Procedure : 2014/3017(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0022/2015

Ingediende teksten :

B8-0022/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/01/2015 - 11.7
CRE 15/01/2015 - 11.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0012

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 122kWORD 56k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0012/2015
12.1.2015
PE547.445v01-00
 
B8-0022/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Egypte (2014/3017(RSP))


Charles Tannock, Geoffrey Van Orden, Ruža Tomašić, Valdemar Tomaševski, Ryszard Czarnecki namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Egypte (2014/3017(RSP))  
B8‑0022/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Egypte, onder meer die van 6 februari 2014(1),

–       gezien het Europees nabuurschapsbeleid en het meest recente voortgangsverslag over Egypte van maart 2014,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, waarbij Egypte partij is,

–       gezien de nieuwe Egyptische grondwet, goedgekeurd in een nationaal referendum in januari 2014,

–       gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Egypte van 2004,

–       gezien de conclusies van de derde bijeenkomst in Athene (Griekenland) van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie en de Arabische Liga in juni 2014,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Egypte van oudsher een strategische partner van de Europese Unie is, die de doelstelling van het bouwen aan stabiliteit, vrede en voorspoed in het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten onderschrijft; overwegende dat Egypte een aanzienlijke hoeveelheid EU-steun ontvangt;

B.     overwegende dat Egypte en de EU partij zijn bij de juridisch bindende associatieovereenkomst die in 2004 in werking trad;

C.     overwegende dat het optimisme op grond van de Arabische lente en de val van het regime Mubarak gevolgd is door politieke en maatschappelijke polarisatie en geweld;

D.     overwegende dat 25 januari 2015 de vierde verjaardag is van de revolutie waarin president Mubarak afgezet werd;

E.     overwegende dat in mei 2014 Abdul Fattah al-Sisi tot president verkozen is en dit de meest recente fase van politieke verandering in Egypte betekent, na de afzetting van president Mohamed Morsi in juli 2013;

F.     overwegende dat het Egyptisch parlement momenteel ontbonden is en de verkiezingen voor het Huis van afgevaardigden naar verwachting in twee fasen zal plaatsvinden, te beginnen op 22 en 23 maart 2015;

G.     overwegende dat de afzetting van president Morsi gevolgd is door een gewelddadig optreden, ongeveer 1 000 omgekomen mensen, en het verbod van de Moslimbroederschap;

H.     overwegende dat er toenemende bezorgdheid is over de mensenrechtensituatie in Egypte, met name op het gebied van de vrijheid van meningsuiting en vergadering;

I.      overwegende dat het recente herstel van economische activiteiten in Egypte nog geen gevolgen heeft gehad voor de armoede- en werkloosheidscijfers, die hoog blijven;

J.      overwegende dat het geweld in de Sinaï sinds 2011 toegenomen is, en tijdens de afzetting van president Morsi in 2013 meer dan 500 veiligheidsfunctionarissen omgebracht zijn; overwegend dat deze toename van geweld de omliggende regio dreigt te destabiliseren;

K.     overwegende dat honderden burgers in militaire rechtbanken worden berecht, na een decreet van president al-Sisi die de bevoegdheid daarvan aanzienlijk heeft uitgebreid; overwegende dat dit, naar verluidt, civiele aanklagers in staat stelt retroactief burgerzaken voor onderzoek of berechting naar militaire rechtbanken te verwijzen;

L.     overwegende dat op 2 december 2014 de strafrechtbank van Gizeh in eerste aanleg 188 aangeklaagden ter dood heeft veroordeeld wegens de gewelddadige aanval op een politiebureau tijdens het vorige jaar;

M.    overwegende dat op 1 januari 2015 het hooggerechtshof van Egypte een nieuwe proces heeft gelast voor drie journalisten van al-Jazeera, gevangengezet wegens het verspreiden van onjuiste informatie en samenwerking met de verboden Moslimbroederschap, na de afzetting van president Morsi door het leger in 2013;

N.     overwegende dat het niveau en de intensiteit van de betrokkenheid van de EU bij Egypte conform het herziene Europese nabuurschapsbeleid, en met name als gevolg van de "meer voor meer"-strategie op stimulansen zijn gebaseerd en daarom afhangen van de vooruitgang die Egypte boekt bij het nakomen van zijn verplichtingen, onder andere met betrekking tot de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en gendergelijkheid;

O.     overwegende dat de val van president Morsi gevolgd is door toegenomen aanvallen op en discriminatie van de koptische christenen in Egypte, alsook de verwoesting van vele kerken;

1.      spreekt zijn solidariteit uit met de bevolking van Egypte en biedt zijn niet-aflatende steun aan voor zijn pogingen om een vreedzame democratische overgang naar politieke, economische en maatschappelijke hervormingen te verzekeren;

2.      bevestigt nogmaals zijn engagement voor Egypte als een belangrijke strategische partner in de regio; roept de regering van Egypte op om als grootmacht in het zuidelijke Middellandse Zeegebied aan haar internationale verplichtingen te voldoen;

3.      is van oordeel dat mensenrechten onderdeel uitmaken van de vorming van een stabiel, welvarend en democratisch Egypte, en roept alle actoren op de betreffende beginselen hoog te houden;

4.      is groot voorstander van een inclusief politiek proces waaraan alle democratische actoren deel hebben teneinde ervoor te zorgen dat de noodzakelijke politieke, economische, rechterlijke en maatschappelijke hervormingen worden doorgevoerd in het belang van alle Egyptische burgers;

5.      is van oordeel dat de overgang van Egypte naar een democratische staat het potentieel heeft om als voorbeeld te dienen voor veel andere landen in de regio;

6.      spreekt zijn groeiende bezorgdheid uit over de verslechterende veiligheidssituatie in de Sinaï; veroordeelt wederom het gebruik van geweld en intimidatie in alle vormen, en roept alle actoren op tot de grootst mogelijke terughoudendheid met het doel het verlies van levens of verwonding te voorkomen;

7.      is ingenomen dat president Abdel Fattah al-Sisi zich verbonden heeft om een staat in te richten die rechten en vrijheden eerbiedigt, met inbegrip van de rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting van iedereen; spoort de Egyptische regering voorts aan om deze fundamentele rechten en vrijheden volledig te implementeren;

8.      veroordeelt het toegenomen gebruik van militaire rechtbanken om burgers te berechten; roept de Egyptische gerechtelijke macht op tot waarborging van het recht van verdachten op een eerlijk en tijdig proces, uitgaand van een duidelijke aanklacht en een deugdelijk en onafhankelijk onderzoek, alsmede van het recht op toegang tot en contact met advocaten en familieleden, en een eerlijke rechtsbedeling te garanderen;

9.      verzoekt de onmiddellijke vrijlating van de journalisten Peter Greste, Mohamed Fahmy en Baher Mohamed van al-Jazeera, die momenteel in afwachting zijn van een nieuw proces in verband met de aanklachten van het verspreiden van onjuiste informatie en samenwerking met de verboden Moslimbroederschap; verzoekt voorts de vonnissen die ten aanzien van hun collega-journalist bij al-Jazeera, Sue Turton en twee andere buitenlandse correspondenten zijn uitgesproken, te vernietigen nadat zij bij verstek voor soortgelijke aanklachten veroordeeld zijn;

10.    is van oordeel dat alle journalisten verslag moeten kunnen uitbrengen over de situatie in Egypte zonder bang te hoeven zijn voor vervolging, gevangenschap, intimidatie of beperking van hun vrijheid van mening of meningsuiting;

11.    verzoekt de regering van Egypte te waarborgen dat binnenlandse en internationale maatschappelijke organisaties, onafhankelijke vakbonden vrijelijk hun werk kunnen doen in het land, zonder inmenging van de regering of intimidatie;

12.    is ingenomen met de inspanningen van de Egyptische regering om in de Israëlisch-Palestijnse verhoudingen tot verzoening te komen;

13.    is voorts verheugd over de inspanningen van de Egyptische regering om hulp te verlenen aan hen die vluchten voor de strijd in Syrië en Irak;

14.    veroordeelt de voortdurende aanvallen op religieuze minderheidsgroepen in Egypte, en verzoekt de Egyptische regering degenen te vervolgen die deze aanvallen uitvoeren;

15.    verwelkomt het feit dat de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi als eerste president een mis bijwoonde in een kerk te Caïro, op koptische kerstavond, en is van mening dat dit een belangrijk symbolisch signaal doet uitgaan ter versterking van de eenheid binnen de Egyptische samenleving;

16.    is ingenomen met de aankondiging dat parlementsverkiezingen in twee fasen zullen plaatsvinden, te beginnen op 22 en 23 maart 2015;

17.    vraagt de Egyptische regering een verzoek te doen voor de komst van een EU-verkiezingswaarnemingsmissie om toezicht te houden op de komende parlementsverkiezingen;

18.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de EDEO, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, en het parlement en de president en de regering van Egypte.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0100.

Juridische mededeling