Procedure : 2019/0019(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0161/2019

Ingediende teksten :

A8-0161/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 11.16

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0180

VERSLAG     ***I
PDF 192kWORD 81k
4.3.2019
PE 634.627v02-00 A8-0161/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie

(COM(2019)0053 – C8-0039/2019 – 2019/0019(COD))

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Corapporteurs: Marian Harkin, Jean Lambert

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie

(COM(2019)0053 – C8-0039/2019 – 2019/0019(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0053),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0039/2019),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0161/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Deze verordening doet geen afbreuk aan de bestaande verdragen en overeenkomsten inzake sociale zekerheid tussen het Verenigd Koninkrijk en een of meer lidstaten in overeenstemming met artikel 8 van Verordening (EG) nr. 883/2004 en artikel 9 van Verordening (EG) nr. 987/2009. Zij doet evenmin afbreuk aan de mogelijkheid voor de Unie of de lidstaten om maatregelen te nemen met het oog op de administratieve samenwerking en de uitwisseling van informatie met de bevoegde instellingen in het Verenigd Koninkrijk ter uitvoering van de beginselen van deze verordening. Voorts doet deze verordening geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Unie en de lidstaten om verdragen en overeenkomsten inzake sociale zekerheid te sluiten met derde landen, of met het Verenigd Koninkrijk voor de periode na de dag waarop de Verdragen niet meer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)  Deze verordening heeft geen gevolgen voor de rechten die in de periode vóór de datum van toepassing van deze verordening verworven of in wording zijn overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat. Goede samenwerking is noodzakelijk om deze rechten te beschermen en in stand te houden. De betrokken personen moeten over passende en tijdige informatie kunnen beschikken.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om te komen tot een eenvormige unilaterale toepassing van de socialezekerheidsbeginselen van gelijke behandeling, gelijkstelling en samentelling, moet deze noodverordening worden vastgesteld.

(5)  Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk om te komen tot een eenvormige unilaterale toepassing van de socialezekerheidsbeginselen van gelijke behandeling, gelijkstelling en samentelling, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar via een onderling afgestemde respons van de lidstaten beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Gezien het feit dat bij gebreke van een terugtrekkingsakkoord of van een verlenging van de termijn van twee jaar na de kennisgeving door het Verenigd Koninkrijk, zullen de Verdragen vanaf 30 maart 2019 niet meer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk, en gezien de noodzaak om rechtszekerheid te bieden werd het passend geacht een uitzondering te maken op de periode van acht weken als bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Deze verordening moet van toepassing zijn vanaf de dag volgende op die waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk, tenzij tegen die datum een met het Verenigd Koninkrijk gesloten terugtrekkingsakkoord in werking is getreden,

(6)  Deze verordening moet dringend van kracht worden vanaf de dag volgend op die van bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, en moet van toepassing zijn vanaf de dag volgend op die waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk, tenzij een met het Verenigd Koninkrijk gesloten terugtrekkingsakkoord tegen die datum in werking is getreden.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 2

Artikel 2

Personele werkingssfeer

Personele werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op de volgende personen:

Deze verordening is van toepassing op de volgende personen:

a)  onderdanen van een lidstaat, staatlozen en vluchtelingen, op wie de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, en die vóór 30 maart 2019 in een situatie met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna: "het Verenigd Koninkrijk") verkeren of hebben verkeerd, alsmede hun gezinsleden en hun nabestaanden;

a)  onderdanen van een lidstaat, staatlozen en vluchtelingen, op wie de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, en die vóór de datum van toepassing van deze verordening in een situatie met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna: "het Verenigd Koninkrijk") verkeren of hebben verkeerd, alsmede hun gezinsleden en hun nabestaanden;

b)  onderdanen van het Verenigd Koninkrijk op wie vóór 30 maart 2019 de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, alsmede hun gezinsleden en hun nabestaanden.

b)  onderdanen van het Verenigd Koninkrijk op wie vóór de datum van toepassing van deze verordening de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, alsmede hun gezinsleden en hun nabestaanden.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Gelijke behandeling

Gelijke behandeling

Het beginsel van gelijke behandeling zoals neergelegd in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing op de in artikel 2 van deze verordening bedoelde personen ten aanzien van feiten of gebeurtenissen die zich vóór 30 maart 2019 hebben voorgedaan in het Verenigd Koninkrijk.

Het beginsel van gelijke behandeling zoals neergelegd in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing op de in artikel 2 van deze verordening bedoelde personen ten aanzien van situaties die zich vóór de datum van toepassing van deze verordening hebben voorgedaan.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Artikel 5

Gelijkstelling en samentelling

Gelijkstelling en samentelling

1.  Het beginsel van gelijkstelling zoals neergelegd in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing ten aanzien van vóór 30 maart 2019 in het Verenigd Koninkrijk verworven uitkeringen of inkomsten en feiten of gebeurtenissen die zich vóór die datum in het Verenigd Koninkrijk hebben voorgedaan.

1.  Het beginsel van gelijkstelling zoals neergelegd in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing ten aanzien van vóór de datum van toepassing van deze verordening in het Verenigd Koninkrijk verworven uitkeringen of inkomsten en feiten of gebeurtenissen die zich vóór die datum in het Verenigd Koninkrijk hebben voorgedaan.

2.  Het beginsel van samentelling zoals neergelegd in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing ten aanzien van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen in het Verenigd Koninkrijk vóór 30 maart 2019.

2.  Het beginsel van samentelling zoals neergelegd in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 883/2004 is van toepassing ten aanzien van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen in het Verenigd Koninkrijk vóór de datum van toepassing van deze verordening.

3.  Alle overige bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009 die nodig zijn om uitvoering te geven aan de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgelegde beginselen zijn van toepassing.

3.  Alle overige bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. 987/2009 die nodig zijn om uitvoering te geven aan de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgelegde beginselen zijn van toepassing.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Verhouding tussen deze verordening en andere coördinatie-instrumenten

 

1.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de bestaande verdragen en overeenkomsten inzake sociale zekerheid tussen het Verenigd Koninkrijk en een of meer lidstaten in overeenstemming met artikel 8 van Verordening (EG) nr. 883/2004 en artikel 9 van Verordening (EG) nr. 987/2009.

 

2.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de verdragen en overeenkomsten inzake sociale zekerheid tussen het Verenigd Koninkrijk en een of meer lidstaten, die zijn gesloten na de dag waarop de Verdragen overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie niet meer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk en die gelden voor de periode voorafgaand aan de datum van toepassing van deze verordening, mits zij uitvoering geven aan de in artikel 5, leden 1 en 2, vastgelegde beginselen, de in artikel 5, lid 3, van deze verordening vastgelegde bepalingen toepassen, gebaseerd zijn op de beginselen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en aansluiten bij de strekking daarvan.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 ter

 

Verslag

 

Uiterlijk één jaar na de datum van toepassing van deze verordening dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van deze verordening. In dat verslag komen met name praktische problemen voor de betrokken personen aan bod, met inbegrip van problemen die voortvloeien uit het gebrek aan continuïteit in de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.


TOELICHTING

Ten eerste moet worden opgemerkt dat de inhoud van het verslag volledig aansluit bij de tekst in de bijlage van de brief die Coreper heeft ontvangen (en die te vinden is op de website van de commissie EMPL bij het vergaderdocument van 26 februari 2019)(1). Coreper verklaart in die brief dat het in de "positie is te bevestigen dat, indien het Europees Parlement, overeenkomstig artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), zijn standpunt in eerste lezing vaststelt in de vorm van het in bijlage dezes vervatte compromispakket (zoals bijgewerkt door de juristen-vertalers van beide instellingen), de Raad overeenkomstig artikel 294, lid 4, VWEU het standpunt van het Europees Parlement zal goedkeuren en de handeling zal worden vastgesteld in de formulering die overeenstemt met het standpunt van het Europees Parlement."

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dientengevolge zal de primaire en secundaire wetgeving van de Unie met ingang van 30 maart 2019 niet meer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk, tenzij het terugtrekkingsakkoord wordt geratificeerd. Als gevolg daarvan zullen de bestaande verordeningen over de coördinatie van de sociale zekerheid vanaf die datum niet meer van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk (VK).

Het doel van de door de Commissie voorgestelde verordening tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie, is om een aantal van de negatieve gevolgen van de terugtrekking van het VK uit de Unie te verzachten indien er geen overeenstemming met het VK wordt bereikt over oplossingen.

Met de verordening wordt beoogd de socialezekerheidsrechten te waarborgen voor burgers van de Unie met betrekking tot feiten of gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan en tijdvakken die zijn vervuld vóór de terugtrekkingsdatum, waarbij het VK betrokken was. Ook voor andere personen op wie anders de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 van toepassing zouden zijn (staatlozen, vluchtelingen alsook gezinsleden en nabestaanden van de eerstgenoemden) worden die rechten gehandhaafd in dergelijke situaties.

