Procedure : 2015/2559(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0141/2015

Ingediende teksten :

B8-0141/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/02/2015 - 4.6
CRE 12/02/2015 - 4.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 138kWORD 69k
9.2.2015
PE549.934v01-00
 
B8-0141/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in de context van IS (2015/2559(RSP))


Javier Couso Permuy, Marisa Matias, Marie-Christine Vergiat, Younous Omarjee, Sofia Sakorafa, Sabine Lösing namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in de context van IS (2015/2559(RSP))  
B8‑0141/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Irak en Syrië, in het bijzonder zijn resolutie van 18 september 2014 over de situatie in Irak en Syrië en het offensief van IS(1),

–       gezien resolutie S-22/1 van de VN-Mensenrechtenraad van 1 september 2014 over de mensenrechtensituatie in Irak in het licht van de wandaden van de zogenoemde Islamitische Staat in Irak en de Levant en aanverwante groeperingen,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad, in het bijzonder de conclusies over de ISIL/Da'esh-crisis in Syrië en Irak van 20 oktober 2014 en de conclusies over Syrië, Irak en de ISIL-bedreiging van 15 december 2014,

–       gezien de gedachtewisseling van Commissie buitenlandse zaken van het Europees Parlement met de speciale afgezant van de VN voor Syrië, Staffan de Mistura, op 2 februari 2015,

–       gezien de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad,

–       gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–       gezien het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de humanitaire situatie in Irak na de Amerikaanse invasie van 2003 steeds verder verslechterd is; overwegende dat er op dit moment 5,2 miljoen intern verdrevenen zijn, en dat Irak ook onderdak biedt aan meer dan 235 000 Syrische vluchtelingen; overwegende dat 3,6 miljoen mensen in door IS gecontroleerd gebied wonen, waarvan 2,2 miljoen dringend behoefte aan hulp hebben, en overwegende dat deze mensen de facto onbereikbaar zijn; overwegende dat meer dan 150 000 kwetsbare Iraakse vluchtelingen op dit moment in buurlanden verblijven, in het bijzonder in Turkije, Jordanië en Libanon;

B.     overwegende dat tijdens het vier jaar durende extreem gewelddadige conflict tussen de regering en oppositiegroepen in Syrië meer dan 200 000 mensen om het leven gekomen zijn en nu 12,2 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben; verder overwegende dat 7,6 miljoen mensen, waarvan de helft kinderen, intern verdreven zijn en 3,8 miljoen mensen naar buurlanden gevlucht zijn, in het bijzonder naar Libanon, Jordanië, Turkije, Irak en Egypte;

C.     overwegende dat IS op 29 juni 2014 een "kalifaat" of "Islamitische Staat" heeft uitgeroepen in de gebieden die hij in Irak en Syrië in handen heeft; overwegende dat de leider van IS, Abu Bakr al-Baghdadi, tot "kalief" werd uitgeroepen; overwegende dat IS nu een derde van Irak en Syrië onder controle heeft en dat de bevolking aldaar woont in een gebied van 250 000 km2, en dat IS zijn "kalifaat" wil uitbreiden; overwegende dat het transnationale karakter van de zogeheten Islamitische Staat, die over belangrijke financiële middelen en volgens sommige bronnen over ongeveer 200 000 strijders beschikt, een bedreiging vormt voor de hele regio; overwegende dat naar schatting duizenden buitenlanders, waaronder EU-burgers, met de gewapende groepen van IS meevechten; overwegende dat de opmars van IS de humanitaire crisis heeft vergroot, met name doordat hij een omvangrijke ontheemding van burgers veroorzaakt heeft;

D.     overwegende dat de VN IS beschuldigt van grootschalige wreedheden en oorlogsmisdaden; overwegende dat mensenrechtenorganisaties IS ook beschuldigen van etnische zuiveringen van minderheden in het noorden van Irak;

E.     overwegende dat de VS in augustus 2014 met gerichte luchtaanvallen op IS in Irak begonnen is; overwegende dat tijdens de NAVO-bijeenkomst op 5 september 2014 een "anti-IS"-coalitie gevormd is, in het kader waarvan Frankrijk, het VK, Denemarken, Canada en Australië ook luchtaanvallen uitvoeren; overwegende dat president Obama in november 2014 een verdubbeling van de Amerikaanse grondtroepen in Irak aankondigde; overwegende dat de Commissie buitenlandse zaken van de Amerikaanse senaat in december 2014 de inzet van het Amerikaanse leger tegen IS goedkeurde; verder overwegende dat op 15 januari 2015 gemeld werd dat in Irak meer dan 16 000 luchtaanvallen uitgevoerd waren, waarvan ongeveer 60% door de Amerikaanse luchtmacht;

F.     overwegende dat de VS op 22 september 2014 ook begonnen is met luchtaanvallen op IS in Syrië, en dat ook leden van de Arabische Liga, zoals Bahrein, Jordanië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten, hieraan deelnamen; overwegende dat de luchtaanvallen op IS onder leiding van de VS en de gevechten tussen regeringstroepen en oppositiegroepen tot grote aantallen doden en ontheemden geleid hebben;

G.     overwegende dat Koerdische troepen, ondersteund door Amerikaanse luchtaanvallen, IS vorige week na een belegering van vier maanden uit de Koerdische stad Kobane in Syrië nabij de Turkse grens hebben weten te verdrijven; overwegende dat Koerdische troepen ook ongeveer vijftig dorpen in de omgeving onder controle hebben kunnen brengen;

H.     overwegende dat op 24 december 2014 een Jordaanse straaljager boven Syrië neergeschoten werd en de piloot, Muath Al-Kasasbeh, gevangen genomen werd; overwegende dat de VAE na het neerschieten van de Jordaanse straaljager met zijn luchtaanvallen gestopt is; overwegende dat op 3 februari 2015 een video verspreid werd waarop te zien is dat de Jordaanse piloot door middel van levende verbranding geëxecuteerd wordt; overwegende dat Jordanië hierop gereageerd heeft met de executie van twee gevangenen, waaronder de vrouw die een mislukte zelfmoordaanslag gepleegd had, en met meer luchtaanvallen op Mosul;

I.      overwegende dat IS op 31 januari 2015 een video verspreid heeft met de onthoofding van de Japanse journalist Kenji Goto, en overwegende dat IS een week daarvoor een video verspreid heeft met de moord op de Japanner Haruna Yukawa;

J.      overwegende dat de groep naar schatting enkele tientallen buitenlanders gegijzeld houdt; overwegende dat IS verklaard heeft dat de jonge Amerikaanse hulpverlener Kayle Muller, die in het noorden van Syrië gevangen genomen en in eerste instantie tot "levenslang" veroordeeld was, bij een Jordaanse luchtaanval om het leven gekomen is;

K.     overwegende dat IS volgens het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten onwettige, zogeheten "sharia-rechtbanken" ingesteld heeft in de door hem veroverde gebieden, die wrede en onmenselijke straffen tegen mannen, vrouwen en kinderen ten uitvoer leggen;

L.     overwegende dat IS een video verspreid heeft waarop te zien is dat twee mannen van de bovenste verdieping van een gebouw worden gegooid na door een zogenaamde rechtbank in Mosul beschuldigd te zijn van het plegen van homoseksuele handelingen; overwegende dat IS ook foto's verspreid heeft van twee mannen die gekruisigd werden op beschuldiging van banditisme en van een vrouw die gestenigd werd op beschuldiging van het plegen van overspel;

M.    overwegende dat volgens een rapport van de VN-commissie voor de rechten van het kind jongens opgeleid worden tot kindsoldaten en meisjes verkocht worden als seksslavinnen, en honderden anderen door IS gefolterd en geëxecuteerd zijn;

N.     overwegende dat er berichten zijn van de executie van drie vrouwelijke advocaten en van vier dokters in verband met hun beroepsactiviteiten; overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten de Mensenrechtenraad naar verwachting in maart een rapport zal presenteren over de door IS in Irak gepleegde schendingen van de mensenrechten;

O.     overwegende dat IS op dit moment de terreurorganisatie is die over de meeste economische middelen beschikt, doordat het significante inkomsten genereert met de exploitatie van grote olievelden in Syrië, banken en ondernemingen in de door hem gecontroleerde gebieden plundert, antiek verkoopt, losgeld eist voor gijzelaars en geld van donoren, in het bijzonder Saudi-Arabië, Qatar, Koeweit en de VAE, in operationele "veilige havens" laat renderen; overwegende dat IS veel Amerikaans legermaterieel van het Iraakse leger buitgemaakt heeft en zonder problemen kwalitatief hoogwaardige wapens op de internationale wapenmarkten kan kopen; overwegende dat Rusland onlangs in het kader van de VN-Veiligheidsraad een juridisch bindend initiatief aangekondigd heeft om landen onder druk te zetten de geldstromen naar Islamitische Staat te stoppen;

