Procedure : 2014/2845(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0116/2014

Ingediende teksten :

B8-0116/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/09/2014 - 10.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 128kWORD 58k
16.9.2014
PE537.018v01-00
 
B8-0116/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over Israël en Palestina na de Gazaoorlog en de rol van de EU (2014/2845(RSP))


Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over Israël en Palestina na de Gazaoorlog en de rol van de EU (2014/2845(RSP))  
B8‑0116/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien de richtsnoeren van de Europese Unie inzake de bevordering van de naleving van het internationaal humanitair recht,

–       gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–       gezien de persverklaring van de VN-Veiligheidsraad van 12 juli 2014 en de verklaring van de secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon van 13 juli 2014,

–       gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de bijbehorende aanvullende protocollen,

–       gezien de VN-mensenrechtenverdragen waarbij Israël en Palestina partij zijn,

–       gezien de laatste verslagen over de bezette Palestijnse gebieden die zijn goedgekeurd door de VN-Mensenrechtenraad,

–       gezien het akkoord over een staakt-het-vuren dat op 26 augustus 2014 in Egypte is bereikt,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het herhaaldelijk zijn steun heeft uitgesproken voor het recht van de Palestijnen op zelfbeschikking, en overwegende dat hun recht op een eigen staat onbetwistbaar is;

B.     overwegende dat Egypte een centrale rol speelt bij het bereiken van een staakt-het-vuren en het creëren van de optimale voorwaarden voor een duurzaam vredesakkoord;

C.     overwegende dat uit cijfers van de VN blijkt dat bij het geweld 2 139 Palestijnen, onder wie 490 kinderen, zijn omgekomen, 500 000 inwoners van Gaza ontheemd zijn, 20 000 huizen in Gaza zijn vernield en 80 Israëli's, onder wie één kind, zijn omgekomen;

D.     overwegende dat 33 Palestijnse parlementsleden, twee ministers en 7 000 Palestijnse burgers momenteel in Israëlische gevangenissen worden vastgehouden, en dat ongeveer 500 van hen zonder aanklacht of proces in administratieve detentie worden gehouden;

E.     overwegende dat de EUBAM Rafah (de missie van de Europese Unie voor bijstandverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah) haar activiteiten bij de grensovergang bij Rafah in 2007 heeft opgeschort;

F.     overwegende dat de Raad van de Europese Unie op 3 juli 2013 heeft besloten het mandaat van de EUBAM Rafah op basis van het huidige mandaat met nog eens twaalf maanden te verlengen, van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2014;

G.     overwegende dat de EUBAM Rafah sinds 2007 niet meer aan de grensovergang bij Rafah is ingezet omdat Hamas de controle over de Gazastrook heeft overgenomen; overwegende dat de EU niettemin het acquis van de overeenkomst betreffende verkeer en toegang alsook haar rol als derde handhaaft en zich gereedhoudt om de grensovergang opnieuw in werking te stellen zodra de politieke en veiligheidsomstandigheden dat mogelijk maken;

H.     overwegende dat de meeste van de Palestijnse parlementsleden die momenteel door Israël worden vastgehouden, in juni en juli 2014 zijn aangehouden;

1.      betuigt nogmaals zijn deelneming aan alle slachtoffers van het gewapende conflict en hun nabestaanden; veroordeelt ten zeerste de schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht door beide zijden;

2.      erkent en looft de rol die Egypte heeft gespeeld door te bemiddelen over een staakt-het-vuren; steunt de Egyptische autoriteiten, die samen met de Israëli's en de Palestijnen verder werken aan het tot stand brengen van een duurzaam staakt-het-vuren, en wijst op de strategische rol van Egypte als huidige en toekomstige bemiddelaar voor een vreedzame oplossing; is verheugd over de recente berichten dat de Egyptenaren weldra besprekingen over een permanent staakt-het-vuren zullen aanvatten;

3.      is verheugd dat zowel de Israëlische regering als de Palestijnse Autoriteit het Egyptische voorstel voor een staakt-het-vuren in Gaza hebben aanvaard; roept beide zijden op om alle voorwaarden van het staakt-het-vuren in acht te nemen;

4.      vraagt de Israëlische regering en de Palestijnse Autoriteit wederzijds de mogelijkheid te erkennen om in de toekomst tot een tweestatenoplossing te komen;

5.      vraagt beide zijden zich te houden aan de voorwaarden van het staakt-het-vuren, en met name het besluit om de visserijzone uit te breiden tot zes en uiteindelijk twaalf zeemijl;

6.      vraagt de Israëlische regering en de Palestijnse Autoriteit toe te zien op de onmiddellijke toepassing van de bepalingen van het staakt-het-vuren, en vraagt beide partijen de voorwaarden van het staakt-het-vuren in acht te nemen, aangezien dit in hun beider belang is en een voorwaarde is voor duurzame vrede in de regio en voor het scheppen van optimale omstandigheden voor het bespoedigen van de tweede ronde van de vredesbesprekingen;

7.      moedigt de belangrijkste regionale actoren, met name Egypte en Jordanië, aan zich te blijven inzetten om de rust te herstellen en concrete resultaten te bereiken;

8.      benadrukt nogmaals dat het conflict tussen Israëli's en Palestijnen niet kan worden opgelost met militaire middelen, maar uitsluitend via een vreedzaam en geweldloos proces; dringt nogmaals aan op verdere rechtstreekse vredesbesprekingen tussen beide partijen;

9.      benadrukt dat de Palestijnse Autoriteit, de EU, Egypte en Jordanië stevig werk moeten leveren om ervoor te zorgen dat de gewapende groeperingen in Gaza worden ontwapend en te voorkomen dat die groeperingen zich in de toekomst gaan herbewapenen of opnieuw wapens gaan binnensmokkelen, raketten gaan bouwen of tunnels gaan aanleggen;

10.    benadrukt dat zowel Israëlische als Palestijnse burgers het recht hebben om in vrede en veiligheid te leven binnen veilige grenzen, en dat dit door beide partijen officieel moet worden aanvaard;

11.    vraagt de EU en de lidstaten een actievere politieke rol te spelen en vraagt de EU haar verantwoordelijkheid op zich te nemen als invloedrijke speler en het heft in handen te nemen bij de inspanningen om rechtvaardige en duurzame vrede tussen Israëli's en Palestijnen tot stand te brengen;

12.    steunt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger bij haar inspanningen om tot een geloofwaardig vooruitzicht op de hervatting van het vredesproces te komen;

13.    herinnert er nogmaals aan dat de EU zich ertoe heeft verbonden te helpen bij de uitvoering van de praktische kanten van de overeenkomst die de Palestijnse Autoriteit en Israël nu hebben bereikt, en ervoor te zorgen dat bij de toekomstige vredesonderhandelingen, waaronder de tweede ronde in Egypte, die voor 26 september gepland staat, wordt gesproken over de opheffing van de blokkade van Gaza, de aanleg van een zeehaven in de Gazastrook, de heropening van de luchthaven van Gaza, de vrijlating van Palestijnse gevangenen, de overdracht van de stoffelijke overschotten van Israëlische soldaten en de demilitarisering van Gaza;

14.    onderstreept dat vreedzame en geweldloze maatregelen de enige manier zijn om rechtvaardige en duurzame vrede tussen Israëli's en Palestijnen tot stand te brengen;

15.    dringt aan op verdere rechtstreekse vredesbesprekingen tussen beide partijen;

16.    vraagt dat een onafhankelijke onderzoekscommissie de schade als gevolg van het gewapende conflict onderzoekt en de kosten van de wederopbouw raamt;

17.    betuigt opnieuw zijn volledige steun voor de tweestatenoplossing voor het conflict, met als basis de grenzen van 1967 en Jeruzalem als hoofdstad van beide staten, waarbij de staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aaneengesloten en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid;

18.    vraagt dat de blokkade van de Gazastrook wordt opgeheven, wat gepaard moet gaan met een effectief controlemechanisme om wapensmokkel naar Gaza te voorkomen;

19.    erkent de legitieme veiligheidsbehoeften van Israël;

20.    vraagt om concrete maatregelen om de wederopbouw en het economisch herstel van Gaza mogelijk te maken, met EU-toezicht op de tenuitvoerlegging;

21.    benadrukt dat het dringend noodzakelijk is dat de EU hulp verleent bij de wederopbouw van de Gazastrook;

22.    onderstreept dat alle EU-instellingen de Palestijnse Autoriteit en de Israëlische regering moeten blijven steunen bij hun vredesonderhandelingen met het oog op de vastlegging van veilige grenzen van een toekomstige Palestijnse staat en veilige grenzen voor Israël;

23.    vraagt om een onafhankelijke onderzoekscommissie voor de wederopbouw; is van mening dat de EU volledige – politieke en economische – steun moet verlenen aan de oprichting van een onafhankelijke onderzoekscommissie voor de wederopbouw, die, met steun en deelname van de EUBAM en met gebruikmaking van EU-middelen, moet instaan voor coördinatie en toezicht opdat de EU-middelen op de juiste plek terechtkomen en niet worden gebruikt voor het aanleggen van tunnels, het kopen van wapens of explosieven of voor andere illegale activiteiten;

24.    vraagt dat er een onafhankelijke onderzoekscommissie voor de wederopbouw wordt opgericht om erop toe te zien dat de EU-middelen worden gebruikt om scholen en ziekenhuizen te bouwen, medisch personeel op te leiden en in de basisbehoeften van de burgers te voorzien;

25.    betreurt dat Israël doorgaat met het uitbreiden van de nederzettingen, die internationaalrechtelijk gezien illegaal zijn en vrede in de weg staan, in het bijzonder in deze onstabiele situatie van staakt-het-vuren;

26.    vraagt dat de EU een standpunt aanneemt over de aankondiging van de Israëlische regering van 30 augustus 2014 over de onteigening van 400 ha land rond de nederzetting Etzion bij Bethlehem ten behoeve van de naburige nederzetting Gvaot;

27.    vraagt dat de blokkade van Gaza onmiddellijk wordt opgeheven zodat het goederenverkeer en de toegang tot humanitaire hulp en materiaal voor de wederopbouw worden vergemakkelijkt;

28.    vraagt dat de EU erop wijst dat de verstrekking van humanitaire hulp wordt beschermd krachtens het internationale humanitaire recht (artikel 59 van de Vierde Conventie van Genève van 1949) en zich ertoe verbindt dat wie de verstrekking van humanitaire hulp belemmert, daarvoor rekenschap zal moeten afleggen;

29.    vraagt Israël de veiligheidsbufferzone aan de Gazaanse kant van de grens smaller te maken, zodat de Palestijnen toegang krijgen tot meer landbouwgrond aan de grens;

30.    vraagt de Palestijnse Autoriteit de verantwoordelijkheid voor het beheer van de grenzen van Gaza op zich te nemen;

31.    neemt er nota van dat de Europese Unie de situatie en de bredere implicaties daarvan nauwgezet in het oog blijft houden en haar optreden daarnaar zal richten;

32.    is verheugd dat Israël het Palestijnse parlementslid Khalid Yahya Said uit de gevangenis van Meggido heeft ontslagen; vraagt Israël onverwijld de 33 Palestijnse parlementsleden en de twee ministers vrij te laten die nog steeds zonder aanklacht of proces in Israël in administratieve detentie worden gehouden, en herinnert eraan dat leden van het Palestijnse Parlement democratisch verkozen zijn en dat de democratische meningsuiting van alle burgers moet worden geëerbiedigd;

33.    vraagt de EDEO de bevoegdheden van de EUBAM Rafah uit te breiden tot die van een EU-waarnemingsmissie die verantwoordelijk is voor alle voor de regio bestemde EU-middelen, aangezien de EUBAM Rafah sinds 2007 niet meer actief is, hoewel haar mandaat tot 2014 is verlengd;

34.    vraagt de EU personeel van de EUBAM Rafah in te zetten om toezicht te houden op het gebruik van EU-middelen in het algemeen en in het bijzonder als EU-middelen bestemd zijn voor de bouw van een toekomstige luchthaven en zeehaven in Gaza;

35.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, de regeringen en de parlementen van de leden van de VN-Veiligheidsraad, de afgezant van het Midden-Oostenkwartet, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad, de regering van Egypte en de regering van het Koninkrijk Jordanië.

Juridische mededeling