Procedure : 2019/2023(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0002/2019

Ingediende teksten :

A9-0002/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/09/2019 - 9.3

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0013

<Date>{05/09/2019}5.9.2019</Date>
<NoDocSe>A9-0002/2019</NoDocSe>
PDF 193kWORD 60k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor bijstand aan Roemenië, Italië en Oostenrijk</Titre>

<DocRef>(COM(2019)0206 – C9-0005/2019 – 2019/2023(BUD))</DocRef>


<Commission>{BUDG}Begrotingscommissie</Commission>

Rapporteur: <Depute>Siegfried Mureşan</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE – BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor bijstand aan Roemenië, Italië en Oostenrijk

(COM(2019)0206 – C9-0005/2019 – 2019/2023(BUD))

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0206 – C9-0005/2019),

 gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie[1],

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[2], en met name artikel 10,

 gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[3], en met name punt 11,

 gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

 gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0002/2019),

1. verwelkomt het besluit als een teken van solidariteit van de Unie met de burgers en regio’s van de Unie die door natuurrampen zijn getroffen;

2. benadrukt dat er via het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (“het fonds”) dringend financiële bijstand moet worden verleend aan de regio’s in de Unie die in 2018 door natuurrampen zijn getroffen;

3. is ingenomen met het voorstel van de Commissie[4] van 7 maart 2019 tot wijziging van het Uniemechanisme voor civiele bescherming ter versterking van de capaciteiten van de Unie op het gebied van rampenrisicobeheer, met een financiële enveloppe voor de financieringsperiode 2021-2027 die overeenstemt met de getoonde ambitie in Besluit (EU) 2019/420 van het Europees Parlement en de Raad[5], en de resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[6]; is ervan overtuigd dat het fonds en het Uniemechanisme voor civiele bescherming op elkaar moeten worden afgestemd voor de preventie van en voorbereiding en reactie op natuurrampen in de lidstaten;

4. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

5. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor bijstand aan Roemenië, Italië en Oostenrijk

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie[7], en met name artikel 4, lid 3,

gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[8], en met name punt 11,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (hierna “het fonds” genoemd) heeft tot doel de Unie in staat te stellen snel, doeltreffend en soepel op noodsituaties te reageren om solidariteit te betonen met de bevolking van door natuurrampen getroffen regio’s.

(2) Zoals vastgesteld in artikel 10 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad[9] mag het fonds het jaarlijkse maximumbedrag van 500 000 000 EUR (in prijzen van 2011) niet overschrijden.

(3) Op 7 september 2018 heeft Roemenië een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds ingediend in verband met extreme weersomstandigheden die tot grote overstromingen hebben geleid.

(4) Op 20 december 2018 heeft Italië een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds ingediend in verband met extreme weersomstandigheden.

(5) Op 14 januari 2019 heeft Oostenrijk een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds ingediend in verband met extreme weersomstandigheden.

(6) De aanvragen van Roemenië, Italië en Oostenrijk voldoen aan de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage uit het fonds, zoals vastgesteld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2012/2002.

(7) Er dienen derhalve middelen uit het fonds beschikbaar te worden gesteld om te voorzien in een financiële bijdrage aan Roemenië, Italië en Oostenrijk.

(8) Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het fonds ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2019 worden uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie de volgende vastleggings- en betalingskredieten ter beschikking gesteld:

a) een bedrag van 8 192 300 EUR voor Roemenië;

b) een bedrag van 277 204 595 EUR voor Italië;

c) een bedrag van 8 154 899 EUR voor Oostenrijk.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing met ingang van ... [de datum van vaststelling ervan].

Gedaan te …,

 

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad


TOELICHTING

De Commissie stelt voor middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (hierna “het fonds” genoemd) beschikbaar te stellen om financiële bijstand te verlenen aan Roemenië, Italië en Oostenrijk naar aanleiding van de extreme weersomstandigheden die zich daar in 2018 hebben voorgedaan.

Roemenië - Overstromingen

In de zomer van 2018 werden alle zes de districten van de noordoostelijke regio van Roemenië herhaaldelijk getroffen door zware regenval en daaropvolgende grote overstromingen, met aanzienlijke schade aan de infrastructuur tot gevolg. Onder andere dammen, dijken, wegen, bruggen, waterzuiveringsinstallaties en rioleringen, elektriciteits- en gasdistributienetten, drinkwatervoorzieningen en irrigatiesystemen, scholen en andere openbare gebouwen raakten hierbij beschadigd. De overstromingen hebben ook geleid tot grote verliezen in de landbouw en schade aan particuliere woningen.

In de op 7 september 2018 door de Commissie ontvangen aanvraag werd de totale directe schade door de Roemeense autoriteiten geraamd op 196,8 miljoen EUR, oftewel 1,24 % van het bbp van de getroffen regio, hetgeen onder de drempelwaarde ligt voor het beschikbaar stellen van middelen uit het fonds voor een regio op NUTS-niveau 2 (de drempelwaarde voor deze regio’s is 1,5 % van het regionale bbp). In de herziene aanvraag, ingediend op 9 oktober 2018 en afgerond op 14 december 2018, werd de schade geraamd op 327,7 miljoen EUR. Dit bedrag vertegenwoordigt 2,07 % van het regionale bbp, waarmee de ramp beschouwd kan worden als “regionale natuurramp” in de zin van artikel 2, lid 3, van de SFEU-verordening.

De totale kosten voor nood- en herstelactiviteiten die volgens artikel 3, lid 2, van de verordening subsidiabel zijn, werden door de Roemeense autoriteiten op 294 miljoen EUR geraamd. Het grootste deel hiervan betreft de kosten voor het in stand houden van beschermingsinfrastructuur (dijken) en het herstellen van vervoersinfrastructuur.

De getroffen regio valt onder de categorie van “minder ontwikkelde regio” in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) voor de financieringsperiode 2014-2020. De Roemeense autoriteiten hebben niet meegedeeld dat zij voornemens zijn middelen van de ESIF-programma’s over te hevelen naar herstelmaatregelen. Er is geen voorschot aangevraagd.

Gelet op de praktijk tot dusver, stelt de Commissie voor om de toewijzing voor gevallen die onder de drempelwaarde voor “grote natuurrampen” vallen (de drempel voor “grote natuurrampen” is 0,6 % van het bbp of, indien dit bedrag lager is, 3 miljard EUR in prijzen van 2011) vast te stellen op 2,5 % van de totale directe schade. De voorgestelde steun bedraagt dus in totaal 8 192 300 EUR.

 

Italië - Extreme weersomstandigheden

In het najaar van 2018 zijn bijna alle Italiaanse regio’s van noord tot zuid getroffen door extreme weersomstandigheden, met aardverschuivingen, overstromingen en omgevallen bomen tot gevolg. Hierbij zijn 34 dodelijke slachtoffers gevallen en is 1 persoon vermist geraakt. De materiële schade bestond onder meer uit ernstig verstoorde wegennetten en waterlopen, schade aan openbare en particuliere gebouwen, onderbrekingen in de elektriciteits- en gasdistributienetten en aanzienlijke verliezen voor de houtindustrie en het toerisme. De weerfenomenen kunnen vanuit meteorologisch oogpunt als één gebeurtenis worden beschouwd.

In hun aanvraag van 20 december 2018, bijgewerkt op 27 maart 2019, hebben de Italiaanse autoriteiten aangegeven dat de schade geraamd wordt op 6,6 miljard EUR (geactualiseerd bedrag), hetgeen neerkomt op 192 % van de voor Italië geldende drempelwaarde. Deze schademeldingen zijn bevestigd door de impactrapporten van Copernicus Rapid Mapping-activeringen en de databank van het European Severe Storms Laboratory. Daarmee voldoet de aanvraag aan de criteria voor een “grote natuurramp” van artikel 2, lid 2, van de verordening.

De kosten voor nood- en herstelactiviteiten zijn op 1 700 miljoen EUR geraamd. Het grootste deel hiervan betreft uitgaven voor het in stand houden van de beschermingsinfrastructuur.

Drie van de getroffen regio’s (Calabrië, Campanië en Sicilië) zijn “minder ontwikkelde regio’s” in het kader van de ESIF, twee zijn “overgangsregio’s” (Abruzzen en Sardinië), en de andere negen regio’s zijn “meer ontwikkelde regio’s”. De Italiaanse autoriteiten hebben niet te kennen gegeven dat zij voornemens zijn middelen van de ESI-fondsen naar herstelmaatregelen over te hevelen.

Gelet op de praktijk tot dusver, pleit de Commissie voor progressieve steun en stelt zij voor de toewijzing vast te stellen op 2,5 % van de schade onder de drempel voor “grote natuurrampen” en 6 % van het deel van de schade boven deze drempel. De voorgestelde steun bedraagt dus in totaal 277 204 595 EUR.

Oostenrijk - Extreme weersomstandigheden

De weerfenomenen waardoor Italië in oktober 2018 werd getroffen, hadden ook gevolgen voor de regio’s Karinthië en Oost-Tirol in het zuiden van Oostenrijk. Zware regens en stormwinden hebben daar geleid tot overstromingen, aanzienlijke schade aan bossen, aardverschuivingen en stroomonderbrekingen.

De Oostenrijkse autoriteiten hebben op 14 januari 2019 een aanvraag ingediend voor een bijdrage uit het fonds en deze aanvraag op 20 februari 2019 geactualiseerd. De totale directe schade wordt geraamd op 326,2 miljoen EUR. Dit bedrag ligt onder de drempelwaarde voor “grote rampen” die in 2018 voor Oostenrijk van toepassing was, en blijft ook onder de drempel voor “regionale rampen”, die ligt op 1,5 % van het regionale bbp. Omdat de schade werd veroorzaakt door dezelfde weerfenomenen als de grote natuurramp in Italië, komt Oostenrijk in aanmerking voor steun op grond van de zogenoemde “buurlandregel” van artikel 2, lid 4, van de verordening.

De kosten voor nood- en herstelactiviteiten werden door de Oostenrijkse autoriteiten geraamd op 214,5 miljoen EUR. Het grootste deel van deze kosten betreft maatregelen om rivierdijken in stand te houden en bodemerosie tegen te gaan.

De getroffen regio’s zijn “ontwikkelde regio’s” in het kader van de ESIF. Oostenrijk heeft geen voorschot gevraagd, maar wel te kennen gegeven middelen uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling te willen gebruiken voor de wederopbouw van beschermende bossen.

De Commissie stelt voor om een percentage van 2,5 % te hanteren, zoals gebruikelijk is voor rampen in het kader van de buurlandregel. De voorgestelde steun uit het fonds bedraagt dus in totaal 8 154 899 EUR.

Conclusie

De voorgestelde beschikbaarstelling voor Roemenië, Italië en Oostenrijk bedraagt dus in totaal 293 551 794 EUR. Hiervoor is een wijziging van de begroting 2019 nodig, door middel van een ontwerp van gewijzigde begroting (OGB nr. 3/2019), waarmee begrotingslijn 13 06 01 “Bijstand aan lidstaten in het geval van een grote natuurramp die ernstige gevolgen heeft voor de levensomstandigheden van de burgers, het natuurlijke milieu of de economie” wordt verhoogd met bovenstaand bedrag aan zowel vastleggings- als betalingskredieten.

Het totale bedrag dat begin 2019 voor SFEU-steun beschikbaar was, bedroeg 851 082 072 EUR, zijnde de som van de toewijzing voor 2019 van 585 829 691 EUR en het overschot van de toewijzing voor 2018 van 265 252 381 EUR, dat niet was uitgegeven en was overgedragen naar 2019.

Dit is het eerste besluit tot beschikbaarstelling van middelen in 2019. Hierna zal er nog 557 530 278 EUR over zijn voor de rest van 2019, ver boven het bedrag dat overeenkomstig artikel 10, lid 1, van de MFK-verordening opzij moet worden gezet tot 1 oktober 2019 (25 % van de jaarlijkse toewijzing voor 2019, oftewel 146 457 423 EUR).

De rapporteur steunt de lidstaten die de ESI-fondsen aanwenden voor de wederopbouw van de getroffen regio’s, en verzoekt de Commissie om de financiële herschikking van de partnerschapsovereenkomsten waar Oostenrijk om heeft verzocht, te steunen en snel goed te keuren.

De rapporteur pleit voor de snelle goedkeuring van het bij dit verslag gevoegde voorstel van de Commissie zodat de genoemde bedragen spoedig beschikbaar kunnen worden gesteld, als teken van Europese solidariteit met de drie getroffen lidstaten.

BIJLAGE – BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

Dhr. Van Overtveldt

Voorzitter

Begrotingscommissie

BRUSSEL

Betreft: <Titre>Advies over de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie</Titre> <DocRef>(COM(2019)0206 – C9-0005/2019 – 2019/2023(BUD))</DocRef>

Geachte heer Van Overtveldt,

Een voorstel van de Commissie voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) voor bijstand aan Roemenië, Italië en Oostenrijk (COM(2019)0206 – C9‑0005/2019 – 2019/2023(BUD)) is voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Naar ik heb begrepen is het de bedoeling dat een verslag over dit voorstel binnenkort in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd.

 

In het voorstel worden de volgende bedragen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie beschikbaar gesteld:

a) 8 192 300 EUR voor het verlenen van bijstand bij de respons op de herhaaldelijke zware regenval en de grootschalige overstromingen in het noordoosten van Roemenië in de zomer van 2018;

b) 277 204 595 EUR voor het verlenen van bijstand bij de respons op de zware regens en stormen, leidend tot overstromingen, aardverschuivingen en omgevallen bomen, in bijna alle Italiaanse regio’s in het najaar van 2018;

c) 8 154 899 EUR voor het verlenen van bijstand bij de respons op de zware regens en stormen, leidend tot overstromingen, aanzienlijke schade aan bossen, aardverschuivingen en stroomuitval in Karinthië en Oost-Tirol in Oostenrijk in oktober 2018.

 

De regels die van toepassing zijn op financiële bijdragen van het SFEU zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.

 

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie zoals door de Commissie voorgesteld.

 

Hoogachtend,

Younous Omarjee

 

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

3.9.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Rasmus Andresen, Clotilde Armand, Robert Biedroń, Anna Bonfrisco, Jonathan Bullock, Olivier Chastel, Lefteris Christoforou, David Cormand, Paolo De Castro, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Alexandra Geese, Valentino Grant, Elisabetta Gualmini, Valerie Hayer, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, John Howarth, Mislav Kolakušić, Moritz Körner, Joachim Kuhs, Zbigniew Kuźmiuk, Hélène Laporte, Pierre Larrouturou, Margarida Marques, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Henrik Overgaard Nielsen, Jake Pugh, Karlo Ressler, Bogdan Rzońca, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds, Nils Ušakovs, Johan Van Overtveldt, Rainer Wieland, Angelika Winzig

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Damian Boeselager, Herbert Dorfmann

 


 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

35

+

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Bogdan Rzońca, Johan Van Overtveldt

ID

Anna Bonfrisco, Valentino Grant, Hélène Laporte

NI

Mislav Kolakušić

PPE

Lefteris Christoforou, Herbert Dorfmann, José Manuel Fernandes, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Rainer Wieland, Angelika Winzig

RENEW

Clotilde Armand, Olivier Chastel, Valerie Hayer, Moritz Körner, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds

S&D

Robert Biedroń, Paolo De Castro, Eider Gardiazabal Rubial, Elisabetta Gualmini, John Howarth, Pierre Larrouturou, Margarida Marques, Nils Ušakovs

VERTS/ALES

Rasmus Andresen, Damian Boeselager, David Cormand, Alexandra Geese

 

1

-

ID

Joachim Kuhs

 

3

0

NI

Jonathan Bullock, Henrik Overgaard Nielsen, Jake Pugh

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

[1] PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

[2] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

[3] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

[5] Besluit (EU) 2019/420 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2019 tot wijziging van Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 77 I van 20.3.2019, blz. 1).

[7] PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

[8] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

[9] Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

 Datum door het Parlement in te voegen vóór bekendmaking in het PB.

Laatst bijgewerkt op: 11 september 2019Juridische mededeling