Procedure : 2018/2217(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0163/2019

Ingediende teksten :

A8-0163/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 12
CRE 26/03/2019 - 12

Stemmingen :

PV 26/03/2019 - 13.53
CRE 26/03/2019 - 13.53

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0294

VERSLAG     
PDF 194kWORD 68k
6.3.2019
PE 626.835v02-00 A8-0163/2019

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R JU) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2217(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Martina Dlabajová

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R JU) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2217(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05827/2019 – C8-0106/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 71,

–  gezien Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail(5), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0163/2019),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2017;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2217(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(8) voor het begrotingsjaar 2017 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 12 februari 2019 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017 (05827/2019 – C8-0106/2019),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(9), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(10), en met name artikel 71,

–  gezien Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail(11), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0163/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2217(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0163/2019),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (de "Gemeenschappelijke Onderneming") in juni 2014 bij Verordening (EU) nr. 642/2014(13) werd opgericht voor een periode van 10 jaar;

B.  overwegende dat de oprichtende leden bestaan uit de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en partners uit de spoorwegindustrie (de belangrijkste belanghebbenden, onder wie fabrikanten van spoorwegmateriaal, spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en onderzoekscentra), met de mogelijkheid voor andere entiteiten om als geassocieerde leden deel te nemen aan de Gemeenschappelijke Onderneming;

C.  overwegende dat de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming zijn: a) één Europese spoorwegruimte tot stand te brengen; b) de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van het Europese spoorwegsysteem te verbeteren en de innovatieve technologieën en oplossingen ervan te stimuleren; c) te zorgen voor een modale verschuiving van het wegvervoer naar het spoor; en d) de leidende positie van de Europese spoorwegindustrie op de wereldmarkt te handhaven;

D.  benadrukt dat de Gemeenschappelijke Onderneming de beschikking moet krijgen over de nodige financiële, materiële en personele middelen om die kerndoelstellingen doeltreffend en efficiënt te verwezenlijken;

E.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming in mei 2016 autonoom is gaan functioneren;

Algemene opmerkingen

1.  stelt vast dat het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het op 31 december 2017 afgesloten jaar (het "verslag van de Rekenkamer") op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming per 31 december 2016, van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen en van de veranderingen van de nettoactiva in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig het Financieel Reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels;

2.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar verslag verklaart dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2017 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

3.  merkt op dat de bijdrage van de Unie aan de werkzaamheden van de Gemeenschappelijke Onderneming maximaal 450 000 000 EUR bedraagt en via Horizon 2020 moet worden betaald; merkt op dat de leden afkomstig uit de industrie van de Gemeenschappelijke Onderneming ten minste 470 000 000 EUR aan middelen moeten bijdragen, waarvan ten minste 350 000 000 EUR aan bijdragen in natura en in contanten voor operationele activiteiten en administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming en ten minste 120 000 000 EUR aan bijdragen in natura voor de aanvullende activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming;

4.  brengt in herinnering dat onderzoek en innovatie geen geïsoleerd proces is waarbij gebruik wordt gemaakt van één enkele regel voor procesbeheer; onderstreept dan ook dat het uitermate belangrijk is die projecten op het gebied van onderzoek en innovatie te identificeren die voor innovatieve oplossingen voor de markt kunnen zorgen; onderstreept dat het met het oog op de volgende fase van de Gemeenschappelijke Onderneming zeer belangrijk is dat er wijzigingen worden aangebracht in de verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming alsook in haar statuten, teneinde de efficiëntie ervan te vergroten; onderstreept met name dat het beginsel van meerjarige financiering in de verordening moet worden opgenomen, en dat er flexibele tijdschema's voor het publiceren van projectvoorstellen moeten worden vastgesteld;

