Procedure : 2018/2183(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0138/2019

Ingediende teksten :

A8-0138/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.38

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0279

VERSLAG     
PDF 184kWORD 60k
1.3.2019
PE 626.807v02-00 A8-0138/2019

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU‑OSHA) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2183(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Petri Sarvamaa

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2183(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0073/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk(5), en met name artikel 14,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0138/2019),

1.  verleent de directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2183(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(8) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05825/2019 – C8‑0073/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(9), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(10), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk(11), en met name artikel 14,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0138/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2183(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0138/2019),

A.  overwegende dat de definitieve begroting(13) van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk ("het Agentschap") voor het begrotingsjaar 2017 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven 15 656 308 EUR bedroeg, wat neerkomt op een daling met 6,10 % ten opzichte van 2016; overwegende dat de begroting van het Agentschap voornamelijk wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap betreffende het begrotingsjaar 2017 (hierna: "het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2017 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de begroting van 96,03 %, wat neerkomt op een lichte daling met 0,28 % ten opzichte van 2016; stelt met bezorgdheid vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 72,23 % bedroeg, wat neerkomt op slechts een lichte toename met 1,88 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

Annulering van overdrachten

2.  stelt vast dat de annuleringen van overdrachten van 2016 naar 2017 194 467,98 EUR bedroegen, d.w.z. 4,93 % van het totale overgedragen bedrag, een stijging met 1,17 % ten opzichte van 2016; neemt voorts kennis van het vrij hoge niveau van ongeplande overdrachten van 2017 naar 2018 voor titel II, goed voor 200 000 EUR, hoofdzakelijk vanwege de reorganisatie van interne kantoorruimte;

Prestaties

3.  stelt vast dat het Agentschap bepaalde kernprestatie-indicatoren hanteert om zijn prestaties te meten en zijn begrotingsbeheer te verbeteren; stelt voorts met tevredenheid vast dat het Agentschap voornemens is in 2018 een herzien kader voor prestatiebeheer in te voeren dat zinvollere prestatie-indicatoren moet opleveren om de toegevoegde waarde van de activiteiten van het Agentschap beter te evalueren; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van dit kader;

4.  stelt vast dat het Agentschap weliswaar goed presteerde wat het gebruik van de beschikbare middelen betreft, maar op het vlak van webcommunicatie en de uitvoering van het werkprogramma iets onder de streefdoelen bleef;

5.  ondersteunt de activiteiten en analyses van het Agentschap op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, die bijdragen tot de beleidsvorming van de Unie ter bevordering van gezonde en veilige werkplekken in de hele Unie, en beklemtoont met het oog hierop dat het belangrijk is dat het Agentschap over voldoende personele en financiële middelen beschikt om zijn taken uit te voeren;

6.  juicht het toe dat het Agentschap zich er krachtig voor blijft inzetten dat alle werknemers, ongeacht de omvang van de onderneming, het soort arbeidsovereenkomst of de soort arbeidsbetrekking, dezelfde rechten inzake gezondheid en veiligheid op het werk hebben;

7.  waardeert de permanente ondersteuning door het Agentschap van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen in de vorm van praktische instrumenten en richtsnoeren, teneinde ze in staat te stellen zich aan de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk te houden; verwelkomt de afronding van het project "Gezonde werkplekken voor alle leeftijden", gericht op het bevorderen van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden gedurende het hele werkzame leven;

8.  stelt vast dat in 2017 drie externe evaluaties werden voltooid: een tussentijdse evaluatie van het meerjarig strategisch programma 2014-2020, een ex-postevaluatie van het project "Veiliger en gezonder werk op elke leeftijd", en een ex-postevaluatie van de tweede editie van de Europese bedrijvenenquête naar nieuwe en opkomende risico's; neemt ter kennis dat die allemaal een positief resultaat opleverden en dat de aanbevelingen al zijn uitgevoerd;

9.  juicht het toe dat het Agentschap eraan werkt meertaligheid in zijn producten te mainstreamen, en neemt er kennis van dat de Europese Ombudsman het Agentschap samen met het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie en het Vertaalbureau voor de organen van de Europese unie in 2017 de prijs van de Ombudsman voor goed bestuur in de categorie "Excellence in citizen/customer focused services delivery" heeft toegekend voor hun gezamenlijke innovatieve project gericht op het vergemakkelijken van het vertaalproces van meertalige websites;

10.  stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap proactief taken met andere agentschappen deelt op terreinen als veiligheid, faciliteitenbeheer of bankdiensten, en voornemens is de samenwerking in de toekomst verder op te voeren; beklemtoont het belang van goede samenwerking tussen de agentschappen op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie, en in het bijzonder tussen het Agentschap, Eurofound, Cedefop en EIGE;

