.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0303

VERSLAG     ***I
PDF 688kWORD 313k
27.2.2019
PE 627.935v02-00 A8-0094/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

(COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD))

Commissie regionale ontwikkeling

Rapporteur: Andrea Cozzolino

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

(COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0372),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 177, 178 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0227/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 5 december 2018(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie cultuur en onderwijs en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0094/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Verordening (EU) Nr. 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe GB-verordening]16 stelt gemeenschappelijke regels vast die van toepassing zijn op verschillende fondsen, met inbegrip van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMV"), het Fonds voor asiel en migratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") , die functioneren binnen een gemeenschappelijk kader ("de Fondsen").

(3)  Verordening (EU) nr. 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe GB-verordening]16 stelt gemeenschappelijke regels vast die van toepassing zijn op verschillende fondsen, met inbegrip van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling ("Elfpo"), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMZV"), het Fonds voor asiel en migratie ("AMIF"), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI"), die functioneren binnen een gemeenschappelijk kader ("de Fondsen").

__________________

__________________

16 [Volledige referentie - nieuwe GB-verordening].].

16 [Volledige referentie - nieuwe GB-verordening].].

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De lidstaten en de Commissie zien toe op de coördinatie, complementariteit en samenhang tussen het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) zodat zij elkaar kunnen aanvullen wanneer dit nuttig is om succesvolle projecten op te zetten.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de ESI-fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de Europese pijler van sociale rechten. De lidstaten en de Commissie moeten streven naar het opheffen van sociale en inkomensongelijkheid, het bevorderen van armoedebestrijding, het in stand houden en in de hand werken van het scheppen van kwaliteitsbanen en de bijbehorende rechten, het garanderen dat het EFRO en het Cohesiefonds gelijke kansen voor iedereen bevorderen, en het bestrijden van discriminatie op grond van gender, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen moeten ook de overgang van institutionele zorg naar zorg in gezins- en gemeenschapsverband bevorderen, in het bijzonder voor degenen die te maken hebben met meervoudige discriminatie. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. Investeringen in het kader van het EFRO, in synergie met acties van het ESF+, moeten bijdragen tot de bevordering van maatschappelijke integratie en armoedebestrijding en tot een betere levenskwaliteit voor de burger, in overeenstemming met de verplichtingen uit hoofde van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (UNCRC).

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In een wereld waarin alles steeds nauwer verweven is en in het licht van de demografische en migratiedynamieken, is het duidelijk dat het migratiebeleid van de Unie een gemeenschappelijke aanpak vergt, die is gebaseerd op de synergie en complementariteit van de verschillende financieringsinstrumenten. Om te zorgen voor een coherente, krachtige en consistente steun voor solidariteit en de verdeling van de inspanningen tussen de lidstaten bij het beheer van migratie, moet het EFRO steun verlenen om de duurzame integratie van migranten te vergemakkelijken.

(8)  In een wereld waarin alles steeds nauwer verweven is en in het licht van de interne en externe demografische en migratiedynamieken, is het duidelijk dat het migratiebeleid van de Unie een gemeenschappelijke aanpak vergt, die is gebaseerd op de synergie en complementariteit van de verschillende financieringsinstrumenten. Het EFRO moet bij het ontwerpen en toepassen van programma's specifieker aandacht besteden aan demografische veranderingen en deze veranderingen als een cruciale uitdaging en een prioritaire kwestie beschouwen. Met het oog op coherente, krachtige en consistente steun voor solidariteit, verantwoordelijkheid en het verdelen van de inspanningen tussen de lidstaten bij het beheer van migratie, kan het cohesiebeleid bijdragen tot de integratie van vluchtelingen en migranten die internationale bescherming genieten, met name door middel van een aanpak die erop gericht is hun waardigheid en rechten te beschermen. Ook gezien het feit dat integratie en lokale economische groei elkaar onderling versterken, moet het cohesiebeleid infrastructurele steun bieden aan steden en lokale overheden die betrokken zijn bij de uitvoering van het integratiebeleid;

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om de inspanningen van de lidstaten en de regio’s bij het aangaan van nieuwe uitdagingen te ondersteunen en een hoog niveau van veiligheid voor de burgers en de voorkoming van radicalisering te garanderen, en tegelijkertijd van de synergieën en complementariteit met andere beleidsgebieden van de Unie te profiteren, moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen tot de veiligheid in gebieden waar behoefte is aan veilige en beveiligde openbare ruimten en kritieke infrastructuur, zoals vervoer en energie.

(9)  Om de inspanningen van de lidstaten en de regio's bij het verkleinen van de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus en het harmoniseren van de verschillende situaties in de EU-regio's, het aangaan van de confrontatie met maatschappelijke ongelijkheden en nieuwe uitdagingen, het garanderen van inclusieve samenlevingen en een hoog niveau van veiligheid, alsook het voorkomen van marginalisering en radicalisering, te ondersteunen, en tegelijkertijd voordeel te halen uit de synergieën en complementariteit met andere beleidsgebieden van de Unie, moeten investeringen in het kader van het EFRO een bijdrage leveren op gebieden waar nood is aan veilige, moderne en toegankelijke openbare ruimten en kritieke infrastructuur, zoals communicatie, openbaar vervoer, energie en universele openbare diensten van hoge kwaliteit, die essentieel zijn om regionale en sociale ongelijkheden aan te pakken, sociale cohesie en regionale ontwikkeling te bevorderen, en ondernemingen en mensen ertoe aan te zetten in hun lokale omgeving te blijven.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Bovendien moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen aan de ontwikkeling van een uitgebreid snel digitaal infrastructuurnetwerk, en aan het bevorderen van schone en duurzame multimodale stedelijke mobiliteit.

(10)  Bovendien moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen aan de ontwikkeling van een uitgebreid en snel digitaal infrastructuurnetwerk in de hele Unie, met inbegrip van plattelandsgebieden waar het een essentiële bijdrage levert voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), en aan het bevorderen van niet-vervuilende en duurzame multimodale mobiliteit, met de nadruk op lopen, fietsen, openbaar vervoer en gedeelde mobiliteit.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Veel van de grootste uitdagingen in Europa hebben in toenemende mate een negatieve invloed op gemarginaliseerde Romagemeenschappen, die vaak in de meest achtergestelde microregio's leven waar een gebrek heerst aan veilig en toegankelijk drinkwater, riolering en elektriciteit, en die vaak geen gebruik kunnen maken van vervoersmogelijkheden, digitale connectiviteit, hernieuwbare-energiesystemen of weerbaarheid ten aanzien van rampen. Bijgevolg moet het EFRO-CF een bijdrage leveren aan het verbeteren van de levensomstandigheden van Roma en het vervullen van hun werkelijke potentieel als EU-burgers, en moeten de lidstaten garanderen dat de voordelen van al de vijf beleidsdoelstellingen van het EFRO-CF ook Roma bereiken.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Ter verbetering van de algehele bestuurlijke capaciteit van instellingen en bestuur in de lidstaten die de programma’s in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" ten uitvoer brengen, moeten ondersteunende maatregelen worden toegestaan in het kader alle specifieke doelstellingen.

(12)  Om bij te dragen tot een degelijk bestuur, grensoverschrijdende samenwerking en de oplegging en verspreiding van goede praktijken en innovaties op het gebied van slimme specialisatie en circulaire economie, en ter verbetering van de algehele bestuurlijke capaciteit van de instellingen en het bestuur in de lidstaten - ook op regionaal en plaatselijk niveau, conform de beginselen van meerlagig bestuur - die de programma’s in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" ten uitvoer brengen, moeten structurele maatregelen voor bestuurlijke versterking worden aangemoedigd ter ondersteuning van alle specifieke doelstellingen. Die maatregelen moeten op meetbare doelstellingen zijn gebaseerd en aan burgers en bedrijven worden voorgesteld als een manier om de administratieve lasten voor begunstigden en beheersautoriteiten te vereenvoudigen en te verminderen. Zo kan met deze maatregelen een juist evenwicht worden bereikt tussen de resultaatgerichtheid van het beleid en het niveau van toetsing en controle.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Om samenwerkingsmaatregelen aan te moedigen en te stimuleren in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", is er behoefte aan het bevorderen van samenwerkingsmaatregelen met partners binnen een bepaalde lidstaat en tussen verschillende lidstaten in verband met steun uit hoofde van alle specifieke doelstellingen. Deze versterkte samenwerking vormt een aanvulling op de samenwerking in het kader van ETS/Interreg en moet in het bijzonder de samenwerking tussen gestructureerde partnerschappen ondersteunen, met het oog op de uitvoering van regionale strategieën, zoals bedoeld in de mededeling van de Commissie "Versterking van de innovatie in de Europese regio’s: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei"17. Daarom mogen partners uit alle regio’s in de Unie komen, maar het kan ook gaan om grensoverschrijdende regio’s en regio’s waarop al een macroregionale of zeebekkenstrategie, of een combinatie van beide van toepassing is.

(13)  Om samenwerkingsmaatregelen aan te moedigen en te stimuleren in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", is er behoefte aan het bevorderen van samenwerkingsmaatregelen met partners, waaronder die op lokaal en regionaal niveau, binnen een bepaalde lidstaat en tussen verschillende lidstaten in verband met steun uit hoofde van alle specifieke doelstellingen. Deze versterkte samenwerking vormt een aanvulling op de samenwerking in het kader van ETS/Interreg en moet in het bijzonder de samenwerking tussen gestructureerde partnerschappen ondersteunen, met het oog op de uitvoering van regionale strategieën, zoals bedoeld in de mededeling van de Commissie "Versterking van de innovatie in de Europese regio’s: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei"17. Daarom mogen partners uit alle regio's in de Unie komen, maar het kan ook gaan om grensoverschrijdende regio's en regio's die al onder een Europese Groepering voor territoriale samenwerking vallen of waarop al een macroregionale of zeebekkenstrategie, of een combinatie van beide van toepassing is.

_________________

_________________

17 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 8 juli 2017 (COM(2017) 376 final.

17 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 8 juli 2017 (COM(2017) 376 final.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Het toekomstige cohesiebeleid kan passende aandacht schenken - door steun te bieden - aan de regio's in de Unie die het meest door de uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zijn getroffen, met name de regio's die hierdoor buitengrensregio's van de Unie worden, ongeacht of het gaat om maritieme grenzen of grenzen op het vasteland.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zullen de Fondsen bijdragen aan de integratie van klimaatactie en aan de verwezenlijking van een algemene doelstelling van 25 % van de EU-begroting in het kader van de klimaatdoelstellingen. Naar verwachting zal 30 % van de totale financiële middelen uit het EFRO worden besteed aan maatregelen in het kader van het EFRO voor klimaatdoelstellingen. Naar verwachting zal 37 % van de totale financiële middelen uit het Cohesiefonds worden besteed aan maatregelen in het kader van het Cohesiefonds voor klimaatdoelstellingen.

(14)  De doelstellingen van het EFRO en het Cohesiefonds moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling, met name in het licht van de belangrijke aanpak van de klimaatverandering in overeenstemming met de verbintenissen van de Unie uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs, de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, evenals in het kader van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast en waarbij eveneens bijzondere aandacht wordt besteed aan armoede, ongelijkheid en een eerlijke transitie naar een maatschappelijk en ecologisch duurzame economie middels een participatieve benadering en middels samenwerking met de relevante overheidsinstanties, economische en sociale partners en maatschappelijke organisaties. Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering en tegen de achteruitgang van de biodiversiteit, om bij te dragen aan de financiering van de op communautair, nationaal en lokaal niveau te ondernemen acties die nodig zijn om te voldoen aan de toezeggingen van de Unie inzake de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, en om te zorgen voor geïntegreerde maatregelen ter voorkoming van rampen, waarin bestendigheid, risicopreventie, paraatheid en responsacties samenkomen, zullen de Fondsen bijdragen aan de integratie van klimaatacties en de bescherming van de biodiversiteit door 30 % van de EU-begrotingsuitgaven te besteden aan de ondersteuning van klimaatdoelstellingen. De Fondsen moeten in grote mate bijdragen tot de totstandkoming van een koolstofvrije en circulaire economie op het gehele grondgebied van de Unie, met volledige inachtneming van de regionale dimensie. Ten minste 35 % van de totale financiële middelen uit het EFRO moet worden besteed aan maatregelen in het kader van het EFRO voor klimaatdoelstellingen. Naar verwachting zal 40 % van de totale financiële middelen uit het Cohesiefonds worden besteed aan maatregelen in het kader van het Cohesiefonds voor klimaatdoelstellingen. Deze percentages moeten gedurende de hele programmeringsperiode worden nageleefd. Daarom zullen acties ter zake worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van deze fondsen, en worden heroverwogen in het kader van de betrokken evaluatie- en beoordelingsprocedures. Deze acties en de financiële middelen die worden uitgetrokken voor de uitvoering ervan, moeten worden opgenomen in de nationale geïntegreerde energie- en klimaatplannen in overeenstemming met bijlage IV van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening], alsook in de langetermijnrenovatiestrategie die is vastgesteld in het kader van de herziene Richtlijn (EU) 2018/844 ter verwezenlijking van een koolstofvrij gebouwenbestand tegen 2050, en moeten bij de programma's worden gevoegd. Specifieke aandacht moet worden besteed aan koolstofintensieve gebieden die met problemen kampen als gevolg van verbintenissen inzake decarbonisatie. Deze gebieden moeten ondersteuning krijgen bij het opzetten van strategieën die in overeenstemming zijn met de klimaatverbintenissen van de Unie en met de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen die zijn vastgelegd in het kader van de ETS-richtlijn (Richtlijn (EU) 2018/410), en bij het beschermen van hun werkende bevolking, onder meer via mogelijkheden tot opleiding en omscholing.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Om het EFRO in staat te stellen steun te verlenen in het kader van ETS/Interreg in termen van investeringen in infrastructuur en de daarmee gepaard gaande investeringen, opleidingen en integratieactiviteiten, is het noodzakelijk te bepalen dat het EFRO ook steun kan verlenen voor activiteiten in het kader van de specifieke doelstellingen van het ESF +, dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe ESF +]18.

(15)  Om het EFRO in staat te stellen steun te verlenen in het kader van ETS/Interreg in termen van investeringen in infrastructuur en de daarmee gepaard gaande investeringen, opleidingen en integratieactiviteiten, ter verbetering en ontwikkeling van bestuurlijke vaardigheden en competenties, is het noodzakelijk te bepalen dat het EFRO ook steun kan verlenen voor activiteiten in het kader van de specifieke doelstellingen van het ESF +, dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe ESF +]18.

__________________

__________________

18 [Volledige referentie - nieuw ESF+].

18 [Volledige referentie - nieuw ESF+].

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Om het gebruik van de beperkte middelen te concentreren op de meest efficiënte manier, moet de steun van het EFRO voor productieve investeringen in het kader van de relevante specifieke doelstelling worden beperkt tot uitsluitend micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie19, tenzij de investeringen samenwerking met kleine en middelgrote bedrijven aan onderzoeks- en innovatieactiviteiten betreffen.

(16)  Kmo's en micro-ondernemingen zijn belangrijke aanjagers van economische groei, innovatie en werkgelegenheid en spelen een belangrijke rol bij het economische herstel en bij de transitie naar een duurzame EU-economie. Kmo's die actief zijn in opkomende domeinen verbonden aan de Europese en regionale uitdagingen, zoals creatieve en culturele bedrijven, innovatieve diensten die inspelen op nieuwe maatschappelijke behoeften, zoals de integratie en sociale inclusie van benadeelde bevolkingsgroepen, de vergrijzing, gezondheid en gezondheidszorg, eco-innovatie en doelmatig grondstoffengebruik, moeten worden bevorderd. Om het gebruik van de beperkte middelen op de meest efficiënte manier te concentreren, maar zonder hiermee de verwezenlijking van de programmadoelstellingen in het gedrang te brengen, moet de steun van het EFRO voor productieve investeringen in het kader van de relevante specifieke doelstelling bij voorkeur worden beperkt tot micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie19 (zonder dat overheidsbedrijven hier evenwel door worden benadeeld), tenzij de investeringen samenwerking met kmo's betreffen. Ter bescherming van de integriteit van de interne markt moeten concrete acties ten gunste van ondernemingen in overeenstemming zijn met de staatssteunregels van de Unie zoals bedoeld in de artikelen 107 en 108 van het VWEU.

_________________

_________________

19 Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).

19 Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio’s en van de achterstand van de minst begunstigde regio’s, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO worden gericht op de beleidsdoelstellingen "een slimmer Europa door het bevorderen van innovatieve en slimme economische transformatie" en "een groener, koolstofarm Europa door het bevorderen van schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer". Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteit toelaten op het niveau van individuele programma’s en tussen de drie groepen lidstaten volgens het respectieve bruto nationaal inkomen. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van lidstaten in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio’s.

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's en van de achterstand van de minst begunstigde regio's, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening via financiële ondersteuning voor de overgangsperiode. Bovendien moet het de weerbaarheid bevorderen en voorkomen dat kwetsbare gebieden uit de boot vallen. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO specifiek worden gericht op twee beleidsdoelstellingen: "een slimmer Europa door het bevorderen van innovatieve, slimme en inclusieve economische ontwikkeling en transformatie en van regionale connectiviteit op technologisch vlak en door het ontwikkelen van informatie- en communicatietechnologieën (ICT), connectiviteit en doeltreffend openbaar bestuur" en "een groener, koolstofarm en veerkrachtig Europa voor iedereen door het bevorderen van een schone en eerlijke vervoers- en energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, de aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer". Hierbij moet rekening worden gehouden met de algemene beleidsdoelstelling van "een samenhangender en solidairder Europa dat de economische, sociale en territoriale verschillen helpt te verkleinen. Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibele marges toelaten op het niveau van individuele programma's en tussen verschillende categorieën regio's, waarbij ook rekening wordt gehouden met de verschillende niveaus van ontwikkeling. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van regio's in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio's.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis.  Met het oog op het strategische belang van door het EFRO en het Cohesiefonds gecofinancierde investeringen kunnen de lidstaten binnen het huidige kader van het stabiliteits- en groeipact in naar behoren gemotiveerde gevallen om meer flexibiliteit verzoeken voor de structurele overheidsuitgaven of daarmee gelijk te stellen structurele uitgaven.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Teneinde de steun te concentreren op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, is het ook passend dat de vereisten van thematische concentratie worden nageleefd tijdens de programmeringsperiode, met inbegrip van overdracht tussen zwaartepunten van een programma of tussen de programma's onderling.

(18)  Teneinde de steun te concentreren op de belangrijkste prioriteiten van de Unie en overeenkomstig de doelstellingen van sociale, economische en territoriale samenhang zoals neergelegd in artikel 174 VWEU alsook de beleidsdoelstellingen die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening], is het ook passend dat de vereisten van thematische concentratie worden nageleefd tijdens de programmeringsperiode, met inbegrip van overdracht tussen zwaartepunten van een programma of tussen de programma's onderling.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  Het EFRO moet iets doen aan het probleem van de toegankelijkheid van en de afstand tot grote markten in gebieden met een extreem lage bevolkingsdichtheid, zoals bedoeld in Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994 betreffende bijzondere bepalingen voor doelstelling 6 in het kader van de structuurfondsen in Finland en Zweden. Het EFRO moet eveneens de specifieke problemen aanpakken waarmee bepaalde eilanden, grensregio's, berggebieden en dunbevolkte gebieden, die door hun geografische ligging in hun ontwikkeling worden geremd, te kampen hebben, teneinde de duurzame ontwikkeling van deze gebieden te ondersteunen.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Deze verordening moet de verschillende soorten activiteiten uiteenzetten, waarvan de kosten mogen worden gedragen door investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds, in het kader van hun respectieve doelstellingen zoals omschreven in het VWEU. Het Cohesiefonds moet ondersteuning kunnen bieden voor investeringen in het milieu en in TEN-V. Wat het EFRO betreft, moet de lijst van activiteiten worden vereenvoudigd en moet het EFRO ondersteuning kunnen bieden aan investeringen in infrastructuur, investeringen in verband met toegang tot diensten, productieve investeringen in kmo's, apparatuur, software en immateriële activa, en in maatregelen met betrekking tot informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken. Met het oog op ondersteuning van de uitvoering van het programma moeten beide fondsen ook activiteiten op het gebied van technische bijstand kunnen ondersteunen. Tot slot moet, om ondersteuning van een breder spectrum aan maatregelen voor Interreg-programma's mogelijk te maken, het toepassingsgebied worden vergroot, door deze uit te breiden tot een breed spectrum aan voorzieningen en personele middelen en kosten die verband houden met maatregelen die binnen de werkingssfeer van het ESF+ vallen.

(19)  Deze verordening moet de verschillende soorten activiteiten uiteenzetten, waarvan de kosten mogen worden gedragen door investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds, in het kader van hun respectieve doelstellingen zoals omschreven in het VWEU, zoals onder meer crowdfunding. Het Cohesiefonds moet ondersteuning kunnen bieden voor investeringen in het milieu en in TEN-V. Wat het EFRO betreft, moet de lijst van activiteiten tegemoetkomen aan specifieke nationale en regionale ontwikkelingsbehoeften alsook aan de ontwikkeling van eigen potentieel. De lijst moet voorts worden vereenvoudigd en het EFRO moet ondersteuning kunnen bieden aan investeringen in infrastructuur - zoals infrastructuur en faciliteiten voor onderzoek en innovatie, infrastructuur op het vlak van cultuur en erfgoed, en infrastructuur voor duurzaam toerisme onder meer in toeristische gebieden -, investeringen in diensten aan bedrijven, investeringen in huisvesting, investeringen in verband met toegang tot diensten specifiek voor achtergestelde, gemarginaliseerde en gesegregeerde gemeenschappen, productieve investeringen in kmo's, apparatuur, software en immateriële activa, en stimulansen tijdens de overgangsperiode van regio's die bezig zijn hun economie koolstofvrij te maken, alsook aan maatregelen met betrekking tot informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen tussen partners en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken. Met het oog op ondersteuning van de uitvoering van het programma moeten beide fondsen ook activiteiten op het gebied van technische bijstand kunnen ondersteunen. Tot slot moet, om ondersteuning van een breder spectrum aan maatregelen voor Interreg-programma's mogelijk te maken, het toepassingsgebied worden vergroot, door dit uit te breiden tot een breed spectrum aan voorzieningen en personele middelen en kosten die verband houden met maatregelen die binnen de werkingssfeer van het ESF+ vallen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Projecten van het trans-Europese vervoersnetwerk in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1316/2013 blijven gefinancierd worden uit het Cohesiefonds via gedeeld beheer en de rechtstreekse uitvoeringswijze in het kader van de Connecting Europe Facility ("CEF").

(20)  Projecten van het trans-Europese vervoersnetwerk in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1316/2013 blijven gefinancierd worden uit het Cohesiefonds en het EFRO via gedeeld beheer en de rechtstreekse uitvoeringswijze in het kader van de Connecting Europe Facility ("CEF"). Het gaat onder meer om projecten voor het op evenwichtige wijze wegwerken van ontbrekende schakels en knelpunten en voor het verbeteren van de veiligheid van bestaande bruggen en tunnels. Binnen dit netwerk moet prioriteit worden gegeven aan investeringen in wegennetten en openbare diensten in plattelandsgebieden, met name in dunbevolkte en in vergrijzende gebieden, teneinde de interconnectiviteit tussen stad en platteland te bevorderen, de plattelandsontwikkeling te stimuleren en de digitale kloof te verkleinen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Tegelijkertijd moet worden verduidelijkt welke activiteiten buiten het toepassingsgebied van het EFRO en het Cohesiefonds blijven, met inbegrip van investeringen in de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen uit de activiteiten die zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad20, teneinde overlapping te voorkomen van de beschikbare financiering die reeds bestaat op grond van die richtlijn. Bovendien moet uitdrukkelijk worden vermeld dat de overzeese landen en gebieden die zijn opgenomen in bijlage II bij het VWEU niet in aanmerking komen voor steun uit het EFRO en het Cohesiefonds.

(21)  Tegelijkertijd moeten enerzijds synergieën worden aangewezen en moet anderzijds worden verduidelijkt welke activiteiten buiten het toepassingsgebied van het EFRO en het Cohesiefonds blijven; dit teneinde multiplicatoreffecten te sorteren of overlapping te voorkomen van de beschikbare financiering. Bovendien moet uitdrukkelijk worden vermeld dat de overzeese landen en gebieden die zijn opgenomen in bijlage II bij het VWEU niet in aanmerking komen voor steun uit het EFRO en het Cohesiefonds.

_________________

 

20 Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).

 

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moeten de Fondsen worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van de Fondsen in de praktijk worden verzameld.

(23)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moeten de Fondsen worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van de Fondsen in de praktijk worden verzameld.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Om de bijdrage aan de territoriale ontwikkeling te maximaliseren, moeten maatregelen op dit gebied worden gebaseerd op geïntegreerde territoriale strategieën, waaronder in stedelijke gebieden. Daarom moet de EFRO-ondersteuning worden verleend op de wijze die is voorgeschreven in artikel 22 van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening], om ervoor te zorgen dat de lokale, regionale en stedelijke autoriteiten op een passende manier zijn betrokken.

(24)  Om de bijdrage aan de territoriale ontwikkeling te maximaliseren en de in artikel 174 VWEU genoemde economische, demografische, ecologische en sociale uitdagingen in gebieden met natuurlijke of demografische nadelen (bijvoorbeeld vergrijzing, plattelandsontvolking, demografische achteruitgang en demografische druk) of met problemen betreffende de toegang tot basisdiensten doeltreffender aan te gaan, moeten maatregelen op dit gebied gebaseerd zijn op programma's, assen of geïntegreerde territoriale strategieën in zowel stedelijke gebieden als plattelandsgebieden. Deze maatregelen moeten worden gezien als twee kanten van eenzelfde munt: ze moeten betrekking hebben op centrale stedelijke hubs plus omgeving en op afgelegener plattelandsgebieden. Deze strategieën kunnen ook gebaat zijn bij een geïntegreerde aanpak die meerdere fondsen omvat, met name het EFRO, het ESF+, het EFMZV en het Elfpo. Op nationaal niveau moet ten minste 5 % van de EFRO-middelen worden toegekend aan geïntegreerde territoriale ontwikkeling. Ondersteuning moet dan ook worden verleend op een wijze die de gepaste betrokkenheid van lokale, regionale en stedelijke autoriteiten, economische en sociale partners en vertegenwoordigers van maatschappelijke en niet-gouvernementele organisaties garandeert.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis)  Specifieke aandacht moet worden besteed aan koolstofintensieve gebieden die te kampen hebben met uitdagingen in verband met verbintenissen inzake decarbonisatie, teneinde hen bij te staan om strategieën op te zetten die in overeenstemming zijn met de klimaatverbintenissen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs en die zowel arbeidskrachten als getroffen gemeenschappen beschermen. Dergelijke gebieden moeten specifieke steun ontvangen om plannen voor het koolstofarm maken van hun economie voor te bereiden en uit te voeren, met inachtneming van de behoefte aan gerichte beroepsopleiding en mogelijkheden tot omscholing voor werknemers.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  In het kader van de duurzame stedelijke ontwikkeling wordt het noodzakelijk geacht steun te verlenen aan geïntegreerde maatregelen om de economische, ecologische, klimatologische, demografische en sociale uitdagingen aan te pakken,waarmee stedelijke gebieden, inclusief functionele stedelijke gebieden, worden geconfronteerd, en moet ook rekening worden gehouden met de noodzaak om onderlinge banden tussen stedelijke en plattelandsgebieden te stimuleren. De beginselen voor de selectie van stedelijke gebieden waarin geïntegreerde maatregelen voor duurzame stedelijke ontwikkeling moeten worden uitgevoerd, en de indicatieve bedragen voor dergelijke maatregelen, moeten worden vastgesteld in de partnerschapsovereenkomst, met een minimum van 6 % van de EFRO-middelen die op nationaal niveau voor dat doeleinde zijn toegekend. Ook moet worden vastgesteld dat dit percentage wordt nageleefd tijdens de programmeringsperiode in het geval van overdracht tussen zwaartepunten van een programma of tussen programma’s onderling, onder meer bij de tussentijdse evaluatie.

(25)  In het kader van de duurzame stedelijke ontwikkeling wordt het noodzakelijk geacht steun te verlenen aan geïntegreerde maatregelen om de economische, ecologische, klimatologische, demografische, technologische, sociale en culturele uitdagingen aan te pakken waarmee stedelijke gebieden, inclusief functionele stedelijke gebieden, en plattelandsgemeenschappen worden geconfronteerd. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de noodzaak om de wederzijdse banden tussen stedelijke en plattelandsgebieden te stimuleren, eventueel ook via voorstedelijke gebieden. De beginselen voor de selectie van stedelijke gebieden waarin geïntegreerde maatregelen voor duurzame stedelijke ontwikkeling moeten worden uitgevoerd, en de indicatieve bedragen voor dergelijke maatregelen, moeten worden vastgesteld in de partnerschapsovereenkomst. Deze maatregelen kunnen ook gebaat zijn bij een geïntegreerde aanpak die meerdere fondsen omvat, met name het EFRO, het ESF+, het EFMZV en het Elfpo. Aan de prioriteit van duurzame stedelijke ontwikkeling moet op nationaal niveau een minimum van 10 % van de EFRO-middelen worden toegekend. Ook moet worden vastgesteld dat dit percentage wordt nageleefd tijdens de programmeringsperiode in het geval van overdracht tussen zwaartepunten van een programma of tussen programma’s onderling, onder meer bij de tussentijdse evaluatie.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Om oplossingen te identificeren of aan te bieden teneinde problemen aan te pakken die verband houden met duurzame stedelijke ontwikkeling op het niveau van de Unie, moeten de Stedelijke Innovatieve Acties worden vervangen door een Stedelijk Europa-initiatief, dat onder direct of indirect beheer moet worden uitgevoerd. Dit initiatief moet alle stedelijke gebieden omvatten en de stedelijke agenda van de Unie ondersteunen21.

(26)  Om oplossingen te identificeren of aan te bieden teneinde problemen aan te pakken die verband houden met duurzame stedelijke ontwikkeling op het niveau van de Unie, moeten de Stedelijke Innovatieve Acties worden voortgezet in de vorm van een Stedelijk Europa-initiatief. Dit initiatief moet de stedelijke agenda van de Unie ondersteunen21 en erop gericht zijn groei, leefbaarheid en innovatie te stimuleren en sociale uitdagingen te identificeren en met succes aan te pakken.

_________________

_________________

21 Conclusies van de Raad over een stedelijke agenda voor de EU (24 juni 2016).

21 Conclusies van de Raad over een stedelijke agenda voor de EU (24 juni 2016).

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Specifieke aandacht moet worden besteed aan de ultraperifere regio’s, met name door maatregelen vast te stellen uit hoofde van artikel 349 VWEU, dat voorziet in een extra toewijzing voor ultraperifere gebieden ter compensatie van de extra kosten die in deze gebieden ontstaan als gevolg van één of meer blijvende beperkingen als bedoeld in artikel 349 VWEU, met name de grote afstand, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte, een moeilijk reliëf en klimaat, en de economische afhankelijkheid van slechts enkele producten, die blijvend zijn en een combinatie vormen die hun ontwikkeling ernstig belemmert. Deze toewijzing kan betrekking hebben op investeringen, exploitatiekosten en openbare- dienstverplichtingen die als doel hebben de extra kosten als gevolg van dergelijke beperkingen te compenseren. Exploitatiesteun kan dienen ter dekking van uitgaven voor goederenvervoerdiensten en starterssteun voor vervoersdiensten, alsook voor uitgaven voor acties die verband houden met opslagproblemen, overdimensionering en onderhoud van productiemiddelen, en gebrek aan menselijk kapitaal op de lokale arbeidsmarkt. Om de integriteit van de interne markt te beschermen, zoals het geval is voor alle acties die worden gecofinancierd door het EFRO en het Cohesiefonds, moet elke vorm van EFRO-ondersteuning ter financiering van de exploitatie- en investeringssteun in de ultraperifere gebieden voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

(27)  Specifieke aandacht moet worden besteed aan de ultraperifere regio’s, met name door maatregelen vast te stellen uit hoofde van artikel 349 VWEU, dat voorziet in een extra toewijzing voor ultraperifere gebieden ter compensatie van de extra kosten die in deze gebieden ontstaan als gevolg van één of meer blijvende beperkingen als bedoeld in artikel 349 VWEU, met name de grote afstand, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte, een moeilijk reliëf en klimaat, en de economische afhankelijkheid van slechts enkele producten, die blijvend zijn en een combinatie vormen die hun ontwikkeling ernstig belemmert. Deze toewijzing kan betrekking hebben op investeringen, exploitatiekosten en openbare- dienstverplichtingen die als doel hebben de extra kosten als gevolg van dergelijke beperkingen te compenseren. Exploitatiesteun kan dienen ter dekking van uitgaven voor goederenvervoerdiensten, groene logistiek, mobiliteitsbeheer en starterssteun voor vervoersdiensten, alsook voor uitgaven voor acties die verband houden met opslagproblemen, overdimensionering en onderhoud van productiemiddelen, en gebrek aan menselijk kapitaal op de lokale arbeidsmarkt. Deze toewijzing is niet onderworpen aan de thematische concentratie zoals vastgesteld in onderhavige verordening. Om de integriteit van de interne markt te beschermen, zoals het geval is voor alle acties die worden gecofinancierd door het EFRO en het Cohesiefonds, moet elke vorm van EFRO-ondersteuning ter financiering van de exploitatie- en investeringssteun in de ultraperifere gebieden voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de versterking van economische, sociale en territoriale cohesie door het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie, onvoldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, en die vanwege de grootte van de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's, de achterstand van de minst begunstigde regio's en de beperkte financiële middelen van de lidstaten en regio's, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel dat is vervat in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,

(29)  Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de versterking van economische, sociale en territoriale cohesie door het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie door middel van een burgergerichte benadering die gericht is op de ondersteuning van door de gemeenschap geleide ontwikkeling en op de bevordering van actief burgerschap, onvoldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, en die vanwege de grootte van de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's, de achterstand van de minst begunstigde regio's en de beperkte financiële middelen van de lidstaten en regio's, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel dat is vervat in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 1 bis

 

Taken van het EFRO en het Cohesiefonds

 

Het EFRO en het Cohesiefonds (CF) moeten bijdragen aan de algemene doelstelling van versterking van de economische, sociale en territoriale cohesie van de Unie.

 

Het EFRO moet bijdragen tot het verminderen van de verschillen in het ontwikkelingsniveau van de diverse regio's binnen de Unie, het wegwerken van de achterstand van de minst begunstigde regio's en het aanpakken van milieu-uitdagingen, door middel van duurzame ontwikkeling en structurele aanpassing van regionale economieën.

 

Het Cohesiefonds moet bijdragen tot projecten op het gebied van trans-Europese netwerken en het milieu.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  "een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie" ("BD 1") door:

a)  "een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve, slimme en inclusieve economische ontwikkeling en transformatie en van regionale connectiviteit op technologisch gebied, en door de ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologieën (ICT), connectiviteit en doeltreffend openbaar bestuur" ("BD 1") door:

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het versterken van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en de invoering van geavanceerde technologieën;

i)  het ondersteunen van de ontwikkeling van en het versterken van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit, investeringen en infrastructuur, de invoering van geavanceerde technologieën en de ondersteuning en bevordering van de innovatieclusters tussen bedrijven, onderzoekers, academici en overheden;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  te profiteren van de voordelen van digitalisering voor burgers, bedrijven en overheden;

ii)  de digitale connectiviteit te verbeteren en te profiteren van de voordelen van digitalisering voor burgers, wetenschappelijke instituten, bedrijven, overheden en openbare bestuursinstanties op regionaal en lokaal niveau, met inbegrip van slimme steden en slimme dorpen;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het versterken van de groei en het concurrentievermogen van kmo's;

iii)  het versterken van de duurzame groei en competitiviteit van kmo's, het ondersteunen van de creatie en veiligstelling van banen en het ondersteunen van technologische verbetering en modernisering;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het ontwikkelen van vaardigheden voor slimme specialisatie, industriële overgang en ondernemerschap;

iv)  het ontwikkelen van vaardigheden en strategieën, en het opbouwen van capaciteit voor slimme specialisatie, eerlijke transitie, circulaire economie, maatschappelijke vernieuwing, ondernemerschap, de toeristische sector en de overgang naar Industrie 4.0;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  "een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer" ("BD 2") door:

b)  "een groener, koolstofarm en veerkrachtig Europa voor iedereen door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer" ("BD 2") door:

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het bevorderen van maatregelen voor energie-efficiëntie;

i)  het bevorderen van maatregelen voor energie-efficiëntie en -besparingen en van maatregelen inzake energiearmoede;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het bevorderen van hernieuwbare energiebronnen;

ii)  het bevorderen van duurzame hernieuwbare energiebronnen;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het ontwikkelen van slimme energiesystemen, netwerken en opslag op lokaal niveau;

iii)  het ontwikkelen van slimme energiesystemen, netwerken en opslag;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het bevorderen van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en rampenbestendigheid;

iv)  het bevorderen van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie, omgang met en bestendigheid tegen extreme weersomstandigheden en natuurrampen zoals aardbevingen, bosbranden, overstromingen en perioden van droogte, met inachtneming van ecosysteembenaderingen;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt v

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

v)  het bevorderen van duurzaam waterbeheer;

v)  het bevorderen van de toegang tot water voor iedereen en het bevorderen van duurzaam waterbeheer;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vi

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vi)  het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie;

vi)  het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie en het verbeteren van de hulpbronnenefficiëntie;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vi bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vi bis)  het ondersteunen van regionale transformatieprocessen met het oog op decarbonisatie en het ondersteunen van de transitie naar een koolstofarme energieproductie;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vii)  het bevorderen van biodiversiteit, groene infrastructuur in de stedelijke omgeving en vermindering van verontreiniging;

vii)  het beschermen en bevorderen van biodiversiteit en natuurlijk erfgoed, het beschermen en onder de aandacht brengen van beschermde natuurgebieden en natuurlijke hulpbronnen, en het verminderen van alle vormen van vervuiling, onder meer lucht-, water-, bodem- en lichtverontreiniging en geluidshinder;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vii bis)  het bevorderen van groene infrastructuur in functionele stedelijke gebieden en het ontwikkelen van kleinschalige multimodale stedelijke mobiliteit als onderdeel van een CO2-neutrale economie;

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  "een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit" ("BD 3") door:

c)  "een meer verbonden Europa voor iedereen door de versterking van de mobiliteit" ("BD 3") door:

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het verbeteren van de digitale connectiviteit;

Schrappen

(Dit amendement vereist hieruit voortvloeiende aanpassingen in bijlagen I en III.)

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het ontwikkelen van een duurzame, klimaatbestendige, intelligente, veilige en intermodale TEN-V;

ii)  het ontwikkelen van een klimaatbestendige, intelligente, veilige en duurzame TEN-V voor wegen en spoorwegen en intermodale TEN-V, alsook van grensoverschrijdende schakels die gericht zijn op geluidsreductiemaatregelen en milieuvriendelijke netwerken voor openbaar vervoer en spoorwegen;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het ontwikkelen van duurzame, klimaatbestendige, intelligente en intermodale nationale, regionale en lokale mobiliteit, met inbegrip van een verbeterde toegang tot TEN-V en grensoverschrijdende mobiliteit;

iii)  het ontwikkelen van duurzame, klimaatbestendige, intelligente en intermodale nationale, regionale en lokale mobiliteit, met inbegrip van een verbeterde toegang tot TEN-V, grensoverschrijdende mobiliteit en klimaatvriendelijke netwerken voor openbaar vervoer;

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit;

Schrappen

(Dit amendement vereist hieruit voortvloeiende aanpassingen in bijlagen I en III.)

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  "een socialer Europa door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten" ("BD 4") door:

d)  "een socialer en inclusiever Europa door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten" ("BD 4") door:

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het verbeteren van de doeltreffendheid van de arbeidsmarkten en de toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid door de ontwikkeling van sociale innovatie infrastructuur;

i)  het verbeteren van de doeltreffendheid en inclusiviteit van de arbeidsmarkten en de toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid door de ontwikkeling van sociale innovatie en infrastructuur, en het bevorderen van de sociale economie en van sociale innovatie;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het verbeteren van de toegang tot inclusieve en hoogwaardige diensten op het gebied van onderwijs, opleiding en een leven lang leren door het ontwikkelen van infrastructuur;

ii)  het verbeteren van de gelijke toegang tot inclusieve en hoogwaardige diensten op het gebied van onderwijs, opleiding, een leven lang leren en sport door het ontwikkelen van toegankelijke infrastructuur en toegankelijke diensten;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  investeringen in huisvesting die eigendom is van openbare instanties of marktdeelnemers zonder winstoogmerk en die dienen om gezinnen met een laag inkomen of mensen met bijzondere behoeften te huisvesten;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het bespoedigen van de sociaaleconomische integratie van gemarginaliseerde gemeenschappen, migranten en achtergestelde groepen, door middel van geïntegreerde maatregelen, onder meer op het vlak van huisvesting en sociale diensten;

iii)  het bevorderen van de sociaaleconomische integratie van gemarginaliseerde en achtergestelde gemeenschappen zoals migranten en kansarme groepen, door middel van geïntegreerde acties, onder meer op het vlak van huisvesting en sociale diensten;

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iii bis)  het bevorderen van de sociaaleconomische langetermijnintegratie van vluchtelingen en migranten die internationale bescherming genieten, door middel van geïntegreerde acties, onder meer op het vlak van huisvesting en sociale diensten, waarbij infrastructurele ondersteuning wordt geboden aan de betrokken steden en plaatselijke overheden;

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  te zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van infrastructuur, met inbegrip van eerstelijnszorg;

iv)  te zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van gezondheidszorginfrastructuur en andere acties, met inbegrip van eerstelijnszorg en preventieve maatregelen, en het bevorderen van de overgang van institutionele zorg naar zorg in gezins- en gemeenschapsverband;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv bis)  het ondersteunen van de materiële, economische en sociale rehabilitatie van achtergestelde gemeenschappen;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  "Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen" ("BD 5") door:

e)  "Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stadsgebieden en alle andere gebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen" ("BD 5") door:

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het bevorderen van een geïntegreerde sociale, economische en ecologische ontwikkeling, cultureel erfgoed en veiligheid in stedelijke gebieden;

i)  het bevorderen van een geïntegreerde en inclusieve sociale, economische en ecologische ontwikkeling van stedelijke gebieden en het bevorderen van cultuur, natuurlijk erfgoed, duurzaam toerisme (onder meer via toeristische districten), sport en veiligheid in stedelijke gebieden, met inbegrip van functionele stedelijke gebieden;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het bevorderen van geïntegreerde maatschappelijke, economische en ecologische lokale ontwikkeling, cultureel erfgoed en veiligheid, met inbegrip van plattelands- en kustgebieden, ook via vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

ii)  het bevorderen van de geïntegreerde en inclusieve maatschappelijke, economische en ecologische ontwikkeling van plattelands- en kustgebieden, bergachtige regio's, geïsoleerde en dunbevolkte gebieden, eilanden en alle andere gebieden die problemen ondervinden voor wat betreft de toegang tot basisdiensten, onder meer op NUTS-niveau 3, alsook het bevorderen van cultuur, natuurlijk erfgoed, duurzaam toerisme (onder meer via toeristische districten), sport en veiligheid in deze gebieden, dit alles op plaatselijk niveau en via strategieën voor territoriale en lokale ontwikkeling zoals genoemd in artikel 22, onder a), b) en c) van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening].

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het verbeteren van kleinschalige multimodale stedelijke mobiliteit waarnaar wordt verwezen in dit artikel 2, onder letter b, punt vi bis, komt in aanmerking voor steun op voorwaarde dat de bijdrage van het EFRO aan de verrichting niet meer bedraagt dan 10 miljoen EUR.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met betrekking tot de specifieke doelstellingen in de zin van lid 1 kunnen het EFRO of het Cohesiefonds, indien wenselijk, ook steun verlenen aan activiteiten in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", indien deze een van de volgende doelen hebben:

Met betrekking tot het bereiken van de specifieke doelstellingen in de zin van lid 1 kunnen het EFRO of het Cohesiefonds ook:

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  verbetering van de capaciteit van programma-autoriteiten en -organen in verband met de tenuitvoerlegging van de Fondsen;

a)  de capaciteit van programma-autoriteiten en van organen in verband met de tenuitvoerlegging van de Fondsen verbeteren, alsmede ondersteuning bieden aan de overheidsdiensten en plaatselijke en regionale overheden die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het EFRO en het Cohesiefonds, aan de hand van specifieke plannen voor de opbouw van bestuurlijke capaciteit die gericht zijn op de lokalisering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) en op de vereenvoudiging van de procedures en de verkorting van de tijden voor het uitvoeren van interventies, op voorwaarde dat deze van structurele aard zijn en op voorwaarde dat het programma zelf meetbare doelstellingen heeft;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

de ondersteuning voor de opbouw van capaciteit, zoals vermeld onder letter a van dit artikel, kan worden aangevuld met bijkomende steun uit het Steunprogramma voor structurele hervormingen, dat is opgericht uit hoofde van Verordening (EU) 2018/xxx;

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

de in punt b) bedoelde samenwerking moet betrekking hebben op samenwerking met partners uit grensoverschrijdende regio’s, uit niet aan elkaar grenzende regio’s of uit regio’s die zich bevinden op een grondgebied dat valt onder een macroregionale of zeebekkenstrategie of een combinatie daarvan.

de in punt b) bedoelde samenwerking moet betrekking hebben op samenwerking met partners uit grensoverschrijdende regio's, uit niet aan elkaar grenzende regio's of uit regio's die zich bevinden op een grondgebied dat onder een Europese groepering voor territoriale samenwerking, een macroregionale of zeebekkenstrategie of een combinatie daarvan valt.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Een betekenisvolle deelname van regionale en plaatselijke overheden en maatschappelijke organisaties, waaronder begunstigden in alle stadia van de voorbereiding, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van de programma's in het kader van het EFRO, wordt gewaarborgd overeenkomstig de in de Europese gedragscode inzake partnerschap vastgestelde beginselen.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten worden in termen van hun bruto nationale inkomensratio als volgt ingedeeld:

Regio's van NUTS-niveau 2 worden in termen van hun bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking als volgt ingedeeld:

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio gelijk aan of groter dan 100 % van het EU-gemiddelde ("groep 1");

a)  lidstaten met een bbp per hoofd van de bevolking dat groter is dan 100 % van het gemiddelde bbp van de EU27 ("groep 1");

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio groter dan 75 % en kleiner dan 100 % van het EU-gemiddelde ("groep 2");

b)  lidstaten met een bbp per hoofd van de bevolking dat groter is dan 75 % en kleiner dan 100 % van het gemiddelde bbp van de EU27 ("groep 2");

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio kleiner dan 75 % van het EU-gemiddelde ("groep 3").

c)  lidstaten met een bbp per hoofd van de bevolking dat kleiner is dan 75 % van het gemiddelde bbp van de EU27 ("groep 3");

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de bruto nationale inkomensratio verstaan de verhouding tussen het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van een lidstaat, gemeten in koopkrachtstandaard en berekend op basis van de cijfers van de Unie in de periode van 2014 tot en met 2016, en het gemiddelde bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in koopkrachtstandaard van de 27 lidstaten in dezelfde referentieperiode.

Voor de toepassing van dit artikel wordt de indeling van een regio in een van de drie regiocategorieën vastgesteld aan de hand van de verhouding tussen het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking van elke regio, gemeten in koopkrachtstandaard (KKS) en berekend op basis van de cijfers van de Unie in de periode van 2014 tot en met 2016, en het gemiddelde bbp van de EU-27 in dezelfde referentieperiode.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  De lidstaten van groep 1 wijzen ten minste 85 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1 en BD 2, en ten minste 60 % aan BD 1;

a)  Voor de categorie meer ontwikkelde regio's ("groep 1") wordt:

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter a – punt i (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i)  ten minste 50 % van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau aan BD 1 toegewezen; en

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter a – punt ii (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii)  ten minste 30 % van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau aan BD 2.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  De lidstaten van groep 2 wijzen ten minste 45 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2;

b)  Voor de categorie overgangsregio's ("groep 2") wordt:

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter b – punt i (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i)  ten minste 40 % van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau aan BD 1 toegewezen, en

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter b – punt ii (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii)  ten minste 30 % van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau aan BD 2.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  De lidstaten van groep 3 wijzen ten minste 35 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2.

c)  Voor de categorie minder ontwikkelde regio's ("groep 3") wordt:

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter c – punt i (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i)  ten minste 30 % van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau aan BD 1 toegewezen, en

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter c – punt ii (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii)  ten minste 30 % van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau aan BD 2.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de betrokken lidstaat verzoeken om de concentratiegraad van middelen op het niveau van de regio's te verlagen met ten hoogste vijf procentpunten - of tien procentpunten voor de ultraperifere regio's - voor de thematische doelstelling zoals bedoeld in de punten i) onder respectievelijk a), b) en c) van artikel 3, lid 4 [nieuw EFRO-Cohesiefonds].

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer de EFRO-toewijzing met betrekking tot BD 1 of BD 2 of beide van een bepaald programma wordt verlaagd na een vrijmaking op grond van artikel [99] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening], of als gevolg van financiële correcties door de Commissie overeenkomstig artikel [98] van die verordening, wordt de naleving van het in lid 4 vastgestelde vereiste van thematische concentratie niet opnieuw beoordeeld.

6.  Wanneer de EFRO-toewijzing betreffende BD 1 of BD 2, de belangrijkste beleidsdoelstellingen of beide van een bepaald programma wordt verlaagd na een vrijmaking op grond van artikel [99] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening], of als gevolg van financiële correcties door de Commissie overeenkomstig artikel [98] van die verordening, wordt de naleving van het in lid 4 vastgestelde vereiste van thematische concentratie niet opnieuw beoordeeld.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Aan BD 5 toegewezen middelen die bijdragen aan BD 1 en BD 2, worden meegerekend als bijdragend aan de vereisten van thematische concentratie. De bijdrage aan BD 1 en BD 2 wordt aan de hand van een gemotiveerde beoordeling naar behoren gerechtvaardigd. 

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I);

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  productieve investeringen in kmo's;

c)  productieve investeringen en investeringen die bijdragen aan het behoud van banen en het scheppen van nieuwe banen bij kmo's, alsook steun voor kmo's in de vorm van subsidies en financieringsinstrumenten;

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bovendien kunnen productieve investeringen in andere bedrijven dan kmo's worden ondersteund wanneer zij voorzien in samenwerking met kmo's in onderzoeks- en innovatieactiviteiten die worden ondersteund uit hoofde van artikel 2, lid 1, onder a), i).

Productieve investeringen in andere bedrijven dan kmo's kunnen worden ondersteund wanneer zij voorzien in samenwerking met kmo's of wanneer zij betrekking hebben op bedrijfsinfrastructuur die kmo's ten goede komt.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bovendien kunnen productieve investeringen in kmo's ook worden ondersteund wanneer het gaat om onderzoeks- en innovatieactiviteiten die worden ondersteund uit hoofde van artikel 2, lid 1, onder a), i).

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om bij te dragen aan de specifieke doelstelling in het kader van BD 1 als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), iv), verleent het EFRO ook steun aan opleidingen, een leven lang leren en onderwijsactiviteiten.

Om bij te dragen aan de specifieke doelstelling in het kader van BD 1 als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), iv), verleent het EFRO ook steun aan opleidingen, mentorschap, een leven lang leren, omscholing en onderwijsactiviteiten.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  investeringen in het milieu, met inbegrip van investeringen die verband houden met duurzame ontwikkeling en energie waaraan milieuvoordelen zijn verbonden;

a)  investeringen in het milieu, met inbegrip van investeringen die verband houden met de circulaire economie, duurzame ontwikkeling en hernieuwbare energie waaraan milieuvoordelen zijn verbonden;

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  investeringen in TEN-V;

b)  investeringen in het kernnetwerk en het uitgebreide netwerk van het TEN-V;

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  technische bijstand.

c)  technische bijstand, met inbegrip van verbetering en ontwikkeling van de bestuurlijke vaardigheden en competenties van lokale overheden bij het beheer van deze middelen.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken;

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen voor een passend evenwicht tussen investeringen uit hoofde van de punten a) en b).

De lidstaten zorgen voor een passend evenwicht tussen investeringen uit hoofde van de punten a) en b), op basis van de investeringen en specifieke behoeften van iedere lidstaat.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het bedrag van het Cohesiefonds dat wordt overgemaakt naar de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen23 moet worden gebruikt voor TEN-V-projecten.

