Procedure : 2018/0247(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0174/2019

Ingediende teksten :

A8-0174/2019

Debatten :

PV 26/03/2019 - 20
CRE 26/03/2019 - 20

Stemmingen :

PV 27/03/2019 - 10.5
CRE 27/03/2019 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0299

<Date>{11/03/2019}11.3.2019</Date>
<NoDocSe>A8-0174/2019</NoDocSe>
PDF 616kWORD 268k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>     <RefProcLect>***I</RefProcLect>

<Titre>over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)</Titre>

<DocRef>(COM(2018) 465 – C8-0274/2018 – 2018/0247(COD))</DocRef>


<Commission>{AFET}Commissie buitenlandse zaken</Commission>

Rapporteur: <Depute>Knut Fleckenstein, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra</Depute>

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)

(COM(2018) 465 – C8-0274/2018 – 2018/0247(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0465),

 gezien artikel 294, lid 2, en artikel 212, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0274/2018),

 gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 2018[1],

 gezien het advies van het Comité van de Regio's van 6 december 2018[2],

 gezien artikel 59 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel, de Commissie begrotingscontrole, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0174/2019),

1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

<RepeatBlock-Amend><Amend>Amendement  <NumAm>1</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Het instrument voor pretoetredingssteun heeft aanzienlijk andere doelstellingen dan het externe optreden van de Unie in het algemeen, aangezien dit instrument erop gericht is de in bijlage I genoemde begunstigden voor te bereiden op het toekomstige lidmaatschap van de Unie en het toetredingsproces te ondersteunen. Het is daarom van essentieel belang dat er een specifiek instrument bestaat ter ondersteuning van de uitbreiding, met dien verstande dat dit een aanvulling dient te vormen op de algemene doelstellingen van het externe optreden van de Unie, en met name die van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI).

(2) Het instrument voor pretoetredingssteun heeft als doelstelling om de in bijlage I genoemde begunstigden ("begunstigden") voor te bereiden op het toekomstige lidmaatschap van de Unie en het toetredingsproces te ondersteunen, overeenkomstig de algemene doelstellingen van het externe optreden van de Unie, inclusief de eerbiediging van de grondrechten en -beginselen alsmede de bescherming en bevordering van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat zoals vastgelegd in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Hoewel de specifieke aard van het toetredingsproces een specifiek instrument vereist ter ondersteuning van de uitbreiding, moeten de doelstellingen en de werking van dit instrument in overeenstemming zijn met en een aanvulling vormen op de algemene doelstellingen van het externe optreden van de Unie, en met name die van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI).

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>2</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) In artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) wordt bepaald dat elke Europese staat die de waarden van eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de rechten van de mens, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, eerbiedigt en zich ertoe verbindt deze waarden uit te dragen, kan verzoeken lid te worden van de Unie. Een Europese staat die het lidmaatschap van de Unie heeft aangevraagd, kan alleen lid worden als vaststaat dat hij voldoet aan de lidmaatschapscriteria die de Europese Raad van Kopenhagen in juni 1993 heeft vastgesteld (de "criteria van Kopenhagen"), en op voorwaarde dat de Unie het vermogen heeft om het nieuwe lid op te nemen. De criteria van Kopenhagen hebben betrekking op stabiele instellingen die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden, het bestaan van een functionerende markteconomie, de capaciteit om de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de Unie het hoofd te kunnen bieden, garanderen en op het vermogen om niet alleen de rechten maar ook de plichten die uit de verdragen voortvloeien, op zich te nemen, zoals het nastreven van de doelstellingen van een politieke, economische en monetaire unie.

(3) In artikel 49 VEU wordt bepaald dat elke Europese staat die de waarden van eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de rechten van de mens, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, eerbiedigt en zich ertoe verbindt deze waarden uit te dragen, kan verzoeken lid te worden van de Unie. Dit zijn de gemeenschappelijke waarden van lidstaten in een samenleving die wordt gekenmerkt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid tussen vrouwen en mannen.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>3</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Het uitbreidingsproces is gebaseerd op vaste criteria en eerlijke en consistente voorwaarden. Elke begunstigde wordt op de eigen verdiensten beoordeeld. Door de balans van de vorderingen op te maken en tekortkomingen te identificeren, worden de in bijlage I vermelde begunstigden aangespoord tot en begeleid bij de noodzakelijke ingrijpende hervormingen. Om het uitbreidingsperspectief tot een realiteit te maken, blijft de solide gehechtheid aan het beginsel van "eerst de basis"15 van essentieel belang. Vooruitgang in de richting van toetreding hangt af van de vraag of elke verzoeker de waarden van de Unie eerbiedigt en van zijn vermogen om de hervormingen door te voeren die nodig zijn om zijn systemen op het vlak van beleid, instellingen, wetgeving, administratie en economie af te stemmen op de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de Unie.

(4) Het uitbreidingsproces is gebaseerd op vaste criteria en eerlijke en consistente voorwaarden. Elke begunstigde wordt op de eigen verdiensten beoordeeld. Door de balans van de vorderingen op te maken en tekortkomingen te identificeren, worden de in bijlage I vermelde begunstigden aangespoord tot en begeleid bij de noodzakelijke ingrijpende hervormingen. Om het uitbreidingsperspectief tot een realiteit te maken, blijft de solide gehechtheid aan het beginsel van "eerst de basis"15 van essentieel belang. Goede nabuurschapsbetrekkingen en regionale samenwerking gestoeld op de definitieve, inclusieve en bindende afhandeling van bilaterale geschillen zijn wezenlijke onderdelen van het uitbreidingsproces die tevens uiterst belangrijk zijn voor de veiligheid en de stabiliteit van de Unie in haar geheel. Vooruitgang in de richting van toetreding hangt af van de vraag of elke verzoeker de waarden van de Unie eerbiedigt en van zijn vermogen om de hervormingen door te voeren die nodig zijn om zijn systemen op het vlak van beleid, instellingen, wetgeving, samenleving, administratie en economie af te stemmen op de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de Unie. In het onderhandelingskader zijn vereisten opgenomen waartegen de vooruitgang in de toetredingsonderhandelingen met elke kandidaat-lidstaat wordt afgemeten.

_________________

_________________

15 De "eerst de basis"-benadering koppelt de rechtsstaat en de grondrechten aan de twee andere cruciale elementen van het toetredingsproces: economische governance – sterkere nadruk op economische ontwikkeling en verbetering van het concurrentievermogen – en versterking van de democratische instellingen en hervorming van het openbaar bestuur. Elk van de drie basiselementen is van cruciaal belang voor de hervormingsprocessen in de kandidaten en potentiële kandidaten en is gericht op een belangrijk zorgpunt van de burgers.

15 De "eerst de basis"-benadering koppelt de rechtsstaat en de grondrechten aan de twee andere cruciale elementen van het toetredingsproces: economische governance – sterkere nadruk op economische ontwikkeling en verbetering van het concurrentievermogen – en versterking van de democratische instellingen en hervorming van het openbaar bestuur. Elk van de drie basiselementen is van cruciaal belang voor de hervormingsprocessen in de kandidaten en potentiële kandidaten en is gericht op een belangrijk zorgpunt van de burgers.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>4</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 4 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Een Europese staat die het lidmaatschap van de Unie heeft aangevraagd, kan alleen lid worden van de Unie als vaststaat dat hij volledig voldoet aan de toetredingscriteria die de Europese Raad van Kopenhagen in juni 1993 heeft vastgesteld (de "criteria van Kopenhagen") en op voorwaarde dat de Unie het vermogen heeft het nieuwe lid op te nemen. Die criteria hebben betrekking op stabiele instellingen die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden, het bestaan van een functionerende markteconomie, evenals de capaciteit om de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de Unie het hoofd te kunnen bieden, garanderen, en het vermogen om niet alleen de rechten maar ook de plichten die uit de Verdragen voortvloeien, aan te nemen, zoals het nastreven van de doelstellingen van een politieke, economische en monetaire unie.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>5</NumAm><DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 5</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Het uitbreidingsbeleid van de EU is een investering in vrede, veiligheid en stabiliteit in Europa. Dit beleid leidt tot grotere economische en handelsmogelijkheden, tot wederzijds voordeel van de EU en de kandidaten voor het lidmaatschap van de Unie. Het vooruitzicht van het lidmaatschap van de Unie is een krachtige motor voor veranderingsprocessen en leidt tot democratische, politieke, economische en maatschappelijke veranderingen.

(5) Het uitbreidingsbeleid maakt integraal deel uit van het externe optreden van de Unie en draagt bij tot vrede, veiligheid, welvaart en stabiliteit, zowel binnen als buiten de grenzen van de Unie. Dit beleid leidt tot grotere economische en handelsmogelijkheden, tot wederzijds voordeel van de EU en de kandidaten voor het lidmaatschap van de Unie, terwijl het beginsel van geleidelijke integratie wordt geëerbiedigd om te zorgen voor een soepele overgang bij de begunstigden. Het vooruitzicht van het lidmaatschap van de Unie is een krachtige motor voor veranderingsprocessen en leidt tot democratische, politieke, economische en maatschappelijke veranderingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>6</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 7</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Steun dient tevens te worden verleend uit hoofde van de overeenkomsten die de Unie heeft gesloten met de in bijlage I vermelde begunstigden. De steun moet er voornamelijk op toegespitst zijn de in bijlage I vermelde begunstigden te helpen hun democratische instellingen en de rechtsstaat te versterken, hun justitiële stelsel en openbaar bestuur te hervormen, de grondrechten te eerbiedigen en gendergelijkheid, verdraagzaamheid, sociale inclusie en non-discriminatie te bevorderen. Bij de bijstand moeten ook de belangrijkste beginselen en rechten, zoals vastgesteld in het kader van de Europese pijler van sociale rechten17, worden ondersteund. De bijstand moet de inspanningen blijven ondersteunen die de begunstigden leveren om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking alsmede de territoriale ontwikkeling te bevorderen, onder andere door uitvoering van de macroregionale strategieën van de Unie. Ook hun economische en sociale ontwikkeling en hun economische governance moeten worden gestimuleerd, waarbij moet worden gestreefd naar een agenda voor slimme, duurzame en inclusieve groei, onder meer door uitvoering van beleid inzake regionale ontwikkeling, landbouw- en plattelandsontwikkelingsbeleid, sociaal en werkgelegenheidsbeleid en de ontwikkeling van de digitale economie en de digitale samenleving, ook in overeenstemming met het vlaggenschipinitiatief Digitale Agenda voor de Westelijke Balkan.

(7) Steun dient tevens te worden verleend uit hoofde van de internationale overeenkomsten die de Unie heeft gesloten, onder andere met de begunstigden. De steun moet er voornamelijk op toegespitst zijn de begunstigden te helpen hun democratische instellingen en de rechtsstaat te versterken, hun justitiële stelsel en openbaar bestuur te hervormen, de grondrechten te eerbiedigen, waaronder die van minderheden, en gendergelijkheid, verdraagzaamheid, sociale inclusie, de eerbiediging van internationale arbeidsnormen inzake de rechten van werknemers en non-discriminatie van kwetsbare groepen, met inbegrip van kinderen en mensen met een handicap, te bevorderen. Bij de bijstand moet ook de inachtneming door de begunstigden van de belangrijkste beginselen en rechten zoals vastgesteld in het kader van de Europese pijler van sociale rechten17, evenals van de sociale markteconomie en de convergentie naar het sociale acquis, worden ondersteund. De bijstand moet de inspanningen blijven ondersteunen die de begunstigden leveren om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking alsmede de territoriale ontwikkeling te bevorderen, onder andere door uitvoering van de macroregionale strategieën van de Unie, met als doel om goed nabuurschap te ontwikkelen en verzoening te bevorderen. De bijstand moet ook sectorale regionale samenwerkingsstructuren bevorderen en hun economische en sociale ontwikkeling en hun economische governance stimuleren, de economische integratie met de interne markt van de Unie bevorderen, met inbegrip van douanesamenwerking, en bijdragen tot open en eerlijke handel, waarbij moet worden gestreefd naar een agenda voor slimme, duurzame en inclusieve groei, onder meer door uitvoering van beleid inzake regionale ontwikkeling, beleid inzake cohesie en inclusie, landbouw- en plattelandsontwikkelingsbeleid, sociaal en werkgelegenheidsbeleid en de ontwikkeling van de digitale economie en de digitale samenleving, ook in overeenstemming met het vlaggenschipinitiatief Digitale Agenda voor de Westelijke Balkan.

_________________

_________________

17 De Europese pijler van sociale rechten is door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 17 november 2017 plechtig afgekondigd tijdens de sociale top van Göteborg voor eerlijke banen en groei.

17 De Europese pijler van sociale rechten is door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 17 november 2017 plechtig afgekondigd tijdens de sociale top van Göteborg voor eerlijke banen en groei.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>7</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 7 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) Rekening houdend met het transformerende karakter van het hervormingsproces tijdens het uitbreidingsproces in de kandidaat-lidstaten, moet de Unie haar inspanningen opvoeren om prioriteiten te stellen op belangrijke gebieden voor financiering van de Unie, zoals institutionele en veiligheidsopbouw, en haar steun versterken aan kandidaat-lidstaten bij de uitvoering van projecten met het oog op bescherming van die kandidaat-lidstaten tegen invloeden van buiten de EU.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>8</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 7 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter) De inspanningen van de Unie om de vooruitgang van de hervormingen in de kandidaat-lidstaten via IPA-financiering te ondersteunen, moeten goed worden gecommuniceerd in de kandidaat-lidstaten en in de lidstaten. De Unie moet wat dat betreft de communicatie- en campagne-inspanningen verbeteren om de IPA-financiering, als het belangrijkste EU-instrument voor vrede en stabiliteit in de uitbreidingszone, zichtbaar te maken. 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>9</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 7 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater) Het belang van de facilitering en uitvoering van de begroting wordt erkend met betrekking tot de opbouw van instellingen, wat in ruil daarvoor zal helpen in het licht van mogelijke veiligheidskwesties, en mogelijke toekomstige illegale migratiestromen naar de lidstaten zal voorkomen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>10</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 9</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Betere strategische en operationele samenwerking op het gebied van veiligheid tussen de Unie en de in bijlage I vermelde begunstigden is van cruciaal belang voor een doeltreffende aanpak van dreigingen op het gebied van veiligheid en terrorisme.

(9) Betere strategische en operationele samenwerking op het gebied van veiligheid en hervorming van de defensiesector tussen de Unie en de in bijlage I vermelde begunstigden is van cruciaal belang voor een doeltreffende aanpak van dreigingen op het gebied van veiligheid, georganiseerde criminaliteit en terrorisme.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>11</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 9 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Acties in het kader van het door deze verordening ingestelde instrument, moeten ook bijdragen aan de ondersteuning van de begunstigden bij de geleidelijke aanpassing aan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), en de tenuitvoerlegging van beperkende maatregelen en het bredere externe beleid van de Unie in internationale instellingen en multilaterale fora. De Commissie moet de begunstigden aanmoedigen om deel te nemen aan een op regels en waarden gebaseerde wereldorde en aan de bevordering van het multilateralisme en de verdere versterking van het internationale handelssysteem, met inbegrip van WTO-hervormingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>12</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 10</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Het is essentieel dat de samenwerking inzake migratie, met inbegrip van grensbeheer, sterker wordt bevorderd, de toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt uitgewisseld, de voordelen van migratie voor de ontwikkeling worden versterkt, legale migratie en arbeidsmigratie worden vergemakkelijkt, het grenstoezicht wordt verbeterd en de inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie, mensenhandel en migrantensmokkel worden voortgezet.

(10) Samenwerking inzake migratie, met inbegrip van grensbeheer en -toezicht, waarborging van toegang tot internationale bescherming, uitwisseling van relevante informatie, versterking van de voordelen van migratie voor de ontwikkeling, facilitering van legale migratie en arbeidsmigratie, verbetering van het grenstoezicht en inspanningen ter voorkoming en ontmoediging van irreguliere migratie en gedwongen ontheemding, en ter bestrijding van mensenhandel en -smokkel, is een belangrijk aspect van de samenwerking tussen de Unie en de begunstigden.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>13</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 11</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Het versterken van de rechtsstaat, waaronder de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit, en goed bestuur, met inbegrip van hervorming van het openbaar bestuur, blijven voor de meeste in bijlage I vermelde begunstigden belangrijke uitdagingen die van wezenlijk belang zijn om nader tot de Unie te kunnen komen en later volledig de verplichtingen van het lidmaatschap van de Unie te kunnen vervullen. Gezien het langetermijnkarakter van de hervormingen die op die gebieden moeten worden doorgevoerd en de noodzaak om een staat van dienst op te bouwen, moet de financiële steun uit hoofde van deze verordening zo spoedig mogelijk worden ingezet voor de vereisten waaraan de in bijlage I vermelde begunstigden moeten voldoen.

(11) Het versterken van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de bestrijding van corruptie, witwassen en georganiseerde criminaliteit, en goed bestuur, met inbegrip van hervorming van het openbaar bestuur, het ondersteunen van mensenrechtenverdedigers, voortdurende aanpassing op het gebied van transparantie, openbare aanbestedingen, mededinging, staatssteun, intellectueel eigendom en buitenlandse investeringen, blijven belangrijke uitdagingen die voor de begunstigden van wezenlijk belang zijn om nader tot de Unie te kunnen komen en zich voor te bereiden op de volledige vervulling van de verplichtingen van het lidmaatschap van de Unie. Gezien het langetermijnkarakter van de hervormingen die op die gebieden moeten worden doorgevoerd en de noodzaak om een staat van dienst op te bouwen, moet de financiële steun uit hoofde van deze verordening worden geprogrammeerd om deze kwesties zo spoedig mogelijk aan te pakken.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>14</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 12</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Volgens het beginsel van de participatieve democratie moet de Commissie voor alle in bijlage I vermelde begunstigden aanmoedigen dat parlementair toezicht wordt uitgeoefend op de steun die die begunstigden ontvangen.

(12) De parlementaire dimensie blijft een fundamenteel element van het toetredingsproces. Volgens het beginsel van de participatieve democratie moet de Commissie derhalve voor alle begunstigden de versterking van de parlementaire capaciteiten, het parlementaire toezicht, democratische procedures en eerlijke vertegenwoordiging, bevorderen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>15</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 13</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De in bijlage I vermelde begunstigden moeten beter voorbereid zijn op wereldwijde uitdagingen zoals duurzame ontwikkeling en klimaatverandering, en zich aansluiten bij de inspanningen van de Unie om die problemen aan te pakken. Gelet op het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de verplichting die de Unie is aangegaan om de overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) uit te voeren, moet dit programma bijdragen aan de integratie van klimaatactie in het beleid van de Unie en de verwezenlijking van het algemene streven dat 25 % van de uitgaven op de EU-begroting de klimaatdoelstellingen moet ondersteunen. Bij de acties in het kader van dit programma zal naar verwachting 16 % van het totale budget van het programma bijdragen aan de klimaatdoelstellingen. De relevante acties zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het programma, en de totale bijdrage via dit programma zal worden geëvalueerd en getoetst.

(13) De begunstigden moeten beter voorbereid zijn op wereldwijde uitdagingen zoals duurzame ontwikkeling en klimaatverandering, en zich aansluiten bij de inspanningen van de Unie om die problemen aan te pakken. Gelet op het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de verplichting die de Unie is aangegaan om de overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) uit te voeren, moet dit programma bijdragen aan de integratie van klimaatactie in het beleid van de Unie en de verwezenlijking van het algemene streven dat 25 % van de uitgaven op de EU-begroting de klimaatdoelstellingen moet ondersteunen. Bij de acties in het kader van dit programma moet ernaar worden gestreefd dat ten minste 16 % van het totale budget van het programma bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen, met als doel dat klimaatgerelateerde uitgaven uiterlijk in 2027 30 % van de MFK-uitgaven bereiken. Prioriteit moet worden verleend aan milieuprojecten ter bestrijding van grensoverschrijdende vervuiling. De relevante acties zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het programma, en de totale bijdrage via dit programma zal worden geëvalueerd en getoetst.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>16</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 16</Article>

 

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) De Commissie en de lidstaten moeten zorgen voor naleving, samenhang en complementariteit van hun steun, met name door regelmatig overleg te plegen en frequent informatie uit te wisselen in de verschillende fasen van de steuncyclus. De noodzakelijke maatregelen moeten worden genomen om de coördinatie en de complementariteit te verbeteren, onder meer door regelmatig overleg met andere donoren. De rol van maatschappelijke organisaties moet worden versterkt, zowel in het kader van programma’s die via overheidsinstanties worden uitgevoerd, als wanneer die organisaties direct begunstigde zijn van steun van de Unie.

(16) De Commissie en de lidstaten moeten zorgen voor naleving, samenhang, consistentie en complementariteit van externe financieringssteun, met name door regelmatig overleg te plegen en frequent informatie uit te wisselen in de verschillende fasen van de steuncyclus. De noodzakelijke maatregelen moeten worden genomen om de coördinatie en de complementariteit te verbeteren, onder meer door regelmatig overleg met andere donoren. Verschillende onafhankelijke maatschappelijke organisaties en verschillende typen en niveaus van lokale overheden moeten een betekenisvolle rol in het proces spelen. In overeenstemming met het beginsel van inclusief partnerschap moeten maatschappelijke organisaties deel uitmaken van zowel de opzet, uitvoering, monitoring als evaluatie van de programma's die via overheidsinstanties worden uitgevoerd en directe begunstigden zijn van steun van de Unie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>17</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 17</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) De prioritering van acties om de doelstellingen te bereiken op de betrokken beleidsterreinen die uit hoofde van deze verordening zullen worden ondersteund, moet door de Commissie worden vastgesteld in een programmeringskader voor de duur van het meerjarig financieel kader van de Unie voor de periode van 2021 tot 2027, in partnerschap met de in bijlage I vermelde begunstigden, op basis van de uitbreidingsagenda en hun specifieke behoeften en in overeenstemming met de in deze verordening omschreven algemene en specifieke doelstellingen, met inachtneming van de nationale strategieën ter zake. Het programmeringskader moet bepalen op welke gebieden bijstand moet worden verleend, met een indicatieve toewijzing per steungebied, inclusief een schatting van de klimaatgerelateerde uitgaven.

(17) Voor elke begunstigde moeten specifieke en meetbare doelstellingen op de betrokken beleidsterreinen worden vastgesteld, gevolgd door prioriteiten voor actie om deze doelstellingen te bereiken in een programmeringskader dat door de Commissie middels gedelegeerde handelingen wordt vastgesteld. Het programmeringskader moet worden opgesteld in partnerschap met de begunstigden, op basis van de uitbreidingsagenda en hun specifieke behoeften en in overeenstemming met de in deze verordening omschreven algemene en specifieke doelstellingen en de beginselen van het externe optreden van de Unie, met inachtneming van de nationale strategieën en resoluties van het Europees Parlement ter zake. Dit partnerschap moet, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten en maatschappelijke organisaties omvatten. De Commissie moet samenwerking tussen de relevante belanghebbenden en de coördinatie van donoren stimuleren. Het programmeringskader moet worden herzien na de tussentijdse evaluatie. Het programmeringskader moet bepalen op welke gebieden bijstand moet worden verleend, met een indicatieve toewijzing per steungebied, inclusief een schatting van de klimaatgerelateerde uitgaven.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>18</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 18</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Het is in het belang van de Unie dat de in bijlage I vermelde begunstigden worden ondersteund bij hun inspanningen om hervormingen door te voeren met het oog op het lidmaatschap van de Unie. Het beheer van de steun moet sterk resultaatgericht zijn en begunstigden stimuleren die hun blijk geven van hun hervormingsbereidheid door de pretoetredingssteun efficiënt uit te voeren en vorderingen te maken bij het vervullen van de lidmaatschapscriteria.

(18) Het is in het algemeen belang van de Unie en de begunstigden dat de begunstigden worden ondersteund bij hun inspanningen om hervormingen in hun beleids-, wettelijke en economische systemen door te voeren met het oog op het lidmaatschap van de Unie. Het beheer van de steun moet sterk resultaatgericht zijn en aanzienlijke prikkels bieden voor een doeltreffender en efficiënter gebruik van de middelen voor begunstigden die blijk geven van hun hervormingsbereidheid door de pretoetredingssteun efficiënt uit te voeren en vorderingen te maken bij het vervullen van de lidmaatschapscriteria. De steun moet worden toegewezen overeenkomstig het beginsel van een eerlijke verdeling en er moeten duidelijke gevolgen verbonden worden aan gevallen waarin de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de vrijheid, de democratie, de gelijkheid, de rechtsstaat en de mensenrechten, ernstig achteruit gaat of niet voldoende vooruit gaat.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>19</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 18 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis) De Commissie moet duidelijke monitoring- en evaluatiemechanismen opzetten om ervoor te zorgen dat de doelstellingen en acties met betrekking tot verschillende begunstigden relevant en haalbaar blijven en om de voortgang regelmatig te meten. Daartoe dient elke doelstelling vergezeld te gaan van een of meer prestatie-indicatoren, waarmee de aanneming van hervormingen door de begunstigden en de concrete uitvoering ervan kan worden beoordeeld.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>20</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 19</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) De overgang van direct beheer van de pretoetredingsfondsen door de Commissie naar indirect beheer door de in bijlage I vermelde begunstigden moet geleidelijk verlopen en overeenstemmen met de capaciteit van elk van deze begunstigden. De steun moet gebruik blijven maken van de structuren en instrumenten die hun waarde in het pretoetredingsproces al bewezen hebben.

(19) De overgang van direct beheer van de pretoetredingsfondsen door de Commissie naar indirect beheer door de begunstigden moet geleidelijk verlopen en overeenstemmen met de capaciteit van elk van deze begunstigden. Die overgang moet worden teruggedraaid of opgeschort op specifieke beleids- of programmagebieden indien begunstigden de bijbehorende verplichtingen niet naleven of de middelen van de Unie niet beheren overeenkomstig de vastgestelde regels, beginselen en doelstellingen. Bij een dergelijke beslissing moet voldoende rekening worden gehouden met mogelijke negatieve economische en sociale gevolgen. De steun moet gebruik blijven maken van de structuren en instrumenten die hun waarde in het pretoetredingsproces al bewezen hebben.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>21</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 20</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) De Unie moet ervoor zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden gebruikt, zodat haar externe optreden optimaal effect sorteert. Dat moet worden bereikt door middel van samenhang en complementariteit tussen de externe financieringsinstrumenten van de Unie, en door synergieën met andere beleidslijnen en programma’s van de Unie. Dit omvat in voorkomend geval ook de samenhang en complementariteit met de macrofinanciële bijstand.

(20) De Unie moet ervoor zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden gebruikt, zodat haar externe optreden optimaal effect sorteert. Om overlap met andere externe financieringsinstrumenten te voorkomen, moet dit doel worden bereikt door middel van samenhang, consistentie en complementariteit tussen de externe financieringsinstrumenten van de Unie, en door synergieën met andere beleidslijnen en programma's van de Unie. Dit omvat in voorkomend geval ook de samenhang en complementariteit met de macrofinanciële bijstand.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>22</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 21 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis) Onverminderd de begrotingsprocedure en de bepalingen inzake de opschorting van steun in internationale overeenkomsten met begunstigden, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van bijlage I bij deze verordening teneinde de bijstand van de Unie geheel of gedeeltelijk op te schorten. Deze bevoegdheid moet worden gebruikt in gevallen waarin consequent wordt getornd aan een of meerdere criteria van Kopenhagen of wanneer een begunstigde de beginselen van democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden niet eerbiedigt of de verbintenissen schendt die zijn aangegaan in de desbetreffende overeenkomsten met de Unie. Wanneer de Commissie van oordeel is dat de redenen die de opschorting van de steun rechtvaardigen, niet langer van toepassing zijn, moet zij de bevoegdheid krijgen om gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I om de steun van de Unie opnieuw in te stellen.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>23</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 24</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) De financieringsvormen en uitvoeringswijzen voor deze verordening moeten worden gekozen op basis van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten te boeken, waarbij met name rekening moet worden gehouden met de kosten van controles, de administratieve belasting en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, financiering volgens een vast percentage en eenheidskosten worden overwogen, alsmede niet aan de kosten gekoppelde financiering als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>24</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 25</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) De Unie moet voor de uitvoering van de externe acties gemeenschappelijke regels blijven toepassen. De regels en procedures voor de uitvoering van de instrumenten van de Unie voor het financieren van het externe optreden worden vastgelegd in Verordening (EU) [NDICI] van het Europees Parlement en de Raad. Er moeten nadere bepalingen worden vastgesteld betreffende de aanpak van specifieke situaties, met name in het geval van grensoverschrijdende samenwerking en betreffende het beleidsgebied landbouw en plattelandsontwikkeling.

(25) De Unie moet voor de uitvoering van de externe acties gemeenschappelijke regels blijven toepassen. De regels en procedures voor de toepassing van de instrumenten van de Unie voor het financieren van het externe optreden worden vastgelegd in Verordening (EU) [NDICI] van het Europees Parlement en de Raad. Er moeten nadere bepalingen worden vastgesteld betreffende de aanpak van specifieke situaties, met name in het geval van grensoverschrijdende samenwerking en betreffende het beleidsgebied landbouw en plattelandsontwikkeling.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>25</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 26</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Externe acties worden vaak uitgevoerd in een zeer instabiele context die een snelle en voortdurende aanpassing vereist aan de veranderende behoeften van de Uniepartners en de mondiale uitdagingen op het gebied van mensenrechten, democratie en behoorlijk bestuur, veiligheid en stabiliteit, klimaatverandering en milieu en irreguliere migratie en de dieperliggende oorzaken ervan. Om het beginsel van voorspelbaarheid te verzoenen met de noodzaak om snel te reageren op nieuwe behoeften moet de financiële uitvoering van de programma’s worden aangepast. Om de Unie beter in staat te stellen te reageren op onvoorziene behoeften, moet deze verordening, met inachtneming van het beginsel dat de begroting van de Unie jaarlijks wordt vastgesteld, de mogelijkheid openlaten om de door het Financieel Reglement reeds voor andere beleidsgebieden toegestane flexibiliteit toe te passen, namelijk overdracht en hervastlegging van vastgelegde middelen, zodat gezorgd wordt voor efficiënte benutting van de middelen van de Unie, zowel voor de burgers van de Unie als voor de in bijlage I vermelde begunstigden, waardoor optimaal gebruik wordt gemaakt van de middelen van de Unie die beschikbaar zijn voor het externe optreden van de Unie.

(26) Externe acties worden vaak uitgevoerd in een zeer instabiele context die een snelle en voortdurende aanpassing vereist aan de veranderende behoeften van de Uniepartners en de mondiale uitdagingen op het gebied van mensenrechten, democratie en behoorlijk bestuur, veiligheid, defensie en stabiliteit, klimaatverandering en milieu, economisch protectionisme, irreguliere migratie en gedwongen ontheemding en de dieperliggende oorzaken ervan. Om het beginsel van voorspelbaarheid te verzoenen met de noodzaak om snel te reageren op nieuwe behoeften moet de financiële uitvoering van de programma’s worden aangepast. Om de Unie beter in staat te stellen te reageren op onvoorziene behoeften, moet deze verordening, met inachtneming van het beginsel dat de begroting van de Unie jaarlijks wordt vastgesteld, de mogelijkheid openlaten om de door het Financieel Reglement reeds voor andere beleidsgebieden toegestane flexibiliteit toe te passen, namelijk overdracht en hervastlegging van vastgelegde middelen met inachtneming van de doelstellingen die in deze verordening zijn vastgelegd, zodat gezorgd wordt voor efficiënte benutting van de middelen van de Unie, zowel voor de burgers van de Unie als voor de in bijlage I vermelde begunstigden, waardoor optimaal gebruik wordt gemaakt van de middelen van de Unie die beschikbaar zijn voor het externe optreden van de Unie. Aanvullende vormen van flexibiliteit moeten worden toegestaan zoals herschikking van middelen tussen prioriteiten, de fasering van projecten en aanbesteding van contracten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>26</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 29 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) Grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's zijn de meest zichtbare programma's van het instrument voor pretoetredingssteun en programma's die de burgers goed kennen. Deze programma's kunnen dan ook de zichtbaarheid van door de Unie gefinancierde projecten in de kandidaat-lidstaten aanzienlijk verbeteren;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>27</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 31 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis) Alle financieringstoewijzingen uit hoofde van deze verordening moeten op transparante, doeltreffende, verantwoordelijke, gedepolitiseerde en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd, onder andere door middel van een billijke verdeling die de behoeften van de regio's en lokale gemeenschappen weerspiegelt. De Commissie, de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid ("VV/HV"), en in het bijzonder de delegaties van de Unie moeten nauwlettend in de gaten houden dat aan deze criteria wordt voldaan en dat de beginselen van transparantie, verantwoordingsplicht en non-discriminatie in acht worden genomen bij de toewijzing van de middelen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>28</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 31 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 ter) De Commissie, de VV/HV en in het bijzonder de delegaties van de Unie en de begunstigden moeten de zichtbaarheid van de pretoetredingssteun van de Unie vergroten om de toegevoegde waarde van de steun van de Unie kenbaar te maken. De ontvangers van EU-financiering moeten de oorsprong van de financiering van de Unie erkennen en ervoor zorgen dat deze goed zichtbaar is. IPA moet bijdragen aan de financiering van communicatieacties voor de promotie van de resultaten van de steun van de Unie bij meerdere doelgroepen onder de begunstigden.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>29</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 33</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, in het bijzonder wat betreft de specifieke voorwaarden en structuren voor indirect beheer met de in bijlage I vermelde begunstigden en de uitvoering van de steun voor plattelandsontwikkeling, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig [Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad24]. Bij het vaststellen van de eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening moet rekening worden gehouden met de lessen die zijn getrokken uit het beheer en de uitvoering van in het verleden verleende pretoetredingssteun. Die eenvormige voorwaarden moeten worden gewijzigd indien ontwikkelingen dat vergen.

Schrappen

_________________

 

25 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>30</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 34</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34) Het bij die verordening ingestelde comité moet bevoegd zijn voor rechtshandelingen en vastleggingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/200625 en Verordening (EU) nr. 231/2014 en voor de uitvoering van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 389/2006 van de Raad26.

Schrappen

_________________

 

26 Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82).

 

27 Verordening (EG) nr. 389/2006 van de Raad van 27 februari 2006 tot instelling van een instrument voor financiële steun ter bevordering van de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2667/2000 betreffende het Europees Bureau voor wederopbouw (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 5).

 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>31</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 34 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis) Het Europees Parlement moet ten volle worden betrokken bij de opzet, programmering, monitoring en evaluatie van de instrumenten om politieke en democratische controle en verantwoording van de Unie-financiering op het gebied van het externe optreden te waarborgen. Er dient een betere dialoog tussen de instellingen tot stand te worden gebracht teneinde te waarborgen dat het Europees Parlement op structurele en soepele wijze politieke controle kan uitoefenen gedurende de toepassing van deze verordening, als gevolg waarvan zowel de efficiëntie als de legitimiteit wordt versterkt.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>32</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) "Het beginsel van de eerlijke verdeling van steun": aanvulling van de op prestaties gebaseerde benadering met een corrigerend toewijzingsmechanisme in gevallen waarin de aan de begunstigde verstrekte steun in vergelijking met andere begunstigden anders onevenredig laag of hoog zou zijn, rekening houdend met de behoeften van de betrokken bevolking en de relatieve vooruitgang bij hervormingen die verband houden met de opening van toetredingsonderhandelingen of de vooruitgang bij deze onderhandelingen;

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>33</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De algemene doelstelling van IPA III is het verlenen van steun aan de in bijlage I vermelde begunstigden ten behoeve van de vaststelling en tenuitvoerlegging van de politieke, institutionele, juridische, administratieve, sociale en economische hervormingen die voor die begunstigden noodzakelijk zijn om te voldoen aan de waarden van de Unie en zich, met het oog op het lidmaatschap van de Unie, geleidelijk aan te passen aan de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de Unie en aldus bij te dragen tot hun stabiliteit, veiligheid en welvaart.

1. De algemene doelstelling van IPA III is het verlenen van steun aan de begunstigden ten behoeve van de vaststelling en tenuitvoerlegging van de politieke, institutionele, juridische, administratieve, sociale en economische hervormingen die voor die begunstigden noodzakelijk zijn om te voldoen aan de waarden en het acquis van de Unie en zich, met het oog op het lidmaatschap van de Unie, geleidelijk aan te passen aan de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de Unie en aldus bij te dragen tot vrede, stabiliteit, veiligheid en welvaart, evenals tot de strategische belangen van de Unie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>34</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter a</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) versterking van de rechtsstaat, de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten, de grondrechten en het internationaal recht, het maatschappelijk middenveld en de veiligheid, alsmede verbetering van het migratiebeheer, met inbegrip van grensbeheer;

a) versterking van de rechtsstaat, de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van minderheden en kinderen, gendergelijkheid, de grondrechten en het internationaal recht, het maatschappelijk middenveld, de academische vrijheid, vrede en veiligheid, de eerbiediging van culturele diversiteit, non-discriminatie en tolerantie;

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>35</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter a bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis) bestrijding van gedwongen ontheemding en irreguliere migratie, waarbij ervoor wordt gezorgd dat migratie op veilige, ordelijke en reguliere manier plaatsvindt en toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd;

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>36</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter b</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) versterking van de effectiviteit van het openbaar bestuur en ondersteuning van structurele hervormingen en goed bestuur op alle niveaus;

b) versterking van de effectiviteit van het openbaar bestuur en ondersteuning van transparantie, structurele hervormingen, rechterlijke onafhankelijkheid, corruptiebestrijding en goed bestuur op alle niveaus, onder andere op het gebied van openbare aanbestedingen, staatssteun, mededinging, buitenlandse investeringen en intellectuele eigendom;

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>37</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter c</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) aanpassing van de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de in bijlage I vermelde begunstigden aan die van de Unie en versterking van verzoeningsprocessen en goede nabuurschapsbetrekkingen, alsook persoonlijke contacten en communicatie;

c) aanpassing van de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de begunstigden aan die van de Unie, onder andere op het gebied van het GBVB, versterking van de op regels gebaseerde multilaterale internationale orde, evenals van interne en externe verzoeningsprocessen en goede nabuurschapsbetrekkingen, alsook vredesopbouw en conflictpreventie, onder andere door vertrouwensopbouw en bemiddeling, inclusief en geïntegreerd onderwijs, persoonlijke contacten, mediavrijheid en communicatie;

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>38</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter d</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d) versterking van de economische en sociale ontwikkeling, onder meer door verbetering van de connectiviteit en stimulering van regionale ontwikkeling, landbouw en plattelandsontwikkeling, sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid, versterking van de milieubescherming, verbetering van de bestendigheid tegen klimaatverandering, versnelling van de overgang naar een koolstofarme economie en ontwikkeling van de digitale economie en samenleving;

d) versterking van de economische, sociale en territoriale ontwikkeling en cohesie, onder meer door verbetering van de connectiviteit en stimulering van regionale ontwikkeling, landbouw en plattelandsontwikkeling, sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid, vermindering van armoede en regionale onevenwichtigheden, bevordering van sociale bescherming en inclusie door versterking van de regionale samenwerkingsstructuren op staatsniveau, van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en van het vermogen van gemeenschapsgebaseerde initiatieven, ondersteuning van investeringen in plattelandsgebieden en verbetering van het ondernemings- en investeringsklimaat;

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>39</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter d bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  versterking van de milieubescherming, verbetering van de bestendigheid tegen klimaatverandering, versnelling van de overgang naar een koolstofarme economie en ontwikkeling van de digitale economie en samenleving, waardoor er nieuwe banen worden geschapen, in het bijzonder voor jongeren;

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>40</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 3 – lid 2 – letter e</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e) ondersteuning van territoriale en grensoverschrijdende samenwerking.

e) ondersteuning van territoriale en grensoverschrijdende samenwerking, mede over de zeegrenzen heen, en versterking van handels- en economische betrekkingen door de volledige tenuitvoerlegging van bestaande overeenkomsten met de Unie, waarbij regionale ongelijkheden worden verminderd.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>41</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De beschikbare financiële middelen voor de uitvoering van IPA III in de periode 20212027 bedragen 14 500 000 000 EUR in lopende prijzen.

1. De beschikbare financiële middelen voor de uitvoering van IPA III in de periode 2021-2027 bedragen 13 009 976 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (14 663 401 000 EUR in lopende prijzen).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>42</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 4 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand ten behoeve van de uitvoering van het programma, zoals voorbereidende activiteiten en activiteiten op het gebied van monitoring, controle, audit en evaluatie, ook met betrekking tot informatietechnologiesystemen, en alle activiteiten die verband houden met de voorbereiding van het vervolgprogramma voor pretoetredingssteun in overeenstemming met artikel 20 van [de NDICI-verordening].

2. Een vastgesteld percentage van het in lid 1 genoemde bedrag wordt gebruikt voor technische en administratieve bijstand ten behoeve van de uitvoering van het programma, dat voorbereidende activiteiten en activiteiten op het gebied van monitoring, controle, audit en evaluatie omvat, evenals steun voor institutionele versterking en vergroting van de bestuurlijke capaciteit, ook met betrekking tot informatietechnologiesystemen, en alle activiteiten die verband houden met de voorbereiding van het vervolgprogramma voor pretoetredingssteun.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>43</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Bij de uitvoering van deze verordening wordt gezorgd voor samenhang, synergieën en complementariteit met andere gebieden van het externe optreden van de Unie en met andere relevante beleidslijnen en programma’s van de Unie, evenals voor beleidscoherentie op het gebied van ontwikkeling.

1. Bij de toepassing van deze verordening wordt gezorgd voor samenhang, synergieën en complementariteit met andere gebieden van het externe optreden van de Unie en met andere relevante beleidslijnen en programma's van de Unie, evenals voor beleidscoherentie op het gebied van ontwikkeling.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>44</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. [De NDICI-verordening] is van toepassing op in het kader van deze verordening uitgevoerde activiteiten wanneer daarnaar in deze verordening wordt verwezen.

2. Verordening (EU) .../...[De NDICI-verordening] is van toepassing op in het kader van deze verordening uitgevoerde activiteiten wanneer daarnaar in deze verordening wordt verwezen.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>45</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De bijstand in het kader van IPA III kan worden verstrekt voor acties van het type waarin is voorzien in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Cohesiefonds30, het Europees Sociaal Fonds Plus31 en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling32.

4. De bijstand in het kader van IPA III kan worden verstrekt voor acties van het type waarin is voorzien in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Cohesiefonds30, het Europees Sociaal Fonds Plus31, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling32 en het Fonds voor justitie, rechten en waarden, op nationaal niveau, alsmede in grensoverschrijdende, transnationale, interregionale of macroregionale context.

__________________

__________________

30 COM(2018) 372 final: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds.

30 COM(2018) 372 final: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds.

31 COM(2018) 382 final: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+).

31 COM(2018) 382 final: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+).

32 COM(2018) 392 final: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad.

32 COM(2018) 392 final: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad.

</Amend>

 

<Amend>Amendement  <NumAm>46</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 4 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. De Commissie kent een percentage IPA III-middelen toe om de in bijlage I vermelde begunstigden voor te bereiden op de deelname aan de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF), met name aan het Europees Sociaal Fonds (ESF).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>47</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 5</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Het [EFRO]32 draagt bij aan programma’s en maatregelen die voor grensoverschrijdende samenwerking ("CBC") tussen de in bijlage I vermelde begunstigden en lidstaten zijn vastgesteld. Die programma’s en maatregelen worden door de Commissie vastgesteld volgens artikel 16. Het bedrag van de bijdrage uit hoofde van IPA-CBC wordt bepaald overeenkomstig artikel 10, lid 3, van [de ETS-verordening]. IPA-programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking worden beheerd overeenkomstig [de ETS-verordening].

5. Het [EFRO]32 draagt bij aan programma's en maatregelen die voor grensoverschrijdende samenwerking ("CBC") tussen de begunstigden en een of meerdere lidstaten zijn vastgesteld. Die programma’s en maatregelen worden door de Commissie vastgesteld volgens artikel 16. Het bedrag van de bijdrage uit hoofde van IPA-CBC wordt bepaald overeenkomstig artikel 10, lid 3, van [de ETS-verordening], met een maximumdrempel voor een IPA III-bijdrage die op 85 % is vastgesteld. IPA-programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking worden beheerd overeenkomstig [de ETS-verordening].

________________________

_____________________

32 COM(2018) 372 final: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds.

32 COM(2018) 372 final: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>48</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 5 – lid 8</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8. Om de coherentie en de effectiviteit van de financiering van de Unie te waarborgen en regionale samenwerking te bevorderen, kan de Commissie in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten dat niet in bijlage I vermelde landen, gebieden en regio’s toch in aanmerking komen voor actieprogramma’s en maatregelen als bedoeld in artikel 8, lid 1, wanneer het uit te voeren programma of de uit te voeren maatregel een mondiaal, regionaal of grensoverschrijdend karakter heeft.

8. Om de coherentie en de effectiviteit van de financiering van de Unie te waarborgen en regionale samenwerking te bevorderen, kan de Commissie in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten dat niet in bijlage I vermelde landen, gebieden en regio's toch in aanmerking komen voor actieprogramma's en maatregelen als bedoeld in artikel 8, lid 1, wanneer het toe te passen programma of de toe te passen maatregel een mondiaal, regionaal of grensoverschrijdend karakter heeft.

</Amend> 

<Amend>Amendement  <NumAm>49</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 6 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Het beleidskader voor de uitbreiding dat de Europese Raad en de Raad hebben vastgesteld, de overeenkomsten die juridisch bindende betrekkingen met de in bijlage I vermelde begunstigden tot stand brengen, alsmede de desbetreffende resoluties van het Europees Parlement en mededelingen van de Commissie dan wel gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, vormen het algemene beleidskader voor de tenuitvoerlegging van deze verordening. De Commissie zorgt voor samenhang tussen de steun en het uitbreidingsbeleidskader.

1. Het beleidskader voor de uitbreiding dat de Europese Raad en de Raad hebben vastgesteld, de overeenkomsten die juridisch bindende betrekkingen met de begunstigden tot stand brengen, alsmede de desbetreffende resoluties van het Europees Parlement en mededelingen van de Commissie dan wel gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, vormen het alomvattende beleidskader voor de toepassing van deze verordening. De Commissie zorgt voor samenhang tussen de steun en het algemene uitbreidingsbeleidskader.

 

De VV/HV en de Commissie zorgen voor de coördinatie tussen het externe optreden van de Unie en het uitbreidingsbeleid in het kader van de beleidsdoelstellingen van artikel 3.

 

De Commissie coördineert de programmering in het kader van deze verordening met passende betrokkenheid van de EDEO.

 

Het uitbreidingsbeleidskader vormt de basis op grond waarvan de steun wordt verleend.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>50</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 6 – lid 2</Article>


 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Klimaatverandering, milieubescherming en gendergelijkheid worden geïntegreerd in de programma’s en acties uit hoofde van deze verordening, waarbij in voorkomend geval tevens de onderlinge verbanden tussen de duurzameontwikkelingsdoelstellingen33 aan de orde komen, zulks ter bevordering van geïntegreerde maatregelen die wederzijdse voordelen kunnen opleveren en waarmee meerdere doelstellingen op coherente wijze kunnen worden verwezenlijkt.

2. Klimaatverandering, milieubescherming, mensenrechten, het voorkomen en oplossen van conflicten, migratie en gedwongen ontheemding, veiligheid, sociale en regionale cohesie, armoedebestrijding en gendergelijkheid worden geïntegreerd in de programma's en acties uit hoofde van deze verordening, waarbij in voorkomend geval tevens de onderlinge verbanden tussen de duurzameontwikkelingsdoelstellingen34 aan de orde komen, zulks ter bevordering van geïntegreerde maatregelen die wederzijdse voordelen kunnen opleveren en waarmee meerdere doelstellingen op coherente wijze kunnen worden verwezenlijkt. Hierbij zal gestreefd worden naar een bijdrage aan de klimaatdoelstellingen van ten minste 16 % van het totale budget.

__________________

____________________

33 https://ec.europa.eu/europeaid/policies/sustainable-development-goals_en

33 https://ec.europa.eu/europeaid/policies/sustainable-development-goals_en

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>51</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 6 – lid 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie en de lidstaten werken samen om coherentie te waarborgen en streven ernaar overlapping te vermijden tussen de steun uit hoofde van IPA III en andere steun van de Unie, de lidstaten en de Europese Investeringsbank, overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd voor de versterking van de operationele coördinatie op het gebied van externe bijstand, en met het oog op harmonisering van beleid en procedures, in het bijzonder de internationale beginselen inzake de effectiviteit van ontwikkeling35. De coördinatie omvat regelmatig overleg, frequente uitwisseling van informatie in de diverse fasen van de steuncyclus, en bijeenkomsten met alle betrokkenen ter bespreking van de coördinatie van de bijstand, en vormt een belangrijk onderdeel van de programmeringsprocedures van de Unie en de lidstaten.

3. De Commissie en de lidstaten werken samen om coherentie te waarborgen en streven ernaar overlapping te vermijden tussen de steun uit hoofde van IPA III en andere steun van de Unie, de lidstaten en de Europese Investeringsbank, overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd voor de versterking van de operationele coördinatie op het gebied van externe bijstand, en met het oog op harmonisering van beleid en procedures, in het bijzonder de internationale beginselen inzake de effectiviteit van ontwikkeling35. De coördinatie omvat regelmatig overleg, frequente uitwisseling van informatie in de diverse fasen van de steuncyclus, en bijeenkomsten met alle betrokkenen ter bespreking van de coördinatie van de bijstand, en vormt een belangrijk onderdeel van de programmeringsprocedures van de Unie en de lidstaten. De steun heeft als doel om aansluiting op de strategie van de Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei te waarborgen, evenals doeltreffende en doelmatige besteding van de middelen, regelingen met het oog op het partnerschapsbeginsel en een geïntegreerde aanpak van territoriale ontwikkeling.

_________________

_________________

35 https://ec.europa.eu/europeaid/policies/eu-approach-aid-effectiveness_en

35 https://ec.europa.eu/europeaid/policies/eu-approach-aid-effectiveness_en

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>52</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De Commissie handelt in partnerschap met de begunstigden. Bij het partnerschap worden, in voorkomend geval, de bevoegde nationale en lokale overheden, evenals maatschappelijke organisaties betrokken, zodat deze een betekenisvolle rol kunnen spelen bij de opzet, uitvoering en monitoring.

 

De Commissie moedigt samenwerking tussen de relevante belanghebbenden aan. IPA III-steun versterkt de capaciteit van maatschappelijke organisaties, onder meer waar passend in de rol van directe begunstigden van steun;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>53</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Hoofdstuk III – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

UITVOERING

PROGRAMMERINGSKADER EN UITVOERING

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>54</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bijstand in het kader van IPA III is gebaseerd op een IPA-programmeringskader voor de verwezenlijking van de in artikel 3 bedoelde specifieke doelstellingen. Het IPA-programmeringskader wordt door de Commissie vastgesteld voor de duur van het meerjarig financieel kader van de Unie.

1. Deze verordening wordt aangevuld door een IPA-programmeringskader waarin verdere bepalingen worden vastgesteld over hoe de in artikel 3 bedoelde specifieke doelstellingen worden nagestreefd. Het IPA-programmeringskader wordt door de Commissie vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen, in overeenstemming met lid 3 van dit artikel.

 

De Commissie dient de relevante programmeringsdocumenten tijdig vóór het begin van de programmeringsperiode bij het Europees Parlement in. In deze documenten zijn de indicatieve toewijzingen per thematisch kader vermeld en, indien beschikbaar, per land/regio, met de verwachte resultaten en de keuze van de steunregelingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>55</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De jaarlijkse toewijzingen worden door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader voor de periode van 2021 tot en met 2027.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>56</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 2 – alinea 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het IPA-programmeringskader houdt de nodige rekening met de desbetreffende nationale strategieën en het desbetreffende sectorale beleid.

Het IPA-programmeringskader houdt de nodige rekening met de desbetreffende resoluties en standpunten van het Europees Parlement, met nationale strategieën en het desbetreffende sectorale beleid.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>57</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 3</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling, onverminderd het bepaalde in lid 4. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16 bedoelde onderzoeksprocedure.

3. De Commissie stelt het IPA-programmeringskader vast, inclusief de regelingen om het principe van eerlijke verdeling toe te passen, door middel van gedelegeerde handelingen, overeenkomstig artikel 14, onverminderd het bepaalde in lid 4 van dit artikel. Het IPA-programmeringskader loopt uiterlijk op 30 juni 2025 af. De Commissie stelt uiterlijk op 30 juni 2025 een nieuw IPA-programmeringskader vast, op basis van de tussentijdse evaluatie in samenhang met de andere externe financieringsinstrumenten en rekening houdend met relevante resoluties van het Europees Parlement. De Commissie kan, indien nodig, de effectieve uitvoering van het IPA-programmeringskader herzien, met name wanneer het beleidskader, als bedoeld in artikel 6, substantieel wordt gewijzigd, waarbij tevens rekening wordt gehouden met relevante resoluties van het Europees Parlement.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>58</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 – lid 5</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Het IPA-programmeringskader omvat indicatoren voor het beoordelen van de vorderingen met betrekking tot de verwezenlijking van de daarin opgenomen doelstellingen.

5. Het IPA-programmeringskader is gebaseerd op duidelijke en verifieerbare prestatie-indicatoren, die in bijlage IV bij deze verordening zijn opgenomen, voor het beoordelen van de vorderingen met betrekking tot de verwezenlijking van de daarin opgenomen doelstellingen, onder meer vorderingen en resultaten op het gebied van:

 

a) democratie, de rechtsstaat en een onafhankelijk en efficiënt rechtsstelsel;

 

b) mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de rechten van personen die tot minderheden en kwetsbare groepen behoren;

 

c) gendergelijkheid en vrouwenrechten;

 

d) de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit;

 

e) verzoening, vredesopbouw, goede nabuurschapsbetrekkingen;

 

f) mediavrijheid.

 

De Commissie vermeldt in haar jaarverslagen de voortgang ten aanzien van deze indicatoren.

 

Over de op prestaties gebaseerde benadering uit hoofde van deze verordening wordt in het Europees Parlement en in de Raad regelmatig van gedachten gewisseld.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>59</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Evaluatie

 

1. De Commissie stelt een nieuw IPA-programmeringskader vast op basis van de tussentijdse evaluatie. Uiterlijk op 30 juni 2024 dient de Commissie een tussentijds evaluatieverslag in over de toepassing van deze verordening. Dit tussentijdse evaluatieverslag bestrijkt de periode vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023 en bevat een beoordeling van de bijdrage van de Unie tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, aan de hand van indicatoren voor het meten van de behaalde resultaten en eventuele bevindingen en conclusies inzake het effect van deze verordening.

 

2. In het tussentijdse evaluatieverslag wordt ook aandacht besteed aan de efficiëntie, de toegevoegde waarde, de mogelijkheden voor vereenvoudiging, de interne en externe samenhang en de blijvende relevantie van de doelstellingen van deze verordening.

 

3. Het specifieke doel van het tussentijdse evaluatieverslag is het verbeteren van de toepassing van de financiering van de Unie. Het bevat informatie betreffende besluiten voor het verlengen, wijzigen of opschorten van de soorten acties die in het kader van de verordening worden uitgevoerd.

 

4. Het tussentijds evaluatieverslag brengt ook informatie samen uit de relevante jaarverslagen over alle middelen die onder deze verordening vallen, waaronder externe bestemmingsontvangsten en bijdragen aan trustfondsen, uitgesplitst in uitgaven per begunstigd land, gebruik van financieringsinstrumenten, vastleggingen en betalingen.

 

5. De Commissie zendt de conclusies van de evaluaties, vergezeld van haar opmerkingen, toe aan het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten. De resultaten daarvan worden gebruikt bij de opzet van programma's en de toewijzing van middelen.

 

6. De Commissie betrekt alle relevante belanghebbenden bij de evaluatie van de financiering van de Unie waarin deze verordening voorziet en kan, in voorkomend geval, ernaar streven om gezamenlijke evaluaties met de lidstaten en de ontwikkelingspartners te verrichten, met nauwe betrokkenheid van de partnerlanden.

 

7. De Commissie dient het in dit artikel bedoelde tussentijdse evaluatieverslag in bij het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van wetgevingsvoorstellen waarin noodzakelijke wijzigingen van deze verordening zijn opgenomen.

 

8. Aan het einde van de toepassingsperiode van deze verordening, en uiterlijk vier jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van de verordening uit onder dezelfde voorwaarden als die van toepassing zijn op de in dit artikel bedoelde tussentijdse evaluatie.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>60</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 ter

 

Opschorting van de steun van de Unie

 

1. Wanneer een begunstigde het beginsel van democratie, de rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden niet eerbiedigt of de verbintenissen in de desbetreffende met de Unie gesloten overeenkomsten niet nakomt of consequent tornt aan een of meerdere criteria van Kopenhagen, is de Commissie overeenkomstig artikel 14 bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage I bij deze verordening te wijzigen om de steun van de Unie op te schorten of gedeeltelijk op te schorten. In geval van een gedeeltelijke opschorting, wordt aangegeven voor welke programma's de opschorting geldt.

 

2. Wanneer de Commissie tot de bevinding komt dat de redenen voor opschorting van de steun niet langer van toepassing zijn, is zij bevoegd om overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage I te wijzigen om de steun van de Unie opnieuw in te stellen.

 

3. In geval van gedeeltelijke opschorting wordt de steun van de Unie in de eerste plaats gebruikt om maatschappelijke organisaties en niet-overheidsactoren te steunen voor maatregelen die zijn gericht op de bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, en op de ondersteuning van democratiserings- en dialoogprocessen in partnerlanden.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>61</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 7 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 quater

 

Bestuur

 

Een horizontale stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de Commissie en EDEO en onder voorzitterschap van de VV/HV of een vertegenwoordiger van die dienst, is verantwoordelijk voor het aansturen, coördineren en beheren van dit instrument gedurende de gehele beheercyclus, met het oog op het waarborgen van samenhang, efficiëntie, transparantie en verantwoordingsplicht in verband met alle externe financiering van de Unie. De vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger zorgt voor de algemene politieke coördinatie van het externe optreden van de Unie. De vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en de EDEO werken gedurende de hele cyclus van programmering, planning en toepassing van het instrument samen met de bevoegde leden en diensten van de Commissie. De vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, de EDEO en de Commissie bereiden alle voorstellen voor besluiten voor volgens de Commissieprocedures en leggen deze ter aanneming voor.

 

Het Europees Parlement wordt ten volle betrokken bij de opzet, programmering, monitoring en evaluatie van de externe financieringsinstrumenten om politieke en democratische controle en verantwoordingsplicht in verband met Uniefinanciering op het gebied van het externe optreden te waarborgen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>62</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uitvoeringsmaatregelen en -methoden

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>63</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bijstand in het kader van IPA III wordt uitgevoerd in direct beheer of in indirect beheer, overeenkomstig het Financieel Reglement, door middel van jaarlijkse of meerjarige actieprogramma's en maatregelen als bedoeld in titel II, hoofdstuk III van [de NDICI verordening]. Titel II, hoofdstuk III, van [de NDICI-verordening] is van toepassing op deze verordening, met uitzondering van artikel 24, lid 1 [in aanmerking komende personen en entiteiten].

1. De bijstand in het kader van IPA III wordt uitgevoerd in direct beheer of in indirect beheer, overeenkomstig het Financieel Reglement, door middel van jaarlijkse of meerjarige actieprogramma's en maatregelen als bedoeld in hoofdstuk III bis.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>64</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – lid 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Indirect beheer kan worden teruggedraaid als de begunstigde de toegekende middelen niet kan of wil beheren overeenkomstig de uit hoofde van deze verordening vastgestelde regels, beginselen en doelstellingen. Wanneer een begunstigde de beginselen van de democratie en de rechtsstaat niet naleeft, de mensenrechten en fundamentele vrijheden niet eerbiedigt of zich niet houdt aan de in de relevante overeenkomsten met de Unie aangegane verbintenissen, kan de Commissie op specifieke beleidsterreinen of -programma's omschakelen van indirect beheer met die begunstigde naar indirect beheer door een of meer toevertrouwde entiteiten die geen begunstigde zijn, of naar direct beheer.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>65</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – lid 1 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. De Commissie voert een dialoog met het Europees Parlement en houdt rekening met de opvattingen van het Europees Parlement over de gebieden waarop laatstgenoemde over eigen steunprogramma's beschikt, zoals capaciteitsopbouw en verkiezingswaarneming.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>66</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De Commissie betrekt het Europees Parlement volledig bij kwesties die verband houden met de planning en uitvoering van maatregelen uit hoofde van dit artikel, met inbegrip van alle beoogde substantiële wijzigingen of toewijzingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>67</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 – lid 2 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. De algemene of sectorale begrotingssteun wordt alleen uitbetaald indien er een bevredigende vooruitgang is geboekt bij het nastreven van de doelstellingen die met een begunstigde zijn overeengekomen.

 

De Commissie past de voorwaarden en criteria voor begrotingssteun toe, zoals die zijn uiteengezet in artikel 23, lid 4, van Verordening (EU) .../...[NDICI-verordening]. Zij neemt maatregelen om Uniefinanciering middels begrotingssteun te verminderen of op te schorten in gevallen van systemische onregelmatigheden in de beheer- en controlesystemen of als er onvoldoende vooruitgang wordt geboekt bij het bereiken van de met de begunstigde overeengekomen doelstellingen.

 

Het opnieuw instellen van steun door de Commissie na de in dit artikel bedoelde opschorting gaat gepaard met gerichte steun aan nationale controle-instanties.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>68</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Hoofdstuk III bis (nieuw) – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Hoofdstuk III bis

 

Uitvoering

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>69</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Actieplannen en -maatregelen

 

1. De Commissie keurt jaarlijkse of meerjarige actieplannen of -maatregelen goed. Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van afzonderlijke maatregelen, bijzondere maatregelen, ondersteunende maatregelen of buitengewone steunmaatregelen. In de actieplannen en -maatregelen worden voor elke actie de nagestreefde doelstellingen, de verwachte resultaten en hoofdactiviteiten, de toepassingsmethoden, de begroting en eventuele bijbehorende ondersteunende uitgaven vermeld.

 

2.  De actieplannen zijn gebaseerd op programmeringsdocumenten, met uitzondering van de gevallen bedoeld in de leden 3 en 4.

 

Indien nodig kan een actie, vóór of na de vaststelling van actieplannen, als afzonderlijke maatregel worden vastgesteld. Afzonderlijke maatregelen zijn gebaseerd op programmeringsdocumenten, met uitzondering van de in lid 3 bedoelde gevallen en in andere naar behoren gemotiveerde gevallen.

 

In geval van onvoorziene behoeften of omstandigheden, en wanneer financiering uit passender bronnen niet mogelijk is, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 34 van Verordening ... [NDICI-verordening] gedelegeerde handelingen vast te stellen met bijzondere maatregelen die niet zijn gebaseerd op de programmeringsdocumenten.

 

3. De jaarlijkse of meerjarige actieplannen en -maatregelen kunnen worden gebruikt voor de uitvoering van snelleresponsacties, conform artikel 4, lid 4, onder b), van Verordening ... [NDICI-verordening].

 

4.  De Commissie kan buitengewone steunmaatregelen nemen voor snelleresponsacties, conform artikel 4, lid 4, onder a), van Verordening ... [NDICI-verordening].

 

5. Uit hoofde van artikel 19, leden 3 en 4, genomen maatregelen kunnen een duur van maximaal 18 maanden hebben, die twee keer met een periode van maximaal zes maanden kan worden verlengd tot een maximale duur van 30 maanden, wanneer de tenuitvoerlegging ervan stuit op objectieve, onvoorziene hindernissen en mits het aan de maatregel verbonden financiële bedrag niet hoger wordt.

 

In geval van langdurige crises of conflicten kan de Commissie een tweede buitengewone steunmaatregel vaststellen voor een duur van maximaal 18 maanden. In naar behoren gemotiveerde gevallen, wanneer de continuïteit van het in dit lid bedoelde optreden van de Unie van essentieel belang is en niet door andere middelen kan worden verzekerd, kunnen er verdere maatregelen worden genomen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>70</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 ter

 

Steunmaatregelen

 

1. De Uniefinanciering kan dienen ter dekking van uitgaven voor de tenuitvoerlegging van het instrument en voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, waaronder administratieve ondersteuning in verband met activiteiten op het gebied van voorbereiding, follow-up, toezicht, controle, audit en evaluatie die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging, alsmede van uitgaven bij de centrale diensten en bij de delegaties van de Unie voor de administratieve ondersteuning die nodig is voor het programma en voor het beheer van in het kader van deze verordening gefinancierde verrichtingen, onder meer met betrekking tot IT en bedrijfsinformatietechnologiesystemen.

 

2. Wanneer ondersteunende uitgaven niet zijn opgenomen in de actieplannen of -maatregelen als bedoeld in artikel 8 quater, stelt de Commissie waar toepasselijk ondersteunende maatregelen vast. De financiering door de Unie in het kader van ondersteunende maatregelen kan betrekking hebben op:

 

a) studies, bijeenkomsten, activiteiten op het gebied van informatie, voorlichting, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van geleerde lessen en beste praktijken, publicatie en andere uitgaven voor administratieve of technische bijstand die voor de programmering en het beheer van de acties vereist zijn, met inbegrip van bezoldigde externe deskundigen;

 

b) activiteiten inzake onderzoek en innovatie en studies over relevante vraagstukken alsook verspreiding van de resultaten daarvan;

 

c) uitgaven voor informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieën en pr-activiteiten, en het zichtbaar maken van de politieke prioriteiten van de Unie.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>71</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 quater

 

Vaststelling van actieplannen en -maatregelen

 

1. De Commissie stelt actieplannen en -maatregelen vast bij besluit in overeenstemming met het Financieel Reglement.

 

2. Met het oog op de samenhang van het externe optreden van de Unie houdt de Commissie bij de planning en de toepassing van deze actieplannen en -maatregelen rekening met de relevante beleidsbenadering van de Raad en het Europees Parlement.

 

De Commissie brengt het Europees Parlement onmiddellijk op de hoogte van de planning van actieplannen en -maatregelen in het kader van dit artikel, met inbegrip van de beoogde financiële bedragen, en informeert het Europees Parlement eveneens indien zij overgaat tot substantiële wijzigingen of verlengingen van die bijstand. Zo spoedig mogelijk, en in ieder geval binnen twee maanden na de goedkeuring van een actieplan of -maatregel, brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad en verschaft zij een overzicht van de aard, context en grondgedachte van het goedgekeurde actieplan of de goedgekeurde maatregel, alsook van het aanvullende karakter ervan ten opzichte van de lopende en voorgenomen respons van de Unie.

 

3. Voorafgaand aan de vaststelling van actieplannen en -maatregelen die niet gebaseerd zijn op programmeringsdocumenten, conform artikel 7, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 14 een gedelegeerde handeling vast ter aanvulling van deze verordening, waarin zij de specifieke te verwezenlijken doelstellingen uiteenzet, alsook de verwachte resultaten, de te gebruiken instrumenten, de belangrijkste activiteiten en de indicatieve financiële toewijzing voor deze actieplannen en -maatregelen.

 

4. Op actieniveau vindt een passend onderzoek inzake mensenrechten, sociale aspecten en milieu plaats, waaronder onderzoek naar het effect op klimaatverandering en biodiversiteit, overeenkomstig de toepasselijke wetgevingshandelingen van de Unie, met inbegrip van Richtlijn 2011/92/EU1 bis van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 85/337/EEG1 ter van de Raad, en waar toepasselijk ook een milieueffectbeoordeling voor milieugevoelige acties, in het bijzonder voor belangrijke nieuwe infrastructuur.

 

Waar dit relevant is, wordt bij de uitvoering van sectorale programma's gebruik gemaakt van beoordelingen inzake mensenrechten en sociale aspecten en van strategische milieubeoordelingen. De Commissie ziet erop toe dat de belanghebbenden bij deze beoordelingen worden betrokken en dat het publiek toegang krijgt tot de resultaten van die beoordelingen.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1).

 

1 ter Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175 van 5.07.1985, blz. 40).

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>72</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 quinquies (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 quinquies

 

Methoden van samenwerking

 

1.  Financiering in het kader van dit instrument wordt uitgevoerd door de Commissie, zoals bepaald in het Financieel Reglement, hetzij rechtstreeks door de Commissie zelf, de delegaties van de Unie en door uitvoerende agentschappen, of onrechtstreeks door een van de entiteiten die worden genoemd in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

 

2.  Financiering in het kader van dit instrument mag ook worden verstrekt in de vorm van bijdragen aan internationale, regionale of nationale fondsen, zoals die welke zijn ingesteld of worden beheerd door de EIB, de lidstaten, partnerlanden en -regio's of door internationale organisaties of andere donoren.

 

3.  De entiteiten die worden genoemd in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement en in artikel 29, lid 1, van Verordening ... [NDICI-verordening] vervullen jaarlijks hun verslagleggingsverplichtingen in het kader van artikel 155 van het Financieel Reglement. De verslagleggingsvereisten voor elk van die entiteiten worden vastgesteld in de partnerschapskaderovereenkomst, de bijdrage-overeenkomst, de overeenkomst inzake begrotingsgaranties of de financieringsovereenkomst.

 

4.  In het kader van dit instrument gefinancierde acties kunnen worden uitgevoerd door middel van parallelle of gemeenschappelijke medefinanciering.

 

5.  Bij parallelle medefinanciering wordt een actie in meerdere, duidelijk te onderscheiden componenten opgedeeld, die elk worden gefinancierd door de verschillende partners die de medefinanciering verstrekken, en wel zo dat de eindbestemming van de financiering altijd traceerbaar is.

 

6.  Bij gemeenschappelijke medefinanciering worden de totale kosten van het project of programma verdeeld tussen de partners die de medefinanciering verstrekken en worden de geldmiddelen gemeenschappelijk ingebracht, en wel zo dat het niet mogelijk is de financieringsbron van een specifieke activiteit in het kader van de actie na te gaan.

 

7.  De samenwerking tussen de Unie en haar partners kan onder andere de volgende vormen aannemen:

 

a)  driehoeksregelingen waarbij de Unie haar financiële bijstand aan een partnerland of -regio coördineert met derde landen;

 

b)  maatregelen voor administratieve samenwerking zoals twinning tussen overheidsinstellingen, lokale overheden, nationale overheidsorganen en privaatrechtelijke entiteiten met een openbaredienstverleningstaak van de lidstaten en van de partnerlanden en -regio's, alsmede samenwerkingsmaatregelen waarbij door de lidstaten en hun regionale en lokale autoriteiten uitgezonden deskundigen uit de overheidssector worden betrokken;

 

c) bijdragen aan de kosten die noodzakelijk zijn voor het opzetten en beheren van een publiek-privaat partnerschap, waaronder steun voor de ruime deelname door een onafhankelijke derde maatschappelijke organisatie op te zetten die het opzetten van publiek-privaat partnerschappen beoordeelt en opvolgt;

 

d)  steunprogramma's voor het sectoraal beleid waarbij de Unie steun verleent aan het sectorale programma van een partnerland;

 

e)  bijdragen aan de kosten van deelname van de landen aan de programma's van de Unie en acties die worden uitgevoerd door agentschappen en organen van de Unie, alsook door organen of personen belast met de uitvoering van specifieke acties in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie;

 

f)  rentesubsidies.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>73</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 sexies (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 sexies

 

Vormen van Uniefinanciering en toepassingsmethoden

 

1.  De financiering van de Unie kan worden verstrekt door middel van de financieringsvormen waarin het Financieel Reglement voorziet, met name:

 

a)  subsidies;

 

b)  overheidsopdrachten voor diensten, leveringen of werkzaamheden;

 

c)  begrotingssteun;

 

d)  bijdragen aan door de Commissie opgezette trustfondsen, overeenkomstig artikel 234 van het Financieel Reglement;

 

e)  financiële instrumenten;

 

f)  begrotingsgaranties;

 

g)  blending;

 

h)  schuldverlichting in het kader van een internationaal overeengekomen programma voor schuldverlichting;

 

i)  financiële bijstand;

 

j)  bezoldigde externe deskundigen.

 

2. Wanneer de Commissie met belanghebbenden van partnerlanden werkt, houdt zij bij het bepalen van nadere regelingen voor de financiering, het type bijdrage, de toekenningsmodaliteiten en de administratieve bepalingen voor het beheer van subsidies rekening met hun specifieke kenmerken zoals hun behoeften en de relevante context, met als doel een zo breed mogelijk spectrum van belanghebbenden te bereiken en hen zo goed mogelijk te helpen. Bij die beoordeling wordt rekening gehouden met de voorwaarden voor een zinvolle deelname en betrokkenheid van alle belanghebbenden, met name het lokale maatschappelijk middenveld. Overeenkomstig het Financieel Reglement worden specifieke oplossingen gestimuleerd, zoals partnerschapsovereenkomsten, toestemming voor financiële steun aan derden, rechtstreekse gunning of voor een beperkte doelgroep bestemde oproepen tot het indienen van voorstellen, of nog vaste bedragen, eenheidskosten, financiering op basis van een vast percentage en financiering die niet gekoppeld is aan kosten zoals bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Deze verschillende modaliteiten waarborgen transparantie, traceerbaarheid en innovatie. De samenwerking tussen lokale en internationale ngo's moet worden gestimuleerd opdat de capaciteiten van het plaatselijke maatschappelijk middenveld worden verbeterd met het oog op zijn volledige deelname aan ontwikkelingsprogramma's.

 

3.  Naast de gevallen als bedoeld in artikel 195 van het Financieel Reglement, mag onderhandse gunning worden gebruikt voor:

 

a) kleine subsidiebedragen voor mensenrechtenactivisten en voor mechanismen ter bescherming van bedreigde mensenrechtenactivisten, voor de financiering van dringende beschermingsacties, in voorkomend geval zonder dat medefinanciering nodig is, alsook voor bemiddelaars en andere maatschappelijke spelers die betrokken zijn bij dialoog, verzoening en vredesopbouw in crisissen en gewapende conflicten;

 

b) subsidies, in voorkomend geval zonder dat medefinanciering nodig is, ter financiering van acties in de moeilijkste omstandigheden waarin de publicatie van een oproep tot het indienen van voorstellen niet passend is, met inbegrip van situaties waarin de fundamentele vrijheden ernstig in het gedrang zijn, democratische instellingen worden bedreigd, crisissen en gewapende conflicten escaleren, de veiligheid van mensen gevaar loopt, of waarin mensenrechtenorganisaties, mensenrechtenactivisten, bemiddelaars en andere maatschappelijke spelers die betrokken zijn bij dialoog, verzoening en vredesopbouw in crisissen en gewapende conflicten in zeer moeilijke omstandigheden moeten werken. Dergelijke subsidies bedragen ten hoogste 1 000 000 EUR en hebben een looptijd van ten hoogste 18 maanden, die met 12 maanden kan worden verlengd wanneer het gebruik ervan op objectieve en onvoorziene hindernissen stuit;

 

c) subsidies aan het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, alsook aan de Global Campus, aan het Europees Interuniversitair Centrum voor mensenrechten en democratisering, dat een Europese masteropleiding in mensenrechten en democratisering aanbiedt, en het daaraan gerelateerde netwerk van universiteiten die postacademische diploma's op het gebied van mensenrechten uitreiken, met inbegrip van beurzen voor studenten, onderzoekers, docenten en mensenrechtenactivisten uit derde landen.

 

d) Kleine projecten zoals beschreven in artikel 23 bis van Verordening ... [NDICI-verordening].

 

Begrotingssteun als bedoeld in punt c) van lid 1, onder meer door prestatiecontracten voor sectorale hervorming, wordt gebaseerd op de eigen verantwoordelijkheid van een land, op wederzijdse verantwoordingsplicht en gemeenschappelijke verbintenissen tot universele waarden, democratie, mensenrechten, gendergelijkheid, sociale inclusie, menselijke ontwikkeling en de rechtsstaat, en is gericht op versterking van de partnerschappen tussen de Unie en de partnerlanden. Deze steun wordt onder meer ingezet voor versterkte beleidsdialoog, capaciteitsontwikkeling en beter bestuur, in aanvulling op de inspanningen van de partners om meer inkomsten te innen en middelen beter te besteden en ter ondersteuning van een duurzame en inclusieve sociaal-economische ontwikkeling die iedereen ten gunste komt, het scheppen van fatsoenlijke banen, waarbij bijzondere aandacht moet uitgaan naar jongeren, het verkleinen van ongelijkheid en de uitbanning van armoede; dit alles met inachtneming van de plaatselijke economie, het milieu en sociale rechten.

 

Elk besluit om begrotingssteun te verstrekken, is gebaseerd op door de Unie overeengekomen begrotingssteunmaatregelen, een duidelijke reeks subsidiabiliteitscriteria en een zorgvuldige beoordeling van de risico's en voordelen. Een van de belangrijkste bepalende elementen van dat besluit is een beoordeling van het engagement, de prestaties en de vorderingen van de partnerlanden met betrekking tot democratie, mensenrechten en de rechtsstaat.

 

4.  Begrotingssteun wordt gedifferentieerd op basis van de politieke, economische en sociale context van het partnerland, waarbij rekening wordt gehouden met kwetsbare situaties.

 

Wanneer begrotingssteun wordt verleend overeenkomstig artikel 236 van het Financieel Reglement bepaalt en monitort de Commissie duidelijke criteria met betrekking tot de voorwaarden voor de begrotingssteun, inclusief vorderingen op het gebied van hervormingen en transparantie, en ondersteunt zij de ontwikkeling van parlementaire controle, nationale auditcapaciteit, deelname van maatschappelijke organisaties aan toezicht, en verbeterde transparantie van en publieke toegang tot informatie, alsook ontwikkeling van sterke systemen voor overheidsopdrachten die de ontwikkeling van de plaatselijke economie en plaatselijke bedrijven ondersteunen.

 

5.  De uitbetaling van begrotingssteun geschiedt op basis van indicatoren waaruit blijkt dat voldoende vooruitgang wordt geboekt bij het verwezenlijken van de doelstellingen die zijn overeengekomen met het partnerland.

 

6.  Financieringsinstrumenten in het kader van deze verordening kunnen de vorm aannemen van leningen, garanties, eigen vermogen of quasi-eigenvermogen, investeringen of participaties, en risicodelingsinstrumenten, waar mogelijk en in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in artikel 209, lid 1, van het Financieel Reglement onder leiding van de EIB, een multilaterale Europese financiële instelling, zoals de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, of een bilaterale Europese financiële instelling, bijvoorbeeld bilaterale ontwikkelingsbanken, eventueel te combineren met bijkomende andere vormen van financiële steun, zowel van de lidstaten en derde partijen.

 

Bijdragen aan financieringsinstrumenten van de Unie in het kader van deze verordening kunnen worden ingediend door de lidstaten, alsook door elke entiteit als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

 

7. Die financieringsinstrumenten mogen ten behoeve van toepassing en rapportage worden samengevoegd in faciliteiten.

 

8. De Commissie en de EDEO gaan geen nieuwe acties aan en verlengen geen bestaande acties met entiteiten die geregistreerd of gevestigd zijn in rechtsgebieden die in het kader van het desbetreffende Uniebeleid als niet-coöperatieve rechtsgebieden gelden of die krachtens artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad als derde landen met een hoog risico zijn aangemerkt, of die in de praktijk niet voldoen aan op Unie- of internationaal niveau overeengekomen fiscale normen inzake transparantie en informatie-uitwisseling.

 

9.  De bijstand van de Unie leidt niet tot de instelling van specifieke belastingen, rechten of heffingen noch tot de inning daarvan.

 

10.  Belastingen, rechten en heffingen die worden opgelegd door de partnerlanden, kunnen in aanmerking komen voor financiering in het kader van deze verordening.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>74</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 8 septies (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 septies

 

Overdrachten, jaarlijkse tranches, vastleggingskredieten, terugbetalingen en door financieringsinstrumenten gegenereerde inkomsten

 

1.  In aanvulling op artikel 12, lid 2, van het Financieel Reglement worden ongebruikte vastleggings- en betalingskredieten in het kader van deze verordening automatisch overgedragen en mogen zij worden vastgelegd tot 31 december van het volgende begrotingsjaar. Het overgedragen bedrag wordt in het volgende begrotingsjaar als eerste gebruikt.

 

De Commissie verstrekt het Europees Parlement en de Raad informatie, met inbegrip van de bedragen in kwestie, over kredieten die automatisch zijn overgedragen overeenkomstig artikel 12, lid 6, van het Financieel Reglement.

 

2.  Naast de voorschriften van artikel 15 van het Financieel Reglement over de wederopvoering van kredieten, worden vastleggingskredieten die overeenkomen met het bedrag van vrijmakingen die zijn verricht wegens gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van een actie in het kader van deze verordening, wederopgevoerd ten voordele van het oorspronkelijke begrotingsonderdeel.

 

Verwijzingen naar artikel 15 van het Financieel Reglement in artikel 12, lid 1, onder b), van de verordening tot vaststelling van het meerjarig financieel kader worden opgevat als een verwijzing naar dit lid voor de toepassing van deze verordening.

 

3.  Vastleggingen in de begroting voor acties waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, kunnen over verschillende jaren in jaarlijkse tranches worden opgedeeld, in overeenstemming met artikel 112, lid 2, van het Financieel Reglement.

 

Artikel 114, lid 2, derde alinea, van het Financieel Reglement is niet van toepassing op deze meerjarige acties. De Commissie haalt ambtshalve elke tranche van een vastleggingskrediet door die op 31 december van het vijfde jaar volgend op dat van de vastlegging niet is gebruikt voor voorfinanciering of tussentijdse betalingen of waarvoor geen gecertificeerde uitgavenstaat of enig betalingsverzoek werd ingediend.

 

Lid 2 van dit artikel is eveneens van toepassing op de jaarlijkse tranches.

 

4.  In afwijking van artikel 209, lid 3, van het Financieel Reglement worden inkomsten en terugbetalingen die worden gegenereerd door een financieringsinstrument, toegewezen aan het begrotingsonderdeel als interne bestemmingsontvangsten, na aftrek van beheerskosten en vergoedingen. De Commissie verricht om de vijf jaar een evaluatie van de bijdrage die de bestaande financieringsinstrumenten hebben geleverd tot de doelstellingen van de Unie, alsmede van de doeltreffendheid van deze financieringsinstrumenten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>75</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 9 – lid 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Indien programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking overeenkomstig artikel 12 van [de ETS-verordening] worden beëindigd, kan de steun voor het stopgezette programma die via deze verordening was verleend en beschikbaar blijft, worden gebruikt voor de financiering van andere activiteiten die voor steun in het kader van deze verordening in aanmerking komen.

4. Indien programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking overeenkomstig artikel 12 van [de ETS-verordening] worden beëindigd, kan de steun voor het stopgezette programma die via deze verordening was verleend en beschikbaar blijft, worden gebruikt voor de financiering van andere activiteiten die voor steun in het kader van deze verordening in aanmerking komen. Indien er geen in aanmerking komende activiteiten zijn die tijdens het lopende jaar financiering behoeven, kunnen de kredieten in dit geval naar het volgende jaar worden overgeheveld. 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>76</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Hoofdstuk VI – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

MONITORING EN EVALUATIE

MONITORING, VERSLAGGEVING, EVALUATIE EN COMMUNICATIE

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>77</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De indicatoren voor de monitoring van de uitvoering van IPA III en de vorderingen bij de verwezenlijking van de in artikel 3 vastgestelde specifieke doelstellingen zijn opgenomen in bijlage IV bij deze verordening.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) 

</Amend>

 

<Amend>Amendement  <NumAm>78</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – lid 4</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Bij het resultatenkader voor de IPA III-steun wordt rekening gehouden met de uitbreidingsverslagen, in aanvulling op de in bijlage IV opgenomen indicatoren.

4. Bij het resultatenkader voor de IPA III-steun wordt rekening gehouden met de uitbreidingsverslagen en de beoordelingen van de economische hervormingsprogramma's door de Commissie, in aanvulling op de in bijlage IV opgenomen indicatoren.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>79</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – lid 4 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. De Commissie dient de in artikel 32 van Verordening (EU) .../... [NDICI-verordening] bedoelde tussentijdse en definitieve evaluatieverslagen in bij het Europees Parlement en de Raad. De Commissie maakt deze verslagen openbaar.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>80</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 12 – lid 5</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Bij indirect beheer melden de in bijlage I vermelde begunstigden onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, waarover een eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal is opgesteld, onverwijld aan de Commissie en houden zij haar op de hoogte van het verloop van de administratieve en gerechtelijke procedures, zulks in aanvulling op artikel 129 van het Financieel Reglement betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Unie. De melding wordt elektronisch verricht met behulp van het Irregularity Management System dat door de Commissie is ingesteld.

5. Bij indirect beheer melden de begunstigden onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, waarover een eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal is opgesteld, onverwijld aan de Commissie en houden zij haar op de hoogte van het verloop van de administratieve en gerechtelijke procedures, zulks in aanvulling op artikel 129 van het Financieel Reglement betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Unie. De melding wordt elektronisch verricht met behulp van het Irregularity Management System dat door de Commissie is ingesteld. De Commissie steunt de begunstigden bij de ontwikkeling van parlementaire controle- en auditbevoegdheden en bij het streven naar grotere transparantie en openbare toegankelijkheid van informatie. De Commissie, de HV/VV en in het bijzonder de delegaties van de Unie bij de begunstigden zorgen ervoor dat alle toewijzingen van middelen onder indirect beheer op transparante, gedepolitiseerde en ongedeelde wijze plaatsvinden, onder meer dankzij een billijke verdeling, overeenkomstig de behoeften van regio's en lokale gemeenschappen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>81</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend.

2. De in het artikel 7, lid 3, artikel 7 bis en de artikelen 13 en 15 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>82</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 14 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 bis

 

Democratische verantwoordingsplicht

 

1. Teneinde de dialoog tussen de instellingen en diensten van de Unie, in het bijzonder het Europees Parlement, de Commissie en de EDEO, te versterken, de algehele samenhang van alle externe financieringsinstrumenten te bevorderen en te zorgen voor meer transparantie en verantwoordingsplicht alsook voor doelmatigheid bij de aanneming van handelingen en maatregelen door de Commissie, kan het Europees Parlement de Commissie en de EDEO vragen voor het Parlement te verschijnen om de strategische oriëntaties en richtsnoeren voor de programmering in het kader van deze verordening te bespreken. Die dialoog kan plaatsvinden voorafgaand aan de vaststelling van gedelegeerde handelingen en van het ontwerp van de jaarlijkse begroting door de Commissie, en kan op verzoek van het Europees Parlement of de Commissie ook op ad-hocbasis plaatsvinden, in het licht van belangrijke politieke ontwikkelingen.