Personeelsbeleid

11.  stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2017 voor 97,5 % ingevuld was, aangezien 39 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 40 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (tegenover 41 toegestane posten in 2016); stelt vast dat er in 2017 bovendien 24 contractanten voor het Agentschap werkten;

12.  merkt op dat het Agentschap beschikt over een beleid inzake de bescherming van de waardigheid van de persoon en het voorkomen van intimidatie; stelt met bezorgdheid vast dat in 2016 een onderzoek in verband met intimidatie werd opgestart en in 2017 werd afgesloten; betreurt dat hierbij een schending van artikel 12 bis, lid 3, van het Statuut werd vastgesteld; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de getroffen tuchtmaatregelen en de voorgenomen maatregelen om dergelijke risico's in de toekomst te beperken;

Aanbestedingsprocedures

13.  neemt kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap eind 2017 nog geen gebruik maakte van de instrumenten die de Commissie heeft ingezet voor de invoering van één oplossing voor de elektronische uitwisseling van informatie met derden die deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures (e‑aanbesteding); verzoekt het Agentschap alle nodige instrumenten in te voeren en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de in dit verband geboekte vooruitgang;

14.  is er verheugd over dat het Agentschap in november 2018 zijn eerste succesvolle e‑inschrijving heeft gehouden;

15.  verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap een kaderovereenkomst voor de levering van IT-adviesdiensten van 2014 tot en met 2017 sloot, waarvoor de prijzen afhingen van de aan de projecten bestede tijd en niet gekoppeld waren aan de levering, waarop het Agentschap maar weinig toezicht kon uitoefenen, aangezien bijvoorbeeld in 2016 de helft van de diensten buiten zijn gebouwen werd uitgevoerd; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen in dit verband zijn genomen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

16.  neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Agentschap om transparantie te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken; verneemt tevens van het Agentschap dat het van plan is het modelbesluit inzake klokkenluiden aan te nemen waarvoor de Commissie voorafgaande toestemming heeft verleend(14);

17.  neemt kennis van de vaststelling in het verslag van de Rekenkamer dat de onafhankelijkheid van de rekenplichtige moet worden versterkt door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur en de raad van bestuur van het Agentschap; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen daartoe zijn genomen; onderkent dat het Agentschap in reactie op deze aanbeveling van de Rekenkamer op dit moment een besluit voor de raad van bestuur voorbereidt om de positie van rekenplichtige bij DG BUDG onder te brengen;

18.  dringt er bij het Agentschap op aan gebruik te maken van de nieuwe oprichtingsverordening om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige verder te vergroten;

Overige opmerkingen

19.  stelt vast dat het Agentschap een analyse heeft uitgevoerd van de impact die het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Unie terug te trekken waarschijnlijk op zijn organisatie, activiteiten en boekhouding zal hebben; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitkomst van die analyse;

o

o o

20.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van ... 2019(15) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

25.1.2019

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2183(DEC))

Rapporteur voor advies: Marian Harkin

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  spreekt zijn tevredenheid uit over het feit dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017 wettig en regelmatig zijn en dat de financiële situatie van het Agentschap per 31 december 2017 correct is weergegeven;

2.  ondersteunt de activiteiten en analyses van het Agentschap op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, die bijdragen tot de beleidsvorming van de EU ter bevordering van gezonde en veilige werkplekken in de hele Unie, en beklemtoont met het oog hierop dat het belangrijk is dat het Agentschap over voldoende personele en financiële middelen beschikt om zijn taken uit te voeren;

3.  waardeert de permanente ondersteuning door het Agentschap van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen in de vorm van praktische instrumenten en richtsnoeren, teneinde ze in staat te stellen zich aan de wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk te houden; verwelkomt de afronding van het project "Gezonde werkplekken voor alle leeftijden", gericht op het bevorderen van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden gedurende het hele werkzame leven;

5.  juicht het toe dat het Agentschap de prijs van de Europese Ombudsman voor goed bestuur heeft gekregen in de categorie "Excellence in citizen/customer focused services delivery" voor het innovatieve project gericht op het vergemakkelijken van het vertaalproces van meertalige websites, in samenwerking met het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) en het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT);

6.  betreurt dat de overdrachten voor titel II (administratieve uitgaven) en titel III (operationele uitgaven) hoog waren, namelijk 40 % voor iedere titel, wat in strijd is met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit; merkt op dat de Rekenkamer geen bewijs heeft gevonden dat deze overdrachten verband hielden met uitgaven die tijdens het begrotingsproces waren gepland; herinnert eraan dat dergelijke omvangrijke overdrachten ook in eerdere jaren hebben plaatsgevonden en dringt er bij het Agentschap op aan onverwijld gesplitste begrotingskredieten in te voeren om het meerjarige karakter van de activiteiten beter weer te geven; onderkent evenwel dat het Agentschap erover nadenkt in de nabije toekomst te kiezen voor het model van gedifferentieerde kredieten voor zijn operationele uitgaven;

