Procedure : 2018/0171(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0180/2019

Ingediende teksten :

A8-0180/2019

Debatten :

PV 15/04/2019 - 18
CRE 15/04/2019 - 18

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0373

VERSLAG     ***I
PDF 257kWORD 104k
22.3.2019
PE 629.500v02-00 A8-0180/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende door overheidsobligaties gedekte effecten

(COM(2018)0339 – C8-0206/2018 – 2018/0171(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Jakob von Weizsäcker

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende door overheidsobligaties gedekte effecten

(COM(2018)0339 – C8-0206/2018 – 2018/0171(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0339),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0206/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van …(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2018(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8‑0180/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende door overheidsobligaties gedekte effecten

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(4),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Met door overheidsobligaties gedekte effecten (Sovereign Bond-Backed Securities, hierna "SBBS" genoemd) kunnen wellicht een aantal kwetsbaarheden worden aangepakt die door de financiële crisis van 2007-2008 werden blootgelegd of veroorzaakt. Meer in het bijzonder kunnen SBBS wellicht banken en andere financiële instellingen helpen hun blootstellingen aan staatsschulden beter te diversifiëren, een verdere verzwakking van de link tussen banken en staten teweegbrengen en het aanbod van in euro luidende activa met een laag risico vergroten, waardoor de uitvoering van het monetair beleid wordt vergemakkelijkt. SBBS kunnen daarenboven obligaties die op kleinere en minder liquide nationale markten worden uitgegeven aantrekkelijker maken voor internationale beleggers, hetgeen de risicodeling door de particuliere sector, de risicoreductie en een efficiëntere risico-allocatie tussen financiële actoren kan bevorderen.

(2)  Op grond van het bestaande rechtskader zouden SBBS als securitisaties worden behandeld en daardoor aan hogere opslag- en reductiefactoren onderworpen zijn dan die welke voor de in de onderliggende portefeuille vervatte overheidsobligaties van de eurozone gelden. Deze hogere opslag- en reductiefactoren zouden de productie en het gebruik van SBBS door de particuliere sector belemmeren, ondanks het feit dat SBBS aan minder risico's onderhevig zijn dan die welke verbonden zijn aan andere soorten securitisaties▐ . Sommige risico's, zoals opslagrisico's of frauduleus gedrag van SPE-personeel, zijn echter wijdverbreid. SBBS moeten bijgevolg onder een regelgevingskader vallen dat beter met de unieke kenmerken en eigenschappen van SBBS rekening houdt, zodat dit product op de markt tot ontwikkeling kan komen.

(2 bis)  SBBS zijn als securitisaties blootgesteld aan specifieke productrisico's die verband houden met de SPE, d.w.z. de juridisch gescheiden, op zichzelf staande entiteit die is opgezet met het oog op de uitgifte van SBBS. Een eersteverliestranche buiten het banksysteem is essentieel om de link tussen banken en staten te verzwakken. Daarom moet de regelgevende voorkeursbehandeling die wordt toegekend aan de onderliggende activa van een SBBS worden uitgebreid tot door banken aangehouden senior SBBS-tranches.

(3)  Een marktgedreven ontwikkeling van SBBS mogelijk maken, past in het kader van de inspanningen van de Commissie om de risico's voor de financiële stabiliteit te verkleinen en vooruitgang te boeken bij de voltooiing van de bankenunie. SBBS kunnen de verdere portefeuillediversificatie in de banksector in de hand werken en tegelijkertijd een nieuwe bron vormen van zekerheden van hoge kwaliteit die bijzonder geschikt zijn om bij grensoverschrijdende financiële transacties te worden gebruikt en tevens nuttig zijn voor het functioneren van de centrale banken van het Eurosysteem en de centrale tegenhangers. Het faciliteren van de ontwikkeling van SBBS kan daarenboven ook het aantal voor grensoverschrijdende belegging en particuliere risicodeling beschikbare instrumenten uitbreiden, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de inspanningen van de Commissie om de bankenunie te voltooien en de Europese kapitaalmarkten verder te verdiepen en te integreren in de context van de kapitaalmarktenunie.

(4)  Bij SBBS zou er geen sprake zijn van het delen van risico's en verliezen tussen lidstaten omdat de lidstaten hun respectieve verplichtingen in de portefeuille overheidsobligaties die aan de SBBS ten grondslag ligt, niet wederzijds zouden garanderen. Het faciliteren van de opkomst van SBBS houdt evenmin wijzigingen in de huidige regelgevende behandeling van blootstellingen aan staatsschulden in.

(5)  Teneinde de doelstelling van geografische risicodiversificatie binnen de bankenunie en de interne markt te verwezenlijken, moet de onderliggende portefeuille van SBBS zijn samengesteld uit overheidsobligaties van lidstaten die de euro als munt hebben. Ter voorkoming van valutarisico's mogen alleen in euro luidende overheidsobligaties die zijn uitgegeven door lidstaten die de euro als munt hebben, in de onderliggende portefeuille van SBBS worden opgenomen. Om ervoor te zorgen dat het aandeel van de overheidsobligaties van elke eurozonelidstaat in de productie van SBBS in verhouding staat tot het belang van elke lidstaat voor de stabiliteit van de eurozone als geheel, moet het relatieve gewicht van de nationale overheidsobligaties in de onderliggende portefeuille van de SBBS zeer nauw aansluiten bij het relatieve gewicht van de betrokken lidstaten in de sleutel voor de inschrijving van de nationale centrale banken van de lidstaten op het kapitaal van de Europese Centrale Bank.

(6)  Teneinde activa van hoge kwaliteit en met een laag risico aan te bieden en tegelijkertijd op de verschillende mate van risicobereidheid van beleggers in te spelen, moet een SBBS-uitgifte uit zowel een senior tranche als een of meer achtergestelde tranches zijn samengesteld. De senior tranche, die met zeventig procent van de nominale waarde van een SBBS-uitgifte overeenstemt, moet het verwachte verliespercentage van de SBBS-uitgifte op eenzelfde niveau houden als dat van de veiligste overheidsobligaties van de eurozone, rekening houdend met het risico en de correlatie van de overheidsobligaties die deel uitmaken van de onderliggende portefeuille overheidsobligaties van de SBBS. De achtergestelde tranches moeten bescherming bieden aan de senior tranche. ▌Ter beperking van het risico dat verbonden is aan de junior tranche (de tranche die verliezen draagt vóór elke andere tranche), moet de nominale waarde van de junior tranche echter ten minste 5 procent van de uitstaande nominale waarde van de gehele SBBS-uitgifte bedragen. Gezien de bijzondere complexiteit van het product moet de verwerving door consumenten slechts worden overwogen voor senior tranches en niet voor junior tranches.

(7)  Teneinde de integriteit van een SBBS-uitgifte te verzekeren en de risico's die aan het aanhouden en het beheer van de onderliggende portefeuille overheidsobligaties verbonden zijn zoveel mogelijk te beperken, moeten de looptijden van de onderliggende overheidsobligaties nauw aansluiten bij de looptijd van de SBBS en moet de samenstelling van de onderliggende portefeuille overheidsobligaties voor de gehele bestaansduur van de SBBS worden vastgesteld.

(8)  Een gestandaardiseerde samenstelling van de onderliggende portefeuille van een SBBS kan het doen van een SBBS-uitgifte bemoeilijken of belemmeren wanneer overheidsobligaties van één of meer lidstaten niet beschikbaar zijn op de markt. Om die reden moet het mogelijk zijn overheidsobligaties van een bepaalde lidstaat van toekomstige SBBS-uitgiften uit te sluiten wanneer en zolang de uitgifte van overheidsobligaties door die lidstaat sterk beperkt is omdat er weinig overheidsschulden moeten worden gemaakt of omdat de markttoegang is verstoord.

(9)  Opdat SBBS voldoende homogeen zijn, mogen overheidsobligaties van een bepaalde lidstaat enkel na een besluit van de Commissie van de onderliggende portefeuille overheidsobligaties worden uitgesloten of wederom daarin worden opgenomen; op die manier wordt gegarandeerd dat alle SBBS die op hetzelfde tijdstip worden uitgegeven, dezelfde onderliggende portefeuille overheidsobligaties hebben. SBBS zijn nieuwe producten en, teneinde de continuïteit van de uitgifte ervan op de markt te waarborgen, is er een snel besluitvormingsmechanisme nodig om de onderliggende portefeuille van SBBS aan te passen in situaties waarin een lidstaat geen markttoegang meer heeft. Daarnaast hebben commentatoren en belanghebbenden hun bezorgdheid geuit over de mogelijke negatieve uitwerkingen op de liquiditeit van de markten voor onderliggende overheidsobligaties, die serieus dienen te worden genomen. Te dien einde wordt uit hoofde van deze verordening aan de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) als ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad(6) (ESMA) de taak gegeven om de markten voor SBBS en de onderliggende overheidsobligaties door te lichten op aanwijzingen voor verstoringen.

(9 bis)  Op basis van de opmerkingen van de ESMA en haar verslagen moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om een duidelijke definitie van "marktliquiditeit" en een methode voor de berekening ervan te geven en om de criteria vast te stellen aan de hand waarvan de ESMA moet beoordelen of een lidstaat geen markttoegang meer heeft voor de toepassing van deze verordening. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 VWEU een gedelegeerde handeling vast te stellen. Bij het voorbereiden en opstellen van die gedelegeerde handeling dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(10)  De vaste omvang van de senior tranche van elke SBBS-uitgifte kan neerwaarts worden bijgesteld voor toekomstige SBBS-uitgiften wanneer ongunstige marktontwikkelingen die de werking van de overheidsobligatiemarkten in een lidstaat of de Unie ernstig verstoren, een kleinere omvang vereisen om de verdere handhaving van de hoge kwaliteit en het lage risico van de senior tranche te waarborgen. Wanneer aan deze ongunstige marktontwikkelingen een einde komt, moet de omvang van de senior tranche voor toekomstige SBBS-uitgiften wederom tot de oorspronkelijke waarde van zeventig procent worden verhoogd. ▌

(11)  Beleggers moeten zoveel mogelijk worden beschermd tegen het risico van insolventie van de instelling die de overheidsobligaties verwerft ("oorspronkelijke koper") met de bedoeling de onderliggende portefeuille van de SBBS samen te stellen. Om die reden moet het uitgeven van SBBS zijn voorbehouden voor special purpose entities ("SPE's") die zich uitsluitend met de uitgifte en het beheer van SBBS bezighouden en geen andere activiteiten, zoals het verlenen van krediet, ontplooien. Om dezelfde reden moeten SPE's aan strikte vereisten inzake scheiding van activa onderworpen zijn.

(12)  Om beperkte looptijdverschillen in de periode tussen de ontvangst van de opbrengsten van de schuldendienst met betrekking tot de onderliggende portefeuille en de uitbetalingsdata aan SBBS-beleggers te beheren, moeten SPE's in de gelegenheid worden gesteld de opbrengsten van de schuldendienst met betrekking tot de onderliggende portefeuille overheidsobligaties van de SBBS uitsluitend in contanten, dan wel in zeer liquide financiële instrumenten met een laag markt- en kredietrisico te beleggen.

(12 bis)  De lidstaten moeten waarborgen dat overheidsobligaties die door SPE's worden aangehouden dezelfde behandeling genieten als dezelfde door anderen aangehouden overheidsobligaties of andere overheidsobligaties die op dezelfde voorwaarden zijn uitgegeven.

(13)  Alleen producten die aan de vereisten van deze verordening inzake zowel de samenstelling en looptijd van de onderliggende portefeuille als de omvang van de senior tranche en de achtergestelde tranches voldoen, en waarvan de uitgifte voldoet aan de eisen van het toezichtstelsel, mogen de regelgevende behandeling als bedoeld in deze verordening genieten ▌.

(14)  Een systeem van certificering door de ESMA moet ervoor zorgen dat een SBBS-uitgifte aan de vereisten van deze verordening voldoet. De ESMA moet daarom een lijst van gecertificeerde SBBS bijhouden, zodat beleggers kunnen verifiëren of een product dat als een SBBS te koop wordt aangeboden, wel degelijk een SBBS is. Om dezelfde reden moet de ESMA in die lijst aangeven of in verband met een SBBS een sanctie is opgelegd en moet zij de producten uit de lijst verwijderen die in strijd met deze verordening worden bevonden.

(15)  Beleggers dienen te kunnen vertrouwen op de certificering van SBBS door de ESMA en op de informatie die door SPE's wordt verstrekt. De informatie over SBBS en over de overheidsobligaties die van de onderliggende portefeuille van de SBBS deel uitmaken, moet beleggers de mogelijkheid bieden SBBS-transacties te doorgronden, te beoordelen en te vergelijken en zich niet enkel op derde partijen, zoals onder meer ratingbureaus, te verlaten. Die mogelijkheid moet beleggers in staat stellen prudent te handelen en hun duediligenceonderzoek efficiënt uit te voeren. De informatie over SBBS moet bijgevolg aan de hand van gestandaardiseerde templates vrij beschikbaar zijn voor beleggers op een website die permanente toegankelijkheid garandeert.

(16)  Om misbruik te voorkomen en om het vertrouwen in SBBS te handhaven, moet de ESMA in passende administratieve sancties en remediërende maatregelen voorzien voor gevallen waarin uit onachtzaamheid of met opzet inbreuk wordt gepleegd op de voor SBBS geldende kennisgevings- of productvereisten.

(17)  Beleggers uit verschillende financiële sectoren moeten onder dezelfde voorwaarden in SBBS kunnen beleggen als zij in de onderliggende overheidsobligaties van de eurozone beleggen, maar dit geldt niet voor beleggingen in door banken aangehouden achtergestelde tranches van een SBBS. Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad(7), Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad(8), Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad(9) en Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad(10) moeten derhalve worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat SBBS in de diverse gereguleerde financiële sectoren dezelfde regelgevende behandeling genieten als de onderliggende activa ervan.

(18)  Een correct en doeltreffend toezicht op de SBBS-markten is van essentieel belang om de financiële stabiliteit te vrijwaren, het vertrouwen van beleggers te winnen en de liquiditeit te bevorderen. Te dien einde moet de ESMA op de hoogte worden gesteld van de uitgifte van SBBS en moet zij van SPE's alle relevante informatie ontvangen die zij nodig heeft om haar toezichthoudende taken te kunnen vervullen. Het toezicht op de naleving van deze verordening moet in de eerste plaats gericht zijn op het waarborgen van de bescherming van de beleggers en, in voorkomend geval, op aspecten die met de uitgifte en het aanhouden van SBBS door gereglementeerde financiële entiteiten verband kunnen houden.

(19)  De nationale autoriteiten van de entiteiten die betrokken zijn bij de samenstelling van SBBS of actief zijn op de SBBS-markt en de ESMA moeten hun toezicht nauw coördineren en ervoor zorgen dat hun besluiten consistent zijn. ▌

(20)  Aangezien SBBS nieuwe producten zijn waarvan de uitwerkingen op de markten voor onderliggende overheidsschuldbewijzen nog niet bekend zijn, verdient het aanbeveling dat het Europees Comité voor systeemrisico's (European Systemic Risk Board, ESRB) en de nationale bevoegde en aangewezen autoriteiten voor macroprudentiële instrumenten toezicht houden op de SBBS-markt. Te dien einde moet het ESRB de bevoegdheden gebruiken waarover het uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad(11) beschikt en, indien van toepassing, waarschuwingen doen uitgaan en aan de bevoegde autoriteiten voorstellen doen voor remediërende maatregelen.

(21)  Het is passend om de ESMA, als orgaan met hooggespecialiseerde expertise ten aanzien van effectenmarkten, te belasten met de ontwikkeling van ontwerpen van technische reguleringsnormen betreffende de soorten beleggingen die SPE's met de opbrengsten van de hoofdsom- en rentebetalingen uit hoofde van de onderliggende portefeuille van de SBBS mogen verrichten, de door SPE's aan de EsMA te verstrekken informatie met het oog op de kennisgeving en certificering van SBBS-uitgiften, de informatie die vóór een overdracht van een SBBS moet worden verstrekt, en de verplichtingen op het gebied van samenwerking en informatie-uitwisseling tussen bevoegde autoriteiten. De Commissie dient bevoegd te zijn deze normen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

(22)  De Commissie dient tevens bevoegd te zijn technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de kennisgevingsvereisten van SPE's vóór een SBBS-uitgifte vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 291 VWEU en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

(23)  Teneinde eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om te besluiten of overheidsobligaties van een lidstaat moeten worden verwijderd uit of opgenomen in de onderliggende portefeuille van SBBS en of de omvang van de senior tranche van toekomstige SBBS-uitgiften moet worden gewijzigd. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(12).

(24)  Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de vaststelling van een raamwerk voor SBBS, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt omdat de opkomst van een SBBS-markt afhankelijk is van de opheffing van belemmeringen die uit de toepassing van Uniewetgeving voortvloeien en omdat een gelijk speelveld in de interne markt voor alle institutionele beleggers en entiteiten die bij de exploitatie van SBBS betrokken zijn, enkel op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk 1Onderwerp, toepassingsgebied en definities

Artikel 1Onderwerp

Deze verordening stelt een algemeen raamwerk voor door overheidsobligaties gedekte effecten (Sovereign Bond-Backed Securities, hierna "SBBS" genoemd) vast.

Artikel 2Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op oorspronkelijke kopers, special purpose entities, beleggers en alle andere entiteiten die bij de uitgifte of het aanhouden van SBBS zijn betrokken.

Artikel 3Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)  "bevoegde autoriteit": bij nationale wetgeving officieel erkend(e) overheidsinstantie of lichaam die/dat bij nationale of Uniewetgeving gemachtigd is de in deze verordening genoemde taken uit te voeren;

(2)  "overheidsobligatie": schuldinstrument dat door de centrale overheid van een lidstaat is uitgegeven, dat in de nationale valuta van de betrokken lidstaat luidt en is gefinancierd, en dat een oorspronkelijke looptijd van ten minste een jaar heeft;

(3)  "door overheidsobligaties gedekt effect" of "SBBS": in euro luidend financieel instrument waarvan het kredietrisico met de blootstellingen aan een portefeuille overheidsobligaties verband houdt en dat aan deze verordening voldoet;

(4)  "special purpose entity" of "SPE": rechtspersoon die niet de oorspronkelijke koper is, die SBBS uitgeeft en die de activiteiten met betrekking tot de onderliggende portefeuille overheidsobligaties uitoefent in overeenstemming met de artikelen 7 en 8 van deze verordening;

(5)  "oorspronkelijke koper": rechtspersoon die voor eigen rekening overheidsobligaties koopt en deze overheidsobligaties vervolgens aan een SPE overdraagt met het oog op de uitgifte van SBBS;

(6)  "belegger": natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een SBBS;

(7)  "tranche": contractueel vastgesteld segment van het kredietrisico dat aan de onderliggende portefeuille overheidsobligaties van SBBS verbonden is en dat een groter of kleiner kredietverlies met zich meebrengt dan een positie van dezelfde omvang in een ander segment van dat kredietrisico;

(8)  "senior tranche": tranche van een SBBS-uitgifte die verliezen draagt nadat alle achtergestelde tranches van de betrokken SBBS-uitgifte verliezen hebben gedragen;

(9)  "achtergestelde tranche": tranche van een SBBS-uitgifte die verliezen draagt vóór de senior tranche;

(10)  "junior tranche": tranche van een SBBS-uitgifte die verliezen draagt vóór elke andere tranche.

Hoofdstuk 2Samenstelling, looptijd en structuur van SBBS

Artikel 4Samenstelling van de onderliggende portefeuille

1.  De onderliggende portefeuille van een SBBS-uitgifte bestaat uitsluitend uit het volgende:

a)  overheidsobligaties van lidstaten die de euro als munt hebben;

b)  de opbrengsten van de aflossing van die overheidsobligaties.

2.  Het gewicht van de overheidsobligaties van elke lidstaat in de onderliggende portefeuille van een SBBS ("basisgewicht") is gelijk aan het relatieve gewicht van de bijdrage aan de Europese Centrale Bank (ECB) door de betrokken lidstaat in overeenstemming met de sleutel voor de inschrijving van de nationale centrale banken van de lidstaten op het gestorte kapitaal van de ECB, die is vastgesteld overeenkomstig artikel 29 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht.

SPE's mogen echter maximaal tien procent afwijken van de uit de toepassing van het basisgewicht resulterende nominale waarde van de overheidsobligaties van elke lidstaat.

3.  Nadat de eerste SBBS is gecertificeerd, begint de ESMA onverwijld en zonder onderbreking te controleren en te beoordelen of er sprake is van één van de volgende situaties:

a)  de lidstaat heeft de voorgaande twaalf maanden ("referentieperiode") minder dan de helft van het bedrag aan overheidsobligaties uitgegeven dat resulteert uit zijn overeenkomstig lid 2 bepaalde relatieve gewicht, vermenigvuldigd met het totaalbedrag aan SBBS dat in de twaalf maanden vóór de referentieperiode is uitgegeven;

a bis)  de uitgifte van SBBS heeft een aanzienlijke negatieve uitwerking gehad op de marktliquiditeit van de in de onderliggende portefeuille opgenomen overheidsobligaties van een lidstaat;

b)  de lidstaat heeft de voorgaande twaalf maanden ten minste de helft van zijn jaarlijkse financieringsbehoeften gefinancierd aan de hand van officiële financiële bijstand ter ondersteuning van de uitvoering van een macro-economisch aanpassingsprogramma overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en de Raad(13), of de lidstaat heeft om welke reden dan ook geen markttoegang meer.

Voor de toepassing van punt a bis) van de eerste alinea wordt de "marktliquiditeit" bepaald met inachtneming van – als minimumcriterium – het bewijs dat er sprake was van marktbreedte en -diepte in de voorgaande drie maanden, zoals kleine spreads tussen bied- en laatprijzen, een hoog handelsvolume en een groot en divers aantal marktdeelnemers.

Voor de toepassing van punt a bis) van de eerste alinea stelt de Commissie vóór ... [6 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 24 bis een gedelegeerde handeling vast om een duidelijke definitie en berekeningsmethode voor "marktliquiditeit" vast te stellen voor de toepassing van deze verordening.

Voor de toepassing van punt b) van de eerste alinea stelt de Commissie vóór ... [6 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 24 bis een gedelegeerde handeling vast ter aanvulling van deze verordening teneinde de criteria vast te stellen op grond waarvan de ESMA beoordeelt of een lidstaat geen markttoegang meer heeft.

3 bis.  De ESMA monitort en beoordeelt doorlopend of een lidstaat waarvan overheidsobligaties deel uitmaken van de onderliggende portefeuille van een SBBS geen markttoegang meer heeft of een macro-economisch aanpassingsprogramma is gestart, of de SBBS-uitgifte een aanzienlijke negatieve uitwerking op de marktliquiditeit heeft gehad, en of de basisgewichten in het geval van lidstaten met een beperkte beschikbaarheid van overheidsobligaties de uitgifte van nieuwe SBBS belemmeren dan wel of een van deze situaties heeft opgehouden te bestaan.

Indien de ESMA in overleg met de ESRB constateert dat er sprake is van een van de situaties als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a) of a bis), kan zij de Commissie verzoeken de basisgewichten van de in de onderliggende portefeuille opgenomen obligaties van de lidstaten aan te passen.

Indien de ESMA in overleg met de ESRB constateert dat er sprake is van een van de situaties als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder b), kan zij de Commissie verzoeken de lidstaat van de onderliggende portefeuille van een SBBS uit te sluiten of de basisgewichten van de in de onderliggende portefeuille opgenomen overheidsobligaties van de lidstaten aan te passen.

Indien de ESMA in overleg met de ESRB constateert dat een in lid 3, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde situatie heeft opgehouden te bestaan, kan zij de Commissie verzoeken de obligaties van de lidstaat opnieuw op te nemen in de onderliggende portefeuille van een SBBS en de basisgewichten van de in de onderliggende portefeuille opgenomen obligaties van de lidstaten aan te passen.

De Commissie neemt op grond van de door de ESMA geboden redenen en bewijzen binnen 48 uur na het verzoek als bedoeld in de tweede, derde en vierde alinea een van de volgende maatregelen:

a)  zij stelt een uitvoeringshandeling vast waarmee de overheidsobligaties van de lidstaat van de onderliggende portefeuille van de SBBS worden uitgesloten of de basisgewichten van de betrokken lidstaten worden aangepast;

b)  zij stelt een uitvoeringshandeling vast waarmee het verzoek om uitsluiting of aanpassing van de basisgewichten van de betrokken lidstaten wordt geweigerd; of

c)  zij stelt een uitvoeringshandeling vast waarmee de obligaties van de lidstaat opnieuw in de onderliggende portefeuille van een SBBS worden opgenomen, waarbij in voorkomend geval de basisgewichten van de in de onderliggende portefeuille opgenomen obligaties van lidstaten worden aangepast.

3 ter.  Elke volgens lid 3 bis van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Indien een lidstaat, na een uitvoeringshandeling uit hoofde van lid 3 bis, van de onderliggende portefeuille van een SBBS wordt uitgesloten, worden de basisgewichten van overheidsobligaties van de overige lidstaten bepaald door de overheidsobligaties van de in lid 3 bis bedoelde lidstaat buiten beschouwing te laten en de in lid 2 bedoelde berekeningsmethode toe te passen. Indien er een uitvoeringshandeling als bedoeld in lid 3 bis wordt toegepast en de basisgewichten worden aangepast, worden de basisgewichten toegepast als vastgesteld in de uitvoeringshandeling.

De uitsluiting of aanpassing geldt voor een initiële periode van één maand. De Commissie kan, na raadpleging van de ESMA, de in dit artikel bedoelde uitsluiting of aanpassing van de basisgewichten door middel van een uitvoeringshandeling verlengen met aanvullende perioden van een maand. Indien de uitsluiting of aanpassing aan het einde van de initiële periode of aan het einde van een daaropvolgende verlengingsperiode niet wordt verlengd, vervalt deze automatisch.

3 quater.  De ECB wordt tijdig in kennis gesteld van elk overeenkomstig de leden 3 bis en 3 ter genomen besluit.

Artikel 5Looptijd van de onderliggende activa

1.  SBBS-tranches die van dezelfde uitgifte deel uitmaken, hebben eenzelfde oorspronkelijke looptijd. Die looptijd is gelijk aan of ten hoogste een dag langer dan de resterende looptijd van de overheidsobligatie met de langste resterende looptijd in de onderliggende portefeuille.

2.  De resterende looptijd van alle overheidsobligaties in de onderliggende portefeuille van SBBS is niet meer dan zes maanden korter dan de resterende looptijd van de overheidsobligatie met de langste resterende looptijd in die portefeuille.

Artikel 6Structuur van de tranches, betalingen en verliezen

1.  Een SBBS-uitgifte is samengesteld uit één senior tranche en één of meer achtergestelde tranches. De uitstaande nominale waarde van de senior tranche bedraagt zeventig procent van de uitstaande nominale waarde van de gehele SBBS‑uitgifte. Het aantal en de uitstaande nominale waarde van de achtergestelde tranches worden door de SPE bepaald, met dien verstande dat de nominale waarde van de junior tranche ten minste vijf procent van de uitstaande nominale waarde van de gehele SBBS-uitgifte bedraagt.

2.  Wanneer ongunstige ontwikkelingen de werking van de markten voor overheidspapier in een lidstaat of in de Unie ernstig verstoren en wanneer de Commissie deze verstoring overeenkomstig lid 4 heeft bevestigd, verlagen SPE's voor een na deze bevestiging gedane SBBS-uitgifte de uitstaande nominale waarde van de senior tranche tot zestig procent.

Wanneer de Commissie overeenkomstig lid 4 heeft bevestigd dat deze verstoring heeft opgehouden te bestaan, is lid 1 van toepassing op alle SBBS-uitgiften die na deze bevestiging worden gedaan.

3.  De ESMA monitort en beoordeelt of de in lid 2 bedoelde situatie bestaat of heeft opgehouden te bestaan en stelt de Commissie daarvan in kennis.

4.  De Commissie kan een uitvoeringshandeling aannemen waarin wordt vastgesteld dat de in lid 2 bedoelde verstoring bestaat of heeft opgehouden te bestaan. Deze uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

5.  De betalingen uit hoofde van een SBBS zijn afhankelijk van de betalingen uit hoofde van de onderliggende portefeuille overheidsobligaties.

6.  De verdeling van de verliezen en de volgorde van de betalingen worden bepaald door de tranche van de SBBS-uitgifte en vastgesteld voor de gehele bestaansduur van de SBBS-uitgifte.

Verliezen worden erkend en toegewezen naarmate zij zich voordoen.

Artikel 7Uitgifte van SBBS en verplichtingen van SPE's

1.  De SPE's voldoen aan alle volgende voorschriften:

a)  zij zijn gevestigd in de Unie;

b)  hun activiteiten blijven beperkt tot de uitgifte van en diensten met betrekking tot SBBS-uitgiften en tot het beheer van de onderliggende portefeuille van die SBBS-uitgiften in overeenstemming met de artikelen 4, 5, 6 en 8;

c)  zij zijn uitsluitend verantwoordelijk voor het verrichten van de onder b) bedoelde diensten en activiteiten.

2.  De SPE's hebben de volledige eigendom van de onderliggende portefeuille van een SBBS-uitgifte.

De onderliggende portefeuille van een SBBS-uitgifte vormt een financiëlezekerheidsovereenkomst die leidt tot de vestiging van een zakelijk zekerheidsrecht, zoals omschreven in artikel 2, lid 1, onder c), van Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad(14), ter dekking van de financiële verplichtingen van de SPE jegens beleggers in die SBBS-uitgifte.

Aan het houderschap van een SBBS van een specifieke SBBS-uitgifte worden geen andere rechten of aanspraken ontleend op de activa van de SPE die de SBBS-uitgifte doet, dan die op de onderliggende portefeuille van die uitgifte en op de inkomsten die uit het houderschap van die SBBS worden verkregen.

Een vermindering van de waarde of opbrengsten van de onderliggende portefeuille overheidsobligaties geeft geen aanleiding tot een aansprakelijkheidsvordering van beleggers.

3.  Een SPE houdt op zodanige wijze gegevens en rekeningen bij dat:

a)  haar eigen activa en financiële middelen gescheiden zijn van die van de onderliggende portefeuille van de SBBS-uitgifte en de daaraan gerelateerde opbrengsten;

b)  de onderliggende portefeuilles en opbrengsten van verschillende SBBS-uitgiften gescheiden zijn;

c)  de door verschillende beleggers of intermediairs ingenomen posities gescheiden zijn;

d)  wordt bevestigd dat het aantal SBBS van een uitgifte op elk tijdstip gelijk is aan de som van de SBBS die alle beleggers of intermediairs in deze uitgifte aanhouden;

e)  wordt bevestigd dat de uitstaande nominale waarde van de SBBS van een uitgifte gelijk is aan de uitstaande nominale waarde van de onderliggende portefeuille overheidsobligaties van die uitgifte.

4.  SPE's houden de in artikel 4, lid 1, onder a), bedoelde overheidsobligaties uitsluitend bij centrale banken, centrale effectenbewaarinstellingen, vergunninghoudende kredietinstellingen of vergunninghoudende beleggingsondernemingen in bewaring, zoals is toegestaan bij deel B, punt 1, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad(15) en afdeling A, punt 2, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad(16).

4 bis.   De lidstaten waarborgen dat overheidsobligaties die door SPE's worden aangehouden in het geval van schuldherstructurering dezelfde behandeling genieten als dezelfde door anderen aangehouden overheidsobligaties of andere overheidsobligaties die op dezelfde voorwaarden zijn uitgegeven.

Artikel 8Beleggingsbeleid

1.  Een SPE belegt hoofdsom- of rentebetalingen uit hoofde van de in artikel 4, lid 1, onder a), bedoelde overheidsobligaties die vóór hoofdsom- of rentebetalingen uit hoofde van de SBBS zijn verschuldigd, uitsluitend in contanten, dan wel in kasequivalenten die in euro luiden en die in aanmerking komen voor liquidatie binnen één dag met een minimaal negatief effect op de prijs.

Een SPE houdt de in de eerste alinea bedoelde betalingen uitsluitend bij centrale banken, centrale effectenbewaarinstellingen, vergunninghoudende kredietinstellingen of vergunninghoudende beleggingsondernemingen in bewaring, zoals is toegestaan bij deel B, punt 1, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU en afdeling A, punt 2, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014.

2.  Een SPE wijzigt de onderliggende portefeuille van een SBBS niet totdat de betrokken SBBS vervalt.

3.  De ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de in lid 1 bedoelde financiële instrumenten die als zeer liquide instrumenten met een laag markt- en kredietrisico kunnen worden beschouwd. De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen in overeenstemming met de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.

Hoofdstuk 3Gebruik van de benaming "SBBS" en kennisgevings-, transparantie en informatievereisten

Artikel 9Gebruik van de benaming "door overheidsobligaties gedekte effecten"

De benaming "door overheidsobligaties gedekte effecten" of "SBBS" mag alleen worden gebruikt voor financiële producten die aan beide volgende voorwaarden voldoen:

a)  het financiële product voldoet doorlopend aan de artikelen 4, 5 en 6;

a bis)  de SPE voldoet doorlopend aan de artikelen 7 en 8;

b)  de ESMA heeft dat financiële product overeenkomstig artikel 10, lid 1, gecertificeerd en het financiële product is in de in artikel 10, lid 2, bedoelde lijst opgenomen.

Artikel 10Voor SBBS geldende kennisgevingsvereisten

1.  Ten minste een week voor de uitgifte van een SBBS dient een SPE een aanvraag tot certificering van de SBBS-uitgifte in door de ESMA door middel van de in lid 5 van dit artikel bedoelde template ervan in kennis te stellen dat een SBBS-uitgifte aan de vereisten van de artikelen 4, 5 en 6 voldoet. De ESMA brengt de bevoegde autoriteit van de SPE daarvan onverwijld op de hoogte.

1 bis.  In de in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving licht de SPE toe op welke wijze zij aan elk van de vereisten voorzien in de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 heeft voldaan.

1 ter.  De ESMA certificeert een SBBS-uitgifte alleen indien zij er ten volle van overtuigd is dat de aanvragende SPE en de SBBS-uitgifte voldoen aan alle in deze verordening vastgestelde vereisten. De ESMA informeert de aanvragende SPE onverwijld of de certificering is verleend of geweigerd.

2.  De ESMA houdt op haar officiële website een lijst bij van alle SBBS-uitgiften die door de ESMA zijn gecertificeerd. De ESMA actualiseert die lijst onmiddellijk en verwijdert elke SBBS-uitgifte die op grond van een besluit van de ESMA in overeenstemming met artikel 15 niet langer als een SBBS-uitgifte wordt beschouwd.

3.  ▌De ESMA vermeldt het onmiddellijk in de in lid 2 van dit artikel bedoelde lijst telkens wanneer zij in verband met de betrokken SBBS de in artikel 16 bedoelde administratieve sancties heeft opgelegd waartegen geen beroep meer mogelijk is.

3 bis.  De ESMA trekt de certificering van een SBBS-uitgifte in indien aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)  de SPE heeft uitdrukkelijk van certificering afgezien of heeft hiervan binnen zes maanden na de certificering geen gebruik gemaakt;

b)  de SPE heeft de certificering verkregen door het afleggen van valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze;

c)  de SBBS-uitgifte voldoet niet meer aan de voorwaarden op grond waarvan de certificering heeft plaatsgevonden.

De intrekking van de certificering wordt onmiddellijk in de gehele Unie van kracht.

4.  De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin de in lid 1 bedoelde informatie wordt gespecificeerd.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk ... [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

5.  De ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot vaststelling van de templates die moeten worden gebruikt voor het verstrekken van de in lid 1 bedoelde informatie.

De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk ... [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 11Transparantievereisten

1.  Een SPE verstrekt beleggers en de ESMA onverwijld de volgende informatie:

a)  informatie over de onderliggende portefeuille die van essentieel belang is voor het beoordelen of het financiële product aan de artikelen 4, 5 en 6 voldoet;

b)  een gedetailleerde beschrijving van de rangorde van betalingen van de tranches van de SBBS-uitgifte;

c)  ingeval geen prospectus is opgesteld in de in artikel 1, lid 4, artikel 1, lid 5, of artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad(17) beschreven gevallen, een overzicht van de belangrijkste kenmerken van de SBBS, met inbegrip van, in voorkomend geval, gegevens betreffende de blootstellingskenmerken, kasstromen en verlieswaterval;

d)  de respectievelijk in artikel 10, lid 1, en lid 1 ter, bedoelde kennisgeving en certificering.

De in deze alinea, onder a), bedoelde informatie wordt uiterlijk een maand na de vervaldatum voor de rentebetaling uit hoofde van de SBBS beschikbaar gesteld.

2.  Een SPE stelt de in lid 1 bedoelde informatie beschikbaar op een website die:

a)  een goed werkend systeem heeft voor de controle van de kwaliteit van gegevens;

b)  valt onder passende governancestandaarden en wordt onderhouden en geëxploiteerd volgens een organisatiestructuur die de continuïteit en de ordelijke werking van de site verzekert;

c)  is onderworpen aan systemen, controles en procedures die alle relevante bronnen van operationeel risico detecteren;

d)  systemen omvat die zorgen voor de bescherming en integriteit van de ontvangen informatie en de snelle registratie van die informatie;

e)  het mogelijk maakt om de informatie gedurende ten minste vijf jaar na de vervaldatum van elke SBBS-uitgifte te bewaren.

De in lid 1 bedoelde informatie en de plaats waar de informatie beschikbaar wordt gesteld, worden door de SPE vermeld in de aan beleggers verstrekte documentatie betreffende de SBBS.

Artikel 12Informatievereisten

1.  Alvorens een SBBS over te dragen, verstrekt de overdrager de overnemer alle volgende informatie:

a)  de procedure om opbrengsten van de onderliggende portefeuille overheidsobligaties aan de verschillende tranches van de SBBS-uitgifte toe te wijzen, ook na of in anticipatie op een niet-betaling uit hoofde van de onderliggende activa;

b)  de wijze waarop de stemrechten betreffende een openbaar aanbod tot ruil na of anticiperend op een niet-betaling uit hoofde van overheidsobligaties in de onderliggende portefeuille aan beleggers zullen worden toegekend en de wijze waarop eventuele verliezen uit hoofde van een niet-betaling van schuld over de verschillende tranches van de SBBS-uitgifte zullen worden verdeeld.

2.  De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin de in lid 1 bedoelde informatie wordt gespecificeerd.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen in overeenstemming met de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.

Hoofdstuk 4Producttoezicht

Artikel 13

Toezicht door de ESMA

1.  De ESMA is de bevoegde autoriteit die toezicht houdt op de naleving van de vereisten van deze verordening door SPE's ▌.

2.  De ESMAbeschikt over alle toezichts-, onderzoeks- en sanctiebevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken uit hoofde van deze verordening.

De ESMA is ten minste bevoegd om:

a)  inzage te vragen in elk document in welke vorm ook, voor zover dit betrekking heeft op SBBS, en een kopie daarvan te ontvangen of te maken;

b)  de SPE te verzoeken onverwijld informatie te verstrekken;

c)  informatie te verlangen van elke persoon die bij de activiteiten van een SPE betrokken is;

d)  al dan niet met voorafgaande aankondiging ter plaatse inspecties uit te voeren;

e)  passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een SPE deze verordening blijft naleven;

f)  een bevel uit te vaardigen om ervoor te zorgen dat een SPE deze verordening naleeft en ophoudt met het herhaaldelijk vertonen van een bepaald soort gedrag dat een inbreuk vormt op deze verordening.

Artikel 14Samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten en de ESMA

1.  De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op entiteiten die SBBS samenstellen of anderszins actief zijn op de SBBS-markt en de ESMA werken nauw samen en wisselen informatie uit voor de uitoefening van hun taken. Zij coördineren met name nauw hun toezicht teneinde inbreuken op deze verordening vast te stellen en te remediëren, ontwikkelen en bevorderen goede praktijken, faciliteren samenwerking, dragen bij tot een consistente interpretatie en verstrekken jurisdictieoverschrijdende beoordelingen in geval van verschillen van mening.

Teneinde het gebruik van de bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken en de consistente toepassing en handhaving van de verplichtingen van deze verordening te waarborgen, handelt de ESMA overeenkomstig de haar bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 toegekende bevoegdheden.

2.  Een bevoegde autoriteit die duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een SPE de bepalingen van deze verordening schendt, stelt de ESMA onverwijld op gedetailleerde wijze daarvan in kennis. De ESMA neemt passende maatregelen, met inbegrip van het nemen van een in artikel 15 bedoeld besluit.

3.  Indien de SPE blijft handelen op een wijze die duidelijk in strijd is met deze verordening, ondanks de maatregelen die zijn getroffen door de ESMA ▌, kan de ESMA ▌alle passende maatregelen nemen om de beleggers te beschermen, met inbegrip van het opleggen van een verbod aan de SPE om nog SBBS op het grondgebied van haar lidstaat op de markt aan te bieden en het nemen van een in artikel 15 bedoeld besluit.

Artikel 15Misbruik van de SBBS-benaming

1.  Indien er redenen zijn om aan te nemen dat een SPE in strijd met artikel 9 de benaming "SBBS" heeft gebruikt voor het op de markt brengen van een product dat niet aan de vereisten van dat artikel voldoet, volgt de ESMA de procedure die in lid 2 is vastgelegd.

2.  Binnen vijftien dagen na van de in lid 1 bedoelde mogelijke inbreuk kennis te hebben gekregen, besluit de ESMA of op artikel 9 inbreuk is gepleegd en stelt zij de andere relevante bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten van de beleggers wanneer deze bekend zijn, daarvan in kennis. ▌

Indien de ESMA oordeelt dat de inbreuk door de SPE verband houdt met het te goeder trouw niet naleven van artikel 9, kan zij besluiten aan de SPE een termijn van ten hoogste een maand toe te kennen om de geconstateerde inbreuk te verhelpen, met ingang van de dag waarop de SPE door de ESMA van de inbreuk in kennis is gesteld. Tijdens deze periode wordt een SBBS die op de krachtens artikel 10, lid 2, door de ESMA bijgehouden lijst voorkomt, verder als SBBS beschouwd en op deze lijst gehandhaafd.

