VERSLAG     ***I
PDF 2034kWORD 691k
23.5.2019
PE 630.397v02-00 A8-0200/2019

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2018)0392 – C8-0248/2018 – 2018/0216(COD))

Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Rapporteur: Esther Herranz García

Rapporteur voor advies (*):

Giovanni La Via, Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

(*) Medeverantwoordelijke commissie – artikel 54 van het Reglement

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE MILIEUBEHEER, VOLKSGEZONDHEID EN VOEDSELVEILIGHEID
 ADVIES VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
 ADVIES VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE
 ADVIES VAN DE COMMISSIE BEGROTINGSCONTROLE
 ADVIES VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE RECHTEN VAN DE VROUW EN GENDERGELIJKHEID
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2018)0392 – C8-0248/2018 – 2018/0216(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018) 392),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 42 en 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0248/2018),

–  gezien artikel 13 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de Akte van Toetreding van 1979, en met name punt 6 van het daaraan gehechte Protocol nr. 4 betreffende katoen,

–  gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Franse Nationale Vergadering, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel (PE627.925 – 24/40/2018),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 6 december 2018(2),

–  gezien het advies van de Rekenkamer van 25 oktober 2018(3),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling evenals de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole, de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8-0200/2019),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitters het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Het GLB blijft een centrale rol spelen in de ontwikkeling van de plattelandsgebieden van de Unie. Daarom moet ernaar worden gestreefd de geleidelijke afname van landbouwactiviteiten een halt toe te roepen door een sterk en goed toegerust GLB te handhaven, teneinde ontvolking van de plattelandsgebieden tegen te gaan en te blijven voldoen aan de vraag van consumenten op het gebied van milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn. Gezien de uitdagingen waar landbouwers in de Unie voor staan in verband met nieuwe regelgevingsvereisten en een meer uitgesproken milieuambitie, in een context van prijsvolatiliteit en grotere openheid van de Uniegrenzen voor import door derden, moet het budget voor het GLB op ten minste hetzelfde niveau worden gehandhaafd als in de periode 2014-2020.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  Om in te spelen op de wereldomspannende aspecten en gevolgen van het GLB moet de Commissie zorgen voor coherentie en continuïteit met de andere externe beleidsmaatregelen en -instrumenten van de Unie, met name op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en handel. Het streven van de Unie naar beleidscoherentie voor ontwikkeling vereist dat bij het uitstippelen van landbouwbeleid rekening wordt gehouden met ontwikkelingsdoelstellingen en -beginselen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Aangezien het GLB betere antwoorden moet bieden op de uitdagingen en mogelijkheden die zich op Unie-, internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau en binnen landbouwbedrijven voordoen, moet het GLB worden gestroomlijnd qua governance, moet het beter presteren ten aanzien van de doelstellingen van de Unie en moeten de administratieve lasten aanzienlijk worden verminderd. In een GLB dat gebaseerd is op prestaties (het "uitvoeringsmodel"), moet de Unie de fundamentele beleidsparameters vaststellen, zoals de GLB-doelstellingen en de basisvereisten, terwijl de lidstaten meer verantwoordelijkheid moeten dragen voor de wijze waarop zij aan de doelstellingen voldoen en de streefcijfers halen. Door een grotere subsidiariteit wordt het mogelijk om beter rekening te houden met lokale omstandigheden en behoeften. De steun wordt beter toegesneden om maximaal aan de doelstellingen van de Unie bij te dragen.

(2)  Aangezien het GLB betere antwoorden moet bieden op de uitdagingen en mogelijkheden die zich op Unie-, internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau en binnen landbouwbedrijven voordoen, moet het GLB worden gestroomlijnd qua governance, moet het beter presteren ten aanzien van de doelstellingen van de Unie en moeten de administratieve lasten aanzienlijk worden verminderd, in het bijzonder voor de uiteindelijke begunstigden. In een GLB dat gebaseerd is op prestaties (het "uitvoeringsmodel"), moet de Unie de fundamentele beleidsparameters vaststellen, zoals de GLB-doelstellingen en de basisvereisten, terwijl de lidstaten meer verantwoordelijkheid moeten dragen voor de wijze waarop zij aan de doelstellingen voldoen en de streefcijfers halen, terwijl ook de beleids- en financiële zekerheid voor de bedrijfstak moet worden gegarandeerd. Door een grotere subsidiariteit wordt het mogelijk om beter rekening te houden met lokale omstandigheden en behoeften. De steun wordt beter toegesneden om maximaal aan de doelstellingen van de Unie bij te dragen. Om te voorkomen dat deze subsidiariteit zich vertaalt in een "hernationalisering" van het GLB, moet de onderhavige verordening echter een solide stelsel van regels van de Europese Unie bevatten om verstoringen van de mededinging te voorkomen en een niet-discriminerende behandeling van alle communautaire landbouwers te waarborgen op het gehele grondgebied van de Europese Unie.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het hanteren van gemeenschappelijke, volledig op het niveau van de Unie vastgestelde definities heeft het voor de lidstaten op sommige punten moeilijk gemaakt om rekening houden met hun eigen specifieke kenmerken op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Daarom moeten de lidstaten de flexibiliteit krijgen om bepaalde definities te specificeren in hun strategisch GLB-plan. Om evenwel een gemeenschappelijk gelijk speelveld te garanderen, moet op het niveau van de Unie een kader worden vastgesteld met de vereiste essentiële elementen die in die definities moeten worden opgenomen (hierna "kaderdefinities" genoemd).

(3)  De lidstaten moeten de flexibiliteit krijgen om bepaalde definities te specificeren in hun strategisch GLB-plan. Om evenwel een gemeenschappelijk gelijk speelveld te garanderen, moet op het niveau van de Unie een kader worden vastgesteld met de vereiste gemeenschappelijke elementen die in die definities moeten worden opgenomen (hierna "kaderdefinities" genoemd).

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Om ervoor te zorgen dat de Unie kan voldoen aan haar internationale verplichtingen op het gebied van binnenlandse steun die in de WTO-overeenkomst inzake de landbouw zijn vastgesteld, en met name dat de basisinkomenssteun voor duurzaamheid en de daaraan gerelateerde interventietypes verder aangemeld blijven als steun uit de "groene doos", die geen of hoogstens minimale handelsverstorende effecten of effecten op de productie heeft, moet de kaderdefinitie voor "landbouwactiviteit" zowel de productie van landbouwproducten als de instandhouding van landbouwareaal omvatten. Om een en ander aan de lokale omstandigheden aan te passen, moeten de lidstaten de concrete definitie van "landbouwactiviteit" in hun strategische GLB-plannen vaststellen.

(4)  Om ervoor te zorgen dat de Unie kan voldoen aan haar internationale verplichtingen op het gebied van binnenlandse steun die in de WTO-overeenkomst inzake de landbouw zijn vastgesteld, en met name dat de basisinkomenssteun voor duurzaamheid en de daaraan gerelateerde interventietypes verder aangemeld blijven als steun uit de "groene doos", die geen of hoogstens minimale handelsverstorende effecten of effecten op de productie heeft, moet de kaderdefinitie voor "landbouwactiviteit" zowel de productie van landbouwproducten als de instandhouding van landbouwareaal omvatten. Om een en ander aan de lokale omstandigheden aan te passen, moeten de lidstaten de definitie van "landbouwactiviteit" in hun strategische GLB-plannen vaststellen, waarin de gemeenschappelijke elementen van de Uniekaderdefinitie worden gerespecteerd.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om de essentiële Unie-brede elementen te behouden en er zo voor te zorgen dat de lidstaten vergelijkbare besluiten nemen, evenwel zonder hen te beperken bij het bereiken van de doelstellingen van de Unie, moet een kaderdefinitie voor het begrip "landbouwareaal" worden vastgesteld. De daarmee samenhangende kaderdefinities voor "landbouwgrond", "blijvende teelten" en "blijvend grasland" moeten in ruime zin worden geformuleerd om het de lidstaten mogelijk te maken nadere definities te omschrijven volgens hun lokale omstandigheden. De kaderdefinitie voor "bouwgrond" moet zo worden vastgesteld dat de lidstaten daarin verschillende productievormen kunnen onderbrengen, waaronder systemen als landbosbouw en bouwareaal met struiken en bomen, en dat vereist de opname van braaklandareaal om te garanderen dat het om ontkoppelde interventies gaat. De kaderdefinitie voor "blijvende teelten" moet zowel voor de productie gebruikte als niet voor de productie gebruikte arealen omvatten alsmede producten van kwekerijen en hakhout met korte omlooptijd, die door de lidstaten moeten worden gedefinieerd. De kaderdefinitie voor "blijvend grasland" moet zo worden vastgesteld dat de lidstaten nadere criteria kunnen omschrijven en andere begraasbare of diervoederproducerende soorten kunnen opnemen dan grassen of andere kruidachtige voedergewassen, ongeacht of die soorten voor de feitelijke productie worden gebruikt of niet.

(5)  Om gemeenschappelijke essentiële Uniebrede elementen te behouden en er zo voor te zorgen dat de lidstaten vergelijkbare besluiten nemen en dat Europese landbouwers gelijk worden behandeld, evenwel zonder hen te beperken bij het bereiken van de doelstellingen van de Unie, moet een kaderdefinitie voor het begrip "landbouwareaal" worden vastgesteld. De daarmee samenhangende kaderdefinities voor "landbouwgrond", "blijvende teelten" en "blijvend grasland" moeten in ruime zin worden geformuleerd om het de lidstaten mogelijk te maken nadere definities te omschrijven volgens hun lokale omstandigheden en traditionele praktijken. De kaderdefinitie voor "bouwgrond" moet zo worden vastgesteld dat de lidstaten daarin verschillende productievormen kunnen onderbrengen, waaronder systemen als landbosbouw en bouwareaal met struiken en bomen, en dat vereist de opname van braaklandareaal om te garanderen dat het om ontkoppelde interventies gaat. De kaderdefinitie voor "blijvende teelten" moet zowel voor de productie gebruikte als niet voor de productie gebruikte arealen omvatten alsmede producten van kwekerijen en hakhout met korte omlooptijd, die door de lidstaten moeten worden gedefinieerd. De kaderdefinitie voor "blijvend grasland" moet zo worden vastgesteld dat de lidstaten nadere criteria kunnen omschrijven en andere begraasbare of diervoederproducerende soorten kunnen opnemen dan al dan niet uitsluitend grassen of andere kruidachtige voedergewassen, ongeacht of die soorten voor de feitelijke productie worden gebruikt of niet.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)   In de landbouw van de toekomst zou de focus moeten liggen op het produceren van voedsel van hoge kwaliteit, aangezien dat het terrein is waar het concurrentievoordeel van de Unie ligt. De normen van de Unie zouden moeten worden gehandhaafd en waar mogelijk aangescherpt, en er moeten maatregelen worden voorzien om de langetermijnproductiviteit en het concurrentievermogen van de voedselproductiesector verder te verhogen en om nieuwe technologieën en een efficiënter gebruik van hulpbronnen in te voeren, zodat de rol van de Unie als wereldleider wordt versterkt.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Met betrekking tot arealen die voor de productie van hennep worden gebruikt, moet, met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en de samenhang met andere wetgevingsstelsels, in de definitie van "subsidiabele hectare" worden bepaald dat hennepzaadrassen moeten worden gebruikt waarvan het gehalte aan tetrahydrocannabinol hoogstens 0,2 % bedraagt.

(8)  Met betrekking tot arealen die voor de productie van hennep worden gebruikt, moet, met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en de samenhang met andere wetgevingsstelsels, in de definitie van "subsidiabele hectare" worden bepaald dat hennepzaadrassen moeten worden gebruikt waarvan het gehalte aan tetrahydrocannabinol hoogstens 0,3 % bedraagt.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om het GLB nog performanter te maken, moet de inkomenssteun op echte landbouwers worden toegespitst. Om ervoor te zorgen dat voor die toespitsing van de steun een gemeenschappelijke benadering op het niveau van de Unie wordt gevolgd, moet een kaderdefinitie voor "echte landbouwer" worden vastgesteld die de essentiële elementen omvat. Uitgaande van dit kader moeten de lidstaten in hun strategische GLB-plannen bepalen welke landbouwers niet als echte landbouwers worden beschouwd, gebaseerd op voorwaarden zoals een inkomenstoets, de arbeidsinput op het landbouwbedrijf, het ondernemingsdoel en de opname in registers. Een dergelijke definitie mag er ook niet toe leiden dat pluri-actieve landbouwers die actief landbouw bedrijven, maar ook niet-agrarische activiteiten buiten hun landbouwbedrijf verrichten, van de steun worden uitgesloten, aangezien het vaak zo is dat hun uiteenlopende activiteiten het sociaaleconomische weefsel van de plattelandsgebieden versterken.

(9)  Om het GLB nog performanter te maken, moet de inkomenssteun op actieve landbouwers worden toegespitst. Om ervoor te zorgen dat voor die toespitsing van de steun een gemeenschappelijke benadering op het niveau van de Unie wordt gevolgd, moet een kaderdefinitie voor "actieve landbouwer" worden vastgesteld die de gemeenschappelijke elementen omvat. Pluri-actieve landbouwers die actief landbouw bedrijven, maar ook niet-agrarische activiteiten buiten hun landbouwbedrijf verrichten, mogen niet van de steun worden uitgesloten, aangezien het vaak zo is dat hun uiteenlopende activiteiten het sociaaleconomische weefsel van de plattelandsgebieden versterken. De kaderdefinitie moet hoe dan ook bijdragen tot het behoud van het in de Unie bestaande model van familielandbouwbedrijven.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Gelijkheid tussen vrouwen en mannen is een centraal beginsel van de Unie, en gendermainstreaming vormt een belangrijk instrument om dit beginsel in het GLB te integreren. Er moet daarom speciale aandacht worden besteed aan de bevordering van de participatie van vrouwen in de sociaaleconomische ontwikkeling van plattelandsgebieden. Door vrouwen geëxploiteerde landbouwbedrijven zijn doorgaans kleiner van omvang, en het werk dat wordt verricht door vrouwen die in het bedrijf van hun man werken, krijgt niet altijd voldoende erkenning en zichtbaarheid. Dit heeft gevolgen voor hun economische onafhankelijkheid. Deze verordening moet ertoe bijdragen dat het werk van vrouwen zichtbaarder en meer gewaardeerd wordt en in aanmerking wordt genomen in de specifieke doelstellingen die door de lidstaten worden voorgesteld in hun strategische plannen. De beginselen van gendergelijkheid en non-discriminatie moeten integraal deel uitmaken van de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van GLB-interventies. De lidstaten versterken tevens hun capaciteit op het gebied van gendermainstreaming en de verzameling van naar geslacht uitgesplitste gegevens.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Om bij het nastreven van het doel van de generatievernieuwing te zorgen voor consistentie tussen de interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen en de interventietypes voor plattelandsontwikkeling, moet op het niveau van de Unie een kaderdefinitie voor "jonge landbouwer" worden vastgesteld die de essentiële elementen omvat.

(10)  Om bij het nastreven van het doel van de generatievernieuwing te zorgen voor consistentie tussen de interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen en de interventietypes voor plattelandsontwikkeling, moet op het niveau van de Unie een kaderdefinitie voor "jonge landbouwer" worden vastgesteld die gemeenschappelijke elementen omvat.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Om bij het nastreven van het doel van het vergemakkelijken van bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden te zorgen voor consistentie tussen de interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen en de interventietypes voor plattelandsontwikkeling, moet op het niveau van de Unie een kaderdefinitie voor "nieuwe landbouwer" worden vastgesteld die gemeenschappelijke elementen omvat.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Om invulling te geven aan de doelstellingen van het GLB zoals vastgelegd in artikel 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en om ervoor te zorgen dat de Unie adequaat reageert op haar meest recente uitdagingen, is het passend een reeks algemene doelstellingen vast te stellen die een weerspiegeling zijn van de oriëntaties die in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw" zijn gegeven. Daarnaast moet op het niveau van de Unie een reeks specifieke doelstellingen worden omschreven, die de lidstaten moeten omzetten in hun strategische GLB-plannen. Aan de hand van deze specifieke doelstellingen, waarmee naar een evenwicht tussen de verschillende dimensies van duurzame ontwikkeling wordt gestreefd, in lijn met de effectbeoordeling, moeten de algemene GLB-doelstellingen worden vertaald naar concretere prioriteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de betrokken wetgeving van de Unie, met name op het gebied van klimaat, energie en milieu.

(11)  Om de doelstellingen van het GLB na te streven zoals vastgelegd in artikel 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en om ervoor te zorgen dat de Unie adequaat reageert op haar meest recente uitdagingen, is het passend een reeks algemene doelstellingen vast te stellen die een weerspiegeling zijn van de oriëntaties die in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw" zijn gegeven. Daarnaast moet op het niveau van de Unie een reeks specifieke doelstellingen worden omschreven, die de lidstaten moeten nastreven in hun strategische GLB-plannen. Aan de hand van deze specifieke doelstellingen, waarmee naar een evenwicht tussen de verschillende dimensies van duurzame ontwikkeling wordt gestreefd, in lijn met de effectbeoordeling, moeten de algemene GLB-doelstellingen worden vertaald naar concretere prioriteiten op economisch, milieu- en sociaal gebied.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Terwijl het in het kader van het uitvoeringsmodel van het GLB aan de Unie is om zowel de doelstellingen van de Unie vast te stellen als de interventietypes en de voor de lidstaten geldende basisvereisten van de Unie te omschrijven, moet het aan de lidstaten zijn om dat kader van de Unie om te zetten in voor de begunstigden geldende steunregelingen. In die context moeten de lidstaten handelen in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten en de algemene beginselen van het Unierecht en ervoor zorgen dat het rechtskader voor de toekenning van de steun van de Unie aan de begunstigden wordt gebaseerd op hun strategische GLB-plannen en strookt met de beginselen en de voorschriften van deze verordening en de [horizontale verordening].

(13)  Terwijl het in het kader van het uitvoeringsmodel van het GLB aan de Unie is om zowel de doelstellingen van de Unie vast te stellen als de interventietypes en de voor de lidstaten geldende gemeenschappelijke vereisten van de Unie te omschrijven, moet het aan de lidstaten zijn om dat kader van de Unie om te zetten in voor de begunstigden geldende steunregelingen. In die context moeten de lidstaten handelen in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten en de algemene beginselen van het Unierecht en ervoor zorgen dat het rechtskader voor de toekenning van de steun van de Unie aan de begunstigden wordt gebaseerd op hun strategische GLB-plannen en strookt met de beginselen en de voorschriften van deze verordening en de [horizontale verordening].

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Bij de uitvoering van de strategische GLB-plannen moeten transversale beginselen zoals vastgelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie ("VEU") en in artikel 10 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ("VWEU"), met inbegrip van de in artikel 5 VEU vastgelegde beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, in acht worden genomen. De lidstaten en de Commissie moeten ook voldoen aan de verplichtingen van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en toegankelijkheid garanderen in overeenstemming met artikel 9 daarvan en met de wetgeving van de Unie tot harmonisering van toegankelijkheidseisen voor producten en diensten. De lidstaten en de Commissie moeten ernaar streven ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen en gendermainstreaming te bevorderen en discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid te bestrijden. Het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) mogen niet worden gebruikt om maatregelen te ondersteunen die bijdragen aan enige vorm van segregatie, discriminatie of uitsluiting. De doelstellingen van deze fondsen moeten worden nagestreefd vanuit het perspectief van duurzame ontwikkeling, in overeenstemming met het door het Verdrag van Aarhus en de Unie bevorderde doel om de kwaliteit van het milieu te behouden, te beschermen en te verbeteren en klimaatverandering te bestrijden overeenkomstig artikel 11 en artikel 191, lid 1, VWEU en onder toepassing van het beginsel "de vervuiler betaalt".

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter)  Dit uitvoeringsmodel mag niet leiden tot 27 verschillende nationale landbouwbeleidsplannen, waardoor de gemeenschappelijke aard van het GLB in het gedrang zou komen en er verstoringen zouden ontstaan. De lidstaten moeten over een zekere mate van flexibiliteit beschikken binnen een sterk gemeenschappelijk regelgevend kader.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  In het kader van de grotere marktgerichtheid van het GLB, zoals beschreven in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw", kunnen blootstelling aan de markt, klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande toename van de frequentie en de ernst van extreme weersverschijnselen, alsmede sanitaire en fytosanitaire crises leiden tot risico's van prijsvolatiliteit en een toenemende druk op de inkomens. Hoewel de landbouwers de eindverantwoordelijkheid dragen voor het uittekenen van hun eigen bedrijfsstrategie, moet een robuust kader worden opgezet om te zorgen voor een adequaat risicobeheer. Daartoe zouden de lidstaten en de landbouwers, met het oog op capaciteitsopbouw, een beroep kunnen doen op een platform voor risicobeheer op het niveau van de Unie, dat de landbouwers adequate financiële instrumenten voor investeringen aanreikt en hun toegang geeft tot werkkapitaal, opleiding, kennisoverdracht en adviesverlening.

(15)  In het kader van de grotere marktgerichtheid van het GLB, zoals beschreven in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw", kunnen blootstelling aan de markt, handelsovereenkomsten met derde landen, klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande toename van de frequentie en de ernst van extreme weersverschijnselen, alsmede sanitaire en fytosanitaire crises leiden tot risico's van prijsvolatiliteit en een toenemende druk op de inkomens. De onevenwichtigheden in de voedselketen, vooral ten koste van de primaire sector, die de "zwakste schakel" is, hebben ook een negatief effect op het inkomen van producenten. Hoewel de landbouwers de eindverantwoordelijkheid dragen voor het uittekenen van hun eigen bedrijfsstrategie, moet een robuust kader worden opgezet om te zorgen voor een adequaat risicobeheer. Daartoe zouden de lidstaten en de landbouwers, met het oog op capaciteitsopbouw, een beroep kunnen doen op een platform voor risicobeheer op het niveau van de Unie, dat de landbouwers adequate financiële instrumenten voor investeringen aanreikt en hun toegang geeft tot werkkapitaal, opleiding, kennisoverdracht en adviesverlening.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Intensiveren van milieuzorg en klimaatactie en bijdragen aan de verwezenlijking van de milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen van de Unie is een zeer hoge prioriteit voor de toekomst van de land- en bosbouw van de Unie. Het GLB moet in zijn architectuur dan ook meer ambitie tonen ten aanzien van deze doelstellingen. Krachtens het uitvoeringsmodel moeten de acties om de aantasting van het milieu tegen te gaan en de klimaatverandering aan te pakken, resultaatgericht zijn. Daartoe moet artikel 11 VWEU als een resultaatsverplichting worden gezien.

(16)  Ondersteunen en verbeteren van de milieubescherming, biodiversiteit en genetische diversiteit in het landbouwsysteem, evenals klimaatactie en bijdragen aan de verwezenlijking van de milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen van de Unie is een zeer hoge prioriteit voor de toekomst van de land-, tuin- en bosbouw van de Unie. Het GLB moet in zijn architectuur dan ook meer ambitie tonen ten aanzien van deze doelstellingen en tegelijkertijd een adequate afspiegeling vormen van de grotere lasten en eisen waarmee producenten worden geconfronteerd. Krachtens het uitvoeringsmodel moeten de acties om de aantasting van het milieu tegen te gaan en de klimaatverandering aan te pakken, resultaatgericht zijn. Daartoe moet artikel 11 VWEU als een resultaatsverplichting worden gezien.

Aangezien veel plattelandsgebieden in de Unie te lijden hebben onder structurele problemen, zoals een gebrek aan aantrekkelijke arbeidskansen, tekorten aan vaardigheden, onvoldoende investeringen in connectiviteit, infrastructuur en essentiële diensten, en een groot aantal wegtrekkende jongeren, is het van cruciaal belang om, overeenkomstig de verklaring van Cork 2.0, het sociaaleconomische weefsel in die gebieden te versterken, in het bijzonder door het scheppen van banen en generatievernieuwing. Daartoe moeten de banen en de groei, waartoe de Commissie aanzet, naar het platteland worden gebracht en moeten sociale inclusie, generatievernieuwing en de ontwikkeling van "slimme dorpen" op het hele Europese platteland worden bevorderd. Zoals aangegeven in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw" kunnen nieuwe waardeketens op het platteland, zoals hernieuwbare energie, de opkomende bio-economie, de circulaire economie en ecotoerisme een gunstig groei- en werkgelegenheidspotentieel bieden voor plattelandsgebieden. In deze context kunnen financiële instrumenten en het gebruik van de InvestEU-garantie een essentiële rol spelen bij het garanderen van toegang tot financiering en bij het ondersteunen van de groeicapaciteit van landbouwbedrijven en ondernemingen. De plattelandsgebieden kunnen arbeidskansen bieden voor onderdanen van derde landen met een legale verblijfsstatus, waardoor hun sociale en economische integratie wordt bevorderd, vooral in het kader van strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

Aangezien veel plattelandsgebieden in de Unie te lijden hebben onder structurele problemen, zoals een gebrek aan aantrekkelijke arbeidskansen, tekorten aan vaardigheden, onvoldoende investeringen in breedband en connectiviteit, infrastructuur en essentiële diensten, en een groot aantal wegtrekkende jongeren, is het van cruciaal belang om, overeenkomstig de verklaring van Cork 2.0, het sociaaleconomische weefsel in die gebieden te versterken, in het bijzonder door het scheppen van banen en generatievernieuwing. Daartoe moeten de banen en de groei, waartoe de Commissie aanzet, naar het platteland worden gebracht en moeten sociale inclusie, steun voor jongeren, grotere participatie van vrouwen in de plattelandseconomie, generatievernieuwing en de ontwikkeling van "slimme dorpen" op het hele Europese platteland worden bevorderd. Met het oog op de stabilisering en de diversificatie van plattelandseconomieën moeten daarom ook de ontwikkeling, de oprichting en de vestigingszekerheid van niet-landbouwbedrijven worden bevorderd. Zoals aangegeven in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw" kunnen nieuwe waardeketens op het platteland, zoals hernieuwbare energie, de opkomende bio-economie, de circulaire economie en ecotoerisme een gunstig groei- en werkgelegenheidspotentieel bieden voor plattelandsgebieden met behoud van natuurlijke hulpbronnen. In deze context kunnen financiële instrumenten en het gebruik van de InvestEU-garantie een essentiële rol spelen bij het garanderen van toegang tot financiering en bij het ondersteunen van de groeicapaciteit van landbouwbedrijven en ondernemingen. De plattelandsgebieden kunnen arbeidskansen bieden voor onderdanen van derde landen met een legale verblijfsstatus, waardoor hun sociale en economische integratie wordt bevorderd, vooral in het kader van strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)  Om de sociaaleconomische duurzaamheid van plattelandsgebieden te waarborgen, moet de Commissie controleren of de lidstaten in hun strategisch GLB-plan samenhang garanderen tussen de toepassing van Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis en de langetermijnbenadering van het gebruik van fondsen voor plattelandsontwikkeling.

 

____________________

 

1 bis Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Het GLB moet blijven zorgen voor voedselzekerheid, waaronder dient te worden verstaan dat iedereen op elk ogenblik toegang moet hebben tot voldoende, veilige en voedzame levensmiddelen. Voorts moet dit beleid de landbouw van de Unie helpen beter in te spelen op nieuwe maatschappelijke verwachtingen op het gebied van voedsel en gezondheid, waaronder die inzake duurzame landbouwproductie, gezondere voeding, voedselverspilling en dierenwelzijn. Het GLB moet producties met specifieke en waardevolle kenmerken blijven bevorderen en tegelijk de landbouwers helpen om hun productie proactief aan te passen aan de marktsignalen en de vraag van de consument.

(17)  Het GLB moet blijven zorgen voor voedselzekerheid, waaronder dient te worden verstaan dat iedereen op elk ogenblik toegang moet hebben tot voldoende, veilige en voedzame levensmiddelen. Voorts moet dit beleid de landbouw van de Unie helpen beter in te spelen op nieuwe maatschappelijke verwachtingen op het gebied van voedsel en gezondheid, waaronder die inzake duurzame landbouwproductie, gezondere voeding, kwaliteitsproductie en kwaliteitsdifferentiatie, voedselverspilling en dierenwelzijn. Het GLB moet duurzame producties met specifieke en waardevolle kenmerken blijven bevorderen, zoals landbouwsystemen met een hoge natuurwaarde, en tegelijk de landbouwers helpen om hun productie proactief aan te passen aan de marktsignalen en de vraag van de consument.

Amendement      21

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Het "één gezondheid"-actieplan tegen antimicrobiële resistentie beschouwt vaccinatie als een kosteneffectieve volksgezondheidsinterventie om AMR te bestrijden, maar de relatief hogere kosten van diagnose, antimicrobiële alternatieven en vaccinatie ten opzichte van conventionele antibiotica staan een toename van het percentage gevaccineerde dieren in de weg.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Het normenkader van de GLMC's beoogt bij te dragen aan de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, de aanpak van de waterproblematiek, de bescherming en kwaliteit van de bodem en de bescherming en kwaliteit van de biodiversiteit. Het kader moet worden versterkt om met name rekening te houden met de tot en met 2020 in het kader van de vergroening van de rechtstreekse betalingen vastgestelde praktijken, de matiging van de klimaatverandering en de noodzaak om de duurzaamheid van de landbouwbedrijven te verbeteren, met name wat het nutriëntenbeheer betreft. Het is een vaststaand feit dat elke GLMC aan meerdere doelstellingen bijdraagt. Om het kader te implementeren moeten de lidstaten voor elke op het niveau van de Unie vastgestelde norm een nationale norm omschrijven, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het betrokken areaal, inclusief bodem- en klimaatgesteldheid, bestaande landbouwcondities, landgebruik, vruchtwisseling, landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven. Daarnaast kunnen de lidstaten, om de milieu- en klimaatresultaten van het GLMC-kader te verbeteren, nog andere nationale normen vaststellen die gerelateerd zijn aan de in bijlage III opgenomen hoofddoelstellingen. Als onderdeel van het GLMC-kader moeten, ter ondersteuning van zowel de agronomische als de milieuprestaties van de landbouwbedrijven, beheersplannen voor nutriënten worden opgesteld met behulp van een specifiek elektronisch bedrijfsduurzaamheidsinstrument, dat door de lidstaten ter beschikking van de individuele landbouwers wordt gesteld. Dat instrument moet, op basis van minimale functionaliteiten op het gebied van nutriëntenbeheer, ondersteuning bieden voor de besluitvorming op het landbouwbedrijf. Een grote interoperabiliteit en modulariteit moeten ook de mogelijkheid bieden om andere elektronische landbouwbedrijfs- en e-governancetoepassingen toe te voegen. Om te zorgen voor een gelijk speelveld tussen de landbouwers in de hele Unie, kan de Commissie de lidstaten ondersteunen bij de ontwikkeling van het instrument en de vereiste diensten voor gegevensopslag en -verwerking.

(22)  Het normenkader van de GLMC's beoogt bij te dragen aan de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, de aanpak van de waterproblematiek, de bescherming en kwaliteit van de bodem en de bescherming en kwaliteit van de biodiversiteit. Het kader moet worden versterkt om met name rekening te houden met de tot en met 2020 in het kader van de vergroening van de rechtstreekse betalingen vastgestelde praktijken, de matiging van de klimaatverandering en de noodzaak om de duurzaamheid van de landbouwbedrijven te verbeteren. Het is een vaststaand feit dat elke GLMC aan meerdere doelstellingen bijdraagt. Om het kader te implementeren moeten de lidstaten voor elke op het niveau van de Unie vastgestelde norm een nationale norm omschrijven, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het betrokken areaal, inclusief bodem- en klimaatgesteldheid, bestaande landbouwcondities, de agronomische kenmerken van de verschillende producties, verschillen tussen eenjarige gewassen, blijvende teelten en andere gespecialiseerde producties, landgebruik, vruchtwisseling, de lokale en traditionele landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven. Daarnaast kunnen de lidstaten ook vergelijkbare praktijken of certificeringsregelingen vaststellen met effecten die gunstig zijn voor milieu en klimaat, en die gelijk zijn aan of groter zijn dan de effecten van één of meerdere van de praktijken op het gebied van GLMC.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De RBE's moeten door de lidstaten volledig worden uitgevoerd om op het niveau van het landbouwbedrijf operationeel te worden en een gelijke behandeling van de landbouwers te waarborgen. Met het oog op de samenhang van de voorschriften inzake conditionaliteit bij het verbeteren van de duurzaamheid van het beleid, moeten de RBE's de belangrijkste wetgeving van de Unie op het gebied van milieu, volksgezondheid, gezondheid van dieren en planten en dierenwelzijn omvatten waarvan de implementatie op nationaal niveau concrete verplichtingen voor individuele landbouwers inhoudt, met inbegrip van de verplichtingen op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad11 en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad12 of Richtlijn 91/676/EEG van de Raad13. Om gevolg te geven aan de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die gehecht is aan Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad14, worden de desbetreffende bepalingen van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad15 en Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad16 als RBE's opgenomen in het toepassingsgebied van de conditionaliteit en wordt de lijst van de GLMC-normen dienovereenkomstig aangepast.

(23)  De RBE's moeten door de lidstaten volledig worden uitgevoerd om op het niveau van het landbouwbedrijf operationeel te worden en een gelijke behandeling van de landbouwers te waarborgen. Met het oog op de samenhang van de voorschriften inzake conditionaliteit bij het verbeteren van de duurzaamheid van het beleid, moeten de RBE's de belangrijkste wetgeving van de Unie op het gebied van milieu, volksgezondheid, gezondheid van dieren en planten en dierenwelzijn omvatten waarvan de implementatie op nationaal niveau concrete verplichtingen voor individuele landbouwers inhoudt, met inbegrip van de verplichtingen op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad11 en Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad12 of Richtlijn 91/676/EEG van de Raad13. Om gevolg te geven aan de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die gehecht is aan Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad14, worden de desbetreffende bepalingen van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad15 (de kaderrichtlijn water) en Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad16 als RBE's opgenomen in het toepassingsgebied van de conditionaliteit en wordt de lijst van de GLMC-normen dienovereenkomstig aangepast.

____________________

____________________

11. Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).

11. Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).

12. Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7).

12. Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7).

13. Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1).

13. Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1).

14. Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

14. Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

15. Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

15. Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

16. Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71).

16. Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71).

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  De lidstaten moeten bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw opzetten die het duurzame beheer en de algehele prestaties van de landbouw- en plattelandsbedrijven moeten verbeteren en daarbij de economische, ecologische en sociale dimensies bestrijken, en die moeten nagaan welke verbeteringen noodzakelijk zijn ten aanzien van de maatregelen op het niveau van het landbouwbedrijf die in de strategische GLB-plannen zijn opgenomen. Deze bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw moeten landbouwers en andere begunstigden van de GLB-steun helpen om zich beter bewust te worden van het verband tussen bedrijfsbeheer en grondbeheer enerzijds en bepaalde normen, vereisten en informatie, onder meer op het vlak van milieu en klimaat, anderzijds. Tot dat laatste behoren zowel de in het strategisch GLB-plan opgenomen normen die van toepassing zijn op of noodzakelijk zijn voor landbouwers en andere begunstigden van het GLB, als die welke voortvloeien uit de wetgeving inzake water en duurzaam gebruik van pesticiden, uit de initiatieven ter bestrijding van antimicrobiële resistentie en uit het risicobeheer. Om het advies kwaliteitsvoller en doeltreffender te maken, moeten de lidstaten in de kennis- en innovatiesystemen voor de landbouw (AKIS) adviseurs inschakelen om actuele technologische en wetenschappelijke informatie ter beschikking te kunnen stellen die in het kader van onderzoek en innovatie is ontwikkeld.

(24)  De lidstaten moeten kwalitatief hoogwaardige bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw aanbieden die het duurzame beheer en de algehele prestaties van de landbouw- en plattelandsbedrijven moeten verbeteren en daarbij de economische, ecologische en sociale dimensies bestrijken, en die moeten nagaan welke verbeteringen noodzakelijk zijn ten aanzien van de maatregelen op het niveau van het landbouwbedrijf die in de strategische GLB-plannen zijn opgenomen. Deze bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw moeten landbouwers en andere begunstigden van de GLB-steun helpen om zich beter bewust te worden van het verband tussen bedrijfsbeheer en grondbeheer enerzijds en bepaalde normen, vereisten en informatie, onder meer op het vlak van milieu en klimaat, anderzijds. Tot dat laatste behoren zowel de in het strategisch GLB-plan opgenomen normen die van toepassing zijn op of noodzakelijk zijn voor landbouwers en andere begunstigden van het GLB, als die welke voortvloeien uit de wetgeving inzake water en duurzaam gebruik van pesticiden, uit de initiatieven ter bestrijding van antimicrobiële resistentie en uit het risicobeheer. Om het advies kwaliteitsvoller en doeltreffender te maken, moeten de lidstaten in de kennis- en innovatiesystemen voor de landbouw (AKIS) adviseurs inschakelen om actuele technologische en wetenschappelijke informatie ter beschikking te kunnen stellen die in het kader van onderzoek en innovatie is ontwikkeld. Alle Unie-initiatieven met betrekking tot adviesdiensten en innovatiesystemen moeten indien mogelijk voortbouwen op reeds bestaande diensten en systemen op het niveau van de lidstaten.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  In de wetgeving van de Unie moet worden bepaald dat de lidstaten in hun strategisch GLB-plan voorschriften moeten vaststellen inzake een minimumareaal voor het ontvangen van ontkoppelde betalingen. Bij die voorschriften moet voor ogen worden gehouden dat buitensporige administratieve lasten als gevolg van het beheer van een groot aantal betalingen van kleine bedragen moeten worden voorkomen en dat erop moet worden toegezien dat de steun een effectieve bijdrage levert aan de verwezenlijking van de GLB-doelstellingen waaraan de ontkoppelde rechtstreekse betalingen bijdragen. Om alle echte landbouwers een minimumniveau van agrarische inkomenssteun te garanderen en te voldoen aan de doelstelling van het Verdrag dat de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard moet worden verzekerd, moet een jaarlijkse areaalgebonden ontkoppelde betaling worden ingesteld in de vorm van het interventietype "basisinkomenssteun voor duurzaamheid". Om de steun gerichter te maken, mogen de betalingsbedragen worden gedifferentieerd naar groepen gebieden op basis van sociaaleconomische en/of agronomische omstandigheden. Om verstorende gevolgen voor het inkomen van de landbouwers te voorkomen, kunnen de lidstaten ervoor kiezen de basisinkomenssteun voor duurzaamheid te implementeren op basis van de betalingsrechten. In dat geval moet de waarde van de betalingsrechten vóór verdere convergentie in verhouding staan tot hun waarde zoals vastgesteld in het kader van de basisbetalingsregeling op grond van Verordening (EU) nr. 1307/2013, waarbij ook rekening wordt gehouden met de betalingen voor landbouwpraktijken die gunstig zijn voor klimaat en milieu. De lidstaten moeten ook verder convergeren om geleidelijk los te komen van de historische waarden.

(26)  In de wetgeving van de Unie moet worden bepaald dat de lidstaten in hun strategisch GLB-plan voorschriften moeten vaststellen inzake een minimumareaal voor het ontvangen van ontkoppelde betalingen. Bij die voorschriften moet voor ogen worden gehouden dat buitensporige administratieve lasten als gevolg van het beheer van een groot aantal betalingen van kleine bedragen moeten worden voorkomen en dat erop moet worden toegezien dat de steun een effectieve bijdrage levert aan de verwezenlijking van de GLB-doelstellingen waaraan de ontkoppelde rechtstreekse betalingen bijdragen. Om alle actieve landbouwers een minimumniveau van agrarische inkomenssteun te garanderen en te voldoen aan de doelstelling van het Verdrag dat de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard moet worden verzekerd, moet een jaarlijkse areaalgebonden ontkoppelde betaling worden ingesteld in de vorm van het interventietype "basisinkomenssteun voor duurzaamheid". Om de steun gerichter te maken, mogen de betalingsbedragen worden gedifferentieerd naar groepen gebieden op basis van sociaaleconomische, milieu-, en/of agronomische omstandigheden. Om verstorende gevolgen voor het inkomen van de landbouwers te voorkomen, kunnen de lidstaten ervoor kiezen de basisinkomenssteun voor duurzaamheid te implementeren op basis van de betalingsrechten. In dat geval moet de waarde van de betalingsrechten vóór verdere convergentie in verhouding staan tot hun waarde zoals vastgesteld in het kader van de basisbetalingsregeling op grond van Verordening (EU) nr. 1307/2013, waarbij ook rekening wordt gehouden met de betalingen voor landbouwpraktijken die gunstig zijn voor klimaat en milieu. De lidstaten moeten ook verder convergeren om geleidelijk te evolueren naar volledige convergentie tegen 2026.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis)  Inkomenssteun via het GLB levert een belangrijke bijdrage aan de stabiliteit en duurzaamheid van veel kleine landbouwers en agrarische familiebedrijven in heel Europa, en hoewel er steeds meer van de landbouwers wordt verwacht, nemen hun financiële voordelen niet toe. Het totale aandeel van het GLB in de EU neemt af, terwijl marktcrises in de sector en een dalend aantal actieve landbouwers het voortbestaan van de sector nog steeds bedreigen. Het model van agrarische familiebedrijven moet worden beschermd als een algemene GLB-doelstelling en via de strategische plannen van de lidstaten, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de cruciale rol van dit model in de sociale structuur van het platteland en de levenswijze die het biedt voor veel plattelandsbewoners. Agrarische familiebedrijven dragen bij aan duurzame voedselproductie, het behoud van natuurlijke hulpbronnen, diversificatie van behoeften en het garanderen van voedselzekerheid. De landbouwers die het eerst lijden onder de immense druk van de globalisering, zijn degenen die het model van een klein agrarisch familiebedrijf nastreven. Een dergelijke situatie zou duidelijk in strijd zijn met de GLB-doelstellingen en zou het argument voor GLB-steun in de toekomst verzwakken. Daarom moeten de strategische GLB-plannen specifieke doelstellingen bevatten die dit landbouwmodel beschermen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Kleine landbouwbedrijven blijven een hoeksteen van de landbouw van de Unie aangezien zij een cruciale rol spelen bij de ondersteuning van de werkgelegenheid op het platteland en bijdragen aan de territoriale ontwikkeling. Om een evenwichtiger verdeling van de steun te bevorderen en de administratieve lasten voor de begunstigden van kleine bedragen te verminderen, moet aan de lidstaten de keuze worden gelaten om kleine landbouwers de mogelijkheid te geven om in plaats van de andere rechtstreekse betalingen een forfaitaire betaling voor kleine landbouwers te ontvangen.

(28)  Kleine landbouwbedrijven blijven een hoeksteen van de landbouw van de Unie aangezien zij een cruciale rol spelen bij de ondersteuning van de werkgelegenheid op het platteland en bijdragen aan de territoriale ontwikkeling. Om een evenwichtiger verdeling van de steun te bevorderen en de administratieve lasten voor de begunstigden van kleine bedragen te verminderen, moet aan de lidstaten de keuze worden gelaten om kleine landbouwers de mogelijkheid te geven om in plaats van rechtstreekse betalingen een forfaitaire betaling voor kleine landbouwers te ontvangen. Om de administratieve lasten verder te verminderen, moeten de lidstaten echter gemachtigd zijn om bepaalde landbouwers aanvankelijk automatisch in de vereenvoudigde regeling op te nemen en hen de mogelijkheid te bieden zich binnen een bepaalde periode uit de regeling terug te trekken. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om voor de kleine landbouwers die deelnemen aan de vereenvoudigde regeling een gereduceerd systeem voor conditionaliteitscontroles vast te stellen.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis)  De biologische landbouw ontwikkelt zich in veel lidstaten en heeft zijn nut bewezen wat betreft het leveren van collectieve goederen, het in stand houden van ecosysteemdiensten en natuurlijke hulpbronnen, het verminderen van productiemiddelen, het aantrekken van jonge landbouwers en vrouwen in het bijzonder, het scheppen van banen, het experimenteren met nieuwe bedrijfsmodellen, het voldoen aan maatschappelijke behoeften en het revitaliseren van plattelandsgebieden. De groeiende vraag naar biologische producten is echter nog steeds groter dan de toename van de productie. De lidstaten moeten in hun strategische GLB-plannen doelstellingen opnemen om het aandeel van landbouwgrond dat biologisch wordt beheerd, te vergroten, zodat aan de toenemende vraag naar biologische producten kan worden voldaan en de volledige biologische toeleveringsketen zich kan ontwikkelen. De lidstaten moeten in staat zijn om de omschakeling naar of voortzetting van biologische productie te financieren via plattelandsontwikkelingsmaatregelen, via ecoregelingen of via een combinatie van beide, en moeten ervoor zorgen dat toegewezen middelen aansluiten bij de verwachte groei van de biologische productie.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Het GLB moet ertoe leiden dat de lidstaten tot betere milieuresultaten komen door rekening te houden met de lokale behoeften en de feitelijke omstandigheden van de landbouwers. De lidstaten moeten bij de rechtstreekse betalingen in de strategische GLB-plannen ecoregelingen instellen die vrijwillig zijn voor de landbouwers en volledig moeten worden gecoördineerd met de andere betrokken interventies. Die regelingen moeten door de lidstaten worden omschreven als een betaling die wordt toegekend hetzij als stimulans en vergoeding voor het leveren van collectieve goederen door middel van landbouwpraktijken die gunstig zijn voor milieu en klimaat, hetzij als een compensatie voor de invoering van die praktijken. In beide gevallen moeten zij gericht zijn op de verbetering van de milieu- en klimaatprestaties van het GLB en daarom moeten zij zo worden opgezet dat zij verder gaan dan de verplichte vereisten waarin het conditionaliteitssysteem reeds voorziet. De lidstaten kunnen besluiten ecoregelingen in te stellen voor landbouwpraktijken zoals een beter beheer van blijvend grasland en landschapselementen, en biologische landbouw. Tot deze regelingen kunnen ook "instapregelingen" behoren die een voorwaarde kunnen zijn voor het aangaan van meer ambitieuze verbintenissen in het kader van de plattelandsontwikkeling.

(31)  Het GLB moet ertoe leiden dat de lidstaten tot betere milieuresultaten komen door rekening te houden met de lokale behoeften en de feitelijke omstandigheden van de landbouwers. De lidstaten moeten bij de rechtstreekse betalingen in de strategische GLB-plannen ecoregelingen instellen die vrijwillig zijn voor de landbouwers en volledig moeten worden gecoördineerd met de andere betrokken interventies. Die regelingen moeten door de lidstaten worden omschreven als een betaling die wordt toegekend hetzij als stimulans en vergoeding voor het leveren van collectieve goederen door middel van landbouwpraktijken die gunstig zijn voor milieu en klimaat, zij moeten gericht zijn op de verbetering van de milieu- en klimaatprestaties van het GLB en daarom moeten zij zo worden opgezet dat zij verder gaan dan de verplichte vereisten waarin het conditionaliteitssysteem reeds voorziet. De lidstaten kunnen besluiten ecoregelingen in te stellen ter stimulering van productiemodellen die gunstig zijn voor het milieu, met name extensieve veeteelt, en ter bevordering van alle soorten landbouwpraktijken zoals een beter beheer van blijvend grasland, landschapselementen en milieucertificeringsregelingen, zoals biologische landbouw, geïntegreerde productie of conserveringslandbouw. Tot deze regelingen kunnen ook maatregelen van een andere aard behoren dan de agromilieu- en klimaatverplichtingen van plattelandsontwikkeling, of maatregelen van dezelfde aard die worden aangemerkt als "instapregelingen" die een voorwaarde kunnen zijn voor het aangaan van meer ambitieuze verbintenissen in het kader van de plattelandsontwikkeling.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Er moet worden gewaarborgd dat de gekoppelde inkomenssteun strookt met de internationale verbintenissen van de Unie. Daartoe behoren met name de voorschriften van het Memorandum van Overeenstemming betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van de GATT17, zoals van toepassing na de wijzigingen in het afzonderlijke basisareaal van de EU voor oliehoudende zaden als gevolg van de wijzigingen in de samenstelling van de EU. De Commissie moet de bevoegdheid hebben om gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde in dit verband uitvoeringsbepalingen vast te leggen.

Schrappen

_________________

 

17 Memorandum van Overeenstemming betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van de GATT (PB L 147 van 18.6.1993).

 

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Sectorale interventietypes zijn nodig om aan de GLB-doelstellingen bij te dragen en de synergie met andere GLB-instrumenten te versterken. Overeenkomstig het uitvoeringsmodel moeten de minimumeisen ten aanzien van de inhoud en de doelstellingen van deze sectorale interventietypes op het niveau van de Unie worden vastgesteld om te zorgen voor een gelijk speelveld op de interne markt en om ongelijke en oneerlijke concurrentie te voorkomen. De lidstaten moeten de opneming ervan in hun strategische GLB-plannen onderbouwen en voor consistentie met de andere interventies op sectoraal niveau zorgen. De op het niveau van de Unie vast te stellen brede interventietypes moeten betrekking hebben op de sectoren groenten en fruit, wijn, producten van de bijenteelt, olijfolie en tafelolijven, hop en andere nog te omschrijven producten, waarvoor de vaststelling van sectorale programma's wordt geacht een gunstig effect te hebben op de verwezenlijking van alle of van een deel van de algemene en specifieke doelstellingen van het GLB die in het kader van deze verordening worden nagestreefd.

(35)  Sectorale interventietypes zijn nodig om aan de GLB-doelstellingen bij te dragen en de synergie met andere GLB-instrumenten te versterken. Overeenkomstig het uitvoeringsmodel moeten de minimumeisen ten aanzien van de inhoud en de doelstellingen van deze sectorale interventietypes op het niveau van de Unie worden vastgesteld om te zorgen voor een gelijk speelveld op de interne markt en om ongelijke en oneerlijke concurrentie te voorkomen. De lidstaten moeten de opneming ervan in hun strategische GLB-plannen onderbouwen en voor consistentie met de andere interventies op sectoraal niveau zorgen. De op het niveau van de Unie vast te stellen brede interventietypes moeten betrekking hebben op de sectoren groenten en fruit, wijn, producten van de bijenteelt, olijfolie en tafelolijven, hop en andere in artikel 39 omschreven producten, waarvoor de vaststelling van sectorale programma's wordt geacht een gunstig effect te hebben op de verwezenlijking van alle of van een deel van de algemene en specifieke doelstellingen van het GLB die in het kader van deze verordening worden nagestreefd.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis)  Gezien de toename van de middelen voor de bijenteeltsector, ter erkenning van de belangrijke rol die deze speelt bij het behoud van de biodiversiteit en de voedselproductie, moet ook de maximale medefinanciering door de Unie worden verhoogd en moeten nieuwe subsidiabele maatregelen worden toegevoegd ter bevordering van de ontwikkeling van de sector.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  Voor de interventies voor plattelandsontwikkeling worden de beginselen op het niveau van de Unie vastgesteld, met name wat betreft de basisvereisten voor de toepassing van selectiecriteria door de lidstaten. De lidstaten moeten evenwel over een ruime beslissingsbevoegdheid beschikken om de specifieke voorwaarden te omschrijven naargelang van hun eigen behoeften. De interventietypes voor plattelandsontwikkeling omvatten betalingen voor milieu-, klimaat- en andere beheersverbintenissen die de lidstaten op hun gehele grondgebied moeten ondersteunen volgens hun specifieke nationale, regionale of lokale behoeften. De lidstaten moeten betalingen toekennen aan landbouwers en andere grondbeheerders die op vrijwillige basis beheersverbintenissen aangaan die bijdragen aan de matiging van en de aanpassing aan klimaatverandering en aan de bescherming en verbetering van het milieu, met inbegrip van waterkwaliteit en -kwantiteit, luchtkwaliteit, bodem, biodiversiteit en ecosysteemdiensten, inclusief vrijwillige verbintenissen in het kader van Natura 2000 en steun voor genetische diversiteit. Steun in het kader van de betalingen voor beheersverbintenissen kan ook worden verleend in de vorm van lokaal gestuurde geïntegreerde of coöperatieve benaderingen en resultaatgerichte interventies.

(37)  Voor de interventies voor plattelandsontwikkeling worden de beginselen op het niveau van de Unie vastgesteld, met name wat betreft de basisvereisten voor de toepassing van selectiecriteria door de lidstaten. De lidstaten moeten evenwel over een ruime beslissingsbevoegdheid beschikken om de specifieke voorwaarden te omschrijven naargelang van hun eigen behoeften. De interventietypes voor plattelandsontwikkeling omvatten betalingen voor milieu-, klimaat- en andere beheersverbintenissen die de lidstaten op hun gehele grondgebied moeten ondersteunen volgens hun specifieke nationale, regionale of lokale behoeften. De lidstaten moeten betalingen toekennen aan landbouwers, groepen landbouwers en andere grondbeheerders die op vrijwillige basis beheersverbintenissen aangaan die bijdragen aan de matiging van en de aanpassing aan klimaatverandering en aan de bescherming en verbetering van het milieu, met inbegrip van waterkwaliteit en -kwantiteit, luchtkwaliteit, bodem, biodiversiteit en ecosysteemdiensten, inclusief vrijwillige verbintenissen in het kader van Natura 2000, en in gebieden met een hoge natuurwaarde en steun voor genetische diversiteit. Steun in het kader van de betalingen voor beheersverbintenissen kan ook worden verleend in de vorm van lokaal gestuurde geïntegreerde, collectieve of coöperatieve benaderingen en resultaatgerichte interventies.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  De steun voor beheersverbintenissen kan het volgende omvatten: premies in het kader van de biologische landbouw voor het onderhoud van en de omschakeling naar biologische grond; betalingen voor andere interventietypes ter ondersteuning van milieuvriendelijke productiesystemen zoals agro-ecologie, conserveringslandbouw en geïntegreerde productie; bosmilieu- en klimaatdiensten en bosinstandhouding; premies voor bossen en de invoering van boslandbouwsystemen; dierenwelzijn; instandhouding, duurzaam gebruik en ontwikkeling van genetische hulpbronnen. De lidstaten kunnen in het kader van dit interventietype andere regelingen opstellen naargelang van hun behoeften. Dit type betalingen mag slechts worden verricht voor extra kosten en gederfde inkomsten die het gevolg zijn van verbintenissen die verder gaan dan de basislijn die wordt gevormd door de dwingende normen en voorschriften van zowel het Unierecht als het nationale recht en door de in het strategisch GLB-plan vastgestelde conditionaliteit. Verbintenissen in verband met dit interventietype kunnen worden aangegaan voor een vooraf bepaalde jaarlijkse of meerjarige periode en kunnen, indien naar behoren gemotiveerd, langer lopen dan zeven jaar.

(38)  De steun voor beheersverbintenissen kan het volgende omvatten: premies in het kader van de biologische landbouw voor het onderhoud van en de omschakeling naar biologische grond; betalingen voor andere interventietypes ter ondersteuning van milieuvriendelijke productiesystemen zoals landbouwsystemen met een hoge natuurwaarde, agro-ecologie, conserveringslandbouw en geïntegreerde productie; bosmilieu- en klimaatdiensten en bosinstandhouding; premies voor bossen en de invoering van boslandbouwsystemen; de bescherming van traditionele agrarische landschappen, dierenwelzijn; instandhouding, duurzaam gebruik en ontwikkeling van genetische hulpbronnen. De lidstaten kunnen in het kader van dit interventietype andere regelingen opstellen naargelang van hun behoeften en ze kunnen de specifieke agromilieumaatregelen voor de bijenteeltsector, die al bestaan in bepaalde regio's van de Unie, verder versterken en nieuwe maatregelen ontwikkelen. Dit type betalingen mag slechts worden verricht voor extra kosten en gederfde inkomsten die het gevolg zijn van verbintenissen die verder gaan dan de basislijn die wordt gevormd door de dwingende normen en voorschriften van zowel het Unierecht als het nationale recht en door de in het strategisch GLB-plan vastgestelde conditionaliteit. Daarnaast moeten de lidstaten financiële prikkels aan de begunstigden bieden. Verbintenissen in verband met dit interventietype kunnen worden aangegaan voor een vooraf bepaalde jaarlijkse of meerjarige periode en kunnen, indien naar behoren gemotiveerd, langer lopen dan zeven jaar.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  De bosbouwmaatregelen moeten bijdragen tot de uitvoering van de bosbouwstrategie van de Unie en moeten gebaseerd zijn op nationale of subnationale bosbouwprogramma's of gelijkwaardige instrumenten van de lidstaten, waarmee moet worden voortgebouwd op de verbintenissen die voortvloeien uit de verordening inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030 [LULUCF-verordening] en uit de verbintenissen die zijn aangegaan tijdens de ministeriële conferenties over de bescherming van de bossen in Europa. De interventies moeten op bosbeheerplannen of gelijkwaardige instrumenten gebaseerd zijn en kunnen het volgende omvatten: ontwikkeling van bosareaal en duurzaam bosbeheer, met inbegrip van bebossing van grond en aanleg en vernieuwing van boslandbouwsystemen; bescherming, herstel en verbetering van bosrijkdommen, rekening houdend met de adaptatiebehoeften; investeringen om de instandhouding en de veerkracht van de bossen te waarborgen en te versterken en verlening van bosecosysteem- en klimaatdiensten, en maatregelen en investeringen ter ondersteuning van hernieuwbare energie en de bio-economie.

(39)  De bosbouwmaatregelen moeten bijdragen tot een breder gebruik van boslandbouwsystemen en de uitvoering van de bosbouwstrategie van de Unie en moeten gebaseerd zijn op nationale of subnationale bosbouwprogramma's of gelijkwaardige instrumenten van de lidstaten, waarmee moet worden voortgebouwd op de verbintenissen die voortvloeien uit Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad1 bis en uit de verbintenissen die zijn aangegaan door de ministeriële conferenties over de bescherming van de bossen in Europa. De interventies moeten op bosbeheerplannen of gelijkwaardige instrumenten gebaseerd zijn en kunnen het volgende omvatten: ontwikkeling van bosareaal en duurzaam bosbeheer, met inbegrip van bebossing van grond, bosbrandpreventie en aanleg en vernieuwing van boslandbouwsystemen; bescherming, herstel en verbetering van bosrijkdommen, rekening houdend met de adaptatiebehoeften; investeringen om de instandhouding en de veerkracht van de bossen te waarborgen en te versterken en verlening van bosecosysteem- en klimaatdiensten, en maatregelen en investeringen ter ondersteuning van hernieuwbare energie en de bio-economie.

 

_____________________

 

1 bis Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 1)

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Om te zorgen voor een billijk inkomen en een veerkrachtige landbouwsector in de hele Unie, mogen de lidstaten steun toekennen aan landbouwers in gebieden met natuurlijke en andere gebiedsspecifieke beperkingen. Wat betreft de betalingen voor gebieden met natuurlijke beperkingen, moet de aanwijzing daarvan in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid 2014-2020 blijven gelden. Het GLB zal slechts een grotere meerwaarde van de Unie voor het milieu kunnen opleveren en zijn synergieën met de financiering van investeringen in natuur en biodiversiteit kunnen versterken, als een afzonderlijke maatregel wordt gehandhaafd die erop gericht is de begunstigden te vergoeden voor de nadelen die worden ondervonden door de uitvoering van de Natura 2000-richtlijn en de kaderrichtlijn water. Daarom moet verder steun aan landbouwers en bosbezitters worden toegekend om de specifieke nadelen te helpen compenseren die voortvloeien uit de toepassing van Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG en om bij te dragen aan een doeltreffend beheer van de Natura 2000-gebieden. Daarnaast moet ook steun voor landbouwers beschikbaar worden gesteld om in stroomgebieden van rivieren de nadelen te helpen compenseren van de toepassing van de kaderrichtlijn water. De steun moet worden gekoppeld aan specifieke vereisten die in de strategische GLB-plannen worden beschreven en verder gaan dan de desbetreffende dwingende normen en eisen. De lidstaten moeten er ook op toezien dat de betalingen aan landbouwers niet leiden tot dubbele financiering met de ecoregelingen. Voorts moeten de lidstaten in het algemene ontwerp van hun strategische GLB-plannen rekening houden met de specifieke behoeften van de Natura 2000-gebieden.

(40)  Om te zorgen voor een billijk inkomen en een veerkrachtige landbouwsector in de hele Unie, mogen de lidstaten steun toekennen aan landbouwers in gebieden met natuurlijke en andere gebiedsspecifieke beperkingen, waaronder bergachtige gebieden en insulaire regio's. Wat betreft de betalingen voor gebieden met natuurlijke beperkingen, moet de aanwijzing daarvan in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid 2014-2020 blijven gelden. Het GLB zal slechts een grotere meerwaarde van de Unie voor het milieu kunnen opleveren en zijn synergieën met de financiering van investeringen in natuur en biodiversiteit kunnen versterken, als een afzonderlijke maatregel wordt gehandhaafd die erop gericht is de begunstigden te vergoeden voor de nadelen die worden ondervonden door de uitvoering van Natura 2000 als vastgesteld in Richtlijn 92/43/EEG1 bis en van de kaderrichtlijn water. Daarom moet verder steun aan landbouwers en bosbezitters worden toegekend om de specifieke nadelen te helpen compenseren die voortvloeien uit de toepassing van Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG en om bij te dragen aan een doeltreffend beheer van de Natura 2000-gebieden. Daarnaast moet ook steun voor landbouwers beschikbaar worden gesteld om in stroomgebieden van rivieren de nadelen te helpen compenseren van de toepassing van de kaderrichtlijn water. De steun moet worden gekoppeld aan specifieke vereisten die in de strategische GLB-plannen worden beschreven en verder gaan dan de desbetreffende dwingende normen en eisen. De lidstaten moeten er ook op toezien dat de betalingen aan landbouwers niet leiden tot dubbele financiering met de ecoregelingen, maar moeten toch genoeg flexibiliteit in de strategische plannen toelaten zodat de verschillende interventietypes elkaar kunnen aanvullen. Voorts moeten de lidstaten in het algemene ontwerp van hun strategische GLB-plannen rekening houden met de specifieke behoeften van de Natura 2000-gebieden.

 

____________________

 

1 bis Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  De doelstellingen van het GLB moeten ook worden nagestreefd door middel van steun voor zowel productieve als niet-productieve investeringen op en buiten het landbouwbedrijf. Die investeringen kunnen onder meer betrekking hebben op infrastructuur in verband met de ontwikkeling, modernisering en aanpassing aan de klimaatverandering van de land- en bosbouw, inclusief op het gebied van de toegankelijkheid van landbouw- en bosgrond, ruilverkaveling en grondverbetering, boslandbouwpraktijken en de voorziening en besparing van energie en water. Om beter de samenhang van de strategische GLB-plannen met de doelstellingen van de Unie te garanderen en een gelijk speelveld tussen de lidstaten tot stand te brengen, wordt in deze verordening een negatieve lijst van investeringsitems opgenomen.

(41)  De doelstellingen van het GLB moeten ook worden nagestreefd door middel van steun voor zowel productieve als niet-productieve investeringen, die als doel hebben de veerkracht van het landbouwbedrijf te versterken. Die investeringen kunnen onder meer betrekking hebben op infrastructuur in verband met de ontwikkeling, modernisering en aanpassing aan de klimaatverandering van de land- en bosbouw, inclusief op het gebied van de toegankelijkheid van landbouw- en bosgrond, ruilverkaveling en grondverbetering, boslandbouwpraktijken en de voorziening en besparing van energie en water. Om beter de samenhang van de strategische GLB-plannen met de doelstellingen van de Unie te garanderen en een gelijk speelveld tussen de lidstaten tot stand te brengen, wordt in deze verordening een negatieve lijst van investeringsitems opgenomen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42)  Aangezien het noodzakelijk is de investeringskloof in de landbouwsector van de Unie te dichten en de toegang tot financiële instrumenten te verbeteren voor prioritaire groepen, met name jonge landbouwers en nieuwkomers met een hoger risicoprofiel, moet het gebruik van de InvestEU-garantie en de combinatie van subsidies en financiële instrumenten worden aangemoedigd. Aangezien het gebruik van de financiële instrumenten in de lidstaten sterk uiteenloopt als gevolg van verschillen in toegang tot de financiering, ontwikkeling van de banksector, aanwezigheid van risicokapitaal, vertrouwdheid van de overheidsdiensten en potentiële begunstigden, moeten de lidstaten in hun strategisch GLB-plan passende streefcijfers, begunstigden en preferentiële voorwaarden, alsook andere mogelijke subsidiabiliteitsregels vaststellen.

(42)  Aangezien het noodzakelijk is de investeringskloof in de landbouwsector van de Unie te dichten en de toegang tot financiële instrumenten te verbeteren voor prioritaire groepen, met name jonge landbouwers en nieuwkomers met een hoger risicoprofiel, moet een combinatie van subsidies en financiële instrumenten worden aangemoedigd. Aangezien het gebruik van de financiële instrumenten in de lidstaten sterk uiteenloopt als gevolg van verschillen in toegang tot de financiering, ontwikkeling van de banksector, aanwezigheid van risicokapitaal, vertrouwdheid van de overheidsdiensten en potentiële begunstigden, moeten de lidstaten in hun strategisch GLB-plan passende streefcijfers, begunstigden en preferentiële voorwaarden, alsook andere mogelijke subsidiabiliteitsregels vaststellen.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Jonge landbouwers en nieuwkomers ondervinden nog steeds aanzienlijke belemmeringen wat betreft toegang tot land, hoge prijzen en toegang tot krediet. Hun bedrijven worden meer bedreigd door prijsschommelingen (zowel voor productiemiddelen als voor producten) en hun behoeften aan opleiding in ondernemersvaardigheden en vaardigheden op het gebied van risicobeheer zijn hoog. Het is dan ook van belang de steun voor het opzetten van nieuwe ondernemingen en nieuwe landbouwbedrijven voort te zetten. De lidstaten moeten in een strategische aanpak voorzien en een duidelijk en coherent samenstel van interventies voor generatievernieuwing vaststellen in het kader van de desbetreffende specifieke doelstelling. Daartoe kunnen de lidstaten in hun strategische GLB-plannen preferentiële voorwaarden voor financiële instrumenten voor jonge landbouwers en nieuwkomers opnemen, en moeten zij in hun strategische GLB-plannen ten minste 2 % van de jaarlijkse enveloppe voor rechtstreekse betalingen voor dat doel reserveren. Het maximumbedrag van de steun voor de vestiging van jonge landbouwers en het opstarten van plattelandsbedrijven moet tot maximaal 100 000 EUR worden verhoogd en moet ook via of in combinatie met steun in de vorm van een financieel instrument toegankelijk zijn.

(43)  Jonge landbouwers en nieuwe landbouwers ondervinden nog steeds aanzienlijke belemmeringen wat betreft toegang tot land, hoge prijzen en toegang tot krediet. Hun bedrijven worden meer bedreigd door prijsschommelingen (zowel voor productiemiddelen als voor producten) en hun behoeften aan opleiding in ondernemersvaardigheden, vaardigheden op het gebied van risicopreventie en managementvaardigheden zijn hoog. Het is dan ook van belang de steun voor het opzetten van nieuwe ondernemingen en nieuwe landbouwbedrijven voort te zetten. De lidstaten moeten in een strategische aanpak voorzien en een duidelijk en coherent samenstel van interventies voor generatievernieuwing vaststellen in het kader van de desbetreffende specifieke doelstelling. Daartoe kunnen de lidstaten in hun strategische GLB-plannen preferentiële voorwaarden voor financiële instrumenten voor jonge landbouwers en nieuwkomers opnemen, en moeten zij in hun strategische GLB-plannen ten minste 2 % van de jaarlijkse enveloppe voor rechtstreekse betalingen in pijler I voor dat doel reserveren. Het maximumbedrag van de steun voor de vestiging van jonge landbouwers en het opstarten van plattelandsbedrijven moet tot maximaal 100 000 EUR worden verhoogd en moet ook via of in combinatie met steun in de vorm van een financieel instrument toegankelijk zijn.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  Omdat passende instrumenten voor risicobeheer een noodzaak zijn, moeten de verzekeringspremies en onderlinge fondsen worden gehandhaafd en uit het Elfpo worden gefinancierd. De categorie onderlinge fondsen omvat zowel die in verband met productieverliezen als de algemene en sectorspecifieke inkomensstabiliseringsinstrumenten die met inkomensverliezen verband houden.

(44)  Omdat passende instrumenten voor risicobeheer een noodzaak zijn, moeten de verzekeringspremies en onderlinge fondsen worden gehandhaafd en uit het Elfpo worden gefinancierd. De categorie onderlinge fondsen omvat zowel die in verband met productieverliezen als de algemene en sectorspecifieke inkomensstabiliseringsinstrumenten die met inkomensverliezen verband houden. Om de instrumenten voor risicobeheer aan te passen aan de uitdagingen waarmee landbouwers worden geconfronteerd, met name op het gebied van klimaatverandering, is het noodzakelijk in het GLB-instrumentarium de vergoeding op te nemen van de kosten en verliezen die de landbouwer heeft geleden als gevolg van maatregelen ter bestrijding van dierziekten en plagen bij planten, of verliezen die landbouwers in de biologische landbouw lijden als gevolg van externe verontreiniging waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn. De compatibiliteit van de uit het Elfpo gefinancierde interventies met de nationale risicobeheersregelingen moet evenwel worden gewaarborgd.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 45

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(45)  De steun moet het mogelijk maken dat minstens twee entiteiten een samenwerking tot stand brengen en daaraan uitvoering geven met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het GLB. De steun kan alle aspecten van een dergelijke samenwerking behelzen, zoals het opzetten van kwaliteitsregelingen; collectieve milieu- en klimaatacties; bevordering van korte voorzieningsketens en lokale markten; proefprojecten; projecten van operationele groepen in het kader van het EIP voor productiviteit en duurzaamheid in de landbouw, lokale ontwikkelingsprojecten, slimme dorpen, kopersverenigingen en machinecoöperaties; partnerschappen tussen landbouwbedrijven; bosbeheerplannen; netwerken en clusters; sociale landbouw; gemeenschapslandbouw; acties die onder Leader vallen; en de oprichting van producentengroeperingen en producentenorganisaties, alsmede andere vormen van samenwerking die noodzakelijk worden geacht voor het bereiken van de specifieke doelstellingen van het GLB.

(45)  De steun moet het mogelijk maken dat minstens twee entiteiten een samenwerking tot stand brengen en daaraan uitvoering geven met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het GLB. De steun kan alle aspecten van een dergelijke samenwerking behelzen, zoals het opzetten, certificeren en bevorderen van kwaliteitsregelingen; collectieve milieu- en klimaatacties; bevordering van korte voorzieningsketens en lokale markten; proefprojecten; projecten van operationele groepen in het kader van het EIP voor productiviteit en duurzaamheid in de landbouw, lokale ontwikkelingsprojecten, slimme dorpen, kopersverenigingen en machinecoöperaties; partnerschappen tussen landbouwbedrijven; bosbeheerplannen; netwerken en clusters; sociale landbouw; gemeenschapslandbouw; acties die onder Leader vallen; en de oprichting van producentengroeperingen en producentenorganisaties, met inbegrip van de producentengroeperingen die zijn erkend op grond van Verordening (EU) nr. 115/2012, alsmede andere vormen van samenwerking die noodzakelijk worden geacht voor het bereiken van de specifieke doelstellingen van het GLB. Ter bevordering van intergenerationele vernieuwing moet worden overwogen om specifieke steun te verlenen aan landbouwers die hun landbouwactiviteiten willen stopzetten voordat zij de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en hun landbouwbedrijf willen overdragen aan een jongere landbouwer waarmee ze samenwerken.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Het ELGF moet interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen en sectorale interventietypes blijven financieren, terwijl het Elfpo de in deze verordening omschreven interventietypes voor plattelandsontwikkeling moet blijven financieren. De regels voor het financiële beheer van het GLB moeten afzonderlijk worden vastgesteld voor de twee fondsen en voor de door elk van hen ondersteunde activiteiten, ermee rekening houdend dat het nieuwe uitvoeringsmodel de lidstaten meer flexibiliteit en subsidiariteit voor het bereiken van hun doelstellingen biedt. De interventietypes uit hoofde van deze verordening moeten de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027 bestrijken.

(47)  Het ELGF moet interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen en sectorale interventietypes blijven financieren, terwijl het Elfpo de in deze verordening omschreven interventietypes voor plattelandsontwikkeling moet blijven financieren. De regels voor het financiële beheer van het GLB moeten afzonderlijk worden vastgesteld voor de twee fondsen en voor de door elk van hen ondersteunde activiteiten, ermee rekening houdend dat het nieuwe uitvoeringsmodel de lidstaten meer flexibiliteit en subsidiariteit voor het bereiken van hun doelstellingen biedt. De interventietypes uit hoofde van deze verordening moeten de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2027 bestrijken.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  De steun voor de rechtstreekse betalingen in het kader van de strategische GLB-plannen moet worden toegekend binnen de bij deze verordening vast te stellen nationale toewijzingen. Deze nationale toewijzingen moeten de lijn doortrekken van de wijzigingen waarbij de toewijzingen aan de lidstaten met de laagste hectaresteun geleidelijk worden verhoogd om de kloof in de richting van 90 % van het gemiddelde van de Unie te dichten met 50 %. Om rekening te houden met het mechanisme ter verlaging van de betalingen en het gebruik van de opbrengst daarvan in de lidstaat, moet worden toegestaan dat de totale indicatieve financiële toewijzingen per jaar in het GLB-plan van een lidstaat groter zijn dan de nationale toewijzing.

(48)  Uit het ELGF mag geen steun worden verleend voor activiteiten die schadelijk zouden zijn voor het milieu of die niet stroken met de klimaat- en milieudoelstellingen overeenkomstig de beginselen van duurzaam landbouwbeheer. De steun voor de rechtstreekse betalingen in het kader van de strategische GLB-plannen moet worden toegekend binnen de bij deze verordening vast te stellen nationale toewijzingen. Deze nationale toewijzingen moeten de lijn doortrekken van de wijzigingen waarbij de toewijzingen aan de lidstaten met de laagste hectaresteun geleidelijk worden verhoogd om de kloof in de richting van 90 % van het gemiddelde van de Unie te dichten met 50 %. Om rekening te houden met het mechanisme ter verlaging van de betalingen en het gebruik van de opbrengst daarvan in de lidstaat, moet worden toegestaan dat de totale indicatieve financiële toewijzingen per jaar in het GLB-plan van een lidstaat groter zijn dan de nationale toewijzing.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49)  Om het beheer van de Elfpo-middelen te vergemakkelijken moet een enkel bijdragepercentage voor steun uit het Elfpo worden vastgesteld voor de overheidsuitgaven in de lidstaten. Om rekening te houden met het bijzondere belang of de bijzondere aard van bepaalde soorten verrichtingen, moeten voor die verrichtingen specifieke bijdragepercentages worden vastgesteld. Voor de minder ontwikkelde regio's, de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee moet een passend percentage voor de bijdrage uit het Elfpo worden vastgesteld om de gevolgen te matigen van de specifieke beperkingen die de ontwikkelingsgraad, de verafgelegen ligging of het insulaire karakter met zich brengen.

(49)  Om het beheer van de Elfpo-middelen te vergemakkelijken moet een algemeen bijdragepercentage voor steun uit het Elfpo worden vastgesteld voor de overheidsuitgaven in de lidstaten. Om rekening te houden met het bijzondere belang of de bijzondere aard van bepaalde soorten verrichtingen, moeten voor die verrichtingen specifieke bijdragepercentages worden vastgesteld. Voor de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013, moet een hoger percentage voor de bijdrage uit het Elfpo worden vastgesteld om de gevolgen te matigen van de specifieke beperkingen die de ontwikkelingsgraad, de verafgelegen ligging of het insulaire karakter met zich brengen.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Overweging 49 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(49 bis)  Er moeten objectieve criteria worden vastgesteld voor de indeling van regio's en gebieden in categorieën op Unieniveau met het oog op steun uit het Elfpo. Daartoe moet de identificatie van de regio's en gebieden op Unieniveau worden gebaseerd op het gemeenschappelijke classificatiesysteem voor de regio's in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad. Hierbij moeten de meest recente classificaties en gegevens worden gebruikt teneinde passende steun te waarborgen, in het bijzonder om regio's met een ontwikkelingsachterstand bij te staan en interregionale ongelijkheden binnen lidstaten te verhelpen.

 

__________________

 

 

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50)  Uit het Elfpo mag geen steun worden verleend voor investeringen die schadelijk zouden zijn voor het milieu. Daarom moet deze verordening in een aantal uitsluitingsregels voorzien en de mogelijkheid bieden om deze garanties verder uit te werken in gedelegeerde handelingen. Met name mag het Elfpo geen investeringen in irrigatie financieren die niet bijdragen tot het bereiken of behouden van een goede toestand van het betrokken waterlichaam of de betrokken waterlichamen, of investeringen in bebossing die niet stroken met de klimaat- en milieudoelstellingen overeenkomstig de beginselen van duurzaam bosbeheer.

(50)  Uit het Elfpo moet in de eerste plaats steun worden verleend voor investeringen die gunstig zijn voor de economie en het milieu en mag tegelijk geen steun worden verleend voor investeringen die schadelijk zouden zijn voor het milieu. Daarom moet deze verordening in een aantal uitsluitingsregels voorzien en de mogelijkheid bieden om deze garanties verder uit te werken in gedelegeerde handelingen. Met name mag het Elfpo geen investeringen financieren in bebossing die niet stroken met de klimaat- en milieudoelstellingen overeenkomstig de beginselen van duurzaam bosbeheer. Bovendien mag het Elfpo geen investeringen in irrigatie financieren die niet bijdragen tot het bereiken of behouden van een goede toestand van het betrokken waterlichaam of de betrokken waterlichamen.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Overweging 51 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(51 bis)  Om ervoor te zorgen dat de Unie niet afhankelijk is van de invoer van eiwithoudende gewassen, is het GLB erop gericht om, overeenkomstig de richtlijn hernieuwbare energie, de valorisatie van oliehoudende nevenproducten van eiwithoudende gewassen in biobrandstoffen te bevorderen.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Overweging 54

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(54)  Om de meerwaarde van de Unie te vergroten, een goed functionerende interne landbouwmarkt te handhaven en ook de bovengenoemde algemene en specifieke doelstellingen te verwezenlijken, dienen de lidstaten de besluiten uit hoofde van deze verordening niet geïsoleerd te nemen, maar in het kader van een gestructureerd proces dat moet uitmonden in een strategisch GLB-plan. In de van bovenaf door de Unie opgelegde regels moeten de specifieke EU-brede doelstellingen van het GLB, de voornaamste interventietypes, het prestatiekader en de governancestructuur worden omschreven. Die taakverdeling moet ervoor zorgen dat de ingezette financiële middelen en de bereikte resultaten volledig met elkaar in overeenstemming zijn.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Overweging 55

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(55)  Om ervoor te zorgen dat deze strategische GLB-plannen een duidelijk strategisch karakter hebben en om het gemakkelijker te maken om terug te koppelen naar andere beleidsdomeinen van de Unie, en met name naar de bestaande nationale langetermijnstreefcijfers die voortvloeien uit wetgeving van de Unie of internationale overeenkomsten, zoals die in verband met klimaatverandering, bossen, biodiversiteit en water, is het passend dat er één enkel strategisch GLB-plan per lidstaat wordt opgesteld.

(55)  Om ervoor te zorgen dat deze strategische GLB-plannen een duidelijk strategisch karakter hebben en om het gemakkelijker te maken om terug te koppelen naar andere beleidsdomeinen van de Unie, en met name naar de bestaande nationale langetermijnstreefcijfers die voortvloeien uit wetgeving van de Unie of internationale overeenkomsten, zoals die in verband met klimaatverandering, bossen, biodiversiteit en water, is het passend dat er één enkel strategisch GLB-plan per lidstaat wordt opgesteld. Afhankelijk van de administratieve structuur van de lidstaten, bevat het strategisch plan in voorkomend geval geregionaliseerde interventies op het gebied van plattelandsontwikkeling.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Overweging 55 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(55 bis)  Het is van cruciaal belang dat de strategische GLB-plannen een duidelijk, eenvoudig en ondubbelzinnig kader hebben om te vermijden dat er op nationaal, regionaal of lokaal niveau "gold-plating" van het beleid plaatsvindt.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Overweging 55 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(55 ter)  Het nieuwe uitvoeringssysteem mag de integriteit van de eengemaakte markt niet ter discussie stellen, noch de historisch Europese aard van het GLB, dat een daadwerkelijk gemeenschappelijk beleid moet blijven waarbij een Europese aanpak en een gelijk speelveld gewaarborgd worden.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Overweging 56

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(56)  Bij de opstelling van hun strategische GLB-plannen moeten de lidstaten hun specifieke situatie en behoeften analyseren, streefcijfers vaststellen voor de verwezenlijking van de GLB-doelstellingen en interventies ontwerpen die het mogelijk maken de streefcijfers te bereiken en die tegelijk aangepast zijn aan de specifieke nationale en regionale context, waaronder die van de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU. Dit proces moet aanzetten tot meer subsidiariteit binnen een gezamenlijk kader van de Unie, terwijl moet worden gegarandeerd dat de algemene beginselen van het recht van de Unie en de GLB-doelstellingen in acht worden genomen. Het is dan ook passend om regels vast te stellen betreffende de structuur en de inhoud van de strategische GLB-plannen.

(56)  Bij de opstelling van hun strategische GLB-plannen moeten de lidstaten hun specifieke situatie en behoeften analyseren, realistische streefcijfers vaststellen voor de verwezenlijking van de GLB-doelstellingen en interventies ontwerpen die het mogelijk maken de streefcijfers te bereiken, waarbij zekerheid wordt geboden voor de eindbegunstigden, en die tegelijk aangepast zijn aan de specifieke nationale en regionale context, waaronder die van de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU. Dit proces moet aanzetten tot meer subsidiariteit binnen een gezamenlijk kader van de Unie, terwijl moet worden gegarandeerd dat de algemene beginselen van het recht van de Unie en de GLB-doelstellingen in acht worden genomen. Het is dan ook passend om regels vast te stellen betreffende de structuur en de inhoud van de strategische GLB-plannen. Om ervoor te zorgen dat de door de lidstaten vastgestelde streefcijfers en het ontwerp van de interventies passend zijn en tot een zo groot mogelijke bijdrage aan de GLB-doelstellingen leiden, terwijl het gemeenschappelijke karakter van het GLB wordt gewaarborgd, moet de strategie van de strategische GLB-plannen worden gebaseerd op een voorafgaande analyse van de lokale contexten en op een evaluatie van de behoeften in verband met de GLB-doelstellingen. Er dient voor te worden gezorgd dat landbouwers en landbouworganisaties bij de voortzetting van de strategische GLB-plannen worden betrokken.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Overweging 57

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(57)  Om ervoor te zorgen dat de door de lidstaten vastgestelde streefcijfers en het ontwerp van de interventies passend zijn en tot een zo groot mogelijke bijdrage aan de GLB-doelstellingen leiden, moet de strategie van de strategische GLB-plannen worden gebaseerd op een voorafgaande analyse van de lokale contexten en op een evaluatie van de behoeften in verband met de GLB-doelstellingen.

(57)  Om ervoor te zorgen dat de door de lidstaten vastgestelde streefcijfers en het ontwerp van de interventies passend zijn en tot een zo groot mogelijke bijdrage aan de GLB-doelstellingen leiden, moet de strategie van de strategische GLB-plannen worden gebaseerd op een voorafgaande analyse van de lokale contexten en op een evaluatie van de behoeften in verband met de GLB-doelstellingen. Het is van belang dat de strategische GLB-plannen op passende wijze veranderingen in de omstandigheden in de lidstaten, de structuren (zowel intern als extern) en de marktsituaties kunnen weergeven en dat zij daartoe in de loop van de tijd kunnen worden aangepast.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Overweging 58

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(58)  De strategische GLB-plannen moeten erop gericht zijn meer samenhang tussen de verschillende instrumenten van het GLB tot stand te brengen, aangezien zij interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen, sectorale interventietypes en interventietypes voor plattelandsontwikkeling moeten omvatten. Zij moeten ook garanderen en aantonen dat de keuzen van de lidstaten aansluiten op de prioriteiten en doelstellingen van de Unie en daarvoor geschikt zijn. Het is daarom passend dat zij een resultaatgerichte interventiestrategie omvatten die is opgezet rond de specifieke GLB-doelstellingen, met inbegrip van de streefcijfers die op deze doelstellingen betrekking hebben. Om ervoor te zorgen dat de streefcijfers jaarlijks kunnen worden gemonitord, is het passend dat zij op resultaatindicatoren worden gebaseerd.

(58)  De strategische GLB-plannen moeten erop gericht zijn meer samenhang tussen de verschillende instrumenten van het GLB tot stand te brengen, aangezien zij interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen, sectorale interventietypes en interventietypes voor plattelandsontwikkeling moeten omvatten. Zij moeten ook garanderen en aantonen dat de keuzen van de lidstaten aansluiten op de prioriteiten en doelstellingen van de Unie en daarvoor geschikt zijn. Het is daarom passend dat zij een resultaatgerichte interventiestrategie omvatten die is opgezet rond de specifieke GLB-doelstellingen, met inbegrip van de streefcijfers die op deze doelstellingen betrekking hebben. Om ervoor te zorgen dat de streefcijfers kunnen worden gemonitord, is het passend dat zij op resultaatindicatoren worden gebaseerd.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Overweging 59 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 bis)  Aangezien de inkomenssteunregeling een belangrijke rol speelt bij het garanderen van de economische levensvatbaarheid van landbouwbedrijven, is het passend om rekening te houden met de sociale gevolgen van het GLB voor de werkgelegenheid in plattelandsgebieden. Om die reden moeten de lidstaten in het uittekenen van hun strategische plannen ook rekening houden met de gevolgen die een bepaalde vaststelling kan hebben voor de werkgelegenheid in bepaald gebied. Maatregelen en activiteiten die meer arbeidsplaatsen opleveren, moeten voorrang krijgen bij het ontwerp en de tenuitvoerlegging van de desbetreffende beleidsinstrumenten.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Overweging 60

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(60)  Aangezien aan de lidstaten flexibiliteit moet worden geboden wat betreft de keuze om een deel van de uitvoering van het strategisch GLB-plan naar het regionale niveau te delegeren op basis van een nationaal kader, is het passend dat in de strategische GLB-plannen een beschrijving wordt gegeven van de wisselwerking tussen de nationale en de regionale interventies, om bij de aanpak van natiewijde uitdagingen de coördinatie tussen de regio's te vergemakkelijken.

(60)  Aangezien aan de lidstaten flexibiliteit moet worden geboden wat betreft de keuze om een deel van de ontwikkeling en de uitvoering van het strategisch GLB-plan door middel van interventieprogramma's voor plattelandsontwikkeling naar het regionale niveau te delegeren in overeenstemming met het nationaal kader, is het passend dat in de strategische GLB-plannen een beschrijving wordt gegeven van de wisselwerking tussen de nationale en de regionale interventies, om bij de aanpak van natiewijde uitdagingen de coördinatie tussen de regio's te vergemakkelijken.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Overweging 69

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(69)  De verantwoordelijkheid voor het beheer en de uitvoering van elk strategisch GLB-plan moet bij een beheersautoriteit worden gelegd. De taken van deze autoriteit moeten in deze verordening worden gespecificeerd. De beheersautoriteit moet haar taken deels kunnen delegeren, met dien verstande dat zij verantwoordelijk blijft voor de doeltreffendheid en correctheid van het beheer. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij het beheer en de uitvoering van de strategische GLB-plannen de financiële belangen van de Unie worden beschermd overeenkomstig [Verordening (EU, Euratom) X] van het Europees Parlement en de Raad [het nieuwe Financieel Reglement] en Verordening (EU) nr. X van het Europees Parlement en de Raad [de nieuwe horizontale verordening].

(69)  De verantwoordelijkheid voor het beheer en de uitvoering van elk strategisch GLB-plan moet bij een beheersautoriteit worden gelegd. In het geval van regionalisering van de elementen die verband houden met het plattelandsontwikkelingsbeleid moeten de lidstaten evenwel regionale beheersautoriteiten kunnen oprichten. De taken van deze autoriteiten moeten in deze verordening worden gespecificeerd. De beheersautoriteiten moeten hun taken deels kunnen delegeren, met dien verstande dat zij verantwoordelijk blijft voor de doeltreffendheid en correctheid van het beheer. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij het beheer en de uitvoering van de strategische GLB-plannen de financiële belangen van de Unie worden beschermd overeenkomstig [Verordening (EU, Euratom) X] van het Europees Parlement en de Raad [het nieuwe Financieel Reglement] en Verordening (EU) nr. X van het Europees Parlement en de Raad [de nieuwe horizontale verordening].

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Overweging 70

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(70)  Overeenkomstig het beginsel van gedeeld beheer wordt de Commissie bij de uitvoering van het GLB bijgestaan door comités die bestaan uit vertegenwoordigers van de lidstaten. Met het oog op de vereenvoudiging van het systeem en op de stroomlijning van het standpunt van de lidstaten wordt voor de uitvoering van deze verordening slechts één monitoringcomité opgericht, met dien verstande dat het Comité voor plattelandsontwikkeling en het Comité voor rechtstreekse betalingen, die werden opgericht in het kader van de programmeringsperiode 2014-2020, worden samengevoegd. De verantwoordelijkheid om de lidstaten te helpen bij de uitvoering van de strategische GLB-plannen wordt gedeeld door de beheersautoriteit en dit monitoringcomité. Voorts moet de Commissie overeenkomstig de bepalingen van deze verordening worden bijgestaan door het Comité voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

(70)  Overeenkomstig het beginsel van gedeeld beheer wordt de Commissie bij de uitvoering van het GLB bijgestaan door comités die bestaan uit vertegenwoordigers van de lidstaten. Met het oog op de vereenvoudiging van het systeem en op de stroomlijning van het standpunt van de lidstaten wordt voor de uitvoering van deze verordening slechts één monitoringcomité opgericht, met dien verstande dat het Comité voor plattelandsontwikkeling en het Comité voor rechtstreekse betalingen, die werden opgericht in het kader van de programmeringsperiode 2014-2020, worden samengevoegd. De verantwoordelijkheid om de lidstaten te helpen bij de uitvoering van de strategische GLB-plannen wordt gedeeld door de beheersautoriteit en dit monitoringcomité. In het geval van regionalisering van de elementen die verband houden met het plattelandsontwikkelingsbeleid moeten de lidstaten evenwel regionale monitoringcomités kunnen oprichten. Voorts moet de Commissie overeenkomstig de bepalingen van deze verordening worden bijgestaan door het Comité voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Overweging 71

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(71)  Het Elfpo moet via technische bijstand, op initiatief van de Commissie, ondersteuning bieden voor acties in verband met de uitvoering van de taken als bedoeld in [artikel 7 HzV]. Daarnaast mag, op initiatief van de lidstaten, technische bijstand worden verleend voor de uitvoering van taken die noodzakelijk zijn voor het effectieve beheer en de effectieve uitvoering van de steun met betrekking tot het strategisch GLB-plan. Een verhoging van de technische bijstand op initiatief van lidstaten is alleen beschikbaar voor Malta.

(71)  Het Elfpo moet via technische bijstand, op initiatief van de Commissie, ondersteuning bieden voor acties in verband met de uitvoering van de taken als bedoeld in [artikel 7 HzV]. Daarnaast mag, op initiatief van de lidstaten, technische bijstand worden verleend voor de uitvoering van taken die noodzakelijk zijn voor het effectieve beheer en de effectieve uitvoering van de steun met betrekking tot het strategisch GLB-plan. Een verhoging van de technische bijstand op initiatief van lidstaten is alleen beschikbaar voor Luxemburg en Malta.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Overweging 74

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(74)  De resultaatgerichtheid waartoe het uitvoeringsmodel noopt, vereist een sterk prestatiekader, te meer omdat het de bedoeling is dat de strategische GLB-plannen bijdragen tot brede, algemene doelstellingen voor de andere beleidsdomeinen onder gedeeld beheer. Een prestatiegericht beleid impliceert zowel een jaarlijkse als een meerjarige beoordeling op basis van geselecteerde output-, resultaat- en impactindicatoren, zoals omschreven in het prestatie-, monitoring- en evaluatiekader. Daartoe moet een beperkte, gerichte reeks indicatoren worden geselecteerd die zo getrouw mogelijk aangeeft of de ondersteunde interventie bijdraagt tot de verwezenlijking van de beoogde doelstellingen. De resultaat- en outputindicatoren voor klimaat- en milieugerelateerde doelstellingen kunnen ook betrekking hebben op interventies die zijn opgenomen in de nationale milieu- en klimaatplanningsinstrumenten die voortvloeien uit de wetgeving van de Unie.

(74)  De resultaatgerichtheid waartoe het uitvoeringsmodel noopt, vereist een sterk prestatiekader, te meer omdat het de bedoeling is dat de strategische GLB-plannen bijdragen tot brede, algemene doelstellingen voor de andere beleidsdomeinen onder gedeeld beheer. Een prestatiegericht beleid impliceert beoordelingen op basis van geselecteerde output-, resultaat- en impactindicatoren, zoals omschreven in het prestatie-, monitoring- en evaluatiekader. Daartoe moet een beperkte, gerichte reeks indicatoren worden geselecteerd die zo getrouw mogelijk aangeeft of de ondersteunde interventie bijdraagt tot de verwezenlijking van de beoogde doelstellingen. De resultaat- en outputindicatoren voor klimaat- en milieugerelateerde doelstellingen kunnen ook betrekking hebben op interventies die zijn opgenomen in de nationale milieu- en klimaatplanningsinstrumenten die voortvloeien uit de wetgeving van de Unie.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Overweging 75

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(75)  Als onderdeel van het prestatie-, monitoring- en evaluatiekader kunnen de lidstaten de gemaakte vorderingen monitoren en daarover bij de Commissie jaarlijks verslag uitbrengen. Op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie moet de Commissie gedurende de hele programmeringsperiode verslag uitbrengen over de voortgang in de richting van de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen en daartoe moet zij gebruikmaken van een kernreeks van indicatoren.

(75)  Als onderdeel van het prestatie-, monitoring- en evaluatiekader kunnen de lidstaten de gemaakte vorderingen monitoren. Op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie moet de Commissie gedurende de hele programmeringsperiode verslag uitbrengen over de voortgang in de richting van de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen en daartoe moet zij gebruikmaken van een kernreeks van indicatoren.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Overweging 76

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(76)  Er moeten mechanismen voorhanden zijn om de financiële belangen van de Unie te beschermen wanneer de uitvoering van het strategisch GLB-plan aanzienlijk afwijkt van de vastgestelde streefcijfers. Zo kunnen de lidstaten worden verzocht actieplannen in te dienen in het geval van aanzienlijke en ongerechtvaardigde ondermaatse prestaties. Een en ander zou kunnen leiden tot een schorsing of zelfs een verlaging van de middelen van de Unie indien de beoogde resultaten niet worden behaald. Daarnaast wordt, om goede prestaties op het gebied van milieu en klimaat aan te moedigen, een bonus voor de algehele prestatie ingesteld als onderdeel van het stimuleringsmechanisme waarbij prestatiebonussen worden toegekend.

(76)  Er moeten mechanismen voorhanden zijn om de financiële belangen van de Unie te beschermen wanneer de uitvoering van het strategisch GLB-plan aanzienlijk afwijkt van de vastgestelde streefcijfers. Zo kunnen de lidstaten worden verzocht actieplannen in te dienen in het geval van aanzienlijke en ongerechtvaardigde ondermaatse prestaties. Een en ander zou kunnen leiden tot een schorsing of zelfs een verlaging van de middelen van de Unie indien de beoogde resultaten niet worden behaald.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Overweging 80 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(80 bis)  De met derde landen gesloten handelsovereenkomsten die verband houden met de landbouw moeten vrijwaringsmechanismen en -clausules bevatten, om een gelijk speelveld tussen landbouwers uit de Unie en landbouwers uit derde landen te waarborgen en consumenten te beschermen.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Overweging 81

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(81)  Persoonsgegevens die worden verzameld voor doeleinden die verband houden met de toepassing van de bepalingen van deze verordening, moeten worden verwerkt op een manier die verenigbaar is met die doeleinden. Zij moeten ook worden geanonimiseerd, worden geaggregeerd wanneer zij worden verwerkt voor monitoring- of evaluatiedoeleinden en worden beschermd overeenkomstig de Uniewetgeving betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, met name Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad19 en Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad20. De personen van wie de gegevens worden verwerkt, moeten op de hoogte worden gesteld van die verwerking en van hun rechten op het gebied van gegevensbescherming.

(81)  Persoonsgegevens die worden verzameld voor doeleinden die verband houden met de toepassing van de bepalingen van deze verordening, moeten worden verwerkt op een manier die verenigbaar is met die doeleinden. Zij moeten ook worden geanonimiseerd, worden geaggregeerd wanneer zij worden verwerkt voor monitoring- of evaluatiedoeleinden en worden beschermd overeenkomstig de Uniewetgeving betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, met name Verordening (EG) nr. 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad19 en Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad20. De personen van wie de gegevens worden verwerkt, moeten op de hoogte worden gesteld van die verwerking en van hun rechten op het gebied van gegevensbescherming.

_________________

_________________

19 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

19 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

20 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

20 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Overweging 83

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(83)  Om rechtszekerheid te garanderen, de rechten van de landbouwers te beschermen en te zorgen voor een soepele, coherente en efficiënte werking van de interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen ten aanzien van voorschriften waarbij de toekenning van de betalingen afhankelijk wordt gesteld van het gebruik van gecertificeerd zaad van bepaalde henneprassen en inzake de procedure voor de bepaling van henneprassen en voor de verificatie van het tetrahydrocannabinolgehalte van die rassen; regels voor een goede landbouw- en milieuconditie en bepaalde daarmee gepaard gaande elementen betreffende subsidiabiliteitsvereisten; voorschriften over de inhoud van de aangifte en vereisten betreffende de activering van betalingsrechten; nadere voorschriften inzake ecoregelingen; maatregelen om te voorkomen dat begunstigden van gekoppelde inkomenssteun in een bepaalde sector nadeel ondervinden van structurele onevenwichtigheden op de markt, met inbegrip van het besluit dat die steun verder mag worden betaald tot 2027 op basis van de productie-eenheden waarvoor die steun in een eerdere referentieperiode werd toegekend; voorschriften en voorwaarden voor de vergunningverlening voor grond en rassen in het kader van de gewasspecifieke betaling voor katoen en voorschriften inzake de voorwaarden voor de toekenning van die betaling.

(83)  Om rechtszekerheid te garanderen, de rechten van de landbouwers te beschermen en te zorgen voor een soepele, coherente en efficiënte werking van de interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen ten aanzien van voorschriften waarbij de toekenning van de betalingen afhankelijk wordt gesteld van het gebruik van gecertificeerd zaad van bepaalde henneprassen en inzake de procedure voor de bepaling van henneprassen en voor de verificatie van het tetrahydrocannabinolgehalte van die rassen; regels voor een goede landbouw- en milieuconditie en bepaalde daarmee gepaard gaande elementen betreffende subsidiabiliteitsvereisten; de bepaling van criteria ter vaststelling van equivalente maatregelen en de passende eisen die gelden voor nationale of regionale certificeringsregelingen; de samenstelling van een catalogus met voorbeelden van landbouwpraktijken die gunstig zijn voor het klimaat, het milieu en het welzijn van landbouwdieren; maatregelen om te voorkomen dat begunstigden van gekoppelde inkomenssteun in een bepaalde sector nadeel ondervinden van structurele onevenwichtigheden op de markt, met inbegrip van het besluit dat die steun verder mag worden betaald tot 2027 op basis van de productie-eenheden waarvoor die steun in een eerdere referentieperiode werd toegekend; voorschriften en voorwaarden voor de vergunningverlening voor grond en rassen in het kader van de gewasspecifieke betaling voor katoen en voorschriften inzake de voorwaarden voor de toekenning van die betaling.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Overweging 84

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(84)  Om ervoor te zorgen dat de sectorale interventietypes aan de GLB-doelstellingen bijdragen en de synergieën met de andere instrumenten van het GLB versterken en om op de interne markt een gelijk speelveld te creëren en ongelijke of oneerlijke concurrentie te voorkomen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen ten aanzien van criteria voor de erkenning van brancheorganisaties, voorschriften voor de situatie waarin de erkende brancheorganisatie niet aan die criteria voldoet, en verplichtingen waaraan de producenten moeten voldoen; regels voor de goede werking van de sectorale interventietypes, de grondslag voor de berekening van de financiële steun van de Unie, met inbegrip van de referentieperioden en de berekening van de waarde van de op de markt gebrachte productie, en het maximumniveau van de financiële steun van de Unie voor uitdemarktnemingen; regels voor de vaststelling van een maximum voor de uitgaven voor de herbeplanting van wijngaarden; en regels op grond waarvan producenten bijproducten van de wijnbereiding aan de markt moeten onttrekken, en met betrekking tot uitzonderingen op die verplichting ter voorkoming van bijkomende administratieve lasten, alsmede regels voor de vrijwillige certificering van distilleerders. Met name om te zorgen voor een doeltreffend en efficiënt gebruik van de middelen van de Unie voor interventies in de bijenteeltsector moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen ten aanzien van aanvullende voorschriften betreffende de kennisgevingsverplichting en de vaststelling van een minimale bijdrage van de Unie in de uitgaven voor de uitvoering van die interventietypes.

(84)  Om ervoor te zorgen dat de sectorale interventietypes aan de GLB-doelstellingen bijdragen en de synergieën met de andere instrumenten van het GLB versterken en om op de interne markt een gelijk speelveld te creëren en ongelijke of oneerlijke concurrentie te voorkomen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen ten aanzien van criteria voor de erkenning van brancheorganisaties, voorschriften voor de situatie waarin de erkende brancheorganisatie niet aan die criteria voldoet, en verplichtingen waaraan de producenten moeten voldoen; regels voor de goede werking van de sectorale interventietypes, de grondslag voor de berekening van de financiële steun van de Unie, met inbegrip van de referentieperioden en de berekening van de waarde van de op de markt gebrachte productie, en het maximumniveau van de financiële steun van de Unie voor uitdemarktnemingen; regels voor de vaststelling van een maximum voor de uitgaven voor de herbeplanting van wijngaarden; regels op grond waarvan producenten bijproducten van de wijnbereiding aan de markt moeten onttrekken, en met betrekking tot uitzonderingen op die verplichting ter voorkoming van bijkomende administratieve lasten, alsmede regels voor de vrijwillige certificering van distilleerders en regels in verband met het prestatie-, monitoring- en evaluatiekader. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot tijdelijke afwijkingen inzake randvoorwaarden tijdens zeer ongunstige omstandigheden zoals rampzalige gebeurtenissen of epidemieën. De Commissie moet bovendien de bevoegdheid krijgen om equivalente praktijken van landbouw- en milieupraktijken en nationale of regionale milieucertificeringsregelingen vast te stellen. Met name om te zorgen voor een doeltreffend en efficiënt gebruik van de middelen van de Unie voor interventies in de bijenteeltsector moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen ten aanzien van aanvullende voorschriften betreffende de kennisgevingsverplichting en de vaststelling van een minimale bijdrage van de Unie in de uitgaven voor de uitvoering van die interventietypes. Met het oog op de opstelling van de strategische GLB-plannen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden toegekend om een gedragscode vast te stellen voor de organisatie van een partnerschap tussen de lidstaat en de bevoegde regionale en lokale autoriteiten evenals andere partners.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Overweging 85

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(85)  Om de rechtszekerheid te waarborgen en te garanderen dat de interventies voor plattelandsontwikkeling hun doel bereiken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen ten aanzien van de steun voor beheersverbintenissen, voor investeringen en voor samenwerking.

(85)  Om de rechtszekerheid te waarborgen en te garanderen dat de interventies voor plattelandsontwikkeling hun doel bereiken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om bepaalde handelingen vast te stellen ten aanzien van de aanvulling van de minimum- en maximumbedragen van steun voor bepaalde interventietypen.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Overweging 86

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(86)  Om bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de toewijzingen van de lidstaten voor de interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen en ten aanzien van regels betreffende de inhoud van het strategisch GLB-plan.

(86)  Om bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de toewijzingen van de lidstaten voor de interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Overweging 87

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(87)  Om ervoor te zorgen dat deze verordening volgens eenvormige voorwaarden wordt uitgevoerd en om oneerlijke concurrentie of discriminatie tussen landbouwers te vermijden, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend wat betreft de vaststelling van de referentiearealen voor de steun voor oliehoudende zaden, regels voor de vergunningverlening voor grond en rassen in het kader van de gewasspecifieke betaling voor katoen en de desbetreffende kennisgevingen, de berekening van de verlaging indien het subsidiabele katoenareaal groter is dan het basisareaal, de financiële steun van de Unie voor de distillatie van bijproducten van de wijnbereiding, de jaarlijkse verdeling per lidstaat van de totale som van de steun van de Unie voor de interventietypes voor plattelandsontwikkeling, de voorschriften betreffende de presentatie van de elementen die moeten worden opgenomen in het strategisch GLB-plan, de voorschriften inzake de procedures en termijnen voor de goedkeuring van de strategische GLB-plannen en de indiening en goedkeuring van verzoeken tot wijziging van de strategische GLB-plannen, uniforme voorwaarden voor de toepassing van de vereisten inzake voorlichting en publiciteit met betrekking tot de door de strategische GLB-plannen geboden mogelijkheden, de regels met betrekking tot het prestatie-, monitoring- en evaluatiekader, de regels voor de presentatie van de inhoud van het jaarlijks voortgangsverslag, de regels betreffende de informatie die de lidstaten moeten indienen voor de prestatiebeoordeling door de Commissie, de regels inzake gegevensbehoeften en synergieën tussen potentiële gegevensbronnen en regelingen om te zorgen voor een consistente aanpak voor het bepalen of aan de lidstaten een prestatiebonus wordt toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad22.

(87)  Om ervoor te zorgen dat deze verordening volgens eenvormige voorwaarden wordt uitgevoerd en om oneerlijke concurrentie of discriminatie tussen landbouwers te vermijden, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend wat betreft de vaststelling van de referentiearealen voor de steun voor oliehoudende zaden, regels voor de vergunningverlening voor grond en rassen in het kader van de gewasspecifieke betaling voor katoen en de desbetreffende kennisgevingen, de berekening van de verlaging indien het subsidiabele katoenareaal groter is dan het basisareaal, de financiële steun van de Unie voor de distillatie van bijproducten van de wijnbereiding, de jaarlijkse verdeling per lidstaat van de totale som van de steun van de Unie voor de interventietypes voor plattelandsontwikkeling, de gestandaardiseerde vorm van de strategische GLB-plannen, de voorschriften inzake de procedures en termijnen voor de goedkeuring van de strategische GLB-plannen en de indiening en goedkeuring van verzoeken tot wijziging van de strategische GLB-plannen, uniforme voorwaarden voor de toepassing van de vereisten inzake voorlichting en publiciteit met betrekking tot de door de strategische GLB-plannen geboden mogelijkheden, de regels voor de presentatie van de inhoud van het jaarlijks voortgangsverslag. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad22.

_________________

_________________

22 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

22 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Overweging 92 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(92 bis)  De eilandregio's van de Unie vertonen specifieke problemen bij de uitoefening van landbouwactiviteiten en de ontwikkeling van plattelandsgebieden. Het is wenselijk om in deze regio’s een effectbeoordeling van het GLB uit te voeren en onderzoek te doen naar uitbreiding van de in Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde maatregelen naar alle eilandregio’s van de Unie.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Overweging 93

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(93)  Met het oog op rechtszekerheid en continuïteit moeten de bijzondere bepalingen voor Kroatië met betrekking tot de geleidelijke invoering van de rechtstreekse betalingen en de aanvullende nationale rechtstreekse betalingen in het kader van het mechanisme voor geleidelijke integratie tot 1 januari 2021 van toepassing blijven,

(93)  Met het oog op rechtszekerheid en continuïteit moeten de bijzondere bepalingen voor Kroatië met betrekking tot de geleidelijke invoering van de rechtstreekse betalingen en de aanvullende nationale rechtstreekse betalingen in het kader van het mechanisme voor geleidelijke integratie van toepassing blijven. Kroatië heeft in 2022 overeenkomstig het toetredingsverdrag recht op een bedrag, inclusief extra middelen voor de nationale reserve voor mijnen in Kroatië en dat recht moet worden opgenomen in de berekening van de nationale enveloppe voor 2022,

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de interventietypes en de gemeenschappelijke vereisten voor de lidstaten voor het verwezenlijken van deze doelstellingen, en de bijbehorende financiële regelingen;

b)  de interventietypes en de gemeenschappelijke vereisten voor de lidstaten voor het verwezenlijken van deze doelstellingen door een gelijk speelveld te waarborgen, en de bijbehorende financiële regelingen;

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de door de lidstaten op te stellen strategische GLB-plannen, waarin streefcijfers worden vastgesteld, interventies worden omschreven en financiële middelen worden toegewezen in aansluiting op de specifieke doelstellingen en de vastgestelde behoeften;

c)  de door de lidstaten en, in voorkomend geval, in samenwerking met hun regio's op te stellen strategische GLB-plannen, waarin streefcijfers worden vastgesteld, interventies worden omschreven en financiële middelen worden toegewezen in aansluiting op de specifieke doelstellingen en de vastgestelde behoeften, en in overeenstemming met de doelstellingen van de interne markt van de Unie;

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze verordening is van toepassing op steun van de Unie die uit het ELGF en het Elfpo wordt gefinancierd voor interventies die zijn omschreven in een door de lidstaten opgesteld en door de Commissie goedgekeurd strategisch GLB-plan voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.

2.  Deze verordening is van toepassing op steun van de Unie die uit het ELGF en het Elfpo wordt gefinancierd voor interventies die zijn omschreven in een door de lidstaten opgesteld en door de Commissie goedgekeurd strategisch GLB-plan voor de periode vanaf 1 januari 2022.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Hoofdstuk III van titel II, hoofdstuk II van titel III en de artikelen 41 en 43 van Verordening (EU) nr. [verordening gemeenschappelijke bepalingen] van het Europees Parlement en de Raad26 zijn van toepassing op de steun die op grond van deze verordening uit het Elfpo wordt gefinancierd.

2.  Om te zorgen voor samenhang tussen de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) en de strategische GLB-plannen, zijn hoofdstuk III van titel II, hoofdstuk II van titel III en de artikelen 41 en 43 van Verordening (EU) nr. [verordening gemeenschappelijke bepalingen] van het Europees Parlement en de Raad26 van toepassing op de steun die op grond van deze verordening uit het Elfpo wordt gefinancierd.

__________________

__________________

26 Verordening (EU) […/...] van het Europees Parlement en de Raad van [datum] [volledige titel] (PB L ).

26 Verordening (EU) […/...] van het Europees Parlement en de Raad van [datum] [volledige titel] (PB L ).

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  "landbouwer": een natuurlijk persoon of rechtspersoon dan wel een groep natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de rechtspositie van de groep en haar leden volgens het nationale recht, van wie het bedrijf zich bevindt binnen het territoriale toepassingsgebied van de Verdragen als omschreven in artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) in samenhang met de artikelen 349 en 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en die een landbouwactiviteit uitoefent als gedefinieerd door de lidstaten.

a)  "landbouwer": een natuurlijk persoon of rechtspersoon dan wel een groep natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de rechtspositie van de groep en haar leden volgens het nationale recht, van wie het bedrijf zich bevindt binnen het territoriale toepassingsgebied van de Verdragen als omschreven in artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) in samenhang met de artikelen 349 en 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en die een landbouwactiviteit in de zin van goede praktijken uitoefent als gedefinieerd door de lidstaten;

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  "collectieve goederen": goederen of diensten die worden geleverd zonder vergoeding vanuit de markt en ecologische en sociale resultaten opleveren die de uit de regelgeving voortvloeiende vereisten inzake het milieu, het klimaat en het dierenwelzijn overstijgen.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)   "Europese collectieve goederen": collectieve goederen of diensten die alleen doeltreffend op Unieniveau kunnen worden geleverd door middel van interventies teneinde coördinatie tussen de lidstaten en een gelijk speelveld op de landbouwmarkt van de EU te waarborgen. Europese collectieve goederen omvatten met name waterbehoud, bescherming van de biodiversiteit, bescherming van de bodemvruchtbaarheid, bescherming van bestuivers en dierenwelzijn;

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  "onderling fonds": een door de lidstaat overeenkomstig zijn nationale wetgeving geaccrediteerd systeem dat de aangesloten landbouwers in de gelegenheid stelt zich te verzekeren en hun compensatiebetalingen uitkeert voor economische verliezen;

e)  "onderling fonds": een door de lidstaat overeenkomstig zijn nationale wetgeving geaccrediteerd systeem dat de aangesloten landbouwers in de gelegenheid stelt zich tegen risico's te beschermen en hun compensatiebetalingen uitkeert voor economische verliezen of bij daling van hun inkomsten;

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter f – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  een project, contract, actie of groep projecten dat/die in het kader van de betrokken programma's is geselecteerd;

i)  een project, contract, actie of groep projecten dat/die in het kader van het betrokken strategisch plan is geselecteerd;

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter f – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  in de context van financiële instrumenten, een programmabijdrage aan een financieel instrument en de financiële steun die vervolgens uit dat financieel instrument aan de eindontvangers wordt verleend;

ii)  in de context van financiële instrumenten, een bijdrage van een strategisch plan aan een financieel instrument en de financiële steun die vervolgens uit dat financieel instrument aan de eindontvangers wordt verleend;

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter h – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  een publiek- of privaatrechtelijke instantie, een entiteit met of zonder rechtspersoonlijkheid of een natuurlijke persoon die belast is met het opzetten of het opzetten en uitvoeren van verrichtingen;

i)  een publiek- of privaatrechtelijke instantie, een entiteit met of zonder rechtspersoonlijkheid, een natuurlijke persoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die belast is met het opzetten of het opzetten en uitvoeren van verrichtingen;

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter h – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  in de context van staatssteunregelingen, de instantie die de steun ontvangt;

ii)  in de context van staatssteunregelingen, de entiteit die de steun ontvangt;

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  "streefcijfers": vooraf vastgestelde waarden die aan het einde van de periode moeten zijn bereikt ten opzichte van de voor een specifieke doelstelling opgenomen resultaatindicatoren;

i)  "streefcijfers": vooraf vastgestelde waarden die aan het einde van de periode van het strategische GLB-plan moeten zijn bereikt ten opzichte van de voor een specifieke doelstelling opgenomen resultaatindicatoren;

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  "mijlpalen": tussentijdse streefcijfers die op een bepaald tijdstip tijdens de periode die door het strategisch GLB-plan wordt bestreken, moeten zijn bereikt ten opzichte van de voor een specifieke doelstelling opgenomen indicatoren.

j)  "mijlpalen": tussentijdse streefcijfers die op een bepaald tijdstip tijdens de periode die door het strategisch GLB-plan wordt bestreken, door een lidstaat moeten zijn bereikt teneinde tijdige vooruitgang te waarborgen ten opzichte van de voor een specifieke doelstelling opgenomen resultaatindicatoren.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen in hun strategisch GLB-plan een definitie op van landbouwactiviteit, landbouwareaal, subsidiabele hectare, echte landbouwer en jonge landbouwer.

1.  De lidstaten nemen in hun strategisch GLB-plan een definitie op van landbouwactiviteit, landbouwareaal, subsidiabele hectare, actieve landbouwer, jonge landbouwer en nieuwe landbouwer.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  "landbouwareaal" wordt zodanig gedefinieerd dat dit begrip bouwland, blijvende teelten en blijvend grasland omvat. De begrippen "bouwland", "blijvende teelten" en "blijvend grasland" worden door de lidstaten nader gespecificeerd binnen het volgende kader:

b)  "landbouwareaal" wordt zodanig gedefinieerd dat dit begrip bouwland, blijvende teelten, blijvend grasland en boslandbouwsystemen omvat. Landschapselementen worden opgenomen als onderdeel van het landbouwgebied. De begrippen "bouwland", "blijvende teelten", "blijvend grasland" en "boslandbouwsystemen" worden door de lidstaten nader gespecificeerd binnen het volgende kader:

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  "bouwland" is grond die voor de teelt van gewassen wordt gebruikt of daarvoor beschikbaar is, maar braak ligt, en omvat areaal dat is braakgelegd overeenkomstig de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad28, artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad29, artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 of artikel 65 van de onderhavige verordening;

i)  "bouwland" is grond die voor de teelt van gewassen wordt gebruikt of daarvoor beschikbaar is, maar braak ligt, en kan een combinatie van gewassen met bomen en/of struiken omvatten die samen een "silvoarable" boslandbouwsysteem vormen en omvat areaal dat is braakgelegd overeenkomstig de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad28, artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad29, artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 of artikel 65 van de onderhavige verordening;

__________________

__________________

28 Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80).

28 Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80).

29 Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1).

29 Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1).

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  "blijvend grasland en blijvend weiland" (samen "blijvend grasland") is grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen die ten minste vijf jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf is opgenomen. Dit begrip kan ook andere soorten omvatten zoals struiken en/of bomen die kunnen worden begraasd of die diervoeder produceren;

iii)  "blijvend grasland en blijvend weiland" (samen "blijvend grasland") is grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen die ten minste zeven jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf is opgenomen en die, indien de lidstaten daartoe besluiten, ten minste vijf jaar niet is omgeploegd. Dit begrip kan ook andere soorten omvatten zoals struiken en/of bomen die kunnen worden begraasd en, indien de lidstaten daartoe besluiten, andere soorten zoals struiken en/of bomen die diervoeder produceren, mits de grassen en andere kruidachtige voedergewassen blijven overheersen. De lidstaten kunnen ook besluiten om als blijvend grasland te beschouwen:

 

i) begraasbaar land dat deel uitmaakt van de gangbare plaatselijke praktijken, waarbij grassen en andere kruidachtige voedergewassen traditioneel niet overheersen in weiland; en/of

 

ii) begraasbaar land waar grassen en andere kruidachtige voedergewassen niet overheersen of helemaal niet voorkomen in weiland;

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b – punt iii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iii bis)  "boslandbouwsystemen" zijn systemen voor grondgebruik waarbij bomen op dezelfde grond worden geteeld als waar landbouwpraktijken worden uitgevoerd;

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  voor de toepassing van interventies in de vorm van rechtstreekse betalingen wordt "subsidiabele hectare" zodanig gedefinieerd dat hieronder om het even welk landbouwareaal van het bedrijf wordt verstaan dat:

c)  voor de toepassing van interventies in de vorm van rechtstreekse betalingen wordt "subsidiabele hectare" zodanig gedefinieerd dat hieronder om het even welk landbouwareaal van het bedrijf, met inbegrip van mobiele of vaste tijdelijke technische installaties, met name interne landbouwwegen en drinkwaterbakken, evenals silobalen en vernatte arealen die worden gebruikt voor de teelt van paludigewassen, wordt verstaan dat:

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  in de loop van het jaar waarvoor de steun wordt aangevraagd, wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of, indien het areaal ook voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, overwegend voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt, en ter beschikking van de landbouwer staat. Wanneer dit om milieuredenen terdege gerechtvaardigd is, kunnen ook bepaalde arealen die slechts om de twee jaar voor landbouwactiviteiten worden gebruikt, subsidiabele hectaren zijn;

i)  in de loop van het jaar waarvoor de steun wordt aangevraagd, wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of, indien het areaal ook voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, overwegend voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt, en ter beschikking van de landbouwer staat. Wanneer dit om milieuredenen terdege gerechtvaardigd is, kunnen ook bepaalde arealen die slechts om de drie jaar voor landbouwactiviteiten worden gebruikt, subsidiabele hectaren zijn;

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de productie van hennep gebruikte arealen vormen slechts subsidiabele hectaren indien het gehalte aan tetrahydrocannabinol van de gebruikte rassen maximaal 0,2 % bedraagt;

Voor de productie van hennep gebruikte arealen vormen slechts subsidiabele hectaren indien het gehalte aan tetrahydrocannabinol van de gebruikte rassen maximaal 0,3 % bedraagt;

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  "echte landbouwers" wordt zodanig gedefinieerd dat geen steun wordt verleend aan personen van wie de landbouwactiviteit slechts een onaanzienlijk deel van hun totale economische activiteiten vormt of van wie de hoofdactiviteit geen landbouwactiviteit is, maar dat pluri-actieve landbouwers niet van de steun worden uitgesloten. De definitie maakt het mogelijk om op basis van voorwaarden, zoals een inkomenstoets, de arbeidsinput op het landbouwbedrijf, het ondernemingsdoel en/of de opname in registers, te bepalen welke landbouwers niet als echte landbouwers worden beschouwd;

d)  "actieve landbouwers" wordt zodanig door de lidstaten gedefinieerd dat geen steun wordt verleend aan personen van wie de landbouwactiviteit slechts een onaanzienlijk deel van hun totale economische activiteiten vormt, maar dat pluri-actieve landbouwers niet van de steun worden uitgesloten. De definitie moet hoe dan ook het model van familielandbouwbedrijven van de Unie met een individueel of associatief karakter behouden, ongeacht de omvang ervan, en mag, indien nodig, rekening houden met de bijzonderheden van de regio's als omschreven in artikel 349 VWEU; De lidstaten kunnen personen of bedrijven die grootschalige verwerking van landbouwproducten uitvoeren van deze definitie uitsluiten, met uitzondering van groepen landbouwers;

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  "jonge landbouwer" wordt zodanig gedefinieerd dat de definitie het volgende omvat:

e)  "jonge landbouwer" wordt zodanig gedefinieerd dat de definitie een leeftijdsgrens van veertig jaar en het volgende omvat:

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  een maximumleeftijd van ten hoogste veertig jaar;

Schrappen

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  de vereiste passende opleiding en/of vaardigheden.

iii)  de passende opleiding en/of vaardigheden.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e – alinea 2 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij het evalueren van de naleving van de voorwaarden om als bedrijfshoofd in aanmerking te komen, houden de lidstaten rekening met de specifieke kenmerken van partnerschapsregelingen.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  "nieuwe landbouwer" wordt zodanig gedefinieerd dat de definitie het volgende omvat:

 

i) de voorwaarden om "bedrijfshoofd" te zijn;

 

ii) de passende opleiding en/of vaardigheden;

 

iii) een leeftijdsgrens van ten minste veertig jaar.

 

Volgens deze definitie wordt een "nieuwe landbouwer" niet als "jonge landbouwer" beschouwd als bepaald onder e).

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met voorschriften waarbij de toekenning van de betalingen afhankelijk wordt gesteld van het gebruik van gecertificeerd zaad van bepaalde henneprassen en inzake de procedure voor de bepaling van henneprassen en voor de verificatie van het in lid 1, onder c), genoemde tetrahydrocannabinolgehalte van die rassen met het oog op de volksgezondheid.

2)  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met voorschriften waarbij de toekenning van de betalingen afhankelijk wordt gesteld van het gebruik van gecertificeerd zaad van bepaalde henneprassen en inzake de procedure voor de bepaling van henneprassen en voor de verificatie van het in lid 1, onder c), van dit artikel genoemde tetrahydrocannabinolgehalte van die rassen met het oog op de volksgezondheid.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De steun uit het ELGF en het Elfpo dient om de duurzame ontwikkeling van landbouw, voeding en plattelandsgebieden verder te verbeteren en draagt bij aan de verwezenlijking van de volgende algemene doelstellingen:

In samenhang met de in artikel 39 VWEU vastgestelde GLB-doelstellingen dient de steun uit het ELGF en het Elfpo om de duurzame ontwikkeling van landbouw, voedsel en plattelandsgebieden verder te verbeteren en draagt deze bij aan de verwezenlijking van de volgende algemene doelstellingen op economisch, ecologisch en maatschappelijk gebied:

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  bevorderen van een slimme, veerkrachtige en gediversifieerde landbouwsector om voedselzekerheid te garanderen;

a)  bevorderen van een moderne, competitieve, veerkrachtige en gediversifieerde landbouwsector om voedselzekerheid te garanderen, terwijl het model van familielandbouwbedrijven wordt veiliggesteld;

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  intensiveren van milieuzorg en klimaatactie en bijdragen aan de verwezenlijking van de milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen van de Unie;

b)  ondersteunen en verbeteren van milieubescherming en klimaatactie en bijdragen aan de verwezenlijking van de milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen van de Unie;

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  versterken van het sociaaleconomische weefsel van de plattelandsgebieden.

c)  versterken van het sociaaleconomische weefsel van de plattelandsgebieden om bij te dragen aan de schepping en instandhouding van werkgelegenheid door een leefbaar inkomen voor landbouwers te garanderen, een redelijke levensstandaard voor de gehele landbouwbevolking na te streven en de ontvolking op het platteland te bestrijden, met een bijzondere nadruk op de minder dichtbevolkte en minder ontwikkelde regio's en evenwichtige territoriale ontwikkeling.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze doelstellingen worden aangevuld met de horizontale doelstelling die erin bestaat de sector te moderniseren door kennisstimulering en -deling, innovatie en digitalisering in de landbouw en de plattelandsgebieden en door bevordering van de benutting daarvan.

Deze doelstellingen worden aangevuld met en gekoppeld aan de horizontale doelstelling die erin bestaat de sector te moderniseren door ervoor te zorgen dat landbouwers toegang hebben tot onderzoek, opleiding, kennisdeling en kennisoverdrachtsdiensten, innovatie en digitalisering in de landbouw en de plattelandsgebieden en door bevordering van de benutting daarvan.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  bieden van steun met het oog op een leefbaar landbouwinkomen en veerkracht in de hele Unie om de voedselzekerheid te vergroten;

a)  zorgen voor een leefbaar landbouwinkomen en veerkracht van de landbouwsector in de hele Unie om de voedselzekerheid op de lange termijn en de landbouwdiversiteit te vergroten, en tegelijkertijd veilig en kwaliteitsvol voedsel tegen eerlijke prijzen ter beschikking te stellen, met als doel de afname van het aantal landbouwers om te buigen en de economische duurzaamheid van de landbouwproductie in de Unie te waarborgen;

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  vergroten van de marktgerichtheid en van het concurrentievermogen, onder meer door beter te focussen op onderzoek, technologie en digitalisering;

b)  vergroten van de marktgerichtheid in lokale, nationale, Unie- en internationale markten, evenals de stabilisering van de markt, risico- en crisisbeheer,en van het concurrentievermogen van landbouwbedrijven op de lange termijn, het verwerken en op de markt brengen van landbouwproducten, onder meer door beter te focussen op de differentiatie van de kwaliteit, onderzoek, innovatie, technologie, kennisoverdracht en -uitwisseling en digitaliseringen het vergemakkelijken van de toegang van landbouwers tot de dynamiek van de circulaire economie;

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  verbeteren van de positie van de landbouwers in de waardeketen;

c)  verbeteren van de onderhandelingspositie van de landbouwers in de waardeketens door verenigingsvormen, producentenorganisaties en collectieve onderhandelingen aan te moedigen, korte voorzieningsketens te bevorderen en de markttransparantie te verbeteren;

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering en tot duurzame energie;

d)  bijdragen tot matiging van de klimaatverandering en aanpassing aan de opwarming van de aarde, de voorkeur geven aan het gebruik van duurzame energie en tegelijk de voedselzekerheid in de toekomst garanderen door de broeikasgasemissies van de landbouw- en voedselsector te verminderen, waaronder door middel van koolstofvastlegging van bodems en de bescherming van de bossen, overeenkomstig de relevante internationale overeenkomsten;

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  bevorderen van duurzame ontwikkeling en efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht;

e)  bevorderen van duurzame ontwikkeling en efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, en tegelijk de afhankelijkheid van chemische producten verminderen om de doelen te bereiken die zijn vastgesteld in de toepasselijke wetgevingsinstrumenten, alsook landbouwpraktijken en -systemen belonen die meerdere milieuvoordelen opleveren, waaronder het tegengaan van woestijnvorming;

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  bijdragen tot de bescherming van de biodiversiteit, versterken van ecosysteemdiensten en in stand houden van habitats en landschappen;

f)  bijdragen tot het omkeren van de achteruitgang van de biodiversiteit, onder meer door fauna met een positieve impact – waaronder bestuivers – te beschermen, door agrobiodiversiteit, milieudiensten, natuurbehoud en boslandbouw te bevorderen, door bij te dragen tot het voorkomen van natuurlijke risico's, het vergroten van het weerstandsvermogen en het herstellen en in stand houden van bodems, waterlichamen, habitats en landschappen, en het ondersteunen van landbouwsystemen met hoge natuurwaarde;

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  aantrekken van jonge landbouwers en vergemakkelijken van bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden;

g)  aantrekken en ondersteunen van jonge landbouwers en nieuwe landbouwers, en meer vrouwen aanmoedigen om in de landbouwsector actief te zijn, vooral in de meest ontvolkte gebieden en in gebieden met natuurlijke beperkingen; vergemakkelijken van opleiding en ervaring in de hele Unie, duurzame bedrijfsontwikkeling en het scheppen van banen in plattelandsgebieden;

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  bevorderen van de werkgelegenheid, groei, sociale inclusie en lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden, met inbegrip van bio-economie en duurzame bosbouw;

h)  Bevorderen van sociale en territoriale samenhang in plattelandsgebieden, onder meer door de creatie van werkgelegenheid, groei, investeringen, sociale inclusie, armoedebestrijding in plattelandsgebieden en lokale ontwikkeling, met inbegrip van hoogwaardige lokale diensten voor plattelandsgemeenschappen, met bijzondere aandacht voor gebieden met natuurlijke beperkingen; bevorderen van fatsoenlijke levens-, arbeids- en economische omstandigheden; diversifiëren van activiteiten en inkomen, met inbegrip van landbouwtoerisme, de bio-economie, circulaire economie en duurzame bosbouw, met waarborging van gendergelijkheid; bevorderen van gelijke kansen op het platteland door middel van specifieke steunmaatregelen voor en erkenning van het werk van vrouwen in de landbouw, ambachten, toerisme en lokale diensten op het platteland;

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  beter inspelen door de EU-landbouw op de maatschappelijke verwachtingen inzake voedsel en gezondheid, onder meer wat betreft veilig, voedzaam en duurzaam voedsel, voedselverspilling en dierenwelzijn.

i)  beter inspelen door de EU-landbouw op de maatschappelijke verwachtingen inzake voedsel en gezondheid, onder meer wat betreft veilig, voedzaam en duurzaam voedsel van hoge kwaliteit, de biologische landbouw, voedselverspilling, alsook milieuduurzaamheid, antimicrobiële resistentie en de verbetering van de gezondheid en het welzijn van dieren, het vergroten van het maatschappelijke bewustzijn van het belang van de landbouw en plattelandsgebieden, waarmee tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de tenuitvoerlegging van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij het nastreven van de specifieke doelstellingen zorgen de lidstaten ervoor dat de GLB-steun eenvoudiger wordt en prestaties levert.

2.  Met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen zorgen de lidstaten en de Commissie ervoor dat de GLB-steun prestaties levert en eenvoudiger wordt voor eindbegunstigden, door de administratieve last te verlichten en non-discriminatie onder de begunstigden te waarborgen.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verwezenlijking van de in artikel 5 en artikel 6, lid 1, bedoelde doelstellingen wordt beoordeeld aan de hand van gemeenschappelijke indicatoren op het gebied van output, resultaten en impact. De reeks gemeenschappelijke indicatoren omvat:

De verwezenlijking van de in artikel 5 en artikel 6, lid 1, bedoelde doelstellingen wordt beoordeeld aan de hand van gemeenschappelijke indicatoren op het gebied van output, resultaten en impact en wordt gebaseerd op officiële informatiebronnen. De reeks gemeenschappelijke indicatoren omvat:

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  resultaatindicatoren die op de desbetreffende specifieke doelstellingen betrekking hebben en worden gebruikt om gekwantificeerde mijlpalen en streefcijfers voor die specifieke doelstellingen in de strategische GLB-plannen vast te stellen en om de voortgang in de richting van de streefcijfers te beoordelen. De indicatoren voor de milieu- en klimaatspecifieke doelstellingen kunnen betrekking hebben op interventies die zijn opgenomen in de desbetreffende nationale milieu- en klimaatplanningsinstrumenten die voortvloeien uit de in bijlage XI vermelde wetgeving van de Unie;

b)  resultaatindicatoren die op de desbetreffende specifieke doelstellingen betrekking hebben en worden gebruikt om gekwantificeerde mijlpalen en streefcijfers voor die specifieke doelstellingen in de strategische GLB-plannen vast te stellen en om de voortgang in de richting van de streefcijfers te beoordelen. De indicatoren voor de milieu- en klimaatspecifieke doelstellingen kunnen betrekking hebben op interventies die bijdragen aan de verbintenissen die voortvloeien uit de in bijlage XI vermelde wetgeving van de Unie;

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  impactindicatoren die op de in artikel 5 en artikel 6, lid 1, vastgestelde doelstellingen betrekking hebben en worden gebruikt in het kader van de strategische GLB-plannen en in het kader van het GLB.

c)  impactindicatoren die op de in artikel 5 en artikel 6, lid 1, vastgestelde doelstellingen betrekking hebben en worden gebruikt in het kader van de strategische plannen van het GLB, waarbij rekening wordt gehouden met externe factoren buiten het GLB.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten kunnen de in bijlage I vastgestelde outputindicatoren en resultaatindicatoren in meer detail uitsplitsen met betrekking tot specifieke nationale en regionale kenmerken van hun strategische plannen.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I teneinde de gemeenschappelijke output-, resultaat- en impactindicatoren aan te passen om rekening te houden met de ervaring die bij de toepassing daarvan is opgedaan, en teneinde zo nodig nieuwe indicatoren toe te voegen.

2.  De Commissie voert aan het einde van het derde jaar waarin de strategische plannen worden toegepast een volledige beoordeling uit over de effectiviteit van de in bijlage I vastgestelde output-, resultaat- en impactindicatoren.

 

Na die beoordeling is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I teneinde, indien nodig, de gemeenschappelijke indicatoren aan te passen, waarbij rekening wordt gehouden met de ervaring die tijdens de uitvoering van het in deze verordening vastgelegde beleid is opgedaan.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten streven de doelstellingen van titel II na door overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde gemeenschappelijke vereisten interventies te omschrijven op basis van de in de hoofdstukken II, III en IV, van deze titel vastgestelde interventietypes.

De lidstaten en, in voorkomend geval, hun regio's streven de doelstellingen van titel II na door overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde gemeenschappelijke vereisten interventies te omschrijven op basis van de in de hoofdstukken II, III en IV, van deze titel vastgestelde interventietypes.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten ontwerpen de interventies in hun strategische GLB-plannen in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de algemene beginselen van het recht van de Unie.

De lidstaten ontwerpen, in voorkomend geval in samenwerking met hun regio's, de interventies in hun strategische GLB-plannen in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de algemene beginselen van het recht van de Unie.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat de interventies worden vastgesteld op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, verenigbaar zijn met de interne markt en de mededinging niet verstoren.

De lidstaten zorgen ervoor, in voorkomend geval in samenwerking met hun regio's, dat de interventies worden vastgesteld op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, en dat zij de goede werking van de interne markt niet hinderen.

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen het rechtskader voor de toekenning van de steun van de Unie aan de begunstigden vast op basis van het strategisch GLB-plan en overeenkomstig de beginselen en vereisten van de onderhavige verordening en Verordening (EU) [HzV].

De lidstaten stellen, in voorkomend geval in samenwerking met hun regio's, het rechtskader voor de toekenning van de steun van de Unie aan de begunstigden vast op basis van het strategisch GLB-plan en overeenkomstig de beginselen en vereisten van de onderhavige verordening en Verordening (EU) [HzV].

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Integratie van een genderperspectief

 

Ter bevordering van gendergelijkheid en de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht zien de lidstaten erop toe dat de integratie van het genderperspectief worden meegewogen tijdens de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van hun strategische GLB-plannen.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  De Commissie zorgt ervoor dat de strategische plannen van de lidstaten in overeenstemming zijn met de verbintenissen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat bij de interventies op basis van de interventietypes die in bijlage II bij deze verordening zijn vermeld, met inbegrip van de in artikel 3 vastgestelde definities en van de in artikel 4 vastgestelde en in de strategische GLB-plannen te formuleren definities, de bepalingen in acht worden genomen van punt 1 van bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

Bij de interventies op basis van de interventietypes die in bijlage II bij deze verordening zijn vermeld, met inbegrip van de in artikel 3 vastgestelde definities en van de in artikel 4 vastgestelde en in de strategische GLB-plannen te formuleren definities, worden de bepalingen in acht genomen van punt 1 van bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zien erop toe dat de interventies op basis van de gewasspecifieke betaling voor katoen als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, onderafdeling 2, van deze titel, voldoen aan artikel 6, lid 5, van de WTO-Overeenkomst inzake de landbouw.

Schrappen

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen in hun strategische GLB-plannen een conditionaliteitsregeling op op grond waarvan aan begunstigden die rechtstreekse betalingen krachtens hoofdstuk II van deze titel of jaarlijkse premies krachtens de artikelen 65, 66 en 67 ontvangen, een administratieve sanctie wordt opgelegd wanneer zij niet voldoen aan de uit het recht van de Unie voortvloeiende beheerseisen en de in het strategisch GLB-plan vastgestelde normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond die zijn vermeld in bijlage III en betrekking hebben op de volgende specifieke gebieden:

1.  De lidstaten nemen in hun strategische GLB-plannen een conditionaliteitsregeling op die overeenkomt met de uit het recht van de Unie voortvloeiende beheerseisen en de in het strategisch GLB-plan vastgestelde normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond die zijn vermeld in bijlage III en betrekking hebben op de volgende specifieke gebieden:

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  klimaat en milieu;

a)  klimaat en milieu, met inbegrip van waterkwaliteit, bodembehoud en biodiversiteit;

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in het strategisch GLB-plan op te nemen voorschriften inzake administratieve sancties voldoen aan de vereisten van titel IV, hoofdstuk IV, van Verordening (EU) [HzV].

2.  De voorschriften inzake een doeltreffend systeem van administratieve sancties, zoals vastgelegd in titel IV, hoofdstuk IV, van Verordening (EU) [HzV], zijn van toepassing op alle begunstigden die overeenkomstig hoofdstuk II van deze titel rechtstreekse betalingen ontvangen of overeenkomstig de artikelen 65, 66 en 67 jaarlijkse premies ontvangen en die de in lid 1 van dit artikel uiteengezette randvoorwaarden niet nakomen.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met betrekking tot tijdelijke afwijkingen inzake randvoorwaarden tijdens epidemieën, ongunstige weersomstandigheden, rampzalige gebeurtenissen of natuurrampen.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zien erop toe dat alle landbouwarealen, met inbegrip van grond die niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt, in een goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden. De lidstaten stellen op nationaal of regionaal niveau de door de begunstigden na te leven minimumnormen voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond vast overeenkomstig de in bijlage III bedoelde hoofddoelstelling van de normen, en houden daarbij rekening met de specifieke kenmerken van de betrokken arealen, met inbegrip van de bodem- en klimaatgesteldheid, de bestaande landbouwsystemen, het landgebruik, de vruchtwisseling, de landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven.

1.  De lidstaten zien erop toe dat alle landbouwarealen, met inbegrip van grond die niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt, in een goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden. De lidstaten stellen voor zover van toepassing in overeenstemming met de relevante belanghebbenden op nationaal of, in voorkomend geval, op regionaal niveau, de door de begunstigden na te leven minimumnormen voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond vast overeenkomstig de in bijlage III bedoelde hoofddoelstelling van de normen, en houden daarbij rekening met de specifieke kenmerken van de betrokken arealen, met inbegrip van de bodem-, water- en klimaatgesteldheid, specifieke agronomische en milieukenmerken van verschillende producties, verschillen tussen eenjarige gewassen, blijvende teelten en andere gespecialiseerde producties, de bestaande landbouwsystemen, het landgebruik, de vruchtwisseling, de lokale en traditionele landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven, door ervoor te zorgen dat de grond bijdraagt tot de specifieke doelstellingen van artikel 6, lid 1, onder d), e), en f).

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Ten aanzien van de in bijlage III vastgestelde hoofddoelstellingen kunnen de lidstaten normen voorschrijven die een aanvulling zijn op die welke in die bijlage voor die hoofddoelstellingen zijn vastgesteld. De lidstaten stellen evenwel geen minimumnormen vast voor andere hoofddoelstellingen dan de hoofddoelstellingen die in bijlage III zijn vastgesteld.

2.  Om de gemeenschappelijkheid van het GLB te beschermen en een gelijk speelveld te garanderen en ten aanzien van de in bijlage III vastgestelde hoofddoelstellingen mogen de lidstaten geen normen voorschrijven die een aanvulling zijn op die welke in die bijlage voor die hoofddoelstellingen binnen het systeem van voorwaarden zijn vastgesteld. De lidstaten stellen bovendien geen minimumnormen vast voor andere hoofddoelstellingen dan de hoofddoelstellingen die in bijlage III zijn vastgesteld.

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zetten een systeem op om het in bijlage III bedoelde landbouwbedrijfsduurzaamheidsintrument voor nutriënten, met de in die bijlage omschreven minimale elementen en functionaliteiten, ter beschikking te stellen van de begunstigden, die van dat instrument moeten gebruikmaken.

Schrappen

De Commissie kan de lidstaten ondersteunen bij de ontwikkeling van dat instrument en de vereiste diensten voor gegevensopslag en -verwerking.

 

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten kunnen praktijken van gelijke werking als die van lid 1 toestaan, hetgeen moet worden bepaald overeenkomstig de criteria die via een gedelegeerde handeling zijn vastgesteld, als voorzien in lid 4, op voorwaarde dat ze een winst opleveren voor het klimaat en het milieu die gelijk is aan of groter is dan die van één of meer van de in lid 1 genoemde praktijken. Deze praktijken van gelijke werking omvatten:

 

a) verbintenissen aangegaan in overeenstemming met artikel 65, evenals artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013;

 

b) verbintenissen aangegaan in overeenstemming met artikel 28 van onderhavige verordening;

 

c) nationale of regionale milieucertificeringsregelingen, zoals die voor de certificering van naleving van nationale milieuwetgeving, die verder gaan dan de krachtens bijlage III bij deze verordening vastgestelde bindende normen en die ten doel hebben de streefdoelen inzake bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit, landschapsbescherming en beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering te halen.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  De landbouwers die voldoen aan de in Verordening (EU) nr. 2018/848 inzake de biologische productie neergelegde voorschriften worden geacht ipso facto te voldoen aan de in bijlage III bij onderhavige verordening bedoelde regels 1, 8 en 9 over normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond (GLMC).

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.  De ultraperifere regio's van de Unie, die worden gedefinieerd overeenkomstig artikel 349 VWEU, en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013, zijn vrijgesteld van de vereisten met betrekking tot de normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond 1, 2, 8 en 9, zoals bepaald in bijlage III bij deze verordening.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quinquies.  De lidstaten doen de betrokken begunstigden, in voorkomend geval langs elektronische weg, een lijst toekomen met de eisen en normen die op bedrijfsniveau moeten worden toegepast, met duidelijke en nauwkeurige informatie ter zake.

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met regels inzake een goede landbouw- en milieuconditie, waarbij onder meer de elementen van het systeem van het aandeel blijvend grasland, het referentiejaar en het omschakelingspercentage in het kader van GLMC 1 als bedoeld in bijlage III, en de format en de aanvullende minimale elementen en functionaliteiten van het landbouwbedrijfsduurzaamheidsinstrument voor nutriënten worden vastgesteld.

4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met regels betreffende:

 

a) verdere elementen van het systeem van het aandeel blijvend grasland en het omschakelingspercentage in het kader van GLMC 1 als bedoeld in bijlage III;

 

b) criteria ter vaststelling van equivalente maatregelen;

 

c) regels waarbij passende eisen worden vastgesteld die gelden voor de in lid 3 bis, onder c), bedoelde nationale of regionale certificeringsregelingen, ook wat betreft het niveau van zekerheid dat door die regelingen wordt geboden.

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen in het strategisch GLB-plan een systeem op voor het verstrekken van diensten die landbouwers en andere begunstigden van de GLB-steun adviseren over grondbeheer en landbouwbedrijfsbeheer (hierna "bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw" genoemd).

1.  De lidstaten nemen in het strategisch GLB-plan een systeem op voor het verstrekken van hoogwaardige en onafhankelijke diensten die landbouwers en andere begunstigden van de GLB-steun adviseren over grondbeheer en landbouwbedrijfsbeheer (hierna "bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw" genoemd), die, in voorkomend geval, voortbouwen op eventuele reeds bestaande systemen op het niveau van de lidstaten. De lidstaten wijzen een gepaste begroting voor de financiering van deze diensten toe, en er wordt een korte beschrijving van deze diensten opgenomen in de nationale strategische GLB-plannen.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw bestrijken de economische, ecologische en sociale dimensies en verstrekken actuele technologische en wetenschappelijke informatie die is ontwikkeld in het kader van onderzoek en innovatie. Zij zijn geïntegreerd in de onderling samenhangende diensten van bedrijfsadviseurs voor de landbouw, onderzoekers, landbouwersorganisaties en andere belanghebbenden, die samen de kennis- en innovatiesystemen voor de landbouw (Agricultural Knowledge and Innovation Systems - AKIS) vormen.

2.  De bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw bestrijken de economische, ecologische en sociale dimensies en verstrekken actuele technologische en wetenschappelijke informatie die is ontwikkeld in het kader van onderzoek en innovatie en houden rekening met traditionele landbouwpraktijken en -technieken. Zij zijn geïntegreerd in de onderling samenhangende diensten van adviesnetwerken voor de landbouw, onderzoekers, landbouwersorganisaties, coöperaties en andere belanghebbenden, die samen de kennis- en innovatiesystemen voor de landbouw (Agricultural Knowledge and Innovation Systems AKIS) vormen.

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zien erop toe dat het aan de landbouwbedrijven verstrekte advies onpartijdig is en dat de adviseurs geen belangenconflicten hebben.

3.  De lidstaten zien erop toe dat het aan de landbouwbedrijven verstrekte advies onpartijdig is, aangepast is aan de diversiteit van de productiemethoden en van de bedrijven, en dat de adviseurs geen belangenconflicten hebben.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw beschikken over de middelen om advies over zowel de productie als de levering van collectieve goederen te verlenen.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw bestrijken ten minste het volgende:

4.  De door de lidstaat opgerichte bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw bestrijken ten minste het volgende:

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  alle in het strategisch GLB-plan vastgestelde vereisten, voorwaarden en beheersverbintenissen die van toepassing zijn op landbouwers en andere begunstigden, met inbegrip van de vereisten en normen in het kader van de conditionaliteit en de voorwaarden voor de steunregelingen alsmede informatie over de financiële instrumenten en bedrijfsplannen die op grond van het strategisch GLB-plan zijn vastgesteld;

a)  alle in het strategisch GLB-plan vastgestelde vereisten, voorwaarden en beheersverbintenissen die van toepassing zijn op landbouwers en andere begunstigden, met inbegrip van de vereisten en normen in het kader van de conditionaliteit, ecoregelingen, milieu-, klimaat- en andere beheersverbintenissen in het kader van artikel 65 en de voorwaarden voor de steunregelingen alsmede informatie over de financiële instrumenten en bedrijfsplannen die op grond van het strategisch GLB-plan zijn vastgesteld;

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  risicobeheer als bedoeld in artikel 70;

d)  risicopreventie en risicobeheer;

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  technieken om de economische resultaten van productiesystemen, de verbetering van het concurrentievermogen, marktgerichtheid, korte voorzieningsketens en de stimulering van ondernemerschap te optimaliseren;

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f ter)  specifiek advies voor landbouwers die voor het eerst een bedrijf beginnen;

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f quater)  veiligheidsnormen en het welzijn in gemeenschappen van landbouwers;

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f quinquies)  duurzaam beheer van nutriënten;

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f sexies)  verbetering van agro-ecologische en boslandbouwpraktijken en -technieken op landbouw- en bosgronden;

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f septies)  concentratie op producentenorganisaties en andere groepen landbouwers;

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f octies)  bijstand aan landbouwers die van productie wensen te veranderen, met name vanwege veranderingen in de vraag van de consument, met advies over de vereiste nieuwe vaardigheden en uitrusting;

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f nonies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f nonies)  diensten op het gebied van mobiliteit van het land en planning van de opvolging;

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f decies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f decies)  alle landbouwpraktijken die het mogelijk maken om het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen te verminderen door de bevordering van natuurlijke methoden voor de verbetering van de bodemvruchtbaarheid en plaagbestrijding; en

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 – letter f undecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f undecies)  verbetering van de veerkracht en aanpassing aan de klimaatverandering.

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Onverminderd het nationale recht en andere desbetreffende bepalingen van het Unierecht verstrekken personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor adviesdiensten geen persoonlijke of bedrijfsinformatie of gegevens met betrekking tot de landbouwer of begunstigde in kwestie die zijn verkregen tijdens hun adviseringsopdracht aan andere personen dan de landbouwer of begunstigde die advies heeft ontvangen, met uitzondering van inbreuken waarvoor een meldingsplicht geldt bij overheidsinstanties op grond van het nationale of Unierecht.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  de lidstaten zorgen er door middel van een passende openbare procedure tevens voor dat de adviseurs in het bedrijfsadviseringssysteem voldoende gekwalificeerd zijn en regelmatig worden bijgeschoold.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  regelingen voor klimaat en milieu.

d)  regelingen voor klimaat, milieu en dierenwelzijn. en

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  regelingen ter bevordering van het concurrentievermogen.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten verlagen het bedrag aan rechtstreekse betalingen dat op grond van dit hoofdstuk voor een bepaald kalenderjaar aan een landbouwer wordt toegekend en hoger is dan 60 000 EUR, als volgt:

1.  De lidstaten verlagen het bedrag aan rechtstreekse betalingen dat op grond van dit hoofdstuk voor een bepaald kalenderjaar aan een landbouwer wordt toegekend, indien dit bedrag hoger is dan een drempel van 100 000 EUR.

a)  met ten minste 25 % voor de tranche tussen 60 000 EUR en 75 000 EUR;

 

b)  met ten minste 50 % voor de tranche tussen 75 000 EUR en 90 000 EUR;

 

c)  met ten minste 75 % voor de tranche tussen 90 000 EUR en 100 000 EUR;

 

d)  met 100 % voor het bedrag boven 100 000 EUR.

 

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voordat de lidstaten lid 1 toepassen, brengen zij op het bedrag aan rechtstreekse betalingen dat op grond van dit hoofdstuk voor een bepaald kalenderjaar aan een landbouwer wordt toegekend, de volgende bedragen in mindering:

Voordat de lidstaten lid 1 toepassen, kunnen zij op het bedrag aan rechtstreekse betalingen dat op grond van dit hoofdstuk voor een bepaald kalenderjaar aan een landbouwer wordt toegekend, de volgende bedragen in mindering brengen:

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de aan een landbouwactiviteit gekoppelde lonen die door de landbouwer zijn aangegeven, met inbegrip van belastingen en sociale bijdragen op de arbeid, en

a)  50 % van de aan een landbouwactiviteit gekoppelde lonen die door de landbouwer zijn aangegeven, met inbegrip van belastingen en sociale bijdragen op de arbeid;

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de equivalente kosten van regelmatige en onbetaalde arbeid die gekoppeld zijn aan een landbouwactiviteit die wordt uitgeoefend door op het betrokken landbouwbedrijf werkende personen die geen loon ontvangen of minder loon ontvangen dan het bedrag dat gewoonlijk voor de geleverde diensten wordt betaald, maar worden beloond uit de economische opbrengsten van het landbouwbedrijf.

Schrappen

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  rechtstreekse steun als bedoeld in de artikelen 27 en 28.

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de berekening van de onder a) en b) bedoelde bedragen passen de lidstaten de gemiddelde standaardlonen toe die op nationaal of regionaal niveau gekoppeld zijn aan de betrokken landbouwactiviteit, vermenigvuldigd met het aantal arbeidsjaareenheden dat de betrokken landbouwer heeft aangegeven.

Voor de berekening van de onder a) bedoelde bedragen passen de lidstaten de reële of gemiddelde standaardlonen toe die op nationaal of regionaal niveau gekoppeld zijn aan de betrokken landbouwactiviteit of een gerelateerde activiteit, vermenigvuldigd met het aantal arbeidsjaareenheden dat de betrokken landbouwer heeft aangegeven. De lidstaten kunnen gebruikmaken van indicatoren voor de standaardloonkosten in verband met de verschillende soorten landbouwbedrijven of benchmarks voor het creëren van banen per soort landbouwbedrijf.

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De geraamde opbrengst van de verlaging van de betalingen wordt in de eerste plaats gebruikt om bij te dragen in de financiering van de aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid en vervolgens in de financiering van andere interventies die tot de ontkoppelde rechtstreekse betalingen behoren.

De geraamde opbrengst van de verlaging van de betalingen wordt geprioriteerd ter financiering van de aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid en vervolgens ter financiering van andere interventies die tot de ontkoppelde rechtstreekse betalingen behoren.

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen de opbrengst ook geheel of gedeeltelijk, door middel van een overheveling, gebruiken voor de financiering van interventietypes in het kader van het Elfpo als omschreven in hoofdstuk IV. Een dergelijke overheveling naar het Elfpo wordt opgenomen in de financiële tabellen van het strategisch GLB-plan en kan overeenkomstig artikel 90 in 2023 worden herzien. De op grond van artikel 90 vastgestelde maxima voor overhevelingen van middelen uit het ELGF naar het Elfpo zijn hierop niet van toepassing.

De lidstaten kunnen de opbrengst ook geheel of gedeeltelijk, door middel van een overheveling, gebruiken voor de financiering van interventietypes in het kader van het Elfpo als omschreven in hoofdstuk IV. Een dergelijke overheveling naar het Elfpo wordt opgenomen in de financiële tabellen van het strategisch GLB-plan en kan overeenkomstig artikel 90 in 2024 worden herzien.

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  In het geval van een rechtspersoon of een groep van natuurlijke of rechtspersonen kunnen de lidstaten de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verlaging toepassen op het niveau van de leden van deze rechtspersonen of groepen, indien het nationale recht bepaalt dat de individuele leden rechten en verplichtingen hebben die vergelijkbaar zijn met die van individuele landbouwers die de status van bedrijfshoofd hebben, met name wat hun economische, sociale en belastingstatus betreft, mits zij hebben bijgedragen tot de versterking van de landbouwstructuren van de betrokken rechtspersonen of groepen.

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Indien een lidstaat overeenkomstig artikel 26 aanvullende herverdelende inkomenssteun aan landbouwers verleent en daarvoor ten minste 10 % van zijn in bijlage IV vastgestelde financiële toewijzing voor rechtstreekse betalingen gebruikt, kan hij besluiten dit artikel niet toe te passen.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.  Aan landbouwers van wie vast komt te staan dat zij kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om zich aan de gevolgen van dit artikel te onttrekken, wordt geen voordeel toegekend bestaande uit de omzeiling van de verlaging.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met voorschriften waarbij een geharmoniseerde grondslag voor de berekening van de in lid 1 bedoelde verlaging van de betalingen wordt vastgesteld met het oog op een correcte verdeling van de middelen onder de gerechtigde begunstigden.

Schrappen

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kennen ontkoppelde rechtstreekse betalingen toe onder de voorwaarden die in deze afdeling zijn vastgesteld en door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

1.  De lidstaten kennen ontkoppelde rechtstreekse betalingen toe aan actieve landbouwers en onder de voorwaarden die in deze afdeling zijn vastgesteld en door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen een areaaldrempel vast en kennen slechts ontkoppelde rechtstreekse betalingen toe aan echte landbouwers van wie het subsidiabele areaal van het bedrijf waarvoor de ontkoppelde rechtstreekse betalingen worden aangevraagd, groter is dan deze drempel.

De lidstaten stellen een areaaldrempel en/of een minimumgrens voor rechtstreekse betalingen vast en kennen slechts rechtstreekse betalingen toe aan actieve landbouwers van wie het aantal rechtstreekse betalingen of de arealen gelijk is/zijn aan of hoger is/zijn dan deze drempels.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de vaststelling van de areaaldrempel zorgen de lidstaten ervoor dat de ontkoppelde rechtstreekse betalingen uitsluitend kunnen worden toegekend aan echte landbouwers indien:

Bij de vaststelling van de areaaldrempel of de minimumgrens voor betalingen zorgen de lidstaten ervoor dat de rechtstreekse betalingen uitsluitend kunnen worden toegekend aan actieve landbouwers indien:

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het beheer van de desbetreffende betalingen niet leidt tot buitensporige administratieve lasten, en

a)  het beheer van de desbetreffende betalingen die gelijk zijn aan of hoger zijn dan deze drempels niet leidt tot buitensporige administratieve lasten, en

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – alinea 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de desbetreffende bedragen een effectieve bijdrage leveren aan de in artikel 6, lid 1, vastgestelde doelstellingen waaraan de ontkoppelde rechtstreekse betalingen bijdragen.

b)  de bedragen die boven de vastgestelde drempel worden ontvangen een effectieve bijdrage leveren aan de in artikel 6, lid 1, vastgestelde doelstellingen waaraan de rechtstreekse betalingen bijdragen.

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De betrokken lidstaten kunnen besluiten om lid 1 niet toe te passen op de ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee.

3.  De betrokken lidstaten kunnen besluiten om dit artikel niet toe te passen op de ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en de archipel van de Balearen.

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In bepaalde situaties waarin de landbouwers niet over areaal beschikken vanwege de kenmerken van het houderijsysteem, maar bij de inwerkingtreding van deze verordening steun hebben ontvangen uit hoofde van de basisbetaling, bestaat de basisinkomenssteun uit een bedrag per landbouwbedrijf.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd de artikelen 19 tot en met 24 wordt de basisinkomenssteun toegekend voor elke subsidiabele hectare die door een echte landbouwer wordt aangegeven.

3.  Onverminderd de artikelen 19 tot en met 24 wordt de basisinkomenssteun toegekend voor elke subsidiabele hectare die door een actieve landbouwer wordt aangegeven.

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen besluiten om het bedrag van de basisinkomenssteun per hectare te differentiëren naar groepen gebieden met vergelijkbare sociaaleconomische of agronomische omstandigheden.

2.  De lidstaten kunnen besluiten om het bedrag van de inkomenssteun per hectare te differentiëren naar groepen gebieden overeenkomstig sociaaleconomische, ecologische of agronomische omstandigheden. De lidstaten kunnen besluiten de bedragen te verhogen voor regio's met natuurlijke of gebiedsspecifieke handicaps en ontvolkte gebieden.

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten kunnen mechanismen instellen die het aantal nationale subsidiabele hectaren beperken dat voor steun in aanmerking komt, op basis van een referentieperiode waarover de lidstaat beslist.

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als lidstaten die de in titel III, hoofdstuk I, afdeling 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 vastgestelde basisbetalingsregeling hebben toegepast, besluiten de basisinkomenssteun niet op basis van betalingsrechten toe te kennen, vervallen de op grond van Verordening (EU) nr. 1307/2013 toegewezen betalingsrechten op 31 december 2020.

2.  Als lidstaten die de in titel III, hoofdstuk I, afdeling 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 vastgestelde basisbetalingsregeling hebben toegepast, besluiten de basisinkomenssteun niet op basis van betalingsrechten toe te kennen, vervallen de op grond van Verordening (EU) nr. 1307/2013 toegewezen betalingsrechten op 31 december 2022. De lidstaten die het interne aanpassingsproces van de betalingsrechten reeds hebben doorlopen, kunnen besluiten om al eerder af te stappen van de betalingsrechten.

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten stellen de waarde per eenheid van de betalingsrechten vóór convergentie overeenkomstig dit artikel vast door de waarde van de betalingsrechten proportioneel aan te passen aan hun overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 voor het claimjaar 2020 vastgestelde waarde en de daarmee samenhangende betaling voor het claimjaar 2020 voor landbouwpraktijken die gunstig zijn voor klimaat en milieu als vastgesteld in titel III, hoofdstuk III, van die verordening.

1.  De lidstaten stellen de waarde per eenheid van de betalingsrechten vóór convergentie overeenkomstig dit artikel vast door de waarde van de betalingsrechten proportioneel aan te passen aan hun overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 voor het claimjaar 2021 vastgestelde waarde en de daarmee samenhangende betaling voor het claimjaar 2021 voor landbouwpraktijken die gunstig zijn voor klimaat en milieu als vastgesteld in titel III, hoofdstuk III, van die verordening.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Als de overeenkomstig lid 1 bepaalde waarde van de betalingsrechten binnen een lidstaat of een overeenkomstig artikel 18, lid 2, omschreven groep gebieden niet uniform is, zorgen de lidstaten ervoor dat de waarde van de betalingsrechten uiterlijk in het claimjaar 2026 naar een uniforme eenheidswaarde convergeert.

4.  Als de overeenkomstig lid 1 bepaalde waarde van de betalingsrechten binnen een lidstaat of een overeenkomstig artikel 18, lid 2, omschreven groep gebieden niet uniform is, zorgen de lidstaten ervoor dat de waarde van de betalingsrechten uiterlijk in het claimjaar 2026 volledig naar een uniforme eenheidswaarde convergeert.

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Met het oog op de toepassing van lid 4 zorgen de lidstaten ervoor dat uiterlijk voor het claimjaar 2026 alle betalingsrechten een waarde hebben van ten minste 75 % van het voor het claimjaar 2026 geplande gemiddelde eenheidsbedrag voor de basisinkomenssteun dat in het overeenkomstig artikel 106, lid 1, overgelegde strategisch GLB-plan is vastgesteld voor de lidstaat of de overeenkomstig artikel 18, lid 2, omschreven gebieden.

5.  Met het oog op de toepassing van lid 4 zorgen de lidstaten ervoor dat uiterlijk voor het claimjaar 2024 alle betalingsrechten een waarde hebben van ten minste 75 % van het voor het claimjaar 2024 geplande gemiddelde eenheidsbedrag voor de basisinkomenssteun dat in het overeenkomstig artikel 106, lid 1, overgelegde strategisch GLB-plan is vastgesteld voor de lidstaat of de overeenkomstig artikel 18, lid 2, omschreven gebieden.

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Met het oog op de toepassing van lid 4 zorgen de lidstaten ervoor dat uiterlijk voor het laatste claimjaar van de programmeringsperiode alle betalingsrechten een waarde hebben van 100 % van het voor het claimjaar 2026 geplande gemiddelde eenheidsbedrag voor de basisinkomenssteun dat in het overeenkomstig artikel 106, lid 1, overgelegde strategisch GLB-plan is vastgesteld voor de lidstaat of de overeenkomstig artikel 18, lid 2, omschreven gebieden.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De in lid 6 bedoelde verlagingen worden gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria. Onverminderd het overeenkomstig lid 5 vastgestelde minimum kunnen die criteria de vaststelling inhouden van een maximale daling die niet kleiner mag zijn dan 30 %.

7.  De in lid 6 bedoelde verlagingen worden gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria. Onverminderd het overeenkomstig lid 5 vastgestelde minimum kunnen die criteria de vaststelling inhouden van een maximale daling die niet kleiner mag zijn dan 30 % per jaar.

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten verlenen aan echte landbouwers die beschikken over betalingsrechten, in eigendom of gehuurd, een basisinkomenssteun na activering van die betalingsrechten. De lidstaten zien erop toe dat echte landbouwers, met het oog op de activering van de betalingsrechten, aangifte doen van de aan een betalingsrecht gebonden subsidiabele hectaren.

1.  De lidstaten verlenen aan landbouwers die beschikken over betalingsrechten, in eigendom of gehuurd, een basisinkomenssteun na activering van die betalingsrechten. De lidstaten zien erop toe dat actieve landbouwers, met het oog op de activering van de betalingsrechten, aangifte doen van de aan een betalingsrecht gebonden subsidiabele hectaren.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat die besluit de basisinkomenssteun op basis van betalingsrechten te verlenen, beheert een nationale reserve.

1.  Elke lidstaat die besluit de basisinkomenssteun op basis van betalingsrechten te verlenen, stelt een nationale reserve in die overeenkomt met een maximumpercentage van 3 % van de toewijzingen vastgesteld in bijlage VII van deze verordening.

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten kunnen het in lid 1 genoemde percentage overschrijden indien dit nodig is om de toewijzingsvereisten op grond van lid 4, onder a), en b), en lid 5 te dekken.

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zien erop toe dat betalingsrechten uit de reserve uitsluitend aan echte landbouwers worden toegewezen.

3.  De lidstaten zien erop toe dat betalingsrechten uit de reserve uitsluitend aan actieve landbouwers worden toegewezen.

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  jonge landbouwers die onlangs voor het eerst een bedrijf hebben opgericht;

a)  jonge landbouwers die onlangs voor het eerst een bedrijf hebben opgericht; of

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  landbouwers die onlangs voor het eerst als bedrijfshoofd een bedrijf hebben opgericht en een passende opleiding hebben genoten of over de nodige vaardigheden beschikken zoals die door de lidstaten voor jonge landbouwers zijn omschreven.

b)  landbouwers die onlangs voor het eerst als bedrijfshoofd een bedrijf hebben opgericht en een passende opleiding hebben genoten of over de nodige vaardigheden en kennis beschikken;

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  In de gevallen bedoeld onder a) en b) van de eerste alinea van dit lid kunnen de lidstaten voorrang geven aan vrouwen om bij te dragen aan de verwezenlijking van de in artikel 6, lid 1, onder h), genoemde doelstelling.

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten kunnen aan de hand van objectieve en niet-discriminerende criteria andere gevallen vaststellen die volgens de in artikel 96 bedoelde beoordeling van de behoeften het meest kwetsbaar of het meest relevant zijn voor het realiseren van de specifieke doelstellingen die zijn opgenomen in artikel 6, net als landbouwers die nieuwe gebruikers zijn van oppervlakten in collectief beheer.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten wijzen betalingsrechten toe aan of verhogen de waarde van de bestaande betalingsrechten van echte landbouwers die daarop recht hebben op grond van een definitieve gerechtelijke uitspraak of een definitief bestuursrechtelijk besluit van de bevoegde autoriteit van een lidstaat. De lidstaten zien erop toe dat die echte landbouwers op een door de lidstaat vast te stellen datum het aantal betalingsrechten en de waarde daarvan ontvangen zoals die in die uitspraak of dat besluit zijn vastgesteld.

5.  De lidstaten wijzen betalingsrechten toe aan of verhogen de waarde van de bestaande betalingsrechten van actieve landbouwers die daarop recht hebben op grond van een definitieve gerechtelijke uitspraak of een definitief bestuursrechtelijk besluit van de bevoegde autoriteit van een lidstaat. De lidstaten zien erop toe dat die actieve landbouwers op een door de lidstaat vast te stellen datum het aantal betalingsrechten en de waarde daarvan ontvangen zoals die in die uitspraak of dat besluit zijn vastgesteld.

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De lidstaten kunnen de nationale reserve gebruiken om de basisinkomenssteun lineair te verhogen of om bepaalde doelstellingen van artikel 6, lid 1, te bereiken, op basis van niet-discriminerende criteria, mits voldoende hoeveelheden beschikbaar zijn voor de in de leden 4 en 5 van dit artikel vastgelegde toewijzingen.

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 23

Schrappen

Gedelegeerde bevoegdheden

 

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met voorschriften betreffende:

 

a)  het aanleggen van de reserve;

 

b)  de toegang tot de reserve;

 

c)  de inhoud van de aangifte en de vereisten inzake de activering van de betalingsrechten.

 

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Behalve in het geval van overdracht door feitelijke of verwachte vererving worden betalingsrechten uitsluitend overgedragen aan een echte landbouwer.

1.  Behalve in het geval van overdracht door feitelijke of verwachte vererving worden betalingsrechten uitsluitend overgedragen aan een actieve landbouwer.

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Aan de betalingsrechten mag geen marktwaarde worden toegekend.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Forfaitaire betaling voor kleine landbouwers

Vereenvoudigde regeling voor kleine landbouwers

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen aan kleine landbouwers zoals gedefinieerd door de lidstaten, betalingen in de vorm van een forfaitaire som toekennen ter vervanging van de rechtstreekse betalingen in het kader van deze afdeling en afdeling 3 van dit hoofdstuk. De lidstaten ontwerpen de overeenkomstige interventie in het strategisch GLB-plan op zodanige wijze dat zij facultatief is voor de landbouwers.

De lidstaten voeren een vereenvoudigde regeling in voor kleine landbouwers die steun van ten hoogste 1 250 EUR aanvragen. Deze regeling kan bestaan uit betalingen in de vorm van een vast bedrag ter vervanging van de rechtstreekse betalingen in het kader van deze afdeling en afdeling 3 van dit hoofdstuk, of uit een betaling per hectare, die kan worden gedifferentieerd naar gebieden, gedefinieerd in overeenstemming met artikel 18, lid 2. De lidstaten ontwerpen de overeenkomstige interventie in het strategisch GLB-plan op zodanige wijze dat zij facultatief is voor de landbouwers.

Amendement    205

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.   Landbouwers die aan de vereenvoudigde regeling wensen deel te nemen, dienen uiterlijk op een door de lidstaat te bepalen datum een aanvraag in, behoudens het feit dat deze laatste ambtshalve automatisch bepaalde landbouwers die aan de voorwaarden voldoen opneemt en hen de mogelijkheid biedt om zich binnen een specifieke periode terug te trekken.

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.   De lidstaten kunnen vereenvoudigde conditionaliteitscontroles toepassen op landbouwers die aan de vereenvoudigde regeling deelnemen, zoals vastgesteld in artikel 84 van Verordening (EU) [HzV].

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – alinea 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.   De lidstaten kunnen regels en diensten vaststellen om de administratieve kosten te verlagen als aanmoediging voor kleine landbouwers om mee te werken.

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – alinea 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies.   De lidstaten zorgen ervoor dat geen voordelen uit hoofde van dit artikel worden toegekend aan landbouwers indien wordt vastgesteld dat zij na 1 juni 2018 kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om in aanmerking te komen voor betalingen ten gunste van kleine landbouwers.

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen voor een herverdeling van de steun van grotere naar kleinere of middelgrote landbouwbedrijven door aan de landbouwers die recht hebben op een betaling in het kader van de in artikel 17 bedoelde basisinkomenssteun, herverdelende inkomenssteun te verstrekken in de vorm van een jaarlijkse ontkoppelde betaling per subsidiabele hectare.

2.  De lidstaten zorgen voor een eerlijke herverdeling van de steun van grotere naar kleinere of middelgrote landbouwbedrijven door aan de landbouwers die recht hebben op een betaling in het kader van de in artikel 17 bedoelde basisinkomenssteun, herverdelende inkomenssteun te verstrekken in de vorm van een jaarlijkse ontkoppelde betaling per subsidiabele hectare.

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen een bedrag per hectare of verschillende bedragen voor verschillende reeksen hectaren vast, alsmede het maximale aantal hectaren per landbouwer aan wie de herverdelende inkomstensteun wordt betaald.

3.  De lidstaten stellen een betaling vast die gelijk is aan een bedrag per hectare of verschillende bedragen voor verschillende reeksen hectaren. Zij kunnen deze bedragen differentiëren naargelang van de gebieden die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 18, lid 2.

Amendement    211

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het bedrag van de herverdelingsbetaling per hectare bedraagt niet meer dan 65 % van de basisinkomenssteun voor duurzaamheid, overeenkomstig het nationale gemiddelde of het gemiddelde per gebied, vermenigvuldigd met het aantal subsidiabele hectaren.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Het aantal subsidiabele hectaren per landbouwer mag niet hoger zijn dan de gemiddelde nationale grootte van de bedrijven, of de gemiddelde grootte overeenkomstig de in artikel 18, lid 2, gedefinieerde gebieden. De lidstaten geven toegang tot die betaling vanaf de eerste subsidiabele hectare van het bedrijf.

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.  De lidstaten stellen niet-discriminerende criteria vast met betrekking tot de doelstelling die is vastgesteld in artikel 6, lid 1, onder a), om het bedrag te berekenen dat wordt toegewezen in het kader van de aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid in de context van de strategische GLB-plannen, en stellen ook een financieel maximum vast waarboven landbouwbedrijven geen recht hebben op herverdelingsbetalingen. De lidstaten houden rekening met het gemiddelde inkomen van landbouwbedrijven op nationaal of regionaal niveau. Bij de verdelingscriteria houden zij ook rekening met de natuurlijke en specifieke belemmeringen waarmee enkele regio's, waaronder de eilandregio's, bij de ontwikkeling van hun agrarische activiteiten worden geconfronteerd.

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het voor een bepaald claimjaar geplande bedrag per hectare mag niet hoger zijn dan het nationale gemiddelde bedrag van de rechtstreekse betalingen per hectare voor dat claimjaar.

Schrappen

Amendement    215

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het nationale gemiddelde bedrag van de rechtstreekse betalingen per hectare wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het nationale maximum voor rechtstreekse betalingen voor een bepaald claimjaar als vastgesteld in bijlage IV, en de totale geplande outputs voor de basisinkomenssteun voor dat claimjaar, uitgedrukt in aantal hectaren.

Schrappen

Amendement    216

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  In het geval van een rechtspersoon of een groep van natuurlijke of rechtspersonen kunnen de lidstaten het in lid 3 bedoelde maximumaantal hectaren toepassen op het niveau van de leden van deze rechtspersonen of groepen, indien het nationale recht bepaalt dat de individuele leden rechten en verplichtingen hebben die vergelijkbaar zijn met die van individuele landbouwers die de status van bedrijfshoofd hebben, met name wat hun economische, sociale en belastingstatus betreft, mits zij hebben bijgedragen tot de versterking van de landbouwstructuren van de betrokken rechtspersonen of groepen.

Amendement    217

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 ter.  De lidstaten zorgen ervoor dat geen voordelen uit hoofde van dit hoofdstuk worden toegekend aan landbouwers ten aanzien van wie vaststaat dat zij hun bedrijf hebben opgesplitst met als enig doel in aanmerking te komen voor de herverdelingsbetaling. Dit geldt ook voor landbouwers wier bedrijf uit die opsplitsing is ontstaan.

Amendement    218

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers verstrekken onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en door de lidstaten nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

1.  De lidstaten kunnen aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers, zoals omschreven in overeenstemming met de criteria in artikel 4, lid 1, onder d), verstrekken onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en door de lidstaten nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

Amendement    219

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als onderdeel van hun verplichting om aan de in artikel 6, lid 1, onder g), vastgestelde specifieke doelstelling "aantrekken van jonge landbouwers en vergemakkelijken van bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden" bij te dragen en om overeenkomstig artikel 86, lid 4, ten minste 2 % van hun toewijzingen voor rechtstreekse betalingen aan deze doelstelling te besteden, kunnen de lidstaten aanvullende inkomenssteun verstrekken aan jonge landbouwers die zich onlangs voor het eerst hebben gevestigd en die recht hebben op een betaling in het kader van de in artikel 17 bedoelde basisinkomenssteun.

2.  Als onderdeel van hun verplichting om overeenkomstig de in artikel 6, lid 1, onder g), vastgestelde doelstelling jonge landbouwers aan te trekken en om overeenkomstig artikel 86, lid 4, ten minste 2 % van hun toewijzingen voor rechtstreekse betalingen aan deze doelstelling te besteden, kunnen de lidstaten aanvullende inkomenssteun verstrekken aan jonge landbouwers die zich onlangs voor het eerst als bedrijfshoofd hebben gevestigd en die recht hebben op een betaling in het kader van de in artikel 17 bedoelde basisinkomenssteun.

Amendement    220

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers wordt verleend in de vorm van een jaarlijkse ontkoppelde betaling per subsidiabele hectare.

3.  De aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers wordt verleend voor een maximumtermijn van zeven jaar die aanvangt bij de datum van de eerste indiening van de aanvraag van de betaling voor jonge landbouwers, in de vorm van een jaarlijkse ontkoppelde betaling per subsidiabele hectare. Deze kan worden berekend op nationaal niveau of op basis van de in artikel 18, lid 2, genoemde gebieden.

Amendement    221

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Jonge landbouwers die in het laatste toepassingsjaar van Verordening (EU) nr. 1307/2013 de in artikel 50 van die verordening bedoelde steun hebben ontvangen, kunnen de steun waarin in dit artikel wordt voorzien ontvangen voor de totale maximumtermijn waarnaar in lid 3 wordt verwezen.

Amendement    222

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  De betaling wordt toegewezen voor een aantal hectaren waarmee de gemiddelde grootte van de landbouwbedrijven op nationaal niveau niet wordt overschreden, of overeenkomstig de in artikel 18, lid 2, gedefinieerde gebieden.

Amendement    223

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.  De lidstaten kunnen specifieke bepalingen vaststellen betreffende jonge landbouwers die lid zijn van groepen van landbouwers, producentenorganisaties of coöperaties, zodat zij bij het toetreden tot dergelijke entiteiten de steun op grond van dit artikel niet verliezen.

Amendement    224

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Regelingen voor klimaat en milieu

Regelingen voor klimaat, milieu en dierenwelzijn

Amendement    225

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten verstrekken steun voor vrijwillige regelingen voor klimaat en milieu ("ecoregelingen") onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

1.  De lidstaten bepalen en verstrekken steun voor vrijwillige regelingen voor klimaat, milieu en dierenwelzijn ("ecoregelingen") onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

Amendement    226

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze steun is gericht op het behoud van gunstige praktijken en/of de bevordering van de nodige omschakeling naar praktijken en technieken waarmee een sterkere bijdrage wordt geleverd tot het milieu en het klimaat.

 

Steun kan worden toegespitst op verbintenissen om in specifieke sectoren en/of geografische gebieden die door de lidstaten worden vastgelegd, bepaalde landbouwpraktijken toe te passen. Gebieden die worden aangewezen uit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG of Richtlijn 2009/147/EG worden automatisch beschouwd als subsidiabel in het kader van de regeling.

Amendement    227

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten steunen in het kader van dit interventietype echte landbouwers die verbintenissen aangaan om op subsidiabele hectaren landbouwpraktijken toe te passen die gunstig zijn voor het klimaat en het milieu.

2.  De lidstaten steunen in het kader van dit interventietype actieve landbouwers of groepen landbouwers die verbintenissen aangaan om landbouwpraktijken en gecertificeerde regelingen toe te passen die gunstig zijn voor het klimaat, het milieu en het dierenwelzijn, die ertoe leiden dat een of meer van de specifieke doelstellingen zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 1, onder d), e), f) en i), worden behaald en die worden toegesneden op de specifieke nationale of regionale behoeften.

Amendement    228

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen de lijst op van landbouwpraktijken die gunstig zijn voor het klimaat en het milieu.

3.  De Commissie stelt uiterlijk ...[twee maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast die deze verordening aanvullen met een catalogus van landbouwpraktijken die gunstig zijn voor het klimaat, het milieu en het dierenwelzijn, rekening houdend met de voorwaarden als bedoeld in lid 4 van dit artikel.

 

De lidstaten kunnen in samenwerking met nationale, regionale en lokale belanghebbenden aanvullende nationale lijsten opstellen of een beroep doen op de voorbeelden uit de catalogus waar in de vorige alinea naar wordt verwezen om rekening te houden met hun specifieke behoeften.

 

Die lijsten bestaan uit andere maatregelen dan die in artikel 65, of soortgelijke maatregelen, maar met andere ambitieniveaus. Landbouwers kunnen ten minste een van hen kiezen, zodat zij in aanmerking komen voor hulp.

Amendement    229

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten nemen in deze lijsten ten minste ecoregelingen op om een minimumaandeel landbouwareaal gewijd aan niet-productieve elementen of oppervlakten, het gebruik van een landbouwinstrument voor het duurzaam beheer van nutriënten en, in voorkomend geval, passende instandhouding van wetlands en veengebieden op te zetten.

Amendement    230

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Die praktijken zijn van dien aard dat zij voldoen aan een of meer van de specifieke milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen die zijn vastgesteld in artikel 6, lid 1, onder d), e) en f).

4.  Al deze praktijken zijn van dien aard dat zij voldoen aan een of meer van de specifieke milieu-,klimaat- en dierenwelzijngerelateerde doelstellingen die zijn vastgesteld in artikel 6, lid 1, onder d), e), f) en i).

Amendement    231

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  verder gaan dan de minimumvoorschriften voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, dierenwelzijn en andere dwingende voorschriften die zijn vastgesteld in de nationale wetgeving en de wetgeving van de Unie;

b)  verder gaan dan de minimumvoorschriften voor dierenwelzijn en de afname van het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en andere dwingende voorschriften die zijn vastgesteld in de wetgeving van de Unie;

Amendement    232

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 5 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  verschillend zijn van de verbintenissen waarvoor betalingen worden toegekend op grond van artikel 65.

d)  verschillend zijn van of een aanvulling vormen op de verbintenissen waarvoor betalingen worden toegekend op grond van artikel 65.

Amendement    233

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 5 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  bijdragen aan de instandhouding van praktijken die gunstig zijn voor het milieu.

Amendement    234

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De steun voor ecoregelingen neemt de vorm aan van een jaarlijkse betaling per subsidiabele hectare en wordt verleend:

6.  De steun voor ecoregelingen neemt de vorm aan van een jaarlijkse betaling per subsidiabele hectare en/of een betaling per landbouwbedrijf en wordt verleend in de vorm van forfaitaire betalingen die verder reiken dan een vergoeding voor extra kosten en gederfde inkomsten, die kunnen bestaan uit een vast bedrag.

a)  als aanvullende betaling bij de basisinkomenssteun als vastgesteld in deze afdeling, onderafdeling 2, of

 

b)  hetzij als betaling om de begunstigden geheel of gedeeltelijk te vergoeden voor de extra kosten en de gederfde inkomsten als gevolg van de aangegane verbintenissen als vastgesteld op grond van artikel 65.

 

Amendement    235

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 6 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De hoogte van de betalingen varieert naargelang van de mate van duurzaamheid die met elke interventie of reeks interventies op basis van non-discriminerende criteria wordt nagestreefd, teneinde een doeltreffende stimulans voor deelname te creëren.

Amendement    236

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat de interventies op grond van dit artikel in overeenstemming zijn met die op grond van artikel 65.

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat de interventies uit hoofde van dit artikel in overeenstemming zijn met die welke worden verleend op grond van artikel 65, waardoor een geschikt onderscheid tussen de twee interventietypes wordt gegarandeerd. Indien het onderscheid tussen de interventies waartoe in het kader van beide artikelen is besloten, wordt gevormd door het niveau van de milieuambitie, vermijdt de lidstaat dubbele financiering.

Amendement    237

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met nadere regels betreffende ecoregelingen.

Schrappen

Amendement    238

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 28 bis

 

Regelingen ter bevordering van het concurrentievermogen

 

1.   De lidstaten verstrekken steun voor vrijwillige regelingen ter bevordering van het concurrentievermogen (“concurrentiebevorderende regelingen”) onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

 

2.   De lidstaten steunen in het kader van dit type interventies actieve landbouwers die verbintenissen aangaan om uitgaven te doen die bevorderlijk zijn voor hun concurrentievermogen.

 

3.   De lidstaten stellen een lijst op van subsidiabele categorieën uitgaven die bevorderlijk zijn voor het concurrentievermogen van landbouwers.

 

4.   Die praktijken zijn van dien aard dat zij voldoen aan een of meer van de specifieke economische doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en c), en bijdragen aan de horizontale doelstelling uit artikel 5.

 

5.   In het kader van dit type interventies verrichten de lidstaten uitsluitend betalingen voor verbintenissen die niet leiden tot dubbele financiering met deze verordening.

 

6.   De steun voor concurrentiebevorderende regelingen neemt de vorm aan van een jaarlijkse betaling en wordt verleend:

 

a)   op basis van de subsidiabele hectaren als aanvullende betalingen bij de basisinkomenssteun als vastgesteld in onderafdeling 2 van deze afdeling, of

 

b)   als betalingen die de begunstigden ontvangen als vergoeding voor alle of een deel van de kosten, of

 

c)  op basis van output die voor dit interventietype relevant is.

 

7.   De lidstaten zorgen ervoor dat de interventies uit hoofde van dit artikel in overeenstemming zijn met die op grond van de artikelen 27, 28, 65, 68, 69, 70, 71 en 72.

 

8.   De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met nadere regels voor de concurrentiebevorderende regelingen.

Amendement    239

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen echte landbouwers gekoppelde inkomenssteun verlenen onder de voorwaarden die in deze onderafdeling zijn vastgesteld en door de lidstaten nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

1.  De lidstaten kunnen actieve landbouwers gekoppelde inkomenssteun verlenen onder de voorwaarden die in deze onderafdeling zijn vastgesteld en door de lidstaten nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

Amendement    240

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De interventies van de lidstaten helpen de in artikel 30 vermelde ondersteunde sectoren en producties of specifieke soorten landbouw binnen die sectoren of producties door de problemen die daar worden ondervonden, aan te pakken via het verbeteren van het concurrentievermogen, de duurzaamheid of de kwaliteit ervan.

2.  De interventies van de lidstaten helpen de in artikel 30 vermelde ondersteunde sectoren en producties of specifieke soorten landbouw binnen die sectoren of producties door de problemen die daar worden ondervonden, aan te pakken via het verbeteren van het concurrentievermogen, de structurering, de duurzaamheid of de kwaliteit ervan. Daarnaast moeten deze interventies in overeenstemming zijn met de in artikel 6, lid 1, vastgestelde relevante specifieke doelstellingen.

Amendement    241

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De gekoppelde inkomenssteun wordt verleend in de vorm van een jaarlijkse betaling per hectare of per dier.

3.  Gekoppelde steun is een productiebeperkingsregeling die wordt verleend in de vorm van een jaarlijkse betaling op basis van vaste arealen en opbrengsten of een vast aantal dieren, en die de financiële maxima in acht neemt die door de lidstaten voor iedere maatregel worden bepaald en ter kennis van de Commissie worden gebracht.

Amendement    242

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten kunnen besluiten de gekoppelde steun te verlenen of te verhogen op grond van de inzet van de begunstigde om zijn concurrentievermogen, de geleverde kwaliteit of de structurering van de sector te verbeteren.

Amendement    243

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gekoppelde inkomenssteun mag uitsluitend voor de volgende sectoren en producties of specifieke soorten landbouw binnen die sectoren of producties worden toegekend voor zover die van belang zijn om economische, sociale of ecologische redenen: granen, oliehoudende zaden, eiwithoudende gewassen, zaaddragende leguminosen, vlas, hennep, rijst, noten, zetmeelaardappelen, melk en zuivelproducten, zaaizaad, schapen- en geitenvlees, rundvlees, olijfolie, zijderupsen, gedroogde voedergewassen, hop, suikerbieten, suikerriet en cichorei, groenten en fruit, hakhout met korte omlooptijd en andere niet-voedingsgewassen, met uitzondering van bomen, die worden gebruikt om er producten van te maken die mogelijk fossiele materialen kunnen vervangen.

Gekoppelde inkomenssteun mag uitsluitend voor de volgende sectoren en producties of specifieke soorten landbouw worden toegekend: granen, oliehoudende zaden, eiwithoudende gewassen, zaaddragende leguminosen, vlas, hennep, rijst, noten, zetmeelaardappelen, melk en zuivelproducten, zaaizaad, schapen- en geitenvlees, rund- en kalfsvlees, olijfolie, zijderupsen, gedroogde voedergewassen, hop, suikerbieten, suikerriet en cichorei, groenten en fruit, hakhout met korte omlooptijd.

Amendement    244

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In afwijking van lid 1 kan gekoppelde steun aan landbouwers worden verleend die geen subsidiabele hectaren tot hun beschikking hebben.

 

Bij het verlenen van gekoppelde steun garanderen de lidstaten dat er is voldaan aan de volgende voorwaarden:

 

a)   er is een duidelijk(e) milieu- of sociaal-economisch(e) voordeel of noodzaak;

 

b)   de steun leidt niet tot grote verstoringen op de interne markt; en

 

c)   steun voor veehouderij is in overeenstemming met Richtlijn 2000/60/EG.

Amendement    245

Voorstel voor een verordening

Artikel 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

Amendement    246

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten verlenen onder de in deze onderafdeling vastgestelde voorwaarden een gewasspecifieke betaling voor katoen aan echte landbouwers die katoen van GN-code 5201 00 produceren.

De lidstaten verlenen onder de in deze onderafdeling vastgestelde voorwaarden een gewasspecifieke betaling voor katoen aan actieve landbouwers die katoen van GN-code 5201 00 produceren.

Amendement    247

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3 – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Bulgarije: 624,11 EUR,

–  Bulgarije: X EUR,

Amendement    248

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Griekenland: 225,04 EUR,

–  Griekenland: X EUR,

Amendement    249

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3 – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Spanje: 348,03 EUR,

–  Spanje: X EUR,

Amendement    250

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3 – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  Portugal: 219,09 EUR.

–  Portugal: X EUR.

Amendement    251

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de sector groenten en fruit, als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

a)  de sector groenten en fruit, als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en de producten daarvan die bestemd zijn voor verwerking;

Amendement    252

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  andere sectoren als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a) tot en met h), k), m), o) tot en met t), en w), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

f)  andere sectoren als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a) tot en met h), k), m), o) tot en met t), en w), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, alsook de teelt van eiwithoudende gewassen.

Amendement    253

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen ervoor kiezen om in hun strategisch GLB-plan de in artikel 39, onder d), e) en f), bedoelde sectorale interventietypes toe te passen.

3.  De lidstaten kunnen ervoor kiezen om in hun strategisch GLB-plan de in artikel 39, onder d), e) en f), bedoelde sectorale interventietypes toe te passen en zij motiveren hun keuze van sectoren en interventietypes.

Amendement    254

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het garanderen van de goede werking van de in dit hoofdstuk vastgestelde interventietypes;

a)  het garanderen van de goede werking van de in dit hoofdstuk vastgestelde interventietypes, met name met het oog op het voorkomen van concurrentieverstoring op de interne markt;

Amendement    255

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  het bieden van steun aan producentenorganisaties met betrekking tot de uitvoering van hun specifieke taken uit hoofde van dit hoofdstuk;

Amendement    256

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het maximumniveau van de financiële steun van de Unie voor uitdemarktnemingen als bedoeld in artikel 46, lid 4, onder a), en voor de interventietypes als bedoeld in artikel 52, lid 3;

c)  het maximumniveau van de financiële steun van de Unie voor uitdemarktnemingen als bedoeld in artikel 46, lid 4, onder a), en voor de interventietypes als bedoeld in artikel 52, lid 3, alsook vaste tarieven voor verpakking en vervoer van het voor gratis verstrekking uit de markt genomen product en de verwerkingskosten voorafgaand aan de levering met het oog op gratis verstrekking;

Amendement    257

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  het vaststellen van de voorwaarden voor de oprichting en het beheer van het actiefonds en voor steunaanvragen en voorschotten;

Amendement    258

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In de sector groenten en fruit worden de volgende doelstellingen nagestreefd:

Overeenkomstig de artikelen 5 en 6 worden in de sector groenten en fruit de volgende doelstellingen nagestreefd:

Amendement    259

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  concentratie van het aanbod en op de markt brengen van de producten van de groenten- en fruitsector, onder meer door middel van direct marketing; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a) en c);

b)  concentratie van het aanbod en op de markt brengen van de producten van de groenten- en fruitsector, onder meer door middel van direct marketing en korte toeleveringsketens, en de bevordering van de collectieve onderhandeling van contracten; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en c);

Amendement    260

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  onderzoek en ontwikkeling op het gebied van duurzame productiemethoden, waaronder de weerstand tegen plagen, innovatieve praktijken die het economisch concurrentievermogen vergroten en de marktontwikkelingen versterken; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), c) en i);

c)  toepassing, onderzoek en ontwikkeling op het gebied van duurzame productiemethoden, waaronder de weerstand tegen plagen, innovatieve praktijken die het economisch concurrentievermogen vergroten en de marktontwikkelingen versterken; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b), c) en i);

Amendement    261

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  ontwikkeling, uitvoering en bevordering van milieuvriendelijke productiemethoden, ecologisch verantwoorde teeltmethoden en productietechnieken, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name water, bodem, lucht, biodiversiteit en overige natuurlijke hulpbronnen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder e) en f);

d)  ontwikkeling, uitvoering en bevordering van milieuvriendelijke productiemethoden, ecologisch verantwoorde teeltmethoden en productietechnieken, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name water, bodem, lucht, biodiversiteit en overige natuurlijke hulpbronnen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d), e), f) en i);

Amendement    262

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  verhoging van de handelswaarde en de kwaliteit van de producten, met inbegrip van de verbetering van de productkwaliteit en de ontwikkeling van producten met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding of van producten die onder nationale kwaliteitsregelingen vallen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstelling die is vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b);

f)  verhoging van de handelswaarde en de kwaliteit van de producten, met inbegrip van de verbetering van de te verwerken producten en de ontwikkeling van producten met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding of van producten die onder andere publieke of particuliere kwaliteitsregelingen vallen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstelling die is vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b);

Amendement    263

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  promotie en marketing van de producten van de sector groenten en fruit, in verse dan wel verwerkte vorm; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b) en c);

g)  promotie en marketing van de producten van de sector groenten en fruit, in verse dan wel verwerkte vorm; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b), c) en i);

Amendement    264

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  crisispreventie en risicobeheer, gericht op het voorkomen van en het omgaan met crises op de groenten- en fruitmarkten; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en c).

i)  crisispreventie en risicobeperking en -beheer, met inbegrip van fytosanitaire aspecten, gericht op het voorkomen van en het omgaan met crises op de groenten- en fruitmarkten; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en c);

Amendement    265

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  beheer en vermindering van bijproducten en afval;

Amendement    266

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1 – letter i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i ter)  bevordering van de genetische diversiteit.

Amendement    267

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  investeringen in materiële en immateriële activa, met name gericht op waterbesparing, energiebesparing, milieuvriendelijke verpakking en afvalvermindering;

a)  investeringen in materiële en immateriële activa, waaronder die gericht zijn op waterbesparing en waterkwaliteit, energieopwekking en -besparing, milieuvriendelijke verpakking, afvalvermindering en de monitoring van afvalstromen;

Amendement    268

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  planning en aanpassing van de productie aan de vraag, met name wat de hoeveelheden en de kwaliteit betreft, van producten van de groenten- en fruitsector;

Amendement    269

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)  acties om de handelswaarde van producten te vergroten;

Amendement    270

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter a quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a quater)  collectieve opslag van producten die zijn geproduceerd door de producentenorganisatie of door leden van de producentenorganisatie;

Amendement    271

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  onderzoek en experimentele productie, met name gericht op waterbesparing, energiebesparing, milieuvriendelijke verpakking, afvalvermindering, weerstand tegen plagen, vermindering van de risico’s en de effecten van het gebruik van pesticiden, voorkoming van schade veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden en stimulering van het gebruik van variëteiten groenten en fruit die aan de veranderende klimaatomstandigheden zijn aangepast;

b)  onderzoek en experimentele productie, gericht op maatregelen zoals waterbesparing en -kwaliteit, energieopwekking en -besparing, milieuvriendelijke verpakking, afvalvermindering, weerstand tegen plagen, geïntegreerde plaagbestrijding (IPM), vermindering van de risico’s en de effecten van het gebruik van pesticiden, bescherming van bestuivers, voorkoming van schade veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden en stimulering van het gebruik van variëteiten groenten en fruit die aan de veranderende klimaatomstandigheden zijn aangepast;

Amendement    272

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  acties voor de verbetering van het milieu en de matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering;

Amendement    273

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  geïntegreerde productie;

d)  geïntegreerde productie, bevordering van het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen en vermindering van het gebruik van pesticiden en van de afhankelijkheid van andere productiemiddelen;

Amendement    274

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  acties voor bodembehoud en verhoging van het koolstofgehalte in de bodem;

e)  acties voor behoud en herstel van de bodemstructuur en verhoging van het koolstofgehalte in de bodem, onder andere om bodemverslechtering te voorkomen;

Amendement    275

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  acties om de weerstand tegen plagen te verhogen;

h)  acties om de weerstand tegen plagen te verhogen en om door plagen veroorzaakte schade te beperken, onder meer door de bevordering van IPM;

Amendement    276

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  acties om productiesystemen in te voeren die met name bevorderlijk zijn voor de biologische en structurele diversiteit;

Amendement    277

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k)  acties om de duurzaamheid en de efficiëntie van het vervoer en de opslag van producten van de sector groenten en fruit te verbeteren;

k)  acties om de duurzaamheid en de efficiëntie van het vervoer en de opslag van producten van de sector groenten en fruit te verbeteren en korte toeleveringsketens te bevorderen;

Amendement    278

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter m

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

m)  uitvoering van op nationaal niveau en op het niveau van de Unie ingestelde kwaliteitsregelingen;

m)  uitvoering van op het niveau van de Unie ingestelde en andere publieke en particuliere kwaliteitsregelingen die door de publieke of de particuliere sector worden beheerd;

Amendement    279

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter n

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

n)  afzetbevordering en communicatie, met inbegrip van acties en activiteiten die erop gericht zijn de groenten- en fruitmarkten te diversifiëren en te consolideren en informatie te verstrekken over de voordelen van de consumptie van groenten en fruit voor de gezondheid;

n)  afzetbevordering en communicatie, met inbegrip van acties en activiteiten die erop gericht zijn de groenten- en fruitmarkten te diversifiëren en te consolideren, nieuwe afzetmogelijkheden te vinden, en informatie te verstrekken over de voordelen van de consumptie van groenten en fruit voor de gezondheid;

Amendement    280

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter o

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

o)  adviesdiensten en technische bijstand, met name op het gebied van duurzame plaagbestrijdingstechnieken, duurzaam gebruik van pesticiden en aanpassing aan en matiging van de klimaatverandering;

o)  adviesdiensten en technische bijstand, waaronder op het gebied van duurzame plaagbestrijdingstechnieken, duurzaam gebruik en vermindering van pesticiden, IPM, aanpassing aan en matiging van de klimaatverandering, agro-ecologische praktijken, verbetering van de kwaliteit van de producten en de afzetvoorwaarden, zo ook met betrekking tot de onderhandeling over en toepassing van fytosanitaire protocollen voor de uitvoer naar derde landen;

Amendement    281

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter p

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

p)  opleiding en uitwisseling van beste praktijken die met name betrekking hebben op duurzame plaagbestrijdingstechnieken en duurzaam gebruik van pesticiden en bijdragen tot de aanpassing aan en de matiging van de klimaatverandering.

p)  opleiding en uitwisseling van beste praktijken, waaronder met betrekking tot duurzame plaagbestrijdingstechnieken, alternatieven voor pesticiden, duurzaam gebruik en beperking van pesticiden en bijdragen tot de aanpassing aan en de matiging van de klimaatverandering;

Amendement    282

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter p bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

p bis)  acties voor kwaliteitsverbetering door middel van innovatie;

Amendement    283

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter p ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

p ter)  het opzetten van traceer-/certificeringssystemen.

Amendement    284

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  investeringen in materiële en immateriële activa om de op de markt gebrachte hoeveelheden efficiënter te beheren;

b)  investeringen in materiële en immateriële activa om de op de markt gebrachte hoeveelheden efficiënter te beheren, waaronder voor collectieve opslag;

Amendement    285

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  uitdemarktneming voor gratis verstrekking of andere bestemmingen;

d)  uitdemarktneming voor gratis verstrekking, met inbegrip van de kosten van de verwerking van uit de markt genomen producten voorafgaand aan de gratis verstrekking, of andere bestemmingen;

Amendement    286

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  oogstverzekeringen die de inkomsten van de producenten helpen veiligstellen bij verliezen als gevolg van natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden, ziekten of plagen en er tegelijk voor zorgen dat de begunstigden de nodige risicopreventiemaatregelen nemen;

g)  oogstverzekeringen, met inbegrip van geïndexeerde verzekeringspolissen ter dekking van meetbaar risico, die de inkomsten van de producenten helpen veiligstellen bij verliezen als gevolg van natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden, ziekten of plagen en er tegelijk voor zorgen dat de begunstigden de nodige risicopreventiemaatregelen nemen;

Amendement    287

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  coaching van andere producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties die zijn erkend op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013, of van individuele producenten;

h)  professionele uitwisselingen en/of coaching van andere producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties die zijn erkend op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013, of van individuele producenten;

Amendement    288

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  promotie van producten en bewustmaking van de gezondheidsvoordelen van de consumptie van groente en fruit als reactie op marktcrises;

Amendement    289

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  uitvoering en beheer van fytosanitaire protocollen van derde landen op het grondgebied van de Unie om de toegang tot de markten van derde landen te vergemakkelijken;

i)  onderhandeling, uitvoering en beheer van fytosanitaire protocollen van derde landen op het grondgebied van de Unie om de toegang tot de markten van derde landen mogelijk te maken, met inbegrip van marktstudies;

Amendement    290

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  fytosanitair(e) crisispreventie en -beheer;

Amendement    291

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k)  adviesdiensten en technische bijstand, met name op het gebied van duurzame plaagbestrijdingstechnieken en duurzaam gebruik van pesticiden.

k)  adviesdiensten en technische bijstand, waaronder op het gebied van duurzame plaagbestrijdingstechnieken, zoals IPM, en duurzaam gebruik en beperking van pesticiden;

Amendement    292

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 – letter k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k bis)  opleidingsmaatregelen en de uitwisseling van optimale werkmethoden.

Amendement    293

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De operationele programma’s hebben een looptijd van ten minste drie jaar en ten hoogste zeven jaar. Zij streven de in artikel 42, onder d) en e) bedoelde doelstellingen en ten minste twee andere in dat artikel bedoelde doelstellingen na.

2.  De operationele programma’s hebben een looptijd van ten minste drie jaar en ten hoogste zeven jaar. Zij streven de in artikel 42, onder b), d) en e) bedoelde doelstellingen en ten minste twee andere in dat artikel bedoelde doelstellingen na.

Amendement    294

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De operationele programma’s van de unies van producentenorganisaties kunnen uit operationele deelprogramma’s of volledige operationele programma’s bestaan. De volledige operationele programma’s voldoen aan dezelfde beheerregels en voorwaarden als de operationele programma’s van de producentenorganisaties.

Amendement    295

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De operationele programma’s van unies van producentenorganisaties betreffen niet dezelfde interventies als de operationele programma’s van de aangesloten organisaties. De lidstaten beoordelen de operationele programma’s van unies van producentenorganisaties samen met de operationele programma’s van de aangesloten organisaties.

De operationele programma’s van unies van producentenorganisaties betreffen niet dezelfde operaties als de operationele programma’s van de aangesloten organisaties. De lidstaten beoordelen de operationele programma’s van unies van producentenorganisaties samen met de operationele programma’s van de aangesloten organisaties. Unies van producentenorganisaties kunnen operationele deelprogramma’s indienen die bestaan uit maatregelen die de aangesloten organisaties in hun operationele programma’s hebben vastgesteld, maar nog niet hebben uitgevoerd.

Amendement    296

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 6 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de interventies in het kader van de operationele programma’s van een unie van producentenorganisaties volledig gefinancierd worden uit bijdragen van de bij die unie aangesloten organisaties en dat die financiering wordt bijeengebracht door de actiefondsen van die aangesloten organisaties;

a)  de operaties in het kader van de operationele programma’s van een unie van producentenorganisaties volledig gefinancierd worden uit bijdragen van de bij die unie aangesloten organisaties en dat die financiering wordt bijeengebracht door de actiefondsen van die aangesloten organisaties;

Amendement    297

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 7 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  ten minste 20 % van de uitgaven in het kader van de operationele programma’s betrekking heeft op interventies in verband met de in artikel 42, onder d) en e), bedoelde doelstellingen;

a)  ten minste 15 % van de uitgaven in het kader van de operationele programma’s betrekking heeft op interventies in verband met de in artikel 42, onder d) en e), bedoelde doelstellingen;

Amendement    298

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 7 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  operationele programma’s omvatten drie of meer acties die verband houden met de in artikel 42, onder d) en e), bedoelde doelstellingen;

Amendement    299

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 7 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  ten minste 5 % van de uitgaven in het kader van de operationele programma’s betrekking heeft op interventies in verband met de in artikel 42, onder c), bedoelde doelstelling;

b)  ten minste 1 % van de uitgaven in het kader van de operationele programma’s betrekking heeft op interventies in verband met de in artikel 42, onder c), bedoelde doelstelling;

Amendement    300

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  Op alle operationele programma’s die zijn goedgekeurd vóór ... [de datum van de inwerkingtreding van deze verordening] zijn de verordeningen op grond waarvan ze zijn goedgekeurd van toepassing tot aan de datum van hun voltooiing, tenzij de producentenorganisatie of de unie van producentenorganisaties op vrijwillige basis besluit de huidige verordening van toepassing te laten zijn.

Amendement    301

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  financiële bijdragen van:

Schrappen

i)  de leden van de producentenorganisatie en/of de producentenorganisatie zelf; of

 

ii)  unies van producentenorganisaties via de leden van deze unies;

 

Amendement    302

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Producentenorganisaties in de sector groenten en fruit en/of unies daarvan kunnen een actiefonds oprichten. Dit fonds wordt gefinancierd met:

1.  Producentenorganisaties in de sector groenten en fruit en/of unies daarvan kunnen een actiefonds oprichten voor de financiering van door de lidstaten goedgekeurde operationele programma’s. Dit fonds wordt gefinancierd met bijdragen van de producentenorganisatie zelf of de unie van producentenorganisaties en/of de leden ervan plus de in artikel 46 bedoelde financiële steun.

Amendement    303

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  4,5 % van de waarde van de door elke unie van producentenorganisaties op de markt gebrachte productie;

b)  4,5 % van de waarde van de door elke unie van producentenorganisaties op de markt gebrachte productie; en

Amendement    304

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  5 % van de op de markt gebrachte productie:

 

-   voor producentenorganisaties waarvan de op de markt gebrachte productie en het aantal leden in het jaar waarin het operationele programma werd gepresenteerd 25 % hoger ligt dan de gemiddelde op de markt gebrachte productie en het gemiddelde aantal geregistreerde producerende leden tijdens het vorige operationele programma;

 

-   voor het eerste operationele programma van een producentenorganisatie die uit een fusie is ontstaan;

 

-   voor elke transnationale producentenorganisatie of transnationale unie van producentenorganisaties.

Amendement    305

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  5 % van de waarde van de door elke transnationale producentenorganisatie of transnationale unie van producentenorganisaties op de markt gebrachte productie.

Schrappen

Amendement    306

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In afwijking van de eerste alinea kan de financiële steun van de Unie als volgt worden verhoogd:

In afwijking van de eerste alinea kan de onder a), b) en b bis) bedoelde financiële steun van de Unie worden verhoogd met 0,5 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie, mits dit percentage uitsluitend wordt gebruikt voor een of meer interventies in verband met de in artikel 42, onder c), d), e), g), h) en i), bedoelde doelstellingen;

a)  in het geval van producentenorganisaties kan het percentage worden verhoogd tot 4,6 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie mits het bedrag dat 4,1 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie overschrijdt, uitsluitend wordt gebruikt voor één of meer interventies die verband houden met de in artikel 42, onder c), d), e), g), h) en i), bedoelde doelstellingen;

 

b)  in het geval van unies van producentenorganisaties kan het percentage worden verhoogd tot 5 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie mits het bedrag dat 4,5 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie overschrijdt, uitsluitend wordt gebruikt voor één of meer interventies die met de in artikel 42, onder c), d), e), g), h) en i), bedoelde doelstellingen verband houden en door de unie van producentenorganisaties namens haar leden worden uitgevoerd;

 

c)  in het geval van een transnationale producentenorganisatie of een transnationale unie van producentenorganisaties kan het percentage worden verhoogd tot 5,5 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie mits het bedrag dat 5 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie overschrijdt, uitsluitend wordt gebruikt voor één of meer interventies die met de in artikel 42, onder c), d), e), g), h) en i), bedoelde doelstellingen verband houden en door de transnationale producentenorganisatie of transnationale unie van producentenorganisaties namens haar leden worden uitgevoerd.

 

Amendement    307

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het gaat om producentenorganisaties die in verschillende lidstaten werkzaam zijn en de interventies in verband met de in artikel 42, onder b) en e), bedoelde doelstellingen transnationaal uitvoeren;

a)  het gaat om producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties die in verschillende lidstaten werkzaam zijn en de interventies in verband met de in artikel 42, onder b) en e), bedoelde doelstellingen transnationaal uitvoeren;

Amendement    308

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het operationele programma wordt voor het eerst uitgevoerd door een unie van producentenorganisaties die op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 is erkend;

d)  het operationele programma wordt voor het eerst uitgevoerd door een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties die in een lidstaat werkzaam is of een unie van producentenorganisaties die in verschillende lidstaten werkzaam is, en die op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 is erkend;

Amendement    309

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  de producentenorganisatie is werkzaam in berggebieden en insulaire regio’s;

Amendement    310

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In regio’s van de lidstaten waar de producenten in de sector groenten en fruit in aanzienlijk mindere mate georganiseerd zijn dan het gemiddelde van de Unie, mogen de lidstaten producentenorganisaties die zijn erkend op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013, nationale financiële steun toekennen voor een bedrag van ten hoogste 80 % van de in artikel 45, lid 1, onder a) genoemde financiële bijdragen en van ten hoogste 10 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie van een dergelijke producentenorganisatie. De nationale financiële steun komt bovenop het actiefonds.

1.  In regio’s van de lidstaten waar de producenten in de sector groenten en fruit in aanzienlijk mindere mate georganiseerd zijn dan het gemiddelde van de Unie, en in insulaire en ultraperifere regio’s, mogen de lidstaten producentenorganisaties die zijn erkend op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013, nationale financiële steun toekennen voor een bedrag van ten hoogste 80 % van de in artikel 45, lid 1, onder a) genoemde financiële bijdragen en van ten hoogste 10 % van de waarde van de op de markt gebrachte productie van een dergelijke producentenorganisatie. De nationale financiële steun komt bovenop het actiefonds.

Amendement    311

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten streven ten minste één van de in artikel 6, lid 1, genoemde specifieke doelstellingen in de bijenteeltsector na.

De lidstaten streven de in artikel 6, lid 1, genoemde relevante specifieke doelstellingen in de bijenteeltsector na.

Amendement    312

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In hun strategische GLB-plannen kiezen de lidstaten voor elke in artikel 6, lid 1, vastgestelde specifieke doelstelling een of meer van de volgende interventietypes in de bijenteeltsector:

1.  In hun strategische GLB-plannen kiezen de lidstaten een of meer van de volgende interventietypes in de bijenteeltsector:

Amendement    313

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  technische bijstand voor bijenhouders en bijenhoudersorganisaties;

a)  technische bijstand voor bijenhouders en bijenhoudersorganisaties, met inbegrip van de bevordering van goede praktijken, voorlichting en publiciteit en basis- en vervolgopleidingen;

Amendement    314

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  acties ter bestrijding van vijanden van de bijenvolken en ziekten in de bijenteelt, in het bijzonder de varroamijtziekte;

b)  acties ter bestrijding en preventie van vijanden van de bijenvolken en ziekten in de bijenteelt, in het bijzonder de varroamijtziekte en voor een grotere bestendigheid tegen epidemieën;

Amendement    315

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  het opzetten en/of ontwikkelen van nationale netwerken ten behoeve van de bijengezondheid;

Amendement    316

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  acties om laboratoria te ondersteunen bij de analyse van producten van de bijenteelt;

d)  acties om nationale, regionale of lokale laboratoria te ondersteunen bij de analyse van producten van de bijenteelt, verliezen van bijenkolonies of afnemende productiviteit en stoffen die mogelijk toxisch zijn voor bijen;

Amendement    317

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  herstel van het bijenbestand in de Unie;

e)  acties om het bestaande aantal bijenpopulaties in stand te houden of te doen toenemen;

Amendement    318

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  samenwerking met instanties die gespecialiseerd zijn in de uitvoering van onderzoeksprogramma’s op het gebied van de bijenteelt en de producten van de bijenteelt;

f)  samenwerking met instanties die gespecialiseerd zijn in de toepassing van onderzoeks- en experimentele programma’s op het gebied van de bijenteelt en de producten van de bijenteelt;

Amendement    319

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  investeringen in materiële en immateriële activa;

Amendement    320

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter)  acties voor de planning van de productie en het afstemmen van het aanbod op de vraag;

Amendement    321

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h quater)  preventiemaatregelen met betrekking tot ongunstige weersomstandigheden;

Amendement    322

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h quinquies)  acties voor aanpassing aan klimaatverandering en ongunstige weersomstandigheden;

Amendement    323

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h sexies)  maatregelen om de samenwerking tussen bijentelers en landbouwers te bevorderen, in het bijzonder met het oog op de vermindering van de effecten van pesticidegebruik;

Amendement    324

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h septies)  energiebesparing, verbetering van de energie-efficiëntie en milieuvriendelijke verpakking;

Amendement    325

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h octies)  het verlagen van de afvalproductie en een beter gebruik en beheer van bij- en afvalproducten;

Amendement    326

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h nonies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h nonies)  acties ter verbetering van de bestuiving door honingbijen en hun co-existentie met wilde bestuivers, met inbegrip van de aanleg en het behoud van gunstige habitats;

Amendement    327

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h decies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h decies)  acties ter bevordering van de genetische diversiteit;

Amendement    328

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1 – letter h undecies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h undecies)  maatregelen ter ondersteuning van jonge of nieuwe bijenhouders.

Amendement    329

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De financiële steun van de Unie voor de in lid 2 bedoelde interventies bedraagt ten hoogste 50 % van de uitgaven. Het resterende gedeelte van de uitgaven is ten laste van de lidstaten.

4.  De financiële steun van de Unie voor de in lid 2 bedoelde interventies bedraagt ten hoogste 75 % van de uitgaven, met uitzondering van de ultraperifere gebieden, waar het maximum 85 % bedraagt. Het resterende gedeelte van de uitgaven is ten laste van de lidstaten.

Amendement    330

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Bij het opstellen van hun strategische GLB-plannen winnen de lidstaten het advies in van vertegenwoordigers van organisaties op het gebied van de bijenhouderij.

5.  Bij het opstellen van hun strategische GLB-plannen winnen de lidstaten het advies in van vertegenwoordigers van organisaties op het gebied van de bijenhouderij en de bevoegde autoriteiten.

Amendement    331

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De lidstaten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van het aantal bijenkasten op hun grondgebied.

6.  De lidstaten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van het aantal bijenkasten en/of bijenkolonies op hun grondgebied.

Amendement    332

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Op alle nationale programma’s die zijn goedgekeurd vóór ... [de datum van de inwerkingtreding van deze verordening] is Verordening (EU) nr. 1308/2013 van toepassing tot aan de datum van hun beoogde voltooiing.

Amendement    333

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 138 gedelegeerde handelingen vast te stellen die deze verordening aanvullen met voorschriften ter aanvulling van de voorschriften van deze afdeling betreffende:

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    334

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de in artikel 49, lid 6, vastgestelde verplichting voor de lidstaten om de Commissie jaarlijks in kennis te stellen van het aantal bijenkasten op hun grondgebied;

a)  de in artikel 49, lid 6, vastgestelde verplichting voor de lidstaten om de Commissie jaarlijks in kennis te stellen van het aantal bijenkasten en/of bijenkolonies op hun grondgebied;

Amendement    335

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een definitie van het begrip “bijenkast” en methoden voor de berekening van het aantal bijenkasten;

b)  een definitie van het begrip “bijenkast” en methoden voor de berekening van het aantal bijenkasten en bijenkolonies;

Amendement    336

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten streven een of meer van de volgende doelstellingen in de wijnsector na:

Overeenkomstig de artikelen 5 en 6 streven de lidstaten een of meer van de volgende doelstellingen in de wijnsector na:

Amendement    337

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het concurrentievermogen van de wijnproducenten van de Unie verbeteren, en onder meer bijdragen aan de verbetering van duurzame productiesystemen en aan de verkleining van de ecologische impact van de wijnsector van de Unie; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b) tot en met f) en h);

a)  de economische duurzaamheid en het concurrentievermogen van de wijnproducenten van de Unie verbeteren, overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder a) tot en met c);

Amendement    338

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  bijdragen aan de matiging van en de aanpassing aan klimaatverandering en de verbetering van duurzame productiesystemen en de verkleining van de ecologische impact van de wijnsector van de Unie, onder andere door wijnbouwers te ondersteunen bij de vermindering van het gebruik van productiemiddelen en de toepassing van meer ecologisch duurzame technieken en teeltmethoden, evenals het behoud van de diversiteit van traditionele soorten in de Unie; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d) tot en met f);

Amendement    339

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de prestaties van de wijnondernemingen van de Unie en hun aanpassing aan de markteisen verbeteren, alsmede hun concurrentievermogen op het vlak van productie en afzet van wijnbouwproducten vergroten, met inbegrip van energiebesparingen, algemene energie-efficiëntie en duurzame procedés; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a) tot en met e), g) en h);

b)  de prestaties van de wijnondernemingen van de Unie en hun aanpassing aan de Europese markteisen verbeteren, alsmede hun concurrentievermogen voor de lange termijn op het vlak van productie en afzet van wijnbouwproducten vergroten, met inbegrip van energiebesparingen, algemene energie-efficiëntie en duurzame procedés; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a) tot en met e), g) en h);

Amendement    340

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  de concentratie van het aanbod verbeteren met het oog op economisch rendement en structurering van de sector, overeenkomstig de in artikel 6, lid 1, onder b), vastgestelde doelstelling;

Amendement    341

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  bijproducten van de wijnbereiding gebruiken voor industriële en energiedoeleinden om de kwaliteit van wijn uit de Unie te garanderen en tegelijk het milieu te beschermen; deze doelstelling houdt verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d) en e);

f)  bijproducten en residuen van de wijnbereiding gebruiken voor industriële en energie- of landbouwdoeleinden om de kwaliteit van wijn uit de Unie te garanderen en tegelijk het milieu te beschermen; deze doelstelling houdt verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d) en e);

Amendement    342

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  het concurrentievermogen van wijnbouwproducten van de Unie in derde landen verbeteren; deze doelstelling houdt verband met de doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b) en h);

h)  het concurrentievermogen van wijnbouwproducten van de Unie in derde landen verbeteren, met inbegrip van de openstelling, diversificatie en consolidatie van de wijnmarkten; deze doelstelling houdt verband met de doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b) en h);

Amendement    343

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  de economische duurzaamheid en winstgevendheid verzekeren van de wijnbouw in gebieden met aanzienlijke natuurlijke beperkingen, steile gebieden en minder ontwikkelde gebieden, in overeenstemming met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en h).

Amendement    344

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  herstructurering en omschakeling van wijngaarden, met inbegrip van herbeplanting van wijngaarden waar dat nodig is na verplichte rooiing om sanitaire of fytosanitaire redenen in opdracht van de bevoegde autoriteit van de lidstaat, met uitzondering van de gewone vernieuwing van wijngaarden waarbij hetzelfde perceel wordt herbeplant met hetzelfde druivenras en volgens dezelfde teeltmethode van de wijnstokken wanneer wijnstokken aan het eind van hun natuurlijke levenscyclus zijn gekomen;

a)  herstructurering en omschakeling van wijngaarden, met inbegrip van herbeplanting van wijngaarden waar dat nodig is na verplichte rooiing om sanitaire of fytosanitaire redenen in opdracht van de bevoegde autoriteit van de lidstaat, of na vrijwillige rooiing voor herbeplanting, met het oog op aanpassing aan de klimaatverandering en ter verbetering van de genetische diversiteit, met uitzondering van de gewone vernieuwing van wijngaarden waarbij hetzelfde perceel wordt herbeplant met hetzelfde druivenras en volgens dezelfde teeltmethode van de wijnstokken wanneer wijnstokken aan het eind van hun natuurlijke levenscyclus zijn gekomen;

Amendement    345

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  aanplanten van wijnstokken op land waarvoor uit hoofde van het in afdeling I, hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1308/2013 vastgelegde vergunningenstelsel een vergunning is afgegeven, in traditionele, door de lidstaten vast te stellen wijnbouwgebieden die dreigen te verdwijnen, als een maatregel ter bescherming van de diversiteit in de wijnbouw;

Amendement    346

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)  onderzoek, experimentele productie en andere maatregelen, met name op het gebied van behoud, onderzoek en verbetering van de variaties tussen en binnen de Europese wijndruivenrassen, en activiteiten om de economische opbrengst daarvan te bevorderen;

Amendement    347

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter a quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a quater)  acties om het gebruik van pesticiden te verminderen;

Amendement    348

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter a quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a quinquies)  acties om het nemen van risico’s te beperken voor wijnbouwers die zich ertoe verbinden hun werkwijzen en hun systeem van producten grondig te wijzigen om op duurzamere wijze te produceren, waaronder het toevoegen van structurele en biologische diversiteit;

Amendement    349

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  materiële en immateriële investeringen in verwerkingsinstallaties en de infrastructuur van wijnhuizen, alsmede afzetstructuren en -instrumenten.

b)  materiële en immateriële investeringen in wijnbouwbedrijven, onder andere in steile en terrasvormige gebieden, met uitzondering van de handelingen die vallen onder het interventietype als omschreven in artikel 52, lid 1, onder a), en in verwerkingsinstallaties en de infrastructuur van wijnhuizen, alsmede afzetstructuren en -instrumenten; met dergelijke investeringen kan worden beoogd de wijngaarden te beschermen tegen klimaatrisico’s en de bedrijven aan nieuwe wettelijke vereisten van de Unie aan te passen;

Amendement    350

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  oogstverzekeringen tegen inkomensverlies als gevolg van ongunstige weersomstandigheden die met natuurrampen worden gelijkgesteld, ongunstige weeromstandigheden, dieren, plantenziekten of plagen;

d)  oogstverzekeringen tegen inkomensverlies als gevolg van ongunstige weersomstandigheden die met natuurrampen worden gelijkgesteld, ongunstige weersomstandigheden, dieren, plantenziekten of plagen, waarbij er tegelijk voor wordt gezorgd dat begunstigden de nodige risicopreventiemaatregelen nemen;

Amendement    351

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  materiële en immateriële investeringen in innovatie waarbij innovatieve producten en bijproducten van de wijnbereiding en innovatieve procedés en technologieën worden ontwikkeld, alsmede andere investeringen die in elk stadium van de toeleveringsketen waarde toevoegen en onder meer gericht zijn op kennisuitwisseling;

e)  materiële en immateriële investeringen in digitalisering en innovatie waarbij innovatieve producten en technologische processen die verband houden met de producten in deel II van bijlage VII van Verordening (EU) nr. 1308/2013 of met bijproducten van de wijnbereiding en innovatieve procedés en technologieën worden ontwikkeld, alsmede andere investeringen die in elk stadium van de toeleveringsketen waarde toevoegen en onder meer gericht zijn op kennisuitwisseling en/of bijdragen aan de aanpassing aan de klimaatverandering;

Amendement    352

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  materiële en immateriële investeringen in installaties en procedures voor de methanisering en compostering van de residuen van wijnbereiding;

Amendement    353

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  voorlichtingsacties over wijnen van de Unie die in de lidstaten worden uitgevoerd en verantwoord wijngebruik aanmoedigen of kwaliteitsregelingen van de Unie betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen bevorderen;

g)  voorlichtingsacties over wijnen van de Unie die in de lidstaten worden uitgevoerd en verantwoord wijngebruik aanmoedigen;

Amendement    354

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)  acties waarmee een betere kennis van de markten wordt beoogd, zoals de uitvoering van economische en reglementaire studies van de bestaande markten, alsook acties ter bevordering van wijntoerisme, die bedoeld zijn om de reputatie van Europese wijngaarden te verbeteren;

Amendement    355

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter h – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  afzetbevordering in derde landen, bestaande uit één of meer van het onderstaande:

h)  afzetbevordering en communicatie in derde landen, bestaande uit een of meer van de onderstaande acties en activiteiten die gericht zijn op de verbetering van het concurrentievermogen van de wijnsector en de openstelling, diversificatie of consolidatie van de markten:

Amendement    356

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter h – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  onderzoek naar nieuwe markten die noodzakelijk zijn voor de verruiming van de afzetmogelijkheden;

iv)  onderzoek naar nieuwe of bestaande markten die noodzakelijk zijn voor de verruiming en consolidatie van de afzetmogelijkheden;

Amendement    357

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter h – punt vi

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vi)  opstelling van technische dossiers, met inbegrip van laboratoriumtests en beoordelingen inzake oenologische procedés, fytosanitaire en hygiënevoorschriften en andere voorschriften van derde landen voor de invoer van producten van de wijnsector, om de toegang tot de markten van derde landen te vergemakkelijken;

vi)  opstelling van technische dossiers, met inbegrip van laboratoriumtests en beoordelingen inzake oenologische procedés, fytosanitaire en hygiënevoorschriften en andere voorschriften van derde landen voor de invoer van producten van de wijnsector, om de beperking van de toegang tot de markten van derde landen te voorkomen of deze toegang mogelijk te maken;

Amendement    358

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  acties om het watergebruik en -beheer te verbeteren;

Amendement    359

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i ter)  biologische productie;

Amendement    360

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter i quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i quater)  geïntegreerde productie;

Amendement    361

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter i quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i quinquies)  precisie- of gedigitaliseerde productie;

Amendement    362

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter i sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i sexies)  bodembehoud en verbetering van het koolstofgehalte in de bodem;

Amendement    363

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter i septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i septies)  aanleg of instandhouding van habitats die bevorderlijk zijn voor de biodiversiteit of voor het behoud van het landschap, met inbegrip van de instandhouding van de historische kenmerken daarvan;

Amendement    364

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter i octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i octies)  verbetering van de weerstand tegen plagen en ziekten in de wijnbouw;

Amendement    365

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter i nonies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i nonies)  afvalvermindering en verbetering van afvalbeheer.

Amendement    366

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De onder h) van de eerste alinea bedoelde bevorderingsmaatregelen hebben alleen betrekking op wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding en op wijn met een aanduiding van het wijndruivenras.

Amendement    367

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten onderbouwen in hun strategische GLB-plannen de door hen voor de wijnsector gekozen doelstellingen en interventietypes. Zij omschrijven de interventies binnen de gekozen interventietypes.

2.  De lidstaten onderbouwen in hun strategische GLB-plannen de door hen voor de wijnsector gekozen doelstellingen en interventietypes. Zij omschrijven de interventies binnen de gekozen interventietypes. De lidstaten kunnen specifieke bepalingen vastleggen voor de namens alle betrokken ondernemingen uitgevoerde voorlichtings- en promotieacties van de beheersorganen van de beschermde geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen, met name met betrekking tot de maximale duur van deze acties.

Amendement    368

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De financiële steun van de Unie voor de in artikel 52, lid 1, onder a), bedoelde herstructurering en omschakeling van wijngaarden bedraagt hoogstens 50 % van de werkelijke kosten van de herstructurering en omschakeling van de wijngaarden, dan wel 75 % van de werkelijke kosten van de herstructurering en omschakeling van wijngaarden in minder ontwikkelde regio’s.

De financiële steun van de Unie voor de in artikel 52, lid 1, onder a), bedoelde herstructurering en omschakeling van wijngaarden bedraagt hoogstens 50 % van de werkelijke kosten van de vrijwillige herstructurering en omschakeling van de wijngaarden, dan wel 75 % van de werkelijke kosten van de verplichte herstructurering en omschakeling van wijngaarden.

Amendement    369

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  50 % van de subsidiabele investeringskosten in de minder ontwikkelde regio’s;

a)  50 % van de subsidiabele investeringskosten in de minder ontwikkelde regio’s, wijngaarden op steile hellingen en in de insulaire gebieden anders dan die bedoeld onder c) en d) van dit lid;

Amendement    370

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  75 % van de subsidiabele investeringskosten in de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU;

c)  85 % van de subsidiabele investeringskosten in de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU;

Amendement    371

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De financiële steun van de Unie voor de in artikel 52, lid 1, onder a bis), a ter), a quater), f bis), j), k), l), m), n), o), p), en q), genoemde doelstellingen bedraagt ten hoogste 50 % van de directe of subsidiabele kosten.

Amendement    372

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 5 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  50 % van de subsidiabele investeringskosten in de minder ontwikkelde regio’s;

a)  50 % van de subsidiabele investeringskosten in de minder ontwikkelde regio’s, wijngaarden op steile hellingen en in de insulaire gebieden anders dan die bedoeld onder c) en d) van dit lid;

Amendement    373

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 5 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  75 % van de subsidiabele investeringskosten in de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU;

c)  85 % van de subsidiabele investeringskosten in de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349, lid 1, VWEU;

Amendement    374

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in de eerste alinea bedoelde financiële steun van de Unie ten belope van het maximumpercentage wordt enkel verleend aan kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG; hij kan evenwel aan alle ondernemingen worden toegekend in de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU en de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee als gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013.

Schrappen

Amendement    375

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 5 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor ondernemingen die niet onder artikel 2, lid 1, van titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG vallen en minder dan 750 werknemers of een omzet van minder dan 200 miljoen EUR hebben, worden de in de eerste alinea bedoelde maxima gehalveerd.

De maxima uit de eerste alinea kunnen worden verlaagd voor investeringen die worden gedaan door bedrijven die geen micro-, kleine of middelgrote ondernemingen zijn. Deze maxima kunnen echter gelden voor alle ondernemingen in de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU en de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee als gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013.

Amendement    376

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De financiële steun van de Unie voor voorlichtingsacties en afzetbevordering als bedoeld in artikel 52, lid 1, onder g) en h), bedraagt hoogstens 50 % van de subsidiabele uitgaven.

6.  De financiële steun van de Unie voor voorlichtingsacties en afzetbevordering als bedoeld in artikel 52, lid 1, onder g) en h), bedraagt hoogstens 50 % van de subsidiabele uitgaven. De lidstaten kunnen een differentiatie vaststellen op grond van de omvang van de ondernemingen, met als doel de steun voor kleine en middelgrote ondernemingen te maximaliseren.

Amendement    377

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De betrokken lidstaten stellen in hun strategische GLB-plannen een minimumpercentage aan uitgaven vast voor acties die gericht zijn op milieubescherming, aanpassing aan de klimaatverandering, verbetering van de duurzaamheid van de productiesystemen en -processen, verkleining van de ecologische impact van de wijnsector van de Unie, energiebesparing en verbetering van de algemene energie-efficiëntie in de wijnsector.

4.  De betrokken lidstaten zorgen er in hun strategische GLB-plannen voor dat minstens 5 % van de uitgaven bestemd is voor of dat ten minste één actie wordt goedgekeurd om de doelstellingen te behalen ten gunste van milieubescherming, aanpassing aan de klimaatverandering, verbetering van de duurzaamheid van de productiesystemen en -processen, verkleining van de ecologische impact van de wijnsector van de Unie, energiebesparing en verbetering van de algemene energie-efficiëntie in de wijnsector, in overeenstemming met de in artikel 51, onder a bis), b) en f) vastgelegde doelstellingen.

Amendement    378

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Op alle programma’s die zijn goedgekeurd vóór ... [de inwerkingtreding van deze verordening] is Verordening (EU) nr. 1308/2013 van toepassing tot aan de datum van hun beoogde voltooiing.

Amendement    379

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 82, lid 3, bedoelde lidstaat omschrijft in zijn strategisch GLB-plan een of meer van de in artikel 60 bedoelde interventietypes waarmee de door hem gekozen en in lid 1 vastgestelde doelstellingen worden nagestreefd. Hij omschrijft de interventies binnen de gekozen interventietypes. De in artikel 82, lid 3, bedoelde lidstaat motiveert in zijn strategisch GLB-plan de keuze van de doelstellingen, interventietypes en interventies om aan die doelstellingen te voldoen.

2.  De in artikel 82, lid 3, bedoelde lidstaat omschrijft in zijn strategisch GLB-plan een of meer van de in artikel 60 bedoelde interventietypes waarmee de door hem gekozen en in lid 1 vastgestelde doelstellingen worden nagestreefd. Hij omschrijft de interventies binnen de gekozen interventietypes. De in artikel 82, lid 3, bedoelde lidstaat motiveert in zijn strategisch GLB-plan de keuze van de doelstellingen, interventietypes en interventies om aan die doelstellingen te voldoen, zonder de ex-ante-evaluatie, de strategische milieueffectbeoordeling (SMEB) in de zin van artikel 103, lid 1, of de SWOT-analyse in de zin van artikel 103, lid 2, te hoeven uitvoeren.

Amendement    380

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  vermindering van de milieueffecten van de olijventeelt en bijdrage van de olijventeelt aan klimaatactie; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d) en e);

c)  vermindering van de milieueffecten van de olijventeelt en bijdrage van de olijventeelt aan klimaatactie en de aanpassing aan en de matiging van de klimaatverandering; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d) en e);

Amendement    381

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  verbetering van de kwaliteit van olijfolie en tafelolijven; deze doelstelling houdt verband met de specifieke doelstelling die is vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder f);

d)  verbetering van de kwaliteit van olijfolie en tafelolijven; deze doelstelling houdt verband met de specifieke doelstelling die is vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b) en f);

Amendement    382

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  crisispreventie en -beheer, gericht op de verbetering van de weerstand tegen plagen en het voorkomen van en het omgaan met crises op de markten voor olijfolie en tafelolijven; deze doelstelling houdt verband met de specifieke doelstelling die is vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder h).

f)  crisispreventie en -beheer, gericht op de verbetering van de weerstand tegen plagen en het voorkomen van en het omgaan met crises op de markten voor olijfolie en tafelolijven, met inbegrip van de verbetering van de preventie van en weerstand tegen plagen; deze doelstelling houdt verband met de specifieke doelstelling die is vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en c).

Amendement    383

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de in artikel 56 genoemde doelstellingen na te streven, kiezen de in artikel 82, lid 4, genoemde lidstaten in hun strategische GLB-plannen een of meer van de in artikel 60 genoemde interventietypes. Zij omschrijven de interventies binnen de gekozen interventietypes.

1.  Om de in artikel 56 genoemde doelstellingen na te streven, kiezen de in artikel 82, lid 4, genoemde lidstaten in hun strategische GLB-plannen een of meer van de in artikel 60 genoemde interventietypes, die moeten worden gedefinieerd op het niveau van de lidstaat. Zij omschrijven de interventies binnen de gekozen interventietypes.

Amendement    384

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De door de lidstaten omschreven interventies als bedoeld in artikel 82, lid 4, worden uitgevoerd door middel van goedgekeurde operationele programma’s van producentenorganisaties en/of unies van producentenorganisaties die zijn erkend op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Hiertoe zijn de artikelen 61 en 62 van deze verordening van toepassing.

2.  De door de lidstaten omschreven interventies als bedoeld in artikel 82, lid 4, worden uitgevoerd door middel van goedgekeurde operationele programma’s van producentenorganisaties en/of unies van producentenorganisaties en/of brancheorganisaties die zijn erkend op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Hiertoe zijn de artikelen 61 en 62 van deze verordening van toepassing.

Amendement    385

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In afwijking van lid 2 kunnen de in artikel 82, lid 4, bedoelde lidstaten de invoering van operationele programma’s toevertrouwen aan brancheorganisaties die zijn erkend op grond van artikel 157 van Verordening (EU) nr. 1308/2013, als dergelijke organisaties al een soortgelijk programma hebben ingevoerd op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

Amendement    386

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  75 % van de werkelijk gedane uitgaven voor de interventietypes als bedoeld in artikel 60, lid 1, onder f) en h), wanneer het operationeel programma wordt uitgevoerd in ten minste drie derde landen of niet-producerende lidstaten door producentenorganisaties uit ten minste twee producerende lidstaten; 50 % van de werkelijk gedane uitgaven wanneer deze voorwaarde niet vervuld is voor dit interventietype.

d)  85 % van de werkelijk gedane uitgaven voor de interventietypes als bedoeld in artikel 60, lid 1, onder f) en h), wanneer het operationeel programma wordt uitgevoerd in ten minste drie derde landen of niet-producerende lidstaten door producentenorganisaties of door unies van producentenorganisaties uit ten minste twee producerende lidstaten; 50 % van de werkelijk gedane uitgaven wanneer deze voorwaarde niet vervuld is voor dit interventietype.

Amendement    387

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  Voor insulaire gebieden worden de onder a) tot en met d) genoemde percentages met 10 % verhoogd.

Amendement    388

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten waarborgen aanvullende financiering van ten hoogste 50 % van de kosten die niet door de financiële steun van de Unie worden gedekt.

Schrappen

Amendement    389

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten streven een of meer van de volgende doelstellingen in de in artikel 39, onder f), bedoelde andere sectoren na:

Overeenkomstig de artikelen 5 en 6 streven de lidstaten een of meer van de volgende doelstellingen in de in artikel 39, onder f), bedoelde andere sectoren na:

Amendement    390

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  productieplanning, aanpassing van de productie aan de vraag, met name wat kwaliteit en hoeveelheid betreft, optimalisatie van de productiekosten en van het rendement op investeringen en stabilisatie van de producentenprijzen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b), c) en i);

a)  productieplanning, aanpassing van de productie aan de vraag, met name wat kwaliteit, hoeveelheid en diversiteit betreft, optimalisatie van de productiekosten en van het rendement op investeringen en stabilisatie van de producentenprijzen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b), c) en i);

Amendement    391

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  concentratie van het aanbod en op de markt brengen van de betrokken producten; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a) en c);

b)  concentratie van het aanbod en op de markt brengen van de betrokken producten, en bevordering van de collectieve onderhandeling van contracten; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a) en c);

Amendement    392

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  onderzoek en ontwikkeling op het gebied van duurzame productiemethoden, waaronder de weerstand tegen plagen, innovatieve praktijken en productietechnieken die het economisch concurrentievermogen vergroten en de marktontwikkelingen versterken; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), c) en i);

c)  toepassing, onderzoek en ontwikkeling op het gebied van duurzame productiemethoden, waaronder de resistentie tegen plagen en dierziekten en klimaatbestendigheid, genetische diversiteit, bescherming van de bodem, verbetering van de bioveiligheid en terugdringing van het gebruik van antimicrobiële stoffen, evenals innovatieve praktijken en productietechnieken die het economisch concurrentievermogen op de lange termijn vergroten en de marktontwikkelingen versterken; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), c), d), e), f) en i);

Amendement    393

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  ontwikkeling, uitvoering en bevordering van milieuvriendelijke productiemethoden en van normen inzake dierenwelzijn, milieuvriendelijke en plaagbestendige teeltmethoden, productietechnieken en productiemethoden, vanuit milieuoogpunt verantwoord gebruik en beheer van bijproducten en afvalstoffen, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bescherming van water, bodem en overige natuurlijke hulpbronnen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder e) en f);

d)  ontwikkeling, uitvoering en bevordering van milieuvriendelijke productiemethoden en van normen inzake dierenwelzijn, milieuvriendelijke en plaagbestendige teeltmethoden, resistentie tegen dierziekten, productietechnieken en productiemethoden, vanuit milieuoogpunt verantwoord gebruik en beheer van bijproducten en afvalstoffen, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bescherming van water, bodem en overige natuurlijke hulpbronnen; reductie van broeikasgasemissies en verbetering van de energie-efficiëntie; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder e) en f);

Amendement    394

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, als vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d);

e)  bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, met inbegrip van de preventie en het beheer van tropische ziekten en zoönosen, als vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d);

Amendement    395

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  verhoging van de handelswaarde en de kwaliteit van de producten, met inbegrip van de verbetering van de productkwaliteit en de ontwikkeling van producten met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding of van producten die onder nationale kwaliteitsregelingen vallen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstelling die is vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b);

f)  verhoging van de handelswaarde en de kwaliteit van de producten, met inbegrip van de verbetering van de productkwaliteit en de marktsegmentatie, en de ontwikkeling van producten met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding of van producten die onder nationale kwaliteitsregelingen vallen; deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstelling die is vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b);

Amendement    396

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  afzetbevordering en afzet van de producten van een of meer sectoren als bedoeld in artikel 40, onder f); deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b) en c);

g)  afzetbevordering en afzet van de producten van een of meer sectoren als bedoeld in artikel 39, onder f); deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder b) en c);

Amendement    397

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  crisispreventie en risicobeheer, gericht op het voorkomen van en het omgaan met crises op de markten van een of meer sectoren als bedoeld in artikel 39, onder f); deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en c).

h)  crisispreventie en risicobeperking en -beheer, gericht op het voorkomen van en het omgaan met crises op de markten van een of meer sectoren als bedoeld in artikel 39, onder f); deze doelstellingen houden verband met de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en c);

Amendement    398

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  voorkomen van aanvallen op vee door roofdiersoorten;

Amendement    399

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – alinea 1 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter)  bijdragen aan de strategie van de Unie ter bevordering van eiwithoudende gewassen, met name voedergewassen en leguminosen.

Amendement    400

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Ten aanzien van de in artikel 59, onder a) tot en met g), bedoelde doelstellingen kiezen de lidstaten in hun strategische GLB-plannen een of meer van de volgende interventietypes:

1.  Ten aanzien van de in artikel 56, onder a) tot en met f), en in artikel 59, onder a) tot en met g), bedoelde doelstellingen kiezen de lidstaten in hun strategische GLB-plannen een of meer van de volgende interventietypes:

Amendement    401

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  bodembehoud, met inbegrip van verbetering van het koolstofgehalte in de bodem;

i)  bodembehoud, met inbegrip van het voorkomen van bodemdegradatie en de verbetering van koolstofvastlegging in de bodem;

Amendement    402

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  verbetering van het watergebruik en -beheer, met inbegrip van waterbesparing en drainage;

ii)  verbetering van het gebruik en deugdelijk beheer van water, met inbegrip van waterbesparing en drainage, hetgeen bijdraagt aan een goede toestand van waterreservoirs;

Amendement    403

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  energiebesparing en verhoging van de energie-efficiëntie;

iv)  energiebesparing en verhoging van de energie-efficiëntie, waaronder het gebruik van hernieuwbare energiebronnen zoals het duurzame gebruik van landbouwafval;

Amendement    404

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt iv bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iv bis)  vermindering van vervuilende en broeikasgassen;

Amendement    405

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt v

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

v)  milieuvriendelijke verpakking;

v)  milieuvriendelijke verpakking en vermindering van verpakkingsafval;

Amendement    406

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt vi

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vi)  gezondheid en welzijn van dieren;

vi)  bioveiligheid, bescherming van de gezondheid en het welzijn van dieren;

Amendement    407

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt vii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

vii bis)  preventie en beheer van tropische ziekten en zoönosen;

Amendement    408

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt viii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

viii)  verbetering van de weerstand tegen plagen;

viii)  verbetering van de weerstand tegen plagen door middel van beheerspraktijken en de bestrijding van dierziekten;

Amendement    409

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt ix

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ix)  vermindering van de risico’s en de effecten van het gebruik van pesticiden;

ix)  vermindering van de risico’s, de effecten en de afhankelijkheid van het gebruik van pesticiden;

Amendement    410

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt x

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

x)  aanleg en behoud van habitats die gunstig zijn voor de biodiversiteit;

x)  aanleg en behoud van habitats die gunstig zijn voor de biodiversiteit, en bevordering van lokale variëteiten;

Amendement    411

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt x bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

x bis)  vermindering van het gebruik van antimicrobiële stoffen;

Amendement    412

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt x ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

x ter)  verbetering van de teelt-, oogst- en leveringsomstandigheden van producten;

Amendement    413

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt x quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

x quater)  acties voor opvolging en kennis van en toezicht op de markten;

Amendement    414

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter a – punt x quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

x quinquies)  voorkoming van aanvallen op vee door roofdiersoorten.

Amendement    415

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  adviesdiensten en technische bijstand, met name op het gebied van de aanpassing aan en de matiging van de klimaatverandering,

b)  adviesdiensten en technische bijstand, met name op het gebied van de biodiversiteit, de aanpassing aan en de matiging van de klimaatverandering, de bestrijding van en het verhogen van de weerstand tegen plagen en dierziekten, evenals de verbetering van de kwaliteit van het product;

Amendement    416

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  geïntegreerde productie;

Amendement    417

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  acties om de duurzaamheid en efficiëntie van het vervoer en de opslag te verbeteren van producten van een of meer sectoren als bedoeld in artikel 40, onder f),

e)  acties om de duurzaamheid en efficiëntie van het vervoer en de opslag te verbeteren van producten van een of meer sectoren als bedoeld in artikel 39, onder f);

Amendement    418

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  invoering van traceerbaarheids- en certificeringssystemen, met name monitoring van de kwaliteit van de aan de eindverbruikers verkochte producten.

h)  invoering van traceerbaarheid in de hele productieketen en certificeringssystemen, met name monitoring van de kwaliteit van de aan de eindverbruikers verkochte producten, met inbegrip van de traceerbaarheid van de oorsprong van olijven en olie tijdens de verschillende stadia van de productieketen, en informatie over productiemethoden;

Amendement    419

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  uitvoering van fytosanitaire en veterinaire protocollen van derde landen.

Amendement    420

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Ten aanzien van de in artikel 59, onder h), bedoelde doelstelling kiezen de lidstaten in hun strategische GLB-plannen een of meer van de volgende interventietypes:

2.  Ten aanzien van de in artikel 56, onder f), en in artikel 59, onder h), bedoelde doelstelling kiezen de lidstaten in hun strategische GLB-plannen een of meer van de volgende interventietypes:

Amendement    421

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  investeringen in materiële en immateriële activa om de op de markt gebrachte hoeveelheden efficiënter te beheren;

b)  investeringen in materiële en immateriële activa om de op de markt gebrachte hoeveelheden efficiënter te beheren en een betere afstemming van vraag en aanbod;

Amendement    422

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  collectieve opslag van producten die zijn geproduceerd door een producentenorganisatie of door leden van een producentenorganisatie;

c)  collectieve opslag van producten die zijn geproduceerd door een producentenorganisatie of door leden van een producentenorganisatie, evenals de behandeling van producten om de opslag ervan te vergemakkelijken;

Amendement    423

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  herbeplanting van boomgaarden waar dat nodig is na verplichte rooiing om sanitaire of fytosanitaire redenen in opdracht van de bevoegde autoriteit van de lidstaat of ter aanpassing aan de klimaatverandering;

d)  herbeplanting van boomgaarden of olijfgaarden waar dat nodig is na verplichte rooiing om sanitaire of fytosanitaire redenen in opdracht van de bevoegde autoriteit van de lidstaat of ter aanpassing aan de klimaatverandering;

Amendement    424

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  steunmaatregelen voor de gezondheid en het welzijn van dieren;

Amendement    425

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d ter)  herstel van de veestapel nadat er om gezondheidsredenen verplicht dieren zijn afgemaakt of na verliezen als gevolg van natuurrampen;

Amendement    426

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – letter d quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d quater)  verbetering van genetische hulpbronnen;

Amendement    427

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – letter d quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d quinquies)  verlenging van de verplichte sanitaire leegstand op landbouwbedrijven vanwege een dierziektencrisis;

Amendement    428

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De lidstaten zien erop toe dat de interventies die verband houden met de doelstelling als bedoeld in artikel 59, onder h), niet meer dan één derde uitmaken van de totale uitgaven in het kader van de operationele programma’s van producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties.

7.  De lidstaten zien erop toe dat de interventies die verband houden met de doelstelling als bedoeld in artikel 59, onder h), niet meer dan 50 % uitmaken van de totale uitgaven in het kader van de operationele programma’s van producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties.

Amendement    429

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Actiefondsen

Actiefondsen door producentenorganisaties

Amendement    430

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De in lid 1 bepaalde limiet van 50 % wordt verhoogd naar 60 % voor producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties die zijn erkend uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1308/2013, voor de eerste vijf jaar na het jaar van de erkenning en voor producentenorganisaties die uitsluitend in gebieden met natuurlijke beperkingen werkzaam zijn.

Amendement    431

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  milieu-, klimaat- en andere beheersverbintenissen;

a)  agro-ecologische duurzaamheid, maatregelen voor de matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering en andere beheersverbintenissen;

Amendement    432

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  vestiging van jonge landbouwers en het opstarten van plattelandsbedrijven;

e)  vestiging van jonge en van nieuwe landbouwers en het opstarten en ontwikkelen van duurzame plattelandsbedrijven;

Amendement    433

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  vrouwen in plattelandsgebieden;

Amendement    434

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  kennisuitwisseling en informatie;

h)  kennisuitwisseling en informatie; en

Amendement    435

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – alinea 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  installatie van digitale technologieën;

Amendement    436

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Milieu-, klimaat- en andere beheersverbintenissen

Agro-ecologische duurzaamheid, maatregelen voor de matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering en andere beheersverbintenissen

Amendement    437

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen betalingen toekennen voor milieu-, klimaat- en andere beheersverbintenissen onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

1.  De lidstaten kunnen betalingen toekennen voor agro-ecologisch duurzame praktijken, matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering, waaronder de preventie van natuurlijke risico’s, en andere beheersverbintenissen, zoals bosbouw, bescherming en verbetering van de genetische hulpbronnen, en gezondheid en welzijn van dieren, onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

Amendement    438

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen steun in het kader van dit interventietype beschikbaar stellen op hun gehele grondgebied in overeenstemming met hun specifieke nationale, regionale of plaatselijke behoeften.

3.  De lidstaten stellen steun in het kader van dit interventietype beschikbaar op hun gehele grondgebied in overeenstemming met hun specifieke nationale, regionale of plaatselijke behoeften. Die steun is beperkt tot de in bijlage IXa bis vastgestelde maximumbedragen.

Amendement    439

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten kennen alleen betalingen toe aan landbouwers en andere begunstigden die op vrijwillige basis beheersverbintenissen aangaan die geacht worden bevorderlijk te zijn voor het bereiken van de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1.

4.  De lidstaten kennen alleen betalingen toe aan landbouwers, groepen landbouwers en andere grondbeheerders die op vrijwillige basis beheersverbintenissen, zoals de passende bescherming van wetlands en organische bodems, aangaan die geacht worden bevorderlijk te zijn voor het bereiken van de relevante specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1. Regelingen die specifiek zijn gericht op lokale milieuomstandigheden en -behoeften en die, in voorkomend geval, bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de in bijlage XI vermelde wetgeving kunnen voorrang krijgen.

Amendement    440

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  verder gaan dan de minimumvoorschriften voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, dierenwelzijn en andere verplichte vereisten die zijn vastgesteld in het nationale recht en het recht van de Unie;

b)  verder gaan dan de relevante minimumvoorschriften voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, dierenwelzijn, preventie van antimicrobiële resistentie en andere relevante verplichte vereisten die zijn vastgesteld in het recht van de Unie;

Amendement    441

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 5 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  verschillend zijn van de verbintenissen waarvoor betalingen worden toegekend op grond van artikel 28.

d)  verschillend zijn van of een aanvulling vormen op de verbintenissen waarvoor betalingen worden toegekend op grond van artikel 28, waarbij wordt gegarandeerd dat er geen sprake is van dubbele financiering.

Amendement    442

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De lidstaten vergoeden de begunstigden voor de gemaakte kosten en gederfde inkomsten als gevolg van de aangegane verbintenissen. Waar nodig kunnen zij ook transactiekosten dekken. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten steun toekennen in de vorm van een forfaitair bedrag of een eenmalige betaling per eenheid. De betalingen worden jaarlijks toegekend.

6.  De lidstaten vergoeden de begunstigden voor de gemaakte kosten en gederfde inkomsten als gevolg van de aangegane verbintenissen. Daarnaast bieden de lidstaten een financiële prikkel aan de begunstigden en waar nodig kunnen zij ook transactiekosten dekken. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten steun toekennen in de vorm van een forfaitair bedrag of een eenmalige betaling per eenheid, of per dier, bijenkast of andere gedefinieerde eenheid. De betalingen worden jaarlijks toegekend.

Amendement    443

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  De hoogte van de betalingen varieert naargelang de mate van duurzaamheid die met elke praktijk of het geheel van praktijken wordt nagestreefd, op basis van niet-discriminerende criteria, teneinde een doeltreffende stimulans voor deelname te creëren. De lidstaten kunnen de betalingen ook differentiëren, rekening houdend met de aard van de voor de landbouwactiviteiten ongunstige beperkingen als gevolg van de aangegane verbintenissen en aansluitend bij de verschillende landbouwsystemen.

Amendement    444

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De lidstaten kunnen collectieve regelingen en resultaatgerichte betalingsregelingen stimuleren en ondersteunen die landbouwers moeten aansporen om op grotere schaal en op meetbare wijze te zorgen voor een aanzienlijke kwalitatieve verbetering van het milieu.

7.  De lidstaten kunnen vrijwillige collectieve regelingen en een combinatie van beheersverbintenissen in de vorm van lokaal aangestuurde regelingen en resultaatgerichte betalingsregelingen stimuleren en ondersteunen, onder meer met behulp van een territoriale aanpak, die landbouwers en groepen landbouwers moeten aansporen om op grotere schaal en op meetbare wijze te zorgen voor een aanzienlijke kwalitatieve verbetering van het milieu. Ze voeren alle nodige middelen op het gebied van advies, opleiding en kennisoverdracht in om bijstand te verlenen aan landbouwers die hun productiesystemen veranderen.

Amendement    445

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De verbintenissen worden aangegaan voor een periode van vijf tot zeven jaar. Als dat nodig is om de nagestreefde milieuvoordelen te bereiken of te behouden, kunnen de lidstaten in hun strategische GLB-plannen evenwel voor bepaalde soorten verbintenissen een langere periode vaststellen, onder meer door te voorzien in een jaarlijkse verlenging ervan na afloop van de eerste periode. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten voor nieuwe verbintenissen die onmiddellijk op de periode van de eerste verbintenis aansluiten een kortere periode vaststellen in hun strategische GLB-plannen.

8.  De verbintenissen worden doorgaans aangegaan voor een periode van vijf tot zeven jaar. Als dat nodig is om de nagestreefde milieuvoordelen te bereiken of te behouden, onder meer rekening houdend met het langetermijnkarakter van bosbouw, kunnen de lidstaten in hun strategische GLB-plannen evenwel voor bepaalde soorten verbintenissen een langere periode vaststellen, onder meer door te voorzien in een jaarlijkse verlenging ervan na afloop van de eerste periode. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten voor nieuwe verbintenissen die onmiddellijk op de periode van de eerste verbintenis aansluiten een kortere periode vaststellen in hun strategische GLB-plannen.

Amendement    446

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Indien in het kader van dit type interventies steun wordt verleend voor agromilieuklimaatverbintenissen, verbintenissen tot omschakeling naar of voortzetting van biologische landbouwpraktijken en -methoden als bedoeld in Verordening (EG) nr. 834/2007, en bosmilieu- en klimaatdiensten, stellen de lidstaten een betaling per hectare vast.

9.  Indien in het kader van dit type interventies steun wordt verleend voor agromilieuklimaatverbintenissen, onder meer verbintenissen tot omschakeling naar of voortzetting van biologische landbouwpraktijken en -methoden als bedoeld in Verordening (EG) nr. 834/2007, geïntegreerde gewasbescherming, de bescherming van boslandbouwsystemen, en bosmilieu- en klimaatdiensten, stellen de lidstaten een betaling per hectare vast.

Amendement    447

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.  De lidstaten zorgen ervoor dat personen die in het kader van dit type interventies verrichtingen uitvoeren, toegang hebben tot de kennis en informatie die nodig zijn bij de uitvoering van zulke verrichtingen.

10.  De lidstaten zorgen ervoor dat personen die in het kader van dit type interventies verrichtingen uitvoeren, beschikken over de relevante kennis en informatie die nodig zijn bij de uitvoering van zulke verrichtingen en dat passende opleidingen beschikbaar worden gesteld aan personen die dat nodig hebben, evenals toegang tot deskundigheid om bijstand te verlenen aan landbouwers die zich ertoe verbinden hun productiesystemen te wijzigen.

Amendement    448

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen betalingen toekennen voor natuurlijke beperkingen of andere gebiedsspecifieke beperkingen onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen, met als doel bij te dragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1.

1.  De lidstaten kunnen betalingen toekennen voor natuurlijke beperkingen of andere gebiedsspecifieke beperkingen, waaronder bergachtige gebieden en insulaire regio’s, onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen, met als doel bij te dragen tot de verwezenlijking van de relevante specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1.

Amendement    449

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze betalingen worden verleend aan echte landbouwers voor gebieden die overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 zijn aangewezen.

2.  Deze betalingen worden verleend aan actieve landbouwers voor gebieden die overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 zijn aangewezen en door de oorlog getroffen gebieden in de Republiek Kroatië.

Amendement    450

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In het geval van een rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen kunnen de lidstaten de steun toepassen op het niveau van de leden van deze rechtspersonen of groepen, indien het nationale recht bepaalt dat de individuele leden rechten en verplichtingen hebben die vergelijkbaar zijn met die van individuele landbouwers die de status van bedrijfsleider hebben, met name wat hun economische, sociale en belastingstatus betreft, mits zij hebben bijgedragen tot de versterking van de landbouwstructuren van de betrokken rechtspersonen of groepen.

Amendement    451

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen betalingen in het kader van dit interventietype alleen verstrekken om begunstigden geheel of gedeeltelijk te vergoeden voor de extra kosten en gederfde inkomsten met betrekking tot de natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen in het betrokken gebied.

3.  De lidstaten kunnen betalingen in het kader van dit interventietype alleen verstrekken om begunstigden geheel of gedeeltelijk te vergoeden voor de extra kosten en gederfde inkomsten met betrekking tot de natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen in het betrokken gebied. Daarnaast kunnen de lidstaten begunstigden een financiële prikkel bieden om ze aan te sporen hun landbouwpraktijken in deze gebieden voort te zetten. Het steunbedrag kan worden aangepast om rekening te houden met de ernst van de natuurlijke beperkingen die de landbouwactiviteit en het landbouwsysteem aantasten. Bij de betalingen kan, wanneer dit relevant blijkt, ook rekening worden gehouden met sociaal-economische en ecologische factoren. De lidstaten zorgen ervoor dat de berekeningen adequaat en nauwkeurig zijn en vooraf zijn vastgesteld op basis van een eerlijke berekeningsmethode.

Amendement    452

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De betalingen worden jaarlijks toegekend per hectare land.

5.  De betalingen worden jaarlijks toegekend per hectare land en zijn beperkt tot de minimum- en maximumbedragen die zijn vastgelegd in bijlage IXa bis.

Amendement    453

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen betalingen toekennen voor gebiedsspecifieke nadelen als gevolg van vereisten die voorvloeien uit de uitvoering van de Richtlijnen 92/43/EEG en 2009/147/EG of Richtlijn 2000/60/EG onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen, met als doel bij te dragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1.

1.  De lidstaten kunnen betalingen toekennen voor gebiedsspecifieke nadelen als gevolg van vereisten die voortvloeien uit de uitvoering van de Richtlijnen 92/43/EEG en 2009/147/EG of Richtlijn 2000/60/EG onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen, met als doel bij te dragen tot de verwezenlijking van de relevante specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1.

Amendement    454

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze betalingen kunnen worden verleend aan landbouwers, bosbezitters en andere grondbeheerders met betrekking tot de in lid 1 bedoelde gebieden met nadelen.

2.  Deze betalingen kunnen worden verleend aan landbouwers, groepen landbouwers, bosbezitters en groepen bosbezitters. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de betalingen tevens worden toegekend aan andere grondbeheerders.

Amendement    455

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In het geval van een rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen kunnen de lidstaten de steun toepassen op het niveau van de leden van deze rechtspersonen of groepen, indien het nationale recht bepaalt dat de individuele leden rechten en verplichtingen hebben die vergelijkbaar zijn met die van individuele landbouwers die de status van bedrijfsleider hebben, met name wat hun economische, sociale en belastingstatus betreft, mits zij hebben bijgedragen tot de versterking van de landbouwstructuren van de betrokken rechtspersonen of groepen.

Amendement    456

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  ten aanzien van de beperkingen als gevolg van Richtlijn 2000/60/EG, in verband met nadelen die voortvloeien uit voorschriften die verder gaan dan de relevante uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen, met uitzondering van RBE 2 als bedoeld in bijlage III, en normen voor een goede landbouw- en milieuconditie die zijn vastgesteld overeenkomstig hoofdstuk I, afdeling 2, van deze titel, en de overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van deze verordening vastgestelde voorwaarden voor de instandhouding van het landbouwareaal.

b)  ten aanzien van de beperkingen als gevolg van Richtlijn 2000/60/EG, in verband met nadelen die voortvloeien uit voorschriften die verder gaan dan de relevante uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen, met uitzondering van RBE 1 als bedoeld in bijlage III, en normen voor een goede landbouw- en milieuconditie die zijn vastgesteld overeenkomstig hoofdstuk I, afdeling 2, van deze titel, en de overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van deze verordening vastgestelde voorwaarden voor de instandhouding van het landbouwareaal.

Amendement    457

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De betalingen worden jaarlijks toegekend per hectare land.

6.  De betalingen worden jaarlijks toegekend per hectare land en zijn beperkt tot de maximumbedragen die zijn vastgelegd in bijlage IXa bis.

Amendement    458

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Om voor Elfpo-steun in aanmerking te komen, worden de investeringsacties voorafgegaan door een beoordeling van de te verwachten milieueffecten volgens het recht dat specifiek is voor deze soort investering, in gevallen waarin de investering waarschijnlijk nadelige gevolgen zal hebben voor het milieu.

Amendement    459

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen steun in het kader van dit type interventies alleen verstrekken voor materiële en/of immateriële investeringen, die bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen als bedoeld in artikel 6. Steun voor de bosbouwsector wordt gebaseerd op een bosbeheerplan of gelijkwaardig instrument.

2.  De lidstaten kunnen steun in het kader van dit type interventies alleen verstrekken voor materiële en/of immateriële investeringen, met inbegrip van collectieve investeringen, die bijdragen tot de verwezenlijking van de relevante specifieke doelstellingen als bedoeld in artikel 6. Steun voor de bosbouwsector wordt gebaseerd op een bosbeheerplan, waarin de eis is opgenomen dat aan de lokale ecosystemen aangepaste soorten worden aangeplant, of een gelijkwaardig instrument wanneer er sprake is van bedrijven die groter zijn dan een bepaalde, door de lidstaten vast te stellen omvang.

Amendement    460

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten kunnen prioriteit geven aan investeringen door jonge landbouwers uit hoofde van dit artikel.

Amendement    461

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  aankoop van dieren en zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen alsook het planten daarvan, anders dan ten behoeve van het herstel van het landbouw- of bosbouwpotentieel na natuurrampen en rampzalige gebeurtenissen;

d)  aankoop van dieren, met uitzondering van dieren die in plaats van machines worden gebruikt voor landschapsbehoud en voor bescherming tegen grote roofdieren;

Amendement    462

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  aankoop van zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen alsook het planten daarvan, anders dan ten behoeve van het herstel van het landbouw- of bosbouwpotentieel na natuurrampen en rampzalige gebeurtenissen;

Amendement    463

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  investeringen in irrigatie die niet verenigbaar zijn met het bereiken van een goede toestand van waterlichamen, als vastgesteld in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2000/60/EG, met inbegrip van uitbreiding van irrigatiegebieden met betrekking tot waterlichamen waarvan de toestand als minder dan goed is aangemerkt in het betrokken stroomgebiedsbeheersplan;

Schrappen

Amendement    464

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  investeringen in grote infrastructuurprojecten die geen deel uitmaken van plaatselijke ontwikkelingsstrategieën;

g)  investeringen in grote infrastructuurprojecten die geen deel uitmaken van plaatselijke ontwikkelingsstrategieën. De lidstaten kunnen ook voorzien in specifieke afwijkingen voor investeringen in breedband wanneer duidelijke criteria de complementariteit met steun uit hoofde van andere Unie-instrumenten waarborgen;

Amendement    465

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3 – alinea 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  investeringen die niet verenigbaar zijn met de wetgeving inzake gezondheid en welzijn van dieren of met Richtlijn 91/676/EEG;

Amendement    466

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3 – alinea 1 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter)  investeringen in de productie van bio-energie die niet verenigbaar zijn met de duurzaamheidscriteria van de richtlijn hernieuwbare energie.

Amendement    467

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In afwijking van het bepaalde onder a) tot en met h) van de eerste alinea kunnen de lidstaten voorzien in afwijkingen in insulaire regio’s, met inbegrip van ultraperifere gebieden, om de nadelen die samenhangen met het insulaire karakter of de verafgelegen ligging aan te pakken.

Amendement    468

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten beperken de steun tot maximaal 75 % van de subsidiabele kosten.

De lidstaten beperken de steun tot het maximumpercentage van de subsidiabele kosten als vastgelegd in bijlage IXa bis.

Amendement    469

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  bebossing en niet-productieve investeringen die verband houden met de specifieke milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d), e) en f);

a)  bebossing, de invoering van boslandbouwsystemen en niet-productieve investeringen, onder meer herverkaveling, die verband houden met de specifieke milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6, lid 1, onder d), e) en f);

Amendement    470

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4 – alinea 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  investeringen in het herstel van het landbouw- of bosbouwpotentieel na natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen en investeringen in passende preventieve acties in bossen en op het platteland.

c)  investeringen in het herstel van het landbouw- of bosbouwpotentieel dat is beschadigd na branden en andere natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen, waaronder stormen, overstromingen, plagen en ziekten, en het herstel van bossen door het ruimen van mijnen, en investeringen in passende preventieve acties in bossen en op het platteland, evenals investeringen in het behoud van de gezondheid van bossen;

Amendement    471

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4 – alinea 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  investeringen in innovatieve productietechnieken en -systemen die bijdragen aan de doelstellingen van artikel 6, lid 1, onder a), b), d), e) en f);

Amendement    472

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4 – alinea 2 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)  investeringen ten gunste van de bescherming van kuddes tegen roofdieren;

Amendement    473

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4 – alinea 2 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c quater)  investeringen in ultraperifere gebieden en gebieden met natuurlijke beperkingen, onder meer bergachtige gebieden en insulaire regio’s;

Amendement    474

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4 – alinea 2 – letter c quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c quinquies)  investeringen in verband met dierenwelzijn.

Amendement    475

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 68 bis

 

Investeringen in irrigatie

 

1.   Onverminderd artikel 68 van deze verordening worden in het geval van irrigatie in nieuwe en bestaande geïrrigeerde gebieden en drooggelegde gebieden alleen investeringen die aan de voorwaarden in dit artikel voldoen, als subsidiabel beschouwd.

 

2.   Een stroomgebiedsbeheersplan, zoals vereist onder de voorwaarden van Richtlijn 2000/60/EG, moet aan de Commissie ter kennis zijn gebracht voor het gehele gebied waarin de investering moet worden uitgevoerd en in elk ander gebied waarin deze investering gevolgen voor het milieu kan hebben. De maatregelen van het stroomgebiedsbeheersplan die overeenkomstig artikel 11 van die richtlijn worden uitgevoerd en die relevant zijn voor de landbouwsector, moeten in het betrokken programma van maatregelen omschreven zijn.

 

3.   Als onderdeel van de investering moet het door middel van watermeting mogelijk zijn, of zal het mogelijk zijn, om in het kader van de gesteunde investering het waterverbruik te meten.

 

4.   Een investering in de verbetering van een bestaande irrigatie-installatie of een onderdeel van irrigatie-infrastructuur is alleen subsidiabel indien uit een ex-antebeoordeling is gebleken dat hierdoor, afgaande op de technische parameters van de bestaande installatie of infrastructuur, ten minste tussen 5 % en 25 % water kan worden bespaard.

 

Indien de investering betrekking heeft op oppervlakte- of grondwaterlichamen waarvan de toestand als minder dan goed is aangemerkt in het betrokken stroomgebiedsbeheersplan, uitsluitend vanwege de waterhoeveelheid:

 

a)   verzekert de investering een daadwerkelijke vermindering van het waterverbruik, op het niveau van de investering, van ten minste 50 % van de potentiële waterbesparing die door de investering mogelijk wordt gemaakt;

 

b)   resulteert de investering, indien deze betrekking heeft op één landbouwbedrijf, tevens in een vermindering van het totale waterverbruik door het bedrijf van ten minste 50 % van de potentiële waterbesparing die op het niveau van de investering mogelijk wordt gemaakt. Het totale waterverbruik door het bedrijf omvat ook water dat door het bedrijf wordt verkocht.

 

Geen van de in lid 4 vermelde voorwaarden is van toepassing op een investering in een bestaande installatie die enkel betrekking heeft op energie-efficiëntie, op een investering voor het aanleggen van een reservoir of op een investering in het gebruik van teruggewonnen water die geen gevolgen heeft voor een bepaald oppervlakte- of grondwaterlichaam.

 

5.   Investeringen die leiden tot een nettotoename van het geïrrigeerde gebied met gevolgen voor een bepaald oppervlakte- of grondwaterlichaam zijn alleen subsidiabel indien:

 

a)  de toestand van het waterlichaam niet als minder dan goed is aangemerkt in het betrokken stroomgebiedsbeheersplan uitsluitend vanwege de waterhoeveelheid; en

 

b)   uit een voorafgaande milieuanalyse blijkt dat de investering geen significante negatieve milieueffecten zal hebben; een dergelijke analyse van de milieueffecten wordt onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit uitgevoerd of door haar goedgekeurd, en kan tevens betrekking hebben op groepen bedrijven.

 

Gebieden die niet worden geïrrigeerd, maar waar in het verleden een irrigatie-installatie in bedrijf was, hetgeen in het programma moet worden vastgesteld en gestaafd, kunnen als geïrrigeerde gebieden worden beschouwd met het oog op de bepaling van de nettotoename van het geïrrigeerde gebied.

 

6.   In afwijking van lid 5, onder a), kunnen investeringen die leiden tot een nettotoename van het geïrrigeerde gebied toch subsidiabel zijn indien:

 

a)   de investering wordt gecombineerd met een investering in een bestaande irrigatie-installatie of een onderdeel van een irrigatie-infrastructuur waarvan uit een ex-antebeoordeling blijkt dat hierdoor, afgaande op de technische parameters van de bestaande installatie of infrastructuur, ten minste tussen 5 % en 25 % water kan worden bespaard, en

 

b)   de investering leidt tot een daadwerkelijke vermindering van het waterverbruik, op het niveau van de investering, van ten minste 50 % van de potentiële waterbesparing die door de investering in de bestaande irrigatie-installaties of onderdelen van de infrastructuur mogelijk wordt gemaakt.

 

7.   De lidstaten beperken de steun tot maximaal 75 % van de subsidiabele kosten. Het maximale steunpercentage kan worden verhoogd voor investeringen in ultraperifere gebieden en gebieden met natuurlijke beperkingen, onder meer bergachtige gebieden en insulaire regio’s.

Amendement    476

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 68 ter

 

Installatie van digitale technologieën

 

1.   Onverminderd artikel 68 van deze verordening kunnen de lidstaten steun toekennen voor de installatie van digitale technologieën in plattelandsgebieden onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen, met als doel bij te dragen tot de horizontale doelstelling die is vastgesteld in artikel 5 en de specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in artikel 6.

 

2.   De lidstaten kunnen steun verstrekken in het kader van dit interventietype om hulp te bieden bij het installeren van digitale technologieën ter ondersteuning van, onder meer, precisielandbouw, slimme dorpen, plattelandsbedrijven en de ontwikkeling van ICT-infrastructuur op het niveau van landbouwbedrijven.

 

3.   De lidstaten beperken de steun voor de installatie van digitale technologieën tot het maximumpercentage van de subsidiabele kosten als vastgelegd in bijlage IXa bis.

Amendement    477

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vestiging van jonge landbouwers en het opstarten van plattelandsbedrijven

Vestiging van jonge en van nieuwe landbouwers en het opstarten en ontwikkelen van duurzame plattelandsbedrijven

Amendement    478

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen steun toekennen voor de vestiging van jonge landbouwers en het opstarten van plattelandsbedrijven onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen, met als doel bij te dragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6.

1.  De lidstaten kunnen steun toekennen voor de vestiging van jonge landbouwers of hun opname in bestaande landbouwbedrijven, voor de vestiging van nieuwe landbouwers, en het opstarten en ontwikkelen van plattelandsbedrijven, onder meer voor de diversificatie van landbouwactiviteiten, onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen, met als doel bij te dragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6. De steun uit hoofde van dit artikel is afhankelijk van het overleggen van een bedrijfsplan.

Amendement    479

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen steun in het kader van dit type interventies alleen verstrekken voor de bevordering van:

2.  De lidstaten kunnen steun in het kader van dit artikel alleen verstrekken voor de bevordering van:

Amendement    480

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  de vestiging van nieuwe landbouwers;

Amendement    481

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het opstarten van plattelandsbedrijven die verband houden met land- en bosbouw of inkomensdiversificatie voor landbouwhuishoudens;

b)  het opstarten en ontwikkelen van plattelandsbedrijven die verband houden met landbouw, bosbouw, bio-economie, circulaire economie en landbouwtoerisme, of inkomensdiversificatie;

Amendement    482

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het opstarten van niet-landbouwactiviteiten in plattelandsgebieden, als onderdeel van plaatselijke ontwikkelingsstrategieën.

c)  het opstarten van niet-landbouwactiviteiten in plattelandsgebieden door landbouwers die hun activiteiten diversifiëren, micro-ondernemingen en natuurlijke personen in plattelandsgebieden, als onderdeel van plaatselijke ontwikkelingsstrategieën.

Amendement    483

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten kunnen specifieke bepalingen vastleggen voor jonge landbouwers en nieuwe landbouwers die zich aansluiten bij groepen landbouwers, producentenorganisaties of coöperatieve constructies zodat zij de vestigingssteun niet verliezen. Met dergelijke bepalingen wordt voldaan aan het evenredigheidsbeginsel en wordt de deelname van de jonge landbouwers en nieuwe landbouwers binnen de structuur vastgesteld.

Amendement    484

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten verstrekken de steun in de vorm van vaste bedragen. De steun bedraagt maximaal 100 000 EUR en kan worden gecombineerd met financiële instrumenten.

4.  De lidstaten verstrekken de steun in de vorm van vaste bedragen, die op grond van objectieve criteria mogen worden gedifferentieerd. De steun bedraagt maximaal het in bijlage IXa bis vastgestelde bedrag en kan worden gecombineerd met financieringsinstrumenten.

Amendement    485

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De steun uit hoofde van dit artikel kan in verschillende fasen worden uitgekeerd.

Amendement    486

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten verstrekken steun voor risicobeheersinstrumenten onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen.

1.  De lidstaten kunnen, rekening houdend met hun behoeften en SWOT-analyses, steun verstrekken voor risicobeheersinstrumenten onder de voorwaarden die in dit artikel zijn vastgesteld en die door hen nader zijn gespecificeerd in hun strategische GLB-plannen. De lidstaten zorgen ervoor dat deze bepaling niet ten koste gaat van particuliere of publieke nationale risicobeheersinstrumenten.

Amendement    487

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten verstrekken steun in het kader van dit interventietype met het oog op de bevordering van risicobeheersinstrumenten, die echte landbouwers helpen bij het beheer van de met hun landbouwactiviteiten verband houdende productie- en inkomensrisico’s waarover zij geen controle hebben en die bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6.

2.  Steun in het kader van dit interventietype kan worden verstrekt met het oog op de bevordering van risicobeheersinstrumenten, die actieve landbouwers helpen bij het beheer van de met hun landbouwactiviteiten verband houdende productie- en inkomensrisico’s waarover zij geen controle hebben en die bijdragen tot de verwezenlijking van de relevante specifieke doelstellingen die zijn vastgelegd in artikel 6. Dergelijke systemen kunnen systemen voor de beheersing van meerdere risico’s omvatten.

 

Bovendien worden strategieën voor de beperking van risico’s gestimuleerd die de weerbaarheid van landbouwbedrijven tegen natuurlijke en aan de klimaatverandering gerelateerde risico’s vergroten en de blootstelling aan inkomensinstabiliteit verminderen.

Amendement    488

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  financiële bijdragen aan premies voor verzekeringen;

a)  financiële bijdragen aan premies voor verzekeringen ter dekking van verliezen door ongunstige weersomstandigheden, natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen, door het uitbreken van dier- of plantenziekten, door een milieugerelateerd incident, door besmetting van biologische gewassen, of door een overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG vastgestelde maatregel om een plantenziekte of plaag uit te roeien of in te dammen;

Amendement    489

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  financiële bijdragen aan onderlinge fondsen, met inbegrip van de administratieve kosten voor het opzetten ervan;

b)  financiële bijdragen aan onderlinge fondsen, met inbegr