Procedure : 2014/2197(INS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0249/2014

Ingediende teksten :

B8-0249/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/11/2014 - 8.1
CRE 27/11/2014 - 8.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


MOTIE VAN AFKEURING JEGENS DE EUROPESE COMMISSIE
PDF 122kWORD 53k
18.11.2014
PE538.972v01-00
 
B8-0249/2014

ingediend overeenkomstig artikel 119 van het Reglement


- (2014/0000(RSP))


Marco Zanni, Marco Valli, Steven Woolfe, Patrick O’Flynn, Peter Lundgren, Kristina Winberg, Diane James, Isabella Adinolfi, Marco Affronte, Laura Agea, Daniela Aiuto, Tiziana Beghin, David Borrelli, Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Rosa D’Amato, Eleonora Evi, Laura Ferrara, Giulia Moi, Piernicola Pedicini, Dario Tamburrano, Marco Zullo, Nigel Farage, Roger Helmer, John Stuart Agnew, Tim Aker, Jonathan Arnott, Janice Atkinson, Amjad Bashir, Gerard Batten, Louise Bours, James Carver, David Coburn, Jane Collins, William (The Earl of) Dartmouth, Bill Etheridge, Raymond Finch, Nathan Gill, Mike Hookem, Paul Nuttall, Margot Parker, Julia Reid, Jill Seymour, Joëlle Bergeron, Louis Aliot, Gerolf Annemans, Marie-Christine Arnautu, Nicolas Bay, Dominique Bilde, Mara Bizzotto, Mario Borghezio, Marie-Christine Boutonnet, Steeve Briois, Gianluca Buonanno, Aymeric Chauprade, Mireille D’Ornano, Lorenzo Fontana, Sylvie Goddyn, Marcel de Graaff, Jean-François Jalkh, Hans Jansen, Gilles Lebreton, Marine Le Pen, Philippe Loiseau, Vicky Maeijer, Dominique Martin, Joëlle Mélin, Bernard Monot, Sophie Montel, Franz Obermayr, Florian Philippot, Matteo Salvini, Jean-Luc Schaffhauser, Olaf Stuger, Mylène Troszczynski, Harald Vilimsky

Motie van afkeuring van het Europees Parlement jegens de Commissie (2014/0000(RSP))  
B8‑0249/2014

Het Europees Parlement,

–  gezien Richtlijn 2014/86/EU van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/96/EU betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten;

–  gezien zijn resolutie van 19 april 2012 inzake de oproep om belastingfraude en belastingontduiking op concrete wijze te bestrijden(1),

–  gezien zijn resolutie van 21 mei 2013 over de strijd tegen belastingfraude, belastingontduiking en belastingparadijzen(2),

–  gezien zijn resolutie van 12 december 2013 over de oproep tot een meetbaar en bindend engagement tegen belastingontduiking en belastingontwijking in de EU(3),

–  gezien de overeenkomst van de ministers van financiën van de G20 van 21 september 2013 over nieuwe maatregelen ter bestrijding van belastingontwijking door bedrijven,

–  gezien artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 17, lid 8, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikel 234 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien artikel 119 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het verschil tussen ontwijking en ontduiking duidelijk is, namelijk dat ontwijking legaal is en ontduiking niet, maar dat de Commissie en de EU-instellingen dit verschil altijd hebben genegeerd en hebben gedaan alsof het om één en hetzelfde begrip ging;

B.  overwegende dat agressieve regelingen voor ontwijking van vennootschapsbelasting in lidstaten van de EU, met name zoals toegepast in het Groothertogdom Luxemburg, hebben geleid tot het verlies van miljarden euro aan potentiële belastinginkomsten in andere lidstaten van de EU;

C.  overwegende dat de Commissie met ingang van juni 2014 onderzoek doet naar vermeende illegale staatsteun in de vorm van onwettige belastingakkoorden tussen het Groothertogdom Luxemburg en de Fiat-groep en Amazon;

D.  overwegende dat deze agressieve regelingen en akkoorden voor belastingontwijking waren goedgekeurd door de Luxemburgse belastingdienst toen de nieuwe voorzitter van de Commissie, Jean-Claude Juncker, minister-president van het Groothertogdom was;

E.  overwegende dat het Groothertogdom Luxemburg onder premier Juncker onvoldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek van de Commissie naar illegale belastingakkoorden;

F.  overwegende dat de nieuwe Commissie, in verklaringen die voorzitter Juncker en andere commissarissen hebben afgelegd tijdens de hoorzittingen voor het Europees Parlement, heeft beloofd zich krachtig te zullen inzetten voor de bestrijding van onwettige akkoorden voor belastingontwijking binnen de Europese Unie;

G.  overwegende dat akkoorden voor belastingontwijking tussen ondernemingen en het Groothertogdom Luxemburg blijkbaar legaal zijn, maar dat ze morele en ethische vragen oproepen bij de miljoenen burgers die worden geconfronteerd met de ernstigste economische crisis van de recente geschiedenis;

H.  overwegende dat agressieve regelingen voor ontduiking van de vennootschapsbelasting indruisen tegen het beginsel dat alle maatschappelijke sectoren, waaronder het bedrijfsleven, een billijke bijdrage aan de samenleving moeten leveren;

I.  overwegende dat nationale soevereiniteit op fiscaal gebied een uiterst belangrijk instrument is voor het sturen van de mededinging en de economische groei, maar dat de Luxemburgse belastingakkoorden in strijd zijn met het beginsel van het waarborgen van eerlijke mededinging tussen de lidstaten;

J.  overwegende dat iemand die verantwoordelijk is voor het creëren, uitvoeren, beheren en monitoren van een agressief beleid van belastingontwijking niet geloofwaardig genoeg is om de Europese burgers te dienen als voorzitter van de Europese Commissie;

1.  betreurt het feit dat de lidstaten van de EU miljarden euro aan potentiële belastinginkomsten zijn misgelopen ten gevolge van de Luxemburgse agressieve regelingen voor ontwijking van de vennootschapsbelasting, die zijn vastgesteld tijdens de periode waarin de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, minister-president van het Groothertogdom Luxemburg was;

2.  is van mening dat het feit dat voorzitter van de Commissie Jean-Claude Juncker minister-president was toen deze akkoorden van kracht waren, hem rechtstreeks verantwoordelijk maakt voor dit beleid van belastingontwijking;

3.  acht het onaanvaardbaar dat de functie van voorzitter van de Europese Commissie wordt bekleed door iemand die verantwoordelijk was voor een agressief beleid van belastingontwijking;

4.  verklaart geen vertrouwen te hebben in de heer Juncker als voorzitter van de Europese Commissie en als vertegenwoordiger van de Europese Unie tegenover de burgers;

5.  spreekt zijn afkeuring over de Commissie uit;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze motie van afkeuring te doen toekomen aan de voorzitter van de Raad en de voorzitter van de Commissie en hen in kennis te stellen van de uitslag van de stemming over deze motie.

(1)

PB C 248 E van 7.9.2013, blz. 53.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0205.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0593.

Juridische mededeling