Procedure : 2018/0210(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0176/2019

Ingediende teksten :

A8-0176/2019

Debatten :

PV 03/04/2019 - 14
CRE 03/04/2019 - 14

Stemmingen :

PV 04/04/2019 - 6.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0343

VERSLAG     ***I
PDF 787kWORD 343k
18.3.2019
PE 625.439v03-00 A8-0176/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2018)0390 – C8-0270/2018 – 2018/0210(COD))

Commissie visserij

Rapporteur: Gabriel Mato

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2018)0390 – C8-0270/2018 – 2018/0210(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0390),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 42, artikel 43, lid 2, artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 175, artikel 188, artikel 192, lid 1, artikel 194, lid 2, artikel 195, lid 2, en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0270/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van … 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 16 mei 2018(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie Regionale ontwikkeling (A8-0176/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad

inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst en betekent ook dat de afkorting verandert van EFMZV in EFMZVA. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Motivering

Het fonds moet de naam "Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA)" krijgen. Het belang van de aquacultuur neemt geleidelijk toe in de EU en de rest van de wereld. Daarom verdient deze sector een​afzonderlijk hoofdstuk in zowel het EU-visserijbeleid als in de fondsen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Visum 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 42, artikel 43, lid 2, artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 175, artikel 188, artikel 192, lid 1, artikel 194, lid 2, artikel 195, lid 2, en artikel 349,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 13 en 42, artikel 43, lid 2, artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 175, artikel 188, artikel 192, lid 1, artikel 194, lid 2, artikel 195, lid 2, en artikel 349,

Motivering

Artikel 13: Bij het formuleren en uitvoeren van het beleid van de Unie op het gebied van landbouw, visserij, vervoer, interne markt en onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte, houden de Unie en de lidstaten ten volle rekening met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren als wezens met gevoel, onder eerbiediging van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en gebruiken van de lidstaten met betrekking tot met name godsdienstige riten, culturele tradities en regionaal erfgoed.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Er moet een Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) voor de periode 2021-2027 worden opgericht. Dat fonds moet erop gericht zijn om financiering uit de begroting van de Unie aan te wenden voor de ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), het maritiem beleid van de Unie en de internationale verbintenissen van de Unie op het gebied van oceaangovernance. Dergelijke financiering is onontbeerlijk voor een duurzame visserij en de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee, voor voedselzekerheid door een aanbod van vis en schaal- en schelpdieren, voor de groei van een duurzame blauwe economie en voor gezonde, veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen.

(1)  Er moet een Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) voor de periode 2021-2027 worden opgericht. Dat fonds moet erop gericht zijn om financiering uit de begroting van de Unie aan te wenden voor de ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), het maritiem beleid van de Unie en de internationale verbintenissen van de Unie op het gebied van oceaangovernance. Dergelijke financiering is onontbeerlijk voor een duurzame visserij, met inbegrip van de instandhouding van de biologische rijkdommen en habitats van de zee, voor duurzame aquacultuur, voor voedselzekerheid door een aanbod van vis en schaal- en schelpdieren, voor de groei van een duurzame blauwe economie, voor welvaart en economische en sociale cohesie in visserij- en aquacultuurgemeenschappen en voor gezonde, veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen. Steun in het kader van het EFMZV moet tevens bijdragen tot het voorzien in de behoeften van zowel producenten als consumenten.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Op grond van de Overeenkomst van Parijs moeten de klimaatgerelateerde horizontale uitgaven aanzienlijk worden opgetrokken ten opzichte van het huidige meerjarig financieel kader (MFK) en zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 30 % bedragen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  In zijn resoluties van 14 maart 2018 en 30 mei 2018 over het MFK voor de periode 2021-2027 heeft het Europees Parlement gewezen op het belang van de horizontale beginselen die ten grondslag moeten liggen aan het MFK 2021-2027 en al het daarmee verband houdende beleid van de EU. Het Parlement herhaalde in verband daarmee zijn standpunt dat de Unie haar engagement moet nakomen om een voortrekkersrol te vervullen met betrekking tot de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) en betreurde het ontbreken van een duidelijk en zichtbaar engagement in deze zin in de voorstellen over het MFK. Daarom drong het Parlement aan op de integratie van de SDG's in alle Uniebeleidsmaatregelen en ‑initiatieven van het volgende MFK. Bovendien herhaalde het dat een sterkere en ambitieuzere Unie alleen kan worden verwezenlijkt als er meer financiële middelen voor worden vrijgemaakt. Daarom drong het Parlement aan op voortdurende steun voor het bestaande beleid, in het bijzonder het gevestigde en in de Verdragen verankerde EU-beleid, met name het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het GVB en het cohesiebeleid, aangezien deze de EU-burgers concrete voordelen opleveren.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quater)  In zijn resolutie van 14 maart 2018 benadrukte het Europees Parlement het sociaaleconomische en ecologische belang van de visserijsector, het maritieme milieu en de "blauwe economie" en de bijdrage daarvan aan de onafhankelijkheid van de Unie inzake duurzame voedselvoorziening, omdat zij de duurzaamheid van de Europese aquacultuur en visserij waarborgen en de milieueffecten beperken. Daarnaast verzocht het Parlement om de specifieke bedragen voor de visserij in het huidige MFK te handhaven en, indien er nieuwe interventiedoelstellingen voor de blauwe economie zijn gepland, de kredieten voor maritieme zaken te verhogen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quinquies)  Voorts benadrukte het Europees Parlement in zijn resoluties van 14 maart en 30 mei 2018 over het MFK 2021-2027 dat de uitbanning van discriminatie essentieel is voor het nakomen van de verbintenissen van de Unie ten aanzien van een inclusief Europa en dat derhalve specifieke financiële engagementen op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid moeten worden opgenomen in alle EU-beleid en -initiatieven van het volgende MFK.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 sexies)  Steun aan kleinschalige visserij moet een prioriteit van het EFMZV vormen, om specifieke problemen in deze sector aan te pakken en het lokale, duurzame beheer van de betrokken visserijtakken en de ontwikkeling van de kustgemeenschappen te ondersteunen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Als wereldspeler in de oceanen en als de op vier na grootste producent van vis en schaal- en schelpdieren ter wereld, draagt de Unie een grote verantwoordelijkheid bij de bescherming, de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen en hun rijkdommen. Het behoud van zeeën en oceanen is immers van vitaal belang voor een snel groeiende wereldbevolking. Ook is het van sociaaleconomisch belang voor de Unie: een duurzame blauwe economie stimuleert investeringen, banen en groei, bevordert onderzoek en innovatie en draagt bij tot energiezekerheid door oceaanenergie. Bovendien zijn veilige en beveiligde zeeën en oceanen essentieel voor doeltreffende grenscontrole en voor de wereldwijde strijd tegen criminaliteit op zee en wordt zo tegemoet gekomen aan de bezorgdheid van de burgers met betrekking tot veiligheid.

(2)  Als wereldspeler in de oceanen is de Unie met de grootste maritieme ruimte ter wereld (inclusief de ultraperifere gebieden en de landen en gebieden overzee) de op vier na grootste producent van vis en schaal- en schelpdieren ter wereld geworden en draagt de Unie een grote verantwoordelijkheid bij de bescherming, de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen en hun rijkdommen. Het behoud van zeeën en oceanen is immers van vitaal belang voor een snel groeiende wereldbevolking. Ook is het van sociaaleconomisch belang voor de Unie: een duurzame blauwe economie stimuleert investeringen, banen en groei, bevordert onderzoek en innovatie en draagt bij tot energiezekerheid door oceaanenergie. Bovendien zijn veilige en beveiligde zeeën en oceanen essentieel voor doeltreffende grenscontrole en voor de wereldwijde strijd tegen criminaliteit op zee en wordt zo tegemoet gekomen aan de bezorgdheid van de burgers met betrekking tot veiligheid.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Duurzame visserij en zeewater- en zoetwateraquacultuur leveren aanzienlijke bijdragen aan de voedselzekerheid van de Unie, aan het behoud en het scheppen van banen op het platteland en aan het behoud van de natuurlijke omgeving en, met name, biodiversiteit. De ondersteuning en de ontwikkeling van de visserij- en de aquacultuursector​moeten dan ook centraal staan in het volgende EU-visserijbeleid.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  In het kader van direct beheer moet het EFMZV synergieën en complementariteit met andere fondsen en programma's van de Unie ontwikkelen. Ook moet financiering mogelijk zijn in de vorm van financieringsinstrumenten in het kader van blendingverrichtingen die worden uitgevoerd in overeenstemming met Verordening (EU) XX/XX van het Europees Parlement en de Raad [InvestEU-verordening]5.

(5)  In het kader van direct beheer moet het EFMZV synergieën en complementariteit met andere fondsen en programma's van de Unie ontwikkelen, alsook synergieën tussen lidstaten en regio's. Ook moet financiering mogelijk zijn in de vorm van financieringsinstrumenten in het kader van blendingverrichtingen die worden uitgevoerd in overeenstemming met Verordening (EU) XX/XX van het Europees Parlement en de Raad [InvestEU-verordening]5.

_________________

_________________

5 PB C […] van […], blz. […].

5 PB C […] van […], blz. […].

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Steun uit het EFMZV moet worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties op evenredige wijze aan te pakken en mag particuliere financiering niet overlappen of verdringen, of de mededinging op de interne markt niet verstoren. De steun moet een duidelijke toegevoegde waarde voor Europa hebben.

(6)  Steun uit het EFMZV moet worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties op evenredige wijze aan te pakken, om bij te dragen aan hogere inkomsten uit visserij, tot het bevorderen van banen met rechten in de sector, tot gegarandeerde billijke prijzen voor producenten, tot een grotere toegevoegde waarde van visserij en tot ondersteuning van de ontwikkeling van aanverwante activiteiten van de visserij op het vlak van toelevering en afzet.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op basis van de mate waarin ze kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de voor de acties vastgelegde prioriteiten en tot resultaten kunnen leiden, rekening houdend met onder meer de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico op niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, alsook van financiering die geen verband houdt met kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie].

(7)  De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op basis van de mate waarin ze kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de voor de acties vastgelegde prioriteiten en tot resultaten kunnen leiden, rekening houdend met onder meer de kosten van controles, de administratieve lasten en het risico op niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, alsook van financiering die geen verband houdt met kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie].

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In het in Verordening (EU) XX/XX6 vastgestelde meerjarig financieel kader is bepaald dat de begroting van de Unie het visserijbeleid en het maritiem beleid moet blijven ondersteunen. De EFMZV-begroting moet, in lopende prijzen, 6 140 000 000 EUR belopen. De EFMZV-middelen moeten worden verdeeld tussen gedeeld, direct en indirect beheer. 5 311 000 000 EUR moet worden uitgetrokken voor steun onder gedeeld beheerd en 829 000 000 EUR voor steun onder direct en indirect beheer. Met het oog op stabiliteit, met name met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen, moet de afbakening van de nationale toewijzingen onder gedeeld beheer voor de programmeringsperiode 2021-2027 worden gebaseerd op de EFMZV-verdeling van de periode 2014-2020. Er moeten specifieke bedragen worden bestemd voor de ultraperifere gebieden, voor controle en handhaving en voor de verzameling en verwerking van gegevens voor visserijbeheer en wetenschappelijke doeleinden, terwijl de bedragen voor definitieve stopzetting en buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten moeten worden geplafonneerd.

(8)  In het in Verordening (EU) XX/XX6 vastgestelde MFK is bepaald dat de begroting van de Unie het visserijbeleid en het maritiem beleid moet blijven ondersteunen. De EFMZV-begroting moet met ten minste 10 % worden verhoogd ten opzichte van het EFMZV voor de periode 2014-2020. De middelen ervan moeten worden verdeeld tussen gedeeld, direct en indirect beheer. 87 % moet worden uitgetrokken voor steun onder gedeeld beheerd en 13 % voor steun onder direct en indirect beheer. Met het oog op stabiliteit, met name met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen, moet de afbakening van de nationale toewijzingen onder gedeeld beheer voor de programmeringsperiode 2021-2027 worden gebaseerd op de EFMZV-verdeling van de periode 2014-2020. Er moeten specifieke bedragen worden bestemd voor de ultraperifere gebieden, voor controle en handhaving, voor de verzameling en verwerking van gegevens voor visserijbeheer en wetenschappelijke doeleinden, voor de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust en voor mariene kennis, terwijl de bedragen voor definitieve stopzetting en tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten en voor investeringen in vaartuigen moeten worden geplafonneerd.

__________________

__________________

6 PB C […] van […], blz. […].

6 PB C […] van […], blz. […].

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Wat het belang van de aquacultuursector betreft, moet het niveau van Uniemiddelen voor de sector, en met name voor zoetwateraquacultuur, worden gehandhaafd op het niveau dat voor de lopende begrotingsperiode is vastgesteld.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De Europese maritieme sector biedt meer dan 5 miljoen banen, die bijna 500 miljard EUR per jaar opleveren, en dat aantal zou nog sterk kunnen stijgen. De output van de wereldwijde oceaaneconomie wordt momenteel op 1,3 biljoen EUR geraamd en dat bedrag kan tegen 2030 meer dan verdubbelen. De noodzaak om te voldoen aan de CO2-emissiedoelstellingen, de hulpbronnenefficiëntie te verhogen en de ecologische voetafdruk van de blauwe economie te verkleinen, is een belangrijke aanzet geweest voor innovatie in andere sectoren, zoals de uitrusting van zeeschepen, de scheepsbouw, oceaanobservatie, de baggerij, de bescherming van kustgebieden en de mariene bouw. De investeringen in de maritieme economie worden gefinancierd uit de structuurfondsen van de Unie, in het bijzonder het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het EFMZV. Nieuwe investeringsinstrumenten zoals InvestEU moeten worden aangewend om het groeipotentieel van de sector waar te maken.

(9)  De Europese maritieme sector biedt meer dan 5 miljoen banen, die bijna 500 miljard EUR per jaar opleveren, en dat aantal zou nog sterk kunnen stijgen. De output van de wereldwijde oceaaneconomie wordt momenteel op 1,3 biljoen EUR geraamd en dat bedrag kan tegen 2030 meer dan verdubbelen. De noodzaak om te voldoen aan de CO2-emissiedoelstellingen van de Klimaatovereenkomst van Parijs vereist dat ten minste 30 % van de Uniebegroting voor maatregelen ter bestrijding van de klimaatverandering wordt gebruikt. Het is ook noodzakelijk om de hulpbronnenefficiëntie te verhogen en de ecologische voetafdruk te verkleinen van een blauwe economie die zich binnen ecologische grenzen ontwikkelt en die een belangrijke aanzet is geweest en moet blijven voor innovatie in andere sectoren, zoals de uitrusting van zeeschepen, de scheepsbouw, oceaanobservatie, de baggerij, de bescherming van kustgebieden en de mariene bouw. De investeringen in de maritieme economie worden gefinancierd uit de structuurfondsen van de Unie, in het bijzonder het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het EFMZV. Nieuwe investeringsinstrumenten zoals InvestEU kunnen worden aangewend om het groeipotentieel van de sector waar te maken.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Investeringsbeslissingen in het kader van de blauwe economie moeten worden ondersteund door het beste beschikbare wetenschappelijke advies, om schadelijke effecten voor het milieu te voorkomen, die de duurzaamheid op lange termijn in gevaar brengen. Wanneer er geen adequate informatie of kennis beschikbaar is om de impact van investeringen op het milieu te evalueren, moet het voorzorgsbeginsel worden toegepast, zowel in de publieke als in de particuliere sector, aangezien acties met mogelijk schadelijke effecten kunnen worden uitgevoerd.

Motivering

Het voorzorgsbeginsel is een van de grondslagen van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Verklaring van Rio en andere internationale overeenkomsten en verdragen ter bescherming van het mariene milieu.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Het EFMZV moet berusten op vier prioriteiten: bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee; bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten; mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen; versterken van de internationale oceaangovernance en tot stand brengen van veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen. Deze prioriteiten moeten worden nagestreefd door middel van gedeeld, direct en indirect beheer.

(10)  Het EFMZV moet berusten op vijf prioriteiten: bevorderen van een duurzame visserij, met inbegrip van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee; bevorderen van duurzame aquacultuur; bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame markten en verwerkingssectoren voor visserij- en aquacultuurproducten; mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie, rekening houdend met de ecologische draagkracht, en bevorderen van de welvaart en de sociale en economische cohesie in kustgemeenschappen en landinwaarts gelegen gemeenschappen; versterken van de internationale oceaangovernance en tot stand brengen van veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  De prioriteiten kunnen met specifieke doelstellingen van de Unie worden gespecificeerd om meer duidelijkheid te scheppen over de vraag waarvoor het fonds kan worden gebruikt en om de efficiëntie van het fonds te vergroten.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Het EFMZV voor de periode na 2020 moet worden gebaseerd op een vereenvoudigde structuur zonder vooraf op een al te prescriptieve manier maatregelen of nadere subsidiabiliteitsregels op Unieniveau vast te leggen. Er moeten daarentegen brede steungebieden worden beschreven voor elke prioriteit. De lidstaten moeten in hun programma dus de meest geschikte manieren aangeven om de prioriteiten te realiseren. Er kan steun worden verleend voor uiteenlopende maatregelen die de lidstaten aangeven in de programma's, volgens de regels van de onderhavige verordening en van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] op voorwaarde dat zij onder de in de onderhavige verordening genoemde steungebieden vallen. Er moet echter een lijst van niet-subsidiabele concrete acties worden opgesteld om schadelijke gevolgen voor de instandhouding van de visbestanden te vermijden, bijvoorbeeld een algemeen verbod op investeringen om de vangstcapaciteit te vergroten. Bovendien moet aan investeringen en compensaties ten bate van de vissersvloot de strikte voorwaarde worden verbonden dat ze stroken met de instandhoudingsdoelstellingen van het GVB.

(11)  Het EFMZV voor de periode na 2020 moet worden gebaseerd op een vereenvoudigde structuur zonder vooraf op een al te prescriptieve manier maatregelen of nadere subsidiabiliteitsregels op Unieniveau vast te leggen. Er moeten daarentegen brede steungebieden worden beschreven voor elke prioriteit. De lidstaten moeten in hun programma dus de meest geschikte manieren aangeven om de prioriteiten te realiseren. Er kan steun worden verleend voor uiteenlopende maatregelen die de lidstaten aangeven in de programma's, volgens de regels van de onderhavige verordening en van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] op voorwaarde dat zij onder de in de onderhavige verordening genoemde prioriteiten vallen. Er moet echter een lijst van niet-subsidiabele concrete acties worden opgesteld om schadelijke gevolgen voor de instandhouding van de visbestanden te vermijden, bijvoorbeeld een algemeen verbod op investeringen om de vangstcapaciteit te vergroten, met bepaalde naar behoren gemotiveerde afwijkingen. Bovendien moet aan investeringen en compensaties ten bate van de vissersvloot de strikte voorwaarde worden verbonden dat ze stroken met de instandhoudingsdoelstellingen van het GVB.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Op de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties is de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen opgenomen als een van de 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG 14). De Unie wil zich ten volle inzetten voor dat doel en voor de verwezenlijking ervan. In die context heeft zij zich ertoe verbonden om een duurzame blauwe economie te bevorderen die strookt met de maritieme ruimtelijke ordening, de instandhouding van de biologische rijkdommen en het bereiken van een goede milieutoestand; om bepaalde vormen van visserijsubsidies die overcapaciteit en overbevissing in de hand werken te verbieden; om subsidies die bijdragen tot illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij af te schaffen; en om geen nieuwe dergelijke subsidies in te voeren. Dat resultaat moet voortvloeien uit de onderhandelingen van de Wereldhandelsorganisatie over visserijsubsidies. Daarnaast heeft de Unie zich er, tijdens de onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie in het kader van de Wereldtop inzake duurzame ontwikkeling van 2002 en in het kader van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkeling van 2012 (Rio+20), toe verbonden een einde te maken aan subsidies die overcapaciteit in de visserij en overbevissing in de hand werken.

(12)  Op de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties is de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen opgenomen als een van de 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG 14). De Unie wil zich ten volle inzetten voor dat doel en voor de verwezenlijking ervan. In die context heeft zij zich ertoe verbonden om een duurzame blauwe economie te bevorderen die zich binnen ecologische grenzen ontwikkelt en strookt met een ecosysteembenadering van maritieme ruimtelijke ordening, in het bijzonder rekening houdend met de gevoeligheid van soorten en habitats voor menselijke activiteiten op zee, de instandhouding van de biologische rijkdommen en het bereiken van een goede milieutoestand; om bepaalde vormen van visserijsubsidies die overcapaciteit en overbevissing in de hand werken te verbieden; om subsidies die bijdragen tot illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) af te schaffen; en om geen nieuwe dergelijke subsidies in te voeren. Dat resultaat moet voortvloeien uit de onderhandelingen van de Wereldhandelsorganisatie over visserijsubsidies. Daarnaast heeft de Unie zich er, tijdens de onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie in het kader van de Wereldtop inzake duurzame ontwikkeling van 2002 en in het kader van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkeling van 2012 (Rio+20), toe verbonden een einde te maken aan subsidies die overcapaciteit van de vloot en overbevissing in de hand werken. De duurzame EU-visserij en de zeewater- en zoetwateraquacultuursectoren dragen in belangrijke mate bij tot de verwezenlijking van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Het EFMZV moet ook bijdragen tot de andere duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de Verenigde Naties. In het bijzonder houdt deze verordening rekening met de volgende doelstellingen:

 

- SDG 1 – Een einde maken aan armoede: het EFMZV zal bijdragen tot de verbetering van de levensomstandigheden van de meest kwetsbare kustgemeenschappen, met name die welke afhankelijk zijn van één enkel visbestand dat wordt bedreigd door overbevissing, wereldwijde veranderingen of milieuproblemen;

 

- SDG 3 – Gezondheid en welzijn: het EFMZV zal helpen de vervuiling van kustwateren, die verantwoordelijk is voor endemische ziekten, te bestrijden en een goede kwaliteit van voedsel uit visserij en aquacultuur te waarborgen;

 

- SDG 7 – Schone energie: middels de financiering van de blauwe economie zal het EFMZV, in samenwerking met de fondsen voor Horizon Europa, de ontwikkeling van hernieuwbare mariene energieën bevorderen en ervoor zorgen dat deze ontwikkeling verenigbaar is met de bescherming van het mariene milieu en het behoud van visbestanden;

 

- SDG 8 – Fatsoenlijk werk en economische groei: het EFMZV zal samen met het ESF bijdragen tot de ontwikkeling van de blauwe economie, een factor van economische groei. Het zal er ook voor zorgen dat deze economische groei een bron van waardig werk is voor kustgemeenschappen. Bovendien zal het EFMZV bijdragen tot de verbetering van de arbeidsomstandigheden van vissers;

 

- SDG 12 – Verantwoorde consumptie en productie: het EFMZV zal bijdragen tot de bevordering van een rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de beperking van verspilling van natuurlijke hulpbronnen en energiebronnen;

 

- SDG 13 – Klimaatactie: het EFMZV biedt een oriëntatie van zijn begroting om de klimaatverandering te bestrijden.

Motivering

Het EFMZV levert een bijdrage aan andere duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's), in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen die in deze verordening zijn vastgelegd.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Gezien het belang van de strijd tegen de klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie in het kader van de Klimaatovereenkomst van Parijs en in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, moet deze verordening bijdragen tot "klimaatmainstreaming" (integratie van klimaatactie in het beleid en de fondsen) en ertoe leiden dat 25 % van de uitgaven uit de begroting van de Unie worden aangewend voor klimaatdoelstellingen. Met de acties in het kader van deze verordening zal naar verwachting 30 % van de totale financiële middelen van het EFMZV bijdragen tot de verwezenlijking van klimaatdoelstellingen. De acties zullen tijdens de voorbereiding en uitvoering van het EFMZV worden vastgesteld en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de desbetreffende evaluatie- en beoordelingsprocedures.

(13)  Gezien het belang van de strijd tegen de klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie in het kader van de Klimaatovereenkomst van Parijs en in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, moet deze verordening bijdragen tot "klimaatmainstreaming" (integratie van klimaatactie in het beleid en de fondsen) en ertoe leiden dat 30 % van de uitgaven uit de begroting van de Unie worden aangewend voor klimaatdoelstellingen. Met de acties in het kader van deze verordening zal het EFMZV naar verwachting kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van klimaatdoelstellingen, zonder evenwel afbreuk te doen aan de financiering van het GVB, hetgeen een hogere financiering vereist. De acties, met inbegrip van projecten gericht op de bescherming en het herstel van zeegrasvelden en wetlands aan de kust, die belangrijke koolstofputten zijn, zullen tijdens de voorbereiding en uitvoering van het EFMZV worden vastgesteld en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de desbetreffende evaluatie- en beoordelingsprocedures.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Het EFMZV moet eveneens bijdragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van de Unie. Deze bijdrage moet worden gevolgd aan de hand van milieumarkers van de Unie en er moet regelmatig verslag over worden uitgebracht in het kader van evaluaties en van jaarlijkse prestatieverslagen.

(14)  Het EFMZV moet eveneens bijdragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van de Unie, met inachtneming van de sociale cohesie, in het kader van het GVB en de kaderrichtlijn mariene strategie, en gecoördineerd zijn met het Europese milieubeleid, inclusief de voorschriften inzake waterkwaliteit die de kwaliteit van het mariene milieu garanderen, met het oog op een verbetering van de vooruitzichten voor de visserij. Deze bijdrage moet worden gevolgd aan de hand van milieumarkers van de Unie en er moet regelmatig verslag over worden uitgebracht in het kader van evaluaties en van jaarlijkse prestatieverslagen.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "GVB-verordening" genoemd)7 moet de financiële bijstand van de Unie in het kader van het EFMZV afhankelijk zijn van de naleving van de GVB-voorschriften. Bijgevolg mogen aanvragen van begunstigden die de toepasselijke GVB-voorschriften niet naleven, niet in aanmerking komen voor financiering.

(15)  Overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "GVB-verordening" genoemd)7 moet de financiële bijstand van de Unie in het kader van het EFMZV afhankelijk zijn van de volledige naleving van de GVB-voorschriften en van de EU-milieuwetgeving ter zake. Deze bijstand moet uitsluitend worden verleend aan marktdeelnemers en lidstaten die de desbetreffende wettelijke verplichtingen volledig in acht nemen. Bijgevolg mogen aanvragen van begunstigden die de toepasselijke GVB-voorschriften niet naleven, niet in aanmerking komen voor financiering.

_________________

_________________

7 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

7 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Om tegemoet te komen aan de in Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde specifieke voorwaarden van het GVB en om de naleving van GVB-voorschriften te bevorderen, moeten voorschriften worden vastgesteld ter aanvulling van de regels inzake onderbreking, schorsing en financiële correcties zoals bepaald in Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]. Wanneer een lidstaat of een begunstigde zijn uit het GVB voortvloeiende verplichtingen niet nakomt of wanneer de Commissie beschikt over aanwijzingen van een dergelijke niet-naleving, moet de Commissie de gelegenheid krijgen om bij wijze van voorzorgsmaatregel de betrokken betalingstermijnen te onderbreken. Naast de mogelijkheid om de betalingstermijn te onderbreken, moet de Commissie in geval van ernstige niet-naleving van GVB-voorschriften door een lidstaat de mogelijkheid krijgen om betalingen te schorsen en om financiële correcties op te leggen teneinde te voorkomen dat betalingen worden verricht voor niet-subsidiabele uitgaven.

(16)  Om tegemoet te komen aan de in Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde specifieke voorwaarden van het GVB en om de volledige naleving van GVB-voorschriften te bevorderen, moeten voorschriften worden vastgesteld ter aanvulling van de regels inzake onderbreking, schorsing en financiële correcties zoals bepaald in Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]. Wanneer een lidstaat of een begunstigde zijn uit het GVB voortvloeiende verplichtingen niet nakomt of wanneer de Commissie beschikt over aanwijzingen van een dergelijke niet-naleving, moet de Commissie de gelegenheid krijgen om de betrokken betalingstermijnen tijdelijk te onderbreken. Naast de mogelijkheid om de betalingstermijn te onderbreken, moet de Commissie in geval van ernstige niet-naleving van GVB-voorschriften door een lidstaat de mogelijkheid krijgen om betalingen te schorsen en om financiële correcties op te leggen teneinde te voorkomen dat betalingen worden verricht voor niet-subsidiabele uitgaven.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De laatste jaren heeft het GVB grote vooruitgang geboekt bij het terugbrengen van de visbestanden naar een gezond niveau, bij het vergroten van de winstgevendheid van de visserijsector van de Unie en bij de instandhouding van mariene ecosystemen. Er is echter nog heel wat werk voor de boeg om de sociaaleconomische en ecologische doelstellingen van het GVB te bereiken. Daarom moet de steun na 2020 worden voortgezet, met name in zeegebieden waar de vooruitgang trager verloopt.

(17)  De laatste jaren zijn maatregelen getroffen om de visbestanden naar een gezond niveau terug te brengen, de winstgevendheid van de visserijsector van de Unie te vergroten en mariene ecosystemen in stand te houden. Er is echter nog heel wat werk voor de boeg om de sociaaleconomische en ecologische doelstellingen van het GVB volledig te bereiken, met inbegrip van de wettelijke verplichting om alle populaties van visbestanden weer boven een biomassaniveau te brengen en te houden dat een maximale duurzame opbrengst kan opleveren. Daarom moet de steun na 2020 worden voortgezet, met name in zeegebieden waar de vooruitgang trager verloopt, met name in de meest geïsoleerde gebieden, zoals de ultraperifere gebieden.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De visserij is van vitaal belang voor het levensonderhoud en het cultureel erfgoed van veel kustgemeenschappen in de Unie, en dan vooral waar de kleinschalige kustvisserij een belangrijke rol speelt. In veel vissersgemeenschappen ligt de gemiddelde leeftijd boven de 50. Generatievernieuwing en diversificatie van activiteiten blijven dan ook een uitdaging.

(18)  De visserij is van vitaal belang voor het levensonderhoud en het cultureel erfgoed van veel kust- en eilandgemeenschappen in de Unie, en dan vooral waar de kleinschalige kustvisserij een belangrijke rol speelt, zoals ultraperifere gebieden. In veel vissersgemeenschappen ligt de gemiddelde leeftijd boven de 50. Generatievernieuwing en diversificatie van activiteiten binnen de visserijsector blijven dan ook een uitdaging. Het is derhalve van essentieel belang dat het EFMZV de aantrekkelijkheid van de visserijsector ondersteunt door de beroepsopleiding van vissers en de toegang van jongeren tot beroepen in de visserijsector te verzekeren.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  De verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB wordt bevorderd door de invoering van mechanismen voor gezamenlijk beheer in de professionele en recreatieve visserijactiviteiten en aquacultuur, met rechtstreekse deelname van betrokkenen, zoals de overheid, de visserij- en aquacultuursector, de wetenschappelijke gemeenschap en het maatschappelijk middenveld. Deze deelname is gebaseerd op een eerlijke verdeling van de besluitvormingsbevoegdheden, en op aanpassingsgericht beheer op basis van kennis, informatie en urgentie. Het EFMZV moet de invoering van deze mechanismen op lokaal niveau ondersteunen.

Motivering

Het model voor gezamenlijk beheer komt optimaal tot zijn recht in het kader van een bio-economisch beheer, met respect voor een ecosysteemgerichte voorzorgsaanpak. Dit model moet de instrumenten bieden voor een realtimereactie op de veranderende situaties die eigen zijn aan aanpassingsgericht beheer.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Het EFMZV moet gericht zijn op de verwezenlijking van de milieu-, economische, maatschappelijke en werkgelegenheidsdoelstellingen van het GVB, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Die steun moet ervoor zorgen dat de visserijactiviteiten uit ecologisch oogpunt langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid, alsmede bij te dragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden.

(19)  Het EFMZV moet bijdragen tot de verwezenlijking van de milieu-, economische, maatschappelijke en werkgelegenheidsdoelstellingen van het GVB, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Die steun moet ervoor zorgen dat de visserijactiviteiten uit ecologisch oogpunt langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, die erop gericht zijn voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid, alsmede bij te dragen tot de beschikbaarheid van gezonde voedselvoorraden, waarbij billijke arbeidsvoorwaarden moeten worden gegarandeerd. In dit verband moeten visserijtakken die afhankelijk zijn van kleine eilanden net buiten de kust, speciaal worden erkend en ondersteund om hen in staat te stellen te overleven en te gedijen.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Steun uit het EFMZV moet erop gericht zijn een duurzame visserij op basis van de maximale duurzame opbrengst (MDO) tot stand te brengen en te handhaven, en de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten op het mariene ecosysteem tot een minimum te beperken. Die steun moet onder meer betrekking hebben op innovatie en investeringen in milieuvriendelijke, klimaatbestendige en koolstofarme visserijpraktijken en -technieken.

(20)  Steun uit het EFMZV moet bijdragen tot het tijdig verwezenlijken van de wettelijke verplichting om de populaties van alle visbestanden weer boven een biomassaniveau te brengen en te houden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, en de negatieve gevolgen van niet-duurzame en schadelijke visserijactiviteiten op het mariene ecosysteem tot een minimum te beperken en waar mogelijk weg te nemen. Die steun moet onder meer betrekking hebben op innovatie en investeringen in milieuvriendelijke, klimaatbestendige en koolstofarme visserijpraktijken en -technieken alsook op technieken die op selectief vissen zijn gericht.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  De aanlandingsverplichting is een van de grootste uitdagingen van het GVB. Ze heeft voor de sector geleid tot aanzienlijke veranderingen in de visserijpraktijken, die soms gepaard gingen met hoge kosten. Daarom moet het mogelijk zijn uit het EFMZV steun te verlenen, en wel met een hogere steunintensiteit dan die welke voor andere concrete acties geldt, voor innovatie en investeringen die bijdragen tot de uitvoering van de aanlandingsverplichting, zoals investeringen in selectief vistuig, in de verbetering van de haveninfrastructuur en in de afzet van ongewenste vangsten. Er moet tevens een maximale steunintensiteit van 100 % worden gehanteerd voor het ontwerp, de ontwikkeling, de monitoring, de evaluatie en het beheer van transparante systemen voor de uitwisseling van vangstmogelijkheden tussen lidstaten om het door de aanlandingsverplichting ontstane "knelsoorteffect" te matigen.

(21)  De aanlandingsverplichting is een wettelijke verplichting en een van de grootste uitdagingen van het GVB. Ze heeft voor de sector geleid tot het einde van de uit milieuoogpunt onaanvaardbare teruggooipraktijk alsook tot aanzienlijke, belangrijke veranderingen in de visserijpraktijken, die soms gepaard gingen met hoge kosten. De lidstaten moeten daarom gebruikmaken van het EFMZV om steun te verlenen, en wel met een hogere steunintensiteit dan die welke voor andere concrete acties geldt, voor innovatie en investeringen die bijdragen tot de volledige en tijdige uitvoering van de aanlandingsverplichting, zoals investeringen in selectief vistuig, in de verbetering van de haveninfrastructuur en in de afzet van ongewenste vangsten. Er moet tevens een maximale steunintensiteit van 100 % worden gehanteerd voor het ontwerp, de ontwikkeling, de monitoring, de evaluatie en het beheer van transparante systemen voor de uitwisseling van vangstmogelijkheden tussen lidstaten om het door de aanlandingsverplichting ontstane "knelsoorteffect" te matigen.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  De aanlandingsverplichting moet in alle lidstaten voor alle soorten vaartuigen, van kleinschalige tot grootschalige vissersvaartuigen, op gelijke wijze worden gemonitord.

Motivering

Een steeds terugkerende en aanhoudende klacht van kleinschalige vissers in Ierland en elders bestaat eruit dat inspecties en sancties meestal dicht bij de kust plaatsvinden als gevolg waarvan zij een gemakkelijk doelwit zijn, terwijl de grotere vissersvaartuigen lastiger toegankelijk en derhalve lastiger te inspecteren zijn.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Uit het EFMZV moet steun kunnen worden verleend voor innovatie en investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen met het oog op de verbetering van gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden, van de energie-efficiëntie en van de kwaliteit van de vangsten. Die steun mag echter geen vergroting van de vangstcapaciteit of van het vermogen om vis op te sporen tot gevolg hebben. Voorts mag hij niet worden verleend met als enig doel de naleving van verplichtingen die krachtens het recht van de Unie of nationaal recht gelden. In de structuur zonder prescriptieve maatregelen moet het aan de lidstaten worden overgelaten om de nadere subsidiabiliteitsregels voor deze investeringen te bepalen. Wat de gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen betreft, dient een hogere steunintensiteit dan die welke voor andere concrete acties geldt, te worden toegestaan.

