Procedure : 2015/2559(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0137/2015

Ingediende teksten :

B8-0137/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/02/2015 - 4.6
CRE 12/02/2015 - 4.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0040

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 145kWORD 73k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0136/2015
9.2.2015
PE549.930v01-00
 
B8-0137/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in de context van IS (2015/2559(RSP))


Marietje Schaake, Ramon Tremosa i Balcells, Ilhan Kyuchyuk, Ivo Vajgl, Beatriz Becerra Basterrechea, Louis Michel, Pavel Telička, Petr Ježek, Ivan Jakovčić, Gérard Deprez, Javier Nart, Hilde Vautmans, Petras Auštrevičius, Martina Dlabajová, Fredrick Federley, Marielle de Sarnez, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Dita Charanzová, Izaskun Bilbao Barandica namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire crisis in Irak en Syrië als gevolg van het IS-geweld (2015/2559(RSP))  
B8‑0137/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Irak en Syrië,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Irak en Syrië, in het bijzonder die van 15 december 2014,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad over Irak en Syrië van 30 augustus 2014,

–       gezien de verklaringen over Irak en Syrië van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (vv/hv),

–       gezien Resoluties 2139 (2014), 2165 (2014) en 2170 (2014) van de VN-Veiligheidsraad en Resolutie S-221 van de VN-Mensenrechtenraad,

–       gezien het VN-rapport van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie voor de Arabische Republiek Syrië van 12 februari 2014: "Rule of Terror: Living under ISIS in Syria" (Terreurheerschappij: leven onder ISIS in Syrië) van 14 november 2014,

–       gezien de afsluitende opmerkingen over de gecombineerde tweede t/m vierde periodieke rapporten over Irak, gepubliceerd door de Commissie voor de rechten van het kind van 4 februari 2015,

–       gezien de verklaringen over Irak en Syrië van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties,

–       gezien de verklaring van de NAVO-top van 5 september 2014,

–       gezien de op 24 juni 2013 goedgekeurde richtsnoeren van de EU tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging,

–       gezien de conclusies van de conferentie van Parijs van 15 september 2014 over de veiligheid in Irak,

–       gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten enerzijds, en de Republiek Irak anderzijds, en zijn wetgevingsresolutie van 17 januari 2013 over dat partnerschap(1),

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de voortdurende gewelddadige crisis in Syrië als gevolg van geweld door de regering en terroristen tot een humanitaire ramp heeft geleid met een omvang die zijn weerga niet kent in de geschiedenis, en dat daarbij meer dan 200 000 mensen – hoofdzakelijk burgers – zijn omgekomen, meer dan 7,6 miljoen in eigen land ontheemd zijn, en meer dan 12,2 miljoen Syriërs dringend hulp nodig hebben in Syrië zelf; overwegende dat meer dan 3,8 miljoen Syriërs hun land ontvlucht zijn, vooral naar Libanon (1 160 468 vluchtelingen), Turkije (1 623 839), Jordanië (621 773), Irak (235 563) en Egypte/Noord-Afrika (160 772);

B.     overwegende dat de humanitaire situatie in Irak als gevolg van het voortdurende conflict en het geweld en de onderdrukking door de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) steeds verder verergert, en dat meer dan 5,2 miljoen mensen dringend humanitaire hulp nodig hebben en meer dan 2,1 Irakezen in eigen land ontheemd zijn geraakt; overwegende dat 3,6 miljoen mensen in door IS beheerst gebied wonen, waarvan 2,2 miljoen dringend behoefte aan hulp hebben, en overwegende dat deze mensen de facto onbereikbaar zijn;

C.     overwegende dat veel vluchtelingen en binnenlandse ontheemden niet geregistreerd zijn, waardoor veel niet-geregistreerde personen niet de humanitaire hulp en minimale beschermingsmaatregelen krijgen die ze zo hard nodig hebben;

D.     overwegende dat de terreurorganisatie IS met wreed en lukraak geweld delen van Noordwest-Irak heeft ingenomen, waaronder de tweede stad van Irak, Mosul, en overwegende dat dit werd gevolgd door standrechtelijke executies van Iraakse burgers, de invoering van een strenge interpretatie van de shariawetgeving, de vernieling van sjiitische, soennitische, jezidische, Koerdische, christelijke en soefi‑gebedshuizen en ‑heiligdommen, en barbaarse wreedheden tegen de burgerbevolking, waarvan vooral vrouwen en kinderen het slachtoffer zijn geworden;

E.     overwegende dat voormalig militair personeel uit het Iraakse leger zich heeft aangesloten bij IS, en overwegende dat het leger zelf wordt geplaagd door corruptie, wat een doeltreffend antwoord op IS in de weg staat;

F.     overwegende dat jaren van onderdrukking en identiteitsbeleid etnische spanningen en geweld hebben aangewakkerd, waaraan nu de vrije hand wordt gegeven, met als gevolg grove schendingen van het internationaal humanitair recht door deelnemers aan het conflict, waaronder Irakezen uit alle etnische groeperingen en van alle religieuze gezindten onder lijden;

G.     overwegende dat de terreurorganisatie IS illegaal is en in het gebied dat zij in handen heeft onrechtmatige, zogeheten "shariarechtbanken" heeft ingesteld die wrede en onmenselijke straffen hebben opgelegd aan mannen, vrouwen en kinderen; overwegende dat IS een strafwet heeft uitgebracht waarin misdaden staan opgesomd waarvoor barbaarse en middeleeuwse gewelddadige straffen kunnen worden opgelegd, zoals amputatie, steniging en kruisiging;

H.     overwegende dat IS in Noord-Irak en Syrië begonnen is met systematische etnische zuiveringen en daarbij oorlogsmisdaden begaat tegen etnische en religieuze minderheden, zoals massale standrechtelijke executies en ontvoeringen; overwegende dat de VN inmiddels bericht heeft over gerichte moordacties, gedwongen bekeringen, ontvoeringen, verkrachtingen, smokkel en kidnappings van vrouwen, slavernij van vrouwen en kinderen, rekrutering van kinderen voor zelfmoordaanslagen, seksueel en lichamelijk misbruik en foltering; overwegende dat christenen, Koerden, jezidi's, Turkmenen, Shabakken, kaka'i, Sabeeërs en sjiieten het doelwit geworden zijn van IS, net als vele Arabieren en soennitische moslims;

I.      overwegende dat geloofsafvalligen en LGBT-minderheden het doelwit en het slachtoffer zijn geworden van onmenselijk geweld;

J.      overwegende dat vergeldingsaanvallen door sjiitische milities gericht zijn op de soennitisch-Arabische bevolking, en bestaan uit straffeloze kidnappings, standrechtelijke executies, marteling en massale ontheemding van duizenden gezinnen, waarvan Human Rights Watch verslag heeft gedaan;

K.     overwegende dat het VN-vluchtelingenbureau (UNHCR) bekend heeft gemaakt dat bijna 50 % van alle Syriërs zijn huis heeft moeten verlaten en dat 40 % van de vluchtelingen gedwongen in ondermaatse omstandigheden leeft; overwegende dat volgens de VN driekwart van de Syriërs in armoede leeft en het werkeloosheidspercentage in het land boven de 50 % ligt; overwegende dat twee derde van de Syrische vluchtelingen in Jordanië onder de armoedegrens leeft en dat 55 % van de vluchtelingen in Libanon in ondermaatse opvang leeft; overwegende dat in de gastlanden het geweld tegen en de discriminatie van vluchtelingen zijn toegenomen;

L.     overwegende dat het Midden-Oosten een strenge winter doormaakt en dat de UNHCR zijn winterhulp heeft uitgebreid met een programma ter waarde van 206 miljoen dollar om miljoenen kwetsbare personen in de regio de winter door te helpen; overwegende dat veel vluchtelingen ondanks de pogingen om hulp te bieden, in niet-afgebouwde huizen en ontoereikende noodopvang moeten leven, waarin zij blootstaan aan vorst, zware sneeuwval en harde wind; overwegende dat ongeveer 740 000 in eigen land ontheemde Irakezen een ondermaatse behuizing hebben en dat de UNHCR stappen onderneemt om aan 600 000 ontheemden in Irak winterhulp te verlenen;

M.    overwegende dat UNICEF aan 916 000 van de beoogde 1,3 miljoen kinderen in Syrië, Irak, Libanon, Jordanië en Turkije winterhulp verleent; overwegende dat UNICEF en het Wereldvoedselprogramma (WVP) in januari 2015 een wintercampagne voor financiële bijstand zijn gestart om aan 41 000 kwetsbare vluchtelingenkinderen in de kampen Za'atari en Azraq 14 Jordaanse dinar te verstrekken zodat hun gezin winterkleren voor hen kan kopen;

N.     overwegende dat de VN-commissie voor de rechten van het kind in haar op 4 februari 2015 gepubliceerde rapport stelt dat kinderen worden gebruikt als menselijk schild, plegers van zelfmoordaanslagen, en worden gemarteld en verkocht als slaven; overwegende dat er tevens melding werd gemaakt van diverse gevallen van massa-executies van jongens, onthoofdingen, kruisigingen en levend begraven;

O.     overwegende dat bij stijgende temperaturen het risico op epidemieën toeneemt als gevolg van de slechte sanitaire omstandigheden en de beperkte beschikbaarheid van veilig drinkwater, vooral in gemeenschappelijke en informele nederzettingen;

P.     overwegende dat het WVP op 1 december 2014 een kritiek voedselhulpprogramma voor meer dan 1,7 miljoen Syrische vluchtelingen heeft moeten opschorten vanwege een internationale financieringscrisis; overwegende dat het WVP 88 miljoen dollar heeft geworven na een dringende oproep, en daarmee voedselhulp zou kunnen bieden aan de vluchtelingen in Libanon, Jordanië, Egypte en Turkije; overwegende dat volgens schattingen van het WVP 2,8 miljoen mensen in Irak momenteel voedselhulp nodig hebben; overwegende dat het WVP alleen al dringend om 214,5 miljoen dollar heeft gevraagd voor zijn operaties in Syrië en de regio, waarvan 112,6 miljoen dollar nodig was om tegemoet te komen aan de voedselhulpbehoeften voor de komende vier maanden;

Q.     overwegende dat volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) de tarweproductie in door IS beheerst gebied beduidend is gedaald omdat dit gebied te kampen had met de gevolgen van het conflict, te weinig regen en brandstoftekorten;

R.     overwegende dat de bij het conflict betrokken partijen menselijk lijden als oorlogswapen hebben ingezet, en hulpgoederen hebben gestolen en illegaal verhandeld, waarmee ze de Verdragen van Genève hebben geschonden;

S.     overwegende dat volgens schattingen van Human Rights Watch uit november 2014 meer dan 3 133 jezidi's, onder wie kinderen, door IS zijn ontvoerd en/of gedood sinds IS begin augustus aanvallen heeft ingezet; overwegende dat meer dan 50 000 jezidi's ontheemd zijn en dat van de ontvoerden, voornamelijk vrouwen en kinderen, er 300 uit IS-gevangenschap hebben weten te ontsnappen; overwegende dat jezidi-vrouwen het slachtoffer zijn van stelselmatig seksueel geweld en slavernij; overwegende dat volgens recente berichten vrouwen zelfmoord hebben gepleegd na te zijn verkracht of te zijn gedwongen tot een huwelijk met een IS-militant; overwegende dat er ook mannen zelfmoord hebben gepleegd na onder dwang te hebben toegekeken hoe hun vrouwen en dochters verkracht werden;

T.     overwegende dat broodnodige gerichte psychologische hulp voor slachtoffers van het conflict, zo ook van verkrachtingen, niet voorhanden is;

U.     overwegende dat er duidelijk gebrek is aan geïntegreerde diensten voor seksuele en reproductieve gezondheid / seksueel en gendergerelateerd geweld;