7.  is ingenomen met het feit dat het Agentschap er sterk aan hecht intimidatie te voorkomen door beleid vast te stellen inzake de bescherming van de waardigheid van de persoon en het voorkomen van psychologische en seksuele intimidatie; merkt op dat het Agentschap in november 2018 het modelbesluit inzake richtsnoeren voor klokkenluiders heeft goedgekeurd;

8.  merkt op dat het Agentschap het Europees Parlement de resultaten van een voorlopige analyse van de impact van de brexit heeft doen toekomen, zoals gevraagd door de Europese Commissie, en daarnaast een interne task force brexit heeft opgericht om de brexit-onderhandelingen en de daarin geboekte vooruitgang te volgen;

9.  juicht het toe dat het Agentschap zich er krachtig voor blijft inzetten dat alle werknemers, ongeacht de omvang van de onderneming, het soort arbeidsovereenkomst of de soort arbeidsbetrekking, dezelfde rechten inzake gezondheid en veiligheid op het werk hebben;

10.  merkt op dat de Rekenkamer adviseert om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige te versterken door hem/haar rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur van het Agentschap (administratief) en aan de raad van bestuur (operationeel), hoewel de rekenplichtige volgens het Agentschap in de praktijk alleen direct verslag uitbrengt aan de directeur; onderkent dat het Agentschap in reactie op deze aanbeveling van de Rekenkamer op dit moment een besluit voor de raad van bestuur voorbereidt om de positie van rekenplichtige bij DG BUDG onder te brengen; verzoekt het Agentschap om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige te versterken door hem rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de directeur en de raad van bestuur van het Agentschap;

11.  dringt er bij het Agentschap op aan gebruik te maken van de nieuwe oprichtingsverordening om de onafhankelijkheid van de rekenplichtige verder te versterken;

12.  beklemtoont het belang van goede samenwerking tussen de agentschappen op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie, en in het bijzonder tussen het Agentschap, Eurofound, Cedefop en EIGE;

13.  beveelt op grond van de beschikbare feiten aan de uitvoerend directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2017.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, David Casa, Ole Christensen, Michael Detjen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Arne Gericke, Czesław Hoc, Agnes Jongerius, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Javi López, Thomas Mann, Miroslavs Mitrofanovs, Elisabeth Morin-Chartier, Emilian Pavel, João Pimenta Lopes, Georgi Pirinski, Marek Plura, Dennis Radtke, Terry Reintke, Robert Rochefort, Claude Rolin, Romana Tomc, Yana Toom, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Amjad Bashir, Lynn Boylan, Mircea Diaconu, Eduard Kukan, Christelle Lechevalier, Paloma López Bermejo, António Marinho e Pinto, Alex Mayer, Csaba Sógor, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Angélique Delahaye, Monika Smolková

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

42

+

ALDE

Mircea Diaconu, Martina Dlabajová, António Marinho e Pinto, Robert Rochefort, Yana Toom

ECR

Amjad Bashir, Arne Gericke, Czesław Hoc, Ulrike Trebesius, Jana Žitňanská

GUE/NGL

Lynn Boylan, Paloma López Bermejo, João Pimenta Lopes

PPE

Georges Bach, David Casa, Angélique Delahaye, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Eduard Kukan, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Marek Plura, Dennis Radtke, Claude Rolin, Csaba Sógor, Romana Tomc

S&D

Guillaume Balas, Ole Christensen, Michael Detjen, Agnes Jongerius, Javi López, Alex Mayer, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Monika Smolková, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

Verts/ALE

Jean Lambert, Miroslavs Mitrofanovs, Terry Reintke

2

-

ENF

Christelle Lechevalier

NI

Lampros Fountoulis

1

0

EFDD

Laura Agea

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Wolf Klinz, Monica Macovei, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Petra Kammerevert

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

18

+

ALDE

Martina Dlabajová, Wolf Klinz

ECR

Monica Macovei

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Karin Kadenbach, Petra Kammerevert, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

Verts/ALE

Bart Staes

1

-

ENF

Jean-François Jalkh

1

0

EFDD

Marco Valli

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 90.

(2)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 90.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(5)

PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 90.

(8)

PB C 434 van 30.11.2018, blz. 90.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(11)

PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

PB C 248/01 van 29.7.2017, blz. 3.

(14)

Besluit C(2018) 1362 van de Commissie van 27.2.2018.

(15)

Aangenomen teksten, P8_TA-(2019)0000.

Laatst bijgewerkt op: 15 maart 2019Juridische mededeling