Procedure : 2014/2805(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0348/2014

Ingediende teksten :

B8-0348/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/12/2014 - 8.4

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 131kWORD 56k
10.12.2014
PE545.609v01-00
 
B8-0348/2014

overeenkomstig artikel 105, lid 4, van het Reglement


betreffende de gedelegeerde verordening van de Commissie van 19 augustus 2014 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties C(2014)05833 – 2014/2805(DEA)


Franck Proust, Alain Cadec, Gabriel Mato, Françoise Grossetête, Antonio Tajani, Yannick Jadot, Aldo Patriciello, David McAllister, José Blanco López, Fernando Ruas, József Nagy, Barbara Matera, Jarosław Wałęsa, Michel Dantin, Sofia Ribeiro, Maurice Ponga, Lara Comi, Anne Sander, Jérôme Lavrilleux, Bogdan Brunon Wenta, Seán Kelly, Marc Joulaud, Angélique Delahaye, Rachida Dati, Marco Affronte, Joëlle Bergeron, Rolandas Paksas, Annie Schreijer-Pierik, Ricardo Serrão Santos, Izaskun Bilbao Barandica, Heinz K. Becker, Clara Eugenia Aguilera García, Remo Sernagiotto, Renata Briano, António Marinho e Pinto, Emmanuel Maurel, Arnaud Danjean, Cristian Dan Preda, Alain Lamassoure, Michèle Alliot-Marie, Salvatore Cicu, Salvatore Domenico Pogliese, Elena Gentile, Ulrike Rodust, Karima Delli, Ska Keller, José Bové, Isabelle Thomas, Eric Andrieu, Jean-Paul Denanot, Virginie Rozière, Guillaume Balas, Sylvie Guillaume, Pervenche Berès, Edouard Martin, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, José Manuel Fernandes, Paulo Rangel, Carlos Coelho, Nadine Morano, Georges Bach, Reimer Böge, Lambert van Nistelrooij, Monika Hohlmeier, Ivo Belet, Miroslav Mikolášik, Philippe Juvin, Bart Staes, Renaud Muselier, Igor Šoltes, Miroslav Poche, Zigmantas Balčytis, Tokia Saïfi, Nuno Melo, Giovanni La Via, Constance Le Grip, Brice Hortefeux, Francesc Gambús, Norica Nicolai, Richard Corbett, Dominique Riquet, Alessandra Moretti, Daniele Viotti, Ole Christensen, Linnéa Engström

AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement betreffende de gedelegeerde verordening van de Commissie van 19 augustus 2014 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties C(2014)05833 – 2014/2805(DEA)  
B8‑0348/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad(1), en met name artikel 9, onder b), bijlage III en artikel 10, lid 4, waarbij de Commissie wordt gemachtigd gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage III in te stellen of te wijzigen teneinde aan een verzoekend land de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur toe te kennen door dat land toe te voegen aan de lijst van SAP+-begunstigde landen,

–       gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2014)05833) van 19 augustus 2014 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties met betrekking tot de Filipijnen,

–       gezien Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999(2),

–       gezien zijn resolutie van 17 november 2011 over de bestrijding van illegale visserij op mondiaal niveau - de rol van de EU(3),

–       gezien het besluit van de Commissie van 10 juni 2014 inzake de kennisgeving aan een derde land (de Filipijnen) van de mogelijkheid dat het door de Commissie als niet-meewerkende derde land wordt geïdentificeerd op grond van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen(4),

–       gezien zijn eerdere resoluties over de Filipijnen, met name die van 14 juni 2012(5),

–       gezien het verslag van de Commissie van deskundigen voor de naleving van verdragen en aanbevelingen (CEACR) van het Internationaal Arbeidsbureau van 2014 (verslag III, deel 1A betreffende de Filipijnen),

–       gezien het verslag van de speciale rapporteur inzake de handel in mensen, in het bijzonder vrouwen en kinderen, Joy Ngozi Ezeilo, dat op 19 april 2013 werd voorgelegd aan de Mensenrechtenraad van de VN,

–       gezien artikel 105, lid 4, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het schema van algemene tariefpreferenties een algemene regeling en twee bijzondere stimuleringsregelingen omvat, waaronder de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur (SAP+), in het kader waarvan de begunstigden geen douanerechten hoeven te betalen op de invoer van 66% van alle EU-tarieflijnen;

B.     overwegende dat de Commissie op 28 februari 2014 een SAP+-verzoek heeft ontvangen van de Republiek der Filipijnen ("de Filipijnen");

C.     overwegende dat in zijn resolutie van 17 november 2011 over de bestrijding van illegale visserij op mondiaal niveau duidelijk is aangegeven dat illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visserij ("IUU-visserij") de duurzaamheid van de visbestanden in het gevaar brengt; overwegende dat in deze resolutie bovendien wordt benadrukt dat "het concept marktstaatverantwoordelijkheid verder ontwikkeld moet worden als een middel om de markten af te schermen voor producten uit IOO-visserij";

D.     overwegende dat in artikel 19, lid 1, onder e), van de SAP+-verordening wordt verwezen naar de verantwoordelijkheden van derde landen om uitvoering te geven aan de doelstellingen van regionale visserijorganisaties, waartoe eveneens de bestrijding van IUU-visserij behoort;

E.     overwegende dat de Commissie een besluit heeft gepubliceerd inzake de kennisgeving aan derde landen van de mogelijkheid dat zij door de Commissie als niet-meewerkende derde land worden geïdentificeerd op grond van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, waarin de Filipijnen werden aangemerkt als potentieel niet-meewerkende land bij de bestrijding van IUU-visserij, overeenkomstig artikel 32 van verordening (EG) nr. 1005/2008, op grond waarvan een gele kaart werd toegekend en een IUU-procedure werd opgestart, in het kader waarvan de Filipijnen een redelijke termijn kregen om te reageren op de kennisgeving en om de situatie te verhelpen;

F.     overwegende dat de EU niet gemachtigd is om toelating te geven voor een preferentiële toegang tot de Europese markt voor visserijproducten afkomstig uit de Filipijnen bij ontstentenis van een waarborg van hun wettige oorsprong; overwegende dat het absoluut noodzakelijk is dat het Europese beleid coherent en geloofwaardig is, om zo discriminatie en oneerlijke concurrentie voor Europese vissers te voorkomen en Europese consumenten te beschermen;

1.      maakt bezwaar tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2014)05833) van 19 augustus 2014 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties met betrekking tot de Filipijnen, overeenkomstig artikel 36, lid 5, van verordening (EU) nr. 978/2012;

2.      wijst op de contradictie tussen het standpunt van de Commissie, als uiteengezet in haar verslag over de beoordeling van de SAP+-aanvraag van de Filipijnen, dat er "aanzienlijke vooruitgang werd geboekt ... om de rechten van vrouwen te beschermen" en het feit dat er in het verslag van de speciale VN-rapporteur inzake mensenhandel, in het bijzonder vrouwen- en kinderhandel, van 19 april 2013 naar aanleiding van haar missie naar de Filipijnen (A/HRC/23/48Add.3) wordt opgemerkt dat "mensenhandel, voornamelijk van vrouwen en kinderen, voor arbeidsuitbuiting veelvuldig voorkomt in verscheidene sectoren, waaronder de landbouw-, bouw-, visserij-, industrie- en dienstensector";

3.      vraagt dat de SAP+-status niet wordt toegekend vooraleer de Commissie haar kennisgeving aan de Filipijnen heeft ingetrokken waarin het land wordt geïdentificeerd als mogelijk niet-meewerkende derde land bij de bestrijding van IUU-visserij;

4.      herinnert eraan niet gekant te zijn tegen een eventuele toekomstige aanvraag van de Filipijnen of de hieruit voortvloeiende toekenning van de SAP+-status door de EU in een later stadium;

5.      bevestigt zijn standpunt, zoals uiteengezet in zijn resolutie van 17 november 2011, dat het concept marktstaatverantwoordelijkheid verder ontwikkeld moet worden als een middel om de markten af te schermen voor producten uit IOO-visserij; benadrukt dat het tegenstrijdig zou zijn om een land SAP+-toegang te bieden voor zijn producten, en met name visserijproducten, terwijl er een door de Commissie opgestarte IUU-procedure aan de gang is;

6.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de Commissie visserij en de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de Commissie ervan in kennis te stellen dat de gedelegeerde verordening niet in werking kan treden.

 

(1)

PB L 303 van 31.10.2012, blz. 1.

(2)

PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0516.

(4)

PB C 185 van 17.6.2014, blz. 17.

(5)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0264.

Juridische mededeling