V.     overwegende dat de meeste vluchtelingenkinderen en ontheemde kinderen geen toegang hebben tot onderwijs;

W.    overwegende dat volgens de Commissie ongeveer 276 000 vluchtelingen hebben geprobeerd de EU illegaal binnen te komen, van wie de meerderheid een gevaarlijke reis heeft ondernomen over de Middellandse Zee; overwegende dat volgens internationale organisaties bijna 2 % van de vluchtelingen verdronken is tijdens de reis; overwegende dat criminele organisaties vluchtelingen vervoeren in "spookboten" die op de automatische piloot op de EU afstevenen;

X.     overwegende dat er op 9 december 2014 een conferentie over hervestiging werd gehouden in Genève, waarbij regeringen toezegden 100 000 Syrische vluchtelingen op te nemen; overwegende dat volgens de UNHCR de bijdragen nog steeds ontoereikend zullen zijn voor hervestiging in de regio;

Y.     overwegende dat meer dan 3,3 miljard euro door de EU en haar lidstaten is vrijgemaakt voor noodhulp en hulp bij het herstel aan Syriërs in hun eigen land en aan de vluchtelingen en hun gastlanden; overwegende dat de EU en haar lidstaten alleen al in 2014 met 163 miljoen euro aan verleende steun de op een na grootste donor voor Irak waren; overwegende dat het EU-mechanisme voor civiele bescherming op verzoek van de Iraakse regering geactiveerd is;

Z.     overwegende dat de EU meer heeft uitgegeven dan gepland om humanitaire noden te lenigen, en overwegende dat fondsen die zijn toegezegd door diverse landen buiten de EU niet altijd daadwerkelijk zijn overgemaakt;

AA.  overwegende dat de internationale gemeenschap ondanks diverse oproepen niet voorziet in de behoeften van de Syriërs en Irakezen en van de landen die de vluchtelingen hebben opgevangen; overwegende dat volgens mevrouw Kyung-wha Kang, adjunct-secretaris-generaal van de VN voor humanitaire aangelegenheden, de VN-operaties kampen met een gebrekkige financiering, omdat slechts 39 % van de vereiste 2,3 miljard dollar ontvangen is; overwegende dat het volgens UNHCR nog altijd erg moeilijk is om in de gebieden op te treden om burgers en vluchtelingen de benodigde hulp te verlenen;

AB.  overwegende dat de toegang tot en het verstrekken van noodhulp aan degenen die zich nog steeds in conflictgebieden bevinden in diverse delen van Irak en daar blootgesteld zijn aan risico's een absolute prioriteit blijft;

AC.  overwegende dat de internationale gemeenschap een evenredig antwoord moet bieden op de militaire inspanningen om het lijden van burgers als gevolg van het conflict te verzachten;

AD.  overwegende dat samenwerking met alle partijen in het conflict nodig is, om vrije, principiële humanitaire toegang mogelijk te maken tot alle getroffen gebieden en tot in eigen land ontheemde personen, vluchtelingen en door conflicten geteisterde gemeenschappen in moeilijk bereikbare gebieden;

AE.   overwegende dat VN-agentschappen die humanitaire programma's beheren, moeten toezien op een beter geïntegreerde en meer kostenefficiënte respons op de behoeften van alle volken die in nood verkeren;

AF.   overwegende dat rechtvaardigheid en verzoening nodig zijn als onderdeel van post-conflictmaatregelen en als een stap op weg naar de opbouw van een inclusief, representatief en democratisch bestuur;

1.      is zeer sterk gekant tegen de door het regime van Assad en de terroristen van IS gepleegde gruwelijke, systematische en wijdverbreide schendingen van en inbreuken op de mensenrechten in Irak en Syrië, waaronder het doden van gijzelaars, alle vormen van geweld tegen personen op grond van hun religieuze of etnische identiteit, en geweld tegen vrouwen en LGBTI; betreurt de oprichting van onwettige, zogeheten "shariarechtbanken" in het gebied dat IS in handen heeft; herhaalt zijn volstrekte veroordeling van foltering; spreekt zijn diepgevoelde medeleven uit aan de slachtoffers van de door IS begane gruweldaden en dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van alle gijzelaars; veroordeelt het misbruik van kinderen door IS stellig;

2.      onderstreept dat de voortdurende oorlog in Syrië en de dreiging die uitgaat van IS een ernstig gevaar vormen voor de inwoners van Irak en Syrië, en het Midden-Oosten in ruimere zin; verzoekt de EU met een alomvattende regionale strategie te komen om IS te verslaan, en bij te dragen aan de gezamenlijke inspanningen om de humanitaire crisis te beteugelen en het conflict in Syrië en Irak te beëindigen; herinnert eraan dat er een samenhangend antwoord nodig is om alle aspecten van het engagement te coördineren, en gastlanden te ondersteunen, onder andere met militaire, humanitaire, ontwikkelings- en macro-economische hulp;

3.      steunt de wereldwijde campagne tegen IS en is verheugd over de vastbeslotenheid van de coalitiepartners om in het kader van een gemeenschappelijke, veelzijdige langetermijnstrategie samen te werken met het doel IS te verslaan; benadrukt dat hulp aan de landen in de regio voor de bestrijding van gewelddadig extremisme, samen met instrumenten om de financiering van terrorisme tegen te gaan, onderdeel moet zijn van deze strategie;

4.      vindt de humanitaire situatie van de vluchtelingen alarmerend, en roept de internationale gemeenschap op een acuut, duidelijk en doeltreffend humanitair antwoord te bieden op de crisis en in te zien dat de humanitaire behoeften enorm zijn toegenomen en dat de internationale gemeenschap steeds meer moeite heeft om aan de benodigde hulpfondsen te komen;

5.      benadrukt het verband tussen conflicten en menselijk lijden en radicalisering;

6.      benadrukt de centrale rol die de bescherming van burgers moet innemen in zijn alomvattende regionale strategie, en de noodzaak om humanitaire en militaire/anti-terreurinspanningen gescheiden te houden;

7.      roept de internationale gemeenschap op de inspanningen op het vlak van humanitaire hulp op te voeren; verzoekt de EU te overwegen om een donorconferentie te beleggen en druk uit te oefenen op alle donoren opdat zij hun beloften en toezeggingen op korte termijn naleven; is verheugd over de verplichtingen die de lidstaten van de EU als de grootste donor van financiële steun en toezeggingen voor de toekomst zijn aangegaan; dringt aan op verhoging van de bijdragen van de EU aan de humanitaire programma's van de VN, en pleit voor nauwere samenwerking van de EU met internationale organisaties;

8.      benadrukt dat de verlichting van het lijden van miljoenen Syriërs en Irakezen die behoefte hebben aan onderdak, voedsel en medicijnen, gezien de ongekende omvang van de crisis, een prioriteit moet zijn van de EU en de internationale gemeenschap als geheel;

9.      veroordeelt de stelselmatige tegenwerking van pogingen om humanitaire hulp te verlenen en verzoekt alle bij het conflict betrokken partijen de universele mensenrechten en het internationaal humanitair recht te eerbiedigen, en doet vooral een beroep op IS en het regime van Assad om de verlening van humanitaire hulp en bijstand via alle mogelijke kanalen te vergemakkelijken, ook over grenzen en conflictlijnen heen, en de integriteit van civiele structuren en de veiligheid van alle medische en humanitaire hulpverleners te garanderen, zoals in de verschillende resoluties van de VN-Veiligheidsraad wordt geëist;

10.    is ervan overtuigd dat onmiddellijke humanitaire bijstand en bescherming een integraal onderdeel moeten vormen van langetermijnstrategieën om het conflict te beëindigen en de sociale en economische rechten en bestaansmogelijkheden van teruggekeerde vluchtelingen, binnenlandse ontheemden en vluchtelingen, dus ook vrouwen, te ondersteunen, om verbeterd leiderschap en participatie te waarborgen, zodat zij voor duurzame oplossingen kunnen kiezen die aansluiten op hun behoeften; is van mening dat er aandacht moet worden geschonken aan de specifieke risico's en behoeften van verschillende groepen vrouwen en kinderen die meervoudige en elkaar overlappende vormen van discriminatie ondervinden;

11.    dringt er bij de Commissie en de EU-lidstaten op aan onmiddellijk specifieke maatregelen te nemen om de situatie van vrouwen en meisjes in Irak en Syrië aan te pakken, hun vrijheid en de eerbiediging van hun fundamentele rechten te garanderen, alsook maatregelen vast te stellen om uitbuiting en misbruik van en geweld tegen vrouwen en kinderen, in het bijzonder de gedwongen uithuwelijking van meisjes, te voorkomen; vindt de toename van alle vormen van geweld jegens vrouwen die door IS-leden gevangen genomen, verkracht, seksueel misbruikt en verkocht worden, buitengewoon zorgelijk;

12.    pleit voor de instelling van een begrotingslijn en programma's om de medische/psychologische en sociale behoeften van de overlevenden van seksueel en gendergerelateerd geweld grondig aan te pakken;

13.    dringt aan op hernieuwde aandacht voor de toegang tot onderwijs, afgestemd op de specifieke behoeften die voortkomen uit het voortdurende conflict;

14.    roept de internationale humanitaire organisaties die werkzaam zijn in Irak en Syrië, waaronder VN-agentschappen, om meer medische en adviesdiensten te verstrekken, waaronder psychologische behandelingen en ondersteuning, aan ontheemden die gevlucht zijn voor de opmars van IS, waarbij vooral aandacht moet worden besteed aan de behoeften van de meest kwetsbare groeperingen, d.w.z. de overlevenden van seksueel geweld en kinderen;

15.    verzoekt de EU-lidstaten te voldoen aan hun internationale verplichtingen om asielaanvragen van het stijgende aantal Syrische vluchtelingen die hun leven op het spel zetten om Europa te bereiken, te accepteren en in behandeling te nemen; roept de EU op dodelijke oversteken over de Middellandse Zee te voorkomen, vooral door smokkelaars en mensenhandelaars aan te pakken; verzoekt de EU de controles aan haar buitengrenzen te versterken;

16.    wijst erop dat IS gedijt bij de instabiliteit in Syrië die voornamelijk is veroorzaakt door de genadeloze oorlog van het regime van Assad tegen zijn eigen volk; uit zijn bezorgdheid over de toename van de betrokkenheid van extremistische islamitische groeperingen en buitenlandse strijders bij het conflict in Syrië, het toegenomen religieus en etnisch gemotiveerde geweld in het land en de voortdurende versplintering en interne verdeeldheid van de oppositie; stelt dat voor een duurzame oplossing dringend een politieke overgangssituatie nodig is via een door Syrië geleid inclusief politiek proces met de steun van de internationale gemeenschap; verzoekt de EU het initiatief te nemen voor diplomatieke inspanningen met dat doel voor ogen;

17.   verzoekt de nieuwe Iraakse leiders zich te houden aan hun toezegging voor een inclusieve regering, die de legitieme belangen vertegenwoordigt en voorziet in de dringende humanitaire behoeften van alle Irakezen;

18.    staat achter het verzoek van de VN-Mensenrechtenraad aan het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten om dringend een missie naar Irak te sturen om de schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten door IS en de daarmee verbonden terroristische groeperingen te onderzoeken en om de feiten en omstandigheden van die gevallen van misbruik en schendingen vast te stellen, teneinde straffeloosheid te voorkomen en volledige verantwoordingsplicht te waarborgen;

19.    pleit voor het instellen van mechanismen om getuigenverklaringen van slachtoffers te documenteren, zodat de plegers van misdrijven berecht kunnen worden voor internationale rechtbanken of lokale tribunalen voor oorlogsmisdaden;

20.    verzoekt om gelijke verantwoordingsplicht voor alle partijen die betrokken zijn bij het conflict, en toegang tot rechtshulp voor alle slachtoffers van de alomtegenwoordige schendingen; is van mening dat het cruciaal is om de burgers te beschermen die geteisterd worden door geweld en geen veilig onderkomen kunnen vinden of die geen toegang hebben tot levensreddende humanitaire hulp;

21.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van Volksvertegenwoordigers van Irak, het regionale bestuur van Koerdistan, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-Mensenrechtenraad en alle partijen die betrokken zijn bij het conflict in Syrië.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0023.

Juridische mededeling