P.     overwegende dat de door het conflict in Irak en Syrië veroorzaakte desintegratie van de grens tussen beide landen IS de gelegenheid heeft geboden om zijn aanwezigheid in beide landen op te voeren; overwegende dat de vroegere secretaris-generaal van de VN Kofi Annan op 8 februari 2015 verklaard heeft dat de invasie van Irak onder leiding van de Amerikanen een fout was en bijgedragen heeft aan het ontstaan van Islamitische Staat, omdat "het doel van het introduceren van democratie zonder de daarvoor noodzakelijke instituties de weg vrijgemaakt heeft voor corrupte en sektarische regeringen, en het land sindsdien instabiel is geweest, waarmee een goede voedingsbodem werd gecreëerd voor radicale soenni-moslims, die zich met Islamitische Staat hebben geaffilieerd";

Q.     overwegende dat de Amerikaanse invasie van Irak van 2003 meer dan één miljoen doden en meer dan vier miljoen verdreven Irakezen tot gevolg heeft gehad, waarvan meer dan de helft naar Syrië is gevlucht; overwegende dat het optreden van de Iraakse regering die na de invasie aan de macht kwam in sociale onrust en religieus extremisme heeft geresulteerd, hetgeen in Syrië ondersteund en gefinancierd werd door de westerse mogendheden die omverwerping van het regime als doel hadden; overwegende dat Qatar en Saudi-Arabië aan de soennitische rebellengroeperingen wapens geleverd hebben en dat Turkije soennitische strijders, waaronder ook jihadisten van al-Qaeda en IS, zijn grens met Syrië heeft laten oversteken;

R.     overwegende dat de VN-onderzoekscommissie die gekeken heeft naar vermeende mensenrechtenschendingen in Syrië sinds maart 2011 over bewijs beschikt dat beide conflictpartijen oorlogsmisdaden begaan hebben, waaronder moord, foltering, verkrachting en gedwongen verdwijning; overwegende dat beide partijen er ook van worden beschuldigd het lijden van burgers, bijvoorbeeld in de vorm van het weigeren van toegang tot voedsel, water en gezondheidsdiensten, als oorlogsmiddel in te zetten;

S.     overwegende dat een groot deel van de meer dan een half miljoen geregistreerde Palestijnse vluchtelingen in Syrië voor de tweede maal vluchteling is geworden doordat zij vluchtelingenkampen en steden in Syrië hebben moeten verlaten nadat militaire groeperingen de vluchtelingenkampen binnengetrokken zijn, bezet hebben en daarmee de neutraliteit van de vluchtelingen hebben geschonden;

T.     overwegende dat de moord op de Jordaanse piloot breed veroordeeld is door de internationale gemeenschap, waaronder door de secretaris-generaal van de Arabische Liga, Nabil al-Arabi,door soennitische leiders, zoals sjeik Ahmed al-Tayeb, de groot-imam van de al-Azhar-universiteit in Egypte en Hezbollah, dat daarnaast meerdere staten in de regio en de wereld opgeroepen heeft hun beleid van steun voor terroristische groepen in Syrië en Irak te heroverwegen;

1.      spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de verslechterende veiligheids- en humanitaire situatie in Irak en Syrië als gevolg van de bezetting van grote delen van het grondgebied van deze landen door IS; is ernstig bezorgd over het grote tekort aan financiering voor de VN-oproepen van 2014, waardoor de bijstand voor Syrische vluchtelingen in het kader van het Wereldvoedselprogramma tijdelijk moest worden stopgezet; dringt er dan ook met klem bij de internationale gemeenschap op aan in reactie op toekomstige oproepen meer financiering en bijstand ter beschikking te stellen;

2.      moedigt de Raad, de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger aan alle noodzakelijke financiële en personele middelen beschikbaar te stellen om de vluchtelingen bij te staan; onderstreept dat behoefte is aan meer internationale samenwerking om alle door het offensief van IS verdrevenen humanitaire bijstand en hulp te geven, om in de elementaire behoeften te voorzien en om het leiden ten gevolg van dit geweld te verlichten;

3.      onderstreept dat de partijen overeenstemming zouden moeten bereiken over humanitaire pauzes, plaatselijke staakt-het-vuren en wapenstilstanden, teneinde de humanitaire organisaties in staat te stellen in alle betroffen gebieden veilig en onbelemmerd hun werk te doen; herinnert eraan dat het uithongeren van burgers als oorlogsmiddel verboden is volgens het internationaal humanitair recht;

4.      veroordeelt in de strengste bewoordingen de stelselmatige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door de terreur van de zogenaamde Islamitische Staat tegen Irak en Syrië en de bevolkingen van die landen, die uiteindelijk ook oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zouden kunnen blijken te zijn; betuigt zijn diepe medeleven met de families van de slachtoffers; vraagt de onmiddellijke, veilige en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die door deze terroristische groepering worden vastgehouden;

5.      beklemtoont dat degenen die voor deze schendingen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten verantwoordelijk zijn via passende mechanismen ter verantwoording moeten worden geroepen; dringt er bij alle partijen op aan het toepasselijke internationale humanitaire recht te eerbiedigen om burgers te beschermen en de mensenrechten in acht te nemen om in hun basisbehoeften te voorzien, hetgeen inhoudt dat alle getroffen bevolkingsgroepen veilig toegang tot humanitaire en medische bijstand moeten krijgen; herhaalt zijn oproep aan alle partijen om hun troepen en materieel uit medische faciliteiten, scholen en andere civiele faciliteiten terug te trekken, geen militaire posities in bevolkte gebieden in te nemen en af te zien van aanvallen op civiele objecten;

6.      waarschuwt voor het risico op een evolutie in de richting van godsdienstoorlogen; onderstreept in dit verband overigens dat moslimautoriteiten IS verwerpen als zijnde noch islamitisch, noch een staat, en het veroordelen, en gezegd hebben dat het optreden van IS neerkomt op een schending van de beginselen van de islam en een bedreiging vormt voor de islam en de moslims in de hele wereld; is ervan overtuigd dat de strategie tegen terrorisme niet gezien moet worden als een strijd tussen culturen of religies resulterend in racistische en xenofobische veronderstellingen;

7.      is verheugd dat de stad Kobane bevrijd is; steunt de Iraakse en de Syrische staat en de Koerdische troepen in hun strijd tegen het IS-terrorisme; wijst erop dat de veiligheidsrespons gepaard dient te gaan met een levensvatbare politieke oplossing waarbij in elk geval alle geledingen van de samenleving betrokken dienen te worden en gehoor moet worden gegeven aan hun legitieme grieven;

8.      roept in het bijzonder de lidstaten van de EU zelf en de westerse landen op de financiering van alle milities stop te zetten en, met name, geen olie meer te kopen van door IS gecontroleerde olievelden, die met vrachtwagens door Turkije wordt vervoerd; stelt vast dat Turkije ook als platform gediend heeft voor de militaire training van Syriëgangers; is van oordeel dat er wegen gevonden moeten worden om een eind te maken aan de financiering van terrorisme via off-shore-activiteiten van staten en financiële instellingen, en ook dat de wapenhandel en het kopen en verkopen van energiebronnen en grondstoffen waarbij terroristische groepen de winst opstrijken, een halt moet worden toegeroepen;

9.      is ervan overtuigd dat de invasie van Irak onder leiding van de VS en de buitenlandse inmenging in de interne zaken van Syrië een voedingsbodem zijn geweest voor de opkomst en de verspreiding van IS; hekelt de rol van in het bijzonder de VS, de lidstaten, Saudi-Arabië, Qatar, Turkije en Israël; herinnert eraan dat deze landen verantwoordelijkheid dragen voor de escalatie van dit conflict en roept hen in het bijzonder op het lijden van de door het geweld getroffen bevolking te verlichten en asiel toe te kennen aan vluchtelingen;

10.    onderstreept dat het conflict verergerd is door de wapenhandel en de wapenleveranties; is zeer kritisch over de rol die de verschillende westerse interventies in de afgelopen jaren hebben gespeeld in het aanwakkeren van radicalisering van individuen, met name in het Midden-Oosten en de landen van het zuidelijk nabuurschap; wijst erop dat dergelijk beleid terrorisme niet tegengaat, maar juist in de hand werkt, en dus moet worden stopgezet;