2.  Het bedrag van het Cohesiefonds dat wordt overgemaakt naar de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen23 moet proportioneel zijn en moet worden gebruikt voor TEN-V-projecten.

_________________

_________________

23 Referentie

23 Referentie

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  investeringen in luchthaveninfrastructuur, met uitzondering van de ultraperifere regio’s;

e)  investeringen in nieuwe regionale luchthavens en in luchthaveninfrastructuur, met uitzondering van:

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  investeringen in verband met de ultraperifere regio's;

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)  steun in verband met de TEN-V-kernnetwerken;

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e quater)  Investeringen die verband houden met milieubescherming of erop gericht zijn de negatieve gevolgen voor het milieu te matigen of te verminderen.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  investeringen in de lozing van afval op stortplaatsen;

f)  investeringen in de lozing van afval op stortplaatsen, behalve in de ultraperifere regio's en met uitzondering van maatregelen gericht op de verwijdering, ombouw of beveiliging van bestaande installaties, en onverminderd het bepaalde in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad1;

 

____________

 

1 Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  investeringen in installaties voor de verwerking van restafval;

g)  investeringen in installaties voor de verwerking van restafval, behalve in de ultraperifere regio's en behalve in het geval van geavanceerde recyclingoplossingen die beantwoorden aan de beginselen van de circulaire economie en de afvalhiërarchie en volledig voldoen aan de in artikel 11, lid 2, van Richtlijn (EU) 2008/98 vastgelegde doelstellingen, en op voorwaarde dat de lidstaten hun afvalbeheerplannen hebben vastgesteld in overeenstemming met artikel 29 van Richtlijn (EU) 2018/851. Restafval betekent voornamelijk niet-gescheiden stedelijk afval en dat wat overblijft na afvalbehandeling;

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  investeringen in verband met de productie, de verwerking, de distributie, de opslag of verbranding van fossiele brandstoffen, met uitzondering van investeringen in verband met schone voertuigen als gedefinieerd in artikel 4 van Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad26;

h)  investeringen in verband met de productie, de verwerking, het vervoer, de distributie, de opslag of verbranding van fossiele brandstoffen, met uitzondering van investeringen:

 

h bis)  in verband met schone voertuigen als gedefinieerd in artikel 4 van Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad26,

 

h ter)  in verband met koolstofarme, hoogefficiënte warmtekrachtkoppeling en efficiënte systemen voor stadsverwarming;

 

h quater)  die een wezenlijke bijdrage leveren tot een CO2-neutrale economie;

 

h quinquies)  in verband met de verwezenlijking van de doelstellingen die zijn vastgelegd in Richtlijn (EU) 2018/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie Richtlijn, en in Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen;

__________________

__________________

26 Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (PB L 120 van 15.5.2009, blz. 5).

26 Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (PB L 120 van 15.5.2009, blz. 5).

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De in dit lid, onder b), genoemde uitzonderingen zijn beperkt tot een bedrag ter hoogte van maximaal 1 % van de totale middelen voor het EFRO en het Cohesiefonds op nationaal niveau.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  investeringen in breedbandinfrastructuur in gebieden waar zich ten minste twee breedbandnetwerken van een gelijkwaardige categorie bevinden.

Schrappen

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  financiering van de aankoop van rollend materieel voor vervoer per spoor, behalve indien dit vervoer verband houdt met:

Schrappen

i)  het voldoen aan een openbaar uitbestede openbare-dienstverplichting op grond van de gewijzigde Verordening 1370/2007;

 

ii)  verrichting van vervoersdiensten per spoor op lijnen die volledig open staan voor mededinging, en de begunstigde is een nieuwkomer die in aanmerking komt voor financiering op grond van de Verordening (EU) 2018/xxx [EU-investeringsverordening].

 

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis)  investeringen in de bouw van institutionele zorginstellingen waar sprake is van segregatie of die inbreuk maken op persoonlijke keuze en onafhankelijkheid;

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bovendien verleent het Cohesiefonds geen steun aan investeringen in huisvesting, tenzij deze verband houden met het bevorderen van energie-efficiëntie of het gebruik van hernieuwbare energie.

2.  Bovendien verleent het Cohesiefonds geen steun aan investeringen in huisvesting, tenzij deze verband houden met het bevorderen van energie- en hulpmiddelenefficiëntie of het gebruik van hernieuwbare energie, het bevorderen van toegankelijke leefomstandigheden voor oudere mensen en personen met een handicap, of seismische aanpassingen.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Partnerschap

 

1.  Elke lidstaat waarborgt de betekenisvolle en inclusieve deelname van sociale partners, maatschappelijke organisaties en dienstgebruikers bij het beheer, de programmering, de levering, de monitoring en de evaluatie van de activiteiten en beleidsmaatregelen die onder gedeeld beheer worden gesteund door het EFRO en het Cohesiefonds, in overeenstemming met artikel 6 van de voorgestelde GB-verordening "Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie".

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren, als vervat in bijlage I wat het EFRO en het Cohesiefonds betreft, en, waar nodig, programmaspecifieke output- en resultaatindicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel [12, lid 1], tweede alinea, onder a), artikel [17, lid 3,] onder d), ii), en artikel [37, lid 2,] onder b), van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening].

1.  Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren, als vervat en gedefinieerd in bijlage I wat het EFRO en het Cohesiefonds betreft, en, waar relevant, programmaspecifieke output- en resultaatindicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel [12, lid 1], tweede alinea, onder a), artikel [17, lid 3,] onder d), ii), en artikel [37, lid 2,] onder b), van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening].

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Binnen het huidige kader van het stabiliteits- en groeipact mogen de lidstaten in naar behoren gemotiveerde gevallen om een grotere mate van flexibiliteit verzoeken voor de structurele overheidsuitgaven of daarmee gelijk te stellen structurele uitgaven die door de overheid worden ondersteund bij wijze van medefinanciering van investeringen in het kader van het EFRO en het Cohesiefonds. Bij de vaststelling van de begrotingsaanpassing onder het preventieve of onder het corrigerende deel van het stabiliteits- en groeipact voert de Commissie een zorgvuldige beoordeling uit van dergelijke verzoeken, met inachtneming van het strategische belang van door het EFRO en het Cohesiefonds gecofinancierde investeringen.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het EFRO kan steun verlenen aan geïntegreerde territoriale ontwikkeling in het kader van programma's voor beide doelstellingen waarnaar wordt verwezen in artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening] in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk II van titel III van die verordening [nieuwe GB-verordening].

1.  Het EFRO verleent steun aan geïntegreerde territoriale ontwikkeling in het kader van programma's voor beide doelstellingen waarnaar wordt verwezen in artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening] in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk II van titel III van die verordening [nieuwe GB-verordening].

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Ten minste 5 % van de EFRO-middelen op nationaal niveau in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", anders dan voor technische bijstand, wordt toegewezen aan geïntegreerde territoriale ontwikkeling in niet-stedelijke gebieden met natuurlijke, geografische of demografische belemmeringen of nadelen of met problemen bij de toegang tot basisdiensten. Van dit bedrag wordt ten minste 17,5 % toegewezen aan plattelandsgebieden en -gemeenschappen, rekening houdend met de bepalingen van een Pact voor slimme dorpen om projecten zoals slimme dorpen te ontwikkelen.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten passen de geïntegreerde territoriale ontwikkeling, ondersteund door het EFRO, uitsluitend toe door middel van de formulieren als bedoeld in artikel [22] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening].

2.  De lidstaten passen de geïntegreerde territoriale ontwikkeling toe door middel van een as of een specifiek programma of van andere vormen als genoemd in artikel [22] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening], en kunnen profiteren van een meerfondsen- en geïntegreerde aanpak in het kader van het EFRO, het ESF+, het EFMV en het Elfpo.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het EFRO ondersteunt de geïntegreerde territoriale ontwikkeling op basis van territoriale strategieën in overeenstemming met artikel [23] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening] gericht op stedelijke gebieden ("duurzame stedelijke ontwikkeling") in het kader van programma’s voor beide doelen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van die verordening.

1.  Om de economische, milieu-, klimaat-, demografische en sociale uitdagingen aan te pakken, ondersteunt het EFRO de geïntegreerde territoriale ontwikkeling op basis van territoriale strategieën in overeenstemming met artikel [23] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening] die kunnen profiteren van een meerfondsen- en geïntegreerde aanpak in het kader van het EFRO en het ESF+, gericht op functionele stedelijke gebieden ("duurzame stedelijke ontwikkeling") in het kader van programma's voor beide doelen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van die verordening.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ten minste 6 % van de EFRO-middelen op nationaal niveau in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", anders dan voor technische bijstand, wordt toegewezen aan duurzame stedelijke ontwikkeling in de vorm van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, geïntegreerde territoriale investeringen of een ander territoriaal instrument in het kader van BD 5.

Ten minste 10 % van de EFRO-middelen op nationaal niveau in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", anders dan voor technische bijstand, wordt toegewezen aan duurzame stedelijke ontwikkeling in de vorm van een specifiek programma, een specifieke prioriteitsas, vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, geïntegreerde territoriale investeringen of andere territoriale instrumenten, zoals bepaald in artikel 22, onder c), van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening]. De "stedelijke autoriteiten" als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening] krijgen de bevoegdheid om zelf de maatregelen en projecten te selecteren. Operaties die worden uitgevoerd in het kader van BD's anders dan BD 5, kunnen, indien zij samenhangen, bijdragen tot het bereiken van het minimum van 10 % dat moet worden toegewezen voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Investeringen die worden gedaan onder BD 5, onder i), moeten worden meegeteld als bijdrage aan deze toewijzing van 10 %, net als operaties die worden uitgevoerd in het kader van andere BD's, indien deze samenhangen met duurzame stedelijke ontwikkeling.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dit initiatief omvat alle stedelijke gebieden en ondersteunt de stedelijke agenda van de Unie.

Dit initiatief omvat alle functionele stedelijke gebieden en ondersteunt de partnerschappen en organisatorische kosten van de stedelijke agenda van de Unie. Lokale autoriteiten moeten actief worden betrokken bij de vormgeving en uitvoering van het Stedelijk Europa-initiatief.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  ondersteuning van capaciteitsopbouw;

a)  ondersteuning van capaciteitsopbouw, met inbegrip van uitwisselingsacties voor regionale en lokale vertegenwoordigers op subnationaal niveau;

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  ondersteuning van innovatieve acties;

b)  ondersteuning van innovatieve acties die extra medefinanciering kunnen krijgen in het kader van Verordening (EU) [2018/xxx] (Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling - Elfpo) en die gezamenlijk met het Europees netwerk voor plattelandsontwikkeling (ENPO) worden uitgevoerd, met name met betrekking tot de verbindingen tussen stad en platteland en met betrekking tot projecten die de ontwikkeling van stedelijke gebieden en functionele regio's ondersteunen;

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  ondersteuning van kennis, ontwikkeling van beleid en communicatie.

c)  ondersteuning van kennis, territoriale effectbeoordelingen, ontwikkeling van beleid en communicatie.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op verzoek van een of meer lidstaten kan het Stedelijk Europa-initiatief tevens steun verlenen aan intergouvernementele samenwerking in verband met stedelijke aangelegenheden.

Op verzoek van een of meer lidstaten kan het Stedelijk Europa-initiatief tevens steun verlenen aan intergouvernementele samenwerking in verband met stedelijke aangelegenheden, zoals het referentiekader voor duurzame steden en de territoriale agenda van de Europese Unie en de aanpassing van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties aan de plaatselijke realiteit.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement over de ontwikkelingen in het kader van het Stedelijk Europa-initiatief.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Gebieden met natuurlijke of demografische belemmeringen en problemen

 

1.  In door het EFRO gecofinancierde operationele programma's die betrekking hebben op gebieden met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen en problemen, zoals die waarnaar wordt verwezen in artikel 174 VWEU, moet bijzondere aandacht worden besteed aan de uitdagingen waarmee deze gebieden worden geconfronteerd.

 

Met name NUTS III-gebieden of lokale bestuurlijke eenheden (LBE) met een bevolkingsdichtheid van minder dan 12,5 inwoners/km2 voor dunbevolkte gebieden of met een bevolkingsdichtheid van minder dan 8 inwoners/km2 voor zeer dunbevolkte gebieden, of met een gemiddelde bevolkingsafname van meer dan 1 % tussen 2007 en 2017, moeten worden onderworpen aan specifieke regionale en nationale plannen om de aantrekkelijkheid voor de bevolking en bedrijfsinvesteringen te vergroten en om de toegankelijkheid van digitale en openbare diensten te bevorderen, door middel van de opname van een fonds in de samenwerkingsovereenkomst. In de partnerschapsovereenkomst kan een specifieke financiering worden toegewezen.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De specifieke extra toewijzing voor ultraperifere gebieden wordt gebruikt ter compensatie van de extra kosten die in deze gebieden ontstaan als gevolg van één of meer van de permanente factoren die hun ontwikkeling schaden die worden genoemd in artikel 349 VWEU.

1.  Artikel 3 is niet van toepassing op de specifieke extra toewijzing voor ultraperifere gebieden. Deze specifieke extra toewijzing voor ultraperifere gebieden wordt gebruikt ter compensatie van de extra kosten die in deze gebieden ontstaan als gevolg van één of meer van de permanente factoren die hun ontwikkeling schaden die worden genoemd in artikel 349 VWEU.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  In afwijking van artikel 4, lid 1, kan het EFRO steun verlenen aan productieve investeringen in ondernemingen in ultraperifere gebieden, ongeacht de omvang van die ondernemingen.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bevoegdheid om de in artikel 7, lid 4, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt de Commissie met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening voor onbepaalde tijd verleend.

2.  De bevoegdheid om de in artikel 7, lid 4, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt de Commissie met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening verleend tot en met 31 december 2027.

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 13 bis

 

Intrekking

 

Onverminderd artikel 12 van deze verordening worden de Verordeningen (EG) nr. 1301/2013 en (EG) nr. 1300/2013 met ingang van 1 januari 2021 ingetrokken.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 13 ter

 

Herziening

 

Het Europees Parlement en de Raad bezien deze verordening vóór 31 december 2027 opnieuw, overeenkomstig artikel 177 VWEU.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie

1.   "een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie en van regionale connectiviteit op technologisch gebied, en door de ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologieën (ICT), connectiviteit en doeltreffend openbaar bestuur" ("BD 1") door:

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 2 – Output – RCO -01 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO -01 - Regionaal gemiddeld inkomen

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 2 – Output – RCO 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 10 bis - Ondernemingen die ondersteuning ontvangen om hun producten en diensten om te zetten in de circulaire economie

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 2 – Output – RCO 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 14 bis - Bijkomende sociaaleconomische knooppunten die toegang hebben tot breedband met zeer hoge capaciteit

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 2 – Output – RCO 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 14 ter - Sociaaleconomische knooppunten met breedbandaansluiting op een netwerk met zeer hoge capaciteit

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 3 – Resultaten – RCR -01 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR -01 - Verhoging van de regionale inkomensratio zoals vastgesteld in artikel 3, lid 3

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCR 14 - Ondernemingen die openbare digitale diensten gebruiken*

RCR 14 - Gebruikers van openbare digitale diensten*

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Kolom 1 – Beleidsdoelstelling 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer

2.  Een groener, koolstofarm en veerkrachtig Europa voor iedereen door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 18 bis - Het percentage jaarlijkse energiebesparingen voor de gehele woningvoorraad (vergeleken met een uitgangswaarde) in overeenstemming met de doelstelling om te komen tot een hoogefficiënte en koolstofvrije woningvoorraad zoals opgenomen in de nationale langetermijnstrategie voor renovatie ter ondersteuning van de renovatie van de nationale voorraad residentiële en niet-residentiële gebouwen

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 18 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 18 ter - Huishoudens met verbeterde energieprestatie van de woning, namelijk een energiebesparing van ten minste 60 %

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 18 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 18 quater - Huishoudens met verbeterde energieprestatie van de woning, namelijk het standaardniveau van bijna-energieneutrale gebouwen na renovatie

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCO 19 - Openbare gebouwen die ondersteund worden om de energieprestatie te verbeteren

RCO 19 - Gebouwen die ondersteund worden om de energieprestatie van de woning te verbeteren (waaronder: residentieel, niet-residentieel, openbaar niet-residentieel)

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 19 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 19 ter - Aantal energiearme/kwetsbare consumenten die ondersteuning ontvangen om de energieprestatie van hun woning te verbeteren

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 20 bis - Gebouwen die ondersteund worden om beter voorbereid te zijn op slimme toepassingen

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 22 bis - Totaal definitief verbruik van hernieuwbare energie en verbruik per sector (verwarming en koeling, vervoer, elektriciteit)

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 22 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 22 ter - Aandeel van totaal geproduceerde hernieuwbare energie

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 22 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 22 quater - Vermindering van de jaarlijkse invoer van niet-hernieuwbare energie

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 97 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 97 bis - Aandeel prosumenten van hernieuwbare energie in de totale geïnstalleerde productiecapaciteit voor elektriciteit

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 98 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 98 bis - Ondersteuning van een overgangstermijn voor regio's die een nadelige invloed van decarbonisatie ondervinden

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCO 24 - Nieuwe of verbeterde systemen voor toezicht, paraatheid, waarschuwing en reactie bij rampen*

RCO 24 - Nieuwe of verbeterde systemen voor toezicht, paraatheid, waarschuwing en reactie bij natuurrampen zoals aardbevingen, bosbranden, overstromingen of droogte*

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCO 28 - Gebieden die vallen onder maatregelen ter bescherming tegen bosbranden

RCO 28 - Gebieden die vallen onder maatregelen ter bescherming tegen bosbranden, aardbevingen, overstromingen of droogte

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCO 32 bis - Totaal fossiele brandstoffen vervangen door emissiearme energiebronnen

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 2 – Output – RCO 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCO 34 – Bijkomende capaciteit voor afvalrecycling

RCO 34 – Bijkomende capaciteit voor afvalpreventie en -recycling

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR 34 bis - Aantal omgezette banen

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCR 27 - Huishoudens met verbeterde energieprestatie van de woning

RCR 27 - Huishoudens met verbeterde energieprestatie van de woning, namelijk een energiebesparing van ten minste 60 %

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 28 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR 28 bis - Gebouwen met verbeterde energieprestaties die voortvloeien uit contractuele regelingen die zorgen voor verifieerbare energiebesparingen en verhoogde efficiëntie, zoals energiebesparingscontracten in de zin van artikel 2, punt 27, van Richtlijn 2012/27/EU1 bis

 

___________________

 

1 bis Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG(PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR 30 bis - Gebouwen die beter voorbereid zijn op slimme toepassingen

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCR 43 - Waterverliezen

 

RCR 43 - Beperking van waterverliezen

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 3 – Resultaten – RCR -46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR -46 bis – Afvalproductie per hoofd van de bevolking

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 3 – Output – RCR -46 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR -46 ter – Afval dat wordt weggebracht voor verwijdering en energieterugwinning per hoofd van de bevolking

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 3 – Resultaten – RCR -47 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR -47 bis – Gerecycled bioafval

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 3 – Resultaten – RCR -48 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR 48 bis – Inwoners die profiteren van de voorbereiding van afval voor installaties voor hergebruik

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 48 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR 48 ter – Circulair benuttingspercentage van materiaal

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCR 49 - Teruggewonnen afval

RCR 49 - Hergebruikt afval

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 3 – Resultaten – RCR 49 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR 49 bis – Voor hergebruik voorbereid afval

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit

3.   Een meer verbonden Europa voor iedereen door de versterking van de mobiliteit

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 2 – Output – RCO 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCO 43 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - TEN-V4

RCO 43 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - TEN-V4 (kernnetwerken en uitgebreide netwerken)

______________

________________

4 Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).

4 Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 2 – Output – RCO 45

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCO 45 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - TEN-V

RCO 45 - Lengte van vernieuwde of verbeterde wegen - TEN-V (kernnetwerken en uitgebreide netwerken)

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 2 – Output – RCO 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCO 47 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - TEN-V3

RCO 47 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - TEN-V3 (kernnetwerken en uitgebreide netwerken)

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 2 – Output – RCO 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

RCO 49 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - TEN-V4

RCO 49 - Lengte van vernieuwde of verbeterde wegen - TEN-V4 (kernnetwerken en uitgebreide netwerken)

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 3 – Resultaten – RCR -55 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR -55 bis - Percentage van voltooiing van de TEN-V-corridor op het nationale grondgebied

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 3 – Resultaten – RCR -57 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR -57 bis - Percentage van voltooiing van de TEN-V-corridor op het nationale grondgebied

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 4 – Kolom 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Een socialer Europa dat de Europese pijler van sociale rechten uitvoert

4.  Een socialer en inclusiever Europa dat de Europese pijler van sociale rechten uitvoert

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 3 – Resultaten – RCR -68 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR -68 bis - Leden van gemarginaliseerde gemeenschappen en achtergestelde groepen door middel van geïntegreerde maatregelen op onder meer het vlak van huisvesting en sociale diensten (andere dan Roma)

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 3 – Resultaten – RCR -68 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

RCR -68 ter - Leden van gemarginaliseerde gemeenschappen en achtergestelde groepen door middel van geïntegreerde maatregelen op onder meer het vlak van huisvesting en sociale diensten (Roma)

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 5 – Kolom 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen

5.  Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stadsgebieden en alle andere gebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Kolom 1 – Beleidsdoelstelling 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie

1.  Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie en van regionale connectiviteit op technologisch gebied, en door de ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologieën (ICT), connectiviteit en doeltreffend openbaar bestuur door:

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 3 – Output – CCO -01 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

CCO -01 bis - Ondernemingen die worden ondersteund voor duurzame economische activiteiten

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 3 – Output – CCO -04

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

CCO 04 – Kmo's die worden ondersteund om banen en groei te creëren

CCO 04 – Kmo's die worden ondersteund om banen en duurzame groei te creëren

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 1 – Kolom 4 – Resultaten – CCR -01 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

CCR -01 bis - Verhoging van de regionale inkomensratio

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Kolom 1 – Beleidsdoelstelling 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer

2.   Een groener, koolstofarm en veerkrachtig Europa voor iedereen door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 3 – Output – CCO 08 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

CCO 08 bis - Ontwikkeling van nieuwe ondernemingen

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 3 – Output – CCO 09 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

CCO 09 bis - Betere aanpassing aan de klimaatverandering, meer risicopreventie inzake natuurrampen en een grotere bestendigheid tegen rampen en extreme weersomstandigheden

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 2 – Kolom 4 – Resultaten – CCR 07 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

CCR 07 bis - Aantal gecreëerde banen

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit

3. Een meer verbonden Europa voor iedereen door de versterking van de mobiliteit

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 3 – Output – CCO 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

CCO 14 - Wegen TEN-V: Nieuwe en verbeterde wegen

CCO 14 - Wegen TEN-V: Nieuwe en verbeterde wegen en bruggen

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 3 – Kolom 4 – Resultaten – CCR 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

CCR 13 - Tijdwinst dankzij betere wegeninfrastructuur

CCR 13 - Tijdwinst dankzij betere wegen- en bruggeninfrastructuur

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Een socialer Europa dat de Europese pijler van sociale rechten uitvoert

4.  Een socialer en inclusiever Europa dat de Europese pijler van sociale rechten uitvoert

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – Beleidsdoelstelling 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen

5.  Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stadsgebieden en alle andere gebieden te bevorderen

(1)

  PB C 62 van 15.2.2019, blz. 90.

(2)

  Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

A. Inleiding

Het idee achter de Europese Unie is de vreedzame samenwerking tussen verschillende volkeren en naties voor de bevordering van economische, sociale en territoriale cohesie en solidariteit tussen de verschillende regio's.

Deze doelstellingen moeten worden nagestreefd via het cohesiebeleid, het belangrijkste investeringsbeleid van de EU voor werkgelegenheid en groei, dat territoriale ongelijkheden verkleint door burgers en regio's dichter bij het Europese project te brengen.

Deze taken worden bemoeilijkt door de verstorende effecten van economische crises, die de ongelijkheden tussen gebieden hebben vergroot, ondanks het feit dat die tussen de lidstaten in tezelfdertijd kleiner zijn geworden. Om deze redenen mogen de begrotingsbeperkingen van de EU en de nationale staten, net als de gevolgen van de brexit, op geen enkele manier leiden tot een verzwakking van het cohesiebeleid of tot een ingrijpende wijziging van de doelstellingen daarvan.

Het toekomstige cohesiebeleid moet lessen trekken uit de ervaringen uit het verleden om beter te kunnen inspelen op de uitdagingen van vandaag. Het is van essentieel belang dat dit beleid wordt ondersteund met toereikende begrotingsmiddelen, ook met het oog op de toename van de taken en investeringsdoelstellingen in alle Europese regio's, die voortkomen uit oude en nieuwe uitdagingen, zoals klimaatverandering, de sociale gevolgen van de economische crisis en demografische veranderingen. Overmatige centralisatie moet worden vermeden, omdat deze haar territoriale dimensie in gevaar zou brengen.

B. Algemene doelstellingen van de rapporteur

Na de niet geheel positieve ervaringen van de huidige programmeringsperiode is het van belang ervoor te zorgen dat het cohesiebeleid na 2020 meteen van start gaat, zodat concrete initiatieven in alle lidstaten en regio's tijdig kunnen worden opgestart.

De rapporteur waardeert de vereenvoudigingsinspanning van de Commissie, maar wil erop wijzen dat vereenvoudiging niet gericht moet zijn op beginselen of doelstellingen, maar op het verminderen van bureaucratie en van kosten die drukken op regio's en burgers. De rapporteur betreurt dat de synergieën tussen de ESI-fondsen, ook al wordt daar herhaaldelijk om geroepen, verloren gaan, vooral met betrekking tot het nieuwe sociale fonds (ESF+), en stelt om die reden correcties voor.

Het doel van de rapporteur is, deze synergieën te versterken om te blijven zorgen voor een geïntegreerde en complementaire aanpak van de belangrijkste uitdagingen op dit gebied, met name ten aanzien van de aanpak van het grondgebied en van een socialer Europa.

Ook erkent de rapporteur de onderlinge samenhang tussen het cohesiebeleid en het macro-economisch beleid. Dit verband mag echter niet ten koste gaan van de territoriale dimensie, en omgekeerd moet een nieuwe en constructieve aanpak worden ingevoerd die voortvloeit uit een ingrijpende hervorming van de doelstellingen van de specifieke aanbevelingen per land, en meer in het algemeen van het Europees Semester. Alleen op die manier zou de genoemde samenhang niet langer de contouren hebben van een beleid (dat van cohesie) dat in dienst staat van een ander beleid (het macro-economische), doordat deze een complementair karakter krijgen dat ten goede komt aan beide beleidslijnen en vooral aan de burgers. Dit economische bestuur moet in de behoeften en uitdagingen van economische, sociale of institutionele ontwikkeling het begrip voor regionale diversiteit optimaliseren en het mogelijk maken om het interventiebeleid opnieuw vorm te geven. Tegelijkertijd heeft geen enkele vorm van macro-economische voorwaardelijkheid nut.

Meer in het algemeen is de rapporteur voor de toekomst van het cohesiebeleid van mening dat medefinancieringsniveaus een essentiële rol moeten spelen in de structuur van fondsen. Toename van de cofinanciering betekent – vanuit het oogpunt van de Commissie – verantwoordelijkheid geven aan de lidstaten, maar ook zorgen voor meer beschikbare middelen en voor beperking van het effect van het afnemen van de Europese middelen. Hoewel dit allemaal waar en juist is, bestaat er een plicht om deze staten in staat te stellen deze middelen te gebruiken, zonder in tegenspraak te geraken met andere Europese bepalingen. Dit aspect is zeer controversieel, maar het is een valstrik die moet worden vermeden, ook door het bevorderen van originele en moedige oplossingen.

C. Belangrijkste amendementen van de rapporteur

De rapporteur is van mening dat het noodzakelijk is de inhoud van artikel 174 VWEU te vermelden om de territoriale en regionale dimensie van de acties van het cohesiebeleid van de Unie te onderstrepen.

Artikel 2 van het voorstel stelt de specifieke doelstellingen van het EFRO en het Cohesiefonds vast door ze op te delen in 5 macrogebieden: een slimmer, groener, meer verbonden, socialer en dichter bij de burgers gebracht Europa, die op hun beurt zijn onderverdeeld in 21 actiegebieden, die veel vager en minder gedetailleerd zijn dan die van het huidige programma. In de 5 nieuwe gebieden worden de voorafgaande 11 investeringsprioriteiten samengevoegd en vereenvoudigd. Het voorstel van de Commissie is in vergelijking met het programma voor de periode 2014-2020 minder uitgewerkt, waardoor er een discretionaire marge overblijft bij de keuze van maatregelen die moeten worden genomen op het niveau van de lidstaten. Hoewel de opsomming voldoende inclusief leek, is besloten om te amenderen, met name om de mogelijkheid te versterken van maatregelen ten behoeve van het natuurlijk erfgoed, emissievrije stedelijke mobiliteit en duurzaam toerisme.

Artikel 3 van het voorstel test de criteria voor de concentratie van de thematische doelstellingen door de classificatie te verschuiven van een regionaal niveau, gekoppeld aan het bbp per hoofd van de bevolking, naar een nationaal niveau, gekoppeld aan het bruto nationaal inkomen. Deze benadering opent volgens de rapporteur een politiek debat over de werkelijke consequenties van een mogelijke centralisatie en over de effecten die dit zou kunnen hebben voor de Europese regio's. De rapporteur is met name bezorgd over de effecten die een thematische en niet erg flexibele concentratie op nationaal niveau kan hebben bij de territoriale herverdeling van interventies, vooral voor de grotere landen met federale bestuursstructuren (die overigens ook tot de belangrijkste begunstigde landen van de fondsen behoren), evenals voor de meer gearticuleerde, gefragmenteerde nationale economieën met hogere percentages ongelijkheden binnen het grondgebied. Wat de rapporteur betreft, moet het beheer van de middelen op de eerste plaats de territoriale, economische en sociale specificiteit van de begunstigden van het cohesiebeleid beoordelen, te beginnen met de regio's. De rapporteur is van mening dat er veel ruimte is voor evaluatie en wijziging van artikel 3, met als doelstelling het cohesiebeleid daadwerkelijk tot een instrument te maken voor de lidstaten en de lokale autoriteiten om de uitdagingen aan te gaan die worden veroorzaakt door de huidige veranderingen.

Daarom acht hij het van essentieel belang de thematische concentratie te herstellen op het niveau van de verschillende soorten regio's en niet, zoals de Commissie heeft voorgesteld, op het niveau van de lidstaten, omdat laatstgenoemde optie te veel zou leiden tot centralisering, zonder de gewenste flexibiliteit te waarborgen. De rapporteur is het voorts eens met de minimumreserve die moet worden gefocust op BD 1 en BD 2 (een groener Europa), maar is van mening dat BD 2 ook moet worden uitgebreid tot de meer ontwikkelde groep regio's. Om een adequate en reële flexibiliteitsmarge te waarborgen, ten slotte, acht de rapporteur het passend een horizontaal criterium in te voeren, waardoor de lidstaten, indien ze voldoende worden ondersteund door de gegevens uit de behoefteanalyse, om nog meer percentuele flexibiliteit kunnen vragen betreffende het aan BD 1 toegewezen percentage (tot maximaal 5 procentpunten, en tot maximaal 10 procentpunten voor de ultraperifere regio's) op het niveau van de soorten regio's, opnieuw met het oog op een betere aanpassing aan de behoeften van de burgers en de productiewereld.

In de artikelen 4 en 5 wordt de toepassingssfeer van het EFRO en het Cohesiefonds vastgesteld, met inbegrip van investeringen in infrastructuur, investeringen in verband met toegang tot diensten, productieve investeringen in kmo's en investeringen in verband met duurzame ontwikkeling en energie met voordelen voor het milieu en technische bijstand. Technische bijstand wordt in het voorstel van de GB-verordening gedefinieerd in de artikelen 31 (over percentages van vergoedingen die worden vergoed voor technische bijstand) en 32 (de mogelijkheid voor lidstaten om aanvullende acties voor technische bijstand te ondernemen om de capaciteit van de autoriteiten en begunstigden voor effectief beheer en gebruik van fondsen te versterken). De rapporteur is van mening dat, terwijl artikel 31 het begrip van traditionele technische bijstand voor programma's wijzigt, die wordt vergoed op basis van percentage, tegelijk met de voortgang van de programma's zelf, artikel 32 mogelijkheden schept voor de nauwe relatie tussen de programmering van structuurfondsen en de versterking, verbetering en optimalisering van lokale overheidsdiensten.

Daarom acht de rapporteur het van essentieel belang om in de artikelen 4 en 5 uitdrukkelijk te verwijzen naar het belang van het gebruik van deze middelen voor het versterken van overheidsdiensten. We moeten af van de situatie waarbij er, ondanks enorme uitgaven aan "externe" technische bijstand, alleen voor wordt gezorgd dat structurele tekortkomingen van het openbaar bestuur worden opgevuld, zonder dat er tegelijkertijd maatregelen worden getroffen om deze tekortkomingen weg te werken. Derhalve is de rapporteur van mening dat er, als horizontale doelstelling, opnieuw moet worden ingezet op het versterken van de capaciteit van overheidsdiensten, met name met betrekking tot de toegankelijkheid van diensten voor burgers en de efficiëntie van de geleverde antwoorden. De rapporteur meent dat het voorstel van de Commissie in die richting onvoldoende is en op een aantal punten zwak, en wil dit wijzigen om de in het kader van het programma voor 2014-2020 op gang gebrachte ervaringen niet te onderbreken.

Artikel 6 van het voorstel, dat betrekking heeft op sectoren die zijn uitgesloten van EFRO-interventies, moet verder worden bediscussieerd. De lijst is veel uitgebreider dan voorheen, met de rechtvaardiging dat deze gericht is op het verminderen van onzekerheidsmarges. Er blijven echter twijfels bestaan, met name ten aanzien van investeringen in de lozing van afval op stortplaatsen, die interventies veilig moeten stellen die gericht zijn op de verwijdering, reconversie of beveiliging van afgedankte installaties. Tegelijkertijd is er een nauwkeurige definitie nodig van het begrip "restafval" om de mogelijkheden voor uitsluiting van financiering beter te definiëren, in het bijzonder om tegenstrijdigheden met de richtlijnen inzake afval en energie te voorkomen. Even controversieel zijn de uitzonderingen met betrekking tot luchthaveninfrastructuur en de aankoop van rollend materieel.

De artikelen 8 en 9 zijn met name relevant voor de kwestie van de samenhang tussen het cohesiebeleid en de grondgebieden. In de eerste plaats onderstreept de rapporteur de functie van artikel 8 ten bate van "niet-stedelijke" gebieden, waarbij hij het noodzakelijk acht om, net als voor stedelijke gebieden, te voorzien in een minimumreserve (ten minste 5 %) voor de ondersteuning en ontwikkeling van deze gebieden die, ook als gevolg van de crisis, te maken hebben met verarming (zowel materieel als immaterieel, in goederen en in diensten) en met demografische krimp. De gegevens maken de urgentie duidelijk van doelgerichte ad hoc-maatregelen die helpen de huidige negatieve spiraal te stoppen.

Even belangrijk is duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 9), waarvoor, mede in het licht van het succes van de huidige programmering, een verhoging van de middelen nodig is om aan deze vorm van lokale ontwikkeling te besteden en om het scala aan instrumenten dat kan worden gebruikt, te vergroten. Met name voor zowel artikel 8 als artikel 9 is het essentieel om opnieuw de mogelijkheid in te voeren voor geïntegreerde maatregelen die worden medegefinancierd via het EFRO dan wel het Cohesiefonds en het ESF+.

Deze en andere amendementen van de rapporteur zijn erop gericht om in de toekomst een cohesiebeleid te blijven voeren dat de ongelijkheden blijft verminderen en om bij te dragen tot een socialer Europa dat meer aandacht heeft voor zijn territoria, burgers, bedrijven en jonge mensen, en dichter bij hen staat.


ADVIES van de Begrotingscommissie (11.12.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

(COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD))

Rapporteur voor advies: Jan Olbrycht

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2 bis)  Het EFRO en het Cohesiefonds (CF) dienen bij te dragen aan de financiering van de steun die bedoeld is ter versterking van de economische, sociale en territoriale cohesie door het ongedaan maken van de belangrijkste ongelijkheden en het corrigeren van de regionale onevenwichtigheden in de Unie, waardoor de achterstand van de minst begunstigde regio's wordt verkleind, door middel van duurzame ontwikkeling en door de structurele aanpassing van de regionale economieën.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Verordening (EU) Nr. 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe GB-verordening]16 stelt gemeenschappelijke regels vast die van toepassing zijn op verschillende fondsen, met inbegrip van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMV"), het Fonds voor asiel en migratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") , die functioneren binnen een gemeenschappelijk kader ("de Fondsen").

(3)  Verordening (EU) Nr. 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe GB-verordening]16 stelt gemeenschappelijke regels vast die van toepassing zijn op verschillende fondsen, met inbegrip van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMV"), het Fonds voor asiel en migratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") , die functioneren binnen een gemeenschappelijk kader ("de Fondsen").

__________________

__________________

16 [Volledige referentie - nieuwe GB-verordening].

16 [Volledige referentie - nieuwe GB-verordening].

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de ESI-fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van gendermainstreaming en gendergelijkheid, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de ESI-fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Om het EFRO in staat te stellen steun te verlenen in het kader van ETS/Interreg in termen van investeringen in infrastructuur en de daarmee gepaard gaande investeringen, opleidingen en integratieactiviteiten, is het noodzakelijk te bepalen dat het EFRO ook steun kan verlenen voor activiteiten in het kader van de specifieke doelstellingen van het ESF +, dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe ESF +]18.

(15)  Om het EFRO in staat te stellen steun te verlenen in het kader van ETS/Interreg in termen van investeringen in infrastructuur en de daarmee gepaard gaande investeringen, opleidingen en integratieactiviteiten, ter verbetering en ontwikkeling van de bestuurlijke vaardigheden en competenties, is het noodzakelijk te bepalen dat het EFRO ook steun kan verlenen voor activiteiten in het kader van de specifieke doelstellingen van het ESF +, dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe ESF +]18.

__________________

__________________

18 [Volledige referentie - nieuw ESF+].

18 [Volledige referentie - nieuw ESF+].

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's en van de achterstand van de minst begunstigde regio's, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO worden gericht op de beleidsdoelstellingen "een slimmer Europa door het bevorderen van innovatieve en slimme economische transformatie" en "een groener, koolstofarm Europa door het bevorderen van schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer". Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteit toelaten op het niveau van individuele programma's en tussen de drie groepen lidstaten volgens het respectieve bruto nationaal inkomen. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van lidstaten in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio's.

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's en van de achterstand van de minst begunstigde en minder ontwikkelde regio's, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO worden gericht op de beleidsdoelstellingen "een slimmer Europa door het bevorderen van innovatieve en slimme economische transformatie" en "een groener, koolstofarm Europa door het bevorderen van schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer". Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteitsmarges toelaten op het niveau van individuele programma's en tussen diverse categorieën van regio's, mede rekening houdend met de verschillende ontwikkelingsniveaus. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van regio's in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio's.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Deze verordening moet de verschillende soorten activiteiten uiteenzetten, waarvan de kosten mogen worden gedragen door investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds, in het kader van hun respectieve doelstellingen zoals omschreven in het VWEU. Het Cohesiefonds moet ondersteuning kunnen bieden voor investeringen in het milieu en in TEN-V. Wat het EFRO betreft, moet de lijst van activiteiten worden vereenvoudigd en moet het EFRO ondersteuning kunnen bieden aan investeringen in infrastructuur, investeringen in verband met toegang tot diensten, productieve investeringen in kmo's, apparatuur, software en immateriële activa, en in maatregelen met betrekking tot informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken. Met het oog op ondersteuning van de uitvoering van het programma moeten beide fondsen ook activiteiten op het gebied van technische bijstand kunnen ondersteunen. Tot slot moet, om ondersteuning van een breder spectrum aan maatregelen voor Interreg-programma's mogelijk te maken, het toepassingsgebied worden vergroot, door deze uit te breiden tot een breed spectrum aan voorzieningen en personele middelen en kosten die verband houden met maatregelen die binnen de werkingssfeer van het ESF+ vallen.

(19)  Deze verordening moet de verschillende soorten activiteiten uiteenzetten, waarvan de kosten mogen worden gedragen door investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds, in het kader van hun respectieve doelstellingen zoals omschreven in het VWEU. Het Cohesiefonds moet ondersteuning kunnen bieden voor investeringen in het milieu en in TEN-V. Wat het EFRO betreft, moet de lijst van activiteiten worden vereenvoudigd en moet het EFRO ondersteuning kunnen bieden aan investeringen in infrastructuur, investeringen in verband met toegang tot diensten, productieve investeringen in kmo's, apparatuur, software en immateriële activa, en in maatregelen met betrekking tot informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken. Met het oog op ondersteuning van de uitvoering van het programma moeten beide fondsen ook activiteiten op het gebied van technische bijstand kunnen ondersteunen, inclusief ter verbetering en ontwikkeling van de bestuurlijke vaardigheden en competenties. Tot slot moet, om ondersteuning van een breder spectrum aan maatregelen voor Interreg-programma's mogelijk te maken, het toepassingsgebied worden vergroot, door deze uit te breiden tot een breed spectrum aan voorzieningen en personele middelen en kosten die verband houden met maatregelen die binnen de werkingssfeer van het ESF+ vallen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv bis)  het verbeteren van de digitale connectiviteit;

Motivering

Het is belangrijk dat het specifieke doel "Het verbeteren van de digitale connectiviteit" van BD3 wordt overgeheveld naar BD1 om daadwerkelijk tot innovatie en slimme economische transformatie te komen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iv ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv ter)  het versterken van de cyberbeveiliging.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vii bis)  het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit;

Motivering

Overheveling van de doelstelling "Het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit" van BD3 naar BD2 zal ertoe bijdragen dat de Europese steden groener worden. Dit is een belangrijke stap op weg naar klimaataanpassing in Europa.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  "een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit" ("BD 3") door:

c)  "een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale connectiviteit" ("BD 3") door:

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het verbeteren van de digitale connectiviteit;

Schrappen

Motivering

Het is belangrijk dat het specifieke doel "Het verbeteren van de digitale connectiviteit" van BD3 wordt overgeheveld naar BD1 om daadwerkelijk tot innovatie en slimme economische transformatie te komen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit;

Schrappen

Motivering

Overheveling van de doelstelling "Het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit" van BD3 naar BD2 zal ertoe bijdragen dat de Europese steden groener worden. Dit is een belangrijke stap op weg naar klimaataanpassing in Europa.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv bis)  het bevorderen van vervoersverbindingen, met inbegrip van maritieme verbindingen, voor de perifere en eilandregio's van de Unie;

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv bis)  het ontwikkelen van sociaal ondernemerschap en sociale innovatie.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten worden in termen van hun bruto nationale inkomensratio als volgt ingedeeld:

De regio's worden in termen van hun bruto binnenlands-productratio als volgt ingedeeld:

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio gelijk aan of groter dan 100 % van het EU-gemiddelde ("groep 1");

a)  meer ontwikkelde regio's;

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio groter dan 75 % en kleiner dan 100 % van het EU-gemiddelde ("groep 2");

b)  overgangsregio's;

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio kleiner dan 75 % van het EU-gemiddelde ("groep 3").

c)  minder ontwikkelde regio's.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de bruto nationale inkomensratio verstaan de verhouding tussen het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van een lidstaat, gemeten in koopkrachtstandaard en berekend op basis van de cijfers van de Unie in de periode van 2014 tot en met 2016, en het gemiddelde bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in koopkrachtstandaard van de 27 lidstaten in dezelfde referentieperiode.

Voor de toepassing van dit artikel wordt de indeling van een regio in een van de drie regiocategorieën vastgesteld aan de hand van de verhouding tussen het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking van elke regio, gemeten in koopkrachtstandaard en berekend op basis van de cijfers van de Unie in de periode van 2014 tot en met 2016, en het gemiddelde bbp van de EU-27 in dezelfde referentieperiode.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" voor de ultraperifere gebieden worden ingedeeld in groep 3.

De ultraperifere gebieden worden voor de programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" geclassificeerd als minder ontwikkelde regio's.

Motivering

Om de thematische concentratie van EFRO-steun te vereenvoudigen en deze flexibeler en inzetbaarder te maken worden slechts twee categorieën landen in de desbetreffende classificatie voorgesteld. De drempel wordt vastgesteld op 90 % van het EU-gemiddelde van de bruto nationale inkomensratio, naar analogie van de subsidiabiliteitscriteria van het Cohesiefonds (artikel 102, lid 3, van de GB-verordening).

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  De lidstaten van groep 1 wijzen ten minste 85 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1 en BD 2, en ten minste 60 % aan BD 1;

a)  In meer ontwikkelde regio's wordt ten minste 75 % van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau toegewezen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand aan BD 1 en BD 2, en ten minste 30 % aan BD 2;

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  De lidstaten van groep 2 wijzen ten minste 45 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2;

b)  In overgangsregio's wordt ten minste 35% van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau toegewezen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2;

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  De lidstaten van groep 3 wijzen ten minste 35 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2.

c)  In minder ontwikkelde regio's wordt ten minste 25 % van de totale EFRO-middelen op nationaal niveau toegewezen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand aan BD 1 en ten minste 30 % BD 2.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  technische bijstand.

f)  technische bijstand, met inbegrip van verbetering en ontwikkeling van de bestuurlijke vaardigheden en competenties van lokale overheden bij het beheer van deze middelen.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b bis)  de ontwikkeling van duurzame, klimaatbestendige, intelligente en intermodale nationale, regionale en lokale mobiliteit, met inbegrip van een verbeterde toegang tot TEN-V en grensoverschrijdende mobiliteit;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b ter)  de bevordering van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  technische bijstand.

c)  technische bijstand, met inbegrip van verbetering en ontwikkeling van de bestuurlijke vaardigheden en competenties van lokale overheden bij het beheer van deze middelen.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen voor een passend evenwicht tussen investeringen uit hoofde van de punten a) en b).

De lidstaten zorgen voor een passend evenwicht tussen investeringen uit hoofde van de punten a), b), b bis) en b ter).

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  investeringen in luchthaveninfrastructuur, met uitzondering van de ultraperifere regio's;

e)  investeringen in luchthaveninfrastructuur, met uitzondering van de ultraperifere regio's en regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen overeenkomstig artikel 174 VWEU;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  financiering van de aankoop van rollend materieel voor vervoer per spoor, behalve indien dit vervoer verband houdt met:

Schrappen

i)  het voldoen aan een openbaar uitbestede openbare-dienstverplichting op grond van de gewijzigde Verordening 1370/2007;

 

ii)  verrichting van vervoersdiensten per spoor op lijnen die volledig open staan voor mededinging, en de begunstigde is een nieuwkomer die in aanmerking komt voor financiering op grond van de Verordening (EU) 2018/xxx [EU-investeringsverordening]

 

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bovendien verleent het Cohesiefonds geen steun aan investeringen in huisvesting, tenzij deze verband houden met het bevorderen van energie-efficiëntie of het gebruik van hernieuwbare energie.

2.  Bovendien verleent het Cohesiefonds geen steun aan investeringen in huisvesting, tenzij deze verband houden met het bevorderen van energie-efficiëntie, het gebruik van hernieuwbare energie of het watergebruik.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ten minste 6 % van de EFRO-middelen op nationaal niveau in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", anders dan voor technische bijstand, wordt toegewezen aan duurzame stedelijke ontwikkeling in de vorm van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, geïntegreerde territoriale investeringen of een ander territoriaal instrument in het kader van BD 5.

Ten minste 10 % van de EFRO-middelen op nationaal niveau in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", anders dan voor technische bijstand, wordt toegewezen aan duurzame stedelijke ontwikkeling in de vorm van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, geïntegreerde territoriale investeringen of een ander territoriaal instrument in het kader van BD 5.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  ondersteuning van capaciteitsopbouw;

a)  ondersteuning van capaciteitsopbouw op subnationaal niveau;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  ondersteuning van kennis, ontwikkeling van beleid en communicatie.

c)  ondersteuning van kennis, territoriale effectbeoordelingen, ontwikkeling van beleid en communicatie.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Gebieden met natuurlijke of demografische belemmeringen

 

In door het EFRO medegefinancierde operationele programma's voor gebieden met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen als bedoeld in artikel 174 VWEU wordt bijzondere aandacht besteed aan de aanpak van de specifieke problemen van deze gebieden.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Tabel 1 – Beleidsdoelstelling 3 – Output – RCO 34

RCO 34 - Bijkomende capaciteit voor afvalrecycling

RCR 46 - Inwoners aangesloten op waterrecyclingvoorzieningen en beheerssystemen voor klein afval

 

RCR 47 - Gerecycleerd afval

 

RCR 48 - Gerecycleerd afval gebruikt als grondstof

 

RCR 49 - Teruggewonnen afval

Amendement

RCO 34 - Bijkomende capaciteit voor afvalpreventie en -recycling

RCR 46 - Afvalproductie per hoofd van de bevolking

 

RCR 46 bis - Afval dat wordt weggebracht voor verwijdering en energieterugwinning per hoofd van de bevolking

 

RCR 46 - Inwoners aangesloten op waterrecyclingvoorzieningen en beheerssystemen voor klein afval

 

RCR 47 - Gerecycleerd afval

 

RCR 47 bis - Gerecycleerd bioafval

 

RCR 48 - Gerecycleerd afval gebruikt als grondstof

 

RCR 49 - Teruggewonnen afval

 

RCR 49 bis - Inwoners die profiteren van de voorbereiding van afval voor installaties voor hergebruik

 

RCR 49 ter - Afval dat voorbereid wordt voor hergebruik als omschreven in artikel 11 bis, lid 1, onder b), van de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn (EU) 2018/851)

 

RCR 49 quater - Indicatoren die de Commissie uiterlijk op 31 maart 2019 door middel van uitvoeringshandelingen moet vaststellen om de algemene vooruitgang bij de uitvoering van afvalpreventiemaatregelen te meten (artikel 9, lid 7, van de kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn (EU) 2018/851))

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Cohesiefonds

Document- en procedurenummers

COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

11.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jan Olbrycht

28.6.2018

Behandeling in de commissie

24.9.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

10.12.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, Manuel dos Santos, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, John Howarth, Siegfried Mureşan, Liadh Ní Riada, Jan Olbrycht, Pina Picierno, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Indrek Tarand, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Karine Gloanec Maurin, Marco Valli

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, Claudia Schmidt

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

25

+

ALDE

Jean Arthuis

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Liadh Ní Riada

PPE

Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Patricija Šulin

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Karine Gloanec Maurin, John Howarth, Pina Picierno, Daniele Viotti, Manuel dos Santos

Verts/ALE

Jordi Solé, Indrek Tarand, Monika Vana

1

-

ENF

André Elissen

1

0

ENF

Marco Zanni

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

11.10.2018

STANDPUNT IN DE VORM VAN AMENDEMENTEN

van de Commissie begrotingscontrole

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

(COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD))

Namens de Commissie begrotingscontrole: Gilles Pargneaux (rapporteur)

AMENDEMENTEN

De Commissie begrotingscontrole dient bij de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Het cohesiebeleid na 2020 kan alleen een succes worden als de administratieve lasten voor de begunstigden en beheersautoriteiten worden beperkt, als met het oog op evenredigheid het juiste evenwicht wordt gevonden tussen de resultaatgerichtheid van het beleid en het niveau van toetsing en controle, als er mag worden gedifferentieerd bij de tenuitvoerlegging van programma's en als de regels en procedures worden vereenvoudigd, aangezien deze momenteel te complex worden bevonden.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In een wereld waarin alles steeds nauwer verweven is en in het licht van de demografische en migratiedynamieken, is het duidelijk dat het migratiebeleid van de Unie een gemeenschappelijke aanpak vergt, die is gebaseerd op de synergie en complementariteit van de verschillende financieringsinstrumenten. Om te zorgen voor een coherente, krachtige en consistente steun voor solidariteit en de verdeling van de inspanningen tussen de lidstaten bij het beheer van migratie, moet het EFRO steun verlenen om de duurzame integratie van migranten te vergemakkelijken.

(8)  In een wereld waarin alles steeds nauwer verweven is en in het licht van de demografische en migratiedynamieken, is het duidelijk dat het migratiebeleid van de Unie een gemeenschappelijke aanpak vergt, die is gebaseerd op de synergie en complementariteit van de verschillende financieringsinstrumenten. Om te zorgen voor een coherente, krachtige en consistente steun voor solidariteit en de verdeling van de inspanningen tussen de lidstaten bij het beheer van migratie, moet het EFRO steun verlenen om de duurzame integratie van migranten en vluchtelingen te vergemakkelijken. Prioriteit moet worden gegeven aan de bevordering van de werkgelegenheid en maatschappelijke integratie, aan de bestrijding van armoede en discriminatie en aan investeringen in het onderwijs, permanente vorming en stages.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Bovendien moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen aan de ontwikkeling van een uitgebreid snel digitaal infrastructuurnetwerk, en aan het bevorderen van schone en duurzame multimodale stedelijke mobiliteit.

(10)  Bovendien moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen aan de ontwikkeling van een uitgebreid en snel digitaal infrastructuurnetwerk in de hele Unie, met inbegrip van plattelandsgebieden waar het een essentiële bijdrage levert voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), en aan het bevorderen van schone en duurzame multimodale stedelijke mobiliteit.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Het toekomstige cohesiebeleid zal passende aandacht moeten schenken – door steun te bieden – aan de regio's in de Unie die het meest door de uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zijn getroffen, met name de regio's die hierdoor buitengrensregio's van de Unie worden, ongeacht of het gaat om maritieme grenzen of grenzen op het vasteland.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Kmo's en micro-ondernemingen zijn belangrijke aanjagers van economische groei, innovatie en werkgelegenheid, en creëren 85 % van alle nieuwe banen. Momenteel telt de Unie meer dan 20 miljoen kmo's. Deze ondernemingen spelen een belangrijke rol bij het economisch herstel en de overgang naar een duurzame economie in de Unie.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Om het gebruik van de beperkte middelen te concentreren op de meest efficiënte manier, moet de steun van het EFRO voor productieve investeringen in het kader van de relevante specifieke doelstelling worden beperkt tot uitsluitend micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie19, tenzij de investeringen samenwerking met kleine en middelgrote bedrijven aan onderzoeks- en innovatieactiviteiten betreffen.

(16)  Om het gebruik van de beperkte middelen te concentreren op de meest efficiënte manier, moet de steun van het EFRO voor productieve investeringen in het kader van de relevante specifieke doelstelling worden beperkt tot uitsluitend kmo's in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie19, teneinde het concurrentievermogen en de duurzaamheid van deze ondernemingen te vergroten, tenzij de investeringen samenwerking met kleine en middelgrote bedrijven aan onderzoeks- en innovatieactiviteiten betreffen.

_________________

_________________

19 Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).

19 Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Om een tijdige en doeltreffende uitvoering te waarborgen, moeten alle toezicht-, tenuitvoerleggings- en controleprocedures evenredig en vereenvoudigd zijn voor de beheersautoriteiten en begunstigden.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moeten de Fondsen worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van de Fondsen in de praktijk worden verzameld.

(23)  Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 moeten de Fondsen worden geëvalueerd op basis van gegevens die uit hoofde van specifieke voorschriften voor monitoring worden verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. In de mate van het mogelijke moeten in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van de Fondsen in de praktijk worden verzameld.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv bis)  het moderniseren van en innoveren bij de overheid, het beschermen van intellectuele eigendom en het ondersteunen van het concurrentievermogen van kmo's;

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In overeenstemming met zijn rapportageverplichting op grond van artikel [38, lid 3, onder e), i)] van het Financieel Reglement legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad informatie over de prestaties voor overeenkomstig bijlage II.

3.  In overeenstemming met zijn rapportageverplichting op grond van artikel [38, lid 3, onder e), i)] van het Financieel Reglement legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad informatie over de prestaties en resultaten voor overeenkomstig bijlage II, waarbij zij zowel over de vorderingen als over de tekortkomingen rapporteert en ervoor zorgt dat het verband tussen de uitgaven en de prestaties duidelijk is.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 13 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde de nodige aanpassingen te verrichten aan de door de lidstaten te gebruiken lijst van indicatoren en om bijlage II te wijzigen teneinde de nodige aanpassingen aan te brengen aan de informatie over de prestaties die aan het Europees Parlement en de Raad wordt verstrekt.

4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 13 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde de relevante en met redenen omklede aanpassingen te verrichten aan de door de lidstaten te gebruiken lijst van indicatoren en om indien nodig bijlage II te wijzigen teneinde aan het Europees Parlement en de Raad verbeterde kwalitatieve en kwantitatieve informatie te verstrekken over de prestaties en resultaten in het licht van de vastgestelde doelstellingen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Commissie verstrekt het Europees Parlement en de Raad betrouwbare informatie over de kwaliteit van de gebruikte prestatiegegevens.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ten minste 6 % van de EFRO-middelen op nationaal niveau in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", anders dan voor technische bijstand, wordt toegewezen aan duurzame stedelijke ontwikkeling in de vorm van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, geïntegreerde territoriale investeringen of een ander territoriaal instrument in het kader van BD 5.

Ten minste 6 % van de EFRO-middelen op nationaal niveau in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei", anders dan voor technische bijstand, wordt toegewezen aan duurzame stedelijke ontwikkeling in de vorm van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, geïntegreerde territoriale investeringen of een ander territoriaal instrument in het kader van BD 5, met opneming van de relevante BD 1 tot en met BD 4.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het EFRO ondersteunt ook het "Stedelijk Europa"-initiatief, dat door de Commissie wordt uitgevoerd in directe en indirect beheer.

Het EFRO ondersteunt ook het "Stedelijk Europa"-initiatief.

Motivering

De stedelijke agenda valt onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten, het subsidiariteitsbeginsel moet worden gewaarborgd.


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (26.10.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

(COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD))

Rapporteur voor advies: Kateřina Konečná

BEKNOPTE MOTIVERING

Op 2 mei 2018 heeft de Commissie een voorstel voor het volgende meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2021-2027 vastgesteld. Dit omvat het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO") en het Cohesiefonds.

In het algemeen is de rapporteur ingenomen met het voorstel van de Commissie, waarin de complexe procedures die worden geassocieerd met het EFRO en het Cohesiefonds worden vereenvoudigd en de steunmaatregelen voor groene en klimaatdoelstellingen worden uitgebreid. Zij schaart zich in het bijzonder achter de voorgestelde verhoging van de investeringen in een groener, koolstofarm Europa, onder meer door middel van maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie en de circulaire economie, de ontwikkeling van slimme energiestelsels, -netwerken en -opslag, de bevordering van duurzaam waterbeheer en het verminderen van vervuiling.

Er moet echter meer financiering worden gegarandeerd voor de noodzakelijke modernisering en ontwikkeling van infrastructuur in de lidstaten om alle nieuwe ambitieuze doelstellingen op het gebied van milieu, energie, afvalbeheer, vervoer en klimaat uit de Unie-wetgeving te realiseren, in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs. Het ondersteunen van de projecten die worden medegefinancierd door deze fondsen is van vitaal belang, met name in de regio's die qua ontwikkeling achterlopen. In veel landen maken het EFRO en het Cohesiefonds bovendien ten minste 50 % van de overheidsinvesteringen uit en zonder deze medefinanciering van de EU zouden de respectieve lidstaten niet de nodige financiële draagkracht hebben om dergelijke investeringen te doen.

Wat financiering betreft is de rapporteur van mening dat de voorgestelde bezuinigingen op het Cohesiefonds (halvering) ten opzichte van de huidige programmeerperiode aanzienlijk zijn. Tegelijkertijd is het bedrag dat moet worden overgebracht van het Cohesiefonds naar de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) gelijk aan het bedrag dat in de huidige programmeerperiode 2014 – 2020 is overgedragen. Aangezien de middelen uit het Cohesiefonds naar verwachting ook onder meer zullen worden gebruikt om klimaat- en milieuprojecten te financieren en dus zullen bijdragen aan het realiseren van de klimaat- en milieudoelstellingen van de EU, is de rapporteur niet van mening dat de verlaging van de toewijzing van het Cohesiefonds die moet worden beheerd door middel van gedeeld beheer, adequaat is. Overdrachten van het Cohesiefonds naar de CEF moeten worden gebaseerd op een grondige analyse van de Commissie, waarmee het vermogen van de lidstaten om hun klimaat- en milieudoelen te realiseren wordt vergroot in plaats van verzwakt. Het percentage van de fondsen dat wordt overgedragen naar de CEF moet in verhouding staan tot de overdracht in de huidige programmeerperiode (bijv. met 50 % worden verlaagd) en moet gedurende de hele programmeerperiode beschikbaar zijn voor de lidstaat.

Zij is van mening dat het gebruik van het EFRO en het Cohesiefonds moet worden verbeterd door investeringen in het kader van het cohesiebeleid meer te koppelen aan de algemene plannen die de lidstaten hebben om de doelstellingen voor 2030 te verwezenlijken, in het kader van een traject dat de EU-economie op de langere termijn koolstofarm moet maken. In dit opzicht stelt de rapporteur voor meer middelen toe te wijzen voor beleidsdoelstelling 2 (BD 2) bij de strijd tegen de gevolgen van de klimaatverandering.

De vervoerssector in de EU wordt momenteel geconfronteerd met fundamentele veranderingen. De broeikasgasemissies van deze sector moeten worden verminderd. De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door het vervoer moet onverwijld drastisch worden verlaagd. Voorts moet het gebruik van emissievrije en -arme voertuigen toenemen. De juiste infrastructuur voor deze voertuigen ontbreekt echter. 76 % van alle laadstations bevindt zich in slechts vier lidstaten en deze stations dekken slechts 27 % van de totale oppervlakte van de EU. Een succesvolle overgang naar emissiearme mobiliteit vereist een gemeenschappelijk beleidskader voor voertuigen, infrastructuur en elektriciteitsnetwerken, waarin economische stimulansen en stimulansen voor de werkgelegenheid in de hele EU op nationaal, regionaal en lokaal niveau worden gecombineerd. De rapporteur acht het noodzakelijk dat de lidstaten en hun regio's de mogelijkheid wordt geboden de ontwikkeling van infrastructuur voor emissiearme voertuigen met elk willekeurig Unie-instrument moeten kunnen financieren, onder meer met het EFRO en het Cohesiefonds. Er moet spoedig meer tank- en herlaadinfrastructuur worden aangelegd. In dit opzicht stelt de rapporteur voor de doelstelling "het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit" te verplaatsen van beleidsdoelstelling: 3 (BD 3) naar beleidsdoelstelling 2 (BD 2), waar momenteel middelen zijn toegewezen en meer druk op de lidstaten wordt uitgeoefend om milieudoelstellingen te verwezenlijken. Zij is voorts van mening dat de overgang naar koolstofarme mobiliteit meer samenhangt met de algehele doelstelling voor een koolstofarm Europa dan met doelstellingen voor connectiviteit.

Door klimaatverandering neemt de kans op droogte in verschillende EU-regio's toe; daarom vormen de bescherming van waterbronnen, waterecosystemen en drink- en badwater de hoekstenen van de milieubescherming in Europa. In de afgelopen jaren zijn er in Europa meer dan 100 overstromingen geweest die grote schade aanrichtten. Naast economische en sociale schade kunnen overstromingen ook ernstige milieuschade tot gevolg hebben. De rapporteur is van mening dat duurzaam waterbeheer moet worden bevorderd, onder meer door middel van maatregelen ter bestrijding van droogte en overstromingen.

Schadelijke geluidshinder kan bijna elk aspect van het leven van een persoon beïnvloeden. Aanhoudend hoge niveaus van geluidshinder kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken en leiden tot meer stress. Bovendien kunnen hoge niveaus van geluidshinder negatieve gevolgen hebben voor hele ecosystemen. Ook lichtvervuiling is schadelijk voor de gezondheid. Deze vorm van vervuiling zorgt voor energieverspilling en hogere koolstofemissies en resulteert derhalve in hogere kosten voor consumenten. Kunstlicht heeft ook op verschillende manieren gevolgen voor de flora en fauna. Daarom stelt de rapporteur maatregelen voor om geluidshinder en lichtvervuiling te verminderen.

Het cohesiebeleid is een belangrijk element om de circulaire economie in de praktijk te brengen. De rapporteur is van mening dat minder ontwikkelde landen de kans moeten krijgen hun bestaande voorzieningen voor de behandeling van restafval te moderniseren, zodat zij de doelstellingen van de circulaire economie kunnen verwezenlijken. De modernisering van bestaande voorzieningen is in de praktijk veel minder kostbaar dan de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen. Deze is uiteindelijk vaak beter haalbaar voor landen met beperkte middelen en heeft tegelijkertijd een reële positieve impact op het milieu.

70 % van de Europeanen wil dat de EU meer aandacht besteedt aan gezondheids- en sociale vraagstukken. De rapporteur heeft haar twijfels over de toegevoegde waarde van de integratie van het gezondheidsprogramma van de EU in een uitgebreid ESF+. Ze betreurt de voorgestelde verlaging van 8 % van de begroting voor de gezondheidszorg ten opzichte van de periode 2014-2020. Daarnaast moet het Cohesiebeleid er ook aan bijdragen dat de burgers van de Unie gezonder zijn. De rapporteur is van mening dat er synergieën tot stand kunnen worden gebracht met het ESF+ en het gezondheidsonderdeel van dit fonds, de Europese pijler van sociale rechten, en ook met het Europees semester, aangezien in de landenspecifieke aanbevelingen steeds meer aandacht wordt besteed aan gezondheidsvraagstukken. Er moeten door het EFRO en het Cohesiefonds medegefinancierde operationele programma's worden ontworpen om bij te dragen aan een betere toegang tot gezondheidszorg. De rapporteur benadrukt ook dat het noodzakelijk is een geïntegreerde sociale, economische en ecologische ontwikkeling, cultureel erfgoed, veiligheid en gezondheid in stedelijke, plattelands- en kustgebieden te bevorderen. Daarnaast moet nauwer worden samengewerkt met patiënten en patiëntenorganisaties op het gebied van geslaagde investeringen in de gezondheidszorg.

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en de tweede en derde alinea van artikel 174 VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, zoals de meest noordelijke regio's met een zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden.

(1)  Artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en de tweede en derde alinea van artikel 174 VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische nadelen, zoals de meest noordelijke regio's met een zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de ESI-fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in de artikelen 7 tot en met 11 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de ESI-fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu en bestrijding van de klimaatverandering, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Thematische concentraties van steun uit hoofde van deze verordening moeten op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd voorzien in flexibiliteit ten aanzien van operationele programma's en tussen de verschillende categorieën regio's. Thematische concentraties kunnen waar nodig worden aangepast overeenkomstig middelen bestemd voor investeringsprioriteiten die voortvloeien uit de overgang naar een koolstofarme economie. Voor de mate van thematische concentratie moet rekening worden gehouden met het niveau van ontwikkeling van individuele regio's, financieringsniveaus en de specifieke behoeften van regio's waarvan het bbp per hoofd werd gebruikt als subsidiabiliteitscriterium voor de periode 2014-2020.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  Met het oog op de doelstelling van deze verordening, namelijk het versterken van de economische, sociale en territoriale cohesie van de Unie ter bevordering van duurzame ontwikkeling, dient rekening worden gehouden met verschillen in regionale ontwikkeling, de mate waarin minder begunstigde regio's achterlopen en de beperkte middelen waarover bepaalde lidstaten of regio's beschikken.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Overeenkomstig de verplichtingen van de Unie uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs en in overeenstemming met het zevende milieuactieprogramma zijn er nieuwe en ambitieuze doelstellingen voor milieu, energie, afvalbeheer en het klimaat in de wetgeving van de Unie opgenomen. Om de lidstaten te helpen om deze doelstellingen te verwezenlijken en de noodzakelijke modernisering van de infrastructuur in hun regio's voort te zetten, moet toereikende financiering worden gegarandeerd. Die structurele overgang zou een groot effect hebben op de werkgelegenheid en groei in de lidstaten en regio's. Daarom moeten alle mogelijke steunmaatregelen voor al deze specifieke doelstellingen worden ingezet.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering, in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties ten uitvoer te leggen, zullen de Fondsen bijdragen aan de integratie van klimaatactie en aan de verwezenlijking van een algemene doelstelling van 25 % van de EU-begroting in het kader van de klimaatdoelstellingen. Naar verwachting zal 30 % van de totale financiële middelen uit het EFRO worden besteed aan maatregelen in het kader van het EFRO voor klimaatdoelstellingen. Naar verwachting zal 37 % van de totale financiële middelen uit het Cohesiefonds worden besteed aan maatregelen in het kader van het Cohesiefonds voor klimaatdoelstellingen.

(14)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, alsmede bij te dragen aan de financiering van de op EU-, nationaal en lokaal niveau nodige maatregelen om te voldoen aan de verplichtingen van de Unie, zullen de Fondsen bijdragen aan de integratie van klimaatactie en aan de verwezenlijking van een algemene doelstelling van ten minste 30 % van de EU-begroting in het kader van de klimaatdoelstellingen. 35% van de totale financiële middelen uit het EFRO zou moeten worden besteed aan maatregelen in het kader van het EFRO voor klimaatdoelstellingen. Naar verwachting zal 37 % van de totale financiële middelen uit het Cohesiefonds worden besteed aan maatregelen in het kader van het Cohesiefonds voor klimaatdoelstellingen. Om gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer in verslag nr. 2016/31 moet in mechanismen voor klimaatmainstreaming en de opbouw van klimaatbestendigheid een onderscheid gemaakt worden tussen mitigatie en aanpassing, en moeten deze mechanismen op voorhand vorm krijgen in alle programmerings- en planningsprocessen, in plaats van eenvoudige rapportage achteraf.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  De vervoerssector van de Unie wordt momenteel met fundamentele veranderingen geconfronteerd, aangezien digitalisering en automatisering traditionele fabricageprocessen en de behoeften van consumenten veranderen. De broeikasgasemissies van de vervoerssector moeten worden teruggedrongen. De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door het vervoer moet met spoed drastisch worden verlaagd. Voorts moet de inzet van emissiearme en -vrije voertuigen toenemen zodat de doelstellingen voor een groenere, koolstofarme Unie kunnen worden verwezenlijkt. De juiste infrastructuur voor deze voertuigen ontbreekt echter nog steeds en momenteel zijn er slechts 100 000 laadstations voor elektrische voertuigen in de Unie, waarvan 76 % zich in slechts vier lidstaten bevindt. Deze laadstations dekken slechts 27 % van de totale oppervlakte van de Unie. Een succesvolle overgang naar emissiearme mobiliteit vereist een gemeenschappelijk beleidskader voor voertuigen, infrastructuur en elektriciteitsnetwerken, waarin economische stimulansen en stimulansen voor de werkgelegenheid op EU-, nationaal, regionaal en lokaal niveau worden gecombineerd en worden ondersteund door krachtigere financieringsinstrumenten van de Unie. De lidstaten en regio's moeten de ontwikkeling van infrastructuur voor emissiearme voertuigen uit elke mogelijke bron kunnen financieren, met inbegrip van het EFRO en het Cohesiefonds. Er moet spoedig meer tank- en herlaadinfrastructuur worden aangelegd om de verplichtingen van de Unie op klimaatgebied in het kader van de Overeenkomst van Parijs en de verwante Uniewetgeving na te komen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 ter)  Acties in het kader van het EFRO en het Cohesiefonds moeten bijdragen aan de maatregelen en doelstellingen die zijn uitgestippeld in de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen welke worden ontwikkeld in het kader van de verordening inzake de governance van de energie-Unie, en moeten aansluiten bij de aanbevelingen van de Commissie ten aanzien van deze plannen, zowel wat inhoud als wat financiële toewijzingen betreft.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Het EFRO en het Cohesiefonds moeten activiteiten en doelstellingen van andere financieringsinstrumenten kunnen steunen om de toegang tot gezondheidszorg te verbeteren. Er kunnen synergieën tot stand worden gebracht met het Europees Sociaal Fonds+ en het gezondheidsonderdeel van dit fonds, de Europese pijler van sociale rechten, alsmede met het Europees semester en de landenspecifieke aanbevelingen, waarin steeds meer aandacht wordt besteed aan gezondheidsvraagstukken.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio’s en van de achterstand van de minst begunstigde regio’s, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO worden gericht op de beleidsdoelstellingen "een slimmer Europa door het bevorderen van innovatieve en slimme economische transformatie" en "een groener, koolstofarm Europa door het bevorderen van schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer". Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteit toelaten op het niveau van individuele programma’s en tussen de drie groepen lidstaten volgens het respectieve bruto nationaal inkomen. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van lidstaten in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio’s.

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio’s en van de achterstand van de minst begunstigde regio’s, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO worden gericht op de beleidsdoelstellingen "een slimmer Europa door het bevorderen van innovatieve en slimme economische transformatie" en "een groener, koolstofarm Europa door het bevorderen van schone en eerlijke energie- en vervoerstransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, duurzaam waterbeheer en risicopreventie en -beheer". Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteit toelaten op het niveau van individuele programma’s en tussen de drie groepen lidstaten volgens het respectieve bruto nationaal inkomen. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van lidstaten in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio’s.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Er dient rekening te worden gehouden met de problemen waarmee bepaalde ondergefinancierde lokale en regionale autoriteiten in een gecentraliseerd administratief systeem te maken hebben. Grote problemen wat betreft medefinanciering van projecten hollen de besteding van middelen van het Cohesiefonds uit in de regio's die investeringen juist het hardst nodig hebben om sociaaleconomische en territoriale verschillen te verkleinen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Teneinde de steun te concentreren op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, is het ook passend dat de vereisten van thematische concentratie worden nageleefd tijdens de programmeringsperiode, met inbegrip van overdracht tussen zwaartepunten van een programma of tussen de programma’s onderling.

(18)  Teneinde de doelstellingen van de lidstaten te behalen, moet thematische concentratie voldoende flexibel zijn om in te spelen op de behoeften van elke regio, waardoor de Unie overdracht tussen zwaartepunten van een programma of tussen de programma's onderling kan steunen. Op die manier worden bijkomende onevenwichtigheden of grotere verschillen in ontwikkeling tussen de regio's voorkomen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis)  De doeltreffendheid van publieke instellingen en belanghebbenden en administratieve efficiëntie moeten verder worden vergroot door middel van aanvullende technische en financiële bijstand om de sectoren van openbare diensten waarop maatregelen in het kader van het EFRO en het Cohesiefonds zijn gericht, te stroomlijnen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis)  Om de vastgestelde doelstellingen te behalen, moeten maatregelen worden getroffen om regionale of lokale mobiliteit te bevorderen of luchtverontreiniging en geluidshinder te verminderen.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 ter)  Er moeten maatregelen worden getroffen om schone, duurzame en veilige vervoerswijzen te bevorderen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Deze verordening draagt bij aan de financiering van steun ter versterking van de economische, sociale en territoriale cohesie door de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie weg te nemen en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, zoals de meest noordelijke regio's met een zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in artikel [4, punt 1,] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuw GVB] ondersteunt het EFRO de volgende specifieke doelstellingen:

1.  In overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in artikel [4, punt 1,] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuw GVB] ondersteunt het EFRO de volgende specifieke doelstellingen, waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte aan specifieke investeringen en infrastructuur in elke lidstaat:

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  "een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer" ("BD 2") door:

b)  "een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energie- en vervoerstransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer" ("BD 2") door:

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het bevorderen van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en rampenbestendigheid;

iv)  het bevorderen van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en preventie van branden en overstromingen, rampenbestendigheid en optreden tegen hydrogeologische destabilisatie;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt v

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

v)  het bevorderen van duurzaam waterbeheer;

v)  het bevorderen van duurzaam waterbeheer, met inbegrip van maatregelen ter bestrijding en voorkoming van droogte en overstromingen, alsmede duurzaam afvalbeheer;

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vi

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vi)  het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie;

vi)  het bevorderen van de overgang naar een circulaire economie, met name ten behoeve van de verwezenlijking van de doelstellingen voor recycling en hergebruik van afval als gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2018/851 en Richtlijn (EU) 2018/852 alsook de doelstellingen voor het verminderen van het storten van afval als gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2018/850;

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vii)  het bevorderen van biodiversiteit, groene infrastructuur in de stedelijke omgeving en vermindering van verontreiniging;

vii)  het bevorderen van biodiversiteit, groene infrastructuur in de stedelijke omgeving en vermindering van lucht-, water- en lichtverontreiniging en geluidshinder;

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vii bis)  het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit, met inbegrip van infrastructuur voor emissiearme mobiliteit;

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vii bis)  het bevorderen van investeringen in de afvalsector om te voldoen aan de vastgestelde EU-milieueisen, met name in lidstaten waar deze eisen worden overschreden;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vii ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vii ter)  het bevorderen van investeringen in de watersector om te voldoen aan de vastgestelde EU-milieueisen, met name in lidstaten waar deze eisen worden overschreden;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  te zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van infrastructuur, met inbegrip van eerstelijnszorg;

iv)  te zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van infrastructuur en bewustmakingscampagnes, met inbegrip van eerstelijnszorg;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het bevorderen van een geïntegreerde sociale, economische en ecologische ontwikkeling, cultureel erfgoed en veiligheid in stedelijke gebieden;

i)  het bevorderen van een geïntegreerde sociale, economische en ecologische ontwikkeling, cultureel erfgoed, veiligheid en gezondheid in stedelijke gebieden;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het bevorderen van geïntegreerde maatschappelijke, economische en ecologische lokale ontwikkeling, cultureel erfgoed en veiligheid, met inbegrip van plattelands- en kustgebieden, ook via vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

ii)  het bevorderen van geïntegreerde maatschappelijke, economische en ecologische lokale ontwikkeling, cultureel erfgoed, veiligheid en gezondheid, met inbegrip van plattelands- en kustgebieden, ook via vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  verbetering van de capaciteit van programma-autoriteiten en -organen in verband met de tenuitvoerlegging van de Fondsen;

a)  verbetering, door middel van technische en financiële steun, van de capaciteit van programma-autoriteiten en -organen in verband met de tenuitvoerlegging van de Fondsen, met inbegrip van maatschappelijke organisaties;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  De lidstaten van groep 2 wijzen ten minste 45 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2;

b)  De lidstaten van groep 2 wijzen ten minste 40 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 35 % aan BD 2;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  De lidstaten van groep 3 wijzen ten minste 35 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2.

c)  De lidstaten van groep 3 wijzen ten minste 35 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 35 % aan BD 2.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  productieve investeringen in kmo's;

c)  productieve investeringen in kmo's in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  investeringen in de omschakeling van industrieregio's met afnemende economische activiteit en regio's met een ontwikkelingsachterstand;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien bedrijven die geen kmo's zijn samenwerken met kmo's bij maatregelen voor energie-efficiëntie of activiteiten met betrekking tot de koolstofarme of circulaire economie, die worden gesteund op grond van de punten i), iii), vi) en vii) van artikel 2, lid 1, onder b), kunnen productieve investeringen worden ondersteund mits dit via financiële instrumenten gebeurt.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  investeringen in gezondheids- en zorgvoorzieningen, met inbegrip van geïntegreerde zorg en eerstelijnszorg;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 – letter a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)  investeringen in maatregelen voor het bevorderen van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie, met aandacht voor de specifieke behoeften van woningen en woongebouwen;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen voor een passend evenwicht tussen investeringen uit hoofde van de punten a) en b).

De lidstaten zorgen voor een passend evenwicht tussen investeringen uit hoofde van de punten a), a bis), a ter) en b).

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of wijziging (inclusief de volledige of gedeeltelijke intrekking) van bijstand die is goedgekeurd door de Commissie uit hoofde van de Verordeningen (EU) nr. 1300/2013 en (EU) nr. 1301/2013 of handelingen die op grond daarvan zijn vastgesteld.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Uit hoofde van de Verordeningen (EU) nr. 1300/2013 en (EU) nr. 1301/2013 ingediende of goedgekeurde verzoeken om bijstand blijven geldig.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – tabel 1 – ondertitel 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

1)

2)

3)

2. "een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer".

RCO 18 - Huishoudens die ondersteund worden om de energieprestatie van de woning te verbeteren

RCR 26 - Jaarlijks eindverbruik van energie (waarvan: residentieel, niet-residentieel, openbaar niet-residentieel)

RCO 19 - Openbare gebouwen die ondersteund worden om de energieprestatie te verbeteren

RCR 27 - Huishoudens met verbeterde energieprestatie van de woning

RCO 20 - Nieuw aangelegde of verbeterde stadsverwarmingnetwerklijnen

RCR 28 - Gebouwen met verbeterde energieprestatie (waarvan: residentieel, niet-residentieel, openbaar niet-residentieel)

 

RCR 29 - Geraamde uitstoot van broeikasgassen*

 

RCR 30 - Ondernemingen met verbeterde energieprestatie

 

RCO 22 - Bijkomende productiecapaciteit voor hernieuwbare energie (waarvan: elektriciteit, thermisch)

RCR 31 - Totale geproduceerde hernieuwbare energie (waarvan: elektriciteit, thermisch)

RCO 97 - Aantal ondersteunde energiegemeenschappen en hernieuwbare-energiegemeenschappen*

RCR 32 - Hernieuwbare energie: met het netwerk verbonden capaciteit (operationeel)*

 

RCO 23 - Digitale beheerssystemen voor slimme netwerken

RCR 33 - Verbruikers die zijn aangesloten op slimme netwerken

RCO 98 - Huishoudens die ondersteund worden om slimme energienetwerken te gebruiken

RCR 34 - Uitrol van projecten voor slimme netwerken

RCO 24 - Nieuwe of verbeterde systemen voor toezicht, paraatheid, waarschuwing en reactie bij rampen*

RCR 35 - Inwoners die profiteren van maatregelen ter bescherming tegen overstromingen

RCO 25 - Nieuw aangelegde of geconsolideerde bescherming van kustgebieden, van rivier- en meeroevers en tegen aardverschuivingen om de bevolking, goederen en het milieu te beschermen

RCR 36 - Inwoners die profiteren van maatregelen ter bescherming tegen bosbranden

RCO 26 - Groene infrastructuur aangelegd ter aanpassing aan de klimaatverandering

RCR 37 - Inwoners die profiteren van maatregelen ter bescherming tegen klimaatgerelateerde natuurrampen (andere dan overstromingen en bosbranden)

RCO 27 - Nationale/regionale/lokale strategieën ter aanpassing aan de klimaatverandering

RCR 96 - Inwoners die profiteren van maatregelen ter bescherming tegen niet-klimaatgerelateerde natuurrampen en risico's in verband met menselijke activiteiten*

RCO 28 - Gebieden die vallen onder maatregelen ter bescherming tegen bosbranden

RCR 38 - Geraamde gemiddelde reactietijd bij rampsituaties*

 

RCO 30 - Lengte van nieuwe of geconsolideerde leidingen voor wateraansluitingen van huishoudens

RCR 41 - Inwoners aangesloten op verbeterde watertoevoer

RCO 31 - Lengte van nieuw aangelegde of geconsolideerde leidingen van afvalwateropvangnetwerken

RCR 42 - Inwoners aangesloten op ten minste secondaire behandeling van afvalwater

RCO 32 - Nieuwe of verbeterde capaciteit voor de behandeling van afvalwater

RCR 43 - Waterverliezen

 

RCR 44 - Naar behoren behandeld afvalwater

 

RCO 34 - Bijkomende capaciteit voor afvalrecycling

RCR 46 - Inwoners aangesloten op waterrecyclingvoorzieningen en beheerssystemen voor klein afval

 

RCR 47 - Gerecycleerd afval

 

RCR 48 - Gerecycleerd afval gebruikt als grondstof

 

RCR 49 - Teruggewonnen afval

 

RCO 36 - Oppervlakte van ondersteunde groene infrastructuur in stedelijke gebieden

RCR 50 - Inwoners die profiteren van maatregelen voor luchtkwaliteit

RCO 37 - Oppervlakte van Natura 2000-gebieden die vallen onder beschermings- en restauratiemaatregelen overeenkomstig het prioritaire actiekader

RCR 95 -Inwoners die toegang hebben tot nieuwe of verbeterde groene infrastructuur in stedelijke gebieden

RCO 99 - Oppervlakte van gebieden buiten Natura 2000-gebieden die vallen onder beschermings- en restauratiemaatregelen

RCR 51 - Inwoners die profiteren van maatregelen om geluidshinder te verminderen

RCO 38 - Oppervlakte van ondersteunde gesaneerde bodem

RCR 52 - Gesaneerde bodem gebruikt voor groengebieden, sociale huisvesting, economische of maatschappelijke activiteiten

RCO 39 - Geïnstalleerde systemen voor bewaking van luchtverontreiniging

 

 

Amendement

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

1)

2)

3)

2. "een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer".

RCO 18 - Huishoudens die ondersteund worden om de energieprestatie van de woning te verbeteren

RCR 26 - Jaarlijks eindverbruik van energie (waarvan: residentieel, niet-residentieel, openbaar niet-residentieel)

RCO 19 - Openbare gebouwen die ondersteund worden om de energieprestatie te verbeteren

RCR 27 - Huishoudens met verbeterde energieprestatie van de woning

RCO 20 - Nieuw aangelegde of verbeterde stadsverwarmingnetwerklijnen

RCR 28 - Gebouwen met verbeterde energieprestatie (waarvan: residentieel, niet-residentieel, openbaar niet-residentieel)

 

RCR 29 - Geraamde uitstoot van broeikasgassen*

 

RCR 30 - Ondernemingen met verbeterde energieprestatie

 

RCO 22 - Bijkomende productiecapaciteit voor hernieuwbare energie (waarvan: elektriciteit, thermisch)

RCR 31 - Totale geproduceerde hernieuwbare energie (waarvan: elektriciteit, thermisch)

RCO 97 - Aantal ondersteunde energiegemeenschappen en hernieuwbare-energiegemeenschappen*

RCR 32 – Hernieuwbare energie: met het netwerk verbonden capaciteit (operationeel)*

 

RCO 23 - Digitale beheerssystemen voor slimme netwerken

RCR 33 - Verbruikers die zijn aangesloten op slimme netwerken

RCO 98 - Huishoudens die ondersteund worden om slimme energienetwerken te gebruiken

RCR 34 - Uitrol van projecten voor slimme netwerken

RCO 24 bis - Maatregelen ter bestrijding van droogte en overstromingen

RCR 35 - Inwoners die profiteren van maatregelen ter bescherming tegen overstromingen of droogte

RCO 24 - Nieuwe of verbeterde systemen voor toezicht, paraatheid, waarschuwing en reactie bij rampen*

RCR 36 - Inwoners die profiteren van maatregelen ter bescherming tegen bosbranden

RCO 25 - Nieuw aangelegde of geconsolideerde bescherming van kustgebieden, van rivier- en meeroevers en tegen aardverschuivingen om de bevolking, goederen en het milieu te beschermen

RCR 37 - Inwoners die profiteren van maatregelen ter bescherming tegen klimaatgerelateerde natuurrampen (andere dan overstromingen en bosbranden)

RCO 26 - Groene infrastructuur aangelegd ter aanpassing aan de klimaatverandering

RCR 96 - Inwoners die profiteren van maatregelen ter bescherming tegen niet-klimaatgerelateerde natuurrampen en risico's in verband met menselijke activiteiten*

RCO 27 - Nationale/regionale/lokale strategieën ter aanpassing aan de klimaatverandering

RCR 38 - Geraamde gemiddelde reactietijd bij rampsituaties*

RCO 28 - Gebieden die vallen onder maatregelen ter bescherming tegen bosbranden

 

 

RCO 30 - Lengte van nieuwe of geconsolideerde leidingen voor wateraansluitingen van huishoudens

RCR 41 - Inwoners aangesloten op verbeterde watertoevoer

RCO 31 - Lengte van nieuw aangelegde of geconsolideerde leidingen van afvalwateropvangnetwerken

RCR 42 - Inwoners aangesloten op ten minste secondaire behandeling van afvalwater

RCO 32 - Nieuwe of verbeterde capaciteit voor de behandeling van afvalwater

RCR 43 - Waterverliezen

 

RCR 44 - Naar behoren behandeld afvalwater

 

RCR 45 - Bijdrage aan het terugwinnen van energie en grondstoffen uit afvalwater

 

RCR 45 bis – Productie van huishoudelijk afval

 

RCR 45 ter – Productie van restafval

 

RCO 34 - Bijkomende capaciteit voor afvalpreventie en -recycling

RCR 46 - Inwoners aangesloten op waterrecyclingvoorzieningen en duurzame beheerssystemen en beheerssystemen voor klein afval

 

RCR 47 - Gerecycleerd afval

 

RCR 48 - Gerecycleerd afval gebruikt als grondstof

 

RCR 49 - Hergebruikt afval

 

RCO 36 - Oppervlakte van ondersteunde groene infrastructuur in stedelijke gebieden

RCR 50 - Inwoners die profiteren van maatregelen voor luchtkwaliteit

RCO 37 - Oppervlakte van Natura 2000-gebieden die vallen onder beschermings- en restauratiemaatregelen overeenkomstig het prioritaire actiekader

RCR 95 -Inwoners die toegang hebben tot nieuwe of verbeterde groene infrastructuur in stedelijke gebieden

RCO 99 - Oppervlakte van gebieden buiten Natura 2000-gebieden die vallen onder beschermings- en restauratiemaatregelen

RCR 51 - Inwoners die profiteren van maatregelen om geluidshinder te verminderen

RCO 38 - Oppervlakte van ondersteunde gesaneerde bodem

RCR 51 bis - Inwoners die profiteren van maatregelen ter vermindering van lichtvervuiling

RCO 39 - Geïnstalleerde systemen voor bewaking van luchtverontreiniging RCO 55 - Gebruikers van nieuw aangelegde, opnieuw aangelegde of verbeterde wegen

RCR 52 - Gesaneerde bodem gebruikt voor groengebieden, sociale huisvesting, economische of maatschappelijke activiteiten

RCO 56 - Lengte van tram- en metrolijnen - opnieuw aangelegd/verbeterd

RCR 62 - Jaarlijks aantal passagiers van openbaar vervoer

RCO 57 - Milieuvriendelijk rollend materieel voor openbaar vervoer

RCR 63 - Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe/verbeterde tram- en metrolijnen

RCO 58 - Jaarlijks aantal passagiers op ondersteunde infrastructuur

RCR 64 - Jaarlijks aantal gebruikers van specifieke rijwielinfrastructuur

RCO 59 - Ondersteunde infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (tank- /herlaadstations)

RCR 64 bis - Geraamde uitstoot van broeikasgassen die wordt voorkomen

RCO 60 - Steden en gemeenten met nieuwe of verbeterde gedigitaliseerde stadsvervoerssystemen

 

RCO 60 bis - Aantal snelle laadstations voor elektrische voertuigen

 

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – tabel 1 – ondertitel 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

1)

2)

3)

3. Een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit

RCO 41 - Bijkomende huishoudens die toegang hebben tot breedband met zeer hoge capaciteit

RCR 53 - Huishoudens met breedbandaansluiting op een netwerk met zeer hoge capaciteit

RCO 42 - Bijkomende ondernemingen die toegang hebben tot breedband met zeer hoge capaciteit

RCR 54 - Ondernemingen met breedbandaansluiting op een netwerk met zeer hoge capaciteit

 

RCO 43 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - TEN-V1

RCR 55 - Gebruikers van nieuw aangelegde, opnieuw aangelegde of verbeterde wegen

RCO 44 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - overig

RCR 56 - Tijdwinst dankzij verbeterde wegeninfrastructuur

RCO 45 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - TEN-V

RCR 101 - Tijdwinst dankzij verbeterde spoorweginfrastructuur

RCO 46 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - overig

 

 

RCO 47 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - TEN-V

RCR 57 - Lengte van spoorwegen uitgerust met Europees beheersysteem voor het spoorverkeer in werking

RCO 48 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - overig

RCR 58 - Jaarlijks aantal passagiers op ondersteunde spoorwegen

RCO 49 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - TEN-V

RCR 59 - Vrachtvervoer per spoor

RCO 50 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - overig

RCR 60 - Vrachtvervoer over binnenwateren

RCO 51 - Lengte van ondersteunde nieuwe of verbeterde binnenwateren - TEN-V

 

RCO 52 - Lengte van ondersteunde nieuwe of verbeterde binnenwateren - overig

 

RCO 53 - Spoorwegstations en faciliteiten - nieuw of verbeterd

 

RCO 54 - Intermodale verbindingen - nieuw of verbeterd

 

RCO 100 - Aantal ondersteunde havens

 

 

RCO 55 - Lengte van tram- en metrolijnen - nieuw

RCR 62 - Jaarlijks aantal passagiers van openbaar vervoer

RCO 56 - Lengte van tram- en metrolijnen - opnieuw aangelegd/verbeterd

RCR 63 - Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe/verbeterde tram- en metrolijnen

RCO 57 - Milieuvriendelijk rollend materieel voor openbaar vervoer

RCR 64 - Jaarlijks aantal gebruikers van specifieke rijwielinfrastructuur

RCO 58 - Jaarlijks aantal passagiers op ondersteunde infrastructuur

 

RCO 59 - Ondersteunde infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (tank- /herlaadstations)

 

RCO 60 - Steden en gemeenten met nieuwe of verbeterde gedigitaliseerde stadsvervoerssystemen

 

_______________

1 Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).

 

Amendement

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

1)

2)

3)

3. Een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit

RCO 41 - Bijkomende huishoudens die toegang hebben tot breedband met zeer hoge capaciteit

RCR 53 - Huishoudens met breedbandaansluiting op een netwerk met zeer hoge capaciteit

RCO 42 - Bijkomende ondernemingen die toegang hebben tot breedband met zeer hoge capaciteit

RCR 54 - Ondernemingen met breedbandaansluiting op een netwerk met zeer hoge capaciteit

RCO 43 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - TEN-V1

RCR 55 - Gebruikers van nieuw aangelegde, opnieuw aangelegde of verbeterde wegen

RCO 44 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - overig

RCR 56 - Tijdwinst dankzij verbeterde wegeninfrastructuur

RCO 45 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - TEN-V

RCR 101 - Tijdwinst dankzij verbeterde spoorweginfrastructuur

RCO 46 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - overig

 

 

RCO 47 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - TEN-V

RCR 57 - Lengte van spoorwegen uitgerust met Europees beheersysteem voor het spoorverkeer in werking

RCO 48 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - overig

RCR 58 - Jaarlijks aantal passagiers op ondersteunde spoorwegen

RCO 49 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - TEN-V

RCR 59 - Vrachtvervoer per spoor

RCO 50 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - overig

RCR 60 - Vrachtvervoer over binnenwateren

RCO 51 - Lengte van ondersteunde nieuwe of verbeterde binnenwateren - TEN-V

 

RCO 52 - Lengte van ondersteunde nieuwe of verbeterde binnenwateren - overig

 

RCO 53 - Spoorwegstations en faciliteiten - nieuw of verbeterd

 

RCO 54 - Intermodale verbindingen - nieuw of verbeterd

 

RCO 100 - Aantal ondersteunde havens

 

 

Schrappen

Schrappen

_______________

1 Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – tabel 1 – ondertitel 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

1)

2)

3)

4. Een socialer Europa dat de Europese pijler van sociale rechten uitvoert

RCO 61 - Jaarlijks aantal werklozen bediend door verbeterde arbeidsvoorzieningsfaciliteiten (capaciteit)

RCR 65 - Jaarlijks aantal werkzoekenden die gebruik maken van de ondersteunde arbeidsvoorzieningsdiensten

 

RCO 63 - Capaciteit van gecreëerde tijdelijke opvanginfrastructuur

RCR 66 - Bezetting van gebouwde of gerenoveerde tijdelijke opvanginfrastructuur

RCO 64 - Capaciteit van gerenoveerde huisvesting – migranten, vluchtelingen en personen die internationale bescherming ontvangen of hierom verzoeken

RCR 67 - Bezetting van gesaneerde huisvesting – migranten, vluchtelingen en personen die internationale bescherming ontvangen of hierom verzoeken

TRK 65 - Capaciteit van gerenoveerde huisvesting - overige

RCR 68 - Bezetting van gerenoveerde huisvesting - overige

 

RCO 66 - Klaslokaalcapaciteit van ondersteunde kinderopvanginfrastructuur (nieuw of verbeterd)

RCR 70 - Jaarlijks aantal kinderen dat gebruikmaakt van ondersteunde kinderopvanginfrastructuur

RCO 67 - Klaslokaalcapaciteit van ondersteunde onderwijsinfrastructuur (nieuw of verbeterd)

RCR 71 - Jaarlijks aantal leerlingen dat gebruikmaakt van ondersteunde onderwijsinfrastructuur

 

RCO 69 - Capaciteit van ondersteunde gezondheidszorginfrastructuur

RCR 72 - Personen met toegang tot verbeterde gezondheidszorgdiensten

RCO 70 - Capaciteit van ondersteunde sociale infrastructuur (anders dan huisvesting)

RCR 73 - Jaarlijks aantal personen dat gebruikmaakt van ondersteunde gezondheidszorgfaciliteiten

 

RCR 74 - Jaarlijks aantal personen dat gebruikmaakt van ondersteunde socialezorgfaciliteiten

 

RCR 75 - Gemiddelde reactietijd voor medische nooddiensten in het ondersteunde gebied

 

Amendement

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

1)

2)

3)

4. Een socialer Europa dat de Europese pijler van sociale rechten uitvoert

RCO 61 - Jaarlijks aantal werklozen bediend door verbeterde arbeidsvoorzieningsfaciliteiten (capaciteit)

RCR 65 - Jaarlijks aantal werkzoekenden die gebruik maken van de ondersteunde arbeidsvoorzieningsdiensten

 

RCO 63 - Capaciteit van gecreëerde tijdelijke opvanginfrastructuur

RCR 66 - Bezetting van gebouwde of gerenoveerde tijdelijke opvanginfrastructuur

RCO 64 - Capaciteit van gerenoveerde huisvesting – migranten, vluchtelingen en personen die internationale bescherming ontvangen of hierom verzoeken

RCR 67 - Bezetting van gesaneerde huisvesting – migranten, vluchtelingen en personen die internationale bescherming ontvangen of hierom verzoeken

TRK 65 - Capaciteit van gerenoveerde huisvesting - overige

RCR 68 - Bezetting van gerenoveerde huisvesting - overige

 

RCO 66 - Klaslokaalcapaciteit van ondersteunde kinderopvanginfrastructuur (nieuw of verbeterd)

RCR 70 - Jaarlijks aantal kinderen dat gebruikmaakt van ondersteunde kinderopvanginfrastructuur

RCO 67 - Klaslokaalcapaciteit van ondersteunde onderwijsinfrastructuur (nieuw of verbeterd)

RCR 71 - Jaarlijks aantal leerlingen dat gebruikmaakt van ondersteunde onderwijsinfrastructuur

 

RCO 69 - Capaciteit en toegankelijkheid van ondersteunde gezondheidszorginfrastructuur en van innovatieve gezondheidszorgtechnologieën

RCR 72 - Personen met toegang tot verbeterde gezondheidszorgdiensten

RCO 70 - Capaciteit en toegankelijkheid van ondersteunde sociale infrastructuur (anders dan huisvesting)

RCR 73 - Jaarlijks aantal personen dat gebruikmaakt van ondersteunde gezondheidszorgfaciliteiten

 

RCR 74 - Jaarlijks aantal personen dat gebruikmaakt van ondersteunde socialezorgfaciliteiten

 

RCR 75 - Gemiddelde reactietijd voor medische nooddiensten in het ondersteunde gebied

 

RCR 75 bis - Personen met toegang tot bewustmakingscampagnes voor ziektepreventie

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – ondertitel 4 – punt iv

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Beleidsdoelstelling

Specifieke doelstelling

Output

Resultaten

1)

2)

3)

4)

4. Een socialer Europa dat de Europese pijler van sociale rechten uitvoert

iv) Zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van infrastructuur, met inbegrip van eerstelijnszorg;

CCO 20 - Nieuwe of verbeterde capaciteit voor gezondheidszorginfrastructuur

CCR 19 - Inwoners met toegang tot verbeterde gezondheidsdiensten

 

Amendement

Beleidsdoelstelling

Specifieke doelstelling

Output

Resultaten

1)

2)

3)

4)

4. Een socialer Europa dat de Europese pijler van sociale rechten uitvoert

iv) Zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van infrastructuur, met inbegrip van eerstelijnszorg, met inachtneming van de behoeften die zijn vastgesteld door patiënten en patiëntenorganisaties

CCO 20 - Nieuwe of verbeterde capaciteit en toegankelijkheid voor gezondheidszorginfrastructuur

CCR 19 - Inwoners met toegang tot verbeterde gezondheidsdiensten

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

Document- en procedurenummers

COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

11.6.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Kateřina Konečná

21.6.2018

Behandeling in de commissie

29.8.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

25.10.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

1

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Paul Brannen, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Mark Demesmaeker, Bas Eickhout, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, György Hölvényi, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Peter Liese, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Bolesław G. Piecha, John Procter, Julia Reid, Nils Torvalds, Adina-Ioana Vălean, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Linnéa Engström, Eleonora Evi, Norbert Lins, Sirpa Pietikäinen, Christel Schaldemose, Keith Taylor

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

José Blanco López, Jaromír Kohlíček, Tonino Picula

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

38

+

ALDE

Nils Torvalds

EFDD

Eleonora Evi

GUE/NGL

Jaromír Kohlíček, Kateřina Konečná

PEE

Birgit Collin-Langen, Angélique Delahaye, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, György Hölvényi, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Miroslav Mikolášik, Sirpa Pietikäinen, Adina Ioana Vălean

S&D

José Blanco López, Paul Brannen, Nessa Childers, Miriam Dalli, Seb Dance, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Susanne Melior, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Tonino Picula, Christel Schaldemose, Damiano Zoffoli

VERTS/ALE

Marco Affronte, Bas Eickhout, Linnéa Engström, Benedek Jávor, Keith Taylor

1

-

EFDD

Julia Reid

4

0

ECR

Mark Demesmaeker, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, John Procter

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (04.12.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

(COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD))

Rapporteur voor advies: Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy

BEKNOPTE MOTIVERING

1. Voorstel van de Commissie

In het voorstel voor een verordening inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Cohesiefonds worden de doelstellingen gedefinieerd die voor de tenuitvoerlegging van beide Fondsen gelden.

Bij deze verordening wordt thematische concentratie op nationaal niveau ingevoerd om de die tenuitvoerlegging te omkaderen. Daarbij stelt de Commissie voor de meeste middelen (van 65 % tot 85 %) te gebruiken voor de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen nr. 1 "een slimmer Europa" en nr. 2 "een groener, koolstofarm Europa" zoals die zijn gedefinieerd in de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen voor alle Europese Fondsen.

Deze verordening bevat ook een beperkte lijst van niet in aanmerking komende activiteiten, die buiten het toepassingsgebied van de Fondsen vallen.

Tot slot wordt in deze verordening een reeks outputindicatoren vastgesteld, evenals de voorwaarden die voor bepaalde gebieden moeten gelden, onder meer op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling, en voor de ultraperifere gebieden.

2. Voorstellen van de rapporteur

In de overweging dat de regio's het best in staat zijn om hun eigen behoeften en prioriteiten te bepalen, en om gedecentraliseerde governance bij de uitvoering van EU-fondsen aan te moedigen, stelt uw rapporteur voor een regionale thematische concentratie te behouden in plaats van de nationale concentratie die in deze verordening wordt beoogd.

Om de regio's meer flexibiliteit te geven bij het gebruik van EFRO-middelen stelt zij eveneens voor de thematische concentratie uit te breiden tot andere beleidsdoelstellingen. Zij is van mening dat vervoer een centrale rol speelt bij de verwezenlijking van de prioritaire doelstellingen van de Europese Unie en stelt daarom voor een beleidsdoelstelling nr. 3 "een connectiever Europa" toe te voegen aan de thematische concentratie.

Om de regio's meer flexibiliteit te geven om andere beleidsdoelstellingen te ondersteunen, stelt uw rapporteur voor het minimumaandeel van de voor beleidsdoelstelling nr. 1 "een slimmer Europa" bestemde middelen te verlagen van 60 % naar 30 % voor de meest ontwikkelde regio's, van 45 % naar 30 % voor de overgangsregio's en van 35 % naar 20 % voor de minst ontwikkelde regio's.

In de overweging dat vervoer een centrale rol speelt bij de verwezenlijking van de prioritaire doelstellingen van de Europese Unie, stelt zij voor nieuwe specifieke doelstellingen in te voeren die verband houden met vervoer:

•  een specifieke doelstelling in verband met slimme mobiliteit en de kwaliteit van vervoersdiensten in beleidsdoelstelling nr. 1 "een slimmer Europa";

•  een specifieke doelstelling in verband met duurzame mobiliteit in beleidsdoelstelling nr. 2 "een groener Europa";

•  een specifieke doelstelling in verband met de financiering van het Fonds voor een eerlijke transitie in beleidsdoelstelling nr. 2 "een groener Europa";

•  een specifieke doelstelling in verband met mobiliteit als bevorderende factor voor territoriale cohesie in beleidsdoelstelling nr. 3 "een connectiever Europa";

•  een specifieke doelstelling in verband met de toegang tot openbaarvervoersdiensten in beleidsdoelstelling nr. 4 "een socialer Europa".

Om het gebruik van EFRO in de vervoerssector te stimuleren stelt uw rapporteur ook voor om een aantal bepalingen af te schaffen die het gebruik van EFRO voor regionale luchthavens en rollend spoorwegmaterieel beperken.

Tot besluit dient zij amendementen in om de synergie te bevorderen tussen het EFRO, het Cohesiefonds en de overige begrotingsinstrumenten van de Europese Unie voor de financiering van de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk.

AMENDEMENTEN

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de ESI-fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en onbelemmerde toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden, op het verminderen van regionale verschillen en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, nationaliteit, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van het EFRO en het Cohesiefonds moeten worden nagestreefd in het kader van de klimaatverbintenissen van de Unie uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs over klimaatverandering en van de bevordering door de Unie van duurzame ontwikkeling, de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In een wereld waarin alles steeds nauwer verweven is en in het licht van de demografische en migratiedynamieken, is het duidelijk dat het migratiebeleid van de Unie een gemeenschappelijke aanpak vergt, die is gebaseerd op de synergie en complementariteit van de verschillende financieringsinstrumenten. Om te zorgen voor een coherente, krachtige en consistente steun voor solidariteit en de verdeling van de inspanningen tussen de lidstaten bij het beheer van migratie, moet het EFRO steun verlenen om de duurzame integratie van migranten te vergemakkelijken.

(8)  In een wereld waarin alles steeds nauwer verweven is en in het licht van de demografische en migratiedynamieken, is het duidelijk dat het migratiebeleid van de Unie een gemeenschappelijke aanpak vergt, die is gebaseerd op de synergie en complementariteit van de verschillende financieringsinstrumenten. Om te zorgen voor een coherente, krachtige en consistente steun voor solidariteit en de verdeling van de inspanningen tussen de lidstaten bij het beheer van migratie, moeten het EFRO en het Cohesiefonds steun verlenen om de duurzame integratie van migranten te vergemakkelijken.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om de inspanningen van de lidstaten en de regio's bij het aangaan van nieuwe uitdagingen te ondersteunen en een hoog niveau van veiligheid voor de burgers en de voorkoming van radicalisering te garanderen, en tegelijkertijd van de synergieën en complementariteit met andere beleidsgebieden van de Unie te profiteren, moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen tot de veiligheid in gebieden waar behoefte is aan veilige en beveiligde openbare ruimten en kritieke infrastructuur, zoals vervoer en energie.

(9)  Om de inspanningen van de lidstaten en de regio's bij het aangaan van nieuwe uitdagingen te ondersteunen en een hoog niveau van veiligheid en cohesie voor de burgers en de voorkoming van radicalisering te garanderen, en tegelijkertijd van de synergieën en complementariteit met andere beleidsgebieden van de Unie te profiteren, moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen tot de veiligheid in gebieden waar behoefte is aan veilige en beveiligde openbare ruimten en kritieke infrastructuur, zoals vervoer en energie.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Bovendien moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen aan de ontwikkeling van een uitgebreid snel digitaal infrastructuurnetwerk, en aan het bevorderen van schone en duurzame multimodale stedelijke mobiliteit.

(10)  Bovendien moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen aan de ontwikkeling van de trans-Europese vervoersnetwerken op het gebied van vervoersinfrastructuur en van een uitgebreid snel digitaal infrastructuurnetwerk, en aan het bevorderen van schone, veilige en duurzame multimodale stedelijke mobiliteit.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's en van de achterstand van de minst begunstigde regio's, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO worden gericht op de beleidsdoelstellingen "een slimmer Europa door het bevorderen van innovatieve en slimme economische transformatie" en "een groener, koolstofarm Europa door het bevorderen van schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer". Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteit toelaten op het niveau van individuele programma's en tussen de drie groepen lidstaten volgens het respectieve bruto nationaal inkomen. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van lidstaten in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio’s.

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's en van de achterstand van de minst begunstigde regio's, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO worden gericht op de beleidsdoelstellingen "een slimmer Europa", "een groener en koolstofarm Europa", "een connectiever Europa" en "een socialer Europa". Deze thematische concentratie van de steun moet op regionaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteit toelaten op het niveau van individuele programma's.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Deze verordening moet de verschillende soorten activiteiten uiteenzetten, waarvan de kosten mogen worden gedragen door investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds, in het kader van hun respectieve doelstellingen zoals omschreven in het VWEU. Het Cohesiefonds moet ondersteuning kunnen bieden voor investeringen in het milieu en in TEN-V. Wat het EFRO betreft, moet de lijst van activiteiten worden vereenvoudigd en moet het EFRO ondersteuning kunnen bieden aan investeringen in infrastructuur, investeringen in verband met toegang tot diensten, productieve investeringen in kmo's, apparatuur, software en immateriële activa, en in maatregelen met betrekking tot informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken. Met het oog op ondersteuning van de uitvoering van het programma moeten beide fondsen ook activiteiten op het gebied van technische bijstand kunnen ondersteunen. Tot slot moet, om ondersteuning van een breder spectrum aan maatregelen voor Interreg-programma's mogelijk te maken, het toepassingsgebied worden vergroot, door deze uit te breiden tot een breed spectrum aan voorzieningen en personele middelen en kosten die verband houden met maatregelen die binnen de werkingssfeer van het ESF+ vallen.

(19)  Deze verordening moet de verschillende soorten activiteiten uiteenzetten, waarvan de kosten mogen worden gedragen door investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds, in het kader van hun respectieve doelstellingen zoals omschreven in het VWEU. Het Cohesiefonds en het EFRO moeten ondersteuning kunnen bieden voor investeringen in het milieu en in TEN-V. Wat het EFRO betreft, moet de lijst van activiteiten worden vereenvoudigd en moet het EFRO ondersteuning kunnen bieden aan investeringen in infrastructuur, de veiligheid van bestaande tunnels en bruggen, investeringen in verband met toegang tot diensten, productieve investeringen in kmo's, apparatuur, software en immateriële activa, en in maatregelen met betrekking tot informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken. Met het oog op ondersteuning van de uitvoering van het programma moeten beide fondsen ook activiteiten op het gebied van technische bijstand kunnen ondersteunen. Tot slot moet, om ondersteuning van een breder spectrum aan maatregelen voor Interreg-programma's mogelijk te maken, het toepassingsgebied worden vergroot, door deze uit te breiden tot een breed spectrum aan voorzieningen en personele middelen en kosten die verband houden met maatregelen die binnen de werkingssfeer van het ESF+ vallen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Projecten van het trans-Europese vervoersnetwerk in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1316/2013 blijven gefinancierd worden uit het Cohesiefonds via gedeeld beheer en de rechtstreekse uitvoeringswijze in het kader van de Connecting Europe Facility ("CEF").

(20)  Projecten van het trans-Europese vervoersnetwerk in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1316/2013 blijven gefinancierd worden uit het Cohesiefonds en het EFRO via gedeeld beheer en de rechtstreekse uitvoeringswijze in het kader van de Connecting Europe Facility ("CEF").

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  Om de toegevoegde waarde van geheel of gedeeltelijk uit de begroting van de Unie gefinancierde investeringen in het vervoer zo groot mogelijk te maken, moet bovendien worden gestreefd naar synergieën tussen het EFRO en de instrumenten voor direct beheer, zoals de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF), en de financieringsinstrumenten van het toekomstige EU-investeringsprogramma.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Specifieke aandacht moet worden besteed aan de ultraperifere regio's, met name door maatregelen vast te stellen uit hoofde van artikel 349 VWEU, dat voorziet in een extra toewijzing voor ultraperifere gebieden ter compensatie van de extra kosten die in deze gebieden ontstaan als gevolg van één of meer blijvende beperkingen als bedoeld in artikel 349 VWEU, met name de grote afstand, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte, een moeilijk reliëf en klimaat, en de economische afhankelijkheid van slechts enkele producten, die blijvend zijn en een combinatie vormen die hun ontwikkeling ernstig belemmert. Deze toewijzing kan betrekking hebben op investeringen, exploitatiekosten en openbare- dienstverplichtingen die als doel hebben de extra kosten als gevolg van dergelijke beperkingen te compenseren. Exploitatiesteun kan dienen ter dekking van uitgaven voor goederenvervoerdiensten en starterssteun voor vervoersdiensten, alsook voor uitgaven voor acties die verband houden met opslagproblemen, overdimensionering en onderhoud van productiemiddelen, en gebrek aan menselijk kapitaal op de lokale arbeidsmarkt. Om de integriteit van de interne markt te beschermen, zoals het geval is voor alle acties die worden gecofinancierd door het EFRO en het Cohesiefonds, moet elke vorm van EFRO-ondersteuning ter financiering van de exploitatie- en investeringssteun in de ultraperifere gebieden voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

(27)  Specifieke aandacht moet worden besteed aan de ultraperifere regio's, met name door maatregelen vast te stellen uit hoofde van artikel 349 VWEU, dat voorziet in een extra toewijzing voor ultraperifere gebieden ter compensatie van de extra kosten die in deze gebieden ontstaan als gevolg van één of meer blijvende beperkingen als bedoeld in artikel 349 VWEU, met name de grote afstand, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte, een moeilijk reliëf en klimaat, en de economische afhankelijkheid van slechts enkele producten, die blijvend zijn en een combinatie vormen die hun ontwikkeling ernstig belemmert. Deze toewijzing kan betrekking hebben op investeringen, exploitatiekosten en openbare- dienstverplichtingen die als doel hebben de extra kosten als gevolg van dergelijke beperkingen te compenseren. Exploitatiesteun kan dienen ter dekking van uitgaven voor goederenvervoerdiensten, groene logistiek, mobiliteitsbeheer en starterssteun voor vervoersdiensten, alsook voor uitgaven voor acties die verband houden met opslagproblemen, overdimensionering en onderhoud van productiemiddelen, en gebrek aan menselijk kapitaal op de lokale arbeidsmarkt. Om de integriteit van de interne markt te beschermen, zoals het geval is voor alle acties die worden gecofinancierd door het EFRO en het Cohesiefonds, moet elke vorm van EFRO-ondersteuning ter financiering van de exploitatie- en investeringssteun in de ultraperifere gebieden voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het versterken van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en de invoering van geavanceerde technologieën;

i)  het bevorderen van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en de invoering van geavanceerde technologieën;

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  te profiteren van de voordelen van digitalisering voor burgers, bedrijven en overheden;

ii)  te profiteren van de voordelen van digitalisering voor burgers, bedrijven en overheden en de digitale connectiviteit te verbeteren;

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het versterken van de groei en het concurrentievermogen van het kmo's;

iii)  het versterken van de groei, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van kmo's:

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv bis)  het ontwikkelen van slimme, veilige en interoperabele vervoerswijzen;

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt v bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

v bis)  het bevorderen van emissiearme en multimodale mobiliteit;

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt vi bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vi bis)  het ondersteunen van structurele verandering voor de overgang naar koolstofarme energieopwekking;

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het verbeteren van de digitale connectiviteit;

i)  het verbeteren van de digitale connectiviteit en grensoverschrijdende verbindingen;

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het ontwikkelen van een duurzame, klimaatbestendige, intelligente, veilige en intermodale TEN-V;

ii)  het ontwikkelen van een duurzame, klimaatbestendige, intelligente, veilige en beveiligde en intermodale TEN-V;

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het ontwikkelen van duurzame, klimaatbestendige, intelligente en intermodale nationale, regionale en lokale mobiliteit, met inbegrip van een verbeterde toegang tot TEN-V en grensoverschrijdende mobiliteit;

iii)  het ontwikkelen van duurzame, klimaatbestendige, intelligente, veilige en beveiligde en intermodale nationale, regionale en lokale mobiliteit, met inbegrip van een verbeterde toegang tot TEN-V, grensoverschrijdende mobiliteit en connectiviteit met de ultraperifere gebieden;

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit;

iv)  het bevorderen van duurzame multimodale en toegankelijke stedelijke mobiliteit, met inbegrip van wandelen, fietsen, openbaar vervoer en gedeelde mobiliteit;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  het verbeteren van de toegang tot hoogwaardige en inclusieve openbaarvervoersdiensten;

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  te zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van infrastructuur, met inbegrip van eerstelijnszorg;

iv)  te zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van infrastructuur, met inbegrip van eerstelijnszorg, inclusief in plattelandsgebieden;

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het bevorderen van een geïntegreerde sociale, economische en ecologische ontwikkeling, cultureel erfgoed en veiligheid in stedelijke gebieden;

i)  het bevorderen van een geïntegreerde sociale, economische en ecologische ontwikkeling, cultureel erfgoed, de toeristische sector en veiligheid in stedelijke gebieden;

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het bevorderen van geïntegreerde maatschappelijke, economische en ecologische lokale ontwikkeling, cultureel erfgoed en veiligheid, met inbegrip van plattelands- en kustgebieden, ook via vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

ii)  het bevorderen van geïntegreerde maatschappelijke, economische en ecologische lokale ontwikkeling, cultureel erfgoed, de toeristische sector en veiligheid, met inbegrip van plattelands- en kustgebieden en de ultraperifere gebieden, ook via vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  het nemen van maatregelen ten behoeve van de toeristische aantrekkelijkheid van regio's en gebieden, waarbij duurzaam toerisme bevorderd wordt.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wat de programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" betreft, wordt het totaal van de EFRO-middelen in elke lidstaat geconcentreerd op nationaal niveau overeenkomstig de leden 3 en 4.

1.  Wat de programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" betreft, wordt het totaal van de EFRO-middelen in elke lidstaat geconcentreerd op regionaal niveau overeenkomstig de leden 3 en 4.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat de thematische concentratie van de steun voor lidstaten met ultraperifere regio's betreft, worden de EFRO-middelen die specifiek aan programma's voor de ultraperifere gebieden zijn toegewezen en de middelen die aan alle overige gebieden zijn toegewezen, afzonderlijk behandeld.

2.  Wat de thematische concentratie van de steun voor de ultraperifere regio's van de lidstaten betreft, worden de EFRO-middelen die specifiek aan programma's voor de ultraperifere gebieden zijn toegewezen en de middelen die aan alle overige gebieden zijn toegewezen, afzonderlijk behandeld.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten worden in termen van hun bruto nationale inkomensratio als volgt ingedeeld:

De regio's worden ingedeeld overeenkomstig artikel 102, lid 2, van Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]:

a)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio gelijk aan of groter dan 100% van het EU-gemiddelde ("groep 1");

a)   de minder ontwikkelde regio's, waarvan het bbp per inwoner minder dan 75 % van het gemiddelde bbp van de EU-27 bedraagt ("minder ontwikkelde regio's");

b)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio groter dan 75% en kleiner dan 100% van het EU-gemiddelde ("groep 2");

b)   de overgangsregio's, waarvan het bbp per inwoner 75 % tot 100 % van het gemiddelde bbp van de EU-27 bedraagt ("overgangsregio's");

c)  lidstaten met een bruto nationale inkomensratio kleiner dan 75% van het EU-gemiddelde ("groep 3").

c)  de meer ontwikkelde regio's, waarvan het bbp per inwoner meer dan 100% van het gemiddelde bbp van de EU-27 bedraagt ("meer ontwikkelde regio's").

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de bruto nationale inkomensratio verstaan de verhouding tussen het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van een lidstaat, gemeten in koopkrachtstandaard en berekend op basis van de cijfers van de Unie in de periode van 2014 tot en met 2016, en het gemiddelde bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in koopkrachtstandaard van de 27 lidstaten in dezelfde referentieperiode.

Schrappen

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" voor de ultraperifere gebieden worden ingedeeld in groep 3.

De programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" voor de ultraperifere gebieden worden ingedeeld in de groep "minder ontwikkelde regio's".

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  De lidstaten van groep 1 wijzen ten minste 85 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1 en BD 2, en ten minste 60 % aan BD 1;

a)  de lidstaten van groep 1 wijzen ten minste 60 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1 en BD 2;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  De lidstaten van groep 2 wijzen ten minste 45 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2;

b)  De lidstaten van groep 2 wijzen ten minste 20 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  De lidstaten van groep 3 wijzen ten minste 35 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2.

c)  De lidstaten van groep 3 wijzen ten minste 15 % van hun totale EFRO-middelen in het kader van andere prioriteiten dan voor technische bijstand toe aan BD 1, en ten minste 30 % aan BD 2.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  investeringen in infrastructuur;

a)  investeringen in infrastructuur, in het bijzonder met Europese toegevoegde waarde in de trans-Europese netwerken op het gebied van vervoer en energie en op digitaal gebied en de verbetering van de veiligheid van bestaande vervoersinfrastructuur als bruggen en tunnels;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  investeringen in duurzame stedelijke mobiliteit, openbaar vervoer en fietspaden;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  financiering van de aankoop van rollend materieel voor vervoer per spoor;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om bij te dragen aan de specifieke doelstelling in het kader van BD 1 als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), iv), verleent het EFRO ook steun aan opleidingen, een leven lang leren en onderwijsactiviteiten.

Om bij te dragen aan de specifieke doelstelling in het kader van BD 1 als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), iv), en aan de specifieke doelstelling in het kader van BD 4 als bedoeld in arti7kel 2, lid 2, onder d), verleent het EFRO ook steun aan opleidingen, een leven lang leren en onderwijsactiviteiten.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Het bedrag van het EFRO dat wordt overgemaakt naar de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, wordt gebruikt overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU) [de nieuwe CEF-verordening].

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  investeringen in TEN-V;

b)  investeringen in TEN-V en duurzame mobiliteit;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e) investeringen in luchthaveninfrastructuur, met uitzondering van de ultraperifere regio's;

Schrappen

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  investeringen in installaties voor de verwerking van restafval;

g)  investeringen in installaties voor de verwerking van restafval, met uitzondering van de ultraperifere regio's;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  financiering van de aankoop van rollend materieel voor vervoer per spoor, behalve indien dit vervoer verband houdt met:

Schrappen

i)  het voldoen aan een openbaar uitbestede openbare-dienstverplichting op grond van de gewijzigde Verordening 1370/2007;

 

ii)  verrichting van vervoersdiensten per spoor op lijnen die volledig open staan voor mededinging, en de begunstigde is een nieuwkomer die in aanmerking komt voor financiering op grond van de Verordening (EU) 2018/xxx [EU-investeringsverordening]

 

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In overeenstemming met zijn rapportageverplichting op grond van artikel [38, lid 3, onder e), i)] van het Financieel Reglement legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad informatie over de prestaties voor overeenkomstig bijlage II.

3.  In overeenstemming met zijn rapportageverplichting op grond van artikel [38, lid 3, onder e), i)] van het Financieel Reglement legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad informatie over de prestaties voor overeenkomstig bijlage II. Deze informatie omvat ook een kwalitatieve beoordeling van de vooruitgang die is geboekt met het realiseren van de specifieke doelstellingen zoals vastgesteld in artikel 2.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het EFRO ondersteunt de geïntegreerde territoriale ontwikkeling op basis van territoriale strategieën in overeenstemming met artikel [23] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening] gericht op stedelijke gebieden ("duurzame stedelijke ontwikkeling") in het kader van programma's voor beide doelen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van die verordening.

1.  Het EFRO ondersteunt de geïntegreerde territoriale ontwikkeling op basis van territoriale strategieën in overeenstemming met artikel [23] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening] gericht op stedelijke gebieden ("duurzame stedelijke ontwikkeling" en "plannen voor duurzame stedelijke mobiliteit (SUMP's)") in het kader van programma's voor beide doelen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van die verordening.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De specifieke extra toewijzing voor ultraperifere gebieden wordt gebruikt ter compensatie van de extra kosten die in deze gebieden ontstaan als gevolg van één of meer van de permanente factoren die hun ontwikkeling schaden die worden genoemd in artikel 349 VWEU.

1.  Artikel 3 is niet van toepassing op de specifieke extra toewijzing voor ultraperifere gebieden. De specifieke extra toewijzing voor ultraperifere gebieden wordt gebruikt ter compensatie van de extra kosten die in deze gebieden ontstaan als gevolg van één of meer van de permanente factoren die hun ontwikkeling schaden die worden genoemd in artikel 349 VWEU.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  In afwijking van artikel 4, lid 1, kan het EFRO steun verlenen aan productieve investeringen in ondernemingen in ultraperifere gebieden, ongeacht de omvang van die ondernemingen.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – tabel 1 – punt 1– kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie

1.  Een concurrerend en slimmer Europa door de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang en door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – tabel 1 – punt 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

(1)

(2)

(3)

3. Een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit

RCO 43 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - TEN-V

RCR 55 - Gebruikers van nieuw aangelegde, opnieuw aangelegde of verbeterde wegen

 

RCO 44 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - overig

RCR 56 - Tijdwinst dankzij verbeterde wegeninfrastructuur

 

RCO 45 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - TEN-V

RCR 101 - Tijdwinst dankzij verbeterde spoorweginfrastructuur

 

RCO 46 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - overig

RCR 57 - Lengte van spoorwegen uitgerust met Europees beheersysteem voor het spoorverkeer in werking

 

RCO 47 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - TEN-V

RCR 58 - Jaarlijks aantal passagiers op ondersteunde spoorwegen

 

RCO 48 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - overig

RCR 59 - Vrachtvervoer per spoor

 

RCO 49 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - TEN-V

RCR 60 - Vrachtvervoer over binnenwateren

 

RCO 50 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - overig

 

 

RCO 51 - Lengte van ondersteunde nieuwe of verbeterde binnenwateren - TEN-V

 

 

RCO 52 - Lengte van ondersteunde nieuwe of verbeterde binnenwateren - overig

 

 

RCO 53 - Spoorwegstations en faciliteiten - nieuw of verbeterd

 

 

RCO 54 - Intermodale verbindingen - nieuw of verbeterd

 

 

RCO 100 - Aantal ondersteunde havens

 

 

RCO 55 - Lengte van tram- en metrolijnen - nieuw

RCR 62 - Jaarlijks aantal passagiers van openbaar vervoer

 

RCO 56 - Lengte van tram- en metrolijnen - opnieuw aangelegd/verbeterd

RCR 63 - Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe/verbeterde tram- en metrolijnen

 

RCO 57 - Milieuvriendelijk rollend materieel voor openbaar vervoer

RCR 64 - Jaarlijks aantal gebruikers van specifieke rijwielinfrastructuur

 

RCO 58 - Jaarlijks aantal passagiers op ondersteunde infrastructuur

 

 

RCO 59 - Ondersteunde infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (tank- /herlaadstations)

 

Amendement

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

(1)

(2)

(3)

3. Een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit

RCO 43 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - TEN-V

RCR 55 - Gebruikers van nieuw aangelegde, opnieuw aangelegde of verbeterde wegen

 

RCO 44 - Lengte van ondersteunde nieuwe wegen - overig

RCR 56 - Tijdwinst dankzij verbeterde wegeninfrastructuur

 

RCO 45 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - TEN-V

RCR 101 - Tijdwinst dankzij verbeterde spoorweginfrastructuur

 

RCO 46 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde wegen - overig

 

 

- Aantal weg- en spoorwegbruggen en -tunnels die elke drie jaar worden gecontroleerd en goed worden onderhouden om veiligheidsredenen

 

 

RCO 47 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - TEN-V

 

 

RCO 48 - Lengte van ondersteunde nieuwe spoorwegen - overig

 

 

RCO 49 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - TEN-V

RCR 57 - Lengte van spoorwegen uitgerust met Europees beheersysteem voor het spoorverkeer in werking, met inbegrip van grensoverschrijdende spoorwegverbindingen uitgerust met ERTMS-systemen

 

RCO 50 - Lengte van opnieuw aangelegde of verbeterde spoorwegen - overig

 

 

RCO 51 - Lengte van ondersteunde nieuwe of verbeterde binnenwateren - TEN-V

RCR 58 - Jaarlijks aantal passagiers op ondersteunde spoorwegen voor afstanden kleiner dan 50 km, tussen 50 en 300 km en groter dan 300 km

 

RCO 52 - Lengte van ondersteunde nieuwe of verbeterde binnenwateren - overig

 

 

RCO 53 - Spoorwegstations en faciliteiten - nieuw of verbeterd

RCR 59 - Vrachtvervoer per spoor

 

- Met inbegrip van het aantal spoorwegstations die overeenkomen met de TSI-PRM-verordening van de Commissie

- Aantal goederenwagons uitgerust met LL remblokken voor geluidsreductie

 

RCO 54 - Intermodale verbindingen - nieuw of verbeterd

RCR 60 - Vrachtvervoer over binnenwateren

 

RCO 100 - Aantal ondersteunde havens

 

 

RCO 55 - Lengte van tram- en metrolijnen - nieuw

 

 

RCO 56 - Lengte van tram- en metrolijnen - opnieuw aangelegd/verbeterd

RCR 62 - Jaarlijks aantal passagiers van openbaar vervoer

 

RCO 57 - Milieuvriendelijk rollend materieel voor openbaar vervoer

RCR 63 - Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe/verbeterde tram- en metrolijnen

 

RCO 58 - Ondersteunde specifieke voetgangers- en rijwielinfrastructuur

- Jaarlijks aantal gebruikers van fietsen

 

RCO 59 - Ondersteunde infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (tank- /herlaadstations)

- Intermodaal marktaandeel (modale verdeling) van gebruikers van particuliere auto's, openbaar vervoer (metro - tram - bus), autodelen en carpooling, fietsen en voetgangers

 

RCO 60 - Steden en gemeenten met nieuwe of verbeterde gedigitaliseerde stadsvervoerssystemen

RCR 64 - Jaarlijks aantal gebruikers van specifieke voetgangers- en rijwielinfrastructuur

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – tabel 1 – punt 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

(1)

(2)

(3)

5. Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen

CCO 74 - Aandeel bevolking dat valt onder strategieën voor geïntegreerde stedelijke ontwikkeling

RCR 76 - Belanghebbenden die betrokken zijn bij de voorbereiding en uitvoering van strategieën voor stedelijke ontwikkeling

 

RCO 75 - Geïntegreerde strategieën voor stedelijke ontwikkeling

RCR 77 - Toeristen/bezoeken aan ondersteunde voorzieningen*

 

RCO 76 - Samenwerkingsprojecten

RCR 78 - Gebruikers van ondersteunde culturele infrastructuur

 

RCO 77 - Capaciteit van ondersteunde culturele en toeristische infrastructuur

 

Amendement

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

(1)

(2)

(3)

5. Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen

CCO 74 - Aandeel bevolking dat valt onder strategieën voor geïntegreerde stedelijke ontwikkeling

RCR 76 - Belanghebbenden die betrokken zijn bij de voorbereiding en uitvoering van strategieën voor stedelijke ontwikkeling

 

- Aantal bestaande "plannen voor duurzame stedelijke mobiliteit (SUMP's)"

RCR 77 - Toeristen/bezoeken aan ondersteunde voorzieningen*

 

RCO 75 - Geïntegreerde strategieën voor stedelijke ontwikkeling

 

 

RCO 76 - Samenwerkingsprojecten

- Duurzame toeristische projecten die blijk geven van win-winsituaties voor zowel toeristen als bewoners

 

RCO 77 - Capaciteit van ondersteunde culturele, natuurlijke, historische en industriële toeristische infrastructuur

RCR 78 - Gebruikers van ondersteunde culturele infrastructuur en ondersteund ecotoerisme

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – tabel 1 – punt 1– kolom 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie

1.  Een concurrerend en slimmer Europa door de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang en door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – tabel 1 – punt 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

(1)

(3)

(4)

3. Een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit

CCO 14 - Wegen TEN-V: Nieuwe en verbeterde wegen

CCR 13 - Tijdwinst dankzij betere wegeninfrastructuur

 

CCO 15 - Spoorwegen TEN-V: Nieuwe en verbeterde spoorwegen

CCR 14 - Jaarlijks aantal passagiers bediend door verbeterd spoorvervoer

 

CCO 16 - Uitbreiding en modernisering van tram- en metrolijnen

CCR 15 - Jaarlijks aantal gebruikers bediend door nieuwe en gemoderniseerde tram- en metrolijnen

Amendement

Beleidsdoelstelling

Output

Resultaten

(1)

(3)

(4)

3. Een meer verbonden Europa door de versterking van de mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit

CCO 14 - Wegen TEN-V: Nieuwe en verbeterde wegen

CCR 13 - Tijdwinst dankzij betere wegeninfrastructuur

 

 

- Toename van congestie door uitbreiding van wegeninfrastructuur

 

CCO 15 - Spoorwegen TEN-V: Nieuwe en verbeterde spoorwegen

 

 

- Aantal regionale grensoverschrijdende spoorwegverbindingen die zijn afgeschaft of afgebroken (missing links)

CCR 14 - Jaarlijks aantal passagiers bediend door verbeterd spoorvervoer

 

- Aantal grensoverschrijdende spoorwegverbindingen die missing links waren en zijn hersteld

 

 

CCO 16 - Uitbreiding en modernisering van tram- en metrolijnen evenals voetgangers- en rijwielinfrastructuur

CCR 15 - Jaarlijks aantal gebruikers bediend door nieuwe en gemoderniseerde tram- en metrolijnen evenals voetgangers en fietsers

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Cohesiefonds

Document‑ en procedurenummers

COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD)

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

REGI

11.6.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

 Datum bekendmaking

TRAN

11.6.2018

Rapporteur voor advies

 Datum benoeming

Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy

17.7.2018

Behandeling in de commissie

9.10.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

15.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Marie-Christine Arnautu, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Karima Delli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Tania González Peñas, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Innocenzo Leontini, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Renaud Muselier, Markus Pieper, Gabriele Preuß, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Keith Taylor, István Ujhelyi, Wim van de Camp, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Francisco Assis, Stefan Gehrold, Maria Grapini, Bolesław G. Piecha, Anders Sellström, Matthijs van Miltenburg, Henna Virkkunen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Heinz K. Becker, Edward Czesak, Theodor Dumitru Stolojan, Richard Sulík

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

38

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Gesine Meissner, Dominique Riquet, Matthijs van Miltenburg

ECR

Edward Czesak, Bolesław G. Piecha, Richard Sulík, Kosma Złotowski

GUE/NG

Tania González Peñas, Merja Kyllönen

PPE

Georges Bach, Heinz K. Becker, Andor Deli, Stefan Gehrold, Dieter-Lebrecht Koch, Innocenzo Leontini, Marian-Jean Marinescu, Renaud Muselier, Markus Pieper, Massimiliano Salini, Anders Sellström, Theodor Dumitru Stolojan, Henna Virkkunen, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

S&D

Francisco Assis, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Maria Grapini, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Claudia Țapardel, István Ujhelyi

VERTS/ALE

Michael Cramer, Karima Delli, Keith Taylor

4

-

ECR

Peter Lundgren

EFDD

Jill Seymour

ENF

Marie-Christine Arnautu, Georg Mayer

2

0

EFDD

Daniela Aiuto

S&D

Inés Ayala Sender

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (14.11.2018)

aan de Commissie regionale ontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

(COM(2018)0372 – C8-0227/2018 – 2018/0197(COD))

Rapporteur voor advies: James Nicholson

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur kan grotendeels instemmen met de doelstellingen van zowel het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) als het Cohesiefonds. De EU hanteert inderdaad een coherente benadering ter vermindering van de economische en sociale ongelijkheden die bestaan tussen de regio's en de lidstaten, en wil duurzame ontwikkeling stimuleren. Hoewel de rapporteur inziet dat stedelijke gebieden een hoofdrol spelen bij het verlagen van de werkloosheid, het bevorderen van sociale inclusie en het bestrijden van armoede, is hij van mening dat een beter evenwicht bereikt moet worden tussen de behoeften van stedelijke en plattelandsgebieden. Om die reden heeft de rapporteur de tekst op een aantal punten aangevuld om ook nadruk te leggen op plattelandsgebieden en de gemeenschappen die daar wonen. Bij het spreken over onderwijs, opleiding en het scheppen van werkgelegenheid, wordt soms uitsluitend aandacht besteed aan de steden in de EU; de rapporteur stelt voor om ook specifieke aandacht te besteden aan plattelandsgebieden (amendement 6). De rapporteur heeft een aantal nieuwe aspecten aan de tekst toegevoegd: landbouwers die gemarginaliseerd zijn omdat ze op afstand en in afzondering werken, en seizoenarbeiders die vaak moeilijkheden ondervinden bij hun integratie in plattelandsgemeenschappen. De rapporteur wil innovatie en digitalisering bevorderen en beveelt daarom aan de toewijzing aan PO 1 te verhogen van 60 % naar 65 % (amendement 10). De toegang tot internet is cruciaal voor boeren, maar de rapporteur is het er niet mee eens dat het EFRO en het Cohesiefonds geen steun zouden kunnen verlenen voor investeringen in breedbandinfrastructuur in gebieden met ten minste twee breedbandnetwerken. De rapporteur is het hier niet mee eens; de lidstaten en de regio's moeten kunnen beslissen over het besteden van de middelen daar waar deze het meest nodig zijn. Het kan zo zijn dat breedbandnetwerken wel aanwezig zijn, maar niet toereikend zijn. Om de boeren in de meest afgelegen delen van de EU een goede toegang tot internet te bieden, moeten de lidstaten meer kunnen investeren in verbeteringen (amendement 12).

AMENDEMENTEN

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de bevoegde Commissie regionale ontwikkeling onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en de tweede en derde alinea van artikel 174 VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, zoals de meest noordelijke regio's met een zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden.

(1)  Artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en de tweede en derde alinea van artikel 174 VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, met bijzondere aandacht voor de plattelandsgebieden, de regio's die een industriële overgang doormaken en regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, zoals de meest noordelijke regio's met een zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Bovendien zijn de investeringen van het Cohesiefonds in de eerste plaats gericht op een aantal prioritaire gebieden waar de economische en sociale kloof blijft groeien, en zijn ze met name bedoeld om de verschillen tussen stedelijke en plattelandsgebieden aan te pakken, waardoor plattelandsgebieden die zijn getroffen door armoede en stagnatie in de kou blijven staan.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Verordening (EU) Nr. 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe GB-verordening]16 stelt gemeenschappelijke regels vast die van toepassing zijn op verschillende fondsen, met inbegrip van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMV"), het Fonds voor asiel en migratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI") , die functioneren binnen een gemeenschappelijk kader ("de Fondsen").

(3)  Verordening (EU) Nr. 2018/XXX van het Europees Parlement en de Raad [nieuwe GB-verordening]16 stelt gemeenschappelijke regels vast die van toepassing zijn op verschillende fondsen, met inbegrip van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ("EFRO"), het Europees Sociaal Fonds Plus ("ESF+"), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ("EFMV"), het Fonds voor asiel en migratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid ("ISF") en het instrument voor grensbeheer en visa ("BMVI"), die functioneren binnen een gemeenschappelijk kader ("de Fondsen").

_________________

_________________

16 [Volledige referentie - nieuwe GB-verordening].

16 [Volledige referentie - nieuwe GB-verordening].

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie. De doelstellingen van de ESI-fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

(5)  Horizontale beginselen zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 VWEU, met inbegrip van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals neergelegd in artikel 5 VEU, moeten worden geëerbiedigd bij de tenuitvoerlegging van het EFRO en het Cohesiefonds, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten moeten ook voldoen aan de verplichtingen van de het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten gericht zijn op het opheffen van ongelijkheden en op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief, alsmede op de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. De Fondsen mogen geen maatregelen ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie of uitsluiting. De doelstellingen van de ESI-fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu en bestrijding van de klimaatverandering, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. Om de integriteit van de interne markt, waarvoor de ondernemingen voldoen aan de regels voor staatssteun zoals vastgelegd in de artikelen 107 en 108 VWEU.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Om de aard van de activiteiten die kunnen worden ondersteund door het EFRO en het Cohesiefonds te identificeren, moeten specifieke beleidsdoelstellingen voor het verlenen van steun uit die fondsen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat zij bijdragen tot één of meer gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening].

(7)  Om de aard van de activiteiten die kunnen worden ondersteund door het EFRO en het Cohesiefonds te identificeren, moeten geharmoniseerde, specifieke en aan de verschillende bestaande situaties aangepaste beleidsdoelstellingen voor het verlenen van steun uit die fondsen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat zij bijdragen tot een hogere meerwaarde in elke regio en tot het scheppen van werkgelegenheid. Deze doelstellingen mogen geenszins afbreuk doen aan de algemene hoofddoelstelling om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's in de EU en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Universele, hoogwaardige overheidsdiensten zijn van cruciaal belang voor het aanpakken van regionale en sociale ongelijkheden, het bevorderen van cohesie en regionale ontwikkeling en het verankeren van bedrijven en de bevolking, met name in de minder ontwikkelde regio's.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter)  De investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds moeten bijdragen tot de ontwikkeling van duurzame en toegankelijke nationale, regionale en lokale mobiliteit, met bijzondere aandacht voor regio's die heropleving en economische stimulering behoeven, en dunbevolkte regio's waar ernstige tekortkomingen inzake mobiliteit een structurele belemmering voor ontwikkeling vormen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Bovendien moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen aan de ontwikkeling van een uitgebreid snel digitaal infrastructuurnetwerk, en aan het bevorderen van schone en duurzame multimodale stedelijke mobiliteit.

(10)  Bovendien moeten de investeringen uit het EFRO bijdragen aan de ontwikkeling van een uitgebreid snel digitaal infrastructuurnetwerk, dat ook plattelandsgebieden dekt, en aan het bevorderen van schone en duurzame multimodale stedelijke en rurale mobiliteit, en zo een impuls vormen voor grotere economische, sociale en territoriale samenhang die de klimaatverandering op doeltreffende wijze kan tegengaan.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Investeringen in digitale netwerken in de plattelandsgebieden van de EU vormen een bron van onaangeboord potentieel en zijn van cruciaal belang voor het benutten van nieuwe economische kansen, zoals precisielandbouw en de ontwikkeling van een biogebaseerde economie, en kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU om een digitaal infrastructuurnetwerk te ontwikkelen en groene en duurzame multimodale mobiliteit te bevorderen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  Acties in het kader van het EFRO en het Cohesiefonds moeten bijdragen aan doelstellingen die zijn uiteengezet in de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen die moeten worden ontwikkeld in het kader van de [verordening inzake de governance van de energie-unie], rekening houdend met de aanbevelingen van de Commissie ten aanzien van deze plannen, zowel wat inhoud als wat financiële toewijzing betreft.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's en van de achterstand van de minst begunstigde regio's, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening. Steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarom worden toegespitst op de belangrijkste prioriteiten van de Unie, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet steun uit het EFRO worden gericht op de beleidsdoelstellingen "een slimmer Europa door het bevorderen van innovatieve en slimme economische transformatie" en "een groener, koolstofarm Europa door het bevorderen van schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer". Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteit toelaten op het niveau van individuele programma’s en tussen de drie groepen lidstaten volgens het respectieve bruto nationaal inkomen. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van lidstaten in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio’s.

(17)  Het EFRO moet bijdragen aan het bevorderen van daadwerkelijke convergentie, het wegnemen van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie en het verminderen van de ongelijkheden tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's en van de achterstand van de minst begunstigde regio's, met inbegrip van de uitdagingen in verband met het koolstofarm maken van de energievoorziening, rekening houdend met de legitieme keuzes, prioriteiten en behoeften van elke lidstaat, afhankelijk van zijn concrete situatie. Bij steun van het EFRO in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" moet daarnaast rekening worden gehouden met collectief bepaalde prioriteiten, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2018/xxx [nieuwe GB-verordening]. Daarom moet bij steun uit het EFRO met name rekening worden gehouden met de beleidsdoelstellingen "een samenhangender en solidairder Europa door het verkleinen van de economische, sociale en territoriale verschillen en een innovatieve en slimme economische transformatie te bevorderen" en "een groener, koolstofarm Europa door het bevorderen van een schone en eerlijke energietransitie, de vermindering van de milieueffecten van de industrie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, de bestrijding van en aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer". Deze thematische concentratie van de steun moet op nationaal niveau worden verwezenlijkt en tegelijkertijd flexibiliteit toelaten op het niveau van individuele programma’s en tussen de drie groepen lidstaten volgens het respectieve bruto nationaal inkomen. Bovendien moet de werkwijze voor de classificatie van lidstaten in detail worden uiteengezet, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere regio’s.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Deze verordening moet de verschillende soorten activiteiten uiteenzetten, waarvan de kosten mogen worden gedragen door investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds, in het kader van hun respectieve doelstellingen zoals omschreven in het VWEU. Het Cohesiefonds moet ondersteuning kunnen bieden voor investeringen in het milieu en in TEN-V. Wat het EFRO betreft, moet de lijst van activiteiten worden vereenvoudigd en moet het EFRO ondersteuning kunnen bieden aan investeringen in infrastructuur, investeringen in verband met toegang tot diensten, productieve investeringen in kmo's, apparatuur, software en immateriële activa, en in maatregelen met betrekking tot informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken. Met het oog op ondersteuning van de uitvoering van het programma moeten beide fondsen ook activiteiten op het gebied van technische bijstand kunnen ondersteunen. Tot slot moet, om ondersteuning van een breder spectrum aan maatregelen voor Interreg-programma's mogelijk te maken, het toepassingsgebied worden vergroot, door deze uit te breiden tot een breed spectrum aan voorzieningen en personele middelen en kosten die verband houden met maatregelen die binnen de werkingssfeer van het ESF+ vallen.

(19)  Deze verordening moet de verschillende soorten activiteiten uiteenzetten, waarvan de kosten mogen worden gedragen door investeringen uit het EFRO en het Cohesiefonds, in het kader van hun respectieve doelstellingen zoals omschreven in het VWEU. Het Cohesiefonds moet ondersteuning kunnen bieden voor investeringen in het milieu en in TEN-V. Wat het EFRO betreft, moet de lijst van activiteiten worden vereenvoudigd en moet het EFRO ondersteuning kunnen bieden aan investeringen in infrastructuur, investeringen in verband met toegang tot diensten, met bijzondere aandacht voor achtergestelde, gemarginaliseerde en gesegregeerde gemeenschappen, productieve investeringen in kmo's, apparatuur, software en immateriële activa, en in maatregelen met betrekking tot informatie, communicatie, studies, netwerken, samenwerking, uitwisseling van ervaringen en activiteiten waarbij clusters zijn betrokken. Met het oog op ondersteuning van de uitvoering van het programma moeten beide fondsen ook activiteiten op het gebied van technische bijstand kunnen ondersteunen. Tot slot moet, om ondersteuning van een breder spectrum aan maatregelen voor Interreg-programma's mogelijk te maken, het toepassingsgebied worden vergroot, door deze uit te breiden tot een breed spectrum aan voorzieningen en personele middelen en kosten die verband houden met maatregelen die binnen de werkingssfeer van het ESF+ vallen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  In het kader van de duurzame stedelijke ontwikkeling wordt het noodzakelijk geacht steun te verlenen aan geïntegreerde maatregelen om de economische, ecologische, klimatologische, demografische en sociale uitdagingen aan te pakken, waarmee stedelijke gebieden, inclusief functionele stedelijke gebieden, worden geconfronteerd, en moet ook rekening worden gehouden met de noodzaak om onderlinge banden tussen stedelijke en plattelandsgebieden te stimuleren. De beginselen voor de selectie van stedelijke gebieden waarin geïntegreerde maatregelen voor duurzame stedelijke ontwikkeling moeten worden uitgevoerd, en de indicatieve bedragen voor dergelijke maatregelen, moeten worden vastgesteld in de partnerschapsovereenkomst, met een minimum van 6 % van de EFRO-middelen die op nationaal niveau voor dat doeleinde zijn toegekend. Ook moet worden vastgesteld dat dit percentage wordt nageleefd tijdens de programmeringsperiode in het geval van overdracht tussen zwaartepunten van een programma of tussen programma’s onderling, onder meer bij de tussentijdse evaluatie.

(25)  In het kader van de duurzame stedelijke ontwikkeling wordt het noodzakelijk geacht steun te verlenen aan geïntegreerde maatregelen om de economische, ecologische, klimatologische, demografische en sociale uitdagingen aan te pakken, waarmee stedelijke en landelijke gebieden worden geconfronteerd, en moet ook rekening worden gehouden met de noodzaak om onderlinge banden tussen stedelijke en plattelandsgebieden te stimuleren en de samenwerking te verbeteren. De beginselen voor de selectie van stedelijke gebieden waarin geïntegreerde maatregelen voor duurzame stedelijke ontwikkeling moeten worden uitgevoerd, en de indicatieve bedragen voor dergelijke maatregelen, moeten worden vastgesteld in de partnerschapsovereenkomst, met een minimum van 6 % van de EFRO-middelen die op nationaal niveau voor dat doeleinde zijn toegekend. Ook moet worden vastgesteld dat dit percentage wordt nageleefd tijdens de programmeringsperiode in het geval van overdracht tussen zwaartepunten van een programma of tussen programma’s onderling, onder meer bij de tussentijdse evaluatie.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze verordening bevat ook de specifieke doelstellingen en het toepassingsgebied van de steunverlening uit het Cohesiefonds met betrekking tot de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" waarnaar wordt verwezen in [artikel 4, lid 2, punt a)] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening].

2.  Deze verordening bevat ook de specifieke doelstellingen en het toepassingsgebied van de steunverlening uit het Cohesiefonds met betrekking tot de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" waarnaar wordt verwezen in [artikel 4, lid 2, punt a)] van Verordening (EU) 2018/xxxx [nieuwe GB-verordening]. De verordening vormt ook een aanvulling op het beleid inzake plattelandsontwikkeling, in zoverre ze betrekking heeft op de ondersteuning van evenwichtige territoriale ontwikkeling.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  "een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie" ("BD 1") door:

a)  "een samenhangender en solidairder Europa door het verkleinen van de economische, sociale en territoriale verschillen en een innovatieve en slimme economische transformatie te bevorderen" ("BD 1") door:

Motivering

Het EFRO en het Cohesiefonds zijn essentiële instrumenten van het cohesiebeleid en daarom moeten het bevorderen van de cohesie en het wegwerken van verschillen deel uitmaken van de specifieke doelstellingen ervan.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het versterken van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en de invoering van geavanceerde technologieën;

i)  het versterken van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit, de invoering van geavanceerde technologieën en het verbeteren van de toegang tot technologieën, alsook van het gebruik en de kwaliteit ervan;

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  te profiteren van de voordelen van digitalisering voor burgers, bedrijven en overheden;

ii)  te profiteren van de voordelen van digitalisering voor burgers, bedrijven, openbare diensten en overheden;

Motivering

Openbare diensten zijn van cruciaal belang voor het bevorderen van cohesie en regionale ontwikkeling en het verankeren van bedrijven en de bevolking, met name in de minder ontwikkelde regio's.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  de kwaliteit, de modernisering en het universele karakter van de openbare dienstverlening te stimuleren;

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het versterken van de groei en het concurrentievermogen van het kmo's;

iii)  het versterken en bevorderen van de groei en het concurrentievermogen van kmo's in plattelandsgebieden;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het ontwikkelen van vaardigheden voor slimme specialisatie, industriële overgang en ondernemerschap;

iv)  het ontwikkelen van vaardigheden voor slimme specialisatie, industriële overgang en infrastructuur voor slimme specialisatie, de herindustrialisering van door de-industrialisering getroffen regio's en ondernemerschap;

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv bis)   het bevorderen van de heropleving en economische stimulering van regio's die onder ontvolking lijden, en van gebieden met natuurlijke handicaps;

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt iv ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv ter)  ondersteunen van ecosystemen voor startende ondernemingen

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  "een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer" ("BD 2") door:

b)  "een groener, koolstofarm Europa door de bevordering en ondersteuning van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, alsmede een vermindering van de consumptie, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer" ("BD 2") door:

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – sub iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het ontwikkelen van slimme energiesystemen, netwerken en opslag op lokaal niveau;

iii)  het ontwikkelen van slimme energiesystemen, slimme netwerken, opslag op lokaal niveau en de totstandbrenging van energiecoöperaties;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt iii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iii bis)  het bevorderen van minder consumptie;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het bevorderen van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en rampenbestendigheid;

iv)  het bevorderen van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer en bestendigheid tegen natuurrampen, en met name ecosysteembenaderingen;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – sub vii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vii)  het bevorderen van biodiversiteit, groene infrastructuur in de stedelijke omgeving en vermindering van verontreiniging;

vii)  het bevorderen van biodiversiteit en groene infrastructuur in de stedelijke en plattelandsomgeving en vermindering van lucht-, water- en lichtverontreiniging en geluidshinder, alsmede van afval;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het verbeteren van de digitale connectiviteit;

i)  het verbeteren van de digitale connectiviteit en toegang tot snel internet, met name in dunner bevolkte plattelandsgebieden die voor commerciële exploitanten niet zo aantrekkelijk zijn;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het ontwikkelen van een duurzame, klimaatbestendige, intelligente, veilige en intermodale TEN-V;

ii)  het ontwikkelen van een duurzame, klimaatbestendige, intelligente, veilige en intermodale TEN-V, met bijzondere nadruk op de totstandbrenging van een EU-vervoersnetwerk dat rurale knooppunten verbindt in plaats van louter wegen naar hoofdsteden of grote steden aan te leggen;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  het bevorderen van duurzame multimodale stedelijke mobiliteit;

iv)  het bevorderen van duurzame multimodale mobiliteit in zowel stedelijke als plattelandsgebieden;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv bis)  het gebruiken van digitale technologieën om de uitdagingen het hoofd te bieden waarmee de Europese plattelandsgebieden te maken hebben;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c – punt iv ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv ter)  het bevorderen van plattelandsmobiliteit;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het verbeteren van de doeltreffendheid van de arbeidsmarkten en de toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid door de ontwikkeling van sociale innovatie infrastructuur;

i)  het verbeteren van de doeltreffendheid van de arbeidsmarkten en de toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid en steun voor de mobiliteit van werknemers door de ontwikkeling van sociale innovatie infrastructuur die een evenwichtige territoriale ontwikkeling in de hele EU bevordert, met name voor vrouwen in plattelandsgebieden, met bijzondere aandacht voor onderwijs, opleiding en banen in plattelandsgebieden;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  het realiseren van een evenwichtige territoriale ontwikkeling van plattelandseconomieën en -gemeenschappen, met inbegrip van het scheppen en behouden van werkgelegenheid;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i ter)  de plattelandsbevolking toegang te helpen krijgen tot waardevolle kansen op de arbeidsmarkt;

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het verbeteren van de toegang tot inclusieve en hoogwaardige diensten op het gebied van onderwijs, opleiding en een leven lang leren door het ontwikkelen van infrastructuur;

ii)  het verbeteren van de toegang tot inclusieve en hoogwaardige diensten op het gebied van onderwijs, kleuteronderwijs, met name door de banden tussen het onderwijs en de economie en het bedrijfsleven te versterken, opleiding en een leven lang leren door het ontwikkelen van infrastructuur;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het bespoedigen van de sociaaleconomische integratie van gemarginaliseerde gemeenschappen, migranten en achtergestelde groepen, door middel van geïntegreerde maatregelen, onder meer op het vlak van huisvesting en sociale diensten;

iii)  het bespoedigen van de sociaaleconomische integratie van gemarginaliseerde gemeenschappen, migranten en achtergestelde groepen, met inbegrip van personen die in geïsoleerde plattelandsgebieden werken, zoals landbouwers en vissers, door middel van geïntegreerde maatregelen, onder meer op het vlak van huisvesting, onderwijs en sociale diensten;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iii bis)  het verbeteren van de toegang tot het systeem van zorg voor ouderen, met de nadruk op thuiszorg en het verlenen van deze diensten buiten het kader van de institutionele zorg;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iii ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iii ter)  ondersteuning van migranten in plattelandsgebieden, met name seizoensarbeiders die moeite hebben met de integratie in plattelandsgemeenschappen;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  te zorgen voor gelijke toegang tot gezondheidszorg door de ontwikkeling van infrastructuur, met inbegrip van eerstelijnszorg;

iv)  gelijke toegang tot gezondheidszorg bevorderen door de ontwikkeling van infrastructuur, met inbegrip van eerstelijnszorg en kraamzorg, met name in perifere plattelandsgebieden;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  "Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen" ("BD 5") door:

e)  "Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands-, eiland- en kustgebieden, partnerschappen tussen stad en platteland, en lokale initiatieven te bevorderen" ("BD 5") door:

Amendement    42

Voorste