Procedure : 2014/2973(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0287/2014

Ingediende teksten :

B8-0287/2014

Debatten :

PV 26/11/2014 - 20
CRE 26/11/2014 - 20

Stemmingen :

PV 27/11/2014 - 10.8
CRE 27/11/2014 - 10.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 136kWORD 67k
24.11.2014
PE539.010v01-00
 
B8-0287/2014

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de digitale interne markt (2014/2973(RSP))


Vicky Ford, Sajjad Karim namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de digitale interne markt (2014/2973(RSP))  
B8‑0287/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien artikel 3, lid 3, en artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–       gezien de artikelen 9, 10, 12, 14, 16, 26, 114, lid 3, en 169 lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met name gelet op artikel 8, 11, 21 en 38 daarvan,

–       gezien medebeslissingsprocedure 2013/0309 inzake het voorstel voor een verordening tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen (COM(2013)0627),

–       gezien het werkdocument van de Commissie van 23 april 2013 getiteld "E-commerce Action plan 2012-2015 – State of play 2013" (SWD(2013)0153),

–       gezien het Scorebord van de interne 26 markt van de Commissie van 18 februari 2013,

–       gezien het Scorebord voor de digitale agenda 2014 van de Commissie,

–       gezien de mededeling van de Commissie van 11 januari 2012 met de titel "Een coherent kader voor een groter vertrouwen in de digitale eengemaakte markt voor elektronische handel en onlinediensten" (COM(2011)0942),

–       gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over een nieuwe agenda voor het Europese consumentenbeleid(1),

–       gezien zijn resolutie van 4 februari 2014 over de toepassing van Richtlijn 2005/29/EG over oneerlijke handelspraktijken(2),

–       gezien zijn resolutie van 10.12.13 over het aanboren van het potentieel van cloud computing in Europa(3),

–       gezien zijn resolutie van 4 juli 2013 inzake het voltooien van de digitale interne markt(4),

–       gezien zijn resolutie van 11.12.12 inzake het voltooien van de digitale interne markt(5),

–       gezien zijn resolutie van 22 mei 2012 over een strategie ter versterking van de rechten van kwetsbare consumenten(6),

–       gezien zijn resolutie van 20.04.12 met als titel "Een concurrerende digitale interne markt - e-overheid als speerpunt"(7),

–       gezien zijn resolutie van 15 november 2011 over een nieuwe strategie voor het consumentenbeleid(8),

–       gezien de studie van 2013 door zijn beleidsondersteunende afdeling A over de opbouw van een alomtegenwoordige digitale samenleving in de EU,

–       gezien de studie van 2013 door zijn beleidsondersteunende afdeling A “De bijdrage van Entertainment x.0 aan het versnellen van de uitrol van breedband”,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de digitale interne markt een van de gebieden is waar vooruitgang te boeken valt en dat naast uitdagingen ook een groot potentieel biedt voor het winnen van efficiëntie, dat wel 260 miljard euro kan opleveren, en zo Europa kan helpen uit de crisis te komen;

B.     overwegende dat de digitale interne markt een van de meest innoverende sectoren van de economie is en daarom een belangrijke factor is voor het concurrentievermogen van de Europese economie en een bijdrage levert aan de economische groei door de ontwikkeling van e-handel, terwijl ook de administratieve en financiële regelnaleving door het bedrijfsleven erdoor wordt vergemakkelijkt en consumenten een ruimere keuze aan goederen en diensten wordt geboden;

C.     overwegende dat de digitale interne markt niet alleen economische voordelen biedt maar ook in politiek, sociaal en cultureel opzicht een sterke weerslag heeft op het dagelijkse bestaan van EU-consumenten en -burgers;

D.     overwegende dat een concurrerende digitale interne markt het niet kan stellen zonder snelle breedband van hogere capaciteit en telecommunicatienetwerken in alle regio's van de EU, ook in afgelegen gebieden; overwegende dat er verschillende manieren zijn om in die capaciteit te voorzien, ook door de particuliere en openbare investeringen;

E.     overwegende dat de digitale kloof een ongunstige uitwerking heeft op de ontwikkeling van een digitale interne markt, waar het gaat om toegang tot het internet en om e-vaardigheden;

F.     overwegende dat de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer, en de beveiliging van elektronische communicatie en netwerken van prioritair belang zijn in de digitale interne markt, omdat dit fundamentele voorwaarden zijn voor het functioneren ervan en om ervoor te zorgen dat het vertrouwen van de burgers en de consumenten niet wordt beschaamd;

G.     overwegende dat online markten, willen zij groeien, flexibel moeten zijn en consumentvriendelijk;

H.     overwegende dat e-handel een belangrijke aanvulling vormt op de offline handel en veel in beweging brengt waar het gaat om consumentenkeuze, mededinging en technologische innovatie en daardoor bijdraagt aan de overgang van de Europese Unie naar een kenniseconomie;

I.      overwegende dat ongebreidelde concurrentie en een egaal speelveld voor het bedrijfsleven waardoor investeringen worden aangemoedigd, essentieel zijn voor deze sector van de economie omdat zij zorgen voor lange-termijnontwikkeling ten voordele van de eindgebruiker; overwegende dat werkbare mededinging een goede aanjager is van doelgerichte investeringen en de consument tot voordeel kan strekken waar het gaat om keuze, prijs en kwaliteit;

J.      overwegende dat de digitale interne markt op sommige punten zwakke plekken vertoont door te grote marktconcentratie en dominante marktdeelnemers;

K.     overwegende dat problemen als marktversnippering en gemis van interoperabiliteit in de Europese Unie belemmerend werkt op de ontwikkeling van de digitale interne markt;

L.     overwegende dat de digitale interne markt over het geheel genomen hoog geschoolde en goed betaalde banen genereert, en daardoor een belangrijke bijdrage levert aan de schepping van duurzame en hoogwaardige werkgelegenheid ;

1.      vraagt de lidstaten en de Commissie om, door niet-aflatende inspanning tot toepassing van bestaande regels en de handhaving van die regels, in het kader van een overkoepelende strategie, alle bestaande belemmeringen op te ruimen die de ontwikkeling van een digitale interne markt nog in de weg staan, en erop toe te zien dat alle maatregelen op hun effect beoordeeld zijn, toekomstbestendig en geschikt voor het digitale tijdperk; onderstreept dat zulke inspanningen centraal moeten staan in de pogingen van de EU om economische groei en werkgelegenheid te genereren en haar concurrentievermogen en veerkracht binnen de mondiale economie te versterken;

2.      wijst in het bijzonder op het potentieel van de e-handel die de consument naar schatting meer 11,7 miljard euro zou kunnen besparen als zij bij hun online bestellingen uit het volledige aanbod van goederen en diensten in de EU konden kiezen;

3.      wijst er met name op dat de obstakels moeten worden aangepakt waarmee consumenten en bedrijven nog steeds te maken krijgen waar het gaat om e-handel, zoals online diensten, toegang tot digitale inhoud, fraudepreventie, websiteregistratie, verkooppromotie en etikettering;

4.      dringt erop aan dat de grondrechten bij de ontwikkeling van de digitale interne markt worden gerespecteerd zodat de Europese burger ook in de digitale wereld van volledige bescherming verzekerd blijft;

5.      onderstreept dat de digitale kloof moet worden aangepakt en bestreden om het volle potentieel van de digitale interne markt te laten uitkomen en in de maatschappij van het digitale tijdperk de inclusie van alle burgers mogelijk te maken, ongeacht hun inkomen, sociale situatie, geografische locatie, gezondheidstoestand of leeftijd, ;

6.      vraagt de Commissie om toe te zien op een snelle invulling zodat de interne markt verder kan worden opengesteld voor diensten, door een op de dienstensector gerichte benadering waarmee groei kan worden gegenereerd op terreinen met het meeste economische potentieel, zoals e-handel, diensten ten behoeve van bedrijven en verzekeringen, en toe te zien op de uitvoering en handhaving van regels zoals de consumentenrichtlijn, alternatieve geschillenbeslechting en online geschillenbeslechting, en daarbij te letten op vermindering van administratieve overlast;

7.      dringt aan op snelle invoering van de nieuwe en gemoderniseerde gegevensbeschermingsverordening met het oog op een juist evenwicht tussen een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens, veiligheid van gebruikers en eigen zeggenschap over iemands eigen persoonsgegevens, en een stabiel, voorspelbaar wetgevingsklimaat waarin bedrijfsleven, innovatie en economische groei kunnen gedijen binnen een sterkere interne markt ten voordele van de eindgebruiker, en een egaal speelveld dat investeringen aanmoedigt en een ambiance die de aantrekkelijkheid van de EU als vestigingsplaats voor bedrijven verhoogt; vraagt de Commissie en de lidstaten de nodige middelen uit te trekken om cybercriminaliteit tegen te gaan door middel van wettelijke maatregelen en samenwerking bij de wethandhaving , op zowel nationaal als EU-niveau, met gebruikmaking van het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit van Europol (EC3);

8.      wijst met nadruk op het potentieel van grootschalige gegevensinterpretatie (data analytics) voor het genereren van groei en faciliteren van innovatie, research en ontwikkeling op gebieden als gezondheidszorg;

9.      onderstreept dat voor een egaal speelveld moet worden gezorgd voor bedrijven die zich op de digitale interne markt begeven, zodat zij kunnen concurreren; vraagt de Commissie daarom terdege de hand te houden aan de EU-mededingingsregels om te grote marktconcentratie en misbruik van machtspositie tegen te gaan, en de mededinging in het oog te houden waar het gaat om gebundelde inhoud en diensten;

10.    merkt op dat bedrijven op de digitale interne markt verzekerd moeten zijn van een gelijk speelveld om een bruisende digitale economie in de EU te garanderen; onderstreept dat een stevige handhaving van de EU-mededingingsregels op de digitale interne markt bepalend zal zijn voor de groei van de markt, de toegangs- en keuzemogelijkheden van de consument en het concurrentievermogen op lange termijn; acht het belangrijk dat consumenten dezelfde bescherming geboden wordt als zij op hun traditionele markten genieten;

11.    dringt erop aan dat de Raad snel voortmaakt en onderhandelingen met het Parlement aangaat over het voorstel voor een verordening tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen, omdat dit concreet een einde zou maken aan roamingtarieven in de EU, meer rechtszekerheid inzake netneutraliteit zou scheppen en de consumentenbescherming op de digitale interne markt zou verbeteren;

12.    gelooft stellig in het beginsel van een open internet waar al het verkeer op dezelfde, niet-discriminerende wijze wordt behandeld; onderkent evenwel dat het toegenomen gebruik van internet, in het bijzonder van Internet Protocol TV, de dienstproviders nog meer onder druk zet om hun netwerkcapaciteit met behulp van beheersinstrumenten efficiënt te beheren; stelt dat in alle verdere wetgeving op dit gebied de consumentenbescherming centraal moet staan en tevens het nodige verkeersbeheer en gespecialiseerde diensten moet worden toegelaten zolang dit niet ten koste gaat van andere gebruikers, en dat tegelijkertijd de autoriteiten in staat moeten worden gesteld om tegen criminaliteit op te treden;

13.    stelt vast dat de markt voor online zoeken van bijzonder belang is als men voor behoorlijke mededingingsvoorwaarden op de digitale interne markt wil zorgen, aangezien zoekmachines potentieel tot "gatekeepers" kunnen worden ontwikkeld en de secundaire exploitatie van vergaarde informatie voor commerciële doeleinden kan worden gebruikt; roept de Commissie daarom op vastbesloten de hand te houden aan de EU-mededingingsregels, uitgaande van de input van alle betrokken partijen en rekening houdende met de algehele structuur van de digitale interne markt, teneinde oplossingen te bereiken die werkelijk baat opleveren voor consumenten, internetgebruikers en online-bedrijven; vraagt de Commissie voorts om voorstellen in overweging te nemen voor de ontvlechting van zoekmachines van andere commerciële diensten, als één van de mogelijke oplossingen voor de langere termijn;

14.    benadrukt dat bij het gebruik van zoekmachines, het zoekproces en de zoekresultaten onpartijdig moeten zijn om ervoor te zorgen dat het zoeken op internet non-discriminatoir blijft, dat er meer concurrentie en meer keuzevrijheid voor gebruikers en consumenten is en dat de diversiteit van de informatiebronnen wordt gehandhaafd; wijst er daarom op dat indexering, evaluatie, presentatie en rangschikking door zoekmachines onpartijdig en transparant moeten zijn; dringt er bij de Commissie op aan, misbruik door exploitanten van zoekmachines die onderling gekoppelde diensten op de markt aanbieden, te voorkomen;

15.    verneemt met voldoening dat er door de Commissie nader onderzoek zal worden gedaan naar de praktijken rond zoekmachines en de digitale markt in het algemeen; wijst op de mogelijkheid die de Commissie heeft om uitvoering te geven aan oplossingen om eventuele mededingingskwesties te verhelpen; gelooft dat specifieke maatregelen met het oog op de mededinging enerzijds en algemene initiatieven ter verbetering van de digitale interne markt anderzijds verschillende oogmerken hebben en daarom van elkaar moeten worden onderscheiden, met name waar het gaat om beleidsinitiatieven die moeten beantwoorden aan de beginselen van beter wetgeven;

16.    dringt bij de Commissie aan op voortgang met de lang verbeide hervorming van het auteursrecht, in het bijzonder met maatregelen die het potentieel van de digitale interne marktkunnen vergroten, op het punt van met name inhoud, verbreiding van kennis en werkbare modellen voor grensoverschrijdende diensten; is in dit verband van mening dat herziening van richtlijn 2001/29/EG van fundamenteel belang is voor deze hervorming, waarbij rekening moet worden gehouden met nieuwe technologieën en veranderde gedragspatronen bij consument en gebruiker;

17.    acht het belangrijk dat een doelmatig en evenwichtig kader tot stand komt voor de bescherming van auteursrechten en intellectuele eigendom, dat is afgestemd op de realiteit van de digitale economie, maar tevens de belangen waarborgt van consumenten en internetgebruikers;

18.    onderstreept dat de on line veiligheid op het internet moet worden verzekerd, met name voor kinderen, en dat kindermisbruik moet worden voorkomen door installering van middelen die illegale afbeeldingen van kindermisbruik op het internet kunnen ontdekken en verwijderen, en die kinderen en adolescenten de toegang tot leeftijdsbeperkte inhoud kunnen beletten;

19.    spoort aan tot snelle invoering en tenuitvoerlegging van internationale bepalingen die voor gebruikers met handicaps de toegang kunnen vergemakkelijken tot digitale inhoud en, dankzij digitalisatie, ook tot gedrukt materiaal; is verheugd over de sluiting van het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang voor visueel gehandicapten tot boekwerken, en spoort alle verdragsluitende partijen aan dit verdrag te ratificeren; beschouwt het verdrag van Marrakesh als flinke stap voorwaarts, maar meent dat er nog veel werk te doen is om de toegang tot inhoud volledig vrij te maken voor ook mensen met enige andere handicap dan een verminderd zichtvermogen; hecht veel belang aan verdere verruiming van de toegankelijkheid over een breed veld aan onderwerpen, van auteursrecht en zoekmachines tot telecommunicatie-bedrijven;

20.    dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de regelgevingskaders op EU- en nationaal niveau verder te ontwikkelen en te implementeren om een geïntegreerde, en veilige markt voor online en mobiele betalingen mogelijk te maken, waarbij de bescherming van de consumenten en consumentengegevens moet worden gewaarborgd; onderstreept in dit verband dat er behoefte is aan duidelijke en voorspelbare voorschriften die in wetgeving moeten worden verankerd;

21.    wijst erop dat -zoals ook in het rapport over de kosten van een niet-verenigd Europa aangestipt - in het cloud computing een machtig instrument kan worden met het oog op de ontwikkeling van de digitale interne markt en economische voordelen kan opleveren, met name voor kmo's, in de vorm van lagere kosten voor de IT-infrastructuur en anderszins; wijst er in dit verband op dat als cloud-diensten alleen worden verleend door een beperkt aantal grote providers, er een steeds grotere hoeveelheid informatie zal terechtkomen in de handen van die providers; dringt aan op een adequate uitvoering van de Europese strategie om te garanderen dat cloud computing concurrerend en veilig is;

22.    dringt er bij de Commissie op aan het voortouw te nemen bij het bevorderen van internationale normen en specificaties voor cloud computing , waardoor er privacy-vriendelijke, betrouwbare, in hoge mate interoperabele, veilige en energie-efficiënte cloud-diensten kunnen worden geleverd als integraal onderdeel van een toekomstig industrieel beleid van de Unie; benadrukt dat betrouwbaarheid, beveiliging en gegevensbescherming noodzakelijk zijn voor consumentenvertrouwen en concurrentievermogen;

23.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0239.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0239.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0239.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0239.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0239.

(6)

PB C 264 E, 13.9.2013, p. 11.

(7)

PB C 258 E, 07.09.13, p. 64.

(8)

PB C 153 E, 31.05.13, p. 25.

Juridische mededeling