In de verordening is niet voorzien in rechten na 29 maart 2019, aangezien er vooralsnog geen formeel akkoord is tussen de EU en het VK waarin die situatie wordt geregeld. Dit is een bron van grote zorg voor de personen van wie de rechten zullen veranderen op 30 maart 2019 als er geen akkoord wordt bereikt tussen de EU en het VK.

Aangezien de bescherming van de rechten van burgers in verband met het voorgenomen vertrek van het VK uit de EU een duidelijke prioriteit is voor het Europees Parlement, zijn de rapporteurs van mening dat dit voorstel van cruciaal belang en uiterst urgent is, aangezien de verworven grensoverschrijdende socialezekerheidsrechten van de personen die getroffen zijn door het besluit van het VK om de EU te verlaten, moeten worden beschermd. De voornaamste prioriteit van de rapporteurs is om zekerheid te bieden in onzekere tijden, en daarom is het doel om zo spoedig mogelijk tot een zo goed mogelijk akkoord (binnen en tussen instellingen) te komen. Om snel een akkoord te bereiken met de Raad is slechts een klein aantal amendementen ingediend op het voorstel. Het amendement over het dispositief van de verordening is technisch van aard en gaat over de procedure in verband met de lidstaten en de datum van inwerkingtreding, die idealiter samenvalt met de datum waarop het VK de EU verlaat, om de dekking naadloos te laten aansluiten.

De amendementen die de rapporteurs op de overwegingen voorstellen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de Commissie een verslag voorlegt aan het Parlement en de Raad zodat eventuele problemen die ontstaan bij de tenuitvoerlegging van deze verordening in kaart kunnen worden gebracht en opgelost. De rapporteurs willen er ook zeker van zijn dat eventuele andere noodzakelijke wetgeving gemakkelijk naar voren gehaald kan worden, bijvoorbeeld om er andere groepen in op te nemen. Verder is het duidelijk dat de betrokken personen tijdige en accurate informatie moeten ontvangen zodat ze hun rechten beter kunnen beschermen en daar gemakkelijker aanspraak op kunnen maken, hetgeen ertoe kan leiden dat er een groter beroep wordt gedaan op de bevoegde diensten.

(1)

http://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2014_2019/plmrep/COMMITTEES/EMPL/LT/2019/02-26/EMPL20190226_Brexit_contingency_measure_Corepe_letterannex_EN.pdf


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie

Document- en procedurenummers

COM(2019)0053 – C8-0039/2019 – 2019/0019(COD)

Datum indiening bij EP

30.1.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

EMPL

30.1.2019

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Marian Harkin

7.2.2019

Jean Lambert

7.2.2019

 

 

Behandeling in de commissie

7.2.2019

19.2.2019

 

 

Datum goedkeuring

26.2.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Brando Benifei, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Michael Detjen, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Marian Harkin, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jean Lambert, Jeroen Lenaers, Thomas Mann, João Pimenta Lopes, Georgi Pirinski, Terry Reintke, Sofia Ribeiro, Robert Rochefort, Claude Rolin, Siôn Simon, Romana Tomc, Yana Toom, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Renate Weber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Lynn Boylan, Krzysztof Hetman, Alex Mayer, Ivari Padar, Neoklis Sylikiotis, Monika Vana

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jens Gieseke, Paul Tang

Datum indiening

4.3.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

36

+

ALDE

Enrique Calvet Chambon, Marian Harkin, Robert Rochefort, Yana Toom, Renate Weber

ECR

Ulrike Trebesius

GUE/NGL

Lynn Boylan, Rina Ronja Kari, João Pimenta Lopes, Neoklis Sylikiotis

EPP

Georges Bach, David Casa, Jens Gieseke, Krzysztof Hetman, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Ádám Kósa, Jeroen Lenaers, Thomas Mann, Sofia Ribeiro, Claude Rolin, Romana Tomc

S&D

Brando Benifei, Ole Christensen, Michael Detjen, Elena Gentile, Agnes Jongerius, Jan Keller, Alex Mayer, Ivari Padar, Georgi Pirinski, Siôn Simon, Paul Tang, Marita Ulvskog

VERTS/ALE

Jean Lambert, Terry Reintke, Monika Vana

1

-

NI

Lampros Fountoulis

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 6 maart 2019Juridische mededeling