Procedure : 2019/0803(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0195/2019

Ingediende teksten :

A8-0195/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/04/2019 - 8.7
CRE 16/04/2019 - 8.7

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0365

VERSLAG     
PDF 195kWORD 61k
10.4.2019
PE 636.349v03-00 A8-0195/2019

over de voordracht van Ivana Maletić voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8‑0116/2019 – 2019/0803(NLE))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Indrek Tarand

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITÆ VAN Ivana Maletić
 BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Ivana Maletić OP DE VRAGENLIJST
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Ivana Maletić voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8‑0116/2019 – 2019/0803(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8‑0116/2019),

–  gezien artikel 121 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0195/2019),

A.  overwegende dat zijn Commissie begrotingscontrole de kwalificaties van de voorgedragen kandidaat heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden;

B.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole het kandidaat-lid van de Rekenkamer tijdens haar vergadering van 8 april 2019 heeft gehoord;

1.  brengt positief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Ivana Maletić tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmede aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.


BIJLAGE 1: CURRICULUM VITÆ VAN Ivana Maletić

Onderwijs:

2015 – heden

Kandidaat-doctor aan de Universiteit van Rijeka, Faculteit Economie (Kroatië)

2012

Masterdiploma Boekhouden, audit en financiën, Faculteit Bedrijfseconomie, Universiteit van Zagreb (Kroatië)

2004 – 2006

Gecertificeerd boekhouder en auditeur voor de overheidssector (tweejarige cursus), CIPFA - Chartered Institute of Public Finance and accountancy (Verenigd Koninkrijk)

1992 – 1997

Masterdiploma Economie en bedrijfsleven, Faculteit Bedrijfseconomie, Universiteit van Zagreb (Kroatië)

Beroepservaring:

Juli 2013 – heden

Lid, Europees Parlement (commissies ECON, REGI en BUDG), Brussel (België)

Maart 2012 – juli 2013

Directeur, TIM4PIN - Center for Public and Non-Profit Sector Development, Zagreb (Kroatië)

Februari 2008 – december 2011

Staatssecretaris, nationaal ordonnateur, onderhandelaar voor hoofdstuk 22 en adjunct-hoofdonderhandelaar, Ministerie van financiën (Kroatië)

Mei 2005 – februari 2008

Onderminister voor begrotingsuitvoering en adjunct van de nationaal ordonnateur, Ministerie van financiën (Kroatië)

September 2004 – mei 2005

Hoofd van de Afdeling nationaal fonds, Ministerie van financiën (Kroatië)

December 1998 – september 2004

Adviseur, Departement publieke boekhouding en financiële rapportage, Ministerie van financiën (Kroatië)

December 1997 – december 1998

Stagiair, Departement publieke boekhouding en financiële rapportage, Ministerie van financiën (Kroatië)

Professionele betrokkenheid bij projecten:

Mei 2012 – juni 2013

Evaluatie- en certificeringsproject "Regional Certification of Business Friendly Municipalities Programme (BFC SEE)", NALED - National Alliance for Local Economic Development, CLER - Center for Local Economic Development, Faculteit Economie, Universiteit van Rijeka (Kroatië)

Februari – maart 2013

Project "Support to the EU Integration Process in the Republic of Serbia", GIZ - Duits Agentschap voor internationale samenwerking (Servië)

Juni – september 2012

Project "EU Funds Management Analysis", Wereldbank (Kroatië)

Mei 2012

Project van de Europese Commissie "Further support for implementation of DIS", E.I. Euroconsultants (Servië)

December 2011

Project van de Europese Commissie "Strengthening the management and control system for EU financial assistance in Montenegro", East West Consulting (Montenegro)

November 2010 – januari 2011

Onderzoeksproject "Impact of the EU integration process on public finances and the budgetary management process of Bosnia and Herzegovina", Instituut voor overheidsfinanciën (Kroatië)

Oktober 2004 – oktober 2005

Project "Supervision system in the units of local and regional self-government", LGI – Open Society Foundations (Hongarije / Kroatië)

Gedurende 2002 - 2004

Lector, CEF Summer school for public finance, Center for Excellence in Finance (Slovenië)

April 2004 – juni 2004

Project "Financing of local units", USAID (Kroatië)

Januari 2002 – juni 2002

Project "Financing of science in Croatia", Instituut voor overheidsfinanciën (Kroatië)

Januari 2001 – juni 2001

Project "Budget management in local units throughout Croatia", Instituut voor overheidsfinanciën (Kroatië)

Prijzen en onderscheidingen:

1995

Prijs van de rector voor de beste onderzoekspaper door een student

Publicaties:

Boeken:

1)  Maletić, I., Jakir Bajo, I., Stepić, D., A Guide to Good Governance in the Public and Non-Profit Sector, TIM4PIN - Center for Public and Non-Profit Sector Development, Zagreb, 2018