(22)  Uit het EFMZV moet steun kunnen worden verleend voor innovatie en investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen met het oog op de verbetering van gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden, van de milieubescherming, van de energie-efficiëntie, van het dierenwelzijn en van de kwaliteit van de vangsten alsook steun voor specifieke kwesties inzake gezondheidszorg. Die steun mag echter geen risico op de vergroting van de vangstcapaciteit of van het vermogen om vis op te sporen tot gevolg hebben. Voorts mag hij niet worden verleend met als enig doel de naleving van verplichtingen die krachtens het recht van de Unie of nationaal recht gelden. In de structuur zonder prescriptieve maatregelen moet het aan de lidstaten worden overgelaten om de nadere subsidiabiliteitsregels voor deze investeringen en steun te bepalen. Wat de gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen betreft, dient een hogere steunintensiteit dan die welke voor andere concrete acties geldt, te worden toegestaan.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Het succes van het GVB hangt af van de beschikbaarheid van wetenschappelijk advies ten behoeve van het visserijbeheer en dus van de beschikbaarheid van visserijgegevens. Gezien de moeilijkheden en kosten waarmee het verzamelen van betrouwbare en volledige gegevens gepaard gaat, moet steun worden verleend voor de inspanningen van de lidstaten om gegevens te verzamelen en te verwerken overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "verordening betreffende het kader voor gegevensverzameling" genoemd)9 en om bij te dragen aan het beste beschikbare wetenschappelijke advies. Deze steun moet synergieën mogelijk maken met het verzamelen en verwerken van andere soorten mariene gegevens.

(24)  Het succes van het GVB hangt af van de beschikbaarheid van wetenschappelijk advies ten behoeve van het visserijbeheer en dus van de beschikbaarheid van visserijgegevens. Gezien de moeilijkheden en kosten waarmee het verzamelen van betrouwbare en volledige gegevens gepaard gaat, moet steun worden verleend voor de inspanningen van de lidstaten om gegevens te verzamelen, te verwerken en uit te wisselen overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "verordening betreffende het kader voor gegevensverzameling" genoemd)9 en om bij te dragen aan het beste beschikbare wetenschappelijke advies. Deze steun moet synergieën mogelijk maken met het verzamelen, verwerken en uitwisselen van andere soorten mariene gegevens, met inbegrip van gegevens over de recreatievisserij.

_________________

_________________

9 Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad (PB L 157 van 20.6.2017, blz.  1).

9 Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad (PB L 157 van 20.6.2017, blz. 1).

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Uit het EFMZV moet steun worden verleend voor een effectieve, op kennis gebaseerde uitvoering en governance van het GVB in het kader van direct en indirect beheer door middel van de verstrekking van wetenschappelijk advies, de ontwikkeling en toepassing van een visserijcontrolesysteem van de Unie, de werking van adviesraden en vrijwillige bijdragen aan internationale organisaties.

(25)  Uit het EFMZV moet steun worden verleend voor een effectieve, op kennis gebaseerde uitvoering en governance van het GVB in het kader van direct en indirect beheer door middel van de verstrekking van wetenschappelijk advies, de ontwikkeling en toepassing van een visserijcontrolesysteem van de Unie, de werking van adviesraden en vrijwillige bijdragen aan internationale organisaties, alsook door een betere betrokkenheid van de Unie bij internationaal oceaanbeheer.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Gezien de moeilijkheden om de instandhoudingsdoelstellingen van het GVB te bereiken, moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor acties voor het beheer van de visserijen en de vissersvloten. In dat verband blijft steun voor aanpassing van de vloot soms noodzakelijk voor bepaalde vlootsegmenten en zeegebieden. Die steun moet strikt gericht zijn op de instandhouding en duurzame exploitatie van de biologische rijkdommen van de zee en op het bereiken van een evenwicht tussen de vangstcapaciteit en de beschikbare vangstmogelijkheden. Daarom moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten in de vlootsegmenten waar de vangstcapaciteit niet in evenwicht is met de beschikbare vangstmogelijkheden. Die steun moet een instrument zijn van de actieplannen voor de aanpassing van vlootsegmenten met geconstateerde structurele overcapaciteit, zoals bedoeld in artikel 22, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, en moet worden gerealiseerd hetzij via de sloop van een vissersvaartuig hetzij via de buitenbedrijfstelling ervan en de aanpassing ervan met het oog op andere activiteiten. Indien die aanpassing zou leiden tot een verhoogde druk van de recreatievisserij op het mariene ecosysteem, mag de steun enkel worden verleend als deze in overeenstemming is met het GVB en met de doelstellingen van de desbetreffende meerjarenplannen. Om te zorgen voor samenhang tussen de structurele aanpassing van de vloot en de instandhoudingsdoelstellingen moet de steun voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten strikt gebonden zijn aan de verwezenlijking van resultaten. Daarom mag deze uitsluitend via financiering die geen verband houdt met kosten, zoals bedoeld in Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen], worden geïmplementeerd. In het kader van dat mechanisme vergoedt de Commissie de lidstaten voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten niet op basis van de werkelijke kosten, maar op basis van de naleving van de voorwaarden en het bereiken van resultaten. Daartoe moet de Commissie in een gedelegeerde handeling die voorwaarden vaststellen, die betrekking moeten hebben op de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen van het GVB.

(26)  Gezien de moeilijkheden om de instandhoudingsdoelstellingen van het GVB te bereiken, moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor acties voor het beheer van de visserijen en de vissersvloten. In dat verband blijft steun voor aanpassing van de vloot soms noodzakelijk voor bepaalde vlootsegmenten en zeegebieden. Die steun moet strikt gericht zijn op de instandhouding en duurzame exploitatie van de biologische rijkdommen van de zee en op het bereiken van een evenwicht tussen de vangstcapaciteit en de beschikbare vangstmogelijkheden. Daarom moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten in de vlootsegmenten waar de vangstcapaciteit niet in evenwicht is met de beschikbare vangstmogelijkheden. Die steun moet een instrument zijn van de actieplannen voor de aanpassing van vlootsegmenten met geconstateerde structurele overcapaciteit, zoals bedoeld in artikel 22, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, en moet worden gerealiseerd hetzij via de sloop van een vissersvaartuig hetzij via de buitenbedrijfstelling ervan en de aanpassing ervan met het oog op andere activiteiten. Indien die aanpassing zou leiden tot een verhoogde druk van de recreatievisserij op het mariene ecosysteem, mag de steun enkel worden verleend als deze in overeenstemming is met het GVB en met de doelstellingen van de desbetreffende meerjarenplannen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis)  Teneinde tot een duurzame, milieuvriendelijke visserij te komen die het mogelijk maakt om de visserijdruk op de visbestanden te verminderen, dient het EFMZV de modernisering van vaartuigen te ondersteunen om over te stappen op energiezuinigere schepen, ook in segmenten waarin het evenwicht verstoord is, hetzij via subsidies, hetzij via financieringsinstrumenten. Voorts moet het EFMZV steun mogelijk maken aan jonge vissers die hun werkinstrument willen aankopen, ook wanneer het gaat om vaartuigen van meer dan 12 m, behalve in segmenten waarin het evenwicht verstoord is.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 ter)  Omdat vissershavens, aanlandingsplaatsen, beschuttingsplaatsen en afslagen van essentieel belang zijn om de kwaliteit van de aangelande producten, de veiligheid en de arbeidsomstandigheden te garanderen, moet uit hoofde van het EFMZV boven alles steun worden verleend aan de modernisering van de haveninfrastructuur, in het bijzonder met betrekking tot de afzet van visserijproducten, teneinde de toegevoegde waarde van de aangelande producten te optimaliseren.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Gezien de hoge mate van onvoorspelbaarheid van visserijactiviteiten, kunnen uitzonderlijke omstandigheden aanzienlijke economische verliezen teweegbrengen voor de vissers. Om deze gevolgen te verzachten moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor compensatie voor de buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten wegens de uitvoering van bepaalde instandhoudingsmaatregelen (meerjarenplannen, streefdoelen voor de instandhouding en duurzame exploitatie van bestanden, maatregelen om de vangstcapaciteit van vissersvaartuigen aan te passen aan de beschikbare vangstmogelijkheden en technische maatregelen), wegens de uitvoering van noodmaatregelen, wegens de onderbreking van de toepassing van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij door overmacht of wegens een natuurramp of een milieuongeval. Die steun mag enkel worden verleend indien de vissers aanzienlijke gevolgen ondervinden van die omstandigheden, d.w.z. indien de commerciële activiteiten van het betrokken vaartuig gedurende ten minste negentig opeenvolgende dagen worden stopgezet en de economische verliezen ten gevolge van de stopzetting gedurende een bepaalde periode meer dan 30 % van de gemiddelde jaarlijkse omzet van het betrokken bedrijf bedragen. Bij de voorwaarden voor de verlening van die steun moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de aalvisserij.

(27)  Gezien de hoge mate van onvoorspelbaarheid van visserijactiviteiten, kan tijdelijke stopzetting aanzienlijke economische verliezen teweegbrengen voor de vissers. Om deze gevolgen te verzachten moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor compensatie voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten wegens de uitvoering van bepaalde instandhoudingsmaatregelen (meerjarenplannen, streefdoelen voor de instandhouding en duurzame exploitatie van bestanden, maatregelen om de vangstcapaciteit van vissersvaartuigen aan te passen aan de beschikbare vangstmogelijkheden en technische maatregelen), wegens de uitvoering van noodmaatregelen, wegens de onderbreking van de toepassing of het niet verlengen van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij door overmacht of wegens een natuurramp of een milieuongeval, met inbegrip van periodes van sluiting van de visvangst om gezondheidsredenen of wegens abnormale sterfte van visbestanden, ongevallen op zee tijdens visserijactiviteiten en ongunstige weersomstandigheden. Die steun mag enkel worden verleend indien de vissers aanzienlijke gevolgen ondervinden van die omstandigheden, d.w.z. indien de commerciële activiteiten van het betrokken vaartuig in de voorgaande twee jaren gedurende ten minste honderdtwintig opeenvolgende dagen zijn stopgezet. Bij de voorwaarden voor de verlening van die steun moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de aalvisserij.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis)  Het moet voor vissers en producenten van zeewater- en zoetwateraquacultuur mogelijk zijn steun van het EFMZVA te krijgen in het geval van een crisis op de visserij- en aquacultuurmarkten, natuurrampen of milieuongevallen.

Motivering

Net als bij de landbouwfondsen moet ook het vangnet voor de markt voor vissers en aquacultuurproducenten worden vastgesteld.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  De kleinschalige kustvisserij wordt beoefend door vissersvaartuigen van minder dan 12 m die geen gebruikmaken van gesleept vistuig. Deze sector vertegenwoordigt bijna 75 % van alle in de Unie ingeschreven vissersvaartuigen en bijna de helft van de werkgelegenheid in de visserijsector. Marktdeelnemers uit de kleinschalige kustvisserij zijn zeer sterk aangewezen op gezonde visbestanden voor hun belangrijkste bron van inkomsten. Het EFMZV dient hen daarom een preferentiële behandeling toe te kennen door middel van een steunintensiteit van 100 %, ook voor concrete acties in verband met controle en handhaving, om duurzame visserijpraktijken aan te moedigen. Bovendien moeten bepaalde steungebieden worden voorbehouden voor de kleinschalige visserij in vlootsegmenten waar de visserijcapaciteit in evenwicht is met de beschikbare vangstmogelijkheden, d.w.z. steun voor de aankoop van een tweedehands vaartuig en voor de vervanging of modernisering van een motor. Voorts moeten de lidstaten in hun programma een actieplan voor de kleinschalige kustvisserij opnemen, dat moet worden gemonitord op basis van indicatoren, waarvoor mijlpalen en streefdoelen moeten worden bepaald.

(28)  De kleinschalige kustvisserij wordt beoefend door vissersvaartuigen van minder dan 12 m die geen gebruikmaken van gesleept vistuig. Deze sector vertegenwoordigt bijna 75 % van alle in de Unie ingeschreven vissersvaartuigen en bijna de helft van de werkgelegenheid in de visserijsector. Marktdeelnemers uit de kleinschalige kustvisserij zijn zeer sterk aangewezen op gezonde visbestanden voor hun belangrijkste bron van inkomsten. Het EFMZV dient hen daarom een preferentiële behandeling toe te kennen door middel van een steunintensiteit van 100 %, ook voor concrete acties in verband met controle en handhaving, om duurzame visserijpraktijken aan te moedigen, overeenkomstig de GVB-doelstellingen. Bovendien moeten bepaalde steungebieden worden voorbehouden voor de kleinschalige visserij in vlootsegmenten waar de visserijcapaciteit in evenwicht is met de beschikbare vangstmogelijkheden, d.w.z. steun voor de aankoop van een tweedehands vaartuig en voor de vervanging of modernisering van een motor, alsook voor jonge vissers. Voorts moeten de lidstaten in hun programma een actieplan voor de kleinschalige kustvisserij opnemen, dat moet worden gemonitord op basis van indicatoren, waarvoor mijlpalen en streefdoelen moeten worden bepaald.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank van 24 oktober 2017, getiteld "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"10, hebben de ultraperifere gebieden te kampen met specifieke problemen die verband houden met hun afgelegen ligging, hun topografie en het klimaat als bedoeld in artikel 349 van het Verdrag, maar beschikken ze daarnaast over specifieke troeven voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie. Bijgevolg moet voor elk ultraperifeer gebied een actieplan voor de ontwikkeling van de sectoren van de duurzame blauwe economie, met inbegrip van de duurzame exploitatie van de visserij en de aquacultuur, worden toegevoegd aan het programma van de betrokken lidstaten en moet een financiële toewijzing worden bestemd voor steun voor de uitvoering van die actieplannen. Ook voor een compensatie voor de extra kosten die voortvloeien uit de ligging en het insulaire karakter van de ultraperifere gebieden, moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend. Deze steun moet worden geplafonneerd in de vorm van een percentage van de totale financiële toewijzing. Bovendien moet in ultraperifere gebieden een hogere steunintensiteit worden toegepast dan die welke voor andere concrete acties geldt.

(29)  De ultraperifere gebieden hebben te kampen met specifieke problemen die verband houden met hun afgelegen ligging, hun topografie en het klimaat als bedoeld in artikel 349 van het Verdrag, maar beschikken daarnaast over specifieke troeven voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie. Bijgevolg moet voor elk ultraperifeer gebied een actieplan voor de ontwikkeling van de sectoren van de duurzame blauwe economie, met inbegrip van de duurzame exploitatie van de visserij en de aquacultuur, worden toegevoegd aan het programma van de betrokken lidstaten en moet een financiële toewijzing worden bestemd voor steun voor de uitvoering van die actieplannen. Met het oog op handhaving van de concurrentiepositie van bepaalde visserij- en aquacultuurproducten uit de ultraperifere gebieden ten opzichte van die van soortgelijke producten uit andere gebieden van de Unie, heeft de Unie in 1992 maatregelen ingevoerd om de extra kosten die de visserijsector in dit verband maakt, te vergoeden. De maatregelen voor de periode 2014-2020 zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad10 bis. Ter compensatie van de extra kosten voor het vissen, het kweken, de verwerking en de afzet van bepaalde visserij- en aquacultuurproducten uit de ultraperifere gebieden, dient deze steunverlening te worden voortgezet, zodat de compensatie bijdraagt tot de instandhouding van de economische levensvatbaarheid van marktdeelnemers uit die gebieden. Gezien de uiteenlopende afzetomstandigheden in de ultraperifere gebieden en de schommelingen in de vangsten en de visbestanden en in de vraag op de markten, dient het aan de betrokken lidstaten te worden overgelaten om, binnen de grenzen van de totale toewijzing per lidstaat, de voor compensatie in aanmerking komende visserijproducten, de respectieve maximumhoeveelheden en de compensatiebedragen vast te stellen. De lidstaten dient te worden toegestaan om, binnen de totale toewijzing per lidstaat, de lijst en de hoeveelheden van de betrokken visserijproducten en het compensatiebedrag te differentiëren. Ook dient de lidstaten te worden toegestaan hun compensatieplannen aan te passen als veranderende omstandigheden dat rechtvaardigen. De lidstaten moeten het compensatiebedrag vaststellen op een niveau dat een passende compensatie mogelijk maakt van de extra kosten die het gevolg zijn van de bijzondere beperkingen van de ultraperifere gebieden. Om overcompensatie te voorkomen dient het bedrag in verhouding te staan tot de te compenseren extra kosten. Daartoe moet ook rekening worden gehouden met andere soorten overheidsmaatregelen die van invloed zijn op de hoogte van de extra kosten. Bovendien moet in ultraperifere gebieden een hogere steunintensiteit worden toegepast dan die welke voor andere concrete acties geldt.

__________________

__________________

10 COM(2017) 623

 

 

10bis Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1).

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis)  Teneinde het overleven van de kleinschalige kustvisserijsector in de ultraperifere gebieden te waarborgen en overeenkomstig de beginselen van de bijzondere behandeling van kleine eilanden en gebieden in de zin van duurzameontwikkelingsdoelstelling (SDG) 14, moet het EFMZV, op basis van artikel 349 VWEU, de aankoop en vernieuwing van vaartuigen voor de kleinschalige kustvisserij in de ultraperifere gebieden – die al hun vangsten aanlanden in de havens van de ultraperifere gebieden en bijdragen tot de duurzame ontwikkeling ter plaatse – kunnen steunen om de menselijke veiligheid te vergroten, te voldoen aan de hygiënenormen van de Unie, IOO-visserij te bestrijden en een grotere milieu-efficiëntie te bereiken. Deze vernieuwing van de visserijvloot moet binnen de grenzen van de toegestane capaciteitsmaxima blijven en moet voldoen aan de doelstellingen van het GVB. Het EFMZV moet gekoppelde maatregelen kunnen steunen, zoals de bouw of modernisering van scheepswerven die zich richten op vaartuigen voor kleinschalige kustvisserij in de ultraperifere gebieden, de aankoop of de renovatie van infrastructuren en uitrusting of onderzoek.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 ter)  Gezien de resolutie van het Europees Parlement over de bijzondere situatie van eilanden (2015/3014(RSP)) en het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over "Specifieke problemen van eilanden" (1229/2011), vormen landbouw, veehouderij en visserij een belangrijk element van lokale eilandeconomieën. Europese insulaire regio's kampen vanwege een gebrek aan toegankelijkheid, met name voor kmo's, met een lage mate van productdifferentiatie en hebben een strategie nodig om alle mogelijke synergieën tussen de Europese structuur- en investeringsfondsen en andere instrumenten van de Unie te benutten om de handicaps van eilanden te compenseren en hun economische groei, het scheppen van banen en duurzame ontwikkeling te verbeteren. Hoewel artikel 174 VWEU de permanente natuurlijke en geografische handicaps erkent die specifiek zijn voor de situatie van eilanden, moet de Commissie een "strategisch EU-kader voor eilanden" vaststellen met het oog op het koppelen van instrumenten die een groot territoriaal effect kunnen hebben.

Motivering

Er moet meer rekening worden gehouden met de bijzondere situatie van de Europese eilanden bij het overwegen van het nieuwe kader voor het EFMZV 2021.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  In het kader van gedeeld beheer moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust. Daartoe moet steun beschikbaar zijn ter compensatie van de verzameling door vissers van verloren vistuig en zwerfvuil op zee, en voor investeringen in havens om te zorgen voor passende voorzieningen om verloren vistuig en zwerfvuil te ontvangen. Ook moet steun beschikbaar zijn voor acties om een goede milieutoestand in het mariene milieu te bereiken of te behouden, als omschreven in Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "kaderrichtlijn mariene strategie" genoemd)11, voor de uitvoering van de krachtens die richtlijn vastgestelde ruimtelijke beschermingsmaatregelen en, overeenkomstig de op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad (hierna de "habitatrichtlijn" genoemd)12 vastgestelde prioritaire actiekaders, voor het beheer, het herstel en de monitoring van Natura 2000-gebieden en de bescherming van soorten uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EC van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "vogelrichtlijn" genoemd)13. In het kader van direct beheer moet uit het EFMZV steun worden verleend voor de bevordering van schone en gezonde zeeën en voor de uitvoering van de Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie, die is uiteengezet in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 16 januari 201614, in samenhang met de doelstelling van het bereiken of behouden van een goede milieutoestand in het mariene milieu.

(30)  In het kader van gedeeld beheer moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust. Daartoe moet steun beschikbaar zijn ter compensatie van de verzameling door vissers van verloren vistuig en zwerfvuil op zee, in het bijzonder plastic, en voor investeringen in havens om te zorgen voor passende voorzieningen om verloren vistuig en verzameld zwerfvuil te ontvangen en op te slaan. Ook moet steun beschikbaar zijn voor acties om een goede milieutoestand in het mariene milieu te bereiken of te behouden, als omschreven in Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "kaderrichtlijn mariene strategie" genoemd)11, voor de uitvoering van de krachtens die richtlijn vastgestelde ruimtelijke beschermingsmaatregelen en, overeenkomstig de op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad (hierna de "habitatrichtlijn" genoemd)12 vastgestelde prioritaire actiekaders, voor het beheer, het herstel en de monitoring van Natura 2000-gebieden en de bescherming van soorten uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "vogelrichtlijn" genoemd)13 en Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad13 bis, alsook de normen van de Unie inzake stedelijk afvalwater, en ook voor de bouw, de installatie, de modernisering en de wetenschappelijke voorbereiding en evaluatie van vaste of verplaatsbare voorzieningen die dienen ter bescherming en verbetering van de zeeflora en -fauna in de ultraperifere gebieden. In het kader van direct beheer moet uit het EFMZV steun worden verleend voor de bevordering van schone en gezonde zeeën en voor de uitvoering van de Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie, die is uiteengezet in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 16 januari 201614, in samenhang met de doelstelling van het bereiken of behouden van een goede milieutoestand in het mariene milieu.

_________________

_________________

11 Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

11 Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

12 Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).

12 Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).

13 Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7).

13 Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7).

 

13 bis Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

14 COM(2018) 28

14 COM(2018) 28

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Visserij en aquacultuur dragen bij tot voedselzekerheid en voeding. Momenteel voert de Unie echter meer dan 60 % van de te koop aangeboden visserijproducten in en is zij daarvoor sterk afhankelijk van derde landen. Een belangrijke uitdaging is het bevorderen van de consumptie van viseiwitten die in de Unie volgens hoge kwaliteitsnormen zijn geproduceerd en die voor de consument beschikbaar zijn aan betaalbare prijzen.

(31)  In de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties wordt het beëindigen van honger en het realiseren van voedselveiligheid en verbeterde voeding geïdentificeerd als een van de 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG 2). De Unie wil zich ten volle inzetten voor dat doel en voor de verwezenlijking ervan. In verband hiermee dragen visserij en duurzame aquacultuur bij tot voedselzekerheid en voeding. Momenteel voert de Unie echter meer dan 60 % van de te koop aangeboden visserijproducten in en is zij daarvoor sterk afhankelijk van derde landen. Een belangrijke uitdaging is het bevorderen van de consumptie van visserijproducten die in de Unie volgens hoge kwaliteitsnormen zijn geproduceerd en die beschikbaar zijn aan betaalbare prijzen door openbare instellingen, zoals ziekenhuizen of scholen, te voorzien van producten van lokale kleinschalige visserij en middels de lancering van opleidings- en bewustmakingsprogramma's in onderwijsinstellingen over het belang van de consumptie van lokale visserijproducten.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Het moet mogelijk zijn uit het EFMZV steun te verlenen voor de bevordering en de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur, met inbegrip van de zoetwateraquacultuur, ten bate van de teelt van waterdieren en -planten voor de productie van voedingsmiddelen en andere grondstoffen. In sommige lidstaten worden nog steeds complexe administratieve procedures toegepast, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in een moeilijke toegang tot ruimte en omslachtige vergunningsprocedures. Dat maakt het voor de sector moeilijk om het imago en het concurrentievermogen van gekweekte producten te ontwikkelen, uit te breiden en te verbeteren. De steun moet in overeenstemming zijn met de meerjarige nationale strategische plannen voor de aquacultuur, die worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013. Met name steun voor ecologische duurzaamheid, productieve investeringen, innovatie, verwerving van beroepsvaardigheden, verbetering van de arbeidsomstandigheden en compenserende maatregelen die voorzien in essentiële land- en natuurbeheerdiensten, moet in aanmerking komen. Acties op het gebied van volksgezondheid, verzekeringsregelingen voor aquacultuurbestanden en acties op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn moeten eveneens in aanmerking komen voor steun. Steun voor productieve investeringen mag evenwel uitsluitend via financieringsinstrumenten en via InvestEU worden verleend, die een grotere hefboomwerking op de markten hebben en daarom beter geschikt zijn dan subsidies om de financiële uitdagingen van de sector aan te pakken.

(32)  Het moet mogelijk zijn uit het EFMZV steun te verlenen voor de bevordering en de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur, met inbegrip van de zoetwateraquacultuur, ten bate van de teelt van waterdieren en -planten voor de productie van voedingsmiddelen en andere grondstoffen. In sommige lidstaten worden nog steeds complexe administratieve procedures toegepast, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in een moeilijke toegang tot ruimte en omslachtige vergunningsprocedures. Dat maakt het voor de sector moeilijk om het imago en het concurrentievermogen van gekweekte producten te ontwikkelen, uit te breiden en te verbeteren. De steun moet in overeenstemming zijn met de meerjarige nationale strategische plannen voor de aquacultuur, die worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013. Met name steun voor ecologische duurzaamheid, productieve investeringen, innovatie, verwerving van beroepsvaardigheden, verbetering van de arbeidsomstandigheden en compenserende maatregelen die voorzien in essentiële land- en natuurbeheerdiensten, moet in aanmerking komen. Acties op het gebied van volksgezondheid, verzekeringsregelingen voor aquacultuurbestanden en acties op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn moeten eveneens in aanmerking komen voor steun. Steun moet bij voorkeur via financieringsinstrumenten, via InvestEU en via subsidies worden verleend.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Voedselzekerheid is afhankelijk van doeltreffende en goed georganiseerde markten, die zorgen voor meer transparantie, stabiliteit, kwaliteit en diversiteit in de voedselvoorzieningsketen en voor betere informatie voor de consument. Daarom moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor de afzet van visserij- en aquacultuurproducten overeenkomstig de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad ("GMO-verordening")15. Steun moet met name beschikbaar zijn voor de oprichting van producentenorganisaties, de uitvoering van productie- en afzetplannen, de bevordering van nieuwe afzetmogelijkheden en de ontwikkeling en de verspreiding van informatie over de markt.

(33)  Voedselzekerheid is afhankelijk van doeltreffende en goed georganiseerde markten, die zorgen voor meer transparantie, stabiliteit, kwaliteit en diversiteit in de voedselvoorzieningsketen en voor betere informatie voor de consument. Daarom moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor de afzet van visserij- en aquacultuurproducten overeenkomstig de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad ("GMO-verordening")15. Steun moet met name onder andere beschikbaar zijn voor de oprichting van producentenorganisaties, waaronder visserijcoöperaties en kleinschalige producenten, de uitvoering van productie- en afzetplannen, opslagsteun, promotie- en communicatiecampagnes, de bevordering van nieuwe afzetmogelijkheden, het uitvoeren van marktonderzoeken, instandhouding en versterking van de Waarnemingspost voor de EU-markt voor visserij- en aquacultuurproducten (Eumofa) en de ontwikkeling en de verspreiding van informatie over de markt.

_________________

_________________

15 Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1).

15 Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1).

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Overweging 33 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(33 bis)  De kwaliteit en diversiteit van visserijproducten van de Unie bieden producenten een concurrentievoordeel dat aanzienlijk bijdraagt aan het culturele en gastronomische erfgoed, waardoor het behoud van culturele tradities wordt verzoend met de ontwikkeling en toepassing van nieuwe wetenschappelijke kennis. Burgers en consumenten vragen steeds meer om kwaliteitsproducten met verschillende specifieke kenmerken die verband houden met hun geografische oorsprong. Daartoe kan het EFMZV visserijproducten ondersteunen die zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad1 bis. Het kan met name steun verlenen voor de erkenning en registratie van geografische kwaliteitsaanduidingen op grond van deze verordening. Tevens kan het de beheersentiteiten van beschermde oorsprongsbenamingen (BOB's) en beschermde geografische aanduidingen (BGA's) ondersteunen, alsook de programma's voor kwaliteitsverbetering die zij ontwikkelen. Bovendien kan het onderzoek van deze beheersentiteiten worden ondersteund om de specifieke productieomgeving, de processen en de producten beter te begrijpen.

 

___________________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1).

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Overweging 33 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(33 ter)  Gezien de resolutie van het Europees Parlement van 4 december 2008 over een "Europees beheersplan voor aalscholvers" en de resolutie van 17 juni 2010 over een nieuw elan voor de strategie voor de duurzame ontwikkeling van de Europese aquacultuur, dient het EFMZV steun te verlenen aan wetenschappelijk onderzoek en aan het verzamelen van gegevens over de invloed van trekvogels op de aquacultuursector en op de relevante visbestanden van de Unie.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Overweging 33 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(33 quater)  Gezien de behoefte aan een groeiende aquacultuursector en de aanzienlijke verliezen aan visbestanden die de sector als gevolg van trekvogels ondervindt, moet het EFMZV bepaalde compensaties voor deze verliezen omvatten, totdat een Europees beheersplan is ingevoerd.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De verwerkende industrie speelt een rol in de beschikbaarheid en de kwaliteit van visserij- en aquacultuurproducten. Uit het EFMZV moet steun kunnen worden verleend voor gerichte investeringen in deze sector, mits deze bijdragen tot de verwezenlijking van de GMO-doelstellingen. Die steun mag enkel via financieringsinstrumenten en via InvestEU worden verleend en niet via subsidies.

(34)  De verwerkende industrie speelt een rol in de beschikbaarheid en de kwaliteit van visserij- en aquacultuurproducten. Uit het EFMZV moet steun kunnen worden verleend voor gerichte investeringen in deze sector, mits deze bijdragen tot de verwezenlijking van de GMO-doelstellingen. Die steun kan via subsidies, via financieringsinstrumenten en via InvestEU worden verleend.

Motivering

Er moet voortdurende steun worden verleend, waaronder door middel van subsidies, aan de verwerkende industrie om het concurrentievermogen ervan te vergroten. Subsidies mogen niet worden uitgesloten, aangezien kleine en middelgrote ondernemingen geen eenvoudige toegang hebben tot financieringsinstrumenten.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Overweging 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis)  Afgezien van de reeds vermelde subsidiabele maatregelen, moet het voor het EFMZV ook mogelijk zijn om andere gebieden die verband houden met visserij en aquacultuur steun te bieden, met inbegrip van steun voor beschermende jacht of het beheer van schadelijk wild dat een duurzaam niveau van visbestanden in gevaar brengt, met name zeehonden en aalscholvers.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Overweging 34 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 ter)  Afgezien van de reeds vermelde subsidiabele maatregelen, moet het voor het EFMZV ook mogelijk zijn om andere gebieden die verband houden met visserij en aquacultuur steun te bieden, met inbegrip van de vergoeding van schade aan vangsten, veroorzaakt door zoogdieren en vogels die door de wetgeving van de Unie worden beschermd, met name zeehonden en aalscholvers.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Werkgelegenheid in kustgebieden berust op een plaatselijk aangestuurde ontwikkeling van een duurzame blauwe economie, die het sociale weefsel van deze gebieden nieuw leven inblaast. Oceaanindustrieën en -diensten groeien waarschijnlijk sneller dan de economie in het algemeen en dragen in grote mate bij tot de werkgelegenheid en de groei tegen 2030. Om duurzaam te kunnen zijn, is de blauwe groei afhankelijk van innovatie en investeringen in nieuwe maritieme bedrijven en in de bio-economie, met inbegrip van duurzame toerismemodellen, hernieuwbare oceaanenergie, innovatieve hoogwaardige scheepsbouw en nieuwe havendiensten, waar banen kunnen worden gecreëerd en tegelijkertijd de lokale ontwikkeling toeneemt. Terwijl overheidsinvesteringen in de duurzame blauwe economie moeten worden geïntegreerd in de hele begroting van de Unie, moet het EFMZV met name zijn toegespitst op het scheppen van de juiste voorwaarden voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie en op het wegwerken van knelpunten voor investeringen en voor de ontwikkeling van nieuwe markten en technologieën of diensten. Steun voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie moet worden verleend via gedeeld, direct en indirect beheer.

(35)  Werkgelegenheid in kustgebieden berust op een plaatselijk aangestuurde ontwikkeling van een duurzame blauwe economie die zich binnen ecologische grenzen ontwikkelt en die het sociale weefsel van deze gebieden, met inbegrip van de eilanden en de ultraperifere gebieden, nieuw leven inblaast. Oceaanindustrieën en -diensten groeien waarschijnlijk sneller dan de economie in het algemeen en dragen in grote mate bij tot de werkgelegenheid en de groei tegen 2030. Om duurzaam te kunnen zijn, is de blauwe groei afhankelijk van innovatie en investeringen in nieuwe maritieme bedrijven, in de bio-economie en in biotechnologie, met inbegrip van duurzame toerismemodellen, hernieuwbare oceaanenergie, innovatieve hoogwaardige scheepsbouw en nieuwe havendiensten en de duurzame ontwikkeling van de visserij- en aquacultuursector, waar banen kunnen worden gecreëerd en tegelijkertijd de lokale ontwikkeling toeneemt, alsook de ontwikkeling van nieuwe op biologie gebaseerde mariene producten. Terwijl overheidsinvesteringen in de duurzame blauwe economie moeten worden geïntegreerd in de hele begroting van de Unie, moet het EFMZVA met name zijn toegespitst op het scheppen van de juiste voorwaarden voor een duurzame blauwe economie die zich binnen ecologische grenzen ontwikkelt en op het wegwerken van knelpunten voor investeringen en voor de ontwikkeling van nieuwe markten en technologieën of diensten. Steun voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie moet worden verleend via gedeeld, direct en indirect beheer.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis)  Volgens overweging 3 van de GVB-verordening kan recreatievisserij een significante impact hebben op de visbestanden, en de lidstaten moeten er daarom op toezien dat zij wordt uitgevoerd op een wijze die strookt met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. De recreatievisserij kan echter niet goed worden beheerd zonder regelmatig betrouwbare gegevens te verzamelen over de recreatievisserij, zoals wordt benadrukt in de resolutie van het Europees Parlement over de stand van zaken van de recreatievisserij in de Europese Unie (2017/2120(INI)).

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 ter)  Een duurzame blauwe economie streeft naar duurzame consumptie en productie, alsook een efficiënt gebruik van hulpbronnen, samen met de bescherming en het behoud van de diversiteit, de productiviteit, de veerkracht, de belangrijkste functies en de intrinsieke waarden van mariene ecosystemen. Zij is gebaseerd op de beoordeling van de langetermijnbehoeften van de huidige en toekomstige generaties. Dit houdt ook in dat de juiste prijzen voor goederen en diensten worden vastgesteld.

Motivering

Een duurzame blauwe economie houdt in dat economische, sociale en milieuactiviteiten een integraal onderdeel zijn van het marine ecosysteem en daarom is het noodzakelijk een evenwicht te bewaren tussen het verbeteren van de levensomstandigheden en het welzijn van lokale kustgemeenschappen enerzijds en de bescherming van mariene ecosystemen anderzijds. Een duurzame blauwe economie zal alleen economische waarde creëren voor het mariene milieu als deze kan worden uitgevoerd op een manier die mariene hulpbronnen en ecosystemen behoudt en beschermt.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 quater)  Er zijn ondersteunende maatregelen nodig om de sociale dialoog te faciliteren en het EFMVZ te gebruiken om geschoolde werknemers voor de maritieme en de visserijsector te helpen opleiden. Het belang van modernisering van de maritieme en de visserijsector en de rol die innovatie daarin speelt, vraagt om een herbeoordeling van de financiële toewijzingen voor beroepsopleiding in het EFMZV.