 

2. Wanneer er een in lid 1 vermelde dialoog gepland is, leggen de Commissie en de EDEO het Europees Parlement alle relevante documenten voor die dialoog voor. Indien de dialoog betrekking heeft op de jaarlijkse begroting, verschaffen zij geconsolideerde informatie over alle overeenkomstig artikel 8 quater vastgestelde of geplande actieplannen en -maatregelen, informatie inzake samenwerking per land, regio en thematisch gebied, het gebruik van snelleresponsacties en de garantie voor extern optreden.

 

3. De Commissie en de EDEO houden zoveel mogelijk rekening met het standpunt van het Europees Parlement. Indien de Commissie of de EDEO geen rekening houden met de standpunten van het Europees Parlement, verstrekken zij hiervoor een deugdelijke motivering.

 

4. De Commissie en de EDEO zijn met name via de in artikel 7 quater bedoelde stuurgroep verantwoordelijk voor het informeren van het Europees Parlement over de stand van zaken met betrekking tot de toepassing van deze verordening en in het bijzonder over lopende maatregelen en acties alsook resultaten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>83</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 15 – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften

Vaststelling van nadere voorschriften

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>84</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 15 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Specifieke voorschriften tot vaststelling van uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening, in het bijzonder met betrekking tot de ter voorbereiding van de toetreding op te zetten structuren en steun voor plattelandsontwikkeling, worden vastgesteld volgens de in artikel 16 bedoelde onderzoeksprocedure.

1. Specifieke voorschriften met betrekking tot de ter voorbereiding van de toetreding op te zetten structuren en steun voor plattelandsontwikkeling, worden vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>85</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 15 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

2. De Commissie stelt actieplannen en maatregelen vast bij besluit in overeenstemming met het Financieel Reglement.

</Amend><Amend>Amendement  <NumAm>86</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 16</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 16

Schrappen

Comité

 

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité, het "comité voor het instrument voor pretoetredingssteun" (IPA III-comité). Dat comité is een comité in de zin van [Verordening (EU) nr. 182/2011].

 

2.  In gevallen waarin het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.

 

3.  Een waarnemer van de EIB neemt deel aan de werkzaamheden van het comité voor wat betreft kwesties die betrekking hebben op de EIB.

 

4.  Het IPA III-comité staat de Commissie bij en is bevoegd voor rechtshandelingen en vastleggingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/2006 en Verordening (EU) nr. 231/2014 en voor de uitvoering van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 389/2006.

 

5.  Het IPA III-comité is niet bevoegd voor de bijdrage aan Erasmus+ als bedoeld in artikel 5, lid 3.

 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>87</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 17 – titel</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Informatie, communicatie en publiciteit

Informatie, communicatie, zichtbaarheid en publiciteit

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>88</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 17 – lid 1</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De artikelen 36 en 37 van [de NDICI-verordening] zijn van toepassing.

1. Bij het verlenen van financiële steun uit hoofde van deze verordening nemen de Commissie, de HV/VV en in het bijzonder de EU-delegaties bij de begunstigden alle noodzakelijke maatregelen om de zichtbaarheid van de financiële steun van de Unie te waarborgen, met inbegrip van de controle van de naleving van de vereisten door de ontvangers. Door IPA gefinancierde acties zijn onderworpen aan de vereisten die in de Communicatie- en zichtbaarheidshandleiding betreffende externe maatregelen van de Europese Unie zijn vastgesteld. De Commissie stelt richtsnoeren vast voor door de Unie gefinancierde projecten met betrekking tot zichtbaarheids- en communicatieacties voor elke begunstigde.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>89</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 17 – lid 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De Commissie neemt maatregelen ter versterking van de strategische communicatie en de publieke diplomatie om de waarden van de Unie over te brengen en de toegevoegde waarde van de steun van de Unie te benadrukken.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>90</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 17 – lid 1 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. De ontvangers van EU-financiering moeten de oorsprong van de financiering van de Unie erkennen en ervoor zorgen dat deze goed zichtbaar is door:

 

a) te zorgen voor een verklaring, waarmee op zichtbare wijze de steun van de Unie in de verf wordt gezet op documenten en communicatiemateriaal over de uitvoering van de fondsen, inclusief op een officiële website, indien een dergelijke website bestaat; en

 

b) de bevordering van de acties en de resultaten ervan middels samenhangende, doeltreffende en evenredige gerichte informatie aan meerdere doelgroepen, waaronder de media en het publiek.

 

De Commissie voert de informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot deze verordening, evenals tot de acties die zij heeft vastgesteld en de behaalde resultaten ervan. De aan deze verordening toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij direct verband houden met de in artikel 3 en bijlagen II en III bedoelde doelstellingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>91</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Artikel 19 – lid 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2021.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>92</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter a</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) Het tot stand brengen en vanaf het prille begin bevorderen van het goed functioneren van de instellingen die nodig zijn voor een goed werkende rechtsstaat. Het optreden op dit gebied beoogt: het tot stand brengen van onafhankelijke, verantwoordingsplichtige en efficiënte rechtsstelsels, met onder meer transparante en op verdienste gebaseerde systemen voor aanwerving, beoordeling en promotie en doeltreffende disciplinaire procedures bij gevallen van vergrijp, en de bevordering van justitiële samenwerking; het tot stand brengen van solide grensbewakingssystemen, het beheer van migratiestromen en asielverlening aan wie in nood verkeert; het ontwikkelen van doeltreffende middelen ter voorkoming en bestrijding van georganiseerde criminaliteit, mensenhandel, smokkel van migranten, witwaspraktijken/financiering van terrorisme en corruptie; het bevorderen en beschermen van de rechten van de mens, van de rechten van personen die tot minderheden behoren – waaronder Roma, lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen – en van de fundamentele vrijheden, waaronder mediavrijheid en gegevensbescherming.

(a) Het tot stand brengen en vanaf het prille begin bevorderen van het goed functioneren van de instellingen die nodig zijn voor een goed werkende rechtsstaat. Het optreden op dit gebied beoogt: de scheiding der machten, het tot stand brengen van onafhankelijke, verantwoordingsplichtige en efficiënte rechtsstelsels, met onder meer transparante en op verdienste gebaseerde systemen voor aanwerving, beoordeling en promotie en doeltreffende disciplinaire procedures bij gevallen van vergrijp, en de bevordering van justitiële samenwerking; het tot stand brengen van adequate grensbewakingssystemen, het beheer van migratiestromen en asielverlening aan wie in nood verkeert; het ontwikkelen van doeltreffende middelen ter voorkoming en bestrijding van georganiseerde criminaliteit, mensenhandel, smokkel van migranten, drugshandel, witwaspraktijken/financiering van terrorisme en corruptie; het bevorderen en beschermen van de rechten van de mens, inclusief de rechten van het kind en van personen die tot minderheden behoren – waaronder Roma, lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen –, de gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de fundamentele vrijheden, waaronder mediavrijheid en gegevensbescherming.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>93</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter c</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) Het versterken van de economische governance. Het optreden beoogt het ondersteunen van de deelname aan programma's voor economische hervorming en het bevorderen van systematische samenwerking met internationale financiële instellingen met betrekking tot de fundamentele aspecten van economisch beleid. Het versterken van het vermogen om de macro-economische stabiliteit te vergroten en het ondersteunen van het streven naar een functionerende markteconomie die in staat is het hoofd te bieden aan de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de Unie.

(c) Het versterken van de economische governance. Het optreden beoogt het ondersteunen van de deelname aan programma's voor economische hervorming en van systematische samenwerking met internationale financiële instellingen met betrekking tot de fundamentele aspecten van economisch beleid, alsook het versterken van multilaterale economische instellingen. Het versterken van het vermogen om de macro-economische stabiliteit en sociale cohesie te vergroten en het ondersteunen van het streven naar duurzame ontwikkeling en een functionerende markteconomie die in staat is het hoofd te bieden aan de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de Unie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>94</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter d</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) Het versterken van de capaciteit van de Unie en haar partners voor het voorkomen van conflicten, het opbouwen van vrede en het aanpakken van pre- en postcrisissituaties, onder meer door middel van vroegtijdige waarschuwing en conflictbewuste risicoanalyse; het bevorderen van netwerkvorming tussen personen, verzoening, vredesopbouw en vertrouwenwekkende maatregelen; het ondersteunen van capaciteitsopbouw ter bevordering van acties op het gebied van veiligheid en ontwikkeling (CBSD).

(d) Het versterken van de capaciteit van de Unie en haar partners voor het voorkomen van conflicten, het opbouwen van vrede, goede nabuurschapsrelaties en het aanpakken van pre- en postcrisissituaties, onder meer door middel van vroegtijdige waarschuwing en conflictbewuste risicoanalyse; het bevorderen van netwerkvorming tussen personen, verzoening, verantwoordingsplicht, internationale rechtspleging, vredesopbouw en vertrouwenwekkende maatregelen, inclusief het opzetten van de regionale commissie voor het vaststellen van feiten over oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van de mensenrechten gepleegd in het voormalige Joegoslavië (RECOM), evenals het ondersteunen van capaciteitsopbouw ter bevordering van acties op het gebied van veiligheid en ontwikkeling (CBSD); en het versterken van de capaciteit voor cyberdefensie en strategische communicatie ter bevordering van systematische opsporing van desinformatie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>95</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter e</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) Het versterken van de capaciteit van de organisaties van het maatschappelijk middenveld en van de sociale partners, waaronder verenigingen van beroepsbeoefenaren, in de in bijlage I vermelde begunstigden en het aanmoedigen van netwerkvorming op alle niveaus tussen in de Unie gevestigde organisaties en de organisaties van de in bijlage I vermelde begunstigden, met het oog op een daadwerkelijke dialoog tussen publieke en private actoren.

(e) Het versterken van de capaciteit, onafhankelijkheid en pluriformiteit van de organisaties van het maatschappelijk middenveld en van de sociale partners, waaronder verenigingen van beroepsbeoefenaren, en begunstigden, en aanmoediging van netwerkvorming op alle niveaus tussen in de Unie gevestigde organisaties en organisaties van de begunstigden op alle niveaus, met het oog op een daadwerkelijke dialoog tussen publieke en private actoren. Het doel is ervoor te zorgen dat de steun voor een verscheidenheid aan organisaties van begunstigden zo breed mogelijk toegankelijk is.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>96</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter f</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) Het bevorderen van de afstemming van de regels, normen, beleidsmaatregelen en praktijken van de partnerlanden op die van de Unie, met inbegrip van staatssteunregels.

(f) Het bevorderen van de afstemming van de regels, normen, beleidsmaatregelen en praktijken van de partnerlanden op die van de Unie, met inbegrip van het GBVB, regels inzake openbare aanbesteding en staatssteunregels.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>97</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter g</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g) Het versterken van de toegang tot en de kwaliteit van onderwijs, opleiding en een leven lang leren op alle niveaus en het ondersteunen van de cultuursector en de creatieve sectoren. Het optreden op dit gebied beoogt: het bevorderen van gelijke toegang tot kwalitatief hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie en opvangdiensten, lager en secundair onderwijs en het verbeteren van het aanbod van basisvaardigheden; het verhogen van het opleidingsniveau; het terugdringen van vroegtijdige schoolverlating en het versterken van de opleiding van leerkrachten; het ontwikkelen van stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding (VET) en het bevorderen van werkgerelateerde opleidingen om de overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken; het verbeteren van de kwaliteit en de relevantie van het hoger onderwijs; het stimuleren van alumni-activiteiten; het verruimen van de toegang tot een leven lang leren, en het ondersteunen van investeringen in de onderwijs- en opleidingsinfrastructuur, met name om territoriale verschillen te beperken en niet gesegregeerd onderwijs te bevorderen, onder meer door het gebruik van digitale technologieën.

(g) Het versterken van de toegang tot en de kwaliteit van onderwijs, opleiding en een leven lang leren op alle niveaus en het ondersteunen van de cultuursector en de creatieve sectoren en sport. Het optreden op dit gebied beoogt: het bevorderen van gelijke toegang tot kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en gemeenschapsgebaseerde voor- en vroegschoolse educatie en opvangdiensten, lager en secundair onderwijs en het verbeteren van het aanbod van basisvaardigheden; het verhogen van het opleidingsniveau; het terugdringen van vroegtijdige schoolverlating en het versterken van de opleiding van leerkrachten; emancipatie van kinderen en jongeren en hen in staat stellen hun volledige potentieel te benutten; het ontwikkelen van stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding (VET) en het bevorderen van werkgerelateerde opleidingen om de overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken; het verbeteren van de kwaliteit en de relevantie van het hoger onderwijs; het stimuleren van alumni-activiteiten; het verruimen van de toegang tot een leven lang leren en fysieke activiteiten, en het ondersteunen van investeringen in de onderwijs-, opleidings- en sportinfrastructuur, met name om territoriale verschillen te beperken en niet-gesegregeerd onderwijs te bevorderen, onder meer door het gebruik van digitale technologieën.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>98</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter h</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h) Het bevorderen van kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en toegang tot de arbeidsmarkt. Het optreden op dit gebied beoogt: het aanpakken van hoge werkloosheid en inactiviteit door duurzame integratie op de arbeidsmarkt te ondersteunen, met name van jongeren (in het bijzonder jongeren die niet werken en geen school of opleiding volgen (NEET)), vrouwen, langdurig werklozen en alle ondervertegenwoordigde groepen. De maatregelen stimuleren het creëren van banen van hoge kwaliteit en ondersteunen de doeltreffende handhaving van arbeidsvoorschriften en normen op het gehele grondgebied. Andere belangrijke gebieden waarop maatregelen worden genomen betreffen het ondersteunen van gendergelijkheid; het bevorderen van inzetbaarheid en productiviteit; het aanpassen van werknemers en ondernemingen aan veranderingen; het tot stand brengen van een duurzame sociale dialoog, en het moderniseren en versterken van de arbeidsmarktinstellingen, zoals openbare arbeidsvoorzieningsdiensten en arbeidsinspectiediensten.

(h) Het bevorderen van kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en toegang tot de arbeidsmarkt. Het optreden op dit gebied beoogt: het aanpakken van hoge werkloosheid en inactiviteit door duurzame integratie op de arbeidsmarkt te ondersteunen, met name van jongeren (in het bijzonder jongeren die niet werken en geen school of opleiding volgen (NEET)), vrouwen, langdurig werklozen en alle ondervertegenwoordigde groepen. De maatregelen stimuleren het creëren van banen van hoge kwaliteit en ondersteunen de doeltreffende handhaving van arbeidsvoorschriften en internationaal overeengekomen arbeidsnormen op het gehele grondgebied, onder andere door het bevorderen van de naleving van de belangrijkste beginselen en rechten als bedoeld in de Europese pijler van sociale rechten; Andere belangrijke gebieden waarop maatregelen worden genomen betreffen het ondersteunen van gendergelijkheid; het bevorderen van inzetbaarheid en productiviteit; het aanpassen van werknemers en ondernemingen aan veranderingen; het tot stand brengen van een duurzame sociale dialoog, en het moderniseren en versterken van de arbeidsmarktinstellingen, zoals openbare arbeidsvoorzieningsdiensten en arbeidsinspectiediensten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>99</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter i</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i) Het bevorderen van sociale bescherming en integratie en het bestrijden van armoede. Het opreden op dit gebied beoogt het moderniseren van socialebeschermingsstelsels om te voorzien in een doeltreffende, efficiënte en adequate bescherming in alle levensfasen; het stimuleren van sociale inclusie; het bevorderen van gelijke kansen, en het aanpakken van ongelijkheden en armoede. Het optreden op dit gebied beoogt ook: het integreren van gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma; het bestrijden van discriminatie op basis van geslacht, raciale of etnische herkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid; het verbeteren van de toegang tot betaalbare, duurzame en kwalitatief hoogwaardige diensten zoals voor- en vroegschoolse educatie en opvang, huisvesting, gezondheidszorg en essentiële sociale diensten en langdurige zorg, onder meer door de modernisering van de systemen voor sociale bescherming.

(i) Het bevorderen van sociale bescherming en integratie en het bestrijden van armoede. Het optreden op dit gebied beoogt het moderniseren van socialebeschermingsstelsels om te voorzien in een doeltreffende, efficiënte en adequate bescherming in alle levensfasen; het stimuleren van sociale inclusie; het bevorderen van gelijke kansen; het aanpakken van ongelijkheden en armoede en het bevorderen van de overgang van institutionele zorg naar gezins- en gemeenschapszorg. het bevorderen van gelijke kansen, en het aanpakken van ongelijkheden en armoede. Het optreden op dit gebied beoogt ook: het integreren van gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma; het bestrijden van discriminatie op basis van geslacht, raciale of etnische herkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid; het verbeteren van de toegang tot betaalbare, duurzame en kwalitatief hoogwaardige gezins- en gemeenschapsdiensten zoals inclusieve en niet-gesegregeerde voor- en vroegschoolse educatie en opvang, huisvesting, gezondheidszorg en essentiële sociale diensten en langdurige zorg, onder meer door de modernisering van de systemen voor sociale bescherming. Acties die om het even welke vorm van segregatie of sociale uitsluiting in de hand werken, mogen geen ondersteuning ontvangen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>100</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter j</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j) Het bevorderen van slim, duurzaam, inclusief en veilig vervoer en het elimineren van knelpunten in essentiële netwerkinfrastructuren, door middel van investeringen in projecten met een hoge toegevoegde waarde voor de EU. De investeringen moeten worden geprioriteerd op basis van hun relevantie voor TEN-T-verbindingen met de EU, hun bijdrage tot duurzame mobiliteit, lagere emissies, milieu-impact, veilige mobiliteit, in synergie met de hervormingen die worden gestimuleerd door het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap.

(j) Het bevorderen van slim, duurzaam, inclusief en veilig vervoer en het elimineren van knelpunten in essentiële netwerkinfrastructuren, door middel van investeringen in projecten met een hoge toegevoegde waarde voor de EU. De investeringen moeten worden geprioriteerd op basis van hun relevantie voor TEN-T-verbindingen met de EU, grensoverschrijdende verbindingen, het scheppen van werkgelegenheid, hun bijdrage tot duurzame mobiliteit, lagere emissies, milieu-impact, veilige mobiliteit, in synergie met de hervormingen die worden gestimuleerd door het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>101</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter k</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k) Het verbeteren van het klimaat voor de private sector en van het concurrentievermogen van ondernemingen, met inbegrip van slimme specialisatie, als essentiële stimulansen voor groei, het creëren van werkgelegenheid en cohesie. Er zal prioriteit worden gegeven aan projecten die leiden tot een beter ondernemingsklimaat.

(k) Het verbeteren van het klimaat voor de private sector en van het concurrentievermogen van ondernemingen, in het bijzonder kmo's, met inbegrip van slimme specialisatie, als essentiële stimulansen voor groei, het creëren van werkgelegenheid en cohesie. Er zal prioriteit worden gegeven aan duurzame projecten die leiden tot een beter ondernemingsklimaat.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>102</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter m</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(m) Het bijdragen tot de veiligheid en de zekerheid van de voedselvoorziening en het behoud van gediversifieerde en levensvatbare landbouwsystemen in levendige dorpsgemeenschappen en op het platteland.

(m) Het bijdragen tot de veiligheid en de zekerheid van de voedsel- en watervoorziening en het behoud van gediversifieerde en levensvatbare landbouwsystemen in levendige dorpsgemeenschappen en op het platteland.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>103</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter p</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(p) Meer mogelijkheden voor de agro-voedingssector en de visserijsector om het hoofd te bieden aan de concurrentiedruk en aan de marktkrachten en om zich geleidelijk aan de voorschriften en normen van de Unie aan te passen, onder inachtneming van economische, maatschappelijke en ecologische doelstellingen in het kader van een evenwichtige territoriale ontwikkeling van plattelands- en kustgebieden.

(p) Meer mogelijkheden voor de agro-voedingssector en de visserijsector om het hoofd te bieden aan de concurrentiedruk en aan de marktkrachten en om zich, met het oog op het vergroten van de capaciteit voor uitvoer naar de markt van de Unie, geleidelijk aan de voorschriften en normen van de Unie aan te passen, onder inachtneming van economische, maatschappelijke en ecologische doelstellingen in het kader van een evenwichtige territoriale ontwikkeling van plattelands- en kustgebieden.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>104</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage II – alinea 1 – letter p bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(p bis) Het bevorderen van activiteiten en het verbeteren van langetermijnstrategieën en -beleid ter voorkoming en bestrijding van radicalisering en gewelddadig extremisme.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>105</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage III – alinea 1 – letter a</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) Het bevorderen van de werkgelegenheid, arbeidsmobiliteit en maatschappelijke en culturele inclusie op grensoverschrijdend niveau, onder meer door integratie van grensoverschrijdende arbeidsmarkten, met inbegrip van grensoverschrijdende mobiliteit; gezamenlijke plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven; voorlichtings- en adviesdiensten en gemeenschappelijke opleiding; gendergelijkheid; gelijke kansen; integratie van immigrantengemeenschappen en kwetsbare groepen; investeringen in openbare arbeidsvoorzieningsdiensten, en steun voor investeringen in de volksgezondheid en sociale diensten.

(a) Het bevorderen van de werkgelegenheid, arbeidsmobiliteit en maatschappelijke en culturele inclusie op grensoverschrijdend niveau, onder meer door integratie van grensoverschrijdende arbeidsmarkten, met inbegrip van grensoverschrijdende mobiliteit; gezamenlijke plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven; voorlichtings- en adviesdiensten en gemeenschappelijke opleiding; gendergelijkheid; gelijke kansen; integratie van immigrantengemeenschappen en kwetsbare groepen; investeringen in openbare arbeidsvoorzieningsdiensten, en steun voor investeringen in de volksgezondheid alsook voor de omschakeling op gezins- en gemeenschapsgebaseerde sociale diensten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>106</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage III – alinea 1 – letter d bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis) Het bevorderen van de verwijdering van onnodige handelsbelemmeringen, met inbegrip van bureaucratische horden, tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen. 

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>107</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage III – alinea 1 – letter e</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) Het stimuleren van toerisme en het onder de aandacht brengen van cultureel en natuurlijk erfgoed.

(e) Het stimuleren van toerisme en sport, en het onder de aandacht brengen van cultureel en natuurlijk erfgoed.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>108</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage III – alinea 1 – letter f</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) Het investeren in de jeugd, in onderwijs en vaardigheden onder meer door middel van het ontwikkelen en implementeren van gemeenschappelijk onderwijs, beroepsopleiding, opleidingsprogramma's en infrastructuur ten behoeve van gezamenlijke jongerenactiviteiten.

(f) Het investeren in de jeugd, sport, onderwijs en vaardigheden onder meer door middel van het garanderen dat vaardigheden en kwalificaties worden erkend, het ontwikkelen en implementeren van gemeenschappelijk onderwijs, beroepsopleiding, opleidingsprogramma's en infrastructuur ten behoeve van gezamenlijke jongerenactiviteiten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>109</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage III – alinea 1 – letter g</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g) Het bevorderen van plaatselijke en regionale governance alsmede het versterken van de capaciteit van plaatselijke en regionale autoriteiten op het gebied van planning en administratie.

(g) Het bevorderen van plaatselijke en regionale governance, met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking tussen overheidsdiensten met het oog op het bevorderen van verzoening en vredesopbouw, en het versterken van de capaciteit van plaatselijke en regionale autoriteiten op het gebied van planning en administratie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>110</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage III – alinea 1 – letter g bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis) het investeren in de capaciteitsopbouw van maatschappelijke organisaties;

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>111</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage III – alinea 1 – letter g ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g ter) Het bevorderen van grensoverschrijdende samenwerking tussen overheidsdiensten met het oog op het bevorderen van verzoening en vredesopbouw, met inbegrip van de oprichting van de regionale commissie voor het vaststellen van feiten over oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van mensenrechten in het voormalige Joegoslavië (RECOM).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>112</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage III – alinea 1 – letter i bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis) Het verbeteren van grensoverschrijdende politiële en justitiële samenwerking en informatie-uitwisseling ter vergemakkelijking van het onderzoek naar en de vervolging van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en daaraan gerelateerde gevallen van economische en financiële criminaliteit en corruptie, illegale handel en smokkel.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>113</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – punt 1 – inleidende formule</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De onderstaande lijst van kernprestatie-indicatoren is een hulpmiddel voor het meten van de bijdrage van de Unie aan de verwezenlijking van haar specifieke doelstellingen.

De onderstaande lijst van kernprestatie-indicatoren en hun jaarlijkse evolutie is een hulpmiddel voor het meten van de bijdrage van de Unie aan de verwezenlijking van haar specifieke doelstellingen en de door de begunstigden geboekte vooruitgang.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>114</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Samengestelde indicator betreffende de inspanningen van de partners op het gebied van verzoening, vredesopbouw, goede nabuurschapsbetrekkingen, internationale verplichtingen, gendergelijkheid en vrouwenrechten.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>115</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  Een indicator voor het ontbreken van geweld in samenhang met de afname van conflictoorzaken (bijvoorbeeld politieke of economische uitsluiting) in vergelijking met een basisevaluatie.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>116</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 1 – punt 1 quater (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater. Het percentage van de bevolking in de begunstigde landen dat van mening is goed ingelicht te zijn over de bijstand van de Unie uit hoofde van deze verordening (bron: Europese Commissie).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>117</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Het percentage en de jaarlijkse ontwikkeling van de aanpassing aan de GBVB-besluiten en -maatregelen (bron: EDEO).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>118</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 1 – punt 5</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Overheidsuitgaven voor sociale zekerheid (als percentage van het bbp) (bron: IAO) of arbeidsparticipatie (bron: nationale statistieken).

5. Overheidsuitgaven voor sociale zekerheid (als percentage van het bbp) (bron: IAO), uitgaven gezondheidszorg, inkomensongelijkheid, armoedecijfers, arbeidsparticipatie en werkloosheidscijfers, zoals door officiële nationale statistieken wordt aangegeven.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>119</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. Veranderingen in de Gini-coëfficiënt van een begunstigde in de tijd.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>120</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 1 – punt 10</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10. Aantal programma's voor grensoverschrijdende samenwerking tussen IPA-begunstigden en IPA/EU-lidstaten (bron: Europese Commissie).

10. Aantal uitgevoerde programma's voor grensoverschrijdende samenwerking tussen IPA-begunstigden en IPA/EU-lidstaten, zoals door de Europese Commissie aangegeven.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>121</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis. Het aantal nieuwe organisaties dat in de loop der tijd aan acties en programma's deelneemt.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>122</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Bijlage IV – alinea 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De indicatoren worden, waar relevant, uitgesplitst naar geslacht.

De indicatoren worden, waar relevant, uitgesplitst naar minimumleeftijd en gender.

</Amend>

TOELICHTING

 

Sinds 2007 is het instrument voor pretoetredingssteun het belangrijkste financiële instrument ter ondersteuning van hervormingen in de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaten geweest, d.w.z. de zes landen van de Westelijke Balkan en Turkije, met als doel de begunstigden op de verplichtingen van het EU-lidmaatschap voor te bereiden. De IPA-financiering ondersteunt het toetredingsproces door capaciteiten op te bouwen en positieve, onomkeerbare langetermijnveranderingen in de landen tot stand te brengen, met de bedoeling in de toekomst lid van de EU te worden. Het wettelijk kader van de tweede generatie van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), dat in 2014 werd goedgekeurd, loopt op 31 december 2020 af.

Algemene opmerkingen

Het standpunt van het Parlement over het algemene financieel kader 2021-2027, weergegeven in het tussentijdse verslag over het nieuwe MFK (2018/0166R(APP)), krijgt vorm ten aanzien van de middelen voor de IPA III-verordening. Het MFK en het IPA III moeten vóór 2027 worden herzien voor het geval van toetreding tot de Unie, om rekening te kunnen houden met de daaruit voortvloeiende uitgavenvereisten.

De corapporteurs nemen nota van het voorstel om het IPA-budget voor 2021-2027 nominaal te verhogen tot 14,5 miljard EUR (huidige prijzen), maar zijn ervan overtuigd dat het niet halen of het overschrijden van de IPA II-toewijzingen voor 2014-2020 in reële termen, niet zal zorgen voor voldoende financiering gedurende de periode die van cruciaal belang is voor het toetredingsproces en de uitvoering van de EU-gerelateerde hervormingen.

IPA-financiering is een langetermijninvestering in de Europese toekomst van de Westelijke Balkan en een efficiënt gebruik van de EU-fondsen moet worden gewaarborgd door middel van strenge controle en toezicht om te zorgen voor resultaten en met het oog op toegevoegde waarde voor de belastingbetaler.

Onverminderd het definitieve besluit over de voorgestelde samenvoeging van de meeste andere externe financieringsinstrumenten van de EU (EFI's) in het kader van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI), is het belangrijk dat het uitbreidingsbeleid gefinancierd blijft worden in het kader van een afzonderlijk, specifiek instrument, waarbij voldoende afstemming en samenhang tussen de EFI's moet worden gewaarborgd. Uw corapporteurs onderstrepen dat het IPA een op zichzelf staand instrument moet blijven vanwege de specifieke aard van het uitbreidingsproces binnen het externe optreden, ondersteund door de strategie voor de Westelijke Balkan en de betrekkingen met Turkije.

Uw corapporteurs zijn ervan overtuigd dat de IPA-financiering voor grensoverschrijdende samenwerking met de EU-lidstaten in het kader van de Europese territoriale samenwerking (Interreg) moet worden beperkt en gecontroleerd om een evenwichtigere gezamenlijke bijdrage te waarborgen. Dit zou ervoor zorgen dat het niet in de plaats komt van de bestaande of potentiële samenwerking tussen IPA-begunstigden in het kader van de in bijlage II vastgestelde thematische prioriteiten, maar deze juist aanvult en aanmoedigt.

Duidelijkere strategische focus

Voor de kandidaat-lidstaten moet de derde generatie IPA als springplank fungeren voor de tenuitvoerlegging van het toekomstige cohesiekader na hun toetreding tot de EU; voor de potentiële kandidaat-lidstaten moet zij de weg vrijmaken om zich voor te bereiden op de hervormingen in verband met de toetredingsonderhandelingen.  Het is cruciaal om te zorgen voor een soepele overgang van IPA II naar IPA III en, na de toetreding van nieuwe leden, van IPA III naar het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen.

De pretoetredingssteun moet blijven worden gebruikt voor horizontale, op de EU gerichte politieke, institutionele, juridische, juridische, administratieve en sociaal-economische hervormingen in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten. De hervormingen zijn gebaseerd op de criteria van Kopenhagen, de conditionaliteit en de geleidelijke aanpassing aan de regels, normen en het beleid van de Unie.

De financiering moet opnieuw op de specifieke fundamentele behoeften en achterstallige essentiële hervormingen in elk van de betrokken landen worden gericht. Naast een sterkere nadruk op de gevestigde bestaande IPA-prioriteiten, die betrekking hebben op de rechtsstaat, de grondrechten, goed bestuur, sociaal-economische cohesie en een grondige voorbereiding van de 35 hoofdstukken van het EU-acquis, met inbegrip van de aanpassing van het GBVB, moet IPA III de weerbaarheid van de begunstigden op het gebied van migratie, veiligheid, gendergelijkheid, klimaatbescherming en handelsfacilitering versterken.

IPA III moet ook meer nadruk leggen op de sociale dimensie van het uitbreidingsbeleid door de samenhang en convergentie van de rechten en beginselen in de Europese pijler van de sociale rechten te bevorderen. Naast een sterkere nadruk op de sociale markteconomie, en sociale en regionale cohesie bij de uitvoering van IPA moet bij de tussentijdse evaluatie van IPA rekening worden gehouden met de sociale dimensie en moet deze worden beoordeeld aan de hand van duidelijke en meetbare indicatoren, zoals de Gini-coëfficiënt.

De EU moet haar inspanningen opnieuw richten op het versterken van de democratisering door de capaciteiten van de parlementen, het maatschappelijk middenveld en de media te versterken, en tegelijkertijd maatregelen te ondersteunen om een echte politieke dialoog en verzoening tot stand te brengen als voorwaarde voor vrede. In dit verband is grensoverschrijdende samenwerking, verbetering van de dialoog, de betrekkingen met de buurlanden, regionale connectiviteit en economische integratie van groot belang.

Sterkere rol voor het Europees Parlement

Hoewel de rol van het Parlement erin bestaat de lijnen uit te zetten voor en toezicht te houden op de instrumenten voor externe financiering in plaats van deze te "micromanagen", benadrukken uw corapporteurs de behoefte om de rol van het EP, alsook de plicht van de Commissie om het Parlement regelmatig, tijdig en volledig te betrekken, te handhaven.

Op basis van de lessen die zijn getrokken uit de tussentijdse evaluatie van IPA II, stellen uw rapporteurs voor om de betrokkenheid van het Europees Parlement te versterken zonder de snelheid van de besluitvorming in gevaar te brengen door meer gebruik te maken van de procedure voor gedelegeerde handelingen.

Uw rapporteurs zijn er ook van overtuigd dat het programmeringskader moet worden onderworpen aan een "uitdovingsclausule", die een echte tussentijdse evaluatie ervan zou waarborgen.

Het is van essentieel belang dat de standpunten van het EP op gebieden waarop het Parlement zijn eigen steunprogramma's heeft, zoals capaciteitsopbouw, bemiddeling en verkiezingswaarneming, volledig in aanmerking worden genomen in de algemene programmering.

Grotere betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en lokale overheden

Het is in het bijzonder belangrijk dat de financiering op een transparante, doeltreffende, verantwoordelijke, gedepolitiseerde en niet-discriminerende manier wordt toegewezen, met inbegrip van een billijke verdeling die de behoeften van de regio's en lokale gemeenschappen weerspiegelt.

Uw corapporteurs onderstrepen de cruciale rol die de EU-delegaties in de praktijk spelen bij het waarborgen van het correcte gebruik en de zichtbaarheid van de EU-financiering en bij het betrekken van een brede waaier aan relevante maatschappelijke organisaties en lokale overheden in de verschillende fasen van de steuncyclus.

Op prestaties gebaseerde benadering

De belangrijkste verandering binnen het voorgestelde programmeringskader is een verschuiving van toewijzingen per land naar toewijzingen op basis van prioriteiten volgens een beginsel van eerlijke verdeling, d.w.z. een IPA-programmering door vijf "vensters" die specifieke doelstellingen en prestaties weerspiegelen.

Uw corapporteurs ondersteunen de grotere flexibiliteit door van middelentoewijzingen per land over te stappen op thematische prioritaire "venster"-toewijzingen en een op prestaties gerichte benadering. De programmering en het prestatiekader van IPA III, gebaseerd op de behoeften en prestatiecriteria en het beginsel van een eerlijke verdeling, moeten in de loop van de uitwerking, uitvoering en evaluatie van IPA III via gedelegeerde handelingen worden geoperationaliseerd en afgestemd.

Verbeterde conditionaliteit

Hoewel zij een versterkte op prestaties gebaseerde benadering ondersteunen, stellen uw rapporteurs voor om de voorwaarden voor IPA-steun te versterken door de mogelijkheid te overwegen om pretoetredingssteun op te schorten in gevallen van schendingen van de beginselen van democratie, de rechtsstaat, eerbiediging van mensenrechten en fundamentele vrijheden en van verbintenissen die in relevante overeenkomsten met de Unie zijn afgesloten. In dit opzicht kan het monitorings-, opschortings- en herinstellingsmechanisme, dat in het stelsel van algemene preferenties (SAP) van de EU is verankerd, als voorbeeld dienen.

In overeenstemming met de artikelen 2 en 49, en naar analogie met artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, moeten de toekomstige EU-lidstaten worden geconfronteerd met opschorting van de steun van de Unie voor het schenden van fundamentele EU-waarden en voor een terugval van de rechtsstaat. In overeenstemming met de regeling voor gezond financieel beheer van het Financieel Reglement (nr. 966/2012), in overeenstemming met de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid, moet de Commissie ook betalingen in geval van systemische fouten opschorten en de wettigheid en regelmatigheid van transacties ter discussie stellen.

 

De corapporteurs herinneren aan de noodzaak van toepassing en follow-up van conditionaliteit op beleids- en projectniveau en de behoefte aan de versterking van systematisch(e) toezicht op en beoordeling van gevoelige programma's en projecten. Jaarlijkse toewijzingen moeten worden gebaseerd op een uitvoerbaar monitorings- en beoordelingskader dat door middel van een gedelegeerde handeling moet worden vastgesteld en op een grondige prestatieoefening, die de geboekte vooruitgang of het gebrek daaraan weerspiegelt.

 

Gezien de achterstanden en vertragingen bij de uitvoering van IPA I en II dringen uw rapporteurs erop aan de flexibiliteit te behouden om reeds vastgelegde middelen over te dragen en opnieuw vast te leggen, en de Commissie aan te moedigen om waar nodig het directe beheer opnieuw in te voeren, met name om corruptie op hoog niveau en georganiseerde misdaad te bestrijden, het maatschappelijk middenveld te versterken en de mediavrijheid te versterken.

Begrotingssteun moet worden verminderd of opgeschort in geval van systemische onregelmatigheden in de beheer- en controlesystemen of wanneer er onvoldoende vooruitgang wordt geboekt bij het bereiken van de met de begunstigde landen overeengekomen doelstellingen. Strengere voorwaarden voor begrotingssteun, gebaseerd op geboekte vooruitgang bij hervormingen en goed beheer, moeten gepaard gaan met gerichte steun voor de bevordering van de ontwikkeling van parlementaire controle en nationale auditcapaciteiten, meer transparantie en de toegang van het publiek tot informatie.

Verbeterde zichtbaarheid

Met IPA-steun voor de landen die lid van de EU willen worden, pleiten uw corapporteurs voor beter gerichte communicatie-inspanningen om de zichtbaarheid van de EU-financiering te waarborgen, voor een betere follow-up en om van de EU-investering te kunnen profiteren. De Commissie, de EU-delegaties ter plaatse en de begunstigden van IPA, moeten de communicatie over de resultaten van de EU-steun verbeteren om bij te dragen aan een beter begrip van de voordelen ervan bij het verbeteren van het leven van de burgers.

Gelijktrekken van de algemene voorschriften inzake externe financiering

Het uitbreidingsbeleid wordt weliswaar verder ondersteund met een specifiek instrument, maar de IPA III-bepalingen moeten coherent zijn met de globale financieringsstructuur voor het externe optreden van de Unie. Overeenkomstig het resultaat van de stemming in AFET over IPA III gaat het voor wat betreft de relevante horizontale bepalingen van deze verordening die moeten worden afgestemd op de bepalingen van de NDICI-verordening, om voorschriften inzake actieplannen en -maatregelen en toepassingsmethoden, beoordeling, governance en democratische verantwoordingsplicht.


 

 

 

ADVIES van de Commissie internationale handel (4.12.2018)

<CommissionInt>aan de Commissie buitenlandse zaken</CommissionInt>


<Titre>inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)</Titre>

<DocRef>(COM(2018)0465 – C8-0274/2018 – 2018/0247(COD))</DocRef>

Rapporteur voor advies: <Depute>David Borrelli</Depute>

 

 

AMENDEMENTEN

De Commissie internationale handel verzoekt de bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

<RepeatBlock-Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>1</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 2</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Het instrument voor pretoetredingssteun heeft aanzienlijk andere doelstellingen dan het externe optreden van de Unie in het algemeen, aangezien dit instrument erop gericht is de in bijlage I genoemde begunstigden voor te bereiden op het toekomstige lidmaatschap van de Unie en het toetredingsproces te ondersteunen. Het is daarom van essentieel belang dat er een specifiek instrument bestaat ter ondersteuning van de uitbreiding, met dien verstande dat dit een aanvulling dient te vormen op de algemene doelstellingen van het externe optreden van de Unie, en met name die van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI).

(2) Het instrument voor pretoetredingssteun heeft aanzienlijk andere doelstellingen dan het externe optreden van de Unie in het algemeen, aangezien dit instrument erop gericht is de in bijlage I genoemde begunstigden voor te bereiden op het toekomstige lidmaatschap van de Unie en het toetredingsproces te ondersteunen. Het is daarom van essentieel belang dat er een specifiek instrument bestaat ter ondersteuning van de uitbreiding, met dien verstande dat dit een aanvulling dient te vormen op en verenigbaar dient te zijn met de algemene doelstellingen van het externe optreden van de Unie, en met name die van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI).

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>2</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 5</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Het uitbreidingsbeleid van de EU is een investering in vrede, veiligheid en stabiliteit in Europa. Dit beleid leidt tot grotere economische en handelsmogelijkheden, tot wederzijds voordeel van de EU en de kandidaten voor het lidmaatschap van de Unie. Het vooruitzicht van het lidmaatschap van de Unie is een krachtige motor voor veranderingsprocessen en leidt tot democratische, politieke, economische en maatschappelijke veranderingen.

(5) Het uitbreidingsbeleid van de EU is een investering in vrede, veiligheid en stabiliteit in Europa. Dit beleid leidt tot grotere economische en handelsmogelijkheden, tot wederzijds voordeel van de EU en de kandidaten voor het lidmaatschap van de Unie, terwijl het beginsel van asymmetrische en geleidelijke integratie wordt geëerbiedigd om te zorgen voor een soepele overgang voor de kwetsbare economieën van de kandidaten voor het lidmaatschap. Het vooruitzicht van het lidmaatschap van de Unie is een krachtige motor voor veranderingsprocessen en leidt tot democratische, politieke, economische en maatschappelijke veranderingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>3</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 7</Article>

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Steun dient tevens te worden verleend uit hoofde van de overeenkomsten die de Unie heeft gesloten met de in bijlage I vermelde begunstigden. De steun moet er voornamelijk op toegespitst zijn de in bijlage I vermelde begunstigden te helpen hun democratische instellingen en de rechtsstaat te versterken, hun justitiële stelsel en openbaar bestuur te hervormen, de grondrechten te eerbiedigen en gendergelijkheid, verdraagzaamheid, sociale inclusie en non-discriminatie te bevorderen. Bij de bijstand moeten ook de belangrijkste beginselen en rechten, zoals vastgesteld in het kader van de Europese pijler van sociale rechten16, worden ondersteund. De bijstand moet de inspanningen blijven ondersteunen die de begunstigden leveren om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking alsmede de territoriale ontwikkeling te bevorderen, onder andere door uitvoering van de macroregionale strategieën van de Unie. Ook hun economische en sociale ontwikkeling en hun economische governance moeten worden gestimuleerd, waarbij moet worden gestreefd naar een agenda voor slimme, duurzame en inclusieve groei, onder meer door uitvoering van beleid inzake regionale ontwikkeling, landbouw- en plattelandsontwikkelingsbeleid, sociaal en werkgelegenheidsbeleid en de ontwikkeling van de digitale economie en de digitale samenleving, ook in overeenstemming met het vlaggenschipinitiatief Digitale Agenda voor de Westelijke Balkan.

(7) Steun dient tevens te worden verleend uit hoofde van de overeenkomsten die de Unie heeft gesloten met de in bijlage I vermelde begunstigden. De steun moet er voornamelijk op toegespitst zijn de in bijlage I vermelde begunstigden te helpen hun democratische instellingen en de rechtsstaat te versterken, hun justitiële stelsel en openbaar bestuur te hervormen, de grondrechten te eerbiedigen en gendergelijkheid, verdraagzaamheid, sociale inclusie en non-discriminatie te bevorderen. Bij de bijstand moeten ook de belangrijkste beginselen en rechten, zoals vastgesteld in het kader van de Europese pijler van sociale rechten16, worden ondersteund. De bijstand moet de inspanningen blijven ondersteunen die de begunstigden leveren om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking alsmede de territoriale ontwikkeling te bevorderen, onder andere door uitvoering van de macroregionale strategieën van de Unie. Ook moet deze goede betrekkingen tussen buurlanden, verzoening en regionale samenwerking bevorderen. De bijstand moet hun economische en sociale ontwikkeling en hun economische governance stimuleren, de economische integratie met de interne markt van de EU bevorderen, met inbegrip van douanesamenwerking, en bijdragen tot open en eerlijke handel, waarbij moet worden gestreefd naar een agenda voor slimme, duurzame en inclusieve groei, onder meer door uitvoering van beleid inzake regionale ontwikkeling, landbouw- en plattelandsontwikkelingsbeleid, sociaal en werkgelegenheidsbeleid en de ontwikkeling van de digitale economie en de digitale samenleving, ook in overeenstemming met het vlaggenschipinitiatief Digitale Agenda voor de Westelijke Balkan.

_________________

_________________

16 De Europese pijler van sociale rechten is door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 17 november 2017 plechtig afgekondigd tijdens de sociale top van Göteborg voor eerlijke banen en groei.

16 De Europese pijler van sociale rechten is door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 17 november 2017 plechtig afgekondigd tijdens de sociale top van Göteborg voor eerlijke banen en groei.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>4</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 8</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) De Unie moet, op basis van de ervaringen van haar lidstaten, de transitie van alle in bijlage I vermelde begunstigden naar de toetreding ondersteunen. Deze samenwerking moet met name gericht zijn op het delen van de ervaringen die de lidstaten in het hervormingsproces hebben opgedaan.

(8) De Unie moet, op basis van de ervaringen van haar lidstaten, de transitie van alle in bijlage I vermelde begunstigden naar de toetreding ondersteunen. Deze samenwerking moet met name gericht zijn op het delen van de ervaringen die de lidstaten in het hervormingsproces hebben opgedaan, in het bijzonder wat betreft de bevordering van economische en douanesamenwerking, en gezamenlijke actie ter bestrijding van corruptie, smokkel, witwaspraktijken en namaak.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>5</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 9 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) De Commissie moet de in bijlage I vermelde begunstigden aanmoedigen om deel te nemen aan de werkzaamheden van de Unie in verband met de bevordering van het multilateralisme en de verdere versterking van het internationale handelssysteem, met inbegrip van WTO-hervormingen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>6</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 11</Article>

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Het versterken van de rechtsstaat, waaronder de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit, en goed bestuur, met inbegrip van hervorming van het openbaar bestuur, blijven voor de meeste in bijlage I vermelde begunstigden belangrijke uitdagingen die van wezenlijk belang zijn om nader tot de Unie te kunnen komen en later volledig de verplichtingen van het lidmaatschap van de Unie te kunnen vervullen. Gezien het langetermijnkarakter van de hervormingen die op die gebieden moeten worden doorgevoerd en de noodzaak om een staat van dienst op te bouwen, moet de financiële steun uit hoofde van deze verordening zo spoedig mogelijk worden ingezet voor de vereisten waaraan de in bijlage I vermelde begunstigden moeten voldoen.

(11) Het versterken van de rechtsstaat, waaronder de bestrijding van corruptie, witwaspraktijken en georganiseerde criminaliteit, en goed bestuur, met inbegrip van hervorming van het openbaar bestuur, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, transparantie, openbare aanbestedingen, mededinging, staatssteun, intellectuele eigendom en buitenlandse investeringen, blijven voor de meeste in bijlage I vermelde begunstigden belangrijke uitdagingen die van wezenlijk belang zijn om nader tot de Unie te kunnen komen en later volledig de verplichtingen van het lidmaatschap van de Unie te kunnen vervullen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>7</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 12</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Volgens het beginsel van de participatieve democratie moet de Commissie voor alle in bijlage I vermelde begunstigden aanmoedigen dat parlementair toezicht wordt uitgeoefend op de steun die die begunstigden ontvangen.

(12) Volgens het beginsel van de participatieve democratie moet de Commissie in nauwe samenwerking met het Europees Parlement voor alle in bijlage I vermelde begunstigden aanmoedigen dat parlementair toezicht wordt uitgeoefend op de steun die die begunstigden ontvangen en de proactieve rol van nationale parlementen in het EU-toetredingsproces evenals de naleving van de toetredingscriteria bevorderen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>8</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 13</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De in bijlage I vermelde begunstigden moeten beter voorbereid zijn op wereldwijde uitdagingen zoals duurzame ontwikkeling en klimaatverandering, en zich aansluiten bij de inspanningen van de Unie om die problemen aan te pakken. Gelet op het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de verplichting die de Unie is aangegaan om de overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) uit te voeren, moet dit programma bijdragen aan de integratie van klimaatactie in het beleid van de Unie en de verwezenlijking van het algemene streven dat 25 % van de uitgaven op de EU-begroting de klimaatdoelstellingen moet ondersteunen. Bij de acties in het kader van dit programma zal naar verwachting 16 % van het totale budget van het programma bijdragen aan de klimaatdoelstellingen. De relevante acties zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het programma, en de totale bijdrage via dit programma zal worden geëvalueerd en getoetst.

(13) De in bijlage I vermelde begunstigden moeten beter voorbereid zijn op wereldwijde uitdagingen zoals duurzame ontwikkeling, klimaatverandering en het nastreven van een op regels en waarden gebaseerde wereldorde, en moeten zich aansluiten bij de inspanningen van de Unie om die problemen aan te pakken. Gelet op het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de verplichting die de Unie is aangegaan om de overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) uit te voeren, moet dit programma bijdragen aan de integratie van klimaatactie in het beleid van de Unie en de verwezenlijking van het algemene streven dat 25 % van de uitgaven op de EU-begroting de klimaatdoelstellingen moet ondersteunen. Bij de acties in het kader van dit programma zal naar verwachting 16 % van het totale budget van het programma bijdragen aan de klimaatdoelstellingen. De relevante acties zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het programma, en de totale bijdrage via dit programma zal worden geëvalueerd en getoetst.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>9</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 14 bis (nieuw)</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis) Maatregelen op grond van deze verordening moeten tevens bijdragen tot de handelsgerelateerde aspecten van het extern beleid van de Unie, zoals de "Hulp voor handel"-initiatieven, samenwerking met derde landen voor passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud, het Kimberleyproces, het Duurzaamheidspact, het toezicht op de verplichtingen van derde landen krachtens de SAP-verordening, om te zorgen voor politieke coherentie op het niveau van de EU en om de handelsregels en -voorschriften in een multilateraal kader te vrijwaren en verder te bevorderen.

</Amend>

<Amend>Amendement  <NumAm>10</NumAm>

<DocAmend>Voorstel voor een verordening</DocAmend>

<Article>Overweging 17</Article>

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) De prioritering van acties om de doelstellingen te bereiken op de betrokken beleidsterreinen die uit hoofde van deze verordening zullen worden ondersteund, moet door de Commissie worden vastgesteld in een programmeringskader voor de duur van het meerjarig financieel kader van de Unie voor de periode van 2021 tot 2027, in partnerschap met de in bijlage I vermelde begunstigden, op basis van de uitbreidingsagenda en hun specifieke behoeften en in overeenstemming met de in deze verordening omschreven algemene en specifieke doelstellingen, met inachtneming van de nationale strategieën ter zake. Het programmeringskader moet bepalen op welke gebieden bijstand moet worden verleend, met een indicatieve toewijzing per steungebied, inclusief een schatting van de klimaatgerelateerde uitgaven.

(17) De prioritering van acties om de doelstellingen te bereiken op de betrokken beleidsterreinen die uit hoofde van deze verordening zullen worden ondersteund, moet door de Commissie worden vastgesteld, in samenwerking met het Europees Parlement, in een programmeringskader voor de duur van het meerjarig financieel kader van de Unie voor de periode van 2021 tot 2027, in partnerschap met de in bijlage I vermelde begunstigden, op basis van de uitbreidingsagenda en hun specifieke behoeften en in overeenstemming met de in deze verordening omschreven algemene en specifieke doelstellingen, met inachtneming van de nationale strategieën ter zake. Het programmeringskader moet bepalen op welke gebieden bijstand moet worden verleend, met een indicatieve toewijzing per steungebied, inclusief een schatting van de klimaatgerelateerde uitgaven.

</Amend>

<Amend>