11.    benadrukt dat bij de bestrijding van IS de mensenrechten en het internationaal humanitair recht in acht moeten worden genomen; vraagt de regeringen van Irak en Syrië alle noodzakelijke maatregelen te nemen om de veiligheid en bescherming van de bevolking van hun land te garanderen, waaronder van de meest kwetsbare groepen, zoals vrouwen en kinderen; herinnert aan hun verplichtingen uit hoofde van het internationale recht om journalisten, mediaprofessionals en media-gerelateerd personeel die in gebieden met gewapende conflicten werkzaam zijn, te beschermen; roept ertoe op bescherming te bieden aan de meest kwetsbare groepen in conflictgebieden, zoals kinderen, vrouwen, ouderen en mensen met een handicap, alsook etnische en religieuze minderheden en leden van de LGTBI-gemeenschap;

12.    roept de EU op meer internationale steun te verlenen aan de toenemende aantallen vluchtelingen die hun leven wagen door te proberen in open schepen naar Europa te komen, en dringt erop aan hen asiel te verlenen en steun te geven;

13.    is van mening dat de terroristische activiteiten van islamitische extremisten worden gebruikt om de landen in het Midden-Oosten te verzwakken en het bestaan ondermijnen van sterke staten die de olie-inkomsten voor hun eigen economische en sociale ontwikkeling zouden gebruiken;

14.    verwerpt het gebruik van het beginsel "Responsibility to Protect", omdat het tot schending van het internationaal recht leidt en als rechtsgrond onvoldoende rechtvaardiging biedt voor het gebruik van unilateraal geweld, in veel gevallen met als doel het omverwerpen van het regime; veroordeelt het dat sterke staten, zoals de VS, of de NAVO zich de rol van mondiale politieagent toe-eigenen; veroordeelt ook de vermeende selectieve luchtaanvallen en het inzetten van buitenlandse troepen op de grond; hekelt de poging van de NAVO om de pacificatie- en stabilisatietaken te vervullen die alleen op basis van een brede overeenstemming in het kader van de Algemene Vergadering van de VN kunnen worden uitgevoerd; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over het toenemende aantal kinderen en jongeren die in Irak en Syrië worden geworven om te strijden; herinnert eraan dat met name vrouwen en kinderen die in gewapende conflicten verzeild raken, beschermd moeten worden;

15.    is ervan overtuigd dat een oplossing alleen mogelijk is indien samen met de regeringen van Irak en Syrië gewerkt wordt aan het elimineren van de oorzaken van terrorisme; is van mening dat een verdere expansie van IS en meer lijden voor de bevolkingen van de landen in kwestie alleen voorkomen kunnen worden indien we de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van staten als Irak, Syrië en Libië volledig respecteren, en indien we het multiculturele karakter van en de democratische beginselen in die samenlevingen in acht nemen;

16.    dringt aan op een internationale conferentie over Irak onder auspiciën van de Verenigde Naties en buurlanden in de regio, waaraan wordt deelgenomen door alle uiteenlopende groepen in Irak en die zich richt op de vorming van een regering van nationale eenheid die een eind kan maken aan alle sektarische en gewelddadige praktijken in het land;

17.    steunt de inspanningen van de speciale afgezant van de VN voor Syrië om te komen tot een strategische de-escalatie van het geweld in dat lans als basis voor een breder politiek proces; wenst dat een internationale vredesconferentie wordt georganiseerd, waarbij regionale actoren worden samengebracht, teneinde een politieke, door de Syriërs overeen te komen oplossing voor het conflict te bevorderen; onderstreept dat de toekomst van Syrië uitsluitend een zaak van de Syrische bevolking zelf moet blijven; onderstreept dat er geen militaire oplossing van het conflict is; spreekt zich fel uit tegen elke buitenlandse militaire interventie in Syrië en onderstreept dat het belangrijk is dat alle partijen deelnemen aan een vreedzame en politieke dialoog; roept alle partijen op akkoord te gaan met een onmiddellijk staakt-het-vuren als voorwaarde om een inclusieve, politieke dialoog aan te gaan teneinde een verzoening te starten en de stabiliteit in het land te helpen herstellen;

18.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, het hoofd van de EU-delegatie in Irak, de voorzitters van de parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van vertegenwoordigers van de Republiek Irak, de regering en het Parlement van de Arabische Republiek Syrië, de secretaris-generaal van de Unie voor het Middellandse Zeegebied en de Liga van Arabische Staten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0027.

Juridische mededeling