Motivering

Het amendement herinnert aan de artikelen 25 en 27 van het PECH-advies 2017/2052 (INI) inzake de noodzaak om in het kader van het EFMZV middelen specifiek toe te wijzen aan de opleiding van huidige en nieuwe werknemers in de sectoren, zonder leeftijdsgrens maar met het specifieke doel om de economische en ecologische duurzaamheid van de visserijactiviteiten te verbeteren.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 quinquies)  Ook investeringen in menselijk kapitaal zijn onmisbaar om het concurrentievermogen en de economische prestaties van de visserij- en de maritieme sector te verbeteren. Hiertoe moet uit het EFMZV steun worden verleend voor adviesdiensten, samenwerking tussen wetenschappers en vissers, beroepsopleiding, een leven lang leren, met als doel kennisverspreiding te verbeteren, de prestaties en het concurrentievermogen van de marktdeelnemers globaal te verbeteren en de sociale dialoog te bevorderen. Bij wijze van erkenning van hun rol in de vissersgemeenschappen moet, onder bepaalde voorwaarden, ook aan echtgenotes en levenspartners van zelfstandige vissers steun worden verleend voor beroepsopleiding, een leven lang leren, kennisverspreiding en netwerkactiviteiten die aan hun ontwikkeling op professioneel gebied bijdragen.

Motivering

Overneming van overweging 31 van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de bevordering van menselijk kapitaal. Met name voor kustgemeenschappen die afhankelijk zijn van visserijactiviteiten, is het van het grootste belang dat zij de inclusie van nieuwe geschoolde werknemers kunnen bevorderen.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  De ontwikkeling van een duurzame blauwe economie is in grote mate afhankelijk van partnerschappen tussen lokale actoren die bijdragen tot de vitaliteit van kust- en landinwaarts gelegen gemeenschappen en economieën. Het EFMZV moet voorzien in instrumenten om dergelijke partnerschappen te bevorderen. Daartoe moet steun onder gedeeld beheer beschikbaar zijn voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD). Die benadering moet economische diversificatie in een lokale context stimuleren door de ontwikkeling van kust- en binnenvisserij, aquacultuur en een duurzame blauwe economie. CLLD-strategieën moeten ervoor zorgen dat lokale gemeenschappen beter gebruikmaken van en meer profijt halen uit de kansen die de duurzame blauwe economie biedt en dat ze daarbij de ecologische, culturele, sociale en menselijke middelen benutten en versterken. Elk lokaal partnerschap moet dan ook het voornaamste aandachtspunt van zijn strategie weerspiegelen door te zorgen voor een evenwichtige betrokkenheid en vertegenwoordiging van alle belanghebbende partijen uit de plaatselijke duurzame blauwe economie.

(36)  De ontwikkeling van een duurzame blauwe economie is in grote mate afhankelijk van partnerschappen tussen lokale actoren die bijdragen tot de vitaliteit en het voortbestaan van de bevolking van kust-, eiland- en landinwaarts gelegen gebieden en tot de vitaliteit en de duurzaamheid van de daar gesitueerde economieën. Het EFMZV moet voorzien in instrumenten om dergelijke partnerschappen te bevorderen. Daartoe moet steun onder gedeeld beheer beschikbaar zijn voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD). Die benadering moet economische diversificatie in een lokale context stimuleren door de ontwikkeling van kust- en binnenvisserij, aquacultuur en een duurzame blauwe economie. CLLD-strategieën moeten ervoor zorgen dat lokale gemeenschappen beter gebruikmaken van en meer profijt halen uit de kansen die de duurzame blauwe economie biedt en dat ze daarbij de ecologische, culturele, sociale en menselijke middelen benutten en versterken. Elk lokaal partnerschap moet dan ook het voornaamste aandachtspunt van zijn strategie weerspiegelen door te zorgen voor een evenwichtige betrokkenheid en vertegenwoordiging van alle belanghebbende partijen uit de plaatselijke duurzame blauwe economie.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  Onder gedeeld beheer moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor een duurzame blauwe economie door middel van de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens ter verbetering van de kennis over de toestand van het mariene milieu. Die steun moet gericht zijn op het voldoen aan de vereisten uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG, op de ondersteuning van maritieme ruimtelijke ordening en op het verbeteren van de kwaliteit en van de uitwisseling van gegevens in het kader van het Europees marien observatie- en datanetwerk.

(37)  Onder gedeeld beheer moet uit het EFMZVA steun kunnen worden verleend voor een duurzame blauwe economie die zich binnen ecologische grenzen ontwikkelt, door middel van de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens ter verbetering van de kennis over de toestand van het mariene en het zoetwatermilieu en de rijkdommen ervan. Die steun moet gericht zijn op het voldoen aan de vereisten uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG, op de ondersteuning van maritieme ruimtelijke ordening en de duurzaamheid van de visserij- en aquacultuursector, alsook op het verbeteren van de kwaliteit en van de uitwisseling van gegevens in het kader van het Europees marien observatie- en datanetwerk.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  In het kader van direct en indirect beheer moet het EFMZV de nadruk leggen op de randvoorwaarden voor een duurzame blauwe economie door de bevordering van een geïntegreerde governance en geïntegreerd beheer van het maritiem beleid, de verbetering van de overdracht en de toepassing van onderzoek, innovatie en technologie in de duurzame blauwe economie, de verbetering van maritieme vaardigheden en kennis over de oceanen, de versterking van de uitwisseling van sociaaleconomische gegevens over de duurzame blauwe economie, de bevordering van een koolstofarme en klimaatbestendige duurzame blauwe economie en de ontwikkeling van projectenpijplijnen en innovatieve financieringsinstrumenten. Op al deze gebieden moet de nodige aandacht worden gegeven aan de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden.

(38)  In het kader van direct en indirect beheer moet het EFMZV de nadruk leggen op het scheppen van de voorwaarden voor een duurzame blauwe economie die zich binnen ecologische grenzen ontwikkelt en die een gezond marien milieu bevordert door de bevordering van een geïntegreerde governance en geïntegreerd beheer van het maritiem beleid, de verbetering van de overdracht en de toepassing van onderzoek, innovatie en technologie in de duurzame blauwe economie, de verbetering van maritieme vaardigheden en kennis over de zeeën en oceanen, de versterking van de uitwisseling van sociaaleconomische en milieugegevens over de duurzame blauwe economie, de bevordering van een koolstofarme en klimaatbestendige duurzame blauwe economie en de ontwikkeling van projectenpijplijnen en innovatieve financieringsinstrumenten. Op al deze gebieden moet de nodige aandacht worden gegeven aan de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden en eilanden die onder artikel 174 VWEU vallen.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  60 % van de oceanen valt buiten de grenzen van de jurisdictie van nationale staten. Dit impliceert een gedeelde internationale verantwoordelijkheid. De meeste problemen waaronder de oceanen te lijden hebben, zoals overbevissing, klimaatverandering, verzuring, vervuiling en afnemende biodiversiteit, zijn grensoverschrijdend en vragen dus om een gezamenlijke reactie. Krachtens het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, waarbij de Unie op grond van Besluit 98/392/EG van de Raad16 partij is, zijn talrijke rechtsbevoegdheden, instellingen en specifieke kaders opgezet om de menselijke activiteiten in de oceanen te reguleren en te beheren. De laatste jaren is men het er wereldwijd over eens geworden dat het mariene milieu en de menselijke activiteiten op zee op een meer doeltreffende manier moeten worden beheerd om het hoofd te kunnen bieden aan de toenemende druk op de oceanen.

(39)  60 % van de oceanen valt buiten de grenzen van de jurisdictie van nationale staten. Dit impliceert een gedeelde internationale verantwoordelijkheid. De meeste problemen waaronder de oceanen te lijden hebben, zoals overbevissing, klimaatverandering, verzuring, vervuiling, aardolie-exploratie of diepzeemijnbouw, die leiden tot een vermindering van de biodiversiteit, zijn grensoverschrijdend en vragen dus om een gezamenlijke reactie. Krachtens het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, waarbij de Unie op grond van Besluit 98/392/EG van de Raad16 partij is, zijn talrijke rechtsbevoegdheden, instellingen en specifieke kaders opgezet om de menselijke activiteiten in de oceanen te reguleren en te beheren. De laatste jaren is men het er wereldwijd over eens geworden dat het mariene milieu en de menselijke activiteiten op zee op een meer doeltreffende manier moeten worden beheerd om het hoofd te kunnen bieden aan de toenemende druk op de oceanen en zeeën.

_________________

_________________

16 Besluit 98/392/EG van de Raad van 23 maart 1998 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 en de overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van dat verdrag van 28 juli 1994 (PB L 179 van 23.6.1998, blz. 1).

16 Besluit 98/392/EG van de Raad van 23 maart 1998 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 en de overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van dat verdrag van 28 juli 1994 (PB L 179 van 23.6.1998, blz. 1).

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  De Unie zet zich als wereldspeler resoluut in voor de bevordering van internationale oceaangovernance, overeenkomstig de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 10 november 2016, genaamd "Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen"17. Het beleid van de Unie inzake oceaangovernance is een nieuw beleidsterrein dat de oceanen op geïntegreerde wijze bestrijkt. Internationale oceaangovernance is niet alleen belangrijk voor de verwezenlijking van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, en met name duurzame ontwikkelingsdoelstelling 14 (instandhouding en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en rijkdommen van de zee voor duurzame ontwikkeling), maar ook om veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen te waarborgen voor de volgende generaties. De Unie moet deze internationale verbintenissen nakomen en een voortrekkersrol vervullen voor een betere internationale oceaangovernance op bilateraal, regionaal en multilateraal niveau, onder meer om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, om het internationale kader voor oceaangovernance te verbeteren, om de druk op de oceanen en zeeën te verlagen, om de voorwaarden te creëren voor een duurzame blauwe economie en om het internationale oceaanonderzoek en internationale oceaangegevens te versterken.

(40)  De Unie zet zich als wereldspeler resoluut in voor de bevordering van internationale oceaangovernance, overeenkomstig de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 10 november 2016, genaamd "Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen"17. Het beleid van de Unie inzake oceaangovernance is een nieuw beleidsterrein dat de oceanen op geïntegreerde wijze bestrijkt. Internationale oceaangovernance is niet alleen belangrijk voor de verwezenlijking van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, en met name duurzame ontwikkelingsdoelstelling 14 (instandhouding en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en rijkdommen van de zee voor duurzame ontwikkeling), maar ook om veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen te waarborgen voor de volgende generaties. De Unie moet deze internationale verbintenissen nakomen en als drijvende kracht een voortrekkersrol vervullen voor een betere internationale oceaangovernance op bilateraal, regionaal en multilateraal niveau, onder meer om IOO-visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen en het effect ervan op het mariene milieu te minimaliseren, om het internationale kader voor oceaangovernance te verbeteren, om de druk op de oceanen en zeeën te verlagen, om de voorwaarden te creëren voor een duurzame blauwe economie die zich binnen ecologische grenzen ontwikkelt, en om het internationale oceaanonderzoek en internationale oceaangegevens te versterken.

_________________

_________________

17 JOIN(2016) 49

17 JOIN(2016) 49

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  In het kader van gedeeld beheer moet elke lidstaat één enkel programma opstellen dat door de Commissie moet worden goedgekeurd. In de context van regionalisering en om de lidstaten aan te moedigen tot een meer strategische aanpak bij de voorbereiding van de programma's, moet de Commissie een analyse ontwikkelen voor elk zeegebied, waarin de gemeenschappelijke sterke en zwakke punten met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen worden aangegeven. Deze analyse moet als basis dienen voor de onderhandelingen tussen de lidstaten en de Commissie over elk programma, rekening houdend met de regionale moeilijkheden en behoeften. Bij de beoordeling van de programma's moet de Commissie rekening houden met de ecologische en sociaaleconomische uitdagingen van het GVB, de sociaaleconomische prestaties van de duurzame blauwe economie, de uitdagingen op het niveau van het zeegebied, de instandhouding en het herstel van de mariene ecosystemen, de vermindering van zwerfvuil op zee en de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

(43)  In het kader van gedeeld beheer moet elke lidstaat, in overleg met de regio's, één enkel programma opstellen dat door de Commissie moet worden goedgekeurd. In de context van regionalisering en om de lidstaten aan te moedigen tot een meer strategische aanpak bij de voorbereiding van de programma's, moet de Commissie een analyse ontwikkelen voor elk zeegebied, waarin de gemeenschappelijke sterke en zwakke punten met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen worden aangegeven. Deze analyse moet als basis dienen voor de onderhandelingen tussen de lidstaten en de Commissie over elk programma, rekening houdend met de regionale moeilijkheden en behoeften. Bij de beoordeling van de programma's moet de Commissie rekening houden met de ecologische en sociaaleconomische uitdagingen van het GVB, de sociaaleconomische prestaties van een zich binnen ecologische grenzen ontwikkelende duurzame blauwe economie, met name wat kleinschalige kustvisserij betreft, de uitdagingen op het niveau van het zeegebied, de instandhouding en het herstel van de mariene ecosystemen, de vermindering en inzameling van zwerfvuil op zee en de bestrijding en matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Overweging 43 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(43 bis)  Met het oog op een doeltreffende tenuitvoerlegging van de beheersmaatregelen op regionaal niveau moeten de lidstaten een regeling voor gezamenlijk beheer opzetten waarbij de adviesraden, vissersorganisaties en de bevoegde instellingen of autoriteiten betrokken zijn teneinde de dialoog en de inzet van de partijen aan te zwengelen.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Overweging 44 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(44 bis)  De betalingsprocedure van het huidige EFMZV is aangemerkt als zwak, aangezien na vier jaar toepassing slechts 11 % is benut. Deze procedure moet worden verbeterd om de betalingen aan begunstigden, met name wanneer het om natuurlijke personen of gezinnen gaat, te versnellen.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis)  De Commissie moet tevens voorzien in toereikende instrumenten om de maatschappij te informeren over de activiteiten van de visserij en de aquacultuur en de voordelen van de diversificatie van de consumptie van vis en zeevruchten.

Motivering

De diversificatie van de consumptie van vis zal de visserijdruk op de populairste visbestanden doen afnemen.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie], Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad19, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad20, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad21 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad22 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad23. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie] ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij het beheer en de uitvoering van het EFMZV de financiële belangen van de Unie worden beschermd, overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie] en Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen].

(47)  Overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie], Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad19, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad20, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad21 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad22 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder moet het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad moet het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad23. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie] ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij het beheer en de uitvoering van het EFMZV de financiële belangen van de Unie worden beschermd, overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie] en Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen].

_________________

_________________

19 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

19 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

20 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

20 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

21 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

21 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

22 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

22 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

23 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

23 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  Met het oog op meer transparantie betreffende de besteding van de fondsen van de Unie en op beter financieel beheer van die fondsen, met name door de publieke controle op de bestede gelden te versterken, moet bepaalde informatie over de concrete acties die in het kader van het EFMZV worden gefinancierd, worden gepubliceerd op een website van de lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]. Wanneer een lidstaat informatie over in het kader van het EFMZV gefinancierde concrete acties publiceert, moeten de in Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad24 vervatte voorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens worden nageleefd.

(48)  Met het oog op meer transparantie betreffende de besteding van de fondsen van de Unie en op beter financieel beheer van die fondsen, met name door de publieke controle op de bestede gelden te versterken, moet informatie over de concrete acties die in het kader van het EFMZV worden gefinancierd, worden gepubliceerd op een website van de lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]. Wanneer een lidstaat informatie over in het kader van het EFMZV gefinancierde concrete acties publiceert, moeten de in Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad24 vervatte voorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens worden nageleefd.

_________________

_________________

24 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

24 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  "gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsstructuur" (CISE – Common information sharing environment): een structuur van systemen voor de ondersteuning van de sector- en grensoverschrijdende uitwisseling van informatie tussen autoriteiten die betrokken zijn bij maritieme bewaking met als doel hun kennis over activiteiten op zee te verbeteren;

(2)  "gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsstructuur" (CISE – Common information sharing environment): een structuur van systemen voor de ondersteuning van de sector- en grensoverschrijdende uitwisseling van informatie tussen autoriteiten die betrokken zijn bij maritieme bewaking met als doel hun kennis over op zee verrichte activiteiten te verbeteren;

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "kustwacht": nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren, waaronder maritieme veiligheid, maritieme beveiliging, maritieme douane, preventie en uitbanning van mensenhandel en mensensmokkel, handhaving van het zeerecht, maritieme grenscontrole, maritieme bewaking, bescherming van het mariene milieu, opsporing en redding, hulpverlening bij ongelukken en rampen, visserijcontrole en andere activiteiten die met deze taken verband houden;

(3)  "kustwacht": nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren, waaronder maritieme veiligheid, maritieme beveiliging, maritieme douane, preventie en uitbanning van mensenhandel en mensensmokkel, handhaving van het zeerecht, maritieme grenscontrole, maritieme bewaking, bescherming van het mariene milieu, opsporing en redding, hulpverlening bij ongelukken en rampen, visserijcontrole, inspecties en andere activiteiten die met deze taken verband houden;

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  "recreatievisserij": niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de biologische rijkdommen van de zee voor recreatieve, toeristische of sportieve doeleinden worden geëxploiteerd;

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  "recreatievisserijsector": alle takken van de recreatievisserij en de ondernemingen en banen die daarvan afhankelijk zijn of daaruit voortkomen;

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  "visser te voet": een door de desbetreffende lidstaat als zodanig erkend natuurlijk persoon die commerciële visserijactiviteiten te voet uitoefent;

Motivering

De situatie van vissers te voet is vaak vergelijkbaar met die van vissers uit de kleinschalige kustvisserij. In dit opzicht zouden vissers te voet ook onder de steunbepalingen van het EFMZV moeten vallen.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  "productieve investeringen in aquacultuur": investeringen in de bouw, de uitbreiding, de modernisering of de uitrusting van installaties voor aquacultuurproductie;

Schrappen

Motivering

Dit amendement sluit aan op de verwijdering van het woord "productieve" in artikel 23, lid 3.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  "zeegebiedstrategie": een geïntegreerd kader voor de aanpak van gemeenschappelijke mariene en maritieme problemen van lidstaten en, in voorkomend geval, derde landen in een zeegebied of in een of meer onderzeegebieden, en voor de bevordering van samenwerking en coördinatie met het oog op economische, sociale en territoriale cohesie; een dergelijke strategie wordt ontwikkeld door de Commissie in samenwerking met de betrokken landen, hun regio's en in voorkomend geval ook andere belanghebbenden;

(13)  "zeegebiedstrategie": een geïntegreerd kader voor de aanpak van gemeenschappelijke mariene en maritieme problemen van lidstaten en, in voorkomend geval, derde landen in een specifiek zeegebied of in een of meer onderzeegebieden, en voor de bevordering van samenwerking en coördinatie met het oog op economische, sociale en territoriale cohesie; een dergelijke strategie wordt ontwikkeld door de Commissie in samenwerking met de betrokken lidstaten en derde landen, hun regio's en in voorkomend geval ook andere belanghebbenden;

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  "kleinschalige kustvisserij": de visserij door vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 m die geen gebruikmaken van gesleept vistuig als bedoeld in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad26;

(14)  "kleinschalige kustvisserij": de visserij door vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 m die geen gebruikmaken van gesleept vistuig als bedoeld in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad26, de visserij waarbij te voet wordt gevist en de schelpdiervisserij;

_________________

_________________

26 Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1626/94 (PB L 409 van 30.12.2006, blz. 11).

26 Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1626/94 (PB L 409 van 30.12.2006, blz. 11).

Motivering

Er moet uitdrukkelijk worden vermeld dat vissers die te voet vissen onder de kleinschalige kustvisserij vallen. In de EFMZV-periode 2014-2020 hebben de diensten van de Commissie op een vraag over de uitlegging van de definitie van kleinschalige kustvisserij geantwoord dat visserij waarbij te voet wordt gevist en schepdiervisserij onder de kleinschalige kustvisserij vallen.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  "kleinschalige vloot uit een ultraperifeer gebied": een kleinschalige vloot die actief is in de ultraperifere gebieden zoals gedefinieerd in elk nationaal operationeel programma;

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  "duurzame blauwe economie": alle sectorale en sectoroverschrijdende economische activiteiten op de eengemaakte markt die verband houden met de oceanen, zeeën, kusten en binnenwateren, waaronder de ultraperifere gebieden van de Unie en de niet aan zee grenzende landen, met inbegrip van opkomende sectoren en niet-marktgoederen en -diensten, en die in overeenstemming zijn met de milieuwetgeving van de Unie.

(15)  "duurzame blauwe economie": alle sectorale en sectoroverschrijdende economische activiteiten op de eengemaakte markt die verband houden met de oceanen, zeeën, kusten en binnenwateren, waaronder de insulaire en ultraperifere gebieden van de Unie en de niet aan zee grenzende landen, met inbegrip van opkomende sectoren en niet-marktgoederen en -diensten, die tot doel hebben het ecologische, sociale en economische welzijn van de huidige en volgende generaties te verzekeren en de mariene ecosystemen weer gezond te maken en te houden, door kwetsbare natuurlijke rijkdommen te beschermen, in overeenstemming met de milieuwetgeving van de Unie;

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  "gezamenlijk beheer": een partnerschapsregeling waarbij de verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de besluitvorming inzake visserijbeheer worden gedeeld door de overheid, de gemeenschap van gebruikers van lokale hulpbronnen (vissers), externe actoren (niet-gouvernementele organisaties, onderzoeksinstellingen) en soms ook andere belanghebbenden op het gebied van visserij en kustrijkdommen (booteigenaren, vishandelaren, kredietinstellingen of geldschieters, de toeristische sector enz.);

Motivering

Deze definitie is afkomstig van het terminologieportaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO): http://www.fao.org/faoterm/en/

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 15 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 ter)  "milieuongeval": ongeval van natuurlijke of menselijke oorsprong dat tot een achteruitgang van het milieu leidt.

Motivering

Het in artikel 18, lid 1, onder d), gehanteerde begrip milieuongeval is niet gedefinieerd en moet omwille van de rechtszekerheid worden gedefinieerd.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee;

(1)  bevorderen van een duurzame visserij;

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  bevorderen van een duurzame aquacultuur;

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten;

(2)  bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame markten en verwerkingssectoren voor visserij- en aquacultuurproducten;

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen;

(3)  mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie, rekening houdend met de ecologische draagkracht, en bevorderen van de welvaart en de sociale en economische cohesie in kust-, eiland- en landinwaarts gelegen gemeenschappen;

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – paragraaf 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Steun in het kader van het EFMZV draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie betreffende de matiging van en de aanpassing aan de milieu- en klimaatverandering. Die bijdrage wordt gevolgd volgens de in bijlage IV beschreven methodologie.

Steun in het kader van het EFMZV draagt ook bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie betreffende de matiging van en de aanpassing aan de milieu- en klimaatverandering. Die bijdrage wordt gevolgd volgens de in bijlage IV beschreven methodologie.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

 

Ultraperifere gebieden

 

Bij alle bepalingen van deze verordening dient rekening te worden gehouden met de specifieke beperkingen die worden erkend in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het EFMZV voor de periode 2021-2027 bedragen 6 140 000 000 EUR in lopende prijzen.

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het EFMZV voor de periode 2021-2027 worden verhoogd tot 6 867 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 (d.w.z. 7 739 000 000 EUR in lopende prijzen).

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De gedeeld beheerde financiële middelen, als bedoeld in titel II, bedragen 5 311 000 000 EUR, in lopende prijzen, overeenkomstig de in bijlage V vastgestelde jaarlijkse verdeling.

1.  De gedeeld beheerde financiële middelen, als bedoeld in titel II, bedragen 87 % van de financiële middelen van het EFMZV [xxx EUR], in lopende prijzen, overeenkomstig de in bijlage V vastgestelde jaarlijkse verdeling.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor concrete acties in de ultraperifere gebieden wijst elke betrokken lidstaat, binnen de in bijlage V bepaalde financiële steun van de Unie, ten minste de volgende bedragen toe:

Schrappen

(a)  102 000 000 EUR voor de Azoren en Madeira;

 

(b)  82 000 000 EUR voor de Canarische Eilanden;

 

(c)  131 000 000 EUR voor Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Mayotte, Réunion en Sint-Maarten.

 

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in artikel 21 bedoelde compensatie is niet hoger dan 50 % van elk van de in lid 2, onder a), b) en c), bedoelde toewijzingen.

Schrappen

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Minstens 15 % van de per lidstaat toegewezen financiële steun van de Unie wordt toegewezen aan de in de artikelen 19 en 20 bedoelde steungebieden. Lidstaten die geen toegang tot de Uniewateren hebben, kunnen een lager percentage toepassen, rekening houdend met de omvang van hun taken op het gebied van controle en gegevensverzameling.

4.  Minstens 15 % van de per lidstaat toegewezen financiële steun van de Unie wordt toegewezen aan de in de artikelen 19 en 20 bedoelde steungebieden. Lidstaten die geen toegang tot de Uniewateren hebben, kunnen een lager percentage toepassen, rekening houdend met de omvang van hun taken op het gebied van controle en gegevensverzameling. Indien de toewijzingen voor controle en gegevensverzameling uit hoofde van de artikelen 19 en 20 van deze verordening niet worden gebruikt, kan de betrokken lidstaat de desbetreffende bedragen overdragen om ze onder direct beheer te gebruiken voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging, door het Europees Bureau voor visserijcontrole, van een systeem voor visserijcontroles van de Unie uit hoofde van artikel 40, onder b), van deze verordening.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Minstens 10 % van de per lidstaat toegewezen financiële steun van de Unie wordt toegewezen aan de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust en voor mariene kennis als bedoeld in de artikelen 22 en 27.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  Minstens 10 % van de per lidstaat toegewezen financiële steun van de Unie wordt toegewezen aan het verbeteren van de veiligheids-, arbeids- en leefomstandigheden van de bemanning, opleiding, sociale dialoog, vaardigheden en werkgelegenheid. De financiële steun van de Unie uit het EFMZV die per lidstaat voor alle investeringen aan boord wordt toegewezen, is echter niet hoger dan 60 % van de per lidstaat toegewezen financiële steun van de Unie.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  10 % van de per lidstaat toegewezen financiële steun van de Unie.

(b)  15 % van de per lidstaat toegewezen financiële steun van de Unie.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De direct en indirect beheerde financiële middelen, als bedoeld in titel II, bedragen 829 000 000 EUR, in lopende prijzen.

1.  De direct en indirect beheerde financiële middelen, als bedoeld in titel III, bedragen 13 % van de financiële middelen van het EFMZV [xxx EUR], in lopende prijzen.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] stelt elke lidstaat één enkel programma op waarmee uitvoering wordt gegeven aan de in artikel 4 bedoelde prioriteiten.

1.  Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] stelt elke lidstaat één enkel nationaal programma of regionale operationele programma's op waarmee uitvoering wordt gegeven aan de in artikel 4 bedoelde prioriteiten.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  waar van toepassing, de in lid 4 bedoelde actieplannen voor de ultraperifere gebieden.

(c)  waar van toepassing, de in artikel 29 quater bedoelde actieplannen voor de ultraperifere gebieden.

Motivering

De verwijzing naar de betreffende bepaling moet worden aangepast.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  in voorkomend geval, de actieplannen voor zeegebieden voor de subnationale of regionale autoriteiten die bevoegd zijn voor visserij, de schelpdierensector en maritieme zaken.

Motivering

De coördinatie van strategieën en maatregelen op het niveau van de zeegebieden zou voor zeegebieden die door meerdere lidstaten worden gedeeld een gezamenlijke planning en overleg met andere regio's en landen kunnen vereisen om tot geharmoniseerde doelstellingen, maatregelen en financiële middelen te komen. Een voorbeeld hiervan is Andalusië, dat kustgebieden omvat in het Middellandse Zeegebied, het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan en een gebied met specifieke eigenschappen – de Straat van Gibraltar –, die elk gekenmerkt worden door uiteenlopende situaties.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De betrokken lidstaten stellen, als onderdeel van hun programma, een actieplan op voor elk van hun ultraperifere gebieden zoals bedoeld in artikel 6, lid 2, dat de volgende elementen bevat:

Schrappen

(a) een strategie voor de duurzame exploitatie van de visserij en de ontwikkeling van de sectoren van de duurzame blauwe economie;

 

(b) een beschrijving van de voornaamste geplande acties en de overeenkomstige financiële middelen, met inbegrip van:

 

i) de structurele steun voor de visserij- en de aquacultuursector uit hoofde van titel II;

 

ii) de in artikel 21 bedoelde compensatie voor extra kosten;

 

iii) alle andere investeringen in de duurzame blauwe economie die nodig zijn voor een duurzame ontwikkeling van kustgebieden.

 

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De Commissie ontwikkelt voor elk zeegebied een analyse van de gemeenschappelijke sterke en zwakke punten van het gebied met betrekking tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde GVB-doelstellingen. In deze analyse wordt, in voorkomend geval, rekening gehouden met de bestaande zeegebiedstrategieën en macroregionale strategieën.

5.  De Commissie wint advies in bij de betrokken adviesraden en ontwikkelt voor elk zeegebied een analyse van de gemeenschappelijke sterke en zwakke punten van het gebied met betrekking tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde GVB-doelstellingen, alsook tot de verwezenlijking van een goede milieutoestand als bedoeld in Richtlijn 2008/56/EG. In deze analyse wordt rekening gehouden met de bestaande zeegebiedstrategieën en macroregionale strategieën.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  indien van toepassing, de noodzaak om de vloot te moderniseren of vernieuwen;

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  de bestrijding van invasieve soorten die de productiviteit van de visserij in aanzienlijke mate schaden;

Motivering

Resolutie van het Europees Parlement van 12 juni 2018 getiteld "Naar een duurzame en concurrerende Europese aquacultuursector: huidige stand van zaken en toekomstige uitdagingen".

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d ter)  de ondersteuning van onderzoek naar en toepassing van innovatief selectief vistuig in de gehele Unie, niet uitsluitend, maar onder meer overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de recentste gegevens over de sociaaleconomische prestaties van de duurzame blauwe economie, en met name van de visserij- en aquacultuursector;

(e)  de recentste gegevens over het evenwicht tussen de milieuprioriteiten en de sociaaleconomische prestaties van de duurzame blauwe economie, en met name van de visserij- en aquacultuursector;

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  de bijdrage van het programma aan de instandhouding en het herstel van de mariene ecosystemen, terwijl de steun in verband met Natura 2000-gebieden in overeenstemming is met de op grond van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/43/EEG vastgestelde prioritaire actiekaders;

(g)  de bijdrage van het programma aan het tot stand brengen van een evenwicht tussen de economische en sociale overwegingen en de instandhouding en het herstel van de mariene en zoetwaterecosystemen;

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  de bijdrage van het programma aan de vermindering van zwerfvuil op zee overeenkomstig Richtlijn xx/xx van het Europees Parlement en de Raad [Richtlijn betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu]27;

(h)  de bijdrage van het programma aan de inzameling en vermindering van zwerfvuil op zee overeenkomstig Richtlijn xx/xx van het Europees Parlement en de Raad [Richtlijn betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu]27;

_________________

_________________

27 PB C […] van […], blz. […].

27 PB C […] van […], blz. […].

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  de bijdrage van het programma aan de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

(i)  de bijdrage van het programma aan de bestrijding en matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, met inbegrip van de vermindering van de CO2-uitstoot door brandstofbesparingen.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis)  de bijdrage van het programma aan de bestrijding van IOO-visserij.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een door een begunstigde ingediende aanvraag voor steun uit het EFMZV is gedurende een op grond van lid 4 vastgestelde, nader bepaalde periode niet ontvankelijk, indien de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de betrokken begunstigde:

1.  Een door een aanvrager ingediende aanvraag voor steun uit het EFMZV is gedurende een op grond van lid 4 vastgestelde, nader bepaalde periode niet ontvankelijk, indien de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de betrokken aanvrager:

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een ernstige inbreuk heeft gemaakt als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad28 of in artikel 90 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad of in andere door het Europees Parlement en de Raad aangenomen wetgeving;

(a)  een ernstige inbreuk heeft gemaakt als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad28 of in artikel 90 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad of in andere door het Europees Parlement en de Raad aangenomen wetgeving in het kader van het GVB;

__________________

__________________

28 Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1).

28 Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1).

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  een van de in de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad29 beschreven milieudelicten heeft gepleegd, indien de aanvraag gericht is op steun op grond van artikel 23.

(c)  een van de in de artikelen 3 en 4 van Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad29 beschreven milieudelicten heeft gepleegd.

__________________

__________________

29 Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht (PB L 328 van 6.12.2008, blz. 28).

29 Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht (PB L 328 van 6.12.2008, blz. 28).

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Na de indiening van zijn aanvraag blijft de begunstigde aan de in lid 1 bedoelde ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoen gedurende de hele periode van uitvoering van de concrete actie en gedurende een periode van vijf jaar na de laatste betaling aan die begunstigde.

2.  Na de indiening van zijn aanvraag blijft de begunstigde aan de in lid 1 bedoelde ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoen gedurende de hele periode van uitvoering van de concrete actie en gedurende een periode van twee jaar na de laatste betaling aan die begunstigde.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  eventuele voorwaarden waaronder de lengte van de onontvankelijkheidsperiode wordt ingekort;

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – letter a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a ter)  de bepaling van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan na de indiening van de in lid 2 bedoelde aanvraag, en van de wijzen van terugvordering van de toegekende steun in geval van niet-naleving, afgestemd op de ernst van de inbreuk;

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De lidstaten kunnen tevens een periode van niet-ontvankelijkheid toepassen op aanvragen die zijn ingediend door vissers in binnenwateren die ernstige inbreuken hebben gepleegd op de nationale voorschriften.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Subsidiabele concrete acties

 

Door het EFMZV kan een verscheidenheid aan concrete acties worden gesteund die de lidstaten in hun programma hebben vastgesteld, mits deze acties onder één of meer van de in deze verordening vastgestelde prioriteiten vallen.

Motivering

Ten behoeve van de duidelijkheid en rechtszekerheid voor exploitanten en lidstaten moet het beginsel op grond waarvan "datgene wat niet verboden is, is toegestaan" uitdrukkelijk worden genoemd in de tekst van de verordening.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  concrete acties die de vangstcapaciteit van een vissersvaartuig vergroten of die de aankoop steunen van uitrusting waarmee het vermogen van het vissersvaartuig om vis op te sporen, wordt vergroot;

(a)  concrete acties die de vangstcapaciteit van een vissersvaartuig vergroten of die de aankoop steunen van uitrusting waarmee het vermogen van het vissersvaartuig om vis op te sporen, wordt vergroot, behalve ter verbetering van de veiligheid of de arbeids- of leefomstandigheden van de bemanning, met inbegrip van verbeteringen van de stabiliteit van het vaartuig, of de kwaliteit van het product, op voorwaarde dat de vergroting binnen de aan de lidstaat toegewezen grenzen blijft, zonder het evenwicht tussen vangstcapaciteit en beschikbare vangstmogelijkheden in gevaar te brengen en zonder het vangstvermogen van het betrokken vissersvaartuig te vergroten;

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de overdracht van de eigendom van een bedrijf;

(f)  de overdracht van de eigendom van een bedrijf, behalve de overdracht van een bedrijf aan jonge vissers of jonge aquacultuurproducenten;

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  het rechtstreeks uitzetten van vis, behalve als instandhoudingsmaatregel waarin uitdrukkelijk bij een rechtshandeling van de Unie is voorzien, of in geval van het experimenteel uitzetten van vis;

(g)  het rechtstreeks uitzetten van vis, behalve als instandhoudingsmaatregel waarin uitdrukkelijk bij een rechtshandeling van de Unie is voorzien, of in geval van het experimenteel uitzetten van vis of het uitzetten in verband met processen om de milieu- en de productieomstandigheden van de natuurlijke omgeving te verbeteren;

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  de aanleg van nieuwe havens, nieuwe aanlandingsplaatsen of nieuwe afslagen;

(h)  de aanleg van nieuwe havens of nieuwe aanlandingsplaatsen, behalve kleine havens en aanlandingsplaatsen in afgelegen gebieden, met name in de ultraperifere gebieden, op afgelegen eilanden en in perifere, niet-stedelijke kustgebieden;

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  marktinterventiemechanismen om visserij- of aquacultuurproducten tijdelijk of definitief uit de markt te nemen met het oog op een verminderd aanbod om een prijsdaling te voorkomen of om de prijzen op te drijven; bij uitbreiding, concrete acties in verband met opslag in een logistieke keten die zowel bedoeld als onbedoeld dezelfde effecten zouden hebben;

(i)  marktinterventiemechanismen om visserij- of aquacultuurproducten tijdelijk of definitief uit de markt te nemen met het oog op een verminderd aanbod om een prijsdaling te voorkomen of om de prijzen op te drijven;

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j)  investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen met als doel de naleving van vereisten krachtens het recht van de Unie of nationaal recht, met inbegrip van de vereisten in het kader van de verplichtingen van de Unie in de context van regionale organisaties voor visserijbeheer;

(j)  behalve indien anders bepaald in deze verordening, investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen met als doel de naleving van vereisten krachtens het recht van de Unie of nationaal recht, met inbegrip van de vereisten in het kader van de verplichtingen van de Unie in de context van regionale organisaties voor visserijbeheer, tenzij die investeringen onevenredige kosten voor de exploitanten met zich meebrengen;

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k)  investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende minder dan 60 dagen per jaar activiteiten op zee hebben verricht.