Financieel en begrotingsbeheer

5.  merkt op dat de definitieve begroting 2017 die beschikbaar was voor tenuitvoerlegging 68 600 000 EUR aan vastleggingskredieten en 44 100 000 EUR aan betalingskredieten bevatte; benadrukt dat de benuttingspercentages voor de vastleggings- en betalingskredieten respectievelijk 94 % en 79 % bedroegen, hetgeen een laag percentage is, met name voor betalingskredieten; stelt voorts vast dat de meeste betalingen die de Gemeenschappelijke Onderneming in 2017 verrichtte, voorfinancieringsbetalingen waren voor Horizon 2020-projecten die waren geselecteerd in het kader van de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2017; merkt op dat de ongebruikte betalingskredieten van voorgaande jaren van de Gemeenschappelijke Onderneming 7,6 miljoen EUR bedroegen; merkt op dat het volledige bedrag volgens het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming bedoeld was om het eerste kwartaal van 2018 te dekken, vanwege het tijdstip van de betaling van de Commissie;

6.  merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming van de 411 500 000 EUR (inclusief 398 000 000 EUR van de maximale contante bijdrage van de Unie en de contante bijdrage van 13 5000 000 EUR van de leden afkomstig uit de industrie aan de administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming) eind 2017 voor 158 800 000 EUR aan vastleggingen en voor 78 600 000 EUR aan betalingen (19,1 % van de toegewezen middelen) had gedaan voor de uitvoering van de eerste reeks projecten; hieruit blijkt dat de Gemeenschappelijke Onderneming momenteel in overeenstemming met het meerjarig werkprogramma van de Gemeenschappelijke Onderneming onderling afhankelijke meerjarige subsidieovereenkomsten en aanbestedingsovereenkomsten heeft gesloten voor de uitvoering van 39 % van het onderzoeks- en innovatieprogramma van de Gemeenschappelijke Onderneming;

7.  erkent dat de leden afkomstig uit de industrie van de 350 000 000 EUR die zij moesten bijdragen aan de operationele activiteiten en de administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming, eind 2017 – dat wil zeggen vier maanden nadat de Gemeenschappelijke Onderneming van start was gegaan met haar eerste Horizon 2020-projecten – bijdragen in natura ter hoogte van 34 900 000 EUR voor operationele activiteiten hadden gerapporteerd, waarvan 3 000 000 EUR was gecertificeerd; stelt vast dat de raad van bestuur 4 900 000 EUR aan contante bijdragen aan de administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming had gevalideerd;

8.  betreurt dat bij het verstrijken van de termijn van 31 januari 2018 geen van de andere leden in staat was om zijn bijdragen in natura aan operationele kosten en zijn bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten met betrekking tot 2017 te laten certificeren; stelt vast dat de bijdragen in natura aan operationele kosten voor 2017 op 21,3 miljoen EUR worden geraamd, wat duidt op een positieve trend die de bij projectbeheer gebruikelijke S-kromme volgt; heeft zich ervan vergewist dat de cumulatieve, eind 2017 door andere leden gedeclareerde bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten neerkomen op 130,0 miljoen EUR, meer dan het minimumbedrag van 120,0 miljoen EUR als vastgesteld in de Verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming;

9.  merkt op dat de totale bijdragen van de leden afkomstig uit de industrie eind 2017 169 800 000 EUR bedroegen, vergeleken met een EU-bijdrage in contanten van 83 200 000 EUR;

10.  stelt vast dat als gevolg van de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2017 de Gemeenschappelijke Onderneming in 2017 17 subsidieovereenkomsten heeft ondertekend, en dat de waarde van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten van die oproepen 110 900 000 EUR bedroeg, tot maximaal 60 100 000 EUR mede te financieren door de Gemeenschappelijke Onderneming;

11.  stelt voorts vast dat de andere stichtende leden dan de Unie en de geassocieerde leden zijn overeengekomen hun aanvraag tot medefinanciering te beperken tot 44,44 % van de totale projectkosten, het laagste percentage in het kader van Horizon 2020; juicht toe dat 120 kleine en middelgrote ondernemingen hebben deelgenomen aan de oproep tot het indienen van voorstellen van 2017 en dat 50 kleine en middelgrote ondernemingen voor financiering (25 %) in aanmerking zijn genomen;

Prestaties

12.  is ingenomen dat het ontbreken van vastgelegde kernprestatie-indicatoren (KPI's) niet langer een probleem is in het kader van Horizon 2020; betreurt het dat vanwege de aard van de projecten nog geen informatie beschikbaar is over de derde reeks KPI's; merkt op dat de deskundigen oproepen tot nadere monitoring en analyse, waarbij zij een duidelijk onderscheid maken tussen de daadwerkelijk gerealiseerde KPI's aan het einde van elk jaar, en de verwachte KPI's;

13.  merkt op dat de beheerkostenratio (administratieve/operationele begroting) onder de 5 % blijft, wat wijst op een vrij slanke en efficiënte organisatiestructuur van de Gemeenschappelijke Onderneming;

14.  stelt met bezorgdheid vast dat de tussentijdse waarde van het hefboomeffect eind 2016 0,9 was; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming stappen te ondernemen met het oog op het halen van de hefboomdoelstelling van 1,18 voor de gehele periode 2014-2020;

15.  merkt op dat de deskundigen vermelden dat de Gemeenschappelijke Onderneming reeds heeft bijgedragen tot de totstandkoming van continuïteit en een gemeenschappelijke visie op onderzoek inzake spoorvervoer binnen de spoorwegsector; is verheugd dat de Gemeenschappelijke Onderneming bovendien heeft bijgedragen tot het opbouwen van vertrouwen tussen actoren die anders niet de mogelijkheid zouden hebben om ideeën uit te wisselen en gemeenschappelijke belangen te hebben ongeacht de commerciële situatie; merkt op dat de aanwezigheid van spoorwegexploitanten in de Gemeenschappelijke Onderneming mettertijd moet worden versterkt;

16.  merkt op dat volgens deskundigen het gevaar bestaat dat de Gemeenschappelijke Onderneming als ontoegankelijk wordt beschouwd, mede om historische redenen die in de hoofden van de mensen nog altijd bestaan; roept de Gemeenschappelijke Onderneming op om dit aan te pakken, om vooruitgang te maken en vertrouwen op te bouwen, met name via open processen voor de selectie van toekomstige innovatiethema's en nieuwe partners.

Selectie en aanwerving van personeel

17.  merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2017 zeven personeelsleden heeft aangeworven, overeenkomstig haar organigram: een jurist, een administratief en financieel medewerker, een ondersteunend medewerker voor operationele activiteiten en subsidies en vier programmabeheerders;

18.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2017 in totaal 20 van de 23 in het organigram voorziene personeelsleden in dienst had;

Interne controle

19.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming betrouwbare procedures voor controles vooraf heeft opgezet die zijn gebaseerd op financiële en operationele controles van stukken, en dat de gemeenschappelijke auditdienst van het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie van de Commissie verantwoordelijk is voor de controles achteraf van declaraties van projectkosten in het kader van Horizon 2020; stelt bovendien vast dat eind 2017 de belangrijkste internecontrolenormen grotendeels ten uitvoer waren gelegd, terwijl enkele acties nog moesten worden afgerond; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de afronding van die acties;

20.  juicht toe dat de Gemeenschappelijke Onderneming bereid is om in 2018 te proberen de administratieve procedures te vereenvoudigen door het proefproject rond forfaitaire toewijzingen uit te voeren in een begrensd kader voor controle van het programma;

21.  neemt ter kennis dat het restfoutenpercentage voor het programma Horizon 2020 volgens de Rekenkamer onder de materialiteitsdrempel ligt en 1,44 % bedraagt, hoewel het naar verwachting zou stijgen tot ongeveer 2,24 % wanneer rekening wordt gehouden met de ontwerpcontroleverslagen;

22.  stelt vast dat de representatieve steekproef voor de Gemeenschappelijke Onderneming bij de controles achteraf in 2017 betrekking had op 15 deelnames, wat neerkomt op 1,3 miljoen EUR aan gevalideerde medefinanciering door de Gemeenschappelijke Onderneming; betreurt dat er geen specifiek foutenpercentage is verstrekt met betrekking tot de controles van de representatieve steekproef voor de Gemeenschappelijke Onderneming;

23.  neemt ter kennis dat de dienst Interne Audit de rol van intern controleur van de Gemeenschappelijke Onderneming vervult en in deze hoedanigheid indirect verslag uitbrengt aan de raad van bestuur en de uitvoerend directeur; stelt vast dat de eerste auditopdracht bestond uit het opstellen van een risicoprofiel van de Gemeenschappelijke Onderneming met het doel een driejarenplan voor interne controles vast te stellen; merkt op dat het strategische plan voor interne controles voor de periode 2017-2019 van de dienst Interne Audit in juni 2017 is gepresenteerd en jaarlijks wordt herzien;

24.  merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 samen met de gemeenschappelijke auditdienst in 2017 de eerste controles achteraf van een willekeurige steekproef van tussentijdse kostendeclaraties in het kader van Horizon 2020 heeft uitgevoerd; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten van deze controles;

25.  betreurt dat de specifieke ontwikkelingen die nodig zijn voor de verwerking van de bijdragen in natura voor de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van de gemeenschappelijke instrumenten voor subsidiebeheer en monitoring voor Horizon 2020 van de Commissie eind 2017 nog niet voltooid waren; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over die ontwikkelingen;

26.  merkt op dat de Commissie de tussentijdse evaluatie van de operationele activiteiten van de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van Horizon 2020 voor de periode 2014-2016 heeft uitgevoerd; merkt op dat de raad van bestuur in juni 2018 een actieplan heeft opgesteld en goedgekeurd; merkt op dat een aantal acties reeds van start is gegaan en neemt in overweging dat niet alle aanbevelingen binnen het huidige financiële kaderprogramma zullen worden opgevolgd;

Operationele aanbesteding en subsidies

27.  merkt op dat er enige kwalitatieve tekortkomingen werden geconstateerd in de openbare aanbestedingsprocedure van de Gemeenschappelijke Onderneming voor communicatie- en evenementendiensten met een geraamde begroting van 1 200 000 EUR voor een periode van vier jaar; stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming volgens haar eigen antwoord heeft besloten geen minimale financiële draagkracht vast te stellen om de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen aan de aanbesteding niet te ontmoedigen;

Overige punten

28.  juicht toe dat de Gemeenschappelijke Onderneming haar eigen fraudebestrijdingsstrategie en actieplan heeft vastgesteld als corrigerende maatregel voor de belangrijkste opmerkingen van de Rekenkamer in het kader van de kwijting 2016;

29.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming regels heeft vastgesteld inzake belangenconflicten ten aanzien van haar leden, organen, personeel en gedetacheerd personeel evenals ten aanzien van de leden van haar raad van bestuur, en dat zij ter aanvulling van de strategie in het kader van Horizon 2020 een fraudebestrijdingsstrategie op maat heeft vastgesteld, met inbegrip van een beoordeling van de risico's en kansen;

30.  benadrukt het belang van samenwerking tussen de Gemeenschappelijke Onderneming en het Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA); is verheugd over de betrokkenheid van het ERA bij de vergaderingen van de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming en bij de groepen die het meerjarenactieplan hebben opgesteld; merkt bovendien op dat de Gemeenschappelijke Onderneming het verzoek om onderzoek en innovatie van het ERA heeft beoordeeld om overlapping van activiteiten te voorkomen;

31.  is ingenomen met de synergieën tussen de Gemeenschappelijke Onderneming en andere programma's en fondsen van de Unie, zoals het proefproject "weg naar topkwaliteit" van het Europees Parlement, en is bovendien verheugd over de samenwerking met andere projecten op dit gebied, zoals het Sesar- en het Rail Baltica-project;

32.  is ingenomen met de activiteiten die zijn ondernomen om de online zichtbaarheid van de Gemeenschappelijke Onderneming te vergroten; neemt kennis van de herstructurering van de website, de invoering van de tweemaandelijkse nieuwsbrief en de toename van het aantal bezoekers en volgers op sociale media, alsook van de berichtgeving in de pers;

33.  is verheugd dat de Gemeenschappelijke Onderneming ter aanvulling van de strategie in het kader van Horizon 2020 een fraudebestrijdingsstrategie op maat heeft vastgesteld, met inbegrip van een beoordeling van de risico's en kansen.