2)  Maletić, I., Kosor, K., Ivanković Knežević, K., et. al., My EU Project: A Manual for the Preparation and Implementation of EU Projects, TIM4PIN - Center for Public and Non-Profit Sector Development, Zagreb, 2018

3)  Maletić, I., Kosor, K., Copić, M., et al., EU Projects – from Idea to Realization, TIM4PIN - Center for Public and Non-Profit Sector Development, Zagreb, 2016

4)  Maletić, I., Bešlić, B., Copić, M., Kosor, K., Kulakowski, N., Zrinušić, N., EU Project Management, TIM4PIN - Center for Public and Non-Profit Sector Development, Zagreb, 2014

5)  Maletić, I., et. al., Fiscal Responsibility - Completing Questionnaires, Compiling Plans and Reports, TIM4PIN - Center for Public and Non-Profit Sector Development, Zagreb, 2013

6)  Maletić, I., Stepić, D., Jakir Bajo, I., Knežević, M., Kozina, D., Fiscal Responsibility and Financial Management, TIM4PIN - Center for Public and Non-Profit Sector Development, Zagreb, 2012

7)  Maletić, I., Jakir-Bajo, I., Zorić, A., Fiscal Responsibility, Croatian accountants and financial officials community, Zagreb, 2011

8)  Maletić, I., Vašiček, D., Jakir-Bajo, I., et al., The Accounting of Budget and Budget Users, Croatian accountants and financial officials community, Zagreb, 2008

9)  Maletić, I., Jakir-Bajo, I., Budgetary Planning and Accounting, Centre for accounting and finance, Zagreb, 2003

10)  Maletić, I., Lončar-Galek, D., Mencer, J., et. al., Application of the Budget Accounting Plan 2003/2004, Croatian accountants and financial officials community, Zagreb, 2003

11)  Maletić, I., Vašiček, V., Vašiček, D., Introduction to Budgetary Accounting 2002, Croatian accountants and financial officials community, Zagreb, 2002

12)  Maletić, I., Jakir-Bajo, I., Budgetary Accounting, Informator, Zagreb, 2001

13)  Maletić, I., Vašiček, D., Jakir-Bajo, I., et al., Budgetary system: Accounting, Finance, Audit, Taxes, Croatian accountants and financial officials community, Zagreb, 2000

Artikelen in wetenschappelijke tijdschriften met internationaal redactiecomité en internationale toetsing:

1)  Maletić, I., Kandžija, V., The Accession Process and IPA Funds in Bosnia and Herzegovina – an Opportunity for Restructuring Public Spending and Convergence Towards the EU, Proceedings of the International Scientific Conference “Economic system of European Union and accession of Bosnia and Herzegovina – Challenges and Policies Ahead“ , Faculty of Economics, University of Mostar, ECSA - European Community Studies Association in BiH, p. 238-267, Mostar, 2017

2)  Maletić, I., Petričko, I., Vašiček, D., Comparative Analysis of Croatia's Position in the Context of International Competitiveness, in the book Competitiveness as a process, ECSA - European Community Studies Association in BiH, p. 13-42, Mostar, 2017

3)  Maletić, I, Redžepagić, S., Experience in management and absorption of the EU pre-accession funds in Croatia – lessons learned, in the book Absorption Capacity of EU pre-accession Programmes in the Western Balkan Countries, p. 311-327, Nice, 2014

4)  Maletić, I., Vašiček, D., Kandžija, J., Croatian experiences in Management and Absorption of the EU Pre-Accession Funds, Proceedings of the 9th International Conference “Economic Integration, Competition and Cooperation – Accesion of the Western Balkan Countries to the European Union”, p. 737-755, Rijeka, 2013

5)  Maletić, I., Vašiček, D., Current Trends and Requirements in Financial Management as Support for the Process of Europeanization of Public Administration, Proceedings of the 14th International Symposium “Turning to an Innovative and Creative Bosnia and Herzegovina”, p. 345-361, Sarajevo, 2013

6)  Maletić, I., Vašiček, D., Europeanisation Reforms of the Financial Management System, Institute of Public Administration, Novi Informator, p. 393-420, Zagreb, 2011

7)  Maletić, I., et al., General framework of administrative convergence provided by Croatian public administrative reforms, in the book Administrative Convergence and Reforms in South-Eastern European States - Analyses, Models and Comparative Studies, No. 2, Editura Economică, p. str. 141-188, Bucharest, 2011

8)  Maletić, I., Primorac, M., Sopek, P., The Net Fiscal Effect of Pre-Accession and Accession of Bosnia and Herzegovina to the European Union, Proceedings of the Symposium “Challenges and perspectives of integration in countries of South-Eastern Europe”, p. 269-285, Tuzla, 2011

9)  Maletić, I., Marić, Z., Rukelj, D., Analysis of Aggregate Investments and their Outlook in Croatia with Special Emphasis on the Possibility of Using the European funds, “Ekonomski pregled” Journal, No. 1-2, p. 3-34, 2011

10)  Maletić, I., Vašiček, D., Convergence of Croatian financial and budget regulations to the framework and practices of the European Union, GAER - General Assocation of Eonomists from Romania, Theoretical and Applied Economics, XVII, p. 25-42, Bucharest, 2010

Andere publicaties:

Publicatie van meer dan 250 artikelen in binnenlandse tijdschriften Als vertegenwoordiger in het Europees Parlement verantwoordelijk voor het opstarten en uitgeven van het tijdschrift "I’M", waarin zij meer dan 30 artikelen heeft gepubliceerd en coauteur was van speciale edities over het gebruik van EU-middelen voor jongeren, ondernemers, lokale afdelingen en slimme dorpen, almede een speciale editie over het Europees Fonds voor strategische investeringen. Zij was ook coauteur van vijf publicaties naar aanleiding van vijf jaar Kroatisch lidmaatschap van de Europese Unie in de krant Jutarnji List. Alle publicaties zijn te vinden op www.ivana-maletic.com.

Conferenties, dialogen, debatten, panels, workshops, presentaties en lezingen:

Deelname als spreker aan talrijke conferenties, rondetafelgesprekken en seminars in binnen- en buitenland. Organisator als lid van het Europees Parlement van meer dan 100 conferenties in diverse steden in Kroatië en Brussel, België. Alle informatie over deze activiteiten is te vinden op www.ivana-maletic.com.


BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Ivana Maletić OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1.  Gelieve uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën te vermelden, of dat nu ervaring is op het vlak van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering of ‑beleid, begrotingscontrole of audits.

Gedurende mijn 14 jaar in dienst bij het Kroatische Ministerie van financiën was ik belast met het verbeteren van de begrotingsprocessen en de opstelling van nieuwe regels op basis waarvan wij begrotingsklassen hebben ingevoerd (volgens economische kenmerken, programma, functie, locatie en financieringsbron), het schatkistsysteem van de overheid en één schatkistrekening hebben ingevoerd, extra controles en monitoring hebben ingebouwd in het uitvoeringsproces met betrekking tot het wettelijke en reguliere gebruik van middelen, het boekhoudsysteem hebben veranderd en het beginsel hebben ingevoerd van de gewijzigde-periodetoerekening, alsmede een volledig nieuw systeem voor rapportage en financiële verslagen hebben ingevoerd dat managers zal helpen bij hun besluitvorming en bij het houden van toezicht op de resultaten, maar dat ook een goede basis zal zijn voor de statistische rapportage volgens de ESR-methode en de methode voor statistieken over overheidsfinanciën.

Wij hebben ingrijpende veranderingen aangebracht in het proces van de begrotingsplanning: van planning aan de hand van economische classificering en focus op inputs naar programmabudgettering (planning op basis van programma's – projecten en activiteiten) en focus op resultaten. Ons doel was de invoering van prestatiegerichte budgettering, maar de stap van programma- naar prestatiegerichte budgettering is nog niet gezet.

Ik had de leiding over de binnen het Ministerie van financiën opgerichte werkgroep voor de invoering van strategische en meerjarenplanning, en in 2008 hebben wij een nieuwe begrotingswet ingevoerd (staatscourant 87/2008), die de processen in verband met de planning, uitvoering, boekhouding, rapportage en monitoring aanzienlijk heeft verbeterd.

Tijdens de voorbereiding voor de toetreding tot de EU en tijdens de onderhandelingen was ik belast met de opstelling van het beheersysteem voor de programma's inzake pretoetredingssteun, d.w.z. de vaststelling van procedures en operationele voorschriften voor alle instanties en van een degelijk systeem voor financieel beheer en financiële controle. Op dat moment bestudeerde ik naast alle regelgeving die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met het Instrument voor pretoetredingssteun, ook de financiële regelgeving die de basis vormt van ons werk. In die jaren (2005-2009) werd ook gewerkt aan de invoering van het systeem voor financieel beheer en financiële controle voor de volledige Kroatische overheidssector, en doordat het PIFC-concept precies de basis is van het beheersysteem voor de programma's inzake pretoetredingssteun, waren de ervaring en kennis die ik heb verworven ook nuttig voor de invoering van een nationaal systeem, en ik maakte deel uit van het team dat daaraan werkte.

Ik was ook verantwoordelijk voor de invoering en goede werking van AFCOS, het systeem voor de bestrijding van fraude en onregelmatigheden. Ik had de leiding over de werkgroep voor de opstelling van de nationale strategie inzake fraudebestrijding en bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie in de periode 2010-2012, die de regering op 14 januari 2010 oprichtte. Als nationaal ordonnateur heb ik het concept ingevoerd van de verstrekking van betrouwbaarheidsverklaringen in het systeem voor het beheer van EU-middelen; gezien het feit dat het belangrijk is het bewustzijn met betrekking tot bestuurlijke verantwoordelijkheid te vergroten, heb ik dit concept als staatssecretaris bij het Ministerie van financiën vervolgens uitgebreid naar het hele nationale systeem, en in 2010 coördineerde ik de opstelling van de wet inzake budgettaire verantwoordelijkheid, die gepubliceerd is in staatscourant 131/10, op grond waarvan managers op alle niveaus in de publieke sector verplicht zijn een verklaring te verstrekken inzake budgettaire verantwoordelijkheid die gelijkt op de garantieverklaring voor EU-middelen. Op basis van het beheersysteem voor EU-middelen heb ik vragenlijsten en formulieren ontwikkeld voor tests die moeten worden afgelegd om ervoor te zorgen dat managers de verklaring kunnen verstrekken, en de hele methodologie is opgenomen in de verordening betreffende de opstelling en indiening van de verklaring inzake budgettaire verantwoordelijkheid en het rapport inzake de toepassing van de fiscale voorschriften, die in werking is getreden in 2011 en gepubliceerd is in staatscourant 78/11.

Als adjunct van de Minister van financiën hield ik naast de uitvoering van de nationale begroting ook toezicht op de begrotingsmonitoring, waarbij ik rapporten grondig analyseerde en wees op situaties die verder verbeterd moesten worden of moesten worden herzien of waar dubbelzinnigheid bestond.

De vaststellingen als gevolg van de begrotingsmonitoring en de overheidsaudits waren bijzonder belangrijk voor ons om het systeem te verbeteren, omdat hierdoor zwakke punten en de meest voorkomende onregelmatigheden aan het licht werden gebracht.

Ik heb niet aan de audits deelgenomen, maar ik heb een certificaat en diploma behaald van het Britse Chartered Institute of Public Finance and Accountancy (CIPFA) en een mastertitel op het gebied van boekhouden, audit en financiën aan de Faculteit Economie in Zagreb.

Bij mijn werk in verband met het beheersysteem voor de programma's inzake pretoetredingssteun was ik betrokken bij tientallen accrediteringen en audits, verstrekte ik antwoorden op talrijke rapporten en verbeterde ik het hele systeem op basis van de vaststellingen die bij de audits werden gedaan. In die periode leidde de ervaring die werd opgedaan met het beheer van EU-middelen en de samenwerking met EU-auditeurs tot een aanzienlijke verbetering van de kennis en het bewustzijn van interne controles en interne en externe audits in het nationale systeem als geheel. Intern auditeurs werden mijn rechterhand bij de uitvoering van taken, en hetzelfde geldt voor de hele centrale harmonisatiedienst.

Ik ben auteur van talrijke publicaties als deskundige en wetenschappelijke werken over begrotingsprocessen, veranderingen in het beheersysteem voor overheidsfinanciën, het beheer van de programma's inzake pretoetredingssteun, financiële rapportage, begrotingstransparantie, het systeem inzake budgettaire verantwoordelijkheid en andere, hiermee verband houdende thema's, en ik was coauteur van diverse boeken hierover. Ik heb als spreker deelgenomen aan talrijke seminars en conferenties over deze thema's.

2.  Wat zijn de belangrijkste successen die u tijdens uw loopbaan heeft geboekt?

  De invoering van één schatkistrekening en de modernisering van de begrotingsprocessen, die zijn vastgesteld in de nieuwe begrotingswet die is goedgekeurd in 2008.

  Ik ben trots op de geslaagde accrediteringen en kwaliteitsoperatie in verband met het beheersysteem voor de programma's inzake pretoetredingssteun, waarvoor ik verantwoordelijk was.

  Hoofdstuk 22 – Regionaal beleid en coördinatie van structurele middelen, waarvoor ik verantwoordelijk was als onderhandelaar, is met succes afgesloten, hetgeen me bijzonder tevreden heeft gesteld en erg trots heeft gemaakt op al onze overheidsdiensten.

  De invoering van het concept inzake budgettaire verantwoordelijkheid op het niveau van de managers in de overheidssector was een grote uitdaging die met succes is aangegaan en die geleid heeft tot de invoering van een volstrekt nieuwe manier van werken en denken in de overheidssector.

Al deze met succes bekroonde programma's leidden ook tot professionele vooruitgang en ik ben tevreden dat ik heb gewerkt bij het Ministerie van financiën, waar werk, kennis en professionele uitmuntendheid de hoogste prioriteit hebben. Tijdens mijn professionele vooruitgang bij het ministerie was ik lid van geen enkele politieke partij, en elke stap hogerop was te danken aan toewijding en kwalitatief hoogstaand werk. Precies om die reden was elke afzonderlijke stap – van adviseur en senior adviseur via departementshoofd tot onderminister en staatssecretaris, onderhandelaar voor hoofdstuk 22 en adjunct-hoofdonderhandelaar – een groot succes in mijn loopbaan.

3.  In hoeverre heeft u beroepservaring opgedaan bij internationale multiculturele en meertalige organisaties of instellingen die in andere landen dan uw thuisland zijn gevestigd?

Tijdens mijn werk bij het Ministerie van Financiën nam ik deel aan talrijke onderwijsprogramma's van het Internationaal Muntfonds in Washington en Wenen en van het CEF (Center for Excellence in Finance) in Ljubljana. Binnen het CEF werkte ik in de periode 2002-2004 als lector aan de Summer school for public finance. Van oktober 2004 tot oktober 2005 nam ik deel aan het project "Supervision system at the level of local and regional self-government units", dat werd georganiseerd door het LGI - Open Society Institute in Hongarije, met deelnemers uit vijf andere landen.

De belangrijkste en bijzonderste ervaring heb ik opgedaan als lid van het Europees Parlement van 1 juli 2013 tot nu, met een ambtstermijn die afloopt op 2 juli 2019.

4.  Heeft men u kwijting verleend voor de managementtaken die u voorheen uitvoerde, indien een dergelijke procedure van toepassing is?

De taken die ik in het verleden heb uitgevoerd, waren niet onderworpen aan een kwijtingsprocedure.

5.  Welke van de door u vervulde functies waren het gevolg van een politieke benoeming?

De positie van staatssecretaris is het resultaat van een politieke benoeming. Ik ben in februari 2008 benoemd door de regering van de Kroatische Republiek, hoewel ik toen geen lid was van een politieke partij.

Ik ben lid geworden van de Kroatische Democratische Unie in 2012, ben voorzitter geworden van de Commissie regionale ontwikkeling en EU-middelen, en ben verkozen als lid van het Europees Parlement in mei 2013, en vervolgens nog een keer in mei 2014.

6.  Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw loopbaan betrokken bent geweest?

1.  De invoering van het systeem inzake budgettaire verantwoordelijkheid in de Kroatische overheidssector.

2.  De deelname aan de onderhandelingen voor de toetreding van de Kroatische Republiek tot de EU en de succesvolle afsluiting van hoofdstuk 22.

3.  Het opstarten van een centrum voor de ontwikkeling van de publieke en non‑profitsector (Center for Public and Non-profit Sector Development) en de publicatie van TIM4PIN Magazine, een gespecialiseerd tijdschrift voor boekhouden en financiële, economische en juridische thema's binnen het werkterrein van de publieke en non-profitsector.

Onafhankelijkheid

7.  In het Verdrag wordt bepaald dat de leden van de Rekenkamer hun ambt "volkomen onafhankelijk" uitoefenen. Hoe zou u bij de uitoefening van uw toekomstige functie invulling geven aan deze verplichting?

Bij de uitoefening van mijn taken als lid van de Rekenkamer zou ik me baseren op mijn eigen professionele kennis en ervaring, zou ik geen beïnvloeding en instructies vragen of aanvaarden van een regering, ministerie of andere instantie en zou ik altijd handelen in het beste belang van de EU. Ik zou geen activiteiten verrichten die onverenigbaar zijn met de plichten van een lid van de Rekenkamer.

8.  Heeft u of hebben uw naaste familieleden (uw ouders, broers en zussen, wettelijke partner en kinderen) zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden?

Nee.

9.  Bent u bereid om al uw financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken?

Als lid van het Europees Parlement ben ik verplicht om mijn financiële belangen bekend te maken en ik ben volledig bereid om mijn financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer bekend te maken en mijn belangenverklaring openbaar te maken.

10.  Bent u momenteel betrokken bij een gerechtelijke procedure? Zo ja, verstrek nadere bijzonderheden.

Een bedrijf dat werken heeft uitgevoerd aan het terrein rond een gezinswoning die in het bezit is van mijn echtgenoots vader, heeft een procedure tegen mij gestart om mij de kosten aan te rekenen van werken die gepland waren, maar die nooit zijn uitgevoerd. Volgens de vaststellingen van de toezichthoudende instantie is minder dan de helft van de werken uitgevoerd en het bedrijf wil een bedrag aanrekenen dat 2,5 maal de prijs bedraagt van alle onuitgevoerde werken. Hoewel de procespartij mijn echtgenoots vader is (mijn echtgenoot is gemachtigd voor het beheer van de investering), heeft het bedrijf een rechtszaak aangespannen tegen mij. Niemand is tot nu toe gehoord, en ik heb beroep aangetekend door onjuiste passieve geldigheid te pleiten.

11.  Hebt u een actieve of uitvoerende rol in de politiek, en zo ja, op welk niveau? Hebt u de afgelopen 18 maanden een politieke functie vervuld? Zo ja, verstrek nadere bijzonderheden.

Ik ben actief lid van de Kroatische Democratische Unie sinds 2012 en ik ben benoemd als voorzitter van de Commissie regionale ontwikkeling en EU-middelen van de partij. In 2016 werd ik een van de zes verkozen ondervoorzitters van de partij en die functie bekleed ik nog steeds.

12.  Zou u een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij opgeven als u wordt benoemd tot lid van de Rekenkamer?

Ja, als ik word benoemd als lid van de Rekenkamer, zal ik terugtreden uit de functie als ondervoorzitter van de partij waarvoor ik ben verkozen en zal ik elke actieve functie in verband met verantwoordelijkheden binnen de politieke partij opgeven.

13.  Hoe zou u te werk gaan bij een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, of zelfs fraude en/of corruptie, waarbij personen uit uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

Op precies dezelfde manier als bij onregelmatigheden/fraude/corruptie die worden vastgesteld in om het even welke andere lidstaat. Ik pleit voor nultolerantie voor fraude en corruptie, omdat deze verschijnselen samenlevingen ten gronde richten en het concurrentievermogen en de mogelijkheden voor groei en ontwikkeling aantasten. Precies door dergelijke gevallen op efficiënte wijze te identificeren en te elimineren kunnen wij ons land en andere landen het beste helpen. Regels moeten worden nageleefd en het wettelijke en regelmatige gebruik van overheidsmiddelen is de basis waarvan niet mag worden afgeweken.

Uitoefening van het ambt

14.  Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst? Hoe zou de Rekenkamer hiertoe kunnen bijdragen?

Degelijk financieel beheer betekent dat voor het besteden van overheidsmiddelen een verantwoorde en transparante aanpak wordt gevolgd, met als doel maximale voordelen te realiseren voor de samenleving door middel van het behalen van de vastgestelde doelstellingen met zo weinig mogelijk uitgaven.

De belangrijkste kenmerken van een adequaat, efficiënt en effectief systeem voor financieel beheer zijn:

–  een geplande aanpak van de zaak – bepaling van taak, visie, doelstellingen,

–  een ordelijke organisatiestructuur – welomschreven bevoegdheden, verantwoordelijkheden en rapportagelijnen,

–  duidelijke werkprocedures, met lijsten en beschrijvingen en vooraf opgegeven, meetbare doelstellingen en verwachte werkresultaten voor iedere werknemer,

–  risicobeheer,

–  vaststelling en ontwikkeling van adequate controlemechanismen,

–  vaststelling en ontwikkeling van een informatie- en communicatiesysteem,

–  permanente monitoring en evaluatie van het systeem voor financieel beheer.

De Rekenkamer focust in toenemende mate op een evaluatie van de werking van al deze elementen van financieel beheer, met name via nalevings- en doelmatigheidscontroles. De aanbevelingen van de Rekenkamer waarin erop wordt gewezen dat het belangrijk is tekortkomingen in het systeem voor goed financieel beheer weg te werken, dragen in aanzienlijke mate bij tot de opbouw van deze cultuur in de publieke sector. De Rekenkamer wijst vaak op een gebrek aan informatie over de uitvoeringswijze van bepaalde processen, waardoor zij geen conclusies kan trekken of aanbevelingen kan formuleren met betrekking tot de efficiëntie en effectiviteit van programma's die zijn uitgevoerd. Het is belangrijk dat de instellingen waar deze tekortkomingen zijn geïdentificeerd, veranderingen aanbrengen en hun verrichtingen op transparantere wijze organiseren. De rol van een lid van het Europees Parlement is aanzienlijk, omdat de leden tijdens debatten waar de Rekenkamer haar rapporten presenteert, meehelpen om instellingen waar tekortkomingen en/of onregelmatigheden zijn geïdentificeerd, te laten begrijpen dat het belangrijk is om snel te reageren en hun werkwijze aan te passen, en de leden vragen vaak extra informatie, rapporten en uitleg.

15.  Volgens het Verdrag moet de Rekenkamer het Parlement bijstaan in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement (in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole) verder verbeteren om zowel het overheidstoezicht op de algemene uitgaven als het rendement ervan te bevorderen?

De leden van het Europees Parlement zijn actief op alle terreinen van het Europees beleid en houden zich ook bezig met de programma's en instrumenten van de EU‑begroting. Door middel van initiatiefverslagen (INI-verslagen) en resoluties waarschuwen zij vaak voor tekortkomingen in het systeem en doen zij hun eigen voorstellen om de efficiëntie en kwaliteit van een bepaald programma te verbeteren of ervoor te zorgen dat dit sneller wordt uitgevoerd.

Het is belangrijk dat vertegenwoordigers van de Rekenkamer deelnemen aan debatten over EU-programma's en -beleid in het Parlement, en dat zij meewerken aan thematische verslagen van EP-leden en van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS), om te kunnen reageren op problemen en zwakke punten waarop EP‑leden wijzen en om de thematische rapporten van de Rekenkamer met aanbevelingen ter verbetering van het systeem te kunnen opstellen.

Op basis van de rapporten van de Rekenkamer kunnen de EP-leden meer inzicht verkrijgen in de werking van het systeem en kunnen zij helpen de uitvoering van de aanbevelingen en systeemverbeteringen te versnellen, door middel van verslagen en amendementen op een wetgevingsvoorstel.

De debatten die worden georganiseerd door de Commissie begrotingscontrole waar vertegenwoordigers van de Rekenkamer rapporten presenteren en vertegenwoordigers van de instellingen waarop de rapporten betrekking hebben, de mogelijkheid hebben antwoorden te formuleren en de verbeteringen die zij voornemens zijn uit te voeren, uit te leggen aan de EP-leden, zijn uitstekend. De Commissie begrotingscontrole kan gezamenlijke debatten initiëren met commissies die bevoegd zijn voor een specifiek programma of een instrument van de EU-begroting waarover de Rekenkamer vaker een rapport opstelt, en zo zorgen voor een actievere betrokkenheid van EP-leden die amendementen en verslagen van het Parlement opstellen over hetzelfde onderwerp.

Materiaal als de opmerkingen van de Rekenkamer over het voorstel van de Commissie voor het MFK 2021-2027 van februari 2019 en adviezen en briefings van de Rekenkamer over voorstellen voor nieuwe programma's gaande van Horizon 2020 over een nieuw cohesiebeleid en landbouwbeleid tot wetgeving met betrekking tot de rechtsstaat is bijzonder nuttig. Met materiaal als dit helpt de Rekenkamer het Parlement om kwalitatief hoogstaande debatten te voeren over nieuwe voorstellen en met kennis van zaken standpunten in te nemen.

Als ik word geselecteerd als lid van de Rekenkamer, zal ik op proactieve wijze de rapporten van de Rekenkamer aan de EP-leden presenteren. Ik ben van plan bij te dragen tot intensievere samenwerking tussen de Rekenkamer en het Parlement door het houden van presentaties in commissies, bilaterale vergaderingen met EP-leden en deelname aan speciale debatten, conferenties en rondetafelgesprekken die door het Parlement en de EP-leden worden georganiseerd.

16.  Wat is volgens u de toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in de beheerprocedures?

Doelmatigheidscontroles zijn van essentieel belang om de beheerprocessen te verbeteren, omdat hiermee de effectiviteit, efficiëntie en zuinigheid van activiteiten wordt beoordeeld. Met deze controle worden tekortkomingen in het systeem voor financieel beheer geïdentificeerd: van organisatorische tekortkomingen, tekortkomingen in de voorgeschreven procedures en de tenuitvoerlegging van specifieke processen als planning (de doelstellingen, verwachte resultaten en prestatie-indicatoren van specifieke programma's zijn bijvoorbeeld niet vastgesteld, er is geen verband tussen het strategische plan van de programma's en de programma's, activiteiten en projecten in het financiële plan enz.), uitvoering (de geplande doelstellingen zijn bijvoorbeeld niet gerealiseerd met een optimale combinatie van middelen), via tekortkomingen in de controleomgeving en -activiteiten (de werkplannen en de doelstellingen daarin houden bijvoorbeeld geen verband met programma's, projecten en activiteiten in het financiële plan; de verantwoordelijkheid van personen en organisatorische eenheden met betrekking tot het realiseren van specifieke doelstellingen en het behalen van resultaten is niet vastgesteld; specifieke werkprocedures ontbreken; de werknemers hebben onvoldoende kennis van de procedures en passen deze op uiteenlopende wijze toe, waardoor de eindbegunstigden terechtkomen in een situatie van ongelijkheid), tekortkomingen op het gebied van risicobeheer (deze vloeien bijvoorbeeld niet voort uit dagelijkse activiteiten en taken die gepland worden voor het gehele jaar; alleen algemene risico's die zich elk jaar opnieuw voordoen, worden geïdentificeerd – personeelsgebrek, onaangepaste werkruimte, slechte IT-apparatuur), tot tekortkomingen in de informatie en in de communicatie, alsmede in de evaluatie en monitoring van het systeem.

Op basis van de tekortkomingen die worden vastgesteld, formuleren de auditeurs van de Rekenkamer aanbevelingen voor besparingen, een betere organisatie en betere werkmethoden, het voorkomen van de verspilling van middelen en efficiëntere manieren om de vastgestelde doelstellingen te realiseren.

Precies daarom zorgt de tenuitvoerlegging van aanbevelingen op basis van doelmatigheidscontroles voor een algemene verbetering van de zakelijke activiteit, de besluitvormingsprocessen en de ingrepen van managers.

17.  Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

De nationale controle-instanties zijn partners van de Europese Rekenkamer en het is belangrijk de nadruk te leggen op gezamenlijk optreden, om te komen tot synergie, maar ook tot een vereenvoudiging van de controleprocedures. De kwestie is bijzonder belangrijk voor de eindbegunstigden en is vaak de bron van klachten; projecten die gefinancierd worden uit de ESI-fondsen, moesten bijvoorbeeld vijf tot tien verschillende audits en controles ondergaan.

De planning en uitvoering van gezamenlijke audits, de uitwisseling van kennis en ervaring, de wederzijdse presentatie van auditresultaten en de identificering van tekortkomingen en aanbevelingen zijn fundamentele samenwerkingsmethoden, waarvan het belangrijk is dat zij worden verbeterd. De koppeling en uitwisseling van informatie door middel van één informatiesysteem en door de automatisering van sommige processen zou de auditinstanties beter met elkaar verbinden en de werkzaamheden versnellen.

In het Europees Parlement worden al debatten en gedachtewisselingen georganiseerd met de nationale parlementen, en het desbetreffende programma kan worden uitgebreid naar de thematische en jaarlijkse auditrapporten, met deelname van vertegenwoordigers van de auditinstanties en de Rekenkamer. De EP-leden kunnen op aanzienlijke wijze bijdrage tot een betere tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de auditinstanties en de Rekenkamer, en zo ook tot een snellere verbetering van het beheersysteem voor overheidsmiddelen.

De EP-procedure die in werking is getreden op 1 januari 2017, op grond waarvan het Parlement verslagen opstelt op basis van speciale rapporten van de Rekenkamer, is een bijzonder positieve verandering die zorgt voor een betere samenwerking en band tussen het EP en de Rekenkamer, maar ook voor een grotere invloed van het EP op gecontroleerde entiteiten om de aanbevelingen van de Rekenkamer uit te voeren.

De aanbevelingen en vaststellingen van de Rekenkamer moeten meer worden gebruikt in debatten en bij de opstelling van verslagen en amendementen. Het is belangrijk dat de Commissie begrotingscontrole vertegenwoordigers van andere commissies zoveel mogelijk betrekt bij de debatten over speciale thematische rapporten van de Rekenkamer die betrekking hebben op hun activiteitenterrein.

18.  Hoe zou u de verslaglegging van de Rekenkamer verder ontwikkelen teneinde het Europees Parlement van alle noodzakelijke informatie te voorzien met betrekking tot de juistheid van de gegevens die door de lidstaten aan de Europese Commissie worden verstrekt?

Juiste gegevens zijn van essentieel belang voor een correcte en kwalitatief hoogstaande evaluatie van de werking van het gehele systeem voor het beheer van de EU-begroting en de tenuitvoerlegging van het EU-beleid in de lidstaten. Zonder de garantie van correcte statistische gegevens over de macro-economische indicatoren zijn bijvoorbeeld geen kwalitatief hoogstaande besluiten over procedures voor macro-economische onevenwichtigheden, schulden en tekorten mogelijk; zonder kwalitatief hoogstaande informatie over de tenuitvoerlegging van hervormingen is geen behoorlijke uitvoering van het Europees semester mogelijk; zonder correcte gegevens over overeengekomen projecten, uitvoeringstermijnen, aangerekende bedragen en betalingstermijnen is het moeilijk de betalingen uit de ESI-fondsen goed te plannen en hebben we permanent met het probleem te maken van een lage uitvoeringsgraad van de EU-begroting in verhouding tot de geplande bedragen voor betalingen per lidstaat.

Aangezien de Commissie verantwoordelijk is voor het toezicht op de uitvoering van de regelgeving en het EU-beleid in de lidstaten en voor het verzamelen van correcte, kwalitatief hoogstaande en volledige gegevens, kunnen wij in de Rekenkamer het toezicht op de werkzaamheden van de Commissie intensiveren en rapporten opstellen over de kwaliteit en efficiëntie van het werk van de Commissie met betrekking tot de verzameling van gegevens en de juistheid van de verzamelde gegevens, alsmede de conclusies die zij trekt voor specifieke lidstaten.

Andere vraagstukken

19.  Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ik ben van mening dat de autoriteit van het Europees Parlement, die voortvloeit uit de democratische legitimiteit van de verkozen EP-leden, onvoorwaardelijk moet worden geëerbiedigd en dat de besluiten van de leden moeten worden toegepast. Om die reden zal ik in geval van een negatief advies van het Parlement over mijn benoeming, mijn kandidatuur intrekken.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gedeeltelijke herbenoeming van leden van de Rekenkamer - kandidaat HR

Document- en procedurenummers

07034/2019 – C8-0116/2019 – 2019/0803(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

5.3.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

CONT

14.3.2019

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Indrek Tarand

11.3.2019

 

 

 

Datum goedkeuring

8.4.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

11

8

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Inés Ayala Sender, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Wolf Klinz, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Indrek Tarand, Marco Valli, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrey Novakov

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Maria Grapini, Dan Nica, Emilian Pavel, Răzvan Popa, Paul Rübig, Lambert van Nistelrooij, Maria Gabriela Zoană

Datum indiening

10.4.2019

Laatst bijgewerkt op: 11 april 2019Juridische mededeling