Schrappen

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(k bis)  de vervanging of modernisering van de hoofd- of hulpmotor van een vissersvaartuig indien die tot een toename van het vermogen in kW leidt;

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter k ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(k ter)  de productie van genetisch gemodificeerde organismen, voor zover die productie nadelige gevolgen kan hebben voor de natuur.

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – prioriteit 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Prioriteit 1: Bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee

Prioriteit 1: Bevorderen van een duurzame visserij, van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee, en van de sociaaleconomische duurzaamheid

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Steun op grond van dit hoofdstuk draagt bij tot de verwezenlijking van de milieu-, economische, maatschappelijke en werkgelegenheidsdoelstellingen van het GVB, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

1.  Steun op grond van dit hoofdstuk draagt bij tot de verwezenlijking van de milieu-, economische, maatschappelijke en werkgelegenheidsdoelstellingen van het GVB, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, en bevordert de sociale dialoog tussen de partijen.

Motivering

De herinvoering van de maatregelen ter bevordering van de sociale dialoog wordt essentieel geacht om de cohesie tussen de partijen te behouden en zowel aan boord als aan de wal betere arbeidsomstandigheden tot stand te brengen, ook via opleidingen en stimuli om goede praktijken te hanteren.

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen in hun programma een actieplan voor de kleinschalige kustvisserij op, dat een strategie omvat voor de ontwikkeling van een winstgevende en duurzame kleinschalige kustvisserij. Deze strategie wordt opgezet rond de volgende onderdelen, waar van toepassing:

1.  De lidstaten nemen in hun programma, in goede samenwerking met de betrokken sectoren, een specifiek actieplan voor de kleinschalige kustvisserij op, dat een strategie omvat voor de ontwikkeling van een winstgevende en duurzame kleinschalige kustvisserij. Deze strategie wordt opgezet rond de volgende onderdelen, waar van toepassing:

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  bevordering van vaardigheden, kennis, innovatie en capaciteitsopbouw;

(d)  bevordering van vaardigheden, kennis, innovatie en capaciteitsopbouw, met name voor jonge vissers;

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  verbetering van gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen;

(e)  verbetering van gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen, bij de visserij te voet en de schelpdiervisserij, en op het land in de rechtstreeks aan de visserij verwante activiteiten;

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Teneinde de administratieve lasten te verlichten voor marktdeelnemers die steun aanvragen, streven de lidstaten ernaar een gemeenschappelijk vereenvoudigd EU-aanvraagformulier voor de EFMZV-maatregelen in te voeren.

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de eerste aankoop van een vissersvaartuig door een jonge visser die bij indiening van de aanvraag nog geen 40 jaar is en ten minste vijf jaar als visser heeft gewerkt of voldoende beroepskwalificatie heeft verworven;

(a)  de eerste aankoop van een vissersvaartuig door een jonge visser die bij indiening van de aanvraag voldoende ervaring als visser heeft, officieel erkend is door de betrokken lidstaat, of voldoende beroepskwalificatie heeft verworven, ook als de visser de eigendom verwerft als meerderheidsaandeelhouder van een bedrijf;

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  gemakkelijkere toegang tot kredieten, verzekerings- en financieringsinstrumenten.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde vaartuigen zijn uitgerust voor visserij op zee en zijn tussen 5 en 30 jaar oud.

Schrappen

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de in lid 1, onder b bis, bedoelde investeringen in duurzame vaartuigen, ongeacht hun lengte, wanneer er fondsen beschikbaar zijn, mits tijdens het selectieproces voorrang wordt gegeven aan kleinschalige kustvaarders.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien de in lid 1 bedoelde steun wordt verleend voor compensatie voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten, wordt aan de volgende voorwaarden voldaan:

2.  De in lid 1 bedoelde steun kan worden verleend als compensatie voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  de stopzetting heeft een permanente verlaging van de vangstcapaciteit tot gevolg, aangezien de ontvangen steun niet opnieuw in de vloot wordt geïnvesteerd;

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het vissersvaartuig is als actief geregistreerd en heeft in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 120 dagen per jaar visserijactiviteiten op zee verricht;

(c)  het vissersvaartuig is als actief geregistreerd en heeft in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 90 dagen per jaar visserijactiviteiten op zee verricht;

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de overeenkomstige vangstcapaciteit is definitief uit het vissersvlootregister van de Unie geschrapt en de visvergunningen en vismachtigingen zijn definitief ingetrokken overeenkomstig artikel 22, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 1380/2013; en

(d)  de overeenkomstige vangstcapaciteit is definitief uit het vissersvlootregister van de Unie geschrapt en de visvergunningen en vismachtigingen zijn definitief ingetrokken overeenkomstig artikel 22, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Vissers, met inbegrip van eigenaren van vissersvaartuigen en bemanningsleden, die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan de datum van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 90 dagen per jaar op zee hebben gewerkt aan boord van een Unievissersvaartuig dat onder de definitieve stopzetting valt, kunnen ook in aanmerking komen voor de in lid 1 bedoelde steun. De betrokken vissers beëindigen volledig alle visserijactiviteiten. De begunstigden leveren de bevoegde nationale autoriteit het bewijs dat de visserijactiviteiten volledig zijn beëindigd. Als de vissers binnen twee jaar na de indiening van de steunaanvraag opnieuw visserijactiviteiten verrichten, betalen zij de compensatie op pro-rata-temporisbasis terug.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De steun voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten als bedoeld in lid 2 wordt uitgevoerd via financiering die geen verband houdt met kosten, overeenkomstig artikel 46, onder a), en artikel 89 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen], en wordt enkel verleend mits:

De steun voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten als bedoeld in lid 2 wordt uitgevoerd via financiering die geen verband houdt met kosten, overeenkomstig artikel 46, onder a), en artikel 89 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen], en wordt enkel verleend mits is voldaan aan de voorwaarden van lid 2 van dit artikel.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  is voldaan aan de voorwaarden, overeenkomstig artikel 46, onder a), i), van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]; en

Schrappen

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  resultaten worden bereikt, overeenkomstig artikel 46, onder a), ii), van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen].

Schrappen

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 52 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin de onder a) bedoelde voorwaarden worden bepaald die betrekking hebben op de uitvoering van instandhoudingsmaatregelen als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Schrappen

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten

Tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor compensatie voor de buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten wegens:

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor compensatie voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten wegens:

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  instandhoudingsmaatregelen als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a), b), c) en j), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of gelijkwaardige, door regionale organisaties voor visserijbeheer aangenomen instandhoudingsmaatregelen, indien van toepassing op de Unie;

(a)  instandhoudingsmaatregelen als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a), b), c), i) en j), van Verordening (EU) nr. 1380/2013, inclusief biologische rustperioden en exclusief TAC's en quota, of gelijkwaardige, door regionale organisaties voor visserijbeheer aangenomen instandhoudingsmaatregelen, indien van toepassing op de Unie;

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  maatregelen van de Commissie bij ernstige bedreigingen voor de biologische rijkdommen van de zee als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

(b)  maatregelen van de Commissie of noodmaatregelen van de lidstaten bij ernstige bedreigingen voor de biologische rijkdommen van de zee als bedoeld in respectievelijk de artikelen 12 en 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de onderbreking van de toepassing van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij of van het protocol daarbij door overmacht; of

(c)  de onderbreking van de toepassing of het niet verlengen van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij of van het protocol daarbij door overmacht; of

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  natuurrampen of milieuongevallen die officieel door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat zijn erkend.

(d)  natuurrampen, milieuongevallen, met inbegrip van periodes van sluiting van de visvangst om gezondheidsredenen of wegens abnormale sterfte van visbestanden, ongevallen op zee tijdens visserijactiviteiten en ongunstige weersomstandigheden, waaronder langdurige onveilige weersomstandigheden op zee die van invloed zijn op een specifieke vorm van visserij, die officieel door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat zijn erkend.

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor de toekenning van uitkeringen of betalingen op grond van dit artikel wordt geen rekening gehouden met stilleggingen van visserijactiviteiten die elk seizoen plaatsvinden.

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de commerciële activiteiten van het betrokken vaartuig gedurende ten minste negentig opeenvolgende dagen worden stopgezet; en

(a)  de visserijactiviteiten van het betrokken vaartuig gedurende ten minste dertig opeenvolgende dagen worden stopgezet.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het economische verlies als gevolg van de stopzetting meer bedraagt dan 30 % van de jaarlijkse omzet van het betrokken bedrijf, berekend op basis van de gemiddelde omzet van dat bedrijf in de voorgaande drie kalenderjaren.

Schrappen

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  eigenaren van vissersvaartuigen die als actief zijn geregistreerd en die in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 120 dagen per jaar visserijactiviteiten op zee hebben verricht; of

(a)  eigenaren van vissersvaartuigen of vissers te voet die als actief zijn geregistreerd en die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 120 dagen visserijactiviteiten hebben verricht; of

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  vissers die in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 120 dagen per jaar op zee hebben gewerkt aan boord van een Unievissersvaartuig dat onder de buitengewone stopzetting valt.

(b)  vissers die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste 120 dagen op zee hebben gewerkt aan boord van een Unievissersvaartuig dat onder de tijdelijke stopzetting valt.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Alle visserijactiviteiten van de betrokken vissersvaartuigen en de betrokken vissers worden daadwerkelijk opgeschort tijdens de periode van stopzetting. De bevoegde autoriteit vergewist zich ervan dat het betrokken vaartuig tijdens de periode van de buitengewone stopzetting alle visserijactiviteiten heeft stopgezet en dat overcompensatie als gevolg van het gebruik van het vaartuig voor andere doeleinden wordt voorkomen.

5.  Alle visserijactiviteiten van de betrokken vissersvaartuigen en de betrokken vissers worden daadwerkelijk opgeschort tijdens de periode van stopzetting. De bevoegde autoriteit vergewist zich ervan dat het betrokken vaartuig tijdens de periode van de tijdelijke stopzetting alle visserijactiviteiten heeft stopgezet en dat overcompensatie als gevolg van het gebruik van het vaartuig voor andere doeleinden wordt voorkomen.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  enkel voor vaartuigen voor kleinschalige kustvisserij: de aankoop en installatie aan boord van de vereiste componenten voor de verplichte volgsystemen voor vaartuigen en elektronische meldsystemen die worden ingezet voor controledoeleinden;

(a)  enkel voor vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 meter: de aankoop, de installatie en het beheer aan boord van de vereiste componenten voor de volgsystemen voor vaartuigen en elektronische meldsystemen die worden ingezet voor controle- en inspectiedoeleinden;

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de aankoop en installatie aan boord van de vereiste componenten voor de verplichte systemen voor elektronische monitoring op afstand die worden ingezet voor de controle op de naleving van de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde aanlandingsverplichting;

(b)  de aankoop en installatie aan boord van de vereiste componenten voor de systemen voor elektronische monitoring op afstand die worden ingezet voor de controle op de naleving van de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde aanlandingsverplichting;

Motivering

De steun mag niet afhangen van de vraag of de maatregel verplicht is of niet.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de aankoop en installatie aan boord van apparatuur voor de verplichte continue meting en registratie van het vermogen van de voortstuwingsmotor.

(c)  de aankoop en installatie aan boord van apparatuur voor de continue meting en registratie van het vermogen van de voortstuwingsmotor.

Motivering

De steun mag niet afhangen van de vraag of de maatregel verplicht is of niet.

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verzameling en verwerking van gegevens voor visserijbeheer en wetenschappelijke doeleinden

Verzameling, verwerking en verspreiding van gegevens voor visserij- en aquacultuurbeheer en wetenschappelijke doeleinden

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens voor visserijbeheer en voor wetenschappelijke doeleinden, als bedoeld in artikel 25, leden 1 en 2, en artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) 2017/1004, op basis van de in artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1004 bedoelde nationale werkprogramma's.

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de verzameling, het beheer, de verwerking, het gebruik en de verspreiding van gegevens voor visserij- en aquacultuurbeheer en voor wetenschappelijke doeleinden, met inbegrip van gegevens over de recreatievisserij, als bedoeld in artikel 25, leden 1 en 2, en artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) 2017/1004, op basis van de in artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1004 bedoelde nationale werkprogramma's.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 21

Artikel 29 sexies

Compensatie van in de ultraperifere gebieden gemaakte extra kosten in verband met visserij- en aquacultuurproducten

Compensatie voor extra kosten

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend ter compensatie van de extra kosten van de begunstigden voor het vissen, het kweken, de verwerking en de afzet van bepaalde visserij- en aquacultuurproducten van de in artikel 6, lid 2, bedoelde ultraperifere gebieden.

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend ter compensatie van de extra kosten van de begunstigden voor het vissen, het kweken, de verwerking en de afzet van bepaalde visserij- en aquacultuurproducten van de in artikel 29 ter, lid 1, bedoelde ultraperifere gebieden.

 

1 bis.   De compensatie staat in verhouding tot de extra kosten die ermee moeten worden bestreden. De hoogte van de compensatie voor de extra kosten wordt in het compensatieplan naar behoren gerechtvaardigd. De compensatie bedraagt echter in geen geval meer dan 100 % van de uitgaven.

2.  In overeenstemming met de overeenkomstig lid 7 vastgestelde criteria bepaalt elke betrokken lidstaat voor zijn in lid 1 bedoelde gebieden de lijst van de voor compensatie in aanmerking komende visserij- en aquacultuurproducten en de hoeveelheid van die producten.

2.  In overeenstemming met de overeenkomstig lid 7 vastgestelde criteria bepaalt elke betrokken lidstaat voor zijn in lid 1 bedoelde gebieden de lijst van de voor compensatie in aanmerking komende visserij- en aquacultuurproducten en de hoeveelheid van die producten.

3.  Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde lijst en hoeveelheden nemen de lidstaten alle ter zake relevante factoren in aanmerking, met name de noodzaak ervoor te zorgen dat de compensatie verenigbaar is met de GVB-voorschriften.

3.  Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde lijst en hoeveelheden nemen de lidstaten alle ter zake relevante factoren in aanmerking, met name de noodzaak ervoor te zorgen dat de compensatie verenigbaar is met de GVB-voorschriften.

4.  De compensatie wordt niet verleend voor visserij- en aquacultuurproducten die:

4.  De compensatie wordt niet verleend voor visserij- en aquacultuurproducten die:

(a)  zijn gevangen door vaartuigen van derde landen, met uitzondering van vissersvaartuigen die de vlag van Venezuela voeren en in Uniewateren actief zijn, in overeenstemming met Besluit (EU) 2015/1565 van de Raad31;

(a)  zijn gevangen door vaartuigen van derde landen, met uitzondering van vissersvaartuigen die de vlag van Venezuela voeren en in Uniewateren actief zijn, in overeenstemming met Besluit (EU) 2015/1565 van de Raad31;

(b)  zijn gevangen door Unievissersvaartuigen die niet in een haven van een van de in lid 1 bedoelde gebieden zijn geregistreerd;

(b)  zijn gevangen door Unievissersvaartuigen die niet in een haven van een van de in lid 1 bedoelde gebieden zijn geregistreerd;

 

(b bis)  zijn gevangen door Unievissersvaartuigen die in een haven van een van de in lid 1 bedoelde gebieden zijn geregistreerd maar die hun activiteit niet verrichten in die regio of in het kader van haar vereniging;

(c)  zijn ingevoerd uit derde landen.

(c)  zijn ingevoerd uit derde landen.

5.  Lid 4, onder b), is niet van toepassing indien de bestaande capaciteit van de verwerkingssector in het betrokken ultraperifere gebied de geleverde hoeveelheid grondstoffen overschrijdt.

5.  Lid 4, onder b), is niet van toepassing indien de bestaande capaciteit van de verwerkingssector in het betrokken ultraperifere gebied de geleverde hoeveelheid grondstoffen overschrijdt.

6.  Bij de berekening van de compensatie die wordt betaald aan de begunstigden die in lid 1 bedoelde activiteiten verrichten in ultraperifere gebieden of die een vaartuig bezitten dat in een haven in deze gebieden is geregistreerd, wordt, om overcompensatie te voorkomen, rekening gehouden met:

6.  Bij de berekening van de compensatie die wordt betaald aan de begunstigden die in lid 1 bedoelde activiteiten verrichten in ultraperifere gebieden of die een vaartuig bezitten dat in een haven in deze gebieden is geregistreerd en daar hun activiteit verrichten, wordt, om overcompensatie te voorkomen, rekening gehouden met:

(a)  voor elk visserijproduct of voor elk aquacultuurproduct of voor elke categorie producten, de extra kosten waarmee de specifieke beperkingen van het betrokken gebied gepaard gaan; en

(a)  voor elk visserijproduct of voor elk aquacultuurproduct of voor elke categorie producten, de extra kosten waarmee de specifieke beperkingen van het betrokken gebied gepaard gaan; en

(b)  enige andere soort van overheidsmaatregelen die van invloed zijn op de hoogte van de extra kosten.

(b)  enige andere soort van overheidsmaatregelen die van invloed zijn op de hoogte van de extra kosten.

7.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 52 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de criteria te bepalen voor de berekening van de extra kosten waarmee de specifieke beperkingen van de betrokken gebieden gepaard gaan.

7.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 52 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de criteria te bepalen voor de berekening van de extra kosten waarmee de specifieke beperkingen van de betrokken gebieden gepaard gaan, en het methodologisch kader goed te keuren voor de uitbetaling van de compenserende steun.

__________________

__________________

31 Besluit (EU) 2015/1565 van de Raad van 14 september 2015 houdende goedkeuring, namens de Europese Unie, van de verklaring inzake de toekenning van vangstmogelijkheden in de wateren van de EU aan vissersvaartuigen die de vlag van de Bolivariaanse Republiek Venezuela voeren in de exclusieve economische zone voor de kust van Frans-Guyana (PB L 244 van 14.9.2015, blz. 55).

31 Besluit (EU) 2015/1565 van de Raad van 14 september 2015 houdende goedkeuring, namens de Europese Unie, van de verklaring inzake de toekenning van vangstmogelijkheden in de wateren van de EU aan vissersvaartuigen die de vlag van de Bolivariaanse Republiek Venezuela voeren in de exclusieve economische zone voor de kust van Frans-Guyana (PB L 244 van 14.9.2015, blz. 55).

(Artikel 21 wordt gewijzigd en ingevoegd na artikel 29 quinquies)

Motivering

Deze bepaling wordt verplaatst naar hoofdstuk V bis (nieuw) dat is gewijd aan de ultraperifere gebieden.

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bescherming en herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust

Bescherming en herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee, de kust en de zoete wateren

Motivering

De zoetwateraquacultuur mag niet ontbreken in het kader van milieumaatregelen en subsidies.

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor acties voor de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust, met inbegrip van die in binnenwateren.

1.  Uit het EFMZVA kan steun worden verleend voor acties voor de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee, de kust en de zoete wateren, met inbegrip van die in binnenwateren. Daartoe moet de samenwerking met het Europees Ruimteagentschap en de Europese satellietprogramma's worden bevorderd om meer gegevens te verzamelen over de situatie van de verontreiniging van de zee en met name plasticafval in de wateren.

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  compensaties ten bate van vissers voor de verzameling van verloren vistuig en zwerfvuil op zee;

(a)  compensaties ten bate van vissers voor de verzameling van verloren vistuig en de passieve verzameling van zwerfvuil op zee alsook voor de verzameling van sargassowier in de betrokken ultraperifere gebieden;

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  investeringen in havens om te zorgen voor passende voorzieningen om op zee verzameld verloren vistuig en zwerfvuil te ontvangen;

(b)  investeringen in havens om te zorgen voor passende voorzieningen om op zee verzameld verloren vistuig en zwerfvuil, evenals de ongewenste vangsten als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, te ontvangen, op te slaan en te recyclen;

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  bescherming van vistuig en vangsten tegen uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG of Richtlijn 2009/147/EG beschermde zoogdieren en vogels, mits dit niet ten koste gaat van de selectiviteit van het vistuig;

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter)  compensatie voor het gebruik van duurzaam tuig voor vis- en schelpdierenvangst;

Motivering

Door deze toevoeging wordt het mogelijk een voorkeursbehandeling te geven aan de ambachtelijke visserij op meerdere soorten waarbij gebruik wordt gemaakt van duurzaam vistuig, ten gunste van de modernisering van het vistuig en de aanhoudende bescherming van het mariene milieu.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  maatregelen gericht op de verwezenlijking en het behoud van een goede milieutoestand in het zoetwatermilieu;

Motivering

De zoetwateraquacultuur mag niet ontbreken in het kader van milieumaatregelen en subsidies.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  schoonmaakacties, en met name verwijdering van plastic, in de kustgebieden, havens en visgronden van de Unie;

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de bescherming van soorten uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG en overeenkomstig de op grond van artikel 8 van Richtlijn 92/43/EEG vastgestelde prioritaire actiekaders.

(f)  de bescherming van soorten uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG en overeenkomstig de op grond van artikel 8 van Richtlijn 92/43/EEG vastgestelde prioritaire actiekaders en de bescherming van alle soorten die uit hoofde van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites) beschermd zijn en/of op de rode lijst van de Internationale Unie voor natuurbehoud (IUCN) staan;

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis)  het bouwen, installeren of moderniseren van vaste of verplaatsbare voorzieningen om de mariene flora en fauna te beschermen en te ontwikkelen, met inbegrip van de wetenschappelijke voorbereiding en beoordeling daarvan en, in het geval van ultraperifere gebieden, van verankerde visaantrekkende apparatuur ten behoeve van duurzame en selectieve visserij;

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter f ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f ter)  het tot stand brengen van regelingen voor de vergoeding van schade aan vangsten die wordt veroorzaakt door zoogdieren en vogels die worden beschermd op grond van Richtlijnen 92/43/EEG en 2009/147/EG.

Motivering

Dit is een herhaling van wat reeds is opgenomen in het EFMZV 2014/20 voor wat betreft de vergoeding van schade veroorzaakt door vogels en zeezoogdieren.

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter f quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f quater)  het bijdragen tot een beter beheer of een betere instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee;

Motivering

Het is belangrijk de steun te handhaven die is vastgesteld in het kader van het EFMZV voor de periode 2014-2020 voor verrichtingen die bijdragen tot een beter beheer en een betere instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee, voor projecten in kusthabitats die belangrijk zijn voor de rijkdommen van de zee en in gebieden die belangrijk zijn voor de reproductie van soorten.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter f quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f quinquies)  steun voor beschermende jacht of het beheer van schadelijk wild dat een duurzaam niveau van visbestanden in gevaar brengt;

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter f sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f sexies)  het rechtstreeks uitzetten van vis als instandhoudingsmaatregel waarin bij een rechtshandeling van de Unie is voorzien;

Motivering

Het gebrek aan steun voor het uitzetten van vis, een praktijk die een rechtstreeks positief effect heeft op de omvang van de bestanden, vormt een reële bedreiging voor de visbestanden.

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter f septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f septies)  ondersteuning voor de verzameling en het beheer van gegevens over het voorkomen van uitheemse soorten die catastrofale gevolgen voor de biodiversiteit kunnen hebben;

Motivering

Kennis van invasieve uitheemse soorten die in mariene wateren voorkomen, waarborgt de bescherming van de biodiversiteit en maakt het mogelijk passende preventieve acties te treffen. Teneinde de mariene omgeving en de levende rijkdommen van de zee te beschermen tegen de effecten van invasieve uitheemse soorten, is het tevens van belang oplossingen te ondersteunen ter bestrijding van deze soorten.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter f octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f octies)  de scholing van vissers ter vergroting van het bewustzijn over en ter beperking van de effecten van de visserij op het mariene milieu, met name wat het gebruik van selectiever vistuig en selectievere uitrusting betreft.

Motivering

Het EFMZV dient scholingsmaatregelen voor vissers te financieren om de effecten van de visserij op het mariene milieu te beperken, met name wat het gebruik van selectiever vistuig en selectievere uitrusting betreft.

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De in artikel 22, lid 2, onder a) en b), genoemde compensaties en investeringen kunnen volledig uit het EFMZV worden ondersteund.

Motivering

De verzameling van verloren vistuig en zwerfvuil genereert geen ontvangsten, maar jaagt de vissers enkel op kosten. Vissers die op zee verloren vistuig en zwerfvuil verzamelen, moeten daarom volledige steun uit het EFMZV ontvangen.

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Lid 2, onder e) en f), omvat ook overeenkomstige acties van aquacultuurondernemingen en viskwekers.

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 22 bis

 

Wetenschappelijk onderzoek en vergaring van gegevens over de impact van trekvogels

 

1.  Uit het EFMZV kan op basis van de meerjarige nationale strategische plannen steun worden verleend aan de totstandbrenging van nationale of grensoverschrijdende projecten voor wetenschappelijk onderzoek en vergaring van gegevens die tot doel hebben een beter inzicht te krijgen in de invloed van trekvogels op de aquacultuursector en andere relevante visbestanden in de Unie. De resultaten van deze projecten moeten in een vroegtijdig stadium worden gepubliceerd en aanbevelingen bevatten inzake beter beheer.

 

2.  Om in aanmerking te komen voor steun moet een nationaal project voor wetenschappelijk onderzoek en vergaring van gegevens door minstens één op nationaal of EU-niveau erkende instelling worden uitgevoerd.

 

3.  Om in aanmerking te komen voor steun moet een grensoverschrijdend project voor wetenschappelijk onderzoek en vergaring van gegevens door minstens één instelling uit minstens twee verschillende lidstaten worden uitgevoerd.

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 22 ter

 

Innovaties

 

1.  Om innovatie in de visserij te stimuleren, kan uit het EFMZV steun worden verleend voor projecten die gericht zijn op de ontwikkeling of de invoering van nieuwe of substantieel verbeterde producten en apparatuur, nieuwe of verbeterde processen en technieken, nieuwe of verbeterde beheers- en organisatiesystemen, onder meer waar het verwerking en afzet betreft, de geleidelijke afschaffing van de teruggooi en bijvangsten, de invoering van nieuwe technische of organisatorische kennis, het terugdringen van de milieueffecten van visserijactiviteiten, onder meer in de vorm van verbeterde vangsttechnieken en een betere selectiviteit van het vistuig, of het bewerkstelligen van een duurzamer gebruik van de biologische rijkdommen van de zee en co-existentie met beschermde roofdieren.

 

2.  De uit hoofde van dit artikel gefinancierde concrete acties worden door individuele ondernemers opgezet, dan wel door producentenorganisaties en de daaraan verwante verenigingen.

 

3.  De resultaten van de uit hoofde van dit artikel gefinancierde concrete acties worden door de lidstaat bekendgemaakt.

Motivering

Gezien het feit dat een deel van de negatieve verschijnselen die zich momenteel in het mariene ecosysteem voordoen waarschijnlijk het gevolg is van de interactie tussen visserijen en de mariene omgeving, is het van cruciaal belang dat er oplossingen worden gevonden om de negatieve effecten van visserijen op de ecosystemen terug te dringen. Een van de manieren waarop de negatieve effecten van visserijen op het mariene ecosysteem kunnen worden teruggedrongen, is door te kijken of het mogelijk is apparatuur en vistuig te gebruiken die niet schadelijk zijn voor de mariene omgeving.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk 2 – afdeling 2 bis (nieuw) – prioriteit 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

HOOFDSTUK II BIS

 

Prioriteit 1 bis: Bevordering van duurzame aquacultuur

Motivering

Het gewijzigde artikel 23 maakt deel uit van het nieuwe hoofdstuk II bis

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de bevordering van een duurzame aquacultuur als bedoeld in artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Uit het EFMZV kan eveneens steun worden verleend voor de diergezondheid en het dierenwelzijn in de aquacultuur overeenkomstig Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad32 en Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad33.

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de bevordering van een duurzame aquacultuur – zowel zeewater- als zoetwateraquacultuur, met inbegrip van aquacultuur met gesloten inperkingssystemen en een gesloten watercircuit – als bedoeld in artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en voor de toename van de aquacultuurproductie, rekening houdend met de ecologische draagkracht. Uit het EFMZV kan eveneens steun worden verleend voor de diergezondheid en het dierenwelzijn in de aquacultuur overeenkomstig Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad32 en Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad33.

__________________

__________________

32 Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid ("diergezondheidswetgeving") (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).

32 Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid ("diergezondheidswetgeving") (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).

33 Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1).

33 Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1).

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Steun voor productieve investeringen in aquacultuur op grond van dit artikel mag enkel worden verleend via de in artikel 52 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] bedoelde financieringsinstrumenten en via InvestEU, overeenkomstig artikel 10 van die verordening.

3.  Steun voor investeringen in aquacultuur op grond van dit artikel mag worden verleend via subsidies, overeenkomstig artikel 48, lid 1, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen], en, bij voorkeur, via de in artikel 52 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] bedoelde financieringsinstrumenten en via InvestEU, overeenkomstig artikel 10 van die verordening.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 23 bis

 

Netwerk voor statistische gegevens over aquacultuur

 

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor het verzamelen, beheren en gebruiken van gegevens voor het beheer van aquacultuur zoals bepaald in artikel 34, lid 1, onder a) en e), in artikel 34, lid 5, en in artikel 35, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ten behoeve van de oprichting van het netwerk voor statistische gegevens over aquacultuur (ASIN-RISA) en nationale werkplannen voor de tenuitvoerlegging ervan.

 

2.  In afwijking van artikel 2 kan de in lid 1 van dit artikel bedoelde steun eveneens worden verleend voor concrete acties buiten het grondgebied van de Unie.

 

3.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met voorschriften inzake de procedures, het format en de tijdschema's voor het in lid 1 bedoelde ASIN-RISA. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 53, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

 

4.  Uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het in lid 1 bedoelde nationale werkprogramma van toepassing wordt, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen tot goedkeuring of wijziging van het werkprogramma. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 53, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Motivering

Het verzamelen, beheren en gebruiken van gegevens is van essentieel belang voor het beheer van aquacultuur en moet worden ondersteund door het EFMZV.

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk III – prioriteit 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Prioriteit 2: Bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten

Prioriteit 2: Bevorderen van concurrerende en duurzame markten en verwerkingssectoren voor visserij en aquacultuur, die bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie

Motivering

Voor meer duidelijkheid is een prioriteit voor aquacultuur toegevoegd. De titel van deze prioriteit moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor acties die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) nr. 1379/2013. Ook kan steun worden verleend voor acties ter bevordering van de afzet, de kwaliteit en de toegevoegde waarde van visserij- en aquacultuurproducten.

Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor acties die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) nr. 1379/2013. Ook kan steun worden verleend voor materiële investeringen en acties ter bevordering van de afzet, de kwaliteit en de toegevoegde waarde van visserij- en duurzame aquacultuurproducten.

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Met betrekking tot de voorbereiding en de uitvoering van productie- en afzetprogramma's als bedoeld in artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1379/2013, kunnen de lidstaten 50 % van de steun voorschieten nadat het productie- en afzetprogramma is goedgekeurd overeenkomstig artikel 28, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1379/2013.

Motivering

Deze bepaling is opgenomen in het huidige EFMZV (artikel 66). Het is van belang gemeenschappelijke voorschriften voor de uitvoering ervan te behouden om verstoring van de mededinging tussen de lidstaten te voorkomen.

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De op grond van dit artikel aan een producentenorganisatie verleende steun bedraagt jaarlijks niet meer dan 3 % van de gemiddelde jaarwaarde van de productie die de betrokken producentenorganisatie de voorgaande drie kalenderjaren heeft afgezet, of van de productie die de leden van die organisatie gedurende dezelfde periode hebben afgezet. De aan een recentelijk erkende producentenorganisatie verleende steun bedraagt niet meer dan 3 % van de gemiddelde jaarwaarde van de productie die de leden van die producentenorganisatie de voorafgaande drie kalenderjaren hebben afgezet.

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.  De in lid 2 bedoelde steun wordt alleen verleend aan producentenorganisaties en verenigingen van producentenorganisaties.

Motivering

Deze bepaling is opgenomen in het huidige EFMZV (artikel 66). Het is van belang gemeenschappelijke voorschriften voor de uitvoering ervan te behouden om verstoring van de mededinging tussen de lidstaten te voorkomen.

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verwerking van visserij- en aquacultuurproducten

Verwerking en opslag van visserij- en aquacultuurproducten

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor investeringen in de verwerking van visserijproducten en aquacultuurproducten. Die steun draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) nr. 1379/2013.

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor investeringen in de verwerking en opslag van visserijproducten en aquacultuurproducten. Die steun draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) nr. 1379/2013.

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Uit het EFMZV kan ook steun worden verleend voor investeringen met het oog op innovatie bij de verwerking van visserij- en aquacultuurproducten, evenals de bevordering van partnerschap tussen producentenorganisaties en wetenschappelijke entiteiten.

Motivering

Er is behoefte aan echte innovatie op het gebied van de verwerking van visserij- en aquacultuurproducten, bijvoorbeeld ter bevordering van digitaal en vistoerisme, en deze doelstelling wordt niet specifiek genoemd in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Steun op grond van dit artikel wordt enkel verleend via de in artikel 52 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] bedoelde financieringsinstrumenten en via InvestEU, overeenkomstig artikel 10 van die verordening.

2.  Steun op grond van dit artikel wordt verleend via subsidies en via de in artikel 52 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] bedoelde financieringsinstrumenten en via InvestEU, overeenkomstig artikel 10 van die verordening.

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De ontwikkeling van verwerkingsinstallaties voor visserij- en aquacultuurproducten kan door de lidstaten worden gesteund door de inzet van middelen uit andere structuurfondsen.

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 25 bis

 

Opslagsteun

 

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor erkende producentenorganisaties en verenigingen van producentenorganisaties die in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1379/2013 vermelde producten opslaan, mits die producten worden opgeslagen overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van die verordening, en onder de volgende voorwaarden:

 

a)  de opslagsteun mag niet meer bedragen dan de technische en financiële kosten van de maatregelen die vereist zijn voor de stabilisatie en de opslag van de betrokken producten;

 

b)  de hoeveelheden waarvoor opslagsteun kan worden verleend, mogen niet meer bedragen dan 15 % van de hoeveelheden van de betrokken producten die jaarlijks door de producentenorganisatie te koop worden aangeboden;

 

c)  de jaarlijks verleende steun bedraagt niet meer dan 2 % van de gemiddelde jaarwaarde van de productie die door de leden van de producentenorganisatie is afgezet in de periode 2016-2018. Voor de toepassing van dit punt wordt, indien een lid van de producentenorganisatie in de periode van 2016 tot en met 2018 geen productie heeft afgezet, de gemiddelde jaarwaarde van de productie die dat lid in de eerste drie productiejaren heeft afgezet, in aanmerking genomen.

 

2.  De in lid 1 bedoelde steun mag slechts worden verleend nadat de betrokken producten voor menselijke consumptie op de markt zijn gebracht.

 

3.  De lidstaten bepalen het bedrag van de binnen hun grondgebied toepasselijke technische en financiële kosten als volgt:

 

a)  de technische kosten worden jaarlijks berekend op basis van de rechtstreekse kosten in verband met de voor stabilisatie en opslag van de betrokken producten vereiste maatregelen;

 

b)  de financiële kosten worden jaarlijks berekend aan de hand van de rentevoet die jaarlijks in elke lidstaat wordt vastgesteld; die technische en financiële kosten worden openbaar gemaakt.

 

4.  De lidstaten voeren controles uit om na te gaan of de producten waarvoor opslagsteun wordt verleend, voldoen aan de in dit artikel vastgestelde voorwaarden. Met het oog op dergelijke controles houden de begunstigden van de opslagsteun een register bij van elke categorie producten die worden ingeslagen en later weer voor menselijke consumptie op de markt worden gebracht.