22.1.2019

ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (S2R JU) voor het begrotingsjaar 2017

(2018/2217(DEC))

Rapporteur voor advies: Innocenzo Leontini

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is ingenomen met de conclusie van de Rekenkamer dat de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail over het begrotingsjaar 2017 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

2.  merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor 2017 een begroting had van 68,6 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 44,1 miljoen EUR aan betalingskredieten;

3.  merkt op dat de operationele begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail een uitvoeringspercentage bereikt heeft van 94 % van de vastleggingskredieten en een uitvoeringspercentage van 79 % van de betalingskredieten; merkt op dat de meeste betalingen die de Gemeenschappelijke Onderneming in 2017 verrichtte, voorfinancieringsbetalingen voor Horizon 2020-projecten waren die in het kader van de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2017 waren geselecteerd; wijst op het lage uitvoeringspercentage (55,2 %) van de betalingskredieten in titel 2 (administratieve uitgaven) als gevolg van het gebruik van meerjarige raamovereenkomsten; betreurt dat er zwakke punten waren in de planning van de begroting en dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail ongeveer 7,6 miljoen EUR uit het vorige jaar niet heeft besteed;

4.  betreurt dat bij het verstrijken van de termijn van 31 januari 2018 geen van de andere leden in staat was om zijn bijdragen in natura aan operationele kosten en zijn bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten met betrekking tot 2017 te laten certificeren; stelt vast dat de bijdragen in natura aan operationele kosten voor 2017 op 21,3 miljoen EUR worden geraamd, wat duidt op een positieve trend die de bij projectbeheer gebruikelijke S‑kromme volgt; heeft zich ervan vergewist dat de cumulatieve, eind 2017 door andere leden gedeclareerde bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten neerkomen op 130,0 miljoen EUR, meer dan het minimumbedrag van 120,0 miljoen EUR als vastgesteld in de Verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail;

5.  onderstreept dat onderzoek en innovatie in de spoorwegsector van cruciaal belang zijn voor het tot stand brengen van een veilig en op mondiaal niveau concurrerend spoorwegsysteem, en een belangrijke rol spelen met het oog op een aanzienlijke vermindering van de levenscycluskosten van het spoorvervoerssysteem en een aanzienlijke stijging van de capaciteit van het spoorvervoerssysteem, wat betreft betrouwbaarheid en stiptheid, alsook met het oog op het opheffen van de resterende technische belemmeringen voor de interoperabiliteit en ter vermindering van de negatieve externe effecten die verband houden met vervoer; onderstreept daarnaast dat de doelstellingen van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail het tot stand brengen van één Europese spoorwegruimte en het vergroten van de aantrekkelijkheid en het concurrentievermogen van het Europese spoorwegstelsel zijn; benadrukt dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail de beschikking moet krijgen over de nodige financiële, materiële en personele middelen om die kerndoelstellingen doeltreffend en efficiënt te verwezenlijken;

6.  brengt in herinnering dat onderzoek en innovatie geen geïsoleerd proces is waarbij gebruik wordt gemaakt van één enkele regel voor procesbeheer; onderstreept dan ook dat het uitermate belangrijk is die projecten op het gebied van onderzoek en innovatie te identificeren die voor innovatieve oplossingen voor de markt kunnen zorgen; onderstreept dat het met het oog op de volgende fase van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail zeer belangrijk is wijzigingen aan te brengen aan de verordening tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail alsook aan haar statuten, teneinde de efficiëntie ervan te vergroten; onderstreept met name dat het beginsel van meerjarige financiering in de verordening moet worden opgenomen, en dat er flexibele tijdschema's voor het publiceren van projectvoorstellen moeten worden vastgesteld;

7.  benadrukt het belang van de samenwerking tussen de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail en het Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA); is ingenomen met de rol van het ERA in de vergaderingen van de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming in haar jaarlijkse activiteitenverslag meer concrete informatie te verstrekken over de belangrijkste resultaten van deze samenwerking;

8.  stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail in 2017 17 subsidies heeft toegekend naar aanleiding van de oproep voor 2017 die zij in november 2016 had gelanceerd en in het kader waarvan zij tot ten hoogste 60,1 miljoen EUR medefinanciering bood; stelt voorts vast dat de andere stichtende leden dan de Unie en de geassocieerde leden zijn overeengekomen hun aanvraag tot medefinanciering te beperken tot 44,44 % van de totale projectkosten, het laagste percentage in het kader van Horizon 2020; juicht toe dat 120 kmo's hebben deelgenomen aan de oproep van 2017 en dat 50 kmo's voor financiering (25 %) in aanmerking zijn genomen;

9.  juicht toe dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail bereid is om in 2018 te proberen de administratieve procedures te vereenvoudigen door het proefproject rond forfaitaire toewijzingen uit te voeren in een begrensd kader voor controle van het programma;

10.  stelt vast dat de representatieve steekproef voor de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail bij de controles achteraf in 2017 betrekking had op 15 deelnames, wat neerkomt op 1,3 miljoen EUR aan gevalideerde medefinanciering door de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail; betreurt dat er geen specifiek foutenpercentage is verstrekt met betrekking tot de controles van de representatieve steekproef voor de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail;

11.  juicht toe dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail haar eigen fraudebestrijdingsstrategie en actieplan heeft vastgesteld als corrigerende maatregel voor de belangrijkste opmerkingen van de Rekenkamer in het kader van de kwijting 2016;

12.   stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail regels heeft vastgesteld inzake belangenconflicten ten aanzien van haar leden, organen, personeel en gedetacheerd personeel evenals ten aanzien van de leden van haar raad van bestuur, en dat zij ter aanvulling van de strategie in het kader van Horizon 2020 een fraudebestrijdingsstrategie op maat heeft vastgesteld, met inbegrip van een beoordeling van de risico's en kansen;

13.  stelt voor dat het Europees Parlement kwijting verleent aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail voor het begrotingsjaar 2017.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Innocenzo Leontini, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Francisco José Millán Mon, Gabriele Preuß, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, Marita Ulvskog, Wim van de Camp, Marie-Pierre Vieu, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Markus Ferber, Maria Grapini, Karoline Graswander-Hainz, Peter Kouroumbashev, João Pimenta Lopes

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Christelle Lechevalier, Julie Ward

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

37

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Gesine Meissner, Dominique Riquet, Pavel Telička

ECR

Jacqueline Foster, Innocenzo Leontini, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

EFDD

Daniela Aiuto

GUE/NGL

Marie-Pierre Vieu

PPE

Georges Bach, Wim van de Camp, Deirdre Clune, Andor Deli, Markus Ferber, Luis de Grandes Pascual, Dieter-Lebrecht Koch, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Francisco José Millán Mon, Massimiliano Salini

S&D

Lucy Anderson, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Maria Grapini, Karoline Graswander-Hainz, Peter Kouroumbashev, Bogusław Liberadzki, Gabriele Preuß, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Claudia Țapardel, Marita Ulvskog, Julie Ward, Janusz Zemke

Verts/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Keith Taylor

4

-

ECR

Peter Lundgren

ENF

Christelle Lechevalier, Georg Mayer

GUE/NGL

João Pimenta Lopes

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.2.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Wolf Klinz, Monica Macovei, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

18

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Martina Dlabajová, Wolf Klinz

ECR

Monica Macovei

EFDD

Marco Valli

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Zigmantas Balčytis, Karin Kadenbach, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

Verts/ALE

Bart Staes

1

-

ENF

Jean-François Jalkh

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 452 van 14.12.2018, blz. 10.

(2)

PB C 452 van 14.12.2018, blz. 12.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(5)

PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9.

(6)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(7)

PB C 452 van 14.12.2018, blz. 10.

(8)

PB C 452 van 14.12.2018, blz. 12.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(11)

PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9.

(12)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(13)

Verordening (EU) nr. 642/2014 van de Raad van 16 juni 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Shift2Rail (PB L 177 van 17.6.2014, blz. 9).

Laatst bijgewerkt op: 15 maart 2019Juridische mededeling