Procedure : 2014/2844(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0135/2014

Ingediende teksten :

B8-0135/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/09/2014 - 10.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0028

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 123kWORD 54k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0111/2014
16.9.2014
PE537.037v01-00
 
B8-0135/2014

naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Libië (2014/2844(RSP))


Marietje Schaake, Jozo Radoš, Marielle de Sarnez, Andrus Ansip, Robert Rochefort, Ramon Tremosa i Balcells, Johannes Cornelis van Baalen, Petras Auštrevičius, Ivan Jakovčić, Louis Michel namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Libië (2014/2844(RSP))  
B8‑0135/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Libië,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 augustus 2014 en de conclusies van de Europese Raad van 30 augustus 2014 over Libië,

–       gezien resolutie 2174 (2014) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over Libië,

–       gezien het verslag van de United Nations Support Mission in Libya (UNSMIL) "Overzicht van de schendingen van de internationale mensenrechten en het humanitair recht tijdens het aanhoudende geweld in Libië" van 4 september 2014,

–       gezien de Conventies van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen van 1977, en de verplichting van partijen bij gewapende conflicten om ervoor te zorgen dat het internationaal humanitair recht in alle omstandigheden wordt geëerbiedigd,

–       gezien het Verdrag inzake de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel, en het facultatieve protocol daarbij,

–       gezien het besluit van de Raad van 22 mei 2013 tot oprichting van de EU-grensversterkingsmissie EUBAM Libië (European Union Border Assistance Mission in Libya),

–       gezien het feit dat Libië op 25 april 1981 het Verdrag van de Afrikaanse Unie betreffende specifieke aspecten van de vluchtelingenproblematiek in Afrika heeft geratificeerd,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de botsingen tussen rivaliserende milities in de afgelopen maanden zijn toegenomen en dat de gevechten om de controle over Tripoli en Benghazi Libië hebben gedestabiliseerd en de overgang naar democratie in gevaar hebben gebracht, en geresulteerd hebben in steeds meer burgerslachtoffers, binnenlandse ontheemden en vluchtelingen;

B.     overwegende dat de veiligheidssituatie en de politieke stabiliteit in Libië de laatste weken ernstig zijn verslechterd;

C.     overwegende dat pro-islamitische milities op 24 augustus 2014 Tripoli en de civiele luchthaven aldaar hebben ingenomen;

D.     overwegende dat UNSMIL als belangrijkste taak heeft gekregen te werken aan staatsopbouw en dat de Europese Unie ernaar streeft Libië door middel van EUBAM te ondersteunen;

E.     overwegende dat er berichten zijn dat er bij het geweld in Libië sprake is van bemoeienis van buitenaf, onder meer in de vorm van militair optreden en leveranties van wapens en munitie;

F.     overwegende dat resolutie 2174 (2014) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties toestemming geeft voor reisverboden en het bevriezen van vermogensbestanddelen van personen en groepen die door het Comité worden aangewezen als personen die handelingen verrichten of steunen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van Libië ondermijnen, of die het politieke overgangsproces bedreigen of verhinderen;

1.      dringt er bij alle partijen op aan het eens te worden over een onmiddellijk staakt-het-vuren en beëindiging van de vijandelijkheden, en veroordeelt het toenemende geweld, met name tegen de burgerbevolking en civiele instanties;

2.      benadrukt dat een nog langer aanhoudende destabilisatie van Libië een ernstige bedreiging vormt voor de hele regio, de Libische bevolking en de Europese Unie;

3.      maakt zich ernstig zorgen over berichten over betrokkenheid van regionale actoren bij het geweld in Libië;

4.      veroordeelt alle vormen van geweld en intimidatie, waaronder moord, verkrachting en seksueel misbruik, gewapende overvallen, ontvoering, gijzeling, kidnapping, intimidatie en wederrechtelijke arrestatie en opsluiting;

5.      steunt de inspanningen van de ondersteuningsmissie van de Verenigde Naties in Libië (UNSMIL), alsmede die van de speciale VN-gezant voor Libië;

6.      dringt er bij de internationale gemeenschap op aan om via de VN-Veiligheidsraad en de ondersteuningsmissie van de VN in Libië ter zake van de situatie in Libië actie te ondernemen;

7.      dringt er bij de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op aan het mandaat van de EU-grensversterkingsmissie EUBAM te herzien en in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid een nieuwe missie in het leven te roepen, die rekening houdt met de gewijzigde situatie in Libië en met de noodzaak om te werken aan staatsopbouw, versterking van instellingen en hervorming van de beveiligingssector;

8.      is van mening dat de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Dienst voor extern optreden een bepalende rol zouden kunnen spelen bij het initiëren van een staakt-het-vuren in Libië en het opzetten van een mechanisme om de naleving van een dergelijk akkoord te controleren;

9.      vraagt de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid te onderzoeken of het mogelijk is maatregelen te nemen tegen specifieke personen die ervoor zorgen dat het geweld nog altijd voortduurt en daarmee de mensenrechten schenden;

10.    maakt zich nog steeds grote zorgen over de verspreiding van wapens, munitie en explosieven in Libië, omdat dit een gevaar vormt voor de stabiliteit in Libië en voor de Libische bevolking;

11.    beseft dat vrouwen bij de overgang naar democratie in het land een grote rol hebben gespeeld en benadrukt dat vrouwen ten volle betrokken moeten worden bij de nationale besluitvorming en bij de oprichting van nationale instellingen op alle niveaus;

12.    is ingenomen met de uitbreiding van de maatregelen die tegen bepaalde personen genomen kunnen worden, zoals bepaald bij resolutie 2174 (2014) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties; verzoekt de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid te onderzoeken of er maatregelen genomen kunnen worden tegen personen die onder deze definitie vallen;

13.    benadrukt dat de administratie van de exploitatie en verkoop van olie in handen moet liggen van de centrale overheid, en dringt er bij de internationale gemeenschap op aan om geen transacties aan te gaan met andere actoren;

14.    benadrukt dat alle partijen bij het gewapende conflict de internationale humanitaire beginselen van menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid moeten eerbiedigen om ervoor te zorgen dat er humanitaire hulp wordt verleend en dat de veiligheid van de burgers die hulp ontvangen wordt gewaarborgd, evenals de veiligheid van het personeel dat betrokken is bij het verstrekken van humanitaire hulp;

15.    herinnert eraan dat aanvallen die bewust worden uitgevoerd op personeel dat betrokken is bij humanitaire hulp of vredeshandhavingsmissies overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, op grond van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof aangemerkt moeten worden als een oorlogsmisdrijf;

16.    dringt er bij alle staten, en met name bij de buurlanden van Libië, op aan om hun grenscontroles, onder meer in havens en op luchthavens, te verscherpen en alle goederen die van en naar Libië worden vervoerd zeer grondig te inspecteren;

17.    is zeer bezorgd over de toenemende aanwezigheid van aan Al-Qaida gelieerde terroristische groeperingen en individuen die in Libië actief zijn, en bevestigt dat iedere bedreiging van de internationale vrede en veiligheid die wordt veroorzaakt door terroristische daden, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht, inclusief de toepasselijke internationale mensenrechten, vluchtelingenrecht en humanitair recht, met alle middelen moet worden bestreden;

18.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Libische regering en het Algemene Nationale Congres, de secretaris-generaal van de VN, de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie.

Juridische mededeling