Motivering

De visserij is een seizoensgebonden activiteit en de opbrengsten kunnen onzeker zijn. Soms overstijgen ze de behoefte op de markten. Daarom moeten exploitanten overtollige productie kunnen beheren door een deel van de productie op te slaan voordat deze weer in de verkoop wordt gebracht wanneer de vangst afneemt. Hiertoe moet het EFMZV producentenorganisaties die een tijdelijk opslagmechanisme nodig hebben voor visserijproducten die bestemd zijn voor de menselijke consumptie blijven steunen.

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Titel 2 – hoofdstuk IV – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Prioriteit 3: Mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen

Prioriteit 3: Mogelijk maken van een zich binnen ecologische grenzen ontwikkelende duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kust-, eiland- en aan het water gelegen gemeenschappen

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de duurzame ontwikkeling van lokale economieën en gemeenschappen aan de hand van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling als bedoeld in artikel 25 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen].

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor het scheppen van de gunstige voorwaarden die noodzakelijk zijn voor een duurzame blauwe economie en voor het welzijn van lokale gemeenschappen aan de hand van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling als bedoeld in artikel 25 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen].

Motivering

Een duurzame blauwe economie houdt in dat de economische, sociale en milieugerelateerde activiteiten integraal deel uitmaken van het mariene ecosysteem. Daartoe moet een evenwicht worden gevonden tussen het verbeteren van de levensomstandigheden en het welzijn van de plaatselijke kustgemeenschappen, enerzijds, en de bescherming van de mariene ecosystemen, anderzijds. Een duurzame blauwe economie zal alleen economische waarde scheppen uit het mariene milieu indien zij zo tot stand kan worden gebracht dat de mariene rijkdommen en ecosystemen in stand worden gehouden en worden beschermd.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor de toepassing van de EFMZV-steun zorgen de in artikel 26 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] bedoelde strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ervoor dat lokale gemeenschappen beter gebruikmaken van en meer profijt halen uit de kansen die de duurzame blauwe economie biedt en dat ze daarbij de ecologische, culturele, sociale en menselijke middelen benutten en versterken.

2.  Voor de toepassing van de EFMZV-steun zorgen de in artikel 26 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] bedoelde strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ervoor dat lokale gemeenschappen beter gebruikmaken van en meer profijt halen uit de kansen die een zich binnen ecologische grenzen ontwikkelende duurzame blauwe economie biedt en dat ze daarbij de ecologische, culturele, sociale en menselijke middelen benutten en versterken.

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De strategieën zijn afgestemd op de kansen en behoeften die in het betrokken gebied zijn geconstateerd, alsmede op de in artikel 4 gestelde Unieprioriteiten voor het EFMZV. De strategieën zijn toegespitst op uiteenlopende gebieden, gaande van de visserij op zich tot bredere onderwerpen, zoals diversifiëring van visserijgebieden. De strategieën behelzen meer dan een verzameling van concrete acties of een aaneenschakeling van sectorale maatregelen.

Motivering

Er kunnen verschillende strategieën worden ingezet. De strategieën bestrijken een groter toepassingsgebied dan louter een verzameling van concrete acties of een combinatie van sectorale maatregelen. In aanvulling op strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling die steun uit verschillende fondsen ontvangen, maakt de toevoeging van deze bepaling in voorkomend geval de ontwikkeling en uitvoering mogelijk van strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling die uitsluitend uit het EFMZV worden medegefinancierd. Waar het prioriteit 3 betreft, is er gezien de regelingen in de ontwerpverordening houdende gemeenschappelijke bepalingen, geen flexibiliteit mogelijk met betrekking tot de maatregelen. Voortzetting van deze benadering in de EFMZV-verordening maakt verdere ontwikkeling in de juiste richting mogelijk.

Amendement    205

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Om te zorgen voor een duurzame blauwe economie en de valorisatie van de kustgebieden, moeten de op dit gebied uitgevoerde acties stroken met de strategieën voor regionale ontwikkeling.

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater.  De lidstaten starten de regeling voor gezamenlijk beheer op om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van deze verordening worden gehaald, rekening houdend met de realiteit van de lokale visserijen.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Mariene kennis

Kennis van het mariene milieu en het zoetwatermilieu

Motivering

De gegevensverzameling dient ook het zoetwatermilieu te bestrijken.

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens ter verbetering van de kennis over de toestand van het mariene milieu met het oog op:

Uit het EFMZVA kan ook steun worden verleend voor de verzameling, het beheer, de analyse, de verwerking en het gebruik van gegevens ter verbetering van de kennis over de toestand van het mariene milieu en het zoetwatermilieu en de (sector) recreatieve visserij met het oog op:

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  het voldoen aan de vereisten inzake gegevensverzameling krachtens Verordening (EG) nr. 665/2008 van de Commissie1 bis, Besluit 2010/93/EU van de Commissie1 ter, Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1251 van de Commissie1 quater en de verordening betreffende het kader voor gegevensverzameling;

 

____________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 665/2008 van de Commissie van 14 juli 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 186 van 15.7.2008, blz. 3).

 

1 ter Besluit 2010/93/EU van de Commissie van 18 december 2009 tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector voor de periode 2011-2013 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 10121) (PB L 41 van 16.2.2010, blz. 8).

 

1 quater Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1251 van de Commissie van 12 juli 2016 tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Unie voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserij- en de aquacultuursector voor de periode 2017-2019 (PB L 207 van 1.8.2016, blz. 113).

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  het voldoen aan de vereisten inzake gegevensverzameling krachtens de GVB-verordening;

Amendement    211

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de verbetering van de kwaliteit en van de uitwisseling van gegevens in het kader van het Europees marien observatie- en datanetwerk (EMODnet).

(c)  de verbetering van de kwaliteit en van de uitwisseling van gegevens in het kader van het Europees marien observatie- en datanetwerk (EMODnet) en van andere op het zoetwatermilieu gerichte datanetwerken.

Motivering

De gegevensverzameling dient ook het zoetwatermilieu te bestrijken.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  de vergroting van de hoeveelheid beschikbare betrouwbare gegevens over in het kader van de recreatievisserij gedane vangsten;

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  investeringen in de analyse en observatie van de verontreiniging van de zee, met name plastic, om meer gegevens over de situatie te verzamelen;

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quater)  het vergroten van de kennis over plastic zwerfvuil op zee en de concentratie daarvan.

Amendement    215

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In overeenstemming met de doelstelling om ervoor te zorgen dat zeeën en oceanen beschermd, veilig en schoon zijn en duurzaam worden beheerd, draagt het EFMZV bij aan de verwezenlijking van duurzameontwikkelingsdoelstelling 14 van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties.

Amendement    216

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De steun voor de in lid 1 bedoelde acties kan ook bijdragen tot de ontwikkeling en toepassing van een visserijcontrolesysteem van de Unie onder de in artikel 19 bepaalde voorwaarden.

2.  De steun voor de in lid 1 bedoelde acties kan ook bijdragen tot de ontwikkeling en toepassing van een visserijcontrole- en inspectiesysteem van de Unie onder de in artikel 19 bepaalde voorwaarden.

Amendement    217

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 29 bis

 

Natuurbescherming en bescherming van soorten

 

Uit het EFMZV wordt steun verleend voor de uitvoering van natuurbeschermingsacties in het kader van het Wereldnatuurhandvest van de VN, en met name de artikelen 21, 22, 23 en 24.

 

Uit het EFMZV wordt ook steun verleend voor acties met het oog op vrijwillige samenwerking en coördinatie met en tussen internationale instanties, organisaties, organen en instellingen om de middelen te bundelen ter bestrijding van IOO-visserij, stropen van mariene soorten en het doden van soorten die als "roofdieren" van visbestanden worden beschouwd.

Amendement    218

Voorstel voor een verordening

Titel 2 – hoofdstuk V bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Hoofdstuk V bis Ultraperifere gebieden

Amendement    219

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 29 ter

 

Gedeeld beheerde begrotingsmiddelen

 

1.  Voor concrete acties in de ultraperifere gebieden wijst elke betrokken lidstaat, binnen de in bijlage V bepaalde financiële steun van de Unie, ten minste de volgende bedragen toe1 bis:

 

a)  114 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 (d.w.z. 128 566 000 EUR in lopende prijzen) voor de Azoren en Madeira;

 

b)  91 700 000 EUR in constante prijzen van 2018 (d.w.z. 103 357 000 EUR in lopende prijzen) voor de Canarische Eilanden;

 

c)  146 500 000 EUR in constante prijzen van 2018 (d.w.z. 165 119 000 EUR in lopende prijzen) voor Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Mayotte, Réunion en Sint-Maarten.

 

2.  Elke lidstaat bepaalt het deel van de in lid 1 vastgestelde financiële middelen dat is bestemd voor de in artikel 29 quinquies bedoelde compensatie.

 

3.  In afwijking van artikel 9, lid 8, van deze verordening en artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] en teneinde rekening te houden met veranderende omstandigheden, kunnen de lidstaten de lijst en hoeveelheden subsidiabele visserijproducten en het in artikel 29 quinquies bedoelde compensatieniveau jaarlijks bijstellen, mits de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde bedragen in acht worden genomen. Dergelijke aanpassingen zijn slechts mogelijk voor zover de compensatieplannen van een andere regio van dezelfde lidstaat dienovereenkomstig verhoogd of verlaagd worden. De lidstaat deelt de Commissie vooraf de aanpassingen mee.

 

____________________

 

1 bis Deze cijfers moeten worden aangepast aan de in artikel 5, lid 1, overeengekomen cijfers.

(Tekst van artikel 6)

Amendement    220

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 29 quater

 

Actieplan

 

1.  De betrokken lidstaten stellen, als onderdeel van hun programma, een actieplan op voor elk van hun ultraperifere gebieden zoals bedoeld in artikel 6, lid 2, dat de volgende elementen bevat:

 

a)  een strategie voor de duurzame exploitatie van de visserij en de ontwikkeling van de sectoren van de duurzame blauwe economie;

 

b)  een beschrijving van de voornaamste geplande acties en de overeenkomstige financiële middelen, met inbegrip van:

 

i)  de structurele steun voor de visserij- en de aquacultuursector uit hoofde van titel II;

 

ii)  de in artikel 29 quinquies bedoelde compensatie voor extra kosten, met inbegrip van de lijst en de hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten en het compensatieniveau;

 

iii)  alle andere investeringen in de duurzame blauwe economie die nodig zijn voor een duurzame ontwikkeling van kustgebieden.

(Tekst van artikel 9)

Amendement    221

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 29 quinquies

 

Vernieuwing van de vloot voor de kleinschalige kustvisserij en bijbehorende maatregelen

 

1.  Onverminderd het bepaalde in artikel 13, onder a) en b), en artikel 16 kan het EFMZV in de ultraperifere gebieden het volgende ondersteunen:

 

a)  de vernieuwing van de vloot voor de kleinschalige kustvisserij, met inbegrip van de bouw en de aankoop van nieuwe vaartuigen, voor aanvragers die op de datum van de steunaanvraag hun voornaamste plaats van registratie hebben in het ultraperifere gebied waar het nieuwe vaartuig zal worden geregistreerd, en die al hun vangsten aanlanden in havens van de ultraperifere gebieden, teneinde de veiligheid voor de mens te verbeteren, te voldoen aan nationale en EU-voorschriften inzake de hygiëne, de gezondheid en de arbeidsomstandigheden aan boord, IOO-visserij te bestrijden en een grotere milieu-efficiëntie te bereiken. Het met steun aangekochte vaartuig blijft gedurende ten minste 15 jaar na de datum waarop de steun is verleend, in het ultraperifere gebied geregistreerd. Bij niet-naleving van die voorwaarde wordt de steun terugbetaald voor een bedrag dat evenredig is met de aard, de ernst, de duur en de eventuele herhaling van de niet-naleving. Deze vernieuwing van de visserijvloot blijft binnen de grenzen van de toegestane capaciteitsmaxima en voldoet aan de doelstellingen van het GVB;

 

b)  de vervanging of modernisering van een hoofd- of hulpmotor. De nieuwe of gemoderniseerde motor mag over meer vermogen beschikken dan de huidige motor indien dit hogere vermogen gerechtvaardigd is met het oog op de veiligheid op zee, en indien de vangstcapaciteit van het betrokken vissersvaartuig daardoor niet toeneemt.

 

c)  de gedeeltelijke renovatie van de houten romp van een vissersvaartuig wanneer dit noodzakelijk is in het kader van de veiligheid op zee, overeenkomstig objectieve technische criteria van de scheepsbouwkunde;

 

d)  de aanleg of modernisering van havens, haveninfrastructuur, aanlandingsplaatsen, afslagen, scheepswerven en werkplaatsen voor bouw en reparatie van schepen, als die infrastructuur bijdraagt aan duurzame visserij.

Amendement    222

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 29 septies

 

Staatssteun

 

1.  Met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten die op de lijst in bijlage I bij het VWEU zijn geplaatst en waarop de artikelen 107, 108 en 109 daarvan van toepassing zijn, kan de Commissie overeenkomstig artikel 108 VWEU toestaan dat in de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU binnen de sectoren productie, verwerking en afzet van die producten bedrijfssteun wordt verleend ter verlichting van de beperkingen die specifiek zijn voor die gebieden en die het gevolg zijn van het isolement, het insulaire karakter of de ultraperifere ligging van die gebieden.

 

2.  De lidstaten kunnen aanvullende financiering voor de uitvoering van de in artikel 29 quinquies bedoelde compensatieplannen verlenen. In dat geval melden de lidstaten de staatssteun aan de Commissie, die deze steun overeenkomstig deze verordening als onderdeel van die programma's kan goedkeuren. De gemelde staatssteun wordt beschouwd als zijnde gemeld in de zin van artikel 108, lid 3, eerste volzin, VWEU.

Amendement    223

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 29 octies

 

Evaluatie - Posei

 

De Commissie presenteert uiterlijk 31 december 2023 een verslag over de tenuitvoerlegging van de bepalingen in dit hoofdstuk en stelt, indien noodzakelijk, passende voorstellen vast. De Commissie evalueert de mogelijkheid om een Programma van speciaal op een afgelegen en insulair karakter afgestemde maatregelen (Posei) op te stellen voor maritieme en visserijaangelegenheden.

Amendement    224

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 32 bis

 

Maritiem beleid en ontwikkeling van een duurzame blauwe economie

 

Uit het EFMZV wordt steun verleend voor de tenuitvoerlegging van het geïntegreerd maritiem beleid en de groei van de duurzame blauwe economie door middel van de ontwikkeling van regionale platforms voor de financiering van innovatieve projecten.

Amendement    225

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Overeenkomstig artikel 90, lid 4, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] kan de Commissie de betalingstermijn onderbreken voor de hele betalingsaanvraag of voor een deel ervan in geval van aanwijzingen van niet-naleving door een lidstaat van de GVB-voorschriften, indien die niet-naleving van invloed kan zijn op de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven waarvoor een aanvraag tot tussentijdse betaling is ingediend.

1.  Overeenkomstig artikel 90, lid 4, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] kan de Commissie de betalingstermijn onderbreken voor de hele betalingsaanvraag of voor een deel ervan in geval van aanwijzingen die duiden op niet-naleving door een lidstaat van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake, indien die niet-naleving van invloed kan zijn op de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven waarvoor een aanvraag tot tussentijdse betaling is ingediend.

Amendement    226

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Overeenkomstig artikel 91, lid 3, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen tot gehele of gedeeltelijke schorsing van de tussentijdse betalingen in verband met het programma in geval van ernstige niet-naleving door een lidstaat van de GVB-voorschriften, indien die ernstige niet-naleving van invloed kan zijn op de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven waarvoor een aanvraag tot tussentijdse betaling is ingediend.

1.  Overeenkomstig artikel 91, lid 3, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen tot gehele of gedeeltelijke schorsing van de tussentijdse betalingen in verband met het programma in geval van ernstige niet-naleving door een lidstaat van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake, indien die ernstige niet-naleving van invloed kan zijn op de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven waarvoor een aanvraag tot tussentijdse betaling is ingediend.

Amendement    227

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven worden beïnvloed door ernstige gevallen van niet-naleving van de GVB-voorschriften door de lidstaat, die hebben geleid tot schorsing van betaling op grond van artikel 34 en de betrokken lidstaat nog steeds niet aantoont dat de nodige corrigerende maatregelen zijn genomen om te garanderen dat de geldende regels in de toekomst zullen worden nageleefd en gehandhaafd.

(b)  de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven worden beïnvloed door ernstige gevallen van niet-naleving van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake door de lidstaat, die hebben geleid tot schorsing van betaling op grond van artikel 34 en de betrokken lidstaat nog steeds niet aantoont dat de nodige corrigerende maatregelen zijn genomen om te garanderen dat de geldende regels in de toekomst zullen worden nageleefd en gehandhaafd.

Amendement    228

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij het bepalen van het bedrag van een correctie houdt de Commissie rekening met de aard, de ernst, de duur en het zich al dan niet herhalen van de ernstige vorm van niet-naleving van de GVB-voorschriften door de lidstaat of de begunstigde en met het belang van de EFMZV-bijdrage voor de economische activiteit van de betrokken begunstigde.

2.  Bij het bepalen van het bedrag van een correctie houdt de Commissie rekening met de aard, de ernst, de duur en het zich al dan niet herhalen van de ernstige vorm van niet-naleving van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake door de lidstaat of de begunstigde en met het belang van de EFMZV-bijdrage voor de economische activiteit van de betrokken begunstigde.

Amendement    229

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer het bedrag van de uitgaven die in verband staan met de niet-naleving van de GVB-voorschriften door de lidstaat, niet precies kan worden bepaald, past de Commissie een forfaitaire of een geëxtrapoleerde financiële correctie toe overeenkomstig lid 4.

3.  Wanneer het bedrag van de uitgaven die in verband staan met de niet-naleving van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake door de lidstaat, niet precies kan worden bepaald, past de Commissie een forfaitaire of een geëxtrapoleerde financiële correctie toe overeenkomstig lid 4.

Amendement    230

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Iedere lidstaat brengt het in lid 1 bedoelde verslag uit in zowel de oorspronkelijke taal als in één van de werktalen van de Europese Commissie.

Motivering

De prestatieverslagen van de lidstaten inzake de uitvoering van de EFMZV-verordening voor de periode na 2020 moeten standaard op de website van de Europese Commissie worden gepubliceerd overeenkomstig de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Aarhus inzake transparantie en de participatie van het maatschappelijk middenveld in het besluitvormingsproces.

Amendement    231

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Het in lid 1 bedoelde verslag wordt standaard op de website van de Europese Commissie gepubliceerd.

Motivering

De EFMZV-verordening voor de periode na 2020 moet de lidstaten en de Europese Commissie verplichten voorbeelden te verzamelen van beste praktijken met betrekking tot concrete acties, en deze op hun eigen website te publiceren teneinde deze beste praktijken te vergemakkelijken en te bevorderen.

Amendement    232

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.  Iedere lidstaat en de Commissie publiceren op hun respectieve websites verslagen inzake beste praktijken.

Motivering

De EFMZV-verordening voor de periode na 2020 moet de lidstaten en de Europese Commissie verplichten voorbeelden te verzamelen van beste praktijken met betrekking tot concrete acties, en deze op hun eigen website te publiceren teneinde deze beste praktijken te vergemakkelijken en te bevorderen.

Amendement    233

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Commissie publiceert alle relevante documenten die betrekking hebben op de vaststelling van de in lid 7 bedoelde uitvoeringshandelingen.

Motivering

Met het oog op de transparantie moet de EFMZV-verordening voor de periode na 2020 voorzien in de publicatie op de website van de Europese Commissie van alle relevante documenten die betrekking hebben op de uitvoering van de verordening.

Amendement    234

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  het zoveel mogelijk betrekken van de middelen van het onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma Horizon Europa ter ondersteuning en stimulering van onderzoeks-, ontwikkelings- en innovatieactiviteiten in de visserij- en aquacultuursector;

Motivering

Het wetgevingsvoorstel gaat gepaard met een ernstige tekortkoming in die zin dat het er niet toe leidt dat de aquacultuursector een groter aandeel van de onderzoeks- en ontwikkelingsmiddelen van de EU toegewezen krijgt. Dit voorstel dient dan ook te worden vervangen. In plaats hiervan moeten de middelen in het kader van het toekomstige EU-programma voor onderzoek en innovatie Horizon Europa zoveel mogelijk beschikbaar worden gesteld ten behoeve van vissers en aquacultuurproducenten.

Amendement    235

Voorstel voor een verordening

Titel 3 – hoofdstuk II – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Prioriteit 2: Bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten

Prioriteit 2: Bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame visserij, aquacultuur en markten

Amendement    236

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uit het EFMZV wordt steun verleend voor activiteiten die de Commissie overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1379/2013 verricht op het gebied van de ontwikkeling en de verspreiding van informatie over de markt met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten.

Uit het EFMZV wordt steun verleend voor activiteiten die de Commissie overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1379/2013 verricht op het gebied van de ontwikkeling en de verspreiding van informatie over de markt met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten, te weten door de oprichting van een netwerk voor statistische gegevens over aquacultuur (ASIN-RISA).

Motivering

De oprichting van een netwerk voor statistische gegevens over aquacultuur is zeer belangrijk.

Amendement    237

Voorstel voor een verordening

Titel 3 – hoofdstuk III – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Prioriteit 3: Mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen

Prioriteit 3: Scheppen van de juiste voorwaarden voor een duurzame blauwe economie en bevorderen van een gezond marien milieu voor welvarende kustgemeenschappen

Motivering

Een duurzame blauwe economie houdt in dat de economische, sociale en milieugerelateerde activiteiten integraal deel uitmaken van het mariene ecosysteem. Daartoe moet een evenwicht worden gevonden tussen het verbeteren van de levensomstandigheden en het welzijn van de plaatselijke kustgemeenschappen, enerzijds, en de bescherming van de mariene ecosystemen, anderzijds. Een duurzame blauwe economie zal alleen economische waarde scheppen uit het mariene milieu indien zij zo tot stand kan worden gebracht dat de mariene rijkdommen en ecosystemen in stand worden gehouden en worden beschermd.

Amendement    238

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Maritiem beleid en ontwikkeling van een duurzame blauwe economie

Maritiem beleid en ontwikkeling van een zich binnen ecologische grenzen ontwikkelende duurzame blauwe economie op zee en in zoet water

Amendement    239

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uit het EFMZV wordt steun verleend voor de uitvoering van het maritiem beleid aan de hand van:

Uit het EFMZVA wordt steun verleend voor de uitvoering van het maritiem beleid en de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie aan de hand van:

Amendement    240

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de bevordering van een duurzame, koolstofarme en klimaatbestendige blauwe economie;

(a)  de bevordering van een duurzame, koolstofarme en klimaatbestendige blauwe economie die het welzijn van mens en milieu waarborgt en zich binnen ecologische grenzen ontwikkelt, op zee en in zoet water;

Amendement    241

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  het herstel, de bescherming en de instandhouding van de diversiteit, productiviteit, veerkracht en intrinsieke waarde van de mariene systemen;

Motivering

Een duurzame blauwe economie houdt in dat de economische, sociale en milieugerelateerde activiteiten integraal deel uitmaken van het mariene ecosysteem. Daartoe moet een evenwicht worden gevonden tussen het verbeteren van de levensomstandigheden en het welzijn van de plaatselijke kustgemeenschappen, enerzijds, en de bescherming van de mariene ecosystemen, anderzijds. Een duurzame blauwe economie zal alleen economische waarde scheppen uit het mariene milieu indien zij zo tot stand kan worden gebracht dat de mariene rijkdommen en ecosystemen in stand worden gehouden en worden beschermd.

Amendement    242

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de bevordering van een geïntegreerde governance en geïntegreerd beheer van het maritiem beleid, onder meer via maritieme ruimtelijke ordening, zeegebiedstrategieën en maritieme regionale samenwerking;

(b)  de bevordering van een geïntegreerde governance en geïntegreerd beheer van het maritiem beleid, onder meer via maritieme ruimtelijke ordening, zeegebiedstrategieën, maritieme regionale samenwerking, macroregionale Uniestrategieën en grensoverschrijdende samenwerking;

Amendement    243

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  de bevordering van verantwoorde productie en consumptie, schone technologieën, hernieuwbare energie en circulaire materiaalstromen;

Motivering

Een duurzame blauwe economie houdt in dat de economische, sociale en milieugerelateerde activiteiten integraal deel uitmaken van het mariene ecosysteem. Daartoe moet een evenwicht worden gevonden tussen het verbeteren van de levensomstandigheden en het welzijn van de plaatselijke kustgemeenschappen, enerzijds, en de bescherming van de mariene ecosystemen, anderzijds. Een duurzame blauwe economie zal alleen economische waarde scheppen uit het mariene milieu indien zij zo tot stand kan worden gebracht dat de mariene rijkdommen en ecosystemen in stand worden gehouden en worden beschermd.

Amendement    244

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de verbetering van de overdracht en de toepassing van onderzoek, innovatie en technologie in de duurzame blauwe economie, met inbegrip van het Europees marien observatie- en datanetwerk (EMODnet);

(c)  de verbetering van de overdracht en de toepassing van onderzoek, innovatie en technologie in de duurzame blauwe economie, met inbegrip van het Europees marien observatie- en datanetwerk (EMODnet) en van andere op het zoetwatermilieu gerichte datanetwerken, om te garanderen dat de technologie en de efficiëntieverbeteringen niet teniet worden gedaan door de groei, dat de nadruk ligt op duurzame economische activiteiten die tegemoetkomen aan de behoeften van de huidige en toekomstige generaties en dat de capaciteiten en instrumenten worden ontwikkeld die nodig zijn voor de transitie naar een circulaire economie, in overeenstemming met de Uniestrategie voor kunststoffen in een circulaire economie;

Amendement    245

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de verbetering van maritieme vaardigheden en kennis over de oceanen en de versterking van de uitwisseling van sociaaleconomische gegevens over de duurzame blauwe economie;

(d)  de verbetering van maritieme vaardigheden en kennis over de oceanen en het zoetwatermilieu en de versterking van de uitwisseling van sociaaleconomische en milieugegevens over de duurzame blauwe economie;

Amendement    246

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  de ondersteuning van acties voor bescherming en herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust die compensaties bieden ten bate van vissers voor de verzameling van verloren vistuig en zwerfvuil op zee.

Motivering

In overeenstemming met de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.

Amendement    247

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 43 bis

 

Investeringsbeslissingen in de blauwe economie

 

Investeringsbeslissingen in het kader van de duurzame blauwe economie worden ondersteund door het beste beschikbare wetenschappelijke advies, om schadelijke effecten voor het milieu te voorkomen, die de duurzaamheid op lange termijn in gevaar kunnen brengen. Wanneer er geen adequate informatie of kennis beschikbaar is, wordt het voorzorgsbeginsel toegepast, zowel in de publieke als in de particuliere sector, aangezien acties met mogelijk schadelijke effecten kunnen worden uitgevoerd.

Motivering

Het voorzorgsbeginsel is een van de grondslagen van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Verklaring van Rio en andere internationale overeenkomsten en verdragen ter bescherming van het mariene milieu.

Amendement    248

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de uitvoering van toepasselijke internationale overeenkomsten, maatregelen en instrumenten om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen;

(e)  de uitvoering van toepasselijke internationale overeenkomsten, maatregelen en instrumenten om IOO-visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, alsook maatregelen en instrumenten om de gevolgen voor de mariene omgeving tot een minimum te beperken, met name de bijvangsten van zeevogels, zeezoogdieren en zeeschildpadden;

Amendement    249

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 45 bis

 

Schoonmaak van oceanen

 

Uit het EFMZV wordt steun verleend voor de uitvoering van acties om zeeën en oceanen te zuiveren van allerlei soorten afval, waarbij plastic, "plasticcontinenten" en gevaarlijk of radioactief afval prioritair zijn.

Amendement    250

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De betalingsprocedures in verband met deze verordening worden versneld om de economische lasten voor vissers te verlagen. De Commissie evalueert de huidige resultaten om de betalingsprocedure te verbeteren en versnellen.

Amendement    251

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Blendingverrichtingen in het kader van het EFMZV vinden plaats in overeenstemming met Verordening (EU) XX/XX [InvestEU-verordening] en titel X van Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie].

Blendingverrichtingen in het kader van het EFMZV vinden plaats in overeenstemming met Verordening (EU) XX/XX [InvestEU-verordening] en titel X van Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie]. In de vier maanden na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad legt de Commissie de lidstaten een reeks uitvoerige richtsnoeren voor betreffende de uitvoering van blendingverrichtingen in de nationale operationele programma's in het kader van het EFMZV, waarbij bijzondere aandacht word gevestigd op blendingverrichtingen op het gebied van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

Amendement    252

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De tussentijdse evaluatie van steun in het kader van titel III wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van de steun is begonnen.

2.  De tussentijdse evaluatie van steun in het kader van titel III wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van de steun is begonnen. Deze evaluatie wordt uitgevoerd in de vorm van een verslag door de Commissie en biedt een gedetailleerd overzicht van alle specifieke aspecten van de uitvoering.

Motivering

Zoals door de Conferentie van voorzitters is benadrukt moet de tussentijdse evaluatie, en niet alleen de eindevaluatie, zijn gebaseerd op een verslag dat voldoende gedetailleerd is om een goed overzicht van de resultaten van het fonds mogelijk te maken.

Amendement    253

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie deelt de conclusie van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

4.  De Commissie deelt de evaluatieverslagen als bedoeld in de leden 2 en 3 mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Motivering

Zoals door de Conferentie van voorzitters is benadrukt moet de tussentijdse evaluatie, en niet alleen de eindevaluatie, zijn gebaseerd op een verslag dat voldoende gedetailleerd is om een goed overzicht van de resultaten van het fonds mogelijk te maken.

Amendement    254

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  In voorkomend geval kan de Commissie wijzigingen van deze verordening voorstellen op grond van het in lid 2 bedoelde verslag.

Motivering

Zoals door de Conferentie van voorzitters is benadrukt moet de tussentijdse evaluatie, en niet alleen de eindevaluatie, zijn gebaseerd op een verslag dat voldoende gedetailleerd is om een goed overzicht van de resultaten van het fonds mogelijk te maken.

Amendement    255

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  in een lidstaat of in een derde land gevestigde juridische entiteiten die zijn opgenomen in het werkprogramma onder de in de leden 3 en 4 genoemde voorwaarden;

(a)  in een lidstaat, in een land of gebied overzee of in een derde land gevestigde juridische entiteiten die zijn opgenomen in het werkprogramma onder de in de leden 3 en 4 genoemde voorwaarden;

Amendement    256

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  elke juridische entiteit die is opgericht krachtens het recht van de Unie of elke internationale organisatie.

(b)  elke juridische entiteit die is opgericht krachtens het recht van de Unie, waaronder met name beroepsorganisaties, of elke internationale organisatie.

Amendement    257

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Motivering

Aangelegenheden die binnen de uitvoerende bevoegdheden van de Commissie vallen, zoals formele vereisten en de inhoudelijke specificaties met betrekking tot de prestatieverslagen van de lidstaten, zijn dusdanig belangrijk dat zij zinvol optreden van de lidstaten vereisen. De raadplegingsprocedure voorziet niet in een dergelijk optreden, als gevolg waarvan de door het beheerscomité toegepaste procedure vereist is.

Amendement    258

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – kolom 1 – rij 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten

Bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame visserij, aquacultuur en markten

Amendement    259

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – kolom 1 – rij 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen

Mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kust- en eilandgemeenschappen

Amendement    260

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – kolom 2 – rij 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Evolutie van de winstgevendheid van de vissersvloot van de Unie

Evolutie van de winstgevendheid van de vissersvloot van de Unie en de werkgelegenheid

Amendement    261

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – kolom 2 – rij 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Oppervlakte (ha) van Natura 2000-gebieden en andere in het kader van de KRMS beschermde mariene gebieden die onder beschermings-, onderhouds- en herstelmaatregelen vallen

Mate van verwezenlijking van de milieudoelstellingen zoals vastgesteld in het kader van het actieplan voor het mariene milieu, in overeenstemming met de kaderrichtlijn mariene strategie of, bij ontstentenis daarvan, significante positieve resultaten in Natura 2000-gebieden en andere in het kader van de KRMS beschermde mariene gebieden die onder beschermings-, onderhouds- en herstelmaatregelen vallen

Amendement    262

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – kolom 2 – rij 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Evolutie van de winstgevendheid van de vissersvloten van de Unie en de werkgelegenheid

Amendement    263

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – rij 3 – kolom 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

75%

85%

Amendement    264

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – rij 11

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

2

Artikel 23

2.1

75 %

 

Aquacultuur

 

 

Amendement

2

Artikel 23

2.1

85 %

 

Aquacultuur

 

 

 

Visserij

2.1

75 %

Amendement    265

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – rij 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

 

 

 

Amendement

2

Artikel 23 bis

X

75 %

 

Netwerk voor statistische gegevens over aquacultuur

 

 

Amendement    266

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – rij 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

2

Artikel 24

2.1

75 %

 

Afzet van visserij- en aquacultuurproducten

 

 

Amendement

3

Artikel 24

3.1

75 %

 

Afzet van visserij- en aquacultuurproducten

 

 

Amendement    267

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – rij 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

2

Artikel 25

2.1

75 %

 

Verwerking van visserij- en aquacultuurproducten

 

 

Amendement

3

Artikel 25

3.1

75 %

 

Verwerking van visserij- en aquacultuurproducten

 

 

Amendement    268

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – rij 2 – kolom 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

30 %

55 %

Amendement    269

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – rij 6 – kolom 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Acties op de afgelegen Griekse eilanden en op de Kroatische eilanden Dugi Otok, Vis, Mljet en Lastovo

 

Amendement

 

Acties op de afgelegen Ierse en Griekse eilanden en op de Kroatische eilanden Dugi Otok, Vis, Mljet en Lastovo

 

Amendement    270

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – rij 17 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

 

 

Amendement

16 bis

Door begunstigden van collectieve projecten uitgevoerde acties

60 %

Amendement    271

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – rij 17 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

 

 

Amendement

16 ter

Door een brancheorganisatie, een producentenorganisatie of een vereniging van producentenorganisaties uitgevoerde acties

75 %

Amendement    272

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – rij 9 – kolom 4

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

40 %

50 %

Amendement    273

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – rij 11 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

 

 

 

Amendement

Artikel 22 bis Wetenschappelijk onderzoek en vergaring van gegevens over de impact van trekvogels op de aquacultuur

2.1

0 %

100 %

Amendement    274

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – rij 13 – kolom 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

40 %

75 %

Amendement    275

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – rij 14 – kolom 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

%

20 %

(1)

PB C […] van […], blz. […].

(2)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET COMMISSIEVOORSTEL

Doel van het voorstel van de Commissie is de oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) voor de periode 2021-2027. Dat fonds is bedoeld om financiering uit de begroting van de Unie aan te wenden voor de ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), het maritiem beleid van de Unie en de internationale verbintenissen van de Unie op het gebied van oceaangovernance, met name in de context van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Dergelijke financiering is onontbeerlijk voor een duurzame visserij en de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee, voor voedselzekerheid door een aanbod van vis en schaal- en schelpdieren, voor de groei van een duurzame blauwe economie en voor gezonde, veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen.

Als wereldspeler in de oceanen en als de op vier na grootste producent van vis en schaal- en schelpdieren ter wereld, draagt de Unie een grote verantwoordelijkheid bij de bescherming, de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen en hun rijkdommen. Het behoud van zeeën en oceanen is immers van vitaal belang voor een snel groeiende wereldbevolking. Ook is het van sociaaleconomisch belang voor de Unie: een duurzame blauwe economie stimuleert investeringen, banen en groei, bevordert onderzoek en innovatie en draagt bij tot energiezekerheid door oceaanenergie. Bovendien zijn veilige en beveiligde zeeën en oceanen essentieel voor doeltreffende grenscontrole en voor de wereldwijde strijd tegen criminaliteit op zee en wordt zo tegemoet gekomen aan de bezorgdheid van de burgers met betrekking tot veiligheid. Voor deze prioriteiten is financiële steun van de Unie uit het EFMZV nodig.

STANDPUNT VAN DE RAPPORTEUR

Een begroting die voldoet aan de behoeften van de sector

Het nieuwe visserijfonds heeft betrekking op de begrotingsperiode 2021-2027 met financiële middelen ten bedrage van 6,14 miljard EUR, overeenkomstig het voorstel van de Europese Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader. In vergelijking met de huidige EFMZV-begroting is dat een daling van 5 %. Tegelijkertijd stelt de Commissie voor om de fondsen voor gedeeld beheer te verlagen om meer middelen toe te wijzen aan direct en indirect beheer.

