Procedure : 2019/0253(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0042/2019

Ingediende teksten :

A9-0042/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/12/2019 - 13.2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0097

<Date>{05/12/2019}5.12.2019</Date>
<NoDocSe>A9-0042/2019</NoDocSe>
PDF 167kWORD 48k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>     <RefProcLect>***I</RefProcLect>

<Titre>over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1306/2013 wat de financiële discipline vanaf het begrotingsjaar 2021 betreft en van Verordening (EU) nr.  1307/2013wat de flexbiliteit tussen de pijlers voor het kalenderjaar 2020 betreft</Titre>

<DocRef>(COM(2019)0580 – C9-0163/2019 – 2019/0253(COD))</DocRef>


<Commission>{AGRI}Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling</Commission>

Rapporteur: <Depute>Norbert Lins</Depute>

(Vereenvoudigde procedure - Artikel 52, lid 1, van het Reglement)

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1306/2013 wat de financiële discipline vanaf het begrotingsjaar 2021 betreft en van Verordening (EU) nr. 1307/2013 wat de flexibiliteit tussen de pijlers voor het kalenderjaar 2020 betreft

(COM(2019)0580 – C9-0163/2019 – 2019/0253(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2019)0580),

 gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0163/2019),

 gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

 gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 25 november 2019 om het standpunt van het Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien artikel 59 van zijn Reglement,

 gezien de brief van de Begrotingscommissie,

 gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A9‑0042/2019),

A. overwegende dat het om redenen van urgentie gerechtvaardigd is om tot stemming over te gaan vóór het verstrijken van de in artikel 6 van het Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bedoelde termijn van acht weken;

1. stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE

De heer Norbert Lins

Voorzitter

Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

BRUSSEL

Betreft: <Titre>Advies inzake de financiële discipline vanaf het begrotingsjaar 2021 en inzake Verordening (EU) nr. 1307/2013 wat de flexibiliteit tussen de pijlers voor het kalenderjaar 2020 betreft </Titre> <DocRef>(COM(2019)0580 – C9-0163/2019 – 2019/0253(COD))</DocRef>

Geachte voorzitter,

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (AGRI) bereidt momenteel een verslag voor over het voorstel van de Commissie voor een verordening tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1306/2013 wat de financiële discipline vanaf het begrotingsjaar 2021 betreft en van Verordening (EU) nr. 1307/2013 wat de flexibiliteit tussen de pijlers voor het kalenderjaar 2020 betreft.

De Begrotingscommissie heeft besloten een advies in briefvorm uit te brengen:

A. overwegende dat de Commissie in mei/juni 2018 een reeks sectorale en begrotingswetgevingsvoorstellen heeft ingediend met het oog op het volgende meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027, met inbegrip van nieuwe verordeningen voor een hervormd Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en een hervormd Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo);

B. overwegende dat een succesvolle overgang naar de volgende generatie uitgavenprogramma’s en steunregelingen in het kader van de financiële programmeringsperiode 2021-2027 zal afhangen van de tijdige goedkeuring van de overkoepelende MFK-wetgeving en van de basishandelingen voor de hervormde financieringsinstrumenten;

C. overwegende dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt in de wetgevingsonderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement over het merendeel van de sectorale wetgeving; overwegende dat de onderhandelingen over het hervormde gemeenschappelijk landbouwbeleid echter ernstige procedurele vertragingen hebben opgelopen;

D. overwegende dat de Raad slechts zeer trage vooruitgang lijkt te boeken bij het bereiken van een akkoord over het financiële pakket voor het volgende MFK;

E. overwegende dat de ontvangers en eindbegunstigden van EU-middelen die het beleid en de onderliggende programma’s daadwerkelijk uitvoeren, geen schade mogen ondervinden van vertragingen in de wetgeving en van rechtsonzekerheid;

F. overwegende dat er, afgezien van een geldige rechtsgrondslag, nog voor de eerste fase van januari 2021 een aantal operationele en strategische plannen moeten worden opgesteld om het nieuwe beleid van start te laten gaan;

G. overwegende dat het Europees Parlement tegen deze achtergrond op 10 oktober 2019 een resolutie heeft aangenomen over “Het meerjarig financieel kader 2021-2027 en eigen middelen: tijd om de verwachtingen van de burger in te lossen”, waarin wordt aangedrongen op een vangnet ter bescherming van de begunstigden van EU-programma’s, en waarin er bij de Commissie op wordt aangedrongen te beginnen met de opstelling van een noodplan voor het MFK om de continuïteit van de financiering te waarborgen ingeval het nodig is het huidige MFK te verlengen;

I. overwegende dat de lidstaten die gebruik willen maken van de flexibiliteit tussen de pijlers van het gemeenschappelijk landbouwbeleid afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van Elfpo-toewijzingen voor 2021 om tegen eind december 2019 mee te delen welk percentage van de rechtstreekse betalingen voor plattelandsontwikkeling zij willen overdragen;

J. overwegende dat de uitgaven in het kader van het ELGF binnen een bepaald begrotingsjaar in overeenstemming moeten zijn met het submaximum voor marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen zoals vastgesteld in het kader van het MFK; overwegende dat de verwijzing naar de MFK-verordening, die relevant is voor het aanpassingspercentage van het mechanisme voor financiële discipline, moet worden aangepast om na 2020 nog geldig te zijn;

 

De Begrotingscommissie erkent de vertragingen in de wettelijke procedures en streeft ernaar te zorgen voor een levensvatbare overgang van het ene financieel kader naar het volgende, en is zich bewust van de risico’s die de rechtsonzekerheid voor de lidstaten en de eindbegunstigden kan opleveren, en daarom:

 

1. is zij voorstander van de doelstellingen van de flexibileitsverordening en dringt zij aan op de snelle vaststelling ervan teneinde de nodige bepalingen in de huidige wetgeving te wijzigen; 

2. verzoekt zij om transparante en tijdige informatie over eventuele daaruit voortvloeiende wijzigingen in de rechtsgrondslagen van het GLB die van invloed zijn op de jaarlijkse begrotingsprocedures van 2020 en daarna;

3. verwacht zij dat deze flexibiliteitsmaatregelen geen afbreuk doen aan en niet zullen leiden tot bijkomende vertragingen in het sectorale wetgevingsproces voor de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

 

 

Hoogachtend,

Johan Van Overtveldt


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Financiële discipline vanaf het begrotingsjaar 2021 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 inzake de flexibiliteit tussen de pijlers met betrekking tot kalenderjaar 2020

Document- en procedurenummers

COM(2019)0580 – C9-0163/2019 – 2019/0253(COD)

Datum indiening bij EP

31.10.2019

 

 

 

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

AGRI

13.11.2019

 

 

 

Medeadviserende commissies

 Datum bekendmaking

BUDG

13.11.2019

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Norbert Lins

5.11.2019

 

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

5.11.2019

Behandeling in de commissie

4.12.2019

 

 

 

Datum goedkeuring

4.12.2019

 

 

 

Datum indiening

5.12.2019

 

 

Laatst bijgewerkt op: 11 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid