Procedure : 2019/2027(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0036/2019

Ingediende teksten :

A9-0036/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/11/2019 - 6.4

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0070

<Date>{25/11/2019}25.11.2019</Date>
<NoDocSe>A9-0036/2019</NoDocSe>
PDF 164kWORD 54k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor de betaling van voorschotten in de algemene begroting van de Unie voor 2020</Titre>

<DocRef>(COM(2019)0252 – C9-0008/2019 – 2019/2027(BUD))</DocRef>


<Commission>{BUDG}Begrotingscommissie</Commission>

Rapporteur: <Depute>Monika Hohlmeier</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor de betaling van voorschotten in de algemene begroting van de Unie voor 2020

(COM(2019)0252 – C9-0008/2019 – 2019/2027(BUD))

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0252 – C9-0008/2019),

 gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie[1],

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[2], en met name artikel 10 hiervan,

 gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[3], en met name punt 11 hiervan,

 gezien de door het bemiddelingscomité op 18 november 2019 goedgekeurde gezamenlijke tekst (14283/2019 – C9-0186/2019),

 gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0036/2019),

A. overwegende dat overeenkomstig artikel 4 bis, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2012/2002 een bedrag van 50 000 000 EUR beschikbaar is gesteld voor de betaling van voorschotten, waarbij de betrokken kredieten in de algemene begroting van de Unie worden opgenomen;

1. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

2. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

3. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 


 

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor de betaling van voorschotten in de algemene begroting van de Unie voor 2020

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie[4], en met name artikel 4 bis, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[5], en met name punt 11,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (hierna “het fonds” genoemd) heeft tot doel de Unie in staat te stellen snel, doeltreffend en soepel op noodsituaties te reageren in solidariteit met de bevolking van door natuurrampen getroffen regio’s.

(2) Zoals vastgesteld in artikel 10 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad mag het fonds het jaarlijkse maximumbedrag van 500 000 000 EUR (in prijzen van 2011) niet overschrijden[6].

(3) In artikel 4 bis, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2012/2002 is bepaald dat, telkens als het nodig is om de tijdige beschikbaarheid van begrotingsmiddelen te waarborgen, een maximum van 50 000 000 EUR uit het Fonds beschikbaar kan worden gesteld voor de betaling van voorschotten, waarbij de betrokken kredieten in de algemene begroting van de Unie worden opgenomen.

(4) Om de tijdige beschikbaarheid van voldoende begrotingsmiddelen in de algemene begroting van de Unie voor 2020 te waarborgen, dient uit het fonds een bedrag van 50 000 000 EUR voor de betaling van voorschotten beschikbaar te worden gesteld.

(5) Om de tijd die nodig is om middelen uit het Fonds beschikbaar te stellen zoveel mogelijk te beperken, dient dit besluit vanaf het begin van het begrotingsjaar 2020 van toepassing te zijn,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2020 wordt uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie 50 000 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten voor de betaling van voorschotten beschikbaar gesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

Het is van toepassing vanaf 1 januari 2020.

 

 

Gedaan te …,

 

 

 

 

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

 

 

 

 

 

De voorzitter  De voorzitter

TOELICHTING

Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) is opgericht om de Unie in staat te stellen te reageren op noodsituaties als gevolg van natuurrampen en zodoende blijk te geven haar solidariteit met door rampen getroffen gebieden in Europa. Uit het fonds kan steun worden verleend aan lidstaten en landen waarmee over toetreding tot de Unie wordt onderhandeld wanneer zich op het grondgebied van dat land een “grote natuurramp” heeft voorgedaan, d.w.z. dat de totale directe schade ten gevolge van deze ramp meer dan 3 miljard EUR bedraagt (in prijzen van 2011) of meer dan 0,6 % van het bni van dat land, indien dit laatste bedrag lager is. Steunverlening is ook mogelijk bij regionale rampen. De voorwaarden om middelen uit het SFEU beschikbaar te stellen zijn vastgelegd in de betrokken basishandeling (Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 661/2014).

 

Volgens de verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[7] (artikel 10) is voor het fonds jaarlijks een bedrag van maximaal 500 miljoen EUR (in prijzen van 2011) beschikbaar, boven de in het meerjarig financieel kader vastgestelde maxima van de desbetreffende rubrieken.

 

Het huidige voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad heeft geen betrekking op een specifieke ramp. Het heeft evenwel tot doel in de algemene begroting van de Unie voor 2020 een bedrag van 50 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten op te nemen met het oog op de tijdige en doeltreffende betaling van voorschotten voor het geval er zich volgend jaar een ramp voordoet.

Het Europees Parlement staat volledig achter deze mogelijkheid, die sinds de hervorming van 2014 bestaat en is vastgelegd in artikel 4 bis van de wijzigingsverordening[8]. De bedoeling van de wetgever was om de uitbetaling van steun aan getroffen landen in ieder geval gedeeltelijk te versnellen, en wel door voorafgaand aan de afronding van het besluitvormingsproces voor de uitbetaling van het volledige steunbedrag een voorschot uit te keren. Hierdoor kunnen begrotingsmiddelen tijdig beschikbaar worden gesteld en wordt de doeltreffendheid van het fonds vergroot.

Opgemerkt moet worden dat een voorschot zowel kan worden toegekend op verzoek van een lidstaat als na een voorafgaande beoordeling door de Commissie van de SFEU-aanvraag in kwestie. Een voorschot mag niet meer bedragen dan 10% van de verwachte financiële steun en mag niet meer bedragen dan 30 miljoen EUR. Het voorschot wordt betaald zonder vooruit te lopen op de definitieve beslissing over de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds. Ten onrechte betaalde voorschotten zullen door de Europese Commissie van de lidstaat worden teruggevorderd.

Sinds de hervorming van 2014 worden steungelden sneller uitbetaald en neemt het volledige besluitvormingsproces gemiddeld 12 % minder tijd in beslag. Toch duurt het gemiddeld nog altijd een jaar voordat er middelen beschikbaar worden gesteld uit het Solidariteitsfonds en het volledige bedrag wordt uitbetaald. Uit een grondige evaluatie[9] is naar voren gekomen dat binnen het bestaande regelgevingskader nog nauwelijks ruimte is voor verdere tijdsbesparing, waardoor de mogelijkheid tot betaling van een voorschot temeer relevant blijft.

 

Uit uitvoeringsgegevens kan worden opgemaakt dat bij 15 van de 32 tot dusver ingediende aanvragen die onder het toepassingsgebied van de gewijzigde verordening vallen om een voorschot is verzocht, dat in 11 gevallen is toegekend en waarbij het voornamelijk om relatief kleine bedragen ging. In totaal is in deze periode bijna 40 miljoen EUR aan voorschotten betaald, wat slechts een fractie is van de financiële middelen die in theorie beschikbaar zijn. Volgens de beoordelaars duurde het na de indiening van het volledige aanvraagdossier gemiddeld een maand voordat het voorschot werd betaald.

 

In het licht van deze bevindingen vraagt de rapporteur de Commissie om na te gaan in hoeverre het huidige systeem voor de betaling van voorschotten adequaat is en wat de lidstaten precies tegenhoudt om een aanvraag in te dienen. Voorts verzoekt zij de Commissie zich te beraden op manieren om ervoor te zorgen dat getroffen lidstaten meer gebruik gaan maken van de mogelijkheid tot betaling van een voorschot. Hierbij kan een verband worden gelegd met het voorstel voor een wijzigingsverordening[10], dat momenteel door het Parlement wordt beoordeeld en waarin de Commissie voorstelt om het niveau van de voorschotten te verhogen tot 25 % van de verwachte SFEU-bijdrage, beperkt tot een maximum van 100 miljoen EUR, en om het totale bedrag aan kredieten voor SFEU-voorschotten in de jaarlijkse begroting te verhogen van 50 miljoen EUR naar 100 miljoen EUR.

 

De rapporteur brengt in herinnering dat het Solidariteitsfonds, dat de EU sinds de oprichting ervan niet alleen in vrijwel elke lidstaat van de Unie maar ook daarbuiten in staat heeft gesteld om bijstand te verlenen naar aanleiding van een grote verscheidenheid aan natuurrampen, in tijden van nood een van de sterkste solidariteitssymbolen van de EU blijft. Nu de klimaatverandering steeds meer zijn tol eist, in de zin dat niet alleen het aantal natuurrampen dat de lidstaten en de bevolking van de EU treft alsmaar toeneemt, maar ook de omvang en ernst ervan, wordt het steeds belangrijker om de paraatheid en de doeltreffendheid van dit waardevolle EU-steunmechanisme te optimaliseren. De rapporteur is er sterk van overtuigd dat een snelleresponscapaciteit, onder meer in de vorm van een doeltreffender systeem voor de betaling van voorschotten, de Unie zal helpen blijk te geven van haar solidariteit met getroffen lidstaten en gebieden.

Bijgevolg beveelt de rapporteur aan dat de voorgestelde voorschotbedragen worden opgenomen in de begroting voor 2020.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.11.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Rasmus Andresen, Clotilde Armand, Robert Biedroń, Olivier Chastel, Lefteris Christoforou, David Cormand, Paolo De Castro, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Valentino Grant, Francisco Guerreiro, Valerie Hayer, Niclas Herbst, John Howarth, Mislav Kolakušić, Moritz Körner, Zbigniew Kuźmiuk, Hélène Laporte, Pierre Larrouturou, Janusz Lewandowski, Margarida Marques, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Nicolae Ştefănuță, Nils Ušakovs, Angelika Winzig

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Matteo Adinolfi, Derk Jan Eppink, Henrike Hahn, Eero Heinäluoma, Younous Omarjee

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

32

+

ECR

Derk Jan Eppink, Zbigniew Kuźmiuk

GUE/NGL

Younous Omarjee

ID

Matteo Adinolfi, Valentino Grant, Hélène Laporte

NI

Mislav Kolakušić

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Niclas Herbst, Janusz Lewandowski, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Angelika Winzig

RENEW

Clotilde Armand, Olivier Chastel, Valerie Hayer, Moritz Körner, Nicolae Ştefănuță

S&D

Robert Biedroń, Paolo De Castro, Eider Gardiazabal Rubial, Eero Heinäluoma, John Howarth, Pierre Larrouturou, Margarida Marques, Nils Ušakovs

VERTS/ALE

Rasmus Andresen, David Cormand, Francisco Guerreiro, Henrike Hahn

 

0

-

 

 

 

0

0

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

[1] PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

[2] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

[3] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

[4] PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

[5] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

[6] Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

[7] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

[8] PB L 189 van 27.06.2014, blz. 143.

[9] Evaluation of the European Union Solidarity Fund 2002-2017, SWD(2019) 186 final, 15.5.2019.

[10] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad om financiële steun te verlenen aan lidstaten om de ernstige financiële lasten te dragen als gevolg van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord (COM(2019) 399 final van 4.9.2019; 2019/0183 (COD)).

Laatst bijgewerkt op: 26 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid