Procedure : 2018/0170(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0179/2019

Ingediende teksten :

A8-0179/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.25

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0383

VERSLAG     ***I
PDF 539kWORD 226k
22.3.2019
PE 629.629v02-00 A8-0179/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF

(COM(2018)0338 – C8-0214/2018 – 2018/0170(COD))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Ingeborg Gräßle

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF

(COM(2018)0338 – C8-0214/2018 – 2018/0170(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0338),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, met name artikel 106 bis daarvan, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0214/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(1),

–  gezien Advies nr. 8/2018 van de Europese Rekenkamer(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en de adviezen van de Commissie juridische zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden en binnenlandse zaken (A8-0179/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Met de vaststelling van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad3 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad4 heeft de Unie de beschikbare strafrechtelijke middelen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, aanzienlijk versterkt. Het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") zal de bevoegdheid hebben om in de deelnemende lidstaten strafrechtelijke onderzoeken uit te voeren en tenlasteleggingen in te dienen met betrekking tot strafbare feiten waardoor de begroting van de Unie wordt geschaad, als omschreven in Richtlijn (EU) 2017/1371.

(1)  Met de vaststelling van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad3 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad4 heeft de Unie het geharmoniseerde rechtskader betreffende de beschikbare strafrechtelijke middelen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, aanzienlijk versterkt. Het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") is een belangrijke prioriteit op het gebied van strafrecht en fraudebestrijdingsbeleid en het zal de bevoegdheid hebben om in de deelnemende lidstaten strafrechtelijke onderzoeken uit te voeren en tenlasteleggingen in te dienen met betrekking tot strafbare feiten waardoor de begroting van de Unie wordt geschaad, als omschreven in Richtlijn (EU) 2017/1371.

_________________

_________________

3 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

3 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

4 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

4 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het Europees Bureau voor fraudebestrijding ("het Bureau") verricht administratieve onderzoeken naar administratieve onregelmatigheden en ook naar strafbare gedragingen. Aan het einde van zijn onderzoeken kan het Bureau aan de nationale strafvervolgingsautoriteiten aanbevelingen betreffende gerechtelijke acties doen, teneinde tenlasteleggingen en strafvervolgingen in de lidstaten mogelijk te maken. In de toekomst zal het Bureau in de lidstaten die aan het EOM deelnemen, vermoedens van strafbare feiten aan het EOM melden en daarmee samenwerken in het kader van zijn onderzoeken.

(2)  Ter bescherming van de financiële belangen van de Unie verricht het Europees Bureau voor fraudebestrijding ("het Bureau") administratieve onderzoeken naar administratieve onregelmatigheden en ook naar strafbare gedragingen. Aan het einde van zijn onderzoeken kan het Bureau aan de nationale strafvervolgingsautoriteiten aanbevelingen betreffende gerechtelijke acties doen, teneinde tenlasteleggingen en strafvervolgingen in de lidstaten mogelijk te maken. In de toekomst zal het Bureau in de lidstaten die aan het EOM deelnemen, vermoedens van strafbare feiten aan het EOM melden en daarmee samenwerken in het kader van zijn onderzoeken.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad5 moet dus worden gewijzigd na de vaststelling van Verordening (EU) 2017/1939. De bepalingen inzake de band tussen het EOM en het Bureau in Verordening (EU) 2017/1939 moeten tot uitdrukking komen in en worden aangevuld door de regels in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013, zodat de financiële belangen van de Unie zo goed mogelijk worden beschermd door middel van synergieën tussen de twee organen.

(3)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad5 moet dus worden gewijzigd en dienovereenkomstig worden aangepast na de vaststelling van Verordening (EU) 2017/1939. De bepalingen inzake de band tussen het EOM en het Bureau in Verordening (EU) 2017/1939 moeten tot uitdrukking komen in en worden aangevuld door de regels in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013, zodat de financiële belangen van de Unie zo goed mogelijk worden beschermd door middel van synergieën tussen de twee organen, wat betekent dat de beginselen van nauwe samenwerking, informatie-uitwisseling, complementariteit en het vermijden van dubbel werk moeten worden toegepast.

_________________

_________________

5 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

5 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Op grond van Verordening (EU) 2017/1939 moet het Bureau, net als alle instellingen, organen en instanties van de Unie en nationale bevoegde autoriteiten, zonder onnodige vertraging elke strafbare gedraging ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen, aan het EOM melden. Omdat het Bureau als mandaat heeft administratieve onderzoeken te verrichten naar fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, is het ideaal geplaatst en uitgerust om op te treden als de natuurlijke partner van en bevoorrechte bron van informatie voor het EOM.

(5)  Op grond van Verordening (EU) 2017/1939 moet het Bureau, net als alle instellingen, organen en instanties van de Unie en nationale bevoegde autoriteiten, zonder onnodige vertraging elke vermoedelijke strafbare gedraging ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen, aan het EOM melden. Omdat het Bureau als mandaat heeft administratieve onderzoeken te verrichten naar fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, is het ideaal geplaatst en uitgerust om op te treden als de natuurlijke partner van en bevoorrechte bron van informatie voor het EOM.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 mag het Bureau in beginsel geen parallel administratief onderzoek instellen als het EOM al een onderzoek voert met betrekking tot dezelfde feiten. In sommige gevallen kan de bescherming van de financiële belangen van de Unie echter vereisen dat het Bureau een aanvullend administratief onderzoek verricht voordat de door het EOM ingestelde strafrechtelijke procedure beëindigd is, om te kunnen nagaan of voorzorgsmaatregelen nodig zijn dan wel financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties moeten worden ondernomen. Deze aanvullende onderzoeken kunnen onder meer passend zijn wanneer aan de begroting van de Unie verschuldigde bedragen binnen bepaalde verjaringstermijnen moeten worden teruggevorderd, wanneer de risicobedragen erg hoog zijn of wanneer door middel van administratieve maatregelen moet worden voorkomen dat in risicosituaties verdere uitgaven worden gedaan.

(9)  Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 mag het Bureau in beginsel geen parallel administratief onderzoek instellen als het EOM al een onderzoek voert met betrekking tot dezelfde feiten. In sommige gevallen kan de bescherming van de financiële belangen van de Unie echter vereisen dat het Bureau een aanvullend administratief onderzoek verricht voordat de door het EOM ingestelde strafrechtelijke procedure beëindigd is, om te kunnen nagaan of voorzorgsmaatregelen nodig zijn dan wel financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties moeten worden ondernomen. Deze aanvullende onderzoeken kunnen onder meer passend zijn wanneer aan de begroting van de Unie verschuldigde bedragen binnen bepaalde verjaringstermijnen moeten worden teruggevorderd, wanneer de risicobedragen erg hoog zijn of wanneer door middel van administratieve maatregelen moet worden voorkomen dat in risicosituaties verdere uitgaven worden gedaan. Gezien hun aanvullende aard moeten dergelijke aanvullende onderzoeken uitsluitend worden verricht met de instemming van het EOM.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Verordening (EU) 2017/1939 bepaalt dat het EOM het Bureau kan verzoeken om dergelijke aanvullende onderzoeken. In gevallen waarin het EOM daar niet om verzoekt, moet een dergelijk aanvullend onderzoek onder bepaalde voorwaarden ook mogelijk zijn op initiatief van het Bureau. Het EOM moet met name bezwaar kunnen maken tegen de opening of de voortzetting van een onderzoek door het Bureau of tegen het verrichten van bepaalde onderzoekshandelingen door het Bureau. De redenen voor dit bezwaar moeten gebaseerd zijn op het feit dat de doeltreffendheid van het onderzoek van het EOM moet worden beschermd, en moeten in verhouding staan tot dit doel. Het Bureau moet afzien van het verrichten van de handelingen waartegen het EOM bezwaar heeft gemaakt. Indien het EOM geen bezwaar maakt, moet het onderzoek van het Bureau in nauw overleg met het EOM worden verricht.

(10)  Verordening (EU) 2017/1939 bepaalt dat het EOM het Bureau kan verzoeken om dergelijke aanvullende onderzoeken. In gevallen waarin het EOM daar niet om verzoekt, moet een dergelijk aanvullend onderzoek onder specifieke voorwaarden ook mogelijk zijn op initiatief van het Bureau, na raadpleging van het EOM. Het EOM moet met name bezwaar kunnen maken tegen de opening of de voortzetting van een onderzoek door het Bureau of tegen het verrichten van bepaalde onderzoekshandelingen door het Bureau. De redenen voor dit bezwaar moeten gebaseerd zijn op het feit dat de doeltreffendheid van het onderzoek van het EOM moet worden beschermd, en moeten in verhouding staan tot dit doel. Het Bureau moet afzien van het verrichten van de handelingen waartegen het EOM bezwaar heeft gemaakt. Indien het EOM het verzoek inwilligt, moet het onderzoek van het Bureau in nauw overleg met het EOM worden verricht.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Om doeltreffende coördinatie tussen het Bureau en het EOM te garanderen, moet continu tussen hen informatie worden uitgewisseld. De uitwisseling van informatie in de fasen voorafgaand aan de opening van onderzoeken door het Bureau en het EOM is vooral relevant om degelijke coördinatie tussen de respectieve acties te garanderen en dubbel werk te voorkomen. Het Bureau en het EOM moeten de modaliteiten en voorwaarden van deze uitwisseling van informatie vastleggen in hun werkafspraken.

(12)  Om doeltreffende coördinatie, samenwerking en transparantie tussen het Bureau en het EOM te garanderen, moet continu tussen hen informatie worden uitgewisseld. De uitwisseling van informatie in de fasen voorafgaand aan de opening van onderzoeken door het Bureau en het EOM is vooral relevant om degelijke coördinatie tussen de respectieve acties te garanderen, om complementariteit te waarborgen en dubbel werk te voorkomen. Hiertoe moeten het Bureau en het EOM gebruikmaken van de hit/no hit-functies in hun respectieve managementsystemen. Het Bureau en het EOM moeten de modaliteiten en voorwaarden van deze uitwisseling van informatie vastleggen in hun werkafspraken.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  De meest ondubbelzinnige bevindingen van de evaluatie van de Commissie moeten worden aangepakt door middel van de wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013. Het gaat om essentiële wijzigingen die op korte termijn nodig zijn om het kader voor de onderzoeken van het Bureau te verstevigen, zodat het Bureau krachtig en volledig kan blijven functioneren en de strafrechtelijke aanpak van het EOM kan complementeren met administratieve onderzoeken, die echter geen wijziging van het mandaat of de bevoegdheden behelzen. Het gaat in de eerste plaats om wijzigingen op punten waar vandaag het gebrek aan duidelijkheid van de verordening het Bureau belemmert doeltreffend onderzoeken te verrichten, zoals controles ter plaatse, de mogelijkheid van toegang tot informatie over bankrekeningen of de toelaatbaarheid van zaakverslagen van het Bureau als bewijs.

(14)  De meest ondubbelzinnige bevindingen van de evaluatie van de Commissie moeten worden aangepakt door middel van de wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013. Het gaat om essentiële wijzigingen die op korte termijn nodig zijn om het kader voor de onderzoeken van het Bureau te verstevigen, zodat het Bureau krachtig en volledig kan blijven functioneren en de strafrechtelijke aanpak van het EOM kan complementeren met administratieve onderzoeken, die echter geen wijziging van het mandaat of de bevoegdheden behelzen. Het gaat in de eerste plaats om wijzigingen op punten waar vandaag het gebrek aan duidelijkheid van de verordening het Bureau belemmert doeltreffend onderzoeken te verrichten, zoals controles ter plaatse, de mogelijkheid van toegang tot informatie over bankrekeningen of de toelaatbaarheid van zaakverslagen van het Bureau als bewijs. De Commissie moet uiterlijk twee jaar na de evaluatie van zowel het EOM als het Bureau, evenals van hun samenwerking, een nieuw, alomvattend voorstel indienen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  In interne onderzoeken en, zo nodig, in externe onderzoeken heeft het Bureau toegang tot alle relevante informatie die in het bezit is van de instellingen, organen en instanties. Zoals in de evaluatie van de Commissie werd gesuggereerd, moet worden verduidelijkt dat deze toegang mogelijk moet zijn ongeacht de aard van de informatiedrager, zodat rekening wordt gehouden met de evoluerende technologische vooruitgang.

(24)  In interne onderzoeken en, zo nodig, in externe onderzoeken heeft het Bureau toegang tot alle relevante informatie die in het bezit is van de instellingen, organen en instanties. Zoals in de evaluatie van de Commissie werd gesuggereerd, moet worden verduidelijkt dat deze toegang mogelijk moet zijn ongeacht het soort informatiedrager, zodat rekening wordt gehouden met de evoluerende technologische vooruitgang.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis)  Teneinde zorg te dragen voor de bescherming en eerbiediging van de procedurerechten en -waarborgen, dient het Bureau een interne functie in het leven te roepen in de vorm een Toezichthouder op de procedurewaarborgen, die over passende middelen moet beschikken. De Toezichthouder op de procedurewaarborgen dient toegang te hebben tot alle informatie die hij nodig heeft om zijn taak te vervullen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 ter)  Bij deze verordening moet een klachtenregeling voor het Bureau worden ingesteld, in samenwerking met de Toezichthouder op de procedurewaarborgen, teneinde de eerbiediging van de procedurerechten en -waarborgen bij alle activiteiten van het Bureau te waarborgen. Deze regeling dient te bestaan uit een bestuurlijk mechanisme waarbij de Toezichthouder wordt belast met de behandeling van door het Bureau ontvangen klachten, overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur. Het mechanisme moet doeltreffend zijn en een degelijke follow-up van klachten waarborgen. Om de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, neemt het Bureau in zijn jaarverslag informatie op over het klachtenmechanisme. Die informatie betreft met name het aantal ontvangen klachten, de soorten schendingen van de procedurerechten en -waarborgen, de betreffende activiteiten en, waar mogelijk, de follow-upmaatregelen die het Bureau heeft genomen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Het mandaat van het Bureau omvat de bescherming van de inkomsten voor de Uniebegroting uit eigen btw-middelen. Het Bureau moet op dit gebied de activiteiten van de lidstaten kunnen ondersteunen en aanvullen door middel van onderzoeken die overeenkomstig zijn mandaat worden verricht, de coördinatie van nationale bevoegde autoriteiten in complexe grensoverschrijdende zaken en de ondersteuning van en bijstand aan lidstaten en het EOM. Het Bureau moet daartoe informatie kunnen uitwisselen via het Eurofisc-netwerk, dat bij Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad9 is ingesteld om samenwerking in de strijd tegen btw-fraude te bevorderen en te vergemakkelijken.

(29)  Het mandaat van het Bureau omvat de bescherming van de inkomsten voor de Uniebegroting uit eigen btw-middelen. Het Bureau moet op dit gebied de activiteiten van de lidstaten kunnen ondersteunen en aanvullen door middel van onderzoeken die overeenkomstig zijn mandaat worden verricht, de coördinatie van nationale bevoegde autoriteiten in complexe grensoverschrijdende zaken en de ondersteuning van en bijstand aan lidstaten en het EOM. Het Bureau moet daartoe informatie kunnen uitwisselen via het Eurofisc-netwerk, dat bij Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad9 is ingesteld, rekening houdend met de bepalingen van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad9 bis, om samenwerking in de strijd tegen btw-fraude te bevorderen en te vergemakkelijken.

_________________

_________________

9 Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1).

9 Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1).

 

9bis Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis)  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten het Bureau de nodige bijstand verlenen bij de uitvoering van zijn taken. Wanneer het Bureau aanbevelingen betreffende gerechtelijke acties doet aan de nationale strafvervolgingsautoriteiten van een lidstaat en er geen follow-up plaatsvindt, moet de lidstaat zijn beslissing jegens het Bureau motiveren. Eenmaal per jaar dient het Bureau een verslag op te stellen om een overzicht te geven van de door de lidstaten verleende bijstand en van de follow-up die aan de aanbevelingen betreffende gerechtelijke acties gegeven is.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 32 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 ter)  Als aanvulling op de in deze verordening vastgestelde procedureregels voor het verrichten van onderzoeken dient het Bureau de procedureregels voor onderzoeken vast te stellen die moeten worden nageleefd door de personeelsleden van het Bureau. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ter bepaling van een dergelijk reglement voor onderzoeken, zonder afbreuk te doen aan de onafhankelijkheid van het Bureau bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Deze gedelegeerde handelingen dienen in het bijzonder betrekking te hebben op de gang van zaken bij de uitvoering van het mandaat en het statuut van het Bureau; nadere regels inzake onderzoeksprocedures en toegestane onderzoekshandelingen; de legitieme rechten van de betrokken personen; de procedurewaarborgen; bepalingen inzake gegevensbescherming en beleid op het gebied van communicatie en toegang tot documenten; bepalingen inzake de wettigheidstoetsing en beroepsmogelijkheden van de betrokkenen; de band met het EOM. Het is van bijzonder belang dat het Bureau bij zijn voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

Motivering

Overweging die aansluit op amendement 100 van het ontwerpverslag.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 32 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 quater)   Uiterlijk vijf jaar na de datum die overeenkomstig artikel 120, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/1939 is bepaald, dient de Commissie de toepassing van deze verordening en met name de doeltreffendheid van de samenwerking tussen het Bureau en het EOM te evalueren.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 1 – inleidende formule

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1)  de inleidende formule van artikel 1, lid 1, wordt vervangen door:

1.  Met het oog op een krachtigere bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna tezamen, naargelang van de context, "de Unie" genoemd) worden geschaad, verricht het Europees Bureau voor fraudebestrijding, opgericht bij Besluit 1999/352/EG, EGKS, Euratom ("het Bureau") de onderzoekstaken die zijn toevertrouwd aan de Commissie bij:

"1.  Met het oog op een krachtigere bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna tezamen, naargelang van de context, "de Unie" genoemd) worden geschaad, verricht het Europees Bureau voor fraudebestrijding, opgericht bij Besluit 1999/352/EG, EGKS, Euratom ("het Bureau") de onderzoekstaken die zijn toevertrouwd aan de Commissie bij:";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

De doelstellingen moeten worden aangepast aan de nieuwe focus op de activiteiten van OLAF. Dit is een horizontaal amendement dat voor de gehele tekst geldt.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 bis)  artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:

2.  Het Bureau biedt de lidstaten de bijstand van de Commissie bij het organiseren van een nauwe, regelmatige samenwerking tussen hun bevoegde autoriteiten met het oog op coördinatie van hun maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie tegen fraude. Het Bureau draagt bij aan het ontwerpen en uitwerken van methoden voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Het Bureau bevordert en coördineert – met de lidstaten en tussen de lidstaten onderling – de uitwisseling van operationele ervaring en beste procedurepraktijken op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Unie, en ondersteunt gezamenlijke fraudebestrijdingsmaatregelen die de lidstaten op vrijwillige basis nemen.";

"2.  Het Bureau biedt de lidstaten de bijstand van de Commissie bij het organiseren van een nauwe, regelmatige samenwerking tussen hun bevoegde autoriteiten met het oog op coördinatie van hun maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie tegen fraude. Het Bureau draagt bij aan het ontwerpen en uitwerken van methoden voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Het Bureau bevordert en coördineert – met de lidstaten en tussen de lidstaten onderling – de uitwisseling van operationele ervaring en beste procedurepraktijken op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Unie, en ondersteunt gezamenlijke fraudebestrijdingsmaatregelen die de lidstaten op vrijwillige basis nemen.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Zie amendement op artikel 1, lid 1.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 3 – letter d

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 ter)  artikel 1, lid 3 onder d), wordt vervangen door:

d) Verordening (EG) nr. 45/2001.

"d) Verordening (EU) nr. 2018/1725;"

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&from=NL)

Motivering

Technische wijziging: op 11 december 2018 is Verordening (EG) nr. 45/2001 ingetrokken en vervangen door Verordening (EU) 2018/1725.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 3 – letter d bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 quater)  in artikel 1, lid 3, wordt d bis) ingevoegd:

 

"d bis)  Verordening (EU) nr. 2016/679.;"

Motivering

Zoals aanbevolen door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 quinquies)  artikel 1, lid 4, wordt vervangen door:

4.  Binnen de instellingen, organen en instanties opgericht bij de Verdragen of op basis daarvan („instellingen, organen en instanties”), verricht het Bureau administratieve onderzoeken met het oog op het bestrijden van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Daartoe spoort het ernstige feiten op in verband met de uitoefening van activiteiten in dienstverband die onverenigbaar kunnen zijn met de plichten van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Unie en aanleiding kunnen geven tot disciplinaire en, in voorkomend geval, strafrechtelijke sancties, dan wel onverenigbaar kunnen zijn met de analoge verplichtingen van de leden van instellingen, organen en instanties, de hoofden van instanties of personeelsleden van instellingen, organen en instanties die niet vallen onder het Ambtenarenstatuut (tezamen „de ambtenaren, andere personeelsleden, leden van instellingen of organen, hoofden van instanties of personeelsleden”).

"4.  Binnen de instellingen, organen en instanties opgericht bij de Verdragen of op basis daarvan ("instellingen, organen en instanties"), en onverminderd artikel 12 quinquies, verricht het Bureau administratieve onderzoeken met het oog op het bestrijden van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Daartoe spoort het ernstige feiten op in verband met de uitoefening van activiteiten in dienstverband die onverenigbaar kunnen zijn met de plichten van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Unie en aanleiding kunnen geven tot disciplinaire en, in voorkomend geval, strafrechtelijke sancties, dan wel onverenigbaar kunnen zijn met de analoge verplichtingen van de leden van instellingen, organen en instanties, de hoofden van instanties of personeelsleden van instellingen, organen en instanties die niet vallen onder het Ambtenarenstatuut (tezamen "de ambtenaren, andere personeelsleden, leden van instellingen of organen, hoofden van instanties of personeelsleden").";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Herinnering dat het EOM in het algemeen verantwoordelijk is voor strafzaken.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 4 bis.

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 bis.  Het Bureau ontwikkelt en onderhoudt een nauwe band met het Europees Openbaar Ministerie ("het EOM"), dat via nauwere samenwerking is ingesteld bij Verordening (EU) 2017/193913. Deze band is gebaseerd op wederzijdse samenwerking en op informatie-uitwisseling. Doel van die band is in het bijzonder ervoor te zorgen dat, om de financiële belangen van de Unie te beschermen, alle beschikbare middelen worden ingezet door de complementariteit van hun respectieve mandaten en de steun van het Bureau voor het EOM.

4 bis.  Het Bureau ontwikkelt en onderhoudt een nauwe band met het Europees Openbaar Ministerie ("het EOM"), dat via nauwere samenwerking is ingesteld bij Verordening (EU) 2017/193913. Deze band is gebaseerd op wederzijdse samenwerking, complementariteit, het vermijden van dubbel werk en informatie-uitwisseling. Doel van die band is in het bijzonder ervoor te zorgen dat, om de financiële belangen van de Unie te beschermen, alle beschikbare middelen worden ingezet door de complementariteit van hun respectieve mandaten en de steun van het Bureau voor het EOM.

_________________

_________________

13 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

13 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(1 bis)  artikel 1, lid 5, wordt vervangen door:

5.  Voor de toepassing van deze verordening kunnen de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten en de instellingen, organen en instanties administratieve regelingen met het Bureau treffen. Die administratieve regelingen kunnen in het bijzonder betrekking hebben op de doorgifte van informatie en het verrichten van onderzoeken.

"5.  Voor de toepassing van deze verordening kunnen de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten en de instellingen, organen en instanties administratieve regelingen met het Bureau treffen. Die administratieve regelingen kunnen in het bijzonder betrekking hebben op de doorgifte van informatie en het verrichten en follow-up geven aan onderzoeken.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(1 ter)  in artikel 2 wordt punt 2 vervangen door:

2. "onregelmatigheid" : "onregelmatigheid" als gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95;

"2. "onregelmatigheid": "onregelmatigheid" als gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95, met inbegrip van inbreuken met betrekking tot btw-ontvangsten;";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(1 quater)  in artikel 2 wordt punt 3 vervangen door:

3.  "fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad": hetgeen daaronder wordt verstaan in de toepasselijke handelingen van de Unie;

"3.  "fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad": hetgeen daaronder wordt verstaan in de toepasselijke handelingen van de Unie;";

Motivering

Zie amendement op artikel 1, lid 1.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 2 – alinea 1 – punt 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(2 bis)  in artikel 2 wordt punt 5 vervangen door:

5.  "betrokken persoon" : enig persoon of enige marktdeelnemer tegen wie vermoedens bestaan van fraude, corruptie of elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad en tegen wie om die reden een onderzoek door het Bureau wordt ingesteld;

"5.  "betrokken persoon" : enig persoon of enige marktdeelnemer tegen wie vermoedens bestaan van fraude, corruptie of elke andere onwettige activiteit of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad en tegen wie om die reden een onderzoek door het Bureau wordt ingesteld;";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Zie amendement op artikel 1, lid 1.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 2 – alinea 1 – punt 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter)  in artikel 2 wordt het volgende punt 7 bis ingevoegd:

 

"7 bis.  "lid van een instelling": een lid van het Europees Parlement, een lid van de Europese Raad, een vertegenwoordiger van een lidstaat op ministerniveau in de Raad, een lid van de Europese Commissie, een lid van het Hof van Justitie van de Europese Unie, een lid van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank of een lid van de Rekenkamer, al naargelang het geval.";

Motivering

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 in verband met de aanstelling van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen, COM (2014) 340 final.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 2 – alinea 1 – punt 7 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater)  in artikel 2 wordt het volgende punt 7 ter ingevoegd:

 

"7 ter.  "dezelfde feiten": identieke materiële feiten, waarbij materiële feiten worden begrepen in de zin van het bestaan van een reeks concrete omstandigheden die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en die in hun totaliteit elementen kunnen bevatten van een onderzoek van een delict dat tot de bevoegdheid van het Bureau of het EOM behoort.”;

Motivering

Zoals voorgesteld door het Comité van toezicht in zijn schrijven van 20 november 2018.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 3 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Externe onderzoeken

Controles en verificaties ter plaatse in de lidstaten en derde landen

Motivering

De rapporteur stelt voor het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken af te schaffen.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Binnen het in artikel 1 en artikel 2, punten 1 en 3, omschreven toepassingsgebied verricht het Bureau controles en verificaties ter plaatse in de lidstaten en, conform de vigerende overeenkomsten voor samenwerking en wederzijdse bijstand en andere vigerende rechtsinstrumenten, in derde landen en bij internationale organisaties.

