Procedure : 2015/2512(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0006/2015

Ingediende teksten :

B8-0006/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/01/2015 - 11.8
CRE 15/01/2015 - 11.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0013

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 118kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0006/2015
12.1.2015
PE545.686v01-00
 
B8-0006/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de zaak van de twee Italiaanse mariniers (2015/2512(RSP))


Lara Comi, Cristian Dan Preda, Barbara Matera, Raffaele Fitto, Antonio Tajani, Salvatore Cicu, Michael Gahler, Jacek Saryusz-Wolski, Andrej Plenković, Ivana Maletić, Elisabetta Gardini namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de zaak van de twee Italiaanse mariniers (2015/2512(RSP))  
B8‑0006/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–       gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de aanvullende protocollen bij dit verdrag,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de Mens,

–       gezien het VN-Zeerechtverdrag,

–       gezien de verklaringen van zowel de Commissie als haar vicevoorzitter / de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, over de zaak van de Italiaanse mariniers Massimiliano Latorre en Salvatore Girone,

–       gezien zijn resolutie van 10 mei 2012 over zeepiraterij(1),

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat op 15 februari 2012 voor de kust van India een incident heeft plaatsgevonden waarin twee lokale vissers zijn gedood, en overwegende dat twee Italiaanse marineofficieren, Massimiliano Latorre en Salvatore Girone, hiervoor verantwoordelijk zijn gehouden en vervolgens zijn gearresteerd; overwegende dat de twee officieren zich op de Italiaanse olietanker Enrica Lexie bevonden in het kader van acties ter bestrijding van piraterij;

B.     overwegende dat dit heeft geleid tot een internationaal incident waarin nog altijd absolute onzekerheid heerst over de toekomst van de twee Italianen, aangezien bijna drie jaar later geen enkele formele aanklacht in verband met het schietincident is ingediend;

C.     overwegende dat op 12 september 2014 de Indiase autoriteiten de heer Latorre toestemming hebben gegeven om voor vier maanden voor een medische behandeling naar Italië terug te keren nadat hij in gevangenschap een beroerte had gehad; overwegende dat de heer Latorre op 6 januari 2015 een hartoperatie heeft ondergaan, en dat hij nog steeds medische verzorging nodig heeft; overwegende dat de heer Girone momenteel nog in India is;

D.     overwegende dat op 16 december 2014 het Hooggerechtshof in New Delhi de verzoeken van de twee mariniers om versoepeling van de voorwaarden van hun voorlopige vrijlating heeft afgewezen; overwegende dat de heer Latorre heeft verzocht om verlenging van zijn verblijf voor medische behandeling in Italië en dat de heer Girone heeft verzocht om toestemming om de kerstperiode met zijn familie door te brengen;

E.     overwegende dat de ongelofelijke vertraging die het proces heeft opgelopen en het feit dat geen enkele aanklacht tegen de twee Italiaanse marineofficieren is ingediend, schendingen van de mensenrechten vormen;

F.     overwegende dat de Italiaanse regering het gedrag van de Indiase autoriteiten sterk heeft bekritiseerd, en overwegende dat op 17 december 2014 de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Paolo Gentiloni, heeft aangekondigd de Italiaanse ambassadeur in India op korte termijn voor raadpleging te zullen terugroepen;

G.     overwegende dat op 15 oktober 2014 de toenmalige vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid (vv/hv), Catherine Ashton, het gedrag van de Indiase autoriteiten heeft veroordeeld en de Italiaanse regering heeft aangespoord om een snelle en bevredigende oplossing te vinden in overeenstemming met het VN-Zeerechtverdrag en het internationaal recht;

H.     overwegende dat de vv/hv, Federica Mogherini, op 16 december 2014 heeft benadrukt dat deze zaak gevolgen voor de betrekkingen tussen de EU en India kan hebben;

I.      overwegende dat het Parlement op 10 mei 2012 een resolutie heeft aangenomen over zeepiraterij waarvan paragraaf 30 stelt dat "op volle zee, overeenkomstig het internationaal recht, in alle gevallen, dus ook bij maatregelen ter bestrijding van piraterij, de nationale jurisdictie van de vlaggenstaat op het schip in kwestie van toepassing is, evenals op de militairen die aan boord werkzaam zijn" en erop wijst dat "geen andere autoriteiten dan die van de vlaggenstaat kunnen gelasten tot aanhouding of detentie van een schip, zelfs als het een onderzoeksmaatregel betreft";

J.      overwegende dat de twee mariniers EU-burgers zijn, en overwegende dat zij op 15 februari 2012 hun taken ter bestrijding van piraterij uitvoerden;

K.     overwegende dat de EU een centrale rol speelt wat betreft de eerbiediging van de mensenrechten zowel in Europa als op internationaal niveau;

1.      betreurt het gedrag van de Indiase autoriteiten in de zaak van de Italiaanse mariniers, en is van mening dat het ontbreken van elke vorm van aanklacht tegen de twee militairen en de ongelofelijke vertraging die het proces heeft opgelopen, schendingen van de mensenrechten vormen;

2.      uit ernstige bezorgdheid over de juridische onzekerheid omtrent de zaak van de twee Italiaanse mariniers, die na drie jaar nog altijd hun lot niet kennen;

3.      ondersteunt de inspanningen van de Italiaanse regering om een oplossing voor de zaak te vinden, maar is van mening dat de EU de plicht heeft om tussenbeide te komen om de rechten van haar burgers te beschermen;

4.      verzoekt met klem om de definitieve terugkeer van de twee mariniers naar Italië, en om de toepassing van de nationale jurisdictie van de vlaggenstaat in overeenstemming met het internationaal recht, waarom het reeds in zijn resolutie van 10 mei 2012 heeft verzocht;

5.      roept de vv/hv, Federica Mogherini, ertoe op om alle noodzakelijke maatregelen te nemen voor de bescherming van de twee Italiaanse mariniers en zich onverwijld in te zetten voor een bevredigende oplossing van de zaak;

6.      verzoekt de Commissie en de Raad om de zaak van de mariniers tot een zeer belangrijk onderdeel van hun bilaterale betrekkingen met India te maken en indien noodzakelijk beperkende maatregelen te overwegen om een oplossing te bevorderen;

7.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de regering en het parlement van India.

(1)

PB C 261 E, 10.9.2013, blz. 34.

Juridische mededeling