3.  De ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot specificering van de samenwerkingsverplichtingen en van de op grond van de leden 1 en 2 uit te wisselen informatie.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 16Remediërende maatregelen en administratieve sancties

1.  Onverminderd het recht van de lidstaten om krachtens artikel 17 strafrechtelijke sancties vast te stellen, legt de ESMA aan de SPE of de natuurlijke persoon die de SPE beheert, passende remediërende maatregelen, met inbegrip van het in artikel 15 bedoelde besluit, en passende administratieve sancties als genoemd in lid 3 op ingeval SPE's:

a)  niet hebben voldaan aan de in de artikelen 7 en 8 beschreven verplichtingen;

b)  niet hebben voldaan aan de vereisten van artikel 9, zoals de ESMA niet overeenkomstig artikel 10, lid 1, in kennis hebben gesteld of een misleidende kennisgeving hebben gedaan;

c)  niet hebben voldaan aan de transparantievereisten van artikel 11.

2.  Tot de in lid 1 bedoelde administratieve sancties behoren ten minste:

a)  een publieke verklaring waarin de identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon die de inbreuk heeft gepleegd en de aard van de inbreuk worden vermeld;

b)  een bevel waarbij de natuurlijke of rechtspersoon die de inbreuk heeft gepleegd, wordt verplicht het gedrag stop te zetten en af te zien van herhaling ervan;

c)  een tijdelijk verbod om een lid van het leidinggevend orgaan van de SPE of een andere natuurlijke persoon die voor de inbreuk verantwoordelijk wordt gehouden, te beletten leidinggevende functies in SPE's uit te oefenen;

d)  in geval van een inbreuk als bedoeld in lid 1, onder b), een tijdelijk verbod om de SPE te beletten een in artikel 10, lid 1, bedoelde kennisgeving te doen;

e)  administratieve financiële sancties van ten hoogste 5 000 000 EUR, of in lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] of ten hoogste 10 % van de totale netto jaaromzet van de SPE volgens de meest recente jaarrekening die door het leidinggevend orgaan van de SPE is goedgekeurd;

f)  administratieve financiële sancties van ten hoogste tweemaal het bedrag van het aan de inbreuk ontleende voordeel indien dat kan worden bepaald, ook als dat voordeel hoger is dan de onder e) bedoelde maximumbedragen.

3.  Bij het bepalen van het type en de omvang van administratieve sancties houdt de ESMA rekening met de vraag in hoeverre de inbreuk opzettelijk is dan wel het resultaat van nalatigheid, en alle andere relevante omstandigheden, waaronder, in voorkomend geval:

a)  de materialiteit, ernst en duur van de inbreuk;

b)  de mate van verantwoordelijkheid van de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon;

c)  de financiële draagkracht van de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon;

d)  de omvang van de door de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon behaalde winsten of vermeden verliezen, voor zover die winsten of verliezen kunnen worden bepaald;

e)  de verliezen die derden wegens de inbreuk hebben geleden;

f)  de mate waarin de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon met de bevoegde autoriteit meewerkt;

g)  eerdere inbreuken van de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon.

4.  De ESMA zorgt ervoor dat een besluit waarbij remediërende maatregelen of administratieve sancties worden opgelegd, naar behoren gemotiveerd is en vatbaar is voor beroep.

Artikel 17Wisselwerking met strafrechtelijke sancties

Lidstaten die strafrechtelijke sancties voor de in artikel 16, lid 1, genoemde inbreuken hebben vastgesteld, staan de ESMA toe om met de gerechtelijke, de met vervolging belaste of de strafrechtelijke autoriteiten in hun jurisdictie te communiceren en specifieke informatie te ontvangen over lopende strafrechtelijke onderzoeken naar en procedures in verband met de in artikel 16, lid 1, genoemde inbreuken en om dezelfde informatie aan de betrokken autoriteiten te verstrekken.

Artikel 18Publicatie van administratieve sancties

1.  De ESMA publiceert op haar website onverwijld elk besluit waarbij een administratieve sanctie die niet meer vatbaar is voor beroep, wordt opgelegd wegens een in artikel 16, lid 1, genoemde inbreuk nadat de betrokken persoon daarvan in kennis is gesteld.

Bij de in de eerste alinea bedoelde publicatie wordt informatie bekendgemaakt over het type en de aard van de inbreuk en de identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de administratieve sanctie is opgelegd.

2.  De ESMA maakt de administratieve sancties zonder vermelding van namen bekend ▌, in enige van de volgende omstandigheden:

a)  indien de administratieve sanctie aan een natuurlijke persoon wordt opgelegd en op basis van een voorafgaande beoordeling de bekendmaking van de persoonsgegevens onevenredig blijkt;

b)  wanneer de bekendmaking de stabiliteit van de financiële markten of een lopend strafrechtelijk onderzoek in gevaar brengt;

c)  indien bekendmaking onevenredige schade zou toebrengen aan de SPE of betrokken natuurlijke personen.

Bij wijze van alternatief kan, indien het waarschijnlijk is dat de in de eerste alinea bedoelde omstandigheden binnen een redelijke periode zullen ophouden te bestaan, de in lid 1 bedoelde bekendmaking voor deze periode worden uitgesteld.

3.  De ESMA zorgt ervoor dat uit hoofde van de leden 1 en 2 bekendgemaakte informatie gedurende vijf jaar op haar officiële website blijft staan. Persoonsgegevens worden niet langer dan nodig is bijgehouden op de officiële website van de ESMA.

Artikel 18 bisToezichtvergoedingen

1.  De ESMA brengt de SPE vergoedingen in rekening, overeenkomstig deze verordening en overeenkomstig de krachtens lid 2 van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen. Deze vergoedingen staan in verhouding tot de omzet van de betrokken SPE en dekken de nodige uitgaven van de ESMA in verband met het verlenen van vergunningen voor SBBS en het toezicht op SPE's volledig.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 24 bis een gedelegeerde handeling ter aanvulling van deze verordening vast te stellen tot nadere bepaling van de soorten vergoedingen, de zaken waarvoor een vergoeding moet worden betaald, de hoogte van de vergoedingen en de wijze waarop deze moeten worden betaald.

Artikel 19Macroprudentieel toezicht op de SBBS-markt

Binnen de grenzen van zijn in Verordening (EU) nr. 1092/2010 neergelegde mandaat is het ESRB verantwoordelijk voor het macroprudentieel toezicht op de SBBS-markt van de Unie en handelt het in overeenstemming met de in genoemde verordening vastgelegde bevoegdheden. Indien het ESRB oordeelt dat SBBS-markten een ernstig risico voor de behoorlijke werking van de markten voor overheidsschuldbewijzen van de lidstaten van de eurozone vormen, maakt het in voorkomend geval gebruik van de bevoegdheden uit hoofde van de artikelen 16, 17 en 18 van Verordening (EU) nr. 1092/2010.

Hoofdstuk 4Uitvoeringsbevoegdheden en slotbepalingen

Artikel 21Wijziging van Richtlijn 2009/65/EG

In Richtlijn 2009/65/EG wordt het volgende artikel 54 bis ingevoegd:

"Artikel 54 bis

1.  Wanneer lidstaten de in artikel 54 beschreven afwijking toepassen of de in artikel 56, lid 3, genoemde ontheffing verlenen, gaan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de icbe over tot:

a)  de toepassing van dezelfde afwijking of de verlening van dezelfde ontheffing voor icbe's die volgens het beginsel van risicospreiding tot 100 % van hun activa in SBBS als omschreven in artikel 3, punt 3, van Verordening [verwijzing naar de SBBS-verordening invoegen] beleggen wanneer naar het oordeel van deze bevoegde autoriteiten de deelnemers in de icbe een bescherming genieten die gelijkwaardig is aan die welke wordt geboden aan de deelnemers in een icbe die de begrenzingen van artikel 52 wel in acht neemt;

b)  het verlenen van ontheffing van de toepassing van artikel 56, leden 1 en 2.

2.  Uiterlijk [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van de SBBS‑verordening] nemen de lidstaten de nodige maatregelen om aan lid 1 te voldoen, maken zij deze maatregelen bekend en delen zij deze mede aan de Commissie en de ESMA.".

Artikel 22Wijziging van Richtlijn 2009/138/EG

Aan artikel 104 van Richtlijn 2009/138/EG wordt het volgende lid 8 toegevoegd:

"8.  Ten behoeve van de berekening van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste worden risicoposities in door overheidsobligaties gedekte effecten als omschreven in artikel 3, punt 3, van Verordening [verwijzing naar de SBBS‑verordening invoegen] behandeld als vorderingen op de centrale regeringen of centrale banken van de lidstaten luidend en gefinancierd in hun nationale munteenheid.

Uiterlijk [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van de SBBS‑verordening] nemen de lidstaten de nodige maatregelen om aan de eerste alinea te voldoen, maken zij deze maatregelen bekend en delen zij deze mede aan de Commissie en de ESMA.".

Artikel 23Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 575/2013

Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt als volgt gewijzigd:

(1)  aan artikel 268 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:

"5.  In afwijking van lid 1 mag de senior tranche van door overheidsobligaties gedekte effecten als omschreven in artikel 3, punt 8, van Verordening [verwijzing naar de SBBS-verordening invoegen] steeds worden behandeld in overeenstemming met lid 1 van dit artikel.";

(2)  aan artikel 325 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

"4.  Voor de toepassing van deze titel behandelen instellingen blootstellingen in de vorm van een senior tranche van door overheidsobligaties gedekte effecten als omschreven in artikel 3, punt 8, van Verordening [verwijzing naar de SBBS-verordening invoegen] als blootstellingen met betrekking tot de centrale overheid van een lidstaat.";

(3)  aan artikel 390, lid 7, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De eerste alinea is van toepassing op blootstellingen in de vorm van door overheidsobligaties gedekte effecten als omschreven in artikel 3, punt 3, van Verordening [verwijzing naar de SBBS-verordening invoegen].".

Artikel 24Wijziging van Richtlijn (EU) 2016/2341

In Richtlijn (EU) 2016/2341 wordt het volgende artikel 18 bis ingevoegd:

"Artikel 18 bisDoor overheidsobligaties gedekte effecten

1. In hun nationale voorschriften betreffende de waardering van de activa van IBPV's, de berekening van het eigen vermogen van IBPV's en de berekening van een solvabiliteitsmarge voor IBPV's behandelen lidstaten door overheidsobligaties gedekte effecten als omschreven in artikel 3, punt 3, van Verordening [verwijzing naar de SBBS-verordening invoegen] op dezelfde wijze als overheidsschuldinstrumenten van de eurozone.

2. Uiterlijk [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van de SBBS‑verordening] nemen de lidstaten de nodige maatregelen om aan lid 1 te voldoen, maken zij deze maatregelen bekend en delen zij deze mede aan de Commissie en de ESMA.".

Artikel 24 bisUitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 4, lid 3, derde en vierde alinea, en artikel 18 bis, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 3, derde en vierde alinea, en artikel 18 bis, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, geeft zij daarvan gelijktijdig kennis aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 3, derde of vierde alinea, of artikel 18 bis, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn aan de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [twee maanden] verlengd.

Artikel 25Evaluatieclausule

Ten vroegste vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en zodra voldoende gegevens beschikbaar zijn gekomen, voert de Commissie een evaluatie van deze verordening uit, waarbij wordt beoordeeld of zij haar doelstelling heeft verwezenlijkt om onnodige regelgevende belemmeringen voor de opkomst van SBBS op te heffen.

Artikel 26Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het Europees Comité voor het effectenbedrijf, dat is ingesteld bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie(18). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 27Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

(1)

  [PB C 0 van 0.0.0000, blz. 0. / Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

(2)

  [PB C 0 van 0.0.0000, blz. 0. / Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

(3)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

  PB C , , blz. .

(5)

  PB C , , blz. .

(6)

Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(7)

  Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

(8)

  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (VKV) (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(9)

  Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

(10)

  Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).

(11)

  Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1).

(12)

  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(13)

  Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1).

(14)

  Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43).

(15)

  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(16)

  Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).

(17)

  Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).

(18)

  Besluit 2001/528/EG van de Commissie van 6 juni 2001 tot instelling van het Europees Comité voor het effectenbedrijf (PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45).


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Door overheidsobligaties gedekte effecten

Document- en procedurenummers

COM(2018)0339 – C8-0206/2018 – 2018/0171(COD)

Datum indiening bij EP

24.5.2018

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ECON

5.7.2018

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Jonás Fernández

31.5.2018

 

 

 

Behandeling in de commissie

12.11.2018

10.12.2018

 

 

Datum goedkeuring

21.3.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

12

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pervenche Berès, Esther de Lange, Markus Ferber, Jonás Fernández, Stefan Gehrold, Sven Giegold, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Danuta Maria Hübner, Wolf Klinz, Werner Langen, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Marisa Matias, Bernard Monot, Caroline Nagtegaal, Stanisław Ożóg, Ralph Packet, Sirpa Pietikäinen, Anne Sander, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Ernest Urtasun, Marco Valli, Babette Winter

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Enrique Calvet Chambon, Manuel dos Santos, Ramón Jáuregui Atondo, Danuta Jazłowiecka, Verónica Lope Fontagné, Aleksejs Loskutovs, Thomas Mann, Joachim Starbatty, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

José Blanco López, Eider Gardiazabal Rubial, Sylvie Guillaume, Bernd Kölmel, Ulrike Trebesius

Datum indiening

22.3.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

28

+

ALDE

Enrique Calvet Chambon, Lieve Wierinck

PPE

Markus Ferber, Stefan Gehrold, Danuta Maria Hübner, Danuta Jazłowiecka, Werner Langen, Verónica Lope Fontagné, Aleksejs Loskutovs, Ivana Maletić, Thomas Mann, Sirpa Pietikäinen, Anne Sander

S&D

Pervenche Berès, José Blanco López, Jonás Fernández, Eider Gardiazabal Rubial, Neena Gill, Roberto Gualtieri, Sylvie Guillaume, Ramón Jáuregui Atondo, Olle Ludvigsson, Manuel dos Santos, Pedro Silva Pereira, Babette Winter

Verts/ALE

Sven Giegold, Molly Scott Cato, Ernest Urtasun

12

-

ALDE

Wolf Klinz, Caroline Nagtegaal

ECR

Bernd Kölmel, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Ralph Packet, Joachim Starbatty, Ulrike Trebesius

EFDD

Bernard Monot, Marco Valli

GUE/NGL

Marisa Matias

PPE

Esther de Lange

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 8 april 2019Juridische mededeling