Procedure : 2014/2946(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0280/2014

Ingediende teksten :

B8-0280/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/11/2014 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2014)0068

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 116kWORD 54k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0278/2014
24.11.2014
PE539.003v01-00
 
B8-0280/2014

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B8‑0042/2014

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over vertraging bij de start van het cohesiebeleid 2014-2020 (2014/2946(RSP))


Monika Vana, Terry Reintke, Davor Škrlec, Bronis Ropė, Benedek Jávor namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over vertraging bij de start van het cohesiebeleid 2014-2020 (2014/2946 (RSP)).  
B8‑0280/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad,

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020,

–       gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad,

–       gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting 2014 (COM(2014)0329),

–       gezien het zesde verslag van de Commissie over economische, sociale en territoriale cohesie van 23 juli 2014 getiteld "Investment for jobs and growth: Promoting development and good governance in EU regions and cities",

–       gezien de vraag voor mondelinge beantwoording aan de Commissie over vertragingen bij de start van het cohesiebeleid voor de periode 2014-2020 (O-000082/2014 – B8 0042/2014),

–       gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat in het zesde cohesieverslag onderstreept wordt dat het cohesiebeleid in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het opvangen van de gevolgen van het opdrogen van de investeringen in de afgelopen jaren, in het bijzonder in die lidstaten die het zwaarst door de crisis getroffen zijn, en dat het cohesiebeleid onverminderd het belangrijkste investeringsinstrument van de EU is voor economische, sociale en territoriale cohesie;

B.     overwegende dat de goedkeuring van het wetgevingskader voor de financieringsperiode 2014-2020 vertraging heeft opgelopen en dat de lidstaten zich terughoudend hebben opgesteld bij het versnellen van de voorbereiding van het programmeringsproces;

C.     overwegende dat volgens de meest recente informatie tot nu toe alle partnerschapsovereenkomsten en slecht een handjevol operationele programma's goedgekeurd zijn;

D.     overwegende dat de Commissie aangekondigd heeft dat zij voor die operationele programma's die aan het eind van 2014 nog altijd "ready for adoption" zijn een overdrachtprocedure zal toepassen, die het mogelijk maakt de kredieten van 2014 over te dragen naar 2015, op voorwaarde dat de bedragen van 2014 uiterlijk op 31 maart 2015 vastgelegd zijn;

E.     overwegende dat de Commissie van plan is voor te stellen op die operationele programma's die aan het eind van 2014 niet "ready for adoption" zijn artikel 19 van het meerjarig financieel kader (MFK) toe te passen, teneinde de ongebruikte kredieten van 2014 voor de Europese Structuur- en investeringsfondsen te kunnen gebruiken;

F.     overwegende dat de lidstaten en de regio's daarnaast geconfronteerd worden met het probleem dat de Commissie mogelijkerwijs de openstaande betalingsclaims uit de financieringsperiode 2007-2013 niet tijdig zal kunnen honoreren, waarmee het nog moeilijker wordt de vastgelegde kredieten te gebruiken en de geloofwaardigheid van de EU ondermijnd wordt;

G.     overwegende dat de begrotingsbemiddeling, die bedoeld was om een oplossing te vinden voor de achterstand bij de betalingen, onlangs mislukt is, waarmee de onderfinanciering van de EU-begroting bestendigd wordt;

H.     overwegende dat de Commissie tegelijkertijd aangekondigd heeft dat zij een voorstel zal presenteren voor een investeringspakket;

1.      onderstreept het belang van het cohesiebeleid als hét EU-instrument voor investeringen in banen en de reële economie, met afstemming op de Europa 2020-doelstellingen;

2.      feliciteert die lidstaten en regio's die hun operationele programma's voor het eind van 2014 hebben kunnen finaliseren, zodat geïnvesteerd kan worden in slimme, duurzame en inclusieve groei;

3.      is het met de Commissie eens dat kwaliteit belangrijker is dan snelheid; onderstreept het belang van kwalitatief hoogwaardige programma's en projecten voor de bestrijding van fraude;

4.      maakt zich zorgen over de belangrijke vertraging bij de start van de tenuitvoerlegging van programma's en projecten;

5.      dringt er bij de Commissie, de lidstaten en de regio's op aan zich nog meer in te spannen om hun operationele programma's goed te keuren, met uiteraard de volledige inachtneming van alle voorschriften, en zonder verdere vertraging te beginnen met de tenuitvoerlegging daarvan;

6.      vraagt de Commissie in kaart te brengen welke gevolgen de vertraging bij de start van het cohesiebeleid voor de periode 2014-2020 heeft voor banen, de reële economie en de klimaat- en de milieubescherming, aanbevelingen voor de start van de volgende financieringsperiode voor de periode ná 2020 te formuleren op basis van de geleerde lessen, en een mededeling met haar bevindingen en conclusies te publiceren, met een overzicht van de belangrijkste problemen en obstakels in de verschillende lidstaten;

7.      vreest dat een deel van de kredieten van 2014 verloren zal gaan ten gevolg van de opgelopen vertraging en derhalve niet beschikbaar zal zijn voor de zo dringend noodzakelijke investeringen in de regio's; verzoekt de lidstaten hun uiterste best te doen om het verlies zo gering mogelijk te houden door zo snel mogelijk en in overleg met het Parlement afspraken te maken over het opnieuw budgetteren van de kredieten van 2014, in overeenstemming met artikel 19 van de MFK-verordening;

8.      spoort de lidstaten aan om, als een kortetermijnmaatregel, gebruik te maken van overbruggingsleningen, teneinde de tenuitvoerlegging van programma's en projecten te versnellen; verzoekt ook de Commissie hierbij te helpen in samenwerking met de Europese Investeringsbank;

9.      maakt zich ernstige zorgen over de steeds groter wordende achterstand bij de betalingen en over de mislukte begrotingsbemiddeling, en spoort de lidstaten aan hun verantwoordelijkheid te nemen en de Commissie in staat te stellen de openstaande betalingsclaims uit de financieringsperiode 2007-2013 binnen het daarvoor voorziene tijdskader te honoreren;

10.    verzoekt de Commissie nog meer te doen om te komen tot een volledige en rimpelloze tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid, hetgeen belangrijk is met het oog op het tegemoetkomen aan de investeringsbehoeften van de EU, het oplossen van de begrotingsproblemen en het beperken van de schade aan het investeringsklimaat in de EU;

11.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de andere betrokken instellingen.

Juridische mededeling