De rapporteur wenst het belang te benadrukken van de Europese maritieme, visserij- en aquacultuursector, waarbinnen meer dan 85 000 vaartuigen actief zijn, meer dan 340 000 mensen werkzaam zijn binnen de gehele keten en meer dan 6 000 000 ton hoogwaardige en voedingsrijke vis en zeevruchten wordt geproduceerd afkomstig van visserij en aquacultuur. De sociaaleconomische gevolgen van deze sector zijn voor veel kustgebieden enorm, omdat zij in hoge mate ervan afhankelijk zijn, en de sector heeft een aanzienlijk stempel gedrukt op de plaatselijke cultuur en bevolking.

Er bestaan echter vele problemen die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het GVB, zoals het verminderen van teruggooi of het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (MDO), evenals problemen die het gevolg zijn van de brexit en de nieuwe uitdagingen die dagelijks ontstaan op de markt voor en in verband met de mondiale productie van mariene eiwitten.

Daarom is het belangrijk om over een specifiek, omvangrijk en voor iedereen toegankelijk visserijfonds te beschikken. Het is even belangrijk om de begroting te beschermen die nodig is om de problemen en uitdagingen die van invloed zijn op de maritieme en visserijsector het hoofd te bieden, rekening houdend met de al zeer korte begrotingstoewijzing van de EU voor dit beleid.

Het huidige EFMZV bedraagt slechts 0,6 % van de totale algemene EU-begroting voor 2014-2020. Een verlaging van de visserijfondsen heeft bijna geen gevolgen voor de EU-begroting, maar kan aanzienlijke gevolgen hebben voor vissers en kustgebieden.

De brexit mag niet als excuus worden gebruikt om de financiering in de visserij te verlagen, gelet op de omvangrijke uitdagingen voor milieubescherming, productie en handel die door dit proces worden gecreëerd.

Flexibiliteit en vereenvoudiging van subsidiabele maatregelen

De benadering van de Commissie om elementen als flexibiliteit in de uitwerking van nationale programma's en administratieve vereenvoudiging gaat in het algemeen de goede kant op. Ik ben met name verheugd over de mogelijkheid om oplossingen te bieden die zijn afgestemd op de verschillende specifieke kenmerken en uitdagingen in de gebieden van de EU door een benadering die op iedereen van toepassing is te vermijden. Er blijft echter twijfel bestaan over de uiteindelijke resultaten van een dergelijke benadering.

Het voorstel lijkt gebaseerd op het beginsel dat alle maatregelen die niet uitdrukkelijk zijn verboden worden toegestaan, al komt een dergelijk beginsel niet uitdrukkelijk naar voren uit de tekst van de verordening en dit kan tot verwarring leiden.

Wat de lezing nog onduidelijker maakt, is echter dat de Commissie de financiering voorstelt van een veelheid aan maatregelen die niet worden gespecificeerd in de tekst, onder de voorwaarden dat ze vallen onder de "steungebieden" die in de toekomstige verordening worden geïdentificeerd in het kader van elke "prioriteit" (overweging 11). Maar in het kader van prioriteit 1 ("duurzame visserij") bestaan de enige "steungebieden" uit: het beheer van de visserijen en de vissersvloten (waarbij wordt gericht op permanente stopzetting); buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten; controle en handhaving; het verzamelen van gegevens; compensatieregeling in de ultraperifere gebieden; bescherming en herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen. De vraag is of binnen deze "steungebieden" bijvoorbeeld financiering kan worden aangevraagd voor bepaalde maatregelen die worden gefinancierd op grond van het huidige EFMZV, zoals: innovatie; adviesdiensten; partnerschappen tussen vissers en wetenschappers; de bevordering van menselijk kapitaal; diversificatie; jonge vissers; gezondheid en veiligheid; ongunstige weersomstandigheden; en nog veel meer.

Bovendien is de flexibiliteit van het toekomstige fonds ook afhankelijk van de manier waarop de lidstaten hun programma's inrichten. Elke lidstaat stelt strategische prioriteiten en doelstellingen vast voor het duurzame beheer van de visserij, afhankelijk van een tijdsschema, waarbij maatregelen kunnen worden ontworpen die de lidstaat passend acht, maar met de verplichting om de verwachte resultaten te behalen als de lidstaat gebruik wil maken van EU-financiering. De Commissie voert een jaarlijkse beoordeling van de prestaties uit, die kan leiden tot mogelijke correctieve maatregelen.

Hoewel dit logisch klinkt voor een verantwoorde uitgave van overheidsmiddelen, zijn de voorwaarden die worden opgelegd in de voorstellen voor zowel het EFMZV als de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen draconisch en zijn de voorschriften veel te veeleisend voor overheidsinstanties. Dit zou niet alleen zeker leiden tot ontmoediging bij exploitanten om de financiering aan te vragen, maar zou ook overheden afschrikken om ambitieuze programma's uit te werken.

Er moet worden opgemerkt dat de Commissie visserij geen inspraak heeft in de uiteindelijke tekst van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen.

Het risico bestaat dus dat we worden geconfronteerd met hetzelfde probleem als we in de huidige financiële periode hebben gezien, met name dat fondsen ongebruikt blijven. Op dit moment, meer dan vier jaar na de goedkeuring van het huidige EFMZV, is slechts 11 % van het fonds door de lidstaten uitgegeven, voornamelijk als gevolg van complexe procedures en beperkte medewerking van de Commissie. Vissers, met name kleinschalige, zijn gefrustreerd over en ontmoedigd door de eisen waaraan moet worden voldaan om financiering te krijgen.

Daarom is er meer duidelijkheid en rechtszekerheid nodig voor exploitanten en overheden.

Specifieke steungebieden

In het nieuwe EFMZV worden tijdelijke en definitieve stopzettingen (sloop) gefinancierd, maatregelen die de sector heeft gevraagd. Het voorstel is echter bijzonder veeleisend met betrekking tot de voorwaarden.

Het toekomstige fonds moet de visserijsector helpen een herstructureringsproces uit te voeren dat noodzakelijk is geworden door een veelheid aan redenen en dit proces kan maatregelen omvatten zoals de vervanging van vervuilende motoren en de modernisering van onveilige vaartuigen.

Hoewel het EFMZV, gezien het sociaaleconomische belang van visserijactiviteiten in de kustgebieden van de EU en de kleinschalige kust-, ambachtelijke en traditionele visserij, hier bijzondere aandacht aan moet schenken, moet financiering voor het herstructureringsproces beschikbaar zijn voor de gehele vloot.

De rapporteur is het niet eens met het verbod op interventiemechanismen, zoals opslagsteun, waardoor wordt voorkomen dat in extreme situaties van onevenwichtigheid op de markt kan worden gereageerd.

Een ander element waar de rapporteur problemen mee heeft, is dat alle investeringen in aquacultuurproductie en investeringen in verwerking uitsluitend worden gefinancierd door financieringsinstrumenten, die bovendien vallen onder de paraplu van een nieuwe verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen. Hoewel op maat gemaakte financieringsinstrumenten beschikbaar zouden zijn voor de financiering van investeringen in de productie van de blauwe economie, moet ook de mogelijkheid worden geboden om voor bepaalde acties een beroep te doen op directe steun.

Het specifieke geval van de ultraperifere gebieden

De Europese Commissie stelt nieuwe financiële middelen voor voor de ultraperifere gebieden, die het minimumbedrag omvatten dat de betreffende lidstaten aan deze gebieden moeten besteden. Binnen deze middelen wordt het bedrag dat is gewijd aan de compensatie van extra kosten geplafonneerd op maximaal 50 % van de toegewezen middelen. Dit leidt tot een verlaging met 32,7 % en 24,2 % van de fondsen die worden toegewezen aan respectievelijk de Canarische Eilanden en Frankrijk voor compensatie op grond van het huidige EFMZV.

De rapporteur vraagt zich af welk criterium de Commissie hanteert om een dergelijke plafonnering voor te stellen. Dit is een zeer strikte voorwaarde. Ultraperifere gebieden moeten beschikken over de bevoegdheid en noodzakelijke flexibiliteit om fondsen toe te wijzen overeenkomstig hun behoeften. Er moet worden opgemerkt dat de compensatie van extra kosten exploitanten stimuleert om visserij- en aquacultuurproducten te produceren en af te zetten in gebieden waar goedkope producten van slechte kwaliteit de markten overspoelen. Het voorstel van de Commissie gaat dus in tegen de inspanningen om zelfvoorzienendheid te waarborgen. Er moet worden opgemerkt dat het gebruik van de fondsen voor deze maatregel over het algemeen 100 % is.

Het voorstel van de Commissie maakt de vernieuwing van ambachtelijke en traditionele vloten in de ultraperifere gebieden niet mogelijk. De rapporteur is van mening dat dit mogelijk moet zijn, indien de middelen dat toestaan. Het is niet eerlijk dat de EU het recht van ontwikkelingslanden en kleine eilanden om hun vloten te vernieuwen in dezelfde zeegebieden waar de ultraperifere gebieden zich bevinden verdedigen en tegelijkertijd ditzelfde recht weigeren aan haar eigen grondgebieden.

Er moet worden opgemerkt dat in sommige ultraperifere gebieden de vloot vandaag de dag bestaat uit houten kano's zonder motor en dat overvloedige (voornamelijk pelagische) visbestanden buiten de kust onbenut blijven. De ultraperifere gebieden werden feitelijk opgenomen in het GVB toen de beperking op visserijactiviteiten werd ingevoerd in de jaren 1990 en ze niet vroeg genoeg aanvragen indienden voor de vernieuwing van hun vloten. Deze mogelijkheid is intussen verboden.

Een ander belangrijk element met betrekking tot de ultraperifere gebieden is de noodzaak om, op de lange termijn, een instrument op te richten dat specifiek is gewijd aan de ondersteuning van de visserij in die gebieden, overeenkomstig de Posei-regeling (Programma van speciaal op een afgelegen en insulair karakter afgestemde maatregelen) voor de landbouw. Er moet worden opgemerkt dat het besluit van de Raad uit 1989 voor het opstellen van een deze programma's van toepassing is op alle economische sectoren.

Een nieuw element van het voorstel van de Commissie is dat elk ultraperifeer gebied een gedetailleerd strategisch actieplan moet presenteren, wat uiteraard een doel dient, maar wat aan de andere kant ook kan leiden tot een onnodige belasting en weigering door de Commissie van de toewijzing van gelden als niet wordt voldaan aan de strenge opgelegde voorwaarden. Actieplannen kunnen dus een kans bieden, maar ze kunnen uiteindelijk een beperking blijken te zijn.

Ook de afwijking voor een vereenvoudigde procedure voor de verlening van staatssteun aan ultraperifere gebieden, die aanwezig is in het huidige EFMZV en is gebaseerd op het Posei-model voor de landbouw, ontbreekt.

Tot slot wenst de rapporteur te verduidelijken dat de financiering van verankerde FAD's (visaantrekkende apparatuur) waar ambachtelijke en traditionele vissers omheen vissen met vislijnen (een prima duurzaam middel), dat mogelijk was op grond van het huidige EFMZV, ook mogelijk blijft, aangezien het niet uitdrukkelijk wordt verboden.

Aquacultuur, verwerking en markten

Het EFMZV moet de promotie en duurzame ontwikkeling van aquacultuur stimuleren. Er is in sommige lidstaten nog steeds sprake van moeilijke toegang tot ruimte en omslachtige vergunningsprocedures. Dit maakt het moeilijk voor de sector om het imago en het concurrentievermogen van gekweekte producten te verbeteren. Steun moet worden toegestaan, door middel van subsidies voor productieve investeringen, innovatie, verwerving van beroepsvaardigheden, verbetering van de arbeidsomstandigheden en compenserende maatregelen die voorzien in essentiële land- en natuurbeheersdiensten, met de mogelijkheid om ook financieringsinstrumenten toe te staan in geval van productieve investeringen.

Er moet ook voortdurende steun worden verleend aan de verwerkings- en afzetindustrie om het concurrentievermogen ervan te vergroten.

Conclusies

De beginselen en doelstellingen die worden voorgesteld voor het nieuwe EFMZV voor de periode 2021-2027 zijn prijzenswaardig. Er bestaan echter twijfels over de schijnbare flexibiliteit, evenals over de begrotingstoewijzing. De uitdagingen waaraan de EU wereldwijd het hoofd wil bieden op het gebied van visserij en maritieme zaken kunnen niet worden aangepakt met een kleinere begroting.


ADVIES van de Begrotingscommissie (23.11.2018)

aan de Commissie visserij

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2018)0390 – C8-0270/2018 – 2018/0210(COD))

Rapporteur voor advies: Eider Gardiazabal Rubial

BEKNOPTE MOTIVERING

De algemene doelstelling van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) is het ondersteunen van de doelstellingen van het GVB, een beleid waarvoor de EU exclusief bevoegd is, het verder ontwikkelen van het geïntegreerd maritiem beleid van de EU en het ondersteunen van de internationale verplichtingen van de Unie op het gebied van oceaangovernance, op een wijze die complementair is met het cohesiebeleid en met het GVB en ander EU-beleid.

Een EFMZV in de periode 2021-2027 is van cruciaal belang en een aanzienlijke versterking van de visserijsector, ook wat de financiële middelen ervan betreft, is essentieel.

In het MFK voorgesteld maximum voor het EFMZV, in miljoen EUR.

 

MFK 2014-2020 voor de EU-27 in prijzen van 2018

MFK 2021-2027 in prijzen van 2018

Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

6.243

6.866

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie visserij onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 bis (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 bis.  herinnert eraan dat het twee resoluties heeft goedgekeurd, op 14 maart en 30 mei 2018, over het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027;

Amendement    2

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 ter (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 ter.  benadrukt het feit dat het belangrijk is dat horizontale beginselen ten grondslag liggen aan het MFK 2021-2027 en al het daarmee verband houdende beleid van de EU; merkt op dat het in verband hiermee zijn standpunt herhaalde dat de EU haar engagement moet nakomen om een voortrekkersrol te vervullen met betrekking tot de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) en het feit betreurde dat een duidelijk en zichtbaar engagement in deze zin in de voorstellen over het MFK ontbreekt;

Amendement    3

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 quater (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 quater.  onderstreept zijn standpunt dat op grond van de Overeenkomst van Parijs de klimaatgerelateerde horizontale uitgaven aanzienlijk moeten worden opgetrokken ten opzichte van het huidige MFK en zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 30 % moeten bedragen;

Amendement    4

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 quinquies (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 quinquies.  herinnert eraan dat het in zijn resolutie van 14 maart 2018 het sociaal-economische en ecologische belang van de visserijsector, het maritieme milieu en de "blauwe economie" benadrukte en de bijdrage daarvan aan de onafhankelijkheid van de EU inzake duurzame voedselvoorziening, omdat zij de duurzaamheid van de Europese aquacultuur en visserij waarborgen en de milieueffecten beperken; dat het er daarnaast voor pleitte om de omvang van de kredieten voor de visserijsector in het huidige MFK te handhaven en, indien nieuwe behoeften ontstaan, de kredieten voor maritieme zaken te verhogen;

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Op 14 maart en 30 mei 2018 benadrukte het Europees Parlement in zijn resolutie over het meerjarig financieel kader 2021-2027 dat het belangrijk is dat horizontale beginselen ten grondslag liggen aan het MFK 2021-2027 en al het daarmee verband houdende beleid van de EU. Het Parlement herhaalde in verband daarmee zijn standpunt dat de Unie haar engagement moet nakomen om een voortrekkersrol te vervullen met betrekking tot de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) en betreurde het ontbreken van een duidelijk en zichtbaar engagement in deze zin in de voorstellen over het MFK. Daarom drong het Parlement aan op de integratie van de SDG's in alle EU-beleid en ‑initiatieven van het volgende MFK. Bovendien herhaalt het dat een sterkere en ambitieuzere Unie alleen kan worden verwezenlijkt als er meer financiële middelen voor worden vrijgemaakt. Daarom dringt het Parlement aan op voortdurende steun voor het bestaande beleid, in het bijzonder het gevestigde en in de Verdragen verankerde EU-beleid, met name het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid en het cohesiebeleid, aangezien deze de EU-burgers concrete voordelen opleveren.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  Voorts benadrukte het Europees Parlement in zijn resoluties van 14 maart en 30 mei 2018 over het meerjarig financieel kader 2021-2027 dat de uitbanning van discriminatie essentieel is voor het nakomen van de verbintenissen van de EU ten aanzien van een inclusief Europa. Daarom vroeg het een engagement op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid in alle EU-beleid en -initiatieven van het volgende MFK.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quater)  Voorts onderstreepte het Europees Parlement in zijn resoluties van 14 maart en 30 mei 2018 over het meerjarig financieel kader 2021-2027 het feit dat op grond van de Overeenkomst van Parijs de klimaatgerelateerde uitgaven aanzienlijk moeten worden opgetrokken ten opzichte van het huidige MFK en zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 30 % moeten bedragen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op basis van de mate waarin ze kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de voor de acties vastgelegde prioriteiten en tot resultaten kunnen leiden, rekening houdend met onder meer de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico op niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, alsook van financiering die geen verband houdt met kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie].

(7)  De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op basis van de mate waarin ze kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de voor de acties vastgelegde prioriteiten en tot resultaten kunnen leiden, rekening houdend met onder meer de kosten van controles, de administratieve lasten en het risico op niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, alsook van financiering die geen verband houdt met kosten, als bedoeld in artikel 125, lid 1, van Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie].

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In het in Verordening (EU) XX/XX6 vastgestelde meerjarig financieel kader is bepaald dat de begroting van de Unie het visserijbeleid en het maritiem beleid moet blijven ondersteunen. De EFMZV-begroting moet, in lopende prijzen, 6 140 000 000 EUR belopen. De EFMZV-middelen moeten worden verdeeld tussen gedeeld, direct en indirect beheer. 5 311 000 000 EUR moet worden uitgetrokken voor steun onder gedeeld beheerd en 829 000 000 EUR voor steun onder direct en indirect beheer. Met het oog op stabiliteit, met name met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen, moet de afbakening van de nationale toewijzingen onder gedeeld beheer voor de programmeringsperiode 2021-2027 worden gebaseerd op de EFMZV-verdeling van de periode 2014-2020. Er moeten specifieke bedragen worden bestemd voor de ultraperifere gebieden, voor controle en handhaving en voor de verzameling en verwerking van gegevens voor visserijbeheer en wetenschappelijke doeleinden, terwijl de bedragen voor definitieve stopzetting en buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten moeten worden geplafonneerd.

(8)  In het in Verordening (EU) XX/XX6 vastgestelde meerjarig financieel kader is bepaald dat de begroting van de Unie het visserijbeleid en het maritiem beleid moet blijven ondersteunen. De EFMZV-begroting moet, in lopende prijzen, 6 866943 600 EUR in prijzen van 2018 belopen (d.i. 7 739 176 524 EUR in lopende prijzen). De EFMZV-middelen moeten worden verdeeld tussen gedeeld, direct en indirect beheer. 5 939 794 375 EUR in prijzen van 2018 (d.i. 6 694 261 648 EUR in lopende prijzen) moet worden uitgetrokken voor steun onder gedeeld beheerd en 927 149 225 EUR in prijzen van 2018 (d.i. 1 044 914 876 EUR in lopende prijzen) voor steun onder direct en indirect beheer. Met het oog op stabiliteit, met name met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen, moet de afbakening van de nationale toewijzingen onder gedeeld beheer voor de programmeringsperiode 2021-2027 worden gebaseerd op de EFMZV-verdeling van de periode 2014-2020. Er moeten specifieke bedragen worden bestemd voor de ultraperifere gebieden, voor controle en handhaving en voor de verzameling en verwerking van gegevens voor visserijbeheer en wetenschappelijke doeleinden, terwijl de bedragen voor definitieve stopzetting en buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten moeten worden geplafonneerd.

__________________

__________________

6 PB C […], […], blz. […].

6 PB C […], […], blz. […].

Motivering

De verdeling binnen de financiële middelen van het programma die wordt voorgesteld door de Begrotingscommissie, is slechts een indicatieve rekenkundige vertaling die het resultaat is van de wijziging van de algemene begroting van het programma en er wordt niet mee vooruitgelopen op de verdeling waartoe wordt besloten in de bevoegde commissie.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Het EFMZV moet berusten op vier prioriteiten: bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee; bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten; mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen; versterken van de internationale oceaangovernance en tot stand brengen van veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen. Deze prioriteiten moeten worden nagestreefd door middel van gedeeld, direct en indirect beheer.

(10)  Het EFMZV moet berusten op vier prioriteiten: bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee; bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame visserij, aquacultuur en markten; mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen, met inbegrip van de eilanden en de ultraperifere gebieden; versterken van de internationale oceaangovernance en tot stand brengen van veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen. Deze prioriteiten moeten worden nagestreefd door middel van gedeeld, direct en indirect beheer.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Gezien het belang van de strijd tegen de klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie in het kader van de Klimaatovereenkomst van Parijs en in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, moet deze verordening bijdragen tot "klimaatmainstreaming" (integratie van klimaatactie in het beleid en de fondsen) en ertoe leiden dat 25 % van de uitgaven uit de begroting van de Unie worden aangewend voor klimaatdoelstellingen. Met de acties in het kader van deze verordening zal naar verwachting 30 % van de totale financiële middelen van het EFMZV bijdragen tot de verwezenlijking van klimaatdoelstellingen. De acties zullen tijdens de voorbereiding en uitvoering van het EFMZV worden vastgesteld en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de desbetreffende evaluatie- en beoordelingsprocedures.

(13)  Gezien het belang van de strijd tegen de klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie in het kader van de Klimaatovereenkomst van Parijs en in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, moet deze verordening bijdragen tot "klimaatmainstreaming" (integratie van klimaatactie in het beleid en de fondsen) en ertoe leiden dat gedurende de periode van het MFK 2021-2027 minstens 25 % van de uitgaven uit de begroting van de Unie worden aangewend voor klimaatdoelstellingen, en dat zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk in 2027, een streefcijfer van 30 % per jaar wordt gehaald. Met de acties in het kader van deze verordening zal naar verwachting 35 % van de totale financiële middelen van het EFMZV bijdragen tot de verwezenlijking van klimaatdoelstellingen. De acties zullen tijdens de voorbereiding en uitvoering van het EFMZV worden vastgesteld en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de desbetreffende evaluatie- en beoordelingsprocedures.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Het EFMZV moet eveneens bijdragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van de Unie. Deze bijdrage moet worden gevolgd aan de hand van milieumarkers van de Unie en er moet regelmatig verslag over worden uitgebracht in het kader van evaluaties en van jaarlijkse prestatieverslagen.

(14)  Het EFMZV moet eveneens bijdragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van de Unie, rekening houdend met sociale cohesie. Deze bijdrage moet worden gevolgd aan de hand van milieumarkers van de Unie en er moet regelmatig verslag over worden uitgebracht in het kader van evaluaties en van jaarlijkse prestatieverslagen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De visserij is van vitaal belang voor het levensonderhoud en het cultureel erfgoed van veel kustgemeenschappen in de Unie, en dan vooral waar de kleinschalige kustvisserij een belangrijke rol speelt. In veel vissersgemeenschappen ligt de gemiddelde leeftijd boven de 50. Generatievernieuwing en diversificatie van activiteiten blijven dan ook een uitdaging.

(18)  De visserij is van vitaal belang voor het levensonderhoud en het cultureel erfgoed van veel kustgemeenschappen, eilanden en ultraperifere gebieden in de Unie, en dan vooral waar de kleinschalige kustvisserij een belangrijke rol speelt. In veel vissersgemeenschappen ligt de gemiddelde leeftijd boven de 50. Generatievernieuwing en diversificatie van activiteiten blijven dan ook een uitdaging.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Visserij en aquacultuur dragen bij tot voedselzekerheid en voeding. Momenteel voert de Unie echter meer dan 60 % van de te koop aangeboden visserijproducten in en is zij daarvoor sterk afhankelijk van derde landen. Een belangrijke uitdaging is het bevorderen van de consumptie van viseiwitten die in de Unie volgens hoge kwaliteitsnormen zijn geproduceerd en die voor de consument beschikbaar zijn aan betaalbare prijzen.

(31)  In de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties wordt het beëindigen van honger en het realiseren van voedselveiligheid en verbeterde voeding geïdentificeerd als een van de 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG 2). De Unie wil zich ten volle inzetten voor dat doel en voor de verwezenlijking ervan. In verband hiermee dragen visserij en aquacultuur bij tot voedselzekerheid en voeding. Momenteel voert de Unie echter meer dan 60 % van de te koop aangeboden visserijproducten in en is zij daarvoor sterk afhankelijk van derde landen. Een belangrijke uitdaging is het bevorderen van de consumptie van viseiwitten die in de Unie volgens hoge kwaliteitsnormen zijn geproduceerd en die voor de consument beschikbaar zijn aan betaalbare prijzen.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Het moet mogelijk zijn uit het EFMZV steun te verlenen voor de bevordering en de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur, met inbegrip van de zoetwateraquacultuur, ten bate van de teelt van waterdieren en -planten voor de productie van voedingsmiddelen en andere grondstoffen. In sommige lidstaten worden nog steeds complexe administratieve procedures toegepast, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in een moeilijke toegang tot ruimte en omslachtige vergunningsprocedures. Dat maakt het voor de sector moeilijk om het imago en het concurrentievermogen van gekweekte producten te verbeteren. De steun moet in overeenstemming zijn met de meerjarige nationale strategische plannen voor de aquacultuur, die worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013. Met name steun voor ecologische duurzaamheid, productieve investeringen, innovatie, verwerving van beroepsvaardigheden, verbetering van de arbeidsomstandigheden en compenserende maatregelen die voorzien in essentiële land- en natuurbeheerdiensten, moet in aanmerking komen. Acties op het gebied van volksgezondheid, verzekeringsregelingen voor aquacultuurbestanden en acties op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn moeten eveneens in aanmerking komen voor steun. Steun voor productieve investeringen mag evenwel uitsluitend via financieringsinstrumenten en via InvestEU worden verleend, die een grotere hefboomwerking op de markten hebben en daarom beter geschikt zijn dan subsidies om de financiële uitdagingen van de sector aan te pakken.

(32)  Het moet mogelijk zijn uit het EFMZV steun te verlenen voor de bevordering en de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur, met inbegrip van de zoetwateraquacultuur en gesloten inperkingssystemen, ten bate van de teelt van waterdieren en -planten voor de productie van voedingsmiddelen en andere grondstoffen. In sommige lidstaten worden nog steeds complexe administratieve procedures toegepast, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in een moeilijke toegang tot ruimte en omslachtige vergunningsprocedures. Dat maakt het voor de sector moeilijk om het imago en het concurrentievermogen van gekweekte producten te verbeteren. De steun moet in overeenstemming zijn met de meerjarige nationale strategische plannen voor de aquacultuur, die worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013. Met name steun voor ecologische duurzaamheid, productieve investeringen, innovatie, verwerving van beroepsvaardigheden, verbetering van de arbeidsomstandigheden en compenserende maatregelen die voorzien in essentiële land- en natuurbeheerdiensten, moet in aanmerking komen. Acties op het gebied van volksgezondheid, verzekeringsregelingen voor aquacultuurbestanden en acties op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn moeten eveneens in aanmerking komen voor steun. Steun voor productieve investeringen mag evenwel uitsluitend via financieringsinstrumenten en via InvestEU worden verleend, die een grotere hefboomwerking op de markten hebben en daarom beter geschikt zijn dan subsidies om de financiële uitdagingen van de sector aan te pakken.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Werkgelegenheid in kustgebieden berust op een plaatselijk aangestuurde ontwikkeling van een duurzame blauwe economie, die het sociale weefsel van deze gebieden nieuw leven inblaast. Oceaanindustrieën en -diensten groeien waarschijnlijk sneller dan de economie in het algemeen en dragen in grote mate bij tot de werkgelegenheid en de groei tegen 2030. Om duurzaam te kunnen zijn, is de blauwe groei afhankelijk van innovatie en investeringen in nieuwe maritieme bedrijven en in de bio-economie, met inbegrip van duurzame toerismemodellen, hernieuwbare oceaanenergie, innovatieve hoogwaardige scheepsbouw en nieuwe havendiensten, waar banen kunnen worden gecreëerd en tegelijkertijd de lokale ontwikkeling toeneemt. Terwijl overheidsinvesteringen in de duurzame blauwe economie moeten worden geïntegreerd in de hele begroting van de Unie, moet het EFMZV met name zijn toegespitst op het scheppen van de juiste voorwaarden voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie en op het wegwerken van knelpunten voor investeringen en voor de ontwikkeling van nieuwe markten en technologieën of diensten. Steun voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie moet worden verleend via gedeeld, direct en indirect beheer.

(35)  Werkgelegenheid in kustgebieden berust op een plaatselijk aangestuurde ontwikkeling van een duurzame blauwe economie, die het sociale weefsel van deze gebieden, met inbegrip van de eilanden en de ultraperifere gebieden, nieuw leven inblaast. Oceaanindustrieën en -diensten groeien waarschijnlijk sneller dan de economie in het algemeen en dragen in grote mate bij tot de werkgelegenheid en de groei tegen 2030. Om duurzaam te kunnen zijn, is de blauwe groei afhankelijk van innovatie en investeringen in nieuwe maritieme bedrijven en in de bio-economie, met inbegrip van duurzame toerismemodellen, hernieuwbare oceaanenergie, innovatieve hoogwaardige scheepsbouw en nieuwe havendiensten, waar banen kunnen worden gecreëerd en tegelijkertijd de lokale ontwikkeling toeneemt. Terwijl overheidsinvesteringen in de duurzame blauwe economie moeten worden geïntegreerd in de hele begroting van de Unie, moet het EFMZV met name zijn toegespitst op het scheppen van de juiste voorwaarden voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie en op het wegwerken van knelpunten voor investeringen en voor de ontwikkeling van nieuwe markten en technologieën of diensten. Steun voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie moet worden verleend via gedeeld, direct en indirect beheer.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  De ontwikkeling van een duurzame blauwe economie is in grote mate afhankelijk van partnerschappen tussen lokale actoren die bijdragen tot de vitaliteit van kust- en landinwaarts gelegen gemeenschappen en economieën. Het EFMZV moet voorzien in instrumenten om dergelijke partnerschappen te bevorderen. Daartoe moet steun onder gedeeld beheer beschikbaar zijn voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD). Die benadering moet economische diversificatie in een lokale context stimuleren door de ontwikkeling van kust- en binnenvisserij, aquacultuur en een duurzame blauwe economie. CLLD-strategieën moeten ervoor zorgen dat lokale gemeenschappen beter gebruikmaken van en meer profijt halen uit de kansen die de duurzame blauwe economie biedt en dat ze daarbij de ecologische, culturele, sociale en menselijke middelen benutten en versterken. Elk lokaal partnerschap moet dan ook het voornaamste aandachtspunt van zijn strategie weerspiegelen door te zorgen voor een evenwichtige betrokkenheid en vertegenwoordiging van alle belanghebbende partijen uit de plaatselijke duurzame blauwe economie.

(36)  De ontwikkeling van een duurzame blauwe economie is in grote mate afhankelijk van partnerschappen tussen lokale actoren die bijdragen tot de vitaliteit en het voortbestaan van de bevolking van kust-, eiland- en landinwaarts gelegen gebieden en tot de vitaliteit en de duurzaamheid van de daar gesitueerde economieën. Het EFMZV moet voorzien in instrumenten om dergelijke partnerschappen te bevorderen. Daartoe moet steun onder gedeeld beheer beschikbaar zijn voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD). Die benadering moet economische diversificatie in een lokale context stimuleren door de ontwikkeling van kust- en binnenvisserij, aquacultuur en een duurzame blauwe economie. CLLD-strategieën moeten ervoor zorgen dat lokale gemeenschappen beter gebruikmaken van en meer profijt halen uit de kansen die de duurzame blauwe economie biedt en dat ze daarbij de ecologische, culturele, sociale en menselijke middelen benutten en versterken. Elk lokaal partnerschap moet dan ook het voornaamste aandachtspunt van zijn strategie weerspiegelen door te zorgen voor een evenwichtige betrokkenheid en vertegenwoordiging van alle belanghebbende partijen uit de plaatselijke duurzame blauwe economie.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  In het kader van direct en indirect beheer moet het EFMZV de nadruk leggen op de randvoorwaarden voor een duurzame blauwe economie door de bevordering van een geïntegreerde governance en geïntegreerd beheer van het maritiem beleid, de verbetering van de overdracht en de toepassing van onderzoek, innovatie en technologie in de duurzame blauwe economie, de verbetering van maritieme vaardigheden en kennis over de oceanen, de versterking van de uitwisseling van sociaaleconomische gegevens over de duurzame blauwe economie, de bevordering van een koolstofarme en klimaatbestendige duurzame blauwe economie en de ontwikkeling van projectenpijplijnen en innovatieve financieringsinstrumenten. Op al deze gebieden moet de nodige aandacht worden gegeven aan de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden.

(38)  In het kader van direct en indirect beheer moet het EFMZV de nadruk leggen op de randvoorwaarden voor een duurzame blauwe economie door de bevordering van een geïntegreerde governance en geïntegreerd beheer van het maritiem beleid, de verbetering van de overdracht en de toepassing van onderzoek, innovatie en technologie in de duurzame blauwe economie, de verbetering van maritieme vaardigheden en kennis over de oceanen, de versterking van de uitwisseling van sociaaleconomische gegevens over de duurzame blauwe economie, de bevordering van een koolstofarme en klimaatbestendige duurzame blauwe economie en de ontwikkeling van projectenpijplijnen en innovatieve financieringsinstrumenten. Op al deze gebieden moet de nodige aandacht worden gegeven aan de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden en de eilanden die onder artikel 174 VWEU vallen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 42 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(42 bis)  Op de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties is de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen opgenomen als een van de 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG 5). De Unie wil zich ten volle inzetten voor dat doel en voor de verwezenlijking ervan. In deze context is de uitbanning van discriminatie essentieel voor het nakomen van de verbintenissen van de Unie ten aanzien van een inclusief Europa. Daarom moet een engagement op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid worden opgenomen in alle EU-beleid, met inbegrip van deze verordening.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  In het kader van gedeeld beheer moet elke lidstaat één enkel programma opstellen dat door de Commissie moet worden goedgekeurd. In de context van regionalisering en om de lidstaten aan te moedigen tot een meer strategische aanpak bij de voorbereiding van de programma's, moet de Commissie een analyse ontwikkelen voor elk zeegebied, waarin de gemeenschappelijke sterke en zwakke punten met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen worden aangegeven. Deze analyse moet als basis dienen voor de onderhandelingen tussen de lidstaten en de Commissie over elk programma, rekening houdend met de regionale moeilijkheden en behoeften. Bij de beoordeling van de programma's moet de Commissie rekening houden met de ecologische en sociaaleconomische uitdagingen van het GVB, de sociaaleconomische prestaties van de duurzame blauwe economie, de uitdagingen op het niveau van het zeegebied, de instandhouding en het herstel van de mariene ecosystemen, de vermindering van zwerfvuil op zee en de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

(43)  In het kader van gedeeld beheer moet elke lidstaat één enkel programma opstellen dat door de Commissie moet worden goedgekeurd. In de context van regionalisering en om de lidstaten aan te moedigen tot een meer strategische aanpak bij de voorbereiding van de programma's, moet de Commissie een analyse ontwikkelen voor elk zeegebied, waarin de gemeenschappelijke sterke en zwakke punten met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen worden aangegeven. Deze analyse moet als basis dienen voor de onderhandelingen tussen de lidstaten en de Commissie over elk programma, rekening houdend met de regionale moeilijkheden en behoeften. Bij de beoordeling van de programma's moet de Commissie rekening houden met de ecologische en sociaaleconomische uitdagingen van het GVB, de sociaaleconomische prestaties van de duurzame blauwe economie, met name wat kleinschalige kustvisserij betreft, de uitdagingen op het niveau van het zeegebied, de instandhouding en het herstel van de mariene ecosystemen, de vermindering van zwerfvuil op zee en de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het EFMZV voor de periode 2021-2027 bedragen 6 140 000 000 EUR in lopende prijzen.

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het EFMZV voor de periode 2021-2027 bedragen 6 866 943 600 EUR in prijzen van 2018 (d.i. 7 739 176 524 EUR in lopende prijzen).

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De gedeeld beheerde financiële middelen, als bedoeld in titel II, bedragen 5 311 000 000 EUR, in lopende prijzen, overeenkomstig de in bijlage V vastgestelde jaarlijkse verdeling.

1.  De gedeeld beheerde financiële middelen, als bedoeld in titel II, bedragen 5 939 794 375 EUR in prijzen van 2018 (d.i. 6 694 261 648 EUR in lopende prijzen), overeenkomstig de in bijlage V vastgestelde jaarlijkse verdeling.

Motivering

De verdeling binnen de financiële middelen van het programma die wordt voorgesteld door de Begrotingscommissie, is slechts een indicatieve rekenkundige vertaling die het resultaat is van de wijziging van de algemene begroting van het programma en er wordt niet mee vooruitgelopen op de verdeling waartoe wordt besloten in de bevoegde commissie.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  102 000 000 EUR voor de Azoren en Madeira;

(a)  114 076 262 EUR in prijzen van 2018 (d.i. 128 566 125 EUR in lopende prijzen)voor de Azoren en Madeira;

Motivering

De verdeling binnen de financiële middelen van het programma die wordt voorgesteld door de Begrotingscommissie, is slechts een indicatieve rekenkundige vertaling die het resultaat is van de wijziging van de algemene begroting van het programma en er wordt niet mee vooruitgelopen op de verdeling waartoe wordt besloten in de bevoegde commissie.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  82 000 000 EUR voor de Canarische Eilanden;

(b)  91 708 367 EUR in prijzen van 2018 (d.i. 103 357 081 EUR in lopende prijzen) voor de Canarische Eilanden;

Motivering

De verdeling binnen de financiële middelen van het programma die wordt voorgesteld door de Begrotingscommissie, is slechts een indicatieve rekenkundige vertaling die het resultaat is van de wijziging van de algemene begroting van het programma en er wordt niet mee vooruitgelopen op de verdeling waartoe wordt besloten in de bevoegde commissie.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  131 000 000 EUR voor Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Mayotte, Réunion en Sint-Maarten.

(c)  146 509 709 EUR in prijzen van 2018 (d.i. 165 119 239 EUR in lopende prijzen) voor Guadeloupe, Frans-Guyana, Martinique, Mayotte, Réunion en Sint-Maarten.

Motivering

De verdeling binnen de financiële middelen van het programma die wordt voorgesteld door de Begrotingscommissie, is slechts een indicatieve rekenkundige vertaling die het resultaat is van de wijziging van de algemene begroting van het programma en er wordt niet mee vooruitgelopen op de verdeling waartoe wordt besloten in de bevoegde commissie.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De direct en indirect beheerde financiële middelen, als bedoeld in titel II, bedragen 829 000 000 EUR, in lopende prijzen.

1.  De direct en indirect beheerde financiële middelen, als bedoeld in titel III, bedragen 927 149 225 EUR in prijzen van 2018 (d.i. 1 044 914 876 EUR in lopende prijzen).

Motivering

De verdeling binnen de financiële middelen van het programma die wordt voorgesteld door de Begrotingscommissie, is slechts een indicatieve rekenkundige vertaling die het resultaat is van de wijziging van de algemene begroting van het programma en er wordt niet mee vooruitgelopen op de verdeling waartoe wordt besloten in de bevoegde commissie.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Compensatie van in de ultraperifere gebieden gemaakte extra kosten in verband met visserij- en aquacultuurproducten

Compensatie van extra kosten in de ultraperifere gebieden en bij kleinschalige kustvisserij op eilanden die onder artikel 174 VWEU vallen in verband met visserij- en aquacultuurproducten

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend ter compensatie van de extra kosten van de begunstigden voor het vissen, het kweken, de verwerking en de afzet van bepaalde visserij- en aquacultuurproducten van de in artikel 6, lid 2, bedoelde ultraperifere gebieden.

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend ter compensatie van de extra kosten van de begunstigden voor het vissen, het kweken, de verwerking en de afzet van bepaalde visserij- en aquacultuurproducten van de in artikel 6, lid 2, bedoelde ultraperifere gebieden en kleinschalige kustvisserij op eilanden die onder artikel 174 VWEU vallen.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor acties voor de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust, met inbegrip van die in binnenwateren.

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor acties voor de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen van de zee en de kust, met inbegrip van die in binnenwateren. Daartoe moet de samenwerking met het Europees Ruimteagentschap en de Europese satellietprogramma's worden bevorderd om meer gegevens te verzamelen over de situatie van de verontreiniging van de zee en met name plasticafval in de wateren.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  investeringen in de analyse en observatie van de verontreiniging van de zee, met name plastic, om meer gegevens over de situatie te verzamelen;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter) het vergroten van de kennis over plastic zwerfvuil op zee en de concentratie daarvan.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  internationale samenwerking op het gebied van en ontwikkeling van onderzoek en gegevens betreffende oceanen.

(f)  internationale samenwerking op het gebied van en ontwikkeling van onderzoek en gegevens betreffende oceanen, met name over plastic zwerfvuil op zee, verkregen door middel van geschikte sensoren op satellieten, met name van het Copernicus-onderdeel van het EU-ruimtevaartprogramma, autonome vliegtuigen en observatiesystemen ter plaatse die in staat zijn om grotere hoeveelheden drijvend zwerfvuil en concentraties van kleinere objecten te monitoren.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Document- en procedurenummers

COM(2018)0390 – C8-0270/2018 – 2018/0210(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

PECH

2.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

2.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Eider Gardiazabal Rubial

16.7.2018

Behandeling in de commissie

26.9.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

21.11.2018

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, André Elissen, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, John Howarth, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Jan Olbrycht, Răzvan Popa, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Stanisław Żółtek

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karine Gloanec Maurin, Giovanni La Via, Ivana Maletić, Andrey Novakov, Tomáš Zdechovský

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

27

+

ALDE

Jean Arthuis, Gérard Deprez

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Giovanni La Via, Ivana Maletić, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Inese Vaidere, Tomáš Zdechovský

S&D

Eider Gardiazabal Rubial, Karine Gloanec Maurin, John Howarth, Vladimír Maňka, Răzvan Popa, Manuel dos Santos, Isabelle Thomas, Daniele Viotti, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Jordi Solé, Indrek Tarand, Monika Vana

4

-

ECR

Bernd Kölmel

ENF

André Elissen, Stanisław Żółtek

NI

Eleftherios Synadinos

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (22.11.2018)

aan de Commissie visserij

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2018)0390 – C8-0270/2018 – 2018/0210(COD))

Rapporteur voor advies: Francesc Gambús

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie heeft op 12 juni 2018 een nieuw wetsvoorstel ingediend met betrekking tot het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) voor de periode 2021-2027. Dit fonds is bedoeld om financiering uit de begroting van de Unie aan te wenden voor de ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), het maritiem beleid van de Unie en de internationale verbintenissen van de Unie op het gebied van oceaangovernance, met name in de context van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Als rapporteur voor advies voor de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, ben ik ingenomen met de mededeling van de Commissie. Deze biedt de medewetgevers een goede basis voor samenwerking en voor het bereiken van overeenstemming. Ik wil de Commissie in het bijzonder bedanken voor het versterken van de milieudimensie van het fonds, die met name gericht is op de bescherming van de mariene ecosystemen en, met een verwachte bijdrage van 30 % van zijn begroting, op het tegengaan van de klimaatverandering en de aanpassing aan de gevolgen daarvan, in overeenstemming met de aangegane verbintenissen in het kader van de Overeenkomst van Parijs.

Tegelijkertijd ben ik van oordeel dat het nieuwe fonds doeltreffender en efficiënter zal zijn, dankzij de vereenvoudiging, subsidiariteit, aanpassing aan andere fondsen en een betere afstemming van de steun op de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Visserij en aquacultuur dragen bij tot voedselzekerheid en voeding. Momenteel importeert de Unie echter meer dan 60 % van de visserijproducten, waardoor zij zeer afhankelijk is van derde landen. De belangrijkste uitdaging is het aansporen van burgers tot het consumeren van vis uit de Unie, die ondanks zijn betaalbare prijzen aan hoge kwaliteitsnormen voldoet. In dit verband moet de aquacultuur prominenter aanwezig worden in de sector en haar kritische massa verhogen: momenteel vertegenwoordigen visserijproducten die afkomstig zijn uit deze activiteit slechts 20 % van het totale aanbod op de Europese markt.

Het leek mij evenwel belangrijk het verslag aan te vullen met een reeks amendementen met het oog op de flexibiliteit en om buitensporige schade aan de visserijvloot te voorkomen, rekening houdend met de diversiteit van de Europese vloot.

Ik heb het onderdeel "gezamenlijk beheer" ingevoerd, een beheersmechanisme voor professionele visserijactiviteiten, recreatieve visserij en aquacultuur, waarbij overheden hun autoriteit delen met de lokale gebruikersgemeenschap, en iedere partij specifieke bevoegdheden en rechten krijgt toegekend met betrekking tot de informatie en besluitvorming op het gebied van het beheer van de activiteiten. We mogen niet vergeten dat de vissers zelf het meest gebaat zijn bij de instandhouding van de visgronden en de visbestanden, aangezien er zonder vis geen visserijactiviteiten mogelijk zijn, en zonder visserijactiviteiten geen werkgelegenheid. Daarom heb ik met de voorgestelde amendementen gestreefd naar een optimaal evenwicht tussen economische, sociale en milieuduurzaamheid.

Ten slotte ben ik ervan overtuigd dat het vereenvoudigen en verduidelijken van de acties die in het kader van het EFMZV kunnen worden ondernomen, het beheer voor de lidstaten zal vergemakkelijken, de administratieve lasten zal verlichten, de maritieme en visserijsector van de Unie zal helpen, en tegelijkertijd zal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen op het vlak van duurzame ontwikkeling.

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie visserij onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Er moet een Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) voor de periode 2021-2027 worden opgericht. Dat fonds moet erop gericht zijn om financiering uit de begroting van de Unie aan te wenden voor de ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), het maritiem beleid van de Unie en de internationale verbintenissen van de Unie op het gebied van oceaangovernance. Dergelijke financiering is onontbeerlijk voor een duurzame visserij en de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee, voor voedselzekerheid door een aanbod van vis en schaal- en schelpdieren, voor de groei van een duurzame blauwe economie en voor gezonde, veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen.

(1)  Er moet een Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) voor de periode 2021-2027 worden opgericht. Dat fonds moet erop gericht zijn om financiering uit de begroting van de Unie aan te wenden voor de ondersteuning van de volledige en tijdige uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), de kaderrichtlijn mariene strategie, het maritiem beleid van de Unie en de internationale verbintenissen van de Unie op het gebied van oceaangovernance. Dergelijke financiering is, in combinatie met verantwoorde beleidsmaatregelen op het gebied van visserij, een van de belangrijkste factoren voor een duurzame visserij en de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee, voor voedselzekerheid door een aanbod van vis en schaal- en schelpdieren, voor de groei van een duurzame blauwe economie die zich binnen de ecologische grenzen ontwikkelt en voor gezonde, veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Als wereldspeler in de oceanen en als de op vier na grootste producent van vis en schaal- en schelpdieren ter wereld, draagt de Unie een grote verantwoordelijkheid bij de bescherming, de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen en hun rijkdommen. Het behoud van zeeën en oceanen is immers van vitaal belang voor een snel groeiende wereldbevolking. Ook is het van sociaaleconomisch belang voor de Unie: een duurzame blauwe economie stimuleert investeringen, banen en groei, bevordert onderzoek en innovatie en draagt bij tot energiezekerheid door oceaanenergie. Bovendien zijn veilige en beveiligde zeeën en oceanen essentieel voor doeltreffende grenscontrole en voor de wereldwijde strijd tegen criminaliteit op zee en wordt zo tegemoet gekomen aan de bezorgdheid van de burgers met betrekking tot veiligheid.

(2)  Als wereldspeler in de oceanen en als de op vier na grootste producent van vis en schaal- en schelpdieren ter wereld, draagt de Unie een grote verantwoordelijkheid bij de bescherming, de instandhouding en het duurzame gebruik van de oceanen en hun rijkdommen. Het behoud van zeeën en oceanen is immers van vitaal belang voor een snelgroeiende wereldbevolking. Ook is het van sociaaleconomisch belang voor de Unie: een duurzame blauwe economie die zich binnen de ecologische grenzen ontwikkelt, stimuleert investeringen, banen en groei, bevordert onderzoek en innovatie en draagt bij tot energiezekerheid door oceaanenergie. Bovendien zijn veilige en beveiligde zeeën en oceanen essentieel voor doeltreffende grenscontrole en voor de wereldwijde strijd tegen criminaliteit op zee en wordt zo tegemoet gekomen aan de bezorgdheid van de burgers met betrekking tot veiligheid.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  In het in Verordening (EU) XX/XX6 vastgestelde meerjarig financieel kader is bepaald dat de begroting van de Unie het visserijbeleid en het maritiem beleid moet blijven ondersteunen. De EFMZV-begroting moet, in lopende prijzen, 6 140 000 000 EUR belopen. De EFMZV-middelen moeten worden verdeeld tussen gedeeld, direct en indirect beheer. 5 311 000 000 EUR moet worden uitgetrokken voor steun onder gedeeld beheerd en 829 000 000 EUR voor steun onder direct en indirect beheer. Met het oog op stabiliteit, met name met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen, moet de afbakening van de nationale toewijzingen onder gedeeld beheer voor de programmeringsperiode 2021-2027 worden gebaseerd op de EFMZV-verdeling van de periode 2014-2020. Er moeten specifieke bedragen worden bestemd voor de ultraperifere gebieden, voor controle en handhaving en voor de verzameling en verwerking van gegevens voor visserijbeheer en wetenschappelijke doeleinden, terwijl de bedragen voor definitieve stopzetting en buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten moeten worden geplafonneerd.

(8)  In het in Verordening (EU) XX/XX6 vastgestelde meerjarig financieel kader is bepaald dat de begroting van de Unie het visserijbeleid en het maritiem beleid moet blijven ondersteunen. De meerjarige EFMZV-begroting moet, in lopende prijzen, 6 140 000 000 EUR belopen. De EFMZV-middelen moeten worden verdeeld tussen gedeeld, direct en indirect beheer. 5 311 000 000 EUR moet worden uitgetrokken voor steun onder gedeeld beheerd en 829 000 000 EUR voor steun onder direct en indirect beheer. Met het oog op stabiliteit, met name met betrekking tot de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen, moet de afbakening van de nationale toewijzingen onder gedeeld beheer voor de programmeringsperiode 2021-2027 worden gebaseerd op de EFMZV-verdeling van de periode 2014-2020. Er moeten specifieke bedragen worden bestemd voor de ultraperifere gebieden, voor controle en handhaving en voor de verzameling en verwerking van gegevens voor visserijbeheer en wetenschappelijke doeleinden, terwijl de bedragen voor definitieve stopzetting en buitengewone stopzetting van visserijactiviteiten moeten worden geplafonneerd.

_________________

_________________

6 PB C […] van […], blz. […].

6 PB C […] van […], blz. […].

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De Europese maritieme sector biedt meer dan 5 miljoen banen, die bijna 500 miljard EUR per jaar opleveren, en dat aantal zou nog sterk kunnen stijgen. De output van de wereldwijde oceaaneconomie wordt momenteel op 1,3 biljoen EUR geraamd en dat bedrag kan tegen 2030 meer dan verdubbelen. De noodzaak om te voldoen aan de CO2-emissiedoelstellingen, de hulpbronnenefficiëntie te verhogen en de ecologische voetafdruk van de blauwe economie te verkleinen, is een belangrijke aanzet geweest voor innovatie in andere sectoren, zoals de uitrusting van zeeschepen, de scheepsbouw, oceaanobservatie, de baggerij, de bescherming van kustgebieden en de mariene bouw. De investeringen in de maritieme economie worden gefinancierd uit de structuurfondsen van de Unie, in het bijzonder het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het EFMZV. Nieuwe investeringsinstrumenten zoals InvestEU moeten worden aangewend om het groeipotentieel van de sector waar te maken.

(9)  De Europese maritieme sector biedt meer dan 5 miljoen banen, die bijna 500 miljard EUR per jaar opleveren, en dat aantal zou nog sterk kunnen stijgen, waarbij het desalniettemin zaak is toezicht te blijven houden op de visbestanden en overbevissing tegen te gaan door middel van passende maatregelen. De output van de wereldwijde oceaaneconomie wordt momenteel op 1,3 biljoen EUR geraamd en dat bedrag kan tegen 2030 meer dan verdubbelen. De noodzaak om te voldoen aan de CO2-emissiedoelstellingen, de hulpbronnenefficiëntie te verhogen en de ecologische voetafdruk van de blauwe economie te verkleinen, is een belangrijke aanzet geweest voor innovatie in andere sectoren, zoals de uitrusting van zeeschepen, de scheepsbouw, oceaanobservatie, de baggerij, de bescherming van kustgebieden en de mariene bouw. De investeringen in de maritieme economie worden gefinancierd uit de structuurfondsen van de Unie, in het bijzonder het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het EFMZV. Nieuwe investeringsinstrumenten zoals InvestEU moeten worden aangewend om het groeipotentieel van de sector waar te maken.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Het EFMZV moet berusten op vier prioriteiten: bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee; bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten; mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen; versterken van de internationale oceaangovernance en tot stand brengen van veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen. Deze prioriteiten moeten worden nagestreefd door middel van gedeeld, direct en indirect beheer.

(10)  Het EFMZV moet berusten op vier prioriteiten die volledig in lijn zijn met de GVB-doelstellingen: bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee; bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten; mogelijk maken van een duurzame blauwe economie die zich binnen de ecologische grenzen ontwikkelt en welvarende kustgemeenschappen bevordert; versterken van de internationale oceaangovernance en tot stand brengen van veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen. Deze prioriteiten moeten worden nagestreefd door middel van gedeeld, direct en indirect beheer.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Het EFMZV voor de periode na 2020 moet worden gebaseerd op een vereenvoudigde structuur zonder vooraf op een al te prescriptieve manier maatregelen of nadere subsidiabiliteitsregels op Unieniveau vast te leggen. Er moeten daarentegen brede steungebieden worden beschreven voor elke prioriteit. De lidstaten moeten in hun programma dus de meest geschikte manieren aangeven om de prioriteiten te realiseren. Er kan steun worden verleend voor uiteenlopende maatregelen die de lidstaten aangeven in de programma's, volgens de regels van de onderhavige verordening en van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] op voorwaarde dat zij onder de in de onderhavige verordening genoemde steungebieden vallen. Er moet echter een lijst van niet-subsidiabele concrete acties worden opgesteld om schadelijke gevolgen voor de instandhouding van de visbestanden te vermijden, bijvoorbeeld een algemeen verbod op investeringen om de vangstcapaciteit te vergroten. Bovendien moet aan investeringen en compensaties ten bate van de vissersvloot de strikte voorwaarde worden verbonden dat ze stroken met de instandhoudingsdoelstellingen van het GVB.

(11)  Het EFMZV voor de periode na 2020 moet worden gebaseerd op een vereenvoudigde structuur zonder vooraf op een al te prescriptieve manier maatregelen of nadere subsidiabiliteitsregels op Unieniveau vast te leggen. Er moeten daarentegen brede steungebieden worden beschreven voor elke prioriteit. De lidstaten moeten in hun programma dus de meest geschikte manieren aangeven om de prioriteiten te realiseren. Er kan steun worden verleend voor uiteenlopende maatregelen die de lidstaten aangeven in de programma's, volgens de regels van de onderhavige verordening en van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] op voorwaarde dat zij onder de in de onderhavige verordening genoemde steungebieden vallen. Er moet echter een lijst van niet-subsidiabele concrete acties worden opgesteld om schadelijke gevolgen voor de instandhouding van de visbestanden en aantasting van het ecosysteem te vermijden, bijvoorbeeld een algemeen verbod op investeringen om de vangstcapaciteit te vergroten. Bovendien moet aan investeringen en compensaties ten bate van de vissersvloot de strikte voorwaarde worden verbonden dat ze stroken met de instandhoudingsdoelstellingen van het GVB.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Gezien het belang van de strijd tegen de klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie in het kader van de Klimaatovereenkomst van Parijs en in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, moet deze verordening bijdragen tot "klimaatmainstreaming" (integratie van klimaatactie in het beleid en de fondsen) en ertoe leiden dat 25 % van de uitgaven uit de begroting van de Unie worden aangewend voor klimaatdoelstellingen. Met de acties in het kader van deze verordening zal naar verwachting 30 % van de totale financiële middelen van het EFMZV bijdragen tot de verwezenlijking van klimaatdoelstellingen. De acties zullen tijdens de voorbereiding en uitvoering van het EFMZV worden vastgesteld en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de desbetreffende evaluatie- en beoordelingsprocedures.

(13)  Om recht te doen aan het belang van de strijd tegen de klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, en moet deze verordening bijdragen aan de integratie van klimaatactie en ertoe leiden dat 25 % van de uitgaven uit de begroting van de Unie worden aangewend voor klimaatdoelstellingen. Met de acties in het kader van deze verordening zal naar verwachting 30 % van de totale financiële middelen van het EFMZV bijdragen tot de verwezenlijking van klimaatdoelstellingen. De acties, met inbegrip van projecten die gericht zijn op de bescherming en het herstel van zeegrasvelden en waterrijke kustgebieden, beide belangrijke koolstofputten, zullen tijdens de voorbereiding en uitvoering van het EFMZV worden vastgesteld en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de desbetreffende evaluatie- en beoordelingsprocedures.

Motivering

In het recentste verslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering wordt benadrukt dat niet alleen de vermindering van de CO2-uitstoot in aanmerking moet worden genomen, maar ook de verwijdering van CO2 uit de atmosfeer.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Het EFMZV moet eveneens bijdragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van de Unie. Deze bijdrage moet worden gevolgd aan de hand van milieumarkers van de Unie en er moet regelmatig verslag over worden uitgebracht in het kader van evaluaties en van jaarlijkse prestatieverslagen.

(14)  Het EFMZV moet eveneens bijdragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van de Unie binnen het kader van het GVB en Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis. Deze bijdrage moet worden gevolgd aan de hand van milieumarkers van de Unie en er moet regelmatig verslag over worden uitgebracht in het kader van evaluaties en van jaarlijkse prestatieverslagen.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "GVB-verordening" genoemd)7 moet de financiële bijstand van de Unie in het kader van het EFMZV afhankelijk zijn van de naleving van de GVB-voorschriften. Bijgevolg mogen aanvragen van begunstigden die de toepasselijke GVB-voorschriften niet naleven, niet in aanmerking komen voor financiering.

(15)  Overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (hierna de "GVB-verordening" genoemd)7 moet de financiële bijstand van de Unie in het kader van het EFMZV afhankelijk zijn van de volledige naleving van de GVB-voorschriften en van de EU-milieuwetgeving ter zake. Deze bijstand moet uitsluitend worden verleend aan marktdeelnemers en lidstaten die de desbetreffende wettelijke verplichtingen volledig in acht nemen. Bijgevolg mogen aanvragen van begunstigden die de toepasselijke GVB-voorschriften niet naleven, niet in aanmerking komen voor financiering.

_________________

_________________

7 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

7 Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Om tegemoet te komen aan de in Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde specifieke voorwaarden van het GVB en om de naleving van GVB-voorschriften te bevorderen, moeten voorschriften worden vastgesteld ter aanvulling van de regels inzake onderbreking, schorsing en financiële correcties zoals bepaald in Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]. Wanneer een lidstaat of een begunstigde zijn uit het GVB voortvloeiende verplichtingen niet nakomt of wanneer de Commissie beschikt over aanwijzingen van een dergelijke niet-naleving, moet de Commissie de gelegenheid krijgen om bij wijze van voorzorgsmaatregel de betrokken betalingstermijnen te onderbreken. Naast de mogelijkheid om de betalingstermijn te onderbreken, moet de Commissie in geval van ernstige niet-naleving van GVB-voorschriften door een lidstaat de mogelijkheid krijgen om betalingen te schorsen en om financiële correcties op te leggen teneinde te voorkomen dat betalingen worden verricht voor niet-subsidiabele uitgaven.

(16)  Om tegemoet te komen aan de in Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde specifieke voorwaarden van het GVB en om de volledige naleving van GVB-voorschriften te bevorderen, moeten voorschriften worden vastgesteld ter aanvulling van de regels inzake onderbreking, schorsing en financiële correcties zoals bepaald in Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]. Wanneer een lidstaat of een begunstigde zijn uit het GVB voortvloeiende verplichtingen niet nakomt of wanneer de Commissie beschikt over aanwijzingen van een dergelijke niet-naleving, moet de Commissie de gelegenheid krijgen om bij wijze van voorzorgsmaatregel de betrokken betalingstermijnen te onderbreken. Naast de mogelijkheid om de betalingstermijn te onderbreken, moet de Commissie in geval van ernstige niet-naleving van GVB-voorschriften door een lidstaat de mogelijkheid krijgen om betalingen te schorsen en om financiële correcties op te leggen teneinde te voorkomen dat betalingen worden verricht voor niet-subsidiabele uitgaven.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De laatste jaren heeft het GVB grote vooruitgang geboekt bij het terugbrengen van de visbestanden naar een gezond niveau, bij het vergroten van de winstgevendheid van de visserijsector van de Unie en bij de instandhouding van mariene ecosystemen. Er is echter nog heel wat werk voor de boeg om de sociaaleconomische en ecologische doelstellingen van het GVB te bereiken. Daarom moet de steun na 2020 worden voortgezet, met name in zeegebieden waar de vooruitgang trager verloopt.

(17)  De laatste jaren zijn binnen het GVB maatregelen getroffen om de visbestanden naar een gezond niveau terug te brengen, de winstgevendheid van de visserijsector van de Unie te vergroten en mariene ecosystemen in stand te houden. Er is echter nog heel wat werk voor de boeg om de sociaaleconomische en ecologische doelstellingen van het GVB volledig te bereiken, met inbegrip van de wettelijke verplichting om alle populaties van de visbestanden weer boven het biomassaniveau te brengen en te houden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. Daarom moet de steun na 2020 worden voortgezet, met name in zeegebieden waar de vooruitgang trager verloopt.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De visserij is van vitaal belang voor het levensonderhoud en het cultureel erfgoed van veel kustgemeenschappen in de Unie, en dan vooral waar de kleinschalige kustvisserij een belangrijke rol speelt. In veel vissersgemeenschappen ligt de gemiddelde leeftijd boven de 50. Generatievernieuwing en diversificatie van activiteiten blijven dan ook een uitdaging.

(18)  De visserij is van vitaal belang voor het levensonderhoud en het cultureel erfgoed van veel kust- en eilandgemeenschappen in de Unie, en dan vooral waar de kleinschalige kustvisserij een belangrijke rol speelt. In veel vissersgemeenschappen ligt de gemiddelde leeftijd boven de 50. Generatievernieuwing en diversificatie van activiteiten blijven dan ook een uitdaging.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  De verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB wordt bevorderd door de invoering van mechanismen voor gezamenlijk beheer in de professionele en recreatieve visserijactiviteiten en aquacultuur, met rechtstreekse deelname van betrokkenen, zoals de overheid, de visserij- en aquacultuursector, de wetenschappelijke gemeenschap en het maatschappelijk middenveld. Deze deelname is gebaseerd op een eerlijke verdeling van de besluitvormingsbevoegdheden, en op aanpassingsgericht beheer op basis van kennis, informatie en urgentie. Het EFMZV moet de invoering van deze mechanismen op lokaal niveau ondersteunen.

Motivering

Het model voor gezamenlijk beheer komt optimaal tot zijn recht in het kader van een bio-economisch beheer, met respect voor een ecosysteemgerichte voorzorgsaanpak. Dit model moet de instrumenten bieden voor een realtimereactie op de veranderende situaties die eigen zijn aan aanpassingsgericht beheer.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Het EFMZV moet gericht zijn op de verwezenlijking van de milieu-, economische, maatschappelijke en werkgelegenheidsdoelstellingen van het GVB, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Die steun moet ervoor zorgen dat de visserijactiviteiten uit ecologisch oogpunt langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid, alsmede bij te dragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden.

(19)  Het EFMZV moet bijdragen tot de verwezenlijking van de milieu-, economische, maatschappelijke en werkgelegenheidsdoelstellingen van het GVB, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Die steun moet ervoor zorgen dat de visserijactiviteiten uit ecologisch oogpunt langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 opgenomen doelstellingen, die moeten bijdragen tot de verwezenlijking van voordelen op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid, alsmede tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Steun uit het EFMZV moet erop gericht zijn een duurzame visserij op basis van de maximale duurzame opbrengst (MDO) tot stand te brengen en te handhaven, en de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten op het mariene ecosysteem tot een minimum te beperken. Die steun moet onder meer betrekking hebben op innovatie en investeringen in milieuvriendelijke, klimaatbestendige en koolstofarme visserijpraktijken en -technieken.

(20)  Steun uit het EFMZV moet bijdragen tot de tijdige verwezenlijking van de wettelijke verplichting om alle populaties van de visbestanden weer boven het biomassaniveau te brengen en te houden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, en moet er bovendien op gericht zijn de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten op het mariene ecosysteem tot een minimum te beperken en zo mogelijk uit te bannen. Die steun moet onder meer betrekking hebben op innovatie en investeringen in milieuvriendelijke, klimaatbestendige en koolstofarme visserijpraktijken en -technieken, en mag geen investeringen in elektrische vismethoden beslaan.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  De aanlandingsverplichting is een van de grootste uitdagingen van het GVB. Ze heeft voor de sector geleid tot aanzienlijke veranderingen in de visserijpraktijken, die soms gepaard gingen met hoge kosten. Daarom moet het mogelijk zijn uit het EFMZV steun te verlenen, en wel met een hogere steunintensiteit dan die welke voor andere concrete acties geldt, voor innovatie en investeringen die bijdragen tot de uitvoering van de aanlandingsverplichting, zoals investeringen in selectief vistuig, in de verbetering van de haveninfrastructuur en in de afzet van ongewenste vangsten. Er moet tevens een maximale steunintensiteit van 100 % worden gehanteerd voor het ontwerp, de ontwikkeling, de monitoring, de evaluatie en het beheer van transparante systemen voor de uitwisseling van vangstmogelijkheden tussen lidstaten om het door de aanlandingsverplichting ontstane "knelsoorteffect" te matigen.

(21)  De aanlandingsverplichting is een wettelijke verplichting en een van de belangrijkste doelstellingen van het GVB. Deze verplichting heeft in de sector geleid tot de beëindiging van de vanuit ecologisch oogpunt onaanvaardbare praktijk van het lossen van vis, alsook tot belangrijke veranderingen in de visserijpraktijken, die soms gepaard gingen met hoge kosten. Daarom moeten de lidstaten het EFMZV inzetten om zoveel mogelijk steun te verlenen, en wel met een aanzienlijk hogere steunintensiteit dan die welke voor andere concrete acties geldt, voor innovatie en investeringen die bijdragen tot de volledige en tijdige uitvoering van de aanlandingsverplichting, zoals investeringen in selectief vistuig, in gebieds- en tijdsgebonden selectiviteitsmaatregelen, in de verbetering van de haveninfrastructuur en in de afzet van ongewenste vangsten. Er moet tevens een maximale steunintensiteit van 100 % worden gehanteerd voor het ontwerp, de ontwikkeling, de monitoring, de evaluatie en het beheer van transparante systemen voor de uitwisseling van vangstmogelijkheden tussen lidstaten om het door de aanlandingsverplichting ontstane "knelsoorteffect" te matigen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  De aanlandingsverplichting moet in alle lidstaten van de Unie voor alle soorten vaartuigen, van kleinschalige tot grootschalige vissersvaartuigen, op gelijke wijze worden gemonitord.

Motivering

Een steeds terugkerende en aanhoudende klacht van kleinschalige vissers in Ierland en elders bestaat eruit dat inspecties en sancties meestal dicht bij de kust plaatsvinden als gevolg waarvan zij een makkelijk doelwit zijn, terwijl de grotere vissersvaartuigen lastiger te bereiken en derhalve lastiger te inspecteren zijn.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Uit het EFMZV moet steun kunnen worden verleend voor innovatie en investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen met het oog op de verbetering van gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden, van de energie-efficiëntie en van de kwaliteit van de vangsten. Die steun mag echter geen vergroting van de vangstcapaciteit of van het vermogen om vis op te sporen tot gevolg hebben. Voorts mag hij niet worden verleend met als enig doel de naleving van verplichtingen die krachtens het recht van de Unie of nationaal recht gelden. In de structuur zonder prescriptieve maatregelen moet het aan de lidstaten worden overgelaten om de nadere subsidiabiliteitsregels voor deze investeringen te bepalen. Wat de gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen betreft, dient een hogere steunintensiteit dan die welke voor andere concrete acties geldt, te worden toegestaan.

(22)  Uit het EFMZV moet steun kunnen worden verleend voor innovatie en investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen met het oog op de verbetering van gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden, van de energie-efficiëntie en van de kwaliteit van de vangsten, alsook steun voor specifieke gezondheidskwesties. Die steun mag echter geen vergroting van de vangstcapaciteit of van het vermogen om vis op te sporen tot gevolg hebben. Voorts mag hij niet worden verleend met als enig doel de naleving van verplichtingen die krachtens het recht van de Unie of nationaal recht gelden. In de structuur zonder prescriptieve maatregelen moet het aan de lidstaten worden overgelaten om de nadere subsidiabiliteitsregels voor deze investeringen en steun te bepalen. Wat de gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen betreft, dient een hogere steunintensiteit dan die welke voor andere concrete acties geldt, te worden toegestaan.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  De kleinschalige kustvisserij wordt beoefend door vissersvaartuigen van minder dan 12 m die geen gebruikmaken van gesleept vistuig. Deze sector vertegenwoordigt bijna 75 % van alle in de Unie ingeschreven vissersvaartuigen en bijna de helft van de werkgelegenheid in de visserijsector. Marktdeelnemers uit de kleinschalige kustvisserij zijn zeer sterk aangewezen op gezonde visbestanden voor hun belangrijkste bron van inkomsten. Het EFMZV dient hen daarom een preferentiële behandeling toe te kennen door middel van een steunintensiteit van 100 %, ook voor concrete acties in verband met controle en handhaving, om duurzame visserijpraktijken aan te moedigen. Bovendien moeten bepaalde steungebieden worden voorbehouden voor de kleinschalige visserij in vlootsegmenten waar de visserijcapaciteit in evenwicht is met de beschikbare vangstmogelijkheden, d.w.z. steun voor de aankoop van een tweedehands vaartuig en voor de vervanging of modernisering van een motor. Voorts moeten de lidstaten in hun programma een actieplan voor de kleinschalige kustvisserij opnemen, dat moet worden gemonitord op basis van indicatoren, waarvoor mijlpalen en streefdoelen moeten worden bepaald.

(28)  De kleinschalige kustvisserij wordt beoefend door vissersvaartuigen van minder dan 12 m die geen gebruikmaken van gesleept vistuig. Deze sector vertegenwoordigt bijna 75 % van alle in de Unie ingeschreven vissersvaartuigen en bijna de helft van de werkgelegenheid in de visserijsector. Marktdeelnemers uit de kleinschalige kustvisserij zijn zeer sterk aangewezen op gezonde visbestanden voor hun belangrijkste bron van inkomsten. Het EFMZV dient hen daarom een preferentiële behandeling toe te kennen door middel van een steunintensiteit van 100 %, ook voor concrete acties in verband met controle en handhaving, om duurzame visserijpraktijken aan te moedigen overeenkomstig de GVB-doelstellingen. Bovendien moeten bepaalde steungebieden worden voorbehouden voor de kleinschalige visserij in vlootsegmenten waar de visserijcapaciteit in evenwicht is met de beschikbare vangstmogelijkheden, d.w.z. steun voor de aankoop van een tweedehands vaartuig en voor de vervanging of modernisering van een motor, evenals voor jonge vissers. Voorts moeten de lidstaten in hun programma een actieplan voor de kleinschalige kustvisserij opnemen, dat moet worden gemonitord op basis van indicatoren, waarvoor mijlpalen en streefdoelen moeten worden bepaald.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Visserij en aquacultuur dragen bij tot voedselzekerheid en voeding. Momenteel voert de Unie echter meer dan 60 % van de te koop aangeboden visserijproducten in en is zij daarvoor sterk afhankelijk van derde landen. Een belangrijke uitdaging is het bevorderen van de consumptie van viseiwitten die in de Unie volgens hoge kwaliteitsnormen zijn geproduceerd en die voor de consument beschikbaar zijn aan betaalbare prijzen.

(31)  Visserij en duurzame aquacultuur dragen bij tot voedselzekerheid en voeding. Momenteel voert de Unie echter meer dan 60 % van de te koop aangeboden visserijproducten in en is zij daarvoor sterk afhankelijk van derde landen. Een belangrijke uitdaging is het bevorderen van de consumptie van viseiwitten die in de Unie volgens hoge kwaliteitsnormen zijn geproduceerd en die voor de consument beschikbaar zijn aan betaalbare prijzen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Het moet mogelijk zijn uit het EFMZV steun te verlenen voor de bevordering en de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur, met inbegrip van de zoetwateraquacultuur, ten bate van de teelt van waterdieren en -planten voor de productie van voedingsmiddelen en andere grondstoffen. In sommige lidstaten worden nog steeds complexe administratieve procedures toegepast, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in een moeilijke toegang tot ruimte en omslachtige vergunningsprocedures. Dat maakt het voor de sector moeilijk om het imago en het concurrentievermogen van gekweekte producten te ontwikkelen, uit te breiden en te verbeteren. De steun moet in overeenstemming zijn met de meerjarige nationale strategische plannen voor de aquacultuur, die worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013. Met name steun voor ecologische duurzaamheid, productieve investeringen, innovatie, verwerving van beroepsvaardigheden, verbetering van de arbeidsomstandigheden en compenserende maatregelen die voorzien in essentiële land- en natuurbeheerdiensten, moet in aanmerking komen. Acties op het gebied van volksgezondheid, verzekeringsregelingen voor aquacultuurbestanden en acties op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn moeten eveneens in aanmerking komen voor steun. Steun voor productieve investeringen mag evenwel uitsluitend via financieringsinstrumenten en via InvestEU worden verleend, die een grotere hefboomwerking op de markten hebben en daarom beter geschikt zijn dan subsidies om de financiële uitdagingen van de sector aan te pakken.

(32)  Het moet mogelijk zijn uit het EFMZV steun te verlenen voor de bevordering en de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur, met inbegrip van de zoetwateraquacultuur, en de bescherming van de aquacultuur tegen invasieve soorten en ziekten, ten bate van de teelt van waterdieren en -planten voor de productie van voedingsmiddelen en andere grondstoffen. In sommige lidstaten worden nog steeds te complexe administratieve procedures toegepast, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in een moeilijke toegang tot ruimte en omslachtige vergunningsprocedures. Dat maakt het binnen de sector onnodig moeilijk om het imago en het concurrentievermogen van gekweekte producten te verbeteren. De steun moet in overeenstemming zijn met de meerjarige nationale strategische plannen voor de aquacultuur, die worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013. Met name steun voor ecologische duurzaamheid, productieve investeringen, innovatie, beheer van specifieke ziekten en invasieve soorten die de aquacultuur ernstig kunnen schaden, verwerving van beroepsvaardigheden, verbetering van de arbeidsomstandigheden en compenserende maatregelen die voorzien in essentiële land- en natuurbeheerdiensten, moet in aanmerking komen. Acties op het gebied van volksgezondheid, verzekeringsregelingen voor aquacultuurbestanden en acties op het gebied van diergezondheid en dierenwelzijn moeten eveneens in aanmerking komen voor steun. Steun voor productieve investeringen mag evenwel uitsluitend via financieringsinstrumenten en via InvestEU worden verleend, die een grotere hefboomwerking op de markten hebben en daarom beter geschikt zijn dan subsidies om de financiële uitdagingen van de sector aan te pakken.

Motivering

Deze wijziging is in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement van 12 juni 2018, getiteld "Naar een duurzame en concurrerende Europese aquacultuursector: huidige stand van zaken en toekomstige uitdagingen" (2017/2118(INI)).

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Voedselzekerheid is afhankelijk van doeltreffende en goed georganiseerde markten, die zorgen voor meer transparantie, stabiliteit, kwaliteit en diversiteit in de voedselvoorzieningsketen en voor betere informatie voor de consument. Daarom moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor de afzet van visserij- en aquacultuurproducten overeenkomstig de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad ("GMO-verordening")15. Steun moet met name beschikbaar zijn voor de oprichting van producentenorganisaties, de uitvoering van productie- en afzetplannen, de bevordering van nieuwe afzetmogelijkheden en de ontwikkeling en de verspreiding van informatie over de markt.

(33)  Voedselzekerheid is afhankelijk van de bescherming van het mariene milieu, het duurzame beheer van de visbestanden, de volledige uitvoering van het GVB en doeltreffende en goed georganiseerde markten, die zorgen voor meer transparantie, stabiliteit, kwaliteit en diversiteit in de voedselvoorzieningsketen en voor betere informatie voor de consument. Daarom moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor de afzet van visserij- en aquacultuurproducten overeenkomstig de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad ("GMO-verordening")15. Steun moet met name beschikbaar zijn voor de oprichting van producentenorganisaties, de uitvoering van productie- en afzetplannen, de bevordering van nieuwe afzetmogelijkheden en de ontwikkeling en de verspreiding van informatie over de markt.

_________________

_________________

15 Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1).

15 Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1).

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Werkgelegenheid in kustgebieden berust op een plaatselijk aangestuurde ontwikkeling van een duurzame blauwe economie, die het sociale weefsel van deze gebieden nieuw leven inblaast. Oceaanindustrieën en -diensten groeien waarschijnlijk sneller dan de economie in het algemeen en dragen in grote mate bij tot de werkgelegenheid en de groei tegen 2030. Om duurzaam te kunnen zijn, is de blauwe groei afhankelijk van innovatie en investeringen in nieuwe maritieme bedrijven en in de bio-economie, met inbegrip van duurzame toerismemodellen, hernieuwbare oceaanenergie, innovatieve hoogwaardige scheepsbouw en nieuwe havendiensten, waar banen kunnen worden gecreëerd en tegelijkertijd de lokale ontwikkeling toeneemt. Terwijl overheidsinvesteringen in de duurzame blauwe economie moeten worden geïntegreerd in de hele begroting van de Unie, moet het EFMZV met name zijn toegespitst op het scheppen van de juiste voorwaarden voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie en op het wegwerken van knelpunten voor investeringen en voor de ontwikkeling van nieuwe markten en technologieën of diensten. Steun voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie moet worden verleend via gedeeld, direct en indirect beheer.

(35)  Werkgelegenheid in kustgebieden en op eilanden berust vaak op een plaatselijk aangestuurde ontwikkeling van een duurzame blauwe economie, die het sociale weefsel van deze gebieden nieuw leven inblaast. Oceaanindustrieën en -diensten groeien waarschijnlijk sneller dan de economie in het algemeen en dragen in grote mate bij tot de werkgelegenheid en de groei tegen 2030. Om duurzaam te kunnen zijn, is de blauwe groei afhankelijk van innovatie en investeringen in nieuwe maritieme bedrijven en in de bio-economie, met inbegrip van duurzame toerismemodellen, hernieuwbare oceaanenergie, innovatieve hoogwaardige scheepsbouw en nieuwe havendiensten, waar banen kunnen worden gecreëerd en tegelijkertijd de lokale ontwikkeling toeneemt. Terwijl overheidsinvesteringen in de duurzame blauwe economie moeten worden geïntegreerd in de hele begroting van de Unie, moet het EFMZV met name zijn toegespitst op het scheppen van de juiste voorwaarden voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie en op het wegwerken van knelpunten voor investeringen en voor de ontwikkeling van nieuwe markten en technologieën of diensten. Steun voor de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie moet worden verleend via gedeeld, direct en indirect beheer.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  Onder gedeeld beheer moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor een duurzame blauwe economie door middel van de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens ter verbetering van de kennis over de toestand van het mariene milieu. Die steun moet gericht zijn op het voldoen aan de vereisten uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG, op de ondersteuning van maritieme ruimtelijke ordening en op het verbeteren van de kwaliteit en van de uitwisseling van gegevens in het kader van het Europees marien observatie- en datanetwerk.

(37)  Onder gedeeld beheer moet uit het EFMZV steun kunnen worden verleend voor een duurzame blauwe economie die zich binnen de ecologische grenzen ontwikkelt, door middel van de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens ter verbetering van de kennis over de toestand van het mariene milieu. Die steun moet gericht zijn op het voldoen aan de vereisten uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG, op de ondersteuning van maritieme ruimtelijke ordening en op het verbeteren van de kwaliteit en van de uitwisseling van gegevens in het kader van het Europees marien observatie- en datanetwerk.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  De Unie zet zich als wereldspeler resoluut in voor de bevordering van internationale oceaangovernance, overeenkomstig de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 10 november 2016, genaamd "Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen"17. Het beleid van de Unie inzake oceaangovernance is een nieuw beleidsterrein dat de oceanen op geïntegreerde wijze bestrijkt. Internationale oceaangovernance is niet alleen belangrijk voor de verwezenlijking van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, en met name duurzame ontwikkelingsdoelstelling 14 (instandhouding en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en rijkdommen van de zee voor duurzame ontwikkeling), maar ook om veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen te waarborgen voor de volgende generaties. De Unie moet deze internationale verbintenissen nakomen en een voortrekkersrol vervullen voor een betere internationale oceaangovernance op bilateraal, regionaal en multilateraal niveau, onder meer om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, om het internationale kader voor oceaangovernance te verbeteren, om de druk op de oceanen en zeeën te verlagen, om de voorwaarden te creëren voor een duurzame blauwe economie en om het internationale oceaanonderzoek en internationale oceaangegevens te versterken.

(40)  De Unie zet zich als wereldspeler resoluut in voor de bevordering van internationale oceaangovernance, overeenkomstig de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 10 november 2016, genaamd "Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen"17. Het beleid van de Unie inzake oceaangovernance is een nieuw beleidsterrein dat de oceanen op geïntegreerde wijze bestrijkt. Internationale oceaangovernance is niet alleen belangrijk voor de verwezenlijking van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, en met name duurzameontwikkelingsdoelstelling 14 (instandhouding en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en rijkdommen van de zee voor duurzame ontwikkeling), maar ook om veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen te waarborgen voor de volgende generaties. De Unie moet deze internationale verbintenissen nakomen en als drijvende kracht een voortrekkersrol vervullen voor een betere internationale oceaangovernance op bilateraal, regionaal en multilateraal niveau, onder meer om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, om het internationale kader voor oceaangovernance te verbeteren, om de druk op de oceanen en zeeën te verlagen, om de voorwaarden te creëren voor een duurzame blauwe economie en om het internationale oceaanonderzoek en internationale oceaangegevens te versterken.

_________________

_________________

17 JOIN(2016) 49

17 JOIN(2016) 49

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 44 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(44 bis)  De betalingsprocedure van het huidige EFMZV is aangemerkt als zwak, aangezien na vier jaar toepassing slechts 11 % is benut. Deze procedure moet worden verbeterd om de betalingen aan begunstigden, met name wanneer het om natuurlijke personen of gezinnen gaat, te versnellen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie], Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad19, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad20, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad21 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad22 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad23. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie] ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij het beheer en de uitvoering van het EFMZV de financiële belangen van de Unie worden beschermd, overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie] en Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen].

(47)  Overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie], Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad19, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad20, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad21 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad22 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder moet het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad moet het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad23. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie] ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij het beheer en de uitvoering van het EFMZV de financiële belangen van de Unie worden beschermd, overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie] en Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen].

_________________

_________________

19 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

19 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

20 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

20 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

21 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

21 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

22 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

22 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

23 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

23 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  Met het oog op meer transparantie betreffende de besteding van de fondsen van de Unie en op beter financieel beheer van die fondsen, met name door de publieke controle op de bestede gelden te versterken, moet bepaalde informatie over de concrete acties die in het kader van het EFMZV worden gefinancierd, worden gepubliceerd op een website van de lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]. Wanneer een lidstaat informatie over in het kader van het EFMZV gefinancierde concrete acties publiceert, moeten de in Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad24 vervatte voorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens worden nageleefd.

(48)  Met het oog op meer transparantie betreffende de besteding van de fondsen van de Unie en op beter financieel beheer van die fondsen, met name door de publieke controle op de bestede gelden te versterken, moet alle informatie over de concrete acties die in het kader van het EFMZV worden gefinancierd, worden gepubliceerd op een website van de lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen]. Wanneer een lidstaat informatie over in het kader van het EFMZV gefinancierde concrete acties publiceert, moeten de in Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad24 vervatte voorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens worden nageleefd.

_________________

_________________

24 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

24 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  "productieve investeringen in aquacultuur": investeringen in de bouw, de uitbreiding, de modernisering of de uitrusting van installaties voor aquacultuurproductie;

(12)  "productieve investeringen in aquacultuur": investeringen in de bouw, de uitbreiding, de modernisering, de innovatie of de uitrusting van installaties voor aquacultuurproductie;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  "duurzame blauwe economie": alle sectorale en sectoroverschrijdende economische activiteiten op de eengemaakte markt die verband houden met de oceanen, zeeën, kusten en binnenwateren, waaronder de ultraperifere gebieden van de Unie en de niet aan zee grenzende landen, met inbegrip van opkomende sectoren en niet-marktgoederen en -diensten, en die in overeenstemming zijn met de milieuwetgeving van de Unie.

(15)  "duurzame blauwe economie": alle sectorale en sectoroverschrijdende economische activiteiten binnen de ecologische grenzen op de eengemaakte markt die verband houden met de oceanen, zeeën, kusten en binnenwateren, waaronder de ultraperifere gebieden van de Unie en de niet aan zee grenzende landen, met inbegrip van opkomende sectoren en niet-marktgoederen en -diensten, en die in overeenstemming zijn met de milieuwetgeving van de Unie tot herstel en behoud van mariene ecosystemen, alsook tot bescherming van kwetsbare natuurlijke rijkdommen, goederen en diensten;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  "gezamenlijk beheer": een partnerschapsregeling waarbij de verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de besluitvorming inzake visserijbeheer worden gedeeld door de overheid, de gemeenschap van gebruikers van lokale hulpbronnen (vissers), externe actoren (niet-gouvernementele organisaties, onderzoeksinstellingen) en soms ook andere belanghebbenden op het gebied van visserij en kustrijkdommen (booteigenaren, vishandelaren, kredietinstellingen of geldschieters, de toeristische sector e.d.).

Motivering

Deze definitie is afkomstig van het terminologieportal van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO): http://www.fao.org/faoterm/en/

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee;

(1)  bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee, waarbij rekening wordt gehouden met sociaaleconomische aspecten;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  bijdragen tot de voedselzekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten;

(2)  bijdragen tot de voedselveiligheid en -zekerheid in de Unie door concurrerende en duurzame aquacultuur en markten;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen;

(3)  mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen en visserijgebieden;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het EFMZV voor de periode 2021-2027 bedragen 6 140 000 000 EUR in lopende prijzen.

1.  De financiële middelen voor de meerjarige uitvoering van het EFMZV voor de periode 2021-2027 bedragen 6 140 000 000 EUR in lopende prijzen.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Minstens 15 % van de per lidstaat toegewezen financiële steun van de Unie wordt toegewezen aan de in de artikelen 19 en 20 bedoelde steungebieden. Lidstaten die geen toegang tot de Uniewateren hebben, kunnen een lager percentage toepassen, rekening houdend met de omvang van hun taken op het gebied van controle en gegevensverzameling.

Schrappen

Motivering

De toewijzing moet overeenkomstig de vastgestelde behoefte van elke lidstaat worden vastgesteld. Overtoewijzing zou tot ongebruikte middelen of onnodige uitgaven leiden.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Financiële middelen die niet worden besteed in het kader van de artikelen 19 en 20 inzake controle en gegevensverzameling, kunnen worden overgeheveld naar het Europees Bureau voor visserijcontrole.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een strategie voor de duurzame exploitatie van de visserij en de ontwikkeling van de sectoren van de duurzame blauwe economie;

(a)  een strategie voor de duurzame exploitatie van de visserij en de ontwikkeling van de sectoren van de duurzame blauwe economie die zich binnen de ecologische grenzen ontwikkelen;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De Commissie ontwikkelt voor elk zeegebied een analyse van de gemeenschappelijke sterke en zwakke punten van het gebied met betrekking tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde GVB-doelstellingen. In deze analyse wordt, in voorkomend geval, rekening gehouden met de bestaande zeegebiedstrategieën en macroregionale strategieën.

5.  De Commissie wint advies in bij de betrokken adviesraden en ontwikkelt voor elk zeegebied een analyse van de gemeenschappelijke sterke en zwakke punten van het gebied met betrekking tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde GVB-doelstellingen, alsook tot de verwezenlijking van een goede milieutoestand als bedoeld in Richtlijn 2008/56/EG. In deze analyse wordt, in voorkomend geval, rekening gehouden met de bestaande zeegebiedstrategieën en macroregionale strategieën.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  het gerichte beheer van invasieve exoten die de productiviteit van de aquacultuur- en visserijsector aanzienlijk schaden;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d ter)  de ondersteuning van onderzoek naar en toepassing van innovatief selectief vistuig in de gehele Unie, niet uitsluitend, maar onder meer overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de recentste gegevens over de sociaaleconomische prestaties van de duurzame blauwe economie, en met name van de visserij- en aquacultuursector;

(e)  de recentste gegevens over het evenwicht tussen de milieuprioriteiten en de sociaaleconomische prestaties van de duurzame blauwe economie, en met name van de visserij- en aquacultuursector;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  de bijdrage van het programma aan de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

(i)  de bijdrage van het programma aan de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, waaronder de verlaging van de CO2-uitstoot aan de hand van brandstofbesparingen.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag zijn evenwel niet van toepassing op betalingen die de lidstaten doen op grond van deze verordening en binnen de werkingssfeer van artikel 42 van het Verdrag.

2.  De artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag zijn evenwel niet van toepassing op betalingen die de lidstaten doen op grond van deze verordening.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een ernstige inbreuk heeft gemaakt als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad28 of in artikel 90 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad of in andere door het Europees Parlement en de Raad aangenomen wetgeving;

(a)  een inbreuk heeft gemaakt als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad28 of in artikel 90 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad of in andere door het Europees Parlement en de Raad aangenomen wetgeving;

_________________

_________________

28 Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1).

28 Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1).

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Na de indiening van zijn aanvraag blijft de begunstigde aan de in lid 1 bedoelde ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoen gedurende de hele periode van uitvoering van de concrete actie en gedurende een periode van vijf jaar na de laatste betaling aan die begunstigde.

2.  Na de indiening van zijn aanvraag blijft de begunstigde aan de in lid 1 bedoelde ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoen gedurende de hele periode van uitvoering van de concrete actie en na de laatste betaling aan die begunstigde.

Motivering

Marktdeelnemers en begunstigden mogen zich op geen enkel moment schuldig maken aan IOO-visserij of een ernstige inbreuk of een ander milieudelict plegen.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de bepaling van de in de leden 1 en 3 bedoelde drempel voor onontvankelijkheid en lengte van de onontvankelijkheidsperiode, die evenredig moet zijn met de aard, de ernst, de duur en de eventuele herhaling van de ernstige inbreuk, het delict of de fraude, en ten minste één jaar moet bedragen;

(a)  de bepaling van de in de leden 1 en 3 bedoelde drempel voor niet-ontvankelijkheid en duur van de periode van niet-ontvankelijkheid, die evenredig moet zijn met de aard, de ernst, de duur en de eventuele herhaling van de inbreuk, het delict of de fraude, en ten minste één jaar moet bedragen;

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de bouw en de aankoop van vissersvaartuigen of de invoer van vissersvaartuigen, tenzij in deze verordening anders is bepaald;

(b)  de bouw, aankoop, modernisering (bijvoorbeeld door vervanging van de motor) of invoer van vissersvaartuigen, tenzij in deze verordening anders is bepaald;

Motivering

De modernisering of vervanging van uitrusting gaat vaak samen met een hoger rendement en een grotere vangstcapaciteit. In die zin zouden maatregelen op het gebied van de modernisering of vervanging van motoren een ondermijning inhouden van SDG 14, punt 6, dat een verbod omvat op subsidies ter vergroting van de vangstcapaciteit. Zelfs als de modernisering of vervanging van een oude motor enkel mag worden uitgevoerd indien de motor daarna hetzelfde of een lager vermogen heeft, brengt dit niet per definitie een lagere vangstcapaciteit met zich mee. De Europese Rekenkamer stelt dat gebruikers van vaartuigen met zuinige motoren nog altijd een drijfveer hebben om hun visserijactiviteiten op te voeren.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  activiteiten die een vorm van elektrische visserij omvatten;

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  het rechtstreeks uitzetten van vis, behalve als instandhoudingsmaatregel waarin uitdrukkelijk bij een rechtshandeling van de Unie is voorzien, of in geval van het experimenteel uitzetten van vis;

(g)  het rechtstreeks uitzetten van vis, behalve als instandhoudings- of hervestigingsmaatregel waarin uitdrukkelijk bij een rechtshandeling van de Unie is voorzien, of in geval van het experimenteel uitzetten van vis;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j)  investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen met als doel de naleving van vereisten krachtens het recht van de Unie of nationaal recht, met inbegrip van de vereisten in het kader van de verplichtingen van de Unie in de context van regionale organisaties voor visserijbeheer;

Schrappen

Motivering

De motivering achter het verbod op steun voor investeringen, die immers nodig zijn om te voldoen aan wettelijke verplichtingen op het gebied van onder meer nieuw vistuig, besturingssystemen en de aanpassing van vistuig, is niet duidelijk.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k)  investeringen in de situatie aan boord van vissersvaartuigen die in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van indiening van de steunaanvraag gedurende minder dan 60 dagen per jaar activiteiten op zee hebben verricht.

Schrappen

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(k bis)  exploitatiekosten, met inbegrip van kosten voor verzekeringen, overheadkosten, brandstof of uitrusting die uitsluitend dient voor het gebruiksklaar of navigeerbaar maken van vissersvaartuigen, zoals touwen, volgens de beveiligings- of veiligheidsvoorschriften verplichte uitrusting, en onderhoudsdiensten.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Steun op grond van dit hoofdstuk draagt bij tot de verwezenlijking van de milieu-, economische, maatschappelijke en werkgelegenheidsdoelstellingen van het GVB, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

1.  Steun op grond van dit hoofdstuk draagt bij tot de verwezenlijking van de milieu-, economische, maatschappelijke en werkgelegenheidsdoelstellingen van het GVB als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en bevordert de sociale dialoog tussen belanghebbenden.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  versterking van de waardeketen van de sector en bevordering van afzetstrategieën;

(c)  totstandbrenging en versterking van de waardeketen van de sector en bevordering van afzetstrategieën;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis)  vergemakkelijking van de toegang tot krediet, verzekeringsproducten en financiële instrumenten;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  verbetering van gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen;

(e)  verbetering van gezondheids-, veiligheids- en arbeidsomstandigheden aan boord van vissersvaartuigen, zodat meer jongeren kunnen worden aangetrokken en een aanzienlijk aantal oorzaken van ongevallen op zee kunnen worden weggenomen;

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  diversificatie van de activiteiten in de bredere duurzame blauwe economie;

(h)  diversificatie van de activiteiten in een duurzame blauwe economie die zich binnen de ecologische grenzen ontwikkelt;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis)  schepping van een geschikt klimaat voor de ontwikkeling van gezamenlijk beheerde lokale plannen.

Motivering

Het model voor gezamenlijk beheer komt optimaal tot zijn recht in het kader van een bio-economisch beheer, met respect voor een ecosysteemgerichte voorzorgsaanpak. Dit model moet de instrumenten bieden voor een realtimereactie op de veranderende situaties die eigen zijn aan aanpassingsgericht beheer.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien de in lid 1 bedoelde steun wordt verleend voor compensatie voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten, wordt aan de volgende voorwaarden voldaan:

2.  De in lid 1 bedoelde steun kan in uitzonderlijke gevallen worden verleend als compensatie voor de definitieve stopzetting van visserijactiviteiten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de stopzetting is een in artikel 22, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoeld instrument van een actieplan;

(a)  de stopzetting geschiedt in het kader van een actieplan om de capaciteit van een vloot te verlagen, als bedoeld in artikel 22, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  de stopzetting heeft een algehele verlaging van de vangstcapaciteit tot gevolg, aangezien de ontvangen middelen niet opnieuw in de sector worden geïnvesteerd;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend om visserij- en aquacultuurbedrijven toegang te bieden tot instrumenten voor risicobeheer, zoals stimulansen in verband met verzekeringen of beleggingsfondsen, ter dekking van verliezen die door een of meer van de volgende zaken of gebeurtenissen worden veroorzaakt:

 

a) natuurrampen;

 

b) ongunstige weersomstandigheden;

 

c) een plotselinge verandering van de hoeveelheid water en de kwaliteit ervan waarvoor de marktdeelnemer niet verantwoordelijk is;

 

d) ziekten in de aquacultuur, defecten of vernieling van productievoorzieningen waarvoor de marktdeelnemer niet verantwoordelijk is;

 

e) de kosten voor het redden van vissers of het bergen van vissersvaartuigen in geval van ongevallen op zee tijdens de uitvoering van visserijactiviteiten.

Motivering

Naar het voorbeeld van de landbouwsector wordt voorgesteld toe te staan dat steun uit het EFMZV wordt gebruikt voor instrumenten voor risicobeheer, zoals stimulansen om verzekeringspolissen af te sluiten of in beleggingsfondsen te beleggen, om de in de punten a) tot en met e) genoemde oorzaken te dekken.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de commerciële activiteiten van het betrokken vaartuig gedurende ten minste negentig opeenvolgende dagen worden stopgezet; en

(a)  de commerciële activiteiten van het betrokken vaartuig worden stopgezet;

Motivering

In sommige EU-zeegebieden duurt de jaarlijkse stopzetting van ringzegen- en trawlvisserijvloten tussen de 30 en 60 dagen, afhankelijk van verschillende factoren zoals het visserijsegment en de specifieke visserijtak. Daarom moeten tijdelijke stopzettingen ongeacht de duur ervan worden opgenomen.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Alle visserijactiviteiten van de betrokken vissersvaartuigen en de betrokken vissers worden daadwerkelijk opgeschort tijdens de periode van stopzetting. De bevoegde autoriteit vergewist zich ervan dat het betrokken vaartuig tijdens de periode van de buitengewone stopzetting alle visserijactiviteiten heeft stopgezet en dat overcompensatie als gevolg van het gebruik van het vaartuig voor andere doeleinden wordt voorkomen.

5.  Alle visserijactiviteiten van de betrokken vissersvaartuigen en de betrokken vissers worden daadwerkelijk opgeschort tijdens de periode van stopzetting. De bevoegde autoriteit waarborgt dat het betrokken vaartuig tijdens de periode van de buitengewone stopzetting alle visserijactiviteiten heeft stopgezet en dat overcompensatie als gevolg van het gebruik van het vaartuig voor andere doeleinden wordt voorkomen.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten

 

1. Uit het EFMZV kan in de volgende gevallen steun worden verleend voor maatregelen op het gebied van de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten:

 

a) bij biologische herstelperioden;

 

b) indien in de tijdelijke stopzetting is voorzien in een beheersplan dat is vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad of in een meerjarenplan dat is vastgesteld op grond van de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, voor gevallen waarin de visserijactiviteiten volgens wetenschappelijk advies moeten worden teruggebracht, opdat de in artikel 2, lid 2, en artikel 2, lid 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt.

 

2. De in lid 1 bedoelde steun mag in de periode van 2021 tot en met 2027 gedurende maximaal zes maanden per vaartuig worden verleend.

 

3. De in lid 1 bedoelde steun wordt uitsluitend verleend aan:

 

a) eigenaren of reders van Unievissersvaartuigen die als actief staan geregistreerd en die in de twee jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste gemiddeld 90 dagen visserijactiviteiten op zee hebben verricht; of

 

b) vissers die in de twee jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de steunaanvraag gedurende ten minste gemiddeld 90 dagen op zee hebben gewerkt aan boord van een Unievissersvaartuig waarvoor de tijdelijke stopzetting geldt.

 

4. Alle visserijactiviteiten die met het vissersvaartuig of door de betrokken vissers worden verricht, worden daadwerkelijk opgeschort. De bevoegde autoriteiten vergewissen zich ervan dat voor het betrokken vissersvaartuig tijdens de periode van de tijdelijke stopzetting alle visserijactiviteiten zijn stopgezet.

Motivering

Bovengenoemde maatregel moet opnieuw worden ingevoerd, aangezien deze in elke programmeringsperiode waarin deze werd ingevoerd, uitstekende resultaten heeft opgeleverd.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens voor visserijbeheer en voor wetenschappelijke doeleinden, als bedoeld in artikel 25, leden 1 en 2, en artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) 2017/1004, op basis van de in artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1004 bedoelde nationale werkprogramma's.

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de verzameling, het beheer, de verwerking en het gebruik van gegevens voor visserijbeheer en voor wetenschappelijke doeleinden, als bedoeld in artikel 25, leden 1 en 2, en artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) 2017/1004, op basis van de in artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1004 bedoelde nationale werkprogramma's.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde lijst en hoeveelheden nemen de lidstaten alle ter zake relevante factoren in aanmerking, met name de noodzaak ervoor te zorgen dat de compensatie verenigbaar is met de GVB-voorschriften.

3.  Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde lijst en hoeveelheden nemen de lidstaten alle ter zake relevante factoren in aanmerking, met name de noodzaak ervoor te zorgen dat de compensatie voldoet aan de GVB-voorschriften.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  compensaties ten bate van vissers voor de verzameling van verloren vistuig en zwerfvuil op zee;

(a)  compensaties ten bate van vissers voor de verzameling van verloren vistuig en de passieve verzameling van zwerfvuil op zee;

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aquacultuur

Duurzame aquacultuur

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de bevordering van een duurzame aquacultuur als bedoeld in artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Uit het EFMZV kan eveneens steun worden verleend voor de diergezondheid en het dierenwelzijn in de aquacultuur overeenkomstig Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad32 en Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad33.

1.  Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de bevordering van een duurzame aquacultuur als bedoeld in artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Uit het EFMZV kan eveneens steun worden verleend voor specifieke problemen die zich als gevolg van invasieve exoten in de sector voordoen, alsmede voor de diergezondheid en het dierenwelzijn in de aquacultuur overeenkomstig Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad32 en Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad33.

_________________

_________________

32 Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid ("diergezondheidswetgeving") (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).

32 Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid ("diergezondheidswetgeving") (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).

33 Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1).

33 Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1).

Motivering

Deze wijziging is in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement van 12 juni 2018, getiteld "Naar een duurzame en concurrerende Europese aquacultuursector: huidige stand van zaken en toekomstige uitdagingen" (2017/2118(INI)), die onder meer de invasieve exoot de oesterboorder en de dierziekte oesterherpes betreft.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor acties die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) nr. 1379/2013. Ook kan steun worden verleend voor acties ter bevordering van de afzet, de kwaliteit en de toegevoegde waarde van visserij- en aquacultuurproducten.

Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor acties die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en nader omschreven in Verordening (EU) nr. 1379/2013. Ook kan steun worden verleend voor acties ter bevordering van de afzet, de kwaliteit en de toegevoegde waarde van visserijproducten en duurzame aquacultuurproducten.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Steun op grond van dit artikel wordt enkel verleend via de in artikel 52 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] bedoelde financieringsinstrumenten en via InvestEU, overeenkomstig artikel 10 van die verordening.

2.  Steun op grond van dit artikel wordt enkel aan kleinschalige kustvisserijbedrijven verleend via de in artikel 52 van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] bedoelde financieringsinstrumenten en via InvestEU, overeenkomstig artikel 10 van die verordening.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Titel II – Hoofdstuk IV – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Prioriteit 3: Mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen

Prioriteit 3: Het mogelijk maken van een duurzame blauwe economie die zich binnen de ecologische grenzen ontwikkelt en het bevorderen van welvarende kustgemeenschappen

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens ter verbetering van de kennis over de toestand van het mariene milieu met het oog op:

Uit het EFMZV kan steun worden verleend voor de verzameling, het beheer, de analyse, de verwerking en het gebruik van gegevens ter verbetering van de kennis over de toestand van het mariene milieu met het oog op:

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Overeenkomstig artikel 90, lid 4, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] kan de Commissie de betalingstermijn onderbreken voor de hele betalingsaanvraag of voor een deel ervan in geval van aanwijzingen van niet-naleving door een lidstaat van de GVB-voorschriften, indien die niet-naleving van invloed kan zijn op de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven waarvoor een aanvraag tot tussentijdse betaling is ingediend.

1.  Overeenkomstig artikel 90, lid 4, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] kan de Commissie de betalingstermijn onderbreken voor de hele betalingsaanvraag of voor een deel ervan in geval van aanwijzingen van niet-naleving door een lidstaat van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake, indien die niet-naleving van invloed kan zijn op de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven waarvoor een aanvraag tot tussentijdse betaling is ingediend.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Overeenkomstig artikel 91, lid 3, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen tot gehele of gedeeltelijke schorsing van de tussentijdse betalingen in verband met het programma in geval van ernstige niet-naleving door een lidstaat van de GVB-voorschriften, indien die ernstige niet-naleving van invloed kan zijn op de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven waarvoor een aanvraag tot tussentijdse betaling is ingediend.

1.  Overeenkomstig artikel 91, lid 3, van Verordening (EU) XX/XX [verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen] kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen tot gehele of gedeeltelijke schorsing van de tussentijdse betalingen in verband met het programma in geval van ernstige niet-naleving door een lidstaat van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake, indien die ernstige niet-naleving van invloed kan zijn op de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven waarvoor een aanvraag tot tussentijdse betaling is ingediend.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven worden beïnvloed door ernstige gevallen van niet-naleving van de GVB- voorschriften door de lidstaat, die hebben geleid tot schorsing van betaling op grond van artikel 34 en de betrokken lidstaat nog steeds niet aantoont dat de nodige corrigerende maatregelen zijn genomen om te garanderen dat de geldende regels in de toekomst zullen worden nageleefd en gehandhaafd.

(b)  de in een betalingsaanvraag opgenomen uitgaven worden beïnvloed door ernstige gevallen van niet-naleving van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake door de lidstaat, die hebben geleid tot schorsing van betaling op grond van artikel 34 en de betrokken lidstaat nog steeds niet aantoont dat de nodige corrigerende maatregelen zijn genomen om te garanderen dat de geldende regels in de toekomst zullen worden nageleefd en gehandhaafd.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij het bepalen van het bedrag van een correctie houdt de Commissie rekening met de aard, de ernst, de duur en het zich al dan niet herhalen van de ernstige vorm van niet-naleving van de GVB-voorschriften door de lidstaat of de begunstigde en met het belang van de EFMZV-bijdrage voor de economische activiteit van de betrokken begunstigde.

2.  Bij het bepalen van het bedrag van een correctie houdt de Commissie rekening met de aard, de ernst, de duur en het zich al dan niet herhalen van de ernstige vorm van niet-naleving van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake door de lidstaat of de begunstigde en met het belang van de EFMZV-bijdrage voor de economische activiteit van de betrokken begunstigde.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer het bedrag van de uitgaven die in verband staan met de niet-naleving van de GVB-voorschriften door de lidstaat, niet precies kan worden bepaald, past de Commissie een forfaitaire of een geëxtrapoleerde financiële correctie toe overeenkomstig lid 4.

3.  Wanneer het bedrag van de uitgaven die in verband staan met de niet-naleving van de GVB-voorschriften of de EU-milieuwetgeving ter zake door de lidstaat, niet precies kan worden bepaald, past de Commissie een forfaitaire of een geëxtrapoleerde financiële correctie toe overeenkomstig lid 4.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de bevordering van een duurzame, koolstofarme en klimaatbestendige blauwe economie;

(a)  de bevordering van een duurzame, koolstofarme en klimaatbestendige blauwe economie die zich binnen de ecologische grenzen ontwikkelt;

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de verbetering van maritieme vaardigheden en kennis over de oceanen en de versterking van de uitwisseling van sociaaleconomische gegevens over de duurzame blauwe economie;

(d)  de verbetering van maritieme vaardigheden en kennis over de oceanen en de versterking van de uitwisseling van milieu- en sociaaleconomische gegevens over een duurzame blauwe economie;

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst