Procedure : 2014/2845(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0113/2014

Ingediende teksten :

B8-0113/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/09/2014 - 10.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 146kWORD 68k
16.9.2014
PE537.015v01-00
 
B8-0113/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Israël en Palestina na de Gazaoorlog en de rol van de EU (2014/2845(RSP))


Tamás Meszerics, Margrete Auken, Keith Taylor, Bart Staes, Ernest Maragall, Ernest Urtasun, Bodil Ceballos, Judith Sargentini, Barbara Lochbihler, Jordi Sebastià namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Israël en Palestina na de Gazaoorlog en de rol van de EU (2014/2845(RSP))  
B8‑0113/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn vroegere resoluties over het Israëlisch-Palestijnse conflict en met name de resolutie van 17 juli 2014 over de escalatie van geweld tussen Israël en Palestina(1),

–       gezien de missie van zijn ad-hocdelegatie voor Palestijnse gevangenen en gedetineerden van maart 2014,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU over het Midden-Oosten van 15 augustus 2014 en van de Europese Raad van 30 augustus,

–       gezien de verklaringen van de VV/HV over de situatie in Israël en Palestina, met inbegrip van de verklaring van 2 september 2014 over de toe-eigening van grond door Israël op de Westelijke Jordaanoever,

–       gezien de richtsnoeren van de Europese Unie inzake de bevordering van de naleving van het internationaal humanitair recht,

–       gezien de persverklaring van de VN-Veiligheidsraad van 12 juli 2014 en de verklaring van de VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon van 13 juli,

–       gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–       gezien de VN-mensenrechtenverdragen, waarbij Israël en Palestina partij zijn,

–       gezien de laatste verslagen over de bezette Palestijnse gebieden die zijn goedgekeurd door de VN-Mensenrechtenraad,

–       gezien het verslag van Human Rights Watch van 11 september 2014 met de titel "In‑Depth Look at Gaza School Attacks",

–       gezien de ruime ervaring waarop de internationale gemeenschap zich kan beroepen op het gebied van conflictoplossing, met name de ervaring in het Noord-Ierse vredesproces,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het Israëlische leger op 8 juli en 26 augustus 2014 een grootscheepse aanval heeft uitgevoerd op de Gazastrook, met het officieel doel een eind te maken aan raketaanvallen vanuit Gaza;

B.     overwegende dat deze laatste oorlog het zesde offensief is van de Israëlische troepen tegen Gaza sinds de terugtrekking van Israël uit de Gazastrook in 2005; overwegende dat dit heeft geleid tot de vreselijkste verwoesting en het grootste aantal doden ooit in de enclave;

C.     overwegende dat op 26 augustus 2014 met bemiddeling van Egypte een staakt-het-vuren voor onbepaalde tijd werd overeengekomen door de Israëlische en Palestijnse zijde; overwegende dat de voorwaarden voor het staakt-het-vuren naar verluidt, net zoals vroegere staakt-het-vuren-overeenkomsten, het volgende inhouden: opheffing van de blokkade, eliminatie van de bufferzone aan de grens tussen Gaza en Israël, uitbreiding van het visserijgebied, alsook een overeenkomst om binnen de maand samen te komen in Caïro om bredere kwesties te bespreken, onder meer de rehabilitatie van een luchthaven en een zeehaven in Gaza, de vrijlating van Palestijnse gevangenen en de ontwapening van Palestijnse militante groeperingen;

D.     overwegende dat dit laatste conflict is uitgebroken na de installatie van een door Hamas en Fatah gesteunde Palestijnse eenheidsregering in april 2014, die de beginselen van geweldloosheid, de naleving van vroegere overeenkomsten en de erkenning van Israël aanvaardde en die gesteund werd door de VS en de EU;

E.     overwegende dat op 12 juni drie Israëlische tieners uit nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever werden gedood en dat op 2 juli als vergelding een Palestijnse tiener werd vermoord in Oost-Jerusalem; overwegende dat op de Westelijke Jordaanoever gedurende 18 dagen een schoonveegactie werd uitgevoerd door Israëlische troepen naar aanleiding van de dood van de Israëlische tieners, waarbij 700 Palestijnen werden gearresteerd, duizenden huizen werden doorzocht en vele woningen werden vernietigd, zes Palestijnen werden gedood door Israëlische veiligheidstroepen tijdens de zoekoperaties en op 7 juli vijf leden van Hamas werden gedood, waarop Hamas diezelfde dag nog reageerde en voor het eerst in 20 maanden raketten afvuurde;

F.     overwegende dat volgens de cijfers van de VN tijdens het laatste conflict 2116 Palestijnen zijn omgekomen, waarvan 80 % burgers, onder meer 500 kinderen en 11 personeelsleden van de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA); overwegende dat minstens 11 231 Palestijnen gewond zijn geraakt, van wie twee derde vrouwen en kinderen; overwegende dat als gevolg van dit conflict 2000 kinderen wezen zijn geworden;

G.     overwegende dat 71 Israëliërs gedood zijn, onder meer vier burgers waarvan één kind; overwegende dat duizenden raketten en mortiergranaten op Israël zijn afgevuurd;

H.     overwegende dat diverse burgerlocaties zijn geraakt door de Israëlische luchtaanvallen, waarbij 228 schoolgebouwen en 58 ziekenhuizen en klinieken werden beschadigd als gevolg van de aanvallen; overwegende dat 140 000 mensen hun huis hebben verloren; overwegende dat een derde van de 1,8 miljoen inwoners van Gaza ontheemd is: overwegende dat de hele infrastructuur van de enclave - wegen, openbare gebouwen, water, elektriciteit - stuk is en opnieuw moet worden opgebouwd, hetgeen de situatie, die al extreem precair is als gevolg van de Israëlische en Egyptische blokkade, nog erger maakt; overwegende dat massa's niet-geëxplodeerde munitie moeten worden opgespoord en opgeruimd;

I.      overwegende dat Palestijnse deskundigen de kosten voor de heropbouw van Gaza op ongeveer 8 miljard dollar hebben geschat; overwegende dat de VN en de Palestijnse regering op 9 september de internationale donors hebben opgeroepen 550 miljoen dollar ter beschikking te stellen voor voedselhulp, toegang tot schoon water, gezondheidszorg en onderwijs als onmiddellijke hulpverlening na het recente conflict; overwegende dat een internationale donorconferentie voor de wederopbouw van Gaza gepland is hetzij in Egypte hetzij in Noorwegen;

J.      overwegende dat er ondanks het staakt-het-vuren strenge beperkingen blijven bestaan op de invoer van bouwmaterialen in Gaza en op het vrij verkeer van personen; overwegende dat Palestijnse vissers verhinderd werden te vissen binnen de uitgebreide visserijzone; overwegende dat de grensovergang tussen Gaza en Egypte nog steeds niet geopend is op regelmatige basis;

K.     overwegende dat de Israëlische blokkade van de Gazastrook, die sedert 2006 is ingesteld, internationaalrechtelijk illegaal is en dat deze volgens Human Rights Watch neerkomt op een collectieve, tegen de burgerbevolking gerichte straf die het lijden van de lokale bevolking nog verergert;

L.     overwegende dat de VN-Mensenrechtenraad een onafhankelijke onderzoekscommissie heeft ingesteld die alle schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitair recht in de context van het laatste conflict in Gaza moet onderzoeken; overwegende dat het Israëlische leger heeft aangekondigd dat een onderzoeks-en evaluatiecommissie zal worden opgericht om 'uitzonderlijke incidenten' tijdens de laatste gevechten te onderzoeken; overwegende dat Human Rights Watch beklemtoond heeft dat Israël al zeer vaak gefaald heeft geloofwaardig onderzoek te verrichten naar aantijgingen van oorlogsmisdaden;

M.    overwegende dat zowel Israëlische als Palestijnse groeperingen aansprakelijk kunnen zijn voor de schade aan door de VN gebruikte gebouwen, met inbegrip van scholen en andere faciliteiten voor de opvang van ontheemden; overwegende dat deze gebouwen beschermd zijn door het Verdrag inzake de Privileges en Immuniteiten van de VN van 1946, waarbij Israël partij is;

N.     overwegende dat Israël 10,5 miljoen dollar schadevergoeding heeft betaald aan de VN nadat het door een VN-onderzoekscommissie aansprakelijk werd gesteld voor schade aan VN-gebouwen tijdens het offensief van 2008-2009 in Gaza;

O.     overwegende dat de onderhandelingen tussen de twee zijden over een alomvattende beslechting van het Israëlisch-Palestijnse conflict voor onbepaalde tijd zijn opgeschort, nadat de Israëlische regering haar toezegging om een laatste groep Palestijnse gevangenen vrij te laten in april 2014 had ingetrokken;

P.     overwegende dat de Israëlische regering op 31 augustus heeft aangekondigd dat zij 1000 are Palestijnse grond in privébezit op de Westelijke Jordaanoever zal confisqueren, wat volgens de Israëlische ngo Peace Now de grootste landroof in 30 jaar is; overwegende dat de Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden onverminderd zijn uitgebreid sedert de Akkoorden van Oslo, maar dat zij volgens het internationaal recht illegaal zijn en de vredesinspanningen en de haalbaarheid van de tweestatenoplossing ondermijnen;

Q.     overwegende dat president Abbas van de Palestijnse Autoriteit (PA) heeft meegedeeld dat hij voornemens is door middel van de VN een tijdschema in te stellen om binnen drie jaar een einde te maken aan de Israëlische bezetting van Palestijns grondgebied; overwegende dat de Arabische Liga haar steun voor dit actieplan heeft uitgesproken en heeft opgeroepen een internationale conferentie te organiseren om een definitieve regeling te zoeken op basis van het Arabisch Vredesinitiatief;

R.     overwegende dat in een in mei 2014 in opdracht van de Commissie uitgevoerde evaluatie van de samenwerking van de EU met de bezette Palestijnse gebieden en van de steun aan het Palestijnse volk werd geconcludeerd dat het huidige samenwerkingsparadigma zijn grenzen heeft bereikt, bij gebrek aan een parallel politiek traject van de EU ten aanzien van de obstakels die voortvloeien uit de Israëlische bezetting en het Israëlische nederzettingenbeleid en de politieke verdeeldheid van de Westelijke Jordaanoever en Gaza;

S.     overwegende dat de Europese Unie door haar vroegere ervaring van succesvolle conflictregeling door EU-lidstaten, met name het Noord-Ierse vredesproces, in staat is een leidende rol te vervullen bij de oplossing van het conflict tussen Israël en Palestina, door gebruik te maken van de institutionele en politieke oplossingen die bij vorige conflicten zijn ontwikkeld;

1.      veroordeelt het onevenredige en brutale geweld van de laatste Gazaoorlog, alsook de ernstige en veelvuldige schendingen van het internationaal humanitair recht waaraan de beide partijen bij het gewapend conflict zich gedurende deze afschuwelijke 50 oorlogsdagen schuldig hebben gemaakt;

2.      verwelkomt het staakt-het-vuren voor onbepaalde termijn, maar dringt er bij alle partijen op aan de voorwaarden na te leven die in het kader van dit akkoord zijn overeengekomen; dringt met name bij de Israëlische autoriteiten aan op de onmiddellijke, onvoorwaardelijke en volledige opheffing van de illegale blokkade van de Gazastrook, die sedert 2006 een collectieve, tegen de burgerbevolking gerichte straf vormt;

3.      is diep geschokt door het tragische verlies van mensenlevens, waaronder vele kinderen, en door de verwoesting van de burgerinfrastructuur in Gaza; betuigt zijn solidariteit met de slachtoffers aan beide zijden;

4.      beklemtoont dat toestemming moet worden verleend om in heel Gaza ongehinderd humanitaire hulp en materiaal voor de wederopbouw te leveren en te verdelen; vraagt dat de VV/HV en de EU-lidstaten de diplomatieke druk verhogen om te zorgen voor de daadwerkelijke uitvoering van het akkoord over het staakt-het-vuren;

5.      betreurt dat de EU-financiering voor UNWRA die in de EU-begroting voor 2015 wordt voorgesteld, ontoereikend is en onderstreept dat de steun evenredig moet zijn aan de reële kritieke behoeften;

6.      waarschuwt dat elke inspanning voor wederopbouw zinloos zal zijn indien de onderliggende oorzaken van het conflict niet worden aangepakt en vraagt de partijen met aandrang binnen korte tijd opnieuw samen te komen in Caïro als deel van de staakt-het-vuren-overeenkomst;

7.      vraagt de donoren dat zij niet opnieuw de fout maken die zij bij vroegere wederopbouwinspanningen hebben gemaakt, namelijk de in Gaza wonende vertegenwoordigers van het proces uit te sluiten,

8.      vreest dat door de EU en de lidstaten gefinancierde ontwikkelingsprojecten in Gaza zouden kunnen zijn vernietigd of beschadigd door het Israëlische offensief, en verzoekt de VV/HV verslag uit te brengen over de schade-inspecties door de diensten van de Commissie en om, indien deze vermoedens juist blijken, plannen te formuleren voor een antwoord op de herhaalde vernietiging door Israël van door de EU gefinancierde projecten; herinnert er in dit verband aan dat de Israëlische regering schadevergoeding heeft betaald aan de UNRWA voor schade die aan de gebouwen van deze organisatie werd veroorzaakt tijdens het conflict van 2008-2009;

9.      benadrukt dat eerbiediging van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door alle partijen en onder alle omstandigheden onverminderd een absolute 'conditio sine qua non' is voor het bereiken van een eerlijke en duurzame vrede; onderstreept de bijzondere verantwoordelijkheid van Israël, als bezettingsmacht, om het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten na te leven;

10.    veroordeelt het lukraak beschieten van burgers en civiele doelwitten door beide partijen, wat een oorlogsmisdaad is en als zodanig onpartijdig moet worden onderzocht en passend bestraft; is ten zeerste verbolgen over de opzettelijke of lukrake aanvallen door Israëlische troepen op scholen en VN-vluchtelingencentra;

11.    benadrukt dat een terugkeer naar de status quo ante onaanvaardbaar zou zijn; spoort alle partijen ertoe aan om de vredesbesprekingen serieus te hervatten; herhaalt zijn standpunt dat er geen alternatief is voor een alomvattende en via onderhandelingen tot stand gebrachte beslechting van het conflict die leidt tot een tweestatenoplossing, waarbij Israël en een Palestijnse staat naast elkaar bestaan binnen veilige en internationaal erkende grenzen op grond van het in 1967 gecreëerde kader;

12.    hekelt het aanhoudende beleid om volledig straffeloos het Palestijnse volk te onteigenen, onder meer recentelijk de grootste onteigening van Palestijnse grond op de Westelijke Jordaanoever in dertig jaar, slechts enkele dagen na de staakt-het-vuren-overeenkomst; verzoekt de Israëlische autoriteiten om hun nederzettingenbeleid, onder meer hun plannen voor een gedwongen verplaatsing van de Bedoeïenbevolking, onmiddellijk stop te zetten en om te buigen;

13.    vraagt de EU dringend richtsnoeren goed te keuren inzake consumentenetikettering van uit de nederzettingen afkomstige producten; vraagt dat uit de nederzettingen afkomstige producten van de EU-markt worden uitgesloten; betreurt het dat in de EU gevestigde ondernemingen nog steeds zaken doen met en in de Israëlische nederzettingen;

14.    vraagt een omvattende door de VV/HV gecoördineerde evaluatie van de betrokkenheid van Europese ondernemingen in handel die verband houdt met de nederzettingen en van de verenigbaarheid ervan met het internationaal en EU-recht;

15.    is ingenomen met de bemoedigende stappen die vóór het Israëlische militaire offensief zijn ondernomen in de richting van inter-Palestijnse verzoening en de samenstelling van een technocratische regering; verzoekt alle Palestijnse krachten om zich opnieuw in te spannen voor verzoening; hekelt de pogingen om dit potentieel historische proces te ondermijnen en vraagt de Israëlische autoriteiten om alle personen die sedert 12 juni zijn gearresteerd, weer vrij te laten of hen in beschuldiging van een erkend misdrijf te stellen;

16.    is tevreden dat Spanje in augustus de wapenuitvoer naar Israël heeft opgeschort en neemt kennis van het besluit van de Britse regering voor een herziening van de Britse wapenuitvoer naar Israël; besluit een verslag op te stellen over de handel in wapens en andere veiligheidsapparatuur tussen de EU-lidstaten en Israël/Palestina, en de verenigbaar van deze handel met het gemeenschappelijk standpunt van de EU; verzoekt FRONTEX de Israëlische wapenindustrie, onder meer Israel Aerospace Industries en Elbit, te schrappen als leveranciers; roept op tot een alomvattend VN-wapenembargo voor alle partijen in de regio om verdere schendingen van het internationale humanitaire recht en de mensenrechten te voorkomen;

17.    betreurt dat de EU niet deelneemt aan de instelling van een onafhankelijke onderzoekscommissie door de VN-mensenrechtenraad noch aan de huidige inspanningen van een aantal EU-lidstaten om president Abbas van de PA ervan te weerhouden naar het Internationaal Strafhof te stappen; vindt dat een dergelijk gedrag de geloofwaardigheid van het mensenrechtenbeleid van de EU en haar verklaringen over verantwoording en internationale rechtvaardigheid flagrant ondermijnt;

18.    vraagt de EU dat zij haar volledige financiële en politieke steun verleent aan de werkzaamheden van de onderzoekscommissie; verzoekt Israël onbelemmerde toegang te verlenen in de hele conflictzone; vraagt de Palestijnse regering dat zij het Internationaal Strafhof ondubbelzinnig verzoekt zijn bevoegdheid uit te breiden tot de Westelijke Jordaanoever en Gaza zodat ernstige internationale misdaden die door beide partijen zijn begaan, kunnen worden vervolgd;

19.    vraagt de EU dat zij haar verantwoordelijkheid neemt als een invloedrijke speler en een helder en omvattend vredesinitiatief voor de regio lanceert, gebaseerd op vroegere successen die door de EU-lidstaten zijn geboekt op het gebied van strategische conflictoplossing, in het bijzonder in het kader van het Noord-Ierse vredesproces, en dat zij daarbij gebruik maakt van alle mogelijke instrumenten waarover zij beschikt, met name juridische, economische en diplomatieke, om de daadwerkelijke naleving van het internationaal humanitair recht en het internationaal mensenrechtenrecht te bevorderen; vraagt de EU dat zij haar huidige beleid van contacten met de voornaamste actoren in de regio volledig herziet en zichzelf zo de middelen geeft om een ambitieuze vredesagenda te implementeren;

20.    vraagt de EU een strategisch beleidsdocument te ontwikkelen dat duidelijke en aan termijnen gebonden ijkpunten vastlegt, gebaseerd op internationaal recht, die de aard en de werkingssfeer van de betrekkingen met Israël en Palestina zullen bepalen, en die er ook helpen voor zorgen dat het EU-beleid ten aanzien van deze entiteiten volledig is afgestemd op het internationaal en het EU-rechtskader;

21.    vindt dat het niveau van de schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht tijdens het conflict in Gaza en de laatste grondannexatie door Israël nopen tot een optreden van de EU in het kader van artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël;

22.    besluit een ad-hocdelegatie naar Gaza/Palestina en naar Israël te sturen om de situatie ter plaatse, de implementatie van het staakt-het-vuren en de kansen op een duurzame oplossing voor het conflict te evalueren;

23.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de Israëlische regering, de Knesset, de president van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad en de organen van de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0012.

Juridische mededeling