Procedure : 2018/2202(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0124/2019

Ingediende teksten :

A8-0124/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.21

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0262

VERSLAG     
PDF 189kWORD 61k
1.3.2019
PE 626.790v02-00 A8-0124/2019

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit (EBA) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2202(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Petri Sarvamaa

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2202(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0092/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie(5), en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0124/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2202(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(8) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8-0092/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(9), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(10), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie(11), en met name artikel 64,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0124/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Bankautoriteit, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2202(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0124/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting(13) van de Europese Bankautoriteit ("de Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn jaarrekening 38 419 554 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 5,28 % ten opzichte van 2016 betekent; overwegende dat de Autoriteit wordt gefinancierd door een bijdrage van de Unie (14 543 000 EUR, dat wil zeggen 38 %) en bijdragen van de nationale toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en waarnemers (23 876 555 EUR, dat wil zeggen 62 %);

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2017 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de begroting van 95,90 %, wat neerkomt op een daling van 0,85 % ten opzichte van 2016; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 87,27 % bedroeg, een daling van 1,41 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

2.  merkt op dat er, aangezien de werklast van de Autoriteit in toenemende mate verschuift van wetgevende taken naar de handhaving en toepassing van het Unierecht, een interne herschikking van de begroting en het personeel van de Autoriteit moet plaatsvinden; benadrukt in dit opzicht de noodzaak om een gepast niveau van prioritering te waarborgen met betrekking tot middelentoewijzing;

Annulering van overdrachten

3.  stelt vast dat de annulering van overdrachten van 2016 naar 2017 76 566 EUR bedroeg, d.w.z. 2,6 % van het totale overgedragen bedrag, een opmerkelijke daling met 7,13 % ten opzichte van 2016;

Prestaties

4.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit 14 kernprestatie-indicatoren gebruikt om de resultaten van haar activiteiten te beoordelen, voor zover de beperkingen van de Autoriteit om deze resultaten te controleren dat toelaten, en haar begrotingsbeheer te verbeteren;

5.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit de reguleringsproducten heeft geleverd overeenkomstig haar werkprogramma en alle doelstellingen heeft gehaald die zijn vermeld in de toepassingen van de overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau van de Autoriteit;

6.  benadrukt dat de Autoriteit ervoor moet zorgen dat alle opdrachten die voortvloeien uit het door het Europees Parlement en de Raad opgestelde regelgevingskader volledig en tijdig worden uitgevoerd, maar dat zij zich strikt moet beperken tot de taken en het mandaat die haar door het Europees Parlement en de Raad zijn toegekend, om een optimaal gebruik van middelen en de verwezenlijking van doelstellingen te bereiken; verzoekt de Autoriteit te zorgen voor een degelijke follow-up en implementatie van de aanbevelingen van de Rekenkamer;

7.  beklemtoont dat de Autoriteit bij de uitoefening van haar mandaat in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel in acht moet nemen; onderstreept dat, vooral bij het formuleren van maatregelen van niveau 2 en niveau 3, aandacht moet worden besteed aan de specifieke kenmerken van nationale financiële markten;

8.  merkt op dat de recente stresstest van de Autoriteit zeer discutabele resultaten heeft opgeleverd; roept de Autoriteit, het Europees Comité voor systeemrisico's, de Europese Centrale Bank en de Commissie op om consistente methoden, scenario's en veronderstellingen te gebruiken wanneer zij de stresstests vaststellen, om een vertekening van de resultaten zoveel mogelijk te vermijden;

9.  merkt op dat er in 2017 een externe evaluatie van de drie Europese toezichthoudende autoriteiten werd uitgevoerd; verzoekt de Autoriteit bij de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die de Autoriteit heeft genomen voor het aanpakken van de bij de externe evaluatie aan het licht gekomen tekortkomingen;

10.  benadrukt dat meer middelen voor de bestrijding van witwaspraktijken ter beschikking moeten worden gesteld om de Autoriteit in staat te stellen haar controletaken te vervullen en onderzoeken te verrichten naar nationale instellingen; spoort de Autoriteit aan erop toe te zien dat bevoegde autoriteiten en krediet- en financiële instellingen zich doeltreffend en stelselmatig houden aan de Europese wetgeving inzake de bestrijding van witwaspraktijken en het aanpakken van terrorismefinanciering (‘AML/CFT’); verzoekt de Autoriteit om in samenspraak met de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) een gemeenschappelijke leidraad te ontwikkelen over hoe de AML/CFT-risico's in het kader van prudentieel toezicht kunnen worden geïntegreerd; neemt kennis van het voorstel van de Commissie om de toezichthoudende bevoegdheden van de Autoriteit met betrekking tot AML/CFT van de banksector uit te breiden naar de financiële sector als geheel, waardoor zij een leidende rol krijgt met betrekking tot de relevante taken en toezichthoudende bevoegdheden; is in dit kader verder verheugd over de vaststelling van het klokkenluidersbeleid en benadrukt dat het nodig is dat nationale toezichthoudende autoriteiten vergelijkbaar beleid vaststellen;

11.  verzoekt de Autoriteit een onderzoek in te stellen naar handelsconstructies voor dividendarbitrage zoals cum-ex, om mogelijke bedreigingen van de integriteit van de financiële markten en nationale begrotingen te beoordelen, de aard en de omvang van de actoren in deze constructies vast te stellen, te beoordelen of er inbreuk is gepleegd op de nationale of de Uniewetgeving, de maatregelen van de financiële toezichthouders in de lidstaten te beoordelen, en de bevoegde autoriteiten passende aanbevelingen voor hervormingen en maatregelen te doen;

12.  is verheugd over het feit dat de Autoriteit praktijken en modellen uitwisselt met de ESMA en de Eiopa, waarmee de Autoriteit regelmatig vergaderingen belegt en een gemengd comité vormt;

Personeelsbeleid

13.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 100 % ingevuld was, aangezien er 134 tijdelijke functionarissen in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan, tegenover 127 toegestane posten in 2016; stelt vast dat er in 2017 bovendien 41 contractanten en 15 gedetacheerde nationale deskundigen voor de Autoriteit werkten;

14.  merkt op dat de Autoriteit in april 2017 het modelbesluit van de Commissie heeft goedgekeurd voor een beleid ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie;

15.  wijst erop dat, na het besluit van het Verenigd Koninkrijk om uit de Unie te stappen, de Autoriteit van Londen naar Parijs verplaatst zal worden; stelt met bezorgdheid vast dat deze verhuizing gevolgen heeft gehad voor de aanwerving van personeel vanwege een groter aantal personen dat ontslag nam in 2017; constateert dat de Autoriteit tien vacatures heeft gepubliceerd om een reservelijst op te stellen die zal worden gebruikt om vacatures op te vullen nadat mensen ontslag hebben genomen;

16.  is ingenomen met de suggestie van de Rekenkamer om vacatures te publiceren op de website van het Europees Bureau voor personeelsselectie en op de website van de Autoriteit om daar meer ruchtbaarheid aan te geven;

Aanbestedingsprocedures

17.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit deelneemt aan diverse interinstitutionele aanbestedingsprocedures met directoraten-generaal van de Commissie en met andere agentschappen;

18.  stelt met bezorgdheid vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer in vier van de vijf gecontroleerde openbare aanbestedingsprocedures de procedure om tot de economisch gunstigste oplossing te komen niet bevredigend was; neemt kennis van het antwoord en de argumentatie van de Autoriteit; verzoekt de Autoriteit tot een evenwichtigere benadering van kwaliteits- en prijscriteria te komen om haar aanbestedingen zuiniger te maken;

19.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer de Autoriteit eind 2017 voor al haar procedures nog geen gebruik maakte van alle instrumenten die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e-aanbesteding); verneemt van de Autoriteit dat zij in augustus 2018 e-inschrijving heeft geïntroduceerd; verzoekt de Autoriteit om de kwijtingsautoriteit van de vorderingen bij de tenuitvoerlegging van de overige instrumenten op de hoogte te houden;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

20.  neemt kennis van de maatregelen die de Autoriteit reeds heeft genomen en van haar voortdurende inspanningen om transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en te beheersen en klokkenluiders te beschermen; is ingenomen met de verdere stappen die zijn ondernomen om de transparantie van de activiteiten van de Autoriteit te vergroten door verslag uit te brengen over de vergaderingen van het personeel van de Autoriteit met externe belanghebbenden, en de beschikbaarheid van die informatie op de website van de Autoriteit;

21.  stelt met tevredenheid vast dat de Autoriteit een anti-fraudestrategie voor de periode 2015-2017 heeft ontwikkeld; constateert dat volgens de frauderisicobeoordeling die is uitgevoerd door de Autoriteit het risico laag tot middelhoog is en dat voor dertien scenario's het risico beschouwd wordt als substantieel of zelfs aanzienlijk; stelt vast dat de interne controles, IT-beveiligingsnormen en andere maatregelen die zijn voorgesteld na die evaluatie bedoeld zijn om de risico's te beperken; verzoekt de Autoriteit de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op dit gebied;

22.  is van mening dat de Autoriteit bij de uitvoering van haar taken en in het bijzonder bij de opstelling van uitvoeringsbepalingen, het Europees Parlement en de Raad geregeld en uitgebreid op de hoogte dient te stellen van haar werkzaamheden; benadrukt dat het voor de Autoriteit van essentieel belang is, gezien de aard van haar taken, om transparantie aan de dag te leggen, niet alleen jegens het Europees Parlement en de Raad, maar ook jegens de burgers van de Unie;

Overige opmerkingen

23.  geeft aan dat de inkomsten van de Autoriteit zullen dalen als gevolg van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken, en beklemtoont dat passende regelingen moeten worden getroffen voor de financiering van de Autoriteit, hetgeen de Autoriteit in staat zou stellen haar mandaat op consistente, onafhankelijke en efficiënte wijze uit te voeren;

24.  merkt op dat vanwege het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich terug te trekken uit de Unie, de zetel van de Autoriteit begin 2019 zal worden verplaatst naar Parijs, Frankrijk; stelt vast dat de rekeningen van de Autoriteit bepalingen bevatten voor daarmee samenhangende kosten ten bedrage van 6,7 miljoen EUR en dat daarin de resterende toekomstige contractuele betalingen ter hoogte van 11,2 miljoen EUR worden opgevoerd die gepland zijn voor het kantoor in Londen; stelt vast dat de gebouwkosten onder andere bestaan uit de doorbetaling van huur en andere kosten voor de kantoren in Londen tot de ontbinding van het huurcontract aan het eind van 2020, en dat de Autoriteit van plan is die kosten te compenseren door de huurvrije periode die de eigenaar heeft ingesteld te kapitaliseren en door de bijdrage van de Franse regering te gebruiken zodat de Autoriteit in 2019 en 2020 slechts voor één kantoor huur en kosten hoeft te betalen;

o

o o

25.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van ... 2019(14) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

24.1.2019

ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Bankautoriteit (EBA) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2202(DEC))

Rapporteur voor advies: Doru-Claudian Frunzulică

SUGGESTIES

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.   merkt evenwel dat de beoordeling van de Rekenkamer zeer summier is en dat de Rekenkamer een aantal tekortkomingen op het gebied van de procedures voor openbare aanbesteding heeft vastgesteld, die met name betrekking hebben op diensten waarbij het aan een goed evenwicht tussen prijs- en kwaliteitsaspecten ontbreekt; benadrukt dat dergelijke procedures erop wijzen dat de Autoriteit te veel de nadruk legt op kwaliteitscriteria en de vaststelling van de economisch meest voordelige oplossing onmogelijk maken; is van mening dat deze een billijk evenwicht tussen prijs en kwaliteit moeten weergeven; roept de Autoriteit op deze procedures te verbeteren;

2.  onderstreept de centrale rol die de Autoriteit speelt met betrekking tot het garanderen van beter toezicht op het financiële systeem van de Unie om financiële stabiliteit, de noodzakelijke transparantie, beter geïntegreerde en veiligere financiële markten, alsmede een hoge graad van consumentenbescherming in de Unie te waarborgen, met name door middel van het coördineren van versterkt toezicht met de nationale en internationale toezichthoudende autoriteiten;

