Procedure : 2018/2211(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0126/2019

Ingediende teksten :

A8-0126/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.51

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0292

VERSLAG     
PDF 181kWORD 55k
1.3.2019
PE 626.830v02-00 A8-0126/2019

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (F4E) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2211(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Martina Dlabajová

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2211(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05827/2019 – C8-0100/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/20124, en met name artikel 70,

–  gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan(4), en met name artikel 5, lid 3,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0126/2019),

1.  verleent de directeur van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2211(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(6),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(7) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05827/2019 – C8-0100/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(8), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/20124, en met name artikel 70,

–  gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en tot toekenning van gunsten daaraan(9), en met name artikel 5, lid 3,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(10),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0126/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2211(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0126/2019),

A.  overwegende dat de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (hierna de "Gemeenschappelijke Onderneming") in maart 2007 bij Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad werd opgericht voor een periode van 35 jaar(11);

B.  overwegende dat de leden van de Gemeenschappelijke Onderneming zijn: Euratom, vertegenwoordigd door de Commissie, de lidstaten van Euratom, en derde landen die met Euratom een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van beheerste kernfusie zijn aangegaan;

C.  overwegende dat de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming bestaan uit het leveren van de bijdrage van de Unie aan het internationale fusie-energieproject ITER, het uitvoeren van de Overeenkomst inzake de bredere aanpak tussen Euratom en Japan, en de voorbereiding van de bouw van een demonstratiefusiereactor;

D.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming autonoom begon te functioneren in maart 2008;

Algemene opmerkingen

1.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2017 (hierna: het "verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard dat de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2017 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen voor het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële regeling en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

2.  erkent dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2017 op alle materiële punten wettig en regelmatig waren;

3.  wijst erop dat de Gemeenschappelijke Onderneming verantwoordelijk is voor het beheer van de bijdrage van de Unie aan het ITER-project en dat de begrotingslimiet van 6 600 000 000 EUR tot 2020 moet worden gehandhaafd; merkt op dat in dit bedrag niet de door de Commissie in 2010 voorgestelde 663 000 000 EUR voor eventuele onvoorziene omstandigheden is begrepen;

4.  merkt op dat de raad van bestuur van de ITER-organisatie (hierna: de "ITER-raad") in november 2016 een nieuw ITER-basisscenario heeft aangenomen (reikwijdte, tijdschema en kosten van het project); merkt voorts op dat het algemene tijdschema van het project voor de operaties "Eerste Plasma" en "Deuterium-Tritium" werd goedgekeurd; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming na de goedkeuring van het nieuwe ITER-basisscenario een nieuw tijdschema heeft opgesteld en de bijbehorende kosten bij voltooiing van de bijdrage van de Gemeenschappelijke Onderneming aan de constructiefase van het project heeft herberekend;

5.  blijft verontrust over het feit dat de verwachte voltooiingsdatum voor de gehele constructiefase momenteel gepland is met een vertraging van ongeveer 15 jaar ten opzichte van het oorspronkelijke basisscenario; neemt kennis van het feit dat het ITER-project heeft laten weten dat 50 % van de totale geplande constructiewerkzaamheden via "Eerste Plasma" eind 2017 was voltooid; neemt kennis van het feit dat in het nieuwe schema dat is goedgekeurd door de ITER-raad, een vierfasenaanpak beschreven staat waarin december 2025 de eindtermijn is voor het bereiken van de eerste strategische mijlpaal van de projectconstructiefase ("Eerste Plasma”) en december 2035 de geschatte voltooiingsdatum is voor de gehele constructiefase; neemt kennis van het feit dat de nieuwe gefaseerde aanpak tot doel heeft de projectuitvoering beter af te stemmen op de prioriteiten en de beperkingen van alle leden van de ITER-organisatie;

6.  neemt kennis van de vaststelling in het verslag van de Rekenkamer dat uit de resultaten, die in december 2016 aan de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming werden voorgelegd, een verwachte behoefte aan extra financiering ten opzichte van de bestaande vastleggingen bleek van 5 400 000 000 EUR (in prijzen van 2008) voor de constructiefase na 2020, een toename van 82 % ten opzichte van de goedgekeurde begroting van 6 600 000 000 EUR (in prijzen van 2008); wijst nogmaals op het feit dat het bedrag van 6 600 000 000 EUR dat in 2010 door de Raad werd goedgekeurd, het maximum is voor de uitgaven van de Gemeenschappelijke Onderneming tot 2020; merkt op dat de extra financiering die nodig is om het ITER-project te voltooien, vastleggingen moet omvatten in het kader van het toekomstige meerjarig financieel kader;

7.  wijst erop dat de Gemeenschappelijke Onderneming niet alleen moet bijdragen aan de constructiefase maar ook aan de operationele fase van ITER en aan de daaropvolgende deactiverings- en buitengebruikstellingfasen van ITER; stelt vast dat de bijdrage aan de deactiverings- en buitengebruikstellingsfasen is geraamd op 95 540 000 EUR (in prijzen van 2001) resp. 180 200 000 EUR (in prijzen van 2001); is bezorgd over het feit dat de bijdrage aan de operationele fase nog niet in financiële zin geraamd is; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming de kosten van de operationele fase na 2035 zo spoedig mogelijk te ramen;

8.  benadrukt dat de Commissie in juni 2017 een mededeling heeft gepubliceerd over de bijdrage van de EU aan het herziene ITER-project waarin zij opperde dat een marge van maximaal 24 maanden wat betreft het tijdschema en van 10 à 20 % wat betreft het budget passend zou zijn; merkt verder op dat de maatregelen die zijn genomen om onder het begrotingsmaximum van 6 600 000 000 EUR te blijven, uitstel omvatten van de aanschaf en installatie van alle onderdelen die niet essentieel zijn voor "Eerste Plasma"; is uiterst bezorgd over het feit dat, hoewel er positieve stappen zijn genomen om het beheer en de controle van de constructiefase van het ITER-project te verbeteren, er een continu risico blijft bestaan van nieuwe kostenverhogingen en vertragingen bij de uitvoering van het project ten opzichte van het nieuwe voorgestelde basisscenario; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming en alle partijen bij het project passende maatregelen te nemen om alle potentiële risico's te identificeren en te analyseren en een actieplan te ontwikkelen dat ook een nadere analyse van de impact van de brexit omvat;

Financieel en begrotingsbeheer

9.  merkt op dat de definitieve begroting 2017 die beschikbaar was voor tenuitvoerlegging 588 916 058 EUR aan vastleggingskredieten en 864 914 263 EUR aan betalingskredieten omvatte; stelt vast dat de benuttingspercentages voor de vastleggings- en betalingskredieten respectievelijk 99,9 % en 96,3 % bedroegen (99,8 % en 98,1 % in 2016);

10.  betreurt dat de Gemeenschappelijke Onderneming als gevolg van ernstige tekortkomingen in het proces van begrotingsplanning, in combinatie met de bespoediging van sommige contracten, in 2017 uiteindelijk 832 600 000 EUR aan betalingskredieten nodig had, terwijl de in februari 2017 oorspronkelijk goedgekeurde middelen 548 600 000 EUR beliepen; betreurt dat de Gemeenschappelijke Onderneming heeft geraamd dat er betalingskredieten ten belope van ca. 150 000 000 EUR voor de begroting 2018 ontbreken; leidt uit het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming af dat Euratom aanvullende betalingskredieten verstrekt heeft en dat het systeem voor betalingsprognoses volledig op de schop is gegaan en geïntegreerd is;

11.  merkt op dat van de 588 916 058 EUR die beschikbaar was voor vastleggingskredieten, bijna 96,5 % werd uitgevoerd door middel van rechtstreekse afzonderlijke vastleggingen (99,7 % in 2016);

