Procedure : 2014/2843(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0109/2014

Ingediende teksten :

B8-0109/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/09/2014 - 10.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0027

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 131kWORD 59k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0109/2014
16.9.2014
PE537.011v01-00
 
B8-0109/2014

naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Irak en Syrië en het IS-offensief (2014/2843(RSP))


Charles Tannock, Jana Žitňanská, Ruža Tomašić, Anna Elżbieta Fotyga, Peter van Dalen, Ryszard Czarnecki, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Geoffrey Van Orden, Bas Belder, Beatrix von Storch namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Irak en Syrië en het IS-offensief (2014/2843(RSP))  
B8‑0109/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Irak, met inbegrip van de resolutie van 17 juli 2014(1), en zijn eerdere resoluties over de situatie in Syrië,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 augustus 2014,

–       gezien de conclusies van de bijzondere bijeenkomst van de Europese Raad van 30 augustus 2014,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien de VN-verklaring over de rechten van personen behorende tot nationale, etnische, godsdienstige of taalkundige minderheden van 18 december 1992,

–       gezien de op 24 juni 2013 goedgekeurde richtsnoeren van de EU tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging,

–       gezien resolutie 2170 van de VN-Veiligheidsraad van 15 augustus 2014 over mensenrechtenschendingen door extremistische groeperingen in Irak en Syrië, en de goedkeuring van sancties tegen militanten in Irak en Syrië,

–       gezien de door de bijbijstandsmissie van de Verenigde Naties in Irak (UNAMI) verstrekte cijfers over slachtoffers in Irak,

–       gezien de verklaring van de VN-Veiligheidsraad over de toegang tot en de inname van olievelden en pijpleidingen in Syrië en Irak door strijders van de Islamitische Staat (IS),

–       gezien de opmerkingen van de speciale vertegenwoordiger van de Verenigde Naties voor de mensenrechten van intern ontheemden, Chaloka Beyani, van 25 juli 2014,

–       gezien de opmerkingen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, van 8 september 2014 over het geweld in Syrië en Irak,

–       gezien de recente verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over het geweld in Irak en Syrië,

–       gezien de verklaring van de Voorzitter van het Europees Parlement over de situatie in Irak van 11 augustus 2014,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat een golf van instabiliteit zich in de regio verspreidt en dat deze, indien zij niet onder controle wordt gebracht, ertoe kan leiden dat grote delen van het Midden-Oosten een vrijhaven worden voor internationale terroristen en extremisten;

B.     overwegende dat de mogelijkheid van een nieuw tijdperk van stabiliteit en democratie die voortsproot uit de Arabische Lente in 2010 is vervangen door een ongekende periode van instabiliteit en geweld in de regio;

C.     overwegende dat de zich voortslepende burgeroorlog in Syrië IS kansen heeft geboden om zijn aanwezigheid zowel in Syrië als in Irak te versterken;

D.     overwegende dat honderden buitenlandse strijders, waaronder velen uit EU-lidstaten, zich naar verluidt bij IS hebben aangesloten; overwegende dat deze EU-burgers door de regeringen van de EU-lidstaten als een veiligheidsrisico zijn aangemerkt;

E.     overwegende dat IS volgens de laatste schattingen wellicht beschikt over zo'n 31 000 strijders in Irak en Syrië, drie maal zoveel als eerder werd gevreesd;

F.     overwegende dat de recente toename van de IS-dreiging de bestaande humanitaire behoeften vergroot van mensen die reeds door het geweld in Irak en Syrië ontheemd waren geraakt; overwegende dat het geweld daarnaast toenemende druk veroorzaakt op de buurlanden die een toevluchtsoord hebben geboden aan degenen die nog voor de recente IS-opstand op de vlucht zijn geslagen voor geweld en gevechten; overwegende dat het aantal ontheemden naar verwachting zal stijgen als gevolg van de met de IS-opstand gepaard gaande wreedheden;

G.     overwegende dat de Verenigde Naties en andere internationale organisaties melding hebben gemaakt van wijdverspreide mensenrechtenschendingen in Irak en Syrië door IS, met inbegrip van moordpartijen onder etnische en religieuze minderheidsgroeperingen; overwegende dat er groeiende zorgen bestaan over het welzijn van degenen die nog steeds vastzitten in de door IS gecontroleerde gebieden;

H.     overwegende dat volgens het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA) van de Verenigde Naties sinds het begin van dit jaar naar schatting 1,8 miljoen Irakezen ontheemd zijn geraakt, van wie bijna de helft kinderen; overwegende dat bijna 11 miljoen mensen in Syrië behoefte hebben aan humanitaire bijstand, terwijl drie miljoen mensen naar de buurlanden zijn gevlucht;

I.      overwegende dat het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties de levering van voedselhulp aan delen van Irak voor het eerst sinds mei 2014 heeft hervat, bedoeld voor 76 000 mensen die onderdeel zijn van een "massale ontheemding" van families die de gevechten ontvluchten;

J.      overwegende dat IS volgens Amnesty International een systematische campagne van etnische zuivering is begonnen in het noorden van Irak, met inbegrip van massale standrechtelijke executies en ontvoeringen onder etnische en religieuze minderheden; overwegende dat christenen, een sjiitische minderheid, shabakken, Turkmenen, yezidi's en anderen het doelwit zijn geworden van de strijdkrachten van IS;

K.     overwegende dat duizenden yezidifamilie's er niet in zijn geslaagd een veilig heenkomen te vinden na de inname door IS van Sinjar en werden gedwongen hun toevlucht te zoeken tot de bergketen Jebel Sinjar; overwegende dat de schattingen van het aantal gezinnen dat onder erbarmelijke omstandigheden is gestrand in de bergen variëren van 8 000 tot 30 000;

L.     overwegende dat de Europese Unie haar humanitaire hulp aan Irak in antwoord op de groeiende behoeften met 5 miljoen EUR verhoogt, waarmee het totaal aan financiële middelen voor Irak op 17 miljoen EUR komt in 2014;

1.      veroordeelt krachtig de terroristische daden van IS en andere gewapende groeperingen tegen Iraakse en Syrische burgers; betreurt voorts de aanvallen op burgerdoelen en veroordeelt zonder voorbehoud het gebruik van executies, marteling en seksueel geweld in het conflict;

2.      geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de verslechterende humanitaire crisis door de recente gewelddadigheden en merkt op dat burgers in zowel Syrië als Irak massaal op de vlucht slaan; wijst er voorts op dat de escalatie van het gewapende conflict in Irak, met name in het noorden van het land, ertoe heeft geleid dat duizenden mensen naar de Koerdische regio zijn getrokken, op de vlucht voor de oprukkende strijders van IS;

3.      betreurt de willekeurige moordpartijen en de mensenrechtenschendingen door IS en andere terroristische organisaties, onder meer jegens christelijke en andere religieuze en etnische minderheden;

4.      betreurt de recente moord op de Amerikaanse journalisten James Foley en Steven Sotloff en op de Britse hulpverlener David Haines door IS-strijders, en spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de veiligheid van anderen die nog steeds door extremisten worden vastgehouden;

5.      ondersteunt al degenen die betrokken zijn bij de strijd tegen het terrorisme van IS en andere gewapende/terroristische groeperingen; dringt er voorts bij alle regionale actoren en regeringen op aan volledige samen te werken bij de bestrijding van de IS-dreiging; onderstreept dat een dergelijke samenwerking van essentieel belang is voor de veiligheid van de regio;

6.      is van mening dat alle opties open moeten worden gehouden en dat niets kan worden uitgesloten wat betreft de bestrijding van de bedreiging die van IS uitgaat; dringt er voort bij de Europese Unie, haar lidstaten en andere internationale actoren op aan nauw samen te werken bij de ontwikkeling van een dringende en alomvattende respons op de IS-dreiging;

7.      is ingenomen met de recente steun van regionale machten en hun bereidheid deel te nemen aan de door de VS geleide coalitie tegen IS; prijst de inspanningen van de Amerikaanse ministers Kerry en Hagel met het oog op de vorming van deze internationale coalitie;

8.      verwerpt zonder voorbehoud de aankondiging van de IS-leiding dat zij een kalifaat heeft gevestigd in het gebied dat zij nu controleert en beschouwt dit als illegaal; verwerpt eveneens het idee dat internationaal erkende grenzen unilateraal met geweld worden gewijzigd; is voorts van mening dat de oprichting van een dergelijk kalifaat, de ideologie ervan en het extremistische geweld een directe bedreiging voor de veiligheid van de Europese Unie vormen;

9.      uit zijn bezorgdheid over de berichten dat zich honderden buitenlandse strijders, waaronder onderdanen van EU-lidstaten, zouden hebben aangesloten bij de IS-opstand; dringt voorts aan op internationale samenwerking om de passende gerechtelijke stappen te nemen tegen personen die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij terroristische activiteiten;

10.    is ingenomen met de recente aankondiging van de VN-Veiligheidsraad dat op 25 september 2014 een topontmoeting wordt georganiseerd met als doel de internationale aandacht te richten op het "groeiende en gevaarlijke fenomeen" van buitenlandse terroristische strijders;

11.    is van mening dat de instabiliteit en het conflict in Syrië, die het gevolg zijn van de oorlog van het regime van Assad tegen zijn eigen volk, de omstandigheden hebben gecreëerd waarin IS kan floreren en hebben geleid tot meer instabiliteit en geweld in de regio; dringt aan op nieuwe en spoedige internationale actie om tot een duurzame, vreedzame, politieke oplossing van dit conflict te komen;

12.    is verheugd over de vorming van een nieuwe inclusieve regering in Irak en dringt er bij alle deelnemers op aan zich eendrachtig in te zetten voor de belangen van politieke stabiliteit en vrede, alsook voor de bestrijding van de IS-opstand;

13.    is van mening dat het de taak van de Europese Unie is om de soevereiniteit van Irak te blijven steunen, alsook om alle mogelijke vormen van humanitaire steun te bieden om het lijden te verlichten van al degenen die zijn getroffen door de gevechten in Irak en Syrië; gelooft voorts dat de Europese Unie een rol moet spelen bij het helpen van de buurlanden die een toevluchtsoord bieden aan de vluchtelingen die het conflict en de IS-opstand ontvluchten;

14.    is ernstig bezorgd over de berichten dat olievelden en aanverwant infrastructuur in handen zijn gevallen van IS-strijdkrachten, aangezien dit een waardevolle bron van inkomsten zou kunnen zijn voor hun terroristische activiteiten; dringt er bij alle landen op aan af te zien van handelsactiviteiten met betrekking tot olie in Syrië en Irak waar IS direct of indirect baat bij zou kunnen hebben;

15.    dringt erop aan dat de beschuldigingen van mensenrechtenschendingen in Irak en Syrië grondig worden onderzocht en dat degenen die van dergelijke misdaden worden beschuldigd op grond van internationaal recht worden vervolgd;

16.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van Volksvertegenwoordigers van Irak, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de VN-Mensenrechtenraad.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0011.

Juridische mededeling