1.  Binnen het in artikel 1 omschreven toepassingsgebied verricht het Bureau controles en verificaties ter plaatse in de lidstaten en, conform de vigerende overeenkomsten voor samenwerking en wederzijdse bijstand en andere vigerende rechtsinstrumenten, in derde landen en bij internationale organisaties.

Motivering

De Commissie heeft hier de verwijzing naar artikel 2, punten 1 en 3 ingevoegd, maar niet in artikel 4, lid 1. Dit kan tot rechtsonzekerheid leiden. De verwijzing is hoe dan ook overbodig, aangezien de in artikel 2, punten 1 en 3 gedefinieerde begrippen reeds genoemd worden in artikel 1, lid 1. Daarom is de verwijzing geschrapt.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Marktdeelnemers werken met het Bureau samen tijdens zijn onderzoeken. Het Bureau kan marktdeelnemers om mondelinge informatie, inclusief door middel van een onderhoud, alsook om schriftelijke informatie verzoeken.

3.  Marktdeelnemers werken met het Bureau samen tijdens zijn onderzoeken. Het Bureau kan marktdeelnemers om mondelinge en schriftelijke informatie verzoeken overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder b).

Motivering

Dit amendement legt een koppeling met artikel 4, lid 2, onder b), in overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 6 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat verleent de personeelsleden van het Bureau op verzoek van het Bureau de nodige bijstand om hun taak doeltreffend te kunnen uitvoeren, als omschreven in de in artikel 7, lid 2, bedoelde schriftelijke machtiging.

De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat verleent de personeelsleden van het Bureau op verzoek van het Bureau onverwijld de nodige bijstand om hun taak doeltreffend te kunnen uitvoeren, als omschreven in de in artikel 7, lid 2, bedoelde schriftelijke machtiging.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat de personeelsleden van het Bureau toegang krijgen tot alle informatie en documenten in verband met de onderzochte feiten die nodig blijken voor het doelmatige en doeltreffende verloop van de controles en verificaties ter plaatse, en dat zij documenten of gegevens kunnen veiligstellen teneinde elk risico van verdwijning uit te schakelen.

Overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat de personeelsleden van het Bureau toegang krijgen tot alle informatie, documenten en gegevens in verband met de onderzochte feiten die nodig blijken voor het doelmatige en doeltreffende verloop van de controles en verificaties ter plaatse, en dat zij documenten of gegevens kunnen veiligstellen teneinde elk risico van verdwijning uit te schakelen. Wanneer personeelsleden eigen apparatuur voor professionele doeleinden gebruiken, wordt deze apparatuur onderworpen aan een onderzoek door het Bureau als het Bureau goede gronden heeft te vermoeden dat de inhoud ervan relevant kan zijn voor het onderzoek.

Motivering

Aanpassing aan artikel 4, lid 2.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  Wanneer is aangetoond dat een lidstaat zijn verplichting tot samenwerking in de zin van de leden 6 en 7 niet nakomt, heeft de Unie het recht het bedrag dat verband houdt met de controle of verificatie ter plaatse terug te vorderen.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Tijdens een extern onderzoek kan het Bureau toegang verkrijgen tot alle relevante informatie en gegevens met betrekking tot de onderzochte feiten, ongeacht de aard van de informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen of instanties, voor zover dit noodzakelijk is om te kunnen vaststellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. In dat geval is artikel 4, leden 2 en 4, van toepassing.

Schrappen

Motivering

Tekst kan worden samengevoegd met artikel 4, lid 2, onder a, in overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.  Onverminderd artikel 12 quater, lid 1, kan het Bureau, wanneer het, voordat is besloten om al dan niet een extern onderzoek te openen, over aanwijzingen beschikt dat er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en, in voorkomend geval, de instellingen, organen en instanties in kwestie hiervan in kennis stellen.

Schrappen

Onverminderd de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 bedoelde sectorale regelingen zorgen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten ervoor dat passende actie wordt ondernomen, waaraan het Bureau overeenkomstig het nationale recht kan deelnemen. De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten stellen het Bureau desgevraagd in kennis van de eventueel naar aanleiding daarvan ondernomen actie en van hun bevindingen met betrekking tot de in de eerste alinea van dit lid bedoelde aanwijzingen.";

 

Motivering

Tekst kan worden samengevoegd met artikel 4, lid 8, in overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter -a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – titel

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  de titel van artikel 4 wordt vervangen door:

Interne onderzoeken

"Aanvullende bepalingen betreffende onderzoeken";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

De rapporteur stelt voor het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken af te schaffen.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter -a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a bis)  artikel 4, lid 1, wordt vervangen door:

1.  Het Bureau verricht binnen de instellingen, organen en instanties administratieve onderzoeken op de in artikel 1 bedoelde terreinen („interne onderzoeken”).

"1.  Administratieve onderzoeken binnen de instellingen, organen en instanties op de in artikel 1 bedoelde terreinen worden verricht onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in deze verordening en in de besluiten van de respectieve instellingen, organen of instanties.";

Deze interne onderzoeken worden verricht onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in deze verordening en in de besluiten van de respectieve instellingen, organen of instanties.

 

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In de loop van interne onderzoeken:

2.  In de loop van onderzoeken:

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  heeft het Bureau zonder voorafgaande waarschuwing onmiddellijke toegang tot alle relevante informatie en gegevens, ongeacht de aard van de informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen en instanties, alsmede tot hun lokalen. Het Bureau is bevoegd om de boekhouding van de instellingen, organen en instanties te controleren. Het Bureau kan alle documenten en de inhoud van alle informatiedragers die deze instellingen, organen en instanties in hun bezit hebben, kopiëren of daarvan uittreksels verkrijgen en kan, zo nodig, deze documenten of gegevens veiligstellen teneinde elk risico van verdwijning uit te schakelen;

a)  heeft het Bureau, voor zover dit noodzakelijk is om vast te stellen of er sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten of onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, zonder voorafgaande waarschuwing onmiddellijke toegang tot alle relevante informatie en gegevens met betrekking tot de onderzochte feiten, ongeacht de soort informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen en instanties, alsmede tot hun lokalen. Wanneer eigen apparatuur voor professionele doeleinden gebruikt wordt, wordt deze apparatuur onderworpen aan een onderzoek door het Bureau als het Bureau goede gronden heeft te vermoeden dat de inhoud ervan relevant kan zijn voor het onderzoek. Het Bureau is bevoegd om de boekhouding van de instellingen, organen en instanties te controleren. Het Bureau kan alle documenten en de inhoud van alle informatiedragers die deze instellingen, organen en instanties in hun bezit hebben, kopiëren of daarvan uittreksels verkrijgen en kan, zo nodig, deze documenten of gegevens veiligstellen teneinde elk risico van verdwijning uit te schakelen;

Motivering

Samengevoegd met artikel 3, lid 9, dat kan worden geschrapt.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  kan het Bureau de ambtenaren, andere personeelsleden, leden van instellingen of organen, hoofden van instanties of personeelsleden om mondelinge informatie, inclusief door middel van een onderhoud, alsook om schriftelijke informatie verzoeken.";

b)  kan het Bureau marktdeelnemers, de ambtenaren, andere personeelsleden, leden van instellingen of organen, hoofden van instanties of personeelsleden verzoeken om mondelinge informatie, inclusief door middel van een onderhoud, alsook om schriftelijke informatie, die grondig gedocumenteerd is overeenkomstig de normen van de Unie inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming. Marktdeelnemers werken met het Bureau samen.

Motivering

Dit amendement vervangt amendement 19 van het ontwerpverslag.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  lid 3 wordt vervangen door:

(b)  lid 3 wordt geschrapt;

3.  Overeenkomstig artikel 3 kan het Bureau bij marktdeelnemers controles en verificaties ter plaatse verrichten om toegang te krijgen tot relevante informatie met betrekking tot de feiten waarnaar een intern onderzoek wordt ingesteld.";

 

Motivering

Dit lid wordt overbodig vanwege de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken, aangezien artikel 3 hoe dan ook altijd van toepassing zal zijn.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b bis)  artikel 4, lid 4, wordt vervangen door:

4.  De instellingen, organen en instanties worden ingelicht wanneer de personeelsleden van het Bureau een intern onderzoek in hun gebouwen verrichten en wanneer zij documenten raadplegen of verzoeken om informatie die de instellingen, organen en instanties in hun bezit hebben. Onverminderd de artikelen 10 en 11 kan het Bureau in het kader van interne onderzoeken verkregen informatie te allen tijde aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie meedelen.

“4  De instellingen, organen en instanties worden ingelicht wanneer de personeelsleden van het Bureau een onderzoek in hun gebouwen verrichten en wanneer zij documenten of gegevens raadplegen of verzoeken om informatie die de instellingen, organen en instanties in hun bezit hebben. Onverminderd de artikelen 10 en 11 kan het Bureau in het kader van onderzoeken verkregen informatie te allen tijde aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie meedelen.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

In overeenstemming met de afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken kan deze bepaling van toepassing zijn op alle onderzoeken. "... of gegevens" is in overeenstemming met artikel 4, lid 2.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b ter)  artikel 4, lid 5, wordt vervangen door:

5.  De instellingen, organen en instanties voeren passende procedures in en nemen de maatregelen die nodig zijn om in alle stadia het vertrouwelijke karakter van interne onderzoeken te waarborgen.

"5.  De instellingen, organen en instanties voeren passende procedures in en nemen de maatregelen die nodig zijn om in alle stadia het vertrouwelijke karakter van onderzoeken te waarborgen.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Aangepast in overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken. Deze bepaling kan van toepassing zijn op alle onderzoeken.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 6 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b quater)  artikel 4, lid 6, eerste alinea, wordt vervangen door:

Indien bij een intern onderzoek blijkt dat een ambtenaar, een ander personeelslid, een lid van een instelling of orgaan, een hoofd van een instantie of een personeelslid een betrokken persoon zou kunnen zijn, wordt de instelling, het orgaan of de instantie waartoe die persoon behoort, daarvan in kennis gesteld.

"Indien bij een onderzoek blijkt dat een ambtenaar, een ander personeelslid, een lid van een instelling of orgaan, een hoofd van een instantie of een personeelslid een betrokken persoon zou kunnen zijn, wordt de instelling, het orgaan of de instantie waartoe die persoon behoort, daarvan in kennis gesteld.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Aangepast in overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken. Deze bepaling kan van toepassing zijn op alle onderzoeken.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 6 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b quinquies)  artikel 4, lid 6, tweede alinea, wordt vervangen door:

In gevallen waarin het vertrouwelijk karakter van het interne onderzoek niet met behulp van de gebruikelijke communicatiekanalen kan worden gewaarborgd, gebruikt het Bureau passende alternatieve kanalen voor de doorgifte van informatie.

"In gevallen waarin het vertrouwelijk karakter van het onderzoek niet met behulp van de gebruikelijke communicatiekanalen kan worden gewaarborgd, gebruikt het Bureau passende alternatieve kanalen voor de doorgifte van informatie.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Aangepast in overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken. Deze bepaling kan van toepassing zijn op alle onderzoeken.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b sexies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 7

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b sexies)  artikel 4, lid 7, wordt vervangen door:

7.  De in lid 1 bedoelde besluiten van de respectieve instellingen, organen en instanties omvatten in het bijzonder een regel betreffende de verplichting voor ambtenaren, andere personeelsleden, leden van instellingen of organen, hoofden van instanties of personeelsleden om samen te werken met en informatie te verstrekken aan het Bureau, met inachtneming van het vertrouwelijke karakter van het interne onderzoek.

"7.  De in lid 1 bedoelde besluiten van de respectieve instellingen, organen en instanties omvatten in het bijzonder een regel betreffende de verplichting voor ambtenaren, andere personeelsleden, leden van instellingen of organen, hoofden van instanties of personeelsleden om samen te werken met en informatie te verstrekken aan het Bureau, met inachtneming van het vertrouwelijke karakter van het onderzoek.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Aangepast in overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken. Deze bepaling kan van toepassing zijn op alle onderzoeken.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter c

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 8 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Onverminderd artikel 12 quater, lid 1, kan het Bureau, wanneer het, voordat is besloten om al dan niet een intern onderzoek te openen, over aanwijzingen beschikt dat er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie hiervan in kennis stellen. De instelling, het orgaan of de instantie in kwestie stelt het Bureau desgevraagd in kennis van de eventueel naar aanleiding daarvan ondernomen actie en van de bevindingen met betrekking tot de hierboven bedoelde aanwijzingen.";

"Onverminderd artikel 12 quater, lid 1, kan het Bureau, wanneer het, voordat is besloten om al dan niet een onderzoek te openen, over aanwijzingen beschikt dat er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten of onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, op passende wijze, de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en de instellingen, organen of instanties in kwestie hiervan in kennis stellen.

 

De instelling, het orgaan of de instantie in kwestie stelt het Bureau desgevraagd in kennis van de eventueel naar aanleiding daarvan ondernomen actie en van de bevindingen met betrekking tot de hierboven bedoelde aanwijzingen.";

Motivering

Samengevoegd met artikel 3, lid 10, dat kan worden geschrapt.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter c bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 8 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c bis)  in lid 8 wordt de tweede alinea vervangen door:

Indien nodig stelt het Bureau ook de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat in kennis. In dat geval zijn de procedurevereisten van artikel 9, lid 4, tweede en derde alinea, van toepassing. Indien de bevoegde autoriteiten besluiten om naar aanleiding van de aan hen doorgegeven informatie overeenkomstig het nationale recht actie te ondernemen, stellen zij het Bureau desgevraagd daarvan in kennis.";

"Wanneer het Bureau in geval van onderzoeken binnen de instellingen, organen en instanties de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten in kennis stelt, zijn de procedurevereisten van artikel 9, lid 4, tweede en derde alinea, van toepassing. Indien de bevoegde autoriteiten besluiten om naar aanleiding van de aan hen doorgegeven informatie overeenkomstig het nationale recht actie te ondernemen, stellen zij het Bureau desgevraagd daarvan in kennis.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Samengevoegd met artikel 3, lid 10, dat kan worden geschrapt.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter c ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 8 – alinea 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  in lid 8 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Onverminderd de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 bedoelde sectorale regelingen zorgen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten ervoor dat ten aanzien van controles en verificaties ter plaatse overeenkomstig artikel 3 passende actie wordt ondernomen, waaraan het Bureau overeenkomstig het nationale recht kan deelnemen. De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten stellen het Bureau desgevraagd in kennis van de eventueel naar aanleiding daarvan ondernomen actie en van hun bevindingen met betrekking tot de in de eerste alinea van dit lid bedoelde aanwijzingen.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Samengevoegd met artikel 3, lid 10, dat kan worden geschrapt.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 1 – zin 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:

Schrappen

"Onverminderd artikel 12 quinquies kan de directeur-generaal een onderzoek openen bij voldoende ernstige verdenking van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, ook indien de informatie dienaangaande door derden of anoniem wordt verstrekt.";

 

Motivering

Technische schrapping in verband met de voorgestelde herformulering van dit lid.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a bis)  lid 1 wordt vervangen door:

1. De directeur-generaal kan een onderzoek openen bij voldoende ernstige verdenking van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, ook indien de desbetreffende informatie door derden of anoniem wordt verstrekt. Bij het besluit van de directeur-generaal om al dan niet een onderzoek te openen, wordt rekening gehouden met de prioriteiten van het beleid inzake onderzoeken en het overeenkomstig artikel 17, lid 5, vastgestelde jaarlijkse beheersplan van het Bureau. Bij dit besluit wordt tevens gelet op het efficiënte gebruik van de middelen van het Bureau en het evenredige karakter van de gebruikte middelen. Bij interne onderzoeken wordt met name nagegaan welke instelling, orgaan of instantie het best geplaatst is om het onderzoek te verrichten, op basis van met name de aard van de feiten, de daadwerkelijke of potentiële financiële gevolgen van het geval in kwestie, en de kans op gerechtelijke follow-up.

"1. Onverminderd artikel 12 quinquies kan de directeur-generaal een onderzoek openen bij voldoende ernstige verdenking van fraude, corruptie of andere onwettige activiteit of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, ook indien de informatie dienaangaande door derden of anoniem wordt verstrekt. De evaluatieperiode die aan het besluit voorafgaat bedraagt hoogstens twee maanden. Indien de informant die de onderliggende informatie heeft verstrekt, bekend is, wordt deze op passende wijze in kennis gesteld.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&from=NL)

Motivering

De invoering van prioriteiten van het beleid inzake onderzoeken is niet nuttig gebleken. Bovendien moet worden vermeden dat op microschaal wordt bepaald hoe de directeur-generaal zijn taken moet uitvoeren. (Dit amendement vervangt amendement 31 van het ontwerpverslag – "kan" is opnieuw ingevoegd.)

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a ter)  in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

Het besluit om een extern onderzoek te openen, wordt genomen door de directeur-generaal, die handelt op eigen initiatief dan wel op verzoek van een betrokken lidstaat of een instelling, orgaan of instantie van de Unie.

"Het besluit om een onderzoek te openen, wordt genomen door de directeur-generaal, die handelt op eigen initiatief dan wel op verzoek van een instelling, orgaan of instantie van de Unie, of op verzoek van een lidstaat.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Alinea's zijn samengevoegd als gevolg van de afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a quater)  in lid 2 wordt de tweede alinea geschrapt;

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Alinea's zijn samengevoegd als gevolg van de afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a quinquies)  lid 3 wordt vervangen door:

3.  Zolang de directeur-generaal overweegt om naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in lid 2 al dan niet een onderzoek te openen, en/of wanneer het Bureau een intern onderzoek verricht, openen de instellingen, organen en instanties in kwestie geen parallel onderzoek naar dezelfde feiten, tenzij anderszins met het Bureau is overeengekomen.

"3.  Zolang de directeur-generaal overweegt om naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in lid 2 al dan niet een onderzoek te openen, en/of wanneer het Bureau een dergelijk onderzoek verricht, openen de instellingen, organen en instanties in kwestie geen parallel onderzoek naar dezelfde feiten, tenzij anderszins met het Bureau is overeengekomen. Dit lid is niet van toepassing op onderzoeken door het EOM overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Aangepast in overeenstemming met de afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 3 – laatste zin

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  aan lid 3 wordt de volgende zin toegevoegd:

Schrappen

"Dit lid is niet van toepassing op onderzoeken door het EOM overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939.";

 

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Technische schrapping – zie vorig amendement.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b bis)  lid 5 wordt vervangen door:

5. Indien de directeur-generaal besluit geen intern onderzoek te openen, kan hij alle relevante informatie onverwijld aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie doen toekomen, opdat naar aanleiding daarvan overeenkomstig de op de instelling, het orgaan of de instantie toepasselijke regels passende actie kan worden ondernomen. In voorkomend geval komt het Bureau met de instelling, het orgaan of de instantie passende maatregelen overeen om de bron van die informatie geheim te houden, en zo nodig vraagt het Bureau om in kennis te worden gesteld van de ondernomen actie.";

"5. Indien de directeur-generaal besluit geen onderzoek te openen binnen de instellingen, organen en instanties, ondanks voldoende ernstige verdenking van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten of onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, doet hij alle relevante informatie onverwijld aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie toekomen, opdat naar aanleiding daarvan overeenkomstig de op de instelling, het orgaan of de instantie toepasselijke regels passende actie kan worden ondernomen. In voorkomend geval komt het Bureau met de instelling, het orgaan of de instantie passende maatregelen overeen om de bron van die informatie geheim te houden, en zo nodig vraagt het Bureau om in kennis te worden gesteld van de ondernomen actie.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&from=NL)

Motivering

Dit amendement vervangt amendement 36 van het ontwerpverslag.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Indien de directeur-generaal besluit geen extern onderzoek te openen, kan hij alle relevante informatie onverwijld aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat doen toekomen, opdat naar aanleiding daarvan overeenkomstig het Unierecht en het nationale recht passende actie kan worden ondernomen. Indien nodig stelt het Bureau ook de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie van zijn besluit in kennis.

6.  Indien de directeur-generaal besluit geen controle of verificatie ter plaatse overeenkomstig artikel 3 uit te voeren, ondanks voldoende ernstige verdenking van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten of onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, doet hij alle relevante informatie onverwijld aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat toekomen, opdat naar aanleiding daarvan overeenkomstig het Unierecht en het nationale recht passende actie kan worden ondernomen. Indien nodig stelt het Bureau ook de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie van zijn besluit in kennis.

Motivering

Dit amendement vervangt amendement 37 van het ontwerpverslag.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  het volgende lid 6 bis wordt toegevoegd:

 

"6 bis.  De directeur-generaal stelt het Comité van toezicht overeenkomstig artikel 17, lid 5, periodiek in kennis van de gevallen waarin hij heeft besloten geen onderzoek in te stellen, onder vermelding van de redenen voor dat besluit.";

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter -a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  in artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:

1.  De directeur-generaal geeft leiding bij het verrichten van onderzoeken, in voorkomend geval op basis van schriftelijke instructies. Onderzoeken worden onder zijn leiding uitgevoerd door personeelsleden van het Bureau die hij heeft aangewezen.

"1.  De directeur-generaal geeft leiding bij het verrichten van onderzoeken, in voorkomend geval op basis van schriftelijke instructies. Onderzoeken worden onder zijn leiding uitgevoerd door personeelsleden van het Bureau die hij heeft aangewezen. De directeur-generaal voert zelf geen onderzoeken uit.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter c bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 3 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c bis)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

De instellingen, organen en instanties zien erop toe dat hun ambtenaren, andere personeelsleden, leden, hoofden of personeelsleden het personeel van het Bureau de nodige bijstand verlenen bij de doeltreffende uitvoering van zijn taken.

De instellingen, organen en instanties zien erop toe dat hun ambtenaren, andere personeelsleden, leden, hoofden of personeelsleden het personeel van het Bureau de nodige bijstand verlenen bij de doeltreffende uitvoering van zijn taken overeenkomstig deze verordening en zonder onnodige vertraging.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32013R0883)

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter c ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c ter)  lid 4 wordt geschrapt;

4.  Indien een onderzoek zowel externe als interne aspecten omvat, zijn respectievelijk artikel 3 en artikel 4 van toepassing.

 

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Technische schrapping als gevolg van de afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter c quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 6 – inleidende formule

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c quater)  in lid 6 wordt de inleidende formule vervangen door:

6.  Wanneer in de loop van een onderzoek blijkt dat het wenselijk zou kunnen zijn om administratieve voorzorgsmaatregelen te nemen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, stelt het Bureau de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie onverwijld in kennis van het lopende onderzoek. Hierbij worden de volgende gegevens verstrekt:";

"6.  Wanneer in de loop van een onderzoek blijkt dat het wenselijk zou kunnen zijn om administratieve voorzorgsmaatregelen te nemen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, stelt het Bureau de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie onverwijld in kennis van het lopende onderzoek en doet het voorstellen voor te nemen maatregelen. Hierbij worden de volgende gegevens verstrekt:";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter c quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 6 – alinea 1 – letter b

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c quinquies)  in de eerste alinea van lid 6 wordt punt b) vervangen door:

b)  alle informatie die de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie kan helpen te beslissen of het wenselijk is administratieve voorzorgsmaatregelen te nemen om de financiële belangen van de Unie te beschermen;

"b)  alle informatie die de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie kan helpen bij het nemen van een besluit over passende administratieve voorzorgsmaatregelen die moeten worden getroffen om de financiële belangen van de Unie te beschermen;";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter c sexies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 6 – alinea 1 – letter c

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c sexies)  in de eerste alinea van lid 6 wordt punt c) vervangen door:

c)  de aanbevolen bijzondere maatregelen inzake geheimhouding, met name wanneer onderzoeksmaatregelen worden gebruikt die tot de bevoegdheid van een nationale gerechtelijke autoriteit behoren, of in het geval van een extern onderzoek tot de bevoegdheid van een nationale autoriteit, overeenkomstig de op onderzoeken toepasselijke nationale voorschriften.

"c)  de aanbevolen bijzondere maatregelen inzake geheimhouding, met name wanneer onderzoeksmaatregelen worden gebruikt die tot de bevoegdheid van een nationale gerechtelijke autoriteit of een andere nationale autoriteit behoren, overeenkomstig de op onderzoeken toepasselijke nationale voorschriften.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Technische aanpassing als gevolg van de afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter d

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"De instelling, het orgaan of de instantie in kwestie kan, in aanvulling op de eerste alinea, te allen tijde het Bureau raadplegen om, in nauwe samenwerking met het Bureau, te besluiten alle passende voorzorgsmaatregelen te nemen, inclusief maatregelen ter bescherming van bewijsmiddelen, en stelt het Bureau onverwijld in kennis van dit besluit.";

"De instelling, het orgaan of de instantie in kwestie stelt, in aanvulling op de eerste alinea, het Bureau onverwijld in kennis van elke afwijking van de voorgestelde voorzorgsmaatregelen en de redenen voor de afwijking.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter e

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"8.  "Indien een onderzoek niet kan worden afgesloten binnen twaalf maanden nadat het is geopend, brengt de directeur-generaal, na het verstrijken van die twaalf maanden, en vervolgens om de zes maanden, verslag uit aan het Comité van toezicht, onder vermelding van de redenen die het oponthoud veroorzaken en, in voorkomend geval, de overwogen maatregelen om het onderzoek sneller te doen verlopen.";

"8.  Indien een onderzoek niet kan worden afgesloten binnen twaalf maanden nadat het is geopend, brengt de directeur-generaal, na het verstrijken van die twaalf maanden, en vervolgens om de zes maanden, verslag uit aan het Comité van toezicht, met gedetailleerde opgave van de redenen die het oponthoud veroorzaken en de genomen maatregelen om het onderzoek sneller te doen verlopen.";

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter e bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 8 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  het volgende lid 8 bis wordt toegevoegd:

 

"8 bis.   Het verslag omvat ten minste een beknopte beschrijving van de feiten, de juridische kwalificatie ervan, een beoordeling van de schade die is veroorzaakt of waarschijnlijk wordt veroorzaakt, de einddatum van de wettelijke verjaringstermijn, de redenen waarom de periode van twaalf maanden niet kon worden nageleefd, en, in voorkomend geval, de corrigerende maatregelen die worden overwogen om het onderzoek sneller te doen verlopen.";

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter -a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 1 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  lid 1 wordt vervangen door:

1.  De instellingen, organen en instanties geven alle informatie betreffende mogelijke gevallen van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, onverwijld aan het Bureau door.

"1.  De instellingen, organen en instanties geven alle informatie betreffende mogelijke gevallen van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, onverwijld aan het Bureau door. Deze verplichting is van toepassing op het EOM wanneer de desbetreffende gevallen niet onder zijn mandaat vallen overeenkomstig hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2017/1939.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Zie amendement op artikel 1, lid 1.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Wanneer de instellingen, organen en instanties overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1939 aan het EOM een melding doen, kunnen zij in plaats daarvan aan het Bureau een afschrift van de aan het EOM toegezonden melding doorgeven.";

"Wanneer de instellingen, organen en instanties overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1939 aan het EOM een melding doen, kunnen zij voldoen aan de in de eerste alinea bedoelde verplichting door aan het Bureau een afschrift van de aan het EOM toegezonden melding door te geven.";

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief alle documenten en informatie in hun bezit die verband houden met een lopend onderzoek van het Bureau aan het Bureau door.

De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief onverwijld alle documenten en informatie in hun bezit die verband houden met een lopend onderzoek van het Bureau aan het Bureau door.";

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter c

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven alle andere relevant geachte documenten en informatie in hun bezit die verband houden met de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, aan het Bureau door.";

3.  De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, geven onverwijld, op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief, alle andere relevant geachte documenten en informatie in hun bezit die verband houden met de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten of onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, aan het Bureau door.

Motivering

Zie amendement op artikel 1, lid 1.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter d

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 4 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dit artikel is niet van toepassing op het EOM met betrekking tot strafbare feiten ten aanzien waarvan het zijn bevoegdheid kan uitoefenen overeenkomstig de artikelen 22 en 25 van Verordening (EU) 2017/1939.

Dit artikel is niet van toepassing op het EOM met betrekking tot strafbare feiten ten aanzien waarvan het zijn bevoegdheid kan uitoefenen overeenkomstig hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2017/1939.

Motivering

Hier moet naar het gehele hoofdstuk IV van de EOM-verordening worden verwezen om te verzekeren dat er geen relevante bepaling wordt vergeten (zie ook artikel 12 quater, lid 1).

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter -a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 9 – lid 2 – alinea 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  in lid 2 wordt de vierde alinea vervangen door:

De in de tweede en de derde alinea bedoelde voorschriften gelden niet voor het afnemen van verklaringen in het kader van controles en verificaties ter plaatse.

"De in de tweede en de derde alinea bedoelde voorschriften gelden niet voor het afnemen van verklaringen in het kader van controles en verificaties ter plaatse. Voordat een verklaring wordt afgenomen, wordt de betrokken persoon echter in kennis gesteld van zijn rechten, met name het recht te worden bijgestaan door een persoon naar keuze.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&from=NL)

Motivering

Zie het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 in verband met de aanstelling van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen, COM (2014) 340 final.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter -a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 9 – lid 4 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a bis)  in lid 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

Daartoe nodigt het Bureau de betrokken persoon uit om schriftelijk dan wel in een onderhoud met door het Bureau aangewezen personeelsleden zijn oordeel over de feiten te geven. De uitnodiging bevat een samenvatting van de feiten die de betrokken persoon betreffen, alsmede de bij de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 45/2001 voorgeschreven informatie, en vermeldt de termijn voor het indienen van opmerkingen, die ten minste tien werkdagen vanaf de ontvangst van de uitnodiging tot het geven van zijn oordeel bedraagt. Deze termijn kan worden verkort met de uitdrukkelijke instemming van de betrokken persoon of om terdege gemotiveerde redenen van spoedeisendheid van het onderzoek. In het eindverslag van het onderzoek wordt naar dat oordeel verwezen.

"Daartoe nodigt het Bureau de betrokken persoon uit om schriftelijk dan wel in een onderhoud met door het Bureau aangewezen personeelsleden zijn oordeel over de feiten te geven. De uitnodiging bevat een samenvatting van de feiten die de betrokken persoon betreffen, alsmede de bij de artikelen 15 en 16 van Verordening (EU) nr. 2018/1725 voorgeschreven informatie, en vermeldt de termijn voor het indienen van opmerkingen, die ten minste tien werkdagen vanaf de ontvangst van de uitnodiging tot het geven van zijn oordeel bedraagt. Deze termijn kan worden verkort met de uitdrukkelijke instemming van de betrokken persoon of om terdege gemotiveerde redenen van spoedeisendheid van het onderzoek. In het eindverslag van het onderzoek wordt naar dat oordeel verwezen.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&from=NL)

Motivering

Technische wijziging: op 11 december 2018 is Verordening (EG) nr. 45/2001 ingetrokken en vervangen door Verordening (EU) 2018/1725.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 9 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  het volgende lid 5 bis wordt toegevoegd:

 

"5 bis.  Voor gevallen waarin het Bureau een gerechtelijke follow-up aanbeveelt, en onverminderd de geheimhoudingsrechten van klokkenluiders en informanten, heeft de betrokken persoon toegang tot het overeenkomstig artikel 11 door het Bureau naar aanleiding van zijn onderzoek opgestelde verslag en tot alle andere relevante documenten, voor zover deze verband houden met die persoon en indien, in voorkomend geval, noch het EOM noch de nationale gerechtelijke autoriteiten binnen een termijn van zes maanden bezwaar maken. Er kan ook toestemming door de bevoegde rechterlijke instantie worden verleend vóór die termijn is verstreken.";

Motivering

Dit amendement sluit hoofdzakelijk aan op amendement 51 van de rapporteur. Een termijn is noodzakelijk om te voorkomen dat de toegang tot het verslag onnodig wordt vertraagd. Tegelijkertijd is er een procedure nodig om te voorkomen dat voortijdige toegang tot het dossier de follow-uponderzoeken of -procedures in het geding zou brengen.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – punt 8 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

 

"Artikel 9 bis

 

Toezichthouder op de procedurewaarborgen

 

1.   De Commissie benoemt, volgens de in lid 2 bedoelde procedure, een Toezichthouder op de procedurewaarborgen (hierna "de Toezichthouder" genoemd), voor een niet-verlengbare termijn van vijf jaar. Na afloop van zijn ambtstermijn blijft hij in functie totdat in zijn vervanging is voorzien.

 

2.   Na een oproep tot kandidaatstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie stelt de Commissie een lijst op van geschikte kandidaten voor het ambt van Toezichthouder. De Commissie benoemt de Toezichthouder na overleg met het Europees Parlement en de Raad.

 

3.   De Toezichthouder beschikt over de nodige kwalificaties en ervaring op het gebied van procedurerechten en -waarborgen.

 

4.   De Toezichthouder oefent zijn taken in volledige onafhankelijkheid uit en vraagt noch aanvaardt daarbij instructies van anderen.

 

5.   De Toezichthouder ziet toe op de eerbiediging van de procedurerechten en -waarborgen door het Bureau. Hij is verantwoordelijk voor de behandeling van de klachten die het Bureau ontvangt.

 

6.   De Toezichthouder brengt over de uitoefening van deze functie jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Comité van toezicht en het Bureau. In dit verslag verwijst hij niet naar afzonderlijke onderzoeken en neemt hij de vertrouwelijkheid van onderzoeken in acht, zelfs als deze zijn afgesloten.";

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 9 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 ter)  artikel 9 ter wordt ingevoegd:

 

"Artikel 9 ter

 

Klachtenmechanisme

 

1.   Het Bureau neemt in samenwerking met de Toezichthouder de nodige maatregelen om een klachtenmechanisme op te zetten om de eerbiediging van de procedurewaarborgen bij alle activiteiten van het Bureau te controleren en te verzekeren.

 

2.   Elke in een onderzoek door het Bureau betrokken persoon heeft het recht bij de Toezichthouder een klacht in te dienen met betrekking tot de naleving door het Bureau van de procedurewaarborgen waarin artikel 9 voorziet. De indiening van een klacht heeft geen opschortend effect op de uitvoering van het lopende onderzoek.

 

3.   De betrokken persoon beschikt over een termijn van uiterlijk één maand nadat hij kennis heeft gekregen van de feiten die de vermeende schending van de procedurewaarborgen vormen om een klacht hierover in te dienen. Er kan geen klacht meer worden ingediend als het onderzoek langer dan één maand is afgesloten. Klachten met betrekking tot de in artikel 9, leden 2 en 4, bedoelde termijn worden ingediend vóór het verstrijken van de desbetreffende termijn.

 

4.  De Toezichthouder stelt de directeur-generaal van het Bureau onmiddellijk in kennis wanneer hij een klacht ontvangt en geeft het Bureau 15 werkdagen de tijd om een oplossing te vinden.

 

5.   Onverminderd artikel 10 van deze verordening verstrekt het Bureau de Toezichthouder alle informatie die de Toezichthouder mogelijk nodig heeft om een aanbeveling uit te brengen.

 

6.  De Toezichthouder brengt onverwijld een aanbeveling over de klacht uit en uiterlijk twee maanden nadat het Bureau hem kennis heeft gegeven van de actie die het heeft ondernomen om de kwestie op te lossen of nadat de termijn van lid 3 is verstreken. De aanbeveling wordt aan het Bureau gedaan en aan de klager ter kennis gegeven. In uitzonderlijke gevallen kan de Toezichthouder besluiten de termijn voor het uitbrengen van een aanbeveling met 15 dagen te verlengen. De Toezichthouder stelt de directeur-generaal per brief in kennis van de redenen voor de verlenging. Indien de Toezichthouder binnen de in dit lid bepaalde termijnen geen aanbeveling uitbrengt, wordt aangenomen dat de Toezichthouder de klacht zonder aanbeveling heeft afgewezen.

 

7.  Zonder inmenging in het lopende onderzoek beoordeelt de Toezichthouder de klacht in een procedure waarbij beide partijen worden gehoord. Voor zover zij hiermee instemmen, kan de Toezichthouder getuigen verzoeken om schriftelijk of mondeling toelichtingen te verstrekken die hij relevant acht om de feiten te beoordelen.

 

8.  De directeur-generaal volgt de aanbeveling van de Toezichthouder met betrekking tot de kwestie en mag alleen in naar behoren gemotiveerde gevallen hiervan afwijken. Indien de directeur-generaal van de aanbeveling van de Toezichthouder afwijkt, stelt hij de klager en de Toezichthouder in kennis van de voornaamste redenen voor dit besluit, voor zover dit het lopende onderzoek niet beïnvloedt. Deze redenen worden uiteengezet in een nota die bij het eindverslag van het onderzoek wordt gevoegd.

 

9.  De directeur-generaal kan de Toezichthouder om advies vragen over elke aangelegenheid die verband houdt met de inachtneming van de procedurewaarborgen en onder het mandaat van de Toezichthouder valt, onder andere over besluiten om de betrokkene overeenkomstig artikel 9, lid 3, niet in kennis te stellen. De directeur-generaal vermeldt in een dergelijk verzoek binnen welke termijn de Toezichthouder moet antwoorden.

 

10.  Onverminderd de termijnen waarin artikel 90 bis van het Statuut voorziet, zal in gevallen waarin door een ambtenaar of een ander personeelslid van de Unie een klacht in de zin van artikel 90 bis van het Statuut is ingediend bij de directeur-generaal alsook een klacht over dezelfde aangelegenheid bij de Toezichthouder, de directeur-generaal de aanbeveling van de Toezichthouder afwachten voordat hij de klacht beantwoordt.";

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter -a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 10 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  lid 1 wordt vervangen door:

1. De in het kader van externe onderzoeken doorgegeven of verkregen gegevens zijn, ongeacht de vorm ervan, beschermd door de bepalingen die betrekking hebben op deze onderzoeken.

"1. De in het kader van onderzoeken buiten de instellingen, organen en instanties doorgegeven of verkregen gegevens zijn, ongeacht de vorm ervan, beschermd door de bepalingen in nationale en Uniewetgeving die betrekking hebben op deze onderzoeken.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&from=NL)

Motivering

Dit amendement vervangt amendement 54 van het ontwerpverslag.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter -a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 10 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a bis)  lid 2 wordt vervangen door:

2.  De in het kader van interne onderzoeken doorgegeven of verkregen gegevens vallen, ongeacht de vorm ervan, onder het beroepsgeheim en genieten de bescherming van de bepalingen die van toepassing zijn op de instellingen van de Unie.

"2.  De in het kader van onderzoeken binnen de instellingen, organen en instanties doorgegeven of verkregen gegevens vallen, ongeacht de vorm ervan, onder het beroepsgeheim en genieten de bescherming van de bepalingen die van toepassing zijn op de instellingen van de Unie.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

In overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter -a ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 10 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a ter)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

 

"3 bis.  Het Bureau maakt zijn verslagen en aanbevelingen openbaar nadat alle verwante nationale en Unieprocedures door de verantwoordelijke instanties zijn afgesloten en de openbaarmaking de onderzoeken niet langer in het geding brengt. De openbaarmaking gebeurt volgens de in dit artikel en in artikel 1 vastgestelde regels en beginselen voor gegevensbescherming.";

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 10 – lid 4 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Het Bureau wijst een functionaris voor gegevensbescherming aan overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 45/2001.";

"Het Bureau wijst een functionaris voor gegevensbescherming aan overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 2018/1725.";

Motivering

Technische wijziging: op 11 december 2018 is Verordening (EG) nr. 45/2001 ingetrokken en vervangen door Verordening (EU) 2018/1725.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  het volgende lid 5 bis wordt toegevoegd:

 

"5 bis.  Personen die strafbare feiten en inbreuken in verband met de financiële belangen van de Unie melden bij het Bureau, worden volledig beschermd, met name door middel van de Europese wetgeving inzake de bescherming van personen die inbreuken op het recht van de Unie melden.";

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Het verslag kan vergezeld gaan van aanbevelingen van de directeur-generaal betreffende te ondernemen actie. De aanbevelingen vermelden in voorkomend geval of er door de instellingen, organen en instanties en door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten tuchtrechtelijke, administratiefrechtelijke, financiële en/of gerechtelijke acties dienen te worden ondernomen; in het bijzonder worden de geschatte in te vorderen bedragen en de voorlopige juridische kwalificatie van de geconstateerde feiten vermeld.

"Het verslag gaat vergezeld van aanbevelingen van de directeur-generaal betreffende te ondernemen actie. De aanbevelingen vermelden in voorkomend geval of er door de instellingen, organen en instanties en door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten tuchtrechtelijke, administratiefrechtelijke, financiële en/of gerechtelijke acties dienen te worden ondernomen; in het bijzonder worden de geschatte in te vorderen bedragen en de voorlopige juridische kwalificatie van de geconstateerde feiten vermeld.";

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

"Het Bureau neemt passende interne maatregelen om de consistente kwaliteit van de eindverslagen en aanbevelingen te waarborgen en gaat na of de richtsnoeren betreffende onderzoeksprocedures moeten worden herzien om eventuele inconsistenties aan te pakken.";

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na eenvoudige controle van hun authenticiteit zijn verslagen die op basis daarvan zijn opgesteld, toelaatbaar als bewijs in gerechtelijke procedures van niet-strafrechtelijke aard voor nationale gerechten en in administratieve procedures in de lidstaten.

Na eenvoudige controle van hun authenticiteit zijn verslagen die op basis daarvan zijn opgesteld, met inbegrip van alle bewijsstukken die ter ondersteuning bij deze verslagen zijn gevoegd, toelaatbaar als bewijs in gerechtelijke procedures voor nationale gerechten en in administratieve procedures in de lidstaten. Deze verordening laat de bevoegdheid van nationale gerechten om het bewijs vrij te beoordelen onverlet.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verslagen van het Bureau zijn op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als door de nationale administratieve controleurs opgestelde administratieve verslagen toelaatbaar als bewijs in strafrechtelijke procedures van de lidstaat waar het gebruik ervan nodig blijkt. De verslagen worden beoordeeld volgens dezelfde regels als administratieve verslagen van de nationale administratieve controleurs en hebben dezelfde bewijskracht.

Schrappen

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen het Bureau in kennis van alle regels van nationaal recht die relevant zijn voor de toepassing van de derde alinea.

De lidstaten stellen het Bureau in kennis van alle regels van nationaal recht die relevant zijn voor de toepassing van de eerste alinea.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

"De nationale gerechten stellen het Bureau in kennis van elke uitsluiting van bewijs overeenkomstig dit lid. De kennisgeving bevat de rechtsgrondslag en een uitgebreide motivering van de uitsluiting. De directeur-generaal evalueert in zijn jaarverslagen overeenkomstig artikel 17, lid 4, de toelaatbaarheid van bewijs in de lidstaten.";

Motivering

Dit mondeling amendement brengt amendement 155 in overeenstemming met de algemene aanpak voor de toelaatbaarheid van bewijsmateriaal en houdt rekening met de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter c

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De na afloop van een extern onderzoek opgestelde verslagen en aanbevelingen en alle relevante daarmee verband houdende documenten worden overeenkomstig de regels betreffende externe onderzoeken toegezonden aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en, indien noodzakelijk, aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie. Die instellingen, organen of instanties ondernemen de acties die op grond van de resultaten van het externe onderzoek geboden zijn en brengen daarover verslag uit aan het Bureau binnen de in de aanbevelingen die het verslag vergezellen bepaalde termijn, en bovendien op verzoek van het Bureau.";

3.  De na afloop van een onderzoek opgestelde verslagen en aanbevelingen en alle relevante daarmee verband houdende documenten worden, op passende wijze, overeenkomstig de regels betreffende onderzoeken toegezonden aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie. Die instellingen, organen of instanties ondernemen de acties, in het bijzonder de acties van tuchtrechtelijke of juridische aard, die op grond van de resultaten van het onderzoek geboden zijn en brengen daarover verslag uit aan het Bureau binnen de in de aanbevelingen die het verslag vergezellen bepaalde termijn, en bovendien op verzoek van het Bureau. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten brengen binnen negen maanden verslag uit aan het Bureau over de acties die zijn ondernomen naar aanleiding van het zaakverslag.";

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter c bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c bis)  lid 4 wordt geschrapt;

4.  De na afloop van een intern onderzoek opgestelde verslagen en aanbevelingen en alle relevante daarmee verband houdende documenten worden aan de betrokken instellingen, organen of instanties toegezonden. Die instellingen, organen of instanties ondernemen de acties, in het bijzonder de acties van tuchtrechtelijke of juridische aard, die op grond van de resultaten van het interne onderzoek geboden zijn en brengen daarover verslag uit aan het Bureau binnen de in de aanbevelingen die het verslag vergezellen bepaalde termijn, en bovendien op verzoek van het Bureau.

 

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Samengevoegd met lid 3.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter c ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c ter)  artikel 11, lid 5, wordt vervangen door:

5.  Wanneer uit het na afloop van een intern onderzoek opgestelde verslag blijkt dat sprake is van strafrechtelijk vervolgbare feiten, wordt deze informatie doorgegeven aan de gerechtelijke autoriteiten van de betrokken lidstaat.

"5.  Wanneer uit het na afloop van een onderzoek opgestelde verslag blijkt dat sprake is van strafrechtelijk vervolgbare feiten, wordt deze informatie onverwijld doorgegeven aan de gerechtelijke autoriteiten van de betrokken lidstaat, onverminderd de artikelen 12 quater en 12 quinquies.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter c quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quater)   het volgende lid 6 bis wordt ingevoegd:

 

"6 bis.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de instellingen, organen en instanties zorgen ervoor dat de overeenkomstig de leden 1 en 3 door de directeur-generaal uitgevaardigde tuchtrechtelijke, administratiefrechtelijke, financiële en gerechtelijke aanbevelingen worden opgevolgd, en doen het Bureau uiterlijk 31 maart van elk jaar een gedetailleerd verslag van de ondernomen acties toekomen, met de redenen voor het niet ten uitvoer leggen van aanbevelingen van het Bureau, indien van toepassing.";

Motivering

Aanvulling op amendement 63 van de rapporteur.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter c quinquies (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 8

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c quinquies)  artikel, lid 8, wordt als volgt gewijzigd:

8.  Indien een informant die het Bureau tot een onderzoek leidende of op een onderzoek betrekking hebbende informatie heeft verstrekt, daarom verzoekt, kan het Bureau deze informant ervan in kennis stellen dat het onderzoek is afgesloten. Het Bureau kan een dergelijk verzoek evenwel afwijzen indien het van oordeel is dat het verzoek afbreuk zou kunnen doen aan de rechtmatige belangen van de betrokken persoon, aan de doeltreffendheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan te ondernemen actie dan wel aan geheimhoudingsvoorschriften.";

"8.  Indien een informant het Bureau informatie heeft verstrekt die tot een onderzoek heeft geleid, stelt het Bureau deze informant ervan in kennis dat het onderzoek is afgesloten. Het Bureau kan een dergelijk verzoek evenwel afwijzen indien het van oordeel is dat het verzoek afbreuk zou kunnen doen aan de rechtmatige belangen van de betrokken persoon, aan de doeltreffendheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan te ondernemen actie dan wel aan geheimhoudingsvoorschriften.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 11 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  na artikel 11 wordt een nieuw artikel 11 bis ingevoegd:

 

"Artikel 11 bis

 

Beroep bij het Gerecht

 

Elke betrokken persoon kan tegen de Commissie beroep instellen tot nietigverklaring van het overeenkomstig artikel 11, lid 3 aan de nationale autoriteiten of de instellingen toegezonden onderzoeksverslag op grond van onbevoegdheid, niet-naleving van een essentiële procedurevereiste, schending van de Verdragen, met inbegrip van het Handvest van de grondrechten, of machtsmisbruik.";

Motivering

Op dit moment is het niet mogelijk een rechtsvordering in te stellen tegen een definitief verslag van OLAF. Dit amendement heeft tot doel effectieve rechtsbescherming tot stand te brengen zoals het Handvest van de grondrechten voorschrijft.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter -a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  lid 1 wordt vervangen door:

1.  Onverminderd de artikelen 10 en 11 van deze verordening en de bepalingen van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96, kan het Bureau de informatie die het in het kader van externe onderzoeken heeft verkregen te gelegener tijd aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten doorgeven teneinde hen in staat te stellen overeenkomstig hun nationale recht passende actie te ondernemen.

"1.  Onverminderd de artikelen 10 en 11 van deze verordening en de bepalingen van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96, kan het Bureau de informatie die het in het kader van controles of verificaties ter plaatse overeenkomstig artikel 3 heeft verkregen te gelegener tijd aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten doorgeven teneinde hen in staat te stellen overeenkomstig hun nationale recht passende actie te ondernemen. Het kan ook informatie doorgeven aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie.";

Motivering

In overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 – lid 1 – laatste zin

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  aan lid 1 wordt de volgende zin toegevoegd:

Schrappen

"Het kan ook informatie doorgeven aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie.";

 

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 – lid 2 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a bis)  in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

Onverminderd de artikelen 10 en 11 geeft de directeur-generaal aan de gerechtelijke autoriteiten van de betrokken lidstaat de informatie door die het Bureau in het kader van interne onderzoeken heeft verkregen over feiten die tot de bevoegdheid van een nationale gerechtelijke autoriteit behoren.

"Onverminderd de artikelen 10 en 11 geeft de directeur-generaal aan de gerechtelijke autoriteiten van de betrokken lidstaat de informatie door die het Bureau in het kader van onderzoeken binnen de instellingen, organen en instanties heeft verkregen over feiten die tot de bevoegdheid van een nationale gerechtelijke autoriteit behoren.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

In overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat stellen, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, op eigen initiatief of op verzoek van het Bureau te gelegener tijd het Bureau in kennis van de actie die zij naar aanleiding van de krachtens dit artikel aan hen doorgegeven informatie hebben ondernomen.";

3.  "De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat stellen, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, binnen een maand het Bureau in kennis van de actie die zij naar aanleiding van de krachtens dit artikel aan hen doorgegeven informatie hebben ondernomen.";

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 ter – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

"3 bis.  De verplichtingen tot wederzijdse administratieve bijstand uit hoofde van Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad1 bis en Verordening (EG) nr. 608/20131 ter gelden eveneens voor coördinatieactiviteiten met betrekking tot de Europese structuur- en investeringsfondsen, in overeenstemming met dit artikel.";

 

_________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 082 van 22.3.1997, blz. 1).

 

1 ter Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 ... (EG) nr. 1383/2003 (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Bureau meldt het EOM zonder onnodige vertraging alle strafbare gedragingen ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen overeenkomstig artikel 22 en artikel 25, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2017/1939. De melding wordt in elke fase voor of tijdens een onderzoek van het Bureau toegezonden.

1.  Het Bureau meldt het EOM zonder onnodige vertraging alle strafbare gedragingen ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen overeenkomstig hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2017/1939. De melding wordt zo vroeg mogelijk voor of tijdens een onderzoek van het Bureau toegezonden.

Motivering

Hier moet naar het gehele hoofdstuk IV van de EOM-verordening worden verwezen om te verzekeren dat er geen relevante bepaling wordt vergeten.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de feiten, met inbegrip van een beoordeling van de schade die is berokkend of wellicht zal worden berokkend, de mogelijke juridische kwalificatie, en eventuele beschikbare informatie over potentiële slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen.

2.  Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de feiten en bij het Bureau bekende informatie, met inbegrip van een beoordeling van de schade die is berokkend of wellicht zal worden berokkend, ingeval het Bureau over dergelijke informatie beschikt, de mogelijke juridische kwalificatie, en eventuele beschikbare informatie over potentiële slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen. Het Bureau doet het verslag en alle eventuele andere relevante, in zijn bezit zijnde informatie over de zaak, aan het EOM toekomen.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In gevallen waarin de door het Bureau ontvangen informatie niet de in lid 2 omschreven elementen omvat, en er geen onderzoek van het Bureau aan de gang is, kan het Bureau overgaan tot een voorlopige evaluatie van de vermoedens. De evaluatie wordt snel verricht en in elk geval binnen twee maanden na ontvangst van de informatie. In de loop van deze evaluatie zijn artikel 6 en artikel 8, lid 2, van toepassing.

In gevallen waarin de door het Bureau ontvangen informatie niet de in lid 2 omschreven elementen omvat, en er geen onderzoek van het Bureau aan de gang is, kan het Bureau overgaan tot een voorlopige evaluatie van de vermoedens. De evaluatie wordt onverwijld verricht en in elk geval binnen twee maanden na ontvangst van de informatie. In de loop van deze evaluatie zijn artikel 6 en artikel 8, lid 2, van toepassing. Het Bureau ziet af van het treffen van maatregelen die eventuele toekomstige onderzoeken van het EOM in gevaar kunnen brengen.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De instellingen, organen en instanties kunnen het Bureau verzoeken om over te gaan tot een voorlopige evaluatie van vermoedens die aan hen worden gemeld. Voor die verzoeken is lid 3 van toepassing.

5.  De instellingen, organen en instanties kunnen het Bureau verzoeken om over te gaan tot een voorlopige evaluatie van vermoedens die aan hen worden gemeld. Voor die verzoeken zijn de leden 1 tot en met 4 mutatis mutandis van toepassing. Het Bureau stelt de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie in kennis van de resultaten van de voorlopige evaluatie, tenzij de verstrekking van deze informatie een door het Bureau of het EOM gevoerd onderzoek in gevaar kan brengen.

Motivering

Zoals voorgesteld door het Comité van toezicht in zijn schrijven van 20 november 2018.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 2013/833

Artikel 12 quinquies – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De directeur-generaal opent geen onderzoek overeenkomstig artikel 5 als het EOM een onderzoek voert naar dezelfde feiten, tenzij in de in artikel 12 sexies of artikel 12 septies bedoelde gevallen.

1.   De directeur-generaal opent geen onderzoek overeenkomstig artikel 5 en zet een lopend onderzoek stop als het EOM een onderzoek voert naar dezelfde feiten, tenzij in de in artikel 12 sexies of artikel 12 septies bedoelde gevallen. De directeur-generaal stelt het EOM in kennis van elk besluit tot niet-opening of stopzetting dat om deze redenen is genomen.

Motivering

Aanvulling op amendement 74 van de rapporteur: verwijzing naar de taak van de rapporteur om het EOM in kennis te stellen van het niet openen van een zaak.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 quinquies – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van de eerste alinea controleert het Bureau overeenkomstig artikel 12 octies, lid 2, via het casemanagementsysteem van het EOM of het EOM een onderzoek voert. Het Bureau kan het EOM om verdere informatie verzoeken. Het EOM beantwoordt een dergelijk verzoek binnen tien werkdagen.

Voor de toepassing van de eerste alinea controleert het Bureau overeenkomstig artikel 12 octies, lid 2, via het casemanagementsysteem van het EOM of het EOM een onderzoek voert. Het Bureau kan het EOM om verdere informatie verzoeken. Het EOM beantwoordt een dergelijk verzoek binnen tien werkdagen. Deze termijn kan in uitzonderlijke gevallen worden verlengd indien voldaan is aan de voorwaarden die worden vastgesteld in de in artikel 12 octies, lid 1, bedoelde werkafspraken.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 quinquies – alinea 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer het Bureau overeenkomstig de eerste alinea zijn onderzoek afsluit, zijn artikel 9, lid 4, en artikel 11 niet van toepassing.

Motivering

Zie ook de door de Commissie voorgestelde tekst voor artikel 12 quinquies, lid 6.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 quinquies – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.   Op verzoek van het EOM ziet het Bureau af van het uitvoeren van bepaalde handelingen of maatregelen waardoor een door het EOM ingesteld onderzoek of ingestelde vervolging in gevaar kan worden gebracht. Het EOM stelt het Bureau onverwijld in kennis wanneer de redenen voor een dergelijk verzoek niet langer gelden.

Motivering

Gebaseerd op een voorstel van het Comité van toezicht in zijn schrijven van 20 november 2018.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 833/2013

Artikel 12 quinquies – lid 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.   Wanneer het EOM een onderzoek afsluit of stopzet waarover het al informatie van de directeur-generaal had ontvangen uit hoofde van lid 1, en dat relevant is voor de uitoefening van het mandaat van het Bureau, stelt het het Bureau daarvan onverwijld in kennis en kan het aanbevelingen doen ten aanzien van verdere administratieve onderzoeken.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 sexies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Overeenkomstig lid 1 wordt een verzoek schriftelijk doorgegeven en specificeert het de maatregel of maatregelen die het EOM aan het Bureau verzoekt te nemen en, zo nodig, het geplande tijdschema daarvoor. Het bevat informatie over het onderzoek van het EOM tot dusver, in zoverre dat relevant is voor het doel van het verzoek. Zo nodig kan het Bureau om aanvullende informatie verzoeken.

2.  Een overeenkomstig lid 1 ingediend verzoek wordt schriftelijk doorgegeven en bevat ten minste:

 

a)  informatie over het onderzoek van het EOM voor zover relevant voor het doel van het verzoek;

 

b)  de maatregel of maatregelen die het EOM aan het Bureau verzoekt te nemen;

 

c)  zo nodig, het geplande tijdschema daarvoor;

 

d)  instructies overeenkomstig lid 2 bis.

 

Zo nodig kan het Bureau om aanvullende informatie verzoeken.

Motivering

Nieuwe structuur en toevoeging op basis van een voorstel van het Comité van toezicht in zijn schrijven van 20 november 2018.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 sexies – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Teneinde de toelaatbaarheid van bewijs en de grondrechten en procedurewaarborgen te beschermen, kan het EOM, wanneer het Bureau op verzoek van het EOM ondersteunende of aanvullende maatregelen neemt overeenkomstig dit artikel, het Bureau opdragen hogere normen met betrekking tot de grondrechten, procedurewaarborgen en gegevensbescherming te hanteren dan deze verordening voorschrijft. Daarbij vermeldt het in detail de formele vereisten en procedures die moeten worden toegepast.

 

Indien het EOM deze specifieke instructies niet verstrekt, zijn hoofdstuk VI (procedurewaarborgen) en hoofdstuk VIII (gegevensbescherming) van Verordening (EU) nr. 2017/1939 dienovereenkomstig van toepassing op de maatregelen die overeenkomstig dit artikel door het Bureau worden uitgevoerd.

Motivering

De procedurewaarborgen en gegevensbeschermingsvoorschriften waarin de EOM-verordening voorziet, moeten van toepassing zijn op alle maatregelen die OLAF op verzoek van het EOM uitvoert, zodat er voor het EOM geen aansporing is om taken naar OLAF te delegeren met als enige doel om deze regels te omzeilen. Omvat voorstellen van het Comité van toezicht in zijn schrijven van 20 november 2018.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 septies – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In naar behoren gerechtvaardigde gevallen waarin de directeur-generaal van het Bureau het, ondanks een reeds lopend onderzoek van het EOM, aangewezen acht dat overeenkomstig het mandaat van het Bureau een onderzoek wordt geopend teneinde het nemen van voorzorgsmaatregelen of het ondernemen van financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties te faciliteren, stelt het Bureau het EOM schriftelijk en met vermelding van de aard en het doel van het onderzoek daarvan in kennis.

In naar behoren gerechtvaardigde gevallen waarin de directeur-generaal van het Bureau het, ondanks een reeds lopend onderzoek van het EOM, aangewezen acht dat overeenkomstig het mandaat van het Bureau een onderzoek wordt geopend of voortgezet teneinde het nemen van voorzorgsmaatregelen of het ondernemen van financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties te faciliteren, stelt het Bureau het EOM schriftelijk en met vermelding van de aard en het doel van het onderzoek daarvan in kennis en verzoekt het EOM om schriftelijke toestemming voor de opening van een aanvullend onderzoek.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 septies – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Binnen 30 dagen na ontvangst van deze informatie kan het EOM bezwaar maken tegen de opening van een onderzoek of tegen het verrichten van bepaalde handelingen met betrekking tot het onderzoek, wanneer dat nodig is om te voorkomen dat zijn eigen onderzoek of vervolging in gevaar wordt gebracht, en dat zolang deze redenen bestaan. Het EOM stelt het Bureau zonder onnodige vertraging in kennis wanneer de redenen voor het bezwaar niet langer gelden.

Binnen 20 werkdagen na ontvangst van deze informatie verleent het EOM toestemming voor of maakt het bezwaar tegen de opening of voortzetting van een onderzoek of tegen het verrichten van handelingen met betrekking tot het onderzoek, wanneer dat nodig is om te voorkomen dat zijn eigen onderzoek of vervolging in gevaar wordt gebracht, en dat zolang deze redenen bestaan. In naar behoren gemotiveerde gevallen kan het EOM de termijn met nog eens 10 werkdagen verlengen. Het stelt het Bureau daarvan in kennis.

 

Ingeval het EOM bezwaar maakt opent het Bureau geen aanvullend onderzoek. In dat geval stelt het EOM het Bureau zonder onnodige vertraging in kennis wanneer de redenen voor het bezwaar niet langer gelden.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 septies – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ingeval het EOM binnen de in de vorige alinea vastgestelde termijn geen bezwaar maakt, kan het Bureau een onderzoek openen en voert het dit onderzoek in nauw overleg met het EOM.

Ingeval het EOM toestemming geeft, kan het Bureau een onderzoek openen of voortzetten en voert het dit onderzoek in nauw overleg met het EOM.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 septies – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien het EOM niet binnen de in de tweede alinea vermelde termijn antwoordt, kan het Bureau in overleg treden met het EOM opdat binnen 10 dagen een besluit wordt genomen.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 octies – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien dit nodig is om de samenwerking met het EOM als beschreven in artikel 1, lid 4 bis, te faciliteren, maakt het Bureau administratieve afspraken met het EOM. Dergelijke werkafspraken kunnen bestaan uit praktische regelingen voor de uitwisseling van informatie, waaronder persoonsgegevens, operationele, strategische of technische informatie en gerubriceerde informatie. Ze omvatten gedetailleerde afspraken over de continue uitwisseling van informatie tijdens de ontvangst en de controle van vermoedens door beide instanties.

1.  Indien dit nodig is om de samenwerking met het EOM als beschreven in artikel 1, lid 4 bis, te faciliteren, maakt het Bureau administratieve afspraken met het EOM. Dergelijke werkafspraken kunnen bestaan uit praktische regelingen voor de uitwisseling van informatie, waaronder persoonsgegevens, operationele, strategische of technische informatie en gerubriceerde informatie, en voor de opzet van informatietechnologieplatformen, met inbegrip van een gemeenschappelijke aanpak voor upgrades en compatibiliteit van software. Ze omvatten gedetailleerde afspraken over de continue uitwisseling van informatie tijdens de ontvangst en de controle van vermoedens met het oog op de vaststelling van bevoegdheden ten aanzien van onderzoeken die door beide instanties worden gevoerd. Ze omvatten ook afspraken over de overdracht van bewijs tussen het Bureau en het EOM, alsook afspraken over de verdeling van de kosten.

 

Voorafgaand aan de vaststelling van de werkafspraken met het EOM zendt de directeur-generaal de ontwerpafspraken ter informatie toe aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, het Comité van toezicht en het Europees Parlement. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Comité van toezicht brengen hun advies onverwijld uit.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 octies – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indirecte raadpleging van de informatie in het casemanagementsysteem van het EOM vindt alleen plaats voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van de functies van het Bureau zoals vastgesteld in deze verordening en wordt naar behoren gemotiveerd en goedgekeurd via een door het Bureau ontworpen interne procedure. Het Bureau houdt een register bij van alle gevallen van toegang tot het casemanagementsysteem van het EOM.

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 12 octies – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De directeur-generaal van het Bureau en de Europese hoofdaanklager komen ten minste eenmaal per jaar bijeen om zaken van gemeenschappelijk belang te bespreken.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw) – letter a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 15 – lid 1 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(12 bis)  Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

 

(a)  in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

Het Comité van toezicht monitort in het bijzonder de ontwikkelingen betreffende de toepassing van de procedurewaarborgen en de duur van onderzoeken, in het licht van de overeenkomstig artikel 7, lid 8, door de directeur-generaal verstrekte informatie.

"Het Comité van toezicht monitort in het bijzonder de ontwikkelingen betreffende de toepassing van de procedurewaarborgen en de duur van onderzoeken.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw) – letter b (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 15 – lid 1 – alinea 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b)  in lid 1 wordt de vijfde alinea vervangen door:

Het Comité van toezicht kan het Bureau in terdege gemotiveerde gevallen verzoeken om aanvullende informatie betreffende onderzoeken, waaronder rapporten en aanbevelingen over afgesloten onderzoeken, zonder zich te mengen in de wijze waarop lopende onderzoeken worden verricht.

"Het Comité van toezicht wordt toegang verschaft tot alle informatie en documenten die het acht nodig te hebben voor de uitvoering van zijn taken, met inbegrip van verslagen en aanbevelingen over afgesloten onderzoeken, afgewezen gevallen, doch zonder inmenging in de verrichting van lopende onderzoeken, en met inachtneming van de vereisten in verband met vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Deels gebaseerd op een voorstel van het Comité van toezicht in zijn schrijven van 20 november 2018.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw) – letter bc(nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 15 – lid 8 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c)  in lid 8 wordt de eerste alinea vervangen door:

"Het Comité van toezicht wijst zijn voorzitter aan. Het stelt zijn reglement van orde vast nadat dit ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is voorgelegd. Het Comité van toezicht wordt bijeengeroepen op initiatief van zijn voorzitter of van de directeur-generaal. Het komt minstens tienmaal per jaar bijeen. Het Comité van toezicht besluit bij meerderheid van de stemmen van zijn leden. De Commissie verzorgt het secretariaat van het Comité van toezicht, onafhankelijk van het Bureau en in nauw overleg met het Comité van toezicht. Voordat de benoeming van een personeelslid van het secretariaat plaatsvindt, wordt het Comité van toezicht geraadpleegd en zijn zienswijze in aanmerking genomen. Het secretariaat handelt in opdracht van het Comité van toezicht en onafhankelijk van de Commissie. Onverminderd haar controle op de begroting van het Comité van toezicht en het secretariaat daarvan, mengt de Commissie zich niet in de toezichthoudende taken van het Comité van toezicht.";

"Het Comité van toezicht wijst zijn voorzitter aan. Het stelt zijn reglement van orde vast nadat dit ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is voorgelegd. Het Comité van toezicht wordt bijeengeroepen op initiatief van zijn voorzitter of van de directeur-generaal. Het komt minstens tienmaal per jaar bijeen. Het Comité van toezicht besluit bij meerderheid van de stemmen van zijn leden. De Commissie verzorgt het secretariaat van het Comité van toezicht in nauw overleg met het Comité van toezicht. Voordat de benoeming van een personeelslid van het secretariaat plaatsvindt, wordt het Comité van toezicht geraadpleegd en zijn zienswijze in aanmerking genomen. Het secretariaat handelt in opdracht van het Comité van toezicht en onafhankelijk van de Commissie. Onverminderd haar controle op de begroting van het Comité van toezicht en het secretariaat daarvan, mengt de Commissie zich niet in de toezichthoudende taken van het Comité van toezicht.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Zoals voorgesteld door het Comité van toezicht in zijn schrijven van 20 november 2018.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 13 – letter -a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 16 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  lid 1 wordt vervangen door:

1.  Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hebben jaarlijks een ontmoeting met de directeur-generaal om op politiek niveau van gedachten te wisselen over het beleid van het Bureau inzake methoden voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Het Comité van toezicht neemt aan de gedachtewisseling deel. Vertegenwoordigers van de Rekenkamer, Eurojust en/of Europol kunnen op verzoek van Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de directeur-generaal of het Comité van toezicht worden uitgenodigd om op ad-hocbasis bij de gedachtewisseling aanwezig te zijn.

"1.  Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hebben jaarlijks een ontmoeting met de directeur-generaal om op politiek niveau van gedachten te wisselen over het beleid van het Bureau inzake methoden voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Het Comité van toezicht neemt aan de gedachtewisseling deel. De Europese hoofdaanklager wordt uitgenodigd om aan de gedachtewisseling deel te nemen. Vertegenwoordigers van de Rekenkamer, Eurojust en/of Europol kunnen op verzoek van Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de directeur-generaal of het Comité van toezicht worden uitgenodigd om op ad-hocbasis bij de gedachtewisseling aanwezig te zijn.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Zie amendement op artikel 1, lid 1.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 13 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 16 – lid 1 – zin 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  in lid 1 wordt de derde zin vervangen door:

Schrappen

"Vertegenwoordigers van de Rekenkamer, het EOM, Eurojust en/of Europol kunnen op verzoek van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de directeur-generaal of het Comité van toezicht worden uitgenodigd om op ad-hocbasis bij de gedachtewisseling aanwezig te zijn.";

 

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Technische schrapping – zie vorig amendement.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 13 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 16 – lid 2 – inleidende formule

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a bis)  in lid 2 wordt de inleidende formule vervangen door:

2.  De gedachtewisseling kan betrekking hebben op:

"2.  De gedachtewisseling kan betrekking hebben op elk onderwerp dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeenkomen. De gedachtewisseling kan met name betrekking hebben op:";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 13 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 16 – lid 2 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het kader inzake de betrekkingen tussen het Bureau en de instellingen, organen en instanties, in het bijzonder de band met het EOM;

d)  het kader inzake de betrekkingen tussen het Bureau en de instellingen, organen en instanties, in het bijzonder de band met het EOM, en de actie die is ondernomen naar aanleiding van de eindverslagen van onderzoeken van het Bureau en andere door het Bureau doorgestuurde informatie;

Motivering

Dit amendement is bedoeld om de follow-up van OLAF-aanbevelingen door de instellingen, organen en instanties van de EU en door het EOM te monitoren en te verbeteren.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 13 – letter b bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 16 – lid 2 – letter e

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b bis) lid 2, onder e), wordt vervangen door:

e) het kader inzake de betrekkingen tussen het Bureau en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten;

"e) het kader inzake de betrekkingen tussen het Bureau en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, en de actie die door bevoegde autoriteiten van de lidstaten is ondernomen naar aanleiding van de eindverslagen van onderzoeken van het Bureau en andere door het Bureau doorgestuurde informatie;";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Dit amendement is bedoeld om de follow-up van OLAF-aanbevelingen door de lidstaten te monitoren en te verbeteren.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 13 – letter b ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 16 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter)  na lid 4 wordt het volgende lid 4 bis toegevoegd:

 

"4 bis.  Het voorzitterschap bij de gedachtewisseling wordt gerouleerd tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.";

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter -a (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  lid 1 wordt vervangen door:

1.  Het Bureau staat onder leiding van een directeur-generaal. De directeur-generaal wordt door de Commissie aangesteld overeenkomstig de in lid 2 vastgestelde procedure. De ambtstermijn van de directeur-generaal bedraagt zeven jaar; deze termijn kan niet worden verlengd.

"1.  Het Bureau staat onder leiding van een directeur-generaal. De directeur-generaal wordt door de Commissie aangesteld overeenkomstig de in lid 2 vastgestelde procedure. De ambtstermijn van de directeur-generaal bedraagt zeven jaar; deze termijn kan niet worden verlengd. De directeur-generaal wordt aangesteld als tijdelijke functionaris overeenkomstig het Ambtenarenstatuut.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter -a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a bis)  lid 2 wordt vervangen door:

2.  Met het oog op de aanstelling van een nieuwe directeur-generaal maakt de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie een oproep tot gegadigden bekend. Deze bekendmaking vindt plaats uiterlijk zes maanden vóór het einde van de ambtstermijn van de in functie zijnde directeur-generaal. Na gunstig advies van het comité van toezicht stelt de Commissie een lijst op van de kandidaten die over de nodige kwalificaties beschikken. De Commissie benoemt de directeur-generaal na overleg met het Europees Parlement en de Raad.

"2.  Met het oog op de aanstelling van een nieuwe directeur-generaal maakt de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie een oproep tot gegadigden bekend. Deze bekendmaking vindt plaats uiterlijk zes maanden vóór het einde van de ambtstermijn van de in functie zijnde directeur-generaal. Na gunstig advies van het comité van toezicht stelt de Commissie een lijst op van de kandidaten die over de nodige kwalificaties beschikken. De directeur-generaal wordt in onderlinge overeenstemming tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie voorgedragen en vervolgens door de Commissie benoemd.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter a

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De directeur-generaal vraagt noch aanvaardt van welke regering, instelling of instantie dan ook instructies voor de vervulling van zijn taken met betrekking tot het openen en uitvoeren van externe en interne onderzoeken of coördinatieactiviteiten, of met betrekking tot het opstellen van de verslagen naar aanleiding van die onderzoeken of coördinatieactiviteiten. Indien de directeur-generaal van oordeel is dat een maatregel van de Commissie zijn onafhankelijkheid aantast, stelt hij het Comité van toezicht onmiddellijk daarvan in kennis en beslist hij of hij bij het Hof van Justitie beroep tegen de Commissie instelt.

3.  De directeur-generaal vraagt noch aanvaardt van welke regering, instelling of instantie dan ook instructies voor de vervulling van zijn taken met betrekking tot het openen en uitvoeren van onderzoeken of coördinatieactiviteiten, of met betrekking tot het opstellen van de verslagen naar aanleiding van die onderzoeken of coördinatieactiviteiten. Indien de directeur-generaal van oordeel is dat een maatregel van de Commissie zijn onafhankelijkheid aantast, stelt hij het Comité van toezicht onmiddellijk daarvan in kennis en beslist hij of hij bij het Hof van Justitie beroep tegen de Commissie instelt.

Motivering

In overeenstemming met de voorgestelde afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a bis)  lid 4 wordt vervangen door:

4.  De directeur-generaal brengt regelmatig verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer over de resultaten van de door het Bureau verrichte onderzoeken, de actie die naar aanleiding daarvan is ondernomen en de problemen die daarbij zijn gerezen, onder eerbiediging van het vertrouwelijk karakter van die onderzoeken, de wettelijke rechten van de betrokken personen en informanten en, in voorkomend geval, de nationale procesrechtelijke bepalingen.

"4.  De directeur-generaal brengt regelmatig en ten minste jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer over de resultaten van de door het Bureau verrichte onderzoeken, de actie die naar aanleiding daarvan is ondernomen, de problemen die daarbij zijn gerezen en het gevolg dat het Bureau heeft gegeven aan de door het Comité van toezicht overeenkomstig artikel 15 uitgebrachte aanbevelingen, onder eerbiediging van het vertrouwelijk karakter van die onderzoeken, de wettelijke rechten van de betrokken personen en informanten en, in voorkomend geval, de nationale procesrechtelijke bepalingen.

 

Het jaarlijkse verslag omvat ook een beoordeling van de mate van samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de instellingen, organen en instanties, met name voor wat betreft de toepassing van artikel 11, leden 2 en  6 bis.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter a ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a ter)  het volgende lid 4 bis wordt toegevoegd:

 

"4 bis.  Op verzoek van het Europees Parlement in het kader van zijn begrotingscontrolerechten kan de directeur-generaal informatie verstrekken over de activiteiten van het Bureau, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van onderzoeken en vervolgprocedures. Het Europees Parlement waarborgt de vertrouwelijkheid van de overeenkomstig dit lid verstrekte informatie.";

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter a quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 5 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a quater)  in lid 5 wordt de eerste alinea geschrapt;

De directeur-generaal bepaalt elk jaar in het kader van het jaarlijkse beheersplan de prioriteiten van het beleid van het Bureau inzake onderzoeken, en legt die prioriteiten aan het Comité van toezicht voor alvorens ze bekend te maken.

 

Motivering

De invoering van prioriteiten van het beleid inzake onderzoeken is niet nuttig gebleken.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter b

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 5 – alinea 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de gevallen waarin informatie is doorgegeven aan de gerechtelijke autoriteiten van de lidstaten en aan het EOM;";

b)  de gevallen waarin informatie is doorgegeven aan de gerechtelijke autoriteiten van de lidstaten of aan het EOM;

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter b bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 5 – alinea 3 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  in de derde alinea van lid 5 wordt een nieuwe letter ingevoegd:

 

"b bis)  de gevallen die zijn afgewezen;";

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter b ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 7

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b ter)  lid 7 wordt vervangen door:

7.  De directeur-generaal stelt een mechanisme in voor interne advisering en controle, mede omvattende een wettigheidstoetsing, onder meer met betrekking tot de eerbiediging van de procedurewaarborgen en de grondrechten van de betrokken personen en van het nationale recht van de betrokken lidstaten, waarbij in het bijzonder wordt gelet op artikel 11, lid 2.

"7.  De directeur-generaal stelt een mechanisme in voor interne advisering en controle, mede omvattende een wettigheidstoetsing, onder meer met betrekking tot de eerbiediging van de procedurewaarborgen en de grondrechten van de betrokken personen en getuigen, en van het nationale recht van de betrokken lidstaten, waarbij in het bijzonder wordt gelet op artikel 11, lid 2. De wettigheidstoetsing wordt verricht door deskundigen van het Bureau op het gebied van recht en onderzoeksprocedures die gekwalificeerd zijn voor rechterlijke functies in een lidstaat. Hun advies wordt aan het eindverslag van het onderzoek gehecht.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Dit amendement is gebaseerd op de in de plenaire vergadering ingediende amendementen 10 en 23 van de tweede lezing van de herziening van OLAF 2006-2013 (zie plenair document A7-0225/2013 en werkdocument PE 510.603).

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter b quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 8

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(b quater)  lid 8 wordt vervangen door:

8.  De directeur-generaal stelt richtsnoeren betreffende onderzoeksprocedures vast ten behoeve van de personeelsleden van het Bureau. Die richtsnoeren zijn in overeenstemming met deze verordening en hebben onder meer betrekking op:

"8.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van een reglement voor onderzoeken dat moet worden nageleefd door de personeelsleden van het Bureau. Deze gedelegeerde handelingen hebben in het bijzonder betrekking op:

a)  de verrichting van onderzoeken,

a)  de gang van zaken bij de uitvoering van het mandaat en het statuut van het Bureau,

b)  de procedurewaarborgen,

b)  nadere regels inzake onderzoeksprocedures en toegestane onderzoekshandelingen;

c)  nadere details inzake interne advies- en controleprocedures, met inbegrip van de wettigheidstoetsing,

c)  de legitieme rechten van de betrokken personen;

d)  gegevensbescherming.

d)  de procedurewaarborgen;

 

d bis)  bepalingen inzake gegevensbescherming en beleid op het gebied van communicatie en toegang tot documenten;

 

d ter)  bepalingen inzake de wettigheidstoetsing en beroepsmogelijkheden van de betrokkenen;

 

d quater)  de band met het EOM.

Deze richtsnoeren en eventuele wijzigingen daarvan worden vastgesteld nadat het Comité van toezicht in de gelegenheid is gesteld daarover zijn oordeel te geven, en worden vervolgens ter informatie toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en ter bekendmaking op de website van het Bureau gepubliceerd in de officiële talen van de instellingen van de Unie.

Bij haar voorbereidende werkzaamheden raadpleegt de Commissie het Comité van toezicht en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

 

Elke gedelegeerde handeling die overeenkomstig dit lid wordt vastgesteld wordt voor informatiedoeleinden in alle officiële talen van de Unie bekendgemaakt op de website van het Bureau.";

Motivering

Dit amendement is gebaseerd op de in de plenaire vergadering ingediende amendementen 11 en 24 van de tweede lezing van de herziening van OLAF 2006-2013 (zie plenair document A7-0225/2013 en werkdocument PE 510.603).

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter c

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 8 – alinea 1 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  in de eerste alinea van lid 8 wordt het volgende punt e) toegevoegd:

Schrappen

"e)  de band met het EOM.".

 

Motivering

Technische schrapping – zie vorig amendement.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter c bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 9 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(c bis)  in lid 9 wordt de eerste alinea vervangen door:

Voordat de Commissie een tuchtmaatregel tegen de directeur-generaal neemt, raadpleegt zij het Comité van toezicht.

"Voordat de Commissie een tuchtmaatregel tegen de directeur-generaal neemt of zijn immuniteit opheft, raadpleegt zij het Comité van toezicht.";

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02013R0883-20170101&qid=1547480450198&from=NL)

Motivering

Gebaseerd op een voorstel van het Comité van toezicht in zijn schrijven van 20 november 2018.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – punt 14 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 19

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(14 bis)  artikel 19 wordt vervangen door:

Artikel 19

"Artikel 19

Evaluatieverslag

Evaluatieverslag en herziening

Uiterlijk op 2 oktober 2017 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag in over de toepassing van deze verordening. Dat verslag gaat vergezeld van een advies van het Comité van toezicht en vermeldt of deze verordening wijziging behoeft.

Uiterlijk vijf jaar na de datum die is vastgesteld overeenkomstig de tweede alinea van artikel 120, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1939, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag in over de toepassing en het effect van deze verordening, met name ten aanzien van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de samenwerking tussen het Bureau en het EOM. Dat verslag gaat vergezeld van een advies van het Comité van toezicht.";

 

Uiterlijk twee jaar na de indiening van het evaluatieverslag overeenkomstig de eerste alinea, dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in bij het Europees Parlement en de Raad om het kader voor het Bureau te moderniseren, met aanvullende of meer gedetailleerde regels met betrekking tot de opzet van het Bureau, zijn functies of de procedures voor zijn activiteiten, met name betreffende zijn samenwerking met het EOM, grensoverschrijdende onderzoeken, en onderzoeken in lidstaten die niet deelnemen aan het EOM.";

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 883/2013

Artikel 19 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 ter)   het volgende artikel 19 bis wordt ingevoegd:

 

"Artikel 19 bis

 

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2.  De in artikel 17, lid 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor termijn van vier jaar met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

 

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 17, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

5.  Een overeenkomstig artikel 17, lid 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.".

Motivering

Standaardartikel betreffende gedelegeerde handelingen (voor het reglement).

(1)

PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1.

(2)

Advies nr. 8/2018 van de Europese Rekenkamer


TOELICHTING

De oprichting van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) is een van de belangrijkste prestaties van het Parlement in de huidige zittingsperiode. Naar verwachting verandert het de bescherming van de financiële belangen van de EU op doorslaggevende wijze. Het zal ook een omvangrijk effect hebben op de institutionele structuur van de EU op het gebied van de bestrijding van fraude en onregelmatigheden, met de belangrijkste gevolgen voor het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). Tegen de achtergrond van deze aankomende institutionele verandering heeft de Commissie een voorstel tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 ingediend dat zich met name op de volgende aspecten richt:

–  aanpassing van de OLAF-verordening aan de oprichting van het EOM,

–  toepassing van enkele belangrijke conclusies van de evaluatie van 2017 om de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF te verhogen in bepaalde gebieden, zoals de verduidelijking van de bepalingen voor controles en verificaties ter plaatse in de lidstaten naar aanleiding van het arrest in de zaak-"Sigma Orionis" (zaak T-48/16), en de vereenvoudiging van de toegang tot bankrekeningen,

–  diverse verduidelijkingen en vereenvoudigingen.

Uw rapporteur verwelkomt en beaamt de door de Commissie voorgestelde wijzigingen. Desalniettemin is uw rapporteur van mening dat er verdere maatregelen nodig zijn om een goede basis te leggen voor het EOM. Bovendien vertoonden de werkzaamheden die OLAF in het kader van de huidige rechtsgrond uitvoert, verschillende ernstige tekortkomingen. Het evaluatieverslag laat zien hoe de doeltreffendheid van de bestrijding van fraude en onregelmatigheden wordt ingeperkt door problemen in de verordening zelf. Voorts heeft de Commissie in 2014 een wetgevingsvoorstel tot benoeming van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen ingediend, waaraan nog geen gevolg is gegeven.

Op grond hiervan stelt de rapporteur de volgende benadering voor:

–  afschaffing van het onderscheid tussen externe en interne onderzoeken, dat inmiddels achterhaald is, met name met de nieuwe focus van OLAF op administratieve onregelmatigheden en terugvordering (artikelen 3 en 4);

–  afschaffing van de prioriteiten van het beleid inzake onderzoeken (artikel 5, lid 1 en artikel 17, lid 5);

–  verbetering van de toegang van het Comité van toezicht tot informatie (artikel 5, lid 6 bis, artikel 15, lid 1 en artikel 17, lid 5);

–  bevordering van een betere opvolging van de aanbevelingen van de directeur-generaal door de lidstaten en de instellingen, organen en instanties (artikel 7, lid 6, artikel 11, leden 3 en 6 bis en artikel 17, lid 4);

–  bevordering van een snellere afsluiting van onderzoeken (artikel 7, lid 8);

–  verdere bevordering van de toelaatbaarheid van OLAF-verslagen in nationale gerechtelijke en administratieve procedures (artikel 11, lid 2);

–  het stroomlijnen van de samenwerking met het EOM (artikelen 12 quater tot en met 12 octies);

–  invoering van een ontslagprocedure voor de directeur-generaal naar voorbeeld van de ontslagprocedure voor het EOM (artikel 17, lid 9 bis).

Voorts worden diverse wijzigingen aangebracht met het doel om de bescherming van de procedurewaarborgen en de grondrechten van de personen die bij OLAF-onderzoeken betrokken zijn, te verbeteren:

–  verduidelijking van de status van de kantoren van de leden van het Europees Parlement (artikel 4, lid 2 bis);

–  invoering van het recht voor betrokkenen om het eindverslag in te zien (artikel 9, lid 5 bis);

–  benoeming van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen (artikel 9 bis en 9 ter);

–  invoering van het recht voor betrokkenen om een rechtsvordering tegen een eindverslag van OLAF in te stellen (artikel 9, lid 5 bis);

–  opstelling van een reglement dat als gedelegeerde handeling moet worden aangenomen (artikel 17, lid 8).

Deze maatregelen zijn van cruciaal belang om OLAF doeltreffender te maken bij de uitvoering van zijn taken en vanaf het begin een soepele samenwerking tussen OLAF en het EOM te garanderen.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (25.1.2019)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF

(COM(2018)0338 – C8-0214/2018 – 2018/0170(COD))

Rapporteur voor advies: Jean-Marie Cavada

BEKNOPTE MOTIVERING

Na de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) moet de bestaande Verordening (EG) nr. 883/2013, waarin momenteel de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) worden geregeld, worden herzien en moet hierin de samenwerking tussen de twee organen worden vastgelegd, ter bevordering van de doeltreffendheid van OLAF-onderzoeken alsook ter verduidelijking en vereenvoudiging van de bepalingen van de verordening.

Het EOM en OLAF zijn beide, binnen hun respectieve bevoegdheden, belast met het mandaat de financiële belangen van de Unie te beschermen.

Zodra het EOM operationeel is, zal het bevoegd zijn om strafrechtelijke onderzoeken uit te voeren en voor nationale gerechten strafvervolgingen in te stellen voor misdrijven waardoor de begroting van de Unie wordt geschaad. OLAF onderzoekt naast administratieve onregelmatigheden ook strafbare gedragingen. De administratieve bevoegdheden van OLAF zijn echter beperkt in vergelijking met strafrechtelijke onderzoeken. Derhalve voorziet het voorstel in een zo nauw mogelijke samenwerking tussen de twee organen, ter bevordering van vervolging, veroordeling en terugvordering.

Om voor een vlotte overgang naar het nieuwe kader te zorgen, moet de gewijzigde Verordening (EG) nr. 883/2013 in werking treden voordat het EOM operationeel wordt (wat naar verwachting eind 2020 zal gebeuren).

De rapporteur steunt het streven van de Commissie om voorlopig slechts een beperkt aantal wijzigingen door te voeren, namelijk wijzigingen die volgens het analytische werkdocument van de diensten van de Commissie bij het voorstel van de Commissie, dat gebaseerd is op het evaluatieverslag, externe studies en het resultaat van de raadpleging van belanghebbenden, essentieel zijn. Hij steunt daarom het voorstel van de Commissie om zich op drie gebieden te concentreren: de band tussen het EOM en OLAF, doeltreffendere OLAF-onderzoeken, en duidelijkere, eenvoudigere bepalingen.

I. De band tussen het EOM en OLAF

De band tussen het EOM en OLAF moet volgens het voorstel aan de hand van de volgende bepalingen worden geregeld:

•  OLAF moet, zonder onnodige vertraging, alle gedragingen ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen, aan het EOM melden; de aan het EOM verstrekte informatie moet voldoende onderbouwd zijn en de nodige informatie bevatten;

•  dubbel onderzoek moet worden vermeden: OLAF stelt geen onnodig parallel onderzoek in als er al een onderzoek van het EOM loopt met betrekking tot dezelfde feiten;

•  er zijn specifieke procedureregels van toepassing op verzoeken van het EOM aan OLAF om de werkzaamheden van het EOM te ondersteunen of aan te vullen.

II. Bevordering van de doeltreffendheid van OLAF-onderzoeken

Om uitvoering te geven aan het arrest in zaak T-48/16, Sigma Orionis SA tegen Europese Commissie, moet duidelijk worden gemaakt dat OLAF controles en inspecties ter plaatse uitvoert overeenkomstig Verordening nr. 883/2013 en Verordening nr. 2185/1996, tenzij de marktdeelnemer zich hiertegen verzet (artikel 3). Wanneer een aangelegenheid geregeld is bij Verordening nr. 883/2013 of Verordening nr. 2185/1996, heeft het Unierecht voorrang boven het nationale recht. Voorts heeft het Gerecht geoordeeld dat het verzet van de marktdeelnemer geen "recht op verzet" inhoudt, maar enkel tot gevolg heeft dat de controle overeenkomstig het nationaal recht via de assistenten van de nationale autoriteiten aan de marktdeelnemer kan worden opgelegd. Wat procedurewaarborgen betreft, moet OLAF de in het Unierecht, en met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, neergelegde grondrechten eerbiedigen.

De rapporteur is ingenomen met de voorgestelde wijzigingen met betrekking tot informatie over bankrekeningen op basis van de vijfde antiwitwasrichtlijn (artikel 7, lid 3), de uitwisseling van btw-informatie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 904/2010 (artikel 12, lid 5), de invoering van een beginsel van toelaatbaarheid van door OLAF verzameld bewijsmateriaal (artikel 11, lid 2), de rol van de coördinatiedienst fraudebestrijding in de lidstaten (artikel 12 bis) en de bepaling waarin de coördinatieactiviteiten die door OLAF kunnen worden uitgevoerd, worden gespecificeerd (artikel 12 ter).

De rapporteur stelt amendementen voor die bedoeld zijn om de transparantie en doeltreffendheid verder te bevorderen. Ook stelt de rapporteur een verwijzing voor naar de bescherming van klokkenluiders in het kader van OLAF-onderzoeken.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Met de vaststelling van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad3 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad4 heeft de Unie de beschikbare strafrechtelijke middelen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, aanzienlijk versterkt. Het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") zal de bevoegdheid hebben om in de deelnemende lidstaten strafrechtelijke onderzoeken uit te voeren en tenlasteleggingen in te dienen met betrekking tot strafbare feiten waardoor de begroting van de Unie wordt geschaad, als omschreven in Richtlijn (EU) 2017/1371.

(1)  Met de vaststelling van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad3 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad4 heeft de Unie het geharmoniseerde regelgevingskader betreffende de beschikbare strafrechtelijke middelen om de financiële belangen van de Unie te beschermen, aanzienlijk versterkt. Het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") is een belangrijke prioriteit van de Commissie op het gebied van strafrecht en fraudebestrijdingsbeleid en het zal de bevoegdheid hebben om in de deelnemende lidstaten strafrechtelijke onderzoeken uit te voeren en tenlasteleggingen in te dienen met betrekking tot strafbare feiten waardoor de begroting van de Unie wordt geschaad, als omschreven in Richtlijn (EU) 2017/1371.

_________________

_________________

3 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

3 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

4 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

4 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het Europees Bureau voor fraudebestrijding ("het Bureau") verricht administratieve onderzoeken naar administratieve onregelmatigheden en ook naar strafbare gedragingen. Aan het einde van zijn onderzoeken kan het Bureau aan de nationale strafvervolgingsautoriteiten aanbevelingen betreffende gerechtelijke acties doen, teneinde tenlasteleggingen en strafvervolgingen in de lidstaten mogelijk te maken. In de toekomst zal het Bureau in de lidstaten die aan het EOM deelnemen, vermoedens van strafbare feiten aan het EOM melden en daarmee samenwerken in het kader van zijn onderzoeken.

(2)  Ter bescherming van de financiële belangen van de Unie verricht het Europees Bureau voor fraudebestrijding ("het Bureau") administratieve onderzoeken naar administratieve onregelmatigheden en ook naar strafbare gedragingen. Aan het einde van zijn onderzoeken kan het Bureau aan de nationale strafvervolgingsautoriteiten aanbevelingen betreffende gerechtelijke acties doen, teneinde tenlasteleggingen en strafvervolgingen in de lidstaten mogelijk te maken. In de toekomst zal het Bureau in de lidstaten die aan het EOM deelnemen, vermoedens van strafbare feiten aan het EOM melden en daarmee samenwerken in het kader van zijn onderzoeken, bijvoorbeeld door technische en logistieke ondersteuning te bieden.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad5 moet dus worden gewijzigd na de vaststelling van Verordening (EU) 2017/1939. De bepalingen inzake de band tussen het EOM en het Bureau in Verordening (EU) 2017/1939 moeten tot uitdrukking komen in en worden aangevuld door de regels in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013, zodat de financiële belangen van de Unie zo goed mogelijk worden beschermd door middel van synergieën tussen de twee organen.

(3)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad5 moet dus worden gewijzigd en dienovereenkomstig worden aangepast na de vaststelling van Verordening (EU) 2017/1939. De bepalingen inzake de band tussen het EOM en het Bureau in Verordening (EU) 2017/1939 moeten tot uitdrukking komen in en worden aangevuld door de regels in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013, zodat de financiële belangen van de Unie zo goed mogelijk worden beschermd door middel van synergieën tussen de twee organen, wat betekent dat de beginselen van nauwe samenwerking, informatie-uitwisseling, complementariteit en het vermijden van dubbel werk moeten worden toegepast.

_________________

_________________

5 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

5 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  In het licht van hun gemeenschappelijke doel, namelijk het behoud van de integriteit van de begroting van de Unie, moeten het Bureau en het EOM een nauwe band ontwikkelen en onderhouden om echt samen te werken en te garanderen dat hun respectieve mandaten complementair zijn en hun acties gecoördineerd worden, met name gelet op de omvang van de nauwere samenwerking bij de instelling van het EOM. De band moet uiteindelijk helpen te waarborgen dat alle middelen worden ingezet om de financiële belangen van de Unie te beschermen, en dat onnodig dubbel werk wordt voorkomen.

(4)  In het licht van hun gemeenschappelijke doel, namelijk het behoud van de integriteit van de begroting van de Unie, moeten het Bureau en het EOM een nauwe band ontwikkelen en onderhouden om echt en op doeltreffende wijze samen te werken en te garanderen dat hun respectieve mandaten complementair zijn en hun acties gecoördineerd worden, met name gelet op de omvang van de nauwere samenwerking bij de instelling van het EOM. De band moet uiteindelijk helpen te waarborgen dat alle middelen worden ingezet om de financiële belangen van de Unie te beschermen, dat onnodig dubbel werk wordt voorkomen en dat de procedurele waarborgen en de rechten van de betrokken marktdeelnemers volledig worden gerespecteerd. Om een goede samenwerking te bevorderen, moeten het EOM en het Bureau een regelmatige uitwisseling tot stand brengen om trends en mogelijke verbanden tussen verschillende zaken vast te stellen in het licht van hun verschillende bevoegdheden. Vanwege hun verschillende mandaten, waarbij het EOM strafrechtelijke onderzoeken verricht en OLAF administratieve, is een coördinatie van hun werkzaamheden in sommige gevallen wellicht niet noodzakelijk.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Op grond van Verordening (EU) 2017/1939 moet het Bureau, net als alle instellingen, organen en instanties van de Unie en nationale bevoegde autoriteiten, zonder onnodige vertraging elke strafbare gedraging ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen, aan het EOM melden. Omdat het Bureau als mandaat heeft administratieve onderzoeken te verrichten naar fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, is het ideaal geplaatst en uitgerust om op te treden als de natuurlijke partner van en bevoorrechte bron van informatie voor het EOM.

(5)  Op grond van Verordening (EU) 2017/1939 moet het Bureau, net als alle instellingen, organen en instanties van de Unie en nationale bevoegde autoriteiten, zonder onnodige vertraging elke vermoedelijke strafbare gedraging ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen, aan het EOM melden. Omdat het Bureau als mandaat heeft administratieve onderzoeken te verrichten naar fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, is het ideaal geplaatst en uitgerust om op te treden als de natuurlijke partner van en bevoorrechte bron van informatie voor het EOM.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Elementen die wijzen op mogelijke strafbare gedragingen die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen, kunnen in de praktijk al aanwezig zijn in initiële vermoedens die het Bureau ontvangt, of pas blijken in de loop van een administratief onderzoek dat het Bureau heeft ingesteld op grond van een vermoeden van administratieve onregelmatigheid. Om aan zijn meldingsplicht aan het EOM te voldoen, moet het Bureau dus, naargelang het geval, strafrechtelijke gedragingen melden in een fase vóór of tijdens een onderzoek.

(6)  Elementen die wijzen op mogelijke strafbare gedragingen die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen, kunnen in de praktijk al aanwezig zijn in initiële vermoedens die het Bureau ontvangt, of pas blijken in de loop van een administratief onderzoek dat het Bureau heeft ingesteld op grond van een vermoeden van administratieve onregelmatigheid. Om aan zijn meldingsplicht aan het EOM te voldoen, moet het Bureau dus, naargelang het geval, onverwijld strafrechtelijke gedragingen melden in eender welke fase vóór of tijdens een onderzoek.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Verordening (EU) 2017/1939 specificeert de elementen die in de regel ten minste in een melding moeten worden opgenomen. Het kan zijn dat het Bureau moet overgaan tot een voorlopige evaluatie van vermoedens om na te gaan of deze elementen aanwezig zijn en de nodige informatie te verzamelen. Het Bureau moet de evaluatie snel verrichten en met behulp van middelen waardoor een mogelijk toekomstig strafrechtelijk onderzoek niet in gevaar wordt gebracht. Indien een vermoeden van een strafbaar feit binnen de bevoegdheid van het EOM wordt vastgesteld, moet het Bureau dit bij afloop van zijn evaluatie aan het EOM melden.

(7)  Verordening (EU) 2017/1939 specificeert de elementen die in de regel ten minste in een melding moeten worden opgenomen. Het kan zijn dat het Bureau moet overgaan tot een voorlopige evaluatie van vermoedens om na te gaan of deze elementen aanwezig zijn en de nodige informatie te verzamelen. Het Bureau moet de evaluatie snel en zonder ongerechtvaardigde vertraging verrichten en met behulp van middelen waardoor een mogelijk toekomstig strafrechtelijk onderzoek niet in gevaar wordt gebracht. Indien een vermoeden van een strafbaar feit binnen de bevoegdheid van het EOM wordt vastgesteld, moet het Bureau dit bij afloop van zijn evaluatie zonder ongerechtvaardigde vertraging aan het EOM melden.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Alle rapportage of communicatie van en tussen het EOM en het Bureau moet worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wetgeving van de Unie inzake gegevensbescherming en vertrouwelijkheidsnormen.

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst.)

Motivering

Gezien de aard van de zaken die het Bureau en het EOM behandelen, moeten zij de hoogste gegevensbeschermings- en vertrouwelijkheidsnormen in acht nemen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Gelet op de deskundigheid van het Bureau moeten de instellingen, organen en instanties van de Unie de keuze hebben om een beroep te doen op het Bureau voor het verrichten van een dergelijke voorlopige evaluatie van vermoedens die aan hen zijn gemeld.

(8)  Met het oog op een doeltreffende samenwerking en gelet op de deskundigheid, de ervaring, het mandaat en de bevoegdheden van het Bureau moeten de instellingen, organen en instanties van de Unie de keuze hebben om een beroep te doen op het Bureau voor het verrichten van een dergelijke voorlopige evaluatie van vermoedens die aan hen zijn gemeld.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 mag het Bureau in beginsel geen parallel administratief onderzoek instellen als het EOM al een onderzoek voert met betrekking tot dezelfde feiten. In sommige gevallen kan de bescherming van de financiële belangen van de Unie echter vereisen dat het Bureau een aanvullend administratief onderzoek verricht voordat de door het EOM ingestelde strafrechtelijke procedure beëindigd is, om te kunnen nagaan of voorzorgsmaatregelen nodig zijn dan wel financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties moeten worden ondernomen. Deze aanvullende onderzoeken kunnen onder meer passend zijn wanneer aan de begroting van de Unie verschuldigde bedragen binnen bepaalde verjaringstermijnen moeten worden teruggevorderd, wanneer de risicobedragen erg hoog zijn of wanneer door middel van administratieve maatregelen moet worden voorkomen dat in risicosituaties verdere uitgaven worden gedaan.

(9)  Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 mag het Bureau geen parallel administratief onderzoek instellen als het EOM al een onderzoek voert met betrekking tot dezelfde feiten, behalve in sommige gevallen waarin de bescherming van de financiële belangen van de Unie vereist dat het Bureau een aanvullend administratief onderzoek verricht voordat de door het EOM ingestelde strafrechtelijke procedure beëindigd is, om te kunnen nagaan of voorzorgsmaatregelen nodig zijn dan wel financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties moeten worden ondernomen. Deze aanvullende onderzoeken kunnen onder meer passend zijn wanneer aan de begroting van de Unie verschuldigde bedragen binnen bepaalde verjaringstermijnen moeten worden teruggevorderd, wanneer de risicobedragen erg hoog zijn of wanneer door middel van administratieve maatregelen moet worden voorkomen dat in risicosituaties verdere uitgaven worden gedaan.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Verordening (EU) 2017/1939 bepaalt dat het EOM het Bureau kan verzoeken om dergelijke aanvullende onderzoeken. In gevallen waarin het EOM daar niet om verzoekt, moet een dergelijk aanvullend onderzoek onder bepaalde voorwaarden ook mogelijk zijn op initiatief van het Bureau. Het EOM moet met name bezwaar kunnen maken tegen de opening of de voortzetting van een onderzoek door het Bureau of tegen het verrichten van bepaalde onderzoekshandelingen door het Bureau. De redenen voor dit bezwaar moeten gebaseerd zijn op het feit dat de doeltreffendheid van het onderzoek van het EOM moet worden beschermd, en moeten in verhouding staan tot dit doel. Het Bureau moet afzien van het verrichten van de handelingen waartegen het EOM bezwaar heeft gemaakt. Indien het EOM geen bezwaar maakt, moet het onderzoek van het Bureau in nauw overleg met het EOM worden verricht.

(10)  Verordening (EU) 2017/1939 bepaalt dat het EOM het Bureau kan verzoeken om dergelijke aanvullende onderzoeken. In gevallen waarin het EOM daar niet om verzoekt, moet een dergelijk aanvullend onderzoek onder bepaalde voorwaarden ook mogelijk zijn op initiatief van het Bureau. Het EOM moet met name bezwaar kunnen maken tegen de opening of de voortzetting van een onderzoek door het Bureau of tegen het verrichten van bepaalde onderzoekshandelingen door het Bureau, indien dit afbreuk doet aan de doeltreffendheid van zijn eigen onderzoek. Een dergelijk bezwaar moet altijd naar behoren worden gemotiveerd en evenredig zijn. Het Bureau moet in dit geval afzien van het verrichten van de handelingen waartegen het EOM bezwaar heeft gemaakt. Indien het EOM geen bezwaar maakt, moet het onderzoek van het Bureau in nauw overleg met het EOM worden verricht.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Het Bureau moet het EOM actief ondersteunen in zijn onderzoeken. In dit verband kan het EOM het Bureau vragen dat het zijn strafrechtelijke onderzoeken ondersteunt of aanvult door de uitoefening van bevoegdheden op grond van deze verordening. In deze gevallen moet het Bureau deze operaties uitvoeren binnen de grenzen van zijn bevoegdheden en binnen het kader waarin deze verordening voorziet.

(11)  Het Bureau moet het EOM actief en doeltreffend ondersteunen in zijn onderzoeken, bijvoorbeeld door passende technische en logistieke ondersteuning te bieden. In dit verband kan het EOM het Bureau vragen dat het zijn strafrechtelijke onderzoeken ondersteunt of aanvult door de uitoefening van zijn mandaat en bevoegdheden op grond van deze verordening. In deze gevallen moet het Bureau deze operaties uitvoeren binnen de grenzen van zijn bevoegdheden en binnen het kader waarin deze verordening voorziet.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Om doeltreffende coördinatie tussen het Bureau en het EOM te garanderen, moet continu tussen hen informatie worden uitgewisseld. De uitwisseling van informatie in de fasen voorafgaand aan de opening van onderzoeken door het Bureau en het EOM is vooral relevant om degelijke coördinatie tussen de respectieve acties te garanderen en dubbel werk te voorkomen. Het Bureau en het EOM moeten de modaliteiten en voorwaarden van deze uitwisseling van informatie vastleggen in hun werkafspraken.

(12)  Om doeltreffende coördinatie, samenwerking en transparantie tussen het Bureau en het EOM te garanderen, moet continu tussen hen informatie worden uitgewisseld. De uitwisseling van informatie in de fasen voorafgaand aan de opening van onderzoeken door het Bureau en het EOM is vooral relevant om degelijke coördinatie tussen de respectieve acties te garanderen, om complementariteit te waarborgen en dubbel werk te voorkomen. Het Bureau en het EOM moeten de modaliteiten en voorwaarden van deze uitwisseling van informatie vastleggen in hun werkafspraken, onder meer de mogelijkheid om uitgebreide procedurele dossiers uit te wisselen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Het verslag van de Commissie van de evaluatie van de toepassing van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/20136, dat op 2 oktober 2017 werd aangenomen, concludeerde dat de wijzigingen in het rechtskader van 2013 voor duidelijke verbeteringen hebben gezorgd op het gebied van het verrichten van onderzoeken, de samenwerking met partners en de rechten van de betrokken personen. Anderzijds heeft de evaluatie een aantal tekortkomingen aan het licht gebracht die van invloed zijn op de doeltreffendheid en efficiëntie van onderzoeken.

(13)  Het verslag van de Commissie van de evaluatie van de toepassing van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/20136, dat op 2 oktober 2017 werd aangenomen, concludeerde dat de wijzigingen in het rechtskader van 2013 voor duidelijke verbeteringen hebben gezorgd op het gebied van het verrichten van onderzoeken, de samenwerking met partners en de rechten van de betrokken personen. Anderzijds heeft de evaluatie een aantal tekortkomingen aan het licht gebracht die van invloed zijn op de doeltreffendheid en efficiëntie van onderzoeken, bijvoorbeeld bij de uitoefening van de bevoegdheden en het gebruik van de onderzoeksmiddelen van OLAF, of met betrekking tot uniforme voorwaarden voor het verrichten van interne onderzoeken, samenwerking tussen de lidstaten en hun instellingen enerzijds en de bureaus, agentschappen, organen en instellingen van de EU anderzijds, alsmede verschillen in de toepassing van het regelgevingskader van de Unie.

_________________

_________________

6 COM(2017) 589. Het verslag ging vergezeld van een evaluatiewerkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2017) 332) en een advies van het Comité van toezicht van het Bureau (advies 2/2017).

6 COM(2017) 589. Het verslag ging vergezeld van een evaluatiewerkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2017) 332) en een advies van het Comité van toezicht van het Bureau (advies 2/2017).

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Deze wijzigingen veranderen niets aan de procedurewaarborgen die gelden in het kader van onderzoeken. Het Bureau is verplicht de procedurewaarborgen toe te passen van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/1996, en die welke in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn opgenomen. Dit kader vereist dat het Bureau zijn onderzoeken objectief, onpartijdig en vertrouwelijk verricht, zowel belastende feiten tegen als ontlastende feiten voor de betrokken persoon zoekt en onderzoekshandelingen verricht op basis van een schriftelijke machtiging en na wettigheidstoetsingen. Het Bureau moet de eerbiediging van de rechten van in zijn onderzoeken betrokken personen garanderen, waaronder het vermoeden van onschuld en het recht niet tegen zichzelf te getuigen. Betrokken personen hebben bij een onderhoud onder meer het recht om zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze, het recht het verslag van het onderhoud goed te keuren, en het recht zich uit te drukken in een van de officiële talen van de Unie. Betrokken personen hebben ook het recht om hun oordeel te geven over de feiten van de zaak voordat conclusies worden getrokken.

(15)  Deze wijzigingen veranderen niets aan de procedurewaarborgen die gelden in het kader van onderzoeken. Het Bureau is verplicht de procedurewaarborgen toe te passen van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/1996, en die welke in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn opgenomen. Dit kader vereist dat het Bureau zijn onderzoeken objectief, onpartijdig en vertrouwelijk verricht, zowel belastende feiten tegen als ontlastende feiten voor de betrokken persoon zoekt en onderzoekshandelingen verricht op basis van een schriftelijke machtiging en na wettigheidstoetsingen. Het EOM en het Bureau moeten beide de eerbiediging van de rechten van in hun onderzoeken betrokken personen garanderen, waaronder het vermoeden van onschuld en het recht niet tegen zichzelf te getuigen. Betrokken personen hebben bij een onderhoud onder meer het recht om zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze, het recht het verslag van het onderhoud goed te keuren, en het recht zich uit te drukken in een van de officiële talen van de Unie. Betrokken personen hebben ook het recht om hun oordeel te geven over de feiten van de zaak voordat conclusies worden getrokken.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)  Om het doeltreffende verloop van de onderzoeken te faciliteren moeten de deelnemende lidstaten ermee instemmen samen te werken met het EOM en het Bureau.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  In situaties waarin het Bureau een beroep moet doen op de bijstand van de nationale bevoegde autoriteiten, vooral in gevallen waarin een marktdeelnemer zich tegen een controle en verificatie ter plaatse verzet, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de actie van het Bureau doeltreffend is, en moeten zij overeenkomstig de desbetreffende regels van nationaal procesrecht de nodige bijstand waarborgen.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Als onderdeel van deze plicht tot samenwerking moet het Bureau van marktdeelnemers die mogelijk bij de onderzochte feiten zijn betrokken, of die mogelijk relevante informatie bezitten, kunnen verlangen dat zij deze informatie verstrekken. Wanneer zij aan dergelijke verzoeken gevolg geven, zijn marktdeelnemers niet verplicht toe te geven dat zij een onwettige activiteit hebben verricht, maar moeten zij feitelijke vragen beantwoorden en documenten verstrekken, zelfs als deze informatie kan worden gebruikt om tegen hen of tegen een andere marktdeelnemer het bestaan van een onwettige activiteit aan te tonen.

(21)  Als onderdeel van deze plicht tot samenwerking moet het Bureau van marktdeelnemers die mogelijk bij de onderzochte feiten zijn betrokken, of die mogelijk relevante informatie bezitten, kunnen verlangen dat zij deze informatie verstrekken. Wat betreft de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, met name strafbare feiten en schendingen in verband met de financiële belangen van de EU, is Richtlijn (EU) 2018/... [verwijzing naar de richtlijn inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden] van toepassing. Wanneer zij aan dergelijke verzoeken gevolg geven, zijn marktdeelnemers niet verplicht toe te geven dat zij een onwettige activiteit hebben verricht, maar moeten zij wel feitelijke vragen beantwoorden.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Marktdeelnemers moeten de mogelijkheid hebben om een van de officiële talen te gebruiken van de lidstaat waar de controle plaatsvindt, en het recht hebben om zich tijdens controles en verificaties ter plaatse door een persoon naar keuze, waaronder door een externe juridisch adviseur, te laten bijstaan. De aanwezigheid van een juridisch adviseur mag echter geen wettelijke voorwaarde zijn voor de geldigheid van controles en verificaties ter plaatse. Om de doeltreffendheid van controles en verificaties ter plaatse te garanderen, met name wat betreft het risico dat bewijsmiddelen verdwijnen, moet het Bureau toegang kunnen krijgen tot lokalen, terreinen, vervoermiddelen of andere plaatsen voor professioneel gebruik zonder te hoeven wachten totdat de marktdeelnemer zijn juridisch adviseur raadpleegt. Het moet slechts een korte redelijke termijn aanvaarden in afwachting van de raadpleging van de juridisch adviseur voordat het met de controle begint. Die termijn moet tot het strikte minimum worden beperkt.

(22)  Marktdeelnemers moeten de mogelijkheid hebben om een van de officiële talen te gebruiken van de lidstaat waar de controle plaatsvindt, en het recht hebben om zich tijdens controles en verificaties ter plaatse door een persoon naar keuze, waaronder door een externe juridisch adviseur, te laten bijstaan. De aanwezigheid van een juridisch adviseur mag echter geen wettelijke voorwaarde zijn voor de geldigheid van controles en verificaties ter plaatse. Om de doeltreffendheid van controles en verificaties ter plaatse te garanderen, met name wat betreft het risico dat bewijsmiddelen verdwijnen, moet het Bureau toegang kunnen krijgen tot lokalen, terreinen, vervoermiddelen of andere plaatsen voor professioneel gebruik zonder te hoeven wachten totdat de marktdeelnemer zijn juridisch adviseur raadpleegt, maar zonder dat dit overleg wordt verhinderd. Het moet slechts een korte redelijke termijn aanvaarden in afwachting van de raadpleging van de juridisch adviseur voordat het met de controle begint. Die termijn moet tot het strikte minimum worden beperkt mits de procedurele waarborgen en de rechten van de betrokken marktdeelnemer naar behoren in acht worden genomen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Het Bureau moet beschikken over de nodige middelen om het geldspoor te volgen teneinde de werkwijze te ontdekken die typisch is voor veel frauduleuze gedragingen. Vandaag kan het door middel van samenwerking met en bijstand van de nationale autoriteiten in een aantal lidstaten van kredietinstellingen informatie over bankrekeningen verkrijgen die relevant is voor zijn onderzoeksactiviteiten. Om een doeltreffende aanpak in de hele Unie te garanderen, moet de verordening nadere bepalingen bevatten over de plicht van nationale bevoegde autoriteiten om het Bureau informatie te verstrekken over bank- en betaalrekeningen, als onderdeel van hun algemene plicht het Bureau bijstand te verlenen. Deze samenwerking moet in de regel plaatsvinden via de financiële inlichtingeneenheden in de lidstaten. Wanneer zij het Bureau bijstand verlenen, moeten de nationale autoriteiten handelen met naleving van de relevante bepalingen van procesrecht in de nationale wetgeving van de betrokken lidstaat.

(26)  Het Bureau moet beschikken over de nodige middelen om het geldspoor te volgen teneinde de werkwijze te ontdekken die typisch is voor veel frauduleuze gedragingen. Vandaag kan het door middel van samenwerking met en bijstand van de nationale autoriteiten in een aantal lidstaten van kredietinstellingen informatie over bankrekeningen verkrijgen die relevant is voor zijn onderzoeksactiviteiten. Om een doeltreffende aanpak in de hele Unie te garanderen, moet de verordening nadere bepalingen bevatten over de plicht van nationale bevoegde autoriteiten om het Bureau informatie te verstrekken over bank- en betaalrekeningen, als onderdeel van hun algemene plicht het Bureau bijstand te verlenen. Deze samenwerking moet in de regel plaatsvinden via de financiële inlichtingeneenheden in de lidstaten. Wanneer zij het Bureau bijstand verlenen, moeten de nationale autoriteiten handelen met naleving van de relevante bepalingen van procesrecht in de nationale wetgeving van de betrokken lidstaat en er daarbij voor zorgen dat voor het onderzoek relevante informatie tijdig aan het EOM en het Bureau wordt verstrekt.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  De vroege doorgifte van informatie door het Bureau met het oog op het nemen van voorzorgsmaatregelen is een essentieel instrument voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Om in dit verband nauwe samenwerking tussen het Bureau en de instellingen, organen en instanties van de Unie te garanderen, moeten die laatste de mogelijkheid hebben om het Bureau te allen tijde te raadplegen om te besluiten welke voorzorgsmaatregelen, inclusief maatregelen ter bescherming van bewijsmiddelen, passend zijn.

(27)  Het vroegtijdig en onverwijld doorgeven van informatie door het Bureau met het oog op het nemen van voorzorgsmaatregelen is een essentieel instrument voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Om in dit verband nauwe samenwerking tussen het Bureau en de instellingen, organen en instanties van de Unie te garanderen, moeten die laatste de mogelijkheid hebben om het Bureau te allen tijde te raadplegen om te besluiten welke voorzorgsmaatregelen, inclusief maatregelen ter bescherming van bewijsmiddelen, passend zijn.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis)  Ter voorkoming van onnodige vertraging die nadelige gevolgen kan hebben voor andere onderzoeken, bijvoorbeeld voor bepaalde zaken met betrekking tot opheffing van de immuniteit, moeten het EOM en het Bureau hun onderzoeken tijdig uitvoeren.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Het mandaat van het Bureau omvat de bescherming van de inkomsten voor de Uniebegroting uit eigen btw-middelen. Het Bureau moet op dit gebied de activiteiten van de lidstaten kunnen ondersteunen en aanvullen door middel van onderzoeken die overeenkomstig zijn mandaat worden verricht, de coördinatie van nationale bevoegde autoriteiten in complexe grensoverschrijdende zaken en de ondersteuning van en bijstand aan lidstaten en het EOM. Het Bureau moet daartoe informatie kunnen uitwisselen via het Eurofisc-netwerk, dat bij Verordening (EU) nr. 904/20109 van de Raad is ingesteld om samenwerking in de strijd tegen btw-fraude te bevorderen en te vergemakkelijken.

(29)  Het mandaat van het Bureau omvat de bescherming van de inkomsten voor de Uniebegroting uit eigen btw-middelen. Het Bureau moet op dit gebied de activiteiten van de lidstaten kunnen ondersteunen en aanvullen door middel van onderzoeken die overeenkomstig zijn mandaat worden verricht, de coördinatie van nationale bevoegde autoriteiten in complexe grensoverschrijdende zaken en de ondersteuning van en bijstand aan lidstaten en het EOM. Het Bureau moet daartoe informatie kunnen uitwisselen via het Eurofisc-netwerk, dat bij Verordening (EU) nr. 904/20109 van de Raad is ingesteld, rekening houdend met de bepalingen van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad9 bis, om samenwerking in de strijd tegen btw-fraude te bevorderen en te vergemakkelijken.

_________________

_________________

9 Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde, PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1-18.

9 Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde, PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1-18.

 

9 bis Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 4 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 bis.  Het Bureau ontwikkelt en onderhoudt een nauwe band met het Europees Openbaar Ministerie ("het EOM"), dat via nauwere samenwerking is ingesteld bij Verordening (EU) 2017/193913. Deze band is gebaseerd op wederzijdse samenwerking en op informatie-uitwisseling. Doel van die band is in het bijzonder ervoor te zorgen dat, om de financiële belangen van de Unie te beschermen, alle beschikbare middelen worden ingezet door de complementariteit van hun respectieve mandaten en de steun van het Bureau voor het EOM.

4 bis.  Het Bureau ontwikkelt en onderhoudt een nauwe band met het Europees Openbaar Ministerie ("het EOM"), dat via nauwere samenwerking is ingesteld bij Verordening (EU) 2017/193913. Deze band is gebaseerd op wederzijdse samenwerking, complementariteit, het vermijden van dubbel werk en informatie-uitwisseling. Doel van die band is in het bijzonder ervoor te zorgen dat, om de financiële belangen van de Unie te beschermen, alle beschikbare middelen worden ingezet door de complementariteit van hun respectieve mandaten en de steun van het Bureau voor het EOM, waaronder technische en logistieke steun.

_________________

_________________

13 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

13 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Controles en verificaties ter plaatse worden verricht overeenkomstig deze verordening en, in zoverre een aangelegenheid niet onder deze verordening valt, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96.

2.  Controles en verificaties ter plaatse worden verricht overeenkomstig deze verordening en, in zoverre een aangelegenheid niet onder deze verordening valt, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 alsook alle relevante EU-wetgeving inzake gegevensbescherming.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Marktdeelnemers werken met het Bureau samen tijdens zijn onderzoeken. Het Bureau kan marktdeelnemers om mondelinge informatie, inclusief door middel van een onderhoud, alsook om schriftelijke informatie verzoeken.

3.  Marktdeelnemers zijn verplicht met het Bureau samen te werken tijdens zijn onderzoeken. Het Bureau kan marktdeelnemers verzoeken om mondelinge informatie, inclusief door middel van een onderhoud, alsook om schriftelijke informatie, naar behoren gedocumenteerd en verwerkt in overeenstemming met de normen inzake vertrouwelijkheid en de wetgeving inzake gegevensbescherming.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De deelnemende lidstaten zorgen ervoor dat hun respectieve nationale autoriteiten waarborgen dat de onderzoeken van het EOM en het Bureau op correcte en doeltreffende wijze worden uitgevoerd.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  In de uitoefening van deze bevoegdheden eerbiedigt het Bureau de procedurewaarborgen waarin deze verordening en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 voorzien. Bij een controle en verificatie ter plaatse heeft de betrokken marktdeelnemer het recht om geen zichzelf belastende verklaringen af te leggen en het recht te worden bijgestaan door een persoon naar keuze. Bij het afleggen van verklaringen tijdens controles ter plaatse heeft de marktdeelnemer de mogelijkheid om een van de officiële talen van de lidstaat waar hij gevestigd is, te gebruiken. Het recht te worden bijgestaan door een persoon naar keuze belet niet dat het Bureau toegang heeft tot de lokalen van de marktdeelnemer, en mag het begin van de controle niet onnodig vertragen.

5.  In de uitoefening van deze bevoegdheden eerbiedigt het Bureau de procedurewaarborgen waarin deze verordening en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96, alsook Verordening (EU) 2018/1725* voorzien. Bij een controle en verificatie ter plaatse heeft de betrokken marktdeelnemer het recht om geen zichzelf belastende verklaringen af te leggen en het recht te worden bijgestaan door een persoon naar keuze. Bij het afleggen van verklaringen tijdens controles ter plaatse heeft de marktdeelnemer de mogelijkheid om een van de officiële talen van de lidstaat waar hij gevestigd is, te gebruiken. Het recht om gedurende een beperkte en redelijke termijn door een persoon naar keuze te worden bijgestaan belet niet dat het Bureau toegang heeft tot de lokalen van de marktdeelnemer, en mag het begin van de controle niet onnodig vertragen.

 

_________________

 

* Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

 

(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 6 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat verleent de personeelsleden van het Bureau op verzoek van het Bureau de nodige bijstand om hun taak doeltreffend te kunnen uitvoeren, als omschreven in de in artikel 7, lid 2, bedoelde schriftelijke machtiging.

De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat garandeert de personeelsleden van het Bureau op verzoek van het Bureau onverwijld de nodige bijstand om hun taak doeltreffend te kunnen uitvoeren, als omschreven in de in artikel 7, lid 2, bedoelde schriftelijke machtiging.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat de personeelsleden van het Bureau toegang krijgen tot alle informatie en documenten in verband met de onderzochte feiten die nodig blijken voor het doelmatige en doeltreffende verloop van de controles en verificaties ter plaatse, en dat zij documenten of gegevens kunnen veiligstellen teneinde elk risico van verdwijning uit te schakelen.

Overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat de personeelsleden van het Bureau toegang krijgen tot alle informatie en documenten in verband met de onderzochte feiten die nodig blijken voor het doelmatige en doeltreffende verloop en de evenredigheid van de controles en verificaties ter plaatse, en dat zij documenten of gegevens kunnen veiligstellen teneinde elk risico van verdwijning uit te schakelen. De fundamentele rechten, en met name het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, worden volledig geëerbiedigd.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 7 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de personeelsleden van het Bureau vaststellen dat een marktdeelnemer zich verzet tegen een controle of verificatie ter plaatse die overeenkomstig deze verordening is toegestaan, zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat hun alle nodige bijstand van de rechtshandhavingsautoriteiten wordt verleend, zodat het Bureau zijn controle of verificatie ter plaatse doeltreffend en zonder onnodige vertraging kan verrichten.

Indien de personeelsleden van het Bureau vaststellen dat een marktdeelnemer zich verzet tegen een controle of verificatie ter plaatse die overeenkomstig deze verordening is toegestaan, waarborgt de betrokken lidstaat dat hun alle nodige bijstand van de rechtshandhavingsautoriteiten wordt verleend, zodat het Bureau zijn controle of verificatie ter plaatse doeltreffend en zonder onnodige vertraging kan verrichten.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Tijdens een extern onderzoek kan het Bureau toegang verkrijgen tot alle relevante informatie en gegevens met betrekking tot de onderzochte feiten, ongeacht de aard van de informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen of instanties, voor zover dit noodzakelijk is om te kunnen vaststellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. In dat geval is artikel 4, leden 2 en 4, van toepassing.

9.  Tijdens een extern onderzoek kan het Bureau toegang verkrijgen tot alle relevante informatie en gegevens met betrekking tot de onderzochte feiten, ongeacht de aard van de informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen of instanties, voor zover dit noodzakelijk is om te kunnen vaststellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, onder eerbiediging van de vertrouwelijkheid van de onderzoeken, de legitieme rechten van de betrokken personen en, in voorkomend geval, de nationale procesrechtelijke bepalingen. In dat geval is artikel 4, leden 2 en 4, van toepassing.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  kan het Bureau de ambtenaren, andere personeelsleden, leden van instellingen of organen, hoofden van instanties of personeelsleden om mondelinge informatie, inclusief door middel van een onderhoud, alsook om schriftelijke informatie verzoeken.

b)  kan het Bureau de ambtenaren, andere personeelsleden, leden van instellingen of organen, hoofden van instanties of personeelsleden verzoeken om mondelinge informatie, inclusief door middel van een onderhoud, alsook om schriftelijke informatie, grondig gedocumenteerd overeenkomstig de normen van de Unie inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd artikel 12 quinquies kan de directeur-generaal een onderzoek openen bij voldoende ernstige verdenking van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, ook indien de informatie dienaangaande door derden of anoniem wordt verstrekt.

Onverminderd artikel 12 quinquies kan de directeur-generaal een onderzoek openen bij voldoende ernstige verdenking of sterke aanwijzingen van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, ook indien de informatie dienaangaande door derden of anoniem wordt verstrekt.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verlenen de personeelsleden van het Bureau de nodige bijstand zodat die hun taken overeenkomstig deze verordening doeltreffend en zonder onnodige vertraging kunnen uitvoeren.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten waarborgen de personeelsleden van het Bureau de nodige bijstand zodat die hun taken overeenkomstig deze verordening doeltreffend en zonder onnodige vertraging kunnen uitvoeren.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter d

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De instelling, het orgaan of de instantie in kwestie kan, in aanvulling op de eerste alinea, te allen tijde het Bureau raadplegen om, in nauwe samenwerking met het Bureau, te besluiten alle passende voorzorgsmaatregelen te nemen, inclusief maatregelen ter bescherming van bewijsmiddelen, en stelt het Bureau onverwijld in kennis van dit besluit.

De instelling, het orgaan of de instantie in kwestie kan, in aanvulling op de eerste alinea, te allen tijde het Bureau raadplegen om, in nauwe samenwerking met het Bureau en zonder dubbel werk te verrichten, te besluiten alle passende voorzorgsmaatregelen te nemen, inclusief maatregelen ter bescherming van bewijsmiddelen, en stelt het Bureau onverwijld in kennis van dit besluit. Het Bureau werkt constructief en in volledige synergie samen met de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter e

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"8.  Indien een onderzoek niet kan worden afgesloten binnen twaalf maanden nadat het is geopend, brengt de directeur-generaal, na het verstrijken van die twaalf maanden, en vervolgens om de zes maanden, verslag uit aan het Comité van toezicht, onder vermelding van de redenen die het oponthoud veroorzaken en, in voorkomend geval, de overwogen maatregelen om het onderzoek sneller te doen verlopen.";

"8.  Indien een onderzoek niet kan worden afgesloten binnen twaalf maanden nadat het is geopend, brengt de directeur-generaal, na het verstrijken van die twaalf maanden, en vervolgens om de zes maanden, verslag uit aan het Comité van toezicht, onder vermelding van de redenen die het oponthoud veroorzaken en de overwogen maatregelen om het onderzoek sneller te doen verlopen.";

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de instellingen, organen en instanties overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1939 aan het EOM een melding doen, kunnen zij in plaats daarvan aan het Bureau een afschrift van de aan het EOM toegezonden melding doorgeven.

Wanneer de instellingen, organen en instanties overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1939 aan het EOM een melding doen, doen zij aan het Bureau een afschrift van de aan het EOM toegezonden melding toekomen.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief alle documenten en informatie in hun bezit die verband houden met een lopend onderzoek van het Bureau aan het Bureau door.

De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief onverwijld alle documenten en informatie in hun bezit die verband houden met een lopend onderzoek van het Bureau aan het Bureau door.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter c

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven alle andere relevant geachte documenten en informatie in hun bezit die verband houden met de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, aan het Bureau door.

3.  De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven onverwijld alle andere relevant geachte documenten en informatie in hun bezit die verband houden met de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, aan het Bureau door.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)   het volgende lid 5 bis wordt toegevoegd:

 

"5 bis.  Personen die strafbare feiten en inbreuken in verband met de financiële belangen van de EU melden bij het Bureau, worden volledig beschermd, met name door middel van de Europese wetgeving inzake de bescherming van personen die inbreuken op het recht van de Unie melden."

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag kan vergezeld gaan van aanbevelingen van de directeur-generaal betreffende te ondernemen actie. De aanbevelingen vermelden in voorkomend geval of er door de instellingen, organen en instanties en door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten tuchtrechtelijke, administratiefrechtelijke, financiële en/of gerechtelijke acties dienen te worden ondernomen; in het bijzonder worden de geschatte in te vorderen bedragen en de voorlopige juridische kwalificatie van de geconstateerde feiten vermeld.

Het verslag kan vergezeld gaan van gedocumenteerde aanbevelingen van de directeur-generaal betreffende te ondernemen actie. De aanbevelingen vermelden in voorkomend geval of er door de instellingen, organen en instanties en door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten tuchtrechtelijke, administratiefrechtelijke, financiële en/of gerechtelijke acties dienen te worden ondernomen; in het bijzonder worden de geschatte in te vorderen bedragen en de voorlopige juridische kwalificatie van de geconstateerde feiten vermeld.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het Bureau neemt passende interne maatregelen om de consistente kwaliteit van de eindverslagen en aanbevelingen te waarborgen en gaat na of de richtsnoeren betreffende onderzoeksprocedures moeten worden herzien om eventuele inconsistenties aan te pakken.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verslagen van het Bureau zijn toelaatbaar als bewijs in gerechtelijke procedures voor gerechten van de Unie en in administratieve procedures in de Unie.

De verslagen van het Bureau zijn toelaatbaar als bewijs in gerechtelijke procedures voor gerechten van de Unie en in administratieve procedures in de Unie, op voorwaarde dat zij op wettige wijze zijn opgesteld.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 – lid 1 – laatste zin

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Het kan ook informatie doorgeven aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie.";

"Ter voorkoming van onnodige vertraging die nadelige gevolgen kan hebben voor andere onderzoeken, bijvoorbeeld voor bepaalde zaken met betrekking tot opheffing van de immuniteit, kan het op verzoek ook informatie doorgeven aan de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie.";

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Bureau meldt het EOM zonder onnodige vertraging alle strafbare gedragingen ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen overeenkomstig artikel 22 en artikel 25, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2017/1939. De melding wordt in elke fase voor of tijdens een onderzoek van het Bureau toegezonden.

1.  Het Bureau meldt onmiddellijk en rapporteert zonder onnodige vertraging aan het EOM alle strafbare gedragingen ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen overeenkomstig artikel 22 en artikel 25, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2017/1939. De melding wordt in elke fase voor of tijdens een onderzoek van het Bureau toegezonden.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de feiten, met inbegrip van een beoordeling van de schade die is berokkend of wellicht zal worden berokkend, de mogelijke juridische kwalificatie, en eventuele beschikbare informatie over potentiële slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen.

2.  Het verslag bevat alle feiten en informatie waarvan het Bureau kennis heeft, met inbegrip van een beoordeling van de schade die is berokkend of wellicht zal worden berokkend, de mogelijke juridische kwalificatie, en eventuele beschikbare informatie over potentiële slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Bureau is niet verplicht kennelijk ongegronde vermoedens aan het EOM te melden.

Het Bureau meldt aan het EOM alleen gemotiveerde aantijgingen en verstrekt jaarlijks gegevens over het aantal en het onderwerp van deze aantijgingen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 septies bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 septies bis

 

Gelijktijdige onderzoeken

 

1.  In situaties waarin een onderzoek loopt in een lidstaat die deel uitmaakt van het EOM en in een lidstaat die geen deel uitmaakt van het EOM, sluiten het Bureau en het EOM een werkregeling overeenkomstig artikel 99, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad. Deze werkregeling bevat ten minste bepalingen inzake de uitwisseling van alle informatie, wederzijdse aanvaarding van bewijsmateriaal en verslagen, procedurele waarborgen die gelijkwaardig zijn aan die van hoofdstuk VI van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad, en de uitwisseling van persoonsgegevens.

 

2.  De lidstaten werken samen met het Bureau en het EOM en ondersteunen hen bij hun activiteiten en respectieve onderzoeken.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF

Document- en procedurenummers

COM(2018)0338 – C8-0214/2018 – 2018/0170(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

CONT

5.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jean-Marie Cavada

9.7.2018

Behandeling in de commissie

20.11.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

23.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Luis de Grandes Pascual, Pascal Durand, Angelika Niebler, Virginie Rozière, Tiemo Wölken, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Lola Sánchez Caldentey

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, António Marinho e Pinto

ECR

Sajjad Karim, Kosma Złotowski

GUE/NGL

Lola Sánchez Caldentey

PPE

Rosa Estaràs Ferragut, Luis de Grandes Pascual, Pavel Svoboda, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tadeusz Zwiefka

S&D

Mady Delvaux, Enrico Gasbarra, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Evelyn Regner, Tiemo Wölken

VERTS/ALE

Max Andersson, Pascal Durand, Julia Reda

2

-

ENF

Marie-Christine Boutonnet, Gilles Lebreton

1

0

PPE

József Szájer

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (11.1.2019)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF

(COM(2018)0338 – C8-0214/2018 – 2018/0170(COD))

Rapporteur voor advies: Monica Macovei

BEKNOPTE MOTIVERING

In het kader van haar inspanningen die erop gericht zijn de bescherming van de financiële belangen van de Unie te verbeteren, heeft de Commissie in mei 2018 een voorstel gepresenteerd tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). Het voorstel volgt op de vaststelling - in juli 2017 - van de richtlijn betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, en de vaststelling - in oktober 2017 - van de verordening betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM").

De gewijzigde verordening moet eind 2020, voordat het EOM operationeel wordt, in werking treden.

De algemene doelstelling van het voorstel is het aanpassen en versterken van de mechanismen voor de bescherming van de financiële belangen van de EU. Dit moet voornamelijk worden bereikt door het leggen van het fundament voor een doeltreffende samenwerking met het EOM, die moet stoelen op de beginselen van nauwe samenwerking, uitwisseling van informatie, complementariteit en geen dubbel onderzoek. Het EOM zal bevoegd zijn om strafrechtelijke onderzoeken uit te voeren en strafvervolgingen in te stellen, terwijl OLAF alleen administratieve onderzoeken in verband met de financiële belangen van de EU zal blijven doen, in aanvulling op het werk van het EOM en convergerend naar een gemeenschappelijk doel.

Rapporteur is van oordeel dat het van het allergrootste belang is ervoor te zorgen dat de toekomstige betrekkingen tussen het EOM en OLAF niet tot langdurige geschillen over bevoegdheden leiden. Hiertoe moeten zowel het EOM, als OLAF de hit/no hit-functies van hun respectieve casemanagementsystemen gebruiken, die een onmiddellijke controle van relevante informatie over lopende zaken mogelijk maken. Aangezien het casemanagementsysteem van het EOM een hoog niveau van beveiliging vereist, moet het Bureau een door het EOM aangewezen persoon informeren die het casemanagementsysteem van het EOM verifieert om vast te stellen of het Europees Openbaar Ministerie reeds een onderzoek naar dezelfde feiten verricht.

In het verslag staat ook dat het Bureau het EOM onverwijld in kennis moet stellen van strafrechtelijke onderzoeken waarvoor het EOM zijn bevoegdheid kan doen gelden. De kennisgeving kan worden gevolgd door een verslag, op verzoek van het EOM en opgesteld in nauwe samenwerking met het EOM. Dit maakt een snelle reactie van het EOM mogelijk en waarborgt dat strafrechtelijke onderzoeken plaatsvinden met volledige inachtneming van de procedurewaarborgen die op het EOM van toepassing zijn.

In het verslag staat dat in het geval van complementaire onderzoeken die op instigatie van de directeur-generaal van het Bureau worden gestart of voortgezet, het Bureau deze onderzoeken alleen mag verrichten met instemming van het EOM. Indien het EOM bezwaar tegen het starten van dergelijke onderzoeken maakt, ziet het Bureau van de bedoelde onderzoeken af.

Rapporteur is tot slot van mening dat de instellingen, organen en instanties van de Unie het EOM rechtstreeks moeten verzoeken beoordelingen te verrichten van vermoedens van strafbare feiten die hen ter ore komen, in overeenstemming met artikel 24, lid 1, van de EOM-verordening.

AMENDEMENTEN

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Volgens het verslag van de Commissie van de evaluatie van de toepassing van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 is niet helemaal duidelijk in welke mate Verordening nr. 883/2013 het nationale recht van toepassing maakt. Verschillen in de interpretatie van de relevante bepalingen en in het nationale recht leiden tot versnippering in de uitoefening van de bevoegdheden van OLAF in de lidstaten, en maken het voor OLAF soms moeilijk om in alle lidstaten met succes onderzoek te verrichten en uiteindelijk een bijdrage te leveren aan de in het Verdrag vastgelegde doelstelling van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen in de gehele Unie.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  In het licht van hun gemeenschappelijke doel, namelijk het behoud van de integriteit van de begroting van de Unie, moeten het Bureau en het EOM een nauwe band ontwikkelen en onderhouden om echt samen te werken en te garanderen dat hun respectieve mandaten complementair zijn en hun acties gecoördineerd worden, met name gelet op de omvang van de nauwere samenwerking bij de instelling van het EOM. De band moet uiteindelijk helpen te waarborgen dat alle middelen worden ingezet om de financiële belangen van de Unie te beschermen, en dat onnodig dubbel werk wordt voorkomen.

(4)  In het licht van hun gemeenschappelijke doel, namelijk het behoud van de integriteit van de begroting van de Unie, moeten het Bureau en het EOM een nauwe band ontwikkelen en onderhouden om echt samen te werken en te garanderen dat hun respectieve mandaten complementair zijn en hun acties gecoördineerd worden, met name gelet op de omvang van de nauwere samenwerking bij de instelling van het EOM. De band moet uiteindelijk helpen te waarborgen dat alle middelen worden ingezet om de financiële belangen van de Unie te beschermen, en dat onnodig dubbel werk wordt voorkomen. Om een goede samenwerking te bevorderen, worden het EOM en het Bureau aangemoedigd regelmatig bijeen te komen, met name om een overzicht van lopende onderzoeken te verkrijgen teneinde tendensen en mogelijke verbanden tussen verschillende zaken vast te stellen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Na de oprichting van het EOM mag het algemene mandaat van OLAF niet veranderen, maar moet de werking ervan op verschillende manieren worden aangepast aan het bestaan van het EOM. OLAF moet bevoegd blijven voor het administratieve onderzoek naar vermoedens van frauduleuze en niet-frauduleuze onregelmatigheden binnen de instellingen, organen en instanties van de EU, en in alle lidstaten, met het oog op het uitbrengen van aanbevelingen om gerechtelijke, disciplinaire, financiële of administratieve procedures in te leiden.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Op grond van Verordening (EU) 2017/1939 moet het Bureau, net als alle instellingen, organen en instanties van de Unie en nationale bevoegde autoriteiten, zonder onnodige vertraging elke strafbare gedraging ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen, aan het EOM melden. Omdat het Bureau als mandaat heeft administratieve onderzoeken te verrichten naar fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, is het ideaal geplaatst en uitgerust om op te treden als de natuurlijke partner van en bevoorrechte bron van informatie voor het EOM.

(5)  Op grond van Verordening (EU) 2017/1939 moet het Bureau, net als alle instellingen, organen en instanties van de Unie en nationale bevoegde autoriteiten, zonder onnodige vertraging elke strafbare gedraging ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen, aan het EOM melden. Omdat het Bureau als mandaat heeft administratieve onderzoeken te verrichten naar fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, is het ideaal geplaatst en uitgerust om op te treden als de natuurlijke partner van en bevoorrechte bron van informatie voor het EOM. Dit is met name het geval bij onderzoeken waarbij lidstaten betrokken zijn die deelnemen aan de nauwere samenwerking voor de oprichting van het EOM en lidstaten die niet daaraan deelnemen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Elementen die wijzen op mogelijke strafbare gedragingen die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen, kunnen in de praktijk al aanwezig zijn in initiële vermoedens die het Bureau ontvangt, of pas blijken in de loop van een administratief onderzoek dat het Bureau heeft ingesteld op grond van een vermoeden van administratieve onregelmatigheid. Om aan zijn meldingsplicht aan het EOM te voldoen, moet het Bureau dus, naargelang het geval, strafrechtelijke gedragingen melden in een fase vóór of tijdens een onderzoek.

(6)  Elementen die wijzen op mogelijke strafbare gedragingen die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen, kunnen in de praktijk al aanwezig zijn in initiële vermoedens die het Bureau ontvangt, of pas blijken in de loop van een administratief onderzoek dat het Bureau heeft ingesteld op grond van een vermoeden van administratieve onregelmatigheid. Om aan zijn meldingsplicht aan het EOM te voldoen, moet het Bureau dus, naargelang het geval, onmiddellijk kennis geven van alle strafrechtelijke gedragingen. Deze kennisgeving moet worden gevolgd door een melding die zonder onnodige vertraging moet worden verricht. De kennisgeving en melding kunnen in elke fase vóór of tijdens een onderzoek worden toegezonden. Door het Bureau ontvangen informatie moet in ieder geval zo spoedig aan het EOM worden gemeld.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Verordening (EU) 2017/1939 specificeert de elementen die in de regel ten minste in een melding moeten worden opgenomen. Het kan zijn dat het Bureau moet overgaan tot een voorlopige evaluatie van vermoedens om na te gaan of deze elementen aanwezig zijn en de nodige informatie te verzamelen. Het Bureau moet de evaluatie snel verrichten en met behulp van middelen waardoor een mogelijk toekomstig strafrechtelijk onderzoek niet in gevaar wordt gebracht. Indien een vermoeden van een strafbaar feit binnen de bevoegdheid van het EOM wordt vastgesteld, moet het Bureau dit bij afloop van zijn evaluatie aan het EOM melden.

(7)  Verordening (EU) 2017/1939 specificeert de elementen die in de regel ten minste in een melding moeten worden opgenomen, om de doeltreffendheid van de melding van strafzaken te verhogen. Naast deze elementen moet het Bureau alle relevante informatie waarvoor het beschikt aan het EOM toezenden. Het kan zijn dat het Bureau moet overgaan tot een voorlopige evaluatie van vermoedens om na te gaan of deze elementen aanwezig zijn en de nodige informatie te verzamelen. Het Bureau moet de evaluatie zo spoedig mogelijk verrichten en met behulp van middelen waardoor een mogelijk toekomstig strafrechtelijk onderzoek niet in gevaar wordt gebracht. Indien een vermoeden van een strafbaar feit binnen de bevoegdheid van het EOM wordt vastgesteld, moet het Bureau dit bij afloop van zijn evaluatie onmiddellijk aan het EOM melden.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Gelet op de deskundigheid van het Bureau moeten de instellingen, organen en instanties van de Unie de keuze hebben om een beroep te doen op het Bureau voor het verrichten van een dergelijke voorlopige evaluatie van vermoedens die aan hen zijn gemeld.

(8)  Gelet op de deskundigheid van het Bureau moeten de instellingen, organen en instanties van de Unie de keuze hebben om een beroep te doen op het Bureau voor het verrichten van een dergelijke voorlopige evaluatie van vermoedens die aan hen zijn gemeld, in gevallen waarin zij niet in staat zijn deze beoordeling te verrichten. Dit mag tijdige melding aan het EOM niet in de weg staan.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 mag het Bureau in beginsel geen parallel administratief onderzoek instellen als het EOM al een onderzoek voert met betrekking tot dezelfde feiten. In sommige gevallen kan de bescherming van de financiële belangen van de Unie echter vereisen dat het Bureau een aanvullend administratief onderzoek verricht voordat de door het EOM ingestelde strafrechtelijke procedure beëindigd is, om te kunnen nagaan of voorzorgsmaatregelen nodig zijn dan wel financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties moeten worden ondernomen. Deze aanvullende onderzoeken kunnen onder meer passend zijn wanneer aan de begroting van de Unie verschuldigde bedragen binnen bepaalde verjaringstermijnen moeten worden teruggevorderd, wanneer de risicobedragen erg hoog zijn of wanneer door middel van administratieve maatregelen moet worden voorkomen dat in risicosituaties verdere uitgaven worden gedaan.

(9)  Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 mag het Bureau in beginsel geen parallel administratief onderzoek instellen als het EOM al een onderzoek voert met betrekking tot dezelfde feiten. In sommige gevallen kan de bescherming van de financiële belangen van de Unie echter vereisen dat het Bureau een aanvullend administratief onderzoek verricht voordat de door het EOM ingestelde strafrechtelijke procedure beëindigd is, om te kunnen nagaan of voorzorgsmaatregelen nodig zijn dan wel financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties moeten worden ondernomen. Deze aanvullende onderzoeken kunnen onder meer passend zijn wanneer aan de begroting van de Unie verschuldigde bedragen binnen bepaalde verjaringstermijnen moeten worden teruggevorderd, wanneer de risicobedragen erg hoog zijn of wanneer door middel van administratieve maatregelen moet worden voorkomen dat in risicosituaties verdere uitgaven worden gedaan. Gezien hun aanvullende aard moeten dergelijke aanvullende onderzoeken uitsluitend worden verricht met de instemming van het EOM.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Verordening (EU) 2017/1939 bepaalt dat het EOM het Bureau kan verzoeken om dergelijke aanvullende onderzoeken. In gevallen waarin het EOM daar niet om verzoekt, moet een dergelijk aanvullend onderzoek onder bepaalde voorwaarden ook mogelijk zijn op initiatief van het Bureau. Het EOM moet met name bezwaar kunnen maken tegen de opening of de voortzetting van een onderzoek door het Bureau of tegen het verrichten van bepaalde onderzoekshandelingen door het Bureau. De redenen voor dit bezwaar moeten gebaseerd zijn op het feit dat de doeltreffendheid van het onderzoek van het EOM moet worden beschermd, en moeten in verhouding staan tot dit doel. Het Bureau moet afzien van het verrichten van de handelingen waartegen het EOM bezwaar heeft gemaakt. Indien het EOM geen bezwaar maakt, moet het onderzoek van het Bureau in nauw overleg met het EOM worden verricht.

(10)  Verordening (EU) 2017/1939 bepaalt dat het EOM het Bureau kan verzoeken om dergelijke aanvullende onderzoeken. In gevallen waarin het EOM daar niet om verzoekt, moet een dergelijk aanvullend onderzoek onder specifieke voorwaarden ook mogelijk zijn op initiatief van het Bureau, na raadpleging van het EOM. Het EOM moet met name bezwaar kunnen maken tegen de opening of de voortzetting van een onderzoek door het Bureau of tegen het verrichten van bepaalde onderzoekshandelingen door het Bureau. De redenen voor dit bezwaar moeten gebaseerd zijn op het feit dat de doeltreffendheid van het onderzoek van het EOM moet worden beschermd, en moeten in verhouding staan tot dit doel. Het Bureau moet afzien van het verrichten van de handelingen waartegen het EOM bezwaar heeft gemaakt. Indien het EOM aan het verzoek voldoet, moet het onderzoek van het Bureau in nauw overleg met het EOM worden verricht.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Om doeltreffende coördinatie tussen het Bureau en het EOM te garanderen, moet continu tussen hen informatie worden uitgewisseld. De uitwisseling van informatie in de fasen voorafgaand aan de opening van onderzoeken door het Bureau en het EOM is vooral relevant om degelijke coördinatie tussen de respectieve acties te garanderen en dubbel werk te voorkomen. Het Bureau en het EOM moeten de modaliteiten en voorwaarden van deze uitwisseling van informatie vastleggen in hun werkafspraken.

(12)  Om doeltreffende coördinatie tussen het Bureau en het EOM te garanderen, moet continu tussen hen informatie worden uitgewisseld. De uitwisseling van informatie in de fasen voorafgaand aan de opening van onderzoeken door het Bureau en het EOM is vooral relevant om degelijke coördinatie tussen de respectieve acties te garanderen en dubbel werk te voorkomen. Hiertoe moeten het Bureau en het EOM gebruik maken van de hit/no hit-functies van hun respectieve casemanagementsystemen. Het Bureau en het EOM moeten de modaliteiten en voorwaarden van deze uitwisseling van informatie vastleggen in hun werkafspraken. De directeur-generaal van het Bureau en de Europese hoofdaanklager dienen regelmatig bijeen te komen om zaken van gemeenschappelijk belang te bespreken.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  In situaties waarin het Bureau een beroep moet doen op de bijstand van de nationale bevoegde autoriteiten, vooral in gevallen waarin een marktdeelnemer zich tegen een controle en verificatie ter plaatse verzet, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de actie van het Bureau doeltreffend is, en moeten zij overeenkomstig de desbetreffende regels van nationaal procesrecht de nodige bijstand verlenen.

(19)  In situaties waarin het Bureau een beroep moet doen op de bijstand van de nationale bevoegde autoriteiten, vooral in gevallen waarin een marktdeelnemer zich tegen een controle en verificatie ter plaatse verzet, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de actie van het Bureau doeltreffend is, en moeten zij overeenkomstig de desbetreffende regels van nationaal procesrecht onverwijld de nodige bijstand verlenen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Personen die strafbare feiten en inbreuken in verband met de financiële belangen van de EU melden bij het Bureau, dienen volledig beschermd te worden, met name door middel van de betreffende EU-bepalingen inzake de bescherming van klokkenluiders.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis)  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verlenen het Bureau de nodige bijstand bij de uitvoering van zijn taken. Wanneer het Bureau aanbevelingen betreffende gerechtelijke acties doet aan de nationale strafvervolgingsautoriteiten van een lidstaat en er geen follow-up plaatsvindt, moet de lidstaat zijn beslissing aan het Bureau rechtvaardigen. Eenmaal per jaar dient het Bureau een verslag op te stellen om een overzicht te geven van de door de lidstaten verleende bijstand en van de follow-up die aan de aanbevelingen betreffende gerechtelijke acties gegeven is.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 32 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 ter)  Er dient een grondrechtenfunctionaris te worden benoemd uit de leden van het Comité van toezicht. De grondrechtenfunctionaris moet toezien op de inachtneming van de grondrechten en de procedurele waarborgen door het Bureau.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis)  Uiterlijk 31 december 2022 dient de Commissie de toepassing van deze verordening en met name de doelmatigheid van de samenwerking tussen het Bureau en het EOM te evalueren.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 1 – lid 3 – letter d

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1)  Artikel 1, lid 3, onder d), wordt vervangen door:

d)   Verordening (EG) nr. 45/2001.

"d)   Verordening (EU) nr. 45/2001 en Verordening (EU) 2016/679

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32013R0883)

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Controles en verificaties ter plaatse worden verricht overeenkomstig deze verordening en, in zoverre een aangelegenheid niet onder deze verordening valt, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96.

2.  Controles en verificaties ter plaatse kunnen worden verricht zonder voorafgaande kennisgeving en worden verricht overeenkomstig deze verordening en, in zoverre een aangelegenheid niet onder deze verordening valt, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 6 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat verleent de personeelsleden van het Bureau op verzoek van het Bureau de nodige bijstand om hun taak doeltreffend te kunnen uitvoeren, als omschreven in de in artikel 7, lid 2, bedoelde schriftelijke machtiging.

De bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat verleent de personeelsleden van het Bureau op verzoek van het Bureau zonder onnodige vertraging de nodige bijstand om hun taak doeltreffend te kunnen uitvoeren, als omschreven in de in artikel 7, lid 2, bedoelde schriftelijke machtiging.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat de personeelsleden van het Bureau toegang krijgen tot alle informatie en documenten in verband met de onderzochte feiten die nodig blijken voor het doelmatige en doeltreffende verloop van de controles en verificaties ter plaatse, en dat zij documenten of gegevens kunnen veiligstellen teneinde elk risico van verdwijning uit te schakelen.

Overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 zorgt de betrokken lidstaat ervoor dat de personeelsleden van het Bureau toegang krijgen tot alle informatie en documenten in verband met de onderzochte feiten die nodig blijken voor het doelmatige en doeltreffende verloop van de controles en verificaties ter plaatse, en dat zij documenten of gegevens kunnen veiligstellen gedurende de tijd die nodig is om elk risico van verdwijning uit te schakelen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Tijdens een extern onderzoek kan het Bureau toegang verkrijgen tot alle relevante informatie en gegevens met betrekking tot de onderzochte feiten, ongeacht de aard van de informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen of instanties, voor zover dit noodzakelijk is om te kunnen vaststellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. In dat geval is artikel 4, leden 2 en 4, van toepassing.

9.  Tijdens een extern onderzoek kan het Bureau zonder onnodige vertraging toegang verkrijgen tot alle relevante informatie en gegevens met betrekking tot de onderzochte feiten, ongeacht de aard van de informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen of instanties, voor zover dit noodzakelijk is om te kunnen vaststellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. In dat geval is artikel 4, leden 2 en 4, van toepassing.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 3 – lid 10 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd artikel 12 quater, lid 1, kan het Bureau, wanneer het, voordat is besloten om al dan niet een extern onderzoek te openen, over aanwijzingen beschikt dat er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en, in voorkomend geval, de instellingen, organen en instanties in kwestie hiervan in kennis stellen.

Onverminderd artikel 12 quater, lid 1, kan het Bureau, wanneer het, voordat is besloten om al dan niet een extern onderzoek te openen, over aanwijzingen beschikt dat er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en, in voorkomend geval, de instellingen, organen en instanties in kwestie hiervan in kennis stellen. De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat en/of de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie stelt het Bureau desgevraagd in kennis van de eventueel naar aanleiding daarvan ondernomen actie en van de bevindingen met betrekking tot de hierboven bedoelde aanwijzingen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  heeft het Bureau zonder voorafgaande waarschuwing onmiddellijke toegang tot alle relevante informatie en gegevens, ongeacht de aard van de informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen en instanties, alsmede tot hun lokalen. Het Bureau is bevoegd om de boekhouding van de instellingen, organen en instanties te controleren. Het Bureau kan alle documenten en de inhoud van alle informatiedragers die deze instellingen, organen en instanties in hun bezit hebben, kopiëren of daarvan uittreksels verkrijgen en kan, zo nodig, deze documenten of gegevens veiligstellen teneinde elk risico van verdwijning uit te schakelen;

a)  heeft het Bureau zonder voorafgaande waarschuwing onmiddellijke toegang tot alle relevante informatie en gegevens, ongeacht de aard van de informatiedrager, die in het bezit zijn van de instellingen, organen en instanties, alsmede tot hun lokalen. Het Bureau is bevoegd om de boekhouding van de instellingen, organen en instanties te controleren. Het Bureau kan alle documenten en de inhoud van alle informatiedragers die deze instellingen, organen en instanties in hun bezit hebben, kopiëren of daarvan uittreksels verkrijgen en kan, zo nodig, deze documenten of gegevens veiligstellen gedurende de tijd die nodig is om elk risico van verdwijning uit te schakelen;

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 4 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Overeenkomstig artikel 3 kan het Bureau bij marktdeelnemers controles en verificaties ter plaatse verrichten om toegang te krijgen tot relevante informatie met betrekking tot de feiten waarnaar een intern onderzoek wordt ingesteld.

3.  Overeenkomstig artikel 3 kan het Bureau bij marktdeelnemers zonder voorafgaande kennisgeving controles en verificaties ter plaatse verrichten om toegang te krijgen tot relevante informatie met betrekking tot de feiten waarnaar een intern onderzoek wordt ingesteld.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  in lid 2 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

 

"Een door het EOM aan het Bureau gevraagd extern onderzoek wordt onverwijld geopend in overeenstemming met artikel 12 sexies."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32013R0883&from=NL)

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a ter (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

a ter)  in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

Het besluit om een intern onderzoek te openen, wordt genomen door de directeur-generaal, die handelt op eigen initiatief dan wel op verzoek van de instelling, het orgaan of de instantie waarbij het onderzoek moet worden verricht of op verzoek van een lidstaat.

Het besluit om een intern onderzoek te openen, wordt genomen door de directeur-generaal, die handelt op eigen initiatief dan wel op verzoek van het EOM of de instelling, het orgaan of de instantie waarbij het onderzoek moet worden verricht of op verzoek van een lidstaat.

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32013R0883)

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 3 – alinea 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

a bis)  in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

De instellingen, organen en instanties zien erop toe dat hun ambtenaren, andere personeelsleden, leden, hoofden of personeelsleden het personeel van het Bureau de nodige bijstand verlenen bij de doeltreffende uitvoering van zijn taken.

De instellingen, organen en instanties zien erop toe dat hun ambtenaren, andere personeelsleden, leden, hoofden of personeelsleden het personeel van het Bureau de nodige bijstand verlenen bij de doeltreffende uitvoering van zijn taken overeenkomstig deze verordening en zonder onnodige vertraging."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32013R0883)

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter d

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 7 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De instelling, het orgaan of de instantie in kwestie kan, in aanvulling op de eerste alinea, te allen tijde het Bureau raadplegen om, in nauwe samenwerking met het Bureau, te besluiten alle passende voorzorgsmaatregelen te nemen, inclusief maatregelen ter bescherming van bewijsmiddelen, en stelt het Bureau onverwijld in kennis van dit besluit.

De instelling, het orgaan of de instantie in kwestie kan, in aanvulling op de eerste alinea, te allen tijde het Bureau raadplegen om, in nauwe samenwerking met het Bureau, te besluiten alle passende voorzorgsmaatregelen te nemen, inclusief maatregelen ter bescherming van bewijsmiddelen, en stelt het Bureau onverwijld in kennis van dit besluit. Het Bureau werkt constructief en in volledige synergie samen met de instelling, het orgaan of de instantie in kwestie.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de instellingen, organen en instanties overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1939 aan het EOM een melding doen, kunnen zij in plaats daarvan aan het Bureau een afschrift van de aan het EOM toegezonden melding doorgeven.

Wanneer de instellingen, organen en instanties overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1939 aan het EOM een melding doen, kunnen zij in plaats daarvan aan het Bureau een afschrift van de aan het EOM toegezonden melding doorgeven en het EOM van deze toezending kennisgeven.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief alle documenten en informatie in hun bezit die verband houden met een lopend onderzoek van het Bureau aan het Bureau door.

De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief onverwijld alle documenten en informatie in hun bezit die verband houden met een lopend onderzoek van het Bureau aan het Bureau door.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorafgaand aan de opening van een onderzoek geven zij, op verzoek van het Bureau, alle documenten of informatie in hun bezit door die nodig zijn om de vermoedens te beoordelen of de in artikel 5, lid 1, vastgestelde criteria voor de opening van een onderzoek toe te passen.

Voorafgaand aan de opening van een onderzoek geven zij, op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief, alle documenten of informatie in hun bezit door die nodig zijn om de vermoedens te beoordelen of de in artikel 5, lid 1, vastgestelde criteria voor de opening van een onderzoek toe te passen.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter c

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 8 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven alle andere relevant geachte documenten en informatie in hun bezit die verband houden met de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, aan het Bureau door.

3.  De instellingen, organen en instanties en, tenzij hun nationale recht dat verbiedt, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, geven onverwijld, op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief, alle andere relevant geachte documenten en informatie in hun bezit die verband houden met de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, aan het Bureau door.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 9 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"5 bis.  De door OLAF uitgevoerde onderzoekshandelingen zijn onderworpen aan rechterlijke toetsing van het Hof van Justitie overeenkomstig artikel 263 VWEU."

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 10 – lid 5 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

a bis)  in lid 5 wordt de eerste alinea vervangen door:

De directeur-generaal zorgt ervoor dat het verstrekken van informatie aan het publiek op neutrale en onpartijdige wijze gebeurt en dat de openbaarmaking van die informatie geschiedt met inachtneming van het vertrouwelijke karakter van onderzoeken en in overeenstemming is met de beginselen van dit artikel en van artikel 9, lid 1.

De directeur-generaal zorgt ervoor dat het verstrekken van informatie aan het publiek op neutrale en onpartijdige wijze gebeurt en dat de openbaarmaking van die informatie geschiedt met inachtneming van de voorschriften inzake gegevensbescherming en het vertrouwelijke karakter van onderzoeken en in overeenstemming is met de beginselen van dit artikel en van artikel 9, lid 1.

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32013R0883)

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a ter (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)  het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"5 bis.  Personen die strafbare feiten en inbreuken in verband met de financiële belangen van de EU melden bij het Bureau, worden volledig beschermd, met name door middel van de Europese wetgeving inzake de bescherming van personen die inbreuken op het recht van de Unie melden."

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag kan vergezeld gaan van aanbevelingen van de directeur-generaal betreffende te ondernemen actie. De aanbevelingen vermelden in voorkomend geval of er door de instellingen, organen en instanties en door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten tuchtrechtelijke, administratiefrechtelijke, financiële en/of gerechtelijke acties moeten worden ondernomen; in het bijzonder worden de geschatte in te vorderen bedragen en de voorlopige juridische kwalificatie van de geconstateerde feiten vermeld.

Het verslag gaat vergezeld van goed gedocumenteerde aanbevelingen van de directeur-generaal betreffende het al dan niet ondernemen van actie. De aanbevelingen vermelden in voorkomend geval of er door de instellingen, organen en instanties en door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten tuchtrechtelijke, administratiefrechtelijke, financiële en/of gerechtelijke acties moeten worden ondernomen; in het bijzonder worden de geschatte in te vorderen bedragen en de voorlopige juridische kwalificatie van de geconstateerde feiten vermeld.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het Bureau neemt passende interne maatregelen om de consistente kwaliteit van de eindverslagen en aanbevelingen te waarborgen en gaat na of de richtsnoeren betreffende onderzoeksprocedures moeten worden herzien om eventuele inconsistenties aan te pakken.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verslagen van het Bureau zijn op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als door de nationale administratieve controleurs opgestelde administratieve verslagen toelaatbaar als bewijs in strafrechtelijke procedures van de lidstaat waar het gebruik ervan nodig blijkt. De verslagen worden beoordeeld volgens dezelfde regels als administratieve verslagen van de nationale administratieve controleurs en hebben dezelfde bewijskracht.

De verslagen van het Bureau zijn op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als door de nationale administratieve controleurs opgestelde administratieve verslagen toelaatbaar als bewijs in strafrechtelijke procedures van de lidstaat waar het gebruik ervan nodig blijkt. De verslagen worden beoordeeld volgens dezelfde regels als administratieve verslagen van de nationale administratieve controleurs en hebben dezelfde bewijskracht. In dat opzicht vormen dergelijke verslagen handelingen die voor de betrokken personen negatieve gevolgen kunnen hebben.

Motivering

In overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer moet worden bepaald dat de verslagen van het Bureau negatieve gevolgen kunnen hebben voor personen, teneinde het recht van deze personen op een doeltreffende voorziening in rechte te waarborgen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter c bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 11 – lid 8 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"8 bis.  Eenmaal per jaar wordt een verslag opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de directeur-generaal. In dat verslag wordt een overzicht gegeven van het gevolg die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten hebben gegeven aan de door het Bureau uit hoofde van deze verordening gedane verzoeken voor bijstand. In dat verslag wordt een overzicht gegeven van de gerechtelijke follow-up die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten hebben gegeven aan de resultaten van de door het Bureau uitgevoerde onderzoeken. Het verslag neemt de voorschriften inzake gegevensbescherming en de vertrouwelijkheid van de onderzoeken in acht en wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie."

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de toepassing van deze verordening wijzen de lidstaten een instantie ("de coördinatiedienst fraudebestrijding") aan om een doeltreffende samenwerking en uitwisseling van informatie, inclusief informatie van operationele aard, met het Bureau te faciliteren. De coördinatiedienst fraudebestrijding kan, in voorkomend geval en conform het nationale recht, voor de toepassing van deze verordening als een bevoegde autoriteit worden beschouwd.

1.  Voor de toepassing van deze verordening wijzen de lidstaten een instantie ("de coördinatiedienst fraudebestrijding") aan om een vlotte en doeltreffende samenwerking en uitwisseling van informatie, inclusief informatie van operationele aard, met het Bureau te faciliteren. De coördinatiedienst fraudebestrijding kan, in voorkomend geval en conform het nationale recht, voor de toepassing van deze verordening als een bevoegde autoriteit worden beschouwd.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 bis – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Op verzoek van het Bureau en voordat een besluit is genomen of er al dan niet een onderzoek wordt geopend, en ook tijdens of na een onderzoek, verlenen, verkrijgen of coördineren de coördinatiediensten fraudebestrijding de nodige bijstand opdat het Bureau zijn taken doeltreffend kan uitvoeren. Die bijstand omvat met name de bijstand van de nationale bevoegde autoriteiten die overeenkomstig artikel 3, leden 6 en 7, artikel 7, lid 3, en artikel 8, leden 2 en 3, wordt verleend.

2.  Op verzoek van het Bureau of op eigen initiatief en voordat een besluit is genomen of er al dan niet een onderzoek wordt geopend, en ook tijdens of na een onderzoek, verlenen, verkrijgen of coördineren de coördinatiediensten fraudebestrijding de nodige bijstand opdat het Bureau zijn taken doeltreffend kan uitvoeren. Die bijstand omvat met name de bijstand van de nationale bevoegde autoriteiten die overeenkomstig artikel 3, leden 6 en 7, artikel 7, lid 3, en artikel 8, leden 2 en 3, wordt verleend.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Bureau meldt het EOM zonder onnodige vertraging alle strafbare gedragingen ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid kan uitoefenen overeenkomstig artikel 22 en artikel 25, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2017/1939. De melding wordt in elke fase voor of tijdens een onderzoek van het Bureau toegezonden.

1.  Het Bureau geeft het EOM onmiddellijk kennis van elke aanwijzing van strafbare gedragingen ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid uitoefent overeenkomstig de artikelen 22 en 25 van Verordening (EU) 2017/1939. Deze kennisgeving wordt gevolgd door een melding die zonder onnodige vertraging wordt verzonden. De kennisgeving en de melding worden in elke fase voor of tijdens een onderzoek van het Bureau toegezonden. Het EOM kan het Bureau verzoeken aanvullende informatie te verstrekken waarin een termijn voor deze toezending is vastgelegd.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de feiten, met inbegrip van een beoordeling van de schade die is berokkend of wellicht zal worden berokkend, de mogelijke juridische kwalificatie, en eventuele beschikbare informatie over potentiële slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen.

2.  Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de feiten en bij het Bureau bekende informatie, met inbegrip van een beoordeling van de schade die is berokkend of wellicht zal worden berokkend, ingeval het Bureau over dergelijke informatie beschikt, de mogelijke juridische kwalificatie, en eventuele beschikbare informatie over potentiële slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen. Het Bureau doet het verslag en alle eventuele andere relevante, in zijn bezit zijnde informatie over de zaak, aan het EOM toekomen.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In gevallen waarin de door het Bureau ontvangen informatie niet de in lid 2 omschreven elementen omvat, en er geen onderzoek van het Bureau aan de gang is, kan het Bureau overgaan tot een voorlopige evaluatie van de vermoedens. De evaluatie wordt snel verricht en in elk geval binnen twee maanden na ontvangst van de informatie. In de loop van deze evaluatie zijn artikel 6 en artikel 8, lid 2, van toepassing.

In gevallen waarin de door het Bureau ontvangen informatie niet de in lid 2 omschreven elementen omvat, en er geen onderzoek van het Bureau aan de gang is, kan het Bureau overgaan tot een voorlopige evaluatie van de vermoedens. De evaluatie wordt zo spoedig mogelijk verricht en in elk geval binnen twee maanden na ontvangst van de informatie. In de loop van deze evaluatie zijn artikel 6 en artikel 8, lid 2, van toepassing. Het Bureau ziet af van het treffen van maatregelen die eventuele toekomstige onderzoeken van het EOM in gevaar kunnen brengen.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 3 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na deze voorlopige evaluatie meldt het Bureau aan het EOM of de in lid 1 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.

Na deze voorlopige evaluatie, zelfs indien niet alle elementen als beschreven in lid 2 zijn verzameld, meldt het Bureau onmiddellijk aan het EOM of de in lid 1 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 4 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van de eerste alinea controleert het Bureau overeenkomstig artikel 12 octies, lid 2, via het casemanagementsysteem van het EOM of het EOM een onderzoek voert. Het Bureau kan het EOM om verdere informatie verzoeken. Het EOM beantwoordt een dergelijk verzoek binnen tien werkdagen.

Voor de toepassing van de eerste alinea controleert het Bureau overeenkomstig artikel 12 octies, lid 2, of het EOM een onderzoek voert. Het Bureau kan het EOM om verdere informatie verzoeken. Het EOM beantwoordt een dergelijk verzoek zonder onnodige vertraging.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quater – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De instellingen, organen en instanties kunnen het Bureau verzoeken om over te gaan tot een voorlopige evaluatie van vermoedens die aan hen worden gemeld. Voor die verzoeken is lid 3 van toepassing.

5.  De instellingen, organen en instanties kunnen het Bureau verzoeken om over te gaan tot een voorlopige evaluatie van vermoedens die aan hen worden gemeld. Voor die verzoeken is lid 3 van toepassing. Dit staat tijdige melding aan het EOM niet in de weg.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 quinquies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van de eerste alinea controleert het Bureau overeenkomstig artikel 12 octies, lid 2, via het casemanagementsysteem van het EOM of het EOM een onderzoek voert. Het Bureau kan het EOM om verdere informatie verzoeken. Het EOM beantwoordt een dergelijk verzoek binnen tien werkdagen.

Voor de toepassing van de eerste alinea controleert het Bureau overeenkomstig artikel 12 octies, lid 2, of het EOM een onderzoek voert. Het Bureau kan het EOM om verdere informatie verzoeken. Het EOM beantwoordt een dergelijk verzoek zonder onnodige vertraging.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 sexies – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De normen van de procedurele waarborgen zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad zijn ook van toepassing op de bewijzen die het Bureau in deze gevallen heeft verzameld. Het Hof van Justitie van de Europese Unie blijft bevoegd om de door OLAF namens het EOM verrichte procedurele handelingen te toetsen voor zover deze handelingen rechtsgevolgen ten aanzien van derden beogen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 septies – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In naar behoren gerechtvaardigde gevallen waarin de directeur-generaal van het Bureau het, ondanks een reeds lopend onderzoek van het EOM, aangewezen acht dat overeenkomstig het mandaat van het Bureau een onderzoek wordt geopend teneinde het nemen van voorzorgsmaatregelen of het ondernemen van financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties te faciliteren, stelt het Bureau het EOM schriftelijk en met vermelding van de aard en het doel van het onderzoek daarvan in kennis.

Indien de directeur-generaal van het Bureau ondanks een reeds lopend onderzoek van het EOM, in naar behoren gerechtvaardigde gevallen, van oordeel is dat het Bureau overeenkomstig zijn mandaat ook een onderzoek moet openen teneinde het nemen van voorzorgsmaatregelen of het ondernemen van financiële, tuchtrechtelijke of administratiefrechtelijke acties te faciliteren, stelt het Bureau het EOM daarvan schriftelijk in kennis en verzoekt het EOM om toestemming. Hiertoe dient het Bureau een schriftelijk verzoek in, met vermelding van de aard van de maatregel(en) en de persoon/personen in kwestie.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 septies– lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Binnen 30 dagen na ontvangst van deze informatie kan het EOM bezwaar maken tegen de opening van een onderzoek of tegen het verrichten van bepaalde handelingen met betrekking tot het onderzoek, wanneer dat nodig is om te voorkomen dat zijn eigen onderzoek of vervolging in gevaar wordt gebracht, en dat zolang deze redenen bestaan. Het EOM stelt het Bureau zonder onnodige vertraging in kennis wanneer de redenen voor het bezwaar niet langer gelden.

Binnen 10 werkdagen na ontvangst van deze informatie gaat het EOM akkoord met of maakt het bezwaar tegen de opening van een onderzoek of tegen het verrichten van eventuele handelingen met betrekking tot het onderzoek, wanneer dat nodig is om te voorkomen dat zijn eigen onderzoek of vervolging in gevaar wordt gebracht, en dat zolang deze redenen bestaan. Indien het EOM zich verzet tegen het verzoek, ziet het Bureau af van het openen van een onderzoek. In uitzonderlijke gevallen kan het EOM, als gevolg van de complexiteit van de onderzoeken, het Bureau informeren dat deze termijn met 20 werkdagen moet worden verlengd. Het EOM stelt het Bureau zonder onnodige vertraging in kennis wanneer de redenen voor het bezwaar niet langer gelden.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 septies– lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ingeval het EOM binnen de in de vorige alinea vastgestelde termijn geen bezwaar maakt, kan het Bureau een onderzoek openen en voert het dit onderzoek in nauw overleg met het EOM.

Indien het EOM met het verzoek instemt, verricht het Bureau het onderzoek in nauw overleg met het EOM.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 septies – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Indien het EOM er via het in artikel 12 octies bedoelde casemanagementsysteem van op de hoogte raakt dat het Bureau onderzoek verricht naar dezelfde feiten die het EOM ook wenst te onderzoeken, stelt het het Bureau daarvan binnen 24 uur in kennis. In dat geval sluit het Bureau zijn onderzoek, tenzij het EOM het Bureau verzoekt de EOM-activiteiten in overeenstemming met artikel 12 sexies te ondersteunen of aan te vullen.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 octies – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien dit nodig is om de samenwerking met het EOM als beschreven in artikel 1, lid 4 bis, te faciliteren, maakt het Bureau administratieve afspraken met het EOM. Dergelijke werkafspraken kunnen bestaan uit praktische regelingen voor de uitwisseling van informatie, waaronder persoonsgegevens, operationele, strategische of technische informatie en gerubriceerde informatie. Ze omvatten gedetailleerde afspraken over de continue uitwisseling van informatie tijdens de ontvangst en de controle van vermoedens door beide instanties.

1.  Indien dit nodig is om de samenwerking met het EOM als beschreven in artikel 1, lid 4 bis, te faciliteren, maakt het Bureau administratieve afspraken met het EOM. Dergelijke werkafspraken kunnen bestaan uit praktische regelingen voor de uitwisseling van informatie, waaronder persoonsgegevens, operationele, strategische of technische informatie en gerubriceerde informatie. Ze omvatten gedetailleerde afspraken over de continue uitwisseling van informatie tijdens de ontvangst en de controle van vermoedens door beide instanties. De directeur-generaal van het Bureau en de Europese hoofdaanklager komen ten minste eenmaal per jaar bijeen om zaken van gemeenschappelijk belang te bespreken.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 12 octies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Bureau krijgt op basis van een hit/no hit-systeem indirect toegang tot informatie in het casemanagementsysteem van het EOM. Telkens wanneer een match wordt gevonden tussen gegevens die het Bureau in het casemanagementsysteem heeft ingevoerd en die waarover het EOM beschikt, worden zowel het EOM als het Bureau hiervan op de hoogte gebracht. Het Bureau neemt de nodige maatregelen om het EOM op basis van een hit/no hit-systeem toegang te geven tot informatie in zijn casemanagementsysteem.

2.  Het Bureau krijgt op basis van een hit/no hit-systeem indirect toegang tot informatie in het casemanagementsysteem van het EOM. Telkens wanneer een match wordt gevonden tussen gegevens die het Bureau in het casemanagementsysteem heeft ingevoerd en die waarover het EOM beschikt, worden zowel het EOM als het Bureau hiervan automatisch op de hoogte gebracht. Het Bureau neemt de nodige maatregelen om het EOM op basis van een hit/no hit-systeem een vlotte toegang te geven tot informatie in zijn casemanagementsysteem. Indirecte raadpleging door OLAF van de informatie in het casemanagementsysteem van het EOM vindt alleen plaats voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van de functies van OLAF zoals vastgesteld in deze verordening en wordt naar behoren gemotiveerd en goedgekeurd via een door OLAF ontworpen interne procedure. Het Bureau houdt een register bij van alle gevallen van toegang tot het casemanagementsysteem van het EOM. De uit deze toegang verkregen resultaten zijn onderworpen aan de in artikel 10 bedoelde regels inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 15 – lid 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  aan artikel 15 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"9 bis.  Het Comité van toezicht benoemt een grondrechtenfunctionaris uit zijn leden. De grondrechtenfunctionaris ziet toe op de inachtneming van de grondrechten en de procedurele waarborgen door het Bureau. De grondrechtenfunctionaris brengt adviezen en, in voorkomend geval, aanbevelingen uit aan het Comité van toezicht over de activiteiten en onderzoeken die het Bureau heeft verricht. De adviezen en de aanbevelingen van de grondrechtenfunctionaris worden opgenomen in de verslagen van het Comité van toezicht uit hoofde van lid 9.";

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 13 – letter a

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 16 – lid 1 – derde zin

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Vertegenwoordigers van de Rekenkamer, het EOM, Eurojust en/of Europol kunnen op verzoek van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de directeur-generaal of het Comité van toezicht worden uitgenodigd om op ad-hocbasis bij de gedachtewisseling aanwezig te zijn.

De Europese hoofdaanklager wordt uitgenodigd om aan de gedachtewisseling deel te nemen. Vertegenwoordigers van de Rekenkamer, Eurojust en/of Europol kunnen op verzoek van Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de directeur-generaal of het Comité van toezicht worden uitgenodigd om op ad-hocbasis bij de gedachtewisseling aanwezig te zijn.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 17 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

a bis)  lid 4 wordt vervangen door:

4.  De directeur-generaal brengt regelmatig verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer over de resultaten van de door het Bureau verrichte onderzoeken, de actie die naar aanleiding daarvan is ondernomen en de problemen die daarbij zijn gerezen, onder eerbiediging van het vertrouwelijk karakter van die onderzoeken, de wettelijke rechten van de betrokken personen en informanten en, in voorkomend geval, de nationale procesrechtelijke bepalingen.

"4.  De directeur-generaal brengt regelmatig verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het EOM en de Rekenkamer over de resultaten van de door het Bureau verrichte onderzoeken, de actie die naar aanleiding daarvan is ondernomen en de problemen die daarbij zijn gerezen, onder eerbiediging van het vertrouwelijk karakter van die onderzoeken en beginselen van gegevensbescherming, de wettelijke rechten van de betrokken personen en informanten en, in voorkomend geval, de nationale procesrechtelijke bepalingen.

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32013R0883)

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 14 bis (nieuw)

Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013

Artikel 19

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(14 bis)  artikel 19 wordt vervangen door:

Artikel 19

"Artikel 19

Evaluatieverslag

Evaluatieverslag

Uiterlijk op 2 oktober 2017 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag in over de toepassing van deze verordening. Dat verslag gaat vergezeld van een advies van het Comité van toezicht en vermeldt of deze verordening wijziging behoeft.

Uiterlijk op 31 december 2022 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag in over de toepassing van deze verordening. In het verslag wordt met name de doelmatigheid van de samenwerking tussen het Bureau en het EOM geëvalueerd. Dat verslag gaat vergezeld van een advies van het Comité van toezicht en vermeldt of deze verordening wijziging behoeft."

(https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32013R0883)

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF

Document- en procedurenummers

COM(2018)0338 – C8-0214/2018 – 2018/0170(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

CONT

5.7.2018

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

LIBE

5.7.2018

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Monica Macovei

3.9.2018

Behandeling in de commissie

19.11.2018

10.1.2019

 

 

Datum goedkeuring

10.1.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ademov, Martina Anderson, Heinz K. Becker, Monika Beňová, Michał Boni, Caterina Chinnici, Rachida Dati, Frank Engel, Laura Ferrara, Romeo Franz, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Sophia in ‘t Veld, Cécile Kashetu Kyenge, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, Ivari Padar, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Dennis de Jong, Anna Hedh, Lívia Járóka, Marek Jurek, Jean Lambert, Jeroen Lenaers, Andrejs Mamikins, Angelika Mlinar, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Fernando Ruas, Adam Szejnfeld

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

40

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Sophia in 't Veld, Angelika Mlinar, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Cecilia Wikström

ECR

Monica Macovei, Helga Stevens

EFDD

Laura Ferrara

GUE/NGL

Martina Anderson, Marie-Christine Vergiat

PPE

Asim Ademov, Heinz K. Becker, Michał Boni, Rachida Dati, Frank Engel, Monika Hohlmeier, Lívia Járóka, Jeroen Lenaers, Roberta Metsola, Fernando Ruas, Csaba Sógor, Adam Szejnfeld, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský

S&D

Monika Beňová, Caterina Chinnici, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Cécile Kashetu Kyenge, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Ivari Padar, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Birgit Sippel, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Romeo Franz, Jean Lambert, Judith Sargentini, Bodil Valero

4

-

ECR

Marek Jurek, Kristina Winberg

ENF

Auke Zijlstra

NI

Udo Voigt

1

0

GUE/NGL

Dennis de Jong

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF

Document- en procedurenummers

COM(2018)0338 – C8-0214/2018 – 2018/0170(COD)

Datum indiening bij EP

24.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

CONT

5.7.2018

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

5.7.2018

LIBE

5.7.2018

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Ingeborg Gräßle

8.6.2018

 

 

 

Datum goedkeuring

11.3.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Jonathan Bullock, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Wolf Klinz, Arndt Kohn, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Indrek Tarand, Marco Valli, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Louis-Joseph Manscour, Julia Pitera, Miroslav Poche, Miguel Viegas

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Martina Werner

Datum indiening

22.3.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

19

+

ALDE

Martina Dlabajová, Wolf Klinz

EFDD

Marco Valli

PPE

Richard Ashworth, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Arndt Kohn, Louis-Joseph Manscour, Georgi Pirinski, Miroslav Poche, Martina Werner

VERTS/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

1

-

EFDD

Jonathan Bullock

2

0

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan, Miguel Viegas

Verklaring van de gebruikte symbolen:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 4 april 2019Juridische mededeling