Procedure : 2019/2026(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0039/2019

Ingediende teksten :

A9-0039/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/11/2019 - 6.3

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0069

<Date>{25/11/2019}25.11.2019</Date>
<NoDocSe>A9-0039/2019</NoDocSe>
PDF 158kWORD 50k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de terbeschikkingstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de huidige met migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid verband houdende problemen</Titre>

<DocRef>(COM(2019)0251 – C9-0007/2019 – 2019/2026(BUD))</DocRef>


<Commission>{BUDG}Begrotingscommissie</Commission>

Rapporteur: <Depute>Monika Hohlmeier</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de terbeschikkingstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de huidige met migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid verband houdende problemen

(COM(2019)0251 – C9-0007/2019 – 2019/2026(BUD))

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0251 – C9-0007/2019),

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[1] (MFK-verordening), en met name artikel 11,

 gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[2], en met name punt 12,

 gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2020, goedgekeurd door de Commissie op 5 juli 2019 (COM(2019)0400), als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2020 (COM(2019)0487),

 gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2020, vastgesteld door de Raad op 3 september 2019 en toegezonden aan het Europees Parlement op 13 september 2019 (11734/2019 – C9‑0119/2019),

 gezien zijn resolutie van 23 oktober 2019 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2020[3],

 gezien de door het bemiddelingscomité op 18 november 2019 goedgekeurde gezamenlijke tekst (A9-0035/2019),

 gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0039/2019),

A. overwegende dat het flexibiliteitsinstrument bedoeld is om voor een gegeven begrotingsjaar en binnen het maximum van de aangegeven bedragen, de financiering van nauwkeurig bepaalde uitgaven mogelijk te maken die niet binnen de voor een of meer rubrieken beschikbare maxima zouden kunnen worden gefinancierd;

B. overwegende dat de Commissie had voorgesteld middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking te stellen ter aanvulling van de financiering op de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2020 boven het maximum van rubriek 3 voor een bedrag van 778 074 489 EUR ter financiering van maatregelen op het gebied van migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid;

C. overwegende dat het voor de begroting 2020 bijeengeroepen bemiddelingscomité het eens is geworden over de door de Commissie voorgestelde terbeschikkingstelling;

1.   stemt er mee in middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter beschikking te stellen voor een bedrag van 778 074 489 EUR aan vastleggingskredieten;

2. herhaalt dat het gebruik van dit instrument, waarin artikel 11 van de MFK-verordening voorziet, eens te meer aantoont dat de begroting van de Unie absoluut flexibeler moet zijn;

3. herhaalt zijn standpunt dat het van oudsher verdedigt, namelijk dat de betalingen die voortvloeien uit eerder via het flexibiliteitsinstrument beschikbaar gestelde vastleggingen alleen bovenop de MFK-maxima kunnen worden geboekt;

4. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

5. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

6. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 


 

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de terbeschikkingstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument ter financiering van onmiddellijke budgettaire maatregelen voor de aanpak van de huidige met migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid verband houdende problemen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[4], en met name punt 12,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Met het flexibiliteitsinstrument kunnen nauwkeurig bepaalde uitgaven worden gefinancierd die niet binnen de voor een of meer andere rubrieken beschikbare maxima konden worden gefinancierd.

(2) Het jaarlijks voor het flexibiliteitsinstrument beschikbare maximumbedrag is gelijk aan 600 000 000 EUR (prijzen van 2011), zoals vastgesteld in artikel 11 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013[5] van de Raad, te verhogen in voorkomend geval met vervallen bedragen die ter beschikking worden gesteld overeenkomstig lid 1, tweede alinea, van dat artikel.

(3) Het is noodzakelijk om met spoed aanzienlijke extra kredieten ter beschikking te stellen ter financiering van dergelijke maatregelen voor de aanpak van de huidige met migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid verband houdende problemen.

(4) Nadat alle mogelijkheden tot herschikking van kredieten onder het uitgavenmaximum voor rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap) zijn onderzocht, is het nodig middelen uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen om de in de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2020 beschikbare middelen aan te vullen met 778 074 489 EUR boven het maximum van rubriek 3 ter financiering van maatregelen op het gebied van migratie, vluchtelingen en veiligheid.

(5) Op basis van het verwachte betalingsprofiel moeten de met het gebruik van het flexibiliteitsinstrument corresponderende betalingskredieten worden verdeeld over verschillende begrotingsjaren.

(6) Om de middelen snel te kunnen inzetten, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf het begin van het begrotingsjaar 2020,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

(1) Voor de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2020 wordt uit het flexibiliteitsinstrument 778 074 489 EUR aan vastleggingskredieten in rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap) ter beschikking gesteld.

Het in de eerste alinea genoemde bedrag zal worden gebruikt ter financiering van maatregelen voor de aanpak van de huidige met migratie, vluchtelingeninstroom en veiligheid verband houdende problemen.

(2) Op basis van het verwachte betalingsprofiel worden de met het gebruik van het flexibiliteitsinstrument corresponderende betalingskredieten als volgt verdeeld:

(a) 407 402 108 EUR in 2020;

(b) 312 205 134 EUR in 2021;

(c) 42 336 587 EUR in 2022;

(d) 16 130 660 EUR in 2023;

De specifieke bedragen van de betalingskredieten worden voor elk begrotingsjaar goedgekeurd in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

Het is van toepassing vanaf 1 januari 2020.

 

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement   Voor de Raad

De voorzitter   De voorzitter


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.11.2019

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

2

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Rasmus Andresen, Clotilde Armand, Robert Biedroń, Olivier Chastel, Lefteris Christoforou, David Cormand, Paolo De Castro, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Valentino Grant, Francisco Guerreiro, Valerie Hayer, Niclas Herbst, John Howarth, Mislav Kolakušić, Moritz Körner, Zbigniew Kuźmiuk, Hélène Laporte, Pierre Larrouturou, Janusz Lewandowski, Margarida Marques, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Nicolae Ştefănuță, Nils Ušakovs, Angelika Winzig

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Matteo Adinolfi, Derk Jan Eppink, Henrike Hahn, Eero Heinäluoma, Younous Omarjee

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

27

+

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

NI

Mislav Kolakušić

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Niclas Herbst, Janusz Lewandowski, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Angelika Winzig

RENEW

Clotilde Armand, Olivier Chastel, Valerie Hayer, Moritz Körner, Nicolae Ştefănuță

S&D

Robert Biedroń, Paolo De Castro, Eider Gardiazabal Rubial, Eero Heinäluoma, John Howarth, Pierre Larrouturou, Margarida Marques, Nils Ušakovs

VERTS/ALE

Rasmus Andresen, David Cormand, Francisco Guerreiro, Henrike Hahn

 

2

-

ECR

Derk Jan Eppink

ID

Hélène Laporte

 

3

0

GUE/NGL

Younous Omarjee

ID

Matteo Adinolfi, Valentino Grant

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

[1] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

[2] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

[3] Aangenomen teksten, P9_TA-PROV(2019)0038.

[4] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

[5] Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

Laatst bijgewerkt op: 26 november 2019Juridische mededeling