3.  benadrukt dat de Autoriteit ervoor moet zorgen dat alle opdrachten die voortvloeien uit het door het Europees Parlement en de Raad opgestelde regelgevingskader volledig en tijdig worden uitgevoerd, maar dat zij zich strikt moet beperken tot de taken en het mandaat die haar door het Europees Parlement en de Raad zijn toegekend, om een optimaal gebruik van middelen en de verwezenlijking van doelstellingen te bereiken; verzoekt de Autoriteit te zorgen voor een degelijke follow-up en implementatie van de aanbevelingen van de Rekenkamer;

4.  is van mening dat de EBA bij de uitvoering van haar taken en - in het bijzonder - bij de opstelling van uitvoeringsbepalingen het Europees Parlement en de Raad geregeld en uitgebreid op de hoogte dient te stellen van haar werkzaamheden; benadrukt dat het voor de Autoriteit van essentieel belang is, gezien de aard van haar taken, om transparantie aan de dag te leggen, niet alleen jegens het Europees Parlement en de Raad, maar ook jegens de burgers van de Unie;

5.  beklemtoont dat de Autoriteit bij de uitoefening van haar mandaat in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel in acht moet nemen; onderstreept dat, vooral bij het formuleren van maatregelen van niveau 2 en niveau 3, aandacht moet worden besteed aan de specifieke kenmerken van nationale financiële markten;

6.  merkt op dat er, aangezien de werklast van de Autoriteit in toenemende mate verschuift van wetgevende taken naar de handhaving en toepassing van het Unierecht, een interne herschikking van de begroting en het personeel van de Autoriteit moet plaatsvinden; benadrukt in dit opzicht de noodzaak om een gepast niveau van prioritering te waarborgen met betrekking tot middelentoewijzing;

7.  merkt op dat de recente stresstest van de Europese Bankautoriteit zeer discutabele resultaten heeft opgeleverd; roept de EBA, het Europees Comité voor systeemrisico's, de ECB en de Commissie op om consistente methoden, scenario's en veronderstellingen te gebruiken wanneer zij de stresstests vaststellen, om een vertekening van de resultaten zoveel mogelijk te vermijden;

8.  stelt vast dat er einde 2017 in totaal 190 personeelsleden in dienst waren, tegenover 161 op het einde van 2016;

9.  benadrukt dat meer middelen voor de bestrijding van witwaspraktijken ter beschikking moeten worden gesteld om de Autoriteit in staat te stellen haar controletaken te vervullen en onderzoeken te verrichten naar nationale instellingen; spoort de Autoriteit aan erop toe te zien dat bevoegde autoriteiten en krediet- en financiële instellingen zich doeltreffend en stelselmatig houden aan de Europese wetgeving inzake de bestrijding van witwaspraktijken en het aanpakken van terrorismefinanciering; verzoekt de Autoriteit om in samenspraak met ESMA en Eiopa een gemeenschappelijke leidraad te ontwikkelen over hoe de risico's van de bestrijding van witwaspraktijken en het aanpakken van terrorismefinanciering in het kader van prudentieel toezicht kunnen worden geïntegreerd; neemt kennis van het voorstel van de Commissie om de toezichthoudende bevoegdheden van de Autoriteit met betrekking tot de bestrijding van witwaspraktijken en het aanpakken van terrorismefinanciering van de banksector uit te breiden naar de financiële sector als geheel, waardoor zij de relevante taken en toezichthoudende bevoegdheden van de ESMA en Eiopa overneemt; is in dit kader verder verheugd over de vaststelling van het klokkenluidersbeleid en benadrukt dat het nodig is dat nationale toezichthoudende autoriteiten vergelijkbaar beleid vaststellen;

10.  verzoekt de Europese Bankautoriteit een onderzoek in te stellen naar handelsconstructies voor dividendarbitrage zoals cum-ex, om mogelijke bedreigingen van de integriteit van de financiële markten en nationale begrotingen te beoordelen, de aard en de omvang van de actoren in deze constructies vast te stellen, te beoordelen of er inbreuk is gepleegd op de nationale of de EU-wetgeving, de maatregelen van de financiële toezichthouders in de lidstaten te beoordelen, en de bevoegde autoriteiten passende aanbevelingen voor hervormingen en maatregelen te doen;

11.  benadrukt dat de begroting van de Autoriteit voor 40 % met middelen van de Europese Unie wordt gefinancierd en voor 60 % door middel van rechtstreekse bijdragen van de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en dat deze gemengde financieringsregelingen een bedreiging kunnen vormen voor haar onafhankelijkheid en toezichthoudende taken; geeft aan dat de inkomsten van de Autoriteit zullen dalen als gevolg van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken, en beklemtoont dat passende regelingen moeten worden getroffen voor de financiering van de Autoriteit, hetgeen de Autoriteit in staat zou stellen haar mandaat op consistente, onafhankelijke en efficiënte wijze uit te voeren;

12.  neemt nota van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de EU terug te trekken en van de financiële, administratieve, menselijke en andere gevolgen van dat besluit; stelt vast dat de EBA-verordening is gewijzigd om rekening te houden met het feit dat de zetel van de Autoriteit naar Parijs (Frankrijk) wordt verplaatst, en neemt er nota van dat de verhuizing voor het begin van 2019 staat gepland; merkt op dat haar rekeningen en toelichtingen zijn opgesteld aan de hand van de informatie die beschikbaar was op het moment van ondertekening van de rekeningen en wijst op de begrotingsimplicaties hiervan; stelt vast dat de rekeningen van de Autoriteit bepalingen bevatten voor daarmee samenhangende kosten ten bedrage van 6,7 miljoen EUR en dat daarin de resterende toekomstige contractuele betalingen ten belope van 11,2 miljoen EUR worden opgevoerd die gepland zijn voor het kantoor in Londen; verzoekt de EBA te onderzoeken of het mogelijk is deze reserves voor kosten in verband met het kantoor in Londen te reduceren; herinnert aan het belang van een vlotte en kosteneffectieve verhuizing van de Autoriteit.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

46

2

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Hugues Bayet, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Stefan Gehrold, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Wolf Klinz, Georgios Kyrtsos, Philippe Lamberts, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Fulvio Martusciello, Marisa Matias, Gabriel Mato, Alex Mayer, Caroline Nagtegaal, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Ralph Packet, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Alfred Sant, Martin Schirdewan, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Ramon Tremosa i Balcells, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Miguel Viegas, Babette Winter, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Eric Andrieu, Manuel dos Santos, Ashley Fox, Jeppe Kofod, Paloma López Bermejo, Thomas Mann, Eva Maydell, Siegfried Mureşan, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Virginie Rozière, Ricardo Serrão Santos

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

46

+

ALDE

Wolf Klinz, Caroline Nagtegaal, Ramon Tremosa i Balcells, Lieve Wierinck

ECR

Ashley Fox, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Ralph Packet, Pirkko Ruohonen-Lerner, Kay Swinburne

PPE

Markus Ferber, Stefan Gehrold, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Georgios Kyrtsos, Esther de Lange, Werner Langen, Ivana Maletić, Thomas Mann, Fulvio Martusciello, Gabriel Mato, Eva Maydell, Siegfried Mureşan, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Dariusz Rosati, Theodor Dumitru Stolojan, Tom Vandenkendelaere

S&D

Eric Andrieu, Hugues Bayet, Jonás Fernández, Giuseppe Ferrandino, Roberto Gualtieri, Jeppe Kofod, Olle Ludvigsson, Alex Mayer, Virginie Rozière, Alfred Sant, Manuel dos Santos, Ricardo Serrão Santos, Peter Simon, Paul Tang, Babette Winter

VERTS/ALE

Sven Giegold, Philippe Lamberts, Ernest Urtasun

2

-

ENF

Marco Zanni

GUE/NGL

Miguel Viegas

4

0

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Paloma López Bermejo, Marisa Matias, Martin Schirdewan

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Wolf Klinz, Monica Macovei, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach, Marian-Jean Marinescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Petra Kammerevert

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová, Wolf Klinz

ECR

Monica Macovei

ENF

Jean-François Jalkh

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Marian-Jean Marinescu, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Karin Kadenbach, Petra Kammerevert, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

VERTS/ALE

Bart Staes

1

-

EFDD

Marco Valli

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 51.

(2)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 51.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(5)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 51.

(8)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 51.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(11)

PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

PB C 108/52 van 22.3.2018, blz.248.

(14)

Aangenomen teksten, P8_TA-PROV(2019)0000.

Laatst bijgewerkt op: 18 maart 2019Juridische mededeling