12.  stelt vast dat de begroting 2017 en de automatische overdrachten vrijwel volledig zijn uitgevoerd;

13.  stelt vast dat het saldo van de uitvoering van de begroting in 2017 17 236 192 EUR bedroeg (5 880 000 EUR in 2016);

Prestaties

14.  merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming reeksen technische en niet-technische doelstellingen en essentiële prestatie-indicatoren hanteert om haar prestaties te meten; is ingenomen met het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2017 zeven van de negen geplande mijlpalen van de ITER-raad heeft behaald; stelt met voldoening vast dat op het algemene ITER-projectniveau 30 van de 32 mijlpalen van de ITER-raad zijn gehaald;

15.  stelt vast dat de inhoud en structuur, en daardoor de betrouwbaarheid en doeltreffendheid van de schema's de afgelopen jaren zijn verbeterd;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

16.  stelt vast dat de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming in 2017 de tenuitvoerlegging van het onderdeel openbare aanbestedingen van de fraudebestrijdingsstrategie heeft voorgezet; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming een checklist heeft goedgekeurd die is gebaseerd op haar eigen reeks frauderisico-indicatoren voor aanbestedingen, d.w.z. alarmsignalen, die als voorwaarde voor de ontwikkeling van het IT-instrument voor fraudebestrijding wordt beschouwd en intern is ontwikkeld; stelt vast dat het gebruik van deze checklist nu geleidelijk in de interne procedures van de Gemeenschappelijke Onderneming wordt ingevoerd, samen met andere wijzigingen op het vlak van aanbestedingen; merkt op dat voor nieuwkomers scholingen in ethiek en integriteit werden gegeven;

Selectie en aanwerving van personeel

17.  betreurt dat de Rekenkamer aanzienlijke tekortkomingen heeft vastgesteld bij de aanwerving van essentieel leidinggevend personeel; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vooruitgang die op dit punt wordt geboekt;

Interne controle

18.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming geen consequente follow-up heeft gegeven aan de opgave van belangen door hogere leidinggevenden; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de vooruitgang die op dit punt wordt geboekt;

19.  merkt op dat het Gerecht van het Europees Hof van Justitie in 2018 twee besluiten uit 2015 ten aanzien van werknemers nietig heeft verklaard vanwege onregelmatigheden in het aanwervingsproces; leidt uit het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming af dat deze beroep tegen deze nietigverklaringen heeft aangetekend en dat de Europese Ombudsman in deze twee zaken een uitspraak in het voordeel van de Gemeenschappelijke Onderneming heeft gedaan;

20.  betreurt dat er als gevolg van aanzienlijke tekortkomingen in de interne-communicatiestrategieën binnen de organisatie geen adequate informatie over de geraamde kosten van de buitengebruikstellingsfase is verspreid en dat de Gemeenschappelijke Onderneming daarom in de jaarrekening van voorgaande jaren geen informatie heeft verstrekt over de voorzieningen voor een dergelijke situatie; stelt vast dat het bedrag van de boekhoudkundige voorziening tot en met 31 december 2017 geraamd is op 85 200 000 EUR,

Operationele aanbesteding en subsidies

21.  merkt op dat er in 2017 83 operationele aanbestedingsprocedures werden uitgeschreven en 69 operationele aanbestedingscontracten werden getekend.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Wolf Klinz, Monica Macovei, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

19

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová, Wolf Klinz

ECR

Monica Macovei

ENF

Jean-François Jalkh

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Karin Kadenbach, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

VERTS/ALE

Bart Staes

1

-

EFDD

Marco Valli

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 452 van 14.12.2018, blz. 12.

(2)

PB C 452 van 14.12.2018, blz. 12.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

(5)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(6)

PB C 452 van 14.12.2018, blz. 10.

(7)

PB C 452 van 14.12.2018, blz. 12.

(8)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(9)

PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58.

(10)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(11)

Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan (PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58).

Laatst bijgewerkt op: 14 maart 2019Juridische mededeling