Procedure : 2018/0423(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0196/2019

Ingediende teksten :

A8-0196/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/04/2019 - 8.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0394

AANBEVELING     ***
PDF 164kWORD 55k
11.4.2019
PE 634.718v02-00 A8-0196/2019

over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin, wat betreft de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden

(15822/2018 – C8-0151/2019 – 2018/0423(NLE))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Ignazio Corrao

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin, wat betreft de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden

(15822/2018 – C8-0151/2019 – 2018/0423(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerpbesluit van de Raad (15822/2018),

–  gezien het ontwerpprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin, wat betreft de toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden (15823/2018),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 87, lid 2, onder a), artikel 88, lid 2, onder a) en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), punt v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0151/2019),

–  gezien artikel 99, leden 1 en 4, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0196/2019),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het protocol;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen het Koninkrijk Denemarken en van de andere lidstaten.


TOELICHTING

De herschikking van de Eurodacverordening (Verordening (EU) nr. 603/2013) heeft het mogelijk gemaakt dat Eurodac wordt geraadpleegd door rechtshandhavingsinstanties voor het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten. Rechtshandhavingsinstanties moeten kunnen verzoeken om vergelijking van vingerafdrukgegevens met de gegevens in de centrale gegevensbank van Eurodac wanneer zij de juiste identiteit willen vaststellen of nadere informatie willen verkrijgen met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of van andere ernstige strafbare feiten.

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het VEU en het VWEU is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van het titel V-acquis en neemt het derhalve niet deel aan de vaststelling van Verordening (EU) nr. 603/2013.

Sinds 2006 heeft de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin, ook betrekking op de toepassing van de "Dublin-gerelateerde" delen van Eurodac. De toegang van rechtshandhavers, een nieuw element van de herschikte Eurodac-verordening in vergelijking met de oorspronkelijke Eurodac-regeling (Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad), is tot dusver echter nog niet geregeld in de genoemde overeenkomst.

De onderhandelingen over een overeenkomst tussen de Europese Unie en Denemarken over de wijze waarop Denemarken zal deelnemen aan de procedure voor de vergelijking en de doorgifte van gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden als bedoeld in hoofdstuk VI van de herschikte Eurodac-verordening zijn afgerond en er is een overeenkomst in de vorm van een protocol bij bovengenoemde overeenkomst van 8 maart 2006 geparafeerd, waarbij de toepassing van de overeenkomst van 8 maart 2006 wordt uitgebreid tot rechtshandhaving.

De uitbreiding van de toepassing van de rechtshandhavingsbepalingen van Verordening (EU) nr. 603/2013 tot Denemarken zou het mogelijk maken dat de rechtshandhavingsinstanties van Denemarken verzoeken om een vergelijking van vingerafdrukgegevens met door andere deelnemende staten ingevoerde vingerafdrukgegevens die in de gegevensbank van Eurodac zijn opgeslagen, wanneer zij de identiteit van een verdachte van een ernstig strafbaar feit of terroristisch misdrijf of van een slachtoffer daarvan wensen vast te stellen of meer informatie over een dergelijke persoon wensen te verkrijgen. Tegelijkertijd zou het voor de rechtshandhavingsinstanties van alle andere deelnemende staten, zowel andere lidstaten van de EU als geassocieerde landen, mogelijk worden om met hetzelfde doel te verzoeken om een vergelijking van vingerafdrukgegevens met door Denemarken ingevoerde vingerafdrukgegevens die in de gegevensbank van Eurodac zijn opgeslagen.

De Raad zal met gekwalificeerde meerderheid een besluit nemen nadat de overeenkomst is ondertekend, namens de Unie en slechts nadat de goedkeuring van het Europees Parlement is verkregen overeenkomstig artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), punt v) en artikel 218, lid 8, VWEU.

Rekening houdend met bovenstaande overwegingen beveelt de rapporteur de leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken aan dit verslag te steunen en raadt hij het Europees Parlement aan zijn goedkeuring te verlenen.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Sluiting van een protocol bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en „Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin, waarbij die overeenkomst wordt uitgebreid tot rechtshandhaving

Document- en procedurenummers

15822/2018 – C8-0151/2019 – COM(2018)08352018/0423(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

29.3.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

3.4.2019

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Ignazio Corrao

7.2.2019

 

 

 

Behandeling in de commissie

2.4.2019

11.4.2019

 

 

Datum goedkeuring

11.4.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Malin Björk, Caterina Chinnici, Romeo Franz, Kinga Gál, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Sophia in ‘t Veld, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Lívia Járóka, Jeroen Lenaers, Andrejs Mamikins, Axel Voss, Maria Gabriela Zoană

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Francesc Gambús, Susanne Melior, Annie Schreijer-Pierik, Babette Winter

Datum indiening

11.4.2019


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

24

+

ALDE

Sophia in 't Veld

ENF

Auke Zijlstra

PPE

Kinga Gál, Francesc Gambús, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Lívia Járóka, Jeroen Lenaers, Annie Schreijer-Pierik, Csaba Sógor, Axel Voss

S&D

Caterina Chinnici, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Susanne Melior, Péter Niedermüller, Birgit Sippel, Babette Winter, Maria Gabriela Zoană

Verts/ALE

Romeo Franz, Judith Sargentini, Bodil Valero

2

-

GUE/NGL

Malin Björk, Marie-Christine Vergiat

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Laatst bijgewerkt op: 12 april 2019Juridische mededeling