Procedure : 2019/0805(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0192/2019

Ingediende teksten :

A8-0192/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/04/2019 - 10.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0425

VERSLAG     *
PDF 161kWORD 52k
9.4.2019
PE 637.525v02-00 A8-0192/2019

over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende justitiële samenwerking in strafzaken tussen Eurojust en het Koninkrijk Denemarken

(07770/2019 – C8-0152/2019 – 2019/0805(CNS))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Claude Moraes

(Vereenvoudigde procedure – Artikel 50, lid 1, van het Reglement)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende justitiële samenwerking in strafzaken tussen Eurojust en het Koninkrijk Denemarken

(07770/2019 – C8-0152/2019 – 2019/0805(CNS))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van de Raad (07770/2019),

–  gezien artikel 39, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zoals gewijzigd bij het Verdrag van Amsterdam, en artikel 9 van Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0152/2019),

–  gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(1), en met name artikel 26 bis, lid 2,

–  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0192/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad;

2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.


TOELICHTING

De overeenkomst betreffende justitiële samenwerking in strafzaken tussen Eurojust en het Koninkrijk Denemarken is noodzakelijk geworden vanwege de "Lissabonisering" van Eurojust, waardoor Besluit 2002/187/JBZ van de Raad is vervangen en ingetrokken door Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust). De verordening is van toepassing met ingang van 19 december 2019. Gezien de bijzondere status die Denemarken na Lissabon op strafrechtelijk gebied geniet (Protocol nr. 22) neemt het land niet deel aan de nieuwe verordening en is het niet door de verordening gebonden. Denemarken heeft evenwel te kennen gegeven verder te willen deelnemen aan de activiteiten van Eurojust. Daartoe moet een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten tussen Denemarken en Eurojust (naar het voorbeeld van de overeenkomst die Denemarken heeft moeten sluiten na de "Lissabonisering" van Europol). In dit opzicht houdt de status van Denemarken het midden tussen die van een lidstaat en die van een derde land. Zo neemt bijvoorbeeld een niet-stemgerechtigde vertegenwoordiger van Denemarken deel aan de bijeenkomsten van het college en Denemarken levert een bijdrage aan de ontvangsten van Eurojust. Weliswaar dient een gemeenschappelijk systeem voor justitiële samenwerking in strafzaken voor alle lidstaten in beginsel de regel te zijn en moet hier ook de voorkeur naar uitgaan, maar een overeenkomst met Denemarken is onder meer belangrijk om de volgende redenen: de voortzetting van de deelname van Denemarken aan de Eurojust-structuur dient te worden gewaarborgd (Denemarken is van meet af aan betrokken geweest bij en actief geweest in Eurojust); Denemarken maakt deel uit van het Schengengebied; Denemarken neemt deel aan een aantal vroegere instrumenten van de derde pijler, met name het Europees aanhoudingsbevel; Denemarken zal bijdragen aan de financiering van Eurojust en de handhaving van het gemeenschappelijke JBZ-gebied en erkent van de bevoegdheid van de EDPS en de rechtsmacht van het Hof van Justitie.

Overeenkomstig het huidige Eurojust-besluit mogen dergelijke samenwerkingsovereenkomsten tussen Eurojust en derde landen die bepalingen bevatten over de uitwisseling van persoonsgegevens, alleen worden gesloten als de betrokken entiteit onder het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 valt of nadat er een evaluatie is uitgevoerd waaruit blijkt dat die entiteit een afdoende niveau van gegevensbescherming waarborgt. Op 28 maart 2019 heeft het gemeenschappelijk controleorgaan van Eurojust omtrent de bepalingen inzake gegevensbescherming een positief advies over de overeenkomst uitgebracht. Denemarken zal Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad(1) toepassen met betrekking tot de uit hoofde van de overeenkomst uitgewisselde persoonsgegevens. Daarnaast heeft Denemarken ingestemd met specifieke bepalingen die in de overeenkomst zijn opgenomen, en het erkent de rol van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Bijgevolg en op basis van bovenstaande overwegingen steunt de rapporteur het ontwerpuitvoeringsbesluit van de Raad betreffende het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst tussen Eurojust en Denemarken.

(1)

Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad tot goedkeuring van de sluiting door Eurojust van de Overeenkomst betreffende justitiële samenwerking in strafzaken tussen Eurojust en het Koninkrijk Denemarken

Document- en procedurenummers

07770/2019 – C8-0152/2019 – 2019/0805(CNS)

Datum raadpleging EP

1.4.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

3.4.2019

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

JURI

3.4.2019

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

JURI

3.4.2019

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Claude Moraes

3.4.2019

 

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

1.4.2019

Behandeling in de commissie

2.4.2019

8.4.2019

 

 

Datum goedkeuring

8.4.2019

 

 

 

Datum indiening

9.4.2019

Laatst bijgewerkt op: 11 april 2019Juridische mededeling