Procedure : 2019/0802(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0194/2019

Ingediende teksten :

A8-0194/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.6
CRE 16/04/2019 - 8.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0364

VERSLAG     
PDF 204kWORD 61k
10.4.2019
PE 636.163v02-00 A8-0194/2019

over de voordracht van Viorel Ştefan voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8‑0049/2019 – 2019/0802(NLE))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Indrek Tarand

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Viorel Ştefan
 BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Viorel Ştefan OP DE VRAGENLIJST
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Viorel Ştefan voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8‑0049/2019 – 2019/0802(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0049/2019),

–  gezien artikel 121 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0194/2019),

A.  overwegende dat zijn Commissie begrotingscontrole de kwalificaties van de voorgedragen kandidaat heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden;

B.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole op haar vergadering van 8 april 2019 de kandidaat die de Raad heeft voorgedragen voor benoeming tot lid van de Rekenkamer, heeft gehoord;

1.  brengt negatief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Viorel Ştefan tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmеde aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.


BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Viorel Ştefan

Studies en specialisaties

  2002, doctoraatsdiploma in de economie, "Dunărea de Jos"-universiteit, Galaţi

  1980, diploma economische wetenschappen, "Al. I. Cuza"-universiteit, Iași

Beroepsactiviteiten

  Februari 2018-heden, vicepremier

  Juni 2017-januari 2018, lid van het Huis van Afgevaardigden, voorzitter en lid van de commissie Begroting, Financiën en Banken

  Januari 2017-juni 2017, minister van Overheidsfinanciën

  2016-heden, lid van het Huis van Afgevaardigden

  2012-2016, lid van het Huis van Afgevaardigden

  2008-2016, lid van het Huis van Afgevaardigden

  1996-2008, senator

  1996-2002, voorzitter van de Roemeense binnenvaartmaatschappij Navrom SA, Galaţi

  1991-1996, CEO van de Roemeense binnenvaartmaatschappij Navrom SA, Galaţi

  1987-1991, diensthoofd bij de Roemeense binnenvaartmaatschappij Navrom SA, Galaţi

  1980-1987, econoom bij de Roemeense binnenvaartmaatschappij Navrom SA, Galaţi

Activiteiten, functies binnen een politieke partij

Lid van de Sociaaldemocratische Partij (PSD) sinds 1993

  1996-2015, vicevoorzitter van de PSD, afdeling Galaţi

  2015-2018, vicevoorzitter van de PSD

Activiteiten, functies binnen een vakbond, werkgeversorganisatie enz.

  1992-1998, voorzitter van de Vereniging van werkgevers uit de zeevervoerssector

Eerdere parlementaire activiteiten en functies

  Juli 2017-januari 2018, voorzitter van de commissie Begroting, Financiën en Banken van het Huis van Afgevaardigden

  Januari 2017-juni 2017, minister van Overheidsfinanciën

  2016-januari 2017, voorzitter van de commissie Begroting, Financiën en Banken van het Huis van Afgevaardigden

Wetgevingsinitiatieven: 1

Bijdragen aan plenaire debatten:

toespraken: 3 (in twee zittingen)

  2012-2016

Lid van het Huis van Afgevaardigden, voorzitter van de commissie Begroting, Financiën en Banken

Lid van de bijzondere gemengde commissie van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat belast met de vaststelling van de ontwerpwet betreffende bepaalde maatregelen in verband met de goud- en zilverertsontginning in Roșia Montană en tot stimulering en bevordering van de ontwikkeling van mijnbouwactiviteiten in Roemenië

Voorzitter van de parlementaire vriendschapsgroep met de Russische Federatie

Secretaris van de parlementaire vriendschapsgroep met de Federale Republiek Brazilië

Wetgevingsinitiatieven: 42, waarvan er 11 wet zijn geworden

Bijdragen aan plenaire debatten:

toespraken: 110 (in 51 zittingen);

initiatieven voor ontwerpbesluiten: 1;

moties: 2

  2008-2012

Lid van het Huis van Afgevaardigden, voorzitter van de commissie Begroting, Financiën en Banken

Lid van de bijzondere gemengde commissie belast met de analyse van de crisis van het rechtsstelsel

Voorzitter van de parlementaire vriendschapsgroep met Japan

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Helleense Republiek

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Staat Israël

Wetgevingsinitiatieven: 14, waarvan er 2 wet zijn geworden

Bijdragen aan plenaire debatten:

toespraken: 50 (in 35 zittingen);

vragen en interpellaties: 10;

moties: 10

  2004-2008

Senator, vicevoorzitter van de commissie Begroting, Financiën, Bankwezen en Kapitaalmarkt

Lid van de vaste bijzondere gemengde commissie van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat belast met de controle van de begrotingsuitvoering van de Roemeense rekenkamer in 2003

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Republiek Armenië

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met IJsland

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Helleense Republiek

Wetgevingsinitiatieven: 16, waarvan er 3 wet zijn geworden

Bijdragen aan plenaire debatten:

toespraken: 287 (in 156 zittingen);

politieke verklaringen: 1;

moties: 13

  2000-2004

Senator, voorzitter van de commissie Begroting, Financiën, Bankwezen en Kapitaalmarkt

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Arabische Republiek Syrië

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Helleense Republiek

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Staat Israël

Wetgevingsinitiatieven: 4, waarvan er 1 wet is geworden

Bijdragen aan plenaire debatten:

toespraken: 276 (in 94 zittingen);

lid van acht bemiddelingscommissies

  1996-2000

Senator, lid van de commissie Begroting, Financiën, Bankwezen en Kapitaalmarkt

Lid van de gemengde commissie van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat belast met de controle van de begroting van de Roemeense rekenkamer

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Franse Republiek

Lid van de parlementaire vriendschapsgroep met de Republiek Oostenrijk

Activiteiten, functies in andere nationale organisaties

  1995-2001, voorzitter van de Roemeense Vereniging van binnenvaartreders en -havenexploitanten (AAOPFR)

Ordes, onderscheidingen

Ridder in de Nationale Orde van Verdienste


BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Viorel Ştefan OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1.  Gelieve uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën te vermelden, of dat nu ervaring is op het gebied van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering of -beleid, begrotingscontrole of audits.

Ik heb mijn beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën, met inbegrip van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering en -beleid, en controles, opgedaan over een periode van 22 jaar als lid van het Roemeens parlement, als minister van Overheidsfinanciën in 2017 en als vicepremier in de Roemeense regering sinds 2018.

In het parlement heb ik continu in twee gespecialiseerde commissies van beide kamers gezeteld: twaalf jaar in de senaatscommissie Begroting, Financiën, Bankwezen en Kapitaalmarkt en tien jaar in de commissie Begroting, Financiën en Banken van het Huis van Afgevaardigden.

Daarvan ben ik tien jaar commissievoorzitter en zes jaar vicevoorzitter geweest.

Als commissievoorzitter was ik ervoor verantwoordelijk de parlementaire procedures tot goedkeuring van de regerings- en socialezekerheidsbegrotingen, alsook van de begrotingen van de twee kamers en van de instellingen en overheidsinstanties die verantwoording moeten afleggen aan het parlement of ermee samenwerken, met inbegrip van de Roemeense rekenkamer, in goede banen te leiden.

Elk begrotingsjaar was ik verantwoordelijk voor het coördineren van het parlementair toezicht op het middelenbeheer door de ordonnateurs, dat aan specifieke procedures is gebonden zoals hoorzittingen, analyses of onderzoeken. Aan het einde van elk jaar moest ik de bijzondere verslagen over de begrotingsuitvoering evalueren en bespreken en aan beide kamers voorstellen.

De beoordeling van de begrotingsuitvoering en de goedkeuring van deskundigenverslagen verliepen in het kader van een permanente institutionele dialoog met de vertegenwoordigers van de Roemeense rekenkamer, op basis van de verslagen, conclusies en adviezen van controleteams. Mijn samenwerking met deze instelling heeft mij een goed inzicht gegeven in de beginselen en mechanismen van degelijke controle en ben ik mij er bovenal van bewust geworden hoe belangrijk het is een goed beheer van overheidsmiddelen te waarborgen.

Dankzij die 22 jaar van directe en onafgebroken betrokkenheid bij de werkzaamheden van de genoemde gespecialiseerde parlementaire commissies heb ik een goed begrip gekregen van het nationale overheidsbeleid in een aantal economische en financiële domeinen zoals belastingen, financiële markten (bankwezen, effecten, verzekeringen, particuliere pensioenen), monetair beleid en overheidsleningen of investeringsbeleid, en kon ik actief deel te nemen aan de opstelling en uitvoering ervan.

Mijn benoeming tot minister van Overheidsfinanciën was loopbaansgewijs niet alleen een ware uitdaging voor mij, maar ook een kans om te tonen dat ik de overheidsfinanciën kon beheren. Terwijl ik voordien hoofdzakelijk bij wetgevings- en toezichtactiviteiten was betrokken, kon ik in mijn nieuwe functie mijn vaardigheden in de praktijk brengen en een dieper inzicht verwerven in overheidsfinanciën vanuit een uitvoerend perspectief. Hierdoor heb ik gedegen ervaring opgedaan met het uitwerken van fiscale en begrotingsstrategieën, begrotingsplanning, het beheren van overheidsinkomsten, de schatkist en de staatsschuld, douanebeleid en -wetgeving, het organiseren en uitvoeren van interne controles binnen overheidsorganen, het coördineren van betrekkingen met internationale financiële instellingen, het bevorderen en uitvoeren van openbare aanbestedingen, het beheren van staatssteunregelingen, gecentraliseerd inventarisbeheer, beter beheer van overheidsinvesteringen enz.

Mijn ervaring als minister van Overheidsfinanciën en mijn werkzaamheden als parlementslid hebben mij klaargestoomd voor mijn taken als vicepremier.

Mijn nieuwe verantwoordelijkheden bestaan in wezen in het coördineren van economische beleidsmaatregelen en strategieën en het harmoniseren en optimaliseren van de interinstitutionele samenwerking, terwijl ik tegelijk ook veel aandacht moet besteden aan gestroomlijnd bestuur, het drukken van administratieve kosten, uitbanning van dubbel werk, herstructurering van systemen en een snellere informatisering en digitalisering van de overheidsdiensten.

Uiteraard kunnen die doelen alleen worden bereikt door permanent toezicht op de begrotingsuitvoering door de ordonnateurs.

2.  Wat zijn de belangrijkste successen die u tijdens uw loopbaan hebt geboekt?

Mijn loopbaan kan worden onderverdeeld in twee opeenvolgende delen, die mij allebei hebben geholpen om inzicht te verwerven in de mechanismen achter micro- en macro-economische ontwikkelingen.

Na mijn studies koos ik voor een loopbaan in de zakenwereld, waar ik erin slaagde om alle nodige vaardigheden te verwerven. Ik ben onderaan de ladder begonnen als stagiair en ben daarna achtereenvolgens opgeklommen tot algemeen directeur, manager, CEO en voorzitter van de raad van bestuur.

Dit deel van mijn loopbaan speelde zich af tijdens de voor Roemenië moeilijke overgang naar een markteconomie. Het was een tijd van drastische herstructurering, de invoering van moderne managementmethoden, aanpassing aan de nieuwe geliberaliseerde markten en herconfiguratie van de nationale, regionale en internationale handelsstromen.

Ik beschouw de herstructurering en privatisering van het logge, ondermaats presterende staatsbedrijf waarvoor ik werkte (zoals hiervoor reeds vermeld), en de omvorming ervan tot een beursgenoteerde particuliere onderneming die uitstekende economische resultaten neerzet en nog steeds duizenden mensen in dienst heeft in Roemenië, als het eerste grote succes van mijn loopbaan.

De ervaring die ik in die periode heb opgedaan, vormde de basis voor mijn proefschrift, dat in feite het hoogtepunt van dit deel van mijn loopbaan vormde.

Het tweede deel van mijn loopbaan begon 22 jaar geleden, toen ik besloot een openbaar mandaat op te nemen en lid werd van de Roemeense Senaat. Ik ben de nieuwe vaardigheden gaan ontwikkelen die ik nodig had om de toenmalige macro-economische problemen aan te pakken. Na mijn herverkiezing tot senator werd ik door de overige senaatsleden unaniem gekozen tot voorzitter van de commissie Begroting, Financiën, Bankwezen en Kapitaalmarkt. Ik beschouw dit als een belangrijk succes in mijn parlementaire loopbaan. Ik heb mij volledig toegelegd op dit activiteitendomein en kreeg erkenning voor mijn professionele vaardigheden, zowel van alle politieke partijen en betrokken organen binnen het Roemeens parlement als van het grote publiek. Het is hoofdzakelijk om die reden dat ik met de steun van alle politieke partijen doorheen mijn hele parlementaire loopbaan tot voorzitter van diverse gespecialiseerde commissies ben verkozen.

Mijn benoeming tot minister van Overheidsfinanciën was een andere belangrijke mijlpaal in mijn loopbaan.

Ik haalde ook veel voldoening uit het coördineren van het uitmuntende team van deskundigen waarvoor ik een positieve en constructieve werkomgeving moest creëren, gebaseerd op de inachtneming van gedegen beginselen, wederzijds respect en waardering voor de vaardigheden en capaciteiten van elk teamlid, erkenning voor het werk van onze voorgangers en bewustzijn van de behoefte aan consistentie en continuïteit bij het beheer van de fiscale en begrotingsbeleidslijnen en -strategieën.

De goede en constructieve samenwerking met andere instellingen in dit domein (de nationale bank van Roemenië, de financiële toezichthoudende autoriteit, de mededingingsraad, de rekenkamer enz.) leverde ook belangrijke resultaten op en getuigt van mijn professionele vaardigheden.

Mijn benoeming tot vicepremier vormt het hoogtepunt van mijn loopbaan en ik ben van plan te blijven handelen op een manier die deze grote eer waardig is, en mijn taken tot mijn laatste dag in het ambt volgens de beginselen van billijkheid en professionalisme te blijven vervullen.

3.  In hoeverre hebt u beroepservaring opgedaan bij internationale multiculturele en meertalige organisaties of instellingen die in andere landen dan uw thuisland gevestigd zijn?

Hoewel ik geen bezoldigde functie bij een internationale instelling of organisatie heb uitgeoefend, heb ik tijdens mijn politieke loopbaan internationale, multiculturele en meertalige ervaring opgedaan als lid van parlementaire vriendschapsgroepen met: Japan (groepsvoorzitter), de Russische Federatie (groepsvoorzitter), de Federale Republiek Brazilië (groepssecretaris), de Zwitserse Bondsstaat, de Staat Israël, de Helleense Republiek, IJsland, de Republiek Armenië, de Arabische Republiek Syrië, de Republiek Oostenrijk en de Franse Republiek.

Hierbij ben ik in contact kunnen komen met de parlementsleden uit die landen. Het doel van de parlementaire vriendschapsgroepen bestond erin de bilaterale samenwerking op alle gebieden van wederzijds belang te bevorderen en ze bestreken ver uiteenlopende activiteitenterreinen, waaronder politieke en parlementaire dialoog maar ook bilaterale economische, culturele en wetenschappelijke betrekkingen.

Gedurende mijn tijd als minister van Overheidsfinanciën heb ik Roemenië vertegenwoordigd in de Raad van Gouverneurs van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling en de Europese Investeringsbank. Daardoor heb ik geleerd efficiënter te werken in een internationale, multiculturele en meertalige omgeving. Er is mij in die hoedanigheid ook gevraagd om de dialoog tussen de Roemeense overheid en de afgevaardigden van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank te coördineren.

4.  Heeft men u kwijting verleend voor de managementtaken die u voorheen uitvoerde, indien een dergelijke procedure van toepassing is?

Er is geen dergelijke procedure toegepast.

5.  Welke van de door u vervulde functies waren het gevolg van een politieke benoeming?

Zoals ik al heb vermeld in mijn antwoord op vraag twee, kan mijn loopbaan in twee aparte delen worden onderverdeeld. In het eerste deel van mijn loopbaan ben ik in de zakenwereld zonder enige politieke beïnvloeding opgeklommen van pas afgestudeerde nieuwkomer tot voorzitter van de raad van bestuur. Het spreekt voor zich dat promotiecriteria in een beursgenoteerde particuliere onderneming louter en alleen met geleverde prestaties verband houden.

Het tweede deel van mijn loopbaan was een parlementaire carrière, die per definitie een democratische activiteit met politieke actoren inhoudt. Zowel bij mijn eerste verkiezing tot parlementslid als bij mijn benoemingen tot minister van Overheidsfinanciën en vicepremier kon ik op politieke steun rekenen.

Ik wil echter ook graag nog op iets wijzen in verband met mijn benoeming tot voorzitter van gespecialiseerde parlementscommissies. Daar kandidaten altijd in de eerste plaats worden gekozen op basis van professionele criteria en specifieke vaardigheden, kon ik voor mijn kandidaturen telkens op de steun van alle politieke partijen rekenen, ongeacht of zij in de regering zaten of tot de oppositie behoorden.

6.  Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw loopbaan betrokken bent geweest?

Tijdens mijn loopbaan ben ik actief betrokken geweest bij de vaststelling van tal van belangrijke besluiten die beslissend zijn geweest voor de overgang van Roemenië naar een goed functionerende markteconomie en voor de daaropvolgende toetreding van het land tot de NAVO en de Europese Unie.

Ik wil graag drie belangrijke besluiten vermelden die hebben bijgedragen tot de modernisering van de Roemeense rekenkamer en haar grondwettelijk en juridisch profiel in overeenstemming hebben gebracht met de Europese en internationale modellen en goede praktijken.

(1)  De grondwetsherziening in 2003 heeft de onafhankelijkheid van de Roemeense rekenkamer versterkt en gezorgd voor bijkomende waarborgen voor de stabiliteit van de instelling. Er is een nieuw plenair mechanisme voor herbenoeming ingevoerd om buitenmatige of willekeurige politieke beïnvloeding volledig uit te bannen. De bevoegdheden van de rekenkamer zijn opnieuw afgebakend, waardoor een grondwettelijke basis ontstond om gespecialiseerde rechtbanken op te richten. Het Financieel Openbaar Ministerie is opgedoekt en de aanklagers ervan zijn toegewezen aan het Openbaar Ministerie.

Als voorzitter van de senaatscommissie Begroting, Financiën, Bankwezen en Kapitaalmarkt was ik actief betrokken bij de beoordeling, motivering, formulering en definitieve opstelling van de wijzigingen aan dit deel van de grondwet.

(2)  In 2005 heb ik, als vicevoorzitter van de senaatscommissie Begroting, Financiën, Bankwezen en Kapitaalmarkt, het verslag voor de voltallige vergadering opgesteld met het oog op de goedkeuring van de wet tot oprichting van de controleautoriteit, een onafhankelijke operationele eenheid binnen de Roemeense rekenkamer

die tot taak heeft de Europese financiering te controleren in overeenstemming met de algemene beheer- en controlebeginselen.

(3)  In 2008 was ik, als vicevoorzitter van de speciale senaatscommissie, verantwoordelijk voor de coördinatie van het moeizame proces om de wet betreffende de organisatie en de werking van de Roemeense rekenkamer te wijzigen en aan te vullen. Samen met het personeel van de Roemeense rekenkamer ben ik erin geslaagd een verslag op te stellen en voor te leggen aan de voltallige Senaat. Op basis daarvan is wet nr. 217/2008 goedgekeurd.

De nieuwe bepalingen hebben er in belangrijke mate toe bijgedragen dat het reglement van orde van de Roemeense rekenkamer in overeenstemming is gebracht met de EU-bepalingen. De beginselen van de in 2007 aangenomen Verklaring van Mexico over de onafhankelijkheid van hoge controle-instanties (HCI's) zijn daarbij als uitgangspunt gebruikt.

Er zijn nieuwe regels ingevoerd inzake de onafhankelijkheid van de leden van de Roemeense rekenkamer en van externe openbare controleurs. Ook de financiële onafhankelijkheid van de instelling is versterkt. De rapportagerechten en -verplichtingen van de rekenkamer zijn vastgelegd, evenals de vrijheid om te beslissen over de inhoud, bekendmaking en verspreiding van verslagen. Er is onbeperkte toegang tot informatie gewaarborgd.

Na de goedkeuring van die voorschriften heeft de Roemeense rekenkamer een belangrijke rol gespeeld bij de hervorming van de overheidsdiensten gezien de strengere verantwoordingsplicht voor de aanwending en het beheer van overheidsmiddelen, met inbegrip van middelen van de Europese Unie of andere internationale financiële instellingen.

Onafhankelijkheid

7.  In het Verdrag wordt bepaald dat de leden van de Rekenkamer hun ambt "volkomen onafhankelijk" uitoefenen. Hoe zou u bij de uitoefening van uw toekomstige functie invulling geven aan deze verplichting?

Onafhankelijkheid is een fundamentele waarde bij externe openbare controles en het allerbelangrijkste beginsel voor hoge controle-instanties, zoals vermeld in de Verklaring van Lima, het wereldwijde referentiedocument voor openbare controles dat in feite de onafhankelijkheid van de betrokken instanties waarborgt.

Het cruciale beginsel van onafhankelijkheid is stevig verankerd in de Verklaring van Mexico en is verder geschraagd door recente VN-resoluties.

In de Verklaring van Lima, die al in 1977 werd aangenomen, wordt ondubbelzinnig gesteld dat hoge controle-instanties hun taken alleen objectief en doeltreffend kunnen uitvoeren indien zij onafhankelijk zijn van de gecontroleerde entiteit en niet onderhevig zijn aan enige vorm van externe beïnvloeding.

Ik ben ook vertrouwd met de bepalingen uit de Verdragen van de Europese Unie die duidelijk vereisen dat de leden van de Europese Rekenkamer hun ambt volkomen onafhankelijk vervullen, in het algemeen belang van de Europese Unie, en daarbij geen instructies van enige regering of enig lichaam mogen vragen noch aanvaarden.

Als ik zou worden benoemd tot lid van de Europese Rekenkamer, een uitermate belangrijke functie, zou ik mij er terdege van bewust zijn dat het beginsel van onafhankelijkheid strikt in acht moet worden genomen en dat ik mijn taken derhalve volkomen onafhankelijk moet vervullen en er daarbij moet voor zorgen dat niets mijn onafhankelijkheid, eerlijkheid, onpartijdigheid, objectiviteit en professionaliteit in de weg kan staan.

Ik zal ook de waarden en het reglement van orde van de Europese Rekenkamer eerbiedigen en naleven, evenals de gedragscode zoals vastgesteld in de internationale normen van hoge controle-instanties (ISSAI), de ethische normen van de rekenkamers in Europa, de gedragscode van de Europese Rekenkamer en alle andere ter zake doende bepalingen.

Het is mijn vaste overtuiging dat een lid van de Rekenkamer zich altijd geheel onafhankelijk moet opstellen tegenover eender welke belangen, druk enz. door EU-lidstaten of hun instellingen, politieke partijen, belangengroepen of particuliere ondernemingen en alle andere openbare of particuliere entiteiten.

Ik wil er hier nog aan toevoegen dat ik gedurende mijn hele loopbaan – waarin ik een aantal belangrijke functies heb bekleed in het parlement en de regering van Roemenië, waaronder voorzitter van de commissie Begroting, Financiën en Banken, minister van Overheidsfinanciën en vicepremier – altijd veel belang heb gehecht aan het beginsel van onafhankelijkheid en dit strikt in acht heb genomen bij de vervulling van mijn functies.

8.  Hebt u of hebben uw naaste familieleden (uw ouders, broers en zussen, wettelijke partner en kinderen) zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden?

Ik ben niet betrokken bij zakelijke activiteiten en heb geen verplichtingen of zakelijke belangen waardoor een conflict met mijn toekomstige taken zou kunnen optreden, en hetzelfde gaat op voor al mijn naaste familieleden (ouders, broers of zussen, wettelijke partner of kinderen).

Ik beschik enkel over minderheidsdeelnemingen. Ik heb dus geen zeggenschap over de manier waarop de desbetreffende ondernemingen worden bestuurd, noch over hun handelingen en transacties, en ik ben er ook niet bij betrokken.

In overeenstemming met de toepasselijke Roemeense wetgeving maak ik sinds 2003 al mijn activa en belangen bekend op de websites van beide kamers, waar ze te allen tijde door iedereen kunnen worden geraadpleegd.

9.  Bent u bereid om al uw financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken?

Ik zal al mijn financiële belangen en verplichtingen meedelen aan de voorzitter van de Rekenkamer en deze openbaar maken.

10.  Bent u momenteel betrokken bij een gerechtelijke procedure? Zo ja, gelieve dan nadere bijzonderheden te verstrekken.

Ik ben niet betrokken bij een gerechtelijke procedure.

11.  Hebt u een actieve of uitvoerende rol in de politiek, en zo ja, op welk niveau? Hebt u de afgelopen 18 maanden een politieke functie vervuld? Zo ja, gelieve dan nadere bijzonderheden te verstrekken.

Ik ben lid van de Sociaaldemocratische Partij (PSD) en vicevoorzitter van de Galaţi-afdeling van die partij.

Van oktober 2015 tot maart 2018 was ik nationaal vicevoorzitter van de PSD. Ik heb op 10 maart 2018 ontslag genomen uit die functie.

12.  Zou u een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij opgeven als u wordt benoemd tot lid van de Rekenkamer?

Indien ik word benoemd tot lid van de Europese Rekenkamer, zal ik ontslag nemen uit het Roemeens parlement en uit al mijn ambten en functies binnen de partij.

13.  Hoe zou u te werk gaan bij een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, of zelfs fraude en/of corruptie, waarbij personen uit uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

Ik ben van mening dat alle leden van de Europese Rekenkamer, ongeacht de lidstaat of de personen die bij ernstige onregelmatigheden, fraude of corruptie zijn betrokken, niet alleen onafhankelijk, maar ook onpartijdig moeten handelen en deze situaties dan ook altijd even streng moeten behandelen en passende maatregelen moeten nemen.

Als lid van de Europese Rekenkamer zal ik in dergelijke gevallen volledig onafhankelijk en objectief te werk gaan, omdat iedereen die bij ernstige onregelmatigheden, fraude of corruptie is betrokken, los van zijn of haar lidstaat van herkomst, op dezelfde manier moet worden behandeld en er ten aanzien van deze personen op een uniforme en billijke manier passende maatregelen moeten worden genomen.

In overeenstemming met de procedures van de Europese Rekenkamer zal ik de voorzitter en OLAF onmiddellijk in kennis stellen als een dergelijke situatie zich voordoet.

Het idee alleen al om personen uit mijn lidstaat van herkomst bij ernstige onregelmatigheden, fraude of corruptie of het vermoeden daarvan anders te behandelen en aan subjectieve criteria te onderwerpen, vind ik totaal onaanvaardbaar omdat ik als lid van de Europese Rekenkamer de financiële belangen van alle EU-lidstaten ten behoeve van de Europese belastingbetalers moet beschermen. Er kan derhalve volstrekt geen sprake zijn van enige vooringenomenheid bij de behandeling van dergelijke zaken.

Bovendien heb ik doorheen mijn hele loopbaan in alle omstandigheden en situaties waarden als onafhankelijkheid, objectiviteit, eerlijkheid en professionaliteit in acht genomen en heb ik mij altijd door deze beginselen laten leiden.

Uitoefening van het ambt

14.  Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst? Wat kan de Europese Rekenkamer doen om deze cultuur steviger te verankeren?

Er wordt over het algemeen van uitgegaan dat goed financieel beheer in eender welke instelling of openbare dienst gebaseerd is op de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid. Het zuinigheidsbeginsel houdt in dat er onverwijld een gepaste hoeveelheid geschikte middelen beschikbaar moet worden gesteld, op de kostenefficiëntste manier. Efficiëntie duidt dan weer op het optimale gebruik van de ter beschikking gestelde middelen om de best mogelijke resultaten te bereiken. Doeltreffendheid is de mate waarin de resultaten van een activiteit overeenkomen met de vastgestelde doelstellingen of deze weten te bereiken.

Deze drie beginselen vormen de basis van goed beheer van overheidsmiddelen, maar ook van goed economisch bestuur in de zakenwereld.

Aangezien goed financieel beheer op de voornoemde beginselen – zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid – is gebaseerd, spreekt het vanzelf dat openbare instellingen hun doelstellingen, prestatie-indicatoren, systeemcontrole en interne controleprocedures zodanig moeten vaststellen dat deze doelstellingen in grote mate kunnen worden nageleefd en bereikt.

Alleen instellingen die een dergelijke cultuur van goed beheer van overheidsmiddelen hanteren, worden door belanghebbenden en belastingbetalers als transparante en verantwoordelijke instellingen beschouwd die de overheidsmiddelen efficiënt en doeltreffend kunnen beheren en een goed bestuur kunnen waarborgen ten gunste van de EU-burgers.

Ik ben van oordeel dat de Europese Rekenkamer van vitaal belang is om niet alleen de invoering van een cultuur van goed financieel beheer te bevorderen en te ondersteunen, maar ook om te zorgen voor het voortbestaan op lange termijn van die cultuur in alle openbare instellingen. Dit doel kan met name worden verwezenlijkt via de aanbevelingen in de controleverslagen van de Europese Rekenkamer, die bijdragen om de door de Rekenkamer gecontroleerde doelstellingen te verbeteren en te stroomlijnen, enerzijds, en via het toezicht op de tenuitvoerlegging van die aanbevelingen, anderzijds.

De Europese Rekenkamer levert ook een belangrijke bijdrage aan de vereenvoudiging van het regelgevingskader en, in voorkomend geval, de administratieve procedures met het oog op goed financieel beheer, waaronder inspanningen om de regels ter zake te hervormen en te vereenvoudigen.

15.  Volgens het Verdrag moet de Rekenkamer het Parlement bijstaan in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement (met name de Commissie begrotingscontrole) verbeteren om de openbare controle over de algemene uitgaven te versterken en efficiënter te maken?

Na een lange loopbaan van 22 jaar in het Roemeens parlement, waarin ik een aantal belangrijke functies heb bekleed, o.a. voorzitter van de commissie Begroting, Financiën en Banken, ben ik er volledig van overtuigd dat parlementair toezicht op de uitvoering van de overheidsbegroting – zowel op Europees niveau als op lidstaatniveau – van essentieel belang is, omdat er op die manier aan de bevolking kan worden aangetoond dat de middelen op een legale en doeltreffende manier worden gebruikt in overeenstemming met de vastgestelde doelstellingen. Dit helpt zonder enige twijfel de democratische dialoog te versterken en leidt, op lange termijn, tot grotere samenhang binnen de Europese Unie.

De Europese Rekenkamer levert daartoe een belangrijke bijdrage aangezien zij verantwoordelijk is voor het verstrekken van geloofwaardige en goed gedocumenteerde informatie over het gebruik van Europese middelen. Die informatie wordt meegedeeld via het jaarverslag, dat hoofdzakelijk over kwesties handelt die aan het licht zijn gekomen bij de financiële en de nalevingsgerichte controles, en via bijzondere verslagen die hoofdzakelijk verband houden met doelmatigheidscontroles.

De verantwoordelijkheid van de Europese Rekenkamer gaat echter verder dan alleen het doorsturen van haar verslagen naar het Europees Parlement. Mijns inziens blijft nauwe internationale samenwerking, gestoeld op de beginselen van loyaliteit, wederzijds vertrouwen en respect voor de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van elke instelling, van essentieel belang en moeten alle mogelijke inspanningen worden geleverd om de relevante informatie zo snel mogelijk aan de leden van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement te verstrekken.

Ik ben er vast van overtuigd dat de Europese Rekenkamer de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement als haar belangrijkste partner en grootste belanghebbende bij de resultaten van haar werkzaamheden beschouwt. Derhalve onderhoudt zij nauwe banden met deze commissie om haar leden met het oog op de begrotingscontrole doorlopend te ondersteunen.

Volgens mij is een onafgebroken en doeltreffende dialoog, waardoor ervoor wordt gezorgd dat de Rekenkamer zich bewust is van de verwachtingen van de EP-leden en dat zij dienovereenkomstig handelt, zonder daarbij het beginsel van onafhankelijkheid uit het oog te verliezen, het beste recept voor succes als het gaat om specifieke manieren om de samenwerking tussen de Europese Rekenkamer en de Commissie begrotingscontrole te verbeteren. Deze dialoog zou beide instellingen ten goede komen en zou impliciet tegemoet komen aan de verwachtingen van de Europese belastingbetalers. Daarnaast moet de Rekenkamer voorrang blijven geven aan doeltreffendere communicatie en innovatieve manieren om de bevindingen en conclusies van de verslagen voor te stellen en er daarbij voor te zorgen dat zij een passend antwoord biedt op de verwachtingen van het Europees Parlement in het algemeen en de Commissie begrotingscontrole in het bijzonder.

16.  Wat is volgens u de toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in de beheerprocedures?

Financiële, nalevingsgerichte en doelmatigheidscontroles sluiten elkaar niet uit. Integendeel, zij vullen elkaar juist aan en bieden een totaalbeeld dat een erg nuttig instrument kan zijn bij het nemen van belangrijke beslissingen. Het is daarom mijn overtuiging dat zowel financiële als doelmatigheidscontroles bijzonder waardevol zijn voor het Parlement en het grote publiek.

In mijn bijna 22 jaar als parlementslid heb ik tal van verslagen van de Roemeense rekenkamer geanalyseerd, wat ik altijd bijzonder interessant heb gevonden. Ik heb ook dikwijls verslagen van de Europese Rekenkamer en andere hoge controle-instanties doorgenomen om mij een zo volledig mogelijk beeld van de situatie te kunnen vormen.

Op die manier heb ik in de loop der jaren vastgesteld dat er grotere nadruk wordt gelegd op de rol van doelmatigheidscontroles die de waarde van de traditionele financiële controles verhogen. Die tendens komt met name overeen met de verwachting van de belangrijkste ontvangers van de controleverslagen, d.w.z. het Parlement en het grote publiek, dat belangrijke kwesties onmiddellijk worden onderzocht en dat er aanbevelingen worden gedaan om situaties die verkeerd lopen, te corrigeren of systemen en mechanismen die ondermaats blijven presteren, te verbeteren.

Ik besef bijgevolg dat het niet volstaat om gewoon te weten in hoeverre de EU-begroting wettelijk en regelmatig is uitgevoerd. Wij moeten ook nagaan dat de middelen op Europees niveau zuinig, efficiënt en doeltreffend zijn gebruikt, m.a.w. dat het financieel beheer van de EU verbetert.

Een efficiënt gebruik van Europese middelen is belangrijk voor alle Europese burgers. Dit impliceert dat de Europese Rekenkamer een hoofdrol speelt bij het uitvoeren van pertinente en zorgvuldig geselecteerde doelmatigheidscontroles met behulp van passende risicoanalyseprocedures die een grote toegevoegde waarde bieden.

17.  Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

Als voorzitter van de commissie Begroting, Financiën en Banken heb ik de internationale samenwerking tussen hoge controle-instanties en nationale parlementen met belangstelling gevolgd en was ik met name geïnteresseerd in de samenwerking op Europees niveau, bijvoorbeeld in het Europees Parlement en de Europese Rekenkamer. Ik ben er vast van overtuigd dat het cumulatieve effect daarvan erin moet bestaan dat het bewustzijn van gebieden van gemeenschappelijk belang wordt vergroot en de meest efficiënte kanalen worden gevonden voor samenwerking tussen parlementen en hoge controle-instanties.

Ik weet dat de hoge controle-instanties en de Europese Rekenkamer al geruime tijd samenwerken in het kader van een gemeenschappelijk forum genaamd "Contactcomité van de voorzitters van de hoge controle-instanties van de lidstaten van de Europese Unie en de Europese Rekenkamer", dat jaarlijks bijeenkomt om actuele onderwerpen in verband met de controle van de Europese middelen en de bescherming van de communautaire belangen te bespreken. Ik weet ook dat het Europees Parlement, en met name de Commissie begrotingscontrole, nauwgezet toezicht houdt op de resultaten van die samenwerking. Ik ben voorstander van nauwere banden ten behoeve van de Europese burgers.

Ik ben er eveneens van op de hoogte dat het Contactcomité recent grondige hervormingen is gestart om nauwere banden tot stand te brengen met het oog op intensievere samenwerking op Europees niveau om zo snel mogelijk tegemoet te kunnen komen aan de parlementaire verwachtingen. Ik wil er ook graag op wijzen dat de Roemeense hoge controle-instantie, de Roemeense rekenkamer, haar steentje heeft bijgedragen aan dit hervormingsproces van het Contactcomité, steun verleent bij controlemissies van de Europese Rekenkamer in Roemenië en nieuwe manieren zoekt om de interinstitutionele samenwerking te verbeteren, bijvoorbeeld door de uitwisselingen van ervaringen op het gebied van externe controles en in het bijzonder doelmatigheidscontroles.

Er wordt actief gewerkt om de samenwerking tussen de hoge controle-instanties en de Europese Rekenkamer uit te breiden en dit blijkt een doeltreffend middel te zijn ervoor te zorgen dat er beter wordt samengewerkt. Aan de hand van gezamenlijke risicoanalyses kan worden vastgesteld welke gebieden een groot risico inhouden. Op die gebieden kunnen de Europese en nationale controlewerkzaamheden dan worden toegespitst, wat leidt tot een efficiënter middelengebruik, aangezien bevindingen op nationaal niveau kunnen worden geëxtrapoleerd naar het Europese niveau.

Indien ik word benoemd tot lid van de Europese Rekenkamer, zal ik de inspanningen om de samenwerking tussen de hoge controle-instanties, de Europese Rekenkamer en het Europees Parlement te versterken en te ontwikkelen, fervent ondersteunen, ermee rekening houdend dat de Europese Rekenkamer de logische link is tussen de nationale HCI's en het Europees Parlement.

18.  Hoe zou u de rapportageprocedure van de EU verbeteren om het Europees Parlement alle nodige informatie te verschaffen over de juistheid van de gegevens die door de lidstaten aan de Europese Commissie worden verstrekt?

Aan het Europees Parlement alle nodige gegevens verstrekken over de juistheid van door de lidstaten verschafte gegevens is volgens mij een van de hoofddoelen van de rapportageprocedure van de Europese Rekenkamer.

Aangezien door de autoriteiten van de lidstaten verstrekte gegevens ook onder die procedure vallen, is dit mijns inziens een productief domein voor samenwerking tussen de nationale hoge controle-instanties en de Europese Rekenkamer. Bij mijn weten wordt er al samengewerkt op het niveau van het Contactcomité, door de hoge controle-instanties te betrekken bij de controle of de statistische gegevens correct zijn berekend. Er is reeds een gezamenlijke werkgroep opgericht met de nationale bureaus voor statistiek om ervoor te zorgen dat met eventuele correcties in definitieve controleverslagen over de begrotingsuitvoering correct rekening wordt gehouden in de definitieve statistische gegevens.

Ik ben het er in ieder geval roerend mee eens dat ervoor moet worden gezorgd dat de door de lidstaten verstrekte gegevens correct en waarheidsgetrouw zijn en ik verbind mij ertoe actief mee te zoeken naar de nodige instrumenten om de rapportageprocedure van de Rekenkamer op dit gebied te verbeteren.

Andere onderwerpen

19.  Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ik ben door de Roemeense regering voorgedragen als kandidaat voor lidmaatschap van de Europese Rekenkamer.

Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moet de Raad een besluit nemen na raadpleging van het Europees Parlement.

Ingeval het Europees Parlement een negatief advies uitbrengt, is het de verantwoordelijkheid van de Raad om het gepaste besluit te nemen op basis van alle relevante elementen en informatie waarover hij beschikt.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gedeeltelijke vervanging van de leden van de Rekenkamer - kandidaat RO

Document- en procedurenummers

06341/2019 – C8-0049/2019 – 2019/0802(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

14.2.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

CONT

11.3.2019

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Indrek Tarand

1.3.2019

 

 

 

Datum goedkeuring

8.4.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

8

12

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Wolf Klinz, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrey Novakov

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Maria Grapini, Dan Nica, Emilian Pavel, Răzvan Popa, Paul Rübig, Lambert van Nistelrooij, Maria Gabriela Zoană

Datum indiening

10.4.2019

Laatst bijgewerkt op: 11 